Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, tweede streepje, worden de woorden "artikel 182, § 1, punten 1 tot en met 3 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de woorden "artikel 36, § 1, punten 1 tot en met 3, van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De bepalingen in hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 3 en 4, over het ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid zijn ook van toepassing op de contractuele personeelsleden van de Vlaamse autonome hogescholen en de rechtsopvolgers van deze hogescholen.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 OKTOBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de hogescholen
Titre
12 OCTOBRE 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves et des instituts supérieurs
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool
CHAPITRE 1er. - Modification à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la 'Hogere Zeevaartschool'
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la 'Hogere Zeevaartschool', les dispositions suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa deux, deuxième tiret, les mots " l'article 182, § 1er, points 1 à 3 inclus du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " sont remplacés par les mots " l'article 36, § 1er, points 1 à 3 inclus, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les dispositions relatives au congé parental et à l'interruption de carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie reprises au chapitre 2, section 2, sous-sections 3 et 4, s'appliquent également aux membres du personnel contractuels des instituts supérieurs autonomes flamands et aux ayants-cause de ceux-ci. ".
1° dans l'alinéa deux, deuxième tiret, les mots " l'article 182, § 1er, points 1 à 3 inclus du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande " sont remplacés par les mots " l'article 36, § 1er, points 1 à 3 inclus, du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les dispositions relatives au congé parental et à l'interruption de carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie reprises au chapitre 2, section 2, sous-sections 3 et 4, s'appliquent également aux membres du personnel contractuels des instituts supérieurs autonomes flamands et aux ayants-cause de ceux-ci. ".
Art. 2. In artikel 4, eerste en tweede lid,vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, artikel 12, § 2, eerste lid, 13, vierde lid,15, § 2, eerste lid, en 17, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "72 maanden" telkens vervangen door de woorden "60 maanden".
Art. 2. Dans l'article 4, alinéas premier et deux, remplacés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011, l'article 12, § 2, alinéa premier, 13, alinéa quatre, l'article 15, § 2, alinéa premier, et l'article 17, § 1er, alinéa trois, du même arrêté, les mots " 72 mois " sont chaque fois remplacés par les mots " 60 mois ".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden "de leeftijd van zestig jaar bereikt" vervangen door de woorden "aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist".
Art. 3. Dans l'article 6 du même arrêté, les mots " atteint l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peut prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ".
Art. 4. Aan artikel 9, paragraaf 2, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van het eerste lid kan een volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan voor ouderschapsverlof worden toegekend aan het personeelslid dat met toepassing van artikel 13 een vierde maand of een ander gelijkwaardig regime zonder onderbrekingsuitkering opneemt.".
"In afwijking van het eerste lid kan een volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan voor ouderschapsverlof worden toegekend aan het personeelslid dat met toepassing van artikel 13 een vierde maand of een ander gelijkwaardig regime zonder onderbrekingsuitkering opneemt.".
Art. 4. A l'article 9, paragraphe 2, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, une interruption de carrière complète ou partielle pour congé parental peut être octroyée au membre du personnel qui, par application de l'article 13, prend un quatrième mois ou un autre régime équivalent sans allocation d'interruption. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, une interruption de carrière complète ou partielle pour congé parental peut être octroyée au membre du personnel qui, par application de l'article 13, prend un quatrième mois ou un autre régime équivalent sans allocation d'interruption. ".
Art. 5. Artikel 11, tweede lid, punt 1°, wordt vervangen door wat volgt :
"1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;".
"1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;".
Art. 5. L'article 11, alinéa deux, point 1°, est remplacé par ce qui suit :
" 1° la formation professionnelle telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle; ".
" 1° la formation professionnelle telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle; ".
Art. 6. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan in schijven van een maand met een maximumduur van 4 maanden worden genomen.";
2° in het derde lid wordt het woord "gedeeltelijke" vervangen door het woord "halftijdse" en worden de woorden "6 maanden" vervangen door de woorden "8 maanden";
3° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde moet worden genomen in schijven van 5 maanden, met een maximumduur van 20 maanden.".
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan in schijven van een maand met een maximumduur van 4 maanden worden genomen.";
2° in het derde lid wordt het woord "gedeeltelijke" vervangen door het woord "halftijdse" en worden de woorden "6 maanden" vervangen door de woorden "8 maanden";
3° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde moet worden genomen in schijven van 5 maanden, met een maximumduur van 20 maanden.".
Art. 6. A l'article 13 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" L'interruption complète de la carrière professionnelle peut être prise par tranche d'un mois, avec une durée maximale de 4 mois. ";
2° dans l'alinéa trois, le mot " partielle " est remplacé par les mots " à mi-temps " et les mots " 6 mois " sont remplacés par les mots " 8 mois ";
3° entre l'alinéa trois et l'alinéa quatre, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" L'interruption de la carrière professionnelle d'un cinquième doit être prise par tranche de 5 mois, avec une durée maximale de 20 mois. ".
1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" L'interruption complète de la carrière professionnelle peut être prise par tranche d'un mois, avec une durée maximale de 4 mois. ";
2° dans l'alinéa trois, le mot " partielle " est remplacé par les mots " à mi-temps " et les mots " 6 mois " sont remplacés par les mots " 8 mois ";
3° entre l'alinéa trois et l'alinéa quatre, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" L'interruption de la carrière professionnelle d'un cinquième doit être prise par tranche de 5 mois, avec une durée maximale de 20 mois. ".
Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het eerste en het tweede lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.";
2° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden tussen het woord "twaalfde" en het woord "verjaardag" de woorden "of de eenentwintigste" ingevoegd.
1° tussen het eerste en het tweede lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.";
2° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden tussen het woord "twaalfde" en het woord "verjaardag" de woorden "of de eenentwintigste" ingevoegd.
Art. 7. Dans l'article 14 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, il est inséré un alinéa ainsi rédigé :
" Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection résultant en l'octroi d'au moins 4 points au pilier I sur l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales, la limite d'âge applicable est 21 ans. ";
2° dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " ou du vingt-et-unième " sont insérés entre le mot " douzième " et le mot " anniversaire ".
1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, il est inséré un alinéa ainsi rédigé :
" Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection résultant en l'octroi d'au moins 4 points au pilier I sur l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales, la limite d'âge applicable est 21 ans. ";
2° dans l'alinéa deux existant, qui devient l'alinéa trois, les mots " ou du vingt-et-unième " sont insérés entre le mot " douzième " et le mot " anniversaire ".
Art. 8. Aan artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt, en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.".
" § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt, en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.".
Art. 8. A l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise. ".
" § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit worden in het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 5, de woorden "50 jaar" vervangen door de woorden "55 jaar".
Art. 9. Dans l'intitulé du chapitre 2, section 2, sous-section 5, du même arrêté, les mots " 50 ans " sont remplacés par les mots " 55 ans ".
Art. 10. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "vijftig jaar" vervangen door de woorden "55 jaar" en worden de woorden "de leeftijd van zestig jaar bereiken" vervangen door de woorden "aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist";
2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "50 jaar" vervangen door de woorden "55 jaar";
3° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.";
4° [er wordt een paragraaf 4 en 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 4. In afwijking van paragraaf 1 behouden de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar genieten, dit recht, ook al zijn zij op dat moment nog geen 55 jaar.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving. "] (ERRATUM, zie B.St. 04-02-2013, p. 5567)
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "vijftig jaar" vervangen door de woorden "55 jaar" en worden de woorden "de leeftijd van zestig jaar bereiken" vervangen door de woorden "aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist";
2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "50 jaar" vervangen door de woorden "55 jaar";
3° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.";
4° [er wordt een paragraaf 4 en 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 4. In afwijking van paragraaf 1 behouden de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar genieten, dit recht, ook al zijn zij op dat moment nog geen 55 jaar.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving. "] (ERRATUM, zie B.St. 04-02-2013, p. 5567)
Art. 10. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " cinquantième anniversaire " sont remplacés par les mots " 55e anniversaire " et les mots " atteignent l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peuvent prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ";
2° au paragraphe 1er, alinéa trois, les mots " 50 ans " sont remplacés par les mots " 55 ans ";
3° il est inséré un paragraphe 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle avec un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux. ";
4° [ un § 4 et un § 5 sont insérés, rédigés comme suit :
" § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans, conservent ce droit, même s'ils n'ont pas encore 55 ans à ce moment.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012. "] (ERRATUM, voir M.B. 04-02-2013, p. 5567)
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " cinquantième anniversaire " sont remplacés par les mots " 55e anniversaire " et les mots " atteignent l'âge de soixante ans " sont remplacés par les mots " peuvent prétendre à une pension de retraite à charge de la Trésorerie ";
2° au paragraphe 1er, alinéa trois, les mots " 50 ans " sont remplacés par les mots " 55 ans ";
3° il est inséré un paragraphe 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle avec un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux. ";
4° [ un § 4 et un § 5 sont insérés, rédigés comme suit :
" § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans, conservent ce droit, même s'ils n'ont pas encore 55 ans à ce moment.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012. "] (ERRATUM, voir M.B. 04-02-2013, p. 5567)
Art. 11. Artikel 19 van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 19 du même arrêté est abrogé.
