Artikel 1. _ Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° instelling voor bedrijfspensioenvoorziening : de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening naar Belgisch recht zoals bedoeld in Titel II van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
2° wet : de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
3° uitvoeringsbesluit : het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
4° onderliggende waarde van een optiecontract of warrant : de contractgrootte (lotsize) vermenigvuldigd met enerzijds de uitoefenprijs van de optie of warrant en anderzijds het aantal gekochte of verkochte contracten;
5° notioneel bedrag van een future : de contractgrootte (lotsize) vermenigvuldigd met enerzijds de overeengekomen aan- of verkoopwaarde van het onderliggende instrument en anderzijds het aantal gekochte of verkochte contracten;
6° notioneel bedrag van een swap : de onderliggende waarde op basis waarvan het swap contract wordt afgesloten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 JUNI 2007. - Koninklijk besluit betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-06-2007 en tekstbijwerking tot 09-03-2011)
Titre
5 JUIN 2007. - Arrêté royal relatif aux comptes annuels des institutions de retraite professionnelle (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-06-2007 et mise à jour au 09-03-2011)
Dokumentinformationen
Numac: 2007011314
Datum: 2007-06-05
Info du document
Numac: 2007011314
Date: 2007-06-05
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Boekhouding en jaarrekening.
HOOFDSTUK III. - Vorm en inhoud van de jaarreke...
Afdeling I. - Algemene principes.
Afdeling II. - Structuur van de jaarrekening.
HOOFDSTUK IV. - Vorm en inhoud van de jaarreken...
HOOFDSTUK V. - Waarderingsregels.
Afdeling I. - Algemene principes.
Afdeling II. - Aanschaffingswaarde.
Afdeling III. - Afschrijvingen en waardevermind...
Afdeling IV. - Voorzieningen voor risico's en k...
Afdeling V. - Technische Voorzieningen.
Afdeling VI. - Bijzondere regels.
Onderafdeling 1. - Bijzondere regels met betrek...
Onderafdeling 2. - Bijzondere regels met betrek...
Onderafdeling 3. - Bijzondere regels met betrek...
Onderafdeling 4. - Bijzondere regels met betrek...
Onderafdeling 5. - Bijzondere regels met betrek...
Onderafdeling 6. - Bijzondere regels met betrek...
HOOFDSTUK VI. - Jaarverslag.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen.
Afdeling I. - Wijzigingen in het koninklijk bes...
Afdeling II. - Wijzigingen in het koninklijk be...
HOOFDSTUK VIII. - Diverse en overgangsbepalingen.
BIJLAGE.
Afdeling I. - Balans
Afdeling II. - Posten buiten-balansstelling op ...
Afdeling III. - Resultatenrekening
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Comptabilité et comptes annuels.
CHAPITRE III. - Forme et contenu des comptes an...
Section Ire. - Principes généraux.
Section II. - Structure des comptes annuels.
CHAPITRE IV. - Forme et contenu des comptes ann...
CHAPITRE V. - Règles d'évaluation.
Section Ire. - Principes généraux.
Section II. - Valeur d'acquisition.
Section III. - Amortissements et réductions de ...
Section IV. - Provisions pour risques et charges.
Section V. - Provisions techniques.
Section VI. - Règles particulières.
Sous-section 1re. - Règles particulières relati...
Sous-section 2. - Règles particulières relative...
Sous-section 3. - Règles particulières relative...
Sous-section 4. - Règles particulières relative...
Sous-section 5. - Règles particulières relative...
Sous-section 6. - Règles particulières relative...
CHAPITRE VI. - Rapport annuel.
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives.
Section Ire. - Modifications à l'arrêté royal d...
Section II. - Modifications à l'arrêté royal du...
CHAPITRE VIII. - Dispositions diverses et trans...
ANNEXE.
Section Ire. - Bilan
Section II. - Postes hors bilan au 31/12/......
Section III. - Compte de résultats
Tekst (112)
Texte (112)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° l'institution de retraite professionnelle : l'institution de retraite professionnelle de droit belge visée au Titre II de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
2° la loi : la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
3° l'arrêté d'exécution : l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle;
4° la valeur sous-jacente d'un contrat d'option ou d'un warrant : la taille du contrat (lotsize) multipliée par, d'une part, le prix d'exercice de l'option ou du warrant et, d'autre part, le nombre de contrats achetés ou vendus;
5° le montant notionnel d'un future : la taille du contrat (lotsize), multipliée par, d'une part, la valeur d'achat ou de vente convenue de l'instrument sous-jacent et, d'autre part, le nombre de contrats achetés ou vendus;
6° le montant notionnel d'un swap : la valeur sous-jacente sur la base de laquelle le contrat de swap est conclu.
1° l'institution de retraite professionnelle : l'institution de retraite professionnelle de droit belge visée au Titre II de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
2° la loi : la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
3° l'arrêté d'exécution : l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle;
4° la valeur sous-jacente d'un contrat d'option ou d'un warrant : la taille du contrat (lotsize) multipliée par, d'une part, le prix d'exercice de l'option ou du warrant et, d'autre part, le nombre de contrats achetés ou vendus;
5° le montant notionnel d'un future : la taille du contrat (lotsize), multipliée par, d'une part, la valeur d'achat ou de vente convenue de l'instrument sous-jacent et, d'autre part, le nombre de contrats achetés ou vendus;
6° le montant notionnel d'un swap : la valeur sous-jacente sur la base de laquelle le contrat de swap est conclu.
HOOFDSTUK II. - Boekhouding en jaarrekening.
CHAPITRE II. - Comptabilité et comptes annuels.
Art.2. Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voert een voor de aard en de omvang van haar bedrijf passende boekhouding met naleving van de bijzondere wetsvoorschriften betreffende dat bedrijf.
De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening houdt zich voor het voeren van haar boekhouding aan de bepalingen van dit besluit, en aanvullend, aan de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen en zijn uitvoeringsbesluiten. Deze laatste bepalingen zijn slechts van toepassing in materies die niet door dit besluit zijn geregeld en voor zover ze niet in conflict treden met enige bepaling die van toepassing is op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening houdt zich voor het voeren van haar boekhouding aan de bepalingen van dit besluit, en aanvullend, aan de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen en zijn uitvoeringsbesluiten. Deze laatste bepalingen zijn slechts van toepassing in materies die niet door dit besluit zijn geregeld en voor zover ze niet in conflict treden met enige bepaling die van toepassing is op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
Art.2. Toute institution de retraite professionnelle doit tenir une comptabilité appropriée à la nature et à l'étendue de ses activités dans le respect des dispositions légales particulières qui la concernent.
L'institution de retraite professionnelle se conforme aux dispositions du présent arrêté pour la tenue de sa comptabilité et, à titre supplétif, aux dispositions de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises et à ses arrêtés d'exécution. Ces dernières dispositions ne s'appliquent que pour des matières qui ne sont pas réglées par le présent arrêté et pour autant qu'elles n'entrent en conflit avec aucune des dispositions applicables aux institutions de retraite professionnelle.
L'institution de retraite professionnelle se conforme aux dispositions du présent arrêté pour la tenue de sa comptabilité et, à titre supplétif, aux dispositions de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises et à ses arrêtés d'exécution. Ces dernières dispositions ne s'appliquent que pour des matières qui ne sont pas réglées par le présent arrêté et pour autant qu'elles n'entrent en conflit avec aucune des dispositions applicables aux institutions de retraite professionnelle.
Art.3. De boekhouding van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening omvat al hun verrichtingen, bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook.
Art.3. La comptabilité des institutions de retraite professionnelle doit couvrir l'ensemble de leurs opérations, de leurs avoirs et droits de toute nature, de leurs dettes, obligations et engagements de toute nature.
Art.4. Elke boekhouding wordt door middel van een stelsel van boeken en rekeningen gevoerd met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbelboekhouden.
De boeken kunnen op handgeschreven wijze worden bijgehouden of door middel van informaticasystemen voor zover de regels in verband met het bijhouden van de boeken worden gerespecteerd.
Alle verrichtingen worden zo vlug mogelijk, getrouw, volledig en naar chronologische beschikking over de verantwoordingsstukken en inlichtingen ingeschreven in een ongesplitst dagboek of in een hulpdagboek, al dan niet gesplitst in bijzondere hulpdagboeken. Ze worden methodisch ingeschreven in of overgebracht naar de rekeningen waarop ze betrekking hebben.
De rekeningen worden ondergebracht in een voor het bedrijf van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening passend rekeningenstelsel. Dit rekeningenstelsel wordt in de zetel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortdurend ter beschikking gehouden.
De boeken kunnen op handgeschreven wijze worden bijgehouden of door middel van informaticasystemen voor zover de regels in verband met het bijhouden van de boeken worden gerespecteerd.
Alle verrichtingen worden zo vlug mogelijk, getrouw, volledig en naar chronologische beschikking over de verantwoordingsstukken en inlichtingen ingeschreven in een ongesplitst dagboek of in een hulpdagboek, al dan niet gesplitst in bijzondere hulpdagboeken. Ze worden methodisch ingeschreven in of overgebracht naar de rekeningen waarop ze betrekking hebben.
De rekeningen worden ondergebracht in een voor het bedrijf van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening passend rekeningenstelsel. Dit rekeningenstelsel wordt in de zetel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortdurend ter beschikking gehouden.
Art.4. Toute comptabilité est tenue selon un système de livres et de comptes et conformément aux règles usuelles de la comptabilité en partie double.
Les livres peuvent être tenus de manière manuscrite ou au moyen de systèmes informatisés pour autant que les règles en matière de tenue des livres soient respectées.
Les opérations sont inscrites le plus rapidement possible de manière fidèle et complète et par ordre chronologique de la disponibilité des pièces justificatives ou des informations, soit dans un livre journal unique, soit dans un journal auxiliaire, unique ou subdivisé en journaux spécialisés. Elles sont méthodiquement inscrites ou transposées dans les comptes qu'elles concernent.
Les comptes ouverts sont définis dans un plan comptable approprié à l'activité de l'institution de retraite professionnelle. Ce plan comptable est tenu en permanence au siège de l'institution de retraite professionnelle.
Les livres peuvent être tenus de manière manuscrite ou au moyen de systèmes informatisés pour autant que les règles en matière de tenue des livres soient respectées.
Les opérations sont inscrites le plus rapidement possible de manière fidèle et complète et par ordre chronologique de la disponibilité des pièces justificatives ou des informations, soit dans un livre journal unique, soit dans un journal auxiliaire, unique ou subdivisé en journaux spécialisés. Elles sont méthodiquement inscrites ou transposées dans les comptes qu'elles concernent.
Les comptes ouverts sont définis dans un plan comptable approprié à l'activité de l'institution de retraite professionnelle. Ce plan comptable est tenu en permanence au siège de l'institution de retraite professionnelle.
Art.5. Elke boeking geschiedt aan de hand van een gedagtekend verantwoordingsstuk, waarnaar zij moet verwijzen.
De verantwoordingsstukken worden methodisch opgeborgen en tien jaar bewaard, in origineel of in afschrift. Stukken die niet strekken tot bewijs jegens derden, worden drie jaar bewaard.
De verantwoordingsstukken worden methodisch opgeborgen en tien jaar bewaard, in origineel of in afschrift. Stukken die niet strekken tot bewijs jegens derden, worden drie jaar bewaard.
Art.5. Toute écriture s'appuie sur une pièce justificative datée et porte un indice de référence à celle-ci.
Les pièces justificatives doivent être classées méthodiquement et être conservées, en original ou en copie, durant dix ans. Ce délai est réduit à trois ans pour les pièces qui ne sont pas appelées à faire preuve à l'égard de tiers.
Les pièces justificatives doivent être classées méthodiquement et être conservées, en original ou en copie, durant dix ans. Ce délai est réduit à trois ans pour les pièces qui ne sont pas appelées à faire preuve à l'égard de tiers.
Art.6. Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening verricht, omzichtig en te goeder trouw, de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen om op de datum van 31 december de inventaris op de maken van al haar bezittingen, vorderingen, schulden, en verplichtingen van welke aard ook. Deze inventaris wordt ingericht overeenkomstig het rekeningenstelsel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.
Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris, worden ze samengevat en beschreven in een staat, zijnde de jaarrekening.
De jaarrekening en de inventarisstukken waarop zij steunt worden overgeschreven in het inventarisboek; de stukken die wegens hun omvang bezwaarlijk kunnen worden overgeschreven, worden in dat inventarisboek samengevat en erbij gevoegd.
Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris, worden ze samengevat en beschreven in een staat, zijnde de jaarrekening.
De jaarrekening en de inventarisstukken waarop zij steunt worden overgeschreven in het inventarisboek; de stukken die wegens hun omvang bezwaarlijk kunnen worden overgeschreven, worden in dat inventarisboek samengevat en erbij gevoegd.
Art.6. Toute institution de retraite professionnelle procède, avec bonne foi et prudence, aux opérations de relevé, de vérification, d'examen et d'évaluation nécessaires pour établir à la date du 31 décembre un inventaire complet de ses avoirs et droits de toute nature, de ses dettes, obligations et engagements de toute nature. Cet inventaire est ordonné de la même manière que le plan comptable de l'institution de retraite professionnelle.
Les comptes sont, après mise en concordance avec les données de l'inventaire, synthétisés dans un état descriptif constituant les comptes annuels.
Les comptes annuels et les pièces de l'inventaire qui les appuient sont transcrits dans le livre d'inventaire; les pièces dont le volume rend la transcription difficile sont résumées dans le livre d'inventaire, auquel elles sont annexées.
Les comptes sont, après mise en concordance avec les données de l'inventaire, synthétisés dans un état descriptif constituant les comptes annuels.
Les comptes annuels et les pièces de l'inventaire qui les appuient sont transcrits dans le livre d'inventaire; les pièces dont le volume rend la transcription difficile sont résumées dans le livre d'inventaire, auquel elles sont annexées.
Art.7. De boeken worden op zodanige wijze gehouden dat de materiële continuïteit ervan, evenals de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen zijn verzekerd.
Art.7. Les livres sont tenus de manière à garantir leur continuité matérielle ainsi que la régularité et l'irréversibilité des écritures.
Art.8. De boeken worden naar tijdsorde bijgehouden, zonder enig wit vlak of enige weglating. In geval van correctie moet het oorspronkelijk geschrevene leesbaar blijven.
De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening moeten hun boeken bewaren gedurende tien jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt.
De voor het bewaren van de boeken gebruikte drager moet de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn, verzekeren gedurende de volledige duur van de opgelegde bewaringstermijn.
De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening moeten hun boeken bewaren gedurende tien jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt.
De voor het bewaren van de boeken gebruikte drager moet de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn, verzekeren gedurende de volledige duur van de opgelegde bewaringstermijn.
Art.8. Les livres sont tenus par ordre de dates, sans blancs ni lacunes. En cas de rectification, l'écriture primitive doit rester lisible.
Les institutions de retraite professionnelle sont tenues de conserver leurs livres pendant dix ans à partir du premier janvier de l'année qui suit leur clôture.
Le support utilisé pour la conservation des livres doit assurer l'inaltérabilité et l'accessibilité des données qui y sont enregistrées durant toute la durée de conservation prescrite.
Les institutions de retraite professionnelle sont tenues de conserver leurs livres pendant dix ans à partir du premier janvier de l'année qui suit leur clôture.
Le support utilisé pour la conservation des livres doit assurer l'inaltérabilité et l'accessibilité des données qui y sont enregistrées durant toute la durée de conservation prescrite.
HOOFDSTUK III. - Vorm en inhoud van de jaarrekening.
CHAPITRE III. - Forme et contenu des comptes annuels.
Afdeling I. - Algemene principes.
Section Ire. - Principes généraux.
Art.9. De jaarrekening vormt een geheel dat de volgende bestanddelen omvat : de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Ze wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Wanneer de toepassing van de bepalingen van dit besluit niet volstaat om te voldoen aan het bepaalde in artikel 11 van dit besluit moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in document nr. 12 van de toelichting.
De jaarrekening wordt in euro uitgedrukt.
Wanneer de toepassing van de bepalingen van dit besluit niet volstaat om te voldoen aan het bepaalde in artikel 11 van dit besluit moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in document nr. 12 van de toelichting.
De jaarrekening wordt in euro uitgedrukt.
Art.9. Les comptes annuels forment un ensemble qui comprend les éléments suivants : le bilan, le compte de résultats et l'annexe. Ils sont établis conformément aux dispositions du présent arrêté.
Si l'application des dispositions du présent arrêté ne suffit pas pour satisfaire au prescrit de l'article 11 du présent arrêté, des informations complémentaires doivent être fournies dans le document n° 12 de l'annexe.
Les comptes annuels sont libellés en euro.
Si l'application des dispositions du présent arrêté ne suffit pas pour satisfaire au prescrit de l'article 11 du présent arrêté, des informations complémentaires doivent être fournies dans le document n° 12 de l'annexe.
Les comptes annuels sont libellés en euro.
Art.10. De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening mag, met uitzondering van de openbaarmaking van de jaarrekening in toepassing van het artikel 48 van de wet een verkorte versie verspreiden van de jaarrekening voor zover deze geen vertekend beeld geeft van het vermogen, van de financiële positie en van de resultaten.
De verkorte versie mag daarenboven niet vergezeld gaan van het verklarende verslag van de erkende commissaris of de erkende commissarissen; wel moet worden vermeld of een verklaring door de erkende commissaris of de erkende commissarissen met of zonder voorbehoud is gegeven, dan wel of er een verklaring werd geweigerd.
Ook moet worden aangegeven dat het om een verkorte versie gaat en dat de volledige versie steeds door de aangeslotenen van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bij haar kan worden verkregen.
De verkorte versie mag daarenboven niet vergezeld gaan van het verklarende verslag van de erkende commissaris of de erkende commissarissen; wel moet worden vermeld of een verklaring door de erkende commissaris of de erkende commissarissen met of zonder voorbehoud is gegeven, dan wel of er een verklaring werd geweigerd.
Ook moet worden aangegeven dat het om een verkorte versie gaat en dat de volledige versie steeds door de aangeslotenen van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bij haar kan worden verkregen.
Art.10. L'institution de retraite professionnelle, hormis le cas de la publicité de ses comptes annuels résultant de l'application de l'article 48 de la loi, peut procéder à la diffusion d'une version abrégée de ses comptes annuels pour autant que celle-ci n'altère pas l'image de son patrimoine, de sa situation financière et de ses charges et produits.
Le rapport d'attestation du ou des commissaires agréés ne peut accompagner ces comptes annuels abrégés; il doit toutefois être précisé si l'attestation des comptes annuels établie par le ou les commissaires agréés a été donnée avec ou sans réserve, ou si elle a été refusée.
Il doit également être indiqué qu'il s'agit d'une version abrégée et que la version complète peut être obtenue par les affiliés de l'institution de retraite professionnelle auprès de celle-ci.
Le rapport d'attestation du ou des commissaires agréés ne peut accompagner ces comptes annuels abrégés; il doit toutefois être précisé si l'attestation des comptes annuels établie par le ou les commissaires agréés a été donnée avec ou sans réserve, ou si elle a été refusée.
Il doit également être indiqué qu'il s'agit d'une version abrégée et que la version complète peut être obtenue par les affiliés de l'institution de retraite professionnelle auprès de celle-ci.
Art.11. De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en van de kosten en opbrengsten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.
Zij moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en de rechten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, evenals van haar schulden en verplichtingen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten.
De jaarrekening wordt elk jaar afgesloten op 31 december.
Behoudens in geval van oprichting of ontbinding van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening strekt het boekjaar zich uit over 12 maanden.
Zij moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en de rechten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, evenals van haar schulden en verplichtingen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten.
De jaarrekening wordt elk jaar afgesloten op 31 december.
Behoudens in geval van oprichting of ontbinding van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening strekt het boekjaar zich uit over 12 maanden.
Art.11. Les comptes annuels doivent donner une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des charges et produits de l'institution de retraite professionnelle.
Ils doivent être établis avec clarté et indiquer systématiquement d'une part, à la date de clôture de l'exercice, la nature et le montant des avoirs et droits de l'institution de retraite professionnelle ainsi que de ses dettes, obligations et engagements, et, d'autre part, pour l'exercice clôturé à cette date, la nature et le montant de ses charges et de ses produits.
Les comptes annuels sont arrêtés chaque année à la date du 31 décembre.
Sauf en cas de constitution ou de liquidation de l'institution de retraite professionnelle, l'exercice est de douze mois.
Ils doivent être établis avec clarté et indiquer systématiquement d'une part, à la date de clôture de l'exercice, la nature et le montant des avoirs et droits de l'institution de retraite professionnelle ainsi que de ses dettes, obligations et engagements, et, d'autre part, pour l'exercice clôturé à cette date, la nature et le montant de ses charges et de ses produits.
Les comptes annuels sont arrêtés chaque année à la date du 31 décembre.
Sauf en cas de constitution ou de liquidation de l'institution de retraite professionnelle, l'exercice est de douze mois.
Art.12. Het rekeningenstelsel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating, voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen met de gegevens van de inventaris.
Het rekeningstelsel omvat tenminste de rekeningen die overeenkomen met de rubrieken van de balans, van de resultatenrekening en van de toelichting bedoeld in artikel 16.
Er dient rekening gehouden te worden met de eventuele specificiteiten van de instelling, zoals onder meer de eventuele samenstelling van een solvabiliteitsmarge of het beheer van een solidariteitsactiviteit die, in voorkomend geval, het voeren van onderrekeningen noodzakelijk maken.
Het rekeningstelsel omvat tenminste de rekeningen die overeenkomen met de rubrieken van de balans, van de resultatenrekening en van de toelichting bedoeld in artikel 16.
Er dient rekening gehouden te worden met de eventuele specificiteiten van de instelling, zoals onder meer de eventuele samenstelling van een solvabiliteitsmarge of het beheer van een solidariteitsactiviteit die, in voorkomend geval, het voeren van onderrekeningen noodzakelijk maken.
Art.12. Le plan comptable de l'institution de retraite professionnelle doit être conçu ou ajusté de manière telle que le bilan et le compte de résultats ainsi que, le cas échéant, le bilan et le compte de résultats de chaque patrimoine distinct, procèdent, sans addition ni omission, de la balance des comptes correspondants, après la mise en concordance avec les données de l'inventaire.
Le plan comptable comporte au moins les comptes correspondant aux rubriques du bilan, du compte de résultats et de l'annexe, tels que visés à l'article 16.
Il doit tenir compte des éventuelles spécificités de ladite institution, telles que notamment la constitution éventuelle d'une marge de solvabilité ou la gestion d'une activité de solidarité, nécessitant, le cas échéant, la tenue de sous-comptes spécifiques.
Le plan comptable comporte au moins les comptes correspondant aux rubriques du bilan, du compte de résultats et de l'annexe, tels que visés à l'article 16.
Il doit tenir compte des éventuelles spécificités de ladite institution, telles que notamment la constitution éventuelle d'une marge de solvabilité ou la gestion d'une activité de solidarité, nécessitant, le cas échéant, la tenue de sous-comptes spécifiques.
Art.13. De inhoud van de rubrieken wordt, voor zover toelichting is vereist, nader bepaald in hoofdstuk II van de bijlage.
Art.13. Le contenu des rubriques est, dans la mesure où il appelle des précisions pour certaines d'entre elles, défini au chapitre II de l'Annexe.
Art.14. Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door dit besluit.
Art.14. Toute compensation entre des avoirs et des dettes, entre des droits et des engagements, entre des charges et des produits, est interdite, sauf dans les cas prévus par le présent arrêté.
Art.15. De balans wordt opgesteld na verdeling, dit wil zeggen rekening houdend met de beslissing betreffende de toewijzing van het saldo van de resultatenrekening van het boekjaar en het overgedragen verlies.
Art.15. Le bilan est établi après répartition, c'est-à-dire compte tenu de la décision d'affectation du solde du compte de résultats de l'exercice et de la perte reportée.
Afdeling II. - Structuur van de jaarrekening.
Section II. - Structure des comptes annuels.
Art.16. De balans en de resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's bedoeld in hoofdstuk I, afdelingen I tot IV van de bijlage bij dit besluit.
De toelichting bevat, naast de in artikel 17 vermelde elementen, de in hoofdstuk I, afdeling V, van de bijlage bij dit besluit bepaalde gegevens en staten. De toelichting bevat eveneens de gegevens en staten bedoeld in de artikels 91 en 94 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen weergegeven volgens het schema van de sociale balans dat zich bevindt in het door de Nationale Bank van België met toepassing van artikel 175 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen ontworpen standaardformulier " Volledig schema " of " Verkort schema ".
Artikel 82, § 2 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen is van overeenkomstige toepassing voor het gebruik van het volledige of verkorte schema van de sociale balans.
De posten, waarvan de vermelding door dit besluit wordt voorgeschreven, mogen worden weggelaten wanneer ze niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer ze ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn.
Bovendien dient de code van de rubrieken slechts te worden vermeld in de jaarrekeningen waarvan de mededeling aan de [1 FSMA]1 is vereist.
De toelichting bevat, naast de in artikel 17 vermelde elementen, de in hoofdstuk I, afdeling V, van de bijlage bij dit besluit bepaalde gegevens en staten. De toelichting bevat eveneens de gegevens en staten bedoeld in de artikels 91 en 94 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen weergegeven volgens het schema van de sociale balans dat zich bevindt in het door de Nationale Bank van België met toepassing van artikel 175 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen ontworpen standaardformulier " Volledig schema " of " Verkort schema ".
Artikel 82, § 2 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen is van overeenkomstige toepassing voor het gebruik van het volledige of verkorte schema van de sociale balans.
De posten, waarvan de vermelding door dit besluit wordt voorgeschreven, mogen worden weggelaten wanneer ze niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer ze ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn.
Bovendien dient de code van de rubrieken slechts te worden vermeld in de jaarrekeningen waarvan de mededeling aan de [1 FSMA]1 is vereist.
Art.16. Le bilan et le compte de résultats sont établis conformément aux schémas repris au chapitre Ier, sections Ire à IV de l'Annexe au présent arrêté.
L'annexe comporte, outre les éléments mentionnés à l'article 17, les états et renseignements prévus au chapitre I, section V, de l'annexe au présent arrêté. L'annexe comporte également les états et renseignements prévus aux articles 91 et 94 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés, présentés selon le schéma de bilan social qui figure dans le formulaire type " Schéma complet " ou " Schéma abrégé " établi par la Banque Nationale de Belgique en application de l'article 175 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés.
L'article 82, § 2, de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés est d'application analogue pour l'utilisation du schéma complet ou abrégé du bilan social.
Les postes dont la mention est imposée par le présent arrêté, peuvent être omis s'ils sont sans objet pour l'exercice considéré; lorsque, pour ces postes, les chiffres relatifs à l'exercice précédent doivent être mentionnés, ils ne peuvent être omis que s'ils sont également sans objet pour l'exercice précédent.
En outre, le code des rubriques ne doit être indiqué qu'en ce qui concerne les comptes annuels dont la communication à la [1 FSMA]1 est requise.
L'annexe comporte, outre les éléments mentionnés à l'article 17, les états et renseignements prévus au chapitre I, section V, de l'annexe au présent arrêté. L'annexe comporte également les états et renseignements prévus aux articles 91 et 94 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés, présentés selon le schéma de bilan social qui figure dans le formulaire type " Schéma complet " ou " Schéma abrégé " établi par la Banque Nationale de Belgique en application de l'article 175 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés.
L'article 82, § 2, de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des Sociétés est d'application analogue pour l'utilisation du schéma complet ou abrégé du bilan social.
Les postes dont la mention est imposée par le présent arrêté, peuvent être omis s'ils sont sans objet pour l'exercice considéré; lorsque, pour ces postes, les chiffres relatifs à l'exercice précédent doivent être mentionnés, ils ne peuvent être omis que s'ils sont également sans objet pour l'exercice précédent.
En outre, le code des rubriques ne doit être indiqué qu'en ce qui concerne les comptes annuels dont la communication à la [1 FSMA]1 est requise.
Art.17. In de toelichting worden vermeld :
1) het detail van de technische voorzieningen betreffende de regimes die de vrijstelling van de technische voorzieningen bedoeld in de artikelen 163 en verder van de wet genieten, alsook het detail van de voorzieningen die worden ingeschreven onder de post " II. Technische voorzieningen - E. Andere " van het passief van de balans, waarvan het schema in Hoofdstuk I van de bijlage aan dit besluit wordt weergegeven;
2) het detail van de berekening van de solvabiliteitsmarge die wordt opgelegd door de artikelen 87 en 88 van de wet, zoals hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
3) de opsplitsing van de vorderingen hernomen op de activazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het vorderingen op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;
4) de opsplitsing van de schulden hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het schulden op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;
5) De beschrijving van de rechten en verplichtingen, die niet kunnen worden becijferd;
6) de wijzigingen aangebracht aan de voorstelling van de jaarrekening overeenkomstig artikel 19;
7) de beschrijving van de regels gebruikt voor de waardering van de inventaris en voor de waardering van de technische voorzieningen;
8) de rechtvaardiging van de wijzigingen aangebracht aan de waarderingsregels overeenkomstig artikel 27;
9) per bijdragende onderneming, de staat van de aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door die onderneming alsmede van de haar toegestane kredieten en voor elke groep waartoe één of meer bijdragende ondernemingen toe behoren, de staat van aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door de ondernemingen behorende tot die groep alsmede van de kredieten toegestaan aan deze ondernemingen;
10) een beschrijving van de afgeleide financiële instrumenten, aangewend door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
11) een beschrijving van de verdelingsregels die toelaten het deel te bepalen, voor elk van de afzonderlijke vermogens bedoeld in artikel 80 van de wet, van de onverdeeld beheerde activa en passiva, alsook het deel van de opbrengsten en kosten met betrekking tot deze activa en passiva dat zal worden toegerekend aan de balans en de resultatenrekening van elk van deze afzonderlijke vermogens;
12) in voorkomend geval een lijst van aanvullende inlichtingen.
1) het detail van de technische voorzieningen betreffende de regimes die de vrijstelling van de technische voorzieningen bedoeld in de artikelen 163 en verder van de wet genieten, alsook het detail van de voorzieningen die worden ingeschreven onder de post " II. Technische voorzieningen - E. Andere " van het passief van de balans, waarvan het schema in Hoofdstuk I van de bijlage aan dit besluit wordt weergegeven;
2) het detail van de berekening van de solvabiliteitsmarge die wordt opgelegd door de artikelen 87 en 88 van de wet, zoals hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
3) de opsplitsing van de vorderingen hernomen op de activazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het vorderingen op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;
4) de opsplitsing van de schulden hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het schulden op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;
5) De beschrijving van de rechten en verplichtingen, die niet kunnen worden becijferd;
6) de wijzigingen aangebracht aan de voorstelling van de jaarrekening overeenkomstig artikel 19;
7) de beschrijving van de regels gebruikt voor de waardering van de inventaris en voor de waardering van de technische voorzieningen;
8) de rechtvaardiging van de wijzigingen aangebracht aan de waarderingsregels overeenkomstig artikel 27;
9) per bijdragende onderneming, de staat van de aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door die onderneming alsmede van de haar toegestane kredieten en voor elke groep waartoe één of meer bijdragende ondernemingen toe behoren, de staat van aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door de ondernemingen behorende tot die groep alsmede van de kredieten toegestaan aan deze ondernemingen;
10) een beschrijving van de afgeleide financiële instrumenten, aangewend door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
11) een beschrijving van de verdelingsregels die toelaten het deel te bepalen, voor elk van de afzonderlijke vermogens bedoeld in artikel 80 van de wet, van de onverdeeld beheerde activa en passiva, alsook het deel van de opbrengsten en kosten met betrekking tot deze activa en passiva dat zal worden toegerekend aan de balans en de resultatenrekening van elk van deze afzonderlijke vermogens;
12) in voorkomend geval een lijst van aanvullende inlichtingen.
Art.17. Sont mentionnés dans l'annexe :
1) le détail des provisions techniques afférentes aux régimes bénéficiant des dispenses de provisions techniques visées aux articles 163 et suivants de la loi ainsi que le détail des provisions qui figurent au poste " II. Provisions techniques - E. Autres " du passif du bilan dont le schéma fait l'objet du Chapitre Ier de l'Annexe au présent arrêté;
2) le détail du calcul de la marge de solvabilité imposée par les articles 87 et 88 de la loi, telle que reprise au passif du bilan de l'institution de retraite professionnelle;
3) la répartition des créances reprises à l'actif du bilan de l'institution de retraite professionnelle selon qu'elles sont à un an au plus ou à plus d'un an;
4) la répartition des dettes reprises au passif du bilan de l'institution de retraite professionnelle, selon qu'elles sont à un an au plus ou à plus d'un an;
5) la description des droits et engagements importants qui ne sont pas susceptibles d'être quantifiés;
6) les modifications apportées à la présentation des comptes annuels conformément à l'article 19;
7) la description des règles utilisées pour l'évaluation de l'inventaire ainsi que pour l'évaluation des provisions techniques;
8) la justification des modifications apportées aux règles d'évaluation conformément à l'article 27;
9) par entreprise d'affiliation, l'état des actions et titres de créance émis par celle-ci ainsi que les prêts à elle consentis, et pour chaque groupe auquel appartiennent une ou plusieurs entreprises d'affiliation, l'état des actions et titres de créance émis par des entreprises appartenant à ce groupe ainsi que les prêts qui sont consentis à ces entreprises;
10) une description des instruments financiers dérivés utilisés par l'institution de retraite professionnelle;
11) une description des règles de répartition qui permettent de déterminer la part, pour chacun des patrimoines distincts visés à l'article 80 de la loi, des actifs et des passifs, gérés de manière indivise, ainsi que la part des produits et charges afférents à ces actifs et passifs qui sont imputables au bilan et au compte de résultats de chacun de ces patrimoines distincts;
12) le cas échéant, une liste des informations complémentaires.
1) le détail des provisions techniques afférentes aux régimes bénéficiant des dispenses de provisions techniques visées aux articles 163 et suivants de la loi ainsi que le détail des provisions qui figurent au poste " II. Provisions techniques - E. Autres " du passif du bilan dont le schéma fait l'objet du Chapitre Ier de l'Annexe au présent arrêté;
2) le détail du calcul de la marge de solvabilité imposée par les articles 87 et 88 de la loi, telle que reprise au passif du bilan de l'institution de retraite professionnelle;
3) la répartition des créances reprises à l'actif du bilan de l'institution de retraite professionnelle selon qu'elles sont à un an au plus ou à plus d'un an;
4) la répartition des dettes reprises au passif du bilan de l'institution de retraite professionnelle, selon qu'elles sont à un an au plus ou à plus d'un an;
5) la description des droits et engagements importants qui ne sont pas susceptibles d'être quantifiés;
6) les modifications apportées à la présentation des comptes annuels conformément à l'article 19;
7) la description des règles utilisées pour l'évaluation de l'inventaire ainsi que pour l'évaluation des provisions techniques;
8) la justification des modifications apportées aux règles d'évaluation conformément à l'article 27;
9) par entreprise d'affiliation, l'état des actions et titres de créance émis par celle-ci ainsi que les prêts à elle consentis, et pour chaque groupe auquel appartiennent une ou plusieurs entreprises d'affiliation, l'état des actions et titres de créance émis par des entreprises appartenant à ce groupe ainsi que les prêts qui sont consentis à ces entreprises;
10) une description des instruments financiers dérivés utilisés par l'institution de retraite professionnelle;
11) une description des règles de répartition qui permettent de déterminer la part, pour chacun des patrimoines distincts visés à l'article 80 de la loi, des actifs et des passifs, gérés de manière indivise, ainsi que la part des produits et charges afférents à ces actifs et passifs qui sont imputables au bilan et au compte de résultats de chacun de ces patrimoines distincts;
12) le cas échéant, une liste des informations complémentaires.
Art.18. Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post die wegens zijn aard en kenmerken het meest aangewezen is.
Art.18. Lorsqu'un élément de l'actif ou du passif peut relever simultanément de plusieurs rubriques du bilan, ou lorsqu'un produit ou une charge peut relever simultanément de plusieurs rubriques du compte de résultats, il est porté sous le poste le plus approprié en raison de sa nature et de ses caractéristiques.
Art.19. De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere.
Ze wordt echter gewijzigd wanneer ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 11 van dit besluit.
Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord in document nr. 6 van de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.
Ze wordt echter gewijzigd wanneer ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 11 van dit besluit.
Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord in document nr. 6 van de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.
Art.19. La présentation des comptes annuels doit être identique d'un exercice à l'autre.
Toutefois, elle est modifiée au cas où elle ne répond plus au prescrit de l'article 11 du présent arrêté.
Ces modifications sont mentionnées et justifiées dans le document n° 6 de l'annexe relatif à l'exercice au cours duquel elles sont introduites.
Toutefois, elle est modifiée au cas où elle ne répond plus au prescrit de l'article 11 du présent arrêté.
Ces modifications sont mentionnées et justifiées dans le document n° 6 de l'annexe relatif à l'exercice au cours duquel elles sont introduites.
Art.20. De balans en de resultatenrekening vermelden voor elk van de rubrieken de vergelijkende bedragen van het vorig boekjaar.
De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van het derde lid van dit artikel overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.
Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval moet document nr. 6 van de toelichting deze aanpassingen, indien zij van belang zijn, vermelden en toelichten onder verwijzing naar de betrokken rubrieken. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet voormeld document nr. 6 de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.
De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van het derde lid van dit artikel overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.
Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval moet document nr. 6 van de toelichting deze aanpassingen, indien zij van belang zijn, vermelden en toelichten onder verwijzing naar de betrokken rubrieken. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet voormeld document nr. 6 de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.
Art.20. Le bilan et le compte de résultats comportent, pour chacune des rubriques, l'indication des montants correspondants de l'exercice précédent.
Le bilan d'ouverture d'un exercice doit, sans préjudice de l'application de l'alinéa 3 du présent article, correspondre au bilan de clôture de l'exercice précédent.
Si les chiffres relatifs à l'exercice ne sont pas comparables à ceux de l'exercice précédent, les chiffres de l'exercice précédent peuvent être retraités en vue d'être rendus comparables; en ce cas, le document n° 6 de l'annexe doit mentionner et commenter, avec renvoi aux rubriques concernées, les retraitements opérés, si ceux-ci sont significatifs. Si les chiffres de l'exercice précédent ne sont pas retraités, le document n° 6 précité doit comporter les indications nécessaires pour permettre la comparaison.
Le bilan d'ouverture d'un exercice doit, sans préjudice de l'application de l'alinéa 3 du présent article, correspondre au bilan de clôture de l'exercice précédent.
Si les chiffres relatifs à l'exercice ne sont pas comparables à ceux de l'exercice précédent, les chiffres de l'exercice précédent peuvent être retraités en vue d'être rendus comparables; en ce cas, le document n° 6 de l'annexe doit mentionner et commenter, avec renvoi aux rubriques concernées, les retraitements opérés, si ceux-ci sont significatifs. Si les chiffres de l'exercice précédent ne sont pas retraités, le document n° 6 précité doit comporter les indications nécessaires pour permettre la comparaison.
Art.21. De jaarrekening wordt op elektronische drager aan de [1 FSMA]1 meegedeeld, volgens de vormen en modaliteiten die zij bepaalt.
Art.21. Les comptes annuels sont communiqués sur support électronique à la [1 FSMA]1, dans les formes et selon les modalités que celle-ci détermine.
HOOFDSTUK IV. - Vorm en inhoud van de jaarrekening met betrekking tot de afzonderlijke vermogens bedoeld in artikel 80 van de wet en de regelingen bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet.
CHAPITRE IV. - Forme et contenu des comptes annuels relatifs aux patrimoines distincts visés à l'article 80 de la loi et aux régimes visés à l'article 135, alinéa 1er, 2° de la loi.
Art.22. De jaarrekening die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening krachtens artikel 81 van de wet moet opstellen voor elk afzonderlijk vermogen bedoeld in artikel 80 van de wet, alsook voor elke regeling bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet, heeft de vorm van een balans en een resultatenrekening waarvan de rubrieken identiek zijn aan die van de globale balans en van de globale resultatenrekening.
Deze jaarrekeningen moeten duidelijk geïdentificeerd zijn en nauwkeurig vermelden op welk afzonderlijk vermogen of welke regeling ze betrekking hebben.
Geen enkele specifieke toelichting is vereist voor de jaarrekeningen betreffende de vermogens en regelingen bedoeld in het eerste lid.
Deze jaarrekeningen moeten duidelijk geïdentificeerd zijn en nauwkeurig vermelden op welk afzonderlijk vermogen of welke regeling ze betrekking hebben.
Geen enkele specifieke toelichting is vereist voor de jaarrekeningen betreffende de vermogens en regelingen bedoeld in het eerste lid.
Art.22. Les comptes annuels que l'institution de retraite professionnelle établit, en vertu de l'article 81 de la loi, pour chaque patrimoine distinct visé à l'article 80 de la loi, ainsi que pour chaque régime visé à l'article 135, alinéa 1er, 2° de la loi, prennent la forme d'un bilan et d'un compte de résultats dont les rubriques sont identiques à celles utilisées pour le bilan global et le compte de résultats global.
Ces comptes annuels doivent être clairement identifiés et doivent mentionner précisément le patrimoine distinct ou le régime qu'ils concernent.
Aucune annexe spécifique n'est requise pour les comptes annuels qui sont afférents aux patrimoines et régimes visés à l'alinéa 1er.
Ces comptes annuels doivent être clairement identifiés et doivent mentionner précisément le patrimoine distinct ou le régime qu'ils concernent.
Aucune annexe spécifique n'est requise pour les comptes annuels qui sont afférents aux patrimoines et régimes visés à l'alinéa 1er.
Art.23. Voor de opstelling van haar jaarrekening houdt de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening subrekeningen bij voor elk van de afzonderlijke vermogens en voornoemde regelingen; zowel voor wat betreft de posten van haar globale resultatenrekening als wat betreft de posten van haar globale balans.
Art.23. Pour l'établissement de ses comptes annuels, l'institution de retraite professionnelle tient des sous-comptes pour chacun des patrimoines distincts et des régimes visés à l'article 22, tant en ce qui concerne les postes de son bilan global qu'en ce qui concerne les postes de son compte de résultats global.
Art.24. De regels die van toepassing zijn voor de opstelling van de globale balans en de globale resultatenrekening zijn van toepassing op de balans en de resultatenrekening die voor elk vermogen en elke regeling bedoeld in artikel 22 moeten opgesteld worden.
Art.24. Les règles applicables pour l'établissement du bilan global et du compte de résultats global sont applicables au bilan et au compte de résultats à établir pour chacun des patrimoines et régimes visés à l'article 22.
Art.25. De in artikel 22 bedoelde balans en resultatenrekening moeten bij de [1 FSMA]1 toekomen binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm dan de globale balans en de globale resultatenrekening.
Zij zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op de globale balans en op de globale resultatenrekening.
Zij zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op de globale balans en op de globale resultatenrekening.
Art.25. Le bilan et le compte de résultats mentionnés à l'article 22 doivent parvenir à la [1 FSMA]1 dans les mêmes délais et dans les mêmes formes que le bilan global et le compte de résultats global.
Ils ne sont toutefois pas soumis à l'obligation légale de dépôt et de publication applicable au bilan et au compte de résultats globaux.
Ils ne sont toutefois pas soumis à l'obligation légale de dépôt et de publication applicable au bilan et au compte de résultats globaux.
HOOFDSTUK V. - Waarderingsregels.
CHAPITRE V. - Règles d'évaluation.
Afdeling I. - Algemene principes.
Section Ire. - Principes généraux.
Art.26. Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bepaalt de regels die, met nakoming van de bepalingen van dit besluit, gelden voor de waardering van de technische voorzieningen en van de inventaris, onder meer voor de vorming en de aanpassing van de afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen voor risico's en kosten alsmede de omrekeningsbasis in euro, zonder decimalen, van de elementen begrepen in de jaarrekening, die oorspronkelijk uitgedrukt worden of werden in vreemde valuta.
Deze regels worden bepaald door de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Zij worden vastgelegd in het inventarisboek en samengevat in document nr. 7 van de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 11 moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethodes.
Bestanddelen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend in euro onder toepassing van de middenkoers tussen de representatieve aan- en verkoopkoers op de contantmarkt op balansdatum.
Deze regels worden bepaald door de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Zij worden vastgelegd in het inventarisboek en samengevat in document nr. 7 van de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 11 moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethodes.
Bestanddelen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend in euro onder toepassing van de middenkoers tussen de representatieve aan- en verkoopkoers op de contantmarkt op balansdatum.
Art.26. Chaque institution de retraite professionnelle détermine les règles qui, dans le respect des dispositions du présent arrêté, président à l'évaluation des provisions techniques et aux évaluations dans l'inventaire et, notamment, aux constitutions et ajustements d'amortissements, de réductions de valeur et de provisions pour risques et charges, ainsi que les bases de conversion en euro, sans décimales, des éléments contenus dans les comptes annuels qui sont ou qui étaient à l'origine exprimés en monnaies étrangères.
Ces règles sont arrêtées par le conseil d'administration de l'institution de retraite professionnelle. Elles sont actées dans le livre d'inventaire et résumées dans le document n° 7 de l'annexe; ce résumé doit, conformément à l'article 11, être suffisamment précis pour permettre d'apprécier les méthodes d'évaluation adoptées.
Les éléments exprimés en monnaies étrangères sont convertis en euro, par application du cours moyen entre cours acheteur et cours vendeur représentatifs au comptant à la date de clôture.
Ces règles sont arrêtées par le conseil d'administration de l'institution de retraite professionnelle. Elles sont actées dans le livre d'inventaire et résumées dans le document n° 7 de l'annexe; ce résumé doit, conformément à l'article 11, être suffisamment précis pour permettre d'apprécier les méthodes d'évaluation adoptées.
Les éléments exprimés en monnaies étrangères sont convertis en euro, par application du cours moyen entre cours acheteur et cours vendeur représentatifs au comptant à la date de clôture.
Art.27. De waarderingsregels, bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.
Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in economische omstandigheden, de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 11 beantwoorden.
Deze wijzigingen worden in document nr. 8 van de toelichting vermeld en verantwoord.
Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in economische omstandigheden, de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 11 beantwoorden.
Deze wijzigingen worden in document nr. 8 van de toelichting vermeld en verantwoord.
Art.27. Les règles d'évaluation visées à l'article 26, alinéas 1er et 2, et leur application doivent être identiques d'un exercice à l'autre.
Toutefois, elles sont adaptées au cas où, notamment à la suite d'une modification importante des circonstances économiques, les règles d'évaluation antérieurement suivies ne répondent plus au prescrit de l'article 11.
Ces adaptations sont mentionnées et justifiées dans le document n° 8 de l'annexe.
Toutefois, elles sont adaptées au cas où, notamment à la suite d'une modification importante des circonstances économiques, les règles d'évaluation antérieurement suivies ne répondent plus au prescrit de l'article 11.
Ces adaptations sont mentionnées et justifiées dans le document n° 8 de l'annexe.
Art.28. Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd.
Art.28. Chaque élément du patrimoine fait l'objet d'une évaluation distincte.
Art.29. De waardering moet voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Art.29. Les évaluations doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les règles d'évaluation sont établies et les évaluations sont opérées dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les règles d'évaluation sont établies et les évaluations sont opérées dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Art.30. Er moet rekening gehouden worden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt opgesteld.
Er moet rekening worden gehouden met de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de datum waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van de opbrengsten onzeker is.
Er moet rekening worden gehouden met de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de datum waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van de opbrengsten onzeker is.
Art.30. Il doit être tenu compte de tous les risques prévisibles, des pertes éventuelles et des dépréciations qui ont pris naissance au cours de l'exercice auquel les comptes annuels se rapportent ou au cours d'exercices antérieurs, même si ces risques, pertes ou dépréciations ne sont connus qu'entre la date de clôture des comptes annuels et la date à laquelle ils sont arrêtés par le conseil d'administration de l'institution de retraite professionnelle.
Il doit être tenu compte des charges et produits afférents à l'exercice ou à des exercices antérieurs, indépendamment de la date de paiement ou d'encaissement de ces charges et produits, sauf si l'encaissement effectif des produits est incertain.
Il doit être tenu compte des charges et produits afférents à l'exercice ou à des exercices antérieurs, indépendamment de la date de paiement ou d'encaissement de ces charges et produits, sauf si l'encaissement effectif des produits est incertain.
Afdeling II. - Aanschaffingswaarde.
Section II. - Valeur d'acquisition.
Art.31. Onverminderd de toepassing van de bijzondere regels bedoeld in afdeling VI, worden de activabestanddelen gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, en voor dat bedrag opgenomen in de balans, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.
Onder aanschaffingsprijs dient te worden verstaan de aankoopprijs verhoogd met bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen.
Onder aanschaffingsprijs dient te worden verstaan de aankoopprijs verhoogd met bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen.
Art.31. Sans préjudice de l'application des règles particulières visées à la section VI, les éléments de l'actif sont évalués à leur valeur d'acquisition et sont portés au bilan pour cette même valeur, déduction faite des amortissements et réductions de valeur y afférents.
Par valeur d'acquisition, il faut entendre le prix d'acquisition, à savoir le prix d'achat augmenté des frais accessoires tels que les impôts non récupérables.
Par valeur d'acquisition, il faut entendre le prix d'acquisition, à savoir le prix d'achat augmenté des frais accessoires tels que les impôts non récupérables.
Afdeling III. - Afschrijvingen en waardeverminderingen.
Section III. - Amortissements et réductions de valeur.
Art.32. Onder " afschrijvingen " verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot de bestanddelen van de rubrieken I en II, A en B, van de activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, teneinde hetzij het bedrag van deze activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan.
Onder " waardeverminderingen " verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen vermeld in de rubrieken V en VI om rekening te houden met de al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.
De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.
Onder " waardeverminderingen " verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen vermeld in de rubrieken V en VI om rekening te houden met de al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.
De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.
Art.32. Par " amortissements " on entend les montants pris en charge par le compte de résultats, relatifs aux éléments de l'actif des rubriques I et II, A et B, dont l'utilisation est limitée dans le temps, en vue soit de répartir le montant de ces éléments d'actifs sur leur durée d'utilité ou d'utilisation probable, soit de prendre en charge ces frais et ces coûts au moment où ils sont exposés.
Par " réductions de valeur " on entend les abattements apportés au prix d'acquisition des éléments de l'actif des rubriques II. C, V et VI et destinés à tenir compte de la dépréciation, définitive ou non, de ces derniers à la date de clôture de l'exercice.
Les amortissements et les réductions de valeur cumulés sont déduits des postes de l'actif auxquels ils sont afférents.
Par " réductions de valeur " on entend les abattements apportés au prix d'acquisition des éléments de l'actif des rubriques II. C, V et VI et destinés à tenir compte de la dépréciation, définitive ou non, de ces derniers à la date de clôture de l'exercice.
Les amortissements et les réductions de valeur cumulés sont déduits des postes de l'actif auxquels ils sont afférents.
Art.33. De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Art.33. Les amortissements et les réductions de valeur doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Art.34. De afschrijvingen en de waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen en waardeverminderingen geacteerd worden.
Art.34. Les amortissements et les réductions de valeur sont spécifiques aux éléments de l'actif pour lesquels ils ont été constitués ou actés. Les éléments de l'actif dont les caractéristiques techniques ou juridiques sont entièrement identiques peuvent toutefois faire globalement l'objet d'amortissements et de réductions de valeur.
Art.35. De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd voor zover ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de eisen waarvan sprake in artikel 33, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd voor zover ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de eisen waarvan sprake in artikel 33, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd.
Art.35. Les amortissements et les réductions de valeurs doivent être constitués systématiquement sur la base des méthodes arrêtées par l'institution de retraite professionnelle conformément à l'article 26.
L'application de ces règles d'évaluation ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
Les réductions de valeur ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 33, des dépréciations en considération desquelles elles ont été constituées.
L'application de ces règles d'évaluation ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
Les réductions de valeur ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 33, des dépréciations en considération desquelles elles ont été constituées.
Afdeling IV. - Voorzieningen voor risico's en kosten.
Section IV. - Provisions pour risques et charges.
Art.36. De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat.
De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.
De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.
Art.36. Les provisions pour risques et charges ont pour objet de couvrir des pertes ou charges nettement circonscrites quant à leur nature, mais qui, à la date de clôture de l'exercice, sont ou probables ou certaines, mais indéterminées quant à leur montant.
Les provisions pour risques et charges ne peuvent avoir pour objet de corriger la valeur d'éléments portés à l'actif.
Les provisions pour risques et charges ne peuvent avoir pour objet de corriger la valeur d'éléments portés à l'actif.
Art.37. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels ervan uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels ervan uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Art.37. Les provisions pour risques et charges doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les provisions pour risques et charges sont établies dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les provisions pour risques et charges sont établies dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Art.38. De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naargelang van de risico's en kosten van dezelfde aard die ze moeten dekken.
Onder risico's en kosten van dezelfde aard moeten de soorten risico's en kosten worden verstaan die in artikel 40 zijn vermeld.
Onder risico's en kosten van dezelfde aard moeten de soorten risico's en kosten worden verstaan die in artikel 40 zijn vermeld.
Art.38. Les provisions pour risques et charges sont individualisées en fonction des risques et charges de même nature qu'elles sont appelées à couvrir.
Par risques et charges de même nature, il faut entendre les catégories de risques et de charges mentionnées à l'article 40.
Par risques et charges de même nature, il faut entendre les catégories de risques et de charges mentionnées à l'article 40.
Art.39. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
Art.39. Les provisions pour risques et charges doivent être constituées systématiquement sur la base des méthodes arrêtées par l'institution de retraite professionnelle conformément à l'article 26.
L'application de ces règles d'évaluation ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
L'application de ces règles d'évaluation ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
Art.40. Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op :
1° de kosten van grote herstellings- en onderhoudswerken;
2° de verlies- of kostenrisico's die voortvloeien uit zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit termijnposities of -overeenkomsten in vreemde valuta, uit hangende geschillen.
De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 37, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd.
1° de kosten van grote herstellings- en onderhoudswerken;
2° de verlies- of kostenrisico's die voortvloeien uit zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit termijnposities of -overeenkomsten in vreemde valuta, uit hangende geschillen.
De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 37, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd.
Art.40. Des provisions doivent notamment être constituées pour couvrir :
1° les charges de grosses réparations et de gros entretien;
2° les risques de pertes ou de charges découlant de sûretés réelles constituées en garantie de dettes, ou d'engagements relatifs à l'acquisition ou à la cession d'immobilisations, de positions et contrats à terme en monnaies étrangères et de litiges en cours.
Les provisions pour risques et charges ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 37, des charges et risques en considération desquels elles ont été constituées.
1° les charges de grosses réparations et de gros entretien;
2° les risques de pertes ou de charges découlant de sûretés réelles constituées en garantie de dettes, ou d'engagements relatifs à l'acquisition ou à la cession d'immobilisations, de positions et contrats à terme en monnaies étrangères et de litiges en cours.
Les provisions pour risques et charges ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 37, des charges et risques en considération desquels elles ont été constituées.
Afdeling V. - Technische Voorzieningen.
Section V. - Provisions techniques.
Art.41. De technische voorzieningen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.
Art.41. Les provisions techniques doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les provisions techniques sont établies dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Sans préjudice de l'application de l'article 77, les provisions techniques sont établies dans une perspective de continuité des activités de l'institution de retraite professionnelle.
Art.42. De technische voorzieningen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
Art.42. Les provisions techniques doivent être constituées systématiquement sur la base des méthodes arrêtées par l'institution de retraite professionnelle conformément à l'article 26.
L'application de ces règles ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
L'application de ces règles ne peut dépendre du résultat de l'exercice.
Afdeling VI. - Bijzondere regels.
Section VI. - Règles particulières.
Onderafdeling 1. - Bijzondere regels met betrekking tot de oprichtingskosten.
Sous-section 1re. - Règles particulières relatives aux frais d'établissement.
Art.43. De oprichtingskosten worden slechts in de activa opgenomen voor zover ze niet werden ten laste genomen tijdens het boekjaar in de loop waarvan ze werden opgelopen.
Art.43. Les frais d'établissement ne sont portés à l'actif que s'ils ne sont pas pris en charge durant l'exercice au cours duquel ils sont exposés.
Art.44. Voor de oprichtingskosten wordt overgegaan tot een passende afschrijving, per schijf van minstens twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen.
Art.44. Les frais d'établissement font l'objet d'amortissements appropries, par tranche annuelle de vingt pour cent au moins des sommes réellement dépensées.
Onderafdeling 2. - Bijzondere regels met betrekking tot de vaste activa.
Sous-section 2. - Règles particulières relatives aux immobilisations.
Art.45. Voor de vaste activa met een beperkte gebruiksduur, wordt overgegaan tot afschrijving volgens een overeenkomstig artikel 26 opgesteld plan.
Voor die vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun ontaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.
De afschrijvingen op vaste activa met een beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad.
Voor die vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun ontaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.
De afschrijvingen op vaste activa met een beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad.
Art.45. Les immobilisations dont l'utilisation est limitée dans le temps, font l'objet d'amortissements calculés selon un plan établi conformément à l'article 26.
Ces immobilisations font l'objet d'amortissements complémentaires ou exceptionnels lorsque, en raison de leur altération ou de modifications des circonstances économiques ou technologiques, leur valeur comptable dépasse leur valeur d'utilisation pour l'institution de retraite professionnelle.
Les amortissements actés sur les immobilisations dont l'utilisation est limitée dans le temps, ne peuvent faire l'objet d'une reprise que si, en raison de modifications des circonstances économiques ou technologiques, le plan d'amortissement antérieurement pratiqué s'avère avoir été trop rapide.
Ces immobilisations font l'objet d'amortissements complémentaires ou exceptionnels lorsque, en raison de leur altération ou de modifications des circonstances économiques ou technologiques, leur valeur comptable dépasse leur valeur d'utilisation pour l'institution de retraite professionnelle.
Les amortissements actés sur les immobilisations dont l'utilisation est limitée dans le temps, ne peuvent faire l'objet d'une reprise que si, en raison de modifications des circonstances économiques ou technologiques, le plan d'amortissement antérieurement pratiqué s'avère avoir été trop rapide.
Onderafdeling 3. - Bijzondere regels met betrekking tot de beleggingen.
Sous-section 3. - Règles particulières relatives aux placements.
Art.46. De beleggingen behorende tot de rubriek III van de activa worden, na hun oorspronkelijke boeking, gewaardeerd en in de balans opgenomen voor de affectatiewaarde op 31 december.
Met affectatiewaarde wordt de waarde bedoeld, bepaald overeenkomstig artikel 31 tot 34 van het uitvoeringsbesluit.
De verschillen in waardering voortvloeiend uit de toepassing van het eerste lid worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden ".
In afwijking van het vorige lid worden de wijzigingen met betrekking tot obligaties en andere vorderingen, die voortvloeien uit de prorata temporis boekhouding van de gelopen intresten, opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - B. Beleggingsopbrengsten ".
Met affectatiewaarde wordt de waarde bedoeld, bepaald overeenkomstig artikel 31 tot 34 van het uitvoeringsbesluit.
De verschillen in waardering voortvloeiend uit de toepassing van het eerste lid worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden ".
In afwijking van het vorige lid worden de wijzigingen met betrekking tot obligaties en andere vorderingen, die voortvloeien uit de prorata temporis boekhouding van de gelopen intresten, opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - B. Beleggingsopbrengsten ".
Art.46. Les placements relevant de la rubrique III de l'actif sont évalués et portés au bilan, après leur comptabilisation initiale, à leur valeur d'affectation au 31 decembre.
Par valeur d'affectation, il faut entendre la valeur fixée conformément aux articles 31 à 34 de l'arrêté d'exécution.
Les différences d'évaluation résultant de l'application de l'alinéa 1er sont imputées à la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ".
Par dérogation à l'alinéa précédent, les variations de valeur relatives à des obligations et autres titres de créance qui résultent de la comptabilisation pro rata temporis des intérêts courus, sont imputées à la rubrique " II. Résultat financier - B. Produits des placements ".
Par valeur d'affectation, il faut entendre la valeur fixée conformément aux articles 31 à 34 de l'arrêté d'exécution.
Les différences d'évaluation résultant de l'application de l'alinéa 1er sont imputées à la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ".
Par dérogation à l'alinéa précédent, les variations de valeur relatives à des obligations et autres titres de créance qui résultent de la comptabilisation pro rata temporis des intérêts courus, sont imputées à la rubrique " II. Résultat financier - B. Produits des placements ".
Onderafdeling 4. - Bijzondere regels met betrekking tot vorderingen, liquide middelen en schulden.
Sous-section 4. - Règles particulières relatives aux créances, valeurs disponibles et dettes.
Art.47. De vorderingen behorende tot de rubriek V van de activa, de liquide middelen behorende tot de rubriek VI van de activa evenals de schulden behorende tot de rubriek IV van de passiva, worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde onder aftrek van de waardeverminderingen die er op betrekking hebben.
Art.47. Les créances relevant de la rubrique V de l'actif, les valeurs disponibles relevant de la rubrique VI de l'actif ainsi que les dettes relevant de la rubrique IV du passif sont portées au bilan à leur valeur nominale, déduction faite des réductions de valeurs y afférentes.
Art.48. Op de vorderingen behorende tot de rubriek V van de activa worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag alsook wanneer op de datum van de jaarafsluiting hun realisatiewaarde lager is dan hun nominale waarde.
Op de activa behorende tot de rubriek VI worden waardeverminderingen toegepast wanneer op de datum van de jaarafsluiting hun realisatiewaarde lager ligt dan hun nominale waarde.
Op de activa behorende tot de rubriek VI worden waardeverminderingen toegepast wanneer op de datum van de jaarafsluiting hun realisatiewaarde lager ligt dan hun nominale waarde.
Art.48. Les créances relevant de la rubrique V de l'actif font l'objet de réductions de valeur lorsque le remboursement de ces créances à l'échéance est en tout ou partie incertain ou compromis ainsi que dans la mesure où leur valeur de réalisation à la date de clôture de l'exercice est inférieure à leur valeur nominale.
Les actifs relevant de la rubrique VI font l'objet de réductions de valeur lorsque leur valeur de réalisation à la date de clôture de l'exercice est inférieure à leur valeur nominale.
Les actifs relevant de la rubrique VI font l'objet de réductions de valeur lorsque leur valeur de réalisation à la date de clôture de l'exercice est inférieure à leur valeur nominale.
Onderafdeling 5. - Bijzondere regels met betrekking tot afgeleide financiële instrumenten.
Sous-section 5. - Règles particulières relatives aux instruments financiers dérivés.
Art.49. De onderliggende waarden van optiecontracten en warrants worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " II. Onderliggende waarden van optiecontracten en warrants ".
De premies van de optiecontracten worden in de balans opgenomen in de subpost " a. Optiecontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van de premies van de optiecontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " a. Optiecontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
Bij uitoefening van de optiecontracten en warrants worden de premies gevoegd bij of afgetrokken van de aankoop- of verkoopprijs van de onderliggende vermogensbestanddelen.
De premies van de optiecontracten worden in de balans opgenomen in de subpost " a. Optiecontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van de premies van de optiecontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " a. Optiecontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
Bij uitoefening van de optiecontracten en warrants worden de premies gevoegd bij of afgetrokken van de aankoop- of verkoopprijs van de onderliggende vermogensbestanddelen.
Art.49. Les valeurs sous-jacentes des contrats d'option et des warrants sont portées dans les postes hors bilan sous la rubrique " II. Valeurs sous-jacentes des contrats d'option et des warrants ".
Les primes des contrats d'option sont portées au bilan dans le sous-poste " a. Contrats d'option " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Les différences résultant des variations de valeur des primes des contrats d'option sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " a. Contrats d'option " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
En cas d'exercice des contrats d'option et des warrants, les primes sont portées en majoration ou en réduction du prix d'achat ou de vente des éléments du patrimoine sous-jacents.
Les primes des contrats d'option sont portées au bilan dans le sous-poste " a. Contrats d'option " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Les différences résultant des variations de valeur des primes des contrats d'option sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " a. Contrats d'option " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
En cas d'exercice des contrats d'option et des warrants, les primes sont portées en majoration ou en réduction du prix d'achat ou de vente des éléments du patrimoine sous-jacents.
Art.50. De notionele bedragen van termijncontracten worden opgenomen in de posten buiten-balanstelling onder de rubriek " III. Notionele bedragen van de termijncontracten ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van termijncontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " b. Termijncontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van termijncontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " b. Termijncontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
Art.50. Les montants notionnels des contrats à terme sont portés dans les postes hors bilan sous la rubrique " III. Montants notionnels des contrats à terme ".
Les différences résultant des variations de valeur des contrats à terme sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " b. Contrats à terme " de la rubrique " III. Placements - B. Titres negociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Les différences résultant des variations de valeur des contrats à terme sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " b. Contrats à terme " de la rubrique " III. Placements - B. Titres negociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Art.51. De notionele bedragen van swapcontracten worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " IV. Notionele bedragen van de swapcontracten ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van swapcontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " c. Swapcontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
Tussentijdse betalingen en ontvangsten in gevolge swapcontracten worden in resultaat opgenomen onder de subpost " II. Financieel resultaat - B. Opbrengsten van beleggingen " of onder de subpost " II. Financieel resultaat - C. Kosten van beleggingen ".
De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van swapcontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek " II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden " of in de rubriek " II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta " indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost " c. Swapcontracten " van de rubriek " III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ".
Tussentijdse betalingen en ontvangsten in gevolge swapcontracten worden in resultaat opgenomen onder de subpost " II. Financieel resultaat - B. Opbrengsten van beleggingen " of onder de subpost " II. Financieel resultaat - C. Kosten van beleggingen ".
Art.51. Les montants notionnels des contrats de swap sont portés dans les postes hors bilan sous la rubrique " IV. Montants notionnels des contrats de swap ".
Les différences résultant des variations de valeur des contrats de swap sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " c. Contrats de swap " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Les paiements et recettes intermédiaires résultant de contrats de swap sont portés au compte de résultats dans le sous-poste " II. Résultat financier - B. Produits des placements " ou dans le sous-poste " II. Résultat financier - C. Charges des placements ".
Les différences résultant des variations de valeur des contrats de swap sont imputées au compte de résultats dans la rubrique " II. Résultat financier - F. Plus-values ou moins-values ", ou dans la rubrique " II. Résultat financier - E. Différences de change et écarts de conversion des monnaies étrangères " si la valeur sous-jacente concerne des monnaies étrangères. Ces différences sont portées au bilan dans le sous-poste " c. Contrats de swap " de la rubrique " III. Placements - B. Titres négociables et autres instruments financiers - 4. Instruments financiers dérivés ".
Les paiements et recettes intermédiaires résultant de contrats de swap sont portés au compte de résultats dans le sous-poste " II. Résultat financier - B. Produits des placements " ou dans le sous-poste " II. Résultat financier - C. Charges des placements ".
Onderafdeling 6. - Bijzondere regels met betrekking tot cessie-retrocessie verrichtingen, uitlening van financiële instrumenten en financiële zekerheden.
Sous-section 6. - Règles particulières relatives aux opérations de cession-rétrocession, prêts d'instruments financiers et sûretés réelles.
Art.52. Onder cessie-retrocessie moet verstaan worden, de verrichting waarbij een financieel instrument contant wordt gekocht of verkocht, waarbij de betrokken partijen tevens de verbintenis aangaan dit financieel instrument op termijn terug te verkopen of te kopen, ongeacht de overeengekomen prijs-, leverings- of looptijdvoorwaarden.
Cessie-retrocessie verrichtingen worden in de rekeningen opgenomen als een uitlening van liquiditeiten vanwege de contantkoper aan de contantverkoper. De verbintenissen als gevolg van de ver- of terugkoop op termijn worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " VI. Verbintenissen tot verkoop wegens cessie-retrocessie " of " VII. Verbintenissen tot terugkoop wegens cessie-retrocessie ".
Het verschil tussen de contantprijs en de terugkoopprijs op termijn wordt verwerkt als leningrente. Dit verschil wordt prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.
Cessie-retrocessie verrichtingen worden in de rekeningen opgenomen als een uitlening van liquiditeiten vanwege de contantkoper aan de contantverkoper. De verbintenissen als gevolg van de ver- of terugkoop op termijn worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " VI. Verbintenissen tot verkoop wegens cessie-retrocessie " of " VII. Verbintenissen tot terugkoop wegens cessie-retrocessie ".
Het verschil tussen de contantprijs en de terugkoopprijs op termijn wordt verwerkt als leningrente. Dit verschil wordt prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.
Art.52. Par cession-rétrocession, il y a lieu d'entendre l'opération d'achat ou de vente au comptant d'un instrument financier comportant simultanément, entre les mêmes parties, l'engagement de revente ou de rachat à terme de cet instrument financier, quelles que soient les conditions de prix, de livraison ou d'échéance convenues.
Les opérations de cession-rétrocession sont enregistrées dans les comptes comme un prêt de liquidités accordé par l'acheteur au comptant au vendeur au comptant. Les engagements résultant de la revente ou du rachat à terme sont portés dans les postes hors bilan sous la rubrique " VI. Engagements de revente résultant de cessions-rétrocessions " ou " VII. Engagements de rachat résultant de cessions-rétrocessions ".
La différence entre le prix au comptant et le prix du rachat à terme est traitée comme constituant l'interêt du prêt. Cette différence est imputée au compte de résultats prorata temporis pour la durée de l'opération.
Les opérations de cession-rétrocession sont enregistrées dans les comptes comme un prêt de liquidités accordé par l'acheteur au comptant au vendeur au comptant. Les engagements résultant de la revente ou du rachat à terme sont portés dans les postes hors bilan sous la rubrique " VI. Engagements de revente résultant de cessions-rétrocessions " ou " VII. Engagements de rachat résultant de cessions-rétrocessions ".
La différence entre le prix au comptant et le prix du rachat à terme est traitée comme constituant l'interêt du prêt. Cette différence est imputée au compte de résultats prorata temporis pour la durée de l'opération.
Art.53. De vordering die voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening ontstaat uit de uitlening van financiële instrumenten wordt in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " VIII. Uitgeleende financiële instrumenten ".
De opbrengsten die voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortvloeien uit die verrichting worden verwerkt als leningrente. Deze opbrengsten worden prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.
De opbrengsten die voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortvloeien uit die verrichting worden verwerkt als leningrente. Deze opbrengsten worden prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.
Art.53. La créance née, pour l'institution de retraite professionnelle, du prêt d'instruments financiers est portée dans les postes hors bilan sous la rubrique " VIII. Instruments financiers prêtés ".
Les produits résultant de cette opération pour l'institution de retraite professionnelle sont traités comme constituant l'intérêt du prêt. Ces produits sont imputes au compte de résultats prorata temporis pour la durée de l'opération.
Les produits résultant de cette opération pour l'institution de retraite professionnelle sont traités comme constituant l'intérêt du prêt. Ces produits sont imputes au compte de résultats prorata temporis pour la durée de l'opération.
Art.54. De financiële zekerheid waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de begunstigde of de verstrekker is, wordt in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek " I. Zakelijke zekerheden " en wordt gewaardeerd overeenkomstig artikel 46 in het geval van beleggingen of overeenkomstig artikel 47 in het geval van liquide middelen of deposito's.
Indien de financiële zekerheid gepaard gaat met een eigendomsoverdracht van activa, wordt zij tevens in de balans opgenomen onder de subpost " V. Vorderingen - E. Collateral " of " IV. Schulden D. Collateral ". De vorderingen en schulden belichaamd door beleggingsvastgoed, effecten of geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 46. De vorderingen en schulden onder de vorm van liquide middelen of deposito's worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 47.
Indien de financiële zekerheid gepaard gaat met een eigendomsoverdracht van activa, wordt zij tevens in de balans opgenomen onder de subpost " V. Vorderingen - E. Collateral " of " IV. Schulden D. Collateral ". De vorderingen en schulden belichaamd door beleggingsvastgoed, effecten of geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 46. De vorderingen en schulden onder de vorm van liquide middelen of deposito's worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 47.
Art.54. La sûreté réelle dont l'institution de retraite professionnelle est la bénéficiaire ou la constituante, est portée dans les postes hors bilan sous la rubrique " I. Sûretés réelles " et est évaluée conformément à l'article 46, dans le cas de placements, ou conformément à l'article 47, dans le cas de liquidités ou de dépôts.
Si la sûreté réelle prend la forme d'un transfert de propriété d'actifs, elle est également portée au bilan, dans le sous-poste " V. Créances E. Collateral " ou " IV. Dettes - C. Collateral ". Les créances et dettes représentées par des immeubles de placement, des valeurs mobilières ou des instruments du marché monétaire sont évaluées conformément à l'article 46. Les créances et dettes sous forme de liquidités ou de dépôts sont évaluées conformément à l'article 47.
Si la sûreté réelle prend la forme d'un transfert de propriété d'actifs, elle est également portée au bilan, dans le sous-poste " V. Créances E. Collateral " ou " IV. Dettes - C. Collateral ". Les créances et dettes représentées par des immeubles de placement, des valeurs mobilières ou des instruments du marché monétaire sont évaluées conformément à l'article 46. Les créances et dettes sous forme de liquidités ou de dépôts sont évaluées conformément à l'article 47.
HOOFDSTUK VI. - Jaarverslag.
CHAPITRE VI. - Rapport annuel.
Art.55. De raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening dient elk jaar een verslag te op te stellen over de globale jaarrekening en, in voorkomend geval, over de jaarrekening betreffende de afzonderlijke vermogens en de regelingen bedoeld in hoofdstuk IV.
Art.55. Le conseil d'administration de l'institution de retraite professionnelle établit chaque année un rapport sur ses comptes annuels globaux et, le cas échéant, un rapport sur les comptes annuels afférents à chacun des patrimoines distincts et régimes visés au chapitre IV.
Art.56. De jaarverslagen vermeld in artikel 55 moeten duidelijk geïdentificeerd worden en moeten nauwkeurig vermelden op welke jaarrekening ze betrekking hebben.
Art.56. Les rapports annuels mentionnés à l'article 55 doivent être clairement identifiés et doivent mentionner précisément quels comptes annuels ils concernent.
Art.57. De jaarverslagen vermeld in artikel 55 moeten op hetzelfde tijdstip op de [1 FSMA]1 toekomen als de jaarrekening waarop deze betrekking hebben en in een door de [1 FSMA]1 te bepalen vorm.
De jaarverslagen over de jaarrekeningen betreffende de afzonderlijke vermogens en de regelingen bedoeld in hoofdstuk IV zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op het jaarverslag over de globale jaarrekening.
De jaarverslagen over de jaarrekeningen betreffende de afzonderlijke vermogens en de regelingen bedoeld in hoofdstuk IV zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op het jaarverslag over de globale jaarrekening.
Art.57. Les rapports annuels mentionnés à l'article 55 doivent parvenir à la [1 FSMA]1 dans les mêmes délais que les comptes annuels concernés et sous la forme que la [1 FSMA]1 détermine
Les rapports annuels sur les comptes annuels afférents à chacun des patrimoines distincts et régimes visés au chapitre IV ne sont toutefois pas soumis à l'obligation legale de dépôt et de publication applicable au rapport annuel afférent aux comptes annuels globaux.
Les rapports annuels sur les comptes annuels afférents à chacun des patrimoines distincts et régimes visés au chapitre IV ne sont toutefois pas soumis à l'obligation legale de dépôt et de publication applicable au rapport annuel afférent aux comptes annuels globaux.
Art.58. Het jaarverslag dat betrekking heeft op de globale jaarrekening dient minimaal volgende elementen te omvatten :
1° een verklaring over de jaarrekening waarbij een getrouw beeld wordt weergegeven over de evolutie van de activiteiten en van de financiële situatie van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
2° een verklaring over belangrijke gebeurtenissen die plaatsvonden na de afsluiting van het boekjaar;
3° de genomen of nog te nemen maatregelen voor het herstel van de financiële situatie, in geval dat de balans een overgedragen verlies vertoont;
4° een verklaring over het volgen van het financieringsplan bedoeld in artikel 86 van de wet;
5° een verklaring over de invoering van de strategische allocatie van de investeringen met de bedoeling aan te tonen dat die is aangepast aan de hypothesen inzake het rendement waarop het financieringsplan gebaseerd is;
6° een verklaring over de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt geconfronteerd;
7° een verklaring over de genomen of te nemen maatregelen inzake corporate governance.
Het jaarverslag betreffende de jaarrekeningen bedoeld in hoofdstuk IV bevat de elementen bedoeld in het eerste lid voor zover er verschillen zijn met het jaarverslag betreffende de globale jaarrekening en/of voor zover ze significant zijn voor de betreffende afzonderlijke vermogens of de regelingen bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet.
1° een verklaring over de jaarrekening waarbij een getrouw beeld wordt weergegeven over de evolutie van de activiteiten en van de financiële situatie van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
2° een verklaring over belangrijke gebeurtenissen die plaatsvonden na de afsluiting van het boekjaar;
3° de genomen of nog te nemen maatregelen voor het herstel van de financiële situatie, in geval dat de balans een overgedragen verlies vertoont;
4° een verklaring over het volgen van het financieringsplan bedoeld in artikel 86 van de wet;
5° een verklaring over de invoering van de strategische allocatie van de investeringen met de bedoeling aan te tonen dat die is aangepast aan de hypothesen inzake het rendement waarop het financieringsplan gebaseerd is;
6° een verklaring over de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt geconfronteerd;
7° een verklaring over de genomen of te nemen maatregelen inzake corporate governance.
Het jaarverslag betreffende de jaarrekeningen bedoeld in hoofdstuk IV bevat de elementen bedoeld in het eerste lid voor zover er verschillen zijn met het jaarverslag betreffende de globale jaarrekening en/of voor zover ze significant zijn voor de betreffende afzonderlijke vermogens of de regelingen bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet.
Art.58. Le rapport annuel sur les comptes annuels globaux contient au minimum les éléments suivants :
1° un commentaire sur les comptes annuels en vue d'exposer de manière fidèle l'évolution des activités et de la situation financière de l'institution de retraite professionnelle;
2° un commentaire sur les événements importants survenus après la clôture de l'exercice;
3° les mesures prises ou à prendre pour rétablir la situation financière, au cas où le bilan fait apparaître une perte reportée;
4° un commentaire sur le suivi du plan de financement visé à l'article 86 de la loi;
5° un commentaire sur la mise en oeuvre de l'allocation stratégique des investissements visant à démontrer que celle-ci est adaptée aux hypothèses en matière de rendement sur lesquelles se fonde le plan de financement;
6° un commentaire sur les principaux risques et incertitudes auxquels l'institution de retraite professionnelle est confrontée;
7° un commentaire quant aux mesures prises ou à prendre en matière de corporate governance.
Le rapport annuel sur les comptes annuels visés au chapitre IV contient les éléments visés à l'alinéa 1er pour autant qu'ils présentent des differences avec le rapport annuel sur les comptes annuels globaux ou qu'ils soient significatifs pour les patrimoines distincts concernés ou les régimes visés à l'article 135, alinéa 1er, 2° de la loi.
1° un commentaire sur les comptes annuels en vue d'exposer de manière fidèle l'évolution des activités et de la situation financière de l'institution de retraite professionnelle;
2° un commentaire sur les événements importants survenus après la clôture de l'exercice;
3° les mesures prises ou à prendre pour rétablir la situation financière, au cas où le bilan fait apparaître une perte reportée;
4° un commentaire sur le suivi du plan de financement visé à l'article 86 de la loi;
5° un commentaire sur la mise en oeuvre de l'allocation stratégique des investissements visant à démontrer que celle-ci est adaptée aux hypothèses en matière de rendement sur lesquelles se fonde le plan de financement;
6° un commentaire sur les principaux risques et incertitudes auxquels l'institution de retraite professionnelle est confrontée;
7° un commentaire quant aux mesures prises ou à prendre en matière de corporate governance.
Le rapport annuel sur les comptes annuels visés au chapitre IV contient les éléments visés à l'alinéa 1er pour autant qu'ils présentent des differences avec le rapport annuel sur les comptes annuels globaux ou qu'ils soient significatifs pour les patrimoines distincts concernés ou les régimes visés à l'article 135, alinéa 1er, 2° de la loi.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives.
Afdeling I. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
Section Ire. - Modifications à l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle.
Art.59. In artikel 9 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening worden de woorden " in artikel 55, eerste lid, 1° " vervangen door de woorden " in artikelen 55, eerste lid, 1° en 135, eerste lid, 2° ".
Art.59. A l'article 9 de l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle, les mots " à l'article 55, alinéa 1er, 1°, " sont remplacés par les mots " aux articles 55, alinéa 1er, 1°, et 135, alinéa 1er, 2°, ".
Art.60. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden " in artikel 55, eerste lid, 1° " vervangen door de woorden " in artikelen 55, eerste lid, 1° en 135, eerste lid, 2° ".
Art.60. A l'article 14 du même arreté, les mots " à l'article 55, alinéa 1er, 1°, " sont remplacés par les mots " aux articles 55, alinéa 1er, 1°, et 135, alinéa 1er, 2°, ".
Art.61. In artikel 41 van hetzelfde besluit worden in de Nederlandse versie de woorden " dat zij vanuit prudentieel oogpunt niet gerechtvaardigd zijn " vervangen door de woorden " dat zij de naleving van de bepalingen van dit Hoofdstuk in gevaar brengen ".
Art.61. A l'article 41 du même arrêté, dans la version néerlandaise, les mots " dat zij vanuit prudentieel oogpunt niet gerechtvaardigd zijn " sont remplacés par les mots " dat zij de naleving van de bepalingen van dit Hoofdstuk in gevaar brengen ".
Afdeling II. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
Section II. - Modifications à l'arrêté royal du 19 avril 1991 relatif aux comptes annuels des institutions de prévoyance soumises à la législation relative au contrôle des entreprises d'assurances.
Art.62. In de titel van het koninklijk besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen worden de woorden " voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.62. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 19 avril 1991 relatif aux comptes annuels des institutions de prévoyance soumises à la législation relative au contrôle des entreprises d'assurances, les mots " institutions de prévoyance soumises à la legislation relative au contrôle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " institutions de retraite professionnelle ".
Art.63. In hetzelfde besluit worden de woorden " voorzorgsinstelling " en " voorzorgsinstellingen " respectievelijk vervangen door de woorden " instelling voor bedrijfspensioenvoorziening " en " instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.63. Dans le même arrêté, les mots " l'institution de prévoyance " et " les institutions de prévoyance " sont chaque fois remplacés respectivement par les mots " l'institution de retraite professionnelle " et " les institutions de retraite professionnelle ".
Art.64. In artikel 1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, worden de woorden " bedoeld bij artikel 2, § 3, 6° van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " bedoeld in Titel II van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ";
2° het tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : " Dit besluit is niet van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die ervoor gekozen hebben de bepalingen van het koninklijk besluit van (...) betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening toe te passen op hun jaarrekening tijdens de overgangsperiode voorzien in artikel 79, eerste lid van voormeld besluit. "
1° in het eerste lid, worden de woorden " bedoeld bij artikel 2, § 3, 6° van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " bedoeld in Titel II van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ";
2° het tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : " Dit besluit is niet van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die ervoor gekozen hebben de bepalingen van het koninklijk besluit van (...) betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening toe te passen op hun jaarrekening tijdens de overgangsperiode voorzien in artikel 79, eerste lid van voormeld besluit. "
Art.64. A l'article 1er du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots " visées par l'article 2, § 3, 6°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au controle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " visées au Titre II de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ";
2° le 2ème alinéa est remplacé par la disposition suivante : " Cet arrêté n'est pas applicable aux institutions de retraite professionnelle qui ont choisi d'appliquer les dispositions de l'arrête royal du (...) relatif aux comptes annuels des institutions de retraite professionnelle à leurs comptes annuels pendant la période transitoire visée à l'article 79, 1er alinéa de l'arrêté royal précité.
1° à l'alinéa 1er, les mots " visées par l'article 2, § 3, 6°, de la loi du 9 juillet 1975 relative au controle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " visées au Titre II de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ";
2° le 2ème alinéa est remplacé par la disposition suivante : " Cet arrêté n'est pas applicable aux institutions de retraite professionnelle qui ont choisi d'appliquer les dispositions de l'arrête royal du (...) relatif aux comptes annuels des institutions de retraite professionnelle à leurs comptes annuels pendant la période transitoire visée à l'article 79, 1er alinéa de l'arrêté royal précité.
Art.65. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " van het artikel 10 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen zoals die van toepassing is op de voorzorgsinstellingen " vervangen door de woorden " van artikel 48 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.65. A l'article 10, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " de l'article 10 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, telle qu'elle a été rendue applicable aux institutions de prévoyance " sont remplacés par les mots " de l'article 48 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ".
Art.66. In artikel 21 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt a) worden de woorden " de voorzorgsactiviteit van " vervangen door de woorden " activiteiten bedoeld in artikel 55 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening beheerd door ";
2° in punt b) worden de woorden " door artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " door de artikelen 87 en 88 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
1° in punt a) worden de woorden " de voorzorgsactiviteit van " vervangen door de woorden " activiteiten bedoeld in artikel 55 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening beheerd door ";
2° in punt b) worden de woorden " door artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " door de artikelen 87 en 88 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.66. A l'article 21 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point a), les mots " de l'activité de prévoyance de " sont remplacés par les mots " des activités visées à l'article 55 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle gérées par ";
2° au point b), les mots " par l'article 8, § 1er, de l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions privées de prévoyance, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " par les articles 87 et 88 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ".
1° au point a), les mots " de l'activité de prévoyance de " sont remplacés par les mots " des activités visées à l'article 55 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle gérées par ";
2° au point b), les mots " par l'article 8, § 1er, de l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions privées de prévoyance, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " par les articles 87 et 88 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ".
Art.67. In artikel 32, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 mei 2000 betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen " vervangen door de woorden " de artikelen 31 tot 34 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.67. A l'article 32, alinéa 2, du même arrêté, les mots " à l'article 12 de l'arrêté royal du 7 mai 2000 relatif aux activités des institutions de prévoyance " sont remplacés par les mots " aux articles 31 à 34 de l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle ".
Art.68. In punt A.I.B. van de, afdeling II van hoofdstuk I van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " art. 20, § 3, 2de lid, koninklijk besluit 14 mei 1985 " vervangen door de woorden " artikel 173, § 1, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.68. Au point A.I.B. de la section II du chapitre Ier de l'annexe au même arrêté, les mots " art. 20, § 3, 2e alinéa, arrête royal 14 mai 1985 " sont remplacés par les mots " article 173, § 1er, alinéa 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ".
Art.69. De voetnoot (1) van de afdeling III, hoofdstuk I van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : " Artikelen 163, 164, 165, 166, 168, 169 en 170, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ".
Art.69. La note de bas de page (1), de la section III du chapitre Ier de l'annexe au même arrêté est remplacée par la disposition suivante : " Articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 et 170, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle. ".
Art.70. In punt A.I. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " van zijn voorzorgsactiviteit " vervangen door de woorden " van activiteiten bedoeld in artikel 55 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.70. Au point A.I. de la section Ire du chapitre II de l'annexe au même arrêté, les mots " de son activité de prévoyance. " sont remplacés par les mots " des activités visées à l'article 55 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle. ".
Art.71. In punt A. III.A.2. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen " vervangen door de woorden " artikelen 87 en 88 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.71. Au point A. III.A.2. de la section Ire du chapitre II de l'Annexe au même arrêté, les mots " article 8, § 1er, de l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions privées de prévoyance, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances " sont remplacés par les mots " articles 87 et 88 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle. ".
Art.72. In punt A. III.A.3. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " bij artikel 20, § 1, derde lid van het bovenvermeld koninklijk besluit van 14 mei 1985 " vervangen door de woorden " bij artikel 163, derde lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.72. Au point A. III.A.3. de la section Ire du chapitre II de l'Annexe au même arrêté, les mots " à l'article 20, § 1er, alinéa 3 de l'arrêté royal du 14 mai 1985 précité " sont remplacés par les mots " à l'article 163, alinéa 3, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ".
Art.73. Punt A. I.B. van de afdeling II van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
" I.B. Bijzondere uitkeringen
In deze rubriek moeten, krachtens artikel 173, § 1, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, uitsluitend de bedragen geboekt worden met betrekking tot betalingen uitgevoerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening betreffende pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling inzake technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166 en 168, 169 alsmede artikel 170 van de bovenvermelde wet voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. "
" I.B. Bijzondere uitkeringen
In deze rubriek moeten, krachtens artikel 173, § 1, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, uitsluitend de bedragen geboekt worden met betrekking tot betalingen uitgevoerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening betreffende pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling inzake technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166 en 168, 169 alsmede artikel 170 van de bovenvermelde wet voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. "
Art.73. Le point A. I.B. de la section II du chapitre II de l'annexe au même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" I.B. Prestations spéciales
A ce poste, en vertu de l'article 173, § 1er, alinéa 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, doivent uniquement être portés les montants relatifs aux paiements effectués par l'institution de retraite professionnelle et se rapportant aux régimes de retraite visés par une dispense en matière de provisions techniques, octroyée conformément aux articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 ainsi qu'à l'article 170 de la loi précitée pour autant, dans ce dernier cas, que les montants à charge du fonds de sécurité d'existence soient relatifs à des régimes de retraite existant à la date visée à l'article 170, § 1er, alinéa 1er de la loi précitée et transitent par l'institution de retraite professionnelle. "
" I.B. Prestations spéciales
A ce poste, en vertu de l'article 173, § 1er, alinéa 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, doivent uniquement être portés les montants relatifs aux paiements effectués par l'institution de retraite professionnelle et se rapportant aux régimes de retraite visés par une dispense en matière de provisions techniques, octroyée conformément aux articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 ainsi qu'à l'article 170 de la loi précitée pour autant, dans ce dernier cas, que les montants à charge du fonds de sécurité d'existence soient relatifs à des régimes de retraite existant à la date visée à l'article 170, § 1er, alinéa 1er de la loi précitée et transitent par l'institution de retraite professionnelle. "
Art.74. Punt B. I.B. van de afdeling II van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
" I.B. Bijzondere stortingen
Worden in deze rubriek geboekt, gestorte of nog te storten bijdragen betreffende de pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling voor de samenstelling van technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166, 168 en 169 alsmede artikel 170 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. "
" I.B. Bijzondere stortingen
Worden in deze rubriek geboekt, gestorte of nog te storten bijdragen betreffende de pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling voor de samenstelling van technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166, 168 en 169 alsmede artikel 170 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. "
Art.74. Le point B. I.B. de la section II du chapitre II de l'Annexe au même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" I. B. Versements spéciaux
Sont portés à cette rubrique, les montants versés ou restant à verser relatifs aux régimes de retraite visés par une dispense octroyée conformément aux articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 ainsi qu'à l'article 170 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle pour autant, dans ce dernier cas, que les montants à charge du fonds de sécurité d'existence soient relatifs à des régimes de retraite existant à la date visée à l'article 170, § 1er, alinéa 1er de la loi précitée et transitent par l'institution de retraite professionnelle. "
" I. B. Versements spéciaux
Sont portés à cette rubrique, les montants versés ou restant à verser relatifs aux régimes de retraite visés par une dispense octroyée conformément aux articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 ainsi qu'à l'article 170 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle pour autant, dans ce dernier cas, que les montants à charge du fonds de sécurité d'existence soient relatifs à des régimes de retraite existant à la date visée à l'article 170, § 1er, alinéa 1er de la loi précitée et transitent par l'institution de retraite professionnelle. "
Art.75. In punt A van de afdeling III van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " in artikel 20, § 1 en § 2 van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. " vervangen door de woorden " in de artikelen 163, 164, 165, 166, 168, 169 en 170 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ".
Art.75. Au point A de la section III, du chapitre II de l'annexe au même arrêté, les mots " aux articles 20, § 1er et 20, § 2 de l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions privées de prévoyance de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances. " sont remplacés par les mots " aux articles 163, 164, 165, 166, 168, 169 et 170 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle. ".
Art.76. In punt C.1. van de afdeling III van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " artikelen 20, 21 en 23 van het koninklijk besluit van 15 mei 1985 betreffende de activiteiten van de private voorzorgsinstellingen. " vervangen door de woorden " artikelen 17 en 18 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ".
Art.76. Au point C1. de la section III du chapitre II de l'annexe au même arrêté, les mots " sur base des articles 20, 21 et 23 de l'arrêté royal du 15 mai 1985 relatif aux activités des institutions privées de prévoyance. " sont remplacés par les mots " sur la base des articles 17 et 18 de l'arrêté royal du 12 janvier 2007 relatif au contrôle prudentiel des institutions de retraite professionnelle. ".
HOOFDSTUK VIII. - Diverse en overgangsbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions diverses et transitoires.
Art.77. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in vereffening.
Indien de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, al dan niet ingevolge een beslissing tot in vereffeningstelling, besluit haar activiteiten stop te zetten of indien er niet meer kan van worden uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteiten zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende :
a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;
b) voor de vaste activa moet zonodig tot aanvullende afschrijvingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;
c) voorzieningen moeten worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden.
Indien de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, al dan niet ingevolge een beslissing tot in vereffeningstelling, besluit haar activiteiten stop te zetten of indien er niet meer kan van worden uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteiten zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende :
a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;
b) voor de vaste activa moet zonodig tot aanvullende afschrijvingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;
c) voorzieningen moeten worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden.
Art.77. Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux institutions de retraite professionnelle en liquidation.
Dans les cas où, en exécution ou non d'une décision de mise en liquidation, l'institution de retraite professionnelle renonce à poursuivre ses activités ou lorsque la perspective de continuité de ses activités ne peut être maintenue, les règles d'évaluation sont adaptées en conséquence et, notamment :
a) les frais d'établissement doivent être complètement amortis;
b) les immobilisations font, le cas échéant, l'objet d'amortissements additionnels pour en ramener la valeur comptable à la valeur probable de réalisation;
c) des provisions sont formees pour faire face aux charges inhérentes à la cessation des activités.
Dans les cas où, en exécution ou non d'une décision de mise en liquidation, l'institution de retraite professionnelle renonce à poursuivre ses activités ou lorsque la perspective de continuité de ses activités ne peut être maintenue, les règles d'évaluation sont adaptées en conséquence et, notamment :
a) les frais d'établissement doivent être complètement amortis;
b) les immobilisations font, le cas échéant, l'objet d'amortissements additionnels pour en ramener la valeur comptable à la valeur probable de réalisation;
c) des provisions sont formees pour faire face aux charges inhérentes à la cessation des activités.
Art.78. De artikelen 81 en 82 van de wet treden in werking op de dag dat voorliggend besluit in werking treedt.
Art.78. Les articles 81 et 82 de la loi entrent en vigueur le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.79. De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening passen de bepalingen van dit besluit ten laatste toe op de jaarrekening van het boekjaar dat ingaat na afloop van een termijn van zes maanden na de datum van publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Zolang hebben ze de keuze om ofwel de bepalingen van dit besluit ofwel de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 19 april 1991, zoals gewijzigd door dit besluit, toe te passen op hun jaarrekening.
Bij het begin van het eerste boekjaar waarin een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de bepalingen van dit besluit toepast, is de waarde van de bestanddelen van de balans gelijk aan de waarde waarvoor ze in de inventaris op het einde van het voorafgaande boekjaar voorkwamen.
Bij het begin van het eerste boekjaar waarin een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de bepalingen van dit besluit toepast, is de waarde van de bestanddelen van de balans gelijk aan de waarde waarvoor ze in de inventaris op het einde van het voorafgaande boekjaar voorkwamen.
Art.79. Les institutions de retraite professionnelle appliquent les dispositions du présent arrêté au plus tard aux comptes annuels de l'exercice qui débute apres l'expiration d'un délai de 6 mois après la date de publication au Moniteur belge du présent arrêté. Entre-temps, elles ont le choix d'appliquer a leurs comptes annuels soit les dispositions du présent arrêté soit les dispositions de l'arrêté royal du 19 avril 1991 précité, tel que modifié par le présent arrêté
Au début du premier exercice auquel une institution de retraite professionnelle applique les dispositions du présent arrêté, la valeur des éléments du bilan est égale a la valeur pour laquelle ils étaient portés à l'inventaire établi au terme de l'exercice précédent.
Au début du premier exercice auquel une institution de retraite professionnelle applique les dispositions du présent arrêté, la valeur des éléments du bilan est égale a la valeur pour laquelle ils étaient portés à l'inventaire établi au terme de l'exercice précédent.
Art.80. Het koninklijk besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen wordt opgeheven na afloop van de overgangsperiode voorzien in artikel 79, tweede lid.
Art.80. L'arrêté royal du 19 avril 1991 relatif aux comptes annuels des institutions de prévoyance soumises à la législation relative au contrôle des entreprises d'assurances est abrogé à l'expiration de la période transitoire visée a l'article 79, 1er alinéa.
Art.81. Dit besluit treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk VII dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007
Art.81. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception du chapitre VII qui produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art.82. Onze Minister die bevoegd is voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 juni 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
Gegeven te Brussel, 5 juni 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
Art.82. Notre Ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 5 juin 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
Donné à Bruxelles, le 5 juin 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. HOOFDSTUK I. - Schema van de jaarrekening
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-06-2007, p. 35057-35080).
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-06-2007, p. 35057-35080).
Art. N1. CHAPITRE I. - Schéma des comptes annuels
(Tableaux non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 27-06-2007, p. 35026-35049).
(Tableaux non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 27-06-2007, p. 35026-35049).
Art. N2. HOOFDSTUK II. - Definities van de rubrieken van de jaarrekeningen
Art. N2. CHAPITRE II. - Définitions des rubriques des comptes annuels
Afdeling I. - Balans
Section Ire. - Bilan
Afdeling II. - Posten buiten-balansstelling op 31/12/......
Section II. - Postes hors bilan au 31/12/......
Afdeling III. - Resultatenrekening
Section III. - Compte de résultats