Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 MEI 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen wat de subsidiëring van de justitiehuizen betreft
Titre
12 MAI 2014. - Loi modifiant la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales en ce qui concerne le subventionnement des maisons de justice
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 69 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 25 mei 1999, 22 december 2003 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid worden in de inleidende zin de woorden "voor de in 1° " vervangen door de woorden "voor de in 1°, 4° en in het zesde lid";
b) in het eerste lid, 3°, wordt het eerste streepje opgeheven;
c) het eerste lid, 3°, vierde streepje, dat het derde streepje wordt, wordt aangevuld met het woord ", of";
d) het eerste lid wordt aangevuld met een 4°, luidende :
"4° een toelage voor personeelskosten, actiemiddelen voor bijkomende aanwervingen en werkingskosten voor de begeleiding van een dienstverlening, een werkstraf, een opleiding en de behandeling in het kader van een gerechtelijke maatregel, indien de lokale overheid daarvoor een overeenkomst sluit met de minister bevoegd voor Justitie.";
e) het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"De toelage bedoeld in het eerste lid, 4°, kan ook worden toegekend aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een provincie, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting van openbaar nut indien deze daarvoor een overeenkomst sluit met de minister bevoegd voor Justitie.
Over het geheel van de toelagen bedoeld in het eerste lid, 4°, en het zesde lid wordt jaarlijks voorafgaandelijk overleg gepleegd in de Interministeriële Conferentie voor de Justitiehuizen.
De Koning kent het geheel van de toelagen definitief toe bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
a) in het eerste lid worden in de inleidende zin de woorden "voor de in 1° " vervangen door de woorden "voor de in 1°, 4° en in het zesde lid";
b) in het eerste lid, 3°, wordt het eerste streepje opgeheven;
c) het eerste lid, 3°, vierde streepje, dat het derde streepje wordt, wordt aangevuld met het woord ", of";
d) het eerste lid wordt aangevuld met een 4°, luidende :
"4° een toelage voor personeelskosten, actiemiddelen voor bijkomende aanwervingen en werkingskosten voor de begeleiding van een dienstverlening, een werkstraf, een opleiding en de behandeling in het kader van een gerechtelijke maatregel, indien de lokale overheid daarvoor een overeenkomst sluit met de minister bevoegd voor Justitie.";
e) het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"De toelage bedoeld in het eerste lid, 4°, kan ook worden toegekend aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een provincie, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting van openbaar nut indien deze daarvoor een overeenkomst sluit met de minister bevoegd voor Justitie.
Over het geheel van de toelagen bedoeld in het eerste lid, 4°, en het zesde lid wordt jaarlijks voorafgaandelijk overleg gepleegd in de Interministeriële Conferentie voor de Justitiehuizen.
De Koning kent het geheel van de toelagen definitief toe bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
Art. 2. A l'article 69 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, modifié par les lois des 21 décembre 1994, 25 mai 1999, 22 décembre 2003 et 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la phrase introductive de l'alinéa 1er, les mots "visées au 1° " sont remplacés par les mots "visées au 1° et 4° et à l'alinéa 6";
b) dans l'alinéa 1er, 3°, le premier tiret est abrogé;
c) dans l'alinéa 1er, 3°, le quatrième tiret, qui devient le troisième tiret, est complété par le mot ", ou";
d) l'alinéa 1er est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° une allocation pour des frais de personnel, des moyens d'action pour des recrutements supplémentaires et des frais de fonctionnement pour l'accompagnement d'un travail d'intérêt général, d'une peine de travail, d'une formation et pour le traitement dans le cadre d'une mesure judiciaire, lorsque l'autorité locale conclut à ce sujet une convention avec le ministre ayant la Justice dans ses attributions.";
e) l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"L'allocation visée à l'alinéa 1er, 4°, peut aussi être octroyée à une structure de coopération intercommunale, une province, une association sans but lucratif ou une fondation d'utilité publique, lorsque celle-ci conclut à ce sujet une convention avec le ministre ayant la Justice dans ses attributions.
L'ensemble des allocations prévues par l'alinéa 1er, 4°, et par l'alinéa 6 font l'objet d'une concertation annuelle préalable au sein de la Conférence interministérielle pour les Maisons de justice.
Le Roi attribue définitivement l'ensemble des allocations par arrêté délibéré en Conseil des ministres.".
a) dans la phrase introductive de l'alinéa 1er, les mots "visées au 1° " sont remplacés par les mots "visées au 1° et 4° et à l'alinéa 6";
b) dans l'alinéa 1er, 3°, le premier tiret est abrogé;
c) dans l'alinéa 1er, 3°, le quatrième tiret, qui devient le troisième tiret, est complété par le mot ", ou";
d) l'alinéa 1er est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° une allocation pour des frais de personnel, des moyens d'action pour des recrutements supplémentaires et des frais de fonctionnement pour l'accompagnement d'un travail d'intérêt général, d'une peine de travail, d'une formation et pour le traitement dans le cadre d'une mesure judiciaire, lorsque l'autorité locale conclut à ce sujet une convention avec le ministre ayant la Justice dans ses attributions.";
e) l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"L'allocation visée à l'alinéa 1er, 4°, peut aussi être octroyée à une structure de coopération intercommunale, une province, une association sans but lucratif ou une fondation d'utilité publique, lorsque celle-ci conclut à ce sujet une convention avec le ministre ayant la Justice dans ses attributions.
L'ensemble des allocations prévues par l'alinéa 1er, 4°, et par l'alinéa 6 font l'objet d'une concertation annuelle préalable au sein de la Conférence interministérielle pour les Maisons de justice.
Le Roi attribue définitivement l'ensemble des allocations par arrêté délibéré en Conseil des ministres.".
Art. 3. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 3. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2015.