Art. 12. Artikel 20 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 20. § 1 De volgende vormen van onderbreking van de beroepsloopbaan zijn geen absoluut recht voor het personeelslid :
1° de volledige loopbaanonderbreking;
2° de gedeeltelijke loopbaanonderbreking;
3° de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar, met toepassing van artikel 17;
4° de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de in die paragraaf vermelde vormen van onderbreking van de beroepsloopbaan wel worden toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs zoals bedoeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van het eerste lid gelden voor een periode van 60 maanden onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbroken wordt. De bepalingen van het eerste lid gelden ook voor de volledige periode van de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september, 1 oktober of 1 november volgend op het bereiken van de leeftijd van vijfenvijftig jaar of de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 17, § 1bis, § 4 of § 5 van toepassing is.
In geval van weigering deelt het hogeschoolbestuur uiterlijk zeven kalenderdagen voor de aanvang van de loopbaanonderbreking haar gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt en aan de kandidaat-vervanger.".
"Art. 20. § 1 De volgende vormen van onderbreking van de beroepsloopbaan zijn geen absoluut recht voor het personeelslid :
1° de volledige loopbaanonderbreking;
2° de gedeeltelijke loopbaanonderbreking;
3° de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar, met toepassing van artikel 17;
4° de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de in die paragraaf vermelde vormen van onderbreking van de beroepsloopbaan wel worden toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs zoals bedoeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van het eerste lid gelden voor een periode van 60 maanden onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbroken wordt. De bepalingen van het eerste lid gelden ook voor de volledige periode van de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september, 1 oktober of 1 november volgend op het bereiken van de leeftijd van vijfenvijftig jaar of de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 17, § 1bis, § 4 of § 5 van toepassing is.
In geval van weigering deelt het hogeschoolbestuur uiterlijk zeven kalenderdagen voor de aanvang van de loopbaanonderbreking haar gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt en aan de kandidaat-vervanger.".
Art. 12. L'article 20 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 20. § 1er. Les suivantes formes d'interruption de la carrière professionnelle ne sont pas un droit absolu pour le membre du personnel :
1° l'interruption de carrière complète;
2° l'interruption de carrière partielle;
3° l'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 55 ans, par application de l'article 17;
4° l'interruption de carrière complète ou partielle pour suivre une formation professionnelle.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les formes d'interruption de la carrière professionnelle mentionnées dans ce paragraphe doivent être accordées s'il y a un candidat remplaçant qui soit en possession du titre tel que visé dans le décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande.
Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent pour une période de 60 mois d'interruption de la carrière professionnelle, que la carrière soit interrompue complètement ou partiellement. Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent également à toute la période de l'interruption de carrière partielle à partir du 1er septembre, 1er octobre ou 1er novembre après avoir atteint l'âge de 55 ans ou l'âge de 50 ans si l'article 17, § 1erbis, § 4 ou § 5, est d'application.
