Artikel 1. De periode van twintig opleidingsdagen per schooljaar waarin de leerling geen overeenkomst hoeft te hebben, vermeld in artikel 357/22 van de codex secundair onderwijs, wordt in de volgende situaties verlengd :
1° de leerling is gewettigd afwezig gedurende die periode van twintig opleidingsdagen : de periode wordt verlengd met het aantal dagen van de afwezigheid;
2° de onderneming wordt erkend gedurende die periode van twintig opleidingsdagen : de periode wordt verlengd met het aantal dagen dat in beslag genomen wordt door de procedure voor de erkenning van de onderneming;
3° de trajectbegeleider beslist om die periode van twintig opleidingsdagen te verlengen met maximaal dezelfde periode van twintig opleidingsdagen op basis van de inspanningen van de leerling en de specifieke context.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 SEPTEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-10-2018 en tekstbijwerking tot 01-12-2023)
Titre
14 SEPTEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant des mesures d'exécution concernant la formation duale et la phase de démarrage et diverses autres mesures(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-10-2018 et mise à jour au 01-12-2023)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Duaal leren en de aanloopfase
Afdeling 1. - Organisatie van duaal leren
Afdeling 2. - Organisatie van de aanloopfase
Afdeling 3. - Studiebekrachtiging
Afdeling 4. - Financiering en subsidiëring
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 5. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van d...
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - La formation duale et la phase ...
Section 1re. - Organisation de la formation duale
Section 2. - Organisation de la phase de démarrage
Section 3. - Validation des études
Section 4. - Financement et subventionnement
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications de l'arrêté du Gou...
Section 2. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 4. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 5. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 6. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK 1. - Duaal leren en de aanloopfase
CHAPITRE 1er. - La formation duale et la phase de démarrage
Afdeling 1. - Organisatie van duaal leren
Section 1re. - Organisation de la formation duale
Article 1er. La période de vingt jours de formation par année scolaire pendant laquelle l'élève n'est pas tenu d'avoir un contrat, visée à l'article 357/22 du Code de l'Enseignement secondaire, est prolongée dans les situations suivantes :
1° l'élève est légitimement absent pendant cette période de formation de vingt jours : la période est prolongée du nombre de jours d'absence ;
2° l'entreprise est agréée pendant cette période de vingt jours de formation : la période est prolongée du nombre de jours que prend la procédure d'agrément de l'entreprise ;
3° l'accompagnateur de parcours décide de prolonger cette période de vingt jours de formation d'un maximum de la même période de vingt jours de formation en fonction des efforts de l'élève et du contexte spécifique.
1° l'élève est légitimement absent pendant cette période de formation de vingt jours : la période est prolongée du nombre de jours d'absence ;
2° l'entreprise est agréée pendant cette période de vingt jours de formation : la période est prolongée du nombre de jours que prend la procédure d'agrément de l'entreprise ;
3° l'accompagnateur de parcours décide de prolonger cette période de vingt jours de formation d'un maximum de la même période de vingt jours de formation en fonction des efforts de l'élève et du contexte spécifique.
Art. 2.
Art. 2.
Art. 3. In zijn hoedanigheid van stemgerechtigd lid van de klassenraad moet de mentor het ambtsgeheim bewaren waartoe de stemgerechtigde leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarop de rechtspositieregeling in onderwijs van toepassing is, gehouden zijn. Als de leerling de werkplekcomponent achtereenvolgens op verschillende werkplekken invult en er dus verschillende mentoren bij die leerling zijn betrokken tijdens hetzelfde schooljaar, kunnen die mentoren bij stemming in de klassenraad samen maar één stem uitbrengen. Bij staking van stemmen van de mentoren stemt de trajectbegeleider namens die mentoren, onverminderd zijn eigen stem. Tussen de aanbieder duaal leren en de werkplek worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de mentor in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de mentor op klassenraadsvergaderingen.
Art. 3. En sa qualité de membre avec voix délibérative du conseil de classe, le tuteur doit respecter le secret de fonction auquel sont tenus les membres avec voix délibérative du personnel administratif et enseignant, qui sont soumis au statut dans l'enseignement. Lorsque l'élève accomplit successivement la composante lieu de travail dans plusieurs lieux de travail, et que, par conséquent, différents tuteurs interviennent pour cet élève pendant la même année scolaire, ces tuteurs ne disposent ensemble que d'une seule voix au conseil de classe. En cas de partage des voix des tuteurs, l'accompagnateur de parcours vote au nom de ces tuteurs, sans préjudice de son propre vote. Des arrangements pratiques sont convenus entre prestataire de la formation duale et le lieu de travail concernant le rôle du tuteur dans le conseil de classe, y compris la présence ou non du tuteur aux réunions du conseil de classe.
Art. 3 TOEKOMSTIG RECHT.
Art. 3 DROIT FUTUR.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan een oproep lanceren bij organisatoren om in een begeleidingstraject te voorzien voor leerlingen tijdens de zoektocht naar een werkplek of op de werkplek.
De oproep, vermeld in het eerste lid, omvat minstens de volgende elementen :
1° een overzicht van de organisaties die kunnen intekenen op de oproep;
2° de selectieprocedure en de selectiecriteria die gebruikt worden om de organisatoren aan te wijzen;
3° de voorwaarden waaraan kandidaat-organisatoren moeten voldoen;
4° de hoogte van de subsidie;
5° de voorwaarden waaronder de subsidies kunnen worden ingetrokken;
6° de maximale subsidieerbare ondersteuning binnen de oproep;
7° de evaluatie van de begeleidingstrajecten.
De oproep, vermeld in het eerste lid, omvat minstens de volgende elementen :
1° een overzicht van de organisaties die kunnen intekenen op de oproep;
2° de selectieprocedure en de selectiecriteria die gebruikt worden om de organisatoren aan te wijzen;
3° de voorwaarden waaraan kandidaat-organisatoren moeten voldoen;
4° de hoogte van de subsidie;
5° de voorwaarden waaronder de subsidies kunnen worden ingetrokken;
6° de maximale subsidieerbare ondersteuning binnen de oproep;
7° de evaluatie van de begeleidingstrajecten.
