Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-12-2017 en tekstbijwerking tot 19-06-2024)
Titre
19 DECEMBRE 2017. - Arrêté royal portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-12-2017 et mise à jour au 19-06-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2017032214
Datum: 2017-12-19
Info du document
Numac: 2017032214
Date: 2017-12-19
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITEL 2. - Inducements
TITEL 3. - Specifieke organisatorische regels v...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebeid
HOOFDSTUK 2. - Algoritmische handel
HOOFDSTUK 3. - Aanbieden van directe elektronis...
HOOFDSTUK 4. - Clearing member activiteit
TITEL 4. - Organisatorische vereisten voor inst...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebeid
HOOFDSTUK 2. - Vrijwaring van financiële instru...
Afdeling 1. - Vrijwaring van financiële instrum...
Afdeling 2. - Deponeren van financiële instrume...
Afdeling 3. - Deponeren van geldmiddelen van cl...
Afdeling 4. - Gebruik van financiële instrument...
Afdeling 5. - Oneigenlijk gebruik van zekerheid...
Afdeling 6. - Verslagen van externe accountants
HOOFDSTUK 3. - Productgovernancevereisten
TITEL 5. - Opheffings- en slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
TITRE 1er. - Dispositions générales
TITRE 2. - Incitations
TITRE 3. - Règles organisationnelles spécifique...
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
CHAPITRE 2. - Trading algorithmique
CHAPITRE 3. - Fourniture d'un accès électroniqu...
CHAPITRE 4. - Activité de membre compensateur
TITRE 4. - Exigences organisationnelles pour le...
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
CHAPITRE 2. - Sauvegarde des instruments financ...
Section 1re. - Sauvegarde des instruments finan...
Section 2. - Dépôt des instruments financiers d...
Section 3. - Dépôt des fonds de clients
Section 4. - Utilisation des instruments financ...
Section 5. - Utilisation inappropriée de contra...
Section 6. - Rapports des contrôleurs de comptes
CHAPITRE 3. - Exigences en matière de gouvernan...
TITRE 5. - Dispositions abrogatoires et finales
ANNEXE.
Tekst (46)
Texte (46)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU en van de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE et de la Directive Déléguée (UE) 2017/593 de la Commission du 7 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la sauvegarde des instruments financiers et des fonds des clients, les obligations applicables en matière de gouvernance des produits et les règles régissant l'octroi ou la perception de droits, de commissions ou de tout autre avantage pécuniaire ou non pécuniaire.
Art.2. Voor de toepassing van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt onder "professionele cliënt" een cliënt verstaan die voldoet aan de criteria die zijn vastgelegd in bijlage bij dit besluit.
Art.2. Pour l'application de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par "client professionnel", tout client respectant les critères définis dans l'annexe au présent arrêté.
Art.3. § 1. Voor de toepassing van dezelfde wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt onder "in aanmerking komende tegenpartij' verstaan:
1° beleggingsondernemingen;
2° kredietinstellingen;
3° verzekeringsondernemingen;
4° instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen;
5° pensioenfondsen en hun beheervennootschappen;
6° andere krachtens wetgeving van de Europese Unie of het nationale recht van een lidstaat vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen;
7° nationale regeringen en hun diensten, met inbegrip van de overheidsinstanties die op nationaal niveau belast zijn met het beheer van de overheidsschuld;
8° centrale banken;
9° supranationale organisaties.
Classificatie als in aanmerking komende tegenpartij overeenkomstig het eerste lid laat het recht van deze entiteiten onverlet om te verzoeken dat zij, in het algemeen dan wel per transactie, worden behandeld als cliënten waarvan de zakelijke betrekkingen met de gereglementeerde onderneming onderworpen zijn aan de voorschriften bepaald door en krachtens de artikelen 27 tot 28 van dezelfde wet.
§ 2. De volgende ondernemingen kunnen ook als in aanmerking komende tegenpartij worden behandeld: de ondernemingen die in een categorie cliënten vallen die overeenkomstig afdeling I, punt 1, 2 en 3 van bijlage bij dit besluit als professionele cliënten zijn aan te merken.
In geval van een transactie waarbij de potentiële tegenpartijen in verschillende rechtsgebieden gevestigd zijn, richt de gereglementeerde onderneming zich naar de status van de betrokken onderneming zoals deze is vastgelegd op grond van het recht of de maatregelen van de lidstaat waar deze onderneming gevestigd is.
Een gereglementeerde onderneming die overeenkomstig artikel 26, zevende lid, van dezelfde wet met dergelijke ondernemingen transacties sluit, verkrijgt van de potentiële tegenpartij de uitdrukkelijke bevestiging dat zij ermee instemt als in aanmerking komende tegenpartij te worden behandeld. Gereglementeerde ondernemingen mogen deze bevestiging in een algemene overeenkomst dan wel per transactie verkrijgen.
§ 3. Als in aanmerking komende tegenpartijen kunnen ook entiteiten van derde landen worden erkend die te vergelijken zijn met de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde categorieën van entiteiten.
Als in aanmerking komende tegenpartijen kunnen ook ondernemingen van derde landen worden erkend als de in paragraaf 2, eerste en tweede lid, bedoelde, onder dezelfde voorwaarden en vereisten als bepaald in dezelfde paragraaf.
1° beleggingsondernemingen;
2° kredietinstellingen;
3° verzekeringsondernemingen;
4° instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen;
5° pensioenfondsen en hun beheervennootschappen;
6° andere krachtens wetgeving van de Europese Unie of het nationale recht van een lidstaat vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen;
7° nationale regeringen en hun diensten, met inbegrip van de overheidsinstanties die op nationaal niveau belast zijn met het beheer van de overheidsschuld;
8° centrale banken;
9° supranationale organisaties.
Classificatie als in aanmerking komende tegenpartij overeenkomstig het eerste lid laat het recht van deze entiteiten onverlet om te verzoeken dat zij, in het algemeen dan wel per transactie, worden behandeld als cliënten waarvan de zakelijke betrekkingen met de gereglementeerde onderneming onderworpen zijn aan de voorschriften bepaald door en krachtens de artikelen 27 tot 28 van dezelfde wet.
§ 2. De volgende ondernemingen kunnen ook als in aanmerking komende tegenpartij worden behandeld: de ondernemingen die in een categorie cliënten vallen die overeenkomstig afdeling I, punt 1, 2 en 3 van bijlage bij dit besluit als professionele cliënten zijn aan te merken.
In geval van een transactie waarbij de potentiële tegenpartijen in verschillende rechtsgebieden gevestigd zijn, richt de gereglementeerde onderneming zich naar de status van de betrokken onderneming zoals deze is vastgelegd op grond van het recht of de maatregelen van de lidstaat waar deze onderneming gevestigd is.
Een gereglementeerde onderneming die overeenkomstig artikel 26, zevende lid, van dezelfde wet met dergelijke ondernemingen transacties sluit, verkrijgt van de potentiële tegenpartij de uitdrukkelijke bevestiging dat zij ermee instemt als in aanmerking komende tegenpartij te worden behandeld. Gereglementeerde ondernemingen mogen deze bevestiging in een algemene overeenkomst dan wel per transactie verkrijgen.
§ 3. Als in aanmerking komende tegenpartijen kunnen ook entiteiten van derde landen worden erkend die te vergelijken zijn met de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde categorieën van entiteiten.
Als in aanmerking komende tegenpartijen kunnen ook ondernemingen van derde landen worden erkend als de in paragraaf 2, eerste en tweede lid, bedoelde, onder dezelfde voorwaarden en vereisten als bepaald in dezelfde paragraaf.
Art.3. § 1er. Pour l'application de la même loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par "contreparties éligibles" :
1° les entreprises d'investissement ;
2° les établissements de crédit ;
3° les entreprises d'assurances ;
4° les organismes de placement collectif et leurs sociétés de gestion ;
5° les fonds de pensions et leurs sociétés de gestion ;
6° les autres établissements financiers agréés ou réglementés au titre du droit de l'Union européenne ou du droit national d'un Etat membre ;
7° les gouvernements nationaux et leurs services, y compris les organismes publics chargés de la gestion de la dette publique au niveau national ;
8° les banques centrales ;
9° les organisations supranationales.
Le classement comme contrepartie éligible conformément à l'alinéa 1er est sans préjudice du droit des entités concernées de demander, soit de manière générale, soit pour chaque transaction, à être traitées comme des clients dont les relations d'affaires avec l'entreprise réglementée relèvent des dispositions prévues par et en vertu des articles 27 à 28 de la même loi.
§ 2. Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles les entreprises qui relèvent d'une des catégories de clients qu'il convient de considérer comme des clients professionnels en application de la section I, points 1, 2 et 3, de l'annexe au présent arrêté.
Dans le cas d'une transaction où la contrepartie potentielle est établie dans un autre Etat membre, l'entreprise réglementée tient compte du statut de l'entreprise concernée, tel qu'il est défini par le droit ou les mesures en vigueur dans l'Etat membre où elle est établie.
L'entreprise réglementée qui conclut des transactions avec de telles entreprises conformément à l'article 26, alinéa 7, de la même loi, doit obtenir de la contrepartie potentielle la confirmation expresse qu'elle accepte d'être traitée comme contrepartie éligible. L'entreprise réglementée peut obtenir cette confirmation soit sous la forme d'un accord général, soit pour chaque transaction.
§ 3. Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles les entités de pays tiers équivalentes aux catégories d'entités mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles des entreprises de pays tiers telles que celles visées au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, dans les mêmes conditions et sous réserve des mêmes exigences que celles énoncées au même paragraphe.
1° les entreprises d'investissement ;
2° les établissements de crédit ;
3° les entreprises d'assurances ;
4° les organismes de placement collectif et leurs sociétés de gestion ;
5° les fonds de pensions et leurs sociétés de gestion ;
6° les autres établissements financiers agréés ou réglementés au titre du droit de l'Union européenne ou du droit national d'un Etat membre ;
7° les gouvernements nationaux et leurs services, y compris les organismes publics chargés de la gestion de la dette publique au niveau national ;
8° les banques centrales ;
9° les organisations supranationales.
Le classement comme contrepartie éligible conformément à l'alinéa 1er est sans préjudice du droit des entités concernées de demander, soit de manière générale, soit pour chaque transaction, à être traitées comme des clients dont les relations d'affaires avec l'entreprise réglementée relèvent des dispositions prévues par et en vertu des articles 27 à 28 de la même loi.
§ 2. Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles les entreprises qui relèvent d'une des catégories de clients qu'il convient de considérer comme des clients professionnels en application de la section I, points 1, 2 et 3, de l'annexe au présent arrêté.
Dans le cas d'une transaction où la contrepartie potentielle est établie dans un autre Etat membre, l'entreprise réglementée tient compte du statut de l'entreprise concernée, tel qu'il est défini par le droit ou les mesures en vigueur dans l'Etat membre où elle est établie.
L'entreprise réglementée qui conclut des transactions avec de telles entreprises conformément à l'article 26, alinéa 7, de la même loi, doit obtenir de la contrepartie potentielle la confirmation expresse qu'elle accepte d'être traitée comme contrepartie éligible. L'entreprise réglementée peut obtenir cette confirmation soit sous la forme d'un accord général, soit pour chaque transaction.
§ 3. Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles les entités de pays tiers équivalentes aux catégories d'entités mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
Peuvent également être traitées comme contreparties éligibles des entreprises de pays tiers telles que celles visées au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, dans les mêmes conditions et sous réserve des mêmes exigences que celles énoncées au même paragraphe.
Art.4. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° "wet van 2 augustus 2002": de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
2° "wet van 25 april 2014": de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
3° "wet van 25 oktober 2016": de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
4° "financieel instrument": een financieel instrument in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
5° "distributiekanalen": de distributiekanalen in de zin van artikel 1, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002;
6° "groep": voor een gereglementeerde onderneming: de groep waarvan deze onderneming deel uitmaakt, bestaande uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen en de deelnemingen van de moederonderneming en haar dochterondernemingen, alsook ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen;
7° "effectenfinancieringstransacties": een transactie in de zin van artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2015/2365 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik;
8° "erkend geldmarktfonds": een instelling voor collectieve belegging die in het kader van Richtlijn 2009/65/EG een vergunning heeft gekregen dan wel onder toezicht staat en, indien van toepassing, een vergunning van een autoriteit heeft gekregen naar het nationale recht van de lidstaat die de vergunning verleent, en die aan alle volgende voorwaarden voldoet :
(a) haar primaire beleggingsdoelstelling moet zijn dat de intrinsieke waarde van de instelling constant a pari (exclusief winsten) dan wel op de waarde van het aanvangskapitaal plus winsten wordt gehouden;
(b) om deze primaire beleggingsdoelstelling te verwezenlijken, mag zij uitsluitend beleggen in hoogwaardige geldmarktinstrumenten met een looptijd of een resterende looptijd van niet meer dan 397 dagen of met periodieke rendementsaanpassingen die aansluiten bij een dergelijke looptijd, en met een gewogen gemiddelde looptijd van 60 dagen. Zij mag deze doelstelling ook verwezenlijken door bij wijze van nevenactiviteit in deposito's bij kredietinstellingen te beleggen;
(c) zij moet liquiditeit verschaffen door afwikkeling op dezelfde dag of de dag daarop, "J + 1".
Voor de toepassing van punt b) wordt een geldmarktinstrument als hoogwaardig aangemerkt indien de beheervennootschap/ beleggingsonderneming haar eigen gedocumenteerde beoordeling van de kredietkwaliteit van geldmarktinstrumenten verricht die haar in staat stelt een geldmarktinstrument als hoogwaardig aan te merken. Wanneer een of meer door ESMA geregistreerde en gecontroleerde ratingbureaus een beoordeling van het instrument hebben verstrekt, houdt de beheervennootschap/ beleggingsonderneming rekening met onder meer die kredietratings;
9° "techniek van hoogfrequentie algoritmische handel" : elke algoritmische handelstechniek die wordt gekenmerkt door:
a) infrastructuur die bedoeld is om netwerk- en andere soorten latenties te minimaliseren, daaronder begrepen ten minste één van de volgende faciliteiten voor het invoeren van algoritmische orders: collocatie, proximity hosting of directe elektronische toegang met hoge snelheid;
b) het initiëren, genereren, geleiden of uitvoeren van orders door het systeem, zonder menselijk ingrijpen, voor afzonderlijke handelstransacties of orders; en
c) een groot aantal berichten (orders, noteringen of annuleringen) binnen de handelsdag;
10° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten;
11° "Bank": de Nationale Bank van België;
12° "Verordening (EU) nr. 596/2014": Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
13° "Richtlijn 2003/71/EG": Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
14° "Richtlijn 2001/34/EG": Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
[1 15° duurzaamheidsfactoren: de duurzaamheidsfactoren in de zin van artikel 2, punt 24), van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector.]1
De begrippen die niet zijn gedefinieerd in dit koninklijk besluit hebben de betekenis die hun is gegeven in de wet van 2 augustus 2002, 25 april 2014 en 25 oktober 2016.
1° "wet van 2 augustus 2002": de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
2° "wet van 25 april 2014": de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
3° "wet van 25 oktober 2016": de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
4° "financieel instrument": een financieel instrument in de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
5° "distributiekanalen": de distributiekanalen in de zin van artikel 1, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002;
6° "groep": voor een gereglementeerde onderneming: de groep waarvan deze onderneming deel uitmaakt, bestaande uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen en de deelnemingen van de moederonderneming en haar dochterondernemingen, alsook ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen;
7° "effectenfinancieringstransacties": een transactie in de zin van artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2015/2365 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik;
8° "erkend geldmarktfonds": een instelling voor collectieve belegging die in het kader van Richtlijn 2009/65/EG een vergunning heeft gekregen dan wel onder toezicht staat en, indien van toepassing, een vergunning van een autoriteit heeft gekregen naar het nationale recht van de lidstaat die de vergunning verleent, en die aan alle volgende voorwaarden voldoet :
(a) haar primaire beleggingsdoelstelling moet zijn dat de intrinsieke waarde van de instelling constant a pari (exclusief winsten) dan wel op de waarde van het aanvangskapitaal plus winsten wordt gehouden;
(b) om deze primaire beleggingsdoelstelling te verwezenlijken, mag zij uitsluitend beleggen in hoogwaardige geldmarktinstrumenten met een looptijd of een resterende looptijd van niet meer dan 397 dagen of met periodieke rendementsaanpassingen die aansluiten bij een dergelijke looptijd, en met een gewogen gemiddelde looptijd van 60 dagen. Zij mag deze doelstelling ook verwezenlijken door bij wijze van nevenactiviteit in deposito's bij kredietinstellingen te beleggen;
(c) zij moet liquiditeit verschaffen door afwikkeling op dezelfde dag of de dag daarop, "J + 1".
Voor de toepassing van punt b) wordt een geldmarktinstrument als hoogwaardig aangemerkt indien de beheervennootschap/ beleggingsonderneming haar eigen gedocumenteerde beoordeling van de kredietkwaliteit van geldmarktinstrumenten verricht die haar in staat stelt een geldmarktinstrument als hoogwaardig aan te merken. Wanneer een of meer door ESMA geregistreerde en gecontroleerde ratingbureaus een beoordeling van het instrument hebben verstrekt, houdt de beheervennootschap/ beleggingsonderneming rekening met onder meer die kredietratings;
9° "techniek van hoogfrequentie algoritmische handel" : elke algoritmische handelstechniek die wordt gekenmerkt door:
a) infrastructuur die bedoeld is om netwerk- en andere soorten latenties te minimaliseren, daaronder begrepen ten minste één van de volgende faciliteiten voor het invoeren van algoritmische orders: collocatie, proximity hosting of directe elektronische toegang met hoge snelheid;
b) het initiëren, genereren, geleiden of uitvoeren van orders door het systeem, zonder menselijk ingrijpen, voor afzonderlijke handelstransacties of orders; en
c) een groot aantal berichten (orders, noteringen of annuleringen) binnen de handelsdag;
10° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten;
11° "Bank": de Nationale Bank van België;
12° "Verordening (EU) nr. 596/2014": Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
13° "Richtlijn 2003/71/EG": Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
14° "Richtlijn 2001/34/EG": Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
[1 15° duurzaamheidsfactoren: de duurzaamheidsfactoren in de zin van artikel 2, punt 24), van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector.]1
De begrippen die niet zijn gedefinieerd in dit koninklijk besluit hebben de betekenis die hun is gegeven in de wet van 2 augustus 2002, 25 april 2014 en 25 oktober 2016.
Art.4. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° "la loi du 2 août 2002" : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ;
2° "la loi du 25 avril 2014" : la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ;
3° "la loi du 25 octobre 2016" : loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
4° "instrument financier" : un instrument financier au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002 ;
5° "canaux de distribution" : les canaux de distribution au sens de l'article 1er, alinéa 1er, 26°, de la loi du 2 août 2002 ;
6° "groupe", s'agissant d'une entreprise réglementée : le groupe dont fait partie cette entreprise réglementée, consistant en une entreprise mère, ses filiales et les entités dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent des participations, ainsi que les entreprises liées entre elles par une relation au sens du Code des sociétés ;
7° "opération de financement sur titres" une opération au sens de l'article 3, point 11), du Règlement (UE) 2015/2365 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation ;
8° "fonds du marché monétaire qualifié" : un organisme de placement collectif agréé en vertu de la Directive 2009/65/CE, ou soumis à surveillance et, le cas échéant, agréé par une autorité conformément au droit national de l'Etat membre délivrant l'agrément, et qui satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
(a) son principal objectif d'investissement doit être de maintenir la valeur d'actif nette de l'organisme soit constamment au pair (après déduction des gains), soit à la valeur du capital initial investi, plus les gains ;
(b) pour réaliser son principal objectif d'investissement, il est tenu de réaliser ses placements uniquement dans des instruments de qualité élevée du marché monétaire dont l'échéance ou la durée résiduelle n'est pas supérieure à 397 jours, ou pour lesquels des ajustements réguliers du rendement en accord avec cette échéance sont effectués, et dont l'échéance moyenne pondérée est de 60 jours. Il peut également atteindre cet objectif en investissant à titre auxiliaire dans des dépôts auprès d'établissements de crédit ;
(c) il doit assurer la liquidité moyennant un règlement quotidien ou à "J + 1".
Aux fins du point b), un instrument du marché monétaire est considéré comme de qualité élevée si la société de gestion/d'investissement a effectué sa propre évaluation documentée de la qualité de crédit des instruments du marché monétaire et que celle-ci lui permet de considérer l'instrument en question comme de qualité élevée. Lorsqu'une ou plusieurs agences de notation de crédit enregistrées et surveillées par l'ESMA ont noté l'instrument, il y a lieu que l'évaluation interne effectuée par la société de gestion/d'investissement tienne compte notamment de ces notations de crédit ;
9° "technique de trading algorithmique à haute fréquence" : toute technique de trading algorithmique caractérisée par :
a) une infrastructure destinée à minimiser les latences informatiques et les autres types de latence, y compris au moins un des systèmes suivants de placement des ordres algorithmiques: colocalisation, hébergement de proximité ou accès électronique direct à grande vitesse ;
b) la détermination par le système de l'engagement, la création, l'acheminement ou l'exécution d'un ordre sans intervention humaine pour des transactions ou des ordres individuels ; et
c) un débit intrajournalier élevé de messages qui constituent des ordres, des cotations ou des annulations ;
10° "la FSMA" : l'Autorité des services et marchés financiers ;
11° "la Banque" : la Banque nationale de Belgique ;
12° "Règlement (UE) no 596/2014" : Règlement (UE) n ° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission ;
13° "Directive 2003/71/CE" : Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la directive 2001/34/CE ;
14° "Directive 2004/109/CE" : Directive 2004/109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la directive 2001/34/CE;
[1 15° facteurs de durabilité : les facteurs de durabilité au sens de l'article 2, point 24, du Règlement (UE) 2019/2088 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 sur la publication d'informations en matière de durabilité dans le secteur des services financiers.]1
Les termes qui ne sont pas définis dans le présent arrêté royal ont la signification qui leur est donnée dans les lois du 2 août 2002, du 25 avril 2014 et du 25 octobre 2016.
1° "la loi du 2 août 2002" : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ;
2° "la loi du 25 avril 2014" : la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ;
3° "la loi du 25 octobre 2016" : loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
4° "instrument financier" : un instrument financier au sens de l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002 ;
5° "canaux de distribution" : les canaux de distribution au sens de l'article 1er, alinéa 1er, 26°, de la loi du 2 août 2002 ;
6° "groupe", s'agissant d'une entreprise réglementée : le groupe dont fait partie cette entreprise réglementée, consistant en une entreprise mère, ses filiales et les entités dans lesquelles l'entreprise mère ou ses filiales détiennent des participations, ainsi que les entreprises liées entre elles par une relation au sens du Code des sociétés ;
7° "opération de financement sur titres" une opération au sens de l'article 3, point 11), du Règlement (UE) 2015/2365 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation ;
8° "fonds du marché monétaire qualifié" : un organisme de placement collectif agréé en vertu de la Directive 2009/65/CE, ou soumis à surveillance et, le cas échéant, agréé par une autorité conformément au droit national de l'Etat membre délivrant l'agrément, et qui satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
(a) son principal objectif d'investissement doit être de maintenir la valeur d'actif nette de l'organisme soit constamment au pair (après déduction des gains), soit à la valeur du capital initial investi, plus les gains ;
(b) pour réaliser son principal objectif d'investissement, il est tenu de réaliser ses placements uniquement dans des instruments de qualité élevée du marché monétaire dont l'échéance ou la durée résiduelle n'est pas supérieure à 397 jours, ou pour lesquels des ajustements réguliers du rendement en accord avec cette échéance sont effectués, et dont l'échéance moyenne pondérée est de 60 jours. Il peut également atteindre cet objectif en investissant à titre auxiliaire dans des dépôts auprès d'établissements de crédit ;
(c) il doit assurer la liquidité moyennant un règlement quotidien ou à "J + 1".
Aux fins du point b), un instrument du marché monétaire est considéré comme de qualité élevée si la société de gestion/d'investissement a effectué sa propre évaluation documentée de la qualité de crédit des instruments du marché monétaire et que celle-ci lui permet de considérer l'instrument en question comme de qualité élevée. Lorsqu'une ou plusieurs agences de notation de crédit enregistrées et surveillées par l'ESMA ont noté l'instrument, il y a lieu que l'évaluation interne effectuée par la société de gestion/d'investissement tienne compte notamment de ces notations de crédit ;
9° "technique de trading algorithmique à haute fréquence" : toute technique de trading algorithmique caractérisée par :
a) une infrastructure destinée à minimiser les latences informatiques et les autres types de latence, y compris au moins un des systèmes suivants de placement des ordres algorithmiques: colocalisation, hébergement de proximité ou accès électronique direct à grande vitesse ;
b) la détermination par le système de l'engagement, la création, l'acheminement ou l'exécution d'un ordre sans intervention humaine pour des transactions ou des ordres individuels ; et
c) un débit intrajournalier élevé de messages qui constituent des ordres, des cotations ou des annulations ;
10° "la FSMA" : l'Autorité des services et marchés financiers ;
11° "la Banque" : la Banque nationale de Belgique ;
12° "Règlement (UE) no 596/2014" : Règlement (UE) n ° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission ;
13° "Directive 2003/71/CE" : Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la directive 2001/34/CE ;
14° "Directive 2004/109/CE" : Directive 2004/109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la directive 2001/34/CE;
[1 15° facteurs de durabilité : les facteurs de durabilité au sens de l'article 2, point 24, du Règlement (UE) 2019/2088 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 sur la publication d'informations en matière de durabilité dans le secteur des services financiers.]1
Les termes qui ne sont pas définis dans le présent arrêté royal ont la signification qui leur est donnée dans les lois du 2 août 2002, du 25 avril 2014 et du 25 octobre 2016.
Änderungen
TITEL 2. - Inducements
TITRE 2. - Incitations
Art.5. § 1. Deze titel is van toepassing op de ondernemingen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002, hierna de "gereglementeerde ondernemingen" genoemd.
§ 2. De bepalingen van deze titel zijn tevens van toepassing op gereglementeerde ondernemingen die verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's.
§ 2. De bepalingen van deze titel zijn tevens van toepassing op gereglementeerde ondernemingen die verkopen verrichten of advies verstrekken aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's.
Art.5. § 1er. Le présent titre est applicable aux entreprises visées à l'article 26, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002, ci-après désignées sous le vocable "entreprises réglementées" :
§ 2. Les dispositions du présent titre s'appliquent également aux entreprises réglementées lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur de tels dépôts à des clients.
§ 2. Les dispositions du présent titre s'appliquent également aux entreprises réglementées lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur de tels dépôts à des clients.
Art.6. § 1. Gereglementeerde ondernemingen die een provisie of commissie betalen of ontvangen, of een niet-geldelijke tegemoetkoming verstrekken of verkrijgen in verband met het verlenen van een beleggingsdienst of een nevendienst aan de cliënt, moeten ervoor zorgen dat alle voorwaarden bedoeld in artikel 27, § 5, van de wet van 2 augustus 2002 en alle verplichtingen bedoeld in paragrafen 2 tot en met 7 te allen tijde worden nagekomen.
§ 2. Een provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming wordt geacht bedoeld te zijn om de kwaliteit van de desbetreffende dienst aan de cliënt te verbeteren, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan :
1° de rechtvaardiging bestaat erin dat aan de desbetreffende cliënt een bijkomend of hoger niveau van dienstverlening, evenredig met het niveau van de ontvangen inducements, wordt verleend, zoals:
a) het verstrekken van niet-onafhankelijk beleggingsadvies over en toegang tot een breed gamma van geschikte financiële instrumenten, waaronder een passend aantal instrumenten van derde productaanbieders die geen nauwe banden met de gereglementeerde onderneming hebben;
b) het verstrekken van niet-onafhankelijk beleggingsadvies in combinatie met een aanbod aan de cliënt, ten minste op jaarbasis, om de voortdurende geschiktheid te evalueren van de financiële instrumenten waarin de cliënt heeft belegd of met een andere lopende dienst die voor de cliënt van waarde zou kunnen zijn, zoals advies over de voorgestelde optimale activaverdeling van de cliënt; of
c) het verlenen van toegang, tegen concurrerende prijzen, tot een breed gamma van financiële instrumenten die aan de behoeften van de cliënten zouden kunnen voldoen, waaronder een passend aantal instrumenten van derde productaanbieders die geen nauwe banden hebben met de gereglementeerde onderneming samen met het verstrekken van hulpmiddelen met toegevoegde waarde, zoals middelen voor objectieve informatieverstrekking die de betrokken cliënt ondersteunen bij beleggingsbeslissingen of hem in staat stellen de reeks financiële instrumenten waarin hij heeft belegd, te monitoren, modelleren of corrigeren, of het verstrekken van periodieke verslagen over de prestaties en de kosten en lasten die verbonden zijn aan de financiële instrumenten;
2° de voordelen zijn niet rechtstreeks voor de ontvangende onderneming, haar aandeelhouders of werknemers, zonder dat er tastbare voordelen zijn voor de desbetreffende cliënt;
3° de rechtvaardiging bestaat erin dat aan de desbetreffende cliënt een doorlopend voordeel wordt verleend in verband met een doorlopende inducement.
Een provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming wordt niet aanvaardbaar geacht indien de verstrekking van de desbetreffende diensten aan de cliënt wordt vervalst of verstoord ten gevolge van deze provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming.
§ 3. Gereglementeerde ondernemingen blijven voortdurend aan de in paragraaf 2 bedoelde verplichtingen voldoen zolang zij de provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming blijven betalen of ontvangen.
§ 4. Gereglementeerde ondernemingen bewaren de gegevens tot staving van het feit dat de provisie, de commissie of de niet-geldelijke tegemoetkoming bedoeld is om de kwaliteit van de desbetreffende dienst aan de cliënt te verbeteren :
1° door een interne lijst bij te houden van alle provisies, commissies of niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming van een derde partij heeft ontvangen in verband met het verlenen van beleggings- of nevendiensten; en
2° door op te tekenen hoe de provisies, commissies of niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming heeft betaald of ontvangen of die zij voornemens is te gebruiken, de kwaliteit van de aan de desbetreffende cliënten verstrekte diensten verbeteren, en welke stappen zijn ondernomen om de verplichting van de onderneming tot eerlijk, billijk en professioneel handelen in overeenstemming met de belangen van de cliënt niet in het gedrang te brengen.
§ 5. De gereglementeerde onderneming deelt met betrekking tot betalingen of tegemoetkomingen die zij van derden heeft ontvangen of aan derden heeft betaald, aan de cliënt de volgende informatie mee :
1° voordat zij de desbetreffende beleggings- of nevendienst verleent, deelt de gereglementeerde onderneming de cliënt overeenkomstig artikel 27, § 5, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, informatie over de betrokken betalingen of voordelen mee. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven. Andere niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming heeft ontvangen of betaald in verband met de aan een cliënt verstrekte beleggingsdienst, worden van een prijs voorzien en afzonderlijk medegedeeld;
2° wanneer een gereglementeerde onderneming niet in staat was zich voorafgaandelijk te vergewissen van het bedrag van een te verrichten betaling of een te ontvangen tegemoetkoming en de cliënt in plaats daarvan heeft ingelicht over de methode van berekening van dat bedrag, verstrekt zij haar cliënten achteraf eveneens informatie over het juiste bedrag van de verrichte betaling of de ontvangen tegemoetkoming; en
3° zolang de gereglementeerde onderneming (voortdurende) inducements ontvangt in verband met de beleggingsdiensten die aan de desbetreffende cliënten worden verstrekt, informeert zij haar cliënten ten minste één maal per jaar individueel over het reële bedrag van de betalingen of de ontvangen of betaalde tegemoetkomingen. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven.
§ 6. Bij de uitvoering van deze voorschriften houden gereglementeerde ondernemingen rekening met de kosten en lasten bedoeld in artikel 27bis, § 5, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 en artikel 45 van de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn.
§ 7. Wanneer meer ondernemingen bij een distributiekanaal zijn betrokken, voldoet elke gereglementeerde onderneming die een beleggings- of nevendienst verstrekt, aan haar verplichtingen met betrekking tot de mededeling van informatie aan haar cliënten.
§ 2. Een provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming wordt geacht bedoeld te zijn om de kwaliteit van de desbetreffende dienst aan de cliënt te verbeteren, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan :
1° de rechtvaardiging bestaat erin dat aan de desbetreffende cliënt een bijkomend of hoger niveau van dienstverlening, evenredig met het niveau van de ontvangen inducements, wordt verleend, zoals:
a) het verstrekken van niet-onafhankelijk beleggingsadvies over en toegang tot een breed gamma van geschikte financiële instrumenten, waaronder een passend aantal instrumenten van derde productaanbieders die geen nauwe banden met de gereglementeerde onderneming hebben;
b) het verstrekken van niet-onafhankelijk beleggingsadvies in combinatie met een aanbod aan de cliënt, ten minste op jaarbasis, om de voortdurende geschiktheid te evalueren van de financiële instrumenten waarin de cliënt heeft belegd of met een andere lopende dienst die voor de cliënt van waarde zou kunnen zijn, zoals advies over de voorgestelde optimale activaverdeling van de cliënt; of
c) het verlenen van toegang, tegen concurrerende prijzen, tot een breed gamma van financiële instrumenten die aan de behoeften van de cliënten zouden kunnen voldoen, waaronder een passend aantal instrumenten van derde productaanbieders die geen nauwe banden hebben met de gereglementeerde onderneming samen met het verstrekken van hulpmiddelen met toegevoegde waarde, zoals middelen voor objectieve informatieverstrekking die de betrokken cliënt ondersteunen bij beleggingsbeslissingen of hem in staat stellen de reeks financiële instrumenten waarin hij heeft belegd, te monitoren, modelleren of corrigeren, of het verstrekken van periodieke verslagen over de prestaties en de kosten en lasten die verbonden zijn aan de financiële instrumenten;
2° de voordelen zijn niet rechtstreeks voor de ontvangende onderneming, haar aandeelhouders of werknemers, zonder dat er tastbare voordelen zijn voor de desbetreffende cliënt;
3° de rechtvaardiging bestaat erin dat aan de desbetreffende cliënt een doorlopend voordeel wordt verleend in verband met een doorlopende inducement.
Een provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming wordt niet aanvaardbaar geacht indien de verstrekking van de desbetreffende diensten aan de cliënt wordt vervalst of verstoord ten gevolge van deze provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming.
§ 3. Gereglementeerde ondernemingen blijven voortdurend aan de in paragraaf 2 bedoelde verplichtingen voldoen zolang zij de provisie, commissie of niet-geldelijke tegemoetkoming blijven betalen of ontvangen.
§ 4. Gereglementeerde ondernemingen bewaren de gegevens tot staving van het feit dat de provisie, de commissie of de niet-geldelijke tegemoetkoming bedoeld is om de kwaliteit van de desbetreffende dienst aan de cliënt te verbeteren :
1° door een interne lijst bij te houden van alle provisies, commissies of niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming van een derde partij heeft ontvangen in verband met het verlenen van beleggings- of nevendiensten; en
2° door op te tekenen hoe de provisies, commissies of niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming heeft betaald of ontvangen of die zij voornemens is te gebruiken, de kwaliteit van de aan de desbetreffende cliënten verstrekte diensten verbeteren, en welke stappen zijn ondernomen om de verplichting van de onderneming tot eerlijk, billijk en professioneel handelen in overeenstemming met de belangen van de cliënt niet in het gedrang te brengen.
§ 5. De gereglementeerde onderneming deelt met betrekking tot betalingen of tegemoetkomingen die zij van derden heeft ontvangen of aan derden heeft betaald, aan de cliënt de volgende informatie mee :
1° voordat zij de desbetreffende beleggings- of nevendienst verleent, deelt de gereglementeerde onderneming de cliënt overeenkomstig artikel 27, § 5, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, informatie over de betrokken betalingen of voordelen mee. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven. Andere niet-geldelijke tegemoetkomingen die de gereglementeerde onderneming heeft ontvangen of betaald in verband met de aan een cliënt verstrekte beleggingsdienst, worden van een prijs voorzien en afzonderlijk medegedeeld;
2° wanneer een gereglementeerde onderneming niet in staat was zich voorafgaandelijk te vergewissen van het bedrag van een te verrichten betaling of een te ontvangen tegemoetkoming en de cliënt in plaats daarvan heeft ingelicht over de methode van berekening van dat bedrag, verstrekt zij haar cliënten achteraf eveneens informatie over het juiste bedrag van de verrichte betaling of de ontvangen tegemoetkoming; en
3° zolang de gereglementeerde onderneming (voortdurende) inducements ontvangt in verband met de beleggingsdiensten die aan de desbetreffende cliënten worden verstrekt, informeert zij haar cliënten ten minste één maal per jaar individueel over het reële bedrag van de betalingen of de ontvangen of betaalde tegemoetkomingen. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven.
§ 6. Bij de uitvoering van deze voorschriften houden gereglementeerde ondernemingen rekening met de kosten en lasten bedoeld in artikel 27bis, § 5, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 en artikel 45 van de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn.
§ 7. Wanneer meer ondernemingen bij een distributiekanaal zijn betrokken, voldoet elke gereglementeerde onderneming die een beleggings- of nevendienst verstrekt, aan haar verplichtingen met betrekking tot de mededeling van informatie aan haar cliënten.
Art.6. § 1er. Les entreprises réglementées qui versent ou perçoivent un droit ou une commission, ou fournissent ou reçoivent un avantage non pécuniaire en lien avec la prestation d'un service d'investissement ou d'un service auxiliaire à un client veillent à ce que toutes les conditions énoncées à l'article 27, § 7, de la loi du 2 août 2002, et les exigences énoncées aux paragraphes 2 à 7 soient respectées en permanence.
§ 2. Un droit, une commission ou un avantage non pécuniaire est réputé avoir pour objet d'améliorer la qualité du service concerné au client si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'incitation est justifiée par la fourniture d'un service supplémentaire ou de niveau plus élevé au client, proportionnel à l'incitation reçue, tel que :
a) la fourniture de conseils en investissement non indépendants sur un vaste éventail d'instruments financiers appropriés et l'accès à ces instruments, y compris un nombre approprié d'instruments de fournisseurs de produits tiers sans lien étroit avec l'entreprise réglementée ;
b) la fourniture de conseils en investissement non indépendants combinée à soit une offre faite au client d'évaluer, au moins annuellement, si les instruments financiers dans lesquels il a investi continuent à lui convenir, soit un autre service continu susceptible d'être utile au client, par exemple des conseils sur l'allocation optimale suggérée de ses actifs ; ou
c) la fourniture d'un accès, à un prix compétitif, à un large éventail d'instruments financiers susceptibles de répondre aux besoins du client, y compris un nombre approprié d'instruments de fournisseurs de produits tiers sans lien étroit avec l'entreprise réglementée, complétée soit par la fourniture d'outils à valeur ajoutée, tels que des outils d'information objective aidant le client à prendre des décisions d'investissement ou lui permettant de suivre, d'évaluer et d'adapter l'éventail des instruments financiers dans lesquels il a investi, soit par la fourniture de rapports périodiques sur les performances des instruments financiers et sur les coûts et les frais qui y sont associés ;
2° elle ne bénéficie pas directement à l'entreprise, à ses actionnaires ou aux membres de son personnel sans que le client n'en retire de bénéfice tangible ;
3° elle est justifiée par la fourniture d'une prestation continue au client en rapport avec une incitation continue.
Un droit, une commission ou un avantage non pécuniaire n'est pas acceptable s'il se traduit par une distorsion des services fournis au client.
§ 3. Les entreprises réglementées respectent en permanence les exigences prévues au paragraphe 2 tant qu'elles versent ou perçoivent le droit, la commission ou l'avantage non pécuniaire.
§ 4. Les entreprises réglementées tiennent à disposition des justificatifs montrant que les droits, commissions et avantages non pécuniaires versés ou perçus par l'entreprise visent à renforcer la qualité du service concerné au client :
1° en conservant une liste interne de tous les droits, commissions et avantages non pécuniaires reçus de tiers par l'entreprise réglementée en lien avec la fourniture de services d'investissement ou auxiliaires ; et
2° en enregistrant comment les droits, commissions et avantages non pécuniaires versés ou perçus par l'entreprise réglementée, ou qu'elle entend utiliser, améliorent la qualité des services fournis aux clients concernés, ainsi que les mesures prises pour ne pas nuire au respect, par l'entreprise réglementée, de son obligation d'agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle au mieux des intérêts de ses clients.
§ 5. En ce qui concerne les paiements et avantages reçus de tiers ou versés à des tiers, les entreprises réglementées fournissent au client les informations suivantes :
1° avant la fourniture du service d'investissement ou auxiliaire, l'entreprise réglementée communique au client des informations sur le paiement ou l'avantage concerné conformément à l'article 27, § 7, alinéa 2, de la loi du 2 août 2002. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique. Les autres avantages non pécuniaires versés ou reçus par l'entreprise réglementée en lien avec le service d'investissement fourni au client sont décrits séparément et leur tarification est fournie séparément ;
2° lorsqu'une entreprise réglementée communique à son client le mode de calcul du montant d'un paiement ou d'un avantage à verser ou à recevoir au lieu du montant exact parce qu'elle n'est pas en mesure d'établir ce montant a priori, elle fournit ce montant exact à son client a posteriori ; et
3° au moins une fois par an, tant que l'entreprise réglementée reçoit des incitations (continues) en lien avec des services d'investissement fournis aux clients, elle informe ceux-ci individuellement du montant réel des paiements ou avantages reçus ou versés. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique.
§ 6. Lorsqu'elles mettent en oeuvre ces exigences, les entreprises réglementées tiennent compte des règles en matière de coûts et de frais énoncées à l'article 27bis, § 5, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 et à l'article 45 du Règlement délégué (UE) 2017/565 de la Commission du 25 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite directive.
§ 7. Lorsque plusieurs entreprises participent à un canal de distribution, chaque entreprise réglementée fournissant un service d'investissement ou auxiliaire se conforme à ses obligations d'information à l'égard de ses clients.
§ 2. Un droit, une commission ou un avantage non pécuniaire est réputé avoir pour objet d'améliorer la qualité du service concerné au client si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'incitation est justifiée par la fourniture d'un service supplémentaire ou de niveau plus élevé au client, proportionnel à l'incitation reçue, tel que :
a) la fourniture de conseils en investissement non indépendants sur un vaste éventail d'instruments financiers appropriés et l'accès à ces instruments, y compris un nombre approprié d'instruments de fournisseurs de produits tiers sans lien étroit avec l'entreprise réglementée ;
b) la fourniture de conseils en investissement non indépendants combinée à soit une offre faite au client d'évaluer, au moins annuellement, si les instruments financiers dans lesquels il a investi continuent à lui convenir, soit un autre service continu susceptible d'être utile au client, par exemple des conseils sur l'allocation optimale suggérée de ses actifs ; ou
c) la fourniture d'un accès, à un prix compétitif, à un large éventail d'instruments financiers susceptibles de répondre aux besoins du client, y compris un nombre approprié d'instruments de fournisseurs de produits tiers sans lien étroit avec l'entreprise réglementée, complétée soit par la fourniture d'outils à valeur ajoutée, tels que des outils d'information objective aidant le client à prendre des décisions d'investissement ou lui permettant de suivre, d'évaluer et d'adapter l'éventail des instruments financiers dans lesquels il a investi, soit par la fourniture de rapports périodiques sur les performances des instruments financiers et sur les coûts et les frais qui y sont associés ;
2° elle ne bénéficie pas directement à l'entreprise, à ses actionnaires ou aux membres de son personnel sans que le client n'en retire de bénéfice tangible ;
3° elle est justifiée par la fourniture d'une prestation continue au client en rapport avec une incitation continue.
Un droit, une commission ou un avantage non pécuniaire n'est pas acceptable s'il se traduit par une distorsion des services fournis au client.
§ 3. Les entreprises réglementées respectent en permanence les exigences prévues au paragraphe 2 tant qu'elles versent ou perçoivent le droit, la commission ou l'avantage non pécuniaire.
§ 4. Les entreprises réglementées tiennent à disposition des justificatifs montrant que les droits, commissions et avantages non pécuniaires versés ou perçus par l'entreprise visent à renforcer la qualité du service concerné au client :
1° en conservant une liste interne de tous les droits, commissions et avantages non pécuniaires reçus de tiers par l'entreprise réglementée en lien avec la fourniture de services d'investissement ou auxiliaires ; et
2° en enregistrant comment les droits, commissions et avantages non pécuniaires versés ou perçus par l'entreprise réglementée, ou qu'elle entend utiliser, améliorent la qualité des services fournis aux clients concernés, ainsi que les mesures prises pour ne pas nuire au respect, par l'entreprise réglementée, de son obligation d'agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle au mieux des intérêts de ses clients.
§ 5. En ce qui concerne les paiements et avantages reçus de tiers ou versés à des tiers, les entreprises réglementées fournissent au client les informations suivantes :
1° avant la fourniture du service d'investissement ou auxiliaire, l'entreprise réglementée communique au client des informations sur le paiement ou l'avantage concerné conformément à l'article 27, § 7, alinéa 2, de la loi du 2 août 2002. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique. Les autres avantages non pécuniaires versés ou reçus par l'entreprise réglementée en lien avec le service d'investissement fourni au client sont décrits séparément et leur tarification est fournie séparément ;
2° lorsqu'une entreprise réglementée communique à son client le mode de calcul du montant d'un paiement ou d'un avantage à verser ou à recevoir au lieu du montant exact parce qu'elle n'est pas en mesure d'établir ce montant a priori, elle fournit ce montant exact à son client a posteriori ; et
3° au moins une fois par an, tant que l'entreprise réglementée reçoit des incitations (continues) en lien avec des services d'investissement fournis aux clients, elle informe ceux-ci individuellement du montant réel des paiements ou avantages reçus ou versés. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique.
§ 6. Lorsqu'elles mettent en oeuvre ces exigences, les entreprises réglementées tiennent compte des règles en matière de coûts et de frais énoncées à l'article 27bis, § 5, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 et à l'article 45 du Règlement délégué (UE) 2017/565 de la Commission du 25 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite directive.
§ 7. Lorsque plusieurs entreprises participent à un canal de distribution, chaque entreprise réglementée fournissant un service d'investissement ou auxiliaire se conforme à ses obligations d'information à l'égard de ses clients.
Art.7. § 1. Gereglementeerde ondernemingen die onafhankelijk beleggingsadvies of vermogensbeheerdiensten bieden, geven provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die door een derde of een namens de derde handelende persoon zijn verstrekt in verband met aan deze cliënt verstrekte diensten, zo snel als redelijkerwijze mogelijk is na ontvangst door aan de cliënt. Alle provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die zij van derden hebben ontvangen in verband met het verstrekken van onafhankelijk beleggingsadvies en vermogensbeheerdiensten, worden volledig aan de cliënt overgedragen.
Gereglementeerde ondernemingen ontwikkelen en voeren een beleid dat erop gericht is provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die zijn betaald aan of ontvangen van een derde of een namens de derde handelende persoon in verband met het verstrekken van onafhankelijk beleggingsadvies en vermogensbeheerdiensten aan elke individuele cliënt toe te wijzen en over te dragen.
Gereglementeerde ondernemingen informeren cliënten over de provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die aan hen worden doorgegeven, zoals door middel van de periodieke rapportageberichten aan de cliënt.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die onafhankelijk beleggingsadvies of vermogensbeheerdiensten verstrekken, ontvangen geen niet-geldelijke tegemoetkomingen die niet kunnen worden aangemerkt als aanvaardbare kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen in overeenstemming met paragraaf 3.
§ 3. De volgende voordelen worden alleen als aanvaardbare niet-geldelijke tegemoetkomingen aangemerkt indien het gaat om :
1° informatie of documentatie met betrekking tot een financieel instrument of een beleggingsdienst die algemeen van aard is of gepersonaliseerd is om de omstandigheden van een individuele cliënt weer te geven;
2° geschreven materiaal van een derde dat door een zakelijke emittent is besteld en vergoed om een nieuwe uitgifte van de onderneming te promoten, of wanneer de derde onderneming contractueel verbonden is met en wordt vergoed door de emittent om dit materiaal op doorlopende basis aan te maken, op voorwaarde dat de relatie in het materiaal duidelijk wordt bekendgemaakt en het materiaal gelijktijdig ter beschikking wordt gesteld aan elke gereglementeerde onderneming die daarom verzoekt, of aan het algemene publiek;
3° deelname aan conferenties, seminaries of andere opleidingen over de voordelen en de kenmerken van een specifiek financieel instrument of een specifieke beleggingsdienst;
4° ontvangstkosten met een redelijke de minimis-waarde, zoals voeding en drank op een zakelijke ontmoeting of een conferentie, seminarie of andere opleiding zoals bedoeld onder 3°.
Aanvaardbare kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn redelijk en evenredig en van een zodanige omvang dat het onwaarschijnlijk is dat het gedrag van de gereglementeerde onderneming hierdoor kan worden beïnvloed op enigerlei wijze die schadelijk is voor de belangen van de betrokken cliënt.
Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen worden aan de cliënten meegedeeld voordat de desbetreffende beleggings- of nevendiensten worden verstrekt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven.
Gereglementeerde ondernemingen ontwikkelen en voeren een beleid dat erop gericht is provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die zijn betaald aan of ontvangen van een derde of een namens de derde handelende persoon in verband met het verstrekken van onafhankelijk beleggingsadvies en vermogensbeheerdiensten aan elke individuele cliënt toe te wijzen en over te dragen.
Gereglementeerde ondernemingen informeren cliënten over de provisies, commissies of geldelijke tegemoetkomingen die aan hen worden doorgegeven, zoals door middel van de periodieke rapportageberichten aan de cliënt.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die onafhankelijk beleggingsadvies of vermogensbeheerdiensten verstrekken, ontvangen geen niet-geldelijke tegemoetkomingen die niet kunnen worden aangemerkt als aanvaardbare kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen in overeenstemming met paragraaf 3.
§ 3. De volgende voordelen worden alleen als aanvaardbare niet-geldelijke tegemoetkomingen aangemerkt indien het gaat om :
1° informatie of documentatie met betrekking tot een financieel instrument of een beleggingsdienst die algemeen van aard is of gepersonaliseerd is om de omstandigheden van een individuele cliënt weer te geven;
2° geschreven materiaal van een derde dat door een zakelijke emittent is besteld en vergoed om een nieuwe uitgifte van de onderneming te promoten, of wanneer de derde onderneming contractueel verbonden is met en wordt vergoed door de emittent om dit materiaal op doorlopende basis aan te maken, op voorwaarde dat de relatie in het materiaal duidelijk wordt bekendgemaakt en het materiaal gelijktijdig ter beschikking wordt gesteld aan elke gereglementeerde onderneming die daarom verzoekt, of aan het algemene publiek;
3° deelname aan conferenties, seminaries of andere opleidingen over de voordelen en de kenmerken van een specifiek financieel instrument of een specifieke beleggingsdienst;
4° ontvangstkosten met een redelijke de minimis-waarde, zoals voeding en drank op een zakelijke ontmoeting of een conferentie, seminarie of andere opleiding zoals bedoeld onder 3°.
Aanvaardbare kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn redelijk en evenredig en van een zodanige omvang dat het onwaarschijnlijk is dat het gedrag van de gereglementeerde onderneming hierdoor kan worden beïnvloed op enigerlei wijze die schadelijk is voor de belangen van de betrokken cliënt.
Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen worden aan de cliënten meegedeeld voordat de desbetreffende beleggings- of nevendiensten worden verstrekt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen kunnen in algemene bewoordingen worden omschreven.
Art.7. § 1er. Les entreprises réglementées qui fournissent des conseils en investissement indépendants ou des services de gestion de portefeuille remboursent à leurs clients tous les droits, commissions et avantages pécuniaires versés ou fournis par des tiers et par des personnes agissant pour le compte de tiers en lien avec les prestations fournies à ces clients aussi rapidement que possible après réception. Tous les droits, commissions et avantages pécuniaires reçus de tiers en lien avec la fourniture de conseils en investissement indépendants et de services de gestion de portefeuille sont intégralement transférés au client.
Les entreprises réglementées établissent et mettent en oeuvre une politique visant à garantir que tous les droits, commissions et avantages pécuniaires versés ou fournis par des tiers et par des personnes agissant pour le compte de tiers en lien avec la fourniture de conseils en investissement indépendants et de services de gestion de portefeuille sont alloués et transférés à chaque client.
Les entreprises réglementées informent les clients des droits, commissions et avantages pécuniaires qui leur sont transférés, par exemple dans le cadre des déclarations périodiques fournies au client.
§ 2. Les entreprises réglementées qui fournissent des conseils en investissement indépendants ou des services de gestion de portefeuille n'acceptent pas d'avantages non pécuniaires autres que ceux pouvant être considérés comme mineurs en vertu du paragraphe 3.
§ 3. Les avantages suivants ne sont considérés comme des avantages non pécuniaires mineurs acceptables que s'il s'agit :
1° d'informations ou de documents relatifs à un instrument financier ou à un service d'investissement qui sont de nature générique ou personnalisés selon la situation d'un client particulier ;
2° de documents écrits provenant de tiers, commandés et payés par une entreprise pour promouvoir une nouvelle émission que celle-ci réalise ou entend réaliser, ou de tiers contractuellement engagés et rémunérés par l'émetteur pour produire de manière continue de tels documents, à condition que cette relation figure clairement dans les documents et que ceux-ci soient mis à la disposition en même temps de toutes les entreprises réglementées souhaitant les recevoir ou du grand public ;
3° de participations à des conférences, séminaires et autres événements informatifs sur les avantages et les caractéristiques d'un instrument financier ou d'un service d'investissement donné ; et
4° de frais de réception de montant faible et raisonnable, tels que ceux liés aux repas et boissons au cours de réunions ou conférences d'affaires, de séminaires ou d'événements informatifs tels que visés au 3°.
Les avantages non pécuniaires mineurs acceptables sont raisonnables et proportionnés et d'une ampleur telle qu'il est peu probable qu'ils influencent le comportement de l'entreprise réglementée d'une manière qui porte préjudice aux intérêts du client.
Les avantages non pécuniaires mineurs sont divulgués avant la fourniture des services d'investissement ou auxiliaires concernés aux clients. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique.
Les entreprises réglementées établissent et mettent en oeuvre une politique visant à garantir que tous les droits, commissions et avantages pécuniaires versés ou fournis par des tiers et par des personnes agissant pour le compte de tiers en lien avec la fourniture de conseils en investissement indépendants et de services de gestion de portefeuille sont alloués et transférés à chaque client.
Les entreprises réglementées informent les clients des droits, commissions et avantages pécuniaires qui leur sont transférés, par exemple dans le cadre des déclarations périodiques fournies au client.
§ 2. Les entreprises réglementées qui fournissent des conseils en investissement indépendants ou des services de gestion de portefeuille n'acceptent pas d'avantages non pécuniaires autres que ceux pouvant être considérés comme mineurs en vertu du paragraphe 3.
§ 3. Les avantages suivants ne sont considérés comme des avantages non pécuniaires mineurs acceptables que s'il s'agit :
1° d'informations ou de documents relatifs à un instrument financier ou à un service d'investissement qui sont de nature générique ou personnalisés selon la situation d'un client particulier ;
2° de documents écrits provenant de tiers, commandés et payés par une entreprise pour promouvoir une nouvelle émission que celle-ci réalise ou entend réaliser, ou de tiers contractuellement engagés et rémunérés par l'émetteur pour produire de manière continue de tels documents, à condition que cette relation figure clairement dans les documents et que ceux-ci soient mis à la disposition en même temps de toutes les entreprises réglementées souhaitant les recevoir ou du grand public ;
3° de participations à des conférences, séminaires et autres événements informatifs sur les avantages et les caractéristiques d'un instrument financier ou d'un service d'investissement donné ; et
4° de frais de réception de montant faible et raisonnable, tels que ceux liés aux repas et boissons au cours de réunions ou conférences d'affaires, de séminaires ou d'événements informatifs tels que visés au 3°.
Les avantages non pécuniaires mineurs acceptables sont raisonnables et proportionnés et d'une ampleur telle qu'il est peu probable qu'ils influencent le comportement de l'entreprise réglementée d'une manière qui porte préjudice aux intérêts du client.
Les avantages non pécuniaires mineurs sont divulgués avant la fourniture des services d'investissement ou auxiliaires concernés aux clients. Les avantages non pécuniaires mineurs peuvent être décrits de façon générique.
Art.8. § 1. Het verstrekken van onderzoeksdiensten door derden aan gereglementeerde ondernemingen die vermogensbeheerdiensten of andere beleggings- of nevendiensten aan cliënten verlenen, wordt niet als inducement beschouwd indien deze wordt ontvangen in ruil voor een van de volgende :
1° directe betalingen door de gereglementeerde onderneming uit haar eigen middelen;
2° betalingen uit een afzonderlijke rekening voor betaling van onderzoek die onder controle van de gereglementeerde onderneming staat, mits aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de werking van de rekening wordt voldaan;
a) de betaalrekening voor onderzoek wordt gefinancierd met een specifiek aan de cliënt aangerekende vergoeding;
b) bij het instellen van de betaalrekening voor onderzoek en het overeenkomen van de onderzoeksvergoeding met haar cliënten voorziet de gereglementeerde onderneming bij interne maatregel in een budget voor onderzoek dat zij regelmatig evalueert;
c) de gereglementeerde onderneming wordt verantwoordelijk geacht voor de betaalrekening voor onderzoek;
d) de gereglementeerde onderneming evalueert regelmatig de kwaliteit van het aangeschafte onderzoekswerk op basis van solide kwaliteitscriteria en de geschiktheid ervan om tot betere beleggingsbeslissingen te komen;
Wat de eerste alinea, 2° betreft, wanneer een gereglementeerde onderneming gebruik maakt van de betaalrekening voor onderzoek, verstrekt zij de cliënten de volgende informatie:
a) vóór het verstrekken van beleggingsadvies aan cliënten, informatie over het gebudgetteerde bedrag voor onderzoek en het bedrag van de geraamde onderzoeksvergoeding voor elke cliënt;
b) jaarlijkse informatie over de totale kosten die voor elk van hen zijn gemaakt voor onderzoek door derden.
§ 2. Wanneer een gereglementeerde onderneming een betaalrekening voor onderzoek beheert, verstrekt zij op verzoek van haar cliënten of van de FSMA een samenvattend overzicht van de aanbieders die uit deze rekening worden betaald, het totale bedrag van betalingen over een bepaalde periode, de door de gereglementeerde onderneming ontvangen voordelen en diensten en de verhouding van het totale bestede bedrag ten opzichte van het voor die periode door de onderneming gebudgetteerde bedrag, rekening houdend met terugbetalingen of overdrachten ingeval er op de rekening residuele bedragen staan.
Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, a), is de specifieke onderzoeksvergoeding :
1° uitsluitend gebaseerd op een onderzoeksbudget dat door de gereglementeerde onderneming is vastgesteld om te voldoen aan de behoefte aan onderzoek door derden met betrekking tot de diensten die zij haar cliënten aanbiedt; en
2° niet gebonden aan het volume en/of de waarde van de namens de cliënten verrichte transacties.
§ 3. Elke operationele regeling voor de inning van de onderzoeksvergoeding bij de cliënt, indien deze die niet afzonderlijk wordt geïnd maar als onderdeel van een transactiecommissie, vermeldt een afzonderlijk identificeerbare onderzoeksvergoeding en voldoet aan alle voorwaarden van paragraaf 1, eerste lid, 2° en tweede lid.
§ 4. Het totale bedrag van onderzoeksvergoedingen mag het onderzoeksbudget niet overschrijden.
§ 5. De gereglementeerde onderneming bedingt met haar cliënten, in de overeenkomst over beleggingsbeheer of in de algemene verkoopvoorwaarden, de onderzoeksvergoeding die door de onderneming in het budget wordt uitgetrokken alsmede de regelmaat waarmee in de loop van het jaar specifieke onderzoeksvergoedingen van de middelen van de cliënt worden afgetrokken.
Het onderzoeksbudget wordt alleen verhoogd nadat de cliënten duidelijk zijn geïnformeerd over de voorgenomen verhogingen. Ingeval de betaalrekening voor onderzoek aan het einde van een periode een overschot vertoont, beschikt de onderneming over een procedure voor terugbetaling van middelen aan de cliënt of voor verrekening met het onderzoeksbudget en de berekende vergoeding voor de volgende periode.
§ 6. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), wordt het onderzoeksbudget uitsluitend door de gereglementeerde onderneming beheerd en wordt uitgegaan van een redelijke beoordeling van de behoefte aan onderzoek door derden. De toewijzing van het onderzoeksbudget voor aanschaf van onderzoek door derden wordt onderworpen aan passende controles en toezicht door leidinggevenden om ervoor te zorgen dat het budget wordt beheerd en aangewend in het belang van de cliënten van de onderneming. Deze controles omvatten een duidelijke audittrail van betalingen aan aanbieders van onderzoeksdiensten en beschrijven hoe de betaalde bedragen zijn vastgesteld met betrekking tot de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, d), bedoelde kwaliteitscriteria. Gereglementeerde ondernemingen maken geen gebruik van het onderzoeksbudget en de betaalrekening voor onderzoek om intern onderzoek te financieren.
§ 7. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, c), kan de gereglementeerde onderneming het beheer van de betaalrekening voor onderzoek aan een derde delegeren, mits de regeling bevorderlijk is voor de onverwijlde aankoop van onderzoek door derden en betalingen aan aanbieders van onderzoeksdiensten namens de gereglementeerde onderneming, in overeenstemming met de instructies van de gereglementeerde onderneming.
§ 8. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, d), vermeldt de gereglementeerde onderneming alle noodzakelijke gegevens in een beleidsdocument dat aan de cliënten wordt bezorgd. Hierin wordt eveneens omschreven voor welke aankopen van onderzoeksdiensten ten behoeve van cliëntenportefeuilles middelen uit de betaalrekening voor onderzoek kunnen worden aangewend, rekening houdend met de voor verschillende types van portefeuilles geldende beleggingsstrategieën, alsmede welke aanpak de onderneming zal volgen om de kosten eerlijk te verdelen over de verschillende portefeuilles van cliënten.
§ 9. Een gereglementeerde onderneming die uitvoerende diensten aanbiedt, rekent voor deze diensten afzonderlijke vergoedingen aan die alleen de kosten voor de uitvoering van de transactie vertegenwoordigen. Voor alle andere voordelen of diensten die door dezelfde gereglementeerde onderneming aan in de Europese Unie gevestigde gereglementeerde ondernemingen wordt verstrekt, wordt een afzonderlijk identificeerbare vergoeding aangerekend.
De levering van deze voordelen of diensten en de vergoedingen daarvoor worden niet beïnvloed door of afhankelijk gesteld van het niveau van betaling voor uitvoerende diensten.
1° directe betalingen door de gereglementeerde onderneming uit haar eigen middelen;
2° betalingen uit een afzonderlijke rekening voor betaling van onderzoek die onder controle van de gereglementeerde onderneming staat, mits aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de werking van de rekening wordt voldaan;
a) de betaalrekening voor onderzoek wordt gefinancierd met een specifiek aan de cliënt aangerekende vergoeding;
b) bij het instellen van de betaalrekening voor onderzoek en het overeenkomen van de onderzoeksvergoeding met haar cliënten voorziet de gereglementeerde onderneming bij interne maatregel in een budget voor onderzoek dat zij regelmatig evalueert;
c) de gereglementeerde onderneming wordt verantwoordelijk geacht voor de betaalrekening voor onderzoek;
d) de gereglementeerde onderneming evalueert regelmatig de kwaliteit van het aangeschafte onderzoekswerk op basis van solide kwaliteitscriteria en de geschiktheid ervan om tot betere beleggingsbeslissingen te komen;
Wat de eerste alinea, 2° betreft, wanneer een gereglementeerde onderneming gebruik maakt van de betaalrekening voor onderzoek, verstrekt zij de cliënten de volgende informatie:
a) vóór het verstrekken van beleggingsadvies aan cliënten, informatie over het gebudgetteerde bedrag voor onderzoek en het bedrag van de geraamde onderzoeksvergoeding voor elke cliënt;
b) jaarlijkse informatie over de totale kosten die voor elk van hen zijn gemaakt voor onderzoek door derden.
§ 2. Wanneer een gereglementeerde onderneming een betaalrekening voor onderzoek beheert, verstrekt zij op verzoek van haar cliënten of van de FSMA een samenvattend overzicht van de aanbieders die uit deze rekening worden betaald, het totale bedrag van betalingen over een bepaalde periode, de door de gereglementeerde onderneming ontvangen voordelen en diensten en de verhouding van het totale bestede bedrag ten opzichte van het voor die periode door de onderneming gebudgetteerde bedrag, rekening houdend met terugbetalingen of overdrachten ingeval er op de rekening residuele bedragen staan.
Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, a), is de specifieke onderzoeksvergoeding :
1° uitsluitend gebaseerd op een onderzoeksbudget dat door de gereglementeerde onderneming is vastgesteld om te voldoen aan de behoefte aan onderzoek door derden met betrekking tot de diensten die zij haar cliënten aanbiedt; en
2° niet gebonden aan het volume en/of de waarde van de namens de cliënten verrichte transacties.
§ 3. Elke operationele regeling voor de inning van de onderzoeksvergoeding bij de cliënt, indien deze die niet afzonderlijk wordt geïnd maar als onderdeel van een transactiecommissie, vermeldt een afzonderlijk identificeerbare onderzoeksvergoeding en voldoet aan alle voorwaarden van paragraaf 1, eerste lid, 2° en tweede lid.
§ 4. Het totale bedrag van onderzoeksvergoedingen mag het onderzoeksbudget niet overschrijden.
§ 5. De gereglementeerde onderneming bedingt met haar cliënten, in de overeenkomst over beleggingsbeheer of in de algemene verkoopvoorwaarden, de onderzoeksvergoeding die door de onderneming in het budget wordt uitgetrokken alsmede de regelmaat waarmee in de loop van het jaar specifieke onderzoeksvergoedingen van de middelen van de cliënt worden afgetrokken.
Het onderzoeksbudget wordt alleen verhoogd nadat de cliënten duidelijk zijn geïnformeerd over de voorgenomen verhogingen. Ingeval de betaalrekening voor onderzoek aan het einde van een periode een overschot vertoont, beschikt de onderneming over een procedure voor terugbetaling van middelen aan de cliënt of voor verrekening met het onderzoeksbudget en de berekende vergoeding voor de volgende periode.
§ 6. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), wordt het onderzoeksbudget uitsluitend door de gereglementeerde onderneming beheerd en wordt uitgegaan van een redelijke beoordeling van de behoefte aan onderzoek door derden. De toewijzing van het onderzoeksbudget voor aanschaf van onderzoek door derden wordt onderworpen aan passende controles en toezicht door leidinggevenden om ervoor te zorgen dat het budget wordt beheerd en aangewend in het belang van de cliënten van de onderneming. Deze controles omvatten een duidelijke audittrail van betalingen aan aanbieders van onderzoeksdiensten en beschrijven hoe de betaalde bedragen zijn vastgesteld met betrekking tot de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, d), bedoelde kwaliteitscriteria. Gereglementeerde ondernemingen maken geen gebruik van het onderzoeksbudget en de betaalrekening voor onderzoek om intern onderzoek te financieren.
§ 7. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, c), kan de gereglementeerde onderneming het beheer van de betaalrekening voor onderzoek aan een derde delegeren, mits de regeling bevorderlijk is voor de onverwijlde aankoop van onderzoek door derden en betalingen aan aanbieders van onderzoeksdiensten namens de gereglementeerde onderneming, in overeenstemming met de instructies van de gereglementeerde onderneming.
§ 8. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, d), vermeldt de gereglementeerde onderneming alle noodzakelijke gegevens in een beleidsdocument dat aan de cliënten wordt bezorgd. Hierin wordt eveneens omschreven voor welke aankopen van onderzoeksdiensten ten behoeve van cliëntenportefeuilles middelen uit de betaalrekening voor onderzoek kunnen worden aangewend, rekening houdend met de voor verschillende types van portefeuilles geldende beleggingsstrategieën, alsmede welke aanpak de onderneming zal volgen om de kosten eerlijk te verdelen over de verschillende portefeuilles van cliënten.
§ 9. Een gereglementeerde onderneming die uitvoerende diensten aanbiedt, rekent voor deze diensten afzonderlijke vergoedingen aan die alleen de kosten voor de uitvoering van de transactie vertegenwoordigen. Voor alle andere voordelen of diensten die door dezelfde gereglementeerde onderneming aan in de Europese Unie gevestigde gereglementeerde ondernemingen wordt verstrekt, wordt een afzonderlijk identificeerbare vergoeding aangerekend.
De levering van deze voordelen of diensten en de vergoedingen daarvoor worden niet beïnvloed door of afhankelijk gesteld van het niveau van betaling voor uitvoerende diensten.
Art.8. § 1er. La fourniture de travaux de recherche par des tiers aux entreprises réglementées qui fournissent des services de gestion de portefeuille ou d'autres services d'investissement ou auxiliaires à des clients n'est pas considérée comme une incitation si ces travaux sont reçus en contrepartie de l'un des éléments suivants :
1° des paiements directs issus des ressources propres de l'entreprise réglementée ;
2° des paiements issus d'un compte de frais de recherche distinct contrôlé par l'entreprise réglementée, pour autant que les conditions suivantes relatives au fonctionnement de ce compte soient satisfaites :
a) le compte de frais de recherche est approvisionné par des frais de recherche spécifiques facturés au client ;
b) lorsqu'elle établit un compte de frais de recherche et qu'elle convient du montant des frais de recherche financés par ses clients, l'entreprise réglementée établit et évalue régulièrement le montant du budget de recherche en tant que mesure administrative interne ;
c) l'entreprise réglementée est responsable du compte de frais de recherche ;
d) l'entreprise réglementée évalue régulièrement la qualité des travaux de recherche achetés en se fondant sur des critères de qualité solides et sur la capacité de ces travaux à contribuer à de meilleures décisions d'investissement ;
En ce qui concerne l'alinéa 1er, 2°, lorsqu'une entreprise réglementée recourt au compte de frais de recherche, elle fournit les informations suivantes à ses clients :
a) avant de fournir un service d'investissement à ses clients, l'information sur le budget prévu pour la recherche et le montant des frais de recherche estimés pour chacun d'eux ;
b) des informations annuelles sur les coûts totaux que chacun d'eux a encouru pour la recherche tierce.
§ 2. Lorsqu'une entreprise réglementée exploite un compte de frais de recherche, elle fournit, à la demande de ses clients ou de la FSMA, une synthèse indiquant les prestataires rémunérés par ce compte, le montant total versé à ces prestataires au cours d'une période donnée, les avantages et services reçus par l'entreprise réglementée et une comparaison entre le montant total payé depuis le compte et le budget fixé par l'entreprise pour cette période, en signalant toute remise et tout report s'il reste des fonds sur ce compte.
Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a), les frais de recherche spécifiques :
1° ne sont fondés que sur un budget de recherche fixé par l'entreprise réglementée aux fins d'établir la nécessité de recherche tierce relative à des services d'investissement fournis à ses clients ; et
2° sont sans lien avec avec le volume et/ou la valeur des transactions exécutées pour le compte des clients.
§ 3. Les dispositifs opérationnels visant à collecter les frais de recherche auprès du client, si cette collecte n'est pas distincte mais liée à une commission pour transaction, indiquent séparément les frais de recherche et respectent pleinement les conditions énoncées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et alinéa 2.
§ 4. Le montant total des frais de recherche perçus ne peut dépasser le budget de recherche.
§ 5. L'entreprise réglementée convient avec ses clients, dans l'accord de gestion des investissements de l'entreprise ou dans ses conditions générales, des frais de recherche budgétés par l'entreprise et de la fréquence avec laquelle les frais de recherche spécifiques seront déduits des ressources du client au cours de l'année.
Les augmentations du budget de recherche n'ont lieu qu'après que les clients ont été clairement informés d'une telle augmentation prévue. Si le compte de frais de recherche présente un excédent en fin de période, l'entreprise réglementée devrait prévoir un processus pour restituer ces fonds au client ou les inclure dans le budget et les frais de recherche calculés pour la période suivante.
§ 6. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le budget de recherche est exclusivement géré par l'entreprise réglementée et il est fondé sur une évaluation raisonnable de la nécessité de recherche tierce. L'allocation du budget de recherche à l'achat de recherche tierce est soumise à des mécanismes de contrôle appropriés et à la supervision de la direction générale afin de garantir que ce budget est géré et utilisé au mieux des intérêts des clients de l'entreprise. Ces mécanismes de contrôle incluent une piste d'audit des paiements effectués aux prestataires de recherche et montrent comment les montants versés ont été calculés par référence aux critères de qualité visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, d). Les entreprises réglementées n'utilisent pas le budget de recherche et le compte de frais de recherche pour financer des recherches internes.
§ 7. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, c), l'entreprise réglementée peut déléguer la gestion du compte de frais de recherche à un tiers, pour autant qu'un tel dispositif facilite l'achat de recherche tierce et les paiements aux prestataires de recherche pour le compte de l'entreprise réglementée dans les meilleurs délais conformément aux instructions de l'entreprise réglementée.
§ 8. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, d), les entreprises réglementées consignent tous les éléments nécessaires dans une politique écrite, qu'ils mettent à disposition de leurs clients. Cette politique traite également de la mesure dans laquelle la recherche achetée par l'intermédiaire du compte de frais de recherche peut bénéficier aux portefeuilles des clients, y compris en tenant compte, lorsqu'il y a lieu, des stratégies d'investissement applicables aux différents types de portefeuilles et de l'approche poursuivie par l'entreprise pour imputer équitablement ces coûts sur les portefeuilles des différents clients.
§ 9. Une entreprise réglementée fournissant des services d'exécution présente séparément les frais pour ces services, qui ne reflètent que le coût d'exécution de la transaction. La fourniture de toute autre prestation ou service par la même entreprise réglementée à des entreprises réglementées établies dans l'Union européenne fait l'objet de frais séparément identifiables.
La fourniture de ces prestations et services et les frais y afférents ne sont pas influencés ou conditionnés par les niveaux de paiement pour les services d'exécution.
1° des paiements directs issus des ressources propres de l'entreprise réglementée ;
2° des paiements issus d'un compte de frais de recherche distinct contrôlé par l'entreprise réglementée, pour autant que les conditions suivantes relatives au fonctionnement de ce compte soient satisfaites :
a) le compte de frais de recherche est approvisionné par des frais de recherche spécifiques facturés au client ;
b) lorsqu'elle établit un compte de frais de recherche et qu'elle convient du montant des frais de recherche financés par ses clients, l'entreprise réglementée établit et évalue régulièrement le montant du budget de recherche en tant que mesure administrative interne ;
c) l'entreprise réglementée est responsable du compte de frais de recherche ;
d) l'entreprise réglementée évalue régulièrement la qualité des travaux de recherche achetés en se fondant sur des critères de qualité solides et sur la capacité de ces travaux à contribuer à de meilleures décisions d'investissement ;
En ce qui concerne l'alinéa 1er, 2°, lorsqu'une entreprise réglementée recourt au compte de frais de recherche, elle fournit les informations suivantes à ses clients :
a) avant de fournir un service d'investissement à ses clients, l'information sur le budget prévu pour la recherche et le montant des frais de recherche estimés pour chacun d'eux ;
b) des informations annuelles sur les coûts totaux que chacun d'eux a encouru pour la recherche tierce.
§ 2. Lorsqu'une entreprise réglementée exploite un compte de frais de recherche, elle fournit, à la demande de ses clients ou de la FSMA, une synthèse indiquant les prestataires rémunérés par ce compte, le montant total versé à ces prestataires au cours d'une période donnée, les avantages et services reçus par l'entreprise réglementée et une comparaison entre le montant total payé depuis le compte et le budget fixé par l'entreprise pour cette période, en signalant toute remise et tout report s'il reste des fonds sur ce compte.
Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, a), les frais de recherche spécifiques :
1° ne sont fondés que sur un budget de recherche fixé par l'entreprise réglementée aux fins d'établir la nécessité de recherche tierce relative à des services d'investissement fournis à ses clients ; et
2° sont sans lien avec avec le volume et/ou la valeur des transactions exécutées pour le compte des clients.
§ 3. Les dispositifs opérationnels visant à collecter les frais de recherche auprès du client, si cette collecte n'est pas distincte mais liée à une commission pour transaction, indiquent séparément les frais de recherche et respectent pleinement les conditions énoncées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et alinéa 2.
§ 4. Le montant total des frais de recherche perçus ne peut dépasser le budget de recherche.
§ 5. L'entreprise réglementée convient avec ses clients, dans l'accord de gestion des investissements de l'entreprise ou dans ses conditions générales, des frais de recherche budgétés par l'entreprise et de la fréquence avec laquelle les frais de recherche spécifiques seront déduits des ressources du client au cours de l'année.
Les augmentations du budget de recherche n'ont lieu qu'après que les clients ont été clairement informés d'une telle augmentation prévue. Si le compte de frais de recherche présente un excédent en fin de période, l'entreprise réglementée devrait prévoir un processus pour restituer ces fonds au client ou les inclure dans le budget et les frais de recherche calculés pour la période suivante.
§ 6. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, b), le budget de recherche est exclusivement géré par l'entreprise réglementée et il est fondé sur une évaluation raisonnable de la nécessité de recherche tierce. L'allocation du budget de recherche à l'achat de recherche tierce est soumise à des mécanismes de contrôle appropriés et à la supervision de la direction générale afin de garantir que ce budget est géré et utilisé au mieux des intérêts des clients de l'entreprise. Ces mécanismes de contrôle incluent une piste d'audit des paiements effectués aux prestataires de recherche et montrent comment les montants versés ont été calculés par référence aux critères de qualité visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, d). Les entreprises réglementées n'utilisent pas le budget de recherche et le compte de frais de recherche pour financer des recherches internes.
§ 7. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, c), l'entreprise réglementée peut déléguer la gestion du compte de frais de recherche à un tiers, pour autant qu'un tel dispositif facilite l'achat de recherche tierce et les paiements aux prestataires de recherche pour le compte de l'entreprise réglementée dans les meilleurs délais conformément aux instructions de l'entreprise réglementée.
§ 8. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, d), les entreprises réglementées consignent tous les éléments nécessaires dans une politique écrite, qu'ils mettent à disposition de leurs clients. Cette politique traite également de la mesure dans laquelle la recherche achetée par l'intermédiaire du compte de frais de recherche peut bénéficier aux portefeuilles des clients, y compris en tenant compte, lorsqu'il y a lieu, des stratégies d'investissement applicables aux différents types de portefeuilles et de l'approche poursuivie par l'entreprise pour imputer équitablement ces coûts sur les portefeuilles des différents clients.
§ 9. Une entreprise réglementée fournissant des services d'exécution présente séparément les frais pour ces services, qui ne reflètent que le coût d'exécution de la transaction. La fourniture de toute autre prestation ou service par la même entreprise réglementée à des entreprises réglementées établies dans l'Union européenne fait l'objet de frais séparément identifiables.
La fourniture de ces prestations et services et les frais y afférents ne sont pas influencés ou conditionnés par les niveaux de paiement pour les services d'exécution.
TITEL 3. - Specifieke organisatorische regels voor algoritmische handel, directe elektronische toegang tot de handelsplatformen en voor de activiteiten van de general clearing member
TITRE 3. - Règles organisationnelles spécifiques liées au trading algorithmique, à la fourniture d'accès électroniques directs aux plate-formes de négociation et à l'activité de membre compensateur
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebeid
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
Art.9. Deze titel is van toepassing op :
1° de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, inclusief voor hun activiteiten in een andere lidstaat;
2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land;
3° de in artikel 4, § 4, van de wet van 26 oktober 2016 bedoelde leden of deelnemers van gereglementeerde markten of MTF's.
In deze Titel wordt naar de in het eerste lid bedoelde instellingen en ondernemingen verwezen als de "gereglementeerde ondernemingen".
1° de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, inclusief voor hun activiteiten in een andere lidstaat;
2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land;
3° de in artikel 4, § 4, van de wet van 26 oktober 2016 bedoelde leden of deelnemers van gereglementeerde markten of MTF's.
In deze Titel wordt naar de in het eerste lid bedoelde instellingen en ondernemingen verwezen als de "gereglementeerde ondernemingen".
Art.9. Le présent titre est applicable :
1° aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement de droit belge, en ce compris pour les activités exercées dans un autre Etat membre;
2° aux succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers;
3° aux membres ou participants de marchés réglementés visés à l'article 4, § 4, de la loi du 26 octobre 2016.
Les établissements visés à l'alinéa 1er sont désignés dans le présent Titre par le vocable "entreprises réglementées".
1° aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement de droit belge, en ce compris pour les activités exercées dans un autre Etat membre;
2° aux succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un pays tiers;
3° aux membres ou participants de marchés réglementés visés à l'article 4, § 4, de la loi du 26 octobre 2016.
Les établissements visés à l'alinéa 1er sont désignés dans le présent Titre par le vocable "entreprises réglementées".
HOOFDSTUK 2. - Algoritmische handel
CHAPITRE 2. - Trading algorithmique
Art.10. § 1. [1 Gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden, hebben voor hun bedrijfsactiviteit geschikte, doeltreffende systemen en risicocontroles ingesteld om te garanderen dat hun handelssystemen weerbaar zijn en voldoende capaciteit hebben overeenkomstig de vereisten van hoofdstuk II van Verordening (EU) 2022/2554, aan gepaste handelsdrempels en -limieten onderworpen zijn, en te voorkomen dat foutieve orders worden verzonden of dat de systemen anderszins op zodanige wijze functioneren dat zulks tot het ontstaan van een onordelijke markt kan leiden of bijdragen.]1
[1 Gereglementeerde ondernemingen beschikken over doeltreffende regelingen om de bedrijfscontinuïteit bij elke storing van hun handelssystemen op te vangen, met inbegrip van overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2022/2554 opgestelde beleidslijnen en plannen inzake ICT-bedrijfscontinuïteit en respons- en herstelplannen voor ICT, en zien erop toe dat hun systemen volledig zijn getest en naar behoren worden gecontroleerd om te garanderen dat zij aan de vereisten van deze paragraaf en aan de specifieke vereisten van de hoofdstukken II en IV van dezelfde verordening voldoen.]1
Gereglementeerde ondernemingen beschikken over doeltreffende regelingen om de bedrijfscontinuïteit bij elke storing van hun handelssystemen op te vangen en zien erop toe dat hun systemen volledig zijn getest en naar behoren worden gecontroleerd om te garanderen dat zij aan de vereisten van deze paragraaf voldoen.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden, brengen dit ter kennis van de FSMA en de Bank, alsook van de bevoegde autoriteiten van het handelsplatform waar zij zich met algoritmische handel bezighouden als lid van of deelnemer aan het handelsplatform.
De FSMA kan van de gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden verlangen dat zij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekken van de aard van hun strategieën op het gebied van algoritmische handel, informatie over de handelsparameters of -limieten die voor de systemen gelden, de belangrijkste compliance- en risicocontroles die zij hebben opgezet om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden van paragraaf 1 is voldaan, en informatie over het testen van hun systemen.
De FSMA kan gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden steeds om nadere informatie over hun algoritmische handel en de daartoe gebruikte systemen verzoeken.
De FSMA geeft, op verzoek van een bevoegde autoriteit van een handelsplatform waar de gereglementeerde onderneming als lid van of als deelnemer aan dat handelsplatform zich met algoritmische handel bezighoudt, onverwijld kennis van de in de vorige leden bedoelde gegevens die zij ontvangt van de gereglementeerde onderneming die zich met algoritmische handel bezighoudt.
Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat documentatie in verband met de in deze paragraaf bedoelde aangelegenheden wordt bijgehouden en zien erop toe dat deze documentatie volstaat om de FSMA in de gelegenheid te stellen de naleving te controleren van de vereisten van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
Gereglementeerde ondernemingen die zich met een techniek voor hoogfrequentie algoritmische handel bezighouden, bewaren in een goedgekeurde vorm nauwkeurige en volgens tijdstip gerangschikte gegevens van al hun geplaatste orders, met inbegrip van annuleringen van orders, uitgevoerde orders en prijsopgaven op handelsplatforms en stellen deze op verzoek ter beschikking van de FSMA.
[1 Gereglementeerde ondernemingen beschikken over doeltreffende regelingen om de bedrijfscontinuïteit bij elke storing van hun handelssystemen op te vangen, met inbegrip van overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2022/2554 opgestelde beleidslijnen en plannen inzake ICT-bedrijfscontinuïteit en respons- en herstelplannen voor ICT, en zien erop toe dat hun systemen volledig zijn getest en naar behoren worden gecontroleerd om te garanderen dat zij aan de vereisten van deze paragraaf en aan de specifieke vereisten van de hoofdstukken II en IV van dezelfde verordening voldoen.]1
Gereglementeerde ondernemingen beschikken over doeltreffende regelingen om de bedrijfscontinuïteit bij elke storing van hun handelssystemen op te vangen en zien erop toe dat hun systemen volledig zijn getest en naar behoren worden gecontroleerd om te garanderen dat zij aan de vereisten van deze paragraaf voldoen.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden, brengen dit ter kennis van de FSMA en de Bank, alsook van de bevoegde autoriteiten van het handelsplatform waar zij zich met algoritmische handel bezighouden als lid van of deelnemer aan het handelsplatform.
De FSMA kan van de gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden verlangen dat zij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekken van de aard van hun strategieën op het gebied van algoritmische handel, informatie over de handelsparameters of -limieten die voor de systemen gelden, de belangrijkste compliance- en risicocontroles die zij hebben opgezet om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden van paragraaf 1 is voldaan, en informatie over het testen van hun systemen.
De FSMA kan gereglementeerde ondernemingen die zich met algoritmische handel bezighouden steeds om nadere informatie over hun algoritmische handel en de daartoe gebruikte systemen verzoeken.
De FSMA geeft, op verzoek van een bevoegde autoriteit van een handelsplatform waar de gereglementeerde onderneming als lid van of als deelnemer aan dat handelsplatform zich met algoritmische handel bezighoudt, onverwijld kennis van de in de vorige leden bedoelde gegevens die zij ontvangt van de gereglementeerde onderneming die zich met algoritmische handel bezighoudt.
Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat documentatie in verband met de in deze paragraaf bedoelde aangelegenheden wordt bijgehouden en zien erop toe dat deze documentatie volstaat om de FSMA in de gelegenheid te stellen de naleving te controleren van de vereisten van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
Gereglementeerde ondernemingen die zich met een techniek voor hoogfrequentie algoritmische handel bezighouden, bewaren in een goedgekeurde vorm nauwkeurige en volgens tijdstip gerangschikte gegevens van al hun geplaatste orders, met inbegrip van annuleringen van orders, uitgevoerde orders en prijsopgaven op handelsplatforms en stellen deze op verzoek ter beschikking van de FSMA.
Art.10. § 1er. [1 Les entreprises réglementées recourant au trading algorithmique disposent de systèmes et de contrôles des risques efficaces et adaptés à leur activité pour garantir que leur systèmes de négociation sont résilients et ont une capacité suffisante conformément aux exigences fixées au chapitre II du règlement (UE) 2022/2554, qu'ils sont soumis à des seuils et limites de négociation appropriés et qu'ils préviennent l'envoi d'ordres erronés ou tout autre fonctionnement des systèmes susceptible de donner naissance ou de contribuer à une perturbation du marché.]1
[1 Elles disposent enfin de mécanismes de continuité des activités efficaces pour faire face à toute défaillance de leurs systèmes de négociation, y compris d'une politique et de plans en matière de continuité des activités de TIC et de plans de réponse et de rétablissement des TIC mis en place conformément à l'article 11 du règlement (UE) 2022/2554, et elles veillent à ce que leur systèmes soient entièrement testés et convenablement suivis de manière à garantir qu'ils satisfont aux exigences générales fixées au présent paragraphe et aux exigences spécifiques fixées aux chapitres II et IV du même règlement.]1
Elles disposent enfin de plans de continuité des activités efficaces pour faire face à toute défaillance de leurs systèmes de négociation et elles veillent à ce que leurs systèmes soient entièrement testés et convenablement suivis de manière à garantir qu'ils satisfont aux exigences du présent paragraphe.
§ 2. Les entreprises réglementées recourant au trading algorithmique le notifient à la FSMA et à la Banque, ainsi qu'aux autorités compétentes de la plate-forme de négociation sur laquelle elles recourent au trading algorithmique, en tant que membres ou participants de la plate-forme de négociation.
La FSMA peut demander aux entreprises réglementées recourant au trading algorithmique de fournir, de façon régulière ou ponctuelle, une description de la nature de leurs stratégies de trading algorithmique et des informations détaillées sur les paramètres de négociation ou les limites auxquelles le système est soumis, sur les principaux contrôles de conformité et des risques mis en place pour garantir que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies et sur les tests conduits sur ses systèmes.
La FSMA peut, à tout moment, demander à cette dernière des informations complémentaires sur son trading algorithmique et sur les systèmes utilisés pour celui-ci.
La FSMA communique, à la demande d'une autorité compétente d'une plate-forme de négociation sur laquelle l'entreprise réglementée recourt, en tant que membre ou participant de la plate-forme de négociation, au trading algorithmique et sans délai excessif, les informations visées aux alinéas précédents qu'elle reçoit de la part de l'entreprise réglementée recourant au trading algorithmique.
Les entreprises réglementées veillent à ce qu'un enregistrement soit gardé des activités visées au présent paragraphe et s'assure que celui-ci soit suffisant pour permettre à la FSMA de vérifier leur conformité avec les exigences de la loi du 2 août 2002, de la loi du 25 avril 2014, de la loi du 25 octobre 2016, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
Les entreprises réglementées qui mettent en oeuvre une technique de trading algorithmique à haute fréquence tiennent, dans une forme validée, un registre précis et chronologique de tous les ordres qu'elles passent, y compris les annulations d'ordres, les ordres exécutés et les cotations sur des plates-formes de négociations, et le mettent à la disposition de la FSMA sur demande.
[1 Elles disposent enfin de mécanismes de continuité des activités efficaces pour faire face à toute défaillance de leurs systèmes de négociation, y compris d'une politique et de plans en matière de continuité des activités de TIC et de plans de réponse et de rétablissement des TIC mis en place conformément à l'article 11 du règlement (UE) 2022/2554, et elles veillent à ce que leur systèmes soient entièrement testés et convenablement suivis de manière à garantir qu'ils satisfont aux exigences générales fixées au présent paragraphe et aux exigences spécifiques fixées aux chapitres II et IV du même règlement.]1
Elles disposent enfin de plans de continuité des activités efficaces pour faire face à toute défaillance de leurs systèmes de négociation et elles veillent à ce que leurs systèmes soient entièrement testés et convenablement suivis de manière à garantir qu'ils satisfont aux exigences du présent paragraphe.
§ 2. Les entreprises réglementées recourant au trading algorithmique le notifient à la FSMA et à la Banque, ainsi qu'aux autorités compétentes de la plate-forme de négociation sur laquelle elles recourent au trading algorithmique, en tant que membres ou participants de la plate-forme de négociation.
La FSMA peut demander aux entreprises réglementées recourant au trading algorithmique de fournir, de façon régulière ou ponctuelle, une description de la nature de leurs stratégies de trading algorithmique et des informations détaillées sur les paramètres de négociation ou les limites auxquelles le système est soumis, sur les principaux contrôles de conformité et des risques mis en place pour garantir que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies et sur les tests conduits sur ses systèmes.
La FSMA peut, à tout moment, demander à cette dernière des informations complémentaires sur son trading algorithmique et sur les systèmes utilisés pour celui-ci.
La FSMA communique, à la demande d'une autorité compétente d'une plate-forme de négociation sur laquelle l'entreprise réglementée recourt, en tant que membre ou participant de la plate-forme de négociation, au trading algorithmique et sans délai excessif, les informations visées aux alinéas précédents qu'elle reçoit de la part de l'entreprise réglementée recourant au trading algorithmique.
Les entreprises réglementées veillent à ce qu'un enregistrement soit gardé des activités visées au présent paragraphe et s'assure que celui-ci soit suffisant pour permettre à la FSMA de vérifier leur conformité avec les exigences de la loi du 2 août 2002, de la loi du 25 avril 2014, de la loi du 25 octobre 2016, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
Les entreprises réglementées qui mettent en oeuvre une technique de trading algorithmique à haute fréquence tiennent, dans une forme validée, un registre précis et chronologique de tous les ordres qu'elles passent, y compris les annulations d'ordres, les ordres exécutés et les cotations sur des plates-formes de négociations, et le mettent à la disposition de la FSMA sur demande.
Änderungen
Art.11. § 1. Gereglementeerde ondernemingen die zich bezighouden met algoritmische handel ter uitvoering van een market-makingstrategie, dienen, rekening houdend met de liquiditeit, de schaal en de aard van de specifieke markt en met de kenmerken van de verhandelde instrumenten :
1° deze market making doorlopend te verrichten gedurende een gespecificeerd deel van de handelstijden van het handelsplatform, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, met als gevolg dat het handelsplatform op regelmatige en voorspelbare wijze van liquiditeit wordt voorzien;
2° een bindende schriftelijke overeenkomst aan te gaan met het handelsplatform, waarin ten minste de verplichtingen van de gereglementeerde onderneming overeenkomstig 1° gespecificeerd zijn; en
3° te beschikken over doeltreffende interne beheersing teneinde te waarborgen dat zij zich te allen tijde aan de verplichtingen uit hoofde van de in 2° genoemde overeenkomst houden.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel en artikel 22, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten, wordt een gereglementeerde onderneming die zich bezighoudt met algoritmische handel, als lid van of deelnemer aan één of meer handelsplatformen bij het handelen voor eigen rekening, geacht een market-makingstrategie uit te voeren indien haar strategie er onder meer in bestaat gelijktijdig vaste bied- en laatkoersen van een vergelijkbare omvang en tegen concurrerende prijzen voor één of meer financiële instrumenten op één of meer handelsplatformen bekend te maken, met als resultaat dat de gehele markt op regelmatige en frequente basis van liquiditeit wordt voorzien.
1° deze market making doorlopend te verrichten gedurende een gespecificeerd deel van de handelstijden van het handelsplatform, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, met als gevolg dat het handelsplatform op regelmatige en voorspelbare wijze van liquiditeit wordt voorzien;
2° een bindende schriftelijke overeenkomst aan te gaan met het handelsplatform, waarin ten minste de verplichtingen van de gereglementeerde onderneming overeenkomstig 1° gespecificeerd zijn; en
3° te beschikken over doeltreffende interne beheersing teneinde te waarborgen dat zij zich te allen tijde aan de verplichtingen uit hoofde van de in 2° genoemde overeenkomst houden.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel en artikel 22, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten, wordt een gereglementeerde onderneming die zich bezighoudt met algoritmische handel, als lid van of deelnemer aan één of meer handelsplatformen bij het handelen voor eigen rekening, geacht een market-makingstrategie uit te voeren indien haar strategie er onder meer in bestaat gelijktijdig vaste bied- en laatkoersen van een vergelijkbare omvang en tegen concurrerende prijzen voor één of meer financiële instrumenten op één of meer handelsplatformen bekend te maken, met als resultaat dat de gehele markt op regelmatige en frequente basis van liquiditeit wordt voorzien.
Art.11. § 1er. Les entreprises réglementées recourant au trading algorithmique pour la mise en oeuvre d'une stratégie de tenue de marché, compte tenu de la liquidité, de la taille et de la nature du marché particulier et des caractéristiques de l'instrument négocié :
1° effectuent cette tenue de marché en continu pendant une proportion déterminée des heures de négociation de la plate-forme de négociation, sauf circonstances exceptionnelles, avec pour résultat d'apporter à cette plate-forme de négociation de la liquidité de façon régulière et prévisible ;
2° concluent avec la plate-forme de négociation un accord écrit contraignant qui précise au minimum les obligations de l'entreprise réglementée conformément au 1° ; et
3° disposent de systèmes et de contrôles efficaces pour s'assurer qu'elles respectent à tout moment les obligations qui leur incombent en vertu de l'accord visé au 2°.
§ 2. Aux fins du présent article et de l'article 22, § 2, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers, une entreprise réglementée est considérée comme appliquant une stratégie de tenue de marché lorsque, en qualité de membre ou de participant à une ou plusieurs plates-formes de négociation, sa stratégie, lorsqu'elle négocie pour son propre compte, implique l'affichage simultané des prix fermes et compétitifs à l'achat et à la vente pour des transactions de taille comparable relatifs à un ou plusieurs instruments financiers sur une plate-forme de négociation unique ou sur différentes plates-formes de négociation, avec pour résultat d'apporter de la liquidité au marché dans son ensemble de façon régulière et fréquente.
1° effectuent cette tenue de marché en continu pendant une proportion déterminée des heures de négociation de la plate-forme de négociation, sauf circonstances exceptionnelles, avec pour résultat d'apporter à cette plate-forme de négociation de la liquidité de façon régulière et prévisible ;
2° concluent avec la plate-forme de négociation un accord écrit contraignant qui précise au minimum les obligations de l'entreprise réglementée conformément au 1° ; et
3° disposent de systèmes et de contrôles efficaces pour s'assurer qu'elles respectent à tout moment les obligations qui leur incombent en vertu de l'accord visé au 2°.