En cas de refus, la direction de l'institut supérieur communique sa décision motivée, par écrit et dans les sept jours calendaires du début de l'interruption de la carrière professionnelle, au membre du personnel qui en fait la demande ainsi qu'au candidat remplaçant. ".
" Art. 20. § 1er. Les suivantes formes d'interruption de la carrière professionnelle ne sont pas un droit absolu pour le membre du personnel :
1° l'interruption de carrière complète;
2° l'interruption de carrière partielle;
3° l'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 55 ans, par application de l'article 17;
4° l'interruption de carrière complète ou partielle pour suivre une formation professionnelle.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les formes d'interruption de la carrière professionnelle mentionnées dans ce paragraphe doivent être accordées s'il y a un candidat remplaçant qui soit en possession du titre tel que visé dans le décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande.
Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent pour une période de 60 mois d'interruption de la carrière professionnelle, que la carrière soit interrompue complètement ou partiellement. Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent également à toute la période de l'interruption de carrière partielle à partir du 1er septembre, 1er octobre ou 1er novembre après avoir atteint l'âge de 55 ans ou l'âge de 50 ans si l'article 17, § 1erbis, § 4 ou § 5, est d'application.
En cas de refus, la direction de l'institut supérieur communique sa décision motivée, par écrit et dans les sept jours calendaires du début de l'interruption de la carrière professionnelle, au membre du personnel qui en fait la demande ainsi qu'au candidat remplaçant. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011
CHAPITRE 2. - Modification à l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011
Art. 13. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. De bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1 en afdeling 2, over de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor medische bijstand, zijn ook van toepassing op de contractuele personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze vallen onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen.
" § 2. De bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1 en afdeling 2, over de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor medische bijstand, zijn ook van toepassing op de contractuele personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze vallen onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen.
Art. 13. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Les dispositions du chapitre 3, section 1re et section 2, relatives à l'interruption de carrière pour congé parental et à l'interruption de carrière pour assistance médicale s'appliquent également aux membres du personnel contractuels de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, pour autant qu'ils relèvent de l'application de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption.
" § 2. Les dispositions du chapitre 3, section 1re et section 2, relatives à l'interruption de carrière pour congé parental et à l'interruption de carrière pour assistance médicale s'appliquent également aux membres du personnel contractuels de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, pour autant qu'ils relèvent de l'application de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption.
Art. 14. In hetzelfde besluit worden in het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 3, de woorden "50 jaar" vervangen door de woorden "55 jaar".
Art. 14. Dans l'intitulé du chapitre 2, section 2, sous-section 3, du même arrêté, les mots " 50 ans " sont remplacés par les mots " 55 ans ".
Art. 15. In artikel 9, § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "vijftig jaar" worden vervangen door de woorden "55 jaar";
2° er worden een paragraaf 3, een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig jaar genieten;
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving;
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.
De personeelsleden die een loopbaanonderbreking genieten zoals vermeld in het eerste lid, hebben telkens op 1 september de mogelijkheid om over te stappen naar een loopbaanonderbreking zoals vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, zodra zij de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben.".
1° de woorden "vijftig jaar" worden vervangen door de woorden "55 jaar";
2° er worden een paragraaf 3, een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig jaar genieten;
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving;
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.
De personeelsleden die een loopbaanonderbreking genieten zoals vermeld in het eerste lid, hebben telkens op 1 september de mogelijkheid om over te stappen naar een loopbaanonderbreking zoals vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, zodra zij de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben.".
Art. 15. A l'article 9, § 1er, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "50 ans" sont remplacés par les mots "55 ans";
2° il est ajouté un paragraphe 3 et un paragraphe 5, rédigés comme suit :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans;
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012;
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle d'un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux.
Les membres du personnel bénéficiant d'une interruption de carrière telle que visée à l'alinéa premier, ont chaque fois au 1er septembre la possibilité de passer à une interruption de carrière telle que visée au paragraphe 1er, alinéa premier, 1°, dès qu'ils ont atteint l'âge de 55 ans. ".
1° les mots "50 ans" sont remplacés par les mots "55 ans";
2° il est ajouté un paragraphe 3 et un paragraphe 5, rédigés comme suit :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans;
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012;
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle d'un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux.
Les membres du personnel bénéficiant d'une interruption de carrière telle que visée à l'alinéa premier, ont chaque fois au 1er septembre la possibilité de passer à une interruption de carrière telle que visée au paragraphe 1er, alinéa premier, 1°, dès qu'ils ont atteint l'âge de 55 ans. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 11/1. Voor het bepalen van het opdrachtvolume waarvoor loopbaanonderbreking kan worden genomen krachtens de artikelen 2 tot en met 9 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties, verstrekt door de personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool."
"Art. 11/1. Voor het bepalen van het opdrachtvolume waarvoor loopbaanonderbreking kan worden genomen krachtens de artikelen 2 tot en met 9 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties, verstrekt door de personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool."
Art. 16. Dans le même arrêté, il est inséré un article 11/1, rédigé comme suit :
" Art. 11/1. Pour la détermination du volume de la charge pour lequel une interruption de la carrière professionnelle peut être prise en vertu des articles 2 à 9 inclus, il est également tenu compte des prestations fournies par les membres du personnel investis d'une charge auprès d'un institut supérieur. "
" Art. 11/1. Pour la détermination du volume de la charge pour lequel une interruption de la carrière professionnelle peut être prise en vertu des articles 2 à 9 inclus, il est également tenu compte des prestations fournies par les membres du personnel investis d'une charge auprès d'un institut supérieur. "
Art. 17. In artikel 12, 15, 16 en 34 van hetzelfde besluit worden de woorden "72 maanden" vervangen door de woorden "60 maanden".
Art. 17. Dans les articles 12, 15, 16 et 34 du même arrêté, les mots " 72 mois " sont remplacés par les mots " 60 mois ".
Art. 18. Artikel 13, paragraaf 6, tweede lid, punt 1°, wordt vervangen door wat volgt :
"1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;".
"1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;".
Art. 18. L'article 13, paragraphe 6, alinéa deux, point 1°, est remplacé par ce qui suit :
" 1° la formation professionnelle telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle; ".
" 1° la formation professionnelle telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle; ".
Art. 19. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden "vijftig jaar zoals vermeld in artikel 9" vervangen door de woorden "55 jaar zoals vermeld in artikel 9, § 1 of vanaf de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is".
Art. 19. Dans l'article 16 du même arrêté, les mots " 50 ans, telles que visées à l'article 9 " sont remplacés par les mots " 55 ans, telles que visées à l'article 9, § 1er, ou à partir de l'âge de 50 ans si l'article 9, § 3, § 4 ou § 5 est d'application ".
Art. 20. In artikel 17, § 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "zes" wordt vervangen door het woord "vijf";
2° de woorden "vijftig jaar heeft bereikt" worden vervangen door de woorden "55 jaar heeft bereikt of de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is".
1° het woord "zes" wordt vervangen door het woord "vijf";
2° de woorden "vijftig jaar heeft bereikt" worden vervangen door de woorden "55 jaar heeft bereikt of de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is".
Art. 20. A l'article 17, § 2, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " six " est remplacé par le mot " cinq ";
2° les mots " a atteint l'âge de cinquante ans " sont remplacés par les mots " a atteint l'âge de 55 ans ou l'âge de 50 ans si l'article 9, § 3, § 4 ou § 5 est d'application ".
1° le mot " six " est remplacé par le mot " cinq ";
2° les mots " a atteint l'âge de cinquante ans " sont remplacés par les mots " a atteint l'âge de 55 ans ou l'âge de 50 ans si l'article 9, § 3, § 4 ou § 5 est d'application ".
Art. 21. Aan artikel 20, paragraaf 2, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van het eerste lid kan het personeelslid voor de kinderen geboren voor 8 maart 2012 toch ouderschapsverlof zonder onderbrekingsuitkeringen opnemen :
1° gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
2° gedurende maximum twee maanden bij een halftijdse loopbaanonderbreking;
3° gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.".
"In afwijking van het eerste lid kan het personeelslid voor de kinderen geboren voor 8 maart 2012 toch ouderschapsverlof zonder onderbrekingsuitkeringen opnemen :
1° gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
2° gedurende maximum twee maanden bij een halftijdse loopbaanonderbreking;
3° gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.".
Art. 21. A l'article 20, paragraphe 2, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, le membre du personnel peut toutefois prendre du congé parental sans allocations d'interruption pour les enfants nés avant le 8 mars 2012 :
1° pendant au maximum 1 mois en cas d'interruption de carrière complète;
2° pendant au maximum 2 mois en cas d'interruption de carrière à mi-temps;
3° pendant au maximum 5 mois en cas d'interruption de carrière d'un cinquième. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, le membre du personnel peut toutefois prendre du congé parental sans allocations d'interruption pour les enfants nés avant le 8 mars 2012 :
1° pendant au maximum 1 mois en cas d'interruption de carrière complète;
2° pendant au maximum 2 mois en cas d'interruption de carrière à mi-temps;
3° pendant au maximum 5 mois en cas d'interruption de carrière d'un cinquième. ".
Art. 22. In artikel 21, § 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "vijftig jaar" vervangen door de woorden "55 jaar of de leeftijd van vijftig jaar, indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is".
Art. 22. Dans l'article 21 du même arrêté, les mots " de l'âge de cinquante ans " sont remplacés par les mots " de l'âge de 55 ans ou à partir de l'âge de 50 ans si l'article 9, § 3, § 4 ou § 5 est d'application ".
Art. 23. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vier";
2° in punt 2° wordt het woord "zes" vervangen door het woord "acht";
3° in punt 3° wordt het woord "zes" vervangen door het woord "twintig";
1° in punt 1° wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vier";
2° in punt 2° wordt het woord "zes" vervangen door het woord "acht";
3° in punt 3° wordt het woord "zes" vervangen door het woord "twintig";
Art. 23. A l'article 22 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre ";
2° au point 2°, le mot " six " est remplacé par le mot " huit ";
3° au point 3°, le mot " six " est remplacé par le mot " vingt ";
1° au point 1°, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre ";
2° au point 2°, le mot " six " est remplacé par le mot " huit ";
3° au point 3°, le mot " six " est remplacé par le mot " vingt ";
Art. 24. Aan artikel 23 van hetzelfde besluit waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 2. In afwijking van artikel 22 kan een personeelslid dat al voor 1 september 2012 loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof genomen heeft, een bijkomende ononderbroken periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen :
1° gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
2° gedurende maximum twee maanden bij een halftijdse loopbaanonderbreking;
3° gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.".
§ 3. In afwijking van artikel 22 hebben de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, het recht om :
1° gedurende een periode van vier maanden hun loopbaan volledig te onderbreken. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in maanden;
2° gedurende een periode van acht maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken tot een halftijdse betrekking, als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan;
3° gedurende een periode van twintig maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde, als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan.
" § 2. In afwijking van artikel 22 kan een personeelslid dat al voor 1 september 2012 loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof genomen heeft, een bijkomende ononderbroken periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen :
1° gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
2° gedurende maximum twee maanden bij een halftijdse loopbaanonderbreking;
3° gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.".
§ 3. In afwijking van artikel 22 hebben de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, het recht om :
1° gedurende een periode van vier maanden hun loopbaan volledig te onderbreken. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in maanden;
2° gedurende een periode van acht maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken tot een halftijdse betrekking, als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan;
3° gedurende een periode van twintig maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde, als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan.
Art. 24. A l'article 23 du même arrêté, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2 et un paragraphe 3 rédigés comme suit :
" § 2. Par dérogation à l'article 22, un membre du personnel ayant déjà pris une interruption de carrière pour congé parental avant le 1er septembre 2012, peut prendre une période ininterrompue supplémentaire d'interruption de carrière pour congé parental :
1° pendant au maximum 1 mois en cas d'interruption de carrière complète;
2° pendant au maximum 2 mois en cas d'interruption de carrière à mi-temps;
3° pendant au maximum 5 mois en cas d'interruption de carrière d'un cinquième. ".
§ 3. Par dérogation à l'article 22, les membres du personnel des centres d'éducation de base ont le droit :
1° d'interrompre complètement leur carrière professionnelle pendant une période de 4 mois. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en mois;
2° d'interrompre, pendant une période de 8 mois, leur carrière professionnelle jusqu'à un emploi à mi-temps s'ils sont occupés à temps plein. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en des périodes de 2 mois ou d'un multiple de 2 mois;
3° d'interrompre, pendant une période de 20 mois, leur carrière professionnelle partiellement en réduisant leurs prestations d'un cinquième, s'ils sont occupés à temps plein. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en des périodes de 5 mois ou d'un multiple de 5 mois.
" § 2. Par dérogation à l'article 22, un membre du personnel ayant déjà pris une interruption de carrière pour congé parental avant le 1er septembre 2012, peut prendre une période ininterrompue supplémentaire d'interruption de carrière pour congé parental :
1° pendant au maximum 1 mois en cas d'interruption de carrière complète;
2° pendant au maximum 2 mois en cas d'interruption de carrière à mi-temps;
3° pendant au maximum 5 mois en cas d'interruption de carrière d'un cinquième. ".
§ 3. Par dérogation à l'article 22, les membres du personnel des centres d'éducation de base ont le droit :
1° d'interrompre complètement leur carrière professionnelle pendant une période de 4 mois. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en mois;
2° d'interrompre, pendant une période de 8 mois, leur carrière professionnelle jusqu'à un emploi à mi-temps s'ils sont occupés à temps plein. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en des périodes de 2 mois ou d'un multiple de 2 mois;
3° d'interrompre, pendant une période de 20 mois, leur carrière professionnelle partiellement en réduisant leurs prestations d'un cinquième, s'ils sont occupés à temps plein. Au choix des membres du personnel, cette période peut être fractionnée en des périodes de 5 mois ou d'un multiple de 5 mois.
Art. 25. Aan artikel 27 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen,wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn of haar kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.".
" § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn of haar kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.".
Art. 25. A l'article 27 du même arrêté, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise. ".
" § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise. ".
Art. 26. In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 36/1. Voor het bepalen van het opdrachtvolume waarvoor loopbaanonderbreking kan worden genomen krachtens de artikelen 22, 26 en 29 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties, verstrekt door de personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool."
"Art. 36/1. Voor het bepalen van het opdrachtvolume waarvoor loopbaanonderbreking kan worden genomen krachtens de artikelen 22, 26 en 29 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties, verstrekt door de personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool."
Art. 26. Dans le même arrêté, il est inséré un article 36/1, rédigé comme suit :
" Art. 36/1. Pour la détermination du volume de la charge pour lequel une interruption de la carrière professionnelle peut être prise en vertu des articles 22, 26 et 29, il est également tenu compte des prestations fournies par les membres du personnel investis d'une charge auprès d'un institut supérieur. "
" Art. 36/1. Pour la détermination du volume de la charge pour lequel une interruption de la carrière professionnelle peut être prise en vertu des articles 22, 26 et 29, il est également tenu compte des prestations fournies par les membres du personnel investis d'une charge auprès d'un institut supérieur. "
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 36/2. Voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie worden de maximumperiodes van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en voor medische bijstand verminderd met de overeenstemmende periodes toegestaan op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie."
"Art. 36/2. Voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie worden de maximumperiodes van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en voor medische bijstand verminderd met de overeenstemmende periodes toegestaan op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie."
Art. 27. Dans le même arrêté, il est inséré un article 36/2, rédigé comme suit :
" Art. 36/2. Pour ce qui est des membres du personnel des centres d'éducation de base, les périodes maximales d'interruption de carrière pour congé parental et pour assistance médicale sont réduites des périodes correspondantes accordées sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base. "
" Art. 36/2. Pour ce qui est des membres du personnel des centres d'éducation de base, les périodes maximales d'interruption de carrière pour congé parental et pour assistance médicale sont réduites des périodes correspondantes accordées sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base. "
Art. 28. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4/1, dat bestaat uit artikel 36/3 tot en met 36/4, ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Hoofdstuk 4/1. Specifieke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie
Art. 36/3. Voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie wordt het maximum van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking verminderd met de overeenstemmende periode van loopbaanonderbreking toegestaan op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie.".
Art. 36/4. Het Agentschap Hoger onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen vult, indien nodig, het bedrag van de aanmoedigingspremie voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie aan tot het bedrag conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profit-sector.
"Hoofdstuk 4/1. Specifieke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie
Art. 36/3. Voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie wordt het maximum van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking verminderd met de overeenstemmende periode van loopbaanonderbreking toegestaan op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie.".
Art. 36/4. Het Agentschap Hoger onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen vult, indien nodig, het bedrag van de aanmoedigingspremie voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie aan tot het bedrag conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profit-sector.
Art. 28. Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre 4/1, comprenant les articles 36/3 à 36/4 inclus, rédigé comme suit :
" Chapitre 4/1. Dispositions spécifiques pour les membres du personnel des centres d'éducation de base
Art. 36/3. Pour ce qui est des membres du personnel des centres d'éducation de base, le maximum de 60 mois d'interruption de carrière complète et de 60 mois d'interruption de carrière partielle est réduit de la période correspondante accordée sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base. ".
Art. 36/4. Si nécessaire, l'Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes et des Allocations d'Etudes) complète le montant de la primes d'encouragement prévue pour les membres du personnel des centres d'éducation de base jusqu'au montant prévu conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2002 instituant les primes d'encouragement dans le secteur non marchand privé flamand.
" Chapitre 4/1. Dispositions spécifiques pour les membres du personnel des centres d'éducation de base
Art. 36/3. Pour ce qui est des membres du personnel des centres d'éducation de base, le maximum de 60 mois d'interruption de carrière complète et de 60 mois d'interruption de carrière partielle est réduit de la période correspondante accordée sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base. ".
Art. 36/4. Si nécessaire, l'Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes et des Allocations d'Etudes) complète le montant de la primes d'encouragement prévue pour les membres du personnel des centres d'éducation de base jusqu'au montant prévu conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2002 instituant les primes d'encouragement dans le secteur non marchand privé flamand.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base
Art. 29. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het verlof voor onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 en 15 juli 2011, worden de volgende woorden toegevoegd : "die op 31 augustus 2012 genieten van een verlof voor onderbreking of voor vermindering van de arbeidsprestaties in toepassing van artikel 3, 6, 9, 21, 23 of 28 van dit besluit."
Art. 29. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 concernant le congé pour interruption ou réduction des prestations de travail pour certains membres du personnel des Centres d'Education de Base, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er octobre 2010 et 15 juillet 2011, est complété par les mots suivants : " qui au 31 août 2012 bénéficient d'un congé pour interruption ou réduction des prestations de travail par application de l'article 3, 6, 9, 21, 23 ou 28 du présent arrêté. "
Art. 30. Aan artikel 1 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Voor de personeelsleden die op 31 augustus 2012 genieten van een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties vanaf de leeftijd van 50 jaar, zoals vermeld in artikel 9 van dit besluit, is het besluit van toepassing tot op de vooravond van de eerste instapdatum volgend op hun 55e verjaardag."
"Voor de personeelsleden die op 31 augustus 2012 genieten van een verlof voor vermindering van de arbeidsprestaties vanaf de leeftijd van 50 jaar, zoals vermeld in artikel 9 van dit besluit, is het besluit van toepassing tot op de vooravond van de eerste instapdatum volgend op hun 55e verjaardag."
Art. 30. L'article 1er du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit : " Pour ce qui est des membres du personnel qui au 31 août 2012 bénéficient d'un congé pour interruption ou réduction des prestations de travail à partir de l'âge de 50 ans, tel que visé à l'article 9 du présent arrêté, l'arrêté s'applique jusqu'à la veille de la première date d'entrée qui suit leur 55e anniversaire. "
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 31. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012, met uitzondering van artikel 2 en 17, die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2012.
Art. 31. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2012, à l'exception des articles 2 et 17, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2012.
Art. 32. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 32. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 12 oktober 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 12 octobre 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET