Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 JULI 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
Titre
22 JUILLET 2018. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 2 août 2002 fixant le régime et les règles de fonctionnement applicables aux lieux situés sur le territoire belge, gérés par l'Office des Etrangers, où un étranger est détenu, mis à la disposition du gouvernement ou maintenu, en application des dispositions citées dans l'article 74/8, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Dokumentinformationen
Numac: 2018031606
Datum: 2018-07-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018031606
Date: 2018-07-22
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2009, wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende:
"8° gezinswoning: plaats die zich bevindt in een centrum en die aangepast is aan de noden van een gezin met minderjarige kinderen;
gezin: leden van een familie van vreemdelingen die verklaren dat ze de ouders zijn of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen, evenals de minderjarigen die tot deze familie behoren en de familieleden tot en met de tweede graad die vallen onder de toepassing van artikel 74/8, § 1, van de wet.".
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 2 août 2002, fixant le régime et les règles de fonctionnement applicables aux lieux situés sur le territoire belge, gérés par l'Office des Etrangers, où un étranger est détenu, mis à la disposition du gouvernement ou maintenu, en application des dispositions citées dans l'article 74/8, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2009, est complété par les 8° et 9°, rédigés comme suit :
" 8° maison familiale : lieu se trouvant dans un centre et adapté aux besoins d'une famille avec enfants mineurs ;
famille : membres d'une famille d'étrangers qui se déclarent parents ou les personnes qui exercent l'autorité parentale ainsi que les mineurs faisant partie de cette famille et les membres de la famille jusqu'au deuxième degré, qui ressortissent de l'article 74/8, § 1er, de la loi. ".
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De organisatie en werking van het centrum dient hierop gericht te zijn, met bijzondere aandacht voor de noden van gezinnen en minderjarige kinderen. Voor de minderjarige kinderen wordt onder meer in spelactiviteiten voorzien die aangepast zijn aan hun leeftijd evenals in de mogelijkheid om, gedurende het schooljaar, in het centrum onderwijs te volgen dat aangepast is aan hun leeftijd en de beperkte duur van hun verblijf in het centrum. Tijdens hun vasthouding dient het belang van het kind voorop te staan.".
Art. 2. Dans l'article 3 du même arrêté, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" L'organisation et le fonctionnement du centre doivent être aménagés à ces fins, en veillant spécifiquement aux besoins des familles et des enfants mineurs. Pour les enfants mineurs, des activités ludiques adaptées à leur âge sont notamment prévues ainsi que, durant l'année scolaire, la possibilité de suivre dans le centre un enseignement adapté à leur âge et à la durée limitée de leur séjour dans le centre. Pendant leur maintien, l'intérêt supérieur de l'enfant doit constituer une considération primordiale. ".
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2009, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Vooraleer het gezin met minderjarige kinderen, bedoeld in artikel 74/9, § 2, van de wet, kan worden vastgehouden in een gezinswoning, moet het gezin de mogelijkheid hebben gekregen om in een woonunit, zoals gedefinieerd in artikel 1, 3° van het koninklijk besluit van 14 mei 2009 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de woonunits, als bedoeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, te verblijven. Slechts indien het gezin geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om in een woonunit te verblijven of wanneer het gezin zich niet houdt aan de voorwaarden om in een woonunit te verblijven, kan het gezin worden vastgehouden in een gezinswoning. Het gezin kan slechts in een gezinswoning worden vastgehouden voor een zo kort mogelijke periode, waarbij de termijn voorzien in artikel 83/11 de maximumtermijn is.
Indien één van de gezinsleden een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, kan het verblijf in een woonunit, dat aan de vasthouding in een gezinswoning vooraf dient te gaan, achterwege gelaten worden.".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2009, est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
" Avant que la famille avec enfants mineurs, visée à l'article 74/9, § 2, de la loi, puisse être maintenue dans une maison familiale, elle doit avoir eu la possibilité de séjourner dans un lieu d'hébergement tel que défini à l'article 1er, 3°, de l'arrêté royal du 14 mai 2009 fixant le régime et les règles de fonctionnement applicables aux lieux d'hébergement au sens de l'article 74/8, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers. La famille ne peut être maintenue dans une maison familiale que si elle ne souhaite pas recourir à la possibilité de séjourner dans un lieu d'hébergement ou si elle ne respecte pas les conditions requises pour séjourner dans un lieu d'hébergement. La famille ne peut être maintenue dans une maison familiale que pour une durée aussi courte que possible, le délai prévu à l'article 83/11 étant le délai maximal.
Si l'un des membres de la famille constitue un danger pour l'ordre public ou la sécurité nationale, le séjour dans un lieu d'hébergement, qui doit précéder le maintien dans une maison familiale, peut ne pas être appliqué. ".
Art. 4. In artikel 21/2, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° de voorzitters van het Grondwettelijk Hof;";
de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
"13° de directeur en de adjunct-directeur van het federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel (Myria);";
het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 16°, luidende:
"16° de Kinderrechtencommissaris en de Délégué général aux droits de l'enfant.".
Art. 4. A l'article 21/2, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2009, les modifications suivantes sont apportées :
le 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° les présidents de la Cour constitutionnelle ; " ;
le 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° le directeur et le directeur adjoint du Centre fédéral pour l'analyse des flux migratoires, la protection des droits fondamentaux des étrangers et la lutte contre la traite des êtres humains (Myria) ; " ;
l'alinéa 1er est complété par un 16°, rédigé comme suit :
" 16° le Kinderrechtencommissaris et le Délégué général aux droits de l'enfant. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 28/2 ingevoegd, luidende:
"Het bezoek aan een gezin wordt gescheiden georganiseerd van het bezoek aan de bewoners die geen gezin vormen.".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 28/2, rédigé comme suit :
" La visite à une famille est organisée séparément de la visite aux occupants qui ne forment pas une famille. ".
Art. 6. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de woorden ", de gezinswoning" ingevoegd tussen de woorden "in zijn kamer" en de woorden "of de ziekenzaal".
Art. 6. Dans l'article 30 du même arrêté, les mots " , dans la maison familiale " sont insérés entre les mots " dans sa chambre " et les mots " ou dans la salle d'infirmerie. ".
Art. 7. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° het federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel (Myria);";
artikel 44 wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
"9° Kind en Gezin, l'Office de la Naissance et de l'Enfance en het Zentrum für die gesunde Entwicklung von Kindern und Jugendlichen.".
Art. 7. A l'article 44 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° le Centre fédéral pour l'analyse des flux migratoires, la protection des droits fondamentaux des étrangers et la lutte contre la traite des êtres humains (Myria); " ;
l'article 44 est complété par un 9°, rédigé comme suit :
" 9° Kind en Gezin, l'Office de la Naissance et de l'Enfance et le Zentrum für die gesunde Entwicklung von Kindern und Jugendlichen. ".
Art. 8. Artikel 61/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2009, wordt vervangen als volgt:
"Na een mislukte poging tot verwijdering onderzoekt de arts verbonden aan het centrum de bewoner:
indien dwangmaatregelen werden gebruikt of de verwijderingspoging met escorte gebeurde;
indien de bewoner zelf hierom vraagt;
indien de overheden belast met de uitvoering van de verwijdering vermoeden dat de fysische of psychische integriteit van de bewoner in gevaar is of kan komen.
Het medisch onderzoek door de arts vindt zo spoedig mogelijk plaats. Bij afwezigheid van de arts evalueert een verpleegkundige van de medische dienst de gezondheidstoestand van de bewoner. De verpleegkundige roept een arts op indien de bewoner dringende medische zorgen nodig heeft. In niet urgente gevallen vindt het medisch onderzoek door de arts ten laatste 48 uren na de poging tot verwijdering plaats. De bewoner dient zijn medewerking te verlenen aan het medisch onderzoek.".
Art. 8. L'article 61/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 8 juin 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Après une tentative infructueuse d'éloignement, le médecin attaché au centre examine l'occupant :
lorsque des mesures coercitives ont été utilisées ou lorsque la tentative d'éloignement a été effectuée sous escorte ;
lorsque l'occupant en fait lui-même la demande ;
lorsque les autorités chargées de la mise en oeuvre de l'éloignement présument que l'intégrité physique ou psychique de l'occupant est compromise ou risque de l'être.
L'examen médical réalisé par le médecin a lieu le plus rapidement possible. En l'absence du médecin, un infirmier ou une infirmière du service médical évalue l'état de santé de l'occupant. L'infirmier ou l'infirmière appelle un médecin si l'occupant a besoin de soins médicaux urgents. Dans les cas non urgents, l'examen médical sera effectué par le médecin au plus tard 48 heures après la tentative d'éloignement. L'occupant doit collaborer à l'examen médical. ".
Art. 9. In artikel 62 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
het derde lid wordt vervangen als volgt:
"De bewoner alsook zijn advocaat worden achtenveertig uur voor de eerste verwijderingspoging hiervan op de hoogte gebracht. In volgende gevallen kan uitzonderlijk hiervan worden afgeweken:
indien de vreemdeling niet wil dat zijn advocaat op de hoogte wordt gebracht of indien het gezin, mits onderling akkoord van de volwassen gezinsleden, niet wil dat hun advocaat op de hoogte wordt gebracht. In dit geval wordt enkel de vreemdeling respectievelijk het gezin op de hoogte gebracht;
wanneer de vreemdeling en zijn advocaat of het gezin en hun advocaat op de hoogte worden gebracht dat een verwijdering mogelijk is binnen een termijn van minder dan achtenveertig uur, indien de betrokken vreemdeling of de volwassen leden van het betrokken gezin hun akkoord geven over deze verwijdering.";
artikel 62 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien de uitzonderingen vermeld in het derde lid toegepast worden, informeert de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger de Directeur-generaal hierover.".
Art. 9. A l'article 62 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 7 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" L'occupant ainsi que son avocat en sont informés quarante-huit heures avant la première tentative d'éloignement. Dans les cas suivants, il peut y être dérogé exceptionnellement :
lorsque l'étranger ne veut pas que son avocat en soit informé ou, moyennant l'accord des membres adultes de la famille, lorsque la famille ne veut pas que son avocat en soit informé. Dans ce cas, seul l'étranger ou la famille en sera informé ;
lorsque l'étranger et son avocat ou la famille et son avocat sont informés qu' un éloignement est possible dans un délai qui est inférieur à 48 heures, si l'étranger concerné ou les membres adultes de la famille concernée ont donné leur accord sur cet éloignement. " ;
l'article 62 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Lorsqu'il est fait application des exceptions prévues à l'alinéa 3, le directeur du centre ou son remplaçant en informe le Directeur général. ".
Art. 10. Artikel 69 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Gedurende het schooljaar volgen de kinderen die leerplichtig zijn in het centrum onderwijs dat aangepast is aan hun leeftijd en de beperkte duur van hun verblijf in het centrum.".
Art. 10. L'article 69 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pendant l'année scolaire, les enfants soumis à l'obligation scolaire suivent dans le centre un enseignement adapté à leur âge et à la durée limitée de leur séjour dans le centre. ".
Art. 11. Artikel 70 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Voor de bewoners van een gezinswoning wordt een apart programma voorzien, dat aangepast is aan hun noden.".
Art. 11. L'article 70 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour les occupants d'une maison familiale, un programme spécifique, adapté à leurs besoins, est prévu. ".
Art. 12. Artikel 79 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Elke bewoner krijgt driemaal per dag een maaltijd, waarbij verschillende alternatieven worden voorzien, teneinde redelijkerwijs de verschillende religieuze overtuigingen, hetzij de afwezigheid daarvan, te respecteren. Een voedselsupplement of een dieetmaaltijd kan op geneeskundig advies worden aangeboden.
Het gezin dat in een gezinswoning verblijft heeft het recht om zijn eigen maaltijden te bereiden. Een keuken en elementair keukengerei, met uitzondering van gevaarlijke voorwerpen, worden ter beschikking gesteld. De ingrediënten, in voorkomend geval aangepast aan de leeftijd van de minderjarige kinderen, die nodig zijn om drie maaltijden per dag te bereiden, worden ter beschikking gesteld van het gezin.".
