Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JANUARI 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet
Titre
13 JANVIER 2014. - Loi modifiant la loi du 15 mai 2007 relative à la création de la fonction de gardien de la paix, à la création du service des gardiens de la paix et à la modification de l'article 119bis de la nouvelle loi communale
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 3 van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden "De dienst gemeenschapswachten is" vervangen door de woorden "De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten zijn";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een 6° en een 7°, luidende :
"6° de ontradende aanwezigheid ter preventie van conflicten tussen personen, met inbegrip van de geweldloze tussenkomst bij vaststelling van verbale conflicten tussen personen;
7° het begeleiden van schoolgaande kinderen die zich in groep, te voet of per fiets, van thuis naar hun school begeven en omgekeerd.";
3° paragraaf 2 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De gemeenteraad of de gemeenteraden van de organiserende gemeente of van de organiserende gemeenten kan of kunnen de gemeenschapswachten-vaststellers tevens belasten met het verrichten van de vaststellingen die uitsluitend beperkt worden tot de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen die de gemeente het recht geeft een belasting of een retributie te heffen.".
1° in § 1 worden de woorden "De dienst gemeenschapswachten is" vervangen door de woorden "De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten zijn";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een 6° en een 7°, luidende :
"6° de ontradende aanwezigheid ter preventie van conflicten tussen personen, met inbegrip van de geweldloze tussenkomst bij vaststelling van verbale conflicten tussen personen;
7° het begeleiden van schoolgaande kinderen die zich in groep, te voet of per fiets, van thuis naar hun school begeven en omgekeerd.";
3° paragraaf 2 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De gemeenteraad of de gemeenteraden van de organiserende gemeente of van de organiserende gemeenten kan of kunnen de gemeenschapswachten-vaststellers tevens belasten met het verrichten van de vaststellingen die uitsluitend beperkt worden tot de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen die de gemeente het recht geeft een belasting of een retributie te heffen.".
Art. 2. A l'article 3 de la la loi du 15 mai 2007 relative à la création de la fonction de gardien de la paix, à la création du service des gardiens de la paix et de la modification de l'article 119bis de la nouvelle loi communale, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots "Le service des gardiens de la paix est chargé" sont remplacés par les mots "Les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix sont chargées";
2° le § 1er est complété par les 6° et 7° rédigés comme suit :
"6° la présence dissuasive en vue de prévenir les conflits entre personnes, y compris l'intervention non violente en cas de constatation de conflit verbal entre personnes;
7° l'accompagnement d'enfants scolarisés qui se déplacent en groupe, à pied ou à vélo, de leur domicile à l'école et inversement.";
3° le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le conseil communal ou les conseils communaux de la commune organisatrice ou des communes organisatrices peut ou peuvent également charger les gardiens de la paix-constatateurs de la constatation exclusivement limitée à la situation immédiatement perceptible de biens qui ouvre, pour la commune, le droit au prélèvement d'un impôt ou d'une redevance." .
1° dans le § 1er, les mots "Le service des gardiens de la paix est chargé" sont remplacés par les mots "Les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix sont chargées";
2° le § 1er est complété par les 6° et 7° rédigés comme suit :
"6° la présence dissuasive en vue de prévenir les conflits entre personnes, y compris l'intervention non violente en cas de constatation de conflit verbal entre personnes;
7° l'accompagnement d'enfants scolarisés qui se déplacent en groupe, à pied ou à vélo, de leur domicile à l'école et inversement.";
3° le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le conseil communal ou les conseils communaux de la commune organisatrice ou des communes organisatrices peut ou peuvent également charger les gardiens de la paix-constatateurs de la constatation exclusivement limitée à la situation immédiatement perceptible de biens qui ouvre, pour la commune, le droit au prélèvement d'un impôt ou d'une redevance." .
Art. 3. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "De dienst gemeenschapswachten kan haar activiteiten uitsluitend organiseren :" worden vervangen door de woorden "De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten kunnen hun activiteiten uitsluitend uitoefenen :";
2° in het 1° worden de woorden "voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 4° " vervangen door de woorden "voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 4° en 6° en 7° ";
3° het 1° wordt aangevuld met de woorden : "beschouwd worden als openbare weg : alle wegen en pleinen die tot het openbaar wegennet behoren en waartoe de weggebruiker normaliter altijd en ongehinderd toegang heeft; beschouwd wordt als openbare plaats : de openbare weg en de terreinen die tot het openbaar domein behoren en die toegankelijk zijn voor het publiek;";
4° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 7°, ook op de voor het publiek toegankelijke plaatsen zoals aangeduid door het College van burgemeester en schepenen worden georganiseerd.
In de zin van deze wet wordt als een voor het publiek toegankelijke plaats beschouwd : elke plaats behorende tot het openbaar domein, met uitsluiting van die plaatsen waarvan het beheer werd overgedragen aan een concessiehouder, waartoe andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.
In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° en 2°, ook in de gemeenschappelijke delen van wooncomplexen voor sociale huisvesting worden uitgevoerd.".
1° de woorden "De dienst gemeenschapswachten kan haar activiteiten uitsluitend organiseren :" worden vervangen door de woorden "De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten kunnen hun activiteiten uitsluitend uitoefenen :";
2° in het 1° worden de woorden "voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 4° " vervangen door de woorden "voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 4° en 6° en 7° ";
3° het 1° wordt aangevuld met de woorden : "beschouwd worden als openbare weg : alle wegen en pleinen die tot het openbaar wegennet behoren en waartoe de weggebruiker normaliter altijd en ongehinderd toegang heeft; beschouwd wordt als openbare plaats : de openbare weg en de terreinen die tot het openbaar domein behoren en die toegankelijk zijn voor het publiek;";
4° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 7°, ook op de voor het publiek toegankelijke plaatsen zoals aangeduid door het College van burgemeester en schepenen worden georganiseerd.
In de zin van deze wet wordt als een voor het publiek toegankelijke plaats beschouwd : elke plaats behorende tot het openbaar domein, met uitsluiting van die plaatsen waarvan het beheer werd overgedragen aan een concessiehouder, waartoe andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.
In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° en 2°, ook in de gemeenschappelijke delen van wooncomplexen voor sociale huisvesting worden uitgevoerd.".
Art. 3. A l'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "Le service des gardiens de la paix peut organiser ses activités exclusivement :" sont remplacés par les mots "Les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités exclusivement :";
2° dans le 1°, les mots "pour les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 4° " sont remplacées par les mots "pour les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 4° et 6° et 7° ";
3° le 1° est complété comme suit : "sont considérées comme voies publiques toutes les voiries et places qui appartiennent au réseau public et auxquelles l'usager de la route a normalement accès librement et à tout moment; est considéré comme lieu public la voie publique et les terrains qui font partie du domaine public et qui sont accessibles au public;";
4° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 7°, peuvent aussi être organisées dans les lieux accessibles au public désignés par le Collège des bourgmestre et échevins.
Au sens de la présente loi est considéré comme lieu accessible au public : tout lieu relevant du domaine public, à l'exclusion des lieux dont la gestion a été transférée à un concessionnaire, où d'autres personnes que le gestionnaire et les personnes qui y travaillent ont accès soit parce qu'elles sont censées avoir accès habituellement à ce lieu, soit parce qu'elles y sont autorisées sans être invitées personnellement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° et 2°, peuvent aussi être effectuées dans les parties communes des complexes de logements sociaux.".
1° les mots "Le service des gardiens de la paix peut organiser ses activités exclusivement :" sont remplacés par les mots "Les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités exclusivement :";
2° dans le 1°, les mots "pour les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 4° " sont remplacées par les mots "pour les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 4° et 6° et 7° ";
3° le 1° est complété comme suit : "sont considérées comme voies publiques toutes les voiries et places qui appartiennent au réseau public et auxquelles l'usager de la route a normalement accès librement et à tout moment; est considéré comme lieu public la voie publique et les terrains qui font partie du domaine public et qui sont accessibles au public;";
4° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° à 7°, peuvent aussi être organisées dans les lieux accessibles au public désignés par le Collège des bourgmestre et échevins.
Au sens de la présente loi est considéré comme lieu accessible au public : tout lieu relevant du domaine public, à l'exclusion des lieux dont la gestion a été transférée à un concessionnaire, où d'autres personnes que le gestionnaire et les personnes qui y travaillent ont accès soit parce qu'elles sont censées avoir accès habituellement à ce lieu, soit parce qu'elles y sont autorisées sans être invitées personnellement.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les activités visées à l'article 3, § 1er, 1° et 2°, peuvent aussi être effectuées dans les parties communes des complexes de logements sociaux.".
Art. 4. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "In afwijking van wat bepaald is in artikel 4, 1°, kan de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als voor de organiserende gemeente, zijn activiteiten uitoefenen op volgende plaatsen en ten behoeve van volgende rechtspersonen :" vervangen door de woorden "In afwijking van artikel 4, eerste lid, 1°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente behoren, hun activiteiten uitoefenen op volgende plaatsen en ten behoeve van volgende rechtspersonen :";
2° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "gemeente behorend tot dezelfde politiezone waartoe de organiserende gemeente behoort" vervangen door de woorden "andere gemeente dan de organiserende gemeente";
3° in het eerste lid wordt het 2° vervangen door wat volgt :
"2° in de domeinen die toebehoren aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, na het akkoord van laatstgenoemde;";
4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"In afwijking van wat bepaald is in artikel 4, eerste lid, 2°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente, hun activiteiten uitoefenen op alle plaatsen waar de overheid, op het grondgebied van de begunstigde gemeente, deze evenementen organiseert.".
1° in het eerste lid worden de woorden "In afwijking van wat bepaald is in artikel 4, 1°, kan de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als voor de organiserende gemeente, zijn activiteiten uitoefenen op volgende plaatsen en ten behoeve van volgende rechtspersonen :" vervangen door de woorden "In afwijking van artikel 4, eerste lid, 1°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente behoren, hun activiteiten uitoefenen op volgende plaatsen en ten behoeve van volgende rechtspersonen :";
2° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "gemeente behorend tot dezelfde politiezone waartoe de organiserende gemeente behoort" vervangen door de woorden "andere gemeente dan de organiserende gemeente";
3° in het eerste lid wordt het 2° vervangen door wat volgt :
"2° in de domeinen die toebehoren aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, na het akkoord van laatstgenoemde;";
4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"In afwijking van wat bepaald is in artikel 4, eerste lid, 2°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente, hun activiteiten uitoefenen op alle plaatsen waar de overheid, op het grondgebied van de begunstigde gemeente, deze evenementen organiseert.".
Art. 4. A l'article 5 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Par dérogation aux dispositions de l'article 4, 1°, le service des gardiens de la paix peut exercer ses activités dans les mêmes conditions que pour la commune organisatrice, dans les lieux suivants et au profit des personnes morales suivantes :" sont remplacés par les mots "Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, 1°, les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités dans les mêmes conditions que les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix de la commune organisatrice, dans les lieux suivants et au profit des personnes morales suivantes :";
2° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "commune appartenant à la même zone de police à laquelle la commune organisatrice appartient" sont remplacés par les mots "autre commune que la commune organisatrice";
3° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
"2° dans les domaines qui appartiennent à une personne morale de droit public, après l'accord de la précitée;";
4° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, 2°, les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités dans les mêmes conditions que les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix de la commune organisatrice, dans tous les lieux où l'autorité organise ses événements sur le territoire de la commune bénéficiaire.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Par dérogation aux dispositions de l'article 4, 1°, le service des gardiens de la paix peut exercer ses activités dans les mêmes conditions que pour la commune organisatrice, dans les lieux suivants et au profit des personnes morales suivantes :" sont remplacés par les mots "Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, 1°, les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités dans les mêmes conditions que les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix de la commune organisatrice, dans les lieux suivants et au profit des personnes morales suivantes :";
2° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "commune appartenant à la même zone de police à laquelle la commune organisatrice appartient" sont remplacés par les mots "autre commune que la commune organisatrice";
3° dans l'alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
"2° dans les domaines qui appartiennent à une personne morale de droit public, après l'accord de la précitée;";
4° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, 2°, les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix peuvent exercer leurs activités dans les mêmes conditions que les personnes qui font partie du service des gardiens de la paix de la commune organisatrice, dans tous les lieux où l'autorité organise ses événements sur le territoire de la commune bénéficiaire.".
Art. 5. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "de omschrijving van zijn opdrachten" vervangen door de woorden "de omschrijving van de activiteiten van de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten";
2° in § 2 worden de woorden "de personen die behoren tot" ingevoegd tussen de woorden "De opdrachten van" en de woorden "de dienst gemeenschapswachten".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "de omschrijving van zijn opdrachten" vervangen door de woorden "de omschrijving van de activiteiten van de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten";
2° in § 2 worden de woorden "de personen die behoren tot" ingevoegd tussen de woorden "De opdrachten van" en de woorden "de dienst gemeenschapswachten".
Art. 5. A l'article 6 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "la définition de ses tâches" sont remplacés par les mots "la définition des activités des personnes qui font partie du service des gardiens de la paix";
2° dans le § 2, les mots "Les missions du service" sont remplacés par les mots "Les missions des personnes qui font partie du service".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "la définition de ses tâches" sont remplacés par les mots "la définition des activités des personnes qui font partie du service des gardiens de la paix";
2° dans le § 2, les mots "Les missions du service" sont remplacés par les mots "Les missions des personnes qui font partie du service".
Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1. § 1. Twee of meer gemeenten, behorende tot éénzelfde politiezone of meerdere zones, hierna de organiserende gemeenten genoemd, kunnen beslissen om, na goedkeuring van de respectievelijke gemeenteraden, een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten op te richten, op basis van een overeenkomst tussen de desbetreffende gemeenten.
§ 2. De overeenkomst voorziet met name in de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten, de naam van de gemeenteambtenaar belast met de leiding van deze dienst, zijn organisatie, de wijze waarop het personeel wordt ingezet en de financieringswijzen.
§ 3. Het personeel dat deel uitmaakt van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten blijft aangeworven onder het statuut of de overeenkomst die het aan zijn gemeente van herkomst bindt.
§ 4. De organiserende gemeenten zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van derden.
§ 5. Binnen een periode van drie maanden nadat het raadsbesluit werd genomen, zenden de organiserende gemeenten de gemeenteraadsbesluiten over aan de minister van Binnenlandse Zaken. Binnen dezelfde termijn, worden de overeenkomsten tot oprichting van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, ter bekrachtiging ervan, voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken.
§ 6. De organiserende gemeenten maken, via een beslissing van de gemeenteraad, de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten en de wijze waarop burgers bij de organiserende gemeenten klacht kunnen indienen ten aanzien van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, openbaar.
§ 7. De organiserende gemeenten sluiten een overeenkomst met de lokale politie of, in voorkomend geval, de politiezone, waarin een contactpersoon binnen de politiedienst of de politiezone aangewezen wordt, de aard van de informatie-uitwisseling en de concrete afspraken dienaangaande bij het uitoefenen van activiteiten in de organiserende gemeenten worden vermeld.
§ 8. De organiserende gemeente of organiserende gemeenten, eventueel samen met de gemeenten van dezelfde politiezone, kan of kunnen, voor de gemeenschapswachten-vaststellers die dit wensen, de toegang tot begeleiding en voorbereiding, met het oog op het toetreden tot de selectieproeven van agent van politie, verzekeren.
De politieraad kan de gemeenschapswachten-vaststellers die afkomstig zijn van de politiezone waarvan sprake en die geslaagd zijn voor de selectieproeven van agent van politie in het kader van hun aanwervingsstrategie, in aanmerking nemen.".
"Art. 6/1. § 1. Twee of meer gemeenten, behorende tot éénzelfde politiezone of meerdere zones, hierna de organiserende gemeenten genoemd, kunnen beslissen om, na goedkeuring van de respectievelijke gemeenteraden, een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten op te richten, op basis van een overeenkomst tussen de desbetreffende gemeenten.
§ 2. De overeenkomst voorziet met name in de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten, de naam van de gemeenteambtenaar belast met de leiding van deze dienst, zijn organisatie, de wijze waarop het personeel wordt ingezet en de financieringswijzen.
§ 3. Het personeel dat deel uitmaakt van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten blijft aangeworven onder het statuut of de overeenkomst die het aan zijn gemeente van herkomst bindt.
§ 4. De organiserende gemeenten zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van derden.
§ 5. Binnen een periode van drie maanden nadat het raadsbesluit werd genomen, zenden de organiserende gemeenten de gemeenteraadsbesluiten over aan de minister van Binnenlandse Zaken. Binnen dezelfde termijn, worden de overeenkomsten tot oprichting van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, ter bekrachtiging ervan, voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken.
§ 6. De organiserende gemeenten maken, via een beslissing van de gemeenteraad, de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten en de wijze waarop burgers bij de organiserende gemeenten klacht kunnen indienen ten aanzien van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, openbaar.
§ 7. De organiserende gemeenten sluiten een overeenkomst met de lokale politie of, in voorkomend geval, de politiezone, waarin een contactpersoon binnen de politiedienst of de politiezone aangewezen wordt, de aard van de informatie-uitwisseling en de concrete afspraken dienaangaande bij het uitoefenen van activiteiten in de organiserende gemeenten worden vermeld.
§ 8. De organiserende gemeente of organiserende gemeenten, eventueel samen met de gemeenten van dezelfde politiezone, kan of kunnen, voor de gemeenschapswachten-vaststellers die dit wensen, de toegang tot begeleiding en voorbereiding, met het oog op het toetreden tot de selectieproeven van agent van politie, verzekeren.
De politieraad kan de gemeenschapswachten-vaststellers die afkomstig zijn van de politiezone waarvan sprake en die geslaagd zijn voor de selectieproeven van agent van politie in het kader van hun aanwervingsstrategie, in aanmerking nemen.".
Art. 6. Dans la même loi, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
"Art. 6/1. § 1er. Deux ou plusieurs communes, appartenant à une même zone ou plusieurs zones de police, ci-après dénommées les communes organisatrices, peuvent décider de créer, après approbation des conseils communaux respectifs, un service pluricommunal des gardiens de la paix, sur la base d'une convention entre les communes concernées.
§ 2. La convention prévoit notamment la création du service pluricommunal des gardiens de la paix, la définition de ses activités, le nom du fonctionnaire communal chargé de diriger ce service, son organisation, la manière dont le personnel y est affecté et les modes de financement.
§ 3. Le personnel qui fait partie de ce service pluricommunal des gardiens de la paix reste engagé sous le statut ou le contrat qui le lie à sa commune d'origine.
§ 4. Les communes organisatrices sont solidairement responsables vis-à-vis des tiers.
§ 5. Dans un délai de trois mois suivant la décision du conseil, les communes organisatrices transmettent les décisions du conseil communal au ministre de l'Intérieur. Les conventions portant création d'un service pluricommunal des gardiens de la paix sont soumises pour entérinement au ministre de l'Intérieur, dans le même délai.
§ 6. Les communes organisatrices rendent publics, par une décision du conseil communal, la création du service pluricommunal des gardiens de la paix, la définition de ses activités et la manière dont les citoyens peuvent déposer plainte auprès des communes organisatrices à l'égard de ce service pluricommunal des gardiens de la paix.
§ 7. Les communes organisatrices concluent avec la police locale ou, le cas échéant, la zone de police, une convention portant désignation d'une personne de contact au sein du service de police ou de la zone de police, mentionnant la nature de l'échange d'informations ainsi que les accords concrets en la matière dans l'exercice d'activités au sein des communes organisatrices.
§ 8. Pour les gardiens de la paix-constatateurs qui le souhaitent, la ou les communes organisatrices peut ou peuvent assurer, le cas échéant avec les communes de la même zone de police, l'accès à un accompagnement et à une préparation, en vue d'accéder aux épreuves de sélection d'agent de police.
Le conseil de police peut prendre en compte les gardiens de la paix-constatateurs provenant de la zone de police en question et ayant réussi les épreuves de sélection d'agent de police dans le cadre de sa stratégie de recrutement.".
"Art. 6/1. § 1er. Deux ou plusieurs communes, appartenant à une même zone ou plusieurs zones de police, ci-après dénommées les communes organisatrices, peuvent décider de créer, après approbation des conseils communaux respectifs, un service pluricommunal des gardiens de la paix, sur la base d'une convention entre les communes concernées.
§ 2. La convention prévoit notamment la création du service pluricommunal des gardiens de la paix, la définition de ses activités, le nom du fonctionnaire communal chargé de diriger ce service, son organisation, la manière dont le personnel y est affecté et les modes de financement.
§ 3. Le personnel qui fait partie de ce service pluricommunal des gardiens de la paix reste engagé sous le statut ou le contrat qui le lie à sa commune d'origine.
§ 4. Les communes organisatrices sont solidairement responsables vis-à-vis des tiers.
§ 5. Dans un délai de trois mois suivant la décision du conseil, les communes organisatrices transmettent les décisions du conseil communal au ministre de l'Intérieur. Les conventions portant création d'un service pluricommunal des gardiens de la paix sont soumises pour entérinement au ministre de l'Intérieur, dans le même délai.
§ 6. Les communes organisatrices rendent publics, par une décision du conseil communal, la création du service pluricommunal des gardiens de la paix, la définition de ses activités et la manière dont les citoyens peuvent déposer plainte auprès des communes organisatrices à l'égard de ce service pluricommunal des gardiens de la paix.
§ 7. Les communes organisatrices concluent avec la police locale ou, le cas échéant, la zone de police, une convention portant désignation d'une personne de contact au sein du service de police ou de la zone de police, mentionnant la nature de l'échange d'informations ainsi que les accords concrets en la matière dans l'exercice d'activités au sein des communes organisatrices.
§ 8. Pour les gardiens de la paix-constatateurs qui le souhaitent, la ou les communes organisatrices peut ou peuvent assurer, le cas échéant avec les communes de la même zone de police, l'accès à un accompagnement et à une préparation, en vue d'accéder aux épreuves de sélection d'agent de police.
Le conseil de police peut prendre en compte les gardiens de la paix-constatateurs provenant de la zone de police en question et ayant réussi les épreuves de sélection d'agent de police dans le cadre de sa stratégie de recrutement.".
Art. 7. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3° en/of 5° " vervangen door de woorden "artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° en/of 7° ";
2° er wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Personen die ten behoeve van de gemeente uitsluitend kinderen, scholieren, personen met een beperkte mobiliteit en ouderen helpen bij het veilig oversteken en/of beleidsmatig en conceptueel werk uitvoeren, worden niet als gemeenschapswacht beschouwd. In afwijking van de bepaling van artikel 2, eerste lid, is de gemeente in dit geval vrijgesteld van de oprichting van een dienst gemeenschapswachten.".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3° en/of 5° " vervangen door de woorden "artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° en/of 7° ";
2° er wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende :
" § 1/1. Personen die ten behoeve van de gemeente uitsluitend kinderen, scholieren, personen met een beperkte mobiliteit en ouderen helpen bij het veilig oversteken en/of beleidsmatig en conceptueel werk uitvoeren, worden niet als gemeenschapswacht beschouwd. In afwijking van de bepaling van artikel 2, eerste lid, is de gemeente in dit geval vrijgesteld van de oprichting van een dienst gemeenschapswachten.".
Art. 7. A l'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "l'article 3, § 1er, 1°, 2°, 3° et/ou 5° " sont remplacés par les mots "l'article 3, § 1er, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° et/ou 7° ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les personnes qui, au profit de la commune, aident exclusivement les enfants, écoliers, personnes à mobilité réduite et personnes âgées à traverser en toute sécurité et/ou qui effectuent un travail de nature stratégique et conceptuelle, ne sont pas considérées comme gardiens de la paix. Par dérogation à l'article 2, alinéa 1er, la commune est dispensée, dans ce cas, de la création d'un service des gardiens de la paix.".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "l'article 3, § 1er, 1°, 2°, 3° et/ou 5° " sont remplacés par les mots "l'article 3, § 1er, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° et/ou 7° ";
2° il est inséré un § 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les personnes qui, au profit de la commune, aident exclusivement les enfants, écoliers, personnes à mobilité réduite et personnes âgées à traverser en toute sécurité et/ou qui effectuent un travail de nature stratégique et conceptuelle, ne sont pas considérées comme gardiens de la paix. Par dérogation à l'article 2, alinéa 1er, la commune est dispensée, dans ce cas, de la création d'un service des gardiens de la paix.".
Art. 8. In artikel 8, eerste lid, 4°, van dezelfde wet worden de woorden "en minstens voor het hoger secundair onderwijs geslaagd zijn" ingevoegd tussen de woorden "de Belgische nationaliteit hebben" en de woorden "en voor wat betreft de gemeenschapswacht".
Art. 8. Dans l'article 8, alinéa 1er, 4°, de la même loi, les mots "et avoir au moins réussi l'enseignement secondaire supérieur" sont insérés entre les mots "avoir la nationalité belge" et les mots "et en ce qui concerne les gardiens de la paix".
Art. 9. In dezelfde wet wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 8/1. De gemeenteambtenaar belast met het leiden van de dienst gemeenschapswachten of van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten moet beschikken over voldoende bekwaamheden en kennis inzake teambeheer, beheer van de werking en organisatie van de gemeentelijke diensten en de rechten en verplichtingen van de gemeenschapswachten.".
"Art. 8/1. De gemeenteambtenaar belast met het leiden van de dienst gemeenschapswachten of van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten moet beschikken over voldoende bekwaamheden en kennis inzake teambeheer, beheer van de werking en organisatie van de gemeentelijke diensten en de rechten en verplichtingen van de gemeenschapswachten.".
Art. 9. Dans la même loi, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit :
"Art. 8/1. Le fonctionnaire communal chargé de diriger le service des gardiens de la paix ou le service pluricommunal des gardiens de la paix doit avoir les aptitudes et connaissances suffisantes en matière de gestion d'équipe, de fonctionnement et d'organisation des services communaux et des droits et devoirs des gardiens de la paix.".
"Art. 8/1. Le fonctionnaire communal chargé de diriger le service des gardiens de la paix ou le service pluricommunal des gardiens de la paix doit avoir les aptitudes et connaissances suffisantes en matière de gestion d'équipe, de fonctionnement et d'organisation des services communaux et des droits et devoirs des gardiens de la paix.".
Art. 10. In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende :
"Het initiatief tot inschrijving voor de opleiding is vrij. De kandidaat kan slechts aan een opleiding deelnemen indien hij voldoet aan volgende voorwaarden :
1° een uittreksel uit het strafregister, dat maximum zes maanden oud is, hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij niet veroordeeld is wegens misdrijven bepaald in artikel 8, eerste lid, 2° ;
2° een identiteitsdocument of een historiek uit het bevolkingsregister hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij voldoet aan artikel 8, eerste lid, 4°.
De school mag geen kandidaat inschrijven die niet voldoet aan de in het tweede lid bepaalde voorwaarden.";
2° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, wordt het 1° aangevuld met de woorden "gemeenschapswachten-vaststellers" de woorden "en onder andere in het kader van de betrekkingen met de politie- en bewakingsdiensten" ingevoegd;
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, wordt het 5° vervangen door wat volgt :
"5° conflictbeheersing met inbegrip van positieve conflictbeheersing met minderjarigen;";
4° het tweede lid wordt aangevuld met een 8° en een 9°, luidende :
"8° redactionele vaardigheden;
9° sport/conditietraining.";
5° tussen het tweede en het derde lid, die het vierde en het vijfde lid worden, wordt een lid ingevoegd, luidende :
"Van alle gedoceerde vakken wordt een examen afgenomen. De kandidaat is geslaagd indien hij voor elk vak minimum 50 % van de punten heeft behaald en minimum 60 % van de punten heeft behaald voor het totaal van alle vakken. Enkel de geslaagde kandidaat is gemachtigd om de opleiding tot gemeenschapswacht-vaststeller aan te vatten. In het andere geval is hij slechts gemachtigd om de functie van gemeenschapswacht uit te oefenen.".
1° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende :
"Het initiatief tot inschrijving voor de opleiding is vrij. De kandidaat kan slechts aan een opleiding deelnemen indien hij voldoet aan volgende voorwaarden :
1° een uittreksel uit het strafregister, dat maximum zes maanden oud is, hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij niet veroordeeld is wegens misdrijven bepaald in artikel 8, eerste lid, 2° ;
2° een identiteitsdocument of een historiek uit het bevolkingsregister hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij voldoet aan artikel 8, eerste lid, 4°.
De school mag geen kandidaat inschrijven die niet voldoet aan de in het tweede lid bepaalde voorwaarden.";
2° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, wordt het 1° aangevuld met de woorden "gemeenschapswachten-vaststellers" de woorden "en onder andere in het kader van de betrekkingen met de politie- en bewakingsdiensten" ingevoegd;
3° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, wordt het 5° vervangen door wat volgt :
"5° conflictbeheersing met inbegrip van positieve conflictbeheersing met minderjarigen;";
4° het tweede lid wordt aangevuld met een 8° en een 9°, luidende :
"8° redactionele vaardigheden;
9° sport/conditietraining.";
5° tussen het tweede en het derde lid, die het vierde en het vijfde lid worden, wordt een lid ingevoegd, luidende :
"Van alle gedoceerde vakken wordt een examen afgenomen. De kandidaat is geslaagd indien hij voor elk vak minimum 50 % van de punten heeft behaald en minimum 60 % van de punten heeft behaald voor het totaal van alle vakken. Enkel de geslaagde kandidaat is gemachtigd om de opleiding tot gemeenschapswacht-vaststeller aan te vatten. In het andere geval is hij slechts gemachtigd om de functie van gemeenschapswacht uit te oefenen.".
Art. 10. A l'article 10 de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° deux alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
"L'initiative d'inscription à la formation est libre. Le candidat peut uniquement participer à une formation s'il satisfait aux conditions suivantes :
1° avoir présenté un extrait du casier judiciaire, datant de maximum six mois, dont il ressort qu'il n'a pas été condamné pour des délits visés à l'article 8, alinéa 1er, 2° ;
2° avoir présenté un document d'identité ou un historique du registre de population qui montre qu'il satisfait à l'article 8, alinéa 1er, 4°.
L'école ne peut pas inscrire un candidat qui ne satisfait pas aux conditions prévues à l'alinéa 2.";
2° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, le 1° est complété par les mots "et notamment dans le cadre des relations avec les services de police et les services de gardiennage";
3° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° la gestion des conflits, y compris la gestion positive de conflits avec des mineurs;";
4° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, est complété par les 8° et 9° rédigés comme suit :
"8° compétences rédactionnelles;
9° sport/condition physique.";
5° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, devenant les alinéas 4 et 5 :
"Un examen est réalisé pour toutes les branches enseignées. Le candidat a réussi s'il a obtenu pour chaque branche minimum 50 % des points et minimum 60 % des points pour le total de toutes les branches. Seul le candidat qui a réussi est habilité à entamer la formation de gardien de la paix-constatateur. Dans le cas contraire, il n'est habilité qu'à exercer la fonction de gardien de la paix.".
1° deux alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
"L'initiative d'inscription à la formation est libre. Le candidat peut uniquement participer à une formation s'il satisfait aux conditions suivantes :
1° avoir présenté un extrait du casier judiciaire, datant de maximum six mois, dont il ressort qu'il n'a pas été condamné pour des délits visés à l'article 8, alinéa 1er, 2° ;
2° avoir présenté un document d'identité ou un historique du registre de population qui montre qu'il satisfait à l'article 8, alinéa 1er, 4°.
L'école ne peut pas inscrire un candidat qui ne satisfait pas aux conditions prévues à l'alinéa 2.";
2° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, le 1° est complété par les mots "et notamment dans le cadre des relations avec les services de police et les services de gardiennage";
3° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° la gestion des conflits, y compris la gestion positive de conflits avec des mineurs;";
4° l'alinéa 2, devenant l'alinéa 4, est complété par les 8° et 9° rédigés comme suit :
"8° compétences rédactionnelles;
9° sport/condition physique.";
5° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3, devenant les alinéas 4 et 5 :
"Un examen est réalisé pour toutes les branches enseignées. Le candidat a réussi s'il a obtenu pour chaque branche minimum 50 % des points et minimum 60 % des points pour le total de toutes les branches. Seul le candidat qui a réussi est habilité à entamer la formation de gardien de la paix-constatateur. Dans le cas contraire, il n'est habilité qu'à exercer la fonction de gardien de la paix.".
Art. 11. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", waarvan het model door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld";
2° in § 2 worden de woorden "burgemeester van de organiserende gemeente" vervangen door de woorden "minister van Binnenlandse Zaken".
1° in § 1, eerste lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", waarvan het model door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld";
2° in § 2 worden de woorden "burgemeester van de organiserende gemeente" vervangen door de woorden "minister van Binnenlandse Zaken".
Art. 11. A l'article 12 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, la première phrase est complétée par les mots ", dont le modèle a été fixé par le ministre de l'Intérieur";
2° dans le § 2, les mots "bourgmestre de la commune organisatrice" sont remplacés par les mots "ministre de l'Intérieur".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, la première phrase est complétée par les mots ", dont le modèle a été fixé par le ministre de l'Intérieur";
2° dans le § 2, les mots "bourgmestre de la commune organisatrice" sont remplacés par les mots "ministre de l'Intérieur".
Art. 12. Het opschrift van hoofdstuk V van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden "en sancties".
Art. 12. L'intitulé du chapitre V de la même loi est complété par les mots "et sanctions".
Art. 13. Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 3, luidende :
" § 3. De minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd om de in artikel 17/1 bedoelde sancties op te leggen overeenkomstig de door de Koning bepaalde procedure."
" § 3. De minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd om de in artikel 17/1 bedoelde sancties op te leggen overeenkomstig de door de Koning bepaalde procedure."
Art. 13. L'article 17 de la même loi est complété par un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le ministre de l'Intérieur est compétent pour infliger les sanctions visées à l'article 17/1, conformément à une procédure déterminée par le Roi."
" § 3. Le ministre de l'Intérieur est compétent pour infliger les sanctions visées à l'article 17/1, conformément à une procédure déterminée par le Roi."
Art. 14. In dezelfde wet wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 17/1. In geval van inbreuk op de artikelen 11, 12, § 1, 13 en 15 of op een bepaling van een uitvoeringsbesluit en indien is aangetoond dat een of meer van deze inbreuken werden opgedragen door de werkgever, de werkgevers of de gemeenteambtenaar belast met de leiding van de dienst gemeenschapswachten of de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, wordt het College van burgemeester en schepenen van de gemeente die de dienst gemeenschapswachten heeft opgericht of, naar gelang het geval, het College van burgemeester en schepenen van elke gemeente die een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten heeft opgericht, daarvan per aangetekende zending ingelicht.
De zending vermeldt minstens de vastgestelde inbreuk en de termijn van minimum drie maanden en maximum zes maanden waarover de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten beschikt of beschikken om de inbreuk te beëindigen.
Indien na het verstrijken van de in de eerste waarschuwing vermelde termijn wordt vastgesteld dat de inbreuk niet werd beëindigd wordt de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, bij aangetekende zending een tweede maal gewaarschuwd.
Indien wordt vastgesteld dat de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, de vermelde inbreuk binnen een termijn van negentig dagen volgend op de ontvangst van deze tweede waarschuwing niet heeft of hebben beëindigd, wordt de organiserende of de begunstigde gemeente, naar gelang het geval, een administratieve geldboete opgelegd van 1.000 tot 2.500 euro, per gemeenschapswacht die de inbreuk pleegt. In geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten bepalen de organiserende gemeenten de verdeelsleutel tot betalen van de geldboete zelf.".
"Art. 17/1. In geval van inbreuk op de artikelen 11, 12, § 1, 13 en 15 of op een bepaling van een uitvoeringsbesluit en indien is aangetoond dat een of meer van deze inbreuken werden opgedragen door de werkgever, de werkgevers of de gemeenteambtenaar belast met de leiding van de dienst gemeenschapswachten of de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, wordt het College van burgemeester en schepenen van de gemeente die de dienst gemeenschapswachten heeft opgericht of, naar gelang het geval, het College van burgemeester en schepenen van elke gemeente die een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten heeft opgericht, daarvan per aangetekende zending ingelicht.
De zending vermeldt minstens de vastgestelde inbreuk en de termijn van minimum drie maanden en maximum zes maanden waarover de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten beschikt of beschikken om de inbreuk te beëindigen.
Indien na het verstrijken van de in de eerste waarschuwing vermelde termijn wordt vastgesteld dat de inbreuk niet werd beëindigd wordt de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, bij aangetekende zending een tweede maal gewaarschuwd.
Indien wordt vastgesteld dat de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, de vermelde inbreuk binnen een termijn van negentig dagen volgend op de ontvangst van deze tweede waarschuwing niet heeft of hebben beëindigd, wordt de organiserende of de begunstigde gemeente, naar gelang het geval, een administratieve geldboete opgelegd van 1.000 tot 2.500 euro, per gemeenschapswacht die de inbreuk pleegt. In geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten bepalen de organiserende gemeenten de verdeelsleutel tot betalen van de geldboete zelf.".
Art. 14. Dans la même loi, il est inséré un article 17/1, rédigé comme suit :
"Art. 17/1. En cas d'infraction aux articles 11, 12, § 1er, 13 et 15 ou à une disposition d'un arrêté d'exécution et s'il est établi qu'une ou plusieurs de ces infractions résultent du fait de l'employeur, des employeurs ou du fonctionnaire communal chargé de la direction du service des gardiens de la paix, ou du service pluricommunal des gardiens de la paix, le Collège des bourgmestre et échevins de la commune qui a mis sur pied le service de gardiens de la paix ou, selon le cas, le Collège des bourgmestre et échevins de chaque commune qui a mis sur pied le service pluricommunal des gardiens de la paix est averti par envoi recommandé.
L'envoi mentionne au moins l'infraction constatée et le délai de minimum trois mois et de maximum six mois dont dispose la commune ou dont disposent, dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes pour mettre fin à l'infraction.
S'il est constaté après l'échéance du délai mentionné dans le premier avertissement, que l'infraction n'a pas cessé, la commune est avertie ou dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes sont averties une seconde fois par envoi recommandé.
S'il est constaté que la commune n'a pas ou, dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes n'ont pas mis fin à l'infraction signalée dans un délai de nonante jours suivant la réception de ce second avertissement, une amende administrative de 1.000 à 2.500 euros par gardien de la paix en infraction sera infligée à la commune organisatrice ou bénéficiaire, selon le cas. Dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes organisatrices déterminent elles-mêmes la clé de répartition en vue de payer l'amende.".
"Art. 17/1. En cas d'infraction aux articles 11, 12, § 1er, 13 et 15 ou à une disposition d'un arrêté d'exécution et s'il est établi qu'une ou plusieurs de ces infractions résultent du fait de l'employeur, des employeurs ou du fonctionnaire communal chargé de la direction du service des gardiens de la paix, ou du service pluricommunal des gardiens de la paix, le Collège des bourgmestre et échevins de la commune qui a mis sur pied le service de gardiens de la paix ou, selon le cas, le Collège des bourgmestre et échevins de chaque commune qui a mis sur pied le service pluricommunal des gardiens de la paix est averti par envoi recommandé.
L'envoi mentionne au moins l'infraction constatée et le délai de minimum trois mois et de maximum six mois dont dispose la commune ou dont disposent, dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes pour mettre fin à l'infraction.
S'il est constaté après l'échéance du délai mentionné dans le premier avertissement, que l'infraction n'a pas cessé, la commune est avertie ou dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes sont averties une seconde fois par envoi recommandé.
S'il est constaté que la commune n'a pas ou, dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes n'ont pas mis fin à l'infraction signalée dans un délai de nonante jours suivant la réception de ce second avertissement, une amende administrative de 1.000 à 2.500 euros par gardien de la paix en infraction sera infligée à la commune organisatrice ou bénéficiaire, selon le cas. Dans le cas d'un service pluricommunal des gardiens de la paix, les communes organisatrices déterminent elles-mêmes la clé de répartition en vue de payer l'amende.".
Art. 15. In artikel 18, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de woorden "artikel 3, § 1, 3°, 4° en 5° " vervangen door de woorden "artikel 3, § 1, 3°, 4°, 5° en 7° ".
Art. 15. Dans l'article 18, 2°, de la même loi, modifié par la loi du 24 juillet 2008, les mots "article 3, § 1er, 3°, 4° et 5° " sont remplacés par les mots "article 3, § 1er, 3°, 4°, 5° et 7° ".
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 13 januari 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Gegeven te Brussel, 13 januari 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée au Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 13 janvier 2014.
PHILIPPE
Par le Roi :
La Ministre de l'Intérieur,
Mme. J. MILQUET
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Donné à Bruxelles, le 13 janvier 2014.
PHILIPPE
Par le Roi :
La Ministre de l'Intérieur,
Mme. J. MILQUET
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM