Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 MAART 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-04-2017 en tekstbijwerking tot 19-04-2021)
Titre
10 MARS 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-04-2017 et mise à jour au 19-04-2021)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, wat betreft de gereglementeerde beroepen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde en gefinancierde onderwijsinstellingen, met uitzondering van het hoger onderwijs.
Article 1er. Le présent arrêté prévoit la transposition de la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, pour ce qui est des professions réglementées dans des établissements d'enseignement subventionnés et financés par la Communauté flamande, à l'exception de l'enseignement supérieur.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° richtlijn: de Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
2° decreet: het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
3° Lidstaat: lidstaat van de Europese Unie alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;
4° derde land: staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;
[1 4/1° beroepskwalificaties: de kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest als vermeld in artikel 22, 1°, a), van het decreet, of beroepservaring;
4/2° opleidingstitel: een diploma, een certificaat of een andere titel die afgegeven is door een autoriteit die volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat is aangewezen, ter afsluiting van een beroepsopleiding die overwegend in de Europese Unie of de Europese Economische ruimte is gevolgd. Met een opleidingstitel wordt ook gelijkgesteld elke opleidingstitel die afgegeven is in een derde land, als de houder ervan in het beroep in kwestie een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de opleidingstitel in kwestie heeft erkend en als die lidstaat de beroepservaring bevestigt;]1
5° aanvrager: onderdaan van een Lidstaat die zijn beroepskwalificaties in een andere lidstaat dan België heeft verkregen, of onderdaan van een derde land die op basis van een andere richtlijn onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt en die om de erkenning hiervan vraagt met het oog op de uitoefening van een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling;
6° conformiteitsattest: de administratieve verklaring waarin staat dat aan de aanvrager de toegang wordt verleend tot een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, met uitzondering van het hoger onderwijs;
7° gereglementeerd beroep: een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden, dat conform artikel 59 van de richtlijn voorkomt op de lijst van de bestaande gereglementeerde beroepen, en waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, zoals bepaald in artikel 3, § 1, a) van het decreet. Meer bepaald het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening;
8° bevoegde dienst: de entiteit binnen het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming die advies verleent over conformiteitsaanvragen, zorgt voor de administratieve opvolging ervan, en instaat voor de uitvoering van het waarschuwingsmechanisme;
9° vakgebieden die wezenlijk verschillen: vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua [1 ...]1 inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die vereist is in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, conform artikel 25, § 4, van het decreet.
1° richtlijn: de Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
2° decreet: het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
3° Lidstaat: lidstaat van de Europese Unie alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;
4° derde land: staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;
[1 4/1° beroepskwalificaties: de kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest als vermeld in artikel 22, 1°, a), van het decreet, of beroepservaring;
4/2° opleidingstitel: een diploma, een certificaat of een andere titel die afgegeven is door een autoriteit die volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat is aangewezen, ter afsluiting van een beroepsopleiding die overwegend in de Europese Unie of de Europese Economische ruimte is gevolgd. Met een opleidingstitel wordt ook gelijkgesteld elke opleidingstitel die afgegeven is in een derde land, als de houder ervan in het beroep in kwestie een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de opleidingstitel in kwestie heeft erkend en als die lidstaat de beroepservaring bevestigt;]1
5° aanvrager: onderdaan van een Lidstaat die zijn beroepskwalificaties in een andere lidstaat dan België heeft verkregen, of onderdaan van een derde land die op basis van een andere richtlijn onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt en die om de erkenning hiervan vraagt met het oog op de uitoefening van een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling;
6° conformiteitsattest: de administratieve verklaring waarin staat dat aan de aanvrager de toegang wordt verleend tot een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, met uitzondering van het hoger onderwijs;
7° gereglementeerd beroep: een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden, dat conform artikel 59 van de richtlijn voorkomt op de lijst van de bestaande gereglementeerde beroepen, en waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, zoals bepaald in artikel 3, § 1, a) van het decreet. Meer bepaald het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening;
8° bevoegde dienst: de entiteit binnen het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming die advies verleent over conformiteitsaanvragen, zorgt voor de administratieve opvolging ervan, en instaat voor de uitvoering van het waarschuwingsmechanisme;
9° vakgebieden die wezenlijk verschillen: vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua [1 ...]1 inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die vereist is in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, conform artikel 25, § 4, van het decreet.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° directive : la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ;
2° décret : le décret du 24 février 2017 transposant partiellement la directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ;
3° Etat membre : un Etat membre de l'Union européenne ainsi que les autres états auxquels s'applique la directive ;
4° pays tiers : un état auquel la directive ne s'applique pas ;
[1 4/1° qualifications professionnelles : les qualifications attestées par un titre de formation, une attestation de compétence visée à l'article 22, 1° a) du décret ou une expérience professionnelle;
4/2° titre de formation : les diplômes, certificats et autres titres délivrés par une autorité désignée en vertu des dispositions législatives ou administratives d'un Etat membre et sanctionnant une formation professionnelle acquise principalement dans l'Union européenne ou l'Espace économique européen. Est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers lorsque son titulaire a, dans la profession concernée, une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu ledit titre et lorsque l'Etat membre certifie cette expérience professionnelle;]1
5° demandeur : un ressortissant d'un Etat membre qui a obtenu ses qualifications professionnelles dans un Etat membre autre que la Belgique ou un ressortissant d'un pays tiers qui, sur la base d'une autre directive, entre dans le champ d'application de la directive et qui demande la reconnaissance de ses qualifications en vue de l'exercice d'une profession réglementée dans un établissement subventionné ou financé par la Communauté flamande ;
6° attestation de conformité : la déclaration administrative conférant au demandeur l'accès à une profession réglementée dans un établissement subventionné ou financé par la Communauté flamande, à l'exception de l'enseignement supérieur ;
7° profession réglementée : une activité ou un ensemble d'activités professionnelles, qui, conformément à l'article 59 de la directive figure sur la liste des professions réglementées existantes et dont l'accès, l'exercice ou une des modalités d'exercice est subordonné directement ou indirectement, en vertu de dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession de qualifications professionnelles déterminées, telles que visées à l'article 3, § 1er, a) du décret. Notamment l'utilisation d'un titre professionnel limitée par des dispositions législatives, réglementaires ou administratives aux détenteurs d'une qualification professionnelle donnée constitue notamment une modalité d'exercice ;
8° service compétent : l'entité au sein du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation qui émet des avis sur les demandes de conformité, assure le suivi administratif et veille à l'application du mécanisme d'alerte ;
9° matières substantiellement différentes : des matières dont la connaissance, les aptitudes et compétences sont essentielles à l'exercice de la profession et pour lesquelles la formation reçue par le demandeur présente des différences importantes en termes [1 ...]1 de contenu par rapport à la formation exigée dans un établissement d'enseignement subventionné ou financé par la Communauté flamande, conformément à l'article 25, § 4, du décret.
1° directive : la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ;
2° décret : le décret du 24 février 2017 transposant partiellement la directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ;
3° Etat membre : un Etat membre de l'Union européenne ainsi que les autres états auxquels s'applique la directive ;
4° pays tiers : un état auquel la directive ne s'applique pas ;
[1 4/1° qualifications professionnelles : les qualifications attestées par un titre de formation, une attestation de compétence visée à l'article 22, 1° a) du décret ou une expérience professionnelle;
4/2° titre de formation : les diplômes, certificats et autres titres délivrés par une autorité désignée en vertu des dispositions législatives ou administratives d'un Etat membre et sanctionnant une formation professionnelle acquise principalement dans l'Union européenne ou l'Espace économique européen. Est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers lorsque son titulaire a, dans la profession concernée, une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu ledit titre et lorsque l'Etat membre certifie cette expérience professionnelle;]1
5° demandeur : un ressortissant d'un Etat membre qui a obtenu ses qualifications professionnelles dans un Etat membre autre que la Belgique ou un ressortissant d'un pays tiers qui, sur la base d'une autre directive, entre dans le champ d'application de la directive et qui demande la reconnaissance de ses qualifications en vue de l'exercice d'une profession réglementée dans un établissement subventionné ou financé par la Communauté flamande ;
6° attestation de conformité : la déclaration administrative conférant au demandeur l'accès à une profession réglementée dans un établissement subventionné ou financé par la Communauté flamande, à l'exception de l'enseignement supérieur ;
7° profession réglementée : une activité ou un ensemble d'activités professionnelles, qui, conformément à l'article 59 de la directive figure sur la liste des professions réglementées existantes et dont l'accès, l'exercice ou une des modalités d'exercice est subordonné directement ou indirectement, en vertu de dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession de qualifications professionnelles déterminées, telles que visées à l'article 3, § 1er, a) du décret. Notamment l'utilisation d'un titre professionnel limitée par des dispositions législatives, réglementaires ou administratives aux détenteurs d'une qualification professionnelle donnée constitue notamment une modalité d'exercice ;
8° service compétent : l'entité au sein du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation qui émet des avis sur les demandes de conformité, assure le suivi administratif et veille à l'application du mécanisme d'alerte ;
9° matières substantiellement différentes : des matières dont la connaissance, les aptitudes et compétences sont essentielles à l'exercice de la profession et pour lesquelles la formation reçue par le demandeur présente des différences importantes en termes [1 ...]1 de contenu par rapport à la formation exigée dans un établissement d'enseignement subventionné ou financé par la Communauté flamande, conformément à l'article 25, § 4, du décret.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van beroepskwalificaties
CHAPITRE 2. - Reconnaissance des qualifications professionnelles
Art. 3. De aanvragers die houder zijn van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22 van het decreet, dienen hun aanvraag in bij de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 3. Les demandeurs qui sont titulaires d'une qualification professionnelle telle que visée à l'article 22 du décret, déposent leur demande auprès du service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 4. De aanvraag wordt behandeld op basis van een dossier met ten minste de volgende documenten als die van toepassing zijn:
1° het aanvraagformulier;
2° een nationaliteitsbewijs;
3° een kopie van de diploma's of getuigschriften, vermeld in het aanvraagformulier, met het bijbehorende diploma- of getuigschriftsupplement;
4° [2 in voorkomend geval kan de bevoegde dienst de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de opleiding. Als de aanvrager die informatie niet kan verstrekken, richt de bevoegde dienst zich tot het contactpunt, de bevoegde autoriteit, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet, of iedere andere relevante instelling van de lidstaat waar het diploma of getuigschrift is uitgereikt;]2
5° [1 ...]1
6° een verklaring van een bevoegde autoriteit van de lidstaat, waaruit blijkt dat het diploma of getuigschrift van de aanvrager, behaald in een derde land, erkend is als toegang tot het desbetreffende gereglementeerde beroep, en dat bevestigt dat de betrokkene over de vereiste beroepservaring beschikt;
7° documenten die relevante beroepservaring kunnen aantonen.
[2 ...]2
[1 ...]1
De bevoegde dienst bevestigt de ontvangst binnen vijftien kalenderdagen aan de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken.
1° het aanvraagformulier;
2° een nationaliteitsbewijs;
3° een kopie van de diploma's of getuigschriften, vermeld in het aanvraagformulier, met het bijbehorende diploma- of getuigschriftsupplement;
4° [2 in voorkomend geval kan de bevoegde dienst de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de opleiding. Als de aanvrager die informatie niet kan verstrekken, richt de bevoegde dienst zich tot het contactpunt, de bevoegde autoriteit, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet, of iedere andere relevante instelling van de lidstaat waar het diploma of getuigschrift is uitgereikt;]2
5° [1 ...]1
6° een verklaring van een bevoegde autoriteit van de lidstaat, waaruit blijkt dat het diploma of getuigschrift van de aanvrager, behaald in een derde land, erkend is als toegang tot het desbetreffende gereglementeerde beroep, en dat bevestigt dat de betrokkene over de vereiste beroepservaring beschikt;
7° documenten die relevante beroepservaring kunnen aantonen.
[2 ...]2
[1 ...]1
De bevoegde dienst bevestigt de ontvangst binnen vijftien kalenderdagen aan de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken.
Art. 4. La demande est traitée sur la base d'un dossier avec au moins les documents suivants si ceux-ci sont d'application :
1° le formulaire de demande ;
2° la preuve de nationalité ;
3° une copie des diplômes ou certificats mentionnés dans le formulaire de demande avec le supplément au diplôme ou au certificat correspondant ;
4° [2 2021041029]2
5° [1 ...]1
6° une déclaration d'une autorité compétente de l'Etat membre attestant que le diplôme ou le certificat du demandeur obtenu dans un pays tiers est reconnu comme donnant accès à la profession réglementée concernée et confirmant que l'intéressé dispose de l'expérience professionnelle exigée ;
7° des documents attestant d'une expérience professionnelle pertinente.
[2 ...]2
[1 ...]1
Le service compétent en accuse réception au demandeur dans les quinze jours calendaires et l'informe le cas échéant de tout document manquant.
1° le formulaire de demande ;
2° la preuve de nationalité ;
3° une copie des diplômes ou certificats mentionnés dans le formulaire de demande avec le supplément au diplôme ou au certificat correspondant ;
4° [2 2021041029]2
5° [1 ...]1
6° une déclaration d'une autorité compétente de l'Etat membre attestant que le diplôme ou le certificat du demandeur obtenu dans un pays tiers est reconnu comme donnant accès à la profession réglementée concernée et confirmant que l'intéressé dispose de l'expérience professionnelle exigée ;
7° des documents attestant d'une expérience professionnelle pertinente.
[2 ...]2
[1 ...]1
Le service compétent en accuse réception au demandeur dans les quinze jours calendaires et l'informe le cas échéant de tout document manquant.
Art. 5. De aanvraag van de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22 van het decreet, wordt beoordeeld door de bevoegde dienst op basis van de ingediende documenten.
Art. 5. La demande du titulaire de la qualification professionnelle telle que visée à l'article 22 du décret est évaluée par le service compétent sur la base des documents soumis.
Art. 6. De leidend ambtenaar van de bevoegde dienst kan alleen één van de volgende beslissingen nemen:
1° een conformiteitsattest wordt afgeleverd;
2° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de aanvrager nog aangeduide tekorten moet wegwerken via compenserende maatregelen als vermeld in artikel 9 van dit besluit. Die beslissing wordt gemotiveerd;
3° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de toepassingsvoorwaarden van het decreet niet vervuld zijn. Die beslissing wordt gemotiveerd.
[1 De beslissing tot compenserende maatregelen als vermeld in artikel 9 van dit besluit wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, vermeld in artikel 25, § 5, van het decreet.]1
1° een conformiteitsattest wordt afgeleverd;
2° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de aanvrager nog aangeduide tekorten moet wegwerken via compenserende maatregelen als vermeld in artikel 9 van dit besluit. Die beslissing wordt gemotiveerd;
3° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de toepassingsvoorwaarden van het decreet niet vervuld zijn. Die beslissing wordt gemotiveerd.
[1 De beslissing tot compenserende maatregelen als vermeld in artikel 9 van dit besluit wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, vermeld in artikel 25, § 5, van het decreet.]1
Art. 6. Le fonctionnaire dirigeant du service compétent ne peut prendre que l'une des décisions ci-après :
1° la délivrance d'une attestation de conformité ;
2° la non-délivrance d'une attestation de conformité parce que le demandeur doit encore combler par des mesures de compensation telles que visées à l'article 9 du présent arrêté les manques identifiés. Cette décision est motivée ;
3° la non-délivrance d'une attestation de conformité parce que les conditions d'application du décret ne sont pas remplies. Cette décision est motivée.
[1 La décision relative aux mesures de compensation telle que visée à l'article 9 du présent arrêté est appliquée dans le respect du principe de proportionnalité, visé à l'article 25, § 5, du décret.]1
1° la délivrance d'une attestation de conformité ;
2° la non-délivrance d'une attestation de conformité parce que le demandeur doit encore combler par des mesures de compensation telles que visées à l'article 9 du présent arrêté les manques identifiés. Cette décision est motivée ;
3° la non-délivrance d'une attestation de conformité parce que les conditions d'application du décret ne sont pas remplies. Cette décision est motivée.
[1 La décision relative aux mesures de compensation telle que visée à l'article 9 du présent arrêté est appliquée dans le respect du principe de proportionnalité, visé à l'article 25, § 5, du décret.]1
Art. 7. De beslissing van de leidend ambtenaar van de bevoegde dienst, ter uitvoering van artikel 6, wordt genomen binnen een termijn van dertig kalenderdagen die aanvangt op het moment dat het dossier volledig is.
Art. 7. La décision du fonctionnaire dirigeant du service compétent, en application de l'article 6, est prise dans un délai de trente jours calendaires prenant cours au moment où le dossier est complet.
Art. 8. De tekorten, vermeld in artikel 6, 2°, kunnen, conform artikel 25, § 1, van het decreet, alleen de volgende zijn:
1° wezenlijk verschillende vakken;
2° wezenlijke verschillen in de beroepsinhoud.
1° wezenlijk verschillende vakken;
2° wezenlijke verschillen in de beroepsinhoud.
Art. 8. Conformément à l'article 25, § 1er, du décret, seuls les manques suivants visés à l'article 6, 2°, sont admis :
1° des matières substantiellement différentes ;
2° des différences substantielles de contenu de la profession.
1° des matières substantiellement différentes ;
2° des différences substantielles de contenu de la profession.
Art. 9. De tekorten, vermeld in artikel 6, 2°, kunnen, volgens de modaliteiten van artikel 25 van het decreet, gecompenseerd worden op een van de volgende wijzen:
1° succesvol een proeve van bekwaamheid afleggen;
2° succesvol een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorlopen.
De onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs of een daartoe bevoegde examencommissie nemen in functie van de vastgestelde tekorten de proeve van bekwaamheid, vermeld in het eerste lid, 1°, af.
De leidend ambtenaar van de bevoegde dienst beslist op basis van het stageverslag van de instelling waar de stage doorlopen is of de aanpassingsstage, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft voldaan als compenserende maatregel om de vastgestelde tekorten weg te werken.
De kosten die verbonden zijn aan de proeve van bekwaamheid respectievelijk de aanpassingsstage zijn ten laste van de aanvrager.
1° succesvol een proeve van bekwaamheid afleggen;
2° succesvol een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorlopen.
De onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs of een daartoe bevoegde examencommissie nemen in functie van de vastgestelde tekorten de proeve van bekwaamheid, vermeld in het eerste lid, 1°, af.
De leidend ambtenaar van de bevoegde dienst beslist op basis van het stageverslag van de instelling waar de stage doorlopen is of de aanpassingsstage, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft voldaan als compenserende maatregel om de vastgestelde tekorten weg te werken.
De kosten die verbonden zijn aan de proeve van bekwaamheid respectievelijk de aanpassingsstage zijn ten laste van de aanvrager.
Art. 9. Selon les modalités de l'article 25 du décret, il peut être remédié aux manques visés à l'article 6, 2°, par l'une des deux actions suivantes :
1° passer une épreuve d'aptitude ;
2° accomplir un stage d'adaptation pendant trois ans au maximum.
Les institutions d'enseignement supérieur, les centres d'éducation des adultes ou le jury compétent font passer l'épreuve d'aptitude, visée au 1°, au demandeur en fonction des manques constatés.
Le fonctionnaire dirigeant du service compétent décide sur la base du rapport de stage de l'institution où le stage a été accompli si le stage d'adaptation visé à l'alinéa 1er, 2°, suffit comme mesure de compensation pour combler les manques identifiés.
Les frais encourus pour l'épreuve d'aptitude respectivement le stage d'adaptation sont à charge du demandeur.
1° passer une épreuve d'aptitude ;
2° accomplir un stage d'adaptation pendant trois ans au maximum.
Les institutions d'enseignement supérieur, les centres d'éducation des adultes ou le jury compétent font passer l'épreuve d'aptitude, visée au 1°, au demandeur en fonction des manques constatés.
Le fonctionnaire dirigeant du service compétent décide sur la base du rapport de stage de l'institution où le stage a été accompli si le stage d'adaptation visé à l'alinéa 1er, 2°, suffit comme mesure de compensation pour combler les manques identifiés.
Les frais encourus pour l'épreuve d'aptitude respectivement le stage d'adaptation sont à charge du demandeur.
Art. 10. Zodra de aanvrager de aangeduide tekorten, vermeld in artikel 6,2°, via de compenserende maatregelen succesvol weggewerkt heeft, wordt het conformiteitsattest uitgereikt.
Art. 10. Dès que le demandeur aura comblé avec succès les manques constatés, visés à l'article 6, 2°, via les mesures de compensation, l'attestation de conformité est délivrée.
Art. 11. Het conformiteitsattest vermeldt de redenen waarom de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de richtlijn.
Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens van de aanvrager:
1° de voor- en achternaam;
2° de geboortedatum en -plaats.
Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens over de ambten waartoe de aanvrager toegang wordt verleend:
1° de ambten met de desgevallend daaraan verbonden vakken, specialiteiten, leerjaren, opleidingen of modules waartoe aan de aanvrager toegang wordt verleend;
2° de salarisschaal of salarisschalen die verbonden zijn aan de ambten op de datum van het conformiteitsattest;
3° de beroepstitel en de wettelijke opleidingstitel, met de eventuele afkorting ervan, verleend in het land van oorsprong of herkomst, samen met de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die die titel heeft verleend.
Het conformiteitsattest wordt bekleed met het zegel van de Vlaamse Gemeenschap.
Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens van de aanvrager:
1° de voor- en achternaam;
2° de geboortedatum en -plaats.
Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens over de ambten waartoe de aanvrager toegang wordt verleend:
1° de ambten met de desgevallend daaraan verbonden vakken, specialiteiten, leerjaren, opleidingen of modules waartoe aan de aanvrager toegang wordt verleend;
2° de salarisschaal of salarisschalen die verbonden zijn aan de ambten op de datum van het conformiteitsattest;
3° de beroepstitel en de wettelijke opleidingstitel, met de eventuele afkorting ervan, verleend in het land van oorsprong of herkomst, samen met de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die die titel heeft verleend.
Het conformiteitsattest wordt bekleed met het zegel van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 11. L'attestation de conformité mentionne les raisons pour lesquelles le demandeur répond aux conditions énoncées par la directive.
L'attestation de conformité mentionne au moins les données suivantes du demandeur :
1° le nom et le prénom ;
2° la date et le lieu de naissance.
L'attestation de conformité mentionne les informations suivantes sur les fonctions auxquelles le demandeur obtient l'accès :
1° les fonctions ainsi que, le cas échéant, les branches, spécialités, années d'études, formations ou modules y afférents auxquels le demandeur obtient l'accès ;
2° l'échelle de traitement ou les échelles de traitement liées à l'exercice des fonctions à la date de l'attestation de conformité ;
3° le titre professionnel et le titre de formation licite, éventuellement l'abréviation de ce titre, conféré dans le pays d'origine ou de provenance ainsi que le nom et le lieu de l'établissement ou du jury qui a conféré ce titre.
L'attestation de conformité porte le sceau de la Communauté flamande.
L'attestation de conformité mentionne au moins les données suivantes du demandeur :
1° le nom et le prénom ;
2° la date et le lieu de naissance.
L'attestation de conformité mentionne les informations suivantes sur les fonctions auxquelles le demandeur obtient l'accès :
1° les fonctions ainsi que, le cas échéant, les branches, spécialités, années d'études, formations ou modules y afférents auxquels le demandeur obtient l'accès ;
2° l'échelle de traitement ou les échelles de traitement liées à l'exercice des fonctions à la date de l'attestation de conformité ;
3° le titre professionnel et le titre de formation licite, éventuellement l'abréviation de ce titre, conféré dans le pays d'origine ou de provenance ainsi que le nom et le lieu de l'établissement ou du jury qui a conféré ce titre.
L'attestation de conformité porte le sceau de la Communauté flamande.
Art. 12. Voor de gereglementeerde beroepen arts, psycholoog, kinesitherapeut, ergotherapeut, logopedist en verpleger wordt de erkenning voor toegang tot en uitoefening van het beroep, afgeleverd door de overheidsdienst die bevoegd is voor het overeenstemmende gereglementeerde beroep dat opgenomen is in de Europese Richtlijn 2005/36, beschouwd als een conformiteitsattest.
Art. 12. Pour les professions réglementées de médecin, de psychologue, de kinésithérapeute, d'ergothérapeute, de logopède et d'infirmier, la reconnaissance pour l'accès à la profession et son exercice, accordée par le service public compétent pour la profession réglementée correspondante couverte par la Directive européenne 2005/36, est considérée comme une attestation de conformité.
Art. 13. Het conformiteitsattest wordt beschouwd als een bekwaamheidsbewijs van de categorie " vereiste bekwaamheidsbewijzen " als vermeld in de koninklijke besluiten en de besluiten van de Vlaamse Regering, vermeld in artikelen 16 tot 27.
Art. 13. L'attestation de conformité est considérée comme un titre de la catégorie " titres requis " tels que visés aux arrêtés royaux et aux arrêtés du Gouvernement flamand, visés aux articles 16 à 27.
Art. 14. Onverminderd de bepalingen van artikel 12, wordt aan de houder van een Europese beroepskaart die conform de door de Europese Commissie vastgestelde relevante uitvoeringshandelingen uitgereikt is, een conformiteitsattest afgeleverd.
Art. 14. Sans préjudice des dispositions de l'article 12, le détenteur d'une carte professionnelle européenne qui a été délivrée conformément aux actes d'exécution pertinents fixés par la Commission européenne reçoit une attestation de conformité.
HOOFDSTUK 3. - Waarschuwingsmechanisme
CHAPITRE 3. - Mécanisme d'alerte
Art. 15. § 1.De bevoegde dienst zal het schoolbestuur of de inrichtende macht van het betrokken personeelslid binnen drie dagen verwittigen zodra ze over dat personeelslid een waarschuwingsmelding ontvangt uit een andere lidstaat conform artikel 38 van het decreet.
De inrichtende macht of het schoolbestuur moet bij de aanstelling van een personeelslid waarop conform artikel 38 van het decreet een waarschuwing kan rusten altijd bij de bevoegde dienst de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet raadplegen.
§ 2. Voor een personeelslid van een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, waarop een waarschuwing rust conform artikel 38 van het decreet, zal de bevoegde dienst binnen drie dagen de beslissing van de bevoegde rechtbank melden aan de lidstaten.
De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk ervan op de hoogte dat het opgenomen is op de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet, en meldt eventuele wijzigingen.
De waarschuwing bevat de identiteit, het beroep, de informatie over de nationale autoriteit of rechtbank die het besluit tot beperking of verbod genomen heeft, de reikwijdte van het verbod en de periode. Als de betrokkene in beroep gaat tegen de beslissing, moet dat ook vermeld worden in het waarschuwingsmechanisme.
§ 3. Binnen drie dagen na het einde van de schorsing of het beroepsverbod wordt de waarschuwing weer ingetrokken. De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk hiervan op de hoogte.
De inrichtende macht of het schoolbestuur moet bij de aanstelling van een personeelslid waarop conform artikel 38 van het decreet een waarschuwing kan rusten altijd bij de bevoegde dienst de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet raadplegen.
§ 2. Voor een personeelslid van een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, waarop een waarschuwing rust conform artikel 38 van het decreet, zal de bevoegde dienst binnen drie dagen de beslissing van de bevoegde rechtbank melden aan de lidstaten.
De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk ervan op de hoogte dat het opgenomen is op de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet, en meldt eventuele wijzigingen.
De waarschuwing bevat de identiteit, het beroep, de informatie over de nationale autoriteit of rechtbank die het besluit tot beperking of verbod genomen heeft, de reikwijdte van het verbod en de periode. Als de betrokkene in beroep gaat tegen de beslissing, moet dat ook vermeld worden in het waarschuwingsmechanisme.
§ 3. Binnen drie dagen na het einde van de schorsing of het beroepsverbod wordt de waarschuwing weer ingetrokken. De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk hiervan op de hoogte.
Art. 15. § 1er. Lorsque le service compétent reçoit une notification d'alerte sur un membre du personnel de la part d'un autre Etat membre conformément à l'article 38 du décret, il en avertira l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur du membre du personnel concerné dans les trois jours de la réception de la notification d'alerte.
Pour la désignation d'un membre du personnel qui pourrait faire l'objet d'un avertissement conformément à l'article 38 du décret, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit consulter la liste d'avertissement visée à l'article 38 du décret disponible auprès du service compétent.
§ 2. Pour un membre du personnel d'un établissement d'enseignement subventionné ou financé par la Communauté flamande faisant l'objet d'un avertissement conformément à l'article 38 du décret, le service compétent informera les Etats membres dans les trois jours de la décision du tribunal compétent.
Le service compétent informe par écrit le membre du personnel concerné du fait qu'il figure sur la liste d'avertissement visée à l'article 38 du décret et signale les modifications éventuelles.
L'avertissement contient l'identité, la profession, les informations sur l'autorité ou le tribunal national ayant imposé la restriction ou l'interdiction, l'étendue de l'interdiction et la période. Lorsque l'intéressé formule un recours contre la décision, ce recours doit être mentionné dans le mécanisme d'avertissement.
§ 3. Dans les trois jours de la fin de la suspension ou de l'interdiction d'exercer la profession, l'avertissement est retiré. Le service compétent en informe par écrit le membre du personnel concerné.
Pour la désignation d'un membre du personnel qui pourrait faire l'objet d'un avertissement conformément à l'article 38 du décret, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit consulter la liste d'avertissement visée à l'article 38 du décret disponible auprès du service compétent.
§ 2. Pour un membre du personnel d'un établissement d'enseignement subventionné ou financé par la Communauté flamande faisant l'objet d'un avertissement conformément à l'article 38 du décret, le service compétent informera les Etats membres dans les trois jours de la décision du tribunal compétent.
Le service compétent informe par écrit le membre du personnel concerné du fait qu'il figure sur la liste d'avertissement visée à l'article 38 du décret et signale les modifications éventuelles.
L'avertissement contient l'identité, la profession, les informations sur l'autorité ou le tribunal national ayant imposé la restriction ou l'interdiction, l'étendue de l'interdiction et la période. Lorsque l'intéressé formule un recours contre la décision, ce recours doit être mentionné dans le mécanisme d'avertissement.
§ 3. Dans les trois jours de la fin de la suspension ou de l'interdiction d'exercer la profession, l'avertissement est retiré. Le service compétent en informe par écrit le membre du personnel concerné.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 16. Aan artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 16. A l'article 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 19 juin 1967 fixant les titres des candidats aux fonctions de recrutement du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 17. Aan artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 1997 en 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 17. A l'article 2, alinéa 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 avril 1997 et 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 18. Aan artikel 1, § 1, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor wervingsambten van het administratief personeel van de onderwijsinstellingen en van de psycho-medisch-sociale centra van de Vlaamse Gemeenschap en voor de gesubsidieerde betrekkingen van het administratief personeel in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstellingen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 18. A l'article 1er, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 fixant les titres requis des candidats aux fonctions de recrutement du personnel administratif des établissements d'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux de la Communauté flamande et aux emplois subventionnés du personnel administratif des établissements d'enseignement subventionnés par la Communauté flamande, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 19. Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36 " toegevoegd.
Art. 19. A l'article 4, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 20. Aan artikel 5, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 20. A l'article 5, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 21. Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraar, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 21. A l'article 4, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire des maîtres de religion et des professeurs de religion, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 22. Aan artikel 5, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 22. A l'article 5, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 23. Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 23. A l'article 4, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse ", remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 24. Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 24. A l'article 4, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Arts plastiques ", remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 25. Aan artikel 2, § 1, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.
Art. 25. A l'article 2, § 1er, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est ajouté.
Art. 26. In artikel 2, § 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt tussen de woorden "de basiseducatie" en de zinsnede ", geldt" de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" ingevoegd.
Art. 26. A l'article 2, § 1er, 12°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, le membre de phrase " et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est inséré entre le membre de phrase " dans l'éducation de base " et le membre de phrase " , vaut automatiquement pour la nouvelle dénomination ".
Art. 27. In artikel 3, 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de individuele concordantie in het secundair volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011, wordt tussen de woorden "de basiseducatie" en de zinsnede ", geldt" de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" ingevoegd.
Art. 27. A l'article 3, 11°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011, le membre de phrase " et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36 " est inséré entre le membre de phrase " dans l'éducation de base " et le membre de phrase " , vaut automatiquement pour la nouvelle dénomination ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 28. Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010 en 3 juli 2015, wordt opgeheven.
Art. 28. L'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 relatif à la transposition de la Directive européenne 2005/36 pour des fonctions de recrutement dans l'enseignement et pour certaines fonctions dans l'éducation de base, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 juillet 2010 et 3 juillet 2015, est abrogé.
Art. 29. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 18 januari 2016.
Art. 29. Le présent arrêté produit ses effets le 18 janvier 2016.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.