Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JULI 2007. - Wet betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en de gameten. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-07-2007 en tekstbijwerking tot 17-05-2024)
Titre
6 JUILLET 2007. - Loi relative à la procréation médicalement assistée et à la destination des embryons surnuméraires et des gamètes. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-07-2007 et mise à jour au 17-05-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2007023090
Datum: 2007-07-06
Info du document
Numac: 2007023090
Date: 2007-07-06
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Definities.
TITEL III. - Medisch begeleide voortplanting.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
HOOFDSTUK II. - Procedure.
Afdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Afdeling 2. - Overeenkomst
Afdeling 3. - Wijziging van de oorspronkelijke ...
TITEL IV. - Overtallige embryo's.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
HOOFDSTUK II. - Bewaring door invriezing van ov...
Afdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Afdeling 2. - Overeenkomst.
Afdeling 3. - Wijzigingen van de oorspronkelijk...
Afdeling 4. - Post mortem implantatie van overt...
Afdeling 5. - Termijn voor de bewaring van over...
Onderafdeling 1. - Principe.
Onderafdeling 2. - Afwijking.
HOOFDSTUK III. - Gebruik van overtallige embryo...
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Afdeling 2. - Overeenkomst.
Afdeling 3. - Termijn voor de bewaring van over...
HOOFDSTUK IV. - De donatie van overtallige embr...
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Afdeling 2. - Embryodonoren.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Onderafdeling 2. - Overeenkomst.
Afdeling 3. - De ontvangers van embryo's.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Afdeling 4. - Termijn voor de bewaring van over...
Afdeling 5. - Opslag en mededeling van de gegev...
TITEL V. - Gameten.
HOOFDSTUK I. - Algemene principes.
HOOFDSTUK II. - Bewaring door invriezing van ga...
Afdeling 1. - Werkingssfeer.
Afdeling 2. - Voorafgaande informatie.
Afdeling 3. - Overeenkomst.
Afdeling 4. - Wijzigingen van de oorspronkelijk...
Afdeling 5. - Post mortem inseminatie van overt...
Afdeling 6. - Termijn voor de bewaring van over...
Onderafdeling 1. - Principe.
Onderafdeling 2. - Afwijking.
HOOFDSTUK III. - Gebruik van gameten in een wet...
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Afdeling 2. - Procedure.
Onderafdeling 1. - Overeenkomst.
Onderafdeling 2. - Termijn voor de bewaring van...
HOOFDSTUK IV. - Donatie van gameten.
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Afdeling 2. - Donoren van gameten.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Onderafdeling 2. - Overeenkomst.
Afdeling 3. - Ontvangers van gameten.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Afdeling 4. - Termijn voor de bewaring van de g...
Afdeling 5. - Opslag en mededeling van de gegev...
TITEL VI. - Genetische pre-implantatiediagnostiek.
HOOFDSTUK I. - Voorafgaande informatie.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden waaronder genetisch...
HOOFDSTUK III. - Overeenkomst.
HOOFDSTUK IV. - Geheime aard van de gegevens.
HOOFDSTUK V. - Samenwerking tussen de fertilite...
TITEL VI/1. Toezicht.
TITEL VII. - Strafrechtelijke sancties.
TITEL VIII. - Overgangsbepaling.
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale.
TITRE II. - Définitions.
TITRE III. - La procréation médicalement assistée.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
CHAPITRE II. - Procédure.
Section Ire. - Information préalable.
Section 2. - Convention.
Section 3. - Modifications de la convention ini...
TITRE IV. - Les embryons surnuméraires.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
CHAPITRE II. - Cryoconservation des embryons su...
Section Ire. - Information préalable.
Section 2. - Convention.
Section 3. - Modifications de la convention ini...
Section 4. - Implantation post mortem d'embryon...
Section 5. - Délai de conservation des embryons...
Sous-section Ire. - Principe.
Sous-section 2. - Dérogation.
CHAPITRE III. - Affectation des embryons surnum...
Section Ire. - Principes généraux.
Section 2. - Convention.
Section 3. - Délai de conservation des embryons...
CHAPITRE IV. - Le don d'embryons surnuméraires.
Section Ire. - Principes généraux.
Section 2. - Donneurs d'embryons.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Sous-section 2. - Convention.
Section 3. - Receveurs d'embryons.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Sous-section 2. - Procédure.
Section 4. - Délai de conservation des embryons...
Section 5. - Stockage et communication des info...
TITRE V. - Les gamètes.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
CHAPITRE II. - Cryoconservation des gamètes pou...
Section 1re. - Champ d'application.
Section 2. - Information préalable.
Section 3. - Convention.
Section 4. - Modifications de la convention ini...
Section 5. - Insémination post mortem de gamète...
Section 6. - Délai de conservation des gamètes ...
Sous-section 1re. - Principe.
Sous-section 2. - Dérogation.
CHAPITRE III. - Affectation des gamètes à un pr...
Section 1re. - Principes généraux.
Section 2. - Procédure.
Sous-section 1re. - Convention.
Sous-section 2. - Délai de conservation des gam...
CHAPITRE IV. - Le don de gamètes.
Section 1re. - Principes généraux.
Section 2. - Donneurs de gamètes.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Sous-section 2. - Convention.
Section 3. - Receveurs de gamètes.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Sous-section 2. - Procédure.
Section 4. - Délai de conservation des gamètes.
Section 5. - Stockage et communication des info...
TITRE VI. - Le diagnostic génétique préimplanta...
CHAPITRE Ier. - Information préalable.
CHAPITRE II. - Conditions de licéité du diagnos...
CHAPITRE III. - Convention.
CHAPITRE IV. - Confidentialité des informations.
CHAPITRE V. - Collaboration entre centres de fé...
TITRE VI/1. - Contrôle.
TITRE VII. - Sanctions pénales.
TITRE VIII. - Disposition transitoire.
Tekst (145)
Texte (145)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Definities.
TITRE II. - Définitions.
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
a) medisch begeleide voortplanting : de uitvoering, overeenkomstig een geheel van nadere regels en voorwaarden voor de toepassing van nieuwe medische technieken van begeleide voortplanting, van :
1° hetzij een kunstmatige inseminatie,
2° hetzij een van de in vitro fertilisatietechnieken, dit wil zeggen technieken waarbij op een gegeven ogenblik een eicel en/of een embryo worden behandeld;
b) embryo : cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens;
c) embryo in vitro : een embryo dat zich buiten het vrouwelijk lichaam bevindt;
d) overtallig embryo : embryo dat is aangemaakt in het kader van een medisch begeleide voortplanting, maar dat niet bij een vrouw werd ingeplant;
e) bewaring door invriezing : invriezing van gameten, overtallige embryo's, gonaden en fragmenten van gonaden;
f) wensouder : elke persoon die heeft besloten om ouder te worden door middel van medisch begeleide voortplanting, ongeacht of dit met zijn eigen gameten of embryo's gebeurt of niet;
g) fertiliteitscentrum : zorgprogramma voor reproductieve geneeskunde in de zin van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's " reproductieve geneeskunde " moeten voldoen om erkend te worden;
h) onderzoek op overtallige embryo's : gebruik van overtallige embryo's voor onderzoek in de zin en volgens de criteria van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, en dat ertoe strekt kennis te verwerven die specifiek is voor de uitoefening van de geneeskunst als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst;
i) embryodonor : persoon die bij overeenkomst ten kosteloze titel, gesloten met een centrum voor in vitro fertilisatie overtallige embryo's afstaat opdat deze anoniem kunnen worden gebruikt voor medisch begeleide voortplanting bij ontvangers van embryo's zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen het ongeboren kind en de donor;
j) ontvanger van een embryo : persoon die schriftelijk heeft aanvaard om in het kader van medisch begeleide voortplanting overtallige embryo's te ontvangen zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen de donor van het embryo en het ongeboren kind;
k) gameten : voortplantingscellen die op basis van het geslacht worden opgedeeld in vrouwelijke gameten (eicellen) en mannelijke gameten (spermatozoïden) en waarvan de versmelting een embryo vormt;
l) overtallige gameten : gameten die zijn weggenomen in het kader van medisch begeleide voortplanting maar die daarvoor niet onmiddellijk zijn gebruikt;
m) onderzoek op gameten of gonaden : gebruik van gameten, gonaden of fragmenten van gonaden voor onderzoek;
n) gonade : orgaan dat de voortplantingscellen produceert, te weten de eierstokken bij de vrouw en de teelballen bij de man;
o) persoon bij wie een afname wordt verricht : persoon bij wie gameten worden weggenomen teneinde deze te gebruiken in het kader van een wetenschappelijk onderzoeksprotocol;
p) donor van gameten : persoon die bij overeenkomst ten kosteloze titel, gesloten met een centrum voor in vitro fertilisatie gameten afstaat opdat ze in het kader van medisch begeleide voortplanting worden gebruikt bij ontvangers van gameten zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen het ongeboren kind en de donor;
q) ontvanger van gameten : persoon die schriftelijk heeft aanvaard om in het kader van medisch begeleide voortplanting gameten te ontvangen zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen de donor van de gameten en het ongeboren kind;
r) post mortem implantatie : techniek die de medisch begeleide bevruchting van een vrouw mogelijk maakt door middel van de implantatie van de door invriezing bewaarde overtallige embryo's die haar partner haar bij overeenkomst ter beschikking heeft gesteld vóór zijn overlijden;
s) post mortem inseminatie : techniek die de medisch begeleide bevruchting van een vrouw mogelijk maakt met de door invriezing bewaarde gameten die haar partner haar bij overeenkomst ter beschikking heeft gesteld vóór zijn overlijden;
t) genetische pre-implantatiediagnostiek : techniek die erin bestaat om in het kader van een in vitro fertilisatie één of meerdere genetische kenmerken van de embryo's in vitro te analyseren om inlichtingen te verzamelen die worden gebruikt om uit te maken welke embryo's worden ingeplant;
u) centrum voor menselijke erfelijkheid : centrum in de zin van het koninklijk besluit van 14 december 1987 houdende vaststelling van de normen waaraan de centra voor menselijke erfelijkheid moeten voldoen om erkend te worden.
v) matching : techniek die erin bestaat gameten en overtallige embryo's zo te kiezen dat er geen al te grote lichamelijke verschillen bestaan tussen de donor(en) en de ontvanger(s).
a) medisch begeleide voortplanting : de uitvoering, overeenkomstig een geheel van nadere regels en voorwaarden voor de toepassing van nieuwe medische technieken van begeleide voortplanting, van :
1° hetzij een kunstmatige inseminatie,
2° hetzij een van de in vitro fertilisatietechnieken, dit wil zeggen technieken waarbij op een gegeven ogenblik een eicel en/of een embryo worden behandeld;
b) embryo : cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens;
c) embryo in vitro : een embryo dat zich buiten het vrouwelijk lichaam bevindt;
d) overtallig embryo : embryo dat is aangemaakt in het kader van een medisch begeleide voortplanting, maar dat niet bij een vrouw werd ingeplant;
e) bewaring door invriezing : invriezing van gameten, overtallige embryo's, gonaden en fragmenten van gonaden;
f) wensouder : elke persoon die heeft besloten om ouder te worden door middel van medisch begeleide voortplanting, ongeacht of dit met zijn eigen gameten of embryo's gebeurt of niet;
g) fertiliteitscentrum : zorgprogramma voor reproductieve geneeskunde in de zin van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's " reproductieve geneeskunde " moeten voldoen om erkend te worden;
h) onderzoek op overtallige embryo's : gebruik van overtallige embryo's voor onderzoek in de zin en volgens de criteria van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, en dat ertoe strekt kennis te verwerven die specifiek is voor de uitoefening van de geneeskunst als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst;
i) embryodonor : persoon die bij overeenkomst ten kosteloze titel, gesloten met een centrum voor in vitro fertilisatie overtallige embryo's afstaat opdat deze anoniem kunnen worden gebruikt voor medisch begeleide voortplanting bij ontvangers van embryo's zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen het ongeboren kind en de donor;
j) ontvanger van een embryo : persoon die schriftelijk heeft aanvaard om in het kader van medisch begeleide voortplanting overtallige embryo's te ontvangen zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen de donor van het embryo en het ongeboren kind;
k) gameten : voortplantingscellen die op basis van het geslacht worden opgedeeld in vrouwelijke gameten (eicellen) en mannelijke gameten (spermatozoïden) en waarvan de versmelting een embryo vormt;
l) overtallige gameten : gameten die zijn weggenomen in het kader van medisch begeleide voortplanting maar die daarvoor niet onmiddellijk zijn gebruikt;
m) onderzoek op gameten of gonaden : gebruik van gameten, gonaden of fragmenten van gonaden voor onderzoek;
n) gonade : orgaan dat de voortplantingscellen produceert, te weten de eierstokken bij de vrouw en de teelballen bij de man;
o) persoon bij wie een afname wordt verricht : persoon bij wie gameten worden weggenomen teneinde deze te gebruiken in het kader van een wetenschappelijk onderzoeksprotocol;
p) donor van gameten : persoon die bij overeenkomst ten kosteloze titel, gesloten met een centrum voor in vitro fertilisatie gameten afstaat opdat ze in het kader van medisch begeleide voortplanting worden gebruikt bij ontvangers van gameten zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen het ongeboren kind en de donor;
q) ontvanger van gameten : persoon die schriftelijk heeft aanvaard om in het kader van medisch begeleide voortplanting gameten te ontvangen zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen de donor van de gameten en het ongeboren kind;
r) post mortem implantatie : techniek die de medisch begeleide bevruchting van een vrouw mogelijk maakt door middel van de implantatie van de door invriezing bewaarde overtallige embryo's die haar partner haar bij overeenkomst ter beschikking heeft gesteld vóór zijn overlijden;
s) post mortem inseminatie : techniek die de medisch begeleide bevruchting van een vrouw mogelijk maakt met de door invriezing bewaarde gameten die haar partner haar bij overeenkomst ter beschikking heeft gesteld vóór zijn overlijden;
t) genetische pre-implantatiediagnostiek : techniek die erin bestaat om in het kader van een in vitro fertilisatie één of meerdere genetische kenmerken van de embryo's in vitro te analyseren om inlichtingen te verzamelen die worden gebruikt om uit te maken welke embryo's worden ingeplant;
u) centrum voor menselijke erfelijkheid : centrum in de zin van het koninklijk besluit van 14 december 1987 houdende vaststelling van de normen waaraan de centra voor menselijke erfelijkheid moeten voldoen om erkend te worden.
v) matching : techniek die erin bestaat gameten en overtallige embryo's zo te kiezen dat er geen al te grote lichamelijke verschillen bestaan tussen de donor(en) en de ontvanger(s).
Art.2. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
a) procréation médicalement assistée : ensemble de modalités et conditions d'application des nouvelles techniques médicales d'assistance à la reproduction dans lesquelles est réalisée :
1° soit une insémination artificielle,
2° soit une des techniques de fécondation in vitro, c'est-à-dire des techniques dans lesquelles il est, à un moment du processus, donné accès à l'ovocyte et/ou à l'embryon;
b) embryon : cellule ou ensemble organique de cellules susceptibles, en se développant, de donner un être humain;
c) embryon in vitro : un embryon qui se situe hors du corps féminin;
d) embryon surnuméraire : embryon qui a été constitué dans le cadre de la procréation médicalement assistée mais qui n'a pas été implanté chez la femme;
e) cryoconservation : congélation des gamètes, des embryons surnuméraires, des gonades et fragments de gonades;
f) auteur du projet parental : toute personne ayant pris la décision de devenir parent par le biais d'une procréation médicalement assistée, qu'elle soit effectuée ou non au départ de ses propres gamètes ou embryons;
g) centres de fécondation : programmes de soins de médecine reproductive au sens de l'arrêté royal du 15 février 1999 fixant les normes auxquelles les programmes de soins " médecine de la reproduction " doivent répondre pour être agréés;
h) recherche sur les embryons surnuméraires : affectation des embryons surnuméraires à la recherche au sens et selon les conditions de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, et qui a pour objectif le développement des connaissances propres à l'exercice des professions de soins de santé telles que visées à l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967, relatif à l'exercice des professions de soins de santé;
i) donneur d'embryon : personne cédant par convention à titre gratuit, conclue avec un centre de fécondation in vitro, des embryons surnuméraires, afin qu'ils puissent être utilisés anonymement au cours d'une procréation médicalement assistée chez des receveurs d'embryons, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre l'enfant à naître et le donneur;
j) receveur d'embryon : personne ayant accepté, par écrit, de recevoir des embryons surnuméraires dans le cadre d'une procréation médicalement assistée, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre le donneur d'embryon et l'enfant à naître;
k) gamètes : cellules reproductrices sexuées différenciées en gamètes femelles (ovule) et mâles (spermatozoïde) et dont la fusion formera l'embryon;
l) gamètes surnuméraires : gamètes qui ont été prélevés dans le cadre de la procréation médicalement assistée mais qui n'ont pas été immédiatement utilisés pour une procréation médicalement assistée;
m) recherche sur les gamètes ou les gonades : affectation des gamètes, gonades et fragments de gonades à la recherche;
n) gonade : organe produisant les cellules de la reproduction, à savoir les ovaires chez la femme et les testicules chez l'homme;
o) personne prélevée : personne qui fera l'objet d'un prélèvement de gamètes en vue d'intégrer ces gamètes à un protocole de recherche scientifique;
p) donneur de gamètes : personne cédant par convention à titre gratuit, conclue avec un centre de fécondation in vitro, des gamètes pour qu'ils soient utilisées au cours d'une procréation médicalement assistée chez des receveurs de gamètes, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre l'enfant à naître et le donneur;
q) receveur de gamètes : personne ayant accepté, par écrit, de recevoir des gamètes dans le cadre d'une procréation médicalement assistée, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre le donneur de gamètes et l'enfant à naître;
r) implantation post mortem : technique permettant la fécondation médicalement assistée d'une femme à partir de l'implantation d'embryons surnuméraires cryoconservés que son partenaire a conventionnellement mis à sa disposition par convention avant de décéder;
s) insémination post mortem : technique permettant la fécondation médicalement assistée d'une femme à partir de gamètes cryoconservés que son partenaire a mis à disposition par convention avant de décéder;
t) diagnostic génétique préimplantatoire : technique consistant, dans le cadre d'une fécondation in vitro, à analyser une ou des caractéristiques génétiques d'embryons in vitro afin de recueillir des informations qui vont être utilisées pour choisir les embryons qui seront implantés.
u) centre de génétique humaine : centre au sens de l'arrêté royal du 14 décembre 1987 fixant les normes auxquelles les centres de génétique humaine doivent répondre pour être agréés.
v) appariement : technique qui consiste dans le choix des gamètes et des embryons surnuméraires à éviter une trop grande dissemblance physique entre donneur(s) et receveur(s).
a) procréation médicalement assistée : ensemble de modalités et conditions d'application des nouvelles techniques médicales d'assistance à la reproduction dans lesquelles est réalisée :
1° soit une insémination artificielle,
2° soit une des techniques de fécondation in vitro, c'est-à-dire des techniques dans lesquelles il est, à un moment du processus, donné accès à l'ovocyte et/ou à l'embryon;
b) embryon : cellule ou ensemble organique de cellules susceptibles, en se développant, de donner un être humain;
c) embryon in vitro : un embryon qui se situe hors du corps féminin;
d) embryon surnuméraire : embryon qui a été constitué dans le cadre de la procréation médicalement assistée mais qui n'a pas été implanté chez la femme;
e) cryoconservation : congélation des gamètes, des embryons surnuméraires, des gonades et fragments de gonades;
f) auteur du projet parental : toute personne ayant pris la décision de devenir parent par le biais d'une procréation médicalement assistée, qu'elle soit effectuée ou non au départ de ses propres gamètes ou embryons;
g) centres de fécondation : programmes de soins de médecine reproductive au sens de l'arrêté royal du 15 février 1999 fixant les normes auxquelles les programmes de soins " médecine de la reproduction " doivent répondre pour être agréés;
h) recherche sur les embryons surnuméraires : affectation des embryons surnuméraires à la recherche au sens et selon les conditions de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, et qui a pour objectif le développement des connaissances propres à l'exercice des professions de soins de santé telles que visées à l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967, relatif à l'exercice des professions de soins de santé;
i) donneur d'embryon : personne cédant par convention à titre gratuit, conclue avec un centre de fécondation in vitro, des embryons surnuméraires, afin qu'ils puissent être utilisés anonymement au cours d'une procréation médicalement assistée chez des receveurs d'embryons, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre l'enfant à naître et le donneur;
j) receveur d'embryon : personne ayant accepté, par écrit, de recevoir des embryons surnuméraires dans le cadre d'une procréation médicalement assistée, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre le donneur d'embryon et l'enfant à naître;
k) gamètes : cellules reproductrices sexuées différenciées en gamètes femelles (ovule) et mâles (spermatozoïde) et dont la fusion formera l'embryon;
l) gamètes surnuméraires : gamètes qui ont été prélevés dans le cadre de la procréation médicalement assistée mais qui n'ont pas été immédiatement utilisés pour une procréation médicalement assistée;
m) recherche sur les gamètes ou les gonades : affectation des gamètes, gonades et fragments de gonades à la recherche;
n) gonade : organe produisant les cellules de la reproduction, à savoir les ovaires chez la femme et les testicules chez l'homme;
o) personne prélevée : personne qui fera l'objet d'un prélèvement de gamètes en vue d'intégrer ces gamètes à un protocole de recherche scientifique;
p) donneur de gamètes : personne cédant par convention à titre gratuit, conclue avec un centre de fécondation in vitro, des gamètes pour qu'ils soient utilisées au cours d'une procréation médicalement assistée chez des receveurs de gamètes, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre l'enfant à naître et le donneur;
q) receveur de gamètes : personne ayant accepté, par écrit, de recevoir des gamètes dans le cadre d'une procréation médicalement assistée, sans qu'aucun lien de filiation ne puisse être établi entre le donneur de gamètes et l'enfant à naître;
r) implantation post mortem : technique permettant la fécondation médicalement assistée d'une femme à partir de l'implantation d'embryons surnuméraires cryoconservés que son partenaire a conventionnellement mis à sa disposition par convention avant de décéder;
s) insémination post mortem : technique permettant la fécondation médicalement assistée d'une femme à partir de gamètes cryoconservés que son partenaire a mis à disposition par convention avant de décéder;
t) diagnostic génétique préimplantatoire : technique consistant, dans le cadre d'une fécondation in vitro, à analyser une ou des caractéristiques génétiques d'embryons in vitro afin de recueillir des informations qui vont être utilisées pour choisir les embryons qui seront implantés.
u) centre de génétique humaine : centre au sens de l'arrêté royal du 14 décembre 1987 fixant les normes auxquelles les centres de génétique humaine doivent répondre pour être agréés.
v) appariement : technique qui consiste dans le choix des gamètes et des embryons surnuméraires à éviter une trop grande dissemblance physique entre donneur(s) et receveur(s).
TITEL III. - Medisch begeleide voortplanting.
TITRE III. - La procréation médicalement assistée.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
Art.3. Onverminderd het koninklijk besluit van 15 februari 1999 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's " reproductieve geneeskunde " moeten voldoen om erkend te worden, kunnen in vitro fertilisatie en bewaring door invriezing van embryo's, gameten, gonaden en fragmenten van gonaden enkel worden uitgevoerd in fertiliteitscentra.
(Tweede lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 42, 002; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
(Derde lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 42, 002; Inwerkingtreding : 01-12-2009 ((zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
(Tweede lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 42, 002; Inwerkingtreding : 01-12-2009 (zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
(Derde lid opgeheven) <W 2008-12-19/44, art. 42, 002; Inwerkingtreding : 01-12-2009 ((zie KB 2009-09-28/06, art. 14)>
Art.3. Sans préjudice de l'application de l'arrêté royal du 15 février 1999 fixant les normes auxquelles les programmes de soins " médecine de la reproduction " doivent répondre pour être agréés, les activités de fécondation in vitro et de cryoconservation d'embryons, de gamètes, de gonades et fragments de gonades ne peuvent être réalisées que dans les centres de fécondation.
(Alinéa 2 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 42, 002; En vigueur : 01-12-2009 (voir AR 2009-09-28/06, art. 14)>
(Alinéa 3 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 42, 002; En vigueur : 01-12-2009 (voir AR 2009-09-28/06, art. 14)>
(Alinéa 2 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 42, 002; En vigueur : 01-12-2009 (voir AR 2009-09-28/06, art. 14)>
(Alinéa 3 abrogé) <L 2008-12-19/44, art. 42, 002; En vigueur : 01-12-2009 (voir AR 2009-09-28/06, art. 14)>
Art.4. Gameten mogen worden weggenomen bij meerderjarige vrouwen van [1 tot op de dag die aan hun 46e verjaardag voorafgaat]1.
Een verzoek om implantatie van embryo's of inseminatie met gameten kan worden ingediend door meerderjarige vrouwen van [1 tot op de dag die aan hun 46e verjaardag voorafgaat]1.
De implantatie van embryo's of de inseminatie met gameten kunnen [2 worden uitgevoerd bij meerderjarige vrouwen tot op de dag die aan hun 48ste verjaardag voorafgaat]2.
In afwijking van het eerste lid kan het wegnemen met het oog op bewaring door invriezing van gameten, van overtallige embryo's, van gonaden of fragmenten van gonaden bij een minderjarige worden uitgevoerd wanneer daar een medische reden voor bestaat.
Een verzoek om implantatie van embryo's of inseminatie met gameten kan worden ingediend door meerderjarige vrouwen van [1 tot op de dag die aan hun 46e verjaardag voorafgaat]1.
De implantatie van embryo's of de inseminatie met gameten kunnen [2 worden uitgevoerd bij meerderjarige vrouwen tot op de dag die aan hun 48ste verjaardag voorafgaat]2.
In afwijking van het eerste lid kan het wegnemen met het oog op bewaring door invriezing van gameten, van overtallige embryo's, van gonaden of fragmenten van gonaden bij een minderjarige worden uitgevoerd wanneer daar een medische reden voor bestaat.
Art.4. Le prélèvement de gamètes est ouvert aux femmes majeures [1 jusqu'au jour qui précède leur 46ième anniversaire]1.
La demande d'implantation d'embryons ou d'insémination de gamètes est ouverte aux femmes majeures [1 jusqu'au jour qui précède leur 46ième anniversaire]1.
L'implantation d'embryons ou l'insémination de gamètes [2 peut être effectuée chez les femmes majeures jusqu'au jour qui précède leur 48ième anniversaire]2.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le prélèvement pour cryoconservation de gamètes, d'embryons surnuméraires, de gonades ou fragments de gonades peut être effectué, sur indication médicale, chez un mineur.
La demande d'implantation d'embryons ou d'insémination de gamètes est ouverte aux femmes majeures [1 jusqu'au jour qui précède leur 46ième anniversaire]1.
L'implantation d'embryons ou l'insémination de gamètes [2 peut être effectuée chez les femmes majeures jusqu'au jour qui précède leur 48ième anniversaire]2.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le prélèvement pour cryoconservation de gamètes, d'embryons surnuméraires, de gonades ou fragments de gonades peut être effectué, sur indication médicale, chez un mineur.
Art.5. De fertiliteitscentra zorgen voor grote transparantie van hun opties in verband met de toegankelijkheid van de behandeling; ze kunnen ten aanzien van de tot hen gerichte verzoeken een beroep doen op de gewetensclausule.
De fertiliteitscentra brengen de verzoeker(s) binnen een maand na de beslissing van de geraadpleegde arts op de hoogte van hun weigering om in te gaan op het verzoek.
Deze weigering gebeurt schriftelijk en bevat verplicht :
1° hetzij de medische redenen voor de weigering;
2° hetzij een verwijzing naar de gewetensclausule waarvan sprake is in het eerste lid van dit artikel;
3° wanneer de verzoeker of de verzoekers dat wensen, het adres van een ander fertiliteitscentrum waartoe zij zich kunnen wenden.
De fertiliteitscentra brengen de verzoeker(s) binnen een maand na de beslissing van de geraadpleegde arts op de hoogte van hun weigering om in te gaan op het verzoek.
Deze weigering gebeurt schriftelijk en bevat verplicht :
1° hetzij de medische redenen voor de weigering;
2° hetzij een verwijzing naar de gewetensclausule waarvan sprake is in het eerste lid van dit artikel;
3° wanneer de verzoeker of de verzoekers dat wensen, het adres van een ander fertiliteitscentrum waartoe zij zich kunnen wenden.
Art.5. Les centres de fécondation font preuve de la plus grande transparence quant à leurs options en ce qui concerne l'accessibilité au traitement; ils ont la liberté d'invoquer la clause de conscience à l'égard des demandes qui leur sont adressées.
Les centres de fécondation doivent avertir le ou les demandeurs de leur refus de donner suite à la demande, et ce dans le mois qui suit la décision du médecin consulté.
Ce refus est formulé par écrit et indique obligatoirement :
1° soit les raisons médicales du refus;
2° soit l'invocation de la clause de conscience prévue à l'alinéa 1er du présent article;
3° dans le cas où le ou les demandeurs en ont exprimé le souhait, les coordonnées d'un autre centre de fécondation auquel ils peuvent s'adresser.
Les centres de fécondation doivent avertir le ou les demandeurs de leur refus de donner suite à la demande, et ce dans le mois qui suit la décision du médecin consulté.
Ce refus est formulé par écrit et indique obligatoirement :
1° soit les raisons médicales du refus;
2° soit l'invocation de la clause de conscience prévue à l'alinéa 1er du présent article;
3° dans le cas où le ou les demandeurs en ont exprimé le souhait, les coordonnées d'un autre centre de fécondation auquel ils peuvent s'adresser.
HOOFDSTUK II. - Procedure.
CHAPITRE II. - Procédure.
Afdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Section Ire. - Information préalable.
Art.6. Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum besluit in te gaan op het verzoek om medisch begeleide voortplanting, gaat het in de gevallen waarin zulks aangewezen is vóór de ondertekening van de in artikel 7 bedoelde overeenkomst na of de oorzaken van de steriliteit, de onvruchtbaarheid of de subfertiliteit bij de verzoekster of bij de verzoekers werden vastgesteld en behandeld overeenkomstig de stand van de wetenschap en de gebruiken van het beroep.
Nadat deze controle is uitgevoerd, moet het fertiliteitscentrum eveneens verplicht :
1° de betrokken partijen eerlijke informatie verstrekken over de medisch begeleide voortplanting;
2° de betrokken partijen psychologische begeleiding bieden voor en tijdens het medisch begeleide voortplantingsproces.
Nadat deze controle is uitgevoerd, moet het fertiliteitscentrum eveneens verplicht :
1° de betrokken partijen eerlijke informatie verstrekken over de medisch begeleide voortplanting;
2° de betrokken partijen psychologische begeleiding bieden voor en tijdens het medisch begeleide voortplantingsproces.
Art.6. Si le centre de fécondation consulté décide de donner suite à la demande de procréation médicalement assistée, il vérifie pour les cas où cela s'indique, préalablement à la signature de la convention visée à l'article 7, que les causes de la stérilité, de l'infertilité ou de l'hypofertilité de la demandeuse ou du couple demandeur ont été déterminées et traitées conformément aux données acquises de la science et aux usages de la profession.
Cette vérification effectuée, le centre de fécondation consulté doit obligatoirement :
1° fournir aux parties intéressées une information loyale sur la procréation médicalement assistée;
2° fournir aux parties intéressées un accompagnement psychologique avant et au cours du processus de procréation médicalement assistée.
Cette vérification effectuée, le centre de fécondation consulté doit obligatoirement :
1° fournir aux parties intéressées une information loyale sur la procréation médicalement assistée;
2° fournir aux parties intéressées un accompagnement psychologique avant et au cours du processus de procréation médicalement assistée.
Afdeling 2. - Overeenkomst
Section 2. - Convention.
Art.7. Voordat wordt overgegaan tot enige medische stap die verband houdt met medisch begeleide voortplanting, stellen de wensouder(s) en het geraadpleegde fertiliteitscentrum een overeenkomst op.
De overeenkomst vermeldt de identiteit, de leeftijd en het adres van de wensouder(s) en de gegevens van het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, wordt de overeenkomst ondertekend door beide wensouders.
De overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren, waarbij het ene bestemd is voor het fertiliteitscentrum, het andere voor de wensouder(s).
De overeenkomst vermeldt de identiteit, de leeftijd en het adres van de wensouder(s) en de gegevens van het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, wordt de overeenkomst ondertekend door beide wensouders.
De overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren, waarbij het ene bestemd is voor het fertiliteitscentrum, het andere voor de wensouder(s).
Art.7. Préalablement à toute démarche médicale relative à la procréation médicalement assistée, le ou les auteurs du projet parental et le centre de fécondation consulté établissent une convention.
La convention mentionne les informations relatives à l'identité, l'âge et l'adresse du ou des auteurs du projet parental et les coordonnées du centre de fécondation consulté.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, la convention est signée par les deux auteurs du projet parental.
La convention est rédigée en deux exemplaires, l'un destiné au centre de fécondation, l'autre à l'auteur ou aux auteurs du projet parental.
La convention mentionne les informations relatives à l'identité, l'âge et l'adresse du ou des auteurs du projet parental et les coordonnées du centre de fécondation consulté.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, la convention est signée par les deux auteurs du projet parental.
La convention est rédigée en deux exemplaires, l'un destiné au centre de fécondation, l'autre à l'auteur ou aux auteurs du projet parental.
Afdeling 3. - Wijziging van de oorspronkelijke overeenkomst.
Section 3. - Modifications de la convention initiale.
Art.8. De instructies van de wensouder(s) kunnen worden gewijzigd totdat de laatste instructie is uitgevoerd, tenzij intussen de termijn voor de bewaring van gameten of overtallige embryo's verstreken is.
Deze wijzigingen worden opgenomen in een schriftelijk document, ondertekend door alle partijen die de overeenkomst bedoeld in artikel 7 ondertekenen.
Wanneer het om een paar gaat, worden deze wijzigingen met onderling akkoord aangebracht en wordt het in het tweede lid bedoelde document ondertekend door beide wensouders.
Deze wijzigingen worden opgenomen in een schriftelijk document, ondertekend door alle partijen die de overeenkomst bedoeld in artikel 7 ondertekenen.
Wanneer het om een paar gaat, worden deze wijzigingen met onderling akkoord aangebracht en wordt het in het tweede lid bedoelde document ondertekend door beide wensouders.
Art.8. Les instructions du ou des auteurs du projet parental peuvent être modifiées jusqu'à l'accomplissement de la dernière instruction donnée, sous réserve de l'expiration du délai de conservation des gamètes ou des embryons surnuméraires.
Ces modifications font l'objet d'un document écrit, signé par toutes les parties signataires à la convention visée à l'article 7.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, ces modifications doivent être faites de commun accord et le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
Ces modifications font l'objet d'un document écrit, signé par toutes les parties signataires à la convention visée à l'article 7.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, ces modifications doivent être faites de commun accord et le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
TITEL IV. - Overtallige embryo's.
TITRE IV. - Les embryons surnuméraires.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
Art.9. Behoudens om medische redenen mag er niet worden overgegaan tot nieuwe afnames van gameten om andere embryo's aan te maken zolang de wensouder(s) nog beschikken over overtallige embryo's die zijn ingevroren met het oog op een latere kinderwens, voor zover deze voldoen aan de vereiste gezondheidsnormen.
[1 Wanneer de in het eerste lid vermelde wensouders beiden van het vrouwelijk geslacht zijn, kan er, in afwijking van het eerste lid, worden overgegaan tot nieuwe wegnames van gameten om nieuwe embryo's aan te maken, indien de wegnames verricht worden bij de wensouder, in het kader van de in artikel 7 bedoelde overeenkomst:
1° van wie nog geen gameten werden afgenomen; of
2° van wie er geen enkele embryo, aangemaakt op basis van een vroegere wegname van haar eigen gameten, voldoet aan de vereiste gezondheidsnormen of indien dit om medische redenen verantwoord is.]1
Het geraadpleegde fertiliteitscentrum beoordeelt de gezondheid van de overtallige embryo's.
[1 Wanneer de in het eerste lid vermelde wensouders beiden van het vrouwelijk geslacht zijn, kan er, in afwijking van het eerste lid, worden overgegaan tot nieuwe wegnames van gameten om nieuwe embryo's aan te maken, indien de wegnames verricht worden bij de wensouder, in het kader van de in artikel 7 bedoelde overeenkomst:
1° van wie nog geen gameten werden afgenomen; of
2° van wie er geen enkele embryo, aangemaakt op basis van een vroegere wegname van haar eigen gameten, voldoet aan de vereiste gezondheidsnormen of indien dit om medische redenen verantwoord is.]1
Het geraadpleegde fertiliteitscentrum beoordeelt de gezondheid van de overtallige embryo's.
Art.9. Sous réserve d'une indication médicale, il ne pourra être procédé à de nouveaux prélèvements de gamètes pour constituer d'autres embryons tant que le ou les auteurs du projet parental disposent encore d'embryons surnuméraires cryoconservés, pour autant que ceux-ci satisfassent aux normes sanitaires requises.
[1 Quand les auteurs du projet parental visés à l'alinéa 1er sont tous deux de sexe féminin, il peut être procédé, par dérogation à l'alinéa 1er, à de nouveaux prélèvements de gamètes afin de constituer de nouveaux embryons si les prélèvements sont effectués chez l'auteur du projet parental, dans le cadre de la convention visée à l'article 7:
1° auprès duquel aucun gamète n'a encore été prélevé; ou
2° dont plus aucun embryon constitué sur la base d'un prélèvement antérieur de ses propres gamètes ne satisfait aux normes sanitaires requises ou si cela se justifie par des raisons médicales.]1
L'appréciation de la sécurité sanitaire des embryons surnuméraires est effectuée par le centre de fécondation consulté.
[1 Quand les auteurs du projet parental visés à l'alinéa 1er sont tous deux de sexe féminin, il peut être procédé, par dérogation à l'alinéa 1er, à de nouveaux prélèvements de gamètes afin de constituer de nouveaux embryons si les prélèvements sont effectués chez l'auteur du projet parental, dans le cadre de la convention visée à l'article 7:
1° auprès duquel aucun gamète n'a encore été prélevé; ou
2° dont plus aucun embryon constitué sur la base d'un prélèvement antérieur de ses propres gamètes ne satisfait aux normes sanitaires requises ou si cela se justifie par des raisons médicales.]1
L'appréciation de la sécurité sanitaire des embryons surnuméraires est effectuée par le centre de fécondation consulté.
Änderungen
Art.10. De overtallige embryo's kunnen worden bewaard door invriezing met het oog op de invulling van een bestaande kinderwens of een latere kinderwens.
Als de embryo's niet worden bewaard door invriezing voor de in het eerste lid bepaalde doeleinden of als de in de artikelen 17 en 18 van deze wet bepaalde termijn voor de bewaring door invriezing verstreken is, kunnen de overtallige embryo's :
- worden geïntegreerd in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro,
- worden vernietigd,
- worden opgenomen in een programma voor embryodonatie.
Als de embryo's niet worden bewaard door invriezing voor de in het eerste lid bepaalde doeleinden of als de in de artikelen 17 en 18 van deze wet bepaalde termijn voor de bewaring door invriezing verstreken is, kunnen de overtallige embryo's :
- worden geïntegreerd in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro,
- worden vernietigd,
- worden opgenomen in een programma voor embryodonatie.
Art.10. Les embryons surnuméraires peuvent être cryoconservés en vue de la réalisation du projet parental ou d'un projet parental ultérieur.
Dans le cas où la cryoconservation n'a pas été effectuée aux fins prévues à l'alinéa 1er ou à l'expiration du délai de cryoconservation prévu par les articles 17 et 18 de la présente loi, les embryons surnuméraires peuvent :
- être intégrés dans un protocole de recherche scientifique conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro,
- être détruits,
- être affectés à un programme de don d'embryon.
Dans le cas où la cryoconservation n'a pas été effectuée aux fins prévues à l'alinéa 1er ou à l'expiration du délai de cryoconservation prévu par les articles 17 et 18 de la présente loi, les embryons surnuméraires peuvent :
- être intégrés dans un protocole de recherche scientifique conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro,
- être détruits,
- être affectés à un programme de don d'embryon.
Art.11. De overtallige embryo's mogen in geen geval een andere bestemming krijgen dan bepaald in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 van deze wet.
Art.11. Les embryons surnuméraires ne peuvent en aucun cas faire l'objet d'une affectation différente de celle stipulée dans la convention visée aux articles 7 et 13 de la présente loi.
HOOFDSTUK II. - Bewaring door invriezing van overtallige embryo's met het oog op de invulling van een bestaande of een latere kinderwens.
CHAPITRE II. - Cryoconservation des embryons surnuméraires en vue de la réalisation d'un projet parental ou d'un projet parental ultérieur.
Afdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Section Ire. - Information préalable.
Art.12. Indien het geraadpleegde fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het verzoek tot medisch begeleide voortplanting door middel van inplanting van embryo's in vitro, moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 van deze wet wordt ondertekend :
1° de verplichting inzake algemene informatie en psychologische begeleiding in acht nemen die artikel 6 van deze wet oplegt;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige embryo's, als bepaald in de artikelen 17 en 18 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige embryo's bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuw inplanting van overtallige embryo's die op verzoek van twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, zorgt het geraadpleegde fertiliteitscentrum vóór enige geneeskundige handeling plaatsvindt, voor de werkelijke instemming van beiden met die nieuwe inplanting
1° de verplichting inzake algemene informatie en psychologische begeleiding in acht nemen die artikel 6 van deze wet oplegt;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige embryo's, als bepaald in de artikelen 17 en 18 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige embryo's bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuw inplanting van overtallige embryo's die op verzoek van twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, zorgt het geraadpleegde fertiliteitscentrum vóór enige geneeskundige handeling plaatsvindt, voor de werkelijke instemming van beiden met die nieuwe inplanting
Art.12. Si le centre de fécondation consulté décide de donner suite à la demande de procréation médicalement assistée en procédant à une implantation d'embryons in vitro, il doit obligatoirement, et préalablement à la signature de la convention prévue aux articles 7 et 13 de la présente loi :
1° respecter l'obligation d'information générale et d'accompagnement psychologique imposée par l'article 6 de la présente loi;
2° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les conditions et le délai de conservation de leurs embryons surnuméraires, tel que prévu aux articles 17 et 18 de la présente loi;
3° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les affectations possibles des embryons surnuméraires à l'expiration dudit délai.
S'il s'agit d'une nouvelle implantation d'embryons surnuméraires cryoconservés à la demande d'un couple d'auteurs en vue d'un projet parental ultérieur, le centre de fécondation consulté s'assure, préalablement à toute démarche médicale, du consentement effectif des deux auteurs à cette nouvelle implantation.
1° respecter l'obligation d'information générale et d'accompagnement psychologique imposée par l'article 6 de la présente loi;
2° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les conditions et le délai de conservation de leurs embryons surnuméraires, tel que prévu aux articles 17 et 18 de la présente loi;
3° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les affectations possibles des embryons surnuméraires à l'expiration dudit délai.
S'il s'agit d'une nouvelle implantation d'embryons surnuméraires cryoconservés à la demande d'un couple d'auteurs en vue d'un projet parental ultérieur, le centre de fécondation consulté s'assure, préalablement à toute démarche médicale, du consentement effectif des deux auteurs à cette nouvelle implantation.
Afdeling 2. - Overeenkomst.
Section 2. - Convention.
Art.13. Voor enige inplanting van embryo's plaatsvindt, stellen het geraadpleegde fertiliteitscentrum en de wensouder(s) de overeenkomst op bedoeld in artikel 7 van deze wet.
Naast de vermeldingen bepaald in artikel 7, tweede lid, moet de overeenkomst voorzien in :
1° de bestemming van de overtallige embryo's bij scheiding, echtscheiding, wanneer een van de wensouders definitief niet meer in staat is beslissingen te nemen of wanneer de wensouders een onoplosbaar meningsverschil hebben;
2° de bestemming van de overtallige embryo's wanneer een van de wensouders overlijdt;
3° de bestemming van de overtallige embryo's na het verstrijken van de termijn voor de bewaring ervan, zoals bepaald in de artikelen 17 en 18 van deze wet.
Wanneer het om een paar gaat, moet de overeenkomst worden ondertekend door beide wensouders.
Naast de vermeldingen bepaald in artikel 7, tweede lid, moet de overeenkomst voorzien in :
1° de bestemming van de overtallige embryo's bij scheiding, echtscheiding, wanneer een van de wensouders definitief niet meer in staat is beslissingen te nemen of wanneer de wensouders een onoplosbaar meningsverschil hebben;
2° de bestemming van de overtallige embryo's wanneer een van de wensouders overlijdt;
3° de bestemming van de overtallige embryo's na het verstrijken van de termijn voor de bewaring ervan, zoals bepaald in de artikelen 17 en 18 van deze wet.
Wanneer het om een paar gaat, moet de overeenkomst worden ondertekend door beide wensouders.
Art.13. Préalablement à toute implantation d'embryons, le centre de fécondation consulté et le ou les auteurs du projet parental établissent la convention prévue à l'article 7 de la présente loi
Outre les mentions prévues par l'article 7, alinéa 2, la convention prévoit nécessairement :
1° l'affectation des embryons surnuméraires cryoconservés en cas de séparation, de divorce, d'incapacité permanente de décision d'un des auteurs du projet parental ou de divergence d'opinion insoluble entre lesdits auteurs du projet parental;
2° l'affectation des embryons surnuméraires en cas de décès d'un des auteurs du projet parental;
3° l'affectation des embryons surnuméraires à l'échéance de leur délai de conservation, tel que prévu aux articles 17 et 18 de la présente loi.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, cette convention doit être signée par les deux auteurs du projet parental.
Outre les mentions prévues par l'article 7, alinéa 2, la convention prévoit nécessairement :
1° l'affectation des embryons surnuméraires cryoconservés en cas de séparation, de divorce, d'incapacité permanente de décision d'un des auteurs du projet parental ou de divergence d'opinion insoluble entre lesdits auteurs du projet parental;
2° l'affectation des embryons surnuméraires en cas de décès d'un des auteurs du projet parental;
3° l'affectation des embryons surnuméraires à l'échéance de leur délai de conservation, tel que prévu aux articles 17 et 18 de la présente loi.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, cette convention doit être signée par les deux auteurs du projet parental.
Afdeling 3. - Wijzigingen van de oorspronkelijke overeenkomst.
Section 3. - Modifications de la convention initiale.
Art.14. De instructies die in de in de artikelen 7 en 13 van deze wet bepaalde overeenkomst zijn opgenomen, kunnen worden gewijzigd, overeenkomstig de in artikel 8 van deze wet vastgestelde regels.
Ingeval de wensouders het na de ondertekening van de overeenkomst niet eens kunnen worden over de bestemming van de overtallige embryo's, houdt het geraadpleegde fertiliteitscentrum rekening met de laatste instructie van de wensouders waarover zij het wel eens waren.
Ingeval de wensouders het na de ondertekening van de overeenkomst niet eens kunnen worden over de bestemming van de overtallige embryo's, houdt het geraadpleegde fertiliteitscentrum rekening met de laatste instructie van de wensouders waarover zij het wel eens waren.
Art.14. Les instructions reprises dans la convention prévue aux articles 7 et 13 de la présente loi peuvent être modifiées, dans le respect des règles énoncées à l'article 8 de la présente loi.
Dans l'hypothèse où, postérieurement à la signature de la convention, les auteurs du projet parental ne parviennent pas à trouver un accord sur l'affectation des embryons surnuméraires, le centre de fécondation consulté tiendra compte de la dernière instruction donnée de commun accord par les deux auteurs du projet parental.
Dans l'hypothèse où, postérieurement à la signature de la convention, les auteurs du projet parental ne parviennent pas à trouver un accord sur l'affectation des embryons surnuméraires, le centre de fécondation consulté tiendra compte de la dernière instruction donnée de commun accord par les deux auteurs du projet parental.
Afdeling 4. - Post mortem implantatie van overtallige embryo's.
Section 4. - Implantation post mortem d'embryons surnuméraires.
Art.15. Wanneer de wensouders de overtallige embryo's door invriezing hebben laten bewaren met het oog op de latere invulling van een kinderwens en zij dit uitdrukkelijk hebben vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 van deze wet, is post mortem implantatie van overtallige embryo's geoorloofd.
Art.15. Dans l'hypothèse où les auteurs du projet parental avaient cryoconservé des embryons surnuméraires en vue d'un projet parental ultérieur et pour autant qu'ils l'aient expressément prévu dans la convention visée aux articles 7 et 13 de la présente loi, l'implantation post mortem d'embryons surnuméraires est possible.
Art.16. Post mortem implantatie mag ten vroegste geschieden zes maanden na het overlijden van de wensouder en ten laatste [1 vijf]1 jaar na dat overlijden. [1 De termijn bedoeld in dit lid kan de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid niet verlengen en neemt in ieder geval een einde op het moment dat de termijn vervat in artikel 17, eerste lid afloopt. Indien de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, werd ingekort met toepassing van artikel 17, tweede lid, of verlengd werd met toepassing van artikel 18, § 1, kan de termijn bedoeld in de eerste zin de ingekorte of verlengde termijn niet verlengen en neemt hij in ieder geval een einde op het moment dat de termijn vervat in artikel 17, tweede lid, respectievelijk 18, § 1, afloopt.]1
Iedere bepaling van een overeenkomst die strijdig is met het eerste lid van dit artikel is van rechtswege nietig.
Iedere bepaling van een overeenkomst die strijdig is met het eerste lid van dit artikel is van rechtswege nietig.
Art.16. Il ne pourra être procédé à l'implantation post mortem qu'au terme d'un délai de six mois prenant cours au décès de l'auteur du projet parental et, au plus tard, dans les [1 cinq]1 ans qui suivent le décès dudit auteur. [1 Le délai visé au présent alinéa ne peut pas prolonger le délai visé à l'article 17, alinéa 1er, et prend fin en tout cas à l'expiration du délai visé à l'article 17, alinéa 1er. Si le délai visé à l'article 17, alinéa 1er, a été raccourci par l'application de l'article 17, alinéa 2, ou prolongé par l'application de l'article 18, § 1er, le délai visé à la première phrase ne peut pas prolonger le délai raccourci ou prolongé et prend fin en tout cas à l'expiration du délai respectivement visé à l'article 17, alinéa 2, ou à l'article 18, § 1er.]1
Toute disposition conventionnelle contraire à l'alinéa 1er de cet article sera nulle de plein droit.
Toute disposition conventionnelle contraire à l'alinéa 1er de cet article sera nulle de plein droit.
Änderungen
Afdeling 5. - Termijn voor de bewaring van overtallige embryo's.
Section 5. - Délai de conservation des embryons surnuméraires.
Onderafdeling 1. - Principe.
Sous-section Ire. - Principe.
Art.17. De termijn voor de bewaring van overtallige embryo's die werden ingevroren met het oog op de invulling van een bestaande of een latere kinderwens bedraagt vijf jaar. Deze termijn vangt aan op de dag van de bewaring door invriezing.
Deze termijn kan op uitdrukkelijk verzoek van de wensouder(s) ingekort worden. Dit wordt vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13.
Bij het verstrijken van de termijn voert het geraadpleegde centrum de laatste instructie uit die de wensouder(s) heeft/hebben gegeven in de overeenkomst bedoeld in artikel 7.
Deze termijn kan op uitdrukkelijk verzoek van de wensouder(s) ingekort worden. Dit wordt vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13.
Bij het verstrijken van de termijn voert het geraadpleegde centrum de laatste instructie uit die de wensouder(s) heeft/hebben gegeven in de overeenkomst bedoeld in artikel 7.
Art.17. Le délai de cryoconservation des embryons surnuméraires en vue de la réalisation d'un projet parental ou d'un projet parental ultérieur est de 5 ans. Il débute au jour de la cryoconservation.
Ce délai peut être réduit, à la demande expresse du ou des auteurs du projet parental. Cette réduction du délai est indiquée dans la convention visée aux articles 7 et 13.
A l'expiration du délai, le centre consulté effectue la dernière instruction exprimée par le ou les auteurs du projet parental dans la convention.
Ce délai peut être réduit, à la demande expresse du ou des auteurs du projet parental. Cette réduction du délai est indiquée dans la convention visée aux articles 7 et 13.
A l'expiration du délai, le centre consulté effectue la dernière instruction exprimée par le ou les auteurs du projet parental dans la convention.
Onderafdeling 2. - Afwijking.
Sous-section 2. - Dérogation.
Art.18. § 1. In afwijking van artikel 17, eerste lid, kan (kunnen) de wensouder(s) vragen dat de termijn wegens bijzondere omstandigheden wordt verlengd.
§ 2. Dit verzoek wordt opgenomen in een schriftelijk document dat wordt ondertekend door alle ondertekenaars van de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 en moet binnen een redelijke termijn beantwoord worden door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, moet het in het voorgaande lid bedoelde schriftelijk document worden ondertekend door beide wensouders.
§ 3. Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum op het verzoek ingaat, wordt de verlenging van de termijn opgetekend in de overeenkomst waarin artikel 7 van deze wet voorziet.
§ 4. Weigert het geraadpleegde fertiliteitscentrum op het verzoek in te gaan, dan kan de bewaringstermijn niet worden verlengd en is artikel 17, derde lid, van toepassing.
§ 2. Dit verzoek wordt opgenomen in een schriftelijk document dat wordt ondertekend door alle ondertekenaars van de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 en moet binnen een redelijke termijn beantwoord worden door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, moet het in het voorgaande lid bedoelde schriftelijk document worden ondertekend door beide wensouders.
§ 3. Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum op het verzoek ingaat, wordt de verlenging van de termijn opgetekend in de overeenkomst waarin artikel 7 van deze wet voorziet.
§ 4. Weigert het geraadpleegde fertiliteitscentrum op het verzoek in te gaan, dan kan de bewaringstermijn niet worden verlengd en is artikel 17, derde lid, van toepassing.
Art.18. § 1er. Par dérogation à l'article 17, alinéa 1er, le ou les auteurs du projet parental peuvent demander que, en raison de circonstances particulières, la durée du délai soit prolongée.
§ 2. Cette demande fait l'objet d'un document écrit signé par toutes les parties signataires à la convention visée aux articles 7 et 13 et doit faire l'objet d'une réponse du centre de fécondation consulté dans un délai raisonnable.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent doit être signé par les deux auteurs du projet parental.
§ 3. Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est positive, la prolongation du délai est indiquée dans la convention prévue par l'article 7 de la présente loi.
§ 4. Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est négative, le délai de conservation ne pourra être prolongé et il est fait application de l'article 17, alinéa 3.
§ 2. Cette demande fait l'objet d'un document écrit signé par toutes les parties signataires à la convention visée aux articles 7 et 13 et doit faire l'objet d'une réponse du centre de fécondation consulté dans un délai raisonnable.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent doit être signé par les deux auteurs du projet parental.
§ 3. Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est positive, la prolongation du délai est indiquée dans la convention prévue par l'article 7 de la présente loi.
§ 4. Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est négative, le délai de conservation ne pourra être prolongé et il est fait application de l'article 17, alinéa 3.
HOOFDSTUK III. - Gebruik van overtallige embryo's in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma, in de zin van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro.
CHAPITRE III. - Affectation des embryons surnuméraires à un programme de recherche au sens de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro.
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Section Ire. - Principes généraux.
Art.19. Het gratis gebruik van overtallige embryo's in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma is geoorloofd.
Handel in overtallige embryo's is verboden.
Handel in overtallige embryo's is verboden.
Art.19. L'affectation à titre gratuit d'embryons surnuméraires à un programme de recherche est licite.
La commercialisation des embryons surnuméraires est interdite.
La commercialisation des embryons surnuméraires est interdite.
Afdeling 2. - Overeenkomst.
Section 2. - Convention.
Art.20. Het gebruik van overtallige embryo's in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma als bedoeld in de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, wordt uitdrukkelijk vermeld in de in de artikelen 7 en 13 bedoelde overeenkomst, die gesloten wordt tussen de wensouder(s) en het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro kan de beslissing om de overtallige embryo's te gebruiken voor onderzoek worden ingetrokken tot de aanvang van het onderzoek.
Overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro kan de beslissing om de overtallige embryo's te gebruiken voor onderzoek worden ingetrokken tot de aanvang van het onderzoek.
Art.20. L'affectation d'embryons surnuméraires à un programme de recherche au sens de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro est expressément indiquée dans la convention prévue à l'article 7 et 13, conclue entre le ou les auteurs du projet parental et le centre de fécondation consulté.
Conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, la décision d'affecter les embryons surnuméraires à la recherche peut être retirée jusqu'au début de la recherche.
Conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, la décision d'affecter les embryons surnuméraires à la recherche peut être retirée jusqu'au début de la recherche.
Afdeling 3. - Termijn voor de bewaring van overtallige embryo's.
Section 3. - Délai de conservation des embryons surnuméraires.
Art.21. De termijn voor de bewaring van overtallige embryo's die gebruikt worden in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma als bedoeld in de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, wordt bepaald door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Art.21. Le délai de conservation des embryons surnuméraires affectés à un programme de recherche au sens de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro est fixé par le centre de fécondation consulté.
HOOFDSTUK IV. - De donatie van overtallige embryo's.
CHAPITRE IV. - Le don d'embryons surnuméraires.
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Section Ire. - Principes généraux.
Art.22. De gratis donatie van overtallige embryo's is geoorloofd.
De donatie van overtallige embryo's geschiedt anoniem.
Handel in menselijke embryo's is verboden.
De donatie van overtallige embryo's geschiedt anoniem.
Handel in menselijke embryo's is verboden.
Art.22. Le don d'embryons surnuméraires à titre gratuit est licite.
Le don d'embryons surnuméraires est anonyme.
La commercialisation des embryons humains est interdite.
Le don d'embryons surnuméraires est anonyme.
La commercialisation des embryons humains est interdite.
Art.23. Het is verboden :
1° overtallige embryo's te doneren met het oog op eugenetische selectie, als bepaald in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° overtallige embryo's te doneren met het oog op geslachtsselectie, als bepaald in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
1° overtallige embryo's te doneren met het oog op eugenetische selectie, als bepaald in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° overtallige embryo's te doneren met het oog op geslachtsselectie, als bepaald in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
Art.23. Sont interdits :
1° le don d'embryons surnuméraires à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le don d'embryons surnuméraires axé sur la sélection du sexe, tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les embryons atteints de maladies liées au sexe.
1° le don d'embryons surnuméraires à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le don d'embryons surnuméraires axé sur la sélection du sexe, tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les embryons atteints de maladies liées au sexe.
Art.24. De matching tussen donor(en) en ontvanger(s) kan niet worden beschouwd als een eugenetische praktijk in de zin van artikel 23, 1°.
Art.24. L'appariement entre donneur(s) et receveur(s) ne peut être considéré comme une pratique à caractère eugénique au sens de l'article 23, 1°.
Art.25. De gelijktijdige implantatie van embryo's afkomstig van verschillende donoren van overtallige embryo's is verboden.
Art.25. L'implantation simultanée d'embryons provenant de différents donneurs d'embryons surnuméraires est interdite.
Art.26. De overtallige embryo's van eenzelfde donor of donorpaar mogen niet gebruikt worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meerdere kinderen geboren te laten worden.
[1 Voor de toepassing van het eerste lid worden de twee wensouders van het vrouwelijk geslacht, die verklaren een gezamenlijke kinderwens te hebben, als een enige vrouw beschouwd.]1
[2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid maken de fertiliteitscentra gebruik van de databank bedoeld in artikel 35, § 2.
Onverminderd het derde lid vraagt het fertiliteitscentrum, in geval van invoer of ontvangst van overtallige embryo's uit het buitenland, aan de leverende instelling de garantie dat door de levering van de overtallige embryo's van de betrokken donor of het betrokken donorpaar de in het eerste lid bepaalde grens in België niet wordt overschreden en dat de leverende instelling het materiaal van dezelfde donor niet ter beschikking stelt van meer dan het aantal ontvangers omschreven in het eerste lid, in België.]2
[1 Voor de toepassing van het eerste lid worden de twee wensouders van het vrouwelijk geslacht, die verklaren een gezamenlijke kinderwens te hebben, als een enige vrouw beschouwd.]1
[2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid maken de fertiliteitscentra gebruik van de databank bedoeld in artikel 35, § 2.
Onverminderd het derde lid vraagt het fertiliteitscentrum, in geval van invoer of ontvangst van overtallige embryo's uit het buitenland, aan de leverende instelling de garantie dat door de levering van de overtallige embryo's van de betrokken donor of het betrokken donorpaar de in het eerste lid bepaalde grens in België niet wordt overschreden en dat de leverende instelling het materiaal van dezelfde donor niet ter beschikking stelt van meer dan het aantal ontvangers omschreven in het eerste lid, in België.]2
Art.26. Les embryons surnuméraires d'un même donneur ou couple de donneurs ne peuvent conduire à la naissance d'enfants chez plus de six femmes différentes.
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, les deux auteurs du projet parental de sexe féminin qui déclarent avoir un projet parental commun sont considérés comme une seule femme.]1
[2 Pour l'application de l'alinéa 1er, les centres de fécondation font usage de la base de données visée à l'article 35, § 2.
Sans préjudice de l'alinéa 3, en cas d'importation ou de réception d'embryons surnuméraires en provenance de l'étranger, le centre de fécondation demande à l'établissement fournisseur la garantie que, en fournissant des embryons surnuméraires du donneur ou du couple de donneurs concernés, la limite prévue à l'alinéa 1er ne sera pas dépassée en Belgique et que l'établissement fournisseur ne mette pas le matériel provenant du même donneur à la disposition d'un nombre de receveuses supérieur à celui visé à l'alinéa 1er en Belgique.]2
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, les deux auteurs du projet parental de sexe féminin qui déclarent avoir un projet parental commun sont considérés comme une seule femme.]1
[2 Pour l'application de l'alinéa 1er, les centres de fécondation font usage de la base de données visée à l'article 35, § 2.
Sans préjudice de l'alinéa 3, en cas d'importation ou de réception d'embryons surnuméraires en provenance de l'étranger, le centre de fécondation demande à l'établissement fournisseur la garantie que, en fournissant des embryons surnuméraires du donneur ou du couple de donneurs concernés, la limite prévue à l'alinéa 1er ne sera pas dépassée en Belgique et que l'établissement fournisseur ne mette pas le matériel provenant du même donneur à la disposition d'un nombre de receveuses supérieur à celui visé à l'alinéa 1er en Belgique.]2
Art.27. Vanaf het moment van de implantatie van de gedoneerde overtallige embryo's, spelen de afstammingsregels als bepaald in het Burgerlijk Wetboek in het voordeel van de wensouder(s) die deze overtallige embryo's heeft (hebben) ontvangen.
Een donor of een donorpaar van overtallige embryo's kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen. Ook de ontvanger(s) van overtallige embryo's en het kind geboren dankzij de implantatie van overtallige embryo's kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen tegen de donor(en) van overtallige embryo's.
Een donor of een donorpaar van overtallige embryo's kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen. Ook de ontvanger(s) van overtallige embryo's en het kind geboren dankzij de implantatie van overtallige embryo's kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen tegen de donor(en) van overtallige embryo's.
Art.27. A compter de l'implantation des embryons surnuméraires donnés, les règles de la filiation telles qu'établies par le Code civil jouent en faveur du ou des auteurs du projet parental ayant reçu lesdits embryons surnuméraires.
Aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux n'est ouverte au(x) donneur(s) d'embryons surnuméraires. De même, aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux ne peut être intentée à l'encontre du ou des donneur(s) d'embryons surnuméraires par le(s) receveur(s) de gamètes et par l'enfant né de l'insémination d'embryons surnuméraires.
Aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux n'est ouverte au(x) donneur(s) d'embryons surnuméraires. De même, aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux ne peut être intentée à l'encontre du ou des donneur(s) d'embryons surnuméraires par le(s) receveur(s) de gamètes et par l'enfant né de l'insémination d'embryons surnuméraires.
Art.28. Als overtallige embryo's in een embryodonatieprogramma worden gebruikt, moet het geraadpleegde fertiliteitscentrum de anonimiteit van de donoren waarborgen door alle gegevens die zouden kunnen leiden tot hun identificatie ontoegankelijk te maken.
Iedere persoon die in of voor een fertiliteitscentrum werkt en die op welke manier ook kennis neemt van informatie waarmee de donoren van overtallige embryo's kunnen worden geïdentificeerd, is gebonden door het beroepsgeheim en kan worden gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Iedere persoon die in of voor een fertiliteitscentrum werkt en die op welke manier ook kennis neemt van informatie waarmee de donoren van overtallige embryo's kunnen worden geïdentificeerd, is gebonden door het beroepsgeheim en kan worden gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Art.28. Lorsque des embryons surnuméraires sont affectés à un programme de don d'embryons, le centre de fécondation consulté doit garantir l'anonymat des donneurs en rendant inaccessible toute donnée permettant leur identification.
Toute personne, travaillant pour ou dans un centre de fécondation, qui prend connaissance, de quelque manière que ce soit, d'informations permettant d'identifier des donneurs d'embryons surnuméraires, est tenue au secret professionnel et est passible de sanctions conformément à l'article 458 du Code pénal.
Toute personne, travaillant pour ou dans un centre de fécondation, qui prend connaissance, de quelque manière que ce soit, d'informations permettant d'identifier des donneurs d'embryons surnuméraires, est tenue au secret professionnel et est passible de sanctions conformément à l'article 458 du Code pénal.
Afdeling 2. - Embryodonoren.
Section 2. - Donneurs d'embryons.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Art.29. Als de wensouder of wensouders beslissen de overtallige embryo's in een donatieprogramma te gebruiken, moet het geraadpleegde fertiliteitscentrum niet alleen de in artikel 6 bepaalde algemene informatieverplichting naleven, maar de wensouder(s) ook eerlijke informatie verstrekken over de gevolgen van dit gebruik.
Art.29. Si le ou les auteurs du projet parental décident d'affecter leurs embryons surnuméraires à un programme de don, le centre de fécondation consulté doit, outre l'obligation générale d'information prévue à l'article 6, les informer loyalement sur les conséquences de cette affectation.
Onderafdeling 2. - Overeenkomst.
Sous-section 2. - Convention.
Art.30. Overeenkomstig artikel 13, tweede lid, 3°, wordt het gebruik van overtallige embryo's in een programma voor donatie van overtallige embryo's uitdrukkelijk vermeld in de in de artikelen 7 en 13 bedoelde overeenkomst.
Behalve de vermeldingen opgesomd in de artikelen 7 en 13, vermeldt de overeenkomst ook :
1° de verbintenis aangegaan door de donor of de donoren om alle onderzoeken te ondergaan en alle medische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, te verstrekken waarmee het fertiliteitscentrum kan nagaan of de gedoneerde embryo's gezond zijn;
2° de bestemming die de donor of de donoren aan de embryo's wil(len) geven, mochten de resultaten van de in het 1° bedoelde onderzoeken onverenigbaar met de donatie zijn, met andere woorden vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek;
3° de bestemming die de donor of de donoren aan de embryo's wensen te geven, mocht(en) de donor(en) weigeren of er later van afzien om de in het 1° bedoelde onderzoeken te laten uitvoeren, meer bepaald vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek.
Eenmaal de procedure tot donatie van overtallige embryo's is gestart, is de donatie onherroepelijk.
Behalve de vermeldingen opgesomd in de artikelen 7 en 13, vermeldt de overeenkomst ook :
1° de verbintenis aangegaan door de donor of de donoren om alle onderzoeken te ondergaan en alle medische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, te verstrekken waarmee het fertiliteitscentrum kan nagaan of de gedoneerde embryo's gezond zijn;
2° de bestemming die de donor of de donoren aan de embryo's wil(len) geven, mochten de resultaten van de in het 1° bedoelde onderzoeken onverenigbaar met de donatie zijn, met andere woorden vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek;
3° de bestemming die de donor of de donoren aan de embryo's wensen te geven, mocht(en) de donor(en) weigeren of er later van afzien om de in het 1° bedoelde onderzoeken te laten uitvoeren, meer bepaald vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek.
Eenmaal de procedure tot donatie van overtallige embryo's is gestart, is de donatie onherroepelijk.
Art.30. Conformément à l'article 13, alinéa 2, 3°, l'affectation des embryons surnuméraires à un programme de don est expressément indiquée dans la convention visée par les articles 7 et 13.
Outre les mentions requises aux articles 7 et 13, la convention mentionne également :
1° l'engagement pris par le ou les donneurs de se soumettre à tout examen et de fournir toutes les informations médicales nécessaires à la mise en oeuvre de la présente loi, afin de permettre au centre de fécondation de s'assurer du respect de la sécurité sanitaire des embryons donnés,
2° dans l'hypothèse où les résultats des examens visés au 1° s'avéreraient incompatibles avec le don, la destination que le ou les donneurs affectent aux dits embryons, qu'ils soient détruits ou affectés à un protocole de recherche scientifique,
3° dans l'hypothèse où le(s) donneur(s) refuserai(en)t ou s'abstiendrai(en)t ultérieurement de se soumettre aux examens visés au 1°, la destination qu'il(s) entend(ent) affecter auxdits embryons, à savoir les détruire ou les affecter à un protocole de recherche scientifique.
Une fois que la procédure de don des embryons surnuméraires est engagée, le don est irrévocable.
Outre les mentions requises aux articles 7 et 13, la convention mentionne également :
1° l'engagement pris par le ou les donneurs de se soumettre à tout examen et de fournir toutes les informations médicales nécessaires à la mise en oeuvre de la présente loi, afin de permettre au centre de fécondation de s'assurer du respect de la sécurité sanitaire des embryons donnés,
2° dans l'hypothèse où les résultats des examens visés au 1° s'avéreraient incompatibles avec le don, la destination que le ou les donneurs affectent aux dits embryons, qu'ils soient détruits ou affectés à un protocole de recherche scientifique,
3° dans l'hypothèse où le(s) donneur(s) refuserai(en)t ou s'abstiendrai(en)t ultérieurement de se soumettre aux examens visés au 1°, la destination qu'il(s) entend(ent) affecter auxdits embryons, à savoir les détruire ou les affecter à un protocole de recherche scientifique.
Une fois que la procédure de don des embryons surnuméraires est engagée, le don est irrévocable.
Afdeling 3. - De ontvangers van embryo's.
Section 3. - Receveurs d'embryons.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Art.31. Benevens de in artikel 6 bedoelde algemene informatieplicht, verstrekt het geraadpleegde centrum de informatie over de gevolgde procedure.
Art.31. Outre l'obligation générale d'information prévue à l'article 6, le centre consulté fournit au(x) receveur(s) les informations quant à la procédure suivie.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Sous-section 2. - Procédure.
Art.32. De ontvangster van het embryo dient een schriftelijke aanvraag tot implantatie van overtallige embryo's in door middel van een aangetekend schrijven gericht aan het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, wordt het in het vorige lid bedoelde schriftelijk document ondertekend door beide wensouders.
Het geraadpleegde centrum beantwoordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag binnen twee maanden na de datum waarop het is verzonden.
Wanneer het om een paar gaat, wordt het in het vorige lid bedoelde schriftelijk document ondertekend door beide wensouders.
Het geraadpleegde centrum beantwoordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag binnen twee maanden na de datum waarop het is verzonden.
Art.32. La receveuse d'embryon introduit une demande d'implantation d'embryons surnuméraires par lettre recommandée adressée au centre de fécondation consulté.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
Le centre consulté répond à la demande visée à l'alinéa 1er dans les deux mois de sa date d'envoi.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
Le centre consulté répond à la demande visée à l'alinéa 1er dans les deux mois de sa date d'envoi.
Art.33. Indien het fertiliteitscentrum ingaat op de in artikel 32 bedoelde aanvraag, wordt er tussen het geraadpleegde centrum en de ontvangster of het paar dat het embryo ontvangt, een overeenkomst opgesteld als bedoeld in de artikelen 7 en 13.
Wijst het geraadpleegde fertiliteitscentrum de in artikel 32 bedoelde aanvraag af, dan wordt artikel 5, derde lid, toegepast.
Wijst het geraadpleegde fertiliteitscentrum de in artikel 32 bedoelde aanvraag af, dan wordt artikel 5, derde lid, toegepast.
Art.33. Si le centre de fécondation consulté répond favorablement à la demande énoncée à l'article 32, une convention conforme aux articles 7 et 13 sera alors établie entre le centre consulté et la receveuse ou le couple receveur.
Dans le cas où le centre de fécondation consulté répond négativement à la demande énoncée à l'article 32, il sera fait application de l'article 5, alinéa 3.
Dans le cas où le centre de fécondation consulté répond négativement à la demande énoncée à l'article 32, il sera fait application de l'article 5, alinéa 3.
Afdeling 4. - Termijn voor de bewaring van overtallige embryo's.
Section 4. - Délai de conservation des embryons surnuméraires.
Art.34. De termijn voor de bewaring van overtallige embryo's die gebruikt worden in een programma voor de donatie van overtallige embryo's wordt vastgesteld door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Art.34. Le délai de conservation des embryons surnuméraires affectés à un programme de don d'embryons surnuméraires est fixé par le centre de fécondation consulté.
Afdeling 5. - Opslag en mededeling van de gegevens.
Section 5. - Stockage et communication des informations.
Art.35. [1 § 1.]1 Onverminderd [2 de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2, verzamelt het fertiliteitscentrum voor iedere embryodonor de volgende gegevens :
1° medische informatie die betrekking heeft op de twee genetische ouders van de overtallige embryo's en die belangrijk kan zijn voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind;
2° de fysieke kenmerken van de twee genetische ouders van de overtallige embryo's;
3° de informatie die nodig is voor de toepassing van deze wet.
[1 § 2.]1 [2 Om de door de fertiliteitscentra gemachtigde gezondheidszorgbeoefenaars in staat te stellen de vereiste verificaties te verrichten om toe te zien op de naleving van artikel 26, wordt een systeem vastgesteld voor de uitwisseling, tussen de fertiliteitscentra, van de informatie die daarvoor noodzakelijk is en waarvan het beheer wordt toevertrouwd aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten dat, daartoe, bij de fertiliteitscentra de in deze paragraaf vastgestelde categorieën van gegevens verzamelt en die vervolgens centraliseert in een databank.
Om hun taken bedoeld in artikel 72/1, § 2 uit te oefenen beschikken de inspecteurs van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten bedoeld in artikel 72/1, § 1 over een toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid.
In het kader van het in het eerste lid bedoelde informatie-uitwisselingssysteem worden, door middel van registratie in de databank door de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep, persoonsgegevens verwerkt.
Het betreft de volgende categorieën van persoons- gegevens:
1° betreffende de donor of het donorpaar van het overtallige embryo, voor zover het embryo is ontstaan uit gameten van deze donor of donorpaar:
a) zijn/haar/hun Rijksregisternummer of, indien de persoon/personen niet over een Rijksregisternummer beschikt/beschikken, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) het aantal vrouwen bij wie de embryo's van dezelfde donor of donorpaar gebruikt worden om kinderen te laten geboren worden;
2° betreffende de vrouw waarbij gedoneerde embryo's worden ingeplant:
a) haar Rijksregisternummer of, indien ze niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) in voorkomend geval, het bestaan van een gezamenlijke kinderwens met een wensouder van het vrouwelijk geslacht;
c) een zwangerschap ten gevolge van de implantatie van de gedoneerde embryo's;
d) de geboorte van een of meerdere levende en levensvatbare kinderen naar aanleiding van de implantatie van de gedoneerde embryo's;
3° in voorkomend geval, de identiteitsgegevens van de wensouder van het vrouwelijk geslacht die verklaart een gezamenlijke kinderwens te hebben met de vrouw bedoeld onder 2°.
De in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens worden uitsluitend in gepseudonimiseerde vorm geregistreerd in de databank. De Koning bepaalt de methode van pseudonimisering die door de fertiliteitscentra dient te worden toegepast. Deze methode is identiek voor alle centra en wordt geactualiseerd teneinde te voldoen aan de beste praktijken op dat gebied.
De depseudonimisering van de persoonsgegevens is verboden.
De volgende personen hebben toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid:
1° de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep;
2° de in artikel 72/1, § 1 bedoelde personen, overeenkomstig artikel 72/1, § 2, in het kader van de uitvoering van hun opdracht.
De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden gedurende vijftig jaar vanaf de laatste registratie in de databank die betrekking heeft op de personen bedoeld in het vierde lid, 1°, bewaard.
In afwijking van het achtste lid worden de persoonsgegevens bedoeld in het vierde lid verwijderd op het moment dat de donor van mannelijke gameten bedoeld in het vierde lid, 1°, de leeftijd van zeventig jaar bereikt.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten treedt, als toezichthoudende autoriteit, op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten kan de effectieve verwerking van persoonsgegevens uitbesteden aan een verwerker. De pseudonimisering wordt uitbesteed aan het eHealth Platform.
De Koning kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van dit artikel. In het bijzonder kan Hij de voorwaarden, de wijze en het tijdstip van registratie in en consultatie van de databank bepalen. Hij kan bovendien de te verwerken persoonsgegevens nader bepalen, de te registeren gegevens die geen persoonsgegevens zijn vaststellen, evenals de technische en organisatorische maatregelen vaststellen die moeten worden genomen om de in deze paragraaf bedoelde gegevensverwerking uit te voeren.]2
1° medische informatie die betrekking heeft op de twee genetische ouders van de overtallige embryo's en die belangrijk kan zijn voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind;
2° de fysieke kenmerken van de twee genetische ouders van de overtallige embryo's;
3° de informatie die nodig is voor de toepassing van deze wet.
[1 § 2.]1 [2 Om de door de fertiliteitscentra gemachtigde gezondheidszorgbeoefenaars in staat te stellen de vereiste verificaties te verrichten om toe te zien op de naleving van artikel 26, wordt een systeem vastgesteld voor de uitwisseling, tussen de fertiliteitscentra, van de informatie die daarvoor noodzakelijk is en waarvan het beheer wordt toevertrouwd aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten dat, daartoe, bij de fertiliteitscentra de in deze paragraaf vastgestelde categorieën van gegevens verzamelt en die vervolgens centraliseert in een databank.
Om hun taken bedoeld in artikel 72/1, § 2 uit te oefenen beschikken de inspecteurs van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten bedoeld in artikel 72/1, § 1 over een toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid.
In het kader van het in het eerste lid bedoelde informatie-uitwisselingssysteem worden, door middel van registratie in de databank door de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep, persoonsgegevens verwerkt.
Het betreft de volgende categorieën van persoons- gegevens:
1° betreffende de donor of het donorpaar van het overtallige embryo, voor zover het embryo is ontstaan uit gameten van deze donor of donorpaar:
a) zijn/haar/hun Rijksregisternummer of, indien de persoon/personen niet over een Rijksregisternummer beschikt/beschikken, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) het aantal vrouwen bij wie de embryo's van dezelfde donor of donorpaar gebruikt worden om kinderen te laten geboren worden;
2° betreffende de vrouw waarbij gedoneerde embryo's worden ingeplant:
a) haar Rijksregisternummer of, indien ze niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) in voorkomend geval, het bestaan van een gezamenlijke kinderwens met een wensouder van het vrouwelijk geslacht;
c) een zwangerschap ten gevolge van de implantatie van de gedoneerde embryo's;
d) de geboorte van een of meerdere levende en levensvatbare kinderen naar aanleiding van de implantatie van de gedoneerde embryo's;
3° in voorkomend geval, de identiteitsgegevens van de wensouder van het vrouwelijk geslacht die verklaart een gezamenlijke kinderwens te hebben met de vrouw bedoeld onder 2°.
De in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens worden uitsluitend in gepseudonimiseerde vorm geregistreerd in de databank. De Koning bepaalt de methode van pseudonimisering die door de fertiliteitscentra dient te worden toegepast. Deze methode is identiek voor alle centra en wordt geactualiseerd teneinde te voldoen aan de beste praktijken op dat gebied.
De depseudonimisering van de persoonsgegevens is verboden.
De volgende personen hebben toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid:
1° de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep;
2° de in artikel 72/1, § 1 bedoelde personen, overeenkomstig artikel 72/1, § 2, in het kader van de uitvoering van hun opdracht.
De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden gedurende vijftig jaar vanaf de laatste registratie in de databank die betrekking heeft op de personen bedoeld in het vierde lid, 1°, bewaard.
In afwijking van het achtste lid worden de persoonsgegevens bedoeld in het vierde lid verwijderd op het moment dat de donor van mannelijke gameten bedoeld in het vierde lid, 1°, de leeftijd van zeventig jaar bereikt.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten treedt, als toezichthoudende autoriteit, op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten kan de effectieve verwerking van persoonsgegevens uitbesteden aan een verwerker. De pseudonimisering wordt uitbesteed aan het eHealth Platform.
De Koning kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van dit artikel. In het bijzonder kan Hij de voorwaarden, de wijze en het tijdstip van registratie in en consultatie van de databank bepalen. Hij kan bovendien de te verwerken persoonsgegevens nader bepalen, de te registeren gegevens die geen persoonsgegevens zijn vaststellen, evenals de technische en organisatorische maatregelen vaststellen die moeten worden genomen om de in deze paragraaf bedoelde gegevensverwerking uit te voeren.]2
Art.35. [1 § 1er.]1 Sans préjudice [2 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), et la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2, le centre de fécondation collecte pour chaque donneur d'embryons les informations suivantes :
1° les informations médicales relatives aux deux géniteurs d'embryons surnuméraires, susceptibles de revêtir une importance pour le développement sain de l'enfant à naître;
2° les caractéristiques physiques des deux géniteurs d'embryons surnuméraires;
3° les informations nécessaires à l'application de la présente loi.
[1 § 2.]1 [2 En vue de permettre aux professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation de procéder aux vérifications requises pour veiller au respect de l'article 26, il est établi un système pour l'échange, entre les centres de fécondation, des informations nécessaires à cet effet dont la gestion est confiée à l'Agence fédérale des médicamenents et des produits de santé qui, pour ce faire, collecte les catégories de données déterminées au présent paragraphe auprès des centres de fécondation et les centralise dans une base de données.
Afin d'exercer leurs missions visées à l'article 72/1, § 2, les inspecteurs de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé visés à l'article 72/1, § 1er disposent d'un accès à la base de données visée à l'alinéa 1er.
Dans le cadre du système d'échange d'informations visé à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel sont traitées par le biais d'un enregistrement dans la base de données par les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation.
Il s'agit des catégories de données à caractère personnel suivantes:
1° concernant le donneur ou le couple de donneurs de l'embryon surnuméraire, dans la mesure où l'embryon a été créé à partir de gamètes de ce donneur ou couple de donneurs:
a) son/leur numéro d'identification du Registre national ou, si la/les personne(s) ne dispose(nt) pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisés pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le nombre de femmes dont les embryons provenant du même donneur ou du même couple de donneurs sont utilisés pour donner naissance à des enfants;
2° concernant la femme chez qui les embryons donnés sont implantés:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si elle ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisés pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le cas échéant, l'existence d'un projet parental commun avec un auteur du projet parental de sexe féminin;
c) une grossesse résultant de l'implantation des embryons donnés;
d) la naissance d'un ou de plusieurs enfants vivants et viables à la suite de l'implantation des embryons donnés;
3° le cas échéant, les données d'identification de l'auteur du projet parental de sexe féminin qui déclare avoir un projet parental commun avec la femme visée au 2°.
Les données à caractère personnel visées au présent paragraphe ne sont enregistrées dans la base de données que sous une forme pseudonymisée. Le Roi détermine la méthode de pseudonymisation que les centres de fécondation doivent utiliser. Cette méthode est identique pour tous les centres et elle est maintenue à jour afin de correspondre aux règles de l'art d'application en la matière.
La dépseudonymisation des données à caractère personnel est interdite.
Les personnes suivantes ont accès à la base de données visée à l'alinéa 1er:
1° les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation;
2° les personnes visées à l'article 72/1, § 1er, en vue de l'exercice de leur mission conformément à l'article 72/1, § 2.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont conservées pendant cinquante ans à compter du dernier enregistrement par rapport aux personnes visées à l'alinéa 4, 1°, dans la base de données.
Par dérogation à l'alinéa 8, les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont supprimées au moment où le donneur de gamètes masculins visé à l'alinéa 4, 1°, atteint l'âge de septante ans.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, en tant qu'autorité de contrôle, agit en tant que responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé peut sous-traiter le traitement effectif des données à caractère personnel à un sous-traitant. La pseudonymisation est sous-traitée à la plateforme eHealth.
Le Roi peut déterminer les modalités pour l'application du présent article. Il peut notamment déterminer les conditions, les modalités et les délais d'enregistrement et de consultation de la base de données. Il peut également préciser les données à caractère personnel à traiter, déterminer les données à enregistrer qui ne sont pas des données à caractère personnel, ainsi que déterminer les mesures techniques et organisationnelles qui doivent être prises pour effectuer le traitement des données visé au présent paragraphe.]2
1° les informations médicales relatives aux deux géniteurs d'embryons surnuméraires, susceptibles de revêtir une importance pour le développement sain de l'enfant à naître;
2° les caractéristiques physiques des deux géniteurs d'embryons surnuméraires;
3° les informations nécessaires à l'application de la présente loi.
[1 § 2.]1 [2 En vue de permettre aux professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation de procéder aux vérifications requises pour veiller au respect de l'article 26, il est établi un système pour l'échange, entre les centres de fécondation, des informations nécessaires à cet effet dont la gestion est confiée à l'Agence fédérale des médicamenents et des produits de santé qui, pour ce faire, collecte les catégories de données déterminées au présent paragraphe auprès des centres de fécondation et les centralise dans une base de données.
Afin d'exercer leurs missions visées à l'article 72/1, § 2, les inspecteurs de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé visés à l'article 72/1, § 1er disposent d'un accès à la base de données visée à l'alinéa 1er.
Dans le cadre du système d'échange d'informations visé à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel sont traitées par le biais d'un enregistrement dans la base de données par les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation.
Il s'agit des catégories de données à caractère personnel suivantes:
1° concernant le donneur ou le couple de donneurs de l'embryon surnuméraire, dans la mesure où l'embryon a été créé à partir de gamètes de ce donneur ou couple de donneurs:
a) son/leur numéro d'identification du Registre national ou, si la/les personne(s) ne dispose(nt) pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisés pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le nombre de femmes dont les embryons provenant du même donneur ou du même couple de donneurs sont utilisés pour donner naissance à des enfants;
2° concernant la femme chez qui les embryons donnés sont implantés:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si elle ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisés pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le cas échéant, l'existence d'un projet parental commun avec un auteur du projet parental de sexe féminin;
c) une grossesse résultant de l'implantation des embryons donnés;
d) la naissance d'un ou de plusieurs enfants vivants et viables à la suite de l'implantation des embryons donnés;
3° le cas échéant, les données d'identification de l'auteur du projet parental de sexe féminin qui déclare avoir un projet parental commun avec la femme visée au 2°.
Les données à caractère personnel visées au présent paragraphe ne sont enregistrées dans la base de données que sous une forme pseudonymisée. Le Roi détermine la méthode de pseudonymisation que les centres de fécondation doivent utiliser. Cette méthode est identique pour tous les centres et elle est maintenue à jour afin de correspondre aux règles de l'art d'application en la matière.
La dépseudonymisation des données à caractère personnel est interdite.
Les personnes suivantes ont accès à la base de données visée à l'alinéa 1er:
1° les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation;
2° les personnes visées à l'article 72/1, § 1er, en vue de l'exercice de leur mission conformément à l'article 72/1, § 2.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont conservées pendant cinquante ans à compter du dernier enregistrement par rapport aux personnes visées à l'alinéa 4, 1°, dans la base de données.
Par dérogation à l'alinéa 8, les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont supprimées au moment où le donneur de gamètes masculins visé à l'alinéa 4, 1°, atteint l'âge de septante ans.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, en tant qu'autorité de contrôle, agit en tant que responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé peut sous-traiter le traitement effectif des données à caractère personnel à un sous-traitant. La pseudonymisation est sous-traitée à la plateforme eHealth.
Le Roi peut déterminer les modalités pour l'application du présent article. Il peut notamment déterminer les conditions, les modalités et les délais d'enregistrement et de consultation de la base de données. Il peut également préciser les données à caractère personnel à traiter, déterminer les données à enregistrer qui ne sont pas des données à caractère personnel, ainsi que déterminer les mesures techniques et organisationnelles qui doivent être prises pour effectuer le traitement des données visé au présent paragraphe.]2
Art.36. De gegevens met betrekking tot de donoren van overtallige embryo's, die vermeld worden in artikel 35, [1 § 1]1, 1°, mogen worden meegedeeld door het fertiliteitscentrum :
1° aan de ontvangster van het embryo of het paar dat het embryo ontvangt, wanneer zij daarom vragen op het moment dat zij een keuze maken;
2° voor zover de gezondheid van de persoon die verwekt is door de implantatie van overtallige embryo's dit vereist, aan diens huisarts of aan die van de ontvangster van het embryo of het paar dat het embryo ontvangt.
1° aan de ontvangster van het embryo of het paar dat het embryo ontvangt, wanneer zij daarom vragen op het moment dat zij een keuze maken;
2° voor zover de gezondheid van de persoon die verwekt is door de implantatie van overtallige embryo's dit vereist, aan diens huisarts of aan die van de ontvangster van het embryo of het paar dat het embryo ontvangt.
Art.36. Les informations relatives aux donneurs d'embryons surnuméraires, mentionnées à l'article 35, [1 § 1er]1, 1°, peuvent être communiquées par le centre de fécondation :
1° à la receveuse ou au couple receveur qui le demande au moment de faire un choix;
2° pour autant que la santé de la personne qui a été conçue par l'implantation d'embryons surnuméraires le requière, à son médecin traitant et à celui de la receveuse ou du couple receveur.
1° à la receveuse ou au couple receveur qui le demande au moment de faire un choix;
2° pour autant que la santé de la personne qui a été conçue par l'implantation d'embryons surnuméraires le requière, à son médecin traitant et à celui de la receveuse ou du couple receveur.
Änderungen
TITEL V. - Gameten.
TITRE V. - Les gamètes.
HOOFDSTUK I. - Algemene principes.
CHAPITRE Ier. - Principes généraux.
Art.37. Gameten kunnen worden weggenomen met het oog op :
- de kinderwens of de bewaring door invriezing met het oog op de latere invulling van de kinderwens;
- de integratie in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol;
- het gebruik in een programma voor donatie van gameten met het oog op medisch begeleide voortplanting.
- de kinderwens of de bewaring door invriezing met het oog op de latere invulling van de kinderwens;
- de integratie in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol;
- het gebruik in een programma voor donatie van gameten met het oog op medisch begeleide voortplanting.
Art.37. Les gamètes peuvent être prélevés en vue :
- d'un projet parental ou d'une cryoconservation pour un projet parental ultérieur;
- d'une intégration dans un protocole de recherche scientifique;
- d'une affectation à un programme de don de gamètes en vue d'une procréation médicalement assistée.
- d'un projet parental ou d'une cryoconservation pour un projet parental ultérieur;
- d'une intégration dans un protocole de recherche scientifique;
- d'une affectation à un programme de don de gamètes en vue d'une procréation médicalement assistée.
Art.38. Gameten mogen in geen geval een andere bestemming krijgen dan die welke bepaald is in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet.
Art.38. Les gamètes ne peuvent en aucun cas faire l'objet d'une affectation différente que celle stipulée dans la convention visée aux articles 7 et 42 de la présente loi.
Art.39. De bepalingen van deze titel zijn ook van toepassing op gonaden en fragmenten van gonaden.
Art.39. Les dispositions du présent titre s'appliquent également aux gonades et fragments de gonades.
HOOFDSTUK II. - Bewaring door invriezing van gameten met het oog op de invulling van een bestaande of een latere kinderwens.
CHAPITRE II. - Cryoconservation des gamètes pour la réalisation d'un projet parental ou d'un projet parental ultérieur.
Afdeling 1. - Werkingssfeer.
Section 1re. - Champ d'application.
Art.40. Gameten kunnen worden bewaard door invriezing met het oog op de invulling van een bestaande of een latere kinderwens
Wanneer de bewaring door invriezing niet heeft plaatsgevonden met de in het eerste lid bepaalde oogmerken of wanneer de termijn voor bewaring door invriezing vastgesteld in de artikelen 46 en 47 is verstreken, kunnen de overtallige gameten :
- worden geïntegreerd in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro,
- worden vernietigd,
- worden gebruikt in een programma voor donatie van gameten.
Wanneer de bewaring door invriezing niet heeft plaatsgevonden met de in het eerste lid bepaalde oogmerken of wanneer de termijn voor bewaring door invriezing vastgesteld in de artikelen 46 en 47 is verstreken, kunnen de overtallige gameten :
- worden geïntegreerd in een wetenschappelijk onderzoeksprotocol overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro,
- worden vernietigd,
- worden gebruikt in een programma voor donatie van gameten.
Art.40. Les gamètes peuvent être cryoconservés en vue de la réalisation du projet parental ou d'un projet parental ultérieur.
Dans le cas où la cryoconservation n'a pas été effectuée aux fins prévues à l'alinéa 1er ou à l'expiration du délai de cryoconservation prévu par les articles 46 et 47, les gamètes surnuméraires peuvent :
- être intégrés dans un protocole de recherche scientifique conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro,
- être détruits,
- être affectés à un programme de don de gamètes.
Dans le cas où la cryoconservation n'a pas été effectuée aux fins prévues à l'alinéa 1er ou à l'expiration du délai de cryoconservation prévu par les articles 46 et 47, les gamètes surnuméraires peuvent :
- être intégrés dans un protocole de recherche scientifique conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro,
- être détruits,
- être affectés à un programme de don de gamètes.
Afdeling 2. - Voorafgaande informatie.
Section 2. - Information préalable.
Art.41. Indien het geraadpleegde fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het verzoek tot medisch begeleide voortplanting door middel van kunstmatige inseminatie, moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet wordt ondertekend :
1° de algemene verplichting inzake informatie en psychologische begeleiding in acht nemen die door artikel 6 van deze wet wordt opgelegd;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de afname van gameten, de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige gameten, als bepaald in de artikelen 46 en 47 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige gameten bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuwe inseminatie van gameten die op verzoek van de twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, vergewist het geraadpleegde fertiliteitscentrum zich van de instemming van beiden met die nieuwe inseminatie voordat enige geneeskundige handeling plaatsvindt.
1° de algemene verplichting inzake informatie en psychologische begeleiding in acht nemen die door artikel 6 van deze wet wordt opgelegd;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de afname van gameten, de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige gameten, als bepaald in de artikelen 46 en 47 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige gameten bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuwe inseminatie van gameten die op verzoek van de twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, vergewist het geraadpleegde fertiliteitscentrum zich van de instemming van beiden met die nieuwe inseminatie voordat enige geneeskundige handeling plaatsvindt.
Art.41. Si le centre de fécondation consulté décide de donner suite à la demande de procréation médicalement assistée en procédant à une insémination artificielle, il doit obligatoirement, et préalablement à la signature de la convention prévue aux articles 7 et 42 de la présente loi :
1° respecter l'obligation d'information générale et d'accompagnement psychologique imposée par l'article 6 de la présente loi;
2° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur le prélèvement de gamètes, les conditions et le délai de conservation de leurs gamètes surnuméraires, tel que prévu aux articles 46 et 47 de la présente loi;
3° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les affectations possibles des gamètes surnuméraires à l'expiration dudit délai.
S'il s'agit d'une nouvelle insémination de gamètes cryoconservés à la demande d'un couple d'auteurs en vue d'un projet parental ultérieur, le centre de fécondation consulté s'assure, préalablement à toute démarche médicale, du consentement effectif des deux auteurs à cette nouvelle insémination.
1° respecter l'obligation d'information générale et d'accompagnement psychologique imposée par l'article 6 de la présente loi;
2° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur le prélèvement de gamètes, les conditions et le délai de conservation de leurs gamètes surnuméraires, tel que prévu aux articles 46 et 47 de la présente loi;
3° fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur les affectations possibles des gamètes surnuméraires à l'expiration dudit délai.
S'il s'agit d'une nouvelle insémination de gamètes cryoconservés à la demande d'un couple d'auteurs en vue d'un projet parental ultérieur, le centre de fécondation consulté s'assure, préalablement à toute démarche médicale, du consentement effectif des deux auteurs à cette nouvelle insémination.
Afdeling 3. - Overeenkomst.
Section 3. - Convention.
Art.42. Vóór de inseminatie sluiten het geraadpleegde fertiliteitscentrum en de wensouder(s) de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van deze wet.
Naast de in artikel 7, tweede lid, bepaalde vermeldingen bevat de overeenkomst verplicht bepalingen over :
1° de bestemming van de overtallige ingevroren gameten wanneer de persoon die de bewaring door invriezing wenst, definitief niet meer in staat is beslissingen te nemen of overlijdt;
2° de bestemming die wordt gegeven aan de overtallige ingevroren gameten na het verstrijken van de bewaringstermijn bepaald in de artikelen 46 en 47.
Wanneer de persoon die de aanvraag tot bewaring door invriezing heeft gedaan minderjarig is, wordt de overeenkomst overeenkomstig artikel 12 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, gesloten tussen het geraadpleegde fertiliteitscentrum en de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefenen of zijn voogd.
Naast de in artikel 7, tweede lid, bepaalde vermeldingen bevat de overeenkomst verplicht bepalingen over :
1° de bestemming van de overtallige ingevroren gameten wanneer de persoon die de bewaring door invriezing wenst, definitief niet meer in staat is beslissingen te nemen of overlijdt;
2° de bestemming die wordt gegeven aan de overtallige ingevroren gameten na het verstrijken van de bewaringstermijn bepaald in de artikelen 46 en 47.
Wanneer de persoon die de aanvraag tot bewaring door invriezing heeft gedaan minderjarig is, wordt de overeenkomst overeenkomstig artikel 12 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, gesloten tussen het geraadpleegde fertiliteitscentrum en de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefenen of zijn voogd.
Art.42. Préalablement à toute insémination, le centre de fécondation consulté et le ou les auteurs du projet parental établissent la convention prévue à l'article 7 de la présente loi.
Outre les mentions prévues par l'article 7, alinéa 2, la convention prévoit obligatoirement :
1° l'affectation des gamètes surnuméraires cryoconservés en cas d'incapacité permanente de décision ou de décès de celui qui a sollicité la cryoconservation;
2° l'affectation des gamètes surnuméraires cryoconservés à l'échéance de leur délai de conservation, tel que prévu aux articles 46 et 47.
Conformément à l'article 12 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, lorsque la personne qui a sollicité la cryoconservation est mineure, la convention est conclue entre le centre de fécondation consulté et les parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur.
Outre les mentions prévues par l'article 7, alinéa 2, la convention prévoit obligatoirement :
1° l'affectation des gamètes surnuméraires cryoconservés en cas d'incapacité permanente de décision ou de décès de celui qui a sollicité la cryoconservation;
2° l'affectation des gamètes surnuméraires cryoconservés à l'échéance de leur délai de conservation, tel que prévu aux articles 46 et 47.
Conformément à l'article 12 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, lorsque la personne qui a sollicité la cryoconservation est mineure, la convention est conclue entre le centre de fécondation consulté et les parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur.
Afdeling 4. - Wijzigingen van de oorspronkelijke overeenkomst.
Section 4. - Modifications de la convention initiale.
Art.43. De instructies die in de in de artikelen 7 en 42 bepaalde overeenkomst zijn opgenomen, kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 8 van deze wet vastgestelde regels.
Art.43. Les instructions reprises dans la convention prévue aux articles 7 et 42 de la présente loi peuvent être modifiées, dans le respect des règles énoncées à l'article 8 de la présente loi.
Afdeling 5. - Post mortem inseminatie van overtallige gameten.
Section 5. - Insémination post mortem de gamètes surnuméraires.
Art.44. Wanneer de persoon die de bewaring door invriezing heeft gevraagd, overtallige gameten heeft laten bewaren met het oog op de latere invulling van zijn kinderwens, en hij dit uitdrukkelijk heeft vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42, is post mortem inseminatie met overtallige gameten geoorloofd.
Art.44. Dans l'hypothèse ou le cas où la personne qui a sollicité la cryoconservation avait conservé des gamètes surnuméraires en vue d'un projet parental ultérieur et pour autant qu'elle l'ait expressément prévu dans la convention visée aux articles 7 et 42, l'insémination post mortem de gamètes surnuméraires est licite.
Art.45. Post mortem inseminatie mag ten vroegste geschieden zes maanden na het overlijden van de persoon die de bewaring door invriezing gevraagd heeft en ten laatste [1 vijf]1 jaar na het overlijden van die persoon. [1 De termijn bedoeld in dit lid kan de termijn bedoeld in artikel 46, eerste lid niet verlengen en neemt in ieder geval een einde op het moment dat de termijn vervat in artikel 46, eerste lid afloopt. Indien de termijn bedoeld in artikel 46, eerste lid, werd ingekort met toepassing van artikel 46, tweede lid, of verlengd werd met toepassing van artikel 47, eerste lid, kan de termijn bedoeld in de eerste zin de ingekorte of verlengde termijn niet verlengen en neemt hij in ieder geval een einde op het moment dat de termijn vervat in artikel 46, tweede lid, respectievelijk 47, eerste lid, afloopt.]1
Iedere bepaling in de overeenkomst die strijdig is met het eerste lid van dit artikel is van rechtswege nietig.
Iedere bepaling in de overeenkomst die strijdig is met het eerste lid van dit artikel is van rechtswege nietig.
Art.45. Il ne pourra être procédé à l'insémination post mortem qu'au terme d'un délai de six mois prenant cours au décès de la personne qui a sollicité la cryoconservation et, au plus tard, dans les [1 cinq]1 ans qui suivent le décès de cette personne. [1 Le délai visé au présent alinéa ne peut pas prolonger le délai visé à l'article 46, alinéa 1er, et prend fin en tout cas à l'expiration du délai visé à l'article 46, alinéa 1er. Si le délai visé à l'article 46, alinéa 1er, a été raccourci par l'application de l'article 46, alinéa 2, ou prolongé par l'application de l'article 47, alinéa 1er, le délai visé à la première phrase ne peut pas prolonger le délai raccourci ou prolongé et prend fin en tout cas à l'expiration du délai visé respectivement à l'article 46, alinéa 2, ou à l'article 47, alinéa 1er.]1
Toute disposition conventionnelle contraire à l'alinéa 1er de cet article sera nulle de plein droit.
Toute disposition conventionnelle contraire à l'alinéa 1er de cet article sera nulle de plein droit.
Änderungen
Afdeling 6. - Termijn voor de bewaring van overtallige gameten.
Section 6. - Délai de conservation des gamètes surnuméraires.
Onderafdeling 1. - Principe.
Sous-section 1re. - Principe.
Art.46. De termijn voor de bewaring van overtallige gameten die werden ingevroren met het oog op invulling van een bestaande of een latere kinderwens bedraagt 10 jaar. Deze termijn vangt aan op de dag van de bewaring door invriezing.
Deze termijn kan op uitdrukkelijk verzoek van de persoon die de bewaring door invriezing heeft gevraagd, worden ingekort. Dit wordt vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42.
Bij het verstrijken van de termijn, voert het geraadpleegde centrum de laatste instructie uit die door de persoon die de bewaring door invriezing heeft gevraagd, werd gegeven in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet.
Deze termijn kan op uitdrukkelijk verzoek van de persoon die de bewaring door invriezing heeft gevraagd, worden ingekort. Dit wordt vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42.
Bij het verstrijken van de termijn, voert het geraadpleegde centrum de laatste instructie uit die door de persoon die de bewaring door invriezing heeft gevraagd, werd gegeven in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet.
Art.46. Le délai de cryoconservation des gamètes surnuméraires en vue de la réalisation d'un projet parental ou d'un projet parental ultérieur est de 10 ans. Il débute au jour de la cryoconservation.
Ce délai peut être réduit, à la demande expresse de la personne qui a sollicité la cryoconservation. Cette réduction du délai est indiquée dans la convention visée aux articles 7 et 42.
A l'expiration du délai, le centre consulté effectue la dernière instruction exprimée par la personne qui a sollicité la cryoconservation dans la convention visée aux articles 7 et 42 de la présente loi.
Ce délai peut être réduit, à la demande expresse de la personne qui a sollicité la cryoconservation. Cette réduction du délai est indiquée dans la convention visée aux articles 7 et 42.
A l'expiration du délai, le centre consulté effectue la dernière instruction exprimée par la personne qui a sollicité la cryoconservation dans la convention visée aux articles 7 et 42 de la présente loi.
Onderafdeling 2. - Afwijking.
Sous-section 2. - Dérogation.
Art.47. In afwijking van artikel 46 kan de persoon die de bewaring door invriezing gevraagd heeft of, kunnen in het geval bedoeld in artikel 42, derde lid, zijn ouders of zijn voogd, vragen dat de bovenvermelde termijn wegens bijzondere omstandigheden wordt verlengd.
Dit verzoek wordt opgenomen in een schriftelijk document dat wordt ondertekend door alle ondertekenaars van de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42, en wordt binnen een redelijke termijn beantwoord door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Indien het fertiliteitscentrum instemt met dit verzoek, wordt de verlenging van de termijn vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet.
Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum weigert op dit verzoek in te gaan, kan de bewaringstermijn niet worden verlengd en is artikel 46, derde lid, van toepassing.
Dit verzoek wordt opgenomen in een schriftelijk document dat wordt ondertekend door alle ondertekenaars van de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42, en wordt binnen een redelijke termijn beantwoord door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Indien het fertiliteitscentrum instemt met dit verzoek, wordt de verlenging van de termijn vermeld in de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet.
Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum weigert op dit verzoek in te gaan, kan de bewaringstermijn niet worden verlengd en is artikel 46, derde lid, van toepassing.
Art.47. Par dérogation à l'article 46, la personne qui a sollicité la cryoconservation ou, dans la situation visée à l'article 42, alinéa 3, ses parents ou son tuteur, peuvent demander que, en raison de circonstances particulières, la durée du délai précité soit prolongée.
Cette demande fait l'objet d'un document écrit signé par toutes les parties signataires à la convention visée aux articles 7 et 42 et doit faire l'objet d'une réponse du centre de fécondation consulté dans un délai raisonnable.
Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est positive, la prolongation du délai est indiquée dans la convention prévue aux articles 7 et 42 de la présente loi.
Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est négative, le délai de conservation ne pourra être prolongé et il est fait application de l'article 46, alinéa 3.
Cette demande fait l'objet d'un document écrit signé par toutes les parties signataires à la convention visée aux articles 7 et 42 et doit faire l'objet d'une réponse du centre de fécondation consulté dans un délai raisonnable.
Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est positive, la prolongation du délai est indiquée dans la convention prévue aux articles 7 et 42 de la présente loi.
Si la réponse donnée par le centre de fécondation consulté est négative, le délai de conservation ne pourra être prolongé et il est fait application de l'article 46, alinéa 3.
HOOFDSTUK III. - Gebruik van gameten in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma overeenkomstig de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro.
CHAPITRE III. - Affectation des gamètes à un programme de recherche scientifique conformément à la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro.
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Section 1re. - Principes généraux.
Art.48. § 1. Het gratis gebruik van gameten in een onderzoeksprogramma is toegestaan.
De Koning kan echter een vergoeding bepalen om verplaatsingskosten of loonverlies van de persoon bij wie een afname wordt verricht te dekken. Deze vergoeding kan ook de ziekenhuiskosten dekken die samenhangen met de afname van eicellen bij de donor.
§ 2. Handel in menselijke gameten is verboden.
De Koning kan echter een vergoeding bepalen om verplaatsingskosten of loonverlies van de persoon bij wie een afname wordt verricht te dekken. Deze vergoeding kan ook de ziekenhuiskosten dekken die samenhangen met de afname van eicellen bij de donor.
§ 2. Handel in menselijke gameten is verboden.
Art.48. § 1er. L'affectation à titre gratuit de gamètes à un programme de recherche est licite.
Néanmoins, le Roi peut fixer une indemnité qui couvre les frais de déplacement ou de perte de salaire de la personne prélevée. Cette indemnité peut couvrir également les frais d'hospitalisation inhérents au prélèvement d'ovocytes de la donneuse.
§ 2. La commercialisation des gamètes humains est interdite.
Néanmoins, le Roi peut fixer une indemnité qui couvre les frais de déplacement ou de perte de salaire de la personne prélevée. Cette indemnité peut couvrir également les frais d'hospitalisation inhérents au prélèvement d'ovocytes de la donneuse.
§ 2. La commercialisation des gamètes humains est interdite.
Afdeling 2. - Procedure.
Section 2. - Procédure.
Onderafdeling 1. - Overeenkomst.
Sous-section 1re. - Convention.
Art.49. De bestemming van gameten voor een wetenschappelijk onderzoeksprogramma wordt uitdrukkelijk vermeld in de in artikel 7 bedoelde overeenkomst, die gesloten wordt tussen de persoon bij wie een afname wordt verricht en het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
De beslissing om de gameten te bestemmen voor een onderzoeksprogramma kan worden ingetrokken tot de aanvang van het onderzoek.
De beslissing om de gameten te bestemmen voor een onderzoeksprogramma kan worden ingetrokken tot de aanvang van het onderzoek.
Art.49. L'affectation de gamètes à un programme de recherche est expressément indiquée dans la convention prévue à l'article 7, conclue entre la personne prélevée et le centre de fécondation consulté.
La décision d'affectation de gamètes à un programme de recherche peut être retirée jusqu'au début de la recherche.
La décision d'affectation de gamètes à un programme de recherche peut être retirée jusqu'au début de la recherche.
Onderafdeling 2. - Termijn voor de bewaring van gameten.
Sous-section 2. - Délai de conservation des gamètes.
Art.50. De termijn voor de bewaring van gameten die worden gebruikt in een wetenschappelijk onderzoeksprogramma wordt bepaald door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Art.50. Le délai de conservation des gamètes affectés à un programme de recherche est fixé par le centre de fécondation consulté.
HOOFDSTUK IV. - Donatie van gameten.
CHAPITRE IV. - Le don de gamètes.
Afdeling 1. - Algemene beginselen.
Section 1re. - Principes généraux.
Art.51. § 1. De gratis donatie van gameten is toegestaan.
De Koning kan echter een vergoeding bepalen om verplaatsingskosten of loonverlies van de persoon bij wie een afname wordt verricht, te dekken. Deze vergoeding kan ook de ziekenhuiskosten dekken die samenhangen met de afname van eicellen bij de donor.
§ 2. Handel in menselijke gameten is verboden.
De Koning kan echter een vergoeding bepalen om verplaatsingskosten of loonverlies van de persoon bij wie een afname wordt verricht, te dekken. Deze vergoeding kan ook de ziekenhuiskosten dekken die samenhangen met de afname van eicellen bij de donor.
§ 2. Handel in menselijke gameten is verboden.
Art.51. § 1er. Le don de gamètes à titre gratuit est licite.
Néanmoins, le Roi peut fixer une indemnité qui couvre les frais de déplacement ou de perte de salaire de la personne prélevée. Cette indemnité peut également couvrir les frais d'hospitalisation inhérents au prélèvement d'ovocytes de la donneuse.
§ 2. La commercialisation des gamètes humains est interdite.
Néanmoins, le Roi peut fixer une indemnité qui couvre les frais de déplacement ou de perte de salaire de la personne prélevée. Cette indemnité peut également couvrir les frais d'hospitalisation inhérents au prélèvement d'ovocytes de la donneuse.
§ 2. La commercialisation des gamètes humains est interdite.
Art.52. Het is verboden :
1° gameten te doneren met het oog op eugenetische selectie, als bepaald in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° gameten te doneren met het oog op geslachtsselectie, als bepaald in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
1° gameten te doneren met het oog op eugenetische selectie, als bepaald in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° gameten te doneren met het oog op geslachtsselectie, als bepaald in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
Art.52. Sont interdits :
1° le don de gamètes à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le don de gamètes axé sur la sélection du sexe, tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les spermatozoïdes atteints de maladies liées au sexe.
1° le don de gamètes à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le don de gamètes axé sur la sélection du sexe, tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les spermatozoïdes atteints de maladies liées au sexe.
Art.53. De matching tussen donor(en) en ontvanger(s) kan niet worden beschouwd als een eugenetische praktijk in de zin van artikel 52, 1°.
Art.53. L'appariement entre donneur(s) et receveur(s) ne peut être considéré comme une pratique à caractère eugénique au sens de l'article 52, 1°.
Art.54. Het gelijktijdig insemineren van gameten afkomstig van verschillende donoren, is verboden.
Art.54. L'insémination simultanée de gamètes provenant de donneurs de gamètes différents est interdite.
Art.55. De gameten van eenzelfde donor mogen niet gebruikt worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meer kinderen geboren te laten worden.
[1 Voor de toepassing van het eerste lid worden de twee wensouders van het vrouwelijk geslacht, die verklaren een gezamenlijke kinderwens te hebben, als een enige vrouw beschouwd.]1
[2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid maken de fertiliteitscentra gebruik van de databank bedoeld in artikel 64, § 2.
Onverminderd het derde lid vraagt het fertiliteitscentrum, in geval van invoer of ontvangst van gameten uit het buitenland, aan de leverende instelling de garantie dat door de levering van de gameten van de betrokken donor de in het eerste lid bepaalde grens in België niet wordt overschreden en dat de leverende instelling het materiaal van dezelfde donor niet ter beschikking stelt van meer dan het aantal ontvangers omschreven in het eerste lid, in België.]2
[1 Voor de toepassing van het eerste lid worden de twee wensouders van het vrouwelijk geslacht, die verklaren een gezamenlijke kinderwens te hebben, als een enige vrouw beschouwd.]1
[2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid maken de fertiliteitscentra gebruik van de databank bedoeld in artikel 64, § 2.
Onverminderd het derde lid vraagt het fertiliteitscentrum, in geval van invoer of ontvangst van gameten uit het buitenland, aan de leverende instelling de garantie dat door de levering van de gameten van de betrokken donor de in het eerste lid bepaalde grens in België niet wordt overschreden en dat de leverende instelling het materiaal van dezelfde donor niet ter beschikking stelt van meer dan het aantal ontvangers omschreven in het eerste lid, in België.]2
Art.55. Les gamètes d'un même donneur ne peuvent conduire à la naissance d'enfants chez plus de six femmes différentes.
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, les auteurs du projet parental de sexe féminin, qui déclarent avoir un projet parental commun, sont considérés comme une seule femme.]1
[2 En vue de l'application de l'alinéa 1er, les centres de fécondation font usage de la base de données visée à l'article 64, § 2.
Sans préjudice de l'alinéa 3, en cas d'importation ou de réception de gamètes en provenance de l'étranger, le centre de fécondation demande à l'établissement fournisseur la garantie que, en fournissant les gamètes du donneur concerné, la limite prévue à l'alinéa 1er ne sera pas dépassée en Belgique et que l'établissement fournisseur ne mette pas le matériel provenant du même donneur à la disposition d'un nombre de receveuses supérieur à celui visé à l'alinéa 1er en Belgique.]2
[1 Pour l'application de l'alinéa 1er, les auteurs du projet parental de sexe féminin, qui déclarent avoir un projet parental commun, sont considérés comme une seule femme.]1
[2 En vue de l'application de l'alinéa 1er, les centres de fécondation font usage de la base de données visée à l'article 64, § 2.
Sans préjudice de l'alinéa 3, en cas d'importation ou de réception de gamètes en provenance de l'étranger, le centre de fécondation demande à l'établissement fournisseur la garantie que, en fournissant les gamètes du donneur concerné, la limite prévue à l'alinéa 1er ne sera pas dépassée en Belgique et que l'établissement fournisseur ne mette pas le matériel provenant du même donneur à la disposition d'un nombre de receveuses supérieur à celui visé à l'alinéa 1er en Belgique.]2
Art.56. Vanaf de inseminatie van de gedoneerde gameten spelen de afstammingsregels als bepaald in het Burgerlijk Wetboek in het voordeel van de wensouder(s) die de gameten ontvangen heeft (hebben).
Donoren van gameten kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen. Ook de ontvanger(s) van gameten en het kind geboren dankzij de inseminatie van gameten kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen tegen de donor(en) van gameten.
Donoren van gameten kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen. Ook de ontvanger(s) van gameten en het kind geboren dankzij de inseminatie van gameten kunnen geen rechtsvordering instellen betreffende de afstamming of de daaruit voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen tegen de donor(en) van gameten.
Art.56. A compter de l'insémination des gamètes donnés, les règles de la filiation telles qu'établies par le Code civil jouent en faveur du ou des auteurs du projet parental ayant reçu lesdits gamètes.
Aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux n'est ouverte aux donneurs de gamètes. De même, aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux ne peut être intentée à l'encontre du ou des donneur(s) de gamètes par le(s) receveur(s) de gamètes et par l'enfant né de l'insémination de gamètes.
Aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux n'est ouverte aux donneurs de gamètes. De même, aucune action relative à la filiation ou à ses effets patrimoniaux ne peut être intentée à l'encontre du ou des donneur(s) de gamètes par le(s) receveur(s) de gamètes et par l'enfant né de l'insémination de gamètes.
Art.57. Wanneer gameten gebruikt worden voor een donatieprogramma, moet het geraadpleegde fertiliteitscentrum alle gegevens die zouden kunnen leiden tot de identificatie van de donor, ontoegankelijk maken. De niet-anonieme donatie berustend op de toestemming van de donor en de ontvanger(s) is toegestaan.
Iedere persoon die in of voor een fertiliteitscentrum werkt en die op welke manier ook kennis neemt van informatie waarmee de donoren van gameten kunnen worden geïdentificeerd, is gebonden door het beroepsgeheim en kan worden gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Iedere persoon die in of voor een fertiliteitscentrum werkt en die op welke manier ook kennis neemt van informatie waarmee de donoren van gameten kunnen worden geïdentificeerd, is gebonden door het beroepsgeheim en kan worden gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Art.57. Lorsque les gamètes sont affectés à un programme de don, le centre de fécondation consulté est tenu de rendre inaccessible toute donnée permettant l'identification du donneur. Le don non anonyme résultant d'un accord entre le donneur et le ou les receveurs est autorisé.
Toute personne travaillant pour ou dans un centre de fécondation, qui prend connaissance, de quelque manière que ce soit, d'informations permettant d'identifier des donneurs de gamètes est tenue au secret professionnel et est passible de sanctions conformément à l'article 458 du Code pénal.
Toute personne travaillant pour ou dans un centre de fécondation, qui prend connaissance, de quelque manière que ce soit, d'informations permettant d'identifier des donneurs de gamètes est tenue au secret professionnel et est passible de sanctions conformément à l'article 458 du Code pénal.
Afdeling 2. - Donoren van gameten.
Section 2. - Donneurs de gamètes.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Art.58. Indien de persoon bij wie de afname wordt verricht beslist zijn gameten te laten gebruiken in een donatieprogramma, heeft het geraadpleegde fertiliteitscentrum benevens de in artikel 6 bedoelde algemene informatieverplichting, ook de plicht de donoren eerlijke informatie te verstrekken over de procedure voor de afname en over de gevolgen van dat gebruik.
Art.58. Si la personne prélevée décide d'affecter ses gamètes à un programme de don, le centre de fécondation consulté doit, outre l'obligation générale d'information prévue à l'article 6, l'informer loyalement sur la procédure de prélèvement et sur les conséquences de cette affectation.
Onderafdeling 2. - Overeenkomst.
Sous-section 2. - Convention.
Art.59. Het gebruik van gameten in een gameetdonatieprogramma wordt uitdrukkelijk vermeld in de in artikelen 7 en 42 bedoelde overeenkomst, die wordt gesloten tussen de donor en het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
De overeenkomst vermeldt, naast de in artikelen 7 en 42 opgesomde gegevens :
1° de verbintenis aangegaan door de donor om alle onderzoeken te ondergaan en alle medische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, te verstrekken waarmee het fertiliteitscentrum kan nagaan of de gedoneerde gameten gezond zijn,
2° de bestemming die de donor wenst te geven aan de gameten mochten de resultaten van de onderzoeken bedoeld in het 1° onverenigbaar met de donatie zijn, dit wil zeggen vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek,
3° de bestemming die de donor wenst te geven aan de gameten mocht hij weigeren of er later van afzien om de onderzoeken bedoeld in het 1°, te laten uitvoeren, dit wil zeggen vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek.
Eenmaal de procedure tot donatie van gameten is gestart, is de donatie onherroepelijk.
De overeenkomst vermeldt, naast de in artikelen 7 en 42 opgesomde gegevens :
1° de verbintenis aangegaan door de donor om alle onderzoeken te ondergaan en alle medische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, te verstrekken waarmee het fertiliteitscentrum kan nagaan of de gedoneerde gameten gezond zijn,
2° de bestemming die de donor wenst te geven aan de gameten mochten de resultaten van de onderzoeken bedoeld in het 1° onverenigbaar met de donatie zijn, dit wil zeggen vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek,
3° de bestemming die de donor wenst te geven aan de gameten mocht hij weigeren of er later van afzien om de onderzoeken bedoeld in het 1°, te laten uitvoeren, dit wil zeggen vernietiging of gebruik voor wetenschappelijk onderzoek.
Eenmaal de procedure tot donatie van gameten is gestart, is de donatie onherroepelijk.
Art.59. L'affectation de gamètes à un programme de don de gamètes doit être expressément indiquée dans la convention prévue aux articles 7 et 42, conclue entre le donneur et le centre de fécondation consulté.
Outre les mentions requises aux articles 7 et 42, la convention mentionne :
1° l'engagement pris par le donneur de se soumettre à tout examen et de fournir toutes les informations médicales nécessaires à la mise en oeuvre de la présente loi, afin de permettre au centre de fécondation de s'assurer du respect de la sécurité sanitaire des gamètes donnés,
2° dans le cas où les résultats des examens visés au 1° s'avéreraient incompatibles avec le don, la destination que le donneur affecte auxdits gamètes, qu'elles soient détruites ou affectées à un protocole de recherche scientifique,
3° dans le cas où le donneur refuserait ou s'abstiendrait ultérieurement de se soumettre aux examens visés au 1°, la destination que le donneur affecte auxdits gamètes, qu'elles soient détruites ou affectées à un protocole de recherche scientifique.
Une fois que la procédure de don de gamètes est engagée, le don est irrévocable.
Outre les mentions requises aux articles 7 et 42, la convention mentionne :
1° l'engagement pris par le donneur de se soumettre à tout examen et de fournir toutes les informations médicales nécessaires à la mise en oeuvre de la présente loi, afin de permettre au centre de fécondation de s'assurer du respect de la sécurité sanitaire des gamètes donnés,
2° dans le cas où les résultats des examens visés au 1° s'avéreraient incompatibles avec le don, la destination que le donneur affecte auxdits gamètes, qu'elles soient détruites ou affectées à un protocole de recherche scientifique,
3° dans le cas où le donneur refuserait ou s'abstiendrait ultérieurement de se soumettre aux examens visés au 1°, la destination que le donneur affecte auxdits gamètes, qu'elles soient détruites ou affectées à un protocole de recherche scientifique.
Une fois que la procédure de don de gamètes est engagée, le don est irrévocable.
Afdeling 3. - Ontvangers van gameten.
Section 3. - Receveurs de gamètes.
Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie.
Sous-section 1re. - Information préalable.
Art.60. Benevens de in artikel 6 bedoelde algemene informatieplicht, verstrekt het geraadpleegde centrum de informatie over de gevolgde procedure aan de ontvanger (s).
Art.60. Outre l'obligation générale d'information prévue à l'article 6, le centre consulté fournit au(x) receveur(s) les informations quant à la procédure suivie.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Sous-section 2. - Procédure.
Art.61. De ontvangster dient een aanvraag voor inseminatie met gameten in door middel van een aangetekende brief aan het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Wanneer het om een paar gaat, wordt het in het eerste lid bedoelde schriftelijk document ondertekend door beide wensouders.
Het geraadpleegde centrum beantwoordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag binnen twee maanden na de verzending ervan.
Wanneer het om een paar gaat, wordt het in het eerste lid bedoelde schriftelijk document ondertekend door beide wensouders.
Het geraadpleegde centrum beantwoordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag binnen twee maanden na de verzending ervan.
Art.61. La receveuse introduit une demande d'insémination de gamètes par lettre recommandée adressée au centre de fécondation consulté.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
Le centre consulté répond à la demande visée à l'alinéa 1er dans les deux mois de sa date d'envoi.
Lorsqu'il s'agit d'un couple, le document écrit visé à l'alinéa précédent est signé par les deux auteurs du projet parental.
Le centre consulté répond à la demande visée à l'alinéa 1er dans les deux mois de sa date d'envoi.
Art.62. Als het fertiliteitscentrum ingaat op de in artikel 61 bedoelde aanvraag, wordt er tussen het geraadpleegde centrum en de ontvangster of het paar dat de gameten ontvangt, een overeenkomst opgesteld als bedoeld in de artikelen 7 en 42.
Wijst het geraadpleegde fertiliteitscentrum de in artikel 61 bedoelde aanvraag af, dan wordt artikel 5, derde lid, toegepast.
Wijst het geraadpleegde fertiliteitscentrum de in artikel 61 bedoelde aanvraag af, dan wordt artikel 5, derde lid, toegepast.
Art.62. Si le centre de fécondation consulté répond favorablement à la demande énoncée à l'article 61, une convention conforme aux articles 7 et 42 sera alors établie entre le centre consulté et la receveuse ou le couple receveur.
Dans le cas où le centre de fécondation consulté répond négativement à la demande énoncée à l'article 61, il sera fait application de l'article 5, alinéa 3.
Dans le cas où le centre de fécondation consulté répond négativement à la demande énoncée à l'article 61, il sera fait application de l'article 5, alinéa 3.
Afdeling 4. - Termijn voor de bewaring van de gameten.
Section 4. - Délai de conservation des gamètes.
Art.63. De termijn voor de bewaring van gameten die gebruikt worden in een gameetdonatieprogramma wordt vastgesteld door het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
Art.63. Le délai de conservation des gamètes affectés à un programme de don de gamètes est fixé par le centre de fécondation consulté.
Afdeling 5. - Opslag en mededeling van de gegevens.
Section 5. - Stockage et communication des informations.
Art.64. [1 § 1.]1 Onverminderd [2 de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2, verzamelt het fertiliteitcentrum voor iedere donor van gameten de volgende gegevens :
1° medische informatie met betrekking tot de donor van gameten die belangrijk kan zijn voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind;
2° de fysieke kenmerken van de donor van gameten;
3° de informatie die nodig is voor de toepassing van deze wet.
[1 § 2.]1 [2 Om de door de fertiliteitscentra gemachtigde gezondheidszorgbeoefenaars in staat te stellen de vereiste verificaties te verrichten om toe te zien op de naleving van artikel 55, wordt een systeem vastgesteld voor de uitwisseling, tussen de fertiliteitscentra, van de informatie die daarvoor noodzakelijk is en waarvan het beheer wordt toevertrouwd aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten dat, daartoe, bij de fertiliteitscentra de in deze paragraaf vastgestelde categorieën van gegevens verzamelt en die vervolgens centraliseert in een databank.
Om hun taken bedoeld in artikel 72/1, § 2 uit te oefenen beschikken de inspecteurs van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten bedoeld in artikel 72/1, § 1, over een toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid.
In het kader van het in het eerste lid bedoelde informatie-uitwisselingssysteem worden, door middel van registratie in de databank, door de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep, persoonsgegevens verwerkt.
Het betreft de volgende categorieën van persoons- gegevens:
1° betreffende de donor van gameten:
a) zijn/haar Rijksregisternummer of, indien de donor niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) het aantal vrouwen bij wie de gameten van dezelfde donor gebruikt worden om kinderen te laten geboren worden;
2° betreffende de vrouw waarbij gedoneerde gameten worden gebruikt:
a) haar Rijksregisternummer of, indien ze niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) in voorkomend geval, het bestaan van een gezamenlijke kinderwens met een wensouder van het vrouwelijk geslacht;
c) een zwangerschap ten gevolge van het gebruik van de gedoneerde gameten;
d) de geboorte van een of meerdere levende en levensvatbare kinderen naar aanleiding van het gebruik van de gedoneerde gameten.
3° in voorkomend geval, de identiteitsgegevens van de wensouder van het vrouwelijk geslacht die verklaart een gezamenlijke kinderwens te hebben met de vrouw bedoeld onder 2°.
De in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens worden uitsluitend in gepseudonimiseerde vorm geregistreerd in de databank. De Koning bepaalt de methode van pseudonimisering die door de fertiliteitscentra dient te worden toegepast. Deze methode is identiek voor alle centra en wordt geactualiseerd teneinde te voldoen aan de beste praktijken op dat gebied.
De depseudonimisering van de persoonsgegevens is verboden.
De volgende personen hebben toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid:
1° de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep;
2° de in artikel 72/1, § 1, van de wet bedoelde personen, overeenkomstig artikel 72/1, § 2, van de wet, in het kader van de uitvoering van hun opdracht.
De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden gedurende vijftig jaar vanaf de laatste registratie in de databank die betrekking heeft op de persoon bedoeld in het vierde lid, 1°, bewaard.
In afwijking van het achtste lid worden de persoonsgegevens bedoeld in het vierde lid verwijderd op het moment dat de persoon/personen bedoeld in het vierde lid, 1°, de leeftijd van zeventig jaar bereikt/bereiken.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten treedt, als toezichthoudende autoriteit, op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten kan de effectieve verwerking van persoonsgegevens uitbesteden aan een verwerker. De pseudonimisering wordt uitbesteed aan het eHealth Platform.
De Koning kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van dit artikel. In het bijzonder kan Hij de voorwaarden, de wijze en het tijdstip van registratie in en consultatie van de databank bepalen. Hij kan bovendien de te verwerken persoonsgegevens nader bepalen, de te registeren gegevens die geen persoonsgegevens zijn vaststellen, evenals de technische en organisatorische maatregelen vaststellen die moeten worden genomen om de in deze paragraaf bedoelde gegevensverwerking uit te voeren.]2
1° medische informatie met betrekking tot de donor van gameten die belangrijk kan zijn voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind;
2° de fysieke kenmerken van de donor van gameten;
3° de informatie die nodig is voor de toepassing van deze wet.
[1 § 2.]1 [2 Om de door de fertiliteitscentra gemachtigde gezondheidszorgbeoefenaars in staat te stellen de vereiste verificaties te verrichten om toe te zien op de naleving van artikel 55, wordt een systeem vastgesteld voor de uitwisseling, tussen de fertiliteitscentra, van de informatie die daarvoor noodzakelijk is en waarvan het beheer wordt toevertrouwd aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten dat, daartoe, bij de fertiliteitscentra de in deze paragraaf vastgestelde categorieën van gegevens verzamelt en die vervolgens centraliseert in een databank.
Om hun taken bedoeld in artikel 72/1, § 2 uit te oefenen beschikken de inspecteurs van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten bedoeld in artikel 72/1, § 1, over een toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid.
In het kader van het in het eerste lid bedoelde informatie-uitwisselingssysteem worden, door middel van registratie in de databank, door de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep, persoonsgegevens verwerkt.
Het betreft de volgende categorieën van persoons- gegevens:
1° betreffende de donor van gameten:
a) zijn/haar Rijksregisternummer of, indien de donor niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) het aantal vrouwen bij wie de gameten van dezelfde donor gebruikt worden om kinderen te laten geboren worden;
2° betreffende de vrouw waarbij gedoneerde gameten worden gebruikt:
a) haar Rijksregisternummer of, indien ze niet over een Rijksregisternummer beschikt, de door de Koning te bepalen identificatiegegevens; het Rijksregisternummer en de door de Koning bepaalde identificatiegegevens worden gebruikt om op zekere en eenduidige manier de betrokkene te identificeren en het gepseudonimiseerde identificatienummer te genereren;
b) in voorkomend geval, het bestaan van een gezamenlijke kinderwens met een wensouder van het vrouwelijk geslacht;
c) een zwangerschap ten gevolge van het gebruik van de gedoneerde gameten;
d) de geboorte van een of meerdere levende en levensvatbare kinderen naar aanleiding van het gebruik van de gedoneerde gameten.
3° in voorkomend geval, de identiteitsgegevens van de wensouder van het vrouwelijk geslacht die verklaart een gezamenlijke kinderwens te hebben met de vrouw bedoeld onder 2°.
De in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens worden uitsluitend in gepseudonimiseerde vorm geregistreerd in de databank. De Koning bepaalt de methode van pseudonimisering die door de fertiliteitscentra dient te worden toegepast. Deze methode is identiek voor alle centra en wordt geactualiseerd teneinde te voldoen aan de beste praktijken op dat gebied.
De depseudonimisering van de persoonsgegevens is verboden.
De volgende personen hebben toegang tot de databank bedoeld in het eerste lid:
1° de door de fertiliteitscentra gemachtigde beoefenaars van een gezondheidszorgberoep;
2° de in artikel 72/1, § 1, van de wet bedoelde personen, overeenkomstig artikel 72/1, § 2, van de wet, in het kader van de uitvoering van hun opdracht.
De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden gedurende vijftig jaar vanaf de laatste registratie in de databank die betrekking heeft op de persoon bedoeld in het vierde lid, 1°, bewaard.
In afwijking van het achtste lid worden de persoonsgegevens bedoeld in het vierde lid verwijderd op het moment dat de persoon/personen bedoeld in het vierde lid, 1°, de leeftijd van zeventig jaar bereikt/bereiken.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten treedt, als toezichthoudende autoriteit, op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016, nr. 2016/679/EU betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten kan de effectieve verwerking van persoonsgegevens uitbesteden aan een verwerker. De pseudonimisering wordt uitbesteed aan het eHealth Platform.
De Koning kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van dit artikel. In het bijzonder kan Hij de voorwaarden, de wijze en het tijdstip van registratie in en consultatie van de databank bepalen. Hij kan bovendien de te verwerken persoonsgegevens nader bepalen, de te registeren gegevens die geen persoonsgegevens zijn vaststellen, evenals de technische en organisatorische maatregelen vaststellen die moeten worden genomen om de in deze paragraaf bedoelde gegevensverwerking uit te voeren.]2
Art.64. [1 § 1er.]1 Sans préjudice [2 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), et la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2, le centre de fécondation collecte pour chaque donneur de gamètes les informations suivantes :
1° les informations médicales relatives au donneur de gamètes, susceptibles de revêtir une importance pour le développement sain de l'enfant à naître;
2° les caractéristiques physiques du donneur de gamètes;
3° les informations nécessaires à l'application de la présente loi.
[1 § 2.]1 [2 En vue de permettre aux professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation de procéder aux vérifications requises pour veiller au respect de l'article 55, il est établi un système pour l'échange, entre les centres de fécondation, des informations nécessaires à cet effet dont la gestion est confiée à l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé qui, pour ce faire, collecte les catégories de données déterminées au présent paragraphe auprès des centres de fécondation et les centralise dans une base de données.
Afin d'exercer leurs missions visées à l'article 72/1, § 2, les inspecteurs de l'Aagence fédérale des médicaments et des produits de santé visés à l'article 72/1, § 1er, disposent d'un accès à la base de données visée à l'alinéa 1er.
Dans le cadre du système d'échange d'informations visé à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel sont traitées par le biais d'un enregistrement dans la base de données par les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation.
Il s'agit des catégories de données à caractère personnel suivantes:
1° concernant le donneur des gamètes:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si le donneur ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisées pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le nombre de femmes chez qui les gamètes provenant du même donneur sont utilisés pour donner naissance à des enfants;
2° concernant la femme chez qui les gamètes donnés sont utilisés:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si elle ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisées pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le cas échéant, l'existence d'un projet parental commun avec un auteur du projet parental de sexe féminin;
c) une grossesse résultant de l'utilisation des gamètes donnés;
d) la naissance d'un ou de plusieurs enfants vivants et viables à la suite de l'utilisation des gamètes donnés.
3° le cas échéant, les données d'identification de l'auteur du projet parental de sexe féminin qui déclare avoir un projet parental commun avec la femme visée au 2°.
Les données à caractère personnel visées au présent paragraphe ne sont enregistrées dans la base de données que sous une forme pseudonymisée. Le Roi détermine la méthode de pseudonymisation que les centres de fécondation doivent utiliser. Cette méthode est identique pour tous les centres et elle est maintenue à jour afin de correspondre aux règles de l'art d'application en la matière.
La dépseudonymisation des données à caractère personnel est interdite.
Les personnes suivantes ont accès à la base de données visée à l'alinéa 1er:
1° les professionnels des soins de santé autorisés par les centres de fécondation;
2° les personnes visées à l'article 72/1, § 1er, en vue de l'exercice de leur mission conformément à l'article 72/1, § 2.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont conservées pendant cinquante ans à compter du dernier enregistrement par rapport à la personne visée à l'alinéa 4, 1°, dans la base de données.
Par dérogation à l'alinéa 8, les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont supprimées au moment où la personne/les personnes visée(s) à l'alinéa 4, 1°, atteint/atteignent l'âge de septante ans.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, en tant qu'autorité de contrôle, agit en tant que responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé peut sous-traiter le traitement effectif des données à caractère personnel à un sous-traitant. La pseudonymisation est sous-traitée à la plateforme eHealth.
Le Roi peut déterminer les modalités pour l'application du présent article. Il peut notamment déterminer les conditions, les modalités et les délais d'enregistrement et de consultation de la base de données. Il peut également préciser les données à caractère personnel à traiter, déterminer les données à enregistrer qui ne sont pas des données à caractère personnel, ainsi que déterminer les mesures techniques et organisationnelles qui doivent être prises pour effectuer le traitement des données visé au présent paragraphe.]2
1° les informations médicales relatives au donneur de gamètes, susceptibles de revêtir une importance pour le développement sain de l'enfant à naître;
2° les caractéristiques physiques du donneur de gamètes;
3° les informations nécessaires à l'application de la présente loi.
[1 § 2.]1 [2 En vue de permettre aux professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation de procéder aux vérifications requises pour veiller au respect de l'article 55, il est établi un système pour l'échange, entre les centres de fécondation, des informations nécessaires à cet effet dont la gestion est confiée à l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé qui, pour ce faire, collecte les catégories de données déterminées au présent paragraphe auprès des centres de fécondation et les centralise dans une base de données.
Afin d'exercer leurs missions visées à l'article 72/1, § 2, les inspecteurs de l'Aagence fédérale des médicaments et des produits de santé visés à l'article 72/1, § 1er, disposent d'un accès à la base de données visée à l'alinéa 1er.
Dans le cadre du système d'échange d'informations visé à l'alinéa 1er, des données à caractère personnel sont traitées par le biais d'un enregistrement dans la base de données par les professionnels de la santé autorisés par les centres de fécondation.
Il s'agit des catégories de données à caractère personnel suivantes:
1° concernant le donneur des gamètes:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si le donneur ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisées pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le nombre de femmes chez qui les gamètes provenant du même donneur sont utilisés pour donner naissance à des enfants;
2° concernant la femme chez qui les gamètes donnés sont utilisés:
a) son numéro d'identification du Registre national ou, si elle ne dispose pas d'un numéro d'identification du Registre national, les données d'identification à déterminer par le Roi; le numéro d'identification du Registre national et les données d'identification déterminées par le Roi sont utilisées pour identifier de manière sûre et non ambiguë la personne concernée et pour générer le numéro d'identification pseudonymisé;
b) le cas échéant, l'existence d'un projet parental commun avec un auteur du projet parental de sexe féminin;
c) une grossesse résultant de l'utilisation des gamètes donnés;
d) la naissance d'un ou de plusieurs enfants vivants et viables à la suite de l'utilisation des gamètes donnés.
3° le cas échéant, les données d'identification de l'auteur du projet parental de sexe féminin qui déclare avoir un projet parental commun avec la femme visée au 2°.
Les données à caractère personnel visées au présent paragraphe ne sont enregistrées dans la base de données que sous une forme pseudonymisée. Le Roi détermine la méthode de pseudonymisation que les centres de fécondation doivent utiliser. Cette méthode est identique pour tous les centres et elle est maintenue à jour afin de correspondre aux règles de l'art d'application en la matière.
La dépseudonymisation des données à caractère personnel est interdite.
Les personnes suivantes ont accès à la base de données visée à l'alinéa 1er:
1° les professionnels des soins de santé autorisés par les centres de fécondation;
2° les personnes visées à l'article 72/1, § 1er, en vue de l'exercice de leur mission conformément à l'article 72/1, § 2.
Les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont conservées pendant cinquante ans à compter du dernier enregistrement par rapport à la personne visée à l'alinéa 4, 1°, dans la base de données.
Par dérogation à l'alinéa 8, les données à caractère personnel visées à l'alinéa 4 sont supprimées au moment où la personne/les personnes visée(s) à l'alinéa 4, 1°, atteint/atteignent l'âge de septante ans.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, en tant qu'autorité de contrôle, agit en tant que responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé peut sous-traiter le traitement effectif des données à caractère personnel à un sous-traitant. La pseudonymisation est sous-traitée à la plateforme eHealth.
Le Roi peut déterminer les modalités pour l'application du présent article. Il peut notamment déterminer les conditions, les modalités et les délais d'enregistrement et de consultation de la base de données. Il peut également préciser les données à caractère personnel à traiter, déterminer les données à enregistrer qui ne sont pas des données à caractère personnel, ainsi que déterminer les mesures techniques et organisationnelles qui doivent être prises pour effectuer le traitement des données visé au présent paragraphe.]2
Art.65. De gegevens met betrekking tot de donor van gameten, die vermeld worden in artikel 64, [1 § 1]1, 1°, mogen worden meegedeeld door het fertiliteitscentrum :
1° aan de ontvangster van de gameten of aan het paar dat de gameten ontvangt, wanneer zij daarom vragen op het moment dat zij een keuze maken;
2° voor zover de gezondheid van de persoon die verwekt is door de inseminatie met gameten dit vereist, aan diens huisarts of aan die van de ontvangster van de gameten of het paar dat de gameten ontvangt.
1° aan de ontvangster van de gameten of aan het paar dat de gameten ontvangt, wanneer zij daarom vragen op het moment dat zij een keuze maken;
2° voor zover de gezondheid van de persoon die verwekt is door de inseminatie met gameten dit vereist, aan diens huisarts of aan die van de ontvangster van de gameten of het paar dat de gameten ontvangt.
Art.65. Les informations relatives aux donneurs de gamètes, mentionnées à l'article 64, [1 § 1er]1, 1°, peuvent être communiquées par le centre de fécondation :
1° à la receveuse ou au couple receveur qui le demande au moment de faire un choix;
2° pour autant que la santé de la personne qui a été conçue par l'insémination de gamètes le requière, à son médecin traitant et à celui de la receveuse ou du couple receveur.
1° à la receveuse ou au couple receveur qui le demande au moment de faire un choix;
2° pour autant que la santé de la personne qui a été conçue par l'insémination de gamètes le requière, à son médecin traitant et à celui de la receveuse ou du couple receveur.
Änderungen
TITEL VI. - Genetische pre-implantatiediagnostiek.
TITRE VI. - Le diagnostic génétique préimplantatoire.
HOOFDSTUK I. - Voorafgaande informatie.
CHAPITRE Ier. - Information préalable.
Art.66. Vóór de overeenkomst bedoeld in artikel 69 wordt gesloten, verstrekt het geraadpleegde fertiliteitscentrum de wensouder(s) eerlijke informatie over de genetische pre-implantatiediagnostiek.
Art.66. Préalablement à la convention visée à l'article 69, le centre de fécondation consulté doit fournir à l'auteur ou aux auteurs du projet parental une information loyale sur le diagnostic génétique préimplantatoire.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden waaronder genetische pre-implantatiediagnostiek geoorloofd is.
CHAPITRE II. - Conditions de licéité du diagnostic génétique préimplantatoire.
Art.67. Verboden zijn :
1° Genetische pre-implantatiediagnostiek met het oog op eugenetische selectie, zoals gedefinieerd in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° Genetische pre-implantatiediagnostiek met het oog op geslachtsselectie, zoals gedefinieerd in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
1° Genetische pre-implantatiediagnostiek met het oog op eugenetische selectie, zoals gedefinieerd in artikel 5, 4°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op de selectie of de verbetering van niet-pathologische genetische kenmerken van de menselijke soort;
2° Genetische pre-implantatiediagnostiek met het oog op geslachtsselectie, zoals gedefinieerd in artikel 5, 5°, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, dat wil zeggen gericht op geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten.
Art.67. Sont interdits :
1° le diagnostic génétique préimplantatoire à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le diagnostic génétique préimplantatoire axé sur la sélection du sexe tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les embryons atteints de maladies liées au sexe.
1° le diagnostic génétique préimplantatoire à caractère eugénique, tel que défini par l'article 5, 4°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection ou l'amplification de caractéristiques génétiques non pathologiques de l'espèce humaine;
2° le diagnostic génétique préimplantatoire axé sur la sélection du sexe tel que défini par l'article 5, 5°, de la loi du 11 mai 2003 relative à la recherche sur les embryons in vitro, c'est-à-dire axé sur la sélection du sexe, à l'exception de la sélection qui permet d'écarter les embryons atteints de maladies liées au sexe.
Art.68. In afwijking van artikel 67 is pre-implantatie genetische diagnostiek uitzonderlijk toegestaan in het therapeutisch belang van een reeds geboren kind van de wensouder(s).
Het geraadpleegde fertiliteitscentrum moet, in het geval bedoeld in het eerste lid van dit artikel, beoordelen of de kinderwens niet uitsluitend ten dienste staat van dat therapeutisch belang.
Deze beoordeling moet worden bevestigd door het geraadpleegde centrum voor menselijke erfelijkheid waarvan het advies bij het dossier wordt gevoegd.
Het geraadpleegde fertiliteitscentrum moet, in het geval bedoeld in het eerste lid van dit artikel, beoordelen of de kinderwens niet uitsluitend ten dienste staat van dat therapeutisch belang.
Deze beoordeling moet worden bevestigd door het geraadpleegde centrum voor menselijke erfelijkheid waarvan het advies bij het dossier wordt gevoegd.
Art.68. Par dérogation à l'article 67, le diagnostic génétique préimplantatoire est exceptionnellement autorisé dans l'intérêt thérapeutique d'un enfant déjà né du ou des auteurs du projet parental.
Il appartient au centre de fécondation consulté d'estimer que, dans l'hypothèse évoquée à l'alinéa 1er du présent article, le projet parental n'a pas pour seul objectif la réalisation de cet intérêt thérapeutique.
Cette estimation doit être confirmée par le centre de génétique humaine consulté, dont l'avis sera joint au dossier.
Il appartient au centre de fécondation consulté d'estimer que, dans l'hypothèse évoquée à l'alinéa 1er du présent article, le projet parental n'a pas pour seul objectif la réalisation de cet intérêt thérapeutique.
Cette estimation doit être confirmée par le centre de génétique humaine consulté, dont l'avis sera joint au dossier.
HOOFDSTUK III. - Overeenkomst.
CHAPITRE III. - Convention.
Art.69. § 1. Wanneer is voldaan aan de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 67 en 68 van deze wet, wordt een overeenkomst opgesteld tussen de wensouder(s) en het geraadpleegde fertiliteitscentrum.
§ 2. Naast de in artikel 7, tweede lid, bedoelde vermeldingen, wordt in de overeenkomst ook uitdrukkelijk vermeld dat de wensouder(s) instemt (instemmen) met de uitvoering van de genetische pre-implantatiediagnostiek
Als het gaat om een paar, moet de overeenkomst door beide wensouders worden ondertekend.
Deze overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren, een voor het fertiliteitscentrum en een voor de wensouder(s).
§ 2. Naast de in artikel 7, tweede lid, bedoelde vermeldingen, wordt in de overeenkomst ook uitdrukkelijk vermeld dat de wensouder(s) instemt (instemmen) met de uitvoering van de genetische pre-implantatiediagnostiek
Als het gaat om een paar, moet de overeenkomst door beide wensouders worden ondertekend.
Deze overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren, een voor het fertiliteitscentrum en een voor de wensouder(s).
Art.69. § 1er. Pour autant que les conditions posées par les articles 67 et 68 de la présente loi aient été respectées, une convention sera établie entre le ou les auteurs du projet parental et le centre de fécondation consulté.
§ 2. Outre les mentions prévues à l'article 7, alinéa 2, la convention mentionne expressément l'accord du ou des auteurs du projet parental à la réalisation d'un diagnostic génétique préimplantatoire.
Dans l'hypothèse où il s'agit d'un couple, cette convention doit être signée par les deux auteurs du projet parental.
Cette convention est rédigée en deux exemplaires, l'un destiné au centre de fécondation, l'autre à l'auteur ou aux auteurs du projet parental.
§ 2. Outre les mentions prévues à l'article 7, alinéa 2, la convention mentionne expressément l'accord du ou des auteurs du projet parental à la réalisation d'un diagnostic génétique préimplantatoire.
Dans l'hypothèse où il s'agit d'un couple, cette convention doit être signée par les deux auteurs du projet parental.
Cette convention est rédigée en deux exemplaires, l'un destiné au centre de fécondation, l'autre à l'auteur ou aux auteurs du projet parental.
HOOFDSTUK IV. - Geheime aard van de gegevens.
CHAPITRE IV. - Confidentialité des informations.
Art.70. Eenieder die werkt voor of in een fertiliteitscentrum of een centrum voor menselijke erfelijkheid en die, op welke manier dan ook, kennis neemt van persoonlijke informatie die verband houdt met de wensouder(s), is gebonden door het beroepsgeheim en kan worden gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Art.70. Toute personne travaillant pour ou dans un centre de fécondation ou de génétique humaine qui prend connaissance, de quelque manière que ce soit, d'informations personnelles afférentes à l'auteur ou aux auteurs du projet parental est tenue au secret professionnel et est passible de sanctions conformément à l'article 458 du Code pénal.
HOOFDSTUK V. - Samenwerking tussen de fertiliteitscentra en de centra voor menselijke erfelijkheid.
CHAPITRE V. - Collaboration entre centres de fécondation et centres de génétique humaine.
Art.71. De genetische pre-implantatiediagnostiek kan enkel worden uitgevoerd in een fertiliteitscentrum en een centrum voor menselijke erfelijkheid die daartoe een specifieke samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten.
Art.71. Le diagnostic génétique préimplantatoire ne peut être effectué que dans un centre de fécondation et dans un centre de genétique humaine qui ont établi une convention de collaboration spécifique à cet effet.
Art.72. Het aantal fertiliteitscentra dat genetische pre-implantatiediagnostiek mag uitvoeren, wordt door de Koning vastgesteld in een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad en nadat het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen is ingewonnen.
Dat aantal mag in geen geval minder zijn dan acht.
Dat aantal mag in geen geval minder zijn dan acht.
Art.72. Le nombre de centres de fécondation habilité à pratiquer le diagnostic génétique préimplantatoire est fixé par le Roi par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, pris après avis du Conseil national des établissements hospitaliers.
Ce nombre ne peut en aucun cas être inférieur à huit.
Ce nombre ne peut en aucun cas être inférieur à huit.
TITEL VI/1. Toezicht.
TITRE VI/1. - Contrôle.
Art. 72/1. <INGEVOEGD bij W 2008-07-24/35, art. 110; Inwerkingtreding : 17-08-2008> § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, oefenen de statutaire ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten en de personeelsleden die zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur met deze Federale Overheidsdienst of met dit Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, en die door de Koning zijn aangewezen, toezicht uit op de naleving van de bepalingen uit deze wet en diens uitvoeringsbesluiten.
De Koning kan nadere regelen bepalen met betrekking tot de vorming en de kwalificaties van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personeelsleden.
§ 2. Met het oog op en binnen de beperking van het uitoefenen van hun opdracht, beschikken de in § 1 bedoelde ambtenaren en personeelsleden over de bevoegdheden bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.
Artikel 14bis van dezelfde wet is mutatis mutandis van toepassing.
§ 3. Elkeen die rechtstreeks betrokken is bij de toepassing van deze wet, is gehouden tot het verschaffen van alle inlichtingen en documenten die de in § 1 bedoelde ambtenaren en personeelsleden nodig hebben voor het vervullen van hun opdracht.
De Koning kan nadere regelen bepalen met betrekking tot de vorming en de kwalificaties van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personeelsleden.
§ 2. Met het oog op en binnen de beperking van het uitoefenen van hun opdracht, beschikken de in § 1 bedoelde ambtenaren en personeelsleden over de bevoegdheden bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.
Artikel 14bis van dezelfde wet is mutatis mutandis van toepassing.
§ 3. Elkeen die rechtstreeks betrokken is bij de toepassing van deze wet, is gehouden tot het verschaffen van alle inlichtingen en documenten die de in § 1 bedoelde ambtenaren en personeelsleden nodig hebben voor het vervullen van hun opdracht.
Art. 72/1. § 1er. Sans préjudice des compétences des officiers de la police judiciaire, les fonctionnaires statutaires du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ou de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé et les membres du personnel qui sont liés par un contrat de travail à durée indéterminée à ce Service public fédéral ou à l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, et qui sont désignés par le Roi, exercent un contrôle sur le respect des dispositions de la présente loi et de leurs arrêtés d'exécution.
Le Roi peut fixer des règles spécifiques au sujet de la formation et des qualifications des fonctionnaires et des membres du personnel, visés à l'alinéa 1er.
§ 2. En vue de et dans la limite de l'exercice de leur mission, les fonctionnaires et les membres du personnel visés au § 1er disposent des compétences visées à l'article 14 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments.
L'article 14bis de la même loi s'applique mutatis mutandis.
§ 3. Toute personne qui est directement concernée par l'application de la présente loi, est tenue de fournir tous les renseignements et documents dont les fonctionnaires et les membres du personnel visés au § 1er ont besoin pour remplir leur mission.
Le Roi peut fixer des règles spécifiques au sujet de la formation et des qualifications des fonctionnaires et des membres du personnel, visés à l'alinéa 1er.
§ 2. En vue de et dans la limite de l'exercice de leur mission, les fonctionnaires et les membres du personnel visés au § 1er disposent des compétences visées à l'article 14 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments.
L'article 14bis de la même loi s'applique mutatis mutandis.
§ 3. Toute personne qui est directement concernée par l'application de la présente loi, est tenue de fournir tous les renseignements et documents dont les fonctionnaires et les membres du personnel visés au § 1er ont besoin pour remplir leur mission.
Art.72/3. [1 Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten verwerkt persoonsgegevens die nodig zijn voor:
1А het verlenen van vergunningen, erkenningen of certificaten, overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
2А het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De in het eerste lid bedoelde verwerking gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV/3 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.]1
1А het verlenen van vergunningen, erkenningen of certificaten, overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten;
2А het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De in het eerste lid bedoelde verwerking gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV/3 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.]1
Art.72/3. [1 L'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé traite des données à caractère personnel nécessaires pour:
1° octroyer des autorisations, agréments ou des certificats, conformément à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution;
2° assurer la surveillance de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Le traitement visé à l'alinéa 1er est réalisé conformément aux dispositions du Chapitre IV/3, de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé.]1
1° octroyer des autorisations, agréments ou des certificats, conformément à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution;
2° assurer la surveillance de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Le traitement visé à l'alinéa 1er est réalisé conformément aux dispositions du Chapitre IV/3, de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé.]1
TITEL VII. - Strafrechtelijke sancties.
TITRE VII. - Sanctions pénales.
Art.73. Elke overtreding van de bepalingen van deze wet, wordt gestraft met gevangenisstraf van één tot vijf jaar en met geldboete van 1 000 tot 10 000 euro of met een van die straffen alleen.
[1 Elke depseudonimisering bedoeld in de artikelen 35, § 2, zesde lid, en 64, § 2, zesde lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar. De poging tot depseudonimisering wordt met dezelfde straf bestraft.]1
[1 Elke depseudonimisering bedoeld in de artikelen 35, § 2, zesde lid, en 64, § 2, zesde lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar. De poging tot depseudonimisering wordt met dezelfde straf bestraft.]1
Art.73. Toute infraction aux dispositions de la présente loi est punie d'un emprisonnement d'un à cinq ans et d'une amende de 1 000 euros à 10 000 euros ou d'une de ces peines seulement.
[1 Toute dépseudonymisation visée à l'article 35, § 2, alinéa 6, et l'article 64, § 2, alinéa 6, est punie d'une peine de prison de 3 ans. La tentative de dépseudonymisation est punie de la même peine.]1
[1 Toute dépseudonymisation visée à l'article 35, § 2, alinéa 6, et l'article 64, § 2, alinéa 6, est punie d'une peine de prison de 3 ans. La tentative de dépseudonymisation est punie de la même peine.]1
Änderungen
Art.74. Indien een veroordeling wordt uitgesproken met toepassing van artikel 73 van deze wet, kan de rechter bovendien het verbod uitspreken om gedurende vijf jaar enige medische of onderzoeksactiviteit uit te oefenen.
Art.74. En cas de condamnation prononcée en application de l'article 73 de la présente loi, le juge peut en outre prononcer l'interdiction d'exercer toute activité médicale ou de recherche pour une durée de cinq ans.
TITEL VIII. - Overgangsbepaling.
TITRE VIII. - Disposition transitoire.
Art. 75. In geval van bestaande gameten, gonaden of fragmenten van gonaden en overtallige embryo's die in bewaring zijn gegeven vóór de inwerkingtreding van deze wet en voor dewelke geen bestemming vastgelegd werd, informeert het centrum naar de wens van de wensouder(s).
Indien er geen eenduidige wens van de wensouder(s) kan verkregen worden, worden de gameten, gonaden of fragmenten van gonaden en overtallige embryo's vernietigd met inachtneming van de in deze wet vastgestelde termijnen.
Indien er geen eenduidige wens van de wensouder(s) kan verkregen worden, worden de gameten, gonaden of fragmenten van gonaden en overtallige embryo's vernietigd met inachtneming van de in deze wet vastgestelde termijnen.
Art. 75. Le centre qui serait en possession de gamètes, de gonades ou fragments de gonades et d'embryons surnuméraires qui lui auraient été confiés, avant l'entrée en vigueur de la présente loi, en vue de leur conservation et dont la destination n'aurait pas été fixée, s'enquiert du souhait du/des auteur(s) du projet parental.
S'il est impossible de connaître le souhait univoque du/des auteur(s) du projet parental, les gamètes, gonades ou fragments de gonades et les embryons surnuméraires sont détruits en tenant compte des délais définis dans la présente loi.
S'il est impossible de connaître le souhait univoque du/des auteur(s) du projet parental, les gamètes, gonades ou fragments de gonades et les embryons surnuméraires sont détruits en tenant compte des délais définis dans la présente loi.