Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 OKTOBER 2016. - Wet betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-2016 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Titre
25 OCTOBRE 2016. - Loi relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-11-2016 et mise à jour au 28-04-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Doel en definities TITEL 2. - Toegang tot de uitoefening van beleg... HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK 2. - Beleggingsondernemingen naar Bel... HOOFDSTUK 3. - Beleggingsondernemingen naar bui... Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtinge... Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtinge... Afdeling 3. - Bijkantoren in België van beleggi... Afdeling 4. - Dienstverrichtingen in België van... HOOFDSTUK 4. - Samenwerking tussen toezichthoud... TITEL 3. - Statuut van en toezicht op de vennoo... HOOFDSTUK 1. - Vennootschappen voor vermogensbe... Afdeling 1. - Vergunningsprocedure Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling 1. - Rechtsvorm Onderafdeling 2. - Aanvangskapitaal Onderafdeling 3. - Aandeelhouders of vennoten Onderafdeling 4. - Leiding Onderafdeling 5. - Organisatie Onderafdeling 6. - Hoofdbestuur Onderafdeling 7. - Beleggersbescherming Onderafdeling 8. [1 - Algemene bepaling]1 Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden Onderafdeling 1. - Minimum eigen vermogen Onderafdeling 2. - Wijzigingen in de kapitaalst... Onderafdeling 3. - Leiding en leiders Onderafdeling 3/1. [1 - Tenuitvoerlegging van h... Onderafdeling 4. - Fusies en overdrachten Onderafdeling 5. - Verplichtingen en verbodsbep... Onderafdeling 6. - Opening van dochterondernemi... Onderafdeling 7. - Vrij verrichten van diensten... Onderafdeling 8. - De reglementaire normen en v... Onderafdeling 9. - Periodieke informatieverstre... Afdeling 4. - Toezicht op de vennootschappen vo... Onderafdeling 1. [1 - Toezicht door de FSMA]1 Onderafdeling 2. [1 - Procedure van prudentieel... Onderafdeling 3. [1 - Groepstoezicht]1 Onderafdeling 4. [1 - Revisoraal toezicht]1 Onderafdeling 5. [1 - Toezicht op werkzaamheden... Afdeling 5. [1 - Intrekking van de vergunning, ... Onderafdeling 1. [1 - Intrekking van de vergunn... Onderafdeling 2. [1 - ]1 Onderafdeling 3. [1 - Her-stelmaatregelen]1 Onderafdeling 4. [1 - Dwangsommen en administra... HOOFDSTUK 2. - Buitenlandse vennootschappen voo... Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtinge... Onderafdeling 1. - Verplichtingen en verbodsbep... Onderafdeling 2. - Periodieke informatieverstre... Onderafdeling 3. - Toezicht Onderafdeling 4. - Uitzonderingsmaatregelen, be... Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtinge... Afdeling 3. - Bijkantoren in België van buitenl... Onderafdeling 1. - Vergunning Onderafdeling 2. - Bedrijfsuitoefening Onderafdeling 3. - Toezicht Onderafdeling 4. - Intrekking van de vergunning... Afdeling 4. HOOFDSTUK 3. - Samenwerking tussen nationale au... TITEL 4. - Beleggersbeschermingsregelingen TITEL 5. - Bemiddelaars inzake valutahandel TITEL 6. - Samenwerking tussen bevoegde autorit... HOOFDSTUK 1. - Samenwerking tussen overheden HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking TITEL 7. - Strafrechtelijke sancties TITEL 8. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen BIJLAGE. N1. [1 BELONINGSBELEID]1 Afdeling I. [1 - Structuur van het beloningsbel... Afdeling II. [1 - Variabele beloning]1 Afdeling III. [1 - Pensioenen]1 Afdeling IV. [1 - Vrijstellingen]1 Afdeling V. [1 - Antifraudebepalingen]1 Afdeling VI. [1 - Vertrekvergoedingen en indien... Afdeling VII. [1 - Uitzonderlijke overheidssteun]1 Onderafdeling I. [1 - Variabele beloning - Alge... Afdeling VIII. [1 - Openbaarmaking en verstrekk...
Inhoud
TITRE 1er. - Objet et définitions TITRE 2. - De l'accès aux activités d'investiss... CHAPITRE 1er. - Champ d'application CHAPITRE 2. - Des entreprises d'investissement ... CHAPITRE 3. - Des entreprises d'investissement ... Section 1re. - Des succursales et des activités... Section 2. - Des succursales et des activités d... Section 3. - Des succursales en Belgique des en... Section 4. - Des activités de prestation de ser... CHAPITRE 4. - De la collaboration entre autorit... TITRE 3. - Du statut et du contrôle des société... CHAPITRE 1er.. - Des sociétés de gestion de por... Section 1re. - Procédure d'agrément Section 2. - Conditions d'agrément Sous-section 1re. - Forme Sous-section 2. - Capital initial Sous-section 3. - Détenteurs du capital Sous-section 4. - Dirigeants Sous-section 5. - Organisation Sous-section 6. - Administration centrale Sous-section 7. - Protection des investisseurs Sous-section 8. [1 - Généralités]1 Section 3. - Conditions d'exercice de l'activité Sous-section 1re. - Fonds propres minimums Sous-section 2. - Modifications dans la structu... Sous-section 3. - Direction et dirigeants Sous-section 3/1. [1 Mise en oeuvre de la polit... Sous-section 4. - Fusions et cessions Sous-section 5. - Obligations et interdictions Sous-section 6. - Ouverture de filiales ou de s... Sous-section 7. - Exercice de la libre prestati... Sous-section 8. - Normes et obligations régleme... Sous-section 9. - Informations périodiques et r... Section 4. - Contrôle des sociétés de gestion d... Sous-section 1re. [1 - Contrôle exercé par la F... Sous-section 2. [1 - Processus de surveillance ... Sous-section 3. [1 - Surveillance des groupes]1 Sous-section 4. [1 - Contrôle révisoral]1 Sous-section 5. [1 - Contrôle des activités exe... Section 5. [1 - Radiation de l'agrément, mesure... Sous-section 1re. [1 - Radiation de l'agrément]1 Sous-section 2. [1 - Saisine du Tribunal de l'i... Sous-section 3. [1 - Des mesures de redressement]1 Sous-section 4. [1 - Des astreintes et des sanc... CHAPITRE 2. - Des sociétés de gestion de portef... Section 1re. - Des succursales et des activités... Sous-section 1. - Obligations et interdictions Sous-section 2. - Informations périodiques et r... Sous-section 3. - Contrôle Sous-section 4. - Mesures exceptionnelles, sanc... Section 2. - Succursales et activités de presta... Section 3. - Des succursales en Belgique des so... Sous-section 1re. - Agrément Sous-section 2. - Exercice de l'activité Sous-section 3. - Contrôle Sous-section 4. - Radiation de l'agrément, mesu... Section 4. CHAPITRE 3. - De la collaboration entre autorit... TITRE 4. - Des systèmes de protection des inves... TITRE 5. - Des intermédiaires en matiere de com... TITRE 6. - Collaboration entre autorités compét... CHAPITRE 1er. - De la collaboration entre autor... CHAPITRE 2. - De la communication d'informations TITRE 7. - Sanctions pénales TITRE 8. - Dispositions diverses CHAPITRE 1er. - Dispositions transitoires CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives CHAPITRE 3. - Dispositions abrogatoires ANNEXE. ANNEXE 1. [1 POLITIQUE DE REMUNERATION]1 Section Ire. [1 - Structure de la politique de ... Section II. [1 - Rémunération variable]1 Section III. [1 - Pensions]1 Section IV. [1 - Exemptions]1 Section V. [1 - Dispositions anti-abus]1 Section VI. [1 - Indemnités de départ et d'entr... Section VII. [1 - Soutien financier exceptionne... Sous-section Ire. [1 - Rémunération variable - ... Section VIII. [1 - Publication et communication]1
Tekst (316)
Texte (317)
TITEL 1. - Doel en definities
TITRE 1er. - Objet et définitions
Artikel 1. § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  § 2. Deze wet regelt:
  1° de toegang tot de beleggingsactiviteiten en tot de verlening van beleggingsdiensten;
  2° de vergunningsprocedure, de vergunningsvoorwaarden, de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden voor en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  3° de beleggersbeschermingsregeling waaraan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten deelnemen;
  4° de toegang tot de deviezenhandel.
  § 3. Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van de volgende Richtlijnen:
  - Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
  - [1 richtlijn 2014/65/EU van het europees parlement en de raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/eg en richtlijn 2011/61/eu]1;
  - Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat;
  - Richtlijn 97/9/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels;
  [2 - Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU.]2
  

Änderungen

[1]Art.1.[1 § 1. Het beloningsbeleid voorziet in een evenwichtige verdeling tussen de vaste en de variabele component van de totale beloning. Het aandeel van de vaste component in het totale beloningspakket is voldoende groot om een volledig flexibel beleid inzake variabele beloning te kunnen voeren, inclusief de mogelijkheid om geen variabele beloning uit te betalen.
§ 2. Het beloningsbeleid stelt de passende verhoudingen vast tussen de vaste en de variabele component van de totale beloning, rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en de daaraan verbonden risico's, alsmede met de impact die verschillende categorieën van personeelsleden als bedoeld in artikel 37/1, § 3 hebben op het risicoprofiel van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Het bepaalt dat de variabele beloning voor elke persoon in elk geval beperkt is tot het hoogste van de volgende twee bedragen:
- 50 % van de vaste beloning;
[2]- 50 000 euro, zonder dat dit bedrag reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[2 hoger mag zijn dan de vaste beloning<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Article 1er. § 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
  § 2. La présente loi règle:
  1° l'accès aux activités d'investissement et à la prestation de services d'investissement;
  2° la procédure d'agrément, les conditions d'agrément, les conditions d'exercice et le contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  3° le système de protection des investisseurs auquel doivent adhérer les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les sociétés de gestion d'OPCA et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif;
  4° l'accès à l'activité de commerce de devises.
  § 3. La présente loi assure la transposition partielle des directives suivantes:
  - la directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des entreprises d'investissement, modifiant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE;
  - [1 la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE]1;
  - la directive 2011/89/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 novembre 2011 modifiant les directives 98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/CE en ce qui concerne la surveillance complémentaire des entités financières des conglomérats financiers;
  - de la directive 97/9/CE du Parlement européen et du Conseil du 3 mars 1997 relative aux systèmes d'indemnisation des investisseurs;
  [2 - de la directive (UE) 2019/2034 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 concernant la surveillance prudentielle des entreprises d'investissement et modifiant les directives 2002/87/CE, 2009/65/CE, 2011/61/UE, 2013/36/UE, 2014/59/UE et 2014/65/UE.]2
  
Art.2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
  1° beleggingsdiensten en -activiteiten: iedere hierna genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op financiële instrumenten:
  1. het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten, met inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen;
  2. het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten;
  3. het handelen voor eigen rekening;
  4. vermogensbeheer;
  5. beleggingsadvies;
  6. het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie;
  7. het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie;
  8. het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten;
  [1 9. het uitbaten van georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF);]1
  2° nevendienst: iedere hierna genoemde dienst:
  1. [1 bewaring en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarneming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer, en met uitsluiting van het aanhouden van effectenrekeningen bovenaan de houderschapsketen;]1
  2. het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer financiële instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is;
  3. advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen;
  4. valutawisseldiensten voor zover deze samenhangen met het verrichten van beleggingsdiensten;
  5. onderzoek op beleggingsgebied en financiële analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in financiële instrumenten;
  6. diensten in verband met het overnemen van financiële instrumenten;
  7. de hierboven bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten alsmede nevendiensten die verband houden met de onderliggende waarde van de derivaten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e), f), g) en j) van de wet van 2 augustus 2002, wanneer verstrekt in samenhang met de verstrekking van beleggings- en nevendiensten;
  3° financieel instrument: de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid,1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  4° effecten: de effecten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 31°, van de wet van 2 augustus 2002;
  5° geldmarktinstrumenten: de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 32°, van de wet van 2 augustus 2002;
  6° uitvoering van orders voor rekening van cliënten: optreden om overeenkomsten te sluiten tot verkoop of aankoop van één of meer financiële instrumenten voor rekening van cliënten [1 , met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten tot verkoop van door een beleggingsonderneming of kredietinstelling uitgegeven financiële instrumenten op het tijdstip van de uitgifte ervan]1;
  7° handelen voor eigen rekening: met eigen kapitaal handelen in één of meer financiële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;
  8° vermogensbeheer: het per cliënt op discretionaire basis beheren van portefeuilles op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuilles één of meer financiële instrumenten bevatten;
  9° beleggingsadvies: het doen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking tot één of meer verrichtingen die betrekking hebben op financiële instrumenten;
  10° [3 gepersonaliseerde aanbeveling: een aanbeveling als gedefinieerd in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn.]3
  11° cliënt: iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht;
  12° professionele cliënt: de professionele cliënten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 28°, van de wet van 2 augustus 2002;
  13° niet-professionele cliënt: de cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld;
  14° [1 multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF): een MTF als gedefinieerd in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017;]1
  15° [1 systematische internaliseerder: een systematische internaliseerder als gedefinieerd in artikel 3, 29°, van de wet van 21 november 2017;]1
  16° [1 market maker: een market maker als gedefinieerd in artikel 3, 26°, van de wet van 21 november 2017;]1
  17° lidstaat: een Staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);
  18° derde land: een Staat die geen partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte;
  19° lidstaat van herkomst:
  a. indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  b. indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  c. indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  20° lidstaat van ontvangst: de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht;
  21° bevoegde autoriteit: de FSMA, de Bank of de buitenlandse autoriteiten die elke lidstaat overeenkomstig [1 artikel 67 van de Richtlijn 2014/65/EU]1 aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecifieerd;
  22° kredietinstelling: iedere instelling bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014;
  23° beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging: een beheervennootschap in de zin van artikel 3, 12° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering;
  24° beheerder van AICB's: een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  25° verbonden agent: een natuurlijke of rechtspersoon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één beleggingsonderneming voor rekening waarvan hij optreedt de beleggings- en/of nevendiensten bij cliënten of potentiële cliënten promoot, instructies of orders van cliënten met betrekking tot beleggingsdiensten of financiële instrumenten ontvangt en doorgeeft, financiële instrumenten plaatst en/of advies verstrekt aan cliënten of potentiële cliënten met betrekking tot deze financiële instrumenten of diensten;
  26° bijkantoor: een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming en beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten verricht, en ook nevendiensten kan verrichten waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft gekregen; alle bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een beleggingsonderneming met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één enkel bijkantoor beschouwd;
  27° gekwalificeerde deelneming: het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen;
  28° de begrippen controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming: de omschrijving die van die begrippen wordt gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 55;
  [1 28° /1 groep: een moederonderneming en al haar dochterondernemingen;]1
  29° nauwe banden: een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
  a) een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat of
  b) een situatie waarin ondernemingen verbonden ondernemingen zijn of
  c) een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae a) en b) tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon;
  30° financiële instelling: alle ondernemingen bedoeld in artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014; voor de toepassing van de artikelen 59 en 60 worden met een financiële instelling gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de beheervennootschappen van AICB's, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen;
  31° [1 marktexploitant: een marktexploitant als gedefinieerd in artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017;]1
  32° [1 gereglementeerde markt: een gereglementeerde markt als gedefinieerd in artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017;]1
  33° [1 Richtlijn 2014/65/EU: Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;]1
  34° Richtlijn 2009/65/EG: de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking);
  35° Richtlijn 2009/138/EG: de Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  36° Richtlijn 2011/61/EU: de Richtlijn 2011/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;
  37° Richtlijn 2013/36/EU: de Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
  38° [1 ...]1
  39° Verordening (EU) Nr. 575/2013: Verordening (EU) Nr. 573/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
  40° wet van 2 augustus 2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  41° wet van 22 maart 2006: de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
  42° [2 wet van 11 maart 2018 : de wet van 11 maart 2018 op het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;]2
  43° wet van 3 augustus 2012: de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  44° wet van 19 april 2014: de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  45° wet van 25 april 2014: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [5 ...]5;
  [5 45° /1 wet van 20 juli 2022 : de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen;]5
  46° gedragsregels: de regels bedoeld in artikel 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002;
  47° Bank: de Nationale Bank van België, bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  48° FSMA: Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
  49° toezichthoudende overheid:
  - de Bank, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse beursvennootschappen [5 als bedoeld in artikel 2 van de wet van 20 juli 2022]5;
  - de FSMA, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  50° consoliderende toezichthouder: de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis op moederbeleggings-ondernemingen in de Europese Unie en beleggingsondernemingen die onder de zeggenschap staan van een financiële moederholding in de Europese Unie;
  51° Europese Autoriteit voor effecten en markten: de Europese Autoriteit voor effecten en markten opgericht bij Verordening nr. 1095/2010 [1 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie]1;
  52° Europese Bankautoriteit: de Europese Bankautoriteit opgericht bij Verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
  53° onafhankelijke controlefunctie: de interneauditfunctie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie, als respectievelijk bedoeld in [1 artikel 25/3]1;
  54° buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsbeheer: de beleggingsondernemingen naar buitenlands recht, ongeacht of het daarbij gaat om het recht van een lidstaat of van een derde land, die, conform het recht waaronder zij ressorteren, niet gemachtigd zijn om de diensten te verstrekken of de activiteiten te verrichten die in het Belgisch recht zijn voorbehouden aan de beursvennootschappen conform artikel 6;
  55° buitenlandse beursvennootschappen: de beleggingsondernemingen naar buitenlands recht [5 als gedefinieerd in artikel 209 van de wet van 20 juli 2022]5;
  56° Garantiefonds: het Garantiefonds voor financiële diensten opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  57° werkdag: een dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is;
  [1 58° georganiseerde handelsfaciliteit (organised trading facility of OTF): een multilateraal systeem, anders dan een gereglementeerde markt of een MTF, waarin meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten op zodanige wijze met elkaar kunnen interageren dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van Titel II van de wet 21 november 2017 ;
   59° algoritmische handel: handel in financiële instrumenten waarbij een computeralgoritme automatisch individuele parameters van orders bepaalt, onder meer of het order moet worden geïnitieerd, het tijdstip, de prijs of de omvang van het order, of hoe het order moet worden beheerd nadat het is ingevoerd, met weinig of geen menselijk ingrijpen; een systeem dat alleen wordt gebruikt voor de routering van orders naar een of meer handelsplatforms, dan wel voor het verwerken van orders waarbij geen sprake is van bepaling van handelsparameters, voor de bevestiging van orders of voor de posttransactionele verwerking van uitgevoerde transacties, valt niet onder deze definitie;
   60° techniek van hoogfrequentie algoritmische handel: elke algoritmische handelstechniek die wordt gekenmerkt door:
   a) infrastructuur die bedoeld is om netwerk- en andere soorten latenties te minimaliseren, daaronder begrepen ten minste één van de volgende faciliteiten voor het invoeren van algoritmische orders: colocatie, proximity hosting of directe elektronische toegang met hoge snelheid;
   b) het initiëren, genereren, geleiden of uitvoeren van orders door het systeem, zonder menselijk ingrijpen, voor afzonderlijke handelstransacties of orders; en
   c) een groot aantal berichten (orders, noteringen of annuleringen) binnen de handelsdag;
   61° directe elektronische toegang: een voorziening waarbij een lid of deelnemer of cliënt van een handelsplatform een persoon toestaat gebruik te maken van zijn handelscode, zodat de betrokken persoon in staat is orders met betrekking tot een financieel instrument langs elektronische weg direct aan een handelsplatform door te geven, met inbegrip van een voorziening waarbij de persoon van de infrastructuur van het lid of de deelnemer of de cliënt gebruik maakt, alsook alle verbindingssystemen die door het lid of de deelnemer of de cliënt beschikbaar worden gesteld om de orders door te geven (directe markttoegang) en regelingen waarbij deze infrastructuur niet wordt gebruikt door deze persoon (gesponsorde toegang);
   62° gestructureerd deposito: een deposito zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt c), van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad dat op de vervaldatum volledig wordt terugbetaald, waarbij een rente of premie wordt uitbetaald of in het gedrang komt volgens een formule waarin rekening wordt gehouden met factoren als:
   a) een index of een combinatie van indexen, met uitzondering van deposito's met een variabele rente waarvan het rendement rechtstreeks gekoppeld is aan een rente-index zoals Euribor of Libor;
   b) een financieel instrument of een combinatie van financiële instrumenten;
   c) een grondstof of een combinatie van grondstoffen of andere materiële of niet-materiële niet-fungibele activa; of
   d) een buitenlandse wisselkoers of een combinatie van buitenlandse wisselkoersen;
   63° onderneming uit een derde land: een onderneming die zou gelden als een kredietinstelling die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht, of als een beleggingsonderneming, als haar hoofdkantoor of statutaire zetel zich binnen de Europese Unie zou bevinden;
   64° Verordening (EU) nr. 600/2014: Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
   65° Richtlijn 2003/87/EG: Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad;
   66° Richtlijn 2009/72/EG: Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG;
   67° Richtlijn 2009/73/EG: Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;
   68° Verordening (EG) nr. 714/2009: Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003;
   69° Verordening (EG) nr. 715/2009: Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005;
   70° Verordening (EU) nr. 596/2014: Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
   71° Gedelegeerde richtlijn 2017/593: Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen;
   72° Gedelegeerde verordening 2017/565: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;
   73° wet van 21 november 2017: wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU;]1

  [4 74° "make-whole-clausule": een bepaling die tot doel heeft de belegger te beschermen door ervoor te zorgen dat, in geval van vervroegde aflossing van een obligatie, de emittent aan de houder van de obligatie een bedrag moet betalen dat gelijk is aan de som van de netto contante waarde van de resterende couponbetalingen die tot de vervaldatum worden verwacht, en de hoofdsom van de af te lossen obligatie;]4
  [5 75° derivaten: de derivaten als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening Nr. 600/2014;
   76° genderneutraal beloningsbeleid: een genderneutraal beloningsbeleid dat gebaseerd is op gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid, ongeacht hun gender;
   77° Verordening (EU) 2019/2033: Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014;
   78° Richtlijn (EU) 2019/2034: Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU;
   79° Verordening (EU) 1093/2010: Verordening (EU) Nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
   80° kleine en niet-verweven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies: een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voldoet aan de bij artikel 2/2, § 1 bepaalde voorwaarden;
   81° systeemrisico: een risico op verstoring van het financiële stelsel met mogelijk ernstige negatieve gevolgen voor het financiële stelsel en de reële economie;]5

  [6 82° Verordening (EU) 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011.]6
  

Änderungen

[1]Art.2. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 De totale variabele beloning mag de mogelijkheid voor de vennootschap om haar eigen vermogen te versterken, niet beperken.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Art.2. Pour l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre:
  1° par services et activités d'investissement: tout service ou activité cité ci-dessous qui porte sur des instruments financiers:
  1. la réception et la transmission d'ordres portant sur un ou plusieurs instruments financiers, en ce compris la mise en rapport de deux ou plusieurs investisseurs permettant ainsi la réalisation, entre ces investisseurs, d'une opération;
  2. l'exécution d'ordres au nom de clients;
  3. la négociation pour compte propre;
  4. la gestion de portefeuille;
  5. le conseil en investissement;
  6. la prise ferme d'instruments financiers et/ou le placement d'instruments financiers avec engagement ferme;
  7. le placement d'instruments financiers sans engagement ferme;
  8. l'exploitation d'un système multilatéral de négociation (MTF);
  [1 9. l'exploitation d'un système organisé de négociation (OTF);]1
  2° par service auxiliaire: tout service cité ci-dessous:
  1. [1 la conservation et l'administration d'instruments financiers pour le compte de clients, y compris les services de garde et les services connexes, comme la gestion de trésorerie/de garanties, et à l'exclusion de la tenue centralisée de comptes de titres au plus haut niveau;]1
  2. l'octroi d'un crédit ou d'un prêt à un investisseur pour lui permettre d'effectuer une transaction sur un ou plusieurs instruments financiers, dans laquelle intervient l'entreprise qui octroie le crédit ou le prêt;
  3. le conseil aux entreprises en matière de structure du capital, de stratégie industrielle et de questions connexes; le conseil et les services en matière de fusions et de rachat d'entreprises;
  4. les services de change lorsque ces services sont liés à la fourniture de services d'investissement;
  5. la recherche en investissements et l'analyse financière ou toute autre forme de recommandation générale concernant les transactions sur instruments financiers;
  6. les services liés à la prise ferme;
  7. ceux des services et activités d'investissement précités et services auxiliaires qui concernent le marché sous-jacent des instruments dérivés visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, e), f), g) et j), de la loi du 2 août 2002, lorsqu'ils sont liés à la prestation de services d'investissement ou de services auxiliaires;
  3° par instrument financier: les instruments définis à l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002;
  4° par valeurs mobilières: les valeurs mobilières définies à l'article 2, alinéa 1er, 31°, de la loi du 2 août 2002;
  5° par instruments du marché monétaire : les instruments définis à l'article 2, alinéa 1er, 32°, de la loi du 2 août 2002;
  6° par exécution d'ordres pour le compte de clients : le fait de conclure des accords d'achat ou de vente d'un ou de plusieurs instruments financiers pour le compte de clients. [1 L'exécution d'ordres inclut la conclusion d'accords de vente d'instruments financiers émis par une entreprise d'investissement ou un établissement de crédit au moment de leur émission;]1
  7° par négociation pour compte propre : le fait de négocier en engageant ses propres capitaux un ou plusieurs instruments financiers en vue de conclure des transactions;
  8° par gestion de portefeuille : la gestion discrétionnaire et individualisée de portefeuilles incluant un ou plusieurs instruments financiers, dans le cadre d'un mandat donné par le client;
  9° par conseil en investissement : la fourniture de recommandations personnalisées à un client, soit à sa demande soit à l'initiative de l'entreprise d'investissement, en ce qui concerne une ou plusieurs transactions portant sur des instruments financiers;
  10° [3 par une recommandation personnalisée : une recommandation telle que définie à l'article 9 du Règlement délégué (UE) 2017/565 de la Commission du 25 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite directive.]3
  11° par client: toute personne physique ou morale à qui une entreprise d'investissement fournit des services d'investissement et/ou des services auxiliaires;
  12° par client professionnel: les clients professionnels définis à l'article 2, alinéa 1er, 28°, de la loi du 2 août 2002;
  13° par client de détail: un client qui n'est pas traité comme un client professionnel;
  14° [1 par système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility - MTF): un MTF tel que défini par l'article 3, 10°, de la loi du 21 novembre 2017;]1
  15° [1 par internalisateur systématique: un internalisateur systématique tel que défini par l'article 3, 29°, de la loi du 21 novembre 2017;]1
  16° [1 par teneur de marché: un teneur de marché tel que défini par l'article 3, 26°, de la loi du 21 novembre 2017;]1
  17° par Etat membre: un Etat partie à l'Accord sur l'Espace économique européen (EEE);
  18° par pays tiers: un Etat qui n'est pas partie à l'Accord sur l'Espace économique européen;
  19° par Etat membre d'origine:
  a. si l'entreprise d'investissement est une personne physique, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  b. si l'entreprise d'investissement est une personne morale, l'Etat membre où son siège statutaire est situé;
  c. si, conformément à son droit national, l'entreprise d'investissement n'a pas de siège statutaire, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  20° par Etat membre d'accueil: l'Etat membre, autre que l'Etat membre d'origine, dans lequel une entreprise d'investissement a une succursale ou fournit des services et/ou exerce des activités;
  21° par autorité compétente: la FSMA, la Banque ou les autorités étrangères désignées par chaque Etat membre conformément à l'[1 article 67 de la Directive 2014/65/UE]1, sauf indication contraire contenue dans la Directive;
  22° par établissement de crédit: tout établissement de crédit visé au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III de la loi du 25 avril 2014;
  23° par société de gestion d'organismes de placement collectif: une société de gestion au sens de l'article 3, 12° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
  24° par gestionnaire d'OPCA: un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs au sens de l'article 3, 13° de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
  25° par agent lié: toute personne physique ou morale qui, sous la responsabilité entière et inconditionnelle d'une seule et unique entreprise d'investissement pour le compte de laquelle elle agit, fait la promotion auprès de clients ou de clients potentiels de services d'investissement et/ou de services auxiliaires, reçoit et transmet les instructions ou les ordres de clients concernant des instruments financiers ou des services d'investissement, place des instruments financiers et/ou fournit à des clients ou à des clients potentiels des conseils sur ces instruments ou services;
  26° par succursale: un siège d'exploitation autre que l'administration centrale qui constitue une partie, dépourvue de personnalité juridique, d'une entreprise d'investissement et qui fournit des services d'investissement et/ou exerce des activités d'investissement et peut également fournir les services auxiliaires pour lesquels elle a obtenu un agrément; tous les sièges d'exploitation établis dans le même Etat membre par une entreprise d'investissement dont le siège se trouve dans un autre Etat membre sont considérés comme une succursale unique;
  27° par participation qualifiée: la détention, directe ou indirecte, de 10 p.c. au moins du capital d'une société ou des droits de vote attachés aux titres émis par cette société, ou toute autre possibilité d'exercer une influence notable sur la gestion de la société dans laquelle est détenue une participation; le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution; il n'est pas tenu compte des droits de vote ou des actions détenues à la suite de la prise ferme d'instruments financiers et/ou du placement d'instruments financiers avec engagement ferme, pour autant que, d'une part, ces droits ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur et que, d'autre part, ils soient cédés dans un délai d'un an après leur acquisition;
  28° par les notions de contrôle, participation, lien de participation, entreprise-mère, filiale et entreprise liée: le sens qui leur est conféré par les arrêtés d'exécution de l'article 55;
  [1 28° /1 par groupe: une entreprise mère et l'ensemble de ses entreprises filiales;]1
  29° par liens étroits: une situation dans laquelle au moins deux personnes physiques ou morales sont liées par:
  a) une situation dans laquelle il existe un lien de participation ou
  b) une situation dans laquelle des entreprises sont des entreprises liées ou
  c) une relation de même nature que sous les litterae a) et b) ci-dessus entre une personne physique et une personne morale;
  30° par établissement financier: toutes les entreprises visées à l'article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014; pour l'application des articles 59 et 60 sont assimilés à des établissements financiers les offices de chèques postaux, les sociétés de gestion d'OPCA, les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, les organismes de liquidation visés à l'article 2, 17°, de la loi du 2 août 2002, ainsi que les organismes dont l'activité consiste à assurer, en tout ou en partie, la gestion opérationnelle de services fournis par de tels organismes de liquidation;
  31° [1 par opérateur de marché: un opérateur de marché tel que défini par l'article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017;]1
  32° [1 par marché réglementé: un marché réglementé au sens de l'article 3, 7°, de la loi du 21 novembre 2017;]1
  33° [1 par Directive 2014/65/UE: la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;]1
  34° par Directive 2009/65/CE: la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) (refonte);
  35° par Directive 2009/138/CE: la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II);
  36° par Directive 2011/61/UE: la Directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d'investissement alternatifs et modifiant les Directives 2001/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 1095/2010;
  37° par Directive 2013/36/UE: la Directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des entreprises d'investissement, modifiant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE;
  38° [1 ...]1
  39° Règlement (UE) n° 575/2013: le Règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012;
  40° par loi du 2 août 2002: la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  41° par loi du 22 mars 2006: la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;
  42° [2 par la loi du 11 mars 2018 : la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement;]2
  43° par loi du 3 août 2012: la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances;
  44° par loi du 19 avril 2014: la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
  45° par loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [5 ...]5;
  [5 45° /1 par loi du 20 juillet 2022 : la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant dispositions diverses;]5
  46° par règles de conduite: les règles visées aux articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002;
  47° par Banque: la Banque nationale de Belgique, visée dans la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique;
  48° par FSMA: l'Autorité des services et marchés financiers, visée à l'article 44 de la loi du 2 août 2002;
  49° par autorité de contrôle:
  - la Banque, s'il s'agit du contrôle des sociétés de bourse belges ou étrangères [5 visées à l'article 2 de la loi du 20 juillet 2022]5;
  - la FSMA s'il s'agit du contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement belges ou étrangères;
  50° par superviseur sur base consolidée: l'autorité compétente chargée de la surveillance sur base consolidée des entreprises d'investissement mères dans l'Union européenne et des entreprises d'investissement contrôlées par des compagnies financières mères dans l'Union européenne;
  51° par Autorité européenne des marchés financiers: l'Autorité européenne des marchés financiers instituée par le Règlement n° 1095/2010 [1 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés financiers), modifiant la Décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision 2009/77/CE de la Commission]1;
  52° par Autorité bancaire européenne: l'Autorité bancaire européenne instituée par le Règlement n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifiant la Décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision 2009/78/CE de la Commission;
  53° par fonction de contrôle indépendante: la fonction d'audit interne, la fonction de compliance ou la fonction de gestion des risques visées respectivement à [1 l'article 25/3]1;
  54° par sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères, les entreprises d'investissement de droit étranger, qu'il s'agisse du droit d'un Etat membre ou d'un pays tiers, qui ne sont pas, conformément au droit dont elles relèvent, habilitées à fournir des services ou à exercer des activités réservées en droit belge aux société de bourse conformément à l'article 6;
  55° par sociétés de bourses étrangères, les entreprises d'investissement de droit étranger [5 définies à l'article 209 de la loi du 20 juillet 2022]5;
  56° par Fonds de garantie: le Fonds de garantie pour les services financiers créé conformément à l'article 3 de l'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  57° par jour ouvrable: un jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal;
  [1 58° par système organisé de négociation (organised trading facility ou OTF): un système multilatéral, autre qu'un marché réglementé ou un MTF, au sein duquel de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des obligations, des produits financiers structurés, des quotas d'émission ou des instruments dérivés peuvent interagir d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du chapitre II du Titre II de la loi du 21 novembre 2017;
   59° par trading algorithmique: la négociation d'instruments financiers dans laquelle un algorithme informatique détermine automatiquement les différents paramètres des ordres, comme la décision de lancer l'ordre, la date et l'heure, le prix ou la quantité de l'ordre, ou la manière de gérer l'ordre après sa soumission, avec une intervention humaine limitée ou sans intervention humaine; cela ne couvre pas les systèmes utilisés uniquement pour acheminer des ordres vers une ou plusieurs plates-formes de négociation ou pour le traitement d'ordres n'impliquant la détermination d'aucun paramètre de négociation ou pour la confirmation des ordres ou pour exécuter les ordres de clients ou pour le traitement post-négociation des transactions exécutées;
   60° par technique de trading algorithmique à haute fréquence: toute technique de trading algorithmique caractérisée par:
   a) une infrastructure destinée à minimiser les latences informatiques et les autres types de latence, y compris au moins un des systèmes suivants de placement des ordres algorithmiques: colocalisation, hébergement de proximité ou accès électronique direct à grande vitesse;
   b) la détermination par le système de l'engagement, la création, l'acheminement ou l'exécution d'un ordre sans intervention humaine pour des transactions ou des ordres individuels; et
   c) un débit intrajournalier élevé de messages qui constituent des ordres, des cotations ou des annulations;
   61° par accès électronique direct: un mécanisme par lequel un membre ou participant ou client d'une plateforme de négociation permet à une personne d'utiliser son code de négociation de manière à ce que cette personne puisse transmettre électroniquement et directement à la plateforme de négociation des ordres relatifs à un instrument financier et qui inclut les mécanismes qui impliquent l'utilisation, par une personne, de l'infrastructure du membre ou du participant ou client ou de tout système de connexion fourni par le membre ou le participant ou client, pour transmettre les ordres (accès direct au marché) ainsi que les mécanismes dans lesquels cette infrastructure n'est pas utilisée par une personne (accès sponsorisé);
   62° par dépôt structuré: un dépôt au sens de l'article 2, paragraphe 1, point c), de la Directive 2014/49/UE du Parlement européen et du Conseil qui est intégralement remboursable à l'échéance dans des conditions selon lesquelles tout intérêt ou prime sera payé ou présente un risque selon une formule faisant intervenir des facteurs tels que:
   a) un indice ou une combinaison d'indices, à l'exclusion des dépôts à taux variables dont la rentabilité est directement liée à un indice de taux d'intérêt comme l'Euribor ou le Libor;
   b) un instrument financier ou une combinaison d'instruments financiers;
   c) une matière première ou une combinaison de matières premières ou d'autres actifs physiques ou non physiques qui ne sont pas fongibles; ou
   d) un taux de change ou une combinaison de taux de change;
   63° par entreprise de pays tiers: une entreprise qui, si son administration centrale ou son siège statutaire étaient situés à l'intérieur de l'Union européenne, serait soit un établissement de crédit fournissant des services d'investissement ou exerçant des activités d'investissement, soit une entreprise d'investissement;
   64° par Règlement (UE) n° 600/2014: le Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012;
   65° par Directive 2003/87/CE: la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil;
   66° par Directive 2009/72/CE: la Directive 2009/72/CE du Parlement Européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l'électricité et abrogeant la directive 2003/54/CE;
   67° par Directive 2009/73/CE: la Directive 2009/73/CE du Parlement Européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant des règles communes pour le marché intérieur du gaz naturel et abrogeant la directive 2003/55/CE;
   68° par Règlement (CE) n° 714/2009: le Règlement n° 714/2009 du Parlement européen et du conseil du 13 juillet 2009 sur les conditions d'accès au réseau pour les échanges transfrontaliers d'électricité et abrogeant le règlement (CE) n° 1228/2003;
   69° par Règlement (CE) n° 715/2009: le Règlement n° 715/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les conditions d'accès aux réseaux de transport de gaz naturel et abrogeant le règlement (CE) n° 1775/2005;
   70° par Règlement (UE) n° 596/2014: le Règlement (UE) n° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;
   71° par Directive déléguée 2017/593: la Directive déléguée (UE) 2017/593 de la Commission du 7 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la sauvegarde des instruments financiers et des fonds des clients, les obligations applicables en matière de gouvernance des produits et les règles régissant l'octroi ou la perception de droits, de commissions ou de tout autre avantage pécuniaire ou non pécuniaire;
   72° Règlement délégué 2017/565: le Règlement délégué (UE) 2017/565 de la Commission du 25 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite directive;
   73° par loi du 21 novembre 2017: la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE;]1

  [4 74° par clause de remboursement make-whole: une clause qui vise à protéger les investisseurs en veillant à ce que, en cas de remboursement anticipé d'une obligation, l'émetteur soit tenu de verser à l'investisseur détenant l'obligation un montant égal à la somme de la valeur actuelle nette des paiements de coupons restants attendus jusqu'à la date d'échéance et du montant principal de l'obligation à rembourser;]4
  [5 75° par instruments dérivés: des instruments dérivés tels que définis à l'article 2, paragraphe 1er, point 29), du règlement n° 600/2014 ;
   76° par politique de rémunération neutre du point de vue du genre: une politique de rémunération fondée sur le principe de l'égalité des rémunérations entre travailleurs pour un travail identique ou équivalent, et ce quel que soit leur genre ;
   77° par règlement (UE) 2019/2033: règlement (UE) 2019/2033 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 concernant les exigences prudentielles applicables aux entreprises d'investissement et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010, (UE) no 575/2013, (UE) no 600/2014 et (UE) no 806/2014 ;
   78° par directive (UE) 2019/2034: directive (UE) 2019/2034 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 concernant la surveillance prudentielle des entreprises d'investissement et modifiant les directives 2002/87/CE, 2009/65/CE, 2011/61/UE, 2013/36/UE, 2014/59/UE et 2014/65/UE ;
   79° par règlement (UE) 1093/2010: règlement n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision 2009/78/CE de la Commission ;
   80° par petite société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectée: société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement répondant aux conditions fixées à l'article 2/2, § 1er ;
   81° par risque systémique: un risque de perturbation du système financier susceptible d'avoir de graves répercussions négatives sur le système financier et l'économie réelle;]5

  [6 82° règlement (UE) 2022/2554: le règlement (UE) 2022/2554 du Parlement européen et du Conseil du 14 décembre 2022 sur la résilience opérationnelle numérique du secteur financier et modifiant les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 648/2012, (UE) n° 600/2014, (UE) n° 909/2014 et (UE) 2016/1011.]6
  

Änderungen

[1]Art.2. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 Le volume total des rémunérations variables ne peut limiter la capacité de la société à renforcer ses fonds propres.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Art. 2/1. [1 Elke verwijzing naar deze wet, naar de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of naar een van hun bepalingen, alsook elke verwijzing naar de in deze wet bedoelde Europese richtlijnen of verordeningen, of naar een van hun bepalingen, omvat, in voorkomend geval, ook een verwijzing naar de bepalingen van de gedelegeerde handelingen en van de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Commissie heeft vastgesteld ter uitvoering van de Europese richtlijnen of verordeningen die door deze wet of door de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen worden omgezet of ten uitvoer gelegd, dan wel door de betrokken verwijzing worden geviseerd.]1
  
Art. 2/1. [1 Toute référence à la présente loi, aux arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou à l'une des leurs dispositions, ainsi que toute référence à des directives ou règlements européens visés dans la présente loi, ou à l'une de leurs dispositions, incluent également, le cas échéant, une référence aux dispositions des actes délégués et des normes techniques de réglementation ou d'exécution adoptés par la Commission en exécution des directives ou règlements européens transposés ou mis en oeuvre par la présente loi ou par les arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou visés par la référence concernée.]1
  
Art. 2/2. [1 § 1. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt, voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, als een kleine en niet-verweven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aangemerkt als zij aan alle voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 voldoet. Zodra zij aan deze voorwaarden meent te voldoen, stelt zij de FSMA daarvan onmiddellijk in kennis. Zij stelt haar ook in kennis van de datum waarop zij meent te voldoen aan deze voorwaarden.
   § 2. Indien een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet aan alle in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gestelde voorwaarden voldeed, nadien toch aan deze voorwaarden voldoet, komt de toepassing van de bepalingen van deze wet die niet op de kleine en niet-verweven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van toepassing zijn, pas te vervallen na een periode van zes maanden vanaf de datum waarop aan die voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 wordt voldaan.
   De toepassing van de bepalingen van deze wet die niet op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van toepassing zijn, op een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies komt alleen na die periode te vervallen indien die vennootschap ononderbroken aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 is blijven voldoen, en zij de FSMA daarvan, conform paragraaf 1, in kennis heeft gesteld.
   § 3. Indien een kleine en niet-verweven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies vaststelt dat zij niet langer aan alle voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 voldoet, stelt zij de FSMA daarvan en van de datum waarop de vaststelling plaatsvond, in kennis, en conformeert zij zich aan de bepalingen van deze wet die niet op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van toepassing zijn, binnen twaalf maanden vanaf de datum waarop de vaststelling plaatsvond.".
   De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies past de in de Bijlage I van deze wet neergelegde bepalingen toe op variabele beloningen voor geleverde diensten of prestaties in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de in het eerste lid bedoelde vaststelling plaatsvond.]1

  
Art. 2/2. [1 § 1er. Une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est considérée, pour l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, comme une petite société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectée lorsque cette société remplit toutes les conditions énoncées à l'article 12, § 1er du règlement (UE) 2019/2033. Dès qu'elle considère remplir ces conditions, elle le notifie sans délai à la FSMA. Elle l'informe également de la date à laquelle elle estime remplir ces conditions.
   § 2. Lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ne remplissait pas toutes les conditions énoncées à l'article 12, § 1er, du règlement (UE) 2019/2033 les remplit ultérieurement, les dispositions de la présente loi qui ne sont pas applicables aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées cessent de lui être applicables au terme d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les conditions énoncées à l'article 12, § 1er, du règlement (UE) 2019/2033 sont remplies.
   Les dispositions de la présente loi qui ne sont pas applicables aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées cessent de s'appliquer à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à l'issue de ce délai uniquement lorsque la société concernée a continué de remplir sans interruption les conditions prévues à l'article 12, § 1er du règlement (UE) 2019/2033 et qu'elle en a informé la FSMA conformément au paragraphe 1er.
   § 3. Lorsqu'une petite société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectée constate qu'elle ne remplit plus l'ensemble des conditions énoncés à l'article 12, § 1er du règlement (UE) 2019/2033, elle en informe la FSMA, ainsi que de la date de l'évaluation et se conforme aux dispositions de la présente loi qui ne sont pas applicables aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, dans un délai de douze mois à compter de la date à laquelle l'évaluation a eu lieu.".
   Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement appliquent les dispositions de l'Annexe I à la présente loi aux rémunérations variables accordées pour les services fournis ou les résultats obtenus au cours de l'exercice financier qui suit celui durant lequel l'évaluation visée à l'alinéa 1er a eu lieu.]1

  
TITEL 2. - Toegang tot de uitoefening van beleggingsactiviteite en tot het beleggingsdienstenbedrijf
TITRE 2. - De l'accès aux activités d'investissement et à l'activité de prestation de services d'investissement
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
Art.3. § 1. Onverminderd de uitzonderingen zoals bedoeld in artikel 4, gelden de bepalingen van deze titel voor de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleggingsactiviteiten, alsook voor de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen.
  Deze ondernemingen worden hierna "beleggingsondernemingen" genoemd.
  § 2. [1 In afwijking van paragraaf 1 mogen de in artikel 2, 1°, 8 en 9, bedoelde beleggingsdiensten ook worden uitgeoefend door een marktexploitant.
   De marktexploitanten die voornemens zijn een beleggingsdienst te verlenen als bedoeld in artikel 2, 1°, 8 en 9, dienen hiervoor de voorafgaande toestemming te krijgen van de FSMA.
  [3 De FSMA verleent haar toestemming uitsluitend als blijkt dat de marktexploitant de volgende bepalingen naleeft:
   1° artikel 13 van de wet van 20 juli 2022;
   2° de artikelen 14 en 45 tot 54 van de wet van 20 juli 2022;
   3° artikel 15, § 2, van de wet van 20 juli 2022;
   4° artikel 17, § 1, 1°, 2°, 3°, 7° en 9°, en §§ 3 en 4, en artikel 19, eerste en tweede lid, van de wet van 20 juli 2022;
   5° artikel 20, § 1, tweede lid, van de wet van 20 juli 2022, tenzij een situatie die door deze bepalingen verboden is, door de marktexploitant wordt gerechtvaardigd en door de FSMA wordt goedgekeurd;
   6° artikel 37 van de wet van 20 juli 2022;
   7° artikel 42 van de wet van 20 juli 2022;
   8° de artikelen 46, 48 en 50 van de wet van 21 november 2017.]3

   Bovendien verleent de FSMA haar toestemming niet als er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat het [2 bestuursorgaan]2 van de marktexploitant een bedreiging kan vormen voor de efficiënte, gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering ervan en voor een passende inaanmerkingneming van de belangen van zijn cliënten en de integriteit van de markt.
   De marktexploitant bezorgt de FSMA een programma van werkzaamheden dat beantwoordt aan de voorwaarden die door de FSMA zijn vastgesteld en waarin met name de omvang is vermeld van de verrichtingen die hij voornemens is uit te voeren, alsook zijn organisatiestructuur en welke nauwe banden hij heeft met andere personen. Daarnaast verstrekt de marktexploitant de FSMA alle nodige inlichtingen om haar aanvraag te beoordelen.
   De FSMA neemt een beslissing binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier.
  [3 De artikelen 47 tot 53, 56 tot 58 en hoofdstuk III van deze titel zijn mutatis mutandis van toepassing op de marktexploitanten bedoeld in deze paragraaf, alsook de volgende bepalingen van de wet van 20 juli 2022:
   1° artikel 56, §§ 1, 2 en 3, tweede lid. Dit artikel is evenwel enkel van toepassing voor de beoordeling van de organisatie-regelingen die van toepassing zijn verklaard op de marktexploitanten;
   2° artikel 58;
   3° artikel 59, § 1;
   4° de artikelen 71 tot 73.]3

   Artikel 64 is mutatis mutandis van toepassing als de FSMA vaststelt dat niet langer aan voormelde voorwaarden is voldaan.]1

  § 3. [1 ...]1
  § 4. [1 De FSMA stelt een lijst op van de marktexploitanten en de beleggingsondernemingen die toestemming hebben gekregen om een MTF of een OTF te exploiteren, en vermeldt daarbij om welke MTF's en OTF's het gaat. De FSMA publiceert die lijst en de daarin aangebrachte wijzigingen op haar website, en maakt deze lijst over aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.]1
  

Änderungen

[1]Art.3. [1 Het totale bedrag van de variabele beloning is gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon en de betrokken bedrijfseenheid, en de resultaten van de vennootschap als geheel.
Bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties worden zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd.
De prestatiebeoordeling is gebaseerd op een periode van verschillende jaren, rekening houdend met de bedrijfscyclus van de vennootschap en met haar bedrijfsrisico's.
----------
Art.3. § 1er. Sans préjudice des exceptions visées à l'article 4, les dispositions du présent titre s'appliquent aux entreprises de droit belge dont l'activité habituelle consiste à fournir ou offrir à des tiers un ou plusieurs services d'investissement à titre professionnel et/ou à exercer une ou plusieurs activités d'investissement, ainsi qu'aux entreprises de droit étranger qui exercent cette activité en Belgique.
  Ces entreprises sont dénommés ci-après "entreprises d'investissement".
  § 2. [1 Par dérogation au paragraphe 1er, les services d'investissement visés à l'article 2, 1°, 8 et 9, peuvent également être exercés par un opérateur de marché.
   Les opérateurs de marché qui entendent fournir un service d'investissement visé à l'article 2, 1°, 8 ou 9, de la présente loi doivent obtenir l'autorisation préalable de la FSMA.
  [3 La FSMA n'accorde son autorisation que si elle constate que l'opérateur de marché respecte les dispositions suivantes :
   1° l'article 13 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   2° les articles 14, 45 à 54 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   3° l'article 15, § 2 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   4° l'article 17, § 1er, 1°, 2°, 3°, 7° et 9°, § 3 et § 4 et l'article 19, alinéas 1er et 2 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   5° l'article 20, § 1er, alinéa 2 de la loi du 20 juillet 2022, sauf lorsqu'une situation interdite par ces dispositions est justifiée par l'opérateur de marché et approuvée par la FSMA ;
   6° l'article 37 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   7° l'article 42 de la loi du 20 juillet 2022 ;
   8° les articles 46, 48 et 50 de la loi du 21 novembre 2017.]3

   En outre, la FSMA n'accorde pas son autorisation s'il existe des raisons objectives et démontrables d'estimer que l'[2 organe d'administration]2 de l'opérateur de marché risquerait de compromettre la gestion efficace, saine et prudente de l'opérateur de marché, ainsi que la prise en compte appropriée de l'intérêt de ses clients et de l'intégrité du marché.
   L'opérateur de marché communique à la FSMA un programme d'activités répondant aux conditions fixées par la FSMA dans lequel sont notamment indiqués le volume des opérations envisagées ainsi que la structure de l'organisation de l'entreprise et ses liens étroits avec d'autres personnes. L'opérateur de marché communique également à la FSMA tous les renseignements nécessaires à l'appréciation de sa demande.
   La FSMA statue dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet.
  [3 Les articles 47 à 53, 56 à 58 et le chapitre III du présent titre s'appliquent par analogie aux opérateurs de marché visés au présent paragraphe ainsi que les dispositions suivantes de la loi du 20 juillet 2022 :
   1° l'article 56, §§ 1er, 2 et 3, alinéa 2. Cet article ne s'applique toutefois que pour l'évaluation des dispositifs d'organisation rendus applicables aux opérateurs de marché ;
   2° l'article 58 ;
   3° l'article 59, § 1er ;
   4° les articles 71 à 73.]3

   L'article 64 s'applique par analogie lorsque la FSMA constate qu'il n'est plus satisfait aux conditions précitées.]1

  § 3. [1 ...]1
  § 4. [1 La FSMA établit la liste des opérateurs de marché et des entreprises d'investissement autorisés à exploiter un MTF ou un OTF, en indiquant les MTF ou OTF exploités. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que les modifications qui y sont apportées, et la transmet à l'Autorité européenne des marchés financiers.]1
  

Änderungen

[1]Art.3. [1 Le montant total de la rémunération variable est établi en combinant l'évaluation des performances de la personne et de l'unité d'exploitation concernées avec celle des résultats d'ensemble de la société.
L'évaluation des performances individuelles prend en compte des critères financiers et non financiers.
L'évaluation des performances se fonde sur une période de plusieurs années en tenant compte du cycle économique de la société et de ses risques économiques.
----------
Art.4. [1 § 1. Deze titel geldt niet voor:
   1° de kredietinstellingen bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014. Artikel 9, §§ 1, 3 en 4, is echter wel van toepassing op deze instellingen;
   2° de verzekeringsondernemingen en de ondernemingen die werkzaamheden van herverzekering en retrocessie uitoefenen bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG wanneer zij de in die richtlijn bedoelde werkzaamheden uitoefenen;
   3° de ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten en -activiteiten verrichten voor hun moederonderneming, hun dochterondernemingen of een andere dochteronderneming van hun moederonderneming;
   4° de personen die een beleggingsdienst of -activiteit als incidentele activiteit verrichten in het kader van een beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan een beroepscode is onderworpen en het verrichten van de dienst of de activiteit op grond daarvan niet is uitgesloten;
   5° personen die voor eigen rekening handelen in andere financiële instrumenten dan grondstoffenderivaten of emissierechten, of derivaten daarvan, en die geen andere beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten met betrekking tot andere financiële instrumenten dan grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan, tenzij deze personen:
   a) market makers zijn;
   b) leden zijn van of deelnemers zijn in een gereglementeerde markt of een MTF of directe elektronische markttoegang hebben tot een handelsplatform met uitzondering van de niet-financiële entiteiten die transacties uitvoeren op een handelsplatform waarvan de bijdrage tot de vermindering van de risico's die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit of de treasuryfinancieringsactiviteit van die niet-financiële entiteiten of hun groepen, objectief kan worden vastgesteld;
   c) een techniek van hoogfrequentie algoritmische handel toepassen; of
   d) voor eigen rekening handelen wanneer zij orders van cliënten uitvoeren.
   Personen die krachtens de bepalingen onder 2°, 9° of 10°, zijn vrijgesteld, hoeven niet aan de in dit punt vastgelegde voorwaarden te voldoen om te worden vrijgesteld;
   6° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten uitsluitend bestaan in het beheer van een werknemersparticipatieplan;
   7° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten bestaan in het verstrekken van zowel de diensten en activiteiten bedoeld onder 3° als die bedoeld onder 6° ;
   8° leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken, andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn in de Europese Unie, alsook internationale financiële instellingen die door twee of meer lidstaten zijn opgericht, en die tot doel hebben middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van hun leden die te maken hebben met of bedreigd worden door ernstige financiële problemen;
   9° de instellingen voor collectieve belegging en pensioenfondsen, ongeacht of hiervoor op het niveau van de Europese Unie gecoördineerde bepalingen gelden, alsmede de bewaarders en beheerders van deze instellingen;
   10° [3 personen die:
   a) voor eigen rekening handelen, met inbegrip van market makers, in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan, met uitzondering van personen die voor eigen rekening handelen bij het uitvoeren van orders van cliënten; of
   b) andere beleggingsdiensten dan handel voor eigen rekening in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan verlenen aan de cliënten of leveranciers van hun hoofdbedrijf;
   mits:
   i). dit in elk van deze gevallen afzonderlijk en op geaggregeerde basis een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is op groepsbasis beschouwd;
   ii). deze personen niet behoren tot een groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verlenen van beleggingsdiensten in de zin van artikel 2, 1°, van deze wet of het verrichten van bankactiviteiten in de zin van artikel 4 van de wet van 25 april 2014, of het optreden als market maker voor grondstoffenderivaten;
   iii). deze personen geen techniek voor hoogfrequente algoritmische handel toepassen, en;
   iv). deze personen op verzoek de FSMA meedelen op welke basis zij hebben beoordeeld dat hun activiteit overeenkomstig de punten a) en b) een nevenactiviteit is van hun hoofdbedrijf;]3

   11° personen die tijdens het uitoefenen van een andere, niet onder deze wet vallende beroepsactiviteit beleggingsadvies verstrekken mits er niet specifiek voor deze adviesverstrekking wordt betaald;
   12° exploitanten met nalevingsverplichtingen krachtens Richtlijn 2003/87/EG, die bij het handelen in emissierechten geen orders van cliënten uitvoeren, en die geen beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, anders dan handel voor eigen rekening, op voorwaarde dat deze personen geen techniek voor hoogfrequente algoritmische handel toepassen;
   13° transmissiesysteembeheerders als omschreven in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/72/EG of artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/73/EG, bij de uitvoering van hun taken op grond van voornoemde richtlijnen, of Verordening (EG) nr. 714/2009 of Verordening (EG) nr. 715/2009 of overeenkomstig die Verordeningen vastgestelde netwerkcodes of richtsnoeren, personen die in hun naam als dienstverlener optreden teneinde hun taak op grond van die wetgevingshandelingen of overeenkomstig die Verordeningen vastgestelde netwerkcodes of richtsnoeren uit te voeren, en exploitanten of beheerders van een mechanisme voor de balancering van de energiestromen, dan wel van een pijpleidingennetwerk of van een systeem om de energielevering en -afname in evenwicht te houden, wanneer zij deze taken uitoefenen.
   Deze vrijstelling is enkel van toepassing op personen die bij de in dit punt genoemde activiteiten betrokken zijn, wanneer zij beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen in verband met grondstoffenderivaten met het oog op bovengenoemde activiteiten. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de exploitatie van een secundaire markt, inclusief een platform voor secundaire handel in financiële transmissierechten;
   14° centrale effectenbewaarinstellingen (Central securities depositaries - CSD's) die worden gereguleerd op grond van het Europees Unierecht, voor zover zij door dat Unierecht worden gereguleerd;
  [2 15° crowdfundingdienstverleners zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]2
   § 2. De in deze titel verleende rechten gelden niet voor het verlenen van diensten waarbij als tegenpartij wordt opgetreden bij transacties uitgevoerd door overheidsinstellingen die zich met de overheidsschuld bezighouden, of door leden van het Europese stelsel van centrale banken in het kader van de uitoefening van hun taken overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), Protocol nr. 4 betreffende de Statuten van het Europese stelsel van centrale banken en van de Europese centrale bank, of bij de uitoefening van vergelijkbare taken.
   § 3. De overeenkomstig paragraaf 1 vrijgestelde personen conformeren zich aan de artikelen 69 en 70 van de wet van 21 november 2017.
   § 4. De leden of deelnemers van gereglementeerde markten of MTF's aan wie een in paragraaf 1, 2°, 9°, 10° of 12°, bedoelde vrijstelling is verleend, conformeren zich aan de vereisten waarvan sprake in artikel 26/2, in artikel 65/3 van de wet van 25 april 2014 en in de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   § 5. De Koning kan de volgende personen vrijstellen van de toepassing van deze Titel:
   1° personen die geen beleggingsdiensten mogen verlenen, met uitzondering van het ontvangen en doorgeven van orders in effecten en rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en/of het verstrekken van beleggingsadvies over deze financiële instrumenten,
   op voorwaarde dat deze personen:
   a) niet gemachtigd zijn om gelden en/of effecten aan te houden die toebehoren aan hun cliënten, zodat zij ten aanzien van hun cliënten nooit in een debiteurenpositie dreigen te verkeren; en
   b) bij het verlenen van deze diensten, uitsluitend orders mogen doorgeven aan:
   i). beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU;
   ii). kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU;
   iii). bijkantoren van beleggingsondernemingen of kredietinstellingen waaraan in een derde land een vergunning is verleend en die onderworpen zijn en zich houden aan prudentiële regels die als minstens even streng worden beschouwd als de regels van Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 of Richtlijn 2013/36/EU;
   iv). instellingen voor collectieve belegging die ingevolge de wetgeving van een lidstaat rechten van deelneming bij het publiek mogen plaatsen en aan de beheerders van dergelijke instellingen; of
   v). beleggingsmaatschappijen met vast kapitaal zoals gedefinieerd in artikel 17, lid 7, van Richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 54, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken, waarvan de effecten op een gereglementeerde markt van een lidstaat genoteerd zijn of verhandeld worden;
   2° personen die geen [4 diensten als bedoeld in artikel 2 van de wet van 20 juli 2022]4, mogen verstrekken en die uitsluitend beleggingsdiensten in grondstoffen, emissierechten en/of derivaten daarvan verlenen met als enig oogmerk de commerciële risico's van hun cliënten af te dekken, mits deze cliënten uitsluitend lokale elektriciteitsbedrijven zijn als omschreven in artikel 2, punt 35, van Richtlijn 2009/72/EG en/of aardgasbedrijven zijn als omschreven in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/73/EG, en mits deze cliënten samen 100 procent van het kapitaal of van de stemrechten van deze personen hebben, gezamenlijk zeggenschap uitoefenen en op grond van paragraaf 1, 10°, zijn vrijgesteld wanneer zij deze beleggingsdiensten zelf verlenen; en/of
   personen die uitsluitend beleggingsdiensten in emissierechten en/of derivaten daarvan verlenen met als enig oogmerk de commerciële risico's van hun cliënten af te dekken, mits deze cliënten uitsluitend exploitanten zijn als omschreven in artikel 3, punt f), van Richtlijn 2003/87/EG, en mits deze cliënten samen 100 procent van het kapitaal of van de stemrechten van deze personen hebben, gezamenlijk zeggenschap uitoefenen en op grond van paragraaf 1, 10°, zijn vrijgesteld wanneer zij deze beleggingsdiensten zelf verlenen.
   Die personen worden enkel vrijgesteld als zij vereisten naleven die analoog zijn aan de vereisten op grond van de volgende bepalingen van deze wet en aan de artikelen 27 tot 28 van de wet van 2 augustus 2002:
   - artikel 22;
   - artikel 23, § 1, derde lid, §§ 2 en 3;
   - artikel 25, § 1, 1°, 3°, 6° en 10° en § 2;
   - artikel 25/1, § 1, eerste en tweede lid en § 3;
   - artikel 25/2, § 1, 3° en §§ 5 tot 7;
   - artikel 26, §§ 2 en 5;
   - artikel 32, § 1;
   - artikel 34, §§ 1, 2, 6 en 7;
   - artikel 35, §§ 4 en 5;
   - en artikel 36, § 1, § 5, tweede en derde lid, § 6, tweede en derde lid, §§ 7, 9 en 10; en
   - artikel 45;
   alsook de bepalingen van de besluiten en reglementen en van de overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU vastgestelde overeenkomstige gedelegeerde handelingen, die ter uitvoering daarvan zijn genomen.
   De Koning kan aanvullende vereisten opleggen.]1

  

Änderungen

[1]Art.4. [1 Bij de beoordeling van prestaties met het oog op de berekening van de variabele beloning van individuen of van de groepen waartoe zij behoren, wordt een correctie aangebracht voor alle soorten actuele en toekomstige risico's en wordt rekening gehouden met de kosten van het kapitaal en de vereiste liquiditeit overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2033.
Bij de toewijzing van de variabele beloningscomponenten binnen de vennootschap wordt ook rekening gehouden met alle soorten actuele en toekomstige risico's.
----------
Art.4. [1 § 1er. Le présent titre n'est pas applicable:
   1° aux établissements de crédit visés au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III de la loi du 25 avril 2014. L'article 9, §§ 1er, 3 et 4, est néanmoins applicable à ces établissements;
   2° aux entreprises d'assurance ni aux entreprises exerçant les activités de réassurance et de rétrocession visées à la Directive 2009/138/CE lorsqu'elles exercent les activités visées dans ladite directive;
   3° aux entreprises qui fournissent un service ou une activité d'investissement exclusivement à leur entreprise-mère, à leurs filiales ou à une autre filiale de leur entreprise-mère;
   4° aux personnes qui fournissent un service ou une activité d'investissement si cette activité est exercée de manière accessoire dans le cadre d'une activité professionnelle, et si cette dernière est régie par des dispositions légales ou réglementaires ou par un code déontologique régissant la profession et que ceux-ci n'excluent pas la fourniture de ce service ou de cette activité;
   5° aux personnes qui négocient des instruments financiers pour compte propre autres que des instruments dérivés sur matières premières ou des quotas d'émission, ou des instruments dérivés sur ces derniers et qui ne fournissent aucun autre service d'investissement ou n'exercent aucune autre activité d'investissement en lien avec des instruments financiers autres que les instruments dérivés sur matières premières ou les quotas d'émission ou les instruments dérivés sur ces derniers sauf si ces personnes:
   a) sont teneurs de marché;
   b) sont membres ou participants d'un marché réglementé ou d'un MTF ou disposent d'un accès électronique direct à une plateforme de négociation à l'exception des entités non financières qui exécutent des transactions sur une plate-forme de négociation dont la contribution à la réduction des risques directement liés à l'activité commerciale ou à l'activité de financement de trésorerie de ces entités non financières ou de leurs groupes peut être objectivement mesurée;
   c) appliquent une technique de trading algorithmique à haute fréquence; ou
   d) négocient pour compte propre lorsqu'elles exécutent les ordres de clients.
   Les personnes bénéficiant de l'exemption en vertu des 2°, 9° ou 10°, ne sont pas tenues de remplir les conditions énoncées dans le présent point pour bénéficier de l'exemption;
   6° aux entreprises dont les services et activités d'investissement consistent exclusivement en la gestion d'un système de participation des travailleurs;
   7° aux entreprises dont les services et activités d'investissement consistent en la fourniture tant des services et activités visés au 3° qu'à ceux visés au 6° ;
   8° aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion dans l'Union européenne, ni aux institutions financières internationales établies par deux ou plusieurs Etats membres qui ont pour finalité de mobiliser des fonds et d'apporter une aide financière à ceux de leurs membres qui connaissent des difficultés financières graves ou risquent d'y être exposés;
   9° aux organismes de placement collectif et aux fonds de pension, qu'ils soient ou non coordonnés au niveau de l'Union européenne, ni aux dépositaires et gestionnaires de ces organismes;
   10° [3 aux personnes :
   a) qui négocient pour compte propre, y compris les teneurs de marché, sur des instruments dérivés sur matières premières ou des quotas d'émission ou des instruments dérivés sur ces derniers, à l'exclusion des personnes négociant pour compte propre lorsqu'elles exécutent les ordres de clients ; ou
   b) qui fournissent des services d'investissement, autres que la négociation pour compte propre, concernant des instruments dérivés sur matières premières, des quotas d'émission ou des instruments dérivés sur ces derniers, aux clients ou aux fournisseurs de leur activité principale ;
   à condition que :
   i). dans chacun de ces cas, individuellement et sous forme agrégée, ces prestations soient accessoires par rapport à leur activité principale, lorsque cette activité principale est considérée au niveau du groupe ;
   ii). ces personnes ne fassent pas partie d'un groupe dont l'activité principale est la fourniture de services d'investissement au sens de l'article 2, 1° de la présente loi ou d'activités bancaires au sens de l'article 4 de la loi du 25 avril 2014, ou encore en ce qu'elle ne consiste pas à exercer la fonction de teneur de marché en rapport avec des instruments dérivés sur matières premières ;
   iii). ces personnes n'appliquent pas de technique de trading algorithmique à haute fréquence, et que ;
   iv). ces personnes indiquent, sur demande, à la FSMA la base sur laquelle elles ont établi que leurs activités visées aux points a) et b) sont accessoires par rapport à leur activité principale;]3

   11° aux personnes fournissant des conseils en investissement dans le cadre de l'exercice d'une autre activité professionnelle qui n'est pas visée par la présente loi à condition que la fourniture de tels conseils ne soit pas spécifiquement rémunérée;
   12° aux opérateurs soumis à des obligations de conformité en vertu de la Directive 2003/87/CE qui, lorsqu'ils négocient des quotas d'émission, n'exécutent pas d'ordres au nom de clients et qui ne fournissent aucun service d'investissement ou n'exercent aucune activité d'investissement autre que la négociation pour compte propre, à condition que ces personnes n'appliquent pas une technique de trading algorithmique à haute fréquence;
   13° aux gestionnaires de réseau de transport au sens de l'article 2, point 4), de la Directive 2009/72/CE ou de l'article 2, point 4), de la Directive 2009/73/CE, lorsqu'ils effectuent les tâches qui leur incombent en vertu desdites directives, en vertu du Règlement (CE) n° 714/2009, en vertu du Règlement (CE) n° 715/2009 ou en vertu de codes de réseau ou de lignes directrices adoptés en application de ces règlements, aux personnes agissant pour leur compte en tant que fournisseurs de services pour effectuer les tâches qui leur incombent en vertu de ces actes législatifs ou en vertu de codes de réseau ou de lignes directrices adoptés en vertu de ces règlements, ni aux opérateurs ou administrateurs d'un mécanisme d'ajustement des flux énergétiques, d'un réseau de gazoducs ou d'un système visant à équilibrer l'offre et la demande d'énergie, lorsqu'ils effectuent de telles tâches.
   Cette exemption ne s'applique aux personnes exécutant les activités visées au présent point que lorsqu'elles mènent des activités d'investissement ou fournissent des services d'investissement portant sur des instruments dérivés sur matières premières aux fins de l'exercice de ces activités. Cette exemption ne s'applique pas en ce qui concerne l'exploitation d'un marché secondaire, y compris une plateforme de négociation secondaire sur des droits financiers de transport;
   14° aux dépositaires centraux de titres (Central securities depositaries - CSD's) qui sont réglementés en tant que tels en vertu du droit de l'Union européenne et dans la mesure où ils sont réglementés en vertu de ce droit de l'Union;
  [2 15° aux prestataires de services de financement participatif au sens de l'article 2, paragraphe 1er, point e), du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]2
   § 2. Les droits conférés dans le présent titre ne s'étendent pas à la fourniture de services en qualité de contrepartie dans les transactions effectuées par des organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou par des membres du système européen de banques centrales, dans le cadre des tâches qui leur sont assignées par le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne (TFUE), le Protocole n° 4 sur les Statuts du système européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne ou de fonctions équivalentes.
   § 3. Les personnes exemptées conformément au paragraphe 1er se conforment aux articles 69 et 70 de la loi du 21 novembre 2017.
   § 4. Les membres ou participants de marchés réglementés ou de MTF qui bénéficient des exemptions visées au paragraphe 1er, 2°, 9°, 10° ou 12°, se conforment aux exigences visées à l'article 26/2, à l'article 65/3 de la loi du 25 avril 2014 et dans les arrêtés et règlements pris pour leur exécution.
   § 5. Le Roi peut exempter de l'application du présent Titre:
   1° les personnes qui ne sont pas autorisées à fournir des services d'investissement à l'exception de la réception et de la transmission des ordres concernant des valeurs mobilières et des parts d'organismes de placement collectif et/ou de la fourniture de conseils en investissement en liaison avec ces instruments financiers,
   à condition que ces personnes:
   a) ne soient pas autorisées à détenir des fonds ou des titres de clients et que, pour cette raison, elles ne risquent à aucun moment d'être débitrices vis-à-vis de ceux-ci; et
   b) dans le cadre de la fourniture de ces services, sont autorisées à transmettre les ordres uniquement aux:
   i). entreprises d'investissement agréées conformément à la Directive 2014/65/UE;
   ii). établissements de crédit agréés conformément à la Directive 2013/36/UE;
   iii). succursales d'entreprises d'investissement ou d'établissements de crédit qui sont agréées dans un pays tiers et sont soumises et satisfont à des règles prudentielles considérées comme étant au moins aussi strictes que celles établies dans la Directive 2014/65/UE, dans le Règlement (UE) n° 575/2013 ou dans la Directive 2013/36/UE;
   iv). organismes de placement collectif autorisés en vertu du droit d'un Etat membre à vendre des parts au public et aux gestionnaires de ces organismes; ou
   v). sociétés d'investissement à capital fixe, définies à l'article 17, paragraphe 7, de la Directive 2012/30/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 tendant à coordonner, pour les rendre équivalentes, les garanties qui sont exigées dans les Etats membres des sociétés au sens de l'article 54, deuxième alinéa, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, en vue de la protection des intérêts tant des associés que des tiers, en ce qui concerne la constitution de la société anonyme ainsi que le maintien et les modifications de son capital, dont les titres sont cotés ou négociés sur un marché réglementé dans un Etat membre;
   2° les personnes qui ne sont pas autorisées à fournir un [4 service visé à l'article 2 de la loi du 20 juillet 2022]4, et qui fournissent des services d'investissement portant exclusivement sur des matières premières, des quotas d'émission et/ou des instruments dérivés sur ceux-ci aux seules fins de couvrir les risques commerciaux de leurs clients, lorsque ces clients sont exclusivement des entreprises locales d'électricité au sens de l'article 2, point 35), de la Directive 2009/72/CE et/ou des entreprises de gaz naturel au sens de l'article 2, point 1), de la Directive 2009/73/CE, et à condition que ces clients détiennent conjointement 100 pour cent du capital ou des droits de vote de ces personnes, exercent un contrôle conjoint et soient exemptés en vertu du paragraphe 1er, 10°, s'ils fournissent ces services d'investissement eux-mêmes; et/ou
   les personnes qui fournissent des services d'investissement portant exclusivement sur des quotas d'émission et/ou des instruments dérivés sur ceux-ci aux seules fins de couvrir les risques commerciaux de leurs clients, lorsque ces clients sont exclusivement des exploitants au sens de l'article 3, point f), de la Directive 2003/87/CE, et à condition que ces clients détiennent conjointement 100 pour cent du capital ou des droits de vote de ces personnes, exercent un contrôle conjoint et soient exemptés en vertu du paragraphe 1er, 10°, s'ils fournissent ces services d'investissement eux-mêmes.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er ne sont exemptées qu'à la condition qu'elles respectent des exigences analogues à celles prévues dans les dispositions suivantes de la présente loi et aux articles 27 à 28 de la loi du 2 août 2002:
   - l'article 22;
   - l'article 23, § 1er, alinéa 3, §§ 2 et 3;
   - l'article 25, § 1er, 1°, 3°, 6° et 10° et § 2;
   - l'article 25/1, § 1er, alinéas 1er et 2 et § 3;
   - l'article 25/2, § 1er, 3° et §§ 5 à 7;
   - l'article 26, §§ 2 et 5;
   - l'article 32, § 1er;
   - l'article 34, §§ 1, 2, 6 et 7;
   - l'article 35, §§ 4 et 5;
   - l'article 36, § 1er, § 5, alinéas 2 et 3, § 6, alinéas 2 et 3, §§ 7, 9 et 10; et
   - l'article 45;
   ainsi que dans les dispositions des arrêtés et règlements et des actes délégués correspondants adoptés en vertu de la Directive 2014/65/UE, prises pour leur exécution.
   Le Roi peut fixer des exigences supplémentaires.]1

  

Änderungen

[1]Art.4. [1 L'évaluation des performances, pour les besoins du calcul de la rémunération variable des personnes individuelles ou des groupes dont elles relèvent, est ajustée en fonction de tous les types de risques actuels et futurs et tient compte du coût du capital et des liquidités requises conformément au règlement (UE) 2019/2033.
Lors de l'attribution des composantes variables de la rémunération au sein de la société, il est également tenu compte de tous les types de risques actuels et futurs.
----------
Art.5.   (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-2017 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)">Opgeheven art. 204 van 21 NOVEMBER 2017. - Wet over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-2017 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Art.5. [1 Gegarandeerde variabele beloningen zijn verboden, tenzij, in uitzonderlijke gevallen, bij de aanwerving van nieuwe personeelsleden en mits de vennootschap over gezond en solide kapitaal beschikt en de gegarandeerde variabele beloning strikt beperkt is tot het eerste jaar dat volgt op de aanwerving.]1
  
Art.5.   (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-2017 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)">Abrogé art. 204 van 21 NOVEMBER 2017. - Wet over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-2017 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Art.5. [1 Toute rémunération variable garantie est interdite sauf, exceptionnellement, lors du recrutement de nouveaux membres du personnel et pour autant que la société dispose de capitaux solides et qu'elle soit strictement limitée à la première année suivant le recrutement.]1
  
HOOFDSTUK 2. - Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht
CHAPITRE 2. - Des entreprises d'investissement de droit belge
Art.6. § 1. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht moeten, vooraleer hun werkzaamheden aan te vatten, één van de volgende vergunningen verkrijgen van de toezichthouder, ongeacht de plaats waar zij hun werkzaamheden zullen uitoefenen:
  1° een vergunning als beursvennootschap;
  2° een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 2. Onverminderd de voorschriften inzake kapitaal, mag de vergunning als beursvennootschap gelden voor alle beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten als bedoeld in artikel 2.
  § 3. De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag enkel gelden voor de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1°, 1, 2, 4, en 5, en voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 3, 5 en 7.
  Om hun eigen middelen te beleggen mogen zij posities houden in financiële instrumenten, buiten de handelsportefeuille.
  § 4. Er kan geen vergunning als beleggingsonderneming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten van nevendiensten.
  § 5. De vergunning als beursvennootschap wordt verleend door de Bank conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in [1 de artikelen 5 tot 10 van de wet van 20 juli 2022]1.
  De Bank spreekt zich uit over de vergunningsaanvraag op advies van de FSMA conform [1 artikel 8 van de wet van 20 juli 2022]1.
  De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt verleend door de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in titel III.
  

Änderungen

[1]Art.6. [1 § 1. Minstens 50 % van de variabele beloning, met inbegrip van het gedeelte dat met toepassing van artikel 7 van deze Bijlage wordt uitgesteld, bestaat uit een van de volgende instrumenten:
1° aandelen of, afhankelijk van de juridische structuur van de betrokken vennootschap, equivalente deelnemingen in het kapitaal of op aandelen gebaseerde financiële instrumenten of, afhankelijk van de juridische structuur van de betrokken vennootschap, equivalente niet-liquide instrumenten ("non-cash instruments");
2° andere kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als aanvullend-tier 1- of tier 2-kapitaalinstrumenten, of andere instrumenten die volledig in tier 1-kernkapitaalinstrumenten kunnen worden omgezet of volledig kunnen worden afgeschreven, en die in elk geval een goede weerspiegeling zijn van de kredietkwaliteit van de vennootschap vanuit het oogpunt van de continuïteit; of
3° niet-liquide instrumenten ("non-cash instruments") die een afspiegeling zijn van de instrumenten in de beheerde portefeuilles.
Indien een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen van de in deze paragraaf bedoelde instrumenten uitgeeft, kan de FSMA toestemming geven voor het gebruik van alternatieve regelingen waarmee hetzelfde doel wordt bereikt.
§ 2. De in de paragraaf 1 bedoelde instrumenten zijn onderworpen aan een passend aanhoudingsbeleid, dat inhoudt dat de houder van de instrumenten er de eigenaar van moet blijven, en dat tot doel heeft de incentives voor de persoon af te stemmen op de langetermijnbelangen van de vennootschap, haar schuldeisers en haar cliënten. De FSMA kan de soorten instrumenten waarvan de kenmerken niet voldoen aan dit vereiste, verbieden of beperken.
----------
Art.6. § 1er. Les entreprises d'investissement de droit belge sont tenues, avant de commencer leurs opérations, d'obtenir auprès de l'autorité de contrôle l'un des agréments suivants, et ce quel que soit le lieu d'exercice de leurs activités:
  1° l'agrément en qualité de société de bourse;
  2° l'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 2. Sans préjudice des dispositions prévues en matière de capital, l'agrément en qualité de société de bourse peut couvrir l'ensemble des services d'investissement, activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 2.
  § 3. L'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peut couvrir que les services d'investissement visés à l'article 2, 1°, 1, 2, 4, et 5, ainsi que les services auxiliaires visés à l'article 2, 2°, 3, 5 et 7.
  En vue d'investir leurs fonds propres, elles peuvent détenir des positions hors portefeuille de négociation relatives à des instruments financiers.
  § 4. Il ne peut être délivré d'agrément en qualité d'entreprise d'investissement pour la seule prestation de services auxiliaires.
  § 5. L'agrément en qualité de société de bourse est délivré par la Banque conformément aux modalités et conditions fixées aux [1 articles 5 à 10 de la loi du 20 juillet 2022]1.
  La Banque se prononce sur la demande d'agrément sur avis de la FSMA conformément à [1 l'article 8 de la loi du 20 juillet 2022]1.
  L'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est délivré par la FSMA conformément aux modalités et conditions fixées dans le titre III.
  

Änderungen

[1]Art.6. [1 § 1er. Une part d'au moins 50 % de toute rémunération variable, y compris sa part reportée en application de l'article 7 de la présente Annexe, est composée de l'un des instruments suivants :
1° des actions ou, en fonction de la structure juridique de la société concernée, des participations équivalentes au capital ou des instruments financiers liés aux actions ou, en fonction de la structure juridique de la société concernée, des instruments équivalents non liquides ("non-cash instruments") ;
2° d'autres instruments de capitaux qui remplissent les conditions afin d'être éligibles en tant qu'instruments de fonds propres additionnels de catégorie 1 ou de catégorie 2, ou d'autres instruments qui peuvent être intégralement convertis en instruments de fonds propres de base de catégorie 1 ou qui peuvent être intégralement amortis, et qui reflètent en tout cas correctement la qualité de crédit de la société dans une perspective de continuité; ou
3° des instruments non liquides ("non-cash instruments") qui reflètent les instruments dans les portefeuilles sous gestion.
Lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement n'émet aucun des instruments visés au présent paragraphe, la FSMA peut approuver l'utilisation d'autres dispositifs remplissant les mêmes objectifs.
§ 2. Les instruments visés aux paragraphe 1er sont soumis à une politique de détention appropriée, par laquelle le titulaire des instruments est obligé à en conserver la propriété, destinée à aligner les incitants de la personne sur les intérêts à long terme de la société, de ses créanciers et de ses clients. La FSMA peut interdire ou soumettre à des restrictions les types d'instruments dont les caractéristiques ne répondent pas à cette exigence.
----------
Art.7. De toezichthoudende overheden stellen een lijst op van de beleggingsondernemingen waaraan krachtens deze afdeling een vergunning werd verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op hun website in onderling overleg bekendgemaakt. De FSMA brengt de lijst en de wijzigingen daarin ter kennis van de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
  De lijst van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht bevat volgende rubrieken:
  a. beursvennootschappen;
  b. vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De lijst vermeldt de beleggingsdiensten en de andere diensten die de beleggingsondernemingen mogen verrichten.
  In de lijst wordt tevens aangegeven of de beursvennootschap bevoegd is om op te treden als bewaarder voor financiële instrumenten van verzekeringsondernemingen, voor instellingen voor collectieve belegging en voor kredietinstellingen voor zover deze laatste handelen voor rekening van hun cliënten [1 ...]1.
  De lijst kan worden onderverdeeld in subrubrieken en kan andere diensten vermelden.
  Een bijlage bij deze lijst vermeldt de financiële holdings naar Belgisch recht zoals bepaald bij artikel 59, § 1, 2°.
  

Änderungen

[1]Art.7. [1 De betaling van een deel van minstens 40 % van de variabele beloning wordt uitgesteld over een periode van ten minste drie tot vijf jaar, afhankelijk van de bedrijfscyclus van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, van de aard van haar werkzaamheden, van haar risico's en van de activiteiten van de betrokken persoon.
Wanneer het bedrag van de variabele beloning bijzonder hoog is, moet het deel van de variabele beloning dat wordt uitgesteld, als bedoeld in het eerste lid, minstens 60 % bedragen.
Het uitgestelde deel van de variabele beloning wordt niet sneller dan op pro-ratabasis toegekend.
----------
Art.7. Les autorités de contrôle établissent une liste des entreprises d'investissement agréées en vertu de la présente section. Elles publient de façon concertée cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées, sur leur site internet. La FSMA notifie la liste et ses modifications à l'Autorité européenne des marchés financiers.
  La liste des entreprises d'investissement de droit belge comprend les rubriques suivantes:
  a. les sociétés de bourse;
  b. les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  La liste mentionne les services d'investissement et les services auxiliaires que les entreprises d'investissement sont autorisées à fournir.
  La liste mentionne également si la société de bourse a le pouvoir d'intervenir en qualité de dépositaire pour des instruments financiers d'entreprises d'assurances, pour des organismes de placement collectif ainsi que pour des établissements de crédit lorsque ces derniers agissent pour le compte de leur clientèle [1 ...]1.
  La liste peut comporter des sous-rubriques et peut mentionner d'autres services.
  A la liste est annexée la mention des compagnies financières de droit belge définies à l'article 59, § 1er, 2°.
  

Änderungen

[1]Art.7. [1 Le paiement d'une part d'au moins 40 % de la rémunération variable est reporté pendant une durée minimale de trois à cinq ans en fonction de la durée du cycle économique de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, de la nature de ses activités, de ses risques, ainsi que des activités de la personne concernée.
Lorsque le montant de la rémunération variable est particulièrement élevé, le pourcentage de la rémunération variable reportée visé à l'alinéa 1er doit au moins s'élever à 60 %.
La rémunération variable qui est due conformément aux dispositifs de report n'est pas acquise plus rapidement qu'au prorata.
----------
Art.8. Wanneer een vergunning is verleend aan een beleggingsonderneming naar Belgisch recht die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van één of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van één of meer derde landen, wordt in de kennisgeving aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ook de identiteit opgegeven van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend geval, de financiële structuur van de groep die de beleggingsonderneming controleert waaraan een vergunning is verleend. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning.
  [1 ...]1
  

Änderungen

[1]Art.8. [1 § 1. De variabele beloning die wordt toegekend door vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met inbegrip van het uitgestelde gedeelte, wordt slechts uitbetaald of is slechts verworven wanneer het bedrag ervan aanvaardbaar is gelet op de financiële toestand van de vennootschap in haar geheel en te rechtvaardigen is door de prestaties van de vennootschap, de bedrijfseenheid en de betrokken persoon.
§ 2. De totale variabele beloning van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt aanzienlijk verminderd indien de vennootschap geringere of negatieve financiële prestaties levert.
De vermindering als bedoeld in het eerste lid wordt zowel toegepast op de nog niet verworven variabele beloning als op de verworven maar nog niet gestorte variabele beloning en op de reeds effectief uitgekeerde variabele beloning, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen (clawback).
Voor het totale bedrag van de variabele beloning geldt een malus- of terugvorderingsclausule (clawback), in het bijzonder in situaties waarin de betrokken persoon:
a) heeft deelgenomen aan of verantwoordelijk was voor praktijken die aanleiding hebben gegeven tot aanzienlijke verliezen voor de vennootschap;
b) niet langer blijk geeft van de vereiste deskundigheid en professionele betrouwbaarheid;
c) heeft deelgenomen aan een bijzonder mechanisme met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen.
----------
Art.8. Lorsqu'un agrément est accordé à une entreprise d'investissement de droit belge qui est une filiale, directe ou indirecte, d'une ou de plusieurs entreprises mères qui relèvent du droit d'un ou de plusieurs pays tiers, la notification à l'Autorité européenne des marchés financiers mentionne l'identité de cette ou de ces entreprises mères et, s'il y a lieu, indique la structure financière du groupe qui contrôle l'entreprise d'investissement à laquelle l'agrément est accordé. La FSMA informe également les autorités de contrôle des autres Etats membres de l'octroi d'un tel agrément.
  [1 ...]1
  

Änderungen

[1]Art.8. [1 § 1er. La rémunération variable accordée par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris la part reportée, n'est payée ou acquise que si son montant est supportable eu égard à la situation financière de la société dans son ensemble et si elle est justifiée par les performances de la société, de l'unité d'exploitation et de la personne concernée.
§ 2. La rémunération variable totale de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est significativement réduite si la société produit un rendement financier réduit ou négatif.
La réduction visée à l'alinéa 1er s'applique à la fois à la rémunération variable non encore acquise, à la rémunération variable acquise mais non encore versée ainsi qu'à celle qui a déjà fait l'objet d'un paiement effectif, entre autres par le biais de dispositifs de malus ou de récupération (clawback).
Le montant total de la rémunération variable fait l'objet d'une disposition de malus ou de récupération (clawback), en particulier dans les situations dans lesquelles la personne concernée :
a) a participé à des pratiques qui ont donné lieu à des pertes considérables pour la société, ou en était responsable ;
b) n'est plus considérée comme présentant les qualités d'expertise et d'honorabilité professionnelles requises ;
c) a participé à un mécanisme particulier ayant pour but ou pour effet de favoriser la fraude fiscale par des tiers.
----------
Art.9. § 1. Alleen de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, de kredietinstellingen en de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen mogen in België openbaar gebruik maken van de term "beleggingsonderneming", inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun [1 voorwerp]1, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 2. Alleen de beursvennootschappen en de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 3, 6, 7 of 8 bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in België openbaar gebruik maken van de term "beursvennootschap", inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun [1 voorwerp]1, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 3. Alleen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beursvennootschappen en de kredietinstellingen, alsook de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 4, bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in België openbaar gebruik maken van de woorden "vermogensbeheerder", "vermogensbeheer" of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun [1 voorwerp]1, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  § 4. Alleen de volgende vennootschappen en instellingen mogen in België openbaar gebruik maken van de woorden "beleggings-adviseur","beleggingsadvies" of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun [1 voorwerp]1, in hun effecten, waarden, stukken of reclame:
  a) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  b) de beursvennootschappen;
  c) de kredietinstellingen;
  d) de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 5, bedoelde beleggingsdienst dekt;
  e) de makelaars in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in de wet van 22 maart 2006.
  

Änderungen

[1]Art.9. [1 Het pensioenbeleid is afgestemd op de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de vennootschap.
Indien een personeelslid de vennootschap verlaat vóór het bereiken van de pensioenleeftijd, houdt de vennootschap de uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen voor dit personeelslid gedurende vijf jaar aan in de vorm van instrumenten als bedoeld in artikel 6 van deze Bijlage.
Wanneer een personeelslid de pensioenleeftijd bereikt en met pensioen gaat, worden de uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen aan hem uitbetaald in de vorm van instrumenten als bedoeld in artikel 6 van deze Bijlage, en dienen deze instrumenten gedurende vijf jaar te worden aangehouden.
De bepalingen van artikel 8, § 2 van deze Bijlage zijn van toepassing op de uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen.
----------
Art.9. § 1er. Les entreprises d'investissement de droit belge, les établissements de crédit et les entreprises d'investissement étrangères opérant en Belgique en vertu des articles 10 à 14 sont seuls autorisés à faire usage public en Belgique du terme "entreprise d'investissement", notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur [1 objet]1, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité.
  § 2. Les sociétés de bourse et les entreprises d'investissement étrangères qui opèrent en Belgique en vertu des articles 10 à 14 et dont l'agrément couvre le service d'investissement visé à l'article 2, 1°, 3, 6, 7 ou 8 sont seules autorisées à faire usage public en Belgique du terme "société de bourse", notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur [1 objet]1, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité.
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les sociétés de bourse et les établissements de crédit, ainsi que les entreprises d'investissement étrangères qui opèrent en Belgique en vertu des articles 10 à 14 et dont l'agrément couvre le service d'investissement visé à l'article 2, 1°, 4, sont seuls autorisés à faire usage public en Belgique des termes "gérant de fortune" et "gestion de fortune" ou de tout autre terme faisant référence à cette activité, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur [1 objet]1, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité.
  § 4. Les sociétés et établissements suivants sont seuls autorisés à faire publiquement usage en Belgique des termes "conseiller en investissement","conseil en investissement", ou de tout autre terme faisant référence à cette activité, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur [1 objet]1, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité:
  a) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  b) les sociétés de bourse;
  c) les établissements de crédit;
  d) les entreprises d'investissement étrangères opérant en Belgique en vertu des articles 10 à 14 de la présente loi et dont l'agrément couvre le service d'investissement visé à l'article 2, 1°, 5;
  e) les courtiers en services bancaires et en services d'investissement visés par la loi du 22 mars 2006.
  

Änderungen

[1]Art.9. [1 La politique en matière de pensions est conforme à la stratégie économique, aux objectifs, aux valeurs et aux intérêts à long terme de la société.
Si un membre du personnel quitte la société avant d'avoir atteint l'âge de la retraite, les prestations de pension discrétionnaires relatives à ce membre sont conservées par la société pour une période de cinq ans sous la forme d'instruments visés à l'article 6 de la présente Annexe.
Dans le cas d'un membre du personnel qui atteint l'âge de la retraite, et prend sa retraite, les prestations de pension discrétionnaires lui sont versées sous la forme d'instruments visés à l'article 6 de la présente Annexe, ces instruments étant soumis à une période de détention d'une période de cinq ans.
Les dispositions de l'article 8, § 2 de la présente Annexe sont applicables aux prestations de pension discrétionnaires.
----------
HOOFDSTUK 3. - Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht
CHAPITRE 3. - Des entreprises d'investissement de droit étranger
Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
Section 1re. - Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre
Art.10. § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen, via de vestiging van een bijkantoor [2 ...]2, deze diensten in België aanvatten zodra de toezichthoudende overheid er hen van in kennis heeft gesteld dat zij als bijkantoor van een beleggingsonderneming uit de Europese Economische Ruimte zijn geregistreerd.
  Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit worden verricht.
  § 2. De registratie van de bijkantoren van buitenlandse beursvennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in paragraaf 1, wordt door de Bank ter kennis gebracht van deze ondernemingen [3 conform artikel 211 van de wet van 20 juli 2022]3.
  De FSMA wordt onmiddellijk in kennis gesteld van deze kennisgevingen van registraties van bijkantoren die door de Bank zijn verricht.
  § 3. De registratie van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in paragraaf 1, wordt door de FSMA ter kennis gebracht van deze ondernemingen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs.
  Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maanden nadat de toezichthoudende autoriteiten voor de beleggingsondernemingen van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, het op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste informatiedossier hebben meegedeeld. Bij gebreke van ontvangst van een kennisgeving binnen de vastgestelde termijn mag zij haar bijkantoor openen en de voornoemde werkzaamheden aanvatten. Zij stelt de FSMA hiervan in kennis.
  § 4. De FSMA stelt elk jaar de lijst op van de geregistreerde bijkantoren en maakt die alsook alle wijzigingen die hierin tijdens het jaar zijn aangebracht, bekend op zijn website. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is.
  [2 § 5. De paragrafen 1 tot 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die een beroep wensen te doen op in België gevestigde verbonden agenten om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede, in voorkomend geval, nevendiensten te verrichten.]2
  

Änderungen

[1]Art.10. [1 De artikelen 6, 7 en 9, tweede en derde lid van deze Bijlage zijn niet van toepassing op:
1° de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de waarde van de activa binnen en buiten de balanstelling gemiddeld 100 miljoen euro of minder bedraagt over de periode van vier jaar die onmiddellijk voorafgaat aan het betrokken boekjaar en, in voorkomend geval, op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als bedoeld in artikel 25/2, § 6, tweede lid van de wet;
2° een personeelslid van wie de jaarlijkse variabele beloning niet meer bedraagt dan 50 000 euro en niet meer vertegenwoordigt dan een vierde van zijn totale jaarlijkse beloning.
----------
Art.10. § 1er. Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir dans leur Etat membre d'origine des services d'investissement et/ou à y exercer des activités d'investissement et à y fournir des services auxiliaires peuvent, par voie d'installation de succursales, [2 ...]2 commencer à prester ces services en Belgique dès que l'autorité de contrôle leur a notifié leur enregistrement comme succursales d'entreprises d'investissement de l'Espace économique européen.
  Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que conjointement à un service d'investissement et/ou à une activité d'investissement.
  § 2. L'enregistrement des succursales de sociétés de bourses étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre visées au paragraphe 1er, est notifié à ces entreprises par la Banque [3 conformément à l'article 211 de la loi du 20 juillet 2022]3.
  La FSMA est informée sans délai des notifications d'enregistrement de succursales effectuées par la Banque.
  § 3. L'enregistrement des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre visées au paragraphe 1er, est notifié à ces entreprises par la FSMA par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
  Cette notification doit intervenir au plus tard deux mois après que les autorités de contrôle des entreprises d'investissement de l'Etat membre d'origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement aient communiqué le dossier d'information requis par les dispositions de droit européen. En l'absence de notification dans le délai fixé, l'entreprise peut ouvrir la succursale et entamer les activités précitées. Elle en informe la FSMA.
  § 4. La FSMA établit la liste des succursales enregistrées et la publie sur son site internet, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année. La Banque publie également sur son site internet la liste des succursales relevant de ses compétences.
  [2 § 5. Les paragraphes 1 à 4 sont applicables par analogie aux entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre qui souhaitent recourir à des agents liés établis en Belgique pour y fournir des services d'investissement et/ou y exercer des activités d'investissement et, le cas échéant, y fournir des services auxiliaires.]2
  

Änderungen

[1]Art.10. [1 Les articles 6, 7 et 9, alinéas 2 et 3, de la présente Annexe ne sont pas applicables :
1° aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont la valeur des actifs au bilan et hors bilan est, en moyenne, inférieure ou égale à 100 millions d'euros sur la période de quatre ans qui précède immédiatement l'exercice comptable en cours et, le cas échéant, aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées à l'article 25/2, § 6, alinéa 2 de la loi ;
2° à un membre du personnel dont la rémunération variable annuelle n'excède pas 50 000 euros et ne représente pas plus d'un quart de la rémunération annuelle totale du membre du personnel.
----------
Art.11. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen deze werkzaamheden in België aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst aan de FSMA mededeling heeft gedaan van de op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste kennisgeving.
  [1 ...]1
  Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleggingsdienst en/of beleggingsactiviteit worden verricht.
  De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en haar in kennis hebben gesteld van hun voornemen om in België de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1° en de beleggingsactiviteiten als bedoeld in ditzelfde artikel te verrichten. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. [3 ...]3
  [2 De voorafgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op de beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die in België beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede, in voorkomend geval, nevendiensten wensen te verrichten door een beroep te doen op verbonden agenten die in die andere lidstaat zijn gevestigd.]2
  De FSMA vraagt bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst informatie op met betrekking tot de identiteitsgegevens van de verbonden agenten waarvan de beleggingsonderneming voornemens is gebruik te maken. Zij maakt deze gegevens bekend op haar website.
  [3 Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een beursvennootschap die in België door middel van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt die voortvloeien uit de met toepassing van Richtlijn 2014/65/EU, Verordening nr. 600/2014 en Verordening 2017/565 vastgestelde bepalingen, waarbij aan de FSMA geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bevindingen in kennis.
   Indien de betrokken beursvennootschap, ondanks de door de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, maatregelen treffen of doen treffen om de beleggers te beschermen en de goede werking van de markten te handhaven. Het gaat, met name, om de in artikel 64, § 1, eerste lid, 2° en tweede lid, en § 2, eerste lid bedoelde maatregelen. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onmiddellijk van deze maatregelen in kennis gesteld.
   In het in het zesde lid bedoelde geval kan de FSMA de Europese Autoriteit voor effecten en markten om bijstand vragen conform artikel 19 van Verordening Nr. 1095/2010.]3

  

Änderungen

[1]Art.11. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 De personen bedoeld in artikel 37/1, § 3 onthouden zich van het uitvoeren van verrichtingen, met inbegrip van verzekeringsverrichtingen, die geheel of gedeeltelijk afbreuk doen aan de naleving van de bepalingen van deze Bijlage, in het bijzonder verrichtingen die tot doel hebben het risico dat voortvloeit uit de regeling voor hun variabele beloning te neutraliseren of die dit risico zouden kunnen neutraliseren.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Art.11. Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir dans leur Etat membre d'origine des services d'investissement et/ou à y exercer des activités d'investissement et à y fournir des services auxiliaires, peuvent entamer ces activités en Belgique sous le régime de la libre prestation de services dès que l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine a communiqué à la FSMA la notification requise par les dispositions de droit européen en la matière.
  [1 ...]1
  Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que conjointement à un service d'investissement et/ou à une activité d'investissement.
  La FSMA établit la liste des entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre qui ont notifié leur intention de fournir en Belgique les services d'investissement visés à l'article 2, 1°, et d'y exercer les activités d'investissement visées au même article. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année. [3 ...]3
  [2 Les alinéas qui précèdent s'appliquent par analogie aux entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre qui souhaitent prester des services d'investissement et/ou exercer des activités d'investissement, et, le cas échéant, fournir des services auxiliaires en Belgique, par l'intermédiaire d'agents liés établis dans cet autre Etat membre.]2
  La FSMA demande à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine de lui communiquer l'identité des agents liés auxquels l'entreprise d'investissement entend recourir. La FSMA publie ces informations sur son site internet.
  [3 Lorsque la FSMA a des raisons claires et démontrables d'estimer qu'une société de bourse opérant dans le cadre du régime de la libre prestation de services en Belgique viole des obligations découlant de dispositions arrêtées en application de la directive 2014/65/UE, du règlement n° 600/2014 et du règlement 2017/565 et que lesdites dispositions ne confèrent pas de pouvoirs à la FSMA, elle en fait part à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
   Si, en dépit des mesures prises par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine ou en raison du caractère inadéquat de ces mesures, la société de bourse concernée continue d'agir d'une manière clairement préjudiciable aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonctionnement ordonné des marchés, la FSMA peut, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, prendre ou faire prendre des mesures pour protéger les investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement des marchés. Il s'agit notamment des mesures visées à l'article 64, § 1er, alinéa 1er, 2° et alinéa 2, et § 2, alinéa 1er. La Commission européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers sont informées sans délai de l'adoption de ces mesures.
   Dans le cas visé à l'alinéa 6, la FSMA peut saisir l'Autorité européenne des marchés financiers et demander son assistance conformément à l'article 19 du Règlement n° 1095/2010.]3

  

Änderungen

[1]Art.11. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 Les personnes visées à l'article 37/1, § 3, s'abstiennent d'effectuer des opérations, y compris d'assurance, qui portent atteinte, en tout ou en partie, au respect des dispositions prévues à la présente Annexe, en particulier des opérations visant ou susceptibles de neutraliser le risque découlant des modalités de leur rémunération variable.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
Section 2. - Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d'investissement non soumises à la [1 Directive 2014/65/UE]1
Art.12. De artikelen 10 tot 11 zijn niet van toepassing op de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die niet in het toepassingsgebied van [1 Richtlijn 2014/65/EU vallen op grond van artikel 2, § 1, l) en m)]1 en artikel 3 van deze richtlijn.
  Voor de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van deze ondernemingen zijn de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van toepassing.
  

Änderungen

[1]Art.12. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies onthouden zich van het toekennen of uitbetalen van een variabele beloning door middel van vehikels of methodes die de niet-naleving van de bepalingen van deze wet of van Verordening (EU) 2019/2033 vergemakkelijken.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Art.12. Les articles 10 et 11 ne s'appliquent pas aux entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre qui ne tombent pas dans le champ d'application de [1 la Directive 2014/65/UE en vertu de l'article 2, § 1er, l) et m),]1 et de l'article 3 de cette directive.
  Les succursales et les activités de prestation de services en Belgique de ces entreprises sont soumises aux dispositions des sections 3 et 4.
  

Änderungen

[1]Art.12. reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement s'abstiennent d'attribuer ou de verser une rémunération variable par le biais de véhicules ou de méthodes qui facilitent le non-respect des dispositions de la présente loi ou du règlement (UE) 2019/2033.<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span>
----------
Afdeling 3. - Bijkantoren in België van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen
Section 3. - Des succursales en Belgique des entreprises d'investissement relevant du droit de pays tiers
Art.13. § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en voornemens zijn om in België beleggingsdiensten aan te bieden of te verstrekken en/of om er beleggingsactiviteiten te verrichten via het oprichten van bijkantoren, moeten vooraf een vergunning verkrijgen van de toezichthouder.
  [1 Ingeval een in de Europese Unie gevestigde of gesitueerde [2 niet-professionele of professionele cliënt]2 uitsluitend op eigen initiatief de verlening van een beleggingsdienst of de verrichting van een beleggingsactiviteit door een onderneming uit een derde land initieert, is de vergunningsvereiste op grond van het eerste lid noch van toepassing op de verlening van die dienst of de verrichting van die activiteit door de onderneming uit het derde land voor die persoon, noch op een relatie die specifiek verband houdt met de verlening van die dienst of de verrichting van die activiteit.
   Een door dergelijke cliënten genomen initiatief geeft de onderneming uit het derde land niet het recht om op andere wijze dan via het bijkantoor nieuwe categorieën van beleggingsproducten of beleggingsdiensten aan die clënt aan te bieden.]1

  [3 Zonder afbreuk te doen aan intragroepsbetrekkingen wordt, indien een onderneming uit een derde land, onder meer via een entiteit die namens haar handelt of nauwe banden heeft met de onderneming uit het derde land of een andere persoon die namens een dergelijke entiteit handelt, cliënten of potentiële cliënten in de Europese Unie benadert, de dienst niet geacht uitsluitend op eigen initiatief van de cliënt te zijn verleend.]3
  § 2. De bijkantoren van buitenlandse beursvennootschappen die ressorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de Bank [3 conform artikel 226 van de wet van 20 juli 2022]3.
  De bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 84.
  § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de bijkantoren waaraan een vergunning is verleend en publiceert die op haar website, evenals alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de bijkantoren waarvoor zij bevoegd is. [3 De FSMA deelt deze lijsten jaarlijks mee aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.]3
  

Änderungen

[1]Art.13. [1 Voor de toepassing van deze Bijlage wordt onder vertrekvergoeding elke vorm van beloning of compensatie verstaan die aan een in artikel 37/1, § 3 bedoelde persoon wordt toegekend bij zijn of haar vertrek, ongeacht het tijdstip van dat vertrek en ongeacht of dit al dan niet op vrijwillige basis gebeurt. De vertrekvergoeding kan in voorkomend geval een ontslagvergoeding omvatten, namelijk een bedrag dat of een vergoeding die in het kader van de voortijdige beëindiging op niet-vrijwillige basis van een arbeidsovereenkomst of een vennootschapsmandaat wordt betaald aan een persoon als bedoeld in artikel 73, tweede, derde, en in voorkomend geval, vierde lid.
Vertrekvergoedingen zijn variabele beloning waarop de bepalingen van de artikelen 1 tot en met 8 van deze Bijlage derhalve van toepassing zijn.
Onverminderd het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen moet elke vertrekvergoeding rekening houden met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zodanig zijn ontworpen dat falen of onrechtmatig gedrag niet wordt beloond.
Bovendien kan een vertrekvergoeding die hoger is dan een bedrag dat gelijk is aan 12 maanden vaste beloning of, op eensluidend gemotiveerd advies van het remuneratiecomité, hoger dan een bedrag dat gelijk is aan 18 maanden vaste beloning, enkel worden toegekend, niettegenstaande eventuele andersluidende statutaire bepalingen of contractuele bedingen, onder voorbehoud van goedkeuring door de eerstvolgende gewone algemene vergadering. De procedure van artikel 7:92, tweede en derde lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is naar analogie van toepassing.
----------
Art.13. § 1er. Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers qui ont l'intention d'offrir ou de fournir des services d'investissement et/ou d'exercer des activités d'investissement en Belgique, par voie d'installation de succursales, doivent préalablement se faire agréer par l'autorité de contrôle.
  [1 Lorsqu'un [2 client de détail ou un client professionnel]2, établi ou se trouvant dans l'Union européenne, déclenche sur sa seule initiative la fourniture d'un service d'investissement ou l'exercice d'une activité d'investissement par une entreprise d'un pays tiers, l'obligation de disposer de l'agrément prévu à l'alinéa 1er ne s'applique pas à la fourniture de ce service à cette personne ou à l'exercice de cette activité par l'entreprise de pays tiers pour cette personne, ni à une relation spécifiquement liée à la fourniture de ce service ou à l'exercice de cette activité.
   L'initiative de ces clients ne donne pas droit à l'entreprise de pays tiers de commercialiser de nouvelles catégories de produits ou de services d'investissement à ces clients par d'autres intermédiaires qu'une succursale.]1

  [3 Sans préjudice des relations intragroupe, lorsqu'une entreprise de pays tiers, y compris par l'intermédiaire d'une entité agissant pour son compte ou ayant des liens étroits avec cette entreprise de pays tiers ou toute autre personne agissant pour le compte de cette entité, démarche des clients ou des clients potentiels dans l'Union européenne, ces services ne devraient pas être considérés comme fournis sur la seule initiative du client.]3
  § 2. Les succursales de sociétés de bourse étrangères relevant du droit d'un pays tiers doivent obtenir leur agrément auprès de la Banque [3 conformément à l'article 226 de la loi du 20 juillet 2022]3.
  Les succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un pays tiers doivent obtenir leur agrément auprès de la FSMA conformément aux modalités et conditions fixées à l'article 84.
  § 3. La FSMA établit la liste des succursales agréées et la publie sur son site internet, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année. La Banque publie également sur son site internet la liste des succursales relevant de ses compétences. [3 La FSMA notifie ces listes sur une base annuelle à l'Autorité européenne des marchés financiers.]3
  

Änderungen

[1]Art.13. [1 Pour les besoins de la présente Annexe, on entend par indemnité de départ, toute forme de rémunération ou compensation octroyée à une personne visée à l'article 37/1, § 3 à l'occasion de son départ, quel que soit le moment de ce départ et que celui-ci soit volontaire ou non. Une indemnité de départ peut, le cas échéant, comprendre une indemnité de cessation de fonction, à savoir une somme/indemnité payée en lien avec la fin anticipée d'un contrat de travail ou d'un mandat social sur une base non-volontaire dans le chef d'une personne visée à l'article 73, alinéas 2, 3 et, le cas échéant, 4.
Toute indemnité de départ constitue de la rémunération variable à laquelle s'applique dès lors les dispositions des articles 1er à 8 de la présente Annexe.
Sans préjudice du Code des sociétés et des associations, toute indemnité de départ doit tenir compte des performances effectives dans le temps et être conçue de manière à ne pas récompenser l'échec ou un comportement fautif.
En outre, une indemnité de départ dont le montant est supérieur à un montant équivalent à 12 mois de rémunération fixe, ou sur avis motivé conforme du comité de rémunération, dont le montant est supérieur à un montant équivalent à 18 mois de rémunération fixe, ne peut être octroyée, nonobstant toute disposition statutaire ou clause contractuelle contraire, que sous réserve de l'approbation de la première assemblée générale ordinaire qui suit. La procédure prévue à l'article 7:92, alinéas 2 et 3, du Code des sociétés et des associations est applicable par analogie.
----------
Afdeling 4. - Dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingingen die ressorteren onder een derde land
Section 4. - Des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d'investissement relevant du droit de pays tiers
Art.14. [1 § 1. [2 Beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en in hun land van herkomst daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen dan wel beleggingsactiviteiten verrichten, mogen deze diensten of activiteiten in België, zonder er gevestigd te zijn, enkel aanbieden of verlenen aan, dan wel verrichten voor de volgende beleggers :]2
   1° de in aanmerking komende tegenpartijen als bepaald ter uitvoering van artikel 26, achtste lid, van de wet van 2 augustus 2002;
   2° de als professioneel beschouwde cliënten overeenkomstig de bepalingen naar Belgisch recht tot omzetting van Afdeling I van bijlage II van Richtlijn 2014/65/EU;
   3° de in België gevestigde personen die de nationaliteit hebben van het land van herkomst van de betrokken beleggingsonderneming of van een land waar deze beleggingsonderneming een bijkantoor heeft, voor zover de beleggingsonderneming [2 wat betreft de in België aangeboden of verleende beleggingsdiensten, dan wel verrichte beleggingsactiviteiten]2 in het land van herkomst of in het betrokken land van vestiging onderworpen is aan een gelijkwaardig toezicht als Belgische beleggingsondernemingen.
   § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde ondernemingen dienen zich vooraf bij de FSMA bekend te maken, [2 met opgave van de beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten die ze voornemens zijn te verlenen of te verrichten, alsook van de categorieën van beleggers voor wie deze diensten of activiteiten bestemd zijn]2
   Onverminderd de internationale akkoorden die België binden, kan de FSMA [2 het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten in België]2 verbieden aan een beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt aan de beleggingsondernemingen onder Belgisch recht biedt.
   § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de in dit artikel bedoelde beleggingsondernemingen [2 die in België de beleggingsdiensten verlenen of de beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in artikel 2, 1°, van deze wet]2. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. [3 ...]3]1

  

Änderungen

[1]Art.14. [1 § 1. In afwijking van artikel 13, tweede lid van deze Bijlage zijn de artikelen 1, § 2 en 2 tot en met 8 van deze Bijlage niet van toepassing op:
1° de vertrekvergoeding die bestaat uit een bedrag dat bedoeld is om het inkomensverlies te compenseren op grond van een concurrentiebeding en waarvan de vennootschap vóór de toekenning ervan aan de FSMA kan aantonen dat ze voldoet aan de criteria om als vaste beloning te worden aangemerkt;
2° de vertrekvergoeding die wordt toegekend aan een persoon die zijn of haar taken in het kader van een arbeidsovereenkomst of een vennootschapsmandaat uitoefent, en die bestaat uit een ontslagvergoeding die niet hoger mag zijn dan het bedrag waarop de betrokkene recht heeft of, naar analogie, recht zou hebben gehad op grond van zijn of haar anciënniteit, krachtens de wettelijke bepalingen inzake ontslag in het kader van een arbeidsovereenkomst.
§ 2. Indien de vertrekvergoeding bestaat uit een ontslagvergoeding, kan bij wijze van uitzondering op artikel 13, tweede lid van deze Bijlage het bedrag van de vergoedingen die niet in aanmerking komen voor de in paragraaf 1 bedoelde uitzonderingen, bovendien geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de toepassing van de artikelen 1, § 2, 6 en 7 van deze Bijlage, mits deze vrijstelling naar behoren wordt gemotiveerd en de FSMA er vooraf van in kennis wordt gesteld, met dien verstande dat deze vrijstelling uitsluitend gerechtvaardigd is in de specifieke en uitzonderlijke situaties die zijn vastgesteld in de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit inzake beloningsbeleid.
----------
Art.14. [1 § 1er. [2 Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers et qui fournissent effectivement des services d'investissement ou exercent des activités d'investissement dans leur Etat d'origine, peuvent exercer ces activités ou offrir ou fournir ces services en Belgique, sans y être établies, pour, ou aux seuls investisseurs suivants :]2
   1° les contreparties éligibles, telles que définies en exécution de l'article 26, alinéa 8, de la loi du 2 août 2002;
   2° les clients considérés comme professionnels conformément aux dispositions de droit belge transposant la Section I de l'annexe II de la directive 2014/65/UE ;
   3° les personnes établies en Belgique qui ont la nationalité de l'Etat d'origine de l'entreprise d'investissement concernée ou d'un Etat dans lequel cette entreprise d'investissement a établi une succursale, pour autant qu'[2 en ce qui concerne les services ou activités d'investissement offerts, fournis ou exercés en Belgique]2, l'entreprise d'investissement soit soumise, dans son Etat d'origine ou dans l'Etat d'implantation concerné, à un contrôle équivalent à celui auquel sont assujetties les entreprises d'investissement belges.
   § 2. Les entreprises visées au paragraphe 1er sont tenues de se faire connaître préalablement auprès de la FSMA, [2 en précisant les services ou activités d'investissement qu'elles envisagent de fournir ou d'exercer et les catégories d'investisseurs auxquelles ces services ou activités sont destinés]2.
   Sans préjudice des accords internationaux liant la Belgique, la FSMA peut interdire [2 la prestation de services d'investissement ou l'exercice d'activités d'investissement en Belgique]2 à une entreprise relevant du droit d'un Etat qui n'accorde pas les mêmes possibilités d'accès à son marché aux entreprises d'investissement de droit belge.
   § 3. La FSMA établit chaque année la liste des entreprises d'investissement visées au présent article [2 qui fournissent ou exercent en Belgique les services d'investissement ou activités d'investissement visés à l'article 2, 1°, de la présente loi]2. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année. [3 ...]3]1

  

Änderungen

[1]Art.14. [1 § 1er. Par exception à l'article 13, alinéa 2 de la présente Annexe, les articles 1er, § 2, et 2 à 8 de la présente Annexe ne sont pas applicables à :
1° l'indemnité de départ consistant dans un montant visant à compenser la perte de revenu en application d'une clause de non-concurrence et pour laquelle la société peut démontrer à la FSMA, préalablement à son octroi, qu'elle répond aux critères de qualification d'une rémunération fixe ;
2° l'indemnité de départ accordée à une personne dans les liens d'un contrat de travail ou d'un mandat social et consistant dans une indemnité de cessation de fonction, à concurrence du montant auquel la personne concernée a droit ou aurait, par analogie, eu droit sur la base de son ancienneté, en application des dispositions légales relatives à un licenciement dans le cadre d'un contrat de travail.
§ 2. En cas d'indemnité de départ consistant dans une indemnité de cessation de fonction, par exception à l'article 13, alinéa 2 de la présente Annexe, l'ensemble ou une partie du montant des indemnités ne bénéficiant pas des exceptions prévues au paragraphe 1er peut, en outre, être exonéré de l'application des articles 1er, § 2, 6 et 7 de la présente Annexe pour autant que cette exonération soit dûment motivée et préalablement notifiée à la FSMA et que cette exonération puisse exclusivement trouver une justification dans les situations spécifiques et de nature exceptionnelle visées par les Orientations de l'Autorité bancaire européenne en matière de politiques de rémunération.
----------
Art. 14/1. [1 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, moeten bij de uitoefening van hun activiteiten in België, naast hun naam, hun land van herkomst en hun zetel vermelden.
   § 2. De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen, met inbegrip van de gedragsregels, die in België van toepassing zijn op de beleggingsondernemingen en hun verrichtingen.
  [2 De Koning kan, op advies van de FSMA, de wettelijke en reglementaire bepalingen als bedoeld in het eerste lid, aanvullen met bepalingen die van toepassing zijn op de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, die Hij noodzakelijk acht voor het beschermen van de belangen van de beleggers en voor het vrijwaren van de goede werking, de integriteit en de transparantie van de financiële markten.
   Hij kan, inzonderheid, regels vastleggen voor de bewaring van gegevens en de kennisgeving van transacties die de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen als bedoeld in artikel 14 moeten naleven als zij beleggingsdiensten verlenen die bestaan uit het uitvoeren van orders en als die diensten betrekking hebben op :
   a) financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is gedaan;
   b) financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een financieel instrument is dat wordt verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU;
   c) financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een index of mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die worden verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU.
   Voor de toepassing van de het tweede en het derde lid houdt de Koning inzonderheid rekening met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 600/2014 van 15 mei 2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of andere Europeesrechtelijke teksten ter zake.]2

   § 3. De FSMA mag de in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, gelasten haar alle inlichtingen te verstrekken over hun dienstverlening in België om na te gaan of de in paragraaf 2 bedoelde bepalingen waarvoor zij bevoegd is, worden nageleefd. De FSMA mag de certificatie of de aanpassing van deze inlichtingen gelasten aan de buitenlandse toezichthoudende autoriteiten van de betrokken beleggingsonderneming, haar externe revisor of de erkende auditor die belast is met de certificatie van haar rekeningen.
   § 4. Wanneer de FSMA vaststelt dat een in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een derde land, in België niet handelt in overeenstemming met de op haar toepasselijke bepalingen of de belangen van haar cliënten in gevaar brengt, maant zij de onderneming aan de vastgestelde toestand binnen de door haar bepaalde termijn recht te zetten.
   Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, brengt de FSMA haar bemerkingen ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de beleggingsonderneming.
   Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de FSMA na de buitenlandse toezichthoudende autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de voortzetting van alle of een deel van de werkzaamheden van de beleggingsonderneming in België schorsen of verbieden.
   Wanneer de betrokken beleggingsonderneming niet onder toezicht staat van een toezichthoudende autoriteit, kan de FSMA, indien de toestand na het verstrijken van de krachtens het eerste lid bepaalde termijn niet is verholpen, onmiddellijk overgaan tot het schorsen of verbieden van alle of een deel van de werkzaamheden van de beleggingsonderneming in België.
   Artikel 64, § 2, is van toepassing op de in dit artikel bedoelde beslissingen.
   § 5. Artikel 68 is van toepassing op de in artikel 14 bedoelde buitenlandse beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land.
   § 6. Artikel 107, § 1, is van toepassing op wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen het verbod of de schorsing bedoeld in paragraaf 4.
   Artikel 108 is van toepassing.]1

  
Art. 14/1. [1 § 1er. Les entreprises d'investissement relevant du droit de pays tiers font, dans l'exercice de leur activité en Belgique, accompagner leur dénomination de la mention de leur Etat d'origine et de leur siège social.
   § 2. Les dispositions de la présente section ne portent pas préjudice au respect des dispositions légales et réglementaires, y compris des règles de conduite, applicables en Belgique aux entreprises d'investissement et à leurs opérations.
  [2 Le Roi peut, sur avis de la FSMA, compléter les dispositions légales et réglementaires visées à l'alinéa 1er par des dispositions applicables aux entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers, qu'Il juge nécessaires en vue d'assurer la protection des intérêts des investisseurs et de préserver le bon fonctionnement, l'intégrité et la transparence des marchés financiers.
   Il peut, en particulier, arrêter des règles de conservation de données et de déclaration de transactions que les entreprises d'investissement relevant du droit de pays tiers visées à l'article 14 doivent respecter lorsqu'elles prestent des services d'investissement d'exécution d'ordres et que ces services portent sur :
   a) des instruments financiers qui sont admis à la négociation ou négociés sur une plate-forme de négociation au sens de la Directive 2014/65/UE ou pour lesquels une demande d'admission à la négociation a été présentée;
   b) des instruments financiers dont le sous-jacent est un instrument financier négocié sur une plate-forme de négociation au sens de la Directive 2014/65/UE;
   c) des instruments financiers dont le sous-jacent est un indice ou un panier composé d'instruments financiers négociés sur une plate-forme de négociation au sens de la Directive 2014/65/UE.
   Pour l'application des alinéas 2 et 3, le Roi tient notamment compte du contenu des dispositions du Règlement (UE) n° 600/2014 du 15 mai 2014 du Parlement européen et du Conseil concernant les marchés financiers et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012, ou d'autres textes de droit européen en la matière.]2

   § 3. La FSMA peut imposer aux entreprises d'investissement étrangères relevant du droit de pays tiers visées à l'article 14 de lui transmettre toutes informations relatives aux services qu'elles prestent en Belgique, afin de vérifier si elles respectent les dispositions visées au paragraphe 2 qui relèvent de sa compétence. La FSMA peut imposer la certification ou le redressement de ces informations par les autorités de contrôle étrangères de l'entreprise d'investissement concernée, par son reviseur externe ou par l'auditeur agréé qui est chargé de la certification de ses comptes.
   § 4. Lorsque la FSMA constate qu'une entreprise d'investissement relevant du droit de pays tiers visée à l'article 14 n'agit pas, en Belgique, en conformité avec les dispositions qui lui sont applicables, ou qu'elle y met en danger les intérêts de ses clients, elle met l'entreprise en demeure de remédier, dans le délai qu'elle détermine, à la situation constatée.
   Si, au terme de ce délai, il n'a pas été remédié à la situation, la FSMA saisit de ses observations les autorités de contrôle de l'Etat d'origine de l'entreprise d'investissement.
   En cas de persistance des manquements, la FSMA peut, après en avoir avisé les autorités de contrôle étrangères, suspendre ou interdire la poursuite de tout ou partie des activités de l'entreprise d'investissement en Belgique.
   Lorsque l'entreprise d'investissement concernée n'est soumise à la surveillance d'aucune autorité de contrôle, la FSMA peut, s'il n'a pas été remédié à la situation au terme du délai fixé en vertu de l'alinéa 1er, procéder immédiatement à la suspension ou à l'interdiction de tout ou partie des activités de l'entreprise d'investissement en Belgique.
   L'article 64, § 2, est applicable aux décisions visées au présent article.
   § 5. L'article 68 est applicable aux entreprises d'investissement étrangères relevant du droit de pays tiers visées à l'article 14.
   § 6. Sont soumis aux dispositions de l'article 107, § 1er, ceux qui accomplissent des actes ou opérations à l'encontre de l'interdiction ou de la suspension visée au paragraphe 4.
   L'article 108 est applicable.]1

  
Art. 14/2. [1 De artikelen 14 en 14/1 zijn van toepassing onverminderd de artikelen 46 tot 49 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1
  
Art. 14/2. [1 Les articles 14 et 14/1 s'appliquent sans préjudice des articles 46 à 49 du Règlement (UE) n° 600/2014.]1
  
HOOFDSTUK 4. - Samenwerking tussen toezichthoudend overheden
CHAPITRE 4. - De la collaboration entre autorités de contrôle
Art.15. Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toezicht op de beleggingsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve websites wordt bekend gemaakt.
  Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen waar de wet een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.
Art.15. [1 De vergoedingen die bij de indiensttreding worden uitgekeerd ter compensatie van een verlies met betrekking tot een eerdere arbeidsovereenkomst, moeten aansluiten bij de langetermijnbelangen van de vennootschap.]1
  
Art.15. En vue d'assurer un contrôle efficace et coordonné des entreprises d'investissement, la Banque et la FSMA concluent un protocole, qu'elles publient sur leur site internet respectif.
  Ce protocole détermine les modalités de la collaboration entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où la loi prévoit un avis, une consultation, une information ou tout autre contact entre les deux institutions, ainsi que dans les cas où une concertation entre les deux institutions est nécessaire pour assurer une application uniforme de la législation.
Art.15. [1 Les indemnités versées à l'entrée en fonction et destinées à compenser une perte liée à un contrat de travail antérieur doivent être conformes aux intérêts à long terme de la société.]1
  
TITEL 3. - Statuut van en toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
TITRE 3. - Du statut et du contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement
HOOFDSTUK 1. - Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht
CHAPITRE 1er.. - Des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge
Afdeling 1. - Vergunningsprocedure
Section 1re. - Procédure d'agrément
Art.16. De vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt afgeleverd door de FSMA.
  De aanvragers duiden aan welke in artikel 2 bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zij voornemens zijn te verrichten of aan te bieden. Daarbij verduidelijken zij op welke financiële instrumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Bij de vergunningsaanvraag wordt een programma van werkzaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waarin met name de aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen alsook de organisatiestructuur van de onderneming worden vermeld en de nauwe banden die zij heeft met andere personen. De aanvragers moeten alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen.
  Het tweede lid is eveneens van toepassing op de aanvragen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die reeds over een vergunning beschikken, die ertoe strekken bijkomende diensten en activiteiten bedoeld in artikel 2 waarvoor zij nog geen vergunning hebben te mogen verrichten. De artikelen 7 en 17 tot 19 zijn van toepassing.
  [1 In zijn vergunningsdossier bepaalt de aanvrager of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zal voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gestelde voorwaarden om als kleine en niet-verweven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te worden aangemerkt.]1
  

Änderungen

[1]Art.16.[1 Voor de toepassing van deze Afdeling geldt het volgende:
1° er bestaat een onweerlegbaar vermoeden dat er sprake is van uitzonderlijke overheidssteun wanneer:
- de door de Federale Staat verstrekte leningen nog niet zijn terugbetaald;
- een door de Federale Staat verleende waarborg niet vervallen is of beëindigd werd;
2° onverminderd het bepaalde in punt 1° wordt de uitzonderlijke overheidssteun beëindigd wanneer de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:
- de vennootschap moet geen herstructureringsplan opstellen op basis van de beslissing van de Europese Commissie of voldoet geheel en correct aan de vereisten van een dergelijk plan, waaronder moet worden verstaan dat de vennootschap kan aantonen dat zij alle structurele maatregelen (met name de verkoop van deelnemingen) heeft uitgevoerd en dat de beperkende maatregelen (met name het verbod om de controle over ondernemingen te verwerven) niet langer van toepassing zijn en dat zij bovendien heeft bewezen dat zij voldoet aan haar verplichtingen met betrekking tot de geplande intrekking van de overheidssteun; en
[2]- de FSMA bevestigt dat de vennootschap voldoet aan de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, evenals aan Verordening (EU) 2019/2033 reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight"><span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap">[2 en aan Verordening (EU) Nr. 575/2013<span class="ref-marker inline-block whitespace-nowrap"></span></span> wat betreft de toepasselijke solvabiliteits- en liquiditeitsvereisten.
----------
Art.16. L'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est délivré par la FSMA.
  Les demandeurs indiquent les services et activités d'investissement et/ou les services auxiliaires visés à l'article 2, qu'ils envisagent de fournir. Ils précisent les instruments financiers sur lesquels portent ces services et activités. La demande d'agrément est accompagnée d'un programme d'activités répondant aux conditions fixées par la FSMA dans lequel sont notamment indiqués le volume des opérations envisagées ainsi que la structure de l'organisation de l'entreprise et ses liens étroits avec d'autres personnes. Les demandeurs doivent fournir tous renseignements nécessaires à l'appréciation de leur demande.
  L'alinéa 2 s'applique également aux demandes introduites par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déjà agréées qui souhaitent fournir des services et activités supplémentaires visés à l'article 2, non couverts par leur agrément. Les articles 7 et 17 à 19 sont d'application.
  [1 Dans son dossier d'agrément, le demandeur détermine si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement remplira les conditions d'éligibilité en tant que petite société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectée, énoncées à l'article 12, § 1er, du règlement (UE) 2019/2033.]1
  

Änderungen

[1]Art.16. [1 Pour les besoins de la présente Section, le soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics :
1° est présumé, irréfragablement, exister lorsque :
- des prêts accordés par l'Etat fédéral ne sont pas encore remboursés ;
- une garantie accordée par l'Etat fédéral n'est pas expirée ou n'a pas été levée ;
2° sans préjudice du 1°, prend fin lorsque les conditions suivantes sont cumulativement remplies:
- la société ne doit pas établir de plan de restructuration basé sur la décision de la Commission européenne, ou a pleinement et correctement satisfait à un tel plan; un plan de restructuration étant considéré comme pleinement et correctement satisfait lorsque la société peut démontrer qu'elle a mis à exécution toutes les mesures structurelles (notamment la vente de participations) et que les mesures de restrictions (notamment l'interdiction de prendre le contrôle d'entreprises) ne sont plus d'application, la société ayant, en outre, démontré qu'elle s'est conformée aux obligations qui lui incombent en ce qui concerne le retrait planifié du soutien des autorités publiques; et
- la FSMA certifie que la société satisfait aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi qu'au règlement (UE) 2019/2033 ou au Règlement n° 575/2013 en ce qui concerne les exigences applicables en matière de solvabilité et de liquidité.
----------
Art.17. Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beurs-vennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
  Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die hetzij de dochter-onderneming is van een andere beleggings-onderneming, van een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekerings-onderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moeder-onderneming van een andere beleggings-onderneming, van een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekerings-onderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een andere beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beheerder van AICB's of een beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende overheden die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beheerders van AICB's of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning of toelating hebben verleend.
  [1 De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de Bank of de toezichthouders als bedoeld in het tweede lid voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders, de leiding en de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke con-trolefuncties, overeenkomstig de artikelen 22 en 23, wanneer deze aandeelhouder een onderneming is als, naargelang het geval, bedoeld in het eerste of tweede lid, of wanneer de persoon die deelneemt aan de leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies eveneens deelneemt aan de leiding van een van de, naargelang het geval, in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen, of van een onderneming die tot dezelfde groep behoort, of wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor een onafhankelijke controlefunctie deze functie uitoefent bij de in het eerste of tweede lid bedoelde onderneming of bij een onderneming die tot dezelfde groep behoort. Deze autoriteiten delen elkaar alle nuttige informatie mee voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders, de personen die deelnemen aan de leiding en de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties als bedoeld in dit lid.]1
  

Änderungen

[1]Art.17. [1 Bij vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die uitzonderlijke overheidssteun genieten in de zin van artikel 2, lid 1, punt 28) van Richtlijn 2014/59/EU, is de variabele beloning onverminderd artikel 18 van deze Bijlage strikt beperkt tot een percentage van de totale winst van de vennootschap wanneer deze beloning niet strookt met de handhaving van een solide kapitaalbasis en een tijdige beëindiging van de overheidssteun.
De vennootschappen die steun genieten als bedoeld in het eerste lid, herstructureren de beloningen zodanig dat zij overeenstemmen met een degelijk risicobeheer en de langetermijnontwikkeling, onder meer door, waar nodig, de beloning te beperken van de leden van het bestuursorgaan en van de personen belast met de effectieve leiding, als er geen directiecomité is.
----------
Art.17. Lorsque l'agrément est sollicité par une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui est soit la filiale d'une société de bourse, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances ou d'une entreprise de réassurance de droit belge, soit la filiale de l'entreprise mère d'une société de bourse, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances ou d'une entreprise de réassurance de droit belge, soit encore contrôlée par les mêmes personnes physiques ou morales qu'une société de bourse, qu'un établissement de crédit, qu'une entreprise d'assurances ou qu'une entreprise de réassurance de droit belge, la FSMA consulte la Banque avant de prendre sa décision.
  Lorsque l'agrément est sollicité par une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui est soit la filiale d'une autre entreprise d'investissement, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances, d'une entreprise de réassurance, d'un gestionnaire d'OPCA ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé dans un autre Etat membre, soit la filiale de l'entreprise mère d'une autre entreprise d'investissement, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances, d'une entreprise de réassurance, d'un gestionnaire d'OPCA ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé dans un autre Etat membre, soit encore contrôlée par les mêmes personnes physiques ou morales qu'une autre entreprise d'investissement, qu'un établissement de crédit, qu'une entreprise d'assurances, qu'une entreprise de réassurance, qu'un gestionnaire d'OPCA ou qu'une société de gestion d'organismes de placement collectif, agréé dans un autre Etat membre, la FSMA consulte, avant de prendre sa décision, les autorités nationales de ces autres Etats membres qui contrôlent les entreprises d'investissement, les établissements de crédit, les entreprises d'assurances, les entreprises de réassurance, les gestionnaires d'OPCA ou les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, agréés selon leur droit.
  [1 De même, la FSMA consulte préalablement la Banque ou les autorités de contrôle visées à l'alinéa 2 aux fins d'évaluer les qualités requises des actionnaires, des dirigeants et des personnes responsables des fonctions de contrôle indépendantes, conformément aux articles 22 et 23, lorsque l'actionnaire est une entreprise visée, selon le cas, à l'alinéa 1er ou 2, ou que la personne participant à la direction de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prend part également à la direction de l'une des entreprises visées, selon le cas, à l'alinéa 1er ou 2, ou d'une entreprise appartenant au même groupe, ou que le responsable d'une fonction de contrôle indépendante exerce une telle fonction au sein des entreprises visées à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2 ou au sein d'une entreprise qui appartient au même groupe. Ces autorités se communiquent mutuellement toutes informations utiles pour l'évaluation des qualités requises des actionnaires, des personnes participant à la direction, ainsi que des personnes responsables des fonctions de contrôle indépendantes visés au présent alinéa.]1
  

Änderungen

[1]Art.17. [1 Dans le cas de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui bénéficient d'un soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics au sens de l'article 2, § 1er, point 28) de la directive 2014/59/UE, la rémunération variable est, sans préjudice de l'article 18 de la présente Annexe, strictement limitée à un pourcentage du total du bénéfice de la société lorsque cette rémunération n'est pas compatible avec le maintien d'une assise financière saine et une sortie en temps utile du programme d'aide publique.
Les sociétés qui bénéficient d'un soutien visé à l'alinéa 1er restructurent les rémunérations d'une manière conforme à une gestion saine des risques et à une croissance à long terme, y compris, s'il y a lieu, en fixant des limites à la rémunération des membres de l'organe d'administration et des personnes qui, en l'absence de comité de direction, participent à la direction effective.
----------
Art.18. De FSMA verleent de aangevraagde vergunning aan vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voldoen aan de voorwaarden van afdeling II. Zij spreekt zich uit over de vergunning binnen de zes maanden na de indiening van een volledige aanvraag.
  De beslissingen inzake vergunning vermelden de beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag verrichten.
  De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.
Art.18. [1 Wanneer een vennootschap uitzonderlijke overheidssteun geniet, wordt noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks een variabele beloning betaald aan de leden van het bestuursorgaan van die vennootschap en aan de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval aan de leden van het directiecomité.]1
  
Art.18. La FSMA accorde l'agrément sollicité aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement répondant aux conditions fixées à la section II. Elle statue sur la demande dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet.
  Les décisions en matière d'agrément mentionnent les services et activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est autorisée à fournir.
  Les décisions en matière d'agrément sont notifiées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
Art.18. [1 En cas de soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics, aucune rémunération variable n'est versée, directement ou indirectement, aux membres de l'organe d'administration de la société ni aux personnes en charge de la direction effective, ni le cas échéant aux membres du comité de direction.]1
  
Art.19. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan de FSMA de vergunning van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beperken tot bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde financiële instrumenten, alsook in haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten met betrekking tot bepaalde financiële instrumenten voorwaarden stellen.
Art.19. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies maken hun beloningsbeleid openbaar overeenkomstig de toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen, in het bijzonder artikel 51 van Verordening (EU) 2019/2033.
   De vennootschappen verstrekken de FSMA de informatie die zij overeenkomstig artikel 51, lid 1, punt c) en d) van Verordening (EU) 2019/2033 openbaar hebben gemaakt, alsmede de informatie over het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen opdat zij de nodige vergelijkende analyses kan uitvoeren van de tendensen en praktijken op het gebied van beloning.]1

  
Art.19. En vue d'une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la FSMA peut limiter l'agrément de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à certains services ou activités ou à certains instruments financiers, de même qu'elle peut assortir l'agrément de conditions relatives à la fourniture de certains services ou activités ou en rapport avec certains instruments financiers.
Art.19. [1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement publient leur politique de rémunération conformément aux dispositions de droit européen applicables, en particulier l'article 51 du règlement (UE) 2019/2033.
   Les sociétés fournissent à la FSMA les informations publiées conformément à l'article 51, alinéa 1er, points c) et d) du règlement (UE) 2019/2033, ainsi que les informations sur l'écart de rémunération entre les femmes et les hommes afin qu'elle procède à des analyses comparatives des tendances et des pratiques en matière de rémunération.]1

  
Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden
Section 2. - Conditions d'agrément
Onderafdeling 1. - Rechtsvorm
Sous-section 1re. - Forme
Art.20. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht moeten worden opgericht in een van de volgende vennootschapsvormen: coöperatieve vennootschap, naamloze vennootschap, Europese vennootschap of Europese coöperatieve vennootschap, met inachtneming van de specifieke vereisten die neergelegd zijn in deze wet, het Wetboek van vennootschappen of verenigingen of in de Europese regelgeving.]1
  

Änderungen

[1]Art. 20.[1 De vennootschappen verstrekken de FSMA informatie over het aantal personen in de vennootschap die een beloning genieten van minstens 1 miljoen euro per boekjaar, in beloningstranches van 1 miljoen euro, met inbegrip van hun taakomschrijving, de betrokken bedrijfssector en de voornaamste elementen van beloning, met inbegrip van premies, vergoedingen op lange termijn en pensioenbijdragen.
Op verzoek van de FSMA delen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies het bedrag mee van de totale beloning van elk lid van het bestuursorgaan en van elke persoon belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, van elk lid van het directiecomité.
De FSMA maakt de in het eerste en tweede lid bedoelde informatie over aan de Europese Bankautoriteit.
----------
Art.20. [1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge doivent être constituées sous la forme d'une société parmi les formes sociétaires suivantes : la société coopérative, la société anonyme, la société européenne et la société coopérative européenne, moyennant le respect des exigences spécifiques prévues par la présente loi, le Code des sociétés et des associations ou par la réglementation européenne.]1
  

Änderungen

[1]Art. 20.[1 Les sociétés fournissent à la FSMA des informations sur le nombre de personnes qui bénéficient dans la société d'une rémunération d'au moins un million d'euros par exercice comptable, par tranche de rémunération d'un million d'euros, y compris la description de leurs responsabilités professionnelles, le domaine d'activité concerné et les principaux éléments de la rémunération, en ce compris, les primes, les indemnités à long terme et les cotisations de pension.
A la demande de la FSMA, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement fournissent les montants totaux des rémunérations pour chaque membre de l'organe d'administration et chaque personne chargée de la direction effective, le cas échéant chaque membre du comité de direction.
La FSMA transmet les informations visées aux alinéas 1er et 2 à l'Autorité bancaire européenne.
----------
Onderafdeling 2. - Aanvangskapitaal
Sous-section 2. - Capital initial
Art.21. § 1. Om een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te verkrijgen moet het volstort gedeelte van het kapitaal [1 75 000 euro bedragen. Dit aanvangskapitaal is samengesteld conform artikel 9 van Verordening (EU) 2019/2033.]1
  § 2. Voor bestaande instellingen die een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aanvragen, worden voor de toepassing van § 1 de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met kapitaal.
  [1 § 3. In afwijking van artikel 6:4 en van de bepalingen van boek 6, titel 6 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen moet iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die is opgericht als coöperatieve vennootschap over een kapitaal beschikken waarvan het vast gedeelte, dat vastgesteld is in de statuten, niet lager mag zijn dan het bedrag bedoeld in paragraaf 1, en dat volgestort moet zijn ten belope van het dit bedrag. Artikel 7:6 van het genoemd wetboek is van overeenkomstige toepassing.]1
  
Art.21. § 1er. L'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est subordonné à l'existence d'un capital entièrement libéré [1 à concurrence de 75 000 euros. Ce capital initial est constitué conformément à l'article 9 du règlement (UE) 2019/2033.]1
  § 2. En cas de préexistence de la société demanderesse de l'agrément comme société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les primes d'émission, les réserves et le résultat reporté sont, pour l'application du § 1er, assimilés au capital.
  [1 § 3. Par dérogation à l'article 6:4 et aux dispositions du Livre 6, Titre 6 du Code des sociétés et des associations, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, constituées sous la forme d'une société coopérative doivent être dotées d'un capital dont la part fixe, prévue dans les statuts, ne peut pas être inférieure au montant visé au paragraphe 1er et qui doit être intégralement libéré à concurrence dudit montant, l'article 7:6 dudit Code étant d'application par analogie.]1
  
Onderafdeling 3. - Aandeelhouders of vennoten
Sous-section 3. - Détenteurs du capital
Art.22. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de [1 natuurlijke of rechtspersoon of -personen]1 die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.
  De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, redenen heeft om aan te nemen dat de in het eerste lid bedoelde [1 natuurlijke of rechtspersoon of -personen]1 niet geschikt zijn.
  Wanneer er nauwe banden bestaan tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere natuurlijke of rechtspersonen, wordt de vergunning pas verleend indien deze banden de juiste uitoefening van de toezichthoudende taak van de FSMA niet belemmeren.
  De FSMA weigert de vergunning indien de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of rechtspersonen met wie de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft, of moeilijkheden in verband met de toepassing van die bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste uitoefening van haar toezichthoudende taken.
  
Art.22. L'agrément est subordonné à la communication à la FSMA de l'identité [1 de la ou des personnes physiques ou morales]1 qui, directement ou indirectement, agissant seules ou de concert avec d'autres, détiennent dans le capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement une participation qualifiée. La communication doit comporter l'indication des quotités du capital et des droits de vote détenus par ces personnes.
  L'agrément est refusé si la FSMA a des raisons de considérer que [1 la ou les personnes physiques ou morales]1 visées à l'alinéa 1er ne présentent pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  Lorsqu'il existe des liens étroits entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et d'autres personnes physiques ou morales, l'agrément n'est délivré que si ces liens n'empêchent pas la FSMA d'exercer effectivement ses fonctions prudentielles.
  La FSMA refuse l'agrément si les dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un pays tiers applicables à une ou plusieurs personnes physiques ou morales avec lesquelles la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens étroits, ou des difficultés liées à l'application desdites dispositions, l'empêchent d'exercer effectivement ses fonctions prudentielles.
  
Onderafdeling 4. - Leiding
Sous-section 4. - Dirigeants
Art.23. § 1. De leden van het [3 bestuursorgaan]3 van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken [1 , en genoeg tijd besteden aan de vervulling van hun taken]1.
  [1 De leden van het [3 bestuursorgaan]3 beschikken gezamenlijk over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met inbegrip van de voornaamste risico's die zij loopt.]1
  [2 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste.]2
  § 2. De effectieve leiding van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
  § 3. [1 De FSMA verleent geen vergunning indien er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat het [3 bestuursorgaan]3 een bedreiging zou kunnen vormen voor het efficiënt, gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en voor de passende inaanmerkingneming van de belangen van haar cliënten en de integriteit van de markt.]1
  
Art.23. § 1er. Les membres de l'[3 organe d'administration]3 des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction, ainsi que les responsables des fonctions de contrôle indépendantes sont exclusivement des personnes physiques.
  Les personnes visées à l'alinéa 1er doivent disposer en permanence de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction [1 , et y consacrer un temps suffisant]1.
  [1 Les membres de l'[3 organe d'administration]3 disposent collectivement des connaissances, des compétences et de l'expérience nécessaires à la compréhension des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris des principaux risques auxquels elle est exposée.]1
  [2 La FSMA peut, par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64, de la loi du 2 août 2002, préciser les conditions minimales auxquelles il doit être satisfait en ce qui concerne l'exigence d'expertise adéquate, en ce compris les modalités de la procédure d'évaluation de cette exigence.]2
  § 2. La direction effective des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit être confiée à deux personnes physiques au moins.
  § 3. [1 La FSMA refuse l'agrément s'il existe des raisons objectives et démontrables d'estimer que l'[3 organe d'administration]3 risquerait de compromettre la gestion efficace, saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ainsi que la prise en compte appropriée de l'intérêt de ses clients et de l'intégrité du marché.]1
  
Art.24. Artikel 20 van de wet van 25 april 2014 [1 is van toepassing op de personen als bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid]1.
  
Art.24. L'article 20 de la loi du 25 avril 2014 [1 est applicable aux personnes visées à l'article 23, § 1er, alinéa 1er.]1
  
Onderafdeling 5. - Organisatie
Sous-section 5. - Organisation
Art.25. [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten beschikken over een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie, waaronder toezichtsmaatregelen, om een efficiënt, gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap te garanderen en de integriteit van de markt en de belangen van de cliënten te bevorderen, die met name berust op:
   1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen, enerzijds, de effectieve leiding van de vennootschap en, anderzijds, het toezicht [2 op die leiding en die binnen de vennootschap]2 voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;
   2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld, wat met name de organisatie van een controlesysteem impliceert dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingsproces, zodat de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering;
   3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de vennootschap mogelijk loopt, inclusief de voorkoming van belangenconflicten [4 en, behalve voor de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de voorkoming van de risico's die zij kan inhouden voor derden]4;
   4° een passende onafhankelijke interneauditfunctie, risicobeheerfunctie en compliancefunctie;
   5° een passend integriteitsbeleid, dat geregeld wordt geactualiseerd;
   6° [4 een beloningsbeleid dat een gezond en doeltreffend risicobeheer garandeert, en dat, behalve bij de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, voorkomt dat de mate waarin er risico's worden genomen, het door de vennootschap vastgestelde tolerantieniveau te boven gaat, alsook een beloningsbeleid voor de personen die bij de dienstverlening aan cliënten betrokken zijn, dat verantwoord ondernemerschap en een billijke behandeling van cliënten aanmoedigt en belangenconflicten in de betrekkingen met de cliënten voorkomt. Behalve bij de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, moeten de beleidslijnen en praktijken op het gebied van beloning genderneutraal zijn;]4
   7° voor de werkzaamheden van de vennootschap passende controle- en beveiligingsmaatregelen op informaticagebied, inclusief deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging en authentificatie van de middelen voor de informatieoverdracht [5 overeenkomstig de vereisten van Verordening (EU) 2022/2554]5 te garanderen, het risico op datacorruptie en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en te voorkomen dat informatie uitlekt door de vertrouwelijkheid van de gegevens te allen tijde te bewaren;
   8° een passend intern waarschuwingssysteem [4 conform de wetgeving die is aangenomen voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden]4 dat met name voorziet in een specifieke, onafhankelijke en autonome melding van inbreuken op de normen en de gedragscodes van de vennootschap;
   9° [5 de invoering van passende maatregelen om de continuïteit en regelmatigheid van hun beleggingsdiensten en beleggingsactiviteiten te garanderen. Daartoe maakt de beleggingsonderneming gebruik van passende en proportionele systemen, met inbegrip van ICT-systemen die zijn opgericht en worden beheerd overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2022/2554, evenals van passende en evenredige middelen en procedures;]5
   10° een beleid op het gebied van diensten, activiteiten, producten en verrichtingen die worden aangeboden of verstrekt, in overeenstemming met de risicotolerantie van de vennootschap en de kenmerken en behoeften van de cliënten van de vennootschap aan wie deze worden aangeboden of verstrekt, in voorkomend geval, met inbegrip van de uitvoering van passende stresstests.
   De bepalingen onder 6° en 10° zijn ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer zij aan cliënten verkopen verrichten of advies verstrekken in verband met gestructureerde deposito's.
  [3 § 1/1. Het is de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies verboden een bijzonder mechanisme in te stellen.
   Onder "bijzonder mechanisme" wordt een procedé verstaan dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
   1° het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
   2° het initiatief ertoe wordt door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zelf genomen of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
   3° het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
   4° het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake financiële verrichtingen.]3

   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde organisatieregeling is uitputtend uitgewerkt en is passend voor de aard, schaal en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan het bedrijfsmodel en aan de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 3. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies stelt een governancememorandum op dat voor de betrokken vennootschap en, in voorkomend geval, de groep of subgroep waarvan zij de uiteindelijke moederonderneming is, de volledige in paragraaf 1 en artikel 26 bedoelde interne organisatieregeling bevat.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deel uitmaakt van een groep die onder het toezicht van de FSMA staat, kan het memorandum dat op het niveau van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt opgesteld, deel uitmaken van het memorandum van die groep.
   § 4. In [4 de artikelen 25/1 tot 26/3]4 wordt bepaald wat, in specifieke domeinen, de reikwijdte is van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde algemene verplichtingen.
   § 5. Als de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, [4 of indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deel uitmaakt van een groep, mogen die banden of de juridische structuur van de groep geen belemmering vormen]4 voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de vennootschap.
   Als de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een derde land, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de vennootschap.]1

  
Art.25. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d'un dispositif solide et adéquat d'organisation d'entreprise, dont des mesures de surveillance, en vue de garantir une gestion efficace, saine et prudente de l'entreprise et de promouvoir l'intégrité du marché et les intérêts des clients, reposant notamment sur:
   1° une structure de gestion adéquate basée, au plus haut niveau, sur une distinction claire entre la direction effective de l'entreprise d'une part, et le contrôle sur cette direction d'autre part, et prévoyant, au sein de l'entreprise, une séparation adéquate des fonctions et un dispositif d'attribution des responsabilités qui est bien défini, transparent et cohérent;
   2° une organisation administrative et comptable et un contrôle interne adéquats, dont le fonctionnement est évalué au moins une fois par an, impliquant notamment un système de contrôle procurant un degré de certitude raisonnable quant à la fiabilité du processus de reporting financier, de manière à ce que les comptes annuels soient conformes à la réglementation comptable en vigueur;
   3° des procédures efficaces d'identification, de mesure, de gestion, de suivi et de reporting interne des risques importants auxquels l'entreprise est susceptible d'être exposée, y compris la prévention des conflits d'intérêts [3 , et, sauf pour les petites sociétés de gestion non interconnectées, des risques qu'elle est susceptible de faire peser sur des tiers]3;
   4° des fonctions d'audit interne, de gestion des risques et de conformité (compliance) indépendantes adéquates;
   5° une politique d'intégrité adéquate, qui est actualisée régulièrement;
   6° [3 une politique de rémunération assurant une gestion saine et efficace des risques, et, à l'exception des petites sociétés de gestion de portefeuille non interconnectées, prévenant la prise de risques excédant le niveau de tolérance fixé par la société, ainsi qu'une politique de rémunération des personnes participant à la fourniture de services aux clients qui vise à encourager un comportement professionnel responsable et un traitement équitable des clients ainsi qu'à éviter les conflits d'intérêts dans les relations avec les clients. Sauf pour les petites sociétés de gestion de portefeuille non interconnectées, la politique et les pratiques de rémunération doivent être neutres du point de vue du genre;]3
   7° des mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine informatique appropriés aux activités de l'entreprise, y compris des mécanismes de sécurité solides pour garantir [4 , conformément aux exigences fixées dans le règlement (UE) 2022/2554,]4 la sécurité et l'authentification des moyens de transfert de l'information, réduire au minimum le risque de corruption des données et d'accès non autorisé et empêcher les fuites d'informations afin de maintenir en permanence la confidentialité des données;
   8° un système adéquat d'alerte interne [3 , conforme à la législation prise en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union,]3 prévoyant notamment un mode de transmission spécifique, indépendant et autonome, des infractions aux normes et aux codes de conduite de l'entreprise;
   9° [4 la mise en place de mesures adéquates pour assurer la continuité et la régularité de leurs services et activités d'investissement. A cette fin, elle utilise des systèmes appropriés et proportionnés, y compris des systèmes de technologies de l'information et de la communication (TIC) mis en place et gérés conformément à l'article 7 du règlement (UE) 2022/2554, ainsi que des ressources et des procédures appropriées et proportionnées ;]4
   10° une politique relative aux services, activités, produits et opérations proposés ou fournis, conformément à la tolérance au risque de l'entreprise et aux caractéristiques et besoins des clients de l'entreprise auxquels ils seront proposés ou fournis, y compris en effectuant, au besoin, des simulations de crise appropriées.
   Les 6° et 10° s'appliquent également aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur ces dépôts à des clients.
  [2 § 1er/1. Il est interdit aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de mettre en place un mécanisme particulier.
   Par "mécanisme particulier", on entend un procédé qui remplit cumulativement les conditions suivantes:
   1° il a pour but ou pour effet de rendre possible ou de favoriser la fraude fiscale par des tiers ;
   2° son initiative procède de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement elle-même ou implique de toute évidence la coopération active de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou, encore, procède d'une négligence manifeste de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
   3° il implique un ensemble de comportements ou d'omissions ;
   4° il présente un caractère particulier, c'est-à-dire que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sait ou devrait savoir que le mécanisme s'écarte des normes et des usages normaux en matière d'opérations financières.]2

   § 2. Les dispositifs organisationnels visés au paragraphe 1er présentent un caractère exhaustif et sont appropriés à la nature, à l'échelle et à la complexité des risques inhérents au modèle d'entreprise et aux activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   § 3. Chaque société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement établit un mémorandum de gouvernance qui inclut pour la société concernée et, le cas échéant, le groupe ou sous-groupe dont elle est l'entreprise mère faîtière, l'ensemble du dispositif d'organisation interne visé au paragraphe 1er et à l'article 26.
   Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement fait partie d'un groupe soumis au contrôle de la FSMA, le mémorandum établi au niveau de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peut faire partie du mémorandum de ce groupe.
   § 4. Les dispositions [3 des articles 25/1 à 26/3]3 précisent, dans des domaines particuliers, la portée des obligations générales visées aux paragraphes 1er et 2.
   § 5. S'il existe des liens étroits entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et d'autres personnes physiques ou morales, [3 ou si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement fait partie d'un groupe, ces liens ou la structure juridique du groupe ne peuvent entraver]3 l'exercice d'un contrôle prudentiel individuel ou sur base consolidée de l'entreprise.
   Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens étroits avec une personne physique ou morale relevant du droit d'un pays tiers, les dispositions législatives, réglementaires et administratives applicables à cette personne ou leur mise en oeuvre ne peuvent entraver l'exercice d'un contrôle prudentiel individuel ou sur base consolidée de l'entreprise.]1

  
Art. 25/1. [1 § 1. [4 Het bestuursorgaan is een collegiaal orgaan. In dit verband kan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies artikel 7:101, § 1, tweede lid van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet toepassen.]4
  Het [3 bestuursorgaan]3 draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  [4 Behalve bij de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bevat het risicobeleid als bedoeld in het tweede lid, 2°, de risicotolerantie als bedoeld in artikel 34/2.]4
   Hiertoe bepaalt en controleert het [3 bestuursorgaan]3 met name:
   1° de strategie en de doelstellingen van de vennootschap;
   2° het risicobeleid;
   3° de in artikel 25 bedoelde organisatieregeling van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
   4° de organisatie van de vennootschap voor het verlenen van beleggingsdiensten, het verrichten van beleggingsactiviteiten, het verlenen van nevendiensten, en het commercialiseren van gestructureerde deposito's en het verstrekken van advies aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's, zoals onder meer de vereiste vaardigheden, kennis en deskundigheid van het personeel, de middelen, procedures en regelingen voor het verlenen van diensten en het verrichten van activiteiten door de vennootschap, rekening houdend met de aard, schaal en complexiteit van haar bedrijfsactiviteiten en alle vereisten waaraan de vennootschap moet voldoen.
   Het [3 bestuursorgaan]3 keurt het in artikel 25, § 3, bedoelde governancememorandum van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies goed.
   § 2. [2 Onder voorbehoud van de toepassing van het tweede en derde lid van deze paragraaf stelt een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap een monistisch bestuur in als bedoeld in de artikelen 7:85 tot 7:100 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
   Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, kunnen een directiecomité oprichten dat de bevoegdheden heeft van de directieraad als bedoeld in artikel 7:110 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, onverminderd de bepalingen van deze wet, en dat uitsluitend bestaat uit leden van de raad van bestuur. De aldus overgedragen bevoegdheden mogen niet gelijktijdig door de raad van bestuur worden uitgeoefend.
   Het persoonlijk statuut van de leden van het directiecomité voldoet aan de eisen die gesteld worden aan de leden van de directieraad als bedoeld in artikel 7:107 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, inzonderheid in het tweede lid van dat artikel 7:107.
   Voor een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die gebruik maakt van de mogelijkheid in het tweede en derde lid, wordt met de term bestuursorgaan, ten behoeve van deze wet, uitsluitend de raad van bestuur bedoeld.]2

  [4 De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan artikel 7:104 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet toepassen.]4
  [2 § 2/1. Wanneer een lid van het in paragraaf 2 bedoeld directiecomité een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met het belang van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar aanleiding van een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van het directiecomité, moet het betrokken lid dit mededelen aan de andere leden vóór het directiecomité een besluit neemt. Zijn verklaring en toelichting over de aard van dit strijdig belang worden opgenomen in de notulen van de vergadering van het directiecomité dat de beslissing moet nemen. Het directiecomité mag deze beslissing niet delegeren.
   Het directiecomité omschrijft in de notulen de aard van de in het eerste lid bedoelde beslissing of verrichting en de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en verantwoordt het genomen besluit, en bezorgt een afschrift van deze notulen aan de raad van bestuur tijdens zijn volgende vergadering. In het jaarverslag als bedoeld in artikel 3:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt dit deel van de notulen in zijn geheel opgenomen.
   De notulen van de vergadering van het directiecomité worden aan de commissaris meegedeeld. In het in artikel 3:74 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde verslag beoordeelt de commissaris, in een afzonderlijke sectie, de vermogensrechtelijke gevolgen voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van de besluiten van het directiecomité, zoals door hem omschreven, waarvoor een strijdig belang als bedoeld in het eerste lid bestaat.
   Het lid met een belangenconflict als bedoeld in het eerste lid mag niet deelnemen aan de beraadslagingen van het directiecomité over deze verrichtingen of beslissingen, noch aan de stemming in dat verband. Wanneer alle leden een belangenconflict hebben, wordt de beslissing of de verrichting aan de raad van bestuur voorgelegd; ingeval de raad van bestuur de beslissing of de verrichting goedkeurt, kan het directiecomité ze uitvoeren.
   Onverminderd het recht voor de in de artikelen 2:44 en 2:46 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen genoemde personen om de nietigheid of de opschorting van het besluit van het directiecomité te vorderen, kan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de nietigheid vorderen van besluiten of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de in dit artikel bepaalde regels, indien de wederpartij bij die beslissingen of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.
   De leden 1 tot 4 zijn niet van toepassing wanneer de beslissingen of verrichtingen die tot de bevoegdheid behoren van het directiecomité, betrekking hebben op beslissingen of verrichtingen die tot stand zijn gekomen tussen vennootschappen, waaronder de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, waarvan de ene rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 95 % bezit van de stemmen verbonden aan het geheel van de door de andere uitgegeven effecten, dan wel tussen vennootschappen, waaronder de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, waarvan ten minste 95 % van de stemmen verbonden aan het geheel van de door elk van hen uitgegeven effecten in het bezit zijn van een andere vennootschap.
   Bovendien zijn de leden 1 tot 4 niet van toepassing wanneer de beslissingen van het directiecomité betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die op de markt gewoonlijk gelden voor soortgelijke verrichtingen.]2

   § 3. De voorzitter van het [3 bestuursorgaan]3 in zijn toezichtsfunctie mag geen effectief leider zijn van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tenzij dat door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt verantwoord en door de FSMA wordt goedgekeurd op grond van de omvang en het risicoprofiel van de vennootschap.]1

  
Art. 25/1. [1 § 1er. [4 L'organe d'administration est un organe collégial. A cet égard, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peut pas faire application de l'article 7:101, § 1er, alinéa 2 du Code des sociétés et des associations.]4
  L'[3 organe d'administration]3 assume la responsabilité globale de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  [4 Sauf dans les petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, la politique en matière de risques visée à l'alinéa 2, 2° inclut le niveau de tolérance au risque visé à l'article 34/2.]4
   A cette fin, l'[3 organe d'administration]3 définit, approuve et supervise, notamment:
   1° la stratégie et les objectifs de l'établissement;
   2° la politique en matière de risques;
   3° les dispositifs d'organisation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visés à l'article 25;
   4° l'organisation de la société pour la fourniture de services d'investissement, l'exercice d'activités d'investissement, la fourniture de services auxiliaires, et la commercialisation de dépôts structurés et la fourniture de conseils aux clients sur de tels produits, y compris les compétences, les connaissances et l'expertise requises du personnel, les ressources, les procédures et les mécanismes avec ou selon lesquels la société fournit des services et exerce des activités, eu égard à la nature, à l'étendue et à la complexité de son activité, ainsi qu'à l'ensemble des exigences auxquelles elle doit satisfaire.
   L'[3 organe d'administration]3 approuve le mémorandum de gouvernance de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visé à l'article 25, § 3.
   § 2. [2 Sous réserve de l'application des alinéas 2 et 3 du présent paragraphe, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituée sous la forme d'une société anonyme adopte le modèle d'administration moniste, tel que visé aux articles 7:85 à 7:100 du Code des sociétés et des associations.
   Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituées sous la forme d'une société anonyme peuvent mettre en place, un comité de direction qui a les pouvoirs du conseil de direction visés à l'article 7:110 du Code des sociétés et des associations sans préjudice des dispositions de la présente loi, et qui est exclusivement composé de membres du conseil d'administration. Les compétences ainsi transférées ne peuvent être exercées concurremment par le conseil d'administration.
   Le statut personnel des membres du comité de direction répond aux exigences prévues pour les membres du conseil de direction visé à l'article 7:107 du Code des sociétés et des associations, en particulier l'alinéa 2 dudit article 7:107.
   Dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui fait usage de la possibilité prévue aux alinéas 2 et 3, le terme organe d'administration désigne, aux fins de la présente loi, exclusivement le conseil d'administration.]2

  [4 La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peut pas faire application de l'article 7:104 du Code des sociétés et des associations.]4
  [2 § 2/1. Lorsque le comité de direction visé au paragraphe 2 est appelé à prendre une décision ou se prononcer sur une opération relevant de sa compétence à propos de laquelle un membre du comité de direction a un intérêt direct ou indirect de nature patrimoniale qui est opposé à l'intérêt de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ce membre doit en informer les autres membres avant que le comité de direction ne prenne une décision. Sa déclaration et ses explications sur la nature de cet intérêt opposé doivent figurer dans le procès-verbal de la réunion du comité de direction qui doit prendre cette décision. Le comité de direction ne peut pas déléguer cette décision.
   Le comité de direction décrit, dans le procès-verbal, la nature de la décision ou de l'opération visée à l'alinéa 1er et les conséquences patrimoniales pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et justifie la décision qui a été prise, et transmet une copie du procès-verbal au conseil d'administration lors de sa prochaine réunion. Cette partie du procès-verbal est reprise dans son intégralité dans le rapport annuel visé à l'article 3:5 du Code des sociétés et des associations.
   Le procès-verbal de la réunion du comité de direction est communiqué au commissaire. Dans son rapport visé à l'article 3:74 du Code des sociétés et des associations, le commissaire évalue dans une section séparée, les conséquences patrimoniales pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement des décisions du comité de direction telles que décrites par celui-ci, pour lesquelles il existe un intérêt opposé au sens de l'alinéa 1er.
   Le membre ayant un conflit d'intérêts au sens de l'alinéa 1er ne peut prendre part aux délibérations du comité de direction concernant ces opérations ou ces décisions, ni prendre part au vote. Si tous les membres ont un conflit d'intérêt, la décision ou l'opération est soumise au conseil d'administration; en cas d'approbation de la décision par celui-ci, le comité de direction peut l'exécuter.
   Sans préjudice du droit des personnes mentionnées aux articles 2:44 et 2:46 du Code des sociétés et des associations de demander la nullité ou la suspension de la décision du comité de direction, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peut demander la nullité des décisions prises ou des opérations accomplies en violation des règles prévues au présent article, si l'autre partie à ces décisions ou opérations avait ou devait avoir connaissance de cette violation.
   Les alinéas 1er à 4 ne sont pas applicables lorsque les décisions ou les opérations relevant du comité de direction concernent des décisions ou des opérations conclues entre sociétés, dont la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et dont l'une détient directement ou indirectement 95 % au moins des voix attachées à l'ensemble des titres émis par l'autre ou entre sociétés, dont la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et dont 95 % au moins des voix attachées à l'ensemble des titres émis par chacune d'elles sont détenus par une autre société.
   De même, les alinéas 1er à 4 ne s'appliquent pas lorsque les décisions du comité de direction concernent des opérations habituelles conclues dans des conditions et sous les garanties normales du marché pour des opérations de même nature.]2

   § 3. Le président de l'[3 organe d'administration]3 dans sa fonction de surveillance ne peut pas être dirigeant effectif de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, sauf lorsqu'une telle situation est justifiée par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et approuvée par la FSMA en fonction de la taille et du profil de risque de la société.]1

  
Art. 25/2. [1 § 1. [4 Onverminderd de taken van het bestuursorgaan richten de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies binnen dit orgaan een risicocomité en een remuneratiecomité op.
   Naast de verplichting van eerste lid, kan de FSMA eisen dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ze als significant beschouwt gezien haar omvang of interne organisatie of gelet op de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden, binnen haar bestuursorgaan ook een auditcomité en een benoemingscomité opricht.
   De in dit artikel bedoelde comités zijn uitsluitend samengesteld uit leden van het bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is in de zin van artikel 7:87, § 1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen; een lid mag niet in meer dan drie van de comités zetelen.]4

   § 2. Naast de vereisten van paragraaf 1 beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de werkzaamheden van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en op het gebied van boekhouding en audit, en minstens één lid van het auditcomité beschikt over deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit.
   Onverminderd de wettelijke taken van het [3 bestuursorgaan]3, heeft het auditcomité minstens de volgende taken:
   1° monitoring van het financiële verslaggevingsproces;
   2° monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de vennootschap;
   3° monitoring van de interne audit en zijn activiteiten;
   4° monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening.
   Het auditcomité brengt bij het [3 bestuursorgaan]3 geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, en ten minste wanneer het [3 bestuursorgaan]3 de in artikel 55 bedoelde jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en periodieke staten opstelt die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.
   De FSMA kan, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de in voornoemde lijst opgesomde elementen op technische punten preciseren en aanvullen.
   § 3. Naast de in paragraaf 1 vermelde vereisten, is het remuneratiecomité zodanig samengesteld dat het een gedegen en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken en de prikkels die daarvan uitgaan voor het risicobeheer, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie. [4 Het remuneratiecomité is evenwichtig samengesteld qua geslacht. Het remuneratiecomité mag worden opgericht op groepsniveau.]4
   Het remuneratiecomité is belast met de voorbereiding van beslissingen over beloning, met name beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en die het [3 bestuursorgaan]3 [2 ...]2 moet nemen. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, beleggers en andere belanghebbenden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   Het tweede lid is ook van toepassing op beslissingen over de beloning van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties. Bovendien oefent het remuneratiecomité rechtstreeks toezicht uit op de beloning van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
   § 4. [2 Paragrafen 1 tot 3 doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen over het auditcomité en het remuneratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 1:11 van dit Wetboek.]2
   § 5. Het benoemingscomité is zodanig samengesteld dat het een gedegen en onafhankelijk oordeel kan geven over de samenstelling en de werking van de bestuurs- en beleidsorganen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in het bijzonder over de individuele en collectieve deskundigheid van hun leden, en over hun integriteit, reputatie, onafhankelijkheid van geest en beschikbaarheid.
   Het benoemingscomité is belast met:
   1° het aanwijzen en aanbevelen, voor goedkeuring door de algemene vergadering, of, in voorkomend geval, door het [3 bestuursorgaan]3, van kandidaten voor het invullen van vacatures in het [3 bestuursorgaan]3, het nagaan hoe de kennis, vaardigheden, diversiteit en ervaring in het [3 bestuursorgaan]3 zijn verdeeld, het opstellen van een beschrijving van de taken en bekwaamheden die voor een bepaalde benoeming zijn vereist, en het beoordelen hoeveel tijd er aan die taken moet worden besteed.
   Verder stelt het benoemingscomité een streefcijfer vast voor de vertegenwoordiging van het ondervertegenwoordigde geslacht in het wettelijk bestuursorgaan en stippelt het een beleid uit om het aantal vertegenwoordigers van dit geslacht in het [3 bestuursorgaan]3 te vergroten en op die manier het streefcijfer te halen. Het streefcijfer, de beleidslijn en de tenuitvoerlegging ervan worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 435, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
   2° het periodiek, en minimaal jaarlijks, evalueren van de structuur, omvang, samenstelling en prestaties van het [3 bestuursorgaan]3 en het formuleren van aanbevelingen aan het [3 bestuursorgaan]3 met betrekking tot eventuele wijzigingen;
   3° het periodiek, en minimaal jaarlijks, beoordelen van de kennis, vaardigheden, ervaring, mate van betrokkenheid, met name de regelmatige aanwezigheid, van de individuele leden van het [3 bestuursorgaan]3 en van het [3 bestuursorgaan]3 als geheel, en daar verslag over uitbrengen aan dit orgaan;
   4° het periodiek toetsen van het beleid van het [3 bestuursorgaan]3 voor de selectie en benoeming van de uitvoerende leden ervan, en het formuleren van aanbevelingen aan het [3 bestuursorgaan]3.
   Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden ziet het benoemingscomité erop toe dat één persoon of een kleine groep van personen de besluitvorming van het wettelijk bestuursorgaan niet domineren op een wijze die de belangen van de instelling in haar geheel schade berokkent.
   Het benoemingscomité kan gebruik maken van alle vormen van hulpmiddelen die het geschikt acht voor de uitvoering van zijn opdracht, zoals het inwinnen van extern advies, en ontvangt hiertoe toereikende financiële middelen.
  [4 § 5/1. De leden van het risicocomité bezitten de nodige kennis, deskundigheid en vaardigheden om het risicobeleid en de risicotolerantie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies met kennis van zaken te begrijpen, te beheren en op te volgen. Zij zorgen ervoor dat het risicocomité het bestuursorgaan adviseert over het algemene risicobeleid en de algemene risicotolerantie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, zowel voor de huidige als voor de toekomstige risico's, en het bestuursorgaan assisteert bij het toezicht op de uitvoering van dit beleid door de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval, het directiecomité. Het bestuursorgaan blijft de algehele verantwoordelijkheid dragen voor de risicostrategieën en -beleidsmaatregelen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   Onverminderd de in artikel 34/2, § 4 bedoelde informatie bepaalt het risicocomité de aard, omvang, vorm en frequentie van de informatie die eraan moet worden overgemaakt over de risico's die de vennootschap kan lopen. Het risicocomité heeft toegang tot de informatie over de risico's waaraan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is of kan worden blootgesteld. Het heeft met name rechtstreeks toegang tot de risicobeheerfunctie van de vennootschap en tot het advies van externe deskundigen.
   Ter bevordering van gezonde beloningspraktijken en een gezond beloningsbeleid, onderzoekt het risicocomité, onverminderd de taken van het remuneratiecomité, of de incentives die uitgaan van het beloningssysteem op passende wijze rekening houden met de risicobeheersing, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie van de vennootschap, evenals met de waarschijnlijkheid en de spreiding in de tijd van de winst.]4

   § 6. [4 In afwijking van paragraaf 1, geldt er een vrijstelling van de verplichting om de in dit artikel bedoelde comités op te richten voor de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, alsook voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de waarde van de activa binnen en buiten de balanstelling gemiddeld 100 miljoen euro of minder bedraagt over de periode van vier jaar die onmiddellijk voorafgaat aan het betrokken boekjaar.
   Daarnaast kan de FSMA besluiten een vrijstelling te verlenen aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet voldoet aan de in het eerste lid bepaalde criteria, maar wel voldoet aan de volgende criteria, met name wegens de aard en de omvang van haar werkzaamheden, haar interne organisatie en, in voorkomend geval, de kenmerken van de groep waartoe zij behoort:
   1° de vennootschap behoort niet tot de drie grootste beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, gerekend naar de totale waarde van hun activa;
   2° de omvang van de derivatenactiviteiten binnen en buiten de balanstelling is gelijk aan of kleiner dan 100 miljoen euro; en
   3° de waarde van de activa binnen en buiten de balanstelling bedraagt gemiddeld 300 miljoen euro of minder over de periode van vier jaar die onmiddellijk voorafgaat aan het lopende boekjaar.]4

   § 7. De FSMA kan aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een dochter of een kleindochter is van een gemengde financiële holding, een verzekeringsholding, een financiële holding, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een andere beleggingsonderneming, [4 een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging,]4 volledige of gedeeltelijke afwijkingen toestaan van de bepalingen van dit artikel en specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen comités zijn opgericht in de zin van paragraaf 1, die bevoegd zijn voor de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en voldoen aan de vereisten van deze wet.]1

  [4 § 8. Indien er met toepassing van paragraaf 6 geen comités worden opgericht als bedoeld in paragraaf 1, of indien de FSMA geen toepassing maakt van paragraaf 1, tweede lid om de oprichting van de daarin bedoelde comités op te leggen, moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel. Wanneer de voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan ingevolge een met toepassing van artikel 25/1, § 3 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzitterschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar als dit optreedt in de hoedanigheid van één van de in paragraaf 1 bedoelde comités.]4
  
Art. 25/2. [1 § 1. [4 Sans préjudice des missions de l'organe d'administration, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituent, au sein de cet organe, un comité des risques et un comité de rémunération.
   Outre l'obligation prévue à l'alinéa 1er, lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement présente, à l'appréciation de la FSMA, une importance significative au regard de sa taille, de son organisation interne ou de la nature, de l'échelle et de la complexité de ses activités, la FSMA peut exiger d'une telle société qu'elle constitue également, au sein de son organe d'administration, un comité d'audit et un comité de nomination.
   Les comités visés au présent article sont exclusivement composés de membres de l'organe d'administration qui n'en sont pas membres exécutifs et dont au moins un membre est indépendant au sens de l'article 7:87, § 1er du Code des sociétés et de associations; un membre ne pouvant siéger dans plus de trois des comités précités.]4

   § 2. Outre les exigences prévues au paragraphe 1er, les membres du comité d'audit disposent d'une compétence collective dans le domaine d'activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée et en matière de comptabilité et d'audit et au moins un membre du comité d'audit est compétent en matière de comptabilité et/ou d'audit.
   Sans préjudice des missions légales de l'[3 organe d'administration]3, le comité d'audit est au moins chargé des missions suivantes:
   1° suivi du processus d'élaboration de l'information financière;
   2° suivi de l'efficacité des systèmes de contrôle interne et de gestion des risques de l'entreprise;
   3° suivi de l'audit interne et de ses activités;
   4° suivi du contrôle légal des comptes annuels et des comptes consolidés.
   Le comité d'audit fait régulièrement rapport à l'[3 organe d'administration]3 sur l'exercice de ses missions, au moins lors de l'établissement par celui-ci des comptes annuels et consolidés et des états périodiques visés à l'article 55, respectivement transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la fin de l'exercice social et à la fin du premier semestre social.
   La FSMA peut préciser et compléter sur des points d'ordre technique les éléments énumérés dans la liste reprise ci-dessus, par voie de règlement pris conformément à l'article 64 de la loi du 2 août 2002.
   § 3. Outre les exigences prévues au paragraphe 1er, le comité de rémunération est composé de manière à lui permettre d'exercer un jugement compétent et indépendant sur les politiques et les pratiques de rémunération et sur les incitations créées pour la gestion des risques, des fonds propres et de la liquidité. [4 La composition du comité de rémunération est équilibrée du point de vue du genre. Le comité de rémunération peut être mis en place au niveau du groupe.]4
   Le comité de rémunération est chargé de préparer les décisions concernant les rémunérations, notamment celles qui ont des répercussions sur le risque et la gestion des risques dans la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée et que l'[2 organe d'administration]2 est appelé à arrêter [2 ...]2. Lors de la préparation de ces décisions, le comité de rémunération tient compte des intérêts à long terme des actionnaires, des investisseurs et des autres parties prenantes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   L'alinéa 2 est également d'application pour les décisions concernant les rémunérations des personnes en charge des fonctions de contrôle indépendantes. Le comité de rémunération assure, en outre, une supervision directe en ce qui concerne les rémunérations allouées aux responsables des fonctions de contrôle indépendantes.
   § 4. [2 Les paragraphes 1er à 3 sont sans préjudice des dispositions du Code des sociétés et des associations relatives au comité d'audit et au comité de rémunération au sein de sociétés cotées au sens de l'article 1:11 de ce Code.]2
   § 5. Le comité de nomination est composé de manière à lui permettre d'exercer un jugement pertinent et indépendant sur la composition et le fonctionnement des organes d'administration et de gestion de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en particulier sur l'expertise individuelle et collective de leurs membres et sur l'intégrité, la réputation, l'indépendance d'esprit et la disponibilité de ceux-ci.
   Le comité de nomination:
   1° identifie et recommande, pour approbation par l'assemblée générale ou, le cas échéant, par l'[3 organe d'administration]3, des candidats aptes à occuper des sièges vacants au sein de l'[3 organe d'administration]3, évalue l'équilibre de connaissances, de compétences, de diversité et d'expérience au sein de l'[3 organe d'administration]3, élabore une description des missions et des qualifications liées à une nomination donnée et évalue le temps à consacrer à ces fonctions.
   Le comité de nomination fixe également un objectif à atteindre en ce qui concerne la représentation du sexe sous-représenté au sein de l'[3 organe d'administration]3 et élabore une politique destinée à y accroître le nombre de représentants de ce sexe afin d'atteindre cet objectif. L'objectif et le plan, ainsi que les modalités de sa mise en oeuvre sont rendus publics conformément à l'article 435, paragraphe 2, point c), du Règlement (UE) n° 575/2013;
   2° évalue périodiquement, et à tout le moins une fois par an, la structure, la taille, la composition et les performances de l'[3 organe d'administration]3 et lui soumet des recommandations en ce qui concerne des changements éventuels;
   3° évalue périodiquement, et à tout le moins une fois par an, les connaissances, les compétences, l'expérience, le degré d'implication, notamment l'assiduité, des membres de l'[3 organe d'administration]3, tant individuellement que collectivement, et en rend compte à cet organe;
   4° examine périodiquement les politiques de l'[3 organe d'administration]3 en matière de sélection et de nomination des membres exécutifs de celui-ci, et formule des recommandations à l'intention de l'[3 organe d'administration]3.
   Dans l'exercice de ses attributions, le comité de nomination veille à ce que la prise de décision au sein de l'[3 organe d'administration]3 ne soit pas dominée par une personne ou un petit groupe de personnes, d'une manière qui soit préjudiciable aux intérêts de l'établissement dans son ensemble.
   Le comité de nomination peut recourir à tout type de ressource qu'il considère comme étant appropriée à l'exercice de sa mission, y compris à des conseils externes, et reçoit les moyens financiers appropriés à cet effet.
  [4 § 5/1. Les membres du comité des risques disposent de connaissances, de compétences et d'une expertise qui leur permettent de comprendre, de gérer et de suivre en pleine connaissance de cause la politique en matière de risques et le niveau de tolérance au risque de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Ils veillent à ce que le comité des risques conseille l'organe d'administration pour les aspects concernant la politique globale en matière de risques et le niveau global de tolérance au risque de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et ce tant pour les risques actuels que futurs, et assiste l'organe d'administration, lorsque celui-ci supervise la mise en oeuvre de cette politique par les personnes chargées de la direction effective de la société, le cas échéant le comité de direction. L'organe d'administration continue à exercer la responsabilité globale à l'égard des stratégies et politiques de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en matière de risques.
   Sans préjudice de l'information visée à l'article 34/2, § 4, le comité des risques détermine la nature, le volume, la forme et la fréquence des informations concernant les risques auxquels la société est susceptible d'être exposée à lui transmettre. Le comité des risques a accès à l'information sur les risques auxquels la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est ou peut être exposée. Il dispose notamment d'un accès direct à la fonction de gestion des risques de la société et aux conseils d'experts extérieurs.
   Afin de favoriser des pratiques et politiques de rémunération saines, le comité des risques, sans préjudice des tâches du comité de rémunération, examine si les incitants prévus par le système de rémunération tiennent compte de manière appropriée de la maîtrise des risques, des besoins en fonds propres et de la position de liquidité de la société, ainsi que de la probabilité et de l'échelonnement dans le temps des bénéfices.]4

   § 6. [4 Par dérogation au paragraphe 1er, sont exemptées de l'obligation de constituer les comités visés au présent article, les petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, ainsi que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont la valeur des actifs au bilan et hors bilan est, en moyenne, inférieure ou égale à 100 millions d'euros sur la période de quatre ans qui précède immédiatement l'exercice comptable en cours.
   En outre, la FSMA peut décider d'exempter une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne répondant pas aux critères prévus par l'alinéa 1er mais satisfaisant aux conditions suivantes, et en raison notamment de la nature et de l'ampleur de ses activités, de son organisation interne et, le cas échéant, des caractéristiques du groupe auquel elle appartient :
   1° la société n'est pas l'une des trois entreprises d'investissement de droit belge les plus importantes en termes de valeur totale de leurs actifs ;
   2° le volume des activités sur dérivés au bilan et hors bilan est inférieur ou égal à 100 millions d'euros; et
   3° la valeur des actifs au bilan et hors bilan est, en moyenne, inférieure ou égale à 300 millions d'euros sur la période de quatre ans qui précède immédiatement l'exercice comptable en cours.]4

   § 7. La FSMA peut, à l'égard des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui sont filiales ou sous-filiales d'une compagnie financière mixte, d'une société holding d'assurance, d'une compagnie financière, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurance, d'une entreprise de réassurance, d'une autre entreprise d'investissement [4 , d'une société de gestion d'organismes de placement collectif ou d'une société de gestion d'organismes de placement collectif alternatifs,]4 accorder, en tout ou en partie, des dérogations aux dispositions du présent article et fixer des conditions spécifiques à l'octroi de ces dérogations, pour autant qu'aient été constituées au sein des groupes ou sous-groupes concernés des comités au sens du paragraphe 1er et dont les attributions s'étendent à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée, et répondant aux exigences de la présente loi.]1

  [4 § 8. Si, en application du paragraphe 6, les comités visés au paragraphe 1er ne sont pas constitués, ou si la FSMA n'applique pas le paragraphe 1er, alinéa 2 pour imposer la constitution des comités y visés, les fonctions attribuées à ces comités doivent alors être exercées par l'organe légal d'administration dans son ensemble. Lorsque, suite à une dérogation accordée en application de l'article 25/1, § 3, le président de l'organe légal d'administration est un dirigeant effectif, il ne préside pas l'organe légal d'administration lorsque celui-ci agit en qualité d'un des comités visés au paragraphe 1er.]4
  
Art. 25/3. [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nemen de nodige maatregelen om blijvend over de volgende passende onafhankelijke controlefuncties te kunnen beschikken:
   1° compliance;
   2° risicobeheer;
   3° interne audit,
   die worden uitgeoefend door personen die onafhankelijk zijn van de bedrijfseenheden van de vennootschappen en over de nodige bevoegdheden beschikken om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen. De beloning van deze personen wordt vastgesteld volgens de verwezenlijking van de doelstellingen waarop hun functie gericht is, onafhankelijk van de resultaten van de werkzaamheden waarop toezicht wordt gehouden.
   § 2. Bij haar beoordeling van het passende karakter van de in paragraaf 1 bedoelde functies houdt de FSMA rekening met de bepalingen van artikel 25, § 2.
   § 3. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikt over een passende onafhankelijke compliancefunctie om de naleving door de vennootschap, de leden van haar [2 bestuursorgaan]2, haar effectieve leiding, haar werknemers, haar gevolmachtigden en haar verbonden agenten te verzekeren van de wettelijke en reglementaire regels inzake integriteit en gedrag die van toepassing zijn op het bedrijf van de vennootschap.
   Het eerste lid doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002.
   De personen die belast zijn met de compliancefunctie, brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het [2 bestuursorgaan]2.
  [3 Het bestuursorgaan bezorgt de FSMA jaarlijks een verslag over de beoordeling van de compliancefunctie die het met toepassing van artikel 34, § 3 verricht.]3
  [3 § 3/1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken over een passende risicobeheer-functie die onafhankelijk is van de operationele functies en die voldoende gezag, status en middelen heeft en rechtstreeks toegang heeft tot het bestuursorgaan.
   De personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie zorgen ervoor dat alle significante risico's worden gedetecteerd en gemeten en naar behoren worden gemeld. Zij zijn actief betrokken bij de uitstippeling van de risicostrategie van de vennootschap en bij alle beleidsbeslissingen die een significante invloed hebben op de risico's en zijn in staat een volledig beeld te geven van het hele scala van risico's die de vennootschap loopt.
   Het hoofd van de risicobeheerfunctie is een persoon belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval een lid van het directiecomité, waarvoor de risicobeheerfunctie de enige functie is waarvoor hij individueel verantwoordelijk is. De FSMA kan toestaan dat een lid van het hoger kaderpersoneel binnen de vennootschap deze functie vervult, mits er in hoofde van deze persoon geen belangenconflict bestaat.
   In afwijking van het derde lid, eerste zin kan de FSMA, met het oog op de versterking van de autonomie en de onafhankelijkheid van de risicobeheerfunctie en de compliancefunctie als bedoeld in paragraaf 3, toestaan dat de persoon belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het lid van het directiecomité, die verantwoordelijk is voor de risicobeheerfunctie, ook verantwoordelijk is voor de compliancefunctie, op voorwaarde dat de twee betrokken functies los van elkaar worden uitgeoefend.
   § 3/2. De verantwoordelijken voor de risicobeheerfunctie en de compliancefunctie kunnen, onafhankelijk van de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, rechtstreeks rapporteren, in voorkomend geval via het risicocomité, aan het bestuursorgaan, en het over hun bezorgdheid inlichten en in voorkomend geval waarschuwen indien specifieke risico-ontwikkelingen een negatieve invloed op de vennootschap hebben of zouden kunnen hebben, met name haar reputatie zouden kunnen schaden.
   Het eerste lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan krachtens deze wet en Verordening (EU) 2019/2033.
   § 3/3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarborgen in een auditcharter ten minste dat de interne auditfunctie onafhankelijk is, een onbeperkt recht op toegang tot informatie heeft en dat haar taken betrekking hebben op alle werkzaamheden en entiteiten van de vennootschap, ook in geval van uitbesteding.
   De interne auditfunctie bezorgt aan het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, een onafhankelijke beoordeling van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de interne controle, het risicobeheer en de governanceregeling van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 3/4. De interne auditfunctie rapporteert rechtstreeks aan het bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, met kennisgeving aan de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité.]3

   § 4. De FSMA kan, onverminderd de bepalingen van [3 artikel 25, § 1 en de paragrafen 1 tot 3/4]3, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie, en nadere regels uitwerken overeenkomstig de Europese wetgeving.]1

  
Art. 25/3. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent les mesures nécessaires pour disposer en permanence des fonctions de contrôle indépendantes adéquates suivantes:
   1° conformité (compliance);
   2° gestion des risques;
   3° audit interne,
   dont les personnes qui en assurent l'exercice sont indépendantes des unités opérationnelles de la société et disposent des prérogatives nécessaires au bon accomplissement de leurs fonctions. La rémunération de ces personnes est fixée en fonction de la réalisation des objectifs liés à leurs fonctions, indépendamment des performances des domaines d'activités contrôlés.
   § 2. Dans son évaluation du caractère adéquat des fonctions visées au paragraphe 1er, la FSMA tient compte des dispositions de l'article 25, § 2.
   § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement disposent d'une fonction de conformité (compliance) indépendante adéquate destinée à assurer le respect, par la société, les membres de son [2 organe d'administration]2, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses mandataires et agents liés, des règles légales et réglementaires d'intégrité et de conduite qui s'appliquent aux activités de la société.
   L'alinéa 1er ne porte pas préjudice aux dispositions de l'article 87bis de la loi du 2 août 2002.
   Les personnes qui assurent la fonction de conformité (compliance) font rapport à l'[2 organe d'administration]2 au moins une fois par an.
  [3 L'organe d'administration transmet annuellement à la FSMA un rapport relatif à l'évaluation qu'il effectue de la fonction de conformité en application de l'article 34, § 3.]3
  [3 § 3/1. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement disposent d'une fonction de gestion des risques adéquate, indépendante des fonctions opérationnelles et qui dispose d'une autorité, d'un statut et de ressources suffisants, ainsi que d'un accès direct à l'organe d'administration.
   Les personnes qui assurent la fonction de gestion des risques veillent à ce que tous les risques significatifs soient détectés, mesurés et correctement déclarés. Elles participent activement à l'élaboration de la stratégie en matière de risque de la société ainsi qu'à toutes les décisions de gestion ayant une incidence significative en matière de risque et peuvent fournir une vue complète de toute la gamme des risques auxquels est exposée la société.
   La fonction de gestion des risques est dirigée par une personne participant à la direction effective, le cas échéant par un membre du comité de direction, dont c'est la seule fonction particulière pour laquelle elle est individuellement responsable. La FSMA peut autoriser qu'un membre du personnel de la société faisant partie de l'encadrement supérieur assume cette fonction à condition qu'il n'existe dans son chef aucun conflit d'intérêts.
   Par dérogation à l'alinéa 3, première phrase, la FSMA peut, en vue de renforcer l'autonomie et l'indépendance des fonctions de gestion des risques et de conformité (compliance) visée au paragraphe 3, autoriser que la personne chargée de la direction effective, le cas échéant le membre du comité de direction, responsable de la fonction de gestion des risques assure également la responsabilité de la fonction de conformité (compliance), à la condition que l'exercice des deux fonctions concernées demeure assuré distinctement.
   § 3/2. Les responsables des fonctions de gestion des risques et de conformité (compliance) peuvent rendre directement compte, le cas échéant via le comité des risques, à l'organe d'administration, sans en référer aux personnes chargées de la direction effective, le cas échéant aux membres du comité de direction, et peuvent lui faire part de préoccupations et l'avertir, le cas échéant, en cas d'évolution des risques affectant ou susceptible d'affecter la société, notamment de porter atteinte à sa réputation.
   L'alinéa 1er ne porte pas préjudice aux responsabilités de l'organe d'administration en vertu de la présente loi et du règlement (UE) 2019/2033.
   § 3/3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement garantissent dans une charte d'audit, au minimum, l'indépendance de la fonction d'audit interne, ses prérogatives illimitées d'accès à l'information et l'étendue de ses missions à toute activité et entité de la société, y compris en cas de sous-traitance.
   La fonction d'audit interne a pour objet de fournir à l'organe d'administration et aux personnes chargées de la direction effective, le cas échéant aux membres du comité de direction, une évaluation indépendante de la qualité et de l'efficience du contrôle interne, de la gestion des risques et du dispositif de gouvernance de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   § 3/4. La fonction d'audit interne fait directement rapport à l'organe d'administration, le cas échéant via le comité d'audit, avec information des personnes chargées de la direction effective, le cas échéant des membres du comité de direction.]3

   § 4. La FSMA peut, sans préjudice des dispositions [3 de l'article 25, § 1er et des paragraphes 1er à 3/4]3, préciser ce qu'il y a lieu d'entendre par structure de gestion adéquate, contrôle interne adéquat, fonction d'audit interne indépendante adéquate, fonction de gestion des risques adéquate et fonction de conformité (compliance) indépendante adéquate, et élaborer des règles plus précises conformément à la législation européenne.]1

  
Art.26. § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de wettelijke [1 en reglementaire]1 voorschriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werken passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiële instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  [1 Op advies van de FSMA kan de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen bepalen]1. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op:
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  - de wijze waarop de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 2. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies nemen passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten inzake beleggingsdiensten en -activiteiten tussen de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met hen verbonden onderneming, enerzijds, en hun cliënteel anderzijds, of tussen hun cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden.
  [1 Op advies van de FSMA kan de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen bepalen]1. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconflicten en wanneer de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 3. [1 ...]1
  § 4. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activiteiten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de onderneming [2 noch aan het vermogen van de FSMA om te controleren of de onderneming haar wettelijke verplichtingen nakomt]2.
  [1 ...]1
  § 5. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies houden de gegevens bij over alle door hen verleende beleggingsdiensten, verrichte beleggingsactiviteiten en uitgevoerde verrichtingen, om de FSMA in staat te stellen haar toezichtsbevoegdheden uit te oefenen conform deze wet, de wet van 2 augustus 2002, de wet van 21 november 2017, de ter uitvoering van voornoemde wetten genomen besluiten en reglementen, Verordening (EU) nr. 600/2014, Verordening (EU) nr. 596/2014 en Gedelegeerde Verordening 2017/565, en inzonderheid na te gaan of de onderneming haar verplichtingen tegenover haar cliënteel of potentieel cliënteel en met betrekking tot de marktintegriteit nakomt.
   Het bijhouden van gegevens omvat het opnemen van telefoongesprekken of elektronische communicatie die ten minste met het verstrekken van diensten betreffende het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliëntenorders verband houden.
   Daartoe neemt iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies alle redelijke maatregelen voor de opname of opslag van voornoemde telefoongesprekken en elektronische communicatie die tot stand zijn gekomen met, verstuurd zijn vanaf of ontvangen zijn door apparatuur die door de vennootschap ter beschikking is gesteld van een werknemer of contractant, of waarvan het gebruik door een werknemer of contractant wordt goedgekeurd of toegestaan door de vennootschap.
   Cliënten kunnen hun orders langs andere kanalen plaatsen; deze mededelingen moeten evenwel gebeuren met gebruikmaking van duurzame dragers, zoals brieven, faxen, e-mails of documentatie over orders die tijdens bijeenkomsten door de betrokken cliënten zijn geplaatst. In het bijzonder kan de inhoud van relevante rechtstreekse gesprekken met een cliënt worden geregistreerd door middel van notulen of notities. Aldus geplaatste orders worden gelijkgesteld met telefonisch ontvangen orders.
   Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies neemt alle redelijke maatregelen om te voorkomen dat een werknemer of contractant relevante telefoongesprekken en elektronische communicatie tot stand brengt, verstuurt of ontvangt op privéapparatuur waarvan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen gegevens kan opnemen of kopiëren.
   Gegevens die overeenkomstig deze paragraaf zijn opgenomen, worden vijf jaar bewaard en, indien de FSMA daarom verzoekt, tot maximaal zeven jaar.]1

  § 6. [1 Paragrafen 1, 2 en 5 zijn ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer deze verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's.]1
  § 7. De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  
Art.26. § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement mettent en place des politiques et des procédures adéquates permettant d'assurer le respect, par l'entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses agents liés et ses mandataires, des dispositions légales [1 et réglementaires]1 relatives aux services et activités d'investissement.
  Elles élaborent des règles appropriées applicables aux transactions personnelles, directes et indirectes, effectuées sur des instruments financiers par les personnes visées à l'alinéa 1er.
  [1 Le Roi peut, sur avis de la FSMA, préciser]1 les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur:
  - les personnes concernées auxquelles ces règles et obligations sont applicables;
  - les transactions personnelles qui sont réputées contraires à la loi;
  - les modalités selon lesquelles les personnes concernées sont tenues de notifier leurs transactions personnelles à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  - la manière dont les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent conserver un enregistrement des transactions personnelles.
  § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent des mesures organisationnelles et administratives adéquates pour empêcher que des conflits d'intérêts portant sur des services et activités d'investissement et survenant entre l'entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d'une part, et sa clientèle, d'autre part, ou entre ses clients eux-mêmes, ne portent atteinte aux intérêts de ces derniers.
  Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur les règles organisationnelles à respecter afin d'empêcher la survenance de conflits d'intérêts, ainsi que lorsque la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement produit et diffuse des travaux de recherche en investissements.
  § 3. [1 ...]1
  § 4. Lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement confie à un tiers l'exécution de tâches opérationnelles essentielles pour assurer la fourniture de ses services d'investissement et l'exercice de ses activités d'investissement de manière continue et satisfaisante, elle prend des mesures adéquates pour limiter le risque opérationnel y afférent.
  L'externalisation visée à l'alinéa 1er ne peut s'effectuer d'une manière qui nuise sensiblement au caractère adéquat des procédures de contrôle interne de l'entreprise [3 ou qui empêcherait la FSMA de contrôler si l'entreprise respecte ses obligations légales et réglementaires]3.
  [1 ...]1
  § 5. [1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conservent un enregistrement de tout service d'investissement fourni, de toute activité d'investissement exercée, et de toute transaction effectuée afin de permettre à la FSMA d'exercer ses compétences de contrôle conformément à la présente loi, à la loi du 2 août 2002, à la loi du 21 novembre 2017, aux arrêtés et règlements pris pour leur exécution, au Règlement (UE) n° 600/2014, au Règlement (UE) n° 596/2014 et au Règlement délégué 2017/565 et, en particulier de vérifier si l'entreprise respecte ses obligations à l'égard de ses clients ou clients potentiels, et concernant l'intégrité du marché.
   Ces enregistrements incluent l'enregistrement des conversations téléphoniques et des communications électroniques en rapport, au moins, avec la prestation de services [2 ...]2 qui concernent la réception, la transmission et l'exécution d'ordres de clients.
   A ces fins, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent toutes les mesures raisonnables pour enregistrer les conversations téléphoniques et les communications électroniques précitées qui sont effectuées, envoyées ou reçues au moyen d'un équipement fourni par la société à un employé ou à un contractant ou dont l'utilisation par une telle personne a été approuvée ou autorisée par elle.
   Les clients peuvent passer des ordres par d'autres voies, à condition que ces communications soient effectuées au moyen d'un support durable, tels qu'un courrier, une télécopie, un courrier électronique ou des documents relatifs aux ordres d'un client établis lors de réunions. En particulier, le contenu des conversations en tête-à-tête avec un client peut être consigné par écrit dans un compte rendu ou dans des notes. De tels ordres sont considérés comme équivalents à un ordre transmis par téléphone.
   Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent toutes les mesures raisonnables pour empêcher un employé ou un contractant d'effectuer, d'envoyer ou de recevoir les conversations téléphoniques ou les communications électroniques précitées au moyen d'un équipement privé que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est incapable d'enregistrer ou de copier.
   Les enregistrements conservés conformément au présent paragraphe sont conservés pendant cinq ans et, lorsque la FSMA le demande, pendant une durée pouvant aller jusqu'à sept ans.]1

  § 6. [1 Les paragraphes 1er, 2 et 5 s'appliquent également aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur ces dépôts à des clients.]1
  § 7. La FSMA peut préciser les dispositions du présent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002.
  
Art. 26/1. [1 § 1. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die financiële instrumenten ontwikkelt voor verkoop aan cliënten, zorgt voor het onderhoud, de exploitatie en de toetsing van een proces voor de goedkeuring van elk financieel instrument en significante aanpassingen van bestaande financiële instrumenten voor zij in de handel worden gebracht of onder cliënten in omloop worden gebracht.
   In het kader van dat productgoedkeuringsproces wordt, voor elk financieel instrument, een geïdentificeerde doelgroep van eindcliënten binnen de relevante categorie van cliënten gespecificeerd, en wordt gewaarborgd dat alle desbetreffende risico's voor een dergelijke geïdentificeerde doelmarkt zijn geëvalueerd, en dat de geplande distributiestrategie op de geïdentificeerde doelgroep is afgestemd.
  [2 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies worden vrijgesteld van de vereisten van de vorige leden, indien de beleggingsdienst die zij verlenen, betrekking heeft op obligaties zonder andere ingebedde derivaten dan een make-whole-clausule, of indien de financiële instrumenten uitsluitend onder in aanmerking komende tegenpartijen als bepaald ter uitvoering van artikel 26, achtste lid, van de wet van 2 augustus 2002 worden verhandeld of verspreid.]2
   § 2. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies financiële instrumenten aanbiedt of aanbeveelt die zij niet zelf ontwikkelt, beschikt zij over adequate regelingen om alle nuttige informatie over het financieel instrument en het goedkeuringsproces ervan, inclusief de geïdentificeerde doelmarkt, te verkrijgen, de kenmerken van elk financieel instrument te begrijpen, en de beoogde doelgroep ervan te identificeren.
   De in dit artikel bedoelde maatregelen, processen en regelingen laten alle andere vereisten van deze wet, de wet van 2 augustus 2002, Verordening (EU) nr. 600/2014 en Gedelegeerde Verordening 2017/565 onverlet, met inbegrip van de vereisten inzake openbaarmaking, geschiktheid of passendheid, vaststelling en beheer van belangenconflicten, en inducements.
   § 3. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de regels voor de tenuitvoerlegging van de in dit artikel bedoelde regels, inzonderheid om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2014/65/EU en Gedelegeerde richtlijn 2017/593.
   § 4. Dit artikel is ook van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wanneer deze verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's.]1

  
Art. 26/1. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui conçoivent des instruments financiers destinés à la vente aux clients maintiennent, appliquent et révisent un processus de validation de chaque instrument financier et des adaptations notables des instruments financiers existants avant leur commercialisation ou leur distribution aux clients.
   Ledit processus de validation détermine un marché cible défini de clients finaux à l'intérieur de la catégorie de clients concernée pour chaque instrument financier et permet de s'assurer que tous les risques pertinents pour ledit marché cible sont évalués et que la stratégie de distribution prévue convient bien à celui-ci.
  [2 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont exemptées des obligations énoncées aux alinéas précédents lorsque le service d'investissement qu'elles fournissent porte sur des obligations qui n'incorporent pas d'instrument dérivé autre qu'une "clause de remboursement make-whole" ou lorsque les instruments financiers sont commercialisés exclusivement pour des contreparties éligibles, telles que définies en exécution de l'article 26, alinéa 8, de la loi du 2 août 2002 ou distribués exclusivement à des contreparties éligibles.]2
   § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui proposent ou recommandent des instruments financiers qu'elles ne conçoivent pas, se dotent de dispositifs appropriés pour obtenir tous les renseignements utiles sur l'instrument financier et sur son processus de validation, y compris le marché cible défini de l'instrument financier, et pour comprendre les caractéristiques et identifier le marché cible défini de chaque instrument financier.
   Les politiques, processus et dispositifs visés au présent article sont sans préjudice de toutes les autres prescriptions prévues par la présente loi, par la loi du 2 août 2002, par le Règlement (UE) n° 600/2014 et par le Règlement délégué 2017/565, y compris celles applicables à la publication, à l'adéquation ou au caractère approprié, à la détection et à la gestion des conflits d'intérêts, et aux incitations.
   § 3. Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles d'exécution des règles visées au présent article, notamment aux fins de satisfaire aux obligations découlant de la Directive 2014/65/UE et de la Directive déléguée 2017/593.
   § 4. Le présent article s'applique également aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur ces dépôts à des clients.]1

  
Art. 26/2. [1 Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de organisatorische vereisten die van toepassing zijn op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zich met algoritmische handel bezighouden, en/of die directe elektronische toegang tot een handelsplatform aanbieden.]1
  
Art. 26/2. [1 Le Roi détermine, sur avis de la FSMA, les exigences organisationnelles applicables aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui recourent au trading algorithmique et/ou qui fournissent un accès électronique direct à une plateforme de négociation.]1
  
Art. 26/3. [1 § 1. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikt over passende processen en systemen om de volgende aspecten te identificeren, meten, beheren en monitoren:
   1° de wezenlijke oorzaken en effecten van de risico's voor de cliënten, alsmede elke wezenlijke invloed op het niveau van het eigen vermogen van de vennootschap;
   2° de wezenlijke oorzaken en effecten van de risico's voor de markt, alsmede elke wezenlijke invloed op het niveau van het eigen vermogen van de vennootschap;
   3° de wezenlijke oorzaken en effecten van de risico's voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in het bijzonder de risico's die het niveau van het beschikbaar eigen vermogen kunnen verminderen;
   4° het liquiditeitsrisico over relevante periodes, waaronder intradayperiodes, om te garanderen dat toereikende niveaus van liquiditeit in stand worden gehouden, met name voor het aanpakken van de wezenlijke oorzaken van risico's als bedoeld in 1° en 2°.
   Voor de toepassing van de bepaling onder 3° omvatten wezenlijke oorzaken van risico's voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in voorkomend geval: materiële wijzigingen in de boekwaarde van activa, met inbegrip van schuldvorderingen op verbonden agenten en het faillissement van cliënten of tegenpartijen, posities in financiële instrumenten, buitenlandse valuta en grondstoffen, en verplichtingen ten aanzien van pensioenregelingen met een gegarandeerde toezegging.
   Het eerste lid, 2° is niet van toepassing op de kleine niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in de zin van artikel 2/2, § 1.
   § 2. Als de FSMA de naleving beoordeelt van paragraaf 1 door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, kan zij rekening houden met de onderschrijving van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, als die verzekering een doeltreffende tool is voor hun risicobeheer.
   § 3 De in paragraaf 1 bedoelde processen en systemen staan in verhouding tot de complexiteit, het risicoprofiel en de omvang van de werkzaamheden van de vennootschap en tot de conform artikel 34/2 vastgestelde risicotolerantie, en houden rekening met het belang van de vennootschap in de lidstaten waarin zij werkzaam is.
   § 4. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies houdt terdege rekening met elke wezenlijke invloed op het eigen vermogen indien zulke risico's niet op passende wijze worden ondervangen door de overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033 berekende eigenvermogensvereisten.]1

  
Art. 26/3. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement disposent de processus et de systèmes appropriés permettant de détecter, mesurer, gérer et suivre les aspects suivants :
   1° les causes et effets significatifs des risques pour les clients, ainsi que toute incidence significative sur le niveau des fonds propres de la société ;
   2° les causes et effets significatifs des risques pour le marché, ainsi que toute incidence significative sur le niveau des fonds propres de la société ;
   3° les causes et effets significatifs des risques pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en particulier ceux pouvant abaisser le niveau de fonds propres disponibles ;
   4° le risque de liquidité sur des périodes pertinentes, y compris intra journalières, de manière à garantir que soient maintenus des niveaux adéquats de liquidité, notamment aux fins de faire face aux causes significatives des risques visés aux 1° et 2°.
   Aux fins du 3°, sont le cas échéant inclus parmi les causes significatives des risques pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les modifications significatives de la valeur comptable des actifs, en ce compris les créances vis-à-vis des agents liés et la défaillance de clients ou de contreparties, les positions sur des instruments financiers, des devises étrangères et des matières premières, ainsi que les obligations liées au régime de retraite à prestations définies.
   L'alinéa 1er, 2° ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille non interconnectées au sens de l'article 2/2, § 1er.
   § 2. Lorsque la FSMA évalue le respect du paragraphe 1er par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, elle peut prendre en considération la souscription d'une assurance de la responsabilité civile professionnelle, si cette assurance constitue un outil efficace pour leur gestion des risques.
   § 3. Les processus et systèmes visés au paragraphe 1er sont proportionnés à la complexité, au profil de risque et à l'étendue des activités de la société, au niveau de tolérance au risque fixé conformément à l'article 34/2, et reflètent l'importance de la société dans les Etats membres où elle exerce ses activités.
   § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent dûment en considération toute incidence significative sur les fonds propres lorsque de tels risques ne sont pas pris en compte de manière appropriée par les exigences de fonds propres calculées conformément à l'article 11 du règlement (UE) 2019/2033.]1

  
Art.27. § 1. [1 De FSMA kan bepalen]1 welke minimuminformatie de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies publiek moeten maken over hun solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere risicoposities, hun beleid voor kapitaalbehoeften, [2 kapitaal- en liquiditeits behoeften, onder verwijzing naar de vereisten bedoeld in de artikelen 54 en 58/4 tot 58/10, alsook over hun beloningsbeleid als bedoeld in artikel 25, § 1, 6°]2. [1 In dat geval bepaalt zij tevens]1 de minimale frequentie en de wijze van bekendmaking van deze informatie.
  [2 De FSMA kan van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies eisen dat zij de in artikel 46 van Verordening (EU) 20199/2033 bedoelde informatie meer dan eenmaal per jaar bekendmaken, dat zij termijnen voor die bekendmaking vaststellen, en dat zij gebruikmaken van specifieke media en locaties, met name hun websites, voor andere bekendmakingen dan de financiële overzichten.
   Het tweede lid is niet van toepassing op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, behalve op dergelijke vennootschappen als bedoeld in artikel 46, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.]2

  § 2. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures om te voldoen aan de informatieverplichtingen bedoeld in § 1. Ze evalueren het passend karakter van hun publiciteitsmaatregelen, daarin begrepen de controle van de gepubliceerde gegevens alsook de frequentie van de informatieverschaffing.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures teneinde te evalueren of de informatie die zij publiceren over hun organisatie, hun financiële positie en hun risicostaat aan de marktdeelnemers een volledig inzicht in hun risicoprofiel verschaffen.
  § 4. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.
  
Art.27. § 1er. [1 La FSMA peut déterminer]1 les informations minimales que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent publier en matière de solvabilité, de liquidité, de concentration de risques et d'autres positions de risques, sur leur politique de besoins en fonds propres [2 et de liquidité par référence aux exigences visées aux articles 54 et 58/4 à 58/10, ainsi que sur leur politique en matière de rémunération visée à l'article 25, § 1er, 6°]2]1. [1 Dans ce cas, elle définit]1 également la fréquence minimale et les modalités de publication de ces informations.
  [2 La FSMA peut exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elles publient, plus d'une fois par an, les informations visées à l'article 46 du règlement (UE) 2019/2033, qu'elles fixent les délais de cette publication et qu'elles utilisent, pour les publications autres que les états financiers, des supports et des lieux spécifiques, en particulier leurs sites internets.
   L'alinéa 2 ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, sauf à celles visées à l'article 46, paragraphe 2 du règlement (UE) 2019/2033.]2

  § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prévoient les règles et procédures nécessaires pour se conformer aux exigences de publication prévues au § 1er. Elles évaluent l'adéquation de leurs mesures de publication, en ce compris le contrôle des données publiées et la fréquence de publication.
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prévoient les règles et procédures nécessaires afin d'évaluer si les informations qu'elles publient sur leur organisation, leur situation financière et l'état de leurs risques fournissent aux acteurs du marché des informations complètes sur leur profil de risque.
  § 4. Les règlements visés au présent article sont pris conformément à l'article 64 de la loi du 2 août 2002.
  § 5. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser, dans les limites de la législation européenne, des dérogations aux dispositions des règlements pris par application du présent article.
  
Onderafdeling 6. - Hoofdbestuur
Sous-section 6. - Administration centrale
Art.28. [1 Het hoofdbestuur en de maatschappelijke zetel van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten in België zijn gevestigd.]1
  
Art.28. [1 L'administration centrale et le siège statutaire d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent être situés en Belgique.]1
  
Onderafdeling 7. - Beleggersbescherming
Sous-section 7. - Protection des investisseurs
Art.29. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies moeten aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling [1 als bedoeld in titel IV]1.
  
Art.29. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent adhérer au système de protection des investisseurs [1 visé au Titre IV]1.
  
Onderafdeling 8. [1 - Algemene bepaling]1
Sous-section 8. [1 - Généralités]1
Art. 29/1. [1 Behalve met de voorwaarden van deze afdeling, houdt de FSMA ook rekening met het vermogen van de aanvragende vennootschap om te voldoen aan de in afdeling 3 bedoelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken:
   1° op een wijze die een gezond, doeltreffend en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies garandeert;
   2° onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van het financiële stelsel, de integriteit van de markt, de veiligheid van de beleggers en de behartiging van hun belangen.]1

  
Art. 29/1. [1 Outre les conditions prévues dans la présente section, la FSMA tient également compte de l'aptitude de la société requérante à satisfaire aux conditions d'exercice de l'activité visées dans la section 3, ainsi qu'à réaliser ses objectifs de développement :
   1° de manière à garantir la gestion saine, efficace et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
   2° dans les conditions que requièrent le bon fonctionnement du système financier, l'intégrité du marché, la sécurité des investisseurs et la prise en compte de leurs intérêts.]1

  
Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Section 3. - Conditions d'exercice de l'activité
Onderafdeling 1. - Minimum eigen vermogen
Sous-section 1re. - Fonds propres minimums
Art.30. § 1. [2 Onverminderd de artikelen 77 en 78 van Verordening nr. 575/2013, die van toepassing worden verklaard door artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033, mag het eigen vermogen van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 21 vastgestelde minimumkapitaal.]2
  In coöperatieve vennootschappen [1 mag er geen uittreding of uitsluiting ten laste van het vennootschapsvermogen plaatsvinden]1 als dit voor de onderneming tot gevolg zou hebben dat de eigen vermogenscoëfficiënten, als vastgesteld met toepassing van artikel 54, niet meer zouden worden gehaald.
  [2 Elke verhoging van het in artikel 21, § 3 bedoelde vast gedeelde van het kapitaal moet volledig geplaatst en gestort zijn en bij authentieke akte vastgesteld worden. De artikelen 7:179 en 7:195 van het Wetboek van vennootschappen en vereni-gingen zijn van overeenkomstige toepassing.
   De artikelen 7:208, 7:209 en 7:210 van genoemd wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op elke vermindering van dit vast gedeelte, die onderworpen is aan de voorafgaande goedkeuring van de FSMA.]2

  § 2. Wanneer het eigen vermogen niet meer het peil bereikt zoals vastgesteld bij § 1 kan de FSMA een termijn vaststellen waarbinnen dit opnieuw op het betrokken peil moet worden gebracht.
  
Art.30. § 1er. [2 Sans préjudice des articles 77 et 78 du Règlement n° 575/2013 rendus applicables par l'article 9, paragraphe 3 du règlement (UE) 2019/2033, les fonds propres des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent devenir inférieurs au montant du capital initial fixé conformément à l'article 21.]2
  Dans les sociétés coopératives, [1 il ne peut y avoir démission ou exclusion à charge du patrimoine social]1 s'il en résulterait que l'entreprise ne respecterait plus les coefficients de fonds propres établis en vertu de l'article 54.
  [2 Toute augmentation de la part fixe du capital visée à l'article 21, § 3 doit être intégralement souscrite et libérée et être constatée par acte authentique. Les articles 7:179 et 7:195 du Code des sociétés et associations sont d'application par analogie.
   Les articles 7:208, 7:209 et 7:210 dudit Code sont applicables, par analogie, à toute réduction de cette part fixe, qui requiert l'accord préalable de la FSMA.]2

  § 2. Lorsque les fonds propres n'atteignent plus les montants fixés au § 1er, la FSMA peut fixer un délai dans lequel ils doivent à nouveau atteindre ces montants.
  
Onderafdeling 2. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Sous-section 2. - Modifications dans la structure du capital
Art.31. § 1. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn dochteronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde relevante informatie.
  § 2. De FSMA zendt de kandidaatverwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in paragraaf 1 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in het derde lid bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
  De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt om de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling uit te voeren, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die bij de kennisgeving gevoegd moeten worden conform de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde lijst.
  De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
  De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de FSMA om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelijking bijkomende verzoeken om informatie te formuleren, hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg.
  [1 De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen:
   1° ) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die buiten de Europese Unie is gevestigd of aan een reglementering van een derde land is onderworpen; of
   2° ) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht is onderworpen ingevolge Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2009/138/EG of Richtlijn 2014/68/EU.]1

  § 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoordelingsperiode bedoeld in paragraaf 2, verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.
  Bij de beoordeling van de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in paragraaf 2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het doelwit is van de verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de [1 passendheid]1 van de kandidaat-verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria:
  a) de reputatie van de kandidaat-verwerver;
  b) de betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 23 bedoelde persoon die het bedrijf van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk gaat leiden;
  c) de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het doelwit is van de verwerving;
  d) of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële voorschriften op grond van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de bevoegde overheden mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde overheden kan worden bepaald;
  e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
  De FSMA publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.
  Indien de FSMA na voltooiing van de beoordeling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
  Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
  De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze termijn zo nodig verlengen.
  § 4. Voor het verrichten van de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde overheid of, al naargelang het geval, met de Bank, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is:
  a) een kredietinstelling, een beursvennootschap, een verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonder-neming, een beleggingsonderneming, een beheerder van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend door de Bank of door een bevoegde overheid in een andere lidstaat; of
  b) de moederonderneming van een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of
  c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen.
  In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt de FSMA in haar besluit steeds de eventuele standpunten en bedenkingen van de overheid die bevoegd is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de Bank.
  Indien de prudentiële beoordeling van een voorgenomen verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in een andere lidstaat competente toezichthouder op krediet-instellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beleggings-ondernemingen, beheerders van AICB's of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, of van de Bank wisselt de FSMA met deze toezichthouder of met de Bank zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek alle relevante informatie en uit eigen beweging alle essentiële informatie.
  § 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
  § 6. [1 ...]1
  § 7. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een vennootschap voor vermogenssbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de FSMA daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving.
  Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.
  De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de FSMA conform paragraaf 3, derde lid, op haar website publiceert.
  § 8. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, tot gevolg hebben.
  Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. [2 ...]2
  
Art.31. § 1er. Sans préjudice de l'article 59 et de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agissant seule ou de concert avec d'autres, qui a pris la décision soit d'acquérir, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, soit de procéder, directement ou indirectement, à une augmentation de cette participation qualifiée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse les seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 % ou que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement devienne sa filiale, est tenue de notifier par écrit au préalable à la FSMA le montant envisagé de sa participation et les informations pertinentes visées au paragraphe 3, alinéa 3.
  § 2. Diligemment, et en toute hypothèse dans un délai de deux jours ouvrables après la réception de la notification et des informations complètes visées au paragraphe 1er, ainsi qu'après l'éventuelle réception ultérieure des informations visées à l'alinéa 3, la FSMA en accuse réception par écrit au candidat acquéreur. L'accusé de réception indique la date d'expiration de la période d'évaluation.
  La période d'évaluation dont dispose la FSMA pour procéder à l'évaluation visée au paragraphe 3 est de maximum soixante jours ouvrables à compter de la date de l'accusé de réception de la notification et de tous les documents requis avec la notification sur la base de la liste visée au paragraphe 3, alinéa 3.
  La FSMA peut, pendant la période d'évaluation, au plus tard le cinquantième jour ouvrable de la période d'évaluation, demander un complément d'information nécessaire pour mener à bien son évaluation. Cette demande est faite par écrit et précise les informations complémentaires nécessaires.
  Pendant la période comprise entre la date de la demande d'informations par la FSMA et la réception d'une réponse du candidat acquéreur à cette demande, la période d'évaluation est suspendue. Cette suspension ne peut excéder vingt jours ouvrables. La FSMA peut formuler, au-delà de la date limite déterminée conformément à l'alinéa précédent, d'autres demandes visant à recueillir des informations complémentaires ou des clarifications, sans que ces demandes ne donnent toutefois lieu à une suspension de la période d'évaluation.
  [1 La FSMA peut porter la suspension visée à l'alinéa 4, à trente jours ouvrables:
   1° ) si le candidat acquéreur est une personne physique ou morale établie hors de l'Union européenne ou relève d'une réglementation d'un pays tiers; ou
   2° ) si le candidat acquéreur est une personne physique ou morale qui n'est pas soumise à une surveillance en vertu de la Directive 2013/36/UE, de la Directive 2009/65/CE, de la Directive 2009/138/CE, ou de la Directive 2014/65/UE.]1

  § 3. La FSMA peut, dans le courant de la période d'évaluation visée au paragraphe 2, s'opposer à la réalisation de l'acquisition si elle a des motifs raisonnables de considérer, sur la base des critères fixés à l'alinéa 2, que le candidat acquéreur ne présente pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou si les informations fournies par le candidat acquéreur sont incomplètes.
  En procédant à l'évaluation de la notification et des informations visées au paragraphe 1er, et des informations complémentaires visées au paragraphe 2, la FSMA apprécie, afin de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visée par l'acquisition envisagée et en tenant compte de l'influence probable du candidat acquéreur sur la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le caractère [1 adéquat]1 du candidat acquéreur et la solidité financière de l'acquisition envisagée en appliquant l'ensemble des critères suivants:
  a) la réputation du candidat acquéreur;
  b) l'honorabilité et l'expertise de toute personne visée à l'article 23 qui assurera la direction des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la suite de l'acquisition envisagée;
  c) la solidité financière du candidat acquéreur, compte tenu notamment du type d'activités exercées et envisagées au sein de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visée par l'acquisition envisagée;
  d) la capacité de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de satisfaire et de continuer à satisfaire aux obligations prudentielles découlant de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci, en particulier le point de savoir si le groupe auquel il appartiendra possède une structure qui permet d'exercer une surveillance effective, d'échanger réellement des informations entre les autorités compétentes et de déterminer le partage des responsabilités entre les autorités compétentes;
  e) l'existence de motifs raisonnables de soupçonner qu'une opération ou une tentative de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme au sens de l'article 1er de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement Européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme est en cours ou a eu lieu en rapport avec l'acquisition envisagée, ou que l'acquisition envisagée pourrait en augmenter le risque.
  La FSMA publie sur son site internet une liste spécifiant les informations pertinentes, proportionnées et adaptées à la nature du candidat acquéreur et de l'acquisition envisagée, qui sont nécessaires pour procéder à l'évaluation et qui doivent lui être communiquées au moment de la notification visée au paragraphe 1er.
  Si la FSMA décide, au terme de l'évaluation, de s'opposer à l'acquisition envisagée, elle le notifie par écrit au candidat acquéreur, dans un délai de deux jours ouvrables et sans dépasser la période d'évaluation. Un exposé approprié des motifs de la décision peut être rendu accessible au public à la demande du candidat acquéreur.
  Si, au terme de la période d'évaluation, la FSMA ne s'est pas opposée à l'acquisition envisagée, celle-ci est réputée approuvée.
  La FSMA peut fixer un délai maximal pour la conclusion de l'acquisition envisagée et, le cas échéant, le proroger.
  § 4. La FSMA procède à l'évaluation visée au paragraphe 3 en pleine concertation avec toute autre autorité compétente concernée ou, selon le cas, avec la Banque, si le candidat acquéreur est:
  a) un établissement de crédit, une société de bourse, une entreprise d'assurances, une entreprise de réassurance, une entreprise d'investissement, un gestionnaire d'OPCA ou une société de gestion d'organismes de placement collectif agréés par la Banque ou par une autorité compétente dans un autre Etat membre; ou
  b) l'entreprise mère d'une des entreprises ayant une des qualités visées au a); ou
  c) une personne physique ou morale contrôlant une des entreprises visées au a).
  Dans les cas visés à l'alinéa précédent, toute décision de la FSMA mentionne les éventuels avis ou réserves formulés par l'autorité compétente responsable du candidat acquéreur ou, selon le cas, par la Banque.
  Lorsque l'évaluation prudentielle d'une acquisition projetée relève des compétences de l'autorité de contrôle des établissements de crédit, des entreprises d'assurances, des entreprises de réassurance, des entreprises d'investissement, des gestionnaires d'OPCA ou des sociétés de gestion d'organismes de placement collectif d'un autre Etat membre, ou des compétences de la Banque, la FSMA échange, dans les meilleurs délais, avec cette autorité ou avec la Banque toute information essentielle ou pertinente pour l'évaluation. Dans ce cadre, elle lui communique sur demande toute information pertinente et, de sa propre initiative, toute information essentielle.
  § 5. Toute personne physique ou morale qui a pris la décision de cesser de détenir, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement le notifie par écrit au préalable à la FSMA et lui communique le montant envisagé de sa participation. Une telle personne notifie de même à la FSMA sa décision de diminuer sa participation qualifiée de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue descende en dessous des seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 %, ou que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement cesse d'être sa filiale.
  § 6. [1 ...]1
  § 7. Sans préjudice de l'article 59 et de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agissant seule ou de concert avec d'autres, qui a acquis, directement ou indirectement, une participation dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, ou qui a procédé, directement ou indirectement, à une augmentation de sa participation dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse le seuil de 5 % des droits de vote ou du capital, sans pour autant détenir une participation qualifiée, est tenue de le notifier par écrit à la FSMA dans un délai de dix jours ouvrables après l'acquisition.
  La même notification est requise dans un délai de dix jours ouvrables de toute personne physique ou morale qui a cessé de détenir, directement ou indirectement, seul ou agissant de concert avec d'autres personnes, une participation de plus de 5 % du capital ou des droits de vote d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, qui ne constituait pas une participation qualifiée.
  Les notifications visées aux alinéas 1er et 2 indiquent l'identité précise du ou des acquéreurs, le nombre de titres acquis ou cédés et le pourcentage des droits de vote et du capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détenus postérieurement à l'acquisition ou à la cession, ainsi que les informations nécessaires dont la liste est publiée par la FSMA sur son site internet conformément au paragraphe 3, alinéa 3.
  § 8. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent à la FSMA, dès qu'elles en ont connaissance, les acquisitions ou aliénations de leurs titres ou parts qui font franchir vers le haut ou vers le bas l'un des seuils visés au paragraphe 1er, alinéa 1er.
  Dans les mêmes conditions, elles communiquent à la FSMA, une fois par an au moins, l'identité des actionnaires ou associés qui possèdent, directement ou indirectement, agissant seuls ou de concert, des participations qualifiées dans leur capital, ainsi que la quotité du capital et celle des droits de vote ainsi détenus. [2 ...]2
  
Art.32. [1 § 1.]1 Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een gezond en voorzichtig beleid van deze beleggingsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen:
  1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken;
  2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.
  Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.
  Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de [2 ondernemingsrechtbank]2 van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.
  [1 § 2. Indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in artikel 31, § 3, bedoelde verzet van de FSMA, kan de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 van het rechtsgebied waar de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in [3 artikel 7:84, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig verklaren.
   De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de FSMA.
   [3 Artikel 7:84, § 3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 is van toepassing.
   § 3. De FSMA neemt soortgelijke maatregelen als bedoeld in paragraaf 1 ten aanzien van de personen die de in artikel 31, §§ 1 of 5, bedoelde voorafgaande kennisgevingen niet hebben verricht.]1

  
Art.32. [1 § 1er.]1 Lorsque la FSMA a des raisons de considérer que l'influence exercée par une personne physique ou morale détenant, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est de nature à compromettre sa gestion saine et prudente, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, elle peut:
  1° suspendre l'exercice des droits de vote attachés aux actions ou parts détenues par l'actionnaire ou l'associé en question; elle peut, à la demande de tout intéressé, accorder la levée des mesures ordonnées par elle; sa décision est notifiée de la manière la plus appropriée à l'actionnaire ou à l'associé en cause; sa décision est exécutoire dès qu'elle a été notifiée; la FSMA peut rendre sa décision publique;
  2° donner injonction à l'actionnaire ou à l'associé en cause de céder, dans le délai qu'elle fixe, les droits d'associé qu'il détient.
  A défaut de cession dans le délai fixé, la FSMA peut ordonner la mise sous séquestre des droits d'associé auprès de l'institution ou personne qu'elle détermine. Le séquestre en donne connaissance à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui modifie en conséquence le registre des actions ou parts d'associés nominatives et qui n'accepte l'exercice des droits qui y sont attachés que par le seul séquestre. Le séquestre agit dans l'intérêt d'une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et dans celui du détenteur des droits d'associés ayant fait l'objet du séquestre. Il exerce tous les droits attachés aux actions ou parts d'associés. Les sommes encaissées par lui au titre de dividende ou à un autre titre ne sont remises par lui au détenteur précité que si celui-ci a satisfait à l'injonction visée à l'alinéa 1er, 2°. La souscription à des augmentations de capital ou à d'autres titres conférant ou non le droit de vote, l'option en matière de dividende payable en titres de la société, la réponse à des offres publiques d'acquisition ou d'échange et la libération de titres non entièrement libérés sont subordonnés à l'accord du détenteur précité. Les droits d'associés acquis en vertu de ces opérations font, de plein droit, l'objet du séquestre prévu ci-dessus. La rémunération du séquestre est fixée par la FSMA et est à charge du détenteur précité. Le séquestre peut imputer cette rémunération sur les sommes qui lui sont versées en sa qualité de séquestre ou par le détenteur précité aux fins ou comme conséquence des opérations visées ci-dessus.
  Lorsque des droits de vote ont été exercés par le détenteur originaire ou par une personne, autre que le séquestre, agissant pour le compte de ce détenteur après l'échéance du délai fixé conformément à l'alinéa 1er, 2°, première phrase, nonobstant une suspension de leur exercice prononcée conformément à l'alinéa 1er, 1°, le [2 tribunal de l'entreprise]2 dans le ressort duquel la société a son siège peut, sur requête de la FSMA, prononcer la nullité de tout ou partie des délibérations de l'assemblée générale si, sans les droits de vote illégalement exercés, les quorums de présence ou de majorité requis par lesdites délibérations n'auraient pas été réunis.
  [1 § 2. En cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la FSMA visée à l'article 31, § 3, le président du [2 tribunal de l'entreprise]2 dans le ressort duquel la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a son siège, statuant comme en référé, peut prendre les mesures visées à l'[3 article 7:84, § 1er, du Code des sociétés et des associations"]3, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
   La procédure est introduite par citation émanant de la FSMA.
   L'[3 article 7:84, § 3 du Code des sociétés et des associations]3 est d'application.
   § 3. La FSMA prend des mesures similaires à celles visées au paragraphe 1er à l'encontre des personnes qui n'ont pas procédé aux notifications préalables prescrites à l'article 31, §§ 1er ou 5.]1

  
Art.33. [1 De kennisgevingsverplichtingen als bedoeld in artikel 31 gelden ook bij overschrijding of onderschrijding van drempels als bedoeld in dat artikel ingevolge het bestaan van dubbele of meervoudige stemrechten, of door de verwerving van eigen aandelen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, of door enige andere situatie die leidt tot een wijziging van de omvang van een deelneming die niet het gevolg is van een verwerving of vervreemding.
   Bij een wijziging van de drempel als bedoeld in artikel 31, § 1 ingevolge de toepassing van het eerste lid, wordt de beoordeling als bedoeld in artikel 31, §§ 2 tot 4 uitgevoerd, met dien verstande dat de in die bepalingen bedoelde verwerving dan tot doel heeft de omvang van de deelneming te wijzigen.]1

  
Art.33. [1 Les obligations de notification visées à l'article 31 sont également applicables dans les cas de franchissements de seuils visés par cet article qui résultent de l'existence de droits de vote doubles ou multiples, ou encore d'une acquisition d'actions propres par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ou encore de toute autre situation impliquant une modification du niveau d'une participation qui n'est pas la conséquence d'une acquisition ou d'une cession.
   Dans le cas d'un changement de seuil visé à l'article 31, § 1er résultant de l'application de l'alinéa 1er, l'évaluation prévue à l'article 31, §§ 2 à 4 est applicable étant entendu que l'acquisition visée auxdites dispositions vise alors la modification du niveau de participation.]1

  
Onderafdeling 3. - Leiding en leiders
Sous-section 3. - Direction et dirigeants
Art.34. [1 § 1. Het [2 bestuursorgaan]2 beoordeelt periodiek en minstens eenmaal per jaar de doeltreffendheid van de in de artikelen 25 tot 25/3 bedoelde organisatieregeling van de vennootschap, met inbegrip van de [3 in de artikelen 26 tot 26/3 bedoelde]3 specifieke organisatieregeling en de overeenstemming ervan met de wettelijke en reglementaire bepalingen. Het ziet erop toe dat de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, de nodige maatregelen nemen om eventuele tekortkomingen aan te pakken.
   Het [2 bestuursorgaan]2 monitort en beoordeelt periodiek de adequaatheid en de implementatie van de strategische doelstellingen van de vennootschap bij het verlenen van beleggingsdiensten, het verrichten van beleggingsactiviteiten, het verlenen van nevendiensten, de verkoop van gestructureerde deposito's en het verstrekken van advies aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's en de adequaatheid van de beleidsregels voor het verlenen van diensten aan cliënten, en onderneemt passende stappen om eventuele tekortkomingen aan te pakken.
   § 2. Het [2 bestuursorgaan]2 oefent effectief toezicht uit op de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de door die personen genomen beslissingen.
   Elk lid van het [2 bestuursorgaan]2 handelt eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest om daadwerkelijk de besluiten van de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, te beoordelen en deze, zo nodig, aan te vechten, en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de besluitvorming van het management.
   [3 De leden van het bestuursorgaan hebben passende toegang tot alle informatie en documenten die nodig zijn om de opdrachten uit te voeren waarmee ze zijn belast met toepassing van de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en de rechtstreeks toepasbare Europese regelgeving.]3
   § 3. Het [2 bestuursorgaan]2 beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in artikel 25/3 bedoelde onafhankelijke controlefuncties.
   § 4. In het jaarverslag van het [2 bestuursorgaan]2 wordt aangetoond dat de leden van de in artikel 25/2 bedoelde comités over de nodige individuele en collectieve deskundigheid beschikken.
   § 5. Het [2 bestuursorgaan]2 waakt erover dat het in artikel 25, § 3, bedoelde governancememorandum wordt geactualiseerd en dat het geactualiseerde governancememorandum aan de FSMA wordt overgemaakt.
   § 6. Het [2 bestuursorgaan]2 ziet toe op de integriteit van de boekhoud- en financiëleverslaggevingssystemen, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiële controle. Het beoordeelt de werking van de interne controle minstens eenmaal per jaar en waakt erover dat deze controle een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiëleverslaggevingsproces, zodat de jaarrekening en de financiële informatie in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.
   § 7. Het [2 bestuursorgaan]2 houdt toezicht op de procedure voor de bekendmaking en de mededeling van gegevens [3 die door of krachtens deze wet en Verordening (EU) 2019/2033]3 is vereist.]1

  [3 § 8. Het bestuursorgaan legt de algemene beginselen van het beloningsbeleid vast, beoordeelt deze regelmatig, en minstens eenmaal per jaar, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. Voor die beoordeling doet het een beroep op de onafhankelijke controlefuncties.]3
  
Art.34. [1 § 1er. L'[2 organe d'administration]2 évalue périodiquement, et au moins une fois par an, l'efficacité des dispositifs d'organisation de l'établissement visés aux articles 25 à 25/3, ainsi que les dispositions d'organisation spécifiques [3 visées aux articles 26 à 26/3]3 et leur conformité aux obligations légales et réglementaires. Il veille à ce que les personnes chargées de la direction effective de la société, le cas échéant le comité de direction, prennent les mesures nécessaires pour remédier aux éventuels manquements.
   L'[2 organe d'administration]2 contrôle et évalue également périodiquement la pertinence et la mise en oeuvre des objectifs stratégiques de l'entreprise en rapport avec la fourniture de services d'investissement, l'exercice d'activités d'investissement, la fourniture de services auxiliaires et la commercialisation de dépôts structurés et la fourniture de conseils aux clients sur de tels produits et l'adéquation des politiques relatives à la fourniture de services aux clients et prend les mesures appropriées pour remédier à toute déficience.
   § 2. L'[2 organe d'administration]2 exerce un contrôle effectif sur les personnes chargées de la direction effective de la société, le cas échéant le comité de direction, et assure la surveillance des décisions prises par ces personnes.
   Chaque membre de l'[2 organe d'administration]2 fait preuve d'une honnêteté, d'une intégrité et d'une indépendance d'esprit qui lui permettent d'évaluer et de remettre effectivement en question, si nécessaire, les décisions des personnes chargées de la direction effective de la société, le cas échéant le comité de direction, et d'assurer la supervision et le suivi effectifs des décisions prises en matière de gestion.
   [3 Les membres de l'organe d'administration disposent d'un accès adéquat aux informations et documents nécessaires pour assurer les missions dont ils sont chargés en application des dispositions de la présente loi, des arrêtés et règlements pris pour son exécution et de la réglementation européenne directement applicable.]3
   § 3. L'[2 organe d'administration]2 évalue en particulier le bon fonctionnement des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 25/3.
   § 4. Le rapport annuel de l'[2 organe d'administration]2 justifie la compétence individuelle et collective des membres des comités visés à l'article 25/2.
   § 5. L'[2 organe d'administration]2 s'assure de la mise à jour du mémorandum de gouvernance visé à l'article 25, § 3, et de la transmission à la FSMA du mémorandum de gouvernance actualisé.
   § 6. L'[2 organe d'administration]2 veille à l'intégrité des systèmes de comptabilité et de déclaration d'information financière, en ce compris les dispositifs de contrôle opérationnel et financier. Il évalue le fonctionnement du contrôle interne au moins une fois par an et s'assure que ce contrôle procure un degré de certitude raisonnable quant à la fiabilité du processus de reporting financier, de manière à ce que les comptes annuels et l'information financière soient conformes à la réglementation comptable en vigueur.
   § 7. L'[2 organe d'administration]2 supervise le processus de publication et de communication requis par ou en vertu de la présente loi [3 et du règlement (UE)2019/2033]3.]1

  [3 § 8. L'organe d'administration adopte et évalue régulièrement, et au moins une fois par an, les principes généraux de la politique de rémunération et assure la surveillance de sa mise en oeuvre. Dans le cadre de cette évaluation, il recourt aux fonctions de contrôle indépendantes.]3
  
Art. 34/1. [1 Onverminderd de bevoegdheden van het [3 bestuursorgaan]3 inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het [2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]2, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het [3 bestuursorgaan]3, de nodige maatregelen voor de naleving en de tenuitvoerlegging van het bepaalde bij de artikelen 25 tot 25/3, met inbegrip van de [4 in de artikelen 26 tot 26/3 bedoelde]4 bedoelde specifieke organisatieregeling.
   De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, rapporteren minstens eenmaal per jaar aan het [3 bestuursorgaan]3 en aan de FSMA over de naleving van de bepalingen van het eerste lid en over de maatregelen die, in voorkomend geval, worden genomen om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het verslag rechtvaardigt waarom deze maatregelen voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen.]1

  
Art. 34/1. [1 Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'[3 organe d'administration]3 en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le [2 Code des sociétés et des associations]2, les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'[3 organe d'administration]3, les mesures nécessaires pour assurer le respect et la mise en oeuvre des dispositions des articles 25 à 25/3, en ce compris les dispositions d'organisation spécifiques [4 visées aux articles 26 à 26/3]4.
   Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l'[3 organe d'administration]3 et à la FSMA sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er et sur les mesures prises le cas échéant pour remédier aux déficiences qui auraient été constatées. Le rapport justifie en quoi ces mesures satisfont aux dispositions légales et réglementaires.]1

  
Art. 34/2. [1 § 1. Dit artikel is niet van toepassing op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in de zin van artikel 2/2, § 1.
   § 2. In het kader van zijn taken als bedoeld in artikel 25/1 stelt het bestuursorgaan de risicotolerantie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies vast voor al haar werkzaamheden.
   Daartoe hecht het bestuursorgaan zijn goedkeuring aan en gaat het regelmatig over tot de toetsing van de strategieën en beleidslijnen voor het aangaan, beheren, opvolgen en beperken van de risico's waaraan de vennootschap voor vermogenbeheer en beleggingsadvies is of kan zijn blootgesteld, met inbegrip van de risico's die voortvloeien uit de macro-economische context waarin die vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
   De risicotolerantie van de vennootschap voor alle betrokken werkzaamheden wordt meegedeeld aan de FSMA, die op de hoogte wordt gehouden van de wijzigingen op dit vlak.
   § 3. Het bestuursorgaan trekt voldoende tijd uit voor een adequate inaanmerkingneming van de in paragraaf 2 bedoelde aspecten. Bovendien wijst het de nodige middelen toe aan het toezicht op het beheer van alle significante risico's waaraan de vennootschap is blootgesteld.
   § 4. De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, delen aan het bestuursorgaan passende informatie mee over alle significante risico's en over alle beleidslijnen inzake het beheer en de beheersing van de significante risico's van de vennootschap en de wijzigingen daarin.
   Het bestuursorgaan heeft doorgaans toegang tot de informatie over de risico's waaraan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies blootstaat of kan worden blootgesteld.]1

  
Art. 34/2. [1 § 1er. Le présent article ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées au sens de l'article 2/2, § 1er.
   § 2. Dans le cadre de ses missions visées à l'article 25/1, l'organe d'administration fixe le niveau de tolérance au risque de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement pour toutes les activités exercées.
   A cette fin, l'organe d'administration approuve et revoit régulièrement les stratégies et politiques régissant la prise, la gestion, le suivi et l'atténuation des risques auxquels la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est ou pourrait être exposée, y compris les risques générés par l'environnement macroéconomique dans lequel elle opère, eu égard à l'état du cycle économique.
   Le niveau de tolérance au risque de la société pour toutes les activités concernées est communiqué à la FSMA, qui est tenue informée des modifications le concernant.
   § 3. L'organe d'administration consacre un temps suffisant pour assurer une prise en compte adéquate des aspects visés au paragraphe 2. En outre, il alloue les ressources nécessaires à la surveillance de la gestion de l'ensemble des risques significatifs auxquels la société est exposée.
   § 4. Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, communiquent à l'organe d'administration les informations appropriées portant sur l'ensemble des risques significatifs, des politiques de gestion et de maîtrise des risques significatifs de la société et les modifications apportées à celles-ci.
   De manière générale, l'organe d'administration a accès à l'information sur les risques auxquels la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est ou peut être exposée.]1

  
Art.35. (NOTA : de geplande veranderingen bij art. 55 2017-12-05/04 worden overschreven) § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het [2 bestuursorgaan]2 en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
  In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 23 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
  Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgedragen bij een instelling die onder het toezicht staat van de FSMA overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, raadpleegt de FSMA eerst de Bank.
  De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het [2 bestuursorgaan]2 en tussen de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval tussen de leden van het directiecomité.
  Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepassing van de paragrafen 1 en 2.
  [1 § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en, in voorkomend geval, hun benoemingscomité zorgen voor een breed scala van kenmerken en vaardigheden bij de werving van leden voor het [2 bestuursorgaan]2 en voeren derhalve een beleid ter bevordering van diversiteit binnen dat orgaan.
   § 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wijden voldoende personele en financiële middelen aan de introductie en opleiding van leden van het [2 bestuursorgaan]2.]1

  
Art.35. (NOTE : les modifications prévues par l'art. 55 du 2017-12-05 sont écrasées) § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement informent préalablement la FSMA de la proposition de nomination des membres de l'[2 organe d'administration]2 et des membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes chargées de la direction effective, ainsi que des responsables des fonctions de contrôle indépendantes.
  Dans le cadre de l'information requise en vertu de l'alinéa 1er, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent à la FSMA tous les documents et informations lui permettant d'évaluer si les personnes dont la nomination est proposée disposent de l'honorabilité professionnelle nécessaire et de l'expertise adéquate à l'exercice de leur fonction conformément à l'article 23 .
  L'alinéa 1er est également applicable à la proposition de renouvellement de la nomination des personnes qui y sont visées ainsi qu'au non-renouvellement de leur nomination, à leur révocation ou à leur démission.
  § 2. La nomination des personnes visées au paragraphe 1er est soumise à l'approbation préalable de la FSMA.
  Lorsqu'il s'agit de la nomination d'une personne qui est proposée pour la première fois à une fonction visée au paragraphe 1er dans un établissement soumis au contrôle de la FSMA en application de l'article 45, § 1er, 2° de la loi du 2 août 2002, la FSMA consulte préalablement la Banque.
  La Banque communique son avis à la FSMA dans un délai d'une semaine à compter de la réception de la demande d'avis.
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement informent la FSMA de la répartition éventuelle des tâches entre les membres de l'[2 organe d'administration]2 et entre les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant entre les membres du comité de direction.
  Les modifications importantes intervenues dans la répartition des tâches visée à l'alinéa 1er donnent lieu à l'application des paragraphes 1er et 2.
  [1 § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et, le cas échéant, leur comité de nomination, font appel à un large éventail de qualités et de compétences lors du recrutement des membres de l'[2 organe d'administration]2 et à cet effet, mettent en place des politiques favorables à la diversité au sein de cet organe.
   § 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement consacrent des ressources humaines et financières adéquates à l'initiation et à la formation des membres de l'[2 organe d'administration]2.]1

  
Art. 35/1. [3 § 1.]3 [1 De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 25/3 bedoelde onafhankelijke controlefuncties, kunnen niet zonder voorafgaande goedkeuring van het [2 bestuursorgaan]2 uit hun functie worden verwijderd.
   De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies stelt de FSMA hier voorafgaandelijk van in kennis.]1

  [3 § 2. De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 25/3 bedoelde onafhankelijke controlefuncties, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de vennootschap.
   De in artikel 36, § 3, bedoelde interne regels moeten ervoor zorgen dat een externe functie die door een in het eerste lid bedoelde persoon wordt uitgeoefend, geen afbreuk kan doen aan de beschikbaarheid die vereist is voor de uitoefening van zijn onafhankelijke controlefunctie, en moeten voorkomen dat belangenconflicten ontstaan met de uitoefening van die functie.]3

  
Art. 35/1. [3 § 1er.]3 [1 Les personnes qui sont responsables des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 25/3 ne peuvent être démises de leur fonction sans l'accord préalable de l'[2 organe d'administration]2.
   La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en informe préalablement la FSMA.]1

  [3 § 2. Les personnes qui sont responsables des fonctions de contrôle indépendantes visées à l'article 25/3 consacrent le temps nécessaire à l'exercice de leurs fonctions au sein de la société.
   Les règles internes visées à l'article 36, § 3 doivent veiller à ce qu'une fonction extérieure exercée par une personne visée à l'alinéa 1er ne puisse pas porter atteinte à la disponibilité requise pour l'exercice de sa fonction de contrôle indépendante et prévenir tout conflit d'intérêts avec l'exercice de cette fonction.]3

  
Art.36. [1 § 1. De leden van het [4 bestuursorgaan]4, de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 2. Onverminderd paragraaf 1 en de artikelen 25 tot 26 mogen [5 de leden van de organen van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]5 en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, op de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid van een [3 vennootschap]3, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriële, commerciële of financiële werkzaamheden.
   § 3. De externe functies als bedoeld in § 2 worden beheerst door de interne regels die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet invoeren en doen naleven teneinde:
   1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen;
   2° te voorkomen dat bij de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies belangenconflicten zouden optreden alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden;
   3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.
   De FSMA bepaalt, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd.
   § 4. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op de voordracht van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dan wel personen die zij aanwijst.
   § 5. [5 De leden van het bestuursorgaan die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen mandaat uitoefenen in een vennootschap waarin de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap.]5
   Onverminderd de paragrafen 1 en 3 zijn de in paragraaf 2 bedoelde externe functies bovendien beperkt, voor zover ze worden uitgeoefend in andere [3 vennootschappen]3 dan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tenzij het mandaat in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt uitgeoefend ter vertegenwoordiging van een lidstaat, tot het volgend aantal mandaten:
   1° hetzij drie mandaten die geen deelname aan het dagelijks bestuur mogen impliceren; of
   2° een mandaat dat een deelname aan het dagelijks bestuur impliceert en een mandaat dat geen deelname aan het dagelijks bestuur mag impliceren.
   [5 De in het tweede lid bedoelde regel is niet van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet significant zijn omwille van hun interne organisatie of de aard, de reikwijdte, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van hun activiteiten.]5
   § 6. De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 41, § 3, waarmee de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft, of in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012 of van de wet van 19 april 2014, of in een patrimonium-vennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten.
   Onverminderd de paragrafen 1 en 3 zijn de in paragraaf 2 bedoelde externe functies bovendien beperkt, voor zover ze worden uitgeoefend in andere [3 vennootschappen]3 dan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beperkt tot twee mandaten die geen deelname aan het dagelijks bestuur mogen impliceren, tenzij het mandaat in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies wordt uitgeoefend ter vertegenwoordiging van een lidstaat.
   [5 De in het tweede lid bedoelde regel is niet van toepassing op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet significant zijn omwille van hun interne organisatie of de aard, de reikwijdte, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van hun activiteiten.]5
   § 7. In individuele gevallen kan de FSMA een afwijking toestaan van het maximum aantal mandaten waarin is voorzien in paragrafen 5 en 6, door toe te staan dat een bijkomend mandaat wordt uitgeoefend dat geen deelname aan het dagelijks bestuur impliceert. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit regelmatig op de hoogte van het gebruik dat zij van deze afwijkingsbevoegdheid maakt.
   § 8. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies notifiëren zonder uitstel aan de FSMA de functies uitgeoefend buiten de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies door de in paragraaf 2 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.
   § 9. Voor de toepassing van paragrafen 5, tweede lid, en 6, tweede lid, wordt de uitoefening van verschillende mandaten, die al dan niet een deelname aan het dagelijks bestuur impliceren, in ondernemingen die deel uitmaken van de groep waartoe de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies behoort of van een andere groep, als één enkel mandaat beschouwd.
   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "groep" een geheel van ondernemingen verstaan dat wordt gevormd door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden in de zin van artikel 3, 26°, van deze wet, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd, en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze een deelneming aanhouden in de zin van artikel 3, 26°, van deze wet.
   § 10. Voor de toepassing van dit artikel kan de FSMA aan de hand van de statuten nagaan of al dan niet externe functies worden uitgeoefend in [3 vennootschappen]3, in het bijzonder wat externe functies in patrimoniumvennootschappen betreft.".
   § 11. In afwijking van paragraaf 5 mag een lid van het [4 bestuursorgaan]4 van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dat niet deelneemt aan de effectieve leiding van die vennootschap en dat benoemd is naar aanleiding van de verwerving van een deelneming of de overname van de activiteiten van een vennootschap waarin diezelfde persoon deelneemt aan de effectieve leiding, het mandaat dat hij bij deze laatste vennootschap uitoefent op de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven uitoefenen tot het verstrijkt, voor zover dat mandaat niet langer dan 6 jaar na de voornoemde verwerving of overname wordt uitgeoefend.
   § 12. [2 In afwijking van paragraaf 6 mogen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, tot 3 januari 2021 hun lopende mandaten blijven uitoefenen die een deelname inhouden aan het dagelijks bestuur van een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de in artikel 36, § 6, bedoelde vennootschappen.]2]1

  
Art.36. [1 § 1er. Les membres de l'[4 organe d'administration]4, les membres du comité de direction et, en l'absence de comité de direction, les personnes en charge de la direction effective, consacrent le temps nécessaire à l'exercice de leurs fonctions au sein de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er et des articles 25 à 26, [5 les membres des organes d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement]5 et toutes personnes qui, sous quelque dénomination et en quelque qualité que ce soit, prennent part à l'administration ou à la gestion de l'entreprise peuvent, en représentation ou non de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, exercer des mandats d'administrateur ou de gérant ou prendre part à l'administration ou à la gestion au sein d'une société [3 ...]3, d'une entreprise d'une autre forme de droit belge ou étranger ou d'une institution publique belge ou étrangère, ayant une activité industrielle, commerciale ou financière, aux conditions et dans les limites prévues au présent article.
   § 3. Les fonctions extérieures visées au § 2 sont régies par des règles internes que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit adopter et faire respecter en vue de poursuivre les objectifs suivants:
   1° éviter que l'exercice de ces fonctions par des personnes participant à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne porte atteinte à la disponibilité requise pour l'exercice de cette direction;
   2° prévenir dans le chef de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement la survenance de conflits d'intérêts ainsi que les risques qui s'attachent à l'exercice de ces fonctions, notamment sur le plan des opérations d'initiés;
   3° assurer une publicité adéquate de ces fonctions.
   La FSMA fixe, les modalités de ces obligations par voie de règlement soumis à l'approbation du Roi.
   § 4. Les mandataires sociaux nommés sur présentation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent être des personnes qui participent à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou des personnes qu'elle désigne.
   § 5. [5 Les membres de l'organe d'administration ne participant pas à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent exercer un mandat dans une société dans laquelle l'entreprise détient une participation que s'ils ne participent pas à la gestion courante de cette société.]5
   En outre, et sans préjudice des paragraphes 1er et 3, les fonctions extérieures visées au paragraphe 2, pour autant qu'elles soient exercées dans des sociétés [3 ...]3 autres que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, sont limitées, sauf dans l'hypothèse où le mandat au sein de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est exercé en représentation d'un Etat membre, au nombre de mandats suivants:
   1° soit à trois mandats ne pouvant impliquer une participation à la gestion courante; ou
   2° soit à un mandat impliquant une participation à la gestion courante et un mandat ne pouvant impliquer une participation à la gestion courante.
   [5 La règle visée à l'alinéa 2 ne s'applique pas aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ne revêtent pas une importance significative en raison de leur organisation interne ou en raison de la nature, de la portée, de la complexité ou du caractère transfrontalier de leurs activités.]5
   § 6. Les personnes qui participent à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent exercer un mandat comportant une participation à la gestion courante que s'il s'agit d'une société visée à l'article 41, § 3, avec laquelle la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens étroits, d'un organisme de placement collectif à forme statutaire au sens de la loi du 3 août 2012 ou de la loi du 19 avril 2014, ou d'une société patrimoniale dans laquelle de telles personnes ou leur famille détiennent dans le cadre de la gestion normale de leur patrimoine un intérêt significatif.
   En outre, et sans préjudice des paragraphes 1er et 3, les fonctions extérieures visées au paragraphe 2, pour autant qu'elles soient exercées dans des sociétés [3 ...]3s autres que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, sont limitées à deux mandats ne pouvant impliquer une participation à la gestion courante sauf dans l'hypothèse où le mandat au sein de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est exercé en représentation d'un Etat membre.
   [5 La règle visée à l'alinéa 2 ne s'applique pas aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ne revêtent pas une importance significative en raison de leur organisation interne ou en raison de la nature, de la portée, de la complexité ou du caractère transfrontalier de leurs activités.]5
   § 7. La FSMA peut, dans des cas individuels, accorder une dérogation au nombre de mandats maximum prévus aux paragraphes 5 et 6, en autorisant la possibilité d'exercer un mandat supplémentaire n'impliquant pas une participation à la gestion courante. La FSMA informe, sur une base régulière, l'Autorité européenne des marchés financiers de l'usage qu'elle fait de ce pouvoir de dérogation.
   § 8. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement notifient sans délai à la FSMA les fonctions exercées en dehors de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement par les personnes visées au paragraphe 2 aux fins du contrôle du respect des dispositions prévues au présent article.
   § 9. Pour l'application des paragraphes 5, alinéa 2, et 6, alinéa 2, sont considérés comme un seul mandat l'exercice de plusieurs mandats, impliquant ou non une participation à la gestion courante, dans des entreprises faisant partie du groupe dont fait partie la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou d'un autre groupe.
   Aux fins du présent article, on entend par "groupe", un ensemble d'entreprises constitué par une entreprise mère, ses filiales, les entreprises dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent une participation directe ou indirecte au sens de l'article 3, 26°, de la présente loi, ainsi que des entreprises qui constituent un consortium et les entreprises contrôlées par ces dernières ou dans lesquelles elles détiennent une participation au sens de l'article 3, 26°, de la présente loi.
   § 10. Pour l'application de cet article, la FSMA peut vérifier à l'aide des statuts si des fonctions externes sont exercées ou non dans des sociétés [3 ...]3, plus particulièrement en ce qui concerne les fonctions externes dans des sociétés patrimoniales. ".
   § 11. Par dérogation au paragraphe 5, un membre de l'[4 organe d'administration]4 d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne participant pas à la direction effective de celle-ci, qui est nommé à la suite de l'acquisition d'une participation ou de la reprise des activités d'une société dans laquelle cette même personne participe à la direction effective, est autorisé à poursuivre l'exercice de son mandat en cours au sein de cette dernière société à la date d'entrée en vigueur de la présente loi jusqu'à l'expiration de celui-ci, pour autant que l'exercice de ce mandat ne dépasse pas la date d'anniversaire des 6 ans de l'acquisition ou de la reprise précitée.
   § 12. [2 Par dérogation au paragraphe 6, les membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, les personnes qui participent à la direction effective d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont, jusqu'au 3 janvier 2021, autorisées à poursuivre l'exercice de leurs mandats en cours comportant une participation à la gestion courante d'une société dans laquelle ces personnes sont les uniques dirigeants et dont l'activité se limite à des services de gestion aux sociétés visées à l'article 36, § 6.]2]1

  
Art.37. In geval van faillissement van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
  Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duidelijke fout van deze personen tot het faillissement heeft bijgedragen.
Art.37. En cas de faillite d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, sont nuls et sans effet relativement à la masse, les paiements effectués par cette société, soit en espèces, soit autrement, à ses administrateurs ou gérants, à titre de tantièmes ou autres participations aux bénéfices, au cours des deux années qui précèdent le moment déterminé par le tribunal comme étant celui de la cessation de ses paiements.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas si le tribunal reconnaît qu'aucune faute grave et caractérisée de ces personnes n'a contribué à la faillite.
Onderafdeling 3/1. [1 - Tenuitvoerlegging van het beloningsbeleid]1
Sous-section 3/1. [1 Mise en oeuvre de la politique de rémunératio]1
Art. 37/1. [1 § 1. Dit artikel is niet van toepassing op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in de zin van artikel 2/2, § 1.
   § 2. Het beloningsbeleid dat conform de artikelen 25, § 1, eerste lid, 6°, en 34, § 8 wordt vastgelegd, strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, omvat maatregelen om belangenconflicten te vermijden, en houdt rekening met de langetermijneffecten van de beleggingsbeslissingen van de vennootschap. Het beloningsbeleid is genderneutraal en wordt duidelijk gedocumenteerd. Het zet aan tot verantwoord ondernemerschap en bevordert risicobewustzijn en voorzichtig risicogedrag. Bij de opstelling en de toepassing van hun beloningsbeleid nemen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de beginselen van Bijlage I bij deze wet in acht op een wijze en in een mate die aansluit bij de omvang en de interne organisatie van de vennootschap en bij de aard, reikwijdte en complexiteit van haar werkzaamheden.
   § 3. Het beloningsbeleid heeft betrekking op de categorieën van personeelsleden van wie de beroepsactiviteiten een significante invloed hebben op het risicoprofiel van de vennootschap of van de door haar beheerde activa.
   Voor de toepassing van het eerste lid omvatten de categorieën van personeelsleden van wie de beroepsactiviteiten een significante invloed hebben op het risicoprofiel van de vennootschap voor vermogensbeheer of beleggingsadvies of van de door haar beheerde activa, ten minste:
   1° de leden van het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité;
   2° de personen die onafhankelijke controlefuncties uitoefenen;
   3° de personen die risiconemende functies uitoefenen; en
   4° de medewerkers van wie de totale beloning op zijn minst gelijk is aan de laagste beloning van de in 1° en 3° bedoelde personen.
   § 4. Het beloningsbeleid heeft betrekking op alle beloningen, met inbegrip van de variabele beloningen en de uitkeringen uit hoofde van discretionair pensioen, van de in paragraaf 3 bedoelde personen, en maakt, overeenkomstig de voorschriften van Bijlage I bij deze wet, een duidelijk onderscheid om de criteria te bepalen ter vastlegging van:
   - de vaste basisbeloning, die in de eerste plaats de relevante beroepservaring en organisatorische verantwoordelijkheden moet weerspiegelen, zoals uiteengezet in de functieomschrijving die deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden, en
   - de variabele beloning, die afhankelijk is van prestatiecriteria, die een duurzaam en aan de risico's aangepast rendement moet weerspiegelen, alsook extra prestaties die worden geleverd naast de prestaties beschreven in de functieomschrijving die deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden.
   § 5. Bijlage I bij deze wet legt de criteria, regels en verplichtingen vast waaraan het beloningsbeleid van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en de tenuitvoerlegging ervan moeten voldoen, in het bijzonder de voorwaarden voor de vaststelling en de betaling van de variabele beloning.
   § 6. De beloningspraktijken met betrekking tot de in paragraaf 3 bedoelde personen stroken met het door de vennootschap vastgestelde beloningsbeleid en voldoen aan de verplichtingen van Bijlage I bij deze wet. Deze beloningspraktijken worden regelmatig, en minstens eenmaal per jaar, intern beoordeeld door de controlefuncties om na te gaan of de bepalingen van Bijlage I te allen tijde worden nageleefd, rekening houdend met de ontwikkeling van de situatie van de vennootschap.]1

  
Art. 37/1. [1 § 1er. Le présent article ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées au sens de l'article 2/2, § 1er.
   § 2. La politique de rémunération adoptée conformément aux articles 25, § 1er, alinéa 1er, 6° et 34, § 8 est conforme à la stratégie économique, aux objectifs, aux valeurs et aux intérêts à long terme de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, comprend des mesures visant à éviter les conflits d'intérêts et tient compte des effets à long terme des décisions d'investissement de la société. La politique de rémunération est neutre du point de vue du genre et est décrite de manière claire. Elle encourage une conduite responsable des activités de la société et favorise la sensibilisation aux risques et la prudence dans la prise de risques. Lors de l'établissement et de l'application de sa politique de rémunération, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement observe les principes énoncés à l'Annexe I à la présente loi, d'une manière et dans une mesure qui correspond à la taille et l'organisation interne de la société et à la nature, la portée et la complexité de ses activités.
   § 3. La politique de rémunération couvre les catégories de membres du personnel dont les activités professionnelles ont une incidence significative sur le profil de risque de la société ou des actifs dont celle-ci assure la gestion.
   Aux fins de l'alinéa 1er, les catégories de membres du personnel dont les activités professionnelles ont une incidence significative sur le profil de risque de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou des actifs dont celle-ci assure la gestion comprennent au moins:
   1° les membres de l'organe d'administration et les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction ;
   2° les personnes qui occupent des fonctions de contrôle indépendantes ;
   3° les personnes qui occupent une fonction impliquant une prise de risques; et
   4° les collaborateurs dont la rémunération totale est à tout le moins égale à la rémunération la plus basse perçue par les personnes visés au 1° et 3°.
   § 4. La politique de rémunération couvre toutes les rémunérations, en ce compris les rémunérations variables et les prestations de pension discrétionnaires, des personnes visées au paragraphe 3 et opère, en conformité avec le prescrit de l'Annexe I à la présente loi, une distinction claire pour déterminer les critères de fixation :
   - de la rémunération de base fixe, qui doit refléter au premier chef une expérience professionnelle pertinente et les responsabilités organisationnelles telles que définies dans la description de fonctions qui fait partie des conditions de travail, et
   - de la rémunération variable qui est fonction de critères de performance qui doit refléter un rendement durable et adapté aux risques, ainsi que des prestations supplémentaires fournies en plus de celles décrites dans la description de fonctions qui fait partie des conditions de travail.
   § 5. L'Annexe I à la présente loi définit les critères, modalités et obligations auxquels doivent satisfaire la politique de rémunération des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et sa mise en oeuvre, en particulier les conditions relatives à la fixation et au paiement de la rémunération variable.
   § 6. Les pratiques de rémunération relatives aux personnes visées au paragraphe 3 respectent la politique de rémunération arrêtée par la société et les obligations énoncées à l'Annexe I à la présente loi. Ces pratiques font l'objet d'une évaluation interne régulière par les fonctions de contrôle à tout le moins une fois par an afin de vérifier si, compte tenu de l'évolution de la situation de la société, les dispositions prévues à l'Annexe I sont en permanence respectées.]1

  
Art. 37/2. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die uitzonderlijke overheidssteun hebben verkregen, passen hun beloningsbeleid en -praktijken aan conform de vereisten van Bijlage I bij deze wet.]1
  
Art. 37/2. [1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ont reçu un soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics adaptent leurs politiques et pratiques de rémunération conformément aux exigences prévues à l'Annexe à la présente loi.]1
  
Onderafdeling 4. - Fusies en overdrachten
Sous-section 4. - Fusions et cessions
Art.38. De toestemming van de FSMA is vereist:
  1° voor fusies van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, of van dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiële sector bedrijvige instellingen;
  2° wanneer tussen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, het bedrijf of het net integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen.
  De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de betrokken vennootschap(pen) voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen.
Art.38. Sont soumises à l'autorisation de la FSMA :
  1° les fusions entre sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou entre de telles sociétés et d'autres entreprises d'investissement ou d'autres institutions financières;
  2° les cessions entre sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou entre de telles sociétés et d'autres entreprises d'investissement ou d'autres institutions financières de l'ensemble ou d'une partie de leur activité ou de leur réseau.
  La FSMA ne peut refuser l'autorisation que dans les trois mois de la notification préalable qui lui a été faite du projet et pour des motifs tenant à la gestion saine et prudente de la ou des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées. Si elle n'intervient pas dans le délai fixé ci-dessus, l'autorisation est réputée acquise.
Art.39. Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken vennootschappen of ondernemingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 38, is aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.39. Toute cession totale ou partielle entre sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou entre de telles sociétés et d'autres entreprises d'investissement ou autres institutions financières, des droits et obligations résultant des opérations des sociétés ou entreprises concernées, et autorisées conformément à l'article 38, est opposable aux tiers dès la publication au Moniteur belge de l'autorisation de la FSMA.
Onderafdeling 5. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Sous-section 5. - Obligations et interdictions
Art.40. Buiten de diensten en activiteiten die zij overeenkomstig hun vergunning mogen verrichten, en buiten [1 de diensten en]1 de werkzaamheden die zich in dit kader situeren of hier rechtstreeks bij aansluiten of bijkomend of aanvullend zijn, mogen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies [1 geen andere diensten of werkzaamheden verrichten]1, tenzij met de toestemming van de FSMA.
  
Art.40. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent, sauf autorisation de la FSMA, [1 fournir d'autres services ni exercer d'autres activités que les services et les activités autorisés par leur agrément]1 ainsi que les activités qui se situent dans le cadre ou le prolongement direct de ces services [1 et activités]1, ou qui en constituent l'accessoire ou le complément.
  
Art.41. § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen bezitten, in welke vorm ook, in één of meer ondernemingen, onder de voorwaarden en binnen de grenzen zoals vastgesteld bij dit artikel.
  § 2. [1 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ondernemingen, de vennootschappen en de Europese economische samenwerkingsverbanden verstaan.]1
  § 3. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen houden in:
  1° Belgische of buitenlandse krediet-instellingen;
  2° Belgische of buitenlandse beleggingsondernemingen;
  3° vereffeningsinstellingen of met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen als bedoeld in het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 36/26 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  4° Belgische of buitenlandse verzekerings-ondernemingen of herverzekerings-ondernemingen;
  5° Belgische of buitenlandse beheervennoot-schappen van instellingen voor collectieve belegging, als bedoeld in de wet van 3 augustus 2012;
  6° Belgische of buitenlandse beheer-vennootschappen van AICB's als bedoeld in de wet van 19 april 2014;
  7° andere Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van de werkzaamheden bedoeld in artikel 40 of de werkzaamheden van de in 1° tot en met 6° bedoelde ondernemingen, alsook in vennootschappen die zijn opgericht om het kapitaal van dergelijke ondernemingen in onder te brengen;
  8° Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van nevendiensten van het bedrijf van instellingen als bedoeld in 1° tot en met 6°.
  § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen bezitten in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, voor zover het om deelnemingen gaat die geen gekwalificeerde deelneming vormen, of elke post ten hoogste 15 pct. en het totale bedrag van deze posten ten hoogste 45 pct. van het eigen vermogen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedraagt. Deze grenzen kunnen evenwel bij koninklijk besluit worden verhoogd, op advies van de FSMA, maar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag per post nooit voor meer dan 15 pct. van haar eigen vermogen gekwalificeerde deelnemingen bezitten en het totaal van deze deelnemingen mag nooit 60 pct. van haar eigen vermogen overschrijden.
  Voor de toepassing van de begrenzing per post overeenkomstig het eerste lid, worden de deelnemingen die zijn uitgegeven door vennootschappen die, ongeacht hun statuut en hun rechtsvorm, ten aanzien van het risico een samenhangend geheel vormen, als één enkele post beschouwd; tot bewijs van het tegendeel moeten verbonden ondernemingen ten aanzien van het risico als een samenhangend geheel worden beschouwd.
  Onverminderd het eerste lid moeten voor de toepassing van de artikelen 30 en 54, integraal van het eigen vermogen worden afgetrokken:
  a) de deelnemingen in ondernemingen die een gekwalificeerde deelneming bezitten in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in een dochteronderneming hiervan;
  b) de deelnemingen in ondernemingen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen die dergelijke gekwalificeerde deelnemingen bezitten.
  § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA het tijdelijk bezit van deelnemingen toestaan ongeacht de voorwaarden en beperkingen als bedoeld in § 4.
  Indien een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, als gevolg van toestemmingen overeenkomstig het eerste lid, in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, een gekwalificeerde deelneming bezit waarvan het bedrag hoger ligt dan het bij paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen van de onderneming of indien het totaal van dergelijke deelnemingen hoger ligt dan het bij dezelfde paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen, wordt voor de toepassing van de artikelen 30 en 54 het overschrijdende bedrag afgetrokken van het eigen vermogen. Bij overschrijding van beide voornoemde grenzen wordt de grootste overschrijding van het eigen vermogen afgetrokken.
  § 6. De in dit artikel vermelde besluiten worden genomen na raadpleging van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun representatieve beroepsverenigingen.
  § 7. De voorschriften van dit artikel doen geen afbreuk aan de met toepassing van artikel 54 uitgevaardigde reglementaire voorschriften.
  
Art.41. § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir, directement ou indirectement, des participations, quelle qu'en soit la forme, dans une ou plusieurs entreprises aux conditions et dans les limites fixées par le présent article.
  § 2. [1 Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par entreprises, les sociétés et les groupements européens d'intérêt économique.]1
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir des participations dans:
  1° les établissements de crédit, belges ou étrangers;
  2° les entreprises d'investissement, belges ou étrangères;
  3° les organismes de liquidation ou organismes assimilés à des organismes de liquidation, tels que visés par l'arrêté royal pris en exécution de l'article 36/26 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique;
  4° les entreprises d'assurances ou entreprises de réassurances, belges ou étrangères;
  5° les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, belges ou étrangères, telles que visées par la loi du 3 août 2012;
  6° les sociétés de gestion d'OPCA, belges ou étrangères, telles que visées par la loi du 19 avril 2014;
  7° d'autres entreprises, belges ou étrangères, dont l'objet principal consiste dans l'exercice des activités visées à l'article 40 ou des activités des entreprises visées aux points 1° à 6°, ainsi que dans des sociétés constituées en vue de détenir le capital de telles entreprises;
  8° des entreprises belges ou étrangères dont l'objet principal consiste dans la prestation de services auxiliaires à l'activité des établissements visés aux points 1° à 6°.
  § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir des participations dans d'autres cas que ceux visés au paragraphe 3 pour autant qu'il s'agisse de participations qui ne constituent pas des participations qualifiées ou que chaque poste n'excède pas 15 p.c. des fonds propres de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et que le montant total de ces postes n'excède pas 45 p.c. des fonds propres de l'entreprise. Ces limites peuvent toutefois être majorées par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, sans qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne puisse détenir des participations qualifiées qui excèdent, par poste, 15 p.c. des fonds propres de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et sans que le total de ces participations puisse excéder 60 p.c. des fonds propres de la société.
  Pour l'application de la limite par poste fixée conformément à l'alinéa 1er, sont considérées comme un seul poste les participations émises par des sociétés qui, indépendamment de leur statut et de leur forme juridique, constituent un ensemble du point de vue du risque; les entreprises liées sont, jusqu'à preuve du contraire, à considérer comme un ensemble du point de vue du risque.
  Sans préjudice de l'alinéa 1er doivent être intégralement déduites des fonds propres pour l'application des articles 30 et 54:
  a) les participations dans des entreprises détenant une participation qualifiée dans la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou dans des filiales de cette dernière;
  b) les participations dans des entreprises contrôlées par des personnes physiques ou morales détenant de telles participations qualifiées.
  § 5. Dans des cas spéciaux, la FSMA peut autoriser la détention temporaire de participations en dehors des conditions et limites visées au § 4.
  Si, par suite des autorisations données conformément à l'alinéa 1er, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détient, dans les autres cas que ceux visés au paragraphe 3, une participation qualifiée dont le montant excède le pourcentage des fonds propres de l'entreprise applicable en vertu du § 4 ou si le total de telles participations excède le pourcentage des fonds propres applicable en vertu du même § 4, le montant de l'excédent est soustrait des fonds propres pour l'application des articles 30 et 54. En cas d'excédents par rapport aux deux limites précitées, l'excédent le plus élevé est déduit des fonds propres.
  § 6. Les arrêtés visés au présent article sont pris après consultation des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement représentées par leurs associations professionnelles.
  § 7. Les dispositions du présent article ne portent pas préjudice aux dispositions réglementaires prescrites par application de l'article 54.
  
Art.42. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen gelddeposito's ontvangen.
Art.42. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent recevoir des dépôts de fonds.
Art.43. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen leningen, noch kredieten toestaan.
Art.43. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent consentir des prêts ou des crédits.
Art.44. § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen beroep doen op in België gevestigde tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die niet zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
  Indien zij een beroep wensen te doen op een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent dienen zij zich ervan te vergewissen dat deze persoon in de betrokken lidstaat is ingeschreven [1 in het register bedoeld in artikel 29, lid 3, van richtlijn 2014/65/EU]1. Zij vergewissen zich van de beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op de verbonden agenten.
  [1 ...]1
  § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die samenwerken met een verbonden agent blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim van deze verbonden agent die voor hun rekening optreedt.
  De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zien erop toe dat de verbonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliënt.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dienen de werkzaamheden van de verbonden agenten te controleren. Zij treffen daarbij afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve gevolgen die de gebeurlijke bijkomende activiteiten van de verbonden agenten zouden hebben op de werkzaamheden die deze voor hun rekening verrichten.
  § 4. De FMSA kan de bepalingen van dit artikel aanvullen met reglementen genomen met toepassing van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002. Deze reglementen kunnen inzonderheid de verplichtingen bepalen die op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies rusten die samenwerken met verbonden agenten.
  
Art.44. § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent faire appel à des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement établis en Belgique qui ne sont pas inscrits conformément à l'article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006.
  Si elles souhaitent faire appel à un agent lié établi dans un autre Etat membre, elles doivent veiller à ce que cette personne soit inscrite, dans l'Etat membre concerné, [1 au registre visé à l'article 29, paragraphe 3, de la directive 2014/65/UE]1. Elles s'assurent des limitations applicables aux agents liés dans l'Etat concerné.
  [1 ...]1
  § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui collaborent avec un agent lié assument la responsabilité entière et inconditionnelle de toute action effectuée ou de toute omission commise par cet agent lié lorsqu'il agit pour leur compte.
  Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement veillent à ce que les agents liés avec lesquels elles collaborent indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter avec un client.
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont tenues de contrôler les activités des agents liés. Elles prennent les mesures adéquates afin d'éviter que les éventuelles activités complémentaires des agents liés n'aient un impact négatif sur les activités exercées par ces agents pour le compte de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 4. La FSMA peut compléter les dispositions du présent article par des règlements pris en application des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002. Ces règlements peuvent déterminer en particulier les obligations qui incombent aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement collaborant avec des agents liés.
  
Art. 44/1. [1 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die, namens verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, beleggen in aandelen van vennootschappen die op een gereglementeerde markt zijn genoteerd, voldoen aan de in paragraaf 2 uiteengezette vereisten, of maken een duidelijke en gemotiveerde toelichting openbaar over de redenen waarom zij ervoor hebben gekozen niet aan een of meer van die vereisten te voldoen.
   § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ontwikkelen een betrokkenheidsbeleid waarin wordt beschreven hoe zij aandeelhoudersbetrokkenheid in hun beleggingsstrategie integreren, en maken dat beleid openbaar. In dat beleid wordt beschreven hoe zij (i) toezicht uitoefenen op de vennootschappen waarin is belegd, ten aanzien van relevante aangelegenheden waaronder toezicht op de strategie, de financiële en niet-financiële prestaties en risico's, de kapitaalstructuur, maatschappelijke en ecologische effecten, en corporate governance, (ii) een dialoog voeren met de vennootschappen waarin is belegd, (iii) stemrechten en andere aan aandelen verbonden rechten uitoefenen, (iv) samenwerken met andere aandeelhouders, (v) communiceren met relevante belanghebbenden van de vennootschappen waarin is belegd, en (vi) feitelijke en potentiële belangenconflicten in verband met hun betrokkenheid beheersen.
   De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies maken elk jaar openbaar hoe hun betrokkenheidsbeleid is uitgevoerd, met onder meer een algemene beschrijving van stemgedrag, een toelichting bij de belangrijkste stemmingen en het gebruik van de diensten van volmachtadviseurs. Zij maken openbaar hoe zij hebben gestemd op de algemene vergaderingen van vennootschappen waarvan zij aandelen bezitten. Stemmingen die wegens het onderwerp van de stemming of de grootte van het belang in de vennootschap onbetekenend zijn, mogen uit deze openbaarmaking worden weggelaten.
   § 3. De in paragraaf 2 bedoelde informatie is gratis beschikbaar op de website van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 4. De bepalingen van artikel 27, § 4, van de wet van 2 augustus 2002, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook de overeenkomstige gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig richtlijn 2014/65/EU, zijn ook van toepassing op betrokkenheidsactiviteiten.]1

  
Art. 44/1. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui investissent dans des actions de sociétés cotées sur un marché réglementé au nom d'entreprises d'assurance ou de réassurance ou d'institutions de retraite professionnelle respectent les exigences énoncées au paragraphe 2 ou rendent publique une explication claire et motivée de la raison pour laquelle elles ont choisi de ne pas respecter une ou plusieurs de ces exigences.
   § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement élaborent et rendent publique une politique d'engagement décrivant la manière dont elles intègrent l'engagement des actionnaires dans leur stratégie d'investissement. Cette politique décrit la manière dont elles (i) assurent le suivi des sociétés détenues sur des questions pertinentes, y compris la stratégie, les performances financières et non financières ainsi que le risque, la structure du capital, l'impact social et environnemental et la gouvernance d'entreprise, (ii) dialoguent avec les sociétés détenues, (iii) exercent les droits de vote et d'autres droits attachés aux actions, (iv) coopèrent avec les autres actionnaires, (v) communiquent avec les acteurs pertinents des sociétés détenues et (vi) gèrent les conflits d'intérêts réels ou potentiels par rapport à leur engagement.
   Chaque année, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement rendent publiques les informations sur la manière dont leur politique d'engagement a été mise en oeuvre, y compris une description générale de leur comportement de vote, une explication des votes les plus importants et le recours à des services de conseillers en vote. Elles rendent publique la manière dont elles ont exprimé leurs votes lors des assemblées générales des sociétés dont elles détiennent des actions. Cette communication peut exclure les votes qui sont insignifiants en raison de l'objet du vote ou de la taille de la participation dans la société.
   § 3. Les informations visées au paragraphe 2 sont mises à disposition gratuitement sur le site internet de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   § 4. Les dispositions de l'article 27, § 4, de la loi du 2 août 2002, des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que des actes délégués correspondants adoptés en vertu de la directive 2014/65/UE, sont également d'application en ce qui concerne les activités d'engagement.]1

  
Art. 44/2. [1 § 1. De in artikel 44/1 bedoelde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies maken aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening waarmee zij de in artikel 101/2 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of in artikel 95, § 3, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoelde overeenkomsten zijn aangegaan jaarlijks bekend hoe hun beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan in overeenstemming zijn met deze overeenkomst en bijdragen aan de middellange- tot langetermijnprestaties van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of de instelling voor collectieve belegging. Die bekendmaking omvat rapportage over de voornaamste materiële middellange- tot langetermijnrisico's die aan de beleggingen zijn verbonden, de samenstelling, de omloopsnelheid en de aan de omloopsnelheid van de portefeuille verbonden kosten, het gebruik van volmachtadviseurs voor betrokkenheidsactiviteiten en hun beleid inzake effectenleningen en hoe dat in voorkomend geval wordt toegepast ten behoeve van hun betrokkenheidsactiviteiten, met name tijdens de algemene vergadering van de vennootschappen waarin is belegd. Die bekendmaking omvat ook informatie over of en zo ja, hoe zij beleggingsbeslissingen nemen op basis van een beoordeling van de middellange- tot langetermijnprestaties, waaronder de niet-financiële prestaties, van de vennootschap waarin is belegd, en over of en zo ja, welke belangenconflicten er in verband met betrokkenheidsactiviteiten zijn ontstaan en hoe de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies daarmee zijn omgegaan.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie moet openbaar worden gemaakt samen met de in artikel 27ter, § 7, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde periodieke mededelingen.
   Indien de ingevolge paragraaf 1 bekendgemaakte informatie reeds voor het publiek beschikbaar is, hoeft de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de informatie niet rechtstreeks aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te verstrekken.]1

  
Art. 44/2. [1 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées à l'article 44/1 communiquent, une fois par an, à l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou l'institution de retraite professionnelle avec laquelle elles ont conclu les accords visés à l'article 101/2 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ou à l'article 95, § 3, alinéa 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, la manière dont leur stratégie d'investissement et sa mise en oeuvre respectent cet accord et contribuent aux performances à moyen et long terme des actifs de l'entreprise d'assurance ou de réassurance, de l'institution de retraite professionnelle ou de l'organisme de placement collectif. Cette communication comprend des informations sur les principaux risques importants à moyen et long terme liés aux investissements, sur la composition, la rotation et les coûts de rotation du portefeuille, sur le recours à des conseillers en vote aux fins des activités d'engagement et leur politique en matière de prêts de titres et la manière dont celle-ci est appliquée pour l'exercice de leurs activités d'engagement le cas échéant, en particulier lors de l'assemblée générale des sociétés détenues. Cette communication comprend également des informations indiquant si, et dans l'affirmative, comment elles prennent des décisions d'investissement fondées sur une évaluation des performances à moyen et à long terme de la société détenue, y compris les performances non financières, et si des conflits d'intérêts sont apparus en lien avec les activités d'engagement et, dans l'affirmative, lesquels et comment les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement les ont traités.
   § 2. Les informations visées au paragraphe 1er sont communiquées en même temps que les communications périodiques visées à l'article 27ter, § 7, de la loi du 2 août 2002.
   Lorsque les informations communiquées en vertu du paragraphe 1er sont déjà à la disposition du public, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement n'est pas tenue de fournir ces informations directement à l'entreprise d'assurance ou de réassurance ou l'institution de retraite professionnelle.]1

  
Art.45. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waaraan een vergunning is verleend moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening.
  Zij dienen de FSMA op de hoogte te brengen van elke betekenisvolle wijziging met betrekking tot de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening.
Art.45. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement agréées sont tenues de se conformer en permanence aux conditions de l'agrément initial.
  Elles sont tenues de signaler à la FSMA toute modification importante concernant les conditions de l'agrément initial.
Onderafdeling 6. - Opening van dochterondernemingen of bijkantoren in het buitenland
Sous-section 6. - Ouverture de filiales ou de succursales à l'étranger
Art.46. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de FSMA daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming.
Art.46. Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui projette d'acquérir ou de créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement notifie son intention à la FSMA. Cette notification est assortie d'une information sur les activités, l'organisation, l'actionnariat et les dirigeants de l'entreprise concernée.
Art.47. § 1. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies [1 die een bijkantoor wenst te vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat, of die gebruik wenst te maken van verbonden agenten die zijn gevestigd in een andere lidstaat waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd]1 om er alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten te verrichten die haar in België zijn toegestaan, stelt de FSMA daarvan in kennis.
  Zij verstrekt hierbij de volgende gegevens:
  1° de lidstaten op het grondgebied waarvan zij voornemens is een bijkantoor te vestigen [1 of de lidstaten waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd maar voornemens is gebruik te maken van daar gevestigde verbonden agenten]1;
  2° [1 een programma van werkzaamheden waarin onder meer de beleggings-diensten en/of beleggingsactiviteiten alsook de nevendiensten die het bijkantoor zal verlenen en/of verrichten, en, als zij een bijkantoor heeft gevestigd, de organisatiestructuur van dat bijkantoor worden vermeld en waarin wordt aangegeven of het bijkantoor voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten, alsook de identiteit van die verbonden agenten wordt vermeld;]1
  [1 2° /1 indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten in een lidstaat waar zij geen bijkantoor heeft gevestigd, een beschrijving van het beoogde gebruik van de verbonden agent(en) en een organisatiestructuur, met opgave van rapportagelijnen, waarbij wordt aangegeven hoe de agent(en) in de bedrijfsstructuur van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies past (passen);]1
  3° het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  4° de naam van de effectieve leiders van het bijkantoor [1 of van de verbonden agent]1 en, in voorkomend geval, van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor.
  [1 Ingeval een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gebruik maakt van een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent, wordt die verbonden agent gelijkgesteld aan het bijkantoor, indien er een is gevestigd, en wordt hij in elk geval onderworpen aan de bepalingen van deze wet met betrekking tot bijkantoren.]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. De FSMA kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor op de administratieve structuur of de financiële positie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 4. De beslissing van de FSMA moet, uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in § 1, tweede lid, bedoelde gegevens, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis worden gebracht van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien de FSMA haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te maken tegen het project van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 5. [1 ...]1
  
Art.47. § 1er. Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement souhaitant établir une succursale sur le territoire d'un autre Etat membre [1 ou recourir à des agents liés établis dans un autre Etat membre dans lequel elle n'a pas établi de succursale,]1 pour y fournir ou y exercer tout ou partie des services et/ou activités d'investissement ou services auxiliaires énumérés à l'article 2 qu'elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique en informe la FSMA.
  Elle communique à cette occasion les informations suivantes:
  1° les Etats membres sur le territoire duquel elle envisage d'établir une succursale [1 ou l'Etat membre dans lequel elle n'a pas établi de succursale mais elle envisage de recourir à des agents liés qui y sont établis]1;
  2° [1 un programme d'activités précisant notamment, les services et/ou activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires que fournira ou exercera la succursale de même que, si une succursale est établie la structure organisationnelle de celle-ci et indiquant si la succursale prévoit de recourir à des agents liés, ainsi que l'identité de ces agents liés;]1
  [1 2° /1 si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir à des agents liés dans un Etat membre dans lequel elle n'a pas établi de succursale, une description du recours prévu à ou aux agents liés et une structure organisationnelle, y compris les voies hiérarchiques, indiquant comment le ou les agents s'insèrent dans la structure organisationnelle de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;]1
  3° l'adresse à laquelle des documents peuvent être réclamés dans l'Etat membre d'accueil;
  4° le nom des dirigeants effectifs de la succursale [1 ou de l'agent lié]1 et, le cas échéant, de ses responsables des fonctions de contrôle indépendantes.
  [1 Lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement recourt à un agent lié établi dans un autre Etat membre, cet agent lié est assimilé à la succursale, lorsqu'une succursale a été établie, et est en tout état de cause soumis aux dispositions de la présente loi relatives aux succursales.]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. La FSMA peut s'opposer à la réalisation du projet par décision motivée par les répercussions préjudiciables de l'ouverture de la succursale sur la structure administrative ou la santé financière de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 4. La décision de la FSMA doit être notifiée à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception au plus tard trois mois après la réception du dossier complet comprenant les informations visées au § 1er, alinéa 2. Si la FSMA n'a pas notifié sa décision dans ce délai, elle est réputée ne pas s'opposer au projet de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 5. [1 ...]1
  
Art.48. [1 Tenzij de FSMA,]1 gelet op de voorgenomen werkzaamheden, redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of van de financiële positie van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, [1 doet zij,]1 binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst [1 die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen,]1 en stelt zij de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies hiervan in kennis.
  De FSMA doet aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst mededeling van de gegevens over het erkende compensatiestelsel waarvan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies lid is overeenkomstig Richtlijn 97/9/EG. Eventuele wijzigingen in de gegevens worden door de FSMA aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst gemeld.
  
Art.48. [1 La FSMA]1 communique, sauf si elle a des raisons de douter de l'adéquation de la structure administrative ou de la santé financière de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, compte tenu des activités envisagées, toutes ces informations, dans les trois mois suivant leur réception, à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil [1 désignée comme point de contact conformément à l'article 79, paragraphe 1er, de la Directive 2014/65/UE]1 et en avise la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée.
  La FSMA communique à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil des renseignements détaillés sur le système de protection des investisseurs auquel la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est affiliée conformément à la Directive 97/9/CE. En cas de modification de ces informations, la FSMA en avise l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil.
  
Art.50. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die in het buitenland een bijkantoor heeft geopend stelt, in geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 47, § 1, tweede lid, verstrekte gegevens, ten minste één maand vóór de doorvoering van de wijziging de FSMA schriftelijk van deze wijziging in kennis.
  Indien het een bijkantoor betreft geopend in een lidstaat, stelt de FSMA de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst van deze wijziging in kennis.
  Artikel 47, §§ 2 en 3, is in voorkomend geval van toepassing, alsook artikel 48, naar gelang van de wijzigingen in de in artikel 47 bedoelde gegevens of in de geldende beleggersbeschermings-regeling.
Art.50. En cas de modification de l'une quelconque des informations communiquées conformément à l'article 47, § 1er, alinéa 2, toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui a ouvert une succursale à l'étranger notifie cette modification par écrit à la FSMA au moins un mois avant de mettre ladite modification en oeuvre.
  Si elle a ouvert une succursale dans un Etat membre, la FSMA informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil de la modification.
  L'article 47, §§ 2 et 3, est applicable s'il y a lieu, de même que l'article 48, en fonction des modifications relatives aux informations visées à l'article 47, ou au système de protection des investisseurs applicable.
Onderafdeling 7. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
Sous-section 7. - Exercice de la libre prestation de services dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen
Art.51. [1 Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voor de eerste maal alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten op het grondgebied van een andere lidstaat wil verrichten die haar in België zijn toegestaan of die de soort van aldaar verrichte diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt de FSMA de volgende informatie:
   1° de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen;
   2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsmede nevendiensten zij voornemens is op het grondgebied van die lidstaat te verlenen of te verrichten, en of zij voornemens is om gebruik te maken van in België gevestigde verbonden agenten.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten, stelt zij de FSMA in kennis van hun identiteitsgegevens.
   Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van in België gevestigde verbonden agenten op het grondgebied van de lidstaat waar zij voornemens is diensten te verlenen, deelt de FSMA, uiterlijk een maand na ontvangst van alle informatie, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen, de identiteitsgegevens mee van de verbonden agenten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is te gebruiken om in die lidstaat beleggingsdiensten te verlenen en beleggingsactiviteiten te verrichten. De lidstaat van ontvangst maakt die informatie openbaar.]1

  
Art.51. [1 Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui souhaite fournir ou exercer pour la première fois sur le territoire d'un autre Etat membre tout ou partie des services et/ou activités d'investissement ou services auxiliaires énumérés à l'article 2 qu'elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique, ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis ou des activités exercées communique les informations suivantes à la FSMA:
   1° l'Etat membre dans lequel elle envisage d'opérer;
   2° un programme d'activités mentionnant, en particulier, les services et/ou les activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires qu'elle entend fournir ou exercer sur le territoire de cet Etat membre, et si elle prévoit de le faire en recourant à des agents liés, établis en Belgique.
   Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir à des agents liés, elle communique à la FSMA l'identité de ces agents liés.
   Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir, sur le territoire de l'Etat membre dans lequel elle envisage de fournir des services, à des agents liés établis en Belgique, la FSMA communique à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil désignée comme point de contact conformément à l'article 79, paragraphe 1er, de la Directive 2014/65/UE, dans le mois suivant la réception de toutes les informations, l'identité des agents liés auxquels la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir pour fournir des services et des activités d'investissement dans cet Etat membre. L'Etat membre d'accueil publie ces informations.]1

  
Art.52. In het in artikel 51 bedoelde geval doet de FSMA deze informatie binnen een maand na de ontvangst ervan toekomen aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst [1 die overeenkomstig artikel 79, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU als contactpunt is aangewezen]1, waarna de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan aanvangen met het verrichten van de betrokken beleggingsdiensten in de lidstaat van ontvangst.
  
Art.52. Dans le cas visé à l'article 51, la FSMA transmet ces informations, endéans le mois suivant leur réception, à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil [1 désignée comme point de contact conformément à l'article 79, paragraphe 1er, de la Directive 2014/65/UE]1; la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peut alors commencer à fournir le ou les services d'investissement dans l'Etat membre d'accueil.
  
Art.53. In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 51 verstrekte gegevens stelt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.
  De FSMA doet de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst mededeling van die wijziging.
Art.53. En cas de modification de l'une quelconque des informations communiquées conformément à l'article 51, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en avise par écrit la FSMA, au moins un mois avant de mettre ladite modification en oeuvre.
  La FSMA informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil de la modification.
Onderafdeling 8. - De reglementaire normen en verplichtingen
Sous-section 8. - Normes et obligations réglementaires
Art.54. § 1. [2 Onverminderd de bepalingen van Verordening (EU) 2019/2033 of andere Europeesrechtelijke bepalingen kan de FSMA het volgende bepalen bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002:
   1° de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie en andere begrenzingsnormen die door alle vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten worden nageleefd, wanneer deze normen niet in Verordening (EU) 2019/2033 zijn bepaald;
   2° de toepassingsmodaliteiten van de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie bepaald in Verordening (EU) 2019/2033, met inbegrip van de toepassingsmodaliteiten van de verschillende opties die deze Verordeningen aan de lidstaten en aan de FSMA als bevoegde autoriteit bieden, rekening houdend met de richtsnoeren die de Europese Bankautoriteit bepaalt in verband met voornoemde Verordeningen en de technische reguleringsnormen die de Europese Commissie met toepassing van die verordeningen vaststelt;
   3° de waarderingsregels die gelden voor de waardering van de activa, de passiva en de posten buiten de balanstelling, voor de controle van de naleving van de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit of risicoconcentratie.
   De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn.]2

  § 2. [2 Onverminderd het bepaalde bij paragraaf 1, moet iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken over een voor haar werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaal- en liquiditeitsbehoeften. De personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaal- en liquiditeitsbehoeften van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies identificeert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden, de eraan verbonden risico's, het risicobeheerbeleid van de onderneming, alsook de risico's die de vennootschap voor anderen kan inhouden.]2
  De vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies evalueert regelmatig haar beleid [2 inzake kapitaal- en liquiditeitsbehoeften]2 en past dit beleid zonodig aan. De FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evaluatie nader bepalen.
  § 3. [2 ...]2
  § 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit, de Europese Commissie en de Raad in kennis van de informatie vereist door de Europese Richtlijnen die verband houden met de toepassing van de in dit artikel bedoelde reglementen.
  § 5. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002.
  § 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.
  
Art.54. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions du règlement (UE) 2019/2033 ou d'autres dispositions de droit européen, la FSMA peut déterminer, par voie de règlement pris en application de l'article 64 de la loi du 2 août 2002 :
   1° les normes en matière de solvabilité, liquidité et concentration des risques, et autres normes de limitation à respecter par toutes les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, lorsque ces normes ne sont pas définies par le règlement (UE) 2019/2033 ;
   2° les modalités d'application des normes de solvabilité, de liquidité et de concentration des risques prévues par le règlement (UE) 2019/2033, y inclus les modalités d'application des différentes options offertes par ces règlements aux Etats membres et à la FSMA en tant qu'autorité compétente, tenant compte des lignes directrices définies par l'Autorité bancaire européenne en relation avec lesdits règlements et les normes techniques de réglementation adoptées par la Commission européenne en application desdits règlements ;
   3° les règles d'évaluation applicables à la valorisation des actifs, des passifs et des éléments hors bilan pour la vérification du respect des normes de solvabilité, de liquidité ou de concentration des risques.
   Les normes visées au présent paragraphe peuvent être aussi bien de nature quantitative que de nature qualitative.]2

  § 2. [2 Sans préjudice des dispositions du paragraphe 1les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d'une politique concernant leurs besoins en fonds propres et en liquidité qui soit appropriée aux activités qu'elles exercent ou entendent exercer. Les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le cas échéant le comité de direction, élaborent à cet effet, sous la surveillance de l'organe d'administration, une politique qui identifie et détermine les besoins en fonds propres et en liquidité actuels et futurs de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en tenant compte de la nature, du volume et de la complexité de ces activités, des risques y afférents, de la politique de l'entreprise en matière de gestion des risques, ainsi que des risques que la société peut faire peser sur des tiers.]2
  La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement évalue régulièrement sa politique concernant ses besoins en fonds propres [2 et en liquidité]2 et adapte si nécessaire cette politique. La FSMA peut, par voie de règlement, préciser la fréquence de cette évaluation.
  § 3. [2 ...]2
  § 4. La FSMA notifie à l'Autorité bancaire européenne, à la Commission européenne et au Conseil, les informations requises par les Directives européennes relatives à l'application des règlements visés au présent article.
  § 5. Les règlements visés au présent article sont pris conformément à l'article 64 de la loi du 2 août 2002.
  § 6. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser, dans les limites de la législation européenne, des dérogations aux dispositions des règlements pris par application du présent article.
  
Onderafdeling 9. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Sous-section 9. - Informations périodiques et règles comptables
Art.55. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen periodiek aan de FSMA een gedetailleerde financiële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld door de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften [1 van deze titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of Verordening (EU) 2019/2033]1 zijn nageleefd.
  De effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt, in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de periodieke staten volledig zijn, d.i. alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en juist zijn, d.i. de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld. Zij bevestigt het nodige gedaan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar.
  De Koning bepaalt, op advies van de FSMA volgens welke regels de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies:
  1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en openbaar maken;
  2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en controleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken.
  [1 De leden van het bestuursorgaan zijn zowel jegens de vennootschap als jegens derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van de overtreding van de ter uitvoering van het derde lid vastgestelde bepalingen.
   Het vierde lid is ook van toepassing op de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, op de leden van het directiecomité.
   Wat de overtredingen betreft waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de leden van het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding slechts van de in het vierde en vijfde lid bedoelde aansprakelijkheid ontheven indien hen geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen hebben aangeklaagd, naargelang het geval, tijdens de eerste algemene vergadering of de eerstkomende zitting van het bestuursorgaan nadat zij er kennis van hebben gekregen.
   De FSMA kan, voor bepaalde categorieën van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in bijzondere gevallen, afwijkingen toestaan van de in het eerste en derde lid bedoelde besluiten en reglementen.]1

  
Art.55. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent périodiquement à la FSMA une situation financière détaillée. Celle-ci est établie conformément aux règles fixées, par la FSMA, qui en détermine la fréquence. La FSMA peut, en outre, prescrire la transmission régulière d'autres informations chiffrées ou descriptives nécessaires à la vérification du respect des dispositions du présent titre [1 , des arrêtés et règlements pris pour leur exécution, ou du règlement (UE) 2019/2033]1.
  La direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le cas échéant le comité de direction, déclare à la FSMA que les états périodiques précités qui lui sont transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la fin du premier semestre social et à la fin de l'exercice social, sont conformes à la comptabilité et aux inventaires. Il est à cet effet requis que les états périodiques soient complets, c'est-à-dire qu'ils mentionnent toutes les données figurant dans la comptabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils sont établis, et qu'ils soient corrects, c'est-à-dire qu'ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis. La direction effective confirme avoir fait le nécessaire pour que les états précités soient établis selon les instructions en vigueur de la FSMA, ainsi que par application des règles de comptabilisation et d'évaluation présidant à l'établissement des comptes annuels, ou, s'agissant des états périodiques qui ne se rapportent pas à la fin de l'exercice, par application des règles de comptabilisation et d'évaluation qui ont présidé à l'établissement des comptes annuels afférents au dernier exercice.
  Le Roi détermine, sur avis de la FSMA:
  1° les règles selon lesquelles les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement tiennent leur comptabilité, procèdent aux évaluations d'inventaire et établissent et publient leurs comptes annuels;
  2° les règles à respecter par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement pour l'établissement, le contrôle et la publication de leurs comptes consolidés, ainsi que pour l'établissement et la publication des rapports de gestion et de contrôle relatifs à ces comptes consolidés.
  [1 Les membres de l'organe d'administration sont solidairement responsables, aussi bien envers la société qu' envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d'infractions aux dispositions prises en exécution de l'alinéa 3.
   L'alinéa 4 est également applicable aux personnes chargées de la direction effective, le cas échéant, aux membres du comité de direction.
   En ce qui concerne les infractions auxquelles ils n'ont pas pris part, les membres de l'organe d'administration et les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant, les membres du comité de direction ne sont déchargés de la responsabilité visée aux alinéas 4 et 5 que si aucune faute ne leur est imputable et s'ils ont dénoncé ces infractions selon le cas, lors de la première assemblée générale ou lors de la première séance de l'organe d'administration suivant le moment où ils en ont eu connaissance.
   La FSMA peut, pour certaines catégories de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ou dans des cas spéciaux, autoriser des dérogations aux arrêtés et règlements prévus aux alinéas 1er et 3.]1

  
Afdeling 4. - Toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht
Section 4. - Contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge
Onderafdeling 1. [1 - Toezicht door de FSMA]1
Sous-section 1re. [1 - Contrôle exercé par la FSMA]1
Art.56. § 1. De FSMA ziet erop toe dat iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de [2 , de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en [3 de Verordening (EU) nr. 600/2014, de Verordening (EU) 2019/2033 en de Verordening (EU) 2022/2554]3]2.
  § 2. [2 ...]2
  § 3. [2 De FSMA kan zich, voor de uitoefening van haar opdracht, alle inlichtingen doen verstrekken]2 over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die zij controleert [1 evenals alle opnames van telefoonverkeer en elektronische communicatie of ander dataverkeer die in het bezit zijn van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1.
  Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies:
  1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen [2 en de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen]2 op het statuut van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn nageleefd en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om het passende karakter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften; om het passende karakter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies [2 inzake haar kapitaal- en liquiditeitsbehoeften]2;
  3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in het gedrang kunnen brengen.
  [2 De in het eerste en tweede lid bedoelde prerogatieven omvatten ook de toegang tot de agenda's en de notulen van de vergaderingen van de verschillende organen van de vennootschap en van hun interne comités, alsook tot de desbetreffende documenten en de resultaten van de interne en/of externe beoordeling van de werking van die organen.
   De in het eerste en tweede lid bedoelde prerogatieven omvatten ook de inontvangstneming van alle schriftelijke of mondelinge informatie en toelichting vanwege de leiders en de werknemers van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, of van elke andere betrokken persoon, die de FSMA nodig acht voor de uitvoering van haar opdrachten. De FSMA kan daartoe gesprekken eisen met leiders of personeelsleden van de vennootschap die zij aanduidt.]2

  [2 § 3/1. De FSMA mag alleen een aanvullende rapporteringsverplichting of een frequentere rapportering opleggen dan voorzien door of krachtens artikel 55 wanneer de gevraagde informatie niet leidt tot duplicering in de zin van paragraaf 3/2, eerste lid, en wanneer:
   1° de aanvullende informatie vereist is voor de uitvoering van de procedure van toetsing en evaluatie als bedoeld in artikel 58/1; of
   2° zij het nodig acht informatie te verzamelen om te beoordelen of het risico bestaat dat deze vennootschap in de komende 12 maanden niet meer zal werken overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of Verordening (EU) 2019/2033.]2

  [2 § 3/2. Voor de toepassing van paragraaf 3/1, van de artikelen 58/1 tot 58/4 en van artikel 63/2, § 2, 10°, wordt alle informatie die in wezen identiek is aan informatie die reeds met toepassing van een andere wettelijke of reglementaire bepaling aan de FSMA is meegedeeld, of die door de FSMA kan worden geproduceerd, of die de FSMA op een andere manier kan verkrijgen dan van de vennootschap te eisen dat zij ze meedeelt, geacht tot duplicering te leiden.
   Daarnaast vereist de FSMA niet dat reeds ontvangen informatie in een ander formaat of ander niveau van granulariteit wordt meegedeeld voor zover dit verschil haar niet belet informatie te produceren die van dezelfde kwaliteit en betrouwbaarheid is als de informatie die zou worden vereist.]2

  § 4. De Koning bepaalt welke vergoeding de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA moeten betalen om de kosten van toezicht te dekken.
  [1 § 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86 van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing voor de uitoefening van de bevoegdheden die aan de FSMA zijn toegekend door en krachtens deze wet.]1
  
Art.56. § 1er. La FSMA veille à ce que chaque société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement opère conformément aux dispositions de la présente loi [2 , des arrêtés et règlements pris en exécution de celles-ci, [3 du règlement (UE) n° 600/2014, du règlement (UE) 2019/2033 et du règlement (UE) 2022/2554]3]2.
  § 2. [2 ...]2
  § 3. [2 Aux fins de l'exercice de sa mission, la FSMA peut se faire communiquer]2 toutes informations relatives à l'organisation, au fonctionnement, à la situation et aux opérations des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elle contrôle [1 ainsi que tous enregistrements d'échanges téléphoniques, de communications électroniques ou tous autres échanges informatiques, détenus par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement]1.
  Elle peut procéder à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sans déplacement, de toute information détenue par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en vue:
  1° de vérifier le respect des dispositions légales et réglementaires [2 et des règlements européens directement applicables]2 relatives au statut des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ainsi que l'exactitude et la sincérité de la comptabilité et des comptes annuels ainsi que des états et autres informations qui lui sont transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  2° de vérifier le caractère adéquat des structures de gestion, de l'organisation administrative et comptable du contrôle interne et de la politique relative aux besoins en fonds propres [2 et en liquidité]2 de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  3° de s'assurer que la gestion de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est saine et prudente et que sa situation ou ses opérations ne sont pas de nature à mettre en péril sa liquidité, sa rentabilité ou sa solvabilité.
  [2 Les prérogatives visées aux alinéas 1er et 2 couvrent également l'accès aux ordres du jour et aux procès-verbaux des réunions des différents organes de la société et de leurs comités internes, ainsi qu'aux documents y afférents et aux résultats de l'évaluation interne et/ou externe du fonctionnement desdits organes.
   Les prérogatives visées aux alinéas 1er et 2 couvrent également la réception, de la part des dirigeants et des employés de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ou de toute autre personne concernée, de toute information et explication écrite ou orale que la FSMA estime nécessaire pour l'exercice de ses missions. La FSMA peut, à cette fin, exiger la tenue d'entretiens avec des dirigeants ou membres du personnel de la société qu'elle désigne.]2

  [2 § 3/1. La FSMA ne peut imposer une obligation d'information (reporting) supplémentaire ou imposer une fréquence d'information (reporting) plus élevée que ce qui est prévu par ou en vertu de l'article 55 que lorsque les informations demandées ne font pas double emploi au sens du paragraphe 3/2, alinéa 1er et :
   1° que les informations supplémentaires sont requises pour les besoins de la procédure de contrôle et d'évaluation visée à l'article 58/1; ou
   2° qu'elle considère qu'il est nécessaire de recueillir des éléments aux fins d'évaluer si la société risque de ne plus fonctionner en conformité avec les dispositions de la présente loi, des arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou du règlement (UE) 2019/2033, au cours des 12 prochains mois.]2

  [2 § 3/2. Pour l'application du paragraphe 3/1, des articles 58/1 à 58/4 et de l'article 63/2, § 2, 10°, est considérée comme faisant double emploi, toute information qui est en substance identique à une information déjà communiquée à la FSMA en application d'une autre disposition légale ou réglementaire ou susceptible d'être produite par la FSMA, ou que cette dernière peut obtenir par d'autres moyens qu'en exigeant de la société qu'elle la déclare.
   En outre, la FSMA n'impose pas la communication d'informations déjà reçues dans un format ou à un niveau de granularité différents dans la mesure où cette différence n'empêche pas la FSMA de produire des informations de même qualité et fiabilité que celles dont la communication serait requise.]2

  § 4. Le Roi détermine la rémunération à verser à la FSMA par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en couverture des frais de contrôle.
  [1 § 5. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu de la présente loi.]1
  
Art. 56/1. [1 Onverminderd artikel 26, § 4, tweede lid kan de FSMA in geval van uitbesteding ook haar in artikel 56, paragraaf 3, tweede lid bedoelde inspectieprerogatieven uitoefenen bij ondernemingen waarop een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een beroep doet [2 in hun hoedanigheid van dienstverlener]2 [3 , met inbegrip van derde aanbieders van ICT-diensten als bedoeld in artikel 3, 19) van Verordening 2022/2554]3, teneinde na te gaan of de voorwaarden waaronder die diensten worden verleend geen afbreuk doen aan de naleving door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van haar wettelijke en reglementaire verplichtingen. De prerogatieven bedoeld in de artikelen 56, § 3 en 58 kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners.
   De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder hun toezichtsbevoegdheid vallen, een beroep doen op in België gevestigde dienstverlenende ondernemingen, mogen ten aanzien van die dienstverleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen, in voorkomend geval met inschakeling van personen die zij daartoe machtigen. Als zij daar om verzoeken, kan de FSMA haar prerogatieven namens die autoriteiten uitoefenen.]1

  
Art. 56/1. [1 Sans préjudice de l'article 26, § 4, alinéa 2, en cas de recours à l'externalisation, la FSMA peut également exercer ses prérogatives d'inspection visées à l'article 56, paragraphe 3, alinéa 2, auprès des entreprises auxquelles les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement recourent en qualité de prestataires de services [2 , y compris les prestataires tiers de services TIC visés à l'article 3, 19) du règlement 2022/2554,]2 afin de vérifier si les conditions dans lesquelles ces prestations sont fournies ne sont pas de nature à porter atteinte au respect par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de leurs obligations légales et réglementaires. Les prérogatives visées aux articles 56, § 3 et 58 peuvent également, par analogie, être exercées à l'égard de ces prestataires de services.
   Les autorités compétentes d'un autre Etat membre dont les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ressortissent de leurs compétences de contrôle recourent à des entreprises en qualité de prestataires de services situées en Belgique peuvent exercer à l'égard de ces prestataires de services les prérogatives prévues à l'alinéa 1er, le cas échéant par l'intermédiaire des personnes qu'elles mandatent à cet effet. A leur demande, la FSMA peut exercer ces prérogatives pour le compte de ces autorités.]1

  
Art.57. Relaties tussen een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en een bepaalde cliënt behoren niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dit vergt.
Art.57. La FSMA ne connaît des relations entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et un client déterminé que dans la mesure requise pour le contrôle de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
Onderafdeling 2. [1 - Procedure van prudentieel toezicht]1
Sous-section 2. [1 - Processus de surveillance prudentielle]1
Art. 58/1. [1 Voor zover zij dit nodig acht gelet op de omvang, het risicoprofiel en het bedrijfsmodel van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, toetst de FSMA of de door hen ingevoerde procedures en mechanismen vol-doen aan de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, en Verordening (EU) 2019/2033, op basis van de in deze onderafdeling vastgestelde procedure.
   Aan de hand van de in artikel 58/2 bedoelde criteria evalueert de FSMA de risico's waaraan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn of zouden kunnen zijn blootgesteld, alsook het passende karakter, in het licht van voornoemde risico's, van het beleid inzake hun kapitaal- en liquiditeitsbehoeften als bedoeld in artikel 54.
   In het licht van het evenredigheidsbeginsel stelt de FSMA de frequentie en de reikwijdte van die toetsing en evaluatie vast, rekening houdend met de omvang, de aard, het volume, de complexiteit en het belang, in voorkomend geval de systeemrelevantie, van de werkzaamheden van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   De FSMA beslist geval per geval hoe en in welke vorm de in het eerste lid bedoelde toetsing en evaluatie moeten worden uitgevoerd voor de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, uitsluitend wanneer zij dat nodig acht gelet op de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van de activiteiten van die vennootschappen.
   Met het oog op de in het eerste lid bedoelde evaluatie houdt de FSMA, in voorkomend geval, rekening met het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.]1

  
Art. 58/1. [1 Dans la mesure où elle l'estime nécessaire en tenant compte de la taille, du profil de risque et du modèle économique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la FSMA procède au contrôle des procédures et mécanismes mis en oeuvre par celles-ci pour se conformer aux dispositions de la présente loi, des arrêtés et règlements pris en exécution de celle-ci et du règlement (UE) 2019/2033 selon la procédure précisée par la présente sous-section.
   Sur la base des critères visés à l'article 58/2, la FSMA évalue les risques auxquels les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont ou pourraient être exposées, et le caractère adéquat, par rapport auxdits risques, de la politique concernant leurs besoins en fonds propres et en liquidité telle que visée à l'article 54.
   La FSMA, en tenant compte du principe de proportionnalité, détermine la fréquence et l'intensité de ce contrôle et de cette évaluation, en tenant compte de l'ampleur, de la nature, du volume, de la complexité et de l'importance, le cas échéant systémique, des activités des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   La FSMA décide au cas par cas si et sous quelle forme le contrôle et l'évaluation visés à l'alinéa 1er doivent être effectués à l'égard des petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, uniquement lorsqu'elle l'estime nécessaire en raison de l'ampleur, de la nature, de l'échelle et de la complexité des activités de ces sociétés.
   Aux fins de l'évaluation visée à l'alinéa 1er, la FSMA prend, le cas échéant, en considération la souscription d'une assurance de responsabilité civile professionnelle.]1

  
Art. 58/2. [1 § 1. De toetsing en de evaluatie die de FSMA met toepassing van artikel 58/1 verricht, hebben betrekking op de volgende aspecten:
   1° de toetsing of de in artikel 34/2 bedoelde risico's worden beheerst;
   2° de geografische locatie van de blootstellingen van de vennootschap;
   3° het bedrijfsmodel van de vennootschap;
   4° in voorkomend geval, de beoordeling van het systeemrisico, rekening houdend met de vaststelling en meting van het systeemrisico krachtens artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) of met aanbevelingen van het ESRB;
   5° de risico's voor de beveiliging van de door de vennootschap gebruikte netwerk- en informatiesystemen om te zorgen voor de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van haar processen, gegevens en activa;
   6° de blootstelling van de vennootschap aan het renterisico dat voortvloeit uit activiteiten buiten de handelsportefeuille;
   7° de organisatieregeling van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als bedoeld in artikel 25 en het vermogen van het bestuursorgaan en van de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het direc-tiecomité, om hun taken te vervullen.
   § 2. De FSMA kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de kwantitatieve en kwalitatieve criteria verduidelijken waarop zij zich baseert voor de beoordeling van de omvang van de risico's en van het passende karakter van hun behandeling door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.]1

  
Art. 58/2. [1 § 1er. Le contrôle et l'évaluation effectués par la FSMA en application de l'article 58/1 portent sur les aspects suivants :
   1° la vérification de la maîtrise des risques visés à l'article 34/2 ;
   2° la localisation géographique des expositions de la société ;
   3° le modèle d'entreprise de la société ;
   4° le cas échéant, l'évaluation du risque systémique, compte tenu de l'identification et de la mesure du risque systémique prévues par l'article 23 du règlement (UE) n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne) ou des recommandations du CERS ;
   5° les risques qui menacent la sécurité des réseaux et des systèmes d'information qu'utilise la société pour assurer la confidentialité, l'intégrité et la disponibilité de ses processus, de ses données et de ses actifs ;
   6° l'exposition de la société au risque de taux d'intérêt inhérent à ses activités hors portefeuille de négociation ;
   7° le dispositif d'organisation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visé à l'article 25 et la capacité de l'organe d'administration et des personnes chargées de la direction effective, le cas échéant du comité de direction, à exercer leurs attributions.
   § 2. La FSMA peut, par voie de règlement pris en application de l'article 64 de la loi du 2 août 2002, préciser les critères quantitatifs et qualitatifs qu'elle prend en compte pour évaluer le niveau des risques et le caractère adéquat de leur traitement par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.]1

  
Art. 58/3. [1 § 1. De FSMA onderzoekt regelmatig en minstens om de drie jaar of de interne benaderingen voor de berekening van de reglementaire eigenvermogensvereisten in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2019/2033. Zij onderzoekt ook of de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die de toestemming hebben gekregen om deze benaderingen te gebruiken, voldoen aan de vooraf door de FSMA vastgestelde voorwaarden voor dit gebruik. Zij houdt in het bijzonder rekening met de evolutie van de werkzaamheden van de vennootschap en met de toepassing van deze benaderingen op nieuwe producten.
   § 2. De FSMA toetst en evalueert met name of de vennootschappen de in paragraaf 1 bedoelde interne benaderingen gebruiken, en gebruikmaken van adequaat ontwikkelde technieken en praktijken die worden geactualiseerd.
   § 3. Wanneer de FSMA vaststelt dat de interne benadering die een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies gebruikt, wezenlijke tekortkomingen vertoont in het vatten van de risico's, eist zij dat de vennootschap passende maatregelen neemt om deze situatie te verhelpen en de gevolgen ervan te beperken, en legt zij, in voorkomend geval, met toepassing van artikel 58/4 een verhoging van de vermenigvuldigingscoëfficiënten of van de specifieke eigenvermogensvereisten op.
   § 4. Indien een groot aantal overschrijdingen, in de zin van artikel 366 van Verordening Nr. 575/2013, erop wijst dat een intern risicomodel onvoldoende accuraat is voor de markt, kan de FSMA de toestemming voor het gebruik van dit interne model intrekken of passende maatregelen opleggen om ervoor te zorgen dat dit model snel wordt verbeterd binnen een door haar vastgestelde termijn.
   § 5. Wanneer zij vaststelt dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die de toestemming heeft gekregen om een interne benadering te gebruiken voor de berekening van de reglementaire eigenvermogensvereisten, niet langer aan de voorwaarden voor het gebruik van deze benadering voldoet, eist de FSMA dat de vennootschap een plan met een tijdschema voorlegt om opnieuw aan de voorwaarden te voldoen, of dat de vennootschap aantoont dat de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden te verwaarlozen zijn.
   De FSMA eist dat het plan om opnieuw aan de voorwaarden te voldoen, wordt gewijzigd indien zij van oordeel is dat de uitvoering ervan niet tot de naleving van de toepasselijke voorwaarden kan leiden, of dat de door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorgestelde termijn om opnieuw aan de voorwaarden te voldoen, inadequaat of irrealistisch is. Indien de FSMA van oordeel is dat de vennootschap niet aan de voorwaarden voor het gebruik van de interne benadering zal kunnen voldoen binnen de termijn die zij passend acht, trekt zij de toestemming om die interne benadering te gebruiken in, of beperkt zij dit gebruik tot de domeinen waarvoor wel aan de voorwaarden is of kan worden voldaan binnen een termijn die de FSMA passend acht.]1

  
Art. 58/3. [1 § 1er. La FSMA examine à intervalles réguliers, et au moins tous les trois ans, la conformité au règlement (UE) 2019/2033 des approches internes pour le calcul des exigences en fonds propres réglementaires. Elle examine, en outre, si les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement autorisées à utiliser ces approches respectent les conditions préalablement posées par la FSMA pour cette utilisation. Elle tient compte, en particulier, de l'évolution des activités de la société et de l'application de ces approches à de nouveaux produits.
   § 2. La FSMA vérifie et évalue, notamment, si les sociétés qui utilisent des approches internes visées au paragraphe 1er, recourent à des techniques et des pratiques élaborées de façon adéquate et qui sont mises à jour.
   § 3. Lorsque la FSMA constate que l'approche interne utilisée par une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement présente des déficiences matérielles dans l'appréhension des risques, elle requiert que la société prenne les mesures appropriées pour remédier à cette situation ou en atténuer les conséquences, et impose, le cas échéant, une augmentation des coefficients multiplicateurs ou des exigences spécifiques en fonds propres en application de l'article 58/4.
   § 4. Si de nombreux dépassements, au sens de l'article 366 du règlement n° 575/2013, indiquent qu'un modèle interne de risque pour le marché n'est pas suffisamment précis, la FSMA peut révoquer l'autorisation d'utilisation de ce modèle interne ou imposer des mesures appropriées afin que ce modèle soit rapidement amélioré dans un délai qu'elle détermine.
   § 5. Lorsqu'elle constate qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui a été autorisée à utiliser une approche interne pour le calcul des exigences en fonds propres réglementaires ne satisfait plus aux conditions posées pour l'utilisation de cette approche, la FSMA requiert que la société présente un plan de mise en conformité intégrant un échéancier ou que la société démontre que les effets de la non-conformité sont négligeables.
   La FSMA requiert que le plan de mise en conformité soit modifié si elle estime que sa réalisation ne pourra pas conduire au respect des conditions applicables ou que le délai de mise en conformité présenté par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est inadéquat ou irréaliste. Si la FSMA estime que la société ne parviendra pas à satisfaire, endéans le délai qu'elle estime approprié, aux conditions d'utilisation de l'approche interne, elle révoque l'autorisation d'utilisation de ladite approche interne ou limite cette utilisation aux domaines pour lesquels la conformité est assurée, ou est en mesure de l'être dans un délai que la FSMA estime approprié.]1

  
Art. 58/4. [1 § 1. De FSMA kan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies enkel een specifiek eigenvermogensvereiste opleggen bovenop de vereisten die door of krachtens (EU) Verordening 2019/2033 of de met toepassing van artikel 54, § 1, vastgestelde reglementen zijn opgelegd, indien zij op basis van de resultaten van de met toepassing van artikel 58/1 uitgevoerde procedure van toetsing en evaluatie en van het in artikel 58/3 bedoelde onderzoek van de interne benaderingen, vaststelt dat:
   1° de vennootschap is blootgesteld aan risico's of aspecten van risico's, of voor derden wezenlijke risico's inhoudt, die niet of onvoldoende zijn gedekt door de eigenvermogensvereisten als beschreven in deel drie of deel vier van Verordening (EU) 2019/2033 en in de met toepassing van artikel 54, § 1, vastgestelde reglementen;
   2° uit het met toepassing van artikel 58/3, § 5, verrichte onderzoek blijkt dat de niet-naleving van de voorwaarden voor het gebruik van een toegestane interne benadering tot gevolg kan hebben dat de betrokken vennootschap niet langer aan de toepasselijke reglementaire eigenvermogensvereisten voldoet;
   3° de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies herhaaldelijk heeft nagelaten een toereikend aanvullend-eigenvermogensniveau vast te stellen of te handhaven om te voldoen aan de overeenkomstig artikel 58/6 meegedeelde richtsnoeren inzake aanvullend eigen vermogen.
   In de in het eerste lid bedoelde gevallen kan de FSMA ook alle andere in artikel 63/2, § 2, bepaalde maatregelen opleggen.
   § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden risico's of aspecten van risico's alleen geacht niet of onvoldoende door de in deel drie en deel vier van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde eigenvermogensvereisten te zijn gedekt, wanneer het bedrag, de categorieën, de verdeling en/of de kwaliteit van het eigen vermogen dat nodig is om aan deze eigenvermogensvereisten te voldoen, van een lager niveau zijn dan deze die de FSMA toereikend acht, rekening houdend met het in artikel 54 bedoelde prospectieve beheer van het eigen vermogen.
   Om de toereikendheid van het eigen vermogen te beoordelen, kan de FSMA rekening houden met de risico's of aspecten van risico's die uitdrukkelijk zijn uitgesloten uit de berekening van de in deel drie of deel vier van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde eigenvermogensvereisten.
   § 3. De FSMA bepaalt het aanvullend-eigenvermogensniveau dat nodig is om te voldoen aan het in paragraaf 1 bedoelde specifieke vereiste als het verschil tussen het eigen vermogen dat de FSMA toereikend acht overeenkomstig paragraaf 2, en het eigen vermogen dat voortvloeit uit de vereisten die van toepassing zijn overeenkomstig deel drie of deel vier van Verordening (EU) 2019/2033.]1

  
Art. 58/4. [1 § 1er. La FSMA ne peut imposer à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, une exigence spécifique de fonds propres qui s'ajoute aux exigences requises par ou en vertu du règlement (UE) 2019/2033 ou des règlements pris en application de l'article 54, § 1er que lorsqu'elle constate, sur la base des résultats de la procédure de contrôle et d'évaluation effectuée en application de l'article 58/1 et de l'examen des approches internes visé à l'article 58/3, que :
   1° la société est exposée à des risques ou des éléments de risque ou fait peser des risques significatifs sur des tiers, non couverts ou insuffisamment couverts par les exigences en fonds propres énoncées à la troisième ou quatrième Partie du règlement (UE) 2019/2033 et aux règlements pris en application de l'article 54, § 1er;
   2° l'examen effectué en application de l'article 58/3, § 5 fait apparaître que le non-respect des conditions posées pour l'utilisation d'une approche interne autorisée risque d'avoir pour conséquence que la société concernée ne respecte plus les exigences applicables en matière de fonds propres réglementaires ;
   3° à plusieurs reprises, la société de gestion de portefeuille n'a pas établi ou conservé un niveau suffisant de fonds propres supplémentaires en vue de couvrir les recommandations de fonds propres supplémentaires communiquées conformément à l'article 58/6.
   Dans les cas visés à l'alinéa 1er, la FSMA peut également imposer toutes autres mesures prévues à l'article 63/2, § 2.
   § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, des risques ou des éléments de risque ne sont considérés comme non couverts ou insuffisamment couverts par les exigences de fonds propres énoncées aux troisième et quatrième Parties du règlement (UE) 2019/2033, que si le montant, les catégories, la répartition et/ou la qualité des fonds propres nécessaires pour respecter les-dites exigences de fonds propres sont de niveau moins élevé que ceux que la FSMA estime adéquats, compte tenu de la gestion des fonds propres visée à l'article 54.
   Aux fins d'évaluer le niveau adéquat de fonds propres, la FSMA peut prendre en considération des risques ou des éléments de risque qui sont explicitement non pris en compte pour le calcul des exigences de fonds propres énoncées à la troisième ou quatrième Partie du règlement (UE) 2019/2033.
   § 3. La FSMA fixe le niveau des fonds propres supplémentaires requis pour satisfaire à l'exigence spécifique prévue au paragraphe 1er comme étant la différence entre les fonds propres que la FSMA estime adéquats conformément au paragraphe 2 et les fonds propres résultant des exigences applicables conformément à la troisième ou quatrième Partie du règlement 2019/2033.]1

  
Art. 58/5. [1 Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet voldoen aan het specifiek aanvullend-eigenvermogensvereiste van artikel 58/4, § 1, met eigen vermogen dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1° ten minste drie vierde van het specifiek eigenvermogensvereiste wordt voldaan met tier 1-kapitaal;
   2° ten minste drie vierde van het in 1° bedoelde tier 1-kapitaal bestaat uit tier 1-kernkapitaal;
   3° dat eigen vermogen wordt niet gebruikt om te voldoen aan de in artikel 11, lid 1, onder a), b), en c), van Verordening (EU) 2019/2033 bepaalde eigenvermogensvereisten.]1

  
Art. 58/5. [1 Une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est tenue de satisfaire à l'exigence spécifique de fonds propres supplémentaires prévue par l'article 58/4, § 1er au moyen de fonds propres répondant aux conditions suivantes :
   1° l'exigence spécifique de fonds propres est satisfaite, pour les trois quarts au moins, au moyen de fonds propres de catégorie 1 ;
   2° les fonds propres de catégorie 1 visés au 1° sont constitués, pour les trois quarts au moins, de fonds propres de base de catégorie 1 ;
   3° ces fonds propres ne sont pas utilisés pour satisfaire aux exigences de fonds propres énoncées à l'article 11, paragraphe 1er, points a), b) et c) du règlement 2019/2033.]1

  
Art. 58/6. [1 De FSMA rechtvaardigt schriftelijk haar beslissing om een specifiek eigenvermogensvereiste op te leggen overeenkomstig artikel 58/4, § 1, aan de hand van een duidelijke uiteenzetting van de volledige beoordeling van de in de artikelen 58/4 en 58/5 bedoelde elementen. In het in artikel 58/4, § 1, eerste lid, 3°, bedoelde geval omvat dit document een specifieke uiteenzetting van de redenen waarom de richtsnoeren inzake aanvullend eigen vermogen niet langer als toereikend worden beschouwd.]1
  
Art. 58/6. [1 La FSMA justifie par écrit la décision d'imposer une exigence spécifique de fonds propres conformément à l'article 58/4, § 1er en communiquant un compte rendu clair de l'évaluation complète des éléments visés aux articles 58/4 et 58/5. Ce document comprend, dans l'hypothèse visée à l'article 58/4, § 1er, alinéa 1er, 3°, un exposé particulier des raisons pour lesquelles des recommandations sur les fonds propres supplémentaires ne sont plus considérées comme suffisantes.]1
  
Art. 58/7. [1 Conform de artikelen 58/4 tot 58/6 kan de FSMA de kleine en nietverweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, geval per geval en als zij dat gerechtvaardigd acht, een aanvullend-eigenvermogensvereiste opleggen.]1
  
Art. 58/7. [1 La FSMA peut imposer, conformément aux articles 58/4 à 58/6, une exigence de fonds propres supplémentaires aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, sur la base d'une évaluation au cas par cas et lorsqu'elle l'estime justifié.]1
  
Art. 58/8. [1 § 1. Dit artikel is niet van toepassing op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.".
   § 2. De FSMA kan eisen dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies over een eigenvermogens niveau beschikt dat, in overeenstemming met het in artikel 54 bedoelde prospectieve beheer van de eigenvermogensbe-hoeften, voldoende boven de vereisten van deel drie van Verordening (EU) 2019/2033 en van deze wet ligt, waaronder de in artikel 58/4 bedoelde specifieke eigenvermogensvereisten, om ervoor te zorgen dat conjuncturele economische schommelingen niet leiden tot de niet-naleving van deze vereisten of afbreuk doen aan de capaciteit van de vennootschap om haar werkzaamheden op ordelijke wijze af te wikkelen en stop te zetten.
   Voor de toepassing van het eerste lid houdt de FSMA rekening met de omvang, de systeemrelevantie, de aard, de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, alsook met het evenredigheidsbeginstel.
   § 3. De FSMA toetst of het eigenvermogensniveau, dat door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies met toepassing van paragraaf 2 is vastgesteld, toereikend is.
   Indien zij dit nodig acht, deelt de FSMA de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de richtsnoeren mee die uit de in het eerste lid bedoelde toetsing voortvloeien met betrekking tot het bedrag aan aanvullend eigen vermogen waarmee het op grond van paragraaf 1 bepaalde eigenvermogensniveau kan worden bereikt, alsook de datum waarop de FSMA verwacht dat deze richtsnoeren ten uitvoer zijn gelegd.]1

  
Art. 58/8. [1 § 1er. Le présent article ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées.".
   § 2. La FSMA peut exiger d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elle dispose d'un niveau de fonds propres qui soit, conformément à la gestion des besoins en fonds propres visée à l'article 54, suffisamment supérieur aux exigences prévues par la troisième Partie du règlement 2019/2033 et par la présente loi, notamment les exigences de fonds propres supplémentaires visés à l'article 58/4, afin d'assurer que les fluctuations conjoncturelles économiques ne conduisent pas au non-respect de ces exigences ou ne compromettent pas la capacité de la société de liquider ou cesser ses activités de manière ordonnée.
   Aux fins de l'alinéa 1er, la FSMA tient compte de l'ampleur, de l'importance systémique, de la nature, de l'échelle et de la complexité des activités des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ainsi que du principe de proportionnalité.
   § 3. La FSMA évalue le caractère adéquat du niveau de fonds propres fixé par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en application du paragraphe 2.
   Si elle l'estime nécessaire, la FSMA communique à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée les recommandations qui découlent de l'évaluation visée à l'alinéa 1er quant au montant de fonds propres supplémentaires qui permettrait d'atteindre le niveau de fonds propres déterminé en vertu du paragraphe 1er ainsi que la date à laquelle la FSMA s'attend à ce que ces recommandations soient mises en oeuvre.]1

  
Art. 58/9. [1 De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit in kennis van de door haar gebruikte methode om de in de artikelen 58/4 tot 58/8 bedoelde beslissingen te nemen.]1
  
Art. 58/9. [1 La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne de la méthode qu'elle a utilisée pour adopter les décisions visées aux articles 58/4 à 58/8.]1
  
Art. 58/10. [1 § 1. Dit artikel is niet van toepassing op de kleine en niet-verweven vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, behalve op diegene die zijn vrijgesteld van het liquiditeitsvereiste conform artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.
   § 2. De FSMA kan alleen specifieke liquiditeitsvereisten opleggen als zij op basis van de overeenkomstig de artikelen 58/1 en 58/3 uitgevoerde toetsingen en onderzoeken van oordeel is dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is blootgesteld aan een liquiditeitsrisico of aspecten van een liquiditeitsrisico die wezenlijk zijn en niet of onvoldoende worden gedekt door het liquiditeitsvereiste als bepaald in deel vijf van Verordening (EU) 2019/2033.
   § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 worden een liquiditeitsrisico of aspecten van een liquiditeitsrisico alleen geacht niet of onvoldoende te worden gedekt door het liquiditeitsvereiste als bepaald in deel vijf van Verordening (EU) 2019/2033 indien de bedragen en/of de soorten liquiditeit die nodig zijn om aan dit liquiditeitsvereiste te voldoen, van een lager niveau zijn dan deze die de FSMA toereikend acht, rekening houdend met het in artikel 54 bedoelde prospectieve liquiditeitsbeheer.
   § 4. De FSMA bepaalt het niveau van de op grond van paragraaf 2 vereiste specifieke liquiditeit als het verschil tussen het liquiditeitsniveau dat de FSMA toereikend acht overeenkomstig paragraaf 3, en het liquiditeitsvereiste dat van toepassing is op grond van deel vijf van Verordening (EU) 2019/2033.
   § 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten voldoen aan het in paragraaf 2 bedoelde specifieke liquiditeitsvereiste met de in artikel 43 van Verordening (EU) 2019/2033 beschreven liquide activa.
   § 6. De FSMA rechtvaardigt schriftelijk haar beslissing om een specifiek liquiditeitsvereiste op te leggen overeenkomstig paragraaf 2 aan de hand van een duidelijke uiteenzetting van de volledige beoordeling van de in paragrafen 2 tot 4 bedoelde elementen.]1

  
Art. 58/10. [1 § 1er. Le présent article ne s'applique pas aux petites sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement non interconnectées, sauf à celles qui n'ont pas été exemptées de l'exigence de liquidité conformément à l'article 43, § 1er du règlement (UE) 2019/2033.
   § 2. La FSMA ne peut imposer des exigences spécifiques de liquidité que lorsque, sur la base des contrôles et examens effectués conformément aux articles 58/1 et 58/3, elle estime qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est exposée à un risque de liquidité ou à des éléments de risque de liquidité significatifs et non couverts ou insuffisamment couverts par l'exigence de liquidité énoncée à la cinquième Partie du règlement n° 2019/2033.
   § 3. Aux fins de l'application du paragraphe 2, un risque de liquidité ou des éléments de risque de liquidité sont considérés comme non couverts ou insuffisamment couverts par l'exigence de liquidité énoncée à la cinquième Partie du règlement 2019/2033 que si le montant et/ou le type de liquidité nécessaires pour respecter ladite exigence de liquidité sont de niveau moins élevé que ceux que la FSMA estime adéquats compte tenu de la gestion de la liquidité visée à l'article 54.
   § 4. La FSMA fixe le niveau spécifique de liquidité exigé en vertu du paragraphe 2 comme étant la différence entre le niveau de liquidité que la FSMA estime adéquat conformément au paragraphe 3 et l'exigence de liquidité applicable en vertu de la cinquième Partie du règlement 2019/2033.
   § 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont tenues de satisfaire à l'exigence spécifique de liquidité visée au paragraphe 2 au moyen d'actifs liquides conformément à l'article 43 du règlement 2019/2033.
   § 6. La FSMA justifie par écrit la décision d'imposer une exigence spécifique de liquidité conformément au paragraphe 2, en communiquant un compte-rendu clair de l'évaluation complète des éléments visés aux paragraphes 2 à 4.]1

  
Art. 58/11. [1 De FSMA kan beslissen om een termijn vast te leggen voor de met toepassing van de artikelen 58/4 tot 58/10 opgelegde maatregelen. De toepassing van deze bepalingen doet noch afbreuk aan de toepassing van andere bepalingen van deze wet, met name artikel 63/2, noch aan de toepassing van in andere wetten, besluiten of reglementen vastgelegde maatregelen.]1
  
Art. 58/11. [1 La FSMA peut décider d'assortir d'un délai les mesures imposées en application des articles 58/4 à 58/10. L'application de ces dispositions ne porte pas préjudice à l'application d'autres dispositions de la présente loi, notamment son article 63/2 et à l'application de mesures prévues par d'autres lois, arrêtés ou règlements.]1
  
Onderafdeling 3. [1 - Groepstoezicht]1
Sous-section 3. [1 - Surveillance des groupes]1
Art.59. [1 § 1. Onverminderd artikel 2 van deze wet moet, voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 59/1 tot 59/9, en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, worden verstaan onder:
   1° "beleggingsondernemingsgroep": een beleggingsondernemingsgroep als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 25), van Verordening (EU) 2019/2033;
   2° "nevendiensten verrichtende onderneming": een onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het bezit of het beheer van onroerend goed, het beheer van gegevensverwerkingsdiensten of een andere soortgelijke activiteit die ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van een of meer beleggingsondernemingen;
   3° "naleving van het groepskapitaalcriterium": de naleving, door een moederonderneming in een beleggingsondernemingsgroep, van de vereisten van artikel 8 van Verordening (EU) 2019/2033;
   4° "groepstoezichthouder": een bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium door EU-moederbeleggingsondernemingen en beleggingsondernemingen die onder zeggenschap staan van EU-moederbeleggingsholdings of gemengde financiële EU-moederholdings;
   5° "beleggingsholding": een beleggingsholding in de zin van artikel 4, lid 1, punt 23), van Verordening (EU) 2019/2033;
   6° "gemengde financiële holding": een gemengde financiële holding in de zin van artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
   7° "gemengde holding": een moederonderneming die geen financiële holding, beleggingsholding, kredietinstelling, beleggingsonderneming of gemengde financiële holding in de zin van Richtlijn 2002/87/EG is en die onder haar dochterondernemingen ten minste één beleggingsonderneming telt;
   8° "moederonderneming": een moederonderneming in de zin van artikel 2, punt 9, en artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU;
   9° "EU-moederbeleggingsonderneming": een EU-moederbeleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 56, van Verordening (EU) 2019/2033;
   10° "EU-moederbeleggingsholding": een EU-moederbeleggingsholding in de zin van artikel 4, lid 1, punt 57, van Verorde-ning (EU) 2019/2033;
   11° "gemengde financiële EU-moederholding": een gemengde financiële EU-moederholding in de zin van artikel 4, lid 1, punt 58, van Verordening (EU) 2019/2033;
   12° "groep": een geheel van ondernemingen dat wordt gevormd door een moederonderneming en haar dochterondernemingen, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd, en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd;
   13° "geconsolideerde situatie": de situatie die overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 resulteert uit de toepassing van de vereisten van deze verordening op een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding alsof die onderneming samen met alle beleg-gingsondernemingen, financiële instellingen, nevendiensten verrichtende ondernemingen en verbonden agenten in de be-leggingsondernemingsgroep één enkele beleggingsonderneming vormde; voor de toepassing van deze definitie zijn de termen "beleggingsonderneming", "financiële instelling", "nevendiensten verrichtende onderneming" en "verbonden agent" ook van toepassing op ondernemingen in derde landen die, indien zij in de Unie waren gevestigd, aan de definities van die termen zouden beantwoorden;
   14° exclusieve of gezamenlijke controle, controle in de zin van haar definitie in de reglementering op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de beleggingsondernemingen die met toepassing van artikel 55, derde lid, is uitgevaardigd.
   § 2. Groepen van ondernemingen met een kredietinstelling zijn, voor hun toezicht op geconsolideerde basis, onderworpen aan de bepalingen van boek II, titel III, hoofdstuk IV, afdeling II en afdeling IV, van de wet van 25 april 2014.
   De groepstoezichthouder van een groep van ondernemingen met een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die geen beursvennootschap omvat, wordt bepaald conform de bepalingen van paragrafen 3 tot 6.
   Als de beleggingsondernemingsgroep ook een beursvennootschap omvat, zijn de artikelen 162 tot 172 van de wet van 20 juli 2022 van toepassing.
   § 3. In de mate en op de wijze bepaald door artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 en door deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, zijn de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die deel uitmaken van een beleggingsondernemingsgroep:
   1° die een Belgische EU-moederbeleggings-onderneming zijn, onderworpen aan een toezicht op basis van hun geconsolideerde positie;
   2° met als moederonderneming een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding, onderworpen aan een toezicht op basis van de geconsolideerde positie van de moederbeleggingsonderneming, de moederbeleggingsholding of de gemengde financiële moederholding.
   Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de groepstoezichthouder toestaat dat het in artikel 8 van Verordening (EU) 2019/2033 bepaalde groepskapitaalcriterium wordt toegepast.
   § 4. Wanneer artikel 7 van Verordening (EU) 2019/233 van toepassing is, moeten vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die als Belgische EU-moederbeleggingsondernemingen worden beschouwd, de Belgische beleggingsholdings en de Belgische gemengde financiële EU-moederholdings op geconsolideerde basis, in voorkomend geval, voldoen aan de artikelen 25, 25/2 t/m 26, 26/3, 27, 34 t/m 34/2, 37/1, 37/2, 55 en 56/1, inclusief de bepalingen van de Bijlage.
   De verplichtingen die voor dochterondernemingen uit derde landen voortvloeien uit de in het eerste lid genoemde artikelen, zijn niet van toepassing indien de in het eerste lid bedoelde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beleggingsholdings of gemengde financiële holdings aan de FSMA kunnen aantonen dat de toepassing ervan onrechtmatig is volgens de wetten van dat land.
   § 5. Onverminderd paragraaf 2 wordt het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium op een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die deel uit-maakt van een beleggingsondernemingsgroep, als volgt uitgeoefend:
   1° indien zij een Belgische EU-moederbeleggings-onderneming is, door de FSMA;
   2° indien haar moederonderneming een EU-moederbeleggingsonderneming is, door de bevoegde autoriteit van de EU-moederbeleggingsonderneming;
   3° indien haar moederonderneming een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding is, die geen andere dochterbeleggingsondernemingen heeft in de EER, door de FSMA;
   4° indien haar moederonderneming een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding is, die verschillende dochterbeleggingsondernemingen in de EER heeft, waarvan er minstens één vergund is in de lidstaat waarin deze moederholding gevestigd is, door de bevoegde autoriteit van die lidstaat;
   5° indien haar moederonderneming een Belgische EU-moederbeleggingsholding of een Belgische gemengde financiële EU-moederholding is, die verschillende dochterbeleggingsondernemingen in de EER heeft, door de FSMA;
   6° indien haar moederonderneming een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding is, die verschillende dochterbeleggingsondernemingen in de EER heeft, waarvan er geen enkele is vergund in de lidstaat waar deze moederholding gevestigd is, door de bevoegde autoriteit van de beleggingsonderneming met het hoogste balanstotaal;
   7° indien meerdere beleggingsholdings of gemengde financiële holdings, gevestigd in diverse lidstaten, moederonderneming zijn van beleggingsondernemingen die vergund zijn in verschillende lidstaten, waaronder een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, en zich in elk van deze lidstaten een beleggingsonderneming bevindt, door de bevoegde autoriteit van de beleggingsonderneming met het hoogste balanstotaal.
   § 6. De FSMA en de betrokken bevoegde autoriteiten kunnen onderling overeenkomen om af te wijken van de in paragraaf 5, 4° tot 7°, vermelde criteria, en om een andere bevoegde autoriteit aan te stellen om het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium uit te oefenen, indien de toepassing van die criteria niet passend zou zijn om de efficiënte uitoefening van het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium te garanderen, gelet op de betrokken beleggingsondernemingen en het relatieve belang van hun activiteiten in de verschillende lidstaten.
   In die gevallen geven de FSMA en de betrokken bevoegde autoriteiten, vóór zij een dergelijke beslissing nemen, de EU-moederbeleggingsholding, de gemengde financiële EU-moederholding of de beleggingsonderneming met het hoogste balanstotaal, naargelang het geval, de mogelijkheid om hun mening over die geplande beslissing te geven.
   De FSMA brengt de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit op de hoogte van elke beslissing die met toepassing van deze paragraaf wordt genomen.
   § 7. De beleggingsholdings en de gemengde financiële holdings worden opgenomen in het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium.
   § 8. Het toezicht op geconsolideerde basis en het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium hebben niet tot gevolg dat de FSMA individueel toezicht uitoefent op een beleggingsholding, op een gemengde financiële holding en op elke andere in de consolidatie opgenomen onderneming.
   Onverminderd het in het eerste lid vermelde beginsel en wanneer het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium door de FSMA wordt uitgeoefend, zijn de leden van het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, van de beleggingsholdings en de gemengde financiële holdings naar Belgisch recht onderworpen aan de vereisten van artikel 23, § 1, tweede en derde lid, van deze wet, rekening houdend met de specifieke rol van een beleggingsholding of een gemengde financiële holding.
   Het toezicht op geconsolideerde basis en het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium doen geen afbreuk aan het individuele toezicht op de in de consolidatie opgenomen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Er kan echter rekening worden gehouden met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het individueel toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of van het toezicht op gesubconsolideerde basis op een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een dochteronderneming is van een andere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   § 9. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt onder een toezicht op geconsolideerde basis dat geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen. De bepalingen die gelden voor de vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies als bedoeld in artikel 59, § 3, eerste lid, 2°, zijn van toepassing.
   § 10. De FSMA kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de praktische modaliteiten van het toezicht op geconsolideerde basis en van het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium, zoals opgenomen in dit artikel, nader bepalen.
   § 11. Met het oog op een zo efficiënt mogelijk toezicht op geconsolideerde basis en toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium, kan de FSMA individuele afwijkingen toestaan op de bepalingen van dit artikel en, in voorkomend geval, op de met toepassing van vorig lid genomen reglementen, voor zover deze in lijn blijven met de ter zake relevante bepalingen van Richtlijn (EU) 2019/2034. In dat geval stelt zij de Europese Commissie en, wat het toezicht op geconsolideerde basis betreft, ook de Europese Bankautoriteit daarvan in kennis.]1

  
Art.59. [1 § 1er. Sans préjudice de l'article 2 de la présente loi, pour l'application du présent article et des articles 59/1 à 59/9, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour leur exécution, il convient d'entendre par :
   1° "groupe d'entreprises d'investissement": un groupe d'entreprises d'investissement tel que défini à l'article 4, paragraphe 1, point 25), du règlement (UE) 2019/2033 ;
   2° "entreprise de services auxiliaires": une entreprise dont l'activité principale consiste en la détention ou la gestion d'immeubles, en la gestion de services informatiques ou en une activité similaire ayant un caractère auxiliaire par rapport à l'activité principale d'une ou de plusieurs entreprises d'investissement ;
   3° "respect du test de capitalisation du groupe": le respect, par une entreprise mère d'un groupe d'entreprises d'investissement, des exigences de l'article 8 du règlement (UE) 2019/2033 ;
   4° "contrôleur du groupe": une autorité compétente chargée de surveiller le respect du test de capitalisation du groupe par les entreprises d'investissement mères dans l'Union européenne et les entreprises d'investissement contrôlées par des compagnies holding d'investissement mères dans l'Union européenne ou par des compagnies financières holding mixtes mères dans l'Union européenne ;
   5° "compagnie holding d'investissement", une compagnie holding d'investissement telle que définie à l'article 4, paragraphe 1, point 23), du règlement (UE) 2019/2033 ;
   6° "compagnie financière holding mixte": une compagnie financière holding mixte telle que définie à l'article 2, point 15), de la directive 2002/87/CE du Parlement européen et du Conseil ;
   7° "compagnie holding mixte": une entreprise mère autre qu'une compagnie financière holding, une compagnie holding d'investissement, un établissement de crédit, une entreprise d'investissement ou une compagnie financière holding mixte au sens de la directive 2002/87/CE, qui compte parmi ses filiales au moins une entreprise d'investissement ;
   8° "entreprise mère": une entreprise mère au sens de l'article 2, point 9), et de l'article 22 de la directive 2013/34/UE ;
   9° "entreprise d'investissement mère dans l'Union": une entreprise d'investissement mère dans l'Union européenne telle que définie à l'article 4, paragraphe 1, point 56), du règlement (UE) 2019/2033 ;
   10° "compagnie holding d'investissement mère dans l'Union": une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union européenne telle que définie à l'article 4, paragraphe 1, point 57), du règlement (UE) 2019/2033 ;
   11° "compagnie financière holding mixte mère dans l'Union": une compagnie financière holding mixte mère dans l'Union européenne telle que définie à l'article 4, paragraphe 1, point 58), du règlement (UE) 2019/2033 ;
   12° "groupe": un ensemble d'entreprises qui est constitué d'une entreprise mère et de ses filiales, ainsi que des entreprises qui constituent un consortium et des entreprises contrôlées par ces dernières ;
   13° "situation consolidée": la situation qui résulte de l'application des exigences du règlement 2019/2033 conformément à l'article 7 de ce règlement à une entreprise d'investissement mère dans l'Union, une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière holding mixte mère dans l'Union comme si cette entreprise formait, avec toutes les entreprises d'investissement, les établissements financiers, les entreprises qui fournissent des services auxiliaires et les agents liés du groupe d'entreprises d'investissement, une entreprise d'investissement unique; aux fins de la présente définition, les termes entreprise d'investissement, établissement financier, entreprise qui fournit des services auxiliaires et agent lié s'appliquent aussi aux entreprises établies dans des pays tiers qui, si elles étaient établies dans l'Union, correspondraient aux définitions de ces termes ;
   14° contrôle exclusif ou conjoint, contrôle dans le sens de sa définition dans la réglementation relative aux comptes annuels et aux comptes consolidés des entreprises d'investissement prise en application de l'article 55, alinéa 3.
   § 2. Les groupes d'entreprises comprenant un établissement de crédit sont soumis, pour ce qui est de leur contrôle sur base consolidée, respectivement aux dispositions des dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section II et Section IV de la loi du 25 avril 2014.
   Le contrôleur du groupe d'un groupe d'entreprises d'investissement comprenant une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge et ne comprenant pas de société de bourse est déterminé conformément aux dispositions des paragraphes 3 à 6.
   Si le groupe d'entreprises d'investissement comprend également une société de bourse, sont applicables les articles 162 à 172 de la loi du 20 juillet 2022.
   § 3. Dans la mesure et selon les modalités requises par l'article 7 du règlement 2019/2033, par la présente loi et ses arrêtés et règlements d'exécution, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge faisant partie d'un groupe d'entreprises d'investissement :
   1° qui sont une entreprise d'investissement mère belge dans l'Union, sont soumis à un contrôle sur la base de leur situation consolidée ;
   2° ayant comme entreprise mère une entreprise d'investissement mère dans l'Union européenne, une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière mixte mère dans l'Union, sont soumis à un contrôle sur la base de la situation consolidée de l'entreprise d'investissement mère, de la compagnie holding d'investissement mère ou de la compagnie financière mixte mère.
   L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque le contrôleur du groupe autorise l'application du test de capitalisation du groupe prévu à l'article 8 du règlement 2019/2033.
   § 4. Lorsque l'article 7 du règlement 2019/2033 est applicable, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge qui sont qualifiées d'entreprises d'investissement mères belges dans l'Union et les compagnies holding d'investissement belge dans l'Union et compagnies financières mixtes mères belges dans l'Union doivent satisfaire sur base consolidée, le cas échéant, aux articles 25, 25/2 à 26, 26/3, 27, 34 à 34/2, 37/1, 37/2, 55 et 56/1, y compris les dispositions de l'Annexe.
   Les obligations découlant des articles mentionnés à l'alinéa 1er pour les filiales de pays tiers ne s'appliquent pas si les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les compagnies holding d'investissement ou les compagnies financières mixtes visées à l'alinéa 1er peuvent démontrer à la FSMA que leur application est illégale en vertu du droit de ce pays.
   § 5. Sans préjudice du paragraphe 2, le contrôle sur base consolidée ou le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge qui fait partie d'un groupe d'entreprises d'investissement, est exercé comme suit :
   1° s'il s'agit d'une entreprise d'investissement mère belge dans l'Union, par la FSMA ;
   2° si son entreprise mère est une entreprise d'investissement mère dans l'Union, par l'autorité compétente de l'entreprise d'investissement mère dans l'Union ;
   3° si son entreprise mère est une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière mixte mère dans l'Union, ne détenant pas d'autre entreprises d'investissement filiales dans l'EEE, par la FSMA ;
   4° si son entreprise mère est une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière mixte mère dans l'Union, détenant plusieurs entreprises d'investissement filiales dans l'EEE dont au moins une est agréée dans l'Etat membre où cette compagnie holding mère est établie, par l'autorité compétente de cet Etat membre ;
   5° si son entreprise mère est une compagnie holding d'investissement mère belge dans l'Union ou une compagnie financière mixte mère belge dans l'Union, détenant plusieurs entreprises d'investissement filiales dans l'EEE, par la FSMA ;
   6° si son entreprise mère est une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière mixte mère dans l'Union, détenant plusieurs entreprises d'investissement filiales dans l'EEE, dont aucune n'a été agréée dans l'Etat membre où cette compagnie holding mère est établie, par l'autorité compétente de l'entreprise d'investissement dont le total bilantaire est le plus élevé ;
   7° si plusieurs compagnies holding d'investissement ou compagnies financières mixtes, établies dans des Etats membres différents, sont l'entreprise mère d'entreprises d'investissement agréées dans différents Etats membres, dont une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, et qu'il y a une entreprise d'investissement dans chacun desdits Etats membres, par l'autorité compétente de l'entreprise d'investissement dont le total bilantaire est le plus élevé.
   § 6. La FSMA et les autorités compétentes concernées peuvent, d'un commun accord, déroger aux critères mentionnés au paragraphe 5, 4° à 7° et désigner une autre autorité compétente pour exercer une surveillance sur base consolidée ou un contrôle du respect du test de capitalisation du groupe si l'application de ces critères n'est pas appropriée pour garantir l'efficacité de la surveillance sur base consolidée ou du contrôle du respect du test de capitalisation du groupe eu égard aux entreprises d'investissement concernées et à l'importance relative de leurs activités dans les différents Etats membres.
   Dans ces cas, avant d'adopter une telle décision, la FSMA et les autorités compétentes concernées donnent à la compagnie holding d'investissement mère dans l'Union, à la compagnie financière holding mixte mère dans l'Union ou à l'entreprise d'investissement affichant le total de bilan le plus élevé, selon le cas, la possibilité d'exprimer son avis sur ce projet de décision.
   La FSMA notifie à la Commission européenne et à l'Autorité bancaire européenne toute décision prise en application du présent paragraphe.
   § 7. Les compagnies holding d'investissement et les compagnies financières holding mixtes sont incluses dans le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe.
   § 8. Le contrôle sur base consolidée et le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe n'entraîne pas l'exercice d'un contrôle individuel, par la FSMA, sur une compagnie holding d'investissement ou une compagnie financière holding mixte, ni sur toute autre entreprise incluse dans la consolidation.
   Sans préjudice du principe figurant à l'alinéa 1er, et lorsque le contrôle sur base consolidée ou le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe est exercé par la FSMA, les membres de l'organe d'administration, les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction, des compagnies holding d'investissement et des compagnies financière holding mixte de droit belge sont soumis aux exigences de l'article 23, § 1er, alinéas 2 et 3 de la présente loi, compte tenu du rôle particulier d'une compagnie holding d'investissement ou d'une compagnie financière holding mixte.
   Le contrôle sur base consolidée et le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe ne porte pas préjudice au contrôle, sur une base individuelle, des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement incluses dans la consolidation. Il peut cependant être tenu compte des implications du contrôle sur base consolidée ou du contrôle du respect du test de capitalisation du groupe pour déterminer la teneur et les modalités du contrôle sur une base individuelle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou du contrôle sur base sous-consolidée d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui est filiale d'une autre société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   § 9. Une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge qui constitue un consortium avec une ou plusieurs autres entreprises relève d'un contrôle sur base consolidée qui s'applique à l'ensemble des entreprises du consortium ainsi qu'à leurs filiales. Les dispositions applicables aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées à l'article 59, § 3, alinéa 1er, 2° trouvent à s'appliquer en l'espèce.
   § 10. La FSMA peut, par voie de règlement pris en application de l'article 64 de la loi du 2 août 2002, préciser les modalités pratiques du contrôle sur base consolidée et du contrôle du respect du test de capitalisation du groupe, telles qu'elles figurent dans le présent article.
   § 11. En vue d'un contrôle sur base consolidée et d'un contrôle du respect du test de capitalisation du groupe aussi efficace que possible, la FSMA peut autoriser des dérogations individuelles aux dispositions du présent article, ainsi que, le cas échéant, aux règlements pris en application de l'alinéa précédent, pour autant qu'elles restent conformes aux dispositions pertinentes en la matière de la directive (UE) 2019/2034. Dans ce cas, elle en informe la Commission européenne et, en ce qui concerne le contrôle sur base consolidée, aussi l'Autorité bancaire européenne.]1

  
Art. 59/1. [1 § 1. Indien de FSMA tot groepstoezichthouder wordt aangesteld conform artikel 59/5, § 5, richt zij een college van toezichthouders op om de uitoefening van de in dit artikel bedoelde taken te faciliteren en te zorgen voor coördinatie en samenwerking met de relevante toezichthoudende autoriteiten van de betrokken derde landen, in het bijzonder indien dit voor de toepassing van artikel 23, lid 1, alinea 1, onder c), en lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 nodig is om met de toezichthoudende autoriteiten van de gekwalificeerde centrale tegenpartijen (GCTP's) relevante informatie over het margemodel uit te wisselen en deze bij te werken.
   § 2. Het college van toezichthouders biedt een kader waarbinnen de FSMA, als groepstoezichthouder, de Europese Bankautoriteit en de andere bevoegde autoriteiten de volgende taken verrichten:
   a) de in artikel 59/2 bedoelde taken;
   b) de coördinatie van verzoeken om informatie indien dit nodig is voor het faciliteren van het toezicht op geconsolideerde basis, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033;
   c) de coördinatie van verzoeken om informatie in gevallen waarin verscheidene bevoegde autoriteiten van beleggingsondernemingen die tot dezelfde groep behoren, hetzij van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een clearinglid, hetzij van de bevoegde autoriteit van de gekwalificeerde centrale tegenpartij (GCTP) informatie moeten vragen over het margemodel en de parameters die worden gebruikt voor de berekening van het margevereiste van de betrokken beleggingsondernemingen;
   d) de uitwisseling van informatie tussen alle bevoegde autoriteiten en met de Europese Bankautoriteit overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 en met de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1095/2010;
   e) een akkoord bereiken over de vrijwillige delegatie van taken en verantwoordelijkheden tussen bevoegde autoriteiten, indien van toepassing;
   f) de efficiëntie van het toezicht vergroten door te voorkomen dat onnodig tweemaal aan hetzelfde toezichtsvereiste moet worden voldaan.
   In voorkomend geval, mag een college van toezichthouders eveneens worden opgericht wanneer de dochterondernemingen van een beleggingsondernemingsgroep onder leiding van een EU-beleggingsonderneming, een EU-beleggingsmoederholding of een gemengde financiële EU-moederholding in een derde land zijn gevestigd.
   De Europese Bankautoriteit neemt overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 deel aan de vergaderingen van de colleges van toezichthouders.
   § 3. De volgende autoriteiten zijn leden van het college van toezichthouders:
   a) de FSMA;
   b) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op dochterondernemingen van een beleggingsondernemingsgroep onder leiding van een EU-beleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding;
   c) in voorkomend geval, de toezichthoudende autoriteiten van derde landen, met inachtneming van vertrouwelijkheidsvereisten die, volgens alle bevoegde autoriteiten, gelijkwaardig zijn aan de vereisten van titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2019/2034.
   § 4. Als de FSMA, conform artikel 59, § 5, tot groepstoezichthouder wordt aangesteld, zit zij de vergaderingen van het college van toezichthouders voor en stelt zij besluiten vast. De FSMA informeert alle leden van het college van toezichthouders vooraf volledig over de organisatie van deze vergaderingen, de voornaamste agendapunten en de te onderzoeken activiteiten. De FSMA informeert alle leden van het college van toezichthouders ook tijdig en volledig over de tijdens die verga-deringen genomen beslissingen en over de uitgevoerde maatregelen.
   Bij het nemen van beslissingen houdt de FSMA rekening met de relevantie van de door de in paragraaf 3 bedoelde autoriteiten te plannen of te coördineren toezichtsactiviteit.
   De oprichting en de werking van de colleges van toezichthouders worden schriftelijk vastgelegd.
   Bij een meningsverschil over een door de groepstoezichthouder genomen beslissing over de werking van colleges van toezichthouders mag iedere betrokken bevoegde autoriteit de zaak naar de Europese Bankautoriteit verwijzen en de Euro-pese Bankautoriteit om bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.]1

  
Art. 59/1. [1 § 1er. Si la FSMA est désignée comme contrôleur du groupe conformément à l'article 59, § 5, elle met en place un collège d'autorités de surveillance en vue de faciliter l'exécution des tâches visées au présent article et de garantir la coordination et la coopération avec les autorités de surveillance des pays tiers concernés, en particulier lorsque cela est nécessaire aux fins de l'application de l'article 23, paragraphe 1, premier alinéa, point c), et paragraphe 2, du règlement (UE) 2019/2033 pour échanger et actualiser des informations utiles sur le modèle de marge avec les autorités de surveillance des contreparties centrales éligibles (QCCP).
   § 2. Le collège d'autorités de surveillance fournissent un cadre permettant à la FSMA, en tant que contrôleur du groupe, à l'Autorité bancaire européenne et aux autres autorités compétentes d'effectuer les tâches suivantes :
   a) les tâches visées à l'article 59/2 ;
   b) la coordination des demandes d'information lorsque cela est nécessaire pour faciliter la surveillance sur base consolidée, conformément à l'article 7 du règlement (UE) 2019/2033 ;
   c) la coordination des demandes d'information, dans les cas où plusieurs autorités compétentes d'entreprises d'investissement faisant partie du même groupe doivent demander soit à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine d'un membre compensateur, soit à l'autorité compétente de la contrepartie centrale éligible (QCCP), des informations relatives au modèle de marge et aux paramètres utilisés pour le calcul de l'exigence de marge des entreprises d'investissement concernées ;
   d) l'échange d'informations entre toutes les autorités compétentes ainsi qu'avec l'Autorité bancaire européenne, conformément à l'article 21 du règlement (UE) no 1093/2010, et avec l'Autorité européenne des marchés financiers, conformément à l'article 21 du règlement (UE) no 1095/2010 ;
   e) la recherche d'un accord sur la délégation volontaire de tâches et de responsabilités entre autorités compétentes, le cas échéant ;
   f) le renforcement de l'efficacité de la surveillance en s'efforçant d'éviter la duplication inutile des exigences prudentielles.
   Le cas échéant, un collège d'autorités de surveillance peut également être mis en place lorsque les filiales d'un groupe d'entreprises d'investissement dirigé par une entreprise d'investissement dans l'Union, une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière holding mixte mère dans l'Union sont situées dans un pays tiers.
   Conformément à l'article 21 du règlement (UE) no 1093/2010, l'Autorité bancaire européenne participe aux réunions des collèges d'autorités de surveillance.
   § 3. Les autorités suivantes sont membres du collège des autorités de surveillance :
   a) la FSMA ;
   b) les autorités compétentes chargées de la surveillance des filiales d'un groupe d'entreprises d'investissement dirigé par une entreprise d'investissement dans l'Union, une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou une compagnie financière holding mixte mère dans l'Union ;
   c) le cas échéant, les autorités de surveillance de pays tiers, sous réserve qu'elles respectent des exigences de confidentialité qui sont, de l'avis de toutes les autorités compétentes, équivalentes aux exigences fixées au Titre IV, Chapitre 1er, Section 2, de la directive (UE) 2019/2034.
   § 4. Si la FMSA est désignée comme contrôleur du groupe conformément à l'article 59, § 5, elle préside les réunions du collège d'autorités de surveillance et adopte des décisions. Tous les membres du collège d'autorités de surveillance sont pleinement informés à l'avance par la FSMA de l'organisation de ces réunions, des principales questions à aborder et des activités à examiner. Tous les membres du collège d'autorités de surveillance sont également pleinement informés en temps utile par la FSMA des décisions adoptées lors de ces réunions ou des actions menées.
   Lors de l'adoption de décisions, la FSMA tient compte de la pertinence de l'activité de surveillance qui doit être planifiée ou coordonnée par les autorités visées au paragraphe 3.
   La constitution et le fonctionnement des collèges d'autorités de surveillance sont formalisés par voie d'accords écrits.
   En cas de désaccord avec une décision adoptée par le contrôleur du groupe sur le fonctionnement des collèges d'autorités de surveillance, l'une ou l'autre des autorités compétentes concernées peut saisir l'Autorité bancaire européenne et demander l'assistance de cette dernière, conformément à l'article 19 du règlement (UE) 1093/2010.]1

  
Art. 59/2. [1 Indien zich een noodsituatie voordoet, met inbegrip van een situatie als omschreven in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 of een situatie van ongunstige ontwikkelingen op de markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel mogelijk in gevaar brengen in lidstaten waar entiteiten van een beleggingsondernemingsgroep een vergunning hebben gekregen, brengt de FSMA, als ze overeenkomstig artikel 59, § 5 als groepstoezichthouder wordt aangewezen, de Europese Bankautoriteit, het Europees Comité voor Systeemrisico's en andere relevante bevoegde autoriteiten daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte en deelt hij alle informatie mee die noodzakelijk is om hun taken uit te oefenen.]1
  
Art. 59/2. [1 Lorsque survient une situation d'urgence, notamment une situation décrite à l'article 18 du règlement (UE) n° 1093/2010 ou une situation d'évolution défavorable des marchés, susceptible de menacer la liquidité du marché et la stabilité du système financier dans l'un des Etats membres dans lequel des entités d'un groupe d'entreprises d'investissement ont été agréées, la FSMA, si elle est désignée comme contrôleur du groupe conformément à l'article 59, § 5, alerte dès que possible l'Autorité bancaire européenne, le Comité européen du risque systémique et toute autorité compétente concernée et leur communique toutes les informations essentielles à l'exécution de leurs tâches.]1
  
Art. 59/3. [1 In haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op dochterondernemingen naar Belgisch recht van een beleggingsondernemingsgroep onder leiding van een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding, neemt de FSMA deel aan de colleges van toezichthoudende autoriteiten die opgericht zijn door de groepstoezichthouder.
   In geval van een verschil van mening tussen de FSMA, in haar hoedanigheid bedoeld in het eerste lid, over een door de groepstoezichthouder genomen besluit over de werking van de colleges van toezichthouders, mag zij de zaak aan de Europese Bankautoriteit voorleggen en haar om bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010.]1

  
Art. 59/3. [1 La FSMA, en sa qualité d'autorité compétente chargée du contrôle de filiales de droit belge d'un groupe d'entreprises d'investissement dirigé par une entreprise d'investissement mère dans l'Union, d'une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou d'une compagnie financière mixte mère dans l'Union participe aux collèges d'autorités de surveillance établis par le contrôleur du groupe.
   En cas de désaccord de la FSMA, en sa qualité visée à l'alinéa 1er, avec une décision prise par le contrôleur du groupe sur le fonctionnement des collèges d'autorités de surveillance, elle peut saisir l'Autorité bancaire européenne et lui demander assistance conformément à l'article 19 du règlement (UE) 1093/2010.]1

  
Art. 59/4. [1 § 1. De FSMA verstrekt de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 59/1, § 3, en, in voorkomend geval, de groepstoezichthouder, alle nodige relevante informatie, waaronder:
   a) de identificatie van de juridische en bestuursstructuur van de beleggingsondernemingsgroep, met inbegrip van haar organisatiestructuur, die alle gereguleerde en niet-gereguleerde entiteiten, niet-gereguleerde dochterondernemingen en de moederondernemingen omvat, en van de bevoegde autoriteiten van de gereguleerde entiteiten in de beleggingsondernemingsgroep;
   b) de procedures voor het vergaren van informatie bij de beleggingsondernemingen in een beleggingsondernemingsgroep en de procedures voor de verificatie van die informatie;
   c) ongunstige ontwikkelingen in beleggingsondernemingen of in andere entiteiten van een beleggingsondernemingsgroep die ernstige nadelige gevolgen voor deze beleggingsondernemingen zouden kunnen hebben;
   d) belangrijke sancties en buitengewone maatregelen die de bevoegde autoriteiten hebben genomen overeenkomstig de nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn `(EU) 2019/2034;
   e) het feit dat een specifiek eigenvermogensvereiste uit hoofde van artikel 39 van Richtlijn (EU) 2019/2034 wordt opgelegd.
   § 2. De bevoegde autoriteiten en de groepstoezichthouder kunnen overeenkomstig artikel 19, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, een zaak aan Europese Bankautoriteit voorleggen indien relevante informatie niet zonder onnodige vertraging is meegedeeld overeenkomstig lid 1 of een verzoek om samenwerking, met name om relevante informatie uit te wisselen, is afgewezen of niet binnen een redelijke termijn is beantwoord.
   § 3. De FSMA raadpleegt de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 59/1, § 3 en, in voorkomend geval, de groepstoezichthouder, alvorens een besluit te nemen dat van belang kan zijn voor de toezichtstaken van die andere bevoegde autoriteiten, over het volgende:
   a) veranderingen in de aandeelhouders-, de organisatie- of de bestuursstructuur van de beleggingsondernemingen in een beleggingsondernemingsgroep die goedkeuring of machtiging door de bevoegde autoriteiten vereisen;
   b) significante sancties en uitzonderlijke maatregelen die opgelegd zijn aan de beleggingsondernemingen in de beleg-gingsondernemingsgroep;
   c) specifieke eigenvermogensvereisten die zijn opgelegd met toepassing van de omzetting van artikel 39 van (EU) Richtlijn 2019/2034 in nationaal recht.
   § 4. De FSMA moet, in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op dochterondernemingen naar Belgisch recht van een beleggingsondernemingsgroep onder leiding van een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding, steeds de groepstoezichthouder raadplegen als zij overweegt om een beslissing te nemen als bedoeld in paragraaf 3, punt b).
   § 5. In afwijking van paragraaf 3, is de FSMA niet verplicht om de andere bevoegde autoriteiten te raadplegen in noodsituaties of als een dergelijke raadpleging ertoe kan leiden dat haar besluit zijn doel mist; in dergelijk geval brengt zij de andere bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van haar besluit om geen overleg te plegen.]1

  
Art. 59/4. [1 § 1er. La FSMA communique aux autorités compétentes visées à l'article 59/1, § 3 et, le cas échéant, au contrôleur du groupe, toutes les informations pertinentes nécessaires, notamment :
   a) la description de la structure juridique du groupe d'entreprises d'investissement et de sa structure de gouvernance, y compris sa structure organisationnelle, englobant l'ensemble des entités réglementées et non réglementées, des filiales non réglementées et des entreprises mères, et l'indication des autorités compétentes dont relèvent les entités réglementées du groupe d'entreprises d'investissement ;
   b) les procédures régissant la collecte d'informations auprès des entreprises d'investissement d'un groupe d'entreprises d'investissement, ainsi que les procédures de vérification de ces informations ;
   c) toute évolution négative subie par les entreprises d'investissement ou d'autres entités d'un groupe d'entreprises d'investissement et qui pourrait affecter gravement ces entreprises d'investissement ;
   d) toutes les sanctions significatives et mesures exceptionnelles prises par les autorités compétentes conformément aux dispositions nationales transposant la directive (UE) 2019/2034 ;
   e) l'imposition d'une exigence spécifique de fonds propres au titre de l'article 39 de la directive (UE) 2019/2034.
   § 2. Les autorités compétentes et le contrôleur du groupe peuvent saisir l'Autorité bancaire européenne, en vertu de l'article 19, paragraphe 1er, du règlement (UE) 1093/2010, si les informations nécessaires n'ont pas été communiquées en application du paragraphe 1er sans délai injustifié ou si une demande de coopération, en particulier d'échange d'informations pertinentes, a été rejetée ou n'a pas été suivie d'effet dans un délai raisonnable.
   § 3. La FSMA consulte les autorités compétentes visées à l'article 59/1, § 3 et, le cas échéant, le contrôleur du groupe, avant de prendre une décision susceptible de revêtir de l'importance pour les missions de surveillance de ces autres autorités compétentes, sur les points suivants :
   a) les changements affectant la structure de l'actionnariat, la structure organisationnelle ou la structure de direction des entreprises d'investissement faisant partie d'un groupe d'entreprises d'investissement et nécessitant l'approbation ou l'agrément des autorités compétentes ;
   b) les sanctions significatives et mesures exceptionnelle infligées aux entreprises d'investissement faisant partie du groupe d'entreprises d'investissement ;
   c) les exigences spécifiques de fonds propres imposées en application de la transposition nationale de l'article 39 de la directive (UE) 2019/2034.
   § 4. La FSMA, en sa qualité d'autorité compétente chargée du contrôle de filiales de droit belge d'un groupe d'entreprises d'investissement dirigé par une entreprise d'investissement mère dans l'Union, d'une compagnie holding d'investissement mère dans l'Union ou d'une compagnie financière mixte mère dans l'Union, doit toujours consulter le contrôleur du groupe lorsqu'elle envisage de prendre une décision telle que visée au paragraphe 3, b).
   § 5. Par dérogation au paragraphe 3, la FSMA n'est pas tenue de consulter les autres autorités compétentes en cas d'urgence ou lorsqu'une telle consultation pourrait compromettre l'efficacité de sa décision, auquel cas elle informe sans retard les autres autorités compétentes concernées de sa décision de ne pas les consulter.]1

  
Art. 59/5. [1 § 1. Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies periodiek aan de FSMA een geconsolideerde financiële staat voor. De FSMA bepaalt, na raadpleging van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun representatieve beroepsverenigingen, vol-gens welke regels deze staat moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten worden voorgelegd.
   Wanneer zij dit voor het prudentiële toezicht noodzakelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen die geen dochteronderneming zijn maar waarin de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding heeft, in de consolidatie worden opgenomen.
   § 2. De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de betrokken beleggingsholdings, gemengde financiële holdings, gemengde holdings, hun dochterondernemingen en alle andere geconsolideerde of in het groepskapitaalcriterium opgenomen ondernemingen, alsook alle personen die behoren tot deze entiteiten, haar alle inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op geconsolideerde basis of voor haar toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium. Voor dit toezicht kan de FSMA, ter plaatse, in alle geconsolideerde of in het groepskapitaalcriterium opgenomen ondernemingen, de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het kader van het toezicht op geconsolideerde basis of van het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium, of, op kosten van de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, erkende revisoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten.
   § 3. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere ondernemingen de controle hebben over een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen en hun dochterondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de bepalingen betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium, of binnen het toepassingsgebied van artikel 60 betreffende het aanvullend groepstoezicht, de FSMA en de bevoegde buitenlandse overheden alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarover deze ondernemingen de controle hebben.
   § 4. De FSMA kan eisen dat de inlichtingen bedoeld in paragraaf 2 omtrent ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat dan België haar worden meegedeeld door de onder Belgisch recht ressorterende vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beleggingsholding of gemengde financiële holding.]1

  
Art. 59/5. [1 § 1er. Aux fins du contrôle sur base consolidée, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées communiquent périodiquement à la FSMA une situation financière consolidée. La FSMA détermine, après consultation des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement représentées par leurs associations professionnelles, les règles d'établissement de cette situation et notamment les règles relatives au périmètre de consolidation, aux modes d'inclusion dans la consolidation et à la fréquence des communications de ces situations.
   Lorsqu'elle le juge nécessaire pour le contrôle prudentiel, la FSMA peut exiger que soient incluses dans la consolidation les sociétés qui ne sont pas des filiales mais dans lesquelles la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détient une participation ou avec lesquelles elle a un autre lien en capital.
   § 2. La FSMA peut prescrire ou requérir que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées, les compagnies holdings d'investissement, les compagnies financières holding mixtes, les compagnies holding mixtes concernées, leurs filiales ainsi que les autres entreprises reprises dans la consolidation ou incluses dans le test de capitalisation du groupe, ainsi que toute personne appartenant à ces entités, lui communiquent toutes informations utiles pour l'exercice du contrôle sur base consolidée ou pour le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe. La FSMA peut, aux fins de ce contrôle, procéder ou faire procéder, aux frais des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées, par des réviseurs agréés ou, s'il y a lieu, par des experts étrangers agréés par elle à cet effet, à la vérification sur place, dans toutes les entreprises incluses dans la consolidation ou dans le test de capitalisation du groupe, des informations reçues dans le cadre du contrôle sur base consolidée ou du contrôle du respect du test de capitalisation du groupe.
   § 3. Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d'autres, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ainsi que les filiales de ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et ces filiales ne tombent pas dans le champ d'application des dispositions concernant le contrôle sur base consolidée ou le contrôle du respect du test de capitalisation du groupe ou dans le champ d'application de l'article 60 concernant la surveillance complémentaire du groupe, de communiquer à la FSMA et aux autorités étrangères compétentes les informations et renseignements utiles à l'exercice de la surveillance des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement que ces entreprises contrôlent.
   § 4. La FSMA peut exiger que les informations visées au paragraphe 2 concernant les entreprises relevant du droit d'un Etat membre autre que la Belgique lui soient communiquées par la société de de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la compagnie holding d'investissement ou la compagnie financière holding mixte relevant du droit belge.]1

  
Art. 59/6. [1 § 1. Indien een gemengde holding een of meer dochterondernemingen heeft die vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht zijn, kan de FSMA de gegevens en inlichtingen opvragen die zij dienstig acht voor haar toezicht op deze vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, hetzij rechtstreeks bij de gemengde holding, hetzij via de genoemde dochterondernemingen. In dit laatste geval blijft de gemengde holding samen met de rapporterende vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies verantwoordelijk voor de juistheid en stipte mededeling van de verstrekte informatie.
   Indien de in het eerste lid bedoelde gemengde holding een onderneming naar Belgisch recht is, beschikt deze over een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, teneinde de juistheid en conformiteit met de geldende regels te waarborgen van de te verstrekken gegevens en inlichtingen.
   § 2. De FSMA kan de met toepassing van paragraaf 1 verstrekte gegevens en inlichtingen ter plaatse controleren.
   Indien de gemengde holding of een van haar dochterondernemingen in een andere lidstaat is gevestigd dan België, wordt de informatie ter plaatse gecontroleerd in overeenstemming met de procedure die vervat is in artikel 59/7, § 2.
   Wanneer de gemengde holding of een van haar dochterondernemingen gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte, worden de modaliteiten voor de uitvoering van het bepaalde bij paragraaf 2 vastgelegd in overeenkomsten tussen de FSMA en de betrokken buitenlandse toezichthoudende autoriteiten, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 77, § 2 van de wet van 2 augustus 2002.
   § 3. De FSMA kan de met toepassing van paragraaf 1 verstrekte gegevens en inlichtingen laten controleren op hun juistheid en volledigheid:
   1° wanneer de rapporterende onderneming een vennootschap naar Belgisch recht is, door de commissaris belast met de controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van deze onderneming conform het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
   2° wanneer de rapporterende onderneming buiten België gevestigd is, door de commissaris die conform het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen belast is met de controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die een dochteronderneming van de gemengde holding is.
   § 4. De in paragraaf 2 bedoelde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken over passende risicobeheerprocessen en internecontrolemechanismen, met inbegrip van gedegen rapporterings- en boekhoudkundige systemen, met het oog op een passende herkenning, meting, bewaking en controle van transacties met hun gemengde moederholding en haar dochterondernemingen. Deze transacties worden door de FSMA gecontroleerd.]1

  
Art. 59/6. [1 § 1er. Si une compagnie holding mixte possède une ou plusieurs filiales qui sont des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, la FSMA peut demander toutes les données et informations qu'elle juge utiles pour l'exercice de son contrôle de ces sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la compagnie holding mixte, soit directement à la compagnie mixte, soit par l'intermédiaire des filiales citées. Dans ce dernier cas, la compagnie holding mixte demeure, avec la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement faisant rapport, responsable du caractère correct et de la communication ponctuelle des informations fournies.
   Si la compagnie mixte visée à l'alinéa 1er est une entreprise de droit belge, elle dispose d'une organisation administrative et comptable et d'un contrôle interne adéquats, afin de garantir que les informations et renseignements à fournir soient corrects et conformes aux règles applicables.
   § 2. La FSMA peut contrôler sur place les données et informations fournies en application du paragraphe 1er.
   Si la compagnie holding mixte ou une de ses filiales est établie dans un Etat membre autre que la Belgique, le contrôle sur place des informations se fait selon la procédure énoncée à l'article 59/7, § 2.
   Lorsque la compagnie holding mixte ou une de ses filiales est établie en dehors de l'Espace économique européen, les modalités d'exécution des dispositions du paragraphe 2 sont fixées dans des accords conclus entre la FSMA et les autorités étrangères de surveillance concernées, le cas échéant conformément à l'article 77, § 2 de la loi du 2 août 2002.
   § 3. La FSMA peut faire vérifier le caractère correct et complet des informations et renseignements communiqués en application du paragraphe 1er :
   1° lorsque l'entreprise faisant rapport est une société de droit belge, par le commissaire chargé du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de cette société conformément au Code des sociétés et des associations ;
   2° lorsque l'entreprise faisant rapport est établie en dehors de la Belgique, par le commissaire chargé, conformément au Code des sociétés et des associations, du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge que la compagnie mixte a pour filiale.
   § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées au paragraphe 1er disposent de processus de gestion des risques, ainsi que de mécanismes de contrôle interne adéquats, y compris de procédures saines d'information et de comptabilité, afin de détecter, de mesurer, de suivre et de contrôler de manière appropriée les transactions effectuées avec leur compagnie holding mixte mère et ses filiales. Ces transactions font l'objet d'un contrôle par la FSMA.]1

  
Art. 59/7. [1 § 1. De FSMA kan de naleving van de verplichtingen bepaald bij deze onderafdeling, en de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen ter plaatse nagaan bij de in artikel 59/5, § 2 bedoelde ondernemingen, de gemengde holdings en hun dochterondernemingen en de ondernemingen die nevendiensten verrichten. Zij kan, op kosten van deze ondernemingen, commissarissen of door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten.
   § 2. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, verzoekt de FSMA de bevoegde autoriteit van die lidstaat om deze controle uit te voeren. De FSMA verricht deze controle zelf als zij daarvoor de toestemming krijgt van de bevoegde autoriteit van die lidstaat. Wanneer deze laatste de controle zelf wenst te verrichten, of een erkend revisor of een deskundige daartoe aanstelt, kan de FSMA niettemin aan de controle deelnemen indien zij dat wenst.
   § 3. Als de FSMA zelf een dergelijk verzoek ontvangt:
   a) verricht ze de gevraagde controle zelf;
   b) staat ze de bevoegde autoriteiten die het verzoek hebben ingediend toe de controle te verrichten; of
   c) verzoekt zij een revisor of een deskundige om de controle op onpartijdige wijze te verrichten en de resultaten terstond te rapporteren.
   Voor de toepassing van de punten a) en c) is het de verzoekende bevoegde autoriteiten toegestaan deel te nemen aan de controle.
   § 4. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen ressorteren onder het recht van een derde land, worden de modaliteiten van de controle ter plaatse geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die de FSMA met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten of die de Europese Commissie met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 56 van Richtlijn (EU) 2019/2034.]1

  
Art. 59/7. [1 § 1er. La FSMA peut procéder à la vérification sur place du respect des obligations visées par la présente sous-section, ainsi que du caractère correct et complet des informations et renseignements communiqués, dans les entreprises visées à l'article 59/5, § 2, dans les compagnies holding mixtes et leurs filiales et dans les entreprises qui fournissent des services auxiliaires. Elle peut, aux frais de ces entreprises, charger des commissaires ou des experts étrangers agréés par elle à cet effet, de procéder à ces vérifications.
   § 2. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er relèvent du droit d'un autre Etat membre, la FSMA demande à l'autorité compétente de cet Etat membre d'effectuer ce contrôle. La FSMA procède elle-même à ce contrôle si elle en a reçu l'autorisation de la part de l'autorité compétente de cet Etat membre. Lorsque cette dernière souhaite effectuer elle-même ce contrôle, ou désigne un réviseur agréé ou un expert à cet effet, la FSMA peut néanmoins, si elle le souhaite, y être associée.
   § 3. Si la FSMA est elle-même saisie d'une telle demande:
   a) elle effectue elle-même la vérification demandée ;
   b) elle permet aux autorités compétentes à l'origine de la demande d'effectuer la vérification; ou
   c) elle demande à un réviseur ou à un expert d'effectuer la vérification de façon impartiale et d'en communiquer rapidement les résultats.
   Aux fins des points a) et c), les autorités compétentes à l'origine de la demande sont autorisées à participer à la vérification.
   § 4. Lorsque les entreprises visées au paragraphe 1er relèvent du droit d'un pays tiers, les modalités de la vérification sur place sont réglées dans des accords de coopération que la FSMA a conclus avec les autorités étrangères concernées ou que la Commission européenne a conclus avec les autorités étrangères concernées, conformément aux dispositions de l'article 56 de la directive (UE) 2019/2034.]1

  
Art. 59/8. [1 § 1. Wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht behoort tot een beleggingsondernemingsgroep uit een derde land, die meerdere EER-dochterondernemingen heeft, waarvan er minstens twee vergund zijn als beleggingsonderneming, moet de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
   1° de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is in handen van een intermediaire EER-moederonderneming;
   2° de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies behoort tot een beleggingsondernemingsgroep uit een derde land waarvan de totale waarde van de activa in de EER minder bedraagt dan 40 miljard euro.
   § 2. Voor de toepassing van dit artikel is de totale waarde van de activa in de EER van een beleggingsondernemingsgroep uit een derde land de som van het volgende:
   1° de totale waarde van de activa van elke beleggingsonderneming in de EER die deel uitmaakt van de groep uit een derde land, zoals die blijkt uit haar geconsolideerde balans of, bij ontstentenis daarvan, zoals die blijkt uit haar afzonderlijke balansen; en
   2° de totale waarde van de activa van elk bijkantoor van de groep uit een derde land waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend in overeenstemming met Verordening nr. 600/2014 of Richtlijn 2014/65/EU.
   § 3. Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als bedoeld in paragraaf 1, 1° moeten in handen zijn van een intermediaire EER-moederonderneming die alle dochterondernemingen in de EER van de beleggingsondernemingsgroep uit een derde land bezit die als beleggingsonderneming vergund zijn.
   § 4. Onverminderd artikel 218/1 van de wet van 25 april 2014 dient de in paragraaf 1, 1° bedoelde intermediaire EER-moederonderneming een beleggingsonderneming te zijn die overeenkomstig artikel 6 of overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat een vergunning heeft verkregen en die onderworpen is aan Richtlijn 2014/59/EU.
   § 5. Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht met als moederonderneming een moederbeleggingsonderneming, beleggingsholding of gemengde financiële holding die onder een derde land ressorteert met als dochteronderneming minstens een andere beleggingsonderneming die onder het recht van een lidstaat ressorteert, die niet reeds onderworpen zijn aan of opgenomen zijn in de reikwijdte van het toezicht op geconsolideerde basis of van het toezicht op de naleving van het groepskapitaalcriterium, overeenkomstig deze onderafdeling, uitgeoefend door de FSMA of een andere bevoegde autoriteit, worden, onverminderd de paragrafen 1 tot 4, aan een beoordeling onderworpen volgens de bepalingen van paragrafen 6 en 7.
   § 6. De FSMA beoordeelt of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies onderworpen is aan toezicht door de toezichthoudende autoriteit van het derde land dat gelijkwaardig is aan het toezicht uit hoofde van deze wet en deel één van Verordening (EU) 2019/2033.
   § 7. Indien uit de in paragraaf 6 bedoelde beoordeling blijkt dat er geen gelijkwaardig toezicht wordt uitgeoefend, kan de FSMA passende toezichtsmethoden hanteren die de doelstellingen voor toezicht overeenkomstig artikel 7 of 8 van Verordening (EU) 2019/2033 verwezenlijken. Deze toezichtstechnieken worden vastgesteld door de FSMA die de groepstoezichthouder zou zijn indien de moederonderneming in de Europese Unie was gevestigd, na overleg met de andere betrokken bevoegde autoriteiten. Iedere krachtens dit lid genomen maatregel wordt aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten, aan Europese Bankautoriteit en aan de Europese Commissie meegedeeld.
   De FSMA die de groepstoezichthouder zou zijn indien de moederonderneming in de Europese Unie was gevestigd, kan met name eisen dat in de Europese Unie een beleggingsholding of een gemengde financiële holding wordt opgericht, en artikel 7 of 8 van Verordening (EU) 2019/2033 toepassen op die beleggingsholding of gemengde financiële holding.]1

  
Art. 59/8. [1 § 1er. Lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge appartient à un groupe d'entreprises d'investissement de pays tiers, qui détient plusieurs filiales dans l'EEE, dont deux au moins sont agréées en qualité d'entreprise d'investissement, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit répondre à l'une des conditions suivantes :
   1° la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est détenue par une entreprise mère intermédiaire dans l'EEE ;
   2° la société de de gestion de portefeuille et de conseil en investissement appartient à un groupe d'entreprises d'investissement de pays tiers dont la valeur totale des actifs dans l'EEE est inférieure à 40 milliards d'euros.
   § 2. Pour l'application du présent article, la valeur totale des actifs dans l'EEE d'un groupe d'entreprises d'investissement de pays tiers est la somme des éléments suivants :
   1° la valeur totale des actifs de chaque entreprise d'investissement dans l'EEE faisant partie du groupe de pays tiers, telle qu'elle ressort du bilan consolidé ou, en son absence, des bilans individuels; et
   2° la valeur totale des actifs de chaque succursale du groupe de pays tiers ayant reçu un agrément dans un Etat membre conformément au règlement n° 600/2014 ou à la directive 2014/65/UE.
   § 3. Chaque société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visée au paragraphe 1er, 1°, doit être détenue par une entreprise mère intermédiaire dans l'EEE, détenant l'ensemble des filiales dans l'EEE du groupe d'entreprises d'investissement de pays tiers qui sont agréées en qualité d'entreprise d'investissement.
   § 4. Sans préjudice de l'article 218/1 de la loi du 25 avril 2014, l'entreprise mère intermédiaire dans l'EEE visée au paragraphe 1er, 1° doit être une entreprise d'investissement qui est agréée conformément à l'article 6 ou à la législation d'un autre Etat membre, et qui est soumise à la directive 2014/59/UE.
   § 5. Sans préjudice des paragraphes 1 à 4, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge dont l'entreprise mère est un entreprise d'investissement mère, une compagnie holding d'investissement ou une compagnie financière mixte ayant son siège social dans un pays tiers et ayant comme filiale au moins une autre entreprise d'investissement relevant du droit d'un Etat membre, et qui ne font pas déjà l'objet ou ne relèvent pas encore de la portée du contrôle sur base consolidée ou du contrôle du respect du test de capitalisation du groupe, conformément à la présente sous-section, exercé par la FSMA ou par une autre autorité compétente, sont soumises à l'évaluation visée aux paragraphes 6 et 7.
   § 6. La FSMA évalue si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement fait l'objet, de la part d'une autorité de surveillance du pays tiers, d'une surveillance équivalente à celle prévue par la présente loi et dans la première partie du règlement (UE) 2019/2033.
   § 7. Si l'évaluation prévue au paragraphe 6 conclut à l'absence de surveillance équivalente, la FSMA peut recourir à des techniques de surveillance propres à atteindre les objectifs de surveillance conformément à l'article 7 ou 8 du règlement (UE) 2019/2033. Si la FSMA avait été le contrôleur du groupe dans l'hypothèse où l'entreprise mère était constituée dans l'Union européenne, elle arrête ces techniques de surveillance, après consultation des autres autorités compétentes concernées. Toutes les mesures prises au titre du présent paragraphe sont notifiées aux autres autorités compétentes concernées, à l'Autorité bancaire européenne et à la Commission européenne.
   Si la FSMA avait été le contrôleur du groupe dans l'hypothèse où l'entreprise mère était constituée dans l'Union européenne, elle pourrait, en particulier, exiger la constitution d'une compagnie holding d'investissement ou d'une compagnie financière holding mixte dans l'Union européenne et appliquer l'article 7 ou 8 du règlement (UE) 2019/2033 à cette compagnie holding d'investissement ou compagnie financière holding mixte.]1

  
Art. 59/9. [1 Aan beleggingsholdings, gemengde financiële holdings en gemengde holdings, of hun feitelijke bestuurders, die inbreuk maken op deze onderafdeling, kunnen de sancties of maatregelen van artikel 64 tot 69 worden opgelegd.]1
  
Art. 59/9. [1 Les compagnies holding d'investissement, les compagnies financières holding mixtes et les compagnies holding mixtes, ou leurs dirigeants effectifs qui enfreignent la présente sous-section peuvent se voir infliger les mesures et sanctions des articles 64 à 69.]1
  
Art.60. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° "groep": een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederondememing, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondememingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;
  2° "financiële dienstengroep": een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
  a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat:
  i) is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
  ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant; of
  b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat:
  i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector;
  ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
  iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant;
  De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder de begrippen "in hoofdzaak" en "significant";
  3° "gereglementeerde onderneming": een rechtspersoon die hetzij een beleggings-onderneming is als gedefinieerd in artikel 3, hetzij een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, hetzij een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder van AICB's, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en elke andere onderneming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze haar maatschappelijke zetel in België zou hebben, een toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  4° "financiële sector": een sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen:
  a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de banksector" wordt genoemd;
  b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekerings-onderneming is, een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd;
  c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2°, een financiële instelling in de zin van artikel 2, 7° ; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de beleggings-dienstensector" wordt genoemd;
  5° "gemengde financiële holding": een moederonderneming, andere dan een gereglementeerde onderneming, aan het hoofd van een financiële dienstengroep;
  6° "moederonderneming", "dochteronder-neming", "controle", "consortium", "deelneming": de begrippen in de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in artikelen 2, 28° en 59, artikel 3, § 1, 26° en de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
  § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht:
  1° die aan het hoofd staan van een financiële dienstengroep; of
  2° waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in een lidstaat is,
  zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
  Indien verschillende gereglementeerde ondernemingen dochterondernemingen van de in het eerste lid, 2°, bedoelde gemengde financiële holding zijn, betreft het aanvullend toezicht op de financiële dienstengroep uitsluitend de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, voor zover de FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de financiële dienstengroep.
  Wanneer een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht aan het hoofd staat van een financiële dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht uitgeoefend door de toezichthoudende overheid verantwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gereglementeerde onderneming.
  Het aanvullende toezicht slaat op de financiële positie van de financiële dienstengroep in het algemeen en de solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicoconcentratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne controleprocedures en de risicobeheer-procedures voor het geheel van de groep.
  De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van het tweede en derde lid van toepassing zijn.
  Alle ondernemingen van de financiële dienstengroep die behoren tot de financiële sector worden in het aanvullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.
  De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uitbreiden tot andere domeinen en tot groepsondernemingen buiten de financiële sector, conform de Europese regelgeving.
  De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvullende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde en niet gereglementeerde ondernemingen haar alle inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groepstoezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de betrokken gereglementeerde onderneming, erkende revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij de bevoegde toezichthoudende overheid van die andere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
  Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onderneming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet.
  De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen, die deel uit maken van een financiële dienstengroep en opgenomen zijn in het aanvullende groepstoezicht dat wordt uitgeoefend door een buitenlandse toezichthoudende overheid, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
  § 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen, voorzover dergelijke afwijkingen gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Gebruik van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de bepalingen van Europees recht.
Art.60. § 1er. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par:
  1° "groupe": un ensemble d'entreprises constitué d'une entreprise mère, de ses filiales, des entreprises dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent directement ou indirectement une participation, ainsi que des entreprises avec lesquelles un consortium est formé et des entreprises qui sont contrôlées par ces dernières ou dans lesquelles ces dernières détiennent une participation;
  2° "groupe de services financiers": un groupe ou un sous-groupe dans lequel l'une au moins des filiales est une entreprise réglementée et qui satisfait aux conditions suivantes:
  a) lorsqu'une entreprise réglementée est à la tête du groupe ou du sous-groupe:
  i) cette entreprise est l'entreprise mère d'une entreprise du secteur financier, ou d'une entreprise qui détient une participation dans une entreprise du secteur financier, ou d'une entreprise liée à une entreprise du secteur financier sous la forme d'un consortium;
  ii) l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur de l'assurance et l'une au moins des entités du groupe est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur des services d'investissement; et
  iii) les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l'assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement sont importantes; ou
  b) lorsqu'il n'y a pas d'entreprise réglementée à la tête du groupe ou du sous-groupe:
  i) les activités du groupe ou du sous-groupe s'exercent principalement dans le secteur financier;
  ii) l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur de l'assurance et l'une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur des services d'investissement; et
  iii) les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l'assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d'investissement sont importantes;
  Le Roi détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par "principalement" et "importantes";
  3° "entreprise réglementée": une personne morale qui est soit une entreprise d'investissement telle que définie à l'article 3, soit un établissement de crédit tel que défini à l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014, soit une entreprise d'assurances ou une entreprise de réassurance telles que définies aux articles 5, 1° et 2° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance, soit un gestionnaire d'OPCA, soit une société de gestion d'organismes de placement collectif, et toute autre entreprise constituée selon un droit étranger qui, si elle avait son siège social en Belgique, serait tenue d'obtenir un agrément pour exercer l'activité d'entreprise d'investissement, de gestionnaire d'OPCA ou de société de gestion d'organismes de placement collectif;
  4° "secteur financier": un secteur composé de l'une ou plusieurs des entreprises suivantes:
  a) une entreprise réglementée ayant la qualité d'établissement de crédit, un établissement financier au sens de l'article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014, une entreprise de services auxiliaires au sens de l'article 4, paragraphe 1, point 18) du règlement (UE) n° 575/2013; ces entreprises font partie du même secteur financier, dénommé "secteur bancaire";
  b) une entreprise réglementée ayant la qualité d'entreprise d'assurances ou de réassurance, une société holding d'assurances au sens de l'article 338, 5° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance; ces entreprises font partie du même secteur financier, dénommé "secteur des assurances";
  c) une entreprise réglementée ayant la qualité d'entreprise d'investissement, une entreprise qui fournit des services auxiliaires au sens de l'article 2, 2°, un établissement financier au sens de l'article 2, 7° ; ces entreprises font partie du même secteur financier, dénommé "secteur des services d'investissement";
  5° "compagnie financière mixte": une entreprise mère, autre qu'une entreprise réglementée, qui est à la tête d'un groupe de services financiers;
  6° "entreprise mère", "filiale", "contrôle", "consortium", "participation": les notions au sens de la définition qui en est donnée aux articles 2, 28° et 59, à l'article 3, § 1er, 26° et aux Sections Ire, II et IV du Livre II, Titre III, Chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, ou à l'article 338, 1°, 2° et 3° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance.
  § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge:
  1° qui sont à la tête d'un groupe de services financiers; ou
  2° dont l'entreprise mère est une compagnie financière mixte ayant son siège dans un Etat membre,
  sont soumis à une surveillance complémentaire exercée au niveau du groupe conformément aux dispositions du présent paragraphe.
  Si plusieurs entreprises réglementées sont des filiales de la compagnie financière mixte visée à l'alinéa 1er, 2°, la surveillance complémentaire du groupe de services financiers s'applique uniquement à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, pour autant que la FSMA soit compétente pour la surveillance complémentaire du groupe de services financiers.
  Lorsqu'une entreprise réglementée de droit belge est à la tête d'un groupe de services financiers, la surveillance complémentaire du groupe est exercée par l'autorité de contrôle chargée du contrôle de l'entreprise réglementée concernée.
  La surveillance complémentaire porte sur la situation financière du groupe de services financiers en général et sur la solvabilité du groupe en particulier, sur la concentration des risques, sur les opérations intragroupe, ainsi que sur les dispositifs de contrôle interne et les procédures de gestion des risques mis en place pour l'ensemble du groupe.
  Le Roi détermine les normes applicables en exécution des alinéas 2 et 3.
  Toutes les entreprises du groupe de services financiers qui appartiennent au secteur financier sont incluses dans la surveillance complémentaire du groupe, selon les modalités déterminées par le Roi.
  Le Roi peut étendre la surveillance complémentaire du groupe à d'autres domaines ainsi qu'à des entreprises du groupe ne faisant pas partie du secteur financier, conformément à la réglementation européenne.
  La FSMA peut prescrire que les entreprises réglementées et non réglementées qui sont incluses dans la surveillance complémentaire du groupe, lui communiquent toutes informations utiles à l'exercice de la surveillance complémentaire du groupe. La FSMA peut, aux fins de cette surveillance, procéder ou faire procéder, aux frais de l'entreprise réglementée concernée, par des réviseurs agréés ou, s'il y a lieu, par des experts étrangers agréés par elle à cet effet, à la vérification sur place, dans toutes les entreprises incluses dans la surveillance complémentaire du groupe, des informations qu'elle a reçues. La FSMA ne procède ou ne fait procéder à une vérification auprès d'une entreprise établie dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen qu'après en avoir avisé l'autorité de contrôle compétente de cet autre Etat et à moins que cette dernière ne procède elle-même à cette vérification ou permette qu'un réviseur ou un expert y procède. Si l'autorité de contrôle ne procède pas elle-même à la vérification, elle peut néanmoins y être associée, si elle le juge souhaitable.
  La surveillance complémentaire du groupe n'entraîne pas le contrôle sur une base individuelle, par la FSMA, des entreprises incluses dans cette surveillance. La surveillance complémentaire du groupe ne porte pas davantage préjudice au contrôle sur base sociale et au contrôle sur base consolidée exercés conformément aux autres dispositions de la présente loi.
  Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles les entreprises belges qui font partie d'un groupe de services financiers et sont incluses dans la surveillance complémentaire du groupe exercée par une autorité de contrôle étrangère, peuvent être tenues de fournir des renseignements à cette autorité de contrôle pour l'exercice de la surveillance complémentaire du groupe et peuvent faire l'objet de la vérification sur place, par cette autorité ou par des réviseurs ou des experts mandatés par elle, des informations transmises.
  § 3. Le Roi détermine les règles de la surveillance complémentaire du groupe conformément aux dispositions de la directive 2002/87/CE du 16 décembre 2002 relative à la surveillance complémentaire des établissements de crédit, des entreprises d'assurance et des entreprises d'investissement appartenant à un conglomérat financier, et modifiant les directives 73/239/CEE, 79/267/CEE, 92/49/CEE, 92/96/CEE, 93/6/CEE et 93/22/CEE du Conseil et les directives 98/78/CE et 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil.
  § 4. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser, en vue de la réalisation des objectifs du présent article, des dérogations motivées aux arrêtés et règlements pris en vertu de cet article, pour autant que de telles dérogations soient d'application pour toutes les entreprises réglementées qui se trouvent dans des circonstances analogues. L'utilisation de cette faculté ne peut être contraire aux dispositions du droit européen.
Onderafdeling 4. [1 - Revisoraal toezicht]1
Sous-section 4. [1 - Contrôle révisoral]1
Art.61. § 1. De commissarissen die, overeenkomstig het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, belast zijn met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, brengen op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA zodra zij, in het kader van hun opdracht bij een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in het kader van een revisorale opdracht bij een met de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies verbonden vennootschap:
  a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen vaststellen die de positie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze kunnen beïnvloeden;
  b) beslissingen of feiten vaststellen die kunnen wijzen op een overtreding van het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, de statuten, [2 de bepalingen als bedoeld in artikel 56, § 1]2;
  c) andere beslissingen of feiten vaststellen die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud;
  d) beslissingen of feiten vaststellen met betrekking tot de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die van aard zijn de bedrijfscontinuïteit ervan aan te tasten.
  § 2. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in paragraaf 1, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
  
Art.61. § 1er. Les commissaires, chargés du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conformément au [1 Code des sociétés et des associations]1, font d'initiative rapport à la FSMA dès qu'ils constatent, dans le cadre de leur mission auprès d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou d'une mission révisorale auprès d'une entreprise liée à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement:
  a) des décisions, des faits ou des évolutions qui influencent ou peuvent influencer de façon significative la situation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sous l'angle financier ou sous l'angle de son organisation administrative et comptable ou de son contrôle interne;
  b) des décisions ou des faits qui peuvent constituer des violations du [1 Code des sociétés et des associations]1, des statuts, [2 des dispositions visées à l'article 56, § 1er]2;
  c) des autres décisions ou des faits qui sont de nature à entraîner le refus ou des réserves en matière de certification des comptes annuels;
  d) des décisions ou des faits relatifs à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui sont de nature à compromettre sa continuité.
  § 2. Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction professionnelle, prononcée contre les commissaires qui ont procédé de bonne foi à une information visée au paragraphe 1er.
  
Art.62. De FSMA kan een door haar aangesteld erkend revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, overeenkomstig het [1 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen]1, vragen om haar, op kosten van die entiteiten, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die zij bepaalt.
  
Art.62. La FSMA peut demander à un réviseur agréé désigné par elle, ou aux commissaires chargés du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conformément au [1 Code des sociétés et des associations]1 de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine.
  
Onderafdeling 5. [1 - Toezicht op werkzaamheden uitgeoefend in een andere lidstaat]1
Sous-section 5. [1 - Contrôle des activités exercées dans un autre Etat membre]1
Art. 62/1. [1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden waarover de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst beschikken op grond van de wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2019/2034 in die lidstaat, omvat ook het toezicht dat wordt uitgeoefend door de FSMA overeenkomstig onderafdeling I, de werkzaamheden die de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uitoefenen via de vestiging van bijkantoren of het vrij verrichten van diensten in andere lidstaten.
   Het toezicht bedoeld in het eerste lid doet geen afbreuk aan het toezicht op geconsolideerde basis.
   § 2. De FSMA neemt bij de uitoefening van haar taak naar behoren de gevolgen in overweging die haar beslissingen, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het betrokken tijdstip beschikbare informatie.]1

  
Art. 62/1. [1 § 1er. Sans préjudice des prérogatives dont disposent les autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil en vertu de la législation prise en vue de la transposition de la directive 2019/2034 dans cet Etat membre, le contrôle exercé par la FSMA conformément à la sous-section Ire appréhende également les activités que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement exercent par voie de succursale ou de libre prestation de services dans d'autres Etat membres.
   Le contrôle visé à l'alinéa 1er ne porte pas préjudice au contrôle sur base consolidée.
   § 2. Dans l'exercice de ses missions, la FSMA tient dûment compte de l'incidence potentielle de ses décisions sur la stabilité du système financier de tous les autres Etats membres concernés, en particulier dans les situations d'urgence et ce, en se fondant sur les informations disponibles au moment considéré.]1

  
Art. 62/2. [1 Wanneer de toezichthouders van beleggingsondernemingen in een andere lidstaat waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleggingsdiensten dan wel nevendiensten verricht als bedoeld in artikel 2 in het kader van het vrij verrichten van diensten, de FSMA in kennis stellen van inbreuken op de wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen die in die lidstaat van toepassing zijn onder toezicht van die toezichthouders conform Richtlijn 2014/65/EU, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de vereiste maatregelen als bedoeld in artikel 64, § 1. De FSMA stelt de voornoemde toezichthouders hiervan in kennis. Artikel 64, § 2 is van toepassing.]1
  
Art. 62/2. [1 Lorsque les autorités de contrôle des entreprises d'investissement d'un autre Etat membre dans lequel une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge a établi une succursale ou fournit des services d'investissement ou des services auxiliaires visés à l'article 2 sous le régime de la libre prestation de services, saisissent la FSMA de violations des dispositions légales, réglementaires ou administratives applicables dans cet Etat sous le contrôle de ces autorités en exécution de la directive 2014/65/UE, la FSMA prend, dans les plus brefs délais, celles des mesures visées à l'article 64, § 1er, que ces violations imposent. Elle en avise les autorités de contrôle précitées. L'article 64, § 2, est d'application.]1
  
Art. 62/3. [1 § 1. Teneinde toezicht te houden op de werkzaamheden die vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in andere lidstaten uitoefenen via een bijkantoor, werkt de FSMA nauw samen met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst.
   De FSMA verstrekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst:
   1° alle gegevens betreffende het bestuur en de aandeelhouderskring van de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het toezicht op deze vennootschappen en het onderzoek van hun vergunningsvoorwaarden kunnen vergemakkelijken;
   2° alle gegevens die de monitoring van deze vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kunnen vergemakkelijken, met name op het gebied van liquiditeit, solvabiliteit, administratieve en boekhoudkundige organisatie en internecontrolemechanismen, alsook beperking van concentratierisico's of, in voorkomend geval, beperking van grote risico's; en
   3° alle gegevens betreffende eventuele andere factoren die van invloed kunnen zijn op het risico, in voorkomend geval het systeemrisico, dat deze vennootschappen vormen.
   § 2. De FSMA verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst onmiddellijk alle inlichtingen en bevindingen over mogelijke problemen en risico's die een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan inhouden met betrekking tot de bescherming van de cliënten of de stabiliteit van het financiële stelsel in de betrokken lidstaat van ontvangst.
   § 3. De FSMA geeft gevolg aan informatie waarvan zij door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst in kennis is gesteld, door alle maatregelen te nemen die nodig zijn om mogelijke problemen en risico's als bedoeld in paragraaf 2 te voorkomen of te verhelpen.
   Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst deelt de FSMA mee en legt zij in detail uit hoe zij rekening heeft gehouden met de inlichtingen en bevindingen die de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst haar heeft meegedeeld.
   Indien de FSMA bezwaar maakt tegen de maatregelen die door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst moeten worden getroffen om verdere tekortkomingen te voorkomen teneinde de belangen van beleggers en andere personen voor wie diensten worden verricht te beschermen of de stabiliteit van het financiële stelsel te vrijwaren, kan zij de zaak aan de Europese Bankautoriteit voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010.
   § 4. De FSMA kan eveneens situaties waarin een verzoek om samenwerking, met name een verzoek om uitwisseling van informatie, is afgewezen of niet binnen een redelijke termijn is ingewilligd, aan de Europese Bankautoriteit voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010.
   § 5. Voor het beoordelen van de voorwaarde in artikel 23, lid 1, eerste alinea, onder c) van Verordening 2019/2033, kan de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een clearinglid verzoeken om informatie in verband met het margemodel en de parameters die worden gebruikt voor het berekenen van het margevereiste van de betrokken vennootschap.]1

  
Art. 62/3. [1 § 1er. En vue de surveiller l'activité des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement exercée dans d'autres Etats membres par voie d'une succursale, la FSMA collabore étroitement avec l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil.
   La FSMA communique à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil :
   1° toutes les informations relatives à la gestion et à l'actionnariat des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées susceptibles de faciliter leur surveillance et l'examen des conditions de leur agrément ;
   2° toutes les informations susceptibles de faciliter leur suivi, en particulier en matière de liquidité, de solvabilité, d'organisation administrative et comptable et de mécanismes de contrôle interne, ainsi que de limitation des risques de concentration ou le cas échéant de limitation des grands risques; et
   3° toutes les informations relatives à tout autre facteur susceptible d'influer sur le risque, le cas échéant systémique, que ces sociétés représentent.
   § 2. La FSMA communique immédiatement à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil toutes les informations et constatations relatives à tout problème ou risque éventuel qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est susceptible de poser en ce qui concerne la protection des clients ou la stabilité du système financier dans l'Etat membre d'accueil concerné.
   § 3. La FSMA agit sur la base des informations communiquées par les autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil en prenant toutes les mesures nécessaires pour prévenir ou remédier aux problèmes et risques éventuels visés au paragraphe 2.
   A la demande de l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil, la FSMA communique et explique en détail comment les informations et constatations fournies par les premières ont été prises en considération.
   Si la FSMA s'oppose aux mesures à prendre par une autorité compétente de l'Etat membre d'accueil afin de prévenir de nouveaux manquements en vue de protéger les intérêts des investisseurs et d'autres personnes pour lesquelles des services sont fournis, ou de préserver la stabilité du système financier, elle peut saisir l'Autorité bancaire européenne conformément à l'article 19 du règlement n° 1093/2010.
   § 4. De même, la FSMA peut, conformément à l'article 19 du règlement n° 1093/2010, saisir l'Autorité bancaire européenne dans les situations où une demande de coopération, en particulier d'échange d'informations, a été rejetée ou n'a pas été suivie d'effet dans un délai raisonnable.
   § 5. Aux fins de l'appréciation de la condition prévue à l'article 23, paragraphe 1er, alinéa 1er, point c) du règlement 2019/2033, la FSMA peut demander à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine d'un membre compensateur de fournir des informations relatives au modèle de marge et aux paramètres utilisés en vue de calculer l'exigence de marge de la société concernée.]1

  
Art. 62/4. [1 § 1. De FSMA kan bij de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de autoriteiten van deze lidstaat die bevoegd zijn voor het toezicht op beleggingsondernemingen, de inspecties verrichten als bedoeld in artikel 56, § 3, tweede lid, alsook inspecties om informatie over de leiding en het beheer van het bijkantoor, en alle informatie die het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan vergemakkelijken, ter plaatse in te zamelen of te controleren, inzonderheid op het vlak van de liquiditeit, solvabiliteit, beleggersbescherming, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, alsook op het vlak van beperking van concentratierisico's of, in voorkomend geval, beperking van grote risico's.
   De FSMA kan, met hetzelfde doel voor ogen, en na voorafgaande kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde toezichthouders, een deskundige aanstellen om de nodige controles en expertises te verrichten. De bezoldiging en de kosten van de deskundige worden gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   De FSMA kan deze toezichthouders ook verzoeken om de in het eerste lid bedoelde controles en expertises die zij aanstipt te verrichten.
   § 2. Voor toezichtsdoeleinden en indien zij dit om redenen van stabiliteit van hun financiële stelsel van belang achten, zijn de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een bijkantoor heeft gevestigd, bevoegd om, per geval, de activiteiten van het bijkantoor van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies op hun grondgebied ter plaatse te controleren en te inspecteren, en om bij dit bijkantoor informatie over zijn activiteiten op te vragen.
   Alvorens dergelijke controles en inspecties uit te voeren, raadplegen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst onverwijld de FSMA.
   Zo spoedig mogelijk na afronding van die controles en inspecties stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst de FSMA in kennis van de bevindingen en verkregen informatie die van belang zijn voor de risicobeoordeling van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.]1

  
Art. 62/4. [1 § 1er. La FSMA peut procéder auprès des succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge établies dans un autre Etat membre, moyennant l'information préalable des autorités de cet Etat chargées du contrôle des entreprises d'investissement, aux inspections visées à l'article 56, § 3, alinéa 2, ainsi qu'à toute inspection en vue de recueillir ou de vérifier sur place les informations relatives à la direction et à la gestion de la succursale ainsi que toutes informations susceptibles de faciliter le contrôle de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, spécialement en matière de liquidité, de solvabilité, de protection des investisseurs, d'organisation administrative et comptable et de contrôle interne ainsi qu'en matière de limitation des risques de concentration ou le cas échéant de limitation des grands risques.
   Elle peut, aux mêmes fins, et après en avoir avisé les autorités de contrôle visées à l'alinéa 1er, charger un expert, qu'elle désigne, d'effectuer les vérifications et expertises utiles. La rémunération et les frais de l'expert sont à charge de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   Elle peut, de même, demander à ces autorités de procéder aux vérifications et expertises visées à l'alinéa 1er qu'elle leur précise.
   § 2. Les autorités compétentes de l'Etat membre dans lequel une société de gestion de portefeuille ou de conseil en investissement a établi une succursale ont le pouvoir d'effectuer au cas par cas, à des fins de surveillance et si elles l'estiment pertinent aux fins de la stabilité du système financier dans cet Etat membre d'accueil, des contrôles et des inspections sur place des activités exercées sur leur territoire par la succursale de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée et d'exiger de cette succursale des informations sur ses activités.
   Avant d'effectuer ces contrôles et inspections, les autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil consultent, sans retard, la FSMA.
   Dès que possible après l'achèvement de ces contrôles et inspections, les autorités compétentes de l'Etat membre d'accueil communiquent à la FSMA les informations obtenues et constatations établies qui sont pertinentes pour l'évaluation des risques de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée.]1

  
Afdeling 5. [1 - Intrekking van de vergunning, herstelmaatregelen, dwangsommen en administratieve sancties]1
Section 5. [1 - Radiation de l'agrément, mesures de redressement, astreintes et sanctions administratives]1
Onderafdeling 1. [1 - Intrekking van de vergunning]1
Sous-section 1re. [1 - Radiation de l'agrément]1
Art.63. Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verlenen van een vergunning hebben aangevat, die afstand doen van hun vergunning of hun bedrijf hebben stopgezet. Zij wijzigt de vergunning van de vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die gedeeltelijk afstand doen van hun vergunning.
Art.63. La FSMA radie par décision notifiée par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, l'agrément des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui n'ont pas entamé leurs activités dans les douze mois de l'agrément, qui renoncent à l'agrément ou qui ont cessé d'exercer leurs activités. Elle modifie l'agrément des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui renoncent partiellement à celui-ci.
Onderafdeling 2. [1 - ]1
Sous-section 2. [1 - Saisine du Tribunal de l'insolvabilité]1
Art. 63/1. [1 Ingeval de FSMA van oordeel is dat in hoofde van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de in artikel XX.99 van het Wetboek van economisch recht bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de FSMA, in afwijking van artikel XX.100 van het Wetboek van Economisch Recht, de zaak uit eigen beweging bij dagvaarding aanhangig maken bij de insolventierechtbank.]1
  
Art. 63/1. [1 Lorsque la FSMA estime que les conditions fixées à l'article XX.99 du Code de droit économique sont réunies dans le chef d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la FSMA peut, par dérogation à l'article XX.100 du Code de droit économique, d'initiative saisir le tribunal de l'insolvabilité par voie de citation.]1
  
Onderafdeling 3. [1 - Her-stelmaatregelen]1
Sous-section 3. [1 - Des mesures de redressement]1
Art. 63/2. [1 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat:
   - een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze titel, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of van Verordening (EU) 2019/2033 die op haar van toepassing zijn [2 of van de bepalingen van Verordening (EU) 2022/2544]2;
   - of wanneer de FSMA beschikt over gegevens waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze vennootschap in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen,
   stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   § 2. Zolang de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de in paragraaf 1 bedoelde toestand niet heeft verholpen, kan de FSMA te allen tijde:
   1° onverminderd artikel 58/4, § 1, eigenvermogensvereisten opleggen die strenger zijn of een aanvulling vormen op die waarin voorzien is door of krachtens artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033 of de reglementen die met toepassing van artikel 54 zijn vastgesteld, wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet voldoet aan de vereisten van de artikelen 25 en 54 en het onwaarschijnlijk is dat andere toezichtsmaatregelen kunnen garanderen dat deze vereisten binnen een passende termijn worden nageleefd;
   2° een verstrenging eisen van het beleid inzake eigenvermogensbehoeften en liquiditeitsbehoeften van de vennootschap en de organisatieregelingen die zijn ingevoerd conform artikel 54, § 2 en 25 van deze wet;
   3° van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies eisen dat zij, binnen een termijn van een jaar, een plan indienen om opnieuw te voldoen aan de toezichtsvereisten uit hoofde van deze wet en Verordening (EU) 2019/2033, dat zij een uiterste termijn vaststellen voor de uitvoering van dat plan, en dat ze verbeteringen aanbrengen in dat plan wat toepassingsgebied en uiterste termijn betreft;
   4° de toepassing opleggen van bijzondere regels inzake waardering of waardeaanpassing voor de berekening van de eigenvermogensvereisten die opgelegd zijn door of krachtens artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033, of door de met toepassing van artikel 54 van deze wet vastgestelde reglementen;
   5° van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies eisen dat zij hun nettowinst gebruiken om hun eigen vermogen te versterken;
   6° alle dividenduitkeringen of betalingen, met name van interesten, aan aandeelhouders of houders van aanvullend-tier 1-kapitaalinstrumenten, beperken of verbieden, voor zover de schorsing van de betalingen die daaruit zou voortvloeien, niet leidt tot de opening van een liquidatieprocedure met toepassing van de bepalingen van Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht;
   7° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst;
   8° onverminderd artikel 58/10, specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan die waarin is voorzien door of krachtens Verordening (EU) 2019/2033 of de reglementen die met toepassing van artikel 54 van deze wet zijn vastgesteld, wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet voldoet aan de vereisten van de artikel 25 en 54 en het onwaarschijnlijk is dat andere toezichtsmaatregelen kunnen garanderen dat deze vereisten binnen een passende termijn worden nageleefd;
   9° eisen dat de vennootschap het risico dat verbonden is aan bepaalde werkzaamheden of producten of aan haar organisatie, met inbegrip van uitbestede werkzaamheden, beperkt, in voorkomend geval door de integrale of gedeeltelijke overdracht op te leggen van haar bedrijf of haar net;
   10° binnen de grenzen van artikel 56, § 3/2, tweede lid en voor zover de gevraagde informatie niet leidt tot duplicering in de zin van artikel 56, § 3/2, eerste lid, een aanvullende rapporteringsverplichting opleggen of een frequentere rapportering opleggen dan waarin voorzien is door of krachtens artikel 55 of Verordening (EU) 2019/2033, met name voor de rapportering over risico's, eigen vermogen of liquiditeitsposities;
   11° volledigere en frequentere openbaarmakingen eisen dan die waarin is voorzien door of krachtens artikel 27 of Verordening (EU) 2019/2033;
   12° eisen dat de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de risico's beperken in verband met de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen die zij gebruiken teneinde de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van haar processen, gegevens en activa te waarborgen.
   § 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat de maatregelen die de vennootschap binnen de met toepassing van paragraaf 1 vastgestelde termijn heeft genomen om de vastgestelde toestand te verhelpen, bevredigend zijn, heft zij volgens de modaliteiten die zij bepaalt, alle of een deel van de maatregelen op waartoe zij met toepassing van paragraaf 2 heeft.
   § 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit in kennis van de methode die gebruikt wordt ter staving van de vaststelling dat er een gevaar bestaat dat een vennootschap in de komende 12 maanden niet meer zal werken overeenkomstig de in paragraaf 1 bedoelde bepalingen, alsook van de methode die gebruikt wordt om de in paragraaf 2 bedoelde beslissingen te nemen.]1

  
Art. 63/2. [1 § 1er. Lorsque la FSMA constate :
   - qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions du présent titre, des arrêtés ou règlements pris pour son exécution, ou avec les dispositions du règlement (UE) 2019/2033 qui lui sont applicables [2 , ou avec les dispositions du règlement (UE) 2022/2554]2;
   - ou lorsqu'elle dispose d'éléments indiquant que cette société risque de ne plus fonctionner en conformité avec ces dispositions au cours des 12 prochains mois,
   elle fixe le délai dans lequel il doit être remédié à la situation constatée.
   § 2. Aussi longtemps qu'il n'a pas été remédié par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la situation visée au paragraphe 1er, la FSMA peut, à tout moment :
   1° sans préjudice de l'article 58/4, § 1er, imposer des exigences de fonds propres plus sévères que, ou complémentaires à, celles prévues par ou en vertu de l'article 11 du règlement (UE) 2019/2033, ou des règlements pris en application de l'article 54, lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne satisfait pas aux exigences prévues aux articles 25 et 54 et qu'il est peu probable que d'autres mesures de surveillance soient de nature à garantir le respect de ces exigences dans un délai approprié ;
   2° exiger le renforcement de la politique concernant les besoins en fonds propres et en liquidités de la société et des dispositifs d'organisation mis en oeuvre conformément aux articles 54, § 2 et 25 de la présente loi ;
   3° exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elles présentent, dans un délai d'un an, un plan de mise en conformité avec les exigences de surveillance prévues par la présente loi et le règlement (UE) 2019/2033 et qu'elles fixent un délai pour la mise en oeuvre de ce plan, et exiger des améliorations dudit plan en ce qui concerne sa portée et le délai prévu ;
   4° imposer l'application de règles particulières en matière d'évaluation ou d'ajustement de valeur pour les besoins des exigences de fonds propres prévues par ou en vertu de l'article 11 du règlement (UE) 2019/2033, ou par des règlements pris en application de l'article 54 de la présente loi ;
   5° exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elles affectent des bénéfices nets au renforcement des fonds propres ;
   6° limiter ou interdire toute distribution de dividendes ou tout paiement, notamment d'intérêts, aux actionnaires ou titulaires d'instruments de fonds propres additionnels de catégorie 1, dans la mesure où la suspension des versements qui en résulterait n'entraîne pas les conditions d'ouverture d'une procédure de liquidation en application des dispositions du Livre XX du Code de droit économique ;
   7° imposer de limiter la rémunération variable à un pourcentage du bénéfice ;
   8° sans préjudice de l'article 58/10, imposer des exigences spécifiques de liquidité plus contraignantes que celles définies par ou en vertu du règlement (UE) 2019/2033, ou des règlements pris en application de l'article 54 de la présente loi, lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne satisfait pas aux exigences prévues aux articles 25 et 54 et qu'il est peu probable que d'autres mesures de surveillance sont de nature à assurer le respect de ces exigences dans un délai approprié ;
   9° imposer que la société diminue le risque inhérent à certaines activités ou produits ou à son organisation, y compris les activités externalisées, le cas échéant en imposant la cession de tout ou partie de ses activités ou de son réseau ;
   10° imposer, dans les limites de l'article 56, § 3/2, alinéa 2 et pour autant que les informations requises ne fassent pas double emploi au sens de l'article 56, § 3/2, alinéa 1er, une obligation d'information (reporting) supplémentaire ou imposer une fréquence d'information (reporting) plus élevée que ce qui est prévu par ou en vertu de l'article 55 ou du règlement (UE) 2019/2033, notamment en matière de risques, de fonds propres ou de positions de liquidité ;
   11° imposer la publication d'informations plus complètes et plus fréquentes que celles prévues par ou en vertu de l'article 27 ou du règlement (UE) 2019/2033 ;
   12° exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu'elles réduisent les risques menaçant la sécurité des réseaux et des systèmes d'information qu'elles utilisent afin de garantir la confidentialité, l'intégrité et la disponibilité de leurs processus, de leurs données et de leurs actifs.
   § 3. Lorsque la FSMA estime que les mesures prises par la société dans le délai fixé en application du paragraphe 1er pour remédier à la situation constatée sont satisfaisantes, elle lève, selon les modalités qu'elle détermine, tout ou partie des mesures décidées en application du paragraphe 2.
   § 4. La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne de la méthode utilisée pour justifier le constat selon lequel une société risque, au cours des 12 prochains mois, de ne plus fonctionner en conformité avec les dispositions visées au paragraphe 1er, ainsi que pour adopter les décisions visées au paragraphe 2.]1

  
Art.64. § 1. [4 Onverminderd de andere bepalingen van deze wet kan de FSMA, wanneer zij vaststelt dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet of niet langer voldoet aan de met toepassing van artikel 63/2, § 2 genomen maatregelen, of dat de toestand na het verstrijken van de met toepassing van artikel 63/2, § 1 vastgestelde termijn niet is verholpen:
   1° een speciaal commissaris aanstellen;
   In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de FSMA kan de verrichtingen waarvoor toestemming is vereist, evenwel beperken.
   De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht aan alle organen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene vergadering voorleggen. De bezoldiging van de speciale commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   De leden van het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden.
   Indien de FSMA de aanstelling van de speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
   De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
   2° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden; deze schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben;
   De leden van het bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden.
   Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
   De FSMA kan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies tevens gelasten aandeelhoudersrechten over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) 2019/2033. In dat geval is artikel 32, tweede lid van toepassing;
   3° de vervanging gelasten van alle of bepaalde leden van het bestuursorgaan en personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval leden van het directiecomité, van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies binnen een termijn die zij bepaalt en, indien er binnen die termijn geen vervanging plaatsvindt, een of meerdere leden van het bestuursorgaan, of een of meerdere personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval een of meerdere leden van het directiecomité van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uit hun functie ontheffen of in de plaats van het voltallige bestuursorgaan één of meer voorlopig bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naar gelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
   Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de FSMA een of meer voorlopig bestuurders of zaakvoerders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de in het eerste lid bedoelde leiders.
   Mits de FSMA hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopig bestuurder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen.
   De FSMA kan, volgens de regels die zij bepaalt, eisen dat de voorlopig bestuurder(s) of zaakvoerder(s) bij haar verslag uitbrengen over de financiële situatie van de vennootschap en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, alsook over de financiële situatie bij het begin en aan het einde van die opdracht.
   De bezoldiging van de voorlopig bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
   De FSMA kan te allen tijde de voorlopig bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt;
   4° de vennootschap gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt;
   5° de vergunning volledig of gedeeltelijk intrekken.
   Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij ernstig gevaar voor de beleggers, kan de FSMA de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld.]4

  § 2. [4 De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van § 1.
   Als deze maatregelen zijn genomen ingevolge een overtreding van de verplichtingen die zijn opgelegd door Verordening (EU) nr. 600/2014, Verordening (EU) 2019/2033, deze wet voor de omzetting van Richtlijn 2014/65/EU of Richtlijn (EU) 2019/2034, of door bepalingen die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordeningen of deze bepalingen, publiceert de FSMA de genomen maatregelen als bedoeld in paragraaf 1, conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid, van de wet van 2 augustus 2002.
   De FSMA informeert de Europese Autoriteit voor effecten en markten als zij een maatregel publiceert conform het vorige lid ingevolge een overtreding van de verplichtingen die zijn opgelegd door Verordening (EU) nr. 600/2014, door deze wet voor de omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of door bepalingen die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen. Daarbij verstrekt de FSMA de Europese Autoriteit voor effecten en markten tevens algemene informatie over de maatregelen die worden genomen voor dit type inbreuk.
   De FSMA informeert de Europese Bankautoriteit over de maatregelen die zij oplegt conform paragraaf 1 ingevolge een overtreding van de verplichtingen die zijn opgelegd door Verordening (EU) 2019/2033, door deze wet voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2034, of door bepalingen die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen, alsook over elk beroep tegen deze maatregelen en de uitkomst ervan.]4

  § 3. [3 [4 De paragrafen 1 en 2]4 zijn van toepassing wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een bijzonder mechanisme heeft ingesteld in de zin van artikel 25, § 1/1.]3
  § 4. Paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2 zijn niet van toepassing bij herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 5. De [2 ondernemingsrechtbank]2 spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 4°.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing waren openbaar gemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw ten aanzien van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies heeft verworven, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.
  [4 § 6. De FSMA kan de in dit artikel bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.]4
  [5 § 7. Wanneer de FSMA vaststelt dat een persoon die een in artikel 23, § 1, eerste lid, bedoelde functie uitoefent of heeft uitgeoefend, niet langer voldoet aan het wettelijke vereiste om over de nodige professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid te beschikken, kan de FSMA aan deze persoon een verbod opleggen om functies bij vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uit te oefenen, waarvan de duur niet meer dan vijf jaar mag bedragen.
   De FSMA kan een krachtens het eerste lid genomen verbodsbeslissing aanvullen met een verbod om functies uit te oefenen in andere instellingen die onder het toezicht van de FSMA staan krachtens artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002 of, op eensluidend advies van de Bank, in de instellingen bedoeld in artikel 36/2, § 1, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België.]5

  
Art.64. § 1er. [4 Sans préjudice des autres dispositions prévues par la présente loi, lorsque la FSMA constate qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne se conforme pas ou cesse de se conformer aux mesures adoptées en application de l'article 63/2, § 2 ou qu'à l'issue du délai fixé en application de l'article 63/2, § 1er, il n'a pas été remédié à la situation, elle peut :
   1° désigner un commissaire spécial ;
   Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris l'assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion; la FSMA peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation.
   Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris l'assemblée générale, toutes propositions qu'il juge opportunes. La rémunération du commissaire spécial est fixée par la FSMA et supportée par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   Les membres de l'organe d'administration et les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction, qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou les tiers.
   Si la FSMA a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions, toute décision d'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie.
   La FSMA peut désigner un commissaire suppléant ;
   2° suspendre pour la durée qu'elle détermine l'exercice direct ou indirect de tout ou partie de l'activité de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou interdire cet exercice; cette suspension peut, dans la mesure déterminée par la FSMA, impliquer la suspension totale ou partielle de l'exécution des contrats en cours ;
   Les membres de l'organe d'administration et les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction, qui accomplissent des actes ou prennent des décisions en violation de la suspension ou de l'interdiction sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou les tiers.
   Si la FSMA a publié la suspension ou l'interdiction au Moniteur belge, les actes et décisions intervenus à l'encontre de celle-ci sont nuls.
   La FSMA peut, de même, enjoindre à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de céder des droits d'associés qu'elle détient conformément à l'article 10 du règlement (UE) 2019/2033. Dans ce cas, l'article 32, alinéa 2, est applicable ;
   3° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe d'administration, des personnes en charge de la direction effective, le cas échéant des membres du comité de direction, de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dans un délai qu'elle détermine et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres de l'organe d'administration, ou une ou plusieurs personnes en charge de la direction effective, le cas échéant un ou plusieurs membres du comité de direction de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou substituer à l'ensemble des organes d'administration et de gestion un ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La FSMA publie sa décision au Moniteur belge.
   Lorsque les circonstances le justifient, la FSMA peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants visés à l'alinéa 1er.
   Moyennant l'autorisation de la FSMA, le ou les administrateurs ou gérants provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour.
   La FSMA peut requérir, selon les modalités qu'elle détermine, que le ou les administrateurs ou gérants provisoires lui fassent rapport sur la situation financière de la société et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
   La rémunération du ou des administrateurs ou gérants provisoires est fixée par la FSMA et supportée par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
   La FSMA peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs ou gérants provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsqu'ils justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires ;
   4° enjoindre à la société de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour ;
   5° révoquer l'agrément en tout ou en partie.
   En cas d'extrême urgence et notamment en cas de péril grave pour les investisseurs, la FSMA peut adopter les mesures visées au présent paragraphe sans qu'un délai de redressement ne soit préalablement fixé.]4

  § 2. [4 Les décisions de la FSMA visées au paragraphe 1er sortent leurs effets à l'égard de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à dater de leur notification à celle-ci par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception et, à l'égard des tiers, à dater de leur publication conformément aux dispositions du paragraphe 1er.
   Lorsque ces mesures sont adoptées pour violation des obligations prévues par le règlement (UE) n° 600/2014, ou le règlement (UE) 2019/2033, par la présente loi en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE ou de la directive (UE) 2019/2034, ou par des dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements ou de ces dispositions, la FSMA publie l'adoption des mesures visées au paragraphe 1er, conformément à l'article 72, § 3, alinéas 4 à 7, de la loi du 2 août 2002.
   La FSMA informe l'Autorité européenne des marchés financiers lorsqu'elle publie une mesure conformément à l'alinéa précédent pour violation des obligations prévues par le règlement (UE) n° 600/2014, par la présente loi en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE, ou par des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions. La FSMA fournit en outre à l'Autorité européenne des marchés financiers des informations globales sur les mesures prises pour ce type de manquements.
   La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne des mesures imposées conformément au paragraphe 1er pour violation des obligations prévues le règlement (UE) 2019/2033, par la présente loi en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/2034, ou par des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions, ainsi que de tout recours contre ces mesures et du résultat de ce recours.]4

  § 3. [3 [4 Les paragraphes 1er et 2]4 sont applicables au cas où la FSMA a connaissance du fait qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a mis en place un mécanisme particulier au sens de l'article 25, § 1er/1.]3
  § 4. Le § 1er, alinéa 1er et le § 2 ne sont pas applicables en cas de révocation de l'agrément d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déclarée en faillite.
  § 5. Le [2 tribunal de l'entreprise]2 prononce à la requête de tout intéressé, les nullités visées au § 1er, alinéa 2, 1° et 4°.
  L'action en nullité est dirigée contre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où l'acte ou la décision suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés par extrait dans les mêmes formes.
  Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sous réserve du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu.
  L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
  [4 § 6. La FSMA peut également adopter les mesures visées au présent article dans le cas où une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.]4
  [5 § 7. Dans les cas où la FSMA constate qu'une personne qui exerce ou a exercé une fonction visée à l'article 23, § 1er, alinéa 1er, ne satisfait plus à l'exigence légale d'honorabilité professionnelle nécessaire ou d'expertise adéquate, la FSMA peut imposer une interdiction à cette personne d'exercer des fonctions dans des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, sans que cette interdiction puisse excéder une durée de cinq ans.
   La FSMA peut compléter une décision d'interdiction adoptée en vertu de l'alinéa 1er par une interdiction d'exercer des fonctions dans d'autres établissements relevant du contrôle de la FSMA conformément à l'article 45, § 1er, 2°, de la loi du 2 août 2002 ou, sur avis conforme de la Banque, dans des établissements visés à l'article 36/2, § 1er, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de la Belgique.]5

  
Art.65. Wanneer de overheden die toezicht houden op beleggingsondernemingen van een andere lidstaat, waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of er beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2 in het kader van het vrij verrichten van diensten, de FSMA ervan in kennis stellen dat de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze Staat heeft vastgesteld met toepassing van [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 en waarop genoemde overheden toezien, worden overtreden, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de wegens deze overtredingen vereiste maatregelen, als bedoeld in artikel 64, § 1. Zij brengt dit ter kennis van de voornoemde overheden. Artikel 64, § 2, is van toepassing.
  
Art.65. Lorsque les autorités de contrôle des entreprises d'investissement d'un autre Etat membre dans lequel une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge a établi une succursale ou fournit des services d'investissement ou des services auxiliaires visés à l'article 2 sous le régime de la libre prestation de services, saisissent la FSMA de violations des dispositions légales, réglementaires ou administratives applicables dans cet Etat sous le contrôle de ces autorités en exécution de la [1 Directive 2014/65/UE]1, la FSMA prend, dans les plus brefs délais, celles des mesures visées à l'article 64, § 1er, que ces violations imposent. Elle en avise les autorités de contrôle précitées. L'article 64, § 2, est d'application.
  
Art.66. De FSMA stelt onmiddellijk de overheden in kennis die toezicht houden op de beleggingsondernemingen van de andere lidstaten waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2, in het kader van het vrij verrichten van diensten, [1 welke beslissingen zij overeenkomstig de artikelen 63, 63/2 en 64 heeft genomen]1.
  
Art.66. La FSMA informe sans délai les autorités de contrôle des entreprises d'investissement des autres Etats membres dans lesquels une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge a établi des succursales ou fournit des services d'investissement ou des services auxiliaires visés à l'article 2, sous le régime de la libre prestation de services, des [1 décisions qu'elle a prises conformément aux articles 63, 63/2 et 64]1.
  
Art.67. [1 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de vergunning is ingetrokken of herroepen op grond van artikel 63 en 64, blijven onderworpen aan de Europeesrechtelijke bepalingen die rechtstreeks op hen van toepassing zijn, aan de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglement, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde bepalingen:
   1° tot de vereffening van de verbintenissen van de vennootschap die, in voorkomend geval, voortvloeien uit aan beleggers verschuldigde gelden en financiële instrumenten;
   2° tot de vereffening van al hun andere verbintenissen op de financiële markten. Daarbij houden de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met inachtneming van hun levensvatbaarheid en de houdbaarheid van hun bedrijfsmodellen en strategieën, rekening met de vereisten en de noodzakelijke middelen die qua tijdpad en instandhouding van hun eigen vermogen en liquide middelen realistisch zijn.]1

  Het eerste lid is niet van toepassing bij de herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  De FSMA brengt de Europese Autoriteit voor effecten en markten op de hoogte van de intrekking of herroeping van een vergunning op grond van de artikelen 63 en 64.
  
Art.67. [1 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont l'agrément a été radié ou révoqué en vertu des articles 63 et 64, restent soumises aux dispositions du droit de l'Union européenne qui leur sont directement applicables, aux dispositions du présent titre et aux arrêtés et règlements pris pour son exécution, à moins que la FSMA ne les en dispense pour certaines dispositions :
   1° jusqu'à la liquidation des engagements de la société résultant, le cas échéant, de fonds et d'instruments financiers dus aux investisseurs ;
   2° jusqu'à la liquidation de tous leurs autres engagements sur les marchés financiers. A cet effet, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en tenant compte de la viabilité et de la pérennité de leurs modèles et stratégies d'entreprise, prennent en considération les exigences et les ressources nécessaires qui sont réalistes pour ce qui est des délais et du maintien de leurs fonds propres et de leurs ressources liquides.]1

  L'alinéa 1er n'est pas applicable en cas de révocation de l'agrément d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déclarée en faillite.
  La FSMA notifie à l'Autorité européenne des marchés financiers la radiation ou révocation d'un agrément en vertu des articles 63 et 64.
  
Art. 67/1. [1 Onverminderd artikel 64, § 1, 1°, 2° en 3° en § 2, tweede lid, maakt de FSMA zonder onnodige vertraging en nadat zij de betrokken vennootschap vooraf in kennis heeft gesteld, op haar website alle overeenkomstig artikel 64 genomen maatregelen bekend indien zij van mening is dat die bekendmaking noodzakelijk en evenredig is. Zij verricht deze bekendmaking conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid van de wet van 2 augustus 2002.]1
  
Art. 67/1. [1 Sans préjudice de l'article 64, § 1er, 1°, 2° et 3° et § 2, alinéa 2, la FSMA procède, sans retard injustifié et après avoir informé préalablement la société concernée, à la publication sur son site internet des mesures prises conformément à l'article 64 lorsqu'elle estime que cette publication est nécessaire et proportionnée. Cette publication s'effectue conformément à l'article 72, § 3, alinéas 4 à 7, de la loi du 2 août 2002.]1
  
Art.68. [1 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, na de betrokken entiteit daarvan ik kennis te hebben gesteld, openbaar maken dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiële holding, een gemengde holding in de zin van artikel 3, 40° van de wet van 25 april 2014 of een gemengde financiële holding, geen gevolg heeft gegeven aan de aanmaningen die zij haar heeft gericht om zich binnen de termijn die zij vaststelt te conformeren aan de voorschriften van deze titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of van de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014 of Verordening (EU) 2019/2033 [2 of Verordening (EU) 2022/2554]2. De kosten voor deze openbaarmaking worden gedragen door de betrokken onderneming.
   In de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid, wordt de aard van de inbreuk vermeld en wordt de verantwoordelijke entiteit geïdentificeerd.
   Deze openbaarmaking gebeurt conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid van de wet van 2 augustus 2002.
   De FSMA stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid.
   Als de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op inbreuken op de bepalingen van Verordening (EU) 20119/2033 of op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2034, of op de bepalingen genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen, brengt de FSMA dit ook ter kennis van de Europese Bankautoriteit. Zij stelt haar tevens in kennis van elk beroep tegen deze openbaarmaking, en van de uitkomst ervan.]1

  
Art.68. [1 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut, après en avoir informé l'entité concernée, publier qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, une compagnie financière, une compagnie mixte au sens de l'article 3, 40° de la loi du 25 avril 2014 ou une compagnie financière mixte ne s'est pas conformée aux injonctions qu'elle lui a faites de respecter dans le délai qu'elle détermine des dispositions du présent titre ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou des dispositions du règlement (UE) 600/2014 ou du règlement (UE) 2019/2033 [2 ou du règlement (UE) 2022/2554]2. Les frais de cette publication sont à charge de l'entreprise concernée.
   La publication visée à l'alinéa 1er précise la nature du manquement, ainsi que l'identification de l'entité responsable.
   Cette publication s'effectue conformément à l'article 72, § 3, alinéas 4 à 7, de la loi du 2 août 2002.
   La FSMA informe l'Autorité européenne des marchés financiers de la publication visée à l'alinéa 1er.
   Lorsque la publication visée à l'alinéa 1er concerne des infractions aux dispositions du règlement (UE) 2019/2033 ou aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/2034, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions, la FSMA en informe également l'Autorité bancaire européenne. Elle l'informe également de tout recours contre cette publication, ainsi que du résultat de ce recours.]1

  
Onderafdeling 4. [1 - Dwangsommen en administratieve sancties]1
Sous-section 4. [1 - Des astreintes et des sanctions administratives]1
Art.69. § 1. [3 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA voor een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiële holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde financiële holding een termijn bepalen:
   a) waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen of de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014 of Verordening (EU) 2019/2033 [4 of Verordening (EU) 2022/2554]4; of
   b) waarbinnen zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar organisatie of in haar beleid inzake haar eigenvermogensbehoeften of liquiditeitsbehoeften. Voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren, geldt deze aanmaning enkel voor niet-nakoming van een in artikel 71 bedoelde verplichtingen, of
   c) waarbinnen zij zich moet conformeren aan de bepalingen van titel II van Verordening nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters; of
   d) waarbinnen zij zich moet conformeren aan een vereiste die door de FSMA is opgelegd met toepassing van de in punt a) bedoelde bepalingen, of;
   e) waarbinnen zij zich moet conformeren aan de vereisten die door de FSMA zijn vastgesteld als voorwaarden voor een besluit genomen met toepassing van de in punt a) bedoelde bepalingen, met name de toekenning van een toestemming of afwijking.]3

  Indien de betrokken vennootschap in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn kan de FSMA, na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of van maximum 50.000 euro per dag vertraging.
  § 2. [3 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, en onverminderd de maatregelen die zijn vastgelegd door andere wetten of andere reglementen, kan de FSMA als zij vaststelt:
   1° dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen of op de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014 of Verordening (EU) 2019/2033 [4 of Verordening (EU) 2022/2554]4; of
   2° dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van titel II van Verordening nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters; of
   3° dat er een vereiste niet wordt nageleefd die door de FSMA is opgelegd met toepassing van de in punt 1° of 2° bedoelde bepalingen; of
   4° dat vereisten niet worden nageleefd die door de FSMA zijn vastgesteld als voorwaarde voor een besluit genomen met toepassing van bepalingen als bedoeld in punt 1° of 2°, met name het verlenen van toestemming of van een afwijking,
   aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiële holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde financiële holding, naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, een administratieve geldboete opleggen die niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
  [4 Ook in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014, Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) 2022/2554, op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU of Richtlijn (EU) 2019/2034, of op de op grond van of ter uitvoering van die Verordeningen of bepalingen vastgestelde bepalingen, kan de FSMA ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het bestuursorgaan, alsook aan iedere persoon belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.]4
   In afwijking van het eerste lid gelden de volgende maximumbedragen [4 in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014 of Verordening (EU) 2022/2554, op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of op de bepalingen genomen op basis van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen]4: voor natuurlijke personen 5 000 000 euro, en voor rechtspersonen 5 000 000 euro of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Als de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
   In afwijking van het eerste lid, in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening (EU) 2019/2033, op de bepalingen van deze wet voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2034, of op de bepalingen genomen op basis van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen, gelden de volgende maximumbedragen: voor natuurlijke personen 5 000 000 euro, en voor rechtspersonen tien procent van hun nettojaaromzet. Als de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
   Voor de toepassing van het vierde lid worden voor de berekening van de nettojaaromzet van de betrokken rechtspersoon, de bruto-inkomsten van de onderneming in aanmerking genomen die bestaan uit ontvangen interesten en soortgelijke inkomsten, inkomsten uit aandelen en andere niet-vastrentende of vastrentende waardepapieren, alsook commissies die de onderneming ontvangen heeft tijdens het vorige boekjaar. Als de betrokken rechtspersoon een dochteronderneming is, worden de bruto-inkomsten in aanmerking genomen, zoals blijkt uit de laatste beschikbare geconsolideerde jaarrekening die is opgesteld door het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming.]3

  § 3. De dwangsommen en boeten die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de schatkist door de Algemene Administratie van de inning en de invordering.
  Wanneer de FSMA een maatregel die zij oplegt in overeenstemming met paragrafen 1 en 2 openbaar maakt, [3 die betrekking heeft op de inbreuken op de bepalingen van Verordening (EU) 600/2014 of op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of op de bepalingen genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen,]3 stelt ze de Europese Autoriteit voor effecten en markten daarvan tegelijktertijd in kennis.
  [3 Als de maatregelen als bedoeld in paragraaf 1 en 2 betrekking hebben op inbreuken op de bepalingen van Verordening (EU) 2019/2033 of op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/2034, of op de bepalingen genomen op grond van of ter uitvoering van deze Verordening of deze bepalingen, stelt de FSMA de Europese Bankautoriteit hiervan in kennis. Zij informeert haar ook over elk beroep tegen deze maatregelen en de uitkomst ervan.]3
  
Art.69. § 1. [3 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut fixer à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à une compagnie financière, à une compagnie mixte visée à l'article 68 ou à une compagnie financière mixte, un délai dans lequel :
   a) elle doit se conformer à des dispositions déterminées du présent titre ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ou des dispositions du règlement (UE) 600/2014 ou du règlement (UE) 2019/2033 [4 du règlement (UE) 2019/2033]4; ou
   b) elle doit apporter les adaptations qui s'imposent à son dispositif d'organisation, ou à sa politique concernant ses besoins en fonds propres ou en liquidité. Cette injonction n'est applicable aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant du droit d'un autre Etat membre que pour ce qui concerne un manquement à une obligation visée à l'article 71, ou
   c) elle doit se conformer aux dispositions du Titre II du règlement N° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux; ou
   d) elle doit se conformer à une exigence imposée par la FSMA en application de dispositions visées au a); ou
   e) elle doit se conformer aux exigences fixées par la FSMA comme conditions à une décision prise en application de dispositions visées au a), notamment l'octroi d'une autorisation ou d'une dérogation.]3

  Si la société concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la société entendue ou à tout le moins dûment convoquée, lui infliger une astreinte à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction ou de 50.000 euros par jour de retard.
  § 2. [3 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures définies par d'autres lois ou d'autres règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate :
   1° une infraction aux dispositions de la présente loi ou aux mesures prises en exécution de celles-ci ou aux dispositions du règlement (UE) 600/2014 ou du règlement (UE) 2019/2033 [4 ou du règlement (UE) 2022/2554]4 ou ;
   2° une infraction aux dispositions du Titre II du règlement N° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux; ou
   3° le non-respect d'une exigence imposée par la FSMA en application de dispositions visées au 1° ou 2° ; ou
   4° le non-respect d'exigences fixées par la FSMA comme conditions à une décision prise en application de dispositions visées au 1° ou 2°, notamment l'octroi d'une autorisation ou d'une dérogation,
   infliger à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à une compagnie financière, à une compagnie mixte visée à l'article 68 ou à une compagnie financière mixte, belge ou étrangère établie en Belgique, une amende administrative qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2 500 000 euros.
  [4 En cas d'infraction aux dispositions du règlement (UE) 600/2014, du règlement (UE) 2019/2033 ou du règlement (UE) 2022/2554, aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE ou de la directive (UE) 2019/2034, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements ou de ces dispositions, la FSMA peut également infliger une amende administrative à un ou plusieurs membres de l'organe d'administration et à toute personne chargée de la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.]4
   Par dérogation à l'alinéa 1er, [4 en cas d'infraction aux dispositions du règlement (UE) 600/2014 ou du règlement (UE) 2022/2554, aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements ou de ces dispositions]4, les montants maximums suivants sont d'application: s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, dix pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas d'infraction aux dispositions du règlement (UE) 2019/2033, aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/2034, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions, les montants maximums suivants sont d'application: s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, dix pour cent de leur chiffre d'affaires annuel net. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
   Pour l'application de l'alinéa 4, est compris dans le calcul du chiffre d'affaires annuel net de la personne morale concernée, le revenu brut de l'entreprise composé des intérêts et produits assimilés, des revenus d'actions et d'autres titres à revenu variable ou fixe et des commissions perçues par l'entreprise au cours de l'exercice financier précédent. Lorsque la personne morale concernée est une filiale, le revenu brut à prendre en considération est celui qui ressort des derniers comptes consolidés disponibles établis par l'organe d'administration de l'entreprise mère ultime.]3

  § 3. Les astreintes et amendes imposées en application des §§ 1er ou 2 sont recouvrées au profit du Trésor par l'Administration générale de la perception et du recouvrement.
  Lorsque la FSMA rend publique des mesures imposées conformément aux paragraphes 1er et 2 [3 qui concernent des infractions aux dispositions du règlement (UE) 600/2014 ou aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions,]3 elle informe en même temps l'Autorité européenne des marchés financiers.
  [3 Lorsque les mesures visées aux paragraphes 1er et 2 concernent des infractions aux dispositions du règlement (UE) 2019/2033 ou aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la directive (UE) 2019/2034, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions, la FSMA en informe l'Autorité bancaire européenne. Elle l'informe également de tout recours contre ces mesures, ainsi que du résultat de ce recours.]3
  
HOOFDSTUK 2. - Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
CHAPITRE 2. - Des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères
Afdeling 1. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
Section 1re. - Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre
Art.70. Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die hun activiteiten in België mogen verrichten conform artikelen 10 en 11.
Art.70. La présente section s'applique aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre qui sont autorisées à exercer leurs activités en Belgique conformément aux articles 10 et 11.
Onderafdeling 1. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Sous-section 1. - Obligations et interdictions
Art.71. Onverminderd de voorschriften bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002 en onverminderd andere bepalingen die de FSMA bevoegdheid verlenen ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, is artikel 26, § 5, van toepassing op de bijkantoren van die vennootschappen, met betrekking tot door die bijkantoren uitgevoerde verrichtingen.
Art.71. Sans préjudice des règles prévues par et en vertu de la loi du 2 août 2002 et sans préjudice des autres dispositions qui confèrent des pouvoirs à la FSMA vis-à-vis des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre, l'article 26, § 5, est applicable aux succursales de ces sociétés, pour les transactions effectuées par ces succursales.
Onderafdeling 2. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Sous-section 2. - Informations périodiques et règles comptables
Art.72. De bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, bezorgen de FSMA, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, voor statistische doeleinden bestemde periodieke staten over hun verrichtingen in België.
  De FSMA kan die bijkantoren gelasten haar, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, gegevens mee te delen van dezelfde aard als de gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden gevraagd, over materies die niet tot de bevoegdheid van de toezichthoudende overheden van de lidstaat van herkomst behoren.
  De buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, kunnen ook worden verplicht om gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden gevraagd, mee te delen aan de Bank en aan de Europese Centrale Bank.
Art.72. Les succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre transmettent à la FSMA, dans les formes et selon la périodicité qu'elle détermine, des états périodiques à des fins statistiques relatifs à leurs opérations effectuées en Belgique.
  La FSMA peut imposer à ces succursales de lui transmettre, dans les formes et selon la périodicité qu'elle détermine, des informations de même nature que celles qui sont exigées des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, dans les matières ne relevant pas de la compétence des autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine.
  Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre peuvent également être tenues de communiquer à la Banque et à la Banque centrale européenne des informations qui sont exigées des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge.
Art.73. [1 Artikel 55, derde lid]1, is van toepassing op de bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.
  
Art.73. L'[1 article 55, alinéa 3]1, est applicable aux succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre.
  
Onderafdeling 3. - Toezicht
Sous-section 3. - Contrôle
Art.74. Onverminderd de bevoegdheden bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002, staan de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, onder het toezicht van de FSMA met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 71 tot 73 voor de door die bepalingen geviseerde materies waarvoor de FSMA bevoegd is.
  [1 De FSMA ziet er eveneens op toe dat diensten die worden verleend door bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, voldoen aan de eisen van de artikelen 14 tot 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1
  [2 Na raadpleging van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan de FSMA, geval per geval, controles en inspecties ter plaatse uitvoeren met betrekking tot de werkzaamheden van de in België gevestigde bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en, voor toe-zichtsdoeleinden, van deze bijkantoren informatie verlangen over hun werkzaamheden, indien zij dit om redenen van stabiliteit van het Belgische financiële stelsel relevant acht. De artikelen 56, §§ 3 en 4, en 57 zijn dienovereenkomstig van toepassing. Na deze controles en inspecties stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van de verkregen informatie en de bevindingen die relevant zijn voor de beoordeling van de risico's van de betrokken vennootschap of voor de stabiliteit van het Belgische financiële stelsel.]2
  
Art.74. Sans préjudice des pouvoirs conférées par et en vertu de la loi du 2 août 2002, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre sont soumises au contrôle de la FSMA aux fins prévues par les articles 71 à 73, dans la mesure où les matières visées par ces dispositions relèvent de la compétence de la FSMA.
  [1 La FSMA veille également à ce que les services fournis par les succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre satisfassent aux obligations prévues aux articles 14 à 26 du Règlement (UE) n° 600/2014.]1
  [2 Moyennant consultation de l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, la FSMA peut notamment effectuer, au cas par cas, des contrôles et des inspections sur place des activités exercées par les succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre établies en Belgique, et exiger d'elles des informations sur leurs activités à des fins de surveillance, lorsqu'elle l'estime pertinent aux fins de la stabilité du système financier en Belgique. Les articles 56, §§ 3 et 4, et 57 sont applicables dans cette mesure. Après ces contrôles et inspections, la FSMA communique à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine les informations obtenues et les constatations établies qui sont pertinentes pour l'évaluation des risques de la société concernée ou pour la stabilité du système financier belge.]2
  
Art. 74/1. [1 § 1. Teneinde toezicht te houden op de werkzaamheden van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die in België of in andere lidstaten werkzaam zijn, met name via een bijkantoor, werkt de FSMA nauw samen met de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten.
   Daartoe verstrekt de FSMA, voor zover zij daarover beschikt:
   1° alle gegevens betreffende het bestuur en de eigendom van de betrokken vennootschappen die het toezicht op die vennootschappen en het onderzoek van de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning aan die vennootschappen kunnen vergemakkelijken;
   2° alle gegevens die de monitoring van deze vennootschappen kunnen vergemakkelijken, met name op het gebied van liquiditeit, solvabiliteit administratieve en boekhoudkundige organisatie, internecontrolemechanismen alsook beperking van concentratierisico's of, in voorkomend geval, van grote risico's; en
   3° alle gegevens met betreffende andere factoren die van invloed kunnen zijn op het door de instelling gevormde risico, in voorkomend geval het systeemrisico.
   § 2. In haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, kan de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst vragen dat zij haar meedeelt en uitlegt hoe rekening werd gehouden met de inlichtingen en bevindingen die met toepassing van paragraaf 1 werden meegedeeld.
   Indien de FSMA na de mededeling van de inlichtingen en bevindingen van oordeel blijft dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst geen passende maatregelen heeft genomen, kan zij, na de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Europese Bankautoriteit en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst te hebben ingelicht, en zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor deze laatste om de zaak voor te leggen aan de Europese Bankautoriteit met toepassing van artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010, passende maatregelen treffen om verdere inbreuken te voorkomen om de belangen van beleggers en andere personen voor wie diensten worden verricht, te beschermen of de stabiliteit van het financiële stelsel te vrijwaren.]1

  
Art. 74/1. [1 § 1er. En vue d'assurer la surveillance de l'activité des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant du droit d'un autre Etat membre opérant, notamment par le moyen d'une succursale, en Belgique ou dans d'autres Etats membres, la FSMA collabore étroitement avec les autorités compétentes des autres Etats membres concernés.
   A cet effet, la FSMA communique, pour autant qu'elle en dispose :
   1° toutes les informations relatives à la gestion et à l'actionnariat de ces sociétés susceptibles de faciliter leur surveillance et l'examen des conditions de leur agrément ;
   2° toutes les informations susceptibles de faciliter leur suivi, en particulier en matière de liquidité, de solvabilité, d'organisation administrative et comptable et de mécanismes de contrôle interne, ainsi que de limitation des risques de concentration ou le cas échéant de limitation des grands risques; et
   3° toutes les informations relatives à tout autre facteur susceptible d'influer sur le risque, le cas échéant systémique, représenté par la société.
   § 2. La FSMA, en sa qualité d'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil, peut requérir de l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine qu'elle communique et explique comment les informations et constatations fournies en application du paragraphe 1er ont été prises en considération.
   Lorsque, à la suite de la communication d'informations et de constatations, la FSMA considère que l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine n'a pas pris les mesures appropriées, elle peut, après en avoir informé l'Autorité européenne des marchés financiers, l'Autorité bancaire européenne et l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, sans préjudice de la possibilité pour cette dernière de saisir l'Autorité bancaire européenne en application de l'article 19 du règlement n° 1093/2010, prendre les mesures appropriées pour prévenir de nouvelles infractions afin de protéger l'intérêt des investisseurs ou d'autres personnes à qui des services sont fournis ou de préserver la stabilité du système financier.]1

  
Art.75. § 1. Op verzoek van de toezichthoudende overheden van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan de FSMA, als een vorm van bijstand aan deze overheden, bij de bijkantoren van die vennootschappen inspecties verrichten, die kunnen slaan op zowel de in artikel 74 als de in artikel 58, eerste lid, bedoelde materies.
  De kosten voor de in het eerste lid bedoelde inspecties en controles worden gedragen door de overheid die erom verzoekt.
  § 2. De buitenlandse overheden die bevoegd zijn voor het prudentieel toezicht op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die in België een bijkantoor hebben geopend, mogen, na voorafgaande kennisgeving aan de FSMA, in het kader van de uitoefening van hun verantwoordelijkheden, in dat bijkantoor zelf inspecties ter plaatse verrichten of op hun kosten controles laten uitvoeren door deskundigen die zij aanstellen.
  [1 Deze overheden hebben eveneens toegang tot de in artikel 26, § 5, bedoelde gegevens die zijn bijgehouden door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ingevolge artikel 71 onder hun bevoegdheid vallen.]1
  § 3. De FSMA kan de bevoegde consoliderende toezichthouder of anders de bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, als significant aan te merken in de zin van artikel 59, § 6.
  
Art.75. § 1er. La FSMA peut accepter de se charger, à la demande des autorités de contrôle de l'Etat membre d'origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère, et dans un but d'assistance à ces autorités, d'effectuer auprès des succursales de ces sociétés des inspections portant tant sur les matières visées à l'article 74 que sur celles visées à l'article 58, alinéa 1er.
  Les frais entraînés par les inspections et vérifications prévues à l'alinéa 1er sont à charge de l'autorité requérante.
  § 2. Les autorités étrangères compétentes pour le contrôle prudentiel des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre ayant ouvert en Belgique une succursale peuvent, moyennant un avis préalable donné à la FSMA et dans l'exercice de leurs responsabilités, procéder à des inspections sur place dans cette succursale ou faire procéder, à leurs frais, par des experts qu'elles désignent, à des contrôles auprès de cette succursale.
  [1 Ces autorités peuvent également accéder aux enregistrements visés à l'article 26, § 5, effectués par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant de leurs compétences conformément à l'article 71.]1
  § 3. La FSMA peut demander au superviseur sur base consolidée compétent ou à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine qu'une succursale d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre soit considérée comme ayant une importance significative au sens de l'article 59, § 6.
  
Onderafdeling 4. - Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties
Sous-section 4. - Mesures exceptionnelles, sanctions administratives et pénales
Art.76. § 1. Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat die op Belgisch grondgebied door middel van een bijkantoor of van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt die uit de ter uitvoering van de [1 richtlijn 2014/65/EU]1 vastgestelde bepalingen voortvloeien, waarbij aan FSMA geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bevindingen in kennis.
  Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in weerwil van de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, kan de FSMA na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, maatregelen treffen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. [3 Ten aanzien van bijkantoren gaat het om de in artikel 64, § 1, 1°, 2° en 3° en § 2, bedoelde maatregelen]3; ten aanzien van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die bedrijvig zijn via het verrichten van diensten [3 betreft het de in artikel 64, § 1, 2° en § 2, bedoelde maatregelen]3. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld.
  § 2. Indien de FSMA vaststelt dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die in België een bijkantoor heeft, zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die met toepassing van de in § 1 vermelde richtlijn tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, maant zij de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  Indien de betrokken vennootschap niet het nodige doet, neemt de FSMA alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de betrokken vennootschap een eind maakt aan deze onregelmatige situatie. Van de strekking van deze maatregelen wordt mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst.
  Wanneer de overtredingen van een bijkantoor beoogd in het eerste lid blijven aanhouden, kan de FSMA, na de autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis te hebben gesteld, [3 de in artikel 64, § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde maatregelen]3 treffen. [2 Artikel 64, § 2,]2 is ook van toepassing. [2 ...]2 De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld.
  § 3. De FSMA kan de zaak naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002.
  § 4. [2 Paragraaf 2, behalve de laatste zin, is eveneens van toepassing wanneer een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat verplichtingen schendt die niet uit de ter uitvoering van de Richtlijn 2014/65/EU vastgestelde bepalingen voortvloeien, maar die wel tot de bevoegdheid behoren van de FSMA.]2
  
Art.76. § 1er. Lorsque la FSMA a des raisons claires et démontrables d'estimer qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre opérant en Belgique par l'intermédiaire d'une succursale ou par voie de libre prestation de services viole les obligations qui lui incombent en vertu des dispositions arrêtées en application de la [1 directive 2014/65/UE]1 qui ne confèrent pas de pouvoirs à la FSMA, celle-ci en fait part à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
  Si, en dépit des mesures prises par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine ou en raison du caractère inadéquat de ces mesures, la société concernée continue d'agir d'une manière clairement préjudiciable aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonctionnement ordonné des marchés, la FSMA peut, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, prendre des mesures pour protéger les investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement des marchés. [3 A l'égard des succursales, il s'agit des mesures visées par l'article 64, § 1er, 1°, 2° et 3°, et § 2.]3 A l'égard des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre opérant par voie de prestation de services, [3 il s'agit des mesures visées par l'article 64, § 1er, 2°, et § 2]3. La Commission européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers sont informées sans délai de l'adoption de ces mesures.
  § 2. Si la FSMA constate qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre ayant une succursale en Belgique ne se conforme pas aux dispositions législatives ou réglementaires en vigueur en Belgique qui relèvent du domaine de compétence de la FSMA en application de la directive citée au § 1er, elle met la société concernée en demeure de remédier, dans le délai qu'elle détermine, à la situation constatée.
  Si la société concernée ne prend pas les dispositions nécessaires, la FSMA prend toutes les mesures appropriées pour que la société mette fin à cette situation irrégulière. La portée de ces mesures est communiquée aux autorités compétentes de l'Etat membre d'origine.
  En cas de persistance des manquements dans le chef d'une succursale visée à l'alinéa 1er, la FSMA peut, après en avoir avisé les autorités de l'Etat membre d'origine, prendre les [3 mesures visées par l'article 64, § 1er, 1°, 2° et 3°]3. L'[2 article 64, § 2]2, est également applicable. [2 ...]2 La Commission européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers sont informées sans délai de l'adoption de ces mesures.
  § 3. La FSMA peut en référer à l'Autorité européenne des marchés financiers, comme prévu par l'article 77, § 1er, de la loi du 2 août 2002.
  § 4. [2 Le paragraphe 2 est, à l'exception de la dernière phrase, également applicable lorsqu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre viole des obligations qui ne découlent pas des dispositions arrêtées en application de la Directive 2014/65/UE mais qui relèvent bien de la compétence de la FSMA.]2
  
Art.77. Bij intrekking of herroeping van de vergunning van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat door de toezichthoudende autoriteiten van haar lidstaat van herkomst, beveelt de FSMA, na deze autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de sluiting van het bijkantoor dat deze onderneming in België heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige zaakvoerder aanstellen die waakt over de tegoeden en de financiële instrumenten van het bijkantoor in afwachting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die gemachtigd is in het belang van de schuldeisers alle bewarende maatregelen te treffen.
Art.77. En cas de radiation ou de révocation de l'agrément de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre par les autorités de contrôle de son Etat membre d'origine, la FSMA ordonne, après en avoir avisé ces autorités, la fermeture de la succursale que cette société a établie en Belgique. Elle peut désigner un gérant provisoire qui s'assure des avoirs et des instruments financiers de la succursale en attendant qu'il soit statué sur leur destination, et qui est habilité à prendre toutes mesures conservatoires dans l'intérêt des créanciers.
Art.78. De FSMA kan de autoriteiten die toezicht houden op een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, meedelen om welke redenen zij van oordeel is dat de positie van het bijkantoor van deze onderneming in België niet de nodige waarborgen biedt voor een goede administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle.
Art.78. La FSMA peut communiquer aux autorités de contrôle d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un autre Etat membre les raisons qu'elle a de considérer que la situation de la succursale en Belgique de cette société ne présente pas les garanties nécessaires sur le plan de la bonne organisation administrative ou comptable ou du contrôle interne.
Art.79. Artikel 68 is van toepassing op de in deze afdeling bedoelde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
Art.79. L'article 68 est applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées à la présente section.
Art.80. Artikel 69, eerste lid, a), en tweede en derde lid, is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en met een bijkantoor op het Belgisch grondgebied.
Art.80. L'article 69, alinéa 1er, a), et alinéas 2 et 3, est applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre opérant en Belgique par l'intermédiaire d'une succursale.
Art.81. Artikel 107, § 1, is van toepassing op:
  1° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de bepalingen waarvan sprake in artikel 73 en de in uitvoering van die bepalingen getroffen besluiten overtreedt;
  2° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe toestemming te hebben gekregen van de speciale commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, in de gevallen waarvan sprake in artikel 76, §§ 1 en 2;
  3° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen een schorsingsbevel of een verbod [1 als bedoeld in artikel 64, § 1, 2°]1, in de gevallen als bedoeld in artikel 76, §§ 2 en 3;
  
Art.81. Sont soumis aux dispositions de l'article 107, § 1er:
  1° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux dispositions visées à l'article 73 et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions;
  2° ceux qui accomplissent des actes ou opérations sans avoir obtenu l'autorisation du commissaire spécial visée à l'article 64, § 1er, 1°, dans les cas visés à l'article 76, §§ 1er et 2;
  3° ceux qui accomplissent des actes ou opérations à l'encontre d'un ordre de suspension ou d'une interdiction donnés [1 conformément à l'article 64, § 1er, 2°]1, dans les cas visés à l'article 76, §§ 2 et 3;
  
Art.82. Artikel 108 is van toepassing op de misdrijven geviseerd door artikel 81.
Art.82. L'article 108 est applicable aux infractions visées à l'article 81.
Afdeling 2. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder [1 Richtlijn 2014/65/EU]1 vallen
Section 2. - Succursales et activités de prestations de services en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre non soumises à la [1 Directive 2014/65/UE]1
Art.83. De buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder de toepassing van [1 Richtlijn 2014/65/EU vallen krachtens artikel 2, § 1, l) en m)]1, en artikel 3 van die Richtlijn, zijn onderworpen aan de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van dit hoofdstuk.
  
Art.83. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre qui ne tombent pas dans le champ d'application de la [1 Directive 2014/65/UE en vertu de l'article 2, § 1, l) et m)]1, et de l'article 3 de cette directive sont soumises aux dispositions des sections 3 et 4 du présent chapitre.
  
Afdeling 3. - Bijkantoren in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van derde landen
Section 3. - Des succursales en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers
Onderafdeling 1. - Vergunning
Sous-section 1re. - Agrément
Art.84. [1 § 1. Een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land en om een vergunning van de FSMA verzoekt overeenkomst artikel 13, § 2, tweede lid, stelt de FSMA in kennis van het volgende:
   1° de naam van de autoriteit die in het betrokken derde land verantwoordelijk is voor het toezicht op de vennootschap. Wanneer er meer dan een autoriteit verantwoordelijk is voor dat toezicht, worden nadere bijzonderheden over hun respectieve bevoegdheidsterreinen verstrekt;
   2° alle relevante bijzonderheden over de vennootschap (naam, rechtsvorm, statutaire zetel en adres, leden van het leidinggevend orgaan en relevante aandeelhouders) en een programma van werkzaamheden waarin de aangeboden beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsook nevendiensten en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden vermeld, en een beschrijving wordt gegeven van elke uitbesteding van belangrijke operationele taken;
   3° de naam van de bestuurders van het bijkantoor en de relevante documenten om aan te tonen dat aan de vereisten die zijn vastgesteld in artikel 23 is voldaan;
   4° informatie over het aanvangskapitaal dat vrij beschikbaar is voor het bijkantoor.
   § 2. De FSMA verleent de gevraagde vergunning aan de bijkantoren die aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1° het bijkantoor moet beschikken over een dotatie ten belope van minimum 125 000 euro. De FSMA beoordeelt de bestanddelen van die dotatie;
   2° wat de identiteit van de aandeelhouders of vennoten van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betreft, is artikel 22 van toepassing;
   3° de verantwoordelijken voor het bestuur van het bijkantoor conformeren zich aan de artikelen 23 tot 26;
   4° indien de verplichtingen van de in deze afdeling bedoelde bijkantoren niet door een beleggersbeschermingsregeling op een tenminste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstemmende Belgische beleggersbeschermingsregeling, is artikel 29 van toepassing;
   5° het verlenen van diensten waarvoor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land, een vergunning aanvraagt, is onderworpen aan een vergunning van en toezicht door het derde land waar de vennootschap is gevestigd en aan de betrokken vennootschap is op geldige wijze een vergunning verleend, waarbij de bevoegde autoriteit terdege rekening houdt met de aanbevelingen van de Financiële Actiegroep (Financial Action Task Force) in het kader van de bestrijding van het witwassen van geld en van terrorismefinanciering;
   6° tussen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de vennootschap is gevestigd en de FSMA bestaan samenwerkingsovereenkomsten die onder meer voorzien in bepalingen die de uitwisseling van informatie regelen met het oog op de handhaving van de integriteit van de markt en de bescherming van de beleggers;
   7° het derde land waar de vennootschap uit een derde land is gevestigd, heeft met België een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake dubbele belasting naar inkomen en vermogen, en die doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, waarborgt;
   8° het bijkantoor is in staat de in artikel 85 bedoelde bepalingen in acht te nemen.
   De FSMA spreekt zich binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier over de aanvraag uit. Alvorens zich over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor uit te spreken, raadpleegt de FSMA de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van het derde land.
   De beslissing van de FSMA over de vergunning vermeldt de beleggingsdiensten en beleggingsactiviteiten evenals de nevendiensten die het bijkantoor in België mag verrichten.
   De vergunningsbeslissingen worden binnen vijftien dagen met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.
   Artikel 7 is van toepassing, aangezien de door deze onderafdeling geviseerde bijkantoren worden vermeld in een speciale rubriek van de in dat artikel bedoelde lijst.
  [2 De FSMA maakt elk jaar aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten de lijst over van de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies van derde landen die actief zijn op Belgisch grondgebied.]2
   § 3. Zonder afbreuk te doen aan de internationale overeenkomsten die België binden, kan de FSMA een vergunning weigeren aan het bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land dat niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht.]1

  
Art.84. [1 § 1er. La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant du droit d'un pays tiers qui sollicite un agrément auprès de la FSMA conformément à l'article 13, § 2, alinéa 2, fournit à la FSMA les informations suivantes:
   1° le nom de l'autorité chargée de sa surveillance dans le pays tiers concerné. Si la surveillance est assurée par plusieurs autorités, les domaines de compétence respectifs de ces dernières sont précisés;
   2° tous les renseignements utiles relatifs à la société (nom, forme juridique, siège statutaire et adresse, membres de l'organe de direction, actionnaires concernés) et un programme d'activités mentionnant les services et/ou activités d'investissement et les services auxiliaires qu'elle entend fournir ou exercer, ainsi que la structure organisationnelle de la succursale, y compris une description de l'éventuelle externalisation à des tiers de fonctions essentielles d'exploitation;
   3° le nom des personnes chargées de la gestion de la succursale et les documents pertinents démontrant que les exigences prévues à l'article 23 sont respectées;
   4° les informations relatives au capital initial qui se trouve à la libre disposition de la succursale.
   § 2. La FSMA accorde l'agrément sollicité aux succursales qui répondent aux conditions suivantes:
   1° la succursale doit disposer d'une dotation d'un montant minimum de 125 000 euros. La FSMA apprécie les éléments constitutifs de la dotation;
   2° en ce qui concerne l'identité des détenteurs du capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, l'article 22 est applicable;
   3° les responsables de la gestion de la succursale se conforment aux articles 23 à 26;
   4° si les engagements des succursales visées dans la présente section ne sont pas couverts par un système de protection des investisseurs dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système belge de protection des investisseurs, l'article 29 est applicable;
   5° la fourniture de services pour laquelle la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant du droit d'un pays tiers demande l'agrément est sujette à agrément et surveillance dans le pays tiers dans lequel elle est établie, et la société demandeuse est dûment agréée en tenant pleinement compte des recommandations du Groupe d'Action Financière (Financial Action Task Force) dans le cadre de la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme;
   6° les autorités de surveillance compétentes du pays tiers dans lequel est établie la société ont signé avec la FSMA des mécanismes de coopération, prévoyant notamment des dispositions concernant les échanges d'informations en vue de préserver l'intégrité du marché et de protéger les investisseurs;
   7° le pays tiers dans lequel est établie la société a signé avec la Belgique un accord parfaitement conforme aux normes énoncées à l'article 26 du modèle OCDE de convention fiscale concernant le revenu et la fortune et garantissant un échange efficace de renseignements en matière fiscale, y compris, le cas échéant, des accords multilatéraux dans le domaine fiscal;
   8° la succursale est en mesure de se conformer aux dispositions visées à l'article 85.
   La FSMA statue sur la demande dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet. Avant de statuer sur la demande d'agrément de la succursale, la FSMA consulte les autorités de contrôle de l'Etat d'origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit du pays tiers.
   La décision de la FSMA mentionne les services et activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires que la succursale est autorisée à fournir en Belgique.
   Les décisions en matière d'agrément sont notifiées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception.
   L'article 7 s'applique, étant entendu que les succursales visées par la présente sous-section sont mentionnées dans une rubrique spéciale de la liste visée à cet article.
  [2 La FSMA notifie chaque année à l'Autorité européenne des marchés financiers la liste des succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de pays tiers actives sur le territoire belge.]2
   § 3. Sans préjudice des Accords internationaux liant la Belgique, la FSMA peut refuser d'agréer la succursale d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un pays tiers qui n'accorde pas les mêmes possibilités d'accès à son marché aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge.]1

  
Onderafdeling 2. - Bedrijfsuitoefening
Sous-section 2. - Exercice de l'activité
Art.85. [1 De in deze afdeling bedoelde bijkantoren voldoen aan de volgende bepalingen, onder toezicht van de FSMA, alsook aan de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:
   1° [2 de artikelen 25, §§ 1, 9° en 1/1, en 26 tot 26/2 van deze wet;]2
   2° de artikelen 26, zevende tot negende lid, 27, 27bis, 27ter, §§ 1 tot 3 en 5 tot 8, 27quater, § 1, en 28 van de wet van 2 augustus 2002;
   3° de artikelen 46, 48, 50, 51 en 52 van de wet van 21 november 2017;
   4° de artikelen 3 tot 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.]1

  
Art.85. [1 Les succursales visées dans la présente section satisfont aux dispositions suivantes, sous la surveillance de la FSMA, ainsi qu'aux arrêtés et règlements pris pour leur exécution:
   1° [2 les articles 25, §§ 1er, 9° et 1er/1, et 26 à 26/2 de la présente loi ;]2
   2° les articles 26, alinéas 7 à 9, 27, 27bis, 27ter, §§ 1 à 3 et 5 à 8, 27quater, § 1er, et 28 de la loi du 2 août 2002;
   3° les articles 46, 48, 50, 51 et 52 de la loi du 21 novembre 2017;
   4° les articles 3 à 26 du Règlement (UE) n° 600/2014.]1

  
Art. 85/1. [1 De in deze afdeling bedoelde bijkantoren delen de FSMA jaarlijks de volgende informatie mee:
   a) de schaal en reikwijdte van de diensten en activiteiten die het bijkantoor verricht in België;
   b) de omzet en de totale waarde van de activa die overeenstemmen met de in punt a) bedoelde diensten en activiteiten;
   c) een gedetailleerde beschrijving van de voor de cliënten van het bijkantoor beschikbare beleggersbeschermingsregeling, met inbegrip van de rechten van deze cliënten die voortvloeien uit de beleggersbeschermingsregeling die van toepassing is in hun land van herkomst;
   d) het beleid en de regelingen voor risicobeheer van het bijkantoor voor de in punt a) bedoelde diensten en activiteiten;
   e) de governanceregelingen, met vermelding van de medewerkers met een sleutelfunctie voor de activiteiten van het bijkantoor;
   f) alle andere informatie die de bevoegde autoriteit noodzakelijk acht voor een alomvattende monitoring van de activiteiten van het bijkantoor.]1

  
Art. 85/1. [1 Les succursales visées dans la présente section communiquent à la FSMA les informations suivantes, sur une base annuelle :
   a) l'échelle et l'étendue des services fournis et des activités exercées par la succursale en Belgique,
   b) le volume d'échanges et la valeur totale des actifs correspondant aux services et aux activités visés au point a) ;
   c) une description détaillée des dispositions prises en vue de protéger les investisseurs dont peuvent se prévaloir les clients de la succursale, notamment les droits conférés à ces clients par le système de protection des investisseurs applicable dans leur Etat d'origine ;
   d) la politique et les dispositions de gestion des risques appliquées par la succursale dans le cadre des services et des activités visés au point a) ;
   e) les dispositifs de gouvernance d'entreprise, y compris en ce qui concerne les titulaires de postes clés pour les activités de la succursale ;
   f) toute autre information que la FSMA estimerait nécessaire pour permettre un suivi complet des activités de la succursale.]1

  
Art. 85/2. [1 Op verzoek deelt de FSMA aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten de volgende informatie mee:
   a) alle vergunningen voor de conform artikel 84, § 2 vergunde bijkantoren en elke latere wijziging die in deze vergunningen wordt aangebracht;
   b) de schaal en reikwijdte van de diensten en activiteiten die een vergund bijkantoor verricht conform artikel 84, § 2;
   c) de omzet en de totale waarde van de activa die overeenstemmen met de in punt b) bedoelde diensten en activiteiten;
   d) de benaming van de groep van derde landen waartoe een vergund bijkantoor, in voorkomend geval, behoort.]1

  
Art. 85/2. [1 Sur demande, la FSMA communique à l'Autorité européenne des marchés financiers les informations suivantes :
   a) tous les agréments pour les succursales agréées conformément à l'article 84, § 2 et toute modification ultérieurement apportée auxdits agréments ;
   b) l'échelle et l'étendue des services fournis et des activités exercées par une succursale agréée conformément à l'article 84, § 2 ;
   c) le volume d'échanges et la valeur totale des actifs correspondant aux services et aux activités visés au point b) ;
   d) la dénomination du groupe de pays tiers auquel appartient, le cas échéant, une succursale agréée.]1

  
Onderafdeling 3. - Toezicht
Sous-section 3. - Contrôle
Art.86. De artikelen 56, §§ 1 tot 3, en 57 zijn van toepassing.
Art.86. Les articles 56, §§ 1er à 3, et 57 sont applicables.
Onderafdeling 4. - Intrekking van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen
Sous-section 4. - Radiation de l'agrément, mesures exceptionnelles et sanctions
Art.87. [1 Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van vennootschappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land, en die binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik van de vergunning hebben gemaakt, uitdrukkelijk te kennen geven geen gebruik van de vergunning te zullen maken, of tijdens de zes voorafgaande maanden geen beleggingsdiensten hebben verleend of beleggingsactiviteiten hebben verricht.
   De volgende bepalingen van deze wet zijn van toepassing:
   1° de artikelen 64, 67, 68 en 69;
   2° de artikelen 107 en 108.]1

  
Art.87. [1 La FSMA radie par décision notifiée par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, l'agrément des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement relevant du droit d'un pays tiers qui n'en ont pas fait usage dans un délai de douze mois, y renoncent expressément, n'ont fourni aucun service d'investissement ou n'ont exercé aucune activité d'investissement au cours des six derniers mois.
   Les dispositions suivantes de la présente loi sont applicables:
   1° les articles 64, 67, 68 et 69;
   2° les articles 107 et 108.]1

  
Afdeling 4.
Section 4.
HOOFDSTUK 3. - Samenwerking tussen nationale autoriteiten
CHAPITRE 3. - De la collaboration entre autorités nationales
Art.95. [2 Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, richt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een verzoek om advies aan de FSMA.]2 De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis.
  De FSMA wordt schriftelijk om advies verzocht. Bij deze aanvraag worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
  De FSMA brengt haar advies uit binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een beleggingsonderneming waarbij de FSMA vermoedt dat zich belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande coördinatie met de buitenlandse overheden vereist is, beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te brengen schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen over het verzoek.
  De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de [1 ondernemingsrechtbank]1 en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.
  
Art.95. [2 Avant qu'il ne soit statué sur l'ouverture d'une procédure de faillite ou encore sur un dessaisissement provisoire au sens de l'article XX.32 du Code de droit économique à l'égard d'une société de portefeuille et de conseil en investissement, le président du tribunal de l'entreprise saisit la FSMA d'une demande d'avis.]2 Le greffier transmet cette demande sans délai. Il en informe le procureur du Roi.
  La saisine de la FSMA est écrite. Elle est accompagnée des pièces nécessaires à son information.
  La FSMA rend son avis dans un délai de quinze jours à compter de la réception de la demande d'avis. La FSMA peut, dans le cas d'une procédure relative à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement susceptible, selon son appréciation, de présenter des implications systémiques importantes ou qui nécessite au préalable une coordination avec des autorités étrangères, rendre son avis dans un délai plus long, sans toutefois que le délai total ne puisse excéder trente jours. Lorsqu'elle estime devoir faire usage de ce délai exceptionnel, la FSMA le notifie à l'autorité judiciaire appelée à statuer. Le délai dont dispose la FSMA pour rendre son avis suspend le délai dans lequel l'autorité judiciaire doit statuer. En l'absence de réponse de la FSMA dans le délai imparti, le tribunal peut statuer sur la demande.
  L'avis de la FSMA est écrit. Il est transmis par tout moyen au greffier, qui le remet au président du [1 tribunal de l'entreprise]1 et au procureur du Roi. L'avis est versé au dossier.
  
TITEL 4. - Beleggersbeschermingsregelingen
TITRE 4. - Des systèmes de protection des investisseurs
Art.96. De in België gevestigde vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's als bedoeld in artikel 35 van de wet van 19 april 2014 en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 205 van de wet van 3 augustus 2012 moeten deelnemen aan een collectieve beleggersbeschermingsregeling waaraan zij een bijdrage betalen en die tot doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers een schadeloosstelling toe te kennen wanneer het faillissement van een dergelijke vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt uitgesproken, of wanneer de FSMA de in artikel 97 bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van een dergelijke vennootschap.
  Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en van beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, noch voor de bijkantoren van buitenlandse beheer-vennootschappen van AICB's. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een derde land en waarvan de verplichtingen door een beleggersbeschermings-regeling van dat land op een ten minste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de in het eerste lid bedoelde beleggersbeschermingsregeling.
  Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrichtingen van de beleggersbeschermings-regeling waar.
Art.96. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement établies en Belgique, les sociétés de gestion d'OPCA visées à l'article 35 de la loi du 19 avril 2014 et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif visées à l'article 205 de la loi du 3 août 2012 doivent participer à un système collectif de protection des investisseurs auquel ils contribuent et visant à accorder à certaines catégories d'investisseurs une indemnisation, lorsque la faillite d'une telle société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, d'une telle société de gestion d'OPCA ou d'une telle société de gestion d'organismes de placement collectif est prononcée ou lorsque la FSMA a pris la décision visée à l'article 97 à l'égard d'une telle société.
  L'alinéa 1er n'est pas applicable aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et de sociétés de gestion d'organismes de placement collectif relevant du droit d'un autre Etat membre ainsi qu'aux succursales de sociétés de gestion d'OPCA étrangères. Il n'est pas davantage applicable aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et de sociétés de gestion d'organismes de placement collectif relevant du droit d'un pays tiers et dont les engagements sont couverts par un système de protection des investisseurs de cet Etat dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système visé à l'alinéa 1er.
  Le Fonds de garantie assure la gestion et les opérations du système de protection des investisseurs.
Art.97. De FSMA informeert het Garantiefonds zo spoedig mogelijk ingeval zij problemen op het spoor komt die waarschijnlijk tot de interventie van de beleggersbeschermingsregeling zullen leiden.
  Behalve in de gevallen waarin het faillissement is uitgesproken, neemt de FSMA de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiële positie, een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht niet in staat lijkt om aan de beleggers de gelddeposito's of de financiële instrumenten terug te geven of terug te betalen, en dat de vennootschap dat ook in een nabije toekomst niet zal kunnen doen. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en alleszins uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastgesteld dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging heeft nagelaten om gelddeposito's of financiële instrumenten terug te geven.
  Het Garantiefonds zorgt voor de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vordering van de belegger in aanmerking is genomen en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De FSMA kan deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen. Die verlenging mag alleen worden toegestaan in zeer uitzonderlijke omstandigheden en specifieke gevallen.
  De in gebreke gebleven vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheer-vennootschap van AICB's, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of, als deze failliet zijn, de curator deelt te allen tijde en op vraag van het Garantiefonds alle gegevens mee die laatstgenoemde nodig heeft om de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling van beleggers te kunnen garanderen. De Koning kan de nadere regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's, de beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator, enerzijds, en het Garantiefonds, anderzijds.
  Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gegevens die het Garantiefonds heeft ontvangen ter uitvoering van het vorige lid, kijkt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator deze op zijn verzoek na en deelt hem, desgevallend, de verbeterde gegevens mee.
Art.97. La FSMA informe dans les meilleurs délais le Fonds de garantie lorsqu'elle décèle des problèmes susceptibles de donner lieu à l'intervention du système de protection des investisseurs.
  Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée, la FSMA prend la décision constatant que, pour des raisons liées directement à sa situation financière, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, une société de gestion d'OPCA ou une société de gestion d'organismes de placement collectif de droit belge n'apparaît pas en mesure de restituer ou de rembourser aux investisseurs des dépôts de fonds ou des instruments financiers, et que la société ne sera pas en mesure de le faire dans un futur proche. Ce constat est fait dès que possible et en tout état de cause au plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la première fois qu'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement une société de gestion d'OPCA ou une société de gestion d'organismes de placement collectif n'a pas restitué les dépôts de fonds ou a omis de restituer un instrument financier.
  Le Fonds de garantie assure le remboursement ou l'indemnisation visés à l'article 96 dans un délai de trois mois, après que l'éligibilité et le montant de la créance de l'investisseur ont été établis. La FSMA peut décider une prolongation ne dépassant pas trois mois. Cette prolongation ne peut être accordée que dans des circonstances très exceptionnelles et pour des cas particuliers.
  La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement défaillante, la société de gestion d'OPCA défaillante, la société de gestion d'organismes de placement collectif défaillante ou, si celles-ci sont en faillite, le curateur communique à tout moment et à la demande du Fonds de garantie, toutes les données dont ce dernier a besoin pour assurer l'indemnisation des investisseurs visée à l'article 96. Le Roi peut définir les règles relatives à l'échange des données entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la société de gestion d'OPCA, la société de gestion d'organismes de placement collectif ou le curateur, d'une part, et le Fonds de garantie, d'autre part.
  S'il y a un doute concernant l'exactitude des données que le Fonds de garantie a reçues en exécution de l'alinéa précédent, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la société de gestion d'OPCA, la société de gestion d'organismes de placement collectif ou le curateur les vérifie à sa demande et lui transfère, le cas échéant, les données corrigées.
Art.98. Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig het Europees recht, voorzien de door het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermingsregeling in een schadeloosstelling voor elk geval waarin financiële instrumenten niet worden teruggegeven of terugbetaald, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito's of financiële instrumenten van cliënten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, tot een maximumbedrag van 20.000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan de beleggerbeschermingsregeling deelneemt, ongeacht de valuta waarin die financiële instrumenten zijn uitgedrukt.
  Het deel gelddeposito's van de door het Garantiefonds ingestelde beleggers-beschermingsregeling voorziet, ten belope van een maximumbedrag van 100.000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogens-beheer en beleggingsadvies, beheer-vennootschap van AICB's of beheer-vennootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan deze regeling deelneemt, in de terugbetaling van de gelddeposito's, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito's van cliënten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, ongeacht de valuta waarin die zijn uitgedrukt, op voorwaarde dat deze gelddeposito's niet reeds zijn gedekt door de depositobeschermings-regeling als bedoeld in de artikelen 380 tot 384/1 van de wet van 25 april 2014.
Art.98. Sans préjudice d'éventuelles franchises conformes au droit européen, le système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit une indemnisation pour toute non-restitution ou tout non-remboursement d'instruments financiers qui ont été confiés dans l'ignorance de bonne foi de l'interdiction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir ou conserver des instruments financiers de clients, jusqu'à un plafond de 20.000 euros par investisseur et par société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, société de gestion d'OPCA, ou société de gestion d'organismes de placement collectif adhérant à ce système, quelle que soit la devise dans laquelle les instruments financiers sont libellés.
  Le volet dépôts de fonds du système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit, jusqu'à un plafond de 100.000 euros par investisseur et par société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, société de gestion d'OPCA, ou société de gestion d'organismes de placement collectif adhérant à ce système, le remboursement des dépôts de fonds, qui ont été effectués dans l'ignorance de bonne foi de l'interdiction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir ou conserver des dépôts de fonds de clients, quelle que soit la devise dans laquelle ils sont libellés, à condition que ces dépôts de fonds ne soient pas déjà couverts par le système de protection des dépôts visé dans les articles 380 à 384/1 de la loi du 25 avril 2014.
Art.99. De Koning kan bepalen welke informatie de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan de beleggers moeten verstrekken over de dekking van hun tegoeden ingevolge voornoemde regeling.
Art.99. Le Roi peut règler le contenu de l'information à procurer aux investisseurs par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les société de gestion d'OPCA, et les société de gestion d'organismes de placement collectif concernant la couverture de leurs avoirs résultant du système précité.
Art.100. Het Garantiefonds neemt de nodige maatregelen en treft de nodige voorzieningen om de bijkantoren van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, in staat te stellen deel te nemen aan de beleggers-beschermingsregeling die het beheert, met de bedoeling, binnen de grenzen van die regeling, de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de vennootschap in haar Staat deelneemt, aan te vullen.
  Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen tegenover de beleggersbeschermingsregeling niet nakomt, wendt het Garantiefonds zich in samenwerking met de FSMA tot de bevoegde overheid die de vergunning heeft verleend aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschap van AICB's of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaronder het bijkantoor ressorteert. Indien de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verholpen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies van deze overheid, het bijkantoor uitsluiten na afloop van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven door de beschermingsregeling gedekt tot ze vervallen. De andere tegoeden die voor de uitsluiting werden gehouden, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo niet, door de FSMA op de hoogte gebracht van het verval van de dekking.
Art.100. Le Fonds de garantie prend les mesures et dispositions nécessaires pour permettre aux succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, des sociétés de gestion d'OPCA et des sociétés de gestion d'organismes de placement collectif relevant du droit d'un autre Etat membre de participer au système de protection des investisseurs dont il assume la gestion, en vue de compléter, dans les limites de cesystème, les garanties procurées par le système auquel la société adhère dans son Etat.
  Si la succursale qui a fait usage de la faculté prévue par l'alinéa 1er ne remplit pas ses obligations envers le système de protection des investisseurs, le Fonds de garantie en collaboration avec la FSMA, en saisissent l'autorité compétente qui a délivré l'agrément à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la société de gestion d'OPCA ou à la société de gestion d'organismes de placement collectif dont relève la succursale. A défaut de redressement de la situation, dans les douze mois, le Fonds de garantie peut, de l'avis conforme de cette autorité, exclure la succursale au terme d'un préavis de douze mois. Les engagements à terme antérieurs à l'exclusion restent couverts par le système de protection, jusqu'à leur terme. Les autres avoirs détenus antérieurement à l'exclusion restent couverts pendant douze mois. Les investisseurs sont informés par la succursale, ou, à défaut, par la FSMA, de la cessation de la couverture.
Art.101. De Koning kan, op advies van de FSMA, de waarderings- en berekeningswijze vaststellen voor de initiële bijdrage die aan de beleggersbeschermingsregeling moet worden gestort door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voor het eerst toetreden en waarvoor onvoldoende bijdragen worden ingebracht, afkomstig van een regeling waaraan zij vroeger hebben deelgenomen.
Art.101. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, déterminer le mode d'évaluation et de calcul de la contribution initiale à verser au système de protection des investisseurs par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement les sociétés de gestion d'OPCA et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif qui y adhèrent pour la première fois et pour lesquels ne sont pas versées des contributions suffisantes apportées par un système auquel ils auraient adhéré antérieurement.
TITEL 5. - Bemiddelaars inzake valutahandel
TITRE 5. - Des intermédiaires en matiere de commerce des devises
Art.102. [1 Zijn enkel gemachtigd om in België voor eigen rekening of als commissionair dan wel als lasthebber deviezen te verhandelen, ongeacht of het om termijnverrichtingen dan wel om contantverrichtingen gaat :
   1° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank;
   2° de kredietinstellingen naar Belgisch recht;
   3° de buitenlandse kredietinstellingen die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de wet van 25 april 2014;
   4° de beursvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in titel II van boek XII van de wet van 25 april 2014;
   5° de buitenlandse beursvennootschappen die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens Boek XII, Titel III van de wet van 25 april 2014;
   6° de betalingsinstellingen naar Belgisch recht waaraan de Bank een vergunning heeft verleend conform artikel 9 van de wet van 11 maart 2018;
   7° de betalingsinstellingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de wet van 11 maart 2018;
   8° de instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht waaraan de Bank een vergunning heeft verleend overeenkomstig artikel 169 van de wet van 11 maart 2018;
   9° de instellingen voor elektronisch geld die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de wet van 11 maart 2018;
   10° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost.
   Voor de bemiddelaars bedoeld in het eerste lid, 7° en 9°, geldt het eerste lid enkel voor valutawisseldiensten die nauw samenhangen met het aanbieden van betalingsdiensten en/of de uitgifte van elektronisch geld.
   Buiten de in het eerste lid bedoelde personen kunnen de personen die overeenkomstig artikel 103 geregistreerd zijn ook verrichtingen uitvoeren voor de contante aankoop of verkoop van deviezen, met name in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart.]1

  
Art.102. [1 Sont seuls habilités à effectuer en Belgique, pour compte propre ou comme commissionnaire ou mandataire, le commerce des devises, qu'il s'agisse d'opérations à terme ou au comptant :
   1° la Banque nationale de Belgique et la Banque centrale européenne;
   2° les établissements de crédit de droit belge;
   3° les établissements de crédit étrangers autorisés à exercer leurs activités en Belgique en vertu de la loi du 25 avril 2014;
   4° les sociétés de bourse de droit belge visées au titre II du livre XII de la loi du 25 avril 2014;
   5° les sociétés de bourse étrangères autorisées à exercer leurs activités en en Belgique en vertu du Livre XII, Titre III de la loi du 25 avril 2014;
   6° les établissements de paiement de droit belge agréés par la Banque conformément à l'article 9 de la loi du 11 mars 2018;
   7° les établissements de paiement relevant du droit d'un autre Etat membre autorisés à exercer leurs activités en Belgique en vertu de la loi du 11 mars 2018;
   8° les établissements de monnaie électronique de droit belge agréés par la Banque conformément à l'article 169 de la loi du 11 mars 2018;
   9° les établissements de monnaie électronique relevant du droit d'un autre Etat membre autorisés à exercer leurs activités en Belgique en vertu de la loi du 11 mars 2018;
   10° la société anonyme de droit public bpost.
   S'agissant des intermédiaires visées à l'alinéa 1er, 7° et 9°, le bénéfice de l'alinéa 1er ne vaut que pour les services de change étroitement liés à la fourniture de services de paiement et/ou à l'émission de monnaie électronique.
   Outre les personnes visées à l'alinéa 1er, les personnes enregistrées conformément à l'article 103 peuvent également effectuer des opérations d'achat ou de vente au comptant de devises notamment sous forme d'espèces ou de chèques libellés en devises ou par l'utilisation d'une carte de crédit ou de paiement.]1

  
Art.103. De Koning bepaalt:
  1° de regels betreffende de registratie van de in België gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 102, tweede lid en de regeling alsook het toezicht die op hen van toepassing zijn;
  2° de regels waaraan de in artikel 102, tweede lid, bedoelde deviezenverrichtingen zijn onderworpen.
  De personen bedoeld in het eerste lid dienen over de noodzakelijke professionele betrouw-baarheid en de passende ervaring te beschikken voor de uitoefening van de werkzaamheden omschreven in artikel 102, tweede lid. Zij mogen zich niet in één van de gevallen bevinden als beschreven in artikel 20 van de wet van 25 april 2014.
  Wanneer het een vennootschap betreft, gelden de voornoemde voorwaarden voor de personen die de feitelijke leiding hebben.
  [1 De registratie van de vennootschap wordt geweigerd indien de personen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 5 percent bezitten van het kapitaal of van de stemrechten niet geschikt zijn, gelet op een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap.]1
  De Koning kan bepalen dat de registratie wordt geweigerd, herroepen of geschorst wanneer de personen bedoeld in het eerste lid, 1°, niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden of de andere voorwaarden die Hij bepaalt.
  De Koning regelt de procedure van registratie, alsook van schorsing en herroeping van de registratie.
  De FSMA kan aan de instellingen als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 1° tot 8°, vragen haar inlichtingen te verstrekken, binnen de termijn die zij vaststelt, betreffende de door die instellingen met deze personen verrichte transacties.
  
Art.103. Le Roi détermine:
  1° les règles relatives à l'enregistrement des personnes établies en Belgique qui, à titre professionnel, exécutent les opérations visées à l'article 102, alinéa 2 et le régime ainsi que le contrôle qui leur sont applicables;
  2° les règles auxquelles sont soumises les opérations sur devises visées à l'article 102, alinéa 2.
  Les personnes visées à l'alinéa 1er doivent posséder l'honorabilité professionnelle nécessaire et l'expertise adéquate pour exercer les activités visées à l'article 102, alinéa 2. Elles ne peuvent se trouver dans l'un des cas définis par l'article 20 de la loi du 25 avril 2014.
  Lorsqu'il s'agit d'une société, les conditions précitées s'appliquent aux personnes chargées de la direction effective.
  [1 L'enregistrement de la société est refusé si les personnes qui détiennent directement ou indirectement 5 pourcent au moins du capital ou des droits de vote ne présentent pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société.]1
  Le Roi peut prévoir que l'enregistrement est refusé, révoqué ou suspendu si les personnes visées à l'alinéa 1er, 1°, ne satisfont pas aux conditions légales ou aux autres conditions qu'Il détermine.
  Le Roi règle la procédure d'enregistrement ainsi que celle de la suspension et de la révocation de l'enregistrement.
  La FSMA peut demander, dans le délai qu'elle détermine, aux établissements visés à l'article 102, alinéa 1er, 1° à 8°, des informations relatives aux transactions effectuées entre ces établissements et ces personnes.
  
TITEL 6. - Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en informatieverstrekking
TITRE 6. - Collaboration entre autorités compétentes et communication d'informations
HOOFDSTUK 1. - Samenwerking tussen overheden
CHAPITRE 1er. - De la collaboration entre autorités
Art.104. De FSMA kan, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002, situaties naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen waarin een verzoek in verband met toezichtsactiviteiten, verificatie ter plaatse, onderzoek en informatie-uitwisseling werd afgewezen, of niet binnen een redelijke termijn gehonoreerd werd.
Art.104. La FSMA peut, comme prévu par l'article 77, § 1er, de la loi du 2 août 2002 renvoyer devant l'Autorité européenne des marchés financiers des situations dans lesquelles une requête relative à des activités de contrôle, de vérification sur place, d'enquête et d'échange d'informations a été rejetée ou n'a pas été suivie d'effet dans un délai raisonnable.
Art.105. Met de goedkeuring van de minister van Financiën kan de FSMA, op basis van het wederkerigheidsbeginsel, met de toezichthoudende overheden van het land van herkomst van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie, en met de toezichthoudende overheden voor de andere bijkantoren van deze onderneming die buiten België gevestigd zijn, overeenkomen welke verplichtingen en verbodsbepalingen voor het bijkantoor van deze vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in België gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de informatie-uitwisseling met deze overheden worden georganiseerd.
  Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen die beter aansluiten bij de aard en spreiding van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en het toezicht, mogen de overeenkomsten afwijken van de bepalingen van afdeling 3 van het huidig hoofdstuk.
  Voor zover er een algemeen toezicht bestaat dat voldoet aan de criteria vastgesteld krachtens afdeling 3 van het huidig hoofdstuk, mogen deze overeenkomsten vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde voorschriften van deze afdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen voor de bijkantoren van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in een derde land waarop zij betrekking hebben, geen gunstiger regels bevatten dan voor de in België gevestigde bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.
  De overeenkomsten moeten een opzeggingsclausule met opzegging van ten hoogste zes maanden bevatten.
  De FSMA publiceert in haar jaarverslag de lijst en de inhoud van de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten.
Art.105. La FSMA peut, moyennant l'approbation du ministre des Finances, convenir, sur base de la réciprocité, avec les autorités de contrôle de l'Etat d'origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit de pays tiers et avec celles des autres succursales de cette société établies dans d'autres Etats que la Belgique, de règles relatives aux obligations et interdictions de la succursale de cette société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en Belgique, à l'objet et aux modalités de sa surveillance ainsi qu'aux modalités de la collaboration et de l'échange d'informations avec ces autorités.
  Les conventions peuvent déroger aux dispositions de la section 3 du présent chapitre en vue de fixer des règles et modalités plus appropriées à la nature et à la répartition des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère et de son contrôle.
  Moyennant l'existence d'un contrôle global répondant aux critères prévus en vertu de la section 3 du présent chapitre, ces conventions peuvent dispenser de l'application de certaines dispositions de cette section et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.
  Les conventions prévues par le présent article ne peuvent comporter au bénéfice des succursales d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d'un pays tiers qu'elles concernent des règles plus favorables que celles qui s'appliquent aux succursales établies en Belgique de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d'un autre Etat membre.
  Les conventions doivent comporter une clause de résiliation moyennant un préavis qui ne peut excéder six mois.
  La FSMA publie dans son rapport annuel la liste et la substance des conventions conclues en vertu du présent article.
HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking
CHAPITRE 2. - De la communication d'informations
Art.106. De FSMA verstrekt op haar website de volgende informatie:
  1° de wetgeving op het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, en de besluiten, reglementen en circulaires genomen in uitvoering of met toepassing van deze wetgeving;
  2° een omzettingstabel van de bepalingen van de Europese richtlijnen inzake prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen, met opgaaf van de weerhouden opties;
  3° de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 56, § 2;
  4° geaggregeerde statistische gegevens over de belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1° bedoelde wetgeving;
  5° andere informatie, als voorgeschreven bij besluiten en reglementen genomen in uitvoering van deze wet.
  De in het eerste lid bedoelde informatie wordt in voorkomend geval op de website bekendgemaakt op de wijze als overeengekomen tussen de landen van de Europese Economische Ruimte. De FSMA zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie.
Art.106. La FSMA fournit sur son site web les informations suivantes:
  1° la législation relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement, ainsi que les arrêtés, règlements et circulaires pris en exécution ou en application de cette législation;
  2° un tableau de transposition des dispositions des directives européennes relatives à la surveillance prudentielle des entreprises d'investissement, indiquant les options retenues;
  3° les critères de vérification et les méthodes qu'elle utilise pour procéder à l'évaluation visée à l'article 56, § 2;
  4° des données statistiques agrégées sur les principaux aspects relatifs à l'application de la législation visée au 1° ;
  5° toute autre information prescrite par les arrêtés et règlements pris en exécution de la présente loi.
  Les informations visées à l'alinéa 1er sont, le cas échéant, publiées sur le site web de la FSMA selon les modalités convenues entre les Etats membres de l'Espace économique européen. La FSMA veille à actualiser régulièrement les informations fournies sur son site web.
TITEL 7. - Strafrechtelijke sancties
TITRE 7. - Sanctions pénales
Art.107. § 1. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft:
  1° wie het bedrijf uitoefent van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3 zonder daartoe te zijn vergund of geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van de huidige wet of wanneer afstand is gedaan van die vergunning of registratie of die vergunning of registratie is ingetrokken, herroepen, geschorst of geschrapt;
  2° wie zich niet conformeert aan artikel 9;
  3° wie met opzet de kennisgevingen als bedoeld in artikel 31, §§ 1 en 5, niet verricht, wie het in artikel 31, § 3, bedoelde verzet negeert of wie de in artikel 32, eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert;
  4° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de artikelen 36, 44, 55, eerste lid, eerste en derde zin, en tweede lid, 59, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste en tweede lid, en 60, § 2, achtste lid, overtreedt;
  5° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur van een beleggingsonderneming die in het buitenland een bijkantoor opent of diensten verstrekt, zonder de kennisgevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 47 of 51 of die zich niet conformeert aan de artikelen 50 en 53;
  6° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de in artikel 55, eerste lid, tweede zin, en derde lid, 59, § 2, vierde lid, en negende lid, § 4, en § 5, derde lid, en § 9, 60, § 2, vijfde en laatste lid, en § 3;
  7° wie zich niet conformeert aan de artikelen 102, eerste lid en 103;
  8° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen van de speciaal commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, of die indruisen tegen [2 en schorsingsbeslissing overeenkomstig artikel 64, § 1, 2°]2 ;
  9° wie de onderzoeken en controles verhindert waartoe hij verplicht is in het land of in het buitenland, dan wel weigert de gegevens te verstrekken waartoe hij verplicht is op grond van titels III en V, of wie bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt;
  [1 10° wie met opzet een bijzonder mechanisme instelt in de zin van artikel 25, § 1/1.]1
  § 2. Overtredingen van de artikelen 24 en 45 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van 1.000 euro tot 10.000 euro.
  § 3. Elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die zich niet schikt naar de bepalingen van de met toepassing van artikel 54 getroffen reglementen wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen.
  
Art.107. § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 EUR à 10.000 EUR ou d'une de ces peines seulement:
  1° ceux qui exercent l'activité d'une entreprise d'investissement visée à l'article 3 sans que cette entreprise soit agréée ou enregistrée à cet effet conformément aux dispositions de la présente loi, ou après avoir renoncé à cet agrément ou cet enregistrement ou s'être vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou cet enregistrement;
  2° ceux qui ne se conforment pas à l'article 9;
  3° ceux qui sciemment s'abstiennent de faire les notifications visées à l'article 31, §§ 1er et 5, ceux qui passent outre à l'opposition visée à l'article 31, § 3, ou ceux qui passent outre à la suspension visée à l'article 32, alinéa 1er, 1° ;
  4° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux articles 36, 44, 55, alinéa 1er, 1re et 3e phrases, et alinéa 2, 59, § 2, alinéa 4, 1re phrase, et § 5, alinéas 1er et 2, et 60, § 2, alinéa 8;
  5° les administrateurs, les gérants ou les directeurs d'une entreprise d'investissement qui, à l'étranger, ouvrent une succursale ou y prestent des services sans avoir procédé aux notifications prévues par les articles 47 ou 51 ou qui ne se conforment pas aux articles 50 et 53;
  6° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux arrêtés ou aux règlements visés aux articles 55, alinéa 1er, 2e phrase, et alinéa 3, 59, § 2, alinéa 4, et alinéa 9, § 4, § 5, alinéa 3, et § 9, 60, § 2, alinéa 5 et dernier alinéa, et § 3;
  7° ceux qui ne se conforment pas aux articles 102, alinéa 1er, et 103;
  8° ceux qui accomplissent des actes ou opérations sans avoir obtenu l'autorisation du commissaire spécial visée à l'article 64, § 1er, 1° ou à l'encontre d'une [2 décision de suspension prise conformément à l'article 64, § 1er, 2°]2 ;
  9° ceux qui mettent obstacle aux inspections et vérifications auxquelles ils sont tenus dans le pays ou à l'étranger ou refusent de donner des renseignements qu'ils sont tenus de fournir en vertu des titres III et V ou qui donnent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets;
  [1 10° ceux qui, sciemment, mettent en place un mécanisme particulier au sens de l'article 25, § 1er/1.]1
  § 2. Sont punies d'un emprisonnement de trois mois à deux ans et d'une amende de 1.000 EUR à 10.000 EUR, les infractions aux articles 24 et 45.
  § 3. Sont punis d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 50 EUR à 10.000 EUR ou de l'une de ces peines seulement, les administrateurs, gérants ou directeurs qui ne se conforment pas aux dispositions des règlements pris en exécution de l'article 54.
  
Art.108. De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven die door deze titel worden bestraft.
Art.108. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par le présent titre.
Art.109. De ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun bestuurders, zaakvoerders, directeuren of lasthebbers met toepassing van de voorschriften van deze titel worden veroordeeld.
Art.109. Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles sont condamnés leurs administrateurs, gérants, directeurs ou mandataires en application des dispositions du présent titre.
Art.110. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze titel of één van de in artikel 24 bedoelde wetgevingen, tegen bestuurders, directeuren, zaakvoerders, lasthebbers, verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van huidige titel tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke of bestuursrechtelijke overheid waar dit aanhangig is gemaakt.
  Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door het openbaar ministerie.
Art.110. Toute information du chef d'infraction au présent titre ou à l'une des législations visées à l'article 24 à l'encontre d'administrateurs, de directeurs, de gérants, de mandataires, de responsables de fonctions de contrôle indépendantes de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et toute information du chef d'infraction au présent livre à l'encontre de toute autre personne physique ou morale doit être portée à la connaissance de la FSMA par l'autorité judiciaire ou administrative qui en est saisie.
  Toute action pénale du chef des infractions visées à l'alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la FSMA à la diligence du ministère public.
Art.111. De FSMA is gerechtigd in elke stand van het geding tussen te komen voor de strafrechter bij wie een door deze wet bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat zij daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen.
  De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij.
Art.111. La FSMA est habilitée à intervenir en tout état de cause devant la juridiction répressive saisie d'une infraction punie par la présente loi, sans qu'elle ait à justifier d'un dommage.
  L'intervention suit les règles applicables à la partie civile.
TITEL 8. - Diverse bepalingen
TITRE 8. - Dispositions diverses
HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions transitoires
Art.112. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behouden die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun huidige vergunning.
Art.112. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui disposent d'un agrément à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, le conservent pour ceux des services et/ou activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 2, qui correspondent à leur agrément existant.
Art.113. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat, en zijn geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 10, § 4, en 11, § 2.
  De bijkantoren van de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behouden die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun huidige vergunning.
  De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en zijn geregistreerd op de lijst als bedoeld in artikel 25, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in artikel 14, § 2, derde lid.
Art.113. Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat membre enregistrées sur les listes visées aux articles 3 et 4 de l'arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entreprises d'investissement étrangères sont, de plein droit, enregistrées sur les listes visées aux articles 10, § 4 et 11, § 2.
  Les succursales d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers qui disposent d'un agrément à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, le conservent pour ceux des services et/ou activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 2, qui correspondent à leur agrément existant.
  Les entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers figurant sur la liste visée à l'article 25, § 2, alinéa 3 de l'arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entreprises d'investissement étrangères sont, de plein droit, reprises sur la liste visée à l'article 14, § 2, alinéa 3.
Art.114. § 1. De koninklijke besluiten, de reglementen van de FSMA en alle andere handelingen van reglementaire aard die ter uitvoering van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen zijn vastgesteld, blijven van toepassing voor zover de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifieke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen, en hun inhoud niet in strijd is met deze wet.
  § 2. De door de FSMA verleende machtigingen en afwijkingen en alle handelingen met individuele draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van voornoemde wet van 6 april 1995 of van de reglementaire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd.
Art.114. § 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la FSMA ainsi que tous autres actes de nature réglementaire adoptés en exécution de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement demeurent applicables dans la mesure où les dispositions de la présente loi prévoient les habilitations juridiques, générales ou spécifiques, nécessaires à ces actes réglementaires et que leur contenu n'est pas contraire à la présente loi.
  § 2. Les autorisations et dérogations données par la FSMA ainsi que tous les actes de portée individuelle adoptés antérieurement sur la base de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement ou des actes réglementaires adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation ou modification décidée conformément à la présente loi.
Art.115. Voor de toepassing van de artikelen 96 tot 101 dienen de woorden "het Garantiefonds" te worden begrepen als het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten, in functie van hun respectieve opdrachten opgenomen in het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële instrumenten.
Art.115. Pour l'application des articles 96 à 101, les mots "Fonds de garantie" doivent s'entendre comme comprenant à la fois le Fonds spécial de protection pour les dépôts, les assurances sur la vie et le capital de sociétés coopératives agréées et le Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers, selon leurs missions respectives prévues par l'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et par la loi du 17 décembre 1998 créant un Fonds de protection des dépôts et des instruments financiers et réorganisant les systèmes de protection des dépôts et des instruments financiers.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Art.116. In de artikelen 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, eerste lid, 311, eerste lid, 399, eerste lid, 422, eerste en derde lid, 449, eerste lid, 468, zesde lid, 1°, 600, eerste lid, 771, 798, eerste lid en 869 van het Wetboek van Vennootschappen, worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.116. Dans les articles 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, alinéa 1er, 311, alinéa 1er, 399, alinéa 1er, 422, alinéas 1er et 3, 449, alinéa 1er, 468, alinéa 6, 1°, 600, alinéa 1er, 771, 798, alinéa 1er, et 869 du Code des sociétés, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont chaque fois remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.117. In artikel 88, tweede lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
Art.117. Dans l'article 88, alinéa 2 du même Code, les mots "l'article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "l'article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers".
Art.118. In artikel 92, § 3, 4° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet".
Art.118. Dans l'article 92, § 3, 4° du même Code, modifié par la loi du 18 décembre 2015, les mots "l'article 44 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement, à l'exclusion des établissements visés à l'article 45 de cette loi" sont remplacés par les mots "l'article 3 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à l'exclusion des établissements visés à l'article 4 de cette loi".
Art.119. In artikel 107, § 1, vierde lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
Art.119. Dans l'article 107, § 1er, alinéa 4 du même Code, les mots "l'article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marches secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "l'article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers".
Art.120. In artikel 108, 3° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet".
Art.120. Dans l'article 108, 3°, du même Code, modifié par la loi du 18 décembre 2015, les mots "l'article 44 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement, à l'exclusion des établissements visés à l'article 45 de cette loi" sont remplacés par les mots "l'article 3 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à l'exclusion des établissements visés à l'article 4 de cette loi".
Art.121. In artikel 141 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "artikel 47, § 1, 1°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, 1°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.121. Dans l'article 141 du même Code, modifié par la loi du 18 décembre 2015, les mots "l'article 47, § 1er, 1°, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er, 1°, de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.122. In artikel 145, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.122. Dans l'article 145, 3°, du même Code, les mots "la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.123. In artikel 430, § 2, 1° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "ondernemingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.123. Dans l'article 430, § 2, 1°, du même Code, modifié par la loi du 25 avril 2014, les mots "entreprises régies par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "établissements de crédit régis par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.124. In artikel 468, zesde lid, 2° van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.124. Dans l'article 468, alinéa 6, 2°, du même Code, les mots "la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.125. In artikel 629, § 2, 1° en 630, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "ondernemingen die worden beheerst door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.125. Dans les articles 629, § 2, 1°, et 630, § 2, du même Code, modifiés par la loi du 25 avril 2014, les mots "entreprises régies par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont chaque fois remplacés par les mots "établissements de crédit régis par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.126. In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2106, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepalingen onder 10°, a), 34° en 41°, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 49°, luidende:
  "49° wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  3° in het tweede lid, worden de woorden "wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "wet van 25 oktober 2016".
Art.126. Dans l'article 2 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 10°, a), le 34° et le 41°, les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont chaque fois remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  2° l'alinéa 1er est complété par le 49° rédigé comme suit:
  "49° loi du 25 octobre 2016 : la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement";
  3° dans l'alinéa 2, les mots "loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "loi du 25 octobre 2016".
Art.127. In artikel 19, § 3, derde lid van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 32, tweede en derde lid van de wet van 25 oktober 2016".
Art.127. Dans l'article 19, § 3, alinéa 3 de la même loi, les mots "l'article 67, § 7, alinéas 2 et 3, de la loi du 6 avril 1995 précitée" sont remplacés par les mots "l'article 32, alinéas 2 et 3 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.128. In artikel 27, § 6, vierde streepje van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 42 van de wet van 25 april 2014 en artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 42 en 510 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 42 van toepassing verklaart op de beurs-vennootschappen, en artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.128. Dans l'article 27, § 6, 4ème tiret de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2014, les mots "de l'article 42 de la loi du 25 avril 2014, ainsi que par et en vertu de l'article l'article 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "des articles 42 et 510 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l'article 42 précité applicable aux sociétés de bourse, ainsi que par et en vertu de l'article 26 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.129. In dezelfde wet, wordt een artikel 28quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 28quater. De Koning kan, na advies van de FSMA en de BNB, bepalen welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsondernemingen die ten aanzien van professionele cliënten, actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in contact brengen van deze professionele cliënten waardoor er tussen hen een verrichting tot stand kan komen.
  Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de administratieve en boekhoudkundige verwerking van deze verrichtingen.".
Art.129. Dans la même loi, il est inséré un article 28quater rédigé comme suit:
  "Art. 28quater. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la BNB, déterminer les obligations et interdictions applicables aux entreprises d'investissement qui exercent pour des clients professionnels des activités de réception et transmission d'ordres portant sur un ou plusieurs instruments financiers lorsque cette activité porte sur la mise en rapport de ces clients professionnels permettant ainsi la réalisation entre eux d'une opération.
  Le présent arrêté peut déterminer notamment les règles de conduite et les règles d'incompatibilité applicables à ces entreprises, ainsi que les règles en matière de traitement administratif et comptable de ces opérations.".
Art.130. In artikel 31, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de woorden "artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528 van de wet van 25 april 2015, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen".
Art.130. Dans l'article 31, § 5, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 27 avril 2007, les mots "l'article 77bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "les articles 65, §§ 1er et 2, et 528 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l'article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse".
Art.131. In artikel 45, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 3°, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder f), worden de woorden "de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014 en de artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65 § 3, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014, de artikelen 502, 510, 527 en 528, evenals 530 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de diezelfde wet voor zover de artikelen 502 en 528, eerste lid van die wet de voormelde artikelen 21 en 65, § 3, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen en de artikelen 25 en 26 van de wet van 25 oktober 2016";
  b) de bepaling onder g) wordt vervangen als volgt:
  "g. de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen".
  2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd".
Art.131. Dans l'article 45, § 1er, alinéa 1er de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 3°, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le f), les mots "les articles 21, 41, 42, 64 et 65, ainsi que l'article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 25 avril 2014, ainsi que les articles 62 et 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "les articles 21, 41, 42, 64 et 65, § 3, ainsi que l'article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 25 avril 2014, les articles 502, 510, 527 et 528, ainsi que l'article 530 en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la même loi, dans la mesure où les articles 502 et 528, alinéa 1er de cette loi rendent les articles 21 et 65, § 3, précités applicables aux sociétés de bourse, ainsi que les articles 25 et 26 de la loi du 25 octobre 2016";
  b) le g) est remplacé par ce qui suit:
  "g. les articles 65, §§ 1er et 2, et 528, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l'article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse".
  2° le 5° est complété par les mots "et contre l'usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque".
Art.132. In artikel 75, § 1, 1°, tweede lid van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 95, §§ 5bis en 5ter, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 59, §§ 6 en 7, van de wet van 25 oktober 2016".
Art.132. Dans l'article 75, § 1er, 1°, alinéa 2 de la même loi, les mots "l'article 95, §§ 5bis et 5ter, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 59, §§ 6 et 7, de la loi du 25 octobre 2016".
Art.133. In artikel 86bis, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "artikel 137 of aan artikel 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 102 of aan artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016".
  b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
  "6° in België openbaar gebruik maakt van benamingen of titels voert die krachtens de wettelijke of reglementaire bepalingen zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd, zonder zelf te zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen of na afstand te hebben gedaan van deze vergunning, inschrijving of registratie, dan wel nadat die vergunning, inschrijving of registratie werd ingetrokken, geschrapt of herroepen."
Art.133. Dans l'article 86bis, § 1er, alinéa 1er de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 2°, les mots "l'article 137 ou à l'article 139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 102 ou à l'article 103 de la loi du 25 octobre 2016".
  b) l'alinéa est complété par un 6°, rédigé comme suit:
  "6° fait usage public en Belgique de dénominations ou porte des titres réservés en vertu de dispositions légales ou réglementaires à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque, sans avoir été agréée, inscrite ou enregistrée conformément aux dispositions légales ou réglementaires applicables, ou après avoir renoncé à cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement ou s'être vu retirer, radier ou révoquer cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement. ".
Art.134. In artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "artikel 109, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "artikel 69, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 25 oktober 2016".
Art.134. Dans l'article 121, § 1er, alinéa 1er, 4° de la même loi, tel que modifié en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016, les mots "l'article 109, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "l'article 69, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du 25 octobre 2016".
Art.135. In de artikelen 4, 1°, a) en d), en 5°, 8, eerste lid, 4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1, derde lid, 12, § 1, 2° en § 2, 2° van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, worden de woorden "bankwet" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014".
Art.135. Dans les articles 4, 1°, a) et d), et 5°, 8, alinéa 1er, 4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1er, alinéa 3, 12, § 1er, 2° et § 2, 2° de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, les mots "loi bancaire" sont chaque fois remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014".
Art.136. In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° onder de bepaling 1°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) de beleggingsdiensten en activiteiten in de zin van artikel 2, 1°, 1, 5 en 7 van de wet van 25 oktober 2016 ";
  2° in de bepaling onder 5°, worden de woorden "artikel 44 van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016";
  3° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
  "7° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  4° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
  "9° wet van 25 oktober 2016: wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.136. Dans l'article 4 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 1°, le b) est remplacé par ce qui suit:
  "b) les services et activités d'investissement au sens de l'article 2, 1°, 1, 5 et 7 de la loi du 25 octobre 2016 ";
  2° dans le 5°, les mots "l'article 44 de la loi sur les services d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 3 de la loi du 25 octobre 2016";
  3° le 7° est remplacé par ce qui suit:
  "7° loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
  4° le 9° est remplacé par ce qui suit:
  "9° loi du 25 octobre 2016 : "la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.137. In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid, worden de woorden "artikel 46, 23° van de wet op de beleggingsdiensten. De voorschriften bepaald door en krachtens artikel 110 van dezelfde wet zijn van toepassing" vervangen door de woorden "artikel 2, 26° van de wet van 25 oktober 2016. De voorschriften bepaald door artikelen 10, en 70 tot 82 van de wet van 25 oktober 2016 en door artikelen 590, 592 tot 600 van de wet van 25 april 2014 zijn van toepassing";
  2° in het zesde lid, worden de woorden "artikel 79 van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 44 van de wet van 25 oktober 2016 of van artikel 537 van de wet van 25 april 2014".
Art.137. Dans l'article 5, § 1er de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 27 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 5, les mots "au sens de l'article 46, 23°, de la loi sur les services d'investissement. Les dispositions prévues par et en vertu de l'article 110 de la même loi sont d'application" sont remplacés par les mots "au sens de l'article 2, 26°, de la loi du 25 octobre 2016. Les dispositions prévues par les articles 10, 70 à 82 de la loi du 25 octobre 2016 et par les articles 590, 592 à 600 de la loi du 25 avril 2014 sont d'application";
  2° dans l'alinéa 6, les mots "l'article 79 de la loi sur les services d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 44 de la loi du 25 octobre 2016 ou de l'article 537 de la loi du 25 avril 2014".
Art.138. In artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Bovendien moet hij de volgende verplichtingen naleven:
  1° de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, b), zijn beperkt tot effecten en tot rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;
  2° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op rekening gelden en financiële instrumenten ontvangen en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat of volmacht hebben op rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden, noch zelf waarden of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden.".
Art.138. Dans l'article 11, § 1er, de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Il doit en outre respecter les obligations suivantes:
  1° les services d'investissement visés à l'article 4, 1°, b), sont limités aux valeurs mobilières et parts d'organismes de placement collectif;
  2° il ne peut à aucun moment recevoir et garder des fonds et des instruments financiers, ni en espèces ni sur un compte, ou se trouver dans une position débitrice à l'égard de l'épargnant ou de l'investisseur; il ne peut disposer d'aucun mandat ni d'aucune procuration sur un compte de ses clients, excepté sur ceux des membres de sa famille qui font partie de son ménage, ni détenir ou garder en dépôt des valeurs ou des livrets de comptes de ses clients. ".
Art.139. In artikel 12, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° het verstrekken:
  - voor eigen rekening, van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van 25 oktober 2016 en, voor rekening van derden, van dergelijke beleggingsdiensten met uitzondering van de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, en
  - voor eigen rekening, van nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2° van de wet van 25 oktober 2016
  Bovendien mag een makelaar in bank- en beleggingsdiensten niet optreden als tussenpersoon voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 1) van de wet van 25 oktober 2016".
  b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "de artikelen 137 tot en met 139 bis van de wet op de beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "artikel 102 en 103 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.139. Dans l'article 12, § 1er de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 3° est remplacé par ce qui suit:
  "3° la fourniture:
  - pour son propre compte, des services d'investissement visés à l'article 2, 1°, de la loi du 25 octobre 2016, et, pour le compte de tiers, de tels services d'investissement autres que les services d'investissement visés à l'article 4, 1°, et,
  - pour son propre compte, des services auxiliaires visés à l'article 2, 2°, de la loi du 25 octobre 2016
  En outre, un courtier en services bancaires et en services d'investissement ne peut pas servir d'intermédiaire en matière de services auxiliaires visés à l'article 2, 2°, 1) de la loi du 25 octobre 2016".
  b) dans le 4°, les mots "articles 137 à 139bis de la loi sur les services d'investissement" sont remplacés par les mots "articles 102 et 103 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.140. In artikel 56, eerste lid van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder b) worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° in de bepaling onder e) worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014";
  3° in de bepaling onder f), worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden `in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  4° in de bepaling onder g), worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016";
  5° in de bepaling onder h), worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016";
  6° in de bepaling onder i), worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016".
Art.140. Dans l'article 56, alinéa 1er de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le b), les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  2° dans le e), les mots "au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014";
  3° dans le f), les mots "au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "au titre III de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement";
  4° dans le g), les mots "en vertu du livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016";
  5° dans le h), les mots "conformément au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi du 25 octobre 2016";
  6° dans le i) les mots "en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du 25 octobre 2016".
Art.141. In artikel 68bis, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "als bedoeld in artikel 47 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, voor de deposito's ontvangen overeenkomstig artikel 77, § 1, tweede lid, van de voornoemde wet" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, voor de deposito's ontvangen overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet";
  c) in de bepaling onder 5° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.141. Dans l'article 68bis, alinéa 1er de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 1°, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  b) dans le 4°, les mots "visées à l'article 47 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement, pour les dépôts reçus conformément à l'article 77, § 1er, alinéa 2, de la loi précitée" sont remplacés par les mots "visées à l'article 1er, § 3, alinéa 2 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, pour les dépôts reçus conformément à l'article 533 de la loi précitée";
  c) dans le 5°, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.142. In artikel 25 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen is van toepassing" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen".
Art.142. Dans l'article 25 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, remplacé par la loi du 25 avril 2014, les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.143. In artikel 10, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname-biedingen, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "bedoeld in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "bedoeld in boek XII, titel II van de voornoemde wet van 25 april 2014";
  c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies";
  d) in de bepaling onder 7° worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de voornoemde wet van 25 oktober 2016";
  e) in de bepaling onder 8° worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de voornoemde wet van 25 oktober 2016".
Art.143. Dans l'article 10, § 1er de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 2°, les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  b) dans le 5°, les mots "visées au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "visées au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014 précitée";
  c) dans le 6°, les mots "conformément au livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995 précitée" sont remplacés par les mots "conformément au titre II, chapitre III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ";
  d) dans le 7°, les mots "conformément au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995 précitée" sont remplacés par les mots "conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi précitée du 25 octobre 2016";
  e) dans le 8°, les mots "en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995 précitée" sont remplacés par les mots "en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi précitée du 25 octobre 2016".
Art.144. Artikelen 117 en 119 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten worden opgeheven.
Art.144. Les articles 117 et 119 de l'arrêté royal du 27 avril 2007 visant à transposer la directive européenne concernant les marchés d'instruments financiers sont abrogés.
Art.145. Artikel 120 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 120. Artikel 12, § 1, 3° van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Een makelaar in bank- en beleggingsdiensten kan bovendien in afwijking van het eerste lid, voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden bedoeld in artikel 2, 1°, 5) van de wet van ..., met betrekking tot effecten en rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging.
  De Koning kan specifieke organisatorische regels evenals gedragsregels opleggen aan de makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden."".
Art.145. L'article 120 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 120. L'article 12, § 1er, 3° de la même loi, modifié par la loi du 25 octobre 2016, est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "En outre, un courtier en services bancaires et en services d'investissement peut, par dérogation à l'alinéa 1er, offrir pour son propre compte des services de conseil en investissement visés à l'article 2, 1°, 5), de la loi du ..., concernant des valeurs mobilières et des parts d'organismes de placement collectif.
  Le Roi peut imposer des règles d'organisation spécifiques ainsi que des règles de conduite aux courtiers en services bancaires et en services d'investissement qui offrent pour leur propre compte des services de conseil en investissement."".
Art.146. Artikel 40, § 1, van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 november 2012, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Artikel 21, § 7, eerste lid, is van toepassing op de betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die hun werkzaamheden in België verrichten via bijkantoren. De betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die in België deviezenverrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, via bijkantoren, worden, wat de uitvoering van deviezenverrichtingen betreft, echter op de lijst van de in België geregistreerde wisselkantoren opgenomen met de vermelding "betalingsinstelling die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies". Daartoe stellen de betrokken betalingsinstellingen de FSMA ervan in kennis dat zij dergelijke deviezenverrichtingen uitvoeren.".
Art.146. L'article 40, § 1er de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiements et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, à l'activité d'émission de monnaie électronique et à l'accès aux systèmes de paiement, modifié en dernier lieu par la loi du 27 novembre 2012, est complété par un quatrième alinéa rédigé comme suit:
  "L'article 21, § 7, alinéa 1er est applicable aux établissements de paiement visés à l'article 39 qui exercent leur activité en Belgique par la voie de succursales. Toutefois, les établissements de paiement visés à l'article 39 qui exercent en Belgique une activité d'opérations sur devises visés à l'article 103 de la loi du ... relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, par la voie de succursales sont, pour ce qui concerne cette activité, repris dans la liste des bureaux de change enregistrés en Belgique avec la mention "établissement de paiement exerçant des activités visées l'article 103 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement". A cet effet, les établissements de paiement concernés notifient la FSMA l'exercice de cette activité d'opérations sur devises.".
Art.147. In artikel 48, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen van de toepassing van de artikelen 21, paragrafen 1 tot 6 en 8, en 22.".
Art.147. Dans l'article 48, § 1er, de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant:
  "La Banque ne peut exempter ces personnes morales de l'application des articles 21, paragraphes 1er à 6 et 8 et 22. ".
Art.148. In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 39° worden de woorden "in boek II, titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in titel II van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in de bepaling onder 47° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  3° de bepaling onder 48° wordt vervangen als volgt:
  "48° wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.148. Dans l'article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié en dernier lieu par la loi du 13 mars 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 39°, les mots "au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "au titre II de la loi du 25 octobre 2016";
  2° dans le 47°, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  3° le 48° est remplacé par ce qui suit:
  "48° loi du 25 octobre 2016 : la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.149. In artikel 42, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016.
Art.149. Dans l'article 42, § 1er, 4°, a) de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.150. In artikel 50, § 2, 3° van dezelfde wet worden de woorden "die onder de wet van 6 april 1995 vallen" vervangen door de woorden "die onder boek XII van de wet van 25 april 2014 vallen".
Art.150. Dans l'article 50, § 2, 3°, de la même loi, les mots "qui sont assujetties à la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "qui sont assujetties au livre XII de la loi du 25 avril 2014".
Art.151. In artikel 71, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder e) worden de woorden "in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014";
  2° in de bepaling onder f) worden de woorden "in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in titel III van de wet van 25 oktober 2016";
  3° in de bepaling onder g) worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel III van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016";
  4° in de bepaling onder h) worden de woorden "overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016";
  5° in de bepaling onder i) worden de woorden "krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016".
Art.151. Dans l'article 71, alinéa 1er de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le e), les mots "au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014";
  2° dans le f), les mots "au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "au titre III de la loi du 25 octobre 2016";
  3° dans le g), les mots "en vertu du livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016";
  4° dans le h), les mots "au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "au titre II, chapitre III, section III de la loi du 25 octobre 2016";
  5° dans le i), les mots "en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du 25 octobre 2016".
Art.152. In artikel 85, § 2 en 154, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" telkens vervangen door de woorden "artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016".
Art.152. Dans les articles 85, § 2 et 154, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifiés par la loi du 25 avril 2014, les mots "l'article 53 de la loi du 6 avril 1995" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 7, alinéa 2, a) de la loi du 25 octobre 2016".
Art.153. In artikel 187 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995 te verrichten" vervangen door de woorden "als bedoeld in titel II van de wet van ... die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.153. Dans l'article 187 de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 1°, les mots "visées au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir les services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "visées au titre II de la loi du ..., qui sont autorisées à fournir les services d'investissement visés à l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016";
  b) dans le 2°, les mots "article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.154. In artikel 202, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014,worden de woorden "artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.154. Dans l'article 202, § 1er, 4°, a) de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.155. In artikel 205 van dezelfde wet worden de woorden "titel V van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "titel IV van de wet van 25 oktober 2016".
Art.155. Dans l'article 205 de la même loi, les mots "titre V de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "titre IV de la loi du 25 octobre 2016".
Art.156. In artikel 221, eerste lid van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "Artikel 62bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "Artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.156. Dans l'article 221, alinéa 1er de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "L'article 62bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "L'article 26 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.157. In artikel 241 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2° worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "artikel 95 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "aan de Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016";
  3° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "van de Onderafdeling II van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.157. Dans l'article 241 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "l'article 95bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "de l'article 95 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "aux dispositions de la Sous-section Ire de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même loi, de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016";
  3° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "de l'article 95bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "de la Sous-section II de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même loi, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.158. In artikel 5, 51° van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, vervangen bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.158. Dans l'article 5, 51° de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, remplacé par la loi du 26 octobre 2015, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.159. In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 75° worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° de bepaling onder 76° wordt vervangen als volgt:
  "76° wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.159. Dans l'article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 75°, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  2° le 76° est remplacé par ce qui suit:
  "76° "loi du 25 octobre 2016 : la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.160. In artikel 33, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "artikel 62bis van de wet van 6 april 1995"vervangen door de woorden "artikel 26 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.160. Dans l'article 33, alinéa 1er de la même loi, les mots "l'article 62bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 26 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.161. In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden "titel V van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "titel IV van de wet van ...............".
Art.161. Dans l'article 35 de la même loi, les mots "titre V de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "titre IV de la loi du 25 octobre 2016".
Art.162. In artikel 108, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "wet van 25 oktober 2016".
Art.162. Dans l'article 108, § 3, de la même loi, les mots "loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "loi du 25 octobre 2016".
Art.163. In artikel 209, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.163. Dans l'article 209, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même loi, les mots "l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.164. In artikel 248, § 2, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016".
Art.164. Dans l'article 248, § 2, alinéa 1er de la même loi, les mots "l'article 53 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 7, alinéa 2, a) de la loi du 25 octobre 2016".
Art.165. In artikel 307 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 te verrichten" vervangen door de woorden "als bedoeld in titel II van de wet van 25 oktober 2016 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4, van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.165. Dans l'article 307 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 1°, les mots "visées au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir les services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "visées au titre II de la loi du 25 octobre 2016, qui sont autorisées à fournir les services d'investissement visés à l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016";
  2° dans le 2°, les mots "l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.166. In artikel 320, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.166. Dans l'article 320, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même loi, les mots "l'article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 2, 1°, 4 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.167. In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid, 2° worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016";
  b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 95 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016";
  2° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.167. Dans l'article 345 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "l'article 95bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016";
  b) dans l'alinéa 2, les mots "de l'article 95 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "aux dispositions de la sous-section Ire de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016";
  2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "de l'article 95bis de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "de la sous-section II de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.168. In de artikelen I. 9, 71° en 82°, XV. 57/1, eerste lid, en XV. 67/3, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, eerste lid van het Wetboek van economisch recht, worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" telkens vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen".
Art.168. Dans les articles I. 9, 71° et 82°, XV. 57/1, alinéa 1er, et XV. 67/3, § 1er, alinéas 1er et 2, et § 2, alinéa 1er du Code de droit économique, les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont chaque fois remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.169. In artikel I. 9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2°, a) worden de woorden "artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoots-chappen";
  2° de bepaling onder 83° wordt vervangen als volgt:
  "83° wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.169. Dans l'article I. 9 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 2°, a) les mots "l'article 1er, alinéa 2, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "l'article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse";
  2° le 83° est remplacé par ce qui suit:
  "83° loi du 25 octobre 2016 : loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.170. In artikel III. 25, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.170. Dans l'article III. 25, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots "la loi du 22 mars 1993 relative au statut et contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.171. In artikel III.95, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden "die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.171. Dans l'article III. 95, § 1er du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots "assujettis à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi qu'aux entreprises d'investissement soumises à la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements" sont remplacés par les mots "soumis à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, ainsi qu'aux entreprises d'investissement soumises à la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.172. In artikel VI. 55, § 1, 4°, b) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.172. Dans l'article VI. 55, § 1er, 4°, b) du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.173. In artikel VII. 3, § 3, 5° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "in de wet van 6 april 1995 of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "in de wet van 25 oktober 2016 of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002".
Art.173. Dans l'article VII. 3, § 3, 5° du même Code, modifié par la loi du 26 octobre 2015, les mots "par la loi du 6 avril 1995 ou avec un établissement de crédit visé à l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, aux fins de permettre à un investisseur d'effectuer une transaction liée à au moins un des instruments financiers visés à l'article 2, 1°, de loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "par la loi du 25 octobre 2016 ou avec un établissement de crédit visé à l' article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, aux fins de permettre à un investisseur d'effectuer une transaction liée à au moins un des instruments financiers visés à l'article 2, 1°, de loi du 2 août 2002".
Art.174. In artikel VII. 173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 7 van de wet van 25 oktober 2016".
Art.174. Dans l'article VII.173 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les mots "l'article 53 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 7 de la loi du 25 octobre 2016".
Art.175. In artikel VII. 176, § 3, 2° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "artikel 53 van de wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "artikel 13, § 3, van de wet van 25 oktober 2016".
Art.175. Dans l'article VII. 176, § 3, 2° du même Code, inséré par la loi du 17 avril 2014 et modifié par la loi 26 octobre 2015, les mots "l'article 53 de la loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "l'article 13, § 3, de la loi du 25 octobre 2016".
Art.176. In artikel XI. 248, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "in de artikelen 13 en 65 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "in de artikelen 14 en 312 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen ".
Art.176. Dans l'article XI. 248, § 3, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "aux articles 13 et 65 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "aux articles 14 et 312 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.177. In artikel XI. 250, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt:
  "a) artikel 107 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  b) de artikelen 348 en 349 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen; ".
Art.177. XI. 250, alinéa 2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les a) et b) sont remplacés par ce qui suit:
  "a) à l'article 107 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  b) aux articles 348 et 349 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;".
Art.178. In artikel 4, 3° van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° onder de bepaling a) worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen";
  2° onder de bepaling b) worden de woorden "artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.178. Dans l'article 4, 3° de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification par des entreprises réglementées et modifiant le Code des sociétés et la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le a), les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ";
  2° dans le b), les mots "l'article 44 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 3 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.179. In artikel 12, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen".
Art.179. Dans l'article 12, § 2, de la même loi, les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ".
Art.180. In artikel 18, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, 9° van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "artikel 2, 9° van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.180. Dans l'article 18, § 1er de la même loi, les mots "l'article 46, 9° de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "l'article 2, 9° de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.181. In artikel 22, § 2, 4° van dezelfde wet worden de woorden "als bedoeld in de artikelen 137 en 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "als bedoeld in de artikelen 102 en 103 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.181. Dans l'article 22, § 2, 4° de la même loi, les mots "visée aux articles 137 et 139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "visée aux articles 102 et 103 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.182. In artikel 26, § 2, eerste lid, d) van dezelfde wet worden de woorden "als bedoeld in artikel 46, 9°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies".
Art.182. Dans l'article 26, § 2, alinéa 1er, d) de la même loi, les mots "visés à l'article 46, 9°, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement" sont remplacés par les mots "visés à l'article 2, 9° de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement".
Art.183. In artikel 2, 37° van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen worden de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen".
Art.183. Dans l'article 2, 37° de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit" sont remplacés par les mots "la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse".
Art.184. De Koning kan de verwijzingen aanpassen in andere wetgevingen, waarin wordt verwezen naar wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen of de uitvoeringsbesluiten ervan, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
Art.184. Le Roi peut adapter les références contenues dans d'autres législations qui renvoient à des dispositions légales figurant dans la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement ou de ses arrêtés d'exécution pour les mettre en concordance avec les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et règlements d'exécution.
HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions abrogatoires
Art.185. De wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen wordt opgeheven.
Art.185. La loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement est abrogée.
Art.186. Het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggings-ondernemingen wordt opgeheven.
Art.186. L'arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entreprises d'investissement étrangères est abrogé.
Art.187. Het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten, wordt opgeheven.
Art.187. L'arrêté royal du 17 juin 1996 majorant les limites dans lesquelles les établissements de crédit et les entreprises d'investissement peuvent détenir des droits d'associés et des participations est abrogé.
Art.188. Het koninklijk besluit van 29 januari 1999 tot aanwijzing van de beleggingsondernemingen die moeten deelnemen aan een collectieve beschermings-regeling voor financiële instrumenten, wordt opgeheven
Art.188. L'arrêté royal du 29 janvier 1999 désignant les entreprises d'investissement tenues de participer à un système collectif de protection des instruments financiers est abrogé.
BIJLAGE.
ANNEXE.
N1. [1 BELONINGSBELEID]1
ANNEXE 1. [1 POLITIQUE DE REMUNERATION]1
Afdeling I. [1 - Structuur van het beloningsbeleid]1
Section Ire. [1 - Structure de la politique de rémunération]1
Afdeling II. [1 - Variabele beloning]1
Art.1. [1 § 1er. La politique de rémunération prévoit un équilibre approprié entre les composantes fixe et variable de la rémunération totale. La rémunération fixe représente une part suffisamment importante de la rémunération totale afin de garantir l'exercice d'une politique de rémunération variable totalement souple, et notamment la possibilité de ne payer aucune rémunération variable.
Afdeling III. [1 - Pensioenen]1
Section II. [1 - Rémunération variable]1
Afdeling IV. [1 - Vrijstellingen]1
Section III. [1 - Pensions]1
Afdeling V. [1 - Antifraudebepalingen]1
Section IV. [1 - Exemptions]1
Afdeling VI. [1 - Vertrekvergoedingen en indiensttredingsvergoedingen]1
Section V. [1 - Dispositions anti-abus]1
Afdeling VII. [1 - Uitzonderlijke overheidssteun]1
Section VI. [1 - Indemnités de départ et d'entrée en fonction]1
Onderafdeling I. [1 - Variabele beloning - Algemene beperking]1
Section VII. [1 - Soutien financier exceptionnel des pouvoirs publics]1
Afdeling VIII. [1 - Openbaarmaking en verstrekking]1
Sous-section Ire. [1 - Rémunération variable - Limitation générale]1
-
Section VIII. [1 - Publication et communication]1