Art. 4. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement peut lancer un appel aux organisateurs pour qu'ils proposent un parcours d'accompagnement aux élèves pendant leur recherche d'un lieu de travail ou sur le lieu de travail.
L'appel, visé à l'alinéa 1er, contient au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des organisations qui peuvent souscrire à l'appel ;
2° la procédure de sélection et les critères de sélection utilisés pour désigner les organisateurs ;
3° les conditions à remplir par les organisateurs candidats ;
4° la hauteur de la subvention ;
5° les conditions régissant le retrait des subventions ;
6° le soutien subventionnable maximal dans le cadre de l'appel ;
7° l'évaluation des parcours d'accompagnement.
L'appel, visé à l'alinéa 1er, contient au moins les éléments suivants :
1° un aperçu des organisations qui peuvent souscrire à l'appel ;
2° la procédure de sélection et les critères de sélection utilisés pour désigner les organisateurs ;
3° les conditions à remplir par les organisateurs candidats ;
4° la hauteur de la subvention ;
5° les conditions régissant le retrait des subventions ;
6° le soutien subventionnable maximal dans le cadre de l'appel ;
7° l'évaluation des parcours d'accompagnement.
Afdeling 2. - Organisatie van de aanloopfase
Section 2. - Organisation de la phase de démarrage
Art. 5. De bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming stelt een toolbox van methodieken samen voor de screening van de leerling op arbeidsrijpheid, arbeidsbereidheid, studieoriëntatie, interesses, motivatie en eerder verworven competenties om te bepalen of die toegelaten wordt tot de aanloopfase, waarbinnen de aanbieders van de aanloopfase hun eigen keuzes kunnen maken.
Art. 5. Afin de vérifier l'admissibilité de l'élève à la phase de démarrage, le service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation met au point une boîte à outils de méthodologies permettant d'évaluer chez l'élève sa capacité d'insertion professionnelle, sa volonté de travailler, son orientation scolaire, ses intérêts, sa motivation et ses compétences acquises antérieurement. Cette boîte à outils permet aux fournisseurs de la phase de démarrage de faire leurs choix parmi les méthodologies à disposition.
Art. 6. Een begeleide leerervaring ter invulling van de aanloopcomponent kan bij elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon. Daarvoor wordt een opleidingsovereenkomst gesloten tussen de jongere, de aanbieder van de aanloopfase en de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon. Die overeenkomst bevat de wederzijdse verplichtingen, de opvolging en de evaluatie van de aanloopcomponent.
Het model van de overeenkomst wordt vastgelegd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Het model van de overeenkomst wordt vastgelegd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 6. Une expérience d'apprentissage accompagnée s'inscrivant dans la composante de démarrage peut se dérouler chez toute personne physique, personne morale privée ou publique. A cet effet, un contrat de formation est conclu entre le jeune, le prestataire de la phase de démarrage et la personne physique ou morale concernée. Ce contrat contient les obligations mutuelles, le suivi et l'évaluation de la composante démarrage.
Le modèle du contrat est fixé par le service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Le modèle du contrat est fixé par le service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 7. De oproep bij organisatoren van de aanloopfase wordt gelanceerd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Art. 7. L'appel à propositions aux organisateurs de la phase de démarrage est lancé par le service compétent du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 7bis. [1 De volgende organisatoren zijn organisatoren die instaan voor de organisatie van de aanloopfase als vermeld in artikel 357/53 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en voor de organisatie van extra ondersteuning als vermeld in artikel 357/24 van de voormelde codex:
1° [2 aPart vzw]2;
2° Argos vzw;
3° Arktos vzw;
4° [2 Job & Co vzw, St.-Amandsberg]2;
5° [2 Emino vzw]2;
6° [2 ...]2;
7° Groep Intro vzw;
8° IN-Z vzw;
9° [2 Jes vzw]2;
10° [2 ...]2;
11° Jongerenatelier vzw;
12° [2 ...]2;
13° Lejo vzw;
14° LOOA vzw;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw;
16° OCMW Aalst;
17° [2 ...]2;
18° OCMW Sint-Niklaas;
19° Oranjehuis vzw;
20° Profo vzw;
21° ROJM vzw;
22° Stad Eeklo;
23° Stad Gent - [2 ...]2;
24° WEB VZW;
25° [2 GATAM vzw]2;
26° Werkperspectief vzw. ]1
1° [2 aPart vzw]2;
2° Argos vzw;
3° Arktos vzw;
4° [2 Job & Co vzw, St.-Amandsberg]2;
5° [2 Emino vzw]2;
6° [2 ...]2;
7° Groep Intro vzw;
8° IN-Z vzw;
9° [2 Jes vzw]2;
10° [2 ...]2;
11° Jongerenatelier vzw;
12° [2 ...]2;
13° Lejo vzw;
14° LOOA vzw;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw;
16° OCMW Aalst;
17° [2 ...]2;
18° OCMW Sint-Niklaas;
19° Oranjehuis vzw;
20° Profo vzw;
21° ROJM vzw;
22° Stad Eeklo;
23° Stad Gent - [2 ...]2;
24° WEB VZW;
25° [2 GATAM vzw]2;
26° Werkperspectief vzw. ]1
Art. 7bis. [1 Les organisateurs suivants se chargent de l'organisation de la phase de démarrage visée à l'article 357/53 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et de l'organisation du soutien supplémentaire visé à l'article 357/24 du code précité :
1° [2 aPart vzw]2 ;
2° Argos vzw ;
3° Arktos vzw ;
4° [2 Job & Co vzw, St.-Amandsberg]2 ;
5° [2 Emino vzw]2 ;
6° [2 ...]2;
7° Groep Intro vzw ;
8° IN-Z vzw ;
9°[2 Jes vzw]2 ;
10° [2 ...]2 ;
11° Jongerenatelier vzw ;
12° [2 ...]2;
13° Lejo vzw ;
14° LOOA vzw ;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw ;
16° OCMW Aalst ;
17° [2 ...]2;
18° OCMW Sint-Niklaas ;
19° Oranjehuis vzw ;
20° Profo vzw ;
21° ROJM vzw ;
22° Stad Eeklo ;
23° Stad Gent - [2 ...]2 ;
24° WEB VZW ;
25° [2 GATAM vzw]2 ;
26° Werkperspectief vzw ]1.
1° [2 aPart vzw]2 ;
2° Argos vzw ;
3° Arktos vzw ;
4° [2 Job & Co vzw, St.-Amandsberg]2 ;
5° [2 Emino vzw]2 ;
6° [2 ...]2;
7° Groep Intro vzw ;
8° IN-Z vzw ;
9°[2 Jes vzw]2 ;
10° [2 ...]2 ;
11° Jongerenatelier vzw ;
12° [2 ...]2;
13° Lejo vzw ;
14° LOOA vzw ;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw ;
16° OCMW Aalst ;
17° [2 ...]2;
18° OCMW Sint-Niklaas ;
19° Oranjehuis vzw ;
20° Profo vzw ;
21° ROJM vzw ;
22° Stad Eeklo ;
23° Stad Gent - [2 ...]2 ;
24° WEB VZW ;
25° [2 GATAM vzw]2 ;
26° Werkperspectief vzw ]1.
Afdeling 3. - Studiebekrachtiging
Section 3. - Validation des études
Art. 8. [1 § 1. In duale structuuronderdelen, behalve bij [3 7de leerjaren]3, kunnen de volgende studiebewijzen uitgereikt worden:
1° een diploma van secundair onderwijs;
2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad;
3° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad;
4° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
5° een bewijs van beroepskwalificatie;
6° een bewijs van deelkwalificatie;
7° een bewijs van competenties.
In duale structuuronderdelen [3 7de leerjaren]3 kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 7°, uitgereikt worden.
In aanloopstructuuronderdelen kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 7°, uitgereikt worden. Die studiebekrachtiging gebeurt met in acht name van het gegeven dat, zoals vastgelegd in het standaardtraject in kwestie, de inhoud van een aanloopstructuuronderdeel altijd een onderdeel is van de inhoud van het duaal structuuronderdeel waaraan het is gekoppeld.
Een duaal structuuronderdeel kan op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden. Met behoud van de toepassing van het derde lid kan een aanloopstructuuronderdeel op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden.
[2 De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet]2.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een beroepskwalificatie.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 6°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een deel van een beroepskwalificatie. Dat wordt expliciet op het model van studiebewijs vermeld, samen met de benaming van de beroepskwalificatie.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 7°, wordt toegekend als de leerling bepaalde competenties heeft verworven uit een erkende kwalificatie, zonder dat hij evenwel in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°.
§ 2. Een attest van regelmatige lesbijwoning wordt uitgereikt bij vroegtijdige beëindiging van de opleiding zonder dat er attesteerbare competenties verworven zijn of na het eerste leerjaar van een graad. Als het attest wordt uitgereikt na het eerste leerjaar van een graad, verleent het van rechtswege toegang tot het tweede leerjaar van die graad. Het attest kan ook uitgereikt worden in aanloopstructuuronderdelen.
§ 3. De volgende modellen, inclusief invulinstructies, zijn opgenomen in de volgende bijlagen:
1° het model voor een diploma van secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
2° het model voor een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;
3° het model voor een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;
4° het model voor een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
5° het model voor een bewijs van beroepskwalificatie is opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd;
6° het model voor een bewijs van deelkwalificatie is opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd;
7° het model voor een bewijs van competenties is opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd;
8° het model voor een attest van regelmatige lesbijwoning is opgenomen in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.
[2 Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur ]2.
Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt expliciet vermeld dat het een beroepskwalificatie betreft, samen met de naam van de beroepskwalificatie en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.
In het model van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, wordt een studiebewijssupplement geïntegreerd.]1
1° een diploma van secundair onderwijs;
2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad;
3° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad;
4° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
5° een bewijs van beroepskwalificatie;
6° een bewijs van deelkwalificatie;
7° een bewijs van competenties.
In duale structuuronderdelen [3 7de leerjaren]3 kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 7°, uitgereikt worden.
In aanloopstructuuronderdelen kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 7°, uitgereikt worden. Die studiebekrachtiging gebeurt met in acht name van het gegeven dat, zoals vastgelegd in het standaardtraject in kwestie, de inhoud van een aanloopstructuuronderdeel altijd een onderdeel is van de inhoud van het duaal structuuronderdeel waaraan het is gekoppeld.
Een duaal structuuronderdeel kan op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden. Met behoud van de toepassing van het derde lid kan een aanloopstructuuronderdeel op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden.
[2 De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet]2.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een beroepskwalificatie.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 6°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een deel van een beroepskwalificatie. Dat wordt expliciet op het model van studiebewijs vermeld, samen met de benaming van de beroepskwalificatie.
Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 7°, wordt toegekend als de leerling bepaalde competenties heeft verworven uit een erkende kwalificatie, zonder dat hij evenwel in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°.
§ 2. Een attest van regelmatige lesbijwoning wordt uitgereikt bij vroegtijdige beëindiging van de opleiding zonder dat er attesteerbare competenties verworven zijn of na het eerste leerjaar van een graad. Als het attest wordt uitgereikt na het eerste leerjaar van een graad, verleent het van rechtswege toegang tot het tweede leerjaar van die graad. Het attest kan ook uitgereikt worden in aanloopstructuuronderdelen.
§ 3. De volgende modellen, inclusief invulinstructies, zijn opgenomen in de volgende bijlagen:
1° het model voor een diploma van secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
2° het model voor een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;
3° het model voor een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;
4° het model voor een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
5° het model voor een bewijs van beroepskwalificatie is opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd;
6° het model voor een bewijs van deelkwalificatie is opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd;
7° het model voor een bewijs van competenties is opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd;
8° het model voor een attest van regelmatige lesbijwoning is opgenomen in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.
[2 Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur ]2.
Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt expliciet vermeld dat het een beroepskwalificatie betreft, samen met de naam van de beroepskwalificatie en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.
In het model van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, wordt een studiebewijssupplement geïntegreerd.]1
Art. 8. [1 § 1er. Dans des subdivisions structurelles duales, à l'exception de la [3 7es années d'études ]3, les titres suivants peuvent être délivrés :
1° un diplôme d'enseignement secondaire ;
2° un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré ;
3° un certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré ;
4° un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ;
5° une certification professionnelle ;
6° une certification partielle ;
7° une attestation de compétences.
Dans des subdivisions structurelles duales [3 7es années d'études]3, les titres visés à l'alinéa 1er, 5° à 7°, peuvent être délivrés.
Dans des subdivisions structurelles de démarrage, les titres visés à l'alinéa 1er, 4° à 7°, peuvent être délivrés. Cette validation d'études s'appuie notamment sur le fait que, comme le prévoit le parcours standard en question, le contenu de la subdivision structurelle de démarrage fait toujours partie du contenu de la subdivision structurelle duale à laquelle elle est liée.
Une subdivision structurelle duale peut être basée sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou qualifications partielles et conduire ainsi à un ou plusieurs certifications professionnelles ou certifications partielles. Sans préjudice de l'application de l'alinéa 3, une subdivision structurelle de démarrage peut être fondée sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou qualifications partielles et conduire ainsi à un ou plusieurs certifications professionnelles ou certifications partielles.
[2 Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité.]2
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 5°, est censé être une qualification professionnelle, conformément à l'article 14 du décret précité.
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 6°, vaut comme une partie d'une qualification professionnelle par application de l'article 14 du décret précité. Ceci est explicitement mentionné sur le modèle du titre, ainsi que le nom de la qualification professionnelle.
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 7°, est délivré si l'élève a acquis certaines compétences d'une qualification reconnue, sans toutefois entrer en ligne de compte pour un des certificats d'études visés à l'alinéa 1er, 1° à 6°.
§ 2. Une attestation de fréquentation régulière des cours est délivrée en cas d'abandon précoce de la formation sans que des compétences attestables n'aient été acquises ou après la première année d'un degré. Si l'attestation est délivrée après la première année d'un degré, elle donne automatiquement accès à la deuxième année de ce degré. Cette attestation peut également être délivrée dans des subdivisions structurelles de démarrage.
§ 3. Les modèles suivants, y compris les instructions de remplissage, figurent aux annexes suivantes :
1° le modèle de diplôme de l'enseignement secondaire figure à l'annexe 1re, jointe au présent arrêté ;
2° le modèle de certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré figure à l'annexe 3, jointe au présent arrêté ;
3° le modèle de certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré figure à l'annexe 4, jointe au présent arrêté ;
4° le modèle de certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire figure à l'annexe 5, jointe au présent arrêté ;
5° le modèle de la certification professionnelle figure à l'annexe 6, jointe au présent arrêté ;
6° le modèle de la certification partielle figure à l'annexe 7, jointe au présent arrêté ;
7° le modèle de la certification des compétences figure à l'annexe 8, jointe au présent arrêté ;
8° le modèle de l'attestation de fréquentation régulière des cours figure à l'annexe 9, jointe au présent arrêté.
[2 Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications.]2
Le modèle du titre, visé à l'alinéa 1er, 5°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification professionnelle, ainsi que le nom de la qualification professionnelle et son niveau au sein de la structure flamande des certifications et du cadre européen des certifications.
Un supplément au titre est intégré dans le modèle des titres, visés à l'alinéa 1er, 1° à 6°.]1
1° un diplôme d'enseignement secondaire ;
2° un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré ;
3° un certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré ;
4° un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ;
5° une certification professionnelle ;
6° une certification partielle ;
7° une attestation de compétences.
Dans des subdivisions structurelles duales [3 7es années d'études]3, les titres visés à l'alinéa 1er, 5° à 7°, peuvent être délivrés.
Dans des subdivisions structurelles de démarrage, les titres visés à l'alinéa 1er, 4° à 7°, peuvent être délivrés. Cette validation d'études s'appuie notamment sur le fait que, comme le prévoit le parcours standard en question, le contenu de la subdivision structurelle de démarrage fait toujours partie du contenu de la subdivision structurelle duale à laquelle elle est liée.
Une subdivision structurelle duale peut être basée sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou qualifications partielles et conduire ainsi à un ou plusieurs certifications professionnelles ou certifications partielles. Sans préjudice de l'application de l'alinéa 3, une subdivision structurelle de démarrage peut être fondée sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou qualifications partielles et conduire ainsi à un ou plusieurs certifications professionnelles ou certifications partielles.
[2 Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité.]2
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 5°, est censé être une qualification professionnelle, conformément à l'article 14 du décret précité.
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 6°, vaut comme une partie d'une qualification professionnelle par application de l'article 14 du décret précité. Ceci est explicitement mentionné sur le modèle du titre, ainsi que le nom de la qualification professionnelle.
Le titre, visé à l'alinéa 1er, 7°, est délivré si l'élève a acquis certaines compétences d'une qualification reconnue, sans toutefois entrer en ligne de compte pour un des certificats d'études visés à l'alinéa 1er, 1° à 6°.
§ 2. Une attestation de fréquentation régulière des cours est délivrée en cas d'abandon précoce de la formation sans que des compétences attestables n'aient été acquises ou après la première année d'un degré. Si l'attestation est délivrée après la première année d'un degré, elle donne automatiquement accès à la deuxième année de ce degré. Cette attestation peut également être délivrée dans des subdivisions structurelles de démarrage.
§ 3. Les modèles suivants, y compris les instructions de remplissage, figurent aux annexes suivantes :
1° le modèle de diplôme de l'enseignement secondaire figure à l'annexe 1re, jointe au présent arrêté ;
2° le modèle de certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré figure à l'annexe 3, jointe au présent arrêté ;
3° le modèle de certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré figure à l'annexe 4, jointe au présent arrêté ;
4° le modèle de certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire figure à l'annexe 5, jointe au présent arrêté ;
5° le modèle de la certification professionnelle figure à l'annexe 6, jointe au présent arrêté ;
6° le modèle de la certification partielle figure à l'annexe 7, jointe au présent arrêté ;
7° le modèle de la certification des compétences figure à l'annexe 8, jointe au présent arrêté ;
8° le modèle de l'attestation de fréquentation régulière des cours figure à l'annexe 9, jointe au présent arrêté.
[2 Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications.]2
Le modèle du titre, visé à l'alinéa 1er, 5°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification professionnelle, ainsi que le nom de la qualification professionnelle et son niveau au sein de la structure flamande des certifications et du cadre européen des certifications.
Un supplément au titre est intégré dans le modèle des titres, visés à l'alinéa 1er, 1° à 6°.]1
Art. 8 TOEKOMSTIG RECHT.
Art. 8 DROIT FUTUR.
Afdeling 4. - Financiering en subsidiëring
Section 4. - Financement et subventionnement
Art. 9.
Art. 9.
Art. 10. § 1. Dit artikel is van toepassing op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.
§ 2. Per week kan gemiddeld maximaal twee uur van het aantal uren-leraar dat de schoolcomponent omvat, voor [1 gastleraren]1 aangewend worden.
§ 3. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 34,27 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan die school wordt overgedragen.
§ 4. Bij de overdracht van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 29,63 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.
§ 5. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor volwassenenonderwijs wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een leraarsuur als vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
§ 6. Bij de overdracht van leraarsuren van een centrum voor volwassenenonderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen leraarsuur omgezet in een krediet van 33,77 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor volwassenenonderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.
§ 2. Per week kan gemiddeld maximaal twee uur van het aantal uren-leraar dat de schoolcomponent omvat, voor [1 gastleraren]1 aangewend worden.
§ 3. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 34,27 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan die school wordt overgedragen.
§ 4. Bij de overdracht van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 29,63 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.
§ 5. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor volwassenenonderwijs wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een leraarsuur als vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
§ 6. Bij de overdracht van leraarsuren van een centrum voor volwassenenonderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen leraarsuur omgezet in een krediet van 33,77 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.
Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor volwassenenonderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.
Art. 10. § 1er. Le présent article est d'application aux subdivisions structurelles duales et aux subdivisions structurelles de démarrage.
§ 2. En moyenne, deux heures par semaine au maximum du nombre de périodes-professeur compris dans la composante scolaire peuvent être utilisées pour des [1 enseignants invités]1.
§ 3. Lors du transfert de périodes-professeur d'une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période-professeur transférée est convertie en un crédit de 34,27 euros. Ce montant est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur transférée à cette école.
§ 4. Lors du transfert de périodes-professeur d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période-professeur transférée est convertie en un crédit de 29,63 euros. Ce crédit est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur qui est transférée à ce centre.
§ 5. Lors du transfert de périodes-professeur d'une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps ou d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un centre d'éducation des adultes, chaque période-professeur transférée est convertie en une période/enseignant telle que visée au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
§ 6. Lors du transfert de périodes/enseignant d'un centre d'éducation des adultes à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période/enseignant transférée est convertie en un crédit de 33,77 euros. Ce crédit est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à un centre d'éducation des adultes, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur qui est transférée à ce centre.
§ 2. En moyenne, deux heures par semaine au maximum du nombre de périodes-professeur compris dans la composante scolaire peuvent être utilisées pour des [1 enseignants invités]1.
§ 3. Lors du transfert de périodes-professeur d'une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période-professeur transférée est convertie en un crédit de 34,27 euros. Ce montant est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur transférée à cette école.
§ 4. Lors du transfert de périodes-professeur d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période-professeur transférée est convertie en un crédit de 29,63 euros. Ce crédit est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur qui est transférée à ce centre.
§ 5. Lors du transfert de périodes-professeur d'une école d'enseignement secondaire ordinaire à plein temps ou d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un centre d'éducation des adultes, chaque période-professeur transférée est convertie en une période/enseignant telle que visée au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
§ 6. Lors du transfert de périodes/enseignant d'un centre d'éducation des adultes à un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, chaque période/enseignant transférée est convertie en un crédit de 33,77 euros. Ce crédit est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante.
Si le transfert s'opère d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises à un centre d'éducation des adultes, le même montant, visé à l'alinéa 1er, est applicable par période-professeur qui est transférée à ce centre.
Art. 10/1. [1 In functie van artikel 123 van Verordening (EG) nummer 1303/2013, wordt voor de volgende categorieën van leerlingen een registratie gedaan in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding:
1° Leerlingen in een duaal structuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor extra begeleiding;
2° Leerlingen in een aanloopstructuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor de invulling van de aanloopcomponent.
Deze registratie laat toe om de rechtmatige toekenning van subsidies aan organisatoren na te gaan.
De registratie gebeurt door de organisator of de aanbieder duaal leren en beslaat de volgende gegevens:
- Identificatiegegevens van de leerling: rijksregisternummer, identificatie van Mijn Loopbaan, schoolnummer en inschrijvingsdatum;
- Tijdgegevens: de aanwezigheid van de leerling per dagdeel;
- Prestatiegegevens: de aan- en afwezigheid van de leerling bij de organisator en bij de aanbieder duaal leren.
De verwerking van de gegevens gebeurt door de managementautoriteit als bedoeld in het derde lid van artikel 123 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013. De opslagperiode is vastgelegd op 10 jaar. De beveiliging van de gegevens is in lijn met artikel 140 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013.]1
1° Leerlingen in een duaal structuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor extra begeleiding;
2° Leerlingen in een aanloopstructuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor de invulling van de aanloopcomponent.
Deze registratie laat toe om de rechtmatige toekenning van subsidies aan organisatoren na te gaan.
De registratie gebeurt door de organisator of de aanbieder duaal leren en beslaat de volgende gegevens:
- Identificatiegegevens van de leerling: rijksregisternummer, identificatie van Mijn Loopbaan, schoolnummer en inschrijvingsdatum;
- Tijdgegevens: de aanwezigheid van de leerling per dagdeel;
- Prestatiegegevens: de aan- en afwezigheid van de leerling bij de organisator en bij de aanbieder duaal leren.
De verwerking van de gegevens gebeurt door de managementautoriteit als bedoeld in het derde lid van artikel 123 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013. De opslagperiode is vastgelegd op 10 jaar. De beveiliging van de gegevens is in lijn met artikel 140 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013.]1
Art. 10/1. [1 En fonction de l'article 123 du Règlement (CE) no 1303/2013, les catégories d'élèves suivantes font l'objet d'un enregistrement dans " Mijn Loopbaan " (Ma carrière) de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle :
1° Les élèves dans une subdivision structurelle duale pour laquelle il est fait appel à un organisateur pour un accompagnement supplémentaire ;
2° Les élèves dans une subdivision structurelle de démarrage pour laquelle il est fait appel à un organisateur pour la concrétisation de la subdivision de démarrage.
Cet enregistrement permet de vérifier la régularité de l'octroi des subventions aux organisateurs.
L'enregistrement est fait par l'organisateur ou le prestataire de la formation duale, et couvre les données suivantes :
- Données d'identification de l'élève : numéro de registre national, identification de " Mijn Loopbaan ", numéro d'école et date d'inscription ;
- Données de temps : la présence de l'élève par partie de journée ;
- Données de performance : la présence et l'absence de l'élève chez l'organisateur et chez le prestataire de la formation duale.
Le traitement des données est effectué par l'autorité de gestion telle que visée à l'article 123, alinéa 3, du Règlement (CE) n° 1303/2013. La durée de conservation est fixée à 10 ans. La sécurité des données est conforme à l'article 140 du Règlement (CE) n° 1303/2013.]1
1° Les élèves dans une subdivision structurelle duale pour laquelle il est fait appel à un organisateur pour un accompagnement supplémentaire ;
2° Les élèves dans une subdivision structurelle de démarrage pour laquelle il est fait appel à un organisateur pour la concrétisation de la subdivision de démarrage.
Cet enregistrement permet de vérifier la régularité de l'octroi des subventions aux organisateurs.
L'enregistrement est fait par l'organisateur ou le prestataire de la formation duale, et couvre les données suivantes :
- Données d'identification de l'élève : numéro de registre national, identification de " Mijn Loopbaan ", numéro d'école et date d'inscription ;
- Données de temps : la présence de l'élève par partie de journée ;
- Données de performance : la présence et l'absence de l'élève chez l'organisateur et chez le prestataire de la formation duale.
Le traitement des données est effectué par l'autorité de gestion telle que visée à l'article 123, alinéa 3, du Règlement (CE) n° 1303/2013. La durée de conservation est fixée à 10 ans. La sécurité des données est conforme à l'article 140 du Règlement (CE) n° 1303/2013.]1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken
Section 1re. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail
Art. 11. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," telkens opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 juillet 2007 et 24 octobre 2008, le membre de phrase " ou Syntra Vlaanderen, suivant le cas, " est chaque fois supprimé.
Art. 12. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 6, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, le membre de phrase " ou Syntra Vlaanderen, suivant le cas, " est supprimé.
Art. 13. In artikel 10bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," opgeheven.
Art. 13. A l'article 10bis, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, le membre de phrase " ou Syntra Vlaanderen, suivant le cas, " est supprimé.
Art. 14. Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de instellingen die niet gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen alleen van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
"Art. 11. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de instellingen die niet gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen alleen van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
Art. 14. L'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 11. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux établissements qui ne sont pas financés ou subventionnés par la Communauté flamande et, dans le cas des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
" Art. 11. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux établissements qui ne sont pas financés ou subventionnés par la Communauté flamande et, dans le cas des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
Art. 15. Aan artikel 14ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Afwezigheden tijdens de werkplekcomponent van duale structuuronderdelen of de aanloopcomponent van aanloopstructuuronderdelen, als hier gebruik gemaakt wordt van een begeleide leerervaring in een onderneming, moeten in overeenstemming zijn met het arbeidsreglement.".
"Afwezigheden tijdens de werkplekcomponent van duale structuuronderdelen of de aanloopcomponent van aanloopstructuuronderdelen, als hier gebruik gemaakt wordt van een begeleide leerervaring in een onderneming, moeten in overeenstemming zijn met het arbeidsreglement.".
Art. 15. L'article 14ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2003 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Lorsqu'il s'agit d'une expérience d'apprentissage accompagnée dans une entreprise, les absences pendant la composante lieu de travail de subdivisions structurelles duales ou de subdivisions structurelles de démarrage, doivent être conformes au règlement de travail. ".
" Lorsqu'il s'agit d'une expérience d'apprentissage accompagnée dans une entreprise, les absences pendant la composante lieu de travail de subdivisions structurelles duales ou de subdivisions structurelles de démarrage, doivent être conformes au règlement de travail. ".
Art. 16. In artikel 14septies van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
Art. 16. Dans l'article 14septies du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
" Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
Art. 17. In artikel 14octies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".
Art. 17. Dans l'article 14octies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mars 2003 et dernièrement modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante:
" Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
" Pour ce qui est des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'aux subdivisions structurelles duales ou qu'aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs
Section 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire
Art. 18. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de volgende zinssnede toegevoegd aan § 1 :
"Met toepassing van artikels 357/3 en 357/39 uit de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, is dit artikel niet van toepassing op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.".
"Met toepassing van artikels 357/3 en 357/39 uit de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, is dit artikel niet van toepassing op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.".
Art. 18. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008, le membre de phrase suivant est ajouté au § 1er :
" Par application des articles 357/3 et 357/39 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le présent article ne s'applique pas aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
" Par application des articles 357/3 et 357/39 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le présent article ne s'applique pas aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 octobre 2005 relatif à la composition du " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement)
Art. 19. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
1° punt 21 wordt opgeheven;
2° een nieuw punt wordt ingevoegd dat luidt als volgt :
"15° bis SYNTRUM : de koepelorganisatie die optreedt als vertegenwoordiger van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;".
1° punt 21 wordt opgeheven;
2° een nieuw punt wordt ingevoegd dat luidt als volgt :
"15° bis SYNTRUM : de koepelorganisatie die optreedt als vertegenwoordiger van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;".
Art. 19. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 octobre 2005 relatif à la composition du " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement), modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 21 est abrogé ;
2° il est inséré un nouveau point qui s'énonce comme suit :
" 15° bis SYNTRUM : l'organisation coordinatrice représentant les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ; ".
1° le point 21 est abrogé ;
2° il est inséré un nouveau point qui s'énonce comme suit :
" 15° bis SYNTRUM : l'organisation coordinatrice représentant les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ; ".
Art. 20. In artikel 2, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".
Art. 20. Dans l'article 2, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, le terme " VSKO " est remplacé par le terme " Katholiek Onderwijs Vlaanderen ".
Art. 21. In artikel 3, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".
Art. 21. Dans l'article 3, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, le terme " VSKO " est remplacé par le terme " Katholiek Onderwijs Vlaanderen ".
Art. 22. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd.
1° in § 1 wordt het getal "28" vervangen door het getal "29";
2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° negen vertegenwoordigers van de inrichtende machten, waarvan twee aangewezen door het Gemeenschapsonderwijs, één door POV, één door OVSG, drie door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, één door OKO en één door SYNTRUM;".
1° in § 1 wordt het getal "28" vervangen door het getal "29";
2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° negen vertegenwoordigers van de inrichtende machten, waarvan twee aangewezen door het Gemeenschapsonderwijs, één door POV, één door OVSG, drie door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, één door OKO en één door SYNTRUM;".
Art. 22. A l'article 4, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, le nombre " 28 " est remplacé par le nombre " 29 " ;
2° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° neuf représentants des pouvoirs organisateurs dont deux sont désignés par l'Enseignement communautaire, un est désigné par le " POV ", un par le " Katholiek Onderwijs Vlaanderen ", un par l'" OKO " et un par " SYNTRUM " ; ".
1° au § 1er, le nombre " 28 " est remplacé par le nombre " 29 " ;
2° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° neuf représentants des pouvoirs organisateurs dont deux sont désignés par l'Enseignement communautaire, un est désigné par le " POV ", un par le " Katholiek Onderwijs Vlaanderen ", un par l'" OKO " et un par " SYNTRUM " ; ".
Art. 23. In artikel 5, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".
Art. 23. Dans l'article 5, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013, le terme " VSKO " est remplacé par le terme " Katholiek Onderwijs Vlaanderen ".
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
Section 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 24. In artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
1° in de inleidende zin worden de woorden "in bijlage XV tot en met XX" vervangen door de woorden "in bijlage XV tot en met XIX";
2° punt 6° wordt opgeheven.
1° in de inleidende zin worden de woorden "in bijlage XV tot en met XX" vervangen door de woorden "in bijlage XV tot en met XIX";
2° punt 6° wordt opgeheven.
Art. 24. A l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase introductive, les mots " aux annexes XV à XX incluse " sont remplacés par les mots " aux annexes XV à XIX " ;
2° le point 6° est supprimé.
1° dans la phrase introductive, les mots " aux annexes XV à XX incluse " sont remplacés par les mots " aux annexes XV à XIX " ;
2° le point 6° est supprimé.
Art. 25. In hetzelfde besluit wordt bijlage XV, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, vervangen door bijlage 10, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 25. Dans le même arrêté, l'annexe XV, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, est remplacée par l'annexe 10 jointe au présent arrêté.
Art. 26. In hetzelfde besluit wordt bijlage XVI, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, vervangen door bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 26. Dans le même arrêté, l'annexe XVI, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, est remplacée par l'annexe 11 jointe au présent arrêté.
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt bijlage XVII vervangen door bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 27. Dans le même arrêté, l'annexe XVII est remplacée par l'annexe 12, jointe en annexe au présent arrêté.
Art. 28. In hetzelfde besluit wordt bijlage XVIII vervangen door bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 28. Dans le même arrêté, l'annexe XVIII est remplacée par l'annexe 13, jointe en annexe au présent arrêté.
Art. 29. In hetzelfde besluit wordt bijlage XIX vervangen door bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 29. Dans le même arrêté, l'annexe XIX est remplacée par l'annexe 14, jointe en annexe au présent arrêté.
Art. 30. In hetzelfde besluit wordt bijlage XX opgeheven.
Art. 30. L'annexe XX du même arrêté est abrogée.
Afdeling 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs
Section 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013 portant exécution du décret relatif à la structure des certifications du 30 avril 2009 en matière de reconnaissance de qualifications professionnelles et en matière de reconnaissance des qualifications d'enseignement pour l'enseignement secondaire après secondaire
Art. 31. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015 en 7 juli 2017, wordt punt 6° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"6° deelkwalificatie : het begrip, vermeld in artikel 8, tweede lid, van het decreet van 30 april 2009;".
"6° deelkwalificatie : het begrip, vermeld in artikel 8, tweede lid, van het decreet van 30 april 2009;".
Art. 31. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013 portant exécution du décret relatif à la structure des certifications du 30 avril 2009 en matière de reconnaissance de qualifications professionnelles et en matière de reconnaissance des qualifications d'enseignement pour l'enseignement secondaire après secondaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 juillet 2015 et 7 juillet 2017, le point 6° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 6° qualification partielle : la notion visée à l'article 8, alinéa 2, du décret du 30 avril 2009 ; ".
" 6° qualification partielle : la notion visée à l'article 8, alinéa 2, du décret du 30 avril 2009 ; ".
Art. 32. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3° /1 als dat van toepassing is, de titel van de deelkwalificatie(s) en de competenties die samen een deelkwalificatie vormen;";
2° aan punt 4° wordt de zinsnede ", met inbegrip van de eventuele deelkwalificatie(s)" toegevoegd;
3° punt 6° wordt opgeheven.
1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3° /1 als dat van toepassing is, de titel van de deelkwalificatie(s) en de competenties die samen een deelkwalificatie vormen;";
2° aan punt 4° wordt de zinsnede ", met inbegrip van de eventuele deelkwalificatie(s)" toegevoegd;
3° punt 6° wordt opgeheven.
Art. 32. A l'article 5 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
" 3° /1 si applicable, le titre de la ou des qualifications partielles et les compétences qui constituent ensemble une qualification partielle ; " ;
2° au point 4°, le membre de phrase ", y compris de l'éventuelle ou des éventuelles qualifications partielles " est ajouté ;
3° le point 6° est supprimé.
