Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 DECEMBER 2012. - Wet houdende fiscale en financiële bepalingen
Titre
13 DECEMBRE 2012. - Loi portant des dispositions fiscales et financières
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (97)
Texte (97)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Inkomstenbelastingen
CHAPITRE 2. - Impôts sur les revenus
Afdeling 1. - Wijzigingen met betrekking tot natuurlijke personen
Section 1re. - Modifications en ce qui concerne les personnes physiques
Art.2. In artikel 53, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de woorden " , zomede de roerende voorheffing die de schuldenaar van het inkomen heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger; " vervangen door de woorden " en zowel de bijkomende heffing op roerende inkomsten als de roerende voorheffing die de schuldenaar van het inkomen met miskenning van de artikelen 174/1 en 261 tot ontlasting van de verkrijger heeft gedragen; ".
Art.2. Dans l'article 53, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992, les mots " et le précompte mobilier supporté par le débiteur du revenu à la décharge du bénéficiaire; " sont remplacés par les mots " et tant la cotisation supplémentaire sur des revenus mobiliers que le précompte mobilier supportés par le débiteur du revenu à la décharge du bénéficiaire en méconnaissance des articles 174/1 et 261; ".
Art.3. In artikel 59, §§ 3 tot 5, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 14 april 2011, worden de woorden " § 1, " telkens vervangen door de woorden " § 1, eerste lid, ".
Art.3. A l'article 59, §§ 3 à 5, du même Code, remplacé par la loi du 28 avril 2003 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 14 avril 2011, les mots " § 1er, " sont chaque fois remplacés par les mots " § 1er, alinéa 1er, ".
Art.4. In artikel 90, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2005 en, wat de Franstalige tekst betreft, gewijzigd bij de wet van 27 juli 2008, worden de woorden " of van de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning, zomede " vervangen door de woorden " of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving, alsmede ".
Art.4. Dans l'article 90, 3°, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par la loi du 27 juillet 2008, les mots " ou de la loi du 23 novembre 1998 instaurant la cohabitation légale, " sont remplacés par les mots " ou d'une obligation légale analogue dans une législation étrangère, ".
Art.5. Artikel 90, 5°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " 5° inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid :
  a) hetzij uit de onderverhuring of de overdracht van huur van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen;
  b) hetzij uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet is gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen;
  c) hetzij uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is te gebruiken om er zend- en ontvangstapparaten te installeren door de operatoren van de mobiele telefonie; ".
Art.5. L'article 90, 5°, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
  " 5° les revenus recueillis en dehors de l'exercice d'une activité professionnelle :
  a) soit à l'occasion de la sous-location ou de la cession de bail d'immeubles meublés ou non;
  b) soit à l'occasion de la concession du droit d'utiliser un emplacement qui est immeuble par nature et qui n'est pas situé dans l'enceinte d'une installation sportive, pour y apposer des affiches ou d'autres supports publicitaires;
  c) soit à l'occasion de la concession du droit d'utiliser un emplacement qui est immeuble par nature, pour y installer des équipements de transmission et de réception par les opérateurs de téléphonie mobile;
(NOTA : bij arrest nr 93/2014 van 19 juni 2014, (B.St 10-07-2014,p. 52905), heeft het Grondwettekijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt 93/2014 du 19 juin 2014, (M.B. du 10-07-2014,p. 52908), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.6. In artikel 98, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 oktober 1997, worden de woorden " en verlaagd met de door de verkrijger gestorte giften aan een in artikel 104, 3°, a en b, vermelde instelling op voorwaarde dat zij blijken uit een kwijtschrift van de begiftigde " opgeheven.
Art.6. Dans l'article 98, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 27 octobre 1997, les mots " et diminué des libéralités versées par le bénéficiaire à une institution visée à l'article 104, 3°, a et b, à la condition qu'elles fassent l'objet d'un reçu du donataire " sont abrogés.
Art.7. In de inleidende zin van artikel 100, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " of de concessie van het recht om apparatuur bestemd voor de verspreiding van de mobiele telefonie te plaatsen, " ingevoegd tussen de woorden " of andere reclamedragers te plaatsen " en de woorden " , naar het verschil tussen de volgende twee grootheden : ".
(NOTA : bij arrest nr 93/2014 van 19 juni 2014, (B.St 10-07-2014,p. 52905), heeft het Grondwettekijk Hof dit artikel vernietigd)
Art.7. Dans la phrase liminaire de l'article 100, alinéa 1er, 2°, du même Code, les mots " ou la concession du droit d'installer des équipements destinés à la diffusion de la téléphonie mobile " sont insérés entre les mots " ou autres supports publicitaires " et les mots " , de la différence entre les deux termes ci-après : ".
(NOTE : par son arrêt 93/2014 du 19 juin 2014,(M.B. 10-07-2014,p. 52908), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.8. In artikel 104 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " artikelen 107 tot 116, " vervangen door de woorden " artikelen 115 en 116, ";
  2° in de bepaling onder 1° worden de woorden " of van de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning, zomede " vervangen door de woorden " of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving, alsmede ";
  3° de bepalingen onder 3° tot 8° worden opgeheven.
Art.8. A l'article 104 du même Code, modifié la dernière fois par la loi du 22 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire les mots " aux articles 107 à 116, " sont remplacés par les mots " aux articles 115 et 116, ";
  2° dans le 1° les mots " ou de la loi du 23 novembre 1998 instaurant la cohabitation légale, " sont remplacés par les mots " ou d'une obligation légale analogue dans une législation étrangère, ";
  3° les dispositions du 3° au 8° sont abrogées.
Art.9. In artikel 105 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 2008, worden de bepalingen onder 2° en 3° vervangen als volgt :
  " 2° de in artikel 104, 1° en 2°, bedoelde uitgaven die door beide echtgenoten samen verschuldigd zijn, worden evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide echtgenoten;
  3° de in artikel 104, 1° en 2°, bedoelde uitgaven die door één echtgenoot persoonlijk verschuldigd zijn, worden bij voorrang aangerekend op het totale netto-inkomen van die echtgenoot en het eventuele saldo wordt op het totale netto-inkomen van de andere echtgenoot aangerekend. ".
Art.9. A l'article 105 du même Code, remplacé par la loi du 24 décembre 2008, le 2° et le 3° sont remplacés par ce qui suit :
  " 2° les dépenses visées à l'article 104, 1° et 2°, qui sont dues conjointement par les deux conjoints, sont imputées par priorité suivant la règle proportionnelle sur l'ensemble des revenus nets des deux conjoints;
  3° les dépenses visées à l'article 104, 1° et 2° sont imputées par priorité sur l'ensemble des revenus nets du conjoint qui en est personnellement débiteur et le solde éventuel est imputé sur l'ensemble des revenus nets de l'autre conjoint. ".
Art.10. In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt het onderdeel " B. Giften. " dat de artikelen 107 tot 111 bevat, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, opgeheven.
Art.10. Dans le titre II, chapitre II, section VI, du même Code, la partie " B. Libéralités. " qui comprend les articles 107 à 111, modifiée en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2009, est abrogée.
Art.11. In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt het onderdeel " C. Bezoldigingen van een huisbediende. " dat het artikel 112 bevat, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, het koninklijk besluit van 20 juli 2000, de wet van 12 augustus 2000 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, opgeheven.
Art.11. Dans le titre II, chapitre II, section VI, du même Code, la partie " C. Rémunérations d'un employé de maison. " qui comprend l'article 112, modifié par la loi du 6 juillet 1994, l'arrêté royal du 20 juillet 2000, la loi du 12 août 2000 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, est abrogée.
Art.12. In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt het onderdeel " D. Kinderoppas. " dat de artikelen 113 en 114 bevat, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, opgeheven.
Art.12. Dans le titre II, chapitre II, section VI, du même Code, la partie " D. Garde d'enfant. " qui comprend les articles 113 et 114, modifiée en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2009, est abrogée.
Art.13. In artikel 132, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994 en 24 december 1999 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de woorden " de in artikel 104, 7°, vermelde aftrek voor kinderoppas; " vervangen door de woorden " de in artikel 14535 vermelde vermindering voor kinderoppas; ".
Art.13. Dans l'article 132, alinéa 1er, 6°, du même Code, modifié par les lois des 6 juillet 1994 et 24 décembre 1999 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les mots " à la déduction pour garde d'enfant visée à l'article 104, 7° ; " sont remplacés par les mots " à la réduction pour garde d'enfant visée à l'article 14535; ".
Art.14. In artikel 132bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden " die geen aftrek vraagt van de uitgaven voor kinderoppas bedoeld in artikel 104, 7°. " vervangen door de woorden " die geen vermindering vraagt voor kinderoppas bedoeld in artikel 14535. ".
Art.14. Dans l'article 132bis, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2006, les mots " qui ne déduit pas des dépenses engagées pour la garde d'enfants visée à l'article 104, 7°. " sont remplacés par les mots " qui ne demande pas la réduction pour garde d'enfant visée à l'article 14535. ".
Art.15. Artikel 134 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 134. § 1. De belastingvrije som wordt vastgesteld als het totaal van het, eventueel verhoogde, basisbedrag en de toeslagen vermeld in de artikelen 132 en 133.
  § 2. De belastingvrije som wordt aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste.
  § 3. Het deel van de belastingvrije som dat na toepassing van de §§ 1 en 2 niet is aangerekend, wordt in de mate dat het betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
  Het belastingkrediet is gelijk aan 25 pct. van het deel van de belastingvrije som dat met toepassing van het eerste lid kan worden omgezet, met een maximum van 250 euro per kind ten laste.
  Deze paragraaf is niet van toepassing :
  - op de belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten;
  - op de echtgenoot van een in het eerste streepje vermelde belastingplichtige die overeenkomstig artikel 126, § 2, eerste lid, 4°, alleen wordt belast.
  § 4. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt als volgt gehandeld :
  1° de belastingvrije som wordt per echtgenoot vastgesteld;
  2° de toeslagen vermeld in artikel 132 worden aangerekend bij de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen;
  3° wanneer het belastbare inkomen van één van beide echtgenoten lager is dan zijn belastingvrije som, wordt het saldo bij de belastingvrije som van de andere echtgenoot gevoegd;
  4° voor de toepassing van § 3 worden de belastingvrije sommen van beide echtgenoten samengevoegd om vast te stellen in welke mate het deel van de belastingvrije som dat na toepassing van de punten 1 tot 3 niet is aangerekend, betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, en kan worden omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet. ".
Art.15. L'article 134 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, est remplacé comme suit :
  " Art. 134. § 1er. La quotité du revenu exemptée d'impôt comprend le total du montant de base, éventuellement majoré, et des suppléments visés aux articles 132 et 133.
  § 2. La quotité du revenu exemptée d'impôt est imputée sur les tranches successives du revenu, en commençant par la première.
  § 3. La partie de la quotité du revenu exemptée d'impôt qui n'est pas imputée après application des §§ 1er et 2, est, dans la mesure où elle concerne les suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 6°, convertie en un crédit d'impôt remboursable.
  Le crédit d'impôt est égal à 25 p.c. de la partie de la quotité du revenu exemptée d'impôt qui peut être convertie en application de l'alinéa 1er, avec un maximum de 250 euros par enfant à charge.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas :
  - au contribuable qui recueille des revenus professionnels qui sont exonérés par convention et qui n'interviennent pas pour le calcul de l'impôt afférent à ses autres revenus;
  - au conjoint d'un contribuable visé au premier tiret qui est taxé isolément conformément à l'article 126, § 2, alinéa 1er, 4°.
  § 4. Lorsqu'une imposition commune est établie, il est procédé comme suit :
  1° la quotité du revenu exemptée d'impôt est fixée par conjoint;
  2° les suppléments visés à l'article 132 sont imputés dans le chef du conjoint qui a le revenu imposable le plus élevé;
  3° lorsque le revenu imposable de l'un des deux conjoints est inférieur à sa quotité du revenu exemptée d'impôt, la différence est ajoutée à la quotité du revenu exemptée d'impôt de l'autre conjoint;
  4° pour l'application du § 3, les quotités du revenu exemptées d'impôt des deux conjoints sont cumulées pour déterminer dans quelle mesure la partie de la quotité du revenu exemptée d'impôt qui n'est pas imputée après application des points 1 à 3, concerne les suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 6°, et peut être convertie en un crédit d'impôt remboursable. ".
Art.16. Artikel 1452 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 1452. De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van de werkelijk betaalde uitgaven. ".
Art.16. L'article 1452 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 1452. La réduction d'impôt est égale à 30 p.c. des dépenses réellement payées. ".
Art.17. In artikel 1453, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 27 december 2006, worden de woorden " in § 1, 1°, " vervangen door de woorden " in het eerste lid ".
Art.17. Dans l'article 1453, alinéa 5, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, les mots " le § 1er, 1°, " sont remplacés par les mots " l'alinéa 1er, ".
Art.18. In artikel 14521 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, de wetten van 20 juli 2001, 22 december 2003 en 22 december 2009, worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  " De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van de in het eerste lid bedoelde uitgaven. ".
Art.18. Dans l'article 14521 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 1994 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les lois des 20 juillet 2001, 22 décembre 2003 et 22 décembre 2009, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " La réduction d'impôt est égale à 30 p.c. des dépenses visées à l'alinéa 1er. ".
Art.19. Artikel 14523 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14523. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de in artikel 14521 vermelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ".
Art.19. L'article 14523 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14523. Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt visée à l'article 14521 est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. " .
Art.20. In artikel 14525 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004 en 14 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid, c, worden de woorden " 104, 8°, of " opgeheven;
  2° het zevende lid wordt vervangen als volgt :
  " In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ";
  3° in het achtste lid worden de woorden " in het tweede lid, 4°, " vervangen door de woorden " in het derde lid, 4°, ".
Art.20. Dans l'article 14525 du même Code, inséré par la loi du 8 avril 2003 et modifié par les lois des 9 juillet 2004 et 14 avril 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 4, c, les mots " de l'article 104, 8°, ou " sont abrogés.
  2° l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ".
  3° à l'alinéa 8, les mots " à l'alinéa 2, 4°, " sont remplacés par les mots " à l'alinéa 3, 4°, ".
Art.21. In artikel 14528 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de korting op factuur bedoeld in artikel 147 van de programmawet van 27 april 2007 zoals het bestond voor het is opgeheven door artikel 70 van de wet van 28 december 2011. ";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, dat luidt als volgt :
  " In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ";
  3° in paragraaf 3, derde lid, c, worden de woorden " 104, 8°, " opgeheven.
Art.21. Dans l'article 14528 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 2009 et modifié par la loi du 23 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " La réduction d'impôt n'est pas applicable aux dépenses qui entrent en considération pour l'application de la réduction sur facture visée à l'article 147 de la loi-programme du 27 avril 2007 tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 70 de la loi du 28 décembre 2011. ";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ".
  3° au paragraphe 3, alinéa 3, c, les mots " 104, 8°, " sont abrogés.
Art.22. In artikel 14530 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 14 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, c, worden de woorden " 104, 8°, " opgeheven;
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ".
Art.22. A l'article 14530 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006 et modifié en ce qui concerne le texte néerlandais, par la loi du 22 décembre 2009 et la loi du 14 avril 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, c, les mots " 104, 8°, " sont abrogés;
  2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ".
Art.23. In artikel 14531 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 22 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden in de bepaling onder c de woorden " 104, 8°, " opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden " 50 pct. " vervangen door de woorden " 30 pct. ";
  3° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ".
Art.23. Dans l'article 14531 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par les lois des 8 juin 2008 et 22 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, c, les mots " 104, 8°, " sont abrogés;
  2° à l'alinéa 3, les mots " 50 p.c. " sont remplacés par les mots " 30 p.c. ";
  3° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ".
Art.24. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling IIquaterdecies ingevoegd, luidende " Onderafdeling IIquaterdecies - Vermindering voor giften ".
Art.24. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, du même Code, il est inséré une sous-section IIquaterdecies intitulée " Sous-section IIquaterdecies - Réduction pour libéralités ".
Art.25. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIquaterdecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 24 wordt een artikel 14533 ingevoegd, luidende :
  " Art. 14533. § 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde uitgaven :
  1° giften in geld :
  a) aan de instellingen die binnen het toepassingsgebied vallen van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, of van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden van de Franse Gemeenschap, aan de erkende universitaire ziekenhuizen of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  b) aan koninklijke academiën, aan het " Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Fonds fédéral de la Recherche scientifique - FFWO/FFRS ", aan het " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen - FWO ", aan het " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS - FRS-FNRS ", alsmede aan instellingen voor wetenschappelijk onderzoek die erkend zijn door de minister van Financiën en door de minister tot wiens bevoegdheid het beleid en de programmatie inzake wetenschap behoren of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend, uitgezonderd de instellingen die rechtstreeks verbonden zijn met een politieke partij of lijst;
  c) aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  d) aan door de Koning erkende culturele instellingen die in België zijn gevestigd en waarvan het invloedsgebied één van de gemeenschappen of het gehele land bestrijkt, of aan culturele instellingen die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, waarvan het invloedsgebied een deelstaat of een gewest van de betrokken Staat of het gehele land bestrijkt en die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  e) aan instellingen die de oorlogsslachtoffers, de mindervaliden, de bejaarden, de beschermde minderjarigen of de behoeftigen bijstaan en die, na advies van de raadgevende instellingen van de Staat of van de Gemeenschappen tot wiens bevoegdheid die bijstand behoort, worden erkend door de bevoegde organen van de Staat of van de Gemeenschappen waaronder die instellingen ressorteren en, voor de toepassing van de belastingwet, door de minister van Financiën of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  f) aan het Rode Kruis van België of aan een nationale afdeling van het Rode Kruis in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en aan de Koning Boudewijnstichting, aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht, aan het Paleis voor Schone Kunsten en aan de Koninklijke Muntschouwburg;
  g) aan de Nationale Kas voor Rampenschade ten bate van het Nationaal Fonds voor Algemene Rampen of van het Nationaal Fonds voor Landbouwrampen, aan de provinciale rampenfondsen, evenals aan instellingen voor hulpverlening aan slachtoffers van rampen die de toepassing rechtvaardigen van de wet betreffende het herstel van schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, en die hiertoe zijn erkend door de minister van Financiën of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  h) aan beschutte werkplaatsen die, ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, opgericht of erkend zijn door de gewestregering of door de bevoegde instelling of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  i) aan instellingen die zich bezighouden met het natuurbehoud of de bescherming van het leefmilieu en die als dusdanig erkend zijn door de minister van Financiën en de minister tot wiens bevoegdheid het leefmilieu behoort of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  j) aan instellingen die het behoud of de zorg voor monumenten en landschappen ten doel hebben, waarvan het invloedsgebied het gehele land, één van de gewesten of de Duitstalige Gemeenschap bestrijkt en die door de Koning erkend zijn of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  k) aan VZW's waarvan het doel erin bestaat dierenasielen te beheren, die de erkenning hebben gekregen bedoeld in artikel 5 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren en die voldoen aan de voorwaarden door de Koning vastgesteld op voorstel van de minister van Financiën of aan gelijkwaardige verenigingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  l) aan instellingen die zich bezig houden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en die als dusdanig erkend zijn door de minister van Financiën en de minister tot wiens bevoegdheid de Duurzame Ontwikkeling behoort of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  2° giften in geld aan instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden die als dusdanig erkend zijn door de minister van Financiën en door de minister tot wiens bevoegdheid de ontwikkelingssamenwerking behoort of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  3° giften in geld aan door de minister van Financiën en door de minister van Buitenlandse zaken erkende verenigingen en instellingen die hulp verlenen aan slachtoffers van zeer grote industriële ongevallen of aan gelijkwaardige verenigingen of instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend;
  4° giften aan Rijksmusea en, op voorwaarde dat de giften voor hun musea worden bestemd, giften aan Gemeenschappen en Gewesten, provincies, gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn :
  a) ofwel in geld;
  b) ofwel in de vorm van kunstwerken waarvan de minister van Financiën overeenkomstig § 4 erkent dat zij behoren tot het roerend cultureel erfgoed van het land of dat zij internationale faam genieten.
  De belastingvermindering voor de in het eerste lid vermelde giften wordt verleend op voorwaarde dat zij ten minste 25 euro bedragen en blijken uit een kwijtschrift van de begiftigde.
  De belastingvermindering is gelijk aan 45 pct. van de werkelijk gedane giften.
  Het totale bedrag van de giften waarvoor de vermindering wordt verleend mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 10 pct. van het totale netto-inkomen, noch meer bedragen dan 250.000 euro.
  In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbare inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van het belastbare inkomen van de beide echtgenoten.
  § 2. De Koning bepaalt de verplichtingen en de formaliteiten die de begiftigden moeten vervullen opdat de giften voor de belastingvermindering in aanmerking kunnen komen.
  Wat de giften bedoeld in § 1, eerste lid, 1° tot 3° aan verenigingen of instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte betreft, moet de belastingplichtige het bewijs ter beschikking houden van de administratie dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat gelijkwaardig is aan een in hetzelfde artikel bedoelde Belgische vereniging of instelling en, in voorkomend geval, dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat op vergelijkbare wijze is erkend, dit wil zeggen volgens dezelfde voorwaarden als de in § 3, eerste en tweede lid, bedoelde voorwaarden.
  § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden en de wijze waarop de in § 1, eerste lid, 1°, b, d, e, g, i tot l, 2° en 3°, vermelde verenigingen en instellingen die in België zijn gevestigd, worden erkend.
  Wanneer een vereniging of instelling meer dan één van de in de voornoemde bepalingen vermelde activiteiten uitoefent, moet zij, voor elk van die activiteiten, voldoen aan de voorwaarden om te kunnen worden erkend.
  Wanneer de vereniging of instelling binnen haar activiteiten één activiteit uitoefent die wordt vermeld in § 1, eerste lid, 1°, d of j, moet zij door de Koning worden erkend.
  § 4. De minister van Financiën erkent dat de kunstwerken bedoeld in § 1, eerste lid, 4°, b, behoren tot het roerend cultureel erfgoed van het land of dat zij internationale faam genieten en stelt hun geldwaarde vast. De belastingvermindering wordt verleend voor de aldus vastgestelde geldwaarde.
  De bijzondere commissie bedoeld in artikel 83/4 van het Wetboek der successierechten geeft de minister van Financiën een bindend advies over :
  1° de vraag of de aangeboden kunstwerken tot het roerend cultureel erfgoed van het land behoren of internationale faam genieten;
  2° de ontvankelijkheid van de schenking;
  3° de geldwaarde van het aangeboden kunstwerk.
  De kosten van de schatting worden voorgeschoten door de belastingplichtige.
  De erkenning door de minister van Financiën en de vastgestelde geldwaarde bedoeld in het eerste lid, gelden voor een termijn van zes maanden vanaf de kennisgeving van die erkenning en die geldwaarde, bij aangetekende zending, aan de belastingplichtige.
  De kosten van de schatting van het kunstwerk worden aan de belastingplichtige terugbetaald zodra hij het bewijs heeft geleverd dat de schenking binnen de in het voorgaande lid gestelde termijn is verricht.
  De Koning stelt de nadere regels vast betreffende het voorschot en de terugbetaling van de schattingskosten. ".
Art.25. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, sous-section IIquaterdecies, du même Code, insérée par l'article 24, il est inséré un article 14533, rédigé comme suit :
  " Art. 14533. § 1er. Il est accordé une réduction d'impôt pour les dépenses suivantes qui sont effectivement payées pendant la période imposable :
  1° les libéralités faites en argent :
  a) aux institutions qui tombent sous l'application du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, ou du décret du 5 septembre 1994 relatif au régime des études universitaires et des grades académiques de la Communauté française, aux hôpitaux universitaires agréés ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
  b) aux académies royales, au " Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Fonds fédéral de la Recherche scientifique - FFWO/FFRS ", au " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen - FWO ", au " Fonds de la Recherche scientifique - FNRS - FRS-FNRS ", ainsi qu'aux institutions de recherche scientifique agréées conjointement par le ministre des Finances et par le ministre qui a la politique et la programmation scientifique dans ses attributions ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue, à l'exception des institutions qui sont directement liées à des partis ou à des listes politiques;
  c) aux centres publics d'action sociale;
  d) aux institutions culturelles agréées par le Roi qui sont établies en Belgique et dont la zone d'influence s'étend à l'une des communautés ou au pays tout entier, ou aux institutions culturelles établies dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen, dont la zone d'influence s'étend à une entité fédérée ou régionale de l'Etat considéré ou au pays tout entier et qui sont agréées de manière analogue;
  e) aux institutions qui assistent les victimes de la guerre, les handicapés, les personnes âgées, les mineurs d'âge protégés ou les indigents et qui, après avis des organismes consultatifs de l'Etat ou des Communautés qui ont cette assistance dans leurs compétences, sont agréées par les organes compétents de l'Etat ou des Communautés dont relèvent ces institutions et, pour l'application de la loi fiscale, par le ministre des Finances ou aux institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  f) à la Croix-Rouge de Belgique ou à une section nationale de la Croix-Rouge dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen, et à la Fondation Roi Baudouin, au Centre européen pour Enfants disparus et Sexuellement exploités - Belgique - Fondation de droit belge, au Palais des Beaux-Arts et au Théâtre royal de la Monnaie;
  g) à la Caisse nationale des Calamités au profit du Fonds national des Calamités publiques ou du Fonds national des Calamités agricoles, aux Fonds provinciaux des Calamités, ainsi qu'aux institutions qui sont créées en vue de venir en aide aux victimes de calamités justifiant l'application de la loi relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles et qui sont agréées comme telles par le ministre des Finances ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  h) aux entreprises de travail adapté qui, en exécution de la législation concernant le reclassement social des handicapés, sont créées ou agréées par le gouvernement régional ou l'organisme compétent ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  i) aux institutions qui s'attachent à la conservation de la nature ou à la protection de l'environnement et qui sont agréées comme telles par le ministre des Finances et par le ministre qui a l'environnement dans ses attributions ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  j) aux institutions qui ont pour but la conservation ou la protection des monuments et sites, dont la zone d'influence s'étend au pays tout entier, à l'une des régions ou à la Communauté germanophone, et qui sont agréées par le Roi ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  k) aux ASBL qui ont pour objet la gestion de refuges pour animaux, ayant reçu l'agréation prévue par l'article 5 de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux et répondant aux conditions fixées par le Roi sur proposition du ministre des Finances ou à des associations similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  l) aux institutions qui s'occupent du développement durable au sens de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable et qui sont agréées comme telles par le ministre des Finances et par le ministre qui a le Développement durable dans ses attributions ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  2° les libéralités faites en argent aux institutions qui assistent les pays en développement et qui sont agréées comme telles par le ministre des Finances et par le ministre qui a la coopération au développement dans ses attributions ou à des institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  3° les libéralités faites en argent aux associations et institutions qui aident les victimes d'accidents industriels majeurs et qui sont agréées comme telles par le ministre des Finances et par le ministre des Affaires étrangères ou à des associations et institutions similaires d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont agréées de manière analogue;
  4° les libéralités faites aux musées de l'Etat et, sous condition d'affectation à leurs musées, les libéralités faites aux Communautés, aux Régions, aux provinces, aux communes et aux centres publics d'action sociale :
  a) soit en argent;
  b) soit sous la forme d'oeuvres d'art que le ministre des Finances reconnaît, conformément au § 4, comme appartenant au patrimoine culturel mobilier du pays ou comme ayant une renommée internationale.
  La réduction d'impôt pour les libéralités visées à l'alinéa 1er est accordée à condition qu'elles atteignent au moins 25 euros et fassent l'objet d'un reçu du donataire.
  La réduction d'impôt est égale à 45 p.c. des libéralités faites réellement.
  Le montant total des libéralités pour lequel la réduction d'impôt est accordée ne peut excéder par période imposable ni 10 p.c. de l'ensemble des revenus nets ni 250.000 euros.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chacun des conjoints dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints.
  § 2. Le Roi détermine les obligations et formalités à accomplir par les donataires pour que les libéralités puissent être admises pour la réduction d'impôt.
  En ce qui concerne les libéralités visées au § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, faites à des associations ou institutions d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, le contribuable doit tenir à la disposition de l'administration la preuve que l'association ou l'institution d'un autre Etat membre est similaire à une association ou une institution belge visée au même article et, le cas échéant, que l'association ou l'institution d'un autre Etat membre est agréée de manière analogue, c'est-à-dire aux mêmes conditions que celles visées au § 3, alinéas 1er et 2.
  § 3. Le Roi détermine les conditions et les modalités d'agrément des associations et institutions visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, b, d, e, g, i à l, 2° et 3°, et qui sont établies en Belgique.
  Lorsqu'une association ou une institution exerce plus d'une activité visée dans les dispositions précitées, elle doit, pour chacune de ces activités, remplir les conditions pour pouvoir être agréée.
  Lorsque parmi ses activités, l'association ou l'institution en exerce une visée au § 1er, alinéa 1er, 1°, d ou j, elle doit être agréée par le Roi.
  § 4. Le ministre des Finances reconnaît comme appartenant au patrimoine culturel mobilier du pays ou comme ayant une renommée internationale les oeuvres visées au § 1er, alinéa 1er, 4°, b, et fixe leur valeur en argent. La réduction d'impôt est accordée pour la valeur en argent fixée de cette manière.
  La commission spéciale visée à l'article 83/4 du Code des droits de succession donne au ministre des Finances un avis contraignant sur :
  1° la question de savoir si les oeuvres d'art offertes appartiennent au patrimoine culturel mobilier du pays ou sont de renommée internationale;
  2° la recevabilité de la donation;
  3° la valeur en argent de l'oeuvre d'art offerte.
  Les frais de l'évaluation sont avancés par le contribuable.
  La reconnaissance par le ministre des Finances et la valeur fixée en argent, visées à l'alinéa 1er, sont valables pour une période de six mois prenant cours à partir de la notification, par envoi recommandée, au contribuable de cette reconnaissance et de cette valeur en argent.
  Les frais de l'évaluation de l'oeuvre d'art sont remboursés au contribuable dès que celui-ci a apporté la preuve que la donation a été effectuée dans le délai fixé à l'alinéa précédent.
  Le Roi définit les modalités de l'avance et du remboursement des frais d'évaluation. ".
Art.26. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIquinquedecies ingevoegd, luidende " Onderafdeling IIquinquedecies - Vermindering voor bezoldigingen voor een huisbediende ".
Art.26. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, du même code, il est inséré une sous-section IIquinquedecies, intitulée " Sous-section IIquinquedecies - Réduction d'impôt pour les rémunérations d'un employé de maison ".
Art.27. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIquinquedecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 26 wordt een artikel 14534 ingevoegd, luidende :
  " Art. 14534. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de bezoldigingen die in het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald of toegekend aan een huisbediende, met inbegrip van de op die bezoldigingen wettelijk verschuldigde sociale bijdragen.
  De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden :
  1° de bezoldigingen bedragen ten minste 2.450 euro per belastbaar tijdperk en zijn aan het stelsel van de sociale zekerheid onderworpen;
  2° bij zijn indiensttreding is de huisbediende sedert ten minste zes maanden gerechtigd tot een uitkering als volledig werkloze of tot het leefloon;
  3° bij de indienstneming laat de belastingplichtige zich bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als werkgever van huispersoneel inschrijven en de inschrijving is de eerste in die hoedanigheid sinds 1 januari 1980;
  4° enkel de bezoldigingen van één huisbediende komen in aanmerking.
  De in het tweede lid, 2° en 3°, vermelde voorwaarden zijn niet van toepassing wanneer de belastingplichtige op 1 juli 1986 reeds sedert ten minste één jaar een huisbediende in dienst had.
  Na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wordt de belastingvermindering voor de bezoldigingen van een huisbediende die voldoet aan de in het tweede lid, 2°, gestelde voorwaarde verder toegestaan ingeval de belastingplichtige binnen drie maanden een andere huisbediende in dienst neemt die aan dezelfde voorwaarden voldoet.
  Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, is gelijk aan 50 pct. van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde of toegekende bezoldigingen en mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 5.000 euro.
  De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag.
  In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ".
Art.27. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, sous-section IIquinquedecies, du même code, insérée par l'article 26, il est inséré un article 14534, rédigé comme suit :
  " Art. 14534. Il est accordé une réduction d'impôt pour les rémunérations qui sont effectivement payées ou attribuées pendant la période imposable à un employé de maison, y compris les cotisations relatives à celles-ci qui sont dues en vertu de la législation sociale.
  La réduction d'impôt est accordée aux conditions suivantes :
  1° les rémunérations atteignent au moins 2.450 euros par période imposable et sont soumises au régime de la sécurité sociale;
  2° l'employé de maison est, au moment de son engagement et depuis six mois au moins, admis à bénéficier d'une indemnité en tant que chômeur complet ou d'une allocation à titre de minimum de moyens d'existence;
  3° au moment de l'engagement, le contribuable s'inscrit auprès de l'Office national de la sécurité sociale en qualité d'employeur de personnel domestique et cette inscription est la première en cette qualité depuis le 1er janvier 1980;
  4° seules les rémunérations d'un seul employé de maison sont prises en considération.
  Les conditions prévues à l'alinéa 2, 2° et 3°, ne s'appliquent pas, lorsqu'au 1er juillet 1986, le contribuable occupait déjà un employé de maison depuis un an au moins.
  Après la rupture du contrat de travail, la réduction d'impôt pour des rémunérations d'un employé de maison répondant à la condition de l'alinéa 2, 2°, continue à être octroyée lorsque le contribuable engage, dans les trois mois, un autre employé de maison qui répond à ces conditions.
  Le montant pour lequel la réduction d'impôt est accordée est égal à 50 p.c. des rémunérations payées ou attribuées au cours de la période imposable et ne peut excéder 5.000 euros par période imposable.
  La réduction d'impôt est égale à 30 p.c. du montant qui peut être prise en compte.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ".
Art.28. In Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIsexdecies ingevoegd, luidende " Onderafdeling IIsexdecies - Belastingvermindering voor kinderoppas ".
Art.28. Dans le Titre II, Chapitre III, Section Ire, du même Code, il est inséré une sous-section IIsexdecies, intitulée " Sous-section IIsexdecies - Réduction d'impôt pour garde d'enfant ".
Art.29. In Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling I, Onderafdeling IIsexdecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 14535 ingevoegd, luidende :
  " Art. 14535. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde uitgaven voor de oppas van één of meer kinderen :
  - ofwel ten laste van de belastingplichtige;
  - ofwel voor wie aan de belastingplichtige bij toepassing van artikel 132bis, de helft van de toeslagen op de belastingvrije som bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, wordt toegekend.
  De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden :
  1° de uitgaven hebben betrekking op het vergoeden van kinderoppas in de Europese Economische Ruimte buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt en moeten gedaan zijn voor kinderen die de leeftijd van twaalf jaar niet hebben bereikt;
  2° de belastingplichtige verkrijgt beroepsinkomsten;
  3° de uitgaven zijn betaald :
  a) ofwel aan instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd :
  - door Kind en Gezin, door het " Office de la Naissance et de l'Enfance " of door de regering van de Duitstalige Gemeenschap;
  - of door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan de in het eerste streepje vermelde besturen, of van de gewesten;
  - of door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  b) ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de in a, eerste of derde streepje, vermelde instellingen;
  c) ofwel aan scholen gevestigd in de Europese Economische Ruimte of aan instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht.
  In afwijking van het tweede lid, 1°, wordt de vermindering eveneens verleend voor de uitgaven gedaan voor de opvang van kinderen met een zware handicap die de leeftijd van achttien jaar niet hebben bereikt, en dit onder dezelfde voorwaarden.
  Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder " kind met zware handicap " verstaan, het kind dat recht heeft op de verhoogde kinderbijslag op basis van een van de volgende criteria :
  1° ofwel, meer dan 80 pct. lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid met 7 tot 9 punten van de graad van zelfstandigheid gemeten aan de hand van de gids gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;
  2° ofwel, een totaal van minstens 15 punten, vastgesteld volgens de medisch-sociale schaal overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor de loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
  De belastingvermindering voor kinderoppas kan niet samengaan met de verhoging van de belastingvrije som ingevolge artikel 132, eerste lid, 6°.
  De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit het maximumbedrag van de voor de vermindering in aanmerking te nemen uitgave per oppasdag en per kind bepalen, welk bedrag niet lager dan 4 euro mag zijn.
  De belastingvermindering is gelijk aan 45 pct. van de werkelijk gedane uitgaven, desgevallend beperkt overeenkomstig het vorige lid.
  In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
  De belastingplichtige houdt ter beschikking van de administratie de bewijsstukken die de vaststelling mogelijk maken van :
  a) de echtheid en het bedrag van de uitgaven;
  b) de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen als bedoeld in het tweede lid, 3° ;
  c) de naleving van de in dit artikel beoogde voorwaarden. ".
Art.29. Dans le Titre II, Chapitre III, Section Ire, soussection IIsexdecies, du même Code, insérée par l'article 28, il est inséré un article 14535, rédigé comme suit :
  " Art. 14535. Il est accordé une réduction d'impôt pour les dépenses qui sont effectivement payées ou attribuées pendant la période imposable et qui sont engagées pour la garde d'un ou plusieurs enfants :
  - soit à charge du contribuable;
  - soit pour qui la moitié des suppléments à la quotité du revenu exemptée d'impôt visée à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 5°, est attribuée au contribuable en application de l'article 132bis.
  La réduction d'impôt est accordée aux conditions suivantes :
  1° les dépenses concernent le paiement de la garde d'enfant dans l'Espace économique européen en dehors des heures normales de classe durant lesquelles l'enfant suit l'enseignement, et doivent être effectuées pour les enfants qui n'ont pas atteint l'âge de douze ans;
  2° le contribuable perçoit des revenus professionnels;
  3° les dépenses sont payées :
  a) soit à des institutions ou à des milieux d'accueil reconnus, subsidiés ou contrôlés :
  - par l'Office de la Naissance et de l'Enfance, par " Kind en Gezin " ou par le gouvernement de la Communauté germanophone;
  - ou par les pouvoirs publics locaux, communautaires, autres que ceux visés au premier tiret, ou régionaux;
  - ou par des institutions publiques étrangères établies dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
  b) soit à des familles d'accueil indépendantes ou à des crèches, placées sous la surveillance des institutions visées au a, premier ou troisième tiret;
  c) soit à des écoles établies dans l'Espace économique européen ou à des institutions ou des milieux d'accueil qui ont un lien avec l'école ou son pouvoir organisateur.
  Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, il est également accordé une réduction d'impôt pour les dépenses pour gardes d'enfants avec un handicap lourd qui n'ont pas atteint l'âge de dix-huit ans aux mêmes conditions.
  Pour l'application du présent article, on entend par " enfant avec un handicap lourd ", l'enfant qui est bénéficiaire d'allocations familiales majorées sur base d'un des critères suivants :
  1° soit, plus de 80 p.c. d'incapacité physique ou mentale avec 7 à 9 points de degré d'autonomie, mesuré à l'aide du guide annexé à l'arrêté royal du 3 mai 1991 portant exécution des articles 47, 56septies, et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 96 de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales;
  2° soit, un total de 15 points au moins, établi selon l'échelle médico-sociale conformément à l'arrêté royal du 28 mars 2003 portant exécution des articles 47, 56septies et 63 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés et de l'article 88 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002.
  La réduction d'impôt pour garde d'enfant ne peut être cumulée avec la majoration du revenu exempté d'impôt conformément à l'article 132, alinéa 1er, 6°.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, fixer un montant maximum déductible par jour de garde et par enfant, sans que ce montant soit inférieur à 4 euros.
  La réduction d'impôt est égale à 45 p.c. des dépenses réellement faites, limitées le cas échéant conformément à l'alinéa précédent.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt, est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints.
  Le contribuable tient à la disposition de l'administration les documents probants permettant d'établir :
  a) la réalité et le montant des dépenses;
  b) l'identité ou la dénomination complète des personnes, des écoles, des institutions et des pouvoirs publics visés à l'alinéa 2, 3° ;
  c) le respect des conditions visées au présent article. ".
Art.30. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIseptdecies ingevoegd, luidende " Onderafdeling IIseptdecies - Vermindering voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen ".
Art.30. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, du même Code, il est inséré une sous-section IIseptdecies, intitulée " Sous-section IIseptdecies - Réduction d'impôt pour l'entretien et la restauration de monuments et sites classés ".
Art.31. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIseptdecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 14536 ingevoegd, luidende :
  " Art. 14536. Er wordt een belastingvermindering verleend voor het niet door subsidies gedekte gedeelte van de in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde uitgaven die de eigenaar van niet verhuurde gebouwde onroerende goederen, delen van gebouwde onroerende goederen of landschappen die zijn beschermd overeenkomstig de wetgeving op het behoud van Monumenten en Landschappen of volgens een gelijkaardige wetgeving in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, heeft gedaan voor het onderhoud en de restauratie ervan, voor zover die onroerende goederen, delen van onroerende goederen of landschappen, voor het publiek toegankelijk zijn.
  De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die :
  a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
  b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek;
  c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 14524, 14525, 14528, 14530 en 14531.
  Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, is gelijk aan 50 pct. van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde uitgaven en mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 25.000 euro.
  De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag.
  In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
  De Koning regelt de uitvoering van deze bepaling en bepaalt inzonderheid wat, voor de toepassing van de belastingwet, wordt verstaan onder " voor het publiek toegankelijk zijn ". ".
Art.31. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, soussection IIseptdecies, du même Code, insérée par l'article 30, il est inséré un article 14536, rédigé comme suit :
  " Art. 14536. Il est accordé une réduction d'impôt pour la partie non couverte par des subsides, des dépenses effectivement payées au cours de la période imposable et exposées par le propriétaire d'immeubles bâtis, de parties d'immeubles bâtis ou de sites classés conformément à la législation sur la conservation des Monuments et Sites ou selon une législation similaire d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et non donnés en location, en vue de leur entretien et de leur restauration, pour autant que ces immeubles, parties d'immeubles ou sites soient accessibles au public.
  La réduction d'impôt n'est pas applicable aux dépenses qui :
  a) sont prises en considération à titre de frais professionnels réels;
  b) donnent droit à la déduction pour investissement visée à l'article 69;
  c) entrent en considération pour l'application de l'article 14524, 14525, 14528, 14530 en 14531.
  Le montant pour lequel la réduction d'impôt est octroyée, est égal à 50 p.c. des dépenses réellement payées au cours de la période imposable et ne peut excéder 25.000 euros par période imposable.
  La réduction d'impôt est égale à 30 p.c. du montant qui peut être prise en compte.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt, est répartie suivant la règle proportionnelle en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints.
  Le Roi règle l'exécution de la présente disposition et définit notamment ce qu'il y a lieu d'entendre, pour l'application de la loi fiscale, par " accessible au public ". ".
Art.32. In artikel 154, § 3, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2007, worden de woorden " § 2, " telkens vervangen door de woorden " § 2, eerste lid, ".
Art.32. Dans l'article 154, § 3, alinéa 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 17 mai 2007, les mots " § 2, " sont chaque fois remplacés par les mots " § 2, alinéa 1er, ".
Art.33. Artikel 171, 4°, k, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 november 2011, wordt vervangen als volgt :
  " k) de premie bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsen-geneeskunde en tot vaststelling van werkingsregels ervan. ".
Art.33. L'article 171, 4°, k, du même Code, inséré par la loi du 7 novembre 2011, est remplacé par ce qui suit :
  " k) la prime visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 23 mars 2012 portant création d'un Fonds d'impulsion pour la médecine générale et fixant ses modalités de fonctionnement. ".
Art.34. Artikel 466, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 2011, wordt vervangen als volgt :
  " Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag wordt evenwel verminderd met het gedeelte van de belasting dat betrekking heeft op de roerende inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, die geen beroepskarakter hebben. ".
Art.34. L'article 466, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 14 avril 2011, est remplacé par ce qui suit :
  " Toutefois, le montant déterminé conformément à l'alinéa 1er est diminué de la quotité d'impôt afférente aux revenus mobiliers visés à l'article 17, § 1er, 1° et 2°, qui n'ont pas de caractère professionnel. ".
Art.35. Artikel 515septies, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 22 juni 2012, wordt aangevuld met de woorden " of zijn rechtverkrijgenden ".
Art.35. L'article 515septies, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi-programme du 22 juin 2012, est complété par les mots " ou à ses ayants droit ".
Art.36. In artikel 515novies, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 22 juni 2012, wordt het woord " rechthebbenden. " vervangen door het woord " rechtverkrijgenden. ".
Art.36. Dans le texte néerlandais de l'article 515novies, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi-programme du 22 juin 2012, le mot " rechthebbenden. " est remplacé par le mot " rechtverkrijgenden. ".
Art.37. In artikel 526, § 2, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2005, worden in de bepaling onder het tweede streepje de woorden " en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is " opgeheven.
Art.37. Dans l'article 526, § 2, alinéa 5, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, au deuxième tiret les mots " et dont il est propriétaire, possesseur, emphytéote, superficiaire ou usufruitier " sont abrogés.
Art.38. In artikel 527 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden " artikel 526, derde lid, " telkens vervangen door de woorden " artikel 526, § 2, tweede lid, ".
Art.38. Dans l'article 527 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2004, les mots " en vertu de l'article 526, alinéa 3. " sont chaque fois remplacés par les mots " en vertu de l'article 526, § 2, alinéa 2. ".
Art.39. Artikel 3 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2010.
  Artikel 23, 3°, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2012.
  De artikelen 5 en 7 zijn van toepassing op de inkomsten verkregen vanaf 1 januari 2012.
  Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2012.
  Artikel 35 is van toepassing op de kapitalen die worden overgedragen vanaf 1 januari 2012.
  Artikel 36 is van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden overgedragen vanaf 1 juli 2012.
  Artikel 23, 2°, is van toepassing op de uitgaven die werkelijk worden betaald tijdens een belastbaar tijdperk verbonden met aanslagjaar 2013 of een later aanslagjaar.
  De artikelen 2, 4, 6, 8 tot 23, 1°, 24 tot 32, 34, 37 en 38 treden in werking vanaf aanslagjaar 2013.
  Artikel 34 is ook van toepassing voor het aanslagjaar 2012 indien de gronden van belastbaarheid zijn weggevallen vóór 31 december 2012.
Art.39. L'article 3 entre en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2010.
  L'article 23, 3°, entre en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2012.
  Les articles 5 et 7 sont applicables aux revenus recueillis à partir du 1er janvier 2012.
  L'article 33 produit ses effets le 1er avril 2012.
  L'article 35 est applicable aux capitaux qui sont transférés à partir du 1er janvier 2012.
  L'article 36 est applicable aux capitaux et valeurs de rachats qui sont transférés à partir du 1er juillet 2012.
  L'article 23, 2°, est applicable aux dépenses réellement payées pendant une période imposable se rattachant à l'exercice d'imposition 2013 ou à un exercice d'imposition ultérieur.
  Les articles 2, 4, 6, 8 à 23, 1°, 24 à 32, 34, 37 et 38 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  L'article 34 est également applicable à l'exercice d'imposition 2012 si les conditions d'assujettissement ont disparu avant le 31 décembre 2012.
(NOTA : bij arrest nr 93/2014 van 19 juni 2014, (B.St 10-07-2014,p. 52905), heeft het Grondwettekijk Hof dit artikel 39,L3 vernietigd)
(NOTE : par son arrêt 93/2014 du 19 juin 2014, (M.B. 10-07-2014,p. 52908), la Cour constitutionnelle a annulé l'article 39,alinéa 3)
Afdeling 2. - Wijzigingen met betrekking tot vennootschappen en andere rechtspersonen
Section 2. - Modifications concernant les sociétés et autres personnes morales
Art.40. In artikel 19bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005, 21 december 2009 en 19 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " ingeval van overdracht onder bezwarende titel van aandelen, " ingevoegd tussen het woord " verkregen " en worden de woorden " ingeval van inkoop " en de woorden " 40 pct. " vervangen door de woorden " 25 pct. ";
  2° in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden " , met uitsluiting van die bedoeld in artikel 2, § 5, van hetzelfde koninklijk besluit " opgeheven;
  3° in paragraaf 1, wordt het zesde lid vervangen als volgt :
  " Onder collectieve beleggingsinstellingen in effecten in de zin van dit artikel, worden verstaan de instellingen erkend overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's), en de collectieve beleggingsinstellingen gevestigd buiten het grondgebied waarop de Associatieovereenkomst tot oprichting van de Europese Economische Ruimte krachtens zijn artikel 126 van toepassing is. ";
  4° in paragraaf 1, zevende lid worden de woorden " 40 pct. " vervangen door de woorden " 25 pct. ";
  5° in paragraaf 1, achtste lid worden de woorden " wordt dit percentage geacht meer dan 40 pct. te bedragen " vervangen door de woorden " wordt dit percentage geacht 100 pct. te bedragen ";
  6° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Wanneer de aanschaffings- of beleggingswaarde niet gekend is, is het belastbaar bedrag van de inkomsten het ontvangen bedrag tijdens de verrichting vermenigvuldigd met het percentage bedoeld in het eerste lid. ".
Art.40. A l'article 19bis, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2005, 21 décembre 2009 et 19 mai 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " en cas de cession à titre onéreux d'actions ou de parts, " sont insérés entre le mot " reçus " et les mots " en cas de rachat " et les mots " 40 p.c. " sont remplacés par les mots " 25 p.c. ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " , à l'exclusion de celles visées à l'article 2, § 5, du même arrêté " sont abrogés;
  3° au paragraphe 1er, l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Par organismes de placement collectif en valeurs mobilières au sens de cet article, il y a lieu d'entendre les organismes autorisés conformément à la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM), ainsi que les organismes de placement collectif établis en dehors du territoire où l'accord d'association instituant l'Espace économique européen est applicable en vertu de son article 126. ";
  4° au paragraphe 1er, alinéa 7, les mots " 40 p.c. " sont remplacés par les mots " 25 p.c. ";
  5° au paragraphe 1er, alinéa 8, les mots " ce pourcentage est censé être supérieur à 40 p.c. " sont remplacés par les mots " ce pourcentage est censé être égal à 100 p.c. ";
  6° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si la valeur d'acquisition ou la valeur d'investissement n'est pas connue, le montant imposable des revenus est égal au montant reçu lors de l'opération multiplié par le pourcentage visé à l'alinéa 1er. ".
Art.41. In artikel 45, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 11 december 2008 en gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden " van artikelen 44, § 1, 2°, en 217, 2° " vervangen door de woorden " van artikelen 44, § 1, 2°, en 192, § 1, eerste lid, ".
Art.41. A l'article 45, § 1er, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 11 décembre 2008 et modifié par la loi du 29 mars 2012, les mots " des articles 44, § 1er, 2°, et 217, 2°, " sont remplacés par les mots " des articles 44, § 1er, 2°, et 192, § 1er, alinéa 1er, ".
Art.42. Artikel 75, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt :
  " 3° vaste activa indien het recht van gebruik ervan anders dan op de wijze als vermeld sub 2° is overgedragen aan een andere belastingplichtige, tenzij de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon of aan een vennootschap, die zelf aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek tegen eenzelfde of een hoger percentage voldoet, die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt; ".
Art.42. L'article 75, 3°, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992, est remplacé par la disposition suivante :
  " 3° aux immobilisations dont le droit d'usage a été cédé à un autre contribuable selon des modalités différentes de celles visées au 2°, à moins que cette cession n'ait été effectuée à une personne physique ou à une société, qui satisfait elle-même aux conditions, critères et limites d'application de la déduction pour investissement à un pourcentage identique ou supérieur, qui affecte ces immobilisations en Belgique à la réalisation de bénéfices ou de profits et qui n'en cède pas l'usage à une tierce personne en tout ou en partie; ".
Art.43. In artikel 181, 7°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 16 november 2004, worden de woorden " 7° erkend zijn voor de toepassing van artikel 104, 3°, b, d, e, h tot l, 4° en 4° bis, " vervangen door de woorden " 7° erkend zijn voor de toepassing van artikel 14533, § 1, eerste lid, 1°, b, d, e, h tot l, 2° en 3°, ".
Art.43. Dans l'article 181, 7°, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par les lois des 22 décembre 2003 et 16 novembre 2004, les mots " 7° qui sont agréées pour l'application de l'article 104, 3°, b, d, e, h à l, 4° et 4° bis, " sont remplacés par les mots " 7° qui sont agréées pour l'application de l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1°, b, d, e, h à l, 2° et 3°, ".
Art.44. Artikel 192, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 15 december 2004, 11 december 2008, 22 december 2009 en 29 maart 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap. ".
Art.44. L'article 192, § 1er, du même Code, modifié par la loi du 28 décembre 1992, par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et par les lois des 22 décembre 1998, 10 mars 1999, 15 décembre 2004, 11 décembre 2008, 22 décembre 2009 et 29 mars 2012, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour déterminer si la condition de détention en pleine propriété pendant une période ininterrompue d'au moins un an visée à l'alinéa 1er est respectée dans le chef de la société bénéficiaire ou absorbante, les actions ou parts transférées à l'occasion d'une opération fiscalement neutre visée à l'article 46, § 1er, alinéa 1er, 2°, 211, 214, § 1er, et 231, §§ 2 et 3, qui répondent, selon le cas, au prescrit de l'article 183bis, sont censées avoir été acquises à la date d'acquisition par l'apporteur ou la société transformée, absorbée ou scindée. ".
Art.45. In artikel 198, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden " de in mindering van de vennootschapsbelasting gestorte sommen en de roerende voorheffing die de schuldenaar van het inkomen met miskenning van artikel 261, tot ontlasting van de verkrijger heeft gedragen, " vervangen door de woorden " de in mindering van de vennootschapsbelasting gestorte sommen, en zowel de bijkomende heffing op roerende inkomsten als de roerende voorheffing die de schuldenaar van het inkomen met miskenning van de artikelen 174/1 en 261 tot ontlasting van de verkrijger heeft gedragen, ";
  2° in het eerste lid, 9°, wordt het woord " kosteloos " opgeheven.
Art.45. A l'article 198, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 22 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots " les sommes versées à valoir sur l'impôt des sociétés et le précompte mobilier supporté par le débiteur du revenu à la décharge du bénéficiaire en méconnaissance de l'article 261, " sont remplacés par les mots " les sommes versées à valoir sur l'impôt des sociétés et tant la cotisation supplémentaire sur des revenus mobiliers que le précompte mobilier supportés par le débiteur du revenu à la décharge du bénéficiaire en méconnaissance des articles 174/1 et 261, ";
  2° à l'alinéa 1er, 9°, le mot " gratuitement " est abrogé.
Art.46. In artikel 199 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, worden de woorden " in artikel 104, 5°, b, " vervangen door de woorden " in artikel 14533, § 1, eerste lid, 5°, " en worden de woorden " en uitgaven die krachtens dit Wetboek of krachtens bijzondere wettelijke bepalingen voor een belastingvermindering voor giften in aanmerking komen, " ingevoegd tussen de woorden " vrijgestelde inkomsten " en de woorden " die begrepen zijn ".
Art.46. A l'article 199 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par la loi du 26 mars 1999, les mots " à l'article 104, 5°, b, " sont remplacés par les mots " à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 5°, " et les mots " et les dépenses éligibles à une réduction d'impôt pour libéralités " sont insérés entre les mots " les revenus exonérés " et les mots " en vertu du présent Code ".
Art.47. In artikel 200 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de woorden " die inzake aftrekbare giften zijn vermeld in artikel 109, " vervangen door de woorden " die inzake vermindering voor giften zijn vermeld in artikel 14533, § 1, vierde lid, ".
Art.47. A l'article 200 du même Code, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001, les mots " prévus, en matière de déduction des libéralités, à l'article 109, " sont remplacés par les mots " prévus, en matière de réduction pour libéralités, à l'article 14533, § 1er, alinéa 4, ".
Art.48. Artikel 205quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, wordt opgeheven.
Art.48. L'article 205quinquies du même Code, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié par la loi du 22 décembre 2009, est abrogé.
Art.49. In artikel 219bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Deze aanslag is gelijk aan 34 pct. van het totale bedrag van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk, die werden aangelegd gedurende een belastbaar tijdperk verbonden aan de aanslagjaren 2003 en vorige, en aan 28 pct. van het totale bedrag van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk, die werden aangelegd gedurende een belastbaar tijdperk verbonden aan de aanslagjaren 2004 en volgende. ".
  2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " 34 % " vervangen door de woorden " 28 pct. ".
Art.49. Dans l'article 219bis du même Code, inséré par la loi du 4 mai 1999, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Cette cotisation est égale à 34 p.c. du montant total des réserves taxées au début de la période imposable, qui ont été constituées au cours d'une période imposable se rattachant aux exercices d'imposition 2003 et antérieurs, et à 28 p.c. du montant total des réserves taxées au début de la période imposable, qui ont été constituées au cours d'une période imposable se rattachant aux exercices d'imposition 2004 et suivants. ".
  2° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots " 34 % " sont remplacés par les mots " 28 p.c. ".
Art.50. In artikel 223, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, wordt het woord " kosteloos " opgeheven.
Art.50. Dans l'article 223, alinéa 1er, 4°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 2011, le mot " gratuitement " est abrogé.
Art.51. In artikel 234, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, wordt het woord " kosteloos " opgeheven.
Art.51. Dans l'article 234, alinéa 1er, 6°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 2011, le mot " gratuitement " est abrogé.
Art.52. In artikel 266, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " 15 pct. " vervangen door de woorden " 21 pct. ".
Art.52. A l'article 266, alinéa 1er, 1°, du même Code, les mots " 15 p.c. " sont remplacés par les mots " 21 p.c. ".
Art.53. In artikel 269 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden in de bepaling onder 1° bis, de woorden " de bepalingen onder in 4° en 5° ; " vervangen door de woorden " de bepalingen onder 4° en 5° ; ";
  2° in het eerste lid wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt :
  " 5° op 15 pct. voor de inkomsten uit in artikel 21, 5°, bedoelde spaardeposito's, en in zoverre zij, wat de inkomsten betaald of toegekend aan natuurlijke personen betreft, meer bedragen dan de in de bepaling onder 5° van dat artikel bepaalde grenzen. ";
  3° in het derde lid, e, worden de woorden " van 15 pct. " vervangen door de woorden " van 21 pct. ".
Art.53. A l'article 269 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 28 décembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 1er, 1° bis, les mots " de bepalingen onder in 4° en 5° ; " sont remplacés par les mots " de bepalingen onder 4° en 5° ; ";
  2° le 5° de l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " 5° à 15 p.c. pour les revenus de dépôts d'épargne visés à l'article 21, 5°, et dans la mesure où, en ce qui concerne les revenus payés ou attribués à des personnes physiques, ils excèdent les limites fixées au 5° dudit article. ";
  3° dans l'alinéa 3, e, les mots " de 15 p.c. " sont remplacés par les mots " de 21 p.c. ".
Art.54. In de Franse tekst van artikel 365 van hetzelfde Wetboek, hersteld door artikel 33 van de wet van 11 december 2008, worden de woorden " est établie dans les délais prévus dans ce présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même au moment où la société absorbée ou scindée comme personne morale n'existe plus. " vervangen door de woorden " est établie dans les délais prévus dans le présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même à un moment où la société absorbée ou scindée n'existe plus en tant que personne morale. ".
Art.54. Dans le texte français de l'article 365 du même Code, rétabli par l'article 33 de la loi du 11 décembre 2008, les mots " est établie dans les délais prévus dans ce présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même au moment où la société absorbée ou scindée comme personne morale n'existe plus. " sont remplacés par les mots " est établie dans les délais prévus dans le présent chapitre dans le chef de la société absorbante ou des sociétés bénéficiaires, même à un moment où la société absorbée ou scindée n'existe plus en tant que personne morale. ".
Art.55. In artikel 521, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " van artikel 192, eerste lid, " vervangen door de woorden " van artikel 192, § 1, eerste lid, ".
Art.55. A l'article 521, du même Code, les mots " à l'article 192, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " à l'article 192, § 1er, alinéa 1er, ".
Art.56. In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 536 ingevoegd, luidende :
  " Art. 536. De overeenkomstig artikel 205quinquies, zoals dit bestond voor de opheffing ervan door artikel 48 van de wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, overgedragen vrijstellingen voor de aftrek voor risicokapitaal, die nog niet konden worden in mindering gebracht van de winst van een belastbaar tijdperk afgesloten op ten laatste 30 december 2012, alsmede de niet verleende vrijstelling bij geen of onvoldoende winst voor dit belastbaar tijdperk, worden achtereenvolgens in mindering gebracht van de winst van de zeven belastbare tijdperken volgend op dat waarin de aftrek voor risicokapitaal in eerste instantie niet in mindering gebracht kon worden, binnen de beperkingen en op de wijze voorzien in dit artikel.
  De in het eerste lid vermelde aftrek van de overdracht voor risicokapitaal wordt uitgevoerd tot het bedrag van de winst die nog bestaat na de toepassing van alle in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken in uitvoering van artikel 207, eerste lid.
  Als het resultaat verkregen na de andere in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken, hoger is dan één miljoen euro, wordt het krachtens dit artikel vrijgesteld bedrag dat deze beperking overtreft, zelf beperkt tot 60 pct.
  In afwijking van het eerste lid, worden de bedragen die nog niet konden worden in mindering gebracht omwille van deze beperking tot 60 pct. achtereenvolgens in mindering gebracht, binnen de beperkingen en op de wijze bedoeld in het tweede en het derde lid, van de winst van de volgende belastbare tijdperken, zelfs na de vervaldag van de periode van aftrek bedoeld in het eerste lid, zodat de beperking niet tot gevolg heeft dat het bedrag dat men had kunnen aftrekken indien de beperking niet had bestaan, wordt verminderd. ".
Art.56. Dans le titre X du même Code, il est inséré un article 536, rédigé comme suit :
  " Art. 536. Les exonérations pour capital à risque reportées conformément à l'article 205quinquies, tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 48 de la loi du 13 décembre 2012 portant des dispositions fiscales et financières, qui n'ont pu être déduites des bénéfices d'une période imposable clôturée au plus tard le 30 décembre 2012, ainsi que l'exonération non accordée en cas d'absence ou d'insuffisance de bénéfices pour cette période imposable, sont successivement déduites des bénéfices des sept périodes imposables suivant celle au cours de laquelle la déduction pour capital à risque n'a pu être déduite initialement, dans les limites et selon les modalités prévues au présent article.
  La déduction du report pour capital à risque visée à l'alinéa 1er est effectuée à concurrence du montant des bénéfices qui subsistent après l'application de toutes les déductions prévues par les articles 199 à 206 en exécution de l'article 207, alinéa 1er.
  Lorsque le résultat obtenu après les autres déductions, prévues par les articles 199 à 206, est supérieur à un million d'euros, le montant exonéré au-delà de cette limite en vertu du présent article est lui-même limité à 60 p.c.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les montants qui n'ont pas pu être déduits en raison de cette limitation à 60 p.c. sont successivement déduits, dans les limites et selon les modalités prévues aux alinéas 2 et 3, des bénéfices des périodes imposables suivantes, même après l'échéance de la période de déduction déterminée à l'alinéa 1er, de telle sorte que la limitation n'ait pas pour effet de diminuer le montant qui aurait pu être déduit si la limitation n'avait pas existé. ".
Art.57. De artikelen 118 en 120 van de programmawet van 27 december 2005 worden opgeheven.
Art.57. Les articles 118 et 120 de la loi-programme du 27 décembre 2005 sont abrogés.
Art.58. Elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepalingen als vermeld in de artikelen 45 en 52, vierde lid, wat de inwerkingtreding van dat artikel 45 betreft, van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen.
Art.58. Toute modification apportée, à partir du 28 novembre 2011, à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application des dispositions visées aux articles 45 et 52, alinéa 4, en ce qui concerne l'entrée en vigueur de cet article 45, de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses.
Art.59. Artikel 54 is van toepassing voor verrichtingen die plaatsvinden vanaf 12 januari 2009.
  Artikel 45, 1°, is van toepassing op de uitgaven gedaan of gedragen vanaf 1 januari 2012.
  De artikelen 43, 46 en 47 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2012.
  De artikelen 45, 2°, 50 en 51 zijn van toepassing op de voordelen van alle aard toegekend vanaf 1 januari 2012.
  Artikel 53, 2°, is van toepassing op de interesten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012.
  De artikelen 48, 49, 1°, en 56 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2013.
  Elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze artikelen 48, 49, 1°, en 56.
  Artikel 40 is van toepassing op de verrichtingen die plaatsgrijpen vanaf de datum waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Artikel 42 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2013, in zover de vaste activa vanaf 1 januari 2012 zijn verkregen of tot stand gebracht.
  De artikelen 41 en 44 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op meerwaarden gerealiseerd vanaf 28 november 2011 en voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 28 november 2011, tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 6 april 2012 afsluit en verbonden is aan het aanslagjaar 2012.
  Elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan de afsluitingsdatum van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking op de toepassing van artikelen 41, 42 en 44.
  Artikel 49, 2°, is van toepassing op de dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013.
Art.59. L'article 54 est applicable aux opérations effectuées à partir du 12 janvier 2009.
  L'article 45, 1°, est applicable aux dépenses faites ou supportées à partir du 1er janvier 2012.
  Les articles 43, 46 et 47 sont applicables à partir du 1er janvier 2012.
  Les articles 45, 2°, 50 et 51 sont applicables aux avantages de toute nature attribués à partir du 1er janvier 2012.
  L'article 53, 2°, est applicable aux intérêts attribués ou mis en paiement à partir du 1er janvier 2012.
  Les articles 48, 49, 1°, et 56 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  Toute modification apportée, à partir du 28 novembre 2011, à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application des articles 48, 49, 1°, et 56.
  L'article 40 s'applique aux opérations réalisées à partir de la date de publication de la présente loi au Moniteur belge.
  L'article 42 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2013 et pour autant que les immobilisations aient été acquises ou constituées à partir du 1er janvier 2012.
  Les articles 41 et 44 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2013, ainsi qu'aux plus-values réalisées à partir du 28 novembre 2011 et aux opérations ou transferts effectués à partir du 28 novembre 2011 au cours d'une période imposable clôturée au plus tôt le 6 avril 2012 et se rattachant à l'exercice d'imposition 2012.
  Toute modification apportée, à partir du 28 novembre 2011, à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application des articles 41, 42 et 44.
  L'article 49, 2°, est applicable aux dividendes attribués ou mis en paiement à partir du 1er janvier 2013.
Afdeling 3. - Wijzigingen met betrekking tot niet-inwoners
Section 3. - Modifications relatives aux non-résidents
Art.60. In artikel 228 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het woord " uitsluitend " opgeheven;
  2° de inleidende zin van paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. In de in § 1 bedoelde inkomsten zijn begrepen : ";
  3° in paragraaf 2, 3°, d, worden de woorden " in een inrichting waarover een andere in artikel 227, 2°, vermelde niet-inwoner in België beschikt, " vervangen door de woorden " in een Belgische inrichting waarover een andere in artikel 227, 2°, vermelde niet-inwoner beschikt, ";
  4° in paragraaf 2, 6°, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
  " 6° de in artikel 23, § 1, 4°, vermelde bezoldigingen, rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste : ";
  5° de bepaling van paragraaf 2, 6°, d, wordt vervangen als volgt :
  " d) van een Belgische inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner beschikt; ";
  6° de bepaling van paragraaf 2, 7° bis, d, wordt vervangen als volgt :
  " d) een Belgische inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner beschikt; ";
  7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. De belasting wordt eveneens geheven van de inkomsten die niet door § 1 en § 2 worden beoogd maar die overeenkomstig de voorgaande titels van dit wetboek als belastbare inkomsten beschouwd worden en ten laste vallen :
  a) van een rijksinwoner;
  b) van een binnenlandse vennootschap of van een vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België;
  c) van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten en gemeenten;
  d) van een Belgische inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner beschikt,
  voor zover die inkomsten ingevolge een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting belastbaar zijn in België, of, wanneer dergelijke overeenkomst niet van toepassing is, voor zover de belastingplichtige niet bewijst dat de inkomsten daadwerkelijk belast werden in de Staat waarvan hij inwoner is. ".
Art.60. A l'article 228 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le mot " exclusivement " est supprimé;
  2° la phrase liminaire du paragraphe 2 est remplacée par ce qui suit :
  " § 2. Sont compris dans les revenus visés au § 1er : ";
  3° au paragraphe 2, 3°, d, les mots " dans un établissement dont dispose en Belgique un autre non-résident visé à l'article 227, 2°, " sont remplacés par les mots " dans un établissement belge dont dispose un autre non-résident visé à l'article 227, 2°, ";
  4° au paragraphe 2, 6°, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit :
  " 6° les rémunérations visées à l'article 23, § 1er, 4°, directement ou indirectement à charge : ";
  5° le paragraphe 2, 6°, d, est remplacé par ce qui suit :
  " d) d'un établissement belge dont dispose un non-résident visé à l'article 227; ";
  6° le paragraphe 2, 7° bis, d, est remplacé par ce qui suit :
  " d) un établissement belge dont dispose un non-résident visé à l'article 227; ";
  7° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. L'impôt est également perçu sur les revenus, non visés aux § 1er et § 2, mais qui sont considérés comme des revenus imposables suivant les précédents titres du présent code et qui sont à charge :
  a) d'un habitant du Royaume;
  b) d'une société résidente, ou d'une association, d'un établissement ou d'un organisme quelconque ayant en Belgique son siège social, son principal établissement ou son siège d'administration ou de direction;
  c) de l'Etat, des Communautés, Régions, provinces, agglomérations, fédérations de communes et communes belges;
  d) d'un établissement belge dont dispose un non-résident visé à l'article 227,
  dans la mesure où ces revenus sont imposables en Belgique conformément à une convention préventive de la double imposition ou, lorsqu'une telle convention ne s'applique pas, dans la mesure où le contribuable ne fournit pas la preuve que les revenus sont effectivement imposés dans l'Etat dont il est un résident. ".
Art.61. In artikel 229 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 11 december 2008 en 22 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Onder de uitdrukking " Belgische inrichting " wordt verstaan elke vaste bedrijfsinrichting met behulp waarvan de beroepswerkzaamheden van een buitenlandse onderneming geheel of gedeeltelijk in België worden uitgeoefend. ";
  2° in de inleidende zin van paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " een vaste inrichting : " vervangen door de woorden " een vaste bedrijfsinrichting : ";
  3° tussen de paragrafen 2 en 3 worden de paragrafen 2/1 en 2/2 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. Wanneer een buitenlandse onderneming in België voor eenzelfde of voor met elkaar verband houdende projecten diensten levert door middel van één of meer natuurlijke personen die in België aanwezig zijn en er die diensten leveren gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de duur in het totaal 30 dagen te boven gaat of gaan tijdens enig tijdperk van twaalf maanden, vormen de werkzaamheden die in België in het kader van die levering van diensten worden uitgeoefend een Belgische inrichting.
  § 2/2. Wanneer een buitenlandse onderneming verbonden of geassocieerd is met één of meerdere andere ondernemingen in de zin van respectievelijk de artikelen 11 en 12 van het Wetboek van vennootschappen, wordt de gecumuleerde duur van de gelijkaardige werkzaamheden die door deze ondernemingen in België worden uitgeoefend, in aanmerking genomen om vast te stellen of de duur van de door de bedoelde buitenlandse onderneming in België uitgeoefende werkzaamheden meer bedraagt dan de minimale duur die in § 1, tweede lid, 8°, en in § 2/1 is vastgelegd om een Belgische inrichting te vormen, of dan de minimale duur die door een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting is vastgelegd om een vaste inrichting te vormen.
  Deze bepaling is niet van toepassing wanneer de buitenlandse onderneming bewijst dat het uitoefenen van gelijkaardige werkzaamheden door haarzelf of door één of meer ondernemingen waarmee ze verbonden of geassocieerd is, gerechtvaardigd is op grond van andere motieven dan te vermijden dat die werkzaamheden, naargelang het geval, een Belgische inrichting of een vaste inrichting vormen met behulp waarvan die werkzaamheden worden uitgeoefend. ";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden " artikel 228, § 2, 3° of 4° " vervangen door de woorden " artikel 228, § 2, 3°, 3° bis of 4°, " en worden de woorden " voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, " en " , voor de toepassing van artikel 228, § 2, 4°, " geschrapt;
  5° in paragraaf 4, vijfde lid, wordt het woord " inrichting " telkens vervangen door de woorden " Belgische inrichting ".
Art.61. A l'article 229 du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 11 décembre 2008 et 22 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. L'expression " établissement belge " désigne toute installation fixe d'affaires par l'intermédiaire de laquelle une entreprise étrangère exerce tout ou en partie de son activité professionnelle en Belgique. ";
  2° dans la phrase liminaire du paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " une installation fixe : " sont remplacés par les mots " une installation fixe d'affaires : ";
  3° entre les paragraphes 2 et 3, il est inséré les paragraphes 2/1 et 2/2 rédigés comme suit :
  " § 2/1. Lorsqu'une entreprise étrangère exécute en Belgique des prestations de services, pour un même projet ou pour des projets connexes, par l'intermédiaire d'une ou plusieurs personnes physiques qui sont présentes et exécutent ces prestations de services en Belgique pendant une période ou des périodes excédant au total 30 jours durant toute période de douze mois, les activités exercées en Belgique dans le cadre de l'exécution de ces prestations de services constituent un établissement belge.
  § 2/2. Lorsqu'une entreprise étrangère est liée ou associée à une ou plusieurs autres entreprises au sens respectivement des articles 11 et 12 du Code des Sociétés, la durée cumulée des activités similaires exercées en Belgique par ces entreprises est prise en considération pour déterminer si la durée des activités exercées en Belgique par ladite entreprise étrangère excède la durée minimale prévue au § 1er, alinéa 2, 8°, et au § 2/1 pour constituer un établissement belge ou la durée minimale prévue par une convention préventive de la double imposition pour constituer un établissement stable.
  La présente disposition ne s'applique pas lorsque l'entreprise étrangère prouve que l'exercice des activités similaires, par elle-même et une ou plusieurs entreprises à laquelle ou auxquelles elle est liée ou associée, se justifie par d'autres motifs que par la volonté d'éviter que ces activités ne constituent, suivant le cas, un établissement belge ou un établissement stable par l'intermédiaire duquel ces activités sont exercées. ";
  4° au paragraphe 3, les mots " de l'article 228, § 2, 3° ou 4°, " sont remplacés par les mots " de l'article 228, § 2, 3°, 3° bis ou 4°, " et les mots " pour l'application de l'article 228, § 2, 3°, " et " pour l'application de l'article 228, § 2, 4° " sont abrogés;
  5° au paragraphe 4, alinéa 5, le mot " établissement " est chaque fois remplacé par les mots " établissement belge ".
Art.62. In artikel 230 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, b en c, worden de woorden " de inrichting waarover hij in België beschikt; " telkens vervangen door de woorden " de Belgische inrichting waarover hij beschikt ";
  2° in het eerste lid, 3°, b, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder het derde streepje worden de woorden " artikel 104, 3°, a, of b, " vervangen door de woorden " artikel 14533, § 1, eerste lid, 1°, a of b, ";
  b) in de bepaling onder het vierde streepje worden de woorden " artikel 104, 4°, " vervangen door de woorden " artikel 14533, § 1, eerste lid, 2°, ";
  c) in de bepaling onder het vijfde streepje worden de woorden " artikel 104, 4° bis, " vervangen door de woorden " artikel 14533, § 1, eerste lid, 3°, ".
Art.62. A l'article 230 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, b et c, les mots " d'un établissement dont il dispose en Belgique; " sont à chaque fois remplacés par les mots " d'un établissement belge dont il dispose ";
  2° à l'alinéa 1er, 3°, b, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le troisième tiret, les mots " l'article 104, 3°, a ou b " sont remplacés par les mots " l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1°, a ou b, ";
  b) dans le quatrième tiret, les mots " l'article 104, 4°, " sont remplacés par les mots " l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 2°, ";
  c) dans le cinquième tiret, les mots " l'article 104, 4° bis, " sont remplacés par les mots " l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 3°, ".
Art.63. In artikel 231, § 2, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 juli 1992, wordt het woord " inrichting " vervangen door de woorden " Belgische inrichting ".
Art.63. Dans l'article 231, § 2, alinéa 6, du même Code, inséré par la loi du 28 juillet 1992, les mots " l'établissement " sont remplacés par les mots " l'établissement belge ".
Art.64. In artikel 232, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 25 april 2007, 4 mei 2007, 22 december 2008 en 22 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " hun in België behaalde of verkregen beroepsinkomsten " vervangen door de woorden " hun in artikel 228, § 1, bedoelde beroepsinkomsten ";
  2° de bepaling onder a wordt vervangen als volgt :
  " a) beschikken of geacht worden te beschikken over één of meer Belgische inrichtingen; ".
Art.64. A l'article 232, alinéa 1er, 2°, du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 25 avril 2007, 4 mai 2007, 22 décembre 2008 et 22 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire, les mots " de leurs revenus professionnels produits ou recueillis en Belgique " sont remplacés par les mots " de leurs revenus professionnels visés à l'article 228, § 1er, ";
  2° le point a est remplacé par ce qui suit :
  " a) disposent ou sont censés disposer d'un ou de plusieurs établissements belges; ".
Art.65. In artikel 240, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " een inrichting waarover die belastingplichtigen in België beschikken, " vervangen door de woorden " een Belgische inrichting waarover die belastingplichtigen beschikken, ".
Art.65. Dans l'article 240, alinéa 1er, du même Code, les mots " d'un établissement dont ces contribuables disposent en Belgique, " sont remplacés par les mots " d'un établissement belge dont disposent ces contribuables, ".
Art.66. Artikel 242, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 januari 1996 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 14 april 2011, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Wanneer de belastingplichtige in België belastbare beroepsinkomsten heeft behaald of verkregen die tenmiste 75 pct. bedragen van het geheel van zijn in het belastbaar tijdperk behaalde of verkregen binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten, zijn de in artikel 104 vermelde bestedingen aftrekbaar van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten.
  Wanneer de belastingplichtige die niet voldoet aan de inkomstenvoorwaarde als vermeld in het eerste lid, gedurende het gehele belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, zijn de in artikel 104 vermelde bestedingen, met uitzondering van de in artikel 104, 1° en 2°, vermelde uitkeringen tot onderhoud wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is, aftrekbaar van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten. ".
Art.66. L'article 242, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 30 janvier 1996 et modifié par les lois des 22 décembre 2008 et 14 avril 2011, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Lorsque le contribuable a obtenu ou recueilli des revenus professionnels imposables en Belgique qui s'élèvent au moins à 75 p.c. de l'ensemble de ses revenus professionnels obtenus ou recueillis pendant la période imposable de source belge et étrangère, les dépenses visées à l'article 104 sont déductibles du montant total des revenus net visés à l'article 232.
  Lorsque le contribuable qui ne satisfait pas à la condition de revenus visée à l'alinéa 1er, a maintenu un foyer d'habitation en Belgique durant toute la période imposable, les dépenses visées à l'article 104, à l'exception des rentes alimentaires visées à l'article 104, 1° et 2°, lorsque le bénéficiaire de la rente n'est pas un habitant du Royaume, sont déductibles du montant total des revenus nets visés à l'article 232. ".
Art.67. In artikel 243, vierde lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 22 december 2008, worden de woorden " en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is " opgeheven.
Art.67. Dans l'article 243, alinéa 4, deuxième tiret, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 8 juin 2008 et 22 décembre 2009, les mots " et dont il est propriétaire, possesseur, emphytéote, superficiaire ou usufruitier " sont abrogés.
Art.68. In artikel 244 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 januari 1996 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " in het belastbaar tijdperk behaalde of verkregen " ingevoegd tussen de woorden " het geheel van zijn " en " binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten. ";
  2° in het tweede lid, tweede streepje, worden de woorden " en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is " opgeheven.
Art.68. A l'article 244 du même Code, remplacé par la loi du 30 janvier 1996 et modifié par les lois des 25 avril 2007 et 22 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " obtenus ou recueillis pendant la période imposable " sont insérés entre les mots " du total de ses revenus professionnels " et les mots " de sources belge et étrangère. ";
  2° dans l'alinéa 2, deuxième tiret, les mots " et dont il est propriétaire, possesseur, emphytéote, superficiaire ou usufruitier " sont abrogés.
Art.69. Artikel 248 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, en bij de wetten van 4 mei 2007, 22 december 2008, 22 december 2009 en 14 april 2011, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. De in artikel 227 beoogde belastingplichtigen die inkomsten verkrijgen zoals bedoeld in artikel 228, § 3, kunnen er ook voor opteren om § 1 niet op die inkomsten toe te passen. Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige. In dat geval worden voormelde inkomsten toegevoegd aan de, naargelang het geval, in artikel 232, 233 of 234 bedoelde inkomsten om het netto bedrag te bepalen en de belasting te berekenen. ".
Art.69. L'article 248 du même Code, remplacé par la loi du 28 juillet 1992 et modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et par les lois des 4 mai 2007, 22 décembre 2008, 22 décembre 2009 et 14 avril 2011, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les contribuables visés à l'article 227 qui recueillent des revenus visés à l'article 228, § 3, peuvent également choisir de ne pas appliquer le § 1er à ces revenus. Ce choix est définitif, irrévocable et lie le contribuable. Dans ce cas, les revenus précités sont ajoutés aux revenus visés à l'article 232, 233 ou 234, suivant le cas, pour déterminer le montant net et calculer l'impôt. ".
Art.70. Artikel 270 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 28 december 1992 en 22 juli 1993, bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998 en 24 december 2002, wordt aangevuld als volgt :
  " 7° degenen die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in artikel 228, § 3, vermelde inkomsten betalen of toekennen. " .
Art.70. L'article 270 du même Code, modifié par les lois des 28 juillet 1992, 28 décembre 1992 et 22 juillet 1993, par l'arrêté royal du 12 décembre 1996 et par les lois des 22 décembre 1998 et 24 décembre 2002, est complété comme suit :
  " 7° ceux qui, au titre de débiteur, dépositaire, mandataire ou intermédiaire, paient ou attribuent des revenus visés à l'article 228, § 3. ".
Art.71. In artikel 272, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, worden de woorden " de in artikel 270, 1°, 3° en 6° vermelde belastingschuldigen " vervangen door de woorden " de in artikel 270, 1°, 3°, 6° en 7°, vermelde belastingschuldigen ".
Art.71. Dans l'article 272, alinéa 1er, 1°, du même Code, modifié par la loi du 22 juillet 1993, les mots " les redevables désignés à l'article 270, 1°, 3° et 6° " sont remplacés par les mots " les redevables désignés à l'article 270, 1°, 3°, 6° et 7°, ".
Art.72. In artikel 294, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " of beroepsinkomsten, " vervangen door de woorden " , in artikel 228, § 1, bedoelde beroepsinkomsten of diverse inkomsten die overeenkomstig artikel 248, § 2, aan de in artikel 232, eerste lid, 2°, vermelde inkomsten zijn toegevoegd, ".
Art.72. Dans l'article 294, alinéa 2, du même Code, modifié par la loi du 22 décembre 1998, les mots " ou que des revenus professionnels, " sont remplacés par les mots " que des revenus professionnels visés à l'article 228, § 1er ou que des revenus divers qui sont ajoutés aux revenus visés à l'article 232, alinéa 1er, 2°, conformément à l'article 248, § 2, ".
Art.73. De artikelen 62, 2°, 66 tot 68 en 72 treden in werking vanaf aanslagjaar 2013.
  De artikelen 60, 1° tot 3° en 5° tot 7°, 61, 62, 1°, 63 tot 65, 70 en 71 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2013.
  Artikel 69 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2014.
Art.73. Les articles 62, 2°, 66 à 68 et 72 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  Les articles 60, 1° à 3° et 5° à 7°, 61, 62, 1°, 63 à 65, 70 et 71 sont applicables à partir du 1er janvier 2013.
  L'article 69 entre en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2014.
HOOFDSTUK 3. - Diverse taksen
CHAPITRE 3. - Taxes diverses
Art.74. Artikel 172 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, wordt artikel 1721.
Art.74. L'article 172 du Code des droits et taxes divers, inséré par la loi du 28 décembre 2011, devient l'article 1721.
Art.75. Artikel 173 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij artikel 68 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wordt artikel 1722.
Art.75. L'article 173 du Code des droits et taxes divers, inséré par l'article 68 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, devient l'article 1722.
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen voor een betere inning
CHAPITRE 4. - Mesures pour une meilleure perception
Art.76. In artikel 157 van de programmawet (I) van 29 maart 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid :
  a) worden de woorden " door de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door hem gemaakte contractuele erfstelling verschuldigde belastingen en bijbehoren die " vervangen door de woorden " schulden van de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door hem gemaakte contractuele erfstelling, mits die schulden ";
  b) wordt in de Franse tekst het woord " dus " vervangen door het woord " dues ";
  c) worden de woorden " en die tot een derdenbeslag of een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven " opgeheven;
  d) worden de woorden " ter post aangetekende brief " worden vervangen door de woorden " aangetekende brief met ontvangstmelding ";
  2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden " aan rechtverkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest. " vervangen door de woorden " aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld. ".
Art.76. A l'article 157 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er :
  a) les mots " des impôts et accessoires " sont remplacés par les mots " des dettes ";
  b) le mot " dus " est remplacé par le mot " dues ";
  c) les mots " , et pouvant donner lieu à saisie-arrêt ou inscription hypothécaire, " sont supprimés;
  d) les mots " à la poste. " sont remplacés par les mots " avec accusé de réception. ";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " aux ayants droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat. " sont remplacés par les mots " à l'ayant droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat et à propos duquel la responsabilité du notaire est engagée. ".
Art.77. In artikel 158, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " van belastingschulden lastens de overledene of een andere persoon vermeld in het bericht met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de belastingen en hun bijbehoren, die aanleiding kunnen geven tot derdenbeslag of inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist. " vervangen door de woorden " lastens de overledene of een andere persoon vermeld in het bericht, van een fiscale schuld bestaande uit belastingen en bijbehoren, met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de vorenbedoelde schuld. ".
Art.77. A l'article 158, l'alinéa 1er, de la même loi, les mots " de dettes fiscales dans le chef du de cujus ou d'une autre personne mentionnée dans l'avis ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, des impôts et accessoires pouvant donner lieu à saisie-arrêt ou inscription d'une hypothèque légale du Trésor. " sont remplacés par les mots " , dans le chef du de cujus ou d'une autre personne mentionnée dans l'avis, d'une dette fiscale consistant en impôts ou accessoires, ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, de la dette susvisée. ".
Art.78. Artikel 159 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 159. In het attest van erfopvolging of aan de voet van de uitgifte van de akte van erfopvolging wordt vermeld hetzij dat er geen kennisgeving van schulden bij toepassing van artikel 158 werd gedaan en dit zowel in hoofde van de overledene als in hoofde van één of meerdere personen die vermeld zijn in het bericht en die bestemmeling zijn van het attest of de uitgifte, hetzij dat de schulden waarvan bij toepassing van artikel 158 kennis werd gegeven zijn betaald of, in voorkomend geval zullen worden betaald met de tegoeden gehouden door de schuldenaar.
  De vermelding van de gedane of van de nog te verrichten betaling wordt door de door de Koning aangewezen ambtenaar aan de voet van het attest toegevoegd of vervolledigd.
  De notaris die een attest van erfopvolging of een uitgifte van een akte van erfopvolging aflevert waarin onjuiste vermeldingen staan betreffende het ontbreken van de kennisgeving of betreffende de betaling van schulden waarvan van het bestaan kennis werd gegeven overeenkomstig artikel 158, loopt dezelfde aansprakelijkheid op als de notaris die de verplichting bepaald in artikel 157, § 1, niet naleeft. Die aansprakelijkheid is evenwel beperkt tot het bedrag dat als gevolg van die onjuistheden niet kon worden ingevorderd. ".
Art.78. L'article 159 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 159. Dans le certificat d'hérédité ou au pied de l'expédition de l'acte d'hérédité délivrée, il est fait mention soit de l'absence de notification de dettes en vertu de l'article 158, tant dans le chef du de cujus que dans le chef d'une ou plusieurs personnes mentionnées dans l'avis et destinataires du certificat ou de l'expédition, soit du paiement des dettes notifiées en vertu de l'article 158, le cas échéant à intervenir au moyen des fonds détenus auprès du débiteur.
  La mention du paiement intervenu ou à intervenir est ajoutée ou complétée, au pied du certificat, par le fonctionnaire désigné par le Roi.
  Le notaire qui délivre un certificat d'hérédité ou une expédition de l'acte d'hérédité portant des mentions inexactes relatives à l'absence de notification ou au paiement des dettes dont l'existence a été notifiée en vertu de l'article 158, encourt la même responsabilité que celui qui contrevient à l'obligation visée à l'article 157, § 1er. Cette responsabilité est toutefois limitée au montant non recouvré du fait de ces inexactitudes. ".
Art.79. In artikel 160 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " uit de akte of het attest van erfopvolging " vervangen door de woorden " uit het attest van erfopvolging of uit de uitgifte van de akte van erfopvolging ";
  2° in paragraaf 2, worden de woorden " vermeld dat alle op naam van de overledene en alle op naam van de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling bestaande schulden en hun bijbehoren waarvan bij toepassing van artikel 158 gebeurlijk kennis werd gegeven, werden betaald. " vervangen door de woorden " vermeld :
  a) dat alle op naam van de overledene en alle op naam van de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling bestaande schulden waarvan bij toepassing van artikel 158 in voorkomend geval kennis werd gegeven, werden betaald of;
  b) dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling na betaling, door middel van de door de schuldenaar gehouden fondsen, van zijn schulden en van zijn deel in de schulden van de overledene waarvan werd kennisgegeven. ";
  3° in paragraaf 2 wordt het woord " expeditie " vervangen door het woord " uitgifte ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. De in de § 1 bedoelde aansprakelijkheid is beperkt tot de waarde van de tegoeden die zijn vrijgegeven aan de schuldenaars die zijn vermeld in de kennisgeving waarvan sprake in artikel 158. ".
Art.79. A l'article 160 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " du certificat ou de l'acte de l'hérédité " sont remplacés par les mots " du certificat d'hérédité ou de l'expédition de l'acte d'hérédité ";
  2° au paragraphe 2, les mots " mentionnant que tous les impôts et accessoires éventuellement notifiés conformément à l'article 158 au nom du défunt et au nom de l'héritier, du légataire ou du bénéficiaire d'une institution contractuelle ont été payés. " sont remplacés par les mots " mentionnant :
  a) que toutes les dettes éventuellement notifiées conformément à l'article 158 au nom du défunt et au nom de cet héritier, légataire ou bénéficiaire d'une institution contractuelle ont été payées;
  b) ou que la libération des avoirs peut avoir lieu au profit de cet héritier, légataire ou bénéficiaire d'une institution contractuelle, après paiement de ses dettes notifiées et de sa part dans les dettes notifiées au nom du de cujus, au moyen des fonds détenus auprès du débiteur. ";
  3° au paragraphe 2 du texte néerlandais le mot " expeditie " est remplacé par le mot " uitgifte ";
  4° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. La responsabilité visée au § 1er est limitée à la valeur des avoirs libérés au profit des débiteurs mentionnés dans la notification visée à l'article 158. ".
Art.80. In artikel 163 van dezelfde wet worden de woorden " of dienst " ingevoegd, tussen het woord " persoon " en het woord " die ".
Art.80. Dans l'article 163 de la même loi, le mot " habilitée " est remplacé par les mots " ou service habilité ".
Art.81. In artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet 6 mei 2009 en gewijzigd bij de programmawet van 29 maart 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
  " De Koning kan een door hem aangewezen dienst belasten met de taak die is opgedragen aan de ontvanger der successierechten bedoeld in het eerste lid en in paragraaf 3 en die laatste ervan ontslaan. ";
  2° paragraaf 4, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " In voorkomend geval vermeldt de akte of het attest het nummer van het Nationaal Register, van het Bis-Register of het ondernemingsnummer van de belanghebbenden. ";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden " of de ontvanger van het successiekantoor kunnen " vervangen door de woorden " , de ontvanger van het successiekantoor of de door de Koning bij toepassing van paragraaf 1, derde lid, aangewezen dienst kunnen ".
Art.81. A l'article 1240bis du Code civil, inséré par la loi du 6 mai 2009 et modifié par la loi-programme du 29 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut charger un service qu'Il désigne de la mission confiée au receveur des droits de succession visé à l'alinéa 1er et au paragraphe 3, et en décharger celui-ci. ";
  2° le paragraphe 4, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " Le cas échéant, il mentionne le numéro de Registre national, du Registre bis ou le numéro d'entreprise des parties intéressées. ";
  3° au paragraphe 5, les mots " ou le receveur du bureau des droits de succession peuvent " sont remplacés par les mots " , le receveur du bureau des droits de succession ou le service désigné par le Roi en vertu du paragraphe 1er, alinéa 3, peuvent ".
HOOFDSTUK 5. - Fedorest
CHAPITRE 5. - Fedorest
Art.82. In artikel 73 van de programmawet van 8 juni 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " overeenkomstig artikel 140 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, " vervangen door de woorden " overeenkomstig de artikelen 77 tot en met 84 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, " en worden de woorden " een Staatsdienst met afzonderlijk beheer " vervangen door de woorden "een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie ";
  2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
  " Voor het verwezenlijken van zijn doelstellingen kan FEDOREST ook overeenkomsten sluiten met andere dan federale overheden of overheidsdiensten of instellingen die onder hun bevoegdheid vallen, wanneer deze FEDOREST verzoeken om de dienstverlening inzake restauratie voor hen te organiseren en wanneer deze samenwerking toelaat om de dienstverlening voor de federale ambtenaren beter of efficiënter te organiseren.
  In voorkomend geval zal een overeenkomst worden afgesloten tussen FEDOREST en die overheid waarin de financiering en de wederzijdse rechten en plichten van beide partijen worden geregeld. ". .
Art.82. A l'article 73 de la loi-programme du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " un Service d'Etat a gestion séparée, " sont remplacés par les mots " un service administratif à comptabilité autonome, " et les mots " conformément à l'article 140 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991. " sont remplacés par les mots " conformément aux articles 77 à 84 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral. ";
  2° les alinéas suivants sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
  " Pour réaliser ses objectifs, FEDOREST peut également conclure des accords avec d'autres autorités ou services publics que les autorités fédérales ou services publics fédéraux, ou les institutions qui sont de leur compétence, lorsque ceux-ci demandent à FEDOREST d'organiser pour eux les services en matière de restauration et lorsque cette collaboration permet d'organiser d'une meilleure manière et plus efficacement les services destinés aux fonctionnaires fédéraux.
  Le cas échéant, un accord dans lequel le financement et les droits et devoirs réciproques des deux parties sont réglés, sera conclu entre FEDOREST et cette autorité. ".
HOOFDSTUK 6. - Werkingskosten van de FSMA
CHAPITRE 6. - Frais de fonctionnement de la FSMA
Art.83. Artikel 41 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, wordt opgeheven.
Art.83. L'article 41 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire, est abrogé.
Art.84. In artikel 10, eerste lid, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 april 2010 en het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt :
  " 7° Een jaarlijkse bijdrage in de werkingskosten van de FSMA betalen, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002. ".
Art.84. A l'article 10, alinéa 1er, de la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et en réassurances et à la distribution d'assurances, modifié en dernier lieu par la loi du 6 avril 2010 et l'arrêté royal du 3 mars 2011, le 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° Payer une contribution annuelle aux frais de fonctionnement de la FSMA, déterminée conformément à l'article 56 de la loi du 2 août 2002. ".
Art.85. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2009, wordt de bepaling onder 10° vervangen als volgt :
  " 10° een jaarlijkse bijdrage in de werkingskosten van de FSMA betalen, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de wet betreffende het toezicht op de financiële sector. ".
Art.85. A l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, modifié par la loi du 31 juillet 2009, le 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° payer une contribution annuelle aux frais de fonctionnement de la FSMA, déterminée conformément à l'article 56 de la loi relative à la surveillance du secteur financier. ".
Art.86. In artikel 5 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Overeenkomstig artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, dragen de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die aan het toezicht van de FSMA onderworpen zijn, de kosten van het toezicht dat door de FSMA ten aanzien van hen wordt uitgeoefend. ".
Art.86. Dans l'article 5 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Conformément à l'article 56 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, les institutions de retraite professionnelle soumises au contrôle de la FSMA supportent les frais résultant du contrôle exercé à leur égard par la FSMA. ".
HOOFDSTUK 7. - Financiering van de Nationale Kas voor Rampenschade
CHAPITRE 7. - Financement de la Caisse nationale des Calamités
Art. 87. Voor het jaar 2012 wordt een bedrag van 11.860.300 euro afkomstig van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen, zoals bepaald bij de artikelen 173 tot 183 van boek II, titel V, van het Wetboek diverse rechten en taksen, toegewezen door middel van het toewijzingsfonds 66.80.00.44B teneinde de Nationale Kas voor Rampenschade te financieren.
Art. 87. Pour l'année 2012, un montant de 11.860.300 euros provenant de la taxe annuelle sur les opérations d'assurance, tel que prévu aux articles 173 à 183 du livre II, titre V, du Code des droits et taxes diverses, est affecté au financement de la Caisse nationale des Calamités au travers du fonds d'attribution 66.80.00.44B.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 13 december 2012.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
  S. VANACKERE
  De Minister van Justicie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 13 décembre 2012.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
  S. VANACKERE
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM