Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschappen: AgODi en het VAPH;
2° AgODi: het Agentschap voor Onderwijsdiensten, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° centraal tolkenbureau: de vzw Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven;
4° samenwerkingsovereenkomst: de overeenkomst die elk van de agentschappen afzonderlijk afsluit met het centraal tolkenbureau vermeld in artikel 2;
5° VAPH: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
6° vlindertolk: de contractuele tolk die door het centraal tolkenbureau kan worden ingeschakeld voor een opdracht als er voor die opdracht geen tolk [1 ...]1 Gebarentaal als vermeld in artikel 7, § 1, voorhanden is.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 JANUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-02-2016 en tekstbijwerking tot 28-08-2024)
Titre
15 JANVIER 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-02-2016 et mise à jour au 28-08-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
HOOFDSTUK 3. - Ten laste genomen dienstverlening
HOOFDSTUK 4. - Diplomavoorwaarden
HOOFDSTUK 5. - Contractuele tolken, afstandstol...
HOOFDSTUK 6. - Vergoedingen
HOOFDSTUK 7. - Het centraal tolkenbureau
HOOFDSTUK 8. - Klachtenbemiddeling
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
CHAPITRE 2. - Groupe-cible
CHAPITRE 3. - Services pris en charge
CHAPITRE 4. - Conditions d'octroi du diplôme
CHAPITRE 5. - Interprètes contractuels, interpr...
CHAPITRE 6. - Indemnités
CHAPITRE 7. - Le bureau central d'interprétation
CHAPITRE 8. - Traitement des réclamations
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agences : AgODi et VAPH ;
2° AgODi : l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence des Services d'Enseignement) établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence de Services d'Enseignement) ;
3° bureau central d'interprétation : l'a.s.b.l. " Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven " ;
4° accord de coopération : l'accord que chacune des agences conclut individuellement avec le bureau central d'interprétation visé à l'article 2 ;
5° VAPH : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
6° interprète ambulant : l'interprète contractuel auquel le bureau central d'interprétation peut faire appel pour une mission à défaut d'un interprète en Langage gestuel [1 ...]1 tel que visé à l'article 7, § 1er.
1° agences : AgODi et VAPH ;
2° AgODi : l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence des Services d'Enseignement) établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Onderwijsdiensten " (Agence de Services d'Enseignement) ;
3° bureau central d'interprétation : l'a.s.b.l. " Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven " ;
4° accord de coopération : l'accord que chacune des agences conclut individuellement avec le bureau central d'interprétation visé à l'article 2 ;
5° VAPH : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
6° interprète ambulant : l'interprète contractuel auquel le bureau central d'interprétation peut faire appel pour une mission à défaut d'un interprète en Langage gestuel [1 ...]1 tel que visé à l'article 7, § 1er.
Art. 2. De agentschappen sluiten afzonderlijk een samenwerkingsovereenkomst met het centraal tolkenbureau. De samenwerkingsovereenkomst omvat:
1° de modaliteiten voor het inzetten van vlindertolken, teletolken en afstandstolken;
2° de uitbetaling van de vergoeding voor de tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken;
3° de wijze en de periodiciteit van de rapportering;
4° de modaliteiten voor de vergoeding van de verplaatsingskosten, vermeld in artikel 11;
5° de concretisering en eventueel de uitbreiding van de opdracht van het centraal tolkenbureau, vermeld in artikel 12;
6° de uitbetaling en de indexering van de vergoeding van de ten laste genomen dienstverlening, de personeels- en werkingskosten en de kosten voor vlindertolken, vermeld in artikel 15.
1° de modaliteiten voor het inzetten van vlindertolken, teletolken en afstandstolken;
2° de uitbetaling van de vergoeding voor de tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken;
3° de wijze en de periodiciteit van de rapportering;
4° de modaliteiten voor de vergoeding van de verplaatsingskosten, vermeld in artikel 11;
5° de concretisering en eventueel de uitbreiding van de opdracht van het centraal tolkenbureau, vermeld in artikel 12;
6° de uitbetaling en de indexering van de vergoeding van de ten laste genomen dienstverlening, de personeels- en werkingskosten en de kosten voor vlindertolken, vermeld in artikel 15.
Art. 2. Les agences concluent individuellement un accord de coopération avec le bureau central d'interprétation. Dans l'accord de coopération figurent :
1° les modalités pour faire appel à des interprètes ambulants, des téléinterprètes et des interprètes à distance ;
2° le paiement de l'indemnité pour les interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits ;
3° le mode et la fréquence des rapports ;
4° les modalités des indemnités pour les frais de parcours visées à l'article 11 ;
5° la concrétisation et éventuellement l'élargissement de la mission du bureau central visé à l'article 12 ;
6° le paiement et l'indexation de l'indemnité pour les services pris en charge, des frais de personnel et d'exploitation et des frais pour interprètes ambulants, visés à l'article 15.
1° les modalités pour faire appel à des interprètes ambulants, des téléinterprètes et des interprètes à distance ;
2° le paiement de l'indemnité pour les interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits ;
3° le mode et la fréquence des rapports ;
4° les modalités des indemnités pour les frais de parcours visées à l'article 11 ;
5° la concrétisation et éventuellement l'élargissement de la mission du bureau central visé à l'article 12 ;
6° le paiement et l'indexation de l'indemnité pour les services pris en charge, des frais de personnel et d'exploitation et des frais pour interprètes ambulants, visés à l'article 15.
Art. 3. De agentschappen nemen binnen de perken van de daarvoor op hun begroting ingeschreven kredieten en binnen de perken van het urencontingent, vermeld in het tweede lid, de kosten ten laste van de dienstverlening, verstrekt door tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken via het centraal tolkenbureau conform dit besluit en de voorwaarden die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepalen afzonderlijk het urencontingent van de dienstverlening, ten laste genomen door respectievelijk AgODi en het VAPH.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepalen afzonderlijk het urencontingent van de dienstverlening, ten laste genomen door respectievelijk AgODi en het VAPH.
Art. 3. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet à leur budget et dans les limites du contingent d'heures visé à l'alinéa 2, les agences prennent en charge les frais des services assurés par les interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits par le biais du bureau central d'interprétation, conformément au présent arrêté et aux conditions reprises dans l'accord de coopération.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement et le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, fixent séparément le contingent d'heures des services pris en charge par respectivement l'AgODi et la VAPH.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement et le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, fixent séparément le contingent d'heures des services pris en charge par respectivement l'AgODi et la VAPH.
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
CHAPITRE 2. - Groupe-cible
Art. 4. De personen die een audiogram voorleggen waaruit blijkt dat aan een van de volgende criteria is voldaan, behoren tot de doelgroep voor de dienstverlening, ten laste genomen door het VAPH en AgODi:
1° via een tonaal audiometrische test een gemiddeld gehoorverlies aantonen van 70 dB of meer aan beide oren voor de zuivere toonstimuli van 500, 1000, 2000 en 4000 Hz, vastgesteld overeenkomstig de BIAP-normen;
2° via een vocaal audiometrische test, bij een gemiddeld verlies van minder dan 70 dB, maximaal 70% spraakverstaan aantonen bij optimale versterking.
1° via een tonaal audiometrische test een gemiddeld gehoorverlies aantonen van 70 dB of meer aan beide oren voor de zuivere toonstimuli van 500, 1000, 2000 en 4000 Hz, vastgesteld overeenkomstig de BIAP-normen;
2° via een vocaal audiometrische test, bij een gemiddeld verlies van minder dan 70 dB, maximaal 70% spraakverstaan aantonen bij optimale versterking.
Art. 4. Les personnes fournissant un audiogramme dont il ressort qu'un des critères est rempli, appartiennent au groupe-cible pour les services pris en charge par la VAPH et l'AgODi :
1° démontrer, au moyen d'un test audiométrique tonal une perte moyenne d'au moins 70 dB aux deux oreilles, pour les stimuli tonaux purs de 500, 1000, 2000 et 4000 Hz, constatés conformément aux normes BIAP ;
2° démontrer, en cas d'une perte moyenne de moins de 70 dB, au moyen d'un test audiométrique vocal, un score d'au maximum 70% de reconnaissance vocale par une amplification optimale.
1° démontrer, au moyen d'un test audiométrique tonal une perte moyenne d'au moins 70 dB aux deux oreilles, pour les stimuli tonaux purs de 500, 1000, 2000 et 4000 Hz, constatés conformément aux normes BIAP ;
2° démontrer, en cas d'une perte moyenne de moins de 70 dB, au moyen d'un test audiométrique vocal, un score d'au maximum 70% de reconnaissance vocale par une amplification optimale.
HOOFDSTUK 3. - Ten laste genomen dienstverlening
CHAPITRE 3. - Services pris en charge
Art. 5. De agentschappen betalen de kosten van de door hen ten laste genomen dienstverlening uitsluitend aan het centraal tolkenbureau.
Art. 5. Les agences paient les frais des services qu'elles ont pris en charge au bureau central d'interprétation.
Art. 6. § 1. AgODi neemt voor de regelmatige leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon gefinancierd of gesubsidieerd basis- en secundair onderwijs, hoger onderwijs en volwassenenonderwijs of basiseducatie, die tot de doelgroep, vermeld in artikel 4, behoren, de dienstverlening door een tolk [2 ...]2 Gebarentaal of een schrijftolk ten laste in de situaties die deel uitmaken van het normale onderwijsleerproces van de gebruiker.
De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot het maximumaantal lesuren voor een gebruiker per lesniveau. Dat maximumaantal wordt per onderwijsniveau vastgelegd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
[3 In afwijking van het tweede lid wordt in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de ten laste genomen dienstverlening, vermeld in het tweede lid, voor een gebruiker die is ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, beperkt tot 20% van het maximumaantal lesuren dat aan een gebruiker kan worden toegekend, vermeld in het tweede lid.]3
§ 2. Het VAPH neemt voor de personen die tot de doelgroep, vermeld in artikel 4, behoren en erkend zijn als persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de dienstverlening door een tolk [2 ...]2 Gebarentaal of een schrijftolk ten laste in leefsituaties die tot het gebruikelijke maatschappelijke patroon behoren, en waarvoor, met het oog op noodzakelijke optimale communicatie, technische bijstand door een deskundig opgeleide tolk vereist is.
De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot maximaal [1 80]1 uur of [1 220]1 uur voor gebruikers die ook een van de volgende verminderingen van hun gezichtsvermogen hebben:
1° een gezichtsscherpte van minder dan 1/20 (0,05) aan het beste oog en met de best mogelijke correctie met bril of contactlens;
2° een gezichtsveld dat gemiddeld niet groter is dan 10° aan beide ogen.
[2 ...]2
De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot het maximumaantal lesuren voor een gebruiker per lesniveau. Dat maximumaantal wordt per onderwijsniveau vastgelegd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
[3 In afwijking van het tweede lid wordt in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de ten laste genomen dienstverlening, vermeld in het tweede lid, voor een gebruiker die is ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, beperkt tot 20% van het maximumaantal lesuren dat aan een gebruiker kan worden toegekend, vermeld in het tweede lid.]3
§ 2. Het VAPH neemt voor de personen die tot de doelgroep, vermeld in artikel 4, behoren en erkend zijn als persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de dienstverlening door een tolk [2 ...]2 Gebarentaal of een schrijftolk ten laste in leefsituaties die tot het gebruikelijke maatschappelijke patroon behoren, en waarvoor, met het oog op noodzakelijke optimale communicatie, technische bijstand door een deskundig opgeleide tolk vereist is.
De ten laste genomen dienstverlening wordt op jaarbasis beperkt tot maximaal [1 80]1 uur of [1 220]1 uur voor gebruikers die ook een van de volgende verminderingen van hun gezichtsvermogen hebben:
1° een gezichtsscherpte van minder dan 1/20 (0,05) aan het beste oog en met de best mogelijke correctie met bril of contactlens;
2° een gezichtsveld dat gemiddeld niet groter is dan 10° aan beide ogen.
[2 ...]2
Art. 6. § 1er. L'AgODi prend en charge les services accomplis par un interprète en Langage gestuel [2 ...]2 ou un interprète écrit pour les élèves réguliers à besoins éducatifs spécifiques dans l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire financé ou subventionné, l'enseignement supérieur et l'éducation des adultes ou l'éducation de base, appartenant au groupe-cible visé à l'article 4, et ce dans les situations faisant partie du programme d'études normal de l'usager.
Les services pris en charge sont limités par année calendaire à un nombre maximal de périodes de cours pour un usager par niveau de cours. Ce nombre maximal est fixé par le Ministre flamand chargé de l'enseignement, par niveau d'enseignement.
[3 Par dérogation de l'alinéa 2, dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, mentionnée à l'article 3, 52° bis/2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, la prestation de services prise en charge, mentionnée à l'alinéa 2, pour un utilisateur inscrit dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, est limitée à 20 % du nombre maximal d'heures de cours pouvant être attribué à un utilisateur, visé à l'alinéa 2.]3
§ 2. La VAPH prend en charge les services accomplis par un interprète en Langage gestuel [2 ...]2 ou un interprète écrit pour les personnes appartenant au groupe-cible visé à l'article 4 et étant reconnues comme personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), dans des conditions de vie appartenant au modèle sociétal d'usage et requérant une assistance technique par un interprète professionnel expertisé en vue d'une communication optimale nécessaire.
Les services pris en charge sont limités par année calendaire à un maximum de [1 80]1 heures ou de [1 220]1 heures pour les usagers affectés d'une des suivantes réductions de la vue :
1° une acuité visuelle inférieure à 1/20 (0,05) au meilleur oeil et avec la meilleure correction possible par lunettes ou lentilles ;
2° un champ visuel qui en moyenne ne dépasse pas 10° aux deux yeux.
[2 ...]2
Les services pris en charge sont limités par année calendaire à un nombre maximal de périodes de cours pour un usager par niveau de cours. Ce nombre maximal est fixé par le Ministre flamand chargé de l'enseignement, par niveau d'enseignement.
[3 Par dérogation de l'alinéa 2, dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, mentionnée à l'article 3, 52° bis/2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, la prestation de services prise en charge, mentionnée à l'alinéa 2, pour un utilisateur inscrit dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, est limitée à 20 % du nombre maximal d'heures de cours pouvant être attribué à un utilisateur, visé à l'alinéa 2.]3
§ 2. La VAPH prend en charge les services accomplis par un interprète en Langage gestuel [2 ...]2 ou un interprète écrit pour les personnes appartenant au groupe-cible visé à l'article 4 et étant reconnues comme personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), dans des conditions de vie appartenant au modèle sociétal d'usage et requérant une assistance technique par un interprète professionnel expertisé en vue d'une communication optimale nécessaire.
Les services pris en charge sont limités par année calendaire à un maximum de [1 80]1 heures ou de [1 220]1 heures pour les usagers affectés d'une des suivantes réductions de la vue :
1° une acuité visuelle inférieure à 1/20 (0,05) au meilleur oeil et avec la meilleure correction possible par lunettes ou lentilles ;
2° un champ visuel qui en moyenne ne dépasse pas 10° aux deux yeux.
[2 ...]2
HOOFDSTUK 4. - Diplomavoorwaarden
CHAPITRE 4. - Conditions d'octroi du diplôme
Art. 7. § 1. De ten laste genomen dienstverlening wordt uitgevoerd door tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken die ingeschreven zijn bij het centraal tolkenbureau.
§ 2. [1 [2 Een tolk Gebarentaal is in het bezit van een van de volgende diploma's die zijn behaald aan een onderwijsinstelling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend, gefinancierd of gesubsidieerd, of van een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend:
1° master in het tolken met de taalmodule Vlaamse Gebarentaal;
2° postgraduaat Tolken Vlaamse Gebarentaal;
3° graduaat Tolk Vlaamse Gebarentaal (of Tolk voor doven).
In afwijking van het eerste lid kunnen de ten laste genomen tolkuren ook uitgevoerd worden door de volgende tolken:
1° tolken die het getuigschrift tolk Vlaamse Gebarentaal voor dove tolken hebben behaald, dat is uitgereikt door de Katholieke Universiteit Leuven, nadat ze de opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal hebben gevolgd, die liep van 10 januari 2022 tot en met 30 juni 2023;
2° tolken die op 1 januari 2004 een erkenning hadden conform artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste neemt, zoals van toepassing op 1 januari 2004.
De schrijftolk is in het bezit van een bachelordiploma of van een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.]2
§ 3. [1 Een tolk Gebarentaal die een tolkdiploma behaald heeft aan een onderwijsinstelling die door de Franstalige Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is, kan de ten laste genomen tolkuren uitvoeren, op voorwaarde dat de tolk een verklaring van het Ministerie van Onderwijs van de Franstalige Gemeenschap of van de Duitstalige Gemeenschap kan voorleggen waaruit blijkt dat het diploma erkend is.
In afwijking van het eerste lid kunnen de tolken Gebarentaal die erkend zijn door AVIQ, PHARE of de daartoe bevoegde instantie van de Duitstalige Gemeenschap, ook ten laste genomen tolkuren uitvoeren.
In het tweede lid wordt verstaan onder :
1° AVIQ : L'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, opgericht bij het decreet van het Waalse Gewest van 3 december 2015 betreffende l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles;
2° PHARE : de dienst Personne Handicapée Autonomie Recherchée, een dienst met afzonderlijk beheer die opgericht is bij de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie door het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 18 december 1998 betreffende de oprichting van een dienst met afzonderlijk beheer tot uitvoering van het beleid inzake de sociale integratie en de inschakeling in het arbeidsleven van mindervaliden.]1
[1 § 4. Een tolk Gebarentaal die in het bezit is van een buitenlands tolkdiploma, kan de ten laste genomen tolkuren uitvoeren, op voorwaarde dat de tolk een verklaring kan voorleggen van het Ministerie van Onderwijs van het land waarin het diploma uitgereikt is, waaruit blijkt dat het diploma erkend is.]1
[1 § 5. Een tolk Gebarentaal die geen diploma kan voorleggen als vermeld in paragraaf 2, 3 of 4, kan een gemotiveerde aanvraag indienen bij een van de agentschappen om in aanmerking te komen voor de uitvoering van de ten laste genomen tolkuren. In de aanvraag toont de tolk aan, op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat hij minstens vijf jaar tolkervaring heeft en minstens vijftig tolkopdrachten heeft uitgevoerd tijdens de laatste vijf jaar.
AgODi of VAPH onderzoekt de aanvraag en kan, als dat nodig is, bijkomende inlichtingen vragen of inwinnen.
AgODi of VAPH deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de tolk Gebarentaal binnen een maand die volgt op de datum waarop de agentschappen de volledige gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, ontvangen hebben.]1
§ 2. [1 [2 Een tolk Gebarentaal is in het bezit van een van de volgende diploma's die zijn behaald aan een onderwijsinstelling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend, gefinancierd of gesubsidieerd, of van een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend:
1° master in het tolken met de taalmodule Vlaamse Gebarentaal;
2° postgraduaat Tolken Vlaamse Gebarentaal;
3° graduaat Tolk Vlaamse Gebarentaal (of Tolk voor doven).
In afwijking van het eerste lid kunnen de ten laste genomen tolkuren ook uitgevoerd worden door de volgende tolken:
1° tolken die het getuigschrift tolk Vlaamse Gebarentaal voor dove tolken hebben behaald, dat is uitgereikt door de Katholieke Universiteit Leuven, nadat ze de opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal hebben gevolgd, die liep van 10 januari 2022 tot en met 30 juni 2023;
2° tolken die op 1 januari 2004 een erkenning hadden conform artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste neemt, zoals van toepassing op 1 januari 2004.
De schrijftolk is in het bezit van een bachelordiploma of van een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.]2
§ 3. [1 Een tolk Gebarentaal die een tolkdiploma behaald heeft aan een onderwijsinstelling die door de Franstalige Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is, kan de ten laste genomen tolkuren uitvoeren, op voorwaarde dat de tolk een verklaring van het Ministerie van Onderwijs van de Franstalige Gemeenschap of van de Duitstalige Gemeenschap kan voorleggen waaruit blijkt dat het diploma erkend is.
In afwijking van het eerste lid kunnen de tolken Gebarentaal die erkend zijn door AVIQ, PHARE of de daartoe bevoegde instantie van de Duitstalige Gemeenschap, ook ten laste genomen tolkuren uitvoeren.
In het tweede lid wordt verstaan onder :
1° AVIQ : L'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, opgericht bij het decreet van het Waalse Gewest van 3 december 2015 betreffende l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles;
2° PHARE : de dienst Personne Handicapée Autonomie Recherchée, een dienst met afzonderlijk beheer die opgericht is bij de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie door het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 18 december 1998 betreffende de oprichting van een dienst met afzonderlijk beheer tot uitvoering van het beleid inzake de sociale integratie en de inschakeling in het arbeidsleven van mindervaliden.]1
[1 § 4. Een tolk Gebarentaal die in het bezit is van een buitenlands tolkdiploma, kan de ten laste genomen tolkuren uitvoeren, op voorwaarde dat de tolk een verklaring kan voorleggen van het Ministerie van Onderwijs van het land waarin het diploma uitgereikt is, waaruit blijkt dat het diploma erkend is.]1
[1 § 5. Een tolk Gebarentaal die geen diploma kan voorleggen als vermeld in paragraaf 2, 3 of 4, kan een gemotiveerde aanvraag indienen bij een van de agentschappen om in aanmerking te komen voor de uitvoering van de ten laste genomen tolkuren. In de aanvraag toont de tolk aan, op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat hij minstens vijf jaar tolkervaring heeft en minstens vijftig tolkopdrachten heeft uitgevoerd tijdens de laatste vijf jaar.
AgODi of VAPH onderzoekt de aanvraag en kan, als dat nodig is, bijkomende inlichtingen vragen of inwinnen.
AgODi of VAPH deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de tolk Gebarentaal binnen een maand die volgt op de datum waarop de agentschappen de volledige gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, ontvangen hebben.]1
Art. 7. § 1er. Les services pris en charge sont effectués par des interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et des interprètes écrits inscrits auprès du bureau central d'interprétation.
§ 2. [1 [2 § 2. L'interprète en Langue des Signes est titulaire d'un des diplômes suivants, obtenu dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté flamande, ou d'un titre reconnu comme équivalent en vertu d'une norme légale, d'une directive européenne ou d'une convention internationale :
1° master en interprétation avec le module de Langue des Signes flamande ;
2° postgraduat en Interprétation Langue des Signes flamande ;
3° graduat en Interprète Langue des Signes flamande (ou Interprète pour sourds).
Par dérogation à l'alinéa 1er, les heures d'interprétation prises en charge peuvent également être effectuées par les interprètes suivants :
1° les interprètes ayant obtenu le certificat d'interprète en Langue des Signes flamande pour interprètes sourds, délivré par la Katholieke Universiteit Leuven, après avoir suivi la formation d'Interprète en Langue des Signes flamande qui a été organisée du 10 janvier 2022 au 30 juin 2023 ;
2° les interprètes qui disposaient au 1er janvier 2004 d'un agrément conformément à l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 1994 fixant les règles suivant lesquelles l'Agence flamande pour les Personnes handicapées (" Agentschap voor Personen met een Handicap ") peut prendre en charge les frais d'assistance pour les interprètes gestuels, tel que d'application le 1er janvier 2004.
L'interprète d'écriture est titulaire d'un diplôme de bachelier ou d'un titre reconnu comme équivalent en vertu d'une norme légale, d'une directive européenne ou d'une convention internationale.]2
§ 3. [1 L'interprète en langue des signes ayant obtenu un diplôme d'interprète dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté française ou la Communauté germanophone peut effectuer les heures d'interprétation prises en charge, à condition qu'il puisse produire une déclaration du Ministère de l'Enseignement de la Communauté française ou de la Communauté germanophone attestant que le diplôme est reconnu.
Par dérogation au premier alinéa, les interprètes en langue des signes reconnus par l'AVIQ, le PHARE ou l'autorité compétente de la Communauté germanophone peuvent également effectuer des heures d'interprétation prises en charge.
Dans l'alinéa deux il faut entendre par :
1° AVIQ : L'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, créée par le décret de la Région wallonne du 3 décembre 2015 relatif à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles;
2° PHARE : le service Personne Handicapée Autonomie Recherchée, service à gestion séparée constitué au sein des services du Collège de la Commission communautaire française par le décret de la Commission communautaire française du 18 décembre 1998 relatif à la création d'un service à gestion séparée mettant en oeuvre la politique d'intégration sociale et professionnelle des personnes handicapées.]1
[1 § 4. L'interprète en langue des signes titulaire d'un diplôme étranger d'interprète peut effectuer les heures d'interprétation prises en charge, à condition qu'il puisse produire une déclaration du ministère de l'enseignement du pays dans lequel le diplôme a été délivré attestant que le diplôme est reconnu.]1
[1 § 5. L'interprète en langue des signes qui n'est pas en mesure de produire un diplôme tel que visé aux paragraphes 2, 3 ou 4 peut présenter une demande motivée à l'une des agences afin d'entrer en ligne de compte pour l'exécution des heures d'interprétation prises en charge. Dans sa demande, l'interprète doit démontrer, sous peine d'irrecevabilité, qu'il a au moins cinq ans d'expérience en tant qu'interprète et qu'il a effectué au moins cinquante missions d'interprétation au cours des cinq dernières années.
L'AgODi ou la VAPH examine la demande et peut demander des informations complémentaires si nécessaire.
L'AgODi ou la VAPH communique sa décision par écrit à l'interprète en langue des signes dans le mois suivant la date à laquelle les agences ont reçu la demande complète et motivée visée au premier alinéa.]1
§ 2. [1 [2 § 2. L'interprète en Langue des Signes est titulaire d'un des diplômes suivants, obtenu dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté flamande, ou d'un titre reconnu comme équivalent en vertu d'une norme légale, d'une directive européenne ou d'une convention internationale :
1° master en interprétation avec le module de Langue des Signes flamande ;
2° postgraduat en Interprétation Langue des Signes flamande ;
3° graduat en Interprète Langue des Signes flamande (ou Interprète pour sourds).
Par dérogation à l'alinéa 1er, les heures d'interprétation prises en charge peuvent également être effectuées par les interprètes suivants :
1° les interprètes ayant obtenu le certificat d'interprète en Langue des Signes flamande pour interprètes sourds, délivré par la Katholieke Universiteit Leuven, après avoir suivi la formation d'Interprète en Langue des Signes flamande qui a été organisée du 10 janvier 2022 au 30 juin 2023 ;
2° les interprètes qui disposaient au 1er janvier 2004 d'un agrément conformément à l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 1994 fixant les règles suivant lesquelles l'Agence flamande pour les Personnes handicapées (" Agentschap voor Personen met een Handicap ") peut prendre en charge les frais d'assistance pour les interprètes gestuels, tel que d'application le 1er janvier 2004.
L'interprète d'écriture est titulaire d'un diplôme de bachelier ou d'un titre reconnu comme équivalent en vertu d'une norme légale, d'une directive européenne ou d'une convention internationale.]2
§ 3. [1 L'interprète en langue des signes ayant obtenu un diplôme d'interprète dans un établissement d'enseignement reconnu, financé ou subventionné par la Communauté française ou la Communauté germanophone peut effectuer les heures d'interprétation prises en charge, à condition qu'il puisse produire une déclaration du Ministère de l'Enseignement de la Communauté française ou de la Communauté germanophone attestant que le diplôme est reconnu.
Par dérogation au premier alinéa, les interprètes en langue des signes reconnus par l'AVIQ, le PHARE ou l'autorité compétente de la Communauté germanophone peuvent également effectuer des heures d'interprétation prises en charge.
Dans l'alinéa deux il faut entendre par :
1° AVIQ : L'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles, créée par le décret de la Région wallonne du 3 décembre 2015 relatif à l'Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles;
2° PHARE : le service Personne Handicapée Autonomie Recherchée, service à gestion séparée constitué au sein des services du Collège de la Commission communautaire française par le décret de la Commission communautaire française du 18 décembre 1998 relatif à la création d'un service à gestion séparée mettant en oeuvre la politique d'intégration sociale et professionnelle des personnes handicapées.]1
[1 § 4. L'interprète en langue des signes titulaire d'un diplôme étranger d'interprète peut effectuer les heures d'interprétation prises en charge, à condition qu'il puisse produire une déclaration du ministère de l'enseignement du pays dans lequel le diplôme a été délivré attestant que le diplôme est reconnu.]1
[1 § 5. L'interprète en langue des signes qui n'est pas en mesure de produire un diplôme tel que visé aux paragraphes 2, 3 ou 4 peut présenter une demande motivée à l'une des agences afin d'entrer en ligne de compte pour l'exécution des heures d'interprétation prises en charge. Dans sa demande, l'interprète doit démontrer, sous peine d'irrecevabilité, qu'il a au moins cinq ans d'expérience en tant qu'interprète et qu'il a effectué au moins cinquante missions d'interprétation au cours des cinq dernières années.
L'AgODi ou la VAPH examine la demande et peut demander des informations complémentaires si nécessaire.
L'AgODi ou la VAPH communique sa décision par écrit à l'interprète en langue des signes dans le mois suivant la date à laquelle les agences ont reçu la demande complète et motivée visée au premier alinéa.]1
HOOFDSTUK 5. - Contractuele tolken, afstandstolken en teletolken
CHAPITRE 5. - Interprètes contractuels, interprètes à distance et téléinterprètes
Art. 8. Het centraal tolkenbureau zet een vlindertolk in om moeilijk te bemiddelen tolkuren in te vullen, overeenkomstig de modaliteiten die vastgelegd zijn in de samenwerkingsovereenkomst.
Een vlindertolk kan pas door het centraal tolkenbureau worden ingeschakeld voor een opdracht als er voor die opdracht geen tolk [1 ...]1 Gebarentaal als vermeld in artikel 7, § 1, voorhanden is.
Een vlindertolk kan pas door het centraal tolkenbureau worden ingeschakeld voor een opdracht als er voor die opdracht geen tolk [1 ...]1 Gebarentaal als vermeld in artikel 7, § 1, voorhanden is.
Art. 8. Le bureau central d'interprétation fait appel à un interprète ambulant pour l'accomplissement d'heures d'interprétation difficilement négociables, conformément aux modalités convenues dans l'accord de coopération.
Le bureau central d'interprétation ne peut faire appel à un interprète ambulant pour une mission qu'à défaut d'un interprète en Langage gestuel [1 ...]1 tel que visé à l'article 7, § 1er pour cette mission.
Le bureau central d'interprétation ne peut faire appel à un interprète ambulant pour une mission qu'à défaut d'un interprète en Langage gestuel [1 ...]1 tel que visé à l'article 7, § 1er pour cette mission.
Art. 9. Het centraal tolkenbureau heeft, na akkoord van het bevoegde agentschap en conform de modaliteiten in de samenwerkingsovereenkomst, de mogelijkheid om teletolken of afstandstolken in te zetten om de communicatie op afstand tussen horenden en slechthorenden of doven te verbeteren en te vergemakkelijken.
Het centraal tolkenbureau kan ervoor kiezen de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, zelf te organiseren, dan wel om daarover een overeenkomst te sluiten met een andere organisatie. Als het centraal tolkenbureau ervoor kiest om een overeenkomst te sluiten, legt het centraal tolkenbureau die overeenkomst vooraf voor akkoord voor aan de bevoegde minister.
Het centraal tolkenbureau kan ervoor kiezen de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, zelf te organiseren, dan wel om daarover een overeenkomst te sluiten met een andere organisatie. Als het centraal tolkenbureau ervoor kiest om een overeenkomst te sluiten, legt het centraal tolkenbureau die overeenkomst vooraf voor akkoord voor aan de bevoegde minister.
Art. 9. Moyennant l'accord de l'agence compétente et conformément aux modalités reprises dans l'accord de coopération, le bureau central d'interprétation a la possibilité de faire appel à des téléinterprètes ou des interprètes à distance afin d'améliorer et de simplifier la communication à distance entre des personnes ayant une ouïe normale et des handicapés auditifs ou des sourds.
Le bureau central d'interprétation peut choisir soit d'organiser lui-même la possibilité visée à l'alinéa 1er, soit de conclure un accord avec une autre organisation pour ce faire. Si le bureau central d'interprétation choisit de conclure un accord, le bureau soumet cet accord au préalable pour accord au Ministre compétent.
Le bureau central d'interprétation peut choisir soit d'organiser lui-même la possibilité visée à l'alinéa 1er, soit de conclure un accord avec une autre organisation pour ce faire. Si le bureau central d'interprétation choisit de conclure un accord, le bureau soumet cet accord au préalable pour accord au Ministre compétent.
HOOFDSTUK 6. - Vergoedingen
CHAPITRE 6. - Indemnités
Art. 10. De vergoeding van de tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken wordt hen rechtstreeks door het centraal tolkenbureau uitbetaald, overeenkomstig de bepalingen die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst.
Art. 10. L'indemnité des interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits leur est payée directement par le bureau central d'interprétation, conformément aux dispositions reprises dans l'accord de coopération.
Art. 11. [1 De uren dienstverlening die de tolken Gebarentaal en schrijftolken daadwerkelijk hebben gepresteerd en die zijn aanvaard door het centraal tolkenbureau, de tijd van de verplaatsing niet inbegrepen, worden vanaf 1 januari 2022 verloond naar rato van 41,58 euro per gefactureerd vol of begonnen tolkuur.
Het uurloon wordt vanaf 2023 jaarlijks geïndexeerd op 1 januari volgens de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, conform de volgende formule: uurloon van het voorgaande jaar x G-index van december van het voorgaande jaar/G-index van december van het jaar daarvoor.
Naast deze jaarlijkse indexering wordt het uurloon vanaf 1 januari 2023 verhoogd met 4 euro per gefactureerd vol of begonnen tolkuur en vanaf 1 januari 2024 wordt het uurloon nogmaals verhoogd met 4 euro per gefactureerd vol of begonnen tolkuur.
De verplaatsingskosten van de tolken Gebarentaal en van de schrijftolken worden vergoed conform de modaliteiten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst. Verplaatsingen met de wagen worden vergoed tegen 0,3707 euro per werkelijk afgelegde kilometer. De kilometervergoeding voor verplaatsingen met de wagen wordt jaarlijks aangepast aan het geldende bedrag voor personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel VII 80 van het Besluit Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.]1
Het uurloon wordt vanaf 2023 jaarlijks geïndexeerd op 1 januari volgens de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, conform de volgende formule: uurloon van het voorgaande jaar x G-index van december van het voorgaande jaar/G-index van december van het jaar daarvoor.
Naast deze jaarlijkse indexering wordt het uurloon vanaf 1 januari 2023 verhoogd met 4 euro per gefactureerd vol of begonnen tolkuur en vanaf 1 januari 2024 wordt het uurloon nogmaals verhoogd met 4 euro per gefactureerd vol of begonnen tolkuur.
De verplaatsingskosten van de tolken Gebarentaal en van de schrijftolken worden vergoed conform de modaliteiten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst. Verplaatsingen met de wagen worden vergoed tegen 0,3707 euro per werkelijk afgelegde kilometer. De kilometervergoeding voor verplaatsingen met de wagen wordt jaarlijks aangepast aan het geldende bedrag voor personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel VII 80 van het Besluit Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.]1
Art. 11. [1 Les heures de services effectivement accomplies par les interprètes en langue des signes et les interprètes écrits et étant acceptées par le bureau central d'interprétation, le temps des déplacements non compris, sont rémunérées, à partir du 1er janvier 2022, au prorata de 41,58 euros par heure d'interpretation entière ou commencée facturée.
A partir de 2023, le salaire horaire sera indexé annuellement au 1er janvier selon l'indice santé lissé visé au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, suivant la formule suivante : le salaire horaire de l'année précédente x l'indice G de décembre de l'année précédente/l'indice G de décembre de l'année qui précède.
Outre cette indexation annuelle, le salaire horaire sera augmenté à partir du 1er janvier 2023 de 4 euros par heure d'interpretation entière ou commencée facturée et sera à nouveau augmenté à partir du 1er janvier 2024 de 4 euros par heure d'interpretation entière ou commencée facturée.
Les frais de déplacement des interprètes en langue des signes et des interprètes écrits sont rémunérés conformément aux modalités reprises dans l'accord de coopération. Les déplacements en voiture sont rémunérés à 0,3707 euro par kilomètre réellement parcouru. L'indemnité kilométrique pour les déplacements en voiture est adaptée chaque année au montant en vigueur pour les membres du personnel des services de l'Autorité flamande, tel que visé à l'article VII 80 de l'arrêté du 13 janvier 2006 relatif au statut du personnel flamand.]1
A partir de 2023, le salaire horaire sera indexé annuellement au 1er janvier selon l'indice santé lissé visé au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, suivant la formule suivante : le salaire horaire de l'année précédente x l'indice G de décembre de l'année précédente/l'indice G de décembre de l'année qui précède.
Outre cette indexation annuelle, le salaire horaire sera augmenté à partir du 1er janvier 2023 de 4 euros par heure d'interpretation entière ou commencée facturée et sera à nouveau augmenté à partir du 1er janvier 2024 de 4 euros par heure d'interpretation entière ou commencée facturée.
Les frais de déplacement des interprètes en langue des signes et des interprètes écrits sont rémunérés conformément aux modalités reprises dans l'accord de coopération. Les déplacements en voiture sont rémunérés à 0,3707 euro par kilomètre réellement parcouru. L'indemnité kilométrique pour les déplacements en voiture est adaptée chaque année au montant en vigueur pour les membres du personnel des services de l'Autorité flamande, tel que visé à l'article VII 80 de l'arrêté du 13 janvier 2006 relatif au statut du personnel flamand.]1
HOOFDSTUK 7. - Het centraal tolkenbureau
CHAPITRE 7. - Le bureau central d'interprétation
Art. 12. Het centraal tolkenbureau heeft als opdracht voor elk van de agentschappen om:
1° als bemiddelaar op te treden tussen de aanvrager en de tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken;
2° als klachtenbemiddelaar op te treden voor de tolkendienstverlening in het algemeen en misbruiken zo nodig aan de agentschappen te signaleren;
3° voldoende uitgerust te zijn om:
a) te kunnen voorzien in een optimale bereikbaarheid voor de gebruikers en daarvoor over een aangepast oproepsysteem beschikken;
b) te kunnen voorzien in een optimale dienstverlening voor de gebruikers en daarvoor een online overzicht voor de opvolging van de beschikbare tolkuren ter beschikking stellen;
c) de ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging van de gebruikers te eerbiedigen.
Elk van de agentschappen kan voor de dienstverlening die het ten laste heeft genomen in de samenwerkingsovereenkomst de opdracht, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren en eventueel uitbreiden.
1° als bemiddelaar op te treden tussen de aanvrager en de tolken [1 ...]1 Gebarentaal en schrijftolken;
2° als klachtenbemiddelaar op te treden voor de tolkendienstverlening in het algemeen en misbruiken zo nodig aan de agentschappen te signaleren;
3° voldoende uitgerust te zijn om:
a) te kunnen voorzien in een optimale bereikbaarheid voor de gebruikers en daarvoor over een aangepast oproepsysteem beschikken;
b) te kunnen voorzien in een optimale dienstverlening voor de gebruikers en daarvoor een online overzicht voor de opvolging van de beschikbare tolkuren ter beschikking stellen;
c) de ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging van de gebruikers te eerbiedigen.
Elk van de agentschappen kan voor de dienstverlening die het ten laste heeft genomen in de samenwerkingsovereenkomst de opdracht, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren en eventueel uitbreiden.
Art. 12. Le bureau central d'interprétation a, pour chacune des agences, comme mission :
1° d'intervenir entre le demandeur et les interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits ;
2° d'agir comme médiateur des réclamations pour ce qui est des services d'interprétation en général et de signaler si nécessaire des abus aux agences ;
3° d'être suffisamment muni pour :
a) pouvoir offrir une accessibilité optimale au profit d'usagers et pour disposer à cet effet d'un système d'appel adapté ;
b) pouvoir offrir des services optimaux au profit d'usagers et pour mettre, à cet effet, à disposition un aperçu en ligne pour le suivi des heures d'interprétation disponibles ;
c) respecter la conviction idéologique, philosophique et religieuse des usagers.
Chacune des agences peut, pour ce qui est des services pris en charge dans l'accord de coopération, concrétiser et éventuellement élargir la mission visée à l'alinéa 1er.
1° d'intervenir entre le demandeur et les interprètes en Langage gestuel [1 ...]1 et les interprètes écrits ;
2° d'agir comme médiateur des réclamations pour ce qui est des services d'interprétation en général et de signaler si nécessaire des abus aux agences ;
3° d'être suffisamment muni pour :
a) pouvoir offrir une accessibilité optimale au profit d'usagers et pour disposer à cet effet d'un système d'appel adapté ;
b) pouvoir offrir des services optimaux au profit d'usagers et pour mettre, à cet effet, à disposition un aperçu en ligne pour le suivi des heures d'interprétation disponibles ;
c) respecter la conviction idéologique, philosophique et religieuse des usagers.
Chacune des agences peut, pour ce qui est des services pris en charge dans l'accord de coopération, concrétiser et éventuellement élargir la mission visée à l'alinéa 1er.
Art. 13. Als vastgesteld wordt dat het centraal tolkenbureau zijn verbintenissen, vermeld in dit besluit, niet nakomt, kan elk van de agentschappen afzonderlijk:
1° een vertegenwoordiger laten deelnemen aan de raad van bestuur van het centraal tolkenbureau. De vertegenwoordiger van het betrokken agentschap heeft het recht om te spreken en aanbevelingen te doen;
2° de periodiciteit van de rapportering, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, opdrijven en bijkomende elementen vaststellen waarover gerapporteerd moet worden;
3° de werkingskosten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Het centraal tolkenbureau neemt de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 1°, op in zijn statuten.
Elk van de agentschappen bepaalt bij tekortkomingen welke sanctie het meest aangewezen is en betekent de beslissing aan het centraal tolkenbureau. De beslissing wordt met redenen omkleed en in een aangetekende brief meegedeeld.
Het centraal tolkenbureau kan schriftelijk bezwaar indienen ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, afhankelijk van het bestraffende agentschap. Het bezwaar moet op straffe van verval binnen veertien dagen na de ontvangst van de betekening worden ingediend. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt of ontkracht de voormelde Vlaamse minister de sanctie.
1° een vertegenwoordiger laten deelnemen aan de raad van bestuur van het centraal tolkenbureau. De vertegenwoordiger van het betrokken agentschap heeft het recht om te spreken en aanbevelingen te doen;
2° de periodiciteit van de rapportering, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, opdrijven en bijkomende elementen vaststellen waarover gerapporteerd moet worden;
3° de werkingskosten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Het centraal tolkenbureau neemt de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 1°, op in zijn statuten.
Elk van de agentschappen bepaalt bij tekortkomingen welke sanctie het meest aangewezen is en betekent de beslissing aan het centraal tolkenbureau. De beslissing wordt met redenen omkleed en in een aangetekende brief meegedeeld.
Het centraal tolkenbureau kan schriftelijk bezwaar indienen ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, ofwel bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, afhankelijk van het bestraffende agentschap. Het bezwaar moet op straffe van verval binnen veertien dagen na de ontvangst van de betekening worden ingediend. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt of ontkracht de voormelde Vlaamse minister de sanctie.
Art. 13. S'il est constaté que le bureau central d'interprétation ne respecte pas ses engagements visés dans le présent arrêté, chacune des agences peut séparément :
1° déléguer un représentant au conseil d'administration du bureau central d'interprétation. Ce représentant de l'agence concernée a le droit de s'exprimer et d'émettre des recommandations ;
2° augmenter la fréquence des rapports, mentionnés dans l'accord de coopération, et définir des éléments supplémentaires de rapport ;
3° recouvrer en tout ou en partie les frais de fonctionnement mentionnés dans l'accord de coopération.
Le bureau central d'interprétation inclut la possibilité, visée à l'alinéa 1er, 1°, dans ses statuts.
En cas de fautes, chacune des agences détermine quelle sanction est la plus appropriée et notifie la décision au bureau central d'interprétation. La décision motivée est notifiée par lettre recommandée.
Le bureau central d'interprétation peut déposer une réclamation écrite soit auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement, soit auprès du Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, en fonction de l'agence prononçant la sanction. La réclamation doit être introduite sous peine de déchéance dans les quatorze jours de la réception de la signification. Après examen des réclamations, le Ministre flamand précité confirme ou infirme la sanction.
1° déléguer un représentant au conseil d'administration du bureau central d'interprétation. Ce représentant de l'agence concernée a le droit de s'exprimer et d'émettre des recommandations ;
2° augmenter la fréquence des rapports, mentionnés dans l'accord de coopération, et définir des éléments supplémentaires de rapport ;
3° recouvrer en tout ou en partie les frais de fonctionnement mentionnés dans l'accord de coopération.
Le bureau central d'interprétation inclut la possibilité, visée à l'alinéa 1er, 1°, dans ses statuts.
En cas de fautes, chacune des agences détermine quelle sanction est la plus appropriée et notifie la décision au bureau central d'interprétation. La décision motivée est notifiée par lettre recommandée.
Le bureau central d'interprétation peut déposer une réclamation écrite soit auprès du Ministre flamand chargé de l'enseignement, soit auprès du Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, en fonction de l'agence prononçant la sanction. La réclamation doit être introduite sous peine de déchéance dans les quatorze jours de la réception de la signification. Après examen des réclamations, le Ministre flamand précité confirme ou infirme la sanction.
Art. 14. De personeelsleden van het centraal tolkenbureau worden vergoed overeenkomstig de voor de voorzieningen voor opvang van personen met een handicap vastgestelde reglementaire barema's en anciënniteitsregeling.
Het centraal tolkenbureau beslist over de barema's die toegepast worden voor de directeur en de overige personeelsleden.
Het centraal tolkenbureau beslist over de barema's die toegepast worden voor de directeur en de overige personeelsleden.
Art. 14. Les membres du personnel du bureau central d'interprétation sont rémunérés suivant les barèmes et le régime d'ancienneté réglementaires fixés pour les structures d'accueil des personnes handicapées.
Le bureau central d'interprétation statue sur les barèmes appliqués au directeur et aux autres membres du personnel.
Le bureau central d'interprétation statue sur les barèmes appliqués au directeur et aux autres membres du personnel.
Art. 15. De vergoeding van de ten laste genomen dienstverlening, de personeels- en werkingskosten, alsook de kosten voor vlindertolken worden binnen de perken van de daarvoor op hun begroting ingeschreven kredieten door de agentschappen ten laste genomen, uitbetaald en geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten, vermeld in de samenwerkingsovereenkomst.
Art. 15. L'indemnisation des services pris en charge, les frais de personnel et de fonctionnement, ainsi que les frais des interprètes ambulants sont pris en charge, payés et indexés conformément aux modalités reprises dans l'accord de coopération, par les agences, dans les limites des crédits inscrits à cet effet à leur budget.
Art. 16. Het centraal tolkenbureau kan reserves aanleggen conform [1 artikel 72, § 1, van het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019]1, en die besteden conform [1 artikel 7 en 8 van het besluit van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring]1.
Art. 16. Le bureau central d'interprétation peut créer des réserves conformément à [1 l'article 72, § 1er, de l'Arrêté relatif au Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019]1, et les utiliser conformément [1 aux articles 7 et 8 de l'arrêté du 8 novembre 2013 relatif aux règles générales en matière de subventionnement]1.
Art. 17. De agentschappen bepalen in de samenwerkingsovereenkomst, de modaliteiten voor het toezicht op de naleving van de opdracht, vermeld in artikel 12, door het centraal tolkenbureau.
Art. 17. Les agences fixent dans l'accord de coopération les modalités du contrôle du respect de la mission visée à l'article 12 par le bureau central d'interprétation.
HOOFDSTUK 8. - Klachtenbemiddeling
CHAPITRE 8. - Traitement des réclamations
Art. 18. Het centraal tolkenbureau beschrijft de wijze waarop het opmerkingen, suggesties en klachten afhandelt.
De klachten worden afgehandeld op een wijze die aan de klager is aangepast, en houdt rekening met zijn ervaringen en inzichten.
De klachten worden afgehandeld op een wijze die aan de klager is aangepast, en houdt rekening met zijn ervaringen en inzichten.
Art. 18. Le bureau central d'interprétation décrit le mode de traitement des observations, suggestions et réclamations.
Les modalités selon lesquelles les réclamations sont traitées sont adaptées au réclamant, tout en tenant compte de ses expériences et connaissances.
Les modalités selon lesquelles les réclamations sont traitées sont adaptées au réclamant, tout en tenant compte de ses expériences et connaissances.
Art. 19. § 1. Elke belanghebbende kan altijd een klacht indienen bij de directie van het centraal tolkenbureau. De directie maakt bij de ontvangst van die klacht onmiddellijk melding ervan in een register dat daarvoor bestemd is.
De klacht kan door de indiener altijd ingetrokken worden.
§ 2. Het centraal tolkenbureau is ertoe gehouden binnen vijfenveertig dagen na de indiening van de klacht aan de indiener schriftelijk mee te delen welk gevolg aan de klacht wordt gegeven.
De klacht kan door de indiener altijd ingetrokken worden.
§ 2. Het centraal tolkenbureau is ertoe gehouden binnen vijfenveertig dagen na de indiening van de klacht aan de indiener schriftelijk mee te delen welk gevolg aan de klacht wordt gegeven.
Art. 19. § 1er. Tout intéressé peut toujours introduire une réclamation auprès de la direction du centre central d'interprétation. Dès réception de la réclamation, la direction en fait immédiatement état dans un registre destiné à cet effet.
L'auteur de la réclamation peut la retirer à tout moment.
§ 2. Dans les quarante-cinq jours après l'introduction de la réclamation, le bureau central d'interprétation est tenu d'informer, par écrit, l'auteur de la suite donnée à la réclamation.
L'auteur de la réclamation peut la retirer à tout moment.
§ 2. Dans les quarante-cinq jours après l'introduction de la réclamation, le bureau central d'interprétation est tenu d'informer, par écrit, l'auteur de la suite donnée à la réclamation.
Art. 20. § 1. Als de afhandeling van de klacht conform de procedure, vermeld in artikel 19, de indiener geen voldoening schenkt, kan die zich wenden tot de klachtencommissie.
Die klachtencommissie bestaat uit twee vertegenwoordigers van het VAPH, één vertegenwoordiger van het centraal tolkenbureau, één vertegenwoordiger van AgODi, één vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", twee vertegenwoordigers van de gebruikersverenigingen en één afgevaardigde van de Beroepsverening Vlaamse Gebarentaal Tolken.
§ 2. De klachtencommissie behandelt de klacht, hoort alle betrokken partijen en probeert ze te verzoenen.
De indiener van de klacht kan zich laten bijstaan door een derde.
De klachtencommissie deelt binnen vijfenveertig dagen nadat ze de klacht ter behandeling voorgelegd heeft gekregen, haar oordeel over de klacht schriftelijk mee aan de indiener en aan het centraal tolkenbureau.
§ 3. Als de klacht gegrond wordt bevonden, moet het centraal tolkenbureau binnen dertig dagen na de mededeling van het oordeel van de klachtencommissie aan de indiener schriftelijk meedelen welk gevolg eraan gegeven wordt.
§ 4. De klachtencommissie stelt een huishoudelijk reglement en een deontologische code op die gehanteerd wordt bij de behandeling van de klachten.
Die klachtencommissie bestaat uit twee vertegenwoordigers van het VAPH, één vertegenwoordiger van het centraal tolkenbureau, één vertegenwoordiger van AgODi, één vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", twee vertegenwoordigers van de gebruikersverenigingen en één afgevaardigde van de Beroepsverening Vlaamse Gebarentaal Tolken.
§ 2. De klachtencommissie behandelt de klacht, hoort alle betrokken partijen en probeert ze te verzoenen.
De indiener van de klacht kan zich laten bijstaan door een derde.
De klachtencommissie deelt binnen vijfenveertig dagen nadat ze de klacht ter behandeling voorgelegd heeft gekregen, haar oordeel over de klacht schriftelijk mee aan de indiener en aan het centraal tolkenbureau.
§ 3. Als de klacht gegrond wordt bevonden, moet het centraal tolkenbureau binnen dertig dagen na de mededeling van het oordeel van de klachtencommissie aan de indiener schriftelijk meedelen welk gevolg eraan gegeven wordt.
§ 4. De klachtencommissie stelt een huishoudelijk reglement en een deontologische code op die gehanteerd wordt bij de behandeling van de klachten.
Art. 20. § 1er. Si le traitement de la réclamation, conformément à la procédure visée à l'article 19, ne donne toujours pas satisfaction à l'auteur de la réclamation, celui-ci peut s'adresser à la commission des réclamations.
Cette commission des réclamations se compose de deux représentants de la VAPH, d'un représentant du bureau central d'interprétation, d'un représentant de l'AgODi, d'un représentant du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), de deux représentants des associations d'utilisateurs et d'un représentant de l'organisation professionnelle " Beroepsverening Vlaamse Gebarentaal Tolken ".
§ 2. La commission des réclamations traite la réclamation, entend toutes les parties concernées et tente de les réconcilier.
L'auteur de la réclamation peut se faire assister par un tiers.
Dans les quarante-cinq jours après avoir reçu la réclamation en vue de son traitement, la commission des réclamations informe par écrit l'auteur et le bureau central d'interprétation de son avis sur la réclamation.
§ 3. Si la réclamation est jugée fondée, le bureau central d'interprétation doit informer par écrit l'auteur de la suite donnée à sa réclamation dans les trente jours suivant la communication de l'avis de la commission des réclamations.
§ 4. La commission des réclamations établit un règlement d'ordre intérieur et un code déontologique pour le traitement des réclamations.
Cette commission des réclamations se compose de deux représentants de la VAPH, d'un représentant du bureau central d'interprétation, d'un représentant de l'AgODi, d'un représentant du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), de deux représentants des associations d'utilisateurs et d'un représentant de l'organisation professionnelle " Beroepsverening Vlaamse Gebarentaal Tolken ".
§ 2. La commission des réclamations traite la réclamation, entend toutes les parties concernées et tente de les réconcilier.
L'auteur de la réclamation peut se faire assister par un tiers.
Dans les quarante-cinq jours après avoir reçu la réclamation en vue de son traitement, la commission des réclamations informe par écrit l'auteur et le bureau central d'interprétation de son avis sur la réclamation.
§ 3. Si la réclamation est jugée fondée, le bureau central d'interprétation doit informer par écrit l'auteur de la suite donnée à sa réclamation dans les trente jours suivant la communication de l'avis de la commission des réclamations.
§ 4. La commission des réclamations établit un règlement d'ordre intérieur et un code déontologique pour le traitement des réclamations.
Art. 21. In afwijking van artikel 19 moet vooraf geen klacht bij de directie van het centraal tolkenbureau ingediend worden als de klacht handelt over het centraal tolkenbureau. De indiener kan zijn klacht onmiddellijk voorleggen aan de klachtencommissie, vermeld in artikel 20.
Art. 21. Par dérogation à l'article 19, il n'est pas nécessaire qu'une réclamation soit introduite préalablement auprès de la direction du bureau central d'interprétation, si la réclamation porte sur le bureau central d'interprétation. L'auteur peut directement introduire sa réclamation auprès de la commission des réclamations, visée à l'article 20.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 22. Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste nemen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt opgeheven.
Art. 22. L'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 1994 fixant les règles suivant lesquelles l'agence " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour Personnes handicapées) peut prendre en charge les frais d'assistance pour les interprètes gestuels, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, est abrogé.
Art. 23. § 1. Dit besluit treedt voor het beleidsdomein Onderwijs in werking op 1 december 2015, met uitzondering van artikel 4 en artikel 11, die in werking treden op 19 december 2015, en met uitzondering van de artikelen 7 en 13.
§ 2. Dit besluit treedt voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in werking op 1 december 2015, met uitzondering van de artikelen 7 en 13.
§ 2. Dit besluit treedt voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in werking op 1 december 2015, met uitzondering van de artikelen 7 en 13.
Art. 23. § 1er. Pour ce qui est du domaine politique de l'Enseignement, le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2015, à l'exception des articles 4 et 11, qui entrent en vigueur le 19 décembre 2015, et à l'exception des articles 7 et 13.
§ 2. Pour ce qui est du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2015, à l'exception des articles 7 et 13.
§ 2. Pour ce qui est du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2015, à l'exception des articles 7 et 13.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et le Ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.