Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 JULI 2015. - Ordonnantie houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-07-2015 en tekstbijwerking tot 20-06-2018)
Titre
9 JUILLET 2015. - Ordonnance portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-07-2015 et mise à jour au 20-06-2018)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - De op de administratieve geldboe...
Afdeling 1. - Opdeciemen
Afdeling 2. - Herhaling
Afdeling 3. - Meerdaadse samenloop van inbreuken
Afdeling 4. - Eendaadse samenloop van inbreuken...
Afdeling 5. - Uitwissing van administratieve ge...
Afdeling 6. - Verzachtende omstandigheden
Afdeling 7. - Uitstel
HOOFDSTUK 3. - De op de administratieve vervolg...
Afdeling 1. - Het bepalen van de wijze van verv...
Afdeling 2. - Verweermiddelen van de inbreukpleger
Afdeling 3. - Beslissing tot oplegging van een ...
Afdeling 4. - Beroep
Afdeling 5. - Betaling van de administratieve g...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingsbepaling van de wet van...
Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen van de herst...
Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen van de wet v...
Afdeling 4. - Wijzigingsbepalingen van de wet v...
Afdeling 5. - Wijzigingsbepalingen van de wet v...
Afdeling 6. - Wijzigingsbepalingen van de ordon...
Afdeling 7. - Wijzigingsbepalingen van de ordon...
Afdeling 8. - Wijzigingsbepalingen van de ordon...
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Les règles applicables aux amende...
Section 1re. - Les décimes additionnels
Section 2. - La récidive
Section 3. - Le concours matériel d'infractions
Section 4. - Le concours idéal d'infractions et...
Section 5. - L'effacement de l'amende administr...
Section 6. - Les circonstances atténuantes
Section 7. - Le sursis
CHAPITRE 3. - Les règles applicables à la pours...
Section 1re. - Détermination des poursuites
Section 2. - Les moyens de défense de l'auteur ...
Section 3. - La décision infligeant une amende ...
Section 4. - Le recours
Section 5. - Le paiement de l'amende administra...
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Disposition modificative de la l...
Section 2. - Dispositions modificatives de la l...
Section 3. - Dispositions modificatives de la l...
Section 4. - Disposition modificatives de la lo...
Section 5. - Dispositions modificatives de la l...
Section 6. - Dispositions modificatives de l'or...
Section 7. - Dispositions modificatives de l'or...
Section 8. - Dispositions modificatives de l'or...
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Tekst (73)
Texte (73)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Voor zover deze daarnaar verwijzen, zijn de bepalingen van deze ordonnantie van toepassing op de wetgeving en reglementering aangenomen of geldend krachtens artikel 6, § 1, VI en IX, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen die in een stelsel van administratieve geldboeten voorzien.
Art. 2. Pour autant que ceux-ci y fassent référence, les dispositions de la présente ordonnance sont d'application aux lois et règlements adoptés ou en vigueur en vertu de l'article 6, paragraphe 1er, VI et IX, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, instaurant un régime d'amendes administratives.
HOOFDSTUK 2. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels
CHAPITRE 2. - Les règles applicables aux amendes administratives
Afdeling 1. - Opdeciemen
Section 1re. - Les décimes additionnels
Art. 3. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboeten.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 10, § 3, maakt in zijn beslissing melding van de vermenigvuldiging ingevolge de wet van 5 maart 1952, en vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 10, § 3, maakt in zijn beslissing melding van de vermenigvuldiging ingevolge de wet van 5 maart 1952, en vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging.
Art. 3. Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives.
Le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, indique dans sa décision la multiplication en vertu de la loi du 5 mars 1952 ainsi que le chiffre qui résulte de cette majoration.
Le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, indique dans sa décision la multiplication en vertu de la loi du 5 mars 1952 ainsi que le chiffre qui résulte de cette majoration.
Afdeling 2. - Herhaling
Section 2. - La récidive
Art. 4. In geval van herhaling binnen het jaar dat volgt op een gerechtelijke beslissing tot schuldigverklaring, op een bestuurlijke beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete of een veroordeling tot een gevangenisstraf of tot betaling van een administratieve of strafrechtelijke geldboete wegens inbreuk op wetgeving of reglementering als bedoeld in artikel 2, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbel van het maximum worden gebracht.
De termijn van een jaar vangt aan op de dag waarop de bestuurlijke beslissing niet langer vatbaar is voor beroep of op de dag dat de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Hij wordt gerekend van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste, vanaf de dag na die van de handeling of van de gebeurtenis welke hem doet ingaan.
De termijn van een jaar vangt aan op de dag waarop de bestuurlijke beslissing niet langer vatbaar is voor beroep of op de dag dat de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Hij wordt gerekend van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste, vanaf de dag na die van de handeling of van de gebeurtenis welke hem doet ingaan.
Art. 4. En cas de récidive dans l'année qui suit une décision judiciaire déclarant la culpabilité, une décision administrative infligeant une amende administrative ou une condamnation à une peine d'emprisonnement voire au paiement d'une amende administrative ou pénale, et ce, suite à une infraction à une loi ou à un règlement visé à l'article 2, le montant de l'amende administrative peut être porté au double du maximum.
Le délai d'un an prend cours le jour où la décision administrative n'est plus susceptible de recours ou le jour où la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
Il se compte de quantième à veille de quantième, à dater du lendemain de l'acte ou de l'événement qui y donne cours.
Le délai d'un an prend cours le jour où la décision administrative n'est plus susceptible de recours ou le jour où la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
Il se compte de quantième à veille de quantième, à dater du lendemain de l'acte ou de l'événement qui y donne cours.
Afdeling 3. - Meerdaadse samenloop van inbreuken
Section 3. - Le concours matériel d'infractions
Art. 5. In geval van samenloop van verschillende inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd zonder dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de hoogste administratieve geldboete mogen overschrijden.
Art. 5. En cas de concours de plusieurs infractions, les montants des amendes administratives sont cumulés sans qu'ils puissent cependant excéder le double du maximum de l'amende administrative la plus élevée.
Afdeling 4. - Eendaadse samenloop van inbreuken en samenloop door eenheid van opzet
Section 4. - Le concours idéal d'infractions et le concours par unité d'intention
Art. 6. Wanneer eenzelfde feit verscheidene inbreuken oplevert of wanneer verschillende inbreuken die gelijktijdig worden voorgelegd aan de bevoegde administratie de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde misdadig opzet, wordt alleen de zwaarste administratieve geldboete uitgesproken.
Wanneer de bevoegde administratie vaststelt dat inbreuken reeds het voorwerp waren van een beslissing tot oplegging van een definitieve administratieve geldboete, en andere feiten die bij haar aanhangig zijn en die in de vooronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt zij bij de toemeting van de administratieve geldboete rekening met de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Indien deze haar voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijken, spreekt zij zich uit over de schuldvraag en verwijst zij in haar beslissing naar de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.
Wanneer de bevoegde administratie vaststelt dat inbreuken reeds het voorwerp waren van een beslissing tot oplegging van een definitieve administratieve geldboete, en andere feiten die bij haar aanhangig zijn en die in de vooronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt zij bij de toemeting van de administratieve geldboete rekening met de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Indien deze haar voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijken, spreekt zij zich uit over de schuldvraag en verwijst zij in haar beslissing naar de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.
Art. 6. Quand un même fait constitue plusieurs infractions ou lorsque différentes infractions soumises simultanément à l'administration compétente constituent la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, l'amende administrative la plus forte est seule infligée.
Quand l'administration compétente constate que des infractions ayant antérieurement fait l'objet d'une décision infligeant une amende administrative définitive et d'autres faits dont elle est saisie et qui, à les supposer établis, sont antérieurs à ladite décision et constituent avec les premières infractions la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, elle tient compte, pour la fixation de l'amende administrative, des amendes administratives déjà infligées. Si celles-ci lui paraissent suffire à une juste répression de l'ensemble des infractions, elle se prononce sur la culpabilité et renvoie dans sa décision aux amendes administratives déjà infligées. Le total des amendes administratives infligées en application du présent article ne peut excéder le maximum de l'amende administrative la plus forte.
Quand l'administration compétente constate que des infractions ayant antérieurement fait l'objet d'une décision infligeant une amende administrative définitive et d'autres faits dont elle est saisie et qui, à les supposer établis, sont antérieurs à ladite décision et constituent avec les premières infractions la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, elle tient compte, pour la fixation de l'amende administrative, des amendes administratives déjà infligées. Si celles-ci lui paraissent suffire à une juste répression de l'ensemble des infractions, elle se prononce sur la culpabilité et renvoie dans sa décision aux amendes administratives déjà infligées. Le total des amendes administratives infligées en application du présent article ne peut excéder le maximum de l'amende administrative la plus forte.
Afdeling 5. - Uitwissing van administratieve geldboeten
Section 5. - L'effacement de l'amende administrative
Art. 7. Voor de vaststelling van het bedrag van de geldboete mag geen rekening gehouden worden met een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete of tot schuldigverklaring die drie jaar of meer voor de feiten is gewezen. Deze termijn van drie jaar vangt aan op het ogenblik dat de beslissing uitvoerbare kracht heeft gekregen of wanneer de gerechtelijke beslissing over het beroep van de inbreukpleger in kracht van gewijsde is gegaan.
Art. 7. Pour la détermination du montant de l'amende administrative, il ne peut être tenu compte d'une décision infligeant une amende administrative ou déclarant la culpabilité adoptée trois ans ou plus avant les faits. Ce délai de trois ans commence à courir au moment où la décision est devenue exécutoire ou lorsque la décision judiciaire statuant sur le recours de l'auteur de l'infraction est coulée en force de chose jugée.
Afdeling 6. - Verzachtende omstandigheden
Section 6. - Les circonstances atténuantes
Art. 8. Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, is de in artikel 10, § 3, bedoelde ambtenaar, de rechtbank van eerste aanleg of de arbeidsrechtbank gerechtigd om de administratieve geldboete te verminderen tot een bedrag onder het wettelijk minimum, waarbij het evenwel niet lager mag zijn dan 40 percent van het voorgeschreven minimumbedrag.
Art. 8. S'il existe des circonstances atténuantes, le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, le tribunal de première instance voire le tribunal du travail est autorisé à réduire l'amende administrative au-dessous du montant minimum porté par la loi, sans qu'elle puisse être inférieure à 40 pour cent du montant minimum prescrit.
Afdeling 7. - Uitstel
Section 7. - Le sursis
Art. 9. § 1. De ambtenaar als bedoeld in artikel 10, § 3, mag besluiten dat de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover, tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan :
1° aan de inbreukpleger geen administratieve geldboete van 25 tot 250 euro, van 50 tot 500 euro, of van 300 tot 3.000 euro werd opgelegd;
2° de inbreukpleger niet veroordeeld werd tot een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, van 100 tot 1.000 euro, van 600 tot 6.000 euro, of een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Enige strafrechtelijke sanctie of administratieve geldboete die vroeger uitgesproken was of opgelegd werd voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde misdadig opzet, vormen geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.
§ 2. De ambtenaar als bedoeld in artikel 10, § 3, verleent het uitstel bij dezelfde beslissing als die met welke hij de geldboete oplegt.
§ 3. De referteperiode mag niet minder zijn dan een jaar en niet meer dan drie jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
§ 4. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen ingeval gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een hoger niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.
§ 5. Het uitstel kan herroepen worden ingeval gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.
§ 6. Voor de vergelijking van niveaus als bedoeld in §§ 4 en 5 van de geldboeten worden ze niet vermenigvuldigd met, al naargelang het geval, het aantal betrokken werknemers als bedoeld in artikel 3, 1°, van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen, het aantal betrokken afnemers van de diensten, of enige andere factor bepaald in de wetten en reglementen als bedoeld in artikel 2.
§ 7. Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de referteperiode.
De vermelding van de herroeping van het uitstel in de beslissing geschiedt zowel wanneer de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer deze ter beoordeling van de bevoegde administratie wordt gelaten.
§ 8. - De administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel wordt zonder beperking samengevoegd met die welke opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.
§ 9. - In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot oplegging van een administratieve geldboete kunnen al naargelang het geval de rechtbank van eerste aanleg of de arbeidsrechtbank het uitstel dat door de bevoegde administratie werd verleend niet herroepen. Ze kunnen evenwel het uitstel verlenen wanneer de bevoegde administratie het geweigerd heeft.
1° aan de inbreukpleger geen administratieve geldboete van 25 tot 250 euro, van 50 tot 500 euro, of van 300 tot 3.000 euro werd opgelegd;
2° de inbreukpleger niet veroordeeld werd tot een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, van 100 tot 1.000 euro, van 600 tot 6.000 euro, of een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Enige strafrechtelijke sanctie of administratieve geldboete die vroeger uitgesproken was of opgelegd werd voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde misdadig opzet, vormen geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.
§ 2. De ambtenaar als bedoeld in artikel 10, § 3, verleent het uitstel bij dezelfde beslissing als die met welke hij de geldboete oplegt.
§ 3. De referteperiode mag niet minder zijn dan een jaar en niet meer dan drie jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
§ 4. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen ingeval gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een hoger niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.
§ 5. Het uitstel kan herroepen worden ingeval gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.
§ 6. Voor de vergelijking van niveaus als bedoeld in §§ 4 en 5 van de geldboeten worden ze niet vermenigvuldigd met, al naargelang het geval, het aantal betrokken werknemers als bedoeld in artikel 3, 1°, van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen, het aantal betrokken afnemers van de diensten, of enige andere factor bepaald in de wetten en reglementen als bedoeld in artikel 2.
§ 7. Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de referteperiode.
De vermelding van de herroeping van het uitstel in de beslissing geschiedt zowel wanneer de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer deze ter beoordeling van de bevoegde administratie wordt gelaten.
§ 8. - De administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel wordt zonder beperking samengevoegd met die welke opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.
§ 9. - In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot oplegging van een administratieve geldboete kunnen al naargelang het geval de rechtbank van eerste aanleg of de arbeidsrechtbank het uitstel dat door de bevoegde administratie werd verleend niet herroepen. Ze kunnen evenwel het uitstel verlenen wanneer de bevoegde administratie het geweigerd heeft.
Art. 9. § 1er. Le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, peut décider qu'il sera sursis à l'exécution de la décision infligeant une amende administrative, en tout ou en partie, pour autant que, durant les cinq années qui précèdent la nouvelle infraction :
1° l'auteur de l'infraction ne s'est pas vu infliger une amende administrative de 25 à 250 euros, de 50 à 500 euros, ou de 300 à 3.000 euros;
2° l'auteur de l'infraction n'a pas été condamné à une amende pénale de 50 à 500 euros, de 100 à 1.000 euros, de 600 à 6.000 euros, ou à une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans.
Toutefois, une amende administrative ou une sanction pénale infligée ou prononcée antérieurement pour des faits unis par une même intention délictueuse ne fait pas obstacle à l'octroi d'un sursis.
§ 2. Le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, accorde le sursis par la même décision que celle par laquelle elle inflige l'amende.
§ 3. La période de référence ne peut être inférieure à une année ni excéder trois années, à compter de la date de la notification de la décision infligeant l'amende administrative.
§ 4. Le sursis est révoqué de plein droit en cas de nouvelle infraction commise pendant la période de référence et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau supérieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis.
§ 5. Le sursis peut être révoqué en cas de nouvelle infraction commise pendant la période de référence et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau égal ou inférieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis.
§ 6. Afin de comparer les niveaux visés par les paragraphes 4 et 5, des amendes, il n'y a pas lieu de multiplier celles-ci par, selon le cas, le nombre de travailleurs visés à l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des réglementations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations, le nombre de destinataires de services, ou tout autre facteur déterminé par les lois et règlements visés à l'article 2.
§ 7. Le sursis est révoqué dans la même décision que celle par laquelle est infligée l'amende administrative pour la nouvelle infraction commise dans la période de référence.
La mention de la révocation du sursis dans la décision se fait tant lorsque la révocation a lieu de plein droit que dans le cas où elle est laissée à l'appréciation de l'administration compétente.
§ 8. L'amende administrative qui devient exécutoire par suite de la révocation du sursis est cumulée sans limite avec celle infligée du chef de la nouvelle infraction.
§ 9. En cas de recours contre la décision de l'administration compétente infligeant une amende administrative, le tribunal de première instance ou le tribunal du travail, selon le cas, ne peuvent pas révoquer le sursis accordé par l'administration compétente. Ils peuvent cependant accorder le sursis lorsque l'administration compétente l'a refusé.
1° l'auteur de l'infraction ne s'est pas vu infliger une amende administrative de 25 à 250 euros, de 50 à 500 euros, ou de 300 à 3.000 euros;
2° l'auteur de l'infraction n'a pas été condamné à une amende pénale de 50 à 500 euros, de 100 à 1.000 euros, de 600 à 6.000 euros, ou à une peine d'emprisonnement de six mois à trois ans.
Toutefois, une amende administrative ou une sanction pénale infligée ou prononcée antérieurement pour des faits unis par une même intention délictueuse ne fait pas obstacle à l'octroi d'un sursis.
§ 2. Le fonctionnaire visé à l'article 10, paragraphe 3, accorde le sursis par la même décision que celle par laquelle elle inflige l'amende.
§ 3. La période de référence ne peut être inférieure à une année ni excéder trois années, à compter de la date de la notification de la décision infligeant l'amende administrative.
§ 4. Le sursis est révoqué de plein droit en cas de nouvelle infraction commise pendant la période de référence et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau supérieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis.
§ 5. Le sursis peut être révoqué en cas de nouvelle infraction commise pendant la période de référence et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau égal ou inférieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis.
§ 6. Afin de comparer les niveaux visés par les paragraphes 4 et 5, des amendes, il n'y a pas lieu de multiplier celles-ci par, selon le cas, le nombre de travailleurs visés à l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des réglementations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations, le nombre de destinataires de services, ou tout autre facteur déterminé par les lois et règlements visés à l'article 2.
§ 7. Le sursis est révoqué dans la même décision que celle par laquelle est infligée l'amende administrative pour la nouvelle infraction commise dans la période de référence.
La mention de la révocation du sursis dans la décision se fait tant lorsque la révocation a lieu de plein droit que dans le cas où elle est laissée à l'appréciation de l'administration compétente.
§ 8. L'amende administrative qui devient exécutoire par suite de la révocation du sursis est cumulée sans limite avec celle infligée du chef de la nouvelle infraction.
§ 9. En cas de recours contre la décision de l'administration compétente infligeant une amende administrative, le tribunal de première instance ou le tribunal du travail, selon le cas, ne peuvent pas révoquer le sursis accordé par l'administration compétente. Ils peuvent cependant accorder le sursis lorsque l'administration compétente l'a refusé.
HOOFDSTUK 3. - De op de administratieve vervolging toepasselijke regels
CHAPITRE 3. - Les règles applicables à la poursuite administrative
Afdeling 1. - Het bepalen van de wijze van vervolging
Section 1re. - Détermination des poursuites
Art. 10. § 1. De inbreuken op de wetgeving en reglementeringen waarvoor de dader zich niet blootstelt aan een strafvervolging, worden vervolgd bij wege van administratieve geldboete.
§ 2. Onverminderd de rechten van de burgerlijke partij, worden de inbreuken op de wetgeving en reglementeringen waarvoor de dader zich blootstelt aan een strafvervolging, vervolgd bij wege van administratieve geldboete, tenzij ze op initiatief van het openbaar ministerie aanleiding geven tot strafvervolging, tot een minnelijke schikking, tot een bemiddeling in strafzaken als bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering of tot een rechtsvordering als bedoeld in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wijst, op voordracht van de bevoegde Minister, de bevoegde administratie en de ambtenaren van deze administratie aan om administratieve geldboeten op te leggen, dan wel om het dossier te klasseren zonder gevolg.
Teneinde deze ambtenaar toe te laten een administratieve geldboete op te leggen, bezorgen de inspecteurs, aangewezen door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om toezicht uit te oefenen op de wetten en reglementen als bedoeld in artikel 2, hem een exemplaar van het proces-verbaal dat de inbreuk vaststelt.
§ 2. Onverminderd de rechten van de burgerlijke partij, worden de inbreuken op de wetgeving en reglementeringen waarvoor de dader zich blootstelt aan een strafvervolging, vervolgd bij wege van administratieve geldboete, tenzij ze op initiatief van het openbaar ministerie aanleiding geven tot strafvervolging, tot een minnelijke schikking, tot een bemiddeling in strafzaken als bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering of tot een rechtsvordering als bedoeld in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wijst, op voordracht van de bevoegde Minister, de bevoegde administratie en de ambtenaren van deze administratie aan om administratieve geldboeten op te leggen, dan wel om het dossier te klasseren zonder gevolg.
Teneinde deze ambtenaar toe te laten een administratieve geldboete op te leggen, bezorgen de inspecteurs, aangewezen door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om toezicht uit te oefenen op de wetten en reglementen als bedoeld in artikel 2, hem een exemplaar van het proces-verbaal dat de inbreuk vaststelt.
Art. 10. § 1er. Les infractions aux lois et règlements dont l'auteur ne s'expose pas à des poursuites pénales, font l'objet d'une amende administrative.
§ 2. Sans préjudice des droits de la partie civile, les infractions aux lois et règlements pour lesquelles l'auteur s'expose à des poursuites pénales, sont poursuivies par voie d'amende administrative, à moins qu'elles ne donnent lieu, à l'initiative du ministère public, à une poursuite pénale, à l'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent, à une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle ou à une action visée à l'article 138bis, paragraphe 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
§ 3. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, sur proposition du Ministre compétent, désigne l'administration compétente et les fonctionnaires de cette administration habilités à infliger les amendes administratives, voire à classer le dossier sans suite.
Afin de permettre à ce fonctionnaire d'infliger une amende administrative, les inspecteurs désignés par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale pour exercer la surveillance des lois et règlements visés à l'article 2 lui transmettent un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction.
§ 2. Sans préjudice des droits de la partie civile, les infractions aux lois et règlements pour lesquelles l'auteur s'expose à des poursuites pénales, sont poursuivies par voie d'amende administrative, à moins qu'elles ne donnent lieu, à l'initiative du ministère public, à une poursuite pénale, à l'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent, à une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle ou à une action visée à l'article 138bis, paragraphe 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
§ 3. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, sur proposition du Ministre compétent, désigne l'administration compétente et les fonctionnaires de cette administration habilités à infliger les amendes administratives, voire à classer le dossier sans suite.
Afin de permettre à ce fonctionnaire d'infliger une amende administrative, les inspecteurs désignés par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale pour exercer la surveillance des lois et règlements visés à l'article 2 lui transmettent un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction.
Art. 11. De toepassing van een administratieve geldboete is uitgesloten bij :
1° strafvervolging, ook wanneer die tot vrijspraak heeft geleid of de rechtsvordering ongegrond wordt verklaard;
2° minnelijke schikking;
3° bemiddeling in strafzaken als bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
4° een rechtsvordering die uitgaat van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
1° strafvervolging, ook wanneer die tot vrijspraak heeft geleid of de rechtsvordering ongegrond wordt verklaard;
2° minnelijke schikking;
3° bemiddeling in strafzaken als bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
4° een rechtsvordering die uitgaat van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 11. L'application d'une amende administrative est exclue en cas :
1° de poursuites pénales, et ce même si un acquittement les clôture ou lorsque l'action est déclarée non fondée;
2° d'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent;
3° de médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
4° de l'action exercée par le ministère public en vertu de l'article 138bis, paragraphe 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
1° de poursuites pénales, et ce même si un acquittement les clôture ou lorsque l'action est déclarée non fondée;
2° d'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent;
3° de médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
4° de l'action exercée par le ministère public en vertu de l'article 138bis, paragraphe 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
Art. 12. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing tot een handeling als bedoeld in artikel 10, § 2.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van die mogelijke handeling, of wanneer het verzuimt een beslissing te nemen binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgesteld, beslist de bevoegde administratie, of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van die mogelijke handeling, of wanneer het verzuimt een beslissing te nemen binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgesteld, beslist de bevoegde administratie, of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.
Art. 12. Le ministère public notifie à l'administration compétente sa décision par rapport à une action visée à l'article 10, paragraphe 2.
Dans le cas où le ministère public renonce à cette possibilité d'action, ou lorsqu'il n'a pas pris de décision dans un délai de six mois à compter du jour de la réception du procès-verbal de constatation de l'infraction, l'administration compétente décide s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.
Dans le cas où le ministère public renonce à cette possibilité d'action, ou lorsqu'il n'a pas pris de décision dans un délai de six mois à compter du jour de la réception du procès-verbal de constatation de l'infraction, l'administration compétente décide s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.
Afdeling 2. - Verweermiddelen van de inbreukpleger
Section 2. - Les moyens de défense de l'auteur de l'infraction
Art. 13. De administratieve geldboete kan uitsluitend aan de inbreukpleger als omschreven in de bepalingen betreffende de strafrechtelijke en administratieve sancties in de wetten en reglementen aangenomen of geldend krachtens artikel 6, § 1, VI en IX, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, worden opgelegd, zelfs indien de inbreuk is begaan door een aangestelde of een lasthebber, behalve als hij kan aantonen dat hij geen fout heeft begaan, omdat hij naar zijn vermogen alle maatregelen heeft genomen om te verhinderen dat het materiële element van de inbreuk zich voordoet.
Art. 13. L'amende administrative ne peut être infligée qu'à l'auteur de l'infraction, au sens des dispositions relatives aux sanctions pénales ou administratives des lois et règlements adoptés ou en vigueur en vertu de l'article 6, paragraphe 1er, VI et IX, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, et ce, même si l'infraction a été commise par un préposé ou un mandataire, sauf s'il peut démontrer qu'il n'a commis aucune faute, parce qu'il a pris toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher que l'élément matériel de l'infraction se réalise.
Art. 14. De inbreukpleger wordt bij een ter post aangetekend schrijven de mogelijkheid geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen.
Het schrijven vermeldt de volgende gegevens :
1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de aanvang van de procedure ten grondslag liggen;
2° het recht van de inbreukpleger om zijn verweermiddelen in te dienen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de dag van de kennisgeving, namelijk op de dag dat het aangetekend schrijven door de postdiensten aangeboden is aan de bestemmeling in persoon, op zijn hoofdverblijfplaats of op de maatschappelijke zetel;
3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het adres van de bevoegde administratie waar de inbreukpleger zijn dossier kan inzien, alsmede de openingsuren gedurende welke hij er hiervoor bij terecht kan;
5° het recht van de inbreukpleger of van zijn raadsman op een afschrift van het dossier;
6° de adressen en openingsuren van de gewestelijke diensten die belast zijn met het toezicht op de desbetreffende wetgeving, met het oog op de indiening van de verweermiddelen;
7° het postadres en het e-mailadres van de bevoegde administratie alsook de openingsuren ervan, met het oog op de indiening van de verweermiddelen.
Indien de inbreukpleger verzuimd heeft om het aangetekend schrijven bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de bevoegde administratie hem bij gewone brief, ter informatie, nog een tweede uitnodiging toesturen om zijn verweermiddelen in te dienen.
Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor de indiening van verweermiddelen.
Het schrijven vermeldt de volgende gegevens :
1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de aanvang van de procedure ten grondslag liggen;
2° het recht van de inbreukpleger om zijn verweermiddelen in te dienen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de dag van de kennisgeving, namelijk op de dag dat het aangetekend schrijven door de postdiensten aangeboden is aan de bestemmeling in persoon, op zijn hoofdverblijfplaats of op de maatschappelijke zetel;
3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° het adres van de bevoegde administratie waar de inbreukpleger zijn dossier kan inzien, alsmede de openingsuren gedurende welke hij er hiervoor bij terecht kan;
5° het recht van de inbreukpleger of van zijn raadsman op een afschrift van het dossier;
6° de adressen en openingsuren van de gewestelijke diensten die belast zijn met het toezicht op de desbetreffende wetgeving, met het oog op de indiening van de verweermiddelen;
7° het postadres en het e-mailadres van de bevoegde administratie alsook de openingsuren ervan, met het oog op de indiening van de verweermiddelen.
Indien de inbreukpleger verzuimd heeft om het aangetekend schrijven bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de bevoegde administratie hem bij gewone brief, ter informatie, nog een tweede uitnodiging toesturen om zijn verweermiddelen in te dienen.
Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor de indiening van verweermiddelen.
Art. 14. L'auteur de l'infraction est invité, par une lettre recommandée à la poste, à présenter ses moyens de défense.
Cette lettre communique les informations suivantes :
1° les références du procès-verbal qui constate l'infraction et relate les faits à propos desquels la procédure est entamée;
2° le droit pour l'auteur de l'infraction d'exposer ses moyens de défense dans un délai de trente jours à compter du jour de la notification, à savoir le jour où la lettre recommandée a été présentée par les services de la poste à la personne du destinataire ou à son domicile ou au siège social;
3° le droit de se faire assister d'un conseil;
4° l'adresse de l'administration compétente où l'auteur de l'infraction peut consulter son dossier ainsi que les heures d'ouverture au cours desquelles il est en droit de le consulter;
5° le droit pour l'auteur de l'infraction ou pour son conseil d'obtenir une copie du dossier;
6° les adresses et heures d'ouverture des services régionaux chargés de la surveillance de la législation concernée en vue de la présentation des moyens de défense;
7° les adresses postale et électronique de l'administration compétente ainsi que ses heures d'ouverture en vue de la présentation des moyens de défense.
Si l'auteur de l'infraction a omis de retirer la lettre recommandée à la poste dans le délai requis, l'administration compétente peut encore lui envoyer, par pli ordinaire, à titre informatif, une seconde invitation à présenter ses moyens de défense.
Cette seconde invitation ne fait pas courir un nouveau délai de trente jours pour introduire des moyens de défense.
Cette lettre communique les informations suivantes :
1° les références du procès-verbal qui constate l'infraction et relate les faits à propos desquels la procédure est entamée;
2° le droit pour l'auteur de l'infraction d'exposer ses moyens de défense dans un délai de trente jours à compter du jour de la notification, à savoir le jour où la lettre recommandée a été présentée par les services de la poste à la personne du destinataire ou à son domicile ou au siège social;
3° le droit de se faire assister d'un conseil;
4° l'adresse de l'administration compétente où l'auteur de l'infraction peut consulter son dossier ainsi que les heures d'ouverture au cours desquelles il est en droit de le consulter;
5° le droit pour l'auteur de l'infraction ou pour son conseil d'obtenir une copie du dossier;
6° les adresses et heures d'ouverture des services régionaux chargés de la surveillance de la législation concernée en vue de la présentation des moyens de défense;
7° les adresses postale et électronique de l'administration compétente ainsi que ses heures d'ouverture en vue de la présentation des moyens de défense.
Si l'auteur de l'infraction a omis de retirer la lettre recommandée à la poste dans le délai requis, l'administration compétente peut encore lui envoyer, par pli ordinaire, à titre informatif, une seconde invitation à présenter ses moyens de défense.
Cette seconde invitation ne fait pas courir un nouveau délai de trente jours pour introduire des moyens de défense.
Art. 15. De verweermiddelen kunnen schriftelijk maar ook langs elektronische weg worden ingediend.
Ze kunnen ook mondeling worden ingediend, hetzij bij de bevoegde administratie, hetzij bij één van de gewestelijke diensten die belast zijn met het toezicht op de desbetreffende wetgeving. Deze laatsten bezorgen deze onverwijld aan de bevoegde administratie na er akte te hebben van genomen.
Ze kunnen ook mondeling worden ingediend, hetzij bij de bevoegde administratie, hetzij bij één van de gewestelijke diensten die belast zijn met het toezicht op de desbetreffende wetgeving. Deze laatsten bezorgen deze onverwijld aan de bevoegde administratie na er akte te hebben van genomen.
Art. 15. Les moyens de défense peuvent être présentés par écrit, y compris par courrier électronique.
Ils peuvent aussi être présentés oralement, soit auprès de l'administration compétente, soit auprès d'un des services régionaux chargés de la surveillance de la législation concernée. Ces derniers les transmettent sans délai à l'administration compétente après en avoir pris acte.
Ils peuvent aussi être présentés oralement, soit auprès de l'administration compétente, soit auprès d'un des services régionaux chargés de la surveillance de la législation concernée. Ces derniers les transmettent sans délai à l'administration compétente après en avoir pris acte.
Art. 16. De bevoegde administratie stelt het dossier met betrekking tot de inbreuken welke aanleiding kunnen geven tot een administratieve geldboete ter beschikking van de inbreukpleger of diens raadsman, zodat hij het er kan raadplegen en, op diens verzoek, geeft zij toelating om een kopie te maken van de stukken van het dossier.
De kosten van de kopieën kunnen ten laste van de inbreukpleger worden gelegd.
De kosten van de kopieën kunnen ten laste van de inbreukpleger worden gelegd.
Art. 16. L'administration compétente met à la disposition de l'auteur de l'infraction ou de son conseil, à des fins de consultation, le dossier relatif aux infractions pouvant donner lieu à l'application de l'amende administrative et elle l'autorise, sur demande, à prendre une copie des pièces du dossier.
Les frais des copies peuvent être mis à charge de l'auteur de l'infraction.
Les frais des copies peuvent être mis à charge de l'auteur de l'infraction.
Art. 17. Elk gebruik van door de inzage of het nemen van een afschrift van het dossier verkregen inlichtingen, dat tot doel of tot gevolg heeft het verloop van het onderzoek te hinderen, inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of morele integriteit of de goederen van een in het dossier genoemde persoon, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar of met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Art. 17. Tout usage d'informations obtenues en consultant ou en obtenant copie du dossier, qui aura eu pour but ou pour effet d'entraver le déroulement de l'instruction, de porter atteinte à la vie privée, à l'intégrité physique ou morale ou aux biens d'une personne citée dans le dossier est puni d'un emprisonnement de huit jours à un an ou d'une amende de vingt-six euros à cinq cents euros.
Afdeling 3. - Beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete
Section 3. - La décision infligeant une amende administrative
Art. 18. De administratieve geldboete kan niet meer worden opgelegd vijf jaar na de feiten die de bij de wetten en reglementen bedoelde inbreuken opleveren.
De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgevingen van de beslissingen van het openbaar ministerie omtrent het al dan niet instellen van strafvervolging en het verzoek ten aanzien van de inbreukpleger om verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgevingen van de beslissingen van het openbaar ministerie omtrent het al dan niet instellen van strafvervolging en het verzoek ten aanzien van de inbreukpleger om verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
Art. 18. L'amende administrative ne peut plus être infligée cinq ans après les faits constitutifs des infractions visées par les lois et règlements.
Toutefois, les actes d'instruction ou de poursuites, y compris les notifications des décisions du ministère public d'intenter des poursuites pénales ou de ne pas poursuivre et l'invitation à l'auteur de l'infraction de présenter des moyens de défense, accomplis dans le délai visé à l'alinéa 1er, en interrompent le cours. Ces actes font courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.
Toutefois, les actes d'instruction ou de poursuites, y compris les notifications des décisions du ministère public d'intenter des poursuites pénales ou de ne pas poursuivre et l'invitation à l'auteur de l'infraction de présenter des moyens de défense, accomplis dans le délai visé à l'alinéa 1er, en interrompent le cours. Ces actes font courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.
Art. 19. De administratieve geldboete mag niet worden opgelegd voor het eind van de termijn vermeld in artikel 14, of voor het schriftelijk of mondeling verweer van de inbreukpleger, wanneer dit wordt ingediend voor het einde van de voormelde termijn.
Art. 19. L'amende administrative ne peut être infligée avant l'échéance du délai prévu à l'article 14 ou avant la défense écrite ou orale de l'auteur de l'infraction, lorsque celle-ci est présentée avant la fin du délai précité.
Art. 20. Indien de duur van de vervolging door de bevoegde administratie de redelijke termijn overschrijdt, kan deze een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het wettelijk minimum.
Art. 20. Si la durée des poursuites par l'administration compétente dépasse le délai raisonnable, celle-ci peut infliger une amende administrative inférieure au minimum prévu par la loi.
Art. 21. De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete is met redenen omkleed. Ze vormt een verzoek tot betaling en omvat onder andere de overwegingen die feitelijk en rechtens aan de basis liggen van de beslissing, enerzijds als antwoord op de ingediende verweermiddelen en anderzijds als motivering voor het bedrag van de administratieve geldboete.
Ze omvat daarenboven inzonderheid de volgende elementen :
1° de bepalingen die de rechtsgrond ervan uitmaken;
2° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de aanvang van de procedure ten grondslag lagen;
3° de datum van het verzoek tot indiening van de verweermiddelen;
4° het bedrag van de administratieve geldboete;
5° de bepalingen van artikel 26 met betrekking tot de betaling van de geldboete;
6° de bepaling van artikel 25 betreffende het beroep tegen de beslissing.
Ze omvat daarenboven inzonderheid de volgende elementen :
1° de bepalingen die de rechtsgrond ervan uitmaken;
2° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de aanvang van de procedure ten grondslag lagen;
3° de datum van het verzoek tot indiening van de verweermiddelen;
4° het bedrag van de administratieve geldboete;
5° de bepalingen van artikel 26 met betrekking tot de betaling van de geldboete;
6° de bepaling van artikel 25 betreffende het beroep tegen de beslissing.
Art. 21. La décision infligeant l'amende administrative est motivée. Elle constitue une injonction de payer l'amende et contient, entre autres, les considérations de droit et de fait pour, d'une part, répondre aux moyens de défense présentés et, d'autre part, motiver le montant de l'amende administrative.
Elle comprend, en outre, notamment les éléments suivants :
1° les dispositions qui lui servent de base légale;
2° les références du procès-verbal constatant l'infraction et relatant les faits à propos desquels la procédure a été entamée;
3° la date de l'invitation à présenter des moyens de défense;
4° le montant de l'amende administrative;
5° les dispositions de l'article 26, relatif au paiement de l'amende;
6° la disposition de l'article 25, relatif au recours contre la décision.
Elle comprend, en outre, notamment les éléments suivants :
1° les dispositions qui lui servent de base légale;
2° les références du procès-verbal constatant l'infraction et relatant les faits à propos desquels la procédure a été entamée;
3° la date de l'invitation à présenter des moyens de défense;
4° le montant de l'amende administrative;
5° les dispositions de l'article 26, relatif au paiement de l'amende;
6° la disposition de l'article 25, relatif au recours contre la décision.
Art. 22. De beslissing als bedoeld in artikel 21 wordt aan de inbreukpleger ter kennis gebracht bij een ter post aangetekend schrijven met inbegrip van het verzoek tot betaling van de boete binnen de termijn bepaald bij artikel 26.
Die termijn gaat in op de dag dat het aangetekend schrijven door de postdiensten aangeboden is aan de bestemmeling in persoon, op zijn hoofdverblijfplaats of op de maatschappelijke zetel.
De kennisgeving doet de strafvordering vervallen.
Indien de inbreukpleger verzuimd heeft het aangetekend schrijven bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de bevoegde administratie hem ter informatie bij gewone brief een afschrift van de beslissing toezenden. Dit tweede schrijven doet geen nieuwe termijn van drie maanden lopen voor de indiening van het beroep als bedoeld in artikel 25.
Die termijn gaat in op de dag dat het aangetekend schrijven door de postdiensten aangeboden is aan de bestemmeling in persoon, op zijn hoofdverblijfplaats of op de maatschappelijke zetel.
De kennisgeving doet de strafvordering vervallen.
Indien de inbreukpleger verzuimd heeft het aangetekend schrijven bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de bevoegde administratie hem ter informatie bij gewone brief een afschrift van de beslissing toezenden. Dit tweede schrijven doet geen nieuwe termijn van drie maanden lopen voor de indiening van het beroep als bedoeld in artikel 25.
Art. 22. La décision visée à l'article 21 est notifiée à l'auteur de l'infraction par lettre recommandée à la poste comprenant l'invitation à acquitter l'amende, dans le délai visé à l'article 26.
Ce délai commence le jour où la lettre recommandée a été présentée par les services de la poste à la personne du destinataire ou à son domicile ou au siège social.
La notification éteint l'action publique.
Si l'auteur de l'infraction a omis de retirer la lettre recommandée à la poste dans le délai requis, l'administration compétente peut lui envoyer, à titre informatif, une copie de la décision par pli ordinaire. Ce deuxième écrit ne fait pas courir un nouveau délai de trois mois pour introduire le recours visé à l'article 25.
Ce délai commence le jour où la lettre recommandée a été présentée par les services de la poste à la personne du destinataire ou à son domicile ou au siège social.
La notification éteint l'action publique.
Si l'auteur de l'infraction a omis de retirer la lettre recommandée à la poste dans le délai requis, l'administration compétente peut lui envoyer, à titre informatif, une copie de la décision par pli ordinaire. Ce deuxième écrit ne fait pas courir un nouveau délai de trois mois pour introduire le recours visé à l'article 25.
Art. 23. Onverminderd het bepaalde van de artikelen 22 en 25, heeft de beslissing uitvoerbare kracht.
Art. 23. Sans préjudice des dispositions des articles 22 et 25, la décision a force exécutoire.
Art. 24. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan nadere regelen en procedures bepalen voor het opleggen van een administratieve geldboete.
Art. 24. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale peut déterminer des modalités de la décision et des procédures infligeant une amende administrative.
Afdeling 4. - Beroep
Section 4. - Le recours
Art. 25. De inbreukpleger die de beslissing van de bevoegde administratie bedoeld in artikel 21 betwist, tekent op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing bij wege van verzoekschrift beroep aan bij, al naargelang het geval, de arbeidsrechtbank of de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig de bepalingen van Deel IV, Boek II, Titel I, Hoofdstuk I van het Gerechtelijk Wetboek.
Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
Art. 25. Selon le cas, l'auteur de l'infraction contestant la décision de l'administration compétente visée à l'article 21 introduit, à peine de forclusion, un recours par voie de requête devant le tribunal du travail ou le tribunal de première instance conformément aux dispositions de la Partie IV, Livre II, Titre Ier, Chapitre Ier du Code judiciaire, et ce, dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision.
Ce recours suspend l'exécution de la décision.
Ce recours suspend l'exécution de la décision.
Afdeling 5. - Betaling van de administratieve geldboete
Section 5. - Le paiement de l'amende administrative
Art. 26. De administratieve geldboete moet betaald worden binnen een termijn van drie maanden, die ingaat op de dag van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete of op de dag waarop de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
De bevoegde administratie kan evenwel de inbreukpleger op diens verzoek en indien daartoe aanleiding bestaat een langere termijn toekennen die geenszins de verjaringstermijn van de rechtsvordering tot invordering van de geldboete als bedoeld bij artikel 30 mag overschrijden. In dat geval deelt de bevoegde administratie het afbetalingsplan schriftelijk mee aan de inbreukpleger.
De bevoegde administratie kan evenwel de inbreukpleger op diens verzoek en indien daartoe aanleiding bestaat een langere termijn toekennen die geenszins de verjaringstermijn van de rechtsvordering tot invordering van de geldboete als bedoeld bij artikel 30 mag overschrijden. In dat geval deelt de bevoegde administratie het afbetalingsplan schriftelijk mee aan de inbreukpleger.
Art. 26. L'amende administrative doit être payée dans un délai de trois mois à compter du jour de la notification de la décision infligeant l'amende administrative ou à compter du jour où la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
L'administration compétente peut toutefois accorder à l'auteur de l'infraction, sur sa demande et s'il y a lieu, un délai plus long, qui ne pourra en aucun cas dépasser le délai de prescription de l'action en recouvrement de l'amende visé à l'article 30. Dans ce cas, l'administration compétente communique par écrit, à l'auteur de l'infraction, le plan d'apurement.
L'administration compétente peut toutefois accorder à l'auteur de l'infraction, sur sa demande et s'il y a lieu, un délai plus long, qui ne pourra en aucun cas dépasser le délai de prescription de l'action en recouvrement de l'amende visé à l'article 30. Dans ce cas, l'administration compétente communique par écrit, à l'auteur de l'infraction, le plan d'apurement.
Art. 27. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan nadere regelen en procedures bepalen voor de betaling van de administratieve geldboete.
Art. 27. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale peut déterminer des modalités de paiement de l'amende administrative et des procédures y afférentes.
Art. 28. Indien de inbreukpleger in gebreke blijft voor de betaling van de administratieve geldboete, hetzij binnen de termijn van drie maanden bepaald in artikel 26, hetzij na een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing of het hem overeenkomstig artikel 26 toegekende afbetalingsplan niet nakomt, maakt de bevoegde administratie het dossier aanhangig bij de bevoegde diensten en de ambtenaren van deze diensten, die, op voordracht van de bevoegde Minister, door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering worden aangewezen om administratieve geldboeten in te vorderen.
Met het oog op de invordering bezorgt de bevoegde administratie een kopie van de administratieve beslissing en eventueel van de in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing aan de gezegde diensten en ambtenaren. Deze laatsten kunnen een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door de gezegde ambtenaren geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
[1 De bevoegde administratie kan tevens een kopie van de bestuurlijke beslissing en eventueel van de in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing meedelen, uit eigen initiatief of op vraag van een andere instantie, in een van volgende gevallen :
1° wanneer deze mededeling nodig is voor de vervulling van een taak van openbaar belang of een taak die deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag waarmee deze instantie is bekleed ;
2° wanneer deze mededeling kadert in de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie van deze instantie.
De Regering stelt de lijst op van de bij deze bepaling bedoelde bestemmelingen en werkt die zo nodig bij.]1
Met het oog op de invordering bezorgt de bevoegde administratie een kopie van de administratieve beslissing en eventueel van de in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing aan de gezegde diensten en ambtenaren. Deze laatsten kunnen een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door de gezegde ambtenaren geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
[1 De bevoegde administratie kan tevens een kopie van de bestuurlijke beslissing en eventueel van de in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing meedelen, uit eigen initiatief of op vraag van een andere instantie, in een van volgende gevallen :
1° wanneer deze mededeling nodig is voor de vervulling van een taak van openbaar belang of een taak die deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag waarmee deze instantie is bekleed ;
2° wanneer deze mededeling kadert in de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie van deze instantie.
De Regering stelt de lijst op van de bij deze bepaling bedoelde bestemmelingen en werkt die zo nodig bij.]1
Art. 28. Si l'auteur de l'infraction demeure en défaut de payer l'amende administrative, soit dans le délai de trois mois prévu à l'article 26, soit après une décision judiciaire coulée en force de chose jugée, ou ne respecte pas le plan d'apurement qui lui a été accordé en vertu de l'article 26, l'administration compétente saisit les services et leurs fonctionnaires compétents, que le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale désigne sur proposition du Ministre compétent pour récupérer les amendes administratives.
En vue du recouvrement, l'administration compétente transmet une copie de la décision administrative et, le cas échéant, de la décision judiciaire coulée en force de chose jugée auxdits services et fonctionnaires, ces derniers pouvant décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par lesdits fonctionnaires.
[1 L'administration compétente peut communiquer également une copie de la décision administrative et, le cas échéant, de la décision judiciaire coulée en force de chose jugée, de sa propre initiative ou à la demande de toute instance, dans l'un des cas suivants :
1° lorsque cette communication est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public ou relevant de l'exercice de l'autorité publique, dont est investie cette instance ;
2° lorsque cette communication s'inscrit dans le cadre des missions de police administrative ou de police judiciaire de cette instance.
Le Gouvernement dresse la liste des instances destinataires visées par la présente disposition et l'actualise le cas échéant.]1
En vue du recouvrement, l'administration compétente transmet une copie de la décision administrative et, le cas échéant, de la décision judiciaire coulée en force de chose jugée auxdits services et fonctionnaires, ces derniers pouvant décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par lesdits fonctionnaires.
[1 L'administration compétente peut communiquer également une copie de la décision administrative et, le cas échéant, de la décision judiciaire coulée en force de chose jugée, de sa propre initiative ou à la demande de toute instance, dans l'un des cas suivants :
1° lorsque cette communication est nécessaire à l'exécution d'une mission d'intérêt public ou relevant de l'exercice de l'autorité publique, dont est investie cette instance ;
2° lorsque cette communication s'inscrit dans le cadre des missions de police administrative ou de police judiciaire de cette instance.
Le Gouvernement dresse la liste des instances destinataires visées par la présente disposition et l'actualise le cas échéant.]1
Art. 29. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan nadere regelen en procedures bepalen voor de invordering van een administratieve geldboete.
Art. 29. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale peut déterminer des modalités de recouvrement de l'amende administrative et des procédures y afférentes.
Art. 30. De rechtsvordering tot invordering van de administratieve geldboete verjaart tien jaar na de dag waarop geen beroep meer kan worden aangetekend tegen de beslissing van de bevoegde administratie.
Art. 30. L'action en recouvrement de l'amende administrative se prescrit par dix ans à dater du jour où la décision de l'administration compétente n'est plus susceptible de recours.
Art. 31. Door de betaling van de geldboete vervalt de rechtsvordering van de bevoegde administratie.
Art. 31. Le paiement de l'amende met fin à l'action de l'administration compétente.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingsbepaling van de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen
Section 1re. - Disposition modificative de la loi du 19 février 1965 relative à l'exercice, par les étrangers, des activités professionnelles indépendantes
Art. 32. In de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen wordt een artikel 13/2 ingevoegd, luidend :
" Art. 13/2. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald door deze wet. ".
" Art. 13/2. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald door deze wet. ".
Art. 32. Dans la loi du 19 février 1965 relative à l'exercice, par les étrangers, des activités professionnelles indépendantes, il est inséré un article 13/2, rédigé comme suit :
" Art. 13/2. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par la présente loi. ".
" Art. 13/2. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par la présente loi. ".
Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen
Section 2. - Dispositions modificatives de la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales
Art. 33. In het opschrift van onderafdeling 4 van afdeling 6 van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, worden de woorden " en strafbepalingen " vervangen door de woorden " , strafbepalingen en administratieve geldboeten ".
Art. 33. Dans l'intitulé de la sous-section 4 de la section 6 du chapitre IV de la loi du 22 janvier 1985 de redressement contenant des dispositions sociales, les mots " et pénalités " sont remplacés par les mots " , pénalités et amendes administratives ".
Art. 34. In het opschrift van deeltitel 2 van onderafdeling 4 van afdeling 6 van hoofdstuk IV van dezelfde wet, worden de woorden " en administratieve geldboeten " toegevoegd aan het woord " Strafbepalingen ".
Art. 34. Dans l'intitulé du sous-titre 2 de la sous-section 4 de la section 6 du chapitre IV de la même loi, les mots " et amendes administratives " sont ajoutés aux mots " Dispositions pénales ".
Art. 35. In dezelfde wet wordt artikel 132, opgeheven bij wet van 6 juni 2010, hersteld als volgt :
" Art. 132. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in deze onderafdeling. ".
" Art. 132. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in deze onderafdeling. ".
Art. 35. Dans la même loi, l'article 132, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 132. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par la présente sous-section. ".
" Art. 132. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par la présente sous-section. ".
Afdeling 3. - Wijzigingsbepalingen van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers
Section 3. - Dispositions modificatives de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs
Art. 36. In het opschrift van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, worden de woorden " en strafbepalingen " vervangen door de woorden " , strafbepalingen en administratieve geldboeten ".
Art. 36. Dans l'intitulé du chapitre V de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, les mots " et pénalités " sont remplacés par les mots " , pénalités et amendes administratives ".
Art. 37. In het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk V van dezelfde wet, worden de woorden " en administratieve geldboeten " toegevoegd aan het woord " Strafbepalingen ".
Art. 37. Dans l'intitulé de la section 2 du chapitre V de la même loi, les mots " et amendes administratives " sont ajoutés aux mots " Dispositions pénales ".
Art. 38. In dezelfde wet wordt artikel 39bis, opgeheven bij wet van 6 juni 2010, hersteld als volgt :
" Art. 39bis. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 39. ".
" Art. 39bis. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 39. ".
Art. 38. Dans la même loi, l'article 39bis, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 39bis. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 39. ".
" Art. 39bis. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 39. ".
Afdeling 4. - Wijzigingsbepalingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Section 4. - Disposition modificatives de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Art. 39. In het opschrift van hoofdstuk VII van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, worden de woorden " en administratieve geldboeten " toegevoegd aan het woord " Strafbepalingen ".
Art. 39. Dans l'intitulé du chapitre VII de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, les mots " et amendes administratives " sont ajoutés aux mots " Dispositions pénales ".
Art. 40. In dezelfde wet wordt artikel 14, opgeheven bij wet van 6 juni 2010, hersteld als volgt :
" Art. 14. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 12. ".
" Art. 14. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 12. ".
Art. 40. Dans la même loi, l'article 14, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 14. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 12. ".
" Art. 14. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 12. ".
Afdeling 5. - Wijzigingsbepalingen van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
Section 5. - Dispositions modificatives de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Art. 41. In het opschrift van hoofdstuk IV/1 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, worden de woorden " en administratieve geldboeten " toegevoegd aan het woord " Strafbepalingen ".
Art. 41. Dans l'intitulé du chapitre IV/1 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, les mots " et amendes administratives " sont ajoutés aux mots " Dispositions pénales ".
Art. 42. In dezelfde wet wordt artikel 10quater, opgeheven bij wet van 22 juni 2012, hersteld als volgt :
" Art. 10quater. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 10ter. ".
" Art. 10quater. De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 10ter. ".
Art. 42. Dans la même loi, l'article 10quater, abrogé par la loi du 22 juin 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 10quater. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 10ter. ".
" Art. 10quater. Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives déterminées par l'article 10ter. ".
Afdeling 6. - Wijzigingsbepalingen van de ordonnantie van 4 september 2008 betreffende de strijd tegen discriminatie en de gelijke behandeling op het vlak van de tewerkstelling
Section 6. - Dispositions modificatives de l'ordonnance du 4 septembre 2008 relative à la lutte contre la discrimination et à l'égalité de traitement en matière d'emploi
Art. 43. In artikel 19/1 van de ordonnantie van 4 september 2008 betreffende de strijd tegen discriminatie en de gelijke behandeling op het vlak van de tewerkstelling, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " door de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen " vervangen door de woorden " in de bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie ";
2° het derde lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " door de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen " vervangen door de woorden " in de bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie ";
2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 19/1 de l'ordonnance du 4 septembre 2008 relative à la lutte contre la discrimination et à l'égalité de traitement en matière d'emploi, les modifications suivantes sont apportées :
1° au premier alinéa, les mots " par l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations " sont remplacés par les mots " par les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie ";
2° le troisième alinéa est abrogé.
1° au premier alinéa, les mots " par l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations " sont remplacés par les mots " par les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie ";
2° le troisième alinéa est abrogé.
Afdeling 7. - Wijzigingsbepalingen van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen
Section 7. - Dispositions modificatives de l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations
Art. 44. In artikel 21 van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen worden de woorden " de artikelen 26 tot 34 " vervangen door de woorden " de bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie ".
Art. 44. Dans l'article 21 de l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations, les mots " des articles 26 à 34 " sont remplacés par les mots " des dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie ".
Art. 45. De artikelen 26 tot en met 33 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
Art. 45. Les articles 26 à 33 inclus de la même ordonnance sont abrogés.
Art. 46. Artikel 34 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een lid, luidend :
" De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn daarop van toepassing. ".
" De bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn daarop van toepassing. ".
Art. 46. L'article 34 de la même ordonnance est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent. ".
" Les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent. ".
Afdeling 8. - Wijzigingsbepalingen van de ordonnantie van 14 juli 2011 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Section 8. - Dispositions modificatives de l'ordonnance du 14 juillet 2011 relative à la gestion mixte du marché de l'emploi dans la Région de Bruxelles-Capitale
Art. 47. In artikel 24 van de ordonnantie van 14 juli 2011 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " door de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen " vervangen door de woorden " in de bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie ";
2° het derde lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " door de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen " vervangen door de woorden " in de bepalingen van de ordonnantie van [...] houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie ";
2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 47. Dans l'article 24 de l'ordonnance du 14 juillet 2011 relative à la gestion mixte du marché de l'emploi dans la Région de Bruxelles-Capitale, les modifications suivantes sont apportées :
1° au premier alinéa, les mots " par l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations " sont remplacés par les mots " par les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie ";
2° le troisième alinéa est abrogé.
1° au premier alinéa, les mots " par l'ordonnance du 30 avril 2009 relative à la surveillance des législations en matière d'emploi qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et à l'instauration d'amendes administratives applicables en cas d'infraction à ces réglementations " sont remplacés par les mots " par les dispositions de l'ordonnance du [...] portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie ";
2° le troisième alinéa est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 48. De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie.
Art. 48. La date d'entrée en vigueur de la présente ordonnance est déterminée par le Gouvernement.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-09-2016 par ARR 2016-07-14/05, art. 10,1°)