Artikel 1. Algemene bepaling
De termen en uitdrukkingen gebruikt in deze Overeenkomst moeten worden uitgelegd in de zin van het Europees Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Straatsburg op 21 maart 1983.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 JULI 2010. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Albanië inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Brussel op 29 juli 2010
Titre
29 JUILLET 2010. - Accord entre le Royaume de Belgique et la République d'Albanie sur le transfèrement des personnes condamnées, signé à Bruxelles le 29 juillet 2010
Dokumentinformationen
Numac: 2013A15116
Datum: 2010-07-29
Info du document
Numac: 2013A15116
Date: 2010-07-29
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1. Disposition générale
Les termes et expressions employés dans le présent Accord doivent être interprétés au sens de la Convention européenne sur le transfèrement des personnes condamnées, signée à Strasbourg le 21 mars 1983.
Les termes et expressions employés dans le présent Accord doivent être interprétés au sens de la Convention européenne sur le transfèrement des personnes condamnées, signée à Strasbourg le 21 mars 1983.
Art. 2. Gevonniste persoon voor wie een bevel tot uitzetting of uitwijzing geldt
1. Op verzoek van de staat van veroordeling kan de staat van tenuitvoerlegging, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van dit artikel, instemmen met de overbrenging van een gevonniste persoon zonder diens toestemming wanneer de tegen hem uitgesproken veroordeling of een als gevolg van die veroordeling genomen administratieve beslissing een uitzettings- of verwijderingsmaatregel bevat, dan wel enige andere maatregel waardoor die persoon na zijn invrijheidstelling niet langer op het grondgebied van de staat van veroordeling mag verblijven.
2. De staat van tenuitvoerlegging stemt pas in, voor de toepassing van lid 1, nadat hij het standpunt van de gevonniste persoon in overweging heeft genomen.
3. Voor de toepassing van dit artikel verstrekt de staat van veroordeling de staat van tenuitvoerlegging :
a) een verklaring met het standpunt van de gevonniste persoon over de voorgenomen overbrenging, en
b) een afschrift van de uitzettings- of verwijderingsmaatregel of enige andere maatregel waardoor de gevonniste persoon na zijn invrijheidstelling niet langer op het grondgebied van de staat van veroordeling mag verblijven.
4. Een met toepassing van dit artikel overgebrachte persoon wordt niet vervolgd, berecht of gedetineerd met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf of een veiligheidsmaatregel, noch onderworpen aan enige andere beperking van zijn individuele vrijheid wegens een ander aan zijn overbrenging voorafgaand feit dan dat welk aan de uitvoerbare veroordeling ten grondslag ligt, behalve in de volgende gevallen :
a) de staat van veroordeling stemt ermee in : hiertoe wordt een verzoek ingediend, vergezeld van de relevante stukken en van een gerechtelijk proces-verbaal met vermelding van de verklaringen van de gevonniste persoon; de instemming wordt verleend wanneer het strafbaar feit waarvoor zij wordt gevraagd, zelf zou leiden tot uitlevering krachtens het recht van de staat van veroordeling of wanneer louter wegens de strafmaat geen uitlevering mogelijk zou zijn;
b) de gevonniste persoon heeft, ondanks de mogelijkheid daartoe, het grondgebied van de staat van tenuitvoerlegging binnen 45 dagen na zijn definitieve vrijlating niet verlaten of is teruggekeerd na het te hebben verlaten.
5. Onverminderd de bepalingen van lid vier van dit artikel kan de staat van tenuitvoerlegging overeenkomstig zijn recht de nodige maatregelen nemen, met inbegrip van een verstekprocedure, met het oog op de stuiting van de verjaring.
1. Op verzoek van de staat van veroordeling kan de staat van tenuitvoerlegging, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van dit artikel, instemmen met de overbrenging van een gevonniste persoon zonder diens toestemming wanneer de tegen hem uitgesproken veroordeling of een als gevolg van die veroordeling genomen administratieve beslissing een uitzettings- of verwijderingsmaatregel bevat, dan wel enige andere maatregel waardoor die persoon na zijn invrijheidstelling niet langer op het grondgebied van de staat van veroordeling mag verblijven.
2. De staat van tenuitvoerlegging stemt pas in, voor de toepassing van lid 1, nadat hij het standpunt van de gevonniste persoon in overweging heeft genomen.
3. Voor de toepassing van dit artikel verstrekt de staat van veroordeling de staat van tenuitvoerlegging :
a) een verklaring met het standpunt van de gevonniste persoon over de voorgenomen overbrenging, en
b) een afschrift van de uitzettings- of verwijderingsmaatregel of enige andere maatregel waardoor de gevonniste persoon na zijn invrijheidstelling niet langer op het grondgebied van de staat van veroordeling mag verblijven.
4. Een met toepassing van dit artikel overgebrachte persoon wordt niet vervolgd, berecht of gedetineerd met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf of een veiligheidsmaatregel, noch onderworpen aan enige andere beperking van zijn individuele vrijheid wegens een ander aan zijn overbrenging voorafgaand feit dan dat welk aan de uitvoerbare veroordeling ten grondslag ligt, behalve in de volgende gevallen :
a) de staat van veroordeling stemt ermee in : hiertoe wordt een verzoek ingediend, vergezeld van de relevante stukken en van een gerechtelijk proces-verbaal met vermelding van de verklaringen van de gevonniste persoon; de instemming wordt verleend wanneer het strafbaar feit waarvoor zij wordt gevraagd, zelf zou leiden tot uitlevering krachtens het recht van de staat van veroordeling of wanneer louter wegens de strafmaat geen uitlevering mogelijk zou zijn;
b) de gevonniste persoon heeft, ondanks de mogelijkheid daartoe, het grondgebied van de staat van tenuitvoerlegging binnen 45 dagen na zijn definitieve vrijlating niet verlaten of is teruggekeerd na het te hebben verlaten.
5. Onverminderd de bepalingen van lid vier van dit artikel kan de staat van tenuitvoerlegging overeenkomstig zijn recht de nodige maatregelen nemen, met inbegrip van een verstekprocedure, met het oog op de stuiting van de verjaring.
Art. 2. Personnes condamnées frappées d'une mesure d'expulsion ou de reconduite à la frontière
1. Sur demande de l'Etat de condamnation, l'Etat d'exécution peut, sous réserve de l'application des dispositions de cet article, donner son accord au transfèrement d'une personne condamnée sans le consentement de cette dernière lorsque la condamnation prononcée à l'encontre de celle-ci, ou une décision administrative prise à la suite de cette condamnation, comportent une mesure d'expulsion ou de reconduite à la frontière ou toute autre mesure en vertu de laquelle cette personne, une fois mise en liberté, ne sera plus admise à séjourner sur le territoire de l'Etat de condamnation.
2. L'Etat d'exécution ne donne son accord aux fins du paragraphe 1er qu'après avoir pris en considération l'avis de la personne condamnée.
3. Aux fins de l'application de cet article, l'Etat de condamnation fournit à l'Etat d'exécution :
a) une déclaration contenant l'avis de la personne condamnée en ce qui concerne son transfèrement envisagé, et
b) une copie de la mesure d'expulsion ou de reconduite à la frontière ou de toute autre mesure en vertu de laquelle la personne condamnée, une fois mise en liberté, ne sera plus admise à séjourner sur le territoire de l'Etat de condamnation.
4. Toute personne qui a été transférée en application de cet article n'est ni poursuivie, ni jugée, ni détenue en vue de l'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté, ni soumise à toute autre restriction de sa liberté individuelle, pour un fait quelconque antérieur au transfèrement, autre que celui ayant motivé la condamnation exécutoire, sauf dans les cas suivants :
a) lorsque l'Etat de condamnation l'autorise : une demande est présentée à cet effet, accompagnée des pièces pertinentes et d'un procès-verbal judiciaire consignant les déclarations de la personne condamnée; cette autorisation est donnée lorsque l'infraction pour laquelle elle est demandée entraînerait elle-même l'extradition aux termes de la législation de l'Etat de condamnation, ou lorsque l'extradition serait exclue uniquement à raison du montant de la peine;
b) lorsque, ayant eu la possibilité de le faire, la personne condamnée n'a pas quitté, dans les 45 jours qui suivent son élargissement définitif, le territoire de l'Etat d'exécution, ou si elle y est retournée après l'avoir quitté.
5. Nonobstant les dispositions du paragraphe 4 du présent article, l'Etat d'exécution peut prendre les mesures nécessaires conformément à sa législation, y compris le recours à une procédure par défaut, en vue d'une interruption de la prescription.
1. Sur demande de l'Etat de condamnation, l'Etat d'exécution peut, sous réserve de l'application des dispositions de cet article, donner son accord au transfèrement d'une personne condamnée sans le consentement de cette dernière lorsque la condamnation prononcée à l'encontre de celle-ci, ou une décision administrative prise à la suite de cette condamnation, comportent une mesure d'expulsion ou de reconduite à la frontière ou toute autre mesure en vertu de laquelle cette personne, une fois mise en liberté, ne sera plus admise à séjourner sur le territoire de l'Etat de condamnation.
2. L'Etat d'exécution ne donne son accord aux fins du paragraphe 1er qu'après avoir pris en considération l'avis de la personne condamnée.
3. Aux fins de l'application de cet article, l'Etat de condamnation fournit à l'Etat d'exécution :
a) une déclaration contenant l'avis de la personne condamnée en ce qui concerne son transfèrement envisagé, et
b) une copie de la mesure d'expulsion ou de reconduite à la frontière ou de toute autre mesure en vertu de laquelle la personne condamnée, une fois mise en liberté, ne sera plus admise à séjourner sur le territoire de l'Etat de condamnation.
4. Toute personne qui a été transférée en application de cet article n'est ni poursuivie, ni jugée, ni détenue en vue de l'exécution d'une peine ou d'une mesure de sûreté, ni soumise à toute autre restriction de sa liberté individuelle, pour un fait quelconque antérieur au transfèrement, autre que celui ayant motivé la condamnation exécutoire, sauf dans les cas suivants :
a) lorsque l'Etat de condamnation l'autorise : une demande est présentée à cet effet, accompagnée des pièces pertinentes et d'un procès-verbal judiciaire consignant les déclarations de la personne condamnée; cette autorisation est donnée lorsque l'infraction pour laquelle elle est demandée entraînerait elle-même l'extradition aux termes de la législation de l'Etat de condamnation, ou lorsque l'extradition serait exclue uniquement à raison du montant de la peine;
b) lorsque, ayant eu la possibilité de le faire, la personne condamnée n'a pas quitté, dans les 45 jours qui suivent son élargissement définitif, le territoire de l'Etat d'exécution, ou si elle y est retournée après l'avoir quitté.
5. Nonobstant les dispositions du paragraphe 4 du présent article, l'Etat d'exécution peut prendre les mesures nécessaires conformément à sa législation, y compris le recours à une procédure par défaut, en vue d'une interruption de la prescription.
Art. 3. Toepassing in de tijd
Deze Overeenkomst is van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die hetzij voor, hetzij na de inwerkingtreding ervan zijn uitgesproken.
Deze Overeenkomst is van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die hetzij voor, hetzij na de inwerkingtreding ervan zijn uitgesproken.
Art. 3. Application dans le temps
Le présent Accord sera applicable à l'exécution des condamnations prononcées soit avant soit après son entrée en vigueur.
Le présent Accord sera applicable à l'exécution des condamnations prononcées soit avant soit après son entrée en vigueur.
Art. 4. Slotbepalingen
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft aan de andere Partij kennis van de vervulling van de luidens haar grondwet vereiste procedures betreffende de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Deze Overeenkomst gaat in de eerste dag van de tweede maand die volgt op de laatste kennisgeving.
2. Deze Overeenkomst is gesloten voor onbeperkte duur.
3. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan de Overeenkomst te allen tijde opzeggen, welke opzegging van kracht wordt een jaar na het tijdstip waarop de andere Overeenkomstsluitende Partij de kennisgeving van de opzegging heeft ontvangen.
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft aan de andere Partij kennis van de vervulling van de luidens haar grondwet vereiste procedures betreffende de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Deze Overeenkomst gaat in de eerste dag van de tweede maand die volgt op de laatste kennisgeving.
2. Deze Overeenkomst is gesloten voor onbeperkte duur.
3. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan de Overeenkomst te allen tijde opzeggen, welke opzegging van kracht wordt een jaar na het tijdstip waarop de andere Overeenkomstsluitende Partij de kennisgeving van de opzegging heeft ontvangen.
Art. 4. Dispositions finales
1. Chacune des Parties contractantes notifiera à l'autre Partie l'accomplissement des procédures requises par sa Constitution pour l'entrée en vigueur du présent Accord. Celui-ci prendra effet le premier jour du deuxième mois suivant la date de la dernière de ces notifications.
2. Le présent Accord est conclu pour une durée illimitée.
3. Chacune des parties contractantes pourra à tout moment dénoncer le présent Accord. Cette dénonciation prendra effet un an après la date de réception de sa notification par l'autre partie contractante.
1. Chacune des Parties contractantes notifiera à l'autre Partie l'accomplissement des procédures requises par sa Constitution pour l'entrée en vigueur du présent Accord. Celui-ci prendra effet le premier jour du deuxième mois suivant la date de la dernière de ces notifications.
2. Le présent Accord est conclu pour une durée illimitée.
3. Chacune des parties contractantes pourra à tout moment dénoncer le présent Accord. Cette dénonciation prendra effet un an après la date de réception de sa notification par l'autre partie contractante.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Datum inwerkingtreding : 01/12/2013.
Art. N. Date d'entrée en vigueur : 01/12/2013.