Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 DECEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de procedure in beroep na een evaluatie met eindconclusie " onvoldoende " en betreffende de werking van het college van beroep(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-01-2008 en tekstbijwerking tot 15-05-2019)
Titre
14 DECEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la procédure de recours après une évaluation conclue par la mention " insuffisant " et au fonctionnement du collège de recours (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-01-2008 et mise à jour au 15-05-2019)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder raadsman: een advocaat, een personeelslid van de onderwijsinstellingen of van de centra voor leerlingenbegeleiding of, wat de werknemer betreft, een vertegenwoordiger van een erkende vakorganisatie en, wat de evaluator(en) betreft, een vertegenwoordiger van het gemeenschapsonderwijs of van een representatieve vereniging van inrichtende machten.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté on entend par conseiller : un avocat, un membre du personnel des établissements d'enseignement ou des centres d'encadrement des élèves ou, en ce qui concerne l'employé, un représentant d'une organisation syndicale agréée, et, en ce qui concerne le(s) évaluateur(s), un représentant de l'enseignement communautaire ou d'une association représentative de pouvoirs organisateurs.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden tewerkgesteld in de instellingen en centra, vermeld in artikel 73bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en in artikel 47bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, en op hun evaluatoren.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel engagés dans les établissements et centres visés à l'article 73bis du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 47bis du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, et à leurs évaluateurs.
HOOFDSTUK II. - Het college van beroep.
CHAPITRE II. - Le collège de recours.
Art. 3. § 1. De kamers van het college van beroep worden samengesteld uit een effectieve en twee plaatsvervangende voorzitters, en uit twaalf effectieve en twaalf plaatsvervangende leden. Een plaatsvervangend lid kan pas zetelen als het effectieve lid afwezig is of als het effectieve lid gewraakt wordt.
§ 2. De Vlaamse Regering benoemt de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters.
§ 3. Het gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten enerzijds, en de representatieve vakorganisaties anderzijds, wijzen een gelijk aantal effectieve en plaatsvervangende leden van de kamers van het college van beroep aan.
§ 4. [2 De leden ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]2
§ 5. De effectieve voorzitters ontvangen een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van [1 4.000 euro]1.
Als de effectieve voorzitter verhinderd is en diens functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende voorzitter, wordt aan die laatste een vergoeding van [1 150 euro]1 per zitting toegekend.
[2 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]2
[2 De voorzitters ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]2
§ 2. De Vlaamse Regering benoemt de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters.
§ 3. Het gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten enerzijds, en de representatieve vakorganisaties anderzijds, wijzen een gelijk aantal effectieve en plaatsvervangende leden van de kamers van het college van beroep aan.
§ 4. [2 De leden ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]2
§ 5. De effectieve voorzitters ontvangen een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van [1 4.000 euro]1.
Als de effectieve voorzitter verhinderd is en diens functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende voorzitter, wordt aan die laatste een vergoeding van [1 150 euro]1 per zitting toegekend.
[2 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]2
[2 De voorzitters ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]2
Art. 3. § 1er. Les chambres du collège de recours sont composées d'un président effectif et de deux présidents suppléants, et de douze membres effectifs et douze membres suppléants. Un membre suppléant ne peut siéger qu'en l'absence du membre effectif ou en cas de récusation du membre effectif.
§ 2. Le Gouvernement flamand nomme les présidents effectifs et suppléants.
§ 3. L'enseignement communautaire et les associations représentatives de pouvoirs organisateurs, d'une part, et les organisations syndicales, d'autre part, désignent un nombre égal de membres effectifs et suppléants des chambres du collège de recours.
§ 4. [2 Les membres reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux personnels de l'Autorité flamande.]2
§ 5. Les présidents effectifs reçoivent une indemnité forfaitaire annuelle de [1 4 000 euros]1.
Lorsque le président effectif est empêché et que sa fonction est assumée par un président suppléant, il est accordé à ce dernier une indemnité de [1 150 euros]1 par séance.
[2 L'indemnité suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.]2
[2 Les présidents reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux personnels de l'Autorité flamande.]2
§ 2. Le Gouvernement flamand nomme les présidents effectifs et suppléants.
§ 3. L'enseignement communautaire et les associations représentatives de pouvoirs organisateurs, d'une part, et les organisations syndicales, d'autre part, désignent un nombre égal de membres effectifs et suppléants des chambres du collège de recours.
