Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 DECEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot invoering van een tijdelijk project betreffende vervangingen van korte afwezigheden, bedrijfsstages en mentorschap.
Titre
14 DECEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instituant un projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences, aux stages en entreprise et au tutorat (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Numac: 2008035046
Datum: 2007-12-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008035046
Date: 2007-12-14
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot invoering van een tijdelijk project betreffende vervangingen van korte afwezigheden, bedrijfsstages en mentorschap wordt hoofdstuk I, dat bestaat uit artikel 1 tot en met 6, vervangen door wat volgt :
" HOOFDSTUK I. - Tijdelijk project vervangingen van korte afwezigheden
Afdeling I. - Basisonderwijs.
Art. 1. § 1. In het basisonderwijs wordt tijdens het schooljaar 2007-2008 het tijdelijke project verlengd waarbij projectscholen een eigen beleid kunnen voeren betreffende vervangingen van korte afwezigheden van personeelsleden aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, afhankelijk van eigen lokale behoeften en prioriteiten.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
projectscholen : scholen die in het basisonderwijs samenwerken binnen :
a) een scholengemeenschap;
b) een samenwerkingsplatform tussen (een) scholengemeenschap(pen) en (een) onderwijsinstelling(en) die niet beho(o)r(t)en tot een scholengemeenschap;
c) een samenwerkingsplatform tussen meerdere scholengemeenschappen;
korte afwezigheden : de afwezigheden van de personeelsleden aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarvoor op basis van andere regelgeving geen vervanger kan worden gefinancierd of gesubsidieerd.
§ 3. Het personeelslid dat vervangt, krijgt een salaris als de vervanging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit. Het salaris wordt vastgesteld op basis van de aanstelling van het personeelslid en op basis van de geldende reglementering.
Art. 2. Tijdens het schooljaar 2007-2008 kunnen alle scholen van het basisonderwijs deelnemen aan het tijdelijke project vervanging van korte afwezigheden.
Art. 3. § 1. Aan de projectscholen worden extra middelen toegekend in de vorm van vervangingseenheden die worden berekend op basis van artikel 4.
Ze worden samen gelegd op het niveau van het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 1, § 2.
§ 2. De vervangingseenheden worden toegekend op voorwaarde dat een convenant werd gesloten tussen de inrichtende machten en één of meer vakorganisaties. Het convenant wordt op het niveau van het samenwerkingsverband van de projectscholen, vermeld in artikel 1, § 2, gesloten en omvat minimaal :
de aanleiding voor het sluiten van het convenant;
de doelstellingen;
de wijze waarop vervangingen in korte afwezigheden zullen gebeuren;
afspraken over de opvolging van de aanwending van de vervangingseenheden en over de evaluatie van het project;
de participanten;
de duur van het convenant;
de datum van inwerkingtreding.
§ 3. De inrichtende machten of schoolbesturen van de projectscholen wenden de vervangingseenheden aan binnen het beschikbare budget en conform de bepalingen van het convenant, vermeld in § 2.
Art. 4. § 1. Het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs wordt berekend aan de hand van de volgende formules :
het aantal beschikbare voltijdse equivalenten wordt berekend door het beschikbare budget voor reglementaire korte vervangingen in het basisonderwijs te delen door 34.097 euro, waarbij :
a) het beschikbare budget voor het begrotingsjaar 2007 4.039.277 euro en voor het begrotingsjaar 2008 5.085.750 euro bedraagt;
b) het beschikbare budget vooraf wordt verminderd door een afhouding van 15 % voor de betaling van de " verlengingsopdracht tijdelijke ";
c) het beschikbare budget en het bedrag van 34.097 euro worden aangepast aan de evolutie van het gezondheidsindexcijfer, bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 ter vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;
het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs wordt verkregen door het aantal beschikbare voltijdse equivalenten te vermenigvuldigen met 10.000 en 42,86, waarbij :
a) 10.000 de voltijdse weekopdracht uitdrukt voor het basisonderwijs;
b) 42,86 het aantal bezoldigde weken is, verkregen door het maximale aantal betalingsdagen op jaarbasis van een personeelslid aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, te delen door 7;
de coëfficiënt, bestemd om het aantal vervangingseenheden per school te bepalen voor een schooljaar, wordt vastgesteld door het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs te delen door het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) aanvullende lestijden voor gelijke onderwijskansen;
c) extra lestijden onderwijsvoorrang in het buitengewoon basisonderwijs;
d) lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer;
het aantal vervangingseenheden per school wordt voor een schooljaar berekend door de vervangingscoëfficiënt te vermenigvuldigen met het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) aanvullende lestijden voor gelijke onderwijskansen voor de school;
c) extra lestijden onderwijsvoorrang in het buitengewoon basisonderwijs;
d) lestijden godsdienst en niet-confessionele zedenleer.
§ 2. Een aanstelling op basis van vervangingseenheden kan enkel starten bij afwezigheid van een titularis. Het personeelslid moet steeds worden aangesteld in een voltijdse of halftijdse opdracht.
§ 3. Voor de aanwending van de vervangingseenheden wordt de volgende formule toegepast :
X x aantal aanstellingsdagen/7 = Y
waarbij
X = de opdracht op weekbasis van het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, uitgedrukt in 10.000sten;
aantal aanstellingsdagen = het aantal dagen waarop het personeelslid met vervangingseenheden wordt aangesteld, met inbegrip van een wettelijke feestdag, een weekeinde, de herfst-, kerst-, krokus-, of paasvakantie voor zover die periode in het aantal vervangingsdagen begrepen is;
Y = het aantal vervangingseenheden, afgerond naar de hogere eenheid, als het resultaat van de breuk na de komma 5 of meer bedraagt.
§ 4. Op het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van toepassing van :
het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs;
het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs.
Afdeling II. - Secundair onderwijs.
Art. 5. § 1. In het secundair onderwijs wordt tijdens het schooljaar 2007-2008 het tijdelijk project vervangingen van korte afwezigheden verlengd. Hierbij wordt vervanging van personeelsleden van het onderwijzend personeel mogelijk voor afwezigheden van minimum zes werkdagen en maximum negen werkdagen. Het personeelslid dat het afwezige personeelslid vervangt, krijgt een salaris.
§ 2. Op het personeelslid dat het afwezige personeelslid vervangt, zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van toepassing van :
het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs;
het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs.
Art. 6. Het tijdelijke project is van toepassing op alle instellingen van het secundair onderwijs.
Art. 7. § 1. Het beschikbare budget bedraagt voor het begrotingsjaar 2007 1.688.751 euro en voor het begrotingsjaar 2008 3.291.000 euro.
§ 2. Maandelijks zal worden opgevolgd in welke mate het beschikbare budget is opgebruikt. Wanneer 90 % van het beschikbare budget is aangewend, zullen geen nieuwe vervangingen van personeelsleden overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 kunnen gebeuren.
Afdeling III. - Evaluatie.
Art. 8. § 1. Het project wordt gevolgd door een stuurgroep, aangesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs.
De stuurgroep is samengesteld uit een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en uit telkens één vertegenwoordiger van het gemeenschapsonderwijs, van elke representatieve vereniging van inrichtende machten en van elke representatieve vakorganisatie.
§ 2. De stuurgroep heeft de volgende taken :
het project opvolgen en bijsturen voor wat betreft de toepassing van artikel 4, § 2 en van de bepalingen in afdeling II;
een evaluatie maken;
een eindrapport opstellen voor de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs.
Art. 9. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2007 en houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2008.
Article 1. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instituant un projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences, aux stages en entreprise et au tutorat, le chapitre Ier, comprenant les articles 1er à 6 inclus, est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE Ier. - Projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences
Section Ire. - Enseignement fondamental.
Art. 1. § 1er. Dans l'enseignement fondamental, il est procédé, pendant l'année scolaire 2007-2008, à la prolongation du projet temporaire permettant aux écoles de projets de mener leur propre politique en ce qui concerne les remplacements de courtes absences de membres du personnel désignés à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, en fonction des besoins et priorités locaux.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
écoles de projets : des écoles qui, dans l'enseignement fondamental, coopèrent au sein :
a) d'un centre d'enseignement;
b) d'une plateforme de coopération entre un ou plusieurs centres d'enseignement et un ou plusieurs établissements d'enseignement n'appartenant pas à un centre d'enseignement;
c) d'une plateforme de coopération entre plusieurs centres d'enseignement;
courtes absences : les absences des membres du personnel désignés à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant, pour lesquelles aucun remplaçant ne peut être financé ou subventionné sur la base d'une autre réglementation.
§ 3. Le membre du personnel qui assure le remplacement reçoit un traitement si le remplacement répond aux conditions visées au présent arrêté. Le traitement est fixé sur la base de la désignation du membre du personnel et en vertu de la réglementation en vigueur.
Art. 2. Pendant l'année scolaire 2007-2008, toutes les écoles de l'enseignement fondamental peuvent participer au projet temporaire de remplacements de courtes absences.
Art. 3. § 1er. Les écoles de projets reçoivent des moyens supplémentaires sous forme d'unités de remplacement calculées sur la base de l'article 4.
Elles sont groupées au niveau de la structure de coopération visée à l'article 1er, § 2.
§ 2. Les unités de remplacement sont accordées à condition qu'un convenant soit conclu entre les pouvoirs organisateurs et une ou plusieurs organisations syndicales. Le convenant est conclu au niveau de la structure de coopération des écoles de projets visée à l'article 1er, § 2, et comprend au moins :
la raison de la conclusion du convenant;
les objectifs;
la manière dont les remplacements de courtes absences seront effectués;
les arrangements quant au suivi de l'utilisation des unités de remplacement et quant à l'évaluation du projet;
les participants;
la durée du convenant;
la date de l'entrée en vigueur.
§ 3. Les pouvoirs organisateurs ou les directions d'écoles des écoles de projets utilisent les unités de remplacement dans les limites du budget disponible et conformément aux dispositions du convenant visé au § 2.
Art. 4. § 1er. Le nombre global des unités de remplacement pour l'enseignement fondamental est calculé à l'aide des formules suivantes :
le nombre d'équivalents à temps plein disponibles est calculé en divisant le budget disponible pour les remplacements réglementaires de courte durée dans l'enseignement fondamental par 34 097 euros. Dans cette formule :
a) le budget disponible s'élève à 4 039 277 euros pour l'année budgétaire 2007 et à 5 085 750 euros à partir de l'année budgétaire 2008;
b) le budget disponible est diminué préalablement d'une retenue de 15 % pour le paiement de la "mission de prolongement du temporaire";
c) le budget disponible et le montant de 34 097 euros sont adaptés à l'évolution de l'indice de santé visé à l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays;
le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental est obtenu en multipliant le nombre d'équivalents à temps plein disponibles par 10.000 et 42,86 :
a) 10.000 exprimant la mission hebdomadaire à temps plein pour l'enseignement fondamental;
b) 42,86 étant le nombre de semaines rémunérées, obtenu en divisant par 7 le nombre total de jours de paiement sur une base annuelle d'un membre du personnel désigné à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant;
le coefficient destiné à la détermination du nombre d'unités de remplacement par école pour une année scolaire est fixé en divisant le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental par le nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par "nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental" la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes complémentaires destinées à l'égalité des chances en éducation;
c) périodes supplémentaires d'enseignement prioritaire dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes de religion et de morale non confessionnelle;
pour une année scolaire, le nombre d'unités de remplacement par école est calculé en multipliant le coefficient de remplacement par le nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par "nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente" la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes de cours complémentaires destinées à l'égalité des chances en éducation pour l'école;
c) périodes supplémentaires d'enseignement prioritaire dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes de religion et de morale non confessionnelle.
§ 2. Une désignation sur la base d'unités de remplacement ne peut démarrer qu'en l'absence d'un titulaire. Le membre du personnel doit toujours être désigné pour une charge à temps plein ou à mi-temps.
§ 3. Pour l'utilisation des unités de remplacement, la formule suivante est appliquée :
X x nombre de jours de remplacement/7 = Y
sachant que :
X = la mission sur une base hebdomadaire du membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement, exprimée en 10.000e s;
nombre de jours de remplacement = le nombre de jours pendant lesquels le membre du personnel est désigné, y compris un jour férié légal, un weekend, les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques, dans la mesure où cette période est comprise dans le nombre de jours de remplacement;
Y = le nombre d'unités de remplacement, arrondi à l'unité supérieure, si le résultat de la fraction est supérieur ou égal à 5 après la virgule.
§ 4. Au membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement s'appliquent, suivant le cas, les dispositions :
du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Section II. - Enseignement secondaire.
Art. 5. § 1er. Dans l'enseignement secondaire, le projet temporaire relatif aux remplacements de courtes absences est prolongé pendant l'année scolaire 2007-2008.
Ainsi, le remplacement de membres du personnel enseignant est possible pour des absences de six jours au minimum et neuf jours au maximum.
Le membre du personnel qui remplace de membre du personnel absent, est rémunéré.
§ 2. Au membre du personnel remplaçant le titulaire absent s'appliquent, suivant le cas, les dispositions :
du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Art. 6. Le projet temporaire s'applique à tous les établissements d'enseignement secondaire.
Art. 7. § 1er. Le budget disponible s'élève à 1.688.751 euros pour l'année budgétaire 2007 et à 3.291.000 euros à partir de l'année budgétaire 2008.
§ 2. Il sera contrôlé mensuellement dans quelle mesure le budget disponible est épuisé. Lorsque 90 % du budget ont été affectés, de nouveaux remplacements de membres du personnel conformément aux dispositions de l'article 5 ne pourront plus être effectués.
Section III. - Evaluation.
Art. 8. § 1er. Le projet est suivi par un comité directeur, désigné par le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions.
Le comité directeur se compose d'un représentant du Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions, et d'un représentant de l'enseignement communautaire, de chaque association représentative des pouvoirs organisateurs et de chaque organisation syndicale représentative.
§ 2. Le comité directeur est chargé des tâches suivantes :
suivre et corriger le projet, en ce qui concerne l'application de l'article 4, § 2, et des dispositions de la section II;
effectuer une évaluation;
établir un rapport final pour le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
Art. 9. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2007 et cessera d'être en vigueur le 31 août 2008.
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 december 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 2. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 14 décembre 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.