Artikel 1. Definities
1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst :
(a) Verstaat men onder "België" : het Koninkrijk België;
Verstaat men onder "Israël" : de Staat Israël.
(b) Verstaat men onder "onderdaan" :
Voor België : een persoon van Belgische nationaliteit;
Voor Israël : een persoon van Israëlische nationaliteit.
(c) Verstaat men onder "wetgeving" : de wetten en verordeningen bedoeld in artikel 2.
(d) Verstaat men onder "bevoegde autoriteit" :
Voor België : de Ministers die, ieder wat hem betreft, belast zijn met de uitvoering van de wetgeving bedoeld in paragraaf 1 A van artikel 2;
Voor Israël : de Minister verantwoordelijk voor de uitvoering van de wetgeving bedoeld in paragraaf 1 B van artikel 2.
(e) Verstaat men onder "instelling" : de instelling, de organisatie of de autoriteit die ermee belast is de in paragraaf 1 van artikel 2 bedoelde wetgevingen geheel of gedeeltelijk toe te passen.
(f) Verstaat men onder "verzekeringstijdvak" : elke periode die als dusdanig wordt erkend bij de wetgeving onder dewelke dit tijdvak werd vervuld, alsook elke periode die bij deze wetgeving als gelijkgestelde periode wordt erkend.
(g) Verstaat men onder "prestatie" : gelijk welke verstrekking of uitkering waarin is voorzien bij de wetgeving van elk der overeenkomstsluitende Partijen, met inbegrip van alle aanvullingen of verhogingen die van toepassing zijn krachtens de wetgevingen bedoeld in artikel 2.
(h) Verstaat men onder "gezinsbijslag" :
Voor België : de periodieke uitkeringen in geld uitsluitend toegekend op grond van het aantal kinderen en hun leeftijd, met uitsluiting van andere aanvullingen.
Voor Israël : de kinderbijslag toegekend overeenkomstig de wetgeving van Israël.
(i) Verstaat men onder "gezinslid" : iedere persoon die als gezinslid wordt aangemerkt of erkend of als huisgenoot wordt aangeduid ingevolge de wetgeving krachtens dewelke de prestaties worden verleend.
(j) Verstaat men onder "nagelaten betrekking" : iedere persoon die als dusdanig wordt aangemerkt of erkend ingevolge de wetgeving krachtens dewelke de prestaties worden verleend.
(k) Verstaat men onder "staatloze" : elke persoon die als staatloze wordt aangemerkt in artikel 1 van het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen.
(l) Verstaat men onder "vluchteling" : elke persoon van wie het statuut van vluchteling erkend is met toepassing van het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende het statuut van vluchtelingen, alsook van het aanvullend protocol van 31 januari 1967.
(m) Verstaat men onder "persoonsgegevens" : iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (`betrokkene'); als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van een of meer specifieke elementen die voor zijn fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit kenmerkend zijn.
2. Elke term die niet is gedefinieerd in paragraaf 1 van dit artikel heft de betekenis die daaraan in de toepasselijke wetgeving wordt gegeven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 MAART 2014. - Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, opgemaakt te Jerusalem op 24 maart 2014
Titre
24 MARS 2014. - Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et l'Etat d'Israël, faite à Jérusalem le 24 mars 2014
Dokumentinformationen
Numac: 2017A11221
Datum: 2014-03-24
Info du document
Numac: 2017A11221
Date: 2014-03-24
Inhoud
DEEL I. - Algemene bepalingen
DEEL II. - Bepalingen betreffende de toepasseli...
DEEL III. - Bepalingen betreffende de prestaties
HOOFDSTUK 1. - Arbeidsongevallen en beroepsziekten
HOOFDSTUK 2. - Ouderdoms- en overlevingsprestaties
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de Belgisc...
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de Israëli...
HOOFDSTUK 3. - Invaliditeitsprestaties
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen be...
HOOFDSTUK 5. - Gezinsbijslag
DEEL IV. - Diverse bepalingen
DEEL V. - Overgangs- en slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
TITRE I. - Dispositions générales
TITRE II. - Dispositions déterminant la législa...
TITRE III. - Dispositions concernant les présta...
Chapitre 1er. - Accidents du travail et maladie...
CHAPITRE 2. - Prestations de vieillesse et de s...
Section 1. - Dispositions concernant les presta...
Section 2. - Dispositions concernant les presta...
CHAPITRE 3. - Prestations d'invalidité
CHAPITRE 4. - Dispositions communes aux prestat...
CHAPITRE 5. - Allocations familiales
TITRE IV. - Dispositions diverses
TITRE V. - Dispositions transitoires et finales
ANNEXE.
Tekst (52)
Texte (52)
DEEL I. - Algemene bepalingen
TITRE I. - Dispositions générales
Artilce 1er. Définitions
1. Pour l'application de la présente Convention :
(a) Le terme "Belgique" désigne : le Royaume de Belgique;
Le terme "Israël" désigne : l'Etat d'Israël.
(b) Le terme "ressortissant" désigne :
En ce qui concerne la Belgique : une personne qui a la nationalité belge;
En ce qui concerne Israël : une personne qui a la nationalité israélienne.
(c) Le terme "législation" désigne : les lois et règlements visés à l'article 2.
(d) Le terme "autorité compétente" désigne :
En ce qui concerne la Belgique : les Ministres chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'application de la législation visée à l'article 2, paragraphe l A;
En ce qui concerne Israël : le Ministre chargé de l'application de la législation visée à l'article 2, paragraphe l B.
(e) Le terme " institution " désigne : l'institution, l'organisation ou l'autorité chargée d'appliquer, en tout ou en partie, les législations visées à l'article 2, paragraphe 1er.
(f) Le terme "période d'assurance" désigne : toute période reconnue comme telle par la législation sous laquelle cette période a été accomplie, ainsi que toute période assimilée reconnue par cette législation.
(g) Le terme "prestation" désigne : toute prestation en nature ou en espèces prévue par la législation de chacune des Parties contractantes, y compris tous compléments ou majorations qui sont applicables en vertu des législations visées à l'article 2.
(h) Le terme "allocations familiales" désigne :
en ce qui concerne la Belgique : les prestations périodiques en espèces accordées exclusivement en fonction du nombre et de l'âge des enfants, à l'exclusion de tout autre supplément.
en ce qui concerne Israël : les allocations familiales accordées conformément à la législation israélienne.
(i) Le terme "membre de la famille" désigne : toute personne définie ou admise comme membre de la famille ou désignée comme membre du ménage par la législation au titre de laquelle les prestations sont servies.
(j) Le terme "survivant" désigne : toute personne définie ou admise comme telle par la législation au titre de laquelle les prestations sont servies.
(k) Le terme "apatride" désigne : toute personne définie comme apatride à l'article 1er de la Convention du 28 septembre 1954 relative au statut des apatrides.
(l) Le terme "réfugié" désigne : toute personne ayant obtenu la reconnaissance du statut de réfugié en application de la Convention du 28 juillet 1951 relative au statut des réfugiés ainsi qu'au protocole additionnel du 31 janvier 1967.
(m) Le terme "données personnelles" désigne : toute information concernant une personne physique identifiée ou identifiable (`personne concernée'); est réputée identifiable une personne qui peut être identifiée, directement ou indirectement, notamment par référence à un numéro d'identification ou à un ou plusieurs éléments spécifiques, propres à son identité physique, physiologique, psychique, économique, culturelle ou sociale.
2. Tout terme non défini au paragraphe 1er du présent article a le sens qui lui est attribué par la législation qui s'applique.
1. Pour l'application de la présente Convention :
(a) Le terme "Belgique" désigne : le Royaume de Belgique;
Le terme "Israël" désigne : l'Etat d'Israël.
(b) Le terme "ressortissant" désigne :
En ce qui concerne la Belgique : une personne qui a la nationalité belge;
En ce qui concerne Israël : une personne qui a la nationalité israélienne.
(c) Le terme "législation" désigne : les lois et règlements visés à l'article 2.
(d) Le terme "autorité compétente" désigne :
En ce qui concerne la Belgique : les Ministres chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'application de la législation visée à l'article 2, paragraphe l A;
En ce qui concerne Israël : le Ministre chargé de l'application de la législation visée à l'article 2, paragraphe l B.
(e) Le terme " institution " désigne : l'institution, l'organisation ou l'autorité chargée d'appliquer, en tout ou en partie, les législations visées à l'article 2, paragraphe 1er.
(f) Le terme "période d'assurance" désigne : toute période reconnue comme telle par la législation sous laquelle cette période a été accomplie, ainsi que toute période assimilée reconnue par cette législation.
(g) Le terme "prestation" désigne : toute prestation en nature ou en espèces prévue par la législation de chacune des Parties contractantes, y compris tous compléments ou majorations qui sont applicables en vertu des législations visées à l'article 2.
(h) Le terme "allocations familiales" désigne :
en ce qui concerne la Belgique : les prestations périodiques en espèces accordées exclusivement en fonction du nombre et de l'âge des enfants, à l'exclusion de tout autre supplément.
en ce qui concerne Israël : les allocations familiales accordées conformément à la législation israélienne.
(i) Le terme "membre de la famille" désigne : toute personne définie ou admise comme membre de la famille ou désignée comme membre du ménage par la législation au titre de laquelle les prestations sont servies.
(j) Le terme "survivant" désigne : toute personne définie ou admise comme telle par la législation au titre de laquelle les prestations sont servies.
(k) Le terme "apatride" désigne : toute personne définie comme apatride à l'article 1er de la Convention du 28 septembre 1954 relative au statut des apatrides.
(l) Le terme "réfugié" désigne : toute personne ayant obtenu la reconnaissance du statut de réfugié en application de la Convention du 28 juillet 1951 relative au statut des réfugiés ainsi qu'au protocole additionnel du 31 janvier 1967.
(m) Le terme "données personnelles" désigne : toute information concernant une personne physique identifiée ou identifiable (`personne concernée'); est réputée identifiable une personne qui peut être identifiée, directement ou indirectement, notamment par référence à un numéro d'identification ou à un ou plusieurs éléments spécifiques, propres à son identité physique, physiologique, psychique, économique, culturelle ou sociale.
2. Tout terme non défini au paragraphe 1er du présent article a le sens qui lui est attribué par la législation qui s'applique.
Art. 2. Materiële werkingssfeer
1.Deze Overeenkomst is van toepassing :
A. in België, op de wetgevingen betreffende :
a) de arbeidsongevallen en beroepsziekten;
b) de rust- en overlevingspensioenen van werknemers en zelfstandigen;
c) de invaliditeitsverzekering van werknemers, zeelieden ter koopvaardij en mijnwerkers alsook van zelfstandigen;
d) de gezinsbijslag van werknemers en zelfstandigen,
en, enkel met betrekking tot Deel II, op de wetgevingen betreffende :
e) de sociale zekerheid voor werknemers;
f) de sociale zekerheid voor zelfstandigen;
B. in Israël, op de Nationale Verzekeringswet, (Geconsolideerde Versie) 5755 - 1995, voor zover deze wet van toepassing is op de volgende verzekeringstakken :
a) de ouderdoms- en overlevingsverzekering;
b) de invaliditeitsverzekering;
c) de arbeidsongevallenverzekering;
d) de verzekering voor kinderen,
en, enkel met betrekking tot Deel II, op de Nationale Verzekeringswet, (Geconsolideerde versie) 5755 - 1995.
2. Deze Overeenkomst is ook van toepassing op alle wetgevende of reglementaire taken die de in paragraaf 1 van dit artikel vermelde wetgevingen zullen wijzigen of aanvullen.
Zij is ook van toepassing op de wetgevende of reglementaire akten waarbij de bestaande regelingen tot nieuwe categorieën van gerechtigden uitgebreid zullen worden, indien de overeenkomstsluitende Partij die haar wetgeving heft gewijzigd zich daartegen niet verzet; in geval van verzet moet dit binnen een termijn van zes maanden met ingang van de officiële bekendmaking van bedoelde akten aan de andere overeenkomstsluitende Partij betekend moet worden.
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op de wetgevende of reglementaire akten tot dekking van een nieuwe tak van de sociale zekerheid, behalve indien te dien einde tussen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten een akkoord wordt getroffen.
1.Deze Overeenkomst is van toepassing :
A. in België, op de wetgevingen betreffende :
a) de arbeidsongevallen en beroepsziekten;
b) de rust- en overlevingspensioenen van werknemers en zelfstandigen;
c) de invaliditeitsverzekering van werknemers, zeelieden ter koopvaardij en mijnwerkers alsook van zelfstandigen;
d) de gezinsbijslag van werknemers en zelfstandigen,
en, enkel met betrekking tot Deel II, op de wetgevingen betreffende :
e) de sociale zekerheid voor werknemers;
f) de sociale zekerheid voor zelfstandigen;
B. in Israël, op de Nationale Verzekeringswet, (Geconsolideerde Versie) 5755 - 1995, voor zover deze wet van toepassing is op de volgende verzekeringstakken :
a) de ouderdoms- en overlevingsverzekering;
b) de invaliditeitsverzekering;
c) de arbeidsongevallenverzekering;
d) de verzekering voor kinderen,
en, enkel met betrekking tot Deel II, op de Nationale Verzekeringswet, (Geconsolideerde versie) 5755 - 1995.
2. Deze Overeenkomst is ook van toepassing op alle wetgevende of reglementaire taken die de in paragraaf 1 van dit artikel vermelde wetgevingen zullen wijzigen of aanvullen.
Zij is ook van toepassing op de wetgevende of reglementaire akten waarbij de bestaande regelingen tot nieuwe categorieën van gerechtigden uitgebreid zullen worden, indien de overeenkomstsluitende Partij die haar wetgeving heft gewijzigd zich daartegen niet verzet; in geval van verzet moet dit binnen een termijn van zes maanden met ingang van de officiële bekendmaking van bedoelde akten aan de andere overeenkomstsluitende Partij betekend moet worden.
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op de wetgevende of reglementaire akten tot dekking van een nieuwe tak van de sociale zekerheid, behalve indien te dien einde tussen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten een akkoord wordt getroffen.
Art. 2. Champ d'application matériel
1.La présente Convention s'applique :
A. en ce qui concerne la Belgique, aux législations relatives :
a) aux accidents du travail et aux maladies professionnelles;
b) aux pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
c) à l'assurance invalidité des travailleurs salariés, des marins de la marine marchande et des ouvriers mineurs ainsi que des travailleurs indépendants;
d) aux allocations familiales des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
et, en ce qui concerne le Titre II uniquement, aux législations relatives :
e) à la sécurité sociale des travailleurs salariés;
f) à la sécurité sociale des travailleurs indépendants;
B. en ce qui concerne Israël, à la loi d'assurance nationale (version consolidée) 5755 - 1995, dans la mesure où elle est applicable aux branches d'assurance suivantes :
a) assurance vieillesse et survie;
b) assurance invalidité;
c) assurance lésions professionnelles;
d) assurance pour enfants;
et, en ce qui concerne le Titre II uniquement, à la loi d'assurance nationale (version consolidée) 5755 - 1995.
2. présente Convention s'appliquera également à tous les actes législatifs ou réglementaires qui modifieront ou compléteront les législations énumérées au paragraphe 1er La du présent article.
Elle s'appliquera également aux actes législatifs ou réglementaires qui étendront les régimes existants à de nouvelles catégories de bénéficiaires s'il n'y a pas, à cet égard, opposition de la Partie contractante qui modifie sa législation, notifiée à l'autre Partie contractante dans un délai de six mois à partir de la publication officielle desdits actes.
La présente Convention n'est pas applicable aux actes législatifs ou réglementaires instituant une nouvelle branche de sécurité sociale, sauf si un accord intervient à cet effet entre les autorités compétentes des Parties contractantes.
1.La présente Convention s'applique :
A. en ce qui concerne la Belgique, aux législations relatives :
a) aux accidents du travail et aux maladies professionnelles;
b) aux pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
c) à l'assurance invalidité des travailleurs salariés, des marins de la marine marchande et des ouvriers mineurs ainsi que des travailleurs indépendants;
d) aux allocations familiales des travailleurs salariés et des travailleurs indépendants;
et, en ce qui concerne le Titre II uniquement, aux législations relatives :
e) à la sécurité sociale des travailleurs salariés;
f) à la sécurité sociale des travailleurs indépendants;
B. en ce qui concerne Israël, à la loi d'assurance nationale (version consolidée) 5755 - 1995, dans la mesure où elle est applicable aux branches d'assurance suivantes :
a) assurance vieillesse et survie;
b) assurance invalidité;
c) assurance lésions professionnelles;
d) assurance pour enfants;
et, en ce qui concerne le Titre II uniquement, à la loi d'assurance nationale (version consolidée) 5755 - 1995.
2. présente Convention s'appliquera également à tous les actes législatifs ou réglementaires qui modifieront ou compléteront les législations énumérées au paragraphe 1er La du présent article.
Elle s'appliquera également aux actes législatifs ou réglementaires qui étendront les régimes existants à de nouvelles catégories de bénéficiaires s'il n'y a pas, à cet égard, opposition de la Partie contractante qui modifie sa législation, notifiée à l'autre Partie contractante dans un délai de six mois à partir de la publication officielle desdits actes.
La présente Convention n'est pas applicable aux actes législatifs ou réglementaires instituant une nouvelle branche de sécurité sociale, sauf si un accord intervient à cet effet entre les autorités compétentes des Parties contractantes.
Art. 3. Persoonlijke werkingssfeer
Behoudens andersluidende bepaling is deze Overeenkomst van toepassing :
a) op alle personen op wie de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen van toepassing is of geweest is en die :
(i) onderdaan zijn van een van de overeenkomstsluitende Partijen,
(ii) onderdaan zijn van een van de lidstaten van de Europese Unie,
(iii) onderdaan zijn van een derde staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid,
(iv) staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen,
en op alle andere personen met betrekking tot de rechten die ze afleiden van de hierboven beschreven persoon;
b) op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van personen die onderworpen zijn geweest aan de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, ongeacht de nationaliteit van laatstgenoemde personen, wanneer de gezinsleden of nagelaten betrekkingen onderdanen zijn van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid of staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen.
Behoudens andersluidende bepaling is deze Overeenkomst van toepassing :
a) op alle personen op wie de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen van toepassing is of geweest is en die :
(i) onderdaan zijn van een van de overeenkomstsluitende Partijen,
(ii) onderdaan zijn van een van de lidstaten van de Europese Unie,
(iii) onderdaan zijn van een derde staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid,
(iv) staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen,
en op alle andere personen met betrekking tot de rechten die ze afleiden van de hierboven beschreven persoon;
b) op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van personen die onderworpen zijn geweest aan de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, ongeacht de nationaliteit van laatstgenoemde personen, wanneer de gezinsleden of nagelaten betrekkingen onderdanen zijn van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid of staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen.
Art. 3. Champ d'application personnel
Sauf dispositions contraires, la présente Convention s'applique :
a) aux personnes qui sont ou qui ont été soumises à la législation de l'une des Parties contractantes et qui sont
(i) des ressortissants de l'une des Parties contractantes,
(ii) des ressortissants de l'un des Etats membres de l'Union européenne,
(iii) des ressortissants d'un Etat tiers avec lequel les deux Parties contractantes sont liées par une convention de sécurité sociale,
(iv) des apatrides ou des réfugiés reconnus par l'une des Parties contractantes,
ainsi qu'à toute autre personne en ce qui concerne les droits dérivés issus de la personne précitée;
b) aux membres de la famille et aux survivants de personnes qui ont été soumises à la législation de l'une des deux Parties contractantes, sans égard à la nationalité de ces dernières, lorsque ces membres de la famille ou ces survivants sont des ressortissants de l'une des Parties contractantes ou de l'un des Etats membres de l'Union européenne ou d'un Etat avec lequel les deux Parties contractantes sont liées par une convention de sécurité sociale ou bien des apatrides ou des réfugiés reconnus par l'une des Parties contractantes.
Sauf dispositions contraires, la présente Convention s'applique :
a) aux personnes qui sont ou qui ont été soumises à la législation de l'une des Parties contractantes et qui sont
(i) des ressortissants de l'une des Parties contractantes,
(ii) des ressortissants de l'un des Etats membres de l'Union européenne,
(iii) des ressortissants d'un Etat tiers avec lequel les deux Parties contractantes sont liées par une convention de sécurité sociale,
(iv) des apatrides ou des réfugiés reconnus par l'une des Parties contractantes,
ainsi qu'à toute autre personne en ce qui concerne les droits dérivés issus de la personne précitée;
b) aux membres de la famille et aux survivants de personnes qui ont été soumises à la législation de l'une des deux Parties contractantes, sans égard à la nationalité de ces dernières, lorsque ces membres de la famille ou ces survivants sont des ressortissants de l'une des Parties contractantes ou de l'un des Etats membres de l'Union européenne ou d'un Etat avec lequel les deux Parties contractantes sont liées par une convention de sécurité sociale ou bien des apatrides ou des réfugiés reconnus par l'une des Parties contractantes.
Art. 4. Gelijke behandeling
Tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, hebben de in artikel 3 bedoelde personen, wanneer ze op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij verblijven, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij onder dezelfde voorwaarde als de onderdanen van deze Partij.
Tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, hebben de in artikel 3 bedoelde personen, wanneer ze op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij verblijven, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij onder dezelfde voorwaarde als de onderdanen van deze Partij.
Art. 4. Egalité de traitement
A moins qu'il n'en soit autrement disposé dans la présente Convention, les personnes visées à l'article 3, qui résident sur le territoire d'une Partie contractante, sont soumises aux obligations et sont admises au bénéfice de la législation de la Partie contractante dans les mêmes conditions que les ressortissants de cette Partie.
A moins qu'il n'en soit autrement disposé dans la présente Convention, les personnes visées à l'article 3, qui résident sur le territoire d'une Partie contractante, sont soumises aux obligations et sont admises au bénéfice de la législation de la Partie contractante dans les mêmes conditions que les ressortissants de cette Partie.
Art. 5. Uitvoer van prestaties
1. Tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, mogen de uitkeringen wegens invaliditeit, ouderdom, nagelaten betrekkingen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, verworven ingevolge de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, niet verminderd of gewijzigd worden op grond van het feit dat de gerechtigde verblijft of woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. De ouderdoms- en overlevingsprestaties en de prestaties wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten die door een van de overeenkomstsluitende Partijen verschuldigd zijn, worden aan de onderdanen van de andere Partij die wonen op het grondgebied van een derde staat uitbetaald onder dezelfde voorwaarden als gold het onderdanen van eerstgenoemde Partij die wonen op het grondgebied van deze derde Staat.
1. Tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, mogen de uitkeringen wegens invaliditeit, ouderdom, nagelaten betrekkingen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, verworven ingevolge de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, niet verminderd of gewijzigd worden op grond van het feit dat de gerechtigde verblijft of woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. De ouderdoms- en overlevingsprestaties en de prestaties wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten die door een van de overeenkomstsluitende Partijen verschuldigd zijn, worden aan de onderdanen van de andere Partij die wonen op het grondgebied van een derde staat uitbetaald onder dezelfde voorwaarden als gold het onderdanen van eerstgenoemde Partij die wonen op het grondgebied van deze derde Staat.
Art. 5. Exportation des prestations
l. A moins que la présente Convention n'en dispose autrement, les prestations en espèces d'invalidité, de vieillesse, de survie, d'accidents du travail et de maladies professionnelles acquises au titre de la législation de l'une des Parties contractantes ne peuvent subir aucune réduction ou modification du fait que le bénéficiaire séjourne ou réside sur le territoire de l'autre Partie contractante.
2. Les prestations de vieillesse et de survie et les prestations d'accidents du travail et de maladies professionnelles dues en vertu de la législation de l'une des Parties contractantes sont payées aux ressortissants de l'autre Partie qui résident sur le territoire d'un Etat tiers, dans les mêmes conditions que s'il s'agissait de ressortissants de la première Partie résidant sur le territoire de cet Etat tiers.
l. A moins que la présente Convention n'en dispose autrement, les prestations en espèces d'invalidité, de vieillesse, de survie, d'accidents du travail et de maladies professionnelles acquises au titre de la législation de l'une des Parties contractantes ne peuvent subir aucune réduction ou modification du fait que le bénéficiaire séjourne ou réside sur le territoire de l'autre Partie contractante.
2. Les prestations de vieillesse et de survie et les prestations d'accidents du travail et de maladies professionnelles dues en vertu de la législation de l'une des Parties contractantes sont payées aux ressortissants de l'autre Partie qui résident sur le territoire d'un Etat tiers, dans les mêmes conditions que s'il s'agissait de ressortissants de la première Partie résidant sur le territoire de cet Etat tiers.
Art. 6. Verminderings- of schorsingsclausules
De bepalingen inzake vermindering of schorsing waarin de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen voorziet ingeval van samenloop van een prestatie met andere prestaties van sociale zekerheid of met andere inkomsten wegens de uitoefening van beroepsarbeid, zijn op de rechthebbenden van toepassing zelfs indien het gaat om prestaties die krachtens een regeling van de andere overeenkomstsluitende Partij zijn verkregen of indien de beroepsarbeid in kwestie wordt uitgeoefend op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
Deze bepaling is evenwel niet van toepassing op de samenloop van gelijkaardige prestaties, berekend naar verhouding tot de duur de verzekeringstijdvakken vervuld op het grondgebied van beide overeenkomstsluitende Partijen.
De bepalingen inzake vermindering of schorsing waarin de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen voorziet ingeval van samenloop van een prestatie met andere prestaties van sociale zekerheid of met andere inkomsten wegens de uitoefening van beroepsarbeid, zijn op de rechthebbenden van toepassing zelfs indien het gaat om prestaties die krachtens een regeling van de andere overeenkomstsluitende Partij zijn verkregen of indien de beroepsarbeid in kwestie wordt uitgeoefend op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
Deze bepaling is evenwel niet van toepassing op de samenloop van gelijkaardige prestaties, berekend naar verhouding tot de duur de verzekeringstijdvakken vervuld op het grondgebied van beide overeenkomstsluitende Partijen.
Art. 6. Clauses de réduction ou de suspension
Les clauses de réduction ou de suspension prévues par la législation d'une Partie contractante, en cas de cumul d'une prestation avec d'autres prestations de sécurité sociale ou avec d'autres revenus du fait de l'exercice d'une activité professionnelle, sont opposables aux bénéficiaires, même s'il s'agit de prestations acquises en vertu d'un régime de l'autre Partie contractante ou si les activités professionnelles en question sont exercées sur le territoire de l'autre Partie contractante.
Toutefois, cette disposition n'est pas applicable au cumul de prestations de même nature, calculées au prorata de la durée des périodes d'assurance accomplies sur le territoire des deux Parties contractantes.
Les clauses de réduction ou de suspension prévues par la législation d'une Partie contractante, en cas de cumul d'une prestation avec d'autres prestations de sécurité sociale ou avec d'autres revenus du fait de l'exercice d'une activité professionnelle, sont opposables aux bénéficiaires, même s'il s'agit de prestations acquises en vertu d'un régime de l'autre Partie contractante ou si les activités professionnelles en question sont exercées sur le territoire de l'autre Partie contractante.
Toutefois, cette disposition n'est pas applicable au cumul de prestations de même nature, calculées au prorata de la durée des périodes d'assurance accomplies sur le territoire des deux Parties contractantes.
DEEL II. - Bepalingen betreffende de toepasselijke wetgeving
TITRE II. - Dispositions déterminant la législation applicable
Art. 7. Algemene regels
1. Onder voorbehoud van artikel 8 tot 10, wordt de toepasselijke wetgeving bepaald overeenkomstig de hierna volgende bepalingen :
a) tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, is op de persoon die loonarbeid of een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefent op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, met betrekking tot deze loonarbeid of zelfstandige beroepsbezigheid, enkel de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij van toepassing, ongeacht de Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn maatschappelijke zetel heeft en ongeacht de Partij op het grondgebied waarvan de zelfstandige zijn woonplaats heeft;
b) op de persoon die als werknemer of zelfstandige werkt aan boord van een schip dat onder de vlag vaart van een overeenkomstsluitende Partij is de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij van toepassing op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft;
op de persoon die als werknemer of zelfstandige werkt aan boord van een schip dat onder de vlag vaart van een derde staat, is de Israëlische wetgeving van toepassing wanneer zijn werkgever zijn zetel in Israël heeft en de betrokken persoon in Israël woont;
c) op de personen die deel uitmaken van het reizend of vliegend personeel van een onderneming, die tegen betaling of vergoeding of voor eigen rekening internationaal vervoer van passagiers of goederen per spoor, over de weg of per lucht verricht en wier zetel gevestigd is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, is de wetgeving van deze Partij van toepassing.
Evenwel, wanneer deze onderneming een filiaal of een permanente vertegenwoordiging heeft op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij, dan is op de werknemers die tewerkgesteld zijn door dit filiaal of deze vertegenwoordiging de wetgeving van toepassing van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze vertegenwoordiging zich bevindt.
2. De persoon die een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefent op het grondgebied van beide overeenkomstsluitende Partijen is enkel onderworpen aan de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij zijn normale woonplaats heeft. Voor de vaststelling van het bedrag van de inkomsten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bijdragen verschuldigd krachtens de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij, wordt rekening gehouden met de beroepsinkomsten als zelfstandige opgeleverd op het grondgebied van beide Partijen.
3. In geval van gelijktijdige uitoefening van een zelfstandige beroepsbezigheid in België en loonarbeid in Israël, wordt de activiteit uitgeoefend in Israël, voor de vaststelling van de verplichtingen voortvloeiend uit de Belgische wetgeving betreffende het sociaal statuut van de zelfstandigen, gelijkgesteld met loonarbeid in België.
4. De persoon die loonarbeid verricht op het grondgebied van de ene en van de andere overeenkomstsluitende Partij is enkel onderworpen aan de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats pleegt te hebben. Voor de vaststelling van het bedrag van de inkomsten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bijdragen verschuldigd krachtens de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Staat, wordt rekening gehouden met de beroepsinkomsten als werknemer opgeleverd op het grondgebied van beide Partijen, overeenkomstig hun respectieve wetgevingen.
1. Onder voorbehoud van artikel 8 tot 10, wordt de toepasselijke wetgeving bepaald overeenkomstig de hierna volgende bepalingen :
a) tenzij er in deze Overeenkomst anders over bepaald is, is op de persoon die loonarbeid of een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefent op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, met betrekking tot deze loonarbeid of zelfstandige beroepsbezigheid, enkel de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij van toepassing, ongeacht de Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn maatschappelijke zetel heeft en ongeacht de Partij op het grondgebied waarvan de zelfstandige zijn woonplaats heeft;
b) op de persoon die als werknemer of zelfstandige werkt aan boord van een schip dat onder de vlag vaart van een overeenkomstsluitende Partij is de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij van toepassing op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft;
op de persoon die als werknemer of zelfstandige werkt aan boord van een schip dat onder de vlag vaart van een derde staat, is de Israëlische wetgeving van toepassing wanneer zijn werkgever zijn zetel in Israël heeft en de betrokken persoon in Israël woont;
c) op de personen die deel uitmaken van het reizend of vliegend personeel van een onderneming, die tegen betaling of vergoeding of voor eigen rekening internationaal vervoer van passagiers of goederen per spoor, over de weg of per lucht verricht en wier zetel gevestigd is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, is de wetgeving van deze Partij van toepassing.
Evenwel, wanneer deze onderneming een filiaal of een permanente vertegenwoordiging heeft op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij, dan is op de werknemers die tewerkgesteld zijn door dit filiaal of deze vertegenwoordiging de wetgeving van toepassing van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze vertegenwoordiging zich bevindt.
2. De persoon die een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefent op het grondgebied van beide overeenkomstsluitende Partijen is enkel onderworpen aan de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij zijn normale woonplaats heeft. Voor de vaststelling van het bedrag van de inkomsten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bijdragen verschuldigd krachtens de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij, wordt rekening gehouden met de beroepsinkomsten als zelfstandige opgeleverd op het grondgebied van beide Partijen.
