Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 FEBRUARI 2014. - Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 347/2013
Titre
27 FEVRIER 2014. - Accord de coopération du 27 février 2014 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la création d'un comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations pour des projets d'infrastructures énergétiques transeuropéennes, en exécution du Règlement (UE) n° 347/2013
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK 1. - Beginselen
CHAPITRE 1er. - Principes de base
Artikel 1. Dit samenwerkingsakkoord regelt de samenwerking tussen de Federale Staat en de gewesten(hierna "de partijen" genoemd) met het oog op het coördineren en stroomlijnen van hun respectieve vergunningsverleningsprocedures, zoals bedoeld in hoofdstuk III van de Verordening (EU) nr. 347/2013.
Article 1er. Le présent accord de coopération règle la coopération entre l'Etat fédéral et les Régions (ci-après dénommés " les parties ") en vue de la coordination et de l'harmonisation de leurs procédures respectives pour l'octroi des autorisations, tel que visé au chapitre III du Règlement (UE) n° 347/2013.
Art. 2. § 1. Deze samenwerking verloopt in het kader van een structuur, "vergunningscoördinerend en -faciliterend comité" genaamd.
  Het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité vervult de rol van nationale bevoegde instantie, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, van de Verordening (EU) nr. 347/2013.
  § 2. De opdrachten van het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité zijn:
  1° het coördineren van de vergunningsverleningsprocedures voor de in artikel 2.3, van de Verordening (EU) nr. 347/2013 vermelde projecten; en
  2° het toezien op de tijdige en correcte uitvoering van de in de verordening vermelde bepalingen.
Art. 2. § 1er. Cette coopération se déroule dans le cadre d'une structure, appelée " comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations ".
  Le comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations assume le rôle de l'autorité nationale compétente visée à l'article 8, paragraphe 1er, du Règlement (UE) n° 347/2013.
  § 2. Les missions du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations sont les suivantes :
  1° la coordination des procédures d'octroi des autorisations pour les projets cités à l'article 2.3, du Règlement (UE) n° 347/2013; et
  2° la surveillance de la mise en oeuvre en temps utile et correcte des dispositions reprises dans le règlement.
Art. 3. Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder:
  1° `verordening': de Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009;
  2° 'raambesluit': de verzameling van de door de betrokken federale en gewestelijke overheden -met uitzondering van rechterlijke instanties- genomen besluiten die bepalen of een projectpromotor een vergunning voor de bouw van de energie-infrastructuur met betrekking tot een project krijgt, onverminderd alle besluiten die worden genomen in de context van procedures van administratief beroep;
  3° 'project': één of verscheidene hoogspanningslijnen, pijpleidingen, faciliteiten, uitrustingen of installaties die volgens de in het tweede hoofdstuk van de verordening bepaalde procedure in de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang werden opgenomen;
  4° 'projectpromotor':
  a) een transmissiesysteembeheerder, een distributiesysteembeheerder of een andere exploitant of investeerder die een project ontwikkelt, zoals gedefinieerd in artikel 3, 3° ; of
  b) als er verscheidene transmissiesysteembeheerders, distributiesysteembeheerders, andere exploitanten, investeerders, of groeperingen daarvan zijn, de entiteit met rechtspersoonlijkheid overeenkomstig het geldende nationale recht die bij contract onder hen is gekozen en die de capaciteit heeft om namens de partijen bij de contractuele overeenkomst wettelijke verplichtingen en financiële aansprakelijkheid aan te gaan;
  5° `vergunning': elke vergunning, verklaring of toelating die bepaalt of een projectpromotor de toelating voor de bouw van de energie-infrastructuur met betrekking tot een project krijgt, met name deze met betrekking tot leefmilieu, ruimtelijke ordening, het verklaren van een project als zijnde van algemeen belang en het verlenen van toegang tot publieke en private terreinen.
Art. 3. Pour l'application du présent accord de coopération, il y a lieu d'entendre par :
  1° `règlement': le Règlement (UE) n° 347/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2013 concernant des orientations pour les infrastructures énergétiques transeuropéennes, et abrogeant la Décision n° 1364/2006/CE et modifiant les Règlements (CE) n° 713/2009, (CE) n° 714/2009 et (CE) n° 715/2009;
  2° `décision globale': l'ensemble des décisions prises par les autorités fédérales et régionales -à l'exception des cours et tribunaux- qui détermine si le promoteur d'un projet peut se voir accorder ou non l'autorisation de construire l'infrastructure énergétique permettant de réaliser un projet, sans préjudice de toute décision prise dans le cadre d'une procédure de recours administratif;
  3° 'projet': un(e) ou plusieurs lignes, gazoducs, oléoducs, installations ou équipements qui, conformément à la procédure déterminée dans le deuxième chapitre du règlement, ont été intégrés dans la liste de l'Union reprenant les projets d'intérêt commun;
  4° 'promoteur de projets' :
  a) un gestionnaire de réseau de transport, un gestionnaire de réseau de distribution ou tout autre gestionnaire ou investisseur qui développe un projet défini à l'article 3, 3° ; ou
  b) dans le cas où sont concernés plusieurs gestionnaires de réseau de transport, gestionnaires de réseau de distribution, autres gestionnaires, autres investisseurs, ou groupes de ces catégories, l'entité dotée de la personnalité juridique au titre du droit national applicable, désignée en vertu d'un arrangement contractuel entre ces parties et dotée de la capacité de contracter des obligations juridiques et d'assumer la responsabilité financière pour le compte des parties à l'arrangement contractuel;
  5° `autorisation' : tout permis, déclaration ou autorisation qui détermine si un promoteur de projets peut avoir l'autorisation pour la construction de l'infrastructure énergétique relative à un projet, à savoir celle relative à l'environnement, l'aménagement du territoire, la déclaration du projet comme étant d'intérêt commun et l'attribution d'accès à des terrains publics et privés.
Art. 4. § 1. De regeling in dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op de projecten bedoeld in artikel 3, 3° ter uitvoering van hoofdstuk III van de verordening.
  § 2. Voor projecten die zich in het vergunningsverleningsproces bevinden en waarvoor een projectontwikkelaar vóór 16 november 2013 een aanvraagdossier heeft ingediend, zijn de bepalingen in dit samenwerkingsakkoord niet van toepassing.
  § 3. Overeenkomstig artikel 5, lid 9, tweede alinea van de verordening, behoudt een project dat niet meer op de Unielijst staat, overeenkomstig artikel 3 van de verordening, maar waarvoor een aanvraagdossier voor behandeling door het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité is aanvaard, de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hoofdstuk III van de verordening, behalve indien het project niet meer op de lijst staat om de redenen die vermeld zijn in artikel 5, lid 8, van de verordening.
Art. 4. § 1er. La règlementation reprise dans le présent accord de coopération est applicable aux projets visés à l'article 3, 3° portant exécution du chapitre III du règlement.
  § 2. En ce qui concerne les projets pour lesquels le promoteur de projets a déposé, dans le cadre de la procédure d'octroi des autorisations, un dossier de demande avant le 16 novembre 2013, les dispositions du présent accord de coopération ne sont pas applicables.
  § 3. Conformément à l'article 5, paragraphe 9, deuxième alinéa, un projet qui n'est plus inscrit sur la liste de l'Union, conformément à l'article 3 du règlement, mais pour lequel un dossier de demande a été accepté pour examen par le comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations conserve les droits et obligations découlant du chapitre III du règlement, sauf lorsque le projet n'est plus inscrit sur la liste pour les motifs énoncés à l'article 5, paragraphe 8, du règlement.
HOOFDSTUK 2. - De structuur vergunningscoördinerend en -faciliterend comité
CHAPITRE 2. - La structure du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations
Afdeling 1. - Algemeen
Section 1re. - Généralités
Art. 5. Het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité bestaat uit een coördinatieorgaan, opvolgingsorganen en een secretariaat.
Art. 5. Le comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations se compose d'un organe de coordination, des organes de suivi et d'un secrétariat.
Afdeling 2. - Het Coördinatieorgaan
Section 2. - L'organe de coordination
Onderafdeling 1. - Opdrachten
Sous-section 1re. - Missions
Art. 6. De opdrachten van het coördinatieorgaan zijn:
  1° het toezicht houden op de algemene werking van het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité en het waken over de efficiënte behandeling van de vergunningsverleningsprocedures;
  2° het bespreken en goedkeuren van de begroting en de overige kosten, zoals vermeld in artikel 22.
  3° het coördineren van de uitvoering van de bepalingen van hoofdstuk III van de verordening;
  4° het uitwerken, publiceren en, wanneer nodig, actualiseren van de handleiding, vastgesteld in artikel 9, lid 1, van de verordening;
  5° het aanvaarden of, wanneer zij van oordeel is dat het project onvoldoende gerijpt is om het vergunningverleningsproces op te starten, weigeren in schriftelijke vorm van de kennisgeving van een project, overeenkomstig artikel 10, lid 1, a), van de verordening, niet later dan drie maanden volgend op de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving.
  De datum van de ondertekening van de aanvaarding van de kennisgeving door het coördinatieorgaan dient als startdatum van het vergunningsverleningsproces zoals vastgesteld in artikel 10, lid 1, a), van de verordening. Wanneer twee of meer lidstaten betrokken zijn, dient de datum van de aanvaarding van de laatste kennisgeving van de bevoegde instantie, zoals vastgesteld in artikel 10, lid 1, a), van de verordening, als startdatum van het vergunningsverleningsproces;
  6° het onverwijld oprichten en bepalen van de samenstelling van een project-specifiek opvolgingsorgaan, indien het coördinatieorgaan overeenkomstig artikel 6, 5°, beslist een schriftelijke kennisgeving te bevestigen;
  7° het toezicht houden op de goede werking van de opvolgingsorganen;
  8° het coördineren van het verweer wanneer een geding bij een rechtscollege aanhangig wordt gemaakt waarin beslissingen van het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité worden betwist;
  9° het aangeven aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat, in overeenstemming met artikel 9, lid 6, van de verordening, wanneer het wil deelnemen aan de procedures van openbare raadpleging van projecten die waarschijnlijk aanzienlijke grensoverschrijdende effecten zullen hebben op het Belgische grondgebied, waarbij artikel 7 van Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, van toepassing zijn;
  10° het uitwisselen, op vraag van één van de vertegenwoordigers, van informatie over het vergunningsverleningsproces van andere energie-gerelateerde infrastructuurprojecten, zowel netwerken als productie-eenheden, dan deze gedefinieerd in artikel 3, 3° ;
  11° het, binnen de schoot van het orgaan, uitwisselen van informatie met betrekking tot veranderingen aan het respectieve vergunningverlenend kader en het uitwisselen van goede praktijken;
  12° het formuleren van voorstellen en adviezen aan de bevoegde ministers, op eigen initiatief of op hun vraag;
  13° het formuleren van voorstellen en adviezen, op eigen initiatief of op hun vraag, aan de federale of gewestelijke regering, met het oog op het onderling afstemmen van hun respectievelijke beleid inzake vergunningsverlening aan energieprojecten.
Art. 6. Les missions de l'organe de coordination sont :
  1° surveiller le fonctionnement général du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations et veiller au traitement efficace des procédures pour l'octroi des autorisations;
  2° discuter et approuver le budget et les autres frais, mentionnés à l'article 22.
  3° coordonner la mise en oeuvre des dispositions du chapitre III du règlement;
  4° élaborer, publier et, au besoin, actualiser le manuel, prévu à l'article 9, paragraphe 1er, du règlement;
  5° accepter ou, s'il est d'avis que le projet n'est pas suffisamment mature pour entamer le processus d'octroi des autorisations, rejeter la notification d'un projet, sous forme écrite, conformément à l'article 10, paragraphe 1er, a), du règlement, dans les trois mois suivant la réception de la notification écrite.
  La date de la signature de l'acceptation de la notification par l'organe de coordination sert de date de démarrage du processus d'octroi des autorisations, telle que définie à l'article 10, paragraphe 1er, a), du règlement. Lorsque deux ou plusieurs Etats membres sont concernés, la date de l'acceptation de la dernière notification de l'autorité compétente, telle que fixée à l'article 10, paragraphe 1er, a), du règlement, sert de date de démarrage du processus d'octroi des autorisations;
  6° créer, sans délai, et déterminer la composition d'un organe de suivi spécifique pour le projet, si l'organe de coordination décide de confirmer une notification écrite, conformément à l'article 6, 5° ;
  7° surveiller le bon fonctionnement des organes de suivi;
  8° coordonner la défense lorsqu'une juridiction est saisie d'un litige faisant l'objet d'une contestation des décisions du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations;
  9° communiquer à l'autorité compétente de l'Etat membre concerné, conformément à l'article 9, paragraphe 6, du règlement, lorsqu'il souhaite participer aux procédures de consultation publique de procédures qui auront probablement des effets transfrontaliers importants sur le territoire belge, l'article 7 de la Directive 2011/92/UE du 13 décembre 2011 concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement et la Convention d'Espoo sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière étant d'application;
  10° échanger, à la demande de l'un des représentants, des informations sur le processus d'octroi des autorisations d'autres projets d'infrastructures liés à l'énergie, tant les réseaux que les unités de production, que ceux définis à l'article 3, 3° ;
  11° échanger, au sein de l'organe, des informations relatives aux modifications au cadre respectif pour l'octroi des autorisations et échanger de bonnes pratiques;
  12° formuler des propositions et avis aux ministres compétents, de sa propre initiative ou à leur demande;
  13° formuler des propositions ou des avis aux gouvernements fédéral ou régionaux, de sa propre initiative ou à leur demande, afin d'accorder mutuellement leur politique sur l'octroi des autorisations aux projets énergétiques.
Onderafdeling 2. - Samenstelling
Sous-section 2. - Composition
Art. 7. § 1. Het coördinatieorgaan is samengesteld uit drie stemgerechtigde vertegenwoordigers voor de Federale Staat en drie stemgerechtigde vertegenwoordigers per gewest.
  § 2. Elk van de vertegenwoordigers heeft een plaatsvervanger.
  Deze plaatsvervanger vervangt de vertegenwoordiger wanneer hij verhinderd is.
  § 3. De vertegenwoordigers en plaatsvervangers worden benoemd voor een mandaat van maximaal acht jaar.
  De vertegenwoordigers en plaatsvervangers mogen meerdere opeenvolgende mandaten uitoefenen.
  § 4. De vertegenwoordigers en plaatsvervangers worden als volgt benoemd:
  1° De vertegenwoordigers en plaatsvervangers van de Federale Staat worden respectievelijk benoemd door de federale minister bevoegd voor Energie, de federale minister bevoegd voor het Marien Milieu en de federale minister bevoegd voor Leefmilieu;
  2° De vertegenwoordigers en plaatsvervangers van het Vlaamse Gewest worden benoemd door de Vlaamse Regering;
  3° De vertegenwoordigers en plaatsvervangers van het Waalse Gewest worden benoemd door de Waalse Regering;
  4° De vertegenwoordigers en plaatsvervangers van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden benoemd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
  § 5. Het coördinatieorgaan kan projectpromotoren of andere belanghebbenden op ad hoc basis uitnodigen met het oog op niet-bindend advies.
Art. 7. § 1er. L'organe de coordination se compose de trois représentants ayant droit de vote pour l'Etat fédéral et de trois représentants ayant droit de vote par Région.
  § 2 Chacun des représentants a un suppléant.
  Ce suppléant remplace le représentant lorsque celui-ci est empêché.
  § 3. Les représentants et suppléants sont nommés pour un mandat de huit ans maximum.
  Les représentants et suppléants peuvent exercer plusieurs mandats successifs.
  § 4 Les représentants et les suppléants sont nommés comme suit :
  1° Les représentants et les suppléants de l'Etat fédéral sont nommés respectivement par le ministre fédéral ayant l'Energie dans ses attributions, le ministre fédéral ayant la Protection du Milieu marin dans ses attributions et le ministre fédéral ayant l'Environnement dans ses attributions;
  2° Les représentants et les suppléants de la Région flamande sont nommés respectivement par le Gouvernement flamand;
  3° Les représentants et les suppléants de la Région wallonne sont nommés par le Gouvernement wallon;
  4° Les représentants et les suppléants de la Région de Bruxelles-Capitale sont nommés par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
  § 5. L'organe de coordination peut inviter, sur base ad hoc, des promoteurs de projets ou d'autres parties prenantes, afin de recueillir leur avis non contraignant.
Art. 8. § 1. Het Coördinatieorgaan wordt afwisselend voorgezeten door een vertegenwoordiger van de federale Staat en door een vertegenwoordiger van de Gewesten.
  Het voorzitterschap wordt afwisselend als volgt waargenomen :
  1. een vertegenwoordiger van de Federale Staat;
  2. een vertegenwoordiger van het Waalse Gewest;
  3. een vertegenwoordiger van de Vlaamse Gewest;
  4. een vertegenwoordiger van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
  Een overheid kan echter afstand doen van het aan haar toevertrouwde voorzitterschapsmandaat. Zij stelt de leden van het coördinatieorgaan hier minstens 6 maanden voor de aanvang van het desbetreffende voorzitterschap van op de hoogte.
  Het voorzitterschap geldt voor een periode van 24 maanden van 1 januari tot 31 december.
  Bij wijze van uitzondering zal het eerste voorzitterschap aanvangen op de datum van inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord en zal worden waargenomen tot 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar.
  § 2. De taken van de voorzitter zijn :
  1° het bepalen van plaats, dag, uur en agenda van de zittingen;
  2° het openen en sluiten van de zittingen;
  3° het leiden van de besprekingen;
  4° het delegeren, in voorkomend geval, van administratieve taken aan het secretariaat.
Art. 8. § 1er. L'organe de coordination est présidé alternativement par un représentant de l'Etat fédéral et par un représentant des Régions.
  La présidence est assurée alternativement comme suit :
  1. un représentant de l'Etat fédéral;
  2. un représentant de la Région wallonne;
  3. un représentant de la Région flamande;
  4. un représentant de la Région de Bruxelles-Capitale.
  Cependant, une autorité peut renoncer au mandat de président qui lui a été confié. Elle en informe les membres de l'organe de coordination, au moins 6 mois avant le début de la présidence concernée.
  La présidence a effet pour une période de 24 mois du 1er janvier au 31 décembre.
  A titre d'exception, la première présidence débutera à la date de l'entrée en vigueur du présent accord de coopération et sera assurée jusqu'au 31 décembre de l'année civile suivante.
  § 2. Les missions du président sont les suivantes :
  1° déterminer le lieu, le jour, l'heure et l'ordre du jour des séances;
  2° ouvrir et clôturer les séances;
  3° diriger les débats;
  4° le cas échéant, déléguer des tâches administratives au secrétariat.
Onderafdeling 3. - Werking
Sous-section 3. - Fonctionnement
Art. 9. § 1. Het coördinatieorgaan vergadert op verzoek van de voorzitter of van een van haar leden.
  § 2. De vergaderingen worden bijgewoond door het secretariaat, in het kader van de uitvoering van zijn taken vermeld in artikel 20.
Art. 9. § 1er. L'organe de coordination se réunit à la demande du président ou d'un de ses membres.
  § 2. Le secrétariat assiste aux réunions, dans le cadre de l'exécution de ses tâches mentionnées à l'article 20.
Art. 10. Elk lid van het coördinatieorgaan beschikt over één stem. Bij verhindering kan elk lid, na de voorzitter daarvan in kennis te hebben gesteld, zijn stemrecht delegeren aan een ander lid of plaatsvervangend lid. Elk lid kan evenwel over niet meer dan drie stemmen beschikken.
  De delegatie van het stemrecht geldt alleen voor de vergadering waarvoor zij is toegestaan.
Art. 10. Chaque membre de l'organe de coordination dispose d'une voix. En cas d'empêchement, chaque membre peut, après en avoir informé le président, déléguer son droit de vote à un autre membre ou à un membre suppléant. Cependant, aucun membre ne peut disposer de plus de trois voix.
  La délégation du droit de vote vaut seulement pour la réunion pour laquelle elle a été accordée.
Art. 11. Om op een geldige manier te beraadslagen moet minstens twee derde van de vertegenwoordigers van de Federale Staat en van elk gewest aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn middels delegatie.
  Beslissingen van het coördinatieorgaan worden genomen bij unanimiteit.
  Indien geen unanimiteit kan worden bereikt, wordt in het verslag vermeld op welke punten de meningen uiteen lopen.
  In geval van een aanhoudende onenigheid, wordt de aangelegenheid voorgelegd aan het Overlegcomité.
  Indien in de schoot van het Overlegcomité tot een akkoord wordt gekomen, wordt dit akkoord op de eerstvolgende vergadering van het coördinatieorgaan formeel bekrachtigd.
Art. 11. Une délibération valable ne peut intervenir que lorsque, au moins deux tiers des représentants de l'Etat fédéral et de chaque région sont présents ou représentés par délégation.
  Les décisions de l'organe de coordination sont prises à l'unanimité.
  Si l'unanimité ne peut pas être atteinte, le procès-verbal reprend les points faisant l'objet d'une divergence d'opinions.
  En cas de divergence persistante, l'affaire est soumise au Comité de concertation.
  Si un accord est obtenu au sein du Comité de concertation, cet accord sera formellement ratifié lors de la prochaine réunion de l'organe de coordination.
Art. 12. Het coördinatieorgaan stelt tijdens haar eerste vergadering een huishoudelijk reglement op voor alle organen van de structuur vergunningscoördinerend en -faciliterend comité, dat onder meer het volgende bepaalt:
  1° de locatie van de vergaderingen;
  2° de nadere regels betreffende de bijeenroeping van de vergaderingen;
  3° de regels voor de agendering van de te bespreken punten;
  4° de basisregels voor de werking en de leiding van het coördinatieorgaan en de opvolgingsorganen;
  5° de voorwaarden waaronder extra vergaderingen van het coördinatieorgaan en de opvolgingsorganen kunnen worden bijeengeroepen;
  6° de modaliteiten voor de schriftelijke kennisgeving van beslissingen van de organen van vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor energieprojecten.
Art. 12. Lors de sa première réunion, l'organe de coordination établit un règlement d'ordre intérieur pour tous les organes de la structure du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations, qui détermine entre autres ce qui suit :
  1° le lieu des réunions;
  2° les modalités pour la convocation des réunions;
  3° les règles pour la mise à l'ordre du jour des points à discuter;
  4° les règles de base pour le fonctionnement et la direction de l'organe de coordination et des organes de suivi;
  5° les conditions auxquelles des réunions supplémentaires de l'organe de coordination et des organes de suivi peuvent être convoquées;
  6° les modalités pour la notification écrite des décisions des organes du comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations pour des projets énergétiques.
Afdeling 3. - De Opvolgingsorganen
Section 3. - Les organes de suivi
Onderafdeling 1. - Opdrachten
Sous-section 1re. - Missions
Art. 13. De opdrachten van elk opvolgingsorgaan zijn :
  1° het omschrijven, in overeenstemming met artikel 10, lid 4, a), van de verordening, en op basis van een voorstel van de projectpromotor, van de inhoud en het niveau van detail van de informatie die als onderdeel van het aanvraagdossier door de projectpromotor moet worden ingediend om het raambesluit te bekomen.
  Een schriftelijke kennisgeving van deze beslissing wordt onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd;
  2° het vaststellen, in nauwe samenwerking met de projectpromotor en rekening houdend met artikel 10, lid 4, b) van de verordening; van een gedetailleerd schema voor het milieueffectrapportageproces en het vergunningsverleningsproces. Binnen dit schema worden, zonder afbreuk te doen aan de overeenkomstig artikel 10 van de verordening vastgestelde termijnen, redelijke termijnen vastgesteld waarbinnen de afzonderlijke vergunningen moeten worden uitgereikt.
  Een schriftelijke kennisgeving van deze beslissing wordt onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd.
  Een vergunningverlenende overheid kan ervoor kiezen om een dossier pas ontvankelijk te verklaren op de datum die in het schema wordt vastgelegd, wanneer zij voor het behandelen van een dossier nood heeft aan de resultaten van een vergunning die wordt afgegeven door een andere vergunningverlenende overheid;
  3° het toezien op de naleving van de termijnen door de vergunningverlenende overheden.
  Indien de door een vergunningverlenende overheid vast te stellen afzonderlijke vergunning naar verwachting niet binnen de vastgelegde termijn zal worden toegekend, stelt deze overheid het opvolgingsorgaan daarvan onverwijld in kennis, alsook van de redenen voor de vertraging. Vervolgens stelt het opvolgingsorgaan een nieuwe termijn vast waarbinnen die afzonderlijke vergunning moet worden getroffen, waarbij de overeenkomstig artikel 10 van de verordening vastgestelde algemene termijnen worden nageleefd.
  Een schriftelijke kennisgeving van deze beslissing wordt onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd;
  4° overeenkomstig artikel 10, lid 2, van de verordening, kan het opvolgingsorgaan vóór het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 10, lid 1, van de verordening, één of beide termijnen verlengen met de in de verordening bepaalde termijnen, wanneer zij van oordeel is dat één of beide procedures van het vergunningsverleningsproces niet kunnen worden afgerond voordat deze termijnen zijn verstreken.
  In dit geval verzoekt zij het secretariaat om de betrokken regionale groep, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de verordening, daarvan op de hoogte te brengen en in kennis te stellen van de genomen of te nemen maatregelen om het vergunningsverleningsproces met zo weinig mogelijk vertraging te kunnen afronden.
  Bovendien wordt een schriftelijke kennisgeving van deze beslissing onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd;
  5° overeenkomstig artikel 7, lid 8, van de verordening, wanneer het advies van de Commissie overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG vereist is, ziet het opvolgingsorgaan erop toe dat het besluit betreffende de dwingende redenen van groot openbaar belang inzake het project wordt genomen binnen de in artikel 10, lid 1, van de verordening genoemde termijn;
  6° het verzoeken om wijziging van het ontwerp van publieke inspraak of het aanvaarden hiervan binnen een termijn van drie maanden, overeenkomstig artikel 9, lid 3, van de verordening. Daarbij houdt het opvolgingsorgaan rekening met elke vorm van inspraak van het publiek of raadpleging die plaatsvond vóór het begin van het vergunningverleningsproces, voor zover die inspraak of raadpleging voldeed aan de eisen van artikel 9, lid 3, van de verordening.
  Het opvolgingsorgaan kan om wijzigingen verzoeken van het ontwerp van publieke participatie, wanneer de projectpromotor het opvolgingsorgaan in kennis heeft gesteld voornemens te zijn in een goedgekeurd ontwerp ingrijpende wijzigingen aan te brengen;
  7° het beschikbaar stellen, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van de verordening, van relevante informatie aan de bevoegde instanties van aangrenzende lidstaten, bij projecten die waarschijnlijk aanzienlijke grensoverschrijdende effecten hebben op één of meerdere aangrenzende lidstaten, waarbij artikel 7 van Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, van toepassing zijn;
  8° wanneer nodig, het verzoeken om toezending van eventueel ontbrekende informatie in het ontwerp aanvraagdossier, overeenkomstig artikel 10, lid 4, c), van de verordening. Binnen drie maand na de indiening van de ontbrekende informatie, gaat het opvolgingsorgaan over tot aanvaarding van de ingediende aanvraag voor behandeling.
  Een schriftelijke kennisgeving van deze beslissing wordt onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd;
  9° het coördineren van de individuele vergunningen binnen het raambesluit. Een schriftelijke kennisgeving van dit besluit wordt onverwijld aan de projectpromotor gecommuniceerd;
  10° het uitwisselen van informatie inzake hangende administratieve en jurisdictionele beroepsprocedures.
Art. 13. Les missions de chaque organe de suivi sont :
  1° déterminer, conformément à l'article 10, paragraphe 4, a), du règlement et sur la base d'une proposition du promoteur de projets, le contenu et le niveau de détail des informations que devra soumettre le promoteur de projets dans son dossier de demande, en vue d'obtenir la décision globale.
  Une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets;
  2° déterminer, en étroite coopération avec le promoteur de projets, et compte tenu de l'article 10, paragraphe 4, b) du règlement, un planning détaillé pour le processus des rapports sur les incidences environnementales et pour la procédure d'octroi d'autorisations. Sans porter préjudice aux délais déterminés conformément à l'article 10 du règlement, ce planning fixe des délais raisonnables dans lesquels les autorisations individuelles doivent être accordées.
  Une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets.
  Une autorité octroyant des autorisations peut opter de ne déclarer un dossier recevable qu'à la date fixée dans le planning lorsque, dans le cadre du traitement d'un dossier, elle a besoin des résultats d'une autorisation délivrée par une autre autorité octroyant des autorisations;
  3° surveiller le respect des délais par les autorités octroyant les autorisations.
  Lorsqu'une autorité octroyant des autorisations estime qu'elle ne pourra accorder une autorisation individuelle dans le délai prescrit, elle en informe dans les plus brefs délais l'organe de suivi et justifie ce retard. Par la suite, l'organe de suivi fixe un nouveau délai dans lequel cette autorisation individuelle est rendue, tout en continuant à respecter les échéances générales fixées conformément à l'article 10 du règlement.
  Une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets;
  4° conformément à l'article 10, paragraphe 2, du règlement, l'organe de suivi peut décider avant l'expiration des délais visés à l'article 10, paragraphe 1er, du règlement, de prolonger l'un ou les deux délais fixés dans le règlement, lorsqu'il estime qu'une ou les deux procédures du processus d'octroi des autorisations ne pourront pas être finalisées avant que ces délais ne soient expirés.
  Dans ce cas, il demande au secrétariat d'en informer le groupe régional concerné, tel que visé à l'article 3, paragraphe 1er du règlement, et de lui communiquer les mesures prises ou à prendre pour finaliser le processus d'octroi d'autorisations avec le moins de retard possible.
  De plus, une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets;
  5° conformément à l'article 7, paragraphe 8, du règlement, dans le cas où l'avis de la Commission est requis conformément à la Directive 92/43/CEE, l'organe de suivi veille à ce que la décision relative aux raisons impérieuses de grand intérêt public concernant le projet soit prise dans le délai repris à l'article 10, paragraphe 1er, du règlement;
  6° demander la modification du projet de participation du public ou l'accepter dans un délai de trois mois, conformément à l'article 9, paragraphe 3, du règlement. A cet égard, l'organe de suivi tient compte de toute forme de participation ou consultation du public ayant eu lieu avant le début du processus d'octroi des autorisations, dans la mesure où cette participation et cette consultation du public ont répondu aux exigences de l'article 9, paragraphe 3, du règlement.
  L'organe de suivi peut demander des modifications du projet de participation du public lorsque le promoteur de projets a informé l'organe de suivi qu'il a l'intention d'apporter des changements importants à un concept approuvé;
  7° mettre à disposition des autorités compétentes des Etats membres voisins, conformément à l'article 9, paragraphe 6, du règlement, les informations pertinentes pour les projets susceptibles d'avoir des incidences négatives significatives dans un ou plusieurs Etats membres voisins, lorsque l'article 7 de la Directive 2011/92/UE du 13 décembre 2011 concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement et la Convention d'Espoo sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière s'appliquent;
  8° si nécessaire, demander au promoteur de projets, conformément à l'article 10, paragraphe 4, c), du règlement, d'apporter des informations manquantes dans le projet de dossier de demande. Dans les trois mois à compter de la transmission des informations manquantes, l'organe de suivi accepte d'examiner la demande.
  Une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets;
  9° coordonner les autorisations individuelles au sein de la décision globale. Une notification écrite de cette décision est immédiatement communiquée au promoteur de projets;
  10° échanger des informations concernant des procédures de recours administratifs et juridictionnels en cours.
Onderafdeling 2. - Samenstelling
Sous-section 2. - Composition
Art. 14. § 1. De samenstelling van het opvolgingsorgaan wordt bepaald door het coördinatieorgaan, overeenkomstig artikel 6, 6°. De vertegenwoordiging van gewestelijke vergunningverlenende overheden wordt evenwel beperkt tot deze op wiens grondgebied het project zich bevindt.
  Bovendien wordt het aantal stemgerechtigde leden beperkt tot maximaal drie voor de Federale Staat en drie per vertegenwoordigd gewest.
  § 2. Elk lid heeft een plaatsvervanger, aangewezen door het coördinatieorgaan.
  Deze plaatsvervanger vervangt de vertegenwoordiger wanneer deze verhinderd is.
  § 3. Het opvolgingsorgaan kan projectpromotoren of andere belanghebbenden op ad hoc basis uitnodigen met het oog op niet-bindend advies.
Art. 14. § 1er. La composition de l'organe de suivi est déterminée par l'organe de coordination, conformément à l'article 6, 6°. Cependant, la représentation des autorités régionales octroyant les autorisations est limitée à celle sur le territoire de laquelle le projet se réalise.
  De plus, le nombre de membres ayant droit de vote est limité à trois au maximum pour l'Etat fédéral et à trois par Région représentée.
  § 2. Chacun des membres a un suppléant, désigné par l'organe de coordination.
  Ce suppléant remplace le représentant lorsque celui-ci est empêché.
  § 3. L'organe de suivi peut inviter, sur base ad hoc, des promoteurs de projets ou d'autres parties prenantes, afin de recueillir leur avis non contraignant.
Art. 15. § 1. Het voorzitterschap van het opvolgingsorgaan wordt als volgt waargenomen:
  1° door een vergunningverlenende overheid van het Vlaamse Gewest wanneer het project zich bevindt op Vlaams grondgebied;
  2° door een vergunningverlenende overheid van het Waalse Gewest wanneer het project zich bevindt op Waals grondgebied;
  3° door een vergunningverlenende overheid van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wanneer het project zich bevindt op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;
  4° door een vergunningverlenende overheid van de Federale Staat wanneer het project het grondgebied van meerdere gewesten doorkruist of het zich bevindt op zeegebieden die onder de Belgische rechtsbevoegdheid vallen.
  § 2. De taken van de voorzitter zijn:
  1° het bepalen van plaats, dag, uur en agenda van de zittingen;
  2° het openen en sluiten van de zittingen;
  3° het leiden van de besprekingen;
  4° het delegeren, in voorkomend geval, van administratieve taken aan het secretariaat.
Art. 15. § 1er. La présidence de l'organe de suivi est assurée comme suit :
  1° par une autorité octroyant des autorisations de la Région flamande lorsque le projet se situe sur le territoire flamand;
  2° par une autorité octroyant des autorisations de la Région wallonne lorsque le projet se situe sur le territoire wallon;
  3° par une autorité octroyant des autorisations de la Région de Bruxelles-Capitale lorsque le projet se situe sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale;
  4° par une autorité octroyant des autorisations de l'Etat fédéral lorsque le projet traverse le territoire de plusieurs régions ou qu'il se situe dans les espaces marins ressortissant de la juridiction belge.
  § 2. Les missions du président sont les suivantes :
  1° déterminer le lieu, le jour, l'heure et l'ordre du jour des séances;
  2° ouvrir et clôturer les séances;
  3° diriger les débats;
  4° le cas échéant, déléguer des tâches administratives au secrétariat.
Onderafdeling 3. - Werking
Sous-section 3. - Fonctionnement
Art. 16. § 1. Elk opvolgingsorgaan vergadert hetzij op verzoek van de voorzitter of van een lid van het opvolgingsorgaan.
  § 2. De vergaderingen worden bijgewoond door het secretariaat, in het kader van de uitvoering van hun taken vermeld in artikel 20.
Art. 16. § 1er. Chaque organe de suivi se réunit à la demande soit du président, soit d'un membre de l'organe de suivi.
  § 2. Le secrétariat assiste aux réunions, dans le cadre de l'exécution de ses tâches mentionnées à l'article 20.
Art. 17. Elk stemgerechtigd lid van het opvolgingsorgaan beschikt over één stem. Bij verhindering kan elk stemgerechtigd lid, na de voorzitter daarvan in kennis te hebben gesteld, zijn stemrecht delegeren aan een ander lid of plaatsvervangend lid. Elk lid kan evenwel over niet meer dan drie stemmen beschikken.
  De delegatie van het stemrecht geldt alleen voor de vergadering waarvoor zij is toegestaan.
Art. 17. Chaque membre de l'organe de suivi ayant droit de vote dispose d'une voix. En cas d'empêchement, chaque membre ayant droit de vote peut, après en avoir informé le président, déléguer son droit de vote à un autre membre ou à un membre suppléant. Cependant, aucun membre ne peut disposer de plus de trois voix.
  La délégation du droit de vote vaut seulement pour la réunion pour laquelle elle a été accordée.
Art. 18. Om op een geldige manier te beraadslagen moet minstens een derde van de stemgerechtigde vertegenwoordigers van de Federale Staat en van elk vertegenwoordigd gewest en minstens de helft van alle stemgerechtigde vertegenwoordigers aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn middels delegatie.
  Beslissingen van de opvolgingsorganen worden genomen bij unanimiteit.
  Indien geen unanimiteit kan worden bereikt, wordt in het verslag vermeld op welke punten de meningen uiteen lopen.
  De onenigheid wordt gerapporteerd aan het coördinatieorgaan.
  Indien in de schoot van het coördinatieorgaan tot een akkoord wordt gekomen, wordt dit akkoord op de eerstvolgende vergadering van het opvolgingsorgaan formeel bekrachtigd.
Art. 18. Une délibération valable ne peut intervenir que lorsque, au moins, un tiers des représentants ayant le droit de vote de l'Etat fédéral et de chaque région représentée et, au moins, la moitié de tous les représentants ayant droit de vote sont présents ou représentés par délégation.
  Les décisions des organes de suivi sont prises à l'unanimité.
  Si l'unanimité ne peut pas être atteinte, le procès-verbal reprend les points faisant l'objet d'une divergence d'opinions.
  Le désaccord est rapporté à l'organe de coordination.
  Si un accord est obtenu au sein de l'organe de coordination, cet accord sera formellement ratifié lors de la prochaine réunion de l'organe de suivi.
Art. 19. Elk opvolgingsorgaan blijft actief tot alle administratieve beroepstermijnen zijn verstreken of alle administratieve beroepsprocedures werden afgerond en alle vergunningen definitief zijn en werden gecoördineerd binnen het raambesluit, tenzij het coördinatieorgaan beslist om het project niet meer in de context van dit samenwerkingsakkoord te behandelen, onverminderd de bepalingen onder artikel 4, § 3.
  Nadat al de bovenvermelde procedures werden afgerond, wordt het opvolgingsorgaan ontbonden.
  De voorzitter van het opvolgingsorgaan stelt de voorzitter van het coördinatieorgaan hiervan op de hoogte.
Art. 19. Chaque organe de suivi reste actif jusqu'à ce que tous les délais de recours administratifs soient expirés ou que toutes les procédures de recours administratif soient finalisées et que toutes les autorisations soient définitives et aient été coordonnées dans la décision globale, à moins que l'organe de coordination décide de ne plus traiter le projet dans le contexte du présent accord de coopération, sans préjudice des dispositions sous l'article 4, § 3.
  Lorsque toutes les procédures susvisées seront finalisées, l'organe de suivi concerné sera dissout.
  Le président de l'organe de suivi concerné en informe le président de l'organe de coordination.
Afdeling 4. - Het Secretariaat
Section 4. - Le Secrétariat
Art. 20. De opdrachten van het secretariaat zijn :
  1° het bieden van ondersteuning bij de werking van :
  a) het coördinatieorgaan;
  b) de opvolgingsorganen.
  Deze ondersteuning houdt onder meer in : het versturen van de uitnodigingen, de agenda en de nodige documenten; het opstellen van het verslag van de vergaderingen en het bijhouden van het archief;
  2° het uitoefenen, in het kader van dit samenwerkingsakkoord en in overeenstemming met de bepalingen van de verordening, van de loketfunctie voor:
  a) de projectpromotoren, overeenkomstig artikel 8, lid 2, b), van de verordening;
  b) de relevante Regionale Groep, overeenkomstig artikel 5, lid 6 van de verordening;
  c) andere lidstaten, overeenkomstig artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 6, en artikel 10, lid 4, b), van de verordening;
  d) de relevante Europese Coördinatoren, overeenkomstig artikel 6 van de verordening;
  e) de Europese Commissie;
  f) andere belanghebbende partijen;
  3° het bezorgen van de documenten, ontvangen binnen de context van de loketfunctie, aan de relevante vergunningverlenende overheden;
  4° het openen van een website, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 9, lid 7, van de verordening, om onder andere relevante informatie over de projecten die in het kader van dit samenwerkingsakkoord worden behandeld te publiceren en op gezette tijden te actualiseren.
  De projectpromotoren leveren de nodige relevante informatie aan het secretariaat.
Art. 20. Les missions du secrétariat sont :
  1° offrir un soutien au fonctionnement :
  a) de l'organe de coordination;
  b) des organes de suivi.
  Ce soutien comprend entre autres : l'envoi des invitations, de l'ordre du jour et des documents nécessaires; la rédaction des comptes rendus des réunions et l'entretien des archives;
  2° exercer, dans la cadre du présent accord de coopération et conformément aux dispositions du règlement, la fonction de guichet pour :
  a) les promoteurs de projets, conformément à l'article 8, paragraphe 2, b), du règlement;
  b) le Groupe régional pertinent, conformément à l'article 5, paragraphe 6, du règlement;
  c) les autres Etats membres, conformément à l'article 8, paragraphe 5, article 9, paragraphe 6 et l'article 10, paragraphe 4, b), du règlement;
  d) les Coordinateurs européens pertinents, conformément à l'article 6 du règlement;
  e) la Commission européenne;
  f) d'autres parties concernées;
  3° transmettre les documents reçus dans le contexte de la fonction de guichet, aux autorités octroyant des autorisations pertinentes;
  4° ouvrir un site web, conformément aux dispositions de l'article 9, paragraphe 7, du règlement, notamment pour publier et mettre à jour de façon régulière les informations pertinentes sur les projets traités dans le cadre du présent accord de coopération.
  Les promoteurs de projets fournissent les informations pertinentes au secrétariat.
Art. 21. De Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie neemt het secretariaat waar.
Art. 21. La Direction générale de l'Energie du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie assure le secrétariat.
Art. 22. § 1. De werkingskosten van het secretariaat zijn voor de helft ten laste van de Federale Staat.
  De andere helft van de werkingskosten wordt als volgt verdeeld tussen de gewesten :
  1. 60 % voor het Vlaamse Gewest;
  2. 30 % voor het Waalse Gewest;
  3. 10 % voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
  Het secretariaat stelt de jaarlijkse begroting van de werkingskosten op en legt deze ter goedkeuring aan het coördinatieorgaan voor.
  § 2. Overige kosten, die betrekking hebben op alle partijen tot dit samenwerkingsakkoord, worden in voorkomend geval gelijk verdeeld tussen alle partijen.
  § 3. Overige kosten, die enkel betrekking hebben op een deel van de partijen tot dit samenwerkingsakkoord, worden in voorkomend geval evenredig verdeeld tussen de betrokken partijen.
Art. 22. § 1er. Les frais de fonctionnement du secrétariat sont, pour la moitié, à charge de l'Etat fédéral.
  L'autre moitié des frais de fonctionnement est répartie entre les Régions comme suit.
  1. 60 % pour la Région flamande;
  2. 30 % pour la Région wallonne;
  3. 10 % pour la Région de Bruxelles-Capitale.
  Le secrétariat établit le budget annuel des frais de fonctionnement et le soumet pour approbation à l'organe de coordination.
  § 2. Les autres frais, qui concernent toutes les parties du présent accord de collaboration, le cas échéant, sont répartis, à parts égales, parmi toutes les parties.
  § 3. Les autres frais, qui ne concernent que quelques parties du présent accord de collaboration, le cas échéant, sont répartis proportionnellement parmi les parties concernées.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 23. Het akkoord wordt tegelijkertijd met de verschillende instemmingsakten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister, op aanvraag van de partij waarvan de wetgever als laatste zijn instemming met het akkoord heeft gegeven.
Art. 23. L'accord est publié au Moniteur belge en même temps que les différents actes d'assentiment par le Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, sur demande de la partie dont le législateur a, en dernier, donné son assentiment à l'accord.
Art. 24. Dit samenwerkingsakkoord is afgesloten voor onbepaalde duur.
  Opzegging van dit akkoord dient te gebeuren met inachtneming van een opzeggingsperiode van één jaar; deze termijn gaat in de dag dat de opzeggende partij hiertoe haar intentie heeft bekendgemaakt aan de andere partijen.
  Ondertekenende partijen verbinden zich ertoe om al over de wijziging van het akkoord te onderhandelen tijdens de duur van de opzeggingsperiode.
  Indien een dossier werd aanvaard en het onderwerp heeft uitgemaakt van een schriftelijke kennisgeving door het coördinatieorgaan, voor en tijdens de periode van opzegging, verloopt de vergunningsverleningsprocedure volgens de bepalingen zoals vastgelegd in dit akkoord.
Art. 24. Le présent accord de coopération est conclu pour une durée indéterminée.
  La dénonciation du présent accord doit se faire en tenant compte d'une période de dénonciation d'un an, ce délai commence le jour où la partie qui l'a dénoncé a notifié son intention aux autres parties.
  Les parties signataires s'engagent à déjà négocier les modifications de l'accord pendant la période de dénonciation.
  Lorsqu'un dossier a été accepté et a fait l'objet d'une notification écrite par l'organe de coordination, conformément à l'article 6, 4°, avant et pendant la période de dénonciation, la procédure d'autorisation continue son cours selon les dispositions fixées dans le présent accord.
Art. 25. Onverminderd de van toepassing zijnde bepalingen aangaande openbaarheid van bestuur, wordt het vertrouwelijke karakter, de integriteit en de bescherming van de commercieel gevoelige informatie die op grond van dit samenwerkingsakkoord wordt ontvangen, gewaarborgd door het vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor energieprojecten en zijn leden.
Art. 25. Sans préjudice des dispositions applicables relatives à la publicité de l'administration, la confidentialité, l'intégrité et la protection des informations commercialement sensibles reçues en vertu de cet accord de coopération sont assurées par le comité de coordination et de facilitation pour l'octroi des autorisations pour des projets énergétiques et ses membres.