Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 JANUARI 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking (P.C. 126) ressorteren
Titre
8 JANVIER 2013. - Arrêté royal fixant les délais de préavis pour les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'ameublement et de l'industrie transformatrice du bois (C.P. 126)
Dokumentinformationen
Numac: 2012207111
Datum: 2013-01-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012207111
Date: 2013-01-08
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux employeurs et aux ouvriers des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'ameublement et de l'industrie transformatrice du bois.
Art. 2. De opzeggingstermijnen vermeld in artikel 3 zijn van toepassing op de werklieden die uiterlijk op 31 december 2012 in dienst treden.
Art. 2. Les délais de préavis mentionnés à l'article 3 visent les ouvriers entrés en service au plus tard le 31 décembre 2012.
Art. 3. § 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt, wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, vastgesteld op :
- achtentwintig dagen wat de werklieden betreft die minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- honderdentwaalf dagen wat de werklieden betreft die minstens twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen.
§ 2. In geval van een door de werkgever gegeven ontslag met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag of om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, of in geval van collectief ontslag of sluiting van onderneming, wordt de na te leven opzeggingstermijn vastgesteld op zesenvijftig dagen wat de werklieden betreft die minstens twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen.
Art. 3. § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 59, alinéas 2 et 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, lorsque le congé est donné par l'employeur, le délai de préavis à respecter pour mettre fin à un contrat de travail d'ouvrier, conclu pour une durée indéterminée, est fixé à :
- vingt-huit jours quand il s'agit d'ouvriers comptant moins de vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise;
- cent douze jours quand il s'agit d'ouvriers comptant au moins vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise.
§ 2. Dans le cadre d'un congé donné par l'employeur en vue du chômage avec complément d'entreprise ou pour mettre fin au contrat de travail à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le travailleur atteint l'âge légal de la pension, ou, en cas de licenciement collectif ou de fermeture d'entreprise, le délai de préavis à respecter est fixé à cinquante-six jours lorsqu'il s'agit d' ouvriers comptant au moins vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise.
Art. 4. De opzeggingstermijnen vermeld in artikel 5 zijn van toepassing op de werklieden die vanaf 1 januari 2013 in dienst treden.
Art. 4. Les délais de préavis mentionnés à l'article 5 visent les ouvriers qui entrent en service à partir du 1er janvier 2013.
Art. 5. § 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt, wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, vastgesteld op :
- tweeëndertig dagen wat de werklieden betreft die minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- honderdachtentwintig dagen wat de werklieden betreft die minstens twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen.
§ 2. In geval van een door de werkgever gegeven ontslag met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag of om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, of in geval van collectief ontslag of sluiting van onderneming, wordt de na te leven opzeggingstermijn vastgesteld op vierenzestig dagen wat de werklieden betreft die minstens twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen.
Art. 5. § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 59, alinéas 2 et 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, lorsque le congé est donné par l'employeur, le délai de préavis à respecter pour mettre fin à un contrat de travail d'ouvrier, conclu pour une durée indéterminée, est fixé à :
- trente-deux jours quand il s'agit d'ouvriers comptant moins de vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise;
- cent vingt-huit jours quand il s'agit d'ouvriers comptant au moins vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise.
§ 2. Dans le cadre d'un congé donné par l'employeur en vue du chômage avec complément d'entreprise ou pour mettre fin au contrat de travail à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le travailleur atteint l'âge légal de la pension, ou en cas de licenciement collectif ou de fermeture d'entreprise, le délai de préavis à respecter est fixé à soixante-quatre jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers comptant au moins vingt ans d'ancienneté dans l'entreprise.
Art. 6. De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van dit besluit blijven al hun gevolgen behouden.
Art. 6. Les préavis notifiés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté continuent à sortir tous leurs effets.
Art. 7. Het koninklijk besluit van 4 maart 2012 tot vaststelling van de opzeggingstermijnen voor de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking (P.C. 126) ressorteren, wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté royal du 4 mars 2012 fixant les délais de préavis pour les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'ameublement et de l'industrie transformatrice du bois (C.P. 126) est abrogé.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 9. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 8 januari 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK
Donné à Bruxelles, le 8 janvier 2013.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme M. DE CONINCK