Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JANUARI 2014. - Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof en de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen
Titre
6 JANVIER 2014. - Loi spéciale modifiant la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle et la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles
Art. 2. Artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In het samenwerkingsakkoord, dat overeenkomstig het tweede lid instemming heeft gekregen bij de wet of het decreet, kan er echter in worden voorzien dat de uitvoering ervan zal worden verzekerd door uitvoerende samenwerkingsakkoorden die gelden zonder dat de instemming bij de wet of het decreet vereist is. ".
" In het samenwerkingsakkoord, dat overeenkomstig het tweede lid instemming heeft gekregen bij de wet of het decreet, kan er echter in worden voorzien dat de uitvoering ervan zal worden verzekerd door uitvoerende samenwerkingsakkoorden die gelden zonder dat de instemming bij de wet of het decreet vereist is. ".
Art. 2. L'article 92bis, § 1er, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, inséré par la loi spéciale du 8 août 1988 et modifié par la loi spéciale du 16 juillet 1993, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'accord de coopération, qui a reçu l'assentiment par la loi ou le décret conformément à l'alinéa 2, peut toutefois prévoir que sa mise en oeuvre sera assurée par des accords de coopération d'exécution ayant effet sans que l'assentiment par la loi ou le décret ne soit requis. ".
" L'accord de coopération, qui a reçu l'assentiment par la loi ou le décret conformément à l'alinéa 2, peut toutefois prévoir que sa mise en oeuvre sera assurée par des accords de coopération d'exécution ayant effet sans que l'assentiment par la loi ou le décret ne soit requis. ".
Art. 3. In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 92bis/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 92bis/1. § 1. Onverminderd artikel 92bis en met inachtneming van de bevoegdheden die zijn toegewezen aan respectievelijk hun Parlement en hun Regering, kunnen de gemeenschappen en de gewesten gezamenlijke decreten en besluiten ter uitvoering van gezamenlijke decreten aannemen die onder meer betrekking hebben op de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van gemeenschappelijke diensten en instellingen, op het gezamenlijk uitoefenen van eigen bevoegdheden, of op de gemeenschappelijke ontwikkeling van initiatieven.
De overeenkomstig het eerste lid aangenomen decreten hebben als opschrift "gezamenlijk decreet van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten goedkeuren.
§ 2. Het recht van initiatief voor de gezamenlijke decreten behoort aan de regeringen en aan de leden van de betrokken Parlementen.
Voorafgaand aan de aanneming door de Parlementen van de gemeenschappen en de gewesten waarbij deze voorstellen of ontwerpen van gezamenlijk decreet worden ingediend, worden ze aangenomen door een interparlementaire commissie, samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van elk van de betrokken Parlementen, waarbij elke delegatie is samengesteld met inachtneming van de proportionele vertegenwoordiging van de fracties in het Parlement dat de delegatie vertegenwoordigt. Elke delegatie telt minimum negen leden. De zittingen van de interparlementaire commissie zijn openbaar.
Een voorstel of ontwerp van gezamenlijk decreet wordt door de interparlementaire commissie behandeld wanneer de betrokken Parlementen het voor zichzelf in overweging hebben genomen.
Het opschrift van het gezamenlijk decreet bevat in elk geval de woorden "gezamenlijk decreet".
Het ontwerp of het voorstel wordt door de commissie slechts aangenomen indien de meerderheid van de leden aanwezig is en het wordt aangenomen door een volstrekte meerderheid van de leden van elke delegatie.
Indien één van de betrokken Parlementen het ontwerp of het voorstel wijzigt, wordt het teruggezonden naar de interparlementaire commissie.
De gezamenlijke decreten worden bekrachtigd en afgekondigd door de betrokken Regeringen na te hebben vastgesteld dat een identieke tekst is aangenomen door alle respectievelijke Parlementen.
§ 3. Onverminderd de mogelijkheid waarover de regeringen beschikken om de gezamenlijke decreten afzonderlijk elk voor zich uit te voeren, kan een gezamenlijk decreet erin voorzien dat de uitvoering ervan geheel of gedeeltelijk wordt verzekerd door gezamenlijke uitvoeringsbesluiten.
Deze gezamenlijke uitvoeringsbesluiten worden aangenomen door elk van de betrokken Regeringen, nadat ze overeenstemming hebben bereikt over hun inhoud. Ze hebben als opschrift "gezamenlijk uitvoeringsbesluit" gevolgd door de naam van de betrokken Regeringen en het opschrift van de decreten die ze uitvoeren.
§ 4. Een gezamenlijk decreet kan de geldende wettelijke of decretale bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Het kan slechts worden gewijzigd, aangevuld of vervangen bij een gezamenlijk decreet dat door dezelfde Parlementen wordt aangenomen.
Het kan enkel worden opgeheven door een gezamenlijk decreet dat door dezelfde Parlementen wordt aangenomen of door een decreet dat wordt aangenomen door één van de betrokken Parlementen na overleg. Dat overleg vindt plaats binnen de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde interparlementaire commissie.
Een gezamenlijk decreet kan de bepalingen van een samenwerkingsakkoord dat afgesloten werd tussen gemeenschappen en gewesten opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen voor zover het gezamenlijk decreet wordt aangenomen door alle gemeenschappen en gewesten die partij zijn bij het samenwerkingsakkoord. Een samenwerkingsakkoord dat gesloten wordt door gemeenschappen en gewesten, kan de bepalingen van een gezamenlijk decreet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen wanneer dit gezamenlijk decreet werd aangenomen door dezelfde gemeenschappen en gewesten.
In de gevallen waarin volgens deze wet een samenwerkingsakkoord gesloten dient te worden tussen gemeenschappen en gewesten, kan deze samenwerking ook gebeuren door middel van een gezamenlijk decreet.
§ 5. De gezamenlijke uitvoeringsbesluiten bedoeld in paragraaf 3 kunnen de geldende regelgevende bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Ze kunnen enkel door gezamenlijke uitvoeringsbesluiten worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen. ".
" Art. 92bis/1. § 1. Onverminderd artikel 92bis en met inachtneming van de bevoegdheden die zijn toegewezen aan respectievelijk hun Parlement en hun Regering, kunnen de gemeenschappen en de gewesten gezamenlijke decreten en besluiten ter uitvoering van gezamenlijke decreten aannemen die onder meer betrekking hebben op de gezamenlijke oprichting en het gezamenlijk beheer van gemeenschappelijke diensten en instellingen, op het gezamenlijk uitoefenen van eigen bevoegdheden, of op de gemeenschappelijke ontwikkeling van initiatieven.
De overeenkomstig het eerste lid aangenomen decreten hebben als opschrift "gezamenlijk decreet van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten goedkeuren.
§ 2. Het recht van initiatief voor de gezamenlijke decreten behoort aan de regeringen en aan de leden van de betrokken Parlementen.
Voorafgaand aan de aanneming door de Parlementen van de gemeenschappen en de gewesten waarbij deze voorstellen of ontwerpen van gezamenlijk decreet worden ingediend, worden ze aangenomen door een interparlementaire commissie, samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van elk van de betrokken Parlementen, waarbij elke delegatie is samengesteld met inachtneming van de proportionele vertegenwoordiging van de fracties in het Parlement dat de delegatie vertegenwoordigt. Elke delegatie telt minimum negen leden. De zittingen van de interparlementaire commissie zijn openbaar.
Een voorstel of ontwerp van gezamenlijk decreet wordt door de interparlementaire commissie behandeld wanneer de betrokken Parlementen het voor zichzelf in overweging hebben genomen.
Het opschrift van het gezamenlijk decreet bevat in elk geval de woorden "gezamenlijk decreet".
Het ontwerp of het voorstel wordt door de commissie slechts aangenomen indien de meerderheid van de leden aanwezig is en het wordt aangenomen door een volstrekte meerderheid van de leden van elke delegatie.
Indien één van de betrokken Parlementen het ontwerp of het voorstel wijzigt, wordt het teruggezonden naar de interparlementaire commissie.
De gezamenlijke decreten worden bekrachtigd en afgekondigd door de betrokken Regeringen na te hebben vastgesteld dat een identieke tekst is aangenomen door alle respectievelijke Parlementen.
§ 3. Onverminderd de mogelijkheid waarover de regeringen beschikken om de gezamenlijke decreten afzonderlijk elk voor zich uit te voeren, kan een gezamenlijk decreet erin voorzien dat de uitvoering ervan geheel of gedeeltelijk wordt verzekerd door gezamenlijke uitvoeringsbesluiten.
Deze gezamenlijke uitvoeringsbesluiten worden aangenomen door elk van de betrokken Regeringen, nadat ze overeenstemming hebben bereikt over hun inhoud. Ze hebben als opschrift "gezamenlijk uitvoeringsbesluit" gevolgd door de naam van de betrokken Regeringen en het opschrift van de decreten die ze uitvoeren.
§ 4. Een gezamenlijk decreet kan de geldende wettelijke of decretale bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Het kan slechts worden gewijzigd, aangevuld of vervangen bij een gezamenlijk decreet dat door dezelfde Parlementen wordt aangenomen.
Het kan enkel worden opgeheven door een gezamenlijk decreet dat door dezelfde Parlementen wordt aangenomen of door een decreet dat wordt aangenomen door één van de betrokken Parlementen na overleg. Dat overleg vindt plaats binnen de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde interparlementaire commissie.
Een gezamenlijk decreet kan de bepalingen van een samenwerkingsakkoord dat afgesloten werd tussen gemeenschappen en gewesten opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen voor zover het gezamenlijk decreet wordt aangenomen door alle gemeenschappen en gewesten die partij zijn bij het samenwerkingsakkoord. Een samenwerkingsakkoord dat gesloten wordt door gemeenschappen en gewesten, kan de bepalingen van een gezamenlijk decreet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen wanneer dit gezamenlijk decreet werd aangenomen door dezelfde gemeenschappen en gewesten.
In de gevallen waarin volgens deze wet een samenwerkingsakkoord gesloten dient te worden tussen gemeenschappen en gewesten, kan deze samenwerking ook gebeuren door middel van een gezamenlijk decreet.
§ 5. De gezamenlijke uitvoeringsbesluiten bedoeld in paragraaf 3 kunnen de geldende regelgevende bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Ze kunnen enkel door gezamenlijke uitvoeringsbesluiten worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen. ".
Art. 3. Dans la même loi spéciale, il est inséré un article 92bis/1 rédigé comme suit :
" Art. 92bis/1. § 1er. Sans préjudice de l'article 92bis, et dans le respect des compétences attribuées respectivement à leur Parlement et à leur Gouvernement, les communautés et les régions peuvent adopter des décrets conjoints ou des arrêtés d'exécution des décrets conjoints portant notamment sur la création et la gestion conjointe de services et institutions communs, sur l'exercice conjoint de compétences propres ou sur le développement d'initiatives en commun.
Les décrets adoptés conformément à l'alinéa 1er ont pour intitulé "décret conjoint de" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets.
§ 2. Le droit d'initiative des décrets conjoints appartient aux Gouvernements et aux membres des Parlements concernés.
Préalablement à leur adoption par les Parlements des communautés et des régions auprès desquels ces propositions ou projets de décret conjoint sont déposés, ceux-ci sont adoptés par une commission interparlementaire, composée d'un nombre égal de représentants de chacun des Parlements concernés, chacune des délégations étant composée dans le respect de la représentation proportionnelle des groupes politiques du Parlement que la délégation représente. Chaque délégation comprend un minimum de neuf membres. Les séances de la commission interparlementaire sont publiques.
Une proposition ou un projet de décret conjoint est examiné par la commission interparlementaire lorsque les Parlements concernés l'ont eux-mêmes pris en considération.
L'intitulé du décret conjoint comprend en tout cas les mots "décret conjoint".
Le projet ou la proposition n'est adopté par la commission interparlementaire que si la majorité des membres est présente et qu'il est adopté par une majorité absolue des membres de chaque délégation.
Si un des Parlements concernés amende le projet ou la proposition, celui-ci est renvoyé à la commission interparlementaire.
Les décrets conjoints sont sanctionnés et promulgués par les Gouvernements concernés après avoir constaté qu'un texte identique a été adopté par tous les Parlements respectifs.
§ 3. Sans préjudice de la possibilité dont disposent les Gouvernements pour, chacun en ce qui le concerne, exécuter séparément les décrets conjoints, un décret conjoint peut prévoir que tout ou partie de son exécution sera assurée par des arrêtés d'exécution conjoints.
Ces arrêtés d'exécution conjoints sont adoptés par chacun des Gouvernements concernés, après qu'ils se soient accordés sur leur contenu. Ils ont pour intitulé "arrêté d'exécution conjoint" suivi de la dénomination des Gouvernements concernés et de l'intitulé des décrets qu'ils exécutent.
§ 4. Un décret conjoint peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions légales ou décrétales en vigueur. Il ne peut être modifié, complété ou remplacé que par un décret conjoint adopté par les mêmes Parlements.
Il ne peut être abrogé que par un décret conjoint adopté par les mêmes Parlements ou par un décret adopté par un des Parlements concernés après une concertation. Cette concertation a lieu au sein de la commission interparlementaire, visée au paragraphe 2, alinéa 2.
Un décret conjoint peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions d'un accord de coopération conclu entre des communautés et des régions pour autant que le décret conjoint soit adopté par l'ensemble des communautés et des régions qui sont parties à l'accord de coopération. Un accord de coopération qui est conclu par des communautés et des régions, peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions d'un décret conjoint lorsque ce décret conjoint a été adopté par les mêmes communautés et régions.
Dans les cas où, selon la présente loi, un accord de coopération doit être conclu entre des communautés et des régions, cette coopération peut aussi avoir lieu au moyen d'un décret conjoint.
§ 5. Les arrêtés d'exécution conjoints visés au paragraphe 3 peuvent abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions réglementaires en vigueur. Ils ne peuvent être abrogés, complétés, modifiés ou remplacés que par des arrêtés d'exécution conjoints. ".
" Art. 92bis/1. § 1er. Sans préjudice de l'article 92bis, et dans le respect des compétences attribuées respectivement à leur Parlement et à leur Gouvernement, les communautés et les régions peuvent adopter des décrets conjoints ou des arrêtés d'exécution des décrets conjoints portant notamment sur la création et la gestion conjointe de services et institutions communs, sur l'exercice conjoint de compétences propres ou sur le développement d'initiatives en commun.
Les décrets adoptés conformément à l'alinéa 1er ont pour intitulé "décret conjoint de" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets.
§ 2. Le droit d'initiative des décrets conjoints appartient aux Gouvernements et aux membres des Parlements concernés.
Préalablement à leur adoption par les Parlements des communautés et des régions auprès desquels ces propositions ou projets de décret conjoint sont déposés, ceux-ci sont adoptés par une commission interparlementaire, composée d'un nombre égal de représentants de chacun des Parlements concernés, chacune des délégations étant composée dans le respect de la représentation proportionnelle des groupes politiques du Parlement que la délégation représente. Chaque délégation comprend un minimum de neuf membres. Les séances de la commission interparlementaire sont publiques.
Une proposition ou un projet de décret conjoint est examiné par la commission interparlementaire lorsque les Parlements concernés l'ont eux-mêmes pris en considération.
L'intitulé du décret conjoint comprend en tout cas les mots "décret conjoint".
Le projet ou la proposition n'est adopté par la commission interparlementaire que si la majorité des membres est présente et qu'il est adopté par une majorité absolue des membres de chaque délégation.
Si un des Parlements concernés amende le projet ou la proposition, celui-ci est renvoyé à la commission interparlementaire.
Les décrets conjoints sont sanctionnés et promulgués par les Gouvernements concernés après avoir constaté qu'un texte identique a été adopté par tous les Parlements respectifs.
§ 3. Sans préjudice de la possibilité dont disposent les Gouvernements pour, chacun en ce qui le concerne, exécuter séparément les décrets conjoints, un décret conjoint peut prévoir que tout ou partie de son exécution sera assurée par des arrêtés d'exécution conjoints.
Ces arrêtés d'exécution conjoints sont adoptés par chacun des Gouvernements concernés, après qu'ils se soient accordés sur leur contenu. Ils ont pour intitulé "arrêté d'exécution conjoint" suivi de la dénomination des Gouvernements concernés et de l'intitulé des décrets qu'ils exécutent.
§ 4. Un décret conjoint peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions légales ou décrétales en vigueur. Il ne peut être modifié, complété ou remplacé que par un décret conjoint adopté par les mêmes Parlements.
Il ne peut être abrogé que par un décret conjoint adopté par les mêmes Parlements ou par un décret adopté par un des Parlements concernés après une concertation. Cette concertation a lieu au sein de la commission interparlementaire, visée au paragraphe 2, alinéa 2.
Un décret conjoint peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions d'un accord de coopération conclu entre des communautés et des régions pour autant que le décret conjoint soit adopté par l'ensemble des communautés et des régions qui sont parties à l'accord de coopération. Un accord de coopération qui est conclu par des communautés et des régions, peut abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions d'un décret conjoint lorsque ce décret conjoint a été adopté par les mêmes communautés et régions.
Dans les cas où, selon la présente loi, un accord de coopération doit être conclu entre des communautés et des régions, cette coopération peut aussi avoir lieu au moyen d'un décret conjoint.
§ 5. Les arrêtés d'exécution conjoints visés au paragraphe 3 peuvent abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions réglementaires en vigueur. Ils ne peuvent être abrogés, complétés, modifiés ou remplacés que par des arrêtés d'exécution conjoints. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof
CHAPITRE 3. - Modification de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle
Art. 4. In artikel 8 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 9 februari 2003 en 21 februari 2010, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
" Indien het Hof een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, die overeenkomstig artikel 92bis/1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen werd aangenomen, geheel of gedeeltelijk vernietigt, vernietigt het ook de overeenstemmende bepalingen die in het decreet of de decreten, of de regel of regels als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, voorkomen die gelijktijdig werd(en) aangenomen. ".
" Indien het Hof een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, die overeenkomstig artikel 92bis/1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen werd aangenomen, geheel of gedeeltelijk vernietigt, vernietigt het ook de overeenstemmende bepalingen die in het decreet of de decreten, of de regel of regels als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, voorkomen die gelijktijdig werd(en) aangenomen. ".
Art. 4. Dans l'article 8 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, modifié par les lois spéciales des 9 février 2003 et 21 février 2010, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Lorsque la Cour annule, en tout ou en partie, un décret ou une règle visée à l'article 134 de la Constitution, adopté conformément à l'article 92bis/1 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, elle annule également les dispositions correspondantes figurant dans le ou les décrets, ou la ou les règles visées à l'article 134 de la Constitution, adoptés conjointement. ".
" Lorsque la Cour annule, en tout ou en partie, un décret ou une règle visée à l'article 134 de la Constitution, adopté conformément à l'article 92bis/1 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, elle annule également les dispositions correspondantes figurant dans le ou les décrets, ou la ou les règles visées à l'article 134 de la Constitution, adoptés conjointement. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises
Art. 5. Artikel 28 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 16 juli 1993, 13 juli 2001, 10 juli 2003, 27 maart 2006 en 6 januari 2014, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In afwijking van artikel 35, § 2, van de bijzondere wet worden de ordonnanties die genomen zijn met toepassing van artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, aangenomen bij volstrekte meerderheid van stemmen in elke taalgroep. ".
" In afwijking van artikel 35, § 2, van de bijzondere wet worden de ordonnanties die genomen zijn met toepassing van artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, aangenomen bij volstrekte meerderheid van stemmen in elke taalgroep. ".
Art. 5. L'article 28 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, modifié par les lois spéciales des 16 juillet 1993, 13 juillet 2001, 10 juillet 2003, 27 mars 2006 et 6 janvier 2014, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'article 35, § 2, de la loi spéciale, les ordonnances prises en application de l'article 92bis/1 de la loi spéciale sont adoptées à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique. ".
" Par dérogation à l'article 35, § 2, de la loi spéciale, les ordonnances prises en application de l'article 92bis/1 de la loi spéciale sont adoptées à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique. ".
Art. 6. Artikel 42 van dezelfde bijzondere wet wordt aangevuld met vier leden, luidende :
" Indien het ontwerp of het voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, bij het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt ingediend, behoort ten minste een derde van de delegatie van het Parlement in de interparlementaire commissie bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet tot de minst talrijke taalgroep met een minimum van drie leden.
De proportionele vertegenwoordiging bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet wordt, wat de delegatie van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, per taalgroep georganiseerd.
Onverminderd artikel 92bis/1, § 2, vijfde lid, van de bijzondere wet, wordt een ontwerp of voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, door de interparlementaire commissie aangenomen bij volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep binnen de delegatie van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De overeenkomstig het vierde lid aangenomen ordonnanties hebben naar gelang van de betrokken entiteiten als opschrift "gezamenlijk decreet en ordonnantie van" of "gezamenlijke ordonnantie van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten of ordonnanties aannemen. ".
" Indien het ontwerp of het voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, bij het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt ingediend, behoort ten minste een derde van de delegatie van het Parlement in de interparlementaire commissie bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet tot de minst talrijke taalgroep met een minimum van drie leden.
De proportionele vertegenwoordiging bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet wordt, wat de delegatie van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, per taalgroep georganiseerd.
Onverminderd artikel 92bis/1, § 2, vijfde lid, van de bijzondere wet, wordt een ontwerp of voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, door de interparlementaire commissie aangenomen bij volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep binnen de delegatie van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De overeenkomstig het vierde lid aangenomen ordonnanties hebben naar gelang van de betrokken entiteiten als opschrift "gezamenlijk decreet en ordonnantie van" of "gezamenlijke ordonnantie van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten of ordonnanties aannemen. ".
Art. 6. L'article 42 de la même loi spéciale est complété par quatre alinéas rédigés comme suit :
" Si le projet ou la proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est déposé auprès du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, au moins un tiers de la délégation du Parlement au sein de la commission interparlementaire visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale appartient au groupe linguistique le moins nombreux avec un minimum de trois membres.
La représentation proportionnelle visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale est, en ce qui concerne la délégation du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, organisée par groupe linguistique.
Sans préjudice de l'article 92bis/1, § 2, alinéa 5, de la loi spéciale, un projet ou une proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est adopté par la commission interparlementaire à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique de la délégation du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les ordonnances adoptées conformément à l'alinéa 4 ont pour intitulé, selon les entités concernées, "décret et ordonnance conjoints" ou "ordonnance conjointe" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets ou ordonnances. ".
" Si le projet ou la proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est déposé auprès du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, au moins un tiers de la délégation du Parlement au sein de la commission interparlementaire visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale appartient au groupe linguistique le moins nombreux avec un minimum de trois membres.
La représentation proportionnelle visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale est, en ce qui concerne la délégation du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, organisée par groupe linguistique.
Sans préjudice de l'article 92bis/1, § 2, alinéa 5, de la loi spéciale, un projet ou une proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est adopté par la commission interparlementaire à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique de la délégation du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les ordonnances adoptées conformément à l'alinéa 4 ont pour intitulé, selon les entités concernées, "décret et ordonnance conjoints" ou "ordonnance conjointe" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets ou ordonnances. ".
Art. 7. In artikel 63 van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden ", 92bis/1" ingevoegd tussen de woorden "92bis" en de woorden "92ter";
2° het artikel wordt aangevuld met vier leden, luidende :
" Indien het ontwerp of het voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, bij de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt ingediend, behoort ten minste één derde van de delegatie van die vergadering in de interparlementaire commissie bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet, tot de minst talrijke taalgroep met een minimum van drie leden.
De proportionele vertegenwoordiging bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet wordt, wat de delegatie van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreft, per taalgroep georganiseerd.
Onverminderd artikel 92bis/1, § 2, vijfde lid, van de bijzondere wet, wordt een ontwerp of voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, door de interparlementaire commissie aangenomen bij volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep binnen de delegatie van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De overeenkomstig de voorgaande leden aangenomen ordonnanties hebben naar gelang van de betrokken entiteiten als opschrift "gezamenlijk decreet en ordonnantie van" of "gezamenlijke ordonnantie van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten of ordonnanties aannemen. ".
1° in het eerste lid worden de woorden ", 92bis/1" ingevoegd tussen de woorden "92bis" en de woorden "92ter";
2° het artikel wordt aangevuld met vier leden, luidende :
" Indien het ontwerp of het voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, bij de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt ingediend, behoort ten minste één derde van de delegatie van die vergadering in de interparlementaire commissie bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet, tot de minst talrijke taalgroep met een minimum van drie leden.
De proportionele vertegenwoordiging bedoeld in artikel 92bis/1, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet wordt, wat de delegatie van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreft, per taalgroep georganiseerd.
Onverminderd artikel 92bis/1, § 2, vijfde lid, van de bijzondere wet, wordt een ontwerp of voorstel van gezamenlijk decreet bedoeld in artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, door de interparlementaire commissie aangenomen bij volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep binnen de delegatie van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De overeenkomstig de voorgaande leden aangenomen ordonnanties hebben naar gelang van de betrokken entiteiten als opschrift "gezamenlijk decreet en ordonnantie van" of "gezamenlijke ordonnantie van" gevolgd door de benaming van alle entiteiten die deze decreten of ordonnanties aannemen. ".
Art. 7. A l'article 63 de la même loi spéciale, modifié par la loi spéciale du 5 mai 1993, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots ", 92bis/1" sont insérés entre les mots "92bis" et les mots "et 92ter";
2° l'article est complété par quatre alinéas rédigés comme suit :
" Si le projet ou la proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est déposé auprès de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune, au moins un tiers de la délégation de cette assemblée au sein de la commission interparlementaire visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale, appartient au groupe linguistique le moins nombreux avec un minimum de trois membres.
La représentation proportionnelle visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale, est, en ce qui concerne la délégation de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune, organisée par groupe linguistique.
Sans préjudice de l'article 92bis/1, § 2, alinéa 5, de la loi spéciale, un projet ou une proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est adopté par la commission interparlementaire à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique de la délégation de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune.
Les ordonnances adoptées conformément aux alinéas précédents ont pour intitulé, selon les entités concernées, "décret et ordonnance conjoints" ou "ordonnance conjointe" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets ou ordonnances. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots ", 92bis/1" sont insérés entre les mots "92bis" et les mots "et 92ter";
2° l'article est complété par quatre alinéas rédigés comme suit :
" Si le projet ou la proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est déposé auprès de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune, au moins un tiers de la délégation de cette assemblée au sein de la commission interparlementaire visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale, appartient au groupe linguistique le moins nombreux avec un minimum de trois membres.
La représentation proportionnelle visée à l'article 92bis/1, § 2, alinéa 2, de la loi spéciale, est, en ce qui concerne la délégation de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune, organisée par groupe linguistique.
Sans préjudice de l'article 92bis/1, § 2, alinéa 5, de la loi spéciale, un projet ou une proposition de décret conjoint visé à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, est adopté par la commission interparlementaire à la majorité absolue des suffrages dans chaque groupe linguistique de la délégation de l'assemblée réunie de la Commission communautaire commune.
Les ordonnances adoptées conformément aux alinéas précédents ont pour intitulé, selon les entités concernées, "décret et ordonnance conjoints" ou "ordonnance conjointe" suivi de la dénomination de toutes les entités qui adoptent ces décrets ou ordonnances. ".
Art. 8. In artikel 72, vierde lid, van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 16 juli 1993 en 13 juli 2001, wordt de zin "Als deze meerderheid niet gehaald wordt in een taalgroep, wordt een tweede stemming gehouden." vervangen door de zin "Behoudens in geval van stemming over een ontwerp of voorstel van ordonnantie overeenkomstig artikel 92bis/1 van de bijzondere wet, wordt een tweede stemming gehouden als deze meerderheid niet gehaald wordt.".
Art. 8. Dans l'article 72, alinéa 4, de la même loi spéciale, modifié par les lois spéciales des 16 juillet 1993 et 13 juillet 2001, les mots "Si cette majorité" sont remplacés par les mots "Sauf en cas de vote sur un projet ou une proposition d'ordonnance visée à l'article 92bis/1 de la loi spéciale, si cette majorité".
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 6 januari 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Staatssecretaris voor Staatshervorming,
M. WATHELET
De Staatssecretaris voor Staatshervorming,
S. VERHERSTRAETEN
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Gegeven te Brussel, 6 januari 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
E. DI RUPO
De Staatssecretaris voor Staatshervorming,
M. WATHELET
De Staatssecretaris voor Staatshervorming,
S. VERHERSTRAETEN
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 6 janvier 2014.
PHILIPPE
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
E. DI RUPO
Le Secrétaire d'Etat aux Réformes institutionnelles,
M. WATHELET
Le Secrétaire d'Etat aux Réformes institutionnelles,
S. VERHERSTRAETEN
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Donné à Bruxelles, le 6 janvier 2014.
PHILIPPE
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
E. DI RUPO
Le Secrétaire d'Etat aux Réformes institutionnelles,
M. WATHELET
Le Secrétaire d'Etat aux Réformes institutionnelles,
S. VERHERSTRAETEN
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM