Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 SEPTEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de loopbaanonderbreking, het adoptieverlof en de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de hogescholen
Titre
6 SEPTEMBRE 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative à l'interruption de carrière, le congé d'adoption et la mise en disponibilité préalable à la pension de retraite des membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves et des instituts supérieurs
Dokumentinformationen
Numac: 2013035819
Datum: 2013-09-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035819
Date: 2013-09-06
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 betreffende het opvangverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding met het oog op adoptie en pleegvoogdij
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 1994 relatif au congé d'accueil en vue d'une adoption ou d'une tutelle officieuse, accordé aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves
Artikel 1. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 betreffende het opvangverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding met het oog op adoptie en pleegvoogdij worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1 wordt het woord " twee " vervangen door het woord " vier ";
aan paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
" In geval van een intrafamiliale adoptie, zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie, wordt bovendien het bewijs geleverd dat het verzoekschrift tot adoptie is ingediend. ";
er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Als de procedure voor de intrafamiliale adoptie niet in een adoptie resulteert, wordt het opvangverlof omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. In dat geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. Deze terbeschikkingstelling neemt in elk geval een einde bij het verstrijken van de periode waarvoor het opvangverlof was aangevraagd. "
Article 1er. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 1994 relatif au congé d'accueil en vue d'une adoption ou d'une tutelle officieuse, accordé aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
dans le paragraphe 1er, le mot " deux " est remplacé par le mot " quatre ".
le paragraphe 1er est complété par la phrase suivante :
" Au cas d'une adoption intrafamiliale, telle que définie à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012 relatif à la préparation et au suivi en matière d'adoption internationale, la preuve est en outre produite que la requête d'adoption a été introduite. ";
il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
§ 3. " Si la procédure d'adoption intrafamiliale ne résulte pas en une adoption, le congé d'accueil est converti en une mise en disponibilité pour convenances personnelles. Dans ce cas, la durée de la mise en disponibilité pour convenances personnelles à laquelle le membre du personnel intéressé peut prétendre en vertu des dispositions réglementaires applicables à lui, peut être dépassée. Cette mise en disponibilité prend fin lors de l'expiration de la période pour laquelle le congé d'accueil a été demandé. "
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité à temps entier pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves
Art. 2. In artikel 9quinquies van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De periodes waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen neemt, worden ook als prestaties beschouwd. De periodes waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen heeft genomen voor 1 september 2013, worden ook beschouwd in overeenstemming te zijn met deze bepaling. ".
Art. 2. A l'article 9quinquies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité à temps entier pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Les périodes pour lesquelles un membre du personnel bénéficie d'une interruption de carrière complète pour congé parental, pour assistance médicale ou pour donner des soins palliatifs, sont considérées également comme des prestations. Les périodes pour lesquelles un membre du personnel a bénéficié d'une interruption de carrière complète pour congé parental, pour assistance médicale ou pour donner des soins palliatifs avant le 1er septembre 2013, sont considérées également être conformes à cette disposition. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool "
Art. 3. In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Voor de opdracht, vermeld in het eerste lid, komen ook de periodes in aanmerking waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen neemt. De periodes waarvoor een personeelslid een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen heeft genomen voor 1 september 2013, worden ook beschouwd in overeenstemming te zijn met deze bepaling. "
Art. 3. A l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2002 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour les personnels des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool " il est ajouté un alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
" Pour la mission visée à l'alinéa premier, les périodes pour lesquelles un membre du personnel bénéficie d'une interruption de carrière complète pour congé parental, pour assistance médicale ou pour donner des soins palliatifs Les périodes pour lesquelles un membre du personnel a bénéficié d'une interruption de carrière complète pour congé parental, pour assistance médicale ou pour donner des soins palliatifs avant le 1er septembre 2013, sont considérées également être conformes à cette disposition. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la "Hogere Zeevaartschool";
Art. 4. In artikel 1, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2012, worden de woorden " Vlaamse autonome hogescholen " vervangen door de woorden " publiekrechtelijke hogescholen ".
