Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 FEBRUARI 2012. - Decreet betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-03-2012 en tekstbijwerking tot 06-06-2024)
Titre
17 FEVRIER 2012. - Décret relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-03-2012 et mise à jour au 06-06-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2012035299
Datum: 2012-02-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012035299
Date: 2012-02-17
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive et définitions
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
Art. 2. De steun verleend met toepassing of ter uitvoering van dit decreet geschiedt met inachtneming van, al naar gelang het geval, verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening) en verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun.
Art. 2. L'aide octroyée en application ou en exécution du présent décret se fait en tenant compte, lé cas échéant, du règlement (CE) n° 800/2008 de la Commission du 6 août 2008 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché commun en application des articles 87 et 88 du traité (Règlement général d'exemption par catégorie) et du règlement (CE) n° 1997/2006 de la Commission du 15 décembre 2006 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité aux aides de minimis.
Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder :
SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
sociale-economieonderneming : een onderneming die werkt op het domein van de sociale economie en die behoort tot een van de categorieën vermeld in artikel 5, § 1 en § 2;
subsidie : een voordeel, een vergoeding, een toelage, steun of iedere andere financiële tegemoetkoming die verleend of toegekend wordt op grond van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 3. Dans le présent décret, on entend par :
SERV : le " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre), créé par le décret du 7 mai 2004 sur le Conseil socio-économique de la Flandre;
entreprise d'économie sociale : une entreprise active dans le domaine de l'économie sociale et appartenant à une des catégories visées à l'article 5, §§ 1er et § 2;
subvention : un avantage, une indemnisation, une allocation, une aide ou toute autre intervention financière octroyée ou accordée en vertu du présent décret et de ses arrêtés d'exécution.
HOOFDSTUK 2. - Doelstelling en toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Objectif et champ d'application
Art. 4. § 1. Dit decreet stelt de subsidievoorwaarden vast voor de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
§ 2. Onder sociale economie wordt verstaan de verscheidenheid aan ondernemingen en initiatieven die :
in hun doelstellingen de realisatie van welbepaalde maatschappelijke meerwaarden en principes vooropstellen, meer bepaald :
a) creatie en behoud van tewerkstelling, versterking van competenties ter bevordering van duurzame loopbanen en doorstroom waar mogelijk binnen de sociale economie en naar het normaal economisch circuit. De aandacht gaat naar de arbeidsmarktpositie van mensen uit de kansengroepen, emancipatie en integratie;
b) duurzame ontwikkeling, milieuvriendelijke productieprocessen en producten en integrale milieuzorg;
c) voorrang van arbeid op kapitaal bij de verdeling van de opbrengsten, waarbij de opbrengsten geen doel op zich vormen, maar een middel zijn om maatschappelijke doelstellingen te realiseren;
d) democratische besluitvorming, waarbij betrokkenen worden gestimuleerd en de kans wordt geboden tot inspraak in het beleid van de onderneming;
e) maximale transparantie, onder meer op het vlak van het te voeren algemeen beleid, de financiën en de interne en externe relaties;
f) kwaliteit van de relaties : bij externe relaties wordt gestreefd naar een win-winpartnerschap, waarbij de kosten en de baten gelijk worden verdeeld volgens gelijkwaardigheid en transparantie. Bij interne relaties gaat de aandacht naar de kansen op persoonlijke ontwikkeling, non-discriminatie en arbeidsvoorwaarden van het personeel;
g) maatschappelijke inbedding, door in dialoog te treden met de lokale gemeenschap en niet-gouvernementele organisaties op het werkterrein, door netwerkvorming en samenwerking;
en goederen produceren en diensten leveren op de markt waarvoor bestaande en toekomstige klanten en behoeften bestaan, waarbij wordt gestreefd naar continuïteit en rentabiliteit, en maximale efficiëntie bij de inzet van de middelen.
§ 3. Onder maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt verstaan het continue verbeterproces, waarbij de onderneming in overleg met de belanghebbenden van de onderneming vrijwillig en op systematische wijze zowel economische, sociale als milieuoverwegingen in de algehele bedrijfsvoering integreert.
Art. 4. § 1er. Le présent décret fixe les conditions de subventionnement pour l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et pour la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable.
§ 2. Par l'économie sociale on entend la diversité d'entreprises et d'initiatives qui :
posent comme principe dans leurs objectifs la réalisation de certaines plus-values et principes sociales, notamment :
a) la création et le maintien d'emploi, le renforcement de compétences visant à promouvoir des carrières durables et une transition dans l'économie sociale et vers le circuit économique normal. L'attention est prêtée à la position sur le marché de l'emploi de personnes de groupes à potentiel, de l'émancipation et de l'intégration;
b) le développement durable, les processus de production et les produits respectueux de l'environnement et la protection de l'environnement intégrale;
c) la priorité à l'emploi et non au capital lors de la répartition des recettes, les recettes ne constituant pas d'objectif en soi, mais un moyen pour réaliser des objectifs sociaux;
d) la prise de décision démocratique, où les intéressés sont stimulés et ont l'opportunité de participation dans la politique de l'entreprise;
e) la transparence maximale, entres autres dans le domaine de la politique générale, des finances et des relations internes et externes;
f) la qualité des relations : dans les relations externes on aspire à un partenariat gagnant-gagnant, dans lequel les frais et les bénéfices sont répartis également selon la crédibilité et la transparence. Dans les relations internes, une attention particulière est prêtée aux possibilités de développement personnel, à la non-discrimination et aux conditions de travail du personnel;
g) l'intégration sociale, en entrant en dialogue avec la communauté locale et avec les organisations non gouvernementales sur le terrain, par le réseautage et la collaboration;
et produire des biens et fournir des services pour lesquels existent des clients et des besoins existants et futurs, visant la continuité et la rentabilité et l'efficacité maximale dans l'utilisation des ressources.
§ 3. Par l'entrepreneuriat socialement responsable on entend le processus permanent d'amélioration, par lequel l'entreprise intègre, en concertation avec les intéressés de l'entreprise, sur base volontaire et systématiquement, tant des considérations économiques, sociales qu'environnementales dans l'exploitation totale.
Art. 5. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden bepaald in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, kan de Vlaamse Regering aan de volgende sociale-economieondernemingen een subsidie toekennen :
[2 de maatwerkbedrijven, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;]2
[2 de maatwerkafdelingen, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;]2
[1 de lokalediensteneconomieondernemingen, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;]1
de invoegbedrijven, vermeld in titel II van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie en vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005 betreffende de erkenning en financiering van de invoegbedrijven;
de coöperatieve vennootschappen die overeenkomstig de wet van 20 juli 1955 zijn erkend door de Nationale Raad van de Coöperatie als ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van dit decreet;
de activiteitencoöperaties, vermeld in artikel 80 van de wet van 1 maart 2007 houdende diverse bepalingen (III).
§ 2. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden bepaald in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, kan de Vlaamse Regering aan de startende sociale-economieondernemingen een subsidie toekennen.
Onder startende sociale-economieondernemingen wordt verstaan de natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag tot erkenning indienen als sociale-economieonderneming, bepaald in paragraaf 1, of die ernstig overwegen een dergelijke onderneming op te starten. De Vlaamse Regering kan die doelgroep nader omschrijven.
§ 3. De Vlaamse Regering kan de categorieën van sociale-economieondernemingen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, uitbreiden of beperken, na het advies van de SERV.
Art. 5. § 1er. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement et suivant les conditions fixées dans le présent décret et dans ses arrêtés d'exécution, le Gouvernement flamand peut accorder une subvention aux entreprises d'économie sociale suivantes :
[2 les entreprises de travail adapté visées à l'article 3, 5°, du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective;]2;
[2 les départements de travail adapté visée à l'article 3, 4°, du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective;]2;
[1 les entreprises de l'économie de services locaux, visées à l'article 3, 5°, du décret du 22 novembre 2013 relatif à l'économie de services locaux;]1
aux entreprises d'insertion, visées au titre II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2000 portant un programme d'impulsion et de soutien de l'économie plurielle et visées à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2005 relatif à l'agrément et au financement d'entreprises d'insertion;
aux sociétés coopératives qui sont agréées par le Conseil national de la Coopération conformément à la loi du 20 juillet 1955, s'ils remplissent les conditions, visées à l'article 4 du présent décret;
aux coopérations d'activités, visées à l'article 80 de la loi du 1er mars 2007 portant diverses dispositions (III).
§ 2. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement et suivant les conditions fixées dans le présent décret et dans ses arrêtés d'exécution, le Gouvernement flamand peut accorder une subvention aux entreprises d'économie sociale débutantes.
Par entreprises d'économie sociale débutantes, on entend les personnes physiques ou morales qui introduisent une demande d'agrément comme entreprise d'économie sociale, visée au § 1er ou qui envisagent sérieusement de démarrer une telle entreprise. Le Gouvernement flamand peut préciser ce groupe-cible.
§ 3. Le Gouvernement flamand peut étendre ou limiter les catégories d'entreprises d'économie sociale, visées aux §§ 1er et 2, après l'avis du SERV.
HOOFDSTUK 3. - Commissie Sociale Economie
CHAPITRE 3. - Commission Economie sociale
Art. 6. § 1. In de SERV wordt een Commissie Sociale Economie opgericht.
De Commissie Sociale Economie organiseert overleg over bestaande of toekomstige beleidsmaatregelen op het vlak van de sociale economie tussen de leden vermeld in artikel 7, paragraaf 1.
Met behoud van de toepassing van het vorige lid, organiseert de voorzitter van de Commissie Sociale Economie op regelmatige basis deel overleg tussen de leden vermeld in artikel 7, paragraaf 1, 2° en 5°.
§ 2. De Vlaamse Regering kan de opdrachten van de Commissie Sociale Economie specificeren, na het advies van de SERV.
Art. 6. § 1er. Au sein du SERV est créée une Commission Economie sociale.
La Commission Economie Sociale organise une concertation entre les membres visés à l'article 7, § 1er sur des mesures politiques existantes ou futures sur le plan de l'économie sociale.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa précédent, le président de la Commission Economie sociale organise régulièrement une concertation entre les membres, visés à l'article 7, § 1er, 2° et 5°.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut spécifier les tâches de la Commission Economie sociale, après l'avis du SERV.
Art. 7. § 1. De Commissie Sociale Economie is samengesteld uit :
een onafhankelijk voorzitter;
zes vertegenwoordigers van sociale-economieondernemingen als vermeld in artikel 5, § 1;
zes vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
zes vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
twee onafhankelijke deskundigen of academici;
een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
een vertegenwoordiger van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.
De leden van de Commissie Sociale Economie worden door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare periode van vier jaar.
Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de leidend ambtenaar van de SERV het voorzitterschap over.
De leden, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden voorgedragen door de sector. De leden, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, worden voorgedragen door de SERV.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de werking van de Commissie Sociale Economie en kan een vergoedingsregeling voor de leden bepalen.
Alleen de leden, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 4°, zijn stemgerechtigd.
§ 2. De SERV stelt een huishoudelijk reglement op hetwelk de werking van de Commissie Sociale Economie nader regelt. De Vlaamse Regering keurt dit reglement goed.
§ 3. De Commissie Sociale Economie kan een beroep doen op externe experten en permanente of tijdelijke werkgroepen instellen onder de voorwaarden die bepaald zijn in het huishoudelijk reglement.
Art. 7. § 1er. La Commission Economie sociale est composée de :
un président indépendant;
six représentant d'entreprises d'économie sociale telles que visées à l'article 5, § 1er;
six représentants des organisations représentatives des employeurs, représentées au sein du SERV;
six représentants des organisations représentatives des travailleurs, représentées au sein du SERV;
deux experts indépendants ou académiciens;
un représentant du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale;
un représentant de la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie " (Agence flamande de Subventionnement Emploi et Economie sociale).
Les membres de la Commission Economie sociale sont nommés par le Gouvernement flamand pour une période renouvelable de quatre ans.
En l'absence du président, le fonctionnaire dirigeant du SERV assume la présidence.
Les membres, visés au § 1er, 2°, sont proposés par le SERV. Les membres, visés au § 1er, 3° et 4°, sont proposés par le SERV.
Le Gouvernement flamand peut fixer les règles relatives au fonctionnement de la Commission Economie sociale et peut fixer un règlement d'indemnité pour les membres.
Seuls les membres, visés au § 1er, 1° à 4° inclus, ont voix délibérative.
§ 2. Le SERV établit un règlement d'ordre intérieur réglant le fonctionnement de la Commission Economie sociale. Le Gouvernement flamand approuve ce règlement.
§ 3. La Commission Economie sociale peut faire appel à des experts externes et installer des groupes de travail permanents ou temporaires dans les conditions énoncées au règlement d'ordre intérieur.
Art. 8. De werking van de Commissie Sociale Economie wordt jaarlijks geëvalueerd. De commissie bezorgt daartoe jaarlijks een verslag over zijn werkzaamheden aan de Vlaamse Regering.
Art. 8. Le fonctionnement de la Commission Economie sociale est évalué annuellement. A cet effet, la Commission transmet annuellement un rapport sur ses activités au Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK 4. - Collectieve dienstverlening voor de sociale-economieondernemingen
CHAPITRE 4. - Service collectif pour les entreprises de l'économie sociale
Art. 9. § 1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om met een ondersteuningsorgaan convenanten te sluiten die tot doel hebben de collectieve dienstverlening te formuleren en uit te voeren.
§ 2. Onder collectieve dienstverlening wordt verstaan het initiëren van een omvattend aanbod van globale en individuele ondersteunende diensten voor de sociale economie en haar sociale-economieondernemingen, bepaald in artikel 5, § 1 en § 2, dat beantwoordt aan hun specifieke behoeften op het vlak van bedrijfsvoering, namelijk :
het verstrekken van eerstelijnsinformatie over de sociale economie, onder meer over het beschikbare overheidsinstrumentarium;
het organiseren van opleidings- en uitwisselingstrajecten die tot doel hebben de professionalisering en de kwaliteit van de sociale-economieondernemingen te bevorderen;
het organiseren van een specifiek aanbod voor startende ondernemingen in de sociale economie;
de kennisopbouw, expertise- en instrumentontwikkeling voor de sociale economie;
de promotie van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie.
De Vlaamse Regering kan die opdrachten en taken specificeren, beperken of uitbreiden na advies van de SERV.
§ 3. [1 ...]1
§ 4. De convenanten regelen minimaal de volgende aangelegenheden :
de vermelding van de identiteit van de contracterende partijen;
de verbintenissen van de contracterende partijen, waaronder :
a) de omschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve taken op het vlak van de collectieve dienstverlening;
b) de toekenning van een compensatievergoeding, met opgave van de voorwaarden en de strategische en operationele doeleinden waarvoor de compensatievergoeding wordt toegekend;
c) de verantwoordelijkheden en de engagementen van de contracterende partijen;
het actieplan dat de verbintenissen, vermeld in 2°, concretiseert met maatregelen, methodieken en termijnen om die verbintenissen te bereiken;
de structuur van de tarieven die betrekking hebben op de collectieve dienstverlening;
de parameters voor de berekening van het compensatiebedrag en een regeling voor overcompensatie;
de jaarlijkse voortgangscontrole, begeleiding en evaluatie van het convenant;
de omstandigheden waarin en de wijze waarop het convenant kan worden verlengd, gewijzigd, geschorst en ontbonden;
de datum van de aanvang en de beëindiging van het convenant;
de toezichts- en controlemechanismen;
10° de wijze van implementatie van de principes op het vlak van het maatschappelijk verantwoord ondernemen en de sociale economie door het ondersteuningsorgaan;
11° de wijze waarop het belanghebbendenmanagement zal worden gevoerd, met inbegrip van de betrokkenheid en tevredenheid van de begunstigde sociale-economieondernemingen.
§ 5. De Vlaamse Regering kan de inhoud, vorm, voorwaarden, opvolging en evaluatie van de convenanten nader regelen.
§ 6. [1 ...]1
§ 7. De Vlaamse Regering wint over het ontwerp van de convenanten het advies van de SERV in.
§ 8. De convenanten kunnen door de Vlaamse Regering worden beëindigd zonder inachtname van een opzeggingstermijn en zonder dat dat aanleiding kan geven tot de betaling van een vergoeding als het algemeen belang dat in buitengewone omstandigheden vereist.
§ 9. De convenanten, alsook elke verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan, worden door de Vlaamse Regering binnen de zestig dagen meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
Art. 9. § 1er. Le Gouvernement flamand est autorisé à conclure des conventions avec un organe d'accompagnement, visant à formuler et à exécuter le service collectif.
§ 2. Par service collectif on entend l'initiation d'une offre compréhensible de services d'accompagnement globaux et individuels pour l'économie sociale et ses entreprises d'économie sociale, visés à l'article 5, §§ 1er et 2, qui répond à leurs besoins spécifiques dans le domaine de la gestion, notamment :
la fourniture d'informations de première ligne sur l'économie sociale, entre autres sur les instruments publics disponibles;
l'organisation de trajets de formation et d'échange visant à promouvoir la professionnalisation et la qualité des entreprises d'économie sociale;
l'organisation d'une offre spécifique pour des entreprises débutantes dans l'économie sociale;
l'acquisition de connaissances, le développement d'expertise et d'instruments pour l'économie sociale;
la promotion de l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale.
Le Gouvernement flamand peut spécifier, limiter ou étendre ces missions et tâches après l'avis du SERV.
§ 3. [1 ...]1
§ 4. Les conventions règlent au moins les matières suivantes :
la mention de l'identité des parties contractantes;
les engagements des parties contractantes, entre autres :
a) la description des tâches quantitatives et qualitatives dans le domaine du service collectif;
b) l'octroi d'une indemnité de compensation, mentionnant les conditions et les objectifs stratégiques et opérationnels pour l'octroi de l'indemnité de compensation;
c) les responsabilités et les engagements des parties contractantes;
le plan d'action qui concrétise les engagements, visés au 2°, avec les mesures, méthodologies et délais pour atteindre ces engagements;
la structure des tarifs relatifs au service collectif;
les paramètres pour le calcul du montant de compensation et un règlement pour la surcompensation;
le suivi annuel, l'accompagnement et l'évaluation de la convention;
les circonstances dans lesquelles et la façon dont la convention peut être prolongée, modifiée, suspendue et résiliée;
la date de début et de fin de la convention;
les mécanismes de surveillance et de contrôle;
10° le mode d'implémentation des principes dans le domaine de l'entrepreneuriat socialement responsable et de l'économie sociale par l'organe d'accompagnement;
11° la façon dont la gestion des parties prenantes sera assurée, y compris l'engagement et la satisfaction des entreprises d'économie sociale bénéficiaires.
§ 5. Le Gouvernement flamand peut fixer le contenu, la forme, les modalités, le suivi et l'évaluation des conventions.
§ 6. [1 ...]1
§ 7. Le Gouvernement flamand recueille l'avis du SERV sur le projet des conventions.
§ 8. Les conventions peuvent être résiliées par le Gouvernement flamand sans tenir compte d'un délai de préavis et sans donner lieu au paiement d'une indemnité si l'intérêt général le requiert dans des conditions extraordinaires.
§ 9. Les conventions, ainsi que toute prolongation, modification, suspension ou résiliation de cet accord, sont communiquées par le Gouvernement flamand au Parlement flamand dans les soixante jours.
HOOFDSTUK 5. - Financiële ondersteuning op maat
CHAPITRE 5. - Aide financière sur mesure
Art. 11. De Vlaamse Regering kan financiële ondersteuning op maat verlenen aan de sociale-economieondernemingen, vermeld in artikel 5, § 1 en § 2.
Onder financiële ondersteuning op maat wordt verstaan :
tegemoetkomen in de kosten van investeringen en kredieten;
risicokapitaal verschaffen.
De Vlaamse Regering bepaalt de varianten van de financiële ondersteuning op maat en de financiële dienstverleners nader, alsook de voorwaarden waaronder de financiële ondersteuning op maat wordt verleend.
Art. 11. Le Gouvernement flamand peut octroyer une aide financière sur mesure aux entreprises d'économie sociale, visées à l'article 5, §§ 1er et 2.
Par soutien financier sur mesure on entend :
intervenir dans les coûts d'investissements et de crédits;
fournir du capital-risque.
Le Gouvernement flamand détermine les variantes d'aide financière sur mesure et les prestataires de services financiers, ainsi que les conditions auxquelles l'aide financière sur mesure est octroyée.
HOOFDSTUK 6. - Managementadvies
CHAPITRE 6. - Consultation en gestion
Art. 12. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering aan de sociale-economieondernemingen een subsidie voor managementadvies toekennen.
Onder managementadvies wordt verstaan de adviseringsdiensten van niet-permanente of niet-periodieke aard die niet tot de gewone bedrijfsuitgaven van de sociale-economieonderneming behoren, en die betrekking hebben op de specificiteit van het ondernemen in de sociale economie, waaronder :
het strategisch bedrijfsmanagement;
het humanresourcesmanagement;
het financieel-juridisch management;
het communicatiemanagement;
het management op het vlak van innovatie- en kwaliteitsbeleid;
het stakeholdermanagement;
haalbaarheidsstudies.
De Vlaamse Regering kan het toepassingsgebied specificeren, beperken of uitbreiden, na het advies van de SERV.
§ 2. De subsidie kan worden verleend aan de sociale-economieondernemingen, vermeld in artikel 5, § 1.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een subsidie voor managementadvies als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 7°, worden verleend aan de sociale-economieondernemingen, vermeld in artikel 5, § 2.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie-, de aanvraag- en de toekenningsvoorwaarden en de omvang van de subsidie nader.
§ 4. De dienstverleners die het managementadvies aanbieden, moeten kwaliteitsgaranties bieden op het vlak van managementadviesverlening. De Vlaamse Regering kan daartoe nadere voorwaarden bepalen.
Art. 12. § 1er. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le Gouvernement flamand peut octroyer une subvention aux entreprises d'économie sociale pour la consultation en gestion.
Par consultation en gestion on entend les services de consultation de nature non permanents ou non périodiques qui ne font pas partie des dépenses normales de l'entreprise d'économie sociale et qui ont trait à la spécificité de l'entrepreneuriat dans l'économie sociale, entre autres :
la gestion stratégique de l'entreprise;
la gestion des ressources humaines;
la gestion financière-juridique;
la gestion de communication;
la gestion dans le domaine de l'innovation et de la qualité;
la gestion des parties prenantes;
les études de faisabilité.
Le Gouvernement flamand peut spécifier, limiter ou étendre le champ d'application, après l'avis du SERV.
§ 2. La subvention peut être octroyée aux entreprises d'économie sociale, visées à l'article 5, § 1er.
Sans préjudice de l'application du premier alinéa, une subvention pour la gestion en consultation, telle que visée au § 1er, alinéa deux, 7°, peut être octroyée aux entreprises d'économie sociale, visées à l'article 5, § 2.
§ 3. Le Gouvernement flamand arrêté les modalités relatives à la demande, l'octroi et l'importance de la subvention.
§ 4. Les prestataires offrant la consultation en gestion, doivent offrir des garanties de qualité relatives à la prestation de services de consultation en gestion. Le Gouvernement flamand peut déterminer les conditions à cet effet.
HOOFDSTUK 7. - Innovatiesteun
CHAPITRE 7. - Aide à l'innovation
Art. 13. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering aan de begunstigden, vermeld in paragraaf 2, een subsidie toekennen voor de ontwikkeling van innovatieve producten, processen en diensten.
De Vlaamse Regering kan nader bepalen wat onder innovatieve producten, processen en diensten wordt verstaan.
§ 2. De subsidie kan worden verleend aan :
de sociale-economieondernemingen, vermeld in artikel 5, § 1;
wetenschappelijke instellingen;
de samenwerkingsverbanden tussen de begunstigden vermeld in punt 1° en 2° ;
de samenwerkingsverbanden tussen de begunstigden vermeld in punt 1°, met derden, al dan niet samen met de begunstigden vermeld in punt 2°.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van begunstigden specificeren of uitbreiden.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie-, de aanvraag- en de toekenningsvoorwaarden en de omvang van de subsidie nader.
Art. 13. § 1er. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le Gouvernement flamand peut octroyer une subvention aux bénéficiaires, visés au § 2, pour le développement de produits, de processus et de services innovateurs.
Le Gouvernement flamand peut déterminer ce qui est entendu par produits, processus et services innovateurs.
§ 2. La subvention peut être octroyée aux :
entreprises d'économie sociale, visées à l'article 5, § 1er;
institutions scientifiques;
partenariats entre les bénéficiaires visés aux points 1° et 2° ;
partenariats entre les bénéficiaires visés au point 1°, avec des tiers, en collaboration ou non avec les bénéficiaires visés au point 2°.
Le Gouvernement flamand peut spécifier ou étendre les catégories de bénéficiaires.
§ 3. Le Gouvernement flamand arrêté les modalités relatives à la demande, l'octroi et l'importance de la subvention.
HOOFDSTUK 8. - Bevorderen van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen
CHAPITRE 8. - Promotion de l'économie sociale et de l'entrepreneuriat socialement responsable
Art. 14. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering een subsidie toekennen aan initiatieven die het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen bevorderen.
De initiatieven hebben betrekking op :
de sensibilisering van ondernemers, organisaties, overheden en burgers voor het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
de uitbouw van het draagvlak en de toepassingen van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
de tijdelijke en experimentele ontwikkeling en ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De Vlaamse Regering kan die initiatieven specificeren overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden.
§ 2. De subsidie kan worden verleend aan :
de representatieve werknemers- of werkgeversorganisaties;
de sociale-economieondernemingen, vermeld in artikel 5, § 1;
wetenschappelijke instellingen;
organisaties van het maatschappelijk middenveld;
lokale overheden;
de financiële dienstverleners, vermeld in artikel 11;
de dienstverleners die managementadvies aanbieden, vermeld in artikel 12;
private en publieke ondernemingen en organisaties.
De Vlaamse Regering kan de categorieën van begunstigden specifiëren naargelang de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie-, de aanvraag-, de toekenningsvoorwaarden en de omvang van de subsidie nader.
Art. 14. § 1er. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le Gouvernement flamand peut octroyer une subvention aux initiatives qui favorisent l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et l'entrepreneuriat socialement responsable.
Les initiatives se rapportent :
à la sensibilisation d'entrepreneurs, d'organisations d''autorités et de citoyens pour l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et l'entrepreneuriat socialement responsable;
au développement de l'assise sociale et aux applications de l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et l'entrepreneuriat socialement responsable;
au développement temporaire et expérimental de et à l'appui de l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et l'entrepreneuriat socialement responsable.
Le Gouvernement flamand peut spécifier ces initiatives conformément aux priorités politiques et aux besoins.
§ 2. La subvention peut être octroyée aux :
organisations représentatives des travailleurs ou des employeurs;
entreprises d'économie sociale, visées à l'article 5, § 1er;
institutions scientifiques;
organisations de la société civile;
autorités locales;
aux prestataires de services financiers, visés à l'article 11;
aux prestataires offrant la consultation en gestion visés à l'article 12;
aux entreprises et organisations privées et publiques.
Le Gouvernement flamand peut spécifier les catégories de bénéficiaires conformément aux priorités politiques et aux besoins.
§ 3. Le Gouvernement flamand arrêté les modalités relatives à la demande, l'octroi et l'importance de la subvention.
HOOFDSTUK 9. - De regierol van gemeenten op het vlak van de lokale sociale economie
CHAPITRE 9. - Le rôle de régisseur des communes dans le domaine de l'économie sociale
Art. 15. § 1. [1 De gemeenten vervullen een lokale regierol op het vlak van sociale economie en werk. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering de gemeenten ondersteunen bij de uitoefening van die regierol.
Onder de lokale regierol op het vlak van sociale economie en werk wordt verstaan:
de lokale uitdagingen en lokale partners op het vlak van sociale economie en werk in kaart brengen;
het overleg, de samenwerking en de netwerking tussen die partners bevorderen;
een beleidsvisie en beleidsdoelstellingen ontwikkelen over de sociale economie en over de tewerkstelling van personen in de reguliere en de sociale economie]1
.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de begunstigden, de subsidie-, de aanvraag-, de toekenningsvoorwaarden en de omvang van de subsidie nader. Dit gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd.
[2 § 3. De begunstigden, vermeld in paragraaf 2, organiseren hun samenwerkingsvormen uiterlijk op 1 januari 2026 in overeenstemming met de principes, vermeld in artikel 6 van het Regiodecreet van 3 februari 2023. Artikel 7 van het voormelde decreet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevoegde orgaan van de samenwerkingsvorm de aanvraag tot afwijking indient.]2
Art. 15. § 1er. [1 De gemeenten vervullen een lokale regierol op het vlak van sociale economie en werk. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering de gemeenten ondersteunen bij de uitoefening van die regierol.
Onder de lokale regierol op het vlak van sociale economie en werk wordt verstaan:
de lokale uitdagingen en lokale partners op het vlak van sociale economie en werk in kaart brengen;
het overleg, de samenwerking en de netwerking tussen die partners bevorderen;
een beleidsvisie en beleidsdoelstellingen ontwikkelen over de sociale economie en over de tewerkstelling van personen in de reguliere en de sociale economie]1
.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les bénéficiaires ainsi que les modalités relatives à la demande, l'octroi et l'importance de la subvention et ce conformément aux dispositions du décret du 15 juillet 2011 fixant les règles générales auxquelles dans la Communauté flamande et la Région flamande des obligations de planning et de rapportage périodiques peuvent être imposées aux pouvoirs locaux.
[2 § 3. Au plus tard le 1er janvier 2026 les bénéficiaires visés au paragraphe 2 organisent leurs formes de coopération conformément aux principes énoncés à l'article 6 du décret Régions du 3 février 2023. L'article 7 du décret précité s'applique mutatis mutandis, étant entendu que l'organe compétent de la forme de coopération présente la demande de dérogation.]2
HOOFDSTUK 10. - Wetenschappelijk onderbouwde managementopleidingen en onderzoek op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen
CHAPITRE 10. - Des formations à la gestion scientifiquement étayées et de la recherche dans le domaine de l'économie sociale et l'entrepreneuriat socialement responsable
Art. 16. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering een subsidie toekennen aan wetenschappelijk onderbouwde managementopleidingen en wetenschappelijk onderzoek op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De Vlaamse Regering kan specificeren wat onder wetenschappelijk onderbouwde managementopleiding en wetenschappelijk onderzoek op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen moet worden verstaan.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de begunstigden, de subsidie-, de aanvraag-, de toekenningsvoorwaarden en de omvang van de subsidie.
Art. 16. § 1er. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le Gouvernement flamand peut octroyer une subvention aux formations à la gestion scientifiquement étayées et à la recherche scientifique dans le domaine de l'économie sociale et de l'entrepreneuriat socialement responsable.
Le Gouvernement flamand peut spécifier ce qu'il doit être entendu par une formation à la gestion scientifiquement étayée et par la recherche scientifique dans le domaine de l'économie sociale et de l'entrepreneuriat socialement responsable.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les bénéficiaires ainsi que les modalités relatives à la demande, l'octroi et l'importance de la subvention.
HOOFDSTUK 11. - Toezicht, handhaving en sancties
CHAPITRE 11. - Contrôle, maintien et mesures de sécurité
Art. 17. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen overeenkomstig de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
Art. 17. La surveillance et le contrôle de l'exécution du présent décret et de ses arrêtés d'exécution s'effectuent conformément aux dispositions du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004.
Art. 18.
Art. 18.
Art. 19. Met behoud van de toepassing van artikelen 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden de volgende personen gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 250 euro tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen :
personen die [1 ...]1 een subsidie aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de subsidie hebben verkregen;
personen die [1 ...]1 onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
personen die [1 ...]1 hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze gehouden zijn te verstrekken, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
personen die [1 ...]1 een subsidie hebben verkregen of behouden waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) valsheid in geschrifte hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden;
b) zich bediend hebben van een valse akte of een vals stuk, terwijl ze weten dat de gebruikte akte of het gebruikte stuk vals is;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) bedrog hebben gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens verandert;
b) hebben gebruik gemaakt van die gegevens, terwijl ze weten dat de aldus verkregen gegevens vals zijn;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden, hebben gebruikgemaakt van valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictief persoon, een fictieve onderneming of een andere fictieve gebeurtenis, of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen.
Art. 19. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 250 à 2.500 euros ou de l'une de ces peines seulement :
des personnes qui[1 ...]1utilisent une subvention à d'autres fins que pour lesquelles la subvention a été octroyée;
des personnes, qui[1 ...]1 ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre;
des personnes qui[1 ...]1 ont négligé ou ont refusé de faire des déclarations nécessaire ou de fournir des renseignements qu'ils sont tenus de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre;
des personnes qui[1 ...]1 ont obtenu ou maintenu une subvention à laquelle ils n'ont pas droit ou à laquelle ils n'ont droit qu'en partie, sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes, ou en négligeant de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements;
des personnes, qui[1 ...]1 afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre :
a) ont fait des faux en écriture, soit par de signatures fausses, soit par contrefaction ou falsification d'écrits ou de signatures, soit en établissant faussement des conventions, des dispositions, des engagements ou des libérations de dettes ou en les intégrant dans un acte, soit par l'ajout ou de falsification de clauses, déclarations ou faits qui doivent être repris ou constatés dans un acte;
b) se sont servis d'un faux acte ou d'un document faux, tout en sachant que l'acte ou le document utilisé sont faux;
des personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre :
a) ont fraudé en introduisant des données dans un système informatique, qui sont stockées, traitées ou transmises dans un système informatique, en modifiant ou en effaçant des données ou en changeant l'affectation possible de données dans un système informatique par un autre moyen technologique, de sorte que la portée juridique de telles données change;
b) ont utilisé ces données, tout en sachant que les données ainsi obtenues sont fausses;
des personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre, ont fait usage de faux noms, de fausses qualités ou de fausses adresses ou qui ont fait des actes frauduleux afin de faire croire à l'existence d'une personne fictive, une entreprise fictive ou un autre événement fictif, ou afin de faire un usage abusif de la confiance d'une autre manière.
Art. 20. In geval van herhaling binnen vijf jaar kan de maximale straf, vermeld in de artikelen 18 en 19, verdubbeld worden.
Art. 20. En cas de récidive dans les cinq années, la peine maximale, visée aux articles 18 et 19, pet être doublée.
Art. 21. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.
Art. 21. L'employeur est civilement responsable du paiement des amendes auxquelles ses mandataires ou préposés sont condamnés.
Art. 22. Onrechtmatig ontvangen subsidies worden ambtshalve teruggevorderd.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de terugvordering van die subsidies.
Art. 22. Des subventions indûment reçues sont recouvrées d'office.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au recouvrement de ces subventions.
Art. 23. Als de benadeelde derden zich geen burgerlijke partij hebben gesteld, veroordeelt de rechter die de straf, vermeld in artikelen 18 en 19, uitspreekt, of die de schuld vaststelt voor een inbreuk op die bepalingen, de verdachte ambtshalve tot de terugbetaling van de onrechtmatig ontvangen bedragen, vermeerderd met de verwijlinteresten.
Als er geen afrekening is voor de bedragen, vermeld in het eerste lid, of als de afrekening betwist wordt en er in dat verband nadere informatie nodig is, houdt de rechter de beslissing over de ambtshalve veroordeling aan.
Art. 23. Si les tiers défavorisés ne se sont pas portés partie civile, le juge qui prononce la peine, visée aux articles 18 et 19, ou qui constate la culpabilité pour une infraction à ces dispositions, condamne le prévenu d'office à rembourser les montants indûment perçus, majorés des intérêts de retard.
En l'absence d'un décompte pour les montants, visés à l'alinéa premier, ou si le décompte est contesté et si des informations supplémentaires sont requises, le juge maintient la décision sur la condamnation d'office.
Art. 24. [1 Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.]1
Inbreuken op de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verjaren na verloop van vijf jaar, na het feit waaruit de vordering is ontstaan.
Art. 24. [1 Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret.]1
Toute infraction aux dispositions du présent décret et des arrêtés d'exécution de celui-ci se prescrivent après cinq ans, après le fait ayant causé l'injonction.
Art. 25. Bij een veroordeling of vaststelling van schuld voor een inbreuk op grond van artikel 18, kan de Vlaamse Regering beslissen dat de persoon die de subsidie onrechtmatig heeft verkregen of behouden, gedurende een periode van maximaal twaalf maanden wordt uitgesloten van het voordeel van de subsidie.
Bij een veroordeling voor een inbreuk op grond van artikel 19, kan de Vlaamse Regering beslissen dat de persoon die de subsidie onrechtmatig heeft verkregen of behouden, gedurende een periode van maximaal vierentwintig maanden wordt uitgesloten van het voordeel van de subsidie.
In geval van herhaling binnen vijf jaar na afloop van de periode vermeld in lid 1 en 2, kan de maximale periode van de uitsluiting, vermeld in lid 1 en 2, verdubbeld worden.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de uitvoering van dit artikel.
Art. 25. En cas d'une condamnation ou d'un constatation de culpabilité pour une infraction sur la base de l'article 18, le Gouvernement flamand peut décider que la personne qui a indûment obtenu ou maintenu la subvention, est exclue de l'avantage de la subvention pendant une période de douze mois au maximum.
En cas d'une condamnation pour une infraction sur la base de l'article 19, le Gouvernement flamand peut décider que la personne qui a indûment obtenu ou maintenu la subvention, est exclue de l'avantage de la subvention pendant une période de vingt-quatre mois au maximum.
En cas de récidive dans les cinq années à l'issue de la période, visée aux alinéas 1er et 2, la période maximale de l'exclusion, visée aux alinéas 1er et 2, peut être doublée.
Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de l'exécution du présent article.
Art. 26. De administratieve geldboete op grond van inbreuken op dit decreet wordt opgelegd overeenkomstig de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
Art. 26. L'amende administrative infligée du chef d'infractions au présent décret est imposée conformément aux dispositions du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004.
Art. 27. Bij de oplegging van een administratieve geldboete voor een inbreuk op grond van artikel 13/1, § 1, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, kan de Vlaamse Regering beslissen dat de persoon die de subsidie onrechtmatig heeft verkregen of behouden, gedurende een periode van maximaal twaalf maanden wordt uitgesloten van het voordeel van de subsidie.
Bij de oplegging van een administratieve geldboete voor een inbreuk op grond van artikel 13/1, § 2, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, kan de Vlaamse Regering beslissen dat de persoon die de subsidie onrechtmatig heeft verkregen of behouden, gedurende een periode van maximaal vierentwintig maanden wordt uitgesloten van het voordeel van de subsidie.
In geval van herhaling binnen vijf jaar na afloop van de periode vermeld in lid 1 en 2, kan de maximale periode van de uitsluiting, vermeld in lid 1 en 2, verdubbeld worden.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de uitvoering van dit artikel.
Art. 27. En cas de l'imposition d'une amende administrative pour une infraction sur la base de l'article 13/1, § 1er, du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004, le Gouvernement flamand peut décider que la personne qui a indûment obtenu ou maintenu la subvention, est exclue de l'avantage de la subvention pendant une période de douze mois au maximum.
En cas de l'imposition d'une amende administrative pour une infraction sur la base de l'article 13/1, § 2, du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004, le Gouvernement flamand peut décider que la personne qui a indûment obtenu ou maintenu la subvention, est exclue de l'avantage de la subvention pendant une période de vingt-quatre mois au maximum.
En cas de récidive dans les cinq années à l'issue de la période, visée aux alinéas 1er et 2, la période maximale de l'exclusion, visée aux alinéas 1er et 2, peut être doublée.
Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de l'exécution du présent article.
Art. 28. De subsidies worden niet gecumuleerd met enige andere steun met betrekking tot dezelfde, elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende, in aanmerking komende kosten, als een dergelijke cumulatie ertoe leidt dat daarmee de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag dat krachtens de toepasselijke regelgeving voor die steun geldt, wordt overschreden. Als de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag zou worden overschreden, worden de buiten dit decreet verworven middelen in mindering gebracht van de subsidies.
Om financiering boven de toegelaten maxima te vermijden zijn alle sociale-economieondernemingen die gesubsidieerd worden in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan gehouden om op eenvoudig verzoek van de Vlaamse Regering alle financiële middelen kenbaar te maken die mogelijk aanleiding geven tot cumulatie. Alle bewijsstukken moeten op eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld.
Art. 28. Les subventions ne sont pas cumulées avec une autre aide relative aux mêmes frais éligibles, qui se recouvrent en tout ou en partie, si un tel cumul conduit à ce que l'intensité des aides la plus élevée ou le montant des aides le plus élevé qui est en vigueur pour ces aides en vertu de la réglementation applicable, soit dépassée. Au cas où l'intensité des aides la plus élevé ou le montant des aides le plus élevée serait dépassé, les moyens acquis en dehors du présent décret sont réduits des subventions.
Afin d'éviter le financement au-delà des montants maximaux autorisés, toutes les entreprises d'économie sociale subventionnées dans le cadre du présent décret et de ses arrêtés d'exécution sont tenues de fournir, sur simple demande du Gouvernement flamand, tous les moyens financiers qui sont susceptibles de mener au cumul. Toutes les pièces justificatives seront consultables sur simple demande.
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingsbepalingen en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 12. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Art. 29. Artikel 18 van het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.
Art. 29. L'article 18 du décret du 8 décembre 2000 portant diverses dispositions est abrogé.
Art. 30. In artikel 2, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 9 juli 2010 en 10 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 28° wordt vervangen door wat volgt :
" 28° het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen; ";
punt 29° wordt opgeheven.
Art. 30. A l'article 2, alinéa premier, du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004, modifié par les décrets des 22 décembre 2006, 9 juillet 2010 et 10 décembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
le point 28° est remplacé par la disposition suivante :
" 28° le décret du 17 février 2012 relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable; ";
le point 29° est abrogé.
Art. 31. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 9 juli 2010 en 10 december 2010, wordt een artikel 13/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 13/1. § 1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen, een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2.500 euro aan :
personen die een subsidie aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de subsidie hebben verkregen;
personen die een subsidie hebben verkregen of behouden waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.
§ 2. Onder de voorwaarden vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen, een administratieve geldboete opgelegd worden van 500 euro tot 5.000 euro aan :
personen die wetens en willens een subsidie aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze de subsidie hebben verkregen;
personen die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
personen die wetens en willens hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze gehouden zijn te verstrekken, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
personen die wetens en willens een subsidie hebben verkregen of behouden waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) valsheid in geschrifte hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden;
b) zich bediend hebben van een valse akte of een vals stuk;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) bedrog hebben gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens verandert;
b) hebben gebruikgemaakt van die gegevens, terwijl ze weten dat de aldus verkregen gegevens vals zijn;
personen die, om ten onrechte een subsidie te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden, hebben gebruikgemaakt van valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen, of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictief persoon, een fictieve onderneming, of een andere fictieve gebeurtenis of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen. ".
Art. 31. Au même décret, modifié par les décrets des 22 décembre 2006, 9 juillet 2010 et 10 décembre 2010, il est inséré un article 13/1, rédigé comme suit :
" Art. 13/1. § 1er. Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 250 à 2.500 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au décret du 17 février 2012 relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable :
des personnes qui utilisent une subvention à d'autres fins que pour lesquelles la subvention a été octroyée;
des personnes qui ont obtenu ou maintenu une subvention à laquelle ils n'ont pas droit ou à laquelle ils n'ont droit qu'en partie, sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes, ou en négligeant de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements.
§ 2. Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 500 à 5.000 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au décret du 17 février 2012 relatif à l'appui de l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable :
des personnes qui, sciemment, utilisent une subvention à d'autres fins que pour lesquelles la subvention a été octroyée;
des personnes, qui, sciemment, ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre;
des personnes qui, sciemment, ont négligé ou ont refusé de faire des déclarations nécessaire ou de fournir des renseignements qu'ils sont tenus de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre;
des personnes qui, sciemment, ont obtenu ou maintenu une subvention à laquelle ils n'ont pas droit ou à laquelle ils n'ont droit qu'en partie, sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes, ou en négligeant de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements;
des personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre :
a) ont fait des faux en écriture, soit par de fausses signatures, soit par contrefaction ou falsification d'écrits ou de signatures, soit en établissant faussement des conventions, des dispositions, des engagements ou des libérations de dettes ou en les intégrant dans un acte, soit par l'ajout ou de falsification de clauses, déclarations ou faits qui doivent être repris ou constatés dans un acte;
b) se sont servis d'un faux acte ou d'un document faux;
des personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre :
a) ont fraudé en introduisant des données dans un système informatique, qui sont stockées, traitées ou transmises dans un système informatique, en modifiant ou en effaçant des données ou en changeant l'affectation possible de données dans un système informatique par un autre moyen technologique, de sorte que la portée juridique de telles données change;
b) ont utilisé ces données, tout en sachant que les données ainsi obtenues sont fausses;
des personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir une subvention à injuste titre, ont fait usage de faux noms, de fausses qualités ou de fausses adresses ou qui ont fait des actes frauduleux afin de faire croire à l'existence d'une personne fictive, une entreprise fictive ou un autre événement fictif, ou afin de faire un usage abusif de la confiance d'une autre manière. ".
Art. 32. Artikel 53 van het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 wordt opgeheven.
Art. 32. L'article 53 du décret du 22 décembre 2006 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2007 est abrogé.
Art. 33. Artikel 5 van het decreet van 22 december 2006 houdende de lokale diensteneconomie wordt opgeheven.
Art. 33. L'article 5 du décret du 22 décembre 2006 portant diverses dispositions est abrogé.
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Art. 34. Artikelen 29 en 33 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 34. Les articles 29 et 33 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.