Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 AUGUSTUS 2015. - Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot uitstel, voor het kalenderjaar 2015, van de op de rusthuizen, de rust- en verzorgingstehuizen, de centra voor dagverzorging, de overeenkomsten gesloten in toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen, de revalidatieovereenkomsten, de overeenkomsten gesloten met multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, de psychiatrische verzorgingstehuizen en de initiatieven van beschut wonen toepasselijke indexering
Titre
19 AOUT 2015. - Arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune reportant l'indexation applicable aux maisons de repos, maisons de repos et de soins, centres de soins de jour, aux conventions conclues en application de l'article 56, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour le financement de soins alternatifs et de soutien aux soins à des personnes âgées fragiles, aux conventions de rééducation fonctionnelle, aux conventions conclues avec des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs, aux maisons de soins psychiatriques et aux initiatives d'habitations protégées, pour l'année civile 2015
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Dit besluit is toepasselijk op de voorzieningen en verstrekkingen waarvoor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd is.
Article 1er. Le présent arrêté est applicable aux institutions et interventions relevant de la compétence de la Commission communautaire commune.
Art.2. De tegemoetkomingen en bedragen waarin de hierna opgesomde regelingen voorzien worden in het kalender jaar 2015 niet geïndexeerd :
  1° het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden;
  2° het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's en de loonsverhogingen in bepaalde gezondheidsinrichtingen betreft;
  3° het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de programmawet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft;
  4° het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging;
  5° het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen voor wat de categorieën 1 en 4 betreft;
  6° de nationale overeenkomst tussen de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen zoals gesloten in toepassing van artikel 47 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  7° het koninklijk besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 59ter van de programmawet van 2 januari 2001 wat de tegemoetkoming in de vakbondspremie betreft;
  8° de overeenkomsten voor long term care revalidatie bedoeld in artikel 5, § 1, I., 5°, van de wet van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en die, krachtens artikel 22, 6°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, zijn gesloten met de volgende inrichtingen :
  a) 772 Psychosociale revalidatie van volwassenen;
  b) 771 Revalidatie centrum voor motorische revalidatie :
  La Braise, Centre de jour de Réadaptation fonctionnelle pour traumatisés crâniens graves;
  c) 773 Revalidatie van verslaafden;
  d) 7740 Kinderpsychiatrische aandoeningen;
  e) 7745 Vroegtijdige stoornissen in de interactie ouders-kinderen;
  f) 7746 Referentiecentra voor autisme;
  g) 7767 Respijteenheden;
  h) 779 Slechthorenden;
  i) 7840 Revalidatie hersenverlamden;
  j) 790 Multidisciplinaire evaluatie in het kader van de nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen;
  k) 953 en 965 Centra voor ambulante revalidatie CAR;
  l) 969 Visuele stoornissen;
  9° de overeenkomsten die, krachtens artikel 22, 6° ter, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering zijn gesloten de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging (9680);
  10° het ministerieel besluit van 10 juli 1990 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de psychiatrische verzorgingstehuizen;
  11° het koninklijk besluit van 17 december 2002 houdende vaststelling van de regelen volgens welke een gedeelte van de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen ten laste van de Staat wordt gelegd;
  12° het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen;
  13° de nationale overeenkomst tussen de psychiatrische verzorgingstehuizen en de verzekeringsinstellingen zoals gesloten in toepassing van artikel 47 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  14° het koninklijk besluit van 18 juli 2001 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het budget van financiële middelen, de quota van verblijfdagen en de prijs per verblijfdag voor de initiatieven van beschut wonen worden bepaald;
  15° het ministerieel besluit van 12 september 1994 tot bepaling van de wijze waarop de tegemoetkoming van de Staat in de prijs per verblijfdag voor initiatieven van beschut wonen wordt bepaald.
Art.2. Les interventions et les montants tels que prévus ci-après ne sont pas indexés pendant l'année civile 2015 :
  1° l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées;
  2° l'arrêté royal du 17 août 2007 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes et l'augmentation des rémunérations dans certaines institutions de soins;
  3° l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière;
  4° l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour;
  5° l'arrêté royal du 2 juillet 2009 fixant les conditions dans lesquelles le Comité de l'assurance peut conclure des conventions en application de l'article 56, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour le financement de soins alternatifs et de soutien aux soins à des personnes âgées fragiles pour ce qui concerne les catégories 1 et 4;
  6° la convention nationale entre les maisons de repos et de soins, les maisons de repos pour personnes âgées, les centres de soins de jour et les organismes assureurs, conclue en vertu des dispositions de l'article 47 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  7° l'arrêté royal du 26 mars 2003 portant exécution de l'article 59ter de la loi-programme du 2 janvier 2001 en ce qui concerne la contribution relative à la prime syndicale;
  8° les conventions de rééducation fonctionnelle " long care ", visées à l'article 5, § 1er, I., 5°, de la loi spéciale du 8 aout 1980 de réformes institutionnelles et qui, selon les dispositions de l'article 22, 6°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, ont été conclues entre le Comité de l'assurance et les établissements suivants :
  a) 772 Rééducation psychosociale pour adultes;
  b) 771 Centre de rééducation de troubles neurolocomoteurs :
  La Braise, Centre de jour de Réadaptation fonctionnelle pour traumatisés crâniens graves;
  c) 773 Rééducation fonctionnelle de toxicomanes;
  d) 7740 Troubles pédopsychiatriques;
  e) 7745 Troubles précoces dans l'interaction parents-enfants;
  f) 7746 Centres de référence autisme;
  g) 7767 Unités de répit;
  h) 779 Troubles de l'ouïe;
  i) 7840 Rééducation fonctionnelle des personnes présentant une IMOC;
  j) 790 Evaluation multidisciplinaire dans le cadre de la nomenclature des aides à la mobilité;
  k) 953 et 965 Centres de rééducation fonctionnelle ambulatoire CRA;
  l) 969 Déficiences visuelles;
  9° les conventions qui, selon les dispositions de l'article 22, 6° ter, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, ont été conclues entre le Comité de l'assurance de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité et les équipes palliatives (9680);
  10° l'arrêté ministériel du 10 juillet 1990 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de soins psychiatriques;
  11° l'arrêté royal du 17 décembre 2002 fixant les règles selon lesquelles une partie du prix d'hébergement des maisons de soins psychiatriques est portée à la charge de l'Etat;
  12° l'arrêté royal du 10 juillet 1990 fixant les normes d'agrément spécifique des maisons de soins psychiatriques;
  13° la convention nationale entre les maisons de soins psychiatriques et les organismes assureurs, conclue en vertu des dispositions de l'article 47 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  14° l'arrêté royal du 18 juillet 2001 fixant les règles selon lesquelles le budget des moyens financiers, le quota de journées de séjour et le prix de la journée de séjour sont déterminés pour les initiatives d'habitation protégée;
  15° l'arrêté ministériel du 12 septembre 1994 déterminant le mode de liquidation de l'Etat dans le prix de la journée de séjour des initiatives d'habitation protégée.
Art.3. Vanaf 1 januari 2016 worden de in artikel 2 bedoelde tegemoetkomingen en bedragen gekoppeld aan de spilindex van toepassing op 1 december 2015.
Art.3. A partir du 1er janvier 2016, les interventions et les montants, visés à l'article 2, sont liés à l'indice-pivot d'application au 1er décembre 2015.
Art.4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2015.
Art.4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er juin 2015.
Art. 5. De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Les Membres du Collège réuni, compétents pour la politique de Santé, sont chargés de l'exécution du présent arrêté.