§ 4. [2 Les membres reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux personnels de l'Autorité flamande.]2
§ 5. Les présidents effectifs reçoivent une indemnité forfaitaire annuelle de [1 4 000 euros]1.
Lorsque le président effectif est empêché et que sa fonction est assumée par un président suppléant, il est accordé à ce dernier une indemnité de [1 150 euros]1 par séance.
[2 L'indemnité suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.]2
[2 Les présidents reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux personnels de l'Autorité flamande.]2
Art. 4. § 1. Het mandaat van de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en van de leden duurt vier jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
In elk geval behouden de kamers van het college van beroep hun bevoegdheden tot ze opnieuw zijn samengesteld.
Het mandaat eindigt eveneens:
1° in elk geval van ontslagneming;
2° als de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen om zijn vervanging verzoekt;
3° in geval van overlijden.
Bij het vroegtijdig beëindigen van een mandaat van een voorzitter benoemt de Vlaamse Regering een vervanger die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
Bij het vroegtijdig beëindigen van een mandaat van een lid duidt de organisatie die hij vertegenwoordigt een vervanger aan die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
§ 2. Tijdens hun mandaat in één van de kamers kunnen de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en leden het personeelslid of de evaluator(en) niet bijstaan of vertegenwoordigen in de kamer waarin ze een mandaat uitoefenen.
In elk geval behouden de kamers van het college van beroep hun bevoegdheden tot ze opnieuw zijn samengesteld.
Het mandaat eindigt eveneens:
1° in elk geval van ontslagneming;
2° als de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen om zijn vervanging verzoekt;
3° in geval van overlijden.
Bij het vroegtijdig beëindigen van een mandaat van een voorzitter benoemt de Vlaamse Regering een vervanger die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
Bij het vroegtijdig beëindigen van een mandaat van een lid duidt de organisatie die hij vertegenwoordigt een vervanger aan die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
§ 2. Tijdens hun mandaat in één van de kamers kunnen de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en leden het personeelslid of de evaluator(en) niet bijstaan of vertegenwoordigen in de kamer waarin ze een mandaat uitoefenen.
Art. 4. § 1er. Le mandat des présidents effectifs et suppléants et des membres dure quatre ans. Le mandat est renouvelable.
Les chambres du collège de recours conservent en tout cas leurs compétences jusqu'à leur recomposition.
Le mandat prend également fin :
1° en chaque cas de démission;
2° lorsque l'organisation qui a désigné l'intéressé, demande son remplacement;
3° en cas de décès.
En cas de fin précoce d'un mandat de président, le Gouvernement flamand nomme un remplaçant qui achève le mandat de son prédécesseur.
En cas de fin précoce du mandat d'un membre, l'organisation qu'il représente désigne un remplaçant qui achève le mandat de son prédécesseur.
§ 2. Au cours de leur mandat dans l'une des chambres, les présidents et membres effectifs et suppléants ne peuvent pas assister ou représenter le membre du personnel ou le(s) évaluateur(s) dans la chambre où ils exercent un mandat.
Les chambres du collège de recours conservent en tout cas leurs compétences jusqu'à leur recomposition.
Le mandat prend également fin :
1° en chaque cas de démission;
2° lorsque l'organisation qui a désigné l'intéressé, demande son remplacement;
3° en cas de décès.
En cas de fin précoce d'un mandat de président, le Gouvernement flamand nomme un remplaçant qui achève le mandat de son prédécesseur.
En cas de fin précoce du mandat d'un membre, l'organisation qu'il représente désigne un remplaçant qui achève le mandat de son prédécesseur.
§ 2. Au cours de leur mandat dans l'une des chambres, les présidents et membres effectifs et suppléants ne peuvent pas assister ou représenter le membre du personnel ou le(s) évaluateur(s) dans la chambre où ils exercent un mandat.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst voor iedere kamer van het college van beroep een secretaris aan onder de ambtenaren van zijn diensten of instellingen. Elke secretaris neemt het secretariaat van een kamer van het college van beroep waar.
[1 De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.]1
[1 De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.]1
Art. 5. Le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne pour chaque chambre du collège de recours un secrétaire parmi les fonctionnaires de ses services ou établissements. Chaque secrétaire assume le secrétariat d'une chambre du collège de recours.
[1 Le secrétaire reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de 500 euros, si les séances ont lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales.]1
[1 Le secrétaire reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de 500 euros, si les séances ont lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales.]1
Art. 6. § 1. De kamers van het college van beroep zetelen rechtsgeldig zodra de voorzitter en twee leden, aangewezen door het gemeenschapsonderwijs of door de representatieve verenigingen van inrichtende machten, en twee leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties, aanwezig zijn.
§ 2. De kamers van het college van beroep beslissen bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming is geheim. De leden die zetelen namens het gemeenschapsonderwijs of de representatieve verenigingen van inrichtende machten, en de leden die zetelen namens de representatieve vakorganisaties, moeten in gelijk aantal zijn om aan de stemming deel te nemen.
In voorkomend geval wordt de pariteit hersteld door loting.
§ 3. In afwijking van § 1 en § 2 beslissen de kamers van het college van beroep op een tweede zitting, ongeacht of de vertegenwoordigers, vermeld in § 1 en § 2, al dan niet aanwezig zijn.
§ 2. De kamers van het college van beroep beslissen bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming is geheim. De leden die zetelen namens het gemeenschapsonderwijs of de representatieve verenigingen van inrichtende machten, en de leden die zetelen namens de representatieve vakorganisaties, moeten in gelijk aantal zijn om aan de stemming deel te nemen.
In voorkomend geval wordt de pariteit hersteld door loting.
§ 3. In afwijking van § 1 en § 2 beslissen de kamers van het college van beroep op een tweede zitting, ongeacht of de vertegenwoordigers, vermeld in § 1 en § 2, al dan niet aanwezig zijn.
Art. 6. § 1er. Les chambres du collège de recours siègent valablement lorsque le président et deux membres désignés par l'enseignement communautaire ou par les associations représentatives de pouvoirs organisateurs, et deux membres désignés par les organisations syndicales représentatives, sont présents.
§ 2. Les chambres du collège de recours décident à la majorité simple des voix. Le vote a lieu au scrutin secret. Les membres siégeant au nom de l'enseignement communautaire ou des associations représentatives de pouvoirs organisateurs, et les membres siégeant au nom des organisations syndicales représentatives, doivent être en nombre égal pour participer au vote.
Le cas échéant, la parité est rétablie par le sort.
§ 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, les chambres du collège de recours décident en seconde séance, que les représentants visés aux §§ 1er et 2 soient présents ou non.
§ 2. Les chambres du collège de recours décident à la majorité simple des voix. Le vote a lieu au scrutin secret. Les membres siégeant au nom de l'enseignement communautaire ou des associations représentatives de pouvoirs organisateurs, et les membres siégeant au nom des organisations syndicales représentatives, doivent être en nombre égal pour participer au vote.
Le cas échéant, la parité est rétablie par le sort.
§ 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, les chambres du collège de recours décident en seconde séance, que les représentants visés aux §§ 1er et 2 soient présents ou non.
HOOFDSTUK III. - Procedure in beroep.
CHAPITRE III. - Procédure de recours.
Art. 7. Als een evaluatie wordt uitgesproken met eindconclusie " onvoldoende ", dan kan het betrokken personeelslid hiertegen bij aangetekend schrijven beroep instellen bij de bevoegde kamer van het college van beroep, binnen de termijn, vermeld in artikel 73septiesdecies, § 5, 1°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 47septiesdecies, § 5, 1°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Het betrokken personeelslid ontvangt op zijn eenvoudig verzoek onmiddellijk een kopie van zijn evaluatiedossier.
Als het einde van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid, valt binnen de herst-, kerst-, krokus-, paas- of zomervakantie zoals die voorzien zijn in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, dan wordt die termijn opgeschort gedurende de duur van de betrokken vakantie.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt hij een kopie daarvan aan zijn evaluator(en).
Het beroep moet op straffe van nietigheid gemotiveerd zijn.
Het beroep moet de naam en het adres van de instelling of het centrum bevatten en de naam van de evaluator(en).
Als het einde van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid, valt binnen de herst-, kerst-, krokus-, paas- of zomervakantie zoals die voorzien zijn in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, dan wordt die termijn opgeschort gedurende de duur van de betrokken vakantie.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt hij een kopie daarvan aan zijn evaluator(en).
Het beroep moet op straffe van nietigheid gemotiveerd zijn.
Het beroep moet de naam en het adres van de instelling of het centrum bevatten en de naam van de evaluator(en).
Art. 7. Lorsqu'une évaluation est conclue par la mention " insuffisant ", le membre du personnel concerné peut former un recours, par lettre recommandée, auprès de la chambre compétente du collège de recours, dans le délai prévu à l'article 73septiesdecies, § 5, 1°, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 47septiesdecies, § 5, 1°, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné. Le membre du personnel concerné reçoit sur simple demande copie de son dossier d'évaluation.
Lorsque la fin du délai tel que visé à l'alinéa premier tombe dans les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval, de Pâques ou d'été telles que prévues dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental, dans l'enseignement artistique à temps partiel et dans l'enseignement de promotion sociale organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande ou dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire, le délai est suspendu pour la durée des vacances en question.
Au même moment où le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir une copie à son (ses) évaluateur(s).s
Le recours doit être motivé sous peine de nullité.
Le recours doit contenir le nom et l'adresse de l'établissement ou du centre, ainsi que le nom de l'évaluateur ou des évaluateurs.
Lorsque la fin du délai tel que visé à l'alinéa premier tombe dans les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval, de Pâques ou d'été telles que prévues dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental, dans l'enseignement artistique à temps partiel et dans l'enseignement de promotion sociale organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande ou dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire, le délai est suspendu pour la durée des vacances en question.
Au même moment où le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir une copie à son (ses) évaluateur(s).s
Le recours doit être motivé sous peine de nullité.
Le recours doit contenir le nom et l'adresse de l'établissement ou du centre, ainsi que le nom de l'évaluateur ou des évaluateurs.
Art. 8. § 1. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt, deelt de voorzitter aan de partijen de lijst mee van de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer.
Binnen tien kalenderdagen na ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en één of meer leden van de kamer. Wie een lid wil wraken, moet dat doen voor de aanvang van de beraadslaging, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn deze voorzien in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.
Als de voorzitter of een lid van een kamer van het college van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Behoudens de redenen tot wraking bedoeld in § 1, kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
§ 3. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse Regering een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Binnen tien kalenderdagen na ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en één of meer leden van de kamer. Wie een lid wil wraken, moet dat doen voor de aanvang van de beraadslaging, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn deze voorzien in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.
Als de voorzitter of een lid van een kamer van het college van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Behoudens de redenen tot wraking bedoeld in § 1, kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
§ 3. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse Regering een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Art. 8. § 1er. Dès la saisie, le président communique aux parties la liste des membres effectifs et suppléants de la chambre.
Dans les dix jours calendrier de la réception de la liste, les parties peuvent demander la récusation de président et d'un ou plusieurs membres de la chambre. La récusation doit avoir lieu avant la délibération, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les motifs de récusation sont ceux prévus à l'article 828 du Code judiciaire.
Si le président ou un membre d'une chambre du collège sait qu'il existe un motif de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. A part les motifs de récusation visées au § 1er, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
§ 3. Lorsque tant le président effectif que les présidents suppléants sont récusés, le Gouvernement flamand désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Dans les dix jours calendrier de la réception de la liste, les parties peuvent demander la récusation de président et d'un ou plusieurs membres de la chambre. La récusation doit avoir lieu avant la délibération, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les motifs de récusation sont ceux prévus à l'article 828 du Code judiciaire.
Si le président ou un membre d'une chambre du collège sait qu'il existe un motif de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. A part les motifs de récusation visées au § 1er, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
§ 3. Lorsque tant le président effectif que les présidents suppléants sont récusés, le Gouvernement flamand désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Art. 9. Bij ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk het dossier op bij de evaluator(en) van het personeelslid.
Art. 9. Dès la réception du recours, le secrétaire réclame immédiatement le dossier auprès de l'évaluateur ou des évaluateurs du membre du personnel.
Art. 10. § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van het college van beroep, die plaatsvindt binnen de dertig kalenderdagen na de ontvangst van het beroep. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, wordt de termijn verlengd tot 31 augustus.
Het personeelslid en de evaluator(en) kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
§ 2. De bevoegde kamer van het college van beroep kan ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van de evaluator(en) of op verzoek van een raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid en de evaluator(en) en/of hun raadsman.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamers van het college van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op vraag van het personeelslid of zijn raadsman verloopt de zitting achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de bevoegde kamer van het college van beroep bij verstek. Blijkt de verhindering gewettigd, dan kan het personeelslid binnen de tien kalenderdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de bevoegde kamer van het college van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist zowel bij aanwezigheid als bij afwezigheid van de betrokkene, definitief en onherroepelijk.
Het personeelslid en de evaluator(en) kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
§ 2. De bevoegde kamer van het college van beroep kan ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van de evaluator(en) of op verzoek van een raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid en de evaluator(en) en/of hun raadsman.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamers van het college van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op vraag van het personeelslid of zijn raadsman verloopt de zitting achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de bevoegde kamer van het college van beroep bij verstek. Blijkt de verhindering gewettigd, dan kan het personeelslid binnen de tien kalenderdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de bevoegde kamer van het college van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist zowel bij aanwezigheid als bij afwezigheid van de betrokkene, definitief en onherroepelijk.
Art. 10. § 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre compétente du collège de recours, qui a lieu dans les trente jours calendrier de la réception du recours. Si la fin du délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août.
Le membre du personnel et l'évaluateur ou les évaluateurs peuvent se faire assister ou représenter par un conseiller.
§ 2. La chambre compétente du collège de recours peut entendre des témoins d'office ou à la demande du membre du personnel ou de l'évaluateur ou des évaluateurs, ou à la demande d'un conseiller. En ce cas, les témoins sont entendus en présence du membre du personnel et de l'évaluateur ou des évaluateurs et/ou de leur conseiller.
Le témoin convoqué peut s'opposer à être entendu en public.
§ 3. Les séances des chambres du collège de recours sont publiques à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseiller, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a été dûment convoqué mais ne se présente pas ou n'est pas représenté, la chambre compétente du collège de recours décide par défaut. Si l'empêchement s'avère justifié, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcé, dans les dix jours calendrier de la notification de la décision par lettre recommandée. En ce cas, la chambre compétente du collège de recours peut être convoquée de nouveau, et décide définitivement et irrévocablement tant en la présence qu'en l'absence de l'intéressé.
Le membre du personnel et l'évaluateur ou les évaluateurs peuvent se faire assister ou représenter par un conseiller.
§ 2. La chambre compétente du collège de recours peut entendre des témoins d'office ou à la demande du membre du personnel ou de l'évaluateur ou des évaluateurs, ou à la demande d'un conseiller. En ce cas, les témoins sont entendus en présence du membre du personnel et de l'évaluateur ou des évaluateurs et/ou de leur conseiller.
Le témoin convoqué peut s'opposer à être entendu en public.
§ 3. Les séances des chambres du collège de recours sont publiques à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseiller, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a été dûment convoqué mais ne se présente pas ou n'est pas représenté, la chambre compétente du collège de recours décide par défaut. Si l'empêchement s'avère justifié, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcé, dans les dix jours calendrier de la notification de la décision par lettre recommandée. En ce cas, la chambre compétente du collège de recours peut être convoquée de nouveau, et décide définitivement et irrévocablement tant en la présence qu'en l'absence de l'intéressé.
Art. 11. De beslissing van de bevoegde kamer van het college van beroep wordt met een aangetekende brief aan de partijen meegedeeld binnen tien kalenderdagen na de vergadering waarin de beslissing werd genomen. De beslissing wordt met redenen omkleed. De beslissing is bindend voor beide partijen.
Art. 11. La décision de la chambre compétente du collège de recours est notifiée aux parties par lettre recommandée dans les dix jours calendrier de la séance où la décision fut prise. La décision est motivée. La décision est contraignante pour les deux parties.
Art. 12. De werkingskosten van het college van beroep komen ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
De zetel van het college van beroep is gevestigd in Brussel.
De zetel van het college van beroep is gevestigd in Brussel.
Art. 12. Les frais de fonctionnement du collège de recours sont à charge du budget de la Communauté flamande.
Le siège du collège de recours est établi à Bruxelles.
Le siège du collège de recours est établi à Bruxelles.
Art. 13. De kamers van het college van beroep maken hun eigen werkingsreglement op.
Art. 13. Les chambres du collège de recours établissent leur règlement de fonctionnement.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 janvier 2008.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.