Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2013. - Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2013 en tekstbijwerking tot 15-01-2024)
Titre
21 DECEMBRE 2013. - Loi relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2013 et mise à jour au 15-01-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (29)
Texte (29)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Définitions et champ d'application
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° kredietbemiddelaar : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet optreedt als kredietgever en die in het raam van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten tegen een vergoeding in de vorm van geld of een ander overeengekomen economisch voordeel :
  a) aan ondernemingen kredietovereenkomsten voorstelt of aanbiedt;
  b) ondernemingen anderszins dan onder a) bedoeld, bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten van kredietovereenkomsten;
  c) namens de kredietgever met ondernemingen kredietovereenkomsten sluit. Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere erkende kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
  2° kredietgever : elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon of elke groep van dergelijke personen, die een krediet toestaat binnen het kader van zijn gebruikelijke handels- of beroepsactiviteiten, met uitzondering van de persoon of van elke groep van personen die een kredietovereenkomst aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een erkende kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
  3° de kredietovereenkomst : elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een onderneming, in de vorm van een lening, of van elke andere gelijkaardige regeling, met uitsluiting van de kredietovereenkomsten die vallen onder [2 de hoofdstukken 1 en 2 van boek VII, titel 4, van het Wetboek economisch recht]2;
  4° [1 onderneming : de onderneming bedoeld in artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, die op het ogenblik van de kredietaanvraag beantwoordt aan de van toepassing zijnde criteria vastgesteld in [2 artikel 1:24, §§ 1 tot en met 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2.]1
  
Art.2. Pour l'application de la présente loi, sont définis comme suit :
  1° l'intermédiaire de crédit : une personne physique ou morale qui n'agit pas en qualité de prêteur et qui, dans le cadre de l'exercice de ses activités commerciales ou professionnelles, contre une rémunération qui peut être pécuniaire ou revêtir toute autre forme d'avantage économique ayant fait l'objet d'un accord :
  a) présente ou propose des contrats de crédit aux entreprises;
  b) assiste les entreprises en réalisant pour des contrats de crédit des travaux préparatoires autres que ceux visés au point a);
  c) conclut des contrats de crédit avec des entreprises pour le compte du prêteur. Est assimilé à celui-ci, la personne qui offre ou consent des contrats de crédit, lorsque ces contrats font l'objet d'une cession ou d'une subrogation immédiate au profit d'un autre prêteur agréé, désigné dans le contrat;
  2° le prêteur : toute personne physique ou morale ou tout groupement de ces personnes qui consent un crédit dans le cadre de ses activités commerciales ou professionnelles, à l'exception de la personne ou de tout groupement de personnes qui offre ou conclut un contrat de crédit lorsque ce contrat fait l'objet d'une cession ou d'une subrogation immédiate au profit d'un prêteur agréé désigné dans le contrat;
  3° le contrat de crédit : tout contrat en vertu duquel un prêteur consent ou s'engage à consentir à une entreprise un crédit, sous la forme d'un prêt ou de toute autre facilité similaire, à l'exception des contrats de crédit qui tombent sous l'application [2 des chapitres 1 et 2 du livre VII, titre 4, du Code de droit économique]2;
  4° [1 l'entreprise : l'entreprise telle que visée à l'article I.1, 1°, du Code de droit économique, laquelle répond au moment de la demande du crédit aux critères applicables fixés à l'[2 article 1:24, §§ 1er à 6 du Code des sociétés et des associations]2.]1
  
Art.3. Deze wet is van toepassing op de kredietovereenkomsten gesloten met een onderneming die in de Europese Economische Ruimte haar vestiging of maatschappelijke zetel heeft, op voorwaarde dat :
  1° de kredietgever zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in België, of
  2° de kredietgever dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België of op verscheidene landen, met inbegrip van België,
  en de kredietovereenkomst onder die activiteiten in België valt.
Art.3. La présente loi s'applique aux contrats de crédit conclus avec une entreprise ayant son établissement ou siège social dans l'Espace économique européen, à condition que :
  1° le prêteur exerce son activité commerciale ou professionnelle en Belgique, ou
  2° le prêteur par tout moyen, dirige cette activité vers la Belgique ou vers plusieurs pays, dont la Belgique,
  et que le contrat de crédit rentre dans le cadre de cette activité en Belgique.
Art.3/1. [1 Deze wet is niet van toepassing op de kredietovereenkomsten afgesloten met meerdere medekredietnemers, als minstens één van de medekredietnemers een onderneming is die op het ogenblik van de kredietaanvraag niet beantwoordt aan de van toepassing zijnde criteria vastgesteld in [2 artikel 1:24, §§ 1 tot en met 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2.]1
  
Art.3/1. [1 La présente loi ne s'applique pas aux contrats de crédit conclus avec plusieurs co-emprunteurs si au moins un des co-emprunteurs est une entreprise qui ne répond pas au moment de la demande du crédit aux critères applicables fixés à l'[2 article 1:24, §§ 1er à 6 du Code des sociétés et des associations]2.]1
  
HOOFDSTUK 2. - Zorgvuldigheidsplicht
CHAPITRE 2. - Devoir de rigueur
Art.4. De kredietgever, de kredietbemiddelaar en de onderneming gedragen zich in hun onderlinge rechtsverhoudingen te goeder trouw en billijk. De door hen verstrekte informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
Art.4. Le prêteur, l'intermédiaire de crédit et l'entreprise se comportent de bonne foi et équitablement dans leurs relations juridiques réciproques. Les informations qu'ils fournissent doivent être correctes, claires et non trompeuses.
HOOFDSTUK 3. - Informatieplicht
CHAPITRE 3. - Devoir d'information
Art.5. De kredietgever, en in voorkomend geval de kredietbemiddelaar, vragen aan de onderneming die om een kredietovereenkomst verzoekt en, in voorkomend geval, de persoon die een persoonlijke zekerheid stelt, de pertinente informatie die zij noodzakelijk achten om de haalbaarheid van het beoogde project waarvoor het krediet wordt aangevraagd, hun financiële toestand en hun terugbetalingsmogelijkheden en hun lopende financiële verbintenissen te beoordelen. De onderneming en in voorkomend geval de steller van een persoonlijke zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig te antwoorden.
Art.5. Le prêteur et, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit demandent à l'entreprise sollicitant un contrat de crédit et, le cas échéant, à la personne qui constitue une sûreté personnelle, les renseignements pertinents qu'ils jugent nécessaires afin d'apprécier la faisabilité du projet proposé pour lequel le crédit est demandé, leur situation financière et leurs capacités de remboursement et leurs engagements financiers en cours. L'entreprise et, le cas échéant, la personne qui constitue une sûreté personnelle sont tenues d'y répondre de manière exacte et complète.
Art.6. De kredietgever en, in voorkomend geval de kredietbemiddelaar zoeken voor de kredietovereenkomsten die zij gewoonlijk aanbieden of waarvoor zij gewoonlijk bemiddelen, het krediet dat qua soort het best is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de onderneming op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.
Art.6. Le prêteur et, le cas échéant l'intermédiaire de crédit recherchent, dans le cadre des contrats de crédit qu'ils offrent habituellement ou pour lesquels ils interviennent habituellement, le type de crédit le mieux adapté, compte tenu de la situation financière de l'entreprise au moment de la conclusion du contrat de crédit et du but du crédit.
Art.7. [1 § 1. De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaars verstrekken de onderneming, op het moment van de kredietaanvraag, een schriftelijke toelichting die de verschillende kredietvormen bevat die mogelijk aangepast zijn aan de onderneming. De toelichting omvat in elk geval de belangrijkste kenmerken van de kredietvormen die mogelijk aangepast zijn aan de onderneming en de specifieke gevolgen hieraan verbonden voor de onderneming. De schriftelijke toelichting vermeldt eveneens de naam en het adres van het bevoegd orgaan, aangeduid overeenkomstig artikel 8, tweede lid, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten.
   De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaars verstrekken de onderneming, op het moment van de kredietaanvraag, de informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot financiering voor ondernemingen te verbeteren, op de wijze bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10.
   § 2. Aan de onderneming wordt, op het moment van het kredietaanbod en kosteloos, een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt.
   Ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een waarborg door een derde, kan deze derde op eerste verzoek en kosteloos een kopie van de ontwerpkredietovereenkomst opvragen.
   Bij de ontwerpkredietovereenkomst wordt, op dezelfde drager, een summier informatiedocument gevoegd, waarvan de inhoud wordt bepaald door de gedragscode bedoeld in artikel 10.
   § 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de kredietgever op het moment van de aanvraag niet voornemens is de kredietovereenkomst met de onderneming aan te gaan.
   Dit artikel is niet van toepassing op kredieten voor een bedrag van minder dan 25 000 euro, voor zover die geen clausule bevatten die een wederbeleggingsvergoeding vaststelt en niet het voorwerp uitmaken van zekerheden of waarborgen, onverminderd het recht van de onderneming om te allen tijde het verschuldigd kapitaalsaldo geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen.]1

  
Art.7. [1 § 1er. Les prêteurs et, le cas échéant, les intermédiaires de crédit fournissent à l'entreprise, au moment de la demande de crédit, une notice explicative reprenant les différents types de crédit qui sont susceptibles de lui être adaptés. La notice explicative reprend en tout cas les caractéristiques les plus importantes des formes de crédit susceptibles d'être adaptées à l'entreprise et les implications spécifiques qui y sont liées pour l'entreprise. La notice explicative mentionne également le nom et l'adresse de l'organisme compétent désigné conformément à l'article 8, alinéa 2, 2 °, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers.
   Les prêteurs et, le cas échéant, les intermédiaires de crédit fournissent à l'entreprise, au moment de la demande de crédit, les informations et les outils utiles destinés à améliorer l'accès au financement de l'entreprise selon les modalités fixées dans le code de conduite visé à l'article 10.
   § 2. Il est remis à l'entreprise, au moment de l'offre de crédit et sans frais, un exemplaire du projet de la convention de crédit.
   Au cas où le prêteur conditionne l'octroi du crédit à la constitution d'une sûreté ou d'une garantie par un tiers, celui-ci peut se faire remettre à première demande et sans frais une copie du projet de convention de crédit.
   Au projet de convention de crédit est annexé, sur le même support, un document d'information succinct, dont le contenu est fixé par le code de conduite visé à l'article 10.
   § 3. Le présent article ne s'applique pas si, au moment de la demande, le prêteur n'est pas disposé à conclure la convention de crédit avec l'entreprise.
   Le présent article ne s'applique pas aux crédits d'un montant inférieur à 25 000 euros, pour autant que ces derniers ne comportent pas de clause fixant une indemnité de remploi et ne fassent pas l'objet de sûretés ou garanties, sans préjudice du droit de l'entreprise de rembourser par anticipation, en tout ou en partie et à tout moment le solde du capital restant dû.]1