3. In geval van gelijktijdige uitoefening van een zelfstandige beroepsbezigheid in België en loonarbeid in Israël, wordt de activiteit uitgeoefend in Israël, voor de vaststelling van de verplichtingen voortvloeiend uit de Belgische wetgeving betreffende het sociaal statuut van de zelfstandigen, gelijkgesteld met loonarbeid in België.
4. De persoon die loonarbeid verricht op het grondgebied van de ene en van de andere overeenkomstsluitende Partij is enkel onderworpen aan de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats pleegt te hebben. Voor de vaststelling van het bedrag van de inkomsten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bijdragen verschuldigd krachtens de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Staat, wordt rekening gehouden met de beroepsinkomsten als werknemer opgeleverd op het grondgebied van beide Partijen, overeenkomstig hun respectieve wetgevingen.
Art. 7. Règles générales
1. Sous réserve des articles 8 à 10, la législation applicable est déterminée conformément aux dispositions suivantes :
a) à moins que la présente Convention n'en dispose autrement, la personne qui exerce une activité salariée ou indépendante sur le territoire d'une Partie contractante est, pour cette activité salariée ou indépendante, soumise uniquement à la législation de cette Partie contractante, quelle que soit la Partie sur le territoire de laquelle l'employeur a son siège social et quelle que soit la Partie sur le territoire de laquelle la personne qui exerce une activité indépendante a sa résidence;
b) la personne qui exerce une activité salariée à bord d'un navire battant pavillon d'une Partie contractante est soumise à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence;
la personne qui exerce une activité salariée ou indépendante à bord d'un navire battant pavillon d'un Etat tiers est soumise à la législation israélienne lorsque son employeur a son siège en Israël et que la personne concernée réside en Israël;
c) les personne qui font partie du personnel roulant ou navigant d'une entreprise effectuant, pour le compte d'autrui ou pour son propre compte, des transports internationaux de passagers ou de marchandises par voies ferroviaire, routière ou aérienne et ayant son siège sur le territoire d'une Partie contractante est soumise à la législation de cette dernière Partie.
Toutefois, lorsque l'entreprise a une filiale ou une représentation permanente sur le territoire de l'autre Partie contractante, les travailleurs salariés occupés par cette filiale ou représentation sont soumis à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle est établie.
2. La personne qui exerce une activité professionnelle indépendante sur le territoire de l'une et de l'autre Partie contractante est soumise uniquement à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence habituelle. Pour la fixation du montant des revenus à prendre en considération pour les cotisations dues sous la législation de cette Partie contractante, il est tenu compte des revenus professionnels de travailleur indépendant acquis sur le territoire des deux Parties.
3. En cas d'exercice simultané d'une activité professionnelle indépendante en Belgique et salariée en Israël, l'activité exercée en Israël est assimilée à une activité salariée exercée en Belgique, en vue de la fixation des obligations qui résultent de la législation belge relative au statut social des travailleurs indépendants.
4. La personne qui exerce simultanément une activité salariée sur le territoire de l'une et de l'autre Partie contractante est soumise uniquement à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence habituelle. Pour la fixation du montant des revenus à prendre en considération pour les cotisations dues sous la législation de cette Partie contractante, il est tenu compte des revenus professionnels de travailleur salarié acquis sur le territoire des deux Parties, conformément à leur législation respective.
1. Sous réserve des articles 8 à 10, la législation applicable est déterminée conformément aux dispositions suivantes :
a) à moins que la présente Convention n'en dispose autrement, la personne qui exerce une activité salariée ou indépendante sur le territoire d'une Partie contractante est, pour cette activité salariée ou indépendante, soumise uniquement à la législation de cette Partie contractante, quelle que soit la Partie sur le territoire de laquelle l'employeur a son siège social et quelle que soit la Partie sur le territoire de laquelle la personne qui exerce une activité indépendante a sa résidence;
b) la personne qui exerce une activité salariée à bord d'un navire battant pavillon d'une Partie contractante est soumise à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence;
la personne qui exerce une activité salariée ou indépendante à bord d'un navire battant pavillon d'un Etat tiers est soumise à la législation israélienne lorsque son employeur a son siège en Israël et que la personne concernée réside en Israël;
c) les personne qui font partie du personnel roulant ou navigant d'une entreprise effectuant, pour le compte d'autrui ou pour son propre compte, des transports internationaux de passagers ou de marchandises par voies ferroviaire, routière ou aérienne et ayant son siège sur le territoire d'une Partie contractante est soumise à la législation de cette dernière Partie.
Toutefois, lorsque l'entreprise a une filiale ou une représentation permanente sur le territoire de l'autre Partie contractante, les travailleurs salariés occupés par cette filiale ou représentation sont soumis à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle est établie.
2. La personne qui exerce une activité professionnelle indépendante sur le territoire de l'une et de l'autre Partie contractante est soumise uniquement à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence habituelle. Pour la fixation du montant des revenus à prendre en considération pour les cotisations dues sous la législation de cette Partie contractante, il est tenu compte des revenus professionnels de travailleur indépendant acquis sur le territoire des deux Parties.
3. En cas d'exercice simultané d'une activité professionnelle indépendante en Belgique et salariée en Israël, l'activité exercée en Israël est assimilée à une activité salariée exercée en Belgique, en vue de la fixation des obligations qui résultent de la législation belge relative au statut social des travailleurs indépendants.
4. La personne qui exerce simultanément une activité salariée sur le territoire de l'une et de l'autre Partie contractante est soumise uniquement à la législation de la Partie contractante sur le territoire de laquelle elle a sa résidence habituelle. Pour la fixation du montant des revenus à prendre en considération pour les cotisations dues sous la législation de cette Partie contractante, il est tenu compte des revenus professionnels de travailleur salarié acquis sur le territoire des deux Parties, conformément à leur législation respective.
Art. 8. Bijzondere regels
1. de werknemer die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Partijen een vestiging heeft waaronder hij normaal ressorteert, door deze onderneming gedetacheerd wordt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij om er een werk voor haar rekening uit te voeren, blijft, samen met zijn hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing vallen van de wetgeving van de eerste Partij, alsof hij werkzaam bleef op het grondgebied van deze Partij, op voorwaarde dat de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk geen vierentwintig maanden overschrijdt en dat hij niet gezonden wordt ter vervanging van een andere persoon wiens detacheringsperiode is afgelopen.
2. Paragraaf 1 b) van artikel 7 is niet van toepassing voor niet gewoonlijk op volle zee tewerkgestelde personen die binnen de territoriale wateren of in een haven van een van de overeenkomstsluitende Partijen tewerkgesteld zijn. Naar gelang van het geval is paragraaf 1 a) van artikel 7 of paragraaf 1 van dit artikel van toepassing.
3. Wanneer de detachering bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel vierentwintig maanden overschrijdt, kunnen de bevoegde autoriteiten van de twee overeenkomstsluitende Partijen of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat op de werknemer enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Partij van toepassing blijft.
1. de werknemer die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Partijen een vestiging heeft waaronder hij normaal ressorteert, door deze onderneming gedetacheerd wordt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij om er een werk voor haar rekening uit te voeren, blijft, samen met zijn hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing vallen van de wetgeving van de eerste Partij, alsof hij werkzaam bleef op het grondgebied van deze Partij, op voorwaarde dat de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk geen vierentwintig maanden overschrijdt en dat hij niet gezonden wordt ter vervanging van een andere persoon wiens detacheringsperiode is afgelopen.
2. Paragraaf 1 b) van artikel 7 is niet van toepassing voor niet gewoonlijk op volle zee tewerkgestelde personen die binnen de territoriale wateren of in een haven van een van de overeenkomstsluitende Partijen tewerkgesteld zijn. Naar gelang van het geval is paragraaf 1 a) van artikel 7 of paragraaf 1 van dit artikel van toepassing.
3. Wanneer de detachering bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel vierentwintig maanden overschrijdt, kunnen de bevoegde autoriteiten van de twee overeenkomstsluitende Partijen of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat op de werknemer enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Partij van toepassing blijft.
Art. 8. Règles particulières
1. Le travailleur salarié qui, étant au service d'une entreprise ayant sur le territoire de l'une des Parties contractantes un établissement dont il relève normalement, est détaché par cette entreprise sur le territoire de l'autre Partie contractante pour y effectuer un travail pour le compte de celle-ci, reste, ainsi que les membres de sa famille qui l'accompagnent, soumis à la législation de la première Partie comme s'il continuait à être occupé sur son territoire à la condition que la durée prévisible du travail qu'il doit effectuer n'excède pas vingt-quatre mois et qu'il ne soit pas envoyé en remplacement d'une autre personne parvenue au terme de la période de son détachement.
2. L'article 7, paragraphe 1er, b), n'est pas d'application aux personnes qui, n'étant pas occupées habituellement en haute mer, sont occupées dans les eaux territoriales ou dans un port d'une des Parties contractantes sur un navire battant pavillon de l'autre Partie. Selon le cas, l'article 7, paragraphe 1er, a), ou le paragraphe 1er du présent article est d'application.
3. Dans le cas où le détachement visé au paragraphe 1er du présent article se poursuit au delà de vingt-quatre mois, les autorités compétentes des deux Parties contractantes ou les institutions compétentes désigner par ces autorités compétentes peuvent accepter que le travailleur reste soumis uniquement à la législation de la première Partie contractante.
1. Le travailleur salarié qui, étant au service d'une entreprise ayant sur le territoire de l'une des Parties contractantes un établissement dont il relève normalement, est détaché par cette entreprise sur le territoire de l'autre Partie contractante pour y effectuer un travail pour le compte de celle-ci, reste, ainsi que les membres de sa famille qui l'accompagnent, soumis à la législation de la première Partie comme s'il continuait à être occupé sur son territoire à la condition que la durée prévisible du travail qu'il doit effectuer n'excède pas vingt-quatre mois et qu'il ne soit pas envoyé en remplacement d'une autre personne parvenue au terme de la période de son détachement.
2. L'article 7, paragraphe 1er, b), n'est pas d'application aux personnes qui, n'étant pas occupées habituellement en haute mer, sont occupées dans les eaux territoriales ou dans un port d'une des Parties contractantes sur un navire battant pavillon de l'autre Partie. Selon le cas, l'article 7, paragraphe 1er, a), ou le paragraphe 1er du présent article est d'application.
3. Dans le cas où le détachement visé au paragraphe 1er du présent article se poursuit au delà de vingt-quatre mois, les autorités compétentes des deux Parties contractantes ou les institutions compétentes désigner par ces autorités compétentes peuvent accepter que le travailleur reste soumis uniquement à la législation de la première Partie contractante.
Art. 9. Ambtenaren, leden van diplomatieke missies en consulaire posten
1. Op ambtenaren en het gelijkgesteld personeel is de wetgeving van toepassing van de overeenkomstsluitende Partij waaronder de administratie valt die hen tewerkstelt. Deze personen en hun gezinsleden worden, met het oog hierop, beschouwd als wonend op het grondgebied van deze overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien ze zich op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat bevinden.
2. a) De onderdanen van een overeenkomstsluitende Partij die als leden van een diplomatieke missie of een consulaire post door de regering van deze overeenkomstsluitende Partij worden gezonden naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij zijn onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
b) De personen die in dienst zijn genomen door een diplomatieke missie of een consulaire post van een van de overeenkomstsluitende Partijen en naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat worden gezonden, zijn onderworpen aan de wetgeving van laatstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
De personen die onderdaan zijn van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij en die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op basis van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, hebben gekozen voor de toepassing van de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Staat, blijven evenwel onderworpen aan deze wetgeving.
c) Wanneer de diplomatieke missie of de consulaire post van een van de overeenkomstsluitende Partijen personen tewerkstelt die overeenkomstig subparagraaf b) onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij, houdt de missie of de post rekening met de verplichtingen die de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij de werkgevers oplegt.
d) De bepalingen van subparagrafen b) en c) zijn naar analogie toepasselijk op de personen die tewerkgesteld zijn in private dienst van een persoon bedoeld in subparagraaf a).
e) De bepalingen van deze paragraaf zijn ook toepasselijk op de gezinsleden van de personen bedoeld in subparagrafen a) tot d), die thuis wonen, tenzij ze zelf loonarbeid of een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefenen.
f) De bepalingen van subparagrafen a) tot d) zijn niet van toepassing op de ereleden van een consulaire post noch op de personen tewerkgesteld in private dienst van deze personen.
1. Op ambtenaren en het gelijkgesteld personeel is de wetgeving van toepassing van de overeenkomstsluitende Partij waaronder de administratie valt die hen tewerkstelt. Deze personen en hun gezinsleden worden, met het oog hierop, beschouwd als wonend op het grondgebied van deze overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien ze zich op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat bevinden.
2. a) De onderdanen van een overeenkomstsluitende Partij die als leden van een diplomatieke missie of een consulaire post door de regering van deze overeenkomstsluitende Partij worden gezonden naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij zijn onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
b) De personen die in dienst zijn genomen door een diplomatieke missie of een consulaire post van een van de overeenkomstsluitende Partijen en naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat worden gezonden, zijn onderworpen aan de wetgeving van laatstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
De personen die onderdaan zijn van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij en die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op basis van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, hebben gekozen voor de toepassing van de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Staat, blijven evenwel onderworpen aan deze wetgeving.
c) Wanneer de diplomatieke missie of de consulaire post van een van de overeenkomstsluitende Partijen personen tewerkstelt die overeenkomstig subparagraaf b) onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij, houdt de missie of de post rekening met de verplichtingen die de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Partij de werkgevers oplegt.
d) De bepalingen van subparagrafen b) en c) zijn naar analogie toepasselijk op de personen die tewerkgesteld zijn in private dienst van een persoon bedoeld in subparagraaf a).
e) De bepalingen van deze paragraaf zijn ook toepasselijk op de gezinsleden van de personen bedoeld in subparagrafen a) tot d), die thuis wonen, tenzij ze zelf loonarbeid of een zelfstandige beroepsbezigheid uitoefenen.
f) De bepalingen van subparagrafen a) tot d) zijn niet van toepassing op de ereleden van een consulaire post noch op de personen tewerkgesteld in private dienst van deze personen.
Art. 9. Fonctionnaires, membres des missions diplomatiques et des postes consulaires
1. Les fonctionnaires et le personnel assimilé sont soumis à la législation de la Partie contractante dont relève l'administration qui les occupe. Ces personnes ainsi que les membres de leur famille sont à cet effet considéré comme résidant sur le territoire de cette Partie contractante, même s'ils se trouvent sur le territoire de l'autre Partie contractante.
2. a) Les ressortissants d'une Partie contractante envoyés en qualité de membres d'une mission diplomatique ou d'un poste consulaire par le gouvernement de cette Partie contractante sur le territoire de l'autre Partie contractante sont soumis à la législation de la première Partie contractante.
b) Les personnes engagées par une mission diplomatique ou un poste consulaire de l'une des Parties contractantes sur le territoire de l'autre Partie contractante sont soumises à la législation de cette dernière Partie contractante.
Toutefois, les personnes qui sont des ressortissants de la première Partie contractante et qui ont opté pour l'application de la législation de cette Partie contractante avant l'entrée en vigueur de la présente Convention, sur la base de la Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et l'Etat d'Israël, signée à Bruxelles le 5 juillet 1971, restent soumises à cette législation.
c) Lorsque la mission diplomatique ou le poste consulaire d'une des Parties contractantes occupe des personnes qui, conformément au sous-paragraphe b), sont soumises à la législation de l'autre Partie contractante, la mission ou le poste tient compte des obligations imposées aux employeurs par la législation de cette Partie contractante.
d) Les dispositions des sous-paragraphes b) et c) sont également applicables par analogie aux personnes occupées au service privé d'une personne visée au sous-paragraphe a).
e) Les dispositions du présent paragraphe sont également applicables aux membres de la famille des personnes visées aux sous-paragraphes a) à d), vivant à leur foyer, à moins qu'ils n'exercent eux-mêmes une activité salariée ou indépendante.
f) Les dispositions des sous-paragraphes a) à d) ne sont pas applicables aux membres honoraires d'un poste consulaire ni aux personnes occupées au service privé de ces personnes.
