Artikel 1. Aan artikel 8, § 7, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst ", ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° project kunstvakken. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 SEPTEMBER 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
Titre
4 SEPTEMBRE 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative aux titres des membres du personnel des établissements d'enseignement artistique à temps partiel et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (16)
Texte (14)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst "
CHAPITRE Ier. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Arts plastiques "
Article 1er. A l'article 8, § 7, deuxième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Arts plastiques ", inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007, il est ajouté un point 6°, ainsi rédigé :
" 6° project kunstvakken (projet cours artistiques). "
" 6° project kunstvakken (projet cours artistiques). "
Art. 2. De bijlage beeldende kunst bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008, wordt vervangen door de bijlage beeldende kunst, die als bijlage I bij dit besluit gevoegd is.
Art. 2. L'annexe " Arts plastiques " au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008, est remplacée par l'annexe " Arts plastiques " jointe comme annexe 1re au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans "
CHAPITRE II. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse "
Art. 3. Aan artikel 8, § 9, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans ", ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° project kunstvakken. "
" 6° project kunstvakken. "
Art. 3. A l'article 8, § 9, deuxième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientation " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse ", inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007, il est ajouté un point 6°, ainsi rédigé :
" 6° project kunstvakken (projet cours artistiques). "
" 6° project kunstvakken (projet cours artistiques). "
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 15quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 15quinquies. § 1. Het personeelslid dat in een instelling voor deeltijds kunstonderwijs in de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 aangesteld was in een erkend tijdelijk project volksmuziek en dat op basis van de voor het tijdelijke project geldende voorwaarden een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs had en geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs meer bezit bij de toepassing van dit besluit, wordt voor de rechtspositie en de bezoldiging bij overgangsmaatregel beschouwd een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs te hebben. Die overgangsregeling geldt voor het ambt van leraar in het vak en de specialiteit waarvoor het personeelslid aangesteld was in het schooljaar 2008-2009.
§ 2. Voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, blijft de overgangsregeling gelden zolang hij als vastbenoemd personeelslid in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, of als tijdelijk personeelslid ononderbroken in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
1°de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking voor een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.
§ 3. Voor de personeelsleden die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, zijn de bepalingen van artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur niet van toepassing op de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen. "
" Art. 15quinquies. § 1. Het personeelslid dat in een instelling voor deeltijds kunstonderwijs in de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 aangesteld was in een erkend tijdelijk project volksmuziek en dat op basis van de voor het tijdelijke project geldende voorwaarden een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs had en geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs meer bezit bij de toepassing van dit besluit, wordt voor de rechtspositie en de bezoldiging bij overgangsmaatregel beschouwd een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs te hebben. Die overgangsregeling geldt voor het ambt van leraar in het vak en de specialiteit waarvoor het personeelslid aangesteld was in het schooljaar 2008-2009.
§ 2. Voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, blijft de overgangsregeling gelden zolang hij als vastbenoemd personeelslid in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, of als tijdelijk personeelslid ononderbroken in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
1°de vakantieperioden;
2° de loopbaanonderbreking;
3° de militaire dienst;
4° de perioden van wederoproeping;
5° de ziekte- en bevallingsverloven;
6° de onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking voor een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.
§ 3. Voor de personeelsleden die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, zijn de bepalingen van artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur niet van toepassing op de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen. "
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un article 15quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 15quinquies. § 1er. Le membre du personnel désigné dans un établissement d'enseignement artistique à temps partiel dans les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 pour un projet temporaire musique folklorique, qui était porteur d'un titre jugé suffisant sur la base des conditions applicables au projet temporaire et qui n'est plus porteur d'un titre requis ou jugé suffisant par application du présent arrêté, est considéré, quant à son statut et sa rémunération, par mesure transitoire, comme porteur d'un titre jugé suffisant. Ce régime transitoire s'applique à la fonction d'enseignant, pour le cours et la spécialité dont le membre du personnel était chargé pendant l'année scolaire 2008-2009.
§ 2. Pour le membre du personnel, visé au paragraphe 1er, le régime transitoire reste d'application aussi longtemps qu'il reste en service dans l'enseignement comme membre du personnel nommé à titre définitif, l'enseignement académique excepté, ou qu'il reste en service de façon continue dans l'enseignement, comme membre du personnel temporaire, l'enseignement académique excepté, et est financé ou subventionné par la Communauté flamande.
Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum.
§ 3. Pour les membres du personnel qui relèvent de l'application du § 1er, les dispositions de l'article 9 de l'arrêté royal du 10 mars 1965 portant statut pécuniaire du personnel des cours à horaire réduit relevant du Ministère de l'Education nationale et de la Culture, ne sont pas applicables aux titres et aux échelles de traitement. "
" Art. 15quinquies. § 1er. Le membre du personnel désigné dans un établissement d'enseignement artistique à temps partiel dans les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 pour un projet temporaire musique folklorique, qui était porteur d'un titre jugé suffisant sur la base des conditions applicables au projet temporaire et qui n'est plus porteur d'un titre requis ou jugé suffisant par application du présent arrêté, est considéré, quant à son statut et sa rémunération, par mesure transitoire, comme porteur d'un titre jugé suffisant. Ce régime transitoire s'applique à la fonction d'enseignant, pour le cours et la spécialité dont le membre du personnel était chargé pendant l'année scolaire 2008-2009.
§ 2. Pour le membre du personnel, visé au paragraphe 1er, le régime transitoire reste d'application aussi longtemps qu'il reste en service dans l'enseignement comme membre du personnel nommé à titre définitif, l'enseignement académique excepté, ou qu'il reste en service de façon continue dans l'enseignement, comme membre du personnel temporaire, l'enseignement académique excepté, et est financé ou subventionné par la Communauté flamande.
Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires;
2° l'interruption de carrière;
3° le service militaire;
4° les périodes de rappel sous les armes;
5° les congés de maladie et de maternité;
6° les congés parentaux non rémunérés;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum.
§ 3. Pour les membres du personnel qui relèvent de l'application du § 1er, les dispositions de l'article 9 de l'arrêté royal du 10 mars 1965 portant statut pécuniaire du personnel des cours à horaire réduit relevant du Ministère de l'Education nationale et de la Culture, ne sont pas applicables aux titres et aux échelles de traitement. "
Art. 5. De bijlage muziek, woordkunst en dans bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008, wordt vervangen door de bijlage muziek, woordkunst en dans, die als bijlage II bij dit besluit gevoegd is.
Art. 5. L'annexe " Muziek, woordkunst en dans " au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008, est remplacée par l'annexe " Muziek, woordkunst en dans ", constituant l'annexe II au présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
CHAPITRE III. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Art. 6. Aan het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 en 12 december 2008, wordt een bijlage VI toegevoegd, die als bijlage III bij dit besluit gevoegd is.
Art. 6. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 15 février 2008 et 12 décembre 2008, il est ajouté une annexe VI qui est jointe comme annexe III au présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2009.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Art. 8. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 4 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Bruxelles, le 4 septembre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Beeldende kunst (geldig vanaf 1 september 2009)
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2009, p. 76181-76257)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2009, p. 76181-76257)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Art. N. (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)
Art. N2. Bijlage II. B Muziek, Woordkunst en Dans (geldig vanaf 1 september 2009)
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2009, p. 76258-76304)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
(Tabellen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2009, p. 76258-76304)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
-
Art. N3. Bijlage III. - Bijlage VI. Ambtshalve concordanties in het deeltijds kunstonderwijs met ingang van 1 september 2009
Met ingang van 1 september 2009 :
1° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak animatie in de optie animatie in de lagere graad of in een erkend tijdelijk project computeranimatie of animatie in de middelbare graad, ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak animatiefilm;
2° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier animatie in een erkend tijdelijk project animatie in de hogere graad of de specialisatiegraad, ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier animatiefilm;
3° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier digitale vormgeving in een erkend tijdelijk project digitale vormgeving ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier interactieve media en naar het kunstvak digitale beeldverwerking;
4° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het algemene vak kunstgeschiedenis in een erkend tijdelijk project kunstbeschouwing ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier kunstexploratie;
5° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier scenografie in een erkend tijdelijk project scenografie ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier theatervormgeving;
6° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifieke theatergeschiedenis in een erkend tijdelijk project scenografie ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak theatergeschiedenis;
7° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken koordirectie en muziektechnische vorming koor in een erkend tijdelijk project koordirigentenopleiding ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak directie vocale muziek;
8° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken hafabradirectie en muziektechnische vorming hafabra in een erkend tijdelijk project hafabradirigentenopleiding ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak directie instrumentale muziek;
9° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak volksinstrument met als benaming diatonische accordeon, doedelzak, draailier, folkviool, gitaar of hommel, in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak instrument volksmuziek met de overeenstemmende benaming, namelijk diatonische accordeon, doedelzak, draailier, folkviool, (folk)gitaar of hommel;
10° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak volkszang in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak zang volksmuziek;
11° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken samenspel en instrumentaal ensemble in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak ensemble volksmuziek;
12° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak algemene muziekcultuur in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak muziekcultuur volksmuziek;
13° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het technische vak materialenkennis ambtshalve geconcordeerd naar het technische vak materialenkennis kunstambachten.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Met ingang van 1 september 2009 :
1° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak animatie in de optie animatie in de lagere graad of in een erkend tijdelijk project computeranimatie of animatie in de middelbare graad, ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak animatiefilm;
2° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier animatie in een erkend tijdelijk project animatie in de hogere graad of de specialisatiegraad, ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier animatiefilm;
3° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier digitale vormgeving in een erkend tijdelijk project digitale vormgeving ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier interactieve media en naar het kunstvak digitale beeldverwerking;
4° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het algemene vak kunstgeschiedenis in een erkend tijdelijk project kunstbeschouwing ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier kunstexploratie;
5° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifiek artistiek atelier scenografie in een erkend tijdelijk project scenografie ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak specifiek artistiek atelier theatervormgeving;
6° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak specifieke theatergeschiedenis in een erkend tijdelijk project scenografie ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak theatergeschiedenis;
7° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken koordirectie en muziektechnische vorming koor in een erkend tijdelijk project koordirigentenopleiding ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak directie vocale muziek;
8° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken hafabradirectie en muziektechnische vorming hafabra in een erkend tijdelijk project hafabradirigentenopleiding ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak directie instrumentale muziek;
9° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak volksinstrument met als benaming diatonische accordeon, doedelzak, draailier, folkviool, gitaar of hommel, in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak instrument volksmuziek met de overeenstemmende benaming, namelijk diatonische accordeon, doedelzak, draailier, folkviool, (folk)gitaar of hommel;
10° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak volkszang in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak zang volksmuziek;
11° worden in het deeltijds kunstonderwijs de kunstvakken samenspel en instrumentaal ensemble in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak ensemble volksmuziek;
12° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het kunstvak algemene muziekcultuur in een erkend tijdelijk project volksmuziek ambtshalve geconcordeerd naar het kunstvak muziekcultuur volksmuziek;
13° wordt in het deeltijds kunstonderwijs het technische vak materialenkennis ambtshalve geconcordeerd naar het technische vak materialenkennis kunstambachten.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 4 september 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
-