Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 SEPTEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende het basis- en het secundair onderwijs
Titre
13 SEPTEMBRE 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatifs à l'enseignement fondamental et secondaire
Dokumentinformationen
Numac: 2013205402
Datum: 2013-09-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013205402
Date: 2013-09-13
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail
Artikel 1. In artikel 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en 24 oktober 2008, wordt het tweede lid opgeheven.
Article 1er. Dans l'article 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 6 juillet 2007 et 24 octobre 2008, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 2. Aan artikel 14ter, 3°, a), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Er wordt een punt 4) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4) een afwezigheid tijdens evaluatiemomenten buiten examenperiodes, indien de instelling bepaalt dat voor dergelijke afwezigheid een attest, uitgereikt door een arts, is vereist; ";
Er wordt een punt 5) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5) een afwezigheid tijdens de week onmiddellijk vóór of onmiddellijk na een schoolvakantie. Onder schoolvakantie wordt verstaan : de vakantieperiodes, vermeld in artikel 7, 1° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, en de afwijkingen daarop met toepassing van artikel 8 van het voormelde besluit; ".
Art. 2. A l'article 14ter, 3°, a), du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2003, sont apportées les modifications suivantes :
il est ajouté un point 4), rédigé comme suit :
" 4) une absence pendant des moments d'évaluation en dehors des périodes d'examen, si l'établissement décide qu'une attestation, délivrée par un médecin, est requise pour une telle absence; ";
il est ajouté un point 5), rédigé comme suit :
" 5) une absence au cours de la semaine immédiatement précédant ou suivant des vacances scolaires. Par vacances scolaires on entend : les périodes de vacances, visées à l'article 7, 1° jusqu'à 5° inclus de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire et les dérogations à ces dispositions, en application de l'article 8 de l'arrêté précité; ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental
Art. 3. In artikel 10ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004, 6 juli 2007 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° de afwezigheid wegens ziekte, op voorwaarde dat een van de volgende documenten wordt voorgelegd :
a) een medisch attest, uitgereikt door een arts, voor zover het om een van de volgende gevallen gaat :
1) een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
2) een afwezigheid wegens ziekte nadat de leerling in datzelfde schooljaar al viermaal afwezig is geweest met toepassing van punt b);
3) een afwezigheid tijdens de week onmiddellijk vóór of onmiddellijk na een schoolvakantie. Onder schoolvakantie wordt verstaan : de vakantieperiodes, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, en de afwijkingen daarop met toepassing van artikel 8 van het voormelde besluit;
b) een verklaring van de ouders voor alle afwezigheden wegens ziekte waarvan de periode of duur niet valt onder punt a); ";
punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
" 3° de afwezigheden wegens persoonlijke omstandigheden, op voorwaarde dat de ouders daarvoor een aanvraag hebben ingediend en de directeur daarmee akkoord gaat; ";
er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Afwezigheden als vermeld in het eerste lid, 4° en 5° kunnen niet als afwezigheden wegens persoonlijke omstandigheden als vermeld in het eerste lid, 3°, beschouwd worden. " .
Art. 3. A l'article 10ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 août 2004, 6 juillet 2007 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° l'absence pour cause de maladie à condition qu'un des documents suivants soit présenté :
a) une attestation médicale, délivrée par un médecin, pour autant qu'il s'agisse d'un des cas suivants :
1) une absence pour cause de maladie de plus de trois jours calendaires successifs;
2) une absence pour cause de maladie suivant quatre périodes antérieures d'absence de l'élève dans la même année scolaire, en application du point b);
3) une absence au cours de la semaine immédiatement précédant ou suivant des vacances scolaires. Par vacances scolaires, on entend : les périodes de vacances, visées à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel, organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande et les dérogations à ces dispositions, en application de l'article 8 de l'arrêté précité;
b) une déclaration des parents pour toutes les absences pour cause de maladie dont la période ou la durée ne sont pas reprises sous le point a); ";
le point 3° est remplacé par les dispositions suivantes :
" 3° les absences pour des raisons personnelles, à condition que les parents ont soumis une demande à cette fin et que le directeur l'a approuvée; ";
il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les absences, telles que visées à l'alinéa premier, 4° et 5°, ne peuvent pas être considérées comme des absences pour des raisons personnelles, visées à l'alinéa premier, 3°. ".
Art. 4. In artikel 10quinquies, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003, wordt de zinsnede " 3° " vervangen door de zinsnede " 5° ".
Art. 4. Dans l'article 10quinquies, § 1, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2003, le numéro " 3° " est remplacé par le numéro " 5° ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire
Art. 5. Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 5. § 1. In het voltijds gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, mogen per schooljaar maximaal 30 lesdagen aan evaluatie worden besteed. Die dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.
Onder evaluatie als vermeld in het eerste lid wordt verstaan :
de organisatie van vooraf aangekondigde examens of proeven over grotere leerstofgehelen, met uitzondering van de geïntegreerde proef en de bekwaamheidsproeven, opgelegd in het kader van externe certificering ";
elk besluitvormingsproces van de klassenraad tijdens het schooljaar, met inbegrip van de deliberatie. Die deliberatie kan op zijn vroegst van start gaan op de vijfde laatste lesdag van :
a) hetzij de maand juni;
b) hetzij de maand januari. Dit besluitvormingsproces in de maand januari kan alleen georganiseerd worden voor de structuuronderdelen, aangeduid als Se-n-Se, die eindigen op 31 januari van het lopende schooljaar en voor de modules van de HBO5-opleiding verpleegkunde die eindigen op 31 januari van het lopende schooljaar;
de evaluatiegesprekken met de leerlingen en, eventueel, de betrokken personen.
Voor scholen die uitsluitend een systeem van permanente evaluatie hanteren en de examens of proeven, vermeld in het tweede lid, 1°, niet organiseren, en voor het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvormen 1, 2 en 3, wordt het maximum op 9 lesdagen vastgesteld. Die dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.
§ 2. Het schoolbestuur kan beslissen dat op de dagen waarop de evaluatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° of 3°, wordt georganiseerd, de leerling, na akkoord van de betrokken personen, alleen tijdens zijn examens of proeven of tijdens zijn evaluatiegesprekken op school aanwezig hoeft te zijn. Als de betrokken personen daar niet mee akkoord gaan, voorziet de school in opvang. Het schoolbestuur bepaalt, na overleg met de schoolraad, de inhoudelijke invulling van de opvang.
Het schoolbestuur kan beslissen dat op de dagen waarop de evaluatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt georganiseerd, de leerling, na akkoord van de betrokken personen, niet op school aanwezig hoeft te zijn. Als de betrokken personen daar niet mee akkoord gaan, voorziet de school in opvang. Het schoolbestuur bepaalt, na overleg met de schoolraad, de inhoudelijke invulling van de opvang. ".
Art. 5. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5. § 1er. Dans l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement secondaire spécial de forme d'enseignement 4, à temps plein, au maximum 30 jours de classe par année scolaire peuvent être destinés à l'évaluation. Ces jours peuvent varier suivant le groupe d'élèves.
Par " évaluation " visée au premier alinéa, on entend :
l'organisation d'examens ou d'épreuves annoncés auparavant sur de plus grandes unités de la matière à l'exception de l'épreuve intégrée et des épreuves de capacité, imposées dans le cadre de la certification extérieure ";
tout processus de prise de décision du conseil de classe au cours de l'année scolaire, la délibération incluse. Cette délibération peut au plus tôt débuter le cinquième dernier jour de classe de :
a) soit le mois de juin;
b) soit le mois de janvier. Ce processus de prise de décision au mois de janvier ne peut être organisé que pour les subdivisions structurelles, désignées comme Se-n-Se, qui prennent fin au 31 janvier de l'année scolaire en cours et pour les modules de formation HBO5 de nursing, qui prennent fin au 31 janvier de l'année scolaire en cours;
les entretiens d'évaluation avec les élèves et éventuellement les personnes responsables des élèves.
Pour les écoles qui appliquent uniquement un système d'évaluation permanente et qui n'organisent pas les examens ou les épreuves visés à l'alinéa deux, 1° et pour les formes d'enseignement 1, 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, le maximum est fixé à 9 jours de classe. Ces jours peuvent varier suivant le groupe d'élèves.
§ 2. L'autorité scolaire peut décider qu'aux jours auxquels l'évaluation, visée au paragraphe 1er, alinéa deux, 1° ou 3° est organisée, la présence de l'élève à l'école est seulement requise au cours de ses examens ou épreuves ou au cours de ses entretiens d'évaluation, à condition de l'accord des personnes responsables de l'élève en question. Si les personnes responsables de l'élève en question n'en sont pas d'accord, l'école organise de l'accueil. L'autorité scolaire définit le continu de l'accueil, après consultation du conseil scolaire.
L'autorité scolaire peut décider qu'aux jours auxquels l'évaluation, visée au paragraphe 1er, alinéa deux, 2°, est organisée et moyennant l'accord des personnes responsables de l'élève, l'élève ne doit pas être présent à l'école. Si les personnes responsables de l'élève en question n'en sont pas d'accord, l'école organise de l'accueil. L'autorité scolaire définit le continu de l'accueil, après consultation du conseil scolaire.
Art. 6. In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van de datum, vermeld in het eerste lid, vindt de vastlegging van de organisatie van het schooljaar 2013-2014 uiterlijk op 20 september 2013 plaats. ".
Art. 6. A l'article 9, § 1er, du même arrêté, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Par dérogation à la date visée à l'alinéa premier, la fixation de l'organisation de l'année scolaire 2013-2014 s'achève le 20 septembre 2013 au plus tard. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein
Art. 7. Aan artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever. ".
Art. 7. A l'article 3, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les membres qui ont voix consultative d'office et qui enseignent, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par enseignant. ".
Art. 8. Aan artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 september 2008 en 7 september 2012, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever. ".
Art. 8. A l'article 4, § 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 12 septembre 2008 et 7 septembre 2012, il est inséré un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les membres qui ont voix consultative d'office et qui enseignent, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par enseignant. ".
Art. 9. Aan artikel 5, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 september 2008 en 7 september 2012, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever. ".
Art. 9. A l'article 5, § 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 12 septembre 2008 et 7 septembre 2012, il est inséré un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Les membres qui ont voix consultative d'office et qui enseignent, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par enseignant. ".
Art. 10. In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 7 september 2007, 12 september 2008 en 4 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1 worden de woorden " buitengewoon lager of secundair onderwijs " vervangen door de zinsnede " buitengewoon lager onderwijs of opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs ";
in paragraaf 2 worden de woorden " leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs " vervangen door de zinsnede " leerlingen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs ";
paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 32 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 7 septembre 2007, 12 septembre 2008 et 4 juin 2010, sont apportées les modifications suivantes :
au paragraphe 1er, les mots " de l'enseignement spécial primaire ou secondaire " est remplacée par les mots " de l'enseignement primaire spécial ou de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial ";
au paragraphe 2, les mots " élèves réguliers de l'enseignement spécial secondaire " est remplacée par les mots " élèves réguliers de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial ";
le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen door wat volgt :
" Hoofdstuk V. - Andere bepalingen ".
Art. 11. Dans le même arrêté, modifié dernièrement par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, l'intitulé du chapitre V est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE V. - Autres dispositions ".
Art. 12. In hoofdstuk V van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een artikel 60bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 60bis. De sporttakken die in aanmerking komen voor het aanbieden van meer individuele leertrajecten aan leerlingen met topsportstatuut als vermeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, zijn :
tennis;
voetbal. ".
Art. 12. Au chapitre V du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est inséré un article 60bis, rédigé comme suit :
" Art. 60bis. Les disciplines sportives entrant en ligne de compte pour l'offre de plus de parcours d'apprentissage individuels aux élèves en possession d'un statut de sportif de haut niveau, telles que visées à l'article 136/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sont :
le tennis;
le football. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 13. Aan artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010, 19 september 2011 en 14 september 2012, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° voor het schooljaar 2013-2014 : idem schooljaar 2012-2013, evenwel aangevuld met volgende opleidingen voor de leertijd :
a) rubriek land- en tuinbouw :
hovenier;
hovenier-aanleg;
hovenier-onderhoud;
b) rubriek personenzorg :
logistiek assistent in de ziekenhuizen;
logistiek helper in de zorginstellingen;
verzorgende;
verzorgende/zorgkundige;
begeleider in de kinderopvang;
c) rubriek schoonheidszorg :
assistent kapper;
kapper;
d) rubriek sport en vrije tijd :
sportbegeleider;
animator in de evenementensector. ".
Art. 13. A l'article 6, premier alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 juin 2010, 19 septembre 2011 et 14 septembre 2012, il est ajouté un point 6° ainsi rédigé :
" 6° pour l'année scolaire 2013-2014 : la même liste que pour l'année scolaire 2012-2013, toutefois complétée des formations suivantes pour l'apprentissage :
a) discipline agriculture et horticulture :
hovenier;
hovenier-aanleg;
hovenier-onderhoud;
b) discipline soins aux personnes :
logistiek assistent in de ziekenhuizen;
logistiek helper in de zorginstellingen;
verzorgende;
verzorgende/zorgkundige;
begeleider in de kinderopvang;
c) discipline soins de beauté :
assistent kapper;
kapper;
d) discipline sports et loisirs :
sportbegeleider;
animator in de evenementensector. ".
Art. 14. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" Een voorstel kan alleen worden goedgekeurd als voor de opleiding een beroepskwalificatie bestaat. ".
Art. 14. Dans l'article 7 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Une proposition ne peut être approuvée que s'il existe une qualfication professionnelle pour la formation. ".
Art. 15. In artikel 8, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 september 2011 en 14 september 2012, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 8, § 1er, alinéa premier du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 septembre 2011 et 14 septembre 2012, le point 5° est abrogé.
Art. 16. Aan bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Voor de opleidingen in de leertijd, limitatief vermeld in artikel 6, eerste lid, 6°, a) tot en met d) gelden als referentiekader en afgeleide doelen voor de beroepsgerichte vorming, de door de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, goedgekeurde opleidingskaarten voor de gelijknamige opleidingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs. ".
Art. 16. A l'annexe VI du même arrête, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2012, la phrase suivante est ajoutée :
" Pour les formations dans l'apprentissage, mentionnées à titre limitatif à l'article 6, alinéa premier, 6°, a) jusqu'au d) inclus les fiches de formation approuvées relatives aux formations du même nom de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel valent comme cadre de référence et comme objectifs dérivés pour la formation à caractère professionnel. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 17. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013.
Art. 17. Le présent arrêté prend ses effets au 1er septembre 2013.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 13 september 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 13 septembre 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET