Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 SEPTEMBER 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
Titre
4 SEPTEMBRE 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la concordance individuelle au cours 'podiumtechniek' (technique de la scène) dans l'orientation 'podiumtechnieken' du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (35)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs
CHAPITRE Ier. - Concordance individuelle au cours 'podiumtechniek' (technique de la scène) dans l'orientation 'Podiumtechnieken' du troisième degré de l'enseignement secondaire technique
Artikel 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.
Article 1er. Le présent chapitre est applicable aux membres du personnel, visés à l'article 2 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, et à l'article 4 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves.
Art. 2. Een individuele concordantie als vermeld in artikel 56quater, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, kan op 1 september 2009 toegekend worden aan de personeelsleden van het voltijds secundair onderwijs die in het ambt van leraar voor 1 september 2009 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd zijn in een vak in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs en daarbij op vakinhoudelijk gebied podiumtechniek gaven, zij het onder een andere administratieve vakbenaming.
Art. 2. Une concordance individuelle, telle que visée à l'article 56quater, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 74quinquies, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, peut être attribuée le 1er septembre 2009 aux membres du personnel de l'enseignement secondaire à temps plein qui sont désignés temporairement ou nommés à titre définitif dans la fonction d'enseignant avant le 1er septembre 2009 dans un cours de l'orientation 'podiumtechnieken' du troisième degré de l'enseignement secondaire technique et dispensaient des contenus didactiques 'podiumtechniek', mais sous une autre dénomination.
Art. 3. Bij de toekenning van de individuele concordantie aan de personeelsleden, vermeld in artikel 2, geldt, uitgaand van het vak waarin het personeelslid aangesteld was, vermeld in artikel 2, hierna het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken te noemen, voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek het volgende :
1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, indien van toepassing, voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als kandidaatstelling voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
2° de diensten, gepresteerd in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, tellen mee als gepresteerde diensten in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
3° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als kandidaatstelling voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
4° het recht op een aanstelling van doorlopende duur voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
5° een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
6° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op een vaste benoeming in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken worden geacht te zijn gebeurd in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
7° wie vastbenoemd is in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is vastbenoemd voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
8° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op mutatie, indien van toepassing, in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken worden geacht te zijn gebeurd in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
9° wie ter beschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
10° wie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
11° een conformiteitsattest voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, uitgereikt ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie, geldt voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
12° nuttige ervaring die erkend is voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, indien van toepassing, voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als kandidaatstelling voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
2° de diensten, gepresteerd in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, tellen mee als gepresteerde diensten in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
3° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als kandidaatstelling voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
4° het recht op een aanstelling van doorlopende duur voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
5° een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt als tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
6° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op een vaste benoeming in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken worden geacht te zijn gebeurd in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
7° wie vastbenoemd is in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is vastbenoemd voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
8° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op mutatie, indien van toepassing, in het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken worden geacht te zijn gebeurd in het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
9° wie ter beschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
10° wie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
11° een conformiteitsattest voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken, uitgereikt ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie, geldt voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek;
12° nuttige ervaring die erkend is voor het bestaande vak in de studierichting podiumtechnieken geldt voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
Art. 3. Lors de l'attribution de la concordance individuelle aux membres du personnel, visés à l'article 2, s'appliquent, à partir du cours auquel était désigné le membre du personnel, visé à l'article 2, dénommé ci-après le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', les dispositions suivantes au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek' :
1° le dépôt de candidature à une désignation temporaire, si applicable, pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme dépôt de candidature au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
2° les services prestés dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont automatiquement pris en compte comme services rendus dans le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
3° le dépôt de candidature à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme dépôt de candidature au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
4° le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
5° une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme désignation temporaire à durée ininterrompue au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
