Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MEI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-06-2011 en tekstbijwerking tot 20-08-2019)
Titre
27 MAI 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-06-2011 et mise à jour au 20-08-2019)
Dokumentinformationen
Numac: 2011203193
Datum: 2011-05-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011203193
Date: 2011-05-27
Moniteur: Voir
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden die vastbenoemd zijn in een ambt van :
administratief medewerker in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs;
administratief medewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs [1 , het deeltijds kunstonderwijs]1 of het volwassenenonderwijs;
het administratief personeel in een instelling van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs [1 ...]1.
Dit besluit is ook van toepassing op de personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn in een ambt als vermeld in het eerste lid, als de vakantieperiodes, vermeld in dit besluit, binnen de periode van hun tijdelijke aanstelling vallen.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel nommés à titre définitif dans une fonction :
de collaborateur administratif dans la catégorie du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental;
de collaborateur administratif dans la catégorie du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire [1 l'enseignement artistique à temps partiel]1 ou l'éducation des adultes;
du personnel administratif dans un établissement d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial [1 ...]1.
Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel temporairement désignés dans une fonction telle que visée à l'alinéa 1er, si les périodes de vacances mentionnées dans le présent arrêté tombent dans la période de leur désignation à titre temporaire.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
inrichtende macht : de inrichtende machten van instellingen van het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs waarop de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van toepassing zijn;
herfstvakantie : de vakantie die begint op de maandag van de week waarin 1 november valt, en die één week duurt. Als 1 november op een zondag valt, begint de herfstvakantie op 2 november;
kerstvakantie : de vakantie die begint op de maandag van de week waarin 25 december valt, en die twee weken duurt. Als 25 december op een zaterdag of een zondag valt, begint de kerstvakantie de maandag na 25 december;
krokusvakantie : de vakantie die begint op de zevende maandag vóór Pasen, en die één week duurt;
paasvakantie : de vakantie die begint op de eerste maandag van april, en die twee weken duurt. Als Pasen in de maand maart valt, begint de paasvakantie op de maandag na Pasen. Als Pasen na 15 april valt, begint de paasvakantie op de tweede maandag vóór Pasen;
zomervakantie : de vakantie die begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus.
wettelijke feestdagen : 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november en 25 december. Voor de toepassing van dit besluit wordt de dag na Hemelvaartsdag ook als een wettelijke feestdag beschouwd;
decretale feestdag : 11 juli;
facultatieve vakantiedagen : de facultatieve vakantiedag of -dagen die een instelling kan organiseren. Voor een instelling van het basisonderwijs gaat het om de facultatieve vakantiedagen, vermeld in artikelen 6 en 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Voor een instelling van het secundair onderwijs gaat het om de facultatieve vakantiedagen, vermeld in artikel 6, 3° en in artikel 7, 7° van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs. Voor een instelling van het volwassenenonderwijs gaat het om de facultatieve vakantiedagen, vermeld in artikelen 8quinquies en 8sexies van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. [1 Voor een instelling van het deeltijds kunstonderwijs gaat het om de facultatieve vakantiedagen, vermeld in artikel 28, eerste lid en artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs.]1
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
pouvoir organisateur : les pouvoirs organisateurs d'établissements de l'enseignement fondamental, de l'enseignement artistique à temps partiel, de l'enseignement secondaire et de l'éducation des adultes auxquels s'appliquent les dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné;
vacances d'automne : les vacances qui commencent le lundi de la semaine dans laquelle tombe le 1er novembre et qui durent une semaine. Si le 1er novembre tombe un dimanche, les vacances d'automne commencent le 2 novembre ;
vacances de Noël : les vacances qui commencent le lundi de la semaine dans laquelle tombe le 25 décembre et qui durent deux semaines. Si le 25 décembre tombe un samedi ou un dimanche, les vacances de Noël commencent le lundi après le 25 décembre;
vacances de carnaval : les vacances qui débutent le 7e lundi avant Pâques et qui durent une semaine;
vacances de Pâques : les vacances qui débutent le premier lundi d'avril et qui durent deux semaines. Si Pâques tombe au mois de mars, les vacances de Pâques commencent le lundi de Pâques. Si Pâques tombe après le 15 avril, les vacances de Pâques commencent le 2e lundi avant Pâques;
vacances d'été : les vacances qui commencent le 1er juillet et qui prennent fin le 31 août.
jours fériés légaux : le 1er janvier, le lundi de Pâques, le 1er mai, l'Ascension, le lundi de Pentecôte, le 21 juillet, le 15 août, le 1er novembre, le 11 novembre, le 25 décembre. Pour l'application du présent arrêté, le lendemain de l'Ascension est également considéré comme un jour férié légal;
jour férié décrétal : le 11 juillet ;
jours de congé facultatifs : le ou les jours de congé facultatifs qu'un établissement peut organiser. Pour un établissement de l'enseignement fondamental, il s'agit des jours de congé facultatifs visés aux articles 6 et 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel, organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande. Pour un établissement de l'enseignement secondaire, il s'agit des jours de congé facultatifs visés aux articles 6, 3°, et 7, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire. Pour un établissement de l'éducation des adultes, il s'agit des jours de congé facultatifs visés aux articles 8quinquies et 8sexies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation des adultes, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. [1 Pour une institution de l'enseignement artistique à temps partiel il s'agit des jours de vacance facultatifs, visés aux articles 28, alinéa 1er, et 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, à la formation de personnel, à la perception du droit d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel.]1
HOOFDSTUK 2. - De jaarlijkse vakantie
CHAPITRE 2. - Le congé annuel de vacances
Art. 3. § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 1, genieten een jaarlijkse vakantie die bestaat uit de periodes vermeld in artikel 2, 2° tot en met 9°, eventueel verminderd met een aantal te presteren dagen als vermeld in artikel 5.
Een personeelslid heeft alleszins recht op een ononderbroken vakantie van 5 weken tijdens de zomervakantie, waarin in ieder geval de periode van 15 juli tot en met 15 augustus valt.
§ 2. Als een instelling een afwijkende regeling voor de vakantieperiodes heeft, wordt de jaarlijkse vakantie in afwijking van paragraaf 1 overeenkomstig aangepast.
Voor een instelling van het basisonderwijs betreft het de regeling, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor een instelling van het secundair onderwijs betreft het de regeling, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs.
Voor een instelling van het volwassenenonderwijs betreft het de regeling, vermeld in artikel 8septies van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
Voor een instelling van het deeltijds kunstonderwijs betreft het de regeling, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 3. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er bénéficient d'un congé annuel de vacances comprenant les périodes visées à l'article 2, points 2° à 9° inclus, éventuellement réduit d'un nombre de jours à prester tel que mentionné à l'article 5.
Un membre du personnel a en tout cas droit à une période ininterrompue de congé de vacances de 5 semaines pendant les vacances d'été, comprenant toujours la période du 15 juillet au 15 août inclus.
§ 2. Si un établissement a un régime dérogatoire pour les périodes de vacances, le congé annuel de vacances est adapté conformément, par dérogation au § 1er.
Pour un établissement de l'enseignement fondamental, il s'agit du régime visé à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel, agréé ou subventionné par la Communauté flamande.
Pour un établissement de l'enseignement secondaire, il s'agit du régime visé à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire.
Pour un établissement de l'éducation des adultes, il s'agit du régime visé à l'article 8septies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation des adultes, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
Pour un établissement de l'enseignement artistique à temps partiel, il s'agit du régime visé à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel, agréé ou subventionné par la Communauté flamande.
Art. 4. De jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 3, wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
Art. 4. Le congé annuel de vacances tel que visé à l'article 3, est assimilé à une période d'activité de service.
HOOFDSTUK 3. - Prestaties tijdens de jaarlijkse vakantie
CHAPITRE 3. - Prestations pendant le congé annuel de vacances
Art. 5. § 1. De inrichtende macht kan de personeelsleden van het administratief personeel en de administratief medewerkers, vermeld in artikel 1, tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 3, verplichten om maximaal twaalf dagen prestaties te leveren, waarvan maximaal tien prestatiedagen tijdens de zomervakantie.
Deze prestatiedagen zijn steeds volledige dagen. De inrichtende macht kan na akkoord met het betrokken personeelslid ook beslissen om de prestatiedagen in halve prestatiedagen op te delen.
§ 2. De inrichtende macht legt jaarlijks het globale aantal in paragraaf 1 vermelde prestatiedagen vast, alsook de verdeling van die prestatiedagen. Ze deelt uiterlijk vóór de kerstvakantie aan de betrokken personeelsleden voor het daaropvolgende kalenderjaar hun prestatiedagen mee evenals de verdeling ervan. Als de inrichtende macht - behoudens in geval van overmacht - vóór de kerstvakantie geen prestatiedagen meedeelt, betekent dit dat de inrichtende macht voor het daaropvolgende kalenderjaar geen gebruik maakt van paragraaf 1. Als een personeelslid in dienst treedt na de kerstvakantie, deelt de inrichtende macht aan dat personeelslid op het ogenblik van de indiensttreding het aantal volgens paragraaf 1 bepaalde prestatiedagen mee evenals de verdeling van die prestatiedagen over de resterende vakantieperiodes van het kalenderjaar.
In afwijking op het eerste lid deelt de inrichtende macht voor de zomervakantie van het kalenderjaar 2011 de te leveren prestatiedagen uiterlijk op 1 mei 2011 mee aan de betrokken personeelsleden. Deze bepaling geldt niet als de inrichtende macht de te leveren prestatiedagen, vermeld in paragraaf 1, al eerder heeft meegedeeld.
§ 3. De inrichtende macht spreidt de prestatiedagen, vermeld in paragrafen 1 en 2, over de betrokken personeelsleden volgens een regeling die zo veel mogelijk rekening houdt met de aard van het ambt, de omvang van de opdracht, de concrete mogelijkheden van de betrokkene en de werkzaamheden die in de instelling moeten worden verricht, en die bovendien rekening houdt met een billijke verdeling van de taken.
Die regeling maakt het voorwerp uit van onderhandelingen die worden gevoerd binnen het bevoegde onderhandelingscomité.
§ 4. Het personeelslid dat, naast de prestatiedagen, vermeld in paragraaf 1, om uitzonderlijke dienstredenen op vraag van de inrichtende macht instemt om een of meer extra prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 3, krijgt voor deze extra prestatiedagen in evenredige mate vervangende vakantiedagen, die hij buiten de jaarlijkse vakantie kan opnemen.
Art. 5. § 1er. Le pouvoir organisateur peut obliger les membres du personnel administratif et les collaborateurs administratifs, visés à l'article 1er, de rendre, pendant leur congé annuel de vacances, visé à l'article 3, des prestations pendant douze jours au maximum, dont dix jours au maximum de prestations pendant les vacances d'été.
Ces jours de prestations sont toujours des jours entiers. Le pouvoir organisateur peut également décider, moyennant l'accord du membre du personnel intéressé, de diviser les jours de prestations en demi-jours de prestations.
§ 2. Chaque année, le pouvoir organisateur fixe le nombre global de jours de prestations visé au § 1er, ainsi que la répartition de ces jours de prestations. Il informe les membres du personnel, au plus tard avant le début des vacances de Noël, de leurs jours de prestations pour l'année calendrier suivante et de la répartition de ceux-ci. Si le pouvoir organisateur - sauf en cas de force majeure - ne communique pas les jours de prestations avant les vacances de Noël, cela signifie que le pouvoir organisateur ne fait pas usage du § 1er susvisé pour ce qui est de l'année calendrier suivante. Lorsqu'un membre du personnel entre en service après les vacances de Noël, le pouvoir organisateur informe le membre du personnel, au moment de l'entrée en service, du nombre de jours de prestations fixés suivant le § 1er, ainsi que de la ventilation de ces jours de prestations sur les périodes de vacances restantes de l'année calendrier.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le pouvoir organisateur informe les membres du personnel intéressés au plus tard le 1er mai 2011 des jours de prestations à livrer pour les vacances d'été de l'année calendrier 2011. Cette disposition n'est pas d'application si le pouvoir organisateur a déjà communiqué antérieurement les jours de prestations à livrer visés au § 1er.
§ 3. Le pouvoir organisateur ventile les jours de prestations visés aux §§ 1er et 2, sur les membres du personnel intéressés suivant un régime qui tient, autant que possible, compte de la nature de la fonction, du volume de la mission, des possibilités concrètes de l'intéressé et des activités devant être accomplies dans l'établissement, tout en respectant une répartition équitable des tâches.
Cet arrangement fait l'objet de concertations menées au sein du comité de concertation compétent.
§ 4. Le membre du personnel qui, outre les jours de prestations visés au § 1er, accepte, pour des raisons de service à la demande du pouvoir organisateur, de travailler pendant un ou plusieurs jours de prestations supplémentaires pendant le congé annuel de vacances visé à l'article 3, obtient pour ces prestations supplémentaires proportionnellement des jours de congé de remplacement, qu'il peut prendre en dehors du congé annuel de vacances.
Art. 6. § 1. De prestatiedagen tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 5, gelden altijd voor personeelsleden die belast zijn met een voltijdse opdracht.
Als een personeelslid belast is met een deeltijdse opdracht, wordt het aantal gevraagde prestatiedagen verhoudingsgewijs aangepast.
§ 2. Een begonnen dag wordt altijd aangerekend als een volledige prestatiedag.
Als de inrichtende macht na akkoord met een personeelslid beslist heeft om de prestatiedagen in te delen in halve prestatiedagen, in overeenstemming met artikel 5, § 1, tweede lid, wordt een begonnen dag als een halve prestatiedag aangerekend.
Art. 6. § 1er. Les jours de prestations pendant le congé annuel de vacances tels que visés à l'article 5, valent toujours pour les membres du personnel chargés d'une mission à temps plein.
Lorsqu'un membre du personnel est chargé d'une mission à temps partiel, le nombre de jours de prestations demandés est adapté proportionnellement.
§ 2. Un jour commencé est toujours considéré comme un jour de prestations entier.
Lorsque le pouvoir organisateur a décidé, après l'accord d'un membre du personnel, de diviser les jours de prestations en demi-jours de prestations, conformément à l'article 5, § 1er, alinéa 2, un jour commencé est considéré comme un demi-jour de prestations.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 7. Aan hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 8 december 1967, genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 mei 1975, 16 december 1981 en 20 juli 1982 en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 1993, wordt een artikel 3bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 3bis. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de personeelsleden die vastbenoemd of tijdelijk aangesteld zijn in een ambt :
van administratief medewerker in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs;
van administratief medewerker in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs of het volwassenenonderwijs;
van het administratief personeel in een instelling van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs of van het deeltijds kunstonderwijs."
Art. 7. Au chapitre Ier de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, modifié par les arrêtés royaux des 30 mai 1975, 16 décembre 1981 et 20 juillet 1982 et par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 1993, est ajouté un article 3bis, rédigé ainsi qu'il suit :
"Art. 3bis. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux membres du personnel désignés à titre définitif ou à titre temporaire dans une fonction :
de collaborateur administratif dans la catégorie du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental;
de collaborateur administratif dans la catégorie du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ou l'éducation des adultes;
du personnel administratif dans un établissement d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial ou d'enseignement artistique à temps partiel."
Art. 8. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2002 houdende maatregelen betreffende het prestatiestelsel, het jaarlijks vakantieverlof, sommige administratieve standen en de bezoldigingsregeling van het ondersteunend personeel tewerkgesteld in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 3. Voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1, 1°, geldt vanaf 1 januari 2011 het volgende vakantieverlof :
voor het ambt van administratief medewerker gelden de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs;
voor het ambt van opvoeder gelden de bepalingen van artikel 1, § 4, en artikelen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974, genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen."
Art. 8. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 octobre 2002 portant des mesures relatives au régime de prestations, au congé annuel de vacances, à certaines positions administratives et au statut pécuniaire des personnels d'appui engagés dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 3. Aux membres du personnel visés à l'article 1er, 1°, s'applique, à partir du 1er janvier 2011, le congé annuel de vacances suivant :
à la fonction de collaborateur administratif sont applicables les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2011 réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement;
à la fonction d'éducateur sont applicables les dispositions de l'article 1er, § 4, et des articles 2, 3 et 4 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974, pris en exécution de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2011.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.