1. Les fonctionnaires et le personnel assimilé sont soumis à la législation de la Partie contractante dont relève l'administration qui les occupe. Ces personnes ainsi que les membres de leur famille sont à cet effet considéré comme résidant sur le territoire de cette Partie contractante, même s'ils se trouvent sur le territoire de l'autre Partie contractante.
2. a) Les ressortissants d'une Partie contractante envoyés en qualité de membres d'une mission diplomatique ou d'un poste consulaire par le gouvernement de cette Partie contractante sur le territoire de l'autre Partie contractante sont soumis à la législation de la première Partie contractante.
b) Les personnes engagées par une mission diplomatique ou un poste consulaire de l'une des Parties contractantes sur le territoire de l'autre Partie contractante sont soumises à la législation de cette dernière Partie contractante.
Toutefois, les personnes qui sont des ressortissants de la première Partie contractante et qui ont opté pour l'application de la législation de cette Partie contractante avant l'entrée en vigueur de la présente Convention, sur la base de la Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et l'Etat d'Israël, signée à Bruxelles le 5 juillet 1971, restent soumises à cette législation.
c) Lorsque la mission diplomatique ou le poste consulaire d'une des Parties contractantes occupe des personnes qui, conformément au sous-paragraphe b), sont soumises à la législation de l'autre Partie contractante, la mission ou le poste tient compte des obligations imposées aux employeurs par la législation de cette Partie contractante.
d) Les dispositions des sous-paragraphes b) et c) sont également applicables par analogie aux personnes occupées au service privé d'une personne visée au sous-paragraphe a).
e) Les dispositions du présent paragraphe sont également applicables aux membres de la famille des personnes visées aux sous-paragraphes a) à d), vivant à leur foyer, à moins qu'ils n'exercent eux-mêmes une activité salariée ou indépendante.
f) Les dispositions des sous-paragraphes a) à d) ne sont pas applicables aux membres honoraires d'un poste consulaire ni aux personnes occupées au service privé de ces personnes.
Art. 10. Afwijkingen
In het belang van bepaalde verzekerden of categorieën van verzekerden kunnen, wat België betreft, de bevoegde autoriteiten en, wat Israël betreft, de bevoegde instelling na wederzijds schriftelijk akkoord, voorzien in afwijkingen van de bepalingen van artikelen 7 tot 9, op voorwaarde dat de betrokken personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen.
In het belang van bepaalde verzekerden of categorieën van verzekerden kunnen, wat België betreft, de bevoegde autoriteiten en, wat Israël betreft, de bevoegde instelling na wederzijds schriftelijk akkoord, voorzien in afwijkingen van de bepalingen van artikelen 7 tot 9, op voorwaarde dat de betrokken personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen.
Art. 10. Dérogations
Dans l'intérêt de certains assurés ou de certaines catégories d'assurés, les autorités compétentes, en ce qui concerne la Belgique, et l'institution compétente, en ce qui concerne Israël, peuvent prévoir, d'un commun accord notifié par écrit, des dérogations aux dispositions des articles 7 à 9, pour autant que les personnes concernées soient soumises à la législation de l'une des Parties contractantes.
Dans l'intérêt de certains assurés ou de certaines catégories d'assurés, les autorités compétentes, en ce qui concerne la Belgique, et l'institution compétente, en ce qui concerne Israël, peuvent prévoir, d'un commun accord notifié par écrit, des dérogations aux dispositions des articles 7 à 9, pour autant que les personnes concernées soient soumises à la législation de l'une des Parties contractantes.
DEEL III. - Bepalingen betreffende de prestaties
TITRE III. - Dispositions concernant les préstations
HOOFDSTUK 1. - Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Chapitre 1er. - Accidents du travail et maladies professionnelles
Art. 11. De persoon die ingevolge een arbeidsongeval of een beroepsziekte recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij geniet verstrekkingen, indien hij verblijft of woont op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat.
De verstrekkingen worden voor rekening van de bevoegde instellingen verleend door de instelling waar de persoon verblijft of woont volgens de wetgeving die ze toepast, waarbij de duur van de toekenning van de verstrekkingen evenwel geregeld is bij de wetgeving van de bevoegde Partij.
De verstrekkingen worden voor rekening van de bevoegde instellingen verleend door de instelling waar de persoon verblijft of woont volgens de wetgeving die ze toepast, waarbij de duur van de toekenning van de verstrekkingen evenwel geregeld is bij de wetgeving van de bevoegde Partij.
Art. 11. La personne qui, en raison d'un accident du travail ou d'une maladie professionnelle, a droit aux prestations en nature conformément à la législation d'une Partie contractante, bénéficie, en cas de séjour ou de résidence sur le territoire de l'autre Partie contractante, des prestations en nature.
Les prestations en nature sont servies, pour le compte de l'institution compétente, par l'institution du lieu de séjour ou de résidence de la personne, selon les dispositions qu'il applique, la durée d'octroi des prestations étant toutefois régie par la législation de la Partie compétente.
Les prestations en nature sont servies, pour le compte de l'institution compétente, par l'institution du lieu de séjour ou de résidence de la personne, selon les dispositions qu'il applique, la durée d'octroi des prestations étant toutefois régie par la législation de la Partie compétente.
Art. 12. 1. Het daadwerkelijke bedrag van de krachtens de bepalingen van artikel 11 verleende verstrekkingen wordt door de bevoegde instelling terugbetaald aan de instelling die deze verstrekkingen heeft verleend, volgens de procedure voorzien in de Administratieve Schikking.
2. De bevoegde autoriteiten of instellingen kunnen na gemeen overleg beslissen geheel of gedeeltelijk af te zien van de in paragraaf 1 voorziene terugbetaling of een andere wijze van terugbetaling onderling afspreken.
2. De bevoegde autoriteiten of instellingen kunnen na gemeen overleg beslissen geheel of gedeeltelijk af te zien van de in paragraaf 1 voorziene terugbetaling of een andere wijze van terugbetaling onderling afspreken.
Art. 12. 1. Le montant effectif des prestations en nature servies en vertu de l'article 11 est remboursé par l'institution compétente à l'institution qui a servi lesdites prestations, selon les modalités prévues dans l'Arrangement administratif.
2. Les autorités compétentes ou les institutions compétentes désigner par ces autorités compétentes peuvent décider d'un commun accord la renonciation totale ou partielle du remboursement prévu au paragraphe 1er ou convenir entre eux d'un autre mode de remboursement.
2. Les autorités compétentes ou les institutions compétentes désigner par ces autorités compétentes peuvent décider d'un commun accord la renonciation totale ou partielle du remboursement prévu au paragraphe 1er ou convenir entre eux d'un autre mode de remboursement.
Art. 13. Indien de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij expliciet of impliciet bepaalt dat de vroeger overkomen arbeidsongevallen of beroepsziekten in aanmerking komen om de graad van ongeschiktheid te bepalen, worden de vroeger overkomen arbeidsongevallen en beroepsziekten onder de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij beschouwd als zijnde overkomen onder de wetgeving van eerstgenoemde Partij.
Art. 13. Si la législation d'une Partie contractante prévoit explicitement ou implicitement que les accidents du travail ou les maladies professionnelles survenus antérieurement sont pris en considération pour apprécier le degré d'incapacité, les accidents du travail et les maladies professionnelles survenus antérieurement sous la législation de l'autre Partie contractante sont réputés survenus sous la législation de la première Partie.
Art. 14. 1. Wanneer de persoon getroffen door een beroepsziekte een beroepsbezigheid heeft uitgeoefend als gevolg waarvan deze ziekte zich kan voordoen onder de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Partijen, worden de prestaties waarop de getroffene of zijn nagelaten betrekkingen aanspraak kunnen maken uitsluitend toegekend krachtens de wetgeving van de Partij onder welke deze bezigheid laatstelijk werd uitgeoefend en onder voorbehoud dat belanghebbende voldoet aan de bij deze wetgeving gestelde eisen, eventueel rekening houdend met de bepalingen van paragraaf 3.
2. Evenwel, wanneer hij geen recht heeft op prestaties overeenkomstig de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij onder welke deze bezigheid laatstelijk werd uitgeoefend, dan wordt de aanvraag door de instelling van deze Partij overgemaakt aan de bevoegde instelling van de andere overeenkomstsluitende Partij, die de aanvraag zal onderzoeken onder haar wetgeving.
3. Indien het toekennen van prestaties wegens een beroepsziekte krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de bewuste ziekte medisch voor het eerst op haar grondgebied werd vastgesteld, wordt geacht aan deze voorwaarde te zijn voldaan wanneer deze ziekte voor het eerst werd vastgesteld op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. Evenwel, wanneer hij geen recht heeft op prestaties overeenkomstig de wetgeving van de overeenkomstsluitende Partij onder welke deze bezigheid laatstelijk werd uitgeoefend, dan wordt de aanvraag door de instelling van deze Partij overgemaakt aan de bevoegde instelling van de andere overeenkomstsluitende Partij, die de aanvraag zal onderzoeken onder haar wetgeving.
3. Indien het toekennen van prestaties wegens een beroepsziekte krachtens de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de bewuste ziekte medisch voor het eerst op haar grondgebied werd vastgesteld, wordt geacht aan deze voorwaarde te zijn voldaan wanneer deze ziekte voor het eerst werd vastgesteld op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij.
Art. 14. 1. Lorsque la victime d'une maladie professionnelle a exercé une activité susceptible de provoquer ladite maladie sous la législation des deux Parties contractantes, les prestations auxquelles la victime ou ses survivants peuvent prétendre sont accordées exclusivement au titre de la législation de la Partie sur le territoire de laquelle cette activité a été exercée en dernier lieu et sous réserve que l'intéressé remplisse les conditions prévues par cette législation, compte tenu, le cas échéant, des dispositions du paragraphe 3.
2. Toutefois, si elle n'a pas droit à des prestations au titre de la législation de la Partie contractante applicable à l'activité exercée en dernier lieu, la demande est transmise par l'institution de cette Partie à l'institution compétente de l'autre Partie contractante, qui examinera la demande selon sa législation.
3. Si l'octroi de prestations de maladie professionnelle au titre de la législation d'une Partie contractante est subordonné à la condition que la maladie considérée ait été constatée médicalement pour la première fois sur son territoire, cette condition est réputée remplie lorsque ladite maladie a été constatée pour la première fois sur le territoire de l'autre Partie contractante.
2. Toutefois, si elle n'a pas droit à des prestations au titre de la législation de la Partie contractante applicable à l'activité exercée en dernier lieu, la demande est transmise par l'institution de cette Partie à l'institution compétente de l'autre Partie contractante, qui examinera la demande selon sa législation.
3. Si l'octroi de prestations de maladie professionnelle au titre de la législation d'une Partie contractante est subordonné à la condition que la maladie considérée ait été constatée médicalement pour la première fois sur son territoire, cette condition est réputée remplie lorsque ladite maladie a été constatée pour la première fois sur le territoire de l'autre Partie contractante.
Art. 15. Wanneer, bij verergering van een beroepsziekte, de persoon die prestaties geniet of genoten heeft krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen, voor een gelijkaardige beroepsziekte rechten op prestaties doet gelden krachtens de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij, zijn de volgende regelen van toepassing :
a) indien de persoon op het grondgebied van laatstgenoemde Partij geen beroep heeft uitgeoefend waardoor de beroepsziekte kon veroorzaakt worden of verergeren, is de bevoegde instelling van de eerste Partij ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, rekening houdend met de verergering, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving die ze toepast;
b) indien de persoon op het grondgebied van laatstgenoemde Partij dergelijk beroep heeft uitgeoefend, is de bevoegde instelling van de eerste Partij ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, zonder rekening te houden met de verergering, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving die ze toepast; de bevoegde instelling van de tweede Partij kent de persoon een supplement toe, waarvan het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van deze Partij en dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag van de na de verergering verschuldigde prestatie en het bedrag van de prestatie die vóór de verergering zou verschuldigd geweest zijn.
a) indien de persoon op het grondgebied van laatstgenoemde Partij geen beroep heeft uitgeoefend waardoor de beroepsziekte kon veroorzaakt worden of verergeren, is de bevoegde instelling van de eerste Partij ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, rekening houdend met de verergering, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving die ze toepast;
b) indien de persoon op het grondgebied van laatstgenoemde Partij dergelijk beroep heeft uitgeoefend, is de bevoegde instelling van de eerste Partij ertoe gehouden de last van de prestaties op zich te nemen, zonder rekening te houden met de verergering, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving die ze toepast; de bevoegde instelling van de tweede Partij kent de persoon een supplement toe, waarvan het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van deze Partij en dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag van de na de verergering verschuldigde prestatie en het bedrag van de prestatie die vóór de verergering zou verschuldigd geweest zijn.
Art. 15. Lorsque, en cas d'aggravation d'une maladie professionnelle, la personne qui bénéficie ou qui a bénéficié de prestations en vertu de la législation de l'une des Parties contractantes fait valoir, pour une maladie professionnelle de même nature, des droits à des prestations en vertu de la législation de l'autre Partie contractante, les règles suivantes sont applicables :
a) si la personne n'a pas exercé sur le territoire de cette dernière Partie un emploi susceptible de provoquer la maladie professionnelle ou de l'aggraver, l'institution compétent de la première Partie est tenu d'assumer la charge des prestations, compte tenu de l'aggravation, selon les dispositions de la législation qu'il applique;
b) si la personne a exercé sur le territoire de cette dernière Partie un tel emploi, l'institution compétent de la première Partie est tenu d'assumer la charge des prestations, compte non tenu de l'aggravation, selon les dispositions de la législation qu'il applique; l'institution compétent de la seconde Partie accorde à la personne un supplément dont le montant est déterminé selon la législation de cette Partie et qui est égal à la différence entre le montant de la prestation due après l'aggravation et le montant de la prestation qui aurait été due avant l'aggravation.
a) si la personne n'a pas exercé sur le territoire de cette dernière Partie un emploi susceptible de provoquer la maladie professionnelle ou de l'aggraver, l'institution compétent de la première Partie est tenu d'assumer la charge des prestations, compte tenu de l'aggravation, selon les dispositions de la législation qu'il applique;
b) si la personne a exercé sur le territoire de cette dernière Partie un tel emploi, l'institution compétent de la première Partie est tenu d'assumer la charge des prestations, compte non tenu de l'aggravation, selon les dispositions de la législation qu'il applique; l'institution compétent de la seconde Partie accorde à la personne un supplément dont le montant est déterminé selon la législation de cette Partie et qui est égal à la différence entre le montant de la prestation due après l'aggravation et le montant de la prestation qui aurait été due avant l'aggravation.
Art. 16. Voor Israël zijn uitkeringen inzake beroepsopleiding en bestaansuitkeringen voor weduwen en wezen enkel verschuldigd aan de personen bedoeld in artikel 3 wanneer ze in Israël verblijven en voor zolang ze werkelijk in Israël aanwezig zijn.
Art. 16. En ce qui concerne Israël, les allocations de formation professionnelle et de subsistance pour veuves et orphelins sont dues aux personnes visées à l'article 3, uniquement si elles résident en Israël et pendant toute la durée de leur présence effective en Israël.
HOOFDSTUK 2. - Ouderdoms- en overlevingsprestaties
CHAPITRE 2. - Prestations de vieillesse et de survie
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de Belgische prestaties
Section 1. - Dispositions concernant les prestations belges
Art. 17. 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van paragraaf 2 worden, voor het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de verzekeringstijdvakken en de gelijkgestelde tijdvakken vervuld overeenkomstig de Israëlische wetgeving betreffende de pensioensverzekering in de nodige mate samengeteld, op voorwaarde dat zij elkaar niet overlappen, met de onder de Belgische wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken.
Wanneer twee met een verzekeringstijdvak gelijkgestelde tijdvakken samenvallen, dan wordt enkel het tijdvak vervuld op het grondgebied van de Partij waar de betrokken persoon voor dit tijdvak werkte in aanmerking genomen.
2. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld, worden, voor het genieten van deze prestaties, slechts de verzekeringstijdvakken samengeteld die in hetzelfde beroep in Israël werden vervuld of als gelijkwaardig erkend zijn.
3. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld en wanneer deze tijdvakken geen recht op deze prestaties hebben kunnen geven, worden deze tijdvakken beschouwd als geldig voor de vaststelling van de prestaties waarin is voorzien in de algemene regeling van de werknemers.
Wanneer twee met een verzekeringstijdvak gelijkgestelde tijdvakken samenvallen, dan wordt enkel het tijdvak vervuld op het grondgebied van de Partij waar de betrokken persoon voor dit tijdvak werkte in aanmerking genomen.
2. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld, worden, voor het genieten van deze prestaties, slechts de verzekeringstijdvakken samengeteld die in hetzelfde beroep in Israël werden vervuld of als gelijkwaardig erkend zijn.
3. Wanneer de Belgische wetgeving de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken in een bepaald beroep werden vervuld en wanneer deze tijdvakken geen recht op deze prestaties hebben kunnen geven, worden deze tijdvakken beschouwd als geldig voor de vaststelling van de prestaties waarin is voorzien in de algemene regeling van de werknemers.
Art. 17. 1. Sous réserve des dispositions du paragraphe 2, les périodes d'assurance et les périodes assimilées accomplies conformément à la législation israélienne relatives aux pensions, sont totalisées en tant que de besoin, à la condition qu'elles ne se superposent pas avec les périodes d'assurance accomplies sous la législation belge, en vue de l'acquisition, du maintien ou du recouvrement du droit aux prestations.
Lorsque deux périodes assimilées à des périodes d'assurance coïncident, seule la période accomplie dans la Partie où la personne a travaillé avant cette période est prise en considération.
2. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée, ne sont totalisées, pour l'admission au bénéfice de ces prestations, que les périodes d'assurance accomplies ou assimilées dans la même profession en Israël.
3. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée et lorsque ces périodes n'ont pu donner droit auxdites prestations, lesdites périodes sont considérées comme valables pour la liquidation des prestations prévues par le régime général des travailleurs salariés.
Lorsque deux périodes assimilées à des périodes d'assurance coïncident, seule la période accomplie dans la Partie où la personne a travaillé avant cette période est prise en considération.
2. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée, ne sont totalisées, pour l'admission au bénéfice de ces prestations, que les périodes d'assurance accomplies ou assimilées dans la même profession en Israël.
3. Lorsque la législation belge subordonne l'octroi de certaines prestations à la condition que les périodes d'assurance aient été accomplies dans une profession déterminée et lorsque ces périodes n'ont pu donner droit auxdites prestations, lesdites périodes sont considérées comme valables pour la liquidation des prestations prévues par le régime général des travailleurs salariés.
Art. 18. 1. Wanneer de persoon krachtens de Belgische wetgeving recht heeft op de prestaties, zonder te moeten overgaan tot de samentelling, berekent de Belgische instelling het recht op de prestatie rechtstreeks op basis van de in België vervulde verzekeringstijdvakken en enkel ingevolge de Belgische wetgeving.
Deze instelling berekent ook het bedrag van de prestatie dat zou bekomen worden na toepassing van de regelen voorzien in paragraaf 2 a) en b). Er wordt enkel rekening gehouden met het hoogste bedrag.
2. Indien een persoon aanspraak kan maken op een prestatie krachtens de Belgische wetgeving, waarvan het recht enkel is ontstaan ingevolge de samentelling van de verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig artikel 17, zijn de volgende regelen van toepassing :
a) de Belgische instelling berekent het theoretisch bedrag van de prestatie die verschuldigd zou zijn indien alle verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten enkel zouden vervuld zijn geweest overeenkomstig de wetgeving die ze toepast;
b) de Belgische instelling berekent vervolgens het verschuldigd bedrag, op basis van het bedrag bedoeld in a), naar verhouding van de duur van de verzekeringstijdvakken enkel vervuld overeenkomstig haar wetgeving tot de duur van alle verzekeringstijdvakken samengeteld krachtens a).
Deze instelling berekent ook het bedrag van de prestatie dat zou bekomen worden na toepassing van de regelen voorzien in paragraaf 2 a) en b). Er wordt enkel rekening gehouden met het hoogste bedrag.
2. Indien een persoon aanspraak kan maken op een prestatie krachtens de Belgische wetgeving, waarvan het recht enkel is ontstaan ingevolge de samentelling van de verzekeringstijdvakken vervuld overeenkomstig artikel 17, zijn de volgende regelen van toepassing :
a) de Belgische instelling berekent het theoretisch bedrag van de prestatie die verschuldigd zou zijn indien alle verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgevingen van beide overeenkomstsluitende Staten enkel zouden vervuld zijn geweest overeenkomstig de wetgeving die ze toepast;
b) de Belgische instelling berekent vervolgens het verschuldigd bedrag, op basis van het bedrag bedoeld in a), naar verhouding van de duur van de verzekeringstijdvakken enkel vervuld overeenkomstig haar wetgeving tot de duur van alle verzekeringstijdvakken samengeteld krachtens a).
Art. 18. 1. Lorsqu'une personne satisfait aux conditions requises par la législation belge pour avoir droit aux prestations sans qu'il soit nécessaire de procéder à la totalisation, l'institution belge calcule le droit à la prestation directement sur la base des périodes d'assurance accomplies en Belgique et en fonction de la seule législation belge.
Cette institution procède aussi au calcul du montant de la prestation qui serait obtenu par application des règles prévues au paragraphe 2, litteras a) et b. Le montant le plus élevé est seul retenu.
2. Lorsqu'une personne peut prétendre à une prestation en vertu de la législation belge, dont le droit n'est ouvert que compte tenu de la totalisation des périodes d'assurance effectuée conformément à l'article 17, les règles suivantes s'appliquent :
a) L'institution belge calcule le montant théorique de la prestation qui serait due si toutes les périodes d'assurance accomplies en vertu des législations des deux Parties contractantes avaient été accomplies uniquement sous la législation qu'il applique;
b) l'institution belge calcule ensuite le montant dû, sur la base du montant visé au littera a), au prorata de la durée des périodes d'assurance accomplies sous sa seule législation par rapport à la durée de toutes les périodes d'assurance comptabilisées en vertu du littera a).
Cette institution procède aussi au calcul du montant de la prestation qui serait obtenu par application des règles prévues au paragraphe 2, litteras a) et b. Le montant le plus élevé est seul retenu.
2. Lorsqu'une personne peut prétendre à une prestation en vertu de la législation belge, dont le droit n'est ouvert que compte tenu de la totalisation des périodes d'assurance effectuée conformément à l'article 17, les règles suivantes s'appliquent :
a) L'institution belge calcule le montant théorique de la prestation qui serait due si toutes les périodes d'assurance accomplies en vertu des législations des deux Parties contractantes avaient été accomplies uniquement sous la législation qu'il applique;
b) l'institution belge calcule ensuite le montant dû, sur la base du montant visé au littera a), au prorata de la durée des périodes d'assurance accomplies sous sa seule législation par rapport à la durée de toutes les périodes d'assurance comptabilisées en vertu du littera a).
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de Israëlische prestaties
Section 2. - Dispositions concernant les prestations israéliennes
Art. 19. 1. Wanneer de personen bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst voor minstens twaalf maanden verzekerd zijn geweest in Israël maar niet over voldoende Israëlische verzekeringstijdvakken beschikken om het recht op een ouderdoms- of overlevingspensioen te openen, worden de verzekeringstijdvakken vervuld onder de Belgische wetgeving in aanmerking genomen, voor zover ze niet overlappen met Israëlische verzekeringstijdvakken. Verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij voor 1 april 1954 worden evenwel niet in aanmerking genomen.
2. Indien de gerechtigde of zijn nagelaten betrekking aanspraak kan maken op de prestatie waarvan het recht is ontstaan ingevolge de samentelling van de verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Staten, dan stelt de bevoegde Israëlische instelling de prestatie vast als :
a) de Israëlische prestatie die verschuldigd is aan een persoon die de rechtgevende verzekeringstijdvakken heeft vervuld overeenkomstig de Israëlische wetgeving zal in aanmerking worden genomen als een theoretische som;
b) op basis van voormelde theoretische som berekent de bevoegde instelling het verschuldigde deel van de prestatie, naar verhouding van de duur van de Israëlische verzekeringstijdvakken die de persoon heeft vervuld krachtens de Israëlische wetgeving tot de duur van alle verzekeringstijdvakken door deze persoon vervuld krachtens de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Partijen.
3. Het recht op een ouderdomspensioen wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de gerechtigde in Israël woonde of in België verzekerd was onmiddellijk voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
4. Het recht op een overlevingspensioen wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de gerechtigde en de overledene op het ogenblik van het overlijden in Israël woonden of dat de overledene op het ogenblik van het overlijden in België verzekerd was of dat de overledene onmiddellijk voor zijn overlijden een ouderdomspensioen ontving.
5. Uitkeringen inzake beroepsopleiding en bestaansuitkeringen voor weduwen en wezen zijn enkel verschuldigd aan de personen bedoeld in artikel 3 wanneer ze in Israël verblijven en voor zolang ze werkelijk in Israël aanwezig zijn.
2. Indien de gerechtigde of zijn nagelaten betrekking aanspraak kan maken op de prestatie waarvan het recht is ontstaan ingevolge de samentelling van de verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Staten, dan stelt de bevoegde Israëlische instelling de prestatie vast als :
a) de Israëlische prestatie die verschuldigd is aan een persoon die de rechtgevende verzekeringstijdvakken heeft vervuld overeenkomstig de Israëlische wetgeving zal in aanmerking worden genomen als een theoretische som;
b) op basis van voormelde theoretische som berekent de bevoegde instelling het verschuldigde deel van de prestatie, naar verhouding van de duur van de Israëlische verzekeringstijdvakken die de persoon heeft vervuld krachtens de Israëlische wetgeving tot de duur van alle verzekeringstijdvakken door deze persoon vervuld krachtens de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Partijen.
3. Het recht op een ouderdomspensioen wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de gerechtigde in Israël woonde of in België verzekerd was onmiddellijk voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
4. Het recht op een overlevingspensioen wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de gerechtigde en de overledene op het ogenblik van het overlijden in Israël woonden of dat de overledene op het ogenblik van het overlijden in België verzekerd was of dat de overledene onmiddellijk voor zijn overlijden een ouderdomspensioen ontving.
5. Uitkeringen inzake beroepsopleiding en bestaansuitkeringen voor weduwen en wezen zijn enkel verschuldigd aan de personen bedoeld in artikel 3 wanneer ze in Israël verblijven en voor zolang ze werkelijk in Israël aanwezig zijn.
Art. 19. 1. En ce qui concerne les personnes visées à l'article 3 de la présente Convention, qui ont été assurées en Israël pour une période d'au moins douze mois mais dont les périodes d'assurance israéliennes sont insuffisantes pour ouvrir le droit à une pension de vieillesse ou de survie, les périodes d'assurance accomplies sous la législation belge sont prises en considération à la condition qu'elles ne se superposent pas avec des périodes d'assurance israéliennes. Il n'est pas tenu compte de périodes d'assurance accomplies sous la législation de l'autre Partie contractante avant le 1er avril 1954.
2. Lorsque le bénéficiaire ou son survivant peut prétendre à la prestation par la totalisation des périodes d'assurance accomplies sous la législation des deux Parties contractantes, l'institution compétente israélienne détermine la prestation comme suit :
a) la prestation israélienne due à une personne qui a accompli les périodes d'assurance qui ouvrent le droit à la prestation conformément à la législation israélienne est prise en considération comme montant théorique;
b) sur la base du montant théorique susvisé, l'institution compétent calcule la prestation partielle due en fonction de la durée des périodes d'assurance israéliennes que la personne a accomplies sous la législation israélienne, par rapport à la durée de toutes les périodes d'assurance qu'elle a accomplies sous la législation des deux Parties contractantes.
3. Le droit à une pension de vieillesse est subordonné à la condition que le bénéficiaire ait résidé en Israël ou ait été assuré en Belgique immédiatement avant avoir atteint l'âge donnant droit à une pension de vieillesse.
4. Le droit à une pension de survie est subordonné à la condition que le bénéficiaire et la personne décédée aient résidé en Israël ou que la personne décédée ait été assurée en Belgique au moment du décès, ou que la personne décédée ait perçu une pension de vieillesse immédiatement avant son décès.
5. Les allocations de formation professionnelle et de subsistance pour veuves et orphelins sont dues aux personnes visées à l'article 3 uniquement si elles résident en Israël et pendant toute la durée de leur présence effective en Israël.
2. Lorsque le bénéficiaire ou son survivant peut prétendre à la prestation par la totalisation des périodes d'assurance accomplies sous la législation des deux Parties contractantes, l'institution compétente israélienne détermine la prestation comme suit :
a) la prestation israélienne due à une personne qui a accompli les périodes d'assurance qui ouvrent le droit à la prestation conformément à la législation israélienne est prise en considération comme montant théorique;
b) sur la base du montant théorique susvisé, l'institution compétent calcule la prestation partielle due en fonction de la durée des périodes d'assurance israéliennes que la personne a accomplies sous la législation israélienne, par rapport à la durée de toutes les périodes d'assurance qu'elle a accomplies sous la législation des deux Parties contractantes.
3. Le droit à une pension de vieillesse est subordonné à la condition que le bénéficiaire ait résidé en Israël ou ait été assuré en Belgique immédiatement avant avoir atteint l'âge donnant droit à une pension de vieillesse.
4. Le droit à une pension de survie est subordonné à la condition que le bénéficiaire et la personne décédée aient résidé en Israël ou que la personne décédée ait été assurée en Belgique au moment du décès, ou que la personne décédée ait perçu une pension de vieillesse immédiatement avant son décès.
5. Les allocations de formation professionnelle et de subsistance pour veuves et orphelins sont dues aux personnes visées à l'article 3 uniquement si elles résident en Israël et pendant toute la durée de leur présence effective en Israël.
HOOFDSTUK 3. - Invaliditeitsprestaties
CHAPITRE 3. - Prestations d'invalidité
Art. 20. 1. Om te bepalen of een persoon recht heeft op een invaliditeitsprestatie, wordt de wetgeving aangewend van de overeenkomstsluitende Staat die op de betrokken persoon van toepassing was op het ogenblik dat de persoon invalide werd. De verzekeringstijdvakken van beide overeenkomstsluitende Partijen kunnen in de nodige mate worden samengeteld voor het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op de prestatie.
2. De persoon die de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden vervult, ontvangt de invaliditeitsprestatie van de bevoegde instelling van de voormelde overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de wetgeving die ze toepast.
2. De persoon die de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden vervult, ontvangt de invaliditeitsprestatie van de bevoegde instelling van de voormelde overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de wetgeving die ze toepast.
Art. 20. 1. La législation de la Partie contractante applicable à la personne au moment où la personne est devenue invalide sert à déterminer si la personne concernée perçoit une prestation d'invalidité. Les périodes d'assurance des deux Parties contractantes peuvent être totalisées en tant que de besoin en vue de l'acquisition, du maintien ou du recouvrement du droit à cette prestation.
2. Une personne qui remplit les conditions visées au paragraphe 1er obtient la prestation d'invalidité de l'institution compétente de la Partie contractante précitée conformément à la législation qu'il applique.
2. Une personne qui remplit les conditions visées au paragraphe 1er obtient la prestation d'invalidité de l'institution compétente de la Partie contractante précitée conformément à la législation qu'il applique.
Art. 21. De rechthebbende op een invaliditeitsprestatie van de Belgische wetgeving blijft verder genieten van deze prestatie gedurende een tijdelijk verblijf in Israël wanneer dit verblijf vooraf werd toegestaan door de Belgische instelling. Deze toelating kan evenwel enkel worden geweigerd wanneer het verblijf plaatsheeft in de periode tijdens dewelke de Belgische bevoegde instelling krachtens de Belgische wetgeving de invaliditeitstoestand moet evalueren of herzien.
Art. 21. Le titulaire d'une prestation d'invalidité au titre de la législation belge conserve le bénéfice de cette prestation au cours d'un séjour temporaire en Israël, lorsque ce séjour a été préalablement autorisé par l'institution belge. Toutefois, cette autorisation ne peut être refusée que lorsque le séjour se situe dans la période au cours de laquelle, en vertu de la législation belge, l'institution compétente belge doit procéder à l'évaluation ou la révision de l'état d'invalidité.
Art. 22. Wat Israël betreft :
a) zijn speciale diensten voor invaliden, bestaansuitkeringen voor invalide kinderen van een verzekerde, beroepsherintegratie voor invaliden, uitkeringen inzake beroepsopleiding en bestaansuitkeringen voor de echtgenoot enkel verschuldigd aan bovenvermelde personen wanneer ze in Israël wonen en voor zo lang ze werkelijk in Israël aanwezig zijn;
b) blijven in België wonende personen die onder de toepassing van deze Overeenkomst vallen en recht hebben op een Israëlisch invaliditeitspensioen het hen toegekend pensioen ontvangen, zelfs wanneer hun graad van invaliditeit toeneemt, ten gevolge van een verergering van hun invaliditeit of een bijkomende invaliditeitsoorzaak die zich voordoet in het buitenland.
a) zijn speciale diensten voor invaliden, bestaansuitkeringen voor invalide kinderen van een verzekerde, beroepsherintegratie voor invaliden, uitkeringen inzake beroepsopleiding en bestaansuitkeringen voor de echtgenoot enkel verschuldigd aan bovenvermelde personen wanneer ze in Israël wonen en voor zo lang ze werkelijk in Israël aanwezig zijn;
b) blijven in België wonende personen die onder de toepassing van deze Overeenkomst vallen en recht hebben op een Israëlisch invaliditeitspensioen het hen toegekend pensioen ontvangen, zelfs wanneer hun graad van invaliditeit toeneemt, ten gevolge van een verergering van hun invaliditeit of een bijkomende invaliditeitsoorzaak die zich voordoet in het buitenland.
Art. 22. En ce qui concerne Israël :
a) les prestations spéciales pour personnes invalides, les allocations de subsistance pour enfants invalides d'une personne assurée, les prestations de rééducation professionnelle d'une personne invalide, les allocations de formation professionnelle et de subsistance pour le conjoint sont dues à la personne précitée à condition qu'elle réside en Israël et pendant toute la durée de sa présence effective en Israël;
b) une personne couverte par la présente Convention qui réside en Belgique et qui a droit à une pension d'invalidité israélienne continue de percevoir la pension octroyée même en cas d'augmentation de son degré d'invalidité, due à une aggravation de son invalidité ou à une invalidité supplémentaire survenue à l'étranger.
a) les prestations spéciales pour personnes invalides, les allocations de subsistance pour enfants invalides d'une personne assurée, les prestations de rééducation professionnelle d'une personne invalide, les allocations de formation professionnelle et de subsistance pour le conjoint sont dues à la personne précitée à condition qu'elle réside en Israël et pendant toute la durée de sa présence effective en Israël;
b) une personne couverte par la présente Convention qui réside en Belgique et qui a droit à une pension d'invalidité israélienne continue de percevoir la pension octroyée même en cas d'augmentation de son degré d'invalidité, due à une aggravation de son invalidité ou à une invalidité supplémentaire survenue à l'étranger.
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsprestaties
CHAPITRE 4. - Dispositions communes aux prestations de vieillesse, de survie et d'invalidité
Art. 23. 1. Indien wegens de verhoging van de kosten voor levensonderhoud, de variatie van het loonpeil of om andere aanpassingsredenen de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties van een overeenkomstsluitende Partij worden gewijzigd met een bepaald percentage of bedrag, moet dit percentage of bedrag rechtstreeks worden toegepast op de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties van deze Partij, zonder dat er moet overgegaan worden tot een nieuwe berekening van de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. Daarentegen, in geval van verandering van de regelen of van de berekeningswijze in de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de vaststelling van de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties, worden de prestaties opnieuw berekend overeenkomstig artikel 18, 19 of 20.
2. Daarentegen, in geval van verandering van de regelen of van de berekeningswijze in de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de vaststelling van de ouderdoms-, overlevings- of invaliditeitsprestaties, worden de prestaties opnieuw berekend overeenkomstig artikel 18, 19 of 20.
Art. 23. 1. Si, en raison de l'augmentation du coût de la vie, de la variation du niveau des salaires ou d'autres causes d'adaptation, les prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité d'une Partie contractante sont modifiées d'un pourcentage ou montant déterminé, ce pourcentage ou montant est appliqué directement aux prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité de cette Partie, sans devoir procéder à un nouveau calcul des prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité de l'autre Partie contractante.
2. Par ailleurs, en cas de modification des règles ou de la procédure de calcul dans la législation d'une des Parties contractantes, en ce qui concerne la détermination des prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité, un nouveau calcul est effectué conformément à l'article 18, 19 ou 20.
2. Par ailleurs, en cas de modification des règles ou de la procédure de calcul dans la législation d'une des Parties contractantes, en ce qui concerne la détermination des prestations de vieillesse, de survie ou d'invalidité, un nouveau calcul est effectué conformément à l'article 18, 19 ou 20.
HOOFDSTUK 5. - Gezinsbijslag
CHAPITRE 5. - Allocations familiales
Art. 24. 1. Wanneer de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij het verkrijgen van het recht op prestaties afhankelijk stelt van de vervulling van verzekeringstijdvakken, houdt de instelling die deze wetgeving toepast te dien einde rekening, in de nodige mate voor de samentelling, met de verzekeringstijdvakken vervuld onder de wetgeving van de andere overeenkomstsluitende Partij alsof het verzekeringstijdvakken betrof die vervuld zijn onder de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
2. Personen op wie de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen van toepassing is, hebben, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij, recht op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
3. Niettegenstaande paragraaf 2, wanneer een recht op gezinsbijslag bestaat in beide overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Partij waar het kind woont, beschouwd als de bevoegde Partij die de gezinsbijslag verleend krachtens haar wetgeving ten laste heeft.
2. Personen op wie de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen van toepassing is, hebben, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij, recht op de gezinsbijslag voorzien bij de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij.
3. Niettegenstaande paragraaf 2, wanneer een recht op gezinsbijslag bestaat in beide overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Partij waar het kind woont, beschouwd als de bevoegde Partij die de gezinsbijslag verleend krachtens haar wetgeving ten laste heeft.
Art. 24. 1. Lorsque la législation d'une Partie contractante subordonne l'acquisition du droit aux prestations à l'accomplissement de périodes d'assurance, l'institution qui applique cette législation tient compte à cet effet, en tant que de besoin aux fins de totalisation, des périodes d'assurance accomplies sous la législation de l'autre Partie contractante, comme s'il s'agissait de périodes d'assurance accomplies sous la législation de la première Partie contractante.
2. Les personnes soumises à la législation de l'une des Parties contractantes ont droit pour les enfants qui résident sur le territoire de l'autre Partie contractante aux allocations familiales prévues par la législation de la première Partie contractante.
3. Nonobstant le paragraphe 2, lorsqu'un droit aux allocations familiales est accordé dans les deux Parties contractantes, la Partie où l'enfant réside est considérée comme la Partie contractante compétente octroyant les allocations familiales en vertu de sa législation.
2. Les personnes soumises à la législation de l'une des Parties contractantes ont droit pour les enfants qui résident sur le territoire de l'autre Partie contractante aux allocations familiales prévues par la législation de la première Partie contractante.
3. Nonobstant le paragraphe 2, lorsqu'un droit aux allocations familiales est accordé dans les deux Parties contractantes, la Partie où l'enfant réside est considérée comme la Partie contractante compétente octroyant les allocations familiales en vertu de sa législation.
DEEL IV. - Diverse bepalingen
TITRE IV. - Dispositions diverses
Art. 25. Verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten
De bevoegde autoriteiten :
a) nemen bij Administratieve Schikking de nodige maatregelen voor de toepassing van deze Overeenkomst en duiden de verbindingsinstellingen en de bevoegde instellingen aan;
b) leggen de procedures van administratieve samenwerking vast evenals de betalingsmodaliteiten voor de kosten voor geneeskundige, administratieve en andere getuigschriften die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze Overeenkomst;
c) verstrekken elkaar rechtstreeks alle inlichtingen met betrekking tot de ter uitvoering van deze Overeenkomst getroffen maatregelen;
d) verstrekken elkaar rechtstreeks en zo spoedig mogelijk alle wijzigingen van hun wetgeving die van aard zijn invloed te hebben op de toepassing van deze Overeenkomst.
De bevoegde autoriteiten :
a) nemen bij Administratieve Schikking de nodige maatregelen voor de toepassing van deze Overeenkomst en duiden de verbindingsinstellingen en de bevoegde instellingen aan;
b) leggen de procedures van administratieve samenwerking vast evenals de betalingsmodaliteiten voor de kosten voor geneeskundige, administratieve en andere getuigschriften die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze Overeenkomst;
c) verstrekken elkaar rechtstreeks alle inlichtingen met betrekking tot de ter uitvoering van deze Overeenkomst getroffen maatregelen;
d) verstrekken elkaar rechtstreeks en zo spoedig mogelijk alle wijzigingen van hun wetgeving die van aard zijn invloed te hebben op de toepassing van deze Overeenkomst.
Art. 25. Responsabilités des autorités compétentes
Les autorités compétentes :
a) prennent, par arrangement administratif, les mesures nécessaires pour l'application de la présente Convention et désignent les institutions de liaison et les institutions compétents;
b) définissent les procédures d'entraide administrative et les modalités de paiement des dépenses liées à l'obtention de certificats médicaux, administratifs et autres, nécessaires pour l'application de la présente Convention;
c) se communiquent directement toutes informations concernant les mesures prises pour l'application de la présente Convention;
d) se communiquent, dans les plus brefs délais et directement, toute modification de leur législation susceptible d'affecter l'application de la présente Convention.
Les autorités compétentes :
a) prennent, par arrangement administratif, les mesures nécessaires pour l'application de la présente Convention et désignent les institutions de liaison et les institutions compétents;
b) définissent les procédures d'entraide administrative et les modalités de paiement des dépenses liées à l'obtention de certificats médicaux, administratifs et autres, nécessaires pour l'application de la présente Convention;
c) se communiquent directement toutes informations concernant les mesures prises pour l'application de la présente Convention;
d) se communiquent, dans les plus brefs délais et directement, toute modification de leur législation susceptible d'affecter l'application de la présente Convention.
Art. 26. Administratieve samenwerking
1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst bieden de bevoegde autoriteiten en de bevoegde instellingen van elk van beide overeenkomstsluitende Partijen elkaar hun bemiddeling aan, als gold het de toepassing van hun eigen wetgeving. Deze onderlinge bemiddeling is in principe kosteloos; de bevoegde autoriteiten of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten kunnen evenwel overeenkomen bepaalde kosten te vergoeden.
2. Het voordeel van de vrijstellingen of verminderingen van taksen, zegel-, griffie- of registratierechten, bepaald bij de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij voor de stukken of documenten die bij toepassing van de wetgeving van deze Partij moeten overgelegd worden, wordt verruimd tot gelijkaardige voor de toepassing van de wetgeving van de andere Partij over te leggen stukken en documenten.
3. Alle voor de toepassing van deze Overeenkomst over te leggen akten en documenten worden vrijgesteld van het geldigverklaringsvisum van de diplomatieke of consulaire overheden.
4. Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn de bevoegde autoriteiten en de bevoegde instellingen van de overeenkomstsluitende Partijen ertoe gemachtigd rechtstreeks met elkaar alsmede met enig welke persoon te corresponderen, welke ook diens woonplaats. Het corresponderen mag geschieden in een van de officiële talen van de overeenkomstsluitende Partijen.
1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst bieden de bevoegde autoriteiten en de bevoegde instellingen van elk van beide overeenkomstsluitende Partijen elkaar hun bemiddeling aan, als gold het de toepassing van hun eigen wetgeving. Deze onderlinge bemiddeling is in principe kosteloos; de bevoegde autoriteiten of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten kunnen evenwel overeenkomen bepaalde kosten te vergoeden.
2. Het voordeel van de vrijstellingen of verminderingen van taksen, zegel-, griffie- of registratierechten, bepaald bij de wetgeving van een overeenkomstsluitende Partij voor de stukken of documenten die bij toepassing van de wetgeving van deze Partij moeten overgelegd worden, wordt verruimd tot gelijkaardige voor de toepassing van de wetgeving van de andere Partij over te leggen stukken en documenten.
3. Alle voor de toepassing van deze Overeenkomst over te leggen akten en documenten worden vrijgesteld van het geldigverklaringsvisum van de diplomatieke of consulaire overheden.
4. Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn de bevoegde autoriteiten en de bevoegde instellingen van de overeenkomstsluitende Partijen ertoe gemachtigd rechtstreeks met elkaar alsmede met enig welke persoon te corresponderen, welke ook diens woonplaats. Het corresponderen mag geschieden in een van de officiële talen van de overeenkomstsluitende Partijen.
Art. 26. Collaboration administrative
1. Pour l'application de la présente Convention, les autorités compétentes ainsi que les institutions compétentes de chacune des Parties contractantes se prêtent réciproquement leurs bons offices, comme s'il s'agissait de l'application de leur propre législation. Cette entraide est en principe gratuite; toutefois, les autorités compétentes ou les institutions compétentes désigné par ces autorités compétentes peuvent convenir du remboursement de certains frais.
2. Le bénéfice des exemptions ou réductions de taxes, de droits de timbre, de greffe ou d'enregistrement prévues par la législation de l'une des Parties contractantes pour les pièces ou documents à produire en application de la législation de cette Partie, est étendu aux pièces et documents analogues à produire en application de la législation de l'autre Partie.
3. Tous actes et documents à produire en application de la présente Convention sont dispensés du visa de légalisation des autorités diplomatiques ou consulaires.
4. Pour l'application de la présente Convention, les autorités compétentes et les institutions compétentes des Parties contractantes sont habilités à correspondre directement entre eux de même qu'avec toute personne, quelle que soit sa résidence. La correspondance peut se faire dans une des langues officielles des Parties contractantes.
1. Pour l'application de la présente Convention, les autorités compétentes ainsi que les institutions compétentes de chacune des Parties contractantes se prêtent réciproquement leurs bons offices, comme s'il s'agissait de l'application de leur propre législation. Cette entraide est en principe gratuite; toutefois, les autorités compétentes ou les institutions compétentes désigné par ces autorités compétentes peuvent convenir du remboursement de certains frais.
2. Le bénéfice des exemptions ou réductions de taxes, de droits de timbre, de greffe ou d'enregistrement prévues par la législation de l'une des Parties contractantes pour les pièces ou documents à produire en application de la législation de cette Partie, est étendu aux pièces et documents analogues à produire en application de la législation de l'autre Partie.
3. Tous actes et documents à produire en application de la présente Convention sont dispensés du visa de légalisation des autorités diplomatiques ou consulaires.
4. Pour l'application de la présente Convention, les autorités compétentes et les institutions compétentes des Parties contractantes sont habilités à correspondre directement entre eux de même qu'avec toute personne, quelle que soit sa résidence. La correspondance peut se faire dans une des langues officielles des Parties contractantes.
Art. 27. Uitwisseling van persoonsgegevens
1. Onverminderd paragrafen 2 tot 4 en na uitdrukkelijk verzoek van de bedoelde gegevens, zijn de instellingen van de beide overeenkomstsluitende Partijen gemachtigd om voor de toepassing van deze Overeenkomst persoonsgegevens uit te wisselen, met inbegrip van gegevens met betrekking tot het inkomen van de personen die de instelling van een overeenkomstsluitende Partij nodig heeft voor de toepassing van een socialezekerheidswetgeving.
