Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 maart 2005 met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging.
Titre
1 OCTOBRE 2008. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics.
Dokumentinformationen
Numac: 2008003408
Datum: 2008-10-01
Info du document
Numac: 2008003408
Date: 2008-10-01
Tekst (64)
Texte (64)
Artikel 1. De artikelen 2, 13 tot 19, 20, 4°, 23 en 42 van dit koninklijk besluit strekken tot omzetting van de Richtlijn 2007/16/EG van de Commissie van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft.
Article 1. Les articles 2, 13 à 19, 20, 4°, 23 et 42 du présent arrêté royal ont pour objet de transposer la Directive 2007/16/CE de la Commission du 19 mars 2007 portant application de la Directive 85/611/CEE du Conseil portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM), en ce qui concerne la clarification de certaines définitions.
Art.2. In artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit van 4 maart 2005 met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging worden de woorden "die al dan niet overeenkomstig artikel 32, § 1, 1° tot 3°, of artikel 45, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt en" ingevoegd tussen het woord "instrumenten" en de woorden "die gewoonlijk op de geldmarkt verhandeld worden".
Art.2. A l'article 2, 3°, de l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics, les mots "qui sont, ou non, cotés ou négociés sur un marché réglementé, conformément à l'article 32, § 1er, 1° à 3°, ou à l'article 45, § 1er, 1° à 3°, et qui sont" sont insérés entre les mots "instruments" et les mots "habituellement négociés sur le marché monétaire".
Art.3. In artikel 6, § 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "a) of b)," geschrapt.
Art.3. A l'article 6, § 1er, 2°, du même arrêté, les mots "a), ou b)," sont supprimés.
Art.4. Artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "Het onderscheid tussen de aandelenklassen mag niet louter gebaseerd zijn op het institutioneel of professioneel karakter van de inschrijver."
Art.4. L'article 7, alinéa 2, du même arrêté est complété par la phrase suivante : "La distinction entre les classes d'actions ne peut pas être basée uniquement sur le caractère institutionnel ou professionnel du souscripteur."
Art.5. In hetzelfde besluit wordt na de aanduiding "Onderafdeling I - Prospectus en vereenvoudigd prospectus" een artikel 10/1 ingevoegd luidende :
"Art. 10/1. De vertaling van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, het beheerreglement of de statuten, de jaarverslagen en de halfjaarverslagen evenals alle berichten en kennisgevingen aan de deelnemers wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor collectieve belegging of de onderneming die instaat voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging dient te verstrekken."
"Art. 10/1. De vertaling van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, het beheerreglement of de statuten, de jaarverslagen en de halfjaarverslagen evenals alle berichten en kennisgevingen aan de deelnemers wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor collectieve belegging of de onderneming die instaat voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging dient te verstrekken."
Art.5. Dans le même arrêté, il est inséré, sous l'intitulé "Sous-section Ire. - Prospectus et prospectus simplifié", un article 10/1 rédigé comme suit :
"Art. 10/1. La traduction du prospectus, du prospectus simplifié, du règlement de gestion ou des statuts, des rapports annuels et semestriels ainsi que de tous les avis et communications aux participants est effectuée sous la responsabilité de l'organisme de placement collectif ou de l'entreprise qui assure la diffusion des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir."
"Art. 10/1. La traduction du prospectus, du prospectus simplifié, du règlement de gestion ou des statuts, des rapports annuels et semestriels ainsi que de tous les avis et communications aux participants est effectuée sous la responsabilité de l'organisme de placement collectif ou de l'entreprise qui assure la diffusion des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir."
Art.6. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepaling onder 15°, luidende :
"15° wijziging van een niet wezenlijk gegeven, dat geen betrekking heeft op de aard van de instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van haar compartimenten of hun beleggingsbeleid en dat behoort tot de categorie van gegevens waarvoor de CBFA aanvaardt dat zij overeenkomstig dit artikel worden gewijzigd."
"15° wijziging van een niet wezenlijk gegeven, dat geen betrekking heeft op de aard van de instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van haar compartimenten of hun beleggingsbeleid en dat behoort tot de categorie van gegevens waarvoor de CBFA aanvaardt dat zij overeenkomstig dit artikel worden gewijzigd."
Art.6. L'article 14 du même arrêté est complété par un 15° rédigé comme suit :
"15° modification d'une donnée non essentielle, qui ne porte pas sur la nature de l'organisme de placement collectif et, le cas échéant, de ses compartiments ou sur leur politique de placement et qui relève de la catégorie des données dont la CBFA accepte qu'elles soient modifiées conformément à cet article."
"15° modification d'une donnée non essentielle, qui ne porte pas sur la nature de l'organisme de placement collectif et, le cas échéant, de ses compartiments ou sur leur politique de placement et qui relève de la catégorie des données dont la CBFA accepte qu'elles soient modifiées conformément à cet article."
Art.7. In de Nederlandse tekst van artikel 19 van hetzelfde besluit wordt het woord "enkel" verplaatst, met dien verstande dat het woord wordt ingevoegd tussen de woorden "wisselkoersrisico," en "indien".
Art.7. Dans le texte néerlandais de l'article 19 du même arrêté, le mot "enkel" est déplacé, en ce sens qu'il est inséré entre le mot "wisselkoersrisico," et le mot "indien".
Art.8. Artikel 20, 6°, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "en, in voorkomend geval, op de kapitalisatieaandelen."
Art.8. A l'article 20 du même arrêté, le 6° est complété par les mots : "et, le cas échéant, pour les parts de capitalisation."
Art.9. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de woorden "stemt overeen met de gegevens van het" en het woord "prospectus" worden de woorden "laatste (vereenvoudigd) " ingevoegd;
2° na de woorden "of is minstens op dezelfde basis opgesteld" worden de woorden "indien het meer recente informatie betreft" ingevoegd.
1° tussen de woorden "stemt overeen met de gegevens van het" en het woord "prospectus" worden de woorden "laatste (vereenvoudigd) " ingevoegd;
2° na de woorden "of is minstens op dezelfde basis opgesteld" worden de woorden "indien het meer recente informatie betreft" ingevoegd.
Art.9. A l'article 21 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "des prospectus" sont remplacés par les mots "du dernier prospectus (simplifié)";
2° les mots "s'il s'agit d'informations plus récentes" sont insérés après les mots "ou, au moins, sont établies sur la même base".
1° les mots "des prospectus" sont remplacés par les mots "du dernier prospectus (simplifié)";
2° les mots "s'il s'agit d'informations plus récentes" sont insérés après les mots "ou, au moins, sont établies sur la même base".
Art.10. Artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
"De gegevens betreffende de plaats waar de bekendmaking gebeurde en het aantal instellingen voor collectieve belegging die tot de voormelde categorie behoren, moeten niet in het bericht, de reclame of het stuk worden vermeld; een verwijzing naar een internetsite waarop deze informatie te vinden is, volstaat, mits deze informatie ook beschikbaar is bij de in artikel 73, § 2, van de wet bedoelde onderneming."
"De gegevens betreffende de plaats waar de bekendmaking gebeurde en het aantal instellingen voor collectieve belegging die tot de voormelde categorie behoren, moeten niet in het bericht, de reclame of het stuk worden vermeld; een verwijzing naar een internetsite waarop deze informatie te vinden is, volstaat, mits deze informatie ook beschikbaar is bij de in artikel 73, § 2, van de wet bedoelde onderneming."
Art.10. L'article 23, § 1er, du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Les données relatives à l'endroit où la publication a eu lieu et au nombre d'organismes de placement collectif appartenant à la catégorie précitée, ne doivent pas être mentionnées dans l'avis, la publicité ou le document; une référence à un site internet reprenant cette information suffit, à condition que cette information soit également disponible auprès de l'entreprise visée à l'article 73, § 2, de la loi."
"Les données relatives à l'endroit où la publication a eu lieu et au nombre d'organismes de placement collectif appartenant à la catégorie précitée, ne doivent pas être mentionnées dans l'avis, la publicité ou le document; une référence à un site internet reprenant cette information suffit, à condition que cette information soit également disponible auprès de l'entreprise visée à l'article 73, § 2, de la loi."
Art.11. In de Nederlandse tekst van artikel 24 van hetzelfde besluit wordt in het eerste lid het woord "In" ingevoegd voor de woorden "de berichten, reclame".
Art.11. Dans le texte néerlandais de l'article 24, alinéa 1er, du même arrêté, le mot "In" est inséré avant les mots "de berichten, reclame".
Art.12. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "behoudens andersluidende precisering."
Art.12. A l'article 27 du même arrêté, les mots ",sauf mention contraire," sont insérés entre les mots "s'appliquent" et les mots "à chacun de ces compartiments."
Art.13. Artikel 29 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2, 3 en 4, luidende :
"§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt de verwijzing naar een effect dat een derivaat omvat verstaan als een verwijzing naar een financieel instrument dat voldoet aan de criteria van artikel 32/1, § 1, of artikel 45/1, § 1, en dat een component omvat, die voldoet aan de volgende criteria :
1° op grond van de betrokken component kunnen sommige of alle kasstromen die anders uit hoofde van het als basiscontract fungerende effect vereist zouden zijn, worden gewijzigd volgens een gespecificeerde rentevoet, prijs van een financieel instrument, wisselkoers, koers- of prijsindex, kredietrating, kredietindex of andere variabele, en bijgevolg op eenzelfde wijze variëren als een losstaand derivaat;
2° de economische kenmerken en risico's van de component houden geen nauw verband met de economische kenmerken en risico's van het basiscontract;
3° de component heeft een significant effect op het risicoprofiel en de prijsvorming van het effect.
§ 3. Voor de toepassing van § 1, wordt de verwijzing naar een geldmarktinstrument dat een derivaat omvat verstaan als een verwijzing naar een geldmarktinstrument dat voldoet aan één van de criteria van artikel 32/2, § 1, of artikel 45/2, § 1, en aan alle criteria van artikel 32/2, §§ 2 en 3, of artikel 45/2, §§ 2 en 3, en dat een component bevat die voldoet aan de criteria van § 2.
§ 4. Een effect of een geldmarktinstrument wordt niet geacht een derivaat te omvatten wanneer het een component bevat die onafhankelijk van het effect of het geldmarktinstrument contractueel overdraagbaar is. Een dergelijke component wordt als een afzonderlijk financieel instrument beschouwd.".
"§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt de verwijzing naar een effect dat een derivaat omvat verstaan als een verwijzing naar een financieel instrument dat voldoet aan de criteria van artikel 32/1, § 1, of artikel 45/1, § 1, en dat een component omvat, die voldoet aan de volgende criteria :
1° op grond van de betrokken component kunnen sommige of alle kasstromen die anders uit hoofde van het als basiscontract fungerende effect vereist zouden zijn, worden gewijzigd volgens een gespecificeerde rentevoet, prijs van een financieel instrument, wisselkoers, koers- of prijsindex, kredietrating, kredietindex of andere variabele, en bijgevolg op eenzelfde wijze variëren als een losstaand derivaat;
2° de economische kenmerken en risico's van de component houden geen nauw verband met de economische kenmerken en risico's van het basiscontract;
3° de component heeft een significant effect op het risicoprofiel en de prijsvorming van het effect.
§ 3. Voor de toepassing van § 1, wordt de verwijzing naar een geldmarktinstrument dat een derivaat omvat verstaan als een verwijzing naar een geldmarktinstrument dat voldoet aan één van de criteria van artikel 32/2, § 1, of artikel 45/2, § 1, en aan alle criteria van artikel 32/2, §§ 2 en 3, of artikel 45/2, §§ 2 en 3, en dat een component bevat die voldoet aan de criteria van § 2.
§ 4. Een effect of een geldmarktinstrument wordt niet geacht een derivaat te omvatten wanneer het een component bevat die onafhankelijk van het effect of het geldmarktinstrument contractueel overdraagbaar is. Een dergelijke component wordt als een afzonderlijk financieel instrument beschouwd.".
Art.13. Dans le même arrêté, l'article 29, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2, 3 et 4 rédigés comme suit :
"§ 2. Pour l'application du § 1er, la référence à une valeur mobilière qui comporte un instrument dérivé s'entend comme une référence à un instrument financier qui remplit les critères énoncés à l'article 32/1, § 1er, ou à l'article 45/1, § 1er, et qui comporte une composante satisfaisant aux critères suivants :
1° du fait de sa présence, tout ou partie des flux de trésorerie qu'exigerait autrement la valeur mobilière servant de contrat hôte, peuvent être modifiés en fonction d'un taux d'intérêt, du prix d'un instrument financier, d'un taux de change, d'un indice de prix ou de taux, d'une notation ou d'un indice de crédit, ou d'une autre variable déterminée, et varient en conséquence d'une manière similaire à un dérivé autonome;
2° ses caractéristiques économiques et les risques qu'elle comporte ne sont pas étroitement liés aux caractéristiques économiques du contrat hôte, ni aux risques qu'il comporte;
3° elle a une incidence notable sur le profil de risque et la valorisation de la valeur mobilière.
§ 3. Pour l'application du § 1er, la référence à un instrument du marché monétaire qui comporte un instrument dérivé s'entend comme une référence à un instrument du marché monétaire qui remplit l'un des critères énoncés à l'article 32/2, § 1er, ou à l'article 45/2, § 1er, et tous les critères énoncés à l'article 32/2, §§ 2 et 3, ou à l'article 45/2, §§ 2 et 3, et qui comporte une composante satisfaisant aux critères énoncés au § 2.
§ 4. Une valeur mobilière ou un instrument du marché monétaire n'est pas réputé comporter un instrument dérivé lorsqu'il comporte une composante qui est contractuellement négociable indépendamment de la valeur mobilière ou de l'instrument du marché monétaire. Une telle composante est réputée constituer un instrument financier distinct."
"§ 2. Pour l'application du § 1er, la référence à une valeur mobilière qui comporte un instrument dérivé s'entend comme une référence à un instrument financier qui remplit les critères énoncés à l'article 32/1, § 1er, ou à l'article 45/1, § 1er, et qui comporte une composante satisfaisant aux critères suivants :
1° du fait de sa présence, tout ou partie des flux de trésorerie qu'exigerait autrement la valeur mobilière servant de contrat hôte, peuvent être modifiés en fonction d'un taux d'intérêt, du prix d'un instrument financier, d'un taux de change, d'un indice de prix ou de taux, d'une notation ou d'un indice de crédit, ou d'une autre variable déterminée, et varient en conséquence d'une manière similaire à un dérivé autonome;
2° ses caractéristiques économiques et les risques qu'elle comporte ne sont pas étroitement liés aux caractéristiques économiques du contrat hôte, ni aux risques qu'il comporte;
3° elle a une incidence notable sur le profil de risque et la valorisation de la valeur mobilière.
§ 3. Pour l'application du § 1er, la référence à un instrument du marché monétaire qui comporte un instrument dérivé s'entend comme une référence à un instrument du marché monétaire qui remplit l'un des critères énoncés à l'article 32/2, § 1er, ou à l'article 45/2, § 1er, et tous les critères énoncés à l'article 32/2, §§ 2 et 3, ou à l'article 45/2, §§ 2 et 3, et qui comporte une composante satisfaisant aux critères énoncés au § 2.
§ 4. Une valeur mobilière ou un instrument du marché monétaire n'est pas réputé comporter un instrument dérivé lorsqu'il comporte une composante qui est contractuellement négociable indépendamment de la valeur mobilière ou de l'instrument du marché monétaire. Une telle composante est réputée constituer un instrument financier distinct."
Art.14. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de aanhef van paragraaf 1 worden de woorden "de volgende effecten en liquide financiële activa" ingevoegd na de woorden "bestaan uitsluitend uit";
2° § 1, 8°, a), wordt vervangen als volgt :
"a) de onderliggende waarden ervan bestaan uit een of meer van de volgende elementen :
(i) de in deze paragraaf opgesomde activa, met inbegrip van de financiële instrumenten die een of meer kenmerken van deze activa bezitten;
(ii) rentetarieven;
(iii) wisselkoersen of valuta's;
(iv) financiële indexen;";
3° In de Nederlandse versie van § 1, 8°, b), worden de woorden "tot de één van volgende categorieën" vervangen door de woorden "tot één van de volgende categorieën".
1° in de aanhef van paragraaf 1 worden de woorden "de volgende effecten en liquide financiële activa" ingevoegd na de woorden "bestaan uitsluitend uit";
2° § 1, 8°, a), wordt vervangen als volgt :
"a) de onderliggende waarden ervan bestaan uit een of meer van de volgende elementen :
(i) de in deze paragraaf opgesomde activa, met inbegrip van de financiële instrumenten die een of meer kenmerken van deze activa bezitten;
(ii) rentetarieven;
(iii) wisselkoersen of valuta's;
(iv) financiële indexen;";
3° In de Nederlandse versie van § 1, 8°, b), worden de woorden "tot de één van volgende categorieën" vervangen door de woorden "tot één van de volgende categorieën".
Art.14. A l'article 32 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots "exclusivement de" sont remplacés par les mots "exclusivement des valeurs mobilières et des actifs financiers liquides suivants";
2° dans le paragraphe 1er, 8°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) le sous-jacent est constitué de l'un ou de plusieurs des éléments suivants :
(i) actifs visés au présent paragraphe, y compris les instruments financiers présentant une ou plusieurs caractéristiques de ces actifs;
(ii) taux d'intérêt;
(iii) taux de change ou devises;
(iv) indices financiers;";
3° dans le texte néerlandais du § 1er, 8°, b), les mots "tot de één van volgende categorieën" sont remplacés par les mots "tot één van de volgende categorieën".
1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots "exclusivement de" sont remplacés par les mots "exclusivement des valeurs mobilières et des actifs financiers liquides suivants";
2° dans le paragraphe 1er, 8°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) le sous-jacent est constitué de l'un ou de plusieurs des éléments suivants :
(i) actifs visés au présent paragraphe, y compris les instruments financiers présentant une ou plusieurs caractéristiques de ces actifs;
(ii) taux d'intérêt;
(iii) taux de change ou devises;
(iv) indices financiers;";
3° dans le texte néerlandais du § 1er, 8°, b), les mots "tot de één van volgende categorieën" sont remplacés par les mots "tot één van de volgende categorieën".
Art.15. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/1 ingevoegd luidende :
"Art. 32/1. § 1. De effecten bedoeld in artikel 32 voldoen aan de volgende criteria :
1° het potentiële verlies dat de instelling voor collectieve belegging als gevolg van het aanhouden van deze effecten kan lijden, is beperkt tot het bedrag dat ervoor is betaald;
2° de liquiditeit van de effecten doet geen afbreuk aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen;
3° betrouwbare waarderingen zijn voor deze effecten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 32, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, in de vorm van accurate, betrouwbare en regelmatig bekendgemaakte prijzen die ofwel marktprijzen zijn, ofwel prijzen die beschikbaar worden gesteld door waarderingssystemen die onafhankelijk van de uitgevende instelling zijn;
b) in het geval van de in artikel 32, § 2, bedoelde andere effecten, in de vorm van een periodieke waardering die wordt afgeleid uit de gegevens van de uitgevende instelling van het effect of uit vakkundig onderzoek op beleggingsgebied;
4° adequate informatie is voor deze instrumenten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 32, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, door middel van een regelmatige, accurate en uitgebreide informatieverstrekking aan de markt over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
b) in het geval van de in artikel 32, § 2, bedoelde andere effecten, door middel van een regelmatige en accurate informatieverstrekking aan de instelling voor collectieve belegging over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
5° zij zijn verhandelbaar;
6° de verwerving ervan strookt met de beleggingsdoelstellingen of het beleggingsbeleid, of met beide, van de instelling voor collectieve belegging;
7° met de eraan verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging.
Voor de toepassing van de punten 2° en 5° van het eerste lid en tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt, worden financiële instrumenten die overeenkomstig artikel 32, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, geacht geen afbreuk te doen aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen en worden zij geacht verhandelbaar te zijn.
§ 2. De in artikel 32 bedoelde effecten omvatten :
1° rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met vast aantal rechten van deelneming, die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan paragraaf 1;
b) de uitgevende instelling voor collectieve belegging is onderworpen aan op vennootschappen toepasselijke mechanismen van corporate governance of aan gelijkwaardige mechanismen;
c) ingeval een andere entiteit namens de beleggingsvennootschap of trust met vast aantal rechten van deelneming het vermogensbeheer uitoefent, is deze entiteit aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger onderworpen;
d) in geval van een beleggingsfonds, wordt dit fonds beheerd door een entiteit die aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger is onderworpen;
2° financiële instrumenten die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan § 1;
b) zij worden gedekt door of zijn gekoppeld aan het rendement van andere activa die kunnen verschillen van die welke in artikel 32, § 1, worden bedoeld."
"Art. 32/1. § 1. De effecten bedoeld in artikel 32 voldoen aan de volgende criteria :
1° het potentiële verlies dat de instelling voor collectieve belegging als gevolg van het aanhouden van deze effecten kan lijden, is beperkt tot het bedrag dat ervoor is betaald;
2° de liquiditeit van de effecten doet geen afbreuk aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen;
3° betrouwbare waarderingen zijn voor deze effecten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 32, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, in de vorm van accurate, betrouwbare en regelmatig bekendgemaakte prijzen die ofwel marktprijzen zijn, ofwel prijzen die beschikbaar worden gesteld door waarderingssystemen die onafhankelijk van de uitgevende instelling zijn;
b) in het geval van de in artikel 32, § 2, bedoelde andere effecten, in de vorm van een periodieke waardering die wordt afgeleid uit de gegevens van de uitgevende instelling van het effect of uit vakkundig onderzoek op beleggingsgebied;
4° adequate informatie is voor deze instrumenten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 32, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, door middel van een regelmatige, accurate en uitgebreide informatieverstrekking aan de markt over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
b) in het geval van de in artikel 32, § 2, bedoelde andere effecten, door middel van een regelmatige en accurate informatieverstrekking aan de instelling voor collectieve belegging over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
5° zij zijn verhandelbaar;
6° de verwerving ervan strookt met de beleggingsdoelstellingen of het beleggingsbeleid, of met beide, van de instelling voor collectieve belegging;
7° met de eraan verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging.
Voor de toepassing van de punten 2° en 5° van het eerste lid en tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt, worden financiële instrumenten die overeenkomstig artikel 32, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, geacht geen afbreuk te doen aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen en worden zij geacht verhandelbaar te zijn.
§ 2. De in artikel 32 bedoelde effecten omvatten :
1° rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met vast aantal rechten van deelneming, die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan paragraaf 1;
b) de uitgevende instelling voor collectieve belegging is onderworpen aan op vennootschappen toepasselijke mechanismen van corporate governance of aan gelijkwaardige mechanismen;
c) ingeval een andere entiteit namens de beleggingsvennootschap of trust met vast aantal rechten van deelneming het vermogensbeheer uitoefent, is deze entiteit aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger onderworpen;
d) in geval van een beleggingsfonds, wordt dit fonds beheerd door een entiteit die aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger is onderworpen;
2° financiële instrumenten die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan § 1;
b) zij worden gedekt door of zijn gekoppeld aan het rendement van andere activa die kunnen verschillen van die welke in artikel 32, § 1, worden bedoeld."
Art.15. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/1 rédigé comme suit :
"Art. 32/1. § 1er. Les valeurs mobilières visées à l'article 32 remplissent les critères suivants :
1° la perte potentielle à laquelle leur détention expose l'organisme de placement collectif est limitée au montant qu'il a versé pour les acquérir;
2° leur liquidité ne compromet pas la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III;
3° une évaluation fiable les concernant est disponible, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 32, § 1er, 1° à 4°, sous la forme de prix exacts, fiables et établis régulièrement, qui sont soit des prix de marché, soit des prix fournis par des systèmes d'évaluation indépendants des émetteurs;
b) dans le cas des autres valeurs visées à l'article 32, § 2, sous la forme d'une évaluation établie périodiquement, à partir d'informations émanant de l'émetteur ou tirées d'une recherche en investissements fiable;
4° des informations appropriées les concernant sont disponibles, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 32, § 1er, 1° à 4°, sous la forme d'informations exactes, complètes et régulièrement fournies au marché sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
b) dans le cas des autres valeurs visées à l'article 32, § 2, sous la forme d'informations exactes et régulièrement fournies à l'organisme de placement collectif sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
5° elles sont négociables;
6° leur acquisition est compatible avec les objectifs ou la politique d'investissement, ou les deux, de l'organisme de placement collectif;
7° les risques qu'elles comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée.
Pour l'application des points 2° et 5° de l'alinéa 1er, les instruments financiers cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 32, § 1er, 1° à 3°, sont présumés ne pas compromettre la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III et ils sont présumés être négociables, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes.
§ 2. Les valeurs mobilières visées à l'article 32 s'entendent comme incluant :
1° les parts d'organismes de placement collectif à nombre fixe de parts, qui satisfont aux critères suivants :
a) elles remplissent les critères énoncés au § 1er;
b) l'organisme de placement collectif qui les émet est soumis aux mécanismes de gouvernement d'entreprise applicables aux sociétés ou à des mécanismes équivalents;
c) lorsque l'activité de gestion d'actifs est exercée par une autre entité pour le compte de la société d'investissement ou le trust à nombre fixe de parts, cette autre entité est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
d) dans le cas d'un fonds de placement, ce fonds est géré par une entité qui est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
2° les instruments financiers qui satisfont aux critères suivants :
a) ils remplissent les critères énoncés au § 1e r;
b) ils sont adossés à d'autres actifs ou liés à la performance d'autres actifs, qui peuvent être différents de ceux visés à l'article 32, § 1er."
"Art. 32/1. § 1er. Les valeurs mobilières visées à l'article 32 remplissent les critères suivants :
1° la perte potentielle à laquelle leur détention expose l'organisme de placement collectif est limitée au montant qu'il a versé pour les acquérir;
2° leur liquidité ne compromet pas la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III;
3° une évaluation fiable les concernant est disponible, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 32, § 1er, 1° à 4°, sous la forme de prix exacts, fiables et établis régulièrement, qui sont soit des prix de marché, soit des prix fournis par des systèmes d'évaluation indépendants des émetteurs;
b) dans le cas des autres valeurs visées à l'article 32, § 2, sous la forme d'une évaluation établie périodiquement, à partir d'informations émanant de l'émetteur ou tirées d'une recherche en investissements fiable;
4° des informations appropriées les concernant sont disponibles, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 32, § 1er, 1° à 4°, sous la forme d'informations exactes, complètes et régulièrement fournies au marché sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
b) dans le cas des autres valeurs visées à l'article 32, § 2, sous la forme d'informations exactes et régulièrement fournies à l'organisme de placement collectif sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
5° elles sont négociables;
6° leur acquisition est compatible avec les objectifs ou la politique d'investissement, ou les deux, de l'organisme de placement collectif;
7° les risques qu'elles comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée.
Pour l'application des points 2° et 5° de l'alinéa 1er, les instruments financiers cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 32, § 1er, 1° à 3°, sont présumés ne pas compromettre la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III et ils sont présumés être négociables, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes.
§ 2. Les valeurs mobilières visées à l'article 32 s'entendent comme incluant :
1° les parts d'organismes de placement collectif à nombre fixe de parts, qui satisfont aux critères suivants :
a) elles remplissent les critères énoncés au § 1er;
b) l'organisme de placement collectif qui les émet est soumis aux mécanismes de gouvernement d'entreprise applicables aux sociétés ou à des mécanismes équivalents;
c) lorsque l'activité de gestion d'actifs est exercée par une autre entité pour le compte de la société d'investissement ou le trust à nombre fixe de parts, cette autre entité est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
d) dans le cas d'un fonds de placement, ce fonds est géré par une entité qui est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
2° les instruments financiers qui satisfont aux critères suivants :
a) ils remplissent les critères énoncés au § 1e r;
b) ils sont adossés à d'autres actifs ou liés à la performance d'autres actifs, qui peuvent être différents de ceux visés à l'article 32, § 1er."
Art.16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/2 ingevoegd luidende :
"Art. 32/2. § 1. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 voldoen aan één van de volgende criteria :
1° zij hebben een looptijd bij uitgifte van ten hoogste 397 dagen;
2° zij hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen;
3° de opbrengst ervan ondergaat regelmatig en ten minste om de 397 dagen een aanpassing die overeenkomt met de geldmarktontwikkelingen;
4° het risicoprofiel ervan, met inbegrip van het krediet- en renterisico, stemt overeen met dat van financiële instrumenten die een in onder 1° of 2° bedoelde looptijd hebben of waarvan de opbrengst een onder 3° bedoelde aanpassing ondergaat.
§ 2. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 moeten tegen beperkte kosten binnen een voldoende kort tijdsbestek kunnen worden vervreemd, rekening gehouden met de op de instelling voor collectieve belegging rustende verplichting om haar rechten van deelneming op verzoek van een houder in te kopen of terug te betalen.
§ 3. Voor de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 zijn accurate en betrouwbare waarderingssystemen beschikbaar die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij stellen de instelling voor collectieve belegging in staat een intrinsieke waarde te berekenen die overeenstemt met de waarde waartegen het in portefeuille gehouden financiële instrument zou kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden;
2° zij zijn gebaseerd op marktgegevens of op waarderingsmodellen, met inbegrip van systemen die op de kostprijs, rekening houdend met de verrichte afschrijvingen, zijn gebaseerd.
§ 4. Aan de in de §§ 2 en 3 vermelde criteria wordt geacht te zijn voldaan in het geval van geldmarktinstrumenten die overeenkomstig artikel 32, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt."
"Art. 32/2. § 1. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 voldoen aan één van de volgende criteria :
1° zij hebben een looptijd bij uitgifte van ten hoogste 397 dagen;
2° zij hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen;
3° de opbrengst ervan ondergaat regelmatig en ten minste om de 397 dagen een aanpassing die overeenkomt met de geldmarktontwikkelingen;
4° het risicoprofiel ervan, met inbegrip van het krediet- en renterisico, stemt overeen met dat van financiële instrumenten die een in onder 1° of 2° bedoelde looptijd hebben of waarvan de opbrengst een onder 3° bedoelde aanpassing ondergaat.
§ 2. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 moeten tegen beperkte kosten binnen een voldoende kort tijdsbestek kunnen worden vervreemd, rekening gehouden met de op de instelling voor collectieve belegging rustende verplichting om haar rechten van deelneming op verzoek van een houder in te kopen of terug te betalen.
§ 3. Voor de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32 zijn accurate en betrouwbare waarderingssystemen beschikbaar die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij stellen de instelling voor collectieve belegging in staat een intrinsieke waarde te berekenen die overeenstemt met de waarde waartegen het in portefeuille gehouden financiële instrument zou kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden;
2° zij zijn gebaseerd op marktgegevens of op waarderingsmodellen, met inbegrip van systemen die op de kostprijs, rekening houdend met de verrichte afschrijvingen, zijn gebaseerd.
§ 4. Aan de in de §§ 2 en 3 vermelde criteria wordt geacht te zijn voldaan in het geval van geldmarktinstrumenten die overeenkomstig artikel 32, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt."
Art.16. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/2 rédigé comme suit :
"Art. 32/2. § 1er. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 32 remplissent l'un des critères suivants :
1° ils ont une échéance à l'émission pouvant aller jusqu'à 397 jours;
2° ils ont une maturité résiduelle pouvant aller jusqu'à 397 jours;
3° leur rendement fait l'objet d'ajustements réguliers, au moins tous les 397 jours, conformément aux conditions du marché monétaire;
4° leur profil de risque, notamment en ce qui concerne le risque de crédit et le risque de taux d'intérêt, correspond à celui d'instruments financiers qui ont une échéance ou une maturité résiduelle conformes à celles visées aux points 1° et 2° respectivement, ou dont le rendement fait l'objet d'ajustements conformes à ceux visés au point 3°.
§ 2. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 32 doivent pouvoir être cédés à coût limité dans un laps de temps court et approprié, compte tenu de l'obligation de l'organisme de placement collectif de racheter ou de rembourser ses parts à la demande de tout porteur.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, il existe des systèmes d'évaluation précis et fiables qui remplissent les critères suivants :
1° ils permettent à l'organisme de placement collectif de calculer une valeur nette d'inventaire correspondant à la valeur à laquelle l'instrument financier détenu en portefeuille pourrait être échangé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale;
2° ils sont fondés soit sur des données de marché, soit sur des modèles d'évaluation, y compris des systèmes fondés sur le coût amorti.
§ 4. Les critères énoncés aux §§ 2 et 3 sont réputés remplis dans le cas d'instruments du marché monétaire qui sont cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 32, § 1er, 1° à 3°, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes."
"Art. 32/2. § 1er. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 32 remplissent l'un des critères suivants :
1° ils ont une échéance à l'émission pouvant aller jusqu'à 397 jours;
2° ils ont une maturité résiduelle pouvant aller jusqu'à 397 jours;
3° leur rendement fait l'objet d'ajustements réguliers, au moins tous les 397 jours, conformément aux conditions du marché monétaire;
4° leur profil de risque, notamment en ce qui concerne le risque de crédit et le risque de taux d'intérêt, correspond à celui d'instruments financiers qui ont une échéance ou une maturité résiduelle conformes à celles visées aux points 1° et 2° respectivement, ou dont le rendement fait l'objet d'ajustements conformes à ceux visés au point 3°.
§ 2. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 32 doivent pouvoir être cédés à coût limité dans un laps de temps court et approprié, compte tenu de l'obligation de l'organisme de placement collectif de racheter ou de rembourser ses parts à la demande de tout porteur.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, il existe des systèmes d'évaluation précis et fiables qui remplissent les critères suivants :
1° ils permettent à l'organisme de placement collectif de calculer une valeur nette d'inventaire correspondant à la valeur à laquelle l'instrument financier détenu en portefeuille pourrait être échangé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale;
2° ils sont fondés soit sur des données de marché, soit sur des modèles d'évaluation, y compris des systèmes fondés sur le coût amorti.
§ 4. Les critères énoncés aux §§ 2 et 3 sont réputés remplis dans le cas d'instruments du marché monétaire qui sont cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 32, § 1er, 1° à 3°, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes."
Art.17. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/3 ingevoegd luidende :
"Art. 32/3. § 1. De financiële derivaten bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, omvatten kredietderivaten die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij maken de overdracht mogelijk van het kredietrisico van een onderliggend actief, in de zin van artikel 32, § 1, 8°, a), onafhankelijk van de andere risico's die aan dit actief zijn verbonden;
2° zij resulteren niet in de levering of overdracht, met inbegrip in de vorm van contanten, van andere activa dan die welke zijn bedoeld in artikel 32, §§ 1 en 2;
3° zij voldoen aan de criteria voor OTC-derivaten vastgesteld in artikel 32, § 1, 8°, b) en c), en in de §§ 2 en 3;
4° met de risico's ervan wordt afdoende rekening gehouden bij het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging en bij haar interne controlemechanismen ingeval zich de kans voordoet op informatieasymmetrie tussen de instelling voor collectieve belegging en de wederpartij bij het kredietderivaat, als gevolg van de mogelijke toegang van de wederpartij tot niet-openbare informatie over ondernemingen waarvan de activa worden gebruikt als onderliggende waarden door kredietderivaten.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar een betrouwbare en verifieerbare waardering opgevat als een verwijzing naar een door de instelling voor collectieve belegging verrichte waardering die overeenstemt met de in § 3 bedoelde waarde in het economische verkeer, die niet slechts op de marktnoteringen van de wederpartij is gebaseerd en die voldoet aan de volgende criteria :
1° de grondslag voor de waardering is ofwel een betrouwbare actuele marktwaarde van het instrument ofwel, indien een dergelijke waarde niet beschikbaar is, een prijsbepalingsmodel waarbij van een passende en erkende methode gebruik wordt gemaakt;
2° de waardering wordt door een van de volgende partijen geverifieerd :
a) een passende derde die onafhankelijk is van de wederpartij van het OTC-derivaat; de verificatie geschiedt met een passende frequentie en op een zodanige wijze dat de instelling voor collectieve belegging deze kan controleren;
b) een eenheid binnen de instelling voor collectieve belegging die onafhankelijk is van de met het vermogensbeheer belaste afdeling en die daartoe voldoende is toegerust.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar de waarde in het economische verkeer opgevat als een verwijzing naar het bedrag waarvoor een activum kan worden verhandeld, of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden.
§ 4. De verwijzing in artikel 32, § 1, 8°, naar financiële derivaten wordt opgevat als een uitsluiting van grondstoffen afgeleide instrumenten."
"Art. 32/3. § 1. De financiële derivaten bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, omvatten kredietderivaten die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij maken de overdracht mogelijk van het kredietrisico van een onderliggend actief, in de zin van artikel 32, § 1, 8°, a), onafhankelijk van de andere risico's die aan dit actief zijn verbonden;
2° zij resulteren niet in de levering of overdracht, met inbegrip in de vorm van contanten, van andere activa dan die welke zijn bedoeld in artikel 32, §§ 1 en 2;
3° zij voldoen aan de criteria voor OTC-derivaten vastgesteld in artikel 32, § 1, 8°, b) en c), en in de §§ 2 en 3;
4° met de risico's ervan wordt afdoende rekening gehouden bij het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging en bij haar interne controlemechanismen ingeval zich de kans voordoet op informatieasymmetrie tussen de instelling voor collectieve belegging en de wederpartij bij het kredietderivaat, als gevolg van de mogelijke toegang van de wederpartij tot niet-openbare informatie over ondernemingen waarvan de activa worden gebruikt als onderliggende waarden door kredietderivaten.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar een betrouwbare en verifieerbare waardering opgevat als een verwijzing naar een door de instelling voor collectieve belegging verrichte waardering die overeenstemt met de in § 3 bedoelde waarde in het economische verkeer, die niet slechts op de marktnoteringen van de wederpartij is gebaseerd en die voldoet aan de volgende criteria :
1° de grondslag voor de waardering is ofwel een betrouwbare actuele marktwaarde van het instrument ofwel, indien een dergelijke waarde niet beschikbaar is, een prijsbepalingsmodel waarbij van een passende en erkende methode gebruik wordt gemaakt;
2° de waardering wordt door een van de volgende partijen geverifieerd :
a) een passende derde die onafhankelijk is van de wederpartij van het OTC-derivaat; de verificatie geschiedt met een passende frequentie en op een zodanige wijze dat de instelling voor collectieve belegging deze kan controleren;
b) een eenheid binnen de instelling voor collectieve belegging die onafhankelijk is van de met het vermogensbeheer belaste afdeling en die daartoe voldoende is toegerust.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar de waarde in het economische verkeer opgevat als een verwijzing naar het bedrag waarvoor een activum kan worden verhandeld, of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden.
§ 4. De verwijzing in artikel 32, § 1, 8°, naar financiële derivaten wordt opgevat als een uitsluiting van grondstoffen afgeleide instrumenten."
Art.17. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/3 rédigé comme suit :
"Art. 32/3. § 1er. Les instruments financiers dérivés visés à l'article 32, § 1er, 8°, s'entendent comme incluant des dérivés de crédit qui satisfont aux critères suivants :
1° ils permettent de transférer le risque de crédit lié à un actif sous-jacent au sens de l'article 32, § 1er, 8°, a), indépendamment des autres risques liés à cet actif;
2° ils ne donnent pas lieu à la livraison ni au transfert, y compris sous forme d'espèces, d'actifs autres que ceux visés à l'article 32, §§ 1er et 2;
3° ils remplissent les critères applicables aux instruments dérivés de gré à gré, énoncés à l'article 32, § 1er, 8°, b) et c), et aux §§ 2 et 3;
4° les risques qu'ils comportent sont pris en considération de manière appropriée par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif, ainsi que par ses mécanismes de contrôle interne en cas de risque d'asymétrie de l'information entre l'organisme de placement collectif et la contrepartie au dérivé de crédit, résultant de l'accès éventuel de la contrepartie à des informations non accessibles au public concernant des entités dont les actifs servent de sous-jacents à des dérivés de crédit.
§ 2. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 8°, c), la référence à une évaluation fiable et vérifiable s'entend comme une référence à une évaluation effectuée par l'organisme de placement collectif, qui correspond à la juste valeur visée au § 3, qui ne se fonde pas seulement sur des prix de marché donnés par la contrepartie et qui satisfait aux critères suivants :
1° l'évaluation se fonde sur une valeur de marché actuelle, qui a été établie de manière fiable pour l'instrument ou, si une telle valeur n'est pas disponible, sur un modèle de valorisation utilisant une méthodologie reconnue et adéquate;
2° la vérification de l'évaluation est effectuée par l'une des entités suivantes :
a) un tiers approprié, indépendant de la contrepartie à l'instrument dérivé de gré à gré, qui procède à la vérification à une fréquence adéquate et selon des modalités telles que l'organisme de placement collectif peut le contrôler;
b) une unité de l'organisme de placement collectif qui est indépendante du service chargé de la gestion des actifs et qui est adéquatement équipée à cet effet.
§ 3. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 8°, c), la référence à la juste valeur s'entend comme une référence au montant pour lequel un actif pourrait être échangé ou un passif réglé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale.
§ 4. La référence aux instruments financiers dérivés contenue à l'article 32, § 1er, 8°, s'entend comme excluant les dérivés sur matières premières."
"Art. 32/3. § 1er. Les instruments financiers dérivés visés à l'article 32, § 1er, 8°, s'entendent comme incluant des dérivés de crédit qui satisfont aux critères suivants :
1° ils permettent de transférer le risque de crédit lié à un actif sous-jacent au sens de l'article 32, § 1er, 8°, a), indépendamment des autres risques liés à cet actif;
2° ils ne donnent pas lieu à la livraison ni au transfert, y compris sous forme d'espèces, d'actifs autres que ceux visés à l'article 32, §§ 1er et 2;
3° ils remplissent les critères applicables aux instruments dérivés de gré à gré, énoncés à l'article 32, § 1er, 8°, b) et c), et aux §§ 2 et 3;
4° les risques qu'ils comportent sont pris en considération de manière appropriée par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif, ainsi que par ses mécanismes de contrôle interne en cas de risque d'asymétrie de l'information entre l'organisme de placement collectif et la contrepartie au dérivé de crédit, résultant de l'accès éventuel de la contrepartie à des informations non accessibles au public concernant des entités dont les actifs servent de sous-jacents à des dérivés de crédit.
§ 2. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 8°, c), la référence à une évaluation fiable et vérifiable s'entend comme une référence à une évaluation effectuée par l'organisme de placement collectif, qui correspond à la juste valeur visée au § 3, qui ne se fonde pas seulement sur des prix de marché donnés par la contrepartie et qui satisfait aux critères suivants :
1° l'évaluation se fonde sur une valeur de marché actuelle, qui a été établie de manière fiable pour l'instrument ou, si une telle valeur n'est pas disponible, sur un modèle de valorisation utilisant une méthodologie reconnue et adéquate;
2° la vérification de l'évaluation est effectuée par l'une des entités suivantes :
a) un tiers approprié, indépendant de la contrepartie à l'instrument dérivé de gré à gré, qui procède à la vérification à une fréquence adéquate et selon des modalités telles que l'organisme de placement collectif peut le contrôler;
b) une unité de l'organisme de placement collectif qui est indépendante du service chargé de la gestion des actifs et qui est adéquatement équipée à cet effet.
§ 3. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 8°, c), la référence à la juste valeur s'entend comme une référence au montant pour lequel un actif pourrait être échangé ou un passif réglé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale.
§ 4. La référence aux instruments financiers dérivés contenue à l'article 32, § 1er, 8°, s'entend comme excluant les dérivés sur matières premières."
Art.18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/4 ingevoegd luidende :
"Art. 32/4. § 1. De financiële indexen bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, a), voldoen aan de volgende criteria :
1° zij zijn voldoende gediversifieerd, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index is op een zodanige wijze samengesteld, dat prijsbewegingen of handelsactiviteiten die op een component ervan betrekking hebben, geen onevenredige invloed op de ontwikkeling van de gehele index hebben;
b) ingeval de index is samengesteld uit in artikel 32, § 1, bedoelde activa, is de samenstelling ervan ten minste gediversifieerd overeenkomstig artikel 37;
c) ingeval de index is samengesteld uit andere dan de in artikel 32, § 1, bedoelde activa, is deze gediversifieerd op een wijze die gelijkwaardig is aan die welke bij artikel 37 is bepaald;
2° zij zijn voldoende representatief voor de markt waarop zij betrekking hebben, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index geeft op relevante en passende wijze de ontwikkeling weer van een representatieve groep onderliggende waarden;
b) de index wordt periodiek herzien of herijkt op basis van voor het publiek beschikbare criteria om ervoor te zorgen dat hij een afspiegeling blijft vormen van de markten waarop hij betrekking heeft;
c) de onderliggende waarden zijn zodanig liquide, dat de gebruikers indien nodig de index kunnen reconstrueren;
3° zij worden op passende wijze bekendgemaakt, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) het proces voor de bekendmaking ervan berust op gedegen procedures voor de verzameling van de prijzen en voor de berekening en vervolgens de publicatie van de indexwaarde en omvat tevens prijsbepalingsprocedures voor componenten waarvoor geen marktprijs beschikbaar is;
b) wezenlijke gegevens over aangelegenheden, zoals de methode voor de berekening en herijking van de index, indexwijzigingen en operationele moeilijkheden bij het verstrekken van actuele of nauwkeurige informatie worden tijdig en op ruime schaal verstrekt.
§ 2. Wanneer de activa die als onderliggende waarden worden gebruikt van de financiële derivaten bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, niet als een financiële index kunnen worden gekwalificeerd overeenkomstig § 1, worden deze financiële derivaten beschouwd als zijnde gebaseerd op een combinatie van activa bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, a), (i), (ii), of (iii)."
"Art. 32/4. § 1. De financiële indexen bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, a), voldoen aan de volgende criteria :
1° zij zijn voldoende gediversifieerd, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index is op een zodanige wijze samengesteld, dat prijsbewegingen of handelsactiviteiten die op een component ervan betrekking hebben, geen onevenredige invloed op de ontwikkeling van de gehele index hebben;
b) ingeval de index is samengesteld uit in artikel 32, § 1, bedoelde activa, is de samenstelling ervan ten minste gediversifieerd overeenkomstig artikel 37;
c) ingeval de index is samengesteld uit andere dan de in artikel 32, § 1, bedoelde activa, is deze gediversifieerd op een wijze die gelijkwaardig is aan die welke bij artikel 37 is bepaald;
2° zij zijn voldoende representatief voor de markt waarop zij betrekking hebben, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index geeft op relevante en passende wijze de ontwikkeling weer van een representatieve groep onderliggende waarden;
b) de index wordt periodiek herzien of herijkt op basis van voor het publiek beschikbare criteria om ervoor te zorgen dat hij een afspiegeling blijft vormen van de markten waarop hij betrekking heeft;
c) de onderliggende waarden zijn zodanig liquide, dat de gebruikers indien nodig de index kunnen reconstrueren;
3° zij worden op passende wijze bekendgemaakt, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) het proces voor de bekendmaking ervan berust op gedegen procedures voor de verzameling van de prijzen en voor de berekening en vervolgens de publicatie van de indexwaarde en omvat tevens prijsbepalingsprocedures voor componenten waarvoor geen marktprijs beschikbaar is;
b) wezenlijke gegevens over aangelegenheden, zoals de methode voor de berekening en herijking van de index, indexwijzigingen en operationele moeilijkheden bij het verstrekken van actuele of nauwkeurige informatie worden tijdig en op ruime schaal verstrekt.
§ 2. Wanneer de activa die als onderliggende waarden worden gebruikt van de financiële derivaten bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, niet als een financiële index kunnen worden gekwalificeerd overeenkomstig § 1, worden deze financiële derivaten beschouwd als zijnde gebaseerd op een combinatie van activa bedoeld in artikel 32, § 1, 8°, a), (i), (ii), of (iii)."
Art.18. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/4 rédigé comme suit :
"Art. 32/4. § 1er. Les indices financiers visés à l'article 32, § 1er, 8°, a), satisfont aux critères suivants :
1° leur composition est suffisamment diversifiée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice est composé de telle manière que les mouvements de prix ou les activités de négociation affectant l'une de ses composantes n'influencent pas indûment sa performance globale;
b) lorsque l'indice est composé d'actifs visés à l'article 32, § 1er, sa composition est au moins conforme à l'exigence de diversification prévue à l'article 37;
c) lorsque l'indice est composé d'actifs autres que ceux visés à l'article 32, § 1er, sa composition est diversifiée selon des modalités équivalentes à celles prévues à l'article 37;
2° ils constituent un étalon représentatif du marché auquel ils se réfèrent, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice mesure, d'une manière pertinente et appropriée, la performance d'un ensemble représentatif de sous-jacents;
b) l'indice est revu ou repondéré à intervalles réguliers, de manière à ce qu'il continue à refléter les marchés auxquels il se réfère, conformément à des critères accessibles au public;
c) les sous-jacents sont suffisamment liquides pour permettre aux utilisateurs de reproduire l'indice, le cas échéant;
3° ils font l'objet d'une publication appropriée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) leur publication repose sur des procédures adéquates de collecte des prix et de calcul et de publication subséquente de la valeur de l'indice, y compris les procédures de valorisation applicables aux composantes pour lesquelles aucun prix de marché n'est disponible;
b) les informations pertinentes sur des questions telles que le calcul de l'indice, les méthodologies de repondération de l'indice, les modifications apportées à l'indice ou toute difficulté opérationnelle rencontrée dans la fourniture d'informations actuelles ou précises, sont diffusées largement et en temps utile.
§ 2. Lorsque les actifs servant de sous-jacents à des instruments financiers dérivés vises à l'article 32, § 1er, 8°, ne peuvent être qualifiés d'indices financiers conformément au § 1er, ces instruments financiers dérivés sont considérés comme des instruments financiers dérivés fondés sur une combinaison d'actifs visés à l'article 32, § 1er, 8°, a), (i), (ii) ou (iii)."
"Art. 32/4. § 1er. Les indices financiers visés à l'article 32, § 1er, 8°, a), satisfont aux critères suivants :
1° leur composition est suffisamment diversifiée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice est composé de telle manière que les mouvements de prix ou les activités de négociation affectant l'une de ses composantes n'influencent pas indûment sa performance globale;
b) lorsque l'indice est composé d'actifs visés à l'article 32, § 1er, sa composition est au moins conforme à l'exigence de diversification prévue à l'article 37;
c) lorsque l'indice est composé d'actifs autres que ceux visés à l'article 32, § 1er, sa composition est diversifiée selon des modalités équivalentes à celles prévues à l'article 37;
2° ils constituent un étalon représentatif du marché auquel ils se réfèrent, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice mesure, d'une manière pertinente et appropriée, la performance d'un ensemble représentatif de sous-jacents;
b) l'indice est revu ou repondéré à intervalles réguliers, de manière à ce qu'il continue à refléter les marchés auxquels il se réfère, conformément à des critères accessibles au public;
c) les sous-jacents sont suffisamment liquides pour permettre aux utilisateurs de reproduire l'indice, le cas échéant;
3° ils font l'objet d'une publication appropriée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) leur publication repose sur des procédures adéquates de collecte des prix et de calcul et de publication subséquente de la valeur de l'indice, y compris les procédures de valorisation applicables aux composantes pour lesquelles aucun prix de marché n'est disponible;
b) les informations pertinentes sur des questions telles que le calcul de l'indice, les méthodologies de repondération de l'indice, les modifications apportées à l'indice ou toute difficulté opérationnelle rencontrée dans la fourniture d'informations actuelles ou précises, sont diffusées largement et en temps utile.
§ 2. Lorsque les actifs servant de sous-jacents à des instruments financiers dérivés vises à l'article 32, § 1er, 8°, ne peuvent être qualifiés d'indices financiers conformément au § 1er, ces instruments financiers dérivés sont considérés comme des instruments financiers dérivés fondés sur une combinaison d'actifs visés à l'article 32, § 1er, 8°, a), (i), (ii) ou (iii)."
Art.19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/5 ingevoegd luidende :
"Art. 32/5. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 32/2, §§ 1 tot 3, voldoen de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32, § 1, 9°, aan de volgende criteria :
1° er is passende informatie voor deze instrumenten beschikbaar, met inbegrip van informatie die een passende beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt, rekening gehouden met de §§ 2 tot 4;
2° zij zijn vrij overdraagbaar.
§ 2. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (i), bedoelde geldmarktinstrumenten, met uitzondering van die bedoeld in § 3 en die welke door de Europese Centrale Bank of door een centrale bank van een lidstaat worden uitgegeven, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie in : inlichtingen over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de uitgifte van het geldmarktinstrument.
§ 3. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (ii) en (iv), bedoelde geldmarktinstrumenten of voor de geldmarktinstrumenten die worden uitgegeven door een regionale of plaatselijke overheid van een lidstaat, dan wel door een internationale publiekrechtelijke instelling, maar die niet worden gegarandeerd door een lidstaat of, in geval van een federale staat die een lidstaat is, door een van de deelstaten van de federatie, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over zowel de uitgifte of het uitgifteprogramma als over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° controle van de onder 1° bedoelde informatie door ter zake gekwalificeerde derden die geen instructies aannemen van de uitgevende instelling;
4° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma.
§ 4. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), bedoelde geldmarktinstrumenten houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel van andere gegevens die een adequate beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), wordt de verwijzing naar een instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften die naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld opgevat als de verwijzing naar een uitgevende instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften en die tevens voldoet aan één van de volgende criteria :
1° zij is gevestigd in de Europese Economische Ruimte;
2° zij is gevestigd in de tot de Groep van Tien behorende OESO-landen;
3° zij heeft ten minste een zodanige rating dat zij als investeringswaardig wordt aangemerkt;
4° op basis van een diepgaande analyse van de uitgevende instelling kan worden aangetoond, dat de op deze uitgevende instelling toepasselijke bedrijfseconomische voorschriften ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld.
§ 6. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 9°, b), (iv), wordt de verwijzing naar effectiseringsinstrumenten opgevat als de verwijzing naar voor effectiseringsdoeleinden opgezette constructies in de vorm van een vennootschap of een trust of in een contractuele vorm.
Voor de toepassing van dezelfde bepaling wordt de verwijzing naar bankliquiditeitenlijnen opgevat als een verwijzing naar bankfaciliteiten die worden gewaarborgd door een financiële instelling die zelf aan artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), voldoet."
"Art. 32/5. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 32/2, §§ 1 tot 3, voldoen de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 32, § 1, 9°, aan de volgende criteria :
1° er is passende informatie voor deze instrumenten beschikbaar, met inbegrip van informatie die een passende beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt, rekening gehouden met de §§ 2 tot 4;
2° zij zijn vrij overdraagbaar.
§ 2. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (i), bedoelde geldmarktinstrumenten, met uitzondering van die bedoeld in § 3 en die welke door de Europese Centrale Bank of door een centrale bank van een lidstaat worden uitgegeven, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie in : inlichtingen over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de uitgifte van het geldmarktinstrument.
§ 3. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (ii) en (iv), bedoelde geldmarktinstrumenten of voor de geldmarktinstrumenten die worden uitgegeven door een regionale of plaatselijke overheid van een lidstaat, dan wel door een internationale publiekrechtelijke instelling, maar die niet worden gegarandeerd door een lidstaat of, in geval van een federale staat die een lidstaat is, door een van de deelstaten van de federatie, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over zowel de uitgifte of het uitgifteprogramma als over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° controle van de onder 1° bedoelde informatie door ter zake gekwalificeerde derden die geen instructies aannemen van de uitgevende instelling;
4° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma.
§ 4. Voor de in artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), bedoelde geldmarktinstrumenten houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel van andere gegevens die een adequate beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), wordt de verwijzing naar een instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften die naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld opgevat als de verwijzing naar een uitgevende instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften en die tevens voldoet aan één van de volgende criteria :
1° zij is gevestigd in de Europese Economische Ruimte;
2° zij is gevestigd in de tot de Groep van Tien behorende OESO-landen;
3° zij heeft ten minste een zodanige rating dat zij als investeringswaardig wordt aangemerkt;
4° op basis van een diepgaande analyse van de uitgevende instelling kan worden aangetoond, dat de op deze uitgevende instelling toepasselijke bedrijfseconomische voorschriften ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld.
§ 6. Voor de toepassing van artikel 32, § 1, 9°, b), (iv), wordt de verwijzing naar effectiseringsinstrumenten opgevat als de verwijzing naar voor effectiseringsdoeleinden opgezette constructies in de vorm van een vennootschap of een trust of in een contractuele vorm.
Voor de toepassing van dezelfde bepaling wordt de verwijzing naar bankliquiditeitenlijnen opgevat als een verwijzing naar bankfaciliteiten die worden gewaarborgd door een financiële instelling die zelf aan artikel 32, § 1, 9°, b), (iii), voldoet."
Art.19. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/5 rédigé comme suit :
"Art. 32/5. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 32/2, §§ 1er à 3, les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, satisfont aux critères suivants :
1° des informations appropriées les concernant sont disponibles, y compris des informations permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments, compte tenu des §§ 2 à 4;
2° ils sont librement négociables.
§ 2. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (i), à l'exception de ceux visés au § 3 et de ceux émis par la Banque centrale européenne ou par une banque centrale d'un Etat membre, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (ii) et (iv), ou pour ceux qui sont émis par une administration locale ou régionale d'un Etat membre ou par un organisme public international sans être garantis par un Etat membre, ou, lorsqu'un Etat membre est un Etat fédéral, par un des membres composant la fédération, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, les informations suivantes :
1° des informations concernant tant l'émission ou le programme d'émission que la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° les informations visées au 1°, vérifiées par des tiers adéquatement qualifiés qui ne reçoivent pas d'instructions de l'émetteur;
4° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission.
§ 4. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii), on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1° :
1° des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission ou d'autres données permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments.
§ 5. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii), la référence à un établissement qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles considérées par les autorités compétentes comme au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire, s'entend comme une référence à un émetteur qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles, et qui satisfait à l'un des critères suivants :
1° il est situé dans l'Espace économique européen;
2° il est situé dans un pays de l'OCDE appartenant au groupe des Dix;
3° il bénéficie au moins d'une notation investment grade;
4° il peut être démontré, sur la base d'une analyse approfondie concernant l'émetteur, que les règles prudentielles qui lui sont applicables sont au moins aussi strictes que celles prevues par la législation communautaire.
§ 6. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iv), la référence à des véhicules de titrisation s'entend comme une référence à des structures, sous forme de société, de trust ou sous la forme contractuelle, créées aux fins d'opérations de titrisation.
Pour l'application de la même disposition, la référence à des lignes de financement bancaire s'entend comme une référence à des crédits bancaires garantis par un établissement financier qui respecte lui-même les dispositions de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii).".
"Art. 32/5. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 32/2, §§ 1er à 3, les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, satisfont aux critères suivants :
1° des informations appropriées les concernant sont disponibles, y compris des informations permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments, compte tenu des §§ 2 à 4;
2° ils sont librement négociables.
§ 2. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (i), à l'exception de ceux visés au § 3 et de ceux émis par la Banque centrale européenne ou par une banque centrale d'un Etat membre, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (ii) et (iv), ou pour ceux qui sont émis par une administration locale ou régionale d'un Etat membre ou par un organisme public international sans être garantis par un Etat membre, ou, lorsqu'un Etat membre est un Etat fédéral, par un des membres composant la fédération, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, les informations suivantes :
1° des informations concernant tant l'émission ou le programme d'émission que la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° les informations visées au 1°, vérifiées par des tiers adéquatement qualifiés qui ne reçoivent pas d'instructions de l'émetteur;
4° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission.
§ 4. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii), on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1° :
1° des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission ou d'autres données permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments.
§ 5. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii), la référence à un établissement qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles considérées par les autorités compétentes comme au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire, s'entend comme une référence à un émetteur qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles, et qui satisfait à l'un des critères suivants :
1° il est situé dans l'Espace économique européen;
2° il est situé dans un pays de l'OCDE appartenant au groupe des Dix;
3° il bénéficie au moins d'une notation investment grade;
4° il peut être démontré, sur la base d'une analyse approfondie concernant l'émetteur, que les règles prudentielles qui lui sont applicables sont au moins aussi strictes que celles prevues par la législation communautaire.
§ 6. Pour l'application de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iv), la référence à des véhicules de titrisation s'entend comme une référence à des structures, sous forme de société, de trust ou sous la forme contractuelle, créées aux fins d'opérations de titrisation.
Pour l'application de la même disposition, la référence à des lignes de financement bancaire s'entend comme une référence à des crédits bancaires garantis par un établissement financier qui respecte lui-même les dispositions de l'article 32, § 1er, 9°, b), (iii).".
Art.20. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandstalige versie van § 2, derde lid, wordt het woord "lijdt" vervangen door de woorden "zou lijden";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikel 34 niet overschrijdt" vervangen door de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikelen 34, 38 en 39, niet overschrijdt"
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "die beantwoordt aan artikel 34" geschrapt;
4° paragraaf 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Ingeval een financieel instrument, bedoeld in artikel 32/1, § 2, 2°, een component bevat in de vorm van een derivaat, bedoeld in artikel 29, § 2 of § 3, zijn de voorschriften van de artikelen 40, § 5, en 153, § 5, van de wet en van artikel 33 op deze component van toepassing."
1° in de Nederlandstalige versie van § 2, derde lid, wordt het woord "lijdt" vervangen door de woorden "zou lijden";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikel 34 niet overschrijdt" vervangen door de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikelen 34, 38 en 39, niet overschrijdt"
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "die beantwoordt aan artikel 34" geschrapt;
4° paragraaf 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Ingeval een financieel instrument, bedoeld in artikel 32/1, § 2, 2°, een component bevat in de vorm van een derivaat, bedoeld in artikel 29, § 2 of § 3, zijn de voorschriften van de artikelen 40, § 5, en 153, § 5, van de wet en van artikel 33 op deze component van toepassing."
Art.20. A l'article 33 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte néerlandais du § 2, alinéa 3, le mot "lijdt" est remplacé par les mots "zou lijden";
2° au § 3, alinéa 1er, les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées à l'article 34" sont remplacés par les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées aux articles 34, 38 et 39";
3° au § 3, alinéa 2, les mots "qui répond aux conditions prévues par l'article 34 et" sont supprimés;
4° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Lorsqu'un instrument financier visé à l'article 32/1, § 2, 2°, comporte un instrument dérivé tel que visé à l'article 29, § 2 ou § 3, les exigences des articles 40, § 5, et 153, § 5, de la loi et de l'article 33 s'appliquent à cet instrument dérivé."
1° dans le texte néerlandais du § 2, alinéa 3, le mot "lijdt" est remplacé par les mots "zou lijden";
2° au § 3, alinéa 1er, les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées à l'article 34" sont remplacés par les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées aux articles 34, 38 et 39";
3° au § 3, alinéa 2, les mots "qui répond aux conditions prévues par l'article 34 et" sont supprimés;
4° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Lorsqu'un instrument financier visé à l'article 32/1, § 2, 2°, comporte un instrument dérivé tel que visé à l'article 29, § 2 ou § 3, les exigences des articles 40, § 5, et 153, § 5, de la loi et de l'article 33 s'appliquent à cet instrument dérivé."
Art.21. In de Nederlandstalige versie van artikel 34, § 1, vierde lid, worden de woorden "tegen waarde" geschrapt.
Art.21. Dans le texte néerlandais de l'article 34, § 1er, alinéa 4, les mots "tegen waarde" sont supprimés.
Art.22. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.22. L'article 36 du même arrêté est abrogé.
Art.23. Artikel 37 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de paragrafen 3, 4, 5 en 6, luidende :
"§ 3. De verwijzing in § 1 naar het volgen van de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index wordt opgevat als een verwijzing naar het volgen van de samenstelling van de onderliggende activa van de index, onder meer ook met gebruikmaking van derivaten of andere technieken en instrumenten zoals bedoeld in de artikelen 35, 48, 72, 2°, 73 en 73/1.
§ 4. De verwijzing in § 1, 1°, naar een index waarvan de samenstelling voldoende gediversifieerd is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die voldoet aan de in § 1 vastgelegde risicospreidingsregels.
§ 5. De verwijzing in § 1, 2°, naar een index die voldoende representatief is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index waarvan de opsteller gebruikmaakt van een erkende methode die in het algemeen niet resulteert in de uitsluiting van een belangrijke uitgevende instelling op de markt waarop de index betrekking heeft.
§ 6. De verwijzing in § 1, 3°, naar een index die op passende wijze wordt bekendgemaakt, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die aan de volgende criteria voldoet :
1° hij is toegankelijk voor het publiek;
2° de opsteller van de index is onafhankelijk van de instelling voor collectieve belegging die de index volgt.
Het vorige lid, 2°, belet niet, dat opstellers van indexen en de instelling voor collectieve belegging deel uitmaken van dezelfde economische groep, op voorwaarde dat effectieve regelingen zijn getroffen voor het beheer van belangenconflicten."
"§ 3. De verwijzing in § 1 naar het volgen van de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index wordt opgevat als een verwijzing naar het volgen van de samenstelling van de onderliggende activa van de index, onder meer ook met gebruikmaking van derivaten of andere technieken en instrumenten zoals bedoeld in de artikelen 35, 48, 72, 2°, 73 en 73/1.
§ 4. De verwijzing in § 1, 1°, naar een index waarvan de samenstelling voldoende gediversifieerd is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die voldoet aan de in § 1 vastgelegde risicospreidingsregels.
§ 5. De verwijzing in § 1, 2°, naar een index die voldoende representatief is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index waarvan de opsteller gebruikmaakt van een erkende methode die in het algemeen niet resulteert in de uitsluiting van een belangrijke uitgevende instelling op de markt waarop de index betrekking heeft.
§ 6. De verwijzing in § 1, 3°, naar een index die op passende wijze wordt bekendgemaakt, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die aan de volgende criteria voldoet :
1° hij is toegankelijk voor het publiek;
2° de opsteller van de index is onafhankelijk van de instelling voor collectieve belegging die de index volgt.
Het vorige lid, 2°, belet niet, dat opstellers van indexen en de instelling voor collectieve belegging deel uitmaken van dezelfde economische groep, op voorwaarde dat effectieve regelingen zijn getroffen voor het beheer van belangenconflicten."
Art.23. L'article 37 du même arrêté est compléte par les paragraphes 3, 4, 5 et 6 rédigés comme suit :
"§ 3. La référence à la reproduction de la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, contenue au § 1er, s'entend comme une référence à la reproduction de la composition des actifs sous-jacents à l'indice, y compris par l'utilisation d'instruments dérivés ou d'autres techniques et instruments visés aux articles 35, 48, 72, 2°, 73 et 73/1.
§ 4. La référence à un indice dont la composition est suffisamment diversifiée, contenue au § 1er, 1°, s'entend comme une référence à un indice établi conformément aux règles de diversification des risques énoncées audit § 1er.
§ 5. La référence à un indice constituant un étalon représentatif, contenue au § 1er, 2°, s'entend comme une référence à un indice dont le fournisseur utilise une méthode reconnue qui n'aboutit pas, en règle générale, à exclure un grand emetteur du marché auquel l'indice se réfère.
§ 6. La référence à un indice faisant l'objet d'une publication appropriée, contenue au § 1er, 3°, s'entend comme une référence à un indice qui satisfait aux critères suivants :
1° il est accessible au public;
2° son fournisseur est indépendant de l'organisme de placement collectif qui reproduit sa composition.
L'alinéa précédent, 2°, ne s'oppose pas à ce que le fournisseur de l'indice et l'organisme de placement collectif fassent partie du même groupe économique, sous réserve que soient mises en place des mesures efficaces de gestion des conflits d'intérêts."
"§ 3. La référence à la reproduction de la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, contenue au § 1er, s'entend comme une référence à la reproduction de la composition des actifs sous-jacents à l'indice, y compris par l'utilisation d'instruments dérivés ou d'autres techniques et instruments visés aux articles 35, 48, 72, 2°, 73 et 73/1.
§ 4. La référence à un indice dont la composition est suffisamment diversifiée, contenue au § 1er, 1°, s'entend comme une référence à un indice établi conformément aux règles de diversification des risques énoncées audit § 1er.
§ 5. La référence à un indice constituant un étalon représentatif, contenue au § 1er, 2°, s'entend comme une référence à un indice dont le fournisseur utilise une méthode reconnue qui n'aboutit pas, en règle générale, à exclure un grand emetteur du marché auquel l'indice se réfère.
§ 6. La référence à un indice faisant l'objet d'une publication appropriée, contenue au § 1er, 3°, s'entend comme une référence à un indice qui satisfait aux critères suivants :
1° il est accessible au public;
2° son fournisseur est indépendant de l'organisme de placement collectif qui reproduit sa composition.
L'alinéa précédent, 2°, ne s'oppose pas à ce que le fournisseur de l'indice et l'organisme de placement collectif fassent partie du même groupe économique, sous réserve que soient mises en place des mesures efficaces de gestion des conflits d'intérêts."
Art.24. Artikel 40 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.24. L'article 40 du même arrêté est abrogé.
Art.25. _ Artikel 41, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "zelfs indien deze instelling voor collectieve belegging verschillende compartimenten telt."
Art.25. L'article 41, § 2, 3°, du même arrêté est complété par les mots : ", même si cet organisme de placement collectif compte plusieurs compartiments."
Art.26. In artikel 45 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de aanhef van paragraaf 1 worden de woorden "de volgende effecten en liquide financiële activa" ingevoegd na de woorden "bestaan uitsluitend uit";
2° § 1, 8°, a), wordt als volgt vervangen :
"a) de onderliggende waarden ervan bestaan uit een of meer van de volgende elementen :
(i) de in deze paragraaf opgesomde activa, met inbegrip van de financiële instrumenten die een of meer kenmerken van deze activa bezitten;
(ii) rentetarieven;
(iii) wisselkoersen of valuta's;
(iv) financiële indexen;";
1° in de aanhef van paragraaf 1 worden de woorden "de volgende effecten en liquide financiële activa" ingevoegd na de woorden "bestaan uitsluitend uit";
2° § 1, 8°, a), wordt als volgt vervangen :
"a) de onderliggende waarden ervan bestaan uit een of meer van de volgende elementen :
(i) de in deze paragraaf opgesomde activa, met inbegrip van de financiële instrumenten die een of meer kenmerken van deze activa bezitten;
(ii) rentetarieven;
(iii) wisselkoersen of valuta's;
(iv) financiële indexen;";
Art.26. A l'article 45 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots "exclusivement de" sont remplacés par les mots "exclusivement des valeurs mobilières et des actifs financiers liquides suivants";
2° dans le paragraphe 1er, 8°, le a) est remplacé par ce qui suit :
" a) le sous-jacent est constitué de l'un ou de plusieurs des éléments suivants :
(i) actifs visés au présent paragraphe, y compris les instruments financiers présentant une ou plusieurs caractéristiques de ces actifs;
(ii) taux d'intérêt;
(iii) taux de change ou devises;
(iv) indices financiers;";
1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots "exclusivement de" sont remplacés par les mots "exclusivement des valeurs mobilières et des actifs financiers liquides suivants";
2° dans le paragraphe 1er, 8°, le a) est remplacé par ce qui suit :
" a) le sous-jacent est constitué de l'un ou de plusieurs des éléments suivants :
(i) actifs visés au présent paragraphe, y compris les instruments financiers présentant une ou plusieurs caractéristiques de ces actifs;
(ii) taux d'intérêt;
(iii) taux de change ou devises;
(iv) indices financiers;";
Art.27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 45/1 ingevoegd luidende :
"Art. 45/1. § 1. De effecten bedoeld in artikel 45 voldoen aan de volgende criteria :
1° het potentiële verlies dat de instelling voor collectieve belegging als gevolg van het aanhouden van deze effecten kan lijden, is beperkt tot het bedrag dat ervoor is betaald;
2° de liquiditeit van de effecten doet geen afbreuk aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen;
3° betrouwbare waarderingen zijn voor deze effecten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 45, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, in de vorm van accurate, betrouwbare en regelmatig bekendgemaakte prijzen die ofwel marktprijzen zijn, ofwel prijzen die beschikbaar worden gesteld door waarderingssystemen die onafhankelijk van de uitgevende instelling zijn;
b) in het geval van de in artikel 45, § 2, bedoelde andere effecten, in de vorm van een periodieke waardering die wordt afgeleid uit de gegevens van de uitgevende instelling van het effect of uit vakkundig onderzoek op beleggingsgebied;
4° adequate informatie is voor deze instrumenten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 45, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, door middel van een regelmatige, accurate en uitgebreide informatieverstrekking aan de markt over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
b) in het geval van de in artikel 45, § 2, bedoelde andere effecten, door middel van een regelmatige en accurate informatieverstrekking aan de instelling voor collectieve belegging over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
5° zij zijn verhandelbaar;
6° de verwerving ervan strookt met de beleggingsdoelstellingen of het beleggingsbeleid, of met beide, van de instelling voor collectieve belegging;
7° met de eraan verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging.
Voor de toepassing van de punten 2° en 5° van het eerste lid en tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt, worden financiële instrumenten die overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, geacht geen afbreuk te doen aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen en worden zij geacht verhandelbaar te zijn.
§ 2. De in artikel 45 bedoelde effecten omvatten :
1° rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met vast aantal rechten van deelneming, die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan paragraaf 1;
b) de uitgevende instelling voor collectieve belegging is onderworpen aan op vennootschappen toepasselijke mechanismen van corporate governance of aan gelijkwaardige mechanismen;
c) ingeval een andere entiteit namens de beleggingsvennootschap of trust met vast aantal rechten van deelneming het vermogensbeheer uitoefent, is deze entiteit aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger onderworpen;
d) in geval van een beleggingsfonds, wordt dit fonds beheerd door een entiteit die aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger is onderworpen;
2° financiële instrumenten die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan § 1;
b) zij worden gedekt door of zijn gekoppeld aan het rendement van andere activa die kunnen verschillen van die welke in artikel 45, § 1, worden bedoeld."
"Art. 45/1. § 1. De effecten bedoeld in artikel 45 voldoen aan de volgende criteria :
1° het potentiële verlies dat de instelling voor collectieve belegging als gevolg van het aanhouden van deze effecten kan lijden, is beperkt tot het bedrag dat ervoor is betaald;
2° de liquiditeit van de effecten doet geen afbreuk aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen;
3° betrouwbare waarderingen zijn voor deze effecten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 45, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, in de vorm van accurate, betrouwbare en regelmatig bekendgemaakte prijzen die ofwel marktprijzen zijn, ofwel prijzen die beschikbaar worden gesteld door waarderingssystemen die onafhankelijk van de uitgevende instelling zijn;
b) in het geval van de in artikel 45, § 2, bedoelde andere effecten, in de vorm van een periodieke waardering die wordt afgeleid uit de gegevens van de uitgevende instelling van het effect of uit vakkundig onderzoek op beleggingsgebied;
4° adequate informatie is voor deze instrumenten op de volgende wijze beschikbaar :
a) in het geval van de in artikel 45, § 1, 1° tot 4°, bedoelde effecten die zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, door middel van een regelmatige, accurate en uitgebreide informatieverstrekking aan de markt over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
b) in het geval van de in artikel 45, § 2, bedoelde andere effecten, door middel van een regelmatige en accurate informatieverstrekking aan de instelling voor collectieve belegging over het effect of, in voorkomend geval, over de portefeuille van het effect;
5° zij zijn verhandelbaar;
6° de verwerving ervan strookt met de beleggingsdoelstellingen of het beleggingsbeleid, of met beide, van de instelling voor collectieve belegging;
7° met de eraan verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging.
Voor de toepassing van de punten 2° en 5° van het eerste lid en tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt, worden financiële instrumenten die overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, geacht geen afbreuk te doen aan het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om haar rechten van deelneming overeenkomstig Afdeling III in te kopen en worden zij geacht verhandelbaar te zijn.
§ 2. De in artikel 45 bedoelde effecten omvatten :
1° rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met vast aantal rechten van deelneming, die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan paragraaf 1;
b) de uitgevende instelling voor collectieve belegging is onderworpen aan op vennootschappen toepasselijke mechanismen van corporate governance of aan gelijkwaardige mechanismen;
c) ingeval een andere entiteit namens de beleggingsvennootschap of trust met vast aantal rechten van deelneming het vermogensbeheer uitoefent, is deze entiteit aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger onderworpen;
d) in geval van een beleggingsfonds, wordt dit fonds beheerd door een entiteit die aan nationale regelgeving ter bescherming van de belegger is onderworpen;
2° financiële instrumenten die voldoen aan de volgende criteria :
a) zij voldoen aan § 1;
b) zij worden gedekt door of zijn gekoppeld aan het rendement van andere activa die kunnen verschillen van die welke in artikel 45, § 1, worden bedoeld."
Art.27. _ Dans le même arrêté, il est inséré un article 45/1 rédigé comme suit :
"Art. 45/1. § 1er. Les valeurs mobilières visées à l'article 45 remplissent les critères suivants :
1° la perte potentielle à laquelle leur détention expose l'organisme de placement collectif est limitée au montant qu'il a versé pour les acquérir;
2° leur liquidité ne compromet pas la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III;
3° une évaluation fiable les concernant est disponible, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 45, § 1er, 1° à 4°, sous la forme de prix exacts, fiables et établis régulièrement, qui sont soit des prix de marché, soit des prix fournis par des systèmes d'evaluation independants des émetteurs;
b) dans le cas des autres valeurs visées a l'article 45, § 2, sous la forme d'une évaluation établie périodiquement, à partir d'informations émanant de l'émetteur ou tirées d'une recherche en investissements fiable;
4° des informations appropriées les concernant sont disponibles, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 45, § 1er, 1° à 4°, sous la forme d'informations exactes, complètes et régulièrement fournies au marche sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
b) dans le cas des autres valeurs visées a l'article 45, § 2, sous la forme d'informations exactes et régulièrement fournies à l'organisme de placement collectif sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
5° elles sont négociables;
6° leur acquisition est compatible avec les objectifs ou la politique d'investissement, ou les deux, de l'organisme de placement collectif;
7° les risques qu'elles comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée.
Pour l'application des points 2° et 5° de l'alinéa 1er, les instruments financiers cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 45, § 1er, 1° à 3°, sont présumés ne pas compromettre la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III et ils sont présumés être négociables, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes.
§ 2. Les valeurs mobilières visées à l'article 45 s'entendent comme incluant :
1° les parts d'organismes de placement collectif à nombre fixe de parts, qui satisfont aux critères suivants :
a) elles remplissent les criteres énoncés au § 1er;
b) l'organisme de placement collectif qui les émet est soumis aux mecanismes de gouvernement d'entreprise applicables aux sociétés ou à des mécanismes équivalents;
c) lorsque l'activité de gestion d'actifs est exercee par une autre entité pour le compte de la société d'investissement ou le trust à nombre fixe de parts, cette autre entité est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
d) dans le cas d'un fonds de placement, ce fonds est géré par une entité qui est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
2° les instruments financiers qui satisfont aux critères suivants :
a) ils remplissent les critères énoncés au § 1e r;
b) ils sont adossés à d'autres actifs ou liés à la performance d'autres actifs, qui peuvent être différents de ceux visés à l'article 45, § 1er."
"Art. 45/1. § 1er. Les valeurs mobilières visées à l'article 45 remplissent les critères suivants :
1° la perte potentielle à laquelle leur détention expose l'organisme de placement collectif est limitée au montant qu'il a versé pour les acquérir;
2° leur liquidité ne compromet pas la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III;
3° une évaluation fiable les concernant est disponible, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 45, § 1er, 1° à 4°, sous la forme de prix exacts, fiables et établis régulièrement, qui sont soit des prix de marché, soit des prix fournis par des systèmes d'evaluation independants des émetteurs;
b) dans le cas des autres valeurs visées a l'article 45, § 2, sous la forme d'une évaluation établie périodiquement, à partir d'informations émanant de l'émetteur ou tirées d'une recherche en investissements fiable;
4° des informations appropriées les concernant sont disponibles, sous la forme suivante :
a) dans le cas des valeurs cotées ou négociées sur un marché réglementé visées à l'article 45, § 1er, 1° à 4°, sous la forme d'informations exactes, complètes et régulièrement fournies au marche sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
b) dans le cas des autres valeurs visées a l'article 45, § 2, sous la forme d'informations exactes et régulièrement fournies à l'organisme de placement collectif sur la valeur concernée ou, le cas échéant, sur le portefeuille sous-jacent à cette valeur;
5° elles sont négociables;
6° leur acquisition est compatible avec les objectifs ou la politique d'investissement, ou les deux, de l'organisme de placement collectif;
7° les risques qu'elles comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée.
Pour l'application des points 2° et 5° de l'alinéa 1er, les instruments financiers cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 45, § 1er, 1° à 3°, sont présumés ne pas compromettre la capacité de l'organisme de placement collectif à racheter ses parts conformément aux dispositions de la Section III et ils sont présumés être négociables, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes.
§ 2. Les valeurs mobilières visées à l'article 45 s'entendent comme incluant :
1° les parts d'organismes de placement collectif à nombre fixe de parts, qui satisfont aux critères suivants :
a) elles remplissent les criteres énoncés au § 1er;
b) l'organisme de placement collectif qui les émet est soumis aux mecanismes de gouvernement d'entreprise applicables aux sociétés ou à des mécanismes équivalents;
c) lorsque l'activité de gestion d'actifs est exercee par une autre entité pour le compte de la société d'investissement ou le trust à nombre fixe de parts, cette autre entité est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
d) dans le cas d'un fonds de placement, ce fonds est géré par une entité qui est soumise à une réglementation nationale visant à garantir la protection des investisseurs;
2° les instruments financiers qui satisfont aux critères suivants :
a) ils remplissent les critères énoncés au § 1e r;
b) ils sont adossés à d'autres actifs ou liés à la performance d'autres actifs, qui peuvent être différents de ceux visés à l'article 45, § 1er."
Art.28. In hetzelfde besluit wordt een artikel 45/2 ingevoegd luidende :
"Art. 45/2. § 1. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 voldoen aan één van de volgende criteria :
1° zij hebben een looptijd bij uitgifte van ten hoogste 397 dagen;
2° zij hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen;
3° de opbrengst ervan ondergaat regelmatig en ten minste om de 397 dagen een aanpassing die overeenkomt met de geldmarktontwikkelingen;
4° het risicoprofiel ervan, met inbegrip van het krediet- en renterisico, stemt overeen met dat van financiële instrumenten die een in onder 1° of 2° bedoelde looptijd hebben of waarvan de opbrengst een onder 3° bedoelde aanpassing ondergaat.
§ 2. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 moeten tegen beperkte kosten binnen een voldoende kort tijdsbestek kunnen worden vervreemd, rekening gehouden met de op de instelling voor collectieve belegging rustende verplichting om haar rechten van deelneming op verzoek van een houder in te kopen of terug te betalen.
§ 3. Voor de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 zijn accurate en betrouwbare waarderingssystemen beschikbaar die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij stellen de instelling voor collectieve belegging in staat een intrinsieke waarde te berekenen die overeenstemt met de waarde waartegen het in portefeuille gehouden financiële instrument zou kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden;
2° zij zijn gebaseerd op marktgegevens of op waarderingsmodellen, met inbegrip van systemen die op de kostprijs, rekening houdend met de verrichte afschrijvingen, zijn gebaseerd.
§ 4. Aan de in de §§ 2 en 3 vermelde criteria wordt geacht te zijn voldaan in het geval van geldmarktinstrumenten die overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt."
"Art. 45/2. § 1. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 voldoen aan één van de volgende criteria :
1° zij hebben een looptijd bij uitgifte van ten hoogste 397 dagen;
2° zij hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen;
3° de opbrengst ervan ondergaat regelmatig en ten minste om de 397 dagen een aanpassing die overeenkomt met de geldmarktontwikkelingen;
4° het risicoprofiel ervan, met inbegrip van het krediet- en renterisico, stemt overeen met dat van financiële instrumenten die een in onder 1° of 2° bedoelde looptijd hebben of waarvan de opbrengst een onder 3° bedoelde aanpassing ondergaat.
§ 2. De geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 moeten tegen beperkte kosten binnen een voldoende kort tijdsbestek kunnen worden vervreemd, rekening gehouden met de op de instelling voor collectieve belegging rustende verplichting om haar rechten van deelneming op verzoek van een houder in te kopen of terug te betalen.
§ 3. Voor de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45 zijn accurate en betrouwbare waarderingssystemen beschikbaar die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij stellen de instelling voor collectieve belegging in staat een intrinsieke waarde te berekenen die overeenstemt met de waarde waartegen het in portefeuille gehouden financiële instrument zou kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden;
2° zij zijn gebaseerd op marktgegevens of op waarderingsmodellen, met inbegrip van systemen die op de kostprijs, rekening houdend met de verrichte afschrijvingen, zijn gebaseerd.
§ 4. Aan de in de §§ 2 en 3 vermelde criteria wordt geacht te zijn voldaan in het geval van geldmarktinstrumenten die overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, tenzij de instelling voor collectieve belegging over informatie beschikt die tot een andere kwalificatie leidt."
Art.28. Dans le même arrêté, il est inséré un article 45/2 rédigé comme suit :
"Art. 45/2. § 1er. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 45 remplissent l'un des critères suivants :
1° ils ont une échéance à l'émission pouvant aller jusqu'à 397 jours;
2° ils ont une maturité résiduelle pouvant aller jusqu'à 397 jours;
3° leur rendement fait l'objet d'ajustements réguliers, au moins tous les 397 jours, conformément aux conditions du marché monétaire;
4° leur profil de risque, notamment en ce qui concerne le risque de crédit et le risque de taux d'interêt, correspond à celui d'instruments financiers qui ont une échéance ou une maturité résiduelle conformes à celles visées aux points 1° et 2° respectivement, ou dont le rendement fait l'objet d'ajustements conformes à ceux visés au point 3°.
§ 2. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 45 doivent pouvoir être cédés à coût limité dans un laps de temps court et approprié, compte tenu de l'obligation de l'organisme de placement collectif de racheter ou de rembourser ses parts à la demande de tout porteur.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire vises à l'article 45, il existe des systèmes d'évaluation précis et fiables qui remplissent les critères suivants :
1° ils permettent à l'organisme de placement collectif de calculer une valeur nette d'inventaire correspondant à la valeur à laquelle l'instrument financier détenu en portefeuille pourrait être échangé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale;
2° ils sont fondés soit sur des données de marché, soit sur des modèles d'évaluation, y compris des systemes fondés sur le coût amorti.
§ 4. Les critères énoncés aux §§ 2 et 3 sont réputés remplis dans le cas d'instruments du marché monétaire qui sont cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 45, § 1er, 1° à 3°, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes."
"Art. 45/2. § 1er. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 45 remplissent l'un des critères suivants :
1° ils ont une échéance à l'émission pouvant aller jusqu'à 397 jours;
2° ils ont une maturité résiduelle pouvant aller jusqu'à 397 jours;
3° leur rendement fait l'objet d'ajustements réguliers, au moins tous les 397 jours, conformément aux conditions du marché monétaire;
4° leur profil de risque, notamment en ce qui concerne le risque de crédit et le risque de taux d'interêt, correspond à celui d'instruments financiers qui ont une échéance ou une maturité résiduelle conformes à celles visées aux points 1° et 2° respectivement, ou dont le rendement fait l'objet d'ajustements conformes à ceux visés au point 3°.
§ 2. Les instruments du marché monétaire visés à l'article 45 doivent pouvoir être cédés à coût limité dans un laps de temps court et approprié, compte tenu de l'obligation de l'organisme de placement collectif de racheter ou de rembourser ses parts à la demande de tout porteur.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire vises à l'article 45, il existe des systèmes d'évaluation précis et fiables qui remplissent les critères suivants :
1° ils permettent à l'organisme de placement collectif de calculer une valeur nette d'inventaire correspondant à la valeur à laquelle l'instrument financier détenu en portefeuille pourrait être échangé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale;
2° ils sont fondés soit sur des données de marché, soit sur des modèles d'évaluation, y compris des systemes fondés sur le coût amorti.
§ 4. Les critères énoncés aux §§ 2 et 3 sont réputés remplis dans le cas d'instruments du marché monétaire qui sont cotés ou négociés sur un marché réglementé conformément à l'article 45, § 1er, 1° à 3°, sauf si l'organisme de placement collectif dispose d'informations conduisant à des conclusions différentes."
Art.29. In hetzelfde besluit wordt een artikel 45/3 ingevoegd luidende :
"Art. 45/3. § 1. De financiële derivaten bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, omvatten kredietderivaten die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij maken de overdracht mogelijk van het kredietrisico van een onderliggend actief, in de zin van artikel 45, § 1, 8°, a), onafhankelijk van de andere risico's die aan dit actief zijn verbonden;
2° zij resulteren niet in de levering of overdracht, met inbegrip in de vorm van contanten, van andere activa dan die welke zijn bedoeld in artikel 45, §§ 1 en 2;
3° zij voldoen aan de criteria voor OTC-derivaten vastgesteld in artikel 45, § 1, 8°, b) en c), en in de §§ 2 en 3;
4° met de risico's ervan wordt afdoende rekening gehouden bij het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging en bij haar interne controlemechanismen ingeval zich de kans voordoet op informatieasymmetrie tussen de instelling voor collectieve belegging en de wederpartij bij het kredietderivaat, als gevolg van de mogelijke toegang van de wederpartij tot niet-openbare informatie over ondernemingen waarvan de activa worden gebruikt als onderliggende waarden door kredietderivaten.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar een betrouwbare en verifieerbare waardering opgevat als een verwijzing naar een door de instelling voor collectieve belegging verrichte waardering die overeenstemt met de in § 3 bedoelde waarde in het economische verkeer, die niet slechts op de marktnoteringen van de wederpartij is gebaseerd en die voldoet aan de volgende criteria :
1° de grondslag voor de waardering is ofwel een betrouwbare actuele marktwaarde van het instrument ofwel, indien een dergelijke waarde niet beschikbaar is, een prijsbepalingsmodel waarbij van een passende en erkende methode gebruik wordt gemaakt;
2° de waardering wordt door een van de volgende parijen geverifieerd :
a) een passende derde die onafhankelijk is van de wederpartij van het OTC-derivaat; de verificatie geschiedt met een passende frequentie en op een zodanige wijze dat de instelling voor collectieve belegging deze kan controleren;
b) een eenheid binnen de instelling voor collectieve belegging die onafhankelijk is van de met het vermogensbeheer belaste afdeling en die daartoe voldoende is toegerust.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar de waarde in het economische verkeer opgevat als een verwijzing naar het bedrag waarvoor een activum kan worden verhandeld, of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden.
§ 4. De verwijzing in artikel 45, § 1, 8°, naar financiële derivaten wordt opgevat als een uitsluiting van van grondstoffen afgeleide instrumenten."
"Art. 45/3. § 1. De financiële derivaten bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, omvatten kredietderivaten die aan de volgende criteria voldoen :
1° zij maken de overdracht mogelijk van het kredietrisico van een onderliggend actief, in de zin van artikel 45, § 1, 8°, a), onafhankelijk van de andere risico's die aan dit actief zijn verbonden;
2° zij resulteren niet in de levering of overdracht, met inbegrip in de vorm van contanten, van andere activa dan die welke zijn bedoeld in artikel 45, §§ 1 en 2;
3° zij voldoen aan de criteria voor OTC-derivaten vastgesteld in artikel 45, § 1, 8°, b) en c), en in de §§ 2 en 3;
4° met de risico's ervan wordt afdoende rekening gehouden bij het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging en bij haar interne controlemechanismen ingeval zich de kans voordoet op informatieasymmetrie tussen de instelling voor collectieve belegging en de wederpartij bij het kredietderivaat, als gevolg van de mogelijke toegang van de wederpartij tot niet-openbare informatie over ondernemingen waarvan de activa worden gebruikt als onderliggende waarden door kredietderivaten.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar een betrouwbare en verifieerbare waardering opgevat als een verwijzing naar een door de instelling voor collectieve belegging verrichte waardering die overeenstemt met de in § 3 bedoelde waarde in het economische verkeer, die niet slechts op de marktnoteringen van de wederpartij is gebaseerd en die voldoet aan de volgende criteria :
1° de grondslag voor de waardering is ofwel een betrouwbare actuele marktwaarde van het instrument ofwel, indien een dergelijke waarde niet beschikbaar is, een prijsbepalingsmodel waarbij van een passende en erkende methode gebruik wordt gemaakt;
2° de waardering wordt door een van de volgende parijen geverifieerd :
a) een passende derde die onafhankelijk is van de wederpartij van het OTC-derivaat; de verificatie geschiedt met een passende frequentie en op een zodanige wijze dat de instelling voor collectieve belegging deze kan controleren;
b) een eenheid binnen de instelling voor collectieve belegging die onafhankelijk is van de met het vermogensbeheer belaste afdeling en die daartoe voldoende is toegerust.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 8°, c), wordt de verwijzing naar de waarde in het economische verkeer opgevat als een verwijzing naar het bedrag waarvoor een activum kan worden verhandeld, of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde, onafhankelijke partijen in een transactie onder normale mededingingsvoorwaarden.
§ 4. De verwijzing in artikel 45, § 1, 8°, naar financiële derivaten wordt opgevat als een uitsluiting van van grondstoffen afgeleide instrumenten."
Art.29. Dans le même arrêté, il est inséré un article 45/3 rédigé comme suit :
"Art. 45/3. § 1er. Les instruments financiers dérivés visés à l'article 45, § 1er, 8°, s'entendent comme incluant des dérivés de crédit qui satisfont aux critères suivants :
1° ils permettent de transférer le risque de crédit lié à un actif sous-jacent au sens de l'article 45, § 1er, 8°, a), indépendamment des autres risques liés à cet actif;
2° ils ne donnent pas lieu à la livraison ni au transfert, y compris sous forme d'espèces, d'actifs autres que ceux visés à l'article 45, §§ 1er et 2;
3° ils remplissent les critères applicables aux instruments dérivés de gré à gré, énoncés à l'article 45, § 1er, 8°, b) et c), et aux §§ 2 et 3;
4° les risques qu'ils comportent sont pris en considération de manière appropriée par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif, ainsi que par ses mécanismes de contrôle interne en cas de risque d'asymétrie de l'information entre l'organisme de placement collectif et la contrepartie au dérivé de credit, résultant de l'accès éventuel de la contrepartie à des informations non accessibles au public concernant des entités dont les actifs servent de sous-jacents à des dérivés de crédit.
§ 2. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 8°, c), la référence à une évaluation fiable et vérifiable s'entend comme une référence à une evaluation effectuée par l'organisme de placement collectif, qui correspond à la juste valeur visée au § 3, qui ne se fonde pas seulement sur des prix de marché donnés par la contrepartie et qui satisfait aux critères suivants :
1° l'évaluation se fonde sur une valeur de marché actuelle, qui a été établie de manière fiable pour l'instrument ou, si une telle valeur n'est pas disponible, sur un modèle de valorisation utilisant une méthodologie reconnue et adéquate;
2° la vérification de l'évaluation est effectuée par l'une des entités suivantes :
a) un tiers approprié, indépendant de la contrepartie à l'instrument dérivé de gré à gré, qui procède à la vérification à une fréquence adéquate et selon des modalites telles que l'organisme de placement collectif peut le contrôler;
b) une unité de l'organisme de placement collectif qui est indépendante du service chargé de la gestion des actifs et qui est adéquatement équipée à cet effet.
§ 3. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 8°, c), la référence à la juste valeur s'entend comme une référence au montant pour lequel un actif pourrait être échangé ou un passif réglé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale.
§ 4. La référence aux instruments financiers dérivés contenue à l'article 45, § 1er, 8°, s'entend comme excluant les dérivés sur matières premières."
"Art. 45/3. § 1er. Les instruments financiers dérivés visés à l'article 45, § 1er, 8°, s'entendent comme incluant des dérivés de crédit qui satisfont aux critères suivants :
1° ils permettent de transférer le risque de crédit lié à un actif sous-jacent au sens de l'article 45, § 1er, 8°, a), indépendamment des autres risques liés à cet actif;
2° ils ne donnent pas lieu à la livraison ni au transfert, y compris sous forme d'espèces, d'actifs autres que ceux visés à l'article 45, §§ 1er et 2;
3° ils remplissent les critères applicables aux instruments dérivés de gré à gré, énoncés à l'article 45, § 1er, 8°, b) et c), et aux §§ 2 et 3;
4° les risques qu'ils comportent sont pris en considération de manière appropriée par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif, ainsi que par ses mécanismes de contrôle interne en cas de risque d'asymétrie de l'information entre l'organisme de placement collectif et la contrepartie au dérivé de credit, résultant de l'accès éventuel de la contrepartie à des informations non accessibles au public concernant des entités dont les actifs servent de sous-jacents à des dérivés de crédit.
§ 2. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 8°, c), la référence à une évaluation fiable et vérifiable s'entend comme une référence à une evaluation effectuée par l'organisme de placement collectif, qui correspond à la juste valeur visée au § 3, qui ne se fonde pas seulement sur des prix de marché donnés par la contrepartie et qui satisfait aux critères suivants :
1° l'évaluation se fonde sur une valeur de marché actuelle, qui a été établie de manière fiable pour l'instrument ou, si une telle valeur n'est pas disponible, sur un modèle de valorisation utilisant une méthodologie reconnue et adéquate;
2° la vérification de l'évaluation est effectuée par l'une des entités suivantes :
a) un tiers approprié, indépendant de la contrepartie à l'instrument dérivé de gré à gré, qui procède à la vérification à une fréquence adéquate et selon des modalites telles que l'organisme de placement collectif peut le contrôler;
b) une unité de l'organisme de placement collectif qui est indépendante du service chargé de la gestion des actifs et qui est adéquatement équipée à cet effet.
§ 3. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 8°, c), la référence à la juste valeur s'entend comme une référence au montant pour lequel un actif pourrait être échangé ou un passif réglé entre des parties bien informées et consentantes, dans le cadre d'une transaction effectuée dans des conditions de concurrence normale.
§ 4. La référence aux instruments financiers dérivés contenue à l'article 45, § 1er, 8°, s'entend comme excluant les dérivés sur matières premières."
Art.30. In hetzelfde besluit wordt een artikel 45/4 ingevoegd luidende :
"Art. 45/4. § 1. De financiële indexen bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, a), voldoen aan de volgende criteria :
1° zij zijn voldoende gediversifieerd, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index is op een zodanige wijze samengesteld, dat prijsbewegingen of handelsactiviteiten die op een component ervan betrekking hebben, geen onevenredige invloed op de ontwikkeling van de gehele index hebben;
b) ingeval de index is samengesteld uit in artikel 45, § 1, bedoelde activa, is de samenstelling ervan ten minste gediversifieerd overeenkomstig artikel 50;
c) ingeval de index is samengesteld uit andere dan de in artikel 45, § 1, bedoelde activa, is deze gediversifieerd op een wijze die gelijkwaardig is aan die welke bij artikel 50 is bepaald;
2° zij zijn voldoende representatief voor de markt waarop zij betrekking hebben, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index geeft op relevante en passende wijze de ontwikkeling weer van een representatieve groep onderliggende waarden;
b) de index wordt periodiek herzien of herijkt op basis van voor het publiek beschikbare criteria om ervoor te zorgen dat hij een afspiegeling blijft vormen van de markten waarop hij betrekking heeft;
c) de onderliggende waarden zijn zodanig liquide, dat de gebruikers indien nodig de index kunnen reconstrueren;
3° zij worden op passende wijze bekendgemaakt, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) het proces voor de bekendmaking ervan berust op gedegen procedures voor de verzameling van de prijzen en voor de berekening en vervolgens de publicatie van de indexwaarde en omvat tevens prijsbepalingsprocedures voor componenten waarvoor geen marktprijs beschikbaar is;
b) wezenlijke gegevens over aangelegenheden, zoals de methode voor de berekening en herijking van de index, indexwijzigingen en operationele moeilijkheden bij het verstrekken van actuele of nauwkeurige informatie worden tijdig en op ruime schaal verstrekt.
§ 2. Wanneer de activa die als onderliggende waarden worden gebruikt van de financiële derivaten bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, niet als een financiële index kunnen worden gekwalificeerd overeenkomstig § 1, worden deze financiële derivaten beschouwd als zijnde gebaseerd op een combinatie van activa bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, a), (i), (ii), of (iii)."
"Art. 45/4. § 1. De financiële indexen bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, a), voldoen aan de volgende criteria :
1° zij zijn voldoende gediversifieerd, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index is op een zodanige wijze samengesteld, dat prijsbewegingen of handelsactiviteiten die op een component ervan betrekking hebben, geen onevenredige invloed op de ontwikkeling van de gehele index hebben;
b) ingeval de index is samengesteld uit in artikel 45, § 1, bedoelde activa, is de samenstelling ervan ten minste gediversifieerd overeenkomstig artikel 50;
c) ingeval de index is samengesteld uit andere dan de in artikel 45, § 1, bedoelde activa, is deze gediversifieerd op een wijze die gelijkwaardig is aan die welke bij artikel 50 is bepaald;
2° zij zijn voldoende representatief voor de markt waarop zij betrekking hebben, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) de index geeft op relevante en passende wijze de ontwikkeling weer van een representatieve groep onderliggende waarden;
b) de index wordt periodiek herzien of herijkt op basis van voor het publiek beschikbare criteria om ervoor te zorgen dat hij een afspiegeling blijft vormen van de markten waarop hij betrekking heeft;
c) de onderliggende waarden zijn zodanig liquide, dat de gebruikers indien nodig de index kunnen reconstrueren;
3° zij worden op passende wijze bekendgemaakt, in die zin dat aan de volgende criteria is voldaan :
a) het proces voor de bekendmaking ervan berust op gedegen procedures voor de verzameling van de prijzen en voor de berekening en vervolgens de publicatie van de indexwaarde en omvat tevens prijsbepalingsprocedures voor componenten waarvoor geen marktprijs beschikbaar is;
b) wezenlijke gegevens over aangelegenheden, zoals de methode voor de berekening en herijking van de index, indexwijzigingen en operationele moeilijkheden bij het verstrekken van actuele of nauwkeurige informatie worden tijdig en op ruime schaal verstrekt.
§ 2. Wanneer de activa die als onderliggende waarden worden gebruikt van de financiële derivaten bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, niet als een financiële index kunnen worden gekwalificeerd overeenkomstig § 1, worden deze financiële derivaten beschouwd als zijnde gebaseerd op een combinatie van activa bedoeld in artikel 45, § 1, 8°, a), (i), (ii), of (iii)."
Art.30. Dans le même arrêté, il est inséré un article 45/4 rédigé comme suit :
"Art. 45/4. § 1er. Les indices financiers visés à l'article 45, § 1er, 8°, a), satisfont aux critères suivants :
1° leur composition est suffisamment diversifiée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice est composé de telle manière que les mouvements de prix ou les activités de négociation affectant l'une de ses composantes n'influencent pas indûment sa performance globale;
b) lorsque l'indice est composé d'actifs visés à l'article 45, § 1er, sa composition est au moins conforme à l'exigence de diversification prévue à l'article 50;
c) lorsque l'indice est composé d'actifs autres que ceux visés à l'article 45, § 1er, sa composition est diversifiée selon des modalités équivalentes à celles prévues à l'article 50;
2° ils constituent un étalon représentatif du marché auquel ils se réfèrent, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice mesure, d'une manière pertinente et appropriée, la performance d'un ensemble représentatif de sous-jacents;
b) l'indice est revu ou repondéré à intervalles réguliers, de manière à ce qu'il continue à refléter les marchés auxquels il se réfère, conformément à des critères accessibles au public;
c) les sous-jacents sont suffisamment liquides pour permettre aux utilisateurs de reproduire l'indice, le cas échéant;
3° ils font l'objet d'une publication appropriée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) leur publication repose sur des procédures adéquates de collecte des prix et de calcul et de publication subséquente de la valeur de l'indice, y compris les procédures de valorisation applicables aux composantes pour lesquelles aucun prix de marché n'est disponible;
b) les informations pertinentes sur des questions telles que le calcul de l'indice, les méthodologies de repondération de l'indice, les modifications apportées à l'indice ou toute difficulté opérationnelle rencontrée dans la fourniture d'informations actuelles ou précises, sont diffusées largement et en temps utile.
§ 2. Lorsque les actifs servant de sous-jacents à des instruments financiers dérivés visés à l'article 45, § 1er, 8°, ne peuvent être qualifiés d'indices financiers conformément au § 1er, ces instruments financiers dérivés sont considérés comme des instruments financiers dérivés fondés sur une combinaison d'actifs visés a l'article 45, § 1er, 8), a), (i), (ii) ou (iii)."
"Art. 45/4. § 1er. Les indices financiers visés à l'article 45, § 1er, 8°, a), satisfont aux critères suivants :
1° leur composition est suffisamment diversifiée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice est composé de telle manière que les mouvements de prix ou les activités de négociation affectant l'une de ses composantes n'influencent pas indûment sa performance globale;
b) lorsque l'indice est composé d'actifs visés à l'article 45, § 1er, sa composition est au moins conforme à l'exigence de diversification prévue à l'article 50;
c) lorsque l'indice est composé d'actifs autres que ceux visés à l'article 45, § 1er, sa composition est diversifiée selon des modalités équivalentes à celles prévues à l'article 50;
2° ils constituent un étalon représentatif du marché auquel ils se réfèrent, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) l'indice mesure, d'une manière pertinente et appropriée, la performance d'un ensemble représentatif de sous-jacents;
b) l'indice est revu ou repondéré à intervalles réguliers, de manière à ce qu'il continue à refléter les marchés auxquels il se réfère, conformément à des critères accessibles au public;
c) les sous-jacents sont suffisamment liquides pour permettre aux utilisateurs de reproduire l'indice, le cas échéant;
3° ils font l'objet d'une publication appropriée, en ce sens que les critères suivants sont remplis :
a) leur publication repose sur des procédures adéquates de collecte des prix et de calcul et de publication subséquente de la valeur de l'indice, y compris les procédures de valorisation applicables aux composantes pour lesquelles aucun prix de marché n'est disponible;
b) les informations pertinentes sur des questions telles que le calcul de l'indice, les méthodologies de repondération de l'indice, les modifications apportées à l'indice ou toute difficulté opérationnelle rencontrée dans la fourniture d'informations actuelles ou précises, sont diffusées largement et en temps utile.
§ 2. Lorsque les actifs servant de sous-jacents à des instruments financiers dérivés visés à l'article 45, § 1er, 8°, ne peuvent être qualifiés d'indices financiers conformément au § 1er, ces instruments financiers dérivés sont considérés comme des instruments financiers dérivés fondés sur une combinaison d'actifs visés a l'article 45, § 1er, 8), a), (i), (ii) ou (iii)."
Art.31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 45/5 ingevoegd luidende :
"Art. 45/5. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 45/2, §§ 1 tot 3, voldoen de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45, § 1, 9°, aan de volgende criteria :
1° er is passende informatie voor deze instrumenten beschikbaar, met inbegrip van informatie die een passende beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt, rekening gehouden met de §§ 2 tot 4;
2° zij zijn vrij overdraagbaar.
§ 2. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (i), bedoelde geldmarktinstrumenten, met uitzondering van die bedoeld in § 3 en die welke door de Europese Centrale Bank of door een centrale bank van een lidstaat worden uitgegeven, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie in : inlichtingen over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de uitgifte van het geldmarktinstrument.
§ 3. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (ii) en (iv), bedoelde geldmarktinstrumenten of voor de geldmarktinstrumenten die worden uitgegeven door een regionale of plaatselijke overheid van een lidstaat, dan wel door een internationale publiekrechtelijke instelling, maar die niet worden gegarandeerd door een lidstaat of, in geval van een federale staat die een lidstaat is, door een van de deelstaten van de federatie, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over zowel de uitgifte of het uitgifteprogramma als over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° controle van de onder 1° bedoelde informatie door ter zake gekwalificeerde derden die geen instructies aannemen van de uitgevende instelling;
4° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma.
§ 4. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), bedoelde geldmarktinstrumenten houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel van andere gegevens die een adequate beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), wordt de verwijzing naar een instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften die naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld opgevat als de verwijzing naar een uitgevende instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften en die tevens voldoet aan één van de volgende criteria :
1° zij is gevestigd in de Europese Economische Ruimte;
2° zij is gevestigd in de tot de Groep van Tien behorende OESO-landen;
3° zij heeft ten minste een zodanige rating dat zij als investeringswaardig wordt aangemerkt;
4° op basis van een diepgaande analyse van de uitgevende instelling kan worden aangetoond, dat de op deze uitgevende instelling toepasselijke bedrijfseconomische voorschriften ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld.
§ 6. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 9°, b), (iv), wordt de verwijzing naar effectiseringsinstrumenten opgevat als de verwijzing naar voor effectiseringsdoeleinden opgezette constructies in de vorm van een vennootschap of een trust of in een contractuele vorm.
Voor de toepassing van dezelfde bepaling wordt de verwijzing naar bankliquiditeitenlijnen opgevat als een verwijzing naar bankfaciliteiten die worden gewaarborgd door een financiële instelling die zelf aan artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), voldoet."
"Art. 45/5. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 45/2, §§ 1 tot 3, voldoen de geldmarktinstrumenten bedoeld in artikel 45, § 1, 9°, aan de volgende criteria :
1° er is passende informatie voor deze instrumenten beschikbaar, met inbegrip van informatie die een passende beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt, rekening gehouden met de §§ 2 tot 4;
2° zij zijn vrij overdraagbaar.
§ 2. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (i), bedoelde geldmarktinstrumenten, met uitzondering van die bedoeld in § 3 en die welke door de Europese Centrale Bank of door een centrale bank van een lidstaat worden uitgegeven, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie in : inlichtingen over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de uitgifte van het geldmarktinstrument.
§ 3. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (ii) en (iv), bedoelde geldmarktinstrumenten of voor de geldmarktinstrumenten die worden uitgegeven door een regionale of plaatselijke overheid van een lidstaat, dan wel door een internationale publiekrechtelijke instelling, maar die niet worden gegarandeerd door een lidstaat of, in geval van een federale staat die een lidstaat is, door een van de deelstaten van de federatie, houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over zowel de uitgifte of het uitgifteprogramma als over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° controle van de onder 1° bedoelde informatie door ter zake gekwalificeerde derden die geen instructies aannemen van de uitgevende instelling;
4° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma.
§ 4. Voor de in artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), bedoelde geldmarktinstrumenten houdt de in § 1, 1°, bedoelde passende informatie het volgende in :
1° informatie over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel over de juridische en financiële situatie van de uitgevende instelling vóór de emissie van het geldmarktinstrument;
2° actualisering van de onder 1° bedoelde informatie op regelmatige basis en telkens als er zich een significante gebeurtenis voordoet;
3° beschikbare en betrouwbare statistieken over de uitgifte of het uitgifteprogramma dan wel van andere gegevens die een adequate beoordeling van de aan een belegging in dergelijke instrumenten verbonden kredietrisico's mogelijk maakt.
§ 5. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), wordt de verwijzing naar een instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften die naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld opgevat als de verwijzing naar een uitgevende instelling die onderworpen is en voldoet aan bedrijfseconomische voorschriften en die tevens voldoet aan één van de volgende criteria :
1° zij is gevestigd in de Europese Economische Ruimte;
2° zij is gevestigd in de tot de Groep van Tien behorende OESO-landen;
3° zij heeft ten minste een zodanige rating dat zij als investeringswaardig wordt aangemerkt;
4° op basis van een diepgaande analyse van de uitgevende instelling kan worden aangetoond, dat de op deze uitgevende instelling toepasselijke bedrijfseconomische voorschriften ten minste even stringent zijn als die welke in het Gemeenschapsrecht zijn vastgesteld.
§ 6. Voor de toepassing van artikel 45, § 1, 9°, b), (iv), wordt de verwijzing naar effectiseringsinstrumenten opgevat als de verwijzing naar voor effectiseringsdoeleinden opgezette constructies in de vorm van een vennootschap of een trust of in een contractuele vorm.
Voor de toepassing van dezelfde bepaling wordt de verwijzing naar bankliquiditeitenlijnen opgevat als een verwijzing naar bankfaciliteiten die worden gewaarborgd door een financiële instelling die zelf aan artikel 45, § 1, 9°, b), (iii), voldoet."
Art.31. Dans le même arrêté, il est inséré un article 45/5 rédigé comme suit :
"Art. 45/5. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 45/2, §§ 1er à 3, les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, satisfont aux critères suivants :
1° des informations appropriées les concernant sont disponibles, y compris des informations permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments, compte tenu des §§ 2 à 4;
2° ils sont librement négociables.
§ 2. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (i), à l'exception de ceux visés au § 3 et de ceux émis par la Banque centrale européenne ou par une banque centrale d'un Etat membre, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (ii) et (iv), ou pour ceux qui sont émis par une administration locale ou régionale d'un Etat membre ou par un organisme public international sans être garantis par un Etat membre, ou, lorsqu'un Etat membre est un Etat fédéral, par un des membres composant la fédération, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, les informations suivantes :
1° des informations concernant tant l'émission ou le programme d'émission que la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° les informations visées au 1°, vérifiées par des tiers adequatement qualifiés qui ne reçoivent pas d'instructions de l'émetteur;
4° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission.
§ 4. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii), on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1° :
1° des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° des statistiques disponibles et fiables sur l'emission ou le programme d'émission ou d'autres données permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments.
§ 5. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii), la référence à un etablissement qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles considérées par les autorités compétentes comme au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire, s'entend comme une référence à un émetteur qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles, et qui satisfait à l'un des critères suivants :
1° il est situé dans l'Espace économique européen;
2° il est situé dans un pays de l'OCDE appartenant au groupe des Dix;
3° il bénéficie au moins d'une notation investment grade;
4° il peut être démontré, sur la base d'une analyse approfondie concernant l'émetteur, que les règles prudentielles qui lui sont applicables sont au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire.
§ 6. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iv), la référence à des véhicules de titrisation s'entend comme une référence à des structures, sous forme de société, de trust ou sous la forme contractuelle, créées aux fins d'opérations de titrisation.
Pour l'application de la même disposition, la référence à des lignes de financement bancaire s'entend comme une référence à des crédits bancaires garantis par un établissement financier qui respecte lui-même les dispositions de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii)."
"Art. 45/5. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 45/2, §§ 1er à 3, les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, satisfont aux critères suivants :
1° des informations appropriées les concernant sont disponibles, y compris des informations permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments, compte tenu des §§ 2 à 4;
2° ils sont librement négociables.
§ 2. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (i), à l'exception de ceux visés au § 3 et de ceux émis par la Banque centrale européenne ou par une banque centrale d'un Etat membre, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire.
§ 3. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (ii) et (iv), ou pour ceux qui sont émis par une administration locale ou régionale d'un Etat membre ou par un organisme public international sans être garantis par un Etat membre, ou, lorsqu'un Etat membre est un Etat fédéral, par un des membres composant la fédération, on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1°, les informations suivantes :
1° des informations concernant tant l'émission ou le programme d'émission que la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° les informations visées au 1°, vérifiées par des tiers adequatement qualifiés qui ne reçoivent pas d'instructions de l'émetteur;
4° des statistiques disponibles et fiables sur l'émission ou le programme d'émission.
§ 4. Pour les instruments du marché monétaire visés à l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii), on entend par "informations appropriées" au sens du § 1er, 1° :
1° des informations concernant l'émission ou le programme d'émission ou concernant la situation juridique et financière de l'émetteur avant l'émission de l'instrument du marché monétaire;
2° les informations visées au 1°, actualisées régulièrement et chaque fois qu'un événement notable se produit;
3° des statistiques disponibles et fiables sur l'emission ou le programme d'émission ou d'autres données permettant d'évaluer correctement les risques de crédit liés à un placement dans ces instruments.
§ 5. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii), la référence à un etablissement qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles considérées par les autorités compétentes comme au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire, s'entend comme une référence à un émetteur qui est soumis et qui se conforme à des règles prudentielles, et qui satisfait à l'un des critères suivants :
1° il est situé dans l'Espace économique européen;
2° il est situé dans un pays de l'OCDE appartenant au groupe des Dix;
3° il bénéficie au moins d'une notation investment grade;
4° il peut être démontré, sur la base d'une analyse approfondie concernant l'émetteur, que les règles prudentielles qui lui sont applicables sont au moins aussi strictes que celles prévues par la législation communautaire.
§ 6. Pour l'application de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iv), la référence à des véhicules de titrisation s'entend comme une référence à des structures, sous forme de société, de trust ou sous la forme contractuelle, créées aux fins d'opérations de titrisation.
Pour l'application de la même disposition, la référence à des lignes de financement bancaire s'entend comme une référence à des crédits bancaires garantis par un établissement financier qui respecte lui-même les dispositions de l'article 45, § 1er, 9°, b), (iii)."
Art.32. In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandstalige versie van § 1, derde lid, worden de woorden "met de bijdrage van de onderliggende activa" vervangen door de woorden "met de bijdrage van deze onderliggende activa";
2° in de Nederlandstalige versie van § 2, eerste lid, wordt het woord "lijdt" vervangen door de woorden "zou lijden";
3° in § 3, eerste lid, worden de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikel 47 niet overschrijdt" vervangen door de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in de artikelen 47, 51 en 52, niet overschrijdt"
4° in § 3, derde lid, worden de woorden "die beantwoordt aan artikel 47" geschrapt;
5° paragraaf 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
"In geval een financieel instrument, bedoeld in artikel 45/1, § 2, 2°, een component bevat in de vorm van een derivaat, bedoeld in artikel 29, § 2 of § 3, zijn de voorschriften van de artikelen 40, § 5, en 153, § 5, van de wet en van artikel 46 op deze component van toepassing."
1° in de Nederlandstalige versie van § 1, derde lid, worden de woorden "met de bijdrage van de onderliggende activa" vervangen door de woorden "met de bijdrage van deze onderliggende activa";
2° in de Nederlandstalige versie van § 2, eerste lid, wordt het woord "lijdt" vervangen door de woorden "zou lijden";
3° in § 3, eerste lid, worden de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in artikel 47 niet overschrijdt" vervangen door de woorden "de beleggingsgrenzen, gesteld in de artikelen 47, 51 en 52, niet overschrijdt"
4° in § 3, derde lid, worden de woorden "die beantwoordt aan artikel 47" geschrapt;
5° paragraaf 4 wordt aangevuld met het volgende lid :
"In geval een financieel instrument, bedoeld in artikel 45/1, § 2, 2°, een component bevat in de vorm van een derivaat, bedoeld in artikel 29, § 2 of § 3, zijn de voorschriften van de artikelen 40, § 5, en 153, § 5, van de wet en van artikel 46 op deze component van toepassing."
Art.32. A l'article 46 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte néerlandais du § 1er, alinéa 3, les mots "met de bijdrage van de onderliggende activa" sont remplacés par les mots "met de bijdrage van deze onderliggende activa";
2° dans le texte néerlandais du § 2, alinéa 1er, le mot "lijdt" est remplace par les mots "zou lijden";
3° au § 3, alinéa 1er, les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées à l'article 47" sont remplacés par les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées aux articles 47, 51 et 52";
4° au § 3, alinéa 3, les mots "qui répond aux conditions prévues par l'article 47 et" sont supprimés;
5° le paragraphe 4 est compléte par un alinéa rédigé comme suit :
"Lorsqu'un instrument financier visé à l'article 45/1, § 2, 2°, comporte un instrument dérivé tel que visé à l'article 29, § 2 ou § 3, les exigences des articles 40, § 5, et 153, § 5, de la loi et de l'article 46 s'appliquent à cet instrument dérivé."
1° dans le texte néerlandais du § 1er, alinéa 3, les mots "met de bijdrage van de onderliggende activa" sont remplacés par les mots "met de bijdrage van deze onderliggende activa";
2° dans le texte néerlandais du § 2, alinéa 1er, le mot "lijdt" est remplace par les mots "zou lijden";
3° au § 3, alinéa 1er, les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées à l'article 47" sont remplacés par les mots "n'excèdent pas les limites de placement fixées aux articles 47, 51 et 52";
4° au § 3, alinéa 3, les mots "qui répond aux conditions prévues par l'article 47 et" sont supprimés;
5° le paragraphe 4 est compléte par un alinéa rédigé comme suit :
"Lorsqu'un instrument financier visé à l'article 45/1, § 2, 2°, comporte un instrument dérivé tel que visé à l'article 29, § 2 ou § 3, les exigences des articles 40, § 5, et 153, § 5, de la loi et de l'article 46 s'appliquent à cet instrument dérivé."
Art.33. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.33. L'article 49 du même arrêté est abrogé.
Art.34. Artikel 50 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de paragrafen 3, 4, 5 en 6, luidende :
"§ 3. De verwijzing in § 1 naar het volgen van de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index wordt opgevat als een verwijzing naar het volgen van de samenstelling van de onderliggende activa van de index, onder meer ook met gebruikmaking van derivaten of andere technieken en instrumenten zoals bedoeld in de artikelen 35, 48, 72, 2°, 73 en 73/1.
§ 4. De verwijzing in § 1, 1°, naar een index waarvan de samenstelling voldoende gediversifieerd is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die voldoet aan de in § 1, vastgelegde risicospreidingsregels.
§ 5. De verwijzing in § 1, 2°, naar een index die voldoende representatief is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index waarvan de opsteller gebruikmaakt van een erkende methode die in het algemeen niet resulteert in de uitsluiting van een belangrijke uitgevende instelling op de markt waarop de index betrekking heeft.
§ 6. De verwijzing in § 1, 3°, naar een index die op passende wijze wordt bekendgemaakt, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die aan de volgende criteria voldoet :
1° hij is toegankelijk voor het publiek;
2° de opsteller van de index is onafhankelijk van de instelling voor collectieve belegging die de index volgt.
Het vorige lid, 2°, belet niet, dat opstellers van indexen en de instelling voor collectieve belegging deel uitmaken van dezelfde economische groep, op voorwaarde dat effectieve regelingen zijn getroffen voor het beheer van belangenconflicten."
"§ 3. De verwijzing in § 1 naar het volgen van de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index wordt opgevat als een verwijzing naar het volgen van de samenstelling van de onderliggende activa van de index, onder meer ook met gebruikmaking van derivaten of andere technieken en instrumenten zoals bedoeld in de artikelen 35, 48, 72, 2°, 73 en 73/1.
§ 4. De verwijzing in § 1, 1°, naar een index waarvan de samenstelling voldoende gediversifieerd is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die voldoet aan de in § 1, vastgelegde risicospreidingsregels.
§ 5. De verwijzing in § 1, 2°, naar een index die voldoende representatief is, wordt opgevat als een verwijzing naar een index waarvan de opsteller gebruikmaakt van een erkende methode die in het algemeen niet resulteert in de uitsluiting van een belangrijke uitgevende instelling op de markt waarop de index betrekking heeft.
§ 6. De verwijzing in § 1, 3°, naar een index die op passende wijze wordt bekendgemaakt, wordt opgevat als een verwijzing naar een index die aan de volgende criteria voldoet :
1° hij is toegankelijk voor het publiek;
2° de opsteller van de index is onafhankelijk van de instelling voor collectieve belegging die de index volgt.
Het vorige lid, 2°, belet niet, dat opstellers van indexen en de instelling voor collectieve belegging deel uitmaken van dezelfde economische groep, op voorwaarde dat effectieve regelingen zijn getroffen voor het beheer van belangenconflicten."
Art.34. L'article 50 du même arrêté est complété par les paragraphes 3, 4, 5 et 6 rédigés comme suit :
"§ 3. La référence à la reproduction de la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, contenue au § 1er, s'entend comme une référence à la reproduction de la composition des actifs sous-jacents à l'indice, y compris par l'utilisation d'instruments dérivés ou d'autres techniques et instruments visés aux articles 35, 48, 72, 2°, 73 et 73/1.
§ 4. La référence à un indice dont la composition est suffisamment diversifiée, contenue au § 1er, 1°, s'entend comme une référence à un indice établi conformément aux règles de diversification des risques énoncées audit § 1er.
§ 5. La référence à un indice constituant un étalon représentatif, contenue au § 1er, 2°, s'entend comme une référence à un indice dont le fournisseur utilise une méthode reconnue qui n'aboutit pas, en règle générale, à exclure un grand émetteur du marche auquel l'indice se réfère.
§ 6. La référence à un indice faisant l'objet d'une publication appropriée, contenue au § 1er, 3°, s'entend comme une référence à un indice qui satisfait aux critères suivants :
1° il est accessible au public;
2° son fournisseur est indépendant de l'organisme de placement collectif qui reproduit sa composition.
L'alinéa précédent, 2°, ne s'oppose pas à ce que le fournisseur de l'indice et l'organisme de placement collectif fassent partie du même groupe économique, sous réserve que soient mises en place des mesures efficaces de gestion des conflits d'intérêts."
"§ 3. La référence à la reproduction de la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, contenue au § 1er, s'entend comme une référence à la reproduction de la composition des actifs sous-jacents à l'indice, y compris par l'utilisation d'instruments dérivés ou d'autres techniques et instruments visés aux articles 35, 48, 72, 2°, 73 et 73/1.
§ 4. La référence à un indice dont la composition est suffisamment diversifiée, contenue au § 1er, 1°, s'entend comme une référence à un indice établi conformément aux règles de diversification des risques énoncées audit § 1er.
§ 5. La référence à un indice constituant un étalon représentatif, contenue au § 1er, 2°, s'entend comme une référence à un indice dont le fournisseur utilise une méthode reconnue qui n'aboutit pas, en règle générale, à exclure un grand émetteur du marche auquel l'indice se réfère.
§ 6. La référence à un indice faisant l'objet d'une publication appropriée, contenue au § 1er, 3°, s'entend comme une référence à un indice qui satisfait aux critères suivants :
1° il est accessible au public;
2° son fournisseur est indépendant de l'organisme de placement collectif qui reproduit sa composition.
L'alinéa précédent, 2°, ne s'oppose pas à ce que le fournisseur de l'indice et l'organisme de placement collectif fassent partie du même groupe économique, sous réserve que soient mises en place des mesures efficaces de gestion des conflits d'intérêts."
Art.35. Artikel 53, § 1, 3°, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.35. L'article 53, § 1er, 3°, du même arrêté est abrogé.
Art.36. Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.36. L'article 54 du même arrêté est abrogé.
Art.37. Artikel 55, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : "zelfs indien deze instelling voor collectieve belegging verschillende compartimenten telt."
Art.37. L'article 55, § 2, 3°, du même arrêté est compléte par les mots : ", même si cet organisme de placement collectif compte plusieurs compartiments."
Art.38. In artikel 58 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
"§ 2. De pensioenspaarfondsen mogen de tarieven, bedoeld in het eerste lid van de eerste paragraaf niet als een maximum uitdrukken.";
2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
"§ 4. Een instelling voor collectieve belegging kan een prestatievergoeding toekennen aan de persoon, aan wie zij de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, bedoeld bij artikel 3, 9°, a), van de wet, toevertrouwt, voor zover deze vergoeding bijkomstig is aan de basisvergoeding voor het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging."
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
"§ 2. De pensioenspaarfondsen mogen de tarieven, bedoeld in het eerste lid van de eerste paragraaf niet als een maximum uitdrukken.";
2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
"§ 4. Een instelling voor collectieve belegging kan een prestatievergoeding toekennen aan de persoon, aan wie zij de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, bedoeld bij artikel 3, 9°, a), van de wet, toevertrouwt, voor zover deze vergoeding bijkomstig is aan de basisvergoeding voor het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging."
Art.38. A l'article 58 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Pour les fonds d'épargne-pension, les tarifs visés au § 1er, alinéa 1er, ne peuvent pas être présentés sous la forme de maximums.";
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Un organisme de placement collectif peut accorder une rémunération de performance à la personne à laquelle il confie les fonctions de gestion d'organismes de placement collectif, visées à l'article 3, 9°, a), de la loi, dans la mesure où cette rémunération est complémentaire à la rémunération de base pour la gestion du portefeuille d'investissement de l'organisme de placement collectif."
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Pour les fonds d'épargne-pension, les tarifs visés au § 1er, alinéa 1er, ne peuvent pas être présentés sous la forme de maximums.";
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Un organisme de placement collectif peut accorder une rémunération de performance à la personne à laquelle il confie les fonctions de gestion d'organismes de placement collectif, visées à l'article 3, 9°, a), de la loi, dans la mesure où cette rémunération est complémentaire à la rémunération de base pour la gestion du portefeuille d'investissement de l'organisme de placement collectif."
Art.39. In artikel 59, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid worden de woorden "brengt deze vennootschap geen provisies of kosten in rekening voor het beheer van het overeenkomstige deel van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "mag deze vennootschap enkel provisies en kosten in rekening brengen voor het beheer van het overeenkomstige deel van de portefeuille voor het hoogste van de hierna volgende bedragen :
1° het verschil tussen de provisies en kosten van de onderliggende instelling voor collectieve belegging enerzijds en de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging anderzijds;
2° het gedeelte van de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging dat strekt tot vergoeding van de toewijzing van de activa.";
b) in het tweede lid worden de woorden "Hetzelfde verbod" vervangen door de woorden "Dezelfde beperking";
c) het laatste lid wordt vervangen als volgt :
"Het prospectus preciseert het gedeelte van de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging dat strekt tot vergoeding van de toewijzing van de activa."
a) in het eerste lid worden de woorden "brengt deze vennootschap geen provisies of kosten in rekening voor het beheer van het overeenkomstige deel van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "mag deze vennootschap enkel provisies en kosten in rekening brengen voor het beheer van het overeenkomstige deel van de portefeuille voor het hoogste van de hierna volgende bedragen :
1° het verschil tussen de provisies en kosten van de onderliggende instelling voor collectieve belegging enerzijds en de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging anderzijds;
2° het gedeelte van de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging dat strekt tot vergoeding van de toewijzing van de activa.";
b) in het tweede lid worden de woorden "Hetzelfde verbod" vervangen door de woorden "Dezelfde beperking";
c) het laatste lid wordt vervangen als volgt :
"Het prospectus preciseert het gedeelte van de provisies en kosten van de instelling voor collectieve belegging dat strekt tot vergoeding van de toewijzing van de activa."
Art.39. A l'article 59, § 2, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
a) à l'alinéa 1er, les mots "cette société ne facture pas de commissions ou frais pour la gestion de la partie correspondante du portefeuille de l'organisme de placement collectif" sont remplacés par les mots "cette société peut uniquement facturer des commissions et frais pour la gestion de la partie correspondante du portefeuille à concurrence du plus élevé des montants suivants :
1° la différence entre les commissions et frais de l'organisme de placement collectif sous-jacent d'une part et les commissions et frais de l'organisme de placement collectif d'autre part;
2° la partie des commissions et frais de l'organisme de placement collectif qui correspond à la rémunération de l'allocation des actifs.";
b) à l'alinéa 2, les mots "La même interdiction" sont remplacés par les mots "La même restriction";
c) le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
"Le prospectus précise la partie des commissions et frais de l'organisme de placement collectif qui correspond à la rémunération de l'allocation des actifs."
a) à l'alinéa 1er, les mots "cette société ne facture pas de commissions ou frais pour la gestion de la partie correspondante du portefeuille de l'organisme de placement collectif" sont remplacés par les mots "cette société peut uniquement facturer des commissions et frais pour la gestion de la partie correspondante du portefeuille à concurrence du plus élevé des montants suivants :
1° la différence entre les commissions et frais de l'organisme de placement collectif sous-jacent d'une part et les commissions et frais de l'organisme de placement collectif d'autre part;
2° la partie des commissions et frais de l'organisme de placement collectif qui correspond à la rémunération de l'allocation des actifs.";
b) à l'alinéa 2, les mots "La même interdiction" sont remplacés par les mots "La même restriction";
c) le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
"Le prospectus précise la partie des commissions et frais de l'organisme de placement collectif qui correspond à la rémunération de l'allocation des actifs."
Art.40. In artikel 60 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 3°, § 2, 3°, § 3, 2°, wordt telkens het woord "vast" geschrapt;
2° in § 2, 2°, worden de woorden "die het verschil dekt tussen de verhandelingsprovisie van het nieuwe compartiment en het vorige compartiment" geschrapt;
3° in § 3, 3°, worden de woorden "op grond van concrete omstandigheden motiveert" vervangen door de woorden "motiveert op grond van concrete omstandigheden en objectieve criteria bepaald in het beheerreglement of de statuten.";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in § 1, 3°, § 2, 3°, § 3, 2°, wordt telkens het woord "vast" geschrapt;
2° in § 2, 2°, worden de woorden "die het verschil dekt tussen de verhandelingsprovisie van het nieuwe compartiment en het vorige compartiment" geschrapt;
3° in § 3, 3°, worden de woorden "op grond van concrete omstandigheden motiveert" vervangen door de woorden "motiveert op grond van concrete omstandigheden en objectieve criteria bepaald in het beheerreglement of de statuten.";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art.40. A l'article 60 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° aux paragraphe 1er, 3°, paragraphe 2, 3°, et paragraphe 3, 2°, le mot "fixe" est chaque fois supprimé;
2° au paragraphe 2, 2°, les mots ", qui couvre la différence entre la commission de commercialisation du nouveau compartiment et celle du compartiment précédent" sont supprimés;
3° au paragraphe 3, 3°, les mots "sur la base de circonstances concrètes dans le prochain rapport annuel" sont remplacés par les mots ", dans le prochain rapport annuel, sur la base de circonstances concrètes et de critères objectifs définis dans le règlement de gestion ou les statuts.";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
1° aux paragraphe 1er, 3°, paragraphe 2, 3°, et paragraphe 3, 2°, le mot "fixe" est chaque fois supprimé;
2° au paragraphe 2, 2°, les mots ", qui couvre la différence entre la commission de commercialisation du nouveau compartiment et celle du compartiment précédent" sont supprimés;
3° au paragraphe 3, 3°, les mots "sur la base de circonstances concrètes dans le prochain rapport annuel" sont remplacés par les mots ", dans le prochain rapport annuel, sur la base de circonstances concrètes et de critères objectifs définis dans le règlement de gestion ou les statuts.";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
Art.41. In hetzelfde besluit wordt een artikel 69/1 ingevoegd luidende :
"Art. 69/1. Alvorens te beleggen in OTC-derivaten, legt de instelling voor collectieve belegging een specifiek activiteitenprogramma ter goedkeuring voor aan de CBFA. Uit dit programma moet blijken dat de instelling voor collectieve belegging over de vereiste bevoegdheden en over een passende organisatie beschikt, afgestemd op de specifieke aard van dergelijke financiële instrumenten, in het bijzonder op hun waardering en op de opvolging van hun inherente risico's."
"Art. 69/1. Alvorens te beleggen in OTC-derivaten, legt de instelling voor collectieve belegging een specifiek activiteitenprogramma ter goedkeuring voor aan de CBFA. Uit dit programma moet blijken dat de instelling voor collectieve belegging over de vereiste bevoegdheden en over een passende organisatie beschikt, afgestemd op de specifieke aard van dergelijke financiële instrumenten, in het bijzonder op hun waardering en op de opvolging van hun inherente risico's."
Art.41. Dans le même arrêté, il est inséré un article 69/1 rédigé comme suit :
"Art. 69/1. L'organisme de placement collectif soumet, préalablement à l'investissement dans des instruments dérivés de gré à gré, un programme d'activités spécifique à l'approbation de la CBFA. Ce programme met en évidence l'adéquation des compétences et de l'organisation de l'organisme de placement collectif compte tenu des spécificités de tels instruments financiers, notamment au regard de leur valorisation et du suivi des risques qui y sont liés."
"Art. 69/1. L'organisme de placement collectif soumet, préalablement à l'investissement dans des instruments dérivés de gré à gré, un programme d'activités spécifique à l'approbation de la CBFA. Ce programme met en évidence l'adéquation des compétences et de l'organisation de l'organisme de placement collectif compte tenu des spécificités de tels instruments financiers, notamment au regard de leur valorisation et du suivi des risques qui y sont liés."
Art.42. In hetzelfde besluit wordt een artikel 73/1 ingevoegd luidende :
"Art. 73/1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 35, 48, 69/1, 72, 2°, en 73, mag een instelling voor collectieve belegging technieken en instrumenten gebruiken die betrekking hebben op effecten of geldmarktinstrumenten met het oog op een goed portefeuillebeheer, wanneer deze technieken en instrumenten aan de volgende criteria voldoen :
1° zij zijn economisch gepast in die zin dat zij kostendoelmatig zijn;
2° zij worden gehanteerd met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de volgende specifieke doelstellingen :
a) de vermindering van de risico's;
b) de terugbrenging van de kosten;
c) het genereren van extra kapitaal of inkomsten voor de instelling voor collectieve belegging, waarbij het daaraan verbonden risico samenhangt met het risicoprofiel van de instelling voor collectieve belegging en de in artikelen 34, 37, 38, 39, 47, 50, 51 en 52 neergelegde risicospreidingsregels;
3° met de aan deze technieken en instrumenten verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging."
"Art. 73/1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 35, 48, 69/1, 72, 2°, en 73, mag een instelling voor collectieve belegging technieken en instrumenten gebruiken die betrekking hebben op effecten of geldmarktinstrumenten met het oog op een goed portefeuillebeheer, wanneer deze technieken en instrumenten aan de volgende criteria voldoen :
1° zij zijn economisch gepast in die zin dat zij kostendoelmatig zijn;
2° zij worden gehanteerd met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de volgende specifieke doelstellingen :
a) de vermindering van de risico's;
b) de terugbrenging van de kosten;
c) het genereren van extra kapitaal of inkomsten voor de instelling voor collectieve belegging, waarbij het daaraan verbonden risico samenhangt met het risicoprofiel van de instelling voor collectieve belegging en de in artikelen 34, 37, 38, 39, 47, 50, 51 en 52 neergelegde risicospreidingsregels;
3° met de aan deze technieken en instrumenten verbonden risico's wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheerproces van de instelling voor collectieve belegging."
Art.42. Dans le même arrêté, il est inséré un article 73/1 rédigé comme suit :
" Art. 73/1. Sans préjudice de l'application des articles 35, 48, 69/1, 72, 2°, et 73, un organisme de placement collectif peut, aux fins d'une gestion efficace du portefeuille, utiliser des techniques et instruments qui ont pour objet des valeurs mobilières ou des instruments du marché monétaire, pour autant que ces techniques et instruments remplissent les critères suivants :
1° ils sont économiquement appropriés, en ce sens que leur mise en oeuvre est rentable;
2° ils sont utilisés en vue d'atteindre un ou plusieurs des objectifs suivants :
a) réduction des risques;
b) réduction des coûts;
c) création de capital ou de revenus supplémentaires pour l'organisme de placement collectif, avec un niveau de risque compatible avec son profil de risque ainsi qu'avec les règles de diversification des risques prévues aux articles 34, 37, 38, 39, 47, 50, 51 et 52;
3° les risques qu'ils comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée."
" Art. 73/1. Sans préjudice de l'application des articles 35, 48, 69/1, 72, 2°, et 73, un organisme de placement collectif peut, aux fins d'une gestion efficace du portefeuille, utiliser des techniques et instruments qui ont pour objet des valeurs mobilières ou des instruments du marché monétaire, pour autant que ces techniques et instruments remplissent les critères suivants :
1° ils sont économiquement appropriés, en ce sens que leur mise en oeuvre est rentable;
2° ils sont utilisés en vue d'atteindre un ou plusieurs des objectifs suivants :
a) réduction des risques;
b) réduction des coûts;
c) création de capital ou de revenus supplémentaires pour l'organisme de placement collectif, avec un niveau de risque compatible avec son profil de risque ainsi qu'avec les règles de diversification des risques prévues aux articles 34, 37, 38, 39, 47, 50, 51 et 52;
3° les risques qu'ils comportent sont pris en considération par le processus de gestion des risques de l'organisme de placement collectif de manière appropriée."
Art.43. In artikel 83 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin worden de woorden "voor de kennisgeving bedoeld in artikel 78, § 1," vervangen door de woorden "hetzij vóór de publicatie van de oproeping tot de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van de beleggingsvennootschap, bedoeld in artikel 79, hetzij, voor een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een beleggingsvennootschap met een vaste vervaldag, vóór de in het beheerreglement of in de statuten bepaalde vervaldag" en worden de woorden "op het ogenblik van ontbinding," geschrapt;
2° in het 1° worden de woorden "12 maanden voor de kennisgeving bedoeld in artikel 78, § 1," vervangen door de woorden "12 maanden zoals bedoeld in de inleidende zin";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden :
"Voor de vaststelling of inkopen 30% van het netto-vermogen van de betrokken instelling voor collectieve belegging of het betrokken compartiment vertegenwoordigen, wordt de situatie in aanmerking genomen op het ogenblik van de publicatie van de oproeping tot de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van de beleggingsvennootschap, bedoeld in artikel 79, hetzij, voor een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een beleggingsvennootschap met een vaste vervaldag, op de in het beheerreglement of in de statuten bepaalde vervaldag.
De regeling bepaald in de voorgaande leden moet niet worden nageleefd indien wordt aangetoond dat, sinds de start van de verhandeling van de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging of compartiment met vaste vervaldag, een jaarlijkse voorziening werd aangelegd tot volledige dekking van de vereffeningskosten van deze instelling voor collectieve belegging of dit compartiment."
1° in de inleidende zin worden de woorden "voor de kennisgeving bedoeld in artikel 78, § 1," vervangen door de woorden "hetzij vóór de publicatie van de oproeping tot de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van de beleggingsvennootschap, bedoeld in artikel 79, hetzij, voor een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een beleggingsvennootschap met een vaste vervaldag, vóór de in het beheerreglement of in de statuten bepaalde vervaldag" en worden de woorden "op het ogenblik van ontbinding," geschrapt;
2° in het 1° worden de woorden "12 maanden voor de kennisgeving bedoeld in artikel 78, § 1," vervangen door de woorden "12 maanden zoals bedoeld in de inleidende zin";
3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden :
"Voor de vaststelling of inkopen 30% van het netto-vermogen van de betrokken instelling voor collectieve belegging of het betrokken compartiment vertegenwoordigen, wordt de situatie in aanmerking genomen op het ogenblik van de publicatie van de oproeping tot de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van de beleggingsvennootschap, bedoeld in artikel 79, hetzij, voor een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een beleggingsvennootschap met een vaste vervaldag, op de in het beheerreglement of in de statuten bepaalde vervaldag.
De regeling bepaald in de voorgaande leden moet niet worden nageleefd indien wordt aangetoond dat, sinds de start van de verhandeling van de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging of compartiment met vaste vervaldag, een jaarlijkse voorziening werd aangelegd tot volledige dekking van de vereffeningskosten van deze instelling voor collectieve belegging of dit compartiment."
Art.43. A l'article 83 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive, les mots "précédant l'avis visé à l'article 78, § 1er," sont remplaces par les mots "précédant soit la publication de la convocation à l'assemblée générale de l'organisme de placement collectif ou d'un compartiment de la société d'investissement, visée à l'article 79, soit, pour un organisme de placement collectif ou un compartiment d'une société d'investissement à échéance fixe, l'échéance prévue dans le règlement de gestion ou les statuts," et les mots ", au moment de la dissolution," sont supprimés;
2° au 1°, les mots "la période de 12 mois précédant l'avis visé à l'article 78, § 1er," sont remplacés par les mots "la période de 12 mois visée dans la phrase introductive";
3° l'article est complété par deux alinéas rédiges comme suit :
"Pour déterminer si les rachats représentent 30 % de l'actif net de l'organisme de placement collectif concerné ou du compartiment concerné, il convient de prendre en compte soit la situation au moment de la publication de la convocation à l'assemblée générale de l'organisme de placement collectif ou d'un compartiment de la société d'investissement, visée a l'article 79, soit, pour un organisme de placement collectif ou un compartiment d'une société d'investissement à échéance fixe, la situation à l'échéance prévue dans le règlement de gestion ou les statuts.
Les règles prévues par les alinéas précédents ne doivent pas être respectées s'il est démontré que, depuis le début de la commercialisation des parts d'un organisme de placement collectif ou d'un compartiment à échéance fixe, une provision annuelle a été constituée en vue d'assurer la couverture totale des frais de liquidation de cet organisme de placement collectif ou de ce compartiment."
1° dans la phrase introductive, les mots "précédant l'avis visé à l'article 78, § 1er," sont remplaces par les mots "précédant soit la publication de la convocation à l'assemblée générale de l'organisme de placement collectif ou d'un compartiment de la société d'investissement, visée à l'article 79, soit, pour un organisme de placement collectif ou un compartiment d'une société d'investissement à échéance fixe, l'échéance prévue dans le règlement de gestion ou les statuts," et les mots ", au moment de la dissolution," sont supprimés;
2° au 1°, les mots "la période de 12 mois précédant l'avis visé à l'article 78, § 1er," sont remplacés par les mots "la période de 12 mois visée dans la phrase introductive";
3° l'article est complété par deux alinéas rédiges comme suit :
"Pour déterminer si les rachats représentent 30 % de l'actif net de l'organisme de placement collectif concerné ou du compartiment concerné, il convient de prendre en compte soit la situation au moment de la publication de la convocation à l'assemblée générale de l'organisme de placement collectif ou d'un compartiment de la société d'investissement, visée a l'article 79, soit, pour un organisme de placement collectif ou un compartiment d'une société d'investissement à échéance fixe, la situation à l'échéance prévue dans le règlement de gestion ou les statuts.
Les règles prévues par les alinéas précédents ne doivent pas être respectées s'il est démontré que, depuis le début de la commercialisation des parts d'un organisme de placement collectif ou d'un compartiment à échéance fixe, une provision annuelle a été constituée en vue d'assurer la couverture totale des frais de liquidation de cet organisme de placement collectif ou de ce compartiment."
Art.44. Artikel 96, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
"De stopzetting van de uitgifte van rechten van deelneming overeenkomstig het eerste lid wordt bekend gemaakt in een bericht, dat wordt gepubliceerd in één of meer in België uitgegeven dagbladen of op een andere door de CBFA aanvaarde wijze. Deze stopzetting wordt vermeld in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus."
"De stopzetting van de uitgifte van rechten van deelneming overeenkomstig het eerste lid wordt bekend gemaakt in een bericht, dat wordt gepubliceerd in één of meer in België uitgegeven dagbladen of op een andere door de CBFA aanvaarde wijze. Deze stopzetting wordt vermeld in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus."
Art.44. L'article 96, § 2, du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'arrêt de l'emission des parts conformément à l'alinéa 1er fait l'objet d'un avis qui est publié dans un ou plusieurs quotidiens diffusés en Belgique ou par un autre moyen de publication accepté par la CBFA. Cet arrêt est mentionné dans le prospectus et le prospectus simplifié."
"L'arrêt de l'emission des parts conformément à l'alinéa 1er fait l'objet d'un avis qui est publié dans un ou plusieurs quotidiens diffusés en Belgique ou par un autre moyen de publication accepté par la CBFA. Cet arrêt est mentionné dans le prospectus et le prospectus simplifié."
Art.45. Artikel 100 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
"Art. 100. De netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt vastgesteld op basis van de reële waarde van de activa en de passiva, tenzij anders bepaald in het koninklijk besluit van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
Voor ten minste 80 % van de activa wordt een waarde, zoals bedoeld in het eerste lid, in aanmerking genomen die nog niet gekend was bij de afsluiting van de ontvangstperiode van de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging.
Voor effecten, geldmarktinstrumenten en financiële derivaten die worden verhandeld op een markt geviseerd in de artikelen 32, § 1, 1°, 2° en 3°, 45, § 1, 1°, 2° en 3°, is de waarde, zoals bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de slotkoers van het betrokken instrument, tenzij anders bepaald door het koninklijk besluit van 10 november 2006."
"Art. 100. De netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt vastgesteld op basis van de reële waarde van de activa en de passiva, tenzij anders bepaald in het koninklijk besluit van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
Voor ten minste 80 % van de activa wordt een waarde, zoals bedoeld in het eerste lid, in aanmerking genomen die nog niet gekend was bij de afsluiting van de ontvangstperiode van de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging.
Voor effecten, geldmarktinstrumenten en financiële derivaten die worden verhandeld op een markt geviseerd in de artikelen 32, § 1, 1°, 2° en 3°, 45, § 1, 1°, 2° en 3°, is de waarde, zoals bedoeld in het eerste lid, gelijk aan de slotkoers van het betrokken instrument, tenzij anders bepaald door het koninklijk besluit van 10 november 2006."
Art.45. L'article 100 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
"Art. 100. La valeur nette d'inventaire des parts est déterminée sur la base de la valeur réelle des actifs et des passifs, sauf disposition contraire prévue par l'arrêté royal du 10 novembre 2006 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et aux rapports périodiques de certains organismes de placement collectif publics à nombre variable de parts.
Pour au moins 80 % des actifs, une valeur, telle que visée à l'alinéa 1er, qui n'était pas encore connue au moment de la clôture de la période de réception des demandes d'emission ou de rachat de parts, ou de changement de compartiment, est prise en compte.
Pour les valeurs mobilières, les instruments du marché monetaire et les instruments financiers dérivés négociés sur un marché visé aux articles 32, § 1er, 1°, 2° et 3°, et 45, § 1er, 1°, 2° et 3°, la valeur visée à l'alinéa 1er est égale au cours de clôture de l'instrument concerné, sauf disposition contraire prévue par l'arrêté royal du 10 novembre 2006 précité."
"Art. 100. La valeur nette d'inventaire des parts est déterminée sur la base de la valeur réelle des actifs et des passifs, sauf disposition contraire prévue par l'arrêté royal du 10 novembre 2006 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et aux rapports périodiques de certains organismes de placement collectif publics à nombre variable de parts.
Pour au moins 80 % des actifs, une valeur, telle que visée à l'alinéa 1er, qui n'était pas encore connue au moment de la clôture de la période de réception des demandes d'emission ou de rachat de parts, ou de changement de compartiment, est prise en compte.
Pour les valeurs mobilières, les instruments du marché monetaire et les instruments financiers dérivés négociés sur un marché visé aux articles 32, § 1er, 1°, 2° et 3°, et 45, § 1er, 1°, 2° et 3°, la valeur visée à l'alinéa 1er est égale au cours de clôture de l'instrument concerné, sauf disposition contraire prévue par l'arrêté royal du 10 novembre 2006 précité."
Art.46. In artikel 103 van hetzelfde besluit wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt :
"In het geval bedoeld in het 4° van het eerste lid en indien een bevoegde algemene vergadering die eerst wordt bijeengeroepen niet kan beslissen omdat het vereiste aanwezigheidsquorum niet is bereikt, wordt de schorsing opgeheven tot op het ogenblik van de publicatie van de oproeping tot de tweede bevoegde algemene vergadering, voor zover de kosten van de ontbinding werden geprovisioneerd."
"In het geval bedoeld in het 4° van het eerste lid en indien een bevoegde algemene vergadering die eerst wordt bijeengeroepen niet kan beslissen omdat het vereiste aanwezigheidsquorum niet is bereikt, wordt de schorsing opgeheven tot op het ogenblik van de publicatie van de oproeping tot de tweede bevoegde algemene vergadering, voor zover de kosten van de ontbinding werden geprovisioneerd."
Art.46. A l'article 103 du même arrêté, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1e r et 2 :
"Si, dans le cas visé à l'alinéa 1er, 4°, une première assemblée générale compétente ne peut se prononcer en raison d'un quorum de présence insuffisant, la suspension est levée jusqu'au moment de la publication de la convocation à la deuxième assemblée générale compétente, a condition que les frais de dissolution aient été provisionnés."
"Si, dans le cas visé à l'alinéa 1er, 4°, une première assemblée générale compétente ne peut se prononcer en raison d'un quorum de présence insuffisant, la suspension est levée jusqu'au moment de la publication de la convocation à la deuxième assemblée générale compétente, a condition que les frais de dissolution aient été provisionnés."
Art.47. In artikel 109 van hetzelfde besluit worden de woorden "met toepassing van artikel 108 herberekende netto-inventariswaarden" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 108 aangebrachte correctie".
Art.47. A l'article 109 du même arrêté, les mots "des valeurs nettes d'inventaire recalculées en application de l'article 108" sont remplacés par les mots "des corrections apportees conformément à l'article 108".
Art.48. In artikel 110 van hetzelfde besluit wordt na de eerste zin de volgende zin ingevoegd : "Zij vermeldt waar de gecorrigeerde netto-inventariswaarde, in vergelijking met de foutieve netto-inventariswaarde, gratis door het publiek kan worden geconsulteerd."
Art.48. A l'article 110 du même arrêté, une phrase rédigée comme suit est insérée entre la première et la deuxième phrase : "Il indique où la valeur nette d'inventaire corrigée, en comparaison avec la valeur nette d'inventaire erronée, peut être consultée gratuitement par le public."
Art.49. Artikel 117 van hetzelfde besluit, dat wordt ingevoegd vóór de aanduiding van hoofdstuk I van Titel III van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
"Art. 117. § 1. Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet, verspreidt in België in ten minste in één van de landstalen het prospectus, in voorkomend geval met inbegrip van de bijlage waarvan sprake in artikel 119, het vereenvoudigd prospectus in zover een vereenvoudigd prospectus moet worden opgesteld, het beheerreglement of de statuten, de jaarverslagen en de halfjaarverslagen evenals alle berichten en kennisgevingen aan de aandeelhouders.
Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd het voorgaande lid, het vereenvoudigd prospectus alsmede, in voorkomend geval, de bijlage aan het prospectus waarvan sprake in artikel 119, in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.
Gelet op de omstandigheden van het aanbod van de rechten van deelneming kan de CBFA toestaan dat, in afwijking van het eerste lid, het prospectus, met uitzondering in voorkomend geval van de bijlage waarvan sprake in artikel 119, de jaarverslagen, de halfjaarverslagen evenals het beheerreglement of de statuten worden verspreid in België in een andere taal, mits deze andere taal in België gangbaar is in financiële zaken.
De regeling opgenomen in de voorgaande leden geldt, in zoverre zij betrekking heeft op de taal waarin het prospectus in België moet worden verspreid, niet indien de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten op de verhandeling op een gereglementeerde markt toepassing vindt.
§ 2. De berichten en kennisgevingen aan de aandeelhouders die, krachtens de voorgaande paragraaf, in België moeten worden verspreid, omvatten minstens de informatie die de instelling voor collectieve belegging in het land waar zij gevestigd is, verspreidt. Deze berichten en kennisgevingen moeten in België worden verspreid middels gelijkaardige modaliteiten als in het land waar de instelling voor collectieve belegging is gevestigd.
§ 3. De vertaling van de in paragraaf 1 bedoelde stukken wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor collectieve belegging of de onderneming die instaat in België voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging dient te verstrekken."
"Art. 117. § 1. Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet, verspreidt in België in ten minste in één van de landstalen het prospectus, in voorkomend geval met inbegrip van de bijlage waarvan sprake in artikel 119, het vereenvoudigd prospectus in zover een vereenvoudigd prospectus moet worden opgesteld, het beheerreglement of de statuten, de jaarverslagen en de halfjaarverslagen evenals alle berichten en kennisgevingen aan de aandeelhouders.
Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd het voorgaande lid, het vereenvoudigd prospectus alsmede, in voorkomend geval, de bijlage aan het prospectus waarvan sprake in artikel 119, in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.
Gelet op de omstandigheden van het aanbod van de rechten van deelneming kan de CBFA toestaan dat, in afwijking van het eerste lid, het prospectus, met uitzondering in voorkomend geval van de bijlage waarvan sprake in artikel 119, de jaarverslagen, de halfjaarverslagen evenals het beheerreglement of de statuten worden verspreid in België in een andere taal, mits deze andere taal in België gangbaar is in financiële zaken.
De regeling opgenomen in de voorgaande leden geldt, in zoverre zij betrekking heeft op de taal waarin het prospectus in België moet worden verspreid, niet indien de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten op de verhandeling op een gereglementeerde markt toepassing vindt.
§ 2. De berichten en kennisgevingen aan de aandeelhouders die, krachtens de voorgaande paragraaf, in België moeten worden verspreid, omvatten minstens de informatie die de instelling voor collectieve belegging in het land waar zij gevestigd is, verspreidt. Deze berichten en kennisgevingen moeten in België worden verspreid middels gelijkaardige modaliteiten als in het land waar de instelling voor collectieve belegging is gevestigd.
§ 3. De vertaling van de in paragraaf 1 bedoelde stukken wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor collectieve belegging of de onderneming die instaat in België voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging dient te verstrekken."
Art.49. L'article 117 du même arrêté, qui est déplacé pour être inséré avant l'intitulé du chapitre Ier du titre III, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 117. § 1er. Un organisme de placement collectif de droit étranger qui est inscrit sur la liste visée à l'article 129 de la loi, diffuse en Belgique, au moins dans une des langues nationales, le prospectus, accompagné le cas échéant de l'annexe visée à l'article 119, le prospectus simplifié pour autant qu'un tel prospectus doive être établi, le règlement de gestion ou les statuts, les rapports annuels et semestriels, ainsi que l'ensemble des avis et communications aux actionnaires.
Si des avis, publicites et autres documents relatifs à une offre publique de parts d'un organisme de placement collectif de droit étranger qui est inscrit sur la liste visée à l'article 129 de la loi, sont diffusés en Belgique dans une ou plusieurs langues nationales, cet organisme doit, sans préjudice de l'alinéa précedent, diffuser en Belgique le prospectus simplifié, accompagné le cas échéant de l'annexe au prospectus visée à l'article 119, dans la ou les langues nationales dans lesquelles les avis, publicités et autres documents susvisés sont diffusés en Belgique.
Eu égard aux circonstances de l'offre des parts, la CBFA peut accepter que, par dérogation à l'alinéa 1er, le prospectus, à l'exception le cas échéant de l'annexe visée à l'article 119, les rapports annuels et semestriels ainsi que le règlement de gestion ou les statuts soient diffusés en Belgique dans une autre langue, à condition que cette autre langue soit usuelle en matière financière en Belgique.
Les règles énoncées aux alinéas précédents, dans la mesure ou elles concernent la langue dans laquelle le prospectus doit être diffuse en Belgique, ne sont pas applicables si la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementes trouve à s'appliquer.
§ 2. Les avis et communications aux actionnaires qui doivent être diffusés en Belgique en vertu du § 1er, contiennent au moins les informations que l'organisme de placement collectif diffuse dans le pays où il est établi. Ces avis et communications doivent être diffusés en Belgique selon des modalités équivalentes à celles applicables dans le pays où l'organisme de placement collectif est établi.
§ 3. La traduction des documents visés au § 1er est effectuée sous la responsabilité de l'organisme de placement collectif ou de l'entreprise qui assure en Belgique la diffusion des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir."
"Art. 117. § 1er. Un organisme de placement collectif de droit étranger qui est inscrit sur la liste visée à l'article 129 de la loi, diffuse en Belgique, au moins dans une des langues nationales, le prospectus, accompagné le cas échéant de l'annexe visée à l'article 119, le prospectus simplifié pour autant qu'un tel prospectus doive être établi, le règlement de gestion ou les statuts, les rapports annuels et semestriels, ainsi que l'ensemble des avis et communications aux actionnaires.
Si des avis, publicites et autres documents relatifs à une offre publique de parts d'un organisme de placement collectif de droit étranger qui est inscrit sur la liste visée à l'article 129 de la loi, sont diffusés en Belgique dans une ou plusieurs langues nationales, cet organisme doit, sans préjudice de l'alinéa précedent, diffuser en Belgique le prospectus simplifié, accompagné le cas échéant de l'annexe au prospectus visée à l'article 119, dans la ou les langues nationales dans lesquelles les avis, publicités et autres documents susvisés sont diffusés en Belgique.
Eu égard aux circonstances de l'offre des parts, la CBFA peut accepter que, par dérogation à l'alinéa 1er, le prospectus, à l'exception le cas échéant de l'annexe visée à l'article 119, les rapports annuels et semestriels ainsi que le règlement de gestion ou les statuts soient diffusés en Belgique dans une autre langue, à condition que cette autre langue soit usuelle en matière financière en Belgique.
Les règles énoncées aux alinéas précédents, dans la mesure ou elles concernent la langue dans laquelle le prospectus doit être diffuse en Belgique, ne sont pas applicables si la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementes trouve à s'appliquer.
§ 2. Les avis et communications aux actionnaires qui doivent être diffusés en Belgique en vertu du § 1er, contiennent au moins les informations que l'organisme de placement collectif diffuse dans le pays où il est établi. Ces avis et communications doivent être diffusés en Belgique selon des modalités équivalentes à celles applicables dans le pays où l'organisme de placement collectif est établi.
§ 3. La traduction des documents visés au § 1er est effectuée sous la responsabilité de l'organisme de placement collectif ou de l'entreprise qui assure en Belgique la diffusion des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir."
Art.50. Artikel 119, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende :
"10° in voorkomend geval, preciseringen aangaande het gebruik van een handelsnaam."
"10° in voorkomend geval, preciseringen aangaande het gebruik van een handelsnaam."
Art.50. L'article 119, alinéa 1er, du même arrêté est complété par un 10° rédigé comme suit :
"10° le cas échéant, des précisions concernant l'utilisation d'une dénomination commerciale."
"10° le cas échéant, des précisions concernant l'utilisation d'une dénomination commerciale."
Art.51. In artikel 120 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Niettegenstaande de toepassing van paragraaf 1 kan in berichten, reclame en andere stukken enkel melding worden gemaakt van rendementsberekeningen en totale-kostenpercentages indien deze worden berekend overeenkomstig bijlage C, zelfs indien deze gegevens worden vermeld in het laatste prospectus of vereenvoudigd prospectus.";
2° het artikel wordt als volgt aangevuld :
"§ 3. Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht mag noch de term "gewaarborgd kapitaal" of een gelijkaardige term, noch de term "kapitaalbescherming", "beschermd kapitaal" of een gelijkaardige term gebruiken in een bericht, reclame of ander stuk bedoeld in § 1, tenzij is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 68."
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Niettegenstaande de toepassing van paragraaf 1 kan in berichten, reclame en andere stukken enkel melding worden gemaakt van rendementsberekeningen en totale-kostenpercentages indien deze worden berekend overeenkomstig bijlage C, zelfs indien deze gegevens worden vermeld in het laatste prospectus of vereenvoudigd prospectus.";
2° het artikel wordt als volgt aangevuld :
"§ 3. Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht mag noch de term "gewaarborgd kapitaal" of een gelijkaardige term, noch de term "kapitaalbescherming", "beschermd kapitaal" of een gelijkaardige term gebruiken in een bericht, reclame of ander stuk bedoeld in § 1, tenzij is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 68."
Art.51. A l'article 120 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Nonobstant l'application du § 1er, les avis, publicités et autres documents ne peuvent faire mention de rendements et de totaux des frais sur encours que si ceux-ci sont calculés conformément à l'annexe C, même si ces données sont mentionnées dans le dernier prospectus ou prospectus simplifié.";
2° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
"§ 3. Un organisme de placement collectif de droit étranger ne peut se prévaloir ni du terme "capital garanti" ou d'un terme équivalent, ni du terme "protection du capital" ou "capital protégé" ou d'un terme équivalent, dans un avis, une publicité ou un autre document visé au § 1er, sauf si les conditions prévues à l'article 68 sont remplies."
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Nonobstant l'application du § 1er, les avis, publicités et autres documents ne peuvent faire mention de rendements et de totaux des frais sur encours que si ceux-ci sont calculés conformément à l'annexe C, même si ces données sont mentionnées dans le dernier prospectus ou prospectus simplifié.";
2° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
"§ 3. Un organisme de placement collectif de droit étranger ne peut se prévaloir ni du terme "capital garanti" ou d'un terme équivalent, ni du terme "protection du capital" ou "capital protégé" ou d'un terme équivalent, dans un avis, une publicité ou un autre document visé au § 1er, sauf si les conditions prévues à l'article 68 sont remplies."
Art.52. In artikel 121 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, worden de woorden "artikelen 98 en 99" vervangen door de woorden "artikelen 98, 99, 111 en 112, § 1,";
2° na het eerste lid wordt het volgende lid ingevoegd :
"De financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging in België mogen geen andere provisies of kosten aanrekenen dan deze die worden bedoeld in artikel 60, § 1, 2° en 3°, § 2, 2° en 3°, § 3, 2°."
1° in het eerste lid, worden de woorden "artikelen 98 en 99" vervangen door de woorden "artikelen 98, 99, 111 en 112, § 1,";
2° na het eerste lid wordt het volgende lid ingevoegd :
"De financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging in België mogen geen andere provisies of kosten aanrekenen dan deze die worden bedoeld in artikel 60, § 1, 2° en 3°, § 2, 2° en 3°, § 3, 2°."
Art.52. A l'article 121 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° a l'alinéa 1er, les mots "articles 98 et 99" sont remplacés par les mots "articles 98, 99, 111 et 112, § 1er,";
2° un alinéa rédigé comme suit est inseré entre les alinéas 1er et 2 :
"Les intermédiaires financiers qui assurent la commercialisation des parts de l'organisme de placement collectif en Belgique ne peuvent pas prélever de commissions ou frais autres que ceux visés à l'article 60, § 1er, 2° et 3°, § 2, 2° et 3°, et § 3, 2°."
1° a l'alinéa 1er, les mots "articles 98 et 99" sont remplacés par les mots "articles 98, 99, 111 et 112, § 1er,";
2° un alinéa rédigé comme suit est inseré entre les alinéas 1er et 2 :
"Les intermédiaires financiers qui assurent la commercialisation des parts de l'organisme de placement collectif en Belgique ne peuvent pas prélever de commissions ou frais autres que ceux visés à l'article 60, § 1er, 2° et 3°, § 2, 2° et 3°, et § 3, 2°."
Art.53. In artikel 123, 7°, van hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt : "b) in België te zorgen voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging moet verstrekken".
Art.53. A l'article 123, 7°, du même arrêté, le b) est remplacé par ce qui suit : "b) assurer la diffusion en Belgique des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir".
Art.54. Artikel 130 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
"De financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging in België mogen geen andere provisies of kosten aanrekenen dan deze die worden bedoeld in artikel 60, § 1, 2° en 3°, § 2, 2° en 3°, § 3, 2°."
"De financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging in België mogen geen andere provisies of kosten aanrekenen dan deze die worden bedoeld in artikel 60, § 1, 2° en 3°, § 2, 2° en 3°, § 3, 2°."
Art.54. L'article 130 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Les intermédiaires financiers qui assurent la commercialisation des parts de l'organisme de placement collectif en Belgique ne peuvent pas prélever de commissions ou frais autres que ceux vises à l'article 60, § 1er, 2° et 3°, § 2, 2° et 3°, et § 3, 2°."
"Les intermédiaires financiers qui assurent la commercialisation des parts de l'organisme de placement collectif en Belgique ne peuvent pas prélever de commissions ou frais autres que ceux vises à l'article 60, § 1er, 2° et 3°, § 2, 2° et 3°, et § 3, 2°."
Art.55. In artikel 131 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht mag noch de term "gewaarborgd kapitaal" of een gelijkaardige term noch de term "kapitaalbescherming", "beschermd kapitaal" of een gelijkaardige term gebruiken, tenzij is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 68.";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "artikelen 98 en 99" vervangen door de woorden "artikelen 98, 99, 111 en 112, § 1,";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
"§ 4. Artikel 113 en, mutatis mutandis, hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming zijn van toepassing, rekening houdend met de de kenmerken van de instelling voor collectieve belegging en de regelgeving van haar land van oorsprong. De instelling voor collectieve belegging verstrekt minstens informatie aan de beleggers die gelijkwaardig is aan deze bedoeld in hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 november 2006."
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht mag noch de term "gewaarborgd kapitaal" of een gelijkaardige term noch de term "kapitaalbescherming", "beschermd kapitaal" of een gelijkaardige term gebruiken, tenzij is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 68.";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "artikelen 98 en 99" vervangen door de woorden "artikelen 98, 99, 111 en 112, § 1,";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
"§ 4. Artikel 113 en, mutatis mutandis, hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met veranderlijk aantal rechten van deelneming zijn van toepassing, rekening houdend met de de kenmerken van de instelling voor collectieve belegging en de regelgeving van haar land van oorsprong. De instelling voor collectieve belegging verstrekt minstens informatie aan de beleggers die gelijkwaardig is aan deze bedoeld in hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 november 2006."
Art.55. A l'article 131 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Un organisme de placement collectif de droit étranger ne peut se prévaloir ni du terme "capital garanti" ou d'un terme équivalent, ni du terme "protection du capital" ou "capital protégé" ou d'un terme équivalent, sauf si les conditions prévues à l'article 68 sont remplies.";
2° au § 3, alinéa 1er, les mots "articles 98 et 99" sont remplacés par les mots "articles 98, 99, 111 et 112, § 1er,";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
"§ 4. L'article 113 et, mutatis mutandis, le chapitre II de l'annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 2006 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et aux rapports périodiques de certains organismes de placement collectif publics à nombre variable de parts sont applicables, compte tenu des caractéristiques de l'organisme de placement collectif et de la réglementation en vigueur dans son Etat d'origine. L'organisme de placement collectif doit au moins fournir aux investisseurs des informations équivalentes à celles qui sont énumérées au chapitre II de l'annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 2006."
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Un organisme de placement collectif de droit étranger ne peut se prévaloir ni du terme "capital garanti" ou d'un terme équivalent, ni du terme "protection du capital" ou "capital protégé" ou d'un terme équivalent, sauf si les conditions prévues à l'article 68 sont remplies.";
2° au § 3, alinéa 1er, les mots "articles 98 et 99" sont remplacés par les mots "articles 98, 99, 111 et 112, § 1er,";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
"§ 4. L'article 113 et, mutatis mutandis, le chapitre II de l'annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 2006 relatif à la comptabilité, aux comptes annuels et aux rapports périodiques de certains organismes de placement collectif publics à nombre variable de parts sont applicables, compte tenu des caractéristiques de l'organisme de placement collectif et de la réglementation en vigueur dans son Etat d'origine. L'organisme de placement collectif doit au moins fournir aux investisseurs des informations équivalentes à celles qui sont énumérées au chapitre II de l'annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 2006."
Art.56. In artikel 133, 7°, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt : "b) in België te zorgen voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging moet verstrekken".
Art.56. A l'article 133, 7°, du même arrêté, le b) est remplacé par ce qui suit : "b) assurer la diffusion en Belgique des informations que l'organisme de placement collectif est tenu de fournir".
Art.57. In artikel 138 van hetzelfde besluit worden de woorden"het prospectus en in" geschrapt.
Art.57. A l'article 138 du même arreté, les mots "Le prospectus et" sont supprimés.
Art.58. Artikel 141 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.58. L'article 141 du même arrêté est abrogé.
Art.59. Aan de bijlage A bij hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt II.2.3., d), worden de woorden ", dan wel de referentie voor de berekening van de prestatievergoeding" ingevoegd tussen de woorden "of de wijze van beheer" en de woorden "van de instelling voor collectieve belegging eventueel op een benchmark zal worden afgestemd";
2° punt II.2.4. wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende :
"e) Eventuele mogelijkheid tot uitlening van financiële instrumenten. Modaliteiten van de voorgenomen verrichtingen (OTC, gestandaardiseerd systeem dat wordt beheerd door een agent, gestandaardiseerd systeem dat wordt beheerd door een principaal), hun doelstelling alsook de op deze verrichtingen toepasselijke beperkingen indien de raad van bestuur striktere beperkingen heeft vastgesteld dan bepaald in het koninklijk besluit van 7 maart 2006, en de risico's teweeggebracht door deze verrichtingen.";
3° punt II.3. wordt aangevuld met een punt 4, luidende :
"3.4. Indien de instelling voor collectieve belegging omwille van haar structuur vatbaar is voor blootstelling aan "market timing"-praktijken, vermelding van haar beleid ter zake en vermelding van de beschermings- en/of controlemaatregelen die worden genomen teneinde dergelijke praktijken te ontdekken en te vermijden.";
4° de bepalingen onder punt II.4. worden vervangen als volgt :
"Indien de instelling voor collectieve belegging al minstens één jaar bestaat, vermelding van haar historisch rendement, berekend volgens de regels bepaald in punt 1 van afdeling I van bijlage C. Deze informatie mag bij het prospectus worden gevoegd."
1° in punt II.2.3., d), worden de woorden ", dan wel de referentie voor de berekening van de prestatievergoeding" ingevoegd tussen de woorden "of de wijze van beheer" en de woorden "van de instelling voor collectieve belegging eventueel op een benchmark zal worden afgestemd";
2° punt II.2.4. wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende :
"e) Eventuele mogelijkheid tot uitlening van financiële instrumenten. Modaliteiten van de voorgenomen verrichtingen (OTC, gestandaardiseerd systeem dat wordt beheerd door een agent, gestandaardiseerd systeem dat wordt beheerd door een principaal), hun doelstelling alsook de op deze verrichtingen toepasselijke beperkingen indien de raad van bestuur striktere beperkingen heeft vastgesteld dan bepaald in het koninklijk besluit van 7 maart 2006, en de risico's teweeggebracht door deze verrichtingen.";
3° punt II.3. wordt aangevuld met een punt 4, luidende :
"3.4. Indien de instelling voor collectieve belegging omwille van haar structuur vatbaar is voor blootstelling aan "market timing"-praktijken, vermelding van haar beleid ter zake en vermelding van de beschermings- en/of controlemaatregelen die worden genomen teneinde dergelijke praktijken te ontdekken en te vermijden.";
4° de bepalingen onder punt II.4. worden vervangen als volgt :
"Indien de instelling voor collectieve belegging al minstens één jaar bestaat, vermelding van haar historisch rendement, berekend volgens de regels bepaald in punt 1 van afdeling I van bijlage C. Deze informatie mag bij het prospectus worden gevoegd."
Art.59. A l'annexe A du même arrêté sont apportees les modifications suivantes :
1° dans le point II.2.3., d), les mots "ou comme référence pour le calcul de la commission de performance" sont insérés entre les mots "l'utilisation éventuelle, dans le cadre de la gestion de l'organisme de placement collectif" et les mots ", d'un paramètre de référence";
2° le point II.2.4. est complété par un e) rédigé comme suit :
"e) Possibilité éventuelle de prêt d'instruments financiers. Modalites des opérations envisagées (gré à gré, système standardisé géré par un agent, système standardisé géré par un principal), leur objectif, ainsi que les limites applicables à ces opérations lorsque le conseil d'administration a fixé des limites plus strictes que celles prévues dans l'arrêté royal du 7 mars 2006, et les risques engendrés par ces opérations.";
3° le point II.3. est complété par un point 4 rédigé comme suit :
"3.4. Si l'organisme de placement collectif est susceptible, de par sa structure, d'être exposé aux pratiques de "market timing", précision de la politique de l'organisme de placement collectif quant à cette problématique, et précision des mesures de protection et/ou de contrôle mises en place afin de detecter et d'éviter de telles pratiques.";
4° le point II.4. est remplacé par ce qui suit :
" Si l'organisme de placement collectif existe depuis au moins un an, mention de ses performances historiques calculées selon les modalités exposées au point 1 de la section Ire de l'annexe C. Ces informations peuvent être jointes au prospectus."
1° dans le point II.2.3., d), les mots "ou comme référence pour le calcul de la commission de performance" sont insérés entre les mots "l'utilisation éventuelle, dans le cadre de la gestion de l'organisme de placement collectif" et les mots ", d'un paramètre de référence";
2° le point II.2.4. est complété par un e) rédigé comme suit :
"e) Possibilité éventuelle de prêt d'instruments financiers. Modalites des opérations envisagées (gré à gré, système standardisé géré par un agent, système standardisé géré par un principal), leur objectif, ainsi que les limites applicables à ces opérations lorsque le conseil d'administration a fixé des limites plus strictes que celles prévues dans l'arrêté royal du 7 mars 2006, et les risques engendrés par ces opérations.";
3° le point II.3. est complété par un point 4 rédigé comme suit :
"3.4. Si l'organisme de placement collectif est susceptible, de par sa structure, d'être exposé aux pratiques de "market timing", précision de la politique de l'organisme de placement collectif quant à cette problématique, et précision des mesures de protection et/ou de contrôle mises en place afin de detecter et d'éviter de telles pratiques.";
4° le point II.4. est remplacé par ce qui suit :
" Si l'organisme de placement collectif existe depuis au moins un an, mention de ses performances historiques calculées selon les modalités exposées au point 1 de la section Ire de l'annexe C. Ces informations peuvent être jointes au prospectus."
Art.60. Aan de bijlage B bij hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt II.2.2., d), worden de woorden ", dan wel de referentie voor de berekening van de prestatievergoeding" ingevoegd tussen de woorden "of de wijze van beheer" en de woorden "van de instelling voor collectieve belegging eventueel op een benchmark zal worden afgestemd";
2° punt II.3. wordt aangevuld met een punt 4, luidende :
"3.4. Indien de instelling voor collectieve belegging omwille van haar structuur vatbaar is voor blootstelling aan "market timing"-praktijken, vermelding van haar beleid ter zake en vermelding van de beschermings- en/of controlemaatregelen die worden genomen teneinde dergelijke praktijken te ontdekken en te vermijden.";
3° de bepalingen onder punt II.4. worden vervangen als volgt :
"Indien de instelling voor collectieve belegging al minstens één jaar bestaat, vermelding van haar historisch rendement, berekend volgens de regels bepaald in punt 1 van afdeling I van bijlage C. Deze informatie mag bij het vereenvoudigd prospectus worden gevoegd.";
4° het tweede lid van punt V.1. van de Nederlandstalige versie wordt opgeheven.
1° in punt II.2.2., d), worden de woorden ", dan wel de referentie voor de berekening van de prestatievergoeding" ingevoegd tussen de woorden "of de wijze van beheer" en de woorden "van de instelling voor collectieve belegging eventueel op een benchmark zal worden afgestemd";
2° punt II.3. wordt aangevuld met een punt 4, luidende :
"3.4. Indien de instelling voor collectieve belegging omwille van haar structuur vatbaar is voor blootstelling aan "market timing"-praktijken, vermelding van haar beleid ter zake en vermelding van de beschermings- en/of controlemaatregelen die worden genomen teneinde dergelijke praktijken te ontdekken en te vermijden.";
3° de bepalingen onder punt II.4. worden vervangen als volgt :
"Indien de instelling voor collectieve belegging al minstens één jaar bestaat, vermelding van haar historisch rendement, berekend volgens de regels bepaald in punt 1 van afdeling I van bijlage C. Deze informatie mag bij het vereenvoudigd prospectus worden gevoegd.";
4° het tweede lid van punt V.1. van de Nederlandstalige versie wordt opgeheven.
Art.60. A l'annexe B du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point II.2.2., d), les mots "ou comme référence pour le calcul de la commission de performance" sont insérés entre les mots "l'utilisation éventuelle, dans le cadre de la gestion de l'organisme de placement collectif" et les mots ", d'un paramètre de référence";
2° le point II.3. est complété par un point 4 rédigé comme suit :
"3.4. Si l'organisme de placement collectif est susceptible, de par sa structure, d'être exposé aux pratiques de "market timing", précision de la politique de l'organisme de placement collectif quant à cette problématique, et précision des mesures de protection et/ou de contrôle mises en place afin de détecter et d'éviter de telles pratiques.";
3° le point II.4. est remplacé par ce qui suit :
"Si l'organisme de placement collectif existe depuis au-moins un an, mention de ses performances historiques calculées selon les modalités exposées au point 1 de la section Ire de l'annexe C. Ces informations peuvent être jointes au prospectus simplifié.";
4° dans le point V.1. du texte néerlandais, l'alinéa 2 est supprimé.
1° dans le point II.2.2., d), les mots "ou comme référence pour le calcul de la commission de performance" sont insérés entre les mots "l'utilisation éventuelle, dans le cadre de la gestion de l'organisme de placement collectif" et les mots ", d'un paramètre de référence";
2° le point II.3. est complété par un point 4 rédigé comme suit :
"3.4. Si l'organisme de placement collectif est susceptible, de par sa structure, d'être exposé aux pratiques de "market timing", précision de la politique de l'organisme de placement collectif quant à cette problématique, et précision des mesures de protection et/ou de contrôle mises en place afin de détecter et d'éviter de telles pratiques.";
3° le point II.4. est remplacé par ce qui suit :
"Si l'organisme de placement collectif existe depuis au-moins un an, mention de ses performances historiques calculées selon les modalités exposées au point 1 de la section Ire de l'annexe C. Ces informations peuvent être jointes au prospectus simplifié.";
4° dans le point V.1. du texte néerlandais, l'alinéa 2 est supprimé.
Art.61. Afdeling 1 van Bijlage C bij hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
"1. Algemeen
1. Rendementcijfers mogen alleen vermeld worden voor een instelling voor collectieve belegging die ten minste één jaar bestaan.
2. Alle rendementscijfers worden vastgesteld op het einde van het boekjaar.
3. De rendementscijfers worden in de vorm van een staafdiagram en in de vorm van een tabel met actuariële rendementen weergegeven.
De rendementscijfers weergegeven in de vorm van een staafdiagram geven het jaarlijkse rendement weer over de laatste tien boekjaren. Indien het eerste boekjaar korter is dan 12 maanden, dan wordt geen rendement vermeld voor het eerste boekjaar. Indien het eerste boekjaar langer is dan 12 maanden, dan wordt het rendement voor het eerste boekjaar vermeld.
De actuariële rendementen hebben betrekking op de standaardperioden van 1, 3, 5 en 10 jaar; de rendementen worden voor alle periodes vermeld waarvoor ze beschikbaar zijn.
4. Het behaalde rendement wordt correct opgenomen en op jaarbasis uitgedrukt; het houdt rekening met alle provisies en kosten die aan de instelling voor collectieve belegging worden aangerekend.
Indien het technisch onmogelijk blijkt om de provisies en kosten ten laste van de deelnemer mee te rekenen, moeten die gedetailleerd worden opgegeven. In dat geval moet worden verduidelijkt dat het om rendementen zonder aftrek van aan de belegger aangerekende provisies en kosten gaat.
5. De berekeningswijze moet worden aangepast aan de kenmerken van de betrokken rechten van deelneming van de instellingen voor collectieve belegging en moet voor distributieaandelen worden gespecificeerd.
De uitgekeerde netto-opbrengsten mogen bij distributieaandelen, met uitzondering van distributieaandelen van een in artikel 46, § 3, tweede lid, of 53 instelling voor collectieve belegging, mee verrekend worden in de rendementscijfers in de veronderstelling dat deze netto-opbrengsten worden herbelegd.
Indien er compartimenten en/of aandelenklassen bestaan, wordt het rendement voor alle compartimenten en/of aandelenklassen opgegeven.
6. Er wordt expliciet en duidelijk vermeld dat het om rendementscijfers gaat die gebaseerd zijn op historische gegevens die geen enkele waarborg kunnen geven met betrekking tot het toekomstige rendement en die geen rekening houden met mogelijke herstructureringen van instellingen voor collectieve belegging of compartimenten van beleggingsvennootschappen.
In geval van herstructurering van instellingen voor collectieve belegging of van compartimenten van beleggingsvennootschappen, mag enkel het rendement van de verkrijgende instelling of het verkrijgende compartiment opgenomen worden. In geval van instellingen voor collectieve belegging of van compartimenten van beleggingsvennootschappen die (bij hun oprichting) ontstaan zijn uit de inbreng van de totaliteit van de activa van één enkele andere instelling voor collectieve belegging of van één enkel ander compartiment van een beleggingsvennootschap, mag wel het rendement van de inbrengende instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van een beleggingsvennootschap vermeld worden.
7. Het rendement wordt berekend in de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend. Het wordt gepubliceerd in de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend en, in voorkomend geval, in de andere munteenheden waarin de netto-inventariswaarde wordt uitgedrukt. Niettemin, mag het rendement altijd ook gepubliceerd worden in euro.
2. Rendementsvergelijkingen
1. Elke rendementsvergelijking is gebaseerd op externe marktgegevens, toegankelijk voor het publiek. De vergelijking heeft betrekking op eenzelfde referentieperiode.
2. Indien :
a) het beleggingsbeleid van een instelling voor collectieve belegging gericht is op het volgen van de samenstelling van een aandelen- of obligatie-index zoals bedoeld in artikel 37 of 50 of;
b) de instelling voor collectieve belegging wordt beheerd aan de hand van een referentiewaarde (benchmark), andere dan bedoeld in a) of;
c) de kostenstructuur van een instelling voor collectieve belegging omvat een prestatievergoeding zoals bedoeld in artikel 58, § 4 die afhankelijk is van een referentiewaarde (benchmark);
dan moet een vergelijking gemaakt worden aan de hand van deze index of benchmark.
3. Rendementsvooruitzichten
Rendementsvooruitzichten mogen enkel worden vermeld indien de belegger zekerheid wordt geboden, hetzij via een garantie, hetzij via het gebruik van bepaalde technieken of derivaten, dat het vooropgestelde rendement op (een) bepaalde dat(um)a daadwerkelijk wordt gerealiseerd en wordt uitgekeerd of gekapitaliseerd. Deze rendements-vooruitzichten worden in de vorm van actuariële rendementen weergegeven. Ze houden rekening met het totaal van de kosten en provisies tenzij het technisch onmogelijk blijkt om de provisies en kosten ten laste van de deelnemer mee te rekenen. In het laatste geval, moet worden verduidelijkt dat het om rendementen zonder aftrek van aan de belegger aangerekende provisies en kosten gaat.
4. Specifieke bijkomende of afwijkende regels inzake reclame met betrekking tot een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging
1. De rendementen hebben betrekking op de standaard perioden zoals bedoeld in punt 1. Algemeen, 3, derde lid. De rendementscijfers worden vastgesteld op het einde van het laatste volledig verstreken kwartaal of op het einde van het boekjaar indien deze datum later valt. De rendementen mogen eveneens worden vastgesteld op het einde van de maand, voor zover deze rendementen worden opgenomen in een regelmatige publicatie, die minstens maandelijks verschijnt.
2. Wat de actuariële rendementen betreft mag de instelling voor collectieve belegging, naast de rendementscijfers van de standaardperioden als bedoeld in punt 1, "Algemeen", 3, derde lid, volgens dezelfde regels de rendementscijfers publiceren van andere standaardperioden die zij bepaalt, voor zover die jaren volledig zijn.
Naast de rendementen als bedoeld in punt 1, "Algemeen", 3, derde lid, mag de instelling voor collectieve belegging ervoor opteren om de actuariële rendementen te publiceren die betrekking hebben op volledige kalenderjaren dan wel op volledige boekjaren die een periode van meer dan één jaar beslaan.
De instelling voor collectieve belegging mag er ook voor opteren om het actuariële rendement te publiceren van de periode die aanvangt bij de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode, voor zover dit rendement betrekking heeft op een periode van ten minste één jaar.
De rendementscijfers mogen bijkomend worden vastgesteld op standaardperiodes van een jaar die identiek zijn aan die periodes van een jaar die essentieel zijn voor beleggingsobjectief van de instelling voor collectieve belegging en op basis waarvan de structuur van de instelling voor collectieve belegging is opgezet. Dergelijke periodes worden vooraf bepaald in het (vereenvoudigd) prospectus.
Rendementscijfers in de vorm van een staafdiagram over de laatste 10 jaren, mogen, maar moeten niet, weergegeven worden.
4. Indien in andere dan onder punt "2. Vergelijkingen" bedoelde gevallen een index of interestvoet wordt vernoemd, moet een vergelijking gemaakt worden aan de hand van deze index of interestvoet. Er wordt verduidelijkt dat noch het beheer, noch de kosten van de ICB zijn afgestemd op de index of interestvoet. De term "benchmark" mag in dergelijke gevallen niet gebruikt worden.
Het bepaalde in voormeld lid, geldt ook indien dergelijke index of interestvoet wordt gebruikt in een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde van de instelling voor collectieve belegging opneemt. (zie punt 3.)
5. Een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde opneemt, mag worden opgenomen vanaf de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap ofwel in absolute waarde ofwel op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming gelijk is aan 100 op de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap.
Een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap opneemt, alsook de evolutie van een benchmark, index of interestvoet mag worden opgemaakt vanaf de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap op voorwaarde dat deze grafiek wordt opgemaakt op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming alsook de waarde van de benchmark, index of interestvoet gelijk zijn aan 100 op de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode.
Voor een instelling voor collectieve belegging die langer dan 10 jaar bestaat, mogen de grafieken zich beperken tot een periode van 10 jaar. In dat geval worden de grafieken opgemaakt op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming alsook de waarde van de benchmark, index of interestvoet gelijk zijn aan 100 aan het begin van deze periode van 10 jaar."
"1. Algemeen
1. Rendementcijfers mogen alleen vermeld worden voor een instelling voor collectieve belegging die ten minste één jaar bestaan.
2. Alle rendementscijfers worden vastgesteld op het einde van het boekjaar.
3. De rendementscijfers worden in de vorm van een staafdiagram en in de vorm van een tabel met actuariële rendementen weergegeven.
