Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 APRIL 2014. - Wet tot wijziging van artikel 41 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, met het oog op het waarborgen van de identificatie van de politieambtenaren en politieagenten en de betere bescherming van hun persoonlijke levenssfeer(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-05-2014 en tekstbijwerking tot 29-04-2016)
Titre
4 AVRIL 2014. - Loi modifiant l'article 41 de la loi sur la fonction de police du 5 août 1992, en vue de garantir l'identification des fonctionnaires de police et agents de police tout en améliorant la protection de leur vie privée(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-05-2014 et mise à jour au 29-04-2016)
Dokumentinformationen
Numac: 2014000362
Datum: 2014-04-04
Info du document
Numac: 2014000362
Date: 2014-04-04
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Artikel 41 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 41. § 1. Alle politieambtenaren en politieagenten in functie dienen in alle omstandigheden te kunnen worden geïdentificeerd.
Politieambtenaren en politieagenten in uniform dragen een naamplaatje dat op zichtbare en leesbare wijze is aangebracht op een welbepaalde plaats van hun uniform.
Voor bepaalde interventies kunnen de korpschef, de commissaris-generaal, de directeur-generaal of hun afgevaardigde evenwel beslissen het naamplaatje te vervangen door een interventienummer.
De politieambtenaren die in burgerkledij tegenover een persoon optreden, of ten minste een van hen, dragen een armband die op zichtbare en leesbare wijze het interventienummer vermeldt waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Wanneer de persoon tegenover wie zij optreden hierom verzoekt, doen de politieambtenaren en de politieagenten van hun hoedanigheid blijken door middel van het legitimatiebewijs waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Hetzelfde geldt wanneer politieambtenaren of politieagenten in uniform zich aanmelden aan de woning van een persoon.
Het in het derde lid bedoelde interventienummer is een nummer van maximum vier cijfers, voorafgegaan door een code tot aanduiding van de politiezone voor de lokale politie en door een code tot aanduiding van de dienst voor de federale politie.
De Koning legt de nadere regels vast die de identificatie, in alle omstandigheden, van de politieambtenaren en politieagenten mogelijk maken.
§ 2. Onverminderd artikel 47bis, § 1, 3, van het Wetboek van strafvordering, staat de naam van de politieambtenaren of de politieagenten niet vermeld in de aanvankelijke voor die gelegenheid opgestelde processen-verbaal indien zij optreden onder een interventienummer met toepassing van § 1.".
"Art. 41. § 1. Alle politieambtenaren en politieagenten in functie dienen in alle omstandigheden te kunnen worden geïdentificeerd.
Politieambtenaren en politieagenten in uniform dragen een naamplaatje dat op zichtbare en leesbare wijze is aangebracht op een welbepaalde plaats van hun uniform.
Voor bepaalde interventies kunnen de korpschef, de commissaris-generaal, de directeur-generaal of hun afgevaardigde evenwel beslissen het naamplaatje te vervangen door een interventienummer.
De politieambtenaren die in burgerkledij tegenover een persoon optreden, of ten minste een van hen, dragen een armband die op zichtbare en leesbare wijze het interventienummer vermeldt waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Wanneer de persoon tegenover wie zij optreden hierom verzoekt, doen de politieambtenaren en de politieagenten van hun hoedanigheid blijken door middel van het legitimatiebewijs waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Hetzelfde geldt wanneer politieambtenaren of politieagenten in uniform zich aanmelden aan de woning van een persoon.
Het in het derde lid bedoelde interventienummer is een nummer van maximum vier cijfers, voorafgegaan door een code tot aanduiding van de politiezone voor de lokale politie en door een code tot aanduiding van de dienst voor de federale politie.
De Koning legt de nadere regels vast die de identificatie, in alle omstandigheden, van de politieambtenaren en politieagenten mogelijk maken.
