Artikel 1. Aan artikel 2, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden een punt 12 tot en met punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt :
" 12° " lineaire opleiding " : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs lineair wordt georganiseerd, als vermeld in artikel 179 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
13° " voorlopig modulaire opleiding " : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd, maar nog niet steunt op een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 180 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
14° " definitief modulaire opleiding " : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd op basis van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 24, 24bis en 179ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 SEPTEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
Titre
10 SEPTEMBRE 2010. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant différentes dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (24)
Texte (24)
Article 1er. L'article 2, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, est complété des points 12° à 14° inclus, rédigés ainsi qu'il suit :
" 12° "formation linéaire" : une formation étant organisée de façon linéaire dans un centre d'éducation des adultes, telle que visée à l'article 179 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
13° " formation provisoirement modulaire ": une formation étant organisée de façon modulaire dans un centre d'éducation des adultes, mais pour laquelle il n'existe pas encore de profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, tel que visé à l'article 180 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
14° " formation définitivement modulaire " : une formation étant organisée de façon modulaire dans un centre d'éducation des adultes, sur la base d'un profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, tel que visé aux articles 24, 24bis et 179ter du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. ".
" 12° "formation linéaire" : une formation étant organisée de façon linéaire dans un centre d'éducation des adultes, telle que visée à l'article 179 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
13° " formation provisoirement modulaire ": une formation étant organisée de façon modulaire dans un centre d'éducation des adultes, mais pour laquelle il n'existe pas encore de profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, tel que visé à l'article 180 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
14° " formation définitivement modulaire " : une formation étant organisée de façon modulaire dans un centre d'éducation des adultes, sur la base d'un profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, tel que visé aux articles 24, 24bis et 179ter du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. ".
Art. 2. In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden " hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding ";
2° in punt 2° worden de woorden " leraar in het secundair volwassenenonderwijs " vervangen door de woorden " leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een lineaire of een voorlopig modulaire opleiding ";
3° er wordt een punt 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 2°bis als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een definitief modulaire opleiding betreft :
a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip " hetzelfde ambt " moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;
b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a) valt en waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
1) het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
2) het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen; ";
4° in punt 3° worden de woorden " leraar in het hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " lector in een opdracht in een lineaire opleiding ";
5° er wordt een punt 3°bis wordt ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis als het een ambt van lector in een opdracht in een voorlopige of definitief modulaire opleiding betreft :
a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld;
b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), die het betrokken personeelslid, als hij daarvoor vastbenoemd was, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit; ".
1° in punt 1° worden de woorden " hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding ";
2° in punt 2° worden de woorden " leraar in het secundair volwassenenonderwijs " vervangen door de woorden " leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een lineaire of een voorlopig modulaire opleiding ";
3° er wordt een punt 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 2°bis als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een definitief modulaire opleiding betreft :
a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip " hetzelfde ambt " moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;
b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a) valt en waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
1) het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
2) het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen; ";
4° in punt 3° worden de woorden " leraar in het hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " lector in een opdracht in een lineaire opleiding ";
5° er wordt een punt 3°bis wordt ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis als het een ambt van lector in een opdracht in een voorlopige of definitief modulaire opleiding betreft :
a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld;
b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), die het betrokken personeelslid, als hij daarvoor vastbenoemd was, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit; ".
Art. 2. A l'article 9, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, les mots " d'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " d'enseignement supérieur professionnel HBO-5 ou de formation spécifique des enseignants ";
2° au point 2°, les mots "enseignant dans l'enseignement secondaire des adultes" sont remplacés par les mots " enseignant de l'enseignement secondaire des adultes pour une charge dans une formation linéaire ou provisoirement modulaire ";
3° il est inséré un point 2°bis ainsi rédigé :
" 2°bis s'il s'agit d'une fonction d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes pour une charge dans une formation définitivement modulaire :
a) une charge dans la même formation ou dans le même module dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilité. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur d'un titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour cette formation ou ce module;
b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a) et pour laquelle/lequel le membre du personnel remplit une des conditions suivantes :
1) le membre du personnel est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis;
2) s'il était nommé définitivement à cette formation ou ce module, sur base d'un titre jugé suffisant ou d'un titre censé être suffisant par mesure transitoire, le membre du personnel a enseigné cette formation ou ce module pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables. L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements;";
4° au point 3°, les mots " d'enseignant dans l'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " de maître de conférence pour une charge dans une formation linéaire ";
5° il est inséré un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis s'il s'agit d'une fonction de maître de conférence pour une charge dans une formation provisoirement ou définitivement modulaire :
a) une charge dans la même formation ou dans le même module dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilité;
b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a), que le membre du personnel intéressé a enseigné, s'il était nommé définitivement à cette formation ou ce module, pendant une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables; ".
1° au point 1°, les mots " d'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " d'enseignement supérieur professionnel HBO-5 ou de formation spécifique des enseignants ";
2° au point 2°, les mots "enseignant dans l'enseignement secondaire des adultes" sont remplacés par les mots " enseignant de l'enseignement secondaire des adultes pour une charge dans une formation linéaire ou provisoirement modulaire ";
3° il est inséré un point 2°bis ainsi rédigé :
" 2°bis s'il s'agit d'une fonction d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes pour une charge dans une formation définitivement modulaire :
a) une charge dans la même formation ou dans le même module dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilité. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur d'un titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour cette formation ou ce module;
b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a) et pour laquelle/lequel le membre du personnel remplit une des conditions suivantes :
1) le membre du personnel est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis;
2) s'il était nommé définitivement à cette formation ou ce module, sur base d'un titre jugé suffisant ou d'un titre censé être suffisant par mesure transitoire, le membre du personnel a enseigné cette formation ou ce module pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables. L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements;";
4° au point 3°, les mots " d'enseignant dans l'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " de maître de conférence pour une charge dans une formation linéaire ";
5° il est inséré un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis s'il s'agit d'une fonction de maître de conférence pour une charge dans une formation provisoirement ou définitivement modulaire :
a) une charge dans la même formation ou dans le même module dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente ou pour laquelle/lequel le membre du personnel est mis en disponibilité;
b) une charge dans toute autre formation ou tout autre module que celle/celui visé(e) au point a), que le membre du personnel intéressé a enseigné, s'il était nommé définitivement à cette formation ou ce module, pendant une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables; ".
Art. 3. In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 8 september 2006, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :
1° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :
Art. 3. A l'article 11, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999, 5 décembre 2003, 8 septembre 2006, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le dernier tableau est remplacé par ce qui suit :
1° le dernier tableau est remplacé par ce qui suit :
| TERBESCHIKKINGSTELLING | WEDERTEWERKSTELLING |
| de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden | wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel |
| MISE EN DISPONIBILITE | REMISE AU TRAVAIL |
| les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditions | fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique |
TERBESCHIKKINGSTELLINGWEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaardenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaardenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITEREMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditionsfonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel :
- directeur et enseignant
- auxiliaire d'éducation
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditionsfonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel :
- directeur et enseignant
- auxiliaire d'éducation
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
2° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :
"
"
2° le dernier tableau est remplacé par ce qui suit :
"
"
| TERBESCHIKKINGSTELLING | WEDERTEWERKSTELLING |
| de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden | wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel |
| de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen | wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel |
| MISE EN DISPONIBILITE | REMISE AU TRAVAIL |
| les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditions | fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - d'appui - de gestion et d'appui - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique |
| les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travail | fonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel : - directeur et enseignant - d'appui - de gestion et d'appui - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique |
TERBESCHIKKINGSTELLINGWEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaardenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- ondersteunend personeel
- beleids- en ondersteunend personeel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- ondersteunend personeel
- beleids- en ondersteunend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaardenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- ondersteunend personeel
- beleids- en ondersteunend personeel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenenwervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het :
- bestuurs- en onderwijzend personeel
- ondersteunend personeel
- beleids- en ondersteunend personeel
- opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITEREMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditionsfonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel :
- directeur et enseignant
- auxiliaire d'éducation
- d'appui
- de gestion et d'appui
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travailfonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel :
- directeur et enseignant
- d'appui
- de gestion et d'appui
- auxiliaire d'éducation
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais aptes à être remis au travail à certaines conditionsfonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel :
- directeur et enseignant
- auxiliaire d'éducation
- d'appui
- de gestion et d'appui
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travailfonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel :
- directeur et enseignant
- d'appui
- de gestion et d'appui
- auxiliaire d'éducation
- administratif
- psychologique
- paramédical
- social
- orthopédagogique
- médical
- technique
" .
" .
Art. 4. In artikel 12bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden :
1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden.
2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.
3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.
4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. ";
2° aan het eerste lid van paragraaf 5 worden een punt 5°, dat luidt als volgt :
" 5° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. ".
3° in paragraaf 6 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ".
1° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden :
1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden.
2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.
3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.
4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. ";
2° aan het eerste lid van paragraaf 5 worden een punt 5°, dat luidt als volgt :
" 5° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. ".
3° in paragraaf 6 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ".
Art. 4. A l'article 12bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. La commission de réaffectation du centre d'enseignement a les attributions suivantes :
1° La réunion de données sur les vacances d'emploi et les personnels mis en disponibilité.
" 2° La réaffectation de personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage.
" 3° La remise au travail dans la même catégorie des personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage.
4° Le traitement des réclamations contre les réaffectations et remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Les réaffectations et remises au travail qui se révèlent être contraires au décret ou à la réglementation, sont immédiatement retirées et si possible remplacées par une nouvelle réaffectation ou remise au travail. " ;
2° dans l'alinéa premier du paragraphe 5, il est inséré un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° Après la réalisation des dispositions des points 1° à 4° inclus, la commission de réaffectation du centre d'enseignement affecte les personnels mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, à une nouvelle fonction, par voie de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation. " .
3° dans le paragraphe 6, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ".
1° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. La commission de réaffectation du centre d'enseignement a les attributions suivantes :
1° La réunion de données sur les vacances d'emploi et les personnels mis en disponibilité.
" 2° La réaffectation de personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage.
" 3° La remise au travail dans la même catégorie des personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage.
4° Le traitement des réclamations contre les réaffectations et remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Les réaffectations et remises au travail qui se révèlent être contraires au décret ou à la réglementation, sont immédiatement retirées et si possible remplacées par une nouvelle réaffectation ou remise au travail. " ;
2° dans l'alinéa premier du paragraphe 5, il est inséré un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° Après la réalisation des dispositions des points 1° à 4° inclus, la commission de réaffectation du centre d'enseignement affecte les personnels mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, à une nouvelle fonction, par voie de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation. " .
3° dans le paragraphe 6, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ".
Art. 5. In artikel 12ter, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. 1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon basisonderwijs;
b) het buitengewoon basisonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.
2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon secundair onderwijs;
b) het buitengewoon secundair onderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs.
3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen. ";
2° aan paragraaf 2 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 7° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 6° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengroep personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
3° in paragraaf 6 en paragraaf 7 wordt telkens het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ".
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. 1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon basisonderwijs;
b) het buitengewoon basisonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.
2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon secundair onderwijs;
b) het buitengewoon secundair onderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs.
3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen. ";
2° aan paragraaf 2 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 7° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 6° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengroep personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
3° in paragraaf 6 en paragraaf 7 wordt telkens het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ".
Art. 5. A l'article 12ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. 1° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement fondamental ordinaire;
b) l'enseignement fondamental spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
En troisième lieu, les réaffectations sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement fondamental ordinaire et l'enseignement fondamental spécial.
2° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement secondaire ordinaire;
b) l'enseignement secondaire spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
En troisième lieu, les réaffectations sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement secondaire spécial.
3° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'éducation des adultes.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
4° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'enseignement artistique à temps partiel.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
5° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour les centres.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
6° Après réalisation des réaffectations et remises au travail visées aux points 1° à 5° inclus, les réaffectations et remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté au-delà des catégories et niveaux d'enseignement. " ;
2° au paragraphe 2 est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
" 7° Après la réalisation des dispositions des points 1° à 6° inclus, la commission de réaffectation du groupe d'écoles affecte les personnels mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, à une nouvelle fonction, par voie de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories conformément à l'article 11. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation. " ;
3° dans les paragraphes 6 et 7, le mot "interprovinciale" est chaque fois remplacé par le mot " flamande ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. 1° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement fondamental ordinaire;
b) l'enseignement fondamental spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
En troisième lieu, les réaffectations sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement fondamental ordinaire et l'enseignement fondamental spécial.
2° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement secondaire ordinaire;
b) l'enseignement secondaire spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
En troisième lieu, les réaffectations sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement secondaire spécial.
3° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'éducation des adultes.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
4° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'enseignement artistique à temps partiel.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
5° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour les centres.
En deuxième lieu, il est procédé aux réaffectations dans la même catégorie.
6° Après réalisation des réaffectations et remises au travail visées aux points 1° à 5° inclus, les réaffectations et remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté au-delà des catégories et niveaux d'enseignement. " ;
2° au paragraphe 2 est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
" 7° Après la réalisation des dispositions des points 1° à 6° inclus, la commission de réaffectation du groupe d'écoles affecte les personnels mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, à une nouvelle fonction, par voie de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories conformément à l'article 11. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation. " ;
3° dans les paragraphes 6 et 7, le mot "interprovinciale" est chaque fois remplacé par le mot " flamande ".
Art. 6. In titel I van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit artikel 14, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, opgeheven.
Art. 6. Dans le titre Ier du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, le chapitre VII, composé d'un article 14, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, est abrogé.
Art. 7. Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 17. De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft de volgende bevoegdheden :
1° in eerste orde het reaffecteren van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze reaffectaties daarenboven per karakter;
2° in tweede orde het wedertewerkstellen van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze wedertewerkstellingen daarenboven per karakter;
3° in derde orde het reaffecteren en wedertewerkstellen van personeelsleden over de onderwijsniveaus heen;
4° het beslechten van bezwaarschriften en het beslissen over de moeilijkheden met betrekking tot reaffectaties, wedertewerkstellingen en tewerkstellingen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter;
5° na de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;
6° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III en door de beslissing van Medex nog geschikt worden geacht om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;
7° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III en die in het kader van een procedure tot re-integratie door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis.
De voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie brengt jaarlijks bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, verslag uit over de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Dat verslag bevat ook een evaluatie van de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap en de reaffectatiecommissies van de scholengroep, en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van dit besluit. Daarvoor beschikt de voorzitter over de bevoegdheid om alle nuttige gegevens over reaffectatie en wedertewerkstelling op te vragen bij de bevoegde reaffectatiecommissies. ".
" Art. 17. De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft de volgende bevoegdheden :
1° in eerste orde het reaffecteren van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze reaffectaties daarenboven per karakter;
2° in tweede orde het wedertewerkstellen van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze wedertewerkstellingen daarenboven per karakter;
3° in derde orde het reaffecteren en wedertewerkstellen van personeelsleden over de onderwijsniveaus heen;
4° het beslechten van bezwaarschriften en het beslissen over de moeilijkheden met betrekking tot reaffectaties, wedertewerkstellingen en tewerkstellingen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter;
5° na de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;
6° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III en door de beslissing van Medex nog geschikt worden geacht om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;
7° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III en die in het kader van een procedure tot re-integratie door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis.
De voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie brengt jaarlijks bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, verslag uit over de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Dat verslag bevat ook een evaluatie van de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap en de reaffectatiecommissies van de scholengroep, en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van dit besluit. Daarvoor beschikt de voorzitter over de bevoegdheid om alle nuttige gegevens over reaffectatie en wedertewerkstelling op te vragen bij de bevoegde reaffectatiecommissies. ".
Art. 7. L'article 17 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 17. La commission flamande de réaffectation a les attributions suivantes :
1° en premier lieu, la réaffectation de personnels par chambre et dans chaque chambre par niveau d'enseignement. Dans l'enseignement subventionné, ces réaffectations s'effectuent en plus par caractère;
2° en deuxième lieu, la remise au travail de personnels par chambre et dans chaque chambre par niveau d'enseignement. Dans l'enseignement subventionné, ces remises au travail s'effectuent en plus par caractère;
3° en troisième lieu, la réaffectation et la remise au travail de membres du personnel au-delà des niveaux d'enseignement;
4° le règlement des réclamations et la prise de décisions quant aux difficultés relatives aux réaffectations, remises au travail et embauches. En cas de partage des voix, le président statue;
5° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible;
6° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis ou § 1erter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III et étant jugés aptes par Medex à exercer une autre fonction et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible;
7° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III et étant, dans le cadre d'une procédure de réintégration, jugés aptes par le conseiller en prévention-médecin du travail à exercer une autre fonction et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible.
Le président de la commission flamande de réaffectation fait annuellement rapport auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement sur le fonctionnement de la commission flamande de réaffectation. Ce rapport comporte également une évaluation du fonctionnement des commissions de réaffectation du centre d'enseignement et des commissions de réaffectation du groupe d'écoles, ainsi qu'une évaluation de l'application des dispositions du présent arrêté. A cette fin, le président est habilité à réclamer aux commissions de réaffectation compétentes toutes données utiles au sujet de la réaffectation et de la remise au travail. " .
" Art. 17. La commission flamande de réaffectation a les attributions suivantes :
1° en premier lieu, la réaffectation de personnels par chambre et dans chaque chambre par niveau d'enseignement. Dans l'enseignement subventionné, ces réaffectations s'effectuent en plus par caractère;
2° en deuxième lieu, la remise au travail de personnels par chambre et dans chaque chambre par niveau d'enseignement. Dans l'enseignement subventionné, ces remises au travail s'effectuent en plus par caractère;
3° en troisième lieu, la réaffectation et la remise au travail de membres du personnel au-delà des niveaux d'enseignement;
4° le règlement des réclamations et la prise de décisions quant aux difficultés relatives aux réaffectations, remises au travail et embauches. En cas de partage des voix, le président statue;
5° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible;
6° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erbis ou § 1erter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III et étant jugés aptes par Medex à exercer une autre fonction et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible;
7° la mise à disposition comme aide administratif, aux conditions visées à l'article 47bis, après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, de membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi par application de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III et étant, dans le cadre d'une procédure de réintégration, jugés aptes par le conseiller en prévention-médecin du travail à exercer une autre fonction et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible.
Le président de la commission flamande de réaffectation fait annuellement rapport auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement sur le fonctionnement de la commission flamande de réaffectation. Ce rapport comporte également une évaluation du fonctionnement des commissions de réaffectation du centre d'enseignement et des commissions de réaffectation du groupe d'écoles, ainsi qu'une évaluation de l'application des dispositions du présent arrêté. A cette fin, le président est habilité à réclamer aux commissions de réaffectation compétentes toutes données utiles au sujet de la réaffectation et de la remise au travail. " .
Art. 8. In artikel 19, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur achtereenvolgens een of meer van de volgende maatregelen :
1° het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;
2° het niet-toekennen van coördinatiefuncties;
3° in afwijking van § 1 een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie doorvoeren rekening houdend met de gekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen voorafgaand aan het rustpensioen;
4° de affectatie van een of meer vastbenoemde personeelsleden naar een ander centrum van hetzelfde centrumbestuur, met instemming van het personeelslid conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
Als de maatregelen van 1° tot en met 4°, zoals vermeld in het eerste lid, niet volstaan om een dreigende terbeschikkingstelling in een ambt van de personeelsformatie af te wenden, kan het centrumbestuur in afwijking van § 1 de personeelsformatie voor de duur van het schooljaar tijdelijk aanpassen. Deze tijdelijke aanpassing gebeurt op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten die worden gegenereerd door in § 2 bedoelde personeelsleden die voor de duur van het schooljaar afwezig zijn omwille van een verlofstelsel.
Het centrumbestuur legt de genomen maatregelen voor 1 september van het schooljaar waarop de maatregelen slaan, voor aan de bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Bij een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie, als vermeld in het tweede lid, voegt het centrumbestuur de nodige documenten als bewijsstuk bij haar maatregelen.
De bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming beoordeelt de genomen maatregelen en deelt mee aan het centrumbestuur of ze deze maatregelen al of niet aanvaardt. Als de bevoegde administratie de genomen maatregelen niet aanvaardt, moet het centrumbestuur nieuwe maatregelen voorstellen en deze opnieuw voorleggen aan de bevoegde administratie. ";
2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. Het centrumbestuur is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van het vastbenoemde personeelslid in " hetzelfde ambt " met de kleinste dienstanciënniteit. ".
1° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur achtereenvolgens een of meer van de volgende maatregelen :
1° het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;
2° het niet-toekennen van coördinatiefuncties;
3° in afwijking van § 1 een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie doorvoeren rekening houdend met de gekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen voorafgaand aan het rustpensioen;
4° de affectatie van een of meer vastbenoemde personeelsleden naar een ander centrum van hetzelfde centrumbestuur, met instemming van het personeelslid conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
Als de maatregelen van 1° tot en met 4°, zoals vermeld in het eerste lid, niet volstaan om een dreigende terbeschikkingstelling in een ambt van de personeelsformatie af te wenden, kan het centrumbestuur in afwijking van § 1 de personeelsformatie voor de duur van het schooljaar tijdelijk aanpassen. Deze tijdelijke aanpassing gebeurt op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten die worden gegenereerd door in § 2 bedoelde personeelsleden die voor de duur van het schooljaar afwezig zijn omwille van een verlofstelsel.
Het centrumbestuur legt de genomen maatregelen voor 1 september van het schooljaar waarop de maatregelen slaan, voor aan de bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Bij een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie, als vermeld in het tweede lid, voegt het centrumbestuur de nodige documenten als bewijsstuk bij haar maatregelen.
De bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming beoordeelt de genomen maatregelen en deelt mee aan het centrumbestuur of ze deze maatregelen al of niet aanvaardt. Als de bevoegde administratie de genomen maatregelen niet aanvaardt, moet het centrumbestuur nieuwe maatregelen voorstellen en deze opnieuw voorleggen aan de bevoegde administratie. ";
2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. Het centrumbestuur is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van het vastbenoemde personeelslid in " hetzelfde ambt " met de kleinste dienstanciënniteit. ".
Art. 8. A l'article 19 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi dans une fonction du cadre organique, la direction du centre prend successivement une ou plusieurs des mesures suivantes :
1° le non-report de pondérations d'encadrement à d'autres centres ou aux cellules permanentes d'appui;
2° la non-attribution de fonctions de coordination;
3° par dérogation au § 1er, opérer une adaptation intercalaire du cadre organique, tout en tenant compte des mises à la retraite, mutations et mises en disponibilité précédant la pension de retraite connues;
4° l'affectation d'un ou de plusieurs membres du personnel à un autre centre de al même direction du centre, moyennant l'accord du membre du personnel conformément au décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou au décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Si les mesures visées aux points 1° à 4° de l'alinéa premier ne suffisent pas pour éviter un risque de mise en disponibilité dans une fonction du cadre organique, la direction du centre peut adapter temporairement le cadre organique pour la durée de l'année scolaire, par dérogation au § 1er. Cette adaptation temporaire est réalisée sur la base de pondérations d'encadrement temporairement non utilisées, générées par les membres du personnel visés au § 2 étant absents pour la durée de l'année scolaire à cause d'un régime de congé.
La direction du centre soumet les mesures prises à l'administration compétente du Ministère de l'Enseignement et de la Formation, avant le 1er septembre de l'année scolaire à laquelle de rapportent les mesures. Lors d'une adaptation temporaire du cadre organique, telle que visée au deuxième alinéa, la direction du centre assortit ses mesures des documents nécessaires comme pièces justificatives.
L'administration compétente du Ministère de l'Enseignement et de la Formation évalue les mesures prises et informe la direction du centre, si elle les accepte ou non. Si l'administration compétente n'accepte pas les mesures prises, la direction du centre devra proposer de nouvelles mesures et devra les proposer à nouveau à l'administration compétente. " ;
2° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi, la direction du centre est obligée de mettre cette mise en disponibilité à la charge du membre du personnel nommé à titre définitif "dans la même fonction" qui a le moins d'ancienneté de service. ".
1° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi dans une fonction du cadre organique, la direction du centre prend successivement une ou plusieurs des mesures suivantes :
1° le non-report de pondérations d'encadrement à d'autres centres ou aux cellules permanentes d'appui;
2° la non-attribution de fonctions de coordination;
3° par dérogation au § 1er, opérer une adaptation intercalaire du cadre organique, tout en tenant compte des mises à la retraite, mutations et mises en disponibilité précédant la pension de retraite connues;
4° l'affectation d'un ou de plusieurs membres du personnel à un autre centre de al même direction du centre, moyennant l'accord du membre du personnel conformément au décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire ou au décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Si les mesures visées aux points 1° à 4° de l'alinéa premier ne suffisent pas pour éviter un risque de mise en disponibilité dans une fonction du cadre organique, la direction du centre peut adapter temporairement le cadre organique pour la durée de l'année scolaire, par dérogation au § 1er. Cette adaptation temporaire est réalisée sur la base de pondérations d'encadrement temporairement non utilisées, générées par les membres du personnel visés au § 2 étant absents pour la durée de l'année scolaire à cause d'un régime de congé.
La direction du centre soumet les mesures prises à l'administration compétente du Ministère de l'Enseignement et de la Formation, avant le 1er septembre de l'année scolaire à laquelle de rapportent les mesures. Lors d'une adaptation temporaire du cadre organique, telle que visée au deuxième alinéa, la direction du centre assortit ses mesures des documents nécessaires comme pièces justificatives.
L'administration compétente du Ministère de l'Enseignement et de la Formation évalue les mesures prises et informe la direction du centre, si elle les accepte ou non. Si l'administration compétente n'accepte pas les mesures prises, la direction du centre devra proposer de nouvelles mesures et devra les proposer à nouveau à l'administration compétente. " ;
2° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi, la direction du centre est obligée de mettre cette mise en disponibilité à la charge du membre du personnel nommé à titre définitif "dans la même fonction" qui a le moins d'ancienneté de service. ".
Art. 9. In artikel 25bis, § 6, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ".
Art. 9. Dans l'article 25bis, § 6, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, le mot " interprovinciale " est remplacé par le mot " flamande ".
Art. 10. In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 6 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
2° paragraaf 7 en paragraaf 8 worden opgeheven.
1° in paragraaf 6 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
2° paragraaf 7 en paragraaf 8 worden opgeheven.
Art. 10. A l'article 25ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er mars 2002, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 6, le mot " interprovinciale " est remplacé par le mot " flamande ";
2° les paragraphes 7 et 8 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 6, le mot " interprovinciale " est remplacé par le mot " flamande ";
2° les paragraphes 7 et 8 sont abrogés.
Art. 11. Artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 23 september 2005, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 28. De toewijzingen van de Vlaamse reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs, gaan in op 1 oktober of op een latere datum. ".
" Art. 28. De toewijzingen van de Vlaamse reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs, gaan in op 1 oktober of op een latere datum. ".
Art. 11. L'article 28 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999 et 23 septembre 2005, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 28. Les désignations par la commission flamande de réaffectation, communiquées aux membres du personnel par lettre recommandée ou contre récépissé, prennent cours le 1er octobre ou à une date ultérieure. " .
" Art. 28. Les désignations par la commission flamande de réaffectation, communiquées aux membres du personnel par lettre recommandée ou contre récépissé, prennent cours le 1er octobre ou à une date ultérieure. " .
Art. 12. In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 5°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 1, A, wordt punt 9° opgeheven;
4° in paragraaf 1, B, 5°, b) wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
5° in paragraaf 1, B, 5°, wordt het punt c) opgeheven;
6° in paragraaf 1, B, 7° wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
7° in paragraaf 1, B, wordt punt 8° opgeheven;
8° in paragraaf 1, C, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 5°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
9° in paragraaf 1, C, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
10° in paragraaf 1, C, wordt punt 9° opgeheven.
1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 5°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 1, A, wordt punt 9° opgeheven;
4° in paragraaf 1, B, 5°, b) wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
5° in paragraaf 1, B, 5°, wordt het punt c) opgeheven;
6° in paragraaf 1, B, 7° wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
7° in paragraaf 1, B, wordt punt 8° opgeheven;
8° in paragraaf 1, C, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 5°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
9° in paragraaf 1, C, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
10° in paragraaf 1, C, wordt punt 9° opgeheven.
Art. 12. A l'article 34 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré dans le § 1er, A, un point 5°bis, rédigé comme suit :
" 5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
3° dans le paragraphe 1er, A, le point 9° est abrogé;
4° dans le paragraphe 1er, B, 5°, le mot " interprovinciale " est remplacé par le mot " flamande ";
5° dans le paragraphe 1er, B, 5°, le point c) est abrogé;
6° dans le paragraphe 1er, B, 7°, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ";
7° dans le paragraphe 1er, B, le point 8° est abrogé;
8° il est inséré dans le paragraphe 1er, C, un point 5°bis, rédigé comme suit :
" 5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Dans ce cas, les données du membre du personnel en question sont transmises à la prochaine commission de réaffectation compétente, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
9° dans le paragraphe 1er, C, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
10° dans le paragraphe 1er, C, le point 9° est abrogé.
1° il est inséré dans le § 1er, A, un point 5°bis, rédigé comme suit :
" 5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
3° dans le paragraphe 1er, A, le point 9° est abrogé;
4° dans le paragraphe 1er, B, 5°, le mot " interprovinciale " est remplacé par le mot " flamande ";
5° dans le paragraphe 1er, B, 5°, le point c) est abrogé;
6° dans le paragraphe 1er, B, 7°, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ";
7° dans le paragraphe 1er, B, le point 8° est abrogé;
8° il est inséré dans le paragraphe 1er, C, un point 5°bis, rédigé comme suit :
" 5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Dans ce cas, les données du membre du personnel en question sont transmises à la prochaine commission de réaffectation compétente, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
9° dans le paragraphe 1er, C, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
10° dans le paragraphe 1er, C, le point 9° est abrogé.
Art. 13. In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, A, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
2° in paragraaf 2, A, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 2, A, wordt punt 7° opgeheven;
4° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
" b) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft; ";
5° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt c opgeheven;
6° in paragraaf 2, B, 5°, wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
7° in paragraaf 2, B, wordt punt 6° opgeheven;
8° in paragraaf 2, C, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. ";
9° in paragraaf 2, C, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
10° in paragraaf 2, C, wordt punt 7° opgeheven.
1° in paragraaf 2, A, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. ";
2° in paragraaf 2, A, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 2, A, wordt punt 7° opgeheven;
4° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
" b) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft; ";
5° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt c opgeheven;
6° in paragraaf 2, B, 5°, wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " Vlaamse ";
7° in paragraaf 2, B, wordt punt 6° opgeheven;
8° in paragraaf 2, C, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. ";
9° in paragraaf 2, C, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
10° in paragraaf 2, C, wordt punt 7° opgeheven.
Art. 13. A l'article 36 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré dans le paragraphe 2, A, un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. ";
2° dans le paragraphe 2, A, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
3° dans le paragraphe 2, A, le point 7° est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, B, 3°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) par la commission flamande de réaffectation pour ce qui concerne l'enseignement subventionné; ";
5° dans le paragraphe 2, B, 3°, le point c) est abrogé;
6° dans le paragraphe 2, B, 5°, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ";
7° dans le paragraphe 2, B, le point 6° est abrogé;
8° il est inséré dans le paragraphe 2, C, un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Les données de ce membre du personnel sont alors signalées à la prochaine commission de réaffectation. ";
9° dans le paragraphe 2, C, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
10° dans le paragraphe 2, C, le point 7° est abrogé.
1° il est inséré dans le paragraphe 2, A, un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. ";
2° dans le paragraphe 2, A, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
3° dans le paragraphe 2, A, le point 7° est abrogé;
4° dans le paragraphe 2, B, 3°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) par la commission flamande de réaffectation pour ce qui concerne l'enseignement subventionné; ";
5° dans le paragraphe 2, B, 3°, le point c) est abrogé;
6° dans le paragraphe 2, B, 5°, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot " flamande ";
7° dans le paragraphe 2, B, le point 6° est abrogé;
8° il est inséré dans le paragraphe 2, C, un point 3°bis, rédigé comme suit :
" 3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Les données de ce membre du personnel sont alors signalées à la prochaine commission de réaffectation. ";
9° dans le paragraphe 2, C, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
10° dans le paragraphe 2, C, le point 7° est abrogé.
Art. 14. In artikel 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° opgeheven;
4° in paragraaf 1, B, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. ";
5° in paragraaf 1, B wordt een punt 1°ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°ter verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.
Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. ";
6° in paragraaf 1, B, worden punt 3° en punt 4° opgeheven;
7° in paragraaf 2 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " bevoegde ".
1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° opgeheven;
4° in paragraaf 1, B, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. ";
5° in paragraaf 1, B wordt een punt 1°ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 1°ter verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.
Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. ";
6° in paragraaf 1, B, worden punt 3° en punt 4° opgeheven;
7° in paragraaf 2 wordt het woord " interprovinciale " vervangen door het woord " bevoegde ".
Art. 14. A l'article 38 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 31 août 1999, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré dans le paragraphe 1er, A, un point 1°bis, rédigé comme suit :
" 1°bis libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'opère toujours avec le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue. ";
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
3° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° est abrogé;
4° il est inséré dans le paragraphe 1er, B, un point 1°bis, rédigé comme suit :
" 1°bis libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'opère toujours avec le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue. ";
5° il est inséré dans le paragraphe 1er, B, un point 1°ter, rédigé comme suit :
" 1°ter tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel. ";
6° dans le paragraphe 1er, B, les points 3° et 4° sont abrogés;
7° dans le paragraphe 2, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot "compétente".
1° il est inséré dans le paragraphe 1er, A, un point 1°bis, rédigé comme suit :
" 1°bis libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'opère toujours avec le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue. ";
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
3° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° est abrogé;
4° il est inséré dans le paragraphe 1er, B, un point 1°bis, rédigé comme suit :
" 1°bis libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur, à titre de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'opère toujours avec le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue. ";
5° il est inséré dans le paragraphe 1er, B, un point 1°ter, rédigé comme suit :
" 1°ter tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel. ";
6° dans le paragraphe 1er, B, les points 3° et 4° sont abrogés;
7° dans le paragraphe 2, le mot "interprovinciale" est remplacé par le mot "compétente".
Art. 15. In artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 6° opgeheven;
3° in paragraaf 1, B, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden; ";
4° in paragraaf 1, B, wordt punt 5° opgeheven;
5° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde. ".
1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
2° in paragraaf 1, A, wordt punt 6° opgeheven;
3° in paragraaf 1, B, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden; ";
4° in paragraaf 1, B, wordt punt 5° opgeheven;
5° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde. ".
Art. 15. A l'article 39 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° tenu d'engager les membres du personnel affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 6° est abrogé;
3° dans le paragraphe 1er, B, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel;";
4° dans le paragraphe 1er, B, le point 5° est abrogé;
5° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Une réaffectation ou remise au travail dans la catégorie du personnel 'personnel d'appui' s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération. ".
1° dans le paragraphe 1er, A, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° tenu d'engager les membres du personnel affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. " ;
2° dans le paragraphe 1er, A, le point 6° est abrogé;
3° dans le paragraphe 1er, B, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel;";
4° dans le paragraphe 1er, B, le point 5° est abrogé;
5° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Une réaffectation ou remise au travail dans la catégorie du personnel 'personnel d'appui' s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération. ".
Art. 16. In artikel 40, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er worden een punt 1bis en punt 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" 1bis. verplicht om in het gemeenschaponderwijs personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
1ter. verplicht om in het gesubsidieerd onderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
2° punt 5 wordt vervangen door wat volgt :
" 5. verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° punt 6 en punt 7 worden opgeheven.
1° er worden een punt 1bis en punt 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" 1bis. verplicht om in het gemeenschaponderwijs personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
1ter. verplicht om in het gesubsidieerd onderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
2° punt 5 wordt vervangen door wat volgt :
" 5. verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
3° punt 6 en punt 7 worden opgeheven.
Art. 16. A l'article 40, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005 et 17 octobre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré un point 1bis et un point 1ter, rédigés comme suit :
" 1erbis. tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
1erter. tenu, dans l'enseignement subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
2° le point 5 est remplacé par la disposition suivante :
" 5. tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
3° les points 6 et 7 sont abrogés.
1° il est inséré un point 1bis et un point 1ter, rédigés comme suit :
" 1erbis. tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles.
1erter. tenu, dans l'enseignement subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
2° le point 5 est remplacé par la disposition suivante :
" 5. tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. ";
3° les points 6 et 7 sont abrogés.
Art. 17. In artikel 41, § 2, zesde gedachtestreepje, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden de woorden ", de interprovinciale " geschrapt.
Art. 17. Dans l'article 41, § 2, sixième tiret, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, le mot " interprovinciale " est supprimé.
Art. 18. In artikel 42, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
2° punt 5° wordt opgeheven.
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
2° punt 5° wordt opgeheven.
Art. 18. A l'article 42, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° les réaffectations et remises au travail décidées par la commission flamande de réaffectation, auprès du président de cette commission. ";
2° le point 5° est abrogé.
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° les réaffectations et remises au travail décidées par la commission flamande de réaffectation, auprès du président de cette commission. ";
2° le point 5° est abrogé.
Art. 19. In artikel 44, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
2° punt 5° wordt opgeheven.
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. ";
2° punt 5° wordt opgeheven.
Art. 19. A l'article 44, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° auprès du président de la commission flamande de réaffectation contre les réaffectations et les remises au travail par la commission flamande de réaffectation. ";
2° le point 5° est abrogé.
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° auprès du président de la commission flamande de réaffectation contre les réaffectations et les remises au travail par la commission flamande de réaffectation. ";
2° le point 5° est abrogé.
Art. 20. Artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 45. De geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling zijn de volgende :
1° wanneer het gereaffecteerde of weder te werk gesteld personeelslid de tewerkstellingsplaats niet kan bereiken binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Dit geldt niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen die deze instelling heeft.
Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was;
2° wanneer het bezwaarschrift aanvaard wordt;
3° wanneer een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan die welke het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en wanneer het personeelslid op het ogenblik van het aanbod, ten minste 58 jaar is en zijn recht op pensioen kan doen gelden binnen een termijn van twee jaar.
In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken wanneer de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.
Deze bepaling geldt evenwel niet wanneer het betrokken personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984, zoals gewijzigd, betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en in de psycho-medisch-sociale centra.
Een gereaffecteerd of weder te werk gesteld personeelslid dat de leeftijd van 58 jaar bereikt, blijft in dienst zo lang de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt;
4° als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs georganiseerd volgens het modulair stelsel, in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra, in betrekkingen en ambten als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling.
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de onderwijssector in kwestie fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;
5° als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.
Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in het buitengewoon basisonderwijs fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;
6° wanneer aan een ter beschikking gesteld personeelslid dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult en dat reeds in drie instellingen fungeert een betrekking wordt aangeboden in een andere instelling dan degenen waar hij reeds tewerkgesteld is;
7° wanneer bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling een betrekking aangeboden wordt aan het ter beschikking gesteld personeelslid dat voor de volledige duur van het schooljaar of dienstjaar en voor eenzelfde aantal uren als waarvoor het ter beschikking gesteld is, gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in een door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde betrekking in een andere instelling of gesubsidieerd centrum.
Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;
8° wanneer er door het ter beschikking gesteld personeelslid afstand gedaan wordt van de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikelen 29 en 30 van dit besluit.
Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;
9° wanneer ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 aan een ter beschikking gesteld directeur de betrekking van adjunct-directeur wordt aangeboden;
10° wanneer aan een ter beschikking gesteld directeur, die ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, buiten de school waar hij deze functie waarneemt, een tijdelijk vacante betrekking van directeur wordt aangeboden;
11° als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is;
12° als in een netoverschrijdende scholengemeenschap aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking;
13° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van Medex;
14° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie volgens artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. ".
" Art. 45. De geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling zijn de volgende :
1° wanneer het gereaffecteerde of weder te werk gesteld personeelslid de tewerkstellingsplaats niet kan bereiken binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Dit geldt niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen die deze instelling heeft.
Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was;
2° wanneer het bezwaarschrift aanvaard wordt;
3° wanneer een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan die welke het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en wanneer het personeelslid op het ogenblik van het aanbod, ten minste 58 jaar is en zijn recht op pensioen kan doen gelden binnen een termijn van twee jaar.
In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken wanneer de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.
Deze bepaling geldt evenwel niet wanneer het betrokken personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984, zoals gewijzigd, betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en in de psycho-medisch-sociale centra.
Een gereaffecteerd of weder te werk gesteld personeelslid dat de leeftijd van 58 jaar bereikt, blijft in dienst zo lang de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt;
4° als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs georganiseerd volgens het modulair stelsel, in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra, in betrekkingen en ambten als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling.
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de onderwijssector in kwestie fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;
5° als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.
Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in het buitengewoon basisonderwijs fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;
6° wanneer aan een ter beschikking gesteld personeelslid dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult en dat reeds in drie instellingen fungeert een betrekking wordt aangeboden in een andere instelling dan degenen waar hij reeds tewerkgesteld is;
7° wanneer bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling een betrekking aangeboden wordt aan het ter beschikking gesteld personeelslid dat voor de volledige duur van het schooljaar of dienstjaar en voor eenzelfde aantal uren als waarvoor het ter beschikking gesteld is, gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in een door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde betrekking in een andere instelling of gesubsidieerd centrum.
Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;
8° wanneer er door het ter beschikking gesteld personeelslid afstand gedaan wordt van de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikelen 29 en 30 van dit besluit.
Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;
9° wanneer ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 aan een ter beschikking gesteld directeur de betrekking van adjunct-directeur wordt aangeboden;
10° wanneer aan een ter beschikking gesteld directeur, die ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, buiten de school waar hij deze functie waarneemt, een tijdelijk vacante betrekking van directeur wordt aangeboden;
11° als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is;
12° als in een netoverschrijdende scholengemeenschap aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking;
13° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van Medex;
14° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie volgens artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. ".
Art. 20. L'article 45 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 22 septembre 1998, 31 août 1999, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 45. Les raisons valables pour le refus d'une réaffectation ou d'une remise au travail sont les suivantes :
1° quand le membre du personnel réaffecté ou remis au travail ne peut atteindre le lieu du travail dans les limites fixées par la réglementation de l'Office national de l'Emploi.
Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans le propre établissement, y compris toutes les implantations que compte cet établissement.
Elle ne s'applique pas non plus si le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans un établissement ou une implantation situé dans la même commune que l'établissement ou l'implantation où il était occupé à la veille de sa mise en disponibilité;
2° quand la réclamation est acceptée;
3° quand un emploi est offert par un autre pouvoir organisateur que celui qui a mis en disponibilité le membre du personnel et quand, au moment de l'offre, le membre du personnel a au moins 58 ans et peut faire valoir ses droits à une pension dans un délai de deux ans.
Dans ce cas, le bénéfice du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente est retiré quand l'intéressé atteint d'âge de 60 ans.
Cette disposition n'est cependant pas applicable quand le membre du personnel intéressé remplit les conditions pour bénéficier d'une mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, telles que visées à l'arrêté royal n° 297 du 31 mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, tel qu'il a été modifié.
Un membre du personnel réaffecté ou remis au travail qui a atteint l'âge de 58 ans, reste en service aussi longtemps que l'emploi dans lequel il a été réaffecté ou remis au travail entre en ligne de compte pour un traitement ou une subvention-traitement;
4° lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement secondaire spécial, dans l'enseignement secondaire organisé suivant le régime modulaire, dans l'éducation des adultes, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil, dans des emplois et fonctions tels que visés à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 relatif au foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance.
Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question;
5° quand un emploi est offert dans l'enseignement fondamental spécial.
L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés, à l'exception de ceux appartenant au personnel médical, paramédical, social, psychologique ou orthopédagogique, ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans l'enseignement fondamental spécial. Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel de gestion et d'appui.
Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans l'enseignement fondamental spécial;
6° quand un emploi est offert à un membre du personnel en disponibilité qui accomplit au moins quatre cinquièmes d'une charge complète et qui est déjà en fonction dans trois établissements, auprès d'un autre établissement que ceux où il est déjà occupé;
7° quand, par voie de réaffectation ou de remise au travail, un emploi est offert au membre du personnel en disponibilité qui, pour la durée totale de l'année scolaire ou de l'exercice et pour le même nombre d'heures que celui pour lequel il est mis en disponibilité, est réaffecté ou remis au travail dans un autre établissement ou centre subventionné où il occupe un emploi rémunéré par la Communauté flamande.
Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou dans un centre subventionné, où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation;
8° quand le membre du personnel mis en disponibilité renonce aux avantages financiers qui lui sont attribués sur la base des articles 29 et 30 du présent arrêté.
Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou dans un centre subventionné, où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation;
9° quand, suite à une fusion volontaire en application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, l'emploi de directeur adjoint est offert à un directeur mis en disponibilité;
10° quand à un directeur mis en disponibilité étant, suite à une fusion volontaire en application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, chargé d'une fonction de directeur-adjoint, un emploi temporairement vacant est offert en dehors de l'école dans laquelle il exerce ladite fonction;
11° quand un emploi est offert à un membre du personnel mis en disponibilité dans une fonction comprenant des prestations de nuit et/ou de week-end tandis que le membre du personnel n'est pas nommé à titre définitif pour une telle fonction;
12° lorsque, dans un centre d'enseignement transréseaux, un emploi est offert à un membre du personnel mis en disponibilité dans un établissement du centre d'enseignement appartenant à un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi;
13° lorsqu'un emploi n'étant pas conforme à la décision de Medex est offert à un membre du personnel étant mis en disponibilité par application de l'article 5, § 1erbis ou § 1erter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement - III;
14° lorsqu'un emploi n'étant pas conforme à la décision du conseiller en prévention-médecin du travail est offert à un membre du personnel étant mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration en vertu de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement - III. " .
" Art. 45. Les raisons valables pour le refus d'une réaffectation ou d'une remise au travail sont les suivantes :
1° quand le membre du personnel réaffecté ou remis au travail ne peut atteindre le lieu du travail dans les limites fixées par la réglementation de l'Office national de l'Emploi.
Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans le propre établissement, y compris toutes les implantations que compte cet établissement.
Elle ne s'applique pas non plus si le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail dans un établissement ou une implantation situé dans la même commune que l'établissement ou l'implantation où il était occupé à la veille de sa mise en disponibilité;
2° quand la réclamation est acceptée;
3° quand un emploi est offert par un autre pouvoir organisateur que celui qui a mis en disponibilité le membre du personnel et quand, au moment de l'offre, le membre du personnel a au moins 58 ans et peut faire valoir ses droits à une pension dans un délai de deux ans.
Dans ce cas, le bénéfice du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente est retiré quand l'intéressé atteint d'âge de 60 ans.
Cette disposition n'est cependant pas applicable quand le membre du personnel intéressé remplit les conditions pour bénéficier d'une mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, telles que visées à l'arrêté royal n° 297 du 31 mars 1984 relatif aux charges, traitements, subventions-traitements et congés pour prestations réduites dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, tel qu'il a été modifié.
Un membre du personnel réaffecté ou remis au travail qui a atteint l'âge de 58 ans, reste en service aussi longtemps que l'emploi dans lequel il a été réaffecté ou remis au travail entre en ligne de compte pour un traitement ou une subvention-traitement;
4° lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement secondaire spécial, dans l'enseignement secondaire organisé suivant le régime modulaire, dans l'éducation des adultes, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil, dans des emplois et fonctions tels que visés à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 relatif au foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance.
Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question;
5° quand un emploi est offert dans l'enseignement fondamental spécial.
L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés, à l'exception de ceux appartenant au personnel médical, paramédical, social, psychologique ou orthopédagogique, ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans l'enseignement fondamental spécial. Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel de gestion et d'appui.
Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans l'enseignement fondamental spécial;
6° quand un emploi est offert à un membre du personnel en disponibilité qui accomplit au moins quatre cinquièmes d'une charge complète et qui est déjà en fonction dans trois établissements, auprès d'un autre établissement que ceux où il est déjà occupé;
7° quand, par voie de réaffectation ou de remise au travail, un emploi est offert au membre du personnel en disponibilité qui, pour la durée totale de l'année scolaire ou de l'exercice et pour le même nombre d'heures que celui pour lequel il est mis en disponibilité, est réaffecté ou remis au travail dans un autre établissement ou centre subventionné où il occupe un emploi rémunéré par la Communauté flamande.
Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou dans un centre subventionné, où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation;
8° quand le membre du personnel mis en disponibilité renonce aux avantages financiers qui lui sont attribués sur la base des articles 29 et 30 du présent arrêté.
Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou dans un centre subventionné, où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation;
9° quand, suite à une fusion volontaire en application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, l'emploi de directeur adjoint est offert à un directeur mis en disponibilité;
10° quand à un directeur mis en disponibilité étant, suite à une fusion volontaire en application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, chargé d'une fonction de directeur-adjoint, un emploi temporairement vacant est offert en dehors de l'école dans laquelle il exerce ladite fonction;
11° quand un emploi est offert à un membre du personnel mis en disponibilité dans une fonction comprenant des prestations de nuit et/ou de week-end tandis que le membre du personnel n'est pas nommé à titre définitif pour une telle fonction;
12° lorsque, dans un centre d'enseignement transréseaux, un emploi est offert à un membre du personnel mis en disponibilité dans un établissement du centre d'enseignement appartenant à un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi;
13° lorsqu'un emploi n'étant pas conforme à la décision de Medex est offert à un membre du personnel étant mis en disponibilité par application de l'article 5, § 1erbis ou § 1erter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement - III;
14° lorsqu'un emploi n'étant pas conforme à la décision du conseiller en prévention-médecin du travail est offert à un membre du personnel étant mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration en vertu de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement - III. " .
Art. 21. Artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 47bis. § 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap.
Deze tewerkstelling wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria :
1° de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1°;
2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;
3° een personeelslid kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan hiervan worden afgeweken.
§ 2. De personeelsleden die al als administratieve hulp in het basisonderwijs werden tewerkgesteld voor 1 september 2003 of als administratieve ondersteuning werden toegewezen aan een scholengemeenschap in het basisonderwijs voor 1 september 2008, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een eventuele nieuwe toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 3. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning is een wedertewerkstelling als vermeld in artikel 11, § 2, met de daarbij behorende prestatie- en vakantieregeling.
In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.
§ 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling.
§ 5. Wanneer er binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie geen consensus bestaat over een mogelijke beslissing, legt de voorzitter een voorstel ter stemming neer. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
§ 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat in toepassing van :
1° artikel 5, § 1bis van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en door de beslissing van Medex nog geschikt wordt geacht om een andere functie uit te oefenen;
2° artikel 5, § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen;
3° artikel 5, § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht is om een andere functie uit te oefenen. "
" Art. 47bis. § 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap.
Deze tewerkstelling wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria :
1° de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1°;
2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;
3° een personeelslid kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan hiervan worden afgeweken.
§ 2. De personeelsleden die al als administratieve hulp in het basisonderwijs werden tewerkgesteld voor 1 september 2003 of als administratieve ondersteuning werden toegewezen aan een scholengemeenschap in het basisonderwijs voor 1 september 2008, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een eventuele nieuwe toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie.
§ 3. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning is een wedertewerkstelling als vermeld in artikel 11, § 2, met de daarbij behorende prestatie- en vakantieregeling.
In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.
§ 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling.
§ 5. Wanneer er binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie geen consensus bestaat over een mogelijke beslissing, legt de voorzitter een voorstel ter stemming neer. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
§ 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat in toepassing van :
1° artikel 5, § 1bis van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en door de beslissing van Medex nog geschikt wordt geacht om een andere functie uit te oefenen;
2° artikel 5, § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen;
3° artikel 5, § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht is om een andere functie uit te oefenen. "
Art. 21. L'article 47bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 47bis. § 1er. Après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, les membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible, peuvent être mis à la disposition comme aide administratif d'un centre d'enseignement ou d'un établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Un tel emploi est accordé par les commissions flamandes de réaffectation, au vu des critères suivants :
1° les membres du personnel ne peuvent être occupés qu'aux conditions visées à l'article 45, 1°;
2° les membres du personnel mis en disponibilité sont affectés au niveau d'enseignement où ils sont mis en disponibilité par défaut d'emploi, à moins que les parties intéressées ne soient d'accord avec une affectation dans un autre niveau d'enseignement;
3° un membre du personnel ne peut être engagé que dans un seul établissement. Il peut y être dérogé de commun accord.
§ 2. Les membres du personnel qui étaient déjà occupés comme aide administratif dans l'enseignement fondamental avant le 1er septembre 2003 ou étaient affectés comme appui administratif à un centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental avant le 1er septembre 2008, maintiennent cette fonction en attendant une nouvelle affectation par la commission flamande de réaffectation.
§ 3. L'occupation comme aide administratif est une remise au travail au sens de l'article 11, § 2, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents.
Une nomination définitive n'est pas possible dans ces emplois.
§ 4. L'occupation comme aide administratif est suspendue pour une réaffectation ou une remise au travail.
§ 5. Faute de consensus dans la commission flamande de réaffectation sur une solution éventuelle, le président soumet une proposition au vote. En cas de partage des voix, le président décide.
§ 6. Les dispositions du présent article s'appliquent également à un membre du personnel qui,
1° en application de l'article 5, § 1erbis, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé apte par Medex à exercer une autre fonction;
2° en application de l'article 5, § 1erter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé apte à exercer une autre fonction;
3°en application de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et est jugé apte par le conseiller en prévention-médecin du travail à exercer une autre fonction. ".
" Art. 47bis. § 1er. Après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, les membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible, peuvent être mis à la disposition comme aide administratif d'un centre d'enseignement ou d'un établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Un tel emploi est accordé par les commissions flamandes de réaffectation, au vu des critères suivants :
1° les membres du personnel ne peuvent être occupés qu'aux conditions visées à l'article 45, 1°;
2° les membres du personnel mis en disponibilité sont affectés au niveau d'enseignement où ils sont mis en disponibilité par défaut d'emploi, à moins que les parties intéressées ne soient d'accord avec une affectation dans un autre niveau d'enseignement;
3° un membre du personnel ne peut être engagé que dans un seul établissement. Il peut y être dérogé de commun accord.
§ 2. Les membres du personnel qui étaient déjà occupés comme aide administratif dans l'enseignement fondamental avant le 1er septembre 2003 ou étaient affectés comme appui administratif à un centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental avant le 1er septembre 2008, maintiennent cette fonction en attendant une nouvelle affectation par la commission flamande de réaffectation.
§ 3. L'occupation comme aide administratif est une remise au travail au sens de l'article 11, § 2, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents.
Une nomination définitive n'est pas possible dans ces emplois.
§ 4. L'occupation comme aide administratif est suspendue pour une réaffectation ou une remise au travail.
§ 5. Faute de consensus dans la commission flamande de réaffectation sur une solution éventuelle, le président soumet une proposition au vote. En cas de partage des voix, le président décide.
§ 6. Les dispositions du présent article s'appliquent également à un membre du personnel qui,
1° en application de l'article 5, § 1erbis, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé apte par Medex à exercer une autre fonction;
2° en application de l'article 5, § 1erter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité et est jugé apte à exercer une autre fonction;
3°en application de l'article 5, § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, est mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et est jugé apte par le conseiller en prévention-médecin du travail à exercer une autre fonction. ".
Art. 22. In artikel 53 van hetzelfde besluit worden de woorden " de artikelen 51 en 52 " vervangen door de woorden " het artikel 51 ".
Art. 22. Dans l'article 53 du même arrêté, les mots " des articles 51 et 52 " sont remplacés par les mots " de l'article 51 ".
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2010, met uitzondering van :
- artikel 3, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2009;
- artikel 3, 2°; 4, 2°; 5, 2°; 12, 1° en 8° en 13, 1° en 8° die in werking treden op 1 september 2011.
- artikel 3, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2009;
- artikel 3, 2°; 4, 2°; 5, 2°; 12, 1° en 8° en 13, 1° en 8° die in werking treden op 1 september 2011.
Art. 23. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2010, à l'exception :
- de l'article 3, 1° qui produit ses effets le 1er septembre 2009;
- des articles 3, 2°; 4, 2°; 5, 2°; 12, 1° et 8°, et 13, 1° et 8°, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2011.
- de l'article 3, 1° qui produit ses effets le 1er septembre 2009;
- des articles 3, 2°; 4, 2°; 5, 2°; 12, 1° et 8°, et 13, 1° et 8°, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 10 september 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 10 septembre 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET