Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de algemene regels inzake ondersteuning van activiteitencoöperaties(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-09-2014 en tekstbijwerking tot 26-08-2019)
Titre
9 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux règles générales en matière d'appui aux coopératives d'activités(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-09-2014 et mise à jour au 26-08-2019)
Dokumentinformationen
Numac: 2014035881
Datum: 2014-05-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014035881
Date: 2014-05-09
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. De vergoeding verleend met toepassing of ter uitvoering van dit besluit, wordt toegekend met in achtneming van de voorwaarden van het DAEB-besluit van 20 december 2011.
Article 1er. L'indemnité accordée en application ou en exécution du présent arrêté est octroyée dans le respect des conditions de la décision SIEG du 20 décembre 2011.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder :
activiteitencoöperatie : de vennootschap met een sociaal oogmerk, vermeld in artikel 80, 1°, van de wet van 1 maart 2007 houdende diverse bepalingen (III);
decreet van 17 februari 2012 : het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
departement : het Departement Werk en Sociale Economie;
minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;
trajectbegeleider : de werknemer van de activiteitencoöperatie die belast is met de trajectbegeleiding, vermeld in artikel 3, 3° ;
DAEB-besluit van 20 december 2011 : het besluit (EG) nr. 2012/2l/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
coopérative d'activités : la société à finalité sociale, visée à l'article 80, 1°, de la loi du 1er mars 2007 portant des dispositions diverses (III) ;
décret du 17 février 2012 : le décret du 17 février 2012 relatif à l'appui à l'entrepreneuriat dans le domaine de l'économie sociale et à la stimulation de l'entrepreneuriat socialement responsable ;
département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
Ministre : le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions ;
accompagnateur de parcours : l'employé de la coopérative d'activités, chargé de l'accompagnement de parcours, visé à l'article 3, 3° ;
décision SIEG du 20 décembre 2011 : la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe 2, du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
Art. 3. Binnen het begrotingskrediet wordt een vergoeding toegekend aan de activiteitencoöperatie die voldoet aan de volgende voorwaarden :
de activiteitencoöperatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in titel VIII, hoofdstuk 1 van de wet van 1 maart 2007 houdende diverse bepalingen (III);
de activiteitencoöperatie heeft haar maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest;
de activiteitencoöperatie organiseert individuele en collectieve trajectbegeleiding voor de doelgroep van de kandidaat-ondernemers, vermeld in artikel 1 en 2 van het koninklijk besluit van 15 juni 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het statuut van kandidaat-ondernemer in een activiteitencoöperatie, met het oog op het bevorderen van het ondernemerschap.
De trajectbegeleiding per kandidaat-ondernemer bestaat uit :
a) een intakefase van minimaal zes uren begeleiding, waarbij de activiteitencoöperatie :
1) een individueel gesprek met de kandidaat-ondernemer voert;
2) verder werkt met het bestaande persoonlijk ontwikkelingsplan;
b) een verkennings- en prospectiefase van minimaal vierenvijftig uren begeleiding, waarbij de activiteitencoöperatie :
1) een of meer individuele gesprekken en collectieve sessies voert;
2) doorverwijst naar specifieke opleidingsmodules;
3) diverse prospectieactiviteiten organiseert;
4) het ondernemingsidee van de kandidaat-ondernemer verfijnt;
c) een facturatiefase, van minimaal tien uren begeleiding, waarbij de activiteitencoöperatie :
1) een haalbaarheidstoets van het ondernemingsidee van de kandidaat-ondernemer uitvoert;
2) een of meer individuele gesprekken en collectieve sessies voert;
3) ondersteuning op het vlak van facturatie en boekhoudkundige diensten biedt;
4) het ondernemersrisico van de kandidaat-ondernemer draagt, met inbegrip van de fiscale verantwoordelijkheid en de administratieve afhandeling;
d) een nazorgfase van minimaal vier uren begeleiding, waarbij de activiteitencoöperatie :
1) informatie verschaft aan de kandidaat-ondernemer;
2) doorverwijst naar andere nuttige dienstverleners en informatieverstrekkers voor de kandidaat-ondernemer.
de activiteitencoöperatie onderschrijft de principes van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen in haar eigen werking, vermeld in artikel 4, § 2 en § 3, van het decreet van 17 februari 2012;
[1 4° de activiteitencoöperatie is geregistreerd conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;]1
de activiteitencoöperatie beschikt over een mandaat tot het verrichten van kosteloze competentieontwikkeling als vermeld in titel II, hoofdstuk I, afdeling V, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
de activiteitencoöperatie registreert de begeleidingsactiviteiten in het elektronische databestand van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
De verkennings- en prospectiefase, vermeld in punt 3°, b), en de facturatiefase, vermeld in c), bevatten samen minimaal zes uren collectieve ondernemersmeetings gericht op netwerken, organiseren en informatie-uitwisseling.
De activiteitencoöperatie verstrekt tijdens de fasen, vermeld in 3°, b), en c), informatie aan de kandidaat-ondernemer over de wijze waarop de principes van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen, bepaald in artikel 4, § 2 en § 3, van het decreet van 17 februari 2012, kunnen worden geïntegreerd in de onderneming van de kandidaat-ondernemer.
De activiteitencoöperatie stelt voor de uitvoering van de trajectbegeleiding een of meer trajectbegeleiders aan.
Onder persoonlijk ontwikkelingsplan, vermeld in punt 3°, a), 2), wordt een opvolgbaar actieplan begrepen dat de te ontwikkelen competenties en het ontwikkelpad van de kandidaat-ondernemer bevat met als doel hem een stevige positie op de arbeidsmarkt te bezorgen.
Art. 3. Une indemnité est accordée dans les limites du crédit budgétaire à la coopérative d'activités qui répond aux conditions suivantes :
la coopérative répond aux conditions, visées au titre VIII, chapitre 1er, de la loi du 1er mars 2007 portant des dispositions diverses (III) ;
la coopérative d'activités a son siège social en Région flamande ;
la coopérative d'activités organise l'accompagnement de parcours individuel et collectif pour le groupe-cible des candidats entrepreneurs, visé aux articles 1er et 2 de l'arrêté royal du 15 juin 2009 portant des dispositions diverses concernant le statut du candidat entrepreneur dans une coopérative d'activités, en vue de promouvoir l'entrepreneuriat.
L'accompagnement de parcours par candidat entrepreneur comprend :
a) une phase initiale d'au moins six heures d'accompagnement, dans laquelle la coopérative d'activités :
1) mène un entretien individuel avec le candidat entrepreneur ;
2) continue l'exécution du plan de développement personnel existant ;
b) une phase d'exploration et de prospection d'au moins cinquante-quatre heures d'accompagnement, dans laquelle la coopérative d'activités :
1) mène un ou plusieurs entretiens individuels et collectifs ;
2) oriente les candidats entrepreneurs vers des modules de formation spécifiques ;
3) organise diverses activités de prospection ;
4) affine l'idée entrepreneuriale du candidat entrepreneur ;
c) une phase de facturation d'au moins dix heures d'accompagnement, dans laquelle la coopérative d'activités :
1) conduit un examen de faisabilité de l'idée entrepreneuriale du candidat entrepreneur ;
2) mène un ou plusieurs entretiens individuels et collectifs ;
3) offre un accompagnement en matière de facturation et de services comptables ;
4) porte le risque d'entreprise du candidat entrepreneur, y compris la responsabilité fiscale et le processus administratif ;
d) une phase de suivi d'au moins quatre heures d'accompagnement, dans laquelle la coopérative d'activités :
1) offre de l'information au candidat entrepreneur ;
2) l'oriente vers d'autres prestataires de services et fournisseurs d'informations utiles pour le candidat entrepreneur.
la coopérative d'activités souscrit aux principes de l'économie sociale et de la responsabilité sociale des entreprises dans son propre fonctionnement, visé à l'article 4, §§ 2 et 3 du décret du 17 février 2012 ;
[1 4° la coopérative d'activités est enregistrée conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ;]1
la coopérative d'activités est mandatée pour organiser le développement de compétences à titre gratuit, tel que visé au titre II, chapitre Ier, section V de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
la coopérative d'activités enregistre les activités d'accompagnement dans la base de données électronique du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Les phases d'exploration et de prospection, visées au point 3°, b), et la phase de facturation, visée dans c), comprennent ensemble au moins six heures de réunions collectives d'entrepreneurs axées sur le réseautage, l'organisation et l'échange d'information.
Pendant les phases, visées dans 3°, b) et c), la coopérative d'activités offre de l'information au candidat entrepreneur sur la manière dont les principes de l'économie sociale et de la responsabilité sociale des entreprises, visés à l'article 4, §§ 2 et 3 du décret du 17 février 2012, peuvent être intégrés dans l'entreprise du candidat entrepreneur.
La coopérative d'activités désigne un ou plusieurs accompagnateurs de parcours pour l'exécution de l'accompagnement de parcours.
Par plan de développement personnel, visé au point 3°, a), 2), il convient d'entendre un plan d'action qui peut être suivi et qui comprend les compétences à développer et le parcours de développement du candidat entrepreneur et ayant pour but de lui garantir une position solide sur le marché du travail.
Art. 4. De minister kan de toekenning van de vergoeding afhankelijk maken van het doelbereik van welbepaalde kansengroepen binnen de doelgroep van de kandidaat-ondernemers, vermeld in artikel 1 en 2 van het koninklijk besluit van 15 juni 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het statuut van kandidaat-ondernemer in een activiteitencoöperatie. Hij kan daarbij rekening houden met provinciale behoeften op het vlak van de arbeidsmarkt.
Onder welbepaalde kansengroepen, als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan :
de personen van vijftig jaar en ouder,
de personen met een allochtone achtergrond : personen met een sociaal-culturele herkomst van een ander land die legaal in België verblijven, die al dan niet Belg zijn geworden en die bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
a) zij of hun ouders zijn in het kader van gastarbeid en volgmigratie naar België gekomen;
b) ze hebben de status van ontvankelijk verklaarde asielzoeker of van vluchteling verkregen;
c) ze hebben door regularisatie recht op verblijf in België verworven;
de personen met een arbeidshandicap, namelijk :
a) personen met een handicap die erkend worden door het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
b) personen die gewezen leerling zijn van het buitengewoon onderwijs en die hoogstens een getuigschrift of diploma behaald hebben in het buitengewoon onderwijs;
c) personen die op basis van hun handicap in aanmerking komen voor een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming, verstrekt aan personen met een handicap op basis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
d) personen die in het bezit zijn van een afschrift van een definitief geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde federale instelling waaruit een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid blijkt;
e) personen die recht geven op bijkomende kinderbijslag of personen die recht hebben op een verhoogde kinderbijslag voor hun kind of kinderen ten laste als ouder met een handicap;
f) personen die een invaliditeitsuitkering ontvangen op basis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
g) personen met een attest van arbeidshandicap van een door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding aangewezen dienst of arts;
kortgeschoolden : personen die ouder zijn dan 24 jaar en die aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
a) ze zijn geen houder van een diploma hoger secundair onderwijs;
b) ze zijn alleen houder van een getuigschrift van een middenstandsopleiding;
c) ze zijn houder van een niet-erkend buitenlands diploma.
Art. 4. Le Ministre peut décider que l'octroi de l'indemnité est tributaire des résultats de groupes à potentiel déterminés au sein du groupe-cible des candidats entrepreneurs, visé aux articles 1er et 2 de l'arrêté royal du 15 juin 2009 portant des dispositions diverses concernant le statut du candidat entrepreneur dans une coopérative d'activités. Pour ce faire, il peut tenir compte des besoins du marché du travail provincial.
Par groupes à potentiel déterminés, visés au premier alinéa, il convient d'entendre :
les personnes âgées de cinquante ans et plus ;
les personnes d'origine étrangère : les personnes d'origine socio-culturelle étrangère résidant légalement en Belgique, devenus Belges ou non, et qui répondent en outre à l'une des conditions suivantes :
a) eux-mêmes ou leurs parents sont venus en Belgique dans le cadre de la migration des travailleurs et de la migration en chaîne ;
b) ils ont obtenu le statut de demandeur d'asile ou de réfugié déclarés recevables ;
ils ont acquis le droit de séjour en Belgique par la régularisation ;
les personnes handicapées du travail, à savoir :
a) les personnes ayant un handicap reconnu par l'agence autonomisée interne " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
b) les personnes qui sont ancien élève de l'enseignement spécial et qui ont obtenu au plus un certificat ou diplôme dans l'enseignement spécial ;
c) les personnes qui, sur la base de leur handicap, sont admissibles à l'allocation de remplacement de revenu ou à l'allocation d'intégration, accordées aux personnes handicapées sur la base de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées ;
d) les personnes disposant d'une copie d'une décision judiciaire devenue définitive ou d'une attestation d'une institution fédérale compétente attestant un degré permanent d'invalidité professionnelle ;
e) les personnes donnant droit à une allocation familiale supplémentaire ou les personnes ayant droit à une allocation familiale majorée pour leur enfant ou enfants à charge en tant que parent handicapé ;
f) les personnes bénéficiant d'une indemnité d'invalidité sur la base de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
g) les personnes disposant d'une attestation de handicap du travail d'un service ou médecin désignés par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ;
les personnes à courte scolarité : les personnes âgées de plus de 24 ans et répondant à l'une des conditions suivantes :
a) ils ne sont pas titulaire d'un diplôme d'enseignement secondaire supérieur ;
b) ils sont uniquement titulaire d'un certificat de formation des classes moyennes ;
c) ils sont titulaire d'un diplôme étranger non reconnu.
Art. 5. § 1. De vergoeding dekt :
de personeelskosten van de trajectbegeleider;
de personeelskosten van de werknemer die belast is met het administratief beheer van de activiteitencoöperatie;
de kosten voor externe adviesverlening;
de overheadkosten, die maximaal vijftien procent bedragen van de personeelskosten, vermeld in punt 1° en 2°.
De externe adviesverlening, vermeld in het eerste lid, 3°, voldoet aan de volgende voorwaarden :
de externe adviesverlening heeft rechtstreeks betrekking op de individuele en collectieve trajectbegeleiding, vermeld in artikel 3, 3°, die door de activiteitencoöperatie niet in eigen beheer kan worden georganiseerd;
de kosten voor de externe adviesverlening zijn niet hoger dan de personeelskosten, vermeld in paragraaf 1, 1°, en 2° ;
de activiteitencoöperatie die ressorteert onder het toepassingsgebied van de overheidsopdrachtenwet, toont aan dat de begeleidingsopdracht rechtsgeldig werd gegund aan de externe adviesverlener.
§ 2. De vergoeding wordt verrekend naar rato van de prestaties die de activiteitencoöperatie effectief geleverd heeft op het vlak van de trajectbegeleiding.
§ 3. De vergoeding is pas opeisbaar als de activiteitencoöperatie het aantal trajectbegeleidingen, vermeld in de vergoedingsbeslissing, realiseert.
Art. 5. § 1er. L'allocation couvre :
les coûts de personnel de l'accompagnateur de parcours ;
les coûts de personnel de l'employé chargé de la gestion administrative de la coopérative d'activités ;
les coûts de services de conseil externes ;
les frais généraux, plafonnés à quinze pour cent des coûts du personnel, visés aux points 1° et 2°.
Les services de conseil externes, visés à l'alinéa premier, 3°, réunissent les conditions suivantes :
les services de conseil externes ont directement trait à l'accompagnement de parcours individuel et collectif, visé à l'article 3, 3°, qui ne peut pas être organisé en propre gestion par la coopérative d'activités ;
les coûts des services de conseil externes ne dépassent pas les coûts du personnel, visés au paragraphe 1er, 1° et 2° ;
la coopérative d'activités relevant du champ d'application de la loi sur les marchés publics démontre que le marché d'accompagnement a été valablement attribué au conseiller externe.
§ 2. L'indemnité est payée en fonction des prestations d'accompagnement de parcours effectivement livrées par la coopérative d'activités.
§ 3. L'indemnité n'est exigible que si la coopérative d'activités réalise le nombre d'accompagnements de parcours, visé dans la décision d'indemnité.
Art. 6. De activiteitencoöperatie dient jaarlijks voor 30 oktober een aanvraag tot vergoeding in voor het daaropvolgende kalenderjaar bij het departement. Het departement stelt daarvoor een elektronisch aanvraagformulier ter beschikking.
De activiteitencoöperatie toont bij de aanvraag aan dat ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 1°, tot en met 5°.
Voor de trajectbegeleiding, vermeld in artikel 3, 3°, toont de activiteitencoöperatie in het bijzonder aan :
dat ze in staat is en ervaring heeft om specifieke diensten te verlenen, al dan niet in eigen beheer, aan de kandidaat-ondernemer om hem toe te laten de voor zijn activiteit nuttige kennis te verbeteren of te verwerven;
dat ze over het nodige materiaal en de nodige lokalen beschikt;
dat de trajectbegeleiders beschikken over de nodige scholingsgraad of beroepservaring voor onder meer de opmaak van plannen voor de financiering, de marketing, de informatica en de fiscale, sociale, boekhoudkundige en handelsregelgevingen.
Art. 6. La coopérative d'activités introduit chaque année avant le 30 octobre une demande d'indemnité auprès du département pour l'année civile suivante. A cet effet, le département met à disposition un formulaire de demande électronique.
La coopérative d'activités démontre dans sa demande qu'elle répond aux conditions, visées à l'article 3, 1° à 5° inclus.
Concernant l'accompagnement de parcours, visé à l'article 3, 3°, la coopérative d'activités démontre notamment :
qu'elle est capable de, et dispose de l'expérience pour offrir des services spécifiques, en gestion propre ou non, au candidat entrepreneur en vue de lui permettre d'élargir ou d'acquérir les connaissances utiles à son activité.
qu'elle dispose du matériel et des locaux nécessaires ;
que les accompagnateurs de parcours disposent du degré de scolarité ou de l'expérience professionnelle nécessaires, entre autres pour établir des plans de financement, de marketing, d'informatique et de règlementation fiscale, sociale, comptable et commerciale.
Art. 7. Binnen de jaarlijks goedgekeurde begroting wordt de vergoeding toegekend op basis van de volgende cumulatieve verdelingscriteria :
de regionale spreiding van activiteitencoöperaties, waarbij maximaal één activiteitencoöperatie per provincie financiering conform dit besluit kan ontvangen;
de inhoudelijke beoordeling van de kwaliteit van de aanvraagdossiers, vermeld in artikel 6.
Het departement verleent over de verdeling van de vergoeding een advies aan de minister.
Art. 7. Dans les limites du budget approuvé annuellement, l'indemnité est accordée sur la base des critères de répartition cumulatifs suivants :
la distribution régionale des coopératives d'activités, étant donné qu'au maximum une coopérative d'activités par province peut obtenir le financement conformément au présent arrêté ;
l'évaluation qualitative du contenu des dossiers de demande, visés à l'article 6.
Le département rend avis au Ministre sur la répartition de l'indemnité.
Art. 8. De minister bepaalt de voorwaarden volgens welke de activiteitencoöperatie verantwoording moet afleggen over de functionele en financiële aanwending van de vergoeding.
Art. 8. Le Ministre fixe les modalités selon lesquelles la coopérative d'activités doit justifier l'affectation fonctionnelle et financière de l'indemnité.
Art. 9. De beslissing tot toekenning van de vergoeding omvat minimaal de volgende gegevens :
de begunstigde van de vergoeding;
de omschrijving van de verbintenissen en de doeleinden waarvoor de vergoeding wordt toegekend;
het maximale bedrag van de vergoeding, met opgave van de voorwaarden waarvoor de vergoeding wordt toegekend, in het bijzonder die met betrekking tot het bereik van het aantal kandidaat-ondernemers via trajectbegeleiding;
de periode waarop de vergoeding betrekking heeft;
de voorwaarden volgens welke de begunstigde verantwoording moet afleggen over de functionele en financiële aanwending van de vergoeding;
de parameters voor de berekening van de compensatievergoeding en een regeling voor overcompensatie;
de verwijzing naar het DAEB-besluit van 20 december 2011.
Art. 9. La décision d'accorder l'indemnité comprend au moins les données suivantes :
le bénéficiaire de l'indemnité ;
la description des engagements et des finalités pour lesquels l'indemnité est accordée ;
le montant maximal de l'indemnité, ainsi que les conditions auxquelles l'indemnité est accordée, notamment en ce qui concerne le nombre de candidats entrepreneurs recevant de l'accompagnement de parcours ;
la période sur laquelle porte l'indemnité ;
les modalités selon lesquelles le bénéficiaire doit justifier l'affectation fonctionnelle et financière de la subvention ;
les paramètres pour le calcul de l'indemnité de compensation et un règlement pour la surcompensation ;
la référence à la décision SIEG du 20 décembre 2011.
Art. 10. Het departement voert op regelmatige basis, minstens om de drie jaar, controles uit die gericht zijn op de naleving van de bepalingen van dit besluit, met de bedoeling de omvang van de vergoeding te bepalen.
Art. 10. Le département contrôle régulièrement, et au moins tous les trois ans, le respect des dispositions du présent arrêté, afin de déterminer la hauteur de l'indemnité.
Art. 11. De vergoeding wordt teruggevorderd als :
de activiteitencoöperatie de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
het departement inbreuken vaststelt op de bepalingen van het besluit 2012/21/EU van 20 december 2011.
De beslissing tot terugvordering van de vergoeding is definitief nadat de activiteitencoöperatie de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen. De termijn vangt aan de dag nadat het voornemen aan de activiteitencoöperatie ter kennisgeving is verzonden met een aangetekende brief.
Art. 11. L'indemnité est recouvrée lorsque :
la coopérative d'activités ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ;
le département constate des infractions aux dispositions de la décision 2012/21/UE du 20 décembre 2011.
La décision de recouvrement de l'indemnité est définitive après que la coopérative d'activités a eu l'occasion de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours. Le délai commence le jour après que l'intention a été notifiée par lettre recommandée à la coopérative d'activités.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2014.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2014.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.