Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de vorming van de kandidaat-officieren en officieren van het actief kader van de Krijgsmacht
Titre
4 JUILLET 2013. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives à la formation des candidats officiers et officiers du cadre actif des forces armées
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 11 août 1994 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif
Artikel 1. In artikel 2, 23°, van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, worden de woorden " en met dezelfde promotie " opgeheven.
Article 1er. Dans l'article 2, 23°, de l'arrêté royal du 11 août 1994 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif, modifié par l'arrêté royal du 23 mai 2006, les mots " et avec la même promotion " sont abrogés.
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 83bis ingevoegd, luidende:
" Art. 83bis. De kandidaat bedoeld in artikel 20quater, § 3, 1°, van de wet van 21 december 1990 die tot de wervingssessie behoort bepaald in een reglement vastgelegd door de minister, en die zijn academische vorming mag verderzetten, volgt het lot van de kandidaten van zijn nieuwe promotie.
De kandidaat bedoeld in het eerste lid, behoudt de graad waarmee hij was bekleed. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de kandidaten van zijn nieuwe promotie. ".
" Art. 83bis. De kandidaat bedoeld in artikel 20quater, § 3, 1°, van de wet van 21 december 1990 die tot de wervingssessie behoort bepaald in een reglement vastgelegd door de minister, en die zijn academische vorming mag verderzetten, volgt het lot van de kandidaten van zijn nieuwe promotie.
De kandidaat bedoeld in het eerste lid, behoudt de graad waarmee hij was bekleed. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de kandidaten van zijn nieuwe promotie. ".
Art. 2. Dans le même arrêté, il est inséré un article 83bis rédigé comme suit :
" Art. 83bis. Le candidat visé à l'article 20quater, § 3, 1°, de la loi du 21 décembre 1990, qui appartient à la session de recrutement définie dans un règlement fixé par le ministre, et qui peut continuer sa formation académique, suit le sort des candidats de sa nouvelle promotion.
Le candidat visé à l'alinéa 1er conserve le grade dont il était revêtu. Pour les commissions ultérieures, il suit cependant le sort des candidats de sa nouvelle promotion. ".
" Art. 83bis. Le candidat visé à l'article 20quater, § 3, 1°, de la loi du 21 décembre 1990, qui appartient à la session de recrutement définie dans un règlement fixé par le ministre, et qui peut continuer sa formation académique, suit le sort des candidats de sa nouvelle promotion.
Le candidat visé à l'alinéa 1er conserve le grade dont il était revêtu. Pour les commissions ultérieures, il suit cependant le sort des candidats de sa nouvelle promotion. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 september 2002 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 26 septembre 2002 relatif à l'organisation de l'Ecole royale militaire
Art. 3. In artikel 5, derde lid, 2°, b), van het koninklijk besluit van 26 september 2002 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 2007, worden de woorden " , en georienteerd in functie van de gevolgde specifieke vorming " opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 5, alinéa 3, 2°, b), de l'arrêté royal du 26 septembre 2002 relatif à l'organisation de l'Ecole royale militaire, inséré par l'arrêté royal du 20 décembre 2007, les mots " , et orientées selon la formation spécifique suivie " sont abrogés.
Art. 4. In hetzelfde besluit worden de bijlagen A en B, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 juli 2012, vervangen door de bijlagen 1 en 2 gevoegd bij dit besluit, behalve voor de leerlingen en stagiairs die hun vormingsjaar, aangevangen in 2012, nog niet beëindigd hebben. Voor die leerlingen en stagiairs blijven de vorige bijlagen van toepassing tot het einde van dat vormingsjaar.
Art. 4. Dans le même arrêté, les annexes A et B, remplacées par l'arrêté royal du 13 juillet 2012, sont remplacées par les annexes 1re et 2 jointes au présent arrêté, sauf pour les élèves et stagiaires n'ayant pas encore terminé l'année de formation commencée en 2012. Pour ces élèves et stagiaires, les annexes précédentes restent applicables jusqu'à la fin de cette année de formation.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 12 août 2003 relatif à la formation continuée des officiers du cadre actif des forces armées et aux épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de major
Art. 5. In artikel 10, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006, worden de woorden " of een deel ervan " ingevoegd tussen de woorden " de module " en de woorden " te volgen ".
Art. 5. Dans l'article 10, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 12 août 2003 relatif à la formation continuée des officiers du cadre actif des forces armées et aux épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de major, remplacé par l'arrêté royal du 16 février 2006 et modifié par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, les mots " ou une partie de ce module " sont insérés entre les mots " le module " et les mots " qui correspond ".
Art. 6. In artikel 21, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " mag zich bij een latere werving opnieuw aanbieden " vervangen door de woorden " mag zich bij een latere oproep opnieuw aanbieden ".
Art. 6. Dans l'article 21, alinéa 2, du même arrêté, les mots " peut se porter candidat lors d'un appel ultérieur " sont remplacés par les mots " peut de nouveau se porter candidat lors d'un appel ultérieur ".
Art. 7. In artikel 24, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006, worden de woorden " of een deel ervan " ingevoegd tussen de woorden " de module " en de woorden " te volgen ".
Art. 7. Dans l'article 24, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 16 février 2006 et modifié par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, les mots " ou une partie de ce module " sont insérés entre les mots " le module " et les mots " qui correspond ".
Art. 8. In artikel 30, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
" De officier die, om ernstige en uitzonderlijke redenen, in de onmogelijkheid verkeert zich aan te melden voor een test of een eindexamen of voor de mondelinge verdediging van het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2, kan, naargelang het geval, voor dit gedeelte of voor het geheel van de proeven, uitstel vragen.
De aanvraag tot uitstel wordt ingediend van zodra de verhindering gekend is of zich voordoet. Een aanvraag tot uitstel ingediend na de betrokken test of het betrokken eindexamen of de mondelinge verdediging van het proefschrift kan evenwel ontvankelijk verklaard worden, indien de niet-deelname het gevolg is van een afwezigheid om gezondheidsredenen of van overmacht. ".
" De officier die, om ernstige en uitzonderlijke redenen, in de onmogelijkheid verkeert zich aan te melden voor een test of een eindexamen of voor de mondelinge verdediging van het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2, kan, naargelang het geval, voor dit gedeelte of voor het geheel van de proeven, uitstel vragen.
De aanvraag tot uitstel wordt ingediend van zodra de verhindering gekend is of zich voordoet. Een aanvraag tot uitstel ingediend na de betrokken test of het betrokken eindexamen of de mondelinge verdediging van het proefschrift kan evenwel ontvankelijk verklaard worden, indien de niet-deelname het gevolg is van een afwezigheid om gezondheidsredenen of van overmacht. ".
Art. 8. Dans l'article 30, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 16 février 2006, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" L'officier qui, pour des raisons graves et exceptionnelles, se trouve dans l'impossibilité de se présenter à un test ou à un examen final ou à la défense orale de la thèse visée à l'article 37, § 2, peut, selon le cas, solliciter un ajournement pour cette partie ou l'ensemble des épreuves.
La demande d'ajournement est introduite dès la connaissance ou la survenance de l'empêchement. Toutefois, une demande d'ajournement introduite après le test concerné ou l'examen final concerné ou la défense orale de la thèse peut être déclarée recevable, si la non-participation est le résultat d'une absence pour des raisons médicales ou de force majeure. ".
" L'officier qui, pour des raisons graves et exceptionnelles, se trouve dans l'impossibilité de se présenter à un test ou à un examen final ou à la défense orale de la thèse visée à l'article 37, § 2, peut, selon le cas, solliciter un ajournement pour cette partie ou l'ensemble des épreuves.
La demande d'ajournement est introduite dès la connaissance ou la survenance de l'empêchement. Toutefois, une demande d'ajournement introduite après le test concerné ou l'examen final concerné ou la défense orale de la thèse peut être déclarée recevable, si la non-participation est le résultat d'une absence pour des raisons médicales ou de force majeure. ".
Art. 9. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 32. De officier die, zonder verzaakt te hebben, niet deelneemt aan één of meer tests of aan één of meer eindexamens of aan de verdediging van zijn proefschrift en geen uitstel krijgt, wordt beschouwd als niet geslaagd te zijn voor deze proeven. ".
" Art. 32. De officier die, zonder verzaakt te hebben, niet deelneemt aan één of meer tests of aan één of meer eindexamens of aan de verdediging van zijn proefschrift en geen uitstel krijgt, wordt beschouwd als niet geslaagd te zijn voor deze proeven. ".
Art. 9. L'article 32 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 32. L'officier qui, sans avoir renoncé, ne participe pas à un ou plusieurs tests ou à un ou plusieurs examens finals ou à la défense orale de sa thèse et qui n'obtient pas un ajournement est considéré comme n'ayant pas réussi ces épreuves. ".
" Art. 32. L'officier qui, sans avoir renoncé, ne participe pas à un ou plusieurs tests ou à un ou plusieurs examens finals ou à la défense orale de sa thèse et qui n'obtient pas un ajournement est considéré comme n'ayant pas réussi ces épreuves. ".
Art. 10. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Er wordt opgericht :
1° een examencommissie belast met de beoordeling van het examen bedoeld in artikel 36, 3° ;
2° examencommissies belast met de beoordeling van het examen bedoeld in artikel 37, § 1, 2° ;
3° een examencommissie belast met de beoordeling van het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2. ";
b) in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006, worden de bepalingen onder 2° en 3° vervangen als volgt :
" 2° een lid, hoofdofficier, die niet tot de school behoort en door de DGHR aangewezen wordt;
3° twee andere leden, hoofdofficieren, die tot de school behoren en door de commandant van de school aangewezen worden. Bij afwezigheid van een hoofdofficier van deze school wijst de DGHR een plaatsvervangende hoofdofficier aan die niet tot de school behoort. ";
c) in paragraaf 4, tweede lid, wordt de zin " De beslissingen van de examencommissie worden genomen met meerderheid van stemmen. " vervangen als volgt :
" De beslissing van de examencommissie inzake de uitslag behaald door de stagiair voor, naargelang het geval, het betrokken examen of het proefschrift, bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, wordt genomen met meerderheid van stemmen. ".
a) paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Er wordt opgericht :
1° een examencommissie belast met de beoordeling van het examen bedoeld in artikel 36, 3° ;
2° examencommissies belast met de beoordeling van het examen bedoeld in artikel 37, § 1, 2° ;
3° een examencommissie belast met de beoordeling van het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2. ";
b) in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006, worden de bepalingen onder 2° en 3° vervangen als volgt :
" 2° een lid, hoofdofficier, die niet tot de school behoort en door de DGHR aangewezen wordt;
3° twee andere leden, hoofdofficieren, die tot de school behoren en door de commandant van de school aangewezen worden. Bij afwezigheid van een hoofdofficier van deze school wijst de DGHR een plaatsvervangende hoofdofficier aan die niet tot de school behoort. ";
c) in paragraaf 4, tweede lid, wordt de zin " De beslissingen van de examencommissie worden genomen met meerderheid van stemmen. " vervangen als volgt :
" De beslissing van de examencommissie inzake de uitslag behaald door de stagiair voor, naargelang het geval, het betrokken examen of het proefschrift, bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, wordt genomen met meerderheid van stemmen. ".
Art. 10. Dans l'article 33 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
" Il est institué :
1° un jury chargé de l'appréciation de l'examen visé à l'article 36, 3° ;
2° des jurys chargés de l'appréciation de l'examen visé à l'article 37, § 1er, 2° ;
3° un jury chargé de l'appréciation de la thèse visée à l'article 37, § 2. ";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, les 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
" 2° d'un membre, officier supérieur n'appartenant pas à l'école, désigné par le DGHR;
3° de deux autres membres, officiers supérieurs appartenant à l'école, désignés par le commandant de l'école. En l'absence d'un officier supérieur de cette école, le DGHR désigne un officier supérieur remplaçant n'appartenant pas à l'école. ";
c) dans le paragraphe 4, alinéa 2, la phrase " Les décisions du jury sont prises à la majorité des voix. " est remplacée par ce qui suit :
" La décision du jury relative au résultat obtenu par le stagiaire pour, selon le cas, l'examen concerné ou la thèse visé à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, est prise à la majorité des voix. ".
a) le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
" Il est institué :
1° un jury chargé de l'appréciation de l'examen visé à l'article 36, 3° ;
2° des jurys chargés de l'appréciation de l'examen visé à l'article 37, § 1er, 2° ;
3° un jury chargé de l'appréciation de la thèse visée à l'article 37, § 2. ";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, modifié par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, les 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
" 2° d'un membre, officier supérieur n'appartenant pas à l'école, désigné par le DGHR;
3° de deux autres membres, officiers supérieurs appartenant à l'école, désignés par le commandant de l'école. En l'absence d'un officier supérieur de cette école, le DGHR désigne un officier supérieur remplaçant n'appartenant pas à l'école. ";
c) dans le paragraphe 4, alinéa 2, la phrase " Les décisions du jury sont prises à la majorité des voix. " est remplacée par ce qui suit :
" La décision du jury relative au résultat obtenu par le stagiaire pour, selon le cas, l'examen concerné ou la thèse visé à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, est prise à la majorité des voix. ".
Art. 11. In artikel 36, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden " de module " personeels- en middelenmanagement " van " ingevoegd tussen de woorden " betreffende de in " en de woorden " het domein " management en leadership " onderwezen stof ".
Art. 11. Dans l'article 36, 3°, du même arrêté, les mots " module " management des ressources humaines et des moyens" du " sont insérés entre les mots " enseignées dans le " et les mots " domaine "management et leadership " ".
Art. 12. In artikel 38 van hetzelfde besluit worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
" De belangrijkheidscoëfficiënten van het geheel van de tests bedoeld in artikel 36, 1°, en het examen bedoeld in artikel 36, 3°, zijn respectievelijk zestig procent en veertig procent.
De belangrijkheidscoëfficiënten van het geheel van de tests bedoeld in artikel 37, § 1, 1°, en het geheel van de examens bedoeld in artikel 36, 2°, en in artikel 37, § 1, 2°, zijn respectievelijk zestig procent en veertig procent. ".
" De belangrijkheidscoëfficiënten van het geheel van de tests bedoeld in artikel 36, 1°, en het examen bedoeld in artikel 36, 3°, zijn respectievelijk zestig procent en veertig procent.
De belangrijkheidscoëfficiënten van het geheel van de tests bedoeld in artikel 37, § 1, 1°, en het geheel van de examens bedoeld in artikel 36, 2°, en in artikel 37, § 1, 2°, zijn respectievelijk zestig procent en veertig procent. ".
Art. 12. Dans l'article 38 du même arrêté, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" Les coefficients d'importance de l'ensemble des tests visés à l'article 36, 1°, et l'examen visé à l'article 36, 3°, sont respectivement de soixante pour cent et de quarante pour cent.
Les coefficients d'importance de l'ensemble des tests visés à l'article 37, § 1er, 1°, et l'ensemble des examens visés à l'article 36, 2°, et à l'article 37, § 1er, 2°, sont respectivement de soixante pour cent et de quarante pour cent. ".
" Les coefficients d'importance de l'ensemble des tests visés à l'article 36, 1°, et l'examen visé à l'article 36, 3°, sont respectivement de soixante pour cent et de quarante pour cent.
Les coefficients d'importance de l'ensemble des tests visés à l'article 37, § 1er, 1°, et l'ensemble des examens visés à l'article 36, 2°, et à l'article 37, § 1er, 2°, sont respectivement de soixante pour cent et de quarante pour cent. ".
Art. 13. Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 39. Is voor de beroepsproeven geslaagd :
1° de officier bedoeld in artikel 37, § 1, die heeft behaald :
a) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " operaties ";
d) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 1°, a) tot c), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
e) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ";
f) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " operaties ";
2° de officier bedoeld in artikel 37, § 2, eerste lid, die heeft behaald :
a) een cijfer van ten minste vijftig procent voor het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2;
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent op het geheel gevormd door de volgende proeven :
i) het schriftelijk eindexamen in de module " inleiding tot joint operaties " van het domein " operaties " bedoeld in artikel 36, 2° ;
ii) het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2;
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
d) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
e) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 2°, b) tot d), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
f) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ";
g) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het schriftelijk eindexamen in de module " inleiding tot joint operaties ";
3° de officier bedoeld in artikel 37, § 2, tweede lid, die heeft behaald :
a) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in de module " inleiding tot joint operaties " van het domein " operaties ";
d) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 3°, a) tot c), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
e) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ". " .
" Art. 39. Is voor de beroepsproeven geslaagd :
1° de officier bedoeld in artikel 37, § 1, die heeft behaald :
a) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " operaties ";
d) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 1°, a) tot c), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
e) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ";
f) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " operaties ";
2° de officier bedoeld in artikel 37, § 2, eerste lid, die heeft behaald :
a) een cijfer van ten minste vijftig procent voor het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2;
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent op het geheel gevormd door de volgende proeven :
i) het schriftelijk eindexamen in de module " inleiding tot joint operaties " van het domein " operaties " bedoeld in artikel 36, 2° ;
ii) het proefschrift bedoeld in artikel 37, § 2;
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
d) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
e) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 2°, b) tot d), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
f) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ";
g) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het schriftelijk eindexamen in de module " inleiding tot joint operaties ";
3° de officier bedoeld in artikel 37, § 2, tweede lid, die heeft behaald :
a) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " veiligheid en defensie ";
b) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in het domein " management en leadership ";
c) een globaal cijfer van ten minste vijftig procent voor het geheel van de tests en eindexamens in de module " inleiding tot joint operaties " van het domein " operaties ";
d) in voorkomend geval, wanneer meer dan één test in een domein vermeld in 3°, a) tot c), werd voorzien, een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de tests in elk van deze domeinen;
e) een globaal cijfer van ten minste veertig procent voor het geheel van de eindexamens in het domein " management en leadership ". " .
Art. 13. L'article 39 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 39. A réussi les épreuves professionnelles :
1° l'officier visé à l'article 37, § 1er, qui a obtenu :
a) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " opérations ";
d) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 1°, a) à c), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
e) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership ";
f) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " opérations ";
2° l'officier visé à l'article 37, § 2, alinéa 1er, qui a obtenu :
a) une note d'au moins cinquante pour cent pour la thèse visée à l'article 37, § 2;
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent sur l'ensemble constitué des épreuves suivantes :
i) l'examen final écrit dans le module " introduction aux opérations joint " du domaine " opérations " visé à l'article 36, 2° ;
ii) la thèse visée à l'article 37, § 2;
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
d) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
e) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 2°, b) à d), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
f) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership ";
g) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'examen final écrit du module " introduction aux opérations joint ";
3° l'officier visé à l'article 37, § 2, alinéa 2, qui a obtenu :
a) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals dans le module " introduction aux opérations joint " du domaine " opérations ";
d) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 3°, a) à c), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
e) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership. " ".
" Art. 39. A réussi les épreuves professionnelles :
1° l'officier visé à l'article 37, § 1er, qui a obtenu :
a) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " opérations ";
d) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 1°, a) à c), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
e) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership ";
f) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " opérations ";
2° l'officier visé à l'article 37, § 2, alinéa 1er, qui a obtenu :
a) une note d'au moins cinquante pour cent pour la thèse visée à l'article 37, § 2;
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent sur l'ensemble constitué des épreuves suivantes :
i) l'examen final écrit dans le module " introduction aux opérations joint " du domaine " opérations " visé à l'article 36, 2° ;
ii) la thèse visée à l'article 37, § 2;
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
d) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
e) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 2°, b) à d), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
f) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership ";
g) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'examen final écrit du module " introduction aux opérations joint ";
3° l'officier visé à l'article 37, § 2, alinéa 2, qui a obtenu :
a) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " sécurité et défense ";
b) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals du domaine " management et leadership ";
c) une note globale d'au moins cinquante pour cent pour l'ensemble des tests et examens finals dans le module " introduction aux opérations joint " du domaine " opérations ";
d) le cas échéant, lorsque plus d'un test est prévu dans un domaine mentionné au 3°, a) à c), une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des tests dans chacun de ces domaines;
e) une note globale d'au moins quarante pour cent pour l'ensemble des examens finals du domaine " management et leadership. " ".
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 39bis ingevoegd, luidende :
" Art. 39bis. § 1. Wanneer de officier niet aan de in artikel 39 bedoelde criteria tot slagen heeft voldaan of wanneer hij, zonder geldige reden, niet aan een test of aan een eindexamen of aan het proefschrift heeft deelgenomen, worden zijn beoordelingen en, in voorkomend geval, de vaststellingen aan de deliberatiecommissie van de voortgezette vorming bedoeld in artikel 40bis, § 1, voorgelegd, die beslist of de officier :
1° geslaagd is, naargelang het geval, voor de test, het eindexamen, het geheel van de testen of voor het geheel van de eindexamens in het beschouwde domein die tot het niet slagen hebben geleid of waaraan hij niet heeft deelgenomen en, in voorkomend geval, de vorming mag verderzetten;
2° naargelang het geval, de test, het eindexamen, het geheel van de testen van een module of van een domein of het geheel van de eindexamens van een module of van een domein een laatste maal mag afleggen;
3° geslaagd is voor zijn proefschrift en, in voorkomend geval, de vorming mag verderzetten;
4° zijn proefschrift, naargelang het geval, opnieuw mag indienen of voorstellen of beide;
5° definitief mislukt is voor de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor.
§ 2. De werking van de deliberatiecommissie, evenals de mogelijkheden voor de officier om een lid van de deliberatiecommissie te wraken of om een beroep in te dienen tegen een beslissing van deze deliberatiecommissie zijn deze die toepasselijk zijn op de hogere opleidingen bedoeld in artikel 40.
§ 3. De officier die de toestemming bekomt om de examens bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, en, in voorkomend geval, het proefschrift opnieuw af te leggen, kan deze afleggen binnen de drie maanden na de betekening van de beslissing van de deliberatiecommissie, op de datum bepaald door de voorzitter van de betrokken examencommissie, zonder dat hem vooraf nog bijkomende cursussen worden gegeven. ".
" Art. 39bis. § 1. Wanneer de officier niet aan de in artikel 39 bedoelde criteria tot slagen heeft voldaan of wanneer hij, zonder geldige reden, niet aan een test of aan een eindexamen of aan het proefschrift heeft deelgenomen, worden zijn beoordelingen en, in voorkomend geval, de vaststellingen aan de deliberatiecommissie van de voortgezette vorming bedoeld in artikel 40bis, § 1, voorgelegd, die beslist of de officier :
1° geslaagd is, naargelang het geval, voor de test, het eindexamen, het geheel van de testen of voor het geheel van de eindexamens in het beschouwde domein die tot het niet slagen hebben geleid of waaraan hij niet heeft deelgenomen en, in voorkomend geval, de vorming mag verderzetten;
2° naargelang het geval, de test, het eindexamen, het geheel van de testen van een module of van een domein of het geheel van de eindexamens van een module of van een domein een laatste maal mag afleggen;
3° geslaagd is voor zijn proefschrift en, in voorkomend geval, de vorming mag verderzetten;
4° zijn proefschrift, naargelang het geval, opnieuw mag indienen of voorstellen of beide;
5° definitief mislukt is voor de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor.
§ 2. De werking van de deliberatiecommissie, evenals de mogelijkheden voor de officier om een lid van de deliberatiecommissie te wraken of om een beroep in te dienen tegen een beslissing van deze deliberatiecommissie zijn deze die toepasselijk zijn op de hogere opleidingen bedoeld in artikel 40.
§ 3. De officier die de toestemming bekomt om de examens bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, en, in voorkomend geval, het proefschrift opnieuw af te leggen, kan deze afleggen binnen de drie maanden na de betekening van de beslissing van de deliberatiecommissie, op de datum bepaald door de voorzitter van de betrokken examencommissie, zonder dat hem vooraf nog bijkomende cursussen worden gegeven. ".
Art. 14. Dans le même arrêté, il est inséré un article 39bis rédigé comme suit :
" Art. 39bis. § 1er. Lorsque l'officier n'a pas satisfait aux critères de réussite visés à l'article 39 ou lorsqu'il n'a pas participé à un test ou à un examen final ou à la thèse sans raison valable, ses appréciations et, le cas échéant, les constatations sont soumises à la commission de délibération de la formation continuée visée à l'article 40bis, § 1er, qui décide si l'officier :
1° a réussi, selon le cas, le test, l'examen final, l'ensemble des tests ou l'ensemble des examens finals du domaine considéré, qui ont mené à l'échec ou auxquels il n'a pas participé et peut, le cas échéant, continuer la formation;
2° peut présenter une dernière fois, selon le cas, le test, l'examen final, l'ensemble des tests d'un module ou d'un domaine ou l'ensemble des examens finals d'un module ou d'un domaine;
3° a réussi sa thèse et peut, le cas échéant, continuer la formation;
4° peut, selon le cas, réintroduire ou représenter sa thèse ou les deux;
5° a échoué définitivement pour les épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de major.
§ 2. Le fonctionnement de la commission de délibération, ainsi que les possibilités pour l'officier de récuser un membre de la commission de délibération ou d'interjeter un appel contre une décision de cette commission de délibération sont ceux qui s'appliquent aux cursus supérieurs visés à l'article 40.
§ 3. L'officier qui a obtenu l'autorisation de représenter les examens visés à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, et, le cas échéant, la thèse, peut les représenter dans les trois mois suivant la notification de la décision de la commission de délibération, à la date fixée par le président du jury concerné, sans qu'il lui soit encore donné des cours complémentaires. ".
" Art. 39bis. § 1er. Lorsque l'officier n'a pas satisfait aux critères de réussite visés à l'article 39 ou lorsqu'il n'a pas participé à un test ou à un examen final ou à la thèse sans raison valable, ses appréciations et, le cas échéant, les constatations sont soumises à la commission de délibération de la formation continuée visée à l'article 40bis, § 1er, qui décide si l'officier :
1° a réussi, selon le cas, le test, l'examen final, l'ensemble des tests ou l'ensemble des examens finals du domaine considéré, qui ont mené à l'échec ou auxquels il n'a pas participé et peut, le cas échéant, continuer la formation;
2° peut présenter une dernière fois, selon le cas, le test, l'examen final, l'ensemble des tests d'un module ou d'un domaine ou l'ensemble des examens finals d'un module ou d'un domaine;
3° a réussi sa thèse et peut, le cas échéant, continuer la formation;
4° peut, selon le cas, réintroduire ou représenter sa thèse ou les deux;
5° a échoué définitivement pour les épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de major.
§ 2. Le fonctionnement de la commission de délibération, ainsi que les possibilités pour l'officier de récuser un membre de la commission de délibération ou d'interjeter un appel contre une décision de cette commission de délibération sont ceux qui s'appliquent aux cursus supérieurs visés à l'article 40.
§ 3. L'officier qui a obtenu l'autorisation de représenter les examens visés à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, et, le cas échéant, la thèse, peut les représenter dans les trois mois suivant la notification de la décision de la commission de délibération, à la date fixée par le président du jury concerné, sans qu'il lui soit encore donné des cours complémentaires. ".
Art. 15. In artikel 40bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) paragraaf 1, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 2007, wordt vervangen als volgt :
" De deliberatiecommissie voor de voortgezette vorming bestaat uit volgende leden of hun plaatsvervanger aangewezen door de voorzitter :
1° de commandant van de school, als voorzitter;
2° de directeur van het academisch onderwijs;
3° de directeur van de voortgezette vorming;
4° het departementshoofd economie, management en leadership;
5° het departementshoofd gedragswetenschappen;
6° het departementshoofd conflictstudies;
7° het departementshoofd operaties;
8° de directeur van de vorming voor kandidaat-hoofdofficier;
9° de directeurs van de hogere opleidingen van de voortgezette vorming. ";
b) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin " De secretaris is niet stemgerechtigd. " vervangen als volgt :
" De directeur van de vorming voor kandidaat-hoofdofficier, de directeurs van de hogere opleidingen van de voortgezette vorming en de secretaris zijn niet stemgerechtigd. ".
a) paragraaf 1, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 2007, wordt vervangen als volgt :
" De deliberatiecommissie voor de voortgezette vorming bestaat uit volgende leden of hun plaatsvervanger aangewezen door de voorzitter :
1° de commandant van de school, als voorzitter;
2° de directeur van het academisch onderwijs;
3° de directeur van de voortgezette vorming;
4° het departementshoofd economie, management en leadership;
5° het departementshoofd gedragswetenschappen;
6° het departementshoofd conflictstudies;
7° het departementshoofd operaties;
8° de directeur van de vorming voor kandidaat-hoofdofficier;
9° de directeurs van de hogere opleidingen van de voortgezette vorming. ";
b) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin " De secretaris is niet stemgerechtigd. " vervangen als volgt :
" De directeur van de vorming voor kandidaat-hoofdofficier, de directeurs van de hogere opleidingen van de voortgezette vorming en de secretaris zijn niet stemgerechtigd. ".
Art. 15. Dans l'article 40bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
a) le paragraphe 1er, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" La commission de délibération de la formation continuée est composée des membres suivants ou leur remplaçant désigné par le président :
1° le commandant de l'école, comme président;
2° le directeur de l'enseignement académique;
3° le directeur de la formation continuée;
4° le chef de département d'économie, management et leadership;
5° le chef de département des sciences du comportement;
6° le chef de département d'étude des conflits;
7° le chef de département d'opérations;
8° le directeur de la formation pour candidat officier supérieur;
9° les directeurs des cursus supérieurs de la formation continuée. ";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " Le secrétaire n'a pas le droit de vote. " est remplacée par ce qui suit :
" Le directeur de la formation pour candidat officier supérieur, les directeurs des cursus supérieurs de la formation continuée et le secrétaire n'ont pas le droit de vote. ".
a) le paragraphe 1er, alinéa 1er, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" La commission de délibération de la formation continuée est composée des membres suivants ou leur remplaçant désigné par le président :
1° le commandant de l'école, comme président;
2° le directeur de l'enseignement académique;
3° le directeur de la formation continuée;
4° le chef de département d'économie, management et leadership;
5° le chef de département des sciences du comportement;
6° le chef de département d'étude des conflits;
7° le chef de département d'opérations;
8° le directeur de la formation pour candidat officier supérieur;
9° les directeurs des cursus supérieurs de la formation continuée. ";
b) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " Le secrétaire n'a pas le droit de vote. " est remplacée par ce qui suit :
" Le directeur de la formation pour candidat officier supérieur, les directeurs des cursus supérieurs de la formation continuée et le secrétaire n'ont pas le droit de vote. ".
Art. 16. In artikel 50 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit 14 december 2006, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
" 2° bij de stagiair de vereiste competenties te ontwikkelen in de domeinen " begroting en financiën - overheidsopdrachten ", " recht - statuten ", " overheidsmanagement ", " management en leadership " en " veiligheid en defensie ". ".
" 2° bij de stagiair de vereiste competenties te ontwikkelen in de domeinen " begroting en financiën - overheidsopdrachten ", " recht - statuten ", " overheidsmanagement ", " management en leadership " en " veiligheid en defensie ". ".
Art. 16. Dans l'article 50 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 16 février 2006 et modifié par l'arrêté royal du 14 décembre 2006, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° de développer chez le stagiaire les compétences requises dans les domaines " budget et finances - marchés publics ", " droit - statuts ", " management public ", " management et leadership " et " sécurité et défense ". ".
" 2° de développer chez le stagiaire les compétences requises dans les domaines " budget et finances - marchés publics ", " droit - statuts ", " management public ", " management et leadership " et " sécurité et défense ". ".
Art. 17. In artikel 51 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 december 2006 en 20 december 2007, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 51 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 16 février 2006 et modifié par les arrêtés royaux des 14 décembre 2006 et 20 décembre 2007, l'alinéa 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires et finales
Art. 18. De artikelen 1 en 2 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2012.
Art. 18. Les articles 1er et 2 produisent leurs effets le 1er octobre 2012.
Art. 19. De artikelen 3 en 5 tot 17 van dit besluit treden in werking op 30 augustus 2013.
Art. 19. Les articles 3 et 5 à 17 du présent arrêté entrent en vigueur le 30 août 2013.
Art. 20. Artikel 4 van dit besluit treedt in werking voor :
1° de bijlage 1, op 1 juli 2013;
2° de bijlage 2, op 30 augustus 2013.
1° de bijlage 1, op 1 juli 2013;
2° de bijlage 2, op 30 augustus 2013.
Art. 20. L'article 4 du présent arrêté entre en vigueur pour :
1° l'annexe 1re, le 1er juillet 2013;
2° l'annexe 2, le 30 août 2013.
1° l'annexe 1re, le 1er juillet 2013;
2° l'annexe 2, le 30 août 2013.
Art. 21. De minister bevoegd voor de Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 4 juli 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
P. DE CREM
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
P. DE CREM
Bruxelles, le 4 juillet 2013.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
P. DE CREM
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
P. DE CREM
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bijlage A. Programma van de koninklijke militaire school - Academiejaar 2013-2014.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-07-2013, p. 47069-47146). .
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-07-2013, p. 47069-47146). .
Art. N1. Annexe 1. - Annexe A. Programme de l'école royale militaire - Année académique 2013-2014.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-07-2013, p. 47069-47105). .
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-07-2013, p. 47069-47105). .
Art. N2. Bijlage 2. - Bijlage B. Academiejaar 2013-2014 - De hogere opleidingen.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-07-2013, p. 47147-47150). .
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-07-2013, p. 47147-47150). .
Art. N2. Annexe 2. - Annexe B. Année académique 2013-2014 - Des cursus supérieurs.BR}(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-07-2013, p. 47106-47109).