Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JUNI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de concordantie, de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van het buitengewoon onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding
Titre
15 JUIN 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative à la concordance, aux titres et aux échelles de traitement des membres du personnel de l'enseignement spécial et des centres d'encadrement des élèves
Dokumentinformationen
Numac: 2018013144
Datum: 2018-06-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013144
Date: 2018-06-15
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het Koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Artikel 1. § 1 In artikel 16, § 1 van het Koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016, wordt in deel A in het punt h) de zinsnede "een bezoldigd technisch ambt met volledige prestaties heeft verstrekt" vervangen door de zinsnede "een bezoldigd ambt met volledige prestaties heeft verstrekt in een ambt van het technisch of bestuurs- en onderwijzend, of ondersteunend personeel";
In het bovenvermelde artikel wordt in deel B in het punt f) de zinsnede "een bezoldigd technisch ambt met onvolledige prestaties heeft verstrekt" vervangen door de zinsnede "een bezoldigd ambt met onvolledige prestaties heeft verstrekt in een ambt van het technisch of bestuurs- en onderwijzend, of ondersteunend personeel".
§ 2. In artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 7 september 1991, wordt het woord "administratief" vervangen door het woord "ondersteunend".
Article 1er. § 1er. Dans l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016, dans la partie A, au point h), le membre de phrase " a rendus comme titulaire d'une fonction rémunérée à prestations complètes " est remplacé par le membre de phrase " a rendus comme titulaire d'une fonction rémunérée à prestations complètes dans une fonction du personnel technique ou directeur et enseignant ou d'appui " ;
Dans l'article précité, dans la partie B, au point f), le membre de phrase " a rendus comme titulaire d'une fonction rémunérée à prestations incomplètes " est remplacé par le membre de phrase " a rendus comme titulaire d'une fonction rémunérée à prestations incomplètes dans une fonction du personnel technique ou directeur et enseignant ou d'appui ".
§ 2. Dans l'article 47bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du 7 septembre 1991, le mot " administratif " est remplacé par le mot " d'appui ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial
Art. 2. In het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt een artikel 15quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 15quinquies. § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 13bis, die met toepassing van artikel 13bis, 3°, een lagere salarisschaal toegewezen zouden krijgen, blijven in de school de salarisschaal genieten die hun op 30 juni 2018 op basis van dat artikel is toegekend, tenzij de bepalingen van artikel 13bis recht geven op een hogere salarisschaal.
§ 2. De personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 1 :
voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en het zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 2. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, il est inséré un article 15quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 15quinquies. § 1er. Les membres du personnel, visés à l'article 13bis, qui se verraient attribuer une échelle de traitement inférieure en application de l'article 13bis, 3°, continuent à bénéficier dans l'école de l'échelle de traitement qui leur est accordée au 30 juin 2018 sur la base dudit article, sauf si les dispositions de l'article 13bis donnent droit à une échelle de traitement supérieure.
§ 2. Les membres du personnel conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 1er :
en ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique ;
en ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les échelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des élèves
Art. 3. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt paragraaf 6 opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 fixant les titres et les traitements du personnel des centres d'encadrement des élèves, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, le § 6 est abrogé.
Art. 4. In artikel 5bis, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
"6° onbezoldigd ouderschapsverlof;".
Art. 4. Dans l'article 5bis, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° le congé parental non rémunéré ; ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, worden een artikel 5ter tot en met 5sexies ingevoegd, die luiden als volgt :
"Art. 5ter. § 1 Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die :
uiterlijk op 31 augustus 2018 als titularis belast zijn met het mandaat of vast benoemd zijn in het ambt van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding;
in de loop van het schooljaar 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018 en voor 1 januari 2018 tijdelijk belast zijn met een opdracht in het mandaat van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding;
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 1° behouden ten persoonlijke titel salarisschaal 599;
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2° hebben recht op salarisschaal 599 wanneer zij aangesteld worden in het ambt van directeur in een centrum voor leerlingenbegeleiding;
§ 2. De personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 1 :
voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en het zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 5quater. § 1. In het kader van de ambtshalve concordantie conform artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 worden er overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die :
uiterlijk op 31 augustus 2018 vast benoemd zijn in het ambt van medewerker in een CLB;
tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het ambt van medewerker in een CLB in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, worden geacht over een vereist bekwaamheidsbewijs te beschikken voor het ambt van administratief medewerker met het omkaderingsgewicht dat is toegekend aan de houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989, en de diploma's die daarmee in het voormelde besluit gelijkgesteld zijn.
De personeelsleden behouden de salarisschaal die hun verleend is in het ambt van medewerker conform artikel 5, 5bis en de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, zoals van kracht vóór 1 september 2018.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het tweede lid worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en het zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.
Art. 5quinquies. § 1. In het kader van de ambtshalve concordantie conform artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, worden er overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die :
uiterlijk op 31 augustus 2018 vast benoemd zijn in het ambt van administratief werker;
tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het ambt van administratief werker in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, worden geacht over een vereist bekwaamheidsbewijs te beschikken voor het ambt van administratief medewerker met het omkaderingsgewicht dat is toegekend aan de houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor als vermeld in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989, en de diploma's die daarmee in het voormelde besluit gelijkgesteld zijn.
De personeelsleden behouden de salarisschaal die hun verleend is in het ambt van administratief werker conform artikel 5, 5bis en de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, zoals van kracht vóór 1 september 2018.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, behouden de overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, behouden de overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het tweede lid worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en het zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 5sexies. § 1. Op 1 september 2018 kan een individuele concordantie als vermeld in artikel 56quater, paragraaf 1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, paragraaf 1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, naar het ambt van coördinator toegekend worden.
De individuele concordantie kan toegekend worden aan de personeelsleden die :
uiterlijk op 31 augustus 2018 vast benoemd zijn in een ambt in een centrum voor leerlingenbegeleiding en voor 1 januari 2018 belast met een coördinatiefunctie, conform artikel 76 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, zoals van kracht voor 1 september 2018;
of in de loop van het schooljaar 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018 tijdelijk aangesteld zijn in een ambt in een centrum voor leerlingenbegeleiding en voor 1 januari 2018 belast geweest zijn met een coördinatiefunctie, conform artikel 76 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, zoals van kracht voor 1 september 2018.
§ 2. Bij een individuele concordantie, als vermeld in paragraaf 1, geldt het volgende :
de diensten, gepresteerd in het oude ambt, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in het ambt van coördinator;
wie vast benoemd is voor het oude ambt, is vast benoemd voor het ambt van coördinator;
wie ter beschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking voor het oude onderliggende ambt, is dat ook voor het ambt van coördinator;
wie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het oude ambt, is dat ook in het ambt van coördinator;
een conformiteitsattest voor het oude onderliggende ambt, uitgereikt ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36], geldt automatisch voor het ambt van coördinator;
§ 3. Het individueel concordantieformulier als vermeld in artikel 56quater, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, moet ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot uiterlijk 15 september 2018.
§ 4. Als het personeelslid en het bestuur van het centrum voor leerlingenbegeleiding niet tot een akkoord komen, kan het personeelslid het bezwaarschrift, vermeld in artikel 56quater, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en in artikel 74quinquies, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, uiterlijk tien kalenderdagen nadat de beslissing hem werd meegedeeld, indienen bij de Commissie Bezwaarschriften.
Als het bestuur van het centrum voor leerlingenbegeleiding nagelaten heeft een beslissing te nemen, kan het personeelslid een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Commissie Bezwaarschriften tot uiterlijk 5 oktober 2018.
§ 5. De Commissie Bezwaarschriften bestaat uit de administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, of zijn afgevaardigde, en uit een bevoegde inspecteur. De Commissie Bezwaarschriften beslist collegiaal binnen de dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de Commissie ingediend werd.
§ 6. Aan het personeelslid dat een coördinatiefunctie uitgeoefend heeft en dat in toepassing van paragraaf 1 een individuele concordantie krijgt maar niet over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor het ambt van coördinator, wordt een overgangsmaatregel toegekend.
De personeelsleden vermeld in het eerste lid worden geacht over een vereist bekwaamheidsbewijs te beschikken. Zij worden ten persoonlijke titel aangesteld in het ambt van coördinator met salarisschaal 202 vermeerderd met de niet verworven salarisschaal 268 en omkaderingsgewicht 0,9.
