Artikel 1. Aan artikel 2, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs wordt een punt 3bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3bis. leraar niet-confessionele zedenleer.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 SEPTEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse bepalingen betreffende de invoering van het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer en tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen in het gewoon secundair onderwijs
Titre
5 SEPTEMBRE 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand portant diverses dispositions relatives à l'introduction de la fonction de professeur de morale non confessionnelle et modifiant la réglementation relative aux titres dans l'enseignement secondaire ordinaire
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire
Article 1er. A l'article 2, a), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement secondaire, un point 3bis est ajouté dans la rédaction suivante :
" 3bis. professeur de morale non confessionnelle. ".
" 3bis. professeur de morale non confessionnelle. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Art. 2. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1991, 31 augustus 1998, 28 november 2003, 9 november 2007, 24 oktober 2008, 7 september 2012, 6 september 2013 wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. De volgende diploma's of getuigschriften worden eveneens beschouwd als een bewijs van pedagogische bekwaamheid, voor zover ze uitgereikt zijn uiterlijk in het academiejaar 2014-2015:
1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren;
3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
7° het diploma van bachelor in het onderwijs: buitengewoon onderwijs;
8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.
" § 6. De volgende diploma's of getuigschriften worden eveneens beschouwd als een bewijs van pedagogische bekwaamheid, voor zover ze uitgereikt zijn uiterlijk in het academiejaar 2014-2015:
1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
2° het diploma van bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren;
3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
7° het diploma van bachelor in het onderwijs: buitengewoon onderwijs;
8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.
Art. 2. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1991, 31 août 1998, 28 novembre 2003, 9 novembre 2007, 24 octobre 2008, 7 septembre 2012, 6 septembre 2013, il est ajouté un paragraphe 6 rédigé comme suit :
" § 6. Les diplômes ou certificats suivants sont également considérés comme un certificat d'aptitudes pédagogiques, pour autant qu'ils aient été délivrés dans l'année académique 2014-2015 au plus tard :
1° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage ;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage ;
3° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial ;
4° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage ;
5° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage ;
6° le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial ;
7° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial ;
8° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
" § 6. Les diplômes ou certificats suivants sont également considérés comme un certificat d'aptitudes pédagogiques, pour autant qu'ils aient été délivrés dans l'année académique 2014-2015 au plus tard :
1° le diplôme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage ;
2° le diplôme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage ;
3° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial ;
4° le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage ;
5° le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage ;
6° le diplôme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial ;
7° le diplôme de bachelor en enseignement : enseignement spécial ;
8° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
Art. 3. In artikel 4, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, wordt het woord "AV" vervangen door de woorden "het ambt van leraar".
Art. 3. Dans l'article 4, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, le mot " CG " est remplacé par le mot " fonction de professeur ".
Art. 4. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999, 28 november 2003 en 9 november 2007, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Het bekwaamheidsbewijs dat als vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs vermeld is voor de opleiding in de desbetreffende taal, richtgraad 1, in het volwassenenonderwijs, met toepassing van het besluit van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs, wordt gelijkgesteld met een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak vierde vreemde taal.
Voor een bekwaamheidsbewijs dat op grond van het eerste lid gelijkgesteld is, geldt het volgende:
1° als het een bekwaamheidsbewijs van het niveau master is, als vermeld in artikel 7, § 1, 8bis, komt het in aanmerking in de tweede graad ASO-TSO-KSO, de derde graad ASO-TSO-KSO-BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 501 van toepassing;
2° als het een bekwaamheidsbewijs van het niveau bachelor is, als vermeld in artikel 7, § 1, 8, komt het in aanmerking in de eerste graad, de tweede graad ASO-TSO-KSO-BSO, de derde graad BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 301 van toepassing.
Met behoud van de toepassing van het tweede lid geldt voor een bekwaamheidsbewijs dat op grond van het eerste lid gelijkgesteld is voor het algemeen vak Hebreeuws, het volgende:
1° als het bekwaamheidsbewijs bedienaar van de eredienst of rabbijn is, komt het in aanmerking in de tweede graad ASO-TSO-KSO, de derde graad ASO-TSO-KSO-BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 501 van toepassing;
2° als het bekwaamheidsbewijs geen bekwaamheidsbewijs is als vermeld in punt 1° of het tweede lid, 1° of 2°, dan komt het in aanmerking in de eerste graad, de tweede graad ASO-TSO-KSO-BSO, de derde graad BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 301 van toepassing.".
" § 6. Het bekwaamheidsbewijs dat als vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs vermeld is voor de opleiding in de desbetreffende taal, richtgraad 1, in het volwassenenonderwijs, met toepassing van het besluit van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs, wordt gelijkgesteld met een vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak vierde vreemde taal.
Voor een bekwaamheidsbewijs dat op grond van het eerste lid gelijkgesteld is, geldt het volgende:
1° als het een bekwaamheidsbewijs van het niveau master is, als vermeld in artikel 7, § 1, 8bis, komt het in aanmerking in de tweede graad ASO-TSO-KSO, de derde graad ASO-TSO-KSO-BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 501 van toepassing;
2° als het een bekwaamheidsbewijs van het niveau bachelor is, als vermeld in artikel 7, § 1, 8, komt het in aanmerking in de eerste graad, de tweede graad ASO-TSO-KSO-BSO, de derde graad BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 301 van toepassing.
Met behoud van de toepassing van het tweede lid geldt voor een bekwaamheidsbewijs dat op grond van het eerste lid gelijkgesteld is voor het algemeen vak Hebreeuws, het volgende:
1° als het bekwaamheidsbewijs bedienaar van de eredienst of rabbijn is, komt het in aanmerking in de tweede graad ASO-TSO-KSO, de derde graad ASO-TSO-KSO-BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 501 van toepassing;
2° als het bekwaamheidsbewijs geen bekwaamheidsbewijs is als vermeld in punt 1° of het tweede lid, 1° of 2°, dan komt het in aanmerking in de eerste graad, de tweede graad ASO-TSO-KSO-BSO, de derde graad BSO en HBO5-verpleegkunde en is salarisschaal 301 van toepassing.".
Art. 4. A l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 août 1999, 28 novembre 2003 et 9 novembre 2007, il est ajouté un § 6 rédigé comme suit :
" § 6. Le titre qui est mentionné comme respectivement requis ou jugé suffisant pour la formation dans la langue concernée, degré-guide 1, dans l'éducation des adultes, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 avril 2010 relatif aux titres et échelles de traitement des membres du personnel des centres d'éducation des adultes, est assimilé à un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour le cours général quatrième langue étrangère.
A un titre qui est assimilé sur la base du premier alinéa, la disposition suivante s'applique :
1° s'il s'agit d'un titre du niveau de master, tel que visé à l'article 7, § 1er, 8bis, ce titre est pris en compte dans le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO (ESG-EST-ESA), le troisième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO (ESG-EST-ESA-ESP) et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 501 est d'application ;
2° s'il s'agit d'un titre du niveau de bachelor, tel que visé à l'article 7, § 1er, 8bis, ce titre est pris en compte dans le premier degré, le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO (ESG-EST-ESA-ESP), le troisième degré ESP et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 301 est d'application.
Sans préjudice de l'application du deuxième alinéa, la disposition suivante est d'application au titre qui est assimilé pour le cours général " Hebreeuws " (hébreu) :
1° s'il s'agit d'un titre de ministre d'un culte ou de rabbin, ce titre est pris en compte dans le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO, le troisième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 501 est d'application ;
2° si le titre n'est pas un titre, tel que visé au point 1° ou au deuxième alinéa, 1° ou 2°, ce titre est pris en compte dans le premier degré, le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO, le troisième degré ESP et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 301 est d'application. ".
" § 6. Le titre qui est mentionné comme respectivement requis ou jugé suffisant pour la formation dans la langue concernée, degré-guide 1, dans l'éducation des adultes, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 avril 2010 relatif aux titres et échelles de traitement des membres du personnel des centres d'éducation des adultes, est assimilé à un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour le cours général quatrième langue étrangère.
A un titre qui est assimilé sur la base du premier alinéa, la disposition suivante s'applique :
1° s'il s'agit d'un titre du niveau de master, tel que visé à l'article 7, § 1er, 8bis, ce titre est pris en compte dans le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO (ESG-EST-ESA), le troisième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO (ESG-EST-ESA-ESP) et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 501 est d'application ;
2° s'il s'agit d'un titre du niveau de bachelor, tel que visé à l'article 7, § 1er, 8bis, ce titre est pris en compte dans le premier degré, le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO (ESG-EST-ESA-ESP), le troisième degré ESP et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 301 est d'application.
Sans préjudice de l'application du deuxième alinéa, la disposition suivante est d'application au titre qui est assimilé pour le cours général " Hebreeuws " (hébreu) :
1° s'il s'agit d'un titre de ministre d'un culte ou de rabbin, ce titre est pris en compte dans le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO, le troisième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 501 est d'application ;
2° si le titre n'est pas un titre, tel que visé au point 1° ou au deuxième alinéa, 1° ou 2°, ce titre est pris en compte dans le premier degré, le deuxième degré des filières ASO-TSO-KSO-BSO, le troisième degré ESP et HBO 5 nursing et l'échelle de traitement 301 est d'application. ".
Art. 5. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003, 4 september 2009 en 6 september 2013, worden de woorden "voor het ambt van begeleider" telkens vervangen door de woorden "voor de ambten van begeleider en leraar niet-confessionele zedenleer".
Art. 5. Dans l'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 mars 2003, 4 septembre 2009 et 6 septembre 2013, les mots " pour la fonction d'accompagnateur " sont chaque fois remplacés par les mots " pour les fonctions d'accompagnateur et de professeur de morale non confessionnelle ".
Art. 6. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003, 4 september 2009 en 6 september 2013, worden de woorden "voor het ambt van begeleider" vervangen door de woorden "voor de ambten van begeleider en leraar niet-confessionele zedenleer".
Art. 6. Dans l'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 mars 2003, 4 septembre 2009 et 6 septembre 2013, les mots " pour la fonction d'accompagnateur " sont remplacés par les mots " pour les fonctions d'accompagnateur et de professeur de morale non confessionnelle ".
Art. 7. Artikel 16vicies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 16vicies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, est abrogé.
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt een artikel 16vicies bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 16vicies bis. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden aan wie een ambtshalve concordantie naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer wordt toegekend, als vermeld in bijlage I, 10°, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2014, in het bezit waren van een vereist respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak niet-confessionele zedenleer, organiek of via overgangsmaatregelen, en die vanaf 1 september 2014 geen vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer in de desbetreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2014, rekening houdend met de onderstaande bepalingen:
1° voor de vastbenoemde personeelsleden blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten;
2° voor de tijdelijke personeelsleden blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten, en zolang ze gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd:
1° vakantieperioden;
2° loopbaanonderbreking;
3° militaire dienst;
4° perioden van wederoproeping;
5° ziekte- en bevallingsverloven;
6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
"Art. 16vicies bis. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden aan wie een ambtshalve concordantie naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer wordt toegekend, als vermeld in bijlage I, 10°, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2014, in het bezit waren van een vereist respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak niet-confessionele zedenleer, organiek of via overgangsmaatregelen, en die vanaf 1 september 2014 geen vereist, respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist respectievelijk voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer in de desbetreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend op 1 september 2014, rekening houdend met de onderstaande bepalingen:
1° voor de vastbenoemde personeelsleden blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten;
2° voor de tijdelijke personeelsleden blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en de universiteiten, en zolang ze gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd:
1° vakantieperioden;
2° loopbaanonderbreking;
3° militaire dienst;
4° perioden van wederoproeping;
5° ziekte- en bevallingsverloven;
6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
8° verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
9° verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 8. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, il est inséré un article 16vicies bis, rédigé comme suit :
" Art. 16vicies bis. § 1er. Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel auxquels est attribué une concordance d'office à la fonction de professeur de morale non confessionnelle, telle que visée à l'annexe Ire 10°, à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office.
§ 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2014, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant et qui, à partir du 1er septembre 2014, ne sont pas porteurs d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle, sont jugés être en possession d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle dans le degré et/ou la forme d'enseignement concernés.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2014, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ;
2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application du premier alinéa, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires ;
2° l'interruption de carrière ;
3° le service militaire ;
4° les périodes de rappel sous les armes ;
5° les congés de maladie et de maternité ;
6° les congés parentaux non rémunérés ;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
" Art. 16vicies bis. § 1er. Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel auxquels est attribué une concordance d'office à la fonction de professeur de morale non confessionnelle, telle que visée à l'annexe Ire 10°, à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office.
§ 2. Les membres du personnel visés au paragraphe 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2014, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant et qui, à partir du 1er septembre 2014, ne sont pas porteurs d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle, sont jugés être en possession d'un titre respectivement requis ou jugé suffisant pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle dans le degré et/ou la forme d'enseignement concernés.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2014, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ;
2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application du premier alinéa, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
1° les périodes de vacances scolaires ;
2° l'interruption de carrière ;
3° le service militaire ;
4° les périodes de rappel sous les armes ;
5° les congés de maladie et de maternité ;
6° les congés parentaux non rémunérés ;
7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2003, wordt een artikel 17undevicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 17undevicies. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies bis, paragraaf 1, genieten voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2014 mocht worden verleend voor het algemeen vak niet-confessionele zedenleer, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal."
"Art. 17undevicies. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies bis, paragraaf 1, genieten voor het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2014 mocht worden verleend voor het algemeen vak niet-confessionele zedenleer, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal."
Art. 9. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2003, il est inséré un article 17undevicies, rédigé comme suit :
" Art. 17undevicies. Les membres du personnel, visés à l'article 16vicies bis, § 1er, bénéficient pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle de l'échelle de traitement qui pouvait leur être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2014 pour le cours général morale non confessionnelle, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure. ".
" Art. 17undevicies. Les membres du personnel, visés à l'article 16vicies bis, § 1er, bénéficient pour la fonction de professeur de morale non confessionnelle de l'échelle de traitement qui pouvait leur être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2014 pour le cours général morale non confessionnelle, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure. ".
Art. 10. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, hebben uitwerking vanaf 1 september 2014.".
"Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, hebben uitwerking vanaf 1 september 2014.".
Art. 10. L'article 21bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement, visés à l'annexe Ire, jointe au présent arrêté, produisent leurs effets le 1er septembre 2014. ".
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement, visés à l'annexe Ire, jointe au présent arrêté, produisent leurs effets le 1er septembre 2014. ".
Art. 11. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 11. L'annexe Ire du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2013, est remplacée par l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Art. 12. Aan artikel 2, § 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
"Voor wat de ambtshalve concordantie naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer betreft, vermeld in de bijlage I, 10°, geldt dat het volume van de vastbenoemde opdracht in het vak niet-confessionele zedenleer dat naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer overgedragen wordt, het volume is van de vastbenoemde opdracht in het algemeen vak niet-confessionele zedenleer op 31 augustus 2014.".
"Voor wat de ambtshalve concordantie naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer betreft, vermeld in de bijlage I, 10°, geldt dat het volume van de vastbenoemde opdracht in het vak niet-confessionele zedenleer dat naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer overgedragen wordt, het volume is van de vastbenoemde opdracht in het algemeen vak niet-confessionele zedenleer op 31 augustus 2014.".
Art. 12. A l'article 2, § 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, il est ajouté une phrase ainsi rédigée :
" Pour ce qui est de la concordance d'office à la fonction de professeur de morale non confessionnelle visée à l'annexe Ire, 10°, la disposition s'applique que le volume de la charge à titre définitif dans le cours de morale non confessionnelle qui est transféré à la fonction de professeur de morale non confessionnelle est le volume de la charge à titre définitif dans le cours général de morale non confessionnelle au 31 août 2014. ".
" Pour ce qui est de la concordance d'office à la fonction de professeur de morale non confessionnelle visée à l'annexe Ire, 10°, la disposition s'applique que le volume de la charge à titre définitif dans le cours de morale non confessionnelle qui est transféré à la fonction de professeur de morale non confessionnelle est le volume de la charge à titre définitif dans le cours général de morale non confessionnelle au 31 août 2014. ".
Art. 13. Aan bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2010, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° wordt, met ingang van 1 september 2014, het ambt van leraar ambtshalve geconcordeerd naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer, voor de personeelsleden van het voltijds secundair onderwijs die in de loop van het schooljaar 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014 aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn titularis geweest van een betrekking in het algemene vak niet-confessionele zedenleer en ze zijn uiterlijk op 31 augustus 2014 voor het algemene vak niet-confessionele zedenleer vastbenoemd;
b) ze zijn tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest in een betrekking in het algemene vak niet-confessionele zedenleer."
"10° wordt, met ingang van 1 september 2014, het ambt van leraar ambtshalve geconcordeerd naar het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer, voor de personeelsleden van het voltijds secundair onderwijs die in de loop van het schooljaar 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014 aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn titularis geweest van een betrekking in het algemene vak niet-confessionele zedenleer en ze zijn uiterlijk op 31 augustus 2014 voor het algemene vak niet-confessionele zedenleer vastbenoemd;
b) ze zijn tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest in een betrekking in het algemene vak niet-confessionele zedenleer."
Art. 13. L'annexe Ire au même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2010, est complétée par un point 10° rédigé comme suit :
" 10° est concordée d'office, à partir du 1er septembre 2014, la fonction de professeur à la fonction de professeur de morale non confessionnelle, pour les membres du personnel de l'enseignement secondaire à temps plein qui satisfont, au cours de l'année scolaire 2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014, à une des conditions suivantes :
a) avoir été titulaire d'un emploi dans le cours général de morale non confessionnelle et être nommé à titre définitif au plus tard le 31 août 2014, pour le cours général de morale non confessionnelle ;
b) avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'un emploi dans le cours général de morale non confessionnelle. "
" 10° est concordée d'office, à partir du 1er septembre 2014, la fonction de professeur à la fonction de professeur de morale non confessionnelle, pour les membres du personnel de l'enseignement secondaire à temps plein qui satisfont, au cours de l'année scolaire 2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014, à une des conditions suivantes :
a) avoir été titulaire d'un emploi dans le cours général de morale non confessionnelle et être nommé à titre définitif au plus tard le 31 août 2014, pour le cours général de morale non confessionnelle ;
b) avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'un emploi dans le cours général de morale non confessionnelle. "
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2014. Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2014. L'article 2 produit ses effets le 1er septembre 2013.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair onderwijs vanaf 1 september 2014
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-12-2014, p. 94855-95677)
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-12-2014, p. 94855-95677)
Art. N. (Pas de version française, voir version Néerlandaise)