Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 DECEMBER 2010. - Decreet betreffende de private arbeidsbemiddeling (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2010 en tekstbijwerking tot 12-12-2023)
Titre
10 DECEMBRE 2010. - Décret relatif au placement privé (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2010 et mise à jour au 12-12-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 2010035988
Datum: 2010-12-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010035988
Date: 2010-12-10
Moniteur: Voir
Tekst (66)
Texte (66)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. Dit decreet voorziet in de omzetting van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
Art. 2. Le présent décret envisage la transposition de la Directive 2006/123/CE du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2006 relative aux services dans le marché intérieur.
Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder :
private arbeidsbemiddeling : het geheel van diensten uitgeoefend door een tussenpersoon die gericht zijn op :
a) het bijstaan van werknemers bij het zoeken van een nieuwe tewerkstelling;
b) het bijstaan van werkgevers bij het zoeken naar geschikte werknemers;
c) [1 het in dienst nemen van werknemers om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een tijdelijke arbeid zoals bepaald bij of krachtens de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers]1;
werknemer : de natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent of wil uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Met werknemer worden zowel werkzoekende als zelfstandige gelijkgesteld;
bureau : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die, onder welke naam of vorm ook, diensten verricht, als vermeld in punt 1°;
[2 uitzendactiviteiten : het geheel van diensten als vermeld in punt 1°, c)]2 ;
uitzendbureau : het bureau dat uitzendactiviteiten verricht;
SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
[3 adviescommissie: de adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars, vermeld in artikel 20/13;]3
[3 administratie: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;]3
lidstaat van vestiging : een lidstaat van de Europese Economische Ruimte op het grondgebied waarvan het bureau van de dienstverrichter is gevestigd;
10° betaalde sportbeoefenaars : personen die de verplichting aangaan om zich - tegen loon - voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon evenals de personen die de oefeningen tijdens de voorbereiding leiden;
11° schouwspelartiesten : dramatische, lyrische, choreografische en variétéartiesten, musici, orkestleiders, balletmeesters en aanvullingsartiesten die tegen betaling optreden tijdens voorstellingen, repetities, auditieve of visuele opnames;
[3 12° sportmakelaar: het bureau dat diensten van private arbeidsbemiddeling verricht voor potentiële betaalde sportbeoefenaars of voor rekening van werkgevers met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars;]3
[3 13° visser: eender wie die in welke hoedanigheid ook is tewerkgesteld of aangeworven of een beroepsactiviteit uitoefent aan boord van een vissersschip, met inbegrip van de personen die aan boord werken in ruil voor een aandeel in de vangst, maar met uitsluiting van de loodsen, de bemanningen van marineschepen, de overige permanent in overheidsdienst werkende personen, de met werkzaamheden aan boord van vissersschepen belaste aan wal werkende personeelsleden en de visserijwaarnemers.]3
Art. 3. Dans le présent décret, on entend par :
placement privé : l'ensemble des services exercés par un intermédiaire en vue :
a) d'aider les travailleurs à trouver un nouvel emploi;
b) d'aider les employeurs à chercher de la main d'oeuvre appropriée;
c) [1 de l'embauche de travailleurs, dans le but de les mettre à disposition en vue de l'exécution d'un travail temporaire tel que visé à, ou en vertu de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs]1;
travailleur : la personne physique exerçant ou voulant exercer une activité professionnelle sous l'autorité d'un employeur. Sont assimilés à un travailleur, le demandeur d'emploi et l'indépendant;
bureau : la personne morale ou physique qui, sous quelque dénomination ou forme que ce soit, exerce les activités visées au point 1°;
[2 activités intérimaires : l'ensemble des services tels que visés au point 1°, c)]2 ;
agence de travail intérimaire : l'agence qui exerce des activités intérimaires;
SERV : le 'Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen' (Conseil socio-économique de la Flandre);
[3 commission consultative : la commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs, visée à l'article 20/13 ;]3
[3 l'administration : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale ;]3
Etat-Membre d'établissement : un Etat membre de l'Espace économique européen sur le territoire duquel est établi le bureau du prestataire de services;
10° sportifs rémunérés : les personnes qui s'engagent - contre rémunération - à se préparer pour une compétition ou exhibition sportive ou à y participer, sous l'autorité d'une autre personne, ainsi que les personnes qui dirigent les exercices pendant la préparation;
11° artistes de spectacle : artistes dramatiques, chorégraphiques et de variété, musiciens, chefs d'orchestre, maîtres de ballet et artistes de complément, figurant contre paiement pendant les représentations, répétitions, tournages auditifs ou visuels;
[3 12° agent sportif : le bureau qui effectue des services de placement privé pour des sportifs rémunérés potentiels ou pour le compte d'employeurs en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés ;]3
[3 13° pêcheur : toute personne qui est employée ou recrutée ou exerce une activité professionnelle, à quelque titre que ce soit, à bord d'un navire de pêche, y compris les personnes travaillant à bord en échange d'une part des captures, à l'exclusion des pilotes, des équipages de navires de la marine, des autres personnes employées en permanence dans la fonction publique, des membres du personnel à terre chargés d'activités à bord des navires de pêche et des observateurs des pêches.]3
(NOTA : art. 3, 1°, c) en 4° vernietigd bij arrest van Grondwettelijk Hof nr. 75/2012 van 14-06-2012 (Rolnummers 5168 en 5173), zie B.St. 17-08-2012, p. 48452-48456)
(NOTE : art. 3, 1°, c) et 4° annulé par l'arrêt de la Cour Constitutionnelle n° 75/2012 du 14-06-2012 (Numéros du rôle : 5168 et 5173); voir M.B. 17-08-2012, p. 48456-48460)
Art. 4. § 1. Dit decreet is van toepassing op elke dienst van private arbeidsbemiddeling die verricht is door een bureau in het Vlaamse Gewest, met inbegrip van het adverteren of het reclame maken met het oog op de exploitatie van het bureau.
§ 2. Dit decreet is niet van toepassing op :
de arbeidsbemiddelingsdiensten van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
de gemandateerde organisaties voor kosteloze arbeidsbemiddeling, met uitzondering van de voorwaarden, vermeld in artikel 5, en het bijbehorende toezichts-, handhavings- en sanctiekader. Onder gemandateerde organisatie voor kosteloze arbeidsbemiddeling wordt verstaan : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die gemandateerd is om activiteiten op het vlak van kosteloze arbeidsbemiddeling uit te oefenen, overeenkomstig artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
Art. 4. § 1er. Le présent décret s'applique à tout service de placement privé presté par un bureau en Région flamande, y compris le placement d'annonces ou la publicité en vue de l'exploitation du bureau.
§ 2. Le présent décret ne s'applique pas :
aux services de placement du 'Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding';
aux organisations de placement gratuit mandatées, à l'exception des conditions reprises à l'article 5, et du cadre de contrôle, de maintien et de sanction y afférent. Par organisation de placement gratuit mandatée il faut entendre : la personne physique ou morale mandatée pour exercer des activités dans le domaine du placement gratuit, conformément à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation l'emploi et de la formation professionnelle.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden inzake private arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 2. - Conditions relatives au placement privé
Art. 5. Het bureau dat diensten van private arbeidsbemiddeling verricht, voldoet aan de volgende voorwaarden :
als het bureau een rechtspersoon is, is het opgericht volgens de rechtsregels van de lidstaat van vestiging. Als het bureau een natuurlijk persoon is, geniet die de burgerrechten en politieke rechten;
het bureau verkeert niet in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen, noch maakt het bureau het voorwerp uit van een procedure tot faillietverklaring of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging;
de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om het bureau te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van het bureau, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, werden tijdens een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvang van de diensten van arbeidsbemiddeling of tijdens de uitoefening van de bemiddelingsdiensten niet :
a) veroordeeld wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) aansprakelijk gesteld voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging of hebben meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) herhaaldelijk in overtreding gesteld op het gebied van de fiscale, sociale verplichtingen of van de wettelijke en reglementaire bepalingen voor de uitoefening van een bureau voor private arbeidsbemiddeling;
d) onderworpen aan een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of aan een beroepsverbod met bedrijfssluiting;
e) ontheven van hun burgerrechten en politieke rechten;
het bureau voldoet aan de sociale en fiscale wettelijke verplichtingen;
het bureau oefent geen diensten uit waarvan het weet of behoorde te weten dat die leiden tot een tewerkstelling die strijdig is met de openbare orde of die een inbreuk inhouden op de sociale en fiscale wetgeving;
[2 het bureau oefent geen diensten uit die conform het verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen in Genève op 23 februari 2006, verboden zijn;]2
het bureau behandelt de werknemer op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze;
het bureau eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer van de werknemer en van de werkgever en verwerkt hun persoonsgegevens overeenkomstig de regelgeving [1 over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1;
het bureau vraagt of ontvangt onder geen beding enige vergoeding van de werknemer. De Vlaamse Regering kan een afwijking toestaan voor bepaalde categorieën van werknemers en voor welbepaalde diensten, met uitsluiting van uitzendactiviteiten, na het advies van de SERV, en op voorwaarde dat dit in het belang van de werknemer is;
10° het bureau treedt niet in de plaats van de opdrachtgevende werkgever bij de beslissing over de aanwerving of het ontslag van de werknemer;
11° het bureau bemiddelt werknemers van vreemde nationaliteit voor zover de reglementering betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt nageleefd;
12° het bureau verleent inzage aan de opdrachtgever en aan de werknemer betreffende de over hen opgeslagen gegevens en bezorgt hen, op verzoek, na beëindiging van de dienstverlening een afschrift van hun dossier;
13° het bureau bezorgt aan de opdrachtgevende werkgever en aan de werknemer tijdig juiste en volledige informatie over de aard van de bemiddelingsdiensten en over de aard van de tewerkstelling;
14° het bureau oefent voor de in artikel 3, 1°, b) en c), bedoelde bemiddelingsdiensten geen diensten uit voor fictieve vacatures;
15° het bureau onderschrijft de gedragscode die door de Vlaamse Regering wordt bepaald na het advies van de SERV en leeft die gedragscode na;
16° het bureau stelt niet als voorwaarde dat de personen voor wie het bureau bemiddeld heeft, het bureau bij iedere nieuwe bemiddeling zal laten optreden;
17° het bureau voldoet aan de criteria inzake kwaliteit en deskundigheid die door de Vlaamse Regering worden bepaald in functie van de aard van de verrichte diensten;
18° het bureau wint slechts medische gegevens van de werknemer in als dat noodzakelijk is om te bepalen of de werknemer voldoet aan de functievereisten van de werkaanbieding;
19° het bureau verricht geen genetische testen en laat ze ook niet verrichten;
20° het bureau is niet gerechtigd op een schadevergoeding van de werknemer als de werknemer een bemiddelingsactiviteit vroegtijdig stopzet of als de werknemer niet ingaat op de werkaanbieding waarvoor hij zich kandidaat had gesteld;
21° het bureau verbindt er zich toe in bemiddelingsactiviteiten het Nederlands te gebruiken conform de bepalingen van de taalwetgeving;
22° het bureau bezorgt op verzoek van de werknemer, voor zover deze gesolliciteerd heeft voor een concrete werkaanbieding, een attest waarin de datum en het uur van zijn bezoek aan het bureau worden vermeld;
23° het bureau organiseert productieve praktische proeven die niet langer duren dan noodzakelijk is om de bekwaamheid van de werknemer te onderzoeken;
24° het bureau is ertoe gehouden een document waarin de rechten en verplichtingen van de werknemer en de werkgever worden bepaald, te overhandigen aan de gegadigden of in extenso aan te plakken in de voor het publiek toegankelijke lokalen van het bureau op de plaats waar hij het best kan worden gelezen.
De inhoud van die tekst wordt bepaald door de Vlaamse Regering, na het advies van de SERV;
25° als de private arbeidsbemiddeling bestaat uit de bekendmaking van werkaanbiedingen door middel van de geschreven, de auditieve of de visuele media, wordt de tekst waarin de rechten en verplichtingen van de werknemer en van de werkgever worden bepaald aan hen kenbaar gemaakt volgens de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, na het advies van de SERV;
[2 26° het bureau maakt geen gebruik van middelen, mechanismen of lijsten om vissers te verhinderen werk te vinden.]2
Art. 5. Le bureau qui rend des services de placement privé remplit les conditions suivantes :
si le bureau est une personne morale, celle-ci est créée conformément aux règles de droit de l'Etat membre d'établissement. Si le bureau est une personne physique, celle-ci jouit des droits civils et politiques;
le bureau ne se trouve pas en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, ni fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement;
les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter le bureau, ou les actionnaires principaux du bureau, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences d'administrateur, n'ont pas été, pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement ou pendant l'exercice de ceux-ci :
a) condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude;
b) tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite, en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement ou ont exercé à plusieurs reprises les fonctions de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite;
c) manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires relatives à l'exploitation d'un bureau de placement privé;
d) soumis à une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise, ou à une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise;
e) privés de leurs droits civils et politiques;
le bureau satisfait aux obligations imposées par la législation sociale et fiscale;
le bureau n'exerce pas de services dont il sait ou était tenu de savoir que ceux-ci mènent à l'attribution d'emplois contraires à l'ordre public ou portant manifestement atteinte à la législation sociale et fiscale;
[2 le bureau n'exerce pas de services interdits conformément à la Convention du travail maritime, adoptée à Genève le 23 février 2006 ;]2
le bureau traite le travailleur de manière objective, respectueuse et non discriminatoire;
le bureau respecte la vie privée du travailleur et de l'employeur et traite leurs données relevant de la vie privée conformément à la législation [1 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel]1;
le bureau n'accepte ou ne demande en aucun cas une quelconque indemnité de la part du travailleur. Pour certaines catégories de travailleurs et pour certains services, le Gouvernement flamand peut accorder, après avis du SERV, une dérogation, sauf pour ce qui est des activités intérimaires, à condition que cette dérogation soit dans l'intérêt du travailleur;
10° le bureau ne se substitue pas à l'employeur-mandant pour la décision d'embauche ou de licenciement;
11° le bureau place des travailleurs de nationalité étrangère à condition de respecter la réglementation relative à l'engagement de main d'oeuvre étrangère;
12° le bureau permet au mandant et au travailleur de consulter les données stockées qui les concernent et leur fait parvenir, sur demande, une copie de leur dossier après la cessation de la mission;
13° le bureau fournit en temps utile des informations correctes et complètes à l'employeur-mandant concernant la nature des services de placement et la nature de l'emploi;
14° pour ce qui est des services de placement visés à l'article 3, 1°, b) et c), le bureau ne rend pas de services pour des vacances d'emploi fictives;
15° le bureau souscrit le code déontologique, dont le contenu est déterminé par le Gouvernement flamand, après l'avis du SERV;
16° le bureau ne pose pas comme condition, que les personnes pour lesquelles le bureau a effectué des activités de placement, demandent l'intervention dudit bureau pour chaque nouveau placement;
17° le bureau répond aux critères de qualité et d'expertise qui sont déterminés par le Gouvernement flamand, en fonction de la nature des services fournis;
18° le bureau ne recueille des données médicales sur le travailleur que lorsque cela s'avère nécessaire pour déterminer si le travailleur remplit les exigences en matière de fonction posées dans l'offre d'emploi;
19° le bureau n'effectue et ne fait pas effectuer de tests génétiques;
20° le bureau n'est pas autorisé à demander une indemnité au travailleur, lorsque celui-ci arrête par anticipation une activité de placement ou lorsqu'il n'accède pas à une offre d'emploi pour laquelle il avait posé sa candidature;
21° le bureau s'engage à utiliser le néerlandais dans les activités de placement, conformément à la législation linguistique;
22° à la demande du travailleur et pour autant qu'il a postulé pour une offre d'emploi concrète, le bureau lui remet une attestation mentionnant la date et l'heure de sa visite au bureau;
23° le bureau organise des épreuves pratiques productives, dont la durée ne peut dépasser le temps nécessaire pour examiner l'aptitude du travailleur;
24° le bureau est tenu de remettre aux personnes intéressées un document reprenant les droits et obligations du travailleur et de l'employeur, ou de l'afficher in extenso dans les locaux accessibles au public à l'endroit le mieux situé pour être lu.
Le contenu du texte est déterminé par le Gouvernement flamand, après l'avis du SERV;
25° si le placement privé comporte la publication d'offres d'emploi par le biais des médias écrits, auditifs ou visuels, le texte définissant les droits et obligations du travailleur et de l'employeur leur est communiqué aux conditions fixées par le Gouvernement flamand, après l'avis du SERV;
[2 26° le bureau n'utilise aucun moyen, mécanisme ou liste pour empêcher les pêcheurs de trouver un emploi.]2
Art. 6. De Vlaamse Regering bepaalt, met het oog op een maximale bescherming van de werknemer en na het advies van de SERV, in welke sectoren en/of voor welke categorieën van werknemers en/of voor welke vormen en/of diensten van arbeidsbemiddeling bijkomende voorwaarden worden opgelegd.
Art. 6. En vue d'une protection maximale du travailleur et sur avis du SERV, le Gouvernement flamand détermine les secteurs et/ou les catégories de travailleurs et/ou les formes et/ou services de placement pour lesquels des conditions supplémentaires sont imposées.
Art. 7. De Vlaamse Regering bepaalt, na het advies van de SERV, de voorwaarden en de modaliteiten inzake samenwerking tussen private en publieke arbeidsbemiddelingsbureaus.
Art. 7. Le Gouvernement flamand détermine, sur avis du SERV, les conditions et modalités relatives à la coopération entre les bureaux de placement privés et publics.
Art. 8. § 1. Met het oog op de bescherming van de werknemer kan het bureau, om diensten inzake private arbeidsbemiddeling te verrichten voor betaalde sportbeoefenaars en schouwspelartiesten als vermeld in artikel 3, 1°, a) en b), van dit decreet, slechts een commissieloon aannemen of vorderen in de hierna volgende gevallen :
het commissieloon wordt vooraf vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen het bureau en de opdrachtgever. Als de private arbeidsbemiddeling wordt aangeboden samen met andere diensten, wordt het commissieloon voor de verschillende diensten afzonderlijk vastgelegd;
de werknemer stemt uitdrukkelijk en voorafgaandelijk in met het commissieloon;
alle partijen beschikken over een origineel exemplaar van deze overeenkomst.
§ 2. Het commissieloon voor de bemiddeling van de schouwspelartiest wordt berekend op basis van de vergoeding die de schouwspelartiest zal ontvangen voor zijn prestatie.
§ 3. Het commissieloon voor de bemiddeling van de betaalde sportbeoefenaar wordt berekend op het voorziene totale brutojaarinkomen van de betaalde sportbeoefenaar voor de totale duur van het contract.
Art. 8. § 1er. En vue de la protection du travailleur, le bureau ne peut accepter ou exiger une commission pour effectuer des services de placement privé au bénéfice de sportifs et d'artistes de spectacle tels que visés à l'article 3, 1°, a) et b), du présent décret, que dans les cas suivants :
la commission est fixée d'avance dans un contrat écrit entre le bureau et le mandant. Si le placement privé est offert ensemble à d'autres services, la commission est fixée séparément pour les différents services;
le travailleur se déclare explicitement et d'avance d'accord avec la commission;
toutes les parties disposent d'un exemplaire original de ce contrat.
§ 2. La commission pour le placement de l'artiste de spectacle est calculée sur la base de l'indemnité que l'artiste de spectacle recevra pour sa prestation.
§ 3. La commission pour le placement du sportif rémunéré est calculée sur le revenu brut total prévu du sportif rémunéré pour la durée totale du contrat.
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden inzake uitzendactiviteiten
CHAPITRE 3. - Conditions relatives au travail intérimaire
Afdeling 1. - Voorwaarden tot erkenning
Section 1re. - Conditions d'agrément
Art. 9. § 1. Voor het verrichten van uitzendactiviteiten is een erkenning als uitzendbureau vereist.
§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 5, voldoet het uitzendbureau aan de volgende bijkomende voorwaarden :
het uitzendbureau is geen achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd, noch socialezekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, noch bijdragen, boeten of interesten verschuldigd aan de fondsen voor bestaanszekerheid;
het uitzendbureau leeft de wettelijke voorwaarden inzake de uitzendarbeid na;
het uitzendbureau werkt niet samen met niet-erkende uitzendbureaus;
in de lokalen van het uitzendbureau worden geen uitzendactiviteiten uitgeoefend door uitzendbureaus of door lasthebbers of aangestelden van uitzendbureaus die niet over een erkenning beschikken of van wie de erkenning werd ingetrokken of geschrapt;
het uitzendbureau maakt bij externe communicatie, ongeacht onder welke vorm, melding van zijn erkenningsnummer. De Vlaamse Regering kan bepalen wat onder externe communicatie moet worden begrepen;
het uitzendbureau stelt geen personen exclusief ter beschikking van één gebruikende onderneming;
het uitzendbureau onthoudt zich van elke vorm van publiciteit die potentiële uitzendkrachten kan misleiden;
het uitzendbureau geeft correcte, volledige en objectieve informatie weer in personeelsadvertenties die het aanwerven van uitzendkrachten beogen. Het uitzendbureau vermeldt daarbij altijd dat het om uitzendarbeid gaat. Het uitzendbureau vermeldt bij de publicatie van personeelsadvertenties altijd zijn naam en zijn erkenningsnummer;
het uitzendbureau oefent geen diensten uit voor zover die diensten verband houden met een staking, een uitsluiting of een schorsing van de arbeidsovereenkomst zoals vermeld in artikel 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke sectoren een afzonderlijke erkenning als uitzendbureau vereist is. De Vlaamse Regering bepaalt daartoe de nadere regels.
Art. 9. § 1er. Pour effectuer des activités intérimaires, un agrément comme agence de travail intérimaire est requis.
§ 2. Sans préjudice de l'application de l'article 5, l'agence de travail intérimaire remplit les conditions suivantes :
l'agence de travail intérimaire ne doit pas verser d'impôts, d'amendes ou d'intérêts, ni des cotisations de sécurité sociale, des cotisations assimilés à la sécurité sociale, amendes ou intérêts dus à l'Office national de Sécurité sociale, ni des cotisations, amendes ou intérêts dus aux fonds de sécurité d'existence;
l'agence de travail intérimaire respecte les conditions légales en matière de travail intérimaire;
l'agence de travail intérimaire ne coopère pas avec des agences de travail intérimaire non agréées;
dans les locaux de l'agence de travail intérimaire, aucune activité intérimaire ne peut être exercée par des agences de travail intérimaire ou par des mandataires ou des préposés d'agences de travail intérimaire qui ne disposent pas d'un agrément ou dont l'agrément a été retiré ou supprimé;
dans sa communication externe, l'agence de travail intérimaire mentionne son numéro d'agrément, sous quelque forme que ce soit. Le Gouvernement flamand peut déterminer ce qu'il peut être entendu par 'communication externe';
l'agence de travail intérimaire ne met pas de personnes exclusivement à disposition d'une seule entreprise utilisatrice;
l'agence de travail intérimaire s'abstient de toute forme de publicité pouvant tromper des intérimaires potentiels;
l'agence de travail intérimaire donne des informations correctes, complètes et objectives dans les annonces visant à recruter de la main-d'oeuvre intérimaire. L'agence de travail intérimaire mentionne qu'il s'agit de travail intérimaire. Lors de la publication d'annonces de personnel, l'agence de travail intérimaire mentionne toujours son nom et numéro d'agrément;
l'agence de travail intérimaire n'effectue pas de services, dans la mesure où ces services concernent une cessation, une exclusion ou une suspension du contrat de travail tel que visé aux articles 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
§ 3. Le Gouvernement flamand fixe les secteurs pour lesquels un agrément distinct comme agence de travail intérimaire est requis. Le Gouvernement flamand détermine les modalités à cet effet.
Afdeling 2. - Erkenningsregeling
Section 2. - Régime d'agrément
Art. 10. Om erkend te worden als uitzendbureau, dient het bureau een aanvraag tot erkenning in bij de administratie.
Art. 10. Afin d'être agréé comme agence de travail intérimaire, le bureau introduit une demande d'agrément auprès de l'administration.
Art. 11. De erkenning als uitzendbureau wordt door de Vlaamse Regering verleend na het advies van de adviescommissie.
Art. 11. L'agrément comme agence de travail intérimaire est accordé par le Gouvernement flamand sur avis de la commission consultative.
Art. 12. § 1. De erkenning wordt verleend voor onbepaalde duur.
§ 2. In afwijking van § 1, kan de Vlaamse Regering beslissen, na het eenparig advies van de adviescommissie, de erkenning voor een periode van minimaal één jaar en maximaal vier jaar toe te kennen aan het uitzendbureau ingeval er gerede twijfel bestaat of het uitzendbureau voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
Na afloop van de erkenning van bepaalde duur wordt de erkenning automatisch omgezet in een erkenning van onbepaalde duur.
In afwijking van het tweede lid en wanneer het uitzendbureau niet aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, verleent de adviescommissie de Vlaamse Regering een advies inzake :
een nieuwe erkenning voor bepaalde duur;
de intrekking van de erkenning;
de vervanging van de lopende erkenning door een erkenning voor de duur van zes maanden, waarin het bureau het bewijs moet leveren dat opnieuw voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden.
Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de erkenning van bepaalde duur, moet de adviescommissie voorafgaand aan haar advies het uitzendbureau in kwestie horen.
De Vlaamse Regering beslist tot hernieuwing, intrekking en vervanging van de erkenning van bepaalde duur mits voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en het uitzendbureau door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen. Deze beslissing wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht aan het uitzendbureau.
De Vlaamse Regering bepaalt de hoor- en oproepprocedure.
Voor de hernieuwing, intrekking en vervanging van de erkenning van bepaalde duur, kan de Vlaamse Regering, na het advies van de SERV, nadere regels bepalen.
§ 3. In geval van overdracht van een verleende erkenning brengt het uitzendbureau de overdracht van de erkenning ter kennis aan de Vlaamse Regering en aan de adviescommissie volgens de voorwaarden die door de Vlaamse Regering, na het advies van de SERV, worden bepaald. De Vlaamse Regering kan, na advies van de adviescommissie, beslissen dat een nieuwe erkenning aangevraagd moet worden.
§ 4. De Vlaamse Regering kan, na het advies van de adviescommissie, de termijn bepalen waarin het uitzendbureau effectief gebruik moet maken van de erkenning.
Art. 12. § 1er. L'agrément est octroyé pour une durée indéterminée.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le Gouvernement flamand peut, sur avis unanime de la commission consultative, décider d'octroyer l'agrément à l'agence de travail intérimaire pour une période d'un an au moins et de quatre ans au maximum, s'il existe un doute justifié quant à la conformité aux conditions d'agrément.
A l'expiration de l'agrément à durée déterminée, l'agrément est converti automatiquement en un agrément à durée indéterminée.
Par dérogation au deuxième alinéa et au cas où l'agence de travail intérimaire ne remplit pas les conditions d'agrément, la commission consultative rend un avis au Gouvernement flamand relatif :
à un nouvel agrément à durée déterminée;
au retrait de l'agrément;
au remplacement de l'agrément en cours par un agrément d'une durée de six mois pendant laquelle le bureau est tenu de démontrer qu'il remplit de nouveau les conditions d'agrément.
Au plus tard trois mois avant l'expiration de l'agrément à durée déterminée, la commission consultative doit entendre l'agence de travail intérimaire, préalablement à son avis.
Le Gouvernement flamand décide le renouvellement, le retrait et le remplacement de l'agrément à durée déterminée, moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agence de travail intérimaire soit d'abord entendue par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoquée à cette fin. Cette décision est motivée et notifiée à l'agence de travail intérimaire.
Le Gouvernement flamand définit la procédure d'audience et de convocation.
Sur avis du SERV, le Gouvernement flamand peut fixer les modalités pour le renouvellement, le retrait ou le remplacement de l'agrément à durée déterminée.
§ 3. En cas de transfert d'un agrément accordé, l'agence de travail intérimaire notifie le transfert de l'agrément au Ministre et à la Commission consultative, selon les modalités déterminées par le Gouvernement flamand, sur avis du SERV. Après avoir pris l'avis de la commission consultative, le Gouvernement flamand peut décider qu'il faut demander un nouvel agrément.
§ 4. Le Gouvernement flamand peut, sur avis de la commission consultative, déterminer le délai dans lequel l'agence de travail intérimaire doit effectivement faire usage de l'agrément.
Art. 13. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de procedure van erkenning als uitzendbureau.
Art. 13. Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives à la procédure d'agrément comme agence de travail intérimaire.
Afdeling 3. - Intrekking of omzetting van de erkenning
Section 3. - Retrait ou transposition de l'agrément
Art. 14. De erkenning kan door de Vlaamse Regering worden ingetrokken als :
het bureau de bepalingen van dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
de aanvrager of de verantwoordelijken van het bureau een onherroepelijke veroordeling heeft opgelopen wegens valsheid in geschrifte of wegens misdaden en wanbedrijven, als vermeld in titel VII en IX van het Strafwetboek of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging, alsmede wegens de inbreuken, vermeld in artikel 24 van dit decreet;
het bureau de erkenning heeft verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
het uitzendbureau niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
De Vlaamse Regering kan de erkenning slechts intrekken indien voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en het uitzendbureau door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen.
De Vlaamse Regering bepaalt de hoor- en oproepprocedure.
Art. 14. L'agrément peut être retiré par le Gouvernement flamand lorsque :
le bureau ne respecte pas les dispositions du présent décret;
le demandeur ou les responsables du bureau ont encouru une condamnation irrévocable du chef de faux en écriture ou de crimes ou délits, définis aux titres VII et IX du Code pénal ou par une autre législation similaire, ainsi que du chef des infractions visées à l'article 24 du présent décret;
le bureau a obtenu l'agrément sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes;
l'agence de travail intérimaire ne satisfait plus aux conditions d'agrément.
Le Gouvernement flamand ne peut retirer l'agrément que moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agence de travail intérimaire soit d'abord entendue par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoquée à cette fin.
Le Gouvernement flamand définit la procédure d'audience et de convocation.
Art. 15. De beslissing tot intrekking van de erkenning wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht aan het uitzendbureau.
Art. 15. La décision de retrait est motivée et notifiée à l'agence de travail intérimaire.
Art. 16. Als het uitzendbureau niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan de Vlaamse Regering, hetzij op het verzoek van een gewone meerderheid van de adviescommissie, hetzij bij het eenparig verzoek van de werkgeversvertegenwoordigers of van de werknemersvertegenwoordigers in de adviescommissie, de lopende erkenning omzetten in een erkenning voor de duur van zes maanden. De Vlaamse Regering kan de erkenning slechts omzetten indien voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en het uitzendbureau door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen. Tijdens de periode van zes maanden levert het uitzendbureau het bewijs dat het opnieuw voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
De Vlaamse Regering bepaalt de hoor- en oproepprocedure.
Art. 16. Dès que l'agence de travail intérimaire cesse de remplir les conditions d'agrément, le Gouvernement flamand peut, soit à la demande d'une simple majorité au sein de la commission consultative, soit à la demande unanime des représentants des employeurs ou des représentants des travailleurs au sein de la commission consultative, remplacer l'agrément en cours par un agrément pour une durée de six mois. Le Gouvernement flamand ne peut remplacer l'agrément que moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agence de travail intérimaire soit d'abord entendue par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoquée à cette fin. Pendant cette période de six mois, l'agence de travail intérimaire fournit la preuve qu'elle remplit de nouveau les conditions d'agrément.
Le Gouvernement flamand définit la procédure d'audience et de convocation.
Art. 17. De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de [2 afdeling Vlaamse Sociale Inspectie]2 van het Departement Werk en Sociale Economie.
Art. 17. Le président de la commission consultative peut porter les faits qui révèlent le non-respect du présent décret ou des arrêtés d'exécution et dont il prend connaissance du chef de sa mission, à la connaissance de la [2 division de l'Inspection sociale flamande]2 du Département de l'Emploi et de l'Economie.
Art. 18. Vanaf de dag waarop de intrekking van de erkenning van kracht wordt, mag het uitzendbureau geen nieuwe overeenkomsten meer afsluiten.
De Vlaamse Regering kan niettemin, na advies van de adviescommissie en in het belang van de werknemer, het uitzendbureau de toestemming verlenen de lopende overeenkomsten verder uit te voeren voor een maximumduur van zes maanden, zonder dat de overeenkomst wordt gewijzigd, hernieuwd of verlengd.
Art. 18. A partir du jour d'entrée en vigueur de l'agrément, l'agence de travail intérimaire ne peut plus conclure de contrats.
Le Ministre peut néanmoins, sur avis de la commission consultative et dans l'intérêt du travailleur, autoriser l'agence de travail intérimaire à continuer à exécuter les contrats en cours pendant une période maximum de six mois, sans que les contrats puissent être modifiés, renouvelés ou prorogés.
Art. 19. Als de uitzendactiviteiten definitief worden stopgezet, wordt de erkenning van het uitzendbureau geschrapt.
Art. 19. En cas de cessation définitive des activités intérimaires, l'agrément de l'agence de travail intérimaire est abrogé.
HOOFDSTUK 3/1. [1 - Voorwaarden inzake de activiteiten voor sportmakelaars]1
CHAPITRE 3/1. [1 - Conditions relatives aux activités pour agents sportifs]1
Afdeling 1. [1 - Voorwaarden tot registratie]1
Section 1re. [1 - Conditions d'enregistrement]1
Art. 20/1. [1 Voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor sportbeoefenaars of voor rekening van werkgevers met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wordt de sportmakelaar aan een voorafgaande registratieplicht onderworpen.
§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 5, voldoet de sportmakelaar aan de volgende bijkomende voorwaarden:
de sportmakelaar is geen achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd, noch sociale zekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, noch bijdragen, boeten of intresten verschuldigd aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
de sportmakelaar werkt, op straffe van nietigheid van de overeenkomst voor private arbeidsbemiddeling van betaalde sportbeoefenaars, niet samen met niet-geregistreerde sportmakelaars;
de sportmakelaar maakt bij externe communicatie, ongeacht onder welke vorm, melding van zijn registratienummer. De Vlaamse Regering kan bepalen wat onder externe communicatie moet worden begrepen;
de sportmakelaar onthoudt zich van elke vorm van publiciteit die potentiële betaalde sportbeoefenaars kan misleiden;
de sportmakelaar verbindt zich ertoe te voldoen aan de verplichting van artikel 20/2.]1

Art. 20/1. [1 § 1er. Pour la prestation de services de placement privé pour des sportifs ou pour le compte d'employeurs en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés, l'agent sportif est soumis à une obligation d'enregistrement préalable.
§ 2. Sans préjudice de l'application de l'article 5, l'agent sportif répond aux conditions supplémentaires suivantes :
l'agent sportif n'est pas redevable des arriérés d'impôts, d'amendes ou d'intérêts, ni des cotisations de sécurité sociale, des cotisations, amendes ou intérêts assimilés à la sécurité sociale, dus à l'Office national de Sécurité sociale, ni des cotisations, amendes ou intérêts dus à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
l'agent sportif ne collabore pas, sous peine de nullité du contrat de placement privé de sportifs rémunérés, avec des agents sportifs non enregistrés ;
dans sa communication externe, l'agent sportif mentionne son numéro d'enregistrement, sous quelque forme que ce soit. Le Gouvernement flamand peut déterminer ce qu'il peut être entendu par communication externe ;
l'agent sportif s'abstient de toute forme de publicité susceptible d'induire en erreur les sportifs rémunérés potentiels ;
l'agent sportif s'engage à remplir l'obligation de l'article 20/2.]1

Art. 20/2. [1 § 1. De sportmakelaar stort een borgsom van vijfentwintigduizend euro bij een kredietinstelling of verzekeraar.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de storting en de bestemming van de borgsom en de duur waarvoor de borgsom moet worden verstrekt, alsook wat er met deze borgsom gebeurt in geval van faillissement.
§ 2. Sportmakelaars die geen zetel hebben in het Vlaamse Gewest kunnen het gelijkwaardigheidsbeginsel inroepen ten aanzien van een waarborg, volstort in een andere lidstaat.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de gelijkwaardigheid van buitenlandse waarborgen.]1

Art. 20/2. [1 § 1er. L'agent sportif verse une caution de vingt-cinq mille euros à un établissement de crédit ou un assureur.
Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités concernant le versement et la destination de la caution, la durée pour laquelle la caution doit être octroyée, ainsi que le sort de cette caution en cas de faillite.
§ 2. Les agents sportifs qui n'ont pas de siège en Région flamande peuvent invoquer le principe de l'équivalence à l'égard d'une caution versée entièrement dans un autre Etat membre.
Le Gouvernement arrête les modalités concernant l'équivalence de cautions étrangères.]1

Art. 20/3. [1 Voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor minderjarige sportbeoefenaars, voldoet de sportmakelaar aan volgende bijkomende voorwaarden:
[2 de sportmakelaar verricht geen activiteiten die gericht zijn op het sluiten van een overeenkomst om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor sportbeoefenaars, als de betrokken sportbeoefenaar de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft bereikt;]2;
de sportmakelaar vraagt onder geen beding een vergoeding voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor een minderjarige sportbeoefenaar.]1

Art. 20/3. [1 Pour la prestation de services de placement privé pour des sportifs mineurs, l'agent sportif répond aux conditions supplémentaires suivantes :
[2 l'agent sportif n'exerce pas d'activités visant la conclusion d'un contrat pour la prestation de services de placement privé de sportifs, si le sportif concerné n'a pas encore atteint l'âge de quinze ans ;]2 ;
l'agent sportif ne perçoit, en aucun cas, une rémunération pour la prestation de services de placement privé pour un sportif mineur.]1

Afdeling 2. [1 - Voorafgaande registratie als sportmakelaar]1
Section 2. [1 - Enregistrement préalable comme agent sportif]1
Art. 20/4. [1 De sportmakelaar laat zich registreren bij de administratie.]1
Art. 20/4. [1 L'agent sportif se fait enregistrer auprès de l'administration.]1
Art. 20/5. [1 De registratie geldt voor onbepaalde duur.]1
Art. 20/5. [1 L'enregistrement est valable pour une durée indéterminée.]1
Art. 20/6. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de procedure voor de registratie als sportmakelaar.]1
Art. 20/6. [1 Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la procédure d'enregistrement comme agent sportif.]1
Art. 20/7. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens die kunnen worden uitgewisseld tussen de administratie en de sportorganisaties die beschikken over een licentie of registratie als sportmakelaar.]1
Art. 20/7. [1 Le Gouvernement flamand détermine les données qui peuvent être échangées entre l'administration et les organisations sportives disposant d'une licence ou d'un enregistrement comme agent sportif.]1
Afdeling 3. [1 - Schorsing of intrekking van de registratie]1
Section 3. [1 - Suspension ou retrait de l'enregistrement]1
Art. 20/8. [1 De registratie kan door de Vlaamse Regering worden geschorst of ingetrokken als:
de sportmakelaar de bepalingen van dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
de sportmakelaar een onherroepelijke veroordeling heeft opgelopen wegens valsheid in geschrifte of wegens misdaden en wanbedrijven als vermeld in titel VII en IX van het Strafwetboek of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging, alsmede wegens de inbreuken, vermeld in artikel 24 van dit decreet.
De Vlaamse Regering kan de registratie slechts schorsen of intrekken indien voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en de sportmakelaar door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen.
De Vlaamse Regering bepaalt de hoor- en de oproepprocedure.]1

Art. 20/8. [1 L'enregistrement peut être suspendu ou retiré par le Gouvernement flamand lorsque :
l'agent sportif ne respecte pas les dispositions du présent décret ou de ses arrêtés d'exécution ;
l'agent sportif a encouru une condamnation irrévocable du chef de faux en écriture ou de crimes ou délits tels que visés aux titres VII et IX du Code pénal ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, ainsi que pour les infractions visées à l'article 24 du présent décret.
Le Gouvernement flamand ne peut suspendre ou retirer l'enregistrement que moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agent sportif soit entendu par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoqué à cette fin.
Le Gouvernement flamand définit la procédure d'audience et de convocation.]1

Art. 20/9. [1 De beslissing tot schorsing of intrekking van de registratie wordt ter kennis gebracht aan de sportmakelaar.]1
Art. 20/9. [1 La décision de suspension ou de retrait de l'enregistrement est notifiée à l'agent sportif.]1
Art. 20/10. [1 De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie.]1
Art. 20/10. [1 Le président de la commission consultative peut porter les faits qui révèlent le non-respect du présent décret ou des arrêtés d'exécution et dont il prend connaissance du chef de sa mission, à la connaissance de la division de l'Inspection sociale flamande du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale.]1
Art. 20/11. [1 Vanaf de dag waarop de intrekking van de registratie van kracht wordt, mag de sportmakelaar geen nieuwe overeenkomsten meer afsluiten.
De Vlaamse Regering kan niettemin, na advies van de adviescommissie en in het belang van de betaalde sportbeoefenaar, de sportmakelaar de toestemming verlenen de lopende overeenkomsten verder uit te voeren voor een maximumduur van zes maanden, zonder dat de overeenkomst wordt gewijzigd, hernieuwd of verlengd.
Indien de Vlaamse Regering de in het vorige lid bedoelde toestemming niet verleent, mogen de lopende overeenkomsten niet langer worden uitgevoerd en dient de sportmakelaar zijn activiteiten onmiddellijk stop te zetten.]1

Art. 20/11. [1 A partir du jour d'entrée en vigueur du retrait de l'enregistrement, l'agent sportif ne peut plus conclure de nouveaux contrats.
Le Ministre peut néanmoins, sur avis de la commission consultative et dans l'intérêt du sportif rémunéré, autoriser l'agent sportif à continuer à exécuter les contrats en cours pendant une période maximale de six mois, sans que le contrat puisse être modifié, renouvelé ou prorogé.
Si le Gouvernement flamand ne donne pas l'autorisation visée à l'alinéa précédent, les contrats en cours ne peuvent plus être exécutés, et l'agent sportif doit immédiatement arrêter ses activités.]1

Art. 20/12. [1 Als de sportmakelaar zijn activiteiten definitief stopzet, wordt de registratie van de sportmakelaar geschrapt.]1
Art. 20/12. [1 Si l'agent sportif arrête définitivement ses activités, l'enregistrement de l'agent sportif est supprimé.]1
HOOFDSTUK 3/1. [1 - Adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars]1
CHAPITRE 3/2. [1 - Commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs]1
Art. 20/13. [1 § 1. Door de Vlaamse Regering wordt een adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars opgericht.
De adviescommissie verleent de Vlaamse Regering advies inzake:
de aanvraag van de erkenning, de hernieuwing, de vervanging, de omzetting en de intrekking van de erkenning van het uitzendbureau;
de schorsing en de intrekking van de registratie van sportmakelaars.
De Vlaamse Regering kan de opdrachten van de adviescommissie uitbreiden.
§ 2. De adviescommissie is samengesteld uit:
een voorzitter;
een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
een deskundige die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus en die houder is van een universitair diploma in de rechten;
een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
een vertegenwoordiger van het Agentschap Sport Vlaanderen.
De adviescommissie kan zich laten bijstaan door een deskundige op het gebied van de regelgeving omtrent sportmakelaars die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus.
De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn onafhankelijk ten opzichte van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en worden door de Vlaamse Regering benoemd. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt zijn plaatsvervanger het voorzitterschap over.
De leden van de adviescommissie worden door de Vlaamse Regering benoemd. De effectieve en plaatsvervangende leden van de representatieve werkgeversorganisaties en de representatieve werknemersorganisaties worden voorgedragen door de respectieve werkgevers- en werknemersorganisaties via een lijst van kandidaten. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling, de werkwijze en de vergoedingsregeling van de adviescommissie.
Alleen de leden, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn stemgerechtigd.
§ 3. Er is onverenigbaarheid inzake het mandaat van lid van de adviescommissie en de hoedanigheid van bestuurder, zaakvoerder, eigenaar, aandeelhouder, lasthebber of aangestelde van een privaat arbeidsbemiddelingsbureau of uitzendbureau.
§ 4. De adviescommissie wordt door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie op de hoogte gebracht van de overtredingen die aanleiding kunnen geven tot weigering of intrekking van een erkenning als uitzendbureau en tot schorsing of intrekking van een registratie als sportmakelaar.]1

Art. 20/13. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand crée une commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs.
La commission consultative a pour mission de fournir un avis au Gouvernement flamand sur :
la demande de l'agrément, le renouvellement, le remplacement, la transposition et le retrait de l'agrément de l'agence de travail intérimaire ;
la suspension et le retrait de l'enregistrement d'agents sportifs.
Le Gouvernement flamand peut étendre les missions de la commission consultative.
§ 2. La commission consultative se compose comme suit :
un président ;
un nombre égal de représentants des organisations représentatives des employeurs et des travailleurs, représentés dans le SERV ;
un expert qui est indépendant par rapport aux organisations représentées au sein de la commission consultative d'une part et aux bureaux d'autre part, et qui est titulaire d'un diplôme universitaire en droit ;
un représentant du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
un représentant de l'Agence Sport Flandre.
La commission consultative peut se faire assister par un expert dans le domaine de la réglementation relative aux agents sportifs qui est indépendant par rapport aux organisations représentées au sein de la commission consultative d'une part et aux bureaux d'autre part.
Le président et son suppléant sont indépendants par rapport aux organisations représentatives des employeurs et des travailleurs et sont nommés par le Gouvernement flamand. En l'absence du président, son suppléant assure la présidence.
Les membres de la commission consultative sont nommés par le Gouvernement flamand. Les membres effectifs et suppléants des organisations représentatives des employeurs et des organisations représentatives des travailleurs sont proposés par les organisations respectives des employeurs et des travailleurs, par le biais d'une liste de candidats. Le Gouvernement arrête les modalités au sujet de la composition, du fonctionnement et du règlement d'indemnité de la commission consultative.
Seuls les membres visés à l'alinéa 1er, 2°, ont voix délibérative.
§ 3. Il y a incompatibilité entre le mandat de membre de la commission consultative et la qualité d'administrateur, de gérant, de propriétaire, d'actionnaire, de mandataire ou de préposé d'un bureau de placement privé ou d'une agence de travail intérimaire.
§ 4. La commission consultative est informée par la division de l'Inspection sociale flamande du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale des infractions pouvant donner lieu au refus ou au retrait d'un agrément comme agence de travail intérimaire et au refus ou au retrait d'un enregistrement comme agent sportif.]1

HOOFDSTUK 4. - Klachtenprocedure
CHAPITRE 4. - Procédure de plainte
Art. 21. Klachten kunnen schriftelijk, telefonisch of via elektronische post worden ingediend bij een door de Vlaamse Regering aan te wijzen klachtenorgaan.
Klachten zijn ontvankelijk als ze gemotiveerd worden en als ze op duidelijke wijze de inbreuk omschrijven. Klachten kunnen door natuurlijke personen, rechtspersonen en door de representatieve werknemers- of werkgeversorganisaties worden ingediend. De anonimiteit van de klager wordt gewaarborgd.
De Vlaamse Regering bepaalt, na het advies van de SERV, de nadere regels inzake de klachtenprocedure.
Art. 21. Des plaintes peuvent être introduites par écrit, par téléphone ou par courrier électronique, auprès d'un organisme des plaintes à désigner par le Gouvernement flamand.
Les plaintes sont recevables si elles sont motivées et précisent clairement l'infraction. Les plaintes peuvent être introduites par des personnes physiques, des personnes morales et par les organisations représentatives des travailleurs ou des employeurs. L'anonymat du plaignant est garanti.
Le Gouvernement flamand fixe, sur avis du SERV, les modalités de la procédure des plaintes.
HOOFDSTUK 5. - Toezicht, handhaving en sancties
CHAPITRE 5. - Contrôle, maintien et sanctions
Art. 22. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.
Art. 22. La supervision et le contrôle de l'exécution du présent décret et des arrêtés d'exécution se font conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et de punition reprises dans la réglementation des matières de droit social qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande.
Art. 23. Met behoud van de toepassing van artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro :
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau exploiteren via een rechtspersoon die niet regelmatig werd opgericht volgens de regels van de lidstaat van vestiging;
[1 het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die conform het verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen in Genève op 23 februari 2006, verboden zijn;]1
het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die verband houden met een staking, uitsluiting of een schorsing van een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die weigeren inzage te verlenen aan de opdrachtgever en de werknemer betreffende de over hen opgeslagen gegevens, of hen na beëindiging van de opdracht weigeren een afschrift van hun dossier te bezorgen;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de opdrachtgever en de werknemer onjuiste, onvolledige of niet-tijdige informatie verstrekken over de bemiddelingsdiensten of over de aard van de tewerkstelling;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de gedragscode, vermeld in artikel 5, 15°, overtreden;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die als voorwaarde stellen dat de personen voor wie het bureau bemiddeld heeft, het bureau bij iedere nieuwe bemiddeling zal laten optreden;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een schadevergoeding vragen van werknemers die een bemiddelingsprocedure vroegtijdig stopzetten of die niet ingaan op een vacature waarvoor zij zich kandidaat hebben gesteld;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die op verzoek van een sollicitant die onderworpen is aan de werklozencontrole én die aan een selectieprocedure deelneemt, geen attest overhandigen waarop de datum en het uur van het bezoek wordt vermeld;
10° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die in hun lokalen uitzendactiviteiten laten verrichten door uitzendbureaus of door lasthebbers of aangestelden van uitzendbureaus die niet over een erkenning beschikken of van wie de erkenning werd ingetrokken of geschrapt;
11° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die bij exclusiviteit personen ter beschikking te stellen van één gebruikende onderneming;
12° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die publiciteit voeren die potentiële uitzendkrachten kan misleiden;
13° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die in personeelsadvertenties niet duidelijk vermelden dat ze de aanwerving van uitzendkrachten beogen, of die geen correcte, volledige en objectieve informatie geven;
14° [2 het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die publiciteit voeren die potentiыle betaalde sportbeoefenaars kan misleiden;]2;
[1 15° het bureau dat gebruikmaakt van middelen, mechanismen of lijsten om vissers te verhinderen werk te vinden.]1
[2 De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 7А tot en met 9А, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]2
Art. 23. Sans préjudice des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'une amende de 50 à 500 euros :
toute personne, ses mandataires ou préposés, qui exploitent un bureau par l'intermédiaire d'une personne morale n'ayant pas été créée suivant les règles de l'Etat membre d'établissement;
[1 le bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent des services interdits conformément à la Convention du travail maritime, adoptée à Genève le 23 février 2006 ;]1
l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés effectuant des services qui concernent une cessation, une exclusion ou une suspension d'un contrat de travail tel que visé aux articles 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui refusent de permettre au mandant et au travailleur de consulter les données stockées qui les concernent ou de leur faire parvenir une copie de leur dossier après la cessation de la mission;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui fournissent au mandant et au travailleur des informations incorrectes, incomplètes ou tardives concernant les services de placement et la nature de l'emploi;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui enfreignent le code déontologique visé à l'article 5, 15°;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui posent comme condition, que les personnes pour lesquelles le bureau a effectué des activités de placement, demandent l'intervention dudit bureau pour chaque nouveau placement;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui demandent une indemnité de la part de travailleurs qui mettent anticipativement fin à une procédure de placement ou qui n'accèdent pas à une vacance d'emploi pour laquelle ils avaient postulé;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui ne délivrent pas d'attestation mentionnant date et heure de la visite, demandée par un postulant soumis au contrôle de chômage qui participe à une procédure de sélection;
10° l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui font effectuer dans leurs locaux des activités intérimaires par des agences de travail intérimaire ou des mandataires ou préposés d'agences de travail intérimaire ne disposant pas d'un agrément ou dont l'agrément a été retiré ou supprimé;
11° l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés mettant des personnes exclusivement à la disposition d'une seule entreprise utilisatrice;
12° l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui font de la publicité pouvant tromper des intérimaires potentiels;
13° l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui ne précisent pas clairement dans les annonces qu'ils visent à recruter de la main-d'oeuvre, ou qui n'y donnent pas d'informations correctes, complètes et objectives;
14° [2 l'agence, ses mandataires ou préposés qui font de la publicité susceptible de tromper des sportifs rémunérés potentiels ; ]2;
[1 15° le bureau qui utilise des moyens, mécanismes ou listes pour empêcher les pêcheurs de trouver un emploi.]1
[2 L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 7° à 9°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ]2
Art. 24. Met behoud van de toepassing van artikelen 269 tot 274 Strafwetboek worden gestraft met [3 ...]3 en met een geldboete van [3 100 tot 1000 euro]3 euro [3 ...]3 :
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau exploiteren als natuurlijke persoon zonder de burgerrechten en politieke rechten te genieten;
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die, buiten de in artikel 47 van de Faillissementwet van 8 augustus 1997 of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging toegelaten gevallen, diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten op het moment dat het bureau in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen verkeert, of dat het bureau het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die leiden tot tewerkstelling zoals vermeld in artikel 5, 5°;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die bij het verrichten van diensten inzake private arbeidsbemiddeling de persoonlijke levenssfeer van de werknemer en werkgever niet eerbiedigen en hun persoonsgegevens niet verwerken overeenkomstig de regelgeving [1 over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die medische gegevens inwinnen buiten de gevallen die noodzakelijk zijn om te bepalen of een werknemer in staat is een bepaalde functie uit te oefenen of te voldoen aan de eisen van gezondheid en veiligheid;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die genetische testen verrichten of laten verrichten;
het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die samenwerken met niet-erkende uitzendbureaus;
de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om het bureau te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van het bureau, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, die diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten en die :
a) tijdens een periode van vijf jaar, voor de aanvang van of gedurende de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling veroordeeld zijn wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) tijdens een periode van vijf jaar, voor de aanvang van of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling aansprakelijk gesteld zijn voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap bij toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging, of meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde hebben uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) tijdens de periode van vijf jaar, voor de aanvang van of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling, herhaaldelijk in overtreding zijn geweest op het gebied van de fiscale verplichtingen, de sociale verplichtingen of de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de exploitatie van een bureau voor private arbeidsbemiddeling;
d) aan wie tijdens een periode van vijf jaar, voor de start of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of een beroepsverbod met bedrijfssluiting werd opgelegd;
e) tijdens de periode van vijf jaar, voor de aanvang van of gedurende de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling ontheven zijn van hun burgerrechten en politieke rechten;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die activiteiten van private arbeidsbemiddeling uitvoeren in strijd met de sociale of fiscale wetgeving;
10° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de reglementering inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten die in België van toepassing is, overtreden;
11° [3 de gebruiker die een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;]3;
12° [3 de gebruiker, zijn lasthebbers of aangestelden die het bureau aanzetten of opdracht geven om bij de bemiddeling discriminerende criteria te gebruiken;]3;
13° [3 ...]3;
14° i[3 ...]3;
15° [3 ...]3;
16° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die enige vergoeding, commissielonen, bijdragen, toelatings- of inschrijvingsgelden vragen of ontvangen, buiten de door dit decreet bepaalde voorwaarden;
17° het uitzendbureau dat achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd is, socialezekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten verschuldigd is aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bijdragen, boeten of interesten verschuldigd is aan de fondsen voor bestaanszekerheid;
18° het uitzendbureau dat de wettelijke voorwaarden inzake de uitzendarbeid niet naleeft;
19° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer niet behandelen op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze;
[2 20° [3 ...]3;
21° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden, die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars samenwerken met een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
22° [3 ...]3;
23° [3 ...]3.]2

[3 24° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die activiteiten verrichten die gericht zijn op het sluiten van een overeenkomst om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor sportbeoefenaars, als de betrokken sportbeoefenaar de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft bereikt;
25° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een vergoeding vragen om diensten van private arbeidsbemiddeling te verrichten voor een minderjarige sportbeoefenaar.]3

[3 De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 16°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]3
Art. 24. Sans préjudice des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis [3 ...]3 d'une amende de [3 100 à 1000]3 euros [3 ...]3:
toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent un bureau en qualité de personne physique sans jouir des droits civils et politiques;
toute personne, ses mandataires ou préposés qui, outre les cas autorisés par l'article 47 de la Loi sur les Faillites du 8 août 1997 ou par une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, effectuent des services de placement privé au moment où le bureau se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, ou fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent des services conduisant à l'attribution d'un emploi tel que visé à l'article 5, 5°;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui, lors de la prestation de services de placement privé, ne respectent pas la vie privée du travailleur et de l'employeur et ne traitent pas leurs données relevant de la vie privée conformément à la législation [1 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel]1;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui recueillent des informations médicales en dehors des cas indispensables pour déterminer si un travailleur est en mesure d'exercer une certaine fonction ou pour remplir les exigences de santé et de sécurité;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent ou font effectuer des tests génétiques;
l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui coopèrent avec des agences de travail intérimaire non agréées;
les administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter le bureau, ou les actionnaires principaux du bureau, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences de l'administrateur, qui effectuent des services de placement privé et qui :
a) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude;
b) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite, en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, ou ont exercé à plusieurs reprises une fonction de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite;
c) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, ont manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires relatives à l'exploitation d'un bureau de placement privé;
d)se sont vus infliger, pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise ou une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise;
e) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont privés de leurs droits civils et politiques;
le bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent des activités de placement privé qui sont contraires à la législation sociale ou fiscale;
10° le bureau, ses mandataires ou préposés qui enfreignent la réglementation relative à l'engagement de main d'oeuvre étrangère d'application en Belgique;
11° [3 l'utilisateur qui fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ;]3;
12° [3 l'utilisateur, ses mandataires ou préposés qui incitent l'agence à ou lui donnent l'ordre d'utiliser des critères discriminatoires lors du placement ;]3;
13° [3 ...]3;
14° [3 ...]3;
15° [3 ...]3;
16° le bureau, ses mandataires ou préposés qui demandent ou reçoivent des indemnités, commissions, cotisations, droits d'admission ou d'inscription, en dehors des conditions fixées par le présent décret;
17° l'agence de travail intérimaire qui fait l'objet d'arriérés d'impôts, d'amendes ou d'intérêts, ou de cotisations de sécurité sociale, de cotisations assimilées à la sécurité sociale, d'amendes ou d'intérêts dus à l'Office national de Sécurité sociale, ou de cotisations, d'amendes ou d'intérêts dus aux fonds de sécurité d'existence;
18° l'agence de travail intérimaire qui n'observe pas les conditions légales en matière de travail intérimaire;
19° le bureau, ses mandataires ou préposés qui ne traitent pas le travailleur de manière objective, respectueuse et non discriminatoire;
[2 20° [3 ...]3;
21° le bureau, ses mandataires ou préposés, qui collaborent avec un bureau qui n'est pas préalablement enregistré, dans le cadre du placement en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés ;
22° [3 ...]3;
23° [3 ...]3.]2

[3 24° l'agence, ses mandataires ou préposés qui exercent des activités visant la conclusion d'un contrat pour la prestation de services de placement privé de sportifs, si le sportif concerné n'a pas encore atteint l'âge de quinze ans ;
25° l'agence, ses mandataires ou préposés qui demandent une rémunération pour la prestation de services de placement privé pour un sportif mineur.]3

[3 L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 16°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.]3
Art.24/1. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 300 tot 3000 euro of met een van die straffen alleen:
1А iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een uitzendbureau exploiteren zonder in het bezit te zijn van een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
2А het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking van de erkenning nog nieuwe overeenkomsten sluiten of die overeenkomsten wijzigen, vernieuwen of verlengen;
3А het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking of schrapping van de erkenning nog uitzendactiviteiten uitvoeren;
4А iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die een bureau als sportmakelaar uitbaten dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
5А het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de schorsing of intrekking van de registratie nog activiteiten als sportmakelaar uitoefenen;
6А het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een erkenning verkrijgen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
7А de gebruiker die wetens en willens een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
8А de werkgever die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wetens en willens een beroep doet op een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is.
De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1А tot en met 5А, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen]1

Art.24/1. [1 Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 300 à 3000 euros ou de l'une de ces peines seulement :
toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une entreprise de travail intérimaire sans être en possession d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait de l'agrément, concluent encore de nouveaux contrats ou qui modifient, renouvellent ou prolongent des contrats ;
l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait ou la radiation de l'agrément, exercent encore des activités de travail intérimaire ;
toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une agence en tant qu'agent sportif qui n'a pas été enregistrée au préalable ;
l'agence, ses mandataires ou préposés qui, après la suspension ou le retrait de l'enregistrement, exercent encore des activités en tant qu'agent sportif ;
l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui obtiennent un agrément sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
l'utilisateur qui, sciemment et volontairement, fait appel à une entreprise de travail intérimaire qui ne dispose pas d'un agrément régulier ;
l'employeur qui, pour le placement, fait appel, sciemment et volontairement, à une agence qui n'a pas été enregistrée au préalable en vue de conclure un contrat de travail de sportif rémunéré.
L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1° à 5°, est multipliée par le nombre de travailleurs concernés par l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale. ]1

Art. 25. In geval van herhaling kan de straf, vermeld in artikel 23 en 24, op het dubbel van het maximum worden gebracht.
Art. 25. En cas de récidive, la sanction visée aux articles 23 et 24 peut être reportée au double du maximum.
Art. 26. De zaakvoerder van het bureau of uitzendbureau, is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.
Art. 26. Le gérant du bureau ou de l'agence de travail intérimaire est civilement responsable du paiement des amendes auxquelles ses mandataires ou préposés sont condamnés.
Art. 27. [1 Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.]1.
Inbreuken op de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten verjaren na verloop van vijf jaar, na het feit waaruit de vordering is ontstaan.
Art. 27. [1 Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret]1.
Toute infraction aux dispositions du présent décret et des arrêtés d'exécution de celui-ci se prescrivent après cinq ans, après le fait ayant causé l'injonction.
Art. 28. De administratieve geldboete uit hoofde van inbreuken op dit decreet wordt opgelegd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.
Art. 28. L'amende administrative du chef d'infractions au présent décret est infligée conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et pénales reprises dans la réglementation des matières de législation sociale qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Art. 29. In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, gewijzigd bij het decreet van 22 december 2006 en het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 4° wordt opgeheven;
punt 5° wordt opgeheven;
punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling;";
punt 8° wordt opgeheven.
Art. 29. A l'article 2, alinéa premier, du décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et pénales reprises dans la réglementation des matières de législation sociale qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande, modifié par le décret du 22 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
le point 4° est abrogé;
le point 5° est abrogé;
le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
"7° le décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé;";
le point 8° est abrogé.
Art. 30. In artikel 3, 1°, van hetzelfde decreet wordt punt c) vervangen door wat volgt :
"c) de personen, vermeld in artikel 3, 2°, van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling;".
Art. 30. Dans l'article 3, 1°, du même arrêté, le point c) est remplacé par la disposition suivante :
"c) les personnes visées à l'article 3, 2°, du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé;".
Art. 31. Artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 maart 2007, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 13. § 1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en voor zover de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 100 euro tot 1000 euro aan :
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau exploiteren via een rechtspersoon die niet regelmatig werd opgericht volgens de regels van de lidstaat van vestiging;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die verboden zijn krachtens Verdrag nr. 9 op de arbeidsbemiddeling van de zeelieden, aangenomen op 10 juli 1920 door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie en goedgekeurd bij de wet van 6 september 1924;
het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die verband houden met een staking, uitsluiting of een schorsing van een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die weigeren inzage te verlenen aan de opdrachtgever en de werknemer betreffende de over hen opgeslagen gegevens, of hen na beëindiging van de opdracht weigeren een afschrift van hun dossier te bezorgen;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de opdrachtgever en de werknemer onjuiste, onvolledige of niet-tijdige informatie verstrekken over de bemiddelingsdiensten of over de aard van de tewerkstelling;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de gedragscode, vermeld in artikel 5, 15°, van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling overtreden;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die als voorwaarde stellen dat de personen voor wie het bureau bemiddeld heeft, het bureau bij iedere nieuwe bemiddeling zal laten optreden;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een schadevergoeding vragen van werknemers die een bemiddelingsprocedure vroegtijdig stopzetten of niet ingaan op een vacature waarvoor zij zich kandidaat stelden;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die op verzoek van een sollicitant, die onderworpen is aan de werklozencontrole én die aan een selectieprocedure deelneemt, geen attest overhandigen waarop de datum en het uur van het bezoek wordt vermeld;
10° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die in hun lokalen uitzendactiviteiten laten verrichten door uitzendbureaus of door lasthebbers of aangestelden van uitzendbureaus die niet over een erkenning beschikken of van wie de erkenning werd ingetrokken of geschrapt;
11° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die bij exclusiviteit personen ter beschikking te stellen van één gebruikende onderneming;
12° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die publiciteit voeren die potentiële uitzendkrachten kan misleiden;
13° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die in personeelsadvertenties niet duidelijk vermelden dat ze de aanwerving van uitzendkrachten beogen, of die geen correcte, volledige en objectieve informatie geven;
14° de gebruiker die een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
15° iedere persoon als vermeld in artikel 24 die zich schuldig maakt aan een inbreuk als vermeld in artikel 24;
16° de werkgever die zich schuldig maakt aan een inbreuk op het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers alsmede op de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.
§ 2. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en voor zover de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2.500 euro aan :
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau exploiteren als natuurlijke persoon zonder de burgerrechten en politieke rechten te genieten;
iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden die, buiten de in artikel 47 van de Faillissementwet van 8 augustus 1997 of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging toegelaten gevallen, diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten op het moment dat het bureau in staat van faillissement of in staat van kennelijk onvermogen verkeert, of dat het bureau het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die leiden tot tewerkstelling als vermeld in artikel 5, 5°, van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die bij het verrichten van diensten inzake private arbeidsbemiddeling de persoonlijke levenssfeer van de werknemer en werkgever niet eerbiedigen en hun persoonsgegevens niet verwerken overeenkomstig de regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die medische gegevens inwinnen buiten de gevallen die noodzakelijk zijn om te bepalen of een werknemer in staat is een bepaalde functie uit te oefenen of te voldoen aan de eisen van gezondheid en veiligheid;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die genetische testen verrichten of laten verrichten;
het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die samenwerken met niet-erkende uitzendbureaus;
de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers, of andere personen die bevoegd zijn om het bureau te verbinden of te vertegenwoordigen, of de hoofdaandeelhouders van het bureau, in zoverre zij in de feiten de bevoegdheden van bestuurder uitoefenen, die diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten en die :
a) tijdens een periode van vijf jaar, voor de aanvang van of gedurende de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling veroordeeld zijn wegens faillissement, bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
b) tijdens een periode van vijf jaar, voor de aanvang van of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling aansprakelijk gesteld zijn voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap bij toepassing van artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530, van het Wetboek van Vennootschappen of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging, of meermaals een functie van zaakvoerder of gemachtigde hebben uitgeoefend in een gefailleerde vennootschap;
c) tijdens de periode van vijf jaar, voor de aanvang van of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling, herhaaldelijk in overtreding zijn geweest op het gebied van de fiscale verplichtingen, de sociale verplichtingen of de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de exploitatie van een bureau voor private arbeidsbemiddeling;
d) aan wie tijdens een periode van vijf jaar, voor de start of tijdens de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling een exploitatieverbod met bedrijfssluiting, of een beroepsverbod met bedrijfssluiting werd opgelegd;
e) tijdens de periode van vijf jaar, voor de aanvang van of gedurende de uitoefening van diensten inzake private arbeidsbemiddeling ontheven zijn van hun burgerrechten en politieke rechten;
het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die activiteiten van private arbeidsbemiddeling uitvoeren in strijd met de sociale of fiscale wetgeving;
10° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de reglementering inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten die in België van toepassing is, overtreden;
11° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die een erkenning verkrijgen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
12° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking van de erkenning nog nieuwe overeenkomsten afsluiten, deze wijzigen, vernieuwen of verlengen;
13° het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de intrekking of schrapping van de erkenning nog uitzendactiviteiten uitvoeren;
14° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een uitzendbureau exploiteren zonder in het bezit te zijn van een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
15° de gebruiker die wetens en willens een beroep doet op een uitzendbureau dat niet beschikt over een regelmatige erkenning;
16° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die enige vergoeding, commissielonen, bijdragen, toelatings- of inschrijvingsgelden vragen of ontvangen, buiten de door het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling bepaalde voorwaarden;
17° het uitzendbureau dat achterstallige belastingen, boeten of interesten verschuldigd is, socialezekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten verschuldigd is aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bijdragen, boeten of interesten verschuldigd is aan de fondsen voor bestaanszekerheid;
18° het uitzendbureau dat de wettelijke voorwaarden inzake de uitzendarbeid niet naleeft;
19° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer niet behandelen op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze.
Art. 31. L'article 13 du même décret, modifié par le décret du 9 mars 2007, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 13. § 1er. Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont passibles de peines pénales, une amende administrative de 100 à 1.000 euros peut être infligée :
à toute personne, ainsi que ses mandataires ou préposés, qui exploitent un bureau par le biais d'une personne morale n'ayant pas été créée conformément aux règles de droit de l'Etat membre d'établissement;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui exercent des services interdits en vertu de la Convention n° 9 concernant le placement des marins, adoptée le 10 juillet 1920 par la Conférence générale de l'Organisation internationale du Travail et approuvée par la loi du 6 septembre 1924;
à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés effectuant des services qui concernent une cessation, une exclusion ou une suspension d'un contrat de travail tel que visé aux articles 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui refusent de permettre au mandant et au travailleur de consulter les données stockées qui les concernent ou de leur faire parvenir une copie de leur dossier après la cessation de la mission;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui fournissent au mandant et au travailleur des informations incorrectes, incomplètes ou tardives concernant les services de placement et la nature de l'emploi;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui enfreignent le code déontologique visé à l'article 5, 15°, du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui posent comme condition, que les personnes pour lesquelles le bureau a effectué des activités de placement, demandent l'intervention dudit bureau pour chaque nouveau placement;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui demandent une indemnité de la part de travailleurs qui mettent anticipativement fin à une procédure de placement ou qui n'accèdent pas à une vacance d'emploi pour laquelle ils avaient postulé;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui ne délivrent pas d'attestation mentionnant date et heure de la visite, demandée par un postulant soumis au contrôle de chômage qui participe à une procédure de sélection;
10° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui font effectuer dans leurs locaux des activités intérimaires par des agences de travail intérimaire ou des mandataires ou préposés d'agences de travail intérimaire ne disposant pas d'un agrément ou dont l'agrément a été retiré ou supprimé;
11° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés mettant des personnes exclusivement à la disposition d'une seule entreprise utilisatrice;
12° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui font de la publicité pouvant tromper des intérimaires potentiels;
13° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui ne précisent pas clairement dans les annonces qu'ils visent à recruter de la main-d'oeuvre, ou qui n'y donnent pas d'informations correctes, complètes et objectives;
14° à l'utilisateur qui fait appel à une agence de travail intérimaire n'étant pas en possession d'un agrément régulier;
15° à toute personne telle que visée à l'article 24 qui commet une infraction définie dans l'article 24;
16° à l'employeur qui commet une infraction au décret du 19 juillet 1973 réglant l'emploi des langues en matière de relations sociales entre employeurs et travailleurs, ainsi qu'en matière d'actes et de documents d'entreprise prescrits par la loi et les règlements.
§ 2. Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont passibles de peines pénales, une amende administrative de 250 à 2.500 euros peut être infligée :
à toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent un bureau en qualité de personne physique sans jouir des droits civils et politiques;
à toute personne, ses mandataires ou préposés qui, outre les cas autorisés par l'article 47 de la Loi sur les Faillites du 8 août 1997 ou par une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, effectuent des services de placement privé au moment où le bureau se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, ou fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent des services conduisant à l'attribution d'un emploi tel que visé à l'article 5, 5°, du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui, lors de la prestation de services de placement privé, ne respectent pas la vie privée du travailleur et de l'employeur et ne traitent pas leurs données relevant de la vie privée conformément à la législation relative à la protection de la vie privée;
au bureau, ses mandataires ou préposés, qui recueillent des informations médicales en dehors des cas indispensables pour déterminer si un travailleur est en mesure d'exercer une certaine fonction ou pour remplir les exigences de santé et de sécurité;
au bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent ou font effectuer des tests génétiques;
à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui coopèrent avec des agences de travail intérimaire non agréées;
aux administrateurs, gérants, mandataires ou autres personnes habilitées à engager ou représenter le bureau, ou les actionnaires principaux du bureau, dans la mesure où ces derniers exercent dans les faits les compétences de l'administrateur, qui effectuent des services de placement privé et qui :
a) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont condamnés en raison de faillite, d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écriture, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude;
b) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont tenus responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite, en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530, du Code des sociétés ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, ou ont exercé à plusieurs reprises une fonction de gérant ou de mandataire dans une société tombée en faillite;
c) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, ont manqué à plusieurs reprises à leurs obligations fiscales, à leurs obligations sociales ou aux dispositions légales et réglementaires relatives à l'exploitation d'un bureau de placement privé;
d) se sont vus infliger, pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, une interdiction d'exploitation avec fermeture de l'entreprise ou une interdiction d'exercer la profession avec fermeture de l'entreprise;
e) pendant une période de cinq ans préalablement au début des services de placement privé ou pendant l'exercice de ceux-ci, sont privés de leurs droits civils et politiques;
au bureau, ses mandataires ou préposés, qui effectuent des activités de placement privé qui sont contraires à la législation sociale ou fiscale;
10° au bureau, ses mandataires ou préposés, qui enfreignent la réglementation relative à l'engagement de main d'oeuvre étrangère d'application en Belgique;
11° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui obtiennent un agrément sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes;
12° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait de l'agrément, concluent encore de nouveaux contrats, les modifient, renouvellent ou prorogent;
13° à l'agence de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui, après le retrait ou la suppression de l'agrément, effectuent encore des activités intérimaires;
14° à toute personne, ses mandataires ou préposés qui exploitent une agence de travail intérimaire sans être en possession d'un agrément régulier préalable ou qui ne remplissent plus les conditions d'agrément;
15° à l'utilisateur qui, sciemment, fait appel à une agence de travail intérimaire n'étant pas en possession d'un agrément régulier;
16° au bureau, ses mandataires ou préposés qui demandent ou reçoivent des indemnités, commissions, cotisations, droits d'admission ou d'inscription, en dehors des conditions fixées par le décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé;
17° à l'agence de travail intérimaire qui fait l'objet d'arriérés d'impôts, d'amendes ou d'intérêts, ou de cotisations de sécurité sociale, de cotisations assimilées à la sécurité sociale, d'amendes ou d'intérêts dus à l'Office national de Sécurité sociale, ou de cotisations, d'amendes ou d'intérêts dus aux fonds de sécurité d'existence;
18° à l'agence de travail intérimaire qui n'observe pas les conditions légales en matière de travail intérimaire;
19° au bureau, ses mandataires ou préposés qui ne traitent pas le travailleur de manière objective, respectueuse et non discriminatoire.
Art. 32. In artikel 20, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "twee jaar", vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art. 32. Dans l'article 20, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, les mots "deux ans" sont remplacés par les mots "quatre ans".
Art. 33. Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 21. Onder de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, kan een administratieve geldboete worden opgelegd van 50 tot 500 euro aan het bureau, vermeld in artikel 3, 3°, a), b), c) en d), dat :
bemiddelingsdiensten, zoals bepaald in artikel 3, 1°, b) en c), van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, verricht voor vacatures waar geen reëel jobaanbod tegenover staat;
productieve praktische proeven organiseert in het kader van een selectieprocedure, die langer duren dan noodzakelijk is om de bekwaamheid van de sollicitant te onderzoeken;
geen document waarin de rechten en verplichtingen van de werknemer en de werkgever overhandigt aan de gegadigden of in extenso aanplakt in de voor het publiek toegankelijke lokalen van het bureau;
bij externe communicatie, ongeacht onder welke vorm, geen melding maakt van het erkenningsnummer;
de benaming niet vermeldt waaronder het is erkend;
niet voldoet aan de criteria inzake kwaliteit en deskundigheid, vermeld in artikel 5, 17°, van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling.".
Art. 33. L'article 21 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 21. Aux conditions définies dans la présente section, une amende administrative de 50 à 500 euros peut être infligée au bureau tel que visé à l'article 3, 3°, a), b), c), et d), qui :
effectue des services de placement tels que visés à l'article 3, 1°, b) et c), du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé, pour des vacances qui ne couvrent pas d'offre d'emploi réelle;
organise des épreuves pratiques productives dans le cadre d'une procédure de sélection, dont la durée dépasse le temps nécessaire pour examiner l'aptitude du postulant;
ne remet pas de document aux personnes intéressées reprenant les droits et obligations du travailleur et de l'employeur ou omet de l''afficher in extenso dans les locaux accessibles au public;
omet de faire mention dans sa communication externe du numéro d'agrément, sous quelque forme que ce soit;
ne mentionne pas la dénomination sous laquelle il est agréé;
ne répond pas aux critères de qualité et d'expertise tels que visés à l'article 5, 17°, du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé. ".
Art. 34. In artikel 16, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende worden de woorden "artikel 17 van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest" vervangen door de woorden "artikel 21 van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling".
Art. 34. Dans l'article 16, alinéa premier, du décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi, les mots "de l'article 17 du décret du 13 avril 1999 relatif au placement privé en Région flamande" sont remplacés par les mots "de l'article 21 du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé".
Art. 35. In artikel 17 van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt, vervangen bij het decreet van 9 maart 2007, wordt de zinsnede "een administratieve geldboete worden opgelegd van 200 tot 2.000 euro" vervangen door de zinsnede "een administratieve geldboete worden opgelegd van 250 tot 2.500 euro".
Art. 35. Dans l'article 17 du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle au marché de l'emploi, remplacé par le décret du 9 mars 2007, le membre de phrase "une amende administrative de 200 à 2.000 EUR" est remplacé par le membre de phrase "une amende administrative de 250 à 2.500 EUR".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 36. § 1. De erkenning die voor een duur van minimaal één jaar werd verleend aan een uitzendbureau overeenkomstig het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, wordt omgezet in een erkenning van onbepaalde duur.
In afwijking van het eerste lid en wanneer het uitzendbureau niet aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, verleent de adviescommissie de Vlaamse Regering een advies inzake :
een nieuwe erkenning voor bepaalde duur;
de intrekking van de erkenning;
de vervanging van de lopende erkenning door een erkenning voor de duur van zes maanden, waarin het bureau het bewijs moet leveren dat opnieuw voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden.
Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de erkenning van bepaalde duur, moet de adviescommissie voorafgaand aan haar advies het uitzendbureau in kwestie horen.
De Vlaamse Regering beslist tot hernieuwing, intrekking en vervanging van de erkenning van bepaalde duur mits voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en het uitzendbureau door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen. Deze beslissing wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht aan het uitzendbureau.
§ 2. De erkenning die werd verleend aan een uitzendbureau voor een duur van minder dan één jaar overeenkomstig het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, blijft gelden voor de duur van deze erkenning.
Art. 36. § 1er. L'agrément ayant été accordé à une agence de travail intérimaire pour une durée d'au moins un an, conformément au décret du 13 avril 1999 relatif au placement privé en Région flamande, est converti en un agrément à durée indéterminée.
Par dérogation à l'alinéa premier et au cas où l'agence de travail intérimaire ne remplit pas les conditions d'agrément, la commission consultative rend un avis au Gouvernement flamand relatif :
à un nouvel agrément à durée déterminée;
au retrait de l'agrément;
au remplacement de l'agrément en cours par un agrément d'une durée de six mois pendant laquelle le bureau est tenu de démontrer qu'il remplit de nouveau les conditions d'agrément.
Au plus tard trois mois avant l'expiration de l'agrément à durée déterminée, la commission consultative doit entendre l'agence de travail intérimaire, préalablement à son avis.
Le Gouvernement décide le renouvellement, le retrait et le remplacement de l'agrément à durée déterminée, moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agence de travail intérimaire soit d'abord entendue par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoquée à cette fin. Cette décision est motivée et notifiée à l'agence de travail intérimaire.
§ 2. L'agrément ayant été accordé à une agence de travail intérimaire pour une durée de moins d'un an, conformément au décret du 13 avril 1999 relatif au placement privé en Région flamande, reste d'application pour la durée de cet agrément.
Art. 37. Het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2002, 12 december 2003 en 30 april 2004, wordt opgeheven op de datum die wordt bepaald door de Vlaamse Regering.
Art. 37. Le décret du 13 avril 1999 relatif au placement privé en Région flamande, modifié par les décrets des 8 mai 2002, 12 décembre 2003 et 30 avril 2004, est abrogé à la date fixée par le Gouvernement flamand.
Art. 38. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum. (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 01-01-2011 bij BVR 2010-12-10/33, art. 30.)
Art. 38. Le présent décret entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand. (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-01-2011 par AGF 2010-12-10/13, art. 30.)