Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-02-2007 en tekstbijwerking tot 31-08-2015)
Titre
12 JANVIER 2007. - Arrêté royal relatif aux conventions de pension complémentaire pour travailleurs indépendants (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-02-2007 et mise à jour au 31-08-2015)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Champ d'application.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de pensioeninstellingen die pensioenovereenkomsten aanbieden zoals bedoeld in artikel 42, 7°, van de programmawet (I) van 24 december 2002, hierna " de wet " genoemd.
Article 1. Le présent arrêté est applicable aux organismes de pension qui offrent des conventions de pension au sens de l'article 42, 7°, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, ci-après dénommée " la loi ".
HOOFDSTUK II. - Bijdrage.
CHAPITRE II. - Cotisation.
Art.2. § 1. De bijdrage voor het aanvullend pensioen wordt vastgesteld op minimaal 100 euro per jaar ongeacht het bedrag van de beroepsinkomsten.
  De bijdragevoet mag de [1 in artikel 44, § 2/3, tweede lid, van de wet]1 bepaalde maximumbijdragevoet niet overschrijden. Dat percentage wordt toegepast op de [1 bij artikel 44, § 2, van de wet]1 bedoelde beroepsinkomsten mits die inkomsten, [1 geherwaardeerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 44 § 2/2, van de wet]1, desgevallend [1 beperkt worden]1 tot twee derde van het bij artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, [1 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen]1 beoogde inkomen.
  § 2. Wanneer het, ingevolge de aanvang of hervatting van een beroepswerkzaamheid, onmogelijk is de bijdrage te berekenen op basis van de [1 beroepsinkomsten]1 van het refertejaar [1 bedoeld in artikel 44, § 2/1, van de wet]1, wordt deze, binnen de grenzen bedoeld bij § 1, vastgesteld op basis van [1 de beroepsinkomsten die in aanmerking worden genomen]1 voor de bijdrageberekening in het sociaal statuut der zelfstandigen of, op aanvraag van de zelfstandige, op basis [1 van het minimuminkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38]1.
  § 3. De bijdragen dienen uiterlijk op 31 december van het lopende jaar te zijn vereffend. Na deze datum is er verval van recht.
  
Art.2. § 1er La cotisation pour la pension complémentaire est de 100 euros minimum par an quel que soit le montant des revenus professionnels.
  Le taux de cotisation ne peut excéder le taux maximum de cotisation défini [1 à l'article 44, § 2/3, alinéa 2, de la loi]1. Ce pourcentage est appliqué au revenu professionnel [1 visé à l'article 44, § 2, de la loi]1, pour autant que ce revenu, [1 réévalué conformément aux dispositions de l'article 44, § 2/2, de la loi]1, soit limité s'il y a lieu aux deux tiers du revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 1, 1°, [1 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants]1.
  § 2. Si, par suite de début ou de reprise d'activité professionnelle, il est impossible de calculer la cotisation sur la base des revenus professionnels de l'année de référence [1 visée à l'article 44, § 2/1, de la loi]1, la cotisation est fixée, dans les limites visées au § 1er, sur la base du revenu professionnel pris en considération pour le calcul des cotisations au statut social des travailleurs indépendants ou, à la demande du travailleur indépendant, sur la base [1 du revenu minimum visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38 précité]1.
  § 3. Les cotisations doivent être payées au plus tard le 31 décembre de l'année en cours sous peine de forclusion du droit.
  
HOOFDSTUK III. - Omzetting van het kapitaal in rente.
CHAPITRE III. - Conversion du capital en rente.
Art.3. § 1. Wanneer de aangeslotene of, in geval van overlijden, zijn rechthebbenden, overeenkomstig artikel 50, § 1, van de wet de omzetting van het kapitaal in rente vragen, mogen de gebruikte actualisatieregels geen resultaat opleveren dat kleiner is dan het resultaat dat men zou verkrijgen met volgende elementen :
  1° de Belgische prospectieve sterftetafels die worden vastgesteld door de [1 FSMA]1 op basis van de laatste demografische studies uitgevoerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, en het Federaal Planbureau, daarbij rekening houdend met de antiselectie verbonden met de uitkering van de prestaties in de vorm van een rente;
  2° de laatste technische rentevoet die gebruikt wordt in de tarifering die, overeenkomstig de pensioenovereenkomst, wordt toegepast op de bijdragen die de aangeslotene stort voor de opbouw van zijn rustpensioen.
  De rentevoet bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt, in voorkomend geval, beperkt tot de maximale rentevoet die wordt toegelaten door de prudentiële wetgeving die van toepassing is op het ogenblik van de omzetting.
  Wanneer de tarifering niet in een rentevoet, hoger dan 0 %, voorziet, moet gebruik worden gemaakt van een rentevoet van minstens 0 % voor de omzetting. In dit geval vermeldt de pensioeninstelling in de kennisgeving bedoeld in artikel 50, § 1, derde lid van de wet, dat het mogelijk is dat een andere pensioeninstelling voordeliger voorwaarden aanbiedt voor wat betreft de omzetting.
  De [1 FSMA]1 kan de sterftetafels bedoeld in het eerste lid, 1°, wijzigen om meer in het bijzonder rekening te houden met de laatste demografische studies bedoeld door dezelfde bepaling, na raadpleging van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen van Zelfstandigen.
  § 2. Op het einde van elk boekjaar waarvoor het saldo van de technisch-financiële resultatenrekening van de betrokken groep renteniers positief is, wordt minstens 60 % van dat saldo onder de rentegenieters verdeeld onder de vorm van een winstdeelneming. De verdeling gebeurt pro rata de rekenkundige gemiddelden van de vestigingskapitalen bij het begin en het einde van het boekjaar.
  De technisch-financiële resultatenrekening wordt opgesteld, voor de groep van betrokken rentegenieters, volgens de regels vastgesteld door de [1 FSMA]1.
  Met betrokken rentegenieters wordt het geheel van de rentegenieters bedoeld waarvan de rentes ten laste zijn van de pensioeninstelling in uitvoering van artikel 50, § 1, van de wet.
  De winstdeelneming maakt het voorwerp uit van een verhoging van het vestigingskapitaal van de rente.
  § 3. Indien de aangeslotene of, in geval van overlijden, zijn rechthebbenden opteren voor de mogelijkheid bedoeld in § 1, kan de pensioeninstelling het kapitaal bedoeld in § 1 overdragen naar een pensioeninstelling die de regels bedoeld in de §§ 1 en 2 eerbiedigt en die de overdracht aanvaardt.
  
Art.3. § 1er. Lorsque l'affilié ou, en cas de décès, ses ayants droit, demandent la transformation du capital en rente, conformément à l'article 50, § 1er, de la loi, les règles d'actualisation utilisées ne peuvent conduire à un résultat inférieur à celui que l'on obtiendrait au moyen des éléments suivants :
  1° des tables de mortalité belges prospectives telles qu'établies par la [1 FSMA]1 sur la base des dernières études démographiques effectuées par la Direction générale Statistique et Information économique du SPF Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, et le Bureau Fédéral du Plan, en tenant compte notamment de l'anti sélection liée à la liquidation des prestations sous forme de rente;
  2° du dernier taux technique utilisé pour la tarification appliquée, conformément à la convention de pension, aux cotisations versées par l'affilié pour la constitution de sa pension de retraite.
  Le taux visé à l'alinéa 1er, 2°, est, le cas échéant, limité au taux maximum autorisé par la législation prudentielle applicable au moment de la conversion.
  Si la tarification ne précise pas de taux supérieur à 0 %, il doit être fait usage d'un taux d'au moins 0 % pour la conversion. Dans ce cas, l'organisme de pension mentionne dans la communication visée à l'article 50, § 1er, alinéa 3, de la loi qu'il est possible qu'un autre organisme de pension offre des conditions plus avantageuses pour opérer la conversion.
  La [1 FSMA]1 peut modifier les tables de mortalité visées à l'alinéa 1er, 1°, en particulier pour tenir compte des dernières études démographiques visées par la même disposition, après consultation de la Commission de la Pension Complémentaire Libre des Indépendants.
  § 2. Au terme de chaque exercice pour lequel le solde du compte de résultat technico-financier est positif pour le groupe de rentiers concernés, au moins 60 % de ce solde sont répartis entre les rentiers sous la forme d'une participation bénéficiaire. La répartition s'effectue au prorata des moyennes arithmétiques des capitaux constitutifs de chaque rente en début et en fin d'exercice.
  Le compte de résultat technico-financier est établi, pour le groupe de rentiers concernés, selon les règles déterminées par la [1 FSMA]1.
  Par rentiers concernés, il faut entendre l'ensemble des rentiers dont les rentes sont à charge de l'organisme de pension en exécution de l'article 50, § 1er, de la loi.
  La participation bénéficiaire fait l'objet d'une augmentation du capital constitutif de la rente.
  § 3. Si l'affilié ou, en cas de décès, ses ayants droit optent pour la possibilité visée au § 1er, l'organisme de pension peut transférer le capital visé au § 1er à un organisme de pension qui respecte les règles visées aux §§ 1er et 2 et qui accepte le transfert.
  
HOOFDSTUK IV. - Transparantie.
CHAPITRE IV. - Transparence.
Art.4. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen moeten de pensioeninstellingen de in dit hoofdstuk opgesomde voorschriften inzake transparantie naleven.
  Alle contractuele bepalingen, gegevens en inlichtingen bedoeld in dit hoofdstuk, alsook elke wijziging die erop betrekking heeft, moeten schriftelijk, duidelijk en nauwkeurig worden geformuleerd.
Art.4. Sans préjudice d'autres dispositions légales ou réglementaires, les organismes de pension respectent les prescriptions relatives à la transparence telles qu'énumérées dans le présent chapitre.
  Toutes les dispositions contractuelles, données et informations visées dans le présent chapitre ainsi que toute modification y afférentes sont formulées par écrit de manière claire et précise.
Art.5. Vóór het onderschrijven van de pensioenovereenkomst verstrekt de pensioeninstelling aan de kandidaat-aangeslotene algemene inlichtingen over de op de overeenkomst toepasselijke belastingsregeling en over de volgende gegevens :
  1° de naam, het adres van de maatschappelijke zetel en de rechtsvorm van de pensioeninstelling;
  2° indien de pensioeninstelling enkel een middelenverbintenis aangaat, de vermelding dat ze zich alleen verbindt om de haar toevertrouwde gelden zo goed mogelijk te beheren, zonder waarborg van om het even welk resultaat;
  3° de regels en voorwaarden voor de onderschrijving van de pensioenovereenkomst;
  4° de voordelen waarop de aangeslotenen en hun rechthebbenden aanspraak kunnen maken;
  5° de bijdragen voor elk voordeel en/of de wijze waarop die bijdragen worden vastgesteld;
  6° de modaliteiten en de frequentie van de betaling van de bijdragen;
  7° de regels volgens dewelke het bedrag van de verworven reserves op ieder ogenblik kan worden bepaald;
  8° wanneer het financieel risico, met uitzondering van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de wet, volledig door de aangeslotene wordt gedragen, de uitdrukkelijk vermelding hiervan;
  9° de regels voor de bepaling van de begunstigde(n) in geval van overlijdensdekking;
  10° de looptijd van de pensioenovereenkomst;
  11° de wijze van beëindiging van de pensioenovereenkomst;
  12° gegevens over de kosten die ten laste van de aangeslotene zijn bij stopzetting, afkoop of reductie van de pensioenovereenkomst;
  13° gegevens over afkoop- en reductiewaarde;
  14° de modaliteiten van overdracht van reserves naar een andere pensioeninstelling;
  15° de wijze van berekening en toewijzing van de winstdelingen en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om van de winstdeling te kunnen genieten, in voorkomend geval met vermelding van het feit dat deze voorwaarden in de loop van de overeenkomst gewijzigd kunnen worden door de pensioeninstelling.
  Met betrekking tot de gegevens over de afkoop verstrekt de pensioeninstelling een tabel met de jaarlijkse evolutie van de afkoopwaarde of van de theoretische afkoopwaarde met de vermelding van de wijze waarop de afkoopvergoeding wordt berekend behalve wanneer de voordelen opgebouwd worden door niet vooraf vastgestelde jaarlijkse bijdragen.
Art.5. Avant la conclusion de la convention de pension, l'organisme de pension communique au candidat affilié les informations générales relatives à la réglementation fiscale applicable à la convention ainsi qu'aux données suivantes :
  1° la dénomination, l'adresse du siège social et la forme juridique de l'organisme de pension;
  2° lorsque l'organisme de pension ne contracte qu'une obligation de moyen, la mention qu'il ne s'engage qu'à gérer le mieux possible les fonds qui lui sont confiés, sans garantie d'un résultat quelconque;
  3° les conditions et modalités de souscription à la convention de pension;
  4° les avantages auxquels les affiliés et leurs ayants droit peuvent prétendre;
  5° les cotisations liées à chaque avantage ou les modalités de détermination de ces cotisations;
  6° les modalités et la fréquence de versement des cotisations;
  7° les règles permettant de déterminer, à tout moment, le montant des réserves acquises;
  8° le cas échéant, la mention expresse que le risque financier, à l'exception de la garantie visée à l'article 47, alinéa 2, de la loi, est entièrement supporté par l'affilié;
  9° les règles de détermination du ou des bénéficiaires en cas de couverture décès;
  10° la durée de la convention de pension;
  11° les modalités de résiliation de la convention de pension;
  12° les données relatives aux frais à charge de l'affilié en cas de résiliation, rachat ou réduction de la convention de pension;
  13° les données relatives à la valeur de rachat et à la valeur de réduction;
  14° les modalités de transfert des réserves à un autre organisme de pension;
  15° le mode de calcul et d'attribution des participations bénéficiaires ainsi que les conditions qui doivent être remplies pour pouvoir en bénéficier avec mention, le cas échéant, du fait que ces conditions peuvent être modifiées, en cours de contrat, par l'organisme de pension.
  En ce qui concerne les données relatives au rachat, l'organisme de pension communique un tableau donnant l'évolution annuelle de la valeur de rachat ou celle de la valeur de rachat théorique avec mention du mode de calcul de l'indemnité de rachat, sauf lorsque les avantages sont constitués par des cotisations annuelles non fixées à l'avance.
Art.6. De pensioenovereenkomst en de wijzigingen eraan worden aan de aangeslotene meegedeeld. De overeenkomst mag geen enkele bepaling bevatten die een inbreuk uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenissen van de pensioeninstelling en de aangeslotene.
  De pensioenovereenkomst herneemt minstens de gegevens die vermeld zijn in artikel 5, eerste lid.
Art.6. La convention de pension et ses modifications sont communiquées à l'affilié. La convention ne peut contenir aucune disposition de nature à porter atteinte à l'équilibre entre les engagements de l'organisme de pension et ceux de l'affilié.
  La convention de pension reprend au moins les données mentionnées à l'article 5, alinéa 1er.
Art.7. § 1. Voor het toepassen van dit artikel wordt verstaan onder :
  1° " vervanging van een pensioenovereenkomst " : het sluiten van een pensioenovereenkomst die geheel of gedeeltelijk een overeenkomst vervangt, die afgekocht of gereduceerd is en die al eerder bij dezelfde pensioeninstelling was onderschreven;
  2° " overname van een pensioenovereenkomst " : het sluiten van een pensioenovereenkomst die geheel of gedeeltelijk een overeenkomst vervangt die afgekocht of gereduceerd is en die afgesloten werd bij een andere pensioeninstelling.
  § 2. De pensioeninstelling die, vóór of op het ogenblik van het sluiten van de pensioenovereenkomst, kennis heeft van de vervanging of de overname van een overeenkomst of van het voornemen van de aangeslotene om tot een dergelijke vervanging of overname over te gaan, richt aan de aangeslotene een verwittiging en vraagt er een door de aangeslotene ondertekende kopie van op, vóór het sluiten van de pensioenovereenkomst, of indien het om vooraf getekende pensioenovereenkomsten gaat, binnen dertig dagen.
  De in het eerste lid bedoelde verwittiging bevat minstens de volgende elementen :
  1° een herinnering aan de eventuele uitsluitingen die van toepassing zijn op die nieuwe pensioenovereenkomst en het niet of niet meer waren op de oude pensioenovereenkomst;
  2° de gevolgen die de gehele of gedeeltelijke vervanging of overname van een pensioenovereenkomst met zich brengt in vergelijking met de situatie vóór de genoemde vervanging of overname, voor de afkoopwaarde, de voorschotten op prestaties, de inpandgevingen van pensioenvoordelen en voor het toewijzen van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet;
  3° wanneer de pensioenovereenkomst die de oorspronkelijke overeenkomst vervangt, dezelfde voordelen bevat dan de oorspronkelijke pensioenovereenkomst, een vergelijking van de theoretische afkoopwaarden tussen de oude pensioenovereenkomst en de nieuwe pensioenovereenkomst, van de afsluitingsdatum van de nieuwe overeenkomst tot op de eindvervaldag.
  In geval van inbreuk op de bepalingen van deze paragraaf mag de aangeslotene de pensioenovereenkomst opzeggen. In dat geval stort de pensioeninstelling de betaalde bijdragen terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken.
  § 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing :
  1° in de gevallen waarbij de vervanging of de overname meer dan drie jaar voor of na de reductie of de afkoop van de vervangen pensioenovereenkomst heeft plaatsgevonden;
  2° in het geval van een door de [1 FSMA]1 toegelaten overdracht in toepassing van artikel 74 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of van artikel 133, § 2, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
  
Art.7. § 1er. Au sens du présent article, on entend par :
  1° " remplacement d'une convention de pension " : la conclusion d'une convention de pension qui se substitue, en tout ou en partie, à une convention rachetée ou réduite, précédemment souscrite auprès du même organisme de pension;
  2° " reprise d'une convention de pension " : la conclusion d'une convention de pension qui se substitue, en tout ou en partie, à une convention rachetée ou réduite, précédemment souscrite auprès d'un autre organisme de pension.
  § 2. L'organisme de pension qui a connaissance, avant ou au moment de la conclusion d'une convention de pension, de ce qu'il s'agit du remplacement ou de la reprise d'une convention ou de l'intention de l'affilié d'effectuer un tel remplacement ou une telle reprise adresse à l'affilié, avant la conclusion de la convention de pension ou dans les trente jours s'il s'agit de conventions de pension présignées, un avertissement et en réclame copie signée par l'affilié.
  L'avertissement visé à l'alinéa 1er comprend au moins les éléments suivants :
  1° un rappel des éventuelles exclusions qui sont applicables à cette nouvelle convention de pension et qui ne l'étaient pas ou plus à l'ancienne;
  2° les conséquences sur la valeur de rachat, sur les avances sur prestations, sur les mises en gage des avantages de pension et sur l'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution du prêt hypothécaire qu'entraîne un remplacement ou une reprise partiel ou total de la convention de pension, par rapport à la situation avant ledit remplacement ou ladite reprise;
  3° lorsque la convention de pension qui remplace la convention initiale contient les mêmes avantages que la convention de pension initiale, un comparatif des valeurs de rachat théoriques de l'ancienne convention de pension et de la nouvelle convention de pension, de la date de conclusion de la nouvelle convention à l'échéance finale.
  En cas d'infraction aux dispositions du présent paragraphe, l'affilié peut résilier sa convention de pension. Dans ce cas, l'organisme de pension rembourse les cotisations payées, déduction faite, le cas échéant, des sommes consommées pour la couverture des prestations.
  § 3. Les dispositions du § 2 ne sont pas applicables :
  1° en cas de remplacement ou de reprise plus de trois ans avant ou après la réduction ou le rachat de la convention de pension remplacée;
  2° en cas de transfert autorisé par la [1 FSMA]1 en application de l'article 74 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurance ou de l'article 133, § 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.
  
Art.8. § 1. In de documenten die voor het publiek zijn bestemd, mag de pensioeninstelling melding maken van de projecties voor de voordelen die overeenstemmen met de bepalingen van de overeenkomst of met elke andere gelijkaardige verrichting die bij wijze van voorbeeld wordt gegeven, met inachtneming van de volgende voorwaarden :
  1° de pensioeninstelling vermeldt zichtbaar en nauwkeurig dat de projecties niet gewaarborgd zijn en dat de bedragen van de prestaties die eruit voorvloeien, kunnen schommelen in de tijd, afhankelijk van de economische conjunctuur en de resultaten van de pensioeninstelling;
  2° als de pensioeninstelling bovendien verschillende projecties gebruikt, worden deze op een zodanige manier voorgesteld dat geen enkele projectie meer kans blijkt te hebben om zich werkelijk voor te doen dan een andere.
  § 2. De pensioeninstelling moet in elke publiciteit of elk aanbod betreffende een pensioenovereenkomst zoals bedoeld in artikel 42, 7°, van de wet, de volgende bepalingen voorzien :
  1° indien de pensioeninstelling enkel een middelenverbintenis aangaat de vermelding dat ze zich alleen verbindt om de haar toevertrouwde gelden zo goed mogelijk te beheren, zonder waarborg van om het even welk resultaat;
  2° bij elke verwijzing naar rendementen die in het verleden verwezenlijkt zijn, de vermelding dat deze rendementen niet gewaarborgd zijn voor de toekomst;
  3° wanneer het financieel risico, met uitzondering van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid van de wet, volledig door de aangeslotene wordt gedragen, de uitdrukkelijke vermelding hiervan.
Art.8. § 1er. Dans les documents destinés au public, l'organisme de pension ne peut présenter de projections des avantages de la convention ou d'une autre opération similaire présentée à titre exemplatif, que dans le respect des conditions suivantes :
  1° l'organisme de pension mentionne, de façon apparente et précise, que les projections ne sont pas garanties et que le montant des prestations qui en découlent peut fluctuer dans le temps en fonction de la conjoncture économique et des résultats de l'organisme de pension;
  2° si, en outre, l'organisme de pension utilise plusieurs projections, celles-ci sont présentées de telle manière qu'aucune d'entre elles n'apparaisse comme étant plus probable qu'une autre.
  § 2. Dans toute publicité ou offre relative à une convention de pension au sens de l'article 42, 7°, de la loi, l'organisme de pension doit prévoir les dispositions suivantes :
  1° lorsqu'il ne contracte qu'une obligation de moyen, la mention qu'il ne s'engage qu'à gérer le mieux possible les fonds qui lui sont confiés, sans garantie d'un résultat quelconque;
  2° pour toute référence à des rendements réalisés par le passé, l'indication que ces rendements ne sont pas garantis pour l'avenir;
  3° le cas échéant, la mention que le risque financier, à l'exception de la garantie visée à l'article 47, alinéa 2, de la loi, est entièrement supporté par l'affilié.
Art.9. De inlichtingen met betrekking tot de winstdeelneming die de pensioeninstellingen op grond van artikel 48 van de wet jaarlijks aan de aangeslotenen dienen te verstrekken, zijn de volgende :
  1° het bedrag van de winstdeelneming dat wordt toegekend aan de pensioenovereenkomst;
  2° de verhoging van de voordelen als gevolg van de winstdeelneming;
  3° als er een winstdeelnemingspercentage wordt vermeld, de elementen waarop dat percentage van toepassing is.
Art.9. Les informations relatives à la participation bénéficiaire que les organismes de pension doivent fournir annuellement à leurs affiliés en vertu de l'article 48 de la loi sont les suivantes :
  1° le montant de la participation bénéficiaire attribuée à la convention de pension;
  2° l'augmentation des avantages consécutive à la participation bénéficiaire;
  3° si la participation bénéficiaire est indiquée sous la forme d'un pourcentage, les éléments auxquels ce pourcentage s'applique.
HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepaling.
CHAPITRE V. - Disposition abrogatoire.
Art.10. Het koninklijk besluit van 15 december 2003 houdende uitvoering van de artikelen 44, § 2, en 50, § 1, van de programmawet (I) van 24 december 2002, in verband met de bijdrage voor het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen en de omzetting van het kapitaal in rente, wordt opgeheven.
Art.10. L'arrêté royal du 15 décembre 2003 portant exécution des articles 44, § 2, et 50, § 1er, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, concernant la cotisation pour la pension complémentaire des indépendants et la conversion du capital en rente est abrogé.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art.11. De pensioeninstellingen gaan over tot de formele aanpassing van de pensioenovereenkomsten en andere documenten aan de bepalingen van dit besluit, uiterlijk op 31 december 2008.
Art.11. Les organismes de pension adaptent formellement les conventions de pension et autres documents au présent arrêté au plus tard le 31 décembre 2008.
Art.12. De artikelen 187, 190 en 193 tot 198 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening treden in werking op 1 januari 2007.
Art.12. Les articles 187, 190 et 193 à 198 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle entrent en vigueur le 1er janvier 2007.
Art.13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art.13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art. 14. Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Middenstand en Onze Minister van Pensioenen zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Notre Ministre des Finances, Notre Ministre de l'Economie, Notre Ministre des Classes Moyennes et Notre Ministre des Pensions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.