Art. 4. A l'article 1er, troisième alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la Hogere Zeevaartschool, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 octobre 2012, les mots " instituts supérieurs autonomes flamands " sont remplacés par les mots " instituts supérieurs de droit public ".
Art. 5. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1 wordt het woord " familiale " opgeheven;
paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken voor het volgen van een beroepsopleiding, als vermeld in artikel 11. ".
Art. 5. A l'article 8 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
au paragraphe 1er, le mot " familiales " est abrogé;
le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas aux membres du personnel qui interrompent leur carrière pour suivre une formation professionnelle telle que visée à l'article 11. ".
Art. 6. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
paragraaf 2 wordt opgeheven;
in paragraaf 3 worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt :
" Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt ambtshalve omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.
Art. 6. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
le paragraphe 2 est abrogé;
dans le paragraphe 3, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par la disposition suivante :
" Le congé d'un membre du personnel nommé ayant interrompu sa carrière professionnelle sans avoir droit à une interruption de carrière sur la base d'une décision du directeur du bureau de chômage ou sur les base des dispositions du présent arrêté, est converti d'office en une mise à disposition pour convenance personnelle.
Art. 7. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het tweede lid worden de woorden " in schijven van een maand " vervangen door de woorden " in periodes van een maand of een veelvoud daarvan, ";
in het derde lid worden de woorden " moet worden genomen voor een aaneengesloten periode van 8 maanden " vervangen door de woorden " kan worden genomen in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van acht maanden ";
in het vierde lid worden de woorden " moet worden opgenomen in schijven van 5 maanden " vervangen door de woorden " kan worden opgenomen in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan ".
Art. 7. A l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
à l'alinéa deux, les mots " par tranche d'un mois " sont remplacés par les mots " dans des périodes d'un mois ou d'un multiple de ceux-ci, ";
à l'alinéa trois, les mots " doit être prise pour une période ininterrompue de 8 mois " sont remplacés par les mots " peut être prise dans des périodes de deux mois ou d'un multiple de ceux-ci, avec une durée maximale de huit mois ";
à l'alinéa quatre, les mots " doit être prise par tranche de 5 mois " sont remplacés par les mots " peut être prise dans des périodes de 5 mois ou d'un multiple de ceux-ci ".
Art. 8. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel 16/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16/1. § 1. In afwijking van de duur van minimum één maand, vermeld in artikel 16, kan het personeelslid voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.
§ 2. De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, staat open voor :
het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
Als de personeelsleden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen :
het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad. ".
§ 3. Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand zoals vermeld in artikel 15 voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.
Art. 8. Au même arrêté, il est ajouté un article 16/1, rédigé comme suit :
" Art. 16/1. § 1er. Par dérogation à la durée d'un mois au minimum visée à l'article 16, le membre du personnel peut interrompre sa carrière professionnelle de manière complète pour la durée d'une semaine, éventuellement renouvelable d'une semaine, pour l'assistance ou prestation de soins d'un enfant mineur, pendant ou immédiatement après l'hospitalisation de l'enfant suite à une maladie grave.
Pour l'application du présent article, il faut entendre par 'maladie grave' toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant de l'enfant gravement malade, dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou psychologique ou de prestation de soins.
§ 2. La possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, telle que visée au paragraphe 1er, est ouverte :
au membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui cohabite avec lui;
au membre du personnel qui cohabite avec l'enfant gravement malade et est chargée- de l'éducation quotidienne.
Si les membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1° et 2° ne peuvent pas utiliser la possibilité d'interrompre leur carrière professionnelle pour la durée d'une semaine telle que visé au paragraphe 1er, les membres du personnel suivants peuvent également faire appel à cette possibilité :
le membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui ne cohabite pas avec celui-ci;
si le membre du personnel visé sous 1° ne peut pas utiliser la possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, un membre de famille de l'enfant gravement malade jusqu'au deuxième degré. ".
§ 3. Si le membre du personnel exerce le droit d'interruption de la carrière pour assistance médicale telle que visée à l'article 15 pour le même enfant gravement malade, immédiatement après possibilité d'interruption de la carrière professionnelle, la période minimale pour la prise de l'interruption complète de la carrière professionnelle peut être inférieure à un mois.
Art. 9. In artikel 18, § 5, van hetzelfde besluit wordt aan het eerste lid de volgende zin toegevoegd :
" In geval van hospitalisatie van het kind wordt het bewijs van hospitalisatie geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis. ";
Art. 9. A l'article 18, § 5, du même arrêté, la phrase suivante est ajoutée à l'alinéa premier :
" Au cas d'hospitalisation de l'enfant, la preuve d'hospitalisation est fournie par une attestation de l'hôpital en question. ";
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 tot regeling van sommige verloven en terbeschikkingstellingen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 réglant certains congés et certaines mises en disponibilité pour les membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool "
Art. 10. In artikel 8/4 van het besluit van de Vlaamse Regering 31 maart 2006 tot regeling van sommige verloven en terbeschikkingstellingen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid wordt het woord " twee " vervangen door het woord " vier ";
aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
" In geval van een intrafamiliale adoptie, zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie, wordt bovendien het bewijs geleverd dat het verzoekschrift tot adoptie is ingediend. ";
er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Als de procedure voor de intrafamiliale adoptie niet in een adoptie resulteert, dan wordt het opvangverlof omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. De terbeschikkingstelling neemt een einde bij het verstrijken van de periode waarvoor het opvangverlof was aangevraagd. "
Art. 10. A l'article 8/4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 réglant certains congés et certaines mises en disponibilité pour les membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ", inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
dans le premier alinéa, le mot " deux " est remplacé par le mot " quatre ";
l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Au cas d'une adoption intrafamiliale, telle que définie à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012 relatif à la préparation et au suivi en matière d'adoption internationale, la preuve est en outre fournie que la requête d'adoption a été introduite. ";
il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
" Si la procédure d'adoption intrafamiliale ne résulte pas en une adoption, le congé d'accueil est converti en une mise en disponibilité pour convenances personnelles. La mise en disponibilité prend fin lors de l'expiration du délai pour lequel le congé d'accueil a été demandé. "
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves
Art. 11. In artikel 1, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de woorden " afdeling 1 en afdeling 2 " vervangen door de woorden " afdeling 1, afdeling 2 en afdeling 4 ".
Art. 11. A l'article 1er, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 relatif à l'interruption de carrière des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, les mots " section 1re et section 2 " sont remplacés par les mots " section 1re, section 2 et section 4 ".
Art. 12. In artikel 9, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De personeelsleden die een loopbaanonderbreking genieten als vermeld in het eerste lid, 1°, hebben telkens op 1 september de mogelijkheid om over te stappen naar een loopbaanonderbreking als vermeld in het eerste lid, 2°, op voorwaarde dat de inrichtende macht daarmee instemt. ".
Art. 12. Dans l'article 9, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Les membres du personnel bénéficiant d'une interruption de carrière telle que visée à l'alinéa premier, 1°, ont chaque fois au 1er septembre la possibilité de passer à une interruption de carrière visée à l'alinéa premier, 2° à condition que le pouvoir organisateur y consent. ".
Art. 13. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 5/1. In afwijking van artikel 9, § 1 wordt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar of vanaf de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is, beëindigd op het ogenblik dat het personeelslid het recht doet gelden op een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen. Dit kan enkel op voorwaarde dat het personeelslid, vermeld in artikel 9, § 1, of vanaf de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is, bij de aanvang van een van die onderbrekingen van de beroepsloopbaan heeft meegedeeld dat het de daaraan voorafgaande gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar, of vanaf de leeftijd van vijftig jaar indien artikel 9, § 3, § 4 of § 5 van toepassing is, op dezelfde wijze wil voortzetten na beëindiging van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen.
De periodes van loopbaanonderbreking, vermeld in het eerste lid, moeten onmiddellijk op elkaar aansluiten. In dat geval wordt afgeweken van de ingangsdatum, vermeld in artikel 9, § 1 van dit besluit. ".
Art. 13. A l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, il est ajouté un paragraphe 5/1, rédigé comme suit :
" § 5/1. Par dérogation à l'article 9, § 1er, l'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 55 ans ou à partir de l'âge de cinquante ans si l'article 9, §§ 3, 4 ou 5 est d'application, est terminée au moment où le membre du personnel fait valoir une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale ou pour soins palliatifs. Ceci est uniquement possible à condition que le membre du personnel visé à l'article 9, § 1er, ou à partir de l'âge de cinquante ans si l'article 9, §§ 3, 4 ou 5 est d'application, a fait savoir au début d'une de ces interruptions de carrière qu'il souhaite continuer l'interruption de carrière partielle précédente de la même façon à partir de l'âge de 55 ans, ou à partir de l'âge de cinquante ans si l'article 9, §§ 3, 4 ou 5 est d'application, à la fin de l'interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale ou pour soins palliatifs.
Les périodes de l'interruption de carrière visées à l'alinéa premier, doivent se suivre immédiatement. Dans ce cas, il est dérogé à la date de début telle que visée à l'article 9, § 1er du présent arrêté. ".
Art. 14. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
paragraaf 2 wordt opgeheven;
in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt ambtshalve omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. ";
in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " In het geval, vermeld in het eerste lid, 2° " vervangen door de woorden " In dat geval ".
Art. 14. A l'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
le paragraphe 2 est abrogé;
au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le congé d'un membre du personnel nommé ayant interrompu sa carrière professionnelle sans avoir droit à une interruption de carrière sur la base d'une décision du directeur du bureau de chômage ou sur la base des dispositions du présent arrêté, est converti d'office en une mise en disponibilité pour convenances personnelles. ";
dans le paragraphe 3, alinéa deux, les mots " Dans le cas, visé à l'alinéa premier, 2° " est remplacé par les mots " Dans ce cas ".
Art. 15. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 2 worden tussen de datum " 1 september 2012 " en het woord " loopbaanonderbreking " de woorden " een volledige of halftijdse " ingevoegd;
er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2/1. In afwijking van artikel 22 kan een personeelslid dat al voor 1 september 2012 loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof genomen heeft, een bijkomende ononderbroken periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen :
gedurende maximaal één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
gedurende maximaal twee maanden bij een halftijdse loopbaanonderbreking;
gedurende maximaal veertien maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde. ";
in paragraaf 3, 2°, wordt de zinsnede " , als zij voltijds tewerkgesteld zijn " opgeheven;
aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De personeelsleden hebben de mogelijkheid om bij het opnemen van hun ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende opnamevormen, vermeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm wordt rekening gehouden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenstemt met twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking of met vijf maanden loopbaanonderbreking met een vijfde. ";
er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. In afwijking van artikel 22, 3°, kan een tijdelijk personeelslid dat een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof neemt tijdens een schooljaar, het daaropvolgende schooljaar het resterende gedeelte van de loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof aaneensluitend opnemen, op voorwaarde dat het tijdelijk personeelslid opnieuw een aanstelling heeft in een ambt met volledige prestaties op 1 september. In dat geval eindigt de voorgaande aanvraag voor loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof op 31 augustus. De volgende periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof begint in dat geval op 1 september. De totale periode van loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof bedraagt maximaal twintig maanden vanaf de datum van de eerste aanvraag van loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof. ".
Art. 15. A l'article 23 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012, sont apportées les modifications suivantes :
au paragraphe 2, les mots " à temps entier ou à mi-temps " sont insérés entre les mots " interruption de carrière " et les mots " pour congé parental ";
il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
" § 2/1. Par dérogation à l'article 22, un membre du personnel ayant déjà pris une interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième avant le 1er septembre 2012, peut prendre une période ininterrompue supplémentaire d'interruption de carrière pour congé parental :
pendant au maximum un mois en cas d'interruption de carrière complète;
pendant au maximum deux mois en cas d'interruption de carrière à mi-temps;
pendant au maximum quatorze mois en cas d'interruption de carrière d'un cinquième. ";
au paragraphe 3, 2°, le membre de phrase " s'ils sont occupés à temps plein " est abrogé;
le paragraphe 3 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Lors de la prise de congé parental, les membres du personnel ont le droit d'utiliser les différentes formes de prise d'interruption de carrière visées à l'alinéa premier. En cas d'une modification de la forme de prise d'interruption de carrière, il est tenu compte du principe qu'un mois d'interruption de carrière à temps plein correspond à deux mois d'interruption de carrière à mi-temps ou à cinq mois d'interruption de carrière d'un cinquième. ";
il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Par dérogation à l'article 22, 3°, un membre du personnel temporaire qui prend une interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième pendant une année scolaire, peut prendre la partie restante de l'interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième pendant l'année scolaire suivante, à condition que le membre du personnel temporaire ait à nouveau une désignation dans une fonction à prestations complètes le 1er septembre. Dans ce cas, la demande précédente d'interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième se termine le 31 août. Dans ce cas, la période suivante d'interruption de carrière pour congé parental se termine le 1er septembre. La période entière d'interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième s'élève à vingt mois au maximum à partir de la date de la première demande de l'interruption de carrière pour congé parental d'un cinquième. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 27/1. § 1. In afwijking van de duur van minimum één maand, vermeld in artikel 27, kan het personeelslid voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.
§ 2. De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, staat open voor :
het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
Als de personeelsleden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen :
het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een bloed- of aanverwant van het zwaar zieke kind tot de tweede graad. ".
§ 3. Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand zoals vermeld in artikel 26 voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.
Art. 16. Dans le même arrêté, il est inséré un article 27/1, rédigé comme suit :
" Art. 27/1. § 1er. En dérogation de la durée d'un mois au minimum visée à l'article 27, le membre du personnel peut interrompre sa carrière professionnelle de manière complète pour la durée d'une semaine, éventuellement renouvelable d'une semaine, pour l'assistance ou prestation de soins d'un enfant mineur, pendant ou immédiatement après l'hospitalisation de l'enfant suite à une maladie grave.
Pour l'application du présent article, il faut entendre par 'maladie grave' toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant de l'enfant gravement malade, dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou psychologique ou de prestation de soins.
§ 2. La possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, telle que visée au paragraphe 1er, est ouverte pour :
le membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui cohabite avec lui;
le membre du personnel qui cohabite avec l'enfant gravement malade et est chargée de l'éducation quotidienne.
Si les membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1° et 2° ne peuvent pas utiliser la possibilité d'interrompre leur carrière professionnelle pour la durée d'une semaine telle que visée au paragraphe 1er, les membres du personnel suivants peuvent également faire appel à cette possibilité :
le membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui ne cohabite pas avec celui-ci;
si le membre du personnel visé sous 1° ne peut pas utiliser la possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, un membre de famille de l'enfant gravement malade jusqu'au deuxième degré. ".
§ 3. Si le membre du personnel exerce le droit d'interruption de la carrière pour assistance médicale telle que visée à l'article 26 pour le même enfant gravement malade, immédiatement après possibilité d'interruption de la carrière professionnelle, la période minimale pour la prise de l'interruption complète de la carrière professionnelle peut être inférieure à un mois.
Art. 17. In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
aan het eerste lid wordt volgende zin toegevoegd :
" In geval van hospitalisatie van het kind wordt het bewijs van hospitalisatie geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis. ";
er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In geval van hospitalisatie van een zwaar ziek kind, kan worden afgeweken van de termijn voor de aanvraag bij de inrichtende macht wanneer de hospitalisatie van het kind onvoorzienbaar is. In dat geval bezorgt het personeelslid zo spoedig mogelijk een attest van de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het onvoorzienbare karakter van de hospitalisatie blijkt. Deze mogelijkheid geldt ook als de onderbreking van de beroepsloopbaan verlengd wordt met één week. ".
Art. 17. A l'article 28 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
" Au cas d'hospitalisation de l'enfant, la preuve d'hospitalisation est fournie par une attestation de l'hôpital en question. ";
il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
Au cas d'une hospitalisation d'un enfant gravement malade, il peut être dérogé du délai pour la demande auprès du pouvoir organisateur lorsque l'hospitalisation de l'enfant est imprévisible. Dans ce cas, le membre du personnel remet le plus tôt possible une attestation du médecin traitant démontrant le caractère imprévisible de l'hospitalisation. Cette possibilité s'applique également si l'interruption de la carrière professionnelle est prolongée d'une semaine. ".
Art. 18. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 36. § 1. Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid met loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen voor de periode van loopbaanonderbreking is verstreken.
De opzegging wordt gericht aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht. Voor de personeelsleden van de inspectie wordt de opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.
§ 2. Het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het verstrekken van palliatieve verzorging of voor medische bijstand, kan evenwel, na het overlijden van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is. "
Art. 18. L'article 36 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 36. § 1er. Pour des raisons exceptionnelles, le membres du personnel bénéficiant d'une interruption de carrière pour congé parental, pour assistance médicale ou pour prestation de soins palliatifs, peut être autorisé par le Ministre ayant l'enseignement dans ses attributions, ou par son mandataire, à reprendre sa fonction ou à l'exercer à nouveau complètement avant l'expiration de la période d'interruption de carrière.
Ce préavis est adressé au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions, ou à son mandataire, par l'intermédiaire et avec l'accord du pouvoir organisateur. Pour les membres du personnel de l'inspection et du service d'études, ce préavis est adressé par voie hiérarchique au Gouvernement flamand.
§ 2. Le membre du personnel ayant interrompu sa carrière pour la prestation de soins palliatifs ou pour assistance médicale peut toutefois, après le décès de la personne qui bénéficiait des soins, être autorisé par le pouvoir organisateur de l'(des) établissement(s) ou du/des centre(s) où il travaille, à reprendre ses fonctions ou à les exercer à nouveau complètement avant l'expiration de la période d'interruption de carrière. "
Art. 19. Artikel 36/3 van hetzelfde besluit wordt artikel 37/1.
Art. 19. L'article 36/3 du même arrêté est abrogé.
Art. 20. Artikel 36/4 van hetzelfde besluit wordt artikel 37/2.
Art. 20. L'article 36/4 du même arrêté est abrogé.
Art. 21. In hetzelfde besluit wordt een artikel 37/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 37/3. Het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen vult, indien nodig, het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen, toegekend door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor de personeelsleden van de centra voor basiseducatie aan tot een bedrag dat toegekend wordt, naargelang van het opgenomen stelsel, overeenkomstig de bepalingen van :
het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking voor de onderbreking van de beroepsloopbaan of de vermindering van de arbeidsprestaties;
het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen;
het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;
het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan. ".
Art. 21. Dans le même arrêté, il est inséré un article 37/3, rédigé comme suit :
" Art. 37/3. Si nécessaire, l'" Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen " complète le montant des allocations d'interruption accordées par l'" Office national de l'Emploi " pour les membres du personnel des centres d'éducation de base jusqu'à un montant accordé en fonction du système repris, conformément aux dispositions de :
l'arrêté royal du 12 août 1991 pris en exécution du chapitre IV de la loi du 10 août 2001 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie concernant le système du crédit-temps, la diminution de carrière et la réduction des prestations de travail à mi-temps;
l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption;
l'arrêté royal du 10 août 1998 instaurant un droit à l'interruption de carrière pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade;
l'arrêté royal du 29 octobre 1997 relatif à l'introduction d'un droit au congé parental dans le cadre d'une interruption de la carrière professionnelle. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 22. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013. Artikel 4, 13 en 21 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Art. 22. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2013. Les articles 4, 13 et 21 produisent leurs effets le 1er septembre 2012.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 6 september 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 6 septembre 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET