Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2013. - Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2013 en tekstbijwerking tot 05-06-2024)
Titre
21 DECEMBRE 2013. - Loi portant des dispositions fiscales et financières diverses(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2013 et mise à jour au 05-06-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (152)
Texte (152)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Inkomstenbelastingen
TITRE 2. - Impôts sur les revenus
HOOFDSTUK 1. - Vaststelling van de belastbare inkomsten
CHAPITRE 1er. - Détermination des revenus imposables
Afdeling 1. - Diverse bepalingen
Section 1re. - Dispositions diverses
Art.2. In artikel 2, § 1, 5°, b)bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede streepje worden de woorden "de bijlage bij de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990" vervangen door de woorden "bijlage I, deel A, bij de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009" en worden de woorden "gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EG van de Raad van 17 februari 2005," opgeheven;
  2° in het vierde streepje worden de woorden "artikel 3, c)" vervangen door de woorden "bijlage I, deel B".
Art.2. Dans l'article 2, § 1, 5°, b)bis, du Code des impôts sur les revenus 1992, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le deuxième tiret, les mots "l'annexe de la Directive 90/434/CEE du Conseil du 23 juillet 1990" sont remplacés par les mots "l'annexe I, partie A, de la Directive 2009/133/CE du Conseil du 19 octobre 2009" et les mots "modifiée par la Directive 2005/19/CE du Conseil du 17 février 2005," sont abrogés;
  2° dans le quatrième tiret, les mots "l'article 3, c)" sont remplacés par les mots "l'annexe Ire, partie B".
Art.3. In artikel 36, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
  "De Koning bepaalt jaarlijks de referentie-CO2-uitstoot in functie van de gemiddelde CO2-uitstoot over een periode van 12 opeenvolgende maanden die eindigt op 30 september van het jaar voorafgaand aan het belastbaar tijdperk ten opzichte van de gemiddelde CO2-uitstoot van het referentiejaar 2011 volgens de modaliteiten die hij vastlegt. De gemiddelde CO2-uitstoot wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot van de voertuigen bedoeld in artikel 65 die als nieuw zijn ingeschreven.".
Art.3. Dans l'article 36, § 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 29 mars 2012, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Le Roi détermine chaque année l'émission de référence-CO2 en fonction de l'émission CO2 moyenne sur une période de 12 mois consécutifs se terminant le 30 septembre de l'année qui précède la période imposable par rapport à l'émission CO2 moyenne de l'année de référence 2011 selon les modalités qu'Il fixe. L'émission CO2 moyenne est calculée sur la base de l'émission CO2 des véhicules visés à l'article 65 qui sont nouvellement immatriculés.".
Art.4. In artikel 56, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994, 22 december 1998 en 14 april 2011, wordt de bepaling opgenomen onder f hersteld als volgt :
  "f) de Europese Investeringsbank;".
Art.4. A l'article 56, § 2, 2°, du même Code, modifié par les lois des 6 juillet 1994, 22 décembre 1998 et 14 avril 2011, le f est rétabli comme suit :
  "f) la Banque européenne d'investissement;".
Art.5. Artikel 14533, § 1, 1°, f, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, wordt vervangen als volgt :
  "f) aan het Rode Kruis van België of aan een nationale afdeling van het Rode Kruis in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, aan de Koning Boudewijnstichting, aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht, aan het Paleis voor Schone Kunsten, aan de Koninklijke Muntschouwburg en aan het Nationaal Orkest van België;".
Art.5. L'article 14533, § 1er, 1°, f, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "f) à la Croix-Rouge de Belgique ou à une section nationale de la Croix-Rouge dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen, à la Fondation Roi Baudouin, au Centre européen pour Enfants disparus et Sexuellement exploités - Belgique - Fondation de droit belge, au Palais des Beaux-Arts, au Théâtre royal de la Monnaie et à l'Orchestre national de Belgique;".
Art.6. In artikel 180, 2° van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "Antwerpen, Oostende en Gent" vervangen door de woorden, "Antwerpen en Oostende, de naamloze vennootschap van publiek recht Havenbedrijf Gent".
Art.6. Dans l'article 180, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2006, les mots "Anvers, Ostende et Gand" sont remplacés par les mots "Anvers et Ostende, la société anonyme de droit public Havenbedrijf Gent".
Art.7. In artikel 205ter van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2006, 22 december 2009 en 14 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "de §§ 2 tot 7" vervangen door de woorden "de §§ 2 tot 5";
  2° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven;
  3° in de inleidende zin van § 4, die § 2 wordt, inleidende zin, worden de woorden "de §§ 1 tot 3" vervangen door de woorden "de § 1";
  4° in § 5, die § 3 wordt, worden de woorden "de §§ 1 tot 4" vervangen door de woorden "de §§ 1 en 2" en de woorden "de §§ 2 tot 4" vervangen door de woorden " § 2";
  5° in § 6, die § 4 wordt, worden de woorden "de §§ 1 en 3 tot 5" vervangen door de woorden "de §§ 1 tot 3" en wordt het tweede lid opgeheven;
  6° paragraaf 7 wordt paragraaf 5;
  7° paragraaf 8 wordt paragraaf 6.
Art.7. A l'article 205ter du même Code, modifié par les lois des 23 décembre 2006, 22 décembre 2009 et 14 avril 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "des §§ 2 à 7" sont remplacés par les mots "des §§ 2 à 5";
  2° les paragraphes 2 et 3 sont abrogés;
  3° dans la phrase liminaire du § 4, qui devient le § 2, les mots "aux §§ 1er à 3" sont remplacés par les mots "au § 1er";
  4° au § 5, qui devient le § 3, les mots "aux §§ 1er à 4" sont remplacés par les mots "aux §§ 1er et 2" et les mots "aux §§ 2 à 4" sont remplacés par les mots "au § 2";
  5° au § 6, qui devient le § 4, les mots "aux §§ 1er et 3 à 5" sont remplacés par les mots "aux § 1er à 3" et l'alinéa 2 est abrogé;
  6° le paragraphe 7 devient le paragraphe 5;
  7° le paragraphe 8 devient le paragraphe 6.
Art.8. Artikel 205quinquies van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 13 december 2012, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 205quinquies. Wanneer de vennootschap in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte beschikt over één of meer vaste inrichtingen, over onroerende goederen die niet behoren tot een vaste inrichting of over rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen waarvan de inkomsten zijn vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, wordt de overeenkomstig artikel 205bis bepaalde aftrek verminderd met het laagste van de twee volgende bedragen :
  1° het bedrag bepaald overeenkomstig het derde lid;
  2° het positieve resultaat afkomstig van deze vaste inrichtingen, deze onroerende goederen en deze rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen zoals vastgesteld in dit Wetboek.
  Wanneer de vennootschap in een Staat die geen deel uit maakt van de Europese Economische Ruimte beschikt over één of meer vaste inrichtingen, over onroerende goederen die niet behoren tot een vaste inrichting of over rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen waarvan de inkomsten zijn vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, wordt de overeenkomstig artikel 205bis bepaalde aftrek verminderd met het bedrag bepaald overeenkomstig het derde lid.
  Het in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag wordt bepaald door het tarief bedoeld in artikel 205quater te vermenigvuldigen met het positieve verschil, vastgesteld op het einde van het voorgaande belastbaar tijdperk onder voorbehoud van de bepalingen uit artikel 205ter, §§ 2 tot 5, tussen enerzijds de netto boekwaarde van de activabestanddelen van de buitenlandse vaste inrichtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld in respectievelijk het eerste en het tweede lid, met uitzondering van de aandelen en deelnemingen bedoeld in artikel 205ter, § 1, tweede lid, en anderzijds het totaal van de passivabestanddelen die niet behoren tot het eigen vermogen van de vennootschap en die aanrekenbaar zijn op de vaste inrichtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld in respectievelijk het eerste of tweede lid.".
Art.8. L'article 205quinquies du même Code, abrogé par la loi du 13 décembre 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 205quinquies. Lorsque la société dispose dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen d'un ou plusieurs établissements stables, d'immeubles ou de droits relatifs à de tels immeubles, non affectés à un établissement stable dont les revenus sont exonérés en vertu de conventions préventives de la double imposition, la déduction, déterminée conformément à l'article 205bis, est diminuée du plus petit des deux montants suivants :
  1° le montant déterminé conformément à l'alinéa 3;
  2° le résultat positif généré par ces établissements stables, ces immeubles et ces droits relatifs à de tels immeubles déterminé conformément au présent Code.
  Lorsque la société dispose dans un Etat qui ne fait pas partie de l'Espace économique européen d'un ou plusieurs établissements stables, d'immeubles ou de droits relatifs à de tels immeubles, non affectés à un établissement stable étranger dont les revenus sont exonérés en vertu de conventions préventives de la double imposition, la déduction, déterminée conformément à l'article 205bis, est diminuée du montant déterminé conformément à l'alinéa 3.
  Le montant visé aux alinéas 1er et 2 est déterminé en multipliant le taux visé à l'article 205quater avec la différence positive déterminée à la fin de la période imposable précédente, sous réserve des dispositions de l'article 205ter, §§ 2 à 5, entre, d'une part, la valeur comptable nette des éléments d'actif de ces établissements stables étrangers, immeubles ou droits, visés à respectivement l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, à l'exception des actions, parts et participations visées à l'article 205ter, § 1er, alinéa 2, et d'autre part, le total des éléments de passif qui ne font pas partie des capitaux propres de la société et qui sont imputables à ces établissements stables, immeubles ou droits, visés à respectivement l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2.".
Art.9. In de inleidende zin van artikel 231, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2008, worden de woorden "door de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990" vervangen door de woorden "door de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009".
Art.9. Dans la phrase liminaire de l'article 231, § 2, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 11 décembre 2008, les mots "par la Directive 90/434/CEE du Conseil du 23 juillet 1990" sont remplacés par les mots "par la Directive 2009/133/CE du Conseil du 19 octobre 2009".
Art.10. In artikel 269, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2012, worden de woorden "andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2° tot 5° " vervangen door de woorden "andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2° tot 4° ".
Art.10. Dans l'article 269, § 1er, 1°, du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2012, les mots "autres que ceux visés aux 2° à 5° " sont remplacés par les mots "autres que ceux visés aux 2° à 4° ".
Art.11. In artikel 2753, § 1, zesde lid, vierde streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden "onderzoeks- en ontwikkelings-programma's" vervangen door de woorden "onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's".
Art.11. Dans l'article 2753, § 1er, alinéa 6, quatrième tiret, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, les mots "programmes de recherche et de développement" sont remplacés par les mots "projets ou programmes de recherche ou de développement".
Art.12. In artikel 304, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de woorden "219 en 219bis" vervangen door de woorden "219 tot 219ter".
Art.12. Dans l'article 304, § 2, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et modifié par la loi du 4 mai 1999 et par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, les mots "219 et 219bis" sont remplacés par les mots "219 à 219ter".
Art.13. Artikel 535 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 535. Artikel 14524, § 2, zoals het bestond voor het werd opgeheven bij artikel 41 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, blijft van toepassing voor de belastingplichtigen die zich vóór 1 januari 2012 contractueel hebben verbonden tot het verwerven van een in dit artikel bedoelde woning of tot het uitvoeren van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden.
  Artikel 178 is van toepassing op de bedragen opgenomen in artikel 14524, § 2, zevende lid, zoals het bestond voor het werd opgeheven bij artikel 41 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen.
  De erkenningen als bedoeld in artikel 6311bis, § 1, eerste lid, KB/WIB 92 blijven gelden voor de aflevering van de certificaten in uitvoering van dit artikel.".
Art.13. L'article 535 du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 2011, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 535. L'article 14524, § 2, tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 41 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, reste applicable pour les contribuables qui se sont contractuellement engagés avant le 1er janvier 2012 à acquérir une habitation visée dans cet article, ou pour exécuter des travaux visés dans cet article.
  L'article 178 est applicable aux montants repris dans l'article 14524, § 2, alinéa 7, tel qu'il existait avant d'être abrogé par l'article 41 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses.
  Les agréments visés à l'article 6311bis, § 1er, alinéa 1er, AR/CIR 92, restent valables pour la délivrance des certificats en exécution du présent article.".
Art.14. In artikel 42 van de wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
  "Art. 42. Artikel 40 is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2013.
  In afwijking van het eerste lid blijft, wat de in 2013 gedane uitgaven betreft, het maximumbedrag van de uitgaven bepaald in artikel 14521, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestond voor te zijn gewijzigd bij artikel 40 van deze wet, van toepassing wanneer de uitgaven gedaan voor 1 juli 2013 het maximumbedrag van 920 EUR per belastingplichtige reeds overschrijden. In dit geval komen de vanaf 1 juli 2013 gedane uitgaven evenwel niet meer in aanmerking voor een vermindering.".
Art.14. Dans l'article 42 de la loi du 30 juillet 2013 portant des dispositions diverses, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  "Art. 42. L'article 40 est applicable aux dépenses faites à partir du 1er janvier 2013.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le montant maximum des dépenses prévu à l'article 14521, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il existait avant d'être modifié par l'article 40 de la présente loi, reste applicable lorsque les dépenses faites avant le 1er juillet 2013 dépassent déjà le montant maximum de 920 EUR par contribuable. Dans ce cas, les dépenses faites à partir du 1er juillet 2013 ne seront toutefois plus prises en considération pour une réduction.".
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende Tewerkstellingszones en Coördinatiecentra
Section 2. - Dispositions relatives aux Zones d'emploi et Centres de coordination
Art.15. In artikel 205octies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de bepalingen onder 1° en 2° opgeheven.
Art.15. Dans l'article 205octies du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, les points 1° et 2° sont abrogés.
Art.16. Artikel 215, derde lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, wordt opgeheven.
Art.16. L'article 215, alinéa 3, 5°, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, est abrogé.
Art.17. Het koninklijk besluit nr. 118 van 23 december 1982 betreffende de oprichting van tewerkstellingszones, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1984, 1 augustus 1985 en 30 december 1988, wordt opgeheven.
Art.17. L'arrêté royal n° 118 du 23 décembre 1982 relatif à la création des zones d'emploi, modifié par les lois des 27 décembre 1984, 1er août 1985 et 30 décembre 1988, est abrogé.
Art.18. Het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt opgeheven.
  Ingeval de periode van erkenning nog niet zou zijn verstreken op 31 december 2010, houdt de erkenning op uitwerking te hebben op deze datum en geeft dat feit geen aanleiding tot toekenning van enigerlei compensatie.
Art.18. L'arrêté royal n° 187 du 30 décembre 1982 relatif à la création des centres de coordination, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, est abrogé.
  Dans l'éventualité où la période d'agrément ne serait pas encore expirée au 31 décembre 2010, l'agrément prend fin à cette date et ce fait ne donne pas lieu à l'octroi d'une quelconque compensation.
Art.19. Artikel 29 van de wet van 11 april 1983, houdende fiscale en begrotingsbepalingen wordt opgeheven.
Art.19. L'article 29 de la loi du 11 avril 1983, portant des dispositions fiscales et budgétaires est abrogé.
Art.20. In artikel 77, § 1, 1°, van de herstelwet van 31 juli 1984, worden de woorden "de coördinatiecentra erkend overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra, en de ondernemingen die genieten van de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 118 van 23 december 1982 betreffende de oprichting van tewerkstellingszones" opgeheven.
Art.20. Dans l'article 77, § 1er, 1°, de la loi de redressement du 31 juillet 1984, les mots "des centres de coordination agréés conformément à l'arrêté royal n° 187 du 30 décembre 1982 relatif à la création de centres de coordination, et des entreprises bénéficiant des dispositions de l'arrêté royal n° 118 du 23 décembre 1982 relatif à la création de zones d'emploi" sont abrogés.
Art.21. In artikel 2, 1°, van de wet van 22 mei 2001, betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, worden de woorden ", met uitzondering van de vennootschappen onderworpen aan het bijzondere stelsel van de coördinatiecentra" opgeheven.
Art.21. Dans l'article 2, 1°, de la loi du 22 mai 2001, relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés, les mots ", à l'exception des sociétés soumises au régime particulier des centres de coordination" sont abrogés.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding
Section 3. - Entrée en vigueur
Art.22. Artikel 3 is van toepassing voor het bepalen van de voordelen toegekend vanaf 1 januari 2014.
  Artikel 4 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2014 betaalde of toegekende sommen.
  Artikel 5 is van toepassing op de giften die worden gedaan vanaf 1 januari 2014.
  Artikel 6 treedt in werking vanaf de omvorming van het havenbedrijf van Gent tot naamloze vennootschap van publiek recht.
  Artikel 10 is van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2013.
  De artikelen 7, 8 en 12 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
  Artikel 13 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013.
Art.22. L'article 3 est applicable pour la détermination des avantages attribués à partir du 1er janvier 2014.
  L'article 4 est applicable aux sommes payées ou attribuées à partir du 1er janvier 2014.
  L'article 5 est applicable aux libéralités effectuées à partir du 1er janvier 2014.
  L'article 6 entre en vigueur à partir de la date de transformation de la régie portuaire de Gand en une société anonyme de droit public.
  L'article 10 est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2013.
  Les articles 7, 8 et 12 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2014.
  L'article 13 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2013.
HOOFDSTUK 2. - Vestiging van de belasting
CHAPITRE 2. - Etablissement de l'impôt
Art.23. In artikel 315, tweede lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden "betreffende de in artikel 307, § 1, tweede lid, vermelde rekeningen;" vervangen door de woorden "betreffende de in artikel 307, § 1, tweede lid en derde lid, vermelde rekeningen en levensverzekeringsovereenkomsten;".
Art.23. Dans l'article 315, alinéa 2, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 1996, les mots "relatifs aux comptes visés à l'article 307, § 1er, alinéa 2;" sont remplacés par les mots "relatifs aux comptes et contrats d'assurance-vie visés à l'article 307, § 1er, alinéas 2 et 3;".
Art.24. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 315ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 315ter. De ambtenaren van de administratie bevoegd voor de inkomstenbelastingen hebben het recht om de boeken en bescheiden die overeenkomstig artikel 315 moeten worden voorgelegd, te behouden, telkens wanneer zij menen dat de boeken en bescheiden nodig zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten van de belastingplichtige of van derden te bepalen.
  Dat recht bestaat niet ten aanzien van de boeken die niet zijn afgesloten.
  De in het eerste lid bedoelde retentie maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal van retentie dat bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het eerste lid bedoelde persoon uitgereikt.".
Art.24. Dans le même Code, il est inséré un article 315ter rédigé comme suit :
  "Art. 315ter. Les agents de l'administration qui est en charge des impôts sur les revenus ont le droit de retenir les livres et documents, qui doivent être communiqués conformément à l'article 315, chaque fois qu'ils estiment que ces livres et documents sont nécessaires pour déterminer le montant des revenus imposables du contribuable ou des tiers.
  Ce droit ne s'étend pas aux livres qui ne sont pas clôturés.
  La rétention visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'un procès-verbal de rétention qui fait foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie de ce procès-verbal est délivrée à la personne visée à l'alinéa 1er dans les cinq jours ouvrables qui suivent celui de la rétention.".
Art.25. In artikel 317 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", 315ter" ingevoegd tussen de woorden "315bis, eerste tot derde lid" en de woorden "en 316".
Art.25. Dans l'article 317 du même Code, les mots "315ter" sont insérés entre les mots "315bis, alinéas 1er à 3," et les mots "et 316".
Art.26. In artikel 318 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de woorden "de artikelen 315, 315bis en 316" telkens vervangen door de woorden "de artikelen 315, 315bis, 315ter en 316".
Art.26. Dans l'article 318 du même Code, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et modifié par la loi du 20 juillet 2006, les mots "des articles 315, 315bis et 316" sont chaque fois remplacés par les mots "des articles 315, 315bis, 315ter et 316".
Art.27. In artikel 333/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 2011 en gewijzigd bij de wet van 7 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid, vernietigd bij arrest 66/2013 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt :
  "Het eerste lid is niet van toepassing op de vragen vanwege een in artikel 322, § 4, bedoelde buitenlandse Staat indien de buitenlandse Staat uitdrukkelijk vraagt de belastingplichtige niet in kennis te stellen wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn. De kennisgeving gebeurt in dit geval post factum bij aangetekende brief uiterlijk binnen 90 dagen na het verzenden van de in het eerste lid vermelde vraag om inlichtingen maar niet eerder dan 60 dagen na het verzenden van de inlichtingen aan de buitenlandse Staat.";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :
  "Het eerste lid is evenmin van toepassing op de vragen vanwege de in artikel 322, § 4, bedoelde buitenlandse administraties indien de buitenlandse Staat aantoont zelf reeds een kennisgeving aan de belastingplichtige te hebben verstuurd.".
Art.27. A l'article 333/1, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 14 avril 2011 et modifié par la loi du 7 novembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3, annulé par l'arrêt 66/2013 de la Cour constitutionnelle est remplacé par ce qui suit :
  "L'alinéa 1er ne s'applique pas aux demandes de renseignements provenant d'un Etat étranger telles que visées à l'article 322, § 4, lorsque l'Etat étranger demande expressément que le contribuable ne soit pas mis au courant de sa demande, lorsque les droits du Trésor sont en péril. Dans ce cas la notification s'effectue post factum par envoi recommandé, au plus tard dans les 90 jours après l'envoi de la demande de renseignements visée à l'alinéa 1er mais pas avant le 60ème jour après l'envoi des informations à l'Etat étranger.";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 4, rédigé comme suit :
  "L'alinéa 1er n'est pas d'application aux demandes de renseignements provenant d'administrations étrangères telles que visées à l'article 322, § 4, lorsque l'Etat étranger démontre qu'il a déjà lui-même envoyé une notification au contribuable.".
Art.28. In artikel 376, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd door de wet van 6 mei 2009, wordt het woord "146" vervangen door het woord "1451".
Art.28. Dans l'article 376, § 3, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et modifié par la loi du 6 mai 2009, le mot "146" est remplacé par le mot "1451".
Art.29. Artikel 23 treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 28 is van toepassing op ambtshalve ontheffingen met betrekking tot aanslagjaar 2014 en volgende.
Art.29. L'article 23 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  L'article 28 est applicable aux dégrèvements d'office relatifs à l'exercice d'imposition 2014 et suivants.
HOOFDSTUK 3. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake bedrijfsvoorheffing
CHAPITRE 3. - Confirmation des arrêtés royaux en matière de précompte professionnel
Art.30. Bekrachtigd worden met ingang van de dag van hun respectieve inwerkingtreding :
  1° het koninklijk besluit van 5 december 2011 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
  2° het koninklijk besluit van 6 juni 2012 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
  3° het koninklijk besluit van 11 december 2012 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
  4° het koninklijk besluit van 4 maart 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing;
  5° het koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing.
Art.30. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective :
  1° l'arrêté royal du 5 décembre 2011 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
  2° l'arrêté royal du 6 juin 2012 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
  3° l'arrêté royal du 11 décembre 2012 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
  4° l'arrêté royal du 4 mars 2013 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
  5° l'arrêté royal du 23 mai 2013 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92.
Art.31. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.31. Ce chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 3. - Belasting over de toegevoegde waarde
TITRE 3. - Taxe sur la valeur ajoutée
HOOFDSTUK 1. - Intracommunautaire verwervingen
CHAPITRE 1er. - Acquisitions intracommunautaires
Art.32. Artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en opgeheven bij de wet van 29 december 2010, wordt hersteld als volgt :
  "1° de intracommunautaire verwervingen van goederen waarvan de levering in België krachtens artikel 42, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, 1° tot 8°, zou worden vrijgesteld;".
Art.32. L'article 25ter, § 1er, alinéa 2, 1°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et abrogé par la loi du 29 décembre 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "1° les acquisitions intracommunautaires de biens dont la livraison en Belgique serait exemptée en vertu de l'article 42, §§ 1er, 2 et 3, alinéa 1er, 1° à 8° ;".
Art.33. In artikel 42, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepalingen onder 1° tot 3° en onder 5°, 7° en 8°, worden de woorden "de intracommunautaire verwervingen en" opgeheven;
  b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° de leveringen, de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor de andere dan in 3° bedoelde internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, voor zover in zulke vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België toegetreden is;";
  c) in de bepaling onder 6° worden de woorden "en de intracommunautaire verwervingen" opgeheven.
Art.33. A l'article 42, § 3, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 29 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans les 1° à 3° et 5° à 8°, les mots ", les acquisitions intracommunautaires" sont abrogés;
  b) le 4° est remplacé par ce qui suit :
  "4° les livraisons, les importations de biens et les prestations de services destinées aux organismes internationaux, autres que ceux visés au 3° et aux fonctionnaires appartenant à ces organismes, dans la mesure où l'exemption est prévue par une convention à laquelle la Belgique fait partie;";
  c) dans le texte néerlandais du 6°, les mots "en de intracommunautaire verwervingen" sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines
CHAPITRE 2. - Outillages et machines fixés à demeure
Art.34. In artikel 44, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 april 2011, wordt de bepaling onder 2°, a) aangevuld met een streepje, luidende :
  "- de terbeschikkingstelling van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines;".
Art.34. A l'article 44, § 3, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 avril 2011, le 2°, a) est complété par un tiret rédigé comme suit :
  "- la mise à disposition d'outillages et de machines fixés à demeure;".
HOOFDSTUK 3. - Harmonisatie van onderzoeksbevoegdheid
CHAPITRE 3. - Harmonisation des pouvoirs d'investigation
Art.35. In artikel 61 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2, vervangen bij de wet van 17 december 2012, vervangen als volgt :
  " § 2. De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde heeft het recht om de boeken, facturen, kopieën van facturen en andere stukken of hun kopieën, die overeenkomstig artikel 60 moeten worden bewaard, te behouden, telkens wanneer zij meent dat de boeken, stukken of kopieën de verschuldigdheid van een belasting of een geldboete in hoofde van de betrokkene of van derden aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen.
  Dat recht bestaat niet ten aanzien van de boeken die niet zijn afgesloten. Wanneer die boeken in een elektronisch formaat worden bewaard, heeft de voornoemde administratie het recht zich kopieën van die boeken te doen overhandigen onder de door haar gewenste vorm.
  De in het eerste lid bedoelde retentie maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal van retentie dat bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het eerste lid bedoelde persoon uitgereikt.".
Art.35. Dans l'article 61 du même Code, le paragraphe 2, remplacé par la loi du 17 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. L'administration en charge de la taxe sur la valeur ajoutée a le droit de retenir les livres, factures, copies de factures et autres documents ou leur copie qu'une personne doit conserver conformément à l'article 60, chaque fois qu'elle estime que ces livres, documents ou copies établissent ou concourent à établir la débition d'une taxe ou d'une amende à sa charge ou à la charge de tiers.
  Ce droit ne s'étend pas aux livres qui ne sont pas clôturés. Lorsque ces livres sont conservés sous un format électronique, l'administration précitée a le droit de se faire remettre des copies de ces livres dans la forme qu'elle souhaite.
  La rétention visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'un procès-verbal de rétention qui fait foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie de ce procès-verbal est délivrée à la personne visée à l'alinéa 1er dans les cinq jours ouvrables qui suivent celui de la rétention.".
HOOFDSTUK 4. - Territoriaal toepassingsgebied van de Richtlijn 2006/112/EG
CHAPITRE 4. - Champ d'application de la Directive 2006/112/CE
Art.36. In artikel 1, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 augustus 1995, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° de Franse ultraperifere gebieden vermeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;".
Art.36. Dans l'article 1er, § 4, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par l'arrêté royal du 7 août 1995, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° les régions ultrapériphériques françaises énumérées aux articles 349 et 355, paragraphe 1er, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne;".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art.37. De artikelen 33 tot 36 treden in werking op 1 januari 2014.
Art.37. Les articles 33 à 36 entrent en vigueur le 1er janvier 2014.
TITEL 4. - Modernisering van de patrimoniumdocumentatie
TITRE 4. - Modernisation de la documentation patrimoniale
HOOFDSTUK 1. - Rechtszekerheid - Betere identificatie van de partijen in de akten onderworpen aan de hypothecaire openbaarmaking en aan de formaliteit van de registratie
CHAPITRE 1er. - Sécurité juridique - Meilleure identification des parties dans les actes soumis à la publicité hypothécaire et à la formalité de l'enregistrement
Art.38. In artikel 12 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999, 1 maart 2007 en 6 mei 2009, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Alle akten vermelden de naam, de gebruikelijke voornaam en de standplaats van de notaris die ze opmaakt. Een geassocieerde notaris vermeldt deze hoedanigheid en de zetel van de vennootschap in plaats van zijn standplaats. De partijen worden in de akte vermeld met hun naam, gevolgd door hun voornamen, hun plaats en datum van geboorte en hun woonplaats. De partijen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer van het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, behoudens wanneer de akte wordt verleden buiten het kantoor van de notaris en het nummer niet beschikbaar is op het voorgelegde identiteitsbewijs. Ingeval de waarmerking op basis van de identiteitskaart gebeurt, volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd.".
Art.38. Dans l'article 12 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, modifié par les lois des 4 mai 1999, 1er mars 2007 et 6 mai 2009, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Tous les actes doivent énoncer les nom, prénom usuel et lieu de résidence du notaire qui les reçoit. Un notaire associé énonce cette qualité et le siège de la société au lieu de sa résidence. Les parties sont désignées dans l'acte par leur nom, suivis de leurs prénoms, lieu et date de naissance et domicile. Les parties qui disposent d'un numéro du registre national ou auxquelles un numéro d'identification du registre bis a été attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, sont en outre désignées avec ce numéro, sauf si l'acte est reçu en dehors de l'étude du notaire et que le numéro n'est pas disponible sur la pièce d'identité qui est présentée. En cas de certification établie sur la base de la carte d'identité, il suffit de mentionner les deux premiers prénoms au lieu de reprendre tous les prénoms. Les prénoms sont mentionnés dans l'ordre où ils figurent dans le document qui a servi à l'identification.".
Art.39. In artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De personen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer in het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar of de aanvrager hierover beschikt. Hetzelfde geldt voor het geval waarin dit nummer na het verlijden van de akte of het stuk maar vóór het aanbieden ervan wordt bekomen. Dit identificatienummer kan ook onderaan de akte worden vermeld.";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in de registers van de burgerlijke stand noch" geschrapt;
  4° in paragraaf 3 wordt het woord "expeditie" vervangen door het woord "uitgifte".
Art.39. A l'article 139 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, inséré par la loi du 9 février 1995, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les phrases suivantes :
  "Les personnes qui disposent d'un numéro de registre national ou auxquelles un numéro d'identification dans le registre bis a été attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale, sont aussi identifiées par ce numéro, à condition que le fonctionnaire instrumentant ou le requérant en dispose. Ceci vaut aussi dans le cas où ce numéro est obtenu après la passation de l'acte ou du document mais avant sa présentation. Ce numéro d'identification peut aussi être mentionné au pied de l'acte.";
  2° dans le texte néerlandais du paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "expedities" est remplacé par le mot "uitgiften";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "les registres de l'état civil ni au" sont remplacés par le mot "le";
  4° dans le texte néerlandais du paragraphe 3, le mot "expeditie" est remplacé par le mot "uitgifte".
Art.40. In artikel 140 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden in het eerste lid de woorden "bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen," ingevoegd tussen de woorden "het ondernemingsnummer" en de woorden "indien deze".
Art.40. Dans l'article 140 de la même loi, inséré par la loi du 9 février 1995, dans alinéa 1er, les mots "visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions," sont insérés entre les mots "numéro d'entreprise" et les mots ", si elle est".
Art.41. Artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 20 februari 1991 en 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "Elke schriftelijke huurovereenkomst moet, afgezien van alle andere modaliteiten, het volgende inhouden :
  1° voor de natuurlijke personen, hun naam, hun eerste twee voornamen, hun woonplaats en hun datum en plaats van geboorte;
  2° voor de rechtspersonen, hun maatschappelijke naam en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; bij gebrek aan toekenning van het voormelde identificatienummer, wordt dit vervangen door hun maatschappelijke zetel.
  Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte.
  De partij die zijn verplichting tot identificatie met het in het tweede lid beoogde nummer niet nakomt, draagt alle gevolgen van het gebrek aan registratie van de huurovereenkomst.".
Art.41. L'article 1714 du Code civil, modifié par les lois du 20 février 1991 et du 25 avril 2007, est complété par 3 alinéas rédigés comme suit :
  "Tout bail écrit contient, indépendamment de toutes autres modalités :
  1° pour les personnes physiques, leurs nom, deux premiers prénoms, leurs domicile et date et lieu de naissance;
  2° pour les personnes morales, leur dénomination sociale et, le cas échéant, leur numéro d'entreprise visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions; à défaut de s'être vu attribuer le numéro d'identification précité, ceci est remplacé par leur siège social.
  Lorsqu'une partie à un tel acte ne s'est pas encore vu attribuer de numéro d'entreprise, elle le certifie dans l'acte ou dans une déclaration complétive signée au pied de l'acte.
  La partie qui manque à son obligation d'identification par le numéro visé à l'alinéa 2, supporte toutes les conséquences de l'absence d'enregistrement du bail.".
Art.42. In artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009, wordt de verwijzing naar de artikelen "40, 171 en 172" vervangen door "40, 168, 171 en 172";
  2° het vierde lid, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009, wordt aangevuld met de woorden ", waaronder in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.".
Art.42. A l'article 2 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, inséré par la loi du 22 décembre 2009, la référence aux articles "40, 171 et 172" est remplacée par "40, 168, 171 et 172";
  2° l'alinéa 4, inséré par la loi du 22 décembre 2009, est complété par les mots ", dont en particulier, pour chaque partie à l'acte, son numéro d'identification dans le Registre national ou son numéro d'identification dans le registre bis, attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ou encore, pour une personne morale, son numéro d'entreprise visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions.".
Art.43. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 2bis. De registratie van de notariële akten vereist de vermelding van het identificatienummer of het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor elke partij bij de akte, wanneer dit nummer beschikbaar is.
  Deze vermelding geschiedt in de akte of, ten laatste bij de aanbieding ervan ter registratie, in een aanvullende verklaring onderaan de akte, getekend door de betrokken partij of door de instrumenterende notaris, in haar naam.".
Art.43. Dans le même Code, il est inséré un article 2bis rédigé comme suit :
  "Art. 2bis. L'enregistrement des actes notariés est subordonné à la mention du numéro d'identification ou du numéro d'entreprise, visé à l'article 2, alinéa 4, de chacune des parties à l'acte, lorsque ce numéro est disponible.
  Cette mention est faite dans l'acte ou, au plus tard lors de sa présentation à l'enregistrement, dans une déclaration complétive au pied de l'acte, signée par la partie intéressée ou, en son nom, par le notaire instrumentant.".
Art.44. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 2ter. De vermeldingsplicht bedoeld in artikel 2bis, eerste lid, geldt ook voor de registratie van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, wat betreft rechtspersonen.
  Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte.".
Art.44. Dans le même Code, il est inséré un article 2ter rédigé comme suit :
  "Art. 2ter. L'obligation de mention visée à l'article 2bis, alinéa 1er, s'applique aussi pour l'enregistrement des actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3°, en ce qui concerne des personnes morales.
  Lorsqu'une partie à un tel acte ne s'est pas encore vu attribuer de numéro d'entreprise, elle le certifie dans l'acte ou dans une déclaration complétive signée au pied de l'acte.".
HOOFDSTUK 2. - Andere wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - Wijziging van het Wetboek der successierechten
CHAPITRE 2. - Autres modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe - Modification du Code des droits de succession
Art.45. In het Wetboek der registratie-, hypotheek-en griffierechten wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 5bis. Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen.
  De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.
  De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen.".
Art.45. Dans le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, il est inséré un article 5bis rédigé comme suit :
  "Art. 5bis. Lorsqu'un acte présenté de manière dématérialisée est soumis obligatoirement à la formalité de l'enregistrement et à celle de la transcription hypothécaire, il est présenté simultanément et dans les conditions légales aux deux formalités, sauf lorsque les délais pour les deux formalités diffèrent.
  La règle établie par l'alinéa 1er s'applique également pour la présentation d'un acte papier qui est soumis obligatoirement à la formalité de l'enregistrement et à celle de la transcription hypothécaire en application de l'article 1er, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.
  Le receveur refuse l'enregistrement de l'acte tant que le conservateur des hypothèques du bureau des hypothèques ayant le même ressort que le bureau de l'enregistrement refuse d'exécuter la formalité de la transcription pour un acte visé à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.".
Art.46. In artikel 6 van hetzelfde Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Een buiten de openingsuren van de kantoren aangeboden akte of geschrift, wordt geacht aangeboden te zijn bij de eerstvolgende opening van de kantoren.".
Art.46. Dans l'article 6 du même Code, il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa rédigé comme suit :
  "Un acte ou un écrit présenté en dehors des heures d'ouverture des bureaux, est réputé présenté lors de la première ouverture des bureaux qui suit.".
Art.47. In artikel 26 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 juli 1960 en gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963 en 14 januari 2013, wordt het laatste lid vervangen als volgt :
  "De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing :
  1° in geval van aanhechting of van neerlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand;
  2° in geval van aanhechting of van neerlegging van een plan dat is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op voorwaarde dat de akte, of een door de partijen of de instrumenterende ambtenaar, in hun naam, ondertekende verklaring onderaan de akte, verwijst naar deze opname met vermelding van het refertenummer van het plan en bevestigt dat het plan nadien niet is gewijzigd.".
Art.47. Dans l'article 26 du même Code, remplacé par la loi du 12 juillet 1960 et modifié par les lois des 5 juillet 1963 et 14 janvier 2013, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  "L'obligation visée à l'alinéa 1er n'est pas applicable :
  1° en cas d'annexe ou de dépôt d'actes judiciaires ou d'actes de l'Etat civil, passés en Belgique, en minute, expédition, copie ou extrait;
  2° en cas d'annexe ou de dépôt d'un plan qui est repris dans la base de données des plans de délimitation de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale, à condition que l'acte, ou une déclaration au pied de l'acte signée par les parties ou, en leur nom, par le fonctionnaire instrumentant, fasse référence à cette reprise, mentionne le numéro de référence du plan et certifie que ce plan n'a pas été modifié depuis lors.".
Art.48. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 2 februari 1983 en 22 december 1989, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden :
  ", behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke deze termijn twee maanden is;";
  2° hetzelfde 1° wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de notaris van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid;";
  3° een 3° bis wordt ingevoegd, luidende :
  "3° bis voor akten van bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke de termijn twee maanden is.
  Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de bestuursoverheden of agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen, van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid.";
  4° in het 4°, gewijzigd bij de wet van 25 juni 1973, wordt het woord "maand" vervangen door het woord "maanden";
  5° in het 7°, ingevoegd bij de wet van 3 juli 1972 en gewijzigd bij de wet van 25 juni 1973, wordt het woord "maand" vervangen door het woord "maanden".
Art.48. A l'article 32 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 1°, modifié par les lois du 2 février 1983 et 22 décembre 1989, l'alinéa 1er est complété par les mots :
  "sauf, en cas de vente publique immobilière, pour les procès-verbaux d'absence de surenchère et ceux d'adjudication définitive, pour lesquels le délai est de deux mois;";
  2° le même 1° est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Pour les actes visés à l'article 5bis, alinéas 1er et 2, qui, par application de l'article 5bis, alinéa 3, n'ont pas été enregistrés dans le délai fixé par l'alinéa 1er, le délai est de 7 jours à compter de la date de la notification, par le conservateur des hypothèques au notaire, du refus de transcrire l'acte. Ce nouveau délai n'expire en aucun cas avant le délai fixé à l'alinéa 1er;";
  3° il est inséré un 3° bis rédigé comme suit :
  "3° bis de quinze jours, pour les actes des autorités administratives et des agents de l'Etat, des provinces, des communes et des établissements publics, soumis obligatoirement à la formalité de l'enregistrement et à celle de la transcription hypothécaire sauf, en cas de vente publique immobilière, pour les procès-verbaux d'absence de surenchère et ceux d'adjudication définitive, pour lesquels le délai est de deux mois.
  Pour les actes visés à l'article 5bis, alinéas 1er et 2, qui, en application de l'article 5bis, alinéa 3, n'ont pas été enregistrés dans le délai fixé par l'alinéa 1er, le délai est de 7 jours à compter de la date de la notification, par le conservateur des hypothèques aux autorités administratives ou agents de l'Etat, des provinces, des communes et des établissements publics, du refus de transcrire l'acte. Ce nouveau délai n'expire en aucun cas avant le délai fixé à l'alinéa 1er.";
  4° dans le texte néerlandais du 4°, modifié par la loi du 25 juin 1973, le mot "maand" est remplacé par le mot "maanden";
  5° dans le texte néerlandais du 7°, inséré par la loi du 3 juillet 1972 et modifié par la loi du 25 juin 1973, le mot "maand" est remplacé par le mot "maanden".
Art.49. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963, 10 juni 1997 en 14 januari 2013, worden de woorden "ten registratiekantore van" vervangen door de woorden "op het registratiekantoor bevoegd voor";
  2° hetzelfde 1° wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld;";
  3° in het 4° wordt het woord "functiën" vervangen door het woord "functies";
  4° hetzelfde 4° wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld; dezelfde regel geldt voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid;";
Art.49. A l'article 39 du même Code les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le texte néerlandais du 1°, modifié par les lois des 5 juillet 1963, 10 juin 1997 et 14 janvier 2013, les mots "ten registratiekantore van" sont remplacés par les mots "op het registratiekantoor bevoegd voor";
  2° le même 1° est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Lorsqu'un acte rentrant dans le champ d'application de l'arrêté royal pris en exécution de l'article 2, alinéa 3, et concernant des immeubles tous situés en dehors du ressort susvisé, doit en outre être transcrit en vertu de l'article 1er de la loi hypothécaire, il est enregistré au bureau compétent pour la situation du premier immeuble mentionné dans l'acte;";
  3° dans le texte néerlandais du 4°, le mot "functiën" est remplacé par le mot "functies";
  4° le même 4° est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Lorsqu'un acte rentrant dans le champ d'application de l'arrêté royal pris en exécution de l'article 2, alinéa 3, et concernant des immeubles tous situés en dehors du ressort susvisé, doit en outre être transcrit en vertu de l'article 1er de la loi hypothécaire, il est enregistré au bureau compétent pour la situation du premier immeuble mentionné dans l'acte; la même règle s'applique pour un acte visé à l'article 5bis, alinéa 2;";
Art.50. In Titel I, Hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling XIXbis ingevoegd, luidende :
  "Afdeling XIXbis - Aangehechte akten en geschriften".
Art.50. Dans le Titre Ier, Chapitre IV, du même Code, il est inséré une section XIXbis intitulée :
  "Section XIXbis - Actes et écrits annexés".
Art.51. In afdeling XIXbis, ingevoegd bij artikel 47, wordt artikel 158, opgeheven bij de wet van 10 juni 1997, hersteld als volgt :
  "Art. 158. De aangehechte akten of geschriften bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden geregistreerd tegen betaling van één specifiek vast recht van 100 euro voor al die documenten samen, behalve indien sommige ervan een of meer andere in dit hoofdstuk bepaalde rechten verschuldigd maken, in welk geval, naast de rechten verschuldigd voor de registratie van laatstbedoelde documenten, het specifiek vast recht van 100 euro eenmaal verschuldigd is voor de registratie van de overige documenten.".
Art.51. Dans la section XIXbis, insérée par l'article 47, l'article 158, abrogé par la loi du 10 juin 1997, est rétabli comme suit :
  "Art. 158. Les actes ou écrits annexés, visés à l'article 26, alinéa 2, sont enregistrés moyennant paiement d'un droit fixe spécifique de 100 euros pour tous ces documents ensemble, sauf si certains d'entre eux rendent exigibles un ou plusieurs autres droits établis dans ce chapitre, auquel cas, outre les droits dus pour l'enregistrement de ces derniers documents, le droit fixe spécifique de 100 euros est dû, une fois, pour l'enregistrement des autres documents.".
Art.52. In artikel 173 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1°, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden :
  a) het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
  b) de woorden "Belgische notarissen" vervangen door de woorden "notarissen of bestuurlijke overheden";
  c) de woorden "door de notaris" geschrapt;
  2° in het 1° bis worden :
  a) het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
  b) het woord "Belgische" geschrapt;
  3° een 1° ter wordt ingevoegd, luidende :
  "1° ter de uitgiften en uittreksels van akten, verleden voor notarissen, die worden uitgereikt met als enig doel de inschrijving van een onderneming bij een ondernemingsloket, op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk vermeld wordt op de uitgifte of het uittreksel;";
  4° een 8° wordt ingevoegd, luidende :
  "8° de gedematerialiseerde afschriften van notariële akten, die worden neergelegd in de Notariële Aktebank overeenkomstig artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.".
Art.52. A l'article 173 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 1°, modifié par la loi du 22 décembre 1989 :
  a) dans le texte néerlandais le mot "expedities" est remplacé par le mot "uitgiften";
  b) le mot "belges" est remplacé par les mots "ou les autorités administratives";
  c) les mots "par le notaire" sont abrogés;
  2° dans le 1° bis :
  a) dans le texte néerlandais le mot "expedities" est remplacé par le mot "uitgiften";
  b) le mot "belges" est abrogé;
  3° il est inséré un 1° ter rédigé comme suit :
  "1° ter les expéditions et extraits des actes reçus par les notaires, qui sont délivrés exclusivement en vue de l'inscription d'une entreprise auprès d'un guichet d'entreprise, à condition que ceci soit mentionné expressément sur l'expédition ou l'extrait;";
  4° il est inséré un 8° rédigé comme suit :
  "8° les copies dématérialisées des actes notariés déposées dans la Banque des actes notariés conformément à l'article 18 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat.".
Art.53. In artikel 177 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "en woonplaats der" vervangen door de woorden "woonplaats en identificatienummer of ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "of afwijkingen toestaan".
Art.53. A l'article 177 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 3°, les mots "et domicile" sont remplacés par les mots ", domicile et numéro d'identification ou numéro d'entreprise, visé à l'article 2, alinéa 4,";
  2° l'alinéa 2 est complété par les mots "ou autoriser des dérogations".
Art.54. In artikel 180, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2009, worden de woorden "in artikel 39" vervangen door de woorden "in artikel 39, 1°, eerste lid".
Art.54. Dans l'article 180, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 2009, les mots "l'article 39" sont remplacés par les mots "l'article 39, 1°, 1er alinéa,".
Art.55. In Titel I, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling III aangevuld met de woorden "en bewaring van de geregistreerde uitgiften".
Art.55. Dans le Titre Ier, Chapitre IX, du même Code, l'intitulé de la section III est complété par les mots "et conservation des expéditions enregistrées".
Art.56. In dezelfde afdeling III wordt een artikel 180bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 180bis. Een kopie van de geregistreerde uitgifte en van de geregistreerde bijlagen wordt, samen met het registratierelaas, gedurende twintig jaar bewaard door de instrumenterende notaris.
  Indien de akte op gedematerialiseerde wijze ter registratie aangeboden werd, gebeurt deze bewaring door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, voor rekening van de notaris.
  Die bewaring geschiedt :
  1° voor de akten [1 die zijn opgenomen]1 wordt in de Notariële Aktebank, bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, door die Notariële Aktebank;
  2° voor de andere akten, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, op elektronische wijze, voor rekening van de notaris.
  De bewaring moet de onveranderlijkheid en de integriteit van de inhoud van deze stukken waarborgen.".
  
Art.56. Dans la même section III, il est inséré un 180bis rédigé comme suit :
  "Art. 180bis. Le notaire instrumentant conserve pendant 20 ans, ensemble avec la relation de l'enregistrement, une copie de l'expédition enregistrée et des annexes enregistrées.
  Si l'acte a été présenté de manière dématérialisée à l'enregistrement, cette conservation est réalisée, pour le compte du notaire, par la Fédération royale du notariat belge ou son délégué.
  Cette conservation a lieu :
  1° pour les actes [1 qui y sont conservés]1, dans la Banque des actes notariés, visée à l'article 18 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat;
  2° pour les autres actes, par la Fédération royale du notariat belge ou son délégué, de manière électronique, pour le compte du notaire.
  La conservation garantit l'inaltérabilité et l'intégrité du contenu des pièces.".
  
Art.57. In artikel 1811, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 14 augustus 1947, 12 juli 1960 en 5 juli 1963 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "en gerechtsdeurwaarders" worden vervangen door de woorden ", gerechtsdeurwaarders, bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen";
  2° de woorden "evenals van de uitgiften en relazen bedoeld in artikel 180bis," worden ingevoegd tussen de woorden "bewaarders zijn," en de woorden "zonder verplaatsing".
Art.57. A l'article 1811, alinéa 1er, du même Code, modifié par les lois des 14 août 1947, 12 juillet 1960 et 5 juillet 1963 et par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "et les huissiers de justice" sont remplacés par les mots ", les huissiers de justice, les autorités administratives et les agents de l'Etat, des provinces, des communes et des établissements publics";
  2° les mots ", ainsi que les expéditions et relations visées à l'article 180bis" sont insérés entre les mots "dont ils sont dépositaires" et les mots "et de leur laisser".
Art.58. In artikel 236 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De Koning kan bepalen dat de afschriften of uittreksels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.";
  2° in het laatste lid wordt het woord "loon" vervangen door het woord "retributie".
Art.58. A l'article 236 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "Le Roi peut déterminer que les copies ou extraits peuvent ou doivent être délivrés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur délivrance.";
  2° dans le dernier alinéa du texte néerlandais, le mot "loon" est remplacé par le mot "retributie".
Art.59. In artikel 260 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "salarissen" wordt overal vervangen door het woord "lonen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "in cijferschrift" en "in letterschrift" geschrapt;
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning kan de wijze van kwitantie geven aanvullen of wijzigen voor het geval het inschrijvingsborderel op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden.".
Art.59. A l'article 260 du même Code les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le texte néerlandais le mot "salarissen" est remplacé partout par le mot "lonen";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "en chiffres" et "en toutes lettres" sont abrogés;
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi peut compléter ou modifier la manière de donner quittance lorsque le bordereau d'inscription est présenté de manière dématérialisée.".
Art.60. Artikel 261 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat en de inschrijving op gedematerialiseerde wijze tegelijkertijd op verschillende kantoren wordt gevorderd, dekt het recht geheven op het geheel van die som op het kantoor waar de inschrijving wordt gevorderd voor het goed dat als eerste in het inschrijvingsborderel wordt vermeld, de in de overige kantoren gevorderde inschrijvingen.".
Art.60. L'article 261 du même Code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Lorsque, pour sûreté d'une seule et même somme, il y a lieu à inscription dans plusieurs bureaux et que l'inscription est requise simultanément, de manière dématérialisée, dans plusieurs bureaux, le droit perçu sur la totalité de cette somme, au bureau où l'inscription est requise pour le premier bien mentionné dans le bordereau d'inscription, couvre les inscriptions requises dans les autres bureaux.".
Art.61. Artikel 144 van het Wetboek der successierechten wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning kan bepalen dat de eigendomstitels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.".
Art.61. L'article 144 du Code des droits de succession est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi peut déterminer que les titres de propriétés peuvent ou doivent être délivrés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur délivrance.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de hypotheekwet van 16 december 1851, van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken en van het Gerechtelijke Wetboek
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, de la loi du 21 ventôse an VII (11 mars 1799) relative à l'organisation de la conservation des hypothèques et du Code judiciaire
Art.62. In artikel 1 van de hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wetten van 8 juli 1924, 30 juni 1994 en 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden ", de dag van ontvangst" geschrapt;
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De plannen die ingevolge aanhechting of neerlegging deel uitmaken van de in het eerste lid vermelde akten, worden zonder aanbieding ervan geacht tegelijk met die akten te zijn overgeschreven, op voorwaarde dat in een verklaring in de akte of in een ondertekende verklaring onderaan de akte, de partijen of de instrumenterende ambtenaar in hun naam :
  1° er de overschrijving van vragen in toepassing van de onderhavige bepaling;
  2° bevestigen dat ze opgenomen zijn in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, zonder nadien te zijn gewijzigd;
  3° de referte ervan in deze databank vermelden.".
Art.62. A l'article 1er de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, modifié par les lois des 8 juillet 1924, 30 juin 1994 et 6 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "le jour de la réception" sont abrogés;
  2° cet article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les plans qui, par annexion ou dépôt, font partie des actes visés à l'alinéa 1er, sont, sans présentation, réputés être transcrits en même temps que ces actes à condition que, dans une déclaration dans le corps ou signée au pied de l'acte, les parties ou en leur nom le fonctionnaire instrumentant :
  1° en demandent la transcription par application de la présente disposition;
  2° certifient qu'ils sont repris dans la base de données des plans de délimitation de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale, sans avoir été modifiés depuis lors;
  3° en mentionnent la référence dans cette base de données.".
Art.63. In artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 oktober 1913 en gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt het woord "maand" vervangen door de woorden "vijftien dagen" en worden de woorden "of deze die betrekking hebben op onroerende goederen die in onderscheiden ambtsgebieden zijn gelegen" opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De in het voorgaande lid bepaalde termijn wordt verlengd tot de eerstvolgende openingsdag wanneer de laatste dag van de bovenvermelde termijn een sluitingsdag van de kantoren is.".
Art.63. A l'article 2 de la même loi, remplacé par la loi du 10 octobre 1913 et modifié par la loi du 6 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "le mois" sont remplacés par les mots "les quinze jours" et les mots "ou ceux qui concernent des immeubles situés dans des ressorts différents" sont abrogés;
  2° cet article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le délai fixé par l'alinéa précédent est prolongé jusqu'au premier jour ouvrable suivant lorsque le dernier jour dudit délai est un jour de fermeture des bureaux.".
Art.64. Artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009 houdende fiscale en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art.64. L'article 2bis de la même loi, inséré par la loi du 22 décembre 2009 portant des dispositions fiscales et diverses, est abrogé.
Art.65. Artikel 77 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt opgeheven.
Art.65. L'article 77 de la même loi, modifié par la loi du 10 octobre 1967, est abrogé.
Art.66. In artikel 83 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1913 en 19 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" vervangen door de woorden "en de woonplaats";
  2° in het tweede lid, 2°, worden ", het beroep en de woonplaats" vervangen door de woorden "en de woonplaats";
  3° in het vierde lid worden de woorden "dagtekening, het boekdeel en het volgnummer" vervangen door de woorden "referte eraan".
Art.66. A l'article 83 de la même loi, modifié par les lois du 10 octobre 1913 et 19 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, 1°, les mots ", domicile et profession" sont remplacés par les mots "et domicile;"
  2° dans l'alinéa 2, 2°, les mots ", profession et domicile" sont remplacés par les mots "et domicile";
  3° dans l'alinéa 4, les mots "la date, le volume et le numéro d'ordre" sont remplacés par les mots "la référence".
Art.67. In artikel 84 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1913, 10 oktober 1967, 30 juni 1994 en 19 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 1° en 2°, worden de woorden ", het beroep en de woonplaats" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats";
  2° in het tweede lid,1°, 2° en 3°, worden de woorden ", beroep en woonplaats" telkens vervangen door de woorden "en woonplaats".
Art.67. A l'article 84 de la même loi, modifié par les lois des 10 octobre 1913, 10 octobre 1967, 30 juin 1994 et 19 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1° et 2°, les mots ", professions et domiciles" sont chaque fois remplacés par les mots "et domicile";
  2° dans l'alinéa 2, 1°, 2° et 3°, les mots ", profession et domicile" sont chaque fois remplacés par les mots "et domicile".
Art.68. In artikel 93 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 25 april 2007, wordt het derde lid opgeheven.
Art.68. Dans l'article 93 de la même loi, modifié par la loi-programme du 25 avril 2007, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.69. In artikel 123 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 februari 1995, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Wanneer verscheidene openbaar te maken titels dezelfde dag in het bij artikel 124, 1°, voorgeschreven register worden ingeschreven in uitvoering van artikel 135, wordt de voorrang bepaald naar de dagtekening van die titels. Voor de titels die dezelfde datum dragen, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de aanbieding van de titels vermeld wordt in het voormelde register.".
Art.69. Dans article 123 de la même loi, remplacé par la loi du 9 février 1995, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Lorsque plusieurs titres, soumis à publicité, ont été inscrits le même jour par application de l'article 135 dans le registre prescrit par l'article 124, 1°, la préférence se détermine d'après la date de ces titres. Pour les titres ayant la même date, la préférence se détermine d'après le numéro d'ordre sous lequel la présentation des titres est mentionnée au registre précité.".
Art.70. Artikel 124 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 124. De bewaarders houden :
  1° een register van de neergelegde titels, waarin de aanbiedingen van de titels waarvan men de inschrijving of de overschrijving vordert, worden aangetekend onder een volgnummer en naarmate zij geschieden;
  2° een register waarin de overschrijvingen worden opgenomen;
  3° een register waarin de inschrijvingen van de voorrechten en hypotheken en de doorhalingen of verminderingen worden opgenomen.".
Art.70. L'article 124 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 124. Les conservateurs tiennent :
  1° un registre des dépôts, où sont constatées par numéros d'ordre et à mesure qu'elles s'effectuent, les présentations des titres dont on requiert l'inscription ou la transcription;
  2° un registre où sont portées les transcriptions;
  3° un registre où sont portées les inscriptions des privilèges et hypothèques et les radiations ou réductions.".
Art.71. In artikel 125 van dezelfde wet, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 26 juni 1947, wordt het woord "overhandiging" vervangen door het woord "aanbieding".
Art.71. Dans l'article 125 de la même loi, modifié par l'arrêté du Régent du 26 juin 1947, le mot "remise" est remplacé par le mot "présentation".
Art.72. Artikel 126 van dezelfde wet, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 26 juni 1947 en bij de wet van 6 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 126. De bewaarders geven aan de verzoeker desgevraagd een bewijs van de aanbieding van de akten of borderellen die bestemd zijn om overgeschreven of ingeschreven te worden. Dit bewijs vermeldt het registernummer waaronder de aanbieding is ingeschreven.
  Zij mogen de overschrijvingen en inschrijvingen in de daartoe bestemde registers niet doen dan onder de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening en in de volgorde van de hun daarvan gedane aanbiedingen.
  De uitgiften van de in artikel 1 bedoelde akten of vonnissen, bevattend of met toevoeging van de vermelding van de vervulling van de overschrijving, worden door de bewaarders binnen de maand na de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening van overschrijving teruggestuurd aan de verzoeker.".
Art.72. L'article 126 de la même loi, modifié par l'arrêté du Régent du 26 juin 1947 et par la loi du 6 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 126. Les conservateurs donnent au requérant, s'il le demande, une attestation de la présentation des actes ou bordereaux destinés à être transcrits ou inscrits. Cette attestation mentionne le numéro du registre sous lequel la présentation a été inscrite.
  Ils ne peuvent opérer les transcriptions et inscriptions sur les registres à ce destinés qu'à la date déterminée par l'article 135, 1°, et dans l'ordre des présentations qui leur en ont été faites.
  Les expéditions des actes ou des jugements visés à l'article 1er, comprenant ou avec ajout de la mention de l'exécution de la transcription, sont renvoyées au requérant par les conservateurs dans le mois qui suit la date de transcription déterminée par l'article 135, 1°. ".
Art.73. In artikel 135 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 1° worden de woorden "in de volgorde van hun afgifte" vervangen door de woorden "op de dag en in de volgorde van hun aanbieding";
  b) hetzelfde 1° wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "de buiten de openingsuren van het kantoor aangeboden akten, vonnissen, borderellen en enig andere stukken worden geacht aangeboden te zijn in het begin van het daarop volgende eerste openingsuur van het kantoor;
  voor zover het werkelijke tijdstip van aanbieding kan worden vastgesteld, bepaalt dit de onderlinge volgorde voor de neerlegging van deze documenten;".
Art.73. A l'article 135 de la même loi, inséré par la loi du 9 février 1995, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, les mots "dans l'ordre de leur remise" sont remplacés par les mots "au jour et dans l'ordre de leur présentation";
  b) le même 1° est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "les actes, jugements, bordereaux et autres pièces quelconques produits en dehors des heures d'ouverture du bureau sont réputés présentés au début de la première heure d'ouverture du bureau qui suit;
  pour autant qu'il puisse être établi, le moment de leur production effective détermine l'ordre du dépôt de ces documents;".
Art.74. Artikel 143 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, wordt aangevuld met de woorden "of aan de door de Koning, krachtens artikel 144, 1° en 2°, vastgestelde vereisten".
Art.74. Dans l'article 143 de la même loi, inséré par la loi du 9 février 1995, les mots "ou les conditions fixées par le Roi en vertu de l'article 144, 1° et 2°, " sont insérés entre les mots "articles 139 à 142" et les mots "n'ont pas".
Art.75. Artikel 144 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 144. De Koning kan :
  1° voor de door Hem aangewezen stukken of categorieën van stukken bestemd voor hypothecaire openbaarmaking :
  a) de vereisten vaststellen waaraan ze moeten voldoen, alsook de materiële vormen van de hypothecaire openbaarmaking; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
  b) bepalen dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbieding en van de uitvoering van de hypothecaire openbaarmaking. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 83, 84, eerste lid, 3°, tweede lid, 1°, en laatste lid, 89 en 126;
  c) bepalen dat ingeval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze aanbieding moet worden vergezeld van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk, waarvan in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
  2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie, uittreksel of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
  de Koning kan voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen, bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend alsmede de modaliteiten van hun indiening;
  3° de vormvoorwaarden bepalen van de kopieën, uittreksels of getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders;
  de Koning kan bepalen dat de door Hem aangewezen kopieën, uittreksels of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering;
  4° het houden van de in de artikelen 124 en 125 bedoelde registers regelen en de materiële vormen ervan bepalen.".
Art.75. L'article 144 de la même loi, inséré par la loi du 9 février 1995, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 144. Le Roi peut :
  1° pour les documents ou catégories de documents destinés à la publicité hypothécaire qu'Il désigne, déterminer :
  a) les conditions auxquelles ils doivent répondre et les formes matérielles de la publicité hypothécaire; Il peut en particulier prescrire l'utilisation de formules dont le ministre des Finances arrête le modèle;
  b) qu'ils peuvent ou doivent être présentés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur présentation et de l'exécution de la formalité de la publicité hypothécaire. A cet effet, Il peut déroger aux dispositions des articles 83, 84, alinéa 1er, 3°, alinéa 2, 1°, et dernier alinéa, 89 et 126;
  c) qu'en cas de présentation de ceux-ci de manière dématérialisée, cette présentation doit être accompagnée de métadonnées structurées relatives à ce document, dont en particulier, pour chaque partie à l'acte, son numéro d'identification dans le Registre national ou son numéro d'identification dans le registre bis, attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale ou encore, pour une personne morale, son numéro d'entreprise visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
  2° déterminer les formes matérielles et le contenu de toute réquisition de copie, extrait ou certificat; Il peut prescrire l'utilisation de formules dont le ministre des Finances arrête le modèle;
  le Roi peut, pour les demandes ou catégories de demandes qu'Il désigne, déterminer qu'elles peuvent ou doivent être introduites de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur introduction;
  3° fixer les conditions de forme des copies, extraits ou certificats délivrés par les conservateurs des hypothèques;
  le Roi peut déterminer que les copies, extraits ou certificats qu'Il désigne, peuvent ou doivent être délivrés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur délivrance;
  4° régler la tenue des registres visés aux articles 124 et 125 et en arrêter les formes matérielles.".
Art.76. In artikel 14, § 1, van de wet van 21 ventôse jaar VII betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt het eerste lid, aangevuld met de woorden "of door de leidend ambtenaar van het registratiekantoor bevoegd voor de registratie van de authentieke akten met hetzelfde ambtsgebied als dit van het hypotheekkantoor waarvan het beheer moet worden verzekerd".
Art.76. Dans l'article 14, § 1er, de la loi du 21 ventôse an VII relative à l'organisation de la conservation des hypothèques, remplacé par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, l'alinéa 1er, est complété par les mots "ou par le fonctionnaire dirigeant le bureau de l'enregistrement ayant le même ressort que celui du bureau des hypothèques dont la gestion doit être assurée, et compétent pour l'enregistrement des actes authentiques".
Art.77. In artikel 1582 van het Gerechtelijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst van het vierde lid wordt het woord "surseoit" vervangen door het woord "sursoit";
  2° in het vijfde lid worden de woorden "van een uitgifte" ingevoegd tussen de woorden "Na neerlegging" en de woorden "van het proces-verbaal".
Art.77. A l'article 1582 du Code judiciaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 4, le mot "surseoit" est remplacé par le mot "sursoit";
  2° dans l'alinéa 5, les mots "d'une expédition" sont insérés entre les mots "Sur le dépôt" et les mots "du procès-verbal".
HOOFDSTUK 4. - Andere wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 4. - Autres modifications du Code civil
Art.78. In artikel 1392 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, worden de woorden "en wijzigingen" ingevoegd tussen de woorden "Alle huwelijksovereenkomsten" en de woorden "opgemaakt voor".
Art.78. Dans l'article 1392 du Code civil, remplacé par la loi du 14 juillet 1976, les mots "et modifications" sont insérés entre les mots "convention matrimoniales" et les mots "reçues avant".
Art.79. In artikel 1393 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Artikel 1395, § 1, is op deze wijzigingen van toepassing. Bij gebreke aan de inschrijving voorzien in artikel 1395, § 1, werken de wijzigingen niet tegen derden, behoudens indien de echtgenoten hen van de wijzigingen op de hoogte hebben gebracht, in de overeenkomsten die ze met hen sluiten".
Art.79. Dans l'article 1393 du même Code, remplacé par la loi du 14 juillet 1976, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "L'article 1395, § 1er, est applicable à ces modifications. A défaut de l'inscription prévue à l'article 1395, § 1er, les modifications sont sans effet à l'égard des tiers, sauf si les époux les ont informés des modifications, dans leurs conventions avec eux.".
HOOFDSTUK 5. - Andere wijzigingen aan de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
CHAPITRE 5. - Autres modifications de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat
Art.80. In artikel 16 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "50 frank" worden vervangen door de woorden "1,25 euro";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Uiterlijk vóór de overschrijving van de akte op het hypotheekkantoor of, indien het een akte betreft die niet aan deze formaliteit van overschrijving is onderworpen, vóór de registratie ervan, kan de instrumenterende notaris, onder zijn verantwoordelijkheid, verbeteringen of aanvullingen aanbrengen aan de voet van de minuut om een materiële vergissing of vergetelheid recht te zetten, zonder afbreuk te doen aan de draagwijdte van de overeenkomst. Elke latere uitgifte van de akte vermeldt deze verbeteringen of aanvullingen.".
Art.80. A l'article 16 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "50 francs" sont remplacés par les mots "1,25 euro";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Au plus tard avant la transcription au bureau des hypothèques ou, s'il s'agit d'un acte qui n'est pas soumis à cette formalité de transcription, avant son enregistrement, le notaire instrumentant peut, sous sa responsabilité, apporter au pied de la minute des corrections ou ajouts pour rectifier une erreur ou omission matérielle, sans porter atteinte à la portée de la convention. Chaque expédition ultérieure de l'acte mentionne ces corrections ou ajouts.".
Art.81. Artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 20. Artikel 18 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 9 april 1980, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 18. Alle notariële akten die in gedematerialiseerde vorm zijn verleden, evenals een gedematerialiseerd afschrift van alle akten die op papier zijn verleden, worden bewaard in een daartoe bestemde Notariële Aktebank die onder het bestuur staat van de Nationale Kamer van notarissen die de uitwerking en het operationele beheer ervan kan delegeren aan de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat. Binnen de vijftien dagen na het verlijden van de akte moet hetzij de gedematerialiseerde akte, hetzij het gedematerialiseerde afschrift van de akte die op papier is verleden, worden gedeponeerd en opgenomen in de Notariële Aktebank. Dit afschrift heeft dezelfde bewijswaarde als de eerste uitgifte van de minuut op papier.
  Deze bepaling geldt niet voor testamenten, herroepingen van testament en contractuele erfstellingen.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ingericht door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en na advies van de instelling die de Notariële Aktebank beheert, met eerbiediging van de artikelen 23 en 458 van het Strafwetboek, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Notariële Aktebank wordt ingericht, beheerd, georganiseerd en de toegang ertoe.".".
Art.81. L'article 20 de la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses, est remplacé comme suit :
  "Art. 20. L'article 18 de la même loi, abrogé par la loi du 9 avril 1980, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 18. Tous les actes notariés reçus sous forme dématérialisée, ainsi qu'une copie dématérialisée de tous les actes qui sont reçus sur support papier, sont conservés dans une Banque des actes notariés gérée par la Chambre nationale des notaires qui peut en déléguer le développement et la gestion opérationnelle à la Fédération royale du Notariat belge. Dans les quinze jours suivant la réception de l'acte, soit l'acte dématérialisé, soit la copie dématérialisée de l'acte reçu sur support papier, doit être déposé et enregistré dans la Banque des actes notariés. Cette copie a la même valeur probante que la première expédition de la minute sur support papier.
  Cette disposition ne vaut pas pour les testaments, les révocations de testament et les institutions contractuelles.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur avis de la Commission de la protection de la vie privée, créée par la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, et après avis de l'institution qui gère la Banque des actes notariés, dans le respect des articles 23 et 458 du Code pénal, la manière dont et les conditions sous lesquelles la Banque des actes notariés sera créée, gérée, organisée ainsi que l'accès à celle-ci.".".
Art.82. In artikel 20 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, wordt het laatste lid opgeheven.
Art.82. Dans l'article 20 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, modifié par la loi du 6 mai 2009, le dernier alinéa est abrogé.
Art.83. In artikel 29, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "of, wanneer de akte in brevet wordt verleden, van de notaris die als eerste wordt vermeld staat" opgeheven.
Art.83. Dans l'article 29, alinéa 2, de la même loi, les mots "ou le premier nommé si l'acte est reçu en brevet," sont abrogés.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, alsmede de aanvaarding en de keuring van de rechtstreeks voor het verbruik gedane leveringen
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 25 octobre 1919 sur la mise en gage du fonds de commerce, l'escompte et le gage de la facture, ainsi que l'agréation et l'expertise des fournitures faites directement à la consommation
Art.84. In artikel 4, derde lid, 1° en 2°, van de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, alsmede de aanvaarding en de keuring van de rechtstreeks voor het verbruik gedane leveringen, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 282 van 30 maart 1936, worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats".
Art.84. Dans l'article 4, alinéa 3, 1° et 2°, de la loi du 25 octobre 1919 sur la mise en gage du fonds de commerce, l'escompte et le gage de la facture, ainsi que l'agréation et l'expertise des fournitures faites directement à la consommation, remplacé par l'arrêté royal n° 282 du 30 mars 1936, les mots ", domicile et profession" sont remplacés par les mots "et le domicile".
Art.85. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "den datum, het boek en het rangnummer" vervangen door de woorden "de referte".
Art.85. Dans l'article 5 de la même loi, les mots "la date, le volume et le numéro d'ordre" sont remplacés par les mots "la référence".
Art.86. In dezelfde wet wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 12bis. De Koning kan :
  1° voor de door Hem aangewezen categorieën van authentieke akten bestemd voor openbaarmaking van het in pand geven van de handelszaak :
  a) de vereisten vaststellen waaraan ze moeten voldoen, alsook de materiële vormen van deze openbaarmaking; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
  b) bepalen dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbieding en van de uitvoering van deze formaliteit. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 4, 4bis en 5, eerste lid;
  c) bepalen dat ingeval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk, waarvan in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
  2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt; de Koning kan voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen, bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend alsmede de modaliteiten van het indienen ervan;
  3° de vormvoorwaarden bepalen van de kopieën of getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders; de Koning kan bepalen dat de door Hem aangewezen kopieën of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.".
Art.86. Dans la même loi, il est inséré un article 12bis rédigé comme suit :
  "Art. 12bis. Le Roi peut :
  1° pour les catégories d'actes authentiques destinés à la publicité du gage sur le fonds de commerce qu'Il désigne, déterminer :
  a) les conditions auxquelles ils doivent répondre et les formes matérielles de cette publicité; Il peut en particulier prescrire l'utilisation de formules dont le ministre des Finances arrête le modèle;
  b) qu'ils peuvent ou doivent être présentés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur présentation et de l'exécution de la formalité de cette publicité. A cet effet, Il peut déroger aux dispositions des articles 4, 4bis et 5, alinéa 1er;
  c) qu'en cas de présentation de ceux-ci de manière dématérialisée, cette présentation doit être accompagnée de métadonnées structurées relatives à ce document, dont en particulier, pour chaque partie à l'acte, son numéro d'identification dans le Registre national ou son numéro d'identification dans le registre bis, attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ou encore, pour une personne morale, son numéro d'entreprise visé à l'article 5 de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
  2° déterminer les formes matérielles et le contenu de toute réquisition de copie ou certificat; Il peut prescrire l'utilisation de formules dont le ministre des Finances arrête le modèle; le Roi peut, pour les demandes ou catégories de demandes qu'Il désigne, déterminer qu'elles peuvent ou doivent être introduites de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur introduction;
  3° fixer les conditions de forme des copies, extraits ou certificats délivrés par les conservateurs des hypothèques; le Roi peut déterminer que les copies ou certificats qu'Il désigne, peuvent ou doivent être délivrés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur délivrance.".
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur
Art.87. De bepalingen van deze titel en de bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zoals gewijzigd door de bepalingen van deze titel, treden in werking als volgt :
  1° de artikelen 38 tot 40, 42, 43, 47, 48, 4° en 5°, 49, 1° en 3°, 50, 52, 53, 57, 1°, 58 à 62, 65 tot 68, 74, 75 en 84 tot 86 van deze titel treden in werking 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  2° artikel 41 van deze titel treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  3° de artikelen 46, 48, 1° en 3°, 49, 2° en 4°, 51, 54, 63, 64, 69 tot 73, 76, 77 en 80 tot 83 van deze titel treden in werking op 1 april 2014;
  4° artikel 44 van deze titel treedt in werking :
  a) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, a), van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreft, de eerste dag van de vierde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  b) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, b), van hetzelfde Wetboek betreft, de eerste dag van de zesde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  5° het eerste lid van artikel 5bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 45 van deze titel, treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  6° het tweede en het derde lid van het in 5° vermelde artikel 5bis, treden in werking op 1 januari 2016.
  De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid;
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 87, 6° vastgesteld op 18-05-2015 door KB 2015-05-03/03, art. 1)
  7° artikel 32, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals aangevuld bij artikel 48, 2°, van deze titel en artikel 32, 3° bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 48, 3°, van deze titel, treden in werking op 1 januari 2016.
  De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid;
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 87, 7° vastgesteld op 18-05-2015 door KB 2015-05-03/03, art. 2)
  8° het eerste lid van artikel 32, 3° bis, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 48, 3°, van deze titel, treedt in werking op 1 april 2014;
  9° de artikelen 55 en 57, 2°, van deze titel treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de aanbieding van een uitgifte van de akte toelaat;
  10° artikel 180bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 56 van deze titel, treedt, behalve het derde lid ervan, in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de aanbieding van een uitgifte van de akte toelaat;
  11° het tweede lid van het in 10° vermelde artikel 180bis wordt opgeheven de dag vóór de dag van inwerkingtreding van het derde lid van hetzelfde artikel, behalve voor de akten die op gedematerialiseerde wijze ter registratie worden aangeboden vóór de inwerkingtreding van het voormelde derde lid, voor dewelke het nog van kracht blijft gedurende 20 jaar;
  12° het derde lid van het in 10° vermelde artikel 180bis treedt in werking op de dag dat artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI, ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, zoals vervangen bij 81 van deze titel, in werking treedt;
  13° de artikelen 78 en 79 van deze titel treden in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de datum waarop artikel 3 van de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie in werking treedt.
Art.87. Les dispositions de ce titre et celles du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe telles que modifiées par les dispositions de ce titre, entrent en vigueur comme suit :
  1° les articles 38 à 40, 42, 43, 47, 48, 4° et 5°, 49, 1° et 3°, 50, 52, 53, 57, 1°, 58 à 62, 65 à 68, 74, 75 et 84 à 86 du présent titre entrent en vigueur 10 jours après la publication de la présente loi au Moniteur belge;
  2° l'article 41 du présent titre entre en vigueur le 1er jour du deuxième mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge;
  3° les articles 46, 48, 1° et 3°, 49, 2° et 4°, 51, 54, 63, 64, 69 à 73, 76, 77 et 80 à 83 du présent titre entrent en vigueur le 1er avril 2014;
  4° l'article 44 du présent titre entre en vigueur :
  a) en ce qui concerne les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3°, a), du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, le 1er jour du quatrième mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge;
  b) en ce qui concerne les actes visés à l'article 19, alinéa 1er, 3°, b), du même Code, le 1er jour du sixième mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge;
  5° le premier alinéa de l'article 5bis du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par l'article 45 du présent titre, entre en vigueur 10 jours après la publication de la présente loi au Moniteur belge;
  6° les alinéas 2 et 3 de l'article 5bis, visé au 5°, entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
  Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l'alinéa 1er;
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 87, 6° fixée au 18-05-2015 par AR 2015-05-03/03, art. 1)
  7° l'article 32, 1°, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, tel que complété par l'article 48, 2°, du présent titre et l'article 32, 3° bis, alinéa 2, du même Code, inséré par l'article 48, 3°, du présent titre, entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
  Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l'alinéa 1er;
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 87, 7° fixée au 18-05-2015 par AR 2015-05-03/03, art. 2)
  8° le premier alinéa de l'article 32, 3° bis, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par l'article 48, 3°, du présent titre, entre en vigueur le 1er avril 2014;
  9° les articles 55 et 57, 2°, du présent titre entrent en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal qui, en exécution de l'article 2 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, autorisera la présentation des actes en expédition;
  10° l'article 180bis, à l'exception de l'alinéa 3, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par l'article 56 du présent titre, entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal qui, en exécution de l'article 2 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, autorisera la présentation des actes en expédition;
  11° l'alinéa 2 de l'article 180bis, visé au 10°, cesse d'être en vigueur la veille de l'entrée en vigueur de l'alinéa 3 du même article, sauf pour les actes présentés de manière dématérialisée à l'enregistrement avant l'entrée en vigueur de l'alinéa 3 précité, pour lesquels il reste en vigueur encore pendant 20 ans;
  12° l'alinéa 3 de l'article 180bis, visé au 10°, entre en vigueur le jour où l'article 18 de la loi du 25 ventôse an XI, inséré par l'article 20 de la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses, comme remplacé par 81 du présent titre, entre en vigueur;
  13° les articles 78 et 79 du présent titre entrent en vigueur à une date à déterminer par le Roi, et au plus tard à la date à laquelle l'article 3 de la loi du 14 janvier 2013 portant diverses dispositions relatives à la réduction de la charge de travail au sein de la justice entre en vigueur.
TITEL 5. - Wijziging van het Wetboek diverse rechten en taksen
TITRE 5. - Modification du Code des droits et taxes divers
Art.88. Artikel 9 van het Wetboek diverse rechten en taksen wordt opgeheven.
Art.88. L'article 9 du Code des droits et taxes divers est abrogé.
TITEL 6. - Andere wijziging van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten
TITRE 6. - Autres modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art.89. Artikel 35, derde lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten, vervangen door de wet van 22 december 1989 wordt vervangen als volgt :
  "De verplichting tot betaling van de rechten en van de geldboeten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken, berust op de verweerders, elkeen in de mate waarin de veroordelingen, vereffeningen of rangregelingen te zijnen laste werden uitgesproken of vastgesteld, en op de verweerders hoofdelijk in geval van hoofdelijke veroordeling.".
Art.89. L'article 35, alinéa 3, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, remplacé par la loi du 22 décembre 1989, est remplacé par ce qui suit :
  "L'obligation de payer les droits et les amendes dont l'exigibilité résulte des arrêts et jugements des cours et tribunaux, incombe aux défendeurs, chacun dans la mesure des condamnations, liquidations ou collocations prononcées ou établies à sa charge, et aux défendeurs solidairement en cas de condamnation solidaire.".
Art.90. In artikel 183 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De inlichtingen moeten worden verschaft binnen drie maanden na de datum waarop ze werden gevraagd. Die termijn kan worden verlengd door de ambtenaar aangewezen in de machtiging bedoeld in het tweede lid.".
Art.90. Dans l'article 183 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2002, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Les renseignements doivent être communiqués dans les trois mois à compter de la date de la demande. Ce délai peut être prolongé par le fonctionnaire désigné dans l'autorisation visée à l'alinéa 2.".
TITEL 7. - Andere wijzigingen van het Wetboek der successierechten
TITRE 7. - Autres modifications du Code des droits de succession
Art.91. Artikel 70, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Hij is evenmin van toepassing op de rechten en interesten verschuldigd op een verkrijging die door artikel 8 met een legaat wordt gelijkgesteld.".
Art.91. L'article 70, alinéa 2, du Code des droits de succession est complété par la phrase suivante :
  "Elle n'est pas non plus applicable aux droits et intérêts dus sur une acquisition qui est assimilée à un legs par l'article 8.".
Art.92. In artikel 96 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de besluitwet van 4 mei 1940 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 2 mei 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° [1 in het eerste lid worden de woorden "een Rijksinwoner die titularis van een inschrijving of effect op naam is, de overdracht, de overgang, de conversie of de betaling daarvan slechts bewerkstelligen, na de daartoe aangestelde ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie bericht te hebben gegeven van het bestaan van de inschrijving of het effect op naam waarvan de overledene eigenaar is." vervangen door de woorden "iemand die titularis van een inschrijving of effect op naam is, de overdracht, de overgang, de conversie of de betaling daarvan slechts bewerkstelligen, na de daartoe aangestelde ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie bericht te hebben gegeven, binnen drie maanden na het overlijden, van het bestaan van de inschrijving of het effect op naam waarvan de overledene eigenaar is. In afwijking van het voorafgaande wordt het bericht gegeven binnen de maand na de dag waarop de betrokken inrichting kennis heeft van het overlijden, wanneer die kennis wordt verkregen meer dan twee maanden na het overlijden.]1 ";
  2° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De in het eerste lid bedoelde personen vermelden in het bericht het Rijksregisternummer van de overledene of het identificatienummer in het bisregister, dat hem is toegekend bij toepassing van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, wanneer zij gemachtigd zijn dat nummer te gebruiken.
  De Koning kan bepalen dat de berichten op elektronische wijze moeten worden gegeven en de nadere regels daarvan bepalen.
  In afwijking van het eerste lid wordt, in geval het bericht op elektronische wijze wordt gegeven, de in het eerste lid bepaalde termijn van drie maanden verlengd met een maand en wordt het bericht gegeven binnen de maand na de dag waarop de betrokken inrichting kennis heeft van het overlijden, wanneer die kennis wordt verkregen meer dan drie maanden na het overlijden.".
  
Art.92. A l'article 96 du même Code, remplacé par l'arrêté-loi du 4 mai 1940 et modifié par les lois des 22 décembre 1989 et 2 mai 2002, les modifications suivantes sont apportées :
  1° [1 dans l'alinéa 1er, les mots "d'un habitant du royaume titulaire d'une inscription ou d'un titre nominatif, en opérer le transfert, la mutation, la conversion ou le paiement qu'après avoir informé le fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale désigné à cette fin, de l'existence de l'inscription ou du titre nominatif appartenant au défunt." sont remplacés par les mots "du titulaire d'une inscription ou d'un titre nominatif, en opérer le transfert, la mutation, la conversion ou le paiement qu'après avoir informé, dans les trois mois qui suivent le décès, le fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale désigné à cette fin, de l'existence de l'inscription ou du titre nominatif appartenant au défunt. Par dérogation à ce qui précède, l'information est adressée dans le mois de la prise de connaissance du décès lorsque celle-ci a lieu plus de deux mois après le décès;]1
  2° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "Les personnes visées à l'alinéa 1er doivent mentionner dans la communication le numéro de registre national du défunt ou son numéro d'identification dans le registre bis, attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, lorsqu'elles sont habilitées à utiliser ce numéro.
  Le Roi peut prescrire que ces communications soient faites par voie électronique et en définir les modalités complémentaires.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de transmission électronique, le délai de trois mois visé à l'alinéa 1er est prolongé de un mois et l'information est adressée dans le mois de la prise de connaissance du décès lorsque celle-ci a lieu plus de trois mois après le décès.".
  
Art.93. In artikel 97 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de besluitwet van 4 mei 1940 en gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947, het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en de wetten van 22 december 1989, 2 mei 2002 en 28 juni 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° [1 in het eerste lid worden de woorden "een Rijksinwoner, mogen de teruggaaf, de betaling of de overdracht daarvan slechts doen na de echt en deugdelijk verklaarde lijst der effecten, sommen of waarden aan de daartoe aangewezen ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te hebben afgegeven." vervangen door de woorden "iemand, mogen de teruggaaf, de betaling of de overdracht daarvan slechts doen na de echt en deugdelijk verklaarde lijst der effecten, sommen of waarden aan de daartoe aangewezen ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te hebben afgegeven binnen drie maanden na de dag van het overlijden. In afwijking van het voorafgaande, wordt de lijst bezorgd binnen de maand na de dag waarop de betrokken inrichting of persoon kennis heeft van het overlijden, wanneer die kennis wordt verkregen meer dan twee maanden na het overlijden.]1 ";
  2° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De in het eerste lid bedoelde instellingen en personen vermelden in de lijst het Rijksregisternummer van de overledene of het identificatienummer in het bisregister, dat hem is toegekend bij toepassing van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, wanneer zij gemachtigd zijn dat nummer te gebruiken.
  De Koning kan bepalen dat de lijst op elektronische wijze moet worden toegezonden en de nadere regels daarvan bepalen.
  In afwijking van het eerste lid wordt, in geval [1 de lijst]1 op elektronische wijze wordt [1 toegezonden]1, de in het eerste lid bepaalde termijn van drie maanden verlengd met een maand en wordt [1 de lijst]1 [1 toegezonden]1 binnen de maand na de dag waarop de betrokken instelling of persoon kennis heeft van het overlijden, wanneer die kennis wordt verkregen meer dan drie maanden na het overlijden.".
  
Art.93. A l'article 97 du même Code remplacé par l'arrêté-loi du 4 mai 1940 et modifié par la loi du 13 août 1947, l'arrêté royal n° 12 du 18 avril 1967 et les lois des 22 décembre 1989, 2 mai 2002 et 28 juin 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° [1 dans l'alinéa 1er, les mots "d'un habitant du royaume, ne peuvent en opérer la restitution, le paiement ou le transfert qu'après avoir remis au fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale désigné à cette fin, la liste certifiée sincère et véritable des titres, sommes ou valeurs." sont remplacés par les mots "de quelqu'un, ne peuvent en opérer la restitution, le paiement ou le transfert qu'après avoir remis au fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale désigné à cette fin, dans les trois mois qui suivent le décès, la liste certifiée sincère et véritable des titres, sommes ou valeurs. Par dérogation à ce qui précède, l'information est adressée dans le mois de la prise de connaissance du décès lorsque celle-ci a lieu plus de deux mois après le décès.]1 ";
  2° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  "Les institutions et personnes visées à l'alinéa 1er sont tenues d'indiquer dans la liste le numéro du registre national du défunt ou son numéro d'identification dans le registre bis, attribué en application de l'article 4, § 2, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité, lorsqu'elles sont habilitées à utiliser ce numéro.
  Le Roi peut prescrire que la liste soit communiquée par voie électronique et en définir les modalités complémentaires.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de transmission électronique, le délai de trois mois visé à l'alinéa 1er est prolongé de un mois et l'information est adressée dans le mois de la prise de connaissance du décès lorsque celle-ci a lieu plus de trois mois après le décès.".
  
Art.94. Artikel 100 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de besluitwet van 4 mei 1940 en gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1947, 22 december 1989 en 2 mei 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De inlichtingen moeten worden verschaft binnen drie maanden na de datum waarop ze werden gevraagd. Die termijn kan worden verlengd door de ambtenaar aangewezen in de in het derde lid bedoelde machtiging.".
Art.94. L'article 100 du même Code, remplacé par l'arrêté-loi du 4 mai 1940 et modifié par les lois des 13 août 1947, 22 décembre 1989 et 2 mai 2002, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les renseignements doivent être communiqués dans les trois mois de la date de la demande. Ce délai peut être prolongé par le fonctionnaire désigné dans l'autorisation visé à l'alinéa 3.".
Art.95. Boek III van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven met uitwerking met ingang van 1 januari 2011.
  De bepalingen van boek III blijven echter van toepassing voor de taksen geheven tot 31 december 2010.
Art.95. Le Livre III du même Code est abrogé avec effet au 1er janvier 2011.
  Les dispositions du Livre III restent toutefois d'application pour les taxes perçues jusqu'au 31 décembre 2010.
Art.96. De artikelen 92 en 93 treden in werking op 1 januari 2015, met uitzondering van de bepalingen in die artikelen die de Koning toelaten de elektronische toezending van de berichten of lijsten op te leggen en nader te regelen, die in werking treden 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.96. Les articles 92 et 93 entrent en vigueur le 1er janvier 2015 à l'exception des dispositions qui autorisent le Roi à prescrire et régler la transmission électronique des informations ou listes, lesquelles dispositions entrent en vigueur 10 jours après la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 8. - Accijnzen
TITRE 8. - Accises
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise
Art.97. Artikel 18 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning bepaalt welke personen zich moeten laten erkennen in de hoedanigheid van erkend entrepothouder, evenals de voorwaarden waaraan zij onderworpen zijn.".
Art.97. L'article 18 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi détermine les personnes tenues de se faire reconnaître en qualité d'entrepositaire agréé, ainsi que les conditions auxquelles celles-ci sont soumises.".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2004
CHAPITRE 2. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2004
Art.98. In artikel 418 van de programmawet van 27 december 2004, gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 17 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "van hoofdstuk II. - Productie, verwerking en voorhanden hebben en van hoofdstuk III. - Verkeer van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door "van hoofdstuk 3. - Productie, verwerking en voorhanden hebben, van hoofdstuk 4. - Overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijnzen en van hoofdstuk 5. - Overbrenging van accijnsgoederen en accijnsheffing na uitslag tot verbruik van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.98. A l'article 418 de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié par les lois des 8 juin 2008 et 17 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "du chapitre II. - Production, transformation et détention et du chapitre III. - Circulation de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par "du chapitre 3. - Production, transformation et détention, du chapitre 4. - Mouvements en suspension de droits des produits soumis à accise et du chapitre 5. - Mouvements et imposition des produits soumis à accise après la mise à la consommation de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise";
  2° dans le pargraphe 3, les mots "la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par les mots "la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise".
Art.99. Artikel 420, § 4, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (I), wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning omschrijft nader wat wordt verstaan onder de bewoordingen opgenomen onder de punten a), b) en c).".
Art.99. L'article 420, § 4, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 8 juin 2008 portant des dispositions diverse (I), est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi spécifie ce qu'il faut entendre par les termes repris aux points a), b) et c).".
Art.100. In artikel 421 van dezelfde wet worden de woorden "de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.100. Dans l'article 421 de la même loi, les mots "la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par les mots "la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise".
Art.101. In artikel 424, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "de artikelen 5 en 6 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "de artikelen 6 en 7 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.101. Dans l'article 424, § 1er, de la même loi, les mots "aux articles 5 et 6 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par les mots "aux articles 6 et 7 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise".
Art.102. § 1. In artikel 425, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "de artikelen 5 en 6 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "de artikelen 6 en 7 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen" en worden de woorden "bepaald door de minister van Financiën" vervangen door de woorden "bepaald door de Koning".
Art.102. Dans l'article 425, alinéa 1er, de la même loi, les mots "aux articles 5 et 6 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par les mots "aux articles 6 et 7 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise" et les mots "fixées par le ministre des Finances" sont remplacés par les mots "fixées par le Roi".
Art.103. In artikel 426, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 4, § 1, 11°, en artikel 5 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "artikel 5, 6°, en artikel 6 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.103. Dans l'article 426, § 1er, de la même loi, les mots "à l'article 4, § 1er, 11°, et à l'article 5 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise" sont remplacés par les mots "à l'article 5, 6°, et à l'article 6 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise".
Art.104. In artikel 428 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "bepaald door de minister van Financiën" vervangen door de woorden "bepaald door de Koning".
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning omschrijft nader wat moet worden verstaan onder "benzinedampen" en "dampterugwinningseenheid".
Art.104. A l'article 428 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "arrêtées par le ministre des Finances" sont remplacés par les mots "arrêtées par le Roi".
  2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi spécifie ce qu'il faut entendre par "vapeurs d'essence" et "système de récupération de vapeur".
Art.105. In artikel 429, § 5, 2), van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 23 december 2009, worden de woorden "de artikelen 28 en 29 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, het laatst gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003" vervangen door de woorden "het artikel 10 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.105. Dans l'article 429, § 5, 2), de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 23 décembre 2009, les mots "aux articles 28 et 29 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 22 décembre 2003" sont remplacés par les mots "à l'article 10 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise".
Art.106. In artikel 431 van dezelfde wet worden de woorden "De minister van Financiën" vervangen door de woorden "De Koning".
Art.106. Dans l'article 431 de la même loi, les mots "Le ministre des Finances" sont remplacés par les mots "Le Roi".
Art.107. Artikel 432 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 432. § 1. De Koning is gemachtigd tot het treffen van enigerlei maatregelen om de heffing en de invordering van de accijnzen vastgesteld bij artikel 419 te verzekeren.
  § 2. De Koning is gemachtigd om het toezicht te regelen van de belastingentrepots en iedere inrichting waar energieproducten en elektriciteit worden voortgebracht, verwerkt, voorhanden gehouden of doorverkocht.
  § 3. De volgende personen zijn gehouden zich te laten registreren overeenkomstig de voorwaarden opgelegd door de Koning :
  - iedere distributeur van aardgas of elektriciteit;
  - iedere netbeheerder van aardgas of elektriciteit;
  - iedere producent en handelaar in kolen, cokes of bruinkool of zijn fiscaal vertegenwoordiger;
  - iedere handelaar in energieproducten (met uitzondering van aardgas, kolen, cokes en bruinkool) die niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder bezit en dit, onafhankelijk van het feit dat hij eventueel de hoedanigheid van geregistreerde geadresseerde of tijdelijk geregistreerde geadresseerde bezit;
  - iedere houder van een tankstation;
  - iedere persoon die een economische activiteit uitoefent en die van een vrijstelling inzake accijnzen wenst te genieten.
  De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder de hiervoor vernoemde categorieën en stelt de modaliteiten van de registratie vast.
  § 4. De Koning bepaalt de modaliteiten voor het in kennis stellen van de Commissie van de Europese Unie van de vereiste informatie en van de te lande van toepassing zijnde belastingniveaus van de producten vermeld in artikel 419. Voor het bepalen van deze belastingniveaus neemt Hij alle geheven indirecte belastingen (btw uitgezonderd) in aanmerking, rechtstreeks of niet rechtstreeks berekend over de hoeveelheid energieproducten en elektriciteit op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.".
Art.107. L'article 432 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 432. § 1er. Le Roi est autorisé à prendre toutes mesures généralement quelconques en vue d'assurer la perception et le recouvrement de l'accise fixée par l'article 419.
  § 2. Le Roi est autorisé à régler la surveillance des entrepôts fiscaux et de tous établissements où des produits énergétiques et de l'électricité sont produits, transformés, détenus ou revendus.
  § 3. Les personnes suivantes sont tenues de se faire enregistrer conformément aux conditions fixées par le Roi :
  - tout distributeur de gaz naturel ou d'électricité;
  - tout gestionnaire de réseau de gaz naturel ou d'électricité;
  - tout producteur et commerçant en houille, coke ou lignite ou son représentant fiscal;
  - tout commerçant en produits énergétiques (à l'exclusion du gaz naturel, de la houille, du coke et du lignite) qui ne possède pas la qualité d'entrepositaire agréé et ce, indépendamment du fait qu'il possède éventuellement la qualité de destinataire enregistré ou de destinataire enregistré à titre temporaire;
  - tout exploitant de station-service;
  - toute personne exerçant une activité économique qui souhaite bénéficier d'une exonération de l'accise.
  Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par les catégories précitées et établit les modalités d'enregistrement.
  § 4. Le Roi règle les modalités de la communication requise par la Commission de l'Union européenne et relative aux niveaux de taxation appliqués dans le pays aux produits énumérés à l'article 419. Pour déterminer ces niveaux de taxation, Il prend en considération tout impôt indirect (à l'exception de la tva) perçu, calculé directement ou indirectement sur la quantité de produits énergétiques et d'électricité au moment de la mise à la consommation.".
Art.108. In artikel 433 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (I), worden de woorden "De minister van Financiën" vervangen door de woorden "De Koning".
Art.108. Dans l'article 433 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 8 juin 2008 portant des dispositions diverses (I), les mots "Le ministre des Finances" sont remplacés par les mots "Le Roi".
Art.109. In artikel 438 van dezelfde wet worden de woorden "de minister van Financiën" vervangen door de woorden "de Koning".
Art.109. Dans l'article 438 de la même loi, les mots "le ministre des Finances" sont remplacés par les mots "le Roi".
Art.110. In artikel 440, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "De verwijzingen naar "accijns", "accijnzen" en "minerale olie" in de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, voor zover van toepassing op minerale oliën" vervangen door de woorden "De verwijzingen naar "accijns", "accijnzen", "energieproducten en elektriciteit" in de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".
Art.110. Dans l'article 440, § 2, de la même loi, les mots "Dans la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise, les termes "accises" et "huiles minérales", dans la mesure où ils se rapportent à des huiles minérales" sont remplacés par les mots "Dans la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise, les termes "accises" et "produits énergétiques et électricité".
TITEL 9. - Overgangsbepaling
TITRE 9. - Disposition transitoire
Art.111. De vermeldingen voorgeschreven door artikel 1714, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 41, zijn niet verplicht in geval van hernieuwing van een huurcontract dat werd gesloten vóór de inwerkingtreding van vermeld artikel 41.
Art.111. Les mentions prescrites par l'article 1714, alinéas 2 et 3, du Code civil, insérés par l'article 41, ne sont pas obligatoires pour le renouvellement d'un bail conclu avant l'entrée en vigueur dudit article 41.
TITEL 10. - Nationale Kas voor Rampenschade
TITRE 10. - Caisse nationale des calamités
Art.112. Voor het jaar 2014 wordt een bedrag van 11.860.300 euro afkomstig van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen, zoals bepaald bij de artikelen 173 tot 183 van boek II, titel V, van het Wetboek diverse rechten en taksen, toegewezen door middel van het toewijzingsfonds 66.80.00.44B teneinde de Nationale Kas voor Rampenschade te financieren.
Art.112. Pour l'année 2014, un montant de 11.860.300 euros provenant de la taxe annuelle sur les opérations d'assurance, visée aux articles 173 à 183 du livre II, titre V, du Code des droits et taxes divers, est affecté au financement de la Caisse nationale des Calamités au travers du fonds d'attribution 66.80.00.44B.
TITEL 11. - Maatregelen tot consolidatie van de financiële activa van de overheid
TITRE 11. - Mesures de consolidation des actifs financiers des administration publiques
Art.113. Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder :
  1° beschikbare gelden op zicht : gelden die het organisme nodig heeft voor zijn dagelijks beheer;
  2° organismen : de in artikel 114 bedoelde eenheden.
Art.113. Pour l'application du présente Titre, on entend par :
  1° disponibilités à vue : les fonds dont l'organisme a besoin pour sa gestion journalière;
  2° les organismes : les unités visées à l'article 114.
Art.114. Deze Titel is van toepassing op institutionele eenheden die op federaal niveau behoren tot de subsectoren S1311 en S1314 volgens de definities van het Europees Systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR), met uitzondering van de Civiele lijst, de parlementaire vergaderingen, [2 Hedera,]2 het Grondwettelijk Hof en het Rekenhof. [1 Het betreft de institutionele eenheden die het Instituut voor de Nationale Rekeningen opneemt in een lijst met de eenheden van de publieke sector en publiceert op zijn website.]1
  
Art.114. Le présent Titre est applicable aux unités institutionnelles qui relèvent au niveau fédéral des sous-secteurs S1311 et S1314 aux termes du Système européen de comptes nationaux et régionaux (SEC), à l'exception de la Liste civile, des assemblées parlementaires, [2 Hedera,]2 de la Cour constitutionnelle et de la Cour des Comptes. [1 Sont concernées, les unités institutionnelles que l'Institut des Comptes Nationaux inscrit sur une liste avec les unités du secteur public et qu'il publie sur son site web.]1
  
Art.115. Met uitzondering van de Ziekenfondsen - Verplichte verzekeringen en de VZW Vrije Kinderbijslagfondsen moeten de organismen :
  1° hun beschikbare gelden op zicht te plaatsen op een rekening geopend bij de door de Staat aangewezen instelling;
  2° hun beschikbare gelden andere dan die beoogd in 1°, rechtstreeks te beleggen bij de Schatkist en/of ze te beleggen in financiële instrumenten uitgegeven door de Federale Staat.
  De organismen die hun beschikbare gelden hebben geïnvesteerd in financiële instrumenten van de Gemeenschappen en Gewesten op de datum van de inwerkingtreding van deze wet kunnen deze behouden tot aan hun vervaldag. [1 ...]1
  [2 In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de organismen de beschikbare gelden die voor hen strikt noodzakelijk zijn om hun dagelijks beheer te verzekeren, onderbrengen bij een door een bevoegde autoriteit erkende bankinstelling, wanneer de door de Staat aangewezen instelling hen niet de bankdiensten kan bieden die ze nodig hebben voor dat beheer.
   Het organisme plaatst alle in het derde lid bedoelde beschikbare gelden aan het einde van elk kwartaal op een rekening die wordt geopend bij de door de Staat aangewezen instelling, met uitzondering van huurwaarborgen, rekeningen uitgedrukt in een andere munt dan de euro en rekeningen in het buitenland. Deze uitzondering is beperkt tot het kleinste bedrag tussen 1 000 000 euro en 5 % van het totale bedrag van de beschikbare gelden van het organisme.
   De rechtvaardiging, de bedragen en de rekeningen van de beschikbare gelden bedoeld in het derde lid worden door de organismen meegedeeld aan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde, gelijktijdig met de inlichtingen bedoeld in artikel 116, derde lid en overeenkomstig artikel 116, achtste lid.]2

  
Art.115. A l'exception des mutualités-assurances obligatoires et des ASBL Caisses de Compensation libres pour Allocations familiales, les organismes doivent :
  1° placer leurs disponibilités à vue sur un compte ouvert auprès de l'institution désignée par l'Etat;
  2° investir leurs disponibilités autres que celles visés au 1° directement auprès du Trésor et/ou les investir en instruments financiers émis par l'Etat fédéral.
  Les organismes qui ont investi à la date d'entrée en vigueur de la présente loi leurs disponibilités en instruments financiers des Communautés et des Régions peuvent les conserver jusqu'à leurs échéances. [1 ...]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les organismes peuvent placer les disponibilités qui leur sont strictement nécessaires pour assurer leur gestion quotidienne auprès d'une institution bancaire agréée par une autorité compétente, lorsque l'institution désignée par l'Etat ne peut pas leurs fournir les services bancaires dont ils ont besoin pour cette gestion.
   L'organisme place la totalité des disponibilités visées à l'alinéa 3 sur un compte ouvert auprès de l'institution désignée par l'Etat à la fin de chaque trimestre, à l'exception des garanties locatives, des comptes libellés en une autre devise que l'euro et des comptes à l'étranger. Cette exception est limitée au plus petit montant entre 1 000 000 euros et 5 % du montant total des disponibilités de l'organisme.
   Les justifications, les montants et les comptes des disponibilités visées à l'alinéa 3 sont communiqués par les organismes au ministre des Finances ou son délégué en même temps que les renseignements visés à l'article 116, alinéa 3 et conformément à l'article 116, alinéa 8.]2

  
Art.116. De in artikel 114 bedoelde organismen bezorgen [2 aan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde nauwkeurige en volledige inlichtingen]2 over de toestand op het einde van ieder trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december) over de :
  1° leningen van alle aard die ze aangaan;
  2° plaatsingen en beleggingen van hun beschikbare gelden.
  De gegevens bedoeld onder 1° en 2° worden telkens verdeeld tussen een looptijd tot en met één jaar en een looptijd van meer dan één jaar.
  De in het eerste lid bedoelde inlichtingen over de toestand op het einde van elk trimester dienen te worden bezorgd vóór het einde van de daaropvolgende maand.
  Jaarlijks, tussen 1 en 15 december, dienen de organismen [2 de minister van Financiën of zijn afgevaardigde]2 hun vooruitzichten te bezorgen over de toestand van hun in het eerste lid bedoelde leningen, plaatsingen en beleggingen op 31 december van het betrokken kalenderjaar.
  [2 De minister van Financiën of zijn afgevaardigde]2 kan modaliteiten bepalen voor het bezorgen van de in het eerste en derde lid bedoelde inlichtingen.
  [2 De inlichtingen bedoeld onder het eerste tot derde lid, meegedeeld door de organismen bedoeld in artikel 114 moeten volledig en nauwkeurig zijn. Wanneer de door hen verstrekte informatie onvolledig en/of onjuist is, nodigt de minister van Financiën of zijn afgevaardigde hen uit om deze aan te vullen en/of te verbeteren. De ingevulde en/of verbeterde gegevens moeten binnen de in het derde lid bedoelde termijn aan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde worden meegedeeld.]2
  [2 Om de volledigheid en juistheid van de door de organismen bezorgde inlichtingen te controleren, kan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde, op eenvoudig verzoek langs elektronische weg, eisen dat zij ze een kopie verstrekken van de boeken en van de boekhoudkundige bescheiden en van om het even welke geschriften. Indien de organismen de documenten die de minister van Financiën of zijn afgevaardigde vraagt niet verstrekken, kunnen haar agenten beslissen zich te verplaatsen om ze te raadplegen en eisen dat de instellingen hem een kopie bezorgen van het geheel of een gedeelte van de ter plaatse geraadpleegde documenten.]2
  [1 Alle berichten en uitwisselingen van de in het (eerste, vierde en zesde) lid bedoelde inlichtingen, gegevens, vooruitzichten, boeken en documenten, moeten aan [2 de minister van Financiën of zijn afgevaardigde worden voorgelegd volgens de modaliteiten die hij bepaalt]2. Elk berichten en elke uitwisselingen die rechtsgevolgen teweeg brengt, maakt automatisch het voorwerp uit van een elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de inlichtingen en documenten door [2 de minister van Financiën of zijn afgevaardigde]2.]1
  
Art.116. Les organismes visés à l'article 114 communiquent [2 au ministre des Finances ou son délégué les renseignements exacts et complets]2 sur la situation à la fin de chaque trimestre (31 mars, 30 juin, 30 septembre et 31 décembre) des :
  1° emprunts de toute nature qu'ils contractent;
  2° placements et investissements de leurs disponibilités.
  Les données mentionnées sous 1° et 2° sont chaque fois réparties entre échéance jusqu'à un an et échéance à plus d'un an.
  Les renseignements visés à l'alinéa 1er sur la situation à la fin de chaque trimestre doivent être communiqués avant la fin du mois suivant.
  Chaque année entre le 1er et le 15 décembre, les organismes doivent communiquer [2 au ministre des Finances ou son délégué]2 leurs prévisions sur la situation de leurs emprunts, placements et investissements visés à l'alinéa 1er, au 31 décembre de l'année calendrier concernée.
  [2 Le ministre des Finances ou son délégué]2 peut fixer des modalités pour fournir les renseignements visés aux alinéas 1er et 3.
  [2 Les renseignements visés aux alinéas 1 à 3 communiqués par les organismes visés à l'article 114 doivent être exhaustifs et exacts. Lorsque les renseignements qu'ils communiquent sont incomplets et/ou inexacts, le ministre des Finances ou son délégué les invite à les compléter et/ou à les corriger. Les renseignements complétés et/ou corrigés doivent être communiqués au ministre des Finances ou son délégué dans le délai visé à l'alinéa 3.]2
  [2 Pour contrôler l'exhaustivité et l'exactitude des renseignements fournis par les organismes, le ministre des Finances ou son délégué peut exiger, sur simple demande par voie électronique, qu'ils lui communiquent une copie des livres et des documents comptables et de toutes les écritures. Si les organismes ne communiquent pas les documents demandés par le ministre des Finances ou son délégué, ses agents peuvent se déplacer pour les consulter et exiger que les organismes leur remettent une copie de tout ou partie des documents consultés sur place.]2
  [1 Toutes les communications et échanges de renseignements, données, prévisions, livres, documents et écritures visés aux alinéas (1, 4 et 6), doivent être adressés par voie électronique [2 au ministre des Finances ou son délégué selon les modalités qu'il détermine]2. Tout échange et toute information de nature à produire des effets de droit font automatiquement l'objet d'un accusé de réception électronique. La date de l'accusé de réception vaut date de réception des informations et des documents par [2 le ministre des Finances ou son délégué]2.]1
  
Art.117. In functie van de specifieke behoeften van een organisme, kan de minister van Financiën andere modaliteiten dan [2 deze bepaald in artikel 115]2, bepalen voor de plaatsing en de belegging van de beschikbare gelden ervan en het minimumbedrag van de beschikbare gelden vaststellen vanaf hetwelk de bepalingen [1 bedoeld in artikel 115, eerste lid]1, van toepassing zijn.
  De minister van Financiën kan de beoogde maatregel in het eerste lid in de tijd beperken en aan de toekenning en het behoud ervan voorwaarden verbinden, inzonderheid op het vlak van het verstrekken van inlichtingen door het organisme.
  
Art.117. En fonction des besoins spécifiques d'un organisme, le ministre des Finances peut déterminer d'autres modalités que [2 celles prévues à l'article 115]2, pour le placement et l'investissement de ses disponibilités et fixer le montant minimum des disponibilités à partir duquel les dispositions [1 visées à l'article 115, alinéa 1er]1, sont applicables.
  Le ministre des Finances peut limiter dans le temps la mesure visée à l'alinéa 1er et soumettre son octroi et maintien à des conditions, en particulier en ce qui concerne la communication de renseignements par l'organisme.
  
Art.118. [1 Bij niet-naleving van artikel 115 door een organisme, kan de minister van Financiën of zijn afgevaardigde een administratieve geldboete opleggen gelijk aan het product van onderstaande factoren:
   1° de jaarlijkse rentevoet bedoeld in artikel 5 van de wet van 2 augustus 2002 ter bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties;
   2° het bedrag van de te consolideren beschikbare gelden van het organisme geraamd door de Algemene Administratie van de Thesaurie voor de periode van niet-naleving van artikel 115;
   3° het aantal kalenderdagen gedurende welke de niet-naleving van artikel 115 plaatsvond;
   4° de fractie 1/360.
   De minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan een administratieve boete van 15 000 euro opleggen aan het organisme dat, na een eerste waarschuwing, de inlichtingen en vooruitzichten bedoeld in artikel 116 meer dan één maand na het einde van elk trimester verstrekt.
   Voor elke nieuwe vertraging in het bezorgen van de inlichtingen en vooruitzichten volgens de regel voorzien in artikel 116 die voor hetzelfde organisme wordt waargenomen gedurende een periode van vierentwintig opeenvolgende maanden, bedraagt de opgelopen administratieve boete 25 000 euro.
   In geval van niet-naleving door de organismen van de voorwaarden opgelegd door de minister van Financiën, kan deze de maatregel, verleend krachtens artikel 117, eerste lid, intrekken.
   De minister van Financiën of zijn afgevaardigde stelt de hoogte van de administratieve boetes vast, nadat de betrokken organismen de gelegenheid hebben gehad hun verweer bij voorkeur schriftelijk langs elektronische weg en/of mondeling aan een afgevaardigde van de minister van Financiën te doen gelden.
   De minister van Financiën trekt de maatregel ter uitvoering van artikel 117 in nadat de betrokken organismen de mogelijkheid hebben gehad om hun rechten van verdediging te doen gelden zoals bepaald in het vijfde lid.
   De boete wordt ten behoeve van de Schatkist ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.]1

  
Art.118. [1 En cas de non-respect de l'article 115 par un organisme, le ministre des Finances ou son délégué peut infliger une amende administrative égale au produit des facteurs suivants :
   1° le taux d'intérêt annuel visé à l'article 5 de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales;
   2° le montant des disponibilités à consolider de l'organisme estimé par l'Administration générale de la Trésorerie pour la période de non-respect de l'article 115;
   3° le nombre de jours calendrier durant lesquels le non-respect de l'article 115 s'est produit;
   4° la fraction 1/360.
   Le ministre des Finances ou son délégué peut infliger une amende administrative égale à 15 000 euros à l'organisme qui, après un premier avertissement, communique les renseignements et prévisions visés à l'article 116 plus d'un mois après la fin de chaque trimestre.
   Pour chaque nouveau retard dans la communication des renseignements et prévisions visés à l'article 116 constaté pour un même organisme sur une période de vingt-quatre mois consécutifs, le montant de l'amende administrative encourue est de 25 000 euros.
   En cas de non-respect par les organismes des conditions imposées par le ministre des Finances, celui-ci peut retirer la mesure accordée en exécution de l'article 117, alinéa 1er.
   Le ministre des Finances ou son délégué fixe le montant des amendes administratives, après que les organismes concernés ont eu l'occasion de faire valoir leurs moyens de défense de préférence par écrit par voie électronique et/ou oralement à un délégué du ministre des Finances.
   Le ministre des Finances retire la mesure accordée en exécution de l'article 117 après que les organismes concernés ont eu l'occasion de faire valoir leurs moyens de défense comme prévu à l'alinéa 5.
   L'amende est recouvrée par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.]1

  
Art.119. Artikel 12, § 2, tweede, derde en vierde lid, en § 3, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut zijn niet meer van toepassing op de organismen onderworpen aan de verplichting van artikel 115.
Art.119. L'article 12, § 2, alinéas deux, trois et quatre, et § 3, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public n'est plus d'application aux organismes soumis à l'obligation de l'article 115.
Art.120. § 1. Het koninklijk besluit van 15 juli 1997 houdende maatregelen tot consolidatie van de financiële activa van de overheid, genomen met toepassing van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, 6°, en § 2, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999 en het koninklijk besluit van 7 januari 2002, wordt opgeheven.
  § 2. Indien op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze titel op grond van artikel 5 van het voornoemde koninklijk besluit van 15 juli 1997, voor de plaatsing en de belegging van de beschikbare gelden van een organisme andere modaliteiten van toepassing zijn of er een minimumbedrag van beschikbare gelden is vastgesteld vanaf het welk artikel 3 van het voornoemde koninklijk besluit van toepassing is, blijven deze andere modaliteiten en dit minimumbedrag van toepassing tot uiterlijk 30 juni 2014.
  § 3. Aanvragen om op grond van artikel 117 andere modaliteiten te bepalen of een minimumbedrag vast te stellen ten einde deze toe te passen in de loop van het jaar 2014, dienen bij de minister van Financiën uiterlijk op 31 maart 2014 ingediend te worden.
Art.120. § 1er. L'arrêté royal du 15 juillet 1997 portant des mesures de consolidation des actifs financiers des administrations publiques, pris en application des articles 2, § 1er, et 3, § 1er, 6°, et § 2, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, modifié par la loi du 15 janvier 1999 et l'arrêté royal du 7 janvier 2002, est abrogé.
  § 2. Si, au moment de l'entrée en vigueur du présent titre, d'autres modalités sont d'application pour le placement et l'investissement des disponibilités d'un organisme en application de l'article 5 de l'arrêté royal précité du 15 juillet 1997 ou qu'un montant minimum de disponibilités a été fixé à partir duquel l'article 3 de l'arrêté royal précité est applicable, ces autres modalités et ce montant minimum restent d'application jusqu'au 30 juin 2014.
  § 3. Les demandes pour déterminer d'autres modalités ou fixer un montant minimum sur base de l'article 117, afin de les appliquer dans le courant de l'année 2014, doivent être introduites auprès du Ministre des Finances au plus tard le 31 mars 2014.
Art. 121. Deze titel treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 118 dat op 1 juli 2014 in werking treedt.
Art. 121. Le présent titre entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 118 qui entre en vigueur le 1er juillet 2014.