Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-03-2014 en tekstbijwerking tot 10-10-2018)
Titre
21 FEVRIER 2014. - Arrêté royal relatif aux règles de conduite et aux règles relatives à la gestion des conflits d'intérêts, fixées en vertu de la loi, en ce qui concerne le secteur des assurances(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-03-2014 et mise à jour au 10-10-2018)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (35)
Texte (35)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1" : het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector;
  2° "koninklijk besluit van 3 juni 2007" : het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten;
  3° "wet van 27 maart 1995" : de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
  4° "controlewet verzekeringen" : de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;
  5° "wet" : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  6° "verzekeringsonderneming" : een verzekeringsonderneming in de zin van artikel 91bis, 1° en 2°, van de controlewet verzekeringen;
  7° "verzekeringstussenpersoon" : elke rechtspersoon of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die België als lidstaat van herkomst heeft dan wel zijn werkzaamheden in België verricht, en die activiteiten van verzekeringsbemiddeling uitoefent, zelfs occasioneel, of die er toegang toe heeft;
  8° "verzekeringsbemiddelingsdienst" : de werkzaamheden, uitgevoerd door een verzekeringstussenpersoon of door een verzekeringsonderneming zonder tussenkomst van een verzekeringstussenpersoon, die bestaan in het adviseren over, het voorstellen of aanbieden van, of het verrichten van voorbereidend werk tot het sluiten van of het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de uitvoering ervan. De werkzaamheden bestaande uit de incidentele informatieverstrekking in het kader van een andere beroepswerkzaamheid, mits het doel van deze werkzaamheden niet bestaat in het assisteren van de cliënt bij de sluiting of uitvoering van een verzekeringsovereenkomst, in het beroepshalve verrichten van schadebeheer voor een verzekeringsonderneming, of in schaderegeling en schade-expertise, worden niet als een verzekeringsbemiddelingsdienst beschouwd;
  9° "verbonden verzekeringsagent" : de verzekeringsagent die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of volmachten, werkzaamheden van verzekeringsbemiddeling slechts mag uitoefenen in naam en voor rekening van :
  - één enkele verzekeringsonderneming; of
  - verschillende verzekeringsondernemingen in zoverre de verzekeringsovereenkomsten van die ondernemingen geen onderling concurrerende verzekeringsovereenkomsten zijn;
  en onder de volledige verantwoordelijkheid van die onderneming(en) handelt voor de verzekeringsovereenkomsten die haar (hen) respectievelijk aanbelangen.
  In de zin van dit artikel worden de volgende verzekeringsovereenkomsten als "onderling concurrerende verzekeringsovereenkomsten" beschouwd :
  - de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, alsook de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de levensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II), die beantwoorden aan de definitie van spaar- of beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in 15° en 16° van dit artikel;
  - de andere verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, alsook de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de levensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II), dan deze die beantwoorden aan de definitie van spaar- of beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in 15° en 16° van dit artikel; evenals,
  - de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "niet-leven", wanneer zij tot eenzelfde tak behoren in de zin van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, van de Bijlage, punt A bij Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  10° "verzekeringssubagent" : een verzekeringssubagent als gedefinieerd in artikel 1, 8°, van de wet van 27 maart 1995;
  11° "andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent" : de verzekeringstussenpersoon die, uit hoofde van meerdere overeenkomsten of volmachten, in naam en voor rekening van meerdere verzekeringsondernemingen, werkzaamheden van verzekeringsbemiddeling uitoefent zonder met die verzekeringsondernemingen verbonden te zijn, alsook de verzekeringssubagenten die onder de verantwoordelijkheid van die verzekeringstussenpersoon handelen, en de verzekeringsmakelaar als bedoeld in artikel 1, 6°, van de wet van 27 maart 1995, alsook de verzekeringssubagenten die onder de verantwoordelijkheid van die verzekeringsmakelaar handelen;
  12° "verzekeringsonderneming sensu lato" : een verzekeringsonderneming alsook haar verbonden verzekeringsagenten en de verzekeringssubagenten die onder de verantwoordelijkheid van die verbonden verzekeringsagenten handelen;
  13° "advies" : het verstrekken van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op zijn verzoek, hetzij op initiatief van de verzekeringsonderneming sensu lato of de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, met betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten;
  14° "gepersonaliseerde aanbeveling" : een aanbeveling met betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten, die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor de persoon in kwestie, of berust op een afweging van zijn persoonlijke omstandigheden;
  Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeveling als deze uitsluitend via distributiekanalen in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet, of aan het publiek wordt gedaan;
  15° "spaarverzekering" : een verzekeringsovereenkomst die :
  a) betrekking heeft op de takken 21, 22 of 26 van de groep van activiteiten "leven" in bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, en die een spaarcomponent omvat, alsook een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in de punten I, II of VI van Bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering of van Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) die een spaarcomponent omvat; of
  b) een combinatie vormt van verschillende overeenkomsten waarvan sprake sub a);
  16° "beleggingsverzekering" een verzekeringsovereenkomst die :
  a) betrekking heeft op tak 23 van de groep van activiteiten "leven" in bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, alsook een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in punt III van Bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering of van Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II); of
  b) een combinatie van een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld onder 15°, sub a), en van een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld sub a), of een combinatie van verschillende verzekeringsovereenkomsten als bedoeld sub a);
  17° [1 duurzame gegevensdrager : elk instrument zoals gedefinieerd in artikel I.1, eerste lid, 15°, van het Wetboek van economisch recht;]1
  18° "relevante persoon" : in samenhang met een verzekeringsonderneming sensu lato of een andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, een van de volgende personen :
  a) een bestuurder, vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, of een manager van de verzekeringsonderneming, dan wel een bestuurder, vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, of een manager van een andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent;
  b) een bestuurder, vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, of een manager van elke verbonden verzekeringsagent van de verzekeringsonderneming of elke verzekeringssubagent van die verbonden verzekeringsagent of elke verzekeringssubagent van de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent;
  c) een werknemer van de verzekeringsonderneming sensu lato of een werknemer van de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, alsook enige andere natuurlijke persoon van wie diensten ter beschikking en onder de zeggenschap staan van de verzekeringsonderneming sensu lato of de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, en die betrokken is bij het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten door de verzekeringsonderneming sensu lato of door de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent;
  d) een natuurlijk persoon die, uit hoofde van een uitbestedingsovereenkomst met het oog op het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten door de verzekeringsonderneming sensu lato of door de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten ten behoeve van de verzekeringsonderneming sensu lato of de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent;
  19° "groep", in samenhang met een verzekeringsonderneming sensu lato of een andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent : de groep waarvan deze verzekeringsonderneming sensu lato of deze andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent deel uitmaakt, bestaande uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen en de entiteiten waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen deelnemingen bezitten, alsook ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen;
  20° "uitbesteding" : een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verzekeringsonderneming sensu lato of een andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent, en een derde, op grond waarvan deze derde een proces, dienst of activiteit verricht die anders door de verzekeringsonderneming sensu lato of de andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent zelf zou worden verricht;
  21° "FSMA" : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten;
  22° "grote risico's" :
  a) de risico's die behoren tot de in punt 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken;
  b) de risico's die behoren tot de in punt 14 en 15 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 14 en 15 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 14 en 15, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken wanneer de verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep een industriële of commerciële activiteit uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
  c) de risico's die behoren tot de in punt 3, 8, 9, 10, 13 en 16 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken, voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt :
  i. balanstotaal : 6.200.000 euro;
  ii. netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen : 12.800.000 euro;
  iii. gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar : 250.
  Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, onder c), vermelde criteria op basis van de geconsolideerde rekening toegepast.
  
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° "l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1" : l'arrêté royal du 21 février 2014 relatif aux modalités d'application au secteur des assurances des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  2° "l'arrêté royal du 3 juin 2007" : l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers;
  3° "la loi du 27 mars 1995" : la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et en réassurances et à la distribution d'assurances;
  4° "la loi de contrôle des assurances" : la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances;
  5° "la loi" : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  6° "entreprise d'assurances" : une entreprise d'assurances au sens de l'article 91bis, 1° et 2°, de la loi de contrôle des assurances;
  7° "intermédiaire d'assurances" : toute personne morale ou physique ayant la qualité de travailleur indépendant au sens de la législation sociale, dont l'Etat membre d'origine est la Belgique ou qui exerce son activité en Belgique, et exerçant des activités d'intermédiation en assurances, même à titre occasionnel, ou ayant accès à cette activité;
  8° "service d'intermédiation en assurances" : toute activité, exercée par un intermédiaire d'assurances ou par une entreprise d'assurances sans l'intervention d'un intermédiaire d'assurances, consistant à fournir des conseils sur des contrats d'assurance, à présenter ou à proposer des contrats d'assurance ou à réaliser d'autres travaux préparatoires à leur conclusion ou à les conclure ou à contribuer à leur gestion et à leur exécution. Ne sont pas considérées comme un service d'intermédiation en assurances, les activités consistant à fournir des informations à titre occasionnel dans le cadre d'une autre activité professionnelle pour autant que ces activités n'aient pas pour objet d'aider le client à conclure ou à exécuter un contrat d'assurance, la gestion, à titre professionnel, des sinistres d'une entreprise d'assurances ou les activités d'estimation et de liquidation des sinistres;
  9° "agent d'assurances lié" : l'agent d'assurances qui, en raison d'une ou plusieurs convention(s) ou procuration(s), ne peut exercer une activité d'intermédiation en assurance, au nom et pour le compte, que :
  - d'une seule entreprise d'assurances; ou
  - de plusieurs entreprises d'assurances pour autant que les contrats d'assurance de ces entreprises n'entrent pas en concurrence entre eux;
  et agit sous l'entière responsabilité de celle(s)-ci pour les contrats d'assurance qui les concernent respectivement.
  Au sens du présent article, les contrats d'assurance suivants sont considérés comme des contrats d'assurance entrant en concurrence entre eux :
  - les contrats d'assurance relevant du groupe d'activités "vie" visé à l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ainsi que les contrats d'assurance relevant des branches d'assurance vie visées à l'annexe Ire de la Directive 2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concernant l'assurance directe sur la vie ou à l'annexe II de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II), qui répondent aux définitions des assurances d'épargne ou d'investissement telles que prévues aux 15° et 16° du présent article;
  - les contrats d'assurance relevant du groupe d'activités "vie" visé à l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ainsi que les contrats d'assurance relevant des branches d'assurance vie visées à l'annexe Ire de la Directive 2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concernant l'assurance directe sur la vie ou à l'annexe II de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II), autres que ceux qui répondent aux définitions des assurances d'épargne ou d'investissement telles que prévues aux 15° et 16° du présent article; ainsi que,
  - les contrats d'assurance relevant du groupe d'activités "non-vie" lorsqu'ils relèvent d'une même branche au sens de l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, de l'annexe, point A, de la Directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès à l'activité de l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, et son exercice, ou de l'annexe Ire, partie A, de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II);
  10° "sous-agent d'assurances" : un sous-agent d'assurances tel que défini à l'article 1, 8°, de la loi du 27 mars 1995;
  11° "intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié" : l'intermédiaire d'assurances qui, en raison de plusieurs conventions ou procurations, au nom et pour le compte de plusieurs entreprises d'assurances, exerce des activités d'intermédiation en assurances, sans être lié à ces entreprises d'assurances, ainsi que les sous-agents d'assurances agissant sous la responsabilité de cet intermédiaire et le courtier d'assurances visé à l'article 1er, 6°, de la loi du 27 mars 1995 ainsi que les sous-agents d'assurances agissant sous la responsabilité de ce courtier;
  12° "entreprise d'assurances sensu lato" : une entreprise d'assurances ainsi que ses agents d'assurances liés et les sous-agents d'assurances agissant sous la responsabilité de ces agents d'assurances liés;
  13° "conseil" : la fourniture de recommandations personnalisées à un client, soit à sa demande, soit à l'initiative de l'entreprise d'assurances sensu lato ou de l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié, en ce qui concerne un ou plusieurs contrat(s) d'assurance;
  14° "recommandation personnalisée" : une recommandation qui est présentée comme adaptée à cette personne, ou est fondée sur l'examen de la situation propre à cette personne en rapport avec un ou plusieurs contrat(s) d'assurance.
  Une recommandation n'est pas réputée personnalisée si elle est exclusivement diffusée par des canaux de distribution au sens de l'article 2, alinéa 1er, 26°, de la loi, ou est destinée au public;
  15° "assurance d'épargne" : un contrat d'assurance qui :
  a) relève des branches 21, 22, ou 26 repris sous le groupe d'activités "vie" à l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances et qui comporte une composante d'épargne, ainsi qu'un contrat d'assurance visé aux points I, II ou VI de l'annexe Ire de la Directive 2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concernant l'assurance directe sur la vie ou de l'annexe II de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès à l'activité de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II) qui comporte une composante d'épargne; ou,
  b) constitue une combinaison de plusieurs contrats visés au littéra a);
  16° "assurance d'investissement" : un contrat d'assurance qui :
  a) relève de la branche 23 repris sous le groupe d'activités "vie" à l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ainsi qu'un contrat d'assurance visé au point III de l'annexe Ire de la Directive 2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concernant l'assurance directe sur la vie ou de l'annexe II de la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès à l'activité de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II); ou
  b) constitue une combinaison d'un ou plusieurs contrat(s) d'assurance visés au 15°, sous a), et d'un ou plusieurs contrat(s) d'assurance visé(s) au littéra a) ou une combinaison de plusieurs contrats d'assurance visés au littéra a);
  17° [1 support durable : tout instrument tel que défini à l'article I.1, alinéa 1er, 15°, du Code de droit économique;]1
  18° "personne concernée", dans le cas d'une entreprise d'assurances sensu lato ou d'un intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié, l'une quelconque des personnes suivantes :
  a) un administrateur, associé ou équivalent, ou gérant de l'entreprise d'assurances ou un administrateur, associé ou équivalent, ou gérant d'un intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié;
  b) un administrateur, associé ou équivalent, ou gérant de tout agent d'assurances lié de l'entreprise d'assurances ou de tout sous-agent d'assurances de cet agent d'assurances lié ou de tout sous-agent d'assurances de l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié;
  c) un employé de l'entreprise d'assurances sensu lato ou un employé de l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié, ainsi que toute autre personne physique dont les services sont mis à la disposition et placés sous le contrôle de l'entreprise d'assurances sensu lato ou de l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié et qui participe à la fourniture de services d'intermédiation en assurances par l'entreprise d'assurances sensu lato ou par l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié;
  d) une personne physique qui participe à la fourniture de services d'intermédiation en assurances à l'entreprise d'assurances sensu lato ou à un intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié sur la base d'un contrat d'externalisation conclu aux fins de la fourniture de services d'intermédiation en assurances par l'entreprise d'assurances sensu lato ou par l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié;
  19° "groupe", s'agissant d'une entreprise d'assurances sensu lato ou d'un intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié : le groupe dont fait partie cette entreprise d'assurances sensu lato ou cet intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié, consistant en une entreprise mère, ses filiales et les entités dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent des participations, ainsi que les entreprises liées entre elles par une relation au sens du Code des sociétés;
  20° "externalisation" : tout accord, quelle que soit sa forme, entre une entreprise d'assurances sensu lato ou un intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié et un tiers en vertu duquel ce tiers prend en charge un processus, un service ou une activité qui aurait autrement été du ressort de l'entreprise d'assurances sensu lato elle-même ou de l'intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié lui-même;
  21° "la FSMA" : l'Autorité des services et marchés financiers;
  22° "grands risques" :
  a) les risques relevant des branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ou classés sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l'annexe, point A, de la Directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès à l'activité de l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, et son exercice, ou sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l'annexe Ire, partie A, de la Directive 2009/138/CE;
  b) les risques relevant des branches 14 et 15 de l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ou classés sous les branches 14 et 15 de l'annexe, point A, de la Directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès à l'activité de l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, et son exercice, ou sous les branches 14 et 15 de l'annexe Ire, partie A, de la Directive 2009/138/CE, lorsque le preneur d'assurance exerce à titre professionnel une activité industrielle ou commerciale et que les risques sont relatifs à cette activité;
  c) les risques relevant des branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de l'annexe Ire de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, ou classés sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de l'annexe, point A, de la Directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès à l'activité de l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, et son exercice, ou sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de l'annexe Ire, partie A, de la Directive 2009/138/CE, pour autant que le preneur d'assurance dépasse les limites chiffrées d'au moins deux des critères suivants :
  i. un total de bilan de 6.200. 000 euros;
  ii. un montant net du chiffre d'affaires, au sens de la quatrième Directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juillet 1978 fondée sur l'article 54, paragraphe 3, point g), du traité et concernant les comptes annuels de certaines formes de sociétés, de 12.800.000 euros;
  iii. un nombre de 250 employés en moyenne au cours de l'exercice.
  Si le preneur d'assurance fait partie d'un ensemble d'entreprises pour lequel des comptes consolidés sont établis conformément à la Directive 83/349/CEE, les critères énoncés à l'alinéa 1er, point c), sont appliqués sur la base des comptes consolidés;
  
Art.2. § 1. Dit besluit is van toepassing op :
  1° elke verzekeringsonderneming sensu lato; en
  2° elke andere verzekeringstussenpersoon dan een verbonden verzekeringsagent.
  Voor de toepassing van dit besluit worden die ondernemingen en verzekeringstussenpersonen aangeduid met de gezamenlijke benaming "dienstverlener".
  § 2. De artikelen 8, 10, §§ 1, 2 en 5, 11, § 1, en 13 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007, zoals verduidelijkt door dit besluit, zijn niet van toepassing wanneer de verzekeringsbemiddelingsdienst betrekking heeft op de dekking van grote risico's.
Art.2. § 1er. Le présent arrêté est applicable :
  1° à toute entreprise d'assurances sensu lato; et
  2° à tout intermédiaire d'assurances autre qu'un agent d'assurances lié.
  Pour l'application du présent arrêté, ces entreprises et intermédiaires d'assurances sont désignés sous l'appellation commune de "prestataire de services".
  § 2. Les articles 8, 10, §§ 1er, 2 et 5, 11, § 1er et 13 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 tels que précisés par le présent arrêté ne sont pas applicables lorsque le service d'intermédiation en assurances porte sur la couverture de grands risques.
TITEL II. - In het koninklijk besluit van 3 juni 2007 vermelde gedragsregels die van toepassing zijn op de dienstverleners
TITRE II. - Règles de conduite prévues par l'arrêté royal du 3 juin 2007 qui sont applicables aux prestataires de services
Hoofdstuk 1. - Inleidende bepalingen
Chapitre 1er. - Dispositions introductives
Art.3. § 1. Deze titel geeft een opsomming van de artikelen van titel II van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 die van toepassing zijn op de dienstverleners, en verduidelijkt hoe die artikelen moeten worden gelezen met betrekking tot die dienstverleners.
  § 2. De artikelen van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 of de paragrafen of leden van deze artikelen die niet door deze titel worden geviseerd, zijn niet van toepassing op de dienstverleners zoals bedoeld in dit besluit.
Art.3. § 1er. Le présent titre énonce ceux des articles du titre II de l'arrêté royal du 3 juin 2007 qui sont applicables aux prestataires de services et précise comment ces articles doivent se lire pour ce qui concerne ces prestataires de services.
  § 2. Les articles de l'arrêté royal du 3 juin 2007 ou les paragraphes ou alinéas de ces articles qui ne sont pas visés dans le présent titre ne sont pas applicables aux prestataires de services tels que visés dans le présent arrêté.
Art.4. De in deze titel vermelde verplichtingen inzake de informatieverstrekking aan de cliënt gelden onverminderd de verplichtingen inzake informatieverstrekking waaraan de dienstverleners onderworpen zijn door en krachtens andere wetten of reglementeringen die op hen van toepassing zijn.
Art.4. Les obligations d'information du client prévues dans ce titre s'appliquent sans préjudice des obligations d'information auxquelles les prestataires de services sont soumis par et en vertu d'autres législations ou réglementations qui leur sont applicables.
Hoofdstuk 2. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle verzekeringsovereenkomsten, inclusief de spaar- en beleggingsverzekeringen
Chapitre 2. - Dispositions applicables à tout contrat d'assurance, en ce compris les assurances d'épargne et les assurances d'investissement
Art.5. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de dienstverleners wanneer zij een of meer verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten met betrekking tot alle soorten verzekeringsovereenkomsten (inclusief spaar- of beleggingsverzekeringen).
Art.5. Les dispositions du présent chapitre sont applicables aux prestataires de services lorsqu'ils prestent un ou plusieurs service(s) d'intermédiation en assurances portant sur tout type de contrat d'assurance (en ce compris une assurance d'épargne ou une assurance d'investissement).
Art.6. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moet als volgt worden gelezen :
  "Art. 5. § 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de in paragrafen 2 tot en met 4 bepaalde voorwaarden voor de verstrekking van informatie.
  § 2. Wanneer, voor de toepassing van dit besluit, informatie moet worden verstrekt op een duurzame drager, mogen de dienstverleners die informatie slechts op een andere [1 duurzame gegevensdrager]1 dan papier verstrekken als :
  a) de verstrekking van deze informatie op de desbetreffende drager in de context past waarin de dienstverlener met de cliënt zakendoet of gaat zakendoen; en
  b) de persoon aan wie de informatie moet worden verstrekt, wanneer deze voor de keuze wordt gesteld tussen informatie op papier of op die andere duurzame drager, specifiek voor die andere drager kiest.
  § 3. Wanneer een dienstverlener, overeenkomstig de artikelen 10, 11, § 1, b), c), f), h), i), 12 en 13, een cliënt via een website informatie verstrekt en deze informatie niet aan de cliënt persoonlijk is gericht, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn :
  a) de verstrekking van deze informatie op de desbetreffende drager past in de context waarin de dienstverlener met de cliënt zakendoet of gaat zakendoen;
  b) de cliënt stemt specifiek in met de verstrekking van informatie in deze vorm;
  c) de cliënt wordt elektronisch op de hoogte gebracht van het webadres en de plaats op de website waar hij toegang kan krijgen tot de informatie;
  d) de informatie moet actueel zijn;
  e) via deze website blijft de informatie onafgebroken toegankelijk gedurende de tijd die de cliënt redelijkerwijs nodig heeft om deze in te zien.
  § 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verstrekking van informatie via elektronische mededelingen geacht te passen in de context waarin de dienstverlener met de cliënt zakendoet of gaat zakendoen als bewezen is dat de cliënt regelmatig toegang heeft tot internet. Dit wordt als bewezen aangemerkt als de cliënt een e-mailadres als communicatiemiddel opgeeft om zaken te kunnen doen."
  
Art.6. L'article 5 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doit se lire comme suit :
  "Art. 5. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, les conditions énoncées aux paragraphes 2 à 4 sont applicables à la fourniture d'informations.
  § 2. Lorsqu'en application du présent arrêté, une information doit être fournie sur un support durable, les prestataires de services ne sont autorisés à la publier sur un support durable autre que le papier qu'à la condition que :
  a) la fourniture de cette information sur ce support soit adaptée au contexte dans lequel sont ou seront conduites les affaires entre le prestataire de services et le client; et
  b) la personne à qui l'information doit être fournie, après s'être vue proposer le choix entre la fourniture de l'information sur papier ou cet autre support durable, opte spécifiquement pour la fourniture de l'information sur cet autre support.
  § 3. Lorsque, en vertu des articles 10, 11, § 1er, b), c), f), h), i), 12 et 13, un prestataire de services fournit des informations à un client au moyen d'un site web et que cette information n'est pas adressée personnellement au client, les conditions suivantes doivent être respectées :
  a) la fourniture de cette information par ce moyen est adaptée au contexte dans lequel sont ou seront conduites les affaires entre le prestataire de services et le client;
  b) le client consent spécifiquement à la fourniture de cette information sous cette forme;
  c) le client se voit notifier par voie électronique l'adresse du site web et l'endroit du site web où il peut avoir accès à cette information;
  d) l'information est à jour;
  e) l'information est accessible de manière continue via le site web pendant le laps de temps qui est raisonnablement nécessaire au client pour l'examiner.
  § 4. Pour l'application du présent article, la fourniture d'informations au moyen de communications électroniques sera considérée comme adaptée au contexte dans lequel sont ou seront conduites les affaires entre le prestataire de services et le client s'il est prouvé que le client a un accès régulier à l'internet. La fourniture par le client d'une adresse électronique comme moyen de communication aux fins de la conduite de ces affaires sera interprétée comme une preuve de cet accès régulier."
Art.7. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moet als volgt worden gelezen :
  "Art. 7. De dienstverleners worden niet geacht zich op loyale, billijke en professionele wijze voor de belangen van cliënten in te zetten indien zij, voor de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst ten behoeve van een cliënt, een vergoeding of provisie betalen of ontvangen, dan wel een niet-geldelijk voordeel verschaffen of aannemen, tenzij het gaat om :
  a) een vergoeding, provisie of niet-geldelijk voordeel betaald of verschaft aan of door de cliënt of een persoon die namens de cliënt handelt;
  b) een vergoeding, provisie of niet-geldelijk voordeel betaald of verschaft aan of door een derde of een persoon die namens een derde handelt, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
  i. vóór de verrichting van de desbetreffende verzekeringsbemiddelingsdienst moet de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling worden gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag van de vergoeding, de provisie of het voordeel of, wanneer het bedrag niet kan worden achterhaald, van de berekeningswijze van dit bedrag;
  ii. de betaling of verschaffing van de vergoeding, de provisie of het niet-geldelijke voordeel moet de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten behoeve van de cliënt ten goede komen en mag geen afbreuk doen aan de plicht van de dienstverlener om zich voor de belangen van de cliënt in te zetten;
  c) passende vergoedingen die de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten mogelijk maken of daarvoor noodzakelijk zijn, zoals wettelijke heffingen, juridische kosten en herverzekeringspremies, en die van nature niet strijdig zijn met de plicht van de dienstverlener om zich op loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van haar cliënten.
  De dienstverlener mag, voor de toepassing van artikel 7, eerste lid, b), i), in samengevatte vorm mededeling doen van de essentiële voorwaarden van de regelingen voor vergoedingen, provisies of niet-geldelijke voordelen, mits hij zich ertoe verplicht de cliënt desgevraagd nadere bijzonderheden te verstrekken, en deze verplichting ook nakomt."
Art.7. L'article 7 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doit se lire comme suit :
  "Art. 7. Les prestataires de services ne sont pas considérés comme agissant d'une manière honnête, équitable et professionnelle qui sert au mieux les intérêts d'un client lorsque, en liaison avec la fourniture d'un service d'intermédiation en assurances à ce client, ils versent ou perçoivent une rémunération ou commission ou fournissent ou reçoivent un avantage non monétaire autres que les suivants :
  a) une rémunération, une commission ou un avantage non monétaire versé ou fourni au client ou par celui-ci, ou à une personne agissant au nom du client ou par celle-ci;
  b) une rémunération, une commission ou un avantage non monétaire versé ou fourni à un tiers ou par celui-ci, ou à une personne agissant au nom de ce tiers ou par celle-ci, lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  i. le client est clairement informé de l'existence, de la nature et du montant de la rémunération, de la commission ou de l'avantage, ou lorsque ce montant ne peut être établi, de son mode de calcul. Cette information est fournie de manière complète, exacte et compréhensible avant que le service d'intermédiation en assurances concerné ne soit presté;
  ii. le paiement de la rémunération ou de la commission, ou l'octroi de l'avantage non monétaire, améliore la qualité du service fourni au client et ne nuit pas à l'obligation du prestataire de services d'agir au mieux des intérêts du client;
  c) des rémunérations appropriées qui permettent la prestation de services d'intermédiation en assurances ou sont nécessaires à cette prestation, telles que les contributions légales, les frais juridiques et les primes de réassurance, qui ne peuvent occasionner de conflit avec l'obligation qui incombe au prestataire de services d'agir envers ses clients d'une manière honnête, équitable et professionnelle qui serve au mieux leurs intérêts.
  Un prestataire de services est autorisé, pour l'application de l'article 7, alinéa 1er, b), i), à divulguer les conditions principales des arrangements en matière de rémunérations, de commissions et d'avantages non monétaires sous une forme résumée, sous réserve qu'il s'engage à fournir des précisions supplémentaires à la demande du client et qu'il respecte cet engagement."
Art.8. Artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moet als volgt worden gelezen :
  "Art. 11. § 1. De dienstverleners verstrekken cliënten of potentiële cliënten, voor zover van toepassing, de volgende algemene informatie :
  a) de naam, het adres en het ondernemingsnummer van de dienstverlener, alsook de contactgegevens die cliënten voor een efficiënte communicatie met de dienstverlener nodig hebben;
  b) de talen waarin de cliënt met de dienstverlener kan communiceren, en stukken en andere informatie van hem kan ontvangen;
  c) de methodes van communicatie tussen de dienstverlener en de cliënt, waaronder, voor zover van toepassing, die voor het sluiten van verzekeringsovereenkomsten;
  d) een verklaring waarin staat dat de dienstverlener over een vergunning beschikt of is ingeschreven, alsook de naam en het contactadres van de bevoegde autoriteit die een vergunning aan de dienstverlener heeft verleend of hem heeft ingeschreven;
  f) de aard, de frequentie en het tijdschema van de rapporten die de dienstverlener, overeenkomstig artikel 27, § 8, van de wet, zoals verduidelijkt door artikel 4 van het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, aan de cliënt moet toezenden over, naargelang van het geval, de verzekeringsbemiddelingsdienst die de dienstverlener ten behoeve van de cliënt verricht of de verzekeringsovereenkomsten die de cliënt met de dienstverlener heeft gesloten;
  h) een algemene beschrijving, die in beknopte vorm mag worden verstrekt, van het beleid inzake belangenconflicten dat de dienstverlener voert overeenkomstig de voorschriften bepaald door Titel III van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft;
  i) wanneer de cliënt daarom verzoekt, nadere bijzonderheden over dit beleid inzake belangenconflicten op een [1 duurzame gegevensdrager]1 die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, §§ 2 en 3."
  
Art.8. L'article 11, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doit se lire comme suit :
  "Art. 11. § 1er. Les prestataires de services fournissent aux clients existants ou potentiels les informations générales suivantes dans les cas pertinents :
  a) le nom, l'adresse et le numéro d'entreprise du prestataire de services et les détails nécessaires pour permettre au client de communiquer efficacement avec le prestataire de services;
  b) les langues dans lesquelles le client peut communiquer avec le prestataire de services et recevoir des documents et autres informations de sa part;
  c) les modes de communication à utiliser entre le prestataire de services et le client, y compris, le cas échéant, pour ce qui concerne la souscription de contrats d'assurance;
  d) une déclaration selon laquelle le prestataire de services est agréé ou inscrit, ainsi que le nom et l'adresse de l'autorité compétente ayant délivré cet agrément ou procédé à cette inscription;
  f) la nature, la fréquence et les dates des rapports que le prestataire de services est tenu, conformément à l'article 27, § 8, de la loi, tel que précisé par l'article 4 de l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, de fournir au client en ce qui concerne, selon les cas, le service d'intermédiation en assurances que le prestataire de services lui fournit ou les contrats d'assurance que le client a souscrit auprès de celui-ci;
  h) une description générale, éventuellement fournie sous forme résumée, de la politique suivie par le prestataire de services en matière de conflits d'intérêts, conformément aux dispositions prévues par le Titre III de l'arrêté royal du 21 février 2014 relatif aux règles de conduite et aux règles relatives à la gestion des conflits d'intérêts, fixées en vertu de la loi, en ce qui concerne le secteur des assurances ;
  i) dès qu'un client en fait la demande, un complément d'information sur cette politique en matière de conflits d'intérêts sur un support durable répondant aux conditions énoncées à l'article 5, §§ 2 et 3."
Art.9. Artikel 13 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moet als volgt worden gelezen :
  "Art. 13. De dienstverleners verstrekken hun cliënten of potentiële cliënten, vóór de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst of op elke vervaldag van een verzekeringsovereenkomst, informatie over de kosten en bijbehorende lasten. De FSMA verduidelijkt, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet, de inhoud van de in dit artikel bedoelde informatieverstrekking."
Art.9. L'article 13 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doit se lire comme suit :
  "Art. 13. Les prestataires de services fournissent aux clients existants ou potentiels, avant la prestation d'un service d'intermédiation en assurances ainsi qu'à chaque échéance d'un contrat d'assurance, des informations sur les coûts et les frais liés. La FSMA précise, par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64, de la loi, le contenu de l'information visée au présent article."
Hoofdstuk 3. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle andere verzekeringsovereenkomsten dan de spaar- of beleggingsverzekeringen
Chapitre 3. - Dispositions applicables à tout contrat d'assurance autre qu'une assurance d'épargne ou une assurance d'investissement
Art.10. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de dienstverleners wanneer deze verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten met betrekking tot andere verzekeringen dan spaar- of beleggingsverzekeringen. Zij zijn van toepassing onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 2 van deze titel.
Art.10. Les dispositions reprises dans le présent chapitre s'appliquent aux prestataires de services lorsqu'ils prestent des services d'intermédiation en assurances en rapport avec des assurances autres que des assurances d'épargne ou d'investissement. Elles s'appliquent sans préjudice des dispositions du chapitre 2 du présent titre.
Art.11. Artikel 8, §§ 1, 2, 3, 7 en 8, en artikel 10, §§ 1, 2, 4 tot 8, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moeten als volgt worden gelezen :
  "Art. 8. § 1. De dienstverleners zorgen ervoor dat alle informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, die zij richten aan cliënten of potentiële cliënten of zodanig verspreiden dat ze waarschijnlijk door deze cliënten wordt ontvangen, voldoet aan de voorwaarden van de paragrafen 2, 3, 7 en 8.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie bevat de naam van de dienstverlener.
  De informatie is accuraat en benadrukt de mogelijke voordelen van een verzekeringsbemiddelingsdienst of verzekeringsovereenkomst niet zonder dat ook een correcte en duidelijke indicatie van de mogelijke desbetreffende risico's wordt gegeven.
  De informatie is toereikend en wordt op een begrijpelijke wijze voorgesteld.
  Belangrijke zaken, vermeldingen of waarschuwingen worden niet verhuld, afgezwakt of verdoezeld.
  § 3. Wanneer in de informatie verzekeringsbemiddelingsdiensten, verzekeringsovereenkomsten of personen die verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten, onderling worden vergeleken, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan :
  a) de vergelijking is zinvol en wordt op correcte en evenwichtige wijze voorgesteld;
  b) de voor de vergelijking gebruikte informatiebronnen worden vermeld;
  c) de voornaamste voor de vergelijking gebruikte feiten en hypothesen worden vermeld.
  § 7. Wanneer de informatie naar een bepaalde fiscale behandeling verwijst, wordt duidelijk aangegeven dat deze behandeling afhangt van de individuele omstandigheden van een cliënt en in de toekomst aan wijzigingen onderhevig kan zijn.
  § 8. In de informatie wordt de naam van de FSMA of een andere bevoegde autoriteit niet zodanig gebruikt dat daarmee wordt aangegeven of gesuggereerd dat deze autoriteit de verzekeringsovereenkomsten of de verzekeringsbemiddelingsdiensten van de dienstverlener steunt of aanbeveelt."
  "Art. 10. § 1. De dienstverleners verstrekken tijdig voordat een cliënt of potentiële cliënt een verzekeringsovereenkomst sluit, of, als dit vroeger in de tijd ligt, vóór de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten, de volgende informatie aan deze cliënt of potentiële cliënt :
  a) de voorwaarden van een dergelijke overeenkomst;
  b) de op grond van artikel 11 vereiste informatie, over deze overeenkomst of deze diensten.
  § 2. De dienstverleners verstrekken tijdig voordat voor cliënten of potentiële cliënten verzekeringsbemiddelingsdiensten worden verricht, de op grond van de artikelen 11 en 13 vereiste informatie.
  § 4. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie wordt verstrekt op papier of op iedere andere [1 duurzame gegevensdrager]1 of via een website (wanneer deze geen [1 duurzame gegevensdrager]1 vormt), mits wordt voldaan aan de in artikel 5, §§ 2 tot en met 4, genoemde voorwaarden.
  § 5. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 mogen dienstverleners een cliënt de op grond van paragraaf 1 vereiste informatie onmiddellijk verstrekken nadat deze aan een verzekeringsovereenkomst is gebonden, en mogen zij hem de op grond van paragraaf 2 vereiste informatie onmiddellijk na de aanvang van de dienstverlening inzake verzekeringsbemiddeling verstrekken, indien de volgende omstandigheden zich voordoen :
  a) de dienstverlener heeft de in de paragrafen 1 en 2 genoemde termijnen niet in acht kunnen nemen omdat de overeenkomst op verzoek van de cliënt is gesloten door middel van een techniek voor communicatie op afstand die hem belet de informatie overeenkomstig de paragrafen 1 en/of 2 te verstrekken;
  b) wanneer de regels van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming over de overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten niet van toepassing zijn, voldoet de dienstverlener ten aanzien van de cliënt of potentiële cliënt aan deze regels als ware deze cliënt of potentiële cliënt een "consument" en hijzelf een "aanbieder" in de zin van die wet.
  § 6. De dienstverleners geven een cliënt tijdig kennis van ingrijpende wijzigingen in de op grond van de artikelen 10, 11 en 13 te verstrekken informatie die van belang zijn voor een dienst die zij voor hem verrichten. Deze kennisgeving moet op een [1 duurzame gegevensdrager]1 worden verricht als de desbetreffende informatie ook op een [1 duurzame gegevensdrager]1 moet worden verstrekt.
  § 7. De dienstverleners zorgen ervoor dat informatie in een publicitaire mededeling in overeenstemming is met alle andere informatie die de dienstverlener in het kader van de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten aan cliënten verstrekt.
  § 8. Wanneer een publicitaire mededeling een aanbod of uitnodiging van de volgende aard bevat en aangeeft hoe kan worden gereageerd of een reactieformulier bevat, is daarin ook de in de artikelen 10, 11 en 13 genoemde informatie opgenomen die voor dit aanbod of deze uitnodiging van belang is :
  a) een aanbod om een verzekeringsovereenkomst of een overeenkomst over de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst ten behoeve van een persoon die op de publicitaire mededeling reageert, te sluiten;
  b) een uitnodiging om een persoon die op de publicitaire mededeling reageert, een aanbod te doen om een verzekeringsovereenkomst of een overeenkomst over de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst te sluiten.
  Het eerste lid is echter niet van toepassing als de potentiële cliënt, voor een reactie op een aanbod of uitnodiging in de publicitaire mededeling, wordt verwezen naar een ander document dat of andere documenten die deze informatie afzonderlijk of samen bevatten."
  
Art.11. L'article 8, §§ 1er, 2, 3, 7 et 8 et l'article 10, §§ 1er, 2, 4 à 8, de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doivent se lire comme suit :
  "Art. 8. § 1er. Les prestataires de services veillent à ce que toute l'information, y compris publicitaire, qu'ils adressent à des clients existants ou potentiels, ou qu'ils diffusent de telle sorte qu'elle parviendra probablement à de tels destinataires, remplisse les conditions énumérées aux paragraphes 2, 3, 7 et 8.
  § 2. L'information visée au paragraphe 1er inclut le nom du prestataire de services.
  Elle doit être exacte et s'abstenir en particulier de mettre l'accent sur les avantages potentiels d'un service d'intermédiation en assurances ou d'un contrat d'assurance sans indiquer aussi, correctement et de façon bien visible les risques éventuels correspondants.
  Elle doit être suffisante et présentée d'une manière qui soit compréhensible.
  Elle ne doit ni travestir, ni minimiser, ni occulter certains éléments, déclarations ou avertissements importants.
  § 3. Lorsque l'information compare des services d'intermédiation en assurances, des contrats d'assurance ou des personnes fournissant des services d'intermédiation en assurances, elle doit remplir les conditions suivantes :
  a) la comparaison est pertinente et présentée de manière correcte et équilibrée;
  b) les sources d'information utilisées pour cette comparaison sont précisées;
  c) les principaux faits et hypothèses utilisés pour la comparaison sont mentionnés.
  § 7. Lorsque l'information fait référence à un traitement fiscal particulier, elle indique de façon bien visible que le traitement fiscal dépend de la situation individuelle de chaque client et qu'il est susceptible d'être modifié ultérieurement.
  § 8. L'information n'utilise pas le nom de la FSMA ou d'une autre autorité compétente d'une manière qui puisse indiquer ou laisser entendre que cette autorité approuve ou cautionne les contrats d'assurance ou les services d'intermédiation en assurances fournis par le prestataire de services."
  "Art. 10. § 1er. Les prestataires de services fournissent les informations énumérées ci-après aux clients existants et potentiels en temps voulu, soit avant qu'ils ne souscrivent un contrat d'assurance, soit avant la prestation de services d'intermédiation en assurances si cette prestation précède la souscription d'un tel contrat :
  a) les conditions de tout contrat de la sorte;
  b) les informations requises par l'article 11 relatives à ce contrat ou à ces services.
  § 2. Les prestataires de services fournissent aux clients existants et potentiels, en temps voulu avant la prestation de services d'intermédiation en assurances, les informations à communiquer en vertu des articles 11 et 13.
  § 4. L'information visée aux paragraphes 1er et 2 est fournie sur papier ou sur tout autre support durable ou par le truchement d'un site web (dans les cas où il ne s'agit pas d'un support durable), pour autant que les conditions énoncées à l'article 5, §§ 2 à 4 soient remplies.
  § 5. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, les prestataires de services sont autorisés, dans les circonstances ci-après, à fournir à un client les informations requises au paragraphe 1er immédiatement après qu'il soit lié par un contrat d'assurance, et les informations requises au paragraphe 2 immédiatement après que le prestataire de services a commencé à fournir le service d'intermédiation en assurances :
  a) le prestataire de services n'a pas été en mesure de respecter les délais stipulés aux paragraphes 1er et 2 parce qu'à la demande du client, le contrat a été souscrit en utilisant un moyen de communication à distance qui ne permet pas au prestataire de services de fournir l'information en conformité avec les paragraphes 1er et/ou 2;
  b) dans tous les cas où les règles prévues par la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché et à la protection du consommateur en ce qui concerne les contrats à distance portant sur des services financiers, ne sont pas applicables, le prestataire de services se conforme à ces règles en agissant comme si le client existant ou potentiel était un " consommateur " et lui-même un " fournisseur " au sens de cette loi.
  § 6. Les prestataires de services informent le client en temps voulu de toute modification substantielle des informations à fournir en vertu des articles 10, 11 et 13 ayant une incidence sur un service qu'ils fournissent à ce client. Cette notification doit être faite sur un support durable si les informations concernées sont à fournir sur un tel support.
  § 7. Les prestataires de services veillent à ce que les informations contenues dans une information publicitaire soient compatibles avec toutes les informations que le prestataire de services fournit à ses clients dans le cadre de son activité de prestation de services d'intermédiation en assurances.
  § 8. Lorsqu'une information publicitaire contient une offre ou une invitation du type ci-après et précise le mode de réponse ou inclut un formulaire à utiliser pour toute réponse, elle mentionne toutes les informations visées aux articles 10, 11 et 13 qui apparaissent pertinentes au regard de cette offre ou invitation :
  a) offre de souscription d'un contrat d'assurance ou d'un contrat de prestation d'un service d'intermédiation en assurances à toute personne qui répond à l'information publicitaire;
  b) invitation à toute personne qui répond à l'information publicitaire de se voir présenter une offre de souscription d'un contrat d'assurance ou d'un contrat de prestation d'un service d'intermédiation en assurances.
  Toutefois, l'alinéa 1er ne s'applique pas lorsque, pour répondre à l'offre ou à l'invitation contenue dans l'information publicitaire, le client potentiel doit se référer à un ou à plusieurs autres documents qui, seul ou en combinaison, contiennent ces informations."
Hoofdstuk 4. - Bepalingen die van toepassing zijn op de spaar- en beleggingsverzekeringen
Chapitre 4. - Dispositions applicables aux assurances d'épargne et aux assurances d'investissement
Art.12. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de dienstverleners wanneer zij verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten met betrekking tot spaar- of beleggingsverzekeringen. Zij zijn van toepassing onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 2 van deze titel.
Art.12. Les dispositions reprises dans le présent chapitre s'appliquent aux prestataires de services lorsqu'ils prestent des services d'intermédiation en assurances en rapport avec des assurances d'épargne ou d'investissement. Elles s'appliquent sans préjudice des dispositions du chapitre 2 du présent titre.
Art.13. Artikelen 8, §§ 1 tot 8, en 10, §§ 1, 2, en 4 tot 8, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moeten als volgt worden gelezen :
  "Art. 8. § 1. De dienstverleners zorgen ervoor dat alle informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, die zij richten aan cliënten of potentiële cliënten of zodanig verspreiden dat ze waarschijnlijk door deze cliënten wordt ontvangen, voldoet aan de voorwaarden van de paragrafen 2 tot en met 8.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie bevat de naam van de dienstverlener.
  De informatie is accuraat en benadrukt de mogelijke voordelen van een verzekeringsbemiddelingsdienst of van een spaar- of beleggingsverzekering niet zonder dat ook een correcte en duidelijke indicatie van de desbetreffende risico's wordt gegeven.
  De informatie is toereikend en wordt op een begrijpelijke wijze voorgesteld.
  Belangrijke zaken, vermeldingen of waarschuwingen worden niet verhuld, afgezwakt of verdoezeld.
  § 3. Wanneer in de informatie verzekeringsbemiddelingsdiensten, spaar- of beleggingsverzekeringen of personen die verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten, onderling worden vergeleken, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan :
  a) de vergelijking is zinvol en wordt op correcte en evenwichtige wijze voorgesteld;
  b) de voor de vergelijking gebruikte informatiebronnen worden vermeld;
  c) de voornaamste voor de vergelijking gebruikte feiten en hypothesen worden vermeld.
  § 4. Wanneer de informatie een indicatie bevat van de in het verleden met een spaar- of beleggingsverzekering, een financiële index of een verzekeringsbemiddelingsdienst behaalde resultaten, moet zij aan de volgende voorwaarden voldoen :
  a) deze indicatie mag niet het meest opvallende kenmerk van de mededeling zijn;
  b) de informatie bevat passende gegevens over de resultaten over de onmiddellijk voorafgaande vijf jaar of over de gehele periode sinds de spaar- of beleggingsverzekering, de financiële index of de verzekeringsbemiddelingsdienst wordt aangeboden of bestaat, indien deze periode korter is dan vijf jaar, dan wel over een door de dienstverlener gekozen langere periode. Daarbij moet altijd worden uitgegaan van volledige perioden van twaalf maanden;
  c) de referentieperiode en de informatiebron worden duidelijk aangegeven;
  d) in de informatie wordt duidelijk gewaarschuwd dat de vermelde cijfergegevens resultaten uit het verleden betreffen en dat deze geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten vormen;
  e) wanneer de indicatie berust op cijfergegevens die in een andere valuta luiden dan die van de lidstaat waarin de cliënt of potentiële cliënt woonachtig is, wordt de desbetreffende valuta duidelijk vermeld en wordt tegelijk gewaarschuwd dat het rendement voor de cliënt door valutaschommelingen hoger of lager kan uitvallen;
  f) wanneer de indicatie op brutoresultaten berust, wordt het effect van provisies, vergoedingen en andere lasten vermeld.
  § 5. Wanneer de informatie gesimuleerde, in het verleden behaalde resultaten bevat of daarnaar verwijst, moet deze betrekking hebben op een spaar- of beleggingsverzekering of een financiële index, en moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan :
  a) de gesimuleerde, in het verleden behaalde resultaten berusten op de feitelijke resultaten die in het verleden zijn behaald met een of meer spaar- of beleggingsverzekeringen, of financiële indices die identiek zijn aan of de onderliggende waarde vormen van de betrokken spaar- of beleggingsverzekering;
  b) voor de sub a) bedoelde feitelijke resultaten die in het verleden zijn behaald, wordt voldaan aan de voorwaarden sub a), b), c), e) en f) van paragraaf 4;
  c) in de informatie wordt duidelijk gewaarschuwd dat het om gesimuleerde, in het verleden behaalde resultaten gaat en dat in het verleden behaalde resultaten geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten vormen.
  § 6. Wanneer de informatie gegevens over toekomstige resultaten bevat, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan :
  a) in de informatie mag niet worden uitgegaan van of worden verwezen naar gesimuleerde, in het verleden behaalde resultaten;
  b) er wordt uitgegaan van redelijke hypothesen die door objectieve gegevens worden ondersteund;
  c) wanneer de informatie op brutoresultaten berust, wordt het effect van provisies, vergoedingen en andere lasten vermeld;
  d) er wordt duidelijk gewaarschuwd dat dergelijke prognoses geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten vormen.
  § 7. Wanneer de informatie naar een bepaalde fiscale behandeling verwijst, wordt duidelijk aangegeven dat deze behandeling afhangt van de individuele omstandigheden van een cliënt en in de toekomst aan wijzigingen onderhevig kan zijn.
  § 8. In de informatie wordt de naam van de FSMA of een andere bevoegde autoriteit niet zodanig gebruikt dat daarmee wordt aangegeven of gesuggereerd dat deze autoriteit de verzekeringsovereenkomsten of de verzekeringsbemiddelingsdiensten van de dienstverlener steunt of aanbeveelt."
  "Art. 10. § 1. De dienstverleners verstrekken tijdig vóór een cliënt of potentiële cliënt een spaar- of beleggingsverzekering sluit, of, als dit vroeger in de tijd ligt, vóór de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten, de volgende informatie aan deze cliënt of potentiële cliënt :
  a) de voorwaarden van een dergelijke verzekering;
  b) de op grond van artikel 11 vereiste informatie, over deze overeenkomst of deze diensten.
  § 2. De dienstverleners verstrekken tijdig vóór zij voor cliënten of potentiële cliënten verzekeringsbemiddelingsdiensten verrichten, de op grond van de artikelen 11, 12 en 13 vereiste informatie.
  § 4. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie wordt verstrekt op papier of op iedere andere [1 duurzame gegevensdrager]1 of via een website (wanneer deze geen [1 duurzame gegevensdrager]1 vormt), mits wordt voldaan aan de in artikel 5, §§ 2 tot en met 4, genoemde voorwaarden.
  § 5. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 mogen dienstverleners een cliënt de op grond van paragraaf 1 vereiste informatie onmiddellijk verstrekken nadat deze aan een verzekeringsovereenkomst is gebonden, en mogen zij hem de op grond van paragraaf 2 vereiste informatie onmiddellijk na de aanvang van de dienstverlening inzake verzekeringsbemiddeling verstrekken, indien de volgende omstandigheden zich voordoen :
  a) de dienstverlener heeft de in de paragrafen 1 en 2 genoemde termijnen niet in acht kunnen nemen omdat de overeenkomst op verzoek van de cliënt is gesloten door middel van een techniek voor communicatie op afstand die hem belet de informatie overeenkomstig de paragrafen 1 en/of 2 te verstrekken;
  b) wanneer de regels van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming over de overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten niet van toepassing zijn, voldoet de dienstverlener ten aanzien van de cliënt of potentiële cliënt aan deze regels als ware deze cliënt of potentiële cliënt een "consument" en hijzelf een "aanbieder" in de zin van die wet.
  § 6. De dienstverleners geven een cliënt tijdig kennis van ingrijpende wijzigingen in de op grond van de artikelen 10 tot en met 13 te verstrekken informatie die van belang zijn voor een dienst die zij voor hem verrichten. Deze kennisgeving gebeurt op een [1 duurzame gegevensdrager]1 als de desbetreffende informatie ook op een [1 duurzame gegevensdrager]1 wordt gegeven.
  § 7. De dienstverleners zorgen ervoor dat de informatie in een publicitaire mededeling in overeenstemming is met alle andere informatie die zij in het kader van de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten aan cliënten verstrekken.
  § 8. Wanneer een publicitaire mededeling een aanbod of uitnodiging van de volgende aard bevat en aangeeft hoe kan worden gereageerd of een reactieformulier bevat, is daarin ook de in de artikelen 10 tot en met 13 genoemde informatie opgenomen die voor dit aanbod of deze uitnodiging van belang is :
  a) een aanbod om een spaar- of beleggingsverzekering of een overeenkomst over de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst ten behoeve van een persoon die op de publicitaire mededeling reageert, te sluiten;
  b) een uitnodiging om een persoon die op de publicitaire mededeling reageert, een aanbod te doen om een spaar- of beleggingsverzekering of een overeenkomst over de verrichting van een verzekeringsbemiddelingsdienst te sluiten.
  Het eerste lid is echter niet van toepassing als de potentiële cliënt, voor een reactie op een aanbod of uitnodiging in de publicitaire mededeling, wordt verwezen naar een ander document dat of andere documenten die deze informatie afzonderlijk of samen bevatten."
  
Art.13. Les articles 8, §§ 1er à 8 et 10, §§ 1er, 2 et 4 à 8 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doivent se lire comme suit :
  "Art. 8. § 1er. Les prestataires de services veillent à ce que toute l'information, y compris publicitaire, qu'ils adressent à des clients existants ou potentiels, ou qu'ils diffusent de telle sorte qu'elle parviendra probablement à de tels destinataires, remplisse les conditions énumérées aux paragraphes 2 à 8.
  § 2. L'information visée au paragraphe 1er inclut le nom du prestataire de services.
  Elle doit être exacte et s'abstenir en particulier de mettre l'accent sur les avantages potentiels d'un service d'intermédiation en assurances ou d'une assurance d'épargne ou d'investissement sans indiquer aussi, correctement et de façon bien visible les risques éventuels correspondants.
  Elle doit être suffisante et présentée d'une manière qui soit compréhensible.
  Elle ne doit ni travestir, ni minimiser, ni occulter certains éléments, déclarations ou avertissements importants.
  § 3. Lorsque l'information compare des services d'intermédiation en assurances, des assurances d'épargne ou d'investissement ou des personnes fournissant des services d'intermédiation en assurances, elle doit remplir les conditions suivantes :
  a) la comparaison est pertinente et présentée de manière correcte et équilibrée;
  b) les sources d'information utilisées pour cette comparaison sont précisées;
  c) les principaux faits et hypothèses utilisés pour la comparaison sont mentionnés.
  § 4. Lorsque l'information contient une indication des performances passées d'une assurance d'épargne ou d'investissement, d'un indice financier ou d'un service d'intermédiation en assurances, elle doit remplir les conditions suivantes :
  a) cette indication ne constitue pas le thème central de l'information communiquée;
  b) l'information fournit des données appropriées sur les performances passées couvrant les cinq dernières années ou toute la période depuis que l'assurance d'épargne ou d'investissement, l'indice financier ou le service d'intermédiation en assurances sont proposés ou existent si cette période est inférieure à cinq ans, ou une période plus longue, à l'initiative du prestataire de services. Dans tous les cas, la période retenue doit être fondée sur des tranches complètes de douze mois;
  c) la période de référence et la source des données sont clairement indiquées;
  d) l'information fait figurer bien en vue une mention précisant que les chiffres cités ont trait aux années écoulées et que les performances passées ne sont pas un indicateur fiable des résultats futurs;
  e) lorsque l'indication repose sur des chiffres exprimés dans une monnaie qui n'est pas celle de l'Etat membre dans lequel le client existant ou potentiel réside, elle signale clairement de quelle monnaie il s'agit et mentionne que les gains échéant au client peuvent se voir augmentés ou réduits en fonction des fluctuations de taux de change;
  f) lorsque l'indication porte sur la performance brute, elle précise l'effet des commissions, des redevances ou autres charges.
  § 5. Lorsque l'information comporte des simulations des performances passées ou y fait référence, elle doit se rapporter à une assurance d'épargne ou d'investissement, ou à un indice financier, et les conditions suivantes doivent être remplies :
  a) la simulation des performances passées prend pour base les performances passées réelles d'une ou de plusieurs assurance(s) d'épargne ou d'investissement, ou indices financiers qui sont similaires ou sous-jacents à l'assurance d'épargne ou d'investissement concernée;
  b) en ce qui concerne les performances passées réelles visées au point a), les conditions énumérées aux points a), b), c), e) et f) du paragraphe 4 sont remplies;
  c) l'information fait figurer en bonne place un avertissement précisant que les chiffres se réfèrent à des simulations des performances passées et que les performances passées ne sont pas un indicateur fiable des performances futures.
  § 6. Lorsque l'information contient des données sur les performances futures, les conditions suivantes doivent être remplies :
  a) l'information ne se fonde pas sur des simulations de performances passées ni ne s'y réfère;
  b) elle repose sur des hypothèses raisonnables fondées sur des éléments objectifs;
  c) lorsque l'information est fondée sur des performances brutes, l'effet des commissions, des redevances ou autres frais est précisé;
  d) elle fait figurer en bonne place une mention précisant que des prévisions de la sorte ne constituent pas un indicateur fiable quant aux performances futures.
  § 7. Lorsque l'information fait référence à un traitement fiscal particulier, elle indique de façon bien visible que le traitement fiscal dépend de la situation individuelle de chaque client et qu'il est susceptible d'être modifié ultérieurement.
  § 8. L'information n'utilise pas le nom de la FSMA ou d'une autre autorité compétente d'une manière qui puisse indiquer ou laisser entendre que cette autorité approuve ou cautionne les contrats d'assurance ou les services d'intermédiation en assurances fournis par le prestataire de services."
  "Art. 10. § 1er. Les prestataires de services fournissent les informations énumérées ci-après aux clients existants et potentiels en temps voulu, soit avant qu'ils ne souscrivent une assurance d'épargne ou d'investissement, soit avant la prestation de services d'intermédiation en assurances si cette prestation précède la souscription d'une telle assurance :
  a) les conditions de toute assurance de la sorte;
  b) les informations requises par l'article 11, relatives à ce contrat ou à ces services.
  § 2. Les prestataires de services fournissent aux clients existants et potentiels, en temps voulu avant la prestation de services d'intermédiation en assurances, les informations à communiquer en vertu des articles 11, 12 et 13.
  § 4. L'information visée aux paragraphes 1er et 2 est fournie sur papier ou sur tout autre support durable ou par le truchement d'un site web (dans les cas où il ne s'agit pas d'un support durable), pour autant que les conditions énoncées à l'article 5, §§ 2 à 4 soient remplies.
  § 5. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, les prestataires de services sont autorisés, dans les circonstances ci-après, à fournir à un client les informations requises au paragraphe 1er immédiatement après qu'il soit lié par un contrat d'assurance, et les informations requises au paragraphe 2 immédiatement après que le prestataire de services a commencé à fournir le service d'intermédiation en assurances :
  a) le prestataire de services n'a pas été en mesure de respecter les délais stipulés aux paragraphes 1er et 2 parce qu'à la demande du client, le contrat a été souscrit en utilisant un moyen de communication à distance qui ne permet pas au prestataire de services de fournir l'information en conformité avec les paragraphes 1er et/ou 2;
  b) dans tous les cas où les règles prévues par la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché et à la protection du consommateur en ce qui concerne les contrats à distance portant sur des services financiers, ne sont pas applicables, le prestataire de services se conforme à ces règles en agissant comme si le client existant ou potentiel était un " consommateur " et lui-même un " fournisseur " au sens de cette loi.
  § 6. Les prestataires de services informent le client en temps voulu de toute modification substantielle des informations à fournir en vertu des articles 10 à 13 ayant une incidence sur un service qu'ils fournissent à ce client. Cette notification doit être faite sur un support durable si les informations concernées sont à fournir sur un tel support.
  § 7. Les prestataires de services veillent à ce que les informations contenues dans une information publicitaire soient compatibles avec toutes les informations que le prestataire de services fournit à ses clients dans le cadre de son activité de prestation de services d'intermédiation en assurances.
  § 8. Lorsqu'une information publicitaire contient une offre ou une invitation du type ci-après et précise le mode de réponse ou inclut un formulaire à utiliser pour toute réponse, elle mentionne toutes les informations visées aux articles 10 à 13 qui apparaissent pertinentes au regard de cette offre ou invitation :
  a) offre de souscription d'une assurance d'épargne ou d'investissement ou d'un contrat de prestation d'un service d'intermédiation en assurances à toute personne qui répond à l'information publicitaire;
  b) invitation à toute personne qui répond à l'information publicitaire de se voir présenter une offre de souscription d'une assurance d'épargne ou d'investissement ou d'un contrat de prestation d'un service d'intermédiation en assurances.
  Toutefois, l'alinéa 1er ne s'applique pas lorsque, pour répondre à l'offre ou à l'invitation contenue dans l'information publicitaire, le client potentiel doit se référer à un ou à plusieurs autres documents qui, seul ou en combinaison, contiennent ces informations."
Art.14. Artikel 12 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moet als volgt worden gelezen :
  "Art. 12. § 1. De dienstverleners verstrekken cliënten of potentiële cliënten een algemene beschrijving van de aard en risico's van spaar- of beleggingsverzekeringen. Deze beschrijving omvat toelichting over de aard van het specifieke soort spaar- of beleggingsverzekering en over de daaraan verbonden risico's, die gedetailleerd genoeg is om de cliënt in staat te stellen met kennis van zaken spaar- of beleggingsbeslissingen te nemen.
  § 2. De beschrijving van de risico's omvat, voor zover dit van belang is voor het specifieke soort spaar- of beleggingsverzekering in kwestie en voor de status en het kennisniveau van de cliënt, ook de volgende elementen :
  a) de risico's die verbonden zijn aan het soort spaar- of beleggingsverzekering in kwestie, waaronder een uitleg over de hefboomwerking en de gevolgen daarvan, alsook het risico dat de spaartegoeden of de hele belegging volledig verloren gaat;
  b) de volatiliteit van de inventariswaarde van dergelijke verzekeringen en eventuele beperkingen van de mogelijkheden om een einde te stellen aan de overeenkomst over de betrokken spaar- of beleggingsverzekering;
  c) het feit dat een cliënt ingevolge transacties in dergelijke spaar- of beleggingsverzekeringen naast de aanschaffingskosten van die verzekeringen extra financiële en andere verplichtingen, waaronder voorwaardelijke verplichtingen, zou kunnen aangaan.
  De FSMA kan, bij reglement, de precieze bewoordingen of de inhoud van de in het kader van deze paragraaf vereiste beschrijving van de risico's nader regelen.
  § 4. Wanneer mag worden aangenomen dat de risico's die verbonden zijn aan een spaar- of beleggingsverzekering die uit twee of meer verschillende spaar- of beleggingsverzekeringen bestaat, groter zijn dan de aan elk van de afzonderlijke componenten verbonden risico's, verstrekt de dienstverlener een adequate beschrijving van de componenten van de spaar- of beleggingsverzekering en van de risicoverhogende wisselwerking daartussen.
  § 5. Bij spaar- of beleggingsverzekeringen die een door een derde verstrekte garantie omvatten, bevat de informatie over de garantie voldoende bijzonderheden over de garantiegever en de garantie opdat de cliënt of potentiële cliënt zich een behoorlijk beeld zou kunnen vormen van de garantie."
Art.14. L'article 12 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doit se lire comme suit :
  "Art. 12. § 1er. Les prestataires de services fournissent aux clients ou aux clients potentiels une description générale de la nature et des risques des assurances d'épargne ou d'investissement. Cette description doit exposer les caractéristiques propres au type particulier d'assurance d'épargne ou d'investissement, ainsi que les risques qui lui sont propres de manière suffisamment détaillée pour que le client puisse prendre des décisions d'épargne ou d'investissement en connaissance de cause.
  § 2. La description des risques doit comporter, s'il y a lieu eu égard au type particulier d'assurance d'épargne ou d'investissement concernée et au statut et au niveau de connaissances du client, les éléments suivants :
  a) les risques associés aux assurances d'épargne ou d'investissement de ce type, notamment une explication concernant l'effet de levier et son incidence ainsi que le risque de perte totale de l'épargne ou de l'investissement;
  b) la volatilité de la valeur d'inventaire de ces assurances et le caractère éventuellement limité des possibilités pour mettre fin au contrat portant sur l'assurance d'épargne ou d'investissement concernée;
  c) le fait qu'en raison de transactions portant sur ces assurances d'épargne ou d'investissement, un client puisse devoir assumer, en plus du coût d'acquisition de ces assurances, des engagements financiers et d'autres obligations, y compris des dettes éventuelles.
  La FSMA peut, par voie de règlement, détailler le libellé précis, ou le contenu, de la description des risques requise en vertu du présent paragraphe.
  § 4. Lorsque les risques associés à une assurance d'épargne ou d'investissement composée de deux ou de plusieurs assurances d'épargne ou d'investissement sont susceptibles d'être plus élevés que les risques associés à chacun de ses composants, le prestataire de services fournit une description adéquate des composants de l'assurance d'épargne ou d'investissement et de la manière dont leur interaction accroît les risques.
  § 5. Dans le cas d'assurances d'épargne ou d'investissement incorporant une garantie fournie par un tiers, l'information sur la garantie doit inclure suffisamment de précisions sur le garant et la garantie pour que le client existant ou potentiel soit en mesure d'évaluer correctement cette garantie."
Art.15. De artikelen 15 tot 17 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 moeten als volgt worden gelezen :
  "Art. 15. § 1. Conform artikel 27, § 4, van de wet, zoals verduidelijkt door artikel 4 van het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, moet de dienstverlener van zijn cliënten of potentiële cliënten alle informatie krijgen die hij nodig heeft om inzicht te verwerven in de belangrijkste feiten over die cliënten en om er, gelet op de aard en reikwijdte van de verrichte verzekeringsbemiddelingsdienst, redelijkerwijs te kunnen van uitgaan dat de specifieke transactie die zal worden aanbevolen, aan de volgende criteria voldoet :
  a) de spaar- of beleggingsverzekering voldoet aan de spaar- of beleggingsdoelstellingen van de cliënt in kwestie;
  b) de transactie is van dien aard dat de cliënt, in overeenstemming met zijn spaar- of beleggingsdoelstellingen, alle met die transactie samenhangende risico's financieel kan dragen;
  c) de transactie is van dien aard dat de cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt om te begrijpen welke risico's aan de transactie verbonden zijn.
  § 3. De informatie over de financiële situatie van de cliënt of potentiële cliënt bevat, voor zover van toepassing, gegevens over de herkomst en omvang van zijn reguliere inkomsten, zijn vermogen, waaronder liquide middelen, beleggingen en onroerend goed, en zijn reguliere financiële verplichtingen.
  § 4. De informatie over de spaar- of beleggingsdoelstellingen van de cliënt of potentiële cliënt bevat, voor zover van toepassing, gegevens over de duur van de periode waarin deze de spaartegoeden of de belegging wenst aan te houden, zijn voorkeur wat het nemen van bepaalde risico's betreft, zijn risicoprofiel en de bedoeling van de spaarvorming of de belegging.
Art.15. Les articles 15 à 17 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 doivent se lire comme suit:
  "Art. 15. § 1er. Conformément à l'article 27, § 4, de la loi, tel que précisé par l'article 4 de l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, le prestataire de services doit obtenir de ses clients ou clients potentiels toute l'information nécessaire pour que le prestataire de services connaisse les faits essentiels les concernant et dispose d'une base suffisante pour considérer, compte tenu de la nature et de l'étendue du service d'intermédiation en assurances fourni, que la transaction qu'il entend recommander satisfait aux critères suivants :
  a) l'assurance d'épargne ou d'investissement répond aux objectifs d'épargne ou d'investissement du client en question;
  b) elle est telle que le client est financièrement en mesure de faire face à tout risque lié à la transaction, compatible avec ses objectifs d'épargne ou d'investissement;
  c) elle est telle que le client possède l'expérience et les connaissances nécessaires pour comprendre les risques inhérents à la transaction.
  § 3. Les renseignements concernant la situation financière du client ou du client potentiel doivent, le cas échéant, inclure des informations portant sur la source et l'importance de ses revenus réguliers, ses actifs, y compris liquides, investissements et biens immobiliers, ainsi que ses engagements financiers réguliers.
  § 4. Les renseignements concernant les objectifs d'épargne ou d'investissement du client ou du client potentiel doivent, le cas échéant, inclure des informations portant sur la durée pendant laquelle le client souhaite conserver l'épargne ou l'investissement, ses préférences en matière de risques, son profil de risque, ainsi que le but de l'épargne ou de l'investissement.
Art.16. De dienstverleners gaan, bij de beoordeling of een spaar- of beleggingsverzekering passend is voor een cliënt conform artikel 27, § 5, van de wet, zoals verduidelijkt door artikel 4 van het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, na of deze cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt om te begrijpen welke risico's aan de aangeboden of gevraagde spaar- of beleggingsverzekering verbonden zijn.
  Wanneer een cliënt gebruik maakt van de diensten van een dienstverlener om een reeks transacties met betrekking tot spaar- of beleggingsverzekeringen te verrichten, hoeft de dienstverlener elke afzonderlijke transactie niet opnieuw te toetsen. De dienstverlener voldoet aan zijn plicht uit hoofde van artikel 27, § 5, van de wet, zoals verduidelijkt door artikel 4 van het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, als hij vóór het begin van het verrichten van een verzekeringsbemiddelingsdienst ten behoeve van die cliënt, de nodige toetsing van de passendheid verricht.
  Voor de toepassing van de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002, zoals verduidelijkt door het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, die dienstverleners verplichten de passendheid van aangeboden of gevraagde spaar- of beleggingsverzekeringen te toetsen, mag van een cliënt die, vóór de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat betreft de verzekeringssector, een reeks transacties in een bepaald soort spaar- of beleggingsverzekering heeft verricht, worden aangenomen dat hij over de nodige ervaring en kennis beschikt om te begrijpen welke risico's aan deze spaar- of beleggingsverzekering verbonden zijn.
Art.16. § 1. In deze titel worden de specifieke vereisten inzake belangenconflicten vastgesteld die op de dienstverleners van toepassing zijn.
  § 2. De bepalingen van deze Titel zijn in de volgende gevallen niet op de dienstverleners van toepassing :
  1° wanneer de dienstverleners hun activiteiten uitsluitend uitoefenen met het oog op het verzekeren van risico's van hun eigen onderneming of van de groep van ondernemingen waartoe zij behoren;
  2° wanneer de verzekeringsbemiddelingsdienst betrekking heeft op verzekeringsovereenkomsten in verband waarmee alle hiernavolgende voorwaarden zijn vervuld :
  a) de overeenkomst vergt slechts kennis van de geboden verzekeringsdekking;
  b) de overeenkomst is geen levensverzekeringsovereenkomst;
  c) de overeenkomst dekt geen enkel risico inzake burgerlijke aansprakelijkheid;
  d) de verzekeringsbemiddelingsdienst vormt niet de hoofdberoepswerkzaamheid van de personen in kwestie;
  e) de verzekering is een aanvulling op de levering van een product of de verrichting van een dienst door eender welke aanbieder, en dekt :
  - het risico van defect, verlies of beschadiging van door die aanbieder geleverde goederen; of
  - het risico van beschadiging of verlies van bagage en andere risico's die verbonden zijn aan een bij die aanbieder geboekte reis, zelfs indien deze verzekering de dekking omvat van levensverzekeringsrisico's of de risico's inzake burgerlijke aansprakelijkheid, maar dan wel op voorwaarde dat de dekking bijkomend is aan de hoofddekking van de met de reis verbonden risico's;
  f) het bedrag van de jaarlijkse premie is niet hoger dan 500 euro en de volledige looptijd van de overeenkomst, met inbegrip van eventuele verlengingen, bedraagt niet meer dan vijf jaar.
  § 3. De bepalingen van deze Titel zijn ook niet van toepassing op de verrichtingen die door dienstverleners worden uitgevoerd, wanneer zij betrekking hebben op overeenkomsten gesloten :
  1° door openbare besturen en overheidsbedrijven in het kader van wettelijke pensioenen; of
  2° in één van de volgende gevallen :
  a) in het kader van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  b) in het kader van Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling 4, van de Programmawet (I) van 24 december 2002;
  c) ter uitvoering van een andere toezegging van een aanvullend pensioen in het kader van de beroepsactiviteit dan deze bedoeld onder a) en b).
Art.16. En vue d'évaluer le caractère approprié pour un client d'une assurance d'épargne ou d'investissement conformément à l'article 27, § 5, de la loi, tel que précisé par l'article 4 de l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, les prestataires de services vérifient si ce client possède le niveau d'expérience et de connaissances requis pour appréhender les risques inhérents à l'assurance d'épargne ou d'investissement proposée ou demandée.
  Lorsqu'un client s'engage dans des séries de transactions portant sur des assurances d'épargne ou d'investissement par le truchement d'un prestataire de services, celui-ci n'est pas tenu de procéder à une nouvelle évaluation à l'occasion de chaque transaction séparée. Le prestataire de services se conforme à ses obligations au titre de l'article 27, § 5, de la loi, tel que précisé par l'article 4 de l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, dès lors qu'il procède, avant le début de la prestation d'un service d'intermédiation en assurances vis-à-vis de ce client, à l'évaluation requise du caractère approprié.
  Pour l'application des dispositions de la loi du 2 août 2002, telles que précisées par l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, exigeant des prestataires de services qu'ils évaluent le caractère approprié des assurances d'épargne ou d'investissement proposées ou demandées, il convient de présumer qu'un client qui s'est engagé dans des séries de transactions impliquant un type particulier d'assurance d'épargne ou d'investissement avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 21 février 2014 relatif aux règles de conduite et aux règles relatives à la gestion des conflits d'intérêts, fixées en vertu de la loi, en ce qui concerne le secteur des assurances dispose du niveau d'expérience et de connaissances requis pour appréhender les risques inhérents à cette assurance d'épargne ou d'investissement.
Art.16. § 1er. Le présent titre énonce les exigences spécifiques relatives aux conflits d'intérêts applicables aux prestataires de services.
  § 2. Les dispositions du présent Titre ne sont pas applicables aux prestataires de services dans les cas suivants :
  1° lorsque les prestataires de services exercent leurs activités exclusivement en vue d'assurer les risques de leur entreprise propre ou du groupe d'entreprises auquel ils appartiennent;
  2° lorsque le service d'intermédiation en assurances porte sur des contrats d'assurance pour lesquels toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) le contrat requiert uniquement une connaissance de la couverture offerte par l'assurance;
  b) le contrat n'est pas un contrat d'assurance vie;
  c) le contrat ne comporte aucune couverture de la responsabilité civile;
  d) le service d'intermédiation en assurances ne constitue pas l'activité professionnelle principale des personnes considérées;
  e) l'assurance constitue un complément au produit ou au service fourni par un fournisseur quel qu'il soit, lorsqu'elle couvre :
  - le risque de mauvais fonctionnement, de perte ou d'endommagement des biens fournis par ce fournisseur, ou
  - le risque d'endommagement ou de perte de bagages et les autres risques liés à un voyage réservé auprès de ce fournisseur, même si l'assurance couvre la vie ou la responsabilité civile, à la condition que cette couverture soit accessoire à la couverture principale relative aux risques liés à ce voyage;
  f) le montant de la prime annuelle ne dépasse pas 500 euros et la durée totale du contrat, reconductions éventuelles comprises, n'est pas supérieure à cinq ans.
  § 3. Les dispositions du présent Titre ne sont également pas applicables aux transactions effectuées par des prestataires de services lorsqu'elles concernent des contrats conclus :
  1° par des administrations et organismes publics en matière de pension légale; ou
  2° dans l'un des cas suivants :
  a) dans le cadre de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale;
  b) dans le cadre du Titre II, Chapitre I, Section 4, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
  c) en exécution d'un engagement de pension complémentaire dans le cadre d'une activité professionnelle, autre que ceux visés aux points a) et b).
Art.17. § 1. Bij de beoordeling van de geschiktheid en passendheid van een spaar- of beleggingsverzekering voor een bepaalde cliënt, waarvan sprake in artikel 27, §§ 4 en 5, van de wet, zoals verduidelijkt door artikel 4 van het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, leeft de dienstverlener de voorschriften van paragrafen 2 en 4 na.
  § 2. De informatie over de kennis en ervaring van de cliënt of potentiële cliënt op spaar- of beleggingsgebied bevat gegevens die aangepast zijn aan het soort cliënt, het beoogde soort spaar- of beleggingsverzekering, de complexiteit ervan en de eruit voortvloeiende risico's, over :
  a) het soort transacties en spaar- of beleggingsverzekeringen waarmee de cliënt vertrouwd is;
  b) de aard, het volume en de frequentie van de door de cliënt uitgevoerde transacties in spaar- of beleggingsverzekeringen, en de periode waarover deze transacties zijn verricht;
  c) het opleidingsniveau en het beroep of, voor zover relevant, het vroegere beroep van de cliënt of potentiële cliënt.
  § 3. Een dienstverlener moedigt een cliënt of potentiële cliënt niet aan om de voor de toepassing van artikel 27, §§ 4 en 5, van de wet benodigde informatie, zoals verduidelijkt door het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 1, niet te verstrekken.
  § 4. Een dienstverlener mag zich baseren op de door zijn cliënten of potentiële cliënten verstrekte informatie, tenzij hij weet of zou moeten weten dat deze informatie kennelijk verouderd, onnauwkeurig of onvolledig is."
Art.17. De dienstverleners nemen alle redelijke maatregelen om belangenconflicten te onderkennen die zich, bij het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten, voordoen tussen henzelf, met inbegrip van hun bestuurders, effectieve leiders en werknemers of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks door een zeggenschapsband met hen verbonden is, en hun cliënten of tussen hun cliënten onderling. Wat de verzekeringstussenpersonen betreft, is die verplichting van toepassing onverminderd de naleving van de regels als bedoeld in artikel 12bis, § 1, eerste lid, 3° en 4°, van de wet van 27 maart 1995.
Art.17. § 1er. Pour procéder à l'évaluation de l'adéquation et du caractère approprié d'une assurance d'épargne ou d'investissement pour un client déterminé, telle que visée à l'article 27, §§ 4 et 5, de la loi, tel que précisé par l'article 4 de l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1, le prestataire de services se conforme aux dispositions des paragraphes 2 et 4.
  § 2. Les renseignements concernant les connaissances et l'expérience d'un client ou client potentiel dans le domaine de l'épargne ou de l'investissement incluent les informations suivantes, dans la mesure où elles sont appropriées au regard de la nature du client, du type d'assurance d'épargne ou d'investissement envisagée, ainsi que de sa complexité et des risques y afférents :
  a) les types de transactions et d'assurances d'épargne ou d'investissement qui sont familiers au client;
  b) la nature, le volume et la fréquence des transactions portant sur des assurances d'épargne ou d'investissement réalisées par le client, ainsi que l'étendue de la période durant laquelle ces transactions ont eu lieu;
  c) le niveau de formation et la profession ou, si elle est pertinente, l'ancienne profession du client ou client potentiel.
  § 3. Un prestataire de services s'abstient d'encourager un client ou client potentiel à ne pas fournir les informations requises en vertu de l'article 27, §§ 4 et 5, de la loi, tel que précisé par l'arrêté royal relatif aux règles de conduite de niveau 1.
  § 4. Un prestataire de services est habilité à se fonder sur les informations fournies par ses clients ou clients potentiels, à moins qu'il ne sache, ou ne devrait savoir, que celles-ci sont manifestement périmées, inexactes ou incomplètes."
Art.17. Les prestataires de services prennent toute mesure raisonnable pour identifier les conflits d'intérêts se posant entre eux-mêmes, y compris leurs administrateurs, leurs dirigeants effectifs et leurs salariés ou toute personne directement ou indirectement liée à eux par une relation de contrôle, et leurs clients, ou entre leurs clients entre eux, lors de la prestation de tout service d'intermédiation en assurances. Dans le cas des intermédiaires d'assurances, cette obligation s'applique sans préjudice du respect des règles visées à l'article 12bis, § 1er, alinéa 1er, 3° et 4°, de la loi du 27 mars 1995.
TITEL III. - Specifieke vereisten voor dienstverleners inzake belangenconflicten
TITRE III. - Exigences spécifiques applicables aux prestataires de services en ce qui concerne les conflits d'intérêts
Art.18. Indien de door een dienstverlener getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor het beheer van belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te mogen aannemen dat het risico zal worden voorkomen dat de belangen van de cliënt worden geschaad, maakt de dienstverlener op duidelijke wijze de algemene aard en/of de bronnen van die belangenconflicten aan de cliënt bekend alvorens voor zijn rekening zaken te doen.
Art.18. Lorsque les dispositions organisationnelles ou administratives prises par un prestataire de services pour gérer les conflits d'intérêts ne suffisent pas à garantir, avec une certitude raisonnable, que le risque de porter atteinte aux intérêts des clients sera évité, le prestataire de services informe clairement ceux-ci, avant d'agir en leur nom, de la nature générale et/ou de la source de ces conflits d'intérêts.
Art.19. De dienstverleners dienen, ter bepaling van de soorten belangenconflicten die zich bij het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten voordoen en die de belangen van een cliënt kunnen schaden, ten minste rekening te houden met de vraag of een van de volgende situaties van toepassing is op de dienstverlener, op een relevante persoon, dan wel op een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met de dienstverlener verbonden is door een zeggenschapsband, ongeacht of die situatie voortvloeit uit de verrichting van verzekeringsbemiddelingsdiensten of andere activiteiten :
  a) de dienstverlener of deze persoon kan financieel gewin behalen of een financieel verlies vermijden ten koste van de cliënt;
  b) de dienstverlener of deze persoon heeft een belang bij het resultaat van een ten behoeve van de cliënt verrichte verzekeringsbemiddelingsdienst of een namens de cliënt uitgevoerde transactie, dat verschilt van het belang van de cliënt bij dit resultaat;
  c) de dienstverlener of deze persoon heeft een financiële of andere drijfveer om het belang van een andere cliënt of groep cliënten te laten primeren op het belang van de cliënt in kwestie;
  d) de dienstverlener of deze persoon oefent hetzelfde bedrijf uit als de cliënt;
  e) de dienstverlener of deze persoon ontvangt van een andere persoon dan de cliënt voor een ten behoeve van de cliënt verrichte verzekeringsbemiddelingsdienst een voordeel in de vorm van geld, goederen of diensten dat verschilt van de gebruikelijke provisie of vergoeding voor deze dienst, of zal een dergelijk voordeel ontvangen.
Art.19. En vue de détecter les types de conflits d'intérêts susceptibles de se produire lors de la prestation de services d'intermédiation en assurances, et dont l'existence peut porter atteinte aux intérêts d'un client, les prestataires de services prennent en compte, comme critères minimaux, la possibilité que le prestataire de services, une personne concernée ou une personne directement ou indirectement liée au prestataire de services par une relation de contrôle, se trouve dans l'une quelconque des situations suivantes, que cette situation résulte de la fourniture de services d'intermédiation en assurances ou de l'exercice d'autres activités :
  a) le prestataire de services ou cette personne est susceptible de réaliser un gain financier ou d'éviter une perte financière aux dépens du client;
  b) le prestataire de services ou cette personne a un intérêt dans le résultat d'un service d'intermédiation en assurances fourni au client ou d'une transaction réalisée pour le compte de celui-ci qui est différent de l'intérêt du client dans ce résultat;
  c) le prestataire de services ou cette personne est incité, pour des raisons financières ou autres, à privilégier les intérêts d'un autre client ou groupe de clients par rapport à ceux du client concerné;
  d) le prestataire de services ou cette personne a la même activité professionnelle que le client;
  e) le prestataire de services ou cette personne reçoit ou recevra d'une personne autre que le client un avantage en relation avec le service d'intermédiation en assurances fourni au client, sous la forme d'argent, de biens ou de services, autre que la commission ou les frais normalement pratiqués pour ce service.
Art.20. § 1. De dienstverlener dient een effectief beleid inzake belangenconflicten schriftelijk vast te stellen, te implementeren en in stand te houden dat evenredig is aan zijn omvang en organisatie en aan de aard, de schaal en de complexiteit van zijn bedrijf.
  Wanneer de dienstverlener tot een groep behoort, moet het beleid ook rekening houden met alle omstandigheden waarvan de dienstverlener weet of redelijkerwijze zou moeten weten dat ze een belangenconflict kunnen doen ontstaan als gevolg van de structuur en bedrijfsactiviteiten van andere leden van de groep.
  § 2. Het overeenkomstig paragraaf 1 vastgestelde beleid inzake belangenconflicten moet met name :
  a) onder verwijzing naar de specifieke verzekeringsbemiddelingsdiensten en activiteiten die door of in naam van de dienstverlener worden verricht, de omstandigheden omschrijven die een belangenconflict vormen of kunnen doen ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer cliënten worden geschaad;
  b) de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheer van een dergelijk conflict vermelden.
  § 3. De in paragraaf 2, sub b), bedoelde procedures en maatregelen dienen te garanderen dat relevante personen die betrokken zijn bij verschillende bedrijfsactiviteiten waarbij het risico bestaat op een belangenconflict als bedoeld in paragraaf 2, sub a), deze activiteiten verrichten in een mate van onafhankelijkheid die evenredig is aan de omvang en de activiteiten van de dienstverlener en de groep waartoe hij behoort, en aan de omvang van het risico dat de belangen van de cliënt worden geschaad.
  § 4. Voor de toepassing van paragraaf 2, sub b), omvatten de te volgen procedures en de te nemen maatregelen, voor zover deze voor de dienstverlener nodig en passend zijn om de voorgeschreven mate van onafhankelijkheid te garanderen :
  a) efficiënte procedures ter voorkoming of ter controle van de uitwisseling van informatie tussen relevante personen die verschillende activiteiten verrichten waarbij het risico op een belangenconflict bestaat wanneer de uitwisseling van deze informatie de belangen van een of meer cliënten kan schaden;
  b) apart toezicht op relevante personen van wie de hoofdtaken bestaan in het uitoefenen van activiteiten in naam van, of het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten aan cliënten van wie de belangen met elkaar in strijd kunnen zijn, of die anderszins verschillende belangen, met inbegrip van die van de dienstverlener, hebben die met elkaar in strijd kunnen zijn;
  c) de uitschakeling van elk direct verband tussen, enerzijds, de beloning van relevante personen die hoofdzakelijk bij de ene activiteit betrokken zijn, en, anderzijds, de beloning van of de inkomsten gegenereerd door andere relevante personen die hoofdzakelijk bij een andere activiteit betrokken zijn, wanneer met betrekking tot die activiteiten een belangenconflict kan ontstaan;
  d) maatregelen om te voorkomen of het risico te beperken dat een persoon ongepaste invloed uitoefent op de wijze waarop een relevante persoon verzekeringsbemiddelingsdiensten verricht;
  e) maatregelen ter voorkoming of ter controle van de gelijktijdige of achtereenvolgende betrokkenheid van een relevante persoon bij aparte verzekeringsbemiddelingsdiensten, wanneer een dergelijke betrokkenheid afbreuk kan doen aan een passend beheer van belangenconflicten.
  § 5. Indien de voorgeschreven mate van onafhankelijkheid niet gegarandeerd is bij de vaststelling of de concrete toepassing van een of meer van deze maatregelen en procedures, dienen de dienstverleners alternatieve of aanvullende maatregelen en procedures vast te stellen die daartoe nodig en passend zijn.
Art.20. § 1er. Le prestataire de services est tenu d'établir, de mettre en oeuvre et de garder opérationnelle une politique efficace de gestion des conflits d'intérêts qui doit être fixée par écrit et être appropriée au regard de la taille et de l'organisation du prestataire de services et de la nature, de l'échelle et de la complexité de son activité.
  Lorsque le prestataire de services appartient à un groupe, la politique doit aussi prendre en compte les circonstances, qui sont connues ou ne peuvent raisonnablement être ignorées par le prestataire de services, susceptibles de provoquer un conflit d'intérêts résultant de la structure et des activités professionnelles des autres membres du groupe.
  § 2. La politique en matière de conflits d'intérêts mise en place conformément au paragraphe 1er doit en particulier :
  a) identifier, en mentionnant les services d'intermédiation en assurances et activités prestés par ou au nom du prestataire de services qui sont concernés, les situations qui donnent ou sont susceptibles de donner lieu à un conflit d'intérêts comportant un risque sensible d'atteinte aux intérêts d'un ou de plusieurs clients;
  b) définir les procédures à suivre et les mesures à prendre en vue de gérer ces conflits.
  § 3. Les procédures et les mesures prévues au paragraphe 2, point b), sont conçues pour assurer que les personnes concernées engagées dans les différentes activités impliquant un conflit d'intérêts du type mentionné au paragraphe 2, point a) exercent ces activités avec un degré d'indépendance approprié au regard de la taille et des activités du prestataire de services et du groupe dont il fait partie et de l'importance du risque de préjudice aux intérêts des clients.
  § 4. Aux fins du paragraphe 2, point b), les procédures à suivre et les mesures à adopter doivent comprendre, dans la mesure nécessaire et appropriée pour que le prestataire de services assure le degré d'indépendance requis, les procédures et mesures suivantes :
  a) des procédures efficaces en vue d'interdire ou de contrôler les échanges d'informations entre personnes concernées engagées dans des activités comportant un risque de conflit d'intérêts lorsque l'échange de ces informations peut léser les intérêts d'un ou de plusieurs clients;
  b) une surveillance séparée des personnes concernées dont les principales fonctions supposent de réaliser des activités vis-à-vis de certains clients ou de leur fournir des services d'intermédiation en assurances, lorsque les intérêts de ces clients peuvent entrer en conflit, ou lorsque ces clients représentent des intérêts différents, y compris ceux du prestataire de services, pouvant entrer en conflit;
  c) la suppression de tout lien direct entre la rémunération des personnes concernées exerçant principalement une activité particulière et la rémunération d'autres personnes concernées exerçant principalement une autre activité, ou les revenus générés par ces autres personnes, lorsqu'un conflit d'intérêts est susceptible de se produire en relation avec ces activités;
  d) des mesures visant à interdire ou à limiter l'exercice par toute personne d'une influence inappropriée sur la façon dont une personne concernée se charge de services d'intermédiation en assurances;
  e) des mesures visant à interdire ou à contrôler la participation simultanée ou consécutive d'une personne concernée à plusieurs services d'intermédiation en assurances distincts, lorsqu'une telle participation est susceptible de nuire à la gestion adéquate des conflits d'intérêts.
  § 5. Si l'adoption ou la mise en oeuvre concrète d'une ou de plusieurs de ces mesures et procédures ne permet pas d'assurer le degré d'indépendance requis, les prestataires de services sont tenus d'adopter toutes les mesures et procédures supplémentaires ou alternatives qui sont nécessaires et appropriées à cette fin.
Art.21. De in artikel 18 bedoelde informatie dient op een [1 duurzame gegevensdrager]1 aan de cliënten te worden verstrekt. Deze dient, afhankelijk van de aard van de cliënt, voldoende bijzonderheden te bevatten om deze in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen over de verzekeringsbemiddelingsdienst in verband waarmee het belangenconflict rijst.
  
Art.21. L'information aux clients visée à l'article 18 doit être fournie sur un support durable. Elle doit être suffisamment détaillée, eu égard aux caractéristiques du client, pour que le client puisse prendre une décision informée au sujet du service d'intermédiation en assurances dans le cadre duquel apparaît le conflit d'intérêts.
Art.22. De dienstverleners dienen de gegevens bij te houden en regelmatig te actualiseren die betrekking hebben op de soorten verzekeringsbemiddelingsdiensten die door of in naam van de dienstverleners zijn verricht, of op de verrichtingen die de dienstverlener met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten heeft verricht, en waarbij een belangenconflict is ontstaan of, bij een nog lopende dienstverrichting, kan ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer cliënten worden geschaad.
Art.22. Les prestataires de services sont tenus de tenir et d'actualiser régulièrement un registre consignant les types de services d'intermédiation en assurances prestés par ou au nom du prestataire de services ou de transactions effectuées par le prestataire de services en ce qui concerne des contrats d'assurance pour lesquels un conflit d'intérêts comportant un risque sensible d'atteinte aux intérêts d'un ou de plusieurs clients s'est produit ou, dans le cas d'un service en cours, est susceptible de se produire.
Art.23. Voor de toepassing van deze titel houden de dienstverleners rekening met de aard, de schaal en de complexiteit van hun bedrijf, alsook met de aard van en het aanbod aan de verzekeringsbemiddelingsdiensten die zij in het kader van dat bedrijf verrichten.
Art.23. Pour l'application du présent titre, les prestataires de services tiennent compte de la nature, de l'échelle et de la complexité de leur activité, ainsi que de la nature et de l'éventail des services d'intermédiation en assurances fournis dans le cadre de cette activité.
TITEL IV. - Bepalingen tot wijziging van het Koninklijk besluit van 20 februari 2014 tot uitvoering van artikel 30ter van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
TITRE IV. -- Dispositions modificatives de l'arrêté royal du 20 février 2014 exécutant l'article 30ter de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art.24. In het koninklijk besluit van 20 februari 2014 tot uitvoering van artikel 30ter van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 2/1. Ook de overtreding van de volgende bepalingen door de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen geeft aanleiding tot de toepassing van het vermoeden als bedoeld in artikel 30ter, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 :
  (a) de bepalingen als bedoeld in artikel 30ter, § 3, 1°, zoals van toepassing op de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen;
  (b) voor alle verzekeringsovereenkomsten, inclusief de spaar- en beleggingsverzekeringen, de bepalingen van artikel 13 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, zoals van toepassing op de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen;
  (c) voor de andere verzekeringsovereenkomsten dan de spaar- of beleggingsverzekeringen, de bepalingen van artikel 8, §§ 1, 2, tweede en vierde lid, en §§ 3 en 8, en van artikel 10, §§ 1, 2, 4, 6 en 7, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, zoals van toepassing op de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen;
  (d) voor de spaar- of beleggingsverzekeringen, de bepalingen van artikel 8, §§ 1, 2, tweede en vierde lid, 3, 4, 5, 6 en 8, van artikel 10, §§ 1, 2, 4, 6 en 7, van artikel 12, §§ 1, 2, 4 en 5, van artikel 15, §§ 1, 3 en 4, en van de artikelen 16 en 17, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, zoals van toepassing op de verzekeringsondernemingen en de verzekeringstussenpersonen; en
  (e) de bepalingen van de artikelen 18, 19 en 21, van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en de regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft."
Art.24. Dans l'arrêté royal du 20 février 2014 exécutant l'article 30ter de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, un article 2/1 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 2/1, Donne également lieu à l'application de la présomption établie par l'article 30ter, § 1er, de la loi du 2 août 2002 la violation, par les entreprises d'assurances et les intermédiaires d'assurances,
  (a) des dispositions visées à l'article 30ter, § 3, 1°, telles qu'applicables aux entreprises d'assurances et aux intermédiaires d'assurances;
  (b) en ce qui concerne tous les contrats d'assurance, en ce compris les assurances d'épargne et les assurances d'investissement, les dispositions de l'article 13 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers, telles qu'applicables aux entreprises d'assurances et aux intermédiaires d'assurances;
  (c) en ce qui concerne les contrats d'assurance autres que les assurances d'épargne ou d'investissement, des dispositions de l'article 8, §§ 1er, 2, alinéas 2 et 4, et §§ 3 et 8, et de l'article 10, §§ 1er, 2, 4, 6 et 7, de l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers, telles qu'applicables aux entreprises d'assurances et aux intermédiaires d'assurances;
  (d) en ce qui concerne les contrats d'assurance d'épargne ou d'investissement, des dispositions de l'article 8, §§ 1er, 2, alinéas 2 et 4, 3, 4, 5, 6 et 8, de l'article 10, §§ 1er, 2, 4, 6 et 7, de l'article 12, §§ 1er, 2, 4 et 5, de l'article 15, §§ 1er, 3 et 4, et des articles 16 et 17 de l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers, tels qu'applicables aux entreprises d'assurances et aux intermédiaires d'assurances; et
  (e) des dispositions des articles 18, 19 et 21 de l'arrêté royal du 21 février 2014 relatif aux règles de conduite et aux règles relatives à la gestion des conflits d'intérêts, fixées en vertu de la loi, en ce qui concerne le secteur des assurances."
TITEL V. - Overgangs- en slotbepalingen
TITRE V. - Dispositions transitoires et finales
Art.25. Dit besluit treedt in werking op 30 april 2014.
  Dit besluit is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 30 april 2014 worden uitgevoerd of plaatsvinden op het Belgisch grondgebied.
Art.25. Le présent arrêté entre en vigueur le 30 avril 2014.
  Le présent arrêté s'applique aux transactions effectuées ou intervenant sur le territoire belge à dater du 30 avril 2014.
Art. 26. De minister bevoegd voor Economie en Consumenten en de minister bevoegd voor Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le ministre qui a l'Economie et les Consommateurs dans ses attributions et le ministre qui a les Finances dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.