Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 AUGUSTUS 2007. - Koninklijk besluit tot oprichting van het Auditcomité van de Federale Overheid (ACFO)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-10-2007 en tekstbijwerking tot 17-06-2022)
Titre
17 AOUT 2007. - Arrêté royal portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale (CAAF)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-10-2007 et mise à jour au 17-06-2022)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
TITEL I. - Draagwijdte van dit besluit en terminologie.
TITRE Ier. - Portée du présent arrêté et terminologie.
Artikel 1. § 1. [3 Dit besluit is van toepassing op:
   1° de federale overheidsdiensten en de programmatorische overheidsdiensten,
   2° het Ministerie van Landsverdediging,
   3° de administraties met beheersautonomie maar zonder rechtspersoonlijkheid, "administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie" genaamd, in de zin van artikel 2, lid 1, 2° van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat,
   4° de Regie der Gebouwen,
   5° het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen,
   6° het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers,
   7° het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten,
   8° het Federaal Agentschap van de Schuld,
   9° de ondernemingen met een handels-, industrieel of financieel karakter, met een vorm van autonomie maar zonder rechtspersoonlijkheid, "staatsbedrijven" genaamd, in de zin van artikel 2, lid 1, 4° van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat]3
.
  Het beoogt de voorwaarden te scheppen voor een betere risicobeheersing door een betere kennis, op het gepaste niveau, van de kwaliteit van de [4 systemen voor de organisatiebeheersing, zoals bepaald in het artikel 2, 4°]4n binnen de diensten van de federale uitvoerende macht.
  Het besluit betreft de volgende processen :
  1° uitvoering van niet-gedelegeerde beslissingen, d.w.z. waarvan de uitwerking en de voorbereiding gebeuren op het niveau van de Minister en waarvan enkel de uitvoering toekomt aan de overheidsdienst;
  2° uitwerking, voorbereiding en uitvoering van gedelegeerde beslissingen, d.w.z. van beslissingen waarvan de uitwerking, de voorbereiding en de uitvoering volledig toekomen aan de overheidsdienst.
  § 2. In dit besluit bedoelt men met :
  1° " dienst " : elk van de entiteiten bedoeld in § 1,
  [1 1°/1 "Federale Interneauditdienst" : de auditdienst bedoeld in titel 2 van het koninklijk besluit van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst,]1
  2° " interne auditor " : elke persoon die interne auditactiviteiten uitvoert overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, ongeacht zijn statuut of voorwaarden waaronder hij optreedt, [1 of elk personeelslid van de Federale Interneauditdienst die interne auditactiviteiten uitoefent,]1
  3° " verantwoordelijke voor interne auditactiviteiten " : de persoon wiens rol bepaald wordt in artikel 7, § 1 van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, [1 of de verantwoordelijke interne audit van de Federale Interneauditdienst,]1
  4° " management " : alle personen met beslissingsbevoegdheid over de organisatie van de activiteiten van de dienst,
  5° " leidinggevende " : de hoogste administratieve verantwoordelijke binnen elk van de betrokken diensten,
  6° " betrokken Minister " : de Minister of Ministers en desgevallend de Staatssecretaris of Staatssecretarissen die bevoegd is/zijn voor de betrokken dienst,
  7° " Minister van Begroting " : de Minister tot wiens bevoegdheid Begroting behoort,
  8° " Minister van Ambtenarenzaken " : de Minister tot wiens bevoegdheid Ambtenarenzaken behoort.
  9° " Auditcomité " : het Auditcomité van de federale overheid opgericht door dit besluit.
  
Article 1. § 1er. [3 Le présent arrêté s'applique :
   1° aux services publics fédéraux et services publics de programmation,
   2° au Ministère de la Défense,
   3° aux administrations dotées d'une autonomie de gestion mais sans personnalité juridique, dénommées " services administratifs à comptabilité autonome ", au sens de l'article 2, alinéa 1er , 2° de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral,
   4° à la Régie des Bâtiments,
   5° à l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire,
   6° à l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile,
   7° à l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé,
   8° à l'Agence fédérale de la Dette,
   9° aux entreprises à caractère commercial, industriel ou financier, dotées d'un régime d'autonomie mais sans personnalité juridique, appelées " entreprises d'Etat ", au sens de l'article 2, alinéa 1er, 4° de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral ]3
.
  Il vise à créer les conditions d'une meilleure maîtrise des risques par une meilleure connaissance, au niveau qui convient, de la qualité des [4 systèmes de maitrise de l'organisation ", comme définis à l'article 2, 4°]4 mis en place au sein des Services qui relèvent du pouvoir exécutif fédéral.
  Il concerne les processus suivants :
  1° exécution des décisions non déléguées, c'est-à-dire des décisions dont la conception et la préparation relèvent du niveau ministériel, et dont seule l'exécution relève de l'Administration,
  2° conception, préparation et exécution des décisions déléguées, c'est-à-dire des décisions dont la conception, la préparation et l'exécution relevent entièrement de l'Administration.
  § 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° " Service " : chacune des entités visées au § 1er,
  [1 1°/1 " Service fédéral d'audit interne " : le service d'audit visé au titre 2 de l'arrêté royal du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne,]1
  2° " auditeur interne " : toute personne exerçant des activités d'audit interne conformes aux dispositions de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains Services du pouvoir exécutif fédéral, quels que soient son statut et ses modalités d'intervention, [1 ou tout membre du personnel du Service fédéral d'audit interne exerçant des activités d'audit interne,]1
  3° " responsable des activités d'audit interne " : la personne dont le rôle est défini à l'article 7, § 1er de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit dans certains Services du pouvoir exécutif fédéral, [1 ou le responsable de l'audit interne du Service fédéral d'audit interne,]1
  4° " management " : toutes les personnes qui ont un pouvoir de décision sur l'organisation des activités du Service,
  5° " Dirigeant " : le responsable administratif de plus haut niveau au sein d'un Service donné,
  6° " ministre concerné " : le ou les ministres et, le cas échéant, le ou les secrétaires d'Etat qui ont le Service considéré dans leurs attributions,
  7° " Ministre du Budget " : le ministre qui a le Budget dans ses attributions,
  8° " Ministre de la Fonction publique " : le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions.
  9° " Comité d'audit " : le Comité d'audit de l'Administration fédérale créé par le présent arrêté.
  
Art.2. § 1. Er wordt een Auditcomité van de federale overheid opgericht. Het is onafhankelijk van de beheersorganen van de diensten bedoeld in artikel 1, § 1 en legt verantwoording af aan de Ministerraad die het bijstaat :
  - door hem in te lichten over de betrouwbaarheid van de interne [1 systemen voor de organisatiebeheersing, zoals bepaald in het artikel 2, 4°]1, die in de diensten worden uitgevoerd om de doelstellingen van de regering te bereiken;
  - door hem te waarschuwen via de Eerste Minister, als het meent dat de informatie die de diensten produceren of verspreiden van die aard is dat ze het beslissingsproces op het niveau van de federale regering vervalst;
  - door hem te waarschuwen via de Minister van Begroting, als het meent dat de financiële en beheersinformatie die de diensten produceren of verspreiden geen getrouw beeld geeft van de toestand of dat ze de heersende normen niet naleeft.
  Daartoe baseert het Auditcomité van de federale overheid zich op de interne auditactiviteiten die binnen de diensten zijn uitgevoerd. Het waarborgt de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de interne auditactiviteiten. Het ziet er op toe dat de aanbevelingen binnen de gepaste tijd en op het geëigende niveau worden genomen.
  Het Auditcomité van de federale overheid oefent zijn opdrachten zodanig uit dat het bijdraagt tot het goed bestuur van de diensten en de versterking van de controleketen en de beheersing van de risico's binnen elke dienst en op het niveau van alle diensten bedoeld in artikel 1, § 1.
  § 2. Het Auditcomité van de federale overheid is een adviesorgaan.
  Het werkt op collegiale basis.
  Het heeft geen bevoegdheid over de organen die de administratieve en begrotingscontrole voeren.
  
Art.2. § 1er. Il est créé un Comité d'audit de l'Administration fédérale. Il est indépendant des organes de gestion des Services visés à l'article 1er, § 1er et rend compte au Conseil des Ministres qu'il assiste :
  - en l'éclairant sur la fiabilité des [1 systèmes de maitrise de l'organisation, comme définis à l'article 2, 4°]1 mis en oeuvre au sein des Services pour permettre la réalisation des objectifs du gouvernement,
  - en l'alertant, par l'intermédiaire du Premier Ministre, lorsqu'il estime que l'information produite ou diffusée par les Services est de nature à fausser le processus de décision à l'echelle du gouvernement fédéral,
  - en l'alertant, par l'intermédiaire du Ministre du Budget, lorsqu'il estime que l'information financière et de gestion produite ou diffusée par les Services ne donne pas une image fidèle de la situation ou qu'elle ne respecte pas les normes en vigueur.
  Pour ce faire, le Comité d'audit de l'Administration fédérale s'appuie sur les travaux d'audit interne réalisés au sein des Services. Il garantit l'indépendance et l'efficacité des processus d'audit interne et veille à ce que les recommandations soient prises en considération en temps voulu et au niveau qui convient.
  Le Comité d'audit de l'Administration fédérale exerce ses missions de manière à contribuer a la bonne gouvernance des services publics et au renforcement de la chaine de contrôle et de la maîtrise des risques au sein de chaque Service comme au niveau de l'ensemble constitué par les Services visés à l'article 1er, § 1er.
  § 2. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale est un organe consultatif.
  Son fonctionnement est collégial.
  Il n'a pas autorité sur les organes du contrôle administratif et budgétaire.
  
TITEL II. - Oprichting van het Auditcomité van de federale overheid.
TITRE II. - Mise en place du Comité d'audit de l'Administration fédérale.
HOOFDSTUK I. - Samenstelling van het Auditcomité van de federale overheid en selectie van de leden.
CHAPITRE Ier. - Composition du Comité d'audit de l'Administration fédérale et sélection des membres.
Art.3. § 1. Het Auditcomité van de federale overheid is samengesteld uit zeven onafhankelijke deskundigen, waarvan minstens drie van de Nederlandstalige taalrol en drie van de Franstalige taalrol.
  Zij worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit aangesteld voor zes jaar, op voordracht van de Eerste Minister, de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken. Hun mandaat kan éénmaal hernieuwd worden.
  § 2. De leden van het Auditcomité van de federale overheid worden gekozen op dergelijke wijze dat het Auditcomité over voldoende deskundigheid beschikt op het vlak van overheidsactiviteiten, begrotingscyclus, nieuwe informatie- en communicatietechnologie, overheidsbeheer, publiek recht, interne controle, strategisch beheer en risicobeheersing.
  Het Auditcomité van de federale overheid is samengesteld uit onafhankelijke deskundigen met bekwaamheden en ervaring op hoog niveau op een of meer van volgende gebieden :
  - overheidsboekhouding en -financiën;
  - personeelsbeleid;
  - informatica en nieuwe technologieën;
  - sociale zaken;
  - economische zaken;
  - volksgezondheid en leefmilieu;
  - zaken van binnenlandse veiligheid.
  Onder hen zijn er minstens twee deskundigen inzake audit, die gecertificeerd of gediplomeerd zijn.
  § 3. De leden van het Auditcomité van de federale overheid kiezen een voorzitter in hun schoot.
  De voorzitter van het Auditcomité :
  1° leidt en stimuleert de werkzaamheden van het Auditcomité en stelt de agenda op in overleg met de andere leden van het Auditcomité;
  2° zorgt, in samenwerking met de leidinggevenden en de verantwoordelijken voor interne auditactiviteiten van de betrokken diensten, voor de voorbereiding en de continuïteit van de werkzaamheden van het Auditcomité;
  3° bevordert de samenhang en de consensus binnen het Auditcomité.
  Het Auditcomité van de federale overheid bepaalt de gevallen waarin het zich kan laten vertegenwoordigen door zijn voorzitter en de andere bevoegdheden die het aan de voorzitter delegeert.
  De voorzitter van het Auditcomité van de federale overheid kan zelf ontslag nemen en tegelijk lid blijven van het Auditcomité.
Art.3. § 1er. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale est composé de sept experts indépendants, dont au minimum trois du rôle linguistique néerlandophone et trois du role linguistique francophone.
  Ils sont désignés pour six ans par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du Premier Ministre, du Ministre du Budget et du Ministre de la Fonction publique. Leur mandat est renouvelable une fois.
  § 2. Les membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale sont choisis de manière à ce que le Comité d'audit dispose collectivement d'une expertise suffisante sur le plan des activités du secteur public, du cycle budgétaire, des nouvelles technologies de l'information et de la communication, de la gestion publique, du droit public, du contrôle interne, du management stratégique et de la maîtrise des risques.
  Le Comité d'audit de l'Administration fédérale rassemble des experts indépendants disposant de compétences et d'une expérience de haut niveau dans un ou plusieurs des domaines suivants :
  - comptabilité et finances publiques,
  - gestion des ressources humaines,
  - informatique et nouvelles technologies,
  - affaires sociales,
  - affaires économiques,
  - santé publique et environnement,
  - questions de sécurité intérieure.
  Parmi eux se trouvent au moins deux spécialistes de l'audit, certifiés ou diplômés.
  § 3. Les membres du Comite d'audit de l'Administration fédérale élisent leur president en leur sein.
  Le président du Comité d'audit :
  1° préside et anime les travaux du Comité d'audit et fixe l'ordre du jour de ses réunions en concertation avec les autres membres du Comité,
  2° assure la préparation et la continuité des travaux du Comité d'audit en coopération avec les Dirigeants et les Responsables des activités d'audit interne des Services concernés,
  3° oeuvre pour faciliter la cohésion et le consensus au sein du Comité d'audit.
  Le Comité d'audit détermine les cas dans lesquels il peut se faire représenter par son président et les autres attributions qu'il lui délègue.
  Le président du Comité d'audit de l'Administration fédérale peut démissionner de son mandat de président tout en restant membre du Comité d'audit.
Art.4. § 1. De vacatures en regels en voorwaarden inzake kandidatuurstelling worden via de pers en via het internet verspreid, op initiatief van de Eerste Minister. Belangstellenden worden gevraagd zich kenbaar te maken. De termijn voor kandidatuurstelling bedraagt minimaal één maand datum op datum.
  § 2. In hun kandidatuurstelling verklaren de kandidaten :
  - dat geen enkel belangenconflict, werkelijk, schijnbaar of potentieel, hun aanstelling in de weg staat,
  - dat ze zich ertoe verbinden elk belangenconflict dat in de loop van hun mandaat zou rijzen, ter kennis te brengen van de andere leden van het Auditcomité, die hieromtrent een beslissing nemen.
  Als in de loop van het mandaat zich een geval zoals bedoeld in het tweede streepje voordoet, wordt deze informatie vermeld in de notulen en verslaggeving van de vergadering of de beraadslaging.
  § 3. Er is sprake van een belangenconflict wanneer de onpartijdige en objectieve uitoefening van het mandaat van een lid van het Auditcomité van de federale overheid in het gedrang komt omwille van familiale of affectieve redenen, of om redenen van economisch of financieel belang of elke andere reden van belangenvermenging of tegenstelling met een persoon betrokken bij de te nemen beslissing of het te evalueren proces.
  De objectiviteit van een kandidaat wordt verondersteld aangetast te zijn als hij in de loop van de drie voorgaande jaren beleidsverantwoordelijkheid heeft gehad over activiteiten die behoren tot een van de diensten bedoeld in artikel 1, § 1, of een mandaat heeft gevoerd binnen het beheersorgaan van een van de betrokken entiteiten.
  § 4. Kandidaten dienen voldoende beschikbaar te zijn om hun mandaat te kunnen uitvoeren. In hun kandidaatstelling vermelden ze hun huidige mandaten. Ze verbinden zich er tevens toe na hun aanstelling de nieuwe mandaten die ze zouden kunnen krijgen onmiddellijk te melden aan de andere leden van het Comité, die beslissen welke oplossing vereist is.
Art.4. § 1er. Les vacances de sièges et les modalités et conditions de candidature font l'objet d'une publicité par voie de presse et par l'internet, sur initiative du Premier Ministre. Les personnes intéressées sont invitées à se faire connaitre. Le délai de candidature ne peut être inférieur à un mois de date à date.
  § 2. Dans leur acte de candidature, les candidats :
  - déclarent qu'aucun conflit d'intérêts réel, apparent ou potentiel, ne s'oppose à leur désignation,
  - s'engagent à porter tout conflit d'intérêts qui surgirait en cours de mandat à la connaissance des autres membres du Comité qui décident de la solution à apporter.
  Si, en cours de mandat, le cas de figure visé au deuxième tiret se présente, mention de cette information est faite dans le procès-verbal ou le compte-rendu de la réunion ou de la délibération.
  § 3. Il y a conflit d'intérêts lorsque l'exercice impartial et objectif du mandat d'un membre du Comité d'audit de l'Administration fédérale est compromis pour des motifs familiaux, affectifs, d'intérêt économique ou pour tout autre motif de communauté d'intérêt ou d'antagonisme avec une personne ou un service concerné par la décision à prendre ou le processus à évaluer.
  L'objectivité d'un candidat est présumée altérée lorsqu'au cours des trois années précédentes, il a eu la responsabilité politique d'activités relevant de l'un des Services visés à l'article 1er, § 1er, ou un mandat au sein de l'organe de gestion de l'une des entités concernees.
  § 4. Les candidats sont tenus d'être suffisamment disponibles pour pouvoir exercer leur mandat. Ils signalent dans leur acte de candidature les mandats qu'ils détiennent déjà et s'engagent à signaler les mandats nouveaux qu'ils viendraient à obtenir après qu'ils aient été désignés pour siéger au Comité d'audit de l'Administration fédérale, aux autres membres du Comité qui décident de la solution à apporter.
Art.5. De leden van het Auditcomité worden niet bezoldigd. Ze hebben recht op presentiegelden die vastgesteld worden door een ministerieel besluit van de Eerste Minister, na overleg met de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken. De voorzitter van het Auditcomité heeft recht op verhoogd presentiegeld.
Art.5. Les membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale ne sont pas rémunérés. Ils ont droit à des jetons de présence fixés par arrêté ministeriel du Premier Ministre, après concertation avec le Ministre du Budget et le Ministre de la Fonction publique. Le président du Comité d'audit a droit à des jetons de présence majorés.
HOOFDSTUK II. - Ontslag en afzetting.
CHAPITRE II. - Démission et révocation.
Art.6. De leden van het Auditcomité van de federale overheid kunnen steeds hun ontslag indienen bij aangetekende brief gericht aan de Eerste Minister.
  Het ontslag gaat onmiddellijk in wanneer het ontslag wordt gegeven om gezondheidsredenen of ten gevolge van een belangenconflict.
  In de andere gevallen loopt het mandaat ten einde wanneer een vervanger is aangesteld, en dit uiterlijk binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van verzending van de brief.
Art.6. Les membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale ont la faculté de démissionner à tout moment par lettre recommandée adressée au Premier Ministre.
  La démission prend effet immédiatement si la démission est justifiée par des raisons de santé, ou par l'apparition d'un conflit d'intérêts.
  Dans les autres cas, leur mandat prend fin lorsqu'un remplaçant a été désigné, et au plus tard dans un délai de deux mois à compter de l'expédition de la lettre de démission.
Art.7. De leden van het Auditcomité van de federale overheid kunnen slechts worden afgezet bij in een Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  Gevallen van afzetting zijn het gevolg van een zware fout, het opduiken van een belangenconflict dat de betrokken persoon niet zelf heeft verholpen of van herhaalde afwezigheden waaruit een gebrek aan beschikbaarheid blijkt.
  De afzetting kan pas gebeuren na afloop van een tegensprekelijke procedure. Deze kan volgens de keuze van de betrokkene schriftelijk of mondeling zijn. Zolang deze procedure loopt, wordt het mandaat van de betrokkene geschorst.
Art.7. La révocation du mandat de l'un des membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale ne peut être prononcée que par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
  Les cas de révocation résultent d'une faute grave, de l'apparition d'un conflit d'intérets auquel la personne concernée n'aura pas remédié d'elle-même ou du constat d'absences répétées traduisant un manque de disponibilité.
  La révocation du mandat de l'un des membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale ne peut avoir lieu qu'à l'issue d'une procédure contradictoire, qui peut être écrite ou orale au choix de l'intéressé, et durant laquelle le mandat de l'intéressé est suspendu.
Art.8. Elke vacante betrekking dient te worden begeven binnen maximum vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de vacature door het Auditcomité ter kennis is gebracht van de Eerste Minister.
  Elke bijzondere moeilijkheid die de aanstelling van een plaatsvervanger binnen een redelijke termijn in de weg zou staan, dient ter kennis te worden gebracht van de Ministerraad.
  In geval de zetel van de voorzitter van het Auditcomité van de federale overheid vacant is, bepalen de resterende leden wie onder hen het voorzitterschap ad interim zal waarnemen.
Art.8. Tout siège vacant doit être pourvu dans un délai de quatre mois au maximum à compter de la date à laquelle la vacance du siège est portée a la connaissance du Premier Ministre par le Comité d'audit.
  Toute difficulté particuliere qui s'opposerait à la désignation d'un remplaçant dans un délai raisonnable doit être portée à la connaissance du Conseil des Ministres.
  Lorsque le siège du président du Comité d'audit de l'Administration fédérale est vacant, les membres restant en place déterminent lequel d'entre eux assurera la présidence par intérim.
TITEL III. - Werking.
TITRE III. - Fonctionnement.
HOOFDSTUK I. - Administratieve ondersteuning.
CHAPITRE Ier. - Soutien administratif.
Art.9. § 1. Het Auditcomité van de federale overheid is gevestigd op de Kanselarij van de Eerste Minister. Het houdt er zijn vergaderingen.
  § 2. Het Auditcomité van de federale overheid krijgt de beschikking over een vast secretariaat. Het secretariaat bestaat uit personen die door de federale overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister ter beschikking worden gesteld van het auditcomité van de federale overheid, waarvan minstens een personeelslid van niveau A. De betrokken personeelsleden worden voltijds toegewezen voor deze taak. Zij handelen overeenkomstig de onderrichtingen die hun door de voorzitter van het Auditcomité van de federale overheid gegeven worden.
  Het Auditcomité van de federale overheid wordt betrokken bij de selectie van de leden van zijn vast secretariaat. Het kan op ieder ogenblik de vervanging vragen van een personeelslid dat aan zijn vast secretariaat is toegewezen.
  Als ze niet het gevolg is van een verzoek van het Auditcomité, gebeurt de vervanging van de leden van het vast secretariaat op advies van het Auditcomité. Dit advies is bindend.
  De activiteiten van het vast secretariaat van het auditcomité van de federale overheid vallen onder de verplichting tot vertrouwelijkheid, zelfs tegenover de Voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister.
  Het vast secretariaat van het Auditcomité van de federale overheid heeft minstens de volgende taken :
  1° zorgen voor de continuïteit van de werkzaamheden van het Auditcomité;
  2° zorgen voor de opvolging van de dossiers;
  3° een permanent contactpunt zijn voor alle gesprekspartners van het Auditcomité;
  4° de leidinggevenden bijstaan in de voorbereiding van hun adviesaanvragen en zorgen voor de opvolging van de adviezen uitgebracht door het Auditcomité;
  5° centraliseren en archiveren van de documentatie die aan het Auditcomité werd meegedeeld.
  Het vast secretariaat van het Auditcomité van de federale Overheid is gevestigd op de Kanselarij van de Eerste Minister. De lokalen die het toebedeeld krijgt moeten zo worden ingericht dat ze borg staan voor de vertrouwelijkheid van de documenten die worden toevertrouwd aan het secretariaat.
  § 3. Het Auditcomité van de federale overheid beschikt over een begroting die gehecht wordt aan die van de algemene diensten van de Eerste Minister. Deze begroting dekt de werkingskosten van het Auditcomité, de uitgaven voor technische prestaties die nodig zijn om de opdrachten van het Auditcomité te vervullen en de presentiegelden van de leden van het Auditcomité.
  De leden van het Auditcomité van de federale overheid krijgen de kosten terugbetaald die ze maken bij de uitoefening van hun mandaat, volgens de regeling vastgelegd door de Eerste Minister, na overleg met de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken.
Art.9. § 1er. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale a son siège à la Chancellerie du Premier Ministre. Il y tient ses réunions.
  § 2. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale dispose d'un secrétariat permanent, dont il fixe les attributions. Ce secrétariat est composé de personnes mises à la disposition du Comité d'audit de l'Administration par le Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, dont au moins un membre du personnel de niveau A. Les membres du personnel concernés sont affectés à cette tâche à plein temps. Ils agissent conformément aux instructions qui leur sont données par le président du Comité d'audit de l'Administration fédérale.
  Le Comité d'audit de l'Administration fédérale est associé à la sélection des membres de son secrétariat permanent. Il peut à tout moment demander le remplacement d'un membre du personnel affecté à son secrétariat permanent.
  Lorsqu'il ne résulte pas d'une demande du Comité d'audit, le remplacement des membres de son secrétariat permanent doit faire l'objet d'un avis du Comité d'audit. Cet avis est contraignant.
  Les activités du secrétariat permanent du Comité d'audit de l'Administration fédérale sont couvertes par un devoir de confidentialité, même vis-à-vis du Président du Comité de direction du Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre.
  Au minimum, les tâches du secrétariat permanent du Comité d'audit de l'Administration fédérale consistent à :
  1° assurer la continuité des travaux du Comité d'audit,
  2° assurer le suivi des dossiers,
  3° être un point de contact permanent accessible à l'ensemble des interlocuteurs du Comité d'audit,
  4° assister les Dirigeants dans la préparation de leurs demandes d'avis et assurer le suivi des avis rendus par le Comité d'audit,
  5° centraliser et archiver la documentation communiquee au Comité d'audit.
  Le secrétariat permanent du Comité d'audit de l'Administration fédérale a son siège à la Chancellerie du Premier Ministre. Les locaux qui lui sont dévolus doivent être configurés de manière à garantir la confidentialité des documents qui lui sont confiés.
  § 3. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale dispose d'un budget, rattaché au budget des services généraux du Premier Ministre. Ce budget couvre les frais de fonctionnement du Comité d'audit, les dépenses liées au recours à des prestations techniques nécessaires à l'accomplissement des missions du Comité d'audit et les jetons de présence des membres du Comité d'audit.
  Les membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale sont remboursés des frais qu'ils exposent dans le cadre de leur mandat, selon les modalités et dans les limites d'une enveloppe définies en début d'année par le Premier Ministre, après concertation avec le Ministre du Budget et le Ministre de la Fonction publique.
HOOFDSTUK II. - Organisatie van de vergaderingen en toegang tot informatie.
CHAPITRE II. - Organisation des réunions et accès à l'information.
Art.10. § 1. Het Auditcomité van de federale overheid vergadert minstens eenmaal per kwartaal. Het komt bijeen in buitengewone vergadering op verzoek van de meerderheid van zijn leden of op verzoek van de Ministerraad.
  Het Auditcomité kan geldig beraadslagen indien minstens vijf leden aanwezig zijn. Het is mogelijk geldig deel te nemen via visioconferentie. Het is niet mogelijk zich te laten vertegenwoordigen. Het is niet mogelijk om zich te laten vertegenwoordigen.
  § 2. Het Auditcomité van de federale overheid beslist bij consensus of, indien geen consensus kan worden bereikt, bij absolute meerderheid. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  De leden mogen zich bij een stemming niet onthouden. Elk voorbehoud wordt vermeld in de notulen van de vergadering.
Art.10. § 1er. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale se réunit au moins une fois par trimestre. Il se réunit en réunion extraordinaire à la demande de la majorité de ses membres ou sur saisine du Conseil des Ministres.
  Le Comité d'audit peut délibérer valablement si cinq membres au moins sont présents. Il est possible de participer valablement par visioconférence. Il n'est pas possible de se faire représenter.
  § 2. Les décisions du Comité d'audit de l'Administration fédérale se prennent par consensus ou à défaut, à la majorité absolue. En cas de partage des voix, la voix du président du Comité d'audit est prépondérante.
  En cas de vote, il n'est pas possible pour un membre de s'abstenir. Les réserves exprimées sont consignées dans le procès-verbal de la réunion.
Art.11. § 1. [1 ...]1
  Het kan een beroep doen op deskundigen om een technische doorlichting uit te voeren van de risicoanalyses die de verantwoordelijken voor interne auditactiviteiten voorleggen ter staving van hun planningsdocumenten.
  Het Auditcomité van de federale overheid kan elke persoon uitnodigen wiens deelname het nuttig acht, onder meer de Ministers, de leidinggevenden en de verantwoordelijken voor interne auditactiviteiten.
  Deze personen nemen niet deel aan de beraadslagingen noch aan de stemming.
  § 2. De korpschef van de Inspectie van Financiën neemt van rechtswege deel aan de vergaderingen, met adviserende rol, zonder stemrecht. Als hij voorbehoud aantekent, wordt dit vermeld in de notulen en de verslagen.
  § 3. De voorzitter van het Auditcomité van de federale overheid ontmoet regelmatig - samen of afzonderlijk - de leidinggevenden en de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten. Alle leden van het Auditcomité krijgen de agenda van deze ontmoetingen. Ieder van hen mag bij deze ontmoetingen aanwezig zijn.
  De verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten en de leidinggevenden kunnen zich rechtstreeks wenden tot de voorzitter van het Auditcomité van de federale overheid. De verantwoordelijken voor interne auditactiviteiten hoeven er geen rekenschap van te geven aan de leidinggevende van hun dienst, wiens toestemming niet vereist is.
  De voorzitter brengt systematisch verslag uit aan de andere leden van het Auditcomité van de federale overheid over de contacten die hij als voorzitter heeft. De verslagen en de notulen hieromtrent worden meegedeeld aan degene met wie de voorzitter contact heeft gehad en ter beschikking gehouden van de leden van het Auditcomité door het permanent secretariaat opgericht bij artikel 9, § 2.
  
Art.11. § 1er. [1 ...]1
  Il peut faire appel à des experts pour procéder à une analyse technique des analyses de risques présentées par les responsables d'activités d'audit interne à l'appui de leurs documents de planification.
  Le Comité d'audit de l'Administration fédérale peut inviter toute personne dont il juge la participation utile, et notamment les Ministres, Dirigeants et Responsables d'Activités d'audit interne.
  Ces personnes ne participent ni aux délibérations ni au vote.
  § 2. Le Chef de Corps de l'Inspection des Finances participe de droit aux réunions, à titre consultatif et sans droit de vote. Ses réserves seront consignées dans les procès-verbaux et compte-rendus.
  § 3. Le Président du Comité d'audit de l'Administration fédérale rencontre régulièrement les Dirigeants et les Responsables d'Activités d'audit interne, ensemble ou séparément. L'ensemble des membres du Comité d'audit est informé du calendrier de ces rencontres. Chacun d'eux peut participer à ces entretiens.
  Les Responsables d'Activités d'audit interne et les Dirigeants peuvent s'adresser directement au président du Comité d'audit de l'Administration fédérale. Les responsables d'activités d'audit interne n'ont pas à en rendre compte au Dirigeant de leur Service, dont l'autorisation n'est pas requise.
  Le président rend compte systématiquement aux autres membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale des contacts qu'il a en sa qualité de président. Les compte-rendus et procès-verbaux y afférents sont communiqués a la personne qui est entrée en contact avec le président et tenus à la disposition des membres du Comité d'audit par le secrétariat permanent institué à l'article 9, § 2.
  
HOOFDSTUK III. - Voorrechten inzake toezicht op de interne auditactiviteiten.
CHAPITRE III. - Prérogatives en matière de supervision des activités d'audit interne.
Art.12. Het Auditcomité van de federale overheid onderschrijft de internationale beroepsnormen die zijn erkend inzake interne auditpraktijk en opgesteld door het Institute of Internal Auditors (IIA). De Minister van Begroting kan regels bepalen voor de interpretatie van deze normen.
  Het auditcomité voor de federale overheid houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden inzake de uitvoering van de interne auditactiviteiten volgens deze normen.
  In dit kader :
  1° verleent het de adviezen vereist door het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, [1 of door het koninklijk besluit van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst]1
  2° is de enig bevoegde om goedkeuring te verlenen aan de risicoanalyse en de planningsdocumenten die hem worden voorgelegd door de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten [1 ...]1;
  3° treedt het indien nodig op als facilitateur voor de relaties tussen de interne auditoren en het management;
  4° het kan zelf elke moeilijkheid bij de uitvoering van [1 de interne auditactiviteiten]1 aanhangig maken en bij het comité kunnen zowel de interne auditoren als de leden van het management zaken aanhangig maken;
  5° het is gerechtigd om met de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken een protocol af te sluiten voor het formaliseren van de regeling inzake de coördinatie van de taken, de uitwisseling van informatie en de uitwisseling van aanbevelingen tussen enerzijds de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten en anderzijds de Inspecteurs van Financiën die belast zijn de met de ex-post controle op overheidsopdrachten, de facultatieve toelagen en de aanwerving van contractueel personeel. Dit protocol wordt meegedeeld aan de leidinggevenden van de betrokken diensten.
  Met de betrokken leidinggevenden draagt het bij tot de invoering van de geest van samenwerking die deel uitmaakt van de voorwaarden en principes om auditactiviteiten te voeren.
  
Art.12. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale adhère aux normes internationales pour la pratique de l'audit interne établies par l'Institute of Internal Auditors (IIA). Le Ministre du Budget peut arrêter des règles d'interprétation de ces normes.
  Le Comité d'audit de l'Administration fédérale veille au respect des conditions d'exercice des activités d'audit interne que ces normes prévoient.
  Dans ce cadre :
  1° il donne les avis requis par l'arreté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains Services du pouvoir exécutif fédéral, [1 ou par l'arrêté royal du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne]1
  2° il a seul compétence pour valider l'analyse de risques et les documents de planification qui lui sont soumis par les responsables des activités d'audit interne [1 ...]1,
  3° il intervient, si besoin est, comme facilitateur dans les relations entre les auditeurs internes et le management,
  4° il peut s'autosaisir de toute difficulté afférente à [1 la mise en oeuvre des activités d'audit interne]1 et peut être saisi aussi bien par les auditeurs internes que par des membres du management,
  5° il est habilité à conclure un protocole avec le Ministre du Budget et le Ministre de la Fonction publique en vue de formaliser les modalités de coordination des tâches, de partage des informations et d'échange de recommandations entre les responsables d'activités d'audit interne et les Inspecteurs des Finances qui sont chargés du contrôle ex post des marchés publics, des subsides facultatifs et des embauches de personnel contractuel. Ce protocole est communiqué au Dirigeant de chacun des Services concernés.
  Avec les Dirigeants concernés, il contribue a l'instauration de l'esprit de coopération qui fait partie des conditions et principes d'exercice des activités d'audit.
  
HOOFDSTUK IV. - Rapportering en vertrouwelijkheid.
CHAPITRE IV. - Rapportage et confidentialité.
Art.13. § 1. Het Auditcomité van de federale overheid stelt twee verslagen op [3 tegen 30 september van elk jaar]3.
  Het eerste is bestemd voor elke Minister en slaat op de toestand van de dienst(en) waarvoor hij bevoegd is.
  Het tweede is bestemd voor de Ministerraad. Het beoogt de regering een totaalbeeld te bieden over de stand van de [2 systemen voor de organisatiebeheersing, zoals bepaald in het artikel 2, 4°]2 die in de diensten zijn ingevoerd met betrekking tot de uitwerking, de voorbereiding en de uitvoering van gedelegeerde beslissingen en met betrekking tot de uitvoering van niet gedelegeerde beslissingen zoals bepaald in artikel 1, § 1. Dat verslag bevat tevens een hoofdstuk dat de modaliteiten behandelt van de samenwerking van de interne auditdiensten [1 en de Federale Interneauditdienst]1 met het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën.
  Het Auditcomité van de federale overheid kan aan de leidinggevenden en de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten van de bedoelde diensten alle inlichtingen vragen die het nuttig acht bij de voorbereiding van dit verslag.
  Bij de beoordeling van de diensten bedoeld [1 in artikel 1, § 1, eerste lid" en vervallen de woorden "en op de informatie van het netwerk van verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten]1 baseert het Auditcomité zich hoe dan ook op het jaarverslag dat het ontvangt van de verschillende verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten [1 ...]1.
  [3 Het Auditcomité baseert zich bovendien op het verslag opgesteld door de leidinggevende en op de evaluatie van dit verslag uitgevoerd door de Federale Interneauditdienst zoals voorzien in de reglementering betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht]3.
  Die verslagen betreffen tevens de werking van het Comité, het verloop van de interne auditactiviteiten en de behaalde resultaten, de aanwending van de middelen voor interne auditactiviteiten alsook de regeling van de samenwerking tussen de interne auditoren en het management.
  § 2. De Ministerraad kan via de Eerste Minister het Auditcomité van de federale overheid om een specifiek verslag over een welbepaalde kwestie verzoeken.
  Het Auditcomité van de federale overheid kan in hoogdringende gevallen op eigen initiatief de Ministerraad waarschuwen omtrent elk aspect van zijn opdracht.
  § 3. De regeling voor de verslaggeving wordt overlegd tussen het Auditcomité, de Ministers en de leidinggevenden. Zij wordt opgenomen in het Charter van het Auditcomité van de Federale Overheid. In het bijzonder kunnen de Ministerraad en het Auditcomité bepalen dat kwesties eigen aan een welbepaalde entiteit eerst rechtstreeks worden behandeld tussen het Auditcomité en de betrokken Minister en enkel aan de Ministerraad zullen worden voorgelegd ingeval er moeilijkheden rijzen.
  § 4. Als zou blijken dat er risico's voortvloeien uit de bestaande wet- of regelgeving, meldt het Auditcomité van de federale overheid dit op het passende beleidsniveau, op het ogenblik en via het kanaal dat het het meest gepast acht. Het maakt jaarlijks een inventaris op van de betrokken teksten.
  
Art.13.. § 1er. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale établit deux rapports [3 pour le 30 septembre de chaque année]3.
   Le premier est destiné à chacun des Ministres et porte sur la situation du ou des Services qu'il a dans ses attributions.
   Le second est destiné au Conseil des Ministres. Il vise à fournir au gouvernement une vision d'ensemble de l'état des [2 systèmes de maitrise de l'organisation, comme définis à l'article 2, 4°]2 mis en place au niveau des Administrations dans le cadre de la conception, de la préparation, et de l'exécution des décisions deléguées ainsi que de l'exécution des décisions non déléguees, telles que définies à l'article 1er, § 1er. Ce rapport comprend également un chapitre qui traite des modalités de coopération des services d'audit interne [1 et du Service fédéral d'audit interne]1 avec le Corps Interfédéral de l'Inspection des Finances.
   Le Comité d'audit de l'Administration fédérale peut demander aux Dirigeants et aux Responsables des activités d'audit interne de l'ensemble des Services visés tous éléments d'appreciation qu'il juge utiles en préparation de ce rapport.
   S'agissant des Services visés [1 à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er]1, l'appréciation du Comité d'audit de l'Administration fédérale se fonde en tout état de cause sur le rapport annuel qu'il reçoit des différents Responsables d'activités d'audit interne [1 ...]1.
   [3 Le Comité d'audit de l'Administration fédérale se fonde en tout état de cause sur le rapport établi par le dirigeant et sur l'évaluation de ce rapport effectuée par le Service fédérale d'audit interne comme prévus dans la règlementation relative à la maîtrise de l'organisation au sein de certains services du pouvoir exécutif fédéral]3.
   Ces rapports rendent compte également du fonctionnement du Comité d'audit, du déroulement des activités d'audit interne et des résultats obtenus, de l'utilisation des moyens dévolus aux activités d'audit interne, ainsi que des modalités de la coopération qui s'est établie entre les auditeurs internes et le management.
   § 2. Le Conseil des Ministres peut demander au Comité d'audit de l'Administration fédérale, par l'intermédiaire du Premier Ministre, un rapport spécifique sur une question précise.
   En cas d'urgence, le Comité d'audit de l'Administration fédérale peut prendre l'initiative d'alerter le Conseil des Ministres sur tout aspect relevant de sa mission.
   § 3. Les modalités de rapportage sont définies en concertation entre le Comité d'audit, les Ministres et les Dirigeants et sont précisées dans la charte du Comité d'audit de l'Administration fédérale. En particulier, le Conseil des Ministres et le Comité d'audit peuvent prévoir que les questions propres à une entité donnée seront d'abord traitées directement entre le Comité d'audit et le ministre concerné, et ne seront transmises au Conseil des Ministres qu'en cas de difficulté.
   § 4. S'il est informé de risques qui découlent de la législation ou de la réglementation en vigueur, le Comité d'audit de l'Administration fédérale le signale au niveau de pouvoir qui convient, au moment et par le canal qu'il juge les plus appropriés. Il dresse un inventaire annuel des textes concernés.
  
Art.14. De leden van het Auditcomité, van zijn secretariaat en elke persoon die, in welke hoedanigheid ook, deelneemt aan de vergaderingen van het Auditcomité hebben een verplichting tot vertrouwelijkheid met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor het Auditcomité bevoegd is. Deze verplichting tot vertrouwelijkheid kan niet worden tegengeworpen ten aanzien van de Inspectie van Financiën, het Rekenhof en andere externe controleorganen voor de aangelegenheden die behoren tot hun bevoegdheid.
  Gegevens die betrekking hebben op lopende werkzaamheden mogen niet worden meegedeeld buiten het Auditcomité van de federale overheid en zijn vast secretariaat.
Art.14. Les membres du Comité d'audit, de son secrétariat, ainsi que toute personne assistant à quelque titre que ce soit à leurs réunions, sont tenus à un devoir de confidentialité sur les affaires pour lesquelles le Comité d'audit est compétent. Ce devoir de confidentialité ne peut être opposé à l'Inspection des Finances, à la Cour des comptes et aux autres organes de contrôle externe pour les matières qui relèvent de leur compétence.
  Aucune information portant sur des missions en cours ne peut être communiquée en-dehors du Comité d'audit de l'Administration fédérale et de son secrétariat permanent.
HOOFDSTUK V. - Charter en huishoudelijk reglement van het Auditcomité van de federale overheid.
CHAPITRE V. - Charte et règlement d'ordre intérieur du Comité d'audit de l'administration fédérale.
Art.15. § 1. Het charter van het Auditcomité van de federale overheid bepaalt de rechten en plichten van het Auditcomité en diens leden en hun betrekkingen met andere organen waarmee het Auditcomité moet samenwerken. Het wordt goedgekeurd bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voordracht van de Eerste Minister en de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken. Het wordt op eenvoudig verzoek van elke belangstellende meegedeeld en wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  Het bevat minstens :
  - de lijst van de leden van het Auditcomité van de federale overheid en de begin- en einddatum van hun mandaat;
  - de naam van de Voorzitter van het Auditcomité;
  - de naam van de verantwoordelijke voor het vast secretariaat van het Auditcomité;
  - een opsomming van de verantwoordelijkheden toevertrouwd aan het Auditcomité;
  - de andere rechten en plichten van het Auditcomité;
  - de rapporteringregeling;
  - de lijst van ontwerpbeslissingen die dienen te worden voorgelegd aan het auditcomité en waarvoor het advies van het auditcomité bindend is;
  - de voorwaarden waaronder de beheersorganen van de betrokken diensten en de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten toegang hebben tot het Auditcomité of tot zijn Voorzitter;
  - de aanvaarding van het principe van vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten en het auditcomité;
  - de manier waarop de voorzitter verslag moet uitbrengen aan de andere leden over informatie die hem werd meegedeeld en over elk onderhoud dat hij aanvaard heeft;
  - de termijnen waarbinnen de uitgenodigde personen worden opgeroepen;
  - de minimale inhoud en de termijn waarbinnen dossiers worden meegedeeld.
  § 2. Het Auditcomité van de federale overheid werkt zijn huishoudelijk reglement uit. Dit wordt goedgekeurd bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voorstel van de Eerste Minister.
Art.15. § 1er. La Charte du Comité d'audit de l'Administration fédérale précise les droits et obligations du Comité d'audit et de ses membres, ainsi que leurs relations avec les autres organes avec lesquels le Comité est amené à coopérer. Elle est approuvée par arrêté royal délibere en Conseil des Ministres, sur proposition du Premier Ministre, du Ministre du Budget et du Ministre de la Fonction publique. Elle est communiquée sur simple demande à toute personne intéressée. Elle est publiée au Moniteur belge.
  Elle contient au moins :
  - la liste des membres du Comité d'audit de l'Administration fédérale et les dates de début et de fin de leur mandat,
  - le nom du Président du Comité d'audit,
  - le nom du responsable du Secrétariat permanent du Comité d'audit,
  - le rappel des responsabilités qui sont confiées au Comité d'audit,
  - le rappel des autres droits et obligations du Comité d'audit,
  - les modalités de rapportage,
  - la liste des projets de décision qui doivent être soumis au Comité d'audit et pour lesquels l'avis du Comité d'audit est contraignant,
  - les conditions dans lesquelles les organes de gestion des Services concernés ainsi que les responsables d'activités d'audit interne ont accès au Comité d'audit ou à son Président,
  - l'acceptation du principe de confidentialité de la communication entre les responsables des activités d'audit interne et le Comité d'audit,
  - la manière dont le Président rend compte aux autres membres des informations qu'il a reçues et de chaque entretien qu'il a accepté,
  - les délais de convocation des personnes invitées,
  - le contenu minimal et les délais de communication des dossiers.
  § 2. Le Comité d'audit de l'Administration fédérale définit son règlement d'ordre intérieur. Ce règlement est approuvé par arrête royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du Premier Ministre.
TITEL IV. - Wijziging van verschillende bepalingen betreffende de auditcomités binnen de federale overheidsdiensten.
TITRE IV. - Modification de diverses dispositions relatives aux Comités d'audit au sein des services publics fédéraux.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2000 houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal du 7 novembre 2000 portant création et composition des organes communs à chaque service public fédéral.
Art.16. § 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 november 2000 houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst wordt het woord " vier " vervangen door het woord " drie ".
  In hetzelfde artikel wordt het vierde streepje geschrapt.
  § 2. Afdeling 4 van hoofdstuk 1, die de artikelen 8bis en 8ter bevat, en artikel 10, derde lid van hetzelfde besluit, worden opgeheven.
Art.16. § 1er. A l'article 1er de l'arrêté royal du 7 novembre 2000 portant création et composition des organes communs à chaque service public féderal, modifié par l'arrêté royal du 19 juillet 2001, le mot " quatre " est remplacé par le mot " trois ".
  Dans le même article, le quatrième tiret est supprimé.
  § 2. La section 4 du chapitre Ier, comprenant les articles 8bis et 8ter, et l'article 10, alinéa 3, du même arrêté, sont abrogés.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 relatif à l'installation des organes stratégiques des services publics fédéraux et relatif aux membres du personnel des services publics fédéraux désignés pour faire partie du cabinet d'un membre d'un Gouvernement ou d'un Collège d'une Communauté ou d'une Région.
Art.17. In het opschrift van Afdeling 1 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2003, 23 oktober 2003, 4 augustus 2004 en 6 oktober 2005, worden de woorden " en van de auditcomités " geschrapt.
Art.17. Dans l'intitulé de la Section 1re de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 relatif a l'installation des organes stratégiques des services publics fédéraux et relatif aux membres du personnel des services publics fédéraux désignés pour faire partie du cabinet d'un membre d'un Gouvernement ou d'un Collège d'une Communauté ou d'une Région, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2003, 23 octobre 2003, 4 août 2004 et 6 octobre 2005, les mots " et des comités d'audit " sont supprimés.
Art.18. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede en het vierde lid worden geschrapt;
  2° in het vijfde lid worden de laatste drie woorden geschrapt.
Art.18. A l'article 1er du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 2 et 4 sont supprimés;
  2° à l'alinéa 5, les cinq derniers mots sont supprimés.
Art.19. In artikel 10, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit gewijzigd bij artikel 12 van het koninklijk besluit van 23 oktober 2003, worden de woorden " en de auditcomités " geschrapt.
Art.19. A l'article 10, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'article 12 de l'arrêté royal du 23 octobre 2003, les mots " et des comités d'audit " sont supprimés.
TITEL V. - Slotbepalingen.
TITRE V. - Dispositions finales.
Art. 22. Onze Ministers en Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Nos Ministres et Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.