§ 2. Aux fins du présent article et de l'article 22, § 2, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers, une entreprise réglementée est considérée comme appliquant une stratégie de tenue de marché lorsque, en qualité de membre ou de participant à une ou plusieurs plates-formes de négociation, sa stratégie, lorsqu'elle négocie pour son propre compte, implique l'affichage simultané des prix fermes et compétitifs à l'achat et à la vente pour des transactions de taille comparable relatifs à un ou plusieurs instruments financiers sur une plate-forme de négociation unique ou sur différentes plates-formes de négociation, avec pour résultat d'apporter de la liquidité au marché dans son ensemble de façon régulière et fréquente.
HOOFDSTUK 3. - Aanbieden van directe elektronische toegang tot de handelsplatformen
CHAPITRE 3. - Fourniture d'un accès électronique direct aux plate-formes de négociation
Art.12. § 1. Gereglementeerde ondernemingen die directe elektronische toegang tot een handelsplatform aanbieden, beschikken over doeltreffende interne beheersing opgezet om te garanderen dat de geschiktheid van cliënten die van de dienst gebruik maken naar behoren wordt getoetst en beoordeeld, dat cliënten die van de dienst gebruik maken wordt belet gepaste, vooraf vastgestelde handels- en kredietdrempels te overschrijden, dat de handel door cliënten die van de dienst gebruik maken naar behoren wordt gecontroleerd, en dat gepaste risicocontroles handel voorkomen die risico's voor de gereglementeerde ondernemingen zelf met zich meebrengen, die tot het ontstaan van een onordelijke markt kunnen leiden of bijdragen, of die in strijd zijn met Verordening (EU) nr. 596/2014 of met de regels van het handelsplatform. Directe elektronische toegang zonder dergelijke controles is verboden.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die directe elektronische toegang aanbieden, zorgen ervoor dat cliënten die van die dienst gebruik maken, voldoen aan de vereisten van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit, alsook aan de regels van het handelsplatform.
Gereglementeerde ondernemingen zien toe op de transacties opdat inbreuken op deze regels, handelsomstandigheden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die marktmisbruik kunnen inhouden, kunnen worden onderkend en worden gemeld aan de FSMA en/of aan de Bank, elk voor wat haar bevoegdheden betreft.
§ 3. Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat er tussen hun en de cliënt een bindende schriftelijke overeenkomst bestaat waarin de uit de dienstverlening voortvloeiende wezenlijke rechten en plichten zijn vastgelegd, en dat de gereglementeerde onderneming krachtens de overeenkomst verantwoordelijk blijft voor de naleving van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
§ 4. Gereglementeerde ondernemingen die directe elektronische toegang tot een handelsplatform verlenen, delen dit dienovereenkomstig mee aan de FSMA, aan de Bank en aan de bevoegde autoriteiten van het handelsplatform waartoe zij directe elektronische toegang verlenen.
De FSMA en de Bank kunnen van de gereglementeerde ondernemingen verlangen dat zij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekken van de in het eerste paragraaf bedoelde interne beheersing, alsook een bewijs dat deze is toegepast.
De FSMA geeft, op verzoek van een bevoegde autoriteit van een handelsplatform waartoe de gereglementeerde onderneming directe elektronische toegang verleent, zonder onnodige vertraging, kennis van de in het tweede lid bedoelde informatie die zij of de Bank van de gereglementeerde onderneming ontvangt.
§ 5. Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat documentatie in verband met de in dit artikel bedoelde aangelegenheden wordt bijgehouden en zien erop toe dat deze documentatie volstaat om de FSMA en de Bank in de gelegenheid te stellen de naleving te controleren van de vereisten van de wetten van 2 augustus 2002, 25 april 2014, 25 oktober 2016, 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
§ 2. Gereglementeerde ondernemingen die directe elektronische toegang aanbieden, zorgen ervoor dat cliënten die van die dienst gebruik maken, voldoen aan de vereisten van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit, alsook aan de regels van het handelsplatform.
Gereglementeerde ondernemingen zien toe op de transacties opdat inbreuken op deze regels, handelsomstandigheden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die marktmisbruik kunnen inhouden, kunnen worden onderkend en worden gemeld aan de FSMA en/of aan de Bank, elk voor wat haar bevoegdheden betreft.
§ 3. Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat er tussen hun en de cliënt een bindende schriftelijke overeenkomst bestaat waarin de uit de dienstverlening voortvloeiende wezenlijke rechten en plichten zijn vastgelegd, en dat de gereglementeerde onderneming krachtens de overeenkomst verantwoordelijk blijft voor de naleving van de wet van 2 augustus 2002, de wet van 25 april 2014, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
§ 4. Gereglementeerde ondernemingen die directe elektronische toegang tot een handelsplatform verlenen, delen dit dienovereenkomstig mee aan de FSMA, aan de Bank en aan de bevoegde autoriteiten van het handelsplatform waartoe zij directe elektronische toegang verlenen.
De FSMA en de Bank kunnen van de gereglementeerde ondernemingen verlangen dat zij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekken van de in het eerste paragraaf bedoelde interne beheersing, alsook een bewijs dat deze is toegepast.
De FSMA geeft, op verzoek van een bevoegde autoriteit van een handelsplatform waartoe de gereglementeerde onderneming directe elektronische toegang verleent, zonder onnodige vertraging, kennis van de in het tweede lid bedoelde informatie die zij of de Bank van de gereglementeerde onderneming ontvangt.
§ 5. Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat documentatie in verband met de in dit artikel bedoelde aangelegenheden wordt bijgehouden en zien erop toe dat deze documentatie volstaat om de FSMA en de Bank in de gelegenheid te stellen de naleving te controleren van de vereisten van de wetten van 2 augustus 2002, 25 april 2014, 25 oktober 2016, 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en van dit besluit.
Art.12. § 1er. Les entreprises réglementées fournissant un accès électronique direct à une plate-forme de négociation disposent de systèmes et de contrôles efficaces assurant que le caractère adéquat des clients utilisant ce service est dûment évalué et examiné, que ces clients sont empêchés de dépasser des seuils de négociation et de crédit appropriés préétablis, que les opérations effectuées par ces clients sont convenablement suivies et que des contrôles appropriés des risques préviennent toute négociation susceptible de créer des risques pour l'entreprise réglementée elle-même ou susceptible de donner naissance ou de contribuer à une perturbation du marché ou d'être contraire au Règlement (UE) n° 596/2014 ou aux règles de la plate-forme de négociation. L'accès électronique direct sans ces contrôles est interdit.
§ 2. Les entreprises réglementées qui fournissent un accès électronique direct ont la responsabilité de veiller à ce que les clients qui utilisent ce service se conforment aux exigences de la loi du 2 août 2002, la loi du 25 avril 2014, la loi du 25 octobre 2016, la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté, ainsi qu'aux règles de la plateforme de négociation.
Les entreprises réglementées surveillent les transactions en vue de détecter toute violation desdites règles, toute condition de négociation de nature à perturber le marché ou tout comportement potentiellement révélateur d'un abus de marché, qu'il y a lieu de signaler à la FSMA et/ou à la Banque, pour ce qui relève de ses compétences.
§ 3. Les entreprises réglementées veillent à ce que soit conclu un accord écrit contraignant entre elles-mêmes et le client concerné portant sur les droits et obligations essentiels découlant de la fourniture de ce service et à ce que, dans le cadre dudit accord, elles demeurent responsable du respect des lois du 2 août 2002, 25 avril 2014, 25 octobre 2016, 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
§ 4. Les entreprises réglementées fournissant un accès électronique direct à une plate-forme de négociation le notifient à la FSMA et à la Banque et aux autorités compétentes de la plate-forme de négociation sur laquelle elles fournissent cet accès.
La FSMA et la Banque peuvent demander aux entreprises réglementées de fournir, de façon régulière ou ponctuelle, une description des systèmes et des contrôles visés au paragraphe 1er et la preuve qu'ils ont été appliqués.
La FSMA communique, à la demande d'une autorité compétente d'une plate-forme de négociation à laquelle l'entreprise réglementée fournit un accès électronique direct, sans délai excessif les informations visées à l'alinéa 2 qu'elle ou la Banque reçoit de la part de l'entreprise réglementée.
§ 5. Les entreprises réglementées veillent à ce qu'un enregistrement soit gardé des activités visées au présent article et s'assure que celui-ci soit suffisant pour permettre à la FSMA et à la Banque de vérifier leur conformité avec les exigences des lois du 2 août 2002, 25 avril 2014, 25 octobre 2016, 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
§ 2. Les entreprises réglementées qui fournissent un accès électronique direct ont la responsabilité de veiller à ce que les clients qui utilisent ce service se conforment aux exigences de la loi du 2 août 2002, la loi du 25 avril 2014, la loi du 25 octobre 2016, la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté, ainsi qu'aux règles de la plateforme de négociation.
Les entreprises réglementées surveillent les transactions en vue de détecter toute violation desdites règles, toute condition de négociation de nature à perturber le marché ou tout comportement potentiellement révélateur d'un abus de marché, qu'il y a lieu de signaler à la FSMA et/ou à la Banque, pour ce qui relève de ses compétences.
§ 3. Les entreprises réglementées veillent à ce que soit conclu un accord écrit contraignant entre elles-mêmes et le client concerné portant sur les droits et obligations essentiels découlant de la fourniture de ce service et à ce que, dans le cadre dudit accord, elles demeurent responsable du respect des lois du 2 août 2002, 25 avril 2014, 25 octobre 2016, 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
§ 4. Les entreprises réglementées fournissant un accès électronique direct à une plate-forme de négociation le notifient à la FSMA et à la Banque et aux autorités compétentes de la plate-forme de négociation sur laquelle elles fournissent cet accès.
La FSMA et la Banque peuvent demander aux entreprises réglementées de fournir, de façon régulière ou ponctuelle, une description des systèmes et des contrôles visés au paragraphe 1er et la preuve qu'ils ont été appliqués.
La FSMA communique, à la demande d'une autorité compétente d'une plate-forme de négociation à laquelle l'entreprise réglementée fournit un accès électronique direct, sans délai excessif les informations visées à l'alinéa 2 qu'elle ou la Banque reçoit de la part de l'entreprise réglementée.
§ 5. Les entreprises réglementées veillent à ce qu'un enregistrement soit gardé des activités visées au présent article et s'assure que celui-ci soit suffisant pour permettre à la FSMA et à la Banque de vérifier leur conformité avec les exigences des lois du 2 août 2002, 25 avril 2014, 25 octobre 2016, 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et du présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Clearing member activiteit
CHAPITRE 4. - Activité de membre compensateur
Art.13. Gereglementeerde ondernemingen die voor andere personen als clearing member optreden, beschikken over doeltreffende interne beheersing om te garanderen dat de clearingdiensten alleen betrekking hebben op personen die geschikt zijn en aan duidelijke criteria voldoen, en dat aan die personen gepaste eisen worden gesteld om de risico's voor de gereglementeerde ondernemingen en de markt te verminderen.
Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat er tussen hun en de betrokken persoon een bindende schriftelijke overeenkomst bestaat waarin de uit de dienstverlening voortvloeiende wezenlijke rechten en plichten zijn vastgelegd.
Gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat er tussen hun en de betrokken persoon een bindende schriftelijke overeenkomst bestaat waarin de uit de dienstverlening voortvloeiende wezenlijke rechten en plichten zijn vastgelegd.
Art.13. Les entreprises réglementées agissant comme membre compensateur pour d'autres personnes disposent de systèmes et de contrôles efficaces pour garantir que les services de compensation sont appliqués uniquement à des personnes appropriées, satisfaisant à des critères clairs, et que des exigences adéquates sont imposées à ces personnes afin de réduire les risques pour l'entreprise réglementée et le marché.
Les entreprises réglementées veillent à ce que soit conclu un accord écrit contraignant entre elles-mêmes et la personne concernée portant sur les droits et obligations essentiels découlant de la fourniture de ce service.
Les entreprises réglementées veillent à ce que soit conclu un accord écrit contraignant entre elles-mêmes et la personne concernée portant sur les droits et obligations essentiels découlant de la fourniture de ce service.
TITEL 4. - Organisatorische vereisten voor instellingen die beleggingsdiensten leveren
TITRE 4. - Exigences organisationnelles pour les établissements qui fournissent des services d'investissement
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebeid
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
Art.14. Voor de toepassing van deze titel wordt onder "gereglementeerde onderneming" verstaan :
1° kredietinstellingen en beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, ook wanneer zij in een andere lidstaat activiteiten verrichten;
2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van derde landen ressorteren.
1° kredietinstellingen en beleggingsondernemingen naar Belgisch recht, ook wanneer zij in een andere lidstaat activiteiten verrichten;
2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van derde landen ressorteren.
Art.14. Pour l'application du présent titre, on entend par "entreprise réglementée" :
1° les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge, en ce compris pour les activités exercées dans un autre Etat membre;
2° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'Etats tiers.
1° les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge, en ce compris pour les activités exercées dans un autre Etat membre;
2° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'Etats tiers.
HOOFDSTUK 2. - Vrijwaring van financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten
CHAPITRE 2. - Sauvegarde des instruments financiers et des fonds des clients
Afdeling 1. - Vrijwaring van financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten
Section 1re. - Sauvegarde des instruments financiers et des fonds de clients
Art.15. § 1. De gereglementeerde ondernemingen voldoen aan de volgende vereisten met betrekking tot de vrijwaring van financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten :
1° zij moeten alle gegevens en rekeningen bijhouden die hen te allen tijde onmiddellijk in staat stellen de activa die voor een cliënt worden aangehouden, te onderscheiden van voor andere cliënten aangehouden activa en hun eigen activa;
2° zij moeten hun gegevens en rekeningen op zodanige wijze bijhouden dat deze accuraat zijn en met name de voor cliënten aangehouden financiële instrumenten en geldmiddelen weerspiegelen en als controlespoor kunnen worden gebruikt;
3° zij moeten op gezette tijden nagaan of hun interne gegevens en rekeningen overeenstemmen met die van derden door wie die activa worden aangehouden;
4° zij moeten de nodige maatregelen nemen om te garanderen dat overeenkomstig artikel 16 bij een derde gedeponeerde financiële instrumenten van cliënten door middel van verschillend getitelde rekeningen in de boeken van de derde of andere gelijkwaardige maatregelen waarmee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt, kunnen worden onderkend van hun eigen financiële instrumenten, en van de financiële instrumenten die aan die derde toebehoren;
5° zij moeten de nodige maatregelen nemen om te garanderen dat geldmiddelen van cliënten die overeenkomstig artikel 533 van de wet van 25 april 2014 zijn gedeponeerd bij een centrale bank, een kredietinstelling of een bank waaraan in een derde land een vergunning is verleend, dan wel bij een erkend geldmarktfonds, worden aangehouden op een rekening of rekeningen die kan of kunnen worden onderkend van rekeningen die worden gebruikt voor het aanhouden van aan henzelf toebehorende geldmiddelen;
6° zij moeten passende organisatorische regelingen treffen om het risico van verlies of vermindering van activa van cliënten dan wel van rechten in verband met die activa, als gevolg van misbruik van de activa, fraude, wanbeheer, ontoereikende gegevensbewaring of nalatigheid, tot een minimum te beperken.
§ 2. Indien de gereglementeerde ondernemingen om redenen die verband houden met het toepasselijke recht, met inbegrip van met name het eigendoms- en het insolventierecht, niet kunnen voldoen aan paragraaf 1 ter vrijwaring van de rechten van hun cliënten overeenkomstig de vereisten van de artikelen 65, 65/1, 528, 529 en 533 van de wet van 25 april 2014, voeren zij regelingen in om de rechten van hun cliënten te vrijwaren in overeenstemming met de doelstellingen van paragraaf 1.
§ 3. Indien het toepasselijke recht van het rechtsgebied waar de financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten worden aangehouden, de gereglementeerde ondernemingen belet zich naar paragraaf 1, 4° of 5°, te voegen, nemen de gereglementeerde ondernemingen alle passende maatregelen om de rechten van cliënten op gelijkwaardige wijze te vrijwaren. In dat geval informeren de gereglementeerde ondernemingen hun cliënten dat zij in dergelijke gevallen geen aanspraak kunnen maken op de bepalingen van de wet van 25 april 2014 en van dit besluit.
§ 4. Zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening op financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten die een derde als bedoeld in paragraaf 1, 4° of 5°, in staat stellen financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten te vervreemden teneinde schulden in te vorderen die geen betrekking hebben op die cliënten of op de dienstverlening aan die cliënten, zijn niet toegestaan, tenzij dit verplicht is bij het toepasselijke recht in een derde land waar de financiële instrumenten of geldmiddelen van die cliënten worden aangehouden.
Wanneer de gereglementeerde ondernemingen overeenkomsten moeten aangaan waarbij dergelijke zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening tot stand worden gebracht, delen zij die mee aan de cliënten en wijzen zij hen op risico's die aan dergelijke regelingen verbonden zijn.
Wanneer door een gereglementeerde onderneming zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening over financiële instrumenten of geldmiddelen van een cliënt worden verleend of wanneer de gereglementeerde onderneming heeft vernomen dat die zijn verleend, wordt daarvan melding gemaakt in de contracten met de cliënt en in de eigen rekeningen van de gereglementeerde onderneming zodat de eigendomsstatus van de activa van de cliënt wordt verduidelijkt, met name in geval van insolventie.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen houden informatie met betrekking tot financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten ter beschikking van de volgende entiteiten : de FSMA en de Bank, de liquidateurs en de afwikkelingsautoriteiten. De ter beschikking te stellen informatie omvat :
1° de desbetreffende interne rekeningen en gegevens om de saldi van financiële instrumenten en geldmiddelen die voor elke cliënt worden aangehouden, onmiddellijk vast te stellen;
2° de plaatsen waar overeenkomstig de artikelen 528, 529 en 533 van de wet van 25 april 2014 en artikel 17 van dit besluit geldmiddelen van cliënten door de gereglementeerde onderneming worden aangehouden en de nadere gegevens over de rekeningen waarop geldmiddelen van cliënten worden aangehouden, en de desbetreffende overeenkomsten met die entiteiten;
3° de plaatsen waar overeenkomstig artikel 16 financiële instrumenten door de gereglementeerde onderneming worden aangehouden, en de nadere gegevens over rekeningen die bij derden zijn geopend, en de desbetreffende overeenkomsten met die entiteiten;
4° nadere gegevens over derden die daarmee verbonden uitbestede taken verrichten, en een nadere omschrijving van uitbestede taken;
5° de belangrijke personen die binnen de gereglementeerde onderneming betrokken zijn bij de processen met betrekking tot de vrijwaring van activa van cliënten, met inbegrip van de persoon die belast is met het toezicht op de naleving van die vereisten door de onderneming; en
6° overeenkomsten die van belang zijn om de eigendom van cliënten over activa vast te stellen.
1° zij moeten alle gegevens en rekeningen bijhouden die hen te allen tijde onmiddellijk in staat stellen de activa die voor een cliënt worden aangehouden, te onderscheiden van voor andere cliënten aangehouden activa en hun eigen activa;
2° zij moeten hun gegevens en rekeningen op zodanige wijze bijhouden dat deze accuraat zijn en met name de voor cliënten aangehouden financiële instrumenten en geldmiddelen weerspiegelen en als controlespoor kunnen worden gebruikt;
3° zij moeten op gezette tijden nagaan of hun interne gegevens en rekeningen overeenstemmen met die van derden door wie die activa worden aangehouden;
4° zij moeten de nodige maatregelen nemen om te garanderen dat overeenkomstig artikel 16 bij een derde gedeponeerde financiële instrumenten van cliënten door middel van verschillend getitelde rekeningen in de boeken van de derde of andere gelijkwaardige maatregelen waarmee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt, kunnen worden onderkend van hun eigen financiële instrumenten, en van de financiële instrumenten die aan die derde toebehoren;
5° zij moeten de nodige maatregelen nemen om te garanderen dat geldmiddelen van cliënten die overeenkomstig artikel 533 van de wet van 25 april 2014 zijn gedeponeerd bij een centrale bank, een kredietinstelling of een bank waaraan in een derde land een vergunning is verleend, dan wel bij een erkend geldmarktfonds, worden aangehouden op een rekening of rekeningen die kan of kunnen worden onderkend van rekeningen die worden gebruikt voor het aanhouden van aan henzelf toebehorende geldmiddelen;
6° zij moeten passende organisatorische regelingen treffen om het risico van verlies of vermindering van activa van cliënten dan wel van rechten in verband met die activa, als gevolg van misbruik van de activa, fraude, wanbeheer, ontoereikende gegevensbewaring of nalatigheid, tot een minimum te beperken.
§ 2. Indien de gereglementeerde ondernemingen om redenen die verband houden met het toepasselijke recht, met inbegrip van met name het eigendoms- en het insolventierecht, niet kunnen voldoen aan paragraaf 1 ter vrijwaring van de rechten van hun cliënten overeenkomstig de vereisten van de artikelen 65, 65/1, 528, 529 en 533 van de wet van 25 april 2014, voeren zij regelingen in om de rechten van hun cliënten te vrijwaren in overeenstemming met de doelstellingen van paragraaf 1.
§ 3. Indien het toepasselijke recht van het rechtsgebied waar de financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten worden aangehouden, de gereglementeerde ondernemingen belet zich naar paragraaf 1, 4° of 5°, te voegen, nemen de gereglementeerde ondernemingen alle passende maatregelen om de rechten van cliënten op gelijkwaardige wijze te vrijwaren. In dat geval informeren de gereglementeerde ondernemingen hun cliënten dat zij in dergelijke gevallen geen aanspraak kunnen maken op de bepalingen van de wet van 25 april 2014 en van dit besluit.
§ 4. Zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening op financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten die een derde als bedoeld in paragraaf 1, 4° of 5°, in staat stellen financiële instrumenten of geldmiddelen van cliënten te vervreemden teneinde schulden in te vorderen die geen betrekking hebben op die cliënten of op de dienstverlening aan die cliënten, zijn niet toegestaan, tenzij dit verplicht is bij het toepasselijke recht in een derde land waar de financiële instrumenten of geldmiddelen van die cliënten worden aangehouden.
Wanneer de gereglementeerde ondernemingen overeenkomsten moeten aangaan waarbij dergelijke zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening tot stand worden gebracht, delen zij die mee aan de cliënten en wijzen zij hen op risico's die aan dergelijke regelingen verbonden zijn.
Wanneer door een gereglementeerde onderneming zakelijke zekerheidsrechten, voorrechten of rechten van verrekening over financiële instrumenten of geldmiddelen van een cliënt worden verleend of wanneer de gereglementeerde onderneming heeft vernomen dat die zijn verleend, wordt daarvan melding gemaakt in de contracten met de cliënt en in de eigen rekeningen van de gereglementeerde onderneming zodat de eigendomsstatus van de activa van de cliënt wordt verduidelijkt, met name in geval van insolventie.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen houden informatie met betrekking tot financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten ter beschikking van de volgende entiteiten : de FSMA en de Bank, de liquidateurs en de afwikkelingsautoriteiten. De ter beschikking te stellen informatie omvat :
1° de desbetreffende interne rekeningen en gegevens om de saldi van financiële instrumenten en geldmiddelen die voor elke cliënt worden aangehouden, onmiddellijk vast te stellen;
2° de plaatsen waar overeenkomstig de artikelen 528, 529 en 533 van de wet van 25 april 2014 en artikel 17 van dit besluit geldmiddelen van cliënten door de gereglementeerde onderneming worden aangehouden en de nadere gegevens over de rekeningen waarop geldmiddelen van cliënten worden aangehouden, en de desbetreffende overeenkomsten met die entiteiten;
3° de plaatsen waar overeenkomstig artikel 16 financiële instrumenten door de gereglementeerde onderneming worden aangehouden, en de nadere gegevens over rekeningen die bij derden zijn geopend, en de desbetreffende overeenkomsten met die entiteiten;
4° nadere gegevens over derden die daarmee verbonden uitbestede taken verrichten, en een nadere omschrijving van uitbestede taken;
5° de belangrijke personen die binnen de gereglementeerde onderneming betrokken zijn bij de processen met betrekking tot de vrijwaring van activa van cliënten, met inbegrip van de persoon die belast is met het toezicht op de naleving van die vereisten door de onderneming; en
6° overeenkomsten die van belang zijn om de eigendom van cliënten over activa vast te stellen.
Art.15. § 1er. Les entreprises réglementées répondent aux exigences suivantes en matière de sauvegarde des instruments financiers et des fonds de clients :
1° elles doivent tenir des registres et des comptes leur permettant de distinguer à tout moment et immédiatement les actifs détenus pour un client donné de ceux détenus pour d'autres clients et de leurs propres actifs ;
2° elles doivent tenir leurs registres et comptes d'une manière assurant leur fidélité, et en particulier leur correspondance avec les instruments financiers et les fonds détenus pour les clients, et permettant de les utiliser comme piste d'audit ;
3° elles doivent effectuer régulièrement des rapprochements entre leurs comptes et registres internes et ceux de tout tiers détenant ces actifs ;
4° elles doivent prendre les mesures nécessaires pour s'assurer que tous les instruments financiers de clients qui ont été déposés auprès d'un tiers, conformément à l'article 16 peuvent être distingués de leurs propres instruments financiers et des instruments financiers appartenant à ce tiers grâce à des comptes aux libellés différents sur les livres de ce tiers ou à d'autres mesures équivalentes assurant le même degré de protection ;
5° elles doivent prendre les mesures nécessaires pour s'assurer que les fonds de clients qui ont été déposés, conformément à l'article 533 de la loi du 25 avril 2014, auprès d'une banque centrale, d'un établissement de crédit ou d'une banque agréée dans un pays tiers ou d'un fonds du marché monétaire qualifié sont détenus sur un compte ou des comptes distincts de tout autre compte utilisé pour détenir des fonds appartenant à elles-mêmes ;
6° elles doivent prendre des dispositions organisationnelles appropriées pour minimiser le risque de perte ou de dépréciation des actifs des clients, ou des droits liés à ces actifs, du fait d'abus ou de fraudes sur ces actifs, d'une gestion déficiente, d'une comptabilité déficiente ou de négligences.
§ 2. Lorsque, pour des raisons tenant à la loi applicable, en particulier en matière de propriété ou d'insolvabilité, les entreprises réglementées ne sont pas en mesure de se conformer au paragraphe 1er en sauvegardant les droits de leurs clients d'une manière qui satisfasse aux exigences des articles 65, 65/1, 528, 529 et 533 de la loi du 25 avril 2014, les entreprises réglementées prennent des dispositions visant à garantir que les objectifs de sauvegarde des droits des clients énoncés au paragraphe 1er sont atteints.
§ 3. Lorsque la loi applicable sur le territoire sur lequel sont détenus les fonds ou les instruments financiers de clients empêche les entreprises réglementées de se conformer aux dispositions du paragraphe 1er, 4° ou 5°, les entreprises réglementées prennent toute mesure adéquate ayant un effet équivalent en termes de sauvegarde des droits des clients. Dans ce cas, les entreprises réglementées informent leurs clients qu'ils ne bénéficient alors pas des dispositions prévues par la loi du 25 avril 2014 et le présent arrêté.
§ 4. Les sûretés, les créances privilégiées ou les droits à compensation sur des instruments financiers ou des fonds de clients qui permettent à un tiers visé au paragraphe 1er, 4° ou 5°, de céder les instruments financiers ou les fonds en question afin de recouvrer des créances qui ne sont pas liées à ces clients ou à la fourniture de services à ces clients ne sont pas autorisés, sauf lorsque cela est requis par la loi applicable dans un pays tiers où les fonds ou les instruments financiers de ces clients sont détenus.
Lorsque les entreprises réglementées sont tenues de conclure des accords qui créent de telles sûretés, créances privilégiées ou droits à compensation, elles communiquent cette information aux clients en leur indiquant les risques liés à de tels accords.
Lorsque des sûretés, des créances privilégiées ou des droits à compensation sont octroyés par une entreprise réglementée sur des instruments financiers ou des fonds d'un client, ou lorsque l'entreprise réglementée a été informée de l'octroi de tels types de droits, ceux-ci sont inscrits dans les contrats du client et dans les comptes propres de l'entreprise réglementée afin que le statut de propriété des actifs du client soit clair, notamment en cas d'insolvabilité.
§ 5. Les entreprises réglementées tiennent les informations relatives aux instruments financiers et aux fonds des clients accessibles sur demande aux entités suivantes: la FSMA et la Banque, les liquidateurs et les autorités de résolution. Les informations à mettre à disposition comprennent:
1° les comptes et registres internes liés qui permettent d'identifier facilement les soldes des fonds et instruments financiers détenus pour chaque client ;
2° le lieu où les fonds des clients sont détenus par l'entreprise réglementée conformément aux articles 528, 529 et 533 de la loi du 25 avril 2014 et à l'article 17 du présent arrêté, ainsi que les détails des comptes sur lesquels les fonds des clients sont détenus et les accords conclus avec les entités correspondantes ;
3° le lieu où les instruments financiers sont détenus par l'entreprise réglementée conformément à l'article 16 ainsi que les détails des comptes ouverts auprès de tiers et les accords conclus avec ces entités ;
4° les coordonnées des tiers qui effectuent toute tâche externalisée liée et le détail de toute tâche externalisée ;
5° les personnes clés qui participent aux processus liés dans l'entreprise réglementée aux exigences en matière de sauvegarde des actifs des clients, y compris la personne responsable du contrôle du respect, par celle-ci, de ces exigences ; et
6° les accords pertinents pour établir les droits de propriété des clients sur les actifs.
1° elles doivent tenir des registres et des comptes leur permettant de distinguer à tout moment et immédiatement les actifs détenus pour un client donné de ceux détenus pour d'autres clients et de leurs propres actifs ;
2° elles doivent tenir leurs registres et comptes d'une manière assurant leur fidélité, et en particulier leur correspondance avec les instruments financiers et les fonds détenus pour les clients, et permettant de les utiliser comme piste d'audit ;
3° elles doivent effectuer régulièrement des rapprochements entre leurs comptes et registres internes et ceux de tout tiers détenant ces actifs ;
4° elles doivent prendre les mesures nécessaires pour s'assurer que tous les instruments financiers de clients qui ont été déposés auprès d'un tiers, conformément à l'article 16 peuvent être distingués de leurs propres instruments financiers et des instruments financiers appartenant à ce tiers grâce à des comptes aux libellés différents sur les livres de ce tiers ou à d'autres mesures équivalentes assurant le même degré de protection ;
5° elles doivent prendre les mesures nécessaires pour s'assurer que les fonds de clients qui ont été déposés, conformément à l'article 533 de la loi du 25 avril 2014, auprès d'une banque centrale, d'un établissement de crédit ou d'une banque agréée dans un pays tiers ou d'un fonds du marché monétaire qualifié sont détenus sur un compte ou des comptes distincts de tout autre compte utilisé pour détenir des fonds appartenant à elles-mêmes ;
6° elles doivent prendre des dispositions organisationnelles appropriées pour minimiser le risque de perte ou de dépréciation des actifs des clients, ou des droits liés à ces actifs, du fait d'abus ou de fraudes sur ces actifs, d'une gestion déficiente, d'une comptabilité déficiente ou de négligences.
§ 2. Lorsque, pour des raisons tenant à la loi applicable, en particulier en matière de propriété ou d'insolvabilité, les entreprises réglementées ne sont pas en mesure de se conformer au paragraphe 1er en sauvegardant les droits de leurs clients d'une manière qui satisfasse aux exigences des articles 65, 65/1, 528, 529 et 533 de la loi du 25 avril 2014, les entreprises réglementées prennent des dispositions visant à garantir que les objectifs de sauvegarde des droits des clients énoncés au paragraphe 1er sont atteints.
§ 3. Lorsque la loi applicable sur le territoire sur lequel sont détenus les fonds ou les instruments financiers de clients empêche les entreprises réglementées de se conformer aux dispositions du paragraphe 1er, 4° ou 5°, les entreprises réglementées prennent toute mesure adéquate ayant un effet équivalent en termes de sauvegarde des droits des clients. Dans ce cas, les entreprises réglementées informent leurs clients qu'ils ne bénéficient alors pas des dispositions prévues par la loi du 25 avril 2014 et le présent arrêté.
§ 4. Les sûretés, les créances privilégiées ou les droits à compensation sur des instruments financiers ou des fonds de clients qui permettent à un tiers visé au paragraphe 1er, 4° ou 5°, de céder les instruments financiers ou les fonds en question afin de recouvrer des créances qui ne sont pas liées à ces clients ou à la fourniture de services à ces clients ne sont pas autorisés, sauf lorsque cela est requis par la loi applicable dans un pays tiers où les fonds ou les instruments financiers de ces clients sont détenus.
Lorsque les entreprises réglementées sont tenues de conclure des accords qui créent de telles sûretés, créances privilégiées ou droits à compensation, elles communiquent cette information aux clients en leur indiquant les risques liés à de tels accords.
Lorsque des sûretés, des créances privilégiées ou des droits à compensation sont octroyés par une entreprise réglementée sur des instruments financiers ou des fonds d'un client, ou lorsque l'entreprise réglementée a été informée de l'octroi de tels types de droits, ceux-ci sont inscrits dans les contrats du client et dans les comptes propres de l'entreprise réglementée afin que le statut de propriété des actifs du client soit clair, notamment en cas d'insolvabilité.
§ 5. Les entreprises réglementées tiennent les informations relatives aux instruments financiers et aux fonds des clients accessibles sur demande aux entités suivantes: la FSMA et la Banque, les liquidateurs et les autorités de résolution. Les informations à mettre à disposition comprennent:
1° les comptes et registres internes liés qui permettent d'identifier facilement les soldes des fonds et instruments financiers détenus pour chaque client ;
2° le lieu où les fonds des clients sont détenus par l'entreprise réglementée conformément aux articles 528, 529 et 533 de la loi du 25 avril 2014 et à l'article 17 du présent arrêté, ainsi que les détails des comptes sur lesquels les fonds des clients sont détenus et les accords conclus avec les entités correspondantes ;
3° le lieu où les instruments financiers sont détenus par l'entreprise réglementée conformément à l'article 16 ainsi que les détails des comptes ouverts auprès de tiers et les accords conclus avec ces entités ;
4° les coordonnées des tiers qui effectuent toute tâche externalisée liée et le détail de toute tâche externalisée ;
5° les personnes clés qui participent aux processus liés dans l'entreprise réglementée aux exigences en matière de sauvegarde des actifs des clients, y compris la personne responsable du contrôle du respect, par celle-ci, de ces exigences ; et
6° les accords pertinents pour établir les droits de propriété des clients sur les actifs.
Afdeling 2. - Deponeren van financiële instrumenten van cliënten
Section 2. - Dépôt des instruments financiers des clients
Art.16. § 1. De gereglementeerde ondernemingen mogen financiële instrumenten die zij namens hun cliënten aanhouden, deponeren op een rekening of rekeningen bij een derde, mits de ondernemingen de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en waakzaamheid aan de dag leggen bij de selectie, de aanwijzing en de periodieke beoordeling van die derde en van de regelingen voor het aanhouden en vrijwaren van de betrokken financiële instrumenten.
De gereglementeerde ondernemingen houden met name rekening met de deskundigheid en marktreputatie van de betrokken derde, alsook met alle wettelijke voorschriften voor het aanhouden van die financiële instrumenten die de rechten van cliënten nadelig kunnen beïnvloeden.
§ 2. Wanneer een gereglementeerde onderneming financiële instrumenten van cliënten bij een derde deponeert, deponeert zij deze alleen bij een derde in een rechtsgebied waar de vrijwaring van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon is onderworpen aan specifieke regelgeving en toezicht, waaraan de derde is onderworpen.
In dit verband houdt de gereglementeerde onderneming rekening met het bestaan van wettelijke of reglementaire bepalingen die het gebruik van financiële instrumenten van cliënten zonder hun voorafgaande toestemming verbieden.
Indien de gereglementeerde onderneming bovendien de keuze heeft tussen verschillende derden, moet zij, voor zover mogelijk, de derde trachten te bevoorrechten bij wie de rechten die ontstaan door het deponeren van financiële instrumenten op een rekening, uit hoofde van hun aard toelaten om de financiële instrumenten terug te vorderen ook al wordt een insolventieprocedure geopend met betrekking tot deze derde.
§ 3. De gereglementeerde ondernemingen deponeren financiële instrumenten die zij namens cliënten aanhouden, niet bij een derde in een derde land dat het aanhouden en vrijwaren van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon niet reglementeert, tenzij voldaan is aan een van de volgende voorwaarden :
1° de aard van de financiële instrumenten of van de beleggingsdiensten in verband met die financiële instrumenten vereist dat ze worden gedeponeerd bij een derde in dat derde land;
2° de financiële instrumenten worden namens een zakelijke cliënt aangehouden, die de gereglementeerde onderneming schriftelijk heeft verzocht om ze bij een derde in dat derde land te deponeren.
§ 4. De vereisten van de paragrafen 2 en 3 zijn ook van toepassing wanneer de in de voornoemde paragrafen bedoelde derde functies met betrekking tot het aanhouden en vrijwaren van financiële instrumenten heeft gedelegeerd aan een andere derde.
De gereglementeerde ondernemingen houden met name rekening met de deskundigheid en marktreputatie van de betrokken derde, alsook met alle wettelijke voorschriften voor het aanhouden van die financiële instrumenten die de rechten van cliënten nadelig kunnen beïnvloeden.
§ 2. Wanneer een gereglementeerde onderneming financiële instrumenten van cliënten bij een derde deponeert, deponeert zij deze alleen bij een derde in een rechtsgebied waar de vrijwaring van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon is onderworpen aan specifieke regelgeving en toezicht, waaraan de derde is onderworpen.
In dit verband houdt de gereglementeerde onderneming rekening met het bestaan van wettelijke of reglementaire bepalingen die het gebruik van financiële instrumenten van cliënten zonder hun voorafgaande toestemming verbieden.
Indien de gereglementeerde onderneming bovendien de keuze heeft tussen verschillende derden, moet zij, voor zover mogelijk, de derde trachten te bevoorrechten bij wie de rechten die ontstaan door het deponeren van financiële instrumenten op een rekening, uit hoofde van hun aard toelaten om de financiële instrumenten terug te vorderen ook al wordt een insolventieprocedure geopend met betrekking tot deze derde.
§ 3. De gereglementeerde ondernemingen deponeren financiële instrumenten die zij namens cliënten aanhouden, niet bij een derde in een derde land dat het aanhouden en vrijwaren van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon niet reglementeert, tenzij voldaan is aan een van de volgende voorwaarden :
1° de aard van de financiële instrumenten of van de beleggingsdiensten in verband met die financiële instrumenten vereist dat ze worden gedeponeerd bij een derde in dat derde land;
2° de financiële instrumenten worden namens een zakelijke cliënt aangehouden, die de gereglementeerde onderneming schriftelijk heeft verzocht om ze bij een derde in dat derde land te deponeren.
§ 4. De vereisten van de paragrafen 2 en 3 zijn ook van toepassing wanneer de in de voornoemde paragrafen bedoelde derde functies met betrekking tot het aanhouden en vrijwaren van financiële instrumenten heeft gedelegeerd aan een andere derde.
Art.16. § 1er. Les entreprises réglementées sont autorisées à déposer les instruments financiers qu'elles détiennent au nom de leurs clients sur un ou plusieurs comptes ouverts auprès d'un tiers pour autant qu'elles agissent avec toute la compétence, tout le soin et toute la diligence requis pour la sélection et la désignation de ce tiers ainsi que pour le réexamen périodique de cette décision et des dispositions régissant la détention et la conservation de ces instruments financiers.
Les entreprises réglementées prennent en particulier en compte l'expertise et la réputation dont jouit le tiers concerné sur le marché, ainsi que toute exigence légale liée à la détention de ces instruments financiers de nature à porter atteinte aux droits des clients.
§ 2. Lorsqu'une entreprise réglementée dépose auprès d'un tiers les instruments financiers de clients, elle ne les dépose qu'auprès d'un tiers situé sur un territoire où la conservation d'instruments financiers pour le compte d'une autre personne est soumise à une réglementation et à une surveillance spécifiques auxquelles ledit tiers est soumis.
A cet égard, l'entreprise réglementée prend en compte l'existence de dispositions légales ou réglementaires prohibant l'usage d'instruments financiers de clients sans autorisation préalable.
En outre, lorsque l'entreprise réglementée a le choix entre plusieurs tiers, il doit dans la mesure du possible, tenter de privilégier le tiers auprès duquel la nature des droits découlant de l'inscription d'instruments financiers en compte permet de recouvrer les instruments financiers nonobstant l'ouverture d'une procédure d'insolvabilité affectant ce tiers.
§ 3. Les entreprises réglementées ne déposent pas d'instruments financiers détenus au nom de clients auprès d'un tiers situé sur le territoire d'un pays tiers dans lequel la détention et la conservation d'instruments financiers pour le compte d'une autre personne ne sont pas réglementées, à moins que l'une des conditions suivantes ne soit remplie :
1° la nature des instruments financiers ou des services d'investissement liés à ces instruments financiers exige de les déposer auprès d'un tiers situé sur le territoire de ce pays tiers ;
2° les instruments financiers sont détenus au nom d'un client professionnel qui a demandé par écrit à l'entreprise réglementée de les déposer auprès d'un tiers situé sur le territoire de ce pays tiers.
§ 4. Les exigences prévues aux paragraphes 2 et 3 s'appliquent également lorsque le tiers visé aux paragraphes précités a délégué une quelconque de ses fonctions concernant la détention et la conservation d'instruments financiers à un autre tiers.
Les entreprises réglementées prennent en particulier en compte l'expertise et la réputation dont jouit le tiers concerné sur le marché, ainsi que toute exigence légale liée à la détention de ces instruments financiers de nature à porter atteinte aux droits des clients.
§ 2. Lorsqu'une entreprise réglementée dépose auprès d'un tiers les instruments financiers de clients, elle ne les dépose qu'auprès d'un tiers situé sur un territoire où la conservation d'instruments financiers pour le compte d'une autre personne est soumise à une réglementation et à une surveillance spécifiques auxquelles ledit tiers est soumis.
A cet égard, l'entreprise réglementée prend en compte l'existence de dispositions légales ou réglementaires prohibant l'usage d'instruments financiers de clients sans autorisation préalable.
En outre, lorsque l'entreprise réglementée a le choix entre plusieurs tiers, il doit dans la mesure du possible, tenter de privilégier le tiers auprès duquel la nature des droits découlant de l'inscription d'instruments financiers en compte permet de recouvrer les instruments financiers nonobstant l'ouverture d'une procédure d'insolvabilité affectant ce tiers.
§ 3. Les entreprises réglementées ne déposent pas d'instruments financiers détenus au nom de clients auprès d'un tiers situé sur le territoire d'un pays tiers dans lequel la détention et la conservation d'instruments financiers pour le compte d'une autre personne ne sont pas réglementées, à moins que l'une des conditions suivantes ne soit remplie :
1° la nature des instruments financiers ou des services d'investissement liés à ces instruments financiers exige de les déposer auprès d'un tiers situé sur le territoire de ce pays tiers ;
2° les instruments financiers sont détenus au nom d'un client professionnel qui a demandé par écrit à l'entreprise réglementée de les déposer auprès d'un tiers situé sur le territoire de ce pays tiers.
§ 4. Les exigences prévues aux paragraphes 2 et 3 s'appliquent également lorsque le tiers visé aux paragraphes précités a délégué une quelconque de ses fonctions concernant la détention et la conservation d'instruments financiers à un autre tiers.
Afdeling 3. - Deponeren van geldmiddelen van cliënten
Section 3. - Dépôt des fonds de clients
Art.17. § 1. Wanneer de beursvennootschappen geldmiddelen van cliënten niet bij een centrale bank deponeren, moeten zij de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en waakzaamheid aan de dag leggen bij de selectie, de aanwijzing en de periodieke beoordeling van de kredietinstelling die onder het recht van een lidstaat ressorteert, van de kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert of van het erkend geldmarktfonds waar die geldmiddelen worden belegd, en van de regelingen voor het aanhouden van de betrokken geldmiddelen, en onderzoeken zij de behoefte aan diversificatie van deze geldmiddelen in het kader van hun due diligence.
De beursvennootschappen houden rekening met de deskundigheid en de marktreputatie van die instellingen of van dat erkend geldmarktfonds, alsook met alle wettelijke of reglementaire verplichtingen of marktpraktijken met betrekking tot het aanhouden van geldmiddelen van cliënten die de rechten van cliënten nadelig kunnen beïnvloeden.
De beursvennootschappen zorgen ervoor dat cliënten hun uitdrukkelijke toestemming geven voor de belegging van hun geldmiddelen in een erkend geldmarktfonds. Teneinde dit recht op toestemming daadwerkelijk te verzekeren delen de beursvennootschappen cliënten mee dat bij een erkend geldmarktfonds belegde geldmiddelen niet worden aangehouden in overeenstemming met de in dit besluit voorgeschreven regels voor het vrijwaren van geldmiddelen van cliënten.
§ 2. Wanneer de beursvennootschappen geldmiddelen van cliënten deponeren bij een kredietinstelling die onder het recht van een lidstaat ressorteert, bij een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert of bij een erkend geldmarktfonds die tot dezelfde groep als de beursvennootschappen behoort, beperken zij de geldmiddelen die zij bij een groepsentiteit of een combinatie van dergelijke groepsentiteiten deponeren, zodanig dat deze niet meer bedragen dan twintig procent van alle middelen van cliënten.
Een beursvennootschap hoeft niet aan deze beperking te voldoen wanneer zij kan aantonen dat gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf alsmede de veiligheid die de in het vorige lid bedoelde derden bieden, inclusief in elk geval het kleine saldo van geldmiddelen van cliënten, de in het vorige lid bedoelde verplichting niet evenredig is. De beursvennootschappen evalueren regelmatig de beoordeling die zij overeenkomstig dit lid hebben gemaakt, en delen hun aanvankelijke en herziene beoordelingen mee aan de Bank.
De beursvennootschappen houden rekening met de deskundigheid en de marktreputatie van die instellingen of van dat erkend geldmarktfonds, alsook met alle wettelijke of reglementaire verplichtingen of marktpraktijken met betrekking tot het aanhouden van geldmiddelen van cliënten die de rechten van cliënten nadelig kunnen beïnvloeden.
De beursvennootschappen zorgen ervoor dat cliënten hun uitdrukkelijke toestemming geven voor de belegging van hun geldmiddelen in een erkend geldmarktfonds. Teneinde dit recht op toestemming daadwerkelijk te verzekeren delen de beursvennootschappen cliënten mee dat bij een erkend geldmarktfonds belegde geldmiddelen niet worden aangehouden in overeenstemming met de in dit besluit voorgeschreven regels voor het vrijwaren van geldmiddelen van cliënten.
§ 2. Wanneer de beursvennootschappen geldmiddelen van cliënten deponeren bij een kredietinstelling die onder het recht van een lidstaat ressorteert, bij een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert of bij een erkend geldmarktfonds die tot dezelfde groep als de beursvennootschappen behoort, beperken zij de geldmiddelen die zij bij een groepsentiteit of een combinatie van dergelijke groepsentiteiten deponeren, zodanig dat deze niet meer bedragen dan twintig procent van alle middelen van cliënten.
Een beursvennootschap hoeft niet aan deze beperking te voldoen wanneer zij kan aantonen dat gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf alsmede de veiligheid die de in het vorige lid bedoelde derden bieden, inclusief in elk geval het kleine saldo van geldmiddelen van cliënten, de in het vorige lid bedoelde verplichting niet evenredig is. De beursvennootschappen evalueren regelmatig de beoordeling die zij overeenkomstig dit lid hebben gemaakt, en delen hun aanvankelijke en herziene beoordelingen mee aan de Bank.
Art.17. § 1er. Toute société de bourse qui ne dépose pas les fonds de ses clients auprès d'une banque centrale agit avec toute la compétence, tout le soin et toute la diligence requis pour la sélection et la désignation de l'établissement de crédit relevant du droit d'un Etat membre, de l'établissement de crédit relevant du droit d'un pays tiers ou du fonds du marché monétaire qualifié auprès duquel sont placés ces fonds ainsi que pour le réexamen périodique de cette décision et des dispositions régissant la détention de ces fonds, et examine dans le cadre de ses obligations de diligence s'il est nécessaire de diversifier le dépôt desdits fonds.
Les sociétés de bourse prennent en compte l'expertise et la réputation dont jouissent ces établissements ou fonds du marché monétaire qualifié sur le marché, ainsi que toute exigence légale ou réglementaire ou pratique de marché liée à la détention de fonds de clients de nature à porter atteinte aux droits des clients.
Les sociétés de bourse veillent à ce que les clients donnent leur consentement exprès au placement de leurs fonds dans un fonds du marché monétaire qualifié. Afin que ce droit au consentement soit effectif, les sociétés de bourse informent les clients que les fonds placés auprès d'un fonds du marché monétaire qualifié ne seront pas détenus conformément aux exigences de sauvegarde des fonds des clients définies par le présent arrêté.
§ 2. Lorsqu'elles déposent des fonds de clients auprès d'un établissement de crédit relevant du droit d'un Etat membre, d'un établissement de crédit relevant du droit d'un pays tiers ou d'un fonds du marché monétaire qualifié faisant partie du même groupe qu'elles, les sociétés de bourse limitent le total des fonds qu'elles déposent auprès d'une ou de plusieurs entités du groupe à vingt pour cent de l'ensemble des fonds des clients.
Une société de bourse peut ne pas respecter cette limite si elle est en mesure de démontrer que, eu égard à la nature, à l'étendue et à la complexité de son activité, ainsi qu'au degré de sécurité offert par les tiers visés à l'alinéa précédent, et en tout cas au faible solde des fonds des clients, l'exigence établie au précédent alinéa n'est pas proportionnée. Les sociétés de bourse réexaminent périodiquement l'évaluation effectuée conformément au présent alinéa et notifient leur évaluation initiale et leurs évaluations réexaminées à la Banque.
Les sociétés de bourse prennent en compte l'expertise et la réputation dont jouissent ces établissements ou fonds du marché monétaire qualifié sur le marché, ainsi que toute exigence légale ou réglementaire ou pratique de marché liée à la détention de fonds de clients de nature à porter atteinte aux droits des clients.
Les sociétés de bourse veillent à ce que les clients donnent leur consentement exprès au placement de leurs fonds dans un fonds du marché monétaire qualifié. Afin que ce droit au consentement soit effectif, les sociétés de bourse informent les clients que les fonds placés auprès d'un fonds du marché monétaire qualifié ne seront pas détenus conformément aux exigences de sauvegarde des fonds des clients définies par le présent arrêté.
§ 2. Lorsqu'elles déposent des fonds de clients auprès d'un établissement de crédit relevant du droit d'un Etat membre, d'un établissement de crédit relevant du droit d'un pays tiers ou d'un fonds du marché monétaire qualifié faisant partie du même groupe qu'elles, les sociétés de bourse limitent le total des fonds qu'elles déposent auprès d'une ou de plusieurs entités du groupe à vingt pour cent de l'ensemble des fonds des clients.
Une société de bourse peut ne pas respecter cette limite si elle est en mesure de démontrer que, eu égard à la nature, à l'étendue et à la complexité de son activité, ainsi qu'au degré de sécurité offert par les tiers visés à l'alinéa précédent, et en tout cas au faible solde des fonds des clients, l'exigence établie au précédent alinéa n'est pas proportionnée. Les sociétés de bourse réexaminent périodiquement l'évaluation effectuée conformément au présent alinéa et notifient leur évaluation initiale et leurs évaluations réexaminées à la Banque.
Afdeling 4. - Gebruik van financiële instrumenten van cliënten
Section 4. - Utilisation des instruments financiers des clients
Art.18. § 1. De gereglementeerde ondernemingen mogen geen overeenkomsten voor effectenfinancieringstransacties aangaan met betrekking tot financiële instrumenten die zij namens een cliënt aanhouden, of anderszins deze financiële instrumenten gebruiken voor eigen rekening of voor rekening van een andere persoon of cliënt van de onderneming, tenzij aan de volgende twee voorwaarden is voldaan :
1° de cliënt heeft vooraf uitdrukkelijk toegestemd met het gebruik van de instrumenten onder nader omschreven voorwaarden, zoals duidelijk blijkt uit geschreven stukken en is bevestigd door een handtekening of een gelijkwaardig teken;
2° de financiële instrumenten van deze cliënt mogen uitsluitend worden gebruikt onder de omschreven voorwaarden waarmee de cliënt instemt.
§ 2. De gereglementeerde ondernemingen mogen geen overeenkomsten voor effectenfinancieringstransacties aangaan met betrekking tot financiële instrumenten die namens een cliënt op een omnibusrekening van een derde worden aangehouden, of anderszins financiële instrumenten gebruiken die op een dergelijke wijze voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt worden aangehouden, tenzij naast de in paragraaf 1 genoemde voorwaarden aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° elke cliënt wiens financiële instrumenten samen op een omnibusrekening worden aangehouden, moet overeenkomstig paragraaf 1, 1°, vooraf zijn uitdrukkelijke toestemming hebben verleend;
2° de gereglementeerde onderneming beschikt over systemen en controlemiddelen die waarborgen dat alleen financiële instrumenten worden gebruikt toebehorende aan cliënten die overeenkomstig paragraaf 1, 1°, vooraf uitdrukkelijk hun toestemming hebben verleend.
De gegevens van de gereglementeerde onderneming omvatten nadere informatie over de cliënt op wiens instructies de financiële instrumenten zijn gebruikt, alsook het aantal gebruikte financiële instrumenten toebehorende aan elke cliënt die zijn toestemming heeft verleend, teneinde eventuele verliezen op correcte wijze te kunnen toewijzen.
§ 3. Ter voorkoming van niet-toegestaan gebruik van financiële instrumenten van cliënten voor eigen rekening of voor rekening van een andere persoon nemen de gereglementeerde ondernemingen passende maatregelen zoals :
1° het sluiten van overeenkomsten met cliënten over maatregelen die de gereglementeerde onderneming zal nemen ingeval de cliënt op de datum van afwikkeling niet voldoende provisie op zijn rekening heeft, zoals het opnemen van leningen voor de overeenstemmende effecten namens de cliënt of het liquideren van de positie;
2° nauwlettend toezicht door de gereglementeerde onderneming op haar capaciteit om op de datum van afwikkeling te leveren en remediërende maatregelen ingeval dit niet mogelijk is; en
3° nauwlettend toezicht en onverwijlde opvraging van te ontvangen financiële instrumenten op de datum van afwikkeling en later.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen treffen voor al hun cliënten specifieke regelingen zodat de kredietnemer van financiële instrumenten die toebehoren aan cliënten de passende zekerheden verschaft, deze ondernemingen zelf toezien op de voortdurende geschiktheid van deze zekerheden en de nodige maatregelen nemen om de waarde van de zekerheden in evenwicht te houden met de waarde van de betrokken financiële instrumenten.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen sluiten geen overeenkomsten die bepalingen bevatten die krachtens artikel 27, § 9, van de wet van 2 augustus 2002 verboden zijn.
1° de cliënt heeft vooraf uitdrukkelijk toegestemd met het gebruik van de instrumenten onder nader omschreven voorwaarden, zoals duidelijk blijkt uit geschreven stukken en is bevestigd door een handtekening of een gelijkwaardig teken;
2° de financiële instrumenten van deze cliënt mogen uitsluitend worden gebruikt onder de omschreven voorwaarden waarmee de cliënt instemt.
§ 2. De gereglementeerde ondernemingen mogen geen overeenkomsten voor effectenfinancieringstransacties aangaan met betrekking tot financiële instrumenten die namens een cliënt op een omnibusrekening van een derde worden aangehouden, of anderszins financiële instrumenten gebruiken die op een dergelijke wijze voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt worden aangehouden, tenzij naast de in paragraaf 1 genoemde voorwaarden aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° elke cliënt wiens financiële instrumenten samen op een omnibusrekening worden aangehouden, moet overeenkomstig paragraaf 1, 1°, vooraf zijn uitdrukkelijke toestemming hebben verleend;
2° de gereglementeerde onderneming beschikt over systemen en controlemiddelen die waarborgen dat alleen financiële instrumenten worden gebruikt toebehorende aan cliënten die overeenkomstig paragraaf 1, 1°, vooraf uitdrukkelijk hun toestemming hebben verleend.
De gegevens van de gereglementeerde onderneming omvatten nadere informatie over de cliënt op wiens instructies de financiële instrumenten zijn gebruikt, alsook het aantal gebruikte financiële instrumenten toebehorende aan elke cliënt die zijn toestemming heeft verleend, teneinde eventuele verliezen op correcte wijze te kunnen toewijzen.
§ 3. Ter voorkoming van niet-toegestaan gebruik van financiële instrumenten van cliënten voor eigen rekening of voor rekening van een andere persoon nemen de gereglementeerde ondernemingen passende maatregelen zoals :
1° het sluiten van overeenkomsten met cliënten over maatregelen die de gereglementeerde onderneming zal nemen ingeval de cliënt op de datum van afwikkeling niet voldoende provisie op zijn rekening heeft, zoals het opnemen van leningen voor de overeenstemmende effecten namens de cliënt of het liquideren van de positie;
2° nauwlettend toezicht door de gereglementeerde onderneming op haar capaciteit om op de datum van afwikkeling te leveren en remediërende maatregelen ingeval dit niet mogelijk is; en
3° nauwlettend toezicht en onverwijlde opvraging van te ontvangen financiële instrumenten op de datum van afwikkeling en later.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen treffen voor al hun cliënten specifieke regelingen zodat de kredietnemer van financiële instrumenten die toebehoren aan cliënten de passende zekerheden verschaft, deze ondernemingen zelf toezien op de voortdurende geschiktheid van deze zekerheden en de nodige maatregelen nemen om de waarde van de zekerheden in evenwicht te houden met de waarde van de betrokken financiële instrumenten.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen sluiten geen overeenkomsten die bepalingen bevatten die krachtens artikel 27, § 9, van de wet van 2 augustus 2002 verboden zijn.
Art.18. § 1er. Il est interdit aux entreprises réglementées de s'engager dans des opérations de financement sur titres en utilisant les instruments financiers qu'elles détiennent au nom d'un client ou d'utiliser de tels instruments financiers de quelque autre manière pour leur propre compte ou le compte de toute autre personne ou de tout autre de leurs clients, à moins que les deux conditions suivantes ne soient remplies :
1° le client a donné au préalable son consentement exprès à l'utilisation des instruments dans des conditions précises, par écrit, avec confirmation par sa signature ou par un mécanisme de substitution équivalent ;
2° l'utilisation des instruments financiers de ce client est limitée aux conditions précises auxquelles il a consenti.
§ 2. Il est interdit aux entreprises réglementées de s'engager dans des opérations de financement sur titres en utilisant les instruments financiers qu'elles détiennent au nom d'un client sur un compte global géré par un tiers ou d'utiliser de quelque autre manière des instruments financiers détenus sur ce type de compte pour leur propre compte ou le compte de toute autre personne, à moins que, outre les conditions énoncées au paragraphe 1er, au moins l'une des conditions suivantes soit remplie :
1° chaque client dont les instruments financiers sont détenus sur un compte global a donné son consentement exprès préalable conformément au paragraphe 1er, 1° ;
2° l'entreprise réglementée a mis en place des systèmes et des contrôles qui lui permettent de s'assurer que seuls des instruments financiers appartenant à des clients qui ont donné leur consentement exprès préalable conformément au paragraphe 1er, 1°, seront utilisés ainsi.
Les informations enregistrées par l'entreprise réglementée incluent les coordonnées du client dont les instructions sont à l'origine de l'utilisation des instruments financiers et le nombre d'instruments financiers utilisés appartenant à chaque client ayant donné son consentement, de façon à permettre une répartition correcte des pertes éventuelles.
§ 3. Les entreprises réglementées prennent des mesures appropriées pour empêcher l'utilisation non autorisée d'instruments financiers de clients pour leur propre compte ou le compte de toute autre personne, notamment :
1° la conclusion d'accords avec les clients sur les mesures à prendre par l'entreprise réglementée au cas où un client ne dispose pas d'une provision suffisante sur son compte à la date de règlement, par exemple l'emprunt de valeurs mobilières correspondantes au nom du client ou le dénouement de la position ;
2° la surveillance étroite, par l'entreprise réglementée, de sa capacité de livrer à la date de règlement et, à défaut de cette capacité, la mise en place de mesures correctives ; et
3° la surveillance étroite et la demande rapide des instruments financiers à recevoir à la date de règlement et au-delà.
§ 4. Les entreprises réglementées adoptent des dispositions spécifiques pour tous leurs clients afin de s'assurer que l'emprunteur d'instruments financiers appartenant à des clients fournisse des garanties appropriées et à ce qu'elles-mêmes vérifient que ces garanties restent appropriées et prennent les mesures nécessaires pour maintenir l'équilibre entre la valeur des garanties et la valeur des instruments financiers concernés.
§ 5. Les entreprises réglementées ne concluent pas de contrats contenant des dispositions interdites par l'article 27, § 9, de la loi du 2 août 2002.
1° le client a donné au préalable son consentement exprès à l'utilisation des instruments dans des conditions précises, par écrit, avec confirmation par sa signature ou par un mécanisme de substitution équivalent ;
2° l'utilisation des instruments financiers de ce client est limitée aux conditions précises auxquelles il a consenti.
§ 2. Il est interdit aux entreprises réglementées de s'engager dans des opérations de financement sur titres en utilisant les instruments financiers qu'elles détiennent au nom d'un client sur un compte global géré par un tiers ou d'utiliser de quelque autre manière des instruments financiers détenus sur ce type de compte pour leur propre compte ou le compte de toute autre personne, à moins que, outre les conditions énoncées au paragraphe 1er, au moins l'une des conditions suivantes soit remplie :
1° chaque client dont les instruments financiers sont détenus sur un compte global a donné son consentement exprès préalable conformément au paragraphe 1er, 1° ;
2° l'entreprise réglementée a mis en place des systèmes et des contrôles qui lui permettent de s'assurer que seuls des instruments financiers appartenant à des clients qui ont donné leur consentement exprès préalable conformément au paragraphe 1er, 1°, seront utilisés ainsi.
Les informations enregistrées par l'entreprise réglementée incluent les coordonnées du client dont les instructions sont à l'origine de l'utilisation des instruments financiers et le nombre d'instruments financiers utilisés appartenant à chaque client ayant donné son consentement, de façon à permettre une répartition correcte des pertes éventuelles.
§ 3. Les entreprises réglementées prennent des mesures appropriées pour empêcher l'utilisation non autorisée d'instruments financiers de clients pour leur propre compte ou le compte de toute autre personne, notamment :
1° la conclusion d'accords avec les clients sur les mesures à prendre par l'entreprise réglementée au cas où un client ne dispose pas d'une provision suffisante sur son compte à la date de règlement, par exemple l'emprunt de valeurs mobilières correspondantes au nom du client ou le dénouement de la position ;
2° la surveillance étroite, par l'entreprise réglementée, de sa capacité de livrer à la date de règlement et, à défaut de cette capacité, la mise en place de mesures correctives ; et
3° la surveillance étroite et la demande rapide des instruments financiers à recevoir à la date de règlement et au-delà.
§ 4. Les entreprises réglementées adoptent des dispositions spécifiques pour tous leurs clients afin de s'assurer que l'emprunteur d'instruments financiers appartenant à des clients fournisse des garanties appropriées et à ce qu'elles-mêmes vérifient que ces garanties restent appropriées et prennent les mesures nécessaires pour maintenir l'équilibre entre la valeur des garanties et la valeur des instruments financiers concernés.
§ 5. Les entreprises réglementées ne concluent pas de contrats contenant des dispositions interdites par l'article 27, § 9, de la loi du 2 août 2002.
Afdeling 5. - Oneigenlijk gebruik van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden
Section 5. - Utilisation inappropriée de contrats de garantie financière avec transfert de propriété
Art.19. § 1. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken op passende wijze het gebruik van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden en leveren daarvan het bewijs, in het kader van de relatie tussen de verbintenis van de cliënt ten aanzien van de onderneming en de activa van de cliënt die door de onderneming aan deze overeenkomsten zijn onderworpen.
§ 2. Wanneer zij het passende gebruik onderzoeken van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, en dit met documenten staven, houden de gereglementeerde ondernemingen rekening met de volgende factoren :
1° de vraag of er slechts een zwak verband is tussen de verbintenis van de cliënt ten aanzien van de onderneming en het gebruik van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, waaronder de vraag of de aansprakelijkheid van een cliënt ten aanzien van de onderneming weinig waarschijnlijk of verwaarloosbaar is;
2° de vraag of het bedrag aan financiële instrumenten of geldmiddelen van de cliënt die in aanmerking komen voor zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, de verbintenis van de cliënt ruimschoots overschrijdt, of zelfs onbeperkt is indien de cliënt geen enkele verbintenis heeft ten aanzien van de onderneming; en
3° de vraag of alle financiële instrumenten of geldmiddelen van de cliënt in aanmerking komen voor zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, zonder rekening te houden met de aard van de verbintenis van elke cliënt ten aanzien van de onderneming.
§ 3. Wanneer gereglementeerde ondernemingen gebruik maken van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, wijzen zij zakelijke cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen op de betrokken risico's en de effecten van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, op de financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten.
§ 2. Wanneer zij het passende gebruik onderzoeken van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, en dit met documenten staven, houden de gereglementeerde ondernemingen rekening met de volgende factoren :
1° de vraag of er slechts een zwak verband is tussen de verbintenis van de cliënt ten aanzien van de onderneming en het gebruik van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, waaronder de vraag of de aansprakelijkheid van een cliënt ten aanzien van de onderneming weinig waarschijnlijk of verwaarloosbaar is;
2° de vraag of het bedrag aan financiële instrumenten of geldmiddelen van de cliënt die in aanmerking komen voor zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, de verbintenis van de cliënt ruimschoots overschrijdt, of zelfs onbeperkt is indien de cliënt geen enkele verbintenis heeft ten aanzien van de onderneming; en
3° de vraag of alle financiële instrumenten of geldmiddelen van de cliënt in aanmerking komen voor zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, zonder rekening te houden met de aard van de verbintenis van elke cliënt ten aanzien van de onderneming.
§ 3. Wanneer gereglementeerde ondernemingen gebruik maken van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, wijzen zij zakelijke cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen op de betrokken risico's en de effecten van zekerheidsovereenkomsten die tot overdracht leiden, op de financiële instrumenten en geldmiddelen van cliënten.
Art.19. § 1er. Les entreprises réglementées examinent dûment, et sont en mesure de démontrer qu'elles l'ont fait, l'opportunité d'utiliser des contrats de garantie financière avec transfert de propriété dans le contexte du lien entre les obligations du client envers l'entreprise et les actifs du client soumis au contrat de garantie financière avec transfert de propriété.
§ 2. Lorsqu'elles examinent l'opportunité de recourir à des contrats de garantie financière avec transfert de propriété et documentent cet examen, les entreprises réglementées prennent en considération l'ensemble des facteurs suivants :
1° s'il existe seulement un lien très faible entre les obligations du client envers l'entreprise et l'utilisation de contrats de garantie financière avec transfert de propriété, y compris si la probabilité d'obligations du client vis-à-vis de l'entreprise est faible ou négligeable ;
2° si le montant des fonds des clients ou des instruments financiers soumis au contrat de garantie financière avec transfert de propriété dépasse de loin les obligations du client, voire est illimité si le client a une quelconque obligation envers l'entreprise ; et
3° si l'ensemble des instruments financiers ou fonds des clients sont soumis aux contrats de garantie financière avec transfert de propriété, sans égard pour les obligations respectives de chaque client envers l'entreprise.
§ 3. Lorsqu'elles ont recours à des contrats de garantie financière avec transfert de propriété, les entreprises réglementées soulignent auprès des clients professionnels et des contreparties éligibles les risques encourus ainsi que les effets de tout contrat de garantie financière avec transfert de propriété sur les instruments financiers et fonds du client.
§ 2. Lorsqu'elles examinent l'opportunité de recourir à des contrats de garantie financière avec transfert de propriété et documentent cet examen, les entreprises réglementées prennent en considération l'ensemble des facteurs suivants :
1° s'il existe seulement un lien très faible entre les obligations du client envers l'entreprise et l'utilisation de contrats de garantie financière avec transfert de propriété, y compris si la probabilité d'obligations du client vis-à-vis de l'entreprise est faible ou négligeable ;
2° si le montant des fonds des clients ou des instruments financiers soumis au contrat de garantie financière avec transfert de propriété dépasse de loin les obligations du client, voire est illimité si le client a une quelconque obligation envers l'entreprise ; et
3° si l'ensemble des instruments financiers ou fonds des clients sont soumis aux contrats de garantie financière avec transfert de propriété, sans égard pour les obligations respectives de chaque client envers l'entreprise.
§ 3. Lorsqu'elles ont recours à des contrats de garantie financière avec transfert de propriété, les entreprises réglementées soulignent auprès des clients professionnels et des contreparties éligibles les risques encourus ainsi que les effets de tout contrat de garantie financière avec transfert de propriété sur les instruments financiers et fonds du client.
Afdeling 6. - Verslagen van externe accountants
Section 6. - Rapports des contrôleurs de comptes
Art.20. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat hun externe accountants aan de FSMA en aan de Bank ten minste elk jaar verslag uitbrengen over de deugdelijkheid van de regelingen die de onderneming ingevolge de artikelen 65, 65/1, 528, 529 en 533 van de wet van 25 april 2014, artikel 27, § 9, van de wet van 2 augustus 2002 en dit Hoofdstuk heeft getroffen.
Art.20. Les entreprises réglementées veillent à ce que les personnes chargées du contrôle de leurs comptes fassent rapport au moins tous les ans à la FSMA et à la Banque sur l'adéquation des dispositions prises par celles-ci en application des articles 65, 65/1, 528, 529 et 533 de la loi du 25 avril 2014, de l'article 27, § 9, de la loi du 2 août 2002, et du présent Chapitre.
HOOFDSTUK 3. - Productgovernancevereisten
CHAPITRE 3. - Exigences en matière de gouvernance des produits
Art.21. De bepalingen van dit Hoofdstuk zijn eveneens van toepassing op de gereglementeerde ondernemingen wanneer deze gestructureerde deposito's verkopen of advies verstrekken aan cliënten in verband met dergelijke deposito's.
Art.21. Les dispositions du présent Chapitre s'appliquent également aux entreprises réglementées lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur de tels dépôts à des clients.
Art.22. § 1. Dit artikel is van toepassing op de gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen, met inbegrip van de creatie, de ontwikkeling, de uitgifte en/of het ontwerp van financiële instrumenten.
De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen, voldoen op passende en evenredige wijze aan de desbetreffende vereisten van de paragrafen 2 tot 15, rekening houdend met de aard van het financieel instrument, de beleggingsdienst en de doelmarkt voor het product.
§ 2. De gereglementeerde ondernemingen stellen procedures en maatregelen op, voeren deze procedures en maatregelen in en handhaven ze om ervoor te zorgen dat zij bij het vervaardigen van financiële instrumenten voldoen aan de vereisten inzake passend beheer van belangenconflicten, met inbegrip van de vergoeding. De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen, waarborgen met name dat het ontwerp van het financieel instrument, met inbegrip van zijn kenmerken, de eindcliënten niet benadeelt of niet tot problemen voor de integriteit van de markt leidt doordat de onderneming de mogelijkheid krijgt haar eigen risico's of blootstelling aan de onderliggende activa van het financieel instrument te beperken en/of af te schuiven, wanneer de gereglementeerde onderneming de onderliggende activa reeds voor eigen rekening aanhoudt.
§ 3. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken potentiële belangenconflicten telkens wanneer zij een financieel instrument vervaardigen. Zij beoordelen met name of het financieel instrument een situatie tot stand brengt waarin eindcliënten kunnen worden benadeeld wanneer zij :
1° een blootstelling aangaan die tegengesteld is aan die welke voorheen door de onderneming zelf werd aangehouden; of
2° een blootstelling aangaan die tegengesteld is aan die welke de onderneming wenst aan te houden na de verkoop van het financieel instrument.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken of het financieel instrument een bedreiging kan vormen voor de ordelijke werking of de stabiliteit van financiële markten voordat zij besluiten een financieel instrument in omloop te brengen.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de personeelsleden die betrokken zijn bij het vervaardigen van financiële instrumenten, de nodige deskundigheid bezitten om de kenmerken en risico's te begrijpen van de financiële instrumenten die zij vervaardigen.
§ 6. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat het wettelijk bestuursorgaan daadwerkelijke controle uitoefent over het proces van productgovernance. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de complianceverslagen aan het wettelijk bestuursorgaan stelselmatig informatie bevatten over de door de onderneming vervaardigde financiële instrumenten, waaronder ook informatie over de distributiestrategie. De gereglementeerde ondernemingen stellen die verslagen op verzoek ter beschikking van de FSMA en/of de Bank.
§ 7. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat hun compliancefunctie toezicht houdt op de ontwikkeling en de periodieke evaluatie van de productgovernanceregelingen om risico's op niet-naleving van de in dit artikel bedoelde verplichtingen door de onderneming op te sporen.
§ 8. Wanneer zij samenwerken voor het creëren, ontwikkelen, uitgeven en/of ontwerpen van een financieel instrument, ook met entiteiten die geen kredietinstellingen of beleggingsondernemingen zijn, of met ondernemingen uit derde landen, stellen de gereglementeerde ondernemingen hun wederzijdse verplichtingen in een schriftelijke overeenkomst vast.
§ 9. [1 De gereglementeerde ondernemingen stellen de potentiële doelmarkt voor elk financieel instrument voldoende fijnmazig vast en bepalen het type of de typen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, het financiële instrument overeenstemt.
In dit proces identificeren de gereglementeerde ondernemingen de groep of groepen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het financiële instrument niet overeenstemt, zonder rekening te houden met eventuele duurzaamheidsfactoren. Wanneer gereglementeerde ondernemingen samenwerken bij het vervaardigen van een financieel instrument, moet slechts één doelmarkt worden aangewezen.]1
De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen welke door andere gereglementeerde ondernemingen in omloop worden gebracht, bepalen de behoeften en kenmerken van de cliënten waarmee het product overeenstemt, op basis van hun theoretische kennis en hun ervaring met het financieel instrument of met soortgelijke financiële instrumenten, de financiële markten en de behoeften, kenmerken en doelstellingen van potentiële eindcliënten.
§ 10. De gereglementeerde ondernemingen verrichten een scenarioanalyse voor hun financiële instrumenten waarin het risico wordt beoordeeld dat het financieel instrument slechte resultaten zou opleveren voor eindcliënten, en waarin wordt nagegaan in welke omstandigheden dit kan gebeuren. Zij beoordelen de werking van financiële instrumenten in negatieve omstandigheden waarin bijvoorbeeld :
1° de marktomgeving verslechtert;
2° de productontwikkelaar of een derde partij die betrokken is bij de vervaardiging en/of de werking van het financieel instrument, financiële moeilijkheden ondervindt, of zich andere tegenpartijrisico's voordoen;
3° het financieel instrument niet commercieel levensvatbaar wordt; of
4° de vraag naar het financieel instrument veel hoger is dan verwacht en de middelen van de onderneming en/of de markt van het onderliggende instrument onder druk komen te staan.
§ 11. [1 De gereglementeerde ondernemingen bepalen of een financieel instrument voldoet aan de vastgestelde behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelmarkt, onder meer door een onderzoek van de volgende elementen:
1° het risico/rendementsprofiel van het financieel instrument stemt overeen met de doelmarkt;
2° de duurzaamheidsfactoren van het financieel instrument stemmen, in voorkomend geval, overeen met de doelmarkt;
3° het ontwerp van het financieel instrument wordt gedreven door kenmerken die aan de cliënt ten goede komen, en niet door een bedrijfsmodel dat voor zijn rendabiliteit gebaseerd is op slechte resultaten voor de cliënt.]1
§ 12. De gereglementeerde ondernemingen evalueren de voor het financieel instrument voorgestelde kostenstructuur, en onderzoeken daarbij met name het volgende :
1° of de kosten en tarieven voor het financieel instrument verenigbaar zijn met de behoeften, de doelstellingen en de kenmerken van de doelmarkt;
2° of de kosten de rendementsverwachtingen voor het financieel instrument niet ondermijnen, zoals wanneer de kosten of tarieven bijna alle verwachte aan het financieel instrument verbonden belastingvoordelen evenaren, overschrijden of opheffen; en
3° of de kostenstructuur van het financieel instrument voldoende transparant is voor de doelmarkt, zodat deze geen kosten verhult of te complex is om te begrijpen.
§ 13. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de verstrekking van informatie aan distributeurs ook betrekking heeft op de passende kanalen voor distributie van het financieel instrument, het productgoedkeuringsproces en de beoordeling van de doelmarkt, en een behoorlijk niveau bereikt zodat distributeurs in staat zijn het financieel instrument op passende wijze te begrijpen en aan te bevelen of te verkopen.
[1 De duurzaamheidsfactoren van het financiële instrument worden transparant gepresenteerd en verschaffen distributeurs de nodig informatie om afdoende rekening te houden met duurzaamheidsdoelstellingen van de cliënt of potentiële cliënt.]1
§ 14. [1 De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig de financiële instrumenten die zij vervaardigen rekening houdende met gebeurtenissen die het potentiële risico voor de omschreven doelmarkt feitelijk kunnen beïnvloeden. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken of het financieel instrument blijft overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de doelmarkt en of het op de doelmarkt wordt gedistribueerd of cliënten bereikt met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het financiële instrument niet overeenstemt.]1
§ 15. De gereglementeerde ondernemingen evalueren de financiële instrumenten vóór elke verdere uitgifte of nieuwe lancering indien zij op de hoogte zijn van gebeurtenissen die de potentiële risico's voor beleggers feitelijk kunnen beïnvloeden, en evalueren op gezette tijden of de financiële instrumenten functioneren zoals bedoeld.
De gereglementeerde ondernemingen bepalen met welke regelmaat zij hun financiële instrumenten evalueren, op basis van toepasselijke factoren die onder meer verband houden met de complexiteit of de innovatieve aard van de gevolgde beleggingsstrategieën. Zij bepalen ook welke belangrijke gebeurtenissen het potentiële risico of de rendementsverwachtingen van het financieel instrument kunnen beïnvloeden, zoals :
1° de overschrijding van een drempel die het rendementsprofiel van het financieel instrument beïnvloedt; of
2° de solvabiliteit van bepaalde emittenten waarvan de effecten of waarborgen de prestaties van het financieel instrument kunnen beïnvloeden.
Bij dergelijke gebeurtenissen nemen de gereglementeerde ondernemingen passende maatregelen zoals :
1° relevante informatie verstrekken over de gebeurtenis en de gevolgen daarvan voor het financieel instrument, aan de cliënten of aan de distributeurs van het financieel instrument indien de gereglementeerde onderneming het financieel instrument niet rechtstreeks aan cliënten verkoopt;
2° verandering aanbrengen in het productgoedkeuringsproces;
3° verdere uitgiften van het financieel instrument stopzetten;
4° verandering aanbrengen in het financieel instrument om oneerlijke contractuele voorwaarden te vermijden;
5° onderzoeken of de verkoopkanalen via dewelke het financieel instrument wordt verkocht, geschikt zijn, wanneer de gereglementeerde onderneming tot de bevinding komt dat de verkoop van het financieel instrument niet verloopt zoals voorzien;
6° de distributeur contacteren om een wijziging van het distributieproces te bespreken;
7° de relatie met de distributeur beëindigen; of
8° de relevante bevoegde autoriteit informeren.
De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen, voldoen op passende en evenredige wijze aan de desbetreffende vereisten van de paragrafen 2 tot 15, rekening houdend met de aard van het financieel instrument, de beleggingsdienst en de doelmarkt voor het product.
§ 2. De gereglementeerde ondernemingen stellen procedures en maatregelen op, voeren deze procedures en maatregelen in en handhaven ze om ervoor te zorgen dat zij bij het vervaardigen van financiële instrumenten voldoen aan de vereisten inzake passend beheer van belangenconflicten, met inbegrip van de vergoeding. De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen, waarborgen met name dat het ontwerp van het financieel instrument, met inbegrip van zijn kenmerken, de eindcliënten niet benadeelt of niet tot problemen voor de integriteit van de markt leidt doordat de onderneming de mogelijkheid krijgt haar eigen risico's of blootstelling aan de onderliggende activa van het financieel instrument te beperken en/of af te schuiven, wanneer de gereglementeerde onderneming de onderliggende activa reeds voor eigen rekening aanhoudt.
§ 3. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken potentiële belangenconflicten telkens wanneer zij een financieel instrument vervaardigen. Zij beoordelen met name of het financieel instrument een situatie tot stand brengt waarin eindcliënten kunnen worden benadeeld wanneer zij :
1° een blootstelling aangaan die tegengesteld is aan die welke voorheen door de onderneming zelf werd aangehouden; of
2° een blootstelling aangaan die tegengesteld is aan die welke de onderneming wenst aan te houden na de verkoop van het financieel instrument.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken of het financieel instrument een bedreiging kan vormen voor de ordelijke werking of de stabiliteit van financiële markten voordat zij besluiten een financieel instrument in omloop te brengen.
§ 5. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de personeelsleden die betrokken zijn bij het vervaardigen van financiële instrumenten, de nodige deskundigheid bezitten om de kenmerken en risico's te begrijpen van de financiële instrumenten die zij vervaardigen.
§ 6. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat het wettelijk bestuursorgaan daadwerkelijke controle uitoefent over het proces van productgovernance. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de complianceverslagen aan het wettelijk bestuursorgaan stelselmatig informatie bevatten over de door de onderneming vervaardigde financiële instrumenten, waaronder ook informatie over de distributiestrategie. De gereglementeerde ondernemingen stellen die verslagen op verzoek ter beschikking van de FSMA en/of de Bank.
§ 7. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat hun compliancefunctie toezicht houdt op de ontwikkeling en de periodieke evaluatie van de productgovernanceregelingen om risico's op niet-naleving van de in dit artikel bedoelde verplichtingen door de onderneming op te sporen.
§ 8. Wanneer zij samenwerken voor het creëren, ontwikkelen, uitgeven en/of ontwerpen van een financieel instrument, ook met entiteiten die geen kredietinstellingen of beleggingsondernemingen zijn, of met ondernemingen uit derde landen, stellen de gereglementeerde ondernemingen hun wederzijdse verplichtingen in een schriftelijke overeenkomst vast.
§ 9. [1 De gereglementeerde ondernemingen stellen de potentiële doelmarkt voor elk financieel instrument voldoende fijnmazig vast en bepalen het type of de typen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, het financiële instrument overeenstemt.
In dit proces identificeren de gereglementeerde ondernemingen de groep of groepen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het financiële instrument niet overeenstemt, zonder rekening te houden met eventuele duurzaamheidsfactoren. Wanneer gereglementeerde ondernemingen samenwerken bij het vervaardigen van een financieel instrument, moet slechts één doelmarkt worden aangewezen.]1
De gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten vervaardigen welke door andere gereglementeerde ondernemingen in omloop worden gebracht, bepalen de behoeften en kenmerken van de cliënten waarmee het product overeenstemt, op basis van hun theoretische kennis en hun ervaring met het financieel instrument of met soortgelijke financiële instrumenten, de financiële markten en de behoeften, kenmerken en doelstellingen van potentiële eindcliënten.
§ 10. De gereglementeerde ondernemingen verrichten een scenarioanalyse voor hun financiële instrumenten waarin het risico wordt beoordeeld dat het financieel instrument slechte resultaten zou opleveren voor eindcliënten, en waarin wordt nagegaan in welke omstandigheden dit kan gebeuren. Zij beoordelen de werking van financiële instrumenten in negatieve omstandigheden waarin bijvoorbeeld :
1° de marktomgeving verslechtert;
2° de productontwikkelaar of een derde partij die betrokken is bij de vervaardiging en/of de werking van het financieel instrument, financiële moeilijkheden ondervindt, of zich andere tegenpartijrisico's voordoen;
3° het financieel instrument niet commercieel levensvatbaar wordt; of
4° de vraag naar het financieel instrument veel hoger is dan verwacht en de middelen van de onderneming en/of de markt van het onderliggende instrument onder druk komen te staan.
§ 11. [1 De gereglementeerde ondernemingen bepalen of een financieel instrument voldoet aan de vastgestelde behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelmarkt, onder meer door een onderzoek van de volgende elementen:
1° het risico/rendementsprofiel van het financieel instrument stemt overeen met de doelmarkt;
2° de duurzaamheidsfactoren van het financieel instrument stemmen, in voorkomend geval, overeen met de doelmarkt;
3° het ontwerp van het financieel instrument wordt gedreven door kenmerken die aan de cliënt ten goede komen, en niet door een bedrijfsmodel dat voor zijn rendabiliteit gebaseerd is op slechte resultaten voor de cliënt.]1
§ 12. De gereglementeerde ondernemingen evalueren de voor het financieel instrument voorgestelde kostenstructuur, en onderzoeken daarbij met name het volgende :
1° of de kosten en tarieven voor het financieel instrument verenigbaar zijn met de behoeften, de doelstellingen en de kenmerken van de doelmarkt;
2° of de kosten de rendementsverwachtingen voor het financieel instrument niet ondermijnen, zoals wanneer de kosten of tarieven bijna alle verwachte aan het financieel instrument verbonden belastingvoordelen evenaren, overschrijden of opheffen; en
3° of de kostenstructuur van het financieel instrument voldoende transparant is voor de doelmarkt, zodat deze geen kosten verhult of te complex is om te begrijpen.
§ 13. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de verstrekking van informatie aan distributeurs ook betrekking heeft op de passende kanalen voor distributie van het financieel instrument, het productgoedkeuringsproces en de beoordeling van de doelmarkt, en een behoorlijk niveau bereikt zodat distributeurs in staat zijn het financieel instrument op passende wijze te begrijpen en aan te bevelen of te verkopen.
[1 De duurzaamheidsfactoren van het financiële instrument worden transparant gepresenteerd en verschaffen distributeurs de nodig informatie om afdoende rekening te houden met duurzaamheidsdoelstellingen van de cliënt of potentiële cliënt.]1
§ 14. [1 De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig de financiële instrumenten die zij vervaardigen rekening houdende met gebeurtenissen die het potentiële risico voor de omschreven doelmarkt feitelijk kunnen beïnvloeden. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken of het financieel instrument blijft overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de doelmarkt en of het op de doelmarkt wordt gedistribueerd of cliënten bereikt met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het financiële instrument niet overeenstemt.]1
§ 15. De gereglementeerde ondernemingen evalueren de financiële instrumenten vóór elke verdere uitgifte of nieuwe lancering indien zij op de hoogte zijn van gebeurtenissen die de potentiële risico's voor beleggers feitelijk kunnen beïnvloeden, en evalueren op gezette tijden of de financiële instrumenten functioneren zoals bedoeld.
De gereglementeerde ondernemingen bepalen met welke regelmaat zij hun financiële instrumenten evalueren, op basis van toepasselijke factoren die onder meer verband houden met de complexiteit of de innovatieve aard van de gevolgde beleggingsstrategieën. Zij bepalen ook welke belangrijke gebeurtenissen het potentiële risico of de rendementsverwachtingen van het financieel instrument kunnen beïnvloeden, zoals :
1° de overschrijding van een drempel die het rendementsprofiel van het financieel instrument beïnvloedt; of
2° de solvabiliteit van bepaalde emittenten waarvan de effecten of waarborgen de prestaties van het financieel instrument kunnen beïnvloeden.
Bij dergelijke gebeurtenissen nemen de gereglementeerde ondernemingen passende maatregelen zoals :
1° relevante informatie verstrekken over de gebeurtenis en de gevolgen daarvan voor het financieel instrument, aan de cliënten of aan de distributeurs van het financieel instrument indien de gereglementeerde onderneming het financieel instrument niet rechtstreeks aan cliënten verkoopt;
2° verandering aanbrengen in het productgoedkeuringsproces;
3° verdere uitgiften van het financieel instrument stopzetten;
4° verandering aanbrengen in het financieel instrument om oneerlijke contractuele voorwaarden te vermijden;
5° onderzoeken of de verkoopkanalen via dewelke het financieel instrument wordt verkocht, geschikt zijn, wanneer de gereglementeerde onderneming tot de bevinding komt dat de verkoop van het financieel instrument niet verloopt zoals voorzien;
6° de distributeur contacteren om een wijziging van het distributieproces te bespreken;
7° de relatie met de distributeur beëindigen; of
8° de relevante bevoegde autoriteit informeren.
Art.22. § 1er. Le présent article s'applique aux entreprises réglementées qui produisent des instruments financiers, ce qui englobe la création, le développement, l'émission et/ou la conception de tels instruments.
Les entreprises réglementées qui produisent des instruments financiers se conforment, de manière adaptée et proportionnée, aux exigences énoncées aux paragraphes 2 à 15, en tenant compte de la nature de l'instrument financier, du service d'investissement et du marché cible du produit.
§ 2. Les entreprises réglementées établissent, mettent en oeuvre et gardent opérationnelles des procédures et des mesures garantissant que la production d'instruments financiers se fait conformément aux exigences en matière de gestion des conflits d'intérêt, y compris de rémunération. En particulier, toute entreprise réglementée qui produit des instruments financiers veille à ce que la conception de l'instrument financier, y compris ses caractéristiques, n'ait pas d'incidence négative sur les clients finaux ni ne nuise à l'intégrité du marché en lui permettant d'atténuer ses propres risques ou expositions liés aux actifs sous-jacents de l'instrument financier ou de s'en débarrasser, lorsqu'elle détient déjà les actifs sous-jacents pour compte propre.
§ 3. Les entreprises réglementées analysent les conflits d'intérêts potentiels chaque fois qu'un instrument financier est produit. En particulier, elles évaluent si l'instrument financier crée une situation susceptible d'avoir une incidence négative sur les clients finaux si ceux-ci prennent:
1° une exposition inverse de celle précédemment détenue par l'entreprise elle-même ; ou
2° une exposition inverse de celle que l'entreprise veut détenir après la vente de l'instrument financier.
§ 4. Les entreprises réglementées examinent si l'instrument financier peut représenter une menace pour le fonctionnement ordonné ou pour la stabilité des marchés financiers avant de décider de lancer l'instrument financier.
§ 5. Les entreprises réglementées veillent à ce que le personnel participant à la production d'instruments financiers possède l'expertise nécessaire pour comprendre les caractéristiques des instruments financiers qu'elles ont l'intention de produire et les risques qu'ils présentent.
§ 6. Les entreprises réglementées veillent à ce que l'organe légal d'administration exerce un contrôle effectif sur le processus de gouvernance des produits de l'entreprise. Les entreprises réglementées veillent à ce que les rapports sur le respect de la conformité adressés à l'organe légal d'administration contiennent toujours des informations sur les instruments financiers produits par l'entreprise, y compris des informations sur la stratégie de distribution. Les entreprises réglementées mettent ces rapports à la disposition de la FSMA et/ou de la Banque à la demande de celles-ci.
§ 7. Les entreprises réglementées veillent à ce que leur fonction de conformité (compliance) supervise l'élaboration et le réexamen périodique des dispositifs de gouvernance des produits afin de détecter tout risque de manquement par l'entreprise aux obligations énoncées dans le présent article.
§ 8. Lorsqu'elles créent, développent, émettent et/ou conçoivent un instrument financier en collaboration, y compris avec des entités qui ne sont pas des établissements de crédit ou des entreprises d'investissement ou avec des entreprises de pays tiers, les entreprises réglementées inscrivent leurs responsabilités mutuelles dans un accord écrit.
§ 9. [1 Les entreprises réglementées définissent à un niveau de détail suffisant le marché cible potentiel de chaque instrument financier et précisent le ou les types de clients qui ont des besoins, caractéristiques et objectifs, y compris, éventuellement, des objectifs en matière de durabilité, avec lesquels cet instrument est compatible.
Au cours de ce processus, les entreprises réglementées définissent le ou les éventuels groupes de clients avec les besoins, caractéristiques et objectifs desquels cet instrument n'est pas compatible, sans tenir compte des éventuels facteurs de durabilité. Lorsque des entreprises réglementées coopèrent pour produire un instrument financier, elles ne sont tenues d'identifier qu'un seul marché cible.]1
Les entreprises réglementées qui produisent des instruments financiers distribués par d'autres entreprises réglementées déterminent les besoins et les caractéristiques des clients avec lesquels l'instrument financier est compatible sur la base de leurs connaissances théoriques et de leur expérience de l'instrument financier ou d'instruments financiers similaires, des marchés financiers ainsi que des besoins, caractéristiques et objectifs des clients finaux potentiels.
§ 10. Les entreprises réglementées effectuent une analyse de scénario de leurs instruments financiers évaluant le risque que l'instrument financier donne de mauvais résultats pour les clients finaux, et dans quelles circonstances ces résultats peuvent survenir. Elles évaluent les conséquences qu'auraient sur l'instrument financier des situations négatives, telles que les cas où :
1° l'environnement de marché se détériore ;
2° le producteur ou un tiers participant à la production et/ou au fonctionnement de l'instrument financier connaît des difficultés financières, ou un autre risque de contrepartie se matérialise ;
3° l'instrument financier ne devient jamais commercialement viable ; ou
4° la demande à l'égard de l'instrument financier est beaucoup plus élevée que prévu, grevant les ressources de l'entreprise et/ou créant des tensions sur le marché de l'instrument sous-jacent.
§ 11. [1 Les entreprises réglementées déterminent si un instrument financier répond aux besoins, caractéristiques et objectifs identifiés du marché cible, y compris en examinant:
1° si le profil risque/rémunération de l'instrument financier est en adéquation avec le marché cible;
2° si les facteurs de durabilité de l'instrument financier, le cas échéant, sont en adéquation avec le marché cible;
3° si les caractéristiques de l'instrument financier sont conçues de manière à bénéficier au client et ne sont pas fondées sur un modèle économique qui nécessite, pour être rentable, que les résultats soient défavorables au client.]1
§ 12. Les entreprises réglementées examinent la structure tarifaire proposée pour l'instrument financier, et notamment les aspects suivants :
1° si les coûts et frais de l'instrument financier sont compatibles avec les besoins, objectifs et caractéristiques du marché cible ;
2° si les frais ne compromettent pas la rémunération attendue de l'instrument financier, comme dans le cas où les coûts et frais de l'instrument sont d'un montant presque égal, égal ou supérieur à celui de ses avantages fiscaux attendus ; et
3° si la structure tarifaire de l'instrument financier est suffisamment transparente pour le marché cible et ne camoufle pas les frais ni ne les rend trop difficiles à comprendre.
§ 13. Les entreprises réglementées veillent à ce que les informations fournies aux distributeurs sur un instrument financier comprennent des informations sur les canaux de distribution appropriés pour l'instrument financier, le processus d'approbation du produit et l'évaluation du marché cible, et soient d'une qualité suffisante pour permettre aux distributeurs de comprendre et de recommander ou de vendre l'instrument financier de manière appropriée.
[1 Les facteurs de durabilité de l'instrument financier sont présentés de manière transparente et fournissent aux distributeurs les informations pertinentes pour leur permettre de tenir dûment compte de tout objectif en matière de durabilité poursuivi par le client ou client potentiel.]1
§ 14. [1 Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement les instruments financiers qu'elles produisent en tenant compte de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour le marché cible défini. Les entreprises réglementées vérifient si l'instrument financier reste en adéquation avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, de son marché cible, et s'il est distribué sur ce marché cible, ou bien s'il atteint des clients avec les besoins, caractéristiques et objectifs desquels il n'est pas compatible.]1
§ 15. Les entreprises réglementées réexaminent les instruments financiers avant toute nouvelle émission ou réémission si elles ont connaissance de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour les investisseurs et évaluent à intervalles réguliers si les instruments fonctionnent de la façon prévue.
Les entreprises réglementées se fondent sur des facteurs pertinents pour déterminer la fréquence du réexamen de leurs instruments financiers, notamment la complexité ou le caractère innovant des stratégies d'investissement poursuivies. Elles identifient également les événements essentiels susceptibles d'avoir une incidence sur le risque potentiel ou la rémunération attendue de l'instrument financier, tels que :
1° le dépassement d'un seuil qui affectera le profil de rémunération de l'instrument financier ; ou
2° la solvabilité de certains émetteurs dont les valeurs mobilières ou les garanties sont susceptibles d'avoir une incidence sur la performance de l'instrument financier.
Lorsque de tels événements se produisent, l'entreprise réglementée prend des mesures appropriées, qui peuvent consister à :
1° communiquer toute information utile sur l'événement et ses conséquences sur l'instrument financier aux clients ou, si l'entreprise réglementée n'offre ou ne vend pas directement l'instrument financier aux clients, au distributeur de l'instrument financier ;
2° changer la procédure d'approbation du produit;
3° cesser l'émission de l'instrument financier ;
4° modifier l'instrument financier pour éviter les clauses contractuelles abusives ;
5° déterminer si les canaux de distribution par lesquels l'instrument financier est vendu sont adaptés, lorsque l'entreprise réglementée constate que l'instrument financier n'est pas vendu comme prévu ;
6° contacter le distributeur pour discuter d'un changement du processus de distribution ;
7° mettre fin à la relation avec le distributeur ; ou
8° informer l'autorité compétente concernée.
Les entreprises réglementées qui produisent des instruments financiers se conforment, de manière adaptée et proportionnée, aux exigences énoncées aux paragraphes 2 à 15, en tenant compte de la nature de l'instrument financier, du service d'investissement et du marché cible du produit.
§ 2. Les entreprises réglementées établissent, mettent en oeuvre et gardent opérationnelles des procédures et des mesures garantissant que la production d'instruments financiers se fait conformément aux exigences en matière de gestion des conflits d'intérêt, y compris de rémunération. En particulier, toute entreprise réglementée qui produit des instruments financiers veille à ce que la conception de l'instrument financier, y compris ses caractéristiques, n'ait pas d'incidence négative sur les clients finaux ni ne nuise à l'intégrité du marché en lui permettant d'atténuer ses propres risques ou expositions liés aux actifs sous-jacents de l'instrument financier ou de s'en débarrasser, lorsqu'elle détient déjà les actifs sous-jacents pour compte propre.
§ 3. Les entreprises réglementées analysent les conflits d'intérêts potentiels chaque fois qu'un instrument financier est produit. En particulier, elles évaluent si l'instrument financier crée une situation susceptible d'avoir une incidence négative sur les clients finaux si ceux-ci prennent:
1° une exposition inverse de celle précédemment détenue par l'entreprise elle-même ; ou
2° une exposition inverse de celle que l'entreprise veut détenir après la vente de l'instrument financier.
§ 4. Les entreprises réglementées examinent si l'instrument financier peut représenter une menace pour le fonctionnement ordonné ou pour la stabilité des marchés financiers avant de décider de lancer l'instrument financier.
§ 5. Les entreprises réglementées veillent à ce que le personnel participant à la production d'instruments financiers possède l'expertise nécessaire pour comprendre les caractéristiques des instruments financiers qu'elles ont l'intention de produire et les risques qu'ils présentent.
§ 6. Les entreprises réglementées veillent à ce que l'organe légal d'administration exerce un contrôle effectif sur le processus de gouvernance des produits de l'entreprise. Les entreprises réglementées veillent à ce que les rapports sur le respect de la conformité adressés à l'organe légal d'administration contiennent toujours des informations sur les instruments financiers produits par l'entreprise, y compris des informations sur la stratégie de distribution. Les entreprises réglementées mettent ces rapports à la disposition de la FSMA et/ou de la Banque à la demande de celles-ci.
§ 7. Les entreprises réglementées veillent à ce que leur fonction de conformité (compliance) supervise l'élaboration et le réexamen périodique des dispositifs de gouvernance des produits afin de détecter tout risque de manquement par l'entreprise aux obligations énoncées dans le présent article.
§ 8. Lorsqu'elles créent, développent, émettent et/ou conçoivent un instrument financier en collaboration, y compris avec des entités qui ne sont pas des établissements de crédit ou des entreprises d'investissement ou avec des entreprises de pays tiers, les entreprises réglementées inscrivent leurs responsabilités mutuelles dans un accord écrit.
§ 9. [1 Les entreprises réglementées définissent à un niveau de détail suffisant le marché cible potentiel de chaque instrument financier et précisent le ou les types de clients qui ont des besoins, caractéristiques et objectifs, y compris, éventuellement, des objectifs en matière de durabilité, avec lesquels cet instrument est compatible.
Au cours de ce processus, les entreprises réglementées définissent le ou les éventuels groupes de clients avec les besoins, caractéristiques et objectifs desquels cet instrument n'est pas compatible, sans tenir compte des éventuels facteurs de durabilité. Lorsque des entreprises réglementées coopèrent pour produire un instrument financier, elles ne sont tenues d'identifier qu'un seul marché cible.]1
Les entreprises réglementées qui produisent des instruments financiers distribués par d'autres entreprises réglementées déterminent les besoins et les caractéristiques des clients avec lesquels l'instrument financier est compatible sur la base de leurs connaissances théoriques et de leur expérience de l'instrument financier ou d'instruments financiers similaires, des marchés financiers ainsi que des besoins, caractéristiques et objectifs des clients finaux potentiels.
§ 10. Les entreprises réglementées effectuent une analyse de scénario de leurs instruments financiers évaluant le risque que l'instrument financier donne de mauvais résultats pour les clients finaux, et dans quelles circonstances ces résultats peuvent survenir. Elles évaluent les conséquences qu'auraient sur l'instrument financier des situations négatives, telles que les cas où :
1° l'environnement de marché se détériore ;
2° le producteur ou un tiers participant à la production et/ou au fonctionnement de l'instrument financier connaît des difficultés financières, ou un autre risque de contrepartie se matérialise ;
3° l'instrument financier ne devient jamais commercialement viable ; ou
4° la demande à l'égard de l'instrument financier est beaucoup plus élevée que prévu, grevant les ressources de l'entreprise et/ou créant des tensions sur le marché de l'instrument sous-jacent.
§ 11. [1 Les entreprises réglementées déterminent si un instrument financier répond aux besoins, caractéristiques et objectifs identifiés du marché cible, y compris en examinant:
1° si le profil risque/rémunération de l'instrument financier est en adéquation avec le marché cible;
2° si les facteurs de durabilité de l'instrument financier, le cas échéant, sont en adéquation avec le marché cible;
3° si les caractéristiques de l'instrument financier sont conçues de manière à bénéficier au client et ne sont pas fondées sur un modèle économique qui nécessite, pour être rentable, que les résultats soient défavorables au client.]1
§ 12. Les entreprises réglementées examinent la structure tarifaire proposée pour l'instrument financier, et notamment les aspects suivants :
1° si les coûts et frais de l'instrument financier sont compatibles avec les besoins, objectifs et caractéristiques du marché cible ;
2° si les frais ne compromettent pas la rémunération attendue de l'instrument financier, comme dans le cas où les coûts et frais de l'instrument sont d'un montant presque égal, égal ou supérieur à celui de ses avantages fiscaux attendus ; et
3° si la structure tarifaire de l'instrument financier est suffisamment transparente pour le marché cible et ne camoufle pas les frais ni ne les rend trop difficiles à comprendre.
§ 13. Les entreprises réglementées veillent à ce que les informations fournies aux distributeurs sur un instrument financier comprennent des informations sur les canaux de distribution appropriés pour l'instrument financier, le processus d'approbation du produit et l'évaluation du marché cible, et soient d'une qualité suffisante pour permettre aux distributeurs de comprendre et de recommander ou de vendre l'instrument financier de manière appropriée.
[1 Les facteurs de durabilité de l'instrument financier sont présentés de manière transparente et fournissent aux distributeurs les informations pertinentes pour leur permettre de tenir dûment compte de tout objectif en matière de durabilité poursuivi par le client ou client potentiel.]1
§ 14. [1 Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement les instruments financiers qu'elles produisent en tenant compte de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour le marché cible défini. Les entreprises réglementées vérifient si l'instrument financier reste en adéquation avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, de son marché cible, et s'il est distribué sur ce marché cible, ou bien s'il atteint des clients avec les besoins, caractéristiques et objectifs desquels il n'est pas compatible.]1
§ 15. Les entreprises réglementées réexaminent les instruments financiers avant toute nouvelle émission ou réémission si elles ont connaissance de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour les investisseurs et évaluent à intervalles réguliers si les instruments fonctionnent de la façon prévue.
Les entreprises réglementées se fondent sur des facteurs pertinents pour déterminer la fréquence du réexamen de leurs instruments financiers, notamment la complexité ou le caractère innovant des stratégies d'investissement poursuivies. Elles identifient également les événements essentiels susceptibles d'avoir une incidence sur le risque potentiel ou la rémunération attendue de l'instrument financier, tels que :
1° le dépassement d'un seuil qui affectera le profil de rémunération de l'instrument financier ; ou
2° la solvabilité de certains émetteurs dont les valeurs mobilières ou les garanties sont susceptibles d'avoir une incidence sur la performance de l'instrument financier.
Lorsque de tels événements se produisent, l'entreprise réglementée prend des mesures appropriées, qui peuvent consister à :
1° communiquer toute information utile sur l'événement et ses conséquences sur l'instrument financier aux clients ou, si l'entreprise réglementée n'offre ou ne vend pas directement l'instrument financier aux clients, au distributeur de l'instrument financier ;
2° changer la procédure d'approbation du produit;
3° cesser l'émission de l'instrument financier ;
4° modifier l'instrument financier pour éviter les clauses contractuelles abusives ;
5° déterminer si les canaux de distribution par lesquels l'instrument financier est vendu sont adaptés, lorsque l'entreprise réglementée constate que l'instrument financier n'est pas vendu comme prévu ;
6° contacter le distributeur pour discuter d'un changement du processus de distribution ;
7° mettre fin à la relation avec le distributeur ; ou
8° informer l'autorité compétente concernée.
Änderungen
Art.23. § 1. In hun besluiten met betrekking tot het gamma van die financiële instrumenten die zijzelf of andere ondernemingen uitgeven of de diensten die zij cliënten wensen aan te bieden of aan te bevelen, voldoen de gereglementeerde ondernemingen op passende en evenredige wijze aan de vereisten van de paragrafen 2 tot 10, rekening houdend met de aard van het financieel instrument, de beleggingsdienst en de doelmarkt voor het product.
De gereglementeerde ondernemingen voldoen ook aan de vereisten van de wet van 2 augustus 2002 bij het aanbieden of aanbevelen van financiële instrumenten die door niet onder die wet vallende entiteiten zijn vervaardigd. In het kader van dit proces voeren deze ondernemingen regelingen in om te garanderen dat zij van die ontwikkelaars voldoende informatie over de financiële instrumenten verkrijgen.
De gereglementeerde ondernemingen bepalen de doelmarkt voor het respectieve financieel instrument zelfs indien de doelmarkt niet is omschreven door de ontwikkelaar.
§ 2. [1 De gereglementeerde ondernemingen voeren passende productgovernanceregelingen in om ervoor te zorgen dat de producten en de diensten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen, overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van een omschreven doelmarkt, en dat de voorgenomen distributiestrategie overeenstemt met deze doelmarkt. De gereglementeerde ondernemingen omschrijven en beoordelen de omstandigheden en behoeften van de cliënten op wie zij zich willen richten, om ervoor te zorgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van cliënten ten gevolge van commerciële of financieringsprocessen. In dit proces identificeren de gereglementeerde ondernemingen groepen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het product of de dienst niet overeenstemt, zonder rekening te houden met eventuele duurzaamheidsfactoren.]1
De gereglementeerde ondernemingen verkrijgen van de onder de wet van 25 april 2014 of de wet van 25 oktober 2016 vallende ontwikkelaars informatie met het oog op het nodige begrip en de nodige kennis van de producten die zij wensen aan te bevelen of te verkopen, zodat deze producten worden gedistribueerd in overeenstemming met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de omschreven doelmarkt.
De gereglementeerde ondernemingen ondernemen alle redelijke stappen om ervoor te zorgen dat zij ook van niet onder de wet van 25 april 2014 of de wet van 25 oktober 2016 vallende ontwikkelaars passende en betrouwbare informatie verkrijgen, zodat deze producten worden gedistribueerd in overeenstemming met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelmarkt. Wanneer er geen relevante publiek beschikbare informatie is, onderneemt de distributeur alle redelijke stappen om deze relevante informatie van de ontwikkelaar of zijn gemachtigde te verkrijgen. Aanvaardbare publiek beschikbare informatie is informatie die duidelijk, betrouwbaar en op het regelgevingskader afgestemd is, zoals de openbaarmakingsvereisten krachtens Richtlijn 2003/71/EG of Richtlijn 2004/109/EG. Deze verplichting geldt voor producten die op primaire en secundaire markten worden verkocht, en wordt evenredig toegepast naargelang van de verkrijgbaarheid van publiek beschikbare informatie en de complexiteit van het product.
De gereglementeerde ondernemingen gebruiken de informatie die zij van ontwikkelaars hebben verkregen, en informatie over hun eigen cliënten om de doelmarkt en de distributiestrategie te omschrijven. Wanneer een gereglementeerde onderneming als ontwikkelaar en als distributeur optreedt, is slechts één doelmarktbeoordeling vereist.
§ 3. In hun besluiten met betrekking tot het gamma van financiële instrumenten en diensten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen, en met betrekking tot de respectievelijke doelmarkten garanderen de gereglementeerde ondernemingen de naleving van alle toepasselijke vereisten van de wetten van 25 april 2014, 25 oktober 2016 en 2 augustus 2002, inclusief de verplichtingen met betrekking tot openbaarmaking, beoordeling van geschiktheid of deugdelijkheid, inducements en passend beheer van belangenconflicten. In dit verband is bijzondere zorg vereist wanneer distributeurs nieuwe producten wensen aan te bieden of aan te bevelen of wanneer er variaties optreden in de diensten die zij verlenen.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig hun productgovernanceregelingen en actualiseren ze om ervoor te zorgen dat ze robuust en geschikt voor hun doel blijven, en neemt indien nodig de passende maatregelen.
§ 5. [1 De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig de beleggingsinstrumenten die zij aanbieden of aanbevelen en de diensten die zij verlenen, rekening houdende met elke gebeurtenis die het potentiële risico voor de omschreven doelmarkt materieel kan beïnvloeden. Gereglementeerde ondernemingen evalueren ten minste of de producten of diensten blijven overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de omschreven doelmarkt, en of de voorgenomen distributiestrategie geschikt blijft. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken de doelmarkt opnieuw en/of actualiseren de productgovernanceregelingen wanneer zij tot de bevinding komen dat zij de doelmarkt voor een specifieke producten of diensten onjuist hebben omschreven of deze niet langer voldoen aan de omstandigheden van de omschreven doelmarkt, bijvoorbeeld wanneer het product ten gevolge van marktomstandigheden niet-liquide of zeer volatiel is geworden.]1
§ 6. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat hun compliancefunctie toezicht houdt op de ontwikkeling en de periodieke evaluatie van de productgovernanceregelingen om risico's op niet-naleving van de in dit artikel bedoelde verplichtingen door de onderneming op te sporen.
§ 7. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de desbetreffende personeelsleden over de nodige deskundigheid beschikken om de kenmerken en risico's te begrijpen van de producten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen en van de geleverde diensten, en de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de omschreven doelmarkt.
§ 8. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat het wettelijk bestuursorgaan daadwerkelijke controle uitoefent over het productgovernanceproces van de onderneming om te bepalen welk gamma van producten zij aanbieden of aanbevelen en welke diensten zij leveren aan de respectievelijke doelmarkten. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de complianceverslagen aan het wettelijk bestuursorgaan stelselmatig informatie bevatten over de producten die zij aanbieden of aanbevelen en de geleverde diensten. De complianceverslagen worden op verzoek aan de FSMA verstrekt.
§ 9. De gereglementeerde ondernemingen verstrekken de ontwikkelaars verkoopinformatie, en indien passend, informatie over de bovengenoemde evaluaties ter ondersteuning van de productevaluaties die ontwikkelaars verrichten.
§ 10. Wanneer verschillende gereglementeerde ondernemingen samenwerken bij de distributie van een product of dienst, draagt de gereglementeerde onderneming met directe band met de cliënt uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de naleving van de in dit artikel bedoelde productgovernanceverplichtingen.
Intermediaire ondernemingen moeten evenwel :
1° ervoor zorgen dat relevante productinformatie wordt doorgegeven van de ontwikkelaar aan de einddistributeur in de keten;
2° de ontwikkelaar in staat stellen de nodige informatie te verkrijgen wanneer deze informatie over productverkoop nodig heeft om te voldoen aan zijn eigen productgovernanceverplichtingen; en
3° indien van toepassing, de productgovernanceverplichtingen voor ontwikkelaars toepassen op de dienst die zij verlenen.
De gereglementeerde ondernemingen voldoen ook aan de vereisten van de wet van 2 augustus 2002 bij het aanbieden of aanbevelen van financiële instrumenten die door niet onder die wet vallende entiteiten zijn vervaardigd. In het kader van dit proces voeren deze ondernemingen regelingen in om te garanderen dat zij van die ontwikkelaars voldoende informatie over de financiële instrumenten verkrijgen.
De gereglementeerde ondernemingen bepalen de doelmarkt voor het respectieve financieel instrument zelfs indien de doelmarkt niet is omschreven door de ontwikkelaar.
§ 2. [1 De gereglementeerde ondernemingen voeren passende productgovernanceregelingen in om ervoor te zorgen dat de producten en de diensten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen, overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van een omschreven doelmarkt, en dat de voorgenomen distributiestrategie overeenstemt met deze doelmarkt. De gereglementeerde ondernemingen omschrijven en beoordelen de omstandigheden en behoeften van de cliënten op wie zij zich willen richten, om ervoor te zorgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van cliënten ten gevolge van commerciële of financieringsprocessen. In dit proces identificeren de gereglementeerde ondernemingen groepen cliënten met wier behoeften, kenmerken en doelstellingen het product of de dienst niet overeenstemt, zonder rekening te houden met eventuele duurzaamheidsfactoren.]1
De gereglementeerde ondernemingen verkrijgen van de onder de wet van 25 april 2014 of de wet van 25 oktober 2016 vallende ontwikkelaars informatie met het oog op het nodige begrip en de nodige kennis van de producten die zij wensen aan te bevelen of te verkopen, zodat deze producten worden gedistribueerd in overeenstemming met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de omschreven doelmarkt.
De gereglementeerde ondernemingen ondernemen alle redelijke stappen om ervoor te zorgen dat zij ook van niet onder de wet van 25 april 2014 of de wet van 25 oktober 2016 vallende ontwikkelaars passende en betrouwbare informatie verkrijgen, zodat deze producten worden gedistribueerd in overeenstemming met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelmarkt. Wanneer er geen relevante publiek beschikbare informatie is, onderneemt de distributeur alle redelijke stappen om deze relevante informatie van de ontwikkelaar of zijn gemachtigde te verkrijgen. Aanvaardbare publiek beschikbare informatie is informatie die duidelijk, betrouwbaar en op het regelgevingskader afgestemd is, zoals de openbaarmakingsvereisten krachtens Richtlijn 2003/71/EG of Richtlijn 2004/109/EG. Deze verplichting geldt voor producten die op primaire en secundaire markten worden verkocht, en wordt evenredig toegepast naargelang van de verkrijgbaarheid van publiek beschikbare informatie en de complexiteit van het product.
De gereglementeerde ondernemingen gebruiken de informatie die zij van ontwikkelaars hebben verkregen, en informatie over hun eigen cliënten om de doelmarkt en de distributiestrategie te omschrijven. Wanneer een gereglementeerde onderneming als ontwikkelaar en als distributeur optreedt, is slechts één doelmarktbeoordeling vereist.
§ 3. In hun besluiten met betrekking tot het gamma van financiële instrumenten en diensten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen, en met betrekking tot de respectievelijke doelmarkten garanderen de gereglementeerde ondernemingen de naleving van alle toepasselijke vereisten van de wetten van 25 april 2014, 25 oktober 2016 en 2 augustus 2002, inclusief de verplichtingen met betrekking tot openbaarmaking, beoordeling van geschiktheid of deugdelijkheid, inducements en passend beheer van belangenconflicten. In dit verband is bijzondere zorg vereist wanneer distributeurs nieuwe producten wensen aan te bieden of aan te bevelen of wanneer er variaties optreden in de diensten die zij verlenen.
§ 4. De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig hun productgovernanceregelingen en actualiseren ze om ervoor te zorgen dat ze robuust en geschikt voor hun doel blijven, en neemt indien nodig de passende maatregelen.
§ 5. [1 De gereglementeerde ondernemingen evalueren regelmatig de beleggingsinstrumenten die zij aanbieden of aanbevelen en de diensten die zij verlenen, rekening houdende met elke gebeurtenis die het potentiële risico voor de omschreven doelmarkt materieel kan beïnvloeden. Gereglementeerde ondernemingen evalueren ten minste of de producten of diensten blijven overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de omschreven doelmarkt, en of de voorgenomen distributiestrategie geschikt blijft. De gereglementeerde ondernemingen onderzoeken de doelmarkt opnieuw en/of actualiseren de productgovernanceregelingen wanneer zij tot de bevinding komen dat zij de doelmarkt voor een specifieke producten of diensten onjuist hebben omschreven of deze niet langer voldoen aan de omstandigheden van de omschreven doelmarkt, bijvoorbeeld wanneer het product ten gevolge van marktomstandigheden niet-liquide of zeer volatiel is geworden.]1
§ 6. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat hun compliancefunctie toezicht houdt op de ontwikkeling en de periodieke evaluatie van de productgovernanceregelingen om risico's op niet-naleving van de in dit artikel bedoelde verplichtingen door de onderneming op te sporen.
§ 7. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de desbetreffende personeelsleden over de nodige deskundigheid beschikken om de kenmerken en risico's te begrijpen van de producten die zij wensen aan te bieden of aan te bevelen en van de geleverde diensten, en de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de omschreven doelmarkt.
§ 8. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat het wettelijk bestuursorgaan daadwerkelijke controle uitoefent over het productgovernanceproces van de onderneming om te bepalen welk gamma van producten zij aanbieden of aanbevelen en welke diensten zij leveren aan de respectievelijke doelmarkten. De gereglementeerde ondernemingen zorgen ervoor dat de complianceverslagen aan het wettelijk bestuursorgaan stelselmatig informatie bevatten over de producten die zij aanbieden of aanbevelen en de geleverde diensten. De complianceverslagen worden op verzoek aan de FSMA verstrekt.
§ 9. De gereglementeerde ondernemingen verstrekken de ontwikkelaars verkoopinformatie, en indien passend, informatie over de bovengenoemde evaluaties ter ondersteuning van de productevaluaties die ontwikkelaars verrichten.
§ 10. Wanneer verschillende gereglementeerde ondernemingen samenwerken bij de distributie van een product of dienst, draagt de gereglementeerde onderneming met directe band met de cliënt uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de naleving van de in dit artikel bedoelde productgovernanceverplichtingen.
Intermediaire ondernemingen moeten evenwel :
1° ervoor zorgen dat relevante productinformatie wordt doorgegeven van de ontwikkelaar aan de einddistributeur in de keten;
2° de ontwikkelaar in staat stellen de nodige informatie te verkrijgen wanneer deze informatie over productverkoop nodig heeft om te voldoen aan zijn eigen productgovernanceverplichtingen; en
3° indien van toepassing, de productgovernanceverplichtingen voor ontwikkelaars toepassen op de dienst die zij verlenen.
Art.23. § 1er. Lorsqu'elles décident de la gamme d'instruments financiers émis par elles-mêmes ou par d'autres entreprises et des services qu'elles comptent offrir ou recommander à leurs clients, les entreprises réglementées se conforment d'une manière adaptée et proportionnée aux exigences énoncées aux paragraphes 2 à 10, en tenant compte de la nature de l'instrument financier, du service d'investissement et du marché cible du produit.
Les entreprises réglementées se conforment également aux exigences de la loi du 2 août 2002 lorsqu'elles proposent ou recommandent des instruments financiers produits par des entités qui ne relèvent pas de cette loi. Dans le cadre de ce processus, ces entreprises mettent en place des dispositifs qui leur permettent d'obtenir suffisamment d'informations sur ces instruments financiers de la part de ces producteurs.
Les entreprises réglementées déterminent le marché cible de chaque instrument financier même si le producteur n'a pas défini de tel marché cible.
§ 2. [1 Les entreprises réglementées mettent en place des dispositifs adéquats de gouvernance des produits, qui garantissent que les produits et services qu'elles entendent proposer ou recommander sont compatibles avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, du marché cible défini et que la stratégie de distribution prévue est en adéquation avec ce marché cible. Les entreprises réglementées identifient et évaluent la situation et les besoins des clients qu'elles entendent viser de manière à garantir que les intérêts desdits clients ne seront pas compromis du fait de pressions commerciales ou de financement. Au cours de ce processus, les entreprises réglementées identifient le ou les éventuels groupes de clients qui ont des besoins, caractéristiques et objectifs avec lesquels le produit ou service n'est pas compatible, sans tenir compte des éventuels facteurs de durabilité.]1
Les entreprises réglementées obtiennent des producteurs relevant de la loi du 25 avril 2014 ou de la loi du 25 octobre 2016 des informations leur permettant de comprendre et de connaître suffisamment les produits qu'elles entendent recommander ou vendre pour que ceux-ci soient distribués conformément aux besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible défini.
Les entreprises réglementées prennent également toutes les mesures raisonnables pour obtenir des producteurs ne relevant pas de la loi du 25 avril 2014 ou de la loi du 25 octobre 2016 des informations adéquates et fiables leur permettant de distribuer les produits conformément aux besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible. Lorsque les informations nécessaires n'ont pas été rendues publiques, le distributeur prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces informations auprès du producteur ou de son agent. Des informations publiques acceptables sont des informations claires, fiables et produites pour satisfaire à des obligations réglementaires, telles que les obligations de publicité prévues par la directive 2003/71/CE ou la directive 2004/109/CE. Cette obligation concerne les produits vendus sur les marchés primaires et secondaires et s'applique de manière proportionnée selon le degré de disponibilité d'informations publiques et selon la complexité du produit.
Les entreprises réglementées utilisent les informations obtenues auprès des producteurs et les informations concernant leurs propres clients pour définir le marché cible et la stratégie de distribution. Lorsqu'une entreprise réglementée agit à la fois en tant que producteur et distributeur, une seule évaluation du marché cible est requise.
§ 3. Pour décider de l'éventail des instruments et services financiers qu'elles proposent ou recommandent et des différents marchés cibles, les entreprises réglementées maintiennent en vigueur des procédures et des mesures assurant le respect de toutes les exigences applicables des lois du 25 avril 2014, 25 octobre 2016 et du 2 août 2002, y compris celles relatives à la publication, à l'évaluation de l'adéquation ou du caractère approprié, à la détection et à la gestion des conflits d'intérêts, et aux incitations. Dans ce contexte, des précautions particulières doivent être prises lorsque le distributeur entend proposer ou recommander de nouveaux produits, ou qu'il existe des variantes pour les services qu'il fournit.
§ 4. Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement et mettent à jour leurs dispositifs de gouvernance des produits afin qu'ils restent solides et adaptés à leur usage, et prennent des mesures appropriées si nécessaire.
§ 5. [1 Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement les produits d'investissement qu'elles proposent ou recommandent et les services qu'elles fournissent, en tenant compte de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour le marché cible défini. Les entreprises réglementées évaluent au minimum si les produits ou services restent en adéquation avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, du marché cible défini et si la stratégie de distribution prévue reste appropriée. Les entreprises réglementées envisagent de changer de marché cible et/ou mettent à jour leurs dispositifs de gouvernance des produits dès lors qu'elles constatent qu'elles ont mal défini le marché cible pour ce produit ou service ou que celui-ci ne répond plus aux conditions du marché cible défini, par exemple si le produit devient illiquide ou très volatil du fait de variations du marché.]1
§ 6. Les entreprises réglementées veillent à ce que leur fonction de conformité supervise l'élaboration et le réexamen périodique des dispositifs de gouvernance des produits afin de détecter tout risque de manquement aux obligations énoncées dans le présent article.
§ 7. Les entreprises réglementées veillent à ce que les membres de leur personnel concernés disposent des compétences nécessaires pour comprendre les caractéristiques et les risques des produits qu'elles entendent proposer ou recommander et des services fournis ainsi que les besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible défini.
§ 8. Les entreprises réglementées veillent à ce que l'organe légal d'administration exerce un contrôle effectif sur le processus de gouvernance des produits de l'entreprise visant à déterminer l'éventail de produits proposés ou recommandés et les services fournis aux marchés cibles respectifs. Les entreprises réglementées veillent à ce que les rapports sur le respect de la conformité adressés à l'organe légal d'administration contiennent toujours des informations sur les produits proposés ou recommandés et sur les services fournis. Elles mettent ces rapports sur le respect de la conformité à la disposition de la FSMA à la demande de celle-ci.
§ 9. Les distributeurs fournissent aux producteurs des informations sur les ventes et, le cas échéant, sur les réexamens visés ci-dessus à l'appui des réexamens des produits effectués par les producteurs.
§ 10. Lorsque plusieurs entreprises réglementées coopèrent pour distribuer un produit ou un service, la responsabilité du respect des obligations en matière de gouvernance des produits prévues dans le présent article incombe à l'entreprise qui a une relation directe avec la clientèle.
Toutefois, les entreprises intermédiaires :
1° veillent à ce que les informations pertinentes sur le produit soient transmises du producteur au distributeur final de la chaîne ;
2° permettent au producteur qui demande des renseignements sur les ventes d'un produit en vue d'assurer le respect de ses propres obligations en matière de gouvernance des produits d'obtenir ces informations ; et
3° respectent, en relation avec les services qu'elles fournissent, les obligations de gouvernance des produit applicables aux producteurs.
Les entreprises réglementées se conforment également aux exigences de la loi du 2 août 2002 lorsqu'elles proposent ou recommandent des instruments financiers produits par des entités qui ne relèvent pas de cette loi. Dans le cadre de ce processus, ces entreprises mettent en place des dispositifs qui leur permettent d'obtenir suffisamment d'informations sur ces instruments financiers de la part de ces producteurs.
Les entreprises réglementées déterminent le marché cible de chaque instrument financier même si le producteur n'a pas défini de tel marché cible.
§ 2. [1 Les entreprises réglementées mettent en place des dispositifs adéquats de gouvernance des produits, qui garantissent que les produits et services qu'elles entendent proposer ou recommander sont compatibles avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, du marché cible défini et que la stratégie de distribution prévue est en adéquation avec ce marché cible. Les entreprises réglementées identifient et évaluent la situation et les besoins des clients qu'elles entendent viser de manière à garantir que les intérêts desdits clients ne seront pas compromis du fait de pressions commerciales ou de financement. Au cours de ce processus, les entreprises réglementées identifient le ou les éventuels groupes de clients qui ont des besoins, caractéristiques et objectifs avec lesquels le produit ou service n'est pas compatible, sans tenir compte des éventuels facteurs de durabilité.]1
Les entreprises réglementées obtiennent des producteurs relevant de la loi du 25 avril 2014 ou de la loi du 25 octobre 2016 des informations leur permettant de comprendre et de connaître suffisamment les produits qu'elles entendent recommander ou vendre pour que ceux-ci soient distribués conformément aux besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible défini.
Les entreprises réglementées prennent également toutes les mesures raisonnables pour obtenir des producteurs ne relevant pas de la loi du 25 avril 2014 ou de la loi du 25 octobre 2016 des informations adéquates et fiables leur permettant de distribuer les produits conformément aux besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible. Lorsque les informations nécessaires n'ont pas été rendues publiques, le distributeur prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces informations auprès du producteur ou de son agent. Des informations publiques acceptables sont des informations claires, fiables et produites pour satisfaire à des obligations réglementaires, telles que les obligations de publicité prévues par la directive 2003/71/CE ou la directive 2004/109/CE. Cette obligation concerne les produits vendus sur les marchés primaires et secondaires et s'applique de manière proportionnée selon le degré de disponibilité d'informations publiques et selon la complexité du produit.
Les entreprises réglementées utilisent les informations obtenues auprès des producteurs et les informations concernant leurs propres clients pour définir le marché cible et la stratégie de distribution. Lorsqu'une entreprise réglementée agit à la fois en tant que producteur et distributeur, une seule évaluation du marché cible est requise.
§ 3. Pour décider de l'éventail des instruments et services financiers qu'elles proposent ou recommandent et des différents marchés cibles, les entreprises réglementées maintiennent en vigueur des procédures et des mesures assurant le respect de toutes les exigences applicables des lois du 25 avril 2014, 25 octobre 2016 et du 2 août 2002, y compris celles relatives à la publication, à l'évaluation de l'adéquation ou du caractère approprié, à la détection et à la gestion des conflits d'intérêts, et aux incitations. Dans ce contexte, des précautions particulières doivent être prises lorsque le distributeur entend proposer ou recommander de nouveaux produits, ou qu'il existe des variantes pour les services qu'il fournit.
§ 4. Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement et mettent à jour leurs dispositifs de gouvernance des produits afin qu'ils restent solides et adaptés à leur usage, et prennent des mesures appropriées si nécessaire.
§ 5. [1 Les entreprises réglementées réexaminent régulièrement les produits d'investissement qu'elles proposent ou recommandent et les services qu'elles fournissent, en tenant compte de tout événement susceptible d'avoir une incidence sensible sur le risque potentiel pour le marché cible défini. Les entreprises réglementées évaluent au minimum si les produits ou services restent en adéquation avec les besoins, les caractéristiques et les objectifs, y compris les éventuels objectifs en matière de durabilité, du marché cible défini et si la stratégie de distribution prévue reste appropriée. Les entreprises réglementées envisagent de changer de marché cible et/ou mettent à jour leurs dispositifs de gouvernance des produits dès lors qu'elles constatent qu'elles ont mal défini le marché cible pour ce produit ou service ou que celui-ci ne répond plus aux conditions du marché cible défini, par exemple si le produit devient illiquide ou très volatil du fait de variations du marché.]1
§ 6. Les entreprises réglementées veillent à ce que leur fonction de conformité supervise l'élaboration et le réexamen périodique des dispositifs de gouvernance des produits afin de détecter tout risque de manquement aux obligations énoncées dans le présent article.
§ 7. Les entreprises réglementées veillent à ce que les membres de leur personnel concernés disposent des compétences nécessaires pour comprendre les caractéristiques et les risques des produits qu'elles entendent proposer ou recommander et des services fournis ainsi que les besoins, caractéristiques et objectifs du marché cible défini.
§ 8. Les entreprises réglementées veillent à ce que l'organe légal d'administration exerce un contrôle effectif sur le processus de gouvernance des produits de l'entreprise visant à déterminer l'éventail de produits proposés ou recommandés et les services fournis aux marchés cibles respectifs. Les entreprises réglementées veillent à ce que les rapports sur le respect de la conformité adressés à l'organe légal d'administration contiennent toujours des informations sur les produits proposés ou recommandés et sur les services fournis. Elles mettent ces rapports sur le respect de la conformité à la disposition de la FSMA à la demande de celle-ci.
§ 9. Les distributeurs fournissent aux producteurs des informations sur les ventes et, le cas échéant, sur les réexamens visés ci-dessus à l'appui des réexamens des produits effectués par les producteurs.
§ 10. Lorsque plusieurs entreprises réglementées coopèrent pour distribuer un produit ou un service, la responsabilité du respect des obligations en matière de gouvernance des produits prévues dans le présent article incombe à l'entreprise qui a une relation directe avec la clientèle.
Toutefois, les entreprises intermédiaires :
1° veillent à ce que les informations pertinentes sur le produit soient transmises du producteur au distributeur final de la chaîne ;
2° permettent au producteur qui demande des renseignements sur les ventes d'un produit en vue d'assurer le respect de ses propres obligations en matière de gouvernance des produits d'obtenir ces informations ; et
3° respectent, en relation avec les services qu'elles fournissent, les obligations de gouvernance des produit applicables aux producteurs.
Änderungen
TITEL 5. - Opheffings- en slotbepalingen
TITRE 5. - Dispositions abrogatoires et finales
Art.24. Het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 2013, wordt opgeheven.
Art.24. L'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la directive concernant les marchés d'instruments financiers, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 26 septembre 2013, est abrogé.
Art.25. Dit besluit en haar bijlage A treden in werking op 3 januari 2018.
Art.25. Le présent arrêté et son annexe A entrent en vigueur le 3 janvier 2018.
Art.26. De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.26. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. PROFESSIONELE CLIENTEN
Onder professionele cliënt wordt verstaan een cliënt die de nodige ervaring, kennis en deskundigheid bezit om zelf beleggingsbeslissingen te nemen en de door hem gelopen risico's adequaat in te schatten. Om als professionele cliënt te worden aangemerkt, moet de cliënt aan de onderstaande criteria voldoen.
I. Categorieën cliënten die als professioneel worden aangemerkt.
Voor de toepassing van dit besluit moeten alle onderstaande entiteiten als professionele cliënten op het gebied van beleggingsdiensten en -activiteiten en financiële instrumenten worden aangemerkt :
1° entiteiten die een vergunning moeten hebben of gereglementeerd moeten zijn om op financiële markten actief te mogen zijn. Onderstaande lijst moet worden gezien als een lijst van alle vergunninghoudende entiteiten die de karakteristieke werkzaamheden van de genoemde entiteiten uitoefenen : entiteiten waaraan een lidstaat op grond van een richtlijn een vergunning heeft verleend, entiteiten waaraan een lidstaat een vergunning heeft verleend of die door een lidstaat gereglementeerd zijn, zonder dat zulks op grond van een richtlijn geschiedt, en entiteiten waaraan een derde land een vergunning heeft verleend of die door een derde land gereglementeerd zijn :
a) kredietinstellingen;
b) beleggingsondernemingen;
c) andere vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen;
d) verzekeringsondernemingen;
e) instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen;
f) de pensioenfondsen en hun beheervennootschappen;
g) handelaren in grondstoffen en grondstoffenderivaten;
h) plaatselijke ondernemingen ("locals");
i) andere institutionele beleggers;
2° grote ondernemingen, andere dan bedoeld in 1°, die op individueel niveau aan twee van de onderstaande omvangvereisten voldoen :
a) balanstotaal: twintig miljoen euro,
b) netto-omzet: veertig miljoen euro,
c) eigen vermogen: twee miljoen euro;
3° de Belgische Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, de buitenlandse nationale en regionale overheden, overheidsorganen die op nationaal of regionaal niveau de overheidsschuld beheren, centrale banken, internationale en supranationale instellingen zoals de Wereldbank, het IMF, de ECB, de EIB en andere vergelijkbare internationale organisaties;
4° andere institutionele beleggers wier belangrijkste activiteit bestaat uit het beleggen in financiële instrumenten, inclusief instanties die zich bezighouden met de effectisering van activa of met andere financieringstransacties.
Bovenstaande entiteiten worden als professionele cliënten beschouwd. Zij moeten echter om behandeling als niet- professionele cliënt kunnen verzoeken, en gereglementeerde ondernemingen kunnen ermee instemmen hen een hoger beschermingsniveau te bieden. Indien de cliënt van een gereglementeerde onderneming als bedoeld in artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002 een onderneming is als hierboven bedoeld, moet de gereglementeerde onderneming, alvorens enigerlei diensten te verlenen, de cliënt ervan in kennis stellen dat hij op grond van de informatie waarover de gereglementeerde onderneming beschikt, als professionele cliënt wordt beschouwd en derhalve als zodanig zal worden behandeld, tenzij de gereglementeerde onderneming en de cliënt anders overeenkomen. De gereglementeerde onderneming moet de klant er tevens van in kennis stellen dat deze om een wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst kan verzoeken teneinde een hoger beschermingsniveau te genieten.
Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt die als professionele cliënt wordt beschouwd om te verzoeken om een hoger beschermingsniveau wanneer hij zichzelf niet in staat acht de gelopen risico's adequaat in te schatten of te beheren.
Dit hogere beschermingsniveau zal worden geboden wanneer een cliënt die als professionele cliënt wordt beschouwd, met een gereglementeerde onderneming een schriftelijke overeenkomst aangaat om voor de toepassing van de geldende gedragsregels niet als professionele cliënt te worden behandeld. In deze overeenkomst moet worden aangegeven of deze behandeling voor een of meer specifieke diensten of transacties, dan wel voor een of meer soorten producten of transacties geldt.
II. Cliënten die op verzoek als professionele cliënt kunnen worden behandeld
II. 1. Criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of een cliënt als professioneel aan te merken is.
Ook aan andere dan de in afdeling I vermelde cliënten - onder meer overheidsinstellingen, lokale overheden, gemeenten en particuliere individuele beleggers - kan worden toegestaan afstand te doen van een deel van de bescherming die hun door de gedragsregels wordt geboden.
Het moet gereglementeerde ondernemingen als bedoeld in artikel 4, 3°, van dit besluit derhalve toegestaan zijn bovengenoemde cliënten als professionele cliënt te behandelen, mits aan de onderstaande toepasselijke criteria is voldaan en de hieronder beschreven procedure wordt gevolgd. Er mag evenwel niet worden aangenomen dat de marktkennis en -ervaring van deze cliënten vergelijkbaar is met die van de in afdeling I genoemde categorieën professionele cliënten.
Er kan slechts op geldige wijze van de door de gedragsregels geboden bescherming afstand worden gedaan indien een door de gereglementeerde onderneming verrichte adequate beoordeling van de deskundigheid, ervaring en kennis van de cliënt in het licht van de aard van de beoogde transacties of diensten redelijke zekerheid oplevert dat de cliënt in staat is zelf zijn beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico's in te schatten.
De toetsing van de geschiktheid van bestuurders en effectieve leiders van entiteiten waaraan op grond van richtlijnen op financieel gebied een vergunning is verleend, kan als voorbeeld dienen voor de beoordeling van de deskundigheid en kennis van de cliënt. Bij kleine ondernemingen moet de persoon die aan deze toetsing wordt onderworpen, de persoon zijn die gemachtigd is om transacties voor rekening van de onderneming te verrichten.
In het kader van deze toetsing moet blijken dat ten minste aan twee van de volgende criteria is voldaan :
1° tijdens de voorafgaande vier kwartalen heeft de cliënt op de desbetreffende markt per kwartaal gemiddeld 10 transacties van significante omvang verricht;
2° de omvang van de portefeuille financiële instrumenten van de cliënt, die zowel deposito's in contanten als financiële instrumenten omvat, is groter dan 500.000 EUR;
3° de cliënt is gedurende ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector, waar hij een beroepsbezigheid uitoefent of heeft uitgeoefend waarbij kennis van de beoogde transacties of diensten vereist is of was.
II. 2. Procedure
Die cliënten kunnen slechts van de bescherming door de toepassing van de gedragsregels afstand doen mits de volgende procedure wordt gevolgd :
1° zij moeten de gereglementeerde onderneming schriftelijk laten weten dat zij als professionele cliënt wensen te worden behandeld, hetzij in het algemeen, hetzij met betrekking tot een specifieke beleggingsdienst of transactie, dan wel een categorie transacties of producten;
2° de gereglementeerde onderneming moet hen aan de hand van een duidelijke schriftelijke waarschuwing in kennis stellen van de bescherming en beleggerscompensatierechten ingevolge de beleggersbeschermingsregeling die zij kunnen verliezen;
3° zij moeten in een document dat losstaat van de overeenkomst schriftelijk bevestigen dat zij zich bewust zijn van de gevolgen die aan het verlies van deze bescherming verbonden zijn.
Voordat een gereglementeerde onderneming een verzoek mag inwilligen om afstand te doen van de bescherming die geboden wordt door de toepassing van de gedragsregels, moet zij alle redelijke maatregelen nemen om zich ervan te vergewissen dat een cliënt die om behandeling als professionele cliënt verzoekt, aan de in afdeling II.1 gestelde toepasselijke voorwaarden voldoet.
De gereglementeerde ondernemingen moeten passende, op schrift gestelde interne gedragsregels en procedures toepassen om cliënten in categorieën onder te brengen. Het is de verantwoordelijkheid van de professionele cliënten om de gereglementeerde onderneming in kennis te stellen van elke wijziging die van invloed kan zijn op hun categorie-indeling. Indien de gereglementeerde onderneming evenwel tot de bevinding komt dat de cliënt niet langer voldoet aan de initiële voorwaarden op grond waarvan hij voor behandeling als professionele cliënt in aanmerking kwam, dan moet zij passende actie ondernemen.
Onder professionele cliënt wordt verstaan een cliënt die de nodige ervaring, kennis en deskundigheid bezit om zelf beleggingsbeslissingen te nemen en de door hem gelopen risico's adequaat in te schatten. Om als professionele cliënt te worden aangemerkt, moet de cliënt aan de onderstaande criteria voldoen.
I. Categorieën cliënten die als professioneel worden aangemerkt.
Voor de toepassing van dit besluit moeten alle onderstaande entiteiten als professionele cliënten op het gebied van beleggingsdiensten en -activiteiten en financiële instrumenten worden aangemerkt :
1° entiteiten die een vergunning moeten hebben of gereglementeerd moeten zijn om op financiële markten actief te mogen zijn. Onderstaande lijst moet worden gezien als een lijst van alle vergunninghoudende entiteiten die de karakteristieke werkzaamheden van de genoemde entiteiten uitoefenen : entiteiten waaraan een lidstaat op grond van een richtlijn een vergunning heeft verleend, entiteiten waaraan een lidstaat een vergunning heeft verleend of die door een lidstaat gereglementeerd zijn, zonder dat zulks op grond van een richtlijn geschiedt, en entiteiten waaraan een derde land een vergunning heeft verleend of die door een derde land gereglementeerd zijn :
a) kredietinstellingen;
b) beleggingsondernemingen;
c) andere vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen;
d) verzekeringsondernemingen;
e) instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen;
f) de pensioenfondsen en hun beheervennootschappen;
g) handelaren in grondstoffen en grondstoffenderivaten;
h) plaatselijke ondernemingen ("locals");
i) andere institutionele beleggers;
2° grote ondernemingen, andere dan bedoeld in 1°, die op individueel niveau aan twee van de onderstaande omvangvereisten voldoen :
a) balanstotaal: twintig miljoen euro,
b) netto-omzet: veertig miljoen euro,
c) eigen vermogen: twee miljoen euro;
3° de Belgische Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, de buitenlandse nationale en regionale overheden, overheidsorganen die op nationaal of regionaal niveau de overheidsschuld beheren, centrale banken, internationale en supranationale instellingen zoals de Wereldbank, het IMF, de ECB, de EIB en andere vergelijkbare internationale organisaties;
4° andere institutionele beleggers wier belangrijkste activiteit bestaat uit het beleggen in financiële instrumenten, inclusief instanties die zich bezighouden met de effectisering van activa of met andere financieringstransacties.
Bovenstaande entiteiten worden als professionele cliënten beschouwd. Zij moeten echter om behandeling als niet- professionele cliënt kunnen verzoeken, en gereglementeerde ondernemingen kunnen ermee instemmen hen een hoger beschermingsniveau te bieden. Indien de cliënt van een gereglementeerde onderneming als bedoeld in artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002 een onderneming is als hierboven bedoeld, moet de gereglementeerde onderneming, alvorens enigerlei diensten te verlenen, de cliënt ervan in kennis stellen dat hij op grond van de informatie waarover de gereglementeerde onderneming beschikt, als professionele cliënt wordt beschouwd en derhalve als zodanig zal worden behandeld, tenzij de gereglementeerde onderneming en de cliënt anders overeenkomen. De gereglementeerde onderneming moet de klant er tevens van in kennis stellen dat deze om een wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst kan verzoeken teneinde een hoger beschermingsniveau te genieten.
Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt die als professionele cliënt wordt beschouwd om te verzoeken om een hoger beschermingsniveau wanneer hij zichzelf niet in staat acht de gelopen risico's adequaat in te schatten of te beheren.
Dit hogere beschermingsniveau zal worden geboden wanneer een cliënt die als professionele cliënt wordt beschouwd, met een gereglementeerde onderneming een schriftelijke overeenkomst aangaat om voor de toepassing van de geldende gedragsregels niet als professionele cliënt te worden behandeld. In deze overeenkomst moet worden aangegeven of deze behandeling voor een of meer specifieke diensten of transacties, dan wel voor een of meer soorten producten of transacties geldt.
II. Cliënten die op verzoek als professionele cliënt kunnen worden behandeld
II. 1. Criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of een cliënt als professioneel aan te merken is.
Ook aan andere dan de in afdeling I vermelde cliënten - onder meer overheidsinstellingen, lokale overheden, gemeenten en particuliere individuele beleggers - kan worden toegestaan afstand te doen van een deel van de bescherming die hun door de gedragsregels wordt geboden.
Het moet gereglementeerde ondernemingen als bedoeld in artikel 4, 3°, van dit besluit derhalve toegestaan zijn bovengenoemde cliënten als professionele cliënt te behandelen, mits aan de onderstaande toepasselijke criteria is voldaan en de hieronder beschreven procedure wordt gevolgd. Er mag evenwel niet worden aangenomen dat de marktkennis en -ervaring van deze cliënten vergelijkbaar is met die van de in afdeling I genoemde categorieën professionele cliënten.
Er kan slechts op geldige wijze van de door de gedragsregels geboden bescherming afstand worden gedaan indien een door de gereglementeerde onderneming verrichte adequate beoordeling van de deskundigheid, ervaring en kennis van de cliënt in het licht van de aard van de beoogde transacties of diensten redelijke zekerheid oplevert dat de cliënt in staat is zelf zijn beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico's in te schatten.
De toetsing van de geschiktheid van bestuurders en effectieve leiders van entiteiten waaraan op grond van richtlijnen op financieel gebied een vergunning is verleend, kan als voorbeeld dienen voor de beoordeling van de deskundigheid en kennis van de cliënt. Bij kleine ondernemingen moet de persoon die aan deze toetsing wordt onderworpen, de persoon zijn die gemachtigd is om transacties voor rekening van de onderneming te verrichten.
In het kader van deze toetsing moet blijken dat ten minste aan twee van de volgende criteria is voldaan :
1° tijdens de voorafgaande vier kwartalen heeft de cliënt op de desbetreffende markt per kwartaal gemiddeld 10 transacties van significante omvang verricht;
2° de omvang van de portefeuille financiële instrumenten van de cliënt, die zowel deposito's in contanten als financiële instrumenten omvat, is groter dan 500.000 EUR;
3° de cliënt is gedurende ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector, waar hij een beroepsbezigheid uitoefent of heeft uitgeoefend waarbij kennis van de beoogde transacties of diensten vereist is of was.
II. 2. Procedure
Die cliënten kunnen slechts van de bescherming door de toepassing van de gedragsregels afstand doen mits de volgende procedure wordt gevolgd :
1° zij moeten de gereglementeerde onderneming schriftelijk laten weten dat zij als professionele cliënt wensen te worden behandeld, hetzij in het algemeen, hetzij met betrekking tot een specifieke beleggingsdienst of transactie, dan wel een categorie transacties of producten;
2° de gereglementeerde onderneming moet hen aan de hand van een duidelijke schriftelijke waarschuwing in kennis stellen van de bescherming en beleggerscompensatierechten ingevolge de beleggersbeschermingsregeling die zij kunnen verliezen;
3° zij moeten in een document dat losstaat van de overeenkomst schriftelijk bevestigen dat zij zich bewust zijn van de gevolgen die aan het verlies van deze bescherming verbonden zijn.
Voordat een gereglementeerde onderneming een verzoek mag inwilligen om afstand te doen van de bescherming die geboden wordt door de toepassing van de gedragsregels, moet zij alle redelijke maatregelen nemen om zich ervan te vergewissen dat een cliënt die om behandeling als professionele cliënt verzoekt, aan de in afdeling II.1 gestelde toepasselijke voorwaarden voldoet.
De gereglementeerde ondernemingen moeten passende, op schrift gestelde interne gedragsregels en procedures toepassen om cliënten in categorieën onder te brengen. Het is de verantwoordelijkheid van de professionele cliënten om de gereglementeerde onderneming in kennis te stellen van elke wijziging die van invloed kan zijn op hun categorie-indeling. Indien de gereglementeerde onderneming evenwel tot de bevinding komt dat de cliënt niet langer voldoet aan de initiële voorwaarden op grond waarvan hij voor behandeling als professionele cliënt in aanmerking kwam, dan moet zij passende actie ondernemen.
Art. N. CLIENTS PROFESSIONNELS
Un client professionnel est un client qui possède l'expérience, les connaissances et la compétence nécessaires pour prendre ses propres décisions d'investissement et évaluer correctement les risques encourus. Pour pouvoir être considéré comme un client professionnel, le client doit satisfaire aux critères ci-après.
I. Catégories de clients considérés comme professionnels
Sont, pour l'application du présent arrêté, considérés comme professionnels pour tous les services et activités d'investissement et pour tous les instruments financiers :
1° les entités qui sont tenues d'être agréées ou réglementées pour opérer sur les marchés financiers. La liste ci-après s'entend comme englobant toutes les entités agréées exerçant les activités caractéristiques des entités visées, qu'elles soient agréées par un Etat membre en application d'une directive, agréées ou réglementées par un Etat membre sans référence à une directive, ou encore agréées ou réglementées par un pays tiers :
a) les établissements de crédit ;
b) les entreprises d'investissement ;
c) les autres établissements financiers agréés ou réglementés ;
d) les entreprises d'assurances ;
e) les organismes de placement collectif et leurs sociétés de gestion ;
f) les fonds de pension et leurs sociétés de gestion;
g) les négociants en matières premières et instruments dérivés sur celles-ci ;
h) les entreprises locales ("locals") ;
i) les autres investisseurs institutionnels ;
2° les grandes entreprises autres que celles visées au 1° qui réunissent deux des critères de taille suivants, au niveau individuel :
a) total du bilan : vingt millions d'euros,
b) chiffre d'affaires net : quarante millions d'euros,
c) fonds propres : deux millions d'euros ;
3° l'Etat belge, les Communautés et les Régions, les autorités nationales et régionales étrangères, les organismes publics qui gèrent la dette publique au niveau national ou régional, les banques centrales, les institutions internationales et supranationales comme la Banque mondiale, le FMI, la BCE, la BEI et les autres organisations internationales analogues ;
4° d'autres investisseurs institutionnels dont l'activité principale consiste à investir dans des instruments financiers, notamment les entités s'occupant de la titrisation d'actifs ou d'autres opérations de financement.
Les entités précitées sont considérées comme des clients professionnels. Elles doivent néanmoins pouvoir demander le traitement réservé aux clients de détail, et les entreprises réglementées peuvent accepter de leur accorder un niveau de protection plus élevé. Lorsque le client d'une entreprise réglementée visée à l'article 26 de la loi du 2 août 2002, est une entreprise visée ci-dessus, l'entreprise réglementée doit, avant de lui fournir tout service, l'informer qu'il est considéré, sur la base des informations dont elle dispose, comme un client professionnel et qu'il sera traité comme tel, sauf convention contraire entre l'entreprise réglementée et le client. L'entreprise réglementée doit également informer le client qu'il peut demander une modification du contrat, afin de bénéficier d'une plus grande protection.
Il incombe au client réputé professionnel de demander ce niveau de protection plus élevé s'il estime ne pas être en mesure d'évaluer ou de gérer correctement les risques auxquels il est amené à s'exposer.
Ce niveau de protection plus élevé est accordé lorsqu'un client réputé professionnel conclut par écrit, avec l'entreprise réglementée, un accord prévoyant qu'il ne doit pas être traité comme un client professionnel pour les besoins des règles de conduite applicables. Cet accord précise les services ou les transactions, ou les types de produits ou de transactions, auxquels il s'applique.
II. Clients pouvant être traités comme des professionnels à leur propre demande
II. 1. Critères d'identification des clients à considérer comme professionnels.
Les clients autres que ceux mentionnés à la section I, y compris les organismes du secteur public, les pouvoirs publics locaux, les communes et les investisseurs particuliers, peuvent aussi être autorisés à renoncer à une partie de la protection que leur offrent les règles de conduite.
Les entreprises réglementées visées à l'article 4, 3°, du présent arrêté sont donc autorisées à traiter chacun de ces clients comme un client professionnel, moyennant le respect des critères applicables et de la procédure ci-après. Ces clients ne sont cependant pas présumés posséder une connaissance et une expérience du marché comparables à celles des catégories de clients professionnels énumérés à la section I.
Le client ne peut renoncer de manière valide à la protection conférée par les règles de conduite qu'à la condition qu'une évaluation adéquate, par l'entreprise réglementée, de la compétence, de l'expérience et des connaissances du client procure à l'entreprise réglementée l'assurance raisonnable, à la lumière de la nature des transactions ou des services envisagés, que celui-ci est en mesure de prendre ses propres décisions d'investissement et de comprendre les risques encourus.
Les critères d'aptitude appliqués aux administrateurs et à la direction effective des entités agréées sur la base des directives en matière financière peuvent servir d'exemple pour l'évaluation de la compétence et des connaissances du client. Dans le cas d'une petite entreprise, cette évaluation porte sur la personne autorisée à effectuer des transactions pour le compte de celle-ci.
Dans le cadre de cette évaluation, au moins deux des critères suivants doivent être satisfaits :
1° au cours des quatre trimestres précédents, le client a effectué en moyenne dix transactions de taille significative par trimestre sur le marché concerné ;
2° la valeur du portefeuille d'instruments financiers du client, défini comme comprenant les dépôts bancaires et les instruments financiers, dépasse 500 000 euros ;
3° le client occupe depuis au moins un an ou a occupé pendant au moins un an, dans le secteur financier, une position professionnelle requérant une connaissance des transactions ou des services envisagés.
II. 2. Procédure
Ces clients ne peuvent renoncer à la protection découlant des règles de conduite que si la procédure ci-après est respectée :
1° le client notifie par écrit à l'entreprise réglementée son souhait d'être traité comme un client professionnel, soit de manière générale, soit pour un service d'investissement ou une transaction déterminés, soit encore pour un type de transactions ou de produits ;
2° l'entreprise réglementée avertit le client clairement et par écrit des protections et des droits à indemnisation en vertu du régime de protection des investisseurs dont il risque de se priver ;
3° le client déclare par écrit, dans un document distinct du contrat, qu'il est conscient des conséquences de sa renonciation aux protections précitées.
Avant de décider d'accepter cette renonciation à la protection conférée par les règles de conduite, l'entreprise réglementée est tenue de prendre toute mesure raisonnable pour s'assurer que le client qui souhaite être traité comme un client professionnel répond aux critères énoncés à la section II.1.
Les entreprises réglementées doivent mettre en oeuvre des politiques et des procédures internes appropriées et consignées par écrit, permettant la classification des clients. Il incombe aux clients professionnels d'informer l'entreprise réglementée de tout changement susceptible de modifier leur classification. Toutefois, l'entreprise réglementée qui constate qu'un client ne remplit plus les conditions requises pour être traité comme un client professionnel doit prendre les mesures appropriées.
Un client professionnel est un client qui possède l'expérience, les connaissances et la compétence nécessaires pour prendre ses propres décisions d'investissement et évaluer correctement les risques encourus. Pour pouvoir être considéré comme un client professionnel, le client doit satisfaire aux critères ci-après.
I. Catégories de clients considérés comme professionnels
Sont, pour l'application du présent arrêté, considérés comme professionnels pour tous les services et activités d'investissement et pour tous les instruments financiers :
1° les entités qui sont tenues d'être agréées ou réglementées pour opérer sur les marchés financiers. La liste ci-après s'entend comme englobant toutes les entités agréées exerçant les activités caractéristiques des entités visées, qu'elles soient agréées par un Etat membre en application d'une directive, agréées ou réglementées par un Etat membre sans référence à une directive, ou encore agréées ou réglementées par un pays tiers :
a) les établissements de crédit ;
b) les entreprises d'investissement ;
c) les autres établissements financiers agréés ou réglementés ;
d) les entreprises d'assurances ;
e) les organismes de placement collectif et leurs sociétés de gestion ;
f) les fonds de pension et leurs sociétés de gestion;
g) les négociants en matières premières et instruments dérivés sur celles-ci ;
h) les entreprises locales ("locals") ;
i) les autres investisseurs institutionnels ;
2° les grandes entreprises autres que celles visées au 1° qui réunissent deux des critères de taille suivants, au niveau individuel :
a) total du bilan : vingt millions d'euros,
b) chiffre d'affaires net : quarante millions d'euros,
c) fonds propres : deux millions d'euros ;
3° l'Etat belge, les Communautés et les Régions, les autorités nationales et régionales étrangères, les organismes publics qui gèrent la dette publique au niveau national ou régional, les banques centrales, les institutions internationales et supranationales comme la Banque mondiale, le FMI, la BCE, la BEI et les autres organisations internationales analogues ;
4° d'autres investisseurs institutionnels dont l'activité principale consiste à investir dans des instruments financiers, notamment les entités s'occupant de la titrisation d'actifs ou d'autres opérations de financement.
Les entités précitées sont considérées comme des clients professionnels. Elles doivent néanmoins pouvoir demander le traitement réservé aux clients de détail, et les entreprises réglementées peuvent accepter de leur accorder un niveau de protection plus élevé. Lorsque le client d'une entreprise réglementée visée à l'article 26 de la loi du 2 août 2002, est une entreprise visée ci-dessus, l'entreprise réglementée doit, avant de lui fournir tout service, l'informer qu'il est considéré, sur la base des informations dont elle dispose, comme un client professionnel et qu'il sera traité comme tel, sauf convention contraire entre l'entreprise réglementée et le client. L'entreprise réglementée doit également informer le client qu'il peut demander une modification du contrat, afin de bénéficier d'une plus grande protection.
Il incombe au client réputé professionnel de demander ce niveau de protection plus élevé s'il estime ne pas être en mesure d'évaluer ou de gérer correctement les risques auxquels il est amené à s'exposer.
Ce niveau de protection plus élevé est accordé lorsqu'un client réputé professionnel conclut par écrit, avec l'entreprise réglementée, un accord prévoyant qu'il ne doit pas être traité comme un client professionnel pour les besoins des règles de conduite applicables. Cet accord précise les services ou les transactions, ou les types de produits ou de transactions, auxquels il s'applique.
II. Clients pouvant être traités comme des professionnels à leur propre demande
II. 1. Critères d'identification des clients à considérer comme professionnels.
Les clients autres que ceux mentionnés à la section I, y compris les organismes du secteur public, les pouvoirs publics locaux, les communes et les investisseurs particuliers, peuvent aussi être autorisés à renoncer à une partie de la protection que leur offrent les règles de conduite.
Les entreprises réglementées visées à l'article 4, 3°, du présent arrêté sont donc autorisées à traiter chacun de ces clients comme un client professionnel, moyennant le respect des critères applicables et de la procédure ci-après. Ces clients ne sont cependant pas présumés posséder une connaissance et une expérience du marché comparables à celles des catégories de clients professionnels énumérés à la section I.
Le client ne peut renoncer de manière valide à la protection conférée par les règles de conduite qu'à la condition qu'une évaluation adéquate, par l'entreprise réglementée, de la compétence, de l'expérience et des connaissances du client procure à l'entreprise réglementée l'assurance raisonnable, à la lumière de la nature des transactions ou des services envisagés, que celui-ci est en mesure de prendre ses propres décisions d'investissement et de comprendre les risques encourus.
Les critères d'aptitude appliqués aux administrateurs et à la direction effective des entités agréées sur la base des directives en matière financière peuvent servir d'exemple pour l'évaluation de la compétence et des connaissances du client. Dans le cas d'une petite entreprise, cette évaluation porte sur la personne autorisée à effectuer des transactions pour le compte de celle-ci.
Dans le cadre de cette évaluation, au moins deux des critères suivants doivent être satisfaits :
1° au cours des quatre trimestres précédents, le client a effectué en moyenne dix transactions de taille significative par trimestre sur le marché concerné ;
2° la valeur du portefeuille d'instruments financiers du client, défini comme comprenant les dépôts bancaires et les instruments financiers, dépasse 500 000 euros ;
3° le client occupe depuis au moins un an ou a occupé pendant au moins un an, dans le secteur financier, une position professionnelle requérant une connaissance des transactions ou des services envisagés.
II. 2. Procédure
Ces clients ne peuvent renoncer à la protection découlant des règles de conduite que si la procédure ci-après est respectée :
1° le client notifie par écrit à l'entreprise réglementée son souhait d'être traité comme un client professionnel, soit de manière générale, soit pour un service d'investissement ou une transaction déterminés, soit encore pour un type de transactions ou de produits ;
2° l'entreprise réglementée avertit le client clairement et par écrit des protections et des droits à indemnisation en vertu du régime de protection des investisseurs dont il risque de se priver ;
3° le client déclare par écrit, dans un document distinct du contrat, qu'il est conscient des conséquences de sa renonciation aux protections précitées.
Avant de décider d'accepter cette renonciation à la protection conférée par les règles de conduite, l'entreprise réglementée est tenue de prendre toute mesure raisonnable pour s'assurer que le client qui souhaite être traité comme un client professionnel répond aux critères énoncés à la section II.1.
Les entreprises réglementées doivent mettre en oeuvre des politiques et des procédures internes appropriées et consignées par écrit, permettant la classification des clients. Il incombe aux clients professionnels d'informer l'entreprise réglementée de tout changement susceptible de modifier leur classification. Toutefois, l'entreprise réglementée qui constate qu'un client ne remplit plus les conditions requises pour être traité comme un client professionnel doit prendre les mesures appropriées.