Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 DECEMBER 2013. - Wet tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-12-2013 en tekstbijwerking tot 25-04-2017)
Titre
1 DECEMBRE 2013. - Loi portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-12-2013 et mise à jour au 25-04-2017)
Dokumentinformationen
Numac: 2013009534
Datum: 2013-12-01
Info du document
Numac: 2013009534
Date: 2013-12-01
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk...
HOOFDSTUK 3. - Aanpassingen van het bijvoegsel ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 apr...
Art.111. De tabel " Arbeidsrechtbanken " opgeno...
Art.114. De tabel die voorkomt in het enig arti...
Art.118. De tabel opgenomen in het enig artikel...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 dece...
Art.123. Artikel 45bis van dezelfde wet, ingevo...
Art.125.[1 In artikel 5, § 1, van de wet van 25...
Art.127. In artikel 7 van de wet van 10 oktober...
HOOFDSTUK 12. - [1 Advocaten]1
Art.140. Verzet en derdenverzet tegen beslissin...
Art.142. Het verzoek tot herroeping van het gew...
Art.153.Rechters in sociale zaken, rechters in ...
Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen
Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen
HOOFDSTUK 15. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
CHAPITRE 3. - Adaptations de l'annexe au Code j...
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 3 avri...
Art.111. Le tableau " Tribunaux de travail " fi...
Art.114. Le tableau figurant dans l'article uni...
Art.118. Le tableau figurant à l'article unique...
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 14 déce...
Art.123. L'article 45bis de la même loi, inséré...
Art.125.[1 Dans l'article 5, § 1er, de la loi d...
Art.127. Dans l'article 7 de la loi du 10 octob...
CHAPITRE 12. - [1 Des avocats]1
Art.140. L'opposition et la tierce opposition a...
Art.142. La requête civile ou la demande de rét...
Art.153.Les juges sociaux, juges consulaires et...
Section 5. - Autres mesures transitoires
Section 5. - Autres mesures transitoires
CHAPITRE 15. - Entrée en vigueur
Tekst (197)
Texte (197)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art.2. In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden " toegevoegd vrederechter ", " toegevoegd rechter in de politierechtbank ", " en toegevoegd rechter ", " toegevoegd substituut-procureur des Konings, ", " en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur " opgeheven;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden " voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, " ingevoegd tussen de woorden " van koophandel, " en de woorden " procureur des Konings ";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden " afdelingsvoorzitter of " ingevoegd tussen de woorden " mandaten van " en het woord " ondervoorzitter " en worden de woorden " ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur, " ingevoegd tussen de woorden " rechtbank van koophandel " en de woorden " eerste substituut-procureur des Konings ".
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden " toegevoegd vrederechter ", " toegevoegd rechter in de politierechtbank ", " en toegevoegd rechter ", " toegevoegd substituut-procureur des Konings, ", " en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur " opgeheven;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden " voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, " ingevoegd tussen de woorden " van koophandel, " en de woorden " procureur des Konings ";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden " afdelingsvoorzitter of " ingevoegd tussen de woorden " mandaten van " en het woord " ondervoorzitter " en worden de woorden " ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur, " ingevoegd tussen de woorden " rechtbank van koophandel " en de woorden " eerste substituut-procureur des Konings ".
Art.2. A l'article 58bis du Code judiciaire, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le 1°, les mots " juge de paix de complément, ", " juge de complément au tribunal de police, ", " et juge de complément, ", " substitut du procureur du Roi de complément, ", " et substitut de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés;
b) dans le 2°, les mots " président des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " de commerce, " et les mots " procureurs du Roi ";
c) dans le 3°, les mots " président de division ou " sont insérés entre les mots " mandats de " et le mot " vice-président " et les mots " vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, procureur de division, auditeur de division, " sont insérés entre les mots " de commerce, " et les mots " premier substitut du procureur du Roi ".
a) dans le 1°, les mots " juge de paix de complément, ", " juge de complément au tribunal de police, ", " et juge de complément, ", " substitut du procureur du Roi de complément, ", " et substitut de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés;
b) dans le 2°, les mots " président des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " de commerce, " et les mots " procureurs du Roi ";
c) dans le 3°, les mots " président de division ou " sont insérés entre les mots " mandats de " et le mot " vice-président " et les mots " vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, procureur de division, auditeur de division, " sont insérés entre les mots " de commerce, " et les mots " premier substitut du procureur du Roi ".
Art.3. Artikel 59 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met drie leden, luidende :
" De vrederechter-titularis benoemd in een kanton wordt in subsidiaire orde benoemd in elk kanton van het gerechtelijk arrondissement waarin hij krachtens de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan worden benoemd.
Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, en na de betrokken magistraat te hebben gehoord, een of meer vrederechters aan om dit ambt gelijktijdig in een of meer kantons van het gerechtelijk arrondissement uit te oefenen.
De aanwijzingsbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing op en bepaalt de nadere regels ervan. ".
" De vrederechter-titularis benoemd in een kanton wordt in subsidiaire orde benoemd in elk kanton van het gerechtelijk arrondissement waarin hij krachtens de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan worden benoemd.
Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, en na de betrokken magistraat te hebben gehoord, een of meer vrederechters aan om dit ambt gelijktijdig in een of meer kantons van het gerechtelijk arrondissement uit te oefenen.
De aanwijzingsbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing op en bepaalt de nadere regels ervan. ".
Art.3. L'article 59 du même Code est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" Le juge de paix titulaire nommé dans un canton est nommé à titre subsidiaire dans chaque canton de l'arrondissement judiciaire où il peut être nommé en vertu de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire.
En fonction des nécessités du service le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et après avoir entendu le magistrat concerné, un ou plusieurs juges de paix pour exercer simultanément cette fonction dans un ou plusieurs cantons situés dans l'arrondissement judiciaire.
L'ordonnance de désignation indique les motifs de la désignation et en précise les modalités. ".
" Le juge de paix titulaire nommé dans un canton est nommé à titre subsidiaire dans chaque canton de l'arrondissement judiciaire où il peut être nommé en vertu de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire.
En fonction des nécessités du service le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et après avoir entendu le magistrat concerné, un ou plusieurs juges de paix pour exercer simultanément cette fonction dans un ou plusieurs cantons situés dans l'arrondissement judiciaire.
L'ordonnance de désignation indique les motifs de la désignation et en précise les modalités. ".
Art.4. Artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt :
" Art. 60. Er zijn politierechtbanken, bestaande uit één of meer afdelingen. Een of meer rechters oefenen er hun ambt uit in de gebiedsomschrijving bepaald in het bijvoegsel bij dit Wetboek. Een vrederechter kan bovendien tot rechter in de politierechtbank worden benoemd.
De politierechtbanken en hun afdelingen bestaan uit een of meer kamers.
In het gerechtelijk arrondissement Brussel worden de rechters in de politierechtbank die worden benoemd in de personeelsformatie van de Nederlandstalige politierechtbank of de politierechtbank [1 te Halle en te Vilvoorde]1, in subsidiaire orde in de andere Nederlandstalige politierechtbanken te Brussel benoemd. ".
" Art. 60. Er zijn politierechtbanken, bestaande uit één of meer afdelingen. Een of meer rechters oefenen er hun ambt uit in de gebiedsomschrijving bepaald in het bijvoegsel bij dit Wetboek. Een vrederechter kan bovendien tot rechter in de politierechtbank worden benoemd.
De politierechtbanken en hun afdelingen bestaan uit een of meer kamers.
In het gerechtelijk arrondissement Brussel worden de rechters in de politierechtbank die worden benoemd in de personeelsformatie van de Nederlandstalige politierechtbank of de politierechtbank [1 te Halle en te Vilvoorde]1, in subsidiaire orde in de andere Nederlandstalige politierechtbanken te Brussel benoemd. ".
Art.4. L'article 60 du même Code, remplacé par la loi du 11 juillet 1994, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 60. Il y a des tribunaux de police, composés d'une ou de plusieurs divisions. Un ou plusieurs juges y exercent leurs fonctions dans les limites territoriales indiquées à l'annexe au présent Code. Un juge de paix peut, en outre, être nommé juge au tribunal de police.
Les tribunaux de police et leurs divisions comprennent une ou plusieurs chambres.
Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les juges au tribunal de police nommés dans le cadre du personnel du tribunal de police néerlandophone ou du tribunal de police de [1 de Hal et de Vilvorde]1 sont nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de police néerlandophones de Bruxelles. ".
" Art. 60. Il y a des tribunaux de police, composés d'une ou de plusieurs divisions. Un ou plusieurs juges y exercent leurs fonctions dans les limites territoriales indiquées à l'annexe au présent Code. Un juge de paix peut, en outre, être nommé juge au tribunal de police.
Les tribunaux de police et leurs divisions comprennent une ou plusieurs chambres.
Dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, les juges au tribunal de police nommés dans le cadre du personnel du tribunal de police néerlandophone ou du tribunal de police de [1 de Hal et de Vilvorde]1 sont nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de police néerlandophones de Bruxelles. ".
Änderungen
Art.5. In artikel 64, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord " gerecht " vervangen door de woorden " vredegerecht of afdeling van de politierechtbank ".
Art.5. Dans l'article 64, alinéa 2, du même Code, le mot " juridiction " est remplacé par les mots " justice de paix ou division du tribunal de police ".
Art.6. Artikel 65 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt
" Art. 65. § 1. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk en met zijn of hun instemming, een of meer vrederechters aan om de functie uit te oefenen van rechter in de politierechtbank, of een of meer rechters in de politierechtbank om de functie uit te oefenen van vrederechter in het gerechtelijk arrondissement.
Naargelang van de behoeften van de dienst in het gerechtelijk arrondissement Brussel wijst de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk een of meer werkende of plaatsvervangende rechters in de politierechtbank aan, zonder dat zijn of hun instemming vereist is maar na hem of hen te hebben gehoord, om tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het arrondissement.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan met instemming van de betrokkene of betrokkenen de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een of meer rechters in de politierechtbank, of een of meer vrederechters opdragen tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het rechtsgebied of in een ander vredegerecht van het rechtsgebied gelegen in een ander arrondissement dan dat waarin hij benoemd is.
§ 2. De aanwijzings- of opdrachtbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing of opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan.
De aanwijzing of de opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor de zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn, blijft de aanwijzing of de opdracht echter gelden tot aan het vonnis. ".
" Art. 65. § 1. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk en met zijn of hun instemming, een of meer vrederechters aan om de functie uit te oefenen van rechter in de politierechtbank, of een of meer rechters in de politierechtbank om de functie uit te oefenen van vrederechter in het gerechtelijk arrondissement.
Naargelang van de behoeften van de dienst in het gerechtelijk arrondissement Brussel wijst de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tijdelijk een of meer werkende of plaatsvervangende rechters in de politierechtbank aan, zonder dat zijn of hun instemming vereist is maar na hem of hen te hebben gehoord, om tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het arrondissement.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan met instemming van de betrokkene of betrokkenen de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een of meer rechters in de politierechtbank, of een of meer vrederechters opdragen tegelijkertijd een ambt uit te oefenen in een andere politierechtbank van het rechtsgebied of in een ander vredegerecht van het rechtsgebied gelegen in een ander arrondissement dan dat waarin hij benoemd is.
§ 2. De aanwijzings- of opdrachtbeschikking geeft de redenen van de aanwijzing of opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan.
De aanwijzing of de opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor de zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn, blijft de aanwijzing of de opdracht echter gelden tot aan het vonnis. ".
Art.6. L'article 65 du même Code, modifié par la loi du 11 juillet 1994, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 65. § 1er. En fonction des nécessités du service, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne temporairement, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et avec son ou leur consentement, un ou plusieurs juges de paix pour exercer les fonctions de juge au tribunal de police ou un ou plusieurs juges au tribunal de police pour exercer les fonctions de juge de paix dans l'arrondissement judiciaire.
En fonction des nécessités du service dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, le président du tribunal de première instance néerlandophone désigne temporairement, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, un ou plusieurs juges au tribunal de police effectifs ou suppléants sans que son ou leur consentement soit requis mais après l'avoir ou les avoir entendu, pour exercer [1 simultanément]1 des fonctions dans un autre tribunal de police de l'arrondissement.
En fonction des nécessités du service, le premier président de la cour d'appel peut déléguer, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, sur avis du président des juges de paix et des juges au tribunal de police et avec le consentement de l'intéressé ou des intéressés, un ou plusieurs juges au tribunal de police ou un ou plusieurs juges de paix pour exercer [1 simultanément]1 des fonctions dans un autre tribunal de police du ressort ou dans une autre justice de paix du ressort située dans un autre arrondissement que celui dans lequel il est nommé.
§ 2. L'ordonnance de désignation ou de délégation indique les motifs de la désignation ou de la délégation et en précise les modalités.
La désignation ou la délégation prend fin lorsque cesse la cause qui l'a motivée; toutefois, pour les affaires en cours de débat ou en délibéré, la désignation ou la délégation produit ses effets jusqu'au jugement. ".
" Art. 65. § 1er. En fonction des nécessités du service, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne temporairement, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire et avec son ou leur consentement, un ou plusieurs juges de paix pour exercer les fonctions de juge au tribunal de police ou un ou plusieurs juges au tribunal de police pour exercer les fonctions de juge de paix dans l'arrondissement judiciaire.
En fonction des nécessités du service dans l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, le président du tribunal de première instance néerlandophone désigne temporairement, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, un ou plusieurs juges au tribunal de police effectifs ou suppléants sans que son ou leur consentement soit requis mais après l'avoir ou les avoir entendu, pour exercer [1 simultanément]1 des fonctions dans un autre tribunal de police de l'arrondissement.
En fonction des nécessités du service, le premier président de la cour d'appel peut déléguer, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, sur avis du président des juges de paix et des juges au tribunal de police et avec le consentement de l'intéressé ou des intéressés, un ou plusieurs juges au tribunal de police ou un ou plusieurs juges de paix pour exercer [1 simultanément]1 des fonctions dans un autre tribunal de police du ressort ou dans une autre justice de paix du ressort située dans un autre arrondissement que celui dans lequel il est nommé.
§ 2. L'ordonnance de désignation ou de délégation indique les motifs de la désignation ou de la délégation et en précise les modalités.
La désignation ou la délégation prend fin lorsque cesse la cause qui l'a motivée; toutefois, pour les affaires en cours de débat ou en délibéré, la désignation ou la délégation produit ses effets jusqu'au jugement. ".
Änderungen
Art.7. Artikel 65bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 maart 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 65bis. Met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is er in elk arrondissement een voorzitter en ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.
Het voorzitterschap wordt afwisselend waargenomen door een vrederechter en door een rechter in de politierechtbank. De ondervoorzitter is respectievelijk vrederechter of rechter in de politierechtbank, naar gelang de voorzitter rechter in de politierechtbank dan wel vrederechter is. ".
" Art. 65bis. Met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is er in elk arrondissement een voorzitter en ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.
Het voorzitterschap wordt afwisselend waargenomen door een vrederechter en door een rechter in de politierechtbank. De ondervoorzitter is respectievelijk vrederechter of rechter in de politierechtbank, naar gelang de voorzitter rechter in de politierechtbank dan wel vrederechter is. ".
Art.7. L'article 65bis du même Code, inséré par la loi du 13 mars 2001, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 65bis. Dans chaque arrondissement, à l'exception des arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, il y a un président et un vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police.
La présidence est assurée en alternance par un juge de paix et un juge au tribunal de police. Le vice-président est respectivement juge de paix ou juge au tribunal de police, selon que le président est juge au tribunal de police ou juge de paix. ".
" Art. 65bis. Dans chaque arrondissement, à l'exception des arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, il y a un président et un vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police.
La présidence est assurée en alternance par un juge de paix et un juge au tribunal de police. Le vice-président est respectivement juge de paix ou juge au tribunal de police, selon que le président est juge au tribunal de police ou juge de paix. ".
Art.8. In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De zittingen worden op de zetel of afdeling van het gerecht gehouden. Het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen worden in een bijzonder reglement vastgesteld :
1° voor de politierechtbank, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van politierechter, na advies van de procureur des Konings en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement;
2° voor het vredegerecht, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van vrederechter, na advies van de betrokken vrederechter en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement.
[1 In de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is het advies van de politierechtbank eveneens vereist.]1
Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ".
" De zittingen worden op de zetel of afdeling van het gerecht gehouden. Het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen worden in een bijzonder reglement vastgesteld :
1° voor de politierechtbank, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van politierechter, na advies van de procureur des Konings en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement;
2° voor het vredegerecht, door de voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank die de hoedanigheid heeft van vrederechter, na advies van de betrokken vrederechter en van de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van Advocaten van het arrondissement.
[1 In de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen is het advies van de politierechtbank eveneens vereist.]1
Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ".
Art.8. Dans l'article 66 du même Code, modifié par la loi du 15 juillet 1970, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les audiences sont tenues au siège ou à la division de la juridiction. Le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires sont déterminés dans un règlement particulier :
1° pour le tribunal de police, par le président ou le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui a la qualité de juge de police, après avis du procureur du Roi et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement;
2° pour la justice de paix, par le président ou le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui a la qualité de juge de paix, après avis du juge de paix concerné et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement.
[1 Dans les arrondissements judiciaires de Bruxelles et de Eupen l'avis du tribunal de police est également requis.]1
Le règlement particulier est rendu public. ".
" Les audiences sont tenues au siège ou à la division de la juridiction. Le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires sont déterminés dans un règlement particulier :
1° pour le tribunal de police, par le président ou le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui a la qualité de juge de police, après avis du procureur du Roi et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement;
2° pour la justice de paix, par le président ou le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui a la qualité de juge de paix, après avis du juge de paix concerné et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement.
[1 Dans les arrondissements judiciaires de Bruxelles et de Eupen l'avis du tribunal de police est également requis.]1
Le règlement particulier est rendu public. ".
Änderungen
Art.9. Artikel 68 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 68. De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank is belast met de algemene leiding en de organisatie van de politierechtbank.
Hij verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank.
Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of andere daarmee vergelijkbare objectieve redenen.
De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".
" Art. 68. De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank is belast met de algemene leiding en de organisatie van de politierechtbank.
Hij verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank.
Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of andere daarmee vergelijkbare objectieve redenen.
De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".
Art.9. L'article 68 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. 68. Le président des juges de paix et des juges au tribunal de police est chargé de la direction générale et de l'organisation du tribunal de police.
Il répartit les affaires conformément au règlement de répartition des affaires et au règlement particulier du tribunal.
Lorsque les nécessités du service le justifient, il peut répartir une partie des affaires attribuées à une chambre entre les autres chambres de la division.
Par nécessité du service, il y a lieu d'entendre, la répartition de la charge de travail, l'indisponibilité d'un juge, une exigence d'expertise, la bonne administration de la justice ou d'autres raisons objectives comparables.
Le président répartit les juges parmi les divisions. S'il désigne un juge dans une autre division, il entend le juge concerné et motive sa décision. ".
" Art. 68. Le président des juges de paix et des juges au tribunal de police est chargé de la direction générale et de l'organisation du tribunal de police.
Il répartit les affaires conformément au règlement de répartition des affaires et au règlement particulier du tribunal.
Lorsque les nécessités du service le justifient, il peut répartir une partie des affaires attribuées à une chambre entre les autres chambres de la division.
Par nécessité du service, il y a lieu d'entendre, la répartition de la charge de travail, l'indisponibilité d'un juge, une exigence d'expertise, la bonne administration de la justice ou d'autres raisons objectives comparables.
Le président répartit les juges parmi les divisions. S'il désigne un juge dans une autre division, il entend le juge concerné et motive sa décision. ".
Art.10. Artikel 69 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2001, wordt opgeheven.
Art.10. L'article 69 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 13 mars 2001, est abrogé.
Art.11. Artikel 70 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt opgeheven.
Art.11. L'article 70 du même Code, modifié par la loi du 15 juillet 1970, est abrogé.
Art.12. Artikel 71 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 71. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een van de plaatsvervangende rechters aan als vervanger van de vrederechter of van de rechter in de politierechtbank.
In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
" Art. 71. Naargelang van de behoeften van de dienst wijst de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank een van de plaatsvervangende rechters aan als vervanger van de vrederechter of van de rechter in de politierechtbank.
In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
Art.12. L'article 71 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. 71. En fonction des nécessités du service, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne parmi les juges suppléants celui qui remplace le juge de paix ou le juge au tribunal de police.
L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
" Art. 71. En fonction des nécessités du service, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police désigne parmi les juges suppléants celui qui remplace le juge de paix ou le juge au tribunal de police.
L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
Art.13. In artikel 72 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste en tweede lid worden opgeheven;
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" In gevallen van overmacht kan de Koning, op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en van de procureur des Konings, de zetel van het vredegerecht tijdelijk verplaatsen naar een andere gemeente van het arrondissement. ";
[1 2/1° in het vierde lid worden de woorden "De vorige bepalingen zijn van toepassing" vervangen door de woorden "Dit artikel is van toepassing.]1
3° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° het eerste en tweede lid worden opgeheven;
2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
" In gevallen van overmacht kan de Koning, op advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en van de procureur des Konings, de zetel van het vredegerecht tijdelijk verplaatsen naar een andere gemeente van het arrondissement. ";
[1 2/1° in het vierde lid worden de woorden "De vorige bepalingen zijn van toepassing" vervangen door de woorden "Dit artikel is van toepassing.]1
3° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art.13. A l'article 72 du même Code, modifié par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° les alinéas 1er et 2 sont abrogés;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Si des circonstances de force majeure le justifient, le Roi peut, sur avis du président des juges de paix et des juges au tribunal de police et du procureur du Roi, transférer temporairement le siège du juge de paix dans une autre commune de l'arrondissement. ";
[1 2/1° dans l'alinéa 4, les mots "Les dispositions qui précèdent sont applicables" sont remplacés par les mots "Le présent article est applicable.]1
3° l'alinéa 5 est abrogé.
1° les alinéas 1er et 2 sont abrogés;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Si des circonstances de force majeure le justifient, le Roi peut, sur avis du président des juges de paix et des juges au tribunal de police et du procureur du Roi, transférer temporairement le siège du juge de paix dans une autre commune de l'arrondissement. ";
[1 2/1° dans l'alinéa 4, les mots "Les dispositions qui précèdent sont applicables" sont remplacés par les mots "Le présent article est applicable.]1
3° l'alinéa 5 est abrogé.
Art.14. In artikel 72bis, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2012, worden de woorden " voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bedoeld in dit hoofdstuk " telkens vervangen door de woorden " voorzitter bedoeld in dit hoofdstuk ".
Art.14. Dans l'article 72bis, alinéas 1er et 2, du même Code, inséré par la loi du 19 juillet 2012, les mots " les missions du président du tribunal de première instance visées au présent chapitre " sont chaque fois remplacés par les mots " les missions du président visé au présent chapitre ".
Art.15. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk I, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 72ter ingevoegd, luidende :
" Art. 72ter. Voor de politierechtbanken en de vredegerechten waarvan de zetel gevestigd is in het gerechtelijke arrondissement Eupen, worden de opdrachten van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank bedoeld in dit hoofdstuk, uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement. ".
" Art. 72ter. Voor de politierechtbanken en de vredegerechten waarvan de zetel gevestigd is in het gerechtelijke arrondissement Eupen, worden de opdrachten van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank bedoeld in dit hoofdstuk, uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement. ".
Art.15. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre Ier, chapitre Ier, section II, du même Code, il est inséré un article 72ter, rédigé comme suit :
" Art. 72ter. Pour les tribunaux de police et les justices de paix dont le siège est établi dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, les missions du président des juges de paix et des juges au tribunal de police visé au présent chapitre sont remplies par le président du tribunal de première instance de l'arrondissement. ".
" Art. 72ter. Pour les tribunaux de police et les justices de paix dont le siège est établi dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, les missions du président des juges de paix et des juges au tribunal de police visé au présent chapitre sont remplies par le président du tribunal de première instance de l'arrondissement. ".
Art.16. Artikel 73, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
" Er is een rechtbank van eerste aanleg, een arbeidsrechtbank en een rechtbank van koophandel, waarvan de gebiedsomschrijving is vastgesteld in het bijvoegsel van dit Wetboek. ".
" Er is een rechtbank van eerste aanleg, een arbeidsrechtbank en een rechtbank van koophandel, waarvan de gebiedsomschrijving is vastgesteld in het bijvoegsel van dit Wetboek. ".
Art.16. L'article 73, alinéa 1er, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
" Il y a un tribunal de première instance, un tribunal du travail et un tribunal de commerce, dont les limites territoriales sont déterminées à l'annexe du présent Code. ".
" Il y a un tribunal de première instance, un tribunal du travail et un tribunal de commerce, dont les limites territoriales sont déterminées à l'annexe du présent Code. ".
Art.17. In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" In ieder arrondissement is er een arrondissementsrechtbank die bestaat uit de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de voorzitter van de arbeidsrechtbank, de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of een door hen aangewezen rechter.
Bij staking van stemmen, beslist de voorzitter van de arrondissementsrechtbank. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of uit de rechters die hen in die respectieve rechtbanken vervangen " vervangen door de woorden " of uit een door hen aangewezen rechter ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" In ieder arrondissement is er een arrondissementsrechtbank die bestaat uit de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de voorzitter van de arbeidsrechtbank, de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of een door hen aangewezen rechter.
Bij staking van stemmen, beslist de voorzitter van de arrondissementsrechtbank. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of uit de rechters die hen in die respectieve rechtbanken vervangen " vervangen door de woorden " of uit een door hen aangewezen rechter ".
Art.17. A l'article 74 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Chaque arrondissement compte un tribunal d'arrondissement constitué du président du tribunal de première instance, du président du tribunal du travail, du président du tribunal de commerce et du président des juges de paix et des juges au tribunal de police, ou d'un juge qu'ils désignent.
En cas de parité des voix, la décision appartient au président du tribunal d'arrondissement. ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " ou des juges qui, dans chacun de ces tribunaux, les remplacent " sont remplacés par les mots " ou d'un juge qu'ils désignent ".
1° l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Chaque arrondissement compte un tribunal d'arrondissement constitué du président du tribunal de première instance, du président du tribunal du travail, du président du tribunal de commerce et du président des juges de paix et des juges au tribunal de police, ou d'un juge qu'ils désignent.
En cas de parité des voix, la décision appartient au président du tribunal d'arrondissement. ";
2° dans l'alinéa 2 les mots " ou des juges qui, dans chacun de ces tribunaux, les remplacent " sont remplacés par les mots " ou d'un juge qu'ils désignent ".
Art.18. In artikel 76 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " De rechtbank van eerste aanleg bestaat " vervangen door de woorden " De rechtbank van eerste aanleg en, in voorkomend geval, zijn afdelingen bestaan " en worden de woorden " bij de rechtbank " vervangen door de woorden " bij de afdeling van de rechtbank ";
2° in het tweede lid wordt het woord " afdelingen " vervangen door het woord " secties ";
3° het woord " afdeling " wordt telkens vervangen door het woord " sectie ".
1° in het eerste lid worden de woorden " De rechtbank van eerste aanleg bestaat " vervangen door de woorden " De rechtbank van eerste aanleg en, in voorkomend geval, zijn afdelingen bestaan " en worden de woorden " bij de rechtbank " vervangen door de woorden " bij de afdeling van de rechtbank ";
2° in het tweede lid wordt het woord " afdelingen " vervangen door het woord " secties ";
3° het woord " afdeling " wordt telkens vervangen door het woord " sectie ".
Art.18. A l'article 76 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " Le tribunal de première instance comprend " sont remplacés par les mots " Le tribunal de première instance et le cas échéant, ses divisions, comprennent " et les mots " pour le tribunal " sont remplacés par les mots " pour la division du tribunal ";
2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot " afdelingen " est remplacé par le mot " secties ";
3° dans le texte neérlandais le mot " afdeling " est chaque fois remplacé par le mot " sectie ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " Le tribunal de première instance comprend " sont remplacés par les mots " Le tribunal de première instance et le cas échéant, ses divisions, comprennent " et les mots " pour le tribunal " sont remplacés par les mots " pour la division du tribunal ";
2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot " afdelingen " est remplacé par le mot " secties ";
3° dans le texte neérlandais le mot " afdeling " est chaque fois remplacé par le mot " sectie ".
Art.19. Artikel 77, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
" In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken bestaat ze daarenboven uit een of meer afdelingsvoorzitters en ondervoorzitters. ".
" In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken bestaat ze daarenboven uit een of meer afdelingsvoorzitters en ondervoorzitters. ".
Art.19. L'article 77, alinéa 2, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
" Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents. ".
" Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents. ".
Art.20. In artikel 80 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2006, wordt het derde lid opgeheven.
Art.20. Dans l'article 80 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2006, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.21. Artikel 82, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de arbeidsrechtbank. ".
" In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de arbeidsrechtbank. ".
Art.21. L'article 82, alinéa 2, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
" Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents et d'un ou de plusieurs juges au tribunal du travail. ".
" Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents et d'un ou de plusieurs juges au tribunal du travail. ".
Art.22. [1 In artikel 85 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de rechtbank van koophandel.";
2° in het derde lid worden de woorden "De rechters in handelszaken kiezen" vervangen door de woorden "In elk arrondissement kiezen de rechters in handelszaken".]1
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
"In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken, bestaat zij bovendien uit een of meer afdelingsvoorzitters, ondervoorzitters en een of meer rechters in de rechtbank van koophandel.";
2° in het derde lid worden de woorden "De rechters in handelszaken kiezen" vervangen door de woorden "In elk arrondissement kiezen de rechters in handelszaken".]1
Art.22. [1 l'article 85 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit
"Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents et d'un ou de plusieurs juges au tribunal de commerce.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "Les" est remplacé par les mots "Dans chaque arrondissement, les".]1
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit
"Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, il se compose en outre d'un ou de plusieurs présidents de division et vice-présidents et d'un ou de plusieurs juges au tribunal de commerce.";
2° dans l'alinéa 3, le mot "Les" est remplacé par les mots "Dans chaque arrondissement, les".]1
Art.23. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II van hetzelfde Wetboek, worden de afdeling VIbis, alsook artikel 86bis, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, opgeheven.
Art.23. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre Ier, chapitre II, du même Code, la section VIbis ainsi que l'article 86bis, inséré par la loi du 10 février 1998 et modifié en dernier lieu par la du 3 mai 2003, sont abrogés.
Art.24. In artikel 87 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
" In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
" In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
Art.24. Dans l'article 87 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
" L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
Art.25. In artikel 88 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Het bijzonder reglement voor elke rechtbank wordt bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank vastgesteld na advies van, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, van de procureur-generaal en, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, van de hoofdgriffier van de rechtbank en van de stafhouders van de Orde of Ordes van advocaten van het arrondissement. Het advies van de voorzitter van de arbeidsrechtbank is eveneens vereist voor de in artikel 76, zesde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamers. Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ";
2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 2. Incidenten in verband met de verdeling van de zaken onder de afdelingen, secties, kamers of rechters van een zelfde rechtbank worden op de volgende manier geregeld : ";
[1 2/1° in § 2, tweede lid, eerste zin, worden de woorden "de sectie," ingevoegd tussen de woorden "uitgelokt, legt" en de woorden "de afdeling, de kamer".]1
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " De procureur gehoord " vervangen door de woorden " Na advies van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en worden de woorden " rechtbank van eerste aanleg " vervangen door het woord " rechtbank ".
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Het bijzonder reglement voor elke rechtbank wordt bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank vastgesteld na advies van, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, van de procureur-generaal en, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, van de hoofdgriffier van de rechtbank en van de stafhouders van de Orde of Ordes van advocaten van het arrondissement. Het advies van de voorzitter van de arbeidsrechtbank is eveneens vereist voor de in artikel 76, zesde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamers. Het bijzonder reglement wordt publiek bekendgemaakt. ";
2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 2. Incidenten in verband met de verdeling van de zaken onder de afdelingen, secties, kamers of rechters van een zelfde rechtbank worden op de volgende manier geregeld : ";
[1 2/1° in § 2, tweede lid, eerste zin, worden de woorden "de sectie," ingevoegd tussen de woorden "uitgelokt, legt" en de woorden "de afdeling, de kamer".]1
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " De procureur gehoord " vervangen door de woorden " Na advies van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en worden de woorden " rechtbank van eerste aanleg " vervangen door het woord " rechtbank ".
Art.25. A l'article 88 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le règlement particulier de chaque tribunal est établi par ordonnance du président du tribunal, après avis, selon le cas, du premier président de la cour d'appel ou du premier président de la cour du travail, du procureur général et, selon le cas, du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail, du greffier en chef du tribunal et des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement. L'avis du président du tribunal du travail est également requis pour les chambres correctionnelles spécialisées visées à l'article 76, alinéa 6. Le règlement particulier est rendu public. ";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit : ";
" § 2. Les incidents qui sont soulevés au sujet de la répartition des affaires entres les divisions, les sections, les chambres ou les juges d'un même tribunal sont réglés de la manière suivante : ";
[1 2/1° dans le § 2, alinéa 2, première phrase, le mot "division," est inséré entre le mot "section" et les mots ", la chambre"]1
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " Le procureur du Roi entendu " sont remplacés par les mots " Après avis du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail " et les mots " tribunal de première instance " sont remplacés par le mot " tribunal ".
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le règlement particulier de chaque tribunal est établi par ordonnance du président du tribunal, après avis, selon le cas, du premier président de la cour d'appel ou du premier président de la cour du travail, du procureur général et, selon le cas, du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail, du greffier en chef du tribunal et des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats de l'arrondissement. L'avis du président du tribunal du travail est également requis pour les chambres correctionnelles spécialisées visées à l'article 76, alinéa 6. Le règlement particulier est rendu public. ";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit : ";
" § 2. Les incidents qui sont soulevés au sujet de la répartition des affaires entres les divisions, les sections, les chambres ou les juges d'un même tribunal sont réglés de la manière suivante : ";
[1 2/1° dans le § 2, alinéa 2, première phrase, le mot "division," est inséré entre le mot "section" et les mots ", la chambre"]1
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " Le procureur du Roi entendu " sont remplacés par les mots " Après avis du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail " et les mots " tribunal de première instance " sont remplacés par le mot " tribunal ".
Art.26. Artikel 90 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
" Art. 90. De voorzitter is belast met de algemene leiding en de organisatie van de rechtbank.
In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsvoorzitter de voorzitter bij in de leiding van de rechtbank en haar afdelingen.
De voorzitter verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of [1 andere daarmee]1 vergelijkbare objectieve reden.
De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".
" Art. 90. De voorzitter is belast met de algemene leiding en de organisatie van de rechtbank.
In de gevallen bepaald in de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsvoorzitter de voorzitter bij in de leiding van de rechtbank en haar afdelingen.
De voorzitter verdeelt de zaken overeenkomstig het zaakverdelingsreglement en het bijzonder reglement van de rechtbank. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de afdeling verdelen.
Onder een behoefte van de dienst kan worden begrepen de verdeling van de werklast, de onbeschikbaarheid van een rechter, een vereiste deskundigheid, de goede rechtsbedeling of [1 andere daarmee]1 vergelijkbare objectieve reden.
De voorzitter verdeelt de rechters over de afdelingen. Indien hij een rechter aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken rechter en omkleedt hij zijn beslissing met redenen. ".
Art.26. L'article 90 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 90. Le président est chargé de la direction générale et de l'organisation du tribunal.
Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un président de division assiste le président dans la direction du tribunal et de ses divisions.
Le président répartit les affaires conformément au règlement de répartition des affaires et au règlement particulier du tribunal. Lorsque les nécessités du service le justifient, il peut répartir une partie des affaires attribuées à une chambre, entre les autres chambres de la division.
Par nécessité du service, il y a lieu d'entendre, la répartition de la charge de travail, l'indisponibilité d'un juge, une exigence d'expertise, la bonne administration de la justice ou d'autres raisons objectives comparables.
Le président répartit les juges parmi les divisions. S'il désigne un juge dans une autre division, il entend le juge concerné et motive sa décision. ".
" Art. 90. Le président est chargé de la direction générale et de l'organisation du tribunal.
Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un président de division assiste le président dans la direction du tribunal et de ses divisions.
Le président répartit les affaires conformément au règlement de répartition des affaires et au règlement particulier du tribunal. Lorsque les nécessités du service le justifient, il peut répartir une partie des affaires attribuées à une chambre, entre les autres chambres de la division.
Par nécessité du service, il y a lieu d'entendre, la répartition de la charge de travail, l'indisponibilité d'un juge, une exigence d'expertise, la bonne administration de la justice ou d'autres raisons objectives comparables.
Le président répartit les juges parmi les divisions. S'il désigne un juge dans une autre division, il entend le juge concerné et motive sa décision. ".
Art.27. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling IX vervangen als volgt : " Opdracht en aanwijzing van rechters ".
Art.27. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre Ier, chapitre II, du même Code, l'intitulé de la section IX est remplacé par ce qui suit : " Des délégations et désignations de juges ".
Art.28. In artikel 98 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1998, worden het eerste tot het vijfde lid vervangen als volgt :
" Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van eerste aanleg het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van koophandel het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
In dezelfde omstandigheden kan de eerste voorzitter ook een rechter van het rechtsgebied van het hof van beroep die deze opdracht aanvaardt via een beschikking opdragen zijn ambt bijkomend en voor een bepaalde termijn uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel die in dat rechtsgebied ligt.
Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen kunnen, in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik, naargelang het geval, respectievelijk de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, de rechters in de rechtbank van eerste aanleg, de rechters in de rechtbank van koophandel en de rechters in de arbeidsrechtbanken, met hun instemming en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op gebruik der taal in gerechtszaken, opdracht geven, zowel in de rechtbank van eerste aanleg als in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen. Naargelang van het geval kunnen de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof respectievelijk rechters in de rechtbank van koophandel en in de arbeidsrechtbank van Eupen met hun instemming opdracht geven, hetzij in een rechtbank van koophandel of in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied, hetzij in een arbeidsrechtbank van het rechtsgebied.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter van een andere rechtbank van het rechtsgebied en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
" Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van eerste aanleg het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
Wanneer de behoeften van de dienst binnen de rechtbank van koophandel het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, via een beschikking, een rechter in de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep, die deze opdracht aanvaardt, opdragen er tijdelijk het ambt van rechter uit te oefenen.
In dezelfde omstandigheden kan de eerste voorzitter ook een rechter van het rechtsgebied van het hof van beroep die deze opdracht aanvaardt via een beschikking opdragen zijn ambt bijkomend en voor een bepaalde termijn uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel die in dat rechtsgebied ligt.
Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen kunnen, in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik, naargelang het geval, respectievelijk de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof, de rechters in de rechtbank van eerste aanleg, de rechters in de rechtbank van koophandel en de rechters in de arbeidsrechtbanken, met hun instemming en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op gebruik der taal in gerechtszaken, opdracht geven, zowel in de rechtbank van eerste aanleg als in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen. Naargelang van het geval kunnen de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof respectievelijk rechters in de rechtbank van koophandel en in de arbeidsrechtbank van Eupen met hun instemming opdracht geven, hetzij in een rechtbank van koophandel of in een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied, hetzij in een arbeidsrechtbank van het rechtsgebied.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter van een andere rechtbank van het rechtsgebied en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
Art.28. Dans l'article 98 du même Code, modifié par la loi du 10 février 1998, les alinéas 1er à 5 sont remplacés par ce qui suit :
" Lorsque les nécessités du service au sein d'un tribunal de première instance le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, déléguer par ordonnance un juge au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel, qui accepte cette délégation, pour y exercer temporairement les fonctions de juge.
Lorsque les nécessités du service au sein d'un tribunal de commerce le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, déléguer par ordonnance un juge au tribunal de première instance du ressort de la cour d'appel, qui accepte cette délégation, pour y exercer temporairement les fonctions de juge.
Dans les mêmes circonstances, le premier président peut également charger par ordonnance un juge du ressort de la cour d'appel qui accepte cette délégation, d'exercer ses fonctions, à titre complémentaire et pour un délai déterminé, dans un tribunal de première instance ou un tribunal de commerce situé dans ce ressort.
Lorsque les nécessités du service le justifient, les juges au tribunal de première instance, les juges au tribunal de commerce et les juges au tribunal du travail peuvent, dans le ressort de la cour d'appel de Liège, selon le cas, être respectivement délégués par le premier président de la cour d'appel ou le premier président de la cour du travail, avec leur consentement et dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, tant au tribunal de première instance qu'au tribunal de commerce ou au tribunal du travail de l'arrondissement judiciaire d'Eupen. Les juges au tribunal de commerce et les juges au tribunal du travail de l'arrondissement d'Eupen peuvent, selon le cas, être respectivement délégués par le premier président de la cour d'appel ou le premier président de la cour du travail, avec leur consentement, soit dans un tribunal de commerce ou dans un tribunal de première instance du ressort, soit dans un tribunal du travail du ressort.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un juge d'une autre juridiction du ressort et précise les modalités de la délégation. ".
" Lorsque les nécessités du service au sein d'un tribunal de première instance le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, déléguer par ordonnance un juge au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel, qui accepte cette délégation, pour y exercer temporairement les fonctions de juge.
Lorsque les nécessités du service au sein d'un tribunal de commerce le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, déléguer par ordonnance un juge au tribunal de première instance du ressort de la cour d'appel, qui accepte cette délégation, pour y exercer temporairement les fonctions de juge.
Dans les mêmes circonstances, le premier président peut également charger par ordonnance un juge du ressort de la cour d'appel qui accepte cette délégation, d'exercer ses fonctions, à titre complémentaire et pour un délai déterminé, dans un tribunal de première instance ou un tribunal de commerce situé dans ce ressort.
Lorsque les nécessités du service le justifient, les juges au tribunal de première instance, les juges au tribunal de commerce et les juges au tribunal du travail peuvent, dans le ressort de la cour d'appel de Liège, selon le cas, être respectivement délégués par le premier président de la cour d'appel ou le premier président de la cour du travail, avec leur consentement et dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, tant au tribunal de première instance qu'au tribunal de commerce ou au tribunal du travail de l'arrondissement judiciaire d'Eupen. Les juges au tribunal de commerce et les juges au tribunal du travail de l'arrondissement d'Eupen peuvent, selon le cas, être respectivement délégués par le premier président de la cour d'appel ou le premier président de la cour du travail, avec leur consentement, soit dans un tribunal de commerce ou dans un tribunal de première instance du ressort, soit dans un tribunal du travail du ressort.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un juge d'une autre juridiction du ressort et précise les modalités de la délégation. ".
Art.29. In artikel 99 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " of plaatsvervangende rechter " opgeheven.
Art.29. Dans l'article 99 du même Code, les mots " ou le juge suppléant " sont abrogés.
Art.30. In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, afdeling IX, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 99ter ingevoegd, luidende :
" Art. 99ter. Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep een rechter in de rechtbank van eerste aanleg of een rechter in de rechtbank van koophandel, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het hof van beroep.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het arbeidshof een rechter in de arbeidsrechtbank, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het arbeidshof.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
" Art. 99ter. Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep een rechter in de rechtbank van eerste aanleg of een rechter in de rechtbank van koophandel, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het hof van beroep.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het arbeidshof een rechter in de arbeidsrechtbank, benoemd in het rechtsgebied, met zijn instemming opdragen zijn ambt uit te oefenen in het arbeidshof.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een rechter en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
Art.30. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre Ier, chapitre II, section IX, du même Code, il est inséré un article 99ter rédigé comme suit :
" Art. 99ter. En fonction des nécessités du service, un juge au tribunal de première instance ou un juge au tribunal de commerce, nommé dans le ressort, peut, avec son consentement, être délégué par le premier président de la cour d'appel pour exercer ses fonctions à la cour d'appel.
En fonction des nécessités du service, un juge au tribunal du travail nommé dans le ressort peut, avec son consentement, être délégué par le premier président de la cour du travail pour exercer ses fonctions à la cour du travail.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un juge et précise les modalités de la délégation. ".
" Art. 99ter. En fonction des nécessités du service, un juge au tribunal de première instance ou un juge au tribunal de commerce, nommé dans le ressort, peut, avec son consentement, être délégué par le premier président de la cour d'appel pour exercer ses fonctions à la cour d'appel.
En fonction des nécessités du service, un juge au tribunal du travail nommé dans le ressort peut, avec son consentement, être délégué par le premier président de la cour du travail pour exercer ses fonctions à la cour du travail.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il s'impose de faire appel à un juge et précise les modalités de la délégation. ".
Art.31. In de Franse tekst van het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling X vervangen als volgt : " Nominations simultanées dans plusieurs tribunaux ".
Art.31. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre Ier, chapitre II, du même Code, l'intitulé de la section X est remplacé par ce qui suit : " Nominations simultanées dans plusieurs tribunaux ".
Art.32. Artikel 100 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1970 en 22 december 1998, wordt vervangen als volgt :
" Art. 100. § 1. De rechters benoemd in een rechtbank van eerste aanleg worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
De substituten benoemd in een parket van de procureur des Konings worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 2. De aanwijzing van een magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt in onderling overleg tussen de betrokken korpschefs geregeld nadat de betrokkene werd gehoord. De gemeenschappelijke beslissing bepaalt de nadere regels van de aanwijzing.
De aanwijzingsbeschikking omschrijft de redenen waarom het noodzakelijk is een beroep te doen op een magistraat benoemd in hoofdorde in de personeelsformatie van een andere rechtbank of parket en omschrijft de nadere regels van de aanwijzing. De aanwijzing geldt voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De instemming van de aangewezen magistraat is niet vereist.
Ingeval de korpschefs weigeren of bij gebreke van een akkoord over de nadere regels van de aanwijzing, beslist, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de procureur-generaal bij het hof van beroep op grond van een met redenen omkleed advies van de korpschefs die betrokken zijn bij deze aanwijzing.
§ 3. Een magistraat benoemd overeenkomstig § 1 wordt niet benoemd in de personeelsformatie van de rechtscolleges of van de parketten waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd.
§ 4. De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
De substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel, daaronder begrepen de substituten bedoeld in artikel 150, § 3, worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Waals-Brabant of bij de parketten van de procureur des Konings te Leuven en te Halle-Vilvoorde. De substituten van de procureur des Konings benoemd te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel [1 , de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Leuven]1.
De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel.
De rechters benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel.
De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Brussel worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken respectievelijk in subsidiaire orde benoemd in het arbeidsauditoraat [1 te Nijvel]1 of in de arbeidsauditoraten te Leuven en te Halle-Vilvoorde. [1 De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten van de arbeidsauditeur benoemd bij het arbeidsauditoraat te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Leuven.]1
§ 5. De aanwijzing van een in § 4 bedoelde magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt geregeld overeenkomstig § 2.
§ 6. Een overeenkomstig § 4 benoemde magistraat wordt niet benoemd in de personeelsformatie van het rechtscollege of van het parket waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd. ".
" Art. 100. § 1. De rechters benoemd in een rechtbank van eerste aanleg worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
De substituten benoemd in een parket van de procureur des Konings worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd in de andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 2. De aanwijzing van een magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt in onderling overleg tussen de betrokken korpschefs geregeld nadat de betrokkene werd gehoord. De gemeenschappelijke beslissing bepaalt de nadere regels van de aanwijzing.
De aanwijzingsbeschikking omschrijft de redenen waarom het noodzakelijk is een beroep te doen op een magistraat benoemd in hoofdorde in de personeelsformatie van een andere rechtbank of parket en omschrijft de nadere regels van de aanwijzing. De aanwijzing geldt voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De instemming van de aangewezen magistraat is niet vereist.
Ingeval de korpschefs weigeren of bij gebreke van een akkoord over de nadere regels van de aanwijzing, beslist, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de procureur-generaal bij het hof van beroep op grond van een met redenen omkleed advies van de korpschefs die betrokken zijn bij deze aanwijzing.
§ 3. Een magistraat benoemd overeenkomstig § 1 wordt niet benoemd in de personeelsformatie van de rechtscolleges of van de parketten waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd.
§ 4. De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
De substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel, daaronder begrepen de substituten bedoeld in artikel 150, § 3, worden, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Waals-Brabant of bij de parketten van de procureur des Konings te Leuven en te Halle-Vilvoorde. De substituten van de procureur des Konings benoemd te Waals-Brabant worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel [1 , de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de procureur des Konings te Brussel en te Leuven]1.
De rechters benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven en de rechters benoemd in de rechtbank van koophandel te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel.
De rechters benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank [1 te Nijvel]1 worden in subsidiaire orde benoemd in de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel. De rechters benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel worden in subsidiaire orde benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven en de rechters benoemd in de arbeidsrechtbank te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd in de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel.
De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Brussel worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken respectievelijk in subsidiaire orde benoemd in het arbeidsauditoraat [1 te Nijvel]1 of in de arbeidsauditoraten te Leuven en te Halle-Vilvoorde. [1 De substituten van de arbeidsauditeur benoemd te Leuven worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Halle-Vilvoorde en de substituten van de arbeidsauditeur benoemd bij het arbeidsauditoraat te Halle-Vilvoorde worden in subsidiaire orde benoemd bij het arbeidsauditoraat te Brussel en te Leuven.]1
§ 5. De aanwijzing van een in § 4 bedoelde magistraat buiten het rechtscollege of het parket in de personeelsformatie waarvan hij in hoofdorde wordt benoemd, wordt geregeld overeenkomstig § 2.
§ 6. Een overeenkomstig § 4 benoemde magistraat wordt niet benoemd in de personeelsformatie van het rechtscollege of van het parket waarin hij in subsidiaire orde wordt benoemd. ".
Art.32. L'article 100 du même Code, modifié par les lois du 15 juillet 1970 et 22 décembre 1998, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 100. § 1er. Les juges nommés dans un tribunal de première instance sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de première instance du ressort de la cour d'appel.
Les substituts nommés dans un parquet du procureur du Roi sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire dans les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 2. La désignation d'un magistrat en dehors de la juridiction ou du parquet dans le cadre du personnel duquel il est nommé à titre principal, est réglée de commun accord entre les chefs de corps concernés, après avoir entendu l'intéressé. La décision commune précise les modalités de la désignation.
L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un magistrat nommé à titre principal dans le cadre du personnel d'un autre tribunal ou parquet et précise les modalités de la désignation. La désignation vaut pour une période maximale d'un an renouvelable.
Le consentement du magistrat désigné n'est pas requis.
En cas de refus des chefs de corps ou en l'absence d'accord sur les modalités de la désignation, le premier président de la cour d'appel ou le procureur général près la cour d'appel, selon le cas, décide sur avis motivé des chefs de corps du ressort concernés par la désignation.
§ 3. Un magistrat nommé conformément au § 1er n'est pas nommé dans le cadre du personnel des juridictions ou des parquets dans lesquels il est nommé à titre subsidiaire.
§ 4. Les juges nommés au tribunal de première instance francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance du Brabant wallon et les juges nommés au tribunal de première instance du Brabant wallon sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance de Louvain et les juges nommés au tribunal de première instance de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles.
Les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Bruxelles, y compris les substituts visés à l'article 150, § 3, sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire, soit au parquet du procureur du Roi du Brabant wallon, soit aux parquets du procureur du Roi de Louvain et de Hal Vilvorde. Les substituts du procureur du Roi nommés dans le Brabant wallon sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles [1 , les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles et de Hal Vilvorde et les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Hal Vilvoorde sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles et de Louvain]1.
Les juges nommés au tribunal de commerce francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce du [1 de Nivelles]1 et les juges nommés au tribunal de commerce du [1 de Nivelles]1 sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal de commerce néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce de Louvain et les juges nommés au tribunal de commerce de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce néerlandophone de Bruxelles.
Les juges nommés au tribunal du travail francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail du [1 de Nivelles]1 et les juges nommés au tribunal du travail du [1 de Nivelles]1 sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail de Louvain et les juges nommés au tribunal du travail de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles.
Les substituts de l'auditeur du travail nommés à Bruxelles sont nommés, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire à titre subsidiaire près l'auditorat du travail du [1 de Nivelles]1 ou près les auditorats du travail de Louvain et Hal-Vilvorde. [1 Les substituts de l'auditeur du travail nommés à Louvain sont nommés à titre subsidiaire près l'auditorat du travail de Bruxelles et de Hal-Vilvorde et les substituts de l'auditeur du travail nommés près l'auditorat du travail de Hal-Vilvorde sont nommés à titre subsidiaire près l'auditorat du travail de Bruxelles et de Louvain.]1
§ 5. La désignation d'un magistrat visé au paragraphe 4 en dehors de la juridiction ou du parquet dans le cadre du personnel duquel il est nommé à titre principal est réglée conformément au paragraphe 2.
§ 6. Un magistrat nommé conformément au paragraphe 4 n'est pas nommé dans le cadre du personnel de la juridiction ou du parquet dans lequel il est nommé à titre subsidiaire. ".
" Art. 100. § 1er. Les juges nommés dans un tribunal de première instance sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de première instance du ressort de la cour d'appel.
Les substituts nommés dans un parquet du procureur du Roi sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire dans les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 2. La désignation d'un magistrat en dehors de la juridiction ou du parquet dans le cadre du personnel duquel il est nommé à titre principal, est réglée de commun accord entre les chefs de corps concernés, après avoir entendu l'intéressé. La décision commune précise les modalités de la désignation.
L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un magistrat nommé à titre principal dans le cadre du personnel d'un autre tribunal ou parquet et précise les modalités de la désignation. La désignation vaut pour une période maximale d'un an renouvelable.
Le consentement du magistrat désigné n'est pas requis.
En cas de refus des chefs de corps ou en l'absence d'accord sur les modalités de la désignation, le premier président de la cour d'appel ou le procureur général près la cour d'appel, selon le cas, décide sur avis motivé des chefs de corps du ressort concernés par la désignation.
§ 3. Un magistrat nommé conformément au § 1er n'est pas nommé dans le cadre du personnel des juridictions ou des parquets dans lesquels il est nommé à titre subsidiaire.
§ 4. Les juges nommés au tribunal de première instance francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance du Brabant wallon et les juges nommés au tribunal de première instance du Brabant wallon sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance de Louvain et les juges nommés au tribunal de première instance de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles.
Les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Bruxelles, y compris les substituts visés à l'article 150, § 3, sont, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, nommés à titre subsidiaire, soit au parquet du procureur du Roi du Brabant wallon, soit aux parquets du procureur du Roi de Louvain et de Hal Vilvorde. Les substituts du procureur du Roi nommés dans le Brabant wallon sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles [1 , les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles et de Hal Vilvorde et les substituts nommés au parquet du procureur du Roi de Hal Vilvoorde sont nommés à titre subsidiaire au parquet du procureur du Roi de Bruxelles et de Louvain]1.
Les juges nommés au tribunal de commerce francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce du [1 de Nivelles]1 et les juges nommés au tribunal de commerce du [1 de Nivelles]1 sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal de commerce néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce de Louvain et les juges nommés au tribunal de commerce de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal de commerce néerlandophone de Bruxelles.
Les juges nommés au tribunal du travail francophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail du [1 de Nivelles]1 et les juges nommés au tribunal du travail du [1 de Nivelles]1 sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail francophone de Bruxelles. Les juges nommés au tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail de Louvain et les juges nommés au tribunal du travail de Louvain sont nommés à titre subsidiaire au tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles.
Les substituts de l'auditeur du travail nommés à Bruxelles sont nommés, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire à titre subsidiaire près l'auditorat du travail du [1 de Nivelles]1 ou près les auditorats du travail de Louvain et Hal-Vilvorde. [1 Les substituts de l'auditeur du travail nommés à Louvain sont nommés à titre subsidiaire près l'auditorat du travail de Bruxelles et de Hal-Vilvorde et les substituts de l'auditeur du travail nommés près l'auditorat du travail de Hal-Vilvorde sont nommés à titre subsidiaire près l'auditorat du travail de Bruxelles et de Louvain.]1
§ 5. La désignation d'un magistrat visé au paragraphe 4 en dehors de la juridiction ou du parquet dans le cadre du personnel duquel il est nommé à titre principal est réglée conformément au paragraphe 2.
§ 6. Un magistrat nommé conformément au paragraphe 4 n'est pas nommé dans le cadre du personnel de la juridiction ou du parquet dans lequel il est nommé à titre subsidiaire. ".
Art.33. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 100/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 100/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen worden de rechters die benoemd zijn in een rechtbank, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken, bedoeld in dit hoofdstuk, van het arrondissement. ".
" Art. 100/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen worden de rechters die benoemd zijn in een rechtbank, in subsidiaire orde benoemd in de andere rechtbanken, bedoeld in dit hoofdstuk, van het arrondissement. ".
Art.33. Dans le même Code, il est inséré un article 100/1 rédigé comme suit :
" Art. 100/1. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, les juges nommés dans un tribunal sont nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de l'arrondissement visés au présent chapitre. ".
" Art. 100/1. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, les juges nommés dans un tribunal sont nommés à titre subsidiaire dans les autres tribunaux de l'arrondissement visés au présent chapitre. ".
Art.34. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 100/2 ingevoegd, luidende :
" Art. 100/2. In het arrondissement Eupen wordt een enkele voorzitter aangewezen voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel. Hij oefent binnen deze rechtbanken de bevoegdheden uit die de wet toekent aan de voorzitter van de rechtbank. ".
" Art. 100/2. In het arrondissement Eupen wordt een enkele voorzitter aangewezen voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel. Hij oefent binnen deze rechtbanken de bevoegdheden uit die de wet toekent aan de voorzitter van de rechtbank. ".
Art.34. Dans le même Code, il est inséré un article 100/2 rédigé comme suit :
" Art. 100/2. Dans l'arrondissement d'Eupen, un seul président est désigné pour le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce. Il exerce au sein de ces tribunaux les compétences que la loi confère au président du tribunal. ".
" Art. 100/2. Dans l'arrondissement d'Eupen, un seul président est désigné pour le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce. Il exerce au sein de ces tribunaux les compétences que la loi confère au président du tribunal. ".
Art.35. In artikel 102, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 29 december 2010, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
" In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
" In de aanwijzingsbeschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. ".
Art.35. Dans l'article 102, § 1er, du même Code, modifié par les lois des 27 décembre 2005 et 29 décembre 2010, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
" L'ordonnance de désignation indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un suppléant et précise les modalités de la désignation. ".
Art.36. In artikel 106 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Het bijzonder reglement van het hof van beroep en dat van het arbeidshof worden door de eerste voorzitter vastgesteld, op advies van de procureur-generaal, van de hoofdgriffier en van de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter van het hof van beroep. De stafhouders kunnen evenwel hun advies schriftelijk aan de eerste voorzitter van het hof van beroep toezenden. Het advies van de eerste voorzitter van het arbeidshof is eveneens vereist voor de in artikel 101, derde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. ".
" Het bijzonder reglement van het hof van beroep en dat van het arbeidshof worden door de eerste voorzitter vastgesteld, op advies van de procureur-generaal, van de hoofdgriffier en van de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter van het hof van beroep. De stafhouders kunnen evenwel hun advies schriftelijk aan de eerste voorzitter van het hof van beroep toezenden. Het advies van de eerste voorzitter van het arbeidshof is eveneens vereist voor de in artikel 101, derde lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. ".
Art.36. Dans l'article 106 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le règlement particulier de la cour d'appel et celui de la cour du travail sont établis par le premier président, sur avis du procureur général, du greffier en chef et de l'assemblée des bâtonniers des barreaux du ressort de la cour d'appel, réunie sous la présidence du premier président de la cour d'appel. Les bâtonniers peuvent cependant adresser leurs avis par écrit au premier président de la cour d'appel. L'avis du premier président de la cour du travail est également requis pour la chambre correctionnelle spécialisée visée à l'article 101, alinéa 3. ".
" Le règlement particulier de la cour d'appel et celui de la cour du travail sont établis par le premier président, sur avis du procureur général, du greffier en chef et de l'assemblée des bâtonniers des barreaux du ressort de la cour d'appel, réunie sous la présidence du premier président de la cour d'appel. Les bâtonniers peuvent cependant adresser leurs avis par écrit au premier président de la cour d'appel. L'avis du premier président de la cour du travail est également requis pour la chambre correctionnelle spécialisée visée à l'article 101, alinéa 3. ".
Art.37. Artikel 113bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1998, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
" Naargelang van de behoeften van de dienst kunnen de eerste voorzitters van de hoven van beroep en van de arbeidshoven, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in onderling overleg beslissen respectievelijk een magistraat van een hof van beroep of van een arbeidshof, die daarmee instemt, opdracht te geven in een ander hof van beroep of een ander arbeidshof.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, een raadsheer bij het hof van beroep met zijn instemming opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of in een rechtbank van koophandel en kan de eerste voorzitter bij het arbeidshof een raadsheer bij dit hof opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een arbeidsrechtbank.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een raadsheer en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
" Naargelang van de behoeften van de dienst kunnen de eerste voorzitters van de hoven van beroep en van de arbeidshoven, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in onderling overleg beslissen respectievelijk een magistraat van een hof van beroep of van een arbeidshof, die daarmee instemt, opdracht te geven in een ander hof van beroep of een ander arbeidshof.
Naargelang van de behoeften van de dienst kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, een raadsheer bij het hof van beroep met zijn instemming opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een rechtbank van eerste aanleg of in een rechtbank van koophandel en kan de eerste voorzitter bij het arbeidshof een raadsheer bij dit hof opdragen het ambt van rechter uit te oefenen in een arbeidsrechtbank.
In de beschikking wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een raadsheer en worden de nadere regels van de opdracht omschreven. ".
Art.37. L'article 113bis du même Code, inséré par la loi du 10 février 1998, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" En fonction des nécessités du service, les premiers présidents des cours d'appel et des cours du travail peuvent, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judicaire, décider de commun accord de déléguer respectivement un magistrat d'une cour d'appel ou d'une cour du travail qui y consent dans une autre cour d'appel ou dans une autre cour du travail.
En fonction des nécessités du service, un conseiller à la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judicaire et de son consentement, être délégué par le premier président de la cour d'appel pour exercer les fonctions de juge dans un tribunal de première instance ou de commerce et un conseiller à la cour du travail peut être délégué par le premier président de cette cour pour exercer les fonctions de juge dans un tribunal du travail.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un conseiller et précise les modalités de la délégation. ".
" En fonction des nécessités du service, les premiers présidents des cours d'appel et des cours du travail peuvent, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judicaire, décider de commun accord de déléguer respectivement un magistrat d'une cour d'appel ou d'une cour du travail qui y consent dans une autre cour d'appel ou dans une autre cour du travail.
En fonction des nécessités du service, un conseiller à la cour d'appel peut, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judicaire et de son consentement, être délégué par le premier président de la cour d'appel pour exercer les fonctions de juge dans un tribunal de première instance ou de commerce et un conseiller à la cour du travail peut être délégué par le premier président de cette cour pour exercer les fonctions de juge dans un tribunal du travail.
L'ordonnance indique les motifs pour lesquels il est nécessaire de faire appel à un conseiller et précise les modalités de la délégation. ".
Art.38. In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 december 2009, worden de woorden " hetzij in de hoofdplaats van andere gerechtelijke arrondissementen " vervangen door de woorden " hetzij in een afdeling van een gerechtelijk arrondissement ".
Art.38. Dans l'article 116 du même Code, modifié par la loi du 21 décembre 2009, les mots " soit au chef-lieu d'autres arrondissements judiciaires " sont remplacés par les mots " soit dans une division d'un arrondissement judiciaire ".
Art. 38/1. [1 In artikel 132 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "door de Koning vastgesteld, op advies van de eerste voorzitter" vervangen door de woorden "door de eerste voorzitter vastgesteld, op advies".]1
Art. 38/1. [1 Dans l'article 132 du même Code, les mots "par le Roi sur les avis du premier président" sont remplacés par les mots "par le premier président sur les avis".]1
Art.39. Artikel 150 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet 19 juli 2012, wordt aangevuld met een § 4, luidende :
" § 4. Onverminderd artikel 137 zijn er in het gerechtelijk arrondissement Henegouwen twee procureurs des Konings :
1° de procureur des Konings van Charleroi oefent in de kantons van Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Binche, Charleroi, Châtelet, Fontaine-l'Evêque, Seneffe en Thuin en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied;
2° de procureur des Konings van Bergen oefent in de overige kantons van de provincie Henegouwen en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied.
De procureur des Konings van Bergen oefent het ambt van openbaar ministerie uit bij de arrondissementsrechtbank.
Binnen het grondgebied dat hem in het eerste lid is toegewezen, oefent elkeen de taken uit die de wetten en besluiten toekennen aan de procureur des Konings van een arrondissement. In de gevallen waarin de wet bepaalt dat de procureur des Konings een advies geeft aan de rechtbanken, geeft elk van beide procureurs een advies. ".
" § 4. Onverminderd artikel 137 zijn er in het gerechtelijk arrondissement Henegouwen twee procureurs des Konings :
1° de procureur des Konings van Charleroi oefent in de kantons van Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Binche, Charleroi, Châtelet, Fontaine-l'Evêque, Seneffe en Thuin en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied;
2° de procureur des Konings van Bergen oefent in de overige kantons van de provincie Henegouwen en onder het gezag van de procureur-generaal, het ambt van openbaar ministerie uit bij de afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de politierechtbank die gelegen zijn in dat grondgebied.
De procureur des Konings van Bergen oefent het ambt van openbaar ministerie uit bij de arrondissementsrechtbank.
Binnen het grondgebied dat hem in het eerste lid is toegewezen, oefent elkeen de taken uit die de wetten en besluiten toekennen aan de procureur des Konings van een arrondissement. In de gevallen waarin de wet bepaalt dat de procureur des Konings een advies geeft aan de rechtbanken, geeft elk van beide procureurs een advies. ".
Art.39. L'article 150 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, est complété par le § 4 rédigé comme suit :
" § 4. Sans préjudice de l'article 137, il y a deux procureurs du Roi dans l'arrondissement judiciaire du Hainaut :
1° le procureur du Roi de Charleroi exerce, dans les cantons de Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, de Binche, de Charleroi, de Châtelet, de Fontaine-l'Evêque, de Seneffe et de Thuin et sous l'autorité du procureur général, les fonctions du ministère public près les divisions du tribunal de première instance, du tribunal de commerce et du tribunal de police qui sont situées sur ce territoire;
2° le procureur du Roi de Mons exerce, dans les autres cantons de la province de Hainaut et sous l'autorité du procureur général, les fonctions du ministère public près les divisions du tribunal de première instance, du tribunal de commerce et du tribunal de police qui sont situées sur ce territoire.
Le procureur du Roi de Mons exerce les fonctions du ministère public près le tribunal d'arrondissement.
Au sein du territoire qui lui a été attribué à l'alinéa 1er, chacun exerce les tâches que les lois et arrêtés confèrent au procureur du Roi d'un arrondissement. Dans les cas où la loi prévoit que le procureur du Roi rend un avis aux tribunaux, les deux procureurs rendent chacun un avis. ".
" § 4. Sans préjudice de l'article 137, il y a deux procureurs du Roi dans l'arrondissement judiciaire du Hainaut :
1° le procureur du Roi de Charleroi exerce, dans les cantons de Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, de Binche, de Charleroi, de Châtelet, de Fontaine-l'Evêque, de Seneffe et de Thuin et sous l'autorité du procureur général, les fonctions du ministère public près les divisions du tribunal de première instance, du tribunal de commerce et du tribunal de police qui sont situées sur ce territoire;
2° le procureur du Roi de Mons exerce, dans les autres cantons de la province de Hainaut et sous l'autorité du procureur général, les fonctions du ministère public près les divisions du tribunal de première instance, du tribunal de commerce et du tribunal de police qui sont situées sur ce territoire.
Le procureur du Roi de Mons exerce les fonctions du ministère public près le tribunal d'arrondissement.
Au sein du territoire qui lui a été attribué à l'alinéa 1er, chacun exerce les tâches que les lois et arrêtés confèrent au procureur du Roi d'un arrondissement. Dans les cas où la loi prévoit que le procureur du Roi rend un avis aux tribunaux, les deux procureurs rendent chacun un avis. ".
Art.40. In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " en door een of meer toegevoegde substituten aan wie opdracht is gegeven overeenkomstig artikel 326, eerste lid " opgeheven;
2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsprocureur de procureur des Konings bij in de leiding van het parket en zijn afdelingen. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De procureur des Konings verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de procureur des Konings een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " en door een of meer toegevoegde substituten aan wie opdracht is gegeven overeenkomstig artikel 326, eerste lid " opgeheven;
2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsprocureur de procureur des Konings bij in de leiding van het parket en zijn afdelingen. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De procureur des Konings verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de procureur des Konings een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".
Art.40. A l'article 151 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " et par un ou plusieurs substituts de complément délégués conformément à l'article 326, alinéa 1er " sont abrogés;
2° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante : " Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un procureur de division assiste le procureur du Roi dans la direction du parquet et de ses divisions. ";
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le procureur du Roi répartit les substituts parmi les divisions. Si le procureur du Roi désigne un substitut dans une autre division, il entend le substitut concerné et motive sa décision. ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " et par un ou plusieurs substituts de complément délégués conformément à l'article 326, alinéa 1er " sont abrogés;
2° l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante : " Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un procureur de division assiste le procureur du Roi dans la direction du parquet et de ses divisions. ";
3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le procureur du Roi répartit les substituts parmi les divisions. Si le procureur du Roi désigne un substitut dans une autre division, il entend le substitut concerné et motive sa décision. ".
Art.41. In artikel 153 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° eerste lid, tweede zin, wordt opgeheven;
2° het tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsauditeur de arbeidsauditeur bij in de leiding van het auditoraat en zijn afdelingen. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De arbeidsauditeur verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de arbeidsauditeur een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".
1° eerste lid, tweede zin, wordt opgeheven;
2° het tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : " In de gevallen bepaald bij de wet tot vaststelling van de personeelsformatie van hoven en rechtbanken staat een afdelingsauditeur de arbeidsauditeur bij in de leiding van het auditoraat en zijn afdelingen. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De arbeidsauditeur verdeelt de substituten over de afdelingen. Indien de arbeidsauditeur een substituut aan een andere afdeling toewijst, hoort hij de betrokken substituut en motiveert hij zijn beslissing. ".
Art.41. A l'article 153 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 avril 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er, deuxième phrase, est abrogé;
2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante : " Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un auditeur de division assiste l'auditeur de travail dans la direction du parquet et de ses divisions. " ;
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" L'auditeur du travail répartit les substituts parmi les divisions. Si l'auditeur de travail désigne un substitut dans une autre division, il entend le substitut concerné et motive sa décision. ".
1° l'alinéa 1er, deuxième phrase, est abrogé;
2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante : " Dans les cas déterminés par la loi établissant le cadre du personnel des cours et tribunaux, un auditeur de division assiste l'auditeur de travail dans la direction du parquet et de ses divisions. " ;
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" L'auditeur du travail répartit les substituts parmi les divisions. Si l'auditeur de travail désigne un substitut dans une autre division, il entend le substitut concerné et motive sa décision. ".
Art.42. Artikel 156 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 18 juli 1991, wordt hersteld als volgt :
" Art. 156. In het gerechtelijk arrondissement Eupen oefent de procureur des Konings de bevoegdheden uit van arbeidsauditeur. De substituten van de procureur des Konings worden in subsidiaire orde benoemd tot substituut-arbeidsauditeur en de substituut-arbeidsauditeur wordt in subsidiaire orde benoemd tot substituut van de procureur des Konings. ".
" Art. 156. In het gerechtelijk arrondissement Eupen oefent de procureur des Konings de bevoegdheden uit van arbeidsauditeur. De substituten van de procureur des Konings worden in subsidiaire orde benoemd tot substituut-arbeidsauditeur en de substituut-arbeidsauditeur wordt in subsidiaire orde benoemd tot substituut van de procureur des Konings. ".
Art.42. L'article 156 du même Code, abrogé par la loi du 18 juillet 1991, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 156. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le procureur du Roi exerce les compétences de l'auditeur du travail. Les substituts du procureur du Roi sont nommés à titre subsidiaire substitut de l'auditeur du travail et le substitut de l'auditeur du travail est nommé à titre subsidiaire substitut du procureur du Roi. ".
" Art. 156. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le procureur du Roi exerce les compétences de l'auditeur du travail. Les substituts du procureur du Roi sont nommés à titre subsidiaire substitut de l'auditeur du travail et le substitut de l'auditeur du travail est nommé à titre subsidiaire substitut du procureur du Roi. ".
Art.43. Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
" Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van rechtswege benoemd in alle kantons.
De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement.
De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de politierechtbank. ".
" Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van rechtswege benoemd in alle kantons.
De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement.
De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de politierechtbank. ".
Art.43. L'article 159 du même Code, rétabli par la loi du 25 avril 2007, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" Sans préjudice des articles 164 et 173, le personnel judiciaire de niveau A et B est nommé dans un arrondissement. Le personnel judiciaire de niveau C et D est nommé dans l'arrondissement, ou dans une ou deux divisions si le tribunal est composé de plusieurs divisions. Dans les justices de paix, le personnel judiciaire de niveau C et D est nommé dans un canton. De par sa nomination dans un arrondissement, le personnel judiciaire de niveau A et B des justices de paix est nommé d'office dans tous les cantons.
Le greffier en chef du tribunal de commerce et du tribunal du travail peut désigner un membre du personnel de niveau A et B, avec son consentement, dans un autre arrondissement.
Le greffier en chef peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, qui y consent, dans une autre division. Le greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, qui y consent, dans un autre canton de l'arrondissement ou dans une division du tribunal de police. ".
" Sans préjudice des articles 164 et 173, le personnel judiciaire de niveau A et B est nommé dans un arrondissement. Le personnel judiciaire de niveau C et D est nommé dans l'arrondissement, ou dans une ou deux divisions si le tribunal est composé de plusieurs divisions. Dans les justices de paix, le personnel judiciaire de niveau C et D est nommé dans un canton. De par sa nomination dans un arrondissement, le personnel judiciaire de niveau A et B des justices de paix est nommé d'office dans tous les cantons.
Le greffier en chef du tribunal de commerce et du tribunal du travail peut désigner un membre du personnel de niveau A et B, avec son consentement, dans un autre arrondissement.
Le greffier en chef peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, qui y consent, dans une autre division. Le greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, qui y consent, dans un autre canton de l'arrondissement ou dans une division du tribunal de police. ".
Art.44. In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de politierechtbank en vredegerechten. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
" In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk vredegerecht en in elke politierechtbank.
In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de politierechtbank en vredegerechten. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
" In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk vredegerecht en in elke politierechtbank.
In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. ".
Art.44. A l'article 164 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Il y a un greffier en chef dans chaque cour ou tribunal et, à l'exception de Bruxelles et d'Eupen, dans chaque arrondissement pour le tribunal de police et les justices de paix. ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés;
3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Dans l'arrondissement de Bruxelles, il y a un greffier en chef dans chaque justice de paix et dans chaque tribunal de police.
Dans l'arrondissement d'Eupen, le greffier en chef du tribunal de première instance exerce les compétences de greffier en chef du tribunal du travail, du tribunal de commerce, du tribunal de police et des justices de paix. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Il y a un greffier en chef dans chaque cour ou tribunal et, à l'exception de Bruxelles et d'Eupen, dans chaque arrondissement pour le tribunal de police et les justices de paix. ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés;
3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Dans l'arrondissement de Bruxelles, il y a un greffier en chef dans chaque justice de paix et dans chaque tribunal de police.
Dans l'arrondissement d'Eupen, le greffier en chef du tribunal de première instance exerce les compétences de greffier en chef du tribunal du travail, du tribunal de commerce, du tribunal de police et des justices de paix. ".
Art.45. Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
" De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168. ".
" De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168. ".
Art.45. L'article 167 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, est complété par la phrase suivante :
" Le greffier en chef peut désigner un ou plusieurs greffiers-chefs de service comme greffier de division pour l'assister dans la direction d'une division, sans préjudice des tâches et de l'assistance visées à l'article 168. ".
" Le greffier en chef peut désigner un ou plusieurs greffiers-chefs de service comme greffier de division pour l'assister dans la direction d'une division, sans préjudice des tâches et de l'assistance visées à l'article 168. ".
Art.46. In artikel 173 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " Onverminderd " wordt vervangen door de woorden " Er is een hoofdsecretaris in elk parketsecretariaat. Onverminderd ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In het arrondissement Eupen oefent de hoofdsecretaris van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdsecretaris bij het arbeidsauditoraat. ".
1° het woord " Onverminderd " wordt vervangen door de woorden " Er is een hoofdsecretaris in elk parketsecretariaat. Onverminderd ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In het arrondissement Eupen oefent de hoofdsecretaris van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdsecretaris bij het arbeidsauditoraat. ".
Art.46. A l'article 173 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " Sans " est remplacé par les mots " Il y a un secrétaire en chef dans chaque secrétariat de parquet. Sans ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Dans l'arrondissement d'Eupen, le secrétaire en chef du parquet près le tribunal de première instance exerce les compétences de secrétaire en chef de l'auditorat du travail. ".
1° le mot " Sans " est remplacé par les mots " Il y a un secrétaire en chef dans chaque secrétariat de parquet. Sans ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Dans l'arrondissement d'Eupen, le secrétaire en chef du parquet près le tribunal de première instance exerce les compétences de secrétaire en chef de l'auditorat du travail. ".
Art.47. Artikel 175 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
" De hoofdsecretaris kan een of meer secretarissen-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176. ".
" De hoofdsecretaris kan een of meer secretarissen-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176. ".
Art.47. L'article 175 du même Code, modifié par la loi du 25 avril 2007, est complété par la phrase suivante :
" Le secrétaire en chef peut désigner un ou plusieurs secrétaires-chefs de service comme secrétaire de division pour l'assister dans la direction d'une division, sans préjudice des tâches et de l'assistance visées à l'article 176. ".
" Le secrétaire en chef peut désigner un ou plusieurs secrétaires-chefs de service comme secrétaire de division pour l'assister dans la direction d'une division, sans préjudice des tâches et de l'assistance visées à l'article 176. ".
Art.48. In artikel 177 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° [1 ...]1 ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De hoofdsecretaris kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een andere afdeling. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De hoofdsecretaris van het arbeidsauditoraat kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement. ".
1° [1 ...]1 ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De hoofdsecretaris kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een andere afdeling. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De hoofdsecretaris van het arbeidsauditoraat kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement. ".
Art.48. A l'article 177 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° [1 ...]1;
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Le secrétaire en chef peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, [1 avec son consentement]1, dans une autre division. ";
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Le secrétaire en chef de l'auditorat du travail peut désigner un membre du personnel de niveau A et B, avec son consentement, dans un autre arrondissement. ".
1° [1 ...]1;
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Le secrétaire en chef peut désigner un membre du personnel de niveau C ou D, [1 avec son consentement]1, dans une autre division. ";
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Le secrétaire en chef de l'auditorat du travail peut désigner un membre du personnel de niveau A et B, avec son consentement, dans un autre arrondissement. ".
Art.49. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 178/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 178/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen wordt het gerechtspersoneel bedoeld in hoofdstuk III en V, gelijktijdig benoemd in de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. De hoofdgriffier wijst het rechtscollege aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen.
Het in hoofdstuk IV en V bedoelde gerechtspersoneel wordt gelijktijdig benoemd in het parketsecretariaat van de procureur des Konings en dat van de arbeidsauditeur. De hoofdsecretaris wijst het parketsecretariaat aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen. ".
" Art. 178/1. In het gerechtelijk arrondissement Eupen wordt het gerechtspersoneel bedoeld in hoofdstuk III en V, gelijktijdig benoemd in de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en de vredegerechten. De hoofdgriffier wijst het rechtscollege aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen.
Het in hoofdstuk IV en V bedoelde gerechtspersoneel wordt gelijktijdig benoemd in het parketsecretariaat van de procureur des Konings en dat van de arbeidsauditeur. De hoofdsecretaris wijst het parketsecretariaat aan waarin die personeelsleden hun ambt vervullen. ".
Art.49. Dans le même Code, il est inséré un article 178/1 rédigé comme suit :
" Art. 178/1. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le personnel judiciaire visé aux chapitres III et V est nommé simultanément au tribunal de première instance, au tribunal du travail, au tribunal de commerce, au tribunal de police et dans les justices de paix. Le greffier en chef indique dans quelle juridiction ces membres du personnel exercent leurs fonctions.
Le personnel judiciaire visé aux chapitres IV et V est nommé simultanément au secrétariat du parquet du procureur du Roi et de l'auditeur du travail. Le secrétaire en chef indique dans quel secrétariat de parquet ces membres du personnel exercent leurs fonctions. ".
" Art. 178/1. Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le personnel judiciaire visé aux chapitres III et V est nommé simultanément au tribunal de première instance, au tribunal du travail, au tribunal de commerce, au tribunal de police et dans les justices de paix. Le greffier en chef indique dans quelle juridiction ces membres du personnel exercent leurs fonctions.
Le personnel judiciaire visé aux chapitres IV et V est nommé simultanément au secrétariat du parquet du procureur du Roi et de l'auditeur du travail. Le secrétaire en chef indique dans quel secrétariat de parquet ces membres du personnel exercent leurs fonctions. ".
Art.50. In artikel 186 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het huidige eerste lid wordt voorafgegaan door de woorden " § 1. ";
2° het huidige tweede en derde lid wordt vervangen als volgt :
" De Koning kan, bij zaakverdelingsreglement in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de hoven van beroep, de arbeidshoven, de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel of de politierechtbanken in twee of meer afdelingen verdelen en de plaatsen aanwijzen waar die afdeling zitting en haar griffie houdt.
In voorkomend geval bepaalt Hij het grondgebied van elke afdeling en voor welke categorieën van zaken die afdeling haar rechtsmacht uitoefent. Het zaakverdelingsreglement kan de territoriale bevoegdheid van de afdeling uitbreiden tot een deel of het geheel van het grondgebied van het arrondissement. Het kan in geen geval leiden tot de afschaffing van bestaande zittingsplaatsen.
Het zaakverdelingsreglement van het hof wordt op voorstel van de eerste voorzitter vastgesteld na advies van de procureur-generaal, de hoofdgriffier en de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter. Indien het nodig blijkt, kan het zaakverdelingsreglement eveneens voorzien in de nadere regels om gedecentraliseerde zittingen van het hof te houden in het rechtsgebied.
Het zaakverdelingsreglement van de rechtbank wordt op voorstel van de voorzitter vastgesteld na advies, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de hoofdgriffier en de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van advocaten.
Voor de politierechtbank wordt het zaakverdelingsreglement voorgesteld door de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank indien de voorzitter een vrederechter is.
Indien de Koning bij een zaakverdelingsreglement een afdeling exclusief bevoegd maakt voor bepaalde categorieën van zaken, waakt Hij er over dat de toegang tot justitie en de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd blijven. Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in burgerlijke zaken enkel betrekking hebben op bevoegdheden bedoeld in :
a) voor de rechtbank van eerste aanleg : de artikelen 569, 2° tot 42°, 570, 571 en 572;
b) voor de rechtbank van koophandel : de artikelen 573, 2°, 574, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11° tot 19°, 575, 576 en 577;
c) voor de arbeidsrechtbank : de [1 artikelen 578, 579, 582, 3° tot 14° ]1, en 583.
Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in strafzaken enkel betrekking hebben op :
1° cybercriminaliteit;
2° socio-economische zaken;
3° financiële en fiscale zaken;
4° internationale drugshandel;
5° wapenhandel;
6° schijnhuwelijken, gedwongen huwelijken, schijn-wettelijke samenwoningen en gedwongen wettelijke samenwoningen;
7° terrorisme;
8° mensenhandel;
9° milieu;
10° stedenbouw;
11° telecommunicatie;
12° militaire misdrijven;
13° intellectuele eigendom;
14° landbouw;
15° uitlevering;
16° douane en accijnzen;
17° hormonen;
18° doping;
19° voedselveiligheid;
20° dierenwelzijn. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
" § 2. De neerlegging van stukken ter griffie met het oog op de aanhangigmaking en behandeling van een vordering kan gebeuren in elke afdeling van de bevoegde rechtbank. De stukken worden door de griffie overgezonden aan de bevoegde afdeling en de griffie deelt de partijen die de stukken hebben neergelegd mee welke afdeling bevoegd is.
Geen nietigheid, onregelmatigheid of onontvankelijkheid van de vordering kan met betrekking tot de in dit artikel bedoelde bevoegdheidsverdeling tussen afdelingen of met betrekking tot het zaakverdelingsreglement worden ingeroepen.
De vorderingen of misdrijven die samenhangen met vorderingen of misdrijven die op grond van dit artikel uitsluitend tot de bevoegdheid van een bepaalde afdeling behoren, worden uitsluitend behandeld door deze afdeling. ".
1° het huidige eerste lid wordt voorafgegaan door de woorden " § 1. ";
2° het huidige tweede en derde lid wordt vervangen als volgt :
" De Koning kan, bij zaakverdelingsreglement in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de hoven van beroep, de arbeidshoven, de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel of de politierechtbanken in twee of meer afdelingen verdelen en de plaatsen aanwijzen waar die afdeling zitting en haar griffie houdt.
In voorkomend geval bepaalt Hij het grondgebied van elke afdeling en voor welke categorieën van zaken die afdeling haar rechtsmacht uitoefent. Het zaakverdelingsreglement kan de territoriale bevoegdheid van de afdeling uitbreiden tot een deel of het geheel van het grondgebied van het arrondissement. Het kan in geen geval leiden tot de afschaffing van bestaande zittingsplaatsen.
Het zaakverdelingsreglement van het hof wordt op voorstel van de eerste voorzitter vastgesteld na advies van de procureur-generaal, de hoofdgriffier en de vergadering van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter. Indien het nodig blijkt, kan het zaakverdelingsreglement eveneens voorzien in de nadere regels om gedecentraliseerde zittingen van het hof te houden in het rechtsgebied.
Het zaakverdelingsreglement van de rechtbank wordt op voorstel van de voorzitter vastgesteld na advies, naar gelang van het geval, van de procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de hoofdgriffier en de stafhouder(s) van de Orde of Ordes van advocaten.
Voor de politierechtbank wordt het zaakverdelingsreglement voorgesteld door de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank indien de voorzitter een vrederechter is.
Indien de Koning bij een zaakverdelingsreglement een afdeling exclusief bevoegd maakt voor bepaalde categorieën van zaken, waakt Hij er over dat de toegang tot justitie en de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd blijven. Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in burgerlijke zaken enkel betrekking hebben op bevoegdheden bedoeld in :
a) voor de rechtbank van eerste aanleg : de artikelen 569, 2° tot 42°, 570, 571 en 572;
b) voor de rechtbank van koophandel : de artikelen 573, 2°, 574, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11° tot 19°, 575, 576 en 577;
c) voor de arbeidsrechtbank : de [1 artikelen 578, 579, 582, 3° tot 14° ]1, en 583.
Het reglement dat een afdeling exclusief bevoegd maakt, kan in strafzaken enkel betrekking hebben op :
1° cybercriminaliteit;
2° socio-economische zaken;
3° financiële en fiscale zaken;
4° internationale drugshandel;
5° wapenhandel;
6° schijnhuwelijken, gedwongen huwelijken, schijn-wettelijke samenwoningen en gedwongen wettelijke samenwoningen;
7° terrorisme;
8° mensenhandel;
9° milieu;
10° stedenbouw;
11° telecommunicatie;
12° militaire misdrijven;
13° intellectuele eigendom;
14° landbouw;
15° uitlevering;
16° douane en accijnzen;
17° hormonen;
18° doping;
19° voedselveiligheid;
20° dierenwelzijn. ";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
" § 2. De neerlegging van stukken ter griffie met het oog op de aanhangigmaking en behandeling van een vordering kan gebeuren in elke afdeling van de bevoegde rechtbank. De stukken worden door de griffie overgezonden aan de bevoegde afdeling en de griffie deelt de partijen die de stukken hebben neergelegd mee welke afdeling bevoegd is.
Geen nietigheid, onregelmatigheid of onontvankelijkheid van de vordering kan met betrekking tot de in dit artikel bedoelde bevoegdheidsverdeling tussen afdelingen of met betrekking tot het zaakverdelingsreglement worden ingeroepen.
De vorderingen of misdrijven die samenhangen met vorderingen of misdrijven die op grond van dit artikel uitsluitend tot de bevoegdheid van een bepaalde afdeling behoren, worden uitsluitend behandeld door deze afdeling. ".
Art.50. A l'article 186 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er actuel est précédé par les mots " § 1er. ";
2° les alinéas 2 et 3 actuels sont remplacés par ce qui suit :
" Le Roi peut, par règlement de répartition des affaires dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres, répartir en deux ou plusieurs divisions les cours d'appel, les cours du travail, les tribunaux de première instance, les tribunaux du travail, les tribunaux de commerce et les tribunaux de police, et déterminer les lieux où sont établis leur siège et leur greffe.
Le cas échéant, Il détermine le territoire de chaque division et les catégories d'affaires pour lesquelles cette division exerce sa juridiction. Le règlement de répartition des affaires peut étendre la compétence territoriale de la division à une partie ou à l'ensemble du territoire de l'arrondissement. Il ne peut en aucun cas avoir pour effet de supprimer des lieux d'audiences existants.
Le règlement de répartition des affaires de la cour est établi sur proposition du premier président, après avis du procureur général, du greffier en chef et de l'assemblée des bâtonniers des barreaux du ressort de la cour d'appel, réunie sous la présidence du premier président. Lorsque cela s'avère nécessaire, le règlement de répartition des affaires peut également prévoir les modalités d'organisation d'audiences décentralisées de la cour dans le ressort.
Le règlement de répartition des affaires du tribunal est établi sur proposition du président, après avis, selon le cas, du procureur du Roi, de l'auditeur du travail, du greffier en chef et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats.
Pour le tribunal de police, le règlement de répartition des affaires est proposé par le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police si le président est un juge de paix.
Si le Roi, par règlement de répartition des affaires, rend une division exclusivement compétente pour certaines catégories d'affaires, Il veille à ce que l'accès à la justice et la qualité du service [1 restent garantis. Le règlement]1 qui rend une division exclusivement compétente ne peut porter, en matière civile, que sur les matières visées :
a) pour le tribunal de première instance : aux articles 569, 2° à 42°, 570, 571 et 572;
b) pour le tribunal de commerce : aux articles 573, 2°, 574, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11° à 19°, 575, 576 et 577;
c) pour le tribunal du travail : aux articles [1 articles 578, 579, 582, 3° à 14°]1, et 583.
Le règlement qui rend une division exclusivement compétente ne peut porter, en matière pénale, que sur :
1° la cybercriminalité;
2° les matières socioéconomiques;
3° les affaires financières et fiscales;
4° le trafic international de drogues;
5° le trafic d'armes;
6° les mariages de complaisance, mariages forcés, cohabitations légales de complaisance et cohabitations forcées;
7° le terrorisme;
8° le trafic d'êtres humains;
9° l'environnement;
10° l'urbanisme;
11° la télécommunication;
12° les délits militaires;
13° la propriété intellectuelle;
14° l'agriculture;
5° l'extradition;
16° les douanes et accises;
17° les hormones;
18° le dopage;
19° la sécurité alimentaire;
20° le bien-être animal. ";
3° l'article est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. Le dépôt de pièces au greffe en vue de la saisine et du traitement d'une demande peut avoir lieu dans chaque division du tribunal compétent. Les pièces sont transmises par le greffe à la division compétente et le greffier informe les parties qui ont déposé les pièces de la division qui est compétente.
Aucune nullité, irrégularité ou irrecevabilité de l'action ne peut être invoquée en ce qui concerne la répartition des compétences entre divisions visée au présent article ou en ce qui concerne le règlement de répartition des affaires.
Les demandes ou les délits qui sont connexes à des demandes ou des délits qui, en vertu de cet article sont de la compétence exclusive d'une division déterminée, sont traités exclusivement par cette division. ".
1° l'alinéa 1er actuel est précédé par les mots " § 1er. ";
2° les alinéas 2 et 3 actuels sont remplacés par ce qui suit :
" Le Roi peut, par règlement de répartition des affaires dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres, répartir en deux ou plusieurs divisions les cours d'appel, les cours du travail, les tribunaux de première instance, les tribunaux du travail, les tribunaux de commerce et les tribunaux de police, et déterminer les lieux où sont établis leur siège et leur greffe.
Le cas échéant, Il détermine le territoire de chaque division et les catégories d'affaires pour lesquelles cette division exerce sa juridiction. Le règlement de répartition des affaires peut étendre la compétence territoriale de la division à une partie ou à l'ensemble du territoire de l'arrondissement. Il ne peut en aucun cas avoir pour effet de supprimer des lieux d'audiences existants.
Le règlement de répartition des affaires de la cour est établi sur proposition du premier président, après avis du procureur général, du greffier en chef et de l'assemblée des bâtonniers des barreaux du ressort de la cour d'appel, réunie sous la présidence du premier président. Lorsque cela s'avère nécessaire, le règlement de répartition des affaires peut également prévoir les modalités d'organisation d'audiences décentralisées de la cour dans le ressort.
Le règlement de répartition des affaires du tribunal est établi sur proposition du président, après avis, selon le cas, du procureur du Roi, de l'auditeur du travail, du greffier en chef et du ou des bâtonniers de l'Ordre ou des Ordres des avocats.
Pour le tribunal de police, le règlement de répartition des affaires est proposé par le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police si le président est un juge de paix.
Si le Roi, par règlement de répartition des affaires, rend une division exclusivement compétente pour certaines catégories d'affaires, Il veille à ce que l'accès à la justice et la qualité du service [1 restent garantis. Le règlement]1 qui rend une division exclusivement compétente ne peut porter, en matière civile, que sur les matières visées :
a) pour le tribunal de première instance : aux articles 569, 2° à 42°, 570, 571 et 572;
b) pour le tribunal de commerce : aux articles 573, 2°, 574, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11° à 19°, 575, 576 et 577;
c) pour le tribunal du travail : aux articles [1 articles 578, 579, 582, 3° à 14°]1, et 583.
Le règlement qui rend une division exclusivement compétente ne peut porter, en matière pénale, que sur :
1° la cybercriminalité;
2° les matières socioéconomiques;
3° les affaires financières et fiscales;
4° le trafic international de drogues;
5° le trafic d'armes;
6° les mariages de complaisance, mariages forcés, cohabitations légales de complaisance et cohabitations forcées;
7° le terrorisme;
8° le trafic d'êtres humains;
9° l'environnement;
10° l'urbanisme;
11° la télécommunication;
12° les délits militaires;
13° la propriété intellectuelle;
14° l'agriculture;
5° l'extradition;
16° les douanes et accises;
17° les hormones;
18° le dopage;
19° la sécurité alimentaire;
20° le bien-être animal. ";
3° l'article est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. Le dépôt de pièces au greffe en vue de la saisine et du traitement d'une demande peut avoir lieu dans chaque division du tribunal compétent. Les pièces sont transmises par le greffe à la division compétente et le greffier informe les parties qui ont déposé les pièces de la division qui est compétente.
Aucune nullité, irrégularité ou irrecevabilité de l'action ne peut être invoquée en ce qui concerne la répartition des compétences entre divisions visée au présent article ou en ce qui concerne le règlement de répartition des affaires.
Les demandes ou les délits qui sont connexes à des demandes ou des délits qui, en vertu de cet article sont de la compétence exclusive d'une division déterminée, sont traités exclusivement par cette division. ".
Art.51. In artikel 186bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van deze titel treedt de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank van zijn gerechtelijk arrondissement. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " van de vrederechters, de rechters in de politierechtbank " vervangen door de woorden " van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank " en de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° in het derde lid worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
4° in het vierde lid, worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
5° in het vijfde lid worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
6° in het zesde lid worden de woorden " en [1 toegevoegde rechters van de vredegerechten]1 " en in de Franse tekst de woorden " et les juges de paix de complément " opgeheven;
7° tussen het zevende en het achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" In het gerechtelijk arrondissement Eupen treedt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van deze titel treedt de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank van zijn gerechtelijk arrondissement. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " van de vrederechters, de rechters in de politierechtbank " vervangen door de woorden " van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank " en de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° in het derde lid worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
4° in het vierde lid, worden de woorden " en de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
5° in het vijfde lid worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
6° in het zesde lid worden de woorden " en [1 toegevoegde rechters van de vredegerechten]1 " en in de Franse tekst de woorden " et les juges de paix de complément " opgeheven;
7° tussen het zevende en het achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" In het gerechtelijk arrondissement Eupen treedt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op als korpschef van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. ".
Art.51. A l'article 186bis du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application du présent titre, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police agit en qualité de chef de corps des juges de paix et des juges au tribunal de police de son arrondissement judiciaire. ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " des juges de paix, des juges au tribunal de police " sont remplacés par les mots " des juges de paix et des juges au tribunal de police " et les mots " , des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police " et les mots " et des juges de complément " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 3, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés;
4° dans l'alinéa 4, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés;
5° dans l'alinéa 5, les mots " et des juges de complément " sont abrogés;
6° dans l'alinéa 6, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés et dans le texte néerlandais les mots " en toegevoegde vrederechters " sont abrogés;
7° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 7 et 8 :
" Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le président du tribunal de première instance agit en qualité de chef de corps des juges de paix et des juges au tribunal de police. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Pour l'application du présent titre, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police agit en qualité de chef de corps des juges de paix et des juges au tribunal de police de son arrondissement judiciaire. ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " des juges de paix, des juges au tribunal de police " sont remplacés par les mots " des juges de paix et des juges au tribunal de police " et les mots " , des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police " et les mots " et des juges de complément " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 3, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés;
4° dans l'alinéa 4, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés;
5° dans l'alinéa 5, les mots " et des juges de complément " sont abrogés;
6° dans l'alinéa 6, les mots " et les juges de paix de complément " sont abrogés et dans le texte néerlandais les mots " en toegevoegde vrederechters " sont abrogés;
7° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 7 et 8 :
" Dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen, le président du tribunal de première instance agit en qualité de chef de corps des juges de paix et des juges au tribunal de police. ".
Art.52. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 186ter ingevoegd, luidende :
" Art. 186ter. Om tot voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat :
1° hetzij sedert ten minste vijftien jaar juridische functies uitoefenen, waarvan de laatste vijf jaar als lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie;
2° hetzij de bij artikel 259octies voorgeschreven gerechtelijke stage hebben doorgemaakt en sedert ten minste zeven jaar het ambt van lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie uitoefenen.
Om tot ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat sedert ten minste drie jaar vrederechter of rechter in een politierechtbank zijn. ".
" Art. 186ter. Om tot voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat :
1° hetzij sedert ten minste vijftien jaar juridische functies uitoefenen, waarvan de laatste vijf jaar als lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie;
2° hetzij de bij artikel 259octies voorgeschreven gerechtelijke stage hebben doorgemaakt en sedert ten minste zeven jaar het ambt van lid van de zittende magistratuur of magistraat van het openbaar ministerie uitoefenen.
Om tot ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank te worden aangewezen, moet de kandidaat sedert ten minste drie jaar vrederechter of rechter in een politierechtbank zijn. ".
Art.52. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre VI, chapitre Ier, du même Code, il est inséré un article 186ter rédigé comme suit :
" Art. 186ter. Pour être désigné président des juges de paix et des juges au tribunal de police, le candidat doit :
1° soit exercer des fonctions juridiques depuis au moins quinze années, dont les cinq dernières en tant que magistrat du siège ou du ministère public;
2° soit avoir accompli le stage judiciaire prévu par l'article 259octies et exercer depuis au moins sept années les fonctions de magistrat du siège ou du ministère public.
Pour être désigné vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, le candidat doit être depuis trois années au moins juge de paix ou juge au tribunal de police. ".
" Art. 186ter. Pour être désigné président des juges de paix et des juges au tribunal de police, le candidat doit :
1° soit exercer des fonctions juridiques depuis au moins quinze années, dont les cinq dernières en tant que magistrat du siège ou du ministère public;
2° soit avoir accompli le stage judiciaire prévu par l'article 259octies et exercer depuis au moins sept années les fonctions de magistrat du siège ou du ministère public.
Pour être désigné vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, le candidat doit être depuis trois années au moins juge de paix ou juge au tribunal de police. ".
Art.53. In artikel 187, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1997 en 22 december 1998, worden de woorden " vrederechter, rechter in de politierechtbank " vervangen door de woorden " vrederechter of rechter in de politierechtbank " en worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.
Art.53. Dans l'article 187, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié par les lois des 6 mai 1997 et 22 décembre 1998, les mots " juge de paix, juge au tribunal de police " sont remplacés par les mots " juge de paix ou juge au tribunal de police " et les mots " ou juge de complément " sont abrogés.
Art.54. In artikel 187ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".
Art.54. Dans l'article 187ter du même Code, inséré par la loi du 7 avril 2005, les mots " alinéa 5 " sont remplacés par les mots " article 186, § 1er, alinéa 10 ".
Art.55. In artikel 190, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.
Art.55. Dans l'article 190, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 1998, les mots " ou juge de complément " sont abrogés.
Art.56. In artikel 191 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden " of toegevoegd rechter " opgeheven.
Art.56. Dans l'article 191 du même Code, rétabli par la loi du 22 décembre 2003, les mots " ou juge de complément " sont abrogés.
Art.57. In artikel 191ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".
Art.57. Dans l'article 191ter du même Code, inséré par la loi du 7 avril 2005, les mots " alinéa 5 " sont remplacés par les mots " article 186, § 1er, alinéa 10 ".
Art.58. In artikel 194, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " , toegevoegd substituut-procureur des Konings, substituut-arbeidsauditeur of toegevoegd substituut-arbeidsauditeur " vervangen door de woorden " of substituut-arbeidsauditeur ".
Art.58. Dans l`article 194, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, les mots " , substitut du procureur du Roi de complément, substitut de l'auditeur du travail ou substitut de l`auditeur du travail de complément " sont remplacés par les mots " ou substitut de l'auditeur du travail ".
Art.59. In artikel 194ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, worden de woorden " vijfde lid " vervangen door de woorden " artikel 186, § 1, tiende lid ".
Art.59. Dans l'article 194ter du même Code, inséré par la loi du 7 avril 2005, les mots " alinéa 5 " sont remplacés par les mots " article 186, § 1er, alinéa 10 ".
Art.60. In het artikel 216bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2003 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt de tweede zin opgeheven.
Art.60. Dans l'article 216bis, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 mai 2003 et modifié par la loi du 22 décembre 2003, la deuxième phrase est abrogée.
Art.61. In artikel 259quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in paragraaf 1, [1 ...]1, 1°, worden de woorden " in het arbeidshof en de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " in het arbeidshof, de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel en de ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank. ";
b) paragraaf 1, [1 ...]1, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende :
" 3° de afdelingsvoorzitter bij een rechtbank wordt voor een hernieuwbare periode van drie jaar aangewezen door de algemene vergadering uit twee kandidaten op een met redenen omklede voordracht van de voorzitter van de rechtbank uit magistraten van de zetel die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
De Koning wijst een afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aan voor een hernieuwbare periode van drie jaar op een met redenen omklede voordracht door de korpschef van twee parketmagistraten die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
De afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, of afdelingsauditeur, kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen, in voorkomend geval in overtal. ";
c) paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
" De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs, afdelingsauditeurs en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank worden niet vast aangewezen in hun adjunct-mandaat. ".
a) in paragraaf 1, [1 ...]1, 1°, worden de woorden " in het arbeidshof en de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " in het arbeidshof, de ondervoorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel en de ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank. ";
b) paragraaf 1, [1 ...]1, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende :
" 3° de afdelingsvoorzitter bij een rechtbank wordt voor een hernieuwbare periode van drie jaar aangewezen door de algemene vergadering uit twee kandidaten op een met redenen omklede voordracht van de voorzitter van de rechtbank uit magistraten van de zetel die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
De Koning wijst een afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aan voor een hernieuwbare periode van drie jaar op een met redenen omklede voordracht door de korpschef van twee parketmagistraten die zich bij hem kandidaat hebben gesteld.
De afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, of afdelingsauditeur, kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen, in voorkomend geval in overtal. ";
c) paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
" De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs, afdelingsauditeurs en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank worden niet vast aangewezen in hun adjunct-mandaat. ".
Art.61. A l'article 259quinquies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par la loi du 18 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le paragraphe 1er, [1 ...]1 1°, les mots " à la cour du travail et les vice-présidents du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce " sont remplacés par les mots " à la cour du travail, les vice-présidents du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police. ";
b) le paragraphe 1er, [1 ...]1 est complété par le 3° rédigé comme suit :
" 3° le président de division près d'un tribunal est désigné, pour une période renouvelable de trois ans, par l'assemblée générale parmi deux candidats sur présentation motivée du président du tribunal parmi des magistrats du siège qui se sont portés candidats auprès de lui.
Le Roi désigne un procureur de division ou un auditeur de division pour une période renouvelable de trois ans sur présentation motivée du chef de corps parmi deux magistrats de parquet qui se sont portés candidats auprès de lui.
Le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division peut pour la durée de son mandat être remplacé, le cas échéant en surnombre. ";
c) le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
" Les présidents de division, les procureurs de division, les auditeurs de division et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ne sont pas désignés à titre définitif dans leur mandat adjoint. ".
a) dans le paragraphe 1er, [1 ...]1 1°, les mots " à la cour du travail et les vice-présidents du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce " sont remplacés par les mots " à la cour du travail, les vice-présidents du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police. ";
b) le paragraphe 1er, [1 ...]1 est complété par le 3° rédigé comme suit :
" 3° le président de division près d'un tribunal est désigné, pour une période renouvelable de trois ans, par l'assemblée générale parmi deux candidats sur présentation motivée du président du tribunal parmi des magistrats du siège qui se sont portés candidats auprès de lui.
Le Roi désigne un procureur de division ou un auditeur de division pour une période renouvelable de trois ans sur présentation motivée du chef de corps parmi deux magistrats de parquet qui se sont portés candidats auprès de lui.
Le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division peut pour la durée de son mandat être remplacé, le cas échéant en surnombre. ";
c) le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
" Les présidents de division, les procureurs de division, les auditeurs de division et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ne sont pas désignés à titre définitif dans leur mandat adjoint. ".
Art.62. In artikel 259sexies, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden " rechters of de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " vervangen door de woorden " rechters in de rechtbanken van eerste aanleg of raadsheren in het hof van beroep ";
b) in dezelfde bepaling onder 4° wordt het vierde lid en het vijfde lid vervangen als volgt :
" Om te worden aangewezen als rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, moet het bewijs worden geleverd van vijf jaar ervaring als werkend magistraat, waarvan drie jaar als rechter in de rechtbank van eerste aanleg of raadsheer bij het hof van beroep en de voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, die georganiseerd wordt i[1 door het Instituut voor gerechtelijke opleiding]1.
De rechter in de strafuitvoeringsrechtbank kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ";
c) in de bepaling onder 5°, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden door de Koning aangewezen op met redenen omklede voordracht van de procureur-generaal bij het hof van beroep uit de substituten-procureurs des Konings en de substituten-procureur-generaal [1 en]1 de advocaten-generaal bij het hof van beroep die zich kandidaat hebben gesteld. ";
d) in de bepaling onder 5° wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
" De parketmagistraat gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ".
[1 e) in de 5° wordt het vierde lid vervangen als volgt :
"De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden aangewezen uit de magistraten bedoeld in het eerste lid die minimum vijf jaar ervaring hebben, waarvan drie jaar als substituut van de procureur des Konings, substituut van de procureur-generaal of advocaat-generaal bij het hof van beroep en die een voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding."]1
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden " rechters of de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " vervangen door de woorden " rechters in de rechtbanken van eerste aanleg of raadsheren in het hof van beroep ";
b) in dezelfde bepaling onder 4° wordt het vierde lid en het vijfde lid vervangen als volgt :
" Om te worden aangewezen als rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, moet het bewijs worden geleverd van vijf jaar ervaring als werkend magistraat, waarvan drie jaar als rechter in de rechtbank van eerste aanleg of raadsheer bij het hof van beroep en de voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, die georganiseerd wordt i[1 door het Instituut voor gerechtelijke opleiding]1.
De rechter in de strafuitvoeringsrechtbank kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ";
c) in de bepaling onder 5°, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden door de Koning aangewezen op met redenen omklede voordracht van de procureur-generaal bij het hof van beroep uit de substituten-procureurs des Konings en de substituten-procureur-generaal [1 en]1 de advocaten-generaal bij het hof van beroep die zich kandidaat hebben gesteld. ";
d) in de bepaling onder 5° wordt het vijfde lid vervangen als volgt :
" De parketmagistraat gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken kan voor de duur van zijn mandaat worden vervangen door middel van een benoeming of, in voorkomend geval, van een aanwijzing in overtal. ".
[1 e) in de 5° wordt het vierde lid vervangen als volgt :
"De substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden aangewezen uit de magistraten bedoeld in het eerste lid die minimum vijf jaar ervaring hebben, waarvan drie jaar als substituut van de procureur des Konings, substituut van de procureur-generaal of advocaat-generaal bij het hof van beroep en die een voortgezette gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding."]1
Art.62. A l'article 259sexies, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 4°, les mots " juges ou juges de complément aux tribunaux de première instance " sont remplacés par les mots " juges aux tribunaux de première instance ou les conseillers à la cour d'appel ";
b) au même 4°, les alinéas 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit :
" Pour être désigné juge au tribunal de l'application des peines, il faut justifier d'une expérience de cinq années comme magistrat effectif, dont trois comme juge au tribunal de première instance ou conseiller à la cour d'appel, et avoir suivi une formation continue spécialisée, organisée [1 par l'Institut de formation judiciaire]1.
Le juge au tribunal de l'application des peines peut être remplacé, pour la durée de son mandat, par voie de nomination ou, le cas échéant, de désignation en surnombre. ";
c) au 5°, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le Roi désigne les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines, sur présentation motivée du procureur général près la cour d'appel, parmi les substituts du procureur du Roi et les substituts du procureur général et avocats généraux près la cour d'appel qui se sont portés candidats. ";
d) au 5°, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Le magistrat de parquet spécialisé en application des peines peut être remplacé, pour la durée de son mandat, par voie de nomination ou, le cas échéant, de désignation en surnombre. ".
[1 "e) au 5°, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"Les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines sont désignés parmi les magistrats visés à l'alinéa 1er qui comptent une expérience minimum de cinq années dont trois comme substitut du procureur du Roi, substitut du Procureur général ou avocat général près la cour d'appel et qui ont suivi une formation continue spécialisée, organisée par l'Institut de formation judiciaire.".]1
a) au 4°, les mots " juges ou juges de complément aux tribunaux de première instance " sont remplacés par les mots " juges aux tribunaux de première instance ou les conseillers à la cour d'appel ";
b) au même 4°, les alinéas 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit :
" Pour être désigné juge au tribunal de l'application des peines, il faut justifier d'une expérience de cinq années comme magistrat effectif, dont trois comme juge au tribunal de première instance ou conseiller à la cour d'appel, et avoir suivi une formation continue spécialisée, organisée [1 par l'Institut de formation judiciaire]1.
Le juge au tribunal de l'application des peines peut être remplacé, pour la durée de son mandat, par voie de nomination ou, le cas échéant, de désignation en surnombre. ";
c) au 5°, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
" Le Roi désigne les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines, sur présentation motivée du procureur général près la cour d'appel, parmi les substituts du procureur du Roi et les substituts du procureur général et avocats généraux près la cour d'appel qui se sont portés candidats. ";
d) au 5°, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Le magistrat de parquet spécialisé en application des peines peut être remplacé, pour la durée de son mandat, par voie de nomination ou, le cas échéant, de désignation en surnombre. ".
[1 "e) au 5°, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"Les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines sont désignés parmi les magistrats visés à l'alinéa 1er qui comptent une expérience minimum de cinq années dont trois comme substitut du procureur du Roi, substitut du Procureur général ou avocat général près la cour d'appel et qui ont suivi une formation continue spécialisée, organisée par l'Institut de formation judiciaire.".]1
Art.63. Artikel 259septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In geval van met redenen omklede behoeften kan een onderzoeksrechter, een rechter in de jeugdrechtbank of een beslagrechter echter met zijn instemming, na gunstig advies van de betrokken korpschefs en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bij beschikking van de eerste voorzitter, de opdracht worden gegeven zijn ambt gelijktijdig en voor een beperkte periode uit te oefenen in een andere rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied. In de beschikking van de eerste voorzitter wordt vermeld waarom deze opdracht [1 onontbeerlijk]1 is en worden de nadere regels van de opdracht bepaald. ".
" In geval van met redenen omklede behoeften kan een onderzoeksrechter, een rechter in de jeugdrechtbank of een beslagrechter echter met zijn instemming, na gunstig advies van de betrokken korpschefs en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bij beschikking van de eerste voorzitter, de opdracht worden gegeven zijn ambt gelijktijdig en voor een beperkte periode uit te oefenen in een andere rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied. In de beschikking van de eerste voorzitter wordt vermeld waarom deze opdracht [1 onontbeerlijk]1 is en worden de nadere regels van de opdracht bepaald. ".
Art.63. L'article 259septies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Toutefois, en cas de besoins motivés, un juge d'instruction, un juge au tribunal de la jeunesse ou un juge des saisies peut, de son consentement, être délégué par ordonnance du premier président, après avis favorable des chefs de corps concernés et dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, pour exercer ce mandat simultanément et pour une période limitée dans un autre tribunal de première instance du ressort. L'ordonnance du premier président précise les raisons qui rendent cette délégation indispensable et les modalités de la délégation. ".
" Toutefois, en cas de besoins motivés, un juge d'instruction, un juge au tribunal de la jeunesse ou un juge des saisies peut, de son consentement, être délégué par ordonnance du premier président, après avis favorable des chefs de corps concernés et dans le respect de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire, pour exercer ce mandat simultanément et pour une période limitée dans un autre tribunal de première instance du ressort. L'ordonnance du premier président précise les raisons qui rendent cette délégation indispensable et les modalités de la délégation. ".
Art.64. In artikel 259novies, §§ 5, 6 en 8, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en vervangen bij de wet van 18 december 2006, worden de woorden " of de voorzitter van de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " telkens opgeheven.
Art.64. Dans l'article 259novies, §§ 5, 6 et 8, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et remplacé par la loi du 18 décembre 2006, les mots " ou le président de l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police " sont chaque fois abrogés et les mots " ou au président de l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police " sont également abrogés.
Art.65. [1 In artikel 259decies, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De evaluatie geschiedt bij volstrekte meerderheid van stemmen door de korpschef en twee magistraten, verkozen door de algemene vergadering, de korpsvergadering of de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. De beoordelaars moeten ten minste de beoordeling "goed" hebben. De twee magistraten worden verkozen voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar uit de leden van het rechtscollege of van het openbaar ministerie bij dat rechtscollege of door de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank. Telt het rechtscollege of het openbaar ministerie bij een rechtscollege of de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank minder dan vijf leden in de personeelsformatie, dan geschiedt de evaluatie door de korpschef.";
2° het derde lid wordt opgeheven;
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Voor wat het gerechtelijk arrondissement Brussel betreft worden twee algemene vergaderingen van vrederechters en rechters in de politierechtbank opgericht volgens de taal van het diploma van de betrokken vrederechter of rechter in de politierechtbank.";
4° het vijfde lid wordt opgeheven."]1
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De evaluatie geschiedt bij volstrekte meerderheid van stemmen door de korpschef en twee magistraten, verkozen door de algemene vergadering, de korpsvergadering of de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank. De beoordelaars moeten ten minste de beoordeling "goed" hebben. De twee magistraten worden verkozen voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar uit de leden van het rechtscollege of van het openbaar ministerie bij dat rechtscollege of door de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank. Telt het rechtscollege of het openbaar ministerie bij een rechtscollege of de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank minder dan vijf leden in de personeelsformatie, dan geschiedt de evaluatie door de korpschef.";
2° het derde lid wordt opgeheven;
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
"Voor wat het gerechtelijk arrondissement Brussel betreft worden twee algemene vergaderingen van vrederechters en rechters in de politierechtbank opgericht volgens de taal van het diploma van de betrokken vrederechter of rechter in de politierechtbank.";
4° het vijfde lid wordt opgeheven."]1
Art.65. [1 A l'article 259decies, § 2, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"L'évaluation est effectuée à la majorité absolue des suffrages par le chef de corps et deux magistrats désignés par l'assemblée générale, par l'assemblée de corps ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police. Les évaluateurs doivent au moins avoir reçu la mention "bon". Ces deux magistrats sont désignés parmi les membres de la juridiction ou du ministère public près cette juridiction ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police pour une période de cinq années renouvelable. Si le cadre organique de la juridiction ou du ministère public près cette juridiction ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police compte moins de cinq membres, c'est le chef de corps qui procède à l'évaluation.";
2° l'alinéa 3 est abrogé;
3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"En ce qui concerne l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, deux assemblées générales des juges de paix et des juges au tribunal de police sont constituées en fonction de la langue du diplôme du juge de paix ou du juge au tribunal de police concerné.";
4° l'alinéa 5 est abrogé."]1
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"L'évaluation est effectuée à la majorité absolue des suffrages par le chef de corps et deux magistrats désignés par l'assemblée générale, par l'assemblée de corps ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police. Les évaluateurs doivent au moins avoir reçu la mention "bon". Ces deux magistrats sont désignés parmi les membres de la juridiction ou du ministère public près cette juridiction ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police pour une période de cinq années renouvelable. Si le cadre organique de la juridiction ou du ministère public près cette juridiction ou l'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police compte moins de cinq membres, c'est le chef de corps qui procède à l'évaluation.";
2° l'alinéa 3 est abrogé;
3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
"En ce qui concerne l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, deux assemblées générales des juges de paix et des juges au tribunal de police sont constituées en fonction de la langue du diplôme du juge de paix ou du juge au tribunal de police concerné.";
4° l'alinéa 5 est abrogé."]1
Art.66. In artikel 262, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.
Art.66. Dans l'article 262, § 1er, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés.
Art.67. In artikel 263, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.
Art.67. Dans l'article 263, § 1er, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés.
Art.68. In artikel 264, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " van de eerste voorzitter, van de voorzitter, van de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " vervangen door de woorden " van de eerste voorzitter of van de voorzitter ".
Art.68. Dans l'article 264, § 1er, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du premier président, du président, du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont remplacés par les mots " du premier président ou du président, ".
Art.69. In artikel 268, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven.
Art.69. Dans l'article 268, § 1er, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " , du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix " sont abrogés.
Art.70. In artikel 270, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter " opgeheven.
Art.70. Dans l'article 270, § 1er, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés.
Art.71. In artikel 271, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.
Art.71. Dans l'article 271, § 1er, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés.
Art.72. In artikel 272, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, " opgeheven.
Art.72. Dans l'article 272, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " du juge au tribunal de police le plus ancien ou du juge de paix, " sont abrogés.
Art.73. In artikel 274, § 4, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " de oudst benoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " opgeheven.
Art.73. Dans l'article 274, § 4, alinéa 2, 1°, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " le juge au tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix, " sont abrogés.
Art.74. In artikel 287ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, derde lid, 1°, worden de woorden " Naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " de al naar gelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, " en worden de woorden " Naargelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
3° in dezelfde § 3, tweede lid, worden de woorden " naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ".
1° in § 1, derde lid, 1°, worden de woorden " Naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " de al naar gelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, " en worden de woorden " Naargelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " De korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ";
3° in dezelfde § 3, tweede lid, worden de woorden " naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, ".
Art.74. A l'article 287ter du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997 et remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 3, 1°, les mots " le chef de corps, le juge au tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction, selon le cas, " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ";
2° dans le § 3, alinéa 1er, les mots " le chef de corps, le juge du tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction, selon le cas, " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, " et les mots " Le chef de corps, le juge du tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix, selon le cas, " sont remplacés par les mots " Le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ";
3° dans le même § 3, alinéa 2, les mots " , selon le cas, le chef de corps, le juge au tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ".
1° dans le § 1er, alinéa 3, 1°, les mots " le chef de corps, le juge au tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction, selon le cas, " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ";
2° dans le § 3, alinéa 1er, les mots " le chef de corps, le juge du tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction, selon le cas, " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, " et les mots " Le chef de corps, le juge du tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix, selon le cas, " sont remplacés par les mots " Le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ";
3° dans le même § 3, alinéa 2, les mots " , selon le cas, le chef de corps, le juge au tribunal de police le plus ancien ou le juge de paix de la juridiction " sont remplacés par les mots " le chef de corps visé à l'article 58bis, 2°, ".
Art.75. In artikel 288, vijfde en zesde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , toegevoegde rechters " telkens opgeheven.
Art.75. Dans l'article 288, alinéas 5 et 6, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les mots " , juges de complément " sont à chaque fois abrogés.
Art.76. In artikel 291, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden " , toegevoegde rechters " opgeheven.
Art.76. Dans l'article 291, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les mots " , juges de complément " sont abrogés.
Art.77. In artikel 301 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " , toegevoegde rechters " opgeheven.
Art.77. Dans l'article 301, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les mots " juges de complément, " sont abrogés.
Art.78. In artikel 304 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden " de toegevoegde rechter, " opgeheven.
Art.78. Dans l'article 304, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les mots " le juge de complément, " sont abrogés.
Art.79. In artikel 312 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd door de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het streepje " -De voorzitter van de rechtbank; " en het streepje " -De ondervoorzitters, naar orde van hun dienstouderdom als ondervoorzitter; " wordt een streepje ingevoegd, luidende : " -De afdelingsvoorzitters, naar orde van dienstouderdom als afdelingsvoorzitter; ";
2° in het derde streepje worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° tussen het streepje " - De procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en het streepje " - De eerste substituten-procureur des Konings of de eerste substituten-arbeidsauditeurs, naar orde van hun dienstouderdom als eerste substituut ", wordt een streepje ingevoegd luidende : " - De afdelingsprocureurs of afdelingsauditeur, naar orde van hun dienstouderdom als afdelingsprocureur of afdelingsauditeur; ";
4° in het zevende streepje worden de woorden" , de toegevoegde substituut-procureurs des konings en de toegevoegde substituut- arbeidsauditeurs " en de woorden " of de toegevoegde substituut " opgeheven.
1° tussen het streepje " -De voorzitter van de rechtbank; " en het streepje " -De ondervoorzitters, naar orde van hun dienstouderdom als ondervoorzitter; " wordt een streepje ingevoegd, luidende : " -De afdelingsvoorzitters, naar orde van dienstouderdom als afdelingsvoorzitter; ";
2° in het derde streepje worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° tussen het streepje " - De procureur des Konings of de arbeidsauditeur " en het streepje " - De eerste substituten-procureur des Konings of de eerste substituten-arbeidsauditeurs, naar orde van hun dienstouderdom als eerste substituut ", wordt een streepje ingevoegd luidende : " - De afdelingsprocureurs of afdelingsauditeur, naar orde van hun dienstouderdom als afdelingsprocureur of afdelingsauditeur; ";
4° in het zevende streepje worden de woorden" , de toegevoegde substituut-procureurs des konings en de toegevoegde substituut- arbeidsauditeurs " en de woorden " of de toegevoegde substituut " opgeheven.
Art.79. A l'article 312 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le tiret " -les présidents de division, dans l'ordre de leur ancienneté comme président de division; " est inséré entre le tiret " -le président du tribunal; " et le tiret " -les vice-présidents, dans l'ordre de leur ancienneté comme vice-président; ";
2° dans le troisième tiret, les mots " et les juges de complément " sont abrogés;
3° le tiret " - le procureur de division ou l'auditeur de division, dans l'ordre de leur ancienneté comme procureur de division ou auditeur de division; " est inséré entre le tiret " - le procureur du Roi ou l'auditeur du travail; " et le tiret " - les premiers substituts du procureur du Roi ou les premiers substituts de l'auditeur du travail dans l'ordre de leur ancienneté comme premier substitut; ";
4° dans le septième tiret, les mots " , les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " et les mots " ou de substitut de complément " sont abrogés.
1° le tiret " -les présidents de division, dans l'ordre de leur ancienneté comme président de division; " est inséré entre le tiret " -le président du tribunal; " et le tiret " -les vice-présidents, dans l'ordre de leur ancienneté comme vice-président; ";
2° dans le troisième tiret, les mots " et les juges de complément " sont abrogés;
3° le tiret " - le procureur de division ou l'auditeur de division, dans l'ordre de leur ancienneté comme procureur de division ou auditeur de division; " est inséré entre le tiret " - le procureur du Roi ou l'auditeur du travail; " et le tiret " - les premiers substituts du procureur du Roi ou les premiers substituts de l'auditeur du travail dans l'ordre de leur ancienneté comme premier substitut; ";
4° dans le septième tiret, les mots " , les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " et les mots " ou de substitut de complément " sont abrogés.
Art.80. In artikel 312bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de zin " In de vredegerechten wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - De vrederechter; " worden twee streepjes ingevoegd luidende :
" - De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
- De ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
2° het streepje " - De toegevoegde vrederechter; " wordt opgeheven.
1° tussen de zin " In de vredegerechten wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - De vrederechter; " worden twee streepjes ingevoegd luidende :
" - De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
- De ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
2° het streepje " - De toegevoegde vrederechter; " wordt opgeheven.
Art.80. A l'article 312bis du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997 et remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° deux tirets rédigés comme suit sont insérés entre la phrase " Celle-ci s'établit comme suit : " et le tiret " - le juge de paix; " :
" - le président des juges de paix et des juges au tribunal de police;
- le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
2° le tiret " - le juge de paix de complément, " est abrogé.
1° deux tirets rédigés comme suit sont insérés entre la phrase " Celle-ci s'établit comme suit : " et le tiret " - le juge de paix; " :
" - le président des juges de paix et des juges au tribunal de police;
- le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
2° le tiret " - le juge de paix de complément, " est abrogé.
Art.81. In artikel 312ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de zin " In de politierechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - de rechters, in de volgorde van hun benoeming; " worden twee streepjes ingevoegd, luidende :
" - de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
- de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
2° het streepje " - de toegevoegde rechters in dezelfde volgorde; " wordt opgeheven.
1° tussen de zin " In de politierechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : " en het streepje " - de rechters, in de volgorde van hun benoeming; " worden twee streepjes ingevoegd, luidende :
" - de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;
- de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
2° het streepje " - de toegevoegde rechters in dezelfde volgorde; " wordt opgeheven.
Art.81. A l'article 312ter du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997 et remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° deux tirets rédigés comme suit sont insérés entre la phrase " Celle-ci s'établit comme suit : " et le tiret " - les juges, dans l'ordre de leur nomination; " :
" - le président des juges de paix et des juges au tribunal de police;
- le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
2° le tiret " - les juges de complément dans le même ordre; " est abrogé.
1° deux tirets rédigés comme suit sont insérés entre la phrase " Celle-ci s'établit comme suit : " et le tiret " - les juges, dans l'ordre de leur nomination; " :
" - le président des juges de paix et des juges au tribunal de police;
- le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
2° le tiret " - les juges de complément dans le même ordre; " est abrogé.
Art.82. In artikel 314 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vierde lid worden de woorden " De ondervoorzitters " vervangen door de woorden " De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs en afdelingsauditeur hebben rang voor de ondervoorzitters. De ondervoorzitters ";
2° in hetzelfde vierde lid worden de woorden " ondervoorzitters, de rechters " telkens vervangen door de woorden " ondervoorzitters en de rechters " en worden de woorden " en de toegevoegde rechters " telkens opgeheven;
3° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank hebben dezelfde rang als respectievelijk de voorzitters en afdelingsvoorzitters van de rechtbanken, rekening gehouden met hun anciënniteit. ".
1° in het vierde lid worden de woorden " De ondervoorzitters " vervangen door de woorden " De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs en afdelingsauditeur hebben rang voor de ondervoorzitters. De ondervoorzitters ";
2° in hetzelfde vierde lid worden de woorden " ondervoorzitters, de rechters " telkens vervangen door de woorden " ondervoorzitters en de rechters " en worden de woorden " en de toegevoegde rechters " telkens opgeheven;
3° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank hebben dezelfde rang als respectievelijk de voorzitters en afdelingsvoorzitters van de rechtbanken, rekening gehouden met hun anciënniteit. ".
Art.82. A l'article 314 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 4, les mots " Les vice-présidents, " sont remplacés par les mots " Les présidents de division, les procureurs de division et l'auditeur de division prennent rang avant les vice-présidents. Les vice-présidents ";
2° dans le même alinéa 4, les mots " vice-présidents, les juges " sont chaque fois remplacés par les mots " vice-présidents et les juges " et les mots " et les juges de complément " sont chaque fois abrogés;
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
" Les présidents et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ont le même rang que, respectivement, les présidents et présidents de division des tribunaux, compte tenu de leur ancienneté. ".
1° dans l'alinéa 4, les mots " Les vice-présidents, " sont remplacés par les mots " Les présidents de division, les procureurs de division et l'auditeur de division prennent rang avant les vice-présidents. Les vice-présidents ";
2° dans le même alinéa 4, les mots " vice-présidents, les juges " sont chaque fois remplacés par les mots " vice-présidents et les juges " et les mots " et les juges de complément " sont chaque fois abrogés;
3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
" Les présidents et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police ont le même rang que, respectivement, les présidents et présidents de division des tribunaux, compte tenu de leur ancienneté. ".
Art.83. [1 In artikel 315 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt opgeheven;
2° in het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "tweede en vierde lid" vervangen door de woorden "tweede en derde lid.]1
1° het derde lid wordt opgeheven;
2° in het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "tweede en vierde lid" vervangen door de woorden "tweede en derde lid.]1
Art.83. [1 A l'article 315 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 10 avril 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 3 est abrogé;
2° dans l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 4, les mots "alinéas 2 et 4" sont remplacés par les mots " alinéas 2 et 3".]1
1° l'alinéa 3 est abrogé;
2° dans l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 4, les mots "alinéas 2 et 4" sont remplacés par les mots " alinéas 2 et 3".]1
Art.84. In artikel 322 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden " , door een toegevoegd rechter " telkens opgeheven;
2° in het derde lid worden de woorden " , een toegevoegd rechter " opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden " , een toegevoegd of " opgeheven.
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden " , door een toegevoegd rechter " telkens opgeheven;
2° in het derde lid worden de woorden " , een toegevoegd rechter " opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden " , een toegevoegd of " opgeheven.
Art.84. A l'article 322 du même Code, modifié par les lois des 10 février 1998 et 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans les alinéas 1er et 2, les mots " , par un juge de complément " sont chaque fois abrogés;
2° dans l'alinéa 3, les mots " , un juge de complément " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 4, les mots " , un juge de complément " sont abrogés.
1° dans les alinéas 1er et 2, les mots " , par un juge de complément " sont chaque fois abrogés;
2° dans l'alinéa 3, les mots " , un juge de complément " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 4, les mots " , un juge de complément " sont abrogés.
Art.85. In artikel 323 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, worden de woorden " een vrederechter of " ingevoegd tussen de woorden " vervangen door " en de woorden " een plaatsvervangende ".
Art.85. Dans l'article 323 du même Code, remplacé par la loi du 11 juillet 1994, les mots " , un juge de paix ou " sont insérés entre les mots " remplacé par " et les mots " un juge de paix suppléant ".
Art.86. In artikel 323bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2000 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden " de vrederechters, de rechters in de politierechtbank " vervangen door de woorden " de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters en de toegevoegde rechters in een politierechtbank " opgeheven.
Art.86. Dans l'article 323bis, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2000 et modifié par la loi du 3 mai 2003, les mots " des juges de paix, des juges au tribunal de police " sont remplacés par les mots " des juges de paix et des juges au tribunal de police " et les mots " , des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police " sont abrogés.
Art.87. In artikel 326 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 april 2004 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 100, § 2, eerste lid, wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur- generaal voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar opdracht geven aan : ";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
4° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
5° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt :
" § 7. In de gevallen bedoeld in § 2, kan de magistraat slechts opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord. In de gevallen bedoeld in §§ 4 en 5, kan de opdracht aan de magistraat slechts met zijn toestemming gegeven worden. Ingeval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst in gevaar brengt, kan de minister van Justitie, na eensluidend advies van de procureur- generaal en zonder de toestemming van de betrokken magistraat van het openbaar ministerie tot de opdracht besluiten. Deze laatste wordt echter vooraf gehoord. ".
1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 100, § 2, eerste lid, wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur- generaal voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar opdracht geven aan : ";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
4° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord " eensluidend " opgeheven;
5° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt :
" § 7. In de gevallen bedoeld in § 2, kan de magistraat slechts opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord. In de gevallen bedoeld in §§ 4 en 5, kan de opdracht aan de magistraat slechts met zijn toestemming gegeven worden. Ingeval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst in gevaar brengt, kan de minister van Justitie, na eensluidend advies van de procureur- generaal en zonder de toestemming van de betrokken magistraat van het openbaar ministerie tot de opdracht besluiten. Deze laatste wordt echter vooraf gehoord. ".
Art.87. A l'article 326 du même Code, remplacé par la loi du 12 avril 2004 et modifié par la loi du 27 décembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est abrogé;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Sans préjudice de l'article 100, § 2, alinéa 1er, lorsque les nécessités du service le justifient, le procureur général peut déléguer pour une période maximale d'un an renouvelable : ";
3° au paragraphe 2, alinéa 2, le mot " conforme " est abrogé;
4° au paragraphe 4, alinéa 2, le mot " conforme " est abrogé;
5° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
" § 7. Dans les cas visés au § 2, le magistrat ne peut pas être délégué sans avoir été préalablement entendu. Dans les cas visés aux §§ 4 et 5, le magistrat ne peut être délégué qu'avec son consentement. Au cas où, par l'omission de ce consentement, la continuité du service public est manifestement en péril, le ministre de la Justice peut décider, sur avis conforme du procureur général, de déléguer un magistrat du ministère public sans son consentement. Ce dernier est toutefois préalablement entendu. ".
1° le paragraphe 1er est abrogé;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Sans préjudice de l'article 100, § 2, alinéa 1er, lorsque les nécessités du service le justifient, le procureur général peut déléguer pour une période maximale d'un an renouvelable : ";
3° au paragraphe 2, alinéa 2, le mot " conforme " est abrogé;
4° au paragraphe 4, alinéa 2, le mot " conforme " est abrogé;
5° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
" § 7. Dans les cas visés au § 2, le magistrat ne peut pas être délégué sans avoir été préalablement entendu. Dans les cas visés aux §§ 4 et 5, le magistrat ne peut être délégué qu'avec son consentement. Au cas où, par l'omission de ce consentement, la continuité du service public est manifestement en péril, le ministre de la Justice peut décider, sur avis conforme du procureur général, de déléguer un magistrat du ministère public sans son consentement. Ce dernier est toutefois préalablement entendu. ".
Art.88. In artikel 328 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " de vrederechter of de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank " vervangen door de woorden " of de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter, op advies van de hoofdgriffier en in voorkomend geval van de voorzitter, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een andere griffie van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden [1 hernieuwd]1 ingeval de betrokkene daarin toestemt;
2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van de afdeling, of in een andere griffie van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon op voorhand gehoord door de eerste voorzitter. ".
1° in het tweede lid worden de woorden " de vrederechter of de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank " vervangen door de woorden " of de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
" Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter, op advies van de hoofdgriffier en in voorkomend geval van de voorzitter, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een andere griffie van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden [1 hernieuwd]1 ingeval de betrokkene daarin toestemt;
2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van de afdeling, of in een andere griffie van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon op voorhand gehoord door de eerste voorzitter. ".
Art.88. A l'article 328 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, les mots " , le juge de paix ou le juge le plus ancien au tribunal de police " sont remplacés par les mots " ou le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Quand les nécessités du service le justifient, le premier président peut, sur avis du greffier en chef et, le cas échéant, du président, déléguer dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire :
1° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe du ressort pendant une période maximum d'un an. La délégation peut être renouvelée si l'intéressé y consent;
2° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe de l'arrondissement pendant une période maximale d'un an renouvelable;
3° un membre du personnel de niveau C ou D, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe de la division ou dans un autre greffe de l'arrondissement de Bruxelles, du Brabant wallon ou de Louvain pendant une période maximale d'un an renouvelable.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités. Dans les cas où le consentement n'est pas requis, la personne concernée est préalablement entendue par le premier président. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " , le juge de paix ou le juge le plus ancien au tribunal de police " sont remplacés par les mots " ou le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Quand les nécessités du service le justifient, le premier président peut, sur avis du greffier en chef et, le cas échéant, du président, déléguer dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire :
1° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe du ressort pendant une période maximum d'un an. La délégation peut être renouvelée si l'intéressé y consent;
2° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe de l'arrondissement pendant une période maximale d'un an renouvelable;
3° un membre du personnel de niveau C ou D, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre greffe de la division ou dans un autre greffe de l'arrondissement de Bruxelles, du Brabant wallon ou de Louvain pendant une période maximale d'un an renouvelable.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités. Dans les cas où le consentement n'est pas requis, la personne concernée est préalablement entendue par le premier président. ".
Art.89. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 328/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 328/1. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur-generaal, op advies van de hoofdsecretaris en, in voorkomend geval, van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden hernieuwd ingeval de betrokkene daarin toestemt;
2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van de afdeling, of in een ander parketsecretariaat van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon vooraf gehoord door de procureur-generaal. ".
" Art. 328/1. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur-generaal, op advies van de hoofdsecretaris en, in voorkomend geval, van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan :
1° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden hernieuwd ingeval de betrokkene daarin toestemt;
2° een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;
3° een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van de afdeling, of in een ander parketsecretariaat van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.
De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon vooraf gehoord door de procureur-generaal. ".
Art.89. Dans le même Code, il est inséré un article 328/1 rédigé comme suit :
" Art. 328/1. Quand les nécessités du service le justifient, le procureur général peut, sur avis du secrétaire en chef et, le cas échéant, du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail, déléguer, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire :
1° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet du ressort pendant une période maximale d'un an. La délégation peut être renouvelée si l'intéressé y consent;
2° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet de l'arrondissement pendant une période maximale d'un an renouvelable;
3° un membre du personnel de niveau C ou D, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet de la division, ou dans un autre secrétariat de parquet de l'arrondissement de Bruxelles, du Brabant wallon ou de Louvain pendant une période maximale d'un an renouvelable.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités. Dans les cas où le consentement n'est pas requis, la personne concernée est préalablement entendue par le procureur général. ".
" Art. 328/1. Quand les nécessités du service le justifient, le procureur général peut, sur avis du secrétaire en chef et, le cas échéant, du procureur du Roi ou de l'auditeur du travail, déléguer, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire :
1° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet du ressort pendant une période maximale d'un an. La délégation peut être renouvelée si l'intéressé y consent;
2° un membre du personnel de niveau A ou B, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet de l'arrondissement pendant une période maximale d'un an renouvelable;
3° un membre du personnel de niveau C ou D, sans son consentement, pour exercer ses fonctions dans un autre secrétariat de parquet de la division, ou dans un autre secrétariat de parquet de l'arrondissement de Bruxelles, du Brabant wallon ou de Louvain pendant une période maximale d'un an renouvelable.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités. Dans les cas où le consentement n'est pas requis, la personne concernée est préalablement entendue par le procureur général. ".
Art.90. In artikel 330quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Het gerechtspersoneel bij een hof, een rechtbank, een afdeling, een kanton, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst kan op zijn verzoek, door mutatie in een gelijke vakklasse of graad, definitief worden overgeplaatst naar een ander hof, een andere rechtbank, een andere afdeling, een ander kanton, een andere griffie, een ander parketsecretariaat of een andere steundienst, voor zover daar een plaats openstaat. ";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " een griffie, een parketsecretariaat " vervangen door de woorden " een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst ".
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Het gerechtspersoneel bij een hof, een rechtbank, een afdeling, een kanton, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst kan op zijn verzoek, door mutatie in een gelijke vakklasse of graad, definitief worden overgeplaatst naar een ander hof, een andere rechtbank, een andere afdeling, een ander kanton, een andere griffie, een ander parketsecretariaat of een andere steundienst, voor zover daar een plaats openstaat. ";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " een griffie, een parketsecretariaat " vervangen door de woorden " een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst ".
Art.90. A l'article 330quater du même Code, inséré par la loi du 10 juin 2006 et remplacé par la loi du 25 avril 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le personnel judiciaire d'une cour, d'un tribunal, d'une division, d'un canton, d'un greffe, d'un secrétariat de parquet ou d'un service d'appui peut, à sa demande, être transféré définitivement, par mutation dans une classe de métier ou un grade similaire, dans une autre cour, un autre tribunal, une autre division, un autre canton, un autre greffe, un autre secrétariat de parquet ou un autre service d'appui, pour autant qu'un emploi y soit vacant. ";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " dans un greffe ou un secrétariat de parquet " sont remplacés par les mots " dans une cour, un tribunal, un greffe, un secrétariat de parquet ou un service d'appui ".
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le personnel judiciaire d'une cour, d'un tribunal, d'une division, d'un canton, d'un greffe, d'un secrétariat de parquet ou d'un service d'appui peut, à sa demande, être transféré définitivement, par mutation dans une classe de métier ou un grade similaire, dans une autre cour, un autre tribunal, une autre division, un autre canton, un autre greffe, un autre secrétariat de parquet ou un autre service d'appui, pour autant qu'un emploi y soit vacant. ";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " dans un greffe ou un secrétariat de parquet " sont remplacés par les mots " dans une cour, un tribunal, un greffe, un secrétariat de parquet ou un service d'appui ".
Art.91. In artikel 331, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 25 april 2007 en gewijzigd door de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 5°, worden de woorden " de voorzitters van de vredegerechten en rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen de woorden " voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van koophandel, " en het woord " de referendarissen ";
2° in de bepalingen onder 8° en 10°, worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° in de bepaling onder 14° worden de woorden " voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg " vervangen door de woorden " voorzitter van vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
4° in de bepaling onder 15° worden de woorden " de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
5° dezelfde bepaling onder 15° wordt aangevuld met de woorden " ,de hoofdgriffiers, en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A bij de vredegerechten en politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel, zonder vergunning van respectievelijk de vrederechter van het gerecht waaraan zij verbonden zijn of van de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank; ".
1° in de bepaling onder 5°, worden de woorden " de voorzitters van de vredegerechten en rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen de woorden " voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van koophandel, " en het woord " de referendarissen ";
2° in de bepalingen onder 8° en 10°, worden de woorden " en de toegevoegde rechters " opgeheven;
3° in de bepaling onder 14° worden de woorden " voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg " vervangen door de woorden " voorzitter van vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
4° in de bepaling onder 15° worden de woorden " de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter " vervangen door de woorden " de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ";
5° dezelfde bepaling onder 15° wordt aangevuld met de woorden " ,de hoofdgriffiers, en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A bij de vredegerechten en politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel, zonder vergunning van respectievelijk de vrederechter van het gerecht waaraan zij verbonden zijn of van de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank; ".
Art.91. A l'article 331, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 5°, les mots " les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " présidents des tribunaux de première instance et de commerce, " et les mots " les référendaires ";
2° dans les 8° et 10°, les mots " et juges de complément " sont abrogés;
3° dans le 14°, les mots " président du tribunal de première instance " sont remplacés par les mots " président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
4° dans le 15°, les mots " du juge le plus ancien au tribunal de police ou du juge de paix " sont remplacés par les mots " du président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
5° le même 15° est complété par les mots " , les greffiers en chef et, le cas échéant, le personnel judiciaire de niveau A des justices de paix et des tribunaux de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sans autorisation respectivement du juge de paix de la juridiction à laquelle ils sont attachés ou du juge le plus ancien au tribunal de police; ".
1° dans le 5°, les mots " les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " présidents des tribunaux de première instance et de commerce, " et les mots " les référendaires ";
2° dans les 8° et 10°, les mots " et juges de complément " sont abrogés;
3° dans le 14°, les mots " président du tribunal de première instance " sont remplacés par les mots " président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
4° dans le 15°, les mots " du juge le plus ancien au tribunal de police ou du juge de paix " sont remplacés par les mots " du président des juges de paix et des juges au tribunal de police ";
5° le même 15° est complété par les mots " , les greffiers en chef et, le cas échéant, le personnel judiciaire de niveau A des justices de paix et des tribunaux de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sans autorisation respectivement du juge de paix de la juridiction à laquelle ils sont attachés ou du juge le plus ancien au tribunal de police; ".
Art.92. In artikel 340 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1993 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. Bij elk hof, elke rechtbank en in elk arrondissement wat betreft de vrederechters, en de rechters in de politierechtbank, wordt een algemene vergadering opgericht.
De algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank heeft haar zetel op de politierechtbank. ";
2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
3° in § 3, vijfde lid, worden de woorden " of de voorzitter van de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken " opgeheven.
[1 4° in § 5, eerste lid, 4°, worden de woorden "319, tweede lid" vervangen door de woorden "319, eerste lid, tweede zin, of 319, tweede lid, tweede zin".]1
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. Bij elk hof, elke rechtbank en in elk arrondissement wat betreft de vrederechters, en de rechters in de politierechtbank, wordt een algemene vergadering opgericht.
De algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank heeft haar zetel op de politierechtbank. ";
2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
3° in § 3, vijfde lid, worden de woorden " of de voorzitter van de algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken " opgeheven.
[1 4° in § 5, eerste lid, 4°, worden de woorden "319, tweede lid" vervangen door de woorden "319, eerste lid, tweede zin, of 319, tweede lid, tweede zin".]1
Art.92. A l'article 340 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 29 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Dans chaque cour, chaque tribunal et chaque arrondissement pour ce qui est des juges de paix et des juges au tribunal de police, est instituée une assemblée générale.
L'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police a son siège au tribunal de police. ";
2° dans le paragraphe 2, le 6° est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les mots " ou le président de l'assemblée générale des juges de paix et des juges aux tribunaux de police " sont abrogés.
[1 4° dans le § 5, alinéa 1er, 4°, les mots "319, alinéa 2" sont remplacés par les mots "319, alinéa 1er, deuxième phrase, ou 319, alinéa 2, deuxième phrase".]1
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Dans chaque cour, chaque tribunal et chaque arrondissement pour ce qui est des juges de paix et des juges au tribunal de police, est instituée une assemblée générale.
L'assemblée générale des juges de paix et des juges au tribunal de police a son siège au tribunal de police. ";
2° dans le paragraphe 2, le 6° est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les mots " ou le président de l'assemblée générale des juges de paix et des juges aux tribunaux de police " sont abrogés.
[1 4° dans le § 5, alinéa 1er, 4°, les mots "319, alinéa 2" sont remplacés par les mots "319, alinéa 1er, deuxième phrase, ou 319, alinéa 2, deuxième phrase".]1
Art.93. In artikel 341, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 7°, worden de woorden " , 60 en 69 " vervangen door de woorden " en 60 ";
2° in het tweede lid worden de woorden " Toegevoegde rechters en rechters " vervangen door de woorden " Rechters ".
1° in het eerste lid, 7°, worden de woorden " , 60 en 69 " vervangen door de woorden " en 60 ";
2° in het tweede lid worden de woorden " Toegevoegde rechters en rechters " vervangen door de woorden " Rechters ".
Art.93. A l'article 341, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 3 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 7°, les mots " , 60 et 69 " sont remplacés par les mots " et 60 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " juges de complément et les " sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, 7°, les mots " , 60 et 69 " sont remplacés par les mots " et 60 ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " juges de complément et les " sont abrogés.
Art.94. In artikel 347, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden " toegevoegde substituut-procureurs des Konings, de toegevoegde substituut-arbeidsauditeurs, de " opgeheven.
Art.94. Dans l'article 347, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 mai 2003, les mots " substituts du procureur du Roi de complément, les substituts de l'auditeur du travail de complément, les " sont abrogés.
Art.95. In de tabel opgenomen in artikel 355 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2002 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de woorden " voorzitter van de rechtbank, procureur des Konings en arbeidsauditeur 50 .565,67 EUR " en de woorden " Ondervoorzitter en eerste substituut " worden de woorden " Afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, en afdelingsauditeur, 46 .960,31 EUR " ingevoegd;
2° tussen de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut 38 .793,06 EUR " en de woorden " Vredegerechten en politierechtbanken bedoeld in artikel 3 van het bijvoegsel bij dit Wetboek : " worden de woorden " Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt 50 .565,67 EUR Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt 46 .960,31 EUR. " ingevoegd;
3° de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut " worden telkens vervangen door de woorden " Rechter en substituut ";
4° [1 de woorden "Vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter" worden vervangen door de woorden "Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
1° tussen de woorden " voorzitter van de rechtbank, procureur des Konings en arbeidsauditeur 50 .565,67 EUR " en de woorden " Ondervoorzitter en eerste substituut " worden de woorden " Afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, en afdelingsauditeur, 46 .960,31 EUR " ingevoegd;
2° tussen de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut 38 .793,06 EUR " en de woorden " Vredegerechten en politierechtbanken bedoeld in artikel 3 van het bijvoegsel bij dit Wetboek : " worden de woorden " Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt 50 .565,67 EUR Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt 46 .960,31 EUR. " ingevoegd;
3° de woorden " Rechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut " worden telkens vervangen door de woorden " Rechter en substituut ";
4° [1 de woorden "Vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter" worden vervangen door de woorden "Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
Art.95. Dans le tableau figurant à l'article 355 du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2002 et modifié par la loi du 27 décembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " Président de division, procureur de division, et auditeur de division 46 .960,31 EUR " sont insérés entre les mots " Président du tribunal, procureur du Roi et auditeur du travail 50 .565,67 EUR " et les mots " Vice-président et premier substitut ";
2° les mots " Président des juges de paix et des juges au tribunal de police, dont le ressort compte au moins 250 000 habitants 50 .565,67 EUR Président des juges de paix et des juges au tribunal de police, dont le ressort compte moins de 250 000 habitants 46 .960,31 EUR " sont insérés entre les mots " Juge, juge de complément, substitut et substitut de complément 38 .793,06 EUR " et les mots " Justices de paix et tribunaux de police visés à l'article 3 de l'annexe au présent Code ";
3° les mots " Juge, juge de complément, substitut et substitut de complément " sont chaque fois remplacés par les mots " Juge et substitut ";
4° [1 les mots "Juge de paix, juge au tribunal de police et juge de complément" sont remplacés par les mots "Vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, juge de paix et juge au tribunal de police".]1
1° les mots " Président de division, procureur de division, et auditeur de division 46 .960,31 EUR " sont insérés entre les mots " Président du tribunal, procureur du Roi et auditeur du travail 50 .565,67 EUR " et les mots " Vice-président et premier substitut ";
2° les mots " Président des juges de paix et des juges au tribunal de police, dont le ressort compte au moins 250 000 habitants 50 .565,67 EUR Président des juges de paix et des juges au tribunal de police, dont le ressort compte moins de 250 000 habitants 46 .960,31 EUR " sont insérés entre les mots " Juge, juge de complément, substitut et substitut de complément 38 .793,06 EUR " et les mots " Justices de paix et tribunaux de police visés à l'article 3 de l'annexe au présent Code ";
3° les mots " Juge, juge de complément, substitut et substitut de complément " sont chaque fois remplacés par les mots " Juge et substitut ";
4° [1 les mots "Juge de paix, juge au tribunal de police et juge de complément" sont remplacés par les mots "Vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, juge de paix et juge au tribunal de police".]1
Art.96. In artikel 357 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " en aan de toegevoegde substituut-procureurs des Konings " opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " en aan de toegevoegde substituut-procureurs des Konings " opgeheven.
Art.96. A l'article 357 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 29 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le 6° est abrogé;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " et aux substituts du procureur du Roi de complément, " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, le 6° est abrogé;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " et aux substituts du procureur du Roi de complément, " sont abrogés.
Art.97. In artikel 360 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° [1 in het eerste lid worden de woorden "van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbank, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters in de politierechtbank" vervangen door de woorden "van de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank".]1
2° in het tweede lid worden de woorden " voor de toegevoegde rechters in die rechtbanken, " en de woorden " , de toegevoegde substituten-procureur des Konings en de toegevoegde substituten-arbeidsauditeur " opgeheven.
1° [1 in het eerste lid worden de woorden "van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbank, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters in de politierechtbank" vervangen door de woorden "van de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank".]1
2° in het tweede lid worden de woorden " voor de toegevoegde rechters in die rechtbanken, " en de woorden " , de toegevoegde substituten-procureur des Konings en de toegevoegde substituten-arbeidsauditeur " opgeheven.
Art.97. A l'article 360 du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° [1 dans l'alinéa 1er, les mots "des juges de paix, des juges au tribunal de police, des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police" sont remplacés par "des vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, des juges de paix et des juges au tribunal de police".]1
2° dans l'alinéa 2, les mots " pour les juges de complément à ces tribunaux, " et les mots " , les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés.
1° [1 dans l'alinéa 1er, les mots "des juges de paix, des juges au tribunal de police, des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police" sont remplacés par "des vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, des juges de paix et des juges au tribunal de police".]1
2° dans l'alinéa 2, les mots " pour les juges de complément à ces tribunaux, " et les mots " , les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés.
Art.98. [1 In de tabel opgenomen in artikel 360bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991 en vervangen bij de wet van 27 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt" worden telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van de vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt";
2° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken" wordt telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken, afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur";
3° de woorden "toegevoegd rechter in die rechtbanken," en de woorden "toegevoegd substituut-procureur des Konings en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur" worden telkens opgeheven en worden de woorden "vrederechter, toegevoegd vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter in de politierechtbank" telkens vervangen door de woorden "ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
1° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt" worden telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van de vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt";
2° de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken" wordt telkens vervangen door de woorden "Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de rechtbank van koophandel en voorzitter van vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken, afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur";
3° de woorden "toegevoegd rechter in die rechtbanken," en de woorden "toegevoegd substituut-procureur des Konings en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur" worden telkens opgeheven en worden de woorden "vrederechter, toegevoegd vrederechter, rechter in de politierechtbank en toegevoegd rechter in de politierechtbank" telkens vervangen door de woorden "ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank".]1
Art.98. [1 Dans le tableau figurant à l'article 360bis du même Code, inséré par la loi du 20 juillet 1991 et remplacé par la loi du 27 décembre 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce dont le ressort compte au moins 250 000 habitants," sont à chaque fois remplacés par les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail, du tribunal de commerce et président des juges de paix et des juges au tribunal de police dont le ressort compte au moins 250 000 habitants";
2° les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce dont le ressort compte moins de 250 000 habitants, procureur du Roi et auditeur du travail près ces tribunaux" sont chaque fois remplacés par les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail, du tribunal de commerce et président des juges de paix et des juges au tribunal de police dont le ressort compte moins de 250 000 habitants, procureur du Roi et auditeur du travail près ces tribunaux, président de division, procureur de division et auditeur de division";
3° les mots "juge de complément à ces tribunaux," et les mots "substitut du procureur du Roi de complément et substitut de l'auditeur du travail de complément" sont chaque fois abrogés et les mots "juge de paix, juge de paix de complément, juge au tribunal de police et juge de complément au tribunal de police" sont chaque fois remplacés par les mots "vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, juge de paix et juge au tribunal de police".]1
1° les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce dont le ressort compte au moins 250 000 habitants," sont à chaque fois remplacés par les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail, du tribunal de commerce et président des juges de paix et des juges au tribunal de police dont le ressort compte au moins 250 000 habitants";
2° les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de commerce dont le ressort compte moins de 250 000 habitants, procureur du Roi et auditeur du travail près ces tribunaux" sont chaque fois remplacés par les mots "Président du tribunal de première instance, du tribunal du travail, du tribunal de commerce et président des juges de paix et des juges au tribunal de police dont le ressort compte moins de 250 000 habitants, procureur du Roi et auditeur du travail près ces tribunaux, président de division, procureur de division et auditeur de division";
3° les mots "juge de complément à ces tribunaux," et les mots "substitut du procureur du Roi de complément et substitut de l'auditeur du travail de complément" sont chaque fois abrogés et les mots "juge de paix, juge de paix de complément, juge au tribunal de police et juge de complément au tribunal de police" sont chaque fois remplacés par les mots "vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police, juge de paix et juge au tribunal de police".]1
Art.99. In artikel 363, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 21 juni 2001, wordt de zin " Voor de toepassing van het eerste lid worden de toegevoegde rechters bedoeld in artikel 86bis, de toegevoegde substituten van de procureur des Konings en de toegevoegde substituten van het arbeidsauditoraat geacht hun administratieve standplaats te hebben op de zetel van het hof van beroep of van het arbeidshof van het rechtsgebied waar ze zijn benoemd. " opgeheven.
Art.99. Dans l'article 363, alinéa 2, du même Code, modifié par les lois des 10 février 1998 et 21 juin 2001, la phrase " Pour l'application du premier alinéa, les juges de complément, visés à l'article 86bis, les substituts de complément du procureur du Roi et les substituts de complément de l'auditorat du travail sont censés avoir leur résidence administrative au siège de la cour d'appel ou de la cour du travail du ressort où ils sont nommés. " est abrogée.
Art.100. In artikel 410, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1°, tweede streepje worden de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel, van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van eerste aanleg en van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel en van de voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, ";
b) in de bepaling onder 1°, derde streepje, worden de woorden " en van de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbank " opgeheven;
c) in de bepaling 1°, vierde streepje, worden de woorden " , van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbanken, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en, in de gerechtelijke arrondissementen Eupen en Brussel, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
d) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met een streepje, luidende :
" - met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten aanzien van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
e) in de bepaling onder 2°, tweede streepje, worden de woorden " van de procureurs des Konings, van de arbeidsauditeurs, van de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur " vervangen door de woorden " van de procureurs des Konings en van de arbeidsauditeurs ".
a) in de bepaling onder 1°, tweede streepje worden de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel, van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van eerste aanleg en van de toegevoegde rechters bij de rechtbank van koophandel " vervangen door de woorden " van de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, van de voorzitters van de rechtbanken van koophandel en van de voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, ";
b) in de bepaling onder 1°, derde streepje, worden de woorden " en van de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbank " opgeheven;
c) in de bepaling 1°, vierde streepje, worden de woorden " , van de vrederechters, van de rechters in de politierechtbanken, van de toegevoegde vrederechters en van de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en, in de gerechtelijke arrondissementen Eupen en Brussel, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
d) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met een streepje, luidende :
" - met uitzondering van de gerechtelijke arrondissementen Brussel en Eupen, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten aanzien van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbanken; ";
e) in de bepaling onder 2°, tweede streepje, worden de woorden " van de procureurs des Konings, van de arbeidsauditeurs, van de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur " vervangen door de woorden " van de procureurs des Konings en van de arbeidsauditeurs ".
Art.100. A l'article 410, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 7 juillet 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le 1°, deuxième tiret, les mots " des présidents des tribunaux de première instance, des présidents des tribunaux de commerce, des juges de complément au tribunal de première instance et des juges de complément au tribunal de commerce " sont remplacés par les mots " des présidents des tribunaux de première instance, des présidents des tribunaux de commerce et des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, ";
b) dans le 1°, troisième tiret, les mots " des présidents des tribunaux du travail " sont remplacés par les mots " et des présidents des tribunaux du travail " et les mots " et des juges de complément au tribunal du travail " sont abrogés;
c) dans le 1°, quatrième tiret, les mots " , des juges de paix, des juges au tribunal de police, des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police " sont remplacés par les mots " et dans les arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
d) le 1° est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - à l'exception des arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, le président des juges de paix et juges du tribunal de police à l'égard des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
e) dans le 2°, deuxième tiret, les mots " des procureurs du Roi, des auditeurs du travail, des substituts du procureur du Roi de complément et des substituts de l'auditeur du travail de complément " sont remplacés par les mots " des procureurs du Roi et des auditeurs du travail ".
a) dans le 1°, deuxième tiret, les mots " des présidents des tribunaux de première instance, des présidents des tribunaux de commerce, des juges de complément au tribunal de première instance et des juges de complément au tribunal de commerce " sont remplacés par les mots " des présidents des tribunaux de première instance, des présidents des tribunaux de commerce et des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, ";
b) dans le 1°, troisième tiret, les mots " des présidents des tribunaux du travail " sont remplacés par les mots " et des présidents des tribunaux du travail " et les mots " et des juges de complément au tribunal du travail " sont abrogés;
c) dans le 1°, quatrième tiret, les mots " , des juges de paix, des juges au tribunal de police, des juges de paix de complément et des juges de complément au tribunal de police " sont remplacés par les mots " et dans les arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
d) le 1° est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - à l'exception des arrondissements judiciaires de Bruxelles et d'Eupen, le président des juges de paix et juges du tribunal de police à l'égard des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
e) dans le 2°, deuxième tiret, les mots " des procureurs du Roi, des auditeurs du travail, des substituts du procureur du Roi de complément et des substituts de l'auditeur du travail de complément " sont remplacés par les mots " des procureurs du Roi et des auditeurs du travail ".
Art.101. In artikel 412, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1°, eerste streepje, worden de woorden " voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen het woord " koophandel, " en de woorden " de vrederechters " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters, de rechters in de politierechtbanken en de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en de rechters in de politierechtbanken ";
b) in de bepaling onder 1°, tweede streepje, worden de woorden " en de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
c) in de bepaling onder 3°, vierde streepje, worden de woorden " , hierbij inbegrepen de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur, " opgeheven.
a) in de bepaling onder 1°, eerste streepje, worden de woorden " voorzitters van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank " ingevoegd tussen het woord " koophandel, " en de woorden " de vrederechters " en worden de woorden " , de toegevoegde vrederechters, de rechters in de politierechtbanken en de toegevoegde rechters bij de politierechtbanken " vervangen door de woorden " en de rechters in de politierechtbanken ";
b) in de bepaling onder 1°, tweede streepje, worden de woorden " en de toegevoegde rechters bij de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
c) in de bepaling onder 3°, vierde streepje, worden de woorden " , hierbij inbegrepen de toegevoegde substituten procureur des Konings en de toegevoegde substituten arbeidsauditeur, " opgeheven.
Art.101. A l'article 412, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 7 juillet 2002 et modifié par les lois des 17 mai 2006 et 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le 1°, premier tiret, les mots " les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " tribunaux de commerce, " et les mots " les juges de paix " et les mots " , juges de paix de complément, les juges aux tribunaux de police et les juges de complément aux tribunaux de police " sont remplacés par les mots " et les juges aux tribunaux de police ";
b) dans le 1°, deuxième tiret, les mots " et les juges de complément au tribunal du travail " sont abrogés;
c) dans le 3°, quatrième tiret, les mots " y compris les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés.
a) dans le 1°, premier tiret, les mots " les présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, " sont insérés entre les mots " tribunaux de commerce, " et les mots " les juges de paix " et les mots " , juges de paix de complément, les juges aux tribunaux de police et les juges de complément aux tribunaux de police " sont remplacés par les mots " et les juges aux tribunaux de police ";
b) dans le 1°, deuxième tiret, les mots " et les juges de complément au tribunal du travail " sont abrogés;
c) dans le 3°, quatrième tiret, les mots " y compris les substituts du procureur du Roi de complément et les substituts de l'auditeur du travail de complément " sont abrogés.
Art.102. In artikel 415, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, zesde streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
2° in paragraaf 2, zevende streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
3° in paragraaf 2, achtste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt tussen het achtste streepje en het negende streepje een streepje ingevoegd, luidende :
" - aan de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
5° in paragraaf 2, negende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
6° in paragraaf 2, tiende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
7° paragraaf 3 wordt aangevuld met een streepje, luidende :
" - aan de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
8° in paragraaf 4, eerste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
9° in paragraaf 4, tweede streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
10° in paragraaf 4, derde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
11° in paragraaf 4, vierde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
12° in paragraaf 5, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
13° in paragraaf 7, worden de streepjes 6 en 7 opgeheven.
1° in paragraaf 2, zesde streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
2° in paragraaf 2, zevende streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
3° in paragraaf 2, achtste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt tussen het achtste streepje en het negende streepje een streepje ingevoegd, luidende :
" - aan de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
5° in paragraaf 2, negende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
6° in paragraaf 2, tiende streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
7° paragraaf 3 wordt aangevuld met een streepje, luidende :
" - aan de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank; ";
8° in paragraaf 4, eerste streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg " opgeheven;
9° in paragraaf 4, tweede streepje, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de rechtbanken van koophandel " opgeheven;
10° in paragraaf 4, derde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde vrederechters " opgeheven;
11° in paragraaf 4, vierde streepje, worden de woorden " en aan de toegevoegde rechters in de politierechtbanken " opgeheven;
12° in paragraaf 5, worden de woorden " met inbegrip van de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken " opgeheven;
13° in paragraaf 7, worden de streepjes 6 en 7 opgeheven.
Art.102. A l'article 415 du même Code, inséré par la loi du 7 juillet 2002 et modifié par les lois des 17 mai 2006 et 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, sixième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux de première instance " sont abrogés;
2° dans le paragraphe 2, septième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux du travail " sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, huitième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux de commerce " sont abrogés;
4° dans le paragraphe 2, un tiret rédigé comme suit est inséré entre le huitième et le neuvième tiret :
" - aux présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
5° dans le paragraphe 2, neuvième tiret, les mots " et aux juges de paix de complément " sont abrogés;
6° dans le paragraphe 2, dixième tiret, les mots " et aux juges de complément aux tribunaux de police " sont abrogés;
7° le paragraphe 3 est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - au président des juges de paix et des juges au tribunal de police; "
8° dans le paragraphe 4, premier tiret, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux de première instance " sont abrogés;
9° dans le paragraphe 4, deuxième tiret, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux de commerce " sont abrogés;
10° dans le paragraphe 4, troisième tiret, les mots " , et aux juges de paix de complément " sont abrogés;
11° dans le paragraphe 4, quatrième tiret, les mots " et aux juges de complément aux tribunaux de police " sont abrogés;
12° dans le paragraphe 5, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux du travail " sont abrogés;
13° dans le paragraphe 7, les tirets 6 et 7 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 2, sixième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux de première instance " sont abrogés;
2° dans le paragraphe 2, septième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux du travail " sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, huitième tiret, les mots " , y compris les juges de complément aux tribunaux de commerce " sont abrogés;
4° dans le paragraphe 2, un tiret rédigé comme suit est inséré entre le huitième et le neuvième tiret :
" - aux présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police; ";
5° dans le paragraphe 2, neuvième tiret, les mots " et aux juges de paix de complément " sont abrogés;
6° dans le paragraphe 2, dixième tiret, les mots " et aux juges de complément aux tribunaux de police " sont abrogés;
7° le paragraphe 3 est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - au président des juges de paix et des juges au tribunal de police; "
8° dans le paragraphe 4, premier tiret, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux de première instance " sont abrogés;
9° dans le paragraphe 4, deuxième tiret, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux de commerce " sont abrogés;
10° dans le paragraphe 4, troisième tiret, les mots " , et aux juges de paix de complément " sont abrogés;
11° dans le paragraphe 4, quatrième tiret, les mots " et aux juges de complément aux tribunaux de police " sont abrogés;
12° dans le paragraphe 5, les mots " y compris les juges de complément aux tribunaux du travail " sont abrogés;
13° dans le paragraphe 7, les tirets 6 et 7 sont abrogés.
Art.103. In artikel 633, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " Veurne, Brugge " vervangen door het woord " West-Vlaanderen ";
2° in tweede lid worden de woorden " , Brugge en Veurne " vervangen door de woorden " en West-Vlaanderen ";
3° in derde lid wordt het woord " Dendermonde " vervangen door het woord " Oost-Vlaanderen ".
1° in het eerste lid worden de woorden " Veurne, Brugge " vervangen door het woord " West-Vlaanderen ";
2° in tweede lid worden de woorden " , Brugge en Veurne " vervangen door de woorden " en West-Vlaanderen ";
3° in derde lid wordt het woord " Dendermonde " vervangen door het woord " Oost-Vlaanderen ".
Art.103. A l'article 633, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 30 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " de Furnes, Bruges " sont remplacés par les mots " de Flandre occidentale ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " , Bruges et Furnes " sont remplacés par les mots " et de Flandre occidentale ";
3° dans l'alinéa 3, le mot " Termonde " est remplacé par les mots " Flandre orientale ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " de Furnes, Bruges " sont remplacés par les mots " de Flandre occidentale ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " , Bruges et Furnes " sont remplacés par les mots " et de Flandre occidentale ";
3° dans l'alinéa 3, le mot " Termonde " est remplacé par les mots " Flandre orientale ".
Art.104. Artikel 636 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 16 juli 2004, wordt hersteld als volgt :
" Art. 636. Indien een rechtbank verdeeld is in afdelingen en de wet de territoriale bevoegdheid toewijst aan een rechtbank die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep, dan is de afdeling die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep territoriaal bevoegd, voor zover deze afdeling ook over de nodige volstrekte bevoegdheid beschikt. Indien dit laatste niet het geval is, is de bevoegde afdeling deze met de nodige volstrekte bevoegdheid die het dichtst gevestigd is bij de zetel van het hof van beroep. ".
" Art. 636. Indien een rechtbank verdeeld is in afdelingen en de wet de territoriale bevoegdheid toewijst aan een rechtbank die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep, dan is de afdeling die gevestigd is in de zetel van een hof van beroep territoriaal bevoegd, voor zover deze afdeling ook over de nodige volstrekte bevoegdheid beschikt. Indien dit laatste niet het geval is, is de bevoegde afdeling deze met de nodige volstrekte bevoegdheid die het dichtst gevestigd is bij de zetel van het hof van beroep. ".
Art.104. L'article 636 du même Code, abrogé par la loi du 16 juillet 2004, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 636. Si un tribunal est réparti en divisions et si la loi confère la compétence territoriale à un tribunal qui est établi au siège d'une cour d'appel, la division établie au siège d'une cour d'appel est territorialement compétente, pour autant que cette division dispose également de la compétence d'attribution nécessaire. Si tel n'est pas le cas, la division compétente est celle qui dispose de la compétence d'attribution nécessaire et qui est établie le plus près du siège de la cour d'appel. ".
" Art. 636. Si un tribunal est réparti en divisions et si la loi confère la compétence territoriale à un tribunal qui est établi au siège d'une cour d'appel, la division établie au siège d'une cour d'appel est territorialement compétente, pour autant que cette division dispose également de la compétence d'attribution nécessaire. Si tel n'est pas le cas, la division compétente est celle qui dispose de la compétence d'attribution nécessaire et qui est établie le plus près du siège de la cour d'appel. ".
Art.105. In artikel 770, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 april 2007, wordt het derde lid opgeheven.
Art.105. Dans l'article 770, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 26 avril 2007, l'alinéa 3 est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Aanpassingen van het bijvoegsel van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 3. - Adaptations de l'annexe au Code judiciaire
Art.106. Artikel 2 van het bijvoegsel bij hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt :
" Art. 2. In elk hierboven vermeld kanton wordt een vrederechter benoemd. ".
" Art. 2. In elk hierboven vermeld kanton wordt een vrederechter benoemd. ".
Art.106. L`article 2 de l'annexe au même Code, remplacé par la loi du 25 mars 1999, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Un juge de paix est nommé dans chaque canton précité. ".
" Art. 2. Un juge de paix est nommé dans chaque canton précité. ".
Art.107. Artikel 3 van het bijvoegsel bij hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994 en gewijzigd bij de wetten van 25 maart 1999 en 27 april 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 3. Er wordt een politierechtbank opgericht in de hierna bepaalde plaatsen en rechtsgebieden.
1. te Antwerpen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.
2. te Hasselt.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Limburg.
3. te Brussel.
De Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken hebben rechtsmacht over het grondgebied van de twee kantons Anderlecht, van de zes kantons Brussel, van het kanton Elsene, van de kantons Etterbeek, Jette, Oudergem, van de twee kantons Schaarbeek, van de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel en Vorst.
4. te Vilvoorde.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Asse, Grimbergen, Meise, Overijse-Zaventem en Vilvoorde.
5. te Halle.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Kraainem-Sint-Genesius-Rode en Lennik.
6. te Leuven.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Leuven.
7. te Nijvel.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant.
8. te Gent
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen.
9. te Brugge.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen.
10. te Luik.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luik.
11. te Eupen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Eupen.
12. te Aarlen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luxemburg.
13. te Namen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Namen.
14. te Bergen en te Charleroi.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Henegouwen.
" Art. 3. Er wordt een politierechtbank opgericht in de hierna bepaalde plaatsen en rechtsgebieden.
1. te Antwerpen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.
2. te Hasselt.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Limburg.
3. te Brussel.
De Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken hebben rechtsmacht over het grondgebied van de twee kantons Anderlecht, van de zes kantons Brussel, van het kanton Elsene, van de kantons Etterbeek, Jette, Oudergem, van de twee kantons Schaarbeek, van de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel en Vorst.
4. te Vilvoorde.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Asse, Grimbergen, Meise, Overijse-Zaventem en Vilvoorde.
5. te Halle.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Kraainem-Sint-Genesius-Rode en Lennik.
6. te Leuven.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Leuven.
7. te Nijvel.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant.
8. te Gent
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen.
9. te Brugge.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen.
10. te Luik.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luik.
11. te Eupen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Eupen.
12. te Aarlen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Luxemburg.
13. te Namen.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Namen.
14. te Bergen en te Charleroi.
Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Henegouwen.
Art.107. L'article 3 de l'annexe au même Code, remplacé par la loi du 11 juillet 1994 et modifié par les lois des 25 mars 1999 et 27 avril 2001, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Un tribunal de police est établi dans les lieux et les limites territoriales déterminés ci-après.
1. à Anvers.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire d'Anvers.
2. à Hasselt.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Limbourg.
3. à Bruxelles.
Les tribunaux francophones et néerlandophones exercent leur juridiction sur le territoire des deux cantons d'Anderlecht, des six cantons de Bruxelles, du canton d'Ixelles, des cantons d'Etterbeek, de Jette, d'Auderghem, des deux cantons de Schaerbeek, des cantons de Saint-Gilles, de Molenbeek-Saint-Jean, de Saint-Josse-ten-Noode, de Woluwe-Saint-Pierre, d'Uccle et de Forest.
4. à Vilvorde.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire des cantons d'Asse, de Grimbergen, de Meise, d'Overijse-Zaventem et de Vilvorde.
5. à Hal.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire des cantons de Hal, de Herne-Sint-Pieters-Leeuw, de Kraainem-Rhode-Saint-Genèse et de Lennik.
6. à Louvain.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Louvain.
7. à Nivelles.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Brabant wallon.
8. à Gand.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement de Flandre orientale.
9. à Bruges.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Flandre occidentale.
10. à Liège.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Liège.
11. à Eupen.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire d'Eupen.
12. à Arlon.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Luxembourg.
13. à Namur.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Namur.
14. à Mons et à Charleroi.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Hainaut.
" Art. 3. Un tribunal de police est établi dans les lieux et les limites territoriales déterminés ci-après.
1. à Anvers.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire d'Anvers.
2. à Hasselt.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Limbourg.
3. à Bruxelles.
Les tribunaux francophones et néerlandophones exercent leur juridiction sur le territoire des deux cantons d'Anderlecht, des six cantons de Bruxelles, du canton d'Ixelles, des cantons d'Etterbeek, de Jette, d'Auderghem, des deux cantons de Schaerbeek, des cantons de Saint-Gilles, de Molenbeek-Saint-Jean, de Saint-Josse-ten-Noode, de Woluwe-Saint-Pierre, d'Uccle et de Forest.
4. à Vilvorde.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire des cantons d'Asse, de Grimbergen, de Meise, d'Overijse-Zaventem et de Vilvorde.
5. à Hal.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire des cantons de Hal, de Herne-Sint-Pieters-Leeuw, de Kraainem-Rhode-Saint-Genèse et de Lennik.
6. à Louvain.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Louvain.
7. à Nivelles.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Brabant wallon.
8. à Gand.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement de Flandre orientale.
9. à Bruges.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Flandre occidentale.
10. à Liège.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Liège.
11. à Eupen.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire d'Eupen.
12. à Arlon.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Luxembourg.
13. à Namur.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire de Namur.
14. à Mons et à Charleroi.
Ce tribunal exerce sa juridiction sur le territoire de l'arrondissement judiciaire du Hainaut.
Art.108. Artikel 4 van het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 25 maart 1999, en gewijzigd bij de wetten van 11 maart 2003 en 20 december 2005, wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. 1. De gerechtelijke kantons van de provincie Antwerpen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Antwerpen heeft rechtsmacht over het arrondissement Antwerpen.
2. De gerechtelijke kantons van de provincie Limburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Hasselt heeft rechtsmacht over het arrondissement Limburg.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Antwerpen hebben rechtsmacht over de arrondissementen Antwerpen en Limburg.
3. De kantons Eigenbrakel, Geldenaken-Perwijs, Nijvel, Tubeke en de twee kantons van Waver vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Nijvel hebben rechtsmacht over het arrondissement Waals Brabant.
4. De twee kantons van Anderlecht, het kanton Asse, de zes kantons van Brussel, het kanton Elsene, de kantons Etterbeek, Grimbergen, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Jette, Kraainem-Sint-Genesius-Rode, Lennik, Meise, Oudergem en Overijse-Zaventem, de twee kantons Schaarbeek, de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vilvoorde en Vorst vormen een gerechtelijk arrondissement.
De zetel van de Nederlandstalige en Franstalige arrondissementsrechtbanken, rechtbanken van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbanken en van de rechtbanken van koophandel is gevestigd te Brussel. De rechtbanken hebben rechtsmacht over het arrondissement Brussel.
5. De kantons Aarschot, Diest, Haacht, Landen-Zoutleeuw, de drie kantons van Leuven en het kanton Tienen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel, met zetel te Leuven hebben rechtsmacht over het arrondissement Leuven.
6. De gerechtelijke kantons van de provincie Oost-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Gent heeft rechtsmacht over het arrondissement Oost-Vlaanderen.
7. De gerechtelijke kantons van de provincie West-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Brugge heeft rechtsmacht over het arrondissement West-Vlaanderen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Gent hebben rechtsmacht over de arrondissementen Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen.
8. De gerechtelijke kantons van de provincie Luik, de kantons Sankt Vith en Eupen uitgezonderd, vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Luik heeft rechtsmacht over het arrondissement Luik.
9. De kantons Eupen en Sankt Vith vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Eupen hebben rechtsmacht over het arrondissement Eupen.
10. De gerechtelijke kantons van de provincie Luxemburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Aarlen heeft rechtsmacht over het arrondissement Luxemburg.
11. De gerechtelijke kantons van de provincie Namen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Namen heeft rechtsmacht over het arrondissement Namen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Luik hebben rechtsmacht over de arrondissementen Luik, Luxemburg, en Namen.
12. De gerechtelijke kantons van de provincie Henegouwen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Bergen en te Charleroi heeft rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Bergen en te Charleroi hebben rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.
" Art. 4. 1. De gerechtelijke kantons van de provincie Antwerpen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Antwerpen heeft rechtsmacht over het arrondissement Antwerpen.
2. De gerechtelijke kantons van de provincie Limburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Hasselt heeft rechtsmacht over het arrondissement Limburg.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Antwerpen hebben rechtsmacht over de arrondissementen Antwerpen en Limburg.
3. De kantons Eigenbrakel, Geldenaken-Perwijs, Nijvel, Tubeke en de twee kantons van Waver vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Nijvel hebben rechtsmacht over het arrondissement Waals Brabant.
4. De twee kantons van Anderlecht, het kanton Asse, de zes kantons van Brussel, het kanton Elsene, de kantons Etterbeek, Grimbergen, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Jette, Kraainem-Sint-Genesius-Rode, Lennik, Meise, Oudergem en Overijse-Zaventem, de twee kantons Schaarbeek, de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vilvoorde en Vorst vormen een gerechtelijk arrondissement.
De zetel van de Nederlandstalige en Franstalige arrondissementsrechtbanken, rechtbanken van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbanken en van de rechtbanken van koophandel is gevestigd te Brussel. De rechtbanken hebben rechtsmacht over het arrondissement Brussel.
5. De kantons Aarschot, Diest, Haacht, Landen-Zoutleeuw, de drie kantons van Leuven en het kanton Tienen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel, met zetel te Leuven hebben rechtsmacht over het arrondissement Leuven.
6. De gerechtelijke kantons van de provincie Oost-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Gent heeft rechtsmacht over het arrondissement Oost-Vlaanderen.
7. De gerechtelijke kantons van de provincie West-Vlaanderen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Brugge heeft rechtsmacht over het arrondissement West-Vlaanderen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Gent hebben rechtsmacht over de arrondissementen Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen.
8. De gerechtelijke kantons van de provincie Luik, de kantons Sankt Vith en Eupen uitgezonderd, vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Luik heeft rechtsmacht over het arrondissement Luik.
9. De kantons Eupen en Sankt Vith vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, met zetel te Eupen hebben rechtsmacht over het arrondissement Eupen.
10. De gerechtelijke kantons van de provincie Luxemburg vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Aarlen heeft rechtsmacht over het arrondissement Luxemburg.
11. De gerechtelijke kantons van de provincie Namen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Namen heeft rechtsmacht over het arrondissement Namen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Luik hebben rechtsmacht over de arrondissementen Luik, Luxemburg, en Namen.
12. De gerechtelijke kantons van de provincie Henegouwen vormen een gerechtelijk arrondissement.
De rechtbank van eerste aanleg met zetel te Bergen en te Charleroi heeft rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.
De arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel met zetel te Bergen en te Charleroi hebben rechtsmacht over het arrondissement Henegouwen.
Art.108. L'article 4 de l'annexe au Code judiciaire, remplacé par la loi du 25 mars 1999 et modifié par les lois du 11 mars 2003 et 20 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4. 1. Les cantons judiciaires de la province d'Anvers forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Anvers, exerce sa juridiction dans l'arrondissement d'Anvers.
2. Les cantons judiciaires de la province du Limbourg forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Hasselt, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Limbourg.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Anvers, exercent leur juridiction dans les arrondissements d'Anvers et du Limbourg.
3. Les cantons de Braine-l'Alleud, de Jodoigne-Perwez, de Nivelles, de Tubize et les deux cantons de Wavre forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Nivelles, exercent leur juridiction dans l'arrondissement du Brabant wallon.
4. Les deux cantons d'Anderlecht, le canton d'Asse, les six cantons de Bruxelles, le canton d'Ixelles, les cantons d'Etterbeek, de Grimbergen, de Hal, de Herne-Sint-Pieters-Leeuw, de Jette, de Kraainem-Rhode-Saint-Genèse, de Lennik, de Meise, d'Auderghem, d'Overijse-Zaventem, les deux cantons de Schaerbeek, les cantons de Saint-Gilles, de Molenbeek-Saint-Jean, de Saint-Josse-ten-Noode, de Woluwe-Saint-Pierre, d'Uccle, de Vilvorde et de Forest forment un arrondissement judiciaire.
Le siège des tribunaux d'arrondissement, des tribunaux de première instance, des tribunaux du travail et des tribunaux de commerce néerlandophones et francophones est établi à Bruxelles. Les tribunaux exercent leur juridiction dans l'arrondissement de Bruxelles.
5. Les cantons d'Aarschot, de Diest, d'Haacht, de Landen-Léau, les trois cantons de Louvain et le canton de Tirlemont forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Louvain, exercent leur juridiction dans l'arrondissement de Louvain.
6. Les cantons judiciaires de la province de Flandre orientale forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Gand, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de la Flandre orientale.
7. Les cantons judiciaires de la province de Flandre occidentale forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Bruges, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de la Flandre occidentale.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Gand, exercent leur juridiction dans les arrondissements de la Flandre orientale et de la Flandre occidentale.
8. Les cantons judiciaires de la province de Liège, à l'exception des cantons de Saint-Vith et d'Eupen, forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Liège, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Liège.
9. Les cantons d'Eupen et de Saint-Vith forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Eupen, exercent leur juridiction dans l'arrondissement d'Eupen.
10. Les cantons judiciaires de la province de Luxembourg forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Arlon, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Luxembourg.
11. Les cantons judiciaires de la province de Namur forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Namur, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Namur.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Liège, exercent leur juridiction dans les arrondissements de Liège, de Luxembourg et de Namur.
12. Les cantons judiciaires de la province de Hainaut forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Mons et à Charleroi, exerce sa juridiction dans l'arrondissement du Hainaut.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Mons et à Charleroi, exercent leur juridiction dans l'arrondissement du Hainaut.
" Art. 4. 1. Les cantons judiciaires de la province d'Anvers forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Anvers, exerce sa juridiction dans l'arrondissement d'Anvers.
2. Les cantons judiciaires de la province du Limbourg forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Hasselt, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Limbourg.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Anvers, exercent leur juridiction dans les arrondissements d'Anvers et du Limbourg.
3. Les cantons de Braine-l'Alleud, de Jodoigne-Perwez, de Nivelles, de Tubize et les deux cantons de Wavre forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Nivelles, exercent leur juridiction dans l'arrondissement du Brabant wallon.
4. Les deux cantons d'Anderlecht, le canton d'Asse, les six cantons de Bruxelles, le canton d'Ixelles, les cantons d'Etterbeek, de Grimbergen, de Hal, de Herne-Sint-Pieters-Leeuw, de Jette, de Kraainem-Rhode-Saint-Genèse, de Lennik, de Meise, d'Auderghem, d'Overijse-Zaventem, les deux cantons de Schaerbeek, les cantons de Saint-Gilles, de Molenbeek-Saint-Jean, de Saint-Josse-ten-Noode, de Woluwe-Saint-Pierre, d'Uccle, de Vilvorde et de Forest forment un arrondissement judiciaire.
Le siège des tribunaux d'arrondissement, des tribunaux de première instance, des tribunaux du travail et des tribunaux de commerce néerlandophones et francophones est établi à Bruxelles. Les tribunaux exercent leur juridiction dans l'arrondissement de Bruxelles.
5. Les cantons d'Aarschot, de Diest, d'Haacht, de Landen-Léau, les trois cantons de Louvain et le canton de Tirlemont forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Louvain, exercent leur juridiction dans l'arrondissement de Louvain.
6. Les cantons judiciaires de la province de Flandre orientale forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Gand, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de la Flandre orientale.
7. Les cantons judiciaires de la province de Flandre occidentale forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Bruges, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de la Flandre occidentale.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Gand, exercent leur juridiction dans les arrondissements de la Flandre orientale et de la Flandre occidentale.
8. Les cantons judiciaires de la province de Liège, à l'exception des cantons de Saint-Vith et d'Eupen, forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Liège, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Liège.
9. Les cantons d'Eupen et de Saint-Vith forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, le tribunal du travail et le tribunal de commerce, ayant leur siège à Eupen, exercent leur juridiction dans l'arrondissement d'Eupen.
10. Les cantons judiciaires de la province de Luxembourg forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Arlon, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Luxembourg.
11. Les cantons judiciaires de la province de Namur forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Namur, exerce sa juridiction dans l'arrondissement de Namur.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Liège, exercent leur juridiction dans les arrondissements de Liège, de Luxembourg et de Namur.
12. Les cantons judiciaires de la province de Hainaut forment un arrondissement judiciaire.
Le tribunal de première instance, ayant son siège à Mons et à Charleroi, exerce sa juridiction dans l'arrondissement du Hainaut.
Le tribunal du travail et le tribunal de commerce ayant leur siège à Mons et à Charleroi, exercent leur juridiction dans l'arrondissement du Hainaut.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire
Art. 109. De tabel III " Rechtbanken van eerste aanleg " gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 109. Le tableau III " Tribunaux de première instance " annexé à la loi du 3 avril 1953 d'organisation judiciaire, remplacé par la loi du 20 juillet 1998 et modifié en dernier par la loi du 31 décembre 2012, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Arrondissement | Kader rechtbank - rechters | Mandaten Voorzitter | Mandaten Afdelingsvoorzitter | Mandaten Ondervoorzitter | Plaatsvervangende rechters | Kader Parket Substituten | Mandaat Procureur des Konings | Mandaten Afdelingsprocureur | Mandaten eerste-substituten- procureur des Konings |
| Antwerpen | 107 | 1 | 3 | 14 | 23 | 94 | 1 | 3 | 23 |
| Limburg | 40 | 1 | 2 | 3 | 8 | 36 | 1 | 2 | 7 |
| Brussel Nederlandstalig | 41 | 1 | 0 | 7 | 7 | 19 | - | 0 | 5 |
| Brussel Franstalig | 122 | 1 | 0 | 21 | 19 | 95 | 1 | 0 | 25 |
| Halle-Vilvoorde | - | - | - | - | - | 24 | 1 | 0 | 6 |
| Leuven | 25 | 1 | 0 | 3 | 6 | 22 | 1 | 0 | 5 |
| Waals-Brabant | 27 | 1 | 0 | 3 | 6 | 19 | 1 | 0 | 5 |
| Oost-Vlaanderen | 95 | 1 | 3 | 13 | 25 | 85 | 1 | 3 | 20 |
| West-Vlaanderen | 69 | 1 | 4 | 7 | 21 | 62 | 1 | 4 | 13 |
| Eupen | 6 | 1 | 0 | 1 | 2 | 4 | 1 | 0 | 1 |
| Luik | 79 | 1 | 3 | 9 | 21 | 69 | 1 | 3 | 15 |
| Luxemburg | 24 | 1 | 3 | 0 | 12 | 20 | 1 | 3 | 0 |
| Namen | 31 | 1 | 2 | 2 | 10 | 29 | 1 | 2 | 5 |
| Henegouwen Zetel Charleroi | 97 | 1 | 3 | 12 | 40 | 1 | 1 | 11 | |
| Henegouwen Zetel Bergen | 25 | 44 | 1 | 2 | 9]1 | ||||
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 54, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | |||||||||
- rechtersMandaten VoorzitterMandaten AfdelingsvoorzitterMandaten OndervoorzitterPlaatsvervangende rechtersKader Parket
SubstitutenMandaat Procureur des KoningsMandaten AfdelingsprocureurMandaten eerste-substituten-
procureur des KoningsAntwerpen107131423941323Limburg40123836127Brussel Nederlandstalig41107719-05Brussel Franstalig122102119951025Halle-Vilvoorde
| [1 Arrondissement | Cadre tribunale - juges | Mandats Président | Mandats Président de division | Mandats Vice-président | Juges suppléants | Cadre parquet Substituts | Mandat Procureur du Roi | Mandats Procureur de division | Mandats Premiers substituts du procureur du Roi |
| Anvers | 107 | 1 | 3 | 14 | 23 | 94 | 1 | 3 | 23 |
| Limbourg | 40 | 1 | 2 | 3 | 8 | 36 | 1 | 2 | 7 |
| Bruxelles néerlandophone | 41 | 1 | 0 | 7 | 7 | 19 | - | 0 | 5 |
| Bruxelles francophone | 122 | 1 | 0 | 21 | 19 | 95 | 1 | 0 | 25 |
| Hal-Vilvorde | - | - | - | - | - | 24 | 1 | 0 | 6 |
| Louvain | 25 | 1 | 0 | 3 | 6 | 22 | 1 | 0 | 5 |
| Brabant wallon | 27 | 1 | 0 | 3 | 6 | 19 | 1 | 0 | 5 |
| Flandre orientale | 95 | 1 | 3 | 13 | 25 | 85 | 1 | 3 | 20 |
| Flandre occidentale | 69 | 1 | 4 | 7 | 21 | 62 | 1 | 4 | 13 |
| Eupen | 6 | 1 | 0 | 1 | 2 | 4 | 1 | 0 | 1 |
| Liège | 79 | 1 | 3 | 9 | 21 | 69 | 1 | 3 | 15 |
| Luxembourg | 24 | 1 | 3 | 0 | 12 | 20 | 1 | 3 | 0 |
| Namur | 31 | 1 | 2 | 2 | 10 | 29 | 1 | 2 | 5 |
| Hainaut Siège Charleroi | 97 | 1 | 3 | 12 | 40 | 1 | 1 | 11 | |
| Hainaut Siège Mons | 25 | 44 | 1 | 2 | 9]1 | ||||
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 54, 002; En vigueur : 31-01-2014> | |||||||||
Änderungen
24106Louvain25103622105Brabant wallon27103619105Flandre orientale95131325851320Flandre occidentale6914721621413Eupen610124101Liège7913921691315Luxembourg241301220130Namur311221029125Hainaut
Siège Charleroi971312401111Hainaut
Art. 110. De tabel " aantal eerste substituten procureurs des Konings in de rechtbanken van eerste aanleg ", gevoegd bij dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wetten van 11 maart 2004 en 14 december 2004, wordt opgeheven.
Art. 110. Le tableau " Nombre des premiers substituts du procureur du Roi dans les tribunaux de première instance ", annexé à la même loi, remplacé par la loi du 20 juillet 1998 et modifié par les lois des 11 mars 2004 et 14 décembre 2004, est abrogé.
Art.111. De tabel " Arbeidsrechtbanken " opgenomen in artikel 1 van wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken, vervangen bij de wet van 6 juli 1976 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art.111. Le tableau " Tribunaux de travail " figurant à l'article 1er de la loi du 7 juillet 1969 déterminant le cadre du personnel des cours et tribunaux du travail, remplacé par la loi du 6 juillet 1976 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
Art. 111. De tabel " Arbeidsrechtbanken " opgenomen in artikel 1 van wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken, vervangen bij de wet van 6 juli 1976 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 111. Le tableau " Tribunaux de travail " figurant à l'article 1er de la loi du 7 juillet 1969 déterminant le cadre du personnel des cours et tribunaux du travail, remplacé par la loi du 6 juillet 1976 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Zetel | (1) | (2) | (3) | (4) | (5) | (6) | (7) | (8) | (9) | (10) | (11) |
| Antwerpen | 31 | 1 | 2 | 1 | 21 | 1 | 2 | 2 | 1 | 3 | 44 |
| Brussel Nederlandstalig | 9 | 1 | 0 | 1 | 3 | - | - | 1 | 1 | 1 | 12 |
| Brussel Franstalig | 22 | 1 | 0 | 3 | 15 | 1 | - | 3 | 1 | 2 | 27 |
| Halle-Vilvoorde | - | - | - | - | 4 | 1 | 0 | 1 | - | - | - |
| Leuven | 4 | 1 | 0 | 0 | 3 | 1 | 0 | 0 | 1 | 0 | 5 |
| Nijvel | 4 | 1 | 0 | 0 | 3 | 1 | 0 | 0 | 1 | 0 | 5 |
| Gent | 28 | 1 | 2 | 2 | 20 | 1 | 2 | 1 | 1 | 4 | 38 |
| Eupen | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Luik | 27 | 1 | 3 | 0 | 21 | 1 | 3 | 0 | 1 | 3 | 30 |
| Mons - Charleroi | 21 | 1 | 1 | 2 | 14 | 1 | 1 | 2 | 1 | 2 | 26 |
| (1) cadre tribunal du travail : Rechters dont-waarvan (2) mandaten Voorzitter (3) mandaten Afdelingsvoorzitter (4) mandaten Ondervoorzitter (5) kader arbeidsauditoraat : Substituten-arbeidsauditeur dont - waarvan (6) mandaten Arbeidsauditeur (7) mandaten Afdelingsauditeur (8) mandaten 1e substituut-Arbeidsauditeur (9) Hoofdgriffier (10) Griffiers-hoofd van dienst (11) Griffiers | |||||||||||
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 55, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | |||||||||||
| [1 Siège | (1) | (2) | (3) | (4) | (5) | (6) | (7) | (8) | (9) | (10) | (11) |
| Anvers Antwerpen | 31 | 1 | 2 | 1 | 21 | 1 | 2 | 2 | 1 | 3 | 44 |
| Bruxelles néerlandophone | 9 | 1 | 0 | 1 | 3 | - | - | 1 | 1 | 1 | 12 |
| Bruxelles francophone | 22 | 1 | 0 | 3 | 15 | 1 | - | 3 | 1 | 2 | 27 |
| Hal-Vilvorde | - | - | - | - | 4 | 1 | 0 | 1 | - | - | - |
| Louvain | 4 | 1 | 0 | 0 | 3 | 1 | 0 | 0 | 1 | 0 | 5 |
| Nivelles | 4 | 1 | 0 | 0 | 3 | 1 | 0 | 0 | 1 | 0 | 5 |
| Gand | 28 | 1 | 2 | 2 | 20 | 1 | 2 | 1 | 1 | 4 | 38 |
| Eupen | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Liège | 27 | 1 | 3 | 0 | 21 | 1 | 3 | 0 | 1 | 3 | 30 |
| Mons -Charleroi | 21 | 1 | 1 | 2 | 14 | 1 | 1 | 2 | 1 | 2 | 26 |
| (1) cadre tribunal du travail : Juges (2) mandats Président (3) mandats Président de division (4) mandats Vice-président (5) cadre auditorat du travail : Substituts de l'auditeur du travail (6) mandats Auditeur du travail (7) mandats Auditeur de division (8) mandats 1er substitut de l'auditeur du travail (9) Greffier en chef (10) Greffiers-chef de service (11) Greffiers | |||||||||||
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 55, 002; En vigueur : 31-01-2014> | |||||||||||
Art.114. De tabel die voorkomt in het enig artikel van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken, vervangen bij de wet van 22 mei 2006 en gewijzigd bij de wetten van 5 augustus 2006, en 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art.114. Le tableau figurant dans l'article unique de la loi du 16 juillet 1970 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de police, remplacé par la loi du 22 mai 2006 et modifié par les lois des 5 août 2006 et 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
Art. 112. De tabel opgenomen in artikel 1 van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 112. Le tableau figurant à l'article 1er de la loi du 15 juillet 1970 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de commerce et modifiant la loi du 10 octobre 1967 contenant le Code judiciaire, remplacé par la loi du 20 juillet 1998 et modifié par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Zettel | Kader Rechters | Mandaten Voorzitter | Mandaten Afdelingsvoorzitter | Mandaten Ondervoorzitter | Hoofdgriffier | Greffiers-hoofd van dienst | Griffiers |
| Antwerpen | 32 | 1 | 2 | 1 | 1 | 2 | 38 |
| Brussel Nederlandstalig | 11 | 1 | 0 | 1 | 1 | 1 | 11 |
| Brussel Franstalig | 14 | 1 | 0 | 1 | 1 | 2 | 16 |
| Leuven | 4 | 1 | 0 | 1 | 0 | 4 | |
| Nijvel | 4 | 1 | 0 | 1 | 0 | 4 | |
| Gent | 28 | 1 | 2 | 1 | 1 | 3 | 37 |
| Eupen | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | |
| Luik | 16 | 1 | 3 | 0 | 1 | 3 | 22 |
| Bergen - Charleroi | 10 | 1 | 1 | 0 | 1 | 1 | 15]1 |
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | |||||||
| [1 Siège | Cadre Juges | Mandats Président | Mandats Président de division | Mandats vice-Président | Greffier en chef | Griffiers-hoofd van dienst | Greffiers |
| Anvers | 32 | 1 | 2 | 1 | 1 | 2 | 38 |
| Bruxelles néerlandophone | 11 | 1 | 0 | 1 | 1 | 1 | 11 |
| Bruxelles francophone | 14 | 1 | 0 | 1 | 1 | 2 | 16 |
| Louvain | 4 | 1 | 0 | 1 | 0 | 4 | |
| Nivelles | 4 | 1 | 0 | 1 | 0 | 4 | |
| Gand | 28 | 1 | 2 | 1 | 1 | 3 | 37 |
| Eupen | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | |
| Liège | 16 | 1 | 3 | 0 | 1 | 3 | 22 |
| Mons - Charleroi | 10 | 1 | 1 | 0 | 1 | 1 | 15]1 |
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 56, 002; En vigueur : 31-01-2014> | |||||||
Art. 113. De tabel opgenomen in artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 april 2005, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 113. Le tableau figurant à l'article 2 de la même loi, inséré par la loi du 13 avril 2005, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Arrondissement | Rechters in handelszaken |
| Antwerpen | 235 |
| Limburg | 55 |
| Brussel Nederlandstalig | 84 |
| Brussel Franstalig | 106 |
| Louvain | 30 |
| Waals-Brabant | 32 |
| Oost-Vlaanderen | 114 |
| West-Vlaanderen | 125 |
| Luik | 78 |
| Eupen | 6 |
| Luxemburg | 30 |
| Namen | 45 |
| Henegouwen | 95]1 |
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 57, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | |
| [1 Arrondissement | Juges consulaires |
| Anvers | 235 |
| Limbourg | 55 |
| Bruxelles néerlandophone | 84 |
| Bruxelles francophone{ | 106 |
| Leuven | 30 |
| Brabant wallon | 32 |
| Flandre orientale | 114 |
| Flandre occidentale | 125 |
| Liège | 78 |
| Eupen | 6 |
| Luxembourg | 30 |
| Namur | 45 |
| Hainaut | 95]1 |
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 57, 002; En vigueur : 31-01-2014> | |
Art.118. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art.118. Le tableau figurant à l'article unique de la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 31 décembre 2012, est remplacé par le tableau suivant :
Art. 114. De tabel die voorkomt in het enig artikel van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken, vervangen bij de wet van 22 mei 2006 en gewijzigd bij de wetten van 5 augustus 2006, en 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 114. Le tableau figurant dans l'article unique de la loi du 16 juillet 1970 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de police, remplacé par la loi du 22 mai 2006 et modifié par les lois des 5 août 2006 et 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Rechtbank | Rechters | Hoofdgriffiers | Griffiers-hoofd van dienst | Griffiers |
| Antwerepn | 19 | - | 3 | 23 |
| Limburg | 7 | - | 2 | 11 |
| Brussel Nederlandstalig | 3 | 1 | 3 | |
| Brussel Franstalig | 11 | 1 | 1 | 13 |
| Halle-Vilvoorde | 5 | 1 | 1 | 4 |
| Lenven | 4 | - | 5 | |
| Waals Brabant | 3 | - | 3 | |
| Oost-Vlaanderen | 14 | 5 | 17 | |
| West-Vlaanderen | 12 | - | 4 | 14 |
| Eupen | 1 | - | 2 | |
| Luik | 12 | - | 3 | 12 |
| Luxemburg | 3 | - | 3 | 3 |
| Namen | 5 | - | 2 | 6 |
| Henegouwen | 12 | - | 3 | 14]1 |
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | ||||
| [1 Tribunal | Rechters | Greffiers en chef | Greffiers chef de service | Greffiers |
| Anvers | 19 | - | 3 | 23 |
| Limbourg | 7 | - | 2 | 11 |
| Bruxelles néerlandophone | 3 | 1 | 3 | |
| Bruxelles francophone | 11 | 1 | 1 | 13 |
| Hal-Vilvorde | 5 | 1 | 1 | 4 |
| Louvain | 4 | - | 5 | |
| Brabant wallon | 3 | - | 3 | |
| Flandre orientale | 14 | 5 | 17 | |
| Flandre occidentale | 12 | - | 4 | 14 |
| Eupen | 1 | - | 2 | |
| Liège | 12 | - | 3 | 12 |
| Luxembourg | 3 | - | 3 | 3 |
| Namur | 5 | - | 2 | 6 |
| Hainaut | 12 | - | 3 | 14]1 |
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 58, 002; En vigueur : 31-01-2014> | ||||
Art. 115. In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende :
" Art. 2. De kaders van de mandaten van voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : "
" Art. 2. De kaders van de mandaten van voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : "
Art. 115. Dans la même loi, il est inséré un article 2, rédigé comme suit :
" Art. 2. Le cadre des mandats des présidents et vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunaux de police et le cadre des greffiers en chef des justices de paix et des tribunaux de police est établi comme suit : "
" Art. 2. Le cadre des mandats des présidents et vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunaux de police et le cadre des greffiers en chef des justices de paix et des tribunaux de police est établi comme suit : "
| Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank | Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank | Hoofdgriffier van de vrede- gerechten en de politierechtbanken | Griffiers hoofden van dienst | Arrondissement |
| 1 | 1 | 1 | 3 | Antwerpen |
| 1 | 1 | 1 | 2 | Limburg |
| 1 | 1 | 1 | 1 | Leuven |
| 1 | 1 | 1 | 1 | Waals Brabant |
| 1 | 1 | 1 | 3 | Oost-Vlaanderen |
| 1 | 1 | 1 | 2 | West-Vlaanderen |
| 1 | 1 | 1 | 2 | Luik |
| 1 | 1 | 1 | 1 | Luxemburg |
| 1 | 1 | 1 | 1 | Namen |
| 1 | 1 | 1 | 3 | Henegouwen |
gerechten en de politierechtbankenGriffiers hoofden van dienstArrondissement1113Antwerpen1112Limburg1111Leuven1111Waals Brabant1113Oost-Vlaanderen1112West-Vlaanderen1112Luik1111Luxemburg1111Namen1113Henegouwen
| Arrondissement | Président des juges de paix et des juges au tribunal de police | Vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police | Greffier en chef des justices de paix et des tribunaux de police | Greffiers chef de service |
| Anvers | 1 | 1 | 1 | 3 |
| Limbourg | 1 | 1 | 1 | 2 |
| Louvain | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Brabant walllon | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Flandre orientale | 1 | 1 | 1 | 3 |
| Flandre occidentale | 1 | 1 | 1 | 2 |
| Liège | 1 | 1 | 1 | 2 |
| Luxembourg | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Namur | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Hainaut | 1 | 1 | 1 | 3 |
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel
CHAPITRE 8. - Modification de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce
Art. 116. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 14 december 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de plaatsvervangende rechters in de arbeidsrechtbanken en in de rechtbanken van koophandel, gewijzigd bij de wetten van 25 juli 1974, 23 september 1985 en 18 april 1989, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 116. Le tableau figurant dans l'article unique de la loi du 14 décembre 1970 déterminant le cadre des juges suppléants dans les tribunaux du travail et les tribunaux de commerce, modifié par les lois des 25 juillet 1974, 23 septembre 1985 et 18 avril 1989, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Zetel | Arbeidsrechtbanken | Rechtbanken van koophandel |
| Antwerpen | 19 | 35 |
| Brussel Nederlandstalig | 4 | 10 |
| Brussel Franstalig | 11 | 13 |
| Leuven | 2 | 4 |
| Nijvel | 2 | 4 |
| Gent | 23 | 39 |
| Eupen | 2 | 2 |
| Luik | 21 | 31 |
| Bergen - Charleroi | 14 | 17]1 |
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | ||
| [1 Siège | Tribunaux du travail | Tribunaux de commerce |
| Anvers | 19 | 35 |
| Bruxelles néerlandophone | 4 | 10 |
| Bruxelles francophone | 11 | 13 |
| Louvain | 2 | 4 |
| Nivelles | 2 | 4 |
| Gand | 23 | 39 |
| Eupen | 2 | 2 |
| Liège | 21 | 31 |
| Mons - Charleroi | 14 | 17]1 |
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 59, 002; En vigueur : 31-01-2014> | ||
Art.123. Artikel 45bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 september 1985 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2005, wordt vervangen als volgt :
Art.123. L'article 45bis de la même loi, inséré par la loi du 23 septembre 1985 et modifié par la loi du 13 avril 2005, est remplacé par ce qui suit :
Art. 117. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 20 juli 1971 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten, vervangen door de wet van 25 april 2007, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 117. Le tableau figurant à l'article unique de la loi du 20 juillet 1971 déterminant le cadre du personnel des justices de paix, remplacé par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par le tableau suivant :
| Arrondissement | Griffier |
| Antwerpen | 87 |
| Limburg | 36 |
| Brussel | 62 |
| Leuven | 22 |
| Waals-Brabant | 16 |
| Oost-Vlaanderen | 66 |
| West-Vlaanderen | 55 |
| Eupen | 3 |
| Luik | 55 |
| Luxemburg | 13 |
| Namen | 23 |
| Henegouwen | 66 |
| Arrondissement | Greffier |
| Anvers | 87 |
| Limbourg | 36 |
| Bruxelles | 62 |
| Louvain | 22 |
| Brabant wallon | 16 |
| Flandre orientale | 66 |
| Flandre occidentale | 55 |
| Eupen | 3 |
| Liège | 55 |
| Luxembourg | 13 |
| Namur | 23 |
| Hainaut | 66 |
Art.125.[1 In artikel 5, § 1, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, wordt de zin "De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel hun ambt uit in het gebied van die twee arrondissementen." vervangen door de zin "De notarissen met standplaats in de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel ook hun ambt uit in de hier genoemde gebiedsomschrijvingen."]1
Art.125.[1 Dans l'article 5, § 1er, de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, modifié par la loi du 4 mai 1999, la phrase "Toutefois, ceux qui ont leur résidence dans l'arrondissement judiciaire de Verviers ou dans celui d'Eupen exercent leurs fonctions dans l'étendue de ces deux arrondissements." est remplacée par la phrase "Toutefois, ceux qui ont leur résidence dans les cantons de Limbourg-Aubel, de Malmedy-Spa-Stavelot, de Verviers-Herve et dans le deuxième canton de Verviers ou dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen exercent également leurs fonctions dans les limites territoriales ci-mentionnées.".]1
Art. 118. De tabel opgenomen in het enig artikel van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, wordt vervangen door de volgende tabel :
Art. 118. Le tableau figurant à l'article unique de la loi du 2 juillet 1975 déterminant le cadre du personnel des tribunaux de première instance, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 31 décembre 2012, est remplacé par le tableau suivant :
| [1 Arrondissement | Hoofdgriffier | Griffier-hoofd van dienst | Griffier |
| Antwerpen | 1 | 8 | 108 |
| Limburg | 1 | 4 | 35 |
| Brussel Nederlandstalig | 1 | 3 | 45 |
| Brussel Franstalig | 1 | 8 | 125 |
| Leuven | 1 | 3 | 21 |
| Waals-Brabant | 1 | 2 | 22 |
| Oost-Vlaanderen | 1 | 7 | 92 |
| West-Vlaanderen | 1 | 7 | 66 |
| Eupen | 1 | 0 | 5 |
| Luik | 1 | 5 | 77 |
| Luxemburg | 1 | 3 | 24 |
| Namen | 1 | 3 | 29 |
| Henegouwen | 1 | 8 | 97]1 |
| (1)<W 2014-01-06/64, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 31-01-2014> | |||
| [1 Arrondissement | Greffier en chef | Greffier-chef de service | Greffier |
| Anvers | 1 | 8 | 108 |
| Limbourg | 1 | 4 | 35 |
| Bruxelles néerlandophone | 1 | 3 | 45 |
| Bruxelles francophone | 1 | 8 | 125 |
| Louvain | 1 | 3 | 21 |
| Brabant wallon | 1 | 2 | 22 |
| Flandre orientale | 1 | 7 | 92 |
| Flandre occidentale | 1 | 7 | 66 |
| Eupen | 1 | 0 | 5 |
| Liège | 1 | 5 | 77 |
| Luxembourg | 1 | 3 | 24 |
| Namur | 1 | 3 | 29 |
| Hainaut | 1 | 8 | 97]1 |
| (1)<L 2014-01-06/64, art. 60, 002; En vigueur : 31-01-2014> | |||
Art.127. In artikel 7 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, gewijzigd bij de wet van 22 april 1999, worden de woorden " Brugge, Brussel en Veurne " vervangen door de woorden " West-Vlaanderen en Brussel ".
Art.127. Dans l'article 7 de la loi du 10 octobre 1978 portant établissement d'une zone de pêche de la Belgique, modifié par la loi du 22 avril 1999, les mots " , de Bruges, de Bruxelles et de Furnes " sont remplacés par les mots " de Flandre occidentale et de Bruxelles ".
Art. 119. In artikel 1 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wetten van 23 september 1985 en 19 juli 2012, worden de woorden " die hun zetel hebben in de provincies Henegouwen, Luxemburg en Namen en in de arrondissementen Nijvel, Luik, Hoei en Verviers " vervangen door de woorden " die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant ".
Art. 119. Dans l'article 1er de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, modifié par les lois des 23 septembre 1985 et 19 juillet 2012, les mots " dont le siège est établi dans les provinces de Hainaut, de Luxembourg, de Namur et dans les arrondissements de Nivelles, Liège, Huy et Verviers " sont remplacés par les mots " qui exercent leur juridiction dans les arrondissements du Hainaut, de Liège, de Luxembourg, de Namur et du Brabant wallon ".
Art. 120. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 september 1985 en 19 juli 2012 worden de woorden " die hun zetel hebben in de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Limburg en in het arrondissement Leuven " vervangen door de woorden " die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Limburg en Leuven ".
Art. 120. Dans l'article 2 de la même loi, modifié par les lois du 23 septembre 1985 et 19 juillet 2012, les mots " dont le siège est établi dans les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, de Limbourg et dans l'arrondissement de Louvain " sont remplacés par les mots " qui exercent leur juridiction dans les arrondissements d'Anvers, de Flandre orientale, de Flandre occidentale, du Limbourg et de Louvain ".
Art.129. In artikel 430, 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Elke balie of orde organiseert zich bij een afdeling van de rechtbank of bij de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement. Uiterlijk op 1 december van elk jaar wordt een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het werkingsgebied van de Orde hebben. ".
" Elke balie of orde organiseert zich bij een afdeling van de rechtbank of bij de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement. Uiterlijk op 1 december van elk jaar wordt een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het werkingsgebied van de Orde hebben. ".
Art.129. Dans l'article 430, 1, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 22 novembre 2001, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Chaque barreau ou ordre s'organise auprès d'une division du tribunal ou près du tribunal de l'arrondissement. Il est dressé, au plus tard le 1er décembre de chaque année, un tableau de l'Ordre des avocats, une liste des avocats qui exercent leur profession sous le titre professionnel d'un autre état membre de l'Union européenne et une liste des stagiaires ayant leur cabinet sur le territoire d'activité de l'Ordre. ".
" Chaque barreau ou ordre s'organise auprès d'une division du tribunal ou près du tribunal de l'arrondissement. Il est dressé, au plus tard le 1er décembre de chaque année, un tableau de l'Ordre des avocats, une liste des avocats qui exercent leur profession sous le titre professionnel d'un autre état membre de l'Union européenne et une liste des stagiaires ayant leur cabinet sur le territoire d'activité de l'Ordre. ".
Art. 122. In artikel 43 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " of van toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " te Tongeren " vervangen door de woorden " die rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg ";
4° in paragraaf 3 worden de woorden " of tot toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
5° in paragraaf 4 worden de woorden " werkende, plaatsvervangende of toegevoegde vrederechters " vervangen door de woorden " werkende en plaatsvervangende vrederechters ";
6° in paragraaf 4bis worden de woorden " of toegevoegde " opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden " of van toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " te Tongeren " vervangen door de woorden " die rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg ";
4° in paragraaf 3 worden de woorden " of tot toegevoegd rechter in een vredegerecht of een politierechtbank " opgeheven;
5° in paragraaf 4 worden de woorden " werkende, plaatsvervangende of toegevoegde vrederechters " vervangen door de woorden " werkende en plaatsvervangende vrederechters ";
6° in paragraaf 4bis worden de woorden " of toegevoegde " opgeheven.
Art. 122. A l'article 43 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " ou de juge de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police " sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " à Tournai " sont remplacés par les mots " à Mons ";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " à Tongres " sont remplacés par les mots " qui exercent leur compétence dans l'arrondissement du Limbourg ";
4° dans le paragraphe 3, les mots " ou juge de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police " sont abrogés;
5° dans le paragraphe 4, les mots " effectifs, suppléants et de complément " sont remplacés par les mots " effectifs et suppléants ";
6° dans le paragraphe 4bis, les mots " ou de complément " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, les mots " ou de juge de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police " sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " à Tournai " sont remplacés par les mots " à Mons ";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " à Tongres " sont remplacés par les mots " qui exercent leur compétence dans l'arrondissement du Limbourg ";
4° dans le paragraphe 3, les mots " ou juge de complément dans une justice de paix ou un tribunal de police " sont abrogés;
5° dans le paragraphe 4, les mots " effectifs, suppléants et de complément " sont remplacés par les mots " effectifs et suppléants ";
6° dans le paragraphe 4bis, les mots " ou de complément " sont abrogés.
Art. 123. Artikel 45bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 september 1985 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2005, wordt vervangen als volgt :
" Art. 45bis. In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank, tot procureur des Konings, substituut-procureur des Konings of substituut-arbeidsauditeur, tot vrederechter of plaatsvervangend vrederechter, tot rechter of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien door zijn diploma bewijst dat hij de examens van de licentie in de rechten in het Frans heeft afgelegd of het bewijs levert van de kennis van het Frans. ".
" Art. 45bis. In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank, tot procureur des Konings, substituut-procureur des Konings of substituut-arbeidsauditeur, tot vrederechter of plaatsvervangend vrederechter, tot rechter of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien door zijn diploma bewijst dat hij de examens van de licentie in de rechten in het Frans heeft afgelegd of het bewijs levert van de kennis van het Frans. ".
Art. 123. L'article 45bis de la même loi, inséré par la loi du 23 septembre 1985 et modifié par la loi du 13 avril 2005, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 45bis. Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé aux fonctions de président, vice-président, juge ou juge suppléant au tribunal de première instance, au tribunal de commerce et au tribunal du travail, de procureur du Roi, substitut du procureur du Roi ou substitut de l'auditeur du travail, de juge de paix ou de juge de paix suppléant, juge ou juge suppléant au tribunal de police, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et, en outre, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en droit en langue française ou s'il ne justifie de la connaissance de la langue française. ".
" Art. 45bis. Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé aux fonctions de président, vice-président, juge ou juge suppléant au tribunal de première instance, au tribunal de commerce et au tribunal du travail, de procureur du Roi, substitut du procureur du Roi ou substitut de l'auditeur du travail, de juge de paix ou de juge de paix suppléant, juge ou juge suppléant au tribunal de police, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et, en outre, s'il ne justifie par son diplôme qu'il a subi les examens de la licence en droit en langue française ou s'il ne justifie de la connaissance de la langue française. ".
Art. 124. In artikel 53 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord " Tongeren " vervangen door het woord " Hasselt ";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. ".
1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord " Doornik " vervangen door het woord " Bergen ";
2° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord " Tongeren " vervangen door het woord " Hasselt ";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. ".
Art. 124. A l'article 53 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " de Tournai " sont remplacés par les mots " de Mons ";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " de Tongres " sont remplacés par les mots " de Hasselt ";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, d'une justice de paix, d'un tribunal de police ou, en temps de guerre, d'un tribunal militaire, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et de la langue française.
En outre, deux greffiers de la cour d'appel dont le siège est établi à Liège et un greffier de la cour du travail dont le siège est établi à Liège doivent justifier de la connaissance de la langue allemande. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " de Tournai " sont remplacés par les mots " de Mons ";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " de Tongres " sont remplacés par les mots " de Hasselt ";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Dans l'arrondissement d'Eupen, nul ne peut être nommé à la fonction de greffier du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, d'une justice de paix, d'un tribunal de police ou, en temps de guerre, d'un tribunal militaire, s'il ne justifie de la connaissance de la langue allemande et de la langue française.
En outre, deux greffiers de la cour d'appel dont le siège est établi à Liège et un greffier de la cour du travail dont le siège est établi à Liège doivent justifier de la connaissance de la langue allemande. ".
Art. 125. [1 In artikel 5, § 1, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, wordt de zin "De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel hun ambt uit in het gebied van die twee arrondissementen." vervangen door de zin "De notarissen met standplaats in de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel ook hun ambt uit in de hier genoemde gebiedsomschrijvingen."]1
Art. 125. [1 Dans l'article 5, § 1er, de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, modifié par la loi du 4 mai 1999, la phrase "Toutefois, ceux qui ont leur résidence dans l'arrondissement judiciaire de Verviers ou dans celui d'Eupen exercent leurs fonctions dans l'étendue de ces deux arrondissements." est remplacée par la phrase "Toutefois, ceux qui ont leur résidence dans les cantons de Limbourg-Aubel, de Malmedy-Spa-Stavelot, de Verviers-Herve et dans le deuxième canton de Verviers ou dans l'arrondissement judiciaire d'Eupen exercent également leurs fonctions dans les limites territoriales ci-mentionnées.".]1
Art. 126. Artikel 31 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
" Art. 31. Het getal en de spreiding van de notariskantoren in een arrondissement, evenals de standplaatsen ervan worden door de Koning derwijze bepaald dat er niet meer dan één notaris is per 9 000 inwoners.
Vermindering van het aantal plaatsen met toepassing van het eerste lid geschiedt naar gelang van de vacatures; een plaats die openvalt in een arrondissement waar het aantal hoger is, kan evenwel niet worden opgeheven dan op eensluidend en met redenen omkleed advies van de tuchtkamer en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Die adviezen moeten ingewonnen telkens wanneer er een plaats openvalt en binnen een termijn van één maand na de aanvraag worden uitgebracht.
Het aantal ingevulde plaatsen per gerechtelijk arrondissement kan nooit minder bedragen dan het aantal plaatsen bepaald met toepassing van het eerste lid, verminderd met één.
De geassocieerde notarissen, die geen titularis zijn, worden niet begrepen onder het aantal notarissen dat met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt vastgesteld.
Voor de bepaling van het aantal notarissen worden de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers en het gerechtelijk arrondissement Eupen geacht maar één arrondissement te vormen. ".
" Art. 31. Het getal en de spreiding van de notariskantoren in een arrondissement, evenals de standplaatsen ervan worden door de Koning derwijze bepaald dat er niet meer dan één notaris is per 9 000 inwoners.
Vermindering van het aantal plaatsen met toepassing van het eerste lid geschiedt naar gelang van de vacatures; een plaats die openvalt in een arrondissement waar het aantal hoger is, kan evenwel niet worden opgeheven dan op eensluidend en met redenen omkleed advies van de tuchtkamer en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Die adviezen moeten ingewonnen telkens wanneer er een plaats openvalt en binnen een termijn van één maand na de aanvraag worden uitgebracht.
Het aantal ingevulde plaatsen per gerechtelijk arrondissement kan nooit minder bedragen dan het aantal plaatsen bepaald met toepassing van het eerste lid, verminderd met één.
De geassocieerde notarissen, die geen titularis zijn, worden niet begrepen onder het aantal notarissen dat met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt vastgesteld.
Voor de bepaling van het aantal notarissen worden de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers en het gerechtelijk arrondissement Eupen geacht maar één arrondissement te vormen. ".
Art. 126. L'article 31 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 4 mai 1999, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 31. Le nombre des notaires et leur placement dans un arrondissement, ainsi que leur résidence, sont déterminés par le Roi de manière à ce qu'il n'y ait pas plus d'un notaire par 9 000 habitants.
La réduction du nombre des places résultant de l'alinéa 1er se fait au fur et à mesure des vacances; la place qui devient vacante dans un arrondissement où le nombre est supérieur ne peut toutefois être supprimée que sur avis conformes et motivés de la chambre de discipline et du président du tribunal de première instance. Ces avis doivent chaque fois être demandés quand une place devient vacante et être rendus dans un délai d'un mois qui suit la demande.
Le nombre de places occupées par arrondissement judiciaire ne peut jamais être inférieur au nombre de places fixé en application de l'alinéa 1er moins une.
Les notaires associés, non titulaires, ne sont pas compris dans le nombre des notaires fixé en application des alinéas 1er et 2.
Pour la fixation du nombre de notaires, les cantons de Limbourg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve et le deuxième canton de Verviers et l'arrondissement judiciaire d'Eupen sont considérés comme ne formant qu'un arrondissement. ".
" Art. 31. Le nombre des notaires et leur placement dans un arrondissement, ainsi que leur résidence, sont déterminés par le Roi de manière à ce qu'il n'y ait pas plus d'un notaire par 9 000 habitants.
La réduction du nombre des places résultant de l'alinéa 1er se fait au fur et à mesure des vacances; la place qui devient vacante dans un arrondissement où le nombre est supérieur ne peut toutefois être supprimée que sur avis conformes et motivés de la chambre de discipline et du président du tribunal de première instance. Ces avis doivent chaque fois être demandés quand une place devient vacante et être rendus dans un délai d'un mois qui suit la demande.
Le nombre de places occupées par arrondissement judiciaire ne peut jamais être inférieur au nombre de places fixé en application de l'alinéa 1er moins une.
Les notaires associés, non titulaires, ne sont pas compris dans le nombre des notaires fixé en application des alinéas 1er et 2.
Pour la fixation du nombre de notaires, les cantons de Limbourg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, Verviers-Herve et le deuxième canton de Verviers et l'arrondissement judiciaire d'Eupen sont considérés comme ne formant qu'un arrondissement. ".
Art. 127. In artikel 7 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, gewijzigd bij de wet van 22 april 1999, worden de woorden " Brugge, Brussel en Veurne " vervangen door de woorden " West-Vlaanderen en Brussel ".
Art. 127. Dans l'article 7 de la loi du 10 octobre 1978 portant établissement d'une zone de pêche de la Belgique, modifié par la loi du 22 avril 1999, les mots " , de Bruges, de Bruxelles et de Furnes " sont remplacés par les mots " de Flandre occidentale et de Bruxelles ".
Art. 128. In artikel 9 van de wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee, vervangen bij de wet van 22 april 1999, worden de woorden " Brugge, Brussel en Veurne " vervangen door de woorden " West-Vlaanderen en Brussel ".
Art. 128. Dans l'article 9 de la loi du 19 août 1891 relative à la pêche maritime dans la mer territoriale, remplacé par la loi du 22 avril 1999, les mots " , de Bruges, de Bruxelles et de Furnes " sont remplacés par les mots " de Flandre occidentale et de Bruxelles ".
HOOFDSTUK 12. - [1 Advocaten]1
CHAPITRE 12. - [1 Des avocats]1
Art. 129. In artikel 430, 1, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 november 2001, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Elke balie of orde organiseert zich bij een afdeling van de rechtbank of bij de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement. Uiterlijk op 1 december van elk jaar wordt een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het werkingsgebied van de Orde hebben. ".
" Elke balie of orde organiseert zich bij een afdeling van de rechtbank of bij de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement. Uiterlijk op 1 december van elk jaar wordt een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het werkingsgebied van de Orde hebben. ".
Art. 129. Dans l'article 430, 1, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 22 novembre 2001, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Chaque barreau ou ordre s'organise auprès d'une division du tribunal ou près du tribunal de l'arrondissement. Il est dressé, au plus tard le 1er décembre de chaque année, un tableau de l'Ordre des avocats, une liste des avocats qui exercent leur profession sous le titre professionnel d'un autre état membre de l'Union européenne et une liste des stagiaires ayant leur cabinet sur le territoire d'activité de l'Ordre. ".
" Chaque barreau ou ordre s'organise auprès d'une division du tribunal ou près du tribunal de l'arrondissement. Il est dressé, au plus tard le 1er décembre de chaque année, un tableau de l'Ordre des avocats, une liste des avocats qui exercent leur profession sous le titre professionnel d'un autre état membre de l'Union européenne et une liste des stagiaires ayant leur cabinet sur le territoire d'activité de l'Ordre. ".
Art.136. De toepassing van deze wet kan geen afbreuk doen aan de wedden, de weddeverhogingen, de weddebijslagen en pensioenen van de magistraten, de hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen, de griffiers, secretarissen, en de personeelsleden van de griffies en parketsecretariaten die op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan in functie zijn.
In afwijking van het eerste lid behouden de toegevoegde rechters en toegevoegde substituten bedoeld in artikel 150 de weddebijslag niet.
In afwijking van het eerste lid behouden de toegevoegde rechters en toegevoegde substituten bedoeld in artikel 150 de weddebijslag niet.
Art.136. L'application de la présente loi ne peut porter atteinte aux traitements, augmentations de traitement, suppléments de traitement et pensions des magistrats, des greffiers en chef et des secrétaires en chef, des greffiers et des secrétaires ainsi que des membres du personnel des greffes et secrétariats de parquet qui sont en fonction au moment de son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les juges de complément et substituts de complément visés à l'article 150 ne conservent pas le supplément de traitement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les juges de complément et substituts de complément visés à l'article 150 ne conservent pas le supplément de traitement.
Art.137. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de archieven van de voormalige zetels worden toevertrouwd aan de gerechten die Hij aanwijst, en die daarvan uitgiften, afschriften en uittreksels kunnen afleveren.
Art.137. Le Roi détermine les conditions auxquelles les archives des anciens sièges sont confiées aux juridictions qu'Il désigne et qui peuvent en délivrer des expéditions, copies et extraits.
Art.138. Zaken die de dag voor de inwerkingtreding van deze wet aanhangig waren bij een rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, blijven van rechtswege aanhangig bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
Art.138. Les affaires qui étaient pendantes la veille de l'entrée en vigueur de la présente loi devant un tribunal d'un arrondissement qui fait partie conformément à la présente loi d'un nouvel arrondissement étendu restent de plein droit pendantes à la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art.139. In afwachting dat de rechtbank een eengemaakte algemene rol kan houden met toepassing van artikel 711 van het Gerechtelijk Wetboek, houdt elke afdeling een eigen algemene rol op de griffie. Een koninklijk besluit stelt de datum vast waarop [1 de rechtbank één eengemaakte algemene rol houdt]1.
Art.139. En attendant que le tribunal puisse tenir un rôle général unifié en application de l'article 711 du Code judiciaire, chaque division tient son propre rôle général au greffe. Un arrêté royal détermine la date à partir de laquelle un tribunal tient un rôle général unifié.
Art.140. Verzet en derdenverzet tegen beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingediend voor de afdeling die het oorspronkelijke arrondissement vormde.
Art.140. L'opposition et la tierce opposition aux décisions rendues avant l'entrée en vigueur de la présente loi par le tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouvel arrondissement étendu sont formées devant la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art.141. Hoger beroep tegen beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de vrederechters of politierechtbanken van een arrondissement of kanton dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingesteld bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
Art.141. L'appel des décisions rendues avant l'entrée en vigueur de la présente loi par les juges de paix ou les tribunaux de police d'un arrondissement ou canton qui fait partie conformément à la présente loi d'un nouvel arrondissement étendu est formé devant la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art.142. Het verzoek tot herroeping van het gewijsde of de vordering tot intrekking, zoals bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 16 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, van beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingediend voor de afdeling die het oorspronkelijke arrondissement vormde.
Art.142. La requête civile ou la demande de rétractation, visées aux articles 10, 11, 12 et 16 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, de décisions prises avant l'entrée en vigueur de la présente loi par le tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouvel arrondissement étendu, est introduite devant la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art. 142/1. [1 Wanneer voor de inwerkingtreding van deze wet een arrest van het Hof van Cassatie, op grond van artikel 1110, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de zaak heeft verwezen naar een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een uitgebreid arrondissement, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
Die afdeling neemt kennis van de zaak, ongeacht de bepalingen van het zaakverdelingsreglement zoals bedoeld in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek, als gewijzigd bij artikel 50 van deze wet.]1
Die afdeling neemt kennis van de zaak, ongeacht de bepalingen van het zaakverdelingsreglement zoals bedoeld in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek, als gewijzigd bij artikel 50 van deze wet.]1
Art. 142/1. [1 Lorsque, avant l'entrée en vigueur de la présente loi, un arrêt de la Cour de cassation a, sur la base de l'article 1110, alinéa 1er, du Code judiciaire, renvoyé la cause devant le tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un arrondissement étendu, la cause est introduite devant la division qui constituait l'arrondissement initial.
Cette division connaît de la cause nonobstant les dispositions du règlement de répartition des affaires visé à l'article 186 du Code judiciaire, modifié par l'article 50 de la présente loi.]1
Cette division connaît de la cause nonobstant les dispositions du règlement de répartition des affaires visé à l'article 186 du Code judiciaire, modifié par l'article 50 de la présente loi.]1
Art. 136. De toepassing van deze wet kan geen afbreuk doen aan de wedden, de weddeverhogingen, de weddebijslagen en pensioenen van de magistraten, de hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen, de griffiers, secretarissen, en de personeelsleden van de griffies en parketsecretariaten die op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan in functie zijn.
In afwijking van het eerste lid behouden de toegevoegde rechters en toegevoegde substituten bedoeld in artikel 150 de weddebijslag niet.
In afwijking van het eerste lid behouden de toegevoegde rechters en toegevoegde substituten bedoeld in artikel 150 de weddebijslag niet.
Art. 136. L'application de la présente loi ne peut porter atteinte aux traitements, augmentations de traitement, suppléments de traitement et pensions des magistrats, des greffiers en chef et des secrétaires en chef, des greffiers et des secrétaires ainsi que des membres du personnel des greffes et secrétariats de parquet qui sont en fonction au moment de son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les juges de complément et substituts de complément visés à l'article 150 ne conservent pas le supplément de traitement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les juges de complément et substituts de complément visés à l'article 150 ne conservent pas le supplément de traitement.
Art. 143/1. [1 In afwachting van de bijzondere reglementen bedoeld in artikel 88 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 25, en in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 36, blijven de bijzondere reglementen van de hoven en rechtbanken die van toepassing zijn op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, naargelang het geval, in de afdeling, de rechtbank of het hof tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt door de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Art. 143/1. [1 Dans l'attente des règlements particuliers visés à l'article 88 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 25, et à l'article 106 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 36, les règlements particuliers des cours et tribunaux applicables la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continuent à s'appliquer, selon le cas, dans la division, le tribunal ou la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier par le président du tribunal ou le premier président de la cour, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.]1
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.]1
Art. 143/2. [1 In afwachting van het in artikel 132 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 38/1, bedoelde reglement houdende de dienstregeling van het Hof van Cassatie blijft het reglement dat van toepassing is de dag vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing op het hof tot de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie een beschikking houdende de dienstregeling heeft aangenomen en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de eerste voorzitter.
Zodra de beschikking is aangenomen brengt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Zodra de beschikking is aangenomen brengt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Art. 143/2. [1 Dans l'attente du règlement contenant l'ordre de service de la Cour de cassation visé à l'article 132 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 38/1, le règlement applicable la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continue à s'appliquer à la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance contenant l'ordre de service par le premier président de la Cour de cassation et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du premier président.
Dès l'adoption de l'ordonnance, le premier président de la Cour de cassation en informe le ministre de la Justice.]1
Dès l'adoption de l'ordonnance, le premier président de la Cour de cassation en informe le ministre de la Justice.]1
Art.144. In afwachting van het in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 50 van deze wet, bedoelde zaakverdelingsreglement bepaalt de Koning in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het gebied binnen hetwelk elke afdeling haar rechtsmacht, naar de regels van de territoriale bevoegdheid uitoefent. De Koning verdeelt de afdelingen en hun zetel naar de zetel en de grenzen van de arrondissementen en politierechtbanken zoals ze bestonden voor deze wet.
In afwachting van de vaststelling van het zaakverdelingsreglement blijven de afdelingen Brugge en Veurne van het arrondissement West-Vlaanderen bevoegd voor de vorderingen bedoeld in artikel 633, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.
In afwachting van de vaststelling van het zaakverdelingsreglement blijven de afdelingen Brugge en Veurne van het arrondissement West-Vlaanderen bevoegd voor de vorderingen bedoeld in artikel 633, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art.144. Dans l'attente du règlement de répartition des affaires visé à l'article 186 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 50 de la présente loi, le Roi détermine, par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, le territoire sur lequel chaque division exerce sa juridiction, selon les règles de la compétence territoriale. Le Roi délimite les divisions et leur siège en fonction des sièges et frontières des arrondissements et des tribunaux de police telles qu'elles existaient avant la présente loi.
Dans l'attente de l'établissement du règlement de répartition des affaires, les divisions de Bruges et Furnes de l'arrondissement de Flandre occidentale restent compétentes pour les actions visées à l'article 633, § 2, du Code judiciaire.
Dans l'attente de l'établissement du règlement de répartition des affaires, les divisions de Bruges et Furnes de l'arrondissement de Flandre occidentale restent compétentes pour les actions visées à l'article 633, § 2, du Code judiciaire.
Art. 139. In afwachting dat de rechtbank een eengemaakte algemene rol kan houden met toepassing van artikel 711 van het Gerechtelijk Wetboek, houdt elke afdeling een eigen algemene rol op de griffie. Een koninklijk besluit stelt de datum vast waarop [1 de rechtbank één eengemaakte algemene rol houdt]1.
Art. 139. En attendant que le tribunal puisse tenir un rôle général unifié en application de l'article 711 du Code judiciaire, chaque division tient son propre rôle général au greffe. Un arrêté royal détermine la date à partir de laquelle un tribunal tient un rôle général unifié.
Art.146. In afwachting van het zaakverdelingsreglement blijft de afdeling Veurne van het arrondissement West-Vlaanderen eveneens bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen de wetten van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee en van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone en hun uitvoeringsbesluiten.
Art.146. Dans l'attente du règlement de répartition des affaires, la division de Furnes de l'arrondissement de Flandre occidentale reste également compétente pour connaître des infractions aux lois des 19 août 1891 relative à la pêche maritime dans la mer territoriale et 10 octobre 1978 portant établissement d'une zone de pêche de la Belgique et leurs arrêtés d'exécution.
Art. 141. Hoger beroep tegen beslissingen genomen voor de inwerkingtreding van deze wet door de vrederechters of politierechtbanken van een arrondissement of kanton dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid arrondissement, wordt ingesteld bij de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
Art. 141. L'appel des décisions rendues avant l'entrée en vigueur de la présente loi par les juges de paix ou les tribunaux de police d'un arrondissement ou canton qui fait partie conformément à la présente loi d'un nouvel arrondissement étendu est formé devant la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art.147. Magistraten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in een rechtbank of parket van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, zijn van rechtswege benoemd in de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
Magistraten benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of arbeidsauditoraat die door deze wet worden samengevoegd tot op niveau van het rechtsgebied van het hof van beroep, zijn van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of auditoraat van het rechtsgebied van het hof van beroep, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van eerste aanleg van Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank van Eupen. Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn respectievelijk benoemd in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen en, in subsidiaire orde, in de rechtbank van eerste aanleg en, naar gelang van het geval, de arbeidsrechtbank of de rechtbank van koophandel.
[2 Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbank te Eupen. Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbanken te Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn benoemd in het arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank te Eupen en, in subsidiaire orde, bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen.]2
[1 De houders van een definitief adjunct-mandaat dat loopt op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden dat mandaat bij de rechtbank of het parket waar ze benoemd zijn, in voorkomend geval in overtal. De houders van een niet-definitief adjunct-mandaat of van een bijzonder mandaat dat loopt op deze datum behouden dat mandaat en worden geacht het uit te oefenen vanaf het ogenblik waarop zij zijn aangewezen in dit mandaat. In voorkomend geval behouden zij het niet-definitieve adjunct-mandaat in overtal.
De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Halle zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Vilvoorde, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Vilvoorde zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Halle, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
De magistraten die van rechtswege in een nieuwe rechtbank of een nieuw parket benoemd zijn zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging behouden de anciënniteit verworven in de rechtbanken of parketten die de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket uitmaken.]1
Magistraten benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of arbeidsauditoraat die door deze wet worden samengevoegd tot op niveau van het rechtsgebied van het hof van beroep, zijn van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank, rechtbank van koophandel of auditoraat van het rechtsgebied van het hof van beroep, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van eerste aanleg van Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd in de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank van Eupen. Magistraten die benoemd zijn in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn respectievelijk benoemd in de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank van Eupen en, in subsidiaire orde, in de rechtbank van eerste aanleg en, naar gelang van het geval, de arbeidsrechtbank of de rechtbank van koophandel.
[2 Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, zijn in subsidiaire orde benoemd bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbank te Eupen. Magistraten die benoemd zijn bij het parket van de arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbanken te Eupen-Verviers en aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal voldoen, zijn benoemd in het arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank te Eupen en, in subsidiaire orde, bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen.]2
[1 De houders van een definitief adjunct-mandaat dat loopt op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden dat mandaat bij de rechtbank of het parket waar ze benoemd zijn, in voorkomend geval in overtal. De houders van een niet-definitief adjunct-mandaat of van een bijzonder mandaat dat loopt op deze datum behouden dat mandaat en worden geacht het uit te oefenen vanaf het ogenblik waarop zij zijn aangewezen in dit mandaat. In voorkomend geval behouden zij het niet-definitieve adjunct-mandaat in overtal.
De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Halle zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Vilvoorde, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Vilvoorde zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Halle, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
De magistraten die van rechtswege in een nieuwe rechtbank of een nieuw parket benoemd zijn zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging behouden de anciënniteit verworven in de rechtbanken of parketten die de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket uitmaken.]1
Art.147. Les magistrats qui, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés à un tribunal ou un parquet d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouvel arrondissement étendu, sont de plein droit nommés au nouveau tribunal ou au nouveau parquet, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés au tribunal du travail, au tribunal de commerce ou à l'auditorat du travail qui, conformément à la présente loi, sont fusionnés jusqu'au niveau du ressort de la cour d'appel, sont de plein droit nommés au tribunal du travail ou de commerce ou à l'auditorat du ressort de la cour d'appel, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés au tribunal de première instance d'Eupen sont nommés, à titre subsidiaire, au tribunal de commerce et au tribunal du travail d'Eupen. Les magistrats nommés au tribunal de commerce ou au tribunal du travail d'Eupen-Verviers qui satisfont à la condition de connaissance de la langue allemande sont respectivement nommés au tribunal de commerce ou au tribunal du travail d'Eupen, et à titre subsidiaire, au tribunal de première instance et, selon le cas, au tribunal du travail ou de commerce.
[2 Les magistrats nommés au parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen sont nommés à titre subsidiaire au parquet de l'auditeur du travail près le tribunal du travail d'Eupen. Les magistrats nommés au parquet de l'auditeur du travail près les tribunaux du travail d'Eupen-Verviers qui satisfont à la condition de connaissance de la langue allemande sont nommés à l'auditorat du travail près le tribunal du travail d'Eupen, et à titre subsidiaire, au parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen.]2
[1 Les titulaires d'un mandat adjoint définitif en cours à la date d'entrée en vigueur de la présente loi conservent ce mandat auprès de la juridiction ou du parquet où ils sont nommés, le cas échéant en surnombre. Les titulaires d'un mandat adjoint non définitif ou d'un mandat spécifique en cours à cette date conservent ce mandat et sont censés l'exercer depuis le moment où ils ont été désignés à ce mandat. Le cas échéant, ils conservent le mandat adjoint non définitif en surnombre.
Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés au tribunal de police de Hal à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit nommés au tribunal de police de Vilvorde sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment. Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés à la date d'entrée en vigueur de la présente loi au tribunal de police de Vilvorde sont de plein droit nommés au tribunal de police de Hal sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés d'office dans un nouveau tribunal ou parquet sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment conservent l'ancienneté acquise dans les tribunaux ou parquets formant le nouveau tribunal ou parquet.]1
Les magistrats nommés au tribunal du travail, au tribunal de commerce ou à l'auditorat du travail qui, conformément à la présente loi, sont fusionnés jusqu'au niveau du ressort de la cour d'appel, sont de plein droit nommés au tribunal du travail ou de commerce ou à l'auditorat du ressort de la cour d'appel, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés au tribunal de première instance d'Eupen sont nommés, à titre subsidiaire, au tribunal de commerce et au tribunal du travail d'Eupen. Les magistrats nommés au tribunal de commerce ou au tribunal du travail d'Eupen-Verviers qui satisfont à la condition de connaissance de la langue allemande sont respectivement nommés au tribunal de commerce ou au tribunal du travail d'Eupen, et à titre subsidiaire, au tribunal de première instance et, selon le cas, au tribunal du travail ou de commerce.
[2 Les magistrats nommés au parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen sont nommés à titre subsidiaire au parquet de l'auditeur du travail près le tribunal du travail d'Eupen. Les magistrats nommés au parquet de l'auditeur du travail près les tribunaux du travail d'Eupen-Verviers qui satisfont à la condition de connaissance de la langue allemande sont nommés à l'auditorat du travail près le tribunal du travail d'Eupen, et à titre subsidiaire, au parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen.]2
[1 Les titulaires d'un mandat adjoint définitif en cours à la date d'entrée en vigueur de la présente loi conservent ce mandat auprès de la juridiction ou du parquet où ils sont nommés, le cas échéant en surnombre. Les titulaires d'un mandat adjoint non définitif ou d'un mandat spécifique en cours à cette date conservent ce mandat et sont censés l'exercer depuis le moment où ils ont été désignés à ce mandat. Le cas échéant, ils conservent le mandat adjoint non définitif en surnombre.
Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés au tribunal de police de Hal à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit nommés au tribunal de police de Vilvorde sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment. Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés à la date d'entrée en vigueur de la présente loi au tribunal de police de Vilvorde sont de plein droit nommés au tribunal de police de Hal sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés d'office dans un nouveau tribunal ou parquet sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment conservent l'ancienneté acquise dans les tribunaux ou parquets formant le nouveau tribunal ou parquet.]1
Art.148. De toegevoegde vrederechters die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven benoemd als toegevoegde vrederechters in het vredegerecht of de vredegerechten waarin zij zijn benoemd.
De toegevoegde rechters in de politierechtbank die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd als toegevoegde rechters in de politierechtbank, in de politierechtbank die in het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek wordt bedoeld en die de politierechtbank waarin zij zijn benoemd, vervangt.
Zij die tegelijkertijd tot toegevoegd vrederechter en toegevoegd rechter in de politierechtbank werden benoemd, blijven benoemd als toegevoegd vrederechter in het (de) vredegerecht(en) waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd vrederechter en worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd tot toegevoegde rechter in de politierechtbank in het arrondissement dat het arrondissement waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd rechter in de politierechtbank, vervangt.
De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek die van toepassing zijn op de vrederechters en rechters in de politierechtbank zijn van toepassing op de toegevoegde vrederechters en toegevoegde rechters in de politierechtbank.
De toegevoegde rechters in de politierechtbank die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd als toegevoegde rechters in de politierechtbank, in de politierechtbank die in het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek wordt bedoeld en die de politierechtbank waarin zij zijn benoemd, vervangt.
Zij die tegelijkertijd tot toegevoegd vrederechter en toegevoegd rechter in de politierechtbank werden benoemd, blijven benoemd als toegevoegd vrederechter in het (de) vredegerecht(en) waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd vrederechter en worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd tot toegevoegde rechter in de politierechtbank in het arrondissement dat het arrondissement waarin zij zijn benoemd tot toegevoegd rechter in de politierechtbank, vervangt.
De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek die van toepassing zijn op de vrederechters en rechters in de politierechtbank zijn van toepassing op de toegevoegde vrederechters en toegevoegde rechters in de politierechtbank.
Art.148. Les juges de paix de complément nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi restent nommés en qualité de juge de paix de complément à la ou aux justices de paix auxquelles ils ont été nommés.
Les juges de complément au tribunal de police nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés d'office juge de complément au tribunal de police sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de police visé à l'annexe au Code judiciaire qui se substitue au tribunal de police auquel ils ont été nommés.
Ceux qui ont été nommé à la fois juge de paix de complément et juge de complément au tribunal de police restent nommés en qualité de juge de paix de complément à la ou aux justices de paix auxquelles ils ont été nommés juge de paix de complément et sont nommés d'office sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, juge de complément au tribunal de police dans l'arrondissement qui se substitue à l'arrondissement dans lequel ils ont été nommés juge de complément au tribunal de police.
Les dispositions du Code judiciaire applicables aux juges de paix et aux juges au tribunal de police sont applicables aux juges de paix de complément et aux juges de complément au tribunal de police.
Les juges de complément au tribunal de police nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés d'office juge de complément au tribunal de police sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de police visé à l'annexe au Code judiciaire qui se substitue au tribunal de police auquel ils ont été nommés.
Ceux qui ont été nommé à la fois juge de paix de complément et juge de complément au tribunal de police restent nommés en qualité de juge de paix de complément à la ou aux justices de paix auxquelles ils ont été nommés juge de paix de complément et sont nommés d'office sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, juge de complément au tribunal de police dans l'arrondissement qui se substitue à l'arrondissement dans lequel ils ont été nommés juge de complément au tribunal de police.
Les dispositions du Code judiciaire applicables aux juges de paix et aux juges au tribunal de police sont applicables aux juges de paix de complément et aux juges de complément au tribunal de police.
Art. 148/1. [1 Wanneer de voorzitter van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank een vrederechter is en het kanton waarin hij is benoemd een andere vrederechter bevat, wordt hij in afwijking van artikel 259quater, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek in zijn oorspronkelijk vredegerecht vervangen door deze vrederechter.]1
Art. 148/1. [1 Par dérogation à l'article 259quater, § 5, du Code judiciaire, lorsque le président des juges de paix et juges au tribunal de police est un juge de paix et que le canton dans lequel il est nommé comporte un autre juge de paix, il est remplacé dans sa justice de paix d'origine par ce juge de paix.]1
Art. 143/1. [1 In afwachting van de bijzondere reglementen bedoeld in artikel 88 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 25, en in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 36, blijven de bijzondere reglementen van de hoven en rechtbanken die van toepassing zijn op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, naargelang het geval, in de afdeling, de rechtbank of het hof tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt door de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Art. 143/1. [1 Dans l'attente des règlements particuliers visés à l'article 88 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 25, et à l'article 106 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 36, les règlements particuliers des cours et tribunaux applicables la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continuent à s'appliquer, selon le cas, dans la division, le tribunal ou la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier par le président du tribunal ou le premier président de la cour, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.]1
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.]1
Art. 143/2. [1 In afwachting van het in artikel 132 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 38/1, bedoelde reglement houdende de dienstregeling van het Hof van Cassatie blijft het reglement dat van toepassing is de dag vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing op het hof tot de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie een beschikking houdende de dienstregeling heeft aangenomen en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de eerste voorzitter.
Zodra de beschikking is aangenomen brengt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Zodra de beschikking is aangenomen brengt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie de minister van Justitie hiervan op de hoogte.]1
Art. 143/2. [1 Dans l'attente du règlement contenant l'ordre de service de la Cour de cassation visé à l'article 132 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 38/1, le règlement applicable la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continue à s'appliquer à la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance contenant l'ordre de service par le premier président de la Cour de cassation et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du premier président.
Dès l'adoption de l'ordonnance, le premier président de la Cour de cassation en informe le ministre de la Justice.]1
Dès l'adoption de l'ordonnance, le premier président de la Cour de cassation en informe le ministre de la Justice.]1
Art.150. § 1. De toegevoegde rechters, met opdracht in een rechtbank van eerste aanleg, bedoeld in de artikelen 80, 86bis en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die als toegevoegde rechters werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een rechtbank van eerste aanleg waarin zij zijn aangewezen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en, in subsidiaire orde, in alle andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 2. De toegevoegde substituten van de procureur des Konings bedoeld in de artikelen 326, § 1, en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waarin zij opdracht hebben gekregen en, in subsidiaire orde, in alle andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 3. De toegevoegde rechters met opdracht in de rechtbank van koophandel die werden benoemd tot toegevoegd rechter voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 4. De toegevoegde rechters met opdracht in de arbeidsrechtbank die werden benoemd tot toegevoegde rechters voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 5. De toegevoegde substituten van de arbeidsauditeur die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in het arbeidsauditoraat van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 2. De toegevoegde substituten van de procureur des Konings bedoeld in de artikelen 326, § 1, en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waarin zij opdracht hebben gekregen en, in subsidiaire orde, in alle andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 3. De toegevoegde rechters met opdracht in de rechtbank van koophandel die werden benoemd tot toegevoegd rechter voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 4. De toegevoegde rechters met opdracht in de arbeidsrechtbank die werden benoemd tot toegevoegde rechters voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 5. De toegevoegde substituten van de arbeidsauditeur die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in het arbeidsauditoraat van het rechtsgebied van het arbeidshof.
Art.150. § 1er. Les juges de complément délégués dans un tribunal de première instance visés aux articles 80, 86bis et 259sexies du Code judiciaire, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment dans un tribunal de première instance auquel ils ont été désignés au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi et, à titre subsidiaire, à tous les autres tribunaux de première instance du ressort de la cour d'appel.
§ 2. Les substituts du procureur du Roi de complément visés aux articles 326, § 1er, et 259sexies du Code judiciaire, nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, dans un parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance auquel ils ont été délégués et, à titre subsidiaire, à tous les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 3. Les juges de complément délégués au tribunal de commerce, nommés juge de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel.
§ 4. Les juges de complément délégués au tribunal du travail, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi et dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal du travail du ressort de la cour du travail.
§ 5. Les substituts de l'auditeur du travail de complément nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment à l'auditorat du travail du ressort de la cour du travail.
§ 2. Les substituts du procureur du Roi de complément visés aux articles 326, § 1er, et 259sexies du Code judiciaire, nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, dans un parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance auquel ils ont été délégués et, à titre subsidiaire, à tous les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 3. Les juges de complément délégués au tribunal de commerce, nommés juge de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel.
§ 4. Les juges de complément délégués au tribunal du travail, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi et dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal du travail du ressort de la cour du travail.
§ 5. Les substituts de l'auditeur du travail de complément nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment à l'auditorat du travail du ressort de la cour du travail.
Art.151. De toegevoegde magistraten bedoeld in de artikelen 148, tweede en derde lid, en 150 behouden de anciënniteit die ze hebben verworven als toegevoegd magistraat en hebben rang vanaf de datum van hun benoeming als toegevoegd magistraat.
Art.151. Les magistrats de complément visés aux articles 148, alinéas 2 et 3, et 150 conservent l'ancienneté acquise comme magistrat de complément et prennent rang à la date de leur nomination comme magistrat de complément.
Art.152. [1 Magistraten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet bij toepassing van artikel 100 van het Gerechtelijk Wetboek benoemd zijn in of bij verschillende rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep en die door deze wet deel uitmaken van verschillende rechtbanken van eerste aanleg van dat rechtsgebied, zijn van rechtswege benoemd in een rechtbank van eerste aanleg of een parket waarin zij benoemd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en, in subsidiaire orde, in alle rechtbanken van eerste aanleg of parketten van het rechtsgebied van het hof van beroep, zonder toepassing van artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.]1
Art.152. [1 Les magistrats qui, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés, en application de l'article 100 du Code judiciaire, à ou près de différents tribunaux de première instance du ressort de la cour d'appel et qui, conformément à la présente loi, font partie de différents tribunaux de première instance de ce ressort, sont de plein droit nommés dans un tribunal de première instance ou un parquet dans lequel ils étaient nommés au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi et, à titre subsidiaire, dans tous les tribunaux de première instance ou parquets du ressort de la cour d'appel, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du même Code et sans nouvelle prestation de serment.]1
Art.153.Rechters in sociale zaken, rechters in handelszaken en plaatsvervangende rechters die benoemd zijn in een rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, blijven benoemd in de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
Art.153.Les juges sociaux, juges consulaires et juges suppléants nommés à un tribunal d`un arrondissement qui, conformément à la présente loi, fait partie d'un nouveau ressort étendu, restent nommés dans la division qui constituait l'arrondissement initial.
Art.154. [1 § 1. In elke rechtbank of elk parket van een nieuw rechtsgebied dat bij deze wet wordt opgericht, wordt een nieuwe korpschef aangewezen voor een mandaat bedoeld in artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek.
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.]1
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.]1
Art.154. [1 § 1er. Un nouveau chef de corps est désigné pour un mandat visé à l'article 259quater du Code judiciaire, dans chaque tribunal ou parquet d'un nouveau ressort qui est créé par la présente loi.
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.]1
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.]1
Änderungen
Art. 154/1. [1 Een korpschef wiens mandaat eindigt tussen de bekendmaking van deze wet en de aanwijzing van een korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, behoudt met zijn instemming zijn mandaat en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur van de afdeling waarvan hij korpschef was en dit tot op het ogenblik waarop de korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket in functie treedt. Na deze periode zijn de regels inzake het einde van het mandaat van korpschef op hem van toepassing. Indien de uittredende korpschef niet instemt, wijst hij een vervanger aan.
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.]1
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.]1
Art. 154/1. [1 Un chef de corps dont le mandat s'achève entre la publication de la présente loi et la désignation d'un chef de corps du nouveau tribunal ou parquet conserve, avec son consentement, son mandat et devient, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, président de division, procureur de division ou auditeur de division de la division dont il était chef de corps, ce jusqu'au moment où le chef de corps du nouveau tribunal ou parquet entre en fonction. Après cette période, les règles de fin de mandat de chef de corps lui sont applicables. Si le chef de corps sortant ne donne pas son accord, il désigne un remplaçant.
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.]1
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.]1
Art. 148/1. [1 Wanneer de voorzitter van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank een vrederechter is en het kanton waarin hij is benoemd een andere vrederechter bevat, wordt hij in afwijking van artikel 259quater, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek in zijn oorspronkelijk vredegerecht vervangen door deze vrederechter.]1
Art. 148/1. [1 Par dérogation à l'article 259quater, § 5, du Code judiciaire, lorsque le président des juges de paix et juges au tribunal de police est un juge de paix et que le canton dans lequel il est nommé comporte un autre juge de paix, il est remplacé dans sa justice de paix d'origine par ce juge de paix.]1
Art. 149. Naargelang van de behoeften van de dienst kan, naar gelang van het geval, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een vrederechter of een toegevoegd vrederechter, die benoemd werd voor de inwerkingtreding van deze wet en die deze opdracht aanvaardt, aanwijzen om zijn functies cumulatief uit te oefenen in een ander kanton.
De opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn genomen, blijft de opdracht echter gelden tot aan het vonnis.
In de opdrachtbeschikking worden de redenen voor de opdracht opgegeven en de nadere regels ervan omschreven.
De opdracht eindigt wanneer de reden ervan vervalt; voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn genomen, blijft de opdracht echter gelden tot aan het vonnis.
In de opdrachtbeschikking worden de redenen voor de opdracht opgegeven en de nadere regels ervan omschreven.
Art. 149. En fonction des nécessités du service, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le président du tribunal de première instance, selon le cas, peut désigner un juge de paix ou un juge de paix de complément nommé avant l'entrée en vigueur de la présente loi, qui accepte cette délégation, pour exercer ses fonctions cumulativement dans un autre canton.
La délégation prend fin avec la cessation de la cause qui l'a motivée; toutefois, pour les affaires en cours de débat ou en délibéré, la délégation produit ses effets jusqu'au jugement.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités.
La délégation prend fin avec la cessation de la cause qui l'a motivée; toutefois, pour les affaires en cours de débat ou en délibéré, la délégation produit ses effets jusqu'au jugement.
L'ordonnance de délégation indique les motifs de la délégation et en précise les modalités.
Art. 149/1. [1 Tot de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank in dienst treden, worden de bevoegdheden die hen zijn toegekend krachtens deze wet uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.]1
Art. 149/1. [1 Jusqu'à l'entrée en fonction des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, les compétences qui leur sont attribuées en vertu de la présente loi sont exercées par le président du tribunal de première instance.]1
Art. 150. § 1. De toegevoegde rechters, met opdracht in een rechtbank van eerste aanleg, bedoeld in de artikelen 80, 86bis en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die als toegevoegde rechters werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een rechtbank van eerste aanleg waarin zij zijn aangewezen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en, in subsidiaire orde, in alle andere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 2. De toegevoegde substituten van de procureur des Konings bedoeld in de artikelen 326, § 1, en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waarin zij opdracht hebben gekregen en, in subsidiaire orde, in alle andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 3. De toegevoegde rechters met opdracht in de rechtbank van koophandel die werden benoemd tot toegevoegd rechter voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 4. De toegevoegde rechters met opdracht in de arbeidsrechtbank die werden benoemd tot toegevoegde rechters voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 5. De toegevoegde substituten van de arbeidsauditeur die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in het arbeidsauditoraat van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 2. De toegevoegde substituten van de procureur des Konings bedoeld in de artikelen 326, § 1, en 259sexies van het Gerechtelijk Wetboek die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in een parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waarin zij opdracht hebben gekregen en, in subsidiaire orde, in alle andere parketten van de procureur des Konings van het rechtsgebied.
§ 3. De toegevoegde rechters met opdracht in de rechtbank van koophandel die werden benoemd tot toegevoegd rechter voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied van het hof van beroep.
§ 4. De toegevoegde rechters met opdracht in de arbeidsrechtbank die werden benoemd tot toegevoegde rechters voor de inwerkingtreding van deze wet en van wie de situatie niet wordt geregeld door artikel 63 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in de arbeidsrechtbank van het rechtsgebied van het arbeidshof.
§ 5. De toegevoegde substituten van de arbeidsauditeur die werden benoemd voor de inwerkingtreding van deze wet, worden zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging van rechtswege benoemd in het arbeidsauditoraat van het rechtsgebied van het arbeidshof.
Art. 150. § 1er. Les juges de complément délégués dans un tribunal de première instance visés aux articles 80, 86bis et 259sexies du Code judiciaire, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment dans un tribunal de première instance auquel ils ont été désignés au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi et, à titre subsidiaire, à tous les autres tribunaux de première instance du ressort de la cour d'appel.
§ 2. Les substituts du procureur du Roi de complément visés aux articles 326, § 1er, et 259sexies du Code judiciaire, nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, dans un parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance auquel ils ont été délégués et, à titre subsidiaire, à tous les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 3. Les juges de complément délégués au tribunal de commerce, nommés juge de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel.
§ 4. Les juges de complément délégués au tribunal du travail, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi et dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal du travail du ressort de la cour du travail.
§ 5. Les substituts de l'auditeur du travail de complément nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment à l'auditorat du travail du ressort de la cour du travail.
§ 2. Les substituts du procureur du Roi de complément visés aux articles 326, § 1er, et 259sexies du Code judiciaire, nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office, dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment, dans un parquet du procureur du Roi près le tribunal de première instance auquel ils ont été délégués et, à titre subsidiaire, à tous les autres parquets du procureur du Roi du ressort.
§ 3. Les juges de complément délégués au tribunal de commerce, nommés juge de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal de commerce du ressort de la cour d'appel.
§ 4. Les juges de complément délégués au tribunal du travail, nommés juges de complément avant l'entrée en vigueur de la présente loi et dont la situation n'est pas réglée par l'article 63 de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment au tribunal du travail du ressort de la cour du travail.
§ 5. Les substituts de l'auditeur du travail de complément nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont nommés d'office et sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment à l'auditorat du travail du ressort de la cour du travail.
Art.157. Het gerechtspersoneel dat aangeworven is met een arbeidsovereenkomst, blijft verbonden aan de plaats van tewerkstelling die in hun arbeidsovereenkomst is vermeld. Zij kunnen in andere afdelingen worden tewerkgesteld op grond van een nieuw bijvoegsel bij de arbeidsovereenkomst.
Art.157. Les membres du personnel judiciaire qui sont engagés dans le cadre d'un contrat de travail restent attachés au lieu de travail indiqué dans leur contrat de travail. Ils peuvent être employés dans d'autres divisions moyennant un nouvel avenant au contrat de travail.
Art.158. [1 Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de titel van hoofdgriffier.]1
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen of vredegerechten.
[2 Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32.]2
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen of vredegerechten.
[2 Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32.]2
Art.158. [1 Un nouveau greffier en chef est nommé dans chaque nouveau tribunal, au tribunal de première instance d'Eupen, ainsi que dans l'arrondissement pour ce qui est des justices de paix et du tribunal de police. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe de métiers A3 avec le titre de greffier en chef.]1
Les autres greffiers en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau greffier en chef les désigne en tant que greffier de division pour l'assister dans la direction des divisions ou justices de paix.
[2 Au cas où la fonction n'aurait pas fait l'objet d'une pondération, visée à l'article 160 du Code judiciaire, le membre du personnel qui est nommé en qualité de greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement, est nommé dans la classe A3 et bénéficie de l'échelle de traitement A32.]2
Les autres greffiers en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau greffier en chef les désigne en tant que greffier de division pour l'assister dans la direction des divisions ou justices de paix.
[2 Au cas où la fonction n'aurait pas fait l'objet d'une pondération, visée à l'article 160 du Code judiciaire, le membre du personnel qui est nommé en qualité de greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement, est nommé dans la classe A3 et bénéficie de l'échelle de traitement A32.]2
Art. 153. Rechters in sociale zaken, rechters in handelszaken en plaatsvervangende rechters die benoemd zijn in een rechtbank van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, blijven benoemd in de afdeling die het oorspronkelijk arrondissement vormde.
[1 De rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken wier benoemingsprocedure lopende is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet worden benoemd in de afdeling die vermeld staat in de oproep tot kandidaten waarop ze hebben geantwoord.]1
[2 Niettemin kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel, afhankelijk van de behoeften van de dienst, één of meerdere rechters in handelszaken die hun toestemming daartoe verlenen, aanwijzen om hun functie gelijktijdig uit te oefenen in één of meerdere andere afdelingen van het arrondissement waar de rechters in handelszaken zijn benoemd.]2
[1 De rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken wier benoemingsprocedure lopende is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet worden benoemd in de afdeling die vermeld staat in de oproep tot kandidaten waarop ze hebben geantwoord.]1
[2 Niettemin kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel, afhankelijk van de behoeften van de dienst, één of meerdere rechters in handelszaken die hun toestemming daartoe verlenen, aanwijzen om hun functie gelijktijdig uit te oefenen in één of meerdere andere afdelingen van het arrondissement waar de rechters in handelszaken zijn benoemd.]2
Art. 153. Les juges sociaux, juges consulaires et juges suppléants nommés à un tribunal d`un arrondissement qui, conformément à la présente loi, fait partie d'un nouveau ressort étendu, restent nommés dans la division qui constituait l'arrondissement initial.
[1 Les juges sociaux et les juges consulaires dont la procédure de nomination est en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés dans la division mentionnée dans l'appel aux candidats auquel ils ont répondu.]1
[2 Néanmoins, en fonction des nécessités du service, le président du tribunal de commerce peut désigner un ou plusieurs juges consulaires qui y consentent pour exercer simultanément leur fonction dans une ou plusieurs autres divisions de l'arrondissement où les juges consulaires concernés sont nommés.]2
[1 Les juges sociaux et les juges consulaires dont la procédure de nomination est en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés dans la division mentionnée dans l'appel aux candidats auquel ils ont répondu.]1
[2 Néanmoins, en fonction des nécessités du service, le président du tribunal de commerce peut désigner un ou plusieurs juges consulaires qui y consentent pour exercer simultanément leur fonction dans une ou plusieurs autres divisions de l'arrondissement où les juges consulaires concernés sont nommés.]2
Art. 154. [1 § 1. In elke rechtbank of elk parket van een nieuw rechtsgebied dat bij deze wet wordt opgericht, wordt een nieuwe korpschef aangewezen voor een mandaat bedoeld in artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek.
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.]1
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.]1
Art. 154. [1 § 1er. Un nouveau chef de corps est désigné pour un mandat visé à l'article 259quater du Code judiciaire, dans chaque tribunal ou parquet d'un nouveau ressort qui est créé par la présente loi.
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.]1
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.]1
Änderungen
Art. 154/1. [1 Een korpschef wiens mandaat eindigt tussen de bekendmaking van deze wet en de aanwijzing van een korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, behoudt met zijn instemming zijn mandaat en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur van de afdeling waarvan hij korpschef was en dit tot op het ogenblik waarop de korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket in functie treedt. Na deze periode zijn de regels inzake het einde van het mandaat van korpschef op hem van toepassing. Indien de uittredende korpschef niet instemt, wijst hij een vervanger aan.
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.]1
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.]1
Art. 154/1. [1 Un chef de corps dont le mandat s'achève entre la publication de la présente loi et la désignation d'un chef de corps du nouveau tribunal ou parquet conserve, avec son consentement, son mandat et devient, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, président de division, procureur de division ou auditeur de division de la division dont il était chef de corps, ce jusqu'au moment où le chef de corps du nouveau tribunal ou parquet entre en fonction. Après cette période, les règles de fin de mandat de chef de corps lui sont applicables. Si le chef de corps sortant ne donne pas son accord, il désigne un remplaçant.
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.]1
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.]1
Art.159. [1 Er wordt een nieuwe hoofdsecretaris benoemd in elk nieuw parket of arbeidsauditoraat en bij het parket van Eupen, Charleroi en Bergen. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de klasse A3 met de titel van hoofdsecretaris.]1
De overige hoofdsecretarissen behouden hun loon en dragen de eretitel van hun oude functie. De nieuwe hoofdsecretaris wijst hen aan als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij in de leiding van de afdelingen.
De overige hoofdsecretarissen behouden hun loon en dragen de eretitel van hun oude functie. De nieuwe hoofdsecretaris wijst hen aan als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij in de leiding van de afdelingen.
Art.159. [1 Un nouveau secrétaire en chef est nommé dans chaque nouveau parquet ou auditorat du travail et aux parquets d'Eupen, de Charleroi et de Mons. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe A3 avec le titre de secrétaire en chef.]1
Les autres secrétaires en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau secrétaire en chef les désigne en tant que secrétaire de division pour l'assister dans la direction des divisions.
Les autres secrétaires en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau secrétaire en chef les désigne en tant que secrétaire de division pour l'assister dans la direction des divisions.
Änderungen
Art. 155/1. [1 Stagemeesters die op grond van artikel 259octies Gerechtelijk Wetboek belast zijn met de opleiding van een gerechtelijke stagiair op de dag van de inwerkingtreding van deze wet, blijven daartoe bevoegd tot de stage wordt beëindigd.]1
Art. 155/1. [1 Les maîtres de stage qui au jour de l'entrée en vigueur de la loi sont chargés de la formation d'un stagiaire judiciaire sur base de l'article 259octies du Code judiciaire gardent cette compétence jusqu'à la fin du stage.]1
Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen
Section 5. - Autres mesures transitoires
Art. 156. De referendarissen, parketjuristen, griffiers, secretarissen en andere personeelsleden van niveau A en B benoemd op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet in een rechtbank of parket van een arrondissement dat door deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, worden benoemd in het nieuwe arrondissement waarin hun oorspronkelijke rechtbank of parket gelegen was, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. [1 De op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet in de vredegerechten benoemde personeelsleden van niveau A en B worden ambtshalve herbenoemd in het gerechtelijk arrondissement, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.]1
De personeelsleden van niveau C en D benoemd in een griffie, parketsecretariaat en steundienst, blijven verbonden aan de rechtbank of het parket waar ze voor de inwerkingtreding van deze wet waren benoemd en die nu een afdeling vormt.
De personeelsleden van niveau C en D benoemd in een griffie, parketsecretariaat en steundienst, blijven verbonden aan de rechtbank of het parket waar ze voor de inwerkingtreding van deze wet waren benoemd en die nu een afdeling vormt.
Art. 156. Les référendaires, les juristes de parquet, les greffiers, les secrétaires et les membres du personnel de niveau A et B nommés au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi à un tribunal ou un parquet d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouvel arrondissement étendu sont nommés dans le nouvel arrondissement dans lequel se situait leur ancien tribunal ou parquet sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment. [1 Les membres du personnel de niveau A et B nommés dans les justices de paix au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi sont renommés d'office dans l'arrondissement judiciaire sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.]1
Les membres du personnel de niveau C et D nommés dans un greffe, un secrétariat de parquet et un service d'appui, restent attachés au tribunal ou au parquet dans lequel ils étaient nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui forme désormais une division.
Les membres du personnel de niveau C et D nommés dans un greffe, un secrétariat de parquet et un service d'appui, restent attachés au tribunal ou au parquet dans lequel ils étaient nommés avant l'entrée en vigueur de la présente loi et qui forme désormais une division.
Art.161. In afwijking van artikel [1 516]1 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de gerechtsdeurwaarders die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, van rechtswege bevoegd in het uitgebreide arrondissement, zonder nieuwe benoeming. Zij behouden hun standplaats.
Art.161. Par dérogation à l'article [1 516]1 du Code judiciaire, les huissiers de justice en fonction au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit compétents dans l'arrondissement étendu, sans nouvelle nomination. Ils conservent leur résidence.
Art. 158. [1 Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de titel van hoofdgriffier.]1
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen of vredegerechten.
[2 Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32.]2
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen of vredegerechten.
[2 Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32.]2
Art. 158. [1 Un nouveau greffier en chef est nommé dans chaque nouveau tribunal, au tribunal de première instance d'Eupen, ainsi que dans l'arrondissement pour ce qui est des justices de paix et du tribunal de police. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe de métiers A3 avec le titre de greffier en chef.]1
Les autres greffiers en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau greffier en chef les désigne en tant que greffier de division pour l'assister dans la direction des divisions ou justices de paix.
[2 Au cas où la fonction n'aurait pas fait l'objet d'une pondération, visée à l'article 160 du Code judiciaire, le membre du personnel qui est nommé en qualité de greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement, est nommé dans la classe A3 et bénéficie de l'échelle de traitement A32.]2
Les autres greffiers en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau greffier en chef les désigne en tant que greffier de division pour l'assister dans la direction des divisions ou justices de paix.
[2 Au cas où la fonction n'aurait pas fait l'objet d'une pondération, visée à l'article 160 du Code judiciaire, le membre du personnel qui est nommé en qualité de greffier en chef des justices de paix et du tribunal de police de l'arrondissement, est nommé dans la classe A3 et bénéficie de l'échelle de traitement A32.]2
Art. 162/1. [1 In de rechtbanken van eerste aanleg die vanaf 1 april 2014 een afdeling zullen vormen van een nieuwe rechtbank van eerste aanleg en in Eupen worden de taken die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitoefent krachtens het kieswetboek, de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese parlement, de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen, de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, voor de federale, Europese en regionale verkiezingen van 25 mei 2014 uitgeoefend door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg die in functie waren voor 25 maart 2014 of de magistraat die zij daartoe voor die datum hebben aangewezen.]1
Art. 162/1. [1 Dans les tribunaux de première instance qui formeront une division d'un nouveau tribunal de première instance à partir du 1er avril 2014 et à Eupen, les missions exercées par les présidents des tribunaux de première instance en vertu du code électoral, de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection au parlement européen, de la loi du 12 janvier 1989 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et des membres bruxellois du Parlement flamand, de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat et de la loi du 6 juillet 1990 réglant les modalité de l'élection du Parlement de la Communauté germanophone sont exercées pour les élections fédérales, européennes et régionales du 25 mai 2014, par les présidents des tribunaux de première instance qui étaient en fonction avant le 25 mars 2014 ou par le magistrat qu'ils désignent avant cette date.]1
Art. 158/2. [1 De voormalige hoofdgriffiers in functie in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, de politierechtbank en de vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Eupen staan de hoofdgriffier van deze rechtscolleges bij.
Zij behouden hun wedde en ten persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.]1
Zij behouden hun wedde en ten persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.]1
Art. 158/2. [1 Les anciens greffiers en chef en fonction au tribunal de première instance, au tribunal de commerce, au tribunal du travail, au tribunal de police et dans les justices de paix de l'arrondissement judicaire d'Eupen assistent le greffier en chef de ces juridictions.
Ils conservent leur traitement ainsi que le grade de greffier en chef à titre personnel.]1
Ils conservent leur traitement ainsi que le grade de greffier en chef à titre personnel.]1
Art. 158/3. [1 De hoofdgriffiers van de politierechtbanken van Vilvoorde en Halle behouden hun bevoegdheid. Wanneer de functie van hoofdgriffier in een van de twee rechtbanken openvalt, wordt de hoofdgriffier van de andere rechtbank eveneens hoofdgriffier in de rechtbank waar de functie van hoofdgriffier is opengevallen. Wanneer beide functies openvallen, wordt één hoofdgriffier voor beide rechtbanken benoemd.]1
Art. 158/3. [1 Les greffiers en chef des tribunaux de police de Vilvorde et de Hal conservent leurs compétences. Lorsque la fonction de greffier en chef devient vacante dans l'un des deux tribunaux, le greffier en chef de l'autre tribunal devient aussi greffier en chef dans le tribunal dans lequel la fonction de greffier en chef est vacante. Lorsque les deux fonctions sont vacantes, un seul greffier en chef est nommé pour les deux tribunaux.]1
Art. 159. [1 Er wordt een nieuwe hoofdsecretaris benoemd in elk nieuw parket of arbeidsauditoraat en bij het parket van Eupen, Charleroi en Bergen. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de klasse A3 met de titel van hoofdsecretaris.]1
De overige hoofdsecretarissen behouden hun loon en dragen de eretitel van hun oude functie. De nieuwe hoofdsecretaris wijst hen aan als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij in de leiding van de afdelingen.
De overige hoofdsecretarissen behouden hun loon en dragen de eretitel van hun oude functie. De nieuwe hoofdsecretaris wijst hen aan als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij in de leiding van de afdelingen.
Art. 159. [1 Un nouveau secrétaire en chef est nommé dans chaque nouveau parquet ou auditorat du travail et aux parquets d'Eupen, de Charleroi et de Mons. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe A3 avec le titre de secrétaire en chef.]1
Les autres secrétaires en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau secrétaire en chef les désigne en tant que secrétaire de division pour l'assister dans la direction des divisions.
Les autres secrétaires en chef conservent leur traitement et portent le titre honorifique de leur ancienne fonction. Le nouveau secrétaire en chef les désigne en tant que secrétaire de division pour l'assister dans la direction des divisions.
Änderungen
Afdeling 5. - Andere overgangsbepalingen
Section 5. - Autres mesures transitoires
Art. 161. In afwijking van artikel [1 516]1 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de gerechtsdeurwaarders die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, van rechtswege bevoegd in het uitgebreide arrondissement, zonder nieuwe benoeming. Zij behouden hun standplaats.
Art. 161. Par dérogation à l'article [1 516]1 du Code judiciaire, les huissiers de justice en fonction au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit compétents dans l'arrondissement étendu, sans nouvelle nomination. Ils conservent leur résidence.
Art. 162. De notarissen die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, zijn van rechtswege bevoegd in het uitgebreide arrondissement, zonder nieuwe benoeming. Zij behouden hun standplaats.
Art. 162. Les notaires en fonction au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit compétents dans l'arrondissement étendu, sans nouvelle nomination. Ils conservent leur résidence.
Art. 162/1. [1 In de rechtbanken van eerste aanleg die vanaf 1 april 2014 een afdeling zullen vormen van een nieuwe rechtbank van eerste aanleg en in Eupen worden de taken die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitoefent krachtens het kieswetboek, de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese parlement, de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen, de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, voor de federale, Europese en regionale verkiezingen van 25 mei 2014 uitgeoefend door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg die in functie waren voor 25 maart 2014 of de magistraat die zij daartoe voor die datum hebben aangewezen.]1
Art. 162/1. [1 Dans les tribunaux de première instance qui formeront une division d'un nouveau tribunal de première instance à partir du 1er avril 2014 et à Eupen, les missions exercées par les présidents des tribunaux de première instance en vertu du code électoral, de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection au parlement européen, de la loi du 12 janvier 1989 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et des membres bruxellois du Parlement flamand, de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat et de la loi du 6 juillet 1990 réglant les modalité de l'élection du Parlement de la Communauté germanophone sont exercées pour les élections fédérales, européennes et régionales du 25 mai 2014, par les présidents des tribunaux de première instance qui étaient en fonction avant le 25 mars 2014 ou par le magistrat qu'ils désignent avant cette date.]1
HOOFDSTUK 15. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 15. - Entrée en vigueur
Art. 163. De datum van inwerkingtreding van deze wet wordt bepaald door de Koning, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en bij gebrek hieraan treedt deze wet in werking uiterlijk op 1 april 2014.
Art. 163. La date d'entrée en vigueur de cette loi est déterminée par le Roi, dans un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et à défaut d'arrêté, la loi entre en vigueur au plus tard le 1er avril 2014.
Art. 164. De artikelen 154, [1 154/1,]1 155, 158 en 159 treden in werking de tiende dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Ingeval er voor de functie geen weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, werd uitgevoerd, wordt het personeelslid dat wordt benoemd als hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement, benoemd in de klasse A3 met weddeschaal A32. [2 Artikel 158, derde lid, treedt buiten werking op 30 juni 2014.]2
Art. 164. Les articles 154, [1 154/1,]1, 155, 158 et 159 entrent en vigueur le dixième jour après la publication de la présente loi au Moniteur belge. [2 L'article 158, alinéa 3, cesse d'être en vigueur le 30 juin 2014.]2