§ 7. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 6 zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, behouden de overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 6 zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van het tweede lid worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en het zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 5. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, il est inséré les articles 5ter à 5sexies, rédigés comme suit :
" Art. 5ter. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui :
au plus tard le 31 août 2018, en tant que titulaire, sont chargés du mandat ou sont nommés à titre définitif dans la fonction de directeur dans un centre d'encadrement des élèves ;
au cours de l'année scolaire 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018 et avant le 1er janvier 2018, sont temporairement investis d'une charge dans le mandat de directeur d'un centre d'encadrement des élèves ;
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, 1°, conservent à titre personnel l'échelle de traitement 599 ;
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, 2°, ont droit à l'échelle de traitement 599 lorsqu'ils sont désignés à la fonction de directeur dans un centre d'encadrement des élèves ;
§ 2. Les membres du personnel conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 1er :
en ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique ;
en ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 5quater. § 1er. Dans le cadre de la concordance d'office conformément à l'article 56ter du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 oul'article 74quater du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui :
au plus tard le 31 août 2018, sont nommés à titre définitif dans la fonction de collaborateur d'un centre d'encadrement des élèves ;
sont temporairement désignés à ou temporairement investis d'une charge dans la fonction de collaborateur dans un centre d'encadrement des élèves pendant les années scolaires 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er, sont censés disposer d'un titre requis pour la fonction de collaborateur administratif ayant la pondération d'encadrement qui est accordée au porteur d'un titre d'enseignement secondaire supérieur au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989, et des diplômes qui y sont assimilés dans l'arrêté précité.
Les membres du personnel conservent l'échelle de traitement qui leur est accordée dans la fonction de collaborateur conformément à l'article 5, 5bis et l'annexe jointe au présent arrêté, tels qu'en vigueur avant le 1er septembre 2018.
§ 2. Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 1er, alinéa 2, tant qu'ils sont en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique.
Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 1er, alinéa 2, tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de l'alinéa 2, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum.
Art. 5quinquies. § 1er. Dans le cadre de la concordance d'office conformément à l'article 56ter du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 oul'article 74quater du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui :
au plus tard le 31 août 2018, sont nommés à titre définitif dans la fonction de collaborateur administratif ;
sont temporairement désignés à ou temporairement investis d'une charge dans la fonction de collaborateur administratif pendant les années scolaires 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er, sont censés disposer d'un titre requis pour la fonction de collaborateur administratif ayant la pondération d'encadrement qui est accordée au porteur d'un titre de bachelor au moins, tel que visé à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989, et des diplômes qui y sont assimilés dans l'arrêté précité.
Les membres du personnel conservent l'échelle de traitement qui leur est accordée dans la fonction de collaborateur administratif conformément à l'article 5, 5bis et l'annexe jointe au présent arrêté, tels qu'en vigueur avant le 1er septembre 2018.
§ 2. Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, conservent les mesures transitoires tant qu'ils sont en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique.
Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, conservent les mesures transitoires tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de l'alinéa 2, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 5sexies. § 1er. Le 1er septembre 2018, une concordance individuelle telle que visée à l'article 56quater, paragraphe 1er du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et l'article 74quinquies, paragraphe 1er du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, peut être accordée à la fonction de coordinateur.
La concordance individuelle peut être accordée aux membres du personnel qui :
au plus tard le 31 août 2018, sont nommés à titre définitif dans une fonction dans un centre d'encadrement des élèves et, avant le 1er janvier 2018 sont chargés d'une fonction de coordination, conformément à l'article 76 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, tel qu'en vigueur avant le 1er septembre 2018 ;
ou, au cours de l'année scolaire 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018 sont temporairement désignés à une fonction dans un centre d'encadrement des élèves et, avant la 1er janvier 2018, sont temporairement chargés d'une fonction de coordination, conformément à l'article 76 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, tel qu'en vigueur avant le 1er septembre 2018.
§ 2. Les dispositions suivantes s'appliquent à la concordance individuelle, telle que visée au paragraphe 1er :
les services accomplis dans l'ancienne fonction sont automatiquement pris en compte comme des services prestés dans la fonction de coordinateur ;
celui qui est nommé à titre définitif pour l'ancienne fonction est nommé à titre définitif pour la fonction de coordinateur ;
celui qui était mis en disponibilité par défaut d'emploi pour l'ancienne fonction sous-jacente, l'est également pour la fonction de coordinateur ;
celui qui était réaffecté ou remis au travail dans l'ancienne fonction, l'est également dans la fonction de coordinateur ;
une attestation de conformité pour l'ancienne fonction sous-jacente, délivrée en exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 relatif à la transposition de la Directive européenne 2005/36 pour des fonctions de recrutement dans l'enseignement et pour certaines fonctions dans l'éducation de base, et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif à la reconnaissance de qualifications professionnelles pour les professions réglementées dans l'enseignement dans le cadre de la Directive européenne 2005/36], vaut automatiquement pour la fonction de coordinateur ;
§ 3. Le formulaire de concordance individuelle, tel que visé à l'article 56quater, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 74quinquies, § 2, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, doit être déposé à l'Agence de Services d'Enseignement, au plus tard le 15 septembre 2018.
§ 4. Si le membre du personnel et la direction du centre d'encadrement des élèves ne parviennent pas à un accord, le membre du personnel peut introduire auprès de la Commission des Réclamations la réclamation, visée à l'article 56quater, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire et à l'article 74quinquies, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, au plus tard dix jours calendaires après que la décision lui a été communiquée.
Si la direction du centre d'encadrement des élèves a omis de prendre une décision, le membre du personnel peut introduire une réclamation motivée auprès de la Commission des Réclamations, au plus tard le 5 octobre 2018.
§ 5. La Commission des Réclamations se compose de l'administrateur général de l' Agence de Services d'Enseignement, ou son délégué, et d'un inspecteur compétent. La Commission des Réclamations statue de manière collégiale dans les trente jours calendaires suivant l'introduction de la réclamation auprès de la Commission.
§ 6. Une mesure transitoire est accordée au membre du personnel qui a exercé une fonction de coordination et qui bénéficie d'une concordance individuelle en application du paragraphe 1er, mais qui ne dispose pas d'un titre requis pour la fonction de coordinateur.
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, sont censés disposer d'un titre requis. Ils sont désignés à titre personnel à la fonction de coordonnateur avec l'échelle de traitement 202 majorée de l'échelle de traitement non acquise 268 et la pondération d'encadrement 0,9.
§ 7. Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 6, tant qu'ils sont en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique.
Les membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, conservent les mesures transitoires, visées au paragraphe 6, tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de l'alinéa 2, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire ;
10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 6. Aan artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, 10 september 2010, 7 oktober 2011 en 26 juni 2015, wordt een punt 20 toegevoegd, dat luidt als volgt :
"20 : met ingang van 1 september 2018.".
Art. 6. L'article 6bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 octobre 2008, 10 septembre 2010, 7 octobre 2011 et 26 juin 2015, est complété par un point 20, rédigé comme suit :
" 20 : à partir du 1er septembre 2018. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt de bijlage vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, l'annexe est remplacée par l'annexe 1, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial
Art. 8. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs, laatst gewijzigd op 21 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 2 wordt de zinsnede "de in § 1 vermelde personeelsleden die :" vervangen door de zinsnede "de in paragraaf 1 vermelde personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2018 :";
in punt 1° van paragraaf 2 worden de woorden "aangewezen zijn" vervangen door de woorden "aangewezen geweest zijn";
in punt 2° van paragraaf 2 worden de woorden "tewerkgesteld zijn" vervangen door de woorden "tewerkgesteld geweest zijn".
er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Vastbenoemde personeelsleden die krachtens de bepalingen van dit artikel recht hebben op de in artikel 4 bedoelde niet-verworven salarisschaal, behouden ten persoonlijke titel deze niet-verworven salarisschaal als zij volgens artikel 31, § 4bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 45, § 4bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 via een affectatie of een mutatie aangesteld worden in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs.
Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel vermeld in het eerste lid zolang dit personeelslid in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
Tijdelijke personeelsleden die krachtens de bepalingen van dit artikel recht hebben op de in artikel 4 bedoelde niet-verworven salarisschaal behouden ten persoonlijke titel deze niet-verworven salarisschaal als ze aangesteld worden in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat ze op de vooravond van de aanstelling in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, beschikken over minimaal 720 dagen dienstanciënniteit in het buitengewoon onderwijs, berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
Tijdelijke personeelsleden behouden de overgangsmaatregel vermeld in het derde lid zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd :
de vakantieperioden;
de loopbaanonderbreking en zorgkrediet;
de militaire dienst;
de perioden van wederoproeping;
de ziekte- en bevallingsverloven;
onbezoldigd ouderschapsverlof
de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.".
Art. 8. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial, modifié en dernier lieu le 21 novembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 2, le membre de phrase " aux membres du personnel mentionnés au § 1er " est remplacé par le membre de phrase " aux membres du personnel visés au paragraphe 1er qui, au plus tard le 31 août 2018 : " ;
dans le point 1° du paragraphe 2, les mots " qui sont désignés " sont remplacés par les mots " qui ont été désignés " ;
dans le point 2° du paragraphe 2, les mots " qui sont employés " sont remplacés par les mots " qui ont été employés ".
il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Les membres du personnel nommés à titre définitif qui, en vertu des dispositions du présent article, ont droit à l'échelle de traitement non acquise, visée à l'article 4, conservent à titre personnel cette échelle de traitement non acquise s'ils sont désignés, selon l'article 31, § 4bis, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ou l'article 45, § 4bis du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, par le biais d'une affectation ou d'une mutation à une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire.
Le membre du personnel conserve la mesure transitoire visée à l'alinéa 1er tant qu'il reste en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique.
Les membres du personnel temporaires qui, en vertu des dispositions du présent article, ont droit à l'échelle de traitement non acquise, visée à l'article 4, conservent à titre personnel cette échelle de traitement non acquise s'ils sont désignés à une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que, à la veille de la désignation dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, ils disposent d'au moins 720 jours d'ancienneté de service dans l'enseignement spécial, calculée selon l'article 4 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ou l'article 6 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991.
Les membres du personnel temporaires conservent les mesures transitoires, visées à l'alinéa 3, tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption :
les périodes de vacances ;
l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
le service militaire ;
les périodes de rappel sous les armes ;
les congés de maladie et de maternité ;
le congé parental non rémunéré ;
les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 9. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in punt 7° wordt de zinsnede "personeel." vervangen door de zinsnede "personeel;"
er wordt een punt 8° toegevoegd dat luidt als volgt :
"8° het ambt van opvoeder in het ondersteunend personeel.".
Art. 9. A l'article 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
dans le point 7°, le membre de phrase " le personnel orthopédagogique. " est remplacé par le membre de phrase " le personnel orthopédagogique ; " ;
il est ajouté un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° la fonction d'éducateur du personnel d'appui. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Art. 10. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt het cijfer "VI" vervangen door het cijfer "VII".
Art. 10. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, le chiffre " VI " est remplacé par le chiffre " VII ".
Art. 11. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, wordt een bijlage VII toegevoegd, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 11. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, est complété par une annexe VII, jointe en annexe 2 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2018.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-08-2018, p. 62559)
Art. N1. Annexe 1.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 09-08-2018, p. 62582)
Art. N2. Bijlage VII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
Bijlage VII. Ambtshalve concordanties in de centra voor leerlingenbegeleiding
Met ingang van 1 september 2018 :
wordt in het centrum voor leerlingenbegeleiding het ambt van administratief werker, ambtshalve geconcordeerd naar het wervingsambt van administratief medewerker;
wordt in het centrum voor leerlingenbegeleiding het ambt van medewerker, ambtshalve geconcordeerd naar het wervingsambt van administratief medewerker.
Art. N2. Annexe VII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Annexe VII. Concordances d'office dans les centres d'encadrement
A partir du 1er septembre 2018 :
dans le centre d'encadrement des élèves, la fonction de collaborateur administratif est concordée d'office à la fonction de recrutement de collaborateur administratif ;
dans le centre d'encadrement des élèves, la fonction de collaborateur est concordée d'office à la fonction de recrutement de collaborateur administratif.