Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 APRIL 2013. - Wet houdende invoeging van boek IX " Veiligheid van producten en diensten " in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IX in boek I van het Wetboek van economisch recht
Titre
25 AVRIL 2013. - Loi portant insertion du livre IX " Sécurité des produits et des services " dans le Code de droit économique et portant insertion des définitions propres au livre IX dans le livre Ier du Code de droit économique
Dokumentinformationen
Numac: 2013011237
Datum: 2013-04-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013011237
Date: 2013-04-25
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Le Code de droit économique
Art. 2. In het boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 7 ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk 7 : Definities eigen aan boek IX
  Art. I.10. Voor de toepassing van boek IX gelden de volgende definities :
  1° " product " : elk lichamelijk goed dat ongeacht of het nieuw, tweedehands of opnieuw in goede staat gebracht is, tegen betaling of gratis, in het kader van een handelsactiviteit of in het kader van een dienst aan een gebruiker wordt geleverd of ter beschikking gesteld, evenals elk lichamelijk goed dat door een werkgever in gebruik wordt gesteld of vervaardigd om ter beschikking gesteld te worden van een werknemer voor de uitvoering van zijn werk.
  Worden eveneens beoogd de installaties, met andere woorden de gezamenlijke constructie van producten, zodanig opgesteld dat zij in samenhang functioneren. Worden echter niet beoogd de tweedehands producten die als antiek worden geleverd of de producten die voor gebruik moeten worden gerepareerd of opnieuw in goede staat moeten worden gebracht, op voorwaarde dat de leverancier de persoon aan wie hij het product levert hiervan duidelijk op de hoogte stelt;
  2° " veilig product " : een product dat bij normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden, ook wat gebruiksduur en eventuele indienststelling, installatie en onderhoudseisen betreft, geen enkel risico oplevert, dan wel slechts beperkte risico's die verenigbaar zijn met het gebruik van het product en vanuit het oogpunt van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid en de veiligheid van personen, aanvaardbaar worden geacht. De mogelijkheid een hoger veiligheidsniveau te bereiken of andere producten met een kleiner risico aan te schaffen, volstaat niet om een product als " gevaarlijk " te beschouwen. Tijdens de evaluatie wordt wel rekening gehouden met :
  a)de kenmerken van het product, met name de samenstelling, de verpakking, de voorschriften voor assemblage en, in voorkomend geval, voor installatie en onderhoud;
  b) het effect ervan op andere producten, ingeval redelijkerwijs kan worden verwacht dat het product in combinatie met die andere producten zal worden gebruikt;
  c) de aanbiedingsvorm van het product, de etikettering, eventuele waarschuwingen en aanwijzingen voor het gebruik en de verwijdering ervan, alsmede iedere andere aanwijzing of informatie over het product;
  d) de categorieën gebruikers die bij het gebruik van het product een groot risico lopen, in het bijzonder kinderen en ouderen;
  3° " gevaarlijk product " : een product dat niet beantwoordt aan de definitie van " veilig product ";
  4° " product bestemd voor consumenten " : elk product dat voor een consument bestemd is of waarvan redelijk te verwachten is dat het door consumenten zal gebruikt worden, ook als het niet specifiek voor hun bedoeld is. De enige uitzondering hierop zijn de voor de professionele doeleinden bestemde producten waarvan de etikettering dat professioneel gebruik aangeeft en die normaal niet in de distributie ter beschikking zijn van de consumenten;
  5° " dienst " : elke terbeschikkingstelling van een product aan consumenten en elk gebruik door een dienstverlener van een product dat risico's inhoudt voor een consument, voor zover het een product betreft dat rechtstreeks verband houdt met de dienstverlening;
  6° " veilige dienst " : een dienst waarbij enkel veilige producten aan worden geboden en waarbij de dienstverlening geen risico's inhoudt voor de gebruiker dan wel beperkte risico's die verenigbaar zijn met de dienstverlening en vanuit het oogpunt van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid en de veiligheid aanvaardbaar worden geacht;
  7° " gevaarlijke dienst " : een dienst die niet beantwoordt aan de definitie van " veilige dienst " ;
  8° " producent " :
  a) de fabrikant van het product of de dienstverlener, indien deze in een lidstaat gevestigd is, en eenieder die zich als fabrikant aandient door op het product zijn naam, merk of ander kenteken aan te brengen, of degene die het product opnieuw in goede staat brengt en een ieder die zich als dienstverlener aandient;
  b) de vertegenwoordiger van de fabrikant of van de dienstverlener, indien deze niet in een lidstaat gevestigd zijn, of, indien er geen in een lidstaat gevestigde vertegenwoordiger is, de importeur van het product of de distributeur van de dienst;
  c) de andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de verhandelingsketen of de dienstverlening, voor zover hun activiteiten van invloed kunnen zijn op de veiligheidskenmerken van de producten die op de markt worden gebracht;
  d) de werkgever die producten vervaardigt voor gebruik op de arbeidsplaats in het eigen bedrijf;
  9° " distributeur " : de persoon die beroepshalve betrokken is bij de verhandelingsketen of de dienstverlening en wiens activiteit geen invloed heeft op de veiligheidskenmerken van de producten;
  10° " werknemer " : de werknemer zoals bepaald in artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  11° " werkgever " : de werkgever zoals bepaald in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  12° " gebruiker " : naar gelang het geval de consument, de werkgever of de werknemer;
  13° " tussenkomend organisme " :
  a) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt bij het opstellen van een risicoanalyse, het bepalen van preventiemaatregelen, het uitvoeren van opstellingsinspecties, het uitvoeren van onderhoudsinspecties, het opstellen van inspectie- of onderhoudsschema's, het uitvoeren van periodieke controles of het uitvoeren van periodiek nazicht;
  b) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten wordt aangesteld als aangemelde of erkende instantie bij het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  c) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt om op een andere wijze de veiligheid van een product of dienst te controleren;
  14° " risico " : de kans dat er schade ontstaat door het gebruik of de aanwezigheid van een gevaarlijk product. De risicofactoren zijn de omgevingsfactoren en de individugebonden factoren die de kans op het ontstaan of de ernst van de schade beïnvloeden;
  15° " ernstig risico " : een risico dat snel ingrijpen van de overheid vereist, met inbegrip van risico's waarvan de gevolgen zich niet onmiddellijk voordoen;
  16° " de minister " : de minister tot wiens bevoegdheden de bescherming van de veiligheid van de consumenten behoort;
  17° " terugroepen " : alle maatregelen om een gevaarlijk product dat een producent of distributeur al aan de gebruiker heeft geleverd of beschikbaar gesteld, terug te nemen;
  18° " uit de handel nemen " : alle maatregelen om uitstalling of distributie en aanbieding van een gevaarlijk product, en de aanbieding van een gevaarlijke dienst, te verhinderen;
  19° " geharmoniseerde norm " : een niet-bindende nationale norm van een lidstaat, die een omzetting is van een Europese norm die het voorwerp heeft uitgemaakt van een mandaat van de Europese Commissie aan een Europese normalisatie-instelling en waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is gepubliceerd. De referenties van de Belgische normen die voldoen aan deze bepaling worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
  20° " lidstaat " : lidstaat van de Europese Unie, Turkije of een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. ".
Art. 2. Dans le livre Ier, titre 2, du Code de droit économique, il est inséré un chapitre 7 rédigé comme suit :
  " Chapitre 7 : Définitions propres au livre IX
  Art. I.10. Les définitions suivantes sont applicables au livre IX :
  1° " produit " : tout bien corporel qu'il soit neuf, d'occasion ou reconditionné, qu'il ait été fourni ou mis à disposition d'un utilisateur à titre onéreux ou à titre gratuit dans le cadre d'une activité commerciale ou de services, de même que tout bien corporel mis à disposition par un employeur ou destiné à être mis à la disposition d'un travailleur pour exécuter son travail.
  Sont également visées les installations, en d'autres termes la mise en place des produits disposés de façon telle à pouvoir fonctionner ensemble. Ne sont, par contre, pas visés les produits d'occasion livrés comme antiquités ou les produits qui, pour en faire usage, doivent être réparés ou reconditionnés, à condition que le fournisseur en informe clairement la personne à qui il fournit le produit;
  2° " produit sûr " : tout produit qui, dans des conditions d'utilisation normales ou raisonnablement prévisibles, y compris de durée et, le cas échéant, de mise en service, d'installation et de besoins d'entretien, ne présente aucun risque ou seulement des risques réduits compatibles avec l'utilisation du produit et considérés comme acceptables dans le respect d'un niveau élevé de protection de la santé et de la sécurité des personnes. La possibilité d'atteindre un niveau de sécurité supérieur ou de se procurer d'autres produits présentant un risque moindre ne constitue pas une raison suffisante pour considérer un produit comme dangereux. Durant l'évaluation il est bien tenu compte :
  a)des caractéristiques du produit, notamment sa composition, son emballage, ses conditions d'assemblage et, le cas échéant, d'installation et d'entretien;
  b) de l'effet du produit sur d'autres produits si l'on peut raisonnablement prévoir l'utilisation du premier avec les seconds;
  c) de la présentation du produit, de son étiquetage, des avertissements et des instructions éventuelles concernant son utilisation et son élimination ainsi que de toute autre indication ou information relative au produit;
  d) des catégories d'utilisateurs qui courent un grand risque lors de l'utilisation du produit, en particulier des enfants et des personnes âgées;
  3° " produit dangereux " : tout produit qui ne répond pas à la définition de " produit sûr ";
  4° " produit destiné au consommateur " : tout produit destiné au consommateur ou dont on peut raisonnablement s'attendre à ce qu'il soit utilisé par les consommateurs, même s'il ne les vise pas spécifiquement. Sont uniquement exclus les produits destinés à des fins professionnelles dont l'étiquetage spécifie cet usage professionnel et qui ne sont normalement pas présents dans la distribution accessible aux consommateurs;
  5° " service " : toute mise à disposition des consommateurs d'un produit et toute utilisation par un prestataire de services d'un produit présentant des risques pour le consommateur, pour autant qu'il s'agisse d'un produit qui a un rapport direct avec la prestation de service;
  6° " service sûr " : tout service n'offrant que des produits sûrs qui ne présentent aucun risque pour l'utilisateur ou seulement des risques réduits compatibles avec la prestation de service et considérés comme acceptables dans le respect d'un niveau élevé de protection de la santé et de la sécurité;
  7° " service dangereux " : tout service qui ne répond pas à la définition de " service sûr ";
  8° " producteur " :
  a) le fabricant du produit ou le prestataire du service lorsqu'il est établi dans un Etat membre, et toute autre personne qui se présente comme fabricant en apposant sur le produit son nom, sa marque ou un autre signe distinctif, ou celui qui procède au reconditionnement du produit, et toute autre personne qui se présente comme prestataire du service;
  b) le représentant du fabricant ou du prestataire de service, lorsque ceux-ci ne sont pas établis dans un Etat membre, ou, en l'absence de représentant établi dans un Etat membre, l'importateur du produit ou le distributeur du service;
  c) les autres professionnels de la chaîne de commercialisation ou de la prestation de services, dans la mesure où leurs activités peuvent affecter les caractéristiques de sécurité d'un produit mis sur le marché.
  d) l'employeur qui fabrique des produits en vue d'une utilisation sur le lieu de travail de sa propre entreprise;
  9° " distributeur " : tout professionnel de la chaîne de commercialisation ou de la prestation de services dont l'activité n'a pas d'incidence sur les caractéristiques de sécurité du produit;
  10° " travailleur " : le travailleur tel que défini à l'article 2, § 1er, 1°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs dans l'exécution de leur travail;
  11° " employeur " : l'employeur tel que défini à l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs dans l'exécution de leur travail;
  12° " utilisateur " : le consommateur, l'employeur ou le travailleur selon le cas;
  13° " organisme intervenant " :
  a) tout organisme qui, dans le cadre du livre IX ou de ses arrêtés d'exécution, intervient dans l'élaboration d'une analyse du risque, la définition de mesures de prévention, la réalisation d'inspections de mise en place, la réalisation d'inspections d'entretien, la mise au point de schémas d'inspection ou d'entretien, la réalisation de contrôles périodiques ou de vérifications périodiques;
  b) tout organisme qui, dans le cadre du livre IX ou de ses arrêtés d'exécution, est désigné comme instance notifiée ou agréée pour la mise en oeuvre de procédures d'évaluation de la conformité;
  c) tout organisme qui, dans le cadre du livre IX ou de ses arrêtés d'exécution, intervient pour contrôler la sécurité d'un produit ou d'un service d'une autre manière.
  14° " risque " : la possibilité qu'un dommage résulte de l'utilisation ou de la présence d'un produit dangereux. Les facteurs de risque sont les facteurs environnementaux et les facteurs liés à l'individu qui influencent la possibilité ou la gravité du dommage;
  15° " risque grave " : tout risque, y compris ceux dont les effets ne sont pas immédiats, qui nécessite une intervention rapide des autorités publiques;
  16° " le ministre " : le ministre qui a la protection de la sécurité des consommateurs dans ses attributions;
  17° " rappel " : toute mesure visant à obtenir le retour d'un produit dangereux que le producteur ou le distributeur a déjà fourni à l'utilisateur ou mis à sa disposition;
  18° " retrait " : toute mesure visant à empêcher la distribution ou l'exposition et l'offre d'un produit dangereux ainsi que l'offre d'un service dangereux;
  19° " norme harmonisée " : toute norme nationale non obligatoire d'un Etat membre qui est la transposition d'une norme européenne ayant fait l'objet d'un mandat confié par la Commission européenne à un organisme européen de normalisation dont la référence a été publiée au Journal officiel des Communautés européennes. Les références des normes belges répondant à cette disposition sont publiées au Moniteur belge;
  20° " Etat membre " : Etat membre de l'Union européenne, la Turquie, ou un Etat membre de l'Association européenne de libre-échange qui est partie contractante à l'accord sur l'Espace économique européen. ".
Art. 3. In hetzelfde Wetboek wordt een boek IX ingevoegd, luidende :
  " Boek IX. Veiligheid van producten en diensten
  HOOFDSTUK 1. - Algemene veiligheidsverplichting
  Art. IX.1. Dit boek beoogt voornamelijk de bescherming van de veiligheid van de gebruiker en de omzetting van de Richtlijn 2001/95/EG van 3 december 2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de algemene productveiligheid.
  Ten aanzien van producten en diensten waarvoor specifieke reglementering inzake veiligheid geldt, is dit boek alleen van toepassing voor de risico's die niet gereglementeerd worden in die specifieke reglementering.
  Art. IX.2. De producenten zijn gehouden uitsluitend veilige producten op de markt te brengen en veilige diensten aan te bieden.
  Art. IX.3. § 1. Een product of dienst wordt verondersteld veilig te zijn wanneer het voldoet aan geharmoniseerde normen, wat de risico's en risicocategorieën betreft die zijn geregeld in de betrokken normen.
  § 2. Indien er voor een product of dienst, geheel of gedeeltelijk, geen geharmoniseerde normen zijn, wordt de overeenstemming met de algemene veiligheidsvereiste beoordeeld aan de hand van onderstaande factoren, wanneer deze bestaan :
  1° de niet-bindende nationale normen tot omzetting van andere dan in artikel I.10.19° bedoelde Europese normen;
  2° de nationale Belgische normen;
  3° de aanbevelingen van de Commissie van de Europese Unie met richtsnoeren voor de beoordeling van de productveiligheid;
  4° de gedragscodes inzake productveiligheid die in de betrokken sector van kracht zijn;
  5° de stand van vakkennis en techniek;
  6° de veiligheid die de gebruikers redelijkerwijze mogen verwachten;
  7° internationale normen.
  Art. IX.4. § 1. Met het oog op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruiker kan de Koning, op de voordracht van de minister :
  1° voor een categorie van producten de vervaardiging, de invoer, de verwerking, de uitvoer, het aanbod, de tentoonstelling, de verkoop, de behandeling, het vervoer, de verdeling, zelfs kosteloos, de verhuring, het ter beschikking stellen, de levering na herstelling, de ingebruikstelling, het bezit, de etikettering, het verpakken, de omloop of de gebruikswijze verbieden of reglementeren alsmede de voorwaarden inzake veiligheid en gezondheid die in acht genomen moeten worden, bepalen;
  2° een categorie van diensten verbieden of voor een categorie van diensten de voorwaarden bepalen inzake veiligheid en gezondheid waaronder deze mogen verleend worden.
  De minister of zijn gemachtigde raadpleegt voor elk ontwerp van besluit ter uitvoering van deze paragraaf een vertegenwoordiging van de sector van de betrokken producten of diensten, van de consumentenorganisaties en, in voorkomend geval, de werknemersorganisaties.
  De raadpleging kan gebeuren via een adviesaanvraag aan de Commissie voor de Veiligheid van de Consumenten. De minister of zijn gemachtigde bepaalt de termijn binnen dewelke het advies moet gegeven worden. Deze termijn mag niet minder bedragen dan twee maanden. Na deze termijn is het advies van de Commissie niet meer vereist voor zover een raadpleging plaatsvindt zoals bepaald in het vorige lid.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde kan een product uit de handel nemen of een dienst verbieden, wanneer is vastgesteld dat een of meerdere elementen van het betrokken product niet in overeenstemming zijn met de algemene veiligheidsverplichting of met een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 en 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2. De minister of zijn gemachtigde raadpleegt vooraf de producent van het betrokken product of de betrokken dienstverlener en licht hem in uiterlijk vijftien dagen na het nemen van de maatregelen.
  § 3. In een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 of 2, kunnen tevens de volgende maatregelen worden bevolen :
  1° het uit de handel nemen, de terugname met het oog op de wijziging, de gehele of gedeeltelijke terugbetaling dan wel de ruil van de betrokken producten, alsmede de vernietiging ervan indien dat het enige middel is om het risico te weren;
  2° de stopzetting of reglementering van de dienst;
  3° verplichtingen met betrekking tot de voorlichting van de gebruikers;
  4° facultatieve of verplichte procedures, testen en markeringen.
  § 4. Voor besluiten die de omzetting of het gevolg zijn van maatregelen die zijn genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen, bedoeld in de paragrafen 1 en 2, niet vereist.
  § 5. De minister of zijn gemachtigde licht de Commissie voor de Veiligheid van de Consumenten in over de getroffen maatregelen, uiterlijk vijftien dagen na het van kracht worden van een besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.
  Art. IX.5. § 1. In geval van ernstig risico kan de minister of zijn gemachtigde voor een periode van ten hoogste één jaar, maximaal eenmaal met een periode van ten hoogste één jaar verlengbaar, een gemotiveerd totaal of gedeeltelijk verbod uitvaardigen of voorwaarden vaststellen voor :
  1° de vervaardiging, de invoer, de verwerking, de uitvoer, het aanbod, de tentoonstelling, de verkoop, de behandeling, het vervoer, de verdeling, zelfs kosteloos, de verhuring, het ter beschikking stellen, de levering na herstelling, de ingebruikstelling, het bezit, de etikettering, het verpakken, de omloop of de gebruikswijze van een product of categorie van producten;
  2° de dienstverlening met betrekking tot deze producten.
  Deze tijdelijke maatregel kan omgezet worden in een definitieve maatregel overeenkomstig de procedures bedoeld in artikel IX.4.
  § 2. In een besluit of een beslissing genomen ter uitvoering van paragraaf 1 kunnen tevens de volgende maatregelen worden bevolen :
  1° het uit de handel nemen, de consignatie, de terugname met het oog op de wijziging, de gehele of gedeeltelijke terugbetaling dan wel de ruil van een product of een categorie van producten, alsmede de vernietiging ervan indien dat het enige middel is om het risico te weren;
  2° verplichtingen met betrekking tot de voorlichting van de gebruiker.
  § 3. De minister of zijn gemachtigde raadpleegt, zonder evenwel afbreuk te mogen doen aan het door de omstandigheden vereiste dringende optreden, vooraf de producenten of een vertegenwoordiging uit de sector. Indien wegens de dringendheid van de maatregel geen raadpleging vooraf kan plaatsvinden, worden de betrokken partijen hiervan ingelicht, uiterlijk vijftien dagen na het nemen van de maatregelen.
  § 4. Voor besluiten die de omzetting of het gevolg zijn van maatregelen die zijn genomen op Europees vlak, is deze raadpleging niet vereist.
  § 5. De minister of zijn gemachtigde licht de Commissie voor de Veiligheid van de Consumenten in uiterlijk vijftien dagen na het van kracht worden van het besluit.
  Art. IX.6. Indien een product of een dienst niet voldoet aan de algemene veiligheidsverplichting zoals bedoeld in dit boek, of indien het niet in overeenstemming is met een besluit genomen ter uitvoering van artikel IX.4, §§ 1 tot 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2, dan kunnen de kosten die werden gemaakt ter uitvoering van de bepalingen van de artikelen IX.4 en IX.5 ten laste worden gelegd aan de betrokken producent onder de voorwaarden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
  Art. IX.7. De minister of zijn gemachtigde kan :
  1° aan de producenten een waarschuwing richten en hun vragen de producten en diensten die zij aan de gebruiker aanbieden, in overeenstemming te brengen met artikel IX.2 of met de besluiten genomen ter uitvoering van artikel IX.4, §§ 1 tot 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2;
  2° de betrokken producenten gelasten de producten of diensten die zij aan de consument aanbieden, binnen een bepaalde termijn en op hun kosten, te onderwerpen aan de ontleding of aan de controle door een onafhankelijk laboratorium indien er, voor een reeds op de markt zijnde product of dienst, voldoende aanwijzingen bestaan dat ze gevaarlijk zijn of indien de kenmerken van een nieuw product of een nieuwe dienst deze voorzorgsmaatregel rechtvaardigen.
  De Koning bepaalt bij besluit de voorwaarden voor de terugbetaling, in voorkomend geval, van de kosten die de producenten voor deze ontleding of deze controle hebben gemaakt.
  Zolang een product of een dienst niet werd onderworpen aan de met toepassing van dit artikel voorgeschreven ontleding of controle, wordt het geacht niet te beantwoorden aan de vereisten van artikel IX.2, tenzij het bewijs van het tegendeel geleverd wordt.
  Art. IX.8. § 1. De producenten verstrekken binnen het bestek van hun activiteiten de gebruiker de informatie die hem in staat stelt zich een oordeel te vormen over de aan een product inherente risico's gedurende de normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksduur, indien deze risico's zonder passende waarschuwing niet onmiddellijk herkenbaar zijn, en zich tegen deze risico's te beschermen.
  Een dergelijke waarschuwing ontslaat de betrokkenen evenwel niet van de verplichting de andere bij dit boek gestelde eisen na te komen.
  § 2. De producenten nemen binnen het bestek van hun activiteiten, maatregelen die zijn afgestemd op de kenmerken van de door hen geleverde producten en diensten om :
  1° op de hoogte te kunnen blijven van de risico's van deze producten en diensten;
  2° de passende acties te kunnen ondernemen om deze risico's te voorkomen, waaronder het uit de handel nemen, het aangepast en doeltreffend waarschuwen van de gebruikers en het terugroepen. Deze acties kunnen door de Koning, respectievelijk de minister of zijn gemachtigde in toepassing van de artikelen IX.4 en IX.5 verplicht worden.
  Tot deze maatregelen behoren onder andere :
  1° de vermelding, op het product of op de verpakking ervan, van de identiteit en de contactinformatie van de producent alsmede de referentie van het product of, in voorkomend geval, van de partij waartoe het product behoort, tenzij weglating van die vermelding gerechtvaardigd is;
  2° in alle gevallen waarin dat toepasselijk is, het uitvoeren van steekproeven op de in de handel gebrachte producten, het onderzoek van de klachten en, in voorkomend geval, het bijhouden van een klachtenregister en het inlichten van de distributeurs door de producent over de bewaking van de producten.
  § 3. De distributeurs dragen bij tot de naleving van de toepasselijke veiligheidseisen, met name door geen producten te leveren waarvan zij weten, of op grond van de hun ter beschikking staande gegevens beroepshalve hadden moeten concluderen, dat deze niet aan die eisen voldoen. Bovendien nemen zij binnen het bestek van hun activiteiten deel aan de bewaking van de veiligheid van de op de markt gebrachte producten, vooral door informatie over de risico's van de producten door te geven, de nodige documentatie bij te houden en te verstrekken om de oorsprong van producten op te sporen en medewerking te verlenen aan de door de producenten en de bevoegde autoriteiten genomen maatregelen om de risico's te vermijden.
  § 4. De producenten en distributeurs stellen het Centraal Meldpunt voor producten onmiddellijk in kennis wanneer zij weten, of op grond van de hun ter beschikking staande gegevens beroepshalve behoren te weten, dat een product of dienst, door hen op de markt gebracht, voor de gebruiker risico's met zich brengt die onverenigbaar zijn met de algemene veiligheidsverplichting of niet in overeenstemming is met een besluit genomen ter uitvoering van artikel IX.4, §§ 1 en 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2. Zij verstrekken ten minste volgende informatie :
  1° gegevens aan de hand waarvan het product of de bewuste partij producten exact kan worden geïdentificeerd;
  2° een volledige beschrijving van het aan de betrokken producten verbonden risico;
  3° alle beschikbare informatie aan de hand waarvan het product kan worden getraceerd;
  4° een beschrijving van de ondernomen stappen om risico's voor de gebruikers te voorkomen.
  De Koning kan de inhoud en de vorm van het aangifteformulier vaststellen.
  § 5. De producenten en distributeurs verlenen de bevoegde autoriteiten desgevraagd, en binnen het bestek van hun activiteiten, samenwerking bij de acties die ondernomen zijn om de risico's, verbonden aan producten die zij leveren of geleverd hebben, te vermijden.
  Art. IX.9. Voor de producten bestemd voor consumenten zijn de etikettering en de informatie die dwingend voorgeschreven zijn bij dit boek en bij zijn uitvoeringsbesluiten, de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen minstens gesteld in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de producten of diensten op de markt worden gebracht. Ten aanzien van de andere producten geldt dezelfde verplichting behalve indien de besluiten die ter uitvoering van de artikelen IX.4 en IX.5 genomen worden, in afwijkende voorwaarden voorzien.
  Art. IX.10. De Koning neemt de nodige maatregelen om de doeltreffende werking te garanderen van een systeem dat gegevens inzamelt over ongevallen waarbij producten of diensten bedoeld in artikel I.10.1° en 5° betrokken kunnen zijn.
  Art. IX.11. De Koning kan de erkennings- en werkingscriteria bepalen van de tussenkomende organismen, de regels betreffende hun organisatie en hun opdrachten, evenals de modaliteiten van de controle op de naleving ervan.
  HOOFDSTUK 2. - Informatie- en adviesstructuren
  Art. IX.12. Binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een " Centraal Meldpunt voor producten ", verder " Centraal Meldpunt " genoemd, ingesteld. De kernopdrachten van het Centraal Meldpunt zijn :
  1° optreden als contactpunt voor consumenten, producenten, distributeurs, werkgevers en overheden voor producten en diensten die niet beantwoorden of niet zouden beantwoorden aan de bepalingen van dit boek of zijn uitvoeringsbesluiten en die de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers kunnen of zouden kunnen schaden;
  2° optreden als Belgisch contactpunt voor de Europese uitwisselingssystemen in verband met de veiligheid van producten;
  3° optreden als het contactpunt waar producenten en distributeurs een ernstig ongeval ten gevolge van het gebruik van het door hen geleverde of ter beschikking gestelde product of geleverde dienst melden en aangeven, indien een door hen geleverd of ter beschikking gesteld product of een door hen geleverde dienst niet meer voldoet aan de algemene veiligheidsverplichting, bedoeld in dit boek, of aan een besluit genomen ter uitvoering van artikel IX.4, §§ 1 en 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2;
  4° allerhande gegevens over de gevaren die producten en diensten opleveren, inventariseren en centraliseren en deze ter beschikking houden van de ambtenaren aangesteld overeenkomstig artikel XV.1;
  5° de federale informatiecampagnes in verband met de veiligheid en gezondheid van producten en diensten coördineren.
  De Koning kan het Centraal Meldpunt belasten met bijkomende opdrachten inzake de veiligheid en de gezondheid van de consumenten.
  Het Centraal Meldpunt stelt, in overeenstemming met de eisen inzake transparantie, de informatie over de risico's van producten en diensten voor de gezondheid en veiligheid van de gebruiker aan het publiek beschikbaar. In het bijzonder krijgt het publiek toegang tot de informatie over de identificatie van de producten, de aard van het risico en de genomen maatregelen.
  Art. IX.13. Het Centraal Meldpunt heeft een coördinerende opdracht. Het Centraal Meldpunt zendt de specifieke vragen waarop het geen onmiddellijk antwoord kan geven en de klachten van consumenten, producenten of distributeurs voor uitvoering door aan de betrokken administratie, die het Centraal Meldpunt inlicht over het gegeven gevolg. Het Centraal Meldpunt moet de administraties alle inlichtingen verstrekken waarover het, ter uitvoering van zijn opdrachten, beschikt en die betrekking hebben op de bevoegdheden van de betrokken administratie en kan de betrokken administraties alle documenten en andere gegevens vragen die het nodig heeft voor de uitvoering van zijn opdracht.
  Elk jaar maakt het Centraal Meldpunt een activiteitenverslag over het vorige dienstjaar op. Als bijlage bij dit verslag wordt een statistisch overzicht gevoegd van de gemelde ongevallen waarbij producten betrokken zijn, van de klachten en meldingen in verband met de veiligheid en gezondheid van producten en van de meldingen via de Europese waarschuwingssystemen.
  Art. IX.14. Ten aanzien van de onderwerpen die onder dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten vallen bepaalt de Koning voor een product of een categorie van producten, op de gezamenlijke voordracht van de minister en van de andere ministers die bevoegd zijn voor de veiligheid van dit product of deze categorie van producten :
  1° de samenstelling van de vertegenwoordiging van België bij de internationale of supranationale organisaties;
  2° de toewijzing van de bevoegdheden en opdrachten bij de voorbereiding van uitvoeringsbesluiten. In dit kader kan de Koning bepalen dat bij de toepassing van de artikelen IX.4 en 5 naast de Commissie voor de Veiligheid van de Consumenten andere adviesorganen, volgens dezelfde procedures, verplicht geraadpleegd worden. ".
Art. 3. Dans le même Code un livre IX est inséré, rédigé comme suit :
  " Livre IX. Sécurité des produits et des services
  CHAPITRE 1. - Obligation générale de sécurité
  Art. IX.1. Ce livre vise principalement la protection de la sécurité de l'utilisateur et la transposition de la Directive 2001/95/CE du 3 décembre 2001 du Parlement européen et du Conseil relative à la sécurité générale des produits.
  En ce qui concerne les produits et services soumis à une réglementation spécifique en matière de sécurité, ce livre est uniquement d'application pour les risques qui ne sont pas réglementés par cette réglementation spécifique.
  Art. IX.2. Les producteurs sont tenus de ne mettre sur le marché que des produits sûrs et d'offrir exclusivement des services sûrs.
  Art. IX.3. § 1er. Un produit ou un service est présumé comme sûr quand il est conforme aux normes harmonisées, pour les risques et les catégories de risque couverts par ces normes.
  § 2. En l'absence totale ou partielle de normes harmonisées pour un produit ou service, la conformité à l'obligation générale de sécurité est évaluée en prenant en compte les éléments suivants quand ils existent :
  1° les normes nationales non contraignantes transposant des normes européennes autres que celles visées à l'article I.10.19° ;
  2° les normes nationales belges;
  3° les recommandations de la Commission de l'Union européenne établissant des orientations concernant l'évaluation de la sécurité des produits;
  4° les codes de bonne conduite en matière de sécurité des produits en vigueur dans le secteur concerné;
  5° l'état actuel des connaissances et de la technique;
  6° la sécurité à laquelle les consommateurs peuvent raisonnablement s'attendre;
  7° des normes internationales.
  Art. IX.4. § 1er. En vue d'assurer la protection de la sécurité et de la santé de l'utilisateur, le Roi peut sur la proposition du ministre :
  1° interdire ou réglementer, pour une catégorie de produits, la fabrication, l'importation, la transformation, l'exportation, l'offre, l'exposition, la vente, le traitement, le transport, la distribution même à titre gratuit, la location, la mise à disposition, la livraison après réparation, la mise en service, la détention, l'étiquetage, le conditionnement, la circulation ou l'utilisation ainsi que les conditions de sécurité et de santé qui doivent être observées;
  2° interdire une catégorie de services ou fixer, pour une catégorie de services, les conditions de sécurité et de santé dans lesquelles ils peuvent être prestés.
  Le ministre ou son délégué consulte pour chaque projet d'arrêté pris en exécution du présent paragraphe une représentation du secteur des produits ou services concernés, des organisations de consommateurs et, le cas échéant, des organisations de travailleurs.
  Cette consultation peut se dérouler via une demande d'avis adressée à la Commission de la Sécurité des Consommateurs. Le ministre ou son délégué fixe le délai dans lequel l'avis doit être donné. Ce délai ne peut pas être inférieur à deux mois. Passé ce délai, l'avis de la Commission n'est plus requis pour autant qu'une consultation ait lieu comme prévu à l'alinéa précédent.
  § 2. Le ministre ou son délégué peut retirer un produit du marché ou interdire un service lorsqu'il a été constaté qu'un ou plusieurs éléments du produit en cause ne répondent pas à l'obligation générale de sécurité ou à un arrêté pris en exécution des paragraphes 1er et 3, ou de l'article IX.5, §§ 1er et 2. Le ministre ou son délégué consulte au préalable le producteur du produit concerné ou du service en cause et l'informe au plus tard quinze jours après que les mesures ont été prises.
  § 3. Par arrêté pris en exécution des paragraphes 1er ou 2, peuvent également être ordonnées les mesures suivantes :
  1° le retrait du marché, la reprise en vue de la modification, le remboursement total ou partiel ou l'échange des produits concernés, ainsi que leur destruction lorsque celle-ci constitue le seul moyen de faire cesser le risque;
  2° l'arrêt ou la réglementation du service;
  3° des obligations relatives à l'information des utilisateurs;
  4° les procédures, tests et marquages qui sont obligatoires ou facultatives.
  § 4. Pour les arrêtés qui transposent des mesures prises au niveau européen, ou qui en découlent, les consultations visées aux paragraphes 1er et 2 ne sont pas obligatoires.
  § 5. Le ministre ou son délégué informe la Commission de la Sécurité des Consommateurs des mesures prises, au plus tard quinze jours après l'entrée en vigueur d'un arrêté pris en exécution du présent article.
  Art. IX.5. § 1er. En cas de risque grave, le ministre ou son délégué peut, pour une période n'excédant pas un an et renouvelable au maximum une fois d'une période n'excédant pas un an, décréter une interdiction motivée, totale ou partielle ou fixer des conditions pour :
  1° la fabrication, l'importation, la transformation, l'exportation, l'offre, l'exposition, la vente, le traitement, le transport, la distribution même à titre gratuit, la location, la mise à disposition, la livraison après réparation, la mise en service, la détention, l'étiquetage, le conditionnement, la circulation ou le mode d'utilisation d'un produit ou d'une catégorie de produits;
  2° la prestation de services relative à ces produits.
  Cette mesure provisoire peut être transformée en mesure définitive conformément aux procédures visées à l'article IX.4.
  § 2. Par arrêté ou décision pris en exécution du paragraphe 1er, peuvent également être ordonnées les mesures suivantes :
  1° le retrait du marché, la consignation, la reprise en vue de la modification, le remboursement total ou partiel ou l'échange d'un produit ou d'une catégorie de produits, ainsi que leur destruction si celle-ci constitue le seul moyen de faire cesser le risque;
  2° des obligations relatives à l'information de l'utilisateur.
  § 3. Le ministre ou son délégué consulte au préalable les producteurs ou une représentation du secteur sans toutefois pouvoir porter préjudice à l'intervention urgente requise par les circonstances. Si, en raison de l'urgence de la mesure, la consultation ne peut avoir lieu au préalable, les parties concernées en sont informées au plus tard quinze jours après que les mesures ont été prises.
  § 4. Pour les arrêtés qui transposent des mesures prises au niveau européen, ou qui en découlent, cette consultation n'est pas obligatoire.
  § 5. Le ministre ou son délégué informe la Commission de la Sécurité des Consommateurs au plus tard quinze jours après l'entrée en vigueur de l'arrêté.
  Art. IX.6. Si un produit ou un service ne répond pas à l'obligation générale de sécurité visée dans le présent livre, ou s'il n'est pas conforme à un arrêté pris en exécution de l'article IX.4, §§ 1er à 3, ou de l'article IX.5, §§ 1er et 2, les frais afférents à l'exécution des dispositions des articles IX.4 et IX.5 peuvent être mis à charge du producteur concerné, aux conditions fixées par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
  Art. IX.7. Le ministre ou son délégué peut :
  1° adresser aux producteurs des mises en garde et leur demander de mettre les produits ou services qu'ils offrent à l'utilisateur en conformité avec l'article IX.2 ou avec les arrêtés pris en exécution de l'article IX.4, §§ 1er à 3, ou de l'article IX.5, §§ 1er et 2;
  2° prescrire aux producteurs concernés de soumettre à l'analyse ou au contrôle d'un laboratoire indépendant, dans un délai déterminé et à leurs frais, leurs produits ou services offerts au consommateur quand, pour un produit ou un service déjà commercialisé, il existe des indices suffisants d'un danger, ou quand les caractéristiques d'un produit ou d'un service nouveau justifient cette mesure de précaution.
  Le Roi détermine, par arrêté, les conditions de remboursement, le cas échéant, des sommes exposées par les producteurs à l'occasion de ces analyses ou de ce contrôle.
  Tant qu'un produit ou service n'a pas été soumis à l'analyse ou au contrôle prescrit en application du présent article, il est réputé ne pas répondre aux exigences de l'article IX.2, sauf si la preuve du contraire en est rapportée.
  Art. IX.8. § 1er. Dans les limites de leurs activités respectives, les producteurs fournissent à l'utilisateur les informations lui permettant d'évaluer les risques inhérents à un produit pendant sa durée d'utilisation normale ou raisonnablement prévisible, lorsque ceux-ci ne sont pas immédiatement perceptibles sans un avertissement adéquat, et de s'en prémunir.
  La présence d'un tel avertissement ne dispense toutefois pas du respect des autres obligations prévues par le présent livre.
  § 2. Dans les limites de leurs activités respectives, les producteurs adoptent des mesures proportionnées aux caractéristiques des produits et services qu'ils fournissent, qui leur permettent :
  1° d'être informés des risques que ces produits et services pourraient présenter;
  2° de pouvoir engager les actions opportunes, y compris, si nécessaire pour éviter ces risques, le retrait du marché, la mise en garde adéquate et efficace des utilisateurs et le rappel auprès de ces derniers. Les actions peuvent être imposées, soit par le Roi, soit par le ministre ou son délégué, en application des articles IX.4 et IX.5.
  Ces mesures comprennent entre autres :
  1° l'indication, par le biais du produit ou de son emballage, de l'identité et des coordonnées du producteur ainsi que la référence du produit ou, le cas échéant, du lot de produits auquel il appartient, sauf dans les cas où l'omission de cette indication est justifiée;
  2° dans tous les cas où cela est approprié, la réalisation d'essais par sondage sur les produits commercialisés, l'examen des réclamations et, le cas échéant, la tenue d'un registre de réclamations ainsi que l'information des distributeurs par le producteur sur le suivi de ces produits.
  § 3. Les distributeurs sont tenus de contribuer au respect des obligations de sécurité applicables, en particulier en ne fournissant pas de produits dont ils savent ou auraient dû estimer, sur la base des informations en leur possession et en tant que professionnels, qu'ils ne satisfont pas à ces obligations. En outre, dans les limites de leurs activités respectives, ils participent au suivi de la sécurité des produits mis sur le marché, en particulier par la transmission des informations sur les risques des produits, par la tenue et la fourniture des documents nécessaires pour en retracer l'origine, ainsi que par la collaboration aux actions engagées par les producteurs et les autorités compétentes pour éviter les risques.
  § 4. Les producteurs et les distributeurs informent immédiatement le Guichet central pour les produits lorsqu'ils savent ou doivent savoir, sur base des informations en leur possession et en tant que professionnels, qu'un produit ou un service qu'ils ont mis sur le marché présente pour l'utilisateur des risques incompatibles avec l'obligation générale de sécurité ou ne répond pas à un arrêté pris en exécution de l'article IX.4, §§ 1er et 3, ou de l'article IX.5, §§ 1er et 2. Ils communiquent au moins les informations suivantes :
  1° les données permettant une identification exacte du produit ou du lot de produits concernés;
  2° une description complète du risque lié aux produits concernés;
  3° toutes les informations disponibles permettant de tracer le produit;
  4° une description des démarches entreprises pour éviter tout risque pour les utilisateurs.
  Le Roi est habilité à fixer le contenu et la forme du formulaire de notification.
  § 5. Les producteurs et les distributeurs, dans les limites de leurs activités, collaborent avec les autorités compétentes, à la requête de ces dernières, pour les actions engagées afin d'éviter les risques que présentent des produits qu'ils fournissent ou ont fournis.
  Art. IX.9. Pour les produits destinés aux consommateurs, l'étiquetage et l'information prescrits par le présent livre et ses arrêtés d'exécution, les modes d'emploi ainsi que les documents de garantie sont au moins libellés dans une langue compréhensible pour le consommateur moyen, vu la région linguistique où les produits ou les services sont mis sur le marché. Cette obligation s'applique aussi aux autres produits, sauf si les arrêtés adoptés en application des articles IX.4 et IX.5 prévoient des conditions dérogatoires.
  Art. IX.10. Le Roi prend les mesures nécessaires en vue d'assurer le fonctionnement efficace d'un système de collecte de données sur les accidents dans lesquels peuvent être impliqués des produits ou des services visés à l'article I.10.1° et 5°.
  Art. IX.11. Le Roi peut déterminer les critères d'agréation et de fonctionnement des organismes intervenants, les règles concernant leur organisation et leurs missions ainsi que les modalités du contrôle de leur respect.
  CHAPITRE 2. - Structures d'information et d'avis
  Art. IX.12. Au sein du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie est créé " Un Guichet central pour les produits ", ci-après dénommé " Guichet central ". Les tâches essentielles du Guichet central sont :
  1° être le point de contact pour les consommateurs, producteurs, distributeurs, employeurs et autorités pour les produits ou les services qui ne répondent ou ne répondraient pas aux dispositions du présent livre ou de ses arrêtés d'exécution et qui peuvent ou pourraient nuire à la sécurité ou à la santé des utilisateurs;
  2° être le point de contact belge pour les systèmes d'échange européens en ce qui concerne la sécurité des produits;
  3° être le point de contact où les producteurs et les distributeurs notifient un accident grave résultant de l'utilisation du produit qu'ils ont fourni ou mis à disposition ou du service presté, et où ils déclarent que le produit ou le service qu'ils ont fourni ou mis à disposition ne répond plus à l'obligation générale de sécurité visée par le présent livre ou à un arrêté pris en exécution de l'article IX.4, §§ 1er et 3, ou de l'article IX.5, §§ 1er et 2;
  4° répertorier et centraliser tous types de données sur les risques que comportent des produits et des services et les garder à la disposition des agents désignés conformément à l'article XV.1er;
  5° coordonner des campagnes d'information fédérales sur la sécurité et la salubrité des produits et des services.
  Le Roi peut charger le Guichet central de missions supplémentaires en ce qui concerne la sécurité et la santé des consommateurs.
  Conformément aux exigences en matière de transparence, le Guichet central met à la disposition du public toutes informations sur les risques des produits et services pour la santé et la sécurité de l'utilisateur. Le public aura en particulier accès aux informations concernant l'identification des produits, la nature du risque et les mesures qui ont été prises.
  Art. IX.13. Le Guichet central assume une mission de coordination. Le Guichet central transmet les questions spécifiques auxquelles il ne peut pas répondre immédiatement et les réclamations des consommateurs, producteurs ou distributeurs pour exécution à l'administration concernée qui l'informe de la suite réservée. Le Guichet central doit fournir aux administrations toutes les informations dont il dispose pour l'exécution de sa mission et qui concernent les compétences de l'administration concernée et peut demander aux administrations concernées tous les documents et autres données dont il a besoin pour l'exécution de sa mission.
  Chaque année, le Guichet central établit pour l'exercice précédent un rapport d'activités. En annexe à ce rapport, figurent un aperçu statistique des accidents signalés concernant des produits, des plaintes et communications relatives à la sécurité et à la salubrité des produits et des communiqués reçus via les systèmes européens d'alerte.
  Art. IX.14. Dans les matières relevant du présent livre et de ses arrêtés d'exécution, le Roi détermine pour un produit ou une catégorie de produits, sur la proposition conjointe du ministre et des autres ministres qui ont la sécurité de ce produit ou cette catégorie de produits dans leurs attributions :
  1° la composition de la représentation de la Belgique auprès d'organisations internationales ou supranationales;
  2° l'attribution des compétences et des missions relative à la préparation des arrêtés d'exécution. Dans ce cadre, le Roi peut déterminer que pour l'application des articles IX.4 et 5, d'autres organes consultatifs que la Commission pour la Sécurité des Consommateurs sont obligatoirement consultés suivant les mêmes procédures. ".
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition abrogatoire
Art. 4. De wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten, gewijzigd bij de wetten van 4 april 2001, 18 december 2002, 27 december 2005 en 25 april 2007, wordt opgeheven, met uitzondering van de artikelen 14 tot 19, en de artikelen 20 tot 26.
Art. 4. La loi du 9 février 1994 relative à la sécurité des produits et des services, modifiée par les lois des 4 avril 2001, 18 décembre 2002, 27 décembre 2005 en 25 avril 2007, est abrogée, sauf les articles 14 à 19, et les articles 20 à 26.
HOOFDSTUK 4. - Bevoegdheidstoewijzing
CHAPITRE 4. - Attribution de compétences
Art. 5. De bestaande wetten en uitvoeringsbesluiten die verwijzen naar de opgeheven bepalingen bedoeld in artikel 4, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.
Art. 5. Les lois ou arrêtés d'exécution existants qui font référence aux dispositions abrogées visées à l'article 4, sont présumés faire référence aux dispositions équivalentes du Code de droit économique telles qu'insérées par la présente loi.
Art. 6. De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de bij artikel 4 opgeheven bepalingen van de wet van 9 februari 1994 vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.
Art. 6. Le Roi peut remplacer les références dans les lois ou arrêtés existants aux dispositions de la loi du 9 février 1994 abrogées par l'article 4 par des références aux dispositions équivalentes du Code de droit économique, telles qu'insérées par la présente loi.
Art. 7. De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan Hij :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering in overeenstemming brengen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.
Art. 7. Le Roi peut coordonner les dispositions du Code de droit économique, telles qu'insérées par la présente loi, avec les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées jusqu'au moment où la coordination sera établie.
  A cette fin, Il peut :
  1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec la numérotation nouvelle;
  3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 8. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Art. 8. Le Roi détermine la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 12-12-2013 par AR 2013-12-08/01, art. 4)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 25 april 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie en Consumenten,
  J. VANDE LANOTTE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 25 avril 2013.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Economie et des Consommateurs,
  J. VANDE LANOTTE
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme A. TURTELBOOM