1° il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
" 3° /1 si applicable, le titre de la ou des qualifications partielles et les compétences qui constituent ensemble une qualification partielle ; " ;
2° au point 4°, le membre de phrase ", y compris de l'éventuelle ou des éventuelles qualifications partielles " est ajouté ;
3° le point 6° est supprimé.
Art. 33. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De erkende beroepskwalificatie omvat minstens de naam en de definitie van de beroepskwalificatie, de competenties van het gevalideerde beroepskwalificatiedossier, de eventuele onderliggende deelkwalificatie(s), de niveaubepaling van de beroepskwalificatie en het jaartal van de erkenning. Elke erkende beroepskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".
"De erkende beroepskwalificatie omvat minstens de naam en de definitie van de beroepskwalificatie, de competenties van het gevalideerde beroepskwalificatiedossier, de eventuele onderliggende deelkwalificatie(s), de niveaubepaling van de beroepskwalificatie en het jaartal van de erkenning. Elke erkende beroepskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".
Art. 33. Dans l'article 15 du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" La qualification professionnelle reconnue comprend au moins le nom et la définition de la qualification professionnelle, les compétences du dossier de qualification professionnelle validé, l'éventuelle ou les éventuelles qualifications partielles sous-jacentes, la fixation du niveau de la qualification professionnelle et l'année de la reconnaissance. Toute qualification professionnelle reconnue est publiée au Moniteur belge. ".
" La qualification professionnelle reconnue comprend au moins le nom et la définition de la qualification professionnelle, les compétences du dossier de qualification professionnelle validé, l'éventuelle ou les éventuelles qualifications partielles sous-jacentes, la fixation du niveau de la qualification professionnelle et l'année de la reconnaissance. Toute qualification professionnelle reconnue est publiée au Moniteur belge. ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
Section 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 janvier 2014 portant exécution du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, en ce qui concerne la reconnaissance de qualifications d'enseignement des niveaux 1er à 4 inclus, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013 portant exécution du décret relatif à la structure des certifications du 30 avril 2009 en matière de reconnaissance des qualifications d'enseignement pour l'enseignement secondaire après secondaire et l'enseignement supérieur professionnel
Art. 34. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Deelkwalificaties die gebruikt worden in een onderwijskwalificatie van niveau 1 tot en met 4, zijn deelkwalificaties die onderdeel uitmaken van een beroepskwalificatie van niveau 1 tot en met 4.".
"Deelkwalificaties die gebruikt worden in een onderwijskwalificatie van niveau 1 tot en met 4, zijn deelkwalificaties die onderdeel uitmaken van een beroepskwalificatie van niveau 1 tot en met 4.".
Art. 34. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 janvier 2014 portant exécution du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, en ce qui concerne la reconnaissance de qualifications d'enseignement des niveaux 1er à 4 inclus, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013 portant exécution du décret relatif à la structure des certifications du 30 avril 2009 en matière de reconnaissance des qualifications d'enseignement pour l'enseignement secondaire après secondaire et l'enseignement supérieur professionnel, est ajouté un alinéa 2 ainsi rédigé :
" Les qualifications partielles utilisées dans une qualification d'enseignement des niveaux 1er à 4 sont des qualifications partielles qui font partie d'une qualification professionnelle des niveaux 1er à 4. ".
" Les qualifications partielles utilisées dans une qualification d'enseignement des niveaux 1er à 4 sont des qualifications partielles qui font partie d'une qualification professionnelle des niveaux 1er à 4. ".
Art. 35. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
3° "de onderwijsdoelen, meer bepaald de eindtermen en de overige onderdelen waaruit de onderwijskwalificatie is samengesteld met toepassing van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009;".
3° "de onderwijsdoelen, meer bepaald de eindtermen en de overige onderdelen waaruit de onderwijskwalificatie is samengesteld met toepassing van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009;".
Art. 35. Dans l'article 5 du même arrêté, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
3° " les objectifs pédagogiques, plus particulièrement les objectifs finaux et les autres subdivisions dont la qualification d'enseignement est constituée, par application de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 ; ".
3° " les objectifs pédagogiques, plus particulièrement les objectifs finaux et les autres subdivisions dont la qualification d'enseignement est constituée, par application de l'article 14 du décret du 30 avril 2009 ; ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 36. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019, met uitzondering van artikel 4 en 7, artikel 8, § 1, zevende lid, en artikel 18 tot en met 34, die in werking treden op 1 oktober 2018.
[1 Artikel 3 en 8 en bijlage 1 en 3 tot en met 14, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
1° 14 juni 2022: in het eerste leerjaar van de tweede graad;
2° 31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
3° 31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de derde graad;
4° 31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de derde graad;
5° 31 augustus 2025: in het derde leerjaar van de derde graad.]1
[1 Artikel 3 en 8 en bijlage 1 en 3 tot en met 14, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
1° 14 juni 2022: in het eerste leerjaar van de tweede graad;
2° 31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
3° 31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de derde graad;
4° 31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de derde graad;
5° 31 augustus 2025: in het derde leerjaar van de derde graad.]1
Art. 36. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2019, à l'exception des articles 4 et 7, de l'article 8, § 1er, alinéa 7, et des articles 18 à 34, qui entrent en vigueur le 1er octobre 2018.
[1 Les articles 3 et 8 et les annexes 1 et 3 à 14 incluses cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
1° 14 juin 2022 : en première année d'études du deuxième degré ;
2° 31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
3° 31 août 2023 : en première année d'études du troisième degré ;
4° 31 août 2024 : en deuxième année d'études du troisième degré ;
5° 31 août 2025 : en troisième année d'études du troisième degré.]1
[1 Les articles 3 et 8 et les annexes 1 et 3 à 14 incluses cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
1° 14 juin 2022 : en première année d'études du deuxième degré ;
2° 31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
3° 31 août 2023 : en première année d'études du troisième degré ;
4° 31 août 2024 : en deuxième année d'études du troisième degré ;
5° 31 août 2025 : en troisième année d'études du troisième degré.]1
Art. 37. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 37. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et le Ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-10-2018, p. 79637)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-10-2018, p. 79637)
Gewijzigd bij :
Modifié par :