§ 2. Onverminderd artikel 47bis, § 1, 3, van het Wetboek van strafvordering, staat de naam van de politieambtenaren of de politieagenten niet vermeld in de aanvankelijke voor die gelegenheid opgestelde processen-verbaal indien zij optreden onder een interventienummer met toepassing van § 1.".
Art.2. L'article 41 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police est remplacé par ce qui suit :
"Art. 41. § 1er. Tout fonctionnaire de police et agent de police en service doit pouvoir être identifié en toutes circonstances.
Les fonctionnaires de police et les agents de police en uniforme portent une plaquette nominative apposée de manière visible et lisible à un endroit déterminé de leur uniforme.
Toutefois, le chef de corps, le commissaire général, le directeur général ou leur délégué peuvent, pour certaines interventions, décider de remplacer la plaquette nominative par un numéro d'intervention.
Sauf si les circonstances ne le permettent pas, les fonctionnaires de police qui interviennent en habits civils à l'égard d'une personne, ou au moins l'un d'entre eux, portent un brassard indiquant de manière visible et lisible le numéro d'intervention dont ils sont titulaires.
Sauf si les circonstances ne le permettent pas, lorsqu'une personne à l'égard de laquelle ils interviennent en fait la demande, les fonctionnaires de police et les agents de police justifient de leur qualité au moyen de la carte de légitimation dont ils sont porteurs.
Il en est de même lorsque des fonctionnaires de police ou des agents de police en uniforme se présentent au domicile d'une personne.
Le numéro d'intervention visé à l'alinéa 3 est un numéro de maximum quatre chiffres, précédé d'un code désignant la zone de police pour la police locale et d'un code désignant le service pour la police fédérale.
Le Roi fixe les modalités qui permettent en toutes circonstances l'identification des fonctionnaires de police et agents de police.
§ 2. Sans préjudice de l'article 47bis, § 1er, 3, du Code d`instruction criminelle, dans les cas où les fonctionnaires de police ou les agents de police interviennent sous un numéro d'intervention en application du § 1er, les procès-verbaux initiaux établis à cette occasion ne mentionnent pas leur nom.".
"Art. 41. § 1er. Tout fonctionnaire de police et agent de police en service doit pouvoir être identifié en toutes circonstances.
Les fonctionnaires de police et les agents de police en uniforme portent une plaquette nominative apposée de manière visible et lisible à un endroit déterminé de leur uniforme.
Toutefois, le chef de corps, le commissaire général, le directeur général ou leur délégué peuvent, pour certaines interventions, décider de remplacer la plaquette nominative par un numéro d'intervention.
Sauf si les circonstances ne le permettent pas, les fonctionnaires de police qui interviennent en habits civils à l'égard d'une personne, ou au moins l'un d'entre eux, portent un brassard indiquant de manière visible et lisible le numéro d'intervention dont ils sont titulaires.
Sauf si les circonstances ne le permettent pas, lorsqu'une personne à l'égard de laquelle ils interviennent en fait la demande, les fonctionnaires de police et les agents de police justifient de leur qualité au moyen de la carte de légitimation dont ils sont porteurs.
Il en est de même lorsque des fonctionnaires de police ou des agents de police en uniforme se présentent au domicile d'une personne.
Le numéro d'intervention visé à l'alinéa 3 est un numéro de maximum quatre chiffres, précédé d'un code désignant la zone de police pour la police locale et d'un code désignant le service pour la police fédérale.
Le Roi fixe les modalités qui permettent en toutes circonstances l'identification des fonctionnaires de police et agents de police.
§ 2. Sans préjudice de l'article 47bis, § 1er, 3, du Code d`instruction criminelle, dans les cas où les fonctionnaires de police ou les agents de police interviennent sous un numéro d'intervention en application du § 1er, les procès-verbaux initiaux établis à cette occasion ne mentionnent pas leur nom.".
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 09-05-2016 par L 2016-04-21/06, art. 91)