Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 JANUARI 2010. - Huishoudelijk reglement van de kamer van beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs
Titre
27 JANVIER 2010. - Règlement d'ordre intérieur de la chambre de recours pour l'enseignement officiel subventionné (TRADUCTION)
Tekst (46)
Texte (1)
TITEL I. - Inleidende bepalingen
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Artikel 1. Onverminderd de definities die vermeld zijn in artikel 5 van het decreet en in artikel 1 van het besluit wordt voor de toepassing van voorliggend huishoudelijk reglement begrepen onder :
1. het decreet : het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, zoals gewijzigd;
2. het besluit : het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, zoals gewijzigd;
3. de verzoekende partij : het personeelslid dat beroep aantekent tegen een tuchtmaatregel bedoeld in artikel 64 van het decreet of tegen een ontslag bedoeld in artikel 25, artikel 42, § 6 of artikel 44decies, § 2, 2°, van het decreet;
4. de verwerende partij : de tuchtoverheid, bedoeld in artikel 8, § 1, van het besluit of de inrichtende macht bedoeld in artikel 25, artikel 42, § 6 of artikel 44decies, § 2, 2° van het decreet;
5. werkdagen : elke dag van de week behalve de zondag en de wettelijke en decretale feestdagen.
-
TITEL II. - Beroep tegen een tuchtmaatregel
-
HOOFDSTUK I. - Het beroepschrift
-
Art. 2. § 1. Het beroep tegen een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 72 van het decreet, wordt bij de kamer van beroep aanhangig gemaakt door middel van een beroepschrift, overeenkomstig artikel 13, § 1, van het besluit. Als correspondentieadres geldt het adres zoals bepaald in artikel 29.
§ 2. Op hetzelfde ogenblik als de verzoekende partij zijn beroepschrift indient, stuurt hij een kopie daarvan aan de verwerende partij.
-
Art. 3. Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de verzoekende partij of haar raadsman en bevat :
1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
2. de identiteit en het adres van de verwerende partij;
3. een afschrift van de beslissing waartegen beroep wordt ingediend;
4. een uiteenzetting van de feiten;
5. een uiteenzetting van middelen die in beroep tegen de tuchtmaatregel worden ingebracht.
-
Art. 4. Na ontvangst van het beroepschrift doet het secretariaat van de kamer van beroep aan de partijen melding van :
1. het beroepschrift;
2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep;
3. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
4. de mogelijkheid voor de verzoekende partij om een toelichtende memorie in te dienen tot uiterlijk 24 werkdagen na het indienen van het beroepschrift;
5. de mogelijkheid voor de verwerende partij om een verweerschrift in te dienen tot uiterlijk 24 werkdagen na het indienen van de toelichtende memorie van de verzoekende partij of tot uiterlijk 24 werkdagen na het verstrijken van de termijn van 24 werkdagen na het indienen van het beroepschrift ingeval de verzoekende partij geen toelichtende memorie heeft ingediend. De toelichtende memorie en het verweerschrift worden aan het secretariaat van de kamer en aan de tegenpartij gestuurd bij een ter post aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs;
6. het huishoudelijk reglement van de kamer van beroep;
7. plaats, dag en uur van de zitting;
8. de mogelijkheid om, op eenvoudig verzoek van de verzoekende partij of haar raadsman, de zitting met gesloten deuren te laten doorgaan;
9. de mogelijkheid om de kamer van beroep te vragen getuigen te horen.
-
Art. 5. Na ontvangst van de in artikel 4 bedoelde documenten stuurt de verwerende binnen de tien werkdagen aan het secretariaat en aan de verzoekende partij een afschrift van, naar gelang het geval, het volledige dossier waarop de tuchtmaatregel gesteund is en van de beslissingen betreffende de niet doorgehaalde tuchtstraffen van het betrokken personeelslid.
-
HOOFDSTUK II. - De wraking
-
Art. 6. § 1. De partij die de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, een effectief lid of een plaatsvervangend lid wil wraken, is ertoe gehouden haar wraking te doen gelden en de redenen daartoe uiteen te zetten in een akte die zij binnen de termijn bedoeld in artikel 14 van het besluit aan de voorzitter bij een ter post aangetekend schrijven moet betekenen. Als correspondentieadres geldt het adres zoals bepaald in artikel 29.
Indien de in het eerste lid bedoelde akte betrekking heeft op een effectief lid of een plaatsvervangend lid legt de voorzitter die akte onmiddellijk voor aan de gewraakte persoon die ertoe gehouden is onverwijld aan de voorzitter schriftelijk te verklaren of hij met de wraking instemt, dan wel of hij weigert zich te onthouden. In het laatste geval moet hij antwoorden op de wrakingsmiddelen.
Het eventueel gewraakte lid verwittigt zijn plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt. Het eventueel gewraakte lid deelt aan het secretariaat mee dat zijn plaatsvervanger hem zal vervangen.
Indien de in het eerste lid bedoelde akte betrekking heeft op de voorzitter of een plaatsvervangende voorzitter beslissen zij, ieder voor zich, onmiddellijk over de gegrondheid van de wraking. De reden tot wraking en hun beslissing over het al dan niet instemmen met de wraking delen zij onmiddellijk mee aan de betrokken partijen en aan de effectieve leden en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep.
Indien de reden tot wraking niet binnen de termijn bedoeld in artikel 14 van het besluit aan diegene die een lid wil wraken bekend is, kan hij dat nog doen vóór de aanvang van de beraadslaging. In dat geval beslist de kamer onmiddellijk over de gegrondheid van de wraking.
§ 2. De partij die een effectief of een plaatsvervangend lid in toepassing van artikel 15 van het besluit ongemotiveerd wil wraken, deelt dit binnen de termijn bedoeld in artikel 14 van het besluit mee aan de voorzitter bij een ter post aangetekend schrijven. Als correspondentieadres geldt het adres zoals bepaald in artikel 29.
Indien de in het eerste lid bedoelde wraking betrekking heeft op een effectief lid deelt de voorzitter dit onmiddellijk mee aan de gewraakte persoon. Het gewraakte lid verwittigt zijn plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt en deelt aan het secretariaat mee wie hem op de zitting zal vervangen.
Indien de in het eerste lid bedoelde wraking betrekking heeft op een plaatsvervangend lid deelt de voorzitter dit onmiddellijk mee aan de gewraakte persoon.
-
Art. 7. Indien de voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, een effectief lid of een plaatsvervangend lid niet instemt met zijn wraking in toepassing van artikel 15, 1e lid, 1e zin van het besluit, wordt hierover beslist door de kamer van beroep voor de aanvang van de zitting.
Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitters gewraakt zijn wordt dit, met het oog op de toepassing van artikel 14, 3e lid, van het besluit, meegedeeld aan de Vlaamse minister van Onderwijs.
-
Art. 8. § 1. Het lid dat meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hiervan onmiddellijk de voorzitter. Hij verwittigt tevens zijn plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt. Aan het secretariaat meldt hij welk plaatsvervangend lid hem zal vervangen.
§ 2. Indien de voorzitter meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hij hiervan een plaatsvervangende voorzitter.
Indien een plaatsvervangende voorzitter meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hij hiervan onmiddellijk de voorzitter.
Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitters menen dat er een reden tot wraking tegen hen bestaat, melden zij dit bij de Vlaamse Minister van Onderwijs, en dit met het oog op de toepassing van artikel 14, 3e lid, van het besluit.
-
HOOFDSTUK III. - Voorafgaande maatregelen
-
Art. 9. Het secretariaat deelt aan de effectieve leden van de kamer van beroep de plaats, de dag en het uur mee waarop de zitting zal plaats vinden en bezorgt hen;
1. een afschrift van het beroepschrift;
2. een afschrift van de toelichtende memorie van de verzoekende partij;
3. een afschrift van het verweerschrift van de verwerende partij;
4. een afschrift van de in artikel 5 bedoelde documenten.
Bij plaatsvervanging wordt het effectief lid geacht het dossier over te maken aan de plaatsvervanger.
-
Art. 10. Indien één der partijen getuigen wenst te laten horen, deelt zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter, via het correspondentieadres vermeld in artikel 29 van dit reglement. Zij vermeldt de naam, het adres en desgevallend het telefoonnummer van de op te roepen getuigen.
De verzoekende partij die getuigen wenst te laten horen deelt haar verzoek ten laatste mee bij het indienen van haar toelichtende memorie.
De verwerende partij die getuigen wenst te laten horen, deelt dit ten laatste mee bij het indienen van haar verweerschrift.
-
HOOFDSTUK IV. - De zitting
-
Art. 11. De zitting wordt geopend door de voorzitter. De voorzitter leidt de debatten. Wat de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
-
Art. 12. De verzoekende partij brengt eerst haar uiteenzetting van het verweer tegen de opgelegde tuchtmaatregel, waarna de verwerende partij kan repliceren.
-
Art. 13. Van het getuigenverhoor wordt door het secretariaat onmiddellijk een samenvatting gemaakt die ter zitting wordt ondertekend door de getuigen. In uitzonderlijke omstandigheden, te beoordelen door de kamer van beroep, kan deze samenvatting ook na de zitting worden opgemaakt en aan de getuigen ter ondertekening worden toegestuurd.
Ter zitting ondertekenen de getuigen een verklaring. Die verklaring vermeldt de naam van de getuigen, hun leeftijd, hun beroep, hun woonplaats en of zij al dan niet bloed- of aanverwant zijn van de verzoekende of verwerende partij.
-
Art. 14. Op het einde van de debatten sluit de voorzitter de zitting.
-
HOOFDSTUK V. - De uitspraak
-
Art. 15. Met het oog op de beslissing voorzien in artikel 12 van het besluit volgt, onmiddellijk na het sluiten van de debatten, het overleg over de tuchtuitspraak. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
-
Art. 16. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Onverminderd de toepassing van artikel 17 van het besluit wordt een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de effectieve en aan de plaatsvervangende leden van de kamer van beroep.
-
TITEL III. - Beroep tegen het ontslag om dringende redenen
-
HOOFDSTUK I. - Het beroepschrift
-
Art. 17. Het beroep tegen het ontslag bedoeld in artikel 25, artikel 42, § 6 of artikel 44decies, § 2, 2° van het decreet wordt bij de kamer van beroep aanhangig gemaakt door middel van een beroepschrift overeenkomstig het bepaalde in artikel 25, vierde lid of artikel 42, § 6 van het decreet. Als correspondentieadres geldt het adres bedoeld in artikel 29 van dit reglement.
-
Art. 18. Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend door verzoekende partij of haar raadsman en bevat :
1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
2. de identiteit en het adres van de verwerende partij;
3. een afschrift van het document houdende het ontslag;
4. een uiteenzetting van de feiten;
5. een uiteenzetting van middelen die in beroep tegen het ontslag worden ingebracht.
-
Art. 19. Na ontvangst van het beroepschrift doet het secretariaat van de kamer van beroep aan de partijen melding van :
1. het beroepschrift :
2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep;
2. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
4. de mogelijkheid voor de verwerende partij om haar argumenten toe te lichten; er mogen geen andere argumenten worden aangebracht dan deze opgenomen in het ontslagdocument;
5. het huishoudelijk reglement van de kamer van beroep;
6. plaats, dag en uur van de zitting;
7. de mogelijkheid om, op eenvoudig verzoek van de verzoekende partij, de zitting met gesloten deuren te laten doorgaan;
8. de mogelijkheid om de kamer van beroep te vragen getuigen te horen.
-
Art. 20. Na ontvangst van de in artikel 19 bedoelde documenten stuurt de verwerende partij binnen de vijf werkdagen aan het secretariaat en aan de verzoekende partij een afschrift van het volledige dossier waarop het ontslag gegeven met toepassing van artikel 25, artikel 42, § 6 of artikel 44decies van het decreet gebaseerd is en met inbegrip van de toelichting bedoeld in artikel 19, punt 4.
-
HOOFDSTUK II. - De wraking
-
Art. 21. Hoofdstuk II van titel II is van overeenkomstige toepassing op het in artikel 17 bedoelde beroep met dien verstande dat voor de termijn van wraking de termijn bedoeld in artikel 17ter van het besluit geldt.
-
HOOFDSTUK III. - Voorafgaande maatregelen
-
Art. 22. Het secretariaat deelt aan de effectieve leden van de kamer van beroep de plaats, de dag en het uur mee waarop de zitting zal plaats vinden en bezorgt hen :
1. een afschrift van het beroepschrift;
2. een afschrift van de argumenten van verwerende partij;
3. een afschrift van de in artikel 20 bedoelde documenten.
-
Art. 23. Indien één der partijen getuigen wenst te horen, deelt zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter, via het correspondentieadres vermeld in artikel 29 van dit reglement. Zij vermeldt de naam, het adres en desgevallend het telefoonnummer van de op te roepen getuigen.
De partij die getuigen wenst te horen deelt haar verzoek mee binnen de termijn voorzien voor wraking bedoeld in artikel 17ter van het besluit..
-
HOOFDSTUK IV. - De zitting
-
Art. 24. Hoofdstuk IV van titel II is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het in artikel 17 bedoelde beroep.
-
HOOFDSTUK V. - De uitspraak
-
Art. 25. Met het oog op de beslissing zoals voorzien in artikel 12 van het besluit, volgt onmiddellijk na het sluiten van de debatten het overleg over de uitspraak over het in artikel 17 bedoelde beroep. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
-
Art. 26. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Onverminderd de toepassing van artikel 17sexies van het besluit wordt een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de effectieve en de plaatsvervangende leden van de kamer van beroep.
-
TITEL IV. - Algemene bepalingen
-
Art. 27. De agenda van de zittingen wordt bepaald door de voorzitter in overleg met de secretaris.
-
Art. 28. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de secretaris en de effectieve en plaatsvervangende leden zijn gehouden tot discretie over de aangelegenheden die zij in de uitoefening van hun mandaat vernemen. Zij oefenen hun mandaat op een onpartijdige en onbevooroordeelde wijze uit.
-
Art. 29. Het secretariaat van de kamer van beroep is gevestigd op het hiernavolgend adres :
Kamer van beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs
Afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel
T.a.v. Peggy Michiels, secretaris
Hendrik Consciencegebouw, toren C, 1e verdieping
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
-
Art. 30. Onverminderd het bepaalde in artikel 16 en 26 wordt alle briefwisseling van de kamer van beroep ondertekend door de secretaris namens de voorzitter.
-
Art. 31. De dossiers, bedoeld in titel II worden bewaard gedurende een periode gelijk aan deze voor de doorhaling der tuchtstraffen bedoeld in artikel 73 van het decreet. De dossiers bedoeld in Titel III worden bewaard gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de beslissing. Na het verstrijken van deze termijn worden ze vernietigd
In afwijking hierop wordt een dossier na het verstrijken van deze termijn verder bewaard indien over dit dossier nog een procedure loopt bij een rechtsinstantie. De partijen verwittigen het secretariaat wanneer zij een dergelijke procedure hebben ingesteld.
-
Art. 32. De beroepen die werden neergelegd vóór de goedkeuring van dit huishoudelijk reglement, worden geacht in overeenstemming te zijn met dit reglement.
Goedgekeurd door de kamer van beroep in zitting van 27 januari 2010.
De Secretaris,
P. MICHIELS.
De Voorzitter,
J. DUJARDIN.
-