2. Bij het meedelen van de bovenvermelde gegevens door de instelling van een overeenkomstsluitende Partij, dient de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens van deze overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd.
3. Op de bewaring, de verwerking of de verspreiding van persoonsgegevens door de instelling van de overeenkomstsluitende Partij waaraan ze worden meegedeeld, is de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens van deze overeenkomstsluitende Partij van toepassing.
4. De gegevens bedoeld in dit artikel zijn vertrouwelijk en mogen voor geen andere doelen worden gebruikt dan voor de uitvoering van een socialezekerheidswetgeving en mogen enkel worden uitgewisseld tussen de bevoegde instellingen en/of de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Partijen.
1. Onverminderd paragrafen 2 tot 4 en na uitdrukkelijk verzoek van de bedoelde gegevens, zijn de instellingen van de beide overeenkomstsluitende Partijen gemachtigd om voor de toepassing van deze Overeenkomst persoonsgegevens uit te wisselen, met inbegrip van gegevens met betrekking tot het inkomen van de personen die de instelling van een overeenkomstsluitende Partij nodig heeft voor de toepassing van een socialezekerheidswetgeving.
2. Bij het meedelen van de bovenvermelde gegevens door de instelling van een overeenkomstsluitende Partij, dient de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens van deze overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd.
3. Op de bewaring, de verwerking of de verspreiding van persoonsgegevens door de instelling van de overeenkomstsluitende Partij waaraan ze worden meegedeeld, is de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens van deze overeenkomstsluitende Partij van toepassing.
4. De gegevens bedoeld in dit artikel zijn vertrouwelijk en mogen voor geen andere doelen worden gebruikt dan voor de uitvoering van een socialezekerheidswetgeving en mogen enkel worden uitgewisseld tussen de bevoegde instellingen en/of de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Partijen.
Art. 27. Echange de données personnelles
1. Sous réserve des paragraphes 2 à 4 et suite à la demande explicite des données visés, les institutions des deux Parties contractantes sont autorisées, pour l'exécution de la présente Convention, à échanger des données personnelles, en ce compris des données relatives aux revenus des personnes, dont l'institution d'une Partie contractante a besoin en vue de l'application d'une législation de sécurité sociale.
2. Dans le cadre de la communication des données précitées, l'institution d'une Partie contractante est tenue de respecter la législation de cette Partie contractante en matière de protection de la vie privée et des données personnelles.
3. La conservation, le traitement et la diffusion de données personnelles par l'institution de la Partie contractante à laquelle ces données ont été communiquées sont régis par le législation de cette Partie contractante en matière de protection des données personnelles.
4. Les données auxquelles il est fait référence dans le présent article sont confidentielle et utilisées exclusivement en vue de l'application d'une législation de sécurité sociale et ne peuvent être échangées qu'entre les institutions compétentes et/ou les autorités compétentes des deux Parties contractantes.
1. Sous réserve des paragraphes 2 à 4 et suite à la demande explicite des données visés, les institutions des deux Parties contractantes sont autorisées, pour l'exécution de la présente Convention, à échanger des données personnelles, en ce compris des données relatives aux revenus des personnes, dont l'institution d'une Partie contractante a besoin en vue de l'application d'une législation de sécurité sociale.
2. Dans le cadre de la communication des données précitées, l'institution d'une Partie contractante est tenue de respecter la législation de cette Partie contractante en matière de protection de la vie privée et des données personnelles.
3. La conservation, le traitement et la diffusion de données personnelles par l'institution de la Partie contractante à laquelle ces données ont été communiquées sont régis par le législation de cette Partie contractante en matière de protection des données personnelles.
4. Les données auxquelles il est fait référence dans le présent article sont confidentielle et utilisées exclusivement en vue de l'application d'une législation de sécurité sociale et ne peuvent être échangées qu'entre les institutions compétentes et/ou les autorités compétentes des deux Parties contractantes.
Art. 28. Aanvragen, verklaringen en rechtsmiddelen
Aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen die, krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen, binnen een bepaalde termijn hadden moeten ingediend worden bij een autoriteit, instelling of rechtscollege van deze Partij, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn worden ingediend bij een autoriteit, instelling of rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Partij. In dit geval dienen de aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen onverwijld aan de autoriteit, de instelling of het rechtscollege van de eerste overeenkomstsluitende Partij te worden overgemaakt, via de bevoegde autoriteiten of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Partijen. De datum waarop deze aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen werden ingediend bij een autoriteit, een instelling of een rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Partij wordt beschouwd als datum van indiening bij de ten deze bevoegde autoriteit, instelling of rechtscollege.
Een aanvraag of een document mag niet worden van de hand gewezen omdat ze opgesteld zijn in een officiële taal van de andere overeenkomstsluitende Partij.
Aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen die, krachtens de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen, binnen een bepaalde termijn hadden moeten ingediend worden bij een autoriteit, instelling of rechtscollege van deze Partij, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn worden ingediend bij een autoriteit, instelling of rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Partij. In dit geval dienen de aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen onverwijld aan de autoriteit, de instelling of het rechtscollege van de eerste overeenkomstsluitende Partij te worden overgemaakt, via de bevoegde autoriteiten of de bevoegde instellingen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Partijen. De datum waarop deze aanvragen, verklaringen of rechtsmiddelen werden ingediend bij een autoriteit, een instelling of een rechtscollege van de andere overeenkomstsluitende Partij wordt beschouwd als datum van indiening bij de ten deze bevoegde autoriteit, instelling of rechtscollege.
Een aanvraag of een document mag niet worden van de hand gewezen omdat ze opgesteld zijn in een officiële taal van de andere overeenkomstsluitende Partij.
Art. 28. Demandes, déclarations et recours
Les demandes, déclarations ou recours qui auraient dû être introduits, selon la législation d'une Partie contractante, dans un délai déterminé, auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de cette Partie, sont recevables s'ils sont introduits dans le même délai auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de l'autre Partie contractante. Dans ce cas, les demandes, déclarations ou recours doivent être transmis sans délai à l'autorité, à l'institution ou à la juridiction de la première Partie contractante, par l'intermédiaire des autorités compétentes ou des institutions compétents désignés par ces autorités compétentes des Parties contractantes. La date à laquelle ces demandes, déclarations ou recours ont été introduits auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de l'autre Partie contractante est considérée comme la date d'introduction auprès de l'autorité, de l'institution ou de la juridiction compétente pour en connaître.
Une demande ou un document ne peut être rejeté parce qu'il est rédigé dans une langue officielle de l'autre Partie contractante.
Les demandes, déclarations ou recours qui auraient dû être introduits, selon la législation d'une Partie contractante, dans un délai déterminé, auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de cette Partie, sont recevables s'ils sont introduits dans le même délai auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de l'autre Partie contractante. Dans ce cas, les demandes, déclarations ou recours doivent être transmis sans délai à l'autorité, à l'institution ou à la juridiction de la première Partie contractante, par l'intermédiaire des autorités compétentes ou des institutions compétents désignés par ces autorités compétentes des Parties contractantes. La date à laquelle ces demandes, déclarations ou recours ont été introduits auprès d'une autorité, d'une institution ou d'une juridiction de l'autre Partie contractante est considérée comme la date d'introduction auprès de l'autorité, de l'institution ou de la juridiction compétente pour en connaître.
Une demande ou un document ne peut être rejeté parce qu'il est rédigé dans une langue officielle de l'autre Partie contractante.
Art. 29. Erkenning van uitvoerbare beslissingen en documenten
1. Alle uitvoerbare beslissingen van de bevoegde instellingen of bevoegde autoriteiten van een van de overeenkomstsluitende Partijen, met betrekking tot socialezekerheidsbijdragen en andere vorderingen inzake sociale zekerheid, in het bijzonder met betrekking tot de terugvordering van onverschuldigd uitbetaalde prestaties, worden erkend door de bevoegde instellingen of bevoegde autoriteiten van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. De erkenning kan slechts worden geweigerd wanneer ze ingaat tegen de openbare orde van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de beslissing of het document in kwestie dient te worden uitgevoerd
3. De procedure voor de uitvoering van beslissingen en handelingen waartegen niet meer in beroep kan worden gegaan, moet in overeenstemming zijn met de wetgeving die de uitvoering van dergelijke vonnissen en handelingen regelt van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de beslissing of de handeling moet worden uitgevoerd.
1. Alle uitvoerbare beslissingen van de bevoegde instellingen of bevoegde autoriteiten van een van de overeenkomstsluitende Partijen, met betrekking tot socialezekerheidsbijdragen en andere vorderingen inzake sociale zekerheid, in het bijzonder met betrekking tot de terugvordering van onverschuldigd uitbetaalde prestaties, worden erkend door de bevoegde instellingen of bevoegde autoriteiten van de andere overeenkomstsluitende Partij.
2. De erkenning kan slechts worden geweigerd wanneer ze ingaat tegen de openbare orde van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de beslissing of het document in kwestie dient te worden uitgevoerd
3. De procedure voor de uitvoering van beslissingen en handelingen waartegen niet meer in beroep kan worden gegaan, moet in overeenstemming zijn met de wetgeving die de uitvoering van dergelijke vonnissen en handelingen regelt van de overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de beslissing of de handeling moet worden uitgevoerd.
Art. 29. Reconnaissance des décisions et documents exécutoires
1. Toutes les décisions exécutoires des institutions compétentes ou des autorités compétentes de l'une des Parties contractantes, concernant les cotisations de sécurité sociale et d'autres créances en matière de sécurité sociale, en particulier concernant la récupération de prestations indûment versées, sont reconnues par les institutions compétentes ou les autorités compétentes de l'autre Partie contractante.
2. La reconnaissance ne peut être refusée que si elle est contraire à l'ordre public de la Partie contractante sur le territoire de laquelle la décision ou le document en question doivent être exécutés.
3. La procédure d'exécution de décisions et d'actes irrévocables doit être conforme à la législation y relative de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'exécution a lieu.
1. Toutes les décisions exécutoires des institutions compétentes ou des autorités compétentes de l'une des Parties contractantes, concernant les cotisations de sécurité sociale et d'autres créances en matière de sécurité sociale, en particulier concernant la récupération de prestations indûment versées, sont reconnues par les institutions compétentes ou les autorités compétentes de l'autre Partie contractante.
2. La reconnaissance ne peut être refusée que si elle est contraire à l'ordre public de la Partie contractante sur le territoire de laquelle la décision ou le document en question doivent être exécutés.
3. La procédure d'exécution de décisions et d'actes irrévocables doit être conforme à la législation y relative de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'exécution a lieu.
Art. 30. Uitbetaling van de prestaties
De uitbetalingsinstellingen van prestaties ingevolge deze Overeenkomst kunnen er zich geldig van kwijten in hun nationale munt.
De bepalingen van de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen inzake controle op de wisseloperaties mogen geen belemmering zijn voor de vrije overdracht van geldbedragen ingevolge de toepassing van deze Overeenkomst.
De uitbetalingsinstellingen van prestaties ingevolge deze Overeenkomst kunnen er zich geldig van kwijten in hun nationale munt.
De bepalingen van de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen inzake controle op de wisseloperaties mogen geen belemmering zijn voor de vrije overdracht van geldbedragen ingevolge de toepassing van deze Overeenkomst.
Art. 30. Paiement des prestations
Les institutions débitrices de prestations en vertu de la présente Convention s'en libéreront valablement dans leur monnaie nationale.
Les dispositions de la législation d'une des Parties contractantes en matière de contrôle des changes ne peuvent faire obstacle au libre transfert des montants financiers résultant de l'application de la présente Convention.
Les institutions débitrices de prestations en vertu de la présente Convention s'en libéreront valablement dans leur monnaie nationale.
Les dispositions de la législation d'une des Parties contractantes en matière de contrôle des changes ne peuvent faire obstacle au libre transfert des montants financiers résultant de l'application de la présente Convention.
Art. 31. Bijleggen van geschillen
1. Geschillen over de interpretatie en de toepassing van deze Overeenkomst zullen indien mogelijk bijgelegd worden door de bevoegde autoriteiten.
2. Indien de bevoegde autoriteiten er, overeenkomstig paragraaf 1, niet in slagen deze geschillen bij te leggen, trachten de overeenkomstsluitende Partijen dit te doen via diplomatieke weg.
1. Geschillen over de interpretatie en de toepassing van deze Overeenkomst zullen indien mogelijk bijgelegd worden door de bevoegde autoriteiten.
2. Indien de bevoegde autoriteiten er, overeenkomstig paragraaf 1, niet in slagen deze geschillen bij te leggen, trachten de overeenkomstsluitende Partijen dit te doen via diplomatieke weg.
Art. 31. Règlement des différends
1. Les différends relatifs à l'interprétation et à l'application de la présente Convention seront réglés dans la mesure du possible par les autorités compétentes.
2. Si les autorités compétentes sont incapables de régler ces différends conformément au paragraphe 1er, les Parties contractantes doivent s'efforcer d'y parvenir au moyen de négociations par voie diplomatique.
1. Les différends relatifs à l'interprétation et à l'application de la présente Convention seront réglés dans la mesure du possible par les autorités compétentes.
2. Si les autorités compétentes sont incapables de régler ces différends conformément au paragraphe 1er, les Parties contractantes doivent s'efforcer d'y parvenir au moyen de négociations par voie diplomatique.
Art. 32. Niet-verschuldigde bedragen
1. Indien bij de uitbetaling of de herziening van prestaties bij toepassing van de Overeenkomst de instelling van een overeenkomstsluitende Partij de prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd die hoger is dan de som die hem verschuldigd is, kan deze instelling de bevoegde instelling van de andere Staat, die een overeenstemmende prestatie ten gunste van deze gerechtigde dient uit te keren, vragen het te veel betaalde in te houden op de uitstaande achterstallen die aan deze gerechtigde verschuldigd zijn. De modaliteiten voor de toepassing van deze bepaling zullen vastgelegd worden na gemeen overleg tussen de bevoegde autoriteiten van België en Israël.
Indien het te veel betaalde niet kan worden ingehouden op de uitstaande achterstallen, zullen de bepalingen van paragraaf 2 van toepassing zijn.
2. Wanneer de instelling van een van de overeenkomstsluitende Partijen aan een prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd hoger dan de aan deze laatste verschuldigde som, kan deze instelling, binnen de voorwaarden en grenzen als bepaald bij de door haar toegepaste wetgeving, de instelling van de andere overeenkomstsluitende Partij die de prestaties van deze gerechtigde uitkeert, erom verzoeken het te veel betaalde in te houden op de sommen die het deze gerechtigde stort. Laatstgenoemde instelling verricht de inhouding binnen de voorwaarden en grenzen waarin een dergelijke verevening toegelaten is bij de wetgeving die het toepast, als gold het de sommen die het zelf te veel had uitgekeerd, en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het bevoegd orgaan dat de vordering heeft.
1. Indien bij de uitbetaling of de herziening van prestaties bij toepassing van de Overeenkomst de instelling van een overeenkomstsluitende Partij de prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd die hoger is dan de som die hem verschuldigd is, kan deze instelling de bevoegde instelling van de andere Staat, die een overeenstemmende prestatie ten gunste van deze gerechtigde dient uit te keren, vragen het te veel betaalde in te houden op de uitstaande achterstallen die aan deze gerechtigde verschuldigd zijn. De modaliteiten voor de toepassing van deze bepaling zullen vastgelegd worden na gemeen overleg tussen de bevoegde autoriteiten van België en Israël.
Indien het te veel betaalde niet kan worden ingehouden op de uitstaande achterstallen, zullen de bepalingen van paragraaf 2 van toepassing zijn.
2. Wanneer de instelling van een van de overeenkomstsluitende Partijen aan een prestatiegerechtigde een som heeft uitgekeerd hoger dan de aan deze laatste verschuldigde som, kan deze instelling, binnen de voorwaarden en grenzen als bepaald bij de door haar toegepaste wetgeving, de instelling van de andere overeenkomstsluitende Partij die de prestaties van deze gerechtigde uitkeert, erom verzoeken het te veel betaalde in te houden op de sommen die het deze gerechtigde stort. Laatstgenoemde instelling verricht de inhouding binnen de voorwaarden en grenzen waarin een dergelijke verevening toegelaten is bij de wetgeving die het toepast, als gold het de sommen die het zelf te veel had uitgekeerd, en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het bevoegd orgaan dat de vordering heeft.
Art. 32. Paiements indus
1. Si, lors de la liquidation ou de la révision de prestations en application de la Convention, l'institution d'une Partie contractante a versé au bénéficiaire de prestations une somme qui excède celle à laquelle il a droit, cet institution peut demander à l'institution de l'autre Partie, débiteur d'une prestation correspondante en faveur de ce bénéficiaire, de retenir le montant payé en trop sur les rappels des arrérages dus audit bénéficiaire. Les modalités d'application de cette disposition seront arrêtées de commun accord entre les autorités compétentes belges et israéliennes.
Si le montant payé en trop ne peut être retenu sur les rappels d'arrérages, les dispositions du paragraphe 2 sont applicables.
2. Lorsque l'institution de l'une des Parties contractantes a versé à un bénéficiaire de prestations une somme excédant celle à laquelle il a droit, cet institution peut, dans les conditions et limites prévues par la législation qu'il applique, demander à l'institution de l'autre Partie contractante, débiteur de prestations en faveur de ce bénéficiaire, de déduire la somme excédentaire des montants qu'il verse audit bénéficiaire. Ce dernier institution opère la déduction dans les conditions et limites où une telle compensation est autorisée par la législation qu'il applique, comme s'il s'agissait de sommes excédentaires payées par lui-même, et transfère le montant ainsi déduit à l'institution créancier.
1. Si, lors de la liquidation ou de la révision de prestations en application de la Convention, l'institution d'une Partie contractante a versé au bénéficiaire de prestations une somme qui excède celle à laquelle il a droit, cet institution peut demander à l'institution de l'autre Partie, débiteur d'une prestation correspondante en faveur de ce bénéficiaire, de retenir le montant payé en trop sur les rappels des arrérages dus audit bénéficiaire. Les modalités d'application de cette disposition seront arrêtées de commun accord entre les autorités compétentes belges et israéliennes.
Si le montant payé en trop ne peut être retenu sur les rappels d'arrérages, les dispositions du paragraphe 2 sont applicables.
2. Lorsque l'institution de l'une des Parties contractantes a versé à un bénéficiaire de prestations une somme excédant celle à laquelle il a droit, cet institution peut, dans les conditions et limites prévues par la législation qu'il applique, demander à l'institution de l'autre Partie contractante, débiteur de prestations en faveur de ce bénéficiaire, de déduire la somme excédentaire des montants qu'il verse audit bénéficiaire. Ce dernier institution opère la déduction dans les conditions et limites où une telle compensation est autorisée par la législation qu'il applique, comme s'il s'agissait de sommes excédentaires payées par lui-même, et transfère le montant ainsi déduit à l'institution créancier.
Art. 33. Samenwerking inzake fraudebestrijding
Onverminderd de respectieve wetgeving van elke overeenkomstsluitende Partij, zullen de bevoegde autoriteiten, naast de toepassing van de algemene principes inzake administratieve samenwerking Partij, in een administratieve schikking regels overeenkomen volgens dewelke ze hun medewerking verlenen aan de bestrijding van grensoverschrijdende fraude inzake socialezekerheidsbijdragen en -prestaties, in het bijzonder wat de werkelijke woonplaats van personen, het overlijden van personen, de raming van het inkomen, de berekening van de bijdragen en het cumuleren van prestaties betreft.
Onverminderd de respectieve wetgeving van elke overeenkomstsluitende Partij, zullen de bevoegde autoriteiten, naast de toepassing van de algemene principes inzake administratieve samenwerking Partij, in een administratieve schikking regels overeenkomen volgens dewelke ze hun medewerking verlenen aan de bestrijding van grensoverschrijdende fraude inzake socialezekerheidsbijdragen en -prestaties, in het bijzonder wat de werkelijke woonplaats van personen, het overlijden van personen, de raming van het inkomen, de berekening van de bijdragen en het cumuleren van prestaties betreft.
Art. 33. Coopération en matière de lutte contre les fraudes
Sous réserve de la législation respective de chaque Partie contractante, et outre l'application des principes généraux de coopération administrative, les autorités compétentes conviendront, dans un arrangement administratif, des modalités selon lesquelles elles se prêtent leur concours pour lutter contre les fraudes transfrontalières relatives aux cotisations et aux prestations de sécurité sociale, en particulier pour ce qui concerne la résidence effective des personnes, le décès de personnes, l'appréciation des revenus, le calcul des cotisations et les cumuls de prestations.
Sous réserve de la législation respective de chaque Partie contractante, et outre l'application des principes généraux de coopération administrative, les autorités compétentes conviendront, dans un arrangement administratif, des modalités selon lesquelles elles se prêtent leur concours pour lutter contre les fraudes transfrontalières relatives aux cotisations et aux prestations de sécurité sociale, en particulier pour ce qui concerne la résidence effective des personnes, le décès de personnes, l'appréciation des revenus, le calcul des cotisations et les cumuls de prestations.
DEEL V. - Overgangs- en slotbepalingen
TITRE V. - Dispositions transitoires et finales
Art. 34. Gebeurtenissen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Overeenkomst
1. Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan vóór zij van kracht werd.
2. Deze Overeenkomst doet geen enkel recht ontstaan op prestaties voor een tijdvak dat aan haar inwerkingtreding voorafgaat.
3. Ieder verzekeringstijdvak dat onder de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen werd vervuld vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt in aanmerking genomen voor het vaststellen van het recht op een overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen prestatie.
4. Deze Overeenkomst is niet van toepassing op rechten die werden vastgesteld door toekenning van een forfaitaire uitkering of door terugbetaling van bijdragen.
1. Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan vóór zij van kracht werd.
2. Deze Overeenkomst doet geen enkel recht ontstaan op prestaties voor een tijdvak dat aan haar inwerkingtreding voorafgaat.
3. Ieder verzekeringstijdvak dat onder de wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Partijen werd vervuld vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt in aanmerking genomen voor het vaststellen van het recht op een overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen prestatie.
4. Deze Overeenkomst is niet van toepassing op rechten die werden vastgesteld door toekenning van een forfaitaire uitkering of door terugbetaling van bijdragen.
Art. 34. Eventualités antérieures à l'entrée en vigueur de la Convention
1. La présente Convention s'applique également aux éventualités qui se sont réalisées antérieurement à son entrée en vigueur.
2. La présente Convention n'ouvre aucun droit à des prestations pour une période antérieure à son entrée en vigueur.
3. Toute période d'assurance accomplie sous la législation de l'une des Parties contractantes avant la date d'entrée en vigueur de la présente Convention est prise en considération pour la détermination du droit à une prestation s'ouvrant conformément aux dispositions de cette Convention.
4. La présente Convention ne s'applique pas aux droits qui ont été liquidés par l'octroi d'une indemnité forfaitaire ou par le remboursement de cotisations.
1. La présente Convention s'applique également aux éventualités qui se sont réalisées antérieurement à son entrée en vigueur.
2. La présente Convention n'ouvre aucun droit à des prestations pour une période antérieure à son entrée en vigueur.
3. Toute période d'assurance accomplie sous la législation de l'une des Parties contractantes avant la date d'entrée en vigueur de la présente Convention est prise en considération pour la détermination du droit à une prestation s'ouvrant conformément aux dispositions de cette Convention.
4. La présente Convention ne s'applique pas aux droits qui ont été liquidés par l'octroi d'une indemnité forfaitaire ou par le remboursement de cotisations.
Art. 35. Herziening, verjaring, verval
1. Elke prestatie die niet werd vereffend of die werd geschorst wegens de nationaliteit van de rechthebbende of wegens diens woonplaats buiten het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de rechthebbende, vereffend of hervat met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2. De rechten van de belanghebbenden die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de vaststelling van een pensioen of een rente hebben bekomen, worden op hun verzoek herzien, rekening gehouden met de bepalingen van deze Overeenkomst. In geen geval mag dergelijke herziening als gevolg hebben dat de vroegere rechten van de betrokkenen verminderd worden.
3. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend binnen een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst in werking treedt, zijn de overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen rechten verworven met ingang van deze datum, zonder dat de bepalingen van de wetgeving van de ene of van de andere overeenkomstsluitende Partij betreffende het verval of de verjaring van rechten, tegen deze rechthebbenden mogen ingeroepen worden.
4. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend na het verstrijken van een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst in werking treedt, worden de rechten die vervallen noch verjaard zijn slechts verkregen vanaf de datum van het verzoek, onder voorbehoud van gunstigere bepalingen in de wetgeving van de betrokken overeenkomstsluitende Partij.
1. Elke prestatie die niet werd vereffend of die werd geschorst wegens de nationaliteit van de rechthebbende of wegens diens woonplaats buiten het grondgebied van een overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de rechthebbende, vereffend of hervat met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2. De rechten van de belanghebbenden die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de vaststelling van een pensioen of een rente hebben bekomen, worden op hun verzoek herzien, rekening gehouden met de bepalingen van deze Overeenkomst. In geen geval mag dergelijke herziening als gevolg hebben dat de vroegere rechten van de betrokkenen verminderd worden.
3. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend binnen een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst in werking treedt, zijn de overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen rechten verworven met ingang van deze datum, zonder dat de bepalingen van de wetgeving van de ene of van de andere overeenkomstsluitende Partij betreffende het verval of de verjaring van rechten, tegen deze rechthebbenden mogen ingeroepen worden.
4. Ingeval het verzoek bedoeld in paragraaf 1 of 2 van dit artikel wordt ingediend na het verstrijken van een termijn van twee jaar ingaand op de datum dat deze Overeenkomst in werking treedt, worden de rechten die vervallen noch verjaard zijn slechts verkregen vanaf de datum van het verzoek, onder voorbehoud van gunstigere bepalingen in de wetgeving van de betrokken overeenkomstsluitende Partij.
Art. 35. Révision, prescription, déchéance
1. Toute prestation qui n'a pas été liquidée ou qui a été suspendue à cause de la nationalité de l'intéressé ou en raison de sa résidence sur le territoire d'une Partie contractante est, à la demande de l'intéressé, liquidée ou rétablie à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention.
2. Les droits des intéressés ayant obtenu, antérieurement à l'entrée en vigueur de la présente Convention, la liquidation d'une prestation, sont révisés à leur demande, compte tenu des dispositions de cette Convention. En aucun cas, une telle révision ne doit avoir pour effet de réduire les droits antérieurs des intéressés.
3. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée dans un délai de deux ans à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention, les droits ouverts découlent de l'application de cette Convention sont acquis à partir de cette date, sans que les dispositions de la législation de l'une ou de l'autre Partie contractante, relatives à la déchéance ou à la prescription des droits, soient opposables aux intéressés.
4. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée après l'expiration d'un délai de deux ans suivant l'entrée en vigueur de la présente Convention, les droits qui ne sont pas frappés de déchéance ou qui ne sont pas prescrits sont acquis à partir de la date de la demande, sous réserve de dispositions plus favorables de la législation de la Partie contractante en cause.
1. Toute prestation qui n'a pas été liquidée ou qui a été suspendue à cause de la nationalité de l'intéressé ou en raison de sa résidence sur le territoire d'une Partie contractante est, à la demande de l'intéressé, liquidée ou rétablie à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention.
2. Les droits des intéressés ayant obtenu, antérieurement à l'entrée en vigueur de la présente Convention, la liquidation d'une prestation, sont révisés à leur demande, compte tenu des dispositions de cette Convention. En aucun cas, une telle révision ne doit avoir pour effet de réduire les droits antérieurs des intéressés.
3. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée dans un délai de deux ans à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente Convention, les droits ouverts découlent de l'application de cette Convention sont acquis à partir de cette date, sans que les dispositions de la législation de l'une ou de l'autre Partie contractante, relatives à la déchéance ou à la prescription des droits, soient opposables aux intéressés.
4. Si la demande visée aux paragraphes 1er ou 2 du présent article est présentée après l'expiration d'un délai de deux ans suivant l'entrée en vigueur de la présente Convention, les droits qui ne sont pas frappés de déchéance ou qui ne sont pas prescrits sont acquis à partir de la date de la demande, sous réserve de dispositions plus favorables de la législation de la Partie contractante en cause.
Art. 36. Duur
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze kan worden opgezegd door een van de overeenkomstsluitende Partijen door middel van een diplomatieke nota aan de andere Partij, met een opzeggingstermijn van twaalf maanden.
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze kan worden opgezegd door een van de overeenkomstsluitende Partijen door middel van een diplomatieke nota aan de andere Partij, met een opzeggingstermijn van twaalf maanden.
Art. 36. Durée
La présente Convention est conclue pour une durée indéterminée. Elle pourra être dénoncée par une des Parties contractantes par notification écrite adressée par note diplomatique à l'autre Partie avec un préavis de douze mois.
La présente Convention est conclue pour une durée indéterminée. Elle pourra être dénoncée par une des Parties contractantes par notification écrite adressée par note diplomatique à l'autre Partie avec un préavis de douze mois.
Art. 37. Waarborg voor verworven rechten of rechten in wording
In geval van opzegging van deze Overeenkomst worden de rechten op en de uitkeringen van prestaties verworven krachtens de Overeenkomst gehandhaafd. De overeenkomstsluitende Partijen nemen de nodige schikkingen met betrekking tot de rechten in wording.
In geval van opzegging van deze Overeenkomst worden de rechten op en de uitkeringen van prestaties verworven krachtens de Overeenkomst gehandhaafd. De overeenkomstsluitende Partijen nemen de nodige schikkingen met betrekking tot de rechten in wording.
Art. 37. Garantie des droits acquis ou en voie d'acquisition
En cas de dénonciation de la présente Convention, les droits et paiements des prestations acquis en vertu de la Convention seront maintenus. Les Parties contractantes prendront des arrangements en ce qui concerne les droits en voie d'acquisition.
En cas de dénonciation de la présente Convention, les droits et paiements des prestations acquis en vertu de la Convention seront maintenus. Les Parties contractantes prendront des arrangements en ce qui concerne les droits en voie d'acquisition.
Art. 38. Inwerkingtreding
1. Deze Overeenkomst treedt in werking de eerste dag van de derde maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de twee overeenkomstsluitende Partijen de andere overeenkomstsluitende Partij via diplomatieke weg zal medegedeeld hebben dat alle vereiste interne wettelijke formaliteiten vervuld zijn.
2. Op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, zal de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, vervangen worden door deze Overeenkomst.
1. Deze Overeenkomst treedt in werking de eerste dag van de derde maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de twee overeenkomstsluitende Partijen de andere overeenkomstsluitende Partij via diplomatieke weg zal medegedeeld hebben dat alle vereiste interne wettelijke formaliteiten vervuld zijn.
2. Op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, zal de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, vervangen worden door deze Overeenkomst.
Art. 38. Entrée en vigueur
1. La présente Convention entrera en vigueur le premier jour du troisième mois qui suivra la date de réception de la note par laquelle la dernière des deux Parties contractantes aura signifié à l'autre Partie contractante que toutes les formalités internes légalement requises ont été accomplies.
2. Le jour de l'entrée en vigueur de la présente Convention, la Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et l'Etat d'Israël, signée à Bruxelles le 5 juillet 1971, est remplacée par la présente Convention.
1. La présente Convention entrera en vigueur le premier jour du troisième mois qui suivra la date de réception de la note par laquelle la dernière des deux Parties contractantes aura signifié à l'autre Partie contractante que toutes les formalités internes légalement requises ont été accomplies.
2. Le jour de l'entrée en vigueur de la présente Convention, la Convention sur la sécurité sociale entre le Royaume de Belgique et l'Etat d'Israël, signée à Bruxelles le 5 juillet 1971, est remplacée par la présente Convention.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Datum inwerkingtreding : 01/06/2017
Art. N. Date d'entrée en vigueur : 01/06/2017