  
HOOFDSTUK 4. - Kredietweigering
CHAPITRE 4. - Refus d'octroi d'un crédit
Art.8. Ingeval een krediet wordt geweigerd stellen de kredietgever, of in voorkomend geval de kredietbemiddelaar, de onderneming in kennis van de belangrijkste elementen waarop deze weigering is gebaseerd of die de risico-inschatting hebben beïnvloed, en dit op een transparante en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen, hetzij op schriftelijke of mondelinge wijze. De onderneming kan een schriftelijke verduidelijking van de mondelinge kennisgeving verkrijgen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van de kredietgever en roept geen recht op krediet in het leven voor de onderneming.
Art.8. En cas de refus d'octroi d'un crédit, le prêteur et, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit informent l'entreprise des éléments essentiels sur lesquels ce refus est basé ou qui ont influencé l'évaluation des risques, et ce, de manière transparente et dans des termes compréhensibles pour l'entreprise, soit par écrit, soit oralement. L'entreprise peut obtenir que la notification verbale soit clarifiée par écrit. Cette disposition ne porte pas atteinte à la liberté contractuelle du prêteur et ne crée pas de droit au crédit pour l'entreprise.
HOOFDSTUK 4/1. [1 - Zekerheden en waarborgen]1
CHAPITRE 4/1. [1 - Sûretés et garanties]1
Art.8/1. [1 § 1. Ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een waarborg, informeren de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar de onderneming over de belangrijkste kenmerken van deze zekerheid of waarborg en de impact ervan op de kredietaanvraag, en dat op transparante wijze en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van de kredietgever.
   § 2. Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek, kan de onderneming of elke derde die een zekerheid of een waarborg ter garantie van het krediet gevestigd heeft, de volledige of gedeeltelijke vrijgave van de zekerheid of de waarborg vragen. Het krediet moet volledig of gedeeltelijk terugbetaald zijn vooraleer een vrijgave van de zekerheid of waarborg gevraagd kan worden. Ingeval van weigering informeren de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar de onderneming of de belanghebbende derde schriftelijk over de belangrijkste elementen waarop die weigering gebaseerd is of die de risico-inschatting beïnvloed hebben, en dat op transparante wijze en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen.
   § 3. De kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar informeren de onderneming schriftelijk, op het moment van de kredietaanvraag, over de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties op de wijze bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10.]1

  
Art.8/1. [1 § 1er. Au cas où le prêteur conditionne l'octroi du crédit à la constitution d'une sûreté ou d'une garantie, le prêteur et, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit informent l'entreprise des caractéristiques essentielles de cette sûreté ou garantie et de son impact sur le crédit demandé, et ce de manière transparente et dans des termes compréhensibles pour l'entreprise, soit par écrit, soit oralement. Cette disposition ne porte pas atteinte à la liberté contractuelle du prêteur.
   § 2. Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies du Code civil, l'entreprise ou tout tiers ayant constitué une sûreté ou une garantie en garantie du crédit peut demander la levée totale ou partielle de la sûreté ou de la garantie. Le crédit doit avoir été totalement ou partiellement remboursé avant qu'une levée de la sûreté ou de la garantie ne puisse être demandée. En cas de refus, le prêteur et, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit informent par écrit l'entreprise ou le tiers intéressé des éléments essentiels sur lesquels ce refus est basé ou qui ont influencé l'évaluation des risques, et ce, de manière transparente et dans des termes compréhensibles pour l'entreprise.
   § 3. Le prêteur et, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit informent par écrit l'entreprise, au moment de la demande de crédit, des possibilités d'obtenir des garanties publiques selon les modalités fixées dans le code de conduite visé à l'article 10.]1

  
HOOFDSTUK 5. - Vervroegde terugbetaling
CHAPITRE 5. - Remboursement anticipé
Art.9. § 1. De onderneming heeft te allen tijde het recht om geheel of gedeeltelijk het verschuldigd kapitaalsaldo vervroegd terug te betalen, zonder dat dit recht, met uitzondering van de wederbeleggingsvergoeding als bepaald in § 2, afhankelijk kan worden gemaakt van het vervullen van bijkomende voorwaarden.
  Hij brengt de kredietgever ten minste tien werkdagen voor de terugbetaling bij ter post aangetekende brief van zijn voornemen op de hoogte.
  § 2. In het geval het krediet niet gekwalificeerd kan worden als een lening op interest als bedoeld in artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, bedraagt de wederbeleggingsvergoeding, indien deze is bedongen, maximaal zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet, voor ondernemingskredieten waarvan het oorspronkelijke kredietbedrag hoogstens [1 twee miljoen]1 euro bedraagt.
  Voor ondernemingskredieten waarvan het kredietbedrag meer dan [1 twee miljoen]1 euro bedraagt wordt, onverminderd artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, de hoogte van de wederbeleggingsvergoeding contractueel vastgesteld tussen kredietgever en onderneming, met dien verstande dat deze [1 niet hoger mag zijn dan het bedrag berekend volgens]1 de berekeningsmodaliteiten hieromtrent vastgesteld in de gedragscode als bedoeld in artikel 10.
  § 3. Geen enkele vergoeding is verschuldigd in geval van : vervroegde terugbetaling in uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die contractueel de terugbetaling van het krediet waarborgt, de hergroepering van bestaande kredieten bij dezelfde kredietgever [1 , een wijziging van de kredietgerelateerde waarborgen en zekerheden]1 of de niet-substantiële wijziging van de kredietovereenkomst.
  
Art.9. § 1er. L'entreprise a le droit de rembourser en tout ou en partie et à tout moment le solde du capital restant dû par anticipation, sans que ce droit puisse être subordonné à l'accomplissement de conditions supplémentaires, à l'exception de l'indemnité de remploi telle que définie au § 2 .
  Elle avise le prêteur de son intention par lettre recommandée à la poste, au moins dix jours ouvrables avant le remboursement.
  § 2. Si le crédit ne peut pas être qualifié de prêt à intérêt tel que visé à l'article 1907bis du Code civil, l'indemnité de remploi, si elle a été stipulée, ne peut excéder six mois d'intérêts, calculés sur la somme remboursée et au taux fixé dans le contrat, pour les crédits aux entreprises dont le montant initial ne dépasse pas [1 deux millions]1 d'euros.
  Pour les crédits aux entreprises dont le montant dépasse [1 deux millions]1 d'euros, sans préjudice de l'article 1907bis du Code civil, le montant de l'indemnité de remploi est établi contractuellement entre le prêteur et l'entreprise, étant entendu que ce montant [1 ne peut être supérieur au montant calculé selon]1 les modalités de calcul énoncées à cet égard dans le code de conduite visé à l'article 10.
  § 3. Aucune indemnité n'est due dans les cas suivants : le remboursement anticipé en exécution d'un contrat d'assurance destiné conventionnellement à garantir le remboursement du crédit, le regroupement de crédits existants chez le même prêteur, [1 une modification des garanties et sûretés relatives au crédit,]1 ou la modification non substantielle de la convention de crédit.
  
HOOFDSTUK 6. - Gedragscode
CHAPITRE 6. - Code de conduite
Art.10. § 1. De [1 representatieve interprofessionele organisaties, bedoeld in artikel 4 van de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's, die de belangen van de K.M.O.'s behartigen en de representatieve organisatie van de kredietsector worden ermee belast binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet of van haar opeenvolgende wijzigingen]1 in onderling overleg een gedragscode uit te werken, die minstens het volgende bepaalt :
  1° de inhoud en de vorm van de toelichting en het summier informatiedocument als bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, tweede lid;
  2° de nadere regels inzake de informatie die noodzakelijk wordt geacht om de financiële toestand en de terugbetalingsmogelijkheden van de onderneming te beoordelen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in het bijzonder de documenten die de onderneming moet verstrekken aan de kredietgever om dit aan te tonen;
  3° de berekeningsmodaliteiten van de wederbeleggingsvergoeding voor de ondernemingskredieten als bedoeld in artikel 9, § 2, tweede lid;
  4° de inhoud van de informatie die moet worden geleverd aan de onderneming in geval van een weigering van een krediet door de kredietgever als bedoeld in artikel 8;
  [1 5° de bepalingen en verplichtingen betreffende de informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot financiering van de onderneming te verbeteren zoals bedoeld in artikel 7, § 1, tweede lid, alsook de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties zoals voorzien in artikel 8/1, § 3.]1
  De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de gedragscode en verleent hieraan bindende kracht bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 2. [1 Bij gebrek aan de in § 1, eerste lid, bedoelde gedragscode binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet of van haar opeenvolgende wijzigingen, of bij gebrek aan een bekrachtiging door de Koning zoals bedoeld in § 1, tweede lid, wordt de Koning gemachtigd om de nadere regels vast te stellen met betrekking tot de bepalingen bedoeld in § 1, 1° tot 5°, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.]1
  
Art.10. § 1er. Les organisations [1 interprofessionnelles représentatives, visées à l'article 4 de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME, qui défendent les intérêts des P.M.E. et l'organisation représentative du secteur du crédit sont chargées d'élaborer de commun accord dans un délai de trois mois suivant l'entrée en vigueur de la présente loi ou de ses modifications successives]1, un code de conduite, qui stipule au moins ce qui suit :
  1° le contenu et la forme de la notice explicative et du document d'information succinct tels que visés à l'article 7, §§ 1er et 2, alinéa 2;
  2° les modalités en ce qui concerne les informations qui sont jugées nécessaires pour évaluer la situation financière et les facultés de remboursement de l'entreprise telles que visées à l'article 5, alinéa 1er, en particulier les documents que l'entreprise doit fournir au prêteur pour le démontrer;
  3° les modalités de calcul de l'indemnité de remploi pour les prêts aux entreprises telle que prévue à l'article 9, § 2, alinéa 2;
  4° le contenu de l'information qui doit être fournie à l'entreprise en cas de refus d'octroi de crédit par le prêteur, comme visée à l'article 8;
  [1 5° les modalités et les obligations liées aux informations et aux outils utiles destinés à améliorer l'accès au financement de l'entreprise tels que visés à l'article 7, § 1er, alinéa 2, ainsi qu'aux possibilités d'obtenir des garanties publiques telles que prévues à l'article 8/1, § 3.]1
  Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur du code de conduite et y confère force obligatoire par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
  § 2. [1 A défaut du code de conduite visé au § 1er, alinéa 1er, dans un délai de trois mois suivant l'entrée en vigueur de la présente loi ou de ses modifications successives, ou à défaut d'une ratification par le Roi telle que visée au § 1er, alinéa 2, le Roi est habilité à fixer les modalités relatives aux dispositions visées au § 1er, 1° à 5°, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres.]1
  
HOOFDSTUK 7. - Burgerlijke sancties en onrechtmatige bedingen
CHAPITRE 7. - Sanctions civiles et clauses abusives
Art.11. In het geval de kredietgever, of in voorkomend geval de kredietbemiddelaar, de bepalingen bedoeld in artikel 6 niet heeft nageleefd of heeft miskend, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke gevolgen, de kosteloze omzetting van het krediet bevelen naar een kredietvorm die qua soort beter is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de onderneming op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.
  De omzetting als bedoeld in het eerste lid wordt niet beschouwd als een schuldhernieuwing. De bestaande waarborgen en zekerheden blijven behouden.
  De omzetting als bedoeld in het eerste lid heeft slechts uitwerking vanaf de datum van de beslissing van de geadieerde rechter.
Art.11. Si le prêteur, ou le cas échéant l'intermédiaire de crédit, n'a pas respecté ou a enfreint les dispositions visées à l'article 6, le juge peut, sans préjudice des conséquences de droit commun, ordonner la conversion sans frais du crédit en une forme de crédit dont le type est mieux adapté, compte tenu de la situation financière de l'entreprise au moment de la conclusion du contrat de crédit et du but du crédit.
  La conversion visée à l'alinéa 1er n'est pas considérée comme un refinancement de la dette. Les garanties et sûretés existantes sont maintenues.
  La conversion visée à l'alinéa premier ne produit ses effets qu'à compter de la date de la décision de la juridiction saisie.
Art.12. In geval van een schending van artikel 9, § 2, eerste lid, en § 3, wordt de vergoeding beperkt tot de vergoeding die is voorzien in deze bepalingen.
  In geval van een schending van artikel 9, § 2, tweede lid, bepaalt de rechter, als artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is, ex aequo et bono de vergoeding die verschuldigd is, [1 zonder dat deze vergoeding hoger mag zijn dan het resultaat van de berekening]1 die hiertoe voorzien is in de gedragscode bedoeld in artikel 10.
  Is van rechtswege nietig, ieder [2 schadebeding]2, ongeacht de wijze van formulering, dat rechtstreeks of onrechtstreeks een bijkomende vergoeding voor de kredietgever vaststelt ingeval van vervroegde terugbetaling bovenop de vergoeding als voorzien in artikel 9, §§ 2 en 3.
  
Art.12. En cas de violation de l'article 9, § 2, alinéa 1er, et § 3, l'indemnité de remploi est limitée à l'indemnité prévue par ces dispositions.
  En cas de violation de l'article 9, § 2, alinéa 2, lorsque l'article 1907bis du Code civil n'est pas applicable, le juge détermine en équité l'indemnité due, [1 sans que cette indemnité ne puisse être supérieure au montant calculé selon les modalités]1 de calcul énoncées à cet égard dans le code de conduite visé à l'article 10.
  Est nulle de plein droit, toute [2 clause indemnitaire]2, quelle que soit la manière dont elle est formulée, qui attribue au prêteur, directement ou indirectement, un montant supplémentaire en cas de remboursement anticipé, en plus de l'indemnité prévue à l'article 9, §§ 2 et 3.
  
Art.13. In de kredietovereenkomsten gesloten tussen een kredietgever en een onderneming zijn in elk geval onrechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken :
  1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de onderneming terwijl de uitvoering van de prestaties van de kredietgever onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
  2° behoudens in geval van wanprestatie vanwege de onderneming, de kredietgever toe te staan de overeenkomst voor bepaalde duur eenzijdig te beëindigen zonder redelijke schadeloosstelling voor de onderneming, behoudens overmacht;
  3° behoudens in geval van wanprestatie vanwege de onderneming, de kredietgever toe te staan een overeenkomst van onbepaalde duur op te zeggen zonder redelijke opzegtermijn voor de onderneming, behoudens overmacht;
  [1 4° het recht voor te behouden aan de kredietgever om eenzijdig ten nadele van de onderneming de daadwerkelijk toegepaste interesten, kosten, provisies of andere vergoedingen te wijzigen, anders dan op basis van specifieke en objectieve criteria die uitdrukkelijk in de kredietovereenkomst opgenomen zijn en mits een redelijke opzegtermijn.]1
  Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan.
  
Art.13. Dans les contrats de crédit conclus entre un prêteur et une entreprise, sont en tout cas abusives, les clauses et conditions ou les combinaisons de clauses et conditions qui ont pour objet de :
  1° prévoir un engagement irrévocable de l'entreprise, alors que l'exécution des prestations du prêteur est soumise à une condition dont la réalisation dépend de sa seule volonté;
  2° sauf en cas d'inexécution de la part de l'entreprise, autoriser le prêteur à mettre fin unilatéralement au contrat à durée déterminée, sans dédommagement raisonnable pour l'entreprise, hormis le cas de force majeure;
  3° sauf en cas d'inexécution de la part de l'entreprise, autoriser le prêteur à mettre fin unilatéralement au contrat à durée indéterminée sans un délai de préavis raisonnable pour l'entreprise, hormis le cas de force majeure;
  [1 4° réserver au prêteur le droit de modifier unilatéralement au détriment de l'entreprise les taux d'intérêt, frais, commissions ou autres indemnités effectivement appliqués, autrement que sur la base de critères précis, objectifs et expressément convenus dans le contrat de crédit, et moyennant un délai de préavis raisonnable.]1
  Toute clause abusive est interdite et nulle. Le contrat reste contraignant pour les parties s'il peut subsister sans les clauses abusives.
  
HOOFDSTUK 8. - Evaluatie
CHAPITRE 8. - Evaluation
Art.14. Deze wet en de gedragscode, bedoeld in artikel 10 worden aan een [1 vijfjaarlijkse]1 evaluatie onderworpen.
  De Koning kan, op voordracht van de minister van Financiën en de minister bevoegd voor de KMO's, wijzigingen aanbrengen aan deze gedragscode, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de evaluatie als bedoeld in het eerste lid.
  De evaluatie als bedoeld in het eerste lid gebeurt na voorafgaand advies van de FSMA, de Nationale Bank van België en de ombudsman in financiële geschillen OMBUDSFIN.
  
Art.14. La présente loi et le code de conduite visé à l'article 10 doivent être soumis à une évaluation [1 tous les cinq ans]1.
  Le Roi peut, sur proposition du ministre des Finances et du ministre compétent pour les PME, apporter des modifications à ce code de conduite, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres.
  Le Roi fixe les modalités de l'évaluation visée à l'alinéa 1er, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres.
  L'évaluation visée à l'alinéa 1er se fait après avis préalable de la FSMA, de la Banque nationale de Belgique et du médiateur en conflits financiers OMBUDSFIN.
  
HOOFDSTUK 9. - Toezicht door de FSMA
CHAPITRE 9. - Contrôle par la FSMA
Art.15. De FSMA zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten ziet toe op de toepassing van :
  1° de artikelen [1 4 tot 9]1 en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten;
  2° de bepalingen van de gedragscode en de besluiten bedoeld in artikel 10, die uitvoering geven aan het § 1, eerste lid, 1°, 2° en 4° van dat artikel; en
  3° de bepalingen van het derde en vierde lid.
  Voor de uitoefening van haar toezichtsopdracht beschikt zij
  1° ten aanzien van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars, over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34, § 1, 1°, 36 en 36bis van de wet van 2 augustus 2002;
  2° ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon, over de bevoegdheden bedoeld in artikel 35, §§ 1 en 2 van dezelfde wet.
  De kredietgevers en de kredietbemiddelaars leggen passende beleidslijnen en procedures vast en treffen de nodige organisatorische en administratieve regelingen om de naleving van de in de artikelen 4 tot 8 voorziene bepalingen te verzekeren.
  Ze zorgen ervoor dat de gegevens in verband met het kredietverleningsproces worden bijgehouden die voldoende zijn om de FSMA in staat te stellen na te gaan of de in de artikelen [1 4 tot 9]1 voorziene bepalingen worden nageleefd.
  
Art.15. La FSMA telle que visée à l'article 2, alinéa 1er, 21°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers veille au respect de l'application :
  1° des articles [1 4 à 9]1 et des arrêtés pris pour leur exécution;
  2° des dispositions du code de conduite et des arrêtés visés à l'article 10, qui donnent exécution aux dispositions du § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4° de cet article; et
  3° des dispositions des alinéas 3 et 4.
  Pour l'exercice de sa mission de surveillance, elle dispose
  1° à l'égard des prêteurs et des intermédiaires de crédit des compétences visées aux articles 34, § 1er, 1°, 36 et 36bis de la loi du 2 août 2002;
  2° à l'égard de toute personne physique et de toute personne morale, des compétences visées à l'article 35, §§ 1er et 2 de la même loi.
  Les prêteurs et les intermédiaires de crédit mettent en place des politiques et des procédures adéquates et appliquent les dispositions organisationnelles et administratives nécessaires permettant d'assurer le respect des dispositions prévues aux articles 4 à 8.
  Ils veillent à conserver les données relatives au processus d'octroi de crédit permettant à la FSMA de contrôler le respect des dispositions prévues aux articles 4 à 8.
  
HOOFDSTUK 10. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding
CHAPITRE 10. - Disposition transitoire et entrée en vigueur
Art. 16. Deze wet is van toepassing op de kredietovereenkomsten die worden gesloten vanaf de datum van haar inwerkingtreding.
  Deze wet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  In afwijking van het vorige lid treden de artikelen 5, 6, 7, 8, en 11 in werking op de datum door de Koning bepaald en uiterlijk de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 16. La présente loi s'applique aux contrats de crédit conclus à partir de la date de son entrée en vigueur.
  La présente loi entre en vigueur dix jours après sa publication au Moniteur belge.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, les articles 5, 6, 7, 8, et 11 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard le premier jour du troisième mois suivant la date de leur publication au Moniteur belge.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 5, 6, 7, 8, et 11 fixée au 01-03-2014 par AR 2014-02-27/02, art. 2)