6° la déclaration de vacance d'emploi et le dépôt de candidature en vue d'une nomination définitive dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont censés être faits pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
7° celui qui est nommé à titre définitif dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est nommé à titre définitif au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
8° la déclaration de vacance d'emploi et le dépôt de candidature en vue d'une mutation, si applicable, dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont censés être faits pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
9° celui qui était mis en disponibilité par défaut d'emploi pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est mis en disponibilité par défaut d'emploi pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
10° celui qui était réaffecté ou remis au travail pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est réaffecté ou remis au travail au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
11° une attestation de conformité pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', délivrée en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 relatif à la transposition de la Directive européenne 2005/36 pour des fonctions de recrutement dans l'enseignement et pour certaines fonctions dans l'éducation de base, vaut pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
12° l'expérience utile reconnue pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
1° le dépôt de candidature à une désignation temporaire, si applicable, pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme dépôt de candidature au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
2° les services prestés dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont automatiquement pris en compte comme services rendus dans le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
3° le dépôt de candidature à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme dépôt de candidature au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
4° le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
5° une désignation temporaire à durée ininterrompue dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut comme désignation temporaire à durée ininterrompue au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
6° la déclaration de vacance d'emploi et le dépôt de candidature en vue d'une nomination définitive dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont censés être faits pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
7° celui qui est nommé à titre définitif dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est nommé à titre définitif au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
8° la déclaration de vacance d'emploi et le dépôt de candidature en vue d'une mutation, si applicable, dans le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', sont censés être faits pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
9° celui qui était mis en disponibilité par défaut d'emploi pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est mis en disponibilité par défaut d'emploi pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
10° celui qui était réaffecté ou remis au travail pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', est réaffecté ou remis au travail au cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
11° une attestation de conformité pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', délivrée en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 relatif à la transposition de la Directive européenne 2005/36 pour des fonctions de recrutement dans l'enseignement et pour certaines fonctions dans l'éducation de base, vaut pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek';
12° l'expérience utile reconnue pour le cours existant de l'orientation 'podiumtechnieken', vaut pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
Art. 4. Het ondertekende individuele concordantieformulier, vermeld in artikel 56quater, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, moet uiterlijk op 15 september 2009 ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten.
Het formulier vermeldt ten minste de benaming en de vakrubricering van het vak vanwaaruit het personeelslid de individuele concordantie krijgt, en of de concordantie geldt voor het vak podiumtechniek als technisch vak, als praktisch vak, of beide.
Het formulier vermeldt ten minste de benaming en de vakrubricering van het vak vanwaaruit het personeelslid de individuele concordantie krijgt, en of de concordantie geldt voor het vak podiumtechniek als technisch vak, als praktisch vak, of beide.
Art. 4. Le formulaire signé de concordance individuelle, visé à l'article 56quater, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 74quinquies, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, doit être déposé, le 15 septembre 2009 au plus tard, à l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' (Agence de Services d'Enseignement).
Le formulaire mentionne au moins la dénomination et la classification du cours à partir duquel le membre du personnel obtient sa concordance individuelle, et si la concordance vaut pour le cours 'podiumtechniek' comme cours technique, comme cours pratique ou les deux.
Le formulaire mentionne au moins la dénomination et la classification du cours à partir duquel le membre du personnel obtient sa concordance individuelle, et si la concordance vaut pour le cours 'podiumtechniek' comme cours technique, comme cours pratique ou les deux.
Art. 5. § 1. Als het personeelslid en de inrichtende macht niet tot een akkoord komen, kan het personeelslid het bezwaarschrift, vermeld in artikel 56quater, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, uiterlijk tien kalenderdagen nadat de beslissing hem werd meegedeeld, indienen bij de Commissie Bezwaarschriften.
In haar beslissing vermeldt de inrichtende macht deze beroepsmogelijkheid en -modaliteiten.
Als de inrichtende macht nagelaten heeft een beslissing te nemen, kan het personeelslid een gemotiveerd bezwaarschrift indienen tot uiterlijk 5 oktober 2009.
§ 2. De Commissie Bezwaarschriften bestaat uit de administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten of zijn afgevaardigde en de inspecteur, aangeduid door de inspecteur-generaal of zijn gemandateerde. De Commissie Bezwaarschriften beslist uiterlijk op 30 november 2009.
In haar beslissing vermeldt de inrichtende macht deze beroepsmogelijkheid en -modaliteiten.
Als de inrichtende macht nagelaten heeft een beslissing te nemen, kan het personeelslid een gemotiveerd bezwaarschrift indienen tot uiterlijk 5 oktober 2009.
§ 2. De Commissie Bezwaarschriften bestaat uit de administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten of zijn afgevaardigde en de inspecteur, aangeduid door de inspecteur-generaal of zijn gemandateerde. De Commissie Bezwaarschriften beslist uiterlijk op 30 november 2009.
Art. 5. § 1. Si le membre du personnel et le pouvoir organisateur ne parviennent pas à un accord, le membre du personnel peut déposer, au plus tard dix jours calendaires après communication de la décision, la réclamation visée à l'article 56quater, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 74quinquies, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, auprès de la Commission des Réclamations.
Le pouvoir organisateur mentionne cette possibilité et les modalités de recours dans sa décision.
Si le pouvoir organisateur a omis de prendre une décision, le membre du personnel peut déposer une réclamation motivée le 5 octobre 2009 au plus tard.
§ 2. La Commission des Réclamations se compose de l'administrateur général de 'l'Agentschap voor Onderwijsdiensten' ou son délégué et de l'inspecteur, désigné par l'inspecteur général ou son mandaté. La Commission des Réclamations décide le 30 novembre 2009 au plus tard.
Le pouvoir organisateur mentionne cette possibilité et les modalités de recours dans sa décision.
Si le pouvoir organisateur a omis de prendre une décision, le membre du personnel peut déposer une réclamation motivée le 5 octobre 2009 au plus tard.
§ 2. La Commission des Réclamations se compose de l'administrateur général de 'l'Agentschap voor Onderwijsdiensten' ou son délégué et de l'inspecteur, désigné par l'inspecteur général ou son mandaté. La Commission des Réclamations décide le 30 novembre 2009 au plus tard.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs
CHAPITRE II. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial
Art. 6. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 januari 2009, wordt het gedachtestreepje " maatschappelijke veiligheid " geschrapt.
Art. 6. A l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 janvier 2009, le tiret " securité sociale " est supprimé.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
CHAPITRE III. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Art. 7. In artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 25 januari 1995 en 31 augustus 1999, worden de woorden " , voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs " vervangen door de woorden " en voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ".
Art. 7. A l'article 1er, premier alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 25 janvier 1995 et 31 août 1999, les mots " , d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel " sont remplacés par les mots " et d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ".
Art. 8. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 28 november 2003 en 9 november 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1bis worden de woorden " afgekort OE " vervangen door de woorden " of per gevolgd onderwijsvak ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen de woorden " in dezelfde graad " en de woorden " kunnen onderwezen worden " de woorden " of, in voorkomend geval, in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde " ingevoegd;
3° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor vakken die gegeven worden in de vierde graad BSO of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde, en waarvoor daar geen bekwaamheidsbewijs is voorzien, dient het personeelslid in het bezit te zijn van een van de bekwaamheidsbewijzen die voor hetzelfde vak voorzien zijn in de derde graad BSO. "
1° in paragraaf 1bis worden de woorden " afgekort OE " vervangen door de woorden " of per gevolgd onderwijsvak ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen de woorden " in dezelfde graad " en de woorden " kunnen onderwezen worden " de woorden " of, in voorkomend geval, in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde " ingevoegd;
3° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor vakken die gegeven worden in de vierde graad BSO of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde, en waarvoor daar geen bekwaamheidsbewijs is voorzien, dient het personeelslid in het bezit te zijn van een van de bekwaamheidsbewijzen die voor hetzelfde vak voorzien zijn in de derde graad BSO. "
Art. 8. A l'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 28 novembre 2003 et 9 novembre 2007 sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1bis, les mots " en abrégé UF " sont remplacés par les mots " ou par par cours suivi ";
2° au paragraphe 2, premier alinéa, les mots " ou, le cas échéant, à la formation HBO 5 de nursing " sont insérés entre les mots " à un des cours " " et les mots " pouvant être enseignés au même degré ";
3° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Pour les cours dispensés dans le quatrième degré ESP ou dans la formation HBO 5 de nursing, qui ne requièrent aucun titre dans les degrés où ils sont donnés, le membre du personnel doit être en possession d'un des titres requis pour le même cours dans le troisième degré ESP. "
1° au paragraphe 1bis, les mots " en abrégé UF " sont remplacés par les mots " ou par par cours suivi ";
2° au paragraphe 2, premier alinéa, les mots " ou, le cas échéant, à la formation HBO 5 de nursing " sont insérés entre les mots " à un des cours " " et les mots " pouvant être enseignés au même degré ";
3° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Pour les cours dispensés dans le quatrième degré ESP ou dans la formation HBO 5 de nursing, qui ne requièrent aucun titre dans les degrés où ils sont donnés, le membre du personnel doit être en possession d'un des titres requis pour le même cours dans le troisième degré ESP. "
Art. 9. Aan artikel 11, paragraaf 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 28 november 2003 en 9 november 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De personeelsleden, die belast zijn met de vakken, vermeld in artikel 10, § 3, tweede lid, worden bezoldigd op basis van de salarisschalen, toegekend in de derde graad BSO. Ze worden geacht in het bezit te zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs, naargelang zij voor het onderwijs van die vakken in de derde graad BSO beschikken over een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs. "
" De personeelsleden, die belast zijn met de vakken, vermeld in artikel 10, § 3, tweede lid, worden bezoldigd op basis van de salarisschalen, toegekend in de derde graad BSO. Ze worden geacht in het bezit te zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs, naargelang zij voor het onderwijs van die vakken in de derde graad BSO beschikken over een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs. "
Art. 9. A l'article 11, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 31 août 1999, 28 novembre 2003 et 9 novembre 2007, il est ajouté un alinéa deux, ainsi rédigé :
" Les membres du personnel chargés des cours, visés à l'article 10, § 3, deuxième alinéa, sont rémunérés sur la base des échelles de traitement attribuées dans le troisième degré ESP. Ils sont censés être en possession d'un titre requis, jugé suffisant ou autre, selon qu'ils sont porteurs d'un titre requis, jugé suffisant ou autre pour l'enseignement de ces cours dans le troisième degré ESP. "
" Les membres du personnel chargés des cours, visés à l'article 10, § 3, deuxième alinéa, sont rémunérés sur la base des échelles de traitement attribuées dans le troisième degré ESP. Ils sont censés être en possession d'un titre requis, jugé suffisant ou autre, selon qu'ils sont porteurs d'un titre requis, jugé suffisant ou autre pour l'enseignement de ces cours dans le troisième degré ESP. "
Art. 10. In artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° worden de woorden " een halve lesopdracht in de derde graad, of de vierde graad, of de derde en de vierde graad " vervangen door de woorden " een halve lesopdracht in de derde graad en/of in de vierde graad en/of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
2° in punt 4° worden tussen de woorden " wat de vierde graad " en " betreft " de woorden " en de HBO 5 -opleiding verpleegkunde " ingevoegd.
1° in punt 2° worden de woorden " een halve lesopdracht in de derde graad, of de vierde graad, of de derde en de vierde graad " vervangen door de woorden " een halve lesopdracht in de derde graad en/of in de vierde graad en/of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
2° in punt 4° worden tussen de woorden " wat de vierde graad " en " betreft " de woorden " en de HBO 5 -opleiding verpleegkunde " ingevoegd.
Art. 10. A l'article 12, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 2°, les mots " une demi-charge au troisième degré ou au quatrième degré ou aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " une demi-charge d'enseignement au troisième degré et/ou quatrième degré et/ou dans la formation HBO 5 de nursing ";
2° au point 4°, les mots " et la formation HBO 5 de nursing " sont ajoutés après les mots " le troisième degré de l'enseignement secondaire ".
1° au point 2°, les mots " une demi-charge au troisième degré ou au quatrième degré ou aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " une demi-charge d'enseignement au troisième degré et/ou quatrième degré et/ou dans la formation HBO 5 de nursing ";
2° au point 4°, les mots " et la formation HBO 5 de nursing " sont ajoutés après les mots " le troisième degré de l'enseignement secondaire ".
Art. 11. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 juli 1996 en 14 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt a), tweede streepje, worden de woorden " indien minstens een halve opdracht wordt uitgeoefend in de derde graad, of in de vierde graad, of in de derde en vierde graad " vervangen door de woorden " indien minstens een halve opdracht wordt uitgeoefend in de derde graad en/of in de vierde graad en/of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
2° in punt a), derde streepje, worden de woorden " in de derde en vierde graad " vervangen door de woorden " in de derde graad, de vierde graad en de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
3° in punt b) worden de punten 2° en 3° vervangen door wat volgt :
" 2° 29 in de tweede, derde en vierde graad en in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ".
1° in punt a), tweede streepje, worden de woorden " indien minstens een halve opdracht wordt uitgeoefend in de derde graad, of in de vierde graad, of in de derde en vierde graad " vervangen door de woorden " indien minstens een halve opdracht wordt uitgeoefend in de derde graad en/of in de vierde graad en/of in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
2° in punt a), derde streepje, worden de woorden " in de derde en vierde graad " vervangen door de woorden " in de derde graad, de vierde graad en de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ";
3° in punt b) worden de punten 2° en 3° vervangen door wat volgt :
" 2° 29 in de tweede, derde en vierde graad en in de HBO 5 -opleiding verpleegkunde ".
Art. 11. A l'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 juillet 1996 et 14 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point a), deuxième tiret, les mots " si une demi-charge au moins est exercée au troisième degré, ou au quatrième degré ou aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " si une demi-charge au moins est exercée au troisième degré et/ou quatrième degré et/ou dans la formation HBO 5 de nursing ";
2° au point a), troisième tiret, les mots " aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " dans le troisième degré, le quatrième degré et la formation HBO 5 de nursing ";
3° au point b), les points 2° et 3° sont remplacés par la disposition suivante :
" 2° à 29 dans les deuxième, troisième et quatrième degrés et dans la formation HBO 5 de nursing ".
1° au point a), deuxième tiret, les mots " si une demi-charge au moins est exercée au troisième degré, ou au quatrième degré ou aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " si une demi-charge au moins est exercée au troisième degré et/ou quatrième degré et/ou dans la formation HBO 5 de nursing ";
2° au point a), troisième tiret, les mots " aux troisième et quatrième degrés " sont remplacés par les mots " dans le troisième degré, le quatrième degré et la formation HBO 5 de nursing ";
3° au point b), les points 2° et 3° sont remplacés par la disposition suivante :
" 2° à 29 dans les deuxième, troisième et quatrième degrés et dans la formation HBO 5 de nursing ".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16sexiesdecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16sexiesdecies. De overgangsbepalingen die volgens artikel 16 tot en met 16quinquiesdecies gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
" Art. 16sexiesdecies. De overgangsbepalingen die volgens artikel 16 tot en met 16quinquiesdecies gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16sexiesdecies, rédigé comme suit :
" Art. 16sexiesdecies. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 16 à 16quinquiesdecies, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
" Art. 16sexiesdecies. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 16 à 16quinquiesdecies, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16septiesdecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16septiesdecies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die met toepassing van hoofdstuk I van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars,
een individuele concordantie hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2009 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak vanwaaruit ze een individuele concordantie hebben gekregen, en die vanaf 1 september 2009 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2009 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het vak vanwaaruit ze een individuele concordantie hebben gekregen, en die vanaf 1 september 2009 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2009, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° voor de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijven deze overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° voor de tijdelijke personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijven deze overgangsmaatregelen gelden zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden niet als een onderbreking beschouwd :
1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
" Art. 16septiesdecies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die met toepassing van hoofdstuk I van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars,
een individuele concordantie hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2009 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak vanwaaruit ze een individuele concordantie hebben gekregen, en die vanaf 1 september 2009 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2009 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het vak vanwaaruit ze een individuele concordantie hebben gekregen, en die vanaf 1 september 2009 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak podiumtechniek.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2009, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° voor de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijven deze overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° voor de tijdelijke personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijven deze overgangsmaatregelen gelden zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden niet als een onderbreking beschouwd :
1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
Art. 13. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16septiesdecies, rédigé comme suit :
" Art. 16septiesdecies. § 1. Des mesures transitoires sont attribuées aux membres du personnel qui, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 04 septembre 2009 relatif à la concordance individuelle au cours 'podiumtechniek' (technique de la scène) dans l'orientation 'podiumtechnieken' du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion,
ont une concordance individuelle pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2009, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours à partir duquel ils ont obtenu une concordance individuelle, et qui, à compter du 1er septembre 2009, ne sont pas porteurs d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek', sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2009, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours à partir duquel ils ont obtenu une concordance individuelle, et qui, à compter du 1er septembre 2009, ne sont pas porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek', sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2009, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils restent engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires, visés au § 1er, aussi longtemps qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. "
" Art. 16septiesdecies. § 1. Des mesures transitoires sont attribuées aux membres du personnel qui, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 04 septembre 2009 relatif à la concordance individuelle au cours 'podiumtechniek' (technique de la scène) dans l'orientation 'podiumtechnieken' du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant les cours généraux, les cours artistiques, les cours techniques et les cours pratiques dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein et dans les établissements d'enseignement secondaire à temps plein qui fonctionnent comme centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, à l'exception des établissements d'enseignement secondaire spécial, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion,
ont une concordance individuelle pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2009, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours à partir duquel ils ont obtenu une concordance individuelle, et qui, à compter du 1er septembre 2009, ne sont pas porteurs d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek', sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2009, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours à partir duquel ils ont obtenu une concordance individuelle, et qui, à compter du 1er septembre 2009, ne sont pas porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek', sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique 'podiumtechniek'.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2009, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils restent engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires, visés au § 1er, aussi longtemps qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. "
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17quinquiesdecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17quinquiesdecies. De overgangsbepalingen die volgens artikel 17 tot en met 17quaterdecies gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
" Art. 17quinquiesdecies. De overgangsbepalingen die volgens artikel 17 tot en met 17quaterdecies gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
Art. 14. Dans le même arrêté, il est inséré un article 17quinquiesdecies, rédigé comme suit :
" Art. 17quinquiesdecies. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 17 à 17quaterdecies, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
" Art. 17quinquiesdecies. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 17 à 17quaterdecies, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
Art. 15. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2009, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, die voorafgegaan worden door de code 1 en die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008.
" Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2009, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, die voorafgegaan worden door de code 1 en die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008.
Art. 15. L'article 21bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexe Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2009, à l'exception des titres, visés à l'annexe Ire au présent arrêté, précédés du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2008.
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement, mentionnés à l'annexe Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2009, à l'exception des titres, visés à l'annexe Ire au présent arrêté, précédés du code 1, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2008.
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt bijlage I, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, vervangen door bijlage I, die als bijlage I bij dit besluit is gevoegd.
Art. 16. Dans le même arrêté, l'annexe Ire, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, est remplacée par l'annexe Ire, jointe comme annexe 1re au présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
CHAPITRE IV. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion
Art. 17. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 en 9 juli 1996, worden de woorden " ,deeltijds beroepssecundair onderwijs en deeltijds secundair zeevisserijonderwijs " vervangen door de woorden " en deeltijds beroepssecundair onderwijs ".
Art. 17. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1991 et 9 juillet 1996, les mots " d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel " sont remplacés par les mots " et d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ".
Art. 18. In artikel 10, § 2, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " de 2e en de 3e graad " vervangen door de woorden " de 2e, 3e en 4e graad ".
Art. 18. Dans l'article 10, § 2, 2°, du même arrêté, les mots " des 2ième et 3ième degrés " sont remplacés par les mots " des 2e, 3e et 4e degrés ".
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt in artikel 10bis, § 3, 2°, de zinsnede die begint met de woorden " de vakantieperioden, " en eindigt met de woorden " twee kalenderjaren. " vervangen door wat volgt :
" 1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
" 1° de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
Art. 19. Dans l'article 10bis, § 3, 2°, du même arrêté, le membre de phrase qui commence par les mots " les périodes de vacances " et finit par les mots " deux années calendrier. " est remplacé par ce qui suit :
" 1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. "
" 1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. "
Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 10ter. De overgangsbepalingen die volgens artikel 10 en 10bis gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
" Art. 10ter. De overgangsbepalingen die volgens artikel 10 en 10bis gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
Art. 20. Dans le même arrêté, il est inséré un article 10ter, rédigé comme suit :
" Art. 10ter. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 10 et 10bis, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
" Art. 10ter. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 10 et 10bis, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
Art. 21. In artikel 11, § 4, van hetzelfde besluit worden de woorden " in de tweede en in de derde graad " vervangen door de woorden " in de tweede, derde en vierde graad ".
Art. 21. Dans l'article 11, § 4, du même arrêté, les mots " dans le deuxième et troisième degré " sont remplacés par les mots " dans les deuxième, troisième et quatrième degrés ".
Art. 22. In hetzelfde besluit wordt een artikel 11ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 11ter. De overgangsbepalingen die volgens artikel 11 en 11bis gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
" Art. 11ter. De overgangsbepalingen die volgens artikel 11 en 11bis gelden voor de vierde graad, gelden ook voor de HBO 5 -opleiding verpleegkunde. "
Art. 22. Dans le même arrêté est inséré un article 11ter, rédigé comme suit :
" Art. 11ter. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 11 et 11bis, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
" Art. 11ter. Les dispositions transitoires qui s'appliquent au quatrième degré selon les articles 11 et 11bis, sont également d'application à la formation HBO 5 de nursing. "
Art. 23. Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 16bis. De bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2009. "
" Art. 16bis. De bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen, vermeld in bijlage I bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2009. "
Art. 23. L'article 16bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2002 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16bis. Les titres et échelles de traitement, visés à l'annexe Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2009. " .
" Art. 16bis. Les titres et échelles de traitement, visés à l'annexe Ire au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2009. " .
Art. 24. In artikel 16ter, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° a) wordt vervangen door wat volgt :
" a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent/Instituut voor volwassenenvorming de Avondschool - 9000 Gent; ";
2° b) wordt vervangen door wat volgt :
" b) - Sint-Lucas - hogere leergangen - 1030 Schaarbeek;
- CVO Lethas - 1083 Ganshoren : voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2008; ";
3° in punt c) worden de woorden " Vilderstraat 28 " geschrapt.
1° a) wordt vervangen door wat volgt :
" a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent/Instituut voor volwassenenvorming de Avondschool - 9000 Gent; ";
2° b) wordt vervangen door wat volgt :
" b) - Sint-Lucas - hogere leergangen - 1030 Schaarbeek;
- CVO Lethas - 1083 Ganshoren : voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid, uitgereikt vanaf 1 september 2008; ";
3° in punt c) worden de woorden " Vilderstraat 28 " geschrapt.
Art. 24. A l'article 16ter, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point a) est remplacé par la disposition suivante :
" a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent/Instituut voor volwassenenvorming de Avondschool - 9000 Gent; ";
2° le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) - Sint-Lucas - hogere leergangen - 1030 Schaarbeek;
- CVO Lethas - 1083 Ganshoren : pour des certificats d'aptitudes pédagogiques, délivrés à compter du 1er septembre 2008; ";
3° au point c), les mots " Vilderstraat 28 " sont supprimés.
1° le point a) est remplacé par la disposition suivante :
" a) Centrum voor volwassenenonderwijs - Instituut voor volwassenenvorming van het Gemeenschapsonderwijs Gent/Instituut voor volwassenenvorming de Avondschool - 9000 Gent; ";
2° le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) - Sint-Lucas - hogere leergangen - 1030 Schaarbeek;
- CVO Lethas - 1083 Ganshoren : pour des certificats d'aptitudes pédagogiques, délivrés à compter du 1er septembre 2008; ";
3° au point c), les mots " Vilderstraat 28 " sont supprimés.
Art. 25. In hetzelfde besluit wordt bijlage I, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, vervangen door bijlage I, die als bijlage II bij dit besluit is gevoegd.
Art. 25. Dans le même arrêté, l'annexe Ire, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, est remplacée par l'annexe Ire, jointe comme annexe II au présent arrêté.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Art. 26. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.
Artikel 18 en 21 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1996;
Artikel 24, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2004;
Artikel 24, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008;
Artikel 18 en 21 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1996;
Artikel 24, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2004;
Artikel 24, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008;
Art. 26. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2009.
Les articles 18 et 21 produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
L'article 24, 1°, produit ses effets le 1er septembre 2004;
L'article 24, 2°, produit ses effets le 1er septembre 2008;
Les articles 18 et 21 produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
L'article 24, 1°, produit ses effets le 1er septembre 2004;
L'article 24, 2°, produit ses effets le 1er septembre 2008;
Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Art. 27. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 4 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Bruxelles, le 4 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I.
Bijlage I. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair onderwijs
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-12-2009, p. 75317-76054)
Bijlage I. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair onderwijs
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-12-2009, p. 75317-76054)
Art. N. (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)
Art. N2. Bijlage II.
Bijlage I. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor de leermeesters godsdienst en voor de godsdienstleraars
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-12-2009, p. 76055-76072)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bijlage I. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor de leermeesters godsdienst en voor de godsdienstleraars
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-12-2009, p. 76055-76072)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de individuele concordantie naar het vak podiumtechniek in de studierichting podiumtechnieken van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
-