Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2016. - Wet tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-12-2016 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Titre
18 DECEMBRE 2016. - Loi organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-12-2016 et mise à jour au 28-04-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2016003460
Datum: 2016-12-18
Info du document
Numac: 2016003460
Date: 2016-12-18
Inhoud
Titel 1. - Algemene bepaling
Titel 2. - Alternatieve financiering
HOOFDSTUK 1. [1 - Tenuitvoerlegging van Verorde...
HOOFDSTUK 2. [1 - Toezicht en administratieve s...
Afdeling 1.
Afdeling 2.
Afdeling 3.
HOOFDSTUK 3.
Afdeling 1.
Afdeling 2.
Afdeling 3.
Afdeling 3/1.
Afdeling 4.
HOOFDSTUK 4.
HOOFDSTUK 5.
HOOFDSTUK 6.
Afdeling 1.
Afdeling 2.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen, inwerkingt...
Titel 3. - Belasting van niet inwoners
Titel 4. - Opheffing van het zilverfonds
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 5 sep...
Hoofdstuk 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Hoofdstuk 3. - Inwerkingtreding
Titel 5. - Afschaffing van de ela garantie
Titel 6. - Nationale kas voor Rampenschade
Titel 7. - Bedrijfsvoorheffing
Titel 8. - Procedure
Titel 9. - Invordering
HOOFDSTUK 1. - Aanpassing van de verwijzing naa...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 443bis, § ...
HOOFDSTUK 3. - Aanvulling van artikel 156 van d...
Titel 10. - Afzonderlijke aanslagen en roerende...
Titel 11. - Elektronische uitwisseling van de g...
Titel 12. - Diamant Stelsel
Titel 13. - Deeleconomie
Titel 14. - Fiscale en sociale regularisatie
Titel 15. - Bekrachtiging van koninklijke beslu...
Titel 16. - Flexi-jobarbeidsovereenkomst
Titel 17. - Omvorming van het Gemeentelijk Have...
Titel 18. - Buitenlandse Zaken
Enig hoofdstuk. - Wijziging van de programmawet...
Inhoud
Titre 1er. - Disposition générale
Titre 2. - Financement alternatif
CHAPITRE 1er. [1 - Mise en oeuvre du règlement ...
CHAPITRE 2. [1 Contrôle et sanctions et mesures...
Section 1re.
Section 2.
Section 3.
CHAPITRE 3.
Section 1re.
Section 2.
Section 3.
Section 3/1.
Section 4.
CHAPITRE 4.
CHAPITRE 5.
CHAPITRE 6.
Section 1re.
Section 2.
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives, entré...
Titre 3. - Impôt des non-résidents
Titre 4. - Suppression du fonds de vieillissement
CHAPITRE 1er.- Modifications de la loi du 5 sep...
Chapitre 2. - Dispositions modificatives et abr...
Chapitre 3. - Entrée en vigueur
Titre 5. - Suppression de la garantie ela
Titre 6. - Caisse nationale des Calamités
Titre 7. - Précompte professionnel
Titre 8. - Procédure
Titre 9. - Recouvrement
CHAPITRE 1er. - Adaptation de la référence à l'...
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 443bis,...
CHAPITRE 3. - Complément de l'article 156 de la...
Titre 10. - Impositions distinctes et précompte...
Titre 11. - Echange électronique de données rel...
Titre 12. - Régime Diamant
Titre 13. - Economie collaborative
Titre 14. - Régularisation fiscale et sociale
Titre 15. - Confirmation d'arrêtés royaux
Titre 16. - Contrat de travail flexi-job
Titre 17. - Transformation de la Gemeentelijk H...
Titre 18. - Affaires étrangères
Chapitre unique. - Modification de la loi-progr...
Tekst (162)
Texte (156)
Titel 1. - Algemene bepaling
Titre 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Titel 2. - Alternatieve financiering
Titre 2. - Financement alternatif
HOOFDSTUK 1. [1 - Tenuitvoerlegging van Verordening 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937]1
CHAPITRE 1er. [1 - Mise en oeuvre du règlement 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937]1
Art.2. [1 § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° Verordening 2020/1503: Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937;
2° Verordening 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011.
§ 2. De begrippen gedefinieerd door Verordening 2020/1503 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet.
De verwijzingen naar Verordening 2020/1503 en Verordening 2022/2554 omvatten, in voorkomend geval, ook een verwijzing naar de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen en technische regulerings- of uitvoeringsnormen.]1
1° Verordening 2020/1503: Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937;
2° Verordening 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011.
§ 2. De begrippen gedefinieerd door Verordening 2020/1503 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet.
De verwijzingen naar Verordening 2020/1503 en Verordening 2022/2554 omvatten, in voorkomend geval, ook een verwijzing naar de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen en technische regulerings- of uitvoeringsnormen.]1
Art.2. [1 § 1er. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
1° règlement 2020/1503: le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 ;
2° Règlement 2022/2554: le règlement (UE) 2022/2554 du Parlement européen et du Conseil du 14 décembre 2022 sur la résilience opérationnelle numérique du secteur financier et modifiant les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 648/2012, (UE) n° 600/2014, (UE) n° 909/2014 et (UE) 2016/1011.
§ 2. Les termes définis par le règlement 2020/1503 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l'application de la présente loi.
Les références au règlement 2020/1503 et au règlement 2022/2554 incluent également le cas échéant une référence aux actes délégués et aux normes techniques d'exécution et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission.]1
1° règlement 2020/1503: le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 ;
2° Règlement 2022/2554: le règlement (UE) 2022/2554 du Parlement européen et du Conseil du 14 décembre 2022 sur la résilience opérationnelle numérique du secteur financier et modifiant les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 648/2012, (UE) n° 600/2014, (UE) n° 909/2014 et (UE) 2016/1011.
§ 2. Les termes définis par le règlement 2020/1503 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l'application de la présente loi.
Les références au règlement 2020/1503 et au règlement 2022/2554 incluent également le cas échéant une référence aux actes délégués et aux normes techniques d'exécution et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission.]1
Art.3. [1 § 1. De voor het blad met essentiële beleggingsinformatie verantwoordelijke personen worden duidelijk op dat blad geïdentificeerd. Voor de verantwoordelijke personen gebeurt dat door de vermelding van hun naam en functie en, voor rechtspersonen, door de vermelding van hun naam en statutaire zetel.
De verantwoordelijkheid voor de informatie die in een blad met essentiële beleggingsinformatie wordt verstrekt, berust op zijn minst bij de projecteigenaar of zijn leidinggevende, bestuurlijke of toezichthoudende organen of, in het geval als bedoeld in artikel 24, lid 4, van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937, bij de crowdfundingdienstverlener.
Het blad met essentiële beleggingsinformatie bevat tevens een door voornoemde personen afgelegde verklaring dat de gegevens in het blad met essentiële beleggingsinformatie, voor zover hen bekend, in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, en dat uit dat blad geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking ervan zou kunnen wijzigen.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de natuurlijke en rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de informatie die in een blad met essentiële beleggingsinformatie wordt verstrekt, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de in dat blad verstrekte informatie, of door het ontbreken in dat blad van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2020/1503.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het aan de belegger berokkende nadeel, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het blad met essentiële beleggingsinformatie, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van dien aard is dat een positief klimaat kon worden gecreëerd op de markt of de aankoopprijs van de belegging positief kon worden beïnvloed.]1
De verantwoordelijkheid voor de informatie die in een blad met essentiële beleggingsinformatie wordt verstrekt, berust op zijn minst bij de projecteigenaar of zijn leidinggevende, bestuurlijke of toezichthoudende organen of, in het geval als bedoeld in artikel 24, lid 4, van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937, bij de crowdfundingdienstverlener.
Het blad met essentiële beleggingsinformatie bevat tevens een door voornoemde personen afgelegde verklaring dat de gegevens in het blad met essentiële beleggingsinformatie, voor zover hen bekend, in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, en dat uit dat blad geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking ervan zou kunnen wijzigen.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de natuurlijke en rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de informatie die in een blad met essentiële beleggingsinformatie wordt verstrekt, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de in dat blad verstrekte informatie, of door het ontbreken in dat blad van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2020/1503.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het aan de belegger berokkende nadeel, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het blad met essentiële beleggingsinformatie, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van dien aard is dat een positief klimaat kon worden gecreëerd op de markt of de aankoopprijs van de belegging positief kon worden beïnvloed.]1
Art.3. [1 § 1er. Les personnes responsables au titre de la fiche d'informations clés sur l'investissement sont clairement identifiées sur celle-ci. Les personnes responsables sont identifiées par leur nom et fonction, ou, dans le cas des personnes morales, par leur dénomination et siège statutaire.
La responsabilité des informations figurant dans une fiche d'informations clés sur l'investissement incombe au moins au porteur de projet ou à ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, ou, dans le cas visé à l'article 24, paragraphe 4 du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937, au prestataire de services de financement participatif.
La fiche d'informations clés reprend des déclarations de la part des personnes susvisées attestant que, à leur connaissance, les informations figurant dans la fiche d'informations clés sur l'investissement sont conformes à la réalité et que celle-ci ne comporte pas d'omissions de nature à en altérer la portée.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, les personnes physiques et morales responsables des informations communiquées dans une fiche d'informations clés sur l'investissement sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations reprises dans la fiche d'informations clés sur l'investissement ou par l'absence dans ladite fiche des informations prescrites par ou en vertu du règlement 2020/1503.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la fiche d'informations clés sur l'investissement, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition de l'investissement.]1
La responsabilité des informations figurant dans une fiche d'informations clés sur l'investissement incombe au moins au porteur de projet ou à ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, ou, dans le cas visé à l'article 24, paragraphe 4 du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937, au prestataire de services de financement participatif.
La fiche d'informations clés reprend des déclarations de la part des personnes susvisées attestant que, à leur connaissance, les informations figurant dans la fiche d'informations clés sur l'investissement sont conformes à la réalité et que celle-ci ne comporte pas d'omissions de nature à en altérer la portée.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, les personnes physiques et morales responsables des informations communiquées dans une fiche d'informations clés sur l'investissement sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations reprises dans la fiche d'informations clés sur l'investissement ou par l'absence dans ladite fiche des informations prescrites par ou en vertu du règlement 2020/1503.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la fiche d'informations clés sur l'investissement, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition de l'investissement.]1
Änderungen
Art.4. [1 § 1. De volgende bepalingen zijn van toepassing wanneer een crowdfundingdienstverlener, voor de verlening van crowdfundingdiensten, een beroep wenst te doen op een special purpose vehicle in de vorm een compartiment in een vennootschap:
1° de rechten van de beleggers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment;
2° elke verbintenis of verrichting van de vennootschap wordt ten aanzien van de tegenpartij op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De tegenpartij wordt daarvan op passende wijze geïnformeerd. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit punt;
3° voor elk compartiment moet een afzonderlijke boekhouding worden gevoerd;
4° in afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de beleggers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment;
5° de regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de vennootschap tot gevolg kan hebben;
6° in geval van ontbinding of vereffening van een compartiment zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van overeenkomstige toepassing.
§ 2. De rechtsvorm waarvoor de special purpose vehicle of de vennootschap heeft geopteerd, houdt in dat de aansprakelijkheid van de beleggers beperkt is tot hun inbreng.]1
1° de rechten van de beleggers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment;
2° elke verbintenis of verrichting van de vennootschap wordt ten aanzien van de tegenpartij op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De tegenpartij wordt daarvan op passende wijze geïnformeerd. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit punt;
3° voor elk compartiment moet een afzonderlijke boekhouding worden gevoerd;
4° in afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de beleggers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment;
5° de regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de vennootschap tot gevolg kan hebben;
6° in geval van ontbinding of vereffening van een compartiment zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van overeenkomstige toepassing.
§ 2. De rechtsvorm waarvoor de special purpose vehicle of de vennootschap heeft geopteerd, houdt in dat de aansprakelijkheid van de beleggers beperkt is tot hun inbreng.]1
Art.4. [1 § 1er. Les dispositions suivantes sont d'application lorsqu'un prestataire de services de financement participatif souhaite, pour la prestation de services de financement participatif, faire appel à une entité ad hoc prenant la forme d'un compartiment dans une société :
1° les droits des investisseurs et des créanciers relatifs au compartiment ou nés à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation du compartiment sont limités aux actifs de ce compartiment ;
2° tout engagement et toute opération de la société est, à l'égard de la contrepartie, imputé de manière non équivoque à un ou plusieurs compartiments. La contrepartie en est dûment informée. Les administrateurs sont solidairement responsables, soit envers la société d'investissement, soit envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d'infractions aux dispositions du présent point ;
3° une comptabilité séparée doit être tenue pour chaque compartiment ;
4° par dérogation aux articles 7 et 8 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, les actifs d'un compartiment déterminé répondent exclusivement des droits des investisseurs relatifs à ce compartiment et des droits des créanciers dont la créance est née à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation de ce compartiment ;
5° les règles en matière de réorganisation judiciaire et de faillite sont appliquées par compartiment sans qu'une telle réorganisation judiciaire ou une telle faillite puissent entraîner de plein droit la réorganisation judiciaire ou la faillite des autres compartiments ou de la société ;
6° en cas de dissolution ou de liquidation d'un compartiment, les dispositions du Code des sociétés et des associations sont applicables par analogie.
§ 2. La forme juridique adoptée par l'entité ad hoc ou la société inclut la limitation de la responsabilité des investisseurs à leur apport.]1
1° les droits des investisseurs et des créanciers relatifs au compartiment ou nés à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation du compartiment sont limités aux actifs de ce compartiment ;
2° tout engagement et toute opération de la société est, à l'égard de la contrepartie, imputé de manière non équivoque à un ou plusieurs compartiments. La contrepartie en est dûment informée. Les administrateurs sont solidairement responsables, soit envers la société d'investissement, soit envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d'infractions aux dispositions du présent point ;
3° une comptabilité séparée doit être tenue pour chaque compartiment ;
4° par dérogation aux articles 7 et 8 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, les actifs d'un compartiment déterminé répondent exclusivement des droits des investisseurs relatifs à ce compartiment et des droits des créanciers dont la créance est née à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation de ce compartiment ;
5° les règles en matière de réorganisation judiciaire et de faillite sont appliquées par compartiment sans qu'une telle réorganisation judiciaire ou une telle faillite puissent entraîner de plein droit la réorganisation judiciaire ou la faillite des autres compartiments ou de la société ;
6° en cas de dissolution ou de liquidation d'un compartiment, les dispositions du Code des sociétés et des associations sont applicables par analogie.
§ 2. La forme juridique adoptée par l'entité ad hoc ou la société inclut la limitation de la responsabilité des investisseurs à leur apport.]1
Änderungen
Art.5. [1 De publicitaire mededelingen betreffende een crowdfundingaanbod mogen in geen andere taal worden verspreid dan de ta(a)l(en) waarin het blad met essentiële beleggingsinformatie in België beschikbaar word(t)(en) gesteld.]1
Art.5. [1 Les communications publicitaires relatives à une offre de financement participatif ne peuvent être diffusées dans une autre langue que celle(s) dans laquelle/lesquelles la fiche d'informations clés sur l'investissement est fournie en Belgique.]1
HOOFDSTUK 2. [1 - Toezicht en administratieve sancties en maatregelen]1
CHAPITRE 2. [1 Contrôle et sanctions et mesures administratives]1
Art.6. [1 Onverminderd artikel 37undecies, § 2, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten staat de FSMA in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in Verordening 2020/1503 en Verordening 2022/2554, en ziet toe op de naleving van die Verordeningen en de op grond of ter uitvoering ervan genomen bepalingen, alsook van deze wet.]1
Art.6. [1 Sans préjudice de l'article 37undecies, § 2, alinéa 2, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, la FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 2020/1503 et le règlement 2022/2554, et veille au respect de ces règlements et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements ainsi que de la présente loi.]1
Art.7. [1 § 1. Voor de uitoefening van de in artikel 6 bedoelde opdrachten kan de FSMA, ten aanzien van iedere natuurlijke of rechtspersoon, inclusief (i) de crowdfundingdienstverleners, de derden die zijn aangewezen om functies te vervullen in verband met de verlening van crowdfundingdiensten [2 , met inbegrip van derde aanbieders van ICT-diensten als bedoeld in artikel 3, 19) van Verordening 2022/2554]2, en de natuurlijke of rechtspersonen onder wier zeggenschap zij staan of over wie zij zeggenschap uitoefenen, en (ii) de accountants en de bestuurders van de crowdfundingdienstverleners en van derden die zijn aangewezen om functies te vervullen in verband met de verlening van crowdfundingdiensten:
1° zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen;
2° ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
3° de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
4° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 86 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten uitoefenen overeenkomstig de nadere bepalingen in die artikelen.
§ 2. De FSMA kan de maatregelen nemen en de bevoegdheden uitoefenen waarin artikel 30, lid 2 en 4, van Verordening 2020/1503, voor de bevoegde autoriteit voorziet.]1
1° zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen;
2° ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
3° de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
4° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 86 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten uitoefenen overeenkomstig de nadere bepalingen in die artikelen.
§ 2. De FSMA kan de maatregelen nemen en de bevoegdheden uitoefenen waarin artikel 30, lid 2 en 4, van Verordening 2020/1503, voor de bevoegde autoriteit voorziet.]1
Art.7. [1 § 1er. Aux fins de s'acquitter des missions visées à l'article 6, la FSMA peut, à l'égard de toute personne physique ou morale, en ce compris (i) les prestataires de services de financement participatif, les tiers désignés pour exercer des fonctions en rapport avec la prestation de services de financement participatif [2 , y compris les prestataires tiers de services TIC visés à l'article 3, 19) du règlement 2022/2554]2, et les personnes physiques ou morales qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux, ainsi que (ii) les auditeurs et les gestionnaires des prestataires de services de financement participatif, et les tiers désignés pour exercer des fonctions en rapport avec la prestation de services de financement participatif :
1° se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit ;
2° procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique ;
3° demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers de ces entités, de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine ;
4° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, selon les modalités prévues par ces articles.
§ 2. La FSMA peut prendre les mesures et exercer les pouvoirs qui, aux termes de l'article 30, paragraphes 2 et 4 du règlement 2020/1503, relèvent des prérogatives de l'autorité compétente.]1
1° se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit ;
2° procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique ;
3° demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers de ces entités, de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine ;
4° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, selon les modalités prévues par ces articles.
§ 2. La FSMA peut prendre les mesures et exercer les pouvoirs qui, aux termes de l'article 30, paragraphes 2 et 4 du règlement 2020/1503, relèvent des prérogatives de l'autorité compétente.]1
Art.8. [1 § 1. Onverminderd de andere maatregelen als bedoeld in Verordening 2020/1503, kan de FSMA de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde maatregelen nemen bij overtreding van de bepalingen van [2 Verordening 2020/1503, Verordening 2022/2554 en de ter uitvoering of op basis ervan genomen gedelegeerde handelingen]2, en van deze wet, alsook bij het verzuim om mee te werken aan een onderzoek of een inspectie of het verzuim in te gaan op een verzoek als bedoeld in artikel 7, § 1.
§ 2. Wanneer de FSMA een inbreuk vaststelt op de bepalingen en verplichtingen bedoeld in paragraaf 1, kan zij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon bevelen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen alsook, desgevallend, om af te zien van herhaling van de gedraging die een inbreuk vormt. De FSMA kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die, per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd, niet meer mag bedragen dan 5 000 euro, noch in het totaal 250 000 euro mag overschrijden.
§ 3. De FSMA kan een administratieve geldboete opleggen aan eenieder die de in paragraaf 1 bedoelde bepalingen en verplichtingen overtreedt.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500 000 euro, of, indien dit hoger is, 5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Is de rechtspersoon een moederonderneming of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, dan is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd, zelfs als het op die manier de in het tweede lid, 1° of 2°, bedoelde bedragen overtreft.
§ 4. De met toepassing van dit artikel opgelegde dwangsommen en geldboetes worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie belast met de inning en de invordering van dwangsommen en geldboetes.]1
§ 2. Wanneer de FSMA een inbreuk vaststelt op de bepalingen en verplichtingen bedoeld in paragraaf 1, kan zij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon bevelen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen alsook, desgevallend, om af te zien van herhaling van de gedraging die een inbreuk vormt. De FSMA kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die, per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd, niet meer mag bedragen dan 5 000 euro, noch in het totaal 250 000 euro mag overschrijden.
§ 3. De FSMA kan een administratieve geldboete opleggen aan eenieder die de in paragraaf 1 bedoelde bepalingen en verplichtingen overtreedt.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500 000 euro, of, indien dit hoger is, 5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Is de rechtspersoon een moederonderneming of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, dan is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd, zelfs als het op die manier de in het tweede lid, 1° of 2°, bedoelde bedragen overtreft.
§ 4. De met toepassing van dit artikel opgelegde dwangsommen en geldboetes worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie belast met de inning en de invordering van dwangsommen en geldboetes.]1
Art.8. [1 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par le Règlement 2020/1503, la FSMA peut prendre les mesures visées aux paragraphes 2 et 3 en cas de violation des dispositions du [2 règlement 2020/1503 et du règlement 2022/2554 et des actes délégués pris en exécution ou sur la base de ceux-ci]2, de la présente loi ainsi qu'en cas de refus de coopérer ou de se soumettre à une enquête, une inspection ou une demande couverte par l'article 7, § 1er.
§ 2. Lorsque la FSMA constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er, elle peut enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction. La FSMA peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou trompeuses de publier un communiqué rectificatif.
Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 5 000 euros, ni, au total, excéder 250 000 euros.
§ 3. La FSMA peut infliger une amende administrative à quiconque contrevient aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er est déterminé comme suit :
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 5 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime ;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte, même s'il excède de cette manière les montants prévus à l'alinéa 2, 1° ou 2°.
§ 4. Les astreintes et amendes imposées en application du présent article sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration chargée de la perception et du recouvrement des astreintes et des amendes.]1
§ 2. Lorsque la FSMA constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er, elle peut enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction. La FSMA peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou trompeuses de publier un communiqué rectificatif.
Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 5 000 euros, ni, au total, excéder 250 000 euros.
§ 3. La FSMA peut infliger une amende administrative à quiconque contrevient aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er est déterminé comme suit :
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 5 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime ;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte, même s'il excède de cette manière les montants prévus à l'alinéa 2, 1° ou 2°.
§ 4. Les astreintes et amendes imposées en application du présent article sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration chargée de la perception et du recouvrement des astreintes et des amendes.]1
Art.9. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van strengere, in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt eenieder die crowdfundingdiensten verleent zonder over de door Verordening 2020/1503 vereiste vergunning te beschikken wanneer die vergunning vereist is, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde inbreuken.]1
§ 2. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde inbreuken.]1
Art.9. [1 § 1er Sans préjudice de l'application de peines plus sévères prévues par le Code pénal, sera puni d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 euros à 10 000 euros ou d'une de ces peines seulement celui qui fournit des services de financement participatif sans disposer de l'agrément visé par le règlement 2020/1503 lorsque cet agrément est requis.
§ 2. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions visées par le présent article.]1
§ 2. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions visées par le présent article.]1
Art.10. [1 Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op effecten, voor crowdfunding toegelaten instrumenten, of leningen nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van een crowdfundingaanbod in verband waarmee geen blad met essentiële beleggingsinformatie is overhandigd aan de aspirant-beleggers.
Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken effecten, voor crowdfunding toegelaten instrumenten of leningen geacht het gevolg te zijn van de in het eerste lid bedoelde overtreding.]1
Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken effecten, voor crowdfunding toegelaten instrumenten of leningen geacht het gevolg te zijn van de in het eerste lid bedoelde overtreding.]1
Art.10. [1 Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le juge annule l'achat ou la souscription de valeurs mobilières, d'instruments admis à des fins de financement participatif, ou de prêts lorsque cet achat ou cette souscription a été effectué à l'occasion d'une offre de financement participatif pour laquelle une fiche d'informations clés sur l'investissement n'a pas été fournie aux investisseurs potentiels.
Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des valeurs mobilières, des instruments admis à des fins de financement participatif ou des prêts concernés est présumé résulter de la violation visée à l'alinéa 1er.]1
Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des valeurs mobilières, des instruments admis à des fins de financement participatif ou des prêts concernés est présumé résulter de la violation visée à l'alinéa 1er.]1
Afdeling 1.
Section 1re.
Art.5.
Section 2.
Afdeling 2.
Art.12.
Art.7.
Section 3.
Afdeling 3.
Art.18.
Art.15.
CHAPITRE 3.
Art.16.
Section 1re.
Art.18.
Section 2.
HOOFDSTUK 3.
Art.24.
Afdeling 1.
Art.25.
Afdeling 2.
Art.27.
Art.22.
Section 3.
Art.24.
Section 3/1.
Art.26.
Section 4.
Afdeling 3.
CHAPITRE 4.
Afdeling 3/1.
CHAPITRE 5.
Afdeling 4.
Art.32.
HOOFDSTUK 4.
Art.34.
Art.30.
CHAPITRE 6.
HOOFDSTUK 5.
Section 1re.
Art.32.
Section 2.
Art.34.
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives, entrée en vigueur et mesures transitoires
HOOFDSTUK 6.
Art.37. A l'article 21 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 26 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
Afdeling 1.
Art.38. A l'article 14526 du même Code, rétabli par la loi-programme du 10 août 2015 et modifié par la loi du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
Art.39. à l'article 45, § 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 25 octobre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, 2°, les deux points h. existants, intitulés "des planificateurs financiers indépendants visés par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées" et "des prêteurs et des intermédiaires de crédit visés au livre VII, titre 4, chapitre 4 du Code de droit économique" sont respectivement renommés par des points i. et j.;
2° à l'alinéa 1er, 2°, un point k. est inséré, rédigé comme suit :
"k. des plateformes de financement alternatif visées au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances";
3° à l'alinéa 1er, 3°, un point k. est inséré, rédigé comme suit :
"k. Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances".
1° à l'alinéa 1er, 2°, les deux points h. existants, intitulés "des planificateurs financiers indépendants visés par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées" et "des prêteurs et des intermédiaires de crédit visés au livre VII, titre 4, chapitre 4 du Code de droit économique" sont respectivement renommés par des points i. et j.;
2° à l'alinéa 1er, 2°, un point k. est inséré, rédigé comme suit :
"k. des plateformes de financement alternatif visées au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances";
3° à l'alinéa 1er, 3°, un point k. est inséré, rédigé comme suit :
"k. Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances".
Afdeling 2.
Art.40. A l'article 121, paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016, les mots ", de l'article 34 ou de l'article 35 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances" sont ajoutés entre les mots "des articles XV.31/3 ou XV.66 du livre XV du Code de droit économique," et les mots "ainsi qu'en application de toute autre disposition légale".
Art.41. L'article 18, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, est complété par un point k), rédigé comme suit :
"k) les instruments de placement, à l'exception des instruments de placement visés à l'article 4, § 1er, 2° à 9°, pour autant que chaque investisseur puisse donner suite à l'offre publique pour un maximum de 5 000 euros, que le montant total de l'offre soit inférieur à 300 000 euros, qu'un document contenant des informations sur le montant et la nature des instruments offerts, ainsi que sur les raisons et modalités de l'offre soit mis à disposition des investisseurs, que les instruments de placement soient commercialisés, dans le cadre de la prestation de services de financement alternatif conformément au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, soit par une entreprise réglementée soit par une plateforme de financement alternatif et que tous les documents se rapportant à l'offre publique mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que l'investissement maximal par investisseur.".
"k) les instruments de placement, à l'exception des instruments de placement visés à l'article 4, § 1er, 2° à 9°, pour autant que chaque investisseur puisse donner suite à l'offre publique pour un maximum de 5 000 euros, que le montant total de l'offre soit inférieur à 300 000 euros, qu'un document contenant des informations sur le montant et la nature des instruments offerts, ainsi que sur les raisons et modalités de l'offre soit mis à disposition des investisseurs, que les instruments de placement soient commercialisés, dans le cadre de la prestation de services de financement alternatif conformément au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, soit par une entreprise réglementée soit par une plateforme de financement alternatif et que tous les documents se rapportant à l'offre publique mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que l'investissement maximal par investisseur.".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen, inwerkingtreding en overgangsmaatregelen
Art.42. à l'article 55, § 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
Art.37. In artikel 21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 13°, a) worden de woorden "of is een natuurlijke persoon die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de criteria van het voormelde artikel 15" opgeheven;
2° de bepaling onder 13°, e) wordt vervangen als volgt :
"e) het Belgische crowdfundingplatform of het crowdfundingplatform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte moet als alternatieve-financieringsplatform zijn vergund door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of moet worden uitgebaat door een Belgische gereglementeerde onderneming of een gereglementeerde onderneming naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die, op grond van haar statuut, een dergelijke activiteit mag verrichten, conform de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën;";
3° de bepaling onder 13° wordt aangevuld met een bepaling onder f), luidende :
"f) de leningen worden aan de startende ondernemingen verstrekt hetzij door de belastingplichtigen die op beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze leningen materialiseren en die door deze ondernemingen worden uitgegeven in het kader van een aanbieding tot verkoop of tot inschrijving conform de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, hetzij door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, conform voornoemde wet van 16 juni 2006, beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve van de belastingplichtigen.";
dat, 4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning bepaalt de wijze waarop het bewijs moet worden geleverd dat aan de in het eerste lid, 13°, vermelde voorwaarden wordt voldaan.".
1° in de bepaling onder 13°, a) worden de woorden "of is een natuurlijke persoon die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de criteria van het voormelde artikel 15" opgeheven;
2° de bepaling onder 13°, e) wordt vervangen als volgt :
"e) het Belgische crowdfundingplatform of het crowdfundingplatform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte moet als alternatieve-financieringsplatform zijn vergund door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of moet worden uitgebaat door een Belgische gereglementeerde onderneming of een gereglementeerde onderneming naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die, op grond van haar statuut, een dergelijke activiteit mag verrichten, conform de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën;";
3° de bepaling onder 13° wordt aangevuld met een bepaling onder f), luidende :
"f) de leningen worden aan de startende ondernemingen verstrekt hetzij door de belastingplichtigen die op beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze leningen materialiseren en die door deze ondernemingen worden uitgegeven in het kader van een aanbieding tot verkoop of tot inschrijving conform de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, hetzij door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, conform voornoemde wet van 16 juni 2006, beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve van de belastingplichtigen.";
dat, 4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning bepaalt de wijze waarop het bewijs moet worden geleverd dat aan de in het eerste lid, 13°, vermelde voorwaarden wordt voldaan.".
Art.43. L'article 56, alinéa 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 17 juillet 2013, est complété par un d), rédigé comme suit :
"d) de recourir aux services d'un prestataire de services de financement alternatif afin de commercialiser ses instruments de placement conformément au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances".
"d) de recourir aux services d'un prestataire de services de financement alternatif afin de commercialiser ses instruments de placement conformément au Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances".
Art.38. In artikel 14526 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de programmawet van 10 augustus 2015 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, a, worden de woorden "al dan niet via een crowdfundingplatform dat erkend is door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of een gelijkaardige autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte," vervangen door de woorden "hetzij rechtstreeks, hetzij via een crowdfundingplatform,";
2° § 1, eerste lid, b, wordt vervangen als volgt :
"b) nieuwe beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, en waarop de belastingplichtige via een crowdfundingplatform heeft ingeschreven, op voorwaarde dat het financieringsvehikel de betalingen van de belastingplichtigen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor zijn intermediaire rol, rechtstreeks investeert in nieuwe aandelen op naam die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschap, naar aanleiding van de oprichting van die vennootschap of een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan en die het volledig heeft volstort. Emittenten van certificaten van aandelen worden gelijkgesteld met financieringsvehikels;";
3° in § 1, eerste lid, wordt een bepaling onder c ingevoegd, luidende :
"c) nieuwe rechten van deelneming, verworven met inbrengen in geld, die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal in een openbaar startersfonds of een private startersprivak, die voldoet aan de in § 2 gestelde voorwaarden en waarop de belastingplichtige heeft ingeschreven naar aanleiding van de uitgifte van die rechten van deelneming.";
4° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Het in het eerste lid bedoelde crowdfundingplatform is een Belgisch platform of een platform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, dat als alternatieve-financieringsplatform is vergund door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of wordt uitgebaat door een Belgische gereglementeerde onderneming of een gereglementeerde onderneming naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die, op grond van haar statuut, een dergelijke activiteit mag verrichten, conform de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën.";
5° in het derde lid dat het vierde lid wordt, worden de woorden "van het tweede lid," vervangen door de woorden "van het derde lid,";
6° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 2. Het in § 1, eerste lid, c, bedoelde openbaar startersfonds en de in § 1, eerste lid, c, bedoelde private startersprivak zijn beleggingsvennootschappen met een vast aantal rechten van deelneming, respectievelijk opgenomen op de lijst van openbare startersfondsen opgesteld door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, en de lijst van private startersprivaks opgesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën.";
7° in § 2, tweede lid, worden de woorden "van het fonds zijn vertegenwoordigd door op naam gestelde rechten van deelneming" vervangen door de woorden "in het openbaar startersfonds en de private startersprivak zijn op naam gesteld";
8° in § 2, derde lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
"Het openbaar startersfonds en de private startersprivak investeren de inbrengen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor hun intermediaire rol, uitsluitend in de hierna vermelde investeringen en binnen de hierna vermelde grenzen :";
9° in § 2, derde lid, 1°, worden de woorden "van in § 1 bedoelde vennootschappen" vervangen door de woorden "op naam die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschappen";
10° in § 2, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende :
"Indien een openbaar startersfonds of een private startersprivak compartimenten opricht, wordt de naleving van de bepalingen van het voorgaande lid gecontroleerd voor elk compartiment afzonderlijk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.";
11° het vierde lid dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"De rechten van deelneming in een openbaar startersfonds of in een private startersprivak komen enkel voor de belastingvermindering in aanmerking van zodra op 31 december van een belastbaar tijdperk blijkt dat de opgehaalde sommen zijn geïnvesteerd in nieuwe aandelen binnen de in het derde lid bedoelde grenzen en voorwaarden. De belastingvermindering wordt toegekend voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbaar tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de in het derde lid bedoelde investeringsvoorwaarde is voldaan.";
12° § 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"Bij vervreemding van een in het derde lid, 1°, bedoelde investering, tijdens de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, zijn de volgende bepalingen van toepassing :
1° indien de opbrengst van de vervreemding lager is dan 70 pct. van het bedrag van de oorspronkelijke investering, moeten de betrokken bedragen niet opnieuw worden geïnvesteerd;
2° indien de opbrengst van de vervreemding is begrepen tussen de 70 pct. en 100 pct. van het bedrag van de oorspronkelijke investering, moeten de betrokken bedragen volledig opnieuw worden geïnvesteerd in in het derde lid, 1°, bedoelde nieuwe aandelen op naam, binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding;
3° indien de opbrengst van de vervreemding het bedrag van de oorspronkelijke investering overschrijdt, moet een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijke investering opnieuw worden geïnvesteerd in in het derde lid, 1°, bedoelde nieuwe aandelen op naam, binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding.
Onder de in het zevende lid bedoelde "vervreemding van een investering", wordt eveneens bedoeld, de afsluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
De in het zevende lid bedoelde verplichting om opnieuw te investeren is niet van toepassing indien de voormelde termijn van zes maanden afloopt na het verstrijken van de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.";
13° in § 3, eerste lid, 11°, worden de woorden "eerste lid, a, bedoelde sommen door de belastingplichtige" vervangen door de woorden "eerste lid, a en b, bedoelde sommen door respectievelijk de belastingplichtige of het financieringsvehikel," en de woorden "een erkend startersfonds" door de woorden "een openbaar startersfonds of een private startersprivak";
14° in § 3, tweede lid, worden de woorden "4°, tot 6° en 10° " vervangen door de woorden "4° tot 6° en 10°, ";
15° in § 3, derde lid, 2°, worden de woorden "de verwerving van aandelen, rechtstreeks of via een erkend startersfonds," vervangen door de woorden "het verwerven van aandelen, rechtstreeks of via een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak,";
16° in § 3, derde lid, 3°, worden de woorden "een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak,";
17° § 3, derde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap, rechtstreeks of via een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak, onder de vorm van een quasi-inbreng als bedoeld in de artikelen 220, 396, 445 of 657 van het Wetboek van Vennootschappen.";
18° in § 3, vierde lid, worden de woorden "De betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen of van rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten en in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming";
19° in § 3, vijfde lid, worden de woorden "te nemen bedrag." vervangen door de woorden "te nemen bedrag, na aftrek van de in § 1, eerste lid, b, en § 2, derde lid, bedoelde vergoedingen en eventuele andere verbonden kosten.";
20° in § 4, eerste lid, worden in de inleidende zin de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden "De betalingen voor aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" worden vervangen door de woorden "De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen of voor in § 1, eerste lid, beleggingsinstrumenten,";
- de woorden "de in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschap of het in § 1, eerste lid, b, bedoelde financieringsvehikel aan" worden ingevoegd tussen de woorden "op voorwaarde dat" en de woorden "de belastingplichtige";
- de woorden "de stukken overlegt waaruit blijkt dat :" worden vervangen door de woorden "het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat :";
21° in § 4, eerste lid, eerste streepje, worden de woorden "en, in voorkomend geval, in § 2" opgeheven;
22° in § 4, eerste lid, tweede streepje, worden de woorden "hij de aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "de belastingplichtige de aandelen of de beleggingsinstrumenten";
23° § 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De betalingen voor de in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat het in § 1, eerste lid, c, bedoelde openbaar startersfonds of private startersprivak de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de in § 2, derde lid, bedoelde investeringsvoorwaarde is voldaan, het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat :
- voldaan is aan de in de §§ 1 tot 3 gestelde voorwaarden;
- de belastingplichtige de rechten van deelneming heeft aangeschaft in het beoogde belastbaar tijdperk of een vorige periode en deze op het einde van dat belastbaar tijdperk nog in zijn bezit heeft.";
24° § 5, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 5. De in § 1 bedoelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de vennootschap, het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de personenbelasting van de vier belastbare tijdperken volgend op het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, het bewijs verstrekt dat hij de betrokken in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, de betrokken in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten of de betrokken in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming nog in zijn bezit heeft. Aan deze voorwaarde moet niet meer worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige is overleden.";
25° in § 5, tweede lid, worden de woorden "of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "bedoeld in § 1, eerste lid, a, of de betrokken beleggingsinstrumenten bedoeld in § 1, eerste lid, b," en worden de woorden "of die rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "of beleggingsinstrumenten";
26° in § 5, wordt tussen het tweede en het derde lid drie leden ingevoegd, luidende :
"Wanneer de betrokken in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk van de vervreemding vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de termijn van 48 maanden.
Onder het in het tweede en derde lid bedoelde woord "overgedragen" dient eveneens te worden verstaan, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, van het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde met ingang van het belastbare tijdperk waarin die sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaats gevonden.";
27° in § 5 wordt het derde lid dat het zesde lid wordt, vervangen als volgt :
"De in § 1, eerste lid, c, bedoelde belastingvermindering voor het verwerven van rechten van deelneming van een openbaar startersfonds of een private startersprivak wordt bovendien slechts behouden op voorwaarde dat de in § 2, zesde lid, bedoelde verplichtingen worden nageleefd.";
28° in § 5 wordt het vierde lid dat het zevende lid wordt, vervangen als volgt :
"Wanneer de in § 2, zesde lid, bedoelde verplichtingen niet worden nageleefd op het einde van de in § 2, zesde lid, bedoelde termijn van zes maanden wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die verplichtingen door het openbaar startersfonds of de private startersprivak niet worden nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf het begin van bovenvermelde termijn van zes maanden tot het einde van de termijn van 48 maanden.";
29° in § 5 worden in het zesde lid dat het negende lid wordt, de woorden "van het jaar" en de woorden "van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen of die rechten van deelneming van een erkend startersfonds werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet is nageleefd tot het einde van een periode van 48 maanden." respectievelijk vervangen door de woorden "van het belastbare tijdperk" en "van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen, beleggingsinstrumenten of rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van 48 maanden.";
30° in § 6, eerste lid, wordt het woord "beoogde" geschrapt;
31° in § 6, tweede lid, worden de woorden "een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "een openbaar startersfonds of een private startersprivak" en worden de woorden "aan in § 2, derde lid," vervangen door de woorden "aan de in § 2, derde en zesde lid,".
1° in § 1, eerste lid, a, worden de woorden "al dan niet via een crowdfundingplatform dat erkend is door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of een gelijkaardige autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte," vervangen door de woorden "hetzij rechtstreeks, hetzij via een crowdfundingplatform,";
2° § 1, eerste lid, b, wordt vervangen als volgt :
"b) nieuwe beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, en waarop de belastingplichtige via een crowdfundingplatform heeft ingeschreven, op voorwaarde dat het financieringsvehikel de betalingen van de belastingplichtigen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor zijn intermediaire rol, rechtstreeks investeert in nieuwe aandelen op naam die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschap, naar aanleiding van de oprichting van die vennootschap of een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan en die het volledig heeft volstort. Emittenten van certificaten van aandelen worden gelijkgesteld met financieringsvehikels;";
3° in § 1, eerste lid, wordt een bepaling onder c ingevoegd, luidende :
"c) nieuwe rechten van deelneming, verworven met inbrengen in geld, die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal in een openbaar startersfonds of een private startersprivak, die voldoet aan de in § 2 gestelde voorwaarden en waarop de belastingplichtige heeft ingeschreven naar aanleiding van de uitgifte van die rechten van deelneming.";
4° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Het in het eerste lid bedoelde crowdfundingplatform is een Belgisch platform of een platform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, dat als alternatieve-financieringsplatform is vergund door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of wordt uitgebaat door een Belgische gereglementeerde onderneming of een gereglementeerde onderneming naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die, op grond van haar statuut, een dergelijke activiteit mag verrichten, conform de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën.";
5° in het derde lid dat het vierde lid wordt, worden de woorden "van het tweede lid," vervangen door de woorden "van het derde lid,";
6° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 2. Het in § 1, eerste lid, c, bedoelde openbaar startersfonds en de in § 1, eerste lid, c, bedoelde private startersprivak zijn beleggingsvennootschappen met een vast aantal rechten van deelneming, respectievelijk opgenomen op de lijst van openbare startersfondsen opgesteld door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, en de lijst van private startersprivaks opgesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën.";
7° in § 2, tweede lid, worden de woorden "van het fonds zijn vertegenwoordigd door op naam gestelde rechten van deelneming" vervangen door de woorden "in het openbaar startersfonds en de private startersprivak zijn op naam gesteld";
8° in § 2, derde lid, wordt de inleidende zin vervangen als volgt :
"Het openbaar startersfonds en de private startersprivak investeren de inbrengen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor hun intermediaire rol, uitsluitend in de hierna vermelde investeringen en binnen de hierna vermelde grenzen :";
9° in § 2, derde lid, 1°, worden de woorden "van in § 1 bedoelde vennootschappen" vervangen door de woorden "op naam die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschappen";
10° in § 2, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende :
"Indien een openbaar startersfonds of een private startersprivak compartimenten opricht, wordt de naleving van de bepalingen van het voorgaande lid gecontroleerd voor elk compartiment afzonderlijk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.";
11° het vierde lid dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"De rechten van deelneming in een openbaar startersfonds of in een private startersprivak komen enkel voor de belastingvermindering in aanmerking van zodra op 31 december van een belastbaar tijdperk blijkt dat de opgehaalde sommen zijn geïnvesteerd in nieuwe aandelen binnen de in het derde lid bedoelde grenzen en voorwaarden. De belastingvermindering wordt toegekend voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbaar tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de in het derde lid bedoelde investeringsvoorwaarde is voldaan.";
12° § 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"Bij vervreemding van een in het derde lid, 1°, bedoelde investering, tijdens de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, zijn de volgende bepalingen van toepassing :
1° indien de opbrengst van de vervreemding lager is dan 70 pct. van het bedrag van de oorspronkelijke investering, moeten de betrokken bedragen niet opnieuw worden geïnvesteerd;
2° indien de opbrengst van de vervreemding is begrepen tussen de 70 pct. en 100 pct. van het bedrag van de oorspronkelijke investering, moeten de betrokken bedragen volledig opnieuw worden geïnvesteerd in in het derde lid, 1°, bedoelde nieuwe aandelen op naam, binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding;
3° indien de opbrengst van de vervreemding het bedrag van de oorspronkelijke investering overschrijdt, moet een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijke investering opnieuw worden geïnvesteerd in in het derde lid, 1°, bedoelde nieuwe aandelen op naam, binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding.
Onder de in het zevende lid bedoelde "vervreemding van een investering", wordt eveneens bedoeld, de afsluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
De in het zevende lid bedoelde verplichting om opnieuw te investeren is niet van toepassing indien de voormelde termijn van zes maanden afloopt na het verstrijken van de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.";
13° in § 3, eerste lid, 11°, worden de woorden "eerste lid, a, bedoelde sommen door de belastingplichtige" vervangen door de woorden "eerste lid, a en b, bedoelde sommen door respectievelijk de belastingplichtige of het financieringsvehikel," en de woorden "een erkend startersfonds" door de woorden "een openbaar startersfonds of een private startersprivak";
14° in § 3, tweede lid, worden de woorden "4°, tot 6° en 10° " vervangen door de woorden "4° tot 6° en 10°, ";
15° in § 3, derde lid, 2°, worden de woorden "de verwerving van aandelen, rechtstreeks of via een erkend startersfonds," vervangen door de woorden "het verwerven van aandelen, rechtstreeks of via een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak,";
16° in § 3, derde lid, 3°, worden de woorden "een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak,";
17° § 3, derde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap, rechtstreeks of via een financieringsvehikel, een openbaar startersfonds of een private startersprivak, onder de vorm van een quasi-inbreng als bedoeld in de artikelen 220, 396, 445 of 657 van het Wetboek van Vennootschappen.";
18° in § 3, vierde lid, worden de woorden "De betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen of van rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten en in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming";
19° in § 3, vijfde lid, worden de woorden "te nemen bedrag." vervangen door de woorden "te nemen bedrag, na aftrek van de in § 1, eerste lid, b, en § 2, derde lid, bedoelde vergoedingen en eventuele andere verbonden kosten.";
20° in § 4, eerste lid, worden in de inleidende zin de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden "De betalingen voor aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" worden vervangen door de woorden "De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen of voor in § 1, eerste lid, beleggingsinstrumenten,";
- de woorden "de in § 3, eerste lid, bedoelde vennootschap of het in § 1, eerste lid, b, bedoelde financieringsvehikel aan" worden ingevoegd tussen de woorden "op voorwaarde dat" en de woorden "de belastingplichtige";
- de woorden "de stukken overlegt waaruit blijkt dat :" worden vervangen door de woorden "het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat :";
21° in § 4, eerste lid, eerste streepje, worden de woorden "en, in voorkomend geval, in § 2" opgeheven;
22° in § 4, eerste lid, tweede streepje, worden de woorden "hij de aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "de belastingplichtige de aandelen of de beleggingsinstrumenten";
23° § 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De betalingen voor de in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat het in § 1, eerste lid, c, bedoelde openbaar startersfonds of private startersprivak de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de in § 2, derde lid, bedoelde investeringsvoorwaarde is voldaan, het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat :
- voldaan is aan de in de §§ 1 tot 3 gestelde voorwaarden;
- de belastingplichtige de rechten van deelneming heeft aangeschaft in het beoogde belastbaar tijdperk of een vorige periode en deze op het einde van dat belastbaar tijdperk nog in zijn bezit heeft.";
24° § 5, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" § 5. De in § 1 bedoelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de vennootschap, het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de personenbelasting van de vier belastbare tijdperken volgend op het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, het bewijs verstrekt dat hij de betrokken in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, de betrokken in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten of de betrokken in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming nog in zijn bezit heeft. Aan deze voorwaarde moet niet meer worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige is overleden.";
25° in § 5, tweede lid, worden de woorden "of rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "bedoeld in § 1, eerste lid, a, of de betrokken beleggingsinstrumenten bedoeld in § 1, eerste lid, b," en worden de woorden "of die rechten van deelneming in een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "of beleggingsinstrumenten";
26° in § 5, wordt tussen het tweede en het derde lid drie leden ingevoegd, luidende :
"Wanneer de betrokken in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk van de vervreemding vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de termijn van 48 maanden.
Onder het in het tweede en derde lid bedoelde woord "overgedragen" dient eveneens te worden verstaan, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, van het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde met ingang van het belastbare tijdperk waarin die sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaats gevonden.";
27° in § 5 wordt het derde lid dat het zesde lid wordt, vervangen als volgt :
"De in § 1, eerste lid, c, bedoelde belastingvermindering voor het verwerven van rechten van deelneming van een openbaar startersfonds of een private startersprivak wordt bovendien slechts behouden op voorwaarde dat de in § 2, zesde lid, bedoelde verplichtingen worden nageleefd.";
28° in § 5 wordt het vierde lid dat het zevende lid wordt, vervangen als volgt :
"Wanneer de in § 2, zesde lid, bedoelde verplichtingen niet worden nageleefd op het einde van de in § 2, zesde lid, bedoelde termijn van zes maanden wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die verplichtingen door het openbaar startersfonds of de private startersprivak niet worden nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf het begin van bovenvermelde termijn van zes maanden tot het einde van de termijn van 48 maanden.";
29° in § 5 worden in het zesde lid dat het negende lid wordt, de woorden "van het jaar" en de woorden "van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen of die rechten van deelneming van een erkend startersfonds werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet is nageleefd tot het einde van een periode van 48 maanden." respectievelijk vervangen door de woorden "van het belastbare tijdperk" en "van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen, beleggingsinstrumenten of rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van 48 maanden.";
30° in § 6, eerste lid, wordt het woord "beoogde" geschrapt;
31° in § 6, tweede lid, worden de woorden "een erkend startersfonds" vervangen door de woorden "een openbaar startersfonds of een private startersprivak" en worden de woorden "aan in § 2, derde lid," vervangen door de woorden "aan de in § 2, derde en zesde lid,".
Art.44. A l'article 110 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, les modifications suivantes sont apportées :
1° le texte actuel de l'alinéa 1er formera le paragraphe 1er et le texte actuel de l'alinéa 2 formera le paragraphe 3;
2° il est inséré un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Les gestionnaires visés au présent chapitre dont les activités consistent à gérer :
1° un ou plusieurs fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur le revenu 1992; et
2° le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics,
ne sont, en sus des articles 62 à 67 et 73 à 83, également pas soumis aux dispositions suivantes :
a) l'article 22, à l'exception de son paragraphe 5;
b) l'article 43;
c) les articles 51 à 59;
d) les articles 68 à 72; et
e) les articles 84 à 89.";
3° au paragraphe 3, le mot "Ils" est remplacé par les mots "Les gestionnaires visés au présent article".
1° le texte actuel de l'alinéa 1er formera le paragraphe 1er et le texte actuel de l'alinéa 2 formera le paragraphe 3;
2° il est inséré un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Les gestionnaires visés au présent chapitre dont les activités consistent à gérer :
1° un ou plusieurs fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur le revenu 1992; et
2° le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics,
ne sont, en sus des articles 62 à 67 et 73 à 83, également pas soumis aux dispositions suivantes :
a) l'article 22, à l'exception de son paragraphe 5;
b) l'article 43;
c) les articles 51 à 59;
d) les articles 68 à 72; et
e) les articles 84 à 89.";
3° au paragraphe 3, le mot "Ils" est remplacé par les mots "Les gestionnaires visés au présent article".
Art.39. In artikel 45, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 2°, worden de twee bestaande punten h., getiteld "de onafhankelijk financieel planners als bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen" en "de kredietgevers en de kredietbemiddelaars bedoeld in boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht", hernoemd tot respectievelijk punt i. en punt j.;
2° in het eerste lid, 2°, wordt een bepaling onder k. ingevoegd, luidende :
"k. alternatieve-financieringsplatformen als bedoeld in Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën";
3° in het eerste lid, 3°, wordt een bepaling onder k. ingevoegd, luidende :
"k. Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeliing van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën".
1° in het eerste lid, 2°, worden de twee bestaande punten h., getiteld "de onafhankelijk financieel planners als bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen" en "de kredietgevers en de kredietbemiddelaars bedoeld in boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht", hernoemd tot respectievelijk punt i. en punt j.;
2° in het eerste lid, 2°, wordt een bepaling onder k. ingevoegd, luidende :
"k. alternatieve-financieringsplatformen als bedoeld in Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën";
3° in het eerste lid, 3°, wordt een bepaling onder k. ingevoegd, luidende :
"k. Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeliing van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën".
Art.45. L'article 180 de la même loi est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, qui tombent dans le champ d'application de l'article 106 ne sont pas soumis aux dispositions suivantes :
1° l'article 201, 5° ;
2° l'article 208; et
3° les articles 216 à 220.".
" § 3. Les fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, qui tombent dans le champ d'application de l'article 106 ne sont pas soumis aux dispositions suivantes :
1° l'article 201, 5° ;
2° l'article 208; et
3° les articles 216 à 220.".
Art.40. In artikel 121, paragraaf 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de woorden ", artikel 34 of artikel 35 van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën," ingevoegd tussen de woorden "de artikelen XV. 31/3 of XV.66 van boek XV van het Wetboek van economisch recht" en de woorden "alsook met toepassing van elke andere wetsbepaling".
Art.46. A l'article 184, § 2, alinéa 1er de la même loi, un 6° est inséré, rédigé comme suit :
"6° les statuts d'une société d'investissement à capital fixe prévoient la possibilité de créer des catégories différentes de parts, conformément à l'article 196/1.".
"6° les statuts d'une société d'investissement à capital fixe prévoient la possibilité de créer des catégories différentes de parts, conformément à l'article 196/1.".
Art.41. Artikel 18, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder k), luidende :
"k) beleggingsinstrumenten, met uitzondering van de beleggingsinstrumenten als bedoeld in artikel 4, § 1, 2° tot 9°, voor zover voor maximum 5 000 euro per belegger kan worden ingegaan op de openbare aanbieding, de totale tegenwaarde van de aanbieding minder bedraagt dan 300 000 euro, voor de beleggers een document beschikbaar wordt gesteld met informatie over het bedrag en de aard van de aangeboden instrumenten en over de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding, voor zover de beleggingsinstrumenten in het kader van het verstrekken van alternatieve-financieringsdiensten conform Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën worden gecommercialiseerd door hetzij een gereglementeerde onderneming, hetzij een alternatieve-financieringsplatform, en voor zover alle documenten met betrekking tot de openbare aanbieding de totale tegenwaarde van die openbare aanbieding en de maximale belegging per belegger vermelden.".
"k) beleggingsinstrumenten, met uitzondering van de beleggingsinstrumenten als bedoeld in artikel 4, § 1, 2° tot 9°, voor zover voor maximum 5 000 euro per belegger kan worden ingegaan op de openbare aanbieding, de totale tegenwaarde van de aanbieding minder bedraagt dan 300 000 euro, voor de beleggers een document beschikbaar wordt gesteld met informatie over het bedrag en de aard van de aangeboden instrumenten en over de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding, voor zover de beleggingsinstrumenten in het kader van het verstrekken van alternatieve-financieringsdiensten conform Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën worden gecommercialiseerd door hetzij een gereglementeerde onderneming, hetzij een alternatieve-financieringsplatform, en voor zover alle documenten met betrekking tot de openbare aanbieding de totale tegenwaarde van die openbare aanbieding en de maximale belegging per belegger vermelden.".
Art.47. A l'article 196 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 3 est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, le capital social des fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, ne peut être inférieur au montant visé à l'article 439 du Code des sociétés.
En cas de création de compartiments au sein de la sicaf, la portion du capital représentée par les parts de la catégorie concernée ne peut être inférieure au montant visé aux alinéas 1er et 2.";
2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Dans le cas d'une sicaf à compartiments multiples,
1° les articles 616 à 619, 633 et 634 du Code des sociétés s'appliquent en ce qui concerne chaque compartiment individuellement;
2° aux fins de l'application des articles 444, 582, 598, 602 et 606 du Code des sociétés, le pair comptable et la valeur intrinsèque des actions sont déterminés par compartiment exclusivement.".
1° le paragraphe 3 est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, le capital social des fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, ne peut être inférieur au montant visé à l'article 439 du Code des sociétés.
En cas de création de compartiments au sein de la sicaf, la portion du capital représentée par les parts de la catégorie concernée ne peut être inférieure au montant visé aux alinéas 1er et 2.";
2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Dans le cas d'une sicaf à compartiments multiples,
1° les articles 616 à 619, 633 et 634 du Code des sociétés s'appliquent en ce qui concerne chaque compartiment individuellement;
2° aux fins de l'application des articles 444, 582, 598, 602 et 606 du Code des sociétés, le pair comptable et la valeur intrinsèque des actions sont déterminés par compartiment exclusivement.".
Art.42. In artikel 55, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
"een in artikel 3, § 2, a) of b), bedoelde aanbieding, die geen openbaar karakter heeft.";
2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
1° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
"een in artikel 3, § 2, a) of b), bedoelde aanbieding, die geen openbaar karakter heeft.";
2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
Art.48. Dans la même loi, un article 196/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 1er. Une sicaf appartenant aux catégories désignées par le Roi sur avis de la FSMA, peut, si les statuts le prévoient, créer des catégories différentes de parts correspondant chacune à une partie distincte, ou compartiment, du patrimoine. Dans ce cas, la création de chaque compartiment donne lieu à une offre publique de la catégorie de parts représentatives de ladite partie du patrimoine.
§ 2. Dans le respect de l'égalité des participants et des dispositions du Code des sociétés, les statuts prévoient le mode d'imputation des frais pour toute la société d'investissement et par compartiment, ainsi que le mode d'exercice du droit de vote, d'approbation des comptes annuels et d'octroi de la décharge aux administrateurs et aux commissaires par l'assemblée générale.
§ 3. En cas de dissolution, de liquidation, de fusion ou de toute autre restructuration de compartiments d'une sicaf, les dispositions du livre IV, titre IX, ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une sicaf est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la sicaf.
§ 4. Les droits des participants et des créanciers relatifs à un compartiment ou nés à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation d'un compartiment sont limités aux actifs de ce compartiment.
En cas de création de différents compartiments dans le patrimoine, tout engagement ou toute opération est, à l'égard de la contrepartie, imputé de manière non équivoque à un ou plusieurs compartiments. Les administrateurs sont solidairement responsables, soit envers la société d'investissement, soit envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d'infractions aux dispositions du présent alinéa.
Par dérogation aux articles 7 et 8 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, les actifs d'un compartiment déterminé répondent exclusivement des droits des participants relatifs à ce compartiment et des droits des créanciers dont la créance est née à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation de ce compartiment.
Les règles en matière de réorganisation judiciaire et de faillite sont appliquées par compartiment sans qu'une telle réorganisation judiciaire ou une telle faillite puissent entraîner de plein droit la réorganisation judiciaire ou la faillite des autres compartiments ou de la société d'investissement. Les créanciers peuvent limiter contractuellement ou renoncer à leur droit de demander la dissolution, la liquidation ou la faillite des compartiments ou de la société d'investissement elle-même.".
" § 1er. Une sicaf appartenant aux catégories désignées par le Roi sur avis de la FSMA, peut, si les statuts le prévoient, créer des catégories différentes de parts correspondant chacune à une partie distincte, ou compartiment, du patrimoine. Dans ce cas, la création de chaque compartiment donne lieu à une offre publique de la catégorie de parts représentatives de ladite partie du patrimoine.
§ 2. Dans le respect de l'égalité des participants et des dispositions du Code des sociétés, les statuts prévoient le mode d'imputation des frais pour toute la société d'investissement et par compartiment, ainsi que le mode d'exercice du droit de vote, d'approbation des comptes annuels et d'octroi de la décharge aux administrateurs et aux commissaires par l'assemblée générale.
§ 3. En cas de dissolution, de liquidation, de fusion ou de toute autre restructuration de compartiments d'une sicaf, les dispositions du livre IV, titre IX, ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une sicaf est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la sicaf.
§ 4. Les droits des participants et des créanciers relatifs à un compartiment ou nés à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation d'un compartiment sont limités aux actifs de ce compartiment.
En cas de création de différents compartiments dans le patrimoine, tout engagement ou toute opération est, à l'égard de la contrepartie, imputé de manière non équivoque à un ou plusieurs compartiments. Les administrateurs sont solidairement responsables, soit envers la société d'investissement, soit envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d'infractions aux dispositions du présent alinéa.
Par dérogation aux articles 7 et 8 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, les actifs d'un compartiment déterminé répondent exclusivement des droits des participants relatifs à ce compartiment et des droits des créanciers dont la créance est née à l'occasion de la constitution, du fonctionnement ou de la liquidation de ce compartiment.
Les règles en matière de réorganisation judiciaire et de faillite sont appliquées par compartiment sans qu'une telle réorganisation judiciaire ou une telle faillite puissent entraîner de plein droit la réorganisation judiciaire ou la faillite des autres compartiments ou de la société d'investissement. Les créanciers peuvent limiter contractuellement ou renoncer à leur droit de demander la dissolution, la liquidation ou la faillite des compartiments ou de la société d'investissement elle-même.".
Art.43. Artikel 56, tweede lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013, wordt aangevuld met een bepaling onder d), luidende :
"d) om een beroep te doen op de door een verlener van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën.".
"d) om een beroep te doen op de door een verlener van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën.".
Art.49. L'article 236 de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, déclarer l'alinéa 1er inapplicable aux fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992.".
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, déclarer l'alinéa 1er inapplicable aux fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992.".
Art.44. In artikel 110 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de huidige tekst van het eerste lid wordt paragraaf 1 en de huidige tekst van het tweede lid wordt paragraaf 3;
2° er wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. De in dit hoofdstuk bedoelde beheerders van wie de activiteiten erin bestaan :
1° een of meer openbare startersfondsen als bedoeld in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te beheren; en
2° desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren,
zijn, naast de artikelen 62 tot 67 en 73 tot 83, ook niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
a) artikel 22, met uitzondering van paragraaf 5;
b) artikel 43;
c) de artikelen 51 tot 59;
d) de artikelen 68 tot 72; en
e) de artikelen 84 tot 89.";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "Zij" vervangen door de woorden "De in dit artikel bedoelde beheerders".
1° de huidige tekst van het eerste lid wordt paragraaf 1 en de huidige tekst van het tweede lid wordt paragraaf 3;
2° er wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. De in dit hoofdstuk bedoelde beheerders van wie de activiteiten erin bestaan :
1° een of meer openbare startersfondsen als bedoeld in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te beheren; en
2° desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren,
zijn, naast de artikelen 62 tot 67 en 73 tot 83, ook niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
a) artikel 22, met uitzondering van paragraaf 5;
b) artikel 43;
c) de artikelen 51 tot 59;
d) de artikelen 68 tot 72; en
e) de artikelen 84 tot 89.";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "Zij" vervangen door de woorden "De in dit artikel bedoelde beheerders".
Art.50. L'article 251 de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, déclarer tout ou partie des dispositions de la présente sous-section inapplicables aux fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992. Ces exceptions sont définies en prenant dûment en compte les intérêts des participants.".
"Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, déclarer tout ou partie des dispositions de la présente sous-section inapplicables aux fonds starters publics, tels que visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992. Ces exceptions sont définies en prenant dûment en compte les intérêts des participants.".
Art.45. Artikel 180 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. De in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare starterfondsen, die onder de toepassing van artikel 106 vallen, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
1° artikel 201, 5° ;
2° artikel 208; en
3° de artikelen 216 tot 220.".
" § 3. De in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare starterfondsen, die onder de toepassing van artikel 106 vallen, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
1° artikel 201, 5° ;
2° artikel 208; en
3° de artikelen 216 tot 220.".
Art.51. A l'article 253 de la même loi, les mots "à l'article 105 du Code des sociétés" sont remplacés par les mots "aux articles 93, 93/1, 97 et 105 du Code des sociétés".
Art.46. In artikel 184, § 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt een bepaling onder 6° ingevoegd, luidende :
"6° de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig artikel 196/1.".
"6° de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig artikel 196/1.".
Art.52. A l'article 288 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots "Les articles 195, alinéa 1er et 196, §§ 1er, 3 et 4" sont remplacés par les mots "Les articles 195, alinéa 1er, 196, §§ 1er, 3 et 4, et 196/1, § 1er, première phrase, 2 et 4";
2° un paragraphe 5 est inséré, rédigé comme suit :
" § 5. En cas de dissolution, de liquidation ou de restructuration de compartiments d'une société d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelle, les dispositions du livre IV, titre IX ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une société d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelle est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la société d'investissement.".
1° au paragraphe 1er, les mots "Les articles 195, alinéa 1er et 196, §§ 1er, 3 et 4" sont remplacés par les mots "Les articles 195, alinéa 1er, 196, §§ 1er, 3 et 4, et 196/1, § 1er, première phrase, 2 et 4";
2° un paragraphe 5 est inséré, rédigé comme suit :
" § 5. En cas de dissolution, de liquidation ou de restructuration de compartiments d'une société d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelle, les dispositions du livre IV, titre IX ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une société d'investissement à nombre fixe de parts institutionnelle est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la société d'investissement.".
Art.47. In artikel 196 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° Paragraaf 3 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"In afwijking van het eerste lid mag het maatschappelijk kapitaal van de in artikel 14526 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, niet minder bedragen dan het in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bedrag.
Als er in de bevak compartimenten worden gecreëerd, mag het aandeel in het kapitaal dat vertegenwoordigd wordt door de rechten van deelneming van de betrokken categorie niet minder bedragen dan het in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag.";
2° paragaaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Ingeval van een bevak met verschillende compartimenten
1° zijn de artikelen 616 tot 619, 633 en 634 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing op elk afzonderlijk compartiment;
2° wordt de fractiewaarde en de intrinsieke waarde voor elk afzonderlijk compartiment vastgesteld voor de toepassing van artikel 444, 582, 598, 602 en 606 van het Wetboek van Vennootschappen.".
1° Paragraaf 3 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"In afwijking van het eerste lid mag het maatschappelijk kapitaal van de in artikel 14526 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, niet minder bedragen dan het in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bedrag.
Als er in de bevak compartimenten worden gecreëerd, mag het aandeel in het kapitaal dat vertegenwoordigd wordt door de rechten van deelneming van de betrokken categorie niet minder bedragen dan het in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag.";
2° paragaaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Ingeval van een bevak met verschillende compartimenten
1° zijn de artikelen 616 tot 619, 633 en 634 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing op elk afzonderlijk compartiment;
2° wordt de fractiewaarde en de intrinsieke waarde voor elk afzonderlijk compartiment vastgesteld voor de toepassing van artikel 444, 582, 598, 602 en 606 van het Wetboek van Vennootschappen.".
Art.53. A l'article 297, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "Les articles 195, alinéa 1er et 196, §§ 1er, 3 et 4" sont remplacés par les mots "Les articles 195, alinéa 1er, 196, §§ 1er, 3 et 4 et 196/1, § 1er, première phrase, 2 et 4";
2° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
" § 4. En cas de dissolution, de liquidation ou de restructuration de compartiments d'une société d'investissement à nombre fixe de parts privée, les dispositions du livre IV, titre IX ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une société d'investissement à nombre fixe de parts privée est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la société d'investissement.".
1° les mots "Les articles 195, alinéa 1er et 196, §§ 1er, 3 et 4" sont remplacés par les mots "Les articles 195, alinéa 1er, 196, §§ 1er, 3 et 4 et 196/1, § 1er, première phrase, 2 et 4";
2° un paragraphe 4 est inséré, rédigé comme suit :
" § 4. En cas de dissolution, de liquidation ou de restructuration de compartiments d'une société d'investissement à nombre fixe de parts privée, les dispositions du livre IV, titre IX ou du livre XI du Code des sociétés sont applicables par analogie aux compartiments.
Chaque compartiment d'une société d'investissement à nombre fixe de parts privée est liquidé séparément, sans donner lieu à la liquidation d'un autre compartiment. Seule la liquidation du dernier compartiment entraîne la liquidation de la société d'investissement.".
Art.48. In dezelfde wet wordt een artikel 196/1 ingevoegd, luidende :
" § 1. Een bevak die behoort tot de categorieën die door de Koning zijn opgegeven op advies van de FSMA, mag, mits statutair toegestaan, verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen.
§ 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers en de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele beleggingsvennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
§ 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevak zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
Elk compartiment van een bevak wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevak.
§ 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.".
" § 1. Een bevak die behoort tot de categorieën die door de Koning zijn opgegeven op advies van de FSMA, mag, mits statutair toegestaan, verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen.
§ 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers en de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele beleggingsvennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
§ 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevak zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
Elk compartiment van een bevak wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevak.
§ 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.".
Art.54. L'article 299 de la même loi est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Les articles 196, § 3, alinéa 3 et § 4, et 196/1 sont applicables aux pricaf privées qui répondent aux conditions précisées par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA.".
"Les articles 196, § 3, alinéa 3 et § 4, et 196/1 sont applicables aux pricaf privées qui répondent aux conditions précisées par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA.".
Art.49. Artikel 236 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, het eerste lid buiten toepassing verklaren voor de in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen.".
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, het eerste lid buiten toepassing verklaren voor de in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen.".
Art.55. A l'article 300, § 3, de la même loi, les mots "à l'article 93, alinéa 2" sont remplacés par les mots "aux articles 93, alinéa 2 et 93/1, alinéa 2".
Art.50. Artikel 251 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, alle of een deel van de bepalingen van deze onderafdeling niet-toepasselijk verklaren voor de in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen. Bij het vaststellen van die uitzonderingen wordt terdege rekening gehouden met de belangen van de deelnemers.".
"De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, alle of een deel van de bepalingen van deze onderafdeling niet-toepasselijk verklaren voor de in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen. Bij het vaststellen van die uitzonderingen wordt terdege rekening gehouden met de belangen van de deelnemers.".
Art.56. L'article 307 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Les sociétés de gestion qui tombent dans le champ d'application de l'article 106 et dont la seule activité consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, et, le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics, ne sont pas soumises aux dispositions suivantes :
1° l'article 319;
2° l'article 332; et
3° l'article 333.".
" § 2. Les sociétés de gestion qui tombent dans le champ d'application de l'article 106 et dont la seule activité consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, et, le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics, ne sont pas soumises aux dispositions suivantes :
1° l'article 319;
2° l'article 332; et
3° l'article 333.".
Art.51. In artikel 253 van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 105 van het Wetboek van Vennootschappen" vervangen door de woorden "de artikelen 93, 93/1, 97 en 105 van het Wetboek van vennootschappen".
Art.57. A l'article 334 de la même loi, un paragraphe 2/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, l'article 319 ne s'applique pas aux sociétés de gestion étrangères qui tombent dans le champ d'application de l'article 3, alinéa 2 de la Directive 2011/61/UE et dont la seule activité en Belgique consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, et, le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics.".
" § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, l'article 319 ne s'applique pas aux sociétés de gestion étrangères qui tombent dans le champ d'application de l'article 3, alinéa 2 de la Directive 2011/61/UE et dont la seule activité en Belgique consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992, et, le cas échéant, un ou plusieurs OPCA non publics.".
Art.52. In artikel 288 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Artikel 195, eerste lid en artikel 196, §§ 1, 3 en 4" vervangen door de woorden "Artikel 195, eerste lid, artikel 196, §§ 1, 3, en 4, en artikel 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4";
2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende :
" § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Artikel 195, eerste lid en artikel 196, §§ 1, 3 en 4" vervangen door de woorden "Artikel 195, eerste lid, artikel 196, §§ 1, 3, en 4, en artikel 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4";
2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende :
" § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.".
Art.58. A l'article 335 de la même loi, un paragraphe 1er/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 333 ne s'applique pas aux sociétés de gestion étrangères qui tombent dans le champ d'application de l'article 3, alinéa 2 de la Directive 2011/61/UE et dont la seule activité en Belgique consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992.".
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 333 ne s'applique pas aux sociétés de gestion étrangères qui tombent dans le champ d'application de l'article 3, alinéa 2 de la Directive 2011/61/UE et dont la seule activité en Belgique consiste à gérer un ou plusieurs fonds starters publics visés à l'article 14526 du Code des impôts sur les revenus 1992.".
Art.53. In artikel 297, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "Artikel 195, eerste lid, en 196, § § 1, 3 en 4" worden vervangen door de woorden "Artikel 195, eerste lid, 196, §§ 1, 3 en 4 en 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4";
2° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidende als volgt :
" § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.".
1° de woorden "Artikel 195, eerste lid, en 196, § § 1, 3 en 4" worden vervangen door de woorden "Artikel 195, eerste lid, 196, §§ 1, 3 en 4 en 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4";
2° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidende als volgt :
" § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
Elk compartiment van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.".
Art.54. Artikel 299 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De artikelen 196, § 3, derde lid en § 4, en 196/1 zijn van toepassing op de private privaks die voldoen aan de voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen op advies van de FSMA.".
"De artikelen 196, § 3, derde lid en § 4, en 196/1 zijn van toepassing op de private privaks die voldoen aan de voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen op advies van de FSMA.".
Art.55. In artikel 300, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 93, tweede lid" vervangen door de woorden "de artikelen 93, tweede lid en 93/1, tweede lid".
Titre 3. - Impôt des non-résidents
Art.56. Artikel 307 van dezelfde wet, waarvan de huidige tekst paragraaf 1 wordt, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
" § 2. De beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 106 vallen en waarvan de enige activiteit erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
1° artikel 319;
2° artikel 332; en
3° artikel 333.".
" § 2. De beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 106 vallen en waarvan de enige activiteit erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
1° artikel 319;
2° artikel 332; en
3° artikel 333.".
Art.61. Dans l'article 228 du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 13 décembre 2012, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. L'impôt est également perçu sur les bénéfices ou profits, visés aux articles 24, alinéa 1er, 1°, 25, 2°, 27, alinéa 1, 1° et 2°, et 28, alinéa 1er, 2° et 3°, qui ne sont pas visés aux paragraphes 1er et 2 et qui proviennent d'une prestation quelconque de services fournie à :
- un habitant du Royaume dans le cadre d'une activité professionnelle qui génère des bénéfices ou des profits;
- un contribuable assujetti à l'impôt des sociétés;
- une personne morale visée à l'article 220; ou
- un établissement belge,
à l'égard duquel le prestataire des services se trouve directement ou indirectement dans des liens quelconques d'interdépendance.
L'alinéa 1er est applicable uniquement dans la mesure où :
- soit ces revenus sont imposables en Belgique conformément à une convention préventive de la double imposition;
- soit le contribuable ne fournit pas la preuve que ces revenus sont effectivement imposés dans l'Etat dont il est un résident lorsqu'il n'existe aucune convention préventive à la double imposition.".
" § 3. L'impôt est également perçu sur les bénéfices ou profits, visés aux articles 24, alinéa 1er, 1°, 25, 2°, 27, alinéa 1, 1° et 2°, et 28, alinéa 1er, 2° et 3°, qui ne sont pas visés aux paragraphes 1er et 2 et qui proviennent d'une prestation quelconque de services fournie à :
- un habitant du Royaume dans le cadre d'une activité professionnelle qui génère des bénéfices ou des profits;
- un contribuable assujetti à l'impôt des sociétés;
- une personne morale visée à l'article 220; ou
- un établissement belge,
à l'égard duquel le prestataire des services se trouve directement ou indirectement dans des liens quelconques d'interdépendance.
L'alinéa 1er est applicable uniquement dans la mesure où :
- soit ces revenus sont imposables en Belgique conformément à une convention préventive de la double imposition;
- soit le contribuable ne fournit pas la preuve que ces revenus sont effectivement imposés dans l'Etat dont il est un résident lorsqu'il n'existe aucune convention préventive à la double imposition.".
Art.57. In artikel 334 van dezelfde wet wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 is artikel 319 niet van toepassing op de buitenlandse beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 3, tweede lid, van Richtlijn 2011/61/EU vallen en waarvan de enige activiteit in België erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren.".
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 is artikel 319 niet van toepassing op de buitenlandse beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 3, tweede lid, van Richtlijn 2011/61/EU vallen en waarvan de enige activiteit in België erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren.".
Art.62. L'article 61 entre en vigueur le 1er juillet 2016.
Art.58. In artikel 335 van dezelfde wet wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende :
Titre 4. - Suppression du fonds de vieillissement
Art.59.
CHAPITRE 1er.- Modifications de la loi du 5 septembre 2001 portant garantie d'une réduction continue de la dette publique et création d'un Fonds de vieillissement
Art.63. L'intitulé de la loi du 5 septembre 2001 portant garantie d'une réduction continue de la dette publique et création d'un Fonds de vieillissement, modifiée par les lois des 20 décembre 2005, 23 décembre 2009 et 26 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
"Loi portant création d'un Comité d'étude sur le vieillissement et établissement d'une note sur le vieillissement".
"Loi portant création d'un Comité d'étude sur le vieillissement et établissement d'une note sur le vieillissement".
Titel 3. - Belasting van niet inwoners
Art.64. L'intitulé en néerlandais du chapitre II de la même loi est remplacé par ce qui suit :
Art.61. In artikel 228 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
" § 3. De belasting wordt eveneens geheven van de winst en baten bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 2°, 27, eerste lid, 1° en 2°, en 28, eerste lid, 2° en 3°, die niet door de paragrafen 1 en 2 worden beoogd en die voortkomen van om het even welke dienst geleverd aan :
- een rijksinwoner, in het kader van een beroepsactiviteit die baten of winst voortbrengt;
- een aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtige;
- een in artikel 220 bedoelde rechtspersoon; of
- een Belgische inrichting,
ten aanzien waarvan de dienstverrichter zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.
Het eerste lid is enkel van toepassing in de mate dat :
- hetzij deze inkomsten ingevolge een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting in België belastbaar zijn;
- hetzij, in geval geen overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting bestaat, de belastingplichtige niet het bewijs levert dat deze inkomsten daadwerkelijk worden belast in de Staat waarvan hij inwoner is.".
" § 3. De belasting wordt eveneens geheven van de winst en baten bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 2°, 27, eerste lid, 1° en 2°, en 28, eerste lid, 2° en 3°, die niet door de paragrafen 1 en 2 worden beoogd en die voortkomen van om het even welke dienst geleverd aan :
- een rijksinwoner, in het kader van een beroepsactiviteit die baten of winst voortbrengt;
- een aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtige;
- een in artikel 220 bedoelde rechtspersoon; of
- een Belgische inrichting,
ten aanzien waarvan de dienstverrichter zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.
Het eerste lid is enkel van toepassing in de mate dat :
- hetzij deze inkomsten ingevolge een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting in België belastbaar zijn;
- hetzij, in geval geen overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting bestaat, de belastingplichtige niet het bewijs levert dat deze inkomsten daadwerkelijk worden belast in de Staat waarvan hij inwoner is.".
Art.65. L'intitulé en néerlandais de la section 1re, du chapitre II de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
"Afdeling I. - Inhoud van de Vergrijzingsnota".
"Afdeling I. - Inhoud van de Vergrijzingsnota".
Art.62. Artikel 61 treedt in werking op 1 juli 2016.
Art.66. Dans les articles 3, 4 et 5, de la même loi, dans le texte néerlandais le mot "Zilvernota" est chaque fois remplacé par le mot "Vergrijzingsnota".
Titel 4. - Opheffing van het zilverfonds
Art.67. Le Fonds de vieillissement, ci-après dénommé le Fonds, est supprimé.
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds
Art.68. L'Administrateur général de l'Administration générale de la Trésorerie du SPF Finances est chargé de clôturer les comptes et d'établir le rapport de clôture du Fonds. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions les soumet à la Cour des comptes pour contrôle, et au gouvernement et aux chambres législatives pour information.
Art.63. Het opschrift van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds, gewijzigd bij de wetten van 20 december 2005, 23 december 2009 en 26 december 2015, wordt vervangen als volgt :
"Wet tot oprichting van een Studiecommissie voor de vergrijzing en opstelling van een Vergrijzingsnota".
"Wet tot oprichting van een Studiecommissie voor de vergrijzing en opstelling van een Vergrijzingsnota".
Art.69. Tous les actifs et passifs du Fonds sont transférés sans contrepartie à l'Etat.
Art.64. Het opschrift in het Nederlands van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
Chapitre 2. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Art.65. Het opschrift in het Nederlands van afdeling 1, van hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
"Afdeling I. - Inhoud van de Vergrijzingsnota"
"Afdeling I. - Inhoud van de Vergrijzingsnota"
Art.70. Dès la suppression du Fonds, les articles 2, alinéa 2, 2° à 4°, 3, 5°, 12 à 35 formant le chapitre III, 40 et 41 de la loi du 5 septembre 2001 portant garantie d'une réduction continue de la dette publique et création d'un Fonds de vieillissement sont abrogés.
Art.66. In de artikelen 3, 4, en 5, van dezelfde wet, wordt het woord "Zilvernota" telkens vervangen door het woord "Vergrijzingsnota".
Art.71. Dans l'article 127, § 5, de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses, inséré par la loi du 5 septembre 2001, les mots "portant garantie d'une réduction continue de la dette publique et création d'un Fonds de vieillissement" sont remplacés par les mots "portant création d'un Comité d'étude sur le vieillissement".
Art.67. Het Zilverfonds, hierna het Fonds genoemd, wordt opgeheven.
Art.72. L'article 131, § 1er, l'alinéa 2, de la loi-programme du 8 avril 2003 est abrogé.
Art.68. De Administrateur-generaal van de Algemene administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën is belast met het afsluiten van de rekeningen en met de opstelling van het verslag bij de sluiting van het Fonds. De minister bevoegd voor Financiën legt deze voor aan het Rekenhof ter controle, en aan de regering en aan de wetgevende kamers ter informatie.
De eventuele kosten van het Fonds na zijn opheffing zijn ten laste van de algemene uitgavenbegroting.
De eventuele kosten van het Fonds na zijn opheffing zijn ten laste van de algemene uitgavenbegroting.
Art.73. Dans l'article 46, 5°, de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, dans le texte néerlandais le mot "Zilvernota" est remplacé par le mot "Vergrijzingsnota".
Art.69. Alle activa en passiva van het Fonds worden zonder tegenprestatie overgedragen aan de Staat.
Art.74. L'article 42 de la loi du 24 juillet 2008 portant des dispositions diverses (I), modifié par la loi du 21 décembre 2013, est abrogé.
Hoofdstuk 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Chapitre 3. - Entrée en vigueur
Art.70. Vanaf de opheffing van het Fonds, worden de artikelen 2, tweede lid, 2° tot 4°, 3, 5°, 12 tot 35 die het hoofdstuk III vormen, 40 en 41 van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds opgeheven.
Art.75. Les dispositions du Titre 4 entrent en vigueur le 1er janvier 2017.
Art.71. In artikel 127, § 5, van de wet van 21 december 1994, houdende sociale en diverse bepalingen, ingevoegd bij de wet van 5 september 2001, worden de woorden "tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds" vervangen door de woorden "tot oprichting van een Vergrijzingscommissie".
Titre 5. - Suppression de la garantie ela
Art.72. Artikel 131, § 1, tweede lid, van de programmawet van 8 april 2003 wordt opgeheven.
Art.76. La dernière phrase de l'article 9, alinéa 2, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, insérée par la loi du 15 octobre 2008, est abrogée.
Art.73. In artikel 46, 5°, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt het woord "Zilvernota" vervangen door het woord "Vergrijzingsnota".
Art.77. Les dispositions du Titre 5 entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge.
Art.74. Artikel 42 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt opgeheven.
Titre 6. - Caisse nationale des Calamités
Hoofdstuk 3. - Inwerkingtreding
Art.78. Pour les années 2016 à 2019, un montant de 11 860 300 euros provenant de la taxe annuelle sur les opérations d'assurance, telle que prévue aux articles 173 à 183 du titre V, livre II du Code des droits et taxes divers, est affecté au financement de la Caisse Nationale des Calamités au travers du fonds d'attribution 66.80.B.
Art.75. De bepalingen van Titel 4 treden in werking op 1 januari 2017.
Titre 7. - Précompte professionnel
Titel 5. - Afschaffing van de ela garantie
Art.79. A l'article 2757 du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 17 mai 2007 et remplacé par la loi du 26 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
Art.76. De laatste zin van artikel 9, tweede lid, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij de wet van 15 oktober 2008, wordt opgeheven.
Art.80. L'article 79 produit ses effets sur les rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er avril 2016.
Art.77. De bepalingen van Titel 5 treden in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
Titre 8. - Procédure
Titel 6. - Nationale kas voor Rampenschade
Art.81. Dans l'article 346, alinéa 5, du même code, inséré par la loi du 30 juin 2000, les mots "par lettre recommandée à la poste"sont remplacés par les mots "par écrit".
Art.78. Voor de jaren 2016 tot 2019 wordt een bedrag van 11 860 300 euro afkomstig van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen, zoals bepaald bij de artikelen 173 tot 183 van titel V, boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, toegewezen door middel van het toewijzingsfonds 66.80.B. teneinde de Nationale Kas voor Rampenschade te financieren.
Art.82. Dans l'article 352bis du même code, inséré par la loi du 30 juin 2000, les mots "par lettre recommandée à la poste"sont remplacés par les mots "par écrit".
Titel 7. - Bedrijfsvoorheffing
Art.83.
Art.79. In artikel 2757 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007 en vervangen bij de wet van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Titre 9. - Recouvrement
Art.80. Artikel 79 heeft uitwerking op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 april 2016.
CHAPITRE 1er. - Adaptation de la référence à l'article 400 dans les articles 402 et 407 du Code des impôts sur les revenus 1992
Titel 8. - Procedure
Art.84. A l'article 402 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 10 août 2015, les modifications suivantes sont apportées :
Art.81. In artikel 346, vijfde lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 2000, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art.85. Dans l'article 407 du même Code, remplacé par l'arrêté royal du 26 décembre 1998, les mots "article 400, 1° " sont remplacés par les mots "article 400, alinéa 1er, 1° ".
Art.82. In artikel 352bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 2000, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art.86. Les articles 84 et 85 entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge.
Art.83.
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 443bis, § 2, du Code des impôts sur les revenus 1992
Titel 9. - Invordering
Art.87. L'article 443bis, § 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi-programme (I) du 22 décembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
HOOFDSTUK 1. - Aanpassing van de verwijzing naar artikel 400 in de artikelen 402 en 407 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992
CHAPITRE 3. - Complément de l'article 156 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012 en ce qui concerne la compétence d'accomplissement des actes et formalités inhérents aux procédures collectives d'insolvabilité
Art.84. In artikel 402 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, worden de woorden "artikel 400, 1°, vermelde werken" vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, vermelde werken";
2° in paragraaf 2, worden de woorden "artikel 400, 1°, vermelde werken" vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, vermelde werken";
3° in paragraaf 8, worden de woorden "artikel 400, 1°, a" en de woorden "artikel 400, 3° " respectievelijk vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, a" en de woorden "artikel 400, eerste lid, 3° ".
1° in paragraaf 1, worden de woorden "artikel 400, 1°, vermelde werken" vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, vermelde werken";
2° in paragraaf 2, worden de woorden "artikel 400, 1°, vermelde werken" vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, vermelde werken";
3° in paragraaf 8, worden de woorden "artikel 400, 1°, a" en de woorden "artikel 400, 3° " respectievelijk vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1°, a" en de woorden "artikel 400, eerste lid, 3° ".
Art.88. L'article 156 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"En outre, dans les procédures collectives d'insolvabilité dans lesquelles un receveur du Service public fédéral Finances ou l'Etat belge, Service public fédéral Finances intervient, les actes et formalités inhérents à la procédure collective d'insolvabilité peuvent être accomplis au nom de l'Etat belge par le receveur concerné ou par tout autre fonctionnaire du Service public fédéral Finances.".
"En outre, dans les procédures collectives d'insolvabilité dans lesquelles un receveur du Service public fédéral Finances ou l'Etat belge, Service public fédéral Finances intervient, les actes et formalités inhérents à la procédure collective d'insolvabilité peuvent être accomplis au nom de l'Etat belge par le receveur concerné ou par tout autre fonctionnaire du Service public fédéral Finances.".
Art.85. In artikel 407 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 december 1998, worden de woorden "artikel 400, 1° " vervangen door de woorden "artikel 400, eerste lid, 1° ".
Titre 10. - Impositions distinctes et précompte mobilier
Art.86. De artikelen 84 en 85 treden in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
Art.89. L'article 171, 3° quater, du Code des impôts sur les revenus 1992, abrogé par la loi du 26 décembre 2015, est rétabli dans la rédaction suivante :
"3° quater au taux de 15 p.c., les dividendes distribués par une société d'investissement à capital fixe visée aux articles 195, alinéa 1er, et 288, § 1er, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, qui a pour objet exclusif le placement collectif dans la catégorie "biens immobiliers" visée à l'article 183, alinéa 1er, 3°, de ladite loi, par une société d'investissement similaire visée à la partie III, livre I, titre III, de ladite loi ou par une société immobilière réglementée, que cette société d'investissement ou cette société immobilière règlementée offre publiquement ses titres en Belgique ou non, pour autant qu'un échange d'informations par l'Etat membre concerné soit organisé en vertu de l'article 338 ou d'une réglementation analogue, dans la mesure où au moins 60 p.c. des biens immobiliers au sens de l'article 2, 20°, de l'arrêté royal du 7 décembre 2010 relatif aux sicafi ou, en ce qui concerne une société immobilière réglementée, de l'article 2, 5°, de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, sont investis directement ou indirectement par cette société d'investissement ou par cette société immobilière réglementée dans des biens immeubles situés dans un Etat membre de l'Espace économique européen et affectés ou destinés exclusivement ou principalement à des unités de soins et de logement adapté à des soins de santé.
Lorsque les biens immobiliers ne sont pas exclusivement affectés ou destinés à des unités de soins et de logement adapté à des soins de santé, ou ne le sont que pendant une partie de la période imposable, seule la proportion du temps et de la superficie qui sont réellement affectés à des soins et de logement ou à des soins de santé sont pris en considération pour déterminer le pourcentage visé à l'alinéa 1er.
Le Roi détermine les modalités d'administration de la preuve des conditions visées ci-dessus.".
"3° quater au taux de 15 p.c., les dividendes distribués par une société d'investissement à capital fixe visée aux articles 195, alinéa 1er, et 288, § 1er, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, qui a pour objet exclusif le placement collectif dans la catégorie "biens immobiliers" visée à l'article 183, alinéa 1er, 3°, de ladite loi, par une société d'investissement similaire visée à la partie III, livre I, titre III, de ladite loi ou par une société immobilière réglementée, que cette société d'investissement ou cette société immobilière règlementée offre publiquement ses titres en Belgique ou non, pour autant qu'un échange d'informations par l'Etat membre concerné soit organisé en vertu de l'article 338 ou d'une réglementation analogue, dans la mesure où au moins 60 p.c. des biens immobiliers au sens de l'article 2, 20°, de l'arrêté royal du 7 décembre 2010 relatif aux sicafi ou, en ce qui concerne une société immobilière réglementée, de l'article 2, 5°, de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, sont investis directement ou indirectement par cette société d'investissement ou par cette société immobilière réglementée dans des biens immeubles situés dans un Etat membre de l'Espace économique européen et affectés ou destinés exclusivement ou principalement à des unités de soins et de logement adapté à des soins de santé.
Lorsque les biens immobiliers ne sont pas exclusivement affectés ou destinés à des unités de soins et de logement adapté à des soins de santé, ou ne le sont que pendant une partie de la période imposable, seule la proportion du temps et de la superficie qui sont réellement affectés à des soins et de logement ou à des soins de santé sont pris en considération pour déterminer le pourcentage visé à l'alinéa 1er.
Le Roi détermine les modalités d'administration de la preuve des conditions visées ci-dessus.".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 443bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art.90. L'article 269, § 1er, 3°, du même Code, abrogé par la loi du 26 décembre 2015, est rétabli dans la rédaction suivante :
Art.87. Artikel 443bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de programmawet (I) van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
" § 2. De termijn bedoeld in paragraaf 1 kan worden gestuit :
1° op de wijze bepaald in de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van artikel 2244, § 2;
2° door afstand te doen van de op de verjaring verlopen termijn;
3° door verzending door de ontvanger, bij ter post aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling, die een uittreksel uit het kohierartikel en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring bevat. De afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Heeft de geadresseerde noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de aanmaning tot betaling verzonden bij ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de geadresseerde.
In geval van stuiting van de verjaring treedt een nieuwe verjaring in, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, door verloop van vijf jaren na de laatste akte of handeling waardoor de vorige verjaring is gestuit, indien geen geding voor het gerecht aanhangig is.".
" § 2. De termijn bedoeld in paragraaf 1 kan worden gestuit :
1° op de wijze bepaald in de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van artikel 2244, § 2;
2° door afstand te doen van de op de verjaring verlopen termijn;
3° door verzending door de ontvanger, bij ter post aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling, die een uittreksel uit het kohierartikel en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring bevat. De afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Heeft de geadresseerde noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de aanmaning tot betaling verzonden bij ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de geadresseerde.
In geval van stuiting van de verjaring treedt een nieuwe verjaring in, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, door verloop van vijf jaren na de laatste akte of handeling waardoor de vorige verjaring is gestuit, indien geen geding voor het gerecht aanhangig is.".
Art.91. Les articles 89 et 90 sont applicables aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2017.
HOOFDSTUK 3. - Aanvulling van artikel 156 van de programmawet (I) van 29 maart 2012 wat betreft de bevoegdheid voor het vervullen van de handelingen en formaliteiten eigen aan collectieve insolventieprocedures
Titre 11. - Echange électronique de données relatives aux emprunts hypothécaires et aux assurances-vie individuelles
Art.88. Artikel 156 van de programmawet (I) van 29 maart 2012 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Bovendien kunnen in naam van de Belgische Staat door de betrokken ontvanger of door elke andere ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën de handelingen en formaliteiten inherent aan de collectieve insolventieprocedure worden uitgevoerd in collectieve insolventieprocedures waarin een ontvanger van de Federale Overheidsdienst Financiën of de Belgische Staat, Federale Overheidsdienst Financiën tussenkomt.".
"Bovendien kunnen in naam van de Belgische Staat door de betrokken ontvanger of door elke andere ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën de handelingen en formaliteiten inherent aan de collectieve insolventieprocedure worden uitgevoerd in collectieve insolventieprocedures waarin een ontvanger van de Federale Overheidsdienst Financiën of de Belgische Staat, Federale Overheidsdienst Financiën tussenkomt.".
Art.92. Dans le titre VII, chapitre III, section II, du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 323/1 rédigé comme suit :
"Art. 323/1. § 1er. Lorsqu'un établissement ou organisme de crédit, ou une entreprise d'assurance délivre une attestation en vue d'obtenir un avantage fiscal visé aux articles 1451, 2° et 3°, 14524, § 3, 14537 à 14542, 14546ter à 14546quinquies, 526, § 2, et 539, il est tenu de communiquer annuellement à l'administration les données concernant les contrats d'assurance-vie conclus individuellement, les emprunts hypothécaires et les contrats de prêt visés à l'article 2 de la loi de relance économique du 27 mars 2009.
En ce qui concerne les attestations fiscales délivrées en vue d'obtenir des réductions d'impôt visées à l'article 14524, § 3, l'alinéa 1er ne s'applique qu'aux contrats d'emprunt hypothécaire conclus pour une durée minimale de dix ans.
§ 2. La communication mentionnée au paragraphe 1er doit être faite dans les délais et les formes déterminés par le Roi. Le Roi détermine aussi les données qui doivent être communiquées.
§ 3. Dans le seul but de respecter les obligations du paragraphe 1er, les établissements et organismes de crédit et les entreprises d'assurance visés au paragraphe 1er ont l'autorisation de collecter, de traiter et de communiquer le numéro d'identification au Registre national des personnes physiques, ainsi que le numéro d'identification attribué par la Banque-carrefour de la sécurité sociale visé à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, en vue d'identifier les clients.
Lorsque le numéro d'identification précité d'un client est déjà en possession des établissements et organismes de crédit et des entreprises d'assurance visés au paragraphe 1er pour d'autres finalités, celui-ci peut être utilisé en vue du respect de l'obligation visée au paragraphe 1er.".
"Art. 323/1. § 1er. Lorsqu'un établissement ou organisme de crédit, ou une entreprise d'assurance délivre une attestation en vue d'obtenir un avantage fiscal visé aux articles 1451, 2° et 3°, 14524, § 3, 14537 à 14542, 14546ter à 14546quinquies, 526, § 2, et 539, il est tenu de communiquer annuellement à l'administration les données concernant les contrats d'assurance-vie conclus individuellement, les emprunts hypothécaires et les contrats de prêt visés à l'article 2 de la loi de relance économique du 27 mars 2009.
En ce qui concerne les attestations fiscales délivrées en vue d'obtenir des réductions d'impôt visées à l'article 14524, § 3, l'alinéa 1er ne s'applique qu'aux contrats d'emprunt hypothécaire conclus pour une durée minimale de dix ans.
§ 2. La communication mentionnée au paragraphe 1er doit être faite dans les délais et les formes déterminés par le Roi. Le Roi détermine aussi les données qui doivent être communiquées.
§ 3. Dans le seul but de respecter les obligations du paragraphe 1er, les établissements et organismes de crédit et les entreprises d'assurance visés au paragraphe 1er ont l'autorisation de collecter, de traiter et de communiquer le numéro d'identification au Registre national des personnes physiques, ainsi que le numéro d'identification attribué par la Banque-carrefour de la sécurité sociale visé à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, en vue d'identifier les clients.
Lorsque le numéro d'identification précité d'un client est déjà en possession des établissements et organismes de crédit et des entreprises d'assurance visés au paragraphe 1er pour d'autres finalités, celui-ci peut être utilisé en vue du respect de l'obligation visée au paragraphe 1er.".
Titel 10. - Afzonderlijke aanslagen en roerende voorheffing
Art.93. Le présente titre est applicable aux attestations qui doivent être délivrées en ce qui concerne les paiements à partir de l'exercice d'imposition 2017 en vue d'obtenir un avantage fiscal visé aux articles 1451, 2° et 3°, 14524, § 3, 14537 à 14542, 14546ter à 14546quinquies, 526, § 2, et 539 du Code des impôts sur les revenus 1992.".
Art.89. Artikel 171, 3° quater, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, opgeheven bij de wet van 26 december 2015, wordt hersteld in de volgende lezing :
Titre 12. - Régime Diamant
Art.90. Artikel 269, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 26 december 2015, wordt hersteld als volgt :
"3° op 15 pct. voor de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 195, eerste lid, en 288, § 1, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 183, eerste lid, 3°, van deze wet bedoelde categorie "vastgoed", door een in deel III, boek I, titel III, van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard of door een gereglementeerde vastgoedvennootschap, of deze beleggingsvennootschap of deze gereglementeerde vastgoedvennootschap haar effecten openbaar aanbiedt in België of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 60 pct. van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20°, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks of, voor wat betreft de gereglementeerde vastgoedvennootschap, van artikel 2, 5°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, rechtstreeks of onrechtstreeks door deze beleggingsvennootschap of door deze gereglementeerde vastgoedvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend of hoofdzakelijk voor aan woonzorg of gezondheidszorg aangepaste wooneenheden aangewend worden of bestemd zijn.
Wanneer het vastgoed niet uitsluitend voor woonzorg of gezondheidszorg aangewend wordt of bestemd is, of slechts gedurende een deel van het belastbaar tijdperk, wordt enkel de verhouding van de tijd en de oppervlakte die werkelijk besteed wordt aan woonzorg of gezondheidszorg in aanmerking genomen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde percentage.
De Koning bepaalt de nadere modaliteiten voor het te leveren bewijs van de hierboven vermelde voorwaarden.".
"3° op 15 pct. voor de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 195, eerste lid, en 288, § 1, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 183, eerste lid, 3°, van deze wet bedoelde categorie "vastgoed", door een in deel III, boek I, titel III, van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard of door een gereglementeerde vastgoedvennootschap, of deze beleggingsvennootschap of deze gereglementeerde vastgoedvennootschap haar effecten openbaar aanbiedt in België of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 60 pct. van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20°, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks of, voor wat betreft de gereglementeerde vastgoedvennootschap, van artikel 2, 5°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende gereglementeerde vastgoedvennootschappen, rechtstreeks of onrechtstreeks door deze beleggingsvennootschap of door deze gereglementeerde vastgoedvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend of hoofdzakelijk voor aan woonzorg of gezondheidszorg aangepaste wooneenheden aangewend worden of bestemd zijn.
Wanneer het vastgoed niet uitsluitend voor woonzorg of gezondheidszorg aangewend wordt of bestemd is, of slechts gedurende een deel van het belastbaar tijdperk, wordt enkel de verhouding van de tijd en de oppervlakte die werkelijk besteed wordt aan woonzorg of gezondheidszorg in aanmerking genomen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde percentage.
De Koning bepaalt de nadere modaliteiten voor het te leveren bewijs van de hierboven vermelde voorwaarden.".
Art.94. Dans l'article 67 de la loi-programme du 10 août 2015, il est inséré un 5° rédigé comme suit :
"5° coût de revient des diamants vendus : les dépenses, pour autant qu'elles se rapportent au commerce en diamants, comme défini à l'article 96. II. A, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés et, en ce qui concerne l'impôt des personnes physiques, déterminées par l'addition des factures d'achat ayant trait à l'achat de diamants durant la période imposable concernée, avec la correction d'une éventuelle variation des stocks.".
"5° coût de revient des diamants vendus : les dépenses, pour autant qu'elles se rapportent au commerce en diamants, comme défini à l'article 96. II. A, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés et, en ce qui concerne l'impôt des personnes physiques, déterminées par l'addition des factures d'achat ayant trait à l'achat de diamants durant la période imposable concernée, avec la correction d'une éventuelle variation des stocks.".
Art.91. De artikelen 89 en 90 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2017 betaalde of toegekende inkomsten.
Art.95. Dans l'article 68 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
"En ce qui concerne les commerçants en diamant enregistrés, exclusivement en ce qui concerne le chiffre d'affaires issu du commerce de diamants, par dérogation aux articles 23, § 2, 1°, 183 et 235 du Code des impôts sur les revenus 1992, le résultat imposable du commerce de diamants est calculé en tenant compte d'un prix de revient des diamants vendus qui est déterminé forfaitairement sur base du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "forfaitaire" est abrogé et les mots "sur base du coût de revient des diamants vendus déterminé de manière forfaitaire" sont insérés entre les mots "pour le commerce de diamants" et les mots "est appelé";
3° le paragraphe 3 est abrogé.
1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
"En ce qui concerne les commerçants en diamant enregistrés, exclusivement en ce qui concerne le chiffre d'affaires issu du commerce de diamants, par dérogation aux articles 23, § 2, 1°, 183 et 235 du Code des impôts sur les revenus 1992, le résultat imposable du commerce de diamants est calculé en tenant compte d'un prix de revient des diamants vendus qui est déterminé forfaitairement sur base du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants.";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "forfaitaire" est abrogé et les mots "sur base du coût de revient des diamants vendus déterminé de manière forfaitaire" sont insérés entre les mots "pour le commerce de diamants" et les mots "est appelé";
3° le paragraphe 3 est abrogé.
Titel 11. - Elektronische uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen
Art.96. L'article 69 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
Art.92. In titel VII, hoofdstuk III, afdeling II, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 323/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 323/1. § 1. Wanneer een kredietinstelling of -organisme of een verzekeringsonderneming een attest aflevert met het oog op het bekomen van een belastingvoordeel als bedoeld in de artikelen 1451, 2° en 3°, 14524, § 3, 14537 tot 14542, 14546ter tot 14546quinquies, 526, § 2, en 539, is zij er jaarlijks toe gehouden om aan de administratie de gegevens mee te delen met betrekking tot individueel gesloten levensverzekeringscontracten, hypothecaire leningsovereenkomsten en leningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
Wat de attesten betreft met het oog op het bekomen van een belastingvermindering als bedoeld in de artikel 14524, § 3, is het eerste lid slechts van toepassing op de hypothecaire leningsovereenkomsten met een minimale duurtijd van 10 jaar.
§ 2. De in paragraaf 1 vermelde mededeling geschiedt binnen de termijn en in de vorm die door de Koning wordt bepaald. Hij bepaalt eveneens de gegevens die moeten worden meegedeeld.
§ 3. Met als enig doel de verplichtingen van paragraaf 1 na te komen, hebben de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen evenals het identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, te verzamelen, te verwerken en mede te delen om de cliënten te identificeren.
Wanneer het voormeld identificatienummer van een cliënt reeds voor andere doeleinden in het bezit is van de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen, mag het gebruikt worden voor de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichting.".
"Art. 323/1. § 1. Wanneer een kredietinstelling of -organisme of een verzekeringsonderneming een attest aflevert met het oog op het bekomen van een belastingvoordeel als bedoeld in de artikelen 1451, 2° en 3°, 14524, § 3, 14537 tot 14542, 14546ter tot 14546quinquies, 526, § 2, en 539, is zij er jaarlijks toe gehouden om aan de administratie de gegevens mee te delen met betrekking tot individueel gesloten levensverzekeringscontracten, hypothecaire leningsovereenkomsten en leningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
Wat de attesten betreft met het oog op het bekomen van een belastingvermindering als bedoeld in de artikel 14524, § 3, is het eerste lid slechts van toepassing op de hypothecaire leningsovereenkomsten met een minimale duurtijd van 10 jaar.
§ 2. De in paragraaf 1 vermelde mededeling geschiedt binnen de termijn en in de vorm die door de Koning wordt bepaald. Hij bepaalt eveneens de gegevens die moeten worden meegedeeld.
§ 3. Met als enig doel de verplichtingen van paragraaf 1 na te komen, hebben de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen evenals het identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, te verzamelen, te verwerken en mede te delen om de cliënten te identificeren.
Wanneer het voormeld identificatienummer van een cliënt reeds voor andere doeleinden in het bezit is van de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen, mag het gebruikt worden voor de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichting.".
Art.97. Dans l'article 70 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "à 0,55 p.c. "sont remplacés par les mots "en tenant compte d'un coût de revient des diamants vendus équivalant à 97,9 p.c.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par dérogation à l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992, en cas d'application du Régime Diamant, les frais professionnels suivants ne sont pas déductibles :
1° les réductions de valeur sur stocks reprises à la rubrique II. E du compte des résultats;
2° pour autant qu'ils se rapportent à la transformation de diamants bruts qui sont la propriété du commerçant en diamants enregistré qui transforme ceux-ci ou les fait transformer en diamant taillé :
- rémunérations de tailleurs;
- rémunérations de fendage :
- rémunérations de scierie;
- dépenses de produits chimiques;
- dépenses pour l'abrasion des tranches;
- dépenses de location de moulins;
- amortissements sur les machines pour la transformation des diamants;
- charges des intérêts payés sur les emprunts contractés spécifiquement pour le financement de machines pour la transformation des diamants;
- la rémunération brute des travailleurs, à l'exception des rémunérations des travailleurs trieurs;
- les dépenses effectuées ou supportées par le propriétaire des diamants pour la transformation par des tiers des diamants bruts achetés par ce commerçant en diamants en diamants taillés.
Si un travailleur de diamants, en plus de la transformation des diamants bruts qu'il détient en stocks propres, transforme des diamants détenus en stock par des commerçants en diamants tiers, sur base du travail à façon ou dans le cadre d'un autre contrat de prestation de services, alors les dépenses de transformation faites dans le cadre de cette prestation de service, et les dépenses de transformation faites en vue de la transformation de diamants qu'il détient en stocks propres, sont divisées en fonction du nombre de carats des diamants taillés transformés.";
3° dans le paragraphe 4, l'alinéa 3 est abrogé;
4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. En ce qui concerne la détermination du résultat imposable d'une société, ou d'un établissement belge, le montant du revenu net imposable déterminé en application de cet article est, le cas échéant, augmenté avec la différence positive entre la rémunération de référence définie dans ce paragraphe pour un dirigeant d'entreprise et la rémunération de dirigeant d'entreprise la plus élevée au sein de la société ou de l'établissement belge, reprise dans les charges de la période imposable.
Cette rémunération de référence est fixée en fonction du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants et s'élève à :
- 19 645 EUR pour un chiffre d'affaires jusqu'à un maximum de 1 620 720 EUR;
- 32 745 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 1 620 720 EUR jusqu'à un maximum de 8 103 595 EUR;
- 49 110 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 8 103 595 EUR jusqu'à un maximum de 16 207 190 EUR;
- 65 485 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 16 207 190 EUR jusqu'à un maximum de 32 414 380 EUR;
- 81 855 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 32 414 380 EUR jusqu'à un maximum de 48 621 570 EUR;
- 98 225 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 48 621 570 EUR.
Pour l'application du présent article, il faut entendre par "dirigeant d'entreprise", la personne physique qui exerce une fonction telle que visée à l'article 32, alinéa 1er, 1° ou 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992.
Chaque société ou établissement belge enregistré comme commerçant en diamants, est considéré avoir un dirigeant d'entreprise de sorte que pour chaque société ou établissement belge enregistré comme commerçant en diamants, la différence positive entre la rémunération de référence et la rémunération portée en charge de la période imposable est ajoutée une fois.
Si une société intervient comme dirigeant d'entreprise dans une société ou un établissement enregistré comme commerçant de diamant, l'exigence en ce qui concerne la rémunération de dirigeant d'entreprise minimale est rencontrée si le commerçant de diamant enregistré verse au minimum le montant exigé à la société ou à l'établissement, et que cette société ou cet établissement reverse au minimum le montant de la rémunération exigée à une personne physique dans le chef de laquelle cette rémunération est taxable comme revenu professionnel à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des non-résidents/personnes physiques.
Les dispositions de l'article 178, § 3, alinéa 1er, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 sont applicables aux montants visés au présent paragraphe.";
5° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Le revenu professionnel net imposable du commerce de diamant déterminé en application de cet article est toujours au minimum égal à 0,55 p.c. du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants, le cas échéant augmenté de la différence positive déterminée dans le § 5, alinéa 1er, du présent article.
Ce montant minimum de revenu net imposable ne peut pas être réduit par la déduction pour capital à risque, la déduction de la déduction pour capital à risque reportée ou la déduction de pertes reportées.
L'exigence reprise dans le présent paragraphe n'est pas applicable si le bénéfice net comptable de la période imposable est inférieur à 0,55 p.c. du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants pour cause de vol, faillite d'un client ou faillite du commerçant en diamants enregistré concerné.".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "à 0,55 p.c. "sont remplacés par les mots "en tenant compte d'un coût de revient des diamants vendus équivalant à 97,9 p.c.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Par dérogation à l'article 49 du Code des impôts sur les revenus 1992, en cas d'application du Régime Diamant, les frais professionnels suivants ne sont pas déductibles :
1° les réductions de valeur sur stocks reprises à la rubrique II. E du compte des résultats;
2° pour autant qu'ils se rapportent à la transformation de diamants bruts qui sont la propriété du commerçant en diamants enregistré qui transforme ceux-ci ou les fait transformer en diamant taillé :
- rémunérations de tailleurs;
- rémunérations de fendage :
- rémunérations de scierie;
- dépenses de produits chimiques;
- dépenses pour l'abrasion des tranches;
- dépenses de location de moulins;
- amortissements sur les machines pour la transformation des diamants;
- charges des intérêts payés sur les emprunts contractés spécifiquement pour le financement de machines pour la transformation des diamants;
- la rémunération brute des travailleurs, à l'exception des rémunérations des travailleurs trieurs;
- les dépenses effectuées ou supportées par le propriétaire des diamants pour la transformation par des tiers des diamants bruts achetés par ce commerçant en diamants en diamants taillés.
Si un travailleur de diamants, en plus de la transformation des diamants bruts qu'il détient en stocks propres, transforme des diamants détenus en stock par des commerçants en diamants tiers, sur base du travail à façon ou dans le cadre d'un autre contrat de prestation de services, alors les dépenses de transformation faites dans le cadre de cette prestation de service, et les dépenses de transformation faites en vue de la transformation de diamants qu'il détient en stocks propres, sont divisées en fonction du nombre de carats des diamants taillés transformés.";
3° dans le paragraphe 4, l'alinéa 3 est abrogé;
4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. En ce qui concerne la détermination du résultat imposable d'une société, ou d'un établissement belge, le montant du revenu net imposable déterminé en application de cet article est, le cas échéant, augmenté avec la différence positive entre la rémunération de référence définie dans ce paragraphe pour un dirigeant d'entreprise et la rémunération de dirigeant d'entreprise la plus élevée au sein de la société ou de l'établissement belge, reprise dans les charges de la période imposable.
Cette rémunération de référence est fixée en fonction du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants et s'élève à :
- 19 645 EUR pour un chiffre d'affaires jusqu'à un maximum de 1 620 720 EUR;
- 32 745 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 1 620 720 EUR jusqu'à un maximum de 8 103 595 EUR;
- 49 110 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 8 103 595 EUR jusqu'à un maximum de 16 207 190 EUR;
- 65 485 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 16 207 190 EUR jusqu'à un maximum de 32 414 380 EUR;
- 81 855 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 32 414 380 EUR jusqu'à un maximum de 48 621 570 EUR;
- 98 225 EUR pour un chiffre d'affaires de plus de 48 621 570 EUR.
Pour l'application du présent article, il faut entendre par "dirigeant d'entreprise", la personne physique qui exerce une fonction telle que visée à l'article 32, alinéa 1er, 1° ou 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992.
Chaque société ou établissement belge enregistré comme commerçant en diamants, est considéré avoir un dirigeant d'entreprise de sorte que pour chaque société ou établissement belge enregistré comme commerçant en diamants, la différence positive entre la rémunération de référence et la rémunération portée en charge de la période imposable est ajoutée une fois.
Si une société intervient comme dirigeant d'entreprise dans une société ou un établissement enregistré comme commerçant de diamant, l'exigence en ce qui concerne la rémunération de dirigeant d'entreprise minimale est rencontrée si le commerçant de diamant enregistré verse au minimum le montant exigé à la société ou à l'établissement, et que cette société ou cet établissement reverse au minimum le montant de la rémunération exigée à une personne physique dans le chef de laquelle cette rémunération est taxable comme revenu professionnel à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des non-résidents/personnes physiques.
Les dispositions de l'article 178, § 3, alinéa 1er, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 sont applicables aux montants visés au présent paragraphe.";
5° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Le revenu professionnel net imposable du commerce de diamant déterminé en application de cet article est toujours au minimum égal à 0,55 p.c. du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants, le cas échéant augmenté de la différence positive déterminée dans le § 5, alinéa 1er, du présent article.
Ce montant minimum de revenu net imposable ne peut pas être réduit par la déduction pour capital à risque, la déduction de la déduction pour capital à risque reportée ou la déduction de pertes reportées.
L'exigence reprise dans le présent paragraphe n'est pas applicable si le bénéfice net comptable de la période imposable est inférieur à 0,55 p.c. du chiffre d'affaires issu du commerce de diamants pour cause de vol, faillite d'un client ou faillite du commerçant en diamants enregistré concerné.".
Art.93. Deze titel is van toepassing op de attesten die moeten worden uitgereikt met betrekking tot de betalingen vanaf aanslagjaar 2017 met het oog op het bekomen van een belastingvoordeel als bedoeld in de artikelen 1451, 2° en 3°, 14524, § 3, 14537 tot 14542, 14546ter tot 14546quinquies, 526, § 2, en 539 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.".
Art.98. A l'article 72 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2017.";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2017.";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Titel 12. - Diamant Stelsel
Art.99. L'article 70, § 6, alinéa 1er, de la même loi, est complété par la phrase suivante :
Art.94. In artikel 67 van de programmawet van 10 augustus 2015, wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende :
Titre 13. - Economie collaborative
Art.95. In artikel 68 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
"Met betrekking tot de geregistreerde diamanthandelaars wordt het belastbaar resultaat van de diamanthandel, uitsluitend wat de omzet uit de diamanthandel betreft, in afwijking van de artikelen 23, § 2, 1°, 183 en 235 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, berekend met in aanmerking neming van een kostprijs van de verkochte diamant die forfaitair wordt vastgesteld op basis van de omzet uit die diamanthandel.";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "forfaitair" opgeheven en worden de woorden "op basis van de forfaitair vastgestelde kostprijs van de verkochte diamant" ingevoegd tussen de woorden "voor de diamanthandel bepaalt" en de woorden ", wordt het";
3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
"Met betrekking tot de geregistreerde diamanthandelaars wordt het belastbaar resultaat van de diamanthandel, uitsluitend wat de omzet uit de diamanthandel betreft, in afwijking van de artikelen 23, § 2, 1°, 183 en 235 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, berekend met in aanmerking neming van een kostprijs van de verkochte diamant die forfaitair wordt vastgesteld op basis van de omzet uit die diamanthandel.";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "forfaitair" opgeheven en worden de woorden "op basis van de forfaitair vastgestelde kostprijs van de verkochte diamant" ingevoegd tussen de woorden "voor de diamanthandel bepaalt" en de woorden ", wordt het";
3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.100. A l'article 90 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 1er juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1/ dans l'alinéa 2, les mots "et son numéro de registre national au sens de l'article 2, alinéa 2, ou de l'article 2bis, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques" sont insérés entre les mots "et qui mentionne au moins l'identité du prestataire de service" et les mots ", la description des services rendus";
2/ l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
"L'utilisation du numéro national est limitée aux fins de l'établissement dudit document.".
1/ dans l'alinéa 2, les mots "et son numéro de registre national au sens de l'article 2, alinéa 2, ou de l'article 2bis, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques" sont insérés entre les mots "et qui mentionne au moins l'identité du prestataire de service" et les mots ", la description des services rendus";
2/ l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
"L'utilisation du numéro national est limitée aux fins de l'établissement dudit document.".
Art.96. Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 69. Indien de geregistreerde diamanthandelaar naast omzet gerealiseerd uit de diamanthandel eveneens inkomsten verkrijgt uit andere activiteiten of actiefbestanddelen waarop het Diamant Stelsel niet van toepassing is, moet deze handelaar voor al deze activiteiten een afzonderlijk stel rekeningen houden, op een wijze die de totale gerealiseerde omzet uit de diamanthandel op een eenduidige wijze tot uitdrukking brengt en die leidt tot een correcte toerekening aan deze andere activiteiten van de specifiek met deze activiteiten verbonden kosten.".
"Art. 69. Indien de geregistreerde diamanthandelaar naast omzet gerealiseerd uit de diamanthandel eveneens inkomsten verkrijgt uit andere activiteiten of actiefbestanddelen waarop het Diamant Stelsel niet van toepassing is, moet deze handelaar voor al deze activiteiten een afzonderlijk stel rekeningen houden, op een wijze die de totale gerealiseerde omzet uit de diamanthandel op een eenduidige wijze tot uitdrukking brengt en die leidt tot een correcte toerekening aan deze andere activiteiten van de specifiek met deze activiteiten verbonden kosten.".
Art.101. L'article 100 est applicable aux revenus qui sont payées au attribués à partir du 1er juillet 2016.
Art.97. In artikel 70 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Titre 14. - Régularisation fiscale et sociale
Art.98. In artikel 72 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking vanaf aanslagjaar 2017.";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
"De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking vanaf aanslagjaar 2017.";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.102. Dans l'article 2, 4°, de la loi du 21 juillet 2016 visant à instaurer un système permanent de régularisation fiscale et sociale, les mots "en vertu de l'article 227, 2°, du même Code;" sont remplacés par les mots "en vertu de l'article 227, 2° et 3°, du même Code;".
Art.99. Artikel 70, § 6, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende zin :
"Voor aanslagjaar 2017 wordt dit percentage van 0,55 pct eenmalig en uitsluitend vervangen door 0,65 pct.".
"Voor aanslagjaar 2017 wordt dit percentage van 0,55 pct eenmalig en uitsluitend vervangen door 0,65 pct.".
Art.103. Dans le chapitre 4 de la loi du 21 juillet 2016 visant à instaurer un système permanent de régularisation fiscale et sociale, il est inséré une section 1/1 intitulée "Compétence du Point de contact-régularisations", qui comprend un article 18/1, rédigé comme suit :
"Art. 18/1. Un "Point de contact-régularisations" chargé des missions qui lui sont attribuées par la présente loi, est créé au sein du service "décisions anticipées en matière fiscale".
Il est placé sous la direction du collège visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 13 août 2004 concernant la création du service "décisions anticipées en matière fiscale" au sein du Service public fédéral Finances.
Les décisions du collège prises dans le cadre du présent article sont adoptées conformément à l'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 13 août 2004 concernant la création du service "décisions anticipées en matière fiscale" au sein du Service public fédéral Finances.".
"Art. 18/1. Un "Point de contact-régularisations" chargé des missions qui lui sont attribuées par la présente loi, est créé au sein du service "décisions anticipées en matière fiscale".
Il est placé sous la direction du collège visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 13 août 2004 concernant la création du service "décisions anticipées en matière fiscale" au sein du Service public fédéral Finances.
Les décisions du collège prises dans le cadre du présent article sont adoptées conformément à l'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 13 août 2004 concernant la création du service "décisions anticipées en matière fiscale" au sein du Service public fédéral Finances.".
Titel 13. - Deeleconomie
Art.104. L'article 55 de la loi du 20 juillet 2006 portant des dispositions diverses est abrogé.
Art.100. In artikel 90 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, laatst gewijzigd bij de wet van 1 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1/ in het tweede lid worden de woorden "en zijn rijksregisternummer in de zin van artikel 2, tweede lid, of van artikel 2bis, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen" ingevoegd tussen de woorden "en waarin minstens de identiteit van de dienstverrichter" en de woorden "de omschrijving van de geleverde diensten";
2/ het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"Het gebruik van het rijksregisternummer is beperkt tot het doeleinde van het opstellen van het voornoemde document.".
1/ in het tweede lid worden de woorden "en zijn rijksregisternummer in de zin van artikel 2, tweede lid, of van artikel 2bis, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen" ingevoegd tussen de woorden "en waarin minstens de identiteit van de dienstverrichter" en de woorden "de omschrijving van de geleverde diensten";
2/ het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin :
"Het gebruik van het rijksregisternummer is beperkt tot het doeleinde van het opstellen van het voornoemde document.".
Art.105. Les articles 102, 103 et 104 entrent en vigueur le 1er août 2016.
Art.101. Artikel 100 is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016.
Art.106. Dans la loi-programme du 10 août 2015, il est inséré un article 71/1 rédigé comme suit :
"Art. 71/1. Le Roi est tenu de présenter à la Chambre des représentants au moins tous les cinq ans à partir de la date d'entrée en vigueur du Régime Diamant un rapport d'évaluation du rendement généré par le Régime afin de contrôler la fiabilité du pourcentage de la marge brute qui est déterminé par le coût de revient des diamants vendus visé à l'article 70, § 1er.".
"Art. 71/1. Le Roi est tenu de présenter à la Chambre des représentants au moins tous les cinq ans à partir de la date d'entrée en vigueur du Régime Diamant un rapport d'évaluation du rendement généré par le Régime afin de contrôler la fiabilité du pourcentage de la marge brute qui est déterminé par le coût de revient des diamants vendus visé à l'article 70, § 1er.".
Titel 14. - Fiscale en sociale regularisatie
Titre 15. - Confirmation d'arrêtés royaux
Art.102. In artikel 2, 4°, van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie, worden de woorden "en de op grond van artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek" vervangen door de woorden "en de op grond van artikel 227, 2° en 3°, van hetzelfde Wetboek".
Art.107. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective :
1° l'arrêté royal du 2 décembre 2015 modifiant l'AR/CIR 92 en ce qui concerne la déduction pour investissement pour les investissements numériques;
2° l'arrêté royal du 16 décembre 2015 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
3° l'arrêté royal du 18 décembre 2015 d'exécution de l'article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992.
1° l'arrêté royal du 2 décembre 2015 modifiant l'AR/CIR 92 en ce qui concerne la déduction pour investissement pour les investissements numériques;
2° l'arrêté royal du 16 décembre 2015 modifiant, en matière de précompte professionnel, l'AR/CIR 92;
3° l'arrêté royal du 18 décembre 2015 d'exécution de l'article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992.
Art.103. In hoofdstuk 4 van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie wordt een afdeling 1/1 ingevoegd met als opschrift "Bevoegdheden van het Contactpunt regularisaties", dat een artikel 18/1 bevat luidende :
Titre 16. - Contrat de travail flexi-job
Art.104. Artikel 55 van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen wordt opgeheven.
Art.108. L'article 38, § 1er, alinéa 1er, 29°, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 16 novembre 2015 et modifié par la loi du 26 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
"29° les rémunérations payées ou attribuées en exécution d'un contrat de travail flexi-job visé à l'article 3, 4°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, à condition que celles-ci soient effectivement soumises à la cotisation spéciale de 25 p.c. prévue à l'article 38, § 3sexdecies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés;".
"29° les rémunérations payées ou attribuées en exécution d'un contrat de travail flexi-job visé à l'article 3, 4°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, à condition que celles-ci soient effectivement soumises à la cotisation spéciale de 25 p.c. prévue à l'article 38, § 3sexdecies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés;".
Art.105. De artikelen 102, 103 en 104 treden in werking op 1 augustus 2016.
Art.109. L'article 108 est applicable aux rémunérations payées ou attribuées en exécution d'un contrat de travail flexi-job à partir du 1er octobre 2016.
Art.106. In de programmawet van 10 augustus 2015, wordt een artikel 71/1 ingevoegd, luidende :
Titre 17. - Transformation de la Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (régie portuaire communale autonome d'Anvers) en société anonyme de droit public
Titel 15. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten
Art.110. Dans l'article 180, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par la loi du 21 décembre 2013, les mots "les régies portuaires communales autonomes Anvers et Ostende, la société anonyme de droit public Havenbedrijf Gent"sont remplacés par les mots "la régie portuaire communale autonome d'Ostende, les sociétés anonymes de droit public Havenbedrijf Antwerpen en Havenbedrijf Gent".
Art.107. Bekrachtigd worden met ingang van de dag van hun respectieve inwerkingtreding :
1° het koninklijk besluit van 2 december 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92 wat de investeringsaftrek voor digitale investeringen betreft;
2° het koninklijk besluit van 16 december 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92, inzake bedrijfsvoorheffing;
3° het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b), tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
1° het koninklijk besluit van 2 december 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92 wat de investeringsaftrek voor digitale investeringen betreft;
2° het koninklijk besluit van 16 december 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92, inzake bedrijfsvoorheffing;
3° het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b), tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Art.111. L'article 110 produit ses effets à partir de la date de transformation de la régie portuaire d'Anvers en une société anonyme de droit public.
Titel 16. - Flexi-jobarbeidsovereenkomst
Titre 18. - Affaires étrangères
Art.108. Artikel 38, § 1, eerste lid, 29°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 16 november 2015 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2015 wordt vervangen als volgt :
Chapitre unique. - Modification de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006
Art.109. Artikel 108 is van toepassing op de bezoldigingen die in het kader van een flexi-jobarbeidsovereenkomst worden betaald of toegekend vanaf 1 oktober 2016.
Art.112. Dans la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'intitulé du chapitre II du titre IX est complété par les mots "et du Domaine de Val Duchesse".
Titel 17. - Omvorming van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (autonoom gemeentelijk havenbedrijf) tot naamloze vennootschap van publiek recht
Art. 113. Dans l'article 272 de cette même loi, les mots "et du Domaine de Val Duchesse" sont insérés entre le mot "Egmont" et le mot "il".
Art.110. In artikel 180, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "de gemeentelijke autonome havenbedrijven van Antwerpen en Oostende, de naamloze vennootschap van publiek recht Havenbedrijf Gent"vervangen door de woorden "het gemeentelijke autonome havenbedrijf van Oostende, de naamloze vennootschappen van publiek recht Havenbedrijf Antwerpen en Havenbedrijf Gent".
-
Art.111. Artikel 110 heeft uitwerking vanaf ingang van de datum waarop het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt omgevormd tot naamloze vennootschap van publiek recht.
-
Titel 18. - Buitenlandse Zaken
-
Enig hoofdstuk. - Wijziging van de programmawet (I) van 27 december 2006
-
Art.112. In de programmawet (I) van 27 december 2006 wordt het opschrift van hoofdstuk II van titel IX aangevuld met de woorden "en het Domein van Hertoginnedal".
-
Art. 113. In artikel 272 van dezelfde wet worden de woorden "en het Domein van Hertoginnedal" ingevoegd tussen het woord "Egmontpaleis" en het woord "wordt".
-