De rendementscijfers weergegeven in de vorm van een staafdiagram geven het jaarlijkse rendement weer over de laatste tien boekjaren. Indien het eerste boekjaar korter is dan 12 maanden, dan wordt geen rendement vermeld voor het eerste boekjaar. Indien het eerste boekjaar langer is dan 12 maanden, dan wordt het rendement voor het eerste boekjaar vermeld.
De actuariële rendementen hebben betrekking op de standaardperioden van 1, 3, 5 en 10 jaar; de rendementen worden voor alle periodes vermeld waarvoor ze beschikbaar zijn.
4. Het behaalde rendement wordt correct opgenomen en op jaarbasis uitgedrukt; het houdt rekening met alle provisies en kosten die aan de instelling voor collectieve belegging worden aangerekend.
Indien het technisch onmogelijk blijkt om de provisies en kosten ten laste van de deelnemer mee te rekenen, moeten die gedetailleerd worden opgegeven. In dat geval moet worden verduidelijkt dat het om rendementen zonder aftrek van aan de belegger aangerekende provisies en kosten gaat.
5. De berekeningswijze moet worden aangepast aan de kenmerken van de betrokken rechten van deelneming van de instellingen voor collectieve belegging en moet voor distributieaandelen worden gespecificeerd.
De uitgekeerde netto-opbrengsten mogen bij distributieaandelen, met uitzondering van distributieaandelen van een in artikel 46, § 3, tweede lid, of 53 instelling voor collectieve belegging, mee verrekend worden in de rendementscijfers in de veronderstelling dat deze netto-opbrengsten worden herbelegd.
Indien er compartimenten en/of aandelenklassen bestaan, wordt het rendement voor alle compartimenten en/of aandelenklassen opgegeven.
6. Er wordt expliciet en duidelijk vermeld dat het om rendementscijfers gaat die gebaseerd zijn op historische gegevens die geen enkele waarborg kunnen geven met betrekking tot het toekomstige rendement en die geen rekening houden met mogelijke herstructureringen van instellingen voor collectieve belegging of compartimenten van beleggingsvennootschappen.
In geval van herstructurering van instellingen voor collectieve belegging of van compartimenten van beleggingsvennootschappen, mag enkel het rendement van de verkrijgende instelling of het verkrijgende compartiment opgenomen worden. In geval van instellingen voor collectieve belegging of van compartimenten van beleggingsvennootschappen die (bij hun oprichting) ontstaan zijn uit de inbreng van de totaliteit van de activa van één enkele andere instelling voor collectieve belegging of van één enkel ander compartiment van een beleggingsvennootschap, mag wel het rendement van de inbrengende instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van een beleggingsvennootschap vermeld worden.
7. Het rendement wordt berekend in de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend. Het wordt gepubliceerd in de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend en, in voorkomend geval, in de andere munteenheden waarin de netto-inventariswaarde wordt uitgedrukt. Niettemin, mag het rendement altijd ook gepubliceerd worden in euro.
2. Rendementsvergelijkingen
1. Elke rendementsvergelijking is gebaseerd op externe marktgegevens, toegankelijk voor het publiek. De vergelijking heeft betrekking op eenzelfde referentieperiode.
2. Indien :
a) het beleggingsbeleid van een instelling voor collectieve belegging gericht is op het volgen van de samenstelling van een aandelen- of obligatie-index zoals bedoeld in artikel 37 of 50 of;
b) de instelling voor collectieve belegging wordt beheerd aan de hand van een referentiewaarde (benchmark), andere dan bedoeld in a) of;
c) de kostenstructuur van een instelling voor collectieve belegging omvat een prestatievergoeding zoals bedoeld in artikel 58, § 4 die afhankelijk is van een referentiewaarde (benchmark);
dan moet een vergelijking gemaakt worden aan de hand van deze index of benchmark.
3. Rendementsvooruitzichten
Rendementsvooruitzichten mogen enkel worden vermeld indien de belegger zekerheid wordt geboden, hetzij via een garantie, hetzij via het gebruik van bepaalde technieken of derivaten, dat het vooropgestelde rendement op (een) bepaalde dat(um)a daadwerkelijk wordt gerealiseerd en wordt uitgekeerd of gekapitaliseerd. Deze rendements-vooruitzichten worden in de vorm van actuariële rendementen weergegeven. Ze houden rekening met het totaal van de kosten en provisies tenzij het technisch onmogelijk blijkt om de provisies en kosten ten laste van de deelnemer mee te rekenen. In het laatste geval, moet worden verduidelijkt dat het om rendementen zonder aftrek van aan de belegger aangerekende provisies en kosten gaat.
4. Specifieke bijkomende of afwijkende regels inzake reclame met betrekking tot een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging
1. De rendementen hebben betrekking op de standaard perioden zoals bedoeld in punt 1. Algemeen, 3, derde lid. De rendementscijfers worden vastgesteld op het einde van het laatste volledig verstreken kwartaal of op het einde van het boekjaar indien deze datum later valt. De rendementen mogen eveneens worden vastgesteld op het einde van de maand, voor zover deze rendementen worden opgenomen in een regelmatige publicatie, die minstens maandelijks verschijnt.
2. Wat de actuariële rendementen betreft mag de instelling voor collectieve belegging, naast de rendementscijfers van de standaardperioden als bedoeld in punt 1, "Algemeen", 3, derde lid, volgens dezelfde regels de rendementscijfers publiceren van andere standaardperioden die zij bepaalt, voor zover die jaren volledig zijn.
Naast de rendementen als bedoeld in punt 1, "Algemeen", 3, derde lid, mag de instelling voor collectieve belegging ervoor opteren om de actuariële rendementen te publiceren die betrekking hebben op volledige kalenderjaren dan wel op volledige boekjaren die een periode van meer dan één jaar beslaan.
De instelling voor collectieve belegging mag er ook voor opteren om het actuariële rendement te publiceren van de periode die aanvangt bij de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode, voor zover dit rendement betrekking heeft op een periode van ten minste één jaar.
De rendementscijfers mogen bijkomend worden vastgesteld op standaardperiodes van een jaar die identiek zijn aan die periodes van een jaar die essentieel zijn voor beleggingsobjectief van de instelling voor collectieve belegging en op basis waarvan de structuur van de instelling voor collectieve belegging is opgezet. Dergelijke periodes worden vooraf bepaald in het (vereenvoudigd) prospectus.
Rendementscijfers in de vorm van een staafdiagram over de laatste 10 jaren, mogen, maar moeten niet, weergegeven worden.
4. Indien in andere dan onder punt "2. Vergelijkingen" bedoelde gevallen een index of interestvoet wordt vernoemd, moet een vergelijking gemaakt worden aan de hand van deze index of interestvoet. Er wordt verduidelijkt dat noch het beheer, noch de kosten van de ICB zijn afgestemd op de index of interestvoet. De term "benchmark" mag in dergelijke gevallen niet gebruikt worden.
Het bepaalde in voormeld lid, geldt ook indien dergelijke index of interestvoet wordt gebruikt in een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde van de instelling voor collectieve belegging opneemt. (zie punt 3.)
5. Een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde opneemt, mag worden opgenomen vanaf de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap ofwel in absolute waarde ofwel op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming gelijk is aan 100 op de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap.
Een grafiek die de evolutie van de netto-inventariswaarde van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap opneemt, alsook de evolutie van een benchmark, index of interestvoet mag worden opgemaakt vanaf de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode van de instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de beleggingsvennootschap op voorwaarde dat deze grafiek wordt opgemaakt op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming alsook de waarde van de benchmark, index of interestvoet gelijk zijn aan 100 op de afsluitingsdatum van de initiële inschrijvingsperiode.
Voor een instelling voor collectieve belegging die langer dan 10 jaar bestaat, mogen de grafieken zich beperken tot een periode van 10 jaar. In dat geval worden de grafieken opgemaakt op basis van de veronderstelling dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming alsook de waarde van de benchmark, index of interestvoet gelijk zijn aan 100 aan het begin van deze periode van 10 jaar."
Art.61. Dans le même arrêté, l'annexe C, section Ire, est remplacée par ce qui suit :
"1. Généralités
1. Des rendements ne peuvent être mentionnés que pour un organisme de placement collectif qui existe depuis au moins un an.
2. Tous les rendements sont arrêtés à la fin de l'exercice comptable.
3. Les rendements sont présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons et sous la forme d'un tableau mentionnant les rendements actuariels.
Les rendements présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons illustrent le rendement annuel des dix derniers exercices. Si le premier exercice compte moins de 12 mois, aucun rendement n'est mentionné pour ce premier exercice. Si le premier exercice compte plus de 12 mois, le rendement du premier exercice est mentionné.
Les rendements actuariels portent sur des périodes standard de 1, 3, 5 et 10 ans; les rendements sont mentionnés pour toutes les périodes pour lesquelles ils sont disponibles.
4. Le rendement réalisé est correctement reproduit et exprimé sur une base annuelle; il tient compte de l'ensemble des commissions et frais mis à charge de l'organisme de placement collectif.
Dans la mesure où il s'avère techniquement impossible d'inclure dans le calcul les commissions et frais mis à charge du participant, ceux-ci doivent être détaillés. En pareil cas, il est précisé qu'il s'agit de rendements hors commissions et frais à payer par l'investisseur.
5. Le mode de calcul doit être adapté aux caractéristiques des parts concernées de l'organisme de placement collectif et doit être spécifié pour les actions de distribution.
Dans le cas d'actions de distribution, hormis celles d'un organisme de placement collectif visé à l'article 46, § 3, alinéa 2, ou à l'article 53, les produits nets distribués peuvent être intégrés dans le calcul du rendement dans l'hypothese où ces produits nets sont réinvestis.
S'il existe des compartiments et/ou des classes d'actions, le rendement est donné pour tous les compartiments et/ou classes d'actions.
6. Il est précisé explicitement et clairement qu'il s'agit de chiffres de rendement basés sur des données historiques, qui ne peuvent donner aucune garantie quant au rendement futur et qui ne tiennent pas compte d'éventuelles restructurations d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement.
En cas de restructuration d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement, seul le rendement de l'organisme ou du compartiment bénéficiaire peut être repris. Toutefois, dans le cas d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement qui ont été créés par l'apport de la totalité des actifs d'un seul autre organisme de placement collectif ou d'un seul autre compartiment d'une société d'investissement, le rendement de l'organisme de placement collectif ou du compartiment d'une société d'investissement qui a apporté ses actifs peut être mentionné.
7. Le rendement est calculé dans la devise de calcul de la valeur nette d'inventaire. Il est publié dans la devise de calcul de la valeur nette d'inventaire et, le cas écheant, dans les autres devises d'expression de la valeur nette d'inventaire. Le rendement peut cependant toujours être publié également en euro.
2. Comparaisons de rendements
1. Toute comparaison de rendements est basée sur des données de marché externes, accessibles au public. La comparaison porte sur une même période de référence.
2. Dans le cas où :
a) la politique de placement de l'organisme de placement collectif a pour objet de reproduire la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, tel que visé aux articles 37 ou 50 ou;
b) l'organisme de placement collectif est géré par référence à une valeur étalon (benchmark) autre que celles visées au a) ou;
c) la structure des coûts de l'organisme de placement collectif inclut une commission de performance, telle que visée à l'article 58, § 4, qui est liée à une valeur étalon (benchmark);
la comparaison doit être faite par rapport à cet indice ou cette valeur étalon (benchmark).
3. Perspectives de rendement
Des perspectives de rendement sont mentionnées uniquement si elles apportent à l'investisseur la certitude, soit via une garantie, soit via l'utilisation de certaines techniques ou de certains instruments dérivés, que le rendement présupposé sera effectivement réalisé à une (des) date(s) déterminee(s) et sera distribué ou capitalisé. Ces perspectives de rendement sont présentées sous la forme de rendements actuariels. Elles tiennent compte de l'ensemble des frais et commissions, sauf s'il s'avère techniquement impossible d'inclure les commissions et frais mis à charge du participant dans ce calcul. Dans ce dernier cas, il convient de préciser que les rendements n'incluent pas les commissions et frais mis à charge de l'investisseur.
4. Règles spécifiques, complémentaires ou dérogatoires, relatives à la publicité concernant une offre publique de parts d'un organisme de placement collectif
1. Les rendements portent sur les périodes standard visées au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3. Ils sont arrêtés à la fin du dernier trimestre écoulé ou à la fin de l'exercice comptable si cette date est ultérieure. Les rendements peuvent également être arrêtés à la fin du mois écoulé lorsqu'ils sont repris dans une publication régulière, qui paraît au moins mensuellement.
2. En ce qui concerne les rendements actuariels, outre les périodes standard visées au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3, l'organisme de placement collectif peut publier, selon les mêmes modalités, les rendements d'autres périodes standard qu'il définit pour autant qu'il s'agisse d'années complètes.
En sus des rendements vises au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3, l'organisme de placement collectif peut choisir de publier les rendements actuariels portant sur des années calendrier complètes ou des exercices comptables complets et supérieurs a un an.
L'organisme de placement collectif peut également choisir de publier le rendement actuariel pour la période qui court depuis la clôture de la période de souscription initiale, pour autant que ce rendement porte sur une période d'au moins un an.
Les rendements peuvent également porter sur des périodes standard d'un an identiques aux périodes d'un an qui sont essentielles pour l'objectif de placement de l'organisme de placement collectif et sur la base desquelles la structure de l'organisme de placement collectif est établie. Ces périodes sont préalablement déterminées dans le prospectus (simplifié).
Les rendements présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons portant sur les dix derniers exercices peuvent, mais ne doivent pas, être publiés.
4. Si un indice ou un taux d'intérêt est utilisé dans d'autres cas que ceux visés au point 2. "Comparaisons de rendements", une comparaison doit être faite par rapport à cet indice ou ce taux d'intérêt. Il convient de préciser que ni la gestion, ni les frais de l'organisme de placement collectif ne sont fonction de cet indice ou de ce taux d'intérêt. Le terme "benchmark" ne peut pas être utilisé dans de tels cas.
La disposition de l'alinéa précedent s'applique également lorsque l'indice ou le taux d'intérêt est utilisé dans un graphique qui reproduit l'évolution de la valeur nette d'inventaire de l'organisme de placement collectif (cf. point 3.)
5. Un graphique reproduisant l'évolution de la valeur nette d'inventaire peut être repris depuis la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement, soit en valeur absolue, soit sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts est égale à 100 à la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement.
Un graphique reproduisant l'évolution de la valeur nette d'inventaire de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement, ainsi que l'évolution d'un benchmark, d'un indice ou d'un taux d'intérêt peut être établi depuis la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement à condition que ce graphique soit établi sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts, ainsi que la valeur du benchmark, de l'indice ou du taux d'intérêt, sont égales à 100 à la date de clôture de la période de souscription initiale.
Pour un organisme de placement collectif existant depuis plus de 10 ans, les graphiques peuvent se limiter à une période de 10 ans. Dans ce cas, les graphiques sont établis sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts, ainsi que la valeur du benchmark, de l'indice ou du taux d'intérêt, sont égales à 100 au début de cette période de 10 ans.".
"1. Généralités
1. Des rendements ne peuvent être mentionnés que pour un organisme de placement collectif qui existe depuis au moins un an.
2. Tous les rendements sont arrêtés à la fin de l'exercice comptable.
3. Les rendements sont présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons et sous la forme d'un tableau mentionnant les rendements actuariels.
Les rendements présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons illustrent le rendement annuel des dix derniers exercices. Si le premier exercice compte moins de 12 mois, aucun rendement n'est mentionné pour ce premier exercice. Si le premier exercice compte plus de 12 mois, le rendement du premier exercice est mentionné.
Les rendements actuariels portent sur des périodes standard de 1, 3, 5 et 10 ans; les rendements sont mentionnés pour toutes les périodes pour lesquelles ils sont disponibles.
4. Le rendement réalisé est correctement reproduit et exprimé sur une base annuelle; il tient compte de l'ensemble des commissions et frais mis à charge de l'organisme de placement collectif.
Dans la mesure où il s'avère techniquement impossible d'inclure dans le calcul les commissions et frais mis à charge du participant, ceux-ci doivent être détaillés. En pareil cas, il est précisé qu'il s'agit de rendements hors commissions et frais à payer par l'investisseur.
5. Le mode de calcul doit être adapté aux caractéristiques des parts concernées de l'organisme de placement collectif et doit être spécifié pour les actions de distribution.
Dans le cas d'actions de distribution, hormis celles d'un organisme de placement collectif visé à l'article 46, § 3, alinéa 2, ou à l'article 53, les produits nets distribués peuvent être intégrés dans le calcul du rendement dans l'hypothese où ces produits nets sont réinvestis.
S'il existe des compartiments et/ou des classes d'actions, le rendement est donné pour tous les compartiments et/ou classes d'actions.
6. Il est précisé explicitement et clairement qu'il s'agit de chiffres de rendement basés sur des données historiques, qui ne peuvent donner aucune garantie quant au rendement futur et qui ne tiennent pas compte d'éventuelles restructurations d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement.
En cas de restructuration d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement, seul le rendement de l'organisme ou du compartiment bénéficiaire peut être repris. Toutefois, dans le cas d'organismes de placement collectif ou de compartiments de sociétés d'investissement qui ont été créés par l'apport de la totalité des actifs d'un seul autre organisme de placement collectif ou d'un seul autre compartiment d'une société d'investissement, le rendement de l'organisme de placement collectif ou du compartiment d'une société d'investissement qui a apporté ses actifs peut être mentionné.
7. Le rendement est calculé dans la devise de calcul de la valeur nette d'inventaire. Il est publié dans la devise de calcul de la valeur nette d'inventaire et, le cas écheant, dans les autres devises d'expression de la valeur nette d'inventaire. Le rendement peut cependant toujours être publié également en euro.
2. Comparaisons de rendements
1. Toute comparaison de rendements est basée sur des données de marché externes, accessibles au public. La comparaison porte sur une même période de référence.
2. Dans le cas où :
a) la politique de placement de l'organisme de placement collectif a pour objet de reproduire la composition d'un indice d'actions ou d'obligations, tel que visé aux articles 37 ou 50 ou;
b) l'organisme de placement collectif est géré par référence à une valeur étalon (benchmark) autre que celles visées au a) ou;
c) la structure des coûts de l'organisme de placement collectif inclut une commission de performance, telle que visée à l'article 58, § 4, qui est liée à une valeur étalon (benchmark);
la comparaison doit être faite par rapport à cet indice ou cette valeur étalon (benchmark).
3. Perspectives de rendement
Des perspectives de rendement sont mentionnées uniquement si elles apportent à l'investisseur la certitude, soit via une garantie, soit via l'utilisation de certaines techniques ou de certains instruments dérivés, que le rendement présupposé sera effectivement réalisé à une (des) date(s) déterminee(s) et sera distribué ou capitalisé. Ces perspectives de rendement sont présentées sous la forme de rendements actuariels. Elles tiennent compte de l'ensemble des frais et commissions, sauf s'il s'avère techniquement impossible d'inclure les commissions et frais mis à charge du participant dans ce calcul. Dans ce dernier cas, il convient de préciser que les rendements n'incluent pas les commissions et frais mis à charge de l'investisseur.
4. Règles spécifiques, complémentaires ou dérogatoires, relatives à la publicité concernant une offre publique de parts d'un organisme de placement collectif
1. Les rendements portent sur les périodes standard visées au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3. Ils sont arrêtés à la fin du dernier trimestre écoulé ou à la fin de l'exercice comptable si cette date est ultérieure. Les rendements peuvent également être arrêtés à la fin du mois écoulé lorsqu'ils sont repris dans une publication régulière, qui paraît au moins mensuellement.
2. En ce qui concerne les rendements actuariels, outre les périodes standard visées au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3, l'organisme de placement collectif peut publier, selon les mêmes modalités, les rendements d'autres périodes standard qu'il définit pour autant qu'il s'agisse d'années complètes.
En sus des rendements vises au point 1. "Généralités", 3, alinéa 3, l'organisme de placement collectif peut choisir de publier les rendements actuariels portant sur des années calendrier complètes ou des exercices comptables complets et supérieurs a un an.
L'organisme de placement collectif peut également choisir de publier le rendement actuariel pour la période qui court depuis la clôture de la période de souscription initiale, pour autant que ce rendement porte sur une période d'au moins un an.
Les rendements peuvent également porter sur des périodes standard d'un an identiques aux périodes d'un an qui sont essentielles pour l'objectif de placement de l'organisme de placement collectif et sur la base desquelles la structure de l'organisme de placement collectif est établie. Ces périodes sont préalablement déterminées dans le prospectus (simplifié).
Les rendements présentés sous la forme d'un diagramme en bâtons portant sur les dix derniers exercices peuvent, mais ne doivent pas, être publiés.
4. Si un indice ou un taux d'intérêt est utilisé dans d'autres cas que ceux visés au point 2. "Comparaisons de rendements", une comparaison doit être faite par rapport à cet indice ou ce taux d'intérêt. Il convient de préciser que ni la gestion, ni les frais de l'organisme de placement collectif ne sont fonction de cet indice ou de ce taux d'intérêt. Le terme "benchmark" ne peut pas être utilisé dans de tels cas.
La disposition de l'alinéa précedent s'applique également lorsque l'indice ou le taux d'intérêt est utilisé dans un graphique qui reproduit l'évolution de la valeur nette d'inventaire de l'organisme de placement collectif (cf. point 3.)
5. Un graphique reproduisant l'évolution de la valeur nette d'inventaire peut être repris depuis la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement, soit en valeur absolue, soit sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts est égale à 100 à la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement.
Un graphique reproduisant l'évolution de la valeur nette d'inventaire de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement, ainsi que l'évolution d'un benchmark, d'un indice ou d'un taux d'intérêt peut être établi depuis la date de clôture de la période de souscription initiale de l'organisme de placement collectif ou du compartiment de la société d'investissement à condition que ce graphique soit établi sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts, ainsi que la valeur du benchmark, de l'indice ou du taux d'intérêt, sont égales à 100 à la date de clôture de la période de souscription initiale.
Pour un organisme de placement collectif existant depuis plus de 10 ans, les graphiques peuvent se limiter à une période de 10 ans. Dans ce cas, les graphiques sont établis sur la base de l'hypothèse que la valeur nette d'inventaire des parts, ainsi que la valeur du benchmark, de l'indice ou du taux d'intérêt, sont égales à 100 au début de cette période de 10 ans.".
Art.62. Punt 9 van bijlage D bij hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
"9. De beschrijving, de berekeningswijze en het tarief van de provisies en kosten bedoeld in artikel 58, § 1,, alsook de identiteit van de begunstigde(n) van elk van de provisies en kosten; eventuele toelating bedoeld in artikel 60, § 3, 3°."
De pensioenspaarfondsen mogen de provisies en kosten bedoeld in artikel 58, § 1, lid 1, niet als een maximum uitdrukken.
"9. De beschrijving, de berekeningswijze en het tarief van de provisies en kosten bedoeld in artikel 58, § 1,, alsook de identiteit van de begunstigde(n) van elk van de provisies en kosten; eventuele toelating bedoeld in artikel 60, § 3, 3°."
De pensioenspaarfondsen mogen de provisies en kosten bedoeld in artikel 58, § 1, lid 1, niet als een maximum uitdrukken.
Art.62. Dans l'annexe D du même arrêté, le point 9 est remplace par ce qui suit :
"9. Description, mode de calcul et tarif des commissions et frais visés à l'article 58, § 1er, et mention de l'identité du ou des bénéficiaires de chacun de ces commissions et frais; le cas échéant, mention de l'autorisation visée à l'article 60, § 3, 3°."
Pour les fonds d'épargne-pension, les commissions et frais visés à l'article 58, § 1er, alinéa 1er, ne peuvent pas être présentés sous la forme de maximums.".
"9. Description, mode de calcul et tarif des commissions et frais visés à l'article 58, § 1er, et mention de l'identité du ou des bénéficiaires de chacun de ces commissions et frais; le cas échéant, mention de l'autorisation visée à l'article 60, § 3, 3°."
Pour les fonds d'épargne-pension, les commissions et frais visés à l'article 58, § 1er, alinéa 1er, ne peuvent pas être présentés sous la forme de maximums.".
Art.63. Punt 11 van bijlage D bij hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
"11. Vermelding dat de dagen waarop de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging worden ontvangen, in het prospectus en vereenvoudigd prospectus worden opgenomen en dat elke vermindering van de, in het prospectus en vereenvoudigd prospectus opgenomen, frequentie waarmee de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging worden ontvangen, de toelating van de algemene vergadering van deelnemers vereist; vermelding van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming op grond waarvan deze aanvragen worden uitgevoerd; berekeningswijze (en, in voorkomend geval, alternatieve berekeningswijze) van de netto-inventariswaarde; munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend, tenzij het instellingen voor collectieve belegging betreft als bedoeld in de artikelen 46, § 3, tweede lid en 53."
"11. Vermelding dat de dagen waarop de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging worden ontvangen, in het prospectus en vereenvoudigd prospectus worden opgenomen en dat elke vermindering van de, in het prospectus en vereenvoudigd prospectus opgenomen, frequentie waarmee de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging worden ontvangen, de toelating van de algemene vergadering van deelnemers vereist; vermelding van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming op grond waarvan deze aanvragen worden uitgevoerd; berekeningswijze (en, in voorkomend geval, alternatieve berekeningswijze) van de netto-inventariswaarde; munteenheid waarin de netto-inventariswaarde wordt berekend, tenzij het instellingen voor collectieve belegging betreft als bedoeld in de artikelen 46, § 3, tweede lid en 53."
Art.63. Dans l'annexe D du même arrêté, le point 11 est remplacé par ce qui suit :
"11. Mention du fait que les jours de réception des demandes d'émission ou de rachat de parts ou de changement de compartiment sont mentionnés dans le prospectus et le prospectus simplifié et que toute diminution de la fréquence de réception des demandes d'émission ou de rachat de parts ou de changement de compartiment, telle que mentionnée dans le prospectus et le prospectus simplifié, requiert l'autorisation de l'assemblée générale des participants; précisions sur la valeur nette d'inventaire des parts sur la base de laquelle ces demandes sont exécutées; methode (et, le cas échéant, méthode alternative) de calcul de la valeur nette d'inventaire; devise de calcul de la valeur nette d'inventaire, sauf s'il s'agit d'organismes de placement collectif visés aux articles 46, § 3, alinéa 2, et 53."
"11. Mention du fait que les jours de réception des demandes d'émission ou de rachat de parts ou de changement de compartiment sont mentionnés dans le prospectus et le prospectus simplifié et que toute diminution de la fréquence de réception des demandes d'émission ou de rachat de parts ou de changement de compartiment, telle que mentionnée dans le prospectus et le prospectus simplifié, requiert l'autorisation de l'assemblée générale des participants; précisions sur la valeur nette d'inventaire des parts sur la base de laquelle ces demandes sont exécutées; methode (et, le cas échéant, méthode alternative) de calcul de la valeur nette d'inventaire; devise de calcul de la valeur nette d'inventaire, sauf s'il s'agit d'organismes de placement collectif visés aux articles 46, § 3, alinéa 2, et 53."
Art. 64. De Minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 oktober 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 1 oktober 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 64. Le Ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 1er octobre 2008.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 1er octobre 2008.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.