Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 MEI 2010. - Wet houdende fiscale en diverse bepalingen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-05-2010 en tekstbijwerking tot 31-12-2010)
Titre
19 MAI 2010. - Loi portant des dispositions fiscales et diverses (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-05-2010 et mise à jour au 31-12-2010)
Dokumentinformationen
Numac: 2010003319
Datum: 2010-05-19
Info du document
Numac: 2010003319
Date: 2010-05-19
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Inkomstenbelastingen
Afdeling 1. - Wijzigingen met betrekking tot re...
Afdeling 2. - Wijzigingen met betrekking tot de...
Onderafdeling 1. - Wijziging van het Wetboek va...
Onderafdeling 2. - Overige
HOOFDSTUK 3. - Wetboek van de belasting over de...
HOOFDSTUK 4. - Wetboek van de met de inkomstenb...
Afdeling 1. - Bezwaartermijn
Afdeling 2. - Spelen en weddenschappen
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen ingevolge de wederzi...
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van d...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van d...
HOOFDSTUK 6. - Successierechten
HOOFDSTUK 7. - Registratierechten en recht op d...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 21 dece...
HOOFDSTUK 9. - Crisismaatregelen
HOOFDSTUK 10. - Crisismaatregelen ten voordele ...
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Tijdelijke uitbreiding van de soc...
Afdeling 3. - Aanvraagtermijn voor de sociale v...
Afdeling 4. - Wijzigingen van het koninklijk be...
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Impôts sur les revenus
Section 1re. - Modifications concernant les per...
Section 2. - Modifications en matière d'établis...
Sous-section 1re. - Modification du Code des im...
Sous-section 2. - Divers
CHAPITRE 3. - Code de la taxe sur la valeur ajo...
CHAPITRE 4. - Code des taxes assimilées aux imp...
Section 1re. - Délai de réclamation
Section 2. - Jeux et paris
CHAPITRE 5. - Modifications suite à la directiv...
Section 1re. - Modifications du Code des impôts...
Section 2. - Modifications au Code des droits e...
CHAPITRE 6. - Droits de succession
CHAPITRE 7. - Droits d'enregistrement et droit ...
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 21 déce...
CHAPITRE 9. - Mesures de crise
CHAPITRE 10. - Mesures de crise en faveur des t...
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Extension temporaire de l'assuranc...
Section 3. - Délai pour l'introduction de la de...
Section 4. - Modifications de l' arrêté royal d...
Tekst (67)
Texte (67)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Inkomstenbelastingen
CHAPITRE 2. - Impôts sur les revenus
Afdeling 1. - Wijzigingen met betrekking tot rechtspersonen
Section 1re. - Modifications concernant les personnes morales
Art.2. In artikel 19bis, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005, wordt de tweede zin vervangen als volgt :
" Indien de verkrijger deze rechten door schenking heeft verkregen, wordt deze periode verlengd met de periode gedurende dewelke de schenker houder is geweest van de rechten van deelneming. Indien de verkrijger of de schenker de rechten van deelneming vóór 1 juli 2005 heeft verkregen, of indien de verkrijger de datum van verkrijging niet kan aantonen, wordt hij evenwel geacht houder te zijn geweest vanaf 1 juli 2005. "
" Indien de verkrijger deze rechten door schenking heeft verkregen, wordt deze periode verlengd met de periode gedurende dewelke de schenker houder is geweest van de rechten van deelneming. Indien de verkrijger of de schenker de rechten van deelneming vóór 1 juli 2005 heeft verkregen, of indien de verkrijger de datum van verkrijging niet kan aantonen, wordt hij evenwel geacht houder te zijn geweest vanaf 1 juli 2005. "
Art.2. Dans l'article 19bis, § 1er, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 décembre 2005, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit :
" Si le bénéficiaire a acquis ces parts par donation, cette période est augmentée de la période durant laquelle le donateur a été titulaire de ces parts. Si le bénéficiaire ou le donateur a acquis les parts avant le 1er juillet 2005 ou si le bénéficiaire ne peut démontrer la date d'acquisition des parts, celui-ci est supposé en être titulaire depuis le 1er juillet 2005. "
" Si le bénéficiaire a acquis ces parts par donation, cette période est augmentée de la période durant laquelle le donateur a été titulaire de ces parts. Si le bénéficiaire ou le donateur a acquis les parts avant le 1er juillet 2005 ou si le bénéficiaire ne peut démontrer la date d'acquisition des parts, celui-ci est supposé en être titulaire depuis le 1er juillet 2005. "
Art.3. Artikel 50, eerste lid, van de wet van 22 december 2009 houdende fiscale en diverse bepalingen, wordt vervangen als volgt :
" Art. 50. De artikelen 44 tot 48 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.
Artikel 49 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2011. "
" Art. 50. De artikelen 44 tot 48 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.
Artikel 49 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2011. "
Art.3. L'article 50, alinéa 1er, de la loi du 22 décembre 2009 portant des dispositions fiscales et diverses, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 50. Les articles 44 à 48 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2010.
L'article 49 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2011. "
" Art. 50. Les articles 44 à 48 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2010.
L'article 49 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2011. "
Art.4. In artikel 126 van de programmawet van 23 december 2009, wordt het achtste lid vervangen als volgt :
" De artikelen 116 en 118 zijn van toepassing op de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012. "
" De artikelen 116 en 118 zijn van toepassing op de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012. "
Art.4. Dans l'article 126 de la loi-programme du 23 décembre 2009, l'alinéa 8 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 116 et 118 sont applicables aux investissements des années 2010 à 2012. "
" Les articles 116 et 118 sont applicables aux investissements des années 2010 à 2012. "
Art.5. Artikel 2 treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.5. L'article 2 entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Afdeling 2. - Wijzigingen met betrekking tot de vestiging en de invordering van de belastingen
Section 2. - Modifications en matière d'établissement et de recouvrement des impôts
Onderafdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de berekening van termijnen
Sous-section 1re. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de calcul de délais
Art.6. In artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de woorden " na de datum van de verzending van de aanvraag " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van de aanvraag ".
Art.6. Dans l'article 316 du Code des impôts sur les revenus 1992, les mots " de la date d'envoi de la demande " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit l'envoi de la demande ".
Art.7. In artikel 346, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1994 en de wet van 30 juni 2000, worden de woorden " na de verzending van dat bericht " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van dat bericht ".
Art.7. Dans l'article 346, alinéa 3, du même Code, modifié par la loi du 5 juillet 1994 et de la loi du 30 juin 2000, les mots " à compter de l'envoi de cet avis " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit l'envoi de cet avis ".
Art.8. In artikel 351, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, worden de woorden " vanaf de verzending van die kennisgeving " vervangen door " te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van die kennisgeving ".
Art.8. Dans l'article 351, alinéa 3, du même Code, modifié par la loi du 6 juillet 1994, les mots " à compter de l'envoi de cette notification " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit l'envoi de cette notification ".
Art.9. In artikel 371 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de woorden " vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de belastingen op de andere wijze dan per kohier " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier ".
Art.9. Dans l'article 371 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et modifié par la loi du 20 juillet 2006, les mots " à partir de la date d'envoi de l'avertissement-extrait de rôle mentionnant le délai de réclamation ou de l'avis de cotisation ou de celle de la perception des impôts perçus autrement que par rôle " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi de l'avertissement-extrait de rôle mentionnant le délai de réclamation, telle qu'elle figure sur ledit avertissement-extrait de rôle, ou qui suit la date de l'avis de cotisation ou de la perception des impôts perçus autrement que par rôle ".
Art.10. In artikel 373 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden " met ingang van de verzendingsdatum van het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat ".
Art.10. Dans l'article 373 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999, les mots " à partir de la date d'envoi de l'avertissement extrait de rôle comportant le supplément d'imposition " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi de l'avertissement extrait de rôle comportant le supplément d'imposition ".
Onderafdeling 2. - Overige
Sous-section 2. - Divers
Art.11. In artikel 319 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de inkomstenbelastingen, tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot de beroepslokalen of de lokalen waar rechtspersonen hun werkzaamheden uitoefenen, zoals kantoren, fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen, magazijnen, bergplaatsen, garages of tot hun terreinen welke als werkplaats, werkhuis of opslagplaats van voorraden dienst doen, ten einde aan die ambtenaren enerzijds de mogelijkheid te verschaffen de aard en de belangrijkheid van de bedoelde werkzaamheden vast te stellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid na te zien van de voorraden en voorwerpen van alle aard welke die personen er bezitten of er uit enigen hoofde onder zich hebben, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel en anderzijds de bovenbedoelde ambtenaren in staat te stellen om alle boeken en bescheiden die zich in de voornoemde lokalen bevinden, te onderzoeken. "
" Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de inkomstenbelastingen, tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot de beroepslokalen of de lokalen waar rechtspersonen hun werkzaamheden uitoefenen, zoals kantoren, fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen, magazijnen, bergplaatsen, garages of tot hun terreinen welke als werkplaats, werkhuis of opslagplaats van voorraden dienst doen, ten einde aan die ambtenaren enerzijds de mogelijkheid te verschaffen de aard en de belangrijkheid van de bedoelde werkzaamheden vast te stellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid na te zien van de voorraden en voorwerpen van alle aard welke die personen er bezitten of er uit enigen hoofde onder zich hebben, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel en anderzijds de bovenbedoelde ambtenaren in staat te stellen om alle boeken en bescheiden die zich in de voornoemde lokalen bevinden, te onderzoeken. "
Art.11. Dans l'article 319 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par la loi du 6 juillet 1994, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les personnes physiques ou morales sont tenues d'accorder aux agents de l'administration des contributions directes, munis de leur commission et chargés d'effectuer un contrôle ou une enquête se rapportant à l'application de l'impôt sur les revenus, le libre accès, à toutes les heures où une activité s'y exerce, aux locaux professionnels ou aux locaux où les personnes morales exercent leurs activités tels que bureaux, fabriques, usines, ateliers, magasins, remises, garages ou à leurs terrains servant d'usine, d'atelier ou de dépôt de marchandises, à l'effet de permettre à ces agents d'une part de constater la nature et l'importance de ladite activité et de vérifier l'existence, la nature et la quantité de marchandises et objets de toute espèce que ces personnes y possèdent ou y détiennent à quelque titre que ce soit, en ce compris les moyens de production et de transport et d'autre part d'examiner tous les livres et documents qui se trouvent dans les locaux précités. "
" Les personnes physiques ou morales sont tenues d'accorder aux agents de l'administration des contributions directes, munis de leur commission et chargés d'effectuer un contrôle ou une enquête se rapportant à l'application de l'impôt sur les revenus, le libre accès, à toutes les heures où une activité s'y exerce, aux locaux professionnels ou aux locaux où les personnes morales exercent leurs activités tels que bureaux, fabriques, usines, ateliers, magasins, remises, garages ou à leurs terrains servant d'usine, d'atelier ou de dépôt de marchandises, à l'effet de permettre à ces agents d'une part de constater la nature et l'importance de ladite activité et de vérifier l'existence, la nature et la quantité de marchandises et objets de toute espèce que ces personnes y possèdent ou y détiennent à quelque titre que ce soit, en ce compris les moyens de production et de transport et d'autre part d'examiner tous les livres et documents qui se trouvent dans les locaux précités. "
Art.12. In artikel 442bis, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, worden de woorden " een commissaris inzake opschorting " vervangen door de woorden " een gerechtsmandataris ".
Art.12. Dans l'article 442bis, § 4, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par la loi du 22 décembre 2009, les mots " un commissaire du sursis " sont remplacés par les mots " un mandataire de justice ".
HOOFDSTUK 3. - Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 3. - Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art.13. In artikel 93undecies B, § 4, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de woorden " een commissaris inzake opschorting " vervangen door de woorden " een gerechtsmandataris ".
Art.13. Dans l'article 93undecies B, § 4, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 10 août 2005, les mots " un commissaire au sursis " sont remplacés par les mots " un mandataire de justice ".
Art.14. Het koninklijk besluit van 9 december 2009 tot wijziging van het koninkliijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2010.
Art.14. L'arrêté royal du 9 décembre 2009 modifiant l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, est confirmé avec effet au 1er janvier 2010.
HOOFDSTUK 4. - Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
CHAPITRE 4. - Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Afdeling 1. - Bezwaartermijn
Section 1re. - Délai de réclamation
Art.15. In artikel 32 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, vervangen bij de wet van 25 januari 1999, worden de woorden " vanaf de datum van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag ".
Art.15. Dans l'article 32 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, remplacé par la loi du 25 janvier 1999, les mots " à partir de la date de l'avertissement-extrait de rôle ou de l'avis de cotisation " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit la date de l'avertissement-extrait de rôle ou de l'avis de cotisation ".
Art.16. In artikel 103bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 mei 1993, worden de woorden " vanaf de datum van de kennisgeving van de aanslag " vervangen door de woorden " te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag ".
Art.16. Dans l'article 103bis du même Code, inséré par la loi du 25 mai 1993, les mots " à partir de la date de l'avertissement-extrait de rôle ou de l'avis de cotisation " sont remplacés par les mots " à compter du troisième jour ouvrable qui suit la date de l'avertissement-extrait de rôle ou de l'avis de cotisation ".
Afdeling 2. - Spelen en weddenschappen
Section 2. - Jeux et paris
Art.17. Artikel 54 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wordt vervangen als volgt :
" Art. 54. Het bedrag van de inzetten, de inleggelden of de weddenschappen moet op een elektronische informatiedrager worden bijgehouden. "
" Art. 54. Het bedrag van de inzetten, de inleggelden of de weddenschappen moet op een elektronische informatiedrager worden bijgehouden. "
Art.17. L'article 54 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus est remplacé par ce qui suit :
" Art. 54. Le montant des mises, des enjeux ou des paris doit être conservé sur un support d'information électronique. "
" Art. 54. Le montant des mises, des enjeux ou des paris doit être conservé sur un support d'information électronique. "
Art.18. Artikel 55 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art.18. L'article 55 du même Code est abrogé.
Art.19. Artikel 56 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 56. Het model van de aangifte wordt door de Koning vastgesteld. "
" Art. 56. Het model van de aangifte wordt door de Koning vastgesteld. "
Art.19. L'article 56 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. 56. Le modèle de la déclaration est arrêté par le Roi. "
" Art. 56. Le modèle de la déclaration est arrêté par le Roi. "
Art.20. In artikel 58 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " het bij artikel 55 voorgeschreven register, alsmede de in zijn bezit zijnde tickets, kaarten of biljetten voor te leggen " vervangen door de woorden " de bij artikel 54 op een elektronische informatiedrager geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm voor te leggen ".
Art.20. Dans l'article 58 du même Code les mots " le registre prescrit par l'article 55, ainsi que les tickets, cartes ou billets en sa possession " sont remplacés par les mots " les données placées sur un support d'information électronique prescrit par l'article 54 dans une forme lisible et compréhensible ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen ingevolge de wederzijdse bijstandrichtlijn
CHAPITRE 5. - Modifications suite à la directive d'assistance mutuelle
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Section 1re. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art.21. Artikel 338 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 20 juni 2005, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Dit artikel regelt de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) " lidstaat " : een lidstaat van de Europese Unie;
b) " Richtlijn " : de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
c) " belasting " : de belasting naar het inkomen en het vermogen, zoals bepaald in artikel 1 van de Richtlijn;
d) " Belgische bevoegde autoriteit " : de Minister van Financiën of de persoon of instantie die door de Minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat;
e) " bevoegde autoriteit van een andere lidstaat " : de persoon of instantie vermeld in artikel 1, § 5, van de Richtlijn;
f) " de nodige inlichtingen " : alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de belasting.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen uit.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit kan met het oog hierop de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken haar de nodige inlichtingen te verstrekken met betrekking tot een bepaald geval voor zover de Belgische autoriteit eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
§ 5. Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangezocht om haar de nodige inlichtingen te verstrekken voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat die andere lidstaat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt regelmatig en zonder voorafgaand verzoek de nodige inlichtingen voor groepen van gevallen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat.
De groepen van gevallen waarvoor de nodige inlichtingen op automatische wijze worden verstrekt, worden vastgesteld in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure.
§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, de nodige inlichtingen waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende lidstaat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in een andere lidstaat een abnormale vrijstelling of vermindering van belasting bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingheffing of verhoging van belasting in een andere lidstaat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere lidstaat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een belastingbesparing kan ontstaan in België, in de andere lidstaat of in beide lidstaten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat belastingbesparing in een andere lidstaat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winst binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de belasting in deze andere lidstaat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen, zonder voorafgaand verzoek, aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen verstrekken waarvan zij kennis draagt.
§ 8. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische fiscale administratie en de fiscale administratie van één of meer andere lidstaten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van één of meer andere lidstaten overeenkomen elk op zijn eigen grondgebied gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft aanvaard om deel te nemen aan een gelijktijdige controle wijst ze een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van die controle.
§ 9. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere lidstaat op hun respectieve grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 10. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook worden deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis gebracht die bij de vaststelling van de belasting of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belasting rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting.
De ontvangen inlichtingen mogen ook worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van de Richtlijn 76/309/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen.
§ 11. Indien de wetgeving of bestuurlijke praktijk van een lidstaat voor interne doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in paragraaf 10 zijn bedoeld en die lidstaat verzoekt de Belgische bevoegde autoriteit deze beperkingen met betrekking tot de geleverde informatie te respecteren, nemen de Belgische bevoegde autoriteiten deze verdergaande beperkingen in acht.
§ 12. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt het toelaat, mogen de ontvangen inlichtingen ook in België worden gebruikt binnen de omstandigheden en binnen de grenzen bepaald bij artikel 337.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, geeft zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste door op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt hiermee instemt.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit staat toe dat de inlichtingen in de lidstaat die ze ontvangt gebruikt worden onder de omstandigheden en binnen de grenzen gelijksoortig aan die welke zijn bepaald bij artikel 337.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, staat de Belgische bevoegde autoriteit toe dat die inlichtingen worden doorgegeven aan die derde lidstaat.
§ 14. Dit artikel verplicht de Belgische bevoegde autoriteit niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de Belgische wetgeving of bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan geweigerd worden indien :
- dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende lidstaat en die betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de belasting op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker kan worden achterhaald, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte moet worden gesteld.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften die van toepassing zijn op de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere lidstaat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 16. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide lidstaten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten en de Europese Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten of van de Europese Commissie, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit treedt rechtstreeks in contact met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de belasting, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Europese Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 17. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de Richtlijn. "
" § 1. Dit artikel regelt de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) " lidstaat " : een lidstaat van de Europese Unie;
b) " Richtlijn " : de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
c) " belasting " : de belasting naar het inkomen en het vermogen, zoals bepaald in artikel 1 van de Richtlijn;
d) " Belgische bevoegde autoriteit " : de Minister van Financiën of de persoon of instantie die door de Minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat;
e) " bevoegde autoriteit van een andere lidstaat " : de persoon of instantie vermeld in artikel 1, § 5, van de Richtlijn;
f) " de nodige inlichtingen " : alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de belasting.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen uit.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit kan met het oog hierop de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken haar de nodige inlichtingen te verstrekken met betrekking tot een bepaald geval voor zover de Belgische autoriteit eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
§ 5. Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangezocht om haar de nodige inlichtingen te verstrekken voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat die andere lidstaat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt regelmatig en zonder voorafgaand verzoek de nodige inlichtingen voor groepen van gevallen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat.
De groepen van gevallen waarvoor de nodige inlichtingen op automatische wijze worden verstrekt, worden vastgesteld in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure.
§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, de nodige inlichtingen waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende lidstaat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in een andere lidstaat een abnormale vrijstelling of vermindering van belasting bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingheffing of verhoging van belasting in een andere lidstaat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere lidstaat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een belastingbesparing kan ontstaan in België, in de andere lidstaat of in beide lidstaten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat belastingbesparing in een andere lidstaat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winst binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de belasting in deze andere lidstaat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen, zonder voorafgaand verzoek, aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen verstrekken waarvan zij kennis draagt.
§ 8. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische fiscale administratie en de fiscale administratie van één of meer andere lidstaten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van één of meer andere lidstaten overeenkomen elk op zijn eigen grondgebied gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft aanvaard om deel te nemen aan een gelijktijdige controle wijst ze een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van die controle.
§ 9. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere lidstaat op hun respectieve grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 10. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook worden deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis gebracht die bij de vaststelling van de belasting of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belasting rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting.
De ontvangen inlichtingen mogen ook worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van de Richtlijn 76/309/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen.
§ 11. Indien de wetgeving of bestuurlijke praktijk van een lidstaat voor interne doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in paragraaf 10 zijn bedoeld en die lidstaat verzoekt de Belgische bevoegde autoriteit deze beperkingen met betrekking tot de geleverde informatie te respecteren, nemen de Belgische bevoegde autoriteiten deze verdergaande beperkingen in acht.
§ 12. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt het toelaat, mogen de ontvangen inlichtingen ook in België worden gebruikt binnen de omstandigheden en binnen de grenzen bepaald bij artikel 337.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, geeft zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste door op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt hiermee instemt.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit staat toe dat de inlichtingen in de lidstaat die ze ontvangt gebruikt worden onder de omstandigheden en binnen de grenzen gelijksoortig aan die welke zijn bepaald bij artikel 337.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, staat de Belgische bevoegde autoriteit toe dat die inlichtingen worden doorgegeven aan die derde lidstaat.
§ 14. Dit artikel verplicht de Belgische bevoegde autoriteit niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de Belgische wetgeving of bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan geweigerd worden indien :
- dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende lidstaat en die betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de belasting op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker kan worden achterhaald, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte moet worden gesteld.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften die van toepassing zijn op de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere lidstaat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 16. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide lidstaten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten en de Europese Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten of van de Europese Commissie, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit treedt rechtstreeks in contact met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de belasting, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Europese Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 17. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de Richtlijn. "
Art.21. L'article 338 du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 20 juin 2005, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine des impôts sur le revenu et la fortune.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par :
a) " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
b) " Directive " : la Directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance;
c) " impôt " : l'impôt sur le revenu et sur la fortune tel qu'il est défini à l'article 1er de la Directive;
d) " autorité belge compétente " : le Ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le Ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre;
e) " autorité compétente d'un autre Etat membre " : les personnes ou les instances mentionnées à l'article 1er, § 5, de la Directive;
f) " informations nécessaires " : toutes les informations utiles pour l'établissement de l'impôt.
§ 3. L'autorité belge compétente échange avec les autorités compétentes des autres Etats membres les informations nécessaires.
§ 4. A cet effet, l'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre de lui fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis pour autant que l'autorité belge ait d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
§ 5. Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à cette demande, sauf s'il apparaît que cet Etat membre n'a pas d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'il aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
Pour fournir les informations, l'autorité belge compétente entame, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour obtenir les informations, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède de la même manière que s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge pour entamer les recherches.
L'autorité belge compétente fournit les informations le plus rapidement possible. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat membre en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 6. L'autorité belge compétente fournit, régulièrement et sans demande préalable, pour des catégories de cas, les informations nécessaires à l'autorité compétente d'un autre Etat membre.
Les catégories de cas pour lesquels les informations nécessaires sont fournies de manière automatique sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16.
§ 7. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat membre intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de penser qu'il existe dans un autre Etat membre une exonération anormale ou une réduction d'impôt;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une exonération ou une réduction d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation d'impôt ou un assujettissement à l'impôt dans un autre Etat membre;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers qui se trouvent dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution d'impôt en Belgique, dans l'autre Etat membre ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat membre;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat membre, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de l'impôt dans cet autre Etat membre.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, étendre l'échange d'informations visé à l'alinéa 1er à d'autres cas que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, fournir sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance aux autorités compétentes des autres Etats membres.
§ 8. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'administration fiscale belge et l'administration fiscale d'un ou de plusieurs autres Etats membres, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs autres Etats membres de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur son propre territoire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, chaque fois que ces contrôles simultanés apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat membre.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de procéder à un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat membre concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans la mesure du possible en fournissant les informations qui ont conduit à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui lui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
Lorsque l'autorité belge compétente a accepté de participer à un contrôle simultané, elle désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner ce contrôle.
§ 9. Pour l'application des dispositions qui précèdent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, d'autoriser la présence sur leur territoire respectif d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat membre. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 10. Toutes les informations dont l'Etat belge dispose par l'application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de l'impôt ou par le contrôle administratif de l'établissement de l'impôt;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat membre qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt.
Les informations reçues peuvent aussi être utilisées pour établir d'autres prélèvements, droits et taxes relevant de l'article 2 de la Directive 76/308/CEE du Conseil du 15 mars 1976 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives à certaines cotisations, droits, taxes ainsi qu'à d'autres mesures.
§ 11. Lorsque la législation ou la pratique administrative d'un Etat membre établit à des fins internes, des limitations plus étroites que celles visées au paragraphe 10 et que ledit Etat membre demande aux autorités compétentes belges le respect de ces limitations en ce qui concerne les informations fournies par cet Etat membre, les autorités belges compétentes respectent ces limitations plus strictes.
§ 12. Si l'autorité compétente de l'Etat membre qui a fourni les informations le permet, les informations reçues peuvent également être utilisées en Belgique dans les circonstances et limites prévues par l'article 337.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat membre sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, elle les transmet à ce dernier à condition que l'autorité compétente de l'Etat membre qui les a fournies donne son accord.
§ 13. L'autorité belge compétente permet à l'Etat membre destinataire l'utilisation des informations dans des circonstances et limites similaires à celles prévues par l'article 337.
Lorsque l'autorité compétente d'un autre Etat membre considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, l'autorité belge compétente consent à ce que ces informations soient transmises à ce troisième Etat membre.
§ 14. Le présent article n'impose pas à l'autorité belge compétente de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte de telles informations est contraire à la législation ou aux pratiques administratives belges.
La transmission des informations peut être refusée lorsque :
- elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public;
- l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir pour des raisons de fait ou de droit des informations de même nature.
§ 15. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat membre, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et relative à l'application sur son territoire de la législation relative à l'impôt.
La demande de notification indique le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionne l'acte ou la décision à lui notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge applicables en matière de notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans délai l'autorité requérante de l'autre Etat membre de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie la date à laquelle l'acte ou la décision a été notifié au destinataire.
§ 16. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des concertations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre, à la demande de l'autorité compétente d'un des deux Etats membres, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats membres et la Commission européenne, à la demande d'une autorité compétente d'un ou plusieurs Etats membres ou de la Commission européenne, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente communique directement avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres, permettre à des autorités désignées par elles de se contacter directement pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à l'impôt, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission européenne dans les meilleurs délais.
§ 17. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'exécution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'autres règles juridiques que la Directive. "
" § 1er. Le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine des impôts sur le revenu et la fortune.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par :
a) " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
b) " Directive " : la Directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance;
c) " impôt " : l'impôt sur le revenu et sur la fortune tel qu'il est défini à l'article 1er de la Directive;
d) " autorité belge compétente " : le Ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le Ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre;
e) " autorité compétente d'un autre Etat membre " : les personnes ou les instances mentionnées à l'article 1er, § 5, de la Directive;
f) " informations nécessaires " : toutes les informations utiles pour l'établissement de l'impôt.
§ 3. L'autorité belge compétente échange avec les autorités compétentes des autres Etats membres les informations nécessaires.
§ 4. A cet effet, l'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre de lui fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis pour autant que l'autorité belge ait d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
§ 5. Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à cette demande, sauf s'il apparaît que cet Etat membre n'a pas d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'il aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
Pour fournir les informations, l'autorité belge compétente entame, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour obtenir les informations, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède de la même manière que s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge pour entamer les recherches.
L'autorité belge compétente fournit les informations le plus rapidement possible. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat membre en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 6. L'autorité belge compétente fournit, régulièrement et sans demande préalable, pour des catégories de cas, les informations nécessaires à l'autorité compétente d'un autre Etat membre.
Les catégories de cas pour lesquels les informations nécessaires sont fournies de manière automatique sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16.
§ 7. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat membre intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de penser qu'il existe dans un autre Etat membre une exonération anormale ou une réduction d'impôt;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une exonération ou une réduction d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation d'impôt ou un assujettissement à l'impôt dans un autre Etat membre;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers qui se trouvent dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution d'impôt en Belgique, dans l'autre Etat membre ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat membre;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat membre, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de l'impôt dans cet autre Etat membre.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, étendre l'échange d'informations visé à l'alinéa 1er à d'autres cas que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, fournir sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance aux autorités compétentes des autres Etats membres.
§ 8. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'administration fiscale belge et l'administration fiscale d'un ou de plusieurs autres Etats membres, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs autres Etats membres de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur son propre territoire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, chaque fois que ces contrôles simultanés apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat membre.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de procéder à un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat membre concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans la mesure du possible en fournissant les informations qui ont conduit à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui lui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
Lorsque l'autorité belge compétente a accepté de participer à un contrôle simultané, elle désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner ce contrôle.
§ 9. Pour l'application des dispositions qui précèdent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, d'autoriser la présence sur leur territoire respectif d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat membre. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 10. Toutes les informations dont l'Etat belge dispose par l'application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de l'impôt ou par le contrôle administratif de l'établissement de l'impôt;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat membre qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt.
Les informations reçues peuvent aussi être utilisées pour établir d'autres prélèvements, droits et taxes relevant de l'article 2 de la Directive 76/308/CEE du Conseil du 15 mars 1976 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives à certaines cotisations, droits, taxes ainsi qu'à d'autres mesures.
§ 11. Lorsque la législation ou la pratique administrative d'un Etat membre établit à des fins internes, des limitations plus étroites que celles visées au paragraphe 10 et que ledit Etat membre demande aux autorités compétentes belges le respect de ces limitations en ce qui concerne les informations fournies par cet Etat membre, les autorités belges compétentes respectent ces limitations plus strictes.
§ 12. Si l'autorité compétente de l'Etat membre qui a fourni les informations le permet, les informations reçues peuvent également être utilisées en Belgique dans les circonstances et limites prévues par l'article 337.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat membre sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, elle les transmet à ce dernier à condition que l'autorité compétente de l'Etat membre qui les a fournies donne son accord.
§ 13. L'autorité belge compétente permet à l'Etat membre destinataire l'utilisation des informations dans des circonstances et limites similaires à celles prévues par l'article 337.
Lorsque l'autorité compétente d'un autre Etat membre considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, l'autorité belge compétente consent à ce que ces informations soient transmises à ce troisième Etat membre.
§ 14. Le présent article n'impose pas à l'autorité belge compétente de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte de telles informations est contraire à la législation ou aux pratiques administratives belges.
La transmission des informations peut être refusée lorsque :
- elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public;
- l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir pour des raisons de fait ou de droit des informations de même nature.
§ 15. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat membre, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et relative à l'application sur son territoire de la législation relative à l'impôt.
La demande de notification indique le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionne l'acte ou la décision à lui notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge applicables en matière de notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans délai l'autorité requérante de l'autre Etat membre de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie la date à laquelle l'acte ou la décision a été notifié au destinataire.
§ 16. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des concertations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre, à la demande de l'autorité compétente d'un des deux Etats membres, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats membres et la Commission européenne, à la demande d'une autorité compétente d'un ou plusieurs Etats membres ou de la Commission européenne, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente communique directement avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres, permettre à des autorités désignées par elles de se contacter directement pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à l'impôt, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission européenne dans les meilleurs délais.
§ 17. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'exécution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'autres règles juridiques que la Directive. "
Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de diverse rechten en taksen
Section 2. - Modifications au Code des droits et taxes diverses
Art.22. Artikel 182 van het Wetboek diverse rechten en taksen, vervangen bij de wet van 20 juni 2005, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Dit artikel regelt de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) " lidstaat " : een lidstaat van de Europese Unie;
b) " Richtlijn " : de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
c) " taks " : de heffing op verzekeringspremies zoals bepaald in artikel 1 van de Richtlijn;
d) " Belgische bevoegde autoriteit " : de Minister van Financiën of de persoon of instantie die door de Minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat;
e) " bevoegde autoriteit van een andere lidstaat " : de persoon of instantie vermeld in artikel 1, § 5, van de Richtlijn;
f) " de nodige inlichtingen " : alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de taks.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen uit.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit kan met het oog hierop de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken haar de nodige inlichtingen te verstrekken met betrekking tot een bepaald geval voor zover de Belgische autoriteit eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
§ 5. Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangezocht om haar de nodige inlichtingen te verstrekken voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat die andere lidstaat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt regelmatig en zonder voorafgaand verzoek de nodige inlichtingen voor groepen van gevallen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat.
De groepen van gevallen waarvoor de nodige inlichtingen op automatische wijze worden verstrekt, worden vastgesteld in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure.
§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, de nodige inlichtingen waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende lidstaat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in een andere lidstaat een abnormale vrijstelling of vermindering van taks bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van taks die voor hem een taksheffing of verhoging van taks in een andere lidstaat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere lidstaat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een taksbesparing kan ontstaan in België, in de andere lidstaat of in beide lidstaten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat taksbesparing in een andere lidstaat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winst binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de taks in deze andere lidstaat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen, zonder voorafgaand verzoek, aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen verstrekken waarvan zij kennis draagt.
§ 8. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische fiscale administratie en de fiscale administratie van één of meer andere lidstaten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van één of meer andere lidstaten overeenkomen elk op zijn eigen grondgebied gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft aanvaard om deel te nemen aan een gelijktijdige controle wijst ze een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van die controle.
§ 9. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere lidstaat op hun respectieve grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 10. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook worden deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis gebracht die bij de vaststelling van de taks of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de taks rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de taks, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de taks.
De ontvangen inlichtingen mogen ook worden gebruikt om andere heffingen, rechten en taksen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van de Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en taksen, alsmede uit andere maatregelen.
§ 11. Indien de wetgeving of bestuurlijke praktijk van een lidstaat voor interne doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in paragraaf 10 zijn bedoeld en die lidstaat verzoekt de Belgische bevoegde autoriteit deze beperkingen met betrekking tot de geleverde informatie te respecteren, nemen de Belgische bevoegde autoriteiten deze verdergaande beperkingen in acht.
§ 12. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt het toelaat, mogen de ontvangen inlichtingen ook in België worden gebruikt binnen de omstandigheden en binnen de grenzen bepaald bij artikel 212.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, geeft zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste door op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt hiermee instemt.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit staat toe dat de inlichtingen in de lidstaat die ze ontvangt gebruikt worden onder de omstandigheden en binnen de grenzen gelijksoortig aan die welke zijn bepaald bij artikel 212.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, staat de Belgische bevoegde autoriteit toe dat die inlichtingen worden doorgegeven aan die derde lidstaat.
§ 14. Dit artikel verplicht de Belgische bevoegde autoriteit niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de Belgische wetgeving of bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan geweigerd worden indien :
- dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende lidstaat en die betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de taks op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker kan worden achterhaald, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte moet worden gesteld.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften die van toepassing zijn op de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere lidstaat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 16. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide lidstaten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten en de Europese Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten of van de Europese Commissie, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit treedt rechtstreeks in contact met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de taks, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Europese Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 17. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de Richtlijn. ".
" § 1. Dit artikel regelt de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) " lidstaat " : een lidstaat van de Europese Unie;
b) " Richtlijn " : de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
c) " taks " : de heffing op verzekeringspremies zoals bepaald in artikel 1 van de Richtlijn;
d) " Belgische bevoegde autoriteit " : de Minister van Financiën of de persoon of instantie die door de Minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat;
e) " bevoegde autoriteit van een andere lidstaat " : de persoon of instantie vermeld in artikel 1, § 5, van de Richtlijn;
f) " de nodige inlichtingen " : alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de taks.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen uit.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit kan met het oog hierop de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken haar de nodige inlichtingen te verstrekken met betrekking tot een bepaald geval voor zover de Belgische autoriteit eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
§ 5. Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangezocht om haar de nodige inlichtingen te verstrekken voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat die andere lidstaat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt regelmatig en zonder voorafgaand verzoek de nodige inlichtingen voor groepen van gevallen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat.
De groepen van gevallen waarvoor de nodige inlichtingen op automatische wijze worden verstrekt, worden vastgesteld in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure.
§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, de nodige inlichtingen waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende lidstaat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in een andere lidstaat een abnormale vrijstelling of vermindering van taks bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van taks die voor hem een taksheffing of verhoging van taks in een andere lidstaat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere lidstaat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een taksbesparing kan ontstaan in België, in de andere lidstaat of in beide lidstaten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat taksbesparing in een andere lidstaat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winst binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de taks in deze andere lidstaat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen, zonder voorafgaand verzoek, aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen verstrekken waarvan zij kennis draagt.
§ 8. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische fiscale administratie en de fiscale administratie van één of meer andere lidstaten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van één of meer andere lidstaten overeenkomen elk op zijn eigen grondgebied gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft aanvaard om deel te nemen aan een gelijktijdige controle wijst ze een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van die controle.
§ 9. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere lidstaat op hun respectieve grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 10. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook worden deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis gebracht die bij de vaststelling van de taks of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de taks rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de taks, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de taks.
De ontvangen inlichtingen mogen ook worden gebruikt om andere heffingen, rechten en taksen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van de Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en taksen, alsmede uit andere maatregelen.
§ 11. Indien de wetgeving of bestuurlijke praktijk van een lidstaat voor interne doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in paragraaf 10 zijn bedoeld en die lidstaat verzoekt de Belgische bevoegde autoriteit deze beperkingen met betrekking tot de geleverde informatie te respecteren, nemen de Belgische bevoegde autoriteiten deze verdergaande beperkingen in acht.
§ 12. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt het toelaat, mogen de ontvangen inlichtingen ook in België worden gebruikt binnen de omstandigheden en binnen de grenzen bepaald bij artikel 212.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, geeft zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste door op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt hiermee instemt.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit staat toe dat de inlichtingen in de lidstaat die ze ontvangt gebruikt worden onder de omstandigheden en binnen de grenzen gelijksoortig aan die welke zijn bepaald bij artikel 212.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, staat de Belgische bevoegde autoriteit toe dat die inlichtingen worden doorgegeven aan die derde lidstaat.
§ 14. Dit artikel verplicht de Belgische bevoegde autoriteit niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de Belgische wetgeving of bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan geweigerd worden indien :
- dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende lidstaat en die betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de taks op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker kan worden achterhaald, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte moet worden gesteld.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften die van toepassing zijn op de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere lidstaat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 16. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide lidstaten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten en de Europese Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten of van de Europese Commissie, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit treedt rechtstreeks in contact met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de taks, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Europese Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 17. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de Richtlijn. ".
Art.22. L'article 182 du Code des droits et taxes divers, remplacé par la loi du 20 juin 2005, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine de la taxe annuelle sur les contrats d'assurance.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par :
a) " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
b) " Directive " : la Directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance;
c) " taxe " : la taxe sur les primes d'assurance telle qu'elle est définie à l'article 1er de la Directive;
d) " autorité belge compétente " : le Ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le Ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre;
e) " autorité compétente d'un autre Etat membre " : les personnes ou les instances mentionnées à l'article 1er, § 5, de la Directive;
f) " informations nécessaires " : toutes les informations utiles pour l'établissement de la taxe.
§ 3. L'autorité belge compétente échange avec les autorités compétentes des autres Etats membres les informations nécessaires.
§ 4. A cet effet, l'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre de lui fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis pour autant que l'autorité belge ait d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
§ 5. Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à cette demande, sauf s'il apparaît que cet Etat membre n'a pas d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'il aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
Pour fournir les informations, l'autorité belge compétente entame, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour obtenir les informations, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède de la même manière que s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge pour entamer les recherches.
L'autorité belge compétente fournit les informations le plus rapidement possible. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat membre en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 6. L'autorité belge compétente fournit, régulièrement et sans demande préalable, pour des catégories de cas, les informations nécessaires à l'autorité compétente d'un autre Etat membre.
Les catégories de cas pour lesquels les informations nécessaires sont fournies de manière automatique sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16.
§ 7. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat membre intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de penser qu'il existe dans un autre Etat membre une exonération anormale ou une réduction de taxe;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une exonération ou une réduction de la taxe qui devrait entraîner pour lui une augmentation de la taxe ou un assujettissement à la taxe dans un autre Etat membre;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers qui se trouvent dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution de la taxe en Belgique, dans l'autre Etat membre ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat membre;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat membre, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de la taxe dans cet autre Etat membre.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, étendre l'échange d'informations visé à l'alinéa 1er à d'autres cas que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, fournir sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance aux autorités compétentes des autres Etats membres.
§ 8. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'administration fiscale belge et l'administration fiscale d'un ou de plusieurs autres Etats membres, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs autres Etats membres de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur son propre territoire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, chaque fois que ces contrôles simultanés apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat membre.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de procéder à un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat membre concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans la mesure du possible en fournissant les informations qui ont conduit à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui lui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
Lorsque l'autorité belge compétente a accepté de participer à un contrôle simultané, elle désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner ce contrôle.
§ 9. Pour l'application des dispositions qui précèdent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, d'autoriser la présence sur leur territoire respectif d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat membre. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 10. Toutes les informations dont l'Etat belge dispose par l'application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de la taxe ou par le contrôle administratif de l'établissement de la taxe;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de la taxe, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat membre qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de la taxe.
Les informations reçues peuvent aussi être utilisées pour établir d'autres prélèvements, droits et taxes relevant de l'article 2 de la Directive 76/308/CEE du Conseil du 15 mars 1976 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives à certaines cotisations, droits, taxes ainsi qu'à d'autres mesures.
§ 11. Lorsque la législation ou la pratique administrative d'un Etat membre établit à des fins internes, des limitations plus étroites que celles visées au paragraphe 10 et que ledit Etat membre demande aux autorités compétentes belges le respect de ces limitations en ce qui concerne les informations fournies par cet Etat membre, les autorités belges compétentes respectent ces limitations plus strictes.
§ 12. Si l'autorité compétente de l'Etat membre qui a fourni les informations le permet, les informations reçues peuvent également être utilisées en Belgique dans les circonstances et limites prévues par l'article 212.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat membre sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, elle les transmet à ce dernier à condition que l'autorité compétente de l'Etat membre qui les a fournies donne son accord.
§ 13. L'autorité belge compétente permet à l'Etat membre destinataire l'utilisation des informations dans des circonstances et limites similaires à celles prévues par l'article 212.
Lorsque l'autorité compétente d'un autre Etat membre considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, l'autorité belge compétente consent à ce que ces informations soient transmises à ce troisième Etat membre.
§ 14. Le présent article n'impose pas à l'autorité belge compétente de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte de telles informations est contraire à la législation ou aux pratiques administratives belges.
La transmission des informations peut être refusée lorsque :
- elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public;
- l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir pour des raisons de fait ou de droit des informations de même nature.
§ 15. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat membre, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et relative à l'application sur son territoire de la législation relative à la taxe.
La demande de notification indique le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionne l'acte ou la décision à lui notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge applicables en matière de notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans délai l'autorité requérante de l'autre Etat membre de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie la date à laquelle l'acte ou la décision a été notifié au destinataire.
§ 16. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des concertations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre, à la demande de l'autorité compétente d'un des deux Etats membres, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats membres et la Commission européenne, à la demande d'une autorité compétente d'un ou plusieurs Etats membres ou de la Commission européenne, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente communique directement avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres, permettre à des autorités désignées par elles de se contacter directement pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à la taxe, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission européenne dans les meilleurs délais.
§ 17. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'exécution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'autres règles juridiques que la directive. ".
" § 1er. Le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine de la taxe annuelle sur les contrats d'assurance.
§ 2. Pour l'application du présent article, on entend par :
a) " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
b) " Directive " : la Directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance;
c) " taxe " : la taxe sur les primes d'assurance telle qu'elle est définie à l'article 1er de la Directive;
d) " autorité belge compétente " : le Ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le Ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre;
e) " autorité compétente d'un autre Etat membre " : les personnes ou les instances mentionnées à l'article 1er, § 5, de la Directive;
f) " informations nécessaires " : toutes les informations utiles pour l'établissement de la taxe.
§ 3. L'autorité belge compétente échange avec les autorités compétentes des autres Etats membres les informations nécessaires.
§ 4. A cet effet, l'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat membre de lui fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis pour autant que l'autorité belge ait d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
§ 5. Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de fournir les informations nécessaires relatives à un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à cette demande, sauf s'il apparaît que cet Etat membre n'a pas d'abord épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'il aurait pu utiliser en l'occurrence sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
Pour fournir les informations, l'autorité belge compétente entame, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour obtenir les informations, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède de la même manière que s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge pour entamer les recherches.
L'autorité belge compétente fournit les informations le plus rapidement possible. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat membre en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 6. L'autorité belge compétente fournit, régulièrement et sans demande préalable, pour des catégories de cas, les informations nécessaires à l'autorité compétente d'un autre Etat membre.
Les catégories de cas pour lesquels les informations nécessaires sont fournies de manière automatique sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16.
§ 7. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat membre intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de penser qu'il existe dans un autre Etat membre une exonération anormale ou une réduction de taxe;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une exonération ou une réduction de la taxe qui devrait entraîner pour lui une augmentation de la taxe ou un assujettissement à la taxe dans un autre Etat membre;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat membre par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers qui se trouvent dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution de la taxe en Belgique, dans l'autre Etat membre ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat membre;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat membre, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de la taxe dans cet autre Etat membre.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, étendre l'échange d'informations visé à l'alinéa 1er à d'autres cas que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, fournir sans demande préalable, les informations nécessaires dont elle a connaissance aux autorités compétentes des autres Etats membres.
§ 8. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'administration fiscale belge et l'administration fiscale d'un ou de plusieurs autres Etats membres, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs autres Etats membres de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur son propre territoire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, chaque fois que ces contrôles simultanés apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat membre.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de procéder à un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat membre concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans la mesure du possible en fournissant les informations qui ont conduit à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui lui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
Lorsque l'autorité belge compétente a accepté de participer à un contrôle simultané, elle désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner ce contrôle.
§ 9. Pour l'application des dispositions qui précèdent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au paragraphe 16, d'autoriser la présence sur leur territoire respectif d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat membre. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 10. Toutes les informations dont l'Etat belge dispose par l'application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de la taxe ou par le contrôle administratif de l'établissement de la taxe;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de la taxe, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat membre qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de la taxe.
Les informations reçues peuvent aussi être utilisées pour établir d'autres prélèvements, droits et taxes relevant de l'article 2 de la Directive 76/308/CEE du Conseil du 15 mars 1976 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives à certaines cotisations, droits, taxes ainsi qu'à d'autres mesures.
§ 11. Lorsque la législation ou la pratique administrative d'un Etat membre établit à des fins internes, des limitations plus étroites que celles visées au paragraphe 10 et que ledit Etat membre demande aux autorités compétentes belges le respect de ces limitations en ce qui concerne les informations fournies par cet Etat membre, les autorités belges compétentes respectent ces limitations plus strictes.
§ 12. Si l'autorité compétente de l'Etat membre qui a fourni les informations le permet, les informations reçues peuvent également être utilisées en Belgique dans les circonstances et limites prévues par l'article 212.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat membre sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, elle les transmet à ce dernier à condition que l'autorité compétente de l'Etat membre qui les a fournies donne son accord.
§ 13. L'autorité belge compétente permet à l'Etat membre destinataire l'utilisation des informations dans des circonstances et limites similaires à celles prévues par l'article 212.
Lorsque l'autorité compétente d'un autre Etat membre considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre, l'autorité belge compétente consent à ce que ces informations soient transmises à ce troisième Etat membre.
§ 14. Le présent article n'impose pas à l'autorité belge compétente de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte de telles informations est contraire à la législation ou aux pratiques administratives belges.
La transmission des informations peut être refusée lorsque :
- elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public;
- l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir pour des raisons de fait ou de droit des informations de même nature.
§ 15. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat membre, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et relative à l'application sur son territoire de la législation relative à la taxe.
La demande de notification indique le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionne l'acte ou la décision à lui notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge applicables en matière de notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans délai l'autorité requérante de l'autre Etat membre de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie la date à laquelle l'acte ou la décision a été notifié au destinataire.
§ 16. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des concertations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre, à la demande de l'autorité compétente d'un des deux Etats membres, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats membres et la Commission européenne, à la demande d'une autorité compétente d'un ou plusieurs Etats membres ou de la Commission européenne, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente communique directement avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou de plusieurs Etats membres, permettre à des autorités désignées par elles de se contacter directement pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat membre se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à la taxe, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission européenne dans les meilleurs délais.
§ 17. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'exécution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'autres règles juridiques que la directive. ".
HOOFDSTUK 6. - Successierechten
CHAPITRE 6. - Droits de succession
Art.23. Artikel 132 van het Wetboek der successierechten wordt opgeheven.
Art.23. L'article 132 du Code des droits de succession est abrogé.
HOOFDSTUK 7. - Registratierechten en recht op de geschriften
CHAPITRE 7. - Droits d'enregistrement et droit d'écriture
Art.24. Artikel 103 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, opgeheven bij de wet van 23 december 1958, wordt hersteld als volgt :
" Art. 103. § 1. Elke gehele of gedeeltelijke handlichting van een in België genomen hypothecaire inschrijving, gedaan bij een akte bedoeld in artikel 19,1°, is onderworpen aan een specifiek vast recht van 75 euro.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 geven slechts aanleiding tot éénmaal de heffing van het recht bedoeld in paragraaf 1, de handlichtingen vastgesteld in één akte :
1° van inschrijvingen genomen lastens éénzelfde schuldenaar-hypotheeksteller;
2° van inschrijvingen genomen lastens een schuldenaar-hypotheeksteller en een persoon-hypotheeksteller als waarborg voor de eerstgenoemde;
3° van inschrijvingen van wettelijke hypotheken lastens éénzelfde schuldenaar;
4° van door een hypotheekbewaarder ambtshalve genomen inschrijvingen;
5° die geschieden in het kader van een openbare verkoping na beslag of van een verkoop uit de hand bedoeld in artikel 1580bis van het Gerechtelijk Wetboek. "
" Art. 103. § 1. Elke gehele of gedeeltelijke handlichting van een in België genomen hypothecaire inschrijving, gedaan bij een akte bedoeld in artikel 19,1°, is onderworpen aan een specifiek vast recht van 75 euro.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 geven slechts aanleiding tot éénmaal de heffing van het recht bedoeld in paragraaf 1, de handlichtingen vastgesteld in één akte :
1° van inschrijvingen genomen lastens éénzelfde schuldenaar-hypotheeksteller;
2° van inschrijvingen genomen lastens een schuldenaar-hypotheeksteller en een persoon-hypotheeksteller als waarborg voor de eerstgenoemde;
3° van inschrijvingen van wettelijke hypotheken lastens éénzelfde schuldenaar;
4° van door een hypotheekbewaarder ambtshalve genomen inschrijvingen;
5° die geschieden in het kader van een openbare verkoping na beslag of van een verkoop uit de hand bedoeld in artikel 1580bis van het Gerechtelijk Wetboek. "
Art.24. L'article 103 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, abrogé par la loi du 23 décembre 1958, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 103. § 1er. Chaque mainlevée totale ou partielle d'une inscription hypothécaire prise en Belgique, donnée par un acte visé à l'article 19, 1°, est soumise à un droit fixe spécifique de 75 euros.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, ne donnent lieu qu'à une seule fois la perception du droit établi par le paragraphe 1er, les mainlevées constatées dans un seul et même acte :
1° d'inscriptions prises contre un même débiteur affectant;
2° d'inscriptions prises contre un débiteur affectant et une personne affectant à titre de caution du premier nommé;
3° d'inscriptions d'hypothèques légales contre un même débiteur;
4° d'inscriptions d'office par un conservateur des hypothèques;
5° intervenant dans le cadre d'une vente publique sur saisie ou d'une vente de gré à gré visée à l'article 1580bis du Code judiciaire. "
" Art. 103. § 1er. Chaque mainlevée totale ou partielle d'une inscription hypothécaire prise en Belgique, donnée par un acte visé à l'article 19, 1°, est soumise à un droit fixe spécifique de 75 euros.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, ne donnent lieu qu'à une seule fois la perception du droit établi par le paragraphe 1er, les mainlevées constatées dans un seul et même acte :
1° d'inscriptions prises contre un même débiteur affectant;
2° d'inscriptions prises contre un débiteur affectant et une personne affectant à titre de caution du premier nommé;
3° d'inscriptions d'hypothèques légales contre un même débiteur;
4° d'inscriptions d'office par un conservateur des hypothèques;
5° intervenant dans le cadre d'une vente publique sur saisie ou d'une vente de gré à gré visée à l'article 1580bis du Code judiciaire. "
Art.25. Artikel 21 van het Wetboek diverse rechten en taksen, hersteld bij de wet van 19 december 2006, wordt aangevuld met de bepaling onder 12°, luidende :
" 12° de akten bedoeld in artikel 103 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. "
" 12° de akten bedoeld in artikel 103 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. "
Art.25. L'article 21 du Code des droits et taxes divers, rétabli par la loi du 19 décembre 2006, est complété par un 12° rédigé comme suit :
" 12° les actes visés à l'article 103 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe. "
" 12° les actes visés à l'article 103 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe. "
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café
Art.26. In artikel 7 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
" b) water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja; ".
" b) water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk of soja; ".
Art.26. Dans l'article 7 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café, le b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) les eaux, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, additionnées de sucre ou d'autres édulcorants ou aromatisées, et les autres boissons non alcooliques relevant du code NC 2202, à l'exception des boissons à base de lait et de soja; ".
" b) les eaux, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, additionnées de sucre ou d'autres édulcorants ou aromatisées, et les autres boissons non alcooliques relevant du code NC 2202, à l'exception des boissons à base de lait et de soja; ".
HOOFDSTUK 9. - Crisismaatregelen
CHAPITRE 9. - Mesures de crise
Art.27. In artikel 13 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " 1 juli 2010 " worden vervangen door de woorden " 1 oktober 2010 ";
2° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
1° de woorden " 1 juli 2010 " worden vervangen door de woorden " 1 oktober 2010 ";
2° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
Art.27. Dans l'article 13 de la loi du 19 juin 2009 portant des dispositions diverses en matière d'emploi pendant la crise, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2010 ";
2° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
1° les mots " 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2010 ";
2° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
Art.28. In artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " 1 juli 2010 " worden vervangen door de woorden " 1 oktober 2010 ";
2° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
1° de woorden " 1 juli 2010 " worden vervangen door de woorden " 1 oktober 2010 ";
2° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
Art.28. Dans l'article 28 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2010 ";
2° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
1° les mots " 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2010 ";
2° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
Art.29. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste zin worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 30 september 2010 ".
2° in de tweede zin worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
1° in de eerste zin worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 30 september 2010 ".
2° in de tweede zin worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
Art.29. Dans l'article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la première phrase, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° dans la deuxième phrase, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
1° dans la première phrase, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° dans la deuxième phrase, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
Art.30. In artikel 155 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 30 september 2010 ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Nationale Arbeidsraad, de toepassing van dit hoofdstuk verlengen tot 31 december 2010. "
1° de woorden " 30 juni 2010 " worden vervangen door de woorden " 30 september 2010 ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Nationale Arbeidsraad, de toepassing van dit hoofdstuk verlengen tot 31 december 2010. "
Art.30. Dans l'article 155 de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Conseil national du Travail, prolonger l'application du présent chapitre jusqu'au 31 décembre 2010. "
1° les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Conseil national du Travail, prolonger l'application du présent chapitre jusqu'au 31 décembre 2010. "
HOOFDSTUK 10. - Crisismaatregelen ten voordele van de zelfstandigen
CHAPITRE 10. - Mesures de crise en faveur des travailleurs indépendants
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art.31. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
1° " het koninklijk besluit van 18 november 1996 " : het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, bekrachtigd bij de wet van 13 juni 1997, zoals gewijzigd bij de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis;
2° " sociale-verzekeringskas " : de sociale-verzekeringskassen voor zelfstandigen bedoeld in artikel 20, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
3° " het koninklijk besluit van 14 december 2009 (1) " : het koninklijk besluit van 14 december 2009 tot verlenging van de uitvoering van artikel 2 bis, tweede lid, eerste en tweede streepje, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
4° " het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2) " : het koninklijk besluit van 14 december 2009 tot verlenging van de uitvoering van artikel 2bis, tweede lid, derde streepje, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
5° " wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen " : de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen;
6° " wet betreffende de collectieve schuldenregeling " : de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen.
1° " het koninklijk besluit van 18 november 1996 " : het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, bekrachtigd bij de wet van 13 juni 1997, zoals gewijzigd bij de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis;
2° " sociale-verzekeringskas " : de sociale-verzekeringskassen voor zelfstandigen bedoeld in artikel 20, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
3° " het koninklijk besluit van 14 december 2009 (1) " : het koninklijk besluit van 14 december 2009 tot verlenging van de uitvoering van artikel 2 bis, tweede lid, eerste en tweede streepje, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
4° " het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2) " : het koninklijk besluit van 14 december 2009 tot verlenging van de uitvoering van artikel 2bis, tweede lid, derde streepje, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
5° " wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen " : de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen;
6° " wet betreffende de collectieve schuldenregeling " : de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen.
Art.31. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° " arrêté royal du 18 novembre 1996 " : l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la fiabilité des régimes légaux des pensions, confirmé par la loi du 13 juin 1997, comme modifié par la loi du 19 juin 2009 portant des dispositions diverses en matière d'emploi pendant la crise;
2° " Caisse d'assurances sociales " : les caisses d'assurances sociales pour travailleurs indépendants visées à l'article 20, §§ 1er et 3, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants;
3° " l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (1) " : l'arrêté royal du 14 décembre 2009 portant prolongation de l'exécution de l'article 2bis, alinéa 2, 1er et 2e tirets, de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions;
4° " l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) " : l'arrêté royal du 14 décembre 2009 portant prolongation de l'exécution de l'article 2bis, alinéa 2, troisième tiret, de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions;
5° " loi relative à la continuité des entreprises " : la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises;
6° " loi relative au règlement collectif de dettes " : la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis.
1° " arrêté royal du 18 novembre 1996 " : l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la fiabilité des régimes légaux des pensions, confirmé par la loi du 13 juin 1997, comme modifié par la loi du 19 juin 2009 portant des dispositions diverses en matière d'emploi pendant la crise;
2° " Caisse d'assurances sociales " : les caisses d'assurances sociales pour travailleurs indépendants visées à l'article 20, §§ 1er et 3, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants;
3° " l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (1) " : l'arrêté royal du 14 décembre 2009 portant prolongation de l'exécution de l'article 2bis, alinéa 2, 1er et 2e tirets, de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions;
4° " l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) " : l'arrêté royal du 14 décembre 2009 portant prolongation de l'exécution de l'article 2bis, alinéa 2, troisième tiret, de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant une assurance sociale en faveur des travailleurs indépendants en cas de faillite et des personnes assimilées, en application des articles 29 et 49 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions;
5° " loi relative à la continuité des entreprises " : la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises;
6° " loi relative au règlement collectif de dettes " : la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis.
Afdeling 2. - Tijdelijke uitbreiding van de sociale verzekering in geval van faillissement
Section 2. - Extension temporaire de l'assurance sociale [en cas de faillite]
Art.32. De in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 bedoelde verzekering is, binnen de perken van artikel 4, § 1, 1°, 2° en 5°, en artikel 7, van hetzelfde besluit, eveneens, op hun aanvraag van toepassing op de zelfstandigen in moeilijkheden en dit gedurende maximum zes maanden.
Onder " zelfstandigen in moeilijkheden " wordt verstaan :
- de zelfstandigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke reorganisatie in de zin van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsmede de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een handelvennootschap die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke gerechtelijke reorganisatie;
- de zelfstandigen die zich in de onmogelijkheid bevinden hun opeisbare of nog te vervallen schulden te voldoen in de zin van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen;
- de zelfstandigen, met inbegrip van de zelfstandigen die een functie van zaakvoerder, bestuurder of actieve vennoot uitoefenen in een handelsvennootschap, geconfronteerd met een aanzienlijke daling van de omzet of van hun inkomsten die hen in een zodanige economische situatie brengt dat er een risico op faling of kennelijk onvermogen bestaat.
Onder " zelfstandigen in moeilijkheden " wordt verstaan :
- de zelfstandigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke reorganisatie in de zin van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsmede de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een handelvennootschap die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke gerechtelijke reorganisatie;
- de zelfstandigen die zich in de onmogelijkheid bevinden hun opeisbare of nog te vervallen schulden te voldoen in de zin van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen;
- de zelfstandigen, met inbegrip van de zelfstandigen die een functie van zaakvoerder, bestuurder of actieve vennoot uitoefenen in een handelsvennootschap, geconfronteerd met een aanzienlijke daling van de omzet of van hun inkomsten die hen in een zodanige economische situatie brengt dat er een risico op faling of kennelijk onvermogen bestaat.
Art.32. L'assurance visée à l'article 1er de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 est également, à leur demande applicable, dans les limites des articles 4, § 1er, 1°, 2° et 5°, et 7, du même arrêté, aux travailleurs indépendants en difficulté et ce, durant maximum six mois.
Par " indépendants en difficulté ", on entend :
- les indépendants qui font l'objet d'une réorganisation judiciaire au sens de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises, ainsi que les gérants, administrateurs et associés actifs d'une société commerciale qui fait l'objet d'une telle réorganisation judiciaire;
- les indépendants qui sont dans l'impossibilité de satisfaire à leurs dettes exigibles ou leurs dettes encore à échoir au sens de la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis;
- les indépendants, y compris les indépendants qui exercent une fonction de gérant, d'administrateur ou d'associé actif dans une société commerciale, confrontés à une diminution considérable du chiffre d'affaires ou de leurs revenus les mettant dans une situation économique telle qu'il y a un risque de faillite ou de déconfiture.
Par " indépendants en difficulté ", on entend :
- les indépendants qui font l'objet d'une réorganisation judiciaire au sens de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises, ainsi que les gérants, administrateurs et associés actifs d'une société commerciale qui fait l'objet d'une telle réorganisation judiciaire;
- les indépendants qui sont dans l'impossibilité de satisfaire à leurs dettes exigibles ou leurs dettes encore à échoir au sens de la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis;
- les indépendants, y compris les indépendants qui exercent une fonction de gérant, d'administrateur ou d'associé actif dans une société commerciale, confrontés à une diminution considérable du chiffre d'affaires ou de leurs revenus les mettant dans une situation économique telle qu'il y a un risque de faillite ou de déconfiture.
Art.33. § 1. De zelfstandigen in moeilijkheden die bedoeld zijn in artikel 32, tweede lid, kunnen, op hun aanvraag, onder de in artikel 34 opgenomen voorwaarden, aanspraak maken op de in het koninklijk besluit van 18 november 1996 bedoelde uitkeringen gedurende maximum zes maanden.
§ 2. De zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, derde streepje, die al een soortgelijke aanvraag vóór 1 juli 2010 heeft ingediend en verkregen krachtens het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2), kan een tweede aanvraag indienen in de periode van 1 juli 2010 tot en met 30 september 2010, op voorwaarde dat niet opnieuw dezelfde criteria, noch dezelfde feiten bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2) worden ingeroepen die de toekenning van de eerste aanvraag hebben gerechtvaardigd.
De aanvraag bedoeld in het vorige lid wordt gemotiveerd. Met deze motivering toont de zelfstandige door middel van een verklaring van een erkende boekhouder of een extern accountant in de zin van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten of een bedrijfsrevisor in de zin van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der bedrijfsrevisoren, of, bij gebreke hieraan, door middel van een verklaring op erewoord vergezeld van objectieve elementen, aan dat zijn economische situatie een risico op faillissement of kennelijk onvermogen inhoudt.
Bij de aanvraag voegt hij, indien nodig, de bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 34, § 2.
§ 2. De zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, derde streepje, die al een soortgelijke aanvraag vóór 1 juli 2010 heeft ingediend en verkregen krachtens het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2), kan een tweede aanvraag indienen in de periode van 1 juli 2010 tot en met 30 september 2010, op voorwaarde dat niet opnieuw dezelfde criteria, noch dezelfde feiten bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 december 2009 (2) worden ingeroepen die de toekenning van de eerste aanvraag hebben gerechtvaardigd.
De aanvraag bedoeld in het vorige lid wordt gemotiveerd. Met deze motivering toont de zelfstandige door middel van een verklaring van een erkende boekhouder of een extern accountant in de zin van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten of een bedrijfsrevisor in de zin van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der bedrijfsrevisoren, of, bij gebreke hieraan, door middel van een verklaring op erewoord vergezeld van objectieve elementen, aan dat zijn economische situatie een risico op faillissement of kennelijk onvermogen inhoudt.
Bij de aanvraag voegt hij, indien nodig, de bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 34, § 2.
Art.33. § 1er. Les indépendants en difficulté visés à l'article 32, alinéa 2, peuvent, à leur demande, dans les conditions reprises à l'article 34, prétendre aux prestations visées à l'arrêté royal du 18 novembre 1996, durant maximum six mois.
§ 2. L'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, troisième tiret, qui a déjà introduit et obtenu une telle demande en vertu de l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) avant le 1er juillet 2010, peut introduire une seconde demande dans la période du 1er juillet 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 à la condition de ne pas invoquer les mêmes critères, ni les mêmes faits visés à l'article 3 de l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) et qui ont justifié l'octroi de la première demande.
La demande visée à l'alinéa précédent est motivée. Par cette motivation, l'indépendant démontre, au moyen d'une déclaration d'un comptable agréé ou d'un expert-comptable au sens de la loi du 22 avril 1999 relative à la discipline professionnelle des experts-comptables et des conseils fiscaux ou d'un réviseur d'entreprises au sens de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des réviseurs d'entreprises ou, à défaut, d'une déclaration sur l'honneur accompagnée d'éléments objectifs, que sa situation économique implique un risque de la faillite ou de déconfiture.
Si nécessaire, il joint à sa demande les éléments de preuve desquels il apparaît qu'il répond aux conditions de l'article 34, § 2.
§ 2. L'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, troisième tiret, qui a déjà introduit et obtenu une telle demande en vertu de l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) avant le 1er juillet 2010, peut introduire une seconde demande dans la période du 1er juillet 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 à la condition de ne pas invoquer les mêmes critères, ni les mêmes faits visés à l'article 3 de l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (2) et qui ont justifié l'octroi de la première demande.
La demande visée à l'alinéa précédent est motivée. Par cette motivation, l'indépendant démontre, au moyen d'une déclaration d'un comptable agréé ou d'un expert-comptable au sens de la loi du 22 avril 1999 relative à la discipline professionnelle des experts-comptables et des conseils fiscaux ou d'un réviseur d'entreprises au sens de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des réviseurs d'entreprises ou, à défaut, d'une déclaration sur l'honneur accompagnée d'éléments objectifs, que sa situation économique implique un risque de la faillite ou de déconfiture.
Si nécessaire, il joint à sa demande les éléments de preuve desquels il apparaît qu'il répond aux conditions de l'article 34, § 2.
Art.34. § 1. [1 Om de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkering te genieten, moeten zelfstandigen bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje, op het moment van de aanvraag :
- ofwel in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd geweest zijn of een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben, in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling;
- ofwel in het kader van een gerechtelijke reorganisatie van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, een vonnis tot openverklaring van de procedure van gerechtelijke organisatie verkregen hebben, tenzij toepassing van artikel 40 of artikel 41 van de wet van 31 januari 2009.]1
§ 2. [1 Om de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkering te genieten, moeten zelfstandigen bedoeld in artikel 32, tweede lid, derde streepje, op het moment van de aanvraag, aantonen te voldoen aan minstens twee van de volgende criteria :
1° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, een externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 50 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2009, het tweede kwartaal van 2009, of het derde kwartaal van 2009;
2° de zelfstandige toont aan dat hij ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010 een afbetalingsplan voor de betaling van persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers verkreeg;
3° de zelfstandige toont aan dat zijn persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers, ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010, door middel van een dwangbevel of dagvaarding werden ingevorderd;
4° de zelfstandige kan aantonen dat hij, of zijn vennootschap, beschikte over een kaskrediet dat in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 door de financiële instelling werd vernietigd;
5° de zelfstandige toont aan dat 50 % van zijn omzetcijfer of dat van zijn vennootschap(pen) voor de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010 komt van ondernemingen die failliet, of in gerechtelijke reorganisatie verklaard werden, of nog, van zelfstandigen die in collectieve schuldenregeling verklaard werden, tijdens de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010;
6° de zelfstandige verkreeg tijdens de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 ten persoonlijke titel een vrijstelling van sociale bijdragen in eigen naam voor minstens twee kwartalen;
7° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 60 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2008, het tweede kwartaal van 2008, of het derde kwartaal van 2008.]1
De zelfstandige die meent te voldoen aan de criteria bedoeld in de bepaling onder 1°, 5° of 7° van het vorige lid, kan dit aantonen door middel van een verklaring van een erkende boekhouder of een extern accountant in de zin van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten of een bedrijfsrevisor in de zin van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der bedrijfsrevisoren.
§ 3. De zelfstandigen kunnen de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkeringen enkel verkrijgen wanneer ze :
1° hun verzekeringsplicht bewijzen in het kader van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen gedurende de vier kwartalen voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal volgend op datgene waarin de aanvraag wordt gedaan;
2° gedurende de onder 1° bedoelde periode de in artikel 12, § 1, en 13bis, § 2, 1°, van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde bijdragen verschuldigd zijn geweest;
3° in België hun hoofdverblijfplaats hebben, in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot de regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
4° geen recht op een vervangingsinkomen kunnen laten gelden;
5° onderworpen blijven aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende het sociaal statuut van de zelfstandigen en de bijdragen bedoeld in de bepaling onder 2° gedurende de periode van toekenning van de uitkeringen van onderhavig besluit verschuldigd blijven.
- ofwel in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd geweest zijn of een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben, in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling;
- ofwel in het kader van een gerechtelijke reorganisatie van de rechter, in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, een vonnis tot openverklaring van de procedure van gerechtelijke organisatie verkregen hebben, tenzij toepassing van artikel 40 of artikel 41 van de wet van 31 januari 2009.]1
§ 2. [1 Om de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkering te genieten, moeten zelfstandigen bedoeld in artikel 32, tweede lid, derde streepje, op het moment van de aanvraag, aantonen te voldoen aan minstens twee van de volgende criteria :
1° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, een externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 50 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2009, het tweede kwartaal van 2009, of het derde kwartaal van 2009;
2° de zelfstandige toont aan dat hij ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010 een afbetalingsplan voor de betaling van persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers verkreeg;
3° de zelfstandige toont aan dat zijn persoonlijke schulden met betrekking tot btw, personenbelastingen, sociale bijdragen als zelfstandige, of sociale bijdragen voor werknemers, ten vroegste op 1 oktober 2009 en ten laatste op 30 september 2010, door middel van een dwangbevel of dagvaarding werden ingevorderd;
4° de zelfstandige kan aantonen dat hij, of zijn vennootschap, beschikte over een kaskrediet dat in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 door de financiële instelling werd vernietigd;
5° de zelfstandige toont aan dat 50 % van zijn omzetcijfer of dat van zijn vennootschap(pen) voor de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010 komt van ondernemingen die failliet, of in gerechtelijke reorganisatie verklaard werden, of nog, van zelfstandigen die in collectieve schuldenregeling verklaard werden, tijdens de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010;
6° de zelfstandige verkreeg tijdens de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 ten persoonlijke titel een vrijstelling van sociale bijdragen in eigen naam voor minstens twee kwartalen;
7° uit zijn btw-aangiftes of de btw-aangiftes van zijn onderneming, of een attest van een erkende boekhouder, externe accountant of bedrijfsrevisor, met betrekking tot het het eerste kwartaal van 2010, het tweede kwartaal van 2010 of het derde kwartaal 2010 blijkt dat de omzet van zijn onderneming of, wanneer de zelfstandige meerdere ondernemingen heeft, de totale omzet van die ondernemingen samen, gedaald is met minstens 60 % ten opzichte van respectievelijk het eerste kwartaal van 2008, het tweede kwartaal van 2008, of het derde kwartaal van 2008.]1
De zelfstandige die meent te voldoen aan de criteria bedoeld in de bepaling onder 1°, 5° of 7° van het vorige lid, kan dit aantonen door middel van een verklaring van een erkende boekhouder of een extern accountant in de zin van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten of een bedrijfsrevisor in de zin van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der bedrijfsrevisoren.
§ 3. De zelfstandigen kunnen de in artikel 33, § 1, bedoelde uitkeringen enkel verkrijgen wanneer ze :
1° hun verzekeringsplicht bewijzen in het kader van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen gedurende de vier kwartalen voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal volgend op datgene waarin de aanvraag wordt gedaan;
2° gedurende de onder 1° bedoelde periode de in artikel 12, § 1, en 13bis, § 2, 1°, van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde bijdragen verschuldigd zijn geweest;
3° in België hun hoofdverblijfplaats hebben, in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot de regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
4° geen recht op een vervangingsinkomen kunnen laten gelden;
5° onderworpen blijven aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende het sociaal statuut van de zelfstandigen en de bijdragen bedoeld in de bepaling onder 2° gedurende de periode van toekenning van de uitkeringen van onderhavig besluit verschuldigd blijven.
Art.34. § 1er. [1 Pour bénéficier de la prestation visée à l'article 33, § 1er, les travailleurs indépendants visés à l'article 32, alinéa 2, premier et deuxième tirets doivent, au moment de la demande :
- soit, avoir obtenu du juge, dans la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 inclus, l'homologation d'un plan de règlement amiable par la voie d'un règlement collectif de dettes ou s'être vu imposer un plan de règlement judiciaire par le juge, ou encore avoir obtenu l'adaptation ou la révision du plan, au sens de la loi relative au règlement collectif de dettes;
- soit, dans le cadre d'une réorganisation judiciaire, avoir obtenu du juge, dans la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 inclus, un jugement qui déclare ouverte la procédure de réorganisation judiciaire, sauf application de l'article 40 ou de l'article 41 de la loi du 31 janvier 2009.]1
§ 2. [1 Pour bénéficier de la prestation visée à l'article 33, § 1er, les travailleurs indépendants visés à l'article 32, alinéa 2, troisième tiret, doivent, au moment de la demande, démontrer qu'ils satisfont à au moins deux des critères suivants :
1° il apparaît de ses déclarations de T.V.A. ou des déclarations T.V.A. de son entreprise, ou d'une déclaration d'un comptable agréé, d'un expert-comptable ou d'un réviseur d'entreprises, relatives au 1er trimestre 2010, au 2e trimestre 2010 ou au 3e trimestre 2010 que le chiffre d'affaires de son entreprise ou, lorsque l'indépendant a plusieurs entreprises, le chiffre d'affaires total de l'ensemble de ses entreprises, a baissé de 50 % au moins par rapport, respectivement, au 1er trimestre 2009, au 2e trimestre 2009 ou au 3e trimestre 2009;
2° l'indépendant démontre qu'il a obtenu, au plus tôt au 1er octobre 2009 et au plus tard au 30 septembre 2010, un plan d'étalement pour le paiement de ses dettes personnelles relatives à la T.V.A., aux impôts des personnes physiques, aux cotisations sociales de travailleur indépendant ou aux cotisations sociales pour travailleurs salariés;
3° l'indépendant démontre que ses dettes personnelles relatives à la T.V.A., aux impôts des personnes physiques, aux cotisations sociales de travailleur indépendant ou aux cotisations sociales pour travailleurs salariés ont fait l'objet au plus tôt le 1er octobre 2009 et au plus tard le 30 septembre 2010 d'une contrainte ou d'une citation à comparaître;
4° l'indépendant peut démontrer qu'il disposait ou que sa société disposait d'un crédit de caisse qui a été annulé par l'institution financière dans la période du 1er octobre 2010 jusqu'au 31 décembre 2010;
5° l'indépendant démontre que 50 % de son chiffre d'affaires de la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 ou de celui de s(a)(es) société(s) provient d'entreprises déclarées en faillite ou en réorganisation judiciaire, ou d'indépendants déclarés en règlement collectif de dettes, durant la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010;
6° l'indépendant a obtenu durant la période du 1er octobre 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 une dispense à titre personnel de cotisations sociales pour au moins deux trimestres;
7° il apparaît de ses déclarations de T.V.A. ou des déclarations T.V.A. de son entreprise, ou d'une déclaration d'un comptable agréé, d'un expert-comptable ou d'un réviseur d'entreprises, relatives au 1er trimestre 2010, au 2e trimestre 2010 ou au 3e trimestre 2010 que le chiffre d'affaires de son entreprise ou, lorsque l'indépendant a plusieurs entreprises, le chiffre d'affaires total de l'ensemble de ses entreprises, a baissé de 60 % au moins par rapport, respectivement, au 1er trimestre 2008, au 2e trimestre 2008 ou au 3e trimestre 2008.]1
L'indépendant qui pense satisfaire aux critères visés aux 1°, 5°, ou 7° de l'alinéa précédent peut le démontrer au moyen d'une déclaration d'un comptable agréé ou d'un expert-comptable au sens de la loi du 22 avril 1999 relative à la discipline professionnelle des experts-comptables et des conseils fiscaux ou d'un réviseur d'entreprises au sens de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des réviseurs d'entreprises.
§ 3. Les travailleurs indépendants ne peuvent obtenir les prestations visées à l'article 33, § 1er, que s'ils :
1° prouvent leur assujettissement à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants pendant les quatre trimestres qui précèdent le premier jour du trimestre suivant celui dans lequel la demande est faite;
2° ont été redevables pour la période visée au 1° des cotisations visées aux articles 12, § 1er, et 13bis, § 2, 1°, de l'arrêté royal n° 38 précité;
3° ont, en Belgique, leur résidence principale, au sens de l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques;
4° ne peuvent pas prétendre à des revenus de remplacement;
5° demeurent assujettis à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants et restent redevables de cotisations visées au 2° pendant la période d'octroi des prestations visées au présent arrêté.
- soit, avoir obtenu du juge, dans la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 inclus, l'homologation d'un plan de règlement amiable par la voie d'un règlement collectif de dettes ou s'être vu imposer un plan de règlement judiciaire par le juge, ou encore avoir obtenu l'adaptation ou la révision du plan, au sens de la loi relative au règlement collectif de dettes;
- soit, dans le cadre d'une réorganisation judiciaire, avoir obtenu du juge, dans la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 inclus, un jugement qui déclare ouverte la procédure de réorganisation judiciaire, sauf application de l'article 40 ou de l'article 41 de la loi du 31 janvier 2009.]1
§ 2. [1 Pour bénéficier de la prestation visée à l'article 33, § 1er, les travailleurs indépendants visés à l'article 32, alinéa 2, troisième tiret, doivent, au moment de la demande, démontrer qu'ils satisfont à au moins deux des critères suivants :
1° il apparaît de ses déclarations de T.V.A. ou des déclarations T.V.A. de son entreprise, ou d'une déclaration d'un comptable agréé, d'un expert-comptable ou d'un réviseur d'entreprises, relatives au 1er trimestre 2010, au 2e trimestre 2010 ou au 3e trimestre 2010 que le chiffre d'affaires de son entreprise ou, lorsque l'indépendant a plusieurs entreprises, le chiffre d'affaires total de l'ensemble de ses entreprises, a baissé de 50 % au moins par rapport, respectivement, au 1er trimestre 2009, au 2e trimestre 2009 ou au 3e trimestre 2009;
2° l'indépendant démontre qu'il a obtenu, au plus tôt au 1er octobre 2009 et au plus tard au 30 septembre 2010, un plan d'étalement pour le paiement de ses dettes personnelles relatives à la T.V.A., aux impôts des personnes physiques, aux cotisations sociales de travailleur indépendant ou aux cotisations sociales pour travailleurs salariés;
3° l'indépendant démontre que ses dettes personnelles relatives à la T.V.A., aux impôts des personnes physiques, aux cotisations sociales de travailleur indépendant ou aux cotisations sociales pour travailleurs salariés ont fait l'objet au plus tôt le 1er octobre 2009 et au plus tard le 30 septembre 2010 d'une contrainte ou d'une citation à comparaître;
4° l'indépendant peut démontrer qu'il disposait ou que sa société disposait d'un crédit de caisse qui a été annulé par l'institution financière dans la période du 1er octobre 2010 jusqu'au 31 décembre 2010;
5° l'indépendant démontre que 50 % de son chiffre d'affaires de la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 ou de celui de s(a)(es) société(s) provient d'entreprises déclarées en faillite ou en réorganisation judiciaire, ou d'indépendants déclarés en règlement collectif de dettes, durant la période du 1er avril 2010 jusqu'au 31 décembre 2010;
6° l'indépendant a obtenu durant la période du 1er octobre 2010 jusqu'au 31 décembre 2010 une dispense à titre personnel de cotisations sociales pour au moins deux trimestres;
7° il apparaît de ses déclarations de T.V.A. ou des déclarations T.V.A. de son entreprise, ou d'une déclaration d'un comptable agréé, d'un expert-comptable ou d'un réviseur d'entreprises, relatives au 1er trimestre 2010, au 2e trimestre 2010 ou au 3e trimestre 2010 que le chiffre d'affaires de son entreprise ou, lorsque l'indépendant a plusieurs entreprises, le chiffre d'affaires total de l'ensemble de ses entreprises, a baissé de 60 % au moins par rapport, respectivement, au 1er trimestre 2008, au 2e trimestre 2008 ou au 3e trimestre 2008.]1
L'indépendant qui pense satisfaire aux critères visés aux 1°, 5°, ou 7° de l'alinéa précédent peut le démontrer au moyen d'une déclaration d'un comptable agréé ou d'un expert-comptable au sens de la loi du 22 avril 1999 relative à la discipline professionnelle des experts-comptables et des conseils fiscaux ou d'un réviseur d'entreprises au sens de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des réviseurs d'entreprises.
§ 3. Les travailleurs indépendants ne peuvent obtenir les prestations visées à l'article 33, § 1er, que s'ils :
1° prouvent leur assujettissement à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants pendant les quatre trimestres qui précèdent le premier jour du trimestre suivant celui dans lequel la demande est faite;
2° ont été redevables pour la période visée au 1° des cotisations visées aux articles 12, § 1er, et 13bis, § 2, 1°, de l'arrêté royal n° 38 précité;
3° ont, en Belgique, leur résidence principale, au sens de l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques;
4° ne peuvent pas prétendre à des revenus de remplacement;
5° demeurent assujettis à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants et restent redevables de cotisations visées au 2° pendant la période d'octroi des prestations visées au présent arrêté.
Änderungen
Art.35. De bepalingen van de artikelen 7bis, 8bis en 10bis van het koninklijk besluit van 18 november 1996 zijn eveneens van toepassing.
De begunstigde van de uitkeringen verbindt zich ertoe aan de instelling die belast is met de betaling van de uitkeringen elke gebeurtenis die mogelijkerwijze de opheffing van voormelde uitkeringen met zich meebrengt, mee te delen.
Bij gebreke hieraan zal de uitkering bedoeld in artikel 33, § 1, integraal dienen te worden terugbetaald.
Elke wijziging in de in artikel 34, § 3, 1° tot 3°, en 5°, bedoelde voorwaarden heeft uitwerking, voor de uitkering, met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op diegene van de wijziging. Bovendien wordt deze uitkering opgeschort gedurende de hele maand waarin er aanspraak kan worden gemaakt op een vervangingsinkomen.
De begunstigde van de uitkeringen verbindt zich ertoe aan de instelling die belast is met de betaling van de uitkeringen elke gebeurtenis die mogelijkerwijze de opheffing van voormelde uitkeringen met zich meebrengt, mee te delen.
Bij gebreke hieraan zal de uitkering bedoeld in artikel 33, § 1, integraal dienen te worden terugbetaald.
Elke wijziging in de in artikel 34, § 3, 1° tot 3°, en 5°, bedoelde voorwaarden heeft uitwerking, voor de uitkering, met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op diegene van de wijziging. Bovendien wordt deze uitkering opgeschort gedurende de hele maand waarin er aanspraak kan worden gemaakt op een vervangingsinkomen.
Art.35. Les dispositions des articles 7bis, 8bis et 10bis de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 sont également applicables.
Le bénéficiaire des prestations s'engage à signaler à l'organisme chargé du paiement des prestations tout événement susceptible d'entraîner la suppression des prestations précitées.
A défaut, la prestation visée à l'article 33, § 1er, devra intégralement être remboursée.
Tout changement dans les conditions visées à l'article 34, § 3, 1° à 3°, et 5° produit ses effets le premier jour du mois qui suit celui de ce changement, pour la prestation. En outre, cette prestation est suspendue pour tout le mois au cours duquel il peut être prétendu à des revenus de remplacement.
Le bénéficiaire des prestations s'engage à signaler à l'organisme chargé du paiement des prestations tout événement susceptible d'entraîner la suppression des prestations précitées.
A défaut, la prestation visée à l'article 33, § 1er, devra intégralement être remboursée.
Tout changement dans les conditions visées à l'article 34, § 3, 1° à 3°, et 5° produit ses effets le premier jour du mois qui suit celui de ce changement, pour la prestation. En outre, cette prestation est suspendue pour tout le mois au cours duquel il peut être prétendu à des revenus de remplacement.
Art.36. Op straffe van verval moet de in artikel 33 bedoelde aanvraag worden ingediend uiterlijk op 30 september 2010.
De zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje, die reeds de uitkering bedoeld in het koninklijk besluit van 14 december 2009 (1) geniet, of heeft genoten, kan geen nieuwe aanvraag indienen op basis van de hoedanigheid van zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje.
De zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje, die reeds de uitkering bedoeld in het koninklijk besluit van 14 december 2009 (1) geniet, of heeft genoten, kan geen nieuwe aanvraag indienen op basis van de hoedanigheid van zelfstandige bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste en tweede streepje.
Art.36. Sous peine de forclusion, la demande visée à l'article 33 doit être introduite au plus tard le 30 septembre 2010.
L'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, premier et deuxième tirets, qui a déjà bénéficié, ou qui bénéficie de l'allocation visée à l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (1), ne peut introduire une demande sur la base de la qualité d'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, premier et deuxième tirets.
L'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, premier et deuxième tirets, qui a déjà bénéficié, ou qui bénéficie de l'allocation visée à l'arrêté royal du 14 décembre 2009 (1), ne peut introduire une demande sur la base de la qualité d'indépendant visé à l'article 32, alinéa 2, premier et deuxième tirets.
Art.37. De uitkering ten gunste van de in artikel 32 bedoelde personen is deze bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996.
De betaling van de in het eerste lid bedoelde maandelijkse uitkering vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de zelfstandige zijn aanvraag heeft ingediend. Wanneer de betrokkenen in de loop van deze periode een persoon ten laste krijgen of ophouden een persoon ten laste te hebben, in de zin van artikel 225, § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt de wijziging in het maandelijks bedrag uitgevoerd vanaf de maand die op die gebeurtenis volgt.
De betaling van de in het eerste lid bedoelde maandelijkse uitkering vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de zelfstandige zijn aanvraag heeft ingediend. Wanneer de betrokkenen in de loop van deze periode een persoon ten laste krijgen of ophouden een persoon ten laste te hebben, in de zin van artikel 225, § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt de wijziging in het maandelijks bedrag uitgevoerd vanaf de maand die op die gebeurtenis volgt.
Art.37. La prestation en faveur des personnes visées à l'article 32 est la même que celle visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996.
Le paiement de la prestation mensuelle visée à l'alinéa 1er débute le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le travailleur indépendant a introduit sa demande. Lorsqu'au cours de cette période, les intéressés acquièrent une personne à charge ou cessent d'avoir une personne à charge au sens de l'article 225, § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, le changement dans le montant mensuel s'opère à partir du mois qui suit cet événement.
Le paiement de la prestation mensuelle visée à l'alinéa 1er débute le premier jour du mois suivant celui au cours duquel le travailleur indépendant a introduit sa demande. Lorsqu'au cours de cette période, les intéressés acquièrent une personne à charge ou cessent d'avoir une personne à charge au sens de l'article 225, § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, le changement dans le montant mensuel s'opère à partir du mois qui suit cet événement.
Art.38. De bepalingen van de artikelen 32 en 33 zijn slechts van toepassing voor zover de betrokkene :
- niet wetens en willens onjuiste verklaringen heeft gedaan. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 et 33, teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen hebben uitbetaald;
- niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 en 33, teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen uitbetaald hebben;
- niet veroordeeld is op grond van de artikelen 72 of 73 van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 en 33 teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen hebben uitbetaald.
- niet wetens en willens onjuiste verklaringen heeft gedaan. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 et 33, teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen hebben uitbetaald;
- niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 en 33, teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen uitbetaald hebben;
- niet veroordeeld is op grond van de artikelen 72 of 73 van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. In dat geval moeten de uitkeringen waarvan hij genoten zou kunnen hebben ingevolge de toepassing van de artikelen 32 en 33 teruggevorderd worden door de instellingen die deze uitkeringen hebben uitbetaald.
Art.38. Les dispositions des articles 32 et 33 ne sont applicables que pour autant que la personne concernée n'ait pas :
- sciemment et volontairement fait de fausses déclarations. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations;
- manifestement organisé son insolvabilité, au sens de la loi relative au règlement collectif de dettes. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations;
- été condamnée sur la base des articles 72 ou 73 de la loi relative à la continuité des entreprises. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations.
- sciemment et volontairement fait de fausses déclarations. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations;
- manifestement organisé son insolvabilité, au sens de la loi relative au règlement collectif de dettes. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations;
- été condamnée sur la base des articles 72 ou 73 de la loi relative à la continuité des entreprises. Dans ce cas, les prestations dont elle aurait pu bénéficier à la suite de l'application des articles 32 et 33 doivent être récupérées par les organismes ayant payé ces prestations.
Art.39. De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 5 en 7 tot en met 14 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 zijn eveneens van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde personen.
Art.39. Les dispositions des articles 2 à 5 et 7 à 14 de l'arrêté royal du 6 juillet 1997 portant exécution de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 s'appliquent également à l'égard des personnes visées par le présent chapitre.
Art.40. Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2010, en geldt voor de aanvragen gedaan tot en met 30 september 2010.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot aanvragen gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1. Te dien einde past Hij de begin- en/of einddatum van de periodes bedoeld in artikel 34, §§ 1 en 2, aan.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot aanvragen gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1. Te dien einde past Hij de begin- en/of einddatum van de periodes bedoeld in artikel 34, §§ 1 en 2, aan.
Art.40. La présente section entre en vigueur le 1er juillet 2010 et vaut pour les demandes introduites jusqu'au 30 septembre 2010 inclus.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux demandes faites jusqu'au [1 31 janvier 2011]1. A cette fin, Il adapte les dates de début et/ou de fin des périodes visées à l'article 34, §§ 1er et 2.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux demandes faites jusqu'au [1 31 janvier 2011]1. A cette fin, Il adapte les dates de début et/ou de fin des périodes visées à l'article 34, §§ 1er et 2.
Afdeling 3. - Aanvraagtermijn voor de sociale verzekering in geval van faillissement
Section 3. - Délai pour l'introduction de la demande de l'assurance sociale en cas de faillite
Art.41. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 18 november 1996, gewijzigd bij de wetten van 24 januari 2002 en 19 juni 2009, worden de woorden " voor het einde van het kwartaal volgend op datgene waarin het vonnis van faillietverklaring werd uitgesproken " vervangen door de woorden " ten laatste binnen het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin het vonnis van faillietverklaring wordt uitgesproken ".
Art.41. Dans l'article 6 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996, modifié par les loi du 24 janvier 2002 et le 19 juin 2009, les mots " avant la fin du trimestre qui suit celui au cours duquel le jugement déclaratif de faillite a été prononcé " sont remplacés par les mots " avant la fin du deuxième trimestre qui suit celui au cours duquel le jugement déclaratif de faillite a été prononcé ".
Art.42. Deze afdeling is van toepassing op alle vonnissen van faillietverklaring uitgesproken in de periode van 1 juli 2010 tot en met 30 september 2010.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot de vonnissen van faillietverklaring gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot de vonnissen van faillietverklaring gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1.
Art.42. La présente section vaut pour les jugements déclaratifs de faillite prononcés dans la période du 1er juillet 2010 jusqu'au 30 septembre 2010.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux jugements déclaratifs de faillite faits jusqu'au [1 31 janvier 2011]1.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux jugements déclaratifs de faillite faits jusqu'au [1 31 janvier 2011]1.
Afdeling 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 11 februari 2010 betreffende de uitvoering van artikel 153, § 2, van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, betreffende de erkenning als onderneming in moeilijkheden van de ondernemingen met minder dan 10 werknemers
Section 4. - Modifications de l' arrêté royal du 11 février 2010 portant exécution de l'article 153, § 2, de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, concernant la reconnaissance comme entreprise en difficulté des entreprises de moins de 10 travailleurs
Art.43. In artikel 1, 5°, f), eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 februari 2010 betreffende de uitvoering van artikel 153, § 2, van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, betreffende de erkenning als onderneming in moeilijkheden van de ondernemingen met minder dan 10 werknemers wordt een streepje toegevoegd, luidend als volgt :
" - of de artikelen 31 tot 40 van de wet van 19 mei 2010 houdende fiscale en diverse bepalingen. "
" - of de artikelen 31 tot 40 van de wet van 19 mei 2010 houdende fiscale en diverse bepalingen. "
Art.43. Dans l'article 1er, 5°, f), alinéa 1er, de l'arrêté royal du 11 février 2010 portant exécution de l'article 153, § 2, de la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, concernant la reconnaissance comme entreprise en difficulté des entreprises de moins de 10 travailleurs, un tiret est ajouté, libellé comme suit :
" - ou les articles 31 à 40 de la loi du 19 mai 2010 portant des dispositions fiscales et diverses. "
" - ou les articles 31 à 40 de la loi du 19 mai 2010 portant des dispositions fiscales et diverses. "
Art.44. In artikel 1, 5°, f), tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste streepje worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 30 september 2010 ";
2° in het tweede streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of het eerste of tweede kwartaal van 2010 " worden ingevoegd tussen de woorden " van 2009 " en " blijkt dat ";
- na de woorden " vierde kwartaal van 2008 " worden de woorden ", of van het eerste of tweede kwartaal van 2009 " toegevoegd;
3° in het derde streepje worden de woorden " 31 december 2009 " vervangen door de woorden " 30 juni 2010 ";
4° in het vierde streepje worden de woorden " 31 december 2009 " vervangen door de woorden " 30 juni 2010 ";
5° in het vijfde streepje worden de woorden " tussen 30 juni 2008 en 1 juli 2010 " vervangen door de woorden " van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2010 ";
6° in het zesde streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of van 1 januari 2010 tot en met 30 september 2010 " ingevoegd tussen de woorden " 1 juli 2010 " en de woorden " komt van ";
- in fine worden de woorden ", of van 1 januari 2010 tot en met 30 september 2010 " toegevoegd;
7° in het zevende streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of het eerste of tweede kwartaal van 2010 " worden ingevoegd tussen de woorden " van 2009 " en " blijkt dat ";
- na de woorden " van 2007 " worden de woorden ", of van het eerste of tweede kwartaal van 2008 " toegevoegd.
1° in het eerste streepje worden de woorden " 30 juni 2010 " vervangen door de woorden " 30 september 2010 ";
2° in het tweede streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of het eerste of tweede kwartaal van 2010 " worden ingevoegd tussen de woorden " van 2009 " en " blijkt dat ";
- na de woorden " vierde kwartaal van 2008 " worden de woorden ", of van het eerste of tweede kwartaal van 2009 " toegevoegd;
3° in het derde streepje worden de woorden " 31 december 2009 " vervangen door de woorden " 30 juni 2010 ";
4° in het vierde streepje worden de woorden " 31 december 2009 " vervangen door de woorden " 30 juni 2010 ";
5° in het vijfde streepje worden de woorden " tussen 30 juni 2008 en 1 juli 2010 " vervangen door de woorden " van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2010 ";
6° in het zesde streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of van 1 januari 2010 tot en met 30 september 2010 " ingevoegd tussen de woorden " 1 juli 2010 " en de woorden " komt van ";
- in fine worden de woorden ", of van 1 januari 2010 tot en met 30 september 2010 " toegevoegd;
7° in het zevende streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden ", of het eerste of tweede kwartaal van 2010 " worden ingevoegd tussen de woorden " van 2009 " en " blijkt dat ";
- na de woorden " van 2007 " worden de woorden ", of van het eerste of tweede kwartaal van 2008 " toegevoegd.
Art.44. Dans l'article 1er, 5°, f), alinéa 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au premier tiret, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° au deuxième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou le [1er ou 2e] trimestre 2010 " sont insérés entre les mots " trimestre 2009 " et les mots " que le chiffre ";
- après les mots " 4e trimestre 2008 " les mots " ou le 1er [ou] 2e trimestre 2009 " sont ajoutés;
3° au troisième tiret, les mots " 31 décembre 2009 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2010 ";
4° au quatrième tiret, les mots " 31 décembre 2009 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2010 ";
5° au cinquième tiret, les mots " entre le 30 juin 2008 et le 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " du 1er juillet 2008 jusqu'au 30 septembre 2010 ";
6° au sixième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou de la période du 1er janvier 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 " sont insérés entre les mots " 1er juillet 2010 " et les mots " de l'indépendant ";
- in fine les mots ", ou de la période du 1er janvier 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 " sont ajoutés;
7° au septième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou le [1er ou 2e] trimestre 2010 " sont insérés entre les mots " trimestre 2009 " et les mots " que le chiffre ";
- après les mots " trimestre 2007 " les mots ", ou le 1er [ou] deuxième trimestre 2008 " sont ajoutés.
1° au premier tiret, les mots " 30 juin 2010 " sont remplacés par les mots " 30 septembre 2010 ";
2° au deuxième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou le [1er ou 2e] trimestre 2010 " sont insérés entre les mots " trimestre 2009 " et les mots " que le chiffre ";
- après les mots " 4e trimestre 2008 " les mots " ou le 1er [ou] 2e trimestre 2009 " sont ajoutés;
3° au troisième tiret, les mots " 31 décembre 2009 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2010 ";
4° au quatrième tiret, les mots " 31 décembre 2009 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2010 ";
5° au cinquième tiret, les mots " entre le 30 juin 2008 et le 1er juillet 2010 " sont remplacés par les mots " du 1er juillet 2008 jusqu'au 30 septembre 2010 ";
6° au sixième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou de la période du 1er janvier 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 " sont insérés entre les mots " 1er juillet 2010 " et les mots " de l'indépendant ";
- in fine les mots ", ou de la période du 1er janvier 2010 jusqu'au 30 septembre 2010 " sont ajoutés;
7° au septième tiret, les modifications suivantes sont apportées :
- les mots ", ou le [1er ou 2e] trimestre 2010 " sont insérés entre les mots " trimestre 2009 " et les mots " que le chiffre ";
- après les mots " trimestre 2007 " les mots ", ou le 1er [ou] deuxième trimestre 2008 " sont ajoutés.
Art. 45. Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2010.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot aanvragen gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1. Te dien einde past Hij de begin- en/of einddatum van de periodes bedoeld in artikel 44 aan.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 mei 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Werk,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van K.M.O.'s en Zelfstandigen,
Mevr. S. LARUELLE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de toepassing van deze afdeling uitbreiden tot aanvragen gedaan tot en met [1 31 januari 2011]1. Te dien einde past Hij de begin- en/of einddatum van de periodes bedoeld in artikel 44 aan.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 mei 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Werk,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van K.M.O.'s en Zelfstandigen,
Mevr. S. LARUELLE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Art. 45. La présente section entre en vigueur le 1er juillet 2010.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux demandes faites jusqu'au [1 31 janvier 2011]1. A cette fin, Il adapte les dates de début et/ou de fin des périodes visées à l'article 44.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 19 mai 2010.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
La Ministre de l'Emploi,
Mme J. MILQUET
La Ministre des P.M.E. et des Indépendants,
Mme S. LARUELLE
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, élargir l'application de cette section aux demandes faites jusqu'au [1 31 janvier 2011]1. A cette fin, Il adapte les dates de début et/ou de fin des périodes visées à l'article 44.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 19 mai 2010.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
La Ministre de l'Emploi,
Mme J. MILQUET
La Ministre des P.M.E. et des Indépendants,
Mme S. LARUELLE
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
S. DE CLERCK