Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 MEI 2012. - Centraal Paritair Comité van het gesubsidieerd vrij onderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten - Algemeen Reglement van het personeel van het katholiek gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs met inbegrip van HBO5 verpleegkunde met uitzondering van het volwassen- en deeltijds kunstonderwijs bij beslissing van 30 mei 2012 goedgekeurd
Titre
30 MAI 2012. - Comité paritaire central de l'enseignement libre subventionné et des services d'encadrement pédagogique - Règlement général des membres du personnel des enseignements fondamental et secondaire ordinaire et spécial catholique, y compris la formation HBO5 de nursing, à l'exception de l'éducation des adultes et de l'enseignement artistique à temps partiel, adopté par décision du 30 mai 2012
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK I. - Definities, toepassingsgebied, doelstelling, en algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Définitions, champ d'application, objectif et dispositions générales
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement, dient te worden verstaan onder :
1. aanwervingsovereenkomst : de arbeidsovereenkomst en de documenten die met de arbeidsovereenkomst een ondeelbaar geheel vormen, met name de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs, onderhavig algemeen reglement, het arbeidsreglement, het opvoedingsproject en de functiebeschrijving;
2. algemeen directeur : de directeur die, conform het decreet zoals bedoeld in punt 6 hierna, door het schoolbestuur belast is met taken voor de totaliteit van de scholen van het schoolbestuur;
3. comité preventie en bescherming : het comité waarvan de oprichting, de samenstelling, de bevoegdheden en de werking kaderen binnen hoofdstuk VIII van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van het comité voor preventie en bescherming op het werk;
4. coördinerend directeur : de directeur die, conform het decreet bedoeld in punt 6 hierna, door het bestuur van de scholengemeenschap in het secundair onderwijs belast is met taken voor de totaliteit van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap;
5. directeur coördinatie - scholengemeenschap : de directeur die, conform het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppe van de scholengemeenschappen basisonderwijs, door het bestuur van de scholengemeenschap in het basisonderwijs belast is met taken voor de totaliteit van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap;
6. decreet : het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
7. directeur : het personeelslid dat, al of niet samen met andere directieleden, door het schoolbestuur belast is met de leiding en het dagelijks bestuur van de school;
8. externe dienst preventie en bescherming : de dienst waarvan de samenstelling en de werking kaderen binnen hoofdstuk VI van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
9. interne dienst preventie en bescherming : de dienst waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen hoofdstuk VI van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
10. leerling : de leerlingen in het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en de cursisten in HBO5 Verpleegkunde;
11. lokaal comité : verzamelnaam voor lokaal onderhandelingscomité, onderhandelingscomité van de scholengemeenschap, ondernemingsraad en vakbondsafvaardiging;
12. LOC : het lokaal onderhandelingscomité of het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
13. ondernemingsraad : de ondernemingsraad waarvan de samenstelling en werking kaderen binnen de wet van 20 september 1948, houdende organisatie van het bedrijfsleven;
14. ouders : de personen die naar Belgisch recht het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige jongeren onder hun bewaring hebben of die verantwoordelijk zijn voor of die zorgen voor de voltooiing van de opleiding van de meerderjarige leerling;
15. overleg : onder overleg tussen de betrokken partijen wordt begrepen het nastreven van een consensus. Het schoolbestuur of de directeur voert het bij consensus genomen besluit uit. Indien geen consensus kan worden bereikt, beslist het schoolbestuur;
16. pedagogisch begeleider : persoon op wie het schoolbestuur een beroep doet voor de begeleiding van haar personeelsleden, voor de implementatie van het eigen pedagogisch project, van de eigen leerplannen, lessenroosters en pedagogische methodes. De leden van de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken zijn hierbij inbegrepen;
17. personeelslid : een persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met het schoolbestuur om een bepaalde betrekking uit te oefenen en die valt onder de toepassing van het decreet;
18. preventieadviseur : de persoon belast met de opdracht en de taken zoals bepaald in hoofdstuk VI van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseur;
19. privacywet : de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
20. raadsman : een advocaat, een personeelslid van de school of wat de werknemer betreft, een vertegenwoordiger van een erkende vakorganisatie en wat de werkgever betreft, een vertegenwoordiger van een overkoepelende vereniging van schoolbesturen;
21. scholengemeenschap : samenwerkingsverband zoals voor het secundair onderwijs omschreven in het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs en voor het basisonderwijs omschreven in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
22. school : een school van het basisonderwijs of een instelling van het secundair onderwijs met inbegrip van HBO5 Verpleegkunde;
23. schoolbestuur : de rechtspersoon of natuurlijke persoon of personen die de verantwoordelijkheid voor de school op zich nemen, in de zin van art. 2 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of het schoolbestuur in de zin van art. 3, 50° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
24. vakbondsafvaardiging : de vakbondsafgevaardigden bedoeld in artikel 11 van het " Statuut van de vakbondsafvaardiging van het gesubsidieerd personeel in de katholieke onderwijsinstellingen van 29 juni 2007.
Article 1er. Définitions
Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
1. contrat d'engagement : le contrat de travail et les documents qui forment un ensemble indivisible avec le contrat de travail, notamment la déclaration de mission de l'enseignement catholique, le présent règlement général, le règlement de travail, le projet éducatif et la description de fonction;
2. directeur général : le directeur qui est chargé, conformément au décret tel que visé au point 6 ci-après, par l'autorité scolaire des tâches pour l'ensemble des écoles de l'autorité scolaire;
3. comité pour la prévention et la protection au travail : le comité dont la création, la composition, les compétences et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VIII de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et dans l'arrêté royal du 3 mai 1999 relatif aux missions et au fonctionnement du comité pour la prévention et la protection au travail;
4. directeur coordonnateur : le directeur qui est chargé, conformément au décret tel que visé au point 6 ci-après, par l'autorité du centre d'enseignement de l'enseignement secondaire, des tâches pour l'ensemble des écoles faisant partie du centre d'enseignement;
5. directeur coordination du centre d'enseignement : le directeur qui est chargé, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 relatif à l'enveloppe de points pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental, par l'autorité du centre d'enseignement de l'enseignement fondamental, des tâches pour l'ensemble des écoles faisant partie du centre d'enseignement;
6. décret : le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés;
7. directeur : le membre du personnel chargé, avec d'autres membres de la direction ou non, par l'autorité scolaire de la gestion journalière de l'école;
8. service externe pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VI de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et dans l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
9. service interne pour la prévention et la protection : le service dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le chapitre VI de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et dans l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service externe pour la prévention et la protection au travail;
10. élève : les élèves des enseignements fondamental et secondaire ordinaire et spécial et les apprenants de la formation HBO5 de nursing;
11. comité local : le nom collectif pour le comité local de négociation, le comité de négociation du centre d'enseignement, le conseil d'entreprise et la délégation syndicale;
12. LOC : le comité local de négociation ou le comité de négociation du centre d'enseignement dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement subventionné libre;
13. conseil d'entreprise : le conseil d'entreprise dont la composition et le fonctionnement s'inscrivent dans le respect de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie;
14. parents : les personnes qui, conformément au droit belge, exercent l'autorité parentale ou assument de droit ou de fait la garde des mineurs ou sont responsables de ou veillent à l'achèvement de la formation de l'élève majeur;
15. concertation : par concertation entre les parties intéressées, il faut entendre la recherche d'un consensus. L'autorité scolaire ou le directeur exécute la décision prise par consensus. Si aucun consensus ne peut être dégagé, l'autorité scolaire statue;
16. accompagnateur pédagogique : la personne à qui fait appel l'autorité scolaire pour l'accompagnement de ses membres du personnel, pour la mise en oeuvre de son propre projet pédagogique, de leurs propres programmes d'études, des horaires et des méthodes pédagogiques. Les membres du personnel assurant l'encadrement des cours philosophiques y sont compris;
17. membre du personnel : une personne qui a conclu un contrat de travail avec l'autorité scolaire pour exercer une certaine fonction et qui relève de l'application du décret;
18. conseiller en prévention : la personne chargée de la mission et des tâches telles que visées au chapitre VI de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, à l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif au service interne pour la prévention et la protection au travail et à la loi du 20 décembre 2002 portant protection des conseillers en prévention;
19. loi sur la vie privée : la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
20. conseil : un avocat, un membre du personnel de l'école ou, pour le travailleur, un représentant d'une organisation syndicale agréée et, pour l'employeur, un représentant d'une association coordinatrice des autorités scolaires;
21. centre d'enseignement : un partenariat tel que décrit pour l'enseignement secondaire dans le décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et tel que décrit pour l'enseignement fondamental dans le décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997;
22. école : une école de l'enseignement fondamental ou un établissement de l'enseignement secondaire y compris la formation HBO5 de nursing;
23. l'autorité scolaire : la personne morale ou physique ou les personnes physiques ou morales assumant la responsabilité pour l'école, au sens de l'art. 2 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement ou l'autorité scolaire au sens de l'art. 3, 50° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental;
24. délégation syndicale : les délégués syndicaux visés à l'article 11 du " Statut de la délégation syndicale du personnel subventionné dans les établissements d'enseignement catholiques du 29 juin 2007. ".
Art. 2. Toepassingsgebied
§ 1. Dit algemeen reglement is onverkort van toepassing op de besturen van alle katholieke scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs met inbegrip van HBO5 Verpleegkunde, met uitzondering van de centra voor volwassenenonderwijs, de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs en de internaten en hun personeelsleden.
§ 2. Een katholieke school is een vrije, gesubsidieerde, confessionele onderwijsinstelling beheerd door een vrij schoolbestuur. Ze organiseert onderwijs, opvoeding en vorming op basis van een christelijk-gelovige visie, gestoeld op de principes van de rooms-katholieke godsdienst. Het schoolbestuur heeft hiervoor de erkenning van de bisschop van het bisdom waarin de school gelegen is.
In het leerplichtonderwijs wordt in een katholieke school enkel de rooms-katholieke godsdienst onderwezen. Afwijking hiervan ten gevolge van bijzondere omstandigheden is onderworpen aan de goedkeuring van de bisschop van het bisdom waarin de school gelegen is.
§ 3. Een katholieke school schikt zich naar de organisatorische en coördinerende richtlijnen van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO), aan wie de Vlaamse bisschoppen uitdrukkelijk de organisatie en coördinatie van het katholiek onderwijs in Vlaanderen hebben gedelegeerd.
Art. 2. Champ d'application
§ 1er. Le présent règlement général s'applique intégralement aux autorités de toutes les écoles catholiques des enseignements fondamental et secondaire ordinaire et spécial, y compris la formation HBO5 de nursing, à l'exception des centres d'éducation des adultes, des établissements d'enseignement artistique à temps partiel et des internats et de leurs membres du personnel.
§ 2. Une école catholique est une institution libre, subventionnée, confessionnelle, gérée par une autorité scolaire libre. Elle organise l'enseignement, l'éducation et la formation sur la base d'une vision de la foi chrétienne, fondée sur les principes de la religion catholique. L'autorité scolaire est agréée à cet effet par l'évêque du diocèse dans lequel est située l'école.
Dans l'enseignement obligatoire dispensé dans une école catholique, seule la religion catholique romaine est enseignée. Une dérogation en raison de conditions exceptionnelles est soumise à l'approbation de l'évêque du diocèse dans lequel est située l'école.
§ 3. Une école catholique se conforme aux directives organisationnelles et coordinatrices du Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (Secrétariat flamand de l'Enseignement catholique), auquel les évêques flamands ont explicitement délégué l'organisation et la coordination de l'enseignement catholique en Flandre.
Art. 3. Doelstelling
§ 1. Onverminderd de dwingende bepalingen van de wet, het decreet, het koninklijk besluit of het besluit van de Vlaamse Regering, waaraan het schoolbestuur en het personeel van het katholiek onderwijs gehouden zijn, regelt dit algemeen reglement de buiten het toepassingsgebied van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen vallende algemene arbeidsvoorwaarden tussen de in artikel 2, § 1 vermelde schoolbesturen en hun personeelsleden.
§ 2. Aanvullende bepalingen omtrent de arbeidsverhoudingen tussen het schoolbestuur en zijn personeelsleden worden opgenomen in het arbeidsreglement van de school en in de functiebeschrijving van het personeelslid.
Art. 3. Objectif
§ 1er. Sans préjudice des dispositions impératives de la loi, du décret, de l'arrêté royal ou de l'arrêté du Gouvernement flamand, auxquelles sont soumis l'autorité scolaire et les personnels de l'enseignement catholique, ce règlement général fixe les conditions générales de travail ne tombant pas sous le champ d'application de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, entre les autorités scolaires, visées à l'article 2, § 1er et leurs membres du personnel.
§ 2. Des dispositions complémentaires relatives aux relations de travail entre l'autorité scolaire et ses membres du personnel sont reprises dans le règlement de travail de l'école et dans la description de fonction du membre du personnel.
Art. 4. Algemene bepalingen
§ 1 Het schoolbestuur of de directeur, naargelang het geval, schikt zich naar de wettelijke of decretale bepalingen inzake het betrekken bij de participatie van de wettelijk of decretaal voorziene participatieorganen.
§ 2. Telkens bij de toepassing van het Algemeen Reglement een beslissing moet worden genomen over materies zoals bedoeld in art. 5, § 2 van het statuut van de vakbondsafvaardiging van 29 juni 2007, wordt de vakbondsafvaardiging voorafgaandelijk aan het nemen van de beslissing gehoord en heeft ze recht om voorstellen te doen en advies uit te brengen.
§ 3. Telkens bij de toepassing van het Algemeen Reglement een beslissing moet worden genomen over materies waarop de wet welzijn werknemers, de Codex of het ARAB van toepassing is, wordt voorafgaandelijk aan het nemen van deze beslissing het advies van de bevoegde preventieadviseur gevraagd.
Art. 4. Dispositions générales
§ 1er. L'autorité scolaire ou, le cas échéant, le directeur se conforment aux dispositions légales et décrétales relatives à l'association à la participation des organes de participation prévus par une loi ou un décret.
§ 2. Chaque fois qu'en application du Règlement général, une décision doit être prise sur les matières visées à l'art. 5 § 2 du statut de la délégation syndicale du 29 juin 2007, la délégation syndicale est entendue avant la prise de décision et elle a le droit de faire des propositions et d'émettre des avis.
§ 3. Chaque fois qu'en application du Règlement général, une décision doit être prise sur des matières auxquelles la loi sur le bien-être des travailleurs, le Code ou l'ARAB sont d'application, l'avis préalable du conseiller en prévention compétent est demandé avant de prendre cette décision.
HOOFDSTUK II. - Specificiteit van het katholiek onderwijs en van het opvoedingsproject
CHAPITRE II. - Spécificité de l'enseignement catholique et du projet pédagogique
Art. 5. § 1. Het schoolbestuur bepaalt de geest, de inhoud en de methoden van het onderwijs op basis van een christelijk-gelovige visie, gestoeld op de principes van de rooms-katholieke godsdienst. Het draagt als eindverantwoordelijke, de zorg voor het algemeen welzijn en de persoonlijkheidsontplooiing van de leerlingen en voor de opbouw en de bezieling van een echte leer- en leefgemeenschap. Het bevordert en ondersteunt bij de ouders, de personeelsleden, de vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap en de leerlingen een medeverantwoordelijkheidszin voor de uitbouw van een kwalitatief onderwijs, gebaseerd op het christelijk opvoedingsproject, zoals uitgeschreven in de " Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen " en het schooleigen opvoedingsproject.
§ 2. In opdracht van het schoolbestuur waakt de directeur over inhoud, methoden en kwaliteit van het onderwijs en staat hij in voor de pedagogische begeleiding en nascholing van de personeelsleden. De directeur kan een beroep doen op de pedagogisch begeleiders om hem in deze opdracht te ondersteunen.
§ 3. Bij het waarnemen van zijn opvoedings- en onderwijsopdracht zal het personeelslid :
o de opties van de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs en van het opvoedingsproject van de school toepassen en dat opvoedingsproject verder helpen ontwikkelen;
o zich loyaal inzetten voor het vervullen van zijn taak als opvoeder in een katholieke school;
o samen met het schoolbestuur, de directie, de andere personeelsleden en de ouders en in wederzijds respect, vanuit zijn verantwoordelijkheid bouwen aan een leer- en leefgemeenschap waarin alle leerlingen ervaren dat hun opvoeders met hen begaan zijn. In een school die parochiaal ingebed is, is er samenwerking tussen de personeelsleden van de school en het plaatselijk parochieteam. De modaliteiten hiervan kaderen in de schoolwerkplanning.
§ 4. Aan elk personeelslid wordt, op papier of andere drager, bij de indiensttreding en bij elke latere wijziging onderhavig reglement, de opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs, het uitgeschreven opvoedingsproject van de school, het organisatieschema van de school en de samenstelling van het schoolbestuur beschikbaar gesteld. Het personeelslid kan steeds op verzoek over een papieren versie van desbetreffende documenten beschikken.
§ 5. Elk personeelslid ontvangt bij de indiensttreding en bij elke latere wijziging de lijst van de scholen die deel uitmaken van hetzelfde schoolbestuur en van de scholen van de scholengemeenschap en andere samenwerkingsverbanden waartoe de school behoort.
§ 6. Elk personeelslid ontvangt bij de indiensttreding en bij elke latere wijziging een papieren versie van het arbeidsreglement met inbegrip van de bijlagen.
Art. 5. § 1er. L'autorité scolaire détermine l'esprit, le contenu et les méthodes de l'enseignement sur la base d'une vision de la foi chrétienne, fondée sur les principes de la religion catholique romaine. Elle assume la responsabilité finale du bien-être général et du développement de la personnalité des élèves et du développement et de l'inspiration d'une vraie communauté d'apprentissage et de vie. Elle favorise et appuie chez les parents, les membres du personnel, les représentants de la communauté locale et les élèves, un sens de coresponsabilité pour le développement d'un enseignement de qualité, fondé sur le projet éducatif chrétien, tel que décrit dans la " Déclaration de mission de l'enseignement catholique en Flandre " et le propre projet éducatif de l'école.
§ 2. Sur l'ordre de l'autorité scolaire, le directeur veille au contenu, aux méthodes et à la qualité de l'enseignement et assure l'accompagnement pédagogique et la formation continue des membres du personnel. Pour l'exécution de cette tâche, le directeur peut faire appel aux accompagnateurs pédagogiques.
§ 3. Dans le cadre de sa charge éducative et d'enseignement, tout membre du personnel :
o appliquera les options de la Déclaration de mission de l'enseignement catholique et du projet éducatif de l'école et s'investira davantage dans le développement du projet éducatif;
o s'investira loyalement dans l'accomplissement de sa tâche d'éducateur dans une école catholique;
o construira, conjointement avec l'autorité scolaire, la direction, les autres membres du personnel et les parents et dans le respect mutuel, à partir de sa responsabilité, une communauté d'apprentissage et de vie dans laquelle tous les élèves ressentent que leurs éducateurs s'occupent d'eux. Dans une école enracinée dans la paroisse, il y a une coopération entre les membres du personnel de l'école et l'équipe paroissiale locale. Les modalités s'inscrivent dans le planning des travaux scolaires.
§ 4. Lors de l'entrée en service et à chaque modification ultérieure, le présent règlement, la Déclaration de mission de l'enseignement catholique, le projet éducatif écrit de l'école, l'organigramme de l'école et la composition de l'autorité scolaire sont mis à la disposition de chaque membre du personnel, sur support papier ou autre. Le membre du personnel peut toujours obtenir, sur demande, une version papier des documents en question.
§ 5. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la liste des écoles qui font partie de la même autorité scolaire et des écoles du centre d'enseignement et d'autres partenariats auxquels appartient l'école.
§ 6. Lors de son entrée en service et à chaque modification ultérieure, tout membre du personnel reçoit la version papier du règlement de travail, y compris les annexes.
HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
CHAPITRE III. - Compétences et responsabilités
Art. 6. Schoolbestuur, directeur, personeelsleden
§ 1. De directeur kan na afspraak met het schoolbestuur bepaalde bevoegdheden aan één of meer personeelsleden delegeren. De namen van deze personeelsleden en hun bevoegdheden worden aan alle personeelsleden meegedeeld.
De namen en bevoegdheden van de personeelsleden die bij delegatie bevoegdheid verkrijgen inzake controle en toezicht worden vermeld in het arbeidsreglement.
§ 2. Het schoolbestuur, de directeur en de personeelsleden stellen alles in het werk om met elkaar in de beste verstandhouding samen te werken aan de opvoedende opdracht van de katholieke school en onthouden zich van elke vorm van niet wettelijk toegelaten discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 3. De personeelsleden erkennen de verantwoordelijkheid en het gezag van het schoolbestuur, de directeur, en de personeelsleden die op basis van § 1 een specifieke opdracht vervullen.
De personeelsleden betuigen hun het nodige respect in de omgang en onthouden zich tegenover hen van op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, leerlingen en derden.
§ 4. De personeelsleden maken over medepersoneelsleden geen op- of aanmerkingen in het bijzijn van ouders, leerlingen en derden.
§ 5. De personeelsleden aanvaarden de bevoegdheid van de pedagogisch begeleiders waarop hun schoolbestuur een beroep doet. Het schoolbestuur bezorgt de lijst van deze pedagogisch begeleiders en hun bevoegdheid aan de personeelsleden.
§ 6. De personeelsleden en het schoolbestuur erkennen de opdrachten en taken van de preventieadviseur.
§ 7. Het schoolbestuur steunt de directeur en de personeelsleden vermeld in § 1 in hun gezag.
§ 8. Het schoolbestuur en de directeur steunen het gezag van het personeel t.o.v. de leerlingen en hun ouders. De directeur behartigt de begeleiding van de personeelsleden, in het bijzonder van de nieuwe personeelsleden en de stagiairs. De directeur steunt de personeelsleden die op basis van § 1 daarin een specifieke opdracht vervullen.
Wanneer de directeur of het schoolbestuur een personeelslid persoonlijke op- of aanmerkingen maakt, doen zij dit alleszins niet in aanwezigheid van andere personeelsleden, van leerlingen of van derden.
§ 9. De directeur en de personeelsleden erkennen de verantwoordelijkheid en het gezag van de algemeen directeur, zoals die toegekend worden door het schoolbestuur.
§ 10. De directeur en de personeelsleden erkennen de verantwoordelijkheid en het gezag van de coördinerend directeur/directeur-coördinatie scholengemeenschap, zoals die toegekend worden door de scholengemeenschap.
§ 11. Het schoolbestuur steunt de algemeen directeur en de coördinerend directeur/directeur-coördinatie scholengemeenschap in hun gezag.
§ 12. De naam en de bevoegdheden van de algemeen directeur en van de coördinerend directeur/directeur-coördinatie scholengemeenschap worden aan de personeelsleden medegedeeld. De personeelsleden worden van elke wijziging op de hoogte gesteld.
Art. 6. Autorité scolaire, directeur, membres du personnel
§ 1er. En accord avec l'autorité scolaire, le directeur peut déléguer certains compétences à un ou plusieurs membres du personnel. Les noms de ces membres du personnel et leurs compétences sont communiqués à tous les membres du personnel.
Les noms et les compétences des membres du personnel auxquels est attribuée par délégation la compétence relative au contrôle et à la surveillance sont mentionnés dans le règlement de travail.
§ 2. L'autorité scolaire, le directeur et les membres du personnel mettent tout en oeuvre pour qu'ils puissent collaborer dans la meilleure entente à la mission éducative de l'école catholique et s'abstiennent de toute forme de discrimination illégale fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 3. Les membres du personnel reconnaissent la responsabilité et l'autorité de l'autorité scolaire, du directeur et des membres du personnel qui, sur la base du § 1er, accomplissent une mission spécifique.
Les membres du personnel sont respectueux envers eux et s'abstiennent de remarques ou d'observations devant les parents, les élèves et des tiers.
§ 4. Les membres du personnel n'émettent pas de remarques ou d'observations au sujet de leurs collègues devant les parents, les élèves et des tiers.
§ 5. Les membres du personnel acceptent la compétence des accompagnateurs pédagogiques auxquels fait appel l'autorité scolaire. L'autorité scolaire transmet la liste de ces accompagnateurs pédagogiques et leur compétence aux membres du personnel.
§ 6. Les membres du personnel et l'autorité scolaire reconnaissent les missions et tâches du conseiller en prévention.
§ 7. L'autorité scolaire soutient le directeur et les membres du personnel visés au § 1er dans leur autorité.
§ 8. L'autorité scolaire et le directeur appuient l'autorité des membres du personnel envers les élèves et leurs parents. Le directeur veille à l'accompagnement des membres du personnel, et en particulier, celui des nouveaux membres du personnel et des stagiaires. Le directeur soutient les membres du personnel qui, sur la base du § 1er, accomplissent une mission spécifique dans ce contexte.
Lorsque le directeur ou l'autorité scolaire adresse des remarques ou observations personnelles à un membre du personnel, ils ne le font pas en présence d'autres membres du personnel, d'élèves ou de tiers.
§ 9. Le directeur et les membres du personnel reconnaissent la responsabilité et l'autorité du directeur général, telles qu'attribuées par l'autorité scolaire.
§ 10. Le directeur et les membres du personnel reconnaissent la responsabilité et l'autorité du directeur coordonnateur/directeur-coordination du centre d'enseignement, telles qu'attribuées par l'autorité scolaire.
§ 11. L'autorité scolaire soutient le directeur général et le directeur coordonnateur/directeur - coordination du centre d'enseignement dans leur autorité.
§ 12. Le nom et les compétences du directeur général et du directeur coordonnateur/directeur - coordination du centre d'enseignement sont communiqués aux membres du personnel. Les membres du personnel sont informés de toute modification.
Art. 7. De leraar als lesgever en begeleider
§ 1. De leden van het onderwijzend personeel volgen de in het arbeidsreglement geconcretiseerde richtlijnen van het schoolbestuur in verband met het jaarplan, de lesvoorbereidingen, agenda, taken, toetsen, overhoringen, werkstukken en andere pedagogische aangelegenheden.
Voor het gewoon secundair onderwijs worden de documenten " Algemene pedagogische reglementeringen " verder geconcretiseerd in het arbeidsreglement van de school.
In het basisonderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs zijn de genoemde richtlijnen voorwerp van schoolwerkplanning. Ze worden verder geconcretiseerd in het arbeidsreglement.
§ 2. De keuze, het aanschaffen en het gebruik van de leerboeken, cursussen en didactisch materiaal gebeuren in overleg tussen het schoolbestuur, de directeur en de betrokken personeelsleden en in voorkomend geval in overeenstemming met de toepasselijke reglementering.
Alle bestellingen van boeken en schoolbenodigdheden gebeuren na akkoord van de directeur.
In het secundair onderwijs beperken de personeelsleden zoveel mogelijk de kosten van boeken, schriften, mappen, kopieën, klasbenodigdheden, toegang tot digitale applicaties die aan de leerlingen worden opgelegd.
§ 3. De personeelsleden vorderen geen betalingen van ouders of leerlingen zonder voorafgaande goedkeuring van de directeur.
§ 4. In het secundair onderwijs gebeurt de controle van de agenda's, notities en schriften van de leerlingen volgens de in het arbeidsreglement van de school daartoe voorziene richtlijnen.
In het basisonderwijs maakt de controle van agenda's, notities en schriften van de leerlingen deel uit van de begeleiding en de opvolging van de leerlingen in het algemeen. Specifieke afspraken ter zake worden in het schoolwerkplan vastgelegd en geconcretiseerd in het arbeidsreglement.
§ 5. De personeelsleden respecteren de inspanningen die in de school geleverd worden op het vlak van veilige en gezonde werkomstandigheden. Zij zorgen voor degelijke voorbereiding en uitvoering van oefeningen en activiteiten. Dat geldt zowel voor praktijkoefeningen, bewegingsopvoeding als voor extra-muros-activiteiten. Daarbij zorgen zij voor een verantwoorde progressie van moeilijkheids- en gevaarlijkheidsniveau. De personeelsleden signaleren vastgestelde gevaren aan de directeur of aan de bevoegde leden van de interne dienst preventie en bescherming en werken mee aan de analyse van de oorzaken van stress, ongevallen en incidenten.
§ 6. De bevoegde preventieadviseur wordt in overeenstemming met de toepasselijke reglementering betrokken bij de keuze, het aanschaffen, de indienststelling en het gebruik van machines, installaties, andere arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen.
§ 7. De personeelsleden die uit hoofde van hun taak, op school of thuis toegang hebben tot persoonsgegevens van leerlingen, al dan niet in een geautomatiseerde verwerking, leven de voorschriften na die voortvloeien uit de toepassing van de privacywet. Dit houdt in dat zij :
o erover waken dat de gegevens worden bijgewerkt, dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake doende gegevens, alsmede gegevens die zijn verkregen of verwerkt in strijd met de bepalingen van de privacywet, worden verbeterd of verwijderd;
o ervoor zorgen dat de toegang tot de verwerking beperkt blijft tot de personen die uit hoofde van hun taak of voor de behoeften van de dienst rechtstreeks toegang hebben tot de geregistreerde informatie;
o ervoor zorgen dat de persoonsgegevens alleen kunnen worden medegedeeld aan de personen die ze mogen raadplegen.
Het schoolbestuur is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens. Wie tot welke gegevens toegang heeft wordt geconcretiseerd in het arbeidsreglement.
Art. 7. L'enseignant comme instructeur et accompagnateur
§ 1er. Les membres du personnel enseignant respectent les directives concrétisées dans le règlement de travail de l'autorité scolaire relatives au plan annuel, aux préparations des cours, à l'agenda, aux tâches, tests, interrogations, épreuves écrites et autres matières pédagogiques.
Pour l'enseignement secondaire ordinaire, les documents " Réglementations pédagogiques générales " sont concrétisés davantage dans le règlement de travail de l'école.
Dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement secondaire spécial les directives citées font l'objet du planning des travaux scolaires. Elles sont concrétisées davantage dans le règlement de travail.
§ 2. Le choix, l'achat et l'usage des manuels, des cours et du matériel didactique se font en concertation avec l'autorité scolaire, le directeur et les membres du personnel intéressés et, le cas échéant, conformément à la règlementation applicable.
Toutes les commandes de livres et de fournitures scolaires se font avec l'accord du directeur.
Dans l'enseignement secondaire, les membres du personnel limitent le plus possible les coûts de livres, cahiers, classeurs, copies, fournitures scolaires, l'accès aux applications numériques qui sont imposés aux élèves.
§ 3. Les membres du personnel ne demandent pas de paiements des parents ou élèves sans l'approbation préalable du directeur.
§ 4. Dans l'enseignement secondaire, le contrôle des agendas, notes et cahiers des élèves s'effectue conformément aux directives prescrites à cet effet dans le règlement de travail de l'école.
Dans l'enseignement fondamental, le contrôle des agendas, notes et cahiers des élèves fait partie de l'accompagnement et du suivi des élèves en général. Des accords spécifiques en la matière sont fixés dans le plan de travail scolaire et concrétisés dans le règlement de travail.
§ 5. Les membres du personnel respectent les efforts faits par l'école pour assurer des conditions de travail sûres et saines. Ils veillent à une bonne préparation et exécution des exercices et activités. Il s'applique tant aux exercices de pratique, à l'éducation par le mouvement qu'aux activités extra-muros. En outre, ils veillent à une progression justifiée du niveau de difficulté et de danger. Les membres du personnel signalent des dangers constatés au directeur ou aux membres du personnel du service interne de prévention et de protection et collaborent à l'analyse des causes de stress, d'accidents et d'incidents.
§ 6. Le conseiller en prévention compétent est concerné, conformément à la réglementation applicable, dans le choix, l'achat et la mise en service et l'utilisation des machines, installations, d'autres équipements de travail et moyens de protection personnelle.
§ 7. Les membres du personnel qui, du chef de leur tâche, ont accès à l'école ou chez eux, dans le cadre du traitement automatisée ou non, aux données personnelles des élèves, respectent les prescriptions résultant de l'application de la loi sur la vie privée. Cela implique qu'ils :
o veillent à ce que les données soient actualisées, à ce que des données incorrectes, incomplètes ou non pertinentes, ainsi que les données qu'ils ont obtenues ou traitées contrairement aux dispositions de la loi sur la vie privée, soient adaptées ou éliminées;
o veillent à ce que l'accès au traitement reste limité aux personnes qui, du chef de leur tâche ou pour les besoins du service, ont directement accès à l'information enregistrée;
o veillent à ce que les données personnelles ne puissent être communiquées qu'aux personnes autorisées à les consulter.
L'autorité scolaire est responsable du traitement de données à caractère personnel. Le règlement de travail stipule qui a accès à quelles données.
Art. 8. De leerlingen
§ 1. De personeelsleden respecteren de fysieke en psychische integriteit van de aan hen toevertrouwde leerlingen integraal zonder discriminatie op grond van godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming.
§ 2. De personeelsleden moedigen de persoonlijke en collectieve inspanningen van de leerlingen aan. Zij zetten zich in voor het welzijn van alle leerlingen en wijden bijzondere aandacht aan degenen die moeilijkheden ondervinden. Zij stimuleren bij de leerlingen voortdurend openheid ten aanzien van waarden en streven naar sociale attitudes en vaardigheden en correct taalgebruik. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 3. De personeelsleden waken erover dat de leerlingen zorg dragen voor hun eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Zij waken erover dat de leerlingen de reglementen betreffende de werkplaatsen, de laboratoria, de vaklokalen, e.d. naleven. Vastgestelde tekorten of gevaren bespreken ze met de directeur of met de bevoegde leden van de interne dienst voor preventie en bescherming of met de leden van het comité voor preventie en bescherming. De personeelsleden hebben hierin een voorbeeldfunctie.
§ 4. De personeelsleden trachten het schoolreglement door de leerlingen te doen naleven; zij stellen de directeur in kennis van de ernstige overtredingen en misbruiken die zij tijdens schoolse activiteiten vaststellen.
§ 5. De personeelsleden beoordelen sereen de laakbare daden van de leerlingen. De opgelegde straffen moeten pedagogisch verantwoord zijn en in verhouding staan tot de fout. Lichamelijke straffen zijn verboden. Orde- en tuchtmaatregelen worden genomen in overeenstemming met het schoolreglement.
§ 6. In het gewoon secundair onderwijs steunen de personeelsleden de oprichting en werking van de leerlingenraad.
§ 7. Wanneer personeelsleden binnen de school een vereniging of groepering willen oprichten met de leerlingen, leggen zij hun voorstel voor aan de directeur.
De statuten, de agenda's, de processen-verbaal van de zittingen, de programma's van de feestelijkheden en de publicaties van allerlei aard die door deze groeperingen worden opgesteld, worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de directeur. De directeur heeft het recht op de vergaderingen aanwezig te zijn.
§ 8. De organisatie, in schoolverband van schoolinterne en schoolexterne activiteiten, van reizen onder het schooljaar of tijdens de vakantie, van sportbijeenkomsten en van andere gelijkaardige activiteiten, wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de directeur.
Alle genoemde activiteiten worden vooraf voor advies aan de bevoegde preventieadviseur voorgelegd.
Art. 8. Les élèves
§ 1er. Les membres du personnel respectent l'intégrité physique et psychique des élèves qui leur ont été confiés sans discrimination, fondée sur la religion, la conviction, un handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, le sexe, la race ou l'origine ethnique.
§ 2. Les membres du personnel stimulent les efforts personnels et collectifs des élèves. Ils s'engagent pour le bien-être de tous les élèves et consacrent une attention particulière à ceux qui éprouvent des difficultés. Ils favorisent en permanence chez les élèves une ouverture d'esprit aux valeurs et cherchent à développer des attitudes et aptitudes sociales et un usage correct de la langue. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 3. Les membres du personnel veillent à ce que les élèves prennent soin de leur propre sécurité et santé et de celles des autres. Ils veillent à ce que les élèves respectent les règlements relatifs aux ateliers, laboratoires, salles de cours spécifiques etc. Des manquements ou dangers constatés font l'objet d'une discussion avec le directeur ou les membres compétents du service interne de prévention et de protection ou des membres des comités de prévention et de protection. Les membres du personnel ont une fonction d'exemple.
§ 4. Les membres du personnel essaient de faire respecter le règlement d'école par les élèves; ils informent le directeur des infractions ou abus graves constatés pendant des activités scolaires.
§ 5. Les membres du personnel jugent sereinement les actes répréhensibles des élèves. Les peines imposées doivent être à dominante pédagogique et proportionnelles à la faute commise. Les peines physiques sont interdites. Des mesures d'ordre et disciplinaires sont prises conformément au règlement d'école.
§ 6. Dans l'enseignement secondaire ordinaire, les membres du personnel soutiennent la création et le fonctionnement d'un conseil des délégués d'élèves.
§ 7. Lorsque des membres du personnel souhaitent créer au sein de l'école une association ou un groupement avec les élèves, ils soumettent leur proposition au directeur.
Les statuts, ordres du jour, procès-verbaux des séances, les programmes des festivités et les publications quelconques rédigés par ces groupements, sont soumis à l'approbation préalable du directeur. L'administrateur a le droit d'assister aux séances.
§ 8. L'organisation, dans le cadre scolaire, d'activités intra-muros et extra-muros, de voyages pendant l'année scolaire ou pendant les vacances, de rencontres sportifs et d'autres activités similaires, est soumise à l'approbation préalable du directeur.
Toutes les activités précitées sont soumises au préalable à l'avis du conseiller en prévention compétent.
Art. 9. Privaatlessen en opdrachten
§ 1. De personeelsleden lichten de directeur schriftelijk in over de privaatlessen of studiebegeleiding die zij aan de leerlingen van hun school tegen vergoeding wensen te geven.
In het basisonderwijs geven de personeelsleden aan hun leerlingen geen betaalde privaatlessen.
In het secundair onderwijs geven de personeelsleden geen betaalde privaatlessen aan leerlingen die zij als lid van de klassenraad mede moeten beoordelen.
§ 2. In het basisonderwijs draagt een personeelslid geen boodschappen buiten de school aan de leerlingen op, tenzij met toestemming van de directeur.
In het secundair onderwijs mag een personeelslid slechts binnen de perken van het leerplan en van de vigerende reglementering de leerlingen boodschappen opdragen of werkzaamheden doen uitvoeren. In de andere gevallen is de toestemming van de directeur vereist.
Art. 9. Cours privés et charges
§ 1er. Les membres du personnel informent le directeur par écrit des cours privés ou de l'encadrement des études qu'ils souhaitent donner moyennant rémunération aux élèves de leur école.
Dans l'enseignement fondamental, les membres du personnel ne donnent pas de cours privés payés à leurs élèves.
Dans l'enseignement secondaire, les membres du personnel ne donnent pas de cours privés payés aux élèves qu'ils doivent évaluer comme membre du conseil de classe.
§ 2. Dans l'enseignement fondamental, un membre du personnel n'envoie pas les élèves faire des courses à l'extérieur de l'école sauf autorisation du directeur.
Dans l'enseignement secondaire, un membre du personnel ne peut charger que dans les limites du programme d'études et de la réglementation en vigueur les élèves de faire des courses ou d'exécuter des travaux. Dans les autres cas, l'autorisation du directeur est requise.
Art. 10. De ouders
§ 1. Ouders en personeelsleden werken, in respect voor elkaar, loyaal samen aan de opvoeding en vorming van de leerlingen.
§ 2. De personeelsleden formuleren ondubbelzinnig de individuele vorderingen van de leerlingen en de beslissingen en adviezen van de klassenraad aan de leerlingen en ouders. Zij gebruiken geen kwetsende formulering.
§ 3. Indien examens of toetsen aan ouders en leerlingen toegelicht worden, gebeurt dit in aanwezigheid van het betrokken personeelslid, behoudens overmacht of indien het personeelslid hiervan afziet.
Art. 10. Les parents
§ 1er. Les parents et les membres du personnel collaborent, dans le respect mutuel, loyalement à l'éducation et la formation des élèves.
§ 2. Les membres du personnel formulent explicitement les progrès individuels des élèves et les décisions et avis du conseil de classe aux élèves et parents. Ils n'utilisent pas de formules désobligeantes.
§ 3. Si des examens ou des tests doivent être expliqués aux parents et aux élèves, cela se fait en présence du membre du personnel concerné, sauf en cas de force majeure ou si le membre du personnel y renonce.
HOOFDSTUK IV. - Prestatieregeling
CHAPITRE IV. - Régime de prestations
Art. 11. Opdracht
§ 1. Bij de toewijzing van de taken en opdrachten en de toepassing van de vakantieregeling houdt de directeur rekening met het deeltijdse karakter van de opdracht van de personeelsleden die geen volledige aanstelling hebben in de school.
§ 2. Indien een personeelslid in meer dan één school tewerkgesteld wordt, plegen de directeurs vooraf overleg met elkaar over het wekelijks rooster van de betrokkene en streven ze een consensus na bij de toewijzing van de taken en opdrachten en de toepassing van de vakantieregeling.
Art. 11. Charge
§ 1er. Lors de l'attribution des tâches et charges et de l'application du régime de vacances, le directeur tient compte du caractère à temps partiel de la charge des membres du personnel dont la désignation dans l'école n'est pas à temps plein.
§ 2. Si un membre du personnel est engagé dans plus d'une école, les directeurs se concertent sur l'horaire hebdomadaire de l'intéressé et cherchent à atteindre un consensus sur l'attribution des tâches et charges et l'application du régime de vacances.
Art. 12. § 1. Met inachtneming van de geldende reglementering en van de bepalingen van de aanwervingsovereenkomst, zoals zij desgevallend in onderling akkoord tussen het schoolbestuur en het personeelslid werd gewijzigd, stelt het schoolbestuur of bij delegatie de directeur de opdracht vast van elk personeelslid, rekening houdend met het activiteitenrooster van de leerlingen, met de pedagogische behoeften, met de afspraken gemaakt in het lokaal comité en met de verdelende rechtvaardigheid. Rekening houdend met deze aandachtspunten bepaalt de directeur ook de verdeling van de leerlingen over de verschillende klassen en/of groepen.
§ 2. De directeur legt, in overleg met de vakbondsafvaardiging het wekelijkse rooster van de opdracht van het personeel vast. Basisregels hierbij zijn de eisen van de leerplannen, de pedagogische behoeften en de billijke verdeling van de taken. Voor de personeelsleden met een volledige betrekking in de school kan dit wekelijkse uurrooster verdeeld worden over alle dagen waarop de school open is. De prestaties van personeelsleden met een onvolledige opdracht in de school worden maximaal over een proportioneel aantal halve dagen per week gespreid.
§ 3. Volgens de noodwendigheden kan de directeur een beroep doen op de personeelsleden om leerkrachten of leden van het paramedisch personeel die belet of afwezig zijn te vervangen. Hij doet dit rekening houdend met de wettelijke reglementering ter zake en met de eisen van een billijke verdeling van de taken en, desgevallend, met de deeltijdse opdracht en met de opdrachten in andere scholen.
Art. 12. § 1er. Dans le respect de la réglementation en vigueur et des dispositions du contrat d'engagement, tel qu'il a été modifié, le cas échéant, d'un commun accord entre l'autorité scolaire et le membre du personnel, l'autorité scolaire ou, par délégation, le directeur détermine la charge de chaque membre du personnel, en tenant compte de l'horaire des activités des élèves, des besoins pédagogiques, des accords conclus au sein du comité local et de la justice distributive. En tenant compte de ces points d'attention, le directeur détermine également la répartition des élèves sur les différents groupes et/ou classes.
§ 2. Le directeur détermine, en concertation avec la délégation syndicale, l'horaire hebdomadaire de la charge du personnel. Les règles fondamentales sont les exigences des programmes d'études, les besoins pédagogiques et la répartition équitable des tâches. Pour les membres du personnel occupés à temps plein dans l'école, cet horaire hebdomadaire peut être réparti sur tous les jours d'ouverture de l'école. Les prestations des membres du personnel à charge incomplète dans l'école sont au maximum échelonnées sur un nombre proportionnel de demi-journées par semaine.
§ 3. Suivant les besoins, le directeur peut faire appel aux membres du personnel pour remplacer des enseignants ou des membres du personnel paramédical empêchés ou absents. Il le fait, en tenant compte des dispositions légales et réglementaires en la matière et de la répartition équitable des tâches et, le cas échéant, de la charge à temps partiel et des charges dans d'autres d'autres écoles.
Art. 13. Correctheid in de uitvoering
§ 1. Het personeelslid leeft de vastgestelde dienst- en uurregeling stipt na. De afstand of de verplaatsing zijn geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen, behoudens overmacht.
§ 2. De personeelsleden mogen hun lessen en zowel hun leerling- als niet-leerlinggebonden activiteiten niet inkorten, verplaatsen of verwisselen met die van hun collega's of ze op een andere dan de gebruikelijke plaats geven of laten plaatsvinden zonder voorafgaandelijke toestemming van de directeur.
§ 3. De personeelsleden doen geen beroep op externen zonder toestemming van de directeur.
§ 4. Elke afwezigheid wordt zo spoedig mogelijk aan de directeur meegedeeld, zo mogelijk vóór het begin van de lessen, met de vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid.
In geval van ziekte of ongeval leeft het personeelslid de reglementaire bepalingen ter zake na.
Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de leeractiviteiten te kunnen verzekeren.
Art. 13. Correction de l'exécution
§ 1er. Le membre du personnel doit respecter minutieusement l'horaire déterminé. La distance ou le déplacement ne justifient pas les absences ou les retards, sauf en cas de force majeure.
§ 2. Les membres du personnel ne peuvent réduire, reporter ou échanger leurs activités liées aux élèves ou non avec celles de leurs collègues ou les exercer à un endroit autre que l'endroit usuel sans autorisation préalable du directeur.
§ 3. Les membres du personnel ne font pas appel à des externes sans autorisation du directeur.
§ 4. Toute absence est communiquée le plus vite possible au directeur, si possible avant le début des cours, avec mention de la raison et de la durée probable de l'absence.
En cas de maladie ou d'accident, le membre du personnel respecte les dispositions réglementaires en la matière.
Sauf en cas de force majeure, le membre du personnel transmet le nécessaire à son remplaçant pour garantir la continuité des activités d'apprentissage.
Art. 14. Toezicht
§ 1. In het basisonderwijs nemen de personeelsleden het toezicht ter harte dat hun wordt opgedragen, binnen het raam van de reglementering die op hen toepasselijk is.
§ 2. In het secundair onderwijs behoort het toezicht buiten de lessen tot de ambtsbevoegdheid van de opvoeders. De directeur verdeelt dat toezicht op billijke wijze onder die personeelsleden. De dienstregeling wordt nauwkeurig vermeld in een bijzondere uurrooster.
Het toezicht op de leerlingen tijdens de schriftelijke proefwerken wordt verzekerd door de leraren, met inachtneming van de verdelende rechtvaardigheid en in evenredigheid met het aantal lesuren waarmee zij belast zijn.
Omwille van ernstige redenen kan de directeur in het secundair onderwijs op basis van een vooraf, na overleg met de vakbondsafvaardiging, uitgewerkte regeling uitzonderlijk een beroep doen op de medewerking van andere personeelsleden om toezicht te houden tijdens een beperkte tijdsruimte, vóór, tussen, en na de lessen en tijdens het middagmaal en om de leerlingen, indien het nodig blijkt, een eindweegs te vergezellen bij het verlaten van de school. Dit toezicht wordt op billijke wijze onder de personeelsleden verdeeld.
§ 3. De personeelsleden worden vóór hun indiensttreding schriftelijk ingelicht over de aanvullende prestaties waarvoor, in overeenstemming met de pedagogische tradities van de school, op hen een beroep zal worden gedaan.
§ 4. De personeelsleden die hun taak wegens dringende redenen moeten onderbreken, zorgen ervoor dat hun leerlingen niet zonder toezicht blijven en verwittigen de directeur, behoudens overmacht.
§ 5. Telkens zich een ongeval of een ernstig feit met een leerling voordoet, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de directeur. Indien nodig worden de ouders van de betrokken leerling verwittigd.
Art. 14. Surveillance
§ 1er. Dans l'enseignement fondamental, les membres du personnel assurent la surveillance qui leur est attribuée, dans le cadre de la réglementation qui leur est applicable.
§ 2. Dans l'enseignement secondaire, la surveillance en dehors des cours relève de la compétence professionnelle des éducateurs. La surveillance est équitablement répartie par le directeur entre les membres du personnel. L'organisation du travail est précisée dans un horaire spécial.
La surveillance des élèves pendant les examens écrits est assurée par les enseignants, tout en respectant la justice distributive et en proportion avec le nombre d'heures de cours dont ils sont chargés.
Pour des raisons graves, le directeur dans l'enseignement secondaire peut, sur la base d'un règlement élaboré au préalable, après concertation avec la délégation syndicale, faire exceptionnellement appel à la collaboration d'autres membres du personnel pour assurer la surveillance pendant un laps de temps limité avant, entre, et après les cours et pendant le repas de midi et pour accompagner les élèves, si nécessaire, jusqu'à destination, lors de la sortie de l'école. Cette surveillance est répartie équitablement parmi les membres du personnel.
§ 3. Avant leur entrée en service, les membres du personnel sont informés par écrit sur les prestations complémentaires pour lesquelles, conformément aux traditions pédagogiques de l'école, il sera fait appel sur eux.
§ 4. Les membres du personnel qui doivent interrompre leur tâche pour des raisons impérieuses veillent à ce que les élèves ne soient pas sans surveillance et en avertissent le directeur, sauf en cas de force majeure.
§ 5. Chaque fois qu'un élève est impliqué dans un accident ou un fait grave, le membre du personnel chargé de la surveillance en avertit le directeur le plus tôt possible. Si nécessaire, les parents de l'élève concerné sont avertis par le directeur.
Art. 15. Godsdienstige, culturele en andere activiteiten
§ 1. Het toezicht en de begeleiding tijdens de godsdienstige, culturele of andere activiteiten, waaraan de leerlingen in schoolverband deelnemen, wordt verzekerd door de van dienst zijnde personeelsleden, eventueel volgens een beurtregeling die in overleg met de vakbondsafvaardiging zal worden vastgelegd.
§ 2. De personeelsleden vergezellen de leerlingen gedurende de eendaagse schoolactiviteiten die tijdens de schooldagen worden ingericht. Er wordt rekening gehouden met de reglementaire bepalingen ter zake.
§ 3. Begeleiding van meerdaagse schoolactiviteiten, zowel binnen als buiten de schooldagen, gebeurt op vrijwillige basis. Het tijdstip van deze activiteiten wordt in principe medegedeeld bij de aanvang van het schooljaar.
§ 4. De begeleiding en de deelname aan gevaarlijke sporten ter gelegenheid van sportdagen en schoolreizen gebeuren ook op vrijwillige basis.
§ 5. De personeelsleden maken tijdens deze activiteiten een verantwoorde combinatie van toezicht en actieve betrokkenheid bij hun leerlingen.
§ 6. Indien de activiteiten hierboven bedoeld een herschikking van de organisatie van het schoolleven vergen, zorgt de directeur voor een verdeling van de taken. Hij houdt hierbij rekening met de persoonlijke, sociale en familiale situatie en de opdracht van de personeelsleden.
§ 7. Het schoolbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
Art. 15. Activités religieuses, culturelles et autres
§ 1er. La surveillance et l'accompagnement pendant des activités religieuses, culturelles ou autres, auxquelles participent les élèves dans le cadre scolaire, sont assurés par les membres du personnel en service, éventuellement suivant un tour de rôle à déterminer en concertation avec la délégation syndicale.
§ 2. Les membres du personnel accompagnent les élèves pendant des activités scolaires d'un jour organisées pendant les jours de classe. Les dispositions réglementaires en la matière sont respectées.
§ 3. L'accompagnement d'activités scolaires de plusieurs jours, aussi bien les jours de classe que les autres jours, se fait sur une base volontaire. La date de ces activités est en principe communiquée à la rentrée scolaire.
§ 4. L'accompagnement et la participation à des sports dangereux à l'occasion de journées sportives et de voyages scolaires se font également sur une base volontaire.
§ 5. Pendant ces activités, les membres du personnel assurent aux élèves une combinaison justifiée de surveillance et d'implication active.
§ 6. Si les activités précitées exigent un remaniement de l'organisation de la vie scolaire, le directeur s'occupe de la répartition des tâches. Dans ce contexte, il tient compte de la situation personnelle, sociale et familiale et de la charge des membres du personnel.
§ 7. L'autorité scolaire prend à sa charge les frais découlant de ces obligations pour le membre du personnel..
Art. 16. Vergaderingen - Schoolfeesten
§ 1. De personeelsleden nemen deel aan de vergaderingen en andere activiteiten van schoolse en opvoedende aard die het schoolbestuur organiseert. Deze activiteiten vinden in principe plaats tijdens de schooluren of aansluitend daaraan.
§ 2. In het kleuter- en lager onderwijs wonen de personeelsleden de personeelsvergaderingen bij, evenals de pedagogische studiedagen van het katholiek onderwijs die binnen het raam van de officiële reglementering worden georganiseerd.
§ 3. In het secundair onderwijs wonen de personeelsleden de pedagogische vergaderingen evenals de jaarlijkse pedagogische studiedag bij.
§ 4. Oudercontacten kunnen zowel tijdens de dag als 's avonds plaatsvinden. De personeelsleden zijn hierbij aanwezig volgens de door de directeur, na overleg met de vakbondsafvaardiging, uitgewerkte regeling.
§ 5. Opendeurdagen en schoolfeesten met leerlingenactiviteiten kunnen na de lesuren, tijdens het weekend of op feestdagen worden georganiseerd. In dat geval kunnen de personeelsleden gedurende maximum 2 beurten per schooljaar verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Hierbij wordt rekening gehouden met de persoonlijke, sociale en familiale situatie van het personeelslid.
Deelname aan andere activiteiten na de lesuren, tijdens weekends of op feestdagen gebeurt op vrijwillige basis.
§ 6. Voor de personeelsleden met een opdracht gespreid over meerdere scholen maken de betrokken directeurs voor de toepassing van dit artikel hierover gezamenlijke afspraken.
§ 7. Het schoolbestuur neemt de bijkomende kosten die voor het personeelslid uit die verplichtingen voortvloeien, voor haar rekening.
Art. 16. Réunions - Fêtes scolaires
§ 1er. Les membres du personnel participent aux réunions et autres activités scolaires ou pédagogiques organisées par l'autorité scolaire. Ces activités ont en principe lieu pendant les heures de classe ou immédiatement avant ou après.
§ 2. Dans l'enseignement maternel et primaire, les membres du personnel participent aux réunions des personnels, ainsi qu'aux journées pédagogiques de l'enseignement catholique qui sont organisées dans le cadre de la réglementation officielle.
§ 3. Dans l'enseignement secondaire, les membres du personnel participent aux réunions pédagogiques ainsi qu'à la journée pédagogique annuelle.
§ 4. Les contacts parents peuvent se tenir tant le jour que le soir. Les membres du personnel sont présents suivant un horaire élaboré par le directeur en concertation avec la délégation syndicale.
§ 5. Les journées portes ouvertes et fêtes scolaires peuvent être organisées pendant le week-end ou les jours fériés. Dans ce cas, les membres du personnel peuvent être obligés de participer au maximum 2 fois par an à ces activités. Dans ce contexte, il est tenu compte de la situation personnelle, sociale et familiale du membre du personnel.
Participation à d'autres activités après les heures de cours, pendant les week-ends ou les jours fériés se fait sur une base volontaire.
§ 6. Pour les membres du personnel ayant une charge répartie sur plusieurs écoles, les directeurs intéressés se mettent d'accord sur ce point pour lapplication du présent article.
§ 7. L'autorité scolaire prend à sa charge les frais supplémentaires découlant de ces obligations pour le membre du personnel.
Art. 17. Verplaatsingen in opdracht
§ 1. Personeelsleden die in opdracht van het schoolbestuur verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Het schoolbestuur kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omnium-verzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
§ 2. Personeelsleden die in opdracht van het schoolbestuur of de directeur verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. Verplaatsingen per trein worden echter slechts terugbetaald tegen het tarief 2de klas.
§ 3. In afwijking op paragraaf 1 mag het schoolbestuur van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
Art. 17. Déplacements sur ordre
§ 1er. Les personnels qui, sur l'ordre de l'autorité scolaire, font des déplacements avec leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égale au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. L'autorité scolaire peut réduire ce montant de 10 % au maximum, à condition qu'elle ait également conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre de l'autorité scolaire ou du directeur, font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, du paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train ne sont remboursés qu'au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au premier paragraphe, l'autorité scolaire peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est fixée annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
Art. 18. Vakantieregeling
§ 1. De prestaties van de personeelsleden tijdens de Allerheiligen-, kerst-, krokus-, paas-, en zomervakantie worden als volgt vastgelegd :
o maximum 12 dagen voor de administratief medewerker in het basisonderwijs en het ondersteunend personeel waarvan maximum 10 dagen tijdens de zomervakantie;
o maximum 3 dagen voor het onderwijzend personeel, de zorgcoördinator en de ICT-coördinator in het basisonderwijs;
o maximum 3 dagen voor het paramedisch personeel;
o maximum 25 dagen, waarvan maximum 15 dagen tijdens de zomervakantie voor het medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
§ 2. Deze prestatiedagen zijn steeds volledige dagen. Enkel voor een administratief medewerker kan het schoolbestuur of de directeur na akkoord met het betrokken personeelslid ook beslissen om de prestatiedagen in halve prestatiedagen op te delen.
§ 3. Tijdens de zomervakantie heeft elk in § 1 vermeld personeelslid recht op een ononderbroken vakantie van 5 weken, waarin voor een administratief medewerker in ieder geval de periode van 15 juli tot en met 15 augustus valt.
§ 4. In afwijking van § 3 wordt in het land- en tuinbouwonderwijs aan de teeltleiders (praktijkleraren zonder les), voor zover dit verenigbaar is met de normale verzorging van het vee en de teelten en met het onderhoud van het didactisch materieel, een ononderbroken periode van minimum 5 vakantieweken verzekerd tussen 15 juni en 15 september. Zo nodig wordt door de directeur, in overleg met de betrokken personeelsleden, een aangepaste regeling uitgewerkt in het LOC of de ondernemingsraad.
Voor de prestaties geleverd tijdens de weekeinden en de andere vakanties wordt in het arbeidsreglement een regeling uitgewerkt, inclusief eventuele compensaties.
§ 5. Voor de leraar Beroepsgerichte vorming in het tuinbouwonderwijs van het buitengewoon secundair onderwijs gelden mutatis mutandis de bepalingen van § 4 hierboven.
§ 6. De maximumprestatie van de personeelsleden belast met de begeleiding van inhaalstages leerlingen bedraagt 20 dagen tijdens de zomervakantie.
De personeelsleden krijgen deze prestaties gecompenseerd.
§ 7. Een begonnen dag wordt als een volledige prestatiedag aangerekend.
Als het schoolbestuur of de directeur na akkoord met een administratief medewerker beslist heeft om de prestatiedagen in te delen in halve prestatiedagen in overeenkomst met § 2; wordt een begonnen dag als een halve prestatiedag aangerekend.
§ 8. Het schoolbestuur of de directeur legt jaarlijks het globale aantal in de §§ 1, 4, 5 en 6 vermelde prestatiedagen vast, alsook de verdeling van die prestatiedagen.
§ 9. Het schoolbestuur of de directeur deelt uiterlijk voor de kerstvakantie aan de betrokken personeelsleden, voor het daaropvolgende kalenderjaar, hun prestatiedagen mee evenals de verdeling ervan.
Het schoolbestuur of de directeur spreidt deze prestatiedagen over de betrokken personeelsleden volgens een beurtregeling die zoveel mogelijk rekening houdt met de concrete mogelijkheden van de betrokkenen, met de aard van hun ambt en met de werkzaamheden die zij op school kunnen verrichten met inachtneming van de billijke verdeling van de taken.
§ 10. De concrete uitwerking hiervan gebeurt in het arbeidsreglement. In dit reglement worden eveneens de dagen opgenomen waarop de school gesloten is.
Art. 18. Régime de vacances
§ 1er. Les prestations des membres du personnel pendant les vacances de Toussaint, de Noël, de Carnaval, de Pâques et d'été sont fixées comme suit :
o maximum 12 jours pour le collaborateur administratif dans l'enseignement fondamental et le personnel d'appui dont maximum 10 jours pendant les vacances d'été;
o maximum 3 jours pour le personnel enseignant, le coordinateur de l'encadrement renforcé et le coordinateur TIC dans l'enseignement fondamental;
o maximum 3 jours pour le personnel paramédical;
o maximum 25 jours, dont maximum 15 jours pendant les vacances d'été pour le personnel médical, social, psychologique et orthopédagogique.
§ 2. Ces jours de prestations sont toujours des jours entiers. Uniquement pour un collaborateur administratif, l'autorité scolaire ou le directeur peut également décider, moyennant l'accord du membre du personnel intéressé, de diviser les jours de prestations en demi-jours de prestations.
§ 3. Pendant les vacances d'été, tout membre du personnel, visé au § 1er, a droit à une période ininterrompue de vacances de 5 semaines, dans laquelle tombe en tout cas la période du 15 juillet au 15 août inclus pour le collaborateur administratif.
§ 4. Par dérogation au § 3, il est assuré aux chefs de culture (professeurs de pratique professionnelle sans cours) dans l'enseignement agricole et horticole, dans la mesure où les soins normaux au bétail et aux cultures et l'entretien du matériel didactique le permettent, une période ininterrompue de minimum 5 semaines de vacances entre le 15 juin et le 15 septembre. Si besoin est, le directeur, en concertation avec les membres du personnel intéressés, élabore un régime adapté au sein du LOC ou du conseil d'entreprise.
Pour les prestations fournies pendant les week-ends et les autres vacances, un régime est élaboré dans le règlement de travail, y compris les compensations éventuelles.
§ 5. Pour l'enseignant de la formation professionnelle dans l'enseignement horticole de l'enseignement secondaire spécial, les dispositions reprises au § 4 sont applicables mutatis mutandis.
§ 6. La prestation maximum des membres du personnel chargés de l'accompagnement des stages de rattrapage d'élèves comprend 20 jours pendant les vacances d'été.
Les membres du personnel reçoivent une compensation pour ces prestations.
§ 7. Un jour commencé est toujours assimilé à un jour entier de prestations.
Lorsque l'autorité scolaire ou le directeur a décidé, après l'accord d'un collaborateur administratif, de diviser les jours de prestations en demi-jours de prestations, conformément au § 2, un jour commencé est assimilé à un demi-jour de prestations.
§ 8. L'autorité scolaire ou le directeur détermine annuellement le nombre global des jours de prestations visés aux §§ 1, 4, 5 et 6, ainsi que la répartition de ces jours de prestations.
§ 9. L'autorité scolaire ou le directeur informe les membres du personnel intéressés, au plus tard avant les vacances de Noël, de leurs jours de prestations pour l'année calendrier suivante ainsi que de la répartition de ceux-ci.
L'autorité scolaire ou le directeur répartit ces jours de prestations sur les membres du personnel intéressés suivant un tour de rôle qui tient compte autant que possible des possibilités concrètes des intéressés, de la nature de leur fonction et des activités qu'ils peuvent accomplir à l'école, tout en respectant une répartition équitable des tâches.
§ 10. L'élaboration concrète se fait dans le règlement de travail. Dans ce règlement sont également repris les jours auxquels l'école est fermée.
Art. 19. Verloven
Voor het verlenen van de andere wettelijke en reglementaire verloven, afwezigheden en terbeschikkingstellingen waarvoor de personeelsleden in aanmerking komen, volgt het schoolbestuur de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake.
Art. 19. Congés
Pour l'octroi des autres congés légales et réglementaires, des absences et mises en disponibilité pour lesquelles les membres du personnel entrent en considération, l'autorité scolaire respecte les dispositions légales et réglementaires en la matière.
Art. 20. Auteursrechten
§ 1. Het personeelslid dat in uitvoering van de arbeidsovereenkomst werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van de arbeidsovereenkomst, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan het schoolbestuur.
§ 2. De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken. Het schoolbestuur kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
§ 3. Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven.
Art. 20. Droits d'auteur
§ 1er. Le membre du personnel qui, en exécution du contrat de travail, réalise des oeuvres qui relèvent du champ d'application du contrat de travail, conserve tous les droits moraux sur ces travaux et cède à autorité scolaire les droits patrimoniaux sur les oeuvres.
§ 2. Les droits patrimoniaux sont cédés sans indemnisation spécifique, dans leur ensemble légal, pour toutes les formes d'exploitation connues et pour toute la durée de protection des oeuvres. L'autorité scolaire peut exploiter librement ces oeuvres comme bon lui semble et n'est pas obligée de procéder à l'exploitation.
§ 3. Si l'oeuvre est exploitée dans l'avenir sous des formes d'exploitation encore inconnues, la part de bénéfice du membre du personnel sera égale à la part de bénéfice qui est accordée conformément aux conditions du marché applicables au moment de l'exploitation, aux auteurs qui produisent leur oeuvre selon les mêmes formes d'exploitation dans le circuit commercial normal.
Art. 21. Verzekering
§ 1. Het schoolbestuur sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als het schoolbestuur deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
§ 2. Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het schoolbestuur of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet het schoolbestuur instaan voor de juridische bijstand.
Art. 21. Assurance
§ 1er. L'autorité scolaire souscrit pour ses membres du personnel à une assurance responsabilité civile et assistance juridique, de manière que tous les personnels soient assurés dans l'exercice de leur charge si leur responsabilité civile est mise en cause ou une procédure juridique est menée contre eux.
Si l'autorité scolaire ne respecte pas cette obligation, elle doit prendre en charge les frais que le membre du personnel doit couvrir lui-même à défaut de l'assurance précitée.
La police d'assurance précitée doit être facilement consultable pour les personnels.
§ 2. Si un membre du personnel lui-même, à charge d'un tiers qui n'est pas l'autorité scolaire ou un de ses membres, intente une action en dommages-intérêts pour des dommages physiques ou matériels ou le préjudice moral qui en découle, subis dans ou par suite de l'exercice de sa profession, l'autorité scolaire doit assurer l'assistance juridique.
HOOFDSTUK V. - Tucht
CHAPITRE V. - Discipline
Art. 22.. Inbreuken op of tekortkomingen tegenover dit reglement of de plichten voortvloeiend uit het decreet kunnen worden gesanctioneerd in overeenstemming met dit decreet.
Art. 22. Discipline
Des violations ou manquements au présent règlement ou aux obligations découlant du présent décret peuvent être sanctionnés conformément au présent décret.
HOOFDSTUK VI. - Dossier van het personeel
CHAPITRE VI. - Dossier du personnel
Art. 23. Dossier
§ 1. Algemene bepalingen
Het dossier van het personeel omvat een administratief dossier, een evaluatiedossier en, eventueel, een tuchtdossier.
De persoon of personen die het schoolbestuur belast met het houden van de dossiers, en iedere andere persoon die de dossiers mag inkijken, bewaren het ambtsgeheim.
De personeelsleden worden op de hoogte gebracht van wie het dossier mag inkijken. Inzage in het dossier door andere personen dan deze die door het schoolbestuur met het houden van het dossier belast zijn, kan enkel na schriftelijke toestemming van het betrokken personeelslid. Bij toepassing van een procedure inzake tucht zijn de ter zake geldende reglementeringen van toepassing.
Het personeelslid kan zijn dossier op school inzien. Het mag zich hierbij laten vergezellen door een lid van de vakbondsafvaardiging, door een vakbondsleider, door een permanent vakbondsafgevaardigde of door een raadsman. De originele documenten blijven ter plaatse. Op vraag kan het personeelslid hiervan een kopie bekomen, eventueel tegen betaling.
§ 2. Het administratief dossier omvat :
1. een exemplaar van de arbeidsovereenkomst en alle documenten, brieven en stukken i.v.m. de aanwervingsovereenkomst;
2. bij de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur een exemplaar van de overeenkomst van tijdelijke aanstelling van doorlopende duur;
3. bij de vaste benoeming, een exemplaar van de overeenkomst van vaste benoeming;
4. de documenten, brieven en stukken i.v.m. de administratieve toestand van het personeelslid en betreffende de verplichtingen in het kader van de sociale wetgeving.
Het personeelslid wordt door de directeur uitgenodigd kennis te nemen van elk stuk uit zijn administratief dossier en het voor kennisneming te ondertekenen. Het personeelslid heeft het recht, zijn opmerkingen toe te voegen, zijn dossier aan te vullen met bijkomende stukken die het nodig acht en een afschrift te verkrijgen van elk stuk dat hem betreft.
Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming in een afschrift voorzien voor het personeelslid, wordt dit hem onverwijld overhandigd.
De personeelsleden delen aan het schoolbestuur schriftelijk elke wijziging mee in hun persoonlijke toestand die verband houdt met de arbeidsovereenkomst of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats en de cumulaties. Deze inlichtingen worden vooraf of uiterlijk tien kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld en zodra mogelijk gestaafd met de vereiste officiële documenten.
§ 3. Het tuchtdossier
Het tuchtdossier wordt aangelegd conform het decreet door het schoolbestuur of door de personen die zij daartoe aanstelt.
Het tuchtdossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling of in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991.
Niet doorgehaalde tuchtstraffen worden na pensionering van het betrokken personeelslid nog maximaal twee jaar bewaard.
Het tuchtdossier wordt bewaard bij de directeur. Het tuchtdossier van de directeur wordt bewaard bij het schoolbestuur.
§ 4. Het evaluatiedossier
Het evaluatiedossier wordt aangelegd conform het decreet en het van kracht zijnde evaluatiereglement door de eerste evaluator en voor de directeur door het schoolbestuur.
Het evaluatiedossier omvat de stukken die worden verzameld of opgesteld met het oog op de toepassing van de evaluatieregeling in uitvoering van het decreet rechtspositie en het van kracht zijnde evaluatiereglement.
Het evaluatiedossier wordt bewaard bij de eerste evaluator. Het evaluatiedossier van de directeur wordt bewaard bij het schoolbestuur.
Art. 23. Dossier
§ 1er. Dispositions générales
Le dossier du personnel comprend un dossier administratif, un dossier d'évaluation et, éventuellement, un dossier disciplinaire.
La personne ou les personnes chargées de la tenue des dossiers par l'autorité scolaire, et toute autre personne qui peut consulter les dossiers, doivent respecter le secret professionnel.
Les membres du personnel sont informés au sujet des personnes qui sont habilitées à consulter le dossier. Accès au dossier ne peut être accordé à des personnes autres que celles chargées de la tenue du dossier par l'autorité scolaire, qu'après l'accord écrit du membre du personnel intéressé. Dans le cas d'une procédure disciplinaire, les réglementations en vigueur s'appliquent.
Un membre du personnel peut consulter son dossier à l'école. L'intéressé peut se faire accompagner par un membre de la délégation syndicale, un leader syndical, un délégué syndical permanent ou par un conseil. Les documents originaux restent sur les lieux. A la demande du membre du personnel, une copie peut être obtenue, éventuellement contre paiement.
§ 2. Le dossier administratif comporte :
1. un exemplaire du contrat de travail et tous les documents, lettres et pièces relatifs au contrat d'engagement.
2. lors de la désignation temporaire à durée ininterrompue, un exemplaire du contrat de désignation temporaire à durée ininterrompue;
3. lors de la nomination à titre définitif, un exemplaire du contrat de nomination à titre définitif;
4. les documents, lettres et et pièces relatifs à la position administrative du membre du personnel et relatifs aux obligations dans le cadre de la législation sociale.
Le membre du personnel est invité par le directeur à prendre connaissance de chaque pièce de son dossier administratif et à la signer pour prise de connaissance. Le membre du personnel a le droit d'ajouter ses remarques, de compléter son dossier des pièces supplémentaires qu'il juge nécessaires et d'obtenir une copie de toute pièce le concernant.
Si les dossiers destinés au Ministère de l'Enseignement et de la Formation prévoient une copie pour le membre du personnel, celle-ci lui est transmise immédiatement.
Les membres du personnel informent l'autorité scolaire par écrit de toute modification à leur situation personnelle se rapportant au contrat de travail ou à la rémunération, notamment les modifications de l'état civil, de nationalité, de titres de capacité, de composition de la famille, de domicile et des cumuls. Ces informations sont communiquées préalablement ou au plus tard dix jours calendaires après l'entrée en vigueur des modifications et sont appuyées aussitôt que possible par les documents officiels requis.
§ 3. Le dossier disciplinaire
Le dossier disciplinaire est constitué conformément au décret par l'autorité scolaire ou par les personnes qu'elle désigne à cet effet.
Le dossier disciplinaire comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement disciplinaire ou en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 mai 1991.
Les peines disciplinaires non radiées sont conservées pendant deux ans au maximum après la retraite du membre du personnel intéressé.
Le dossier disciplinaire est conservé par le directeur. Le dossier disciplinaire du directeur est conservé par l'autorité scolaire.
§ 4. Le dossier d'évaluation
Le dossier d'évaluation est constitué conformément au décret et au règlement d'évaluation applicable par le premier évaluateur et pour le directeur par l'autorité scolaire.
Le dossier d'évaluation comprend les pièces qui sont réunies ou établies en vue de l'application du règlement d'évaluation en exécution du décret relatif au statut et du règlement d'évaluation en vigueur.
Le dossier d'évaluation est conservé par le premier évaluateur. Le dossier disciplinaire du directeur est conservé par l'autorité scolaire.
HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding
CHAPITRE VII. - Disposition transitoire et entrée en vigueur
Art. 24. Overgang
De personeelsleden die bij het schoolbestuur in dienst getreden zijn vóór de toepassing van dit reglement, zoals aangevuld door het arbeidsreglement van de school, kunnen bij dit schoolbestuur hun rechten doen gelden op het behoud van voordeliger regelingen die voortvloeien uit vroegere overeenkomsten met dit schoolbestuur, voor zover zij niet in strijd zijn met het decreet.
Art. 24. Transition
Les membres du personnel entrés en service auprès de l'autorité scolaire avant l'application du présent règlement, tel que complété par le règlement de travail de l'école, peuvent faire valoir leurs droits auprès de cette autorité scolaire au maintien de régimes plus favorables découlant de contrats antérieurs avec cette autorité scolaire, pour autant qu'ils ne soient pas contraires au décret.
Art. 25. Ingangsdatum
Dit Algemeen Reglement treedt in werking op 1 september 2011.
Art. 25. Entrée en vigueur
Le présent règlement général entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Brussel, 24 maart 2011.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 waarbij algemeen verbindend wordt verklaard het Algemeen Reglement van het personeel van het katholiek gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs met inbegrip van HBO5 verpleegkunde met uitzondering van het volwassen- en deeltijds kunstonderwijs bij beslissing van 30 mei 2012 goedgekeurd door het Centraal Paritair Comité van het gesubsidieerd vrij onderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 24 mars 2011.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand rendant obligatoire le Règlement général des membres du personnel des enseignements fondamental et secondaire ordinaire et spécial catholique, y compris la formation HBO5 de nursing, à l'exception de l'éducation des adultes et de l'enseignement artistique à temps partiel, adopté par décision du 30 mai 2012 du Comité paritaire central de l'enseignement libre subventionné et des services d'encadrement pédagogique.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET