Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JUNI 2009. - Programmawet
Titre
17 JUIN 2009. - Loi-programme
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITEL 2. - Mobiliteit en vervoer
HOOFDSTUK 1. - Samenwerking Federaal Planbureau...
HOOFDSTUK 2. - Luchtvaart - Belgocontrol
HOOFDSTUK 3. - Luchtvaart - Handhaving van slot...
TITEL 3. - Ambtenarenzaken
ENIG HOOFDSTUK. - Afschaffing speciaal Fonds P&...
TITEL 4. - Volksgezondheid
ENIG HOOFDSTUK. - Verplichte verzekering voor g...
Afdeling 1. - Klinische biologie
Afdeling 2. - Vertegenwoordiging van het Instituut
Afdeling 3. - Directiecomité
Afdeling 4. - Provisiefonds
Afdeling 5 - Geneesmiddelen
TITEL 5. - Sociale Zaken
HOOFDSTUK 1. - De integratie van de Pool van de...
Afdeling 1. - Integratie van de Pool van de zee...
Afdeling 2. - Wijziging van de besluitwet van 7...
Onderafdeling 1. - Wijziging van de besluitwet ...
Onderafdeling 2. - Solidariteitsbijdrage-winstd...
Afdeling 3. - Diverse bepalingen
Afdeling 4. - Overgangsbepalingen
Afdeling 5. - Slotbepalingen
HOOFDSTUK 2. - Alternatieve financiering
HOOFDSTUK 3. - Tewerkstelling van jongeren in d...
HOOFDSTUK 4. - Verkeersboetes
TITEL 6. - Werk
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 20 juli...
HOOFDSTUK 2. - Invoering van strafrechtelijke e...
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 20 juli ...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 30 juni ...
TITEL 7. - Begroting
ENIG HOOFDSTUK. - Opheffingsbepaling
TITEL 8. - Energie
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de economische ...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale
TITRE 2. - Mobilité et transports
CHAPITRE 1er. - Coopération entre le Bureau féd...
CHAPITRE 2. - Transport aérien - Belgocontrol
CHAPITRE 3. - Transport aérien - Maintien des c...
TITRE 3. - Fonction publique
CHAPITRE UNIQUE. - Suppression du Fonds spécial...
TITRE 4. - Santé publique
CHAPITRE UNIQUE. - Assurance obligatoire soins ...
Section 1re. - Biologie clinique
Section 2. - Représentation de l'Institut
Section 3. - Comité de direction
Section 4. - Fonds provisionnel
Section 5. - Médicaments
TITRE 5. - Affaires sociales
CHAPITRE 1er. - L'intégration du Pool des marin...
Section 1re. - Intégration du Pool des marins d...
Section 2. - Modification de l'arrêté-loi du 7 ...
Sous-section 1re. - Modification de l'arrêté-lo...
Sous-section 2. - Cotisation de solidarité-part...
Section 3. - Dispositions diverses
Section 4. - Dispositions transitoires
Section 5. - Dispositions finales
CHAPITRE 2. - Financement alternatif
CHAPITRE 3. - Emploi des jeunes dans le secteur...
CHAPITRE 4. - Amendes de roulage
TITRE 6. - Emploi
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 20 ju...
CHAPITRE 2. - Introduction de sanctions pénales...
Section 1re. - Modification de la loi du 20 jui...
Section 2. - Modification de la loi du 30 juin ...
TITRE 7. - Budget
CHAPITRE UNIQUE. - Disposition abrogatoire
TITRE 8. - Energie
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi de re...
Tekst (104)
Texte (104)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Mobiliteit en vervoer
TITRE 2. - Mobilité et transports
HOOFDSTUK 1. - Samenwerking Federaal Planbureau en FOD Mobiliteit en Vervoer
CHAPITRE 1er. - Coopération entre le Bureau fédéral du Plan et le SPF Mobilité et Transports
Art. 2. In artikel 127, § 2, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt :
" Voor wat de mobiliteit aangaat, bezorgt het Federaal Planbureau de FOD Mobiliteit en Vervoer statistische inlichtingen. Het ontwikkelt en onderhoudt een geïntegreerde gegevensbank met vervoersindicatoren en opmaak van satellietrekeningen voor transport. Op vraag van en in overleg met de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het ook regelmatig transportsimulaties met een impactanalyse en analyseert het de beleidsopties. Deze diensten worden verleend en vergoed op basis van een samenwerkingsakkoord tussen beide partijen dat een beschrijving geeft van het jaarlijkse werkprogramma, de uitvoeringswijze en de timing waarmee de diensten worden gerealiseerd, de wijze waarop de informatie wordt gecommuniceerd, en de prijs van de diensten. "
" Voor wat de mobiliteit aangaat, bezorgt het Federaal Planbureau de FOD Mobiliteit en Vervoer statistische inlichtingen. Het ontwikkelt en onderhoudt een geïntegreerde gegevensbank met vervoersindicatoren en opmaak van satellietrekeningen voor transport. Op vraag van en in overleg met de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het ook regelmatig transportsimulaties met een impactanalyse en analyseert het de beleidsopties. Deze diensten worden verleend en vergoed op basis van een samenwerkingsakkoord tussen beide partijen dat een beschrijving geeft van het jaarlijkse werkprogramma, de uitvoeringswijze en de timing waarmee de diensten worden gerealiseerd, de wijze waarop de informatie wordt gecommuniceerd, en de prijs van de diensten. "
Art. 2. Dans l'article 127, § 2, de la loi du 21 décembre 1994 portant sur les dispositions sociales et diverses, un deuxième alinéa est ajouté, libellé comme suit :
" En matière de mobilité, le Bureau fédéral du Plan fournit au SPF Mobilité et Transports des informations statistiques, avec développement et entretien d'une base de données intégrée d'indicateurs de transport et calcul de comptes satellites transport. De plus, il réalise régulièrement des simulations de transport avec analyse d'impact et des analyses de politiques, à la demande et en concertation avec le SPF Mobilité et Transports. Ces prestations sont fournies et rémunérées sur base d'un accord de collaboration conclu entre les 2 parties, décrivant notamment le programme de travail annuel, les modalités et le timing de réalisation des prestations, les modalités de la communication des informations et le prix des prestations. "
" En matière de mobilité, le Bureau fédéral du Plan fournit au SPF Mobilité et Transports des informations statistiques, avec développement et entretien d'une base de données intégrée d'indicateurs de transport et calcul de comptes satellites transport. De plus, il réalise régulièrement des simulations de transport avec analyse d'impact et des analyses de politiques, à la demande et en concertation avec le SPF Mobilité et Transports. Ces prestations sont fournies et rémunérées sur base d'un accord de collaboration conclu entre les 2 parties, décrivant notamment le programme de travail annuel, les modalités et le timing de réalisation des prestations, les modalités de la communication des informations et le prix des prestations. "
HOOFDSTUK 2. - Luchtvaart - Belgocontrol
CHAPITRE 2. - Transport aérien - Belgocontrol
Art. 3. De Staat legt voor het jaar 2009 aan Belgocontrol een verplichte bijdrage op van 10 miljoen euro als deel van de ontvangen verkoopprijs uit de verkoop van het gebouw Communicatie Centrum Noord (CCN), te storten uiterlijk op 30 juni 2009.
Art. 3. L'Etat impose à Belgocontrol pour l'année 2009 une contribution obligatoire de 10 millions d'euros en tant que part des revenus du prix de vente du bâtiment Centre de Communication Nord (CCN), à verser au plus tard le 30 juin 2009.
HOOFDSTUK 3. - Luchtvaart - Handhaving van slots - Sancties
CHAPITRE 3. - Transport aérien - Maintien des créneaux horaires Sanctions
Art. 4. In hoofdstuk II van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, wordt in artikel 14bis, § 1, 2°, tussen de woorden " Brussel-Nationaal " en " zal " het woord " opzettelijk " ingevoegd.
In artikel 14bis, § 1, 3°, van dezelfde wet worden de woorden " meer dan twee maal " vervangen door de woorden " opzettelijk en herhaaldelijk ".
In artikel 14bis, § 1, 3°, van dezelfde wet worden de woorden " meer dan twee maal " vervangen door de woorden " opzettelijk en herhaaldelijk ".
Art. 4. Dans le chapitre II de la loi du 27 juin 1937 portant révision de la loi du 16 novembre 1919 relative à la réglementation de la navigation aérienne est inséré à l'article 14bis, § 1er, 2°, entre les mots " effectué " et " un décollage " le mot " intentionnellement ".
Dans l'article 14bis, § 1er, 3°, les mots " à plus de deux reprises " sont remplacés par les mots " intentionnellement et répétitivement ".
Dans l'article 14bis, § 1er, 3°, les mots " à plus de deux reprises " sont remplacés par les mots " intentionnellement et répétitivement ".
TITEL 3. - Ambtenarenzaken
TITRE 3. - Fonction publique
ENIG HOOFDSTUK. - Afschaffing speciaal Fonds P&O
CHAPITRE UNIQUE. - Suppression du Fonds spécial P&O
Art. 5. Het speciaal Fonds P&O, artikel 63.01.A, bestemd tot dekking van de uitgaven aan te gaan door de FOD Personeel en Organisatie met het oog op de bevoorrading in drukwerken, bureaubenodigdheden, brandstoffen, meubilair, kledingsstukken, enz... van de verschillende ministeriële departementen en andere openbare diensten, opgericht bij wet van 14 juli 1951 houdende de buitengewone begroting 1950, wordt afgeschaft.
De beschikbare middelen op 31 december 2008 worden gedesaffecteerd en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd.
De beschikbare middelen op 31 december 2008 worden gedesaffecteerd en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd.
Art. 5. Le Fonds spécial P&O, article 63.01.A, destiné à couvrir les dépenses à engager par le SPF Personnel et Organisation en vue d'approvisionner en imprimés, fournitures de bureau, combustibles, mobilier, effets d'habillement, etc..., les divers départements ministériels et autres services publics, créé par la loi du 14 juillet 1951 contenant le budget des recettes et des dépenses extraordinaires pour l'exercice 1950, est supprimé.
Les moyens disponibles au 31 décembre 2008 sont désaffectés et sont ajoutés aux ressources générales du Trésor.
Les moyens disponibles au 31 décembre 2008 sont désaffectés et sont ajoutés aux ressources générales du Trésor.
TITEL 4. - Volksgezondheid
TITRE 4. - Santé publique
ENIG HOOFDSTUK. - Verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
CHAPITRE UNIQUE. - Assurance obligatoire soins de santé et indemnités
Afdeling 1. - Klinische biologie
Section 1re. - Biologie clinique
Art. 6. In de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt artikel 61, § 7, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, aldus uitgelegd dat de kennisgeving van de informatie bedoeld in artikel 61, § 7, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, het recht van het Instituut op de trimestriële voorschotten zoals zij voortvloeien uit de §§ 4, 5 en 6 van bedoeld artikel niet in het gedrang brengt en dat de bedragen die in uitvoering hiervan betaald zijn eigendom blijven van het Instituut ten belope van de bedragen vastgesteld in uitvoering van artikel 61, §§ 2 en 3, van dezelfde wet.
Art. 6. Dans la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'article 61, § 7, modifié par la loi du 25 janvier 1999, est interprété en ce sens que la notification de l'information visée à l'article 61, § 7, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, ne remet pas en cause le droit de l'Institut aux avances trimestrielles telles qu'elles résultent des §§ 4, 5 et 6 de l'article susvisé et que les montants versés en exécution de celles-ci restent acquis à l'Institut à concurrence des montants fixés en exécution de l'article 61, §§ 2 et 3, de la même loi.
Art. 7. In dezelfde wet wordt artikel 61, § 16, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, aldus uitgelegd dat de kennisgeving van de informatie bedoeld in artikel 61, § 16, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, het recht van het Instituut op de trimestriële voorschotten zoals zij voortvloeien uit de §§ 13, 14 en 15 van bedoeld artikel niet in het gedrang brengt en dat de bedragen die in uitvoering hiervan betaald zijn eigendom blijven van het Instituut ten belope van de bedragen vastgesteld in uitvoering van artikel 61, §§ 11 en 12, van dezelfde wet.
Art. 7. Dans la même loi, l'article 61, § 16, modifié par la loi du 25 janvier 1999, est interprété en ce sens que la notification de l'information visée à l'article 61, § 16, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, ne remet pas en cause le droit de l'Institut aux avances trimestrielles telles qu'elles résultent des §§ 13, 14 et 15 de l'article susvisé et que les montants versés en exécution de celle-ci restent acquis à l'Institut à concurrence des montants fixés en exécution de l'article 61, §§ 11 et 12, de la même loi.
Art. 8. Artikel 16, § 1, 15°, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 206 van de programmawet (I) van 27 december 2006 en opgeheven bij artikel 207 van dezelfde wet, wordt hersteld met uitzondering van het laatste lid, dat wordt vervangen als volgt :
" Ingeval deze dading een terugbetaling door het Instituut veronderstelt, zal deze verdeeld worden over de begrotingsjaren 2009 en 2010. "
" Ingeval deze dading een terugbetaling door het Instituut veronderstelt, zal deze verdeeld worden over de begrotingsjaren 2009 en 2010. "
Art. 8. L'article 16, § 1er, 15°, de la même loi, inséré par l'article 206 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 et abrogé par l'article 207 de la même loi, est rétabli à l'exception du dernier alinéa, qui est remplacé par ce qui suit :
" Au cas où cette transaction impliquerait un remboursement par l'Institut, celui-ci se répartira sur les années budgétaires 2009 et 2010. "
" Au cas où cette transaction impliquerait un remboursement par l'Institut, celui-ci se répartira sur les années budgétaires 2009 et 2010. "
Art. 9. Artikel 16, § 1, 15°, zoals hersteld bij artikel 8, treedt buiten werking drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 9. L'article 16, § 1er, 15°, tel que rétabli par l'article 8, cesse d'être en vigueur trois mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Afdeling 2. - Vertegenwoordiging van het Instituut
Section 2. - Représentation de l'Institut
Art. 10. Het vijfde lid van artikel 181 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, en treedt rechtsgeldig in haar naam en voor haar rekening op, zonder dat hij zulks door een beslissing van een comité of een raad moet staven. "
" De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, en treedt rechtsgeldig in haar naam en voor haar rekening op, zonder dat hij zulks door een beslissing van een comité of een raad moet staven. "
Art. 10. L'alinéa 5 de l'article 181 de la même loi est remplacé par la phrase suivante :
" L'administrateur général représente l'Institut dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agit valablement au nom et pour le compte de celui-ci sans avoir à justifier d'une décision d'un comité ou conseil. "
" L'administrateur général représente l'Institut dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agit valablement au nom et pour le compte de celui-ci sans avoir à justifier d'une décision d'un comité ou conseil. "
Art. 11. De artikelen 12, 10°, 16, § 1, 5°, 80, 8°, 80bis, 4°, 141, § 1, eerste lid, 17°, 161, 10°, van dezelfde wet en artikel 41, 8°, van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, worden opgeheven.
Art. 11. Les articles 12, 10°, 16, § 1er, 5°, 80, 8°, 80bis, 4°, 141, § 1er, alinéa 1er, 17°, 161, 10°, de la même loi et l'article 41, 8°, de l'arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants, sont abrogés.
Afdeling 3. - Directiecomité
Section 3. - Comité de direction
Art. 12. In artikel 13 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 29 april 1996, wordt de zin " Zij worden terzijde gestaan door een Directiecomité samengesteld uit de ambtenaren bedoeld in artikel 177, tweede lid, voor de leiding van de in de titels III, IV en VII voorziene bijzondere diensten. " vervangen door de zin " Zij worden terzijde gestaan door de ambtenaren bedoeld in artikel 177, tweede lid, voor de leiding van de in de titels III, IV en VII voorziene bijzondere diensten, in een Directiecomité dat vergadert onder hun gezag. "
Art. 12. Dans l'article 13 de la même loi, remplacé par la loi du 29 avril 1996, la phrase " Ils sont assistés par un Comité de direction composé des fonctionnaires visés à l'article 177, alinéa 2, pour la direction des services spéciaux prévus aux titres III, IV et VII " est remplacée par la phrase " Ils sont assistés par les fonctionnaires visés à l'article 177, alinéa 2, pour la direction des services spéciaux prévus aux titres III, IV et VII, au sein d'un Comité de direction se réunissant sous leur autorité. "
Afdeling 4. - Provisiefonds
Section 4. - Fonds provisionnel
Art. 13. In artikel 191, eerste lid, 15°octies , van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 8 juni 2008, 19 december 2008 en 22 december 2008, wordt de laatste zin van het laatste lid vervangen door volgende twee zinnen :
" De ontvangsten en uitgaven van het Instituut die verbonden zijn aan de terugbetaling aan het provisiefonds worden in de rekeningen 2008 van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen. De interesten die tot 31 december 2008 voortvloeien uit deze bedragen, alsook de opslag en verwijlinteresten die werden ontvangen in het raam van dat Fonds, worden in de rekeningen van het boekjaar 2008 van het Instituut opgenomen. "
" De ontvangsten en uitgaven van het Instituut die verbonden zijn aan de terugbetaling aan het provisiefonds worden in de rekeningen 2008 van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen. De interesten die tot 31 december 2008 voortvloeien uit deze bedragen, alsook de opslag en verwijlinteresten die werden ontvangen in het raam van dat Fonds, worden in de rekeningen van het boekjaar 2008 van het Instituut opgenomen. "
Art. 13. A l'article 191, alinéa 1er, 15°octies , de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006, 8 juin 2008, 19 décembre 2008 et 22 décembre 2008, la dernière phrase du dernier alinéa, est remplacée par les deux phrases suivantes :
" Les recettes et les dépenses de l'Institut liées au remboursement du Fonds provisionnel sont imputées aux comptes 2008 de l'assurance obligatoire soins de santé. Les intérêts générés par ces montants jusqu'au 31 décembre 2008, ainsi que les majorations et intérêts de retard perçus dans le cadre de ce Fonds, sont imputés dans les comptes de l'Institut de l'année comptable 2008. "
" Les recettes et les dépenses de l'Institut liées au remboursement du Fonds provisionnel sont imputées aux comptes 2008 de l'assurance obligatoire soins de santé. Les intérêts générés par ces montants jusqu'au 31 décembre 2008, ainsi que les majorations et intérêts de retard perçus dans le cadre de ce Fonds, sont imputés dans les comptes de l'Institut de l'année comptable 2008. "
Afdeling 5 - Geneesmiddelen
Section 5. - Médicaments
Art. 14. In artikel 35bis, § 7, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wet van 19 december 2008, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " of indien ze van mening is dat de inschrijving op de lijst van de terugbetaalbare specialiteiten onzekerheden bevat op budgettair vlak " worden ingevoegd tussen de woorden " de criteria bedoeld in § 2 " en de woorden " kan ze, op eigen initiatief of op verzoek van de aanvrager, ";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
" dat compensatieregels voorziet voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. "
1° de woorden " of indien ze van mening is dat de inschrijving op de lijst van de terugbetaalbare specialiteiten onzekerheden bevat op budgettair vlak " worden ingevoegd tussen de woorden " de criteria bedoeld in § 2 " en de woorden " kan ze, op eigen initiatief of op verzoek van de aanvrager, ";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
" dat compensatieregels voorziet voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. "
Art. 14. A l'article 35bis, § 7, alinéa 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, inséré par la loi du 10 août 2001 et modifié par la loi du 19 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " ou si elle estime que l'inscription de la spécialité sur la liste des spécialités remboursables comporte des incertitudes sur le plan budgétaire, " sont insérés entre les mots " des critères visés au § 2 " et les mots " , elle peut de sa propre initiative ou à la demande du demandeur, ";
2° l'alinéa 1er est complété par les mots :
" qui prévoit des modalités de compensation pour l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. "
1° les mots " ou si elle estime que l'inscription de la spécialité sur la liste des spécialités remboursables comporte des incertitudes sur le plan budgétaire, " sont insérés entre les mots " des critères visés au § 2 " et les mots " , elle peut de sa propre initiative ou à la demande du demandeur, ";
2° l'alinéa 1er est complété par les mots :
" qui prévoit des modalités de compensation pour l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. "
Art. 15. Artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de wet van 22 december 2008, wordt aangevuld met de bepaling onder 30°, luidende :
" 30° de bedragen gestort met toepassing van artikel 35bis, § 7 ".
" 30° de bedragen gestort met toepassing van artikel 35bis, § 7 ".
Art. 15. L'article 191, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2008, est complété par le 30°, rédigé comme suit :
" 30° les montants versés en application de l'article 35bis, § 7 ".
" 30° les montants versés en application de l'article 35bis, § 7 ".
Art. 16. In artikel 192, vierde lid, 1°, j), eerste lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 22 december 2003 en gewijzigd door de wet van 19 december 2008, worden de woorden " en 29°; " vervangen door de woorden " , 29° en 30°; ".
Art. 16. A l'article 192, alinéa 4, 1°, j), alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 22 décembre 2003 et modifié par la loi du 19 décembre 2008, les mots " et 29°; " sont remplacés par les mots " , 29° et 30°; ".
TITEL 5. - Sociale Zaken
TITRE 5. - Affaires sociales
HOOFDSTUK 1. - De integratie van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij in de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden en wijziging van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij
CHAPITRE 1er. - L'intégration du Pool des marins de la marine marchande dans la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins et modification de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande
Afdeling 1. - Integratie van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij in de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden
Section 1re. - Intégration du Pool des marins de la marine marchande dans la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins
Art. 17. De Pool van de zeelieden ter koopvaardij, opgericht bij de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de zeelieden ter koopvaardij, wordt op datum van inwerkingtreding van deze wet afgeschaft.
Art. 17. Le Pool des marins de la marine marchande, institué par la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande, est supprimé à la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 18. De opdrachten, evenals het personeel, van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij worden overgenomen door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden die het voortzetten zal verzekeren van de opdrachten die tot op de datum van inwerkingtreding van deze wet door voornoemde Pool werden vervuld.
Art. 18. Les missions, ainsi que le personnel, du Pool des marins de la marine marchande sont repris par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, qui assurera la poursuite des missions accomplies par le Pool jusqu'à la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 19. De passiva en activa, de rechten en verplichtingen van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij worden door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden overgenomen.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de modaliteiten van deze overname bepalen.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de modaliteiten van deze overname bepalen.
Art. 19. Le passif et l'actif, les droits et les obligations du Pool des marins de la marine marchande sont repris par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et modalités de cette reprise.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et modalités de cette reprise.
Art. 20. De inkomsten van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij worden overgedragen aan de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden.
Art. 20. Les ressources du Pool des marins de la marine marchande sont transférées à la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins.
Art. 21. De statutaire ambtenaren van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij verkrijgen, met toepassing van artikel 35 van het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt, ambtshalve mobiliteit naar de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden.
De statutaire ambtenaren die op de datum van afschaffing van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij in dienst zijn bij voornoemde Pool worden overgeplaatst naar de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden met behoud van hun weddeschaal alsook de verworven premies voor competentieontwikkeling en hun respectieve geldingsduur, dienstanciënniteit, graadanciënniteit, klasseanciënniteit en niveauanciënniteit. Zij behouden het recht op de dagen jaarlijks vakantieverlof en op de dagen verlof wegens overmacht naar rato van het saldo dat ze genoten in hun dienst van herkomst op de datum van de mobiliteit.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot dit artikel bepalen.
De statutaire ambtenaren die op de datum van afschaffing van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij in dienst zijn bij voornoemde Pool worden overgeplaatst naar de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden met behoud van hun weddeschaal alsook de verworven premies voor competentieontwikkeling en hun respectieve geldingsduur, dienstanciënniteit, graadanciënniteit, klasseanciënniteit en niveauanciënniteit. Zij behouden het recht op de dagen jaarlijks vakantieverlof en op de dagen verlof wegens overmacht naar rato van het saldo dat ze genoten in hun dienst van herkomst op de datum van de mobiliteit.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot dit artikel bepalen.
Art. 21. Les fonctionnaires statutaires du Pool des marins de la marine marchande obtiennent, en application de l'article 35 de l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative, la mobilité d'office vers la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins.
Les fonctionnaires statutaires qui, à la date de suppression du Pool des marins de la marine marchande, sont en service auprès du Pool précité, sont transférés à la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins avec maintien de leur échelle barémique ainsi que des primes acquises pour le développement des compétences avec leur durée de validité respective, ainsi que de leur ancienneté de service, ancienneté de grade, ancienneté de classe et ancienneté de niveau. Ils conservent le droit aux jours de congés annuels de vacances et aux jours de congés pour cas de force majeure, proportionnellement au solde dont ils bénéficiaient dans leur service d'origine à la date de la mobilité.
Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et modalités d'application du présent article.
Les fonctionnaires statutaires qui, à la date de suppression du Pool des marins de la marine marchande, sont en service auprès du Pool précité, sont transférés à la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins avec maintien de leur échelle barémique ainsi que des primes acquises pour le développement des compétences avec leur durée de validité respective, ainsi que de leur ancienneté de service, ancienneté de grade, ancienneté de classe et ancienneté de niveau. Ils conservent le droit aux jours de congés annuels de vacances et aux jours de congés pour cas de force majeure, proportionnellement au solde dont ils bénéficiaient dans leur service d'origine à la date de la mobilité.
Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, fixer les conditions et modalités d'application du présent article.
Art. 22. Naast de regeringscommissarissen bedoeld in artikel 23 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, stelt de Minister van Werk een regeringscommissaris aan bij de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden, met betrekking tot de opdrachten vermeld in artikel 1bis van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij.
Art. 22. Outre les commissaires du gouvernement visés à l'article 23 de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, le Ministre de l'Emploi désigne un commissaire du gouvernement auprès de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins en ce qui concerne les tâches mentionnées à l'article 1erbis de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande.
Afdeling 2. - Wijziging van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij
Section 2. - Modification de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande
Onderafdeling 1. - Wijziging van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij m.b.t. de integratie van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij in de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden
Sous-section 1re. - Modification de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande en ce qui concerne l'intégration du Pool des marins de la marine marchande dans la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins
Art. 23. In de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende :
" Art. 1bis. De Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden wordt belast met de volgende opdrachten die tot op de datum van afschaffing van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij door voornoemde Pool werden vervuld :
1° het opmaken van de lijst van inschrijving van hen die kunnen worden aangeworven als lid van het varend personeel op Belgische zeeschepen of om werk aan boord van die schepen te verrichten gedurende de aanwezigheid in een Belgische haven (shoregangers), de Poollijst genoemd;
2° het uitbetalen aan de personen bedoeld in 1° van wachtgelden gedurende de tijd waarin zij niet in dienst zijn genomen of cursussen voor de beroepsopleiding, beroepsvervolmaking, omscholing of herscholing volgen.
Voor de opdrachten die vermeld worden in dit artikel valt de Hulp en Voorzorgskas voor zeevarenden onder het toezicht van de Minister die bevoegd is voor Werk. "
" Art. 1bis. De Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden wordt belast met de volgende opdrachten die tot op de datum van afschaffing van de Pool van de zeelieden ter koopvaardij door voornoemde Pool werden vervuld :
1° het opmaken van de lijst van inschrijving van hen die kunnen worden aangeworven als lid van het varend personeel op Belgische zeeschepen of om werk aan boord van die schepen te verrichten gedurende de aanwezigheid in een Belgische haven (shoregangers), de Poollijst genoemd;
2° het uitbetalen aan de personen bedoeld in 1° van wachtgelden gedurende de tijd waarin zij niet in dienst zijn genomen of cursussen voor de beroepsopleiding, beroepsvervolmaking, omscholing of herscholing volgen.
Voor de opdrachten die vermeld worden in dit artikel valt de Hulp en Voorzorgskas voor zeevarenden onder het toezicht van de Minister die bevoegd is voor Werk. "
Art. 23. Dans l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2008, il est inséré un article 1erbis , rédigé comme suit :
" Art. 1erbis . La Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins est chargée des tâches suivantes qui étaient accomplies par le Pool des marins de la marine marchande jusqu'à la date de suppression de celui-ci :
1° l'établissement de la liste des personnes susceptibles d'être engagées sur des navires de mer belges en qualité de membre du personnel navigant ou en vue d'effectuer du travail à bord de ces navires pendant la durée de leur présence dans un port belge (shoregangers), dénommée la liste du Pool;
2° la liquidation aux personnes visées au 1° des indemnités d'attente pour la période pendant laquelle elles sont dépourvues d'engagement ou suivent des cours de formation, de perfectionnement, de reconversion ou de requalification professionnel(le).
Pour les missions mentionnées dans le présent article, la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins relève du Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions. "
" Art. 1erbis . La Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins est chargée des tâches suivantes qui étaient accomplies par le Pool des marins de la marine marchande jusqu'à la date de suppression de celui-ci :
1° l'établissement de la liste des personnes susceptibles d'être engagées sur des navires de mer belges en qualité de membre du personnel navigant ou en vue d'effectuer du travail à bord de ces navires pendant la durée de leur présence dans un port belge (shoregangers), dénommée la liste du Pool;
2° la liquidation aux personnes visées au 1° des indemnités d'attente pour la période pendant laquelle elles sont dépourvues d'engagement ou suivent des cours de formation, de perfectionnement, de reconversion ou de requalification professionnel(le).
Pour les missions mentionnées dans le présent article, la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins relève du Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions. "
Art. 24. In artikel 2bis van dezelfde besluitwet, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden " ingeschreven in de Belgische Pool van de zeelieden ter koopvaardij " vervangen door de woorden " ingeschreven op de lijst, zoals bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet ".
Art. 24. Dans l'article 2bis du même arrêté-loi, modifié en dernier lieu par la loi 22 décembre 2003, les mots " inscrits au Pool belge des marins de la marine marchande " sont remplacés par les mots " inscrits sur la liste visée à l'article 1erbis, 1°, de cet arrêté-loi ".
Art. 25. In artikel 2ter, § 1, 1°, 2° en 3°, van deze besluitwet, laatst gewijzigd bij de wet van 24 december 2002, worden de woorden " ingeschreven zijn in de Belgische Pool van de zeelieden ter koopvaardij " vervangen door de woorden " ingeschreven zijn op de lijst, zoals bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet ".
Art. 25. Dans l'article 2ter, § 1er, 1°, 2° et 3°, de cet arrêté-loi, modifié en dernier lieu par la loi du 24 décembre 2002, les mots " sont inscrites au Pool belge des marins de la marine marchande " sont remplacés par les mots " sont inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis, 1°, de cet arrêté-loi ".
Art. 26. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 2quinquies. Voor de inschrijving op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, kunnen, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, in aanmerking komen :
1° de personen, die in de hoedanigheid van zeelieden of shoregangers onder toepassing vallen van deze besluitwet;
2° de personen die wensen dienst te nemen als zeevarende of shoreganger.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze inschrijving wordt toegelaten. Hij bepaalt eveneens de gevallen waarin zij wordt geschorst of ingetrokken. "
" Art. 2quinquies. Voor de inschrijving op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, kunnen, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, in aanmerking komen :
1° de personen, die in de hoedanigheid van zeelieden of shoregangers onder toepassing vallen van deze besluitwet;
2° de personen die wensen dienst te nemen als zeevarende of shoreganger.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze inschrijving wordt toegelaten. Hij bepaalt eveneens de gevallen waarin zij wordt geschorst of ingetrokken. "
Art. 26. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 2quinquies. Peuvent être admises sur la liste, visée à l'article 1erbis, 1°, de cet arrêté-loi, dans les conditions fixées par le Roi :
1° les personnes qui, au titre de marins ou de shoregangers, sont assujetties à cet arrêté-loi;
2° les personnes désireuses de s'engager en tant que marin ou shoreganger.
Le Roi fixe les conditions dans lesquelles cette inscription est admise. Il détermine également les cas dans lesquels elle est suspendue ou retirée. "
" Art. 2quinquies. Peuvent être admises sur la liste, visée à l'article 1erbis, 1°, de cet arrêté-loi, dans les conditions fixées par le Roi :
1° les personnes qui, au titre de marins ou de shoregangers, sont assujetties à cet arrêté-loi;
2° les personnes désireuses de s'engager en tant que marin ou shoreganger.
Le Roi fixe les conditions dans lesquelles cette inscription est admise. Il détermine également les cas dans lesquels elle est suspendue ou retirée. "
Art. 27. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2sexies ingevoegd, luidende :
" Art. 2sexies. Het Beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden beslist, binnen de perken en op de wijze zoals bepaald door de Koning, over de inschrijving van kandidaten op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet en over de schorsing of de intrekking van deze inschrijving. "
" Art. 2sexies. Het Beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden beslist, binnen de perken en op de wijze zoals bepaald door de Koning, over de inschrijving van kandidaten op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet en over de schorsing of de intrekking van deze inschrijving. "
Art. 27. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2sexies, rédigé comme suit :
" Art. 2sexies. Dans les limites et de la manière déterminées par le Roi, le comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins décide de l'inscription des candidats sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi et de la suspension ou du retrait de cette inscription. "
" Art. 2sexies. Dans les limites et de la manière déterminées par le Roi, le comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins décide de l'inscription des candidats sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi et de la suspension ou du retrait de cette inscription. "
Art. 28. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2septies ingevoegd, luidende :
" Art. 2septies. Zij die op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, zijn ingeschreven moeten onverwijld elke betrekking als zeevarende of shoreganger aannemen, welke met hun beroepsgeschiktheid en met hun lichamelijke geschiktheid overeenstemt, tenzij het beheerscomité hen onder de door de Koning bepaalde voorwaarden daarvan tijdelijk heeft vrijgesteld. "
" Art. 2septies. Zij die op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, zijn ingeschreven moeten onverwijld elke betrekking als zeevarende of shoreganger aannemen, welke met hun beroepsgeschiktheid en met hun lichamelijke geschiktheid overeenstemt, tenzij het beheerscomité hen onder de door de Koning bepaalde voorwaarden daarvan tijdelijk heeft vrijgesteld. "
Art. 28. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2septies, rédigé comme suit :
" Art. 2septies. Les personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, de cet arrêté-loi, sont tenues d'accepter sans délai tout emploi en tant que marin ou shoreganger, qui soit conforme à leurs aptitudes professionnelles et physiques, à moins que le comité de gestion ne les ait temporairement dispensées de cette obligation dans les conditions déterminées par le Roi. "
" Art. 2septies. Les personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, de cet arrêté-loi, sont tenues d'accepter sans délai tout emploi en tant que marin ou shoreganger, qui soit conforme à leurs aptitudes professionnelles et physiques, à moins que le comité de gestion ne les ait temporairement dispensées de cette obligation dans les conditions déterminées par le Roi. "
Art. 29. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2octies ingevoegd, luidende :
" Art. 2octies. Wachtgelden kunnen toegekend worden aan de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, ingeschreven personen die, ingevolge omstandigheden onafhankelijk van hun wil, van werk verstoken zijn.
De Koning bepaalt de voorwaarden waarvan de toekenning van die wachtgelden afhankelijk is.
Alleen de personen die voorheen, gedurende een door de Koning bepaalde periode, aan boord van een schip gevaren of gewerkt hebben en op dat ogenblik ingeschreven waren op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, kunnen op de toekenning van die wachtgelden aanspraak maken.
Nochtans kan van deze regel afgeweken worden ten gunste van de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, ingeschreven personen die cursussen volgen voor beroepsopleiding, beroepsvervolmaking, omscholing of herscholing.
De Koning kan de afwijkingen, bedoeld in het vorige lid, uitbreiden tot andere categorieën van personen die aan boord van een schip varen of werken.
De Koning stelt het bedrag vast van de wachtgelden en vaardigt alle reglementen uit betreffende de uitkeringen aan door onvrijwillige werkloosheid getroffen personen, evenals de regelen toepasselijk inzake de terugvordering van onverschuldigde bedragen.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden toezicht uitoefent op de gerechtigden op wachtgelden.
De Koning kan aan de reders alle maatregelen opleggen die nodig zijn om de werkelijkheid en de bestendigheid van de toestand van onvrijwillige werkloosheid na te gaan. "
" Art. 2octies. Wachtgelden kunnen toegekend worden aan de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, ingeschreven personen die, ingevolge omstandigheden onafhankelijk van hun wil, van werk verstoken zijn.
De Koning bepaalt de voorwaarden waarvan de toekenning van die wachtgelden afhankelijk is.
Alleen de personen die voorheen, gedurende een door de Koning bepaalde periode, aan boord van een schip gevaren of gewerkt hebben en op dat ogenblik ingeschreven waren op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, kunnen op de toekenning van die wachtgelden aanspraak maken.
Nochtans kan van deze regel afgeweken worden ten gunste van de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet, ingeschreven personen die cursussen volgen voor beroepsopleiding, beroepsvervolmaking, omscholing of herscholing.
De Koning kan de afwijkingen, bedoeld in het vorige lid, uitbreiden tot andere categorieën van personen die aan boord van een schip varen of werken.
De Koning stelt het bedrag vast van de wachtgelden en vaardigt alle reglementen uit betreffende de uitkeringen aan door onvrijwillige werkloosheid getroffen personen, evenals de regelen toepasselijk inzake de terugvordering van onverschuldigde bedragen.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden toezicht uitoefent op de gerechtigden op wachtgelden.
De Koning kan aan de reders alle maatregelen opleggen die nodig zijn om de werkelijkheid en de bestendigheid van de toestand van onvrijwillige werkloosheid na te gaan. "
Art. 29. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2octies, rédigé comme suit :
" Art. 2octies. Des indemnités d'attente peuvent être accordées aux personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, qui, par suite de circonstances indépendantes de leur volonté, sont privées de travail.
Le Roi fixe les conditions auxquelles est subordonné l'octroi de ces indemnités.
Seules les personnes ayant préalablement navigué ou travaillé à bord d'un navire, pendant une période déterminée par le Roi, et qui étaient inscrites à ce moment sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, peuvent prétendre à l'octroi de ces indemnités.
Il peut cependant être dérogé à cette règle au profit des personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, qui suivent des cours de formation, de perfectionnement, de reconversion ou de requalification professionnel(le).
Le Roi peut élargir les dérogations visées à l'alinéa précédent à d'autres catégories de personnes qui naviguent ou travaillent à bord d'un navire.
Le Roi fixe le taux des indemnités d'attente et arrête tous les règlements relatifs à l'indemnisation des personnes atteintes par le chômage involontaire, ainsi que les règles appliquées en matière de récupération d'indu.
Le Roi fixe les conditions dans lesquelles la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins effectue le contrôle des bénéficiaires des indemnités d'attente.
Le Roi peut imposer aux armateurs toutes mesures nécessaires en vue de contrôler la réalité et la permanence de l'état de chômage involontaire. "
" Art. 2octies. Des indemnités d'attente peuvent être accordées aux personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, qui, par suite de circonstances indépendantes de leur volonté, sont privées de travail.
Le Roi fixe les conditions auxquelles est subordonné l'octroi de ces indemnités.
Seules les personnes ayant préalablement navigué ou travaillé à bord d'un navire, pendant une période déterminée par le Roi, et qui étaient inscrites à ce moment sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, peuvent prétendre à l'octroi de ces indemnités.
Il peut cependant être dérogé à cette règle au profit des personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du présent arrêté-loi, qui suivent des cours de formation, de perfectionnement, de reconversion ou de requalification professionnel(le).
Le Roi peut élargir les dérogations visées à l'alinéa précédent à d'autres catégories de personnes qui naviguent ou travaillent à bord d'un navire.
Le Roi fixe le taux des indemnités d'attente et arrête tous les règlements relatifs à l'indemnisation des personnes atteintes par le chômage involontaire, ainsi que les règles appliquées en matière de récupération d'indu.
Le Roi fixe les conditions dans lesquelles la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins effectue le contrôle des bénéficiaires des indemnités d'attente.
Le Roi peut imposer aux armateurs toutes mesures nécessaires en vue de contrôler la réalité et la permanence de l'état de chômage involontaire. "
Art. 30. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2novies ingevoegd, luidende :
" Art. 2novies. De wachtgelden worden onder toezicht van het beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden aan de gerechtigden uitbetaald, hetzij door bemiddeling van uitbetalingsinstellingen welke opgericht werden door de representatieve organisaties van de zeelieden en die daartoe door de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, erkend zijn en rechtspersoonlijkheid hebben, hetzij door bemiddeling van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen.
De sommen die voor de uitbetaling van de wachtgelden nodig zijn worden door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden voorgeschoten aan voormelde organisaties en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, welke de aanwending van de aldus voorgeschoten sommen verantwoorden onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.
De representatieve organisaties van de zeelieden en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen belast met de uitbetaling van de wachtgelden ontvangen, ten laste van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden, een toelage tot dekking van de uitgaven welke inherent zijn aan hun opdracht.
De Koning bepaalt de gevallen waarin de uitbetalingsinstellingen de last van de ten onrechte uitgevoerde betalingen moeten dragen.
Het Beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden bepaalt, binnen de perken en op de wijze bepaald door de Koning, de voorwaarden en modaliteiten betreffende de toekenning van de toelage aan de representatieve organisaties van de zeelieden en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. "
" Art. 2novies. De wachtgelden worden onder toezicht van het beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden aan de gerechtigden uitbetaald, hetzij door bemiddeling van uitbetalingsinstellingen welke opgericht werden door de representatieve organisaties van de zeelieden en die daartoe door de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, erkend zijn en rechtspersoonlijkheid hebben, hetzij door bemiddeling van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen.
De sommen die voor de uitbetaling van de wachtgelden nodig zijn worden door de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden voorgeschoten aan voormelde organisaties en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, welke de aanwending van de aldus voorgeschoten sommen verantwoorden onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.
De representatieve organisaties van de zeelieden en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen belast met de uitbetaling van de wachtgelden ontvangen, ten laste van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden, een toelage tot dekking van de uitgaven welke inherent zijn aan hun opdracht.
De Koning bepaalt de gevallen waarin de uitbetalingsinstellingen de last van de ten onrechte uitgevoerde betalingen moeten dragen.
Het Beheerscomité van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden bepaalt, binnen de perken en op de wijze bepaald door de Koning, de voorwaarden en modaliteiten betreffende de toekenning van de toelage aan de representatieve organisaties van de zeelieden en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. "
Art. 30. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2novies, rédigé comme suit :
" Art. 2novies. Les indemnités d'attente sont payées aux bénéficiaires sous le contrôle du comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, soit par l'intermédiaire d'organismes de paiement institués par les organisations représentatives des marins, agréés à cette fin par le Roi dans les conditions qu'Il détermine et dotées de la personnalité juridique, soit par l'intermédiaire de la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage.
Les sommes nécessaires pour effectuer le paiement de ces indemnités sont avancées par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, aux organisations précitées et à la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage, lesquelles justifient de l'utilisation des sommes ainsi avancées dans les conditions fixées par le Roi.
Les organisations représentatives des marins et la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage chargées du paiement des indemnités d'attente reçoivent, à charge de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, une subvention pour couvrir les dépenses inhérentes à leur mission.
Le Roi fixe les cas dans lesquels les organismes de paiement supportent la charge des paiements qu'ils auront effectués indûment.
Dans les limites et de la manière déterminées par le Roi, le Comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins fixe les conditions et les modalités relatives à l'octroi de la subvention aux organisations représentatives des marins et à la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage. "
" Art. 2novies. Les indemnités d'attente sont payées aux bénéficiaires sous le contrôle du comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, soit par l'intermédiaire d'organismes de paiement institués par les organisations représentatives des marins, agréés à cette fin par le Roi dans les conditions qu'Il détermine et dotées de la personnalité juridique, soit par l'intermédiaire de la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage.
Les sommes nécessaires pour effectuer le paiement de ces indemnités sont avancées par la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, aux organisations précitées et à la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage, lesquelles justifient de l'utilisation des sommes ainsi avancées dans les conditions fixées par le Roi.
Les organisations représentatives des marins et la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage chargées du paiement des indemnités d'attente reçoivent, à charge de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, une subvention pour couvrir les dépenses inhérentes à leur mission.
Le Roi fixe les cas dans lesquels les organismes de paiement supportent la charge des paiements qu'ils auront effectués indûment.
Dans les limites et de la manière déterminées par le Roi, le Comité de gestion de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins fixe les conditions et les modalités relatives à l'octroi de la subvention aux organisations représentatives des marins et à la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage. "
Art. 31. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 2decies ingevoegd, luidende :
" Art. 2decies. De Koning bepaalt de gevallen en de voorwaarden waarin de personen wier inschrijving op de lijst bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet is ingetrokken, aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsuitkeringen toegekend door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, zonder dat zij moeten doen blijken van de wachttijd die vooraf vereist wordt voor de opening van het recht op de genoemde uitkeringen. "
" Art. 2decies. De Koning bepaalt de gevallen en de voorwaarden waarin de personen wier inschrijving op de lijst bedoeld in artikel 1bis, 1°, van deze besluitwet is ingetrokken, aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsuitkeringen toegekend door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, zonder dat zij moeten doen blijken van de wachttijd die vooraf vereist wordt voor de opening van het recht op de genoemde uitkeringen. "
Art. 31. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 2decies, rédigé comme suit :
" Art. 2decies. Le Roi fixe les cas et conditions dans lesquels les personnes dont l'inscription sur la liste visée à l'article 1erbis, 1°, du présent arrêté-loi, est retirée, peuvent être admises au bénéfice des allocations de chômage octroyées par l'Office national de l'emploi, sans avoir à justifier du stage requis préalablement à l'ouverture du droit auxdites allocations. "
" Art. 2decies. Le Roi fixe les cas et conditions dans lesquels les personnes dont l'inscription sur la liste visée à l'article 1erbis, 1°, du présent arrêté-loi, est retirée, peuvent être admises au bénéfice des allocations de chômage octroyées par l'Office national de l'emploi, sans avoir à justifier du stage requis préalablement à l'ouverture du droit auxdites allocations. "
Art. 32. In artikel 5 van dezelfde besluitwet, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 maart 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Alle betwistingen met betrekking tot de toepassing van deze besluitwet en de ter uitvoering daarvan uitgevaardigde voorschriften behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank. ";
2° in het vierde lid worden de woorden " binnen de maand na de kennisgeving " vervangen door de woorden " binnen drie maanden na de kennisgeving. "
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" Alle betwistingen met betrekking tot de toepassing van deze besluitwet en de ter uitvoering daarvan uitgevaardigde voorschriften behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank. ";
2° in het vierde lid worden de woorden " binnen de maand na de kennisgeving " vervangen door de woorden " binnen drie maanden na de kennisgeving. "
Art. 32. Dans l'article 5 du même arrêté-loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 mars 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° le troisième alinéa est remplacé comme suit :
" Toutes les contestations relatives à l'application du présent arrêté-loi et aux dispositions prises pour son exécution sont de la compétence du tribunal du travail. ";
2° au quatrième alinéa, les mots " dans le mois de leur notification " sont remplacés par les mots " dans les trois mois de leur notification. "
1° le troisième alinéa est remplacé comme suit :
" Toutes les contestations relatives à l'application du présent arrêté-loi et aux dispositions prises pour son exécution sont de la compétence du tribunal du travail. ";
2° au quatrième alinéa, les mots " dans le mois de leur notification " sont remplacés par les mots " dans les trois mois de leur notification. "
Art. 33. In artikel 6 van dezelfde besluitwet, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995, worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven.
Art. 33. A l'article 6 du même arrêté-loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 19 mai 1995, les deuxième, troisième et quatrième alinéas sont abrogés.
Art. 34. Artikel 11bis van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
" Art. 11bis. De controleurs en inspecteurs van de Directie-generaal Sociale inspectie van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening zijn, elk wat hun bevoegdheid betreft, bevoegd om de naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit deze besluitwet te controleren.
Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. "
" Art. 11bis. De controleurs en inspecteurs van de Directie-generaal Sociale inspectie van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening zijn, elk wat hun bevoegdheid betreft, bevoegd om de naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit deze besluitwet te controleren.
Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. "
Art. 34. L'article 11bis, du même arrêté-loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 11bis. Les contrôleurs et inspecteurs de la Direction-générale Inspection sociale du Service public Fédéral Sécurité sociale, de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale et de l'Office national de l'emploi sont, chacun en ce qui concerne leur compétence, compétent pour contrôler le respect des obligations découlant du présent arrêté-loi.
Ces fonctionnaires exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail. "
" Art. 11bis. Les contrôleurs et inspecteurs de la Direction-générale Inspection sociale du Service public Fédéral Sécurité sociale, de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale et de l'Office national de l'emploi sont, chacun en ce qui concerne leur compétence, compétent pour contrôler le respect des obligations découlant du présent arrêté-loi.
Ces fonctionnaires exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail. "
Art. 35. In artikel 12bis van dezelfde besluitwet, laatst gewijzigd bij de wet van 3 juli 2005, worden de paragrafen 3 en 4 opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 12bis du même arrêté-loi, modifié en dernier lieu par la loi du 3 juillet 2005, les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art. 36. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 12ter ingevoegd, luidende :
" Art. 12ter. Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 26 tot 500 euro of met één van deze straffen alleen, wordt gestraft :
1° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die wetens en willens een onjuiste of onvolledige verklaring aflegt, teneinde wederrechtelijk wachtgelden aan een in artikel 1bis, 1°, bedoelde persoon te doen toekennen;
2° hij die op bedrieglijke wijze of wetens en willens onjuiste of vervalste documenten voorlegt om zich wachtgelden te laten toekennen;
3° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die toelaat dat een in artikel 1bis, 1°, bedoelde persoon zijn arbeid verlaat om zich wederrechtelijk op de werkloosheidscontrole aan te melden;
4° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die EU-onderdanen aanwerft buiten de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1° van deze besluitwet, ingeschreven personen, terwijl het niet gaat om een geval van overmacht;
5° hij die wetens en willens een valse of onvolledige verklaring heeft afgelegd met het oog op het bekomen van wachtgelden waarop hij geen recht heeft, of die wachtgelden aanneemt terwijl hij weet dat hij er geen recht op heeft;
6° de reders evenals hun lasthebbers en hun aangestelden zo zij geweigerd hebben de ter uitvoering van artikel 2octies , zevende lid, getroffen toezichtsmaatregelen toe te passen of de voor de uitvoering van dit toezicht gevergde inlichtingen te verstrekken. "
" Art. 12ter. Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 26 tot 500 euro of met één van deze straffen alleen, wordt gestraft :
1° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die wetens en willens een onjuiste of onvolledige verklaring aflegt, teneinde wederrechtelijk wachtgelden aan een in artikel 1bis, 1°, bedoelde persoon te doen toekennen;
2° hij die op bedrieglijke wijze of wetens en willens onjuiste of vervalste documenten voorlegt om zich wachtgelden te laten toekennen;
3° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die toelaat dat een in artikel 1bis, 1°, bedoelde persoon zijn arbeid verlaat om zich wederrechtelijk op de werkloosheidscontrole aan te melden;
4° de reder, zijn lasthebber of zijn aangestelde die EU-onderdanen aanwerft buiten de op de lijst, bedoeld in artikel 1bis, 1° van deze besluitwet, ingeschreven personen, terwijl het niet gaat om een geval van overmacht;
5° hij die wetens en willens een valse of onvolledige verklaring heeft afgelegd met het oog op het bekomen van wachtgelden waarop hij geen recht heeft, of die wachtgelden aanneemt terwijl hij weet dat hij er geen recht op heeft;
6° de reders evenals hun lasthebbers en hun aangestelden zo zij geweigerd hebben de ter uitvoering van artikel 2octies , zevende lid, getroffen toezichtsmaatregelen toe te passen of de voor de uitvoering van dit toezicht gevergde inlichtingen te verstrekken. "
Art. 36. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 12ter, rédigé comme suit :
" Art. 12ter. Sera puni(e) d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 26 à 500 euros ou d'une de ces peines seulement :
1° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui fait sciemment une déclaration inexacte ou incomplète dans le but de faire attribuer abusivement des indemnités d'attente à une personne visée à l'article 1erbis , 1°;
2° la personne qui fait sciemment usage de documents inexacts ou falsifiés dans le but de se faire accorder des indemnités d'attente;
3° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui tolère qu'une personne visée à l'article 1erbis , 1°, quitte son travail pour se présenter abusivement au contrôle des chômeurs;
4° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui recrute des ressortissants-UE en dehors des personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1° du présent arrêté-loi, alors qu'il ne s'agit pas d'un cas de force majeure;
5° la personne qui a fait sciemment une déclaration fausse ou incomplète dans le but d'obtenir des indemnités d'attente auxquelles elle n'a pas droit, ou qui accepte des indemnités d'attente, sachant ne pas y avoir droit;
6° les armateurs ainsi que leurs mandataires et leurs préposés qui auront refusé d'appliquer les mesures de contrôle prises en exécution de l'article 2octies , alinéa 7, ou qui auront refusé de fournir les renseignements nécessaires à l'exécution de ce contrôle. "
" Art. 12ter. Sera puni(e) d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 26 à 500 euros ou d'une de ces peines seulement :
1° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui fait sciemment une déclaration inexacte ou incomplète dans le but de faire attribuer abusivement des indemnités d'attente à une personne visée à l'article 1erbis , 1°;
2° la personne qui fait sciemment usage de documents inexacts ou falsifiés dans le but de se faire accorder des indemnités d'attente;
3° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui tolère qu'une personne visée à l'article 1erbis , 1°, quitte son travail pour se présenter abusivement au contrôle des chômeurs;
4° l'armateur, son mandataire ou son préposé qui recrute des ressortissants-UE en dehors des personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1° du présent arrêté-loi, alors qu'il ne s'agit pas d'un cas de force majeure;
5° la personne qui a fait sciemment une déclaration fausse ou incomplète dans le but d'obtenir des indemnités d'attente auxquelles elle n'a pas droit, ou qui accepte des indemnités d'attente, sachant ne pas y avoir droit;
6° les armateurs ainsi que leurs mandataires et leurs préposés qui auront refusé d'appliquer les mesures de contrôle prises en exécution de l'article 2octies , alinéa 7, ou qui auront refusé de fournir les renseignements nécessaires à l'exécution de ce contrôle. "
Art. 37. In dezelfde besluitwet wordt een artikel 12quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 12quinquies. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII, zijn toepasselijk op de in deze besluitwet bepaalde misdrijven.
Artikel 85 van voormeld Wetboek is toepasselijk op de in deze besluitwet bepaalde misdrijven zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het in deze besluitwet bepaalde minimumbedrag.
De reders zijn burgerlijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboeten welke tegen hun lasthebbers of aangestelden zijn uitgesproken wegens een misdrijf als omschreven in deze besluitwet. "
" Art. 12quinquies. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII, zijn toepasselijk op de in deze besluitwet bepaalde misdrijven.
Artikel 85 van voormeld Wetboek is toepasselijk op de in deze besluitwet bepaalde misdrijven zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het in deze besluitwet bepaalde minimumbedrag.
De reders zijn burgerlijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboeten welke tegen hun lasthebbers of aangestelden zijn uitgesproken wegens een misdrijf als omschreven in deze besluitwet. "
Art. 37. Dans le même arrêté-loi, il est inséré un article 12quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 12quinquies. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII, sont applicables aux infractions visées dans cet arrêté-loi.
L'article 85 du Code précité est applicable aux infractions visées dans cet arrêté-loi sans que le montant de l'amende puisse être inférieur à 40 % du montant minimum visé dans cet arrêté-loi.
Les armateurs sont civilement responsables du paiement des amendes infligées à leurs mandataires ou préposés en raison d'une infraction prévue dans cet arrêté-loi. "
" Art. 12quinquies. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII, sont applicables aux infractions visées dans cet arrêté-loi.
L'article 85 du Code précité est applicable aux infractions visées dans cet arrêté-loi sans que le montant de l'amende puisse être inférieur à 40 % du montant minimum visé dans cet arrêté-loi.
Les armateurs sont civilement responsables du paiement des amendes infligées à leurs mandataires ou préposés en raison d'une infraction prévue dans cet arrêté-loi. "
Onderafdeling 2. - Solidariteitsbijdrage-winstdeelname
Sous-section 2. - Cotisation de solidarité-participation aux bénéfices
Art. 38. In artikel 3 van dezelfde besluitwet, wordt een paragraaf 3quinquies ingevoegd luidende :
" § 3quinquies. Een solidariteitsbijdrage wordt vastgesteld ten laste van de toegetreden zeeman in de zin van artikel 2, 19°, van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. Zij is verschuldigd op de uitkering in speciën van de deelname in de winst in de zin van artikel 2, 16°, van dezelfde wet.
De bijdragevoet wordt vastgesteld op 13,07 % van het uitgekeerde bedrag.
Deze bijdrage wordt door de reder of de vennootschap in de zin van artikel 2, 1°, van dezelfde wet betaald, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen voor de zeelieden.
De opbrengst van de bijdrage wordt gestort aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Deze bijdrage wordt gelijkgesteld met de socialezekerheidsbijdragen, inzonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden.
De Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden is overeenkomstig de door de Koning te bepalen modaliteiten, belast met de inning en invordering van deze bijdrage. "
" § 3quinquies. Een solidariteitsbijdrage wordt vastgesteld ten laste van de toegetreden zeeman in de zin van artikel 2, 19°, van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. Zij is verschuldigd op de uitkering in speciën van de deelname in de winst in de zin van artikel 2, 16°, van dezelfde wet.
De bijdragevoet wordt vastgesteld op 13,07 % van het uitgekeerde bedrag.
Deze bijdrage wordt door de reder of de vennootschap in de zin van artikel 2, 1°, van dezelfde wet betaald, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen voor de zeelieden.
De opbrengst van de bijdrage wordt gestort aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Deze bijdrage wordt gelijkgesteld met de socialezekerheidsbijdragen, inzonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden.
De Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden is overeenkomstig de door de Koning te bepalen modaliteiten, belast met de inning en invordering van deze bijdrage. "
Art. 38. A l'article 3 du même arrêté-loi, il est inséré un paragraphe 3quinquies, rédigé comme suit :
" § 3quinquies. Une cotisation de solidarité est établie à charge du marin adhérent au sens de l'article 2, 19°, de la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés. Elle est due sur le montant de la participation aux bénéfices payé en espèces au sens de l'article 2, 16°, de la même loi.
Le taux de cette cotisation est fixé à 13,07 % du montant liquidé.
Cette cotisation est payée par l'armateur ou la société au sens de l'article 2, 1°, de la même loi, dans les mêmes délais et dans les mêmes conditions que les cotisations de sécurité sociale pour les marins.
Le produit de la cotisation est transmis à l'ONSS-Gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Cette cotisation est assimilée à une cotisation de sécurité sociale, notamment en ce qui concerne les déclarations avec justification des cotisations, les délais en matière de paiement, l'application des sanctions civiles et des dispositions pénales, le contrôle, le juge compétent en cas de contestation, la prescription en matière d'actions judiciaires, le privilège et la communication du montant de la créance de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins.
La Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins est chargée, selon des modalités à déterminer par le Roi, de la perception et du recouvrement de cette cotisation. "
" § 3quinquies. Une cotisation de solidarité est établie à charge du marin adhérent au sens de l'article 2, 19°, de la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés. Elle est due sur le montant de la participation aux bénéfices payé en espèces au sens de l'article 2, 16°, de la même loi.
Le taux de cette cotisation est fixé à 13,07 % du montant liquidé.
Cette cotisation est payée par l'armateur ou la société au sens de l'article 2, 1°, de la même loi, dans les mêmes délais et dans les mêmes conditions que les cotisations de sécurité sociale pour les marins.
Le produit de la cotisation est transmis à l'ONSS-Gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Cette cotisation est assimilée à une cotisation de sécurité sociale, notamment en ce qui concerne les déclarations avec justification des cotisations, les délais en matière de paiement, l'application des sanctions civiles et des dispositions pénales, le contrôle, le juge compétent en cas de contestation, la prescription en matière d'actions judiciaires, le privilège et la communication du montant de la créance de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins.
La Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins est chargée, selon des modalités à déterminer par le Roi, de la perception et du recouvrement de cette cotisation. "
Afdeling 3. - Diverse bepalingen
Section 3. - Dispositions diverses
Art. 39. De wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de zeelieden ter koopvaardij wordt opgeheven.
Art. 39. La loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande est abrogée.
Art. 40. In artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juni 2006, worden de woorden " de Pool van zeelieden ter koopvaardij " opgeheven.
Art. 40. Dans l'article 1er, 3°, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique, modifiée en dernier lieu par la loi du 20 juin 2006, les mots " le Pool des marins de la marine marchande " sont abrogés.
Art. 41. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden " de Pool van zeelieden ter koopvaardij " opgeheven.
Art. 41. Dans l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, modifiée en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2008, les mots " le Pool des marins de la marine marchande " sont abrogés.
Art. 42. In artikel 1 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, worden de woorden " De Pool van de zeelieden ter Koopvaardij " opgeheven.
Art. 42. Dans l'article 1er de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, les mots " Le Pool des marins de la marine marchande " sont abrogés.
Art. 43. In artikel 1, 21°, van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder a) worden de woorden " artikel 1, 1°, van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool der zeelieden ter koopvaardij " vervangen door de woorden " artikel 1bis, 1°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij ";
2° in de bepaling onder b) worden de woorden " artikel 1, 1°, van dezelfde wet " vervangen door de woorden " artikel 1bis, 1°, van dezelfde besluitwet ";
3° in de bepaling onder c) worden de woorden " buiten de bij de Pool ingeschreven personen " vervangen door de woorden " buiten de op de lijst, zoals bedoeld in artikel 1bis, 1°, van dezelfde besluitwet, ingeschreven personen ";
4° in de bepaling onder d) worden de woorden " artikel 6, zevende lid, van dezelfde wet " vervangen door de woorden " artikel 2octies, achtste lid, van dezelfde besluitwet ".
1° in de bepaling onder a) worden de woorden " artikel 1, 1°, van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool der zeelieden ter koopvaardij " vervangen door de woorden " artikel 1bis, 1°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij ";
2° in de bepaling onder b) worden de woorden " artikel 1, 1°, van dezelfde wet " vervangen door de woorden " artikel 1bis, 1°, van dezelfde besluitwet ";
3° in de bepaling onder c) worden de woorden " buiten de bij de Pool ingeschreven personen " vervangen door de woorden " buiten de op de lijst, zoals bedoeld in artikel 1bis, 1°, van dezelfde besluitwet, ingeschreven personen ";
4° in de bepaling onder d) worden de woorden " artikel 6, zevende lid, van dezelfde wet " vervangen door de woorden " artikel 2octies, achtste lid, van dezelfde besluitwet ".
Art. 43. Dans l'article 1er, 21°, de la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales, les modifications suivantes sont apportées :
1° au a), les mots " l'article 1er, 1°, de la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande; " sont remplacés par les mots " l'article 1erbis, 1°, de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande ";
2° au b), les mots " l'article 1er, 1°, de la même loi " sont remplacés par les mots " l'article 1erbis , 1°, du même arrêté-loi ";
3° au c), les mots " en dehors des personnes inscrites au Pool " sont remplacés par les mots " en dehors des personnes, inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du même arrêté-loi ";
4° au d), les mots " l'article 6, alinéa 7, de la même loi " sont remplacés par les mots " l'article 2octies, alinéa 8, du même arrêté-loi ".
1° au a), les mots " l'article 1er, 1°, de la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande; " sont remplacés par les mots " l'article 1erbis, 1°, de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande ";
2° au b), les mots " l'article 1er, 1°, de la même loi " sont remplacés par les mots " l'article 1erbis , 1°, du même arrêté-loi ";
3° au c), les mots " en dehors des personnes inscrites au Pool " sont remplacés par les mots " en dehors des personnes, inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1°, du même arrêté-loi ";
4° au d), les mots " l'article 6, alinéa 7, de la même loi " sont remplacés par les mots " l'article 2octies, alinéa 8, du même arrêté-loi ".
Art. 44. In artikel 26 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, worden de woorden " bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de Zeelieden ter koopvaardij " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 15 van Titel 5, Hoofdstuk 1, Afdeling 1, van de programmawet van 17 juni 2009 ".
Art. 44. Dans l'article 26 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié en dernier lieu par la loi du 25 janvier 1999, les mots " visées à l'article 1er de la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande " sont remplacés par les mots " visées à l'article 15 du Titre 5, Chapitre 1er, Section 1re, de la loi-programme du 17 juin 2009 ".
Art. 45. In artikel 76, § 1, 3°, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, worden de woorden " de personen ingeschreven bij de Pool van de zeelieden ter koopvaardij ingericht door de wet van 25 februari 1964 " vervangen door de woorden " de personen ingeschreven op de lijst, zoals bedoeld in artikel 1bis, 1°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij ".
Art. 45. Dans l'article 76, § 1er, 3°, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, les mots " les personnes inscrites au Pool des marins de la marine marchande organisé par la loi du 25 février 1964 " sont remplacés par les mots " les personnes inscrites sur la liste visée à l'article 1erbis , 1° de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande ".
Art. 46. In artikel 32, § 2, 2°, van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, worden de woorden " de Pool van de zeelieden ter koopvaardij " opgeheven.
Art. 46. Dans l'article 32, § 2, 2°, de la loi du 22 mars 1999 portant diverses mesures en matière de fonction publique, les mots " le Pool des marins de la marine marchande " sont abrogés.
Art. 47. De Koning kan de nodige maatregelen nemen om de bestaande wettelijke en reglementaire bepalingen in overeenstemming te brengen met deze wet. Hij kan deze wettelijke en reglementaire bepalingen opheffen, wijzigen, vervangen en coördineren.
Art. 47. Le Roi peut prendre les mesures nécessaires pour mettre les dispositions légales et réglementaires existantes en concordance avec la présente loi. Il peut abroger, modifier, remplacer et coordonner ces dispositions légales et réglementaires.
Afdeling 4. - Overgangsbepalingen
Section 4. - Dispositions transitoires
Art. 48. De zeelieden en shoregangers die vóór de inwerkingtreding van deze wet ingeschreven zijn op de lijst, bedoeld in artikel 1, derde lid, 1°, van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de zeelieden ter koopvaardij, worden ambtshalve ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 1bis, 1°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij. "
Art. 48. Les marins et shoregangers qui, avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont inscrits sur la liste visée à l'article 1er, alinéa 3, 1°, de la loi du 25 février 1964 organisant un Pool des marins de la marine marchande, sont inscrits d'office sur la liste visée à l'article 1erbis , 1° de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande.
Afdeling 5. - Slotbepalingen
Section 5. - Dispositions finales
Art. 49. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2009 met uitzondering van Onderafdeling 2 van Afdeling 2, die uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2005.
Art. 49. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er juillet 2009 à l'exception de la Sous-section 2 de la Section 2, qui produit ses effets le 1er janvier 2005.
HOOFDSTUK 2. - Alternatieve financiering
CHAPITRE 2. - Financement alternatif
Art. 50. In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
" Bij onvoldoende opbrengst van de BTW om voormelde betaling uit te voeren, mag voor het jaar 2009 een bijkomend bedrag voorafgenomen worden van de opbrengst van de bedrijfsvoorheffing, zonder dat deze voorafname groter kan zijn dan het vastgestelde tekort. ";
2° dit artikel wordt aangevuld met een § 14, luidende als volgt :
" § 14. Vanaf 1 januari 2009 wordt jaarlijks een bedrag van 47.000 duizend euro voorafgenomen op de opbrengsten van de personenbelasting en toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ter financiering van de verhoging van het minimumpensioen van de werknemers. "
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
" Bij onvoldoende opbrengst van de BTW om voormelde betaling uit te voeren, mag voor het jaar 2009 een bijkomend bedrag voorafgenomen worden van de opbrengst van de bedrijfsvoorheffing, zonder dat deze voorafname groter kan zijn dan het vastgestelde tekort. ";
2° dit artikel wordt aangevuld met een § 14, luidende als volgt :
" § 14. Vanaf 1 januari 2009 wordt jaarlijks een bedrag van 47.000 duizend euro voorafgenomen op de opbrengsten van de personenbelasting en toegewezen aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ter financiering van de verhoging van het minimumpensioen van de werknemers. "
Art. 50. A l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001 les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
" En cas d'insuffisance du produit de la T.V.A. pour effectuer le payement du montant précité, un montant complémentaire peut être prélevé, pour l'année 2009, sur les recettes du précompte professionnel sans que ce prélèvement puisse être supérieur au montant de l'insuffisance constatée. ";
2° cet article est complété par un § 14, rédigé comme suit :
" § 14. A partir du 1er janvier 2009 un montant de 47 000 milliers d'euros est prélevé annuellement des recettes de l'impôt des personnes physiques et est attribué à l'ONSS-gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, pour financer l'augmentation de la pension minimum des travailleurs salariés. "
1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
" En cas d'insuffisance du produit de la T.V.A. pour effectuer le payement du montant précité, un montant complémentaire peut être prélevé, pour l'année 2009, sur les recettes du précompte professionnel sans que ce prélèvement puisse être supérieur au montant de l'insuffisance constatée. ";
2° cet article est complété par un § 14, rédigé comme suit :
" § 14. A partir du 1er janvier 2009 un montant de 47 000 milliers d'euros est prélevé annuellement des recettes de l'impôt des personnes physiques et est attribué à l'ONSS-gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, pour financer l'augmentation de la pension minimum des travailleurs salariés. "
Art. 51. In artikel 63 van de programmawet van 27 april 2007 worden de woorden " In 2007 wordt een bedrag " vervangen door de woorden " Vanaf 2007 wordt jaarlijks een bedrag ".
Art. 51. Dans l'article 63 de la loi-programme du 27 avril 2007, les mots " En 2007, un montant fixé " sont remplacés par les mots " A partir de 2007 un montant fixé annuellement ".
Art. 52. Artikel 50 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Artikel 51 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 51 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 52. Article 50 produits ses effets le 1er janvier 2009.
Article 51 produits ses effets le 1er janvier 2007.
Article 51 produits ses effets le 1er janvier 2007.
HOOFDSTUK 3. - Tewerkstelling van jongeren in de non-profitsector
CHAPITRE 3. - Emploi des jeunes dans le secteur non-marchand
Art. 53. Artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2006, wordt aangevuld met een punt I, luidende :
" I. De sectorale fondsen bedoeld in punt C, 1°, evenals de Fondsen Sociale Maribel bedoeld in punt 2°, (a) worden, naast de taken die hen zijn toevertrouwd met toepassing van artikel 1 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, belast met het beheer van de arbeidsplaatsen voor jongeren in het kader van globale projecten op federaal niveau en op het niveau van de deelgebieden in de non-profitsector, die voortvloeien uit de artikelen 82, § 3, en 83 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. "
" I. De sectorale fondsen bedoeld in punt C, 1°, evenals de Fondsen Sociale Maribel bedoeld in punt 2°, (a) worden, naast de taken die hen zijn toevertrouwd met toepassing van artikel 1 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, belast met het beheer van de arbeidsplaatsen voor jongeren in het kader van globale projecten op federaal niveau en op het niveau van de deelgebieden in de non-profitsector, die voortvloeien uit de artikelen 82, § 3, en 83 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. "
Art. 53. L'article 35, § 5, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2006, est complété par un point I, rédigé comme suit :
" I. Les Fonds sectoriels visés au point C, 1°, ainsi que le Fonds Maribel social visé au point 2°, (a), outre les missions qui leurs sont dévolues en application de l'article 1er de la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence, sont chargés d'assurer la gestion des emplois des jeunes dans le cadre des projets globaux au niveau fédéral et fédéré dans le secteur non marchand résultant des articles 82, § 3, et 83 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre générations. "
" I. Les Fonds sectoriels visés au point C, 1°, ainsi que le Fonds Maribel social visé au point 2°, (a), outre les missions qui leurs sont dévolues en application de l'article 1er de la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence, sont chargés d'assurer la gestion des emplois des jeunes dans le cadre des projets globaux au niveau fédéral et fédéré dans le secteur non marchand résultant des articles 82, § 3, et 83 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre générations. "
Art. 54. Artikel 53 heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2009.
Art. 54. L'article 53 produit ses effets le 1er mai 2009.
HOOFDSTUK 4. - Verkeersboetes
CHAPITRE 4. - Amendes de roulage
Art. 55. In artikel 38, § 3decies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De werkgever is een solidariteitsbijdrage van 33 % verschuldigd op alle sommen die hij in plaats van zijn werknemer betaalt of aan zijn werknemer terugbetaalt, als betaling van een verkeersboete, een minnelijke schikking of een onmiddellijke inning met betrekking tot een verkeersboete, opgelopen door de werknemer tijdens de uitoefening van zijn arbeidsovereenkomst. "
" De werkgever is een solidariteitsbijdrage van 33 % verschuldigd op alle sommen die hij in plaats van zijn werknemer betaalt of aan zijn werknemer terugbetaalt, als betaling van een verkeersboete, een minnelijke schikking of een onmiddellijke inning met betrekking tot een verkeersboete, opgelopen door de werknemer tijdens de uitoefening van zijn arbeidsovereenkomst. "
Art. 55. Dans l'article 38, § 3decies , de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, inséré par la loi du 22 décembre 2008 portant des dispositions diverses, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'employeur doit verser une cotisation de solidarité de 33 % sur toute somme qu'il paie en lieu et place de son travailleur ou rembourse à son travailleur, à titre de paiement d'une amende de roulage, d'une transaction ou d'une perception immédiate relative à une amende de roulage, encourue par le travailleur dans l'exercice de son contrat de travail. "
" L'employeur doit verser une cotisation de solidarité de 33 % sur toute somme qu'il paie en lieu et place de son travailleur ou rembourse à son travailleur, à titre de paiement d'une amende de roulage, d'une transaction ou d'une perception immédiate relative à une amende de roulage, encourue par le travailleur dans l'exercice de son contrat de travail. "
Art. 56. Artikel 55 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 56. L'article 55 produit ses effets le 1er janvier 2009.
TITEL 6. - Werk
TITRE 6. - Emploi
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Art. 57. Artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, luidende :
" 3° de voorwaarden en de nadere regels voor het verhogen van de toegankelijkheid van de dienstencheques voor de laagste inkomens via de uitbouw van een stelsel van sociale dienstencheques. De uitgaven verbonden aan dit stelsel van sociale dienstencheques worden aangerekend op de begroting dienstencheques van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. "
" 3° de voorwaarden en de nadere regels voor het verhogen van de toegankelijkheid van de dienstencheques voor de laagste inkomens via de uitbouw van een stelsel van sociale dienstencheques. De uitgaven verbonden aan dit stelsel van sociale dienstencheques worden aangerekend op de begroting dienstencheques van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. "
Art. 57. L'article 4, alinéa 1er, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, est complété par le 3°, rédigé comme suit :
" 3° les conditions et modalités pour augmenter l'accessibilité des titres-services pour les plus bas revenus via le développement d'un système de titres-services sociaux. Les dépenses liées à ce système de titres-services sociaux sont imputées sur le budget titres-services de l'Office national de l'emploi. "
" 3° les conditions et modalités pour augmenter l'accessibilité des titres-services pour les plus bas revenus via le développement d'un système de titres-services sociaux. Les dépenses liées à ce système de titres-services sociaux sont imputées sur le budget titres-services de l'Office national de l'emploi. "
HOOFDSTUK 2. - Invoering van strafrechtelijke en administratieve sancties in geval van inbreuk op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
CHAPITRE 2. - Introduction de sanctions pénales et administratives en cas d'infraction à la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
Section 1re. - Modification de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Art. 58. Artikel 7 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De in het tweede lid bedoelde ambtenaren oefenen deze controle uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. "
" De in het tweede lid bedoelde ambtenaren oefenen deze controle uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. "
Art. 58. L'article 7 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, modifié par la loi du 22 décembre 2003, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les fonctionnaires visés à l'alinéa 2 exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail. "
" Les fonctionnaires visés à l'alinéa 2 exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail. "
Art. 59. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, luidende :
" Hoofdstuk IV/1. Strafbepalingen ".
" Hoofdstuk IV/1. Strafbepalingen ".
Art. 59. Dans la même loi, il est inséré un chapitre IV/1, intitulé :
" Chapitre IV/1. Dispositions pénales ".
" Chapitre IV/1. Dispositions pénales ".
Art. 60. In hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel 59, wordt een artikel 10ter ingevoegd, luidende :
" Art. 10ter . § 1. Met een strafrechtelijke geldboete van 100 euro tot 1.000 euro wordt gestraft de onderneming, haar aangestelde of haar lasthebber die :
1° dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;
2° in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
3° dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;
4° buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;
5° de registratie van de dienstencheque-activiteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;
6° meer dienstencheques voor betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
7° buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;
8° indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van deze wet en in haar schoot geen sui generis afdeling heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques;
9° werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
10° een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques.
§ 2. Met een strafrechtelijke geldboete van 50 euro tot 500 euro wordt gestraft de onderneming, haar aangestelde of haar lasthebber die :
1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;
2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;
3° een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;
4° de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van deze wet, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;
5° de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf.
Voor de in 1°, 2° en 3° bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. "
" Art. 10ter . § 1. Met een strafrechtelijke geldboete van 100 euro tot 1.000 euro wordt gestraft de onderneming, haar aangestelde of haar lasthebber die :
1° dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;
2° in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
3° dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;
4° buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;
5° de registratie van de dienstencheque-activiteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;
6° meer dienstencheques voor betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
7° buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;
8° indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van deze wet en in haar schoot geen sui generis afdeling heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques;
9° werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
10° een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques.
§ 2. Met een strafrechtelijke geldboete van 50 euro tot 500 euro wordt gestraft de onderneming, haar aangestelde of haar lasthebber die :
1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;
2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;
3° een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;
4° de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van deze wet, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;
5° de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf.
Voor de in 1°, 2° en 3° bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. "
Art. 60. Dans le chapitre IV/1, inséré par l'article 59, il est inséré un article 10ter , rédigé comme suit :
" Art. 10ter . § 1er. Est puni d'une amende pénale de 100 euros à 1.000 euros, l'entreprise, son préposé ou son mandataire qui :
1° accepte des titres-services de l'utilisateur alors que les travaux ou les services de proximité ne sont pas encore effectués;
2° effectue, dans le cadre de travaux ou de services de proximité, des activités qui ne sont pas autorisées par la décision d'agrément;
3° accepte des titres-services en paiement d'activités qui ne sont pas des travaux ou des services de proximité;
4° fait effectuer des travaux ou des services de proximité par un travailleur qui n'a pas été recruté pour accomplir des travaux ou des services de proximité;
5° n'organise pas l'enregistrement des activités titres-services de manière telle que l'on puisse vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants;
6° transmet à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations effectuées durant un trimestre déterminé, que le nombre d'heures de travail déclarées à l'ONSS, prestées pendant le même trimestre par des travailleurs engagés dans les liens d'un contrat de travail titres-services;
7° fournit des travaux ou des services de proximité sans être agréée à cette fin;
8° si elle exerce une autre activité que les activités pour lesquelles un agrément peut être accordé sur la base de la présente loi et ne crée pas dans son sein une section sui generis qui s'occupe spécifiquement de l'occupation dans le cadre du régime des titres-services;
9° fait effectuer des travaux ou des services financés par les titres-services en sous-traitance par une autre entreprise ou un autre organisme;
10° fait payer par des titres-services un autre volume de travail que celui correspondant aux activités d'aide à domicile de nature ménagère venant en supplément à partir de son agrément.
§ 2. Est puni d'une amende pénale de 50 euros à 500 euros, l'entreprise, son préposé ou son mandataire qui :
1° n'établit pas le contrat de travail titres-services par écrit au plus tard dans les deux jours ouvrables à compter du moment de l'entrée en service du travailleur;
2° établit le contrat de travail titres-services de manière incomplète ou inexacte;
3° n'attribue pas par priorité à un travailleur qui, pendant son occupation à temps partiel, bénéficie d'une allocation de chômage, d'un revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière, un emploi à temps plein ou un autre emploi à temps partiel qui, presté seul ou à titre complémentaire, lui procure un régime à temps partiel nouveau, dont la durée de travail hebdomadaire est supérieure à celle du régime de travail à temps partiel dans lequel il travaille déjà;
4° représente l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de la présente loi, ou qui représente le travailleur pour signer le titre-service;
5° ne transmet pas les titres-services groupés par mois au cours duquel les prestations sont effectivement effectuées à la société émettrice en vue du remboursement;
En ce qui concerne les infractions visées aux 1°, 2° et 3°, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés. "
" Art. 10ter . § 1er. Est puni d'une amende pénale de 100 euros à 1.000 euros, l'entreprise, son préposé ou son mandataire qui :
1° accepte des titres-services de l'utilisateur alors que les travaux ou les services de proximité ne sont pas encore effectués;
2° effectue, dans le cadre de travaux ou de services de proximité, des activités qui ne sont pas autorisées par la décision d'agrément;
3° accepte des titres-services en paiement d'activités qui ne sont pas des travaux ou des services de proximité;
4° fait effectuer des travaux ou des services de proximité par un travailleur qui n'a pas été recruté pour accomplir des travaux ou des services de proximité;
5° n'organise pas l'enregistrement des activités titres-services de manière telle que l'on puisse vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants;
6° transmet à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations effectuées durant un trimestre déterminé, que le nombre d'heures de travail déclarées à l'ONSS, prestées pendant le même trimestre par des travailleurs engagés dans les liens d'un contrat de travail titres-services;
7° fournit des travaux ou des services de proximité sans être agréée à cette fin;
8° si elle exerce une autre activité que les activités pour lesquelles un agrément peut être accordé sur la base de la présente loi et ne crée pas dans son sein une section sui generis qui s'occupe spécifiquement de l'occupation dans le cadre du régime des titres-services;
9° fait effectuer des travaux ou des services financés par les titres-services en sous-traitance par une autre entreprise ou un autre organisme;
10° fait payer par des titres-services un autre volume de travail que celui correspondant aux activités d'aide à domicile de nature ménagère venant en supplément à partir de son agrément.
§ 2. Est puni d'une amende pénale de 50 euros à 500 euros, l'entreprise, son préposé ou son mandataire qui :
1° n'établit pas le contrat de travail titres-services par écrit au plus tard dans les deux jours ouvrables à compter du moment de l'entrée en service du travailleur;
2° établit le contrat de travail titres-services de manière incomplète ou inexacte;
3° n'attribue pas par priorité à un travailleur qui, pendant son occupation à temps partiel, bénéficie d'une allocation de chômage, d'un revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière, un emploi à temps plein ou un autre emploi à temps partiel qui, presté seul ou à titre complémentaire, lui procure un régime à temps partiel nouveau, dont la durée de travail hebdomadaire est supérieure à celle du régime de travail à temps partiel dans lequel il travaille déjà;
4° représente l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de la présente loi, ou qui représente le travailleur pour signer le titre-service;
5° ne transmet pas les titres-services groupés par mois au cours duquel les prestations sont effectivement effectuées à la société émettrice en vue du remboursement;
En ce qui concerne les infractions visées aux 1°, 2° et 3°, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés. "
Art. 61. In hetzelfde hoofdstuk IV/1 wordt een artikel 10quater ingevoegd, luidende :
" Art. 10quater. Bij herhaling binnen een jaar na een vorige veroordeling kan de straf op het dubbel van het maximum worden gebracht. "
" Art. 10quater. Bij herhaling binnen een jaar na een vorige veroordeling kan de straf op het dubbel van het maximum worden gebracht. "
Art. 61. Dans le même chapitre IV/1, il est inséré un article 10quater , rédigé comme suit :
" Art. 10quater . En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation, la peine peut être portée au double du maximum. "
" Art. 10quater . En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation, la peine peut être portée au double du maximum. "
Art. 62. In hetzelfde hoofdstuk IV/1 wordt een artikel 10quinquies ingevoegd, luidende :
" Art. 10quinquies. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor geldboeten waartoe haar aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld. "
" Art. 10quinquies. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor geldboeten waartoe haar aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld. "
Art. 62. Dans le même chapitre IV/1, il est inséré un article 10quinquies , rédigé comme suit :
" Art. 10quinquies . L'entreprise est civilement responsable des amendes auxquelles ses préposés ou mandataires ont été condamnés. "
" Art. 10quinquies . L'entreprise est civilement responsable des amendes auxquelles ses préposés ou mandataires ont été condamnés. "
Art. 63. In hetzelfde hoofdstuk IV/1 wordt een artikel 10sexies ingevoegd, luidende :
" Art. 10sexies. § 1. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII, zijn toepasselijk op de bij dit hoofdstuk bepaalde inbreuken.
§ 2. Artikel 85 van voormeld wetboek is toepasselijk op de bij dit hoofdstuk bepaalde inbreuken, zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van de hierbij bepaalde minimumbedragen. "
" Art. 10sexies. § 1. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII, zijn toepasselijk op de bij dit hoofdstuk bepaalde inbreuken.
§ 2. Artikel 85 van voormeld wetboek is toepasselijk op de bij dit hoofdstuk bepaalde inbreuken, zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van de hierbij bepaalde minimumbedragen. "
Art. 63. Dans le même chapitre IV/1, il est inséré un article 10sexies , rédigé comme suit :
" Art. 10sexies . § 1er. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal, le chapitre V excepté, mais le chapitre VII compris, sont applicables aux infractions visées par le présent chapitre.
§ 2. L'article 85 du Code précité est applicable aux infractions visées par le présent chapitre, sans que le montant de l'amende puisse être inférieur à 40 % des montants minima prévus par celui-ci. "
" Art. 10sexies . § 1er. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal, le chapitre V excepté, mais le chapitre VII compris, sont applicables aux infractions visées par le présent chapitre.
§ 2. L'article 85 du Code précité est applicable aux infractions visées par le présent chapitre, sans que le montant de l'amende puisse être inférieur à 40 % des montants minima prévus par celui-ci. "
Art. 64. In hetzelfde hoofdstuk IV/1 wordt een artikel 10septies ingevoegd, luidende :
" Art. 10septies. De strafvordering wegens overtreding van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan verjaart na vijf jaar te rekenen van de dag waarop de inbreuk is gepleegd. "
" Art. 10septies. De strafvordering wegens overtreding van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan verjaart na vijf jaar te rekenen van de dag waarop de inbreuk is gepleegd. "
Art. 64. Dans le même chapitre IV/1, il est inséré un article 10septies , rédigé comme suit :
" Art. 10septies . L'action publique résultant des infractions aux dispositions du présent chapitre et des arrêtés pris en exécution de celui-ci se prescrit par cinq ans à compter du jour où l'infraction a été commise. "
" Art. 10septies . L'action publique résultant des infractions aux dispositions du présent chapitre et des arrêtés pris en exécution de celui-ci se prescrit par cinq ans à compter du jour où l'infraction a été commise. "
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten
Section 2. - Modification de la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales
Art. 65. Artikel 1bis, § 1, van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, vervangen bij de wet van 23 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 4 augustus 1996, 28 januari 1999, 23 maart 1999, 26 maart 1999, 24 december 1999, 26 juni 2000, 24 januari 2003, 13 juli 2006, 27 december 2006, 1 maart 2007 en 23 april 2008, wordt aangevuld met een 13° en een 14°, luidende :
" 13° van 275 tot 2.750 euro aan de onderneming die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :
a) dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;
b) in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
c) dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;
d) buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;
e) de registratie van de dienstencheque-activiteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;
f) meer dienstencheques voor betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
g) buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;
h) indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van voornoemde wet van 20 juli 2001, en in haar schoot geen sui generis afdeling heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van de dienstencheques;
i) werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
j) een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques.
14° van 140 euro tot 1.375 euro aan de onderneming die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :
a) geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;
b) de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;
c) een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;
d) de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van voornoemde wet van 20 juli 2001, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;
e) de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf. ".
" 13° van 275 tot 2.750 euro aan de onderneming die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :
a) dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;
b) in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
c) dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;
d) buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;
e) de registratie van de dienstencheque-activiteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;
f) meer dienstencheques voor betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
g) buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;
h) indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van voornoemde wet van 20 juli 2001, en in haar schoot geen sui generis afdeling heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van de dienstencheques;
i) werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
j) een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques.
14° van 140 euro tot 1.375 euro aan de onderneming die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :
a) geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;
b) de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;
c) een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;
d) de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van voornoemde wet van 20 juli 2001, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;
e) de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overmaakt aan het uitgiftebedrijf. ".
Art. 65. L'article 1erbis , § 1er, de la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales, remplacé par la loi du 23 mars 1994 et modifié par les lois des 30 mars 1994, 4 août 1996, 28 janvier 1999, 23 mars 1999, 26 mars 1999, 24 décembre 1999, 26 juin 2000, 24 janvier 2003, 13 juillet 2006, 27 décembre 2006, 1er mars 2007 et 23 avril 2008, est complété par un 13° et un 14°, rédigés comme suit :
" 13° de 275 à 2.750 euros l'entreprise qui, en violation de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité :
a) accepte des titres-services de l'utilisateur alors que les travaux ou les services de proximité ne sont pas encore effectués;
b) effectue, dans le cadre de travaux ou de services de proximité, des activités qui ne sont pas autorisées par la décision d'agrément;
c) accepte des titres-services en paiement d'activités qui ne sont pas des travaux ou des services de proximité;
d) fait effectuer des travaux ou des services de proximité par un travailleur qui n'a pas été recruté pour accomplir des travaux ou des services de proximité;
e) n'organise pas l'enregistrement des activités titres-services de manière telle que l'on puisse vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants;
f) transmet à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations effectuées durant un trimestre déterminé, que le nombre d'heures de travail déclarées à l'ONSS, prestées pendant le même trimestre par des travailleurs engagés dans les liens d'un contrat de travail titres-services;
g) fournit des travaux ou des services de proximité sans être agréée à cette fin;
h) si elle exerce une autre activité que les activités pour lesquelles un agrément peut être accordé sur la base de la loi précitée du 20 juillet 2001, et ne crée pas dans son sein une section sui generis qui s'occupe spécifiquement de l'occupation dans le cadre du régime des titres-services;
i) fait effectuer des travaux ou des services financés par les titres-services en sous-traitance par une autre entreprise ou un autre organisme;
j) fait payer par des titres-services un autre volume de travail que celui correspondant aux activités d'aide à domicile de nature ménagère venant en supplément à partir de son agrément.
14° de 140 euros à 1.375 euros, l'entreprise qui, en violation de la loi précitée du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité :
a) n'établit pas le contrat de travail titres-services par écrit au plus tard dans les deux jours ouvrables à compter du moment de l'entrée en service du travailleur;
b) établit le contrat de travail titres-services de manière incomplète ou inexacte;
c) n'attribue pas par priorité à un travailleur qui, pendant son occupation à temps partiel, bénéficie d'une allocation de chômage, d'un revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière, un emploi à temps plein ou un autre emploi à temps partiel qui, presté seul ou à titre complémentaire, lui procure un régime à temps partiel nouveau, dont la durée de travail hebdomadaire est supérieure à celle du régime de travail à temps partiel dans lequel il travaille déjà;
d) représente l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de la loi précitée du 20 juillet 2001, ou qui représente le travailleur pour signer le titre-service;
e) ne transmet pas les titres-services groupés par mois au cours duquel les prestations sont effectivement effectuées à la société émettrice en vue du remboursement. ".
" 13° de 275 à 2.750 euros l'entreprise qui, en violation de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité :
a) accepte des titres-services de l'utilisateur alors que les travaux ou les services de proximité ne sont pas encore effectués;
b) effectue, dans le cadre de travaux ou de services de proximité, des activités qui ne sont pas autorisées par la décision d'agrément;
c) accepte des titres-services en paiement d'activités qui ne sont pas des travaux ou des services de proximité;
d) fait effectuer des travaux ou des services de proximité par un travailleur qui n'a pas été recruté pour accomplir des travaux ou des services de proximité;
e) n'organise pas l'enregistrement des activités titres-services de manière telle que l'on puisse vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants;
f) transmet à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations effectuées durant un trimestre déterminé, que le nombre d'heures de travail déclarées à l'ONSS, prestées pendant le même trimestre par des travailleurs engagés dans les liens d'un contrat de travail titres-services;
g) fournit des travaux ou des services de proximité sans être agréée à cette fin;
h) si elle exerce une autre activité que les activités pour lesquelles un agrément peut être accordé sur la base de la loi précitée du 20 juillet 2001, et ne crée pas dans son sein une section sui generis qui s'occupe spécifiquement de l'occupation dans le cadre du régime des titres-services;
i) fait effectuer des travaux ou des services financés par les titres-services en sous-traitance par une autre entreprise ou un autre organisme;
j) fait payer par des titres-services un autre volume de travail que celui correspondant aux activités d'aide à domicile de nature ménagère venant en supplément à partir de son agrément.
14° de 140 euros à 1.375 euros, l'entreprise qui, en violation de la loi précitée du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité :
a) n'établit pas le contrat de travail titres-services par écrit au plus tard dans les deux jours ouvrables à compter du moment de l'entrée en service du travailleur;
b) établit le contrat de travail titres-services de manière incomplète ou inexacte;
c) n'attribue pas par priorité à un travailleur qui, pendant son occupation à temps partiel, bénéficie d'une allocation de chômage, d'un revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière, un emploi à temps plein ou un autre emploi à temps partiel qui, presté seul ou à titre complémentaire, lui procure un régime à temps partiel nouveau, dont la durée de travail hebdomadaire est supérieure à celle du régime de travail à temps partiel dans lequel il travaille déjà;
d) représente l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de la loi précitée du 20 juillet 2001, ou qui représente le travailleur pour signer le titre-service;
e) ne transmet pas les titres-services groupés par mois au cours duquel les prestations sont effectivement effectuées à la société émettrice en vue du remboursement. ".
Art. 66. In artikel 11, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 23 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 23 maart 1999, 26 maart 1999, 26 juni 2000 en 27 december 2006, worden de woorden " en 6°, a), b), c), d) en e) en 7° " vervangen door de woorden " 6°, a), b), c), d) en e), 7° en 13°, a), b) en c), ".
Art. 66. Dans l'article 11, alinéa 2, de la même loi, remplacé par la loi du 23 mars 1994 et modifié par les lois des 30 mars 1994, 23 mars 1999, 26 mars 1999, 26 juin 2000 et 27 décembre 2006, les mots " et 6°, a), b), c), d) et e) et 7° " sont remplacés par les mots " 6°, a), b), c), d) et e), 7° et 13°, a), b) et c), ".
TITEL 7. - Begroting
TITRE 7. - Budget
ENIG HOOFDSTUK. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE UNIQUE. - Disposition abrogatoire
Art. 67. Artikel 2 van de wet van 15 maart 1991 houdende hervorming van de algemene Rijkscomptabiliteit en van de provinciale comptabiliteit wordt opgeheven.
Art. 67. L'article 2 de la loi du 15 mars 1991 portant réforme de la comptabilité générale de l'Etat et de la comptabilité provinciale est abrogé.
Art. 68. Deze titel treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 68. Le présent titre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 8. - Energie
TITRE 8. - Energie
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de economische herstelwet van 27 maart 2009
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi de relance économique du 27 mars 2009
Art. 69. Artikel 64 van de economische herstelwet van 27 maart 2009 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
" De elektriciteitsleveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt. ".
" De elektriciteitsleveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt. ".
Art. 69. L'Article 64 de la loi de relance économique du 27 mars 2009 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Les fournisseurs d'électricité et les gestionnaires de réseau de distribution ont droit au remboursement des frais, faits lors de l'application du présent chapitre. "
" Les fournisseurs d'électricité et les gestionnaires de réseau de distribution ont droit au remboursement des frais, faits lors de l'application du présent chapitre. "