Art. 12. L'article 79 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
" Chaque occupant reçoit trois fois par jour un repas prévoyant plusieurs alternatives, afin de respecter raisonnablement les différentes convictions religieuses ou leur absence. Un supplément alimentaire ou un repas diététique peut être offert sur avis médical.
La famille séjournant dans une maison familiale a le droit de préparer ses propres repas. Une cuisine et les ustensiles de cuisine élémentaires sont mis à sa disposition, à l'exception des objets dangereux. Les ingrédients, le cas échéant, adaptés à l'âge des enfants mineurs, qui sont nécessaires pour préparer les trois repas par jour sont mis à la disposition de la famille. ".
Art. 13. In Titel III, Hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
afdeling 3, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2014, wordt afdeling 4;
een nieuwe afdeling 3, die de artikelen 83/4 tot 83/11 bevat, wordt ingevoegd, luidende:
"Afdeling 3. Gezinswoning.
Art. 83/4. De gezinnen worden ondergebracht in een gezinswoning. Deze gezinswoningen bevinden zich op een welbepaalde zone binnen het centrum, waardoor de gezinnen gescheiden worden gehouden van de andere bewoners.
Art. 83/5. De gezinswoning is voorzien van het nodige meubilair en de nodige nutsvoorzieningen, teneinde de gezinnen op waardige wijze te huisvesten. De gezinswoning bestaat op zijn minst uit een badkamer, een toilet, een woonkamer met keuken, twee slaapkamers en een opbergruimte.
Art. 83/6. Het gezin mag geen werken uitvoeren in de gezinswoning. Indien de verwarmingsinstallatie, de elektriciteitsinstallatie of het sanitair niet naar behoren functioneert of indien het materiaal of het meubilair een defect vertonen, moet het gezin contact opnemen met het personeel van het centrum, zodat deze de vereiste maatregelen voor de nodige herstellingen kan nemen.
De gezinswoning is voorzien van een oproepsysteem waarmee een personeelslid, in geval van nood, kan opgeroepen worden.
Art. 83/7. Het gezin verbindt zich ertoe om ervoor te zorgen dat de gezinswoning in goede staat en proper blijft en om de gezinswoning als een goede huisvader te gebruiken, zonder de aard of de bestemming ervan te wijzigen.
Schoonmaakproducten en hygiënische producten worden ter beschikking van het gezin gesteld.
Art. 83/8. Elk gezinslid kan dagelijks, zonder voorafgaande toestemming, tussen 6 uur en 22 uur, gebruik maken van bepaalde buitenruimtes rondom de gezinswoning op voorwaarde dat deze niet overschreden worden.
Wanneer er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat er zich tijdens voormelde tijdstippen incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen, kan de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger beslissen dat het in het belang van het gezin noodzakelijk is dat ze gedurende een bepaalde periode, die zo kort mogelijk is, geen gebruik mogen maken van de buitenruimtes rondom de gezinswoning. In ieder geval moet het gezin steeds de mogelijkheid hebben om gedurende ten minste twee uur per dag de gezinswoning te verlaten. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger brengt de Directeur-generaal hiervan onmiddellijk op de hoogte.
Art. 83/9. Het personeel van het centrum heeft toegang tot de gezinswoning tussen 6 uur en 22 uur. Op verzoek van het gezin of indien dit noodzakelijk is of indien de organisatie van de terugdrijving of van de verwijdering of van de terugname dit vereist heeft het personeel van het centrum toegang buiten deze uren. In deze gevallen wordt het gezin verwittigd.
Art. 83/10. § 1. Wanneer een minderjarig gezinslid zestien jaar of ouder is en door zijn gedrag zijn veiligheid, de veiligheid van andere gezinsleden of van de personeelsleden in het gedrang brengt, kan een uitzondering gemaakt worden op het gezinsregime door dit gezinslid in een aparte ruimte te laten plaatsen.
§ 2. Enkel de Directeur-generaal kan, rekening houdend met de leeftijd, de maturiteit en de kwetsbaarheid van het kind, beslissen om het kind in een aparte ruimte te laten plaatsen. Deze plaatsing kan voor