Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-10-2016 en tekstbijwerking tot 28-11-2025)
Titre
14 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté royal fixant les rétributions pour l'exécution des formalités hypothécaires et pour la délivrance des copies et des certificats(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-10-2016 et mise à jour au 28-11-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2016003313
Datum: 2016-09-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016003313
Date: 2016-09-14
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. [1 De hypothecaire openbaarmaking geeft aanleiding tot het betalen van volgende retributies :
   1° voor de erkenning van de neerlegging van stukken, wanneer zij afgegeven wordt overeenkomstig artikel 126 van de hypotheekwet van 16 december 1851, per nummer van het register van neerlegging : 20,00 EUR;
   2° voor elke inschrijving - oorspronkelijke of vernieuwde - van hypotheekrecht of voorrecht en dit naargelang het bedrag in hoofdsom en bijhorigheden, van de sommen waarvoor de inschrijving genomen of vernieuwd wordt :
   - 300.000 EUR niet overtreft : 210,00 EUR;
   - 300.000 EUR overtreft : 900,00 EUR.
   Het bedoelde bedrag omvat het totaal van de schuldvorderingen, huidige of gebeurlijke, prijzen, opleggelden, uitkeringen, geldelijke lasten en andere prestaties in geld, die het voorwerp van de inschrijving uitmaken, met uitsluiting van de bij artikel 87 van de hypotheekwet van 16 december 1851 bedoelde drie jaren interest en met uitsluiting van de prestaties in natura en van de verplichtingen om iets te doen die niet in kapitaal werden geraamd in de akten, en, bij ontstentenis van akten, in de borderellen. Het wordt bepaald per formaliteit zonder rekening te houden met de pluraliteit van hypotheekrechten en van schuldvorderingen, noch met het aantal van de schuldeisers, medebelanghebbenden of niet, noch met het aantal van de verdeelde of onverdeelde eigenaars.
   De prestaties bestaande uit een rente of een pensioen, die niet in kapitaal werden geraamd in de akten of borderellen, worden geschat als volgt :
   - gaan de prestaties over een lijfrente of een levenslang pensioen, dan wordt de retributie vereffend op het jaarlijks bedrag van de uitkering vermenigvuldigd met het getal dat in onderstaande tabel is opgegeven en afhankelijk is van de leeftijd van de beneficiant op de dag van de akte :
Article 1er. [1 La publicité hypothécaire donne lieu au paiement des rétributions suivantes :
   1° pour la reconnaissance de la remise de pièces lorsqu'elle est délivrée conformément à l'article 126 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, par numéro du registre de dépôt : 20,00 EUR;
   2° pour toute inscription - primitive ou renouvelée - de droit d'hypothèque ou de privilège, et ce, suivant que le montant, en principal et accessoires, des sommes pour lesquelles l'inscription est prise ou renouvelée :
   - ne dépasse pas 300.000 EUR : 210,00 EUR;
   - dépasse 300.000 EUR : 900,00 EUR.
   Le montant visé est formé du total des créances, actuelles ou éventuelles, prix, soultes, retours, charges pécuniaires et autres prestations liquides constituant l'objet de l'inscription, à l'exclusion des trois années d'intérêts visées à l'article 87 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, ainsi qu'à l'exclusion des prestations en nature et des obligations de faire qui n'ont pas été évaluées en capital dans les actes, et, à défaut d'actes, dans les bordereaux. Il est déterminé par formalité, sans avoir égard à la pluralité de droits d'hypothèque et de créances, au nombre des créanciers, cointéressés ou non, et à celui des propriétaires, divis ou indivis.
   Les prestations consistant en une rente ou une pension, qui n'ont pas été évaluées en capital dans les actes ou bordereaux, sont évaluées comme suit :
   - si les prestations concernent une rente viagère ou une pension à vie, la rétribution est perçue sur le montant annuel de la prestation multiplié par le nombre qui est repris dans le tableau ci-dessous et qui dépend de l'âge du bénéficiaire au jour de l'acte :
GetalLeeftijd
1820 jaar of minder;
17meer dan 20 jaar en niet meer dan 30 jaar;
16meer dan 30 jaar en niet meer dan 40 jaar;
14meer dan 40 jaar en niet meer dan 50 jaar;
13meer dan 50 jaar en niet meer dan 55 jaar;
11meer dan 55 jaar en niet meer dan 60 jaar;
9,5meer dan 60 jaar en niet meer dan 65 jaar;
8meer dan 65 jaar en niet meer dan 70 jaar;
6meer dan 70 jaar en niet meer dan 75 jaar;
4meer dan 75 jaar en niet meer dan 80 jaar;
2meer dan 80 jaar.
GetalLeeftijd1820 jaar of minder;17meer dan 20 jaar en niet meer dan 30 jaar;16meer dan 30 jaar en niet meer dan 40 jaar;14meer dan 40 jaar en niet meer dan 50 jaar;13meer dan 50 jaar en niet meer dan 55 jaar;11meer dan 55 jaar en niet meer dan 60 jaar;9,5meer dan 60 jaar en niet meer dan 65 jaar;8meer dan 65 jaar en niet meer dan 70 jaar;6meer dan 70 jaar en niet meer dan 75 jaar;4meer dan 75 jaar en niet meer dan 80 jaar;2meer dan 80 jaar.
- gaan de prestaties over een altijddurende rente, dan wordt de retributie vereffend op het twintigvoudig jaarlijks bedrag van de rente.
   Bovenstaande bepalingen zijn toepasselijk op de inschrijving die genomen wordt, krachtens artikel 39 van de hypotheekwet van 16 december 1851, tot behoud van het recht om de afscheiding van de erfboedels te vragen;
   3° voor elke andere melding dan de doorhaling, die door middel van borderellen wordt gevorderd en die in de rand van een inschrijving gedaan wordt : 40,00 EUR;
   4° voor elke verandering van woonplaats die, onder de handtekening van de betrokkene, in de rand van een inschrijving vastgesteld wordt : 40,00 EUR;
   5 ° voor elke overschrijving : 220,00 EUR;
   6° voor elke melding die in de rand van een overschrijving gedaan wordt : 40,00 EUR;
   7° voor elke akte waarbij een weigering van overschrijving wordt vastgesteld wegens het bestaan van een voorafgaand beslag : 40,00 EUR;
   8° voor de gehele of gedeeltelijke doorhaling van de inschrijvingen, met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling : 270,00 EUR;
   Voor de berekening van de retributie wordt elke inschrijving afzonderlijk beschouwd zonder rekening te houden met de omstandigheid dat dezelfde schuldvordering gewaarborgd is door verscheidene inschrijvingen waarvan gelijktijdig opheffing gegeven wordt;
   9° voor de doorhaling van de randmeldingen met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling : 40,00 EUR per melding;
   Indien door één en dezelfde akte opheffing wordt gegeven van de inschrijving en van de randmeldingen die er betrekking op hebben, is er niets verschuldigd uit hoofde van de doorhaling van deze laatste;
   10° voor de doorhaling van de overschrijvingen van dwangbevelen en van inbeslagnemingen of van de overschrijvingen van vonnissen, beschikkingen en akten bedoeld door artikel 1253ter/5, eerste lid, 4° en vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek of van de overschrijvingen van verklaringen van niet vatbaarheid voor beslag, met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling : 40,00 EUR per overschrijving;
   11° voor een vergeleken afschrift van een overgeschreven akte, of een uittreksel eruit : 50,00 EUR ongeacht het aantal bladzijden;
   12° voor de hypothecaire getuigschriften :
   a) voor een oorspronkelijk getuigschrift : 85,00 EUR
   b) voor een aanvullend getuigschrift : 45,00 EUR
   c) voor een dringend gevraagd getuigschrift, voor zover dit wordt afgeleverd binnen de acht dagen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, de sluitingsdagen voor de kantoren niet meegerekend :
   - voor een oorspronkelijk getuigschrift : 140,00 EUR
   - voor een aanvullend getuigschrift : 85,00 EUR
   Een oorspronkelijk getuigschrift is elk getuigschrift dat niet kan worden beschouwd als een aanvullend getuigschrift.
   Een aanvullend getuigschrift is een getuigschrift dat wordt afgeleverd op grond van een verzoek in de aanvraag voor het verrichten van opzoekingen tot maximum zes maanden voorafgaand aan de datum van neerlegging van de aanvraag.
   Indien op een verzoek in de aanvraag, de bij uittreksel op het getuigschrift vermelde inschrijving of overschrijving wordt vervangen door een vergeleken afschrift, is bijkomend de onder 11° voorziene retributie verschuldigd;
   13° voor de raadpleging ter plaatse van een formaliteitsregister, voor zover die raadpleging door [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 toegelaten wordt om de openbare ambtenaren het vervullen van hun plichten te vergemakkelijken : 25,00 EUR per geraadpleegd register;
   14° voor het opzoeken van de voorgaande eigenaars om een aanvraag tot een getuigschrift aan te vullen, voor zover [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 erin toestemt die opzoekingen te doen : 10,00 EUR ongeacht het aantal namen of andere identificatiegegevens die op de aanvraag worden bijgevoegd of die worden vervolledigd of verbeterd.]1
  [3 Voor de toepassing van de retributies inzake de doorhaling, is de in aanmerking te nemen datum deze van de regelmatige en aanvaarde aanbieding van het stuk bestemd voor deze doorhaling, met dien verstande dat een aanbieding buiten de openingsuren van het kantoor wordt geacht plaats te hebben bij het begin van het eerstvolgende openingsuur van het kantoor.]3
  
NombreAge
1820 ans ou moins;
17plus de 20 ans et pas plus de 30 ans;
16plus de 30 ans et pas plus de 40 ans;
14plus de 40 ans et pas plus de 50 ans;
13plus de 50 ans et pas plus de 55 ans;
11plus de 55 ans et pas plus de 60 ans;
9,5plus de 60 ans et pas plus de 65 ans;
8plus de 65 ans et pas plus de 70 ans;
6plus de 70 ans et pas plus de 75 ans;
4plus de 75 ans et pas plus de 80 ans;
2plus de 80 ans.
NombreAge1820 ans ou moins;17plus de 20 ans et pas plus de 30 ans;16plus de 30 ans et pas plus de 40 ans;14plus de 40 ans et pas plus de 50 ans;13plus de 50 ans et pas plus de 55 ans;11plus de 55 ans et pas plus de 60 ans;9,5plus de 60 ans et pas plus de 65 ans;8plus de 65 ans et pas plus de 70 ans;6plus de 70 ans et pas plus de 75 ans;4plus de 75 ans et pas plus de 80 ans;2plus de 80 ans.
- si les prestations concernent une rente perpétuelle, la rétribution est perçue sur le montant représentant vingt fois la rente annuelle.
   Les dispositions qui précèdent sont applicables à l'inscription qui est prise, en vertu de l'article 39 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, pour conserver le droit de demander la séparation des patrimoines;
   3° pour toute mention autre que la radiation, qui est requise au moyen de bordereaux et qui est faite en marge d'une inscription : 40,00 EUR;
   4° pour tout changement de domicile qui est constaté, sous la signature de l'intéressé, en marge d'une inscription : 40,00 EUR;
   5° pour toute transcription : 220,00 EUR;
   6° pour toute mention qui est faite en marge d'une transcription : 40,00 EUR;
   7° pour tout acte constatant un refus de transcription en raison de l'existence d'une précédente saisie : 40,00 EUR;
   8° pour la radiation totale ou partielle des inscriptions, y compris la délivrance du certificat de radiation : 270,00 EUR;
   Pour le calcul de la rétribution, chaque inscription est considérée isolément sans avoir égard à la circonstance que la même créance est garantie par plusieurs inscriptions dont il est donné mainlevée simultanément;
   9° pour la radiation de mentions marginales, y compris la délivrance du certificat de radiation : 40,00 EUR par mention;
   S'il est donné mainlevée, par un même acte, de l'inscription et des mentions marginales, qui s'y rapportent, il n'est rien dû du chef de la radiation de ces dernières;
   10° pour la radiation des transcriptions de commandements et de saisies ou des transcriptions de jugements, d'ordonnances et d'actes visés à l'article 1253ter/5, alinéa premier, 4° et quatrième alinéa du Code Judiciaire ou des transcriptions des déclarations d'insaisissabilité, y compris la délivrance du certificat de radiation : 40,00 EUR par transcription;
   11° pour une copie collationnée ou un extrait d'un acte transcrit : 50,00 EUR quel que soit le nombre de pages;
   12° pour les certificats hypothécaires :
   a) pour un certificat primitif : 85,00 EUR
   b) pour un certificat complémentaire : 45,00 EUR
   c) pour un certificat demandé en urgence, pour autant qu'il soit délivré dans les huit jours à partir de la date de réception de la demande, non compris les jours de fermeture des bureaux :
   - pour un certificat primitif : 140,00 EUR
   - pour un certificat complémentaire : 85,00 EUR
   On entend par certificat primitif tout certificat qui ne peut pas être considéré comme certificat complémentaire.
   Un certificat complémentaire est un certificat qui est délivré sur base d'une requête figurant dans la demande en vue d'effectuer des recherches allant jusqu'à six mois maximum avant le dépôt de la demande.
   Si, par requête dans la demande, l'inscription ou la transcription, relevée par extrait, est remplacée par une copie collationnée, la rétribution prévue au 11° est due;
   13° pour la consultation sur place d'un registre de formalité, pour autant que cette consultation soit autorisée par [2 l'Administration générale de la Documentation patrimoniale]2 pour faciliter aux officiers publics l'accomplissement de leurs devoirs : 25,00 EUR par registre consulté;
   14° pour la recherche des précédents propriétaires en vue de compléter une demande de certificat, pour autant que [2 l'Administration générale de la Documentation patrimoniale]2 consente à assumer cette recherche : 10,00 EUR quel que soit le nombre de noms ou d'autres données d'identification qui sont joints à la demande, ou qui sont complétés ou corrigés.]1
  [3 Pour l'application des rétributions en matière de radiation, la date à considérer est celle de la présentation régulière et acceptée de la pièce visant cette radiation, étant entendu qu'une présentation en dehors des heures d'ouverture du bureau est réputée avoir lieu au début de la première heure d'ouverture du bureau qui suit.]3
  
Art.1/1. [1 In afwijking van artikel 1, 5°, wordt een akte van erfopvolging kosteloos overgeschreven op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar voor het opstellen van de akte geen vacaties of kosten vraagt en de akte opgesteld wordt binnen de 6 maanden na het overlijden.
   In afwijking van artikel 1, 12° :
   a) worden de hypothecaire getuigschriften bestemd tot het opstellen van een akte van erfopvolging kosteloos afgeleverd op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar voor het opstellen van de akte geen vacaties of kosten vraagt en de akte opgesteld wordt binnen de 6 maanden na het overlijden;
   b) worden de geautomatiseerde aanvullende hypothecaire getuigschriften, zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 11 november 2019 betreffende het aanvragen door notarissen en geregistreerde gebruikers van hypothecaire inlichtingen en het afleveren ervan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, kosteloos afgeleverd.]1

  
Art.1/1. [1 Par dérogation à l'article 1er, 5°, un acte d'hérédité est transcrit gratuitement à condition que le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas de vacations ou de frais pour l'établissement de l'acte et que l'acte soit établi dans les 6 mois du décès.
   Par dérogation à l'article 1er, 12° :
   a) les certificats hypothécaires destinés à l'établissement d'un acte d'hérédité sont délivrés gratuitement à condition que le fonctionnaire instrumentant ne réclame pas de vacations ou de frais pour l'établissement de l'acte et que l'acte soit établi dans les 6 mois du décès ;
   b) les certificats hypothécaires complémentaires automatisés tels que définis dans l'arrêté royal du 11 novembre 2019 relatif à la demande de renseignements hypothécaires par des notaires et des utilisateurs enregistrés et à leur délivrance par l'Administration générale de la Documentation patrimoniale, sont délivrés gratuitement.]1

  
Art. 2. De [3 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie is]3 ertoe gehouden de getuigschriften, afschriften en uittreksels bedoeld in artikel 127 van de hypotheekwet van 16 december 1851 [2 ...]2 te verstrekken in de volgorde van de ontvangst van de aanvragen.
  De dringend gevraagde getuigschriften [1 ...]1 genieten nochtans voorrang. [1 ...]1
  [1 ...]1
  
Art. 2. [3 L'Administration générale de la Documentation patrimoniale est tenue]3 de délivrer les certificats, copies ou extraits visés à l'article 127 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 [2 ...]2 selon l'ordre de la réception des demandes.
  Les certificats [1 ...]1 réclamés d'urgence bénéficient cependant de la priorité. [1 ...]1
  [1 ...]1
  
Art. 4. De retributies vastgesteld bij dit besluit worden vanaf 1 januari 2018 om de drie jaar aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen door de volgende formule : basisretributie vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.
  De basisretributies zijn deze vastgesteld bij [2 artikel 1]2.
  Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand [3 september]3 voorafgaand aan elke aanpassing van de retributies.
  Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november 2014.
  [1 [3 Indien uit de indexering een bedrag voortvloeit dat geen veelvoud van 5 euro is, wordt het geïndexeerde bedrag afgerond:
   1° op het hogere veelvoud van 5 euro, indien het geïndexeerde bedrag eindigt op 2,5 tot 4,99 euro of op 7,5 tot 9,99 euro;
   2° op het lagere veelvoud van 5 euro in het tegenovergestelde geval.]3
R.]1

  [2 ...]2.
  [1 ...]1.
  
Art. 4. Les rétributions visées au présent arrêté sont adaptées, tous les trois ans à partir du 1er janvier 2018, à l'indice des prix à la consommation selon la formule suivante : rétribution de base multipliée par le nouvel indice et divisée par l'indice de départ.
  Les rétributions de base sont celles visées à [2 l'article 1er]2.
  Le nouvel indice est l'indice des prix à la consommation du mois de [3 septembre]3 qui précède chaque adaptation des rétributions.
  L'indice de départ est l'indice des prix à la consommation du mois de novembre 2014.
  [1 [3 S'il résulte de l'indexation un montant qui n'est pas un multiple de 5 euros, le montant indexé est arrondi :
   1° au multiple de 5 euros supérieur, si le montant indexé se termine soit par 2,5 à 4,99 soit par 7,5 à 9,99 euros ;
   2° au multiple de 5 euros inférieur dans le cas contraire]3
.]1

  [2 ...]2.
  [1 ...]1.
  
Art. 5. [1 § 1. De hypothecaire formaliteiten worden verricht en de inlichtingen worden verstrekt na betaling van het bedrag dat nodig is om de verschuldigde rechten en retributies te dekken, zoals vastgesteld door het bevoegde kantoor.
   In afwijking van het eerste lid wordt, in geval van ambtshalve vernieuwing van de inschrijving van een wettelijke hypotheek, de retributie in debet geboekt. De ontvanger vordert ze in ten laste van de schuldenaar.
   De bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, betreffende de verjaring en de vervolgingen, zijn toepasselijk inzake voormelde retributies.
   § 2. De betaling kan als volgt worden verricht:
   1° door storting of overschrijving op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;
   2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;
   3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen instelt in opdracht van de ontvanger;
   § 3. De in paragraaf 2 bedoelde betaling heeft uitwerking:
   1° in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;
   2° in geval van betaling door middel van een door de minister van Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op de dag van de verrichting;
   3° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder;
   § 4. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen waarop de betaling uitwerking heeft.]1

  
Art. 5. [1 § 1er. Les formalités hypothécaires sont exécutées et les renseignements fournis, après paiement du montant nécessaire pour couvrir les droits et rétributions dus, tel que liquidé par le bureau compétent.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de renouvellement d'office de l'inscription d'une hypothèque légale, la rétribution est inscrite en débet. Le receveur la recouvre à charge du débiteur.
   Les dispositions du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, relatives à la prescription et aux poursuites, sont applicables aux rétributions précitées.
   § 2. Le paiement peut être effectué comme suit :
   1° par versement ou virement sur le compte financier du bureau compétent ;
   2° par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué ;
   3° dans les mains d'un huissier de justice lorsque celui-ci poursuit le paiement à la requête du receveur ;
   § 3. Le paiement visé au paragraphe 2 prend effet :
   1° en cas de versement ou de virement, à la date valeur du crédit au compte financier du bureau compétent ;
   2° en cas de paiement par un moyen de paiement électronique autorisé par le ministre des Finances ou son délégué, au jour de l'opération ;
   3° en cas de paiement poursuivi par huissier de justice à la requête du receveur, à la date de la remise des fonds dans les mains de l'huissier de justice ;
   § 4. Le Ministre des Finances ou son délégué peut, dans des circonstances particulières, autoriser d'autres modes de paiement et déterminer la date à laquelle celui-ci prend effet.]1

  
Art. 6. § 1. Het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1967, 7 maart 1967, 4 februari 1972, 17 augustus 1973, 29 augustus 1975, 22 december 1982, 11 augustus 1986, 4 april 1996, 4 maart 1998, 13 juli 2001, 17 mei 2007 en 25 april 2014 wordt opgeheven.
  § 2. In afwijking van § 1 blijven de artikelen 7bis tot 11bis van het koninklijk besluit van 18 september 1962 van kracht voor de voorafneming op de hypothecaire lonen ten bate van de Schatkist die nog moet worden uitgevoerd na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 6. § 1. L'arrêté royal du 18 septembre 1962 déterminant les salaires des conservateurs des hypothèques, modifié par les arrêtés royaux des 10 février 1967, 7 mars 1967, 4 février 1972, 17 août 1973, 29 août 1975, 22 décembre 1982, 11 août 1986, 4 avril 1996, 4 mars 1998, 13 juillet 2001, 17 mai 2007 et 25 avril 2014, est abrogé.
  § 2. Par dérogation au § 1, les articles 7bis à 11bis de l'arrêté royal du 18 septembre 1962 restent d'application pour le prélèvement sur les salaires hypothécaires au profit du Trésor qui doit encore être exécuté après l'entrée en vigueur de cet arrêté.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop titel 3, hoofdstuk 1 van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen in werking treedt.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du titre 3, chapitre 1 de la loi du 18 décembre 2015 portant des dispositions fiscales et diverses.
Art. 8. De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.