Artikel 1. Definities.
Voor de toepassing van dit reglement, dient te worden verstaan onder :
1. aanwervingsovereenkomst : de arbeidsovereenkomst en de documenten die met de arbeidsovereenkomst een ondeelbaar geheel vormen, met name de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs, dit algemeen reglement, het arbeidsreglement, het opvoedingsproject en voor de gesubsidieerde personeelsleden de functiebeschrijving;
2. begeleider : persoon op wie het internaatsbestuur een beroep doet voor de begeleiding van haar personeelsleden, voor de implementatie van het eigen pedagogisch project;
3. beheerder : de persoon, bedoeld in artikel 27 van de wet van 27 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, die door het internaatsbestuur met de leiding en het dagelijks bestuur van het internaat belast is;
4. comité preventie en bescherming : het comité waarvan de oprichting, de samenstelling, de bevoegdheden en de werking kaderen binnen hoofdstuk VIII van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van het comité voor preventie en bescherming op het werk;
5. decreet : het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
6. externe dienst preventie en bescherming : de dienst waarvan de samenstelling en de werking kaderen binnen hoofdstuk VI van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
7. gesubsidieerd personeel : de beheerder en de studiemeestersopvoeders;
8. internaat : met deze term wordt zowel een autonoom internaat als een internaat toegevoegd aan een basis- of secundaire school bedoeld;
9. internaatsbestuur : de inrichtende macht, zoals bedoeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet, van een autonoom internaat of het schoolbestuur van de basisschool waaraan het internaat toegevoegd is of de inrichtende macht van de secundaire school waaraan het internaat toegevoegd is;
10. interne dienst preventie en bescherming : de dienst waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen hoofdstuk IV van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
11. leefgroep : duidt op deelgroepen van internen in het internaat die meestal per leeftijdsgroep (graad) geordend zijn en die voor verschillende aspecten van het internaatsleven in groep samen zijn (studie, eetzaal, sport en ontspanning, slaapplaats);
12. LOC : het lokaal onderhandelingscomité of het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
13. lokaal comité : verzamelnaam voor lokaal onderhandelingscomité, onderhandelingscomité van de scholengemeenschap, ondernemingsraad en vakbondsafvaardiging;
14. ondernemingsraad : de ondernemingsraad waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen de wet van 20 september 1948, houdende organisatie van het bedrijfsleven;
15. opvoeder : de persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met het internaatsbestuur om een bepaalde betrekking uit te oefenen die valt onder de toepassing van de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 en de collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten in het Paritair Comité 225;
16. ouders : de personen die naar Belgisch recht het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige jongeren onder hun bewaring hebben of die verantwoordelijk zijn voor of die zorgen voor de voltooiing van de opleiding van de meerderjarige intern;
17. overleg : onder overleg wordt begrepen het nastreven van een consensus. Het internaatsbestuur voert het bij consensus genomen besluit uit. Indien geen consensus kan worden bereikt, beslist het internaatsbestuur;
18. personeelsleden : de gesubsidieerde personeelsleden en de opvoeders;
19. preventieadviseur : de persoon belast met de taken zoals bepaald in hoofdstuk VI van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseur;
20. privacywet : de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzicht van de verwerking van personeelsgegevens;
21. raadsman : een advocaat, een personeelslid van het internaat of wat de werknemer betreft, een vertegenwoordiger van een erkende vakorganisatie en wat de werkgever betreft, een vertegenwoordiger van een overkoepelende vereniging van internaatsbesturen;
22. studiemeesteropvoeder : de persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met het internaatsbestuur om een bepaalde betrekking uit te oefenen en die valt onder de toepassing van het decreet;
23. vakbondsafvaardiging : de vakbondsafgevaardigden bedoeld in artikel 11 van het "Statuut van de vakbondsafvaardiging van het gesubsidieerd personeel in de katholieke onderwijsinstellingen van 29 juni 2007."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 MEI 2012. - Centraal Paritair Comité van het gesubsidieerd vrij onderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten - Algemeen Reglement van het personeel van de katholieke internaten bij beslissing van 30 mei 2012 goedgekeurd
Titre
30 MAI 2012. - Comité paritaire central de l'enseignement libre subventionné et des services d'encadrement pédagogique - Règlement général des membres du personnel des internats catholiques adopté par décision du 30 mai 2012
Dokumentinformationen
Numac: 2012A04696
Datum: 2012-05-30
Info du document
Numac: 2012A04696
Date: 2012-05-30
Inhoud
Hoofdstuk I. - DEFINITIES, TOEPASSINGSGEBIED, D...
Hoofdstuk II. - SPECIFICITEIT VAN HET KATHOLIEK...
Hoofdstuk III. - BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELI...
Hoofdstuk IV. - PRESTATIEREGELING
Hoofdstuk V. - TUCHT
Hoofdstuk VI. - DOSSIER VAN HET GESUBSIDIEERD P...
Hoofdstuk VII. - OVERGANGSBEPALING EN INWERKING...
BIJLAGE.
Inhoud
Chapitre Ier. - DEFINITIONS, CHAMP D'APPLICATIO...
Chapitre II. - SPECIFICITE DE L'ENSEIGNEMENT CA...
Chapitre III. - COMPETENCES ET RESPONSABILITES
Chapitre IV. - REGIME DE PRESTATIONS
Chapitre V. - DISCIPLINE
Chapitre VI. - DOSSIER DU PERSONNEL SUBVENTIONNE
Chapitre VII. - DISPOSITION TRANSITOIRE ET ENTR...
ANNEXE.
Tekst (32)
Texte (32)
Hoofdstuk I. - DEFINITIES, TOEPASSINGSGEBIED, DOELSTELLING EN ALGEMENE BEPALINGEN
Chapitre Ier. - DEFINITIONS, CHAMP D'APPLICATION, OBJECTIF ET DISPOSITIONS GENERALES
Article 1er. Définitions.
Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
1. contrat d'engagement : le contrat de travail et les documents qui forment un ensemble indivisible avec le contrat de travail, notamment la déclaration de mission de l'enseignement catholique, le présent règlement général, le règlement de travail, le projet éducatif et, pour les membres du personnel subventionnés, la description de fonction;
2. accompagnateur : la personne à qui fait appel la direction de l'internat pour l'accompagnement de ses membres du personnel, pour la mise en oeuvre de son propre projet pédagogique;
3. administrateur : la personne, visée à l'article 27 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, qui est chargée par la direction de l'internat de la direction et la gestion journalière de l'internat;
4. comité pour la prévention et la protection : le comité dont la création, la composition, les compétences et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VIII de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 3 mai 1999 relatif aux missions et au fonctionnement du comité pour la prévention et la protection au travail;
5. décret : le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés;
6. service externe pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VI de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
7. membres du personnel subventionnés : l'administrateur et les surveillants-éducateurs;
8. internat : ce terme réfère tant à un internat autonome qu'à un internat annexé à une école fondamentale ou secondaire;
9. direction de l'internat : le pouvoir organisateur, tel que visé à l'article 24, § 4 de la Constitution, d'un internat autonome ou l'autorité scolaire de l'école fondamentale à laquelle l'internat est annexé ou le pouvoir organisateur de l'école secondaire à laquelle l'internat est annexé;
10. service interne pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre IV de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
11. groupe d'âge : fait référence aux sous-groupes d'internes dans l'internat qui sont généralement classés par groupe d'âge (grade) et qui sont ensemble pour plusieurs aspects de la vie d'internat (étude, réfectoire, sport et détente, espace de couchage);
12. LOC : le comité local de négociation ou le comité de négociation du centre d'enseignement dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement subventionné libre;
13. comité local : le nom collectif pour le comité local de négociation, le comité de négociation du centre d'enseignement, le conseil d'entreprise et la délégation syndicale;
14. conseil d'entreprise : le conseil d'entreprise dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie;
15. éducateur : la personne qui a signé un contrat de travail avec la direction de l'internat pour exercer une certaine fonction qui relève de l'application de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et des conventions collectives de travail conclues au sein du Comité paritaire 225;
16. parents : les personnes qui, conformément au droit belge, exercent l'autorité parentale ou assument de droit ou de fait la garde des mineurs ou sont responsables de ou veillent à l'achèvement de la formation de l'interne majeur;
17. concertation : par concertation, il faut entendre la recherche d'un consensus. La direction de l'internat exécute la décision prise par consensus. Si aucun consensus ne peut être dégagé, la direction de l'internat statue;
18. membres du personnel : les membres du personnel subventionnés et les éducateurs;
19. conseiller en prévention : la personne chargée des tâches telles que visées dans la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service interne pour la prévention et la protection au travail et la loi du 20 décembre 2002 portant protection des conseillers en prévention;
20. loi sur la vie privée : la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
21. conseil : un avocat, un membre du personnel de l'internat ou, pour le travailleur, un représentant d'une organisation syndicale agréée et, pour l'employeur, un représentant d'une association coordinatrice des directions des internats;
22. surveillant-éducateur : la personne qui a signé un contrat de travail avec la direction de l'internat pour exercer une certaine fonction qui relève de l'application du décret;
23. délégation syndicale : les délégués syndicaux visés à l'article 11 du " Statut de la délégation syndicale du personnel subventionné dans les établissements d'enseignement catholiques du 29 juin 2007. "
Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
1. contrat d'engagement : le contrat de travail et les documents qui forment un ensemble indivisible avec le contrat de travail, notamment la déclaration de mission de l'enseignement catholique, le présent règlement général, le règlement de travail, le projet éducatif et, pour les membres du personnel subventionnés, la description de fonction;
2. accompagnateur : la personne à qui fait appel la direction de l'internat pour l'accompagnement de ses membres du personnel, pour la mise en oeuvre de son propre projet pédagogique;
3. administrateur : la personne, visée à l'article 27 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, qui est chargée par la direction de l'internat de la direction et la gestion journalière de l'internat;
4. comité pour la prévention et la protection : le comité dont la création, la composition, les compétences et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VIII de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 3 mai 1999 relatif aux missions et au fonctionnement du comité pour la prévention et la protection au travail;
5. décret : le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés;
6. service externe pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VI de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
7. membres du personnel subventionnés : l'administrateur et les surveillants-éducateurs;
8. internat : ce terme réfère tant à un internat autonome qu'à un internat annexé à une école fondamentale ou secondaire;
9. direction de l'internat : le pouvoir organisateur, tel que visé à l'article 24, § 4 de la Constitution, d'un internat autonome ou l'autorité scolaire de l'école fondamentale à laquelle l'internat est annexé ou le pouvoir organisateur de l'école secondaire à laquelle l'internat est annexé;
10. service interne pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre IV de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
11. groupe d'âge : fait référence aux sous-groupes d'internes dans l'internat qui sont généralement classés par groupe d'âge (grade) et qui sont ensemble pour plusieurs aspects de la vie d'internat (étude, réfectoire, sport et détente, espace de couchage);
12. LOC : le comité local de négociation ou le comité de négociation du centre d'enseignement dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement subventionné libre;
13. comité local : le nom collectif pour le comité local de négociation, le comité de négociation du centre d'enseignement, le conseil d'entreprise et la délégation syndicale;
14. conseil d'entreprise : le conseil d'entreprise dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie;
15. éducateur : la personne qui a signé un contrat de travail avec la direction de l'internat pour exercer une certaine fonction qui relève de l'application de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et des conventions collectives de travail conclues au sein du Comité paritaire 225;
16. parents : les personnes qui, conformément au droit belge, exercent l'autorité parentale ou assument de droit ou de fait la garde des mineurs ou sont responsables de ou veillent à l'achèvement de la formation de l'interne majeur;
17. concertation : par concertation, il faut entendre la recherche d'un consensus. La direction de l'internat exécute la décision prise par consensus. Si aucun consensus ne peut être dégagé, la direction de l'internat statue;
18. membres du personnel : les membres du personnel subventionnés et les éducateurs;
19. conseiller en prévention : la personne chargée des tâches telles que visées dans la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service interne pour la prévention et la protection au travail et la loi du 20 décembre 2002 portant protection des conseillers en prévention;
20. loi sur la vie privée : la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
21. conseil : un avocat, un membre du personnel de l'internat ou, pour le travailleur, un représentant d'une organisation syndicale agréée et, pour l'employeur, un représentant d'une association coordinatrice des directions des internats;
22. surveillant-éducateur : la personne qui a signé un contrat de travail avec la direction de l'internat pour exercer une certaine fonction qui relève de l'application du décret;
23. délégation syndicale : les délégués syndicaux visés à l'article 11 du " Statut de la délégation syndicale du personnel subventionné dans les établissements d'enseignement catholiques du 29 juin 2007. "
Art. 2. Toepassingsgebied.
§ 1 Dit algemeen reglement is onverkort van toepassing op de internaatsbesturen en de personeelsleden van alle katholieke internaten.
§ 2 Een katholiek internaat is een vrije, gesubsidieerde, confessionele instelling beheerd door een vrij internaatsbestuur. Het organiseert begeleiding, opvoeding en vorming op basis van een christelijk-gelovige visie, gestoeld op de principes van de roomskatholieke godsdienst. Het internaatsbestuur heeft hiervoor de erkenning van de bisschop van het bisdom waarin het internaat gelegen is.
§ 1 Dit algemeen reglement is onverkort van toepassing op de internaatsbesturen en de personeelsleden van alle katholieke internaten.
§ 2 Een katholiek internaat is een vrije, gesubsidieerde, confessionele instelling beheerd door een vrij internaatsbestuur. Het organiseert begeleiding, opvoeding en vorming op basis van een christelijk-gelovige visie, gestoeld op de principes van de roomskatholieke godsdienst. Het internaatsbestuur heeft hiervoor de erkenning van de bisschop van het bisdom waarin het internaat gelegen is.
Art. 2. Champ d'application.
§ 1er. Le présent règlement général s'applique intégralement aux directions des internats et aux membres du personnel des internats catholiques.
§ 2. Un internat catholique est une institution libre, subventionnée, confessionnelle, gérée par une direction d'internat libre. La direction organise l'accompagnement, l'éducation et la formation sur la base d'une vision de la foi chrétienne, fondée sur les principes de la religion catholique. La direction de l'internat est agréée à cet effet par l'évêque du diocèse dans lequel est situé l'internat.
§ 1er. Le présent règlement général s'applique intégralement aux directions des internats et aux membres du personnel des internats catholiques.
§ 2. Un internat catholique est une institution libre, subventionnée, confessionnelle, gérée par une direction d'internat libre. La direction organise l'accompagnement, l'éducation et la formation sur la base d'une vision de la foi chrétienne, fondée sur les principes de la religion catholique. La direction de l'internat est agréée à cet effet par l'évêque du diocèse dans lequel est situé l'internat.
Art. 3. Doelstelling.
§ 1. Het internaatsbestuur en de gesubsidieerde personeelsleden zijn onderworpen aan de dwingende bepalingen van de wet, het decreet, het koninklijk besluit of besluit van de Vlaamse Regering. Het internaatsbestuur en de opvoeders zijn onderworpen aan de dwingende bepalingen van de wet, het koninklijk besluit en de cao's afgesloten in het Paritair Comité 225.
§ 2. Dit algemeen reglement regelt, onverminderd het bepaalde in § 1, de buiten het toepassingsgebied van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen vallende algemene arbeidsvoorwaarden tussen de internaatsbesturen en hun personeelsleden.
§ 3. Aanvullende bepalingen omtrent de arbeidsverhoudingen tussen het internaatsbestuur en de personeelsleden worden opgenomen in het arbeidsreglement van het internaat en in de arbeidsovereenkomst van het personeelslid.
§ 1. Het internaatsbestuur en de gesubsidieerde personeelsleden zijn onderworpen aan de dwingende bepalingen van de wet, het decreet, het koninklijk besluit of besluit van de Vlaamse Regering. Het internaatsbestuur en de opvoeders zijn onderworpen aan de dwingende bepalingen van de wet, het koninklijk besluit en de cao's afgesloten in het Paritair Comité 225.
§ 2. Dit algemeen reglement regelt, onverminderd het bepaalde in § 1, de buiten het toepassingsgebied van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen vallende algemene arbeidsvoorwaarden tussen de internaatsbesturen en hun personeelsleden.
§ 3. Aanvullende bepalingen omtrent de arbeidsverhoudingen tussen het internaatsbestuur en de personeelsleden worden opgenomen in het arbeidsreglement van het internaat en in de arbeidsovereenkomst van het personeelslid.
Art. 3. Objectif.
§ 1er. La direction de l'internat et les membres du personnel subventionnés sont soumis aux dispositions impératives de la loi, du décret, de l'arrêté royal ou de l'arrêté du Gouvernement flamand. La direction de l'internat et les éducateurs sont soumis aux dispositions impératives de la loi, de l'arrêté royal et des CCT conclues au sein du Comité paritaire 225.
§ 2. Le présent règlement général règle, sans préjudice de la disposition au § 1er, les conditions générales de travail ne tombant pas sous le champ d'application de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, entre les directions des internats et leurs membres du personnel.
§ 3. Des dispositions complémentaires relatives aux relations de travail entre les directions de l'internat et les membres du personnel sont reprises dans le règlement de travail de l'internat et dans le contrat de travail du membre du personnel.
§ 1er. La direction de l'internat et les membres du personnel subventionnés sont soumis aux dispositions impératives de la loi, du décret, de l'arrêté royal ou de l'arrêté du Gouvernement flamand. La direction de l'internat et les éducateurs sont soumis aux dispositions impératives de la loi, de l'arrêté royal et des CCT conclues au sein du Comité paritaire 225.
§ 2. Le présent règlement général règle, sans préjudice de la disposition au § 1er, les conditions générales de travail ne tombant pas sous le champ d'application de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, entre les directions des internats et leurs membres du personnel.
§ 3. Des dispositions complémentaires relatives aux relations de travail entre les directions de l'internat et les membres du personnel sont reprises dans le règlement de travail de l'internat et dans le contrat de travail du membre du personnel.
Art. 4. Algemene bepalingen.
§ 1. Het internaatsbestuur en de beheerder, schikken zich naar de wettelijke of decretale bepalingen inzake het betrekken bij de participatie van de wettelijk of decretaal voorziene participatieorganen.
§ 2. Telkens bij de toepassing van dit algemeen reglement een beslissing moet worden genomen over materies zoals bedoeld in artikel 5, § 2, van het statuut van de vakbondsafvaardiging van 29 juni 2007, wordt de vakbondsafvaardiging voorafgaandelijk aan het nemen van de beslissing gehoord en heeft ze recht om voorstellen te doen en advies uit te brengen.
§ 3. Telkens bij de toepassing van dit algemeen reglement een beslissing moet worden genomen over materies waarop de wet welzijn werknemers, de Codex of het ARAB van toepassing is, wordt voorafgaandelijk het advies van de bevoegde preventieadviseur gevraagd.
§ 1. Het internaatsbestuur en de beheerder, schikken zich naar de wettelijke of decretale bepalingen inzake het betrekken bij de participatie van de wettelijk of decretaal voorziene participatieorganen.
§ 2. Telkens bij de toepassing van dit algemeen reglement een beslissing moet worden genomen over materies zoals bedoeld in artikel 5, § 2, van het statuut van de vakbondsafvaardiging van 29 juni 2007, wordt de vakbondsafvaardiging voorafgaandelijk aan het nemen van de beslissing gehoord en heeft ze recht om voorstellen te doen en advies uit te brengen.
§ 3. Telkens bij de toepassing van dit algemeen reglement een beslissing moet worden genomen over materies waarop de wet welzijn werknemers, de Codex of het ARAB van toepassing is, wordt voorafgaandelijk het advies van de bevoegde preventieadviseur gevraagd.
Art. 4. Dispositions générales.
§ 1er. La direction de l'internat et l'administrateur se conforment aux dispositions légales et décrétales relatives à l'association à la participation des organes de participation prévus par une loi ou un décret.
§ 2. Chaque fois qu'en application du présent règlement général, une décision doit être prise sur les matières visées à l'article 5, § 2, du statut de la délégation syndicale du 29 juin 2007, la délégation syndicale est entendue avant la prise de décision et elle a le droit de faire des propositions et d'émettre des avis.
§ 3. Chaque fois qu'en application du présent règlement général, une décision doit être prise sur les matières auxquelles la loi sur le bien-être des travailleurs, le Code ou l'ARAB sont d'application, l'avis préalable du conseiller en prévention compétent est demandé.
§ 1er. La direction de l'internat et l'administrateur se conforment aux dispositions légales et décrétales relatives à l'association à la participation des organes de participation prévus par une loi ou un décret.
§ 2. Chaque fois qu'en application du présent règlement général, une décision doit être prise sur les matières visées à l'article 5, § 2, du statut de la délégation syndicale du 29 juin 2007, la délégation syndicale est entendue avant la prise de décision et elle a le droit de faire des propositions et d'émettre des avis.
§ 3. Chaque fois qu'en application du présent règlement général, une décision doit être prise sur les matières auxquelles la loi sur le bien-être des travailleurs, le Code ou l'ARAB sont d'application, l'avis préalable du conseiller en prévention compétent est demandé.
Hoofdstuk II. - SPECIFICITEIT VAN HET KATHOLIEK ONDERWIJS EN VAN HET OPVOEDINGSPROJECT
Chapitre II. - SPECIFICITE DE L'ENSEIGNEMENT CATHOLIQUE ET DU PROJET PEDAGOGIQUE
Art. 5. § 1. Het internaatsbestuur bepaalt de geest, de inhoud en de methoden van de begeleiding en het opvoedingsproject van het internaat op basis van een christelijk-gelovige visie, gestoeld op de principes van de roomskatholieke godsdienst. Het draagt als eindverantwoordelijke de zorg voor het algemeen welzijn en de persoonlijkheidsontplooiing van de internen en voor de opbouw en de bezieling van een echte leer- en leefgemeenschap. Het bevordert en ondersteunt bij de ouders, de personeelsleden, en de internen een medeverantwoordelijkheidszin voor de uitbouw van een kwalitatieve opvoedingsondersteuning, gebaseerd op het christelijk opvoedingsproject zoals uitgeschreven in de "Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen" en het internaatseigen opvoedingsproject.
§ 2. In opdracht van het internaatsbestuur waakt de beheerder over inhoud, methoden en kwaliteit van de begeleiding en de opvoedingsondersteuning. Hij staat in voor de begeleiding en nascholing van de personeelsleden. De beheerder kan een beroep doen op begeleiders en de Dienst Internaten van het VSKO om hem in deze opdracht te ondersteunen.
§ 3. Bij het waarnemen van zijn opvoedingsopdracht zal elk personeelslid :
- de opties van de opdrachtverklaring van het katholiek onderwijs en van het opvoedingsproject van het internaat toepassen en dat opvoedingsproject verder helpen ontwikkelen;
- zich loyaal inzetten voor het vervullen van zijn taak in een katholiek internaat en in het bijzonder handelen binnen het ethisch kader zoals uitgewerkt in de visietekst "Deontologie van de internaatsmedewerker" die in bijlage bij dit algemeen reglement is gevoegd;
- samen met het internaatsbestuur, de medepersoneelsleden en de ouders en in wederzijds respect, vanuit zijn verantwoordelijkheid bouwen aan een leer- en leefgemeenschap waarin alle internen ervaren dat alle betrokkenen met hen begaan zijn.
§ 4. Aan elk personeelslid wordt, op papier of andere drager, bij de indiensttreding en bij elke latere wijziging onderhavig reglement, de opdrachtverklaring van het katholiek onderwijs, het uitgeschreven opvoedingsproject van het internaat, het organisatieschema van het internaat en de samenstelling van het internaatsbestuur beschikbaar gesteld. Elk personeelslid kan steeds op verzoek over een papieren versie van desbetreffende documenten beschikken.
§ 5. Elk personeelslid ontvangt bij indiensttreding en bij elke latere wijziging de lijst van de internaten die deel uitmaken van hetzelfde internaatsbestuur en andere samenwerkingsverbanden waartoe het internaat behoort. Wanneer het internaat toegevoegd is aan een school die tot een scholengemeenschap behoort, worden ook de andere internaten van die scholengemeenschap mee opgenomen in voormelde lijst.
§ 6. Elk personeelslid ontvangt bij indiensttreding en bij elke latere wijziging een papieren versie van het arbeidsreglement.
§ 2. In opdracht van het internaatsbestuur waakt de beheerder over inhoud, methoden en kwaliteit van de begeleiding en de opvoedingsondersteuning. Hij staat in voor de begeleiding en nascholing van de personeelsleden. De beheerder kan een beroep doen op begeleiders en de Dienst Internaten van het VSKO om hem in deze opdracht te ondersteunen.
§ 3. Bij het waarnemen van zijn opvoedingsopdracht zal elk personeelslid :
- de opties van de opdrachtverklaring van het katholiek onderwijs en van het opvoedingsproject van het internaat toepassen en dat opvoedingsproject verder helpen ontwikkelen;
- zich loyaal inzetten voor het vervullen van zijn taak in een katholiek internaat en in het bijzonder handelen binnen het ethisch kader zoals uitgewerkt in de visietekst "Deontologie van de internaatsmedewerker" die in bijlage bij dit algemeen reglement is gevoegd;
- samen met het internaatsbestuur, de medepersoneelsleden en de ouders en in wederzijds respect, vanuit zijn verantwoordelijkheid bouwen aan een leer- en leefgemeenschap waarin alle internen ervaren dat alle betrokkenen met hen begaan zijn.
§ 4. Aan elk personeelslid wordt, op papier of andere drager, bij de indiensttreding en bij elke latere wijziging onderhavig reglement, de opdrachtverklaring van het katholiek onderwijs, het uitgeschreven opvoedingsproject van het internaat, het organisatieschema van het internaat en de samenstelling van het internaatsbestuur beschikbaar gesteld. Elk personeelslid kan steeds op verzoek over een papieren versie van desbetreffende documenten beschikken.
§ 5. Elk personeelslid ontvangt bij indiensttreding en bij elke latere wijziging de lijst van de internaten die deel uitmaken van hetzelfde internaatsbestuur en andere samenwerkingsverbanden waartoe het internaat behoort. Wanneer het internaat toegevoegd is aan een school die tot een scholengemeenschap behoort, worden ook de andere internaten van die scholengemeenschap mee opgenomen in voormelde lijst.
§ 6. Elk personeelslid ontvangt bij indiensttreding en bij elke latere wijziging een papieren versie van het arbeidsreglement.
Art. 5. § 1er. La direction de l'internat détermine l'esprit, le contenu et les méthodes de l'accompagnement et du projet éducatif de l'internat sur la base d'une vision de la foi chrétienne, fondée sur les principes de la religion catholique. Elle assume la responsabilité finale du bien-être général et du développement de la personnalité des internes et du développement et de l'inspiration d'une vraie communauté d'apprentissage et de vie. Elle favorise et appuie chez les parents, les membres du personnel, et les internes, un sens de coresponsabilité pour le développement d'un soutien éducatif de qualité, fondé sur le projet éducatif chrétien, tel que décrit dans la "Déclaration de mission de l'enseignement catholique en Flandre" et le propre projet éducatif de l'internat.
§ 2. Sur l'ordre de la direction de l'internat, l'administrateur veille au contenu, aux méthodes et à la qualité de l'accompagnement et du soutien éducatif. Elle assure l'accompagnement et la formation continue des membres du personnel. Pour cette tâche, l'administrateur peut faire appel au soutien des accompagnateurs et du Service Internats du VSKO.
§ 3. Dans le cadre de sa tâche éducative, tout membre du personnel :
- appliquera les options de la Déclaration de mission de l'enseignement catholique et du projet éducatif de l'internat et s'investira davantage dans le développement du projet éducatif;
- s'investira loyalement dans l'accomplissement de sa tâche dans un internat catholique et, plus particulièrement, dans le cadre de l'éthique telle que développée dans le texte de vision "Déontologie d'un collaborateur d'internat" annexé au présent règlement général;
- construira, conjointement avec la direction de l'internat, ses collègues et les parents et dans le respect mutuel, à partir de sa responsabilité, une communauté d'apprentissage et de vie dans laquelle tous les internes ressentent que tous les intéressés s'occupent d'eux.
§ 4. Lors de l'entrée en service et à chaque modification ultérieure, le présent règlement, la Déclaration de mission de l'enseignement catholique, le projet éducatif écrit de l'internat, l'organigramme de l'internat et la composition de la direction de l'internat sont mis à la disposition de chaque membre du personnel, sur support papier ou autre. Tout membre du personnel peut toujours, sur demande, disposer en tout temps d'une version papier des documents en question.
§ 5. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la liste des internats qui font partie de la même direction et d'autres partenariats auxquels appartient l'internat. Lorsque l'internat est annexé à une école appartenant à un centre d'enseignement, les autres internats de ce centre d'enseignement sont repris dans la liste précitée.
§ 6. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la version papier du règlement de travail.
§ 2. Sur l'ordre de la direction de l'internat, l'administrateur veille au contenu, aux méthodes et à la qualité de l'accompagnement et du soutien éducatif. Elle assure l'accompagnement et la formation continue des membres du personnel. Pour cette tâche, l'administrateur peut faire appel au soutien des accompagnateurs et du Service Internats du VSKO.
§ 3. Dans le cadre de sa tâche éducative, tout membre du personnel :
- appliquera les options de la Déclaration de mission de l'enseignement catholique et du projet éducatif de l'internat et s'investira davantage dans le développement du projet éducatif;
- s'investira loyalement dans l'accomplissement de sa tâche dans un internat catholique et, plus particulièrement, dans le cadre de l'éthique telle que développée dans le texte de vision "Déontologie d'un collaborateur d'internat" annexé au présent règlement général;
- construira, conjointement avec la direction de l'internat, ses collègues et les parents et dans le respect mutuel, à partir de sa responsabilité, une communauté d'apprentissage et de vie dans laquelle tous les internes ressentent que tous les intéressés s'occupent d'eux.
§ 4. Lors de l'entrée en service et à chaque modification ultérieure, le présent règlement, la Déclaration de mission de l'enseignement catholique, le projet éducatif écrit de l'internat, l'organigramme de l'internat et la composition de la direction de l'internat sont mis à la disposition de chaque membre du personnel, sur support papier ou autre. Tout membre du personnel peut toujours, sur demande, disposer en tout temps d'une version papier des documents en question.
§ 5. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la liste des internats qui font partie de la même direction et d'autres partenariats auxquels appartient l'internat. Lorsque l'internat est annexé à une école appartenant à un centre d'enseignement, les autres internats de ce centre d'enseignement sont repris dans la liste précitée.
§ 6. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la version papier du règlement de travail.
Hoofdstuk III. - BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN
Chapitre III. - COMPETENCES ET RESPONSABILITES
Art. 6. Internaatsbestuur, beheerder en personeelsleden.
§ 1. De beheerder kan na afspraak met het internaatsbestuur bepaalde bevoegdheden aan één of meer personeelsleden delegeren. De namen van deze personen en hun bevoegdheden worden aan alle personeelsleden meegedeeld. De namen en bevoegdheden van de personen die bij delegatie bevoegdheid verkrijgen inzake controle en toezicht worden vermeld in het arbeidsreglement.
§ 2. Het internaatsbestuur en de personeelsleden stellen alles in het werk om met elkaar in de beste verstandhouding samen te werken aan de opvoedende opdracht van het internaat en onthouden zich van elke vorm van niet wettelijk toegelaten discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 3. De personeelsleden erkennen de verantwoordelijkheid en het gezag van het internaatsbestuur, de beheerder, en de personen die op basis van § 1 een specifieke opdracht vervullen.
Zij betuigen hen het nodige respect in de omgang en onthouden zich tegenover hen van op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, internen en derden.
§ 4. De personeelsleden maken over medepersoneelsleden geen op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, internen en derden.
§ 5. De personeelsleden aanvaarden de bevoegdheid van de begeleiders en van de Dienst Internaten van het VSKO waarop hun internaatsbestuur een beroep doet.
§ 6. Het internaatsbestuur en de personeelsleden erkennen de opdrachten en taken van de preventieadviseur.
§ 7. Het internaatsbestuur steunt de personeelsleden in hun gezag t.o.v. de internen en hun ouders.
§ 8. De beheerder steunt het gezag van de personeelsleden t.o.v. internen en hun ouders. De beheerder behartigt hun begeleiding in het bijzonder die van de nieuwe leden van het internaatsteam.
§ 9. Het internaatsbestuur steunt de beheerder en de personeelsleden vermeld in § 1 in hun gezag.
§ 1. De beheerder kan na afspraak met het internaatsbestuur bepaalde bevoegdheden aan één of meer personeelsleden delegeren. De namen van deze personen en hun bevoegdheden worden aan alle personeelsleden meegedeeld. De namen en bevoegdheden van de personen die bij delegatie bevoegdheid verkrijgen inzake controle en toezicht worden vermeld in het arbeidsreglement.
§ 2. Het internaatsbestuur en de personeelsleden stellen alles in het werk om met elkaar in de beste verstandhouding samen te werken aan de opvoedende opdracht van het internaat en onthouden zich van elke vorm van niet wettelijk toegelaten discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 3. De personeelsleden erkennen de verantwoordelijkheid en het gezag van het internaatsbestuur, de beheerder, en de personen die op basis van § 1 een specifieke opdracht vervullen.
Zij betuigen hen het nodige respect in de omgang en onthouden zich tegenover hen van op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, internen en derden.
§ 4. De personeelsleden maken over medepersoneelsleden geen op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, internen en derden.
§ 5. De personeelsleden aanvaarden de bevoegdheid van de begeleiders en van de Dienst Internaten van het VSKO waarop hun internaatsbestuur een beroep doet.
§ 6. Het internaatsbestuur en de personeelsleden erkennen de opdrachten en taken van de preventieadviseur.
§ 7. Het internaatsbestuur steunt de personeelsleden in hun gezag t.o.v. de internen en hun ouders.
§ 8. De beheerder steunt het gezag van de personeelsleden t.o.v. internen en hun ouders. De beheerder behartigt hun begeleiding in het bijzonder die van de nieuwe leden van het internaatsteam.
§ 9. Het internaatsbestuur steunt de beheerder en de personeelsleden vermeld in § 1 in hun gezag.
Art. 6. Direction de l'internat, administrateur et membres du personnel.
§ 1er. En accord avec la direction de l'internat, l'administrateur peut déléguer certaines compétences à un ou plusieurs membres du personnel. Les noms de ces personnes et leurs compétences sont communiqués à tous les membres du personnel. Les noms et les compétences des personnes auxquelles est attribuée par délégation la compétence relative au contrôle et à la surveillance sont mentionnés dans le règlement de travail.
§ 2. La direction de l'internat et les membres du personnel mettent tout en oeuvre pour qu'ils puissent collaborer dans la meilleure entente à la mission éducative de l'internat et s'abstiennent de toute forme de discrimination illégale fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 3. Les membres du personnel reconnaissent la responsabilité et l'autorité de la direction de l'internat, de l'administrateur et des personnes qui sur la base du § 1er accomplissent une mission spécifique.
Ils sont respectueux envers eux et s'abstiennent de remarques ou d'observations devant les parents, les internes et des tiers.
§ 4. Les membres du personnel n'émettent pas de remarques ou d'observations au sujet de leurs collègues en la présence des parents, des internes et des tiers.
§ 5. Les membres du personnel acceptent la compétence des accompagnateurs et du Service Internats du VSKO auquel fait appel la direction de l'internat.
§ 6. La direction de l'internat et les membres du personnel reconnaissent les missions et tâches du conseiller en prévention.
§ 7. La direction de l'internat appuie les membres du personnel dans l'exercice de leur autorité à l'égard des internes et de leurs parents.
§ 8. L'administrateur appuie l'autorité des membres du personnel envers les internes et leurs parents. L'administrateur défend leur accompagnement, et en particulier, celui des nouveaux membres de l'équipe du personnel de l'internat.
§ 9. La direction de l'internat soutient l'administrateur et les membres du personnel visés au § 1er dans leur autorité.
§ 1er. En accord avec la direction de l'internat, l'administrateur peut déléguer certaines compétences à un ou plusieurs membres du personnel. Les noms de ces personnes et leurs compétences sont communiqués à tous les membres du personnel. Les noms et les compétences des personnes auxquelles est attribuée par délégation la compétence relative au contrôle et à la surveillance sont mentionnés dans le règlement de travail.
§ 2. La direction de l'internat et les membres du personnel mettent tout en oeuvre pour qu'ils puissent collaborer dans la meilleure entente à la mission éducative de l'internat et s'abstiennent de toute forme de discrimination illégale fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 3. Les membres du personnel reconnaissent la responsabilité et l'autorité de la direction de l'internat, de l'administrateur et des personnes qui sur la base du § 1er accomplissent une mission spécifique.
Ils sont respectueux envers eux et s'abstiennent de remarques ou d'observations devant les parents, les internes et des tiers.
§ 4. Les membres du personnel n'émettent pas de remarques ou d'observations au sujet de leurs collègues en la présence des parents, des internes et des tiers.
§ 5. Les membres du personnel acceptent la compétence des accompagnateurs et du Service Internats du VSKO auquel fait appel la direction de l'internat.
§ 6. La direction de l'internat et les membres du personnel reconnaissent les missions et tâches du conseiller en prévention.
§ 7. La direction de l'internat appuie les membres du personnel dans l'exercice de leur autorité à l'égard des internes et de leurs parents.
§ 8. L'administrateur appuie l'autorité des membres du personnel envers les internes et leurs parents. L'administrateur défend leur accompagnement, et en particulier, celui des nouveaux membres de l'équipe du personnel de l'internat.
§ 9. La direction de l'internat soutient l'administrateur et les membres du personnel visés au § 1er dans leur autorité.
Art. 7. De personeelsleden.
§ 1. De personeelsleden volgen de richtlijnen van het internaatsbestuur in verband met de uitvoering van het pedagogisch project van het internaat.
§ 2. De personeelsleden volgen de richtlijnen van de beheerder in verband met de uitvoering van het pedagogisch project van het internaat.
§ 3. De bestellingen van materiaal voor de goede werking van het internaat gebeuren na akkoord van de beheerder. De bevoegde preventieadviseur wordt in overeenstemming met de toepasselijke reglementering betrokken bij de keuze, het aanschaffen, de indienststelling en het gebruik van installaties en andere arbeidsmiddelen.
§ 4. De controle van de agenda's, notities en schriften van de internen gebeurt in het kader van de begeleiding en de opvolging van de internen in het algemeen.
§ 5. De personeelsleden geven geen betaalde privaatlessen aan internen.
§ 6. De personeelsleden respecteren de inspanningen die in het internaat geleverd worden op het vlak van veilige en gezonde werkomstandigheden. Zij zorgen voor degelijke voorbereiding en uitvoering van de activiteiten. Dat geldt zowel voor intra- als voor extra-murosactiviteiten. De personeelsleden signaleren vastgestelde gevaren aan de internaatsbeheerder of aan de bevoegde leden van de interne dienst preventie en bescherming en werken mee aan de analyse van de oorzaken van stress, ongevallen en incidenten.
§ 7. De personeelsleden die uit hoofde van hun taak, op het internaat of thuis toegang hebben tot persoonsgegevens van internen, al dan niet in een geautomatiseerde verwerking, leven de voorschriften na die voortvloeien uit de toepassing van de privacywet. Dit houdt in dat zij :
- erover waken dat de gegevens worden bijgewerkt, dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake doende gegevens, alsmede gegevens die zijn verkregen of verwerkt in strijd met de bepalingen van het privacywet, worden aangepast of verwijderd;
- ervoor zorgen dat de toegang tot de verwerking beperkt blijft tot de personen die uit hoofde van hun taak of voor de behoeften van de dienst rechtstreeks toegang hebben tot de geregistreerde informatie;
- ervoor zorgen dat de persoonsgegevens alleen kunnen worden medegedeeld aan de personen die ze mogen raadplegen.
Het internaatsbestuur is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens.
§ 1. De personeelsleden volgen de richtlijnen van het internaatsbestuur in verband met de uitvoering van het pedagogisch project van het internaat.
§ 2. De personeelsleden volgen de richtlijnen van de beheerder in verband met de uitvoering van het pedagogisch project van het internaat.
§ 3. De bestellingen van materiaal voor de goede werking van het internaat gebeuren na akkoord van de beheerder. De bevoegde preventieadviseur wordt in overeenstemming met de toepasselijke reglementering betrokken bij de keuze, het aanschaffen, de indienststelling en het gebruik van installaties en andere arbeidsmiddelen.
§ 4. De controle van de agenda's, notities en schriften van de internen gebeurt in het kader van de begeleiding en de opvolging van de internen in het algemeen.
§ 5. De personeelsleden geven geen betaalde privaatlessen aan internen.
§ 6. De personeelsleden respecteren de inspanningen die in het internaat geleverd worden op het vlak van veilige en gezonde werkomstandigheden. Zij zorgen voor degelijke voorbereiding en uitvoering van de activiteiten. Dat geldt zowel voor intra- als voor extra-murosactiviteiten. De personeelsleden signaleren vastgestelde gevaren aan de internaatsbeheerder of aan de bevoegde leden van de interne dienst preventie en bescherming en werken mee aan de analyse van de oorzaken van stress, ongevallen en incidenten.
§ 7. De personeelsleden die uit hoofde van hun taak, op het internaat of thuis toegang hebben tot persoonsgegevens van internen, al dan niet in een geautomatiseerde verwerking, leven de voorschriften na die voortvloeien uit de toepassing van de privacywet. Dit houdt in dat zij :
- erover waken dat de gegevens worden bijgewerkt, dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake doende gegevens, alsmede gegevens die zijn verkregen of verwerkt in strijd met de bepalingen van het privacywet, worden aangepast of verwijderd;
- ervoor zorgen dat de toegang tot de verwerking beperkt blijft tot de personen die uit hoofde van hun taak of voor de behoeften van de dienst rechtstreeks toegang hebben tot de geregistreerde informatie;
- ervoor zorgen dat de persoonsgegevens alleen kunnen worden medegedeeld aan de personen die ze mogen raadplegen.
Het internaatsbestuur is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens.
Art. 7. Les membres du personnel.
§ 1er. Les membres du personnel respectent les directives de la direction de l'internat relatives à la réalisation du projet pédagogique de l'internat.
§ 2. Les membres du personnel respectent les directives de l'administrateur relatives à la réalisation du projet pédagogique de l'internat.
§ 3. Les commandes de matériel pour le bon fonctionnement de l'internat sont placées après accord de l'administrateur. Le conseiller en prévention compétent est concerné, conformément à la réglementation applicable, dans le choix, l'achat et la mise en service et l'utilisation d'installations et d'autres équipements de travail.
§ 4. Le contrôle des agendas, notes et cahiers des internes s'effectue dans le cadre de l'accompagnement et du suivi des internes en général.
§ 5. Les membres du personnel ne donnent pas de cours privés payés aux internes.
§ 6. Les membres du personnel respectent les efforts faits par l'internat pour assurer des conditions de travail sûres et saines. Ils veillent à une bonne préparation et exécution des activités. Cela s'applique tant aux activités intra-muros qu'extra-muros. Les membres du personnel signalent des dangers constatés à l'administrateur d'internat ou aux membres du personnel du service interne de prévention et de protection et collaborent à l'analyse des causes de stress, d'accidents et d'incidents.
§ 7. Les membres du personnel qui, du chef de leur tâche, ont accès à l'internat ou chez eux, dans le cadre du traitement automatisée ou non, aux données personnelles des internes, respectent les prescriptions résultant de l'application de la loi sur la vie privée. Cela implique qu'ils :
- veillent à ce que les données soient actualisées, à ce que des données incorrectes, incomplètes ou non pertinentes, ainsi que les données qu'ils ont obtenues ou traitées contrairement aux dispositions de la loi sur la vie privée, soient adaptées ou éliminées;
- veillent à ce que l'accès au traitement reste limité aux personnes qui du chef de leur tâche ou pour les besoins du service ont directement accès à l'information enregistrée;
- veillent à ce que les données personnelles ne puissent être communiquées qu'aux personnes autorisées à les consulter.
La direction de l'internat est responsable du traitement de données à caractère personnel.
§ 1er. Les membres du personnel respectent les directives de la direction de l'internat relatives à la réalisation du projet pédagogique de l'internat.
§ 2. Les membres du personnel respectent les directives de l'administrateur relatives à la réalisation du projet pédagogique de l'internat.
§ 3. Les commandes de matériel pour le bon fonctionnement de l'internat sont placées après accord de l'administrateur. Le conseiller en prévention compétent est concerné, conformément à la réglementation applicable, dans le choix, l'achat et la mise en service et l'utilisation d'installations et d'autres équipements de travail.
§ 4. Le contrôle des agendas, notes et cahiers des internes s'effectue dans le cadre de l'accompagnement et du suivi des internes en général.
§ 5. Les membres du personnel ne donnent pas de cours privés payés aux internes.
§ 6. Les membres du personnel respectent les efforts faits par l'internat pour assurer des conditions de travail sûres et saines. Ils veillent à une bonne préparation et exécution des activités. Cela s'applique tant aux activités intra-muros qu'extra-muros. Les membres du personnel signalent des dangers constatés à l'administrateur d'internat ou aux membres du personnel du service interne de prévention et de protection et collaborent à l'analyse des causes de stress, d'accidents et d'incidents.
§ 7. Les membres du personnel qui, du chef de leur tâche, ont accès à l'internat ou chez eux, dans le cadre du traitement automatisée ou non, aux données personnelles des internes, respectent les prescriptions résultant de l'application de la loi sur la vie privée. Cela implique qu'ils :
- veillent à ce que les données soient actualisées, à ce que des données incorrectes, incomplètes ou non pertinentes, ainsi que les données qu'ils ont obtenues ou traitées contrairement aux dispositions de la loi sur la vie privée, soient adaptées ou éliminées;
- veillent à ce que l'accès au traitement reste limité aux personnes qui du chef de leur tâche ou pour les besoins du service ont directement accès à l'information enregistrée;
- veillent à ce que les données personnelles ne puissent être communiquées qu'aux personnes autorisées à les consulter.
La direction de l'internat est responsable du traitement de données à caractère personnel.
Art. 8. De internen.
§ 1. De personeelsleden respecteren de fysieke en psychische integriteit van de aan hen toevertrouwde internen zonder discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 2. De personeelsleden moedigen de persoonlijke en collectieve inspanningen van de internen aan. Zij zetten zich in voor het welzijn van alle internen en wijden bijzondere aandacht aan degenen die moeilijkheden ondervinden. Zij stimuleren bij de internen voortdurend openheid ten aanzien van waarden, een streven naar sociale attitudes en vaardigheden en correct taalgebruik. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 3. De personeelsleden waken erover dat de internen zorg dragen voor hun eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Zij waken erover dat de internen de reglementen betreffende de verschillende ruimtes die het internaat gebruikt, zoals kamers, gangen, sanitair, ontspanningsruimte, klaslokalen, sporthal, computerruimte,..., naleven. Vastgestelde tekorten of gevaren worden besproken met de internaatsbeheerder of met de bevoegde leden van de interne dienst voor preventie en bescherming. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 4. De personeelsleden dragen de internen geen boodschappen op buiten het internaat of doen ze geen werkzaamheden uitvoeren tenzij met toestemming van de beheerder.
§ 5. De personeelsleden trachten het internaatsreglement door de internen te doen naleven. De beheerder wordt steeds in kennis gesteld van de ernstige overtredingen en misbruiken die een ander personeelslid tijdens internaatsactiviteiten vaststelt.
§ 6. De personeelsleden beoordelen sereen de laakbare daden van de internen. De opgelegde straffen moeten pedagogisch verantwoord zijn en in verhouding staan tot de fout. Lichamelijke straffen zijn verboden. Orde- en tuchtmaatregelen worden genomen in overeenstemming met het internaatsreglement.
§ 7. Wanneer personeelsleden binnen het internaat een vereniging of groepering willen oprichten, al dan niet met de internen, leggen zij hun voorstel voor aan de beheerder.
De statuten, de agenda's, de processen-verbaal van de vergaderingen, de programma's van de feestelijkheden en de publicaties van allerlei aard die door deze groeperingen worden opgesteld, worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de beheerder. De beheerder heeft het recht op de vergaderingen aanwezig te zijn.
§ 8. De organisatie van extra murosactiviteiten, van reizen onder het schooljaar of tijdens de vakantie, van sportbijeenkomsten en van andere gelijkaardige activiteiten, wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de beheerder.
Alle genoemde activiteiten worden vooraf door de beheerder voor advies aan de bevoegde preventieadviseur voorgelegd.
§ 1. De personeelsleden respecteren de fysieke en psychische integriteit van de aan hen toevertrouwde internen zonder discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 2. De personeelsleden moedigen de persoonlijke en collectieve inspanningen van de internen aan. Zij zetten zich in voor het welzijn van alle internen en wijden bijzondere aandacht aan degenen die moeilijkheden ondervinden. Zij stimuleren bij de internen voortdurend openheid ten aanzien van waarden, een streven naar sociale attitudes en vaardigheden en correct taalgebruik. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 3. De personeelsleden waken erover dat de internen zorg dragen voor hun eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Zij waken erover dat de internen de reglementen betreffende de verschillende ruimtes die het internaat gebruikt, zoals kamers, gangen, sanitair, ontspanningsruimte, klaslokalen, sporthal, computerruimte,..., naleven. Vastgestelde tekorten of gevaren worden besproken met de internaatsbeheerder of met de bevoegde leden van de interne dienst voor preventie en bescherming. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 4. De personeelsleden dragen de internen geen boodschappen op buiten het internaat of doen ze geen werkzaamheden uitvoeren tenzij met toestemming van de beheerder.
§ 5. De personeelsleden trachten het internaatsreglement door de internen te doen naleven. De beheerder wordt steeds in kennis gesteld van de ernstige overtredingen en misbruiken die een ander personeelslid tijdens internaatsactiviteiten vaststelt.
§ 6. De personeelsleden beoordelen sereen de laakbare daden van de internen. De opgelegde straffen moeten pedagogisch verantwoord zijn en in verhouding staan tot de fout. Lichamelijke straffen zijn verboden. Orde- en tuchtmaatregelen worden genomen in overeenstemming met het internaatsreglement.
§ 7. Wanneer personeelsleden binnen het internaat een vereniging of groepering willen oprichten, al dan niet met de internen, leggen zij hun voorstel voor aan de beheerder.
De statuten, de agenda's, de processen-verbaal van de vergaderingen, de programma's van de feestelijkheden en de publicaties van allerlei aard die door deze groeperingen worden opgesteld, worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de beheerder. De beheerder heeft het recht op de vergaderingen aanwezig te zijn.
§ 8. De organisatie van extra murosactiviteiten, van reizen onder het schooljaar of tijdens de vakantie, van sportbijeenkomsten en van andere gelijkaardige activiteiten, wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de beheerder.
Alle genoemde activiteiten worden vooraf door de beheerder voor advies aan de bevoegde preventieadviseur voorgelegd.
Art. 8. Les internes.
§ 1er. Les membres du personnel respectent l'intégrité physique et psychique des internes qui leur ont été confiés sans discrimination fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 2. Les membres du personnel stimulent les efforts personnels et collectifs des internes. Ils s'engagent pour le bien-être de tous les internes et consacrent une attention particulière à ceux qui éprouvent des difficultés. Ils favorisent en permanence chez les internes une ouverture d'esprit aux valeurs et cherchent à développer des attitudes et aptitudes sociales et un usage correct de la langue. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 3. Les membres du personnel veillent à ce que les internes prennent soin de leur propre sécurité et santé et de celles des autres. Ils veillent à ce que les internes respectent les règlements relatifs aux différentes espaces utilisées par l'internat, telles que les chambres, les couloirs, les équipements sanitaires, la salle de détente, les classes, la halle aux sports, l'espace numérique,.... Des manquements ou dangers constatés font l'objet d'une discussion avec l'administrateur de l'internat ou les membres compétents du service interne de prévention et de protection au travail. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 4. Les membres du personnel n'envoient pas les internes faire des courses à l'extérieur de l'internat ou ne les font pas exécuter des travaux sauf autorisation de l'administrateur.
§ 5. Les membres du personnel essaient de faire respecter le règlement d'internat par les internes. L'administrateur est toujours mis au courant des infractions ou abus graves constatés par un autre membre du personnel lors des activités dans l'internat.
§ 6. Les membres du personnel jugent sereinement des actes répréhensibles des internes. Les peines imposées doivent être à dominante pédagogique et proportionnelles à la faute commise. Les peines physiques sont interdites. Des mesures d'ordre et disciplinaires sont prises conformément au règlement d'internat.
§ 7. Lorsque des membres du personnel veulent créer une association ou un groupement au sein de l'internat, avec les internes ou non, ils soumettent leur proposition à l'administrateur.
Les statuts, agendas, procès-verbaux des séances, les programmes des festivités et les publications quelconques rédigés par ces groupements, sont soumis à l'approbation préalable de l'administrateur. L'administrateur a le droit d'assister aux séances.
§ 8. L'organisation d'activités extra-muros, de voyages pendant l'année scolaire ou pendant les vacances, de rencontres sportifs et d'autres activités similaires, est soumise à l'approbation préalable de l'administrateur.
Toutes les activités précitées sont soumises au préalable à l'avis du conseiller en prévention compétent.
§ 1er. Les membres du personnel respectent l'intégrité physique et psychique des internes qui leur ont été confiés sans discrimination fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 2. Les membres du personnel stimulent les efforts personnels et collectifs des internes. Ils s'engagent pour le bien-être de tous les internes et consacrent une attention particulière à ceux qui éprouvent des difficultés. Ils favorisent en permanence chez les internes une ouverture d'esprit aux valeurs et cherchent à développer des attitudes et aptitudes sociales et un usage correct de la langue. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 3. Les membres du personnel veillent à ce que les internes prennent soin de leur propre sécurité et santé et de celles des autres. Ils veillent à ce que les internes respectent les règlements relatifs aux différentes espaces utilisées par l'internat, telles que les chambres, les couloirs, les équipements sanitaires, la salle de détente, les classes, la halle aux sports, l'espace numérique,.... Des manquements ou dangers constatés font l'objet d'une discussion avec l'administrateur de l'internat ou les membres compétents du service interne de prévention et de protection au travail. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 4. Les membres du personnel n'envoient pas les internes faire des courses à l'extérieur de l'internat ou ne les font pas exécuter des travaux sauf autorisation de l'administrateur.
§ 5. Les membres du personnel essaient de faire respecter le règlement d'internat par les internes. L'administrateur est toujours mis au courant des infractions ou abus graves constatés par un autre membre du personnel lors des activités dans l'internat.
§ 6. Les membres du personnel jugent sereinement des actes répréhensibles des internes. Les peines imposées doivent être à dominante pédagogique et proportionnelles à la faute commise. Les peines physiques sont interdites. Des mesures d'ordre et disciplinaires sont prises conformément au règlement d'internat.
§ 7. Lorsque des membres du personnel veulent créer une association ou un groupement au sein de l'internat, avec les internes ou non, ils soumettent leur proposition à l'administrateur.
Les statuts, agendas, procès-verbaux des séances, les programmes des festivités et les publications quelconques rédigés par ces groupements, sont soumis à l'approbation préalable de l'administrateur. L'administrateur a le droit d'assister aux séances.
§ 8. L'organisation d'activités extra-muros, de voyages pendant l'année scolaire ou pendant les vacances, de rencontres sportifs et d'autres activités similaires, est soumise à l'approbation préalable de l'administrateur.
Toutes les activités précitées sont soumises au préalable à l'avis du conseiller en prévention compétent.
Art. 9. De ouders.
§ 1. Ouders en personeelsleden werken, in respect voor elkaar, loyaal samen aan de opvoeding en vorming van de jongeren. Het internaat biedt daartoe structuur en warmte, studiebegeleiding, tijd en aandacht en begeleiding in het ontwikkelen van zelfstandigheid, verantwoordelijkheidszin en sociale vaardigheden.
§ 2. Bij gelegenheid van oudercontacten of internaatsrapporten adviseren de personeelsleden de ouders zo eenduidig en helder mogelijk over de individuele vorderingen van de internen en de adviezen van het internaatsteam. Zij gebruiken geen kwetsende formuleringen.
§ 1. Ouders en personeelsleden werken, in respect voor elkaar, loyaal samen aan de opvoeding en vorming van de jongeren. Het internaat biedt daartoe structuur en warmte, studiebegeleiding, tijd en aandacht en begeleiding in het ontwikkelen van zelfstandigheid, verantwoordelijkheidszin en sociale vaardigheden.
§ 2. Bij gelegenheid van oudercontacten of internaatsrapporten adviseren de personeelsleden de ouders zo eenduidig en helder mogelijk over de individuele vorderingen van de internen en de adviezen van het internaatsteam. Zij gebruiken geen kwetsende formuleringen.
Art. 9. Les parents.
§ 1er. Les parents et les membres du personnel collaborent, dans le respect mutuel, loyalement à l'éducation et la formation des jeunes. L'internat offre à ce effet la structure et la chaleur, l'accompagnement des études, le temps et l'attention et l'accompagnement du développement de l'autonomie, le sens de la responsabilité et les aptitudes sociales.
§ 2. Lors des contacts parents ou des rapports de l'internat, les membres du personnel conseillent les parents de façon univoque et claire sur les progrès individuels des internes et des avis de l'équipe de l'internat. Ils n'utilisent pas de formules désobligeantes.
§ 1er. Les parents et les membres du personnel collaborent, dans le respect mutuel, loyalement à l'éducation et la formation des jeunes. L'internat offre à ce effet la structure et la chaleur, l'accompagnement des études, le temps et l'attention et l'accompagnement du développement de l'autonomie, le sens de la responsabilité et les aptitudes sociales.
§ 2. Lors des contacts parents ou des rapports de l'internat, les membres du personnel conseillent les parents de façon univoque et claire sur les progrès individuels des internes et des avis de l'équipe de l'internat. Ils n'utilisent pas de formules désobligeantes.
Hoofdstuk IV. - PRESTATIEREGELING
Chapitre IV. - REGIME DE PRESTATIONS
Art. 10. Opdracht.
§ 1. Bij de toewijzing van de taken en opdrachten en de toepassing van de vakantieregeling houdt de beheerder rekening met het deeltijdse karakter van de opdracht van de personeelsleden die geen volledige aanstelling hebben in het internaat.
§ 2. Indien een personeelslid in meer dan één internaat of onderwijsinstelling tewerkgesteld wordt, plegen de directeurs/beheerders vooraf overleg met elkaar over het wekelijks rooster van de betrokkene en streven ze een consensus na over een billijke regeling.
§ 1. Bij de toewijzing van de taken en opdrachten en de toepassing van de vakantieregeling houdt de beheerder rekening met het deeltijdse karakter van de opdracht van de personeelsleden die geen volledige aanstelling hebben in het internaat.
§ 2. Indien een personeelslid in meer dan één internaat of onderwijsinstelling tewerkgesteld wordt, plegen de directeurs/beheerders vooraf overleg met elkaar over het wekelijks rooster van de betrokkene en streven ze een consensus na over een billijke regeling.
Art. 10. Charge.
§ 1er. Lors de l'attribution de tâches et charges et de l'application du régime de vacances, l'administrateur tient compte du caractère à temps partiel de la charge des membres du personnel qui n'ont pas de désignation complète dans l'internat.
§ 2. Si un membre du personnel est engagé dans plus d'un internat ou établissement d'enseignement, les directeurs/administrateurs se concertent sur l'horaire hebdomadaire de l'intéressé et cherchent à atteindre un consensus sur un régime équitable.
§ 1er. Lors de l'attribution de tâches et charges et de l'application du régime de vacances, l'administrateur tient compte du caractère à temps partiel de la charge des membres du personnel qui n'ont pas de désignation complète dans l'internat.
§ 2. Si un membre du personnel est engagé dans plus d'un internat ou établissement d'enseignement, les directeurs/administrateurs se concertent sur l'horaire hebdomadaire de l'intéressé et cherchent à atteindre un consensus sur un régime équitable.
Art. 11. § 1. Met inachtneming van de geldende reglementering en van de bepalingen van de aanwervingsovereenkomst, zoals zij desgevallend in onderling akkoord tussen het internaatsbestuur en het personeelslid werd gewijzigd, stelt het internaatsbestuur of bij delegatie de beheerder de opdracht vast van elk personeelslid, rekening houdend met het activiteitenrooster van de internen, met de pedagogische behoeften, met de afspraken gemaakt in het lokaal comité en met de verdelende rechtvaardigheid. Rekening houdend met deze aandachtspunten bepaalt de beheerder ook de verdeling van de internen in de verschillende leefgroepen.
§ 2. De beheerder legt, in overleg met de vakbondsafvaardiging het wekelijkse rooster van de diensten van de personeelsleden vast. Basisregels hierbij zijn de pedagogische behoeften en de billijke verdeling van de taken. Voor de personeelsleden met een volledige betrekking in het internaat kan dit wekelijkse uurrooster verdeeld worden over alle dagen en nachten waarop het internaat open is. Voor de personeelsleden met een onvolledige opdracht in het internaat wordt rekening gehouden met het deeltijdse karakter van hun opdracht.
§ 3. Volgens de noodwendigheden kan de beheerder een beroep doen op personeelsleden om personeelsleden die belet of afwezig zijn te vervangen. Hij doet dit rekening houdend met de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake en met de eisen van de billijke verdeling van de taken en, desgevallend, met de deeltijdse opdracht en met de opdrachten in andere onderwijsinstellingen of internaten.
Indien een personeelslid ten gevolge van een voormelde vervanging een bijkomend volume aan prestaties dient te leveren wordt dit voor eenzelfde volume op een later moment gecompenseerd.
Afspraken over vervanging van een afwezige of zieke collega worden opgenomen in het arbeidsreglement.
§ 2. De beheerder legt, in overleg met de vakbondsafvaardiging het wekelijkse rooster van de diensten van de personeelsleden vast. Basisregels hierbij zijn de pedagogische behoeften en de billijke verdeling van de taken. Voor de personeelsleden met een volledige betrekking in het internaat kan dit wekelijkse uurrooster verdeeld worden over alle dagen en nachten waarop het internaat open is. Voor de personeelsleden met een onvolledige opdracht in het internaat wordt rekening gehouden met het deeltijdse karakter van hun opdracht.
§ 3. Volgens de noodwendigheden kan de beheerder een beroep doen op personeelsleden om personeelsleden die belet of afwezig zijn te vervangen. Hij doet dit rekening houdend met de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake en met de eisen van de billijke verdeling van de taken en, desgevallend, met de deeltijdse opdracht en met de opdrachten in andere onderwijsinstellingen of internaten.
Indien een personeelslid ten gevolge van een voormelde vervanging een bijkomend volume aan prestaties dient te leveren wordt dit voor eenzelfde volume op een later moment gecompenseerd.
Afspraken over vervanging van een afwezige of zieke collega worden opgenomen in het arbeidsreglement.
Art. 11. § 1er. Dans le respect de la réglementation en vigueur et des dispositions du contrat d'engagement, tel qu'il a été modifié, le cas échéant, de commun accord entre la direction de l'internat et le membre du personnel, la direction de l'internat ou, par délégation, l'administrateur détermine la charge de chaque membre du personnel, en tenant compte de l'horaire des activités des internes, des besoins pédagogiques, des accords conclus au sein du comité local et de la justice distributive. En tenant compte de ces points d'attention, l'administrateur détermine la répartition des internes sur des groupes d'âge différents.
§ 2. L'administrateur détermine, en concertation avec la délégation syndicale, l'horaire hebdomadaire des services des membres du personnel. Les règles fondamentales sont ici les besoins pédagogiques et la répartition équitable des tâches. Pour les membres du personnel ayant une charge complète dans l'internat, cet horaire hebdomadaire peut être réparti sur tous les jours et nuits d'ouverture de l'internat. Pour les membres du personnel ayant une charge incomplète dans l'internat, il est tenu compte de ce caractère à temps partiel de leur charge.
§ 3. Suivant les besoins, l'administrateur peut faire appel aux membres du personnel pour remplacer les membres du personnel empêchés ou absents. Il le fait, en tenant compte des dispositions légales et réglementaires en la matière et de la répartition équitable des tâches et, le cas échéant, de la charge à temps partiel et des charges dans d'autres établissements d'enseignement ou internats.
Si, suite à un remplacement précité, un membre du personnel doit rendre un volume supplémentaire de prestations, ceci est compensé pour un même volume à une date ultérieure.
Le remplacement d'un collègue absent ou malade est stipulé dans le règlement de travail.
§ 2. L'administrateur détermine, en concertation avec la délégation syndicale, l'horaire hebdomadaire des services des membres du personnel. Les règles fondamentales sont ici les besoins pédagogiques et la répartition équitable des tâches. Pour les membres du personnel ayant une charge complète dans l'internat, cet horaire hebdomadaire peut être réparti sur tous les jours et nuits d'ouverture de l'internat. Pour les membres du personnel ayant une charge incomplète dans l'internat, il est tenu compte de ce caractère à temps partiel de leur charge.
§ 3. Suivant les besoins, l'administrateur peut faire appel aux membres du personnel pour remplacer les membres du personnel empêchés ou absents. Il le fait, en tenant compte des dispositions légales et réglementaires en la matière et de la répartition équitable des tâches et, le cas échéant, de la charge à temps partiel et des charges dans d'autres établissements d'enseignement ou internats.
Si, suite à un remplacement précité, un membre du personnel doit rendre un volume supplémentaire de prestations, ceci est compensé pour un même volume à une date ultérieure.
Le remplacement d'un collègue absent ou malade est stipulé dans le règlement de travail.
Art. 12. Correctheid in de uitvoering.
§ 1. Elk personeelslid leeft de vastgestelde dienst- en uurregeling stipt na. De afstand woonwerk en de verplaatsingswijze zijn geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen, behoudens overmacht.
§ 2. De personeelsleden mogen hun activiteiten niet inkorten, verplaatsen of verwisselen met die van hun collega's of ze op een andere dan de gebruikelijke plaats uitoefenen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder.
§ 3. De personeelsleden doen geen beroep op externen zonder toestemming van de beheerder.
§ 4. Elke afwezigheid wordt zo spoedig mogelijk aan de beheerder meegedeeld, zo mogelijk vóór het begin van de opdracht met de vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid.
In geval van ziekte, of ongeval leeft het personeelslid de reglementaire bepalingen ter zake na.
Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de activiteiten in het internaat te kunnen verzekeren.
§ 5. De personeelsleden die hun taak wegens dringende redenen moeten onderbreken, zorgen ervoor dat hun internen niet zonder toezicht blijven en verwittigen de beheerder, behoudens overmacht.
§ 6. Telkens zich een ongeval of een ernstig feit met een intern voordoet, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de beheerder. Indien nodig worden de ouders van de betrokken intern door de beheerder verwittigd.
§ 1. Elk personeelslid leeft de vastgestelde dienst- en uurregeling stipt na. De afstand woonwerk en de verplaatsingswijze zijn geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen, behoudens overmacht.
§ 2. De personeelsleden mogen hun activiteiten niet inkorten, verplaatsen of verwisselen met die van hun collega's of ze op een andere dan de gebruikelijke plaats uitoefenen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder.
§ 3. De personeelsleden doen geen beroep op externen zonder toestemming van de beheerder.
§ 4. Elke afwezigheid wordt zo spoedig mogelijk aan de beheerder meegedeeld, zo mogelijk vóór het begin van de opdracht met de vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid.
In geval van ziekte, of ongeval leeft het personeelslid de reglementaire bepalingen ter zake na.
Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de activiteiten in het internaat te kunnen verzekeren.
§ 5. De personeelsleden die hun taak wegens dringende redenen moeten onderbreken, zorgen ervoor dat hun internen niet zonder toezicht blijven en verwittigen de beheerder, behoudens overmacht.
§ 6. Telkens zich een ongeval of een ernstig feit met een intern voordoet, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de beheerder. Indien nodig worden de ouders van de betrokken intern door de beheerder verwittigd.
Art. 12. Correction de l'exécution.
§ 1er. Tout membre du personnel doit respecte minutieusement l'horaire déterminé. La distance domicile-travail et le mode de déplacement ne justifient pas les absences ou les retards, sauf en cas de force majeure.
§ 2. Les membres du personnel ne peuvent réduire, reporter ou échanger leurs activités avec celles de leurs collègues ou les exercer à un endroit autre que l'endroit usuel sans autorisation préalable de l'administrateur.
§ 3. Les membres du personnel ne font pas appel à des externes sans autorisation de l'administrateur.
§ 4. Toute absence est communiquée le plus vite possible à l'administrateur, si possible avant le début de la charge avec mention de la raison et de la durée probable de l'absence.
En cas de maladie ou d'accident, le membre du personnel respecte les dispositions réglementaires en la matière.
Sauf en cas de force majeure, le membre du personnel transmet le nécessaire à son remplaçant pour garantir la continuité des activités dans l'internat.
§ 5. Les membres du personnel qui doivent interrompre leur tâche pour des raisons impérieuses veillent à ce que les internes ne soient pas sans surveillance et en avertissent l'administrateur, sauf en cas de force majeure.
§ 6. Chaque fois qu'un interne est impliqué dans un accident ou un fait grave, le membre du personnel chargé de la surveillance avertit l'administrateur le plus tôt possible. Si nécessaire, les parents de l'interne concerné sont avertis par l'administrateur.
§ 1er. Tout membre du personnel doit respecte minutieusement l'horaire déterminé. La distance domicile-travail et le mode de déplacement ne justifient pas les absences ou les retards, sauf en cas de force majeure.
§ 2. Les membres du personnel ne peuvent réduire, reporter ou échanger leurs activités avec celles de leurs collègues ou les exercer à un endroit autre que l'endroit usuel sans autorisation préalable de l'administrateur.
§ 3. Les membres du personnel ne font pas appel à des externes sans autorisation de l'administrateur.
§ 4. Toute absence est communiquée le plus vite possible à l'administrateur, si possible avant le début de la charge avec mention de la raison et de la durée probable de l'absence.
En cas de maladie ou d'accident, le membre du personnel respecte les dispositions réglementaires en la matière.
Sauf en cas de force majeure, le membre du personnel transmet le nécessaire à son remplaçant pour garantir la continuité des activités dans l'internat.
§ 5. Les membres du personnel qui doivent interrompre leur tâche pour des raisons impérieuses veillent à ce que les internes ne soient pas sans surveillance et en avertissent l'administrateur, sauf en cas de force majeure.
§ 6. Chaque fois qu'un interne est impliqué dans un accident ou un fait grave, le membre du personnel chargé de la surveillance avertit l'administrateur le plus tôt possible. Si nécessaire, les parents de l'interne concerné sont avertis par l'administrateur.
Art. 13. Godsdienstige en culturele activiteiten.
§ 1. Het toezicht en de begeleiding tijdens de godsdienstige, culturele of andere activiteiten waaraan de internen in internaatsverband deelnemen, wordt verzekerd door de van dienst zijnde personeelsleden, eventueel volgens een beurtregeling die in overleg met de vakbondsafvaardiging zal worden vastgelegd.
§ 2. Begeleiding van meerdaagse internaatsactiviteiten, bijvoorbeeld een weekend of reis, zowel binnen als buiten de openingsuren van het internaat, gebeurt op vrijwillige basis. Het tijdstip van deze activiteiten wordt in principe meegedeeld bij de aanvang van het schooljaar.
§ 3. De begeleiding en de deelname aan gevaarlijke sporten ter gelegenheid van sportdagen en uitstappen (extra muros) gebeuren op vrijwillige basis.
§ 4. De personeelsleden zorgen tijdens de activiteiten voor een verantwoorde combinatie van toezicht en actieve betrokkenheid bij hun internen.
§ 5. Indien de activiteiten hierboven bedoeld een herschikking van de organisatie van het internaatsleven vergen, zorgt de beheerder voor een verdeling van de taken. Hij houdt hierbij rekening met de persoonlijke, sociale en familiale situatie en de opdracht van de personeelsleden.
§ 6. Het internaatsbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
§ 1. Het toezicht en de begeleiding tijdens de godsdienstige, culturele of andere activiteiten waaraan de internen in internaatsverband deelnemen, wordt verzekerd door de van dienst zijnde personeelsleden, eventueel volgens een beurtregeling die in overleg met de vakbondsafvaardiging zal worden vastgelegd.
§ 2. Begeleiding van meerdaagse internaatsactiviteiten, bijvoorbeeld een weekend of reis, zowel binnen als buiten de openingsuren van het internaat, gebeurt op vrijwillige basis. Het tijdstip van deze activiteiten wordt in principe meegedeeld bij de aanvang van het schooljaar.
§ 3. De begeleiding en de deelname aan gevaarlijke sporten ter gelegenheid van sportdagen en uitstappen (extra muros) gebeuren op vrijwillige basis.
§ 4. De personeelsleden zorgen tijdens de activiteiten voor een verantwoorde combinatie van toezicht en actieve betrokkenheid bij hun internen.
§ 5. Indien de activiteiten hierboven bedoeld een herschikking van de organisatie van het internaatsleven vergen, zorgt de beheerder voor een verdeling van de taken. Hij houdt hierbij rekening met de persoonlijke, sociale en familiale situatie en de opdracht van de personeelsleden.
§ 6. Het internaatsbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
Art. 13. Activités religieuses et culturelles.
§ 1er. La surveillance et l'accompagnement pendant des activités religieuses, culturelles ou autres auxquelles participent les internes dans le cadre de l'internat, sont assurés par les membres du personnel en service, éventuellement suivant un tour de rôle à déterminer par la délégation syndicale.
§ 2. L'accompagnement d'activités de l'internat de plusieurs jours, par exemple un week-end ou un voyage, tant pendant et en-dehors des heures d'ouverture de l'internat, se fait sur une base volontaire. La date de ces activités est en principe communiquée au début de l'année scolaire.
§ 3. L'accompagnement et la participation à des sports dangereux à l'occasion de journées sportives et sorties (extra muros) se font sur une base volontaire.
§ 4. Pendant les activités, les membres du personnel assurent aux internes une combinaison justifiée de surveillance et d'implication active.
§ 5. Si les activités précitées exigent un remaniement de l'organisation de la vie d'internat, l'administrateur s'occupe de la répartition des tâches. Ce faisant, il tient compte de la situation personnelle, sociale et familiale et la charge des membres du personnel.
§ 6. La direction de l'internat prend à sa charge les frais découlant de ces obligations pour le membre du personnel.
§ 1er. La surveillance et l'accompagnement pendant des activités religieuses, culturelles ou autres auxquelles participent les internes dans le cadre de l'internat, sont assurés par les membres du personnel en service, éventuellement suivant un tour de rôle à déterminer par la délégation syndicale.
§ 2. L'accompagnement d'activités de l'internat de plusieurs jours, par exemple un week-end ou un voyage, tant pendant et en-dehors des heures d'ouverture de l'internat, se fait sur une base volontaire. La date de ces activités est en principe communiquée au début de l'année scolaire.
§ 3. L'accompagnement et la participation à des sports dangereux à l'occasion de journées sportives et sorties (extra muros) se font sur une base volontaire.
§ 4. Pendant les activités, les membres du personnel assurent aux internes une combinaison justifiée de surveillance et d'implication active.
§ 5. Si les activités précitées exigent un remaniement de l'organisation de la vie d'internat, l'administrateur s'occupe de la répartition des tâches. Ce faisant, il tient compte de la situation personnelle, sociale et familiale et la charge des membres du personnel.
§ 6. La direction de l'internat prend à sa charge les frais découlant de ces obligations pour le membre du personnel.
Art. 14. Teamvergaderingen, internaatsfeest e.d.
§ 1. De personeelsleden nemen deel aan vergaderingen en andere activiteiten van pedagogische aard die het internaatsbestuur of de beheerder organiseert. Deze activiteiten vinden in principe plaats tijdens de internaatsuren of aansluitend daaraan.
§ 2. Oudercontacten kunnen zowel tijdens de dag als 's avonds plaatsvinden. De personeelsleden zijn hierbij aanwezig volgens de door de beheerder uitgewerkte regeling.
§ 3. Opendeurdagen en internaatsfeesten met internen kunnen tijdens het weekend of op feestdagen worden georganiseerd. In dat geval kunnen de personeelsleden gedurende maximum 2 dagdelen per jaar verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Hierbij wordt rekening gehouden met de persoonlijke, sociale en familiale situatie van de studiemeester-opvoeder.
Deelname aan andere activiteiten tijdens weekends of op feestdagen gebeurt op vrijwillige basis.
§ 4. Het internaatsbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
§ 1. De personeelsleden nemen deel aan vergaderingen en andere activiteiten van pedagogische aard die het internaatsbestuur of de beheerder organiseert. Deze activiteiten vinden in principe plaats tijdens de internaatsuren of aansluitend daaraan.
§ 2. Oudercontacten kunnen zowel tijdens de dag als 's avonds plaatsvinden. De personeelsleden zijn hierbij aanwezig volgens de door de beheerder uitgewerkte regeling.
§ 3. Opendeurdagen en internaatsfeesten met internen kunnen tijdens het weekend of op feestdagen worden georganiseerd. In dat geval kunnen de personeelsleden gedurende maximum 2 dagdelen per jaar verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Hierbij wordt rekening gehouden met de persoonlijke, sociale en familiale situatie van de studiemeester-opvoeder.
Deelname aan andere activiteiten tijdens weekends of op feestdagen gebeurt op vrijwillige basis.
§ 4. Het internaatsbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
Art. 14. Réunions d'équipe, fête de l'internat, etc.
§ 1er. Les membres du personnel participent aux réunions et autres activités de nature pédagogique organisées par la direction de l'internat ou l'administrateur. Ces activités se tiendront en principe pendant les heures d'internat ou immédiatement avant ou après.
§ 2. Les contacts parents peuvent se tenir tant le jour que le soir. Les membres du personnel sont présents suivant un horaire élaboré par l'administrateur.
§ 3. Les journées portes ouvertes et fêtes d'internat peuvent être organisées pendant le week-end ou les jours fériés. Dans ce cas, les membres du personnel peuvent être obligés de participer à ces activités pendant au maximum 2 parties de journée par an. Dans ce contexte, il est tenu compte de la situation personnelle, sociale et familiale du surveillant-éducateur.
Participation à d'autres activités pendant les week-ends ou les jours fériés se fait sur une base volontaire.
§ 4. La direction de l'internat prend à sa charge les frais découlant de ces obligations pour le membre du personnel.
§ 1er. Les membres du personnel participent aux réunions et autres activités de nature pédagogique organisées par la direction de l'internat ou l'administrateur. Ces activités se tiendront en principe pendant les heures d'internat ou immédiatement avant ou après.
§ 2. Les contacts parents peuvent se tenir tant le jour que le soir. Les membres du personnel sont présents suivant un horaire élaboré par l'administrateur.
§ 3. Les journées portes ouvertes et fêtes d'internat peuvent être organisées pendant le week-end ou les jours fériés. Dans ce cas, les membres du personnel peuvent être obligés de participer à ces activités pendant au maximum 2 parties de journée par an. Dans ce contexte, il est tenu compte de la situation personnelle, sociale et familiale du surveillant-éducateur.
Participation à d'autres activités pendant les week-ends ou les jours fériés se fait sur une base volontaire.
§ 4. La direction de l'internat prend à sa charge les frais découlant de ces obligations pour le membre du personnel.
Art. 15. Vakantieregeling studiemeestersopvoeders en opvoeders.
§ 1. Tijdens de kerst-, paas- en zomervakantie kan een studiemeester-opvoeder en opvoeder gedurende maximum 10 dagen opgeroepen worden voor pedagogische en administratieve taken.
§ 2. Deze prestatiedagen zijn steeds volledige dagen.
§ 3. Tijdens de zomervakantie heeft elk in § 1 vermeld personeelslid recht op een ononderbroken vakantie van 5 weken.
§ 4. Een begonnen dag wordt als een volledige prestatiedag aangerekend.
§ 5. Het internaatsbestuur of de beheerder deelt uiterlijk voor de kerstvakantie aan de betrokken personeelsleden, voor het daaropvolgende kalenderjaar, hun prestatiedagen mee evenals de verdeling ervan.
§ 6. Het internaatsbestuur of de beheerder spreidt deze prestatiedagen over de betrokken personeelsleden volgens een beurtregeling die zoveel mogelijk rekening houdt met de concrete mogelijkheden van de betrokkenen, met de aard van hun ambt en met de werkzaamheden die zij in het internaat kunnen verrichten met inachtneming van de billijke verdeling van de taken.
§ 7. De concrete uitwerking hiervan gebeurt in het arbeidsreglement. In dit reglement worden ook de dagen opgenomen waarop het internaat gesloten is.
§ 1. Tijdens de kerst-, paas- en zomervakantie kan een studiemeester-opvoeder en opvoeder gedurende maximum 10 dagen opgeroepen worden voor pedagogische en administratieve taken.
§ 2. Deze prestatiedagen zijn steeds volledige dagen.
§ 3. Tijdens de zomervakantie heeft elk in § 1 vermeld personeelslid recht op een ononderbroken vakantie van 5 weken.
§ 4. Een begonnen dag wordt als een volledige prestatiedag aangerekend.
§ 5. Het internaatsbestuur of de beheerder deelt uiterlijk voor de kerstvakantie aan de betrokken personeelsleden, voor het daaropvolgende kalenderjaar, hun prestatiedagen mee evenals de verdeling ervan.
§ 6. Het internaatsbestuur of de beheerder spreidt deze prestatiedagen over de betrokken personeelsleden volgens een beurtregeling die zoveel mogelijk rekening houdt met de concrete mogelijkheden van de betrokkenen, met de aard van hun ambt en met de werkzaamheden die zij in het internaat kunnen verrichten met inachtneming van de billijke verdeling van de taken.
§ 7. De concrete uitwerking hiervan gebeurt in het arbeidsreglement. In dit reglement worden ook de dagen opgenomen waarop het internaat gesloten is.
Art. 15. Régime de vacances des surveillants-éducateurs et des éducateurs.
§ 1er. Pendant les vacances de Noël, de Pâques et d'été, il peut être fait appel à un surveillant-éducateur et un éducateur pour au maximum 10 jours pour l'exécution de tâches pédagogiques et administratives.
§ 2. Ces jours de prestations sont toujours des jours entiers.
§ 3. Pendant les vacances d'été, chaque membre du personnel visé au § 1er a droit à un congé ininterrompu de cinq semaines.
§ 4. Un jour commencé est toujours considéré comme un jour de prestations entier.
§ 5. La direction de l'internat ou l'administrateur informe les membres du personnel, au plus tard avant le début des vacances de Noël, de leurs jours de prestations pour l'année calendrier suivante ainsi que de la répartition de ceux-ci.
§ 6. La direction de l'internat ou l'administrateur répartit les jours de prestations sur les membres du personnel intéressés suivant un tour de rôle qui tient, autant que possible, compte des possibilités concrètes des intéressés, de la nature de leur fonction et des activités qu'ils peuvent accomplir dans l'établissement, tout en respectant une répartition équitable des tâches.
§ 7. L'élaboration concrète se fait dans le règlement de travail. Dans ce règlement sont également repris les jours auxquels l'internat est fermé.
§ 1er. Pendant les vacances de Noël, de Pâques et d'été, il peut être fait appel à un surveillant-éducateur et un éducateur pour au maximum 10 jours pour l'exécution de tâches pédagogiques et administratives.
§ 2. Ces jours de prestations sont toujours des jours entiers.
§ 3. Pendant les vacances d'été, chaque membre du personnel visé au § 1er a droit à un congé ininterrompu de cinq semaines.
§ 4. Un jour commencé est toujours considéré comme un jour de prestations entier.
§ 5. La direction de l'internat ou l'administrateur informe les membres du personnel, au plus tard avant le début des vacances de Noël, de leurs jours de prestations pour l'année calendrier suivante ainsi que de la répartition de ceux-ci.
§ 6. La direction de l'internat ou l'administrateur répartit les jours de prestations sur les membres du personnel intéressés suivant un tour de rôle qui tient, autant que possible, compte des possibilités concrètes des intéressés, de la nature de leur fonction et des activités qu'ils peuvent accomplir dans l'établissement, tout en respectant une répartition équitable des tâches.
§ 7. L'élaboration concrète se fait dans le règlement de travail. Dans ce règlement sont également repris les jours auxquels l'internat est fermé.
Art. 16. Verplaatsingen in opdracht.
§ 1. Personeelsleden die in opdracht van het internaatsbestuur of de beheerder verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Het internaats bestuur kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van het internaatsbestuur of de beheerder verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 kan het internaatsbestuur van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
§ 1. Personeelsleden die in opdracht van het internaatsbestuur of de beheerder verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Het internaats bestuur kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van het internaatsbestuur of de beheerder verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 kan het internaatsbestuur van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
Art. 16. Déplacements sur ordre.
§ 1er. Les membres du personnel qui, sur l'ordre de la direction de l'internat ou de l'administrateur, font des déplacements en utilisant leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égale au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. La direction de l'internat peut réduire ce montant de 10 % au maximum, à condition qu'elle ait également conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre de la direction de l'internat, font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, du paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au premier paragraphe, la direction de l'internat peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est fixée annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
§ 1er. Les membres du personnel qui, sur l'ordre de la direction de l'internat ou de l'administrateur, font des déplacements en utilisant leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égale au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. La direction de l'internat peut réduire ce montant de 10 % au maximum, à condition qu'elle ait également conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre de la direction de l'internat, font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, du paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au premier paragraphe, la direction de l'internat peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est fixée annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
Art. 17. Verloven.
Voor het verlenen van de wettelijke en reglementaire verloven, afwezigheden en terbeschikkingstellingen waarvoor de personeelsleden van het internaat in aanmerking komen, volgt het internaatsbestuur de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake.
Voor het verlenen van de wettelijke en reglementaire verloven, afwezigheden en terbeschikkingstellingen waarvoor de personeelsleden van het internaat in aanmerking komen, volgt het internaatsbestuur de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake.
Art. 17. Congés.
Pour l'octroi des congés légales et réglementaires, des absences et mises en disponibilité pour lesquelles les membres du personnel entrent en considération, la direction de l'internat respecte les dispositions légales et réglementaires en la matière.
Pour l'octroi des congés légales et réglementaires, des absences et mises en disponibilité pour lesquelles les membres du personnel entrent en considération, la direction de l'internat respecte les dispositions légales et réglementaires en la matière.
Art. 18. Auteursrechten.
§ 1. Het personeelslid dat in uitvoering van de arbeidsovereenkomst werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van de arbeidsovereenkomst, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan het internaatsbestuur.
§ 2. De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken. Het internaatsbestuur kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
§ 3. Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven.
§ 1. Het personeelslid dat in uitvoering van de arbeidsovereenkomst werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van de arbeidsovereenkomst, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan het internaatsbestuur.
§ 2. De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken. Het internaatsbestuur kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
§ 3. Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven.
Art. 18. Droits d'auteur.
§ 1er. Le membre du personnel qui, en exécution du contrat de travail, réalise des oeuvres qui relèvent du champ d'application du contrat de travail, conserve tous les droits moraux sur ces travaux et cède à la direction de l'internat les droits patrimoniaux sur les oeuvres.
§ 2. Les droits patrimoniaux sont cédés sans indemnisation spécifique, dans leur ensemble légal, pour toutes les formes d'exploitation connues et pour toute la durée de protection des oeuvres. La direction de l'internat peut exploiter librement ces oeuvres comme bon lui semble et n'est pas obligée de procéder à l'exploitation.
§ 3. Si l'oeuvre est exploitée dans l'avenir sous des formes d'exploitation encore inconnues, la part de bénéfice du membre du personnel sera égale à la part de bénéfice qui est accordée conformément aux conditions du marché applicables au moment de l'exploitation, aux auteurs qui produisent leur oeuvre selon les mêmes formes d'exploitation dans le circuit commercial normal.
§ 1er. Le membre du personnel qui, en exécution du contrat de travail, réalise des oeuvres qui relèvent du champ d'application du contrat de travail, conserve tous les droits moraux sur ces travaux et cède à la direction de l'internat les droits patrimoniaux sur les oeuvres.
§ 2. Les droits patrimoniaux sont cédés sans indemnisation spécifique, dans leur ensemble légal, pour toutes les formes d'exploitation connues et pour toute la durée de protection des oeuvres. La direction de l'internat peut exploiter librement ces oeuvres comme bon lui semble et n'est pas obligée de procéder à l'exploitation.
§ 3. Si l'oeuvre est exploitée dans l'avenir sous des formes d'exploitation encore inconnues, la part de bénéfice du membre du personnel sera égale à la part de bénéfice qui est accordée conformément aux conditions du marché applicables au moment de l'exploitation, aux auteurs qui produisent leur oeuvre selon les mêmes formes d'exploitation dans le circuit commercial normal.
Art. 19. Verzekering.
§ 1. Het internaatsbestuur sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als het internaatsbestuur deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
§ 2. Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het internaatsbestuur of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet het internaatsbestuur instaan voor de juridische bijstand.
§ 1. Het internaatsbestuur sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als het internaatsbestuur deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
§ 2. Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het internaatsbestuur of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet het internaatsbestuur instaan voor de juridische bijstand.
Art. 19. Assurance.
§ 1er La direction de l'internat souscrit pour ses membres du personnel à une assurance responsabilité civile et assistance juridique, de manière que tous les personnels soient assurés dans l'exercice de leur charge si leur responsabilité civile est mise en cause ou une procédure juridique est menée contre eux.
Si la direction de l'internat ne respecte pas cette obligation, elle doit prendre en charge les frais que le membre du personnel doit couvrir lui-même à défaut de l'assurance précitée.
La police d'assurance précitée doit être facilement consultable pour les membres du personnel.
§ 2. Si un membre du personnel lui-même, à charge d'un tiers qui n'est pas la direction de l'internat ou un de ses membres, intente une action en dommages-intérêts pour des dommages physiques ou matériels ou le préjudice moral qui en découle, subis dans ou par suite de l'exercice de sa profession, la direction de l'internat doit assurer l'assistance juridique.
§ 1er La direction de l'internat souscrit pour ses membres du personnel à une assurance responsabilité civile et assistance juridique, de manière que tous les personnels soient assurés dans l'exercice de leur charge si leur responsabilité civile est mise en cause ou une procédure juridique est menée contre eux.
Si la direction de l'internat ne respecte pas cette obligation, elle doit prendre en charge les frais que le membre du personnel doit couvrir lui-même à défaut de l'assurance précitée.
La police d'assurance précitée doit être facilement consultable pour les membres du personnel.
§ 2. Si un membre du personnel lui-même, à charge d'un tiers qui n'est pas la direction de l'internat ou un de ses membres, intente une action en dommages-intérêts pour des dommages physiques ou matériels ou le préjudice moral qui en découle, subis dans ou par suite de l'exercice de sa profession, la direction de l'internat doit assurer l'assistance juridique.
Hoofdstuk V. - TUCHT
Chapitre V. - DISCIPLINE
Art. 20. Tucht.
§ 1. Inbreuken op of tekortkomingen in hoofde van gesubsidieerde personeelsleden tegenover dit reglement of de plichten voortvloeiend uit het decreet kunnen worden gesanctioneerd in overeenstemming met dit decreet.
§ 2. De tuchtregeling in hoofde van de opvoeders wordt opgenomen in het arbeidsreglement.
§ 1. Inbreuken op of tekortkomingen in hoofde van gesubsidieerde personeelsleden tegenover dit reglement of de plichten voortvloeiend uit het decreet kunnen worden gesanctioneerd in overeenstemming met dit decreet.
§ 2. De tuchtregeling in hoofde van de opvoeders wordt opgenomen in het arbeidsreglement.
Art. 20. Discipline.
§ 1er. Des violations ou manquements du chef des membres du personnel subventionnés au présent règlement ou aux obligations découlant du décret peuvent être sanctionnés conformément au présent décret.
§ 2. Le régime disciplinaire du chef des éducateurs est précisé dans le règlement de travail.
§ 1er. Des violations ou manquements du chef des membres du personnel subventionnés au présent règlement ou aux obligations découlant du décret peuvent être sanctionnés conformément au présent décret.
§ 2. Le régime disciplinaire du chef des éducateurs est précisé dans le règlement de travail.
Hoofdstuk VI. - DOSSIER VAN HET GESUBSIDIEERD PERSONEEL
Chapitre VI. - DOSSIER DU PERSONNEL SUBVENTIONNE
Art. 21. Dossier.
§ 1. Algemene bepalingen
Het dossier van een gesubsidieerd personeelslid omvat een administratief dossier, een evaluatiedossier en, eventueel, een tuchtdossier.
De persoon of personen die het internaatsbestuur belast met het houden van de dossiers, en iedere andere persoon die de dossiers mag inkijken, bewaren het ambtsgeheim.
De personeelsleden worden op de hoogte gebracht van wie het dossier mag inkijken. Inzage in het dossier door andere personen dan deze die door het internaatsbestuur met het houden van het dossier belast zijn, kan enkel na schriftelijke toestemming van het betrokken personeelslid. Bij toepassing van een procedure inzake tucht zijn de ter zake geldende reglementeringen van toepassing.
Een personeelslid kan zijn dossier op het internaat inzien. Betrokkene mag zich hierbij laten vergezellen door een lid van de vakbondsafvaardiging, door een vakbondsleider, door een permanent vakbondsafgevaardigde of door een raadsman. De originele documenten blijven ter plaatse. Op vraag kan het personeelslid hiervan een kopie bekomen, eventueel tegen betaling.
Het administratief dossier omvat :
1. een exemplaar van de arbeidsovereenkomst en alle documenten, brieven en stukken i.v.m. de aanwervingsovereenkomst;
2. bij de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van een studiemeesteropvoeder, een exemplaar van de overeenkomst van tijdelijke aanstelling van doorlopende duur;
3. bij de vaste benoeming van een gesubsidieerd personeelslid, een exemplaar van de overeenkomst van vaste benoeming;
4. de documenten, brieven en stukken i.v.m. de administratieve toestand van het personeelslid en betreffende de verplichtingen in het kader van de sociale wetgeving.
De personeelsleden worden door de beheerder uitgenodigd kennis te nemen van elk stuk uit hun administratief dossier en het voor kennisneming te ondertekenen. Een personeelslid heeft het recht, zijn opmerkingen toe te voegen, zijn dossier aan te vullen met bijkomende stukken die het nodig acht en een afschrift te verkrijgen van elk stuk dat hem betreft.
Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming in een afschrift voorzien voor het personeelslid, wordt dit hem onverwijld overhandigd.
De personeelsleden delen aan het internaatsbestuur schriftelijk elke wijziging mee in hun persoonlijke toestand die verband houdt met de arbeidsovereenkomst of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats en de cumulaties. Deze inlichtingen worden vooraf of uiterlijk tien kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld en zodra mogelijk gestaafd met de vereiste officiële documenten.
§ 2. Het evaluatiedossier van de gesubsidieerde personeelsleden
Het evaluatiedossier wordt aangelegd conform het decreet en het van kracht zijnde evaluatiereglement door de eerste evaluator en voor de beheerder door het internaatsbestuur.
Het evaluatiedossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de evaluatieregeling in uitvoering van het decreet rechtspositie en het van kracht zijnde evaluatiereglement.
Het evaluatiedossier wordt bewaard bij de eerste evaluator. Het evaluatiedossier van de beheerder wordt bewaard bij het internaatsbestuur.
§ 3. Het tuchtdossier van de gesubsidieerde personeelsleden
Het tuchtdossier wordt aangelegd conform het decreet door het internaatsbestuur of door de personen die zij daartoe aanstelt.
Het tuchtdossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling of in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991.
Niet doorgehaalde tuchtstraffen worden na pensionering van het betrokken personeelslid nog maximaal twee jaar bewaard.
Het tuchtdossier wordt bewaard bij de beheerder. Het tuchtdossier van de beheerder wordt bewaard bij het internaatsbestuur.
§ 1. Algemene bepalingen
Het dossier van een gesubsidieerd personeelslid omvat een administratief dossier, een evaluatiedossier en, eventueel, een tuchtdossier.
De persoon of personen die het internaatsbestuur belast met het houden van de dossiers, en iedere andere persoon die de dossiers mag inkijken, bewaren het ambtsgeheim.
De personeelsleden worden op de hoogte gebracht van wie het dossier mag inkijken. Inzage in het dossier door andere personen dan deze die door het internaatsbestuur met het houden van het dossier belast zijn, kan enkel na schriftelijke toestemming van het betrokken personeelslid. Bij toepassing van een procedure inzake tucht zijn de ter zake geldende reglementeringen van toepassing.
Een personeelslid kan zijn dossier op het internaat inzien. Betrokkene mag zich hierbij laten vergezellen door een lid van de vakbondsafvaardiging, door een vakbondsleider, door een permanent vakbondsafgevaardigde of door een raadsman. De originele documenten blijven ter plaatse. Op vraag kan het personeelslid hiervan een kopie bekomen, eventueel tegen betaling.
Het administratief dossier omvat :
1. een exemplaar van de arbeidsovereenkomst en alle documenten, brieven en stukken i.v.m. de aanwervingsovereenkomst;
2. bij de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van een studiemeesteropvoeder, een exemplaar van de overeenkomst van tijdelijke aanstelling van doorlopende duur;
3. bij de vaste benoeming van een gesubsidieerd personeelslid, een exemplaar van de overeenkomst van vaste benoeming;
4. de documenten, brieven en stukken i.v.m. de administratieve toestand van het personeelslid en betreffende de verplichtingen in het kader van de sociale wetgeving.
De personeelsleden worden door de beheerder uitgenodigd kennis te nemen van elk stuk uit hun administratief dossier en het voor kennisneming te ondertekenen. Een personeelslid heeft het recht, zijn opmerkingen toe te voegen, zijn dossier aan te vullen met bijkomende stukken die het nodig acht en een afschrift te verkrijgen van elk stuk dat hem betreft.
Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming in een afschrift voorzien voor het personeelslid, wordt dit hem onverwijld overhandigd.
De personeelsleden delen aan het internaatsbestuur schriftelijk elke wijziging mee in hun persoonlijke toestand die verband houdt met de arbeidsovereenkomst of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats en de cumulaties. Deze inlichtingen worden vooraf of uiterlijk tien kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld en zodra mogelijk gestaafd met de vereiste officiële documenten.
§ 2. Het evaluatiedossier van de gesubsidieerde personeelsleden
Het evaluatiedossier wordt aangelegd conform het decreet en het van kracht zijnde evaluatiereglement door de eerste evaluator en voor de beheerder door het internaatsbestuur.
Het evaluatiedossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de evaluatieregeling in uitvoering van het decreet rechtspositie en het van kracht zijnde evaluatiereglement.
Het evaluatiedossier wordt bewaard bij de eerste evaluator. Het evaluatiedossier van de beheerder wordt bewaard bij het internaatsbestuur.
§ 3. Het tuchtdossier van de gesubsidieerde personeelsleden
Het tuchtdossier wordt aangelegd conform het decreet door het internaatsbestuur of door de personen die zij daartoe aanstelt.
Het tuchtdossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling of in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991.
Niet doorgehaalde tuchtstraffen worden na pensionering van het betrokken personeelslid nog maximaal twee jaar bewaard.
Het tuchtdossier wordt bewaard bij de beheerder. Het tuchtdossier van de beheerder wordt bewaard bij het internaatsbestuur.
Art. 21. Dossier.
§ 1er. Dispositions générales.
Le dossier d'un membre du personnel subventionné comprend un dossier administratif, un dossier d'évaluation et, éventuellement, un dossier disciplinaire.
La personne ou les personnes chargées de la tenue des dossiers par la direction de l'internat, et toute autre personne qui peut consulter les dossiers, doivent respecter le secret professionnel.
Les membres du personnel sont informés au sujet des personnes habilitées à consulter le dossier. Accès au dossier ne peut être accordé à des personnes autres que celles chargées de la tenue du dossier par la direction de l'internat, qu'après l'accord écrit du membre du personnel intéressé. Dans le cas d'une procédure disciplinaire, les réglementations en vigueur s'appliquent.
Un membre du personnel peut consulter son dossier à l'internat. L'intéressé peut se faire accompagner par un membre de la délégation syndicale, un leader syndical, un délégué syndical permanent ou par un conseil. Les documents originaux restent sur les lieux. Le membre du personnel en peut demander une copie, éventuellement contre paiement.
Le dossier administratif comporte :
1. un exemplaire du contrat de travail et tous les documents, lettres et et pièces relatifs au contrat d'engagement;
2. lors de la désignation temporaire à durée ininterrompue d'un surveillant-éducateur, un exemplaire du contrat de désignation temporaire à durée ininterrompue;
3. lors de la nomination à titre définitif d'un membre du personnel subventionné, un exemplaire du contrat de nomination à titre définitif;
4. les documents, lettres et et pièces relatifs à la position administrative du membre du personnel et relatifs aux obligations dans le cadre de la législation sociale.
Les membres du personnel sont invités par l'administrateur à prendre connaissance de chaque pièce de leur dossier administratif et à la signer pour prise de connaissance. Un membre du personnel a le droit d'ajouter ses remarques, de compléter son dossier des pièces supplémentaires qu'il juge nécessaires et d'obtenir une copie de toute pièce le concernant.
Si les dossiers destinés au Ministère de l'Enseignement et de la Formation prévoient une copie pour le membre du personnel, celle-ci lui est transmise immédiatement.
Les membres du personnel informent la direction de l'internat par écrit de toute modification de leur situation personnelle se rapportant au contrat de travail ou au statut pécuniaire, notamment les modifications de l'état civil, de la nationalité, des titres de capacité, de la composition de la famille, du domicile et des cumuls. Ces informations sont communiquées préalablement ou au plus tard dix jours calendaires après l'entrée en vigueur des modifications et sont appuyées aussitôt que possible par les documents officiels requis.
§ 2. Le dossier d'évaluation des membres du personnel subventionnés
Le dossier d'évaluation est constitué conformément au décret et au règlement d'évaluation applicable par le premier évaluateur et pour l'administrateur par la direction de l'internat.
Le dossier d'évaluation comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement d'évaluation en exécution du décret relatif au statut et du règlement d'évaluation en vigueur.
Le dossier d'évaluation est conservé par le premier évaluateur. Le dossier d'évaluation de l'administrateur est conservé par la direction de l'internat.
§ 3. Le dossier disciplinaire des membres du personnel subventionnés
Le dossier disciplinaire est constitué conformément au décret par la direction de l'internat ou par les personnes qu'elle désigne à cet effet.
Le dossier disciplinaire comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement disciplinaire ou en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mai 1991.
Les peines disciplinaires non radiées sont conservées pendant deux ans au maximum après la retraite du membre du personnel intéressé.
Le dossier disciplinaire est conservé par l'administrateur. Le dossier disciplinaire de l'administrateur est conservé par la direction de l'internat.
§ 1er. Dispositions générales.
Le dossier d'un membre du personnel subventionné comprend un dossier administratif, un dossier d'évaluation et, éventuellement, un dossier disciplinaire.
La personne ou les personnes chargées de la tenue des dossiers par la direction de l'internat, et toute autre personne qui peut consulter les dossiers, doivent respecter le secret professionnel.
Les membres du personnel sont informés au sujet des personnes habilitées à consulter le dossier. Accès au dossier ne peut être accordé à des personnes autres que celles chargées de la tenue du dossier par la direction de l'internat, qu'après l'accord écrit du membre du personnel intéressé. Dans le cas d'une procédure disciplinaire, les réglementations en vigueur s'appliquent.
Un membre du personnel peut consulter son dossier à l'internat. L'intéressé peut se faire accompagner par un membre de la délégation syndicale, un leader syndical, un délégué syndical permanent ou par un conseil. Les documents originaux restent sur les lieux. Le membre du personnel en peut demander une copie, éventuellement contre paiement.
Le dossier administratif comporte :
1. un exemplaire du contrat de travail et tous les documents, lettres et et pièces relatifs au contrat d'engagement;
2. lors de la désignation temporaire à durée ininterrompue d'un surveillant-éducateur, un exemplaire du contrat de désignation temporaire à durée ininterrompue;
3. lors de la nomination à titre définitif d'un membre du personnel subventionné, un exemplaire du contrat de nomination à titre définitif;
4. les documents, lettres et et pièces relatifs à la position administrative du membre du personnel et relatifs aux obligations dans le cadre de la législation sociale.
Les membres du personnel sont invités par l'administrateur à prendre connaissance de chaque pièce de leur dossier administratif et à la signer pour prise de connaissance. Un membre du personnel a le droit d'ajouter ses remarques, de compléter son dossier des pièces supplémentaires qu'il juge nécessaires et d'obtenir une copie de toute pièce le concernant.
Si les dossiers destinés au Ministère de l'Enseignement et de la Formation prévoient une copie pour le membre du personnel, celle-ci lui est transmise immédiatement.
Les membres du personnel informent la direction de l'internat par écrit de toute modification de leur situation personnelle se rapportant au contrat de travail ou au statut pécuniaire, notamment les modifications de l'état civil, de la nationalité, des titres de capacité, de la composition de la famille, du domicile et des cumuls. Ces informations sont communiquées préalablement ou au plus tard dix jours calendaires après l'entrée en vigueur des modifications et sont appuyées aussitôt que possible par les documents officiels requis.
§ 2. Le dossier d'évaluation des membres du personnel subventionnés
Le dossier d'évaluation est constitué conformément au décret et au règlement d'évaluation applicable par le premier évaluateur et pour l'administrateur par la direction de l'internat.
Le dossier d'évaluation comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement d'évaluation en exécution du décret relatif au statut et du règlement d'évaluation en vigueur.
Le dossier d'évaluation est conservé par le premier évaluateur. Le dossier d'évaluation de l'administrateur est conservé par la direction de l'internat.
§ 3. Le dossier disciplinaire des membres du personnel subventionnés
Le dossier disciplinaire est constitué conformément au décret par la direction de l'internat ou par les personnes qu'elle désigne à cet effet.
Le dossier disciplinaire comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement disciplinaire ou en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mai 1991.
Les peines disciplinaires non radiées sont conservées pendant deux ans au maximum après la retraite du membre du personnel intéressé.
Le dossier disciplinaire est conservé par l'administrateur. Le dossier disciplinaire de l'administrateur est conservé par la direction de l'internat.
Hoofdstuk VII. - OVERGANGSBEPALING EN INWERKINGTREDING
Chapitre VII. - DISPOSITION TRANSITOIRE ET ENTREE EN VIGUEUR
Art. 22. Overgang.
De personeelsleden die bij het internaatsbestuur in dienst getreden zijn vóór de toepassing van dit reglement, zoals aangevuld door het arbeidsreglement van het internaat, kunnen bij dit internaatsbestuur hun rechten doen gelden op het behoud van voordeliger toestanden die voortvloeien uit vroegere overeenkomsten met dit internaatsbestuur, voor zover zij niet in strijd zijn met het decreet, de wet, het koninklijk besluit en de cao's afgesloten in het Paritair Comité 225.
De personeelsleden die bij het internaatsbestuur in dienst getreden zijn vóór de toepassing van dit reglement, zoals aangevuld door het arbeidsreglement van het internaat, kunnen bij dit internaatsbestuur hun rechten doen gelden op het behoud van voordeliger toestanden die voortvloeien uit vroegere overeenkomsten met dit internaatsbestuur, voor zover zij niet in strijd zijn met het decreet, de wet, het koninklijk besluit en de cao's afgesloten in het Paritair Comité 225.
Art. 22. Transition.
Les membres du personnel entrés en service auprès de la direction de l'internat avant l'entrée en vigueur du présent règlement, tel que complété par le règlement de travail de l'internat, peuvent faire valoir leurs droits auprès de cette direction au maintien de situations plus favorables découlant de contrats antérieurs avec cette direction d'internat, pour autant qu'ils ne soient pas contraires au décret, à la loi, à l'arrêté royal et aux CCT conclues au sein du Comité paritaire 225.
Les membres du personnel entrés en service auprès de la direction de l'internat avant l'entrée en vigueur du présent règlement, tel que complété par le règlement de travail de l'internat, peuvent faire valoir leurs droits auprès de cette direction au maintien de situations plus favorables découlant de contrats antérieurs avec cette direction d'internat, pour autant qu'ils ne soient pas contraires au décret, à la loi, à l'arrêté royal et aux CCT conclues au sein du Comité paritaire 225.
Art. 23. Ingangsdatum.
Dit Algemeen Reglement treedt in werking op 1 september 2011.
Dit Algemeen Reglement treedt in werking op 1 september 2011.
Art. 23. Entrée en vigueur.
Le présent règlement général entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Le présent règlement général entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Brussel, 6 juni 2011.
Bruxelles, le 6 juin 2011.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Visietekst "Deontologie van de internaatsmedewerker" - juni 2011
Doelgroep
Internaatsmedewerkers (het bestuur, beheerders, opvoeders, arbeidspersoneel, vrijwilligers). Het bestuur dient te waken over het deontologisch handelen van de beheerder. De beheerder dient te waken over het deontologisch handelen van de opvoeders en het team.
Uitgangspunten van de visietekst :
* De visietekst "deontologie van de internaatsmedewerker" wil een ethisch kader aanreiken waarbinnen de relatie internaatsmedewerker-intern in de dagelijkse werk- en leefsituatie gestalte krijgt. Het internaat is een plaats die door de aard van haar werking en activiteiten risico's biedt voor (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Internaatsmedewerkers en internen kunnen samen zijn in een context die dit gedrag mogelijk maakt : slaapkamers of -zalen, douches, de EHBO-kamer. Een internaatsmedewerker kan vanuit zijn functie ook gevraagd worden om een intern te verzorgen of aandacht te hebben voor zijn of haar zorgvragen, wat een zekere vertrouwelijkheid of zelfs intimiteit met zich meebrengt. Op het internaat is een deontologie i.v.m. mogelijk grensoverschrijdend gedrag dan ook aangewezen.
* Deze tekst is gebaseerd op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en op de Opdrachtsverklaring van het Katholiek Onderwijs. In het Algemeen Reglement wordt gerefereerd naar deze visietekst.
* De tekst wil meer duidelijkheid bieden over wat er verstaan wordt onder "deontologisch handelen", gebaseerd op de waarden en normen van het katholiek onderwijs.
* Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat dit een reflectietekst is die teams aanspoort om na te denken en te discussiëren over de opvoedkundige relatie tussen internaatsmedewerkers en internen en in dat kader ook over grensoverschrijdend gedrag. De reflectietekst kan een aanzet zijn om een open, positieve sfeer te creëren waarin over deze opvoedkundige relatie kan gesproken worden.
* Het is belangrijk dat het team op regelmatige basis de visietekst en de afspraken opnieuw ter sprake brengt.
* De tekst wil de betrokkenheid van de personeelsleden verhogen bij het deontologisch handelen in opvoedkundige situaties. Ook de nieuwe personeelsleden dienen deze tekst te kennen.
* Deze tekst wil ook hulp bieden bij de aanpak van problemen op dit vlak. Wij verwijzen hierbij naar de procedure van het VSKO inzake grensoverschrijdend gedrag in opvoedkundige relaties (referentie :...).
* De visietekst maakt het mogelijk om de personeelsleden te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De tekst kan het team een "taal" geven om van gedachten te wisselen over concrete situaties en casussen. Het team maakt gemeenschappelijke afspraken over de omgang tussen internaatsmedewerkers en internen in concrete casussen in het internaat. De begeleidende vragen bij de visietekst kunnen als leidraad dienen.
Visietekst "Deontologie van de internaatsmedewerker"
Als internaatsmedewerker ben je in de eerste plaats "opvoeder" en je hebt een voorbeeldfunctie naar de internen toe. Elk handelen dient dan ook pedagogisch verantwoord te zijn. Je bent je bij elke handeling bewust van je opdracht en van de meerwaarde die je handelen heeft voor de groei en de totale ontplooiing van de internen.
Je hebt een begeleidende opdracht : je bent aanwezig, je kent de internen, je luistert, je volgt op en je zorgt voor een goede studiesfeer. Actief luisteren is een belangrijke attitude voor de internaatsmedewerker. Je ondersteunt het leerproces van de individuele intern op studievlak, bij conflicten en je leert de intern waarde(n)volle omgangsvormen en attitudes. Je hebt voldoende aandacht voor gekwetste internen, internen die worstelen met problemen en internen die om welke reden dan ook kansarm zijn. De internen worden gestimuleerd tot een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van verstand en emotie, van lichaam en geest, elk volgens zijn leeftijd.
Vanuit je professionaliteit dien je het evenwicht te behouden tussen afstand en nabijheid. Een kille, afstandelijke relatie bevordert geen open, ontspannen sfeer op internaat. Nabijheid uit zich onder de vorm van interesse in de leefwereld van de internen en betrokkenheid en aandacht voor wat hen bezighoudt. Het geven van bemoediging, een opbeurend woord of een eenvoudig gebaar is voor internen heilzaam en zorgt voor een warme, familiale sfeer die hen positief stimuleert. Je benadering gaat steeds uit van je opvoedende opdracht en nooit vanuit een ikgerichte houding waarbij je ernaar streeft de "vriend" te zijn van internen of waarbij je ingaat op eigen gevoelens. Het is belangrijk het evenwicht te bewaken tussen afstand en nabijheid. Internen geven soms zelf hun grens aan op het gebied van afstand en nabijheid. Je hebt daarbij respect voor de gevoeligheden van elke intern. Een gezond evenwicht tussen rede en emotie versterkt de weerbaarheid van de internen en helpt hen ook met andere situaties in hun leven weerbaar om te gaan.
Duidelijke, gemeenschappelijke afspraken met het team over concrete situaties zijn noodzakelijk en helpen je de visie gestalte te geven.
In de omgang tussen internaatsmedewerkers en internen stellen we "eerbied en respect" centraal. Dit respect is wederzijds en uit zich in alle omgangsvormen : taalgebruik, handelingen, samenwerken en samenleven. Je benadert een individuele intern steeds in het kader van je opdracht van "opvoeder-zijn" en je respecteert de intern in zijn eigenheid, zijn mogelijkheden en zijn kwetsbaarheid. Eerbied en respect uit zich ook door discreet om te gaan met persoonsgebonden gevoelige informatie. Het is noodzakelijk dat internen kunnen opgroeien in een veilige en stabiele omgeving die vrij is van grensoverschrijdend gedrag, agressie en geweld. Voor alle vormen van lichamelijk of psychisch geweld of (seksueel) misbruik gebaseerd op de machtsverhouding tussen internaatsmedewerkers en internen geldt een nultolerantie. Als je inbreuken in deze gevallen vaststelt, heb je meldingsplicht aan de vertrouwenspersoon van het internaat (zie arbeidsreglement).
Het internaat heeft voornamelijk een groepsgerichte werking. In het internaat staat de leefgroep centraal en de verbondenheid tussen de internen wordt gestimuleerd door gemeenschappelijke afspraken, studiemomenten, ontspannende activiteiten en verdiepende momenten. Het samenleven binnen een leefgroep kan voor veel jongeren bepaalde problemen helpen "relativeren" of in een bredere context plaatsen.
Bij individuele benadering van een intern, mag je de groep nooit uit het oog verliezen. Uiteraard sta je als internaatsmedewerker open voor een gesprek in verband met de zorgvragen van de intern. Toch zijn er grenzen aan de individuele aandacht voor een intern. Bij problemen of zorgvragen die een professionele begeleiding of therapie nodig hebben, verwijst het internaat de intern door naar een bevoegde instantie.
Verbondenheid betekent ook dat je een vertrouwenssfeer helpt creëren tussen de internaatsmedewerkers waardoor de omgang met internen op een open manier kan besproken worden.
Uit "Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs"
* " Het katholiek internaat is een opvoedingsgemeenschap. Het legt de nadruk op een pedagogische benadering van het kind en de jonge mens. Het streeft de totale vorming van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal. ""
* " Het katholiek internaat helpt jongeren in hun groei naar verantwoordelijkheid en weerbaarheid. "
* " Het katholiek internaat is herkenbaar aan de getuigenis van haar leden. Getuigen betekent de anderen met eerbied benaderen, de waarheid laten zien zonder die met geweld op te dringen, inzicht proberen bij te brengen, zonder de vrijheid van de anderen te kwetsen. Openheid voor de diepere levensvragen kenmerkt het katholiek internaat. "
* " De opvoedende taak is gericht op de begeleiding van alle kinderen en jongeren bij het ontdekken van waarden en het verwerven van attitudes. Het katholiek internaat stelt zich actief open voor al wie in onze maatschappij, op welke manier ook, kansarm is. "
* " Het katholiek internaat baseert zich op de levenshouding die gegroeid is uit de bijbels-christelijke geloofstraditie in verbondenheid met de kerkgemeenschap. In een katholiek internaat leeft men in de "Woorden van de Heer". Vanuit de evangelische boodschap kan men 'vreugde en hoop' wekken bij jonge mensen. "
Doelgroep
Internaatsmedewerkers (het bestuur, beheerders, opvoeders, arbeidspersoneel, vrijwilligers). Het bestuur dient te waken over het deontologisch handelen van de beheerder. De beheerder dient te waken over het deontologisch handelen van de opvoeders en het team.
Uitgangspunten van de visietekst :
* De visietekst "deontologie van de internaatsmedewerker" wil een ethisch kader aanreiken waarbinnen de relatie internaatsmedewerker-intern in de dagelijkse werk- en leefsituatie gestalte krijgt. Het internaat is een plaats die door de aard van haar werking en activiteiten risico's biedt voor (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Internaatsmedewerkers en internen kunnen samen zijn in een context die dit gedrag mogelijk maakt : slaapkamers of -zalen, douches, de EHBO-kamer. Een internaatsmedewerker kan vanuit zijn functie ook gevraagd worden om een intern te verzorgen of aandacht te hebben voor zijn of haar zorgvragen, wat een zekere vertrouwelijkheid of zelfs intimiteit met zich meebrengt. Op het internaat is een deontologie i.v.m. mogelijk grensoverschrijdend gedrag dan ook aangewezen.
* Deze tekst is gebaseerd op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en op de Opdrachtsverklaring van het Katholiek Onderwijs. In het Algemeen Reglement wordt gerefereerd naar deze visietekst.
* De tekst wil meer duidelijkheid bieden over wat er verstaan wordt onder "deontologisch handelen", gebaseerd op de waarden en normen van het katholiek onderwijs.
* Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat dit een reflectietekst is die teams aanspoort om na te denken en te discussiëren over de opvoedkundige relatie tussen internaatsmedewerkers en internen en in dat kader ook over grensoverschrijdend gedrag. De reflectietekst kan een aanzet zijn om een open, positieve sfeer te creëren waarin over deze opvoedkundige relatie kan gesproken worden.
* Het is belangrijk dat het team op regelmatige basis de visietekst en de afspraken opnieuw ter sprake brengt.
* De tekst wil de betrokkenheid van de personeelsleden verhogen bij het deontologisch handelen in opvoedkundige situaties. Ook de nieuwe personeelsleden dienen deze tekst te kennen.
* Deze tekst wil ook hulp bieden bij de aanpak van problemen op dit vlak. Wij verwijzen hierbij naar de procedure van het VSKO inzake grensoverschrijdend gedrag in opvoedkundige relaties (referentie :...).
* De visietekst maakt het mogelijk om de personeelsleden te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De tekst kan het team een "taal" geven om van gedachten te wisselen over concrete situaties en casussen. Het team maakt gemeenschappelijke afspraken over de omgang tussen internaatsmedewerkers en internen in concrete casussen in het internaat. De begeleidende vragen bij de visietekst kunnen als leidraad dienen.
Visietekst "Deontologie van de internaatsmedewerker"
Als internaatsmedewerker ben je in de eerste plaats "opvoeder" en je hebt een voorbeeldfunctie naar de internen toe. Elk handelen dient dan ook pedagogisch verantwoord te zijn. Je bent je bij elke handeling bewust van je opdracht en van de meerwaarde die je handelen heeft voor de groei en de totale ontplooiing van de internen.
Je hebt een begeleidende opdracht : je bent aanwezig, je kent de internen, je luistert, je volgt op en je zorgt voor een goede studiesfeer. Actief luisteren is een belangrijke attitude voor de internaatsmedewerker. Je ondersteunt het leerproces van de individuele intern op studievlak, bij conflicten en je leert de intern waarde(n)volle omgangsvormen en attitudes. Je hebt voldoende aandacht voor gekwetste internen, internen die worstelen met problemen en internen die om welke reden dan ook kansarm zijn. De internen worden gestimuleerd tot een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van verstand en emotie, van lichaam en geest, elk volgens zijn leeftijd.
Vanuit je professionaliteit dien je het evenwicht te behouden tussen afstand en nabijheid. Een kille, afstandelijke relatie bevordert geen open, ontspannen sfeer op internaat. Nabijheid uit zich onder de vorm van interesse in de leefwereld van de internen en betrokkenheid en aandacht voor wat hen bezighoudt. Het geven van bemoediging, een opbeurend woord of een eenvoudig gebaar is voor internen heilzaam en zorgt voor een warme, familiale sfeer die hen positief stimuleert. Je benadering gaat steeds uit van je opvoedende opdracht en nooit vanuit een ikgerichte houding waarbij je ernaar streeft de "vriend" te zijn van internen of waarbij je ingaat op eigen gevoelens. Het is belangrijk het evenwicht te bewaken tussen afstand en nabijheid. Internen geven soms zelf hun grens aan op het gebied van afstand en nabijheid. Je hebt daarbij respect voor de gevoeligheden van elke intern. Een gezond evenwicht tussen rede en emotie versterkt de weerbaarheid van de internen en helpt hen ook met andere situaties in hun leven weerbaar om te gaan.
Duidelijke, gemeenschappelijke afspraken met het team over concrete situaties zijn noodzakelijk en helpen je de visie gestalte te geven.
In de omgang tussen internaatsmedewerkers en internen stellen we "eerbied en respect" centraal. Dit respect is wederzijds en uit zich in alle omgangsvormen : taalgebruik, handelingen, samenwerken en samenleven. Je benadert een individuele intern steeds in het kader van je opdracht van "opvoeder-zijn" en je respecteert de intern in zijn eigenheid, zijn mogelijkheden en zijn kwetsbaarheid. Eerbied en respect uit zich ook door discreet om te gaan met persoonsgebonden gevoelige informatie. Het is noodzakelijk dat internen kunnen opgroeien in een veilige en stabiele omgeving die vrij is van grensoverschrijdend gedrag, agressie en geweld. Voor alle vormen van lichamelijk of psychisch geweld of (seksueel) misbruik gebaseerd op de machtsverhouding tussen internaatsmedewerkers en internen geldt een nultolerantie. Als je inbreuken in deze gevallen vaststelt, heb je meldingsplicht aan de vertrouwenspersoon van het internaat (zie arbeidsreglement).
Het internaat heeft voornamelijk een groepsgerichte werking. In het internaat staat de leefgroep centraal en de verbondenheid tussen de internen wordt gestimuleerd door gemeenschappelijke afspraken, studiemomenten, ontspannende activiteiten en verdiepende momenten. Het samenleven binnen een leefgroep kan voor veel jongeren bepaalde problemen helpen "relativeren" of in een bredere context plaatsen.
Bij individuele benadering van een intern, mag je de groep nooit uit het oog verliezen. Uiteraard sta je als internaatsmedewerker open voor een gesprek in verband met de zorgvragen van de intern. Toch zijn er grenzen aan de individuele aandacht voor een intern. Bij problemen of zorgvragen die een professionele begeleiding of therapie nodig hebben, verwijst het internaat de intern door naar een bevoegde instantie.
Verbondenheid betekent ook dat je een vertrouwenssfeer helpt creëren tussen de internaatsmedewerkers waardoor de omgang met internen op een open manier kan besproken worden.
Uit "Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs"
* " Het katholiek internaat is een opvoedingsgemeenschap. Het legt de nadruk op een pedagogische benadering van het kind en de jonge mens. Het streeft de totale vorming van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal. ""
* " Het katholiek internaat helpt jongeren in hun groei naar verantwoordelijkheid en weerbaarheid. "
* " Het katholiek internaat is herkenbaar aan de getuigenis van haar leden. Getuigen betekent de anderen met eerbied benaderen, de waarheid laten zien zonder die met geweld op te dringen, inzicht proberen bij te brengen, zonder de vrijheid van de anderen te kwetsen. Openheid voor de diepere levensvragen kenmerkt het katholiek internaat. "
* " De opvoedende taak is gericht op de begeleiding van alle kinderen en jongeren bij het ontdekken van waarden en het verwerven van attitudes. Het katholiek internaat stelt zich actief open voor al wie in onze maatschappij, op welke manier ook, kansarm is. "
* " Het katholiek internaat baseert zich op de levenshouding die gegroeid is uit de bijbels-christelijke geloofstraditie in verbondenheid met de kerkgemeenschap. In een katholiek internaat leeft men in de "Woorden van de Heer". Vanuit de evangelische boodschap kan men 'vreugde en hoop' wekken bij jonge mensen. "
Art. N. Texte de vision "Déontologie d'un collaborateur d'internat"
Groupe-cible
Membres du personnel de l'internat (direction, administrateurs, éducateurs, ouvriers, volontaires). La direction doit veiller au comportement déontologique de l'administrateur. L'administrateur doit veiller au comportement déontologique des éducateurs et de l'équipe.
Points de départ du texte de vision :
* Le texte de vision "Déontologie d'un collaborateur d'internat" veut offrir un cadre éthique dans lequel la relation entre le collaborateur d'internat et l'interne dans la situation de travail et de vie quotidienne est concrétisée. De par la nature de son fonctionnement et de ses activités, l'internat est un endroit où se présentent des risques de comportement (sexuel) illicite. Les collaborateurs d'internat et les internes peuvent être ensemble dans un contexte rendant possible un tel comportement : chambres ou salles à coucher, douches, salle de secourisme. Dans l'exercice de sa fonction, un collaborateur d'internat peut être demandé de soigner un interne ou d'être attentif à ses demandes de soins, ce qui engendre une certaine confidentialité ou même intimité. L'internat a donc besoin d'une déontologie à l'égard d'un comportement éventuellement illicite.
* Ce texte est basé sur la Convention internationale des Droits de l'Enfant et sur la Déclaration de mission de l'enseignement catholique. Dans le Règlement général, il est fait référence à ce texte de vision.
* Le texte veut expliquer ce que l'on entend par une "déontologie", basée sur les valeurs et les normes de l'enseignement catholique.
* L'intention explicite de ce texte de réflexion est de fournir les fondements d'une analyse et d'une discussion de la relation éducative entre les collaborateurs d'internat et les internes et dans ce cadre également du comportement illicite. Le texte de réflexion peut créer une atmosphère ouverte et positive dans laquelle une discussion relative à cette relation éducative peut être engagée.
* Il est important que l'équipe discute sur une base régulière du texte de vision et analyse de nouveau les engagements.
* Le texte veut renforcer l'engagement des membres du personnel envers une conduite déontologique dans des situations éducatives. Les nouveaux membres du personnel doivent également connaître ce texte.
* Ce texte veut également faciliter la résolution de problèmes dans ce domaine. Nous nous référons ici à la procédure du VSKO en matière du comportement illicite dans des relations éducatives (référence :...).
* Le texte de vision permet de responsabiliser les membres du personnel. Le texte peut offrir à l'équipe "un langage permettant d'échanger des idées sur des situations et des cas concrets". L'équipe se met d'accord sur la relation entre les collaborateurs d'internat et les internes dans des cas concrets dans l'internat. Les questions du texte de vision peuvent servir de directive.
Texte de vision "Déontologie du collaborateur d'internat"
En tant que collaborateur d'internat, vous êtes en premier lieu "éducateur" et vous avez une fonction d'exemple envers les internes. C'est pourquoi tout acte doit être justifié pédagogiquement. Lors de tout acte, vous êtes conscient de votre charge et de la plus-value de votre acte pour le développement et l'épanouissement total des internes.
Vous avez une tâche d'accompagnement : vous êtes présent, vous connaissez les internes, vous écoutez, vous assurez le suivi et vous veillez à une atmosphère favorable à l'étude. Ecouter activement est une attitude importante pour le collaborateur d'internat. Vous facilitez le processus d'apprentissage de l'interne individuel au niveau des études, lors de conflits et vous apprenez à l'interne des règles et des attitudes de courtoisie valables. Vous êtes suffisamment attentif aux internes blessés, aux internes qui ont des difficultés et aux internes qui, pour quelque motif que ce soit, sont défavorisés. Les internes sont stimulés au développement sain et équilibré de la raison et des émotions, du corps et de l'esprit, par âge.
Grâce à votre professionnalisme, vous devez trouver l'équilibre entre la distance et la proximité. Une relation froide, réservée ne contribue pas à une ambiance ouverte et décontractée à l'internat. La proximité s'exprime sous forme de l'intérêt investi dans l'environnement de vie des internes et l'attention portée à leurs préoccupations. Des paroles encourageantes, réconfortantes ou un simple geste sont bénéfiques aux internes et assurent une ambiance chaleureuse et familiale qui les encourage positivement. Votre approche est toujours fondée sur votre tâche éducative et jamais sur une attitude centrée sur soi-même, cherchant à être "l'ami" des internes ou partant de vos propres sentiments. Il est important de veiller à l'équilibre entre la distance et la proximité. Parfois les internes fixent eux-mêmes leurs limites à l'égard de la distance et de la proximité. Dans ce contexte, vous êtes respectueux des sensibilités de chaque interne. Un équilibre sain entre la raison et l'émotion renforce la résistance morale des internes et les aide à faire face à d'autres situations de la vie.
Des accords clairs et collectifs avec l'équipe sur des situations concrètes sont indispensables et vous aident à concrétiser la vision.
"La considération et le respect" sont au centre des relations entre les collaborateurs d'internat et les internes. Ce respect est mutuel et s'exprime dans tous les modes d'interaction : le langage, les actions, la collaboration et la vie commune. Vous devez toujours traiter un interne individuel dans le cadre de votre mission d'"éducateur" et le respecter dans son individualité, ses possibilités et sa vulnérabilité. La considération et le respect se traduisent également dans le traitement discret des informations personnelles. Les internes doivent pouvoir s'épanouir dans un environnement sûr et stable, libre de comportements illicites, d'agression et de violence. La zéro tolérance s'applique à toute forme de violence psychique ou psychique ou d'abus (sexuel), basée sur le rapport de force entre les collaborateurs d'internat et les internes. Si vous constatez des infractions, vous êtes obligé de les notifier à la personne de confiance de l'internat (voir le règlement de travail).
L'internat vise en premier lieu un fonctionnement axé sur le groupe. Dans l'internat, le groupe d'âge est au centre et la solidarité entre les internes est stimulée par des accords communs, des moments d'étude, des activités récréatives et des moments d'approfondissement. La vie en commun au sein d'un groupe d'âge peut aider beaucoup de jeunes à " relativiser " leurs problèmes ou à les placer dans un contexte plus large.
Lors d'une approche individuelle d'un interne, vous ne pouvez jamais perdre de vue le groupe. Il va de soi qu'en qualité de collaborateur d'internat vous êtes ouvert à une discussion relative aux demandes de soins de l'interne. Pourtant, l'attention individuelle portée à un interne a ses limites. Lors de problèmes ou de demandes de soins nécessitant une thérapie ou un accompagnement professionnel, l'internat renvoie l'interne à une instance compétente.
La solidarité signifie également que vous aidez à créer une atmosphère de confiance entre les collaborateurs d'internat, permettant une discussion ouverte sur les relations avec les internes.
Extrait de "Déclaration de mission de l'enseignement catholique"
* " L'internat catholique est une communauté éducative. L'internat met l'accent sur l'approche pédagogique de l'enfant et du jeune. Il vise la formation totale de la personne. L'épanouissement de la raison, du coeur et des mains occupent une position centrale. "
* " L'internat catholique soutient les jeunes dans leur transition vers des adultes responsables faisant preuve de résistance morale. "
* " L'internat catholique est reconnaissable au témoignage de ses membres. Rendre témoignage signifie traiter autrui avec respect, montrer la vérité sans l'imposer avec force, essayer de faciliter la compréhension, sans nuire à la liberté d'autrui. Ouverture aux questions plus profondes de la vie caractéristique l'internat catholique. "
* " La tâche éducative est orientée vers l'accompagnement de tous les enfants et jeunes, les emmenant à la découverte de valeurs et l'acquisition d'attitudes. L'internat catholique s'est activement ouvert à toutes les personnes défavorisées pour quelque raison que ce soit. "
* " L'internat catholique se base sur un mode de vie inspiré de la tradition biblique chrétienne en communion avec l'église. Dans un internat catholique, on vit par les "Paroles de Dieu". Grâce au message évangélique, on peut apporter "la joie et l'espoir" aux jeunes gens. "
Groupe-cible
Membres du personnel de l'internat (direction, administrateurs, éducateurs, ouvriers, volontaires). La direction doit veiller au comportement déontologique de l'administrateur. L'administrateur doit veiller au comportement déontologique des éducateurs et de l'équipe.
Points de départ du texte de vision :
* Le texte de vision "Déontologie d'un collaborateur d'internat" veut offrir un cadre éthique dans lequel la relation entre le collaborateur d'internat et l'interne dans la situation de travail et de vie quotidienne est concrétisée. De par la nature de son fonctionnement et de ses activités, l'internat est un endroit où se présentent des risques de comportement (sexuel) illicite. Les collaborateurs d'internat et les internes peuvent être ensemble dans un contexte rendant possible un tel comportement : chambres ou salles à coucher, douches, salle de secourisme. Dans l'exercice de sa fonction, un collaborateur d'internat peut être demandé de soigner un interne ou d'être attentif à ses demandes de soins, ce qui engendre une certaine confidentialité ou même intimité. L'internat a donc besoin d'une déontologie à l'égard d'un comportement éventuellement illicite.
* Ce texte est basé sur la Convention internationale des Droits de l'Enfant et sur la Déclaration de mission de l'enseignement catholique. Dans le Règlement général, il est fait référence à ce texte de vision.
* Le texte veut expliquer ce que l'on entend par une "déontologie", basée sur les valeurs et les normes de l'enseignement catholique.
* L'intention explicite de ce texte de réflexion est de fournir les fondements d'une analyse et d'une discussion de la relation éducative entre les collaborateurs d'internat et les internes et dans ce cadre également du comportement illicite. Le texte de réflexion peut créer une atmosphère ouverte et positive dans laquelle une discussion relative à cette relation éducative peut être engagée.
* Il est important que l'équipe discute sur une base régulière du texte de vision et analyse de nouveau les engagements.
* Le texte veut renforcer l'engagement des membres du personnel envers une conduite déontologique dans des situations éducatives. Les nouveaux membres du personnel doivent également connaître ce texte.
* Ce texte veut également faciliter la résolution de problèmes dans ce domaine. Nous nous référons ici à la procédure du VSKO en matière du comportement illicite dans des relations éducatives (référence :...).
* Le texte de vision permet de responsabiliser les membres du personnel. Le texte peut offrir à l'équipe "un langage permettant d'échanger des idées sur des situations et des cas concrets". L'équipe se met d'accord sur la relation entre les collaborateurs d'internat et les internes dans des cas concrets dans l'internat. Les questions du texte de vision peuvent servir de directive.
Texte de vision "Déontologie du collaborateur d'internat"
En tant que collaborateur d'internat, vous êtes en premier lieu "éducateur" et vous avez une fonction d'exemple envers les internes. C'est pourquoi tout acte doit être justifié pédagogiquement. Lors de tout acte, vous êtes conscient de votre charge et de la plus-value de votre acte pour le développement et l'épanouissement total des internes.
Vous avez une tâche d'accompagnement : vous êtes présent, vous connaissez les internes, vous écoutez, vous assurez le suivi et vous veillez à une atmosphère favorable à l'étude. Ecouter activement est une attitude importante pour le collaborateur d'internat. Vous facilitez le processus d'apprentissage de l'interne individuel au niveau des études, lors de conflits et vous apprenez à l'interne des règles et des attitudes de courtoisie valables. Vous êtes suffisamment attentif aux internes blessés, aux internes qui ont des difficultés et aux internes qui, pour quelque motif que ce soit, sont défavorisés. Les internes sont stimulés au développement sain et équilibré de la raison et des émotions, du corps et de l'esprit, par âge.
Grâce à votre professionnalisme, vous devez trouver l'équilibre entre la distance et la proximité. Une relation froide, réservée ne contribue pas à une ambiance ouverte et décontractée à l'internat. La proximité s'exprime sous forme de l'intérêt investi dans l'environnement de vie des internes et l'attention portée à leurs préoccupations. Des paroles encourageantes, réconfortantes ou un simple geste sont bénéfiques aux internes et assurent une ambiance chaleureuse et familiale qui les encourage positivement. Votre approche est toujours fondée sur votre tâche éducative et jamais sur une attitude centrée sur soi-même, cherchant à être "l'ami" des internes ou partant de vos propres sentiments. Il est important de veiller à l'équilibre entre la distance et la proximité. Parfois les internes fixent eux-mêmes leurs limites à l'égard de la distance et de la proximité. Dans ce contexte, vous êtes respectueux des sensibilités de chaque interne. Un équilibre sain entre la raison et l'émotion renforce la résistance morale des internes et les aide à faire face à d'autres situations de la vie.
Des accords clairs et collectifs avec l'équipe sur des situations concrètes sont indispensables et vous aident à concrétiser la vision.
"La considération et le respect" sont au centre des relations entre les collaborateurs d'internat et les internes. Ce respect est mutuel et s'exprime dans tous les modes d'interaction : le langage, les actions, la collaboration et la vie commune. Vous devez toujours traiter un interne individuel dans le cadre de votre mission d'"éducateur" et le respecter dans son individualité, ses possibilités et sa vulnérabilité. La considération et le respect se traduisent également dans le traitement discret des informations personnelles. Les internes doivent pouvoir s'épanouir dans un environnement sûr et stable, libre de comportements illicites, d'agression et de violence. La zéro tolérance s'applique à toute forme de violence psychique ou psychique ou d'abus (sexuel), basée sur le rapport de force entre les collaborateurs d'internat et les internes. Si vous constatez des infractions, vous êtes obligé de les notifier à la personne de confiance de l'internat (voir le règlement de travail).
L'internat vise en premier lieu un fonctionnement axé sur le groupe. Dans l'internat, le groupe d'âge est au centre et la solidarité entre les internes est stimulée par des accords communs, des moments d'étude, des activités récréatives et des moments d'approfondissement. La vie en commun au sein d'un groupe d'âge peut aider beaucoup de jeunes à " relativiser " leurs problèmes ou à les placer dans un contexte plus large.
Lors d'une approche individuelle d'un interne, vous ne pouvez jamais perdre de vue le groupe. Il va de soi qu'en qualité de collaborateur d'internat vous êtes ouvert à une discussion relative aux demandes de soins de l'interne. Pourtant, l'attention individuelle portée à un interne a ses limites. Lors de problèmes ou de demandes de soins nécessitant une thérapie ou un accompagnement professionnel, l'internat renvoie l'interne à une instance compétente.
La solidarité signifie également que vous aidez à créer une atmosphère de confiance entre les collaborateurs d'internat, permettant une discussion ouverte sur les relations avec les internes.
Extrait de "Déclaration de mission de l'enseignement catholique"
* " L'internat catholique est une communauté éducative. L'internat met l'accent sur l'approche pédagogique de l'enfant et du jeune. Il vise la formation totale de la personne. L'épanouissement de la raison, du coeur et des mains occupent une position centrale. "
* " L'internat catholique soutient les jeunes dans leur transition vers des adultes responsables faisant preuve de résistance morale. "
* " L'internat catholique est reconnaissable au témoignage de ses membres. Rendre témoignage signifie traiter autrui avec respect, montrer la vérité sans l'imposer avec force, essayer de faciliter la compréhension, sans nuire à la liberté d'autrui. Ouverture aux questions plus profondes de la vie caractéristique l'internat catholique. "
* " La tâche éducative est orientée vers l'accompagnement de tous les enfants et jeunes, les emmenant à la découverte de valeurs et l'acquisition d'attitudes. L'internat catholique s'est activement ouvert à toutes les personnes défavorisées pour quelque raison que ce soit. "
* " L'internat catholique se base sur un mode de vie inspiré de la tradition biblique chrétienne en communion avec l'église. Dans un internat catholique, on vit par les "Paroles de Dieu". Grâce au message évangélique, on peut apporter "la joie et l'espoir" aux jeunes gens. "
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 waarbij algemeen verbindend wordt verklaard het Algemeen Reglement van het personeel van de katholieke internaten bij beslissing van 30 mei 2012 goedgekeurd door het Centraal Paritair Comité van het gesubsidieerd vrij onderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2012 rendant obligatoire le Règlement général des membres du personnel des internats catholiques adopté par décision du 30 mai 2012 du Comité paritaire central de l'enseignement libre subventionné et des services d'encadrement pédagogique.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET