Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 SEPTEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regeling van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap
Titre
21 SEPTEMBRE 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le régime de la mise en disponibilité pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves et des instituts supérieurs en Communauté flamande
Dokumentinformationen
Numac: 2012206181
Datum: 2012-09-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012206181
Date: 2012-09-21
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves
Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding, wordt vervangen door wat volgt :
"Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op :
de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.".
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves est remplacé par ce qui suit :
" Article 1er. Le présent arrêté s'applique :
aux membres du personnel, visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
aux membres du personnel, visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné;
aux membres de l'inspection, visés à l'article 61 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement;
aux membres du personnel, visés à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. ".
Art. 2. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 september 2001, 22 februari 2002 en 14 juli 2004, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1 worden tussen de woorden "artikel 1, kunnen" en de woorden "een volledige terbeschikkingstelling" de woorden "voor 1 september 2012" ingevoegd;
er worden een paragraaf 2, 3 en 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 2. De personeelsleden, vermeld in artikel 1, kunnen vanaf 1 september 2012 een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen, als zij op de vooravond van de terbeschikkingstelling :
vast benoemd zijn;
ten minste twintig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist;
hun ambt uitoefenen als hoofdambt.
Daarenboven mogen de personeelsleden bij de aanvang van voormelde terbeschikkingstelling geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist.
Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten laste van de Schatkist aanspraak kan maken.
§ 3. Voor de personeelsleden vermeld in artikel 1, 1° en 2°, die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer of kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en die voldoen aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 2, kan de terbeschikkingstelling ten vroegste ingaan :
vier jaar voor ze recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, als ze geboren zijn voor 1 januari 1958;
drie jaar voor ze recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, als ze geboren zijn in het jaar 1958;
twee jaar voor ze recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, als ze geboren zijn vanaf 1 januari 1959.
§ 4. Voor de personeelsleden vermeld in artikel 1, die niet uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer of kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en die voldoen aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 2, kan de terbeschikkingstelling ten vroegste ingaan :
twee jaar voor ze recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, als ze geboren zijn voor 1 januari 1957;
een jaar voor ze recht hebben op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, als ze geboren zijn in het jaar 1957.".
In afwijking van paragraaf 2 vervalt het recht op een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden vermeld in het eerste lid, die vanaf 1 januari 1958 geboren zijn.".
Art. 2. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 septembre 2001, 22 février 2002 et 14 juillet 2004 dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, sont apportées les modifications suivantes :
dans le paragraphe 1er, les mots " avant le 1er septembre 2012 " sont insérés entre les mots " l'article 1er, peuvent bénéficier " et les mots " d'une mise en disponibilité complète ";
il est ajouté des paragraphes 2, 3 et 4 ainsi rédigés :
" § 2. Les personnels, visés à l'article 1er, peuvent bénéficier à partir du 1er septembre 2012 d'une mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite, si, à la veille de la mise en disponibilité :
ils sont nommés à titre définitif;
ils comptent au moins vingt années de service admissibles pour l'ouverture du droit à la pension de retraite à charge du Trésor public;
ils exercent leur fonction en tant que fonction principale.
En outre, les membres du personnel ne peuvent pas pouvoir prétendre à une pension de retraite à charge du Trésor public au début de la mise en disponibilité.
Cette mise en disponibilité est attribuée jusqu'à la veille du jour auquel le membre du personnel peut faire valoir ses droits à une pension de retraite à charge du Trésor public.
§ 3. Pour les membres du personnel visés à l'article 1er, 1° et 2°, qui sont uniquement nommés à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire ou d'instituteur préscolaire de formation générale et sociale et qui satisfont aux conditions visées au paragraphe 2, la mise en disponibilité peut prendre cours au plus tôt :
quatre ans avant qu'ils ont droit à la pension de retraite à charge du Trésor public, s'ils sont nés avant le 1er janvier 1958;
trois ans avant qu'ils ont droit à la pension de retraite à charge du Trésor public, s'ils sont nés en l'an 1958;
deux ans avant qu'ils ont droit à la pension de retraite à charge du Trésor public, s'ils sont nés à partir du 1er janvier 1959.
§ 4. Pour les membres du personnel visés à l'article 1er, qui ne sont pas uniquement nommés à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire ou d'instituteur préscolaire de formation générale et sociale et qui satisfont aux conditions visées au paragraphe 2, la mise en disponibilité peut prendre cours au plus tôt :
deux ans avant qu'ils ont droit à la pension de retraite à charge du Trésor public, s'ils sont nés avant le 1er janvier 1957;
un an avant qu'ils ont droit à la pension de retraite à charge du Trésor public, s'ils sont nés en l'an 1957. ".
Par dérogation au paragraphe 2, le droit à une mise en disponibilité complète pour convenances personnelles précédant la pension de retraite échoit pour les membres du personnel visés au premier alinéa qui sont nés à partir du 1er janvier 1958. ".
Art. 3. In artikel 4, § 2 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;".
Art. 3. Dans l'article 4, § 2, du même arrêté, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement; ".
Art. 4. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 5. De volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen wordt op hun verzoek toegekend door :
de inrichtende macht voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1, 1°, en 2°;
de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;
de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1, 4°.".
Art. 4. L'article 5 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5. La mise en disponibilité complète pour convenances personnelles précédant la pension de retraite est accordée à leur demande par :
le pouvoir organisateur pour les membres du personnel, visés à l'article 1er, 1° et 2°;
l'inspecteur général pour l'inspecteur et l'inspecteur coordinateur;
le Ministre flamand chargé de l'enseignement, ou son délégué, pour l'inspecteur général et pour les membres du personnel, visés à l'article 1er, 4°. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt tussen artikel 6 en artikel 6bis, een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 6/1. § 1. De personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 april 1956 en die uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer of in het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming, ontvangen voor de hele periode van terbeschikkingstelling, een wachtgeld of wachtgeldtoelage, vastgesteld met toepassing van artikel 6, § 1, maar vermenigvuldigd met een percentage dat als volgt is bepaald :
82,5 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minstens drie jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft;
80 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minstens twee jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft;
77,5 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minstens een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft;
75 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minder dan een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft.
Met volledige periode waarop het personeelslid recht heeft, wordt de periode van vier, drie of twee jaar vermeld in artikel 2, § 3, bedoeld.
§ 2. De personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 september 1954 en die niet uitsluitend vastbenoemd zijn in het ambt van kleuteronderwijzer of in het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming, ontvangen voor de hele periode van terbeschikkingstelling, een wachtgeld of wachtgeldtoelage, vastgesteld met toepassing van artikel 6, § 1, maar vermenigvuldigd met een percentage dat als volgt is bepaald :
77,5 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minstens een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft;
75 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minder dan een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft.
Met volledige periode waarop het personeelslid recht heeft, wordt de periode van twee of een jaar vermeld in artikel 2, § 4, eerste lid, bedoeld.".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré entre l'article 6 et l'article 6bis, un article 6/1 ainsi rédigé :
" Art. 6/1. § 1er. Les membres du personnel nés à partir du 1er avril 1956 et qui sont uniquement nommés à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire ou dans la fonction d'instituteur préscolaire de formation générale et sociale reçoivent pour la période complète de la mise en disponibilité, un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente, fixé en application de l'article 6, § 1er, mais multiplié par un pourcentage déterminé comme suit :
82,5 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est est inférieure d'au moins trois ans à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit;
80 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure d'au moins deux ans à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit;
77,5 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure d'au moins un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit;
75 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure de moins d'un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit.
Par période complète à laquelle le membre du personnel a droit, il faut entendre la période de quatre, trois ou deux ans, visée à l'article 2, § 3.
§ 2. Les membres du personnel nés à partir du 1er septembre 1954 et qui ne sont pas uniquement nommés à titre définitif dans la fonction d'instituteur préscolaire ou dans la fonction d'instituteur préscolaire de formation générale et sociale reçoivent pour la période complète de la mise en disponibilité, un traitement d'attente ou une subvention-traitement d'attente, fixé en application de l'article 6, § 1er, mais multiplié par un pourcentage déterminé comme suit :
77,5 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure d'au moins un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit;
75 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure de moins d'un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit.
Par période complète à laquelle le membre du personnel a droit, il faut entendre la période de deux ans ou d'un an, visée à l'article 2, § 4, premier alinéa. ".
Art. 6. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd door wat volgt :
"1° in paragraaf 1 worden de woorden "psycho-medisch-sociale centra" vervangen door de woorden "centra voor leerlingenbegeleiding";
in paragraaf 2 worden de woorden "in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan" vervangen door de woorden "in het volwassenenonderwijs of deeltijds kunstonderwijs";
in paragraaf 3 worden de woorden "artikel 4, § 1 tot 3", vervangen door de woorden "artikel 4".
Art. 6. L'article 8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" 1° au paragraphe 1er, les mots " centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves ";
au paragraphe 2, les mots " dans l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit " sont remplacés par les mots " dans l'éducation des adultes ou dans l'enseignement artistique à temps partiel ";
au paragraphe 3, les mots "l'article 4, § 1er à 3" sont remplacés par les mots "l'article 4";
Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002, worden de punten 1 en 2 vervangen door wat volgt :
"1° de inrichtende macht voor de personeelsleden vermeld in artikel 1, 1° en 2°;
de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;
de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1, 4°.".
Art. 7. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002, les points 1 et 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" 1° le pouvoir organisateur pour les membres du personnel, visés à l'article 1er, 1° et 2°;
l'inspecteur général pour l'inspecteur et l'inspecteur coordinateur;
le Ministre flamand chargé de l'enseignement, ou son délégué, pour l'inspecteur général et pour les membres du personnel, visés à l'article 1er, 4°. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la Hogere Zeevaartschool
Art. 8. In artikel 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 182, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "bedoeld in artikel 36, § 1 en artikel 37 van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen".
Art. 8. Dans l'article 1er, deuxième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la Hogere Zeevaartschool, le membre de phrase " visés à l'article 182, § 1er du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article 36, § 1er et l'article 37 du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre ".
Art. 9. Aan artikel 5 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 1°, kan de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden die voor 1 januari 1957 geboren zijn op zijn vroegst twee jaar voor de leeftijd waarop de betrokken personeelsleden aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, ingaan.
In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 1°, kan de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden die in het jaar 1957 geboren zijn, op zijn vroegst een jaar voor de leeftijd waarop de betrokken personeelsleden aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de Schatkist, ingaan.".
Art. 9. A l'article 5 du même arrêté, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par dérogation au premier paragraphe, premier alinéa, 1°, la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels nés avant le 1er janvier 1957 peut prendre cours au plus tôt deux ans avant l'âge auquel les membres du personnel concernés peuvent prétendre à une pension de retraite à charge du Trésor public.
Par dérogation au premier paragraphe, premier alinéa, 1°, la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels nés en l'an 1957 peut prendre cours au plus tôt un an avant l'âge auquel les membres du personnel concernés peuvent prétendre à une pension de retraite à charge du Trésor public. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 7/1. De personeelsleden die geboren zijn vanaf 1 april 1954 ontvangen een wachtgeld, vastgesteld met toepassing van artikel 7, maar vermenigvuldigd met een percentage dat als volgt is bepaald :
77,5 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minstens een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft;
75 %, wanneer de terbeschikkingstelling wordt opgenomen voor een periode die minder dan een jaar korter is dan de volledige periode waarop het personeelslid recht heeft.
Met volledige periode waarop het personeelslid recht heeft, wordt de periode van twee of een jaar vermeld in artikel 5, § 2, bedoeld.".
Art. 10. Dans le même arrêté, il est inséré un article 7/1, rédigé comme suit :
" Art. 7/1. Les membres du personnel nés à partir du 1er avril 1954 reçoivent un traitement d'attente, fixé en application de l'article 7, mais multiplié par un pourcentage fixé comme suit :
77,5 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure d'au moins un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit;
75 %, lorsque la mise en disponibilité est prise pour une période qui est inférieure de moins d'un an à la période complète à laquelle le membre du personnel a droit.
Par période complète à laquelle le membre du personnel a droit, il faut entendre la période de deux ans ou d'un an, visée à l'article 5, § 2. ".
Art. 11. In artikel 28, paragraaf 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "Vanaf de maand die volgt op de zestigste verjaardag van het personeelslid" vervangen door de woorden "vanaf de maand die volgt op de dag waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken op een pensioen ten laste van de Schatkist.".
Art. 11. Dans l'article 28, paragraphe 2, du même arrêté, les mots " A partir du mois qui suit le soixantième anniversaire du membre du personnel, " sont remplacés par les mots " A partir du mois qui suit le jour auquel le membre du personnel intéressé peut faire valoir ses droits à une pension de retraite à charge du Trésor public. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 32/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 32/1. Voor personeelsleden die vanaf 1 januari 1958 geboren zijn, vervalt het recht op een voltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen.".
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 32/1, rédigé comme suit :
" Art. 32/1. Pour les membres du personnel nés à partir du 1er janvier 1958, le droit à une mise en disponibilité complète pour convenances personnelles précédant la pension de retraite échoit. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2012.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 21 september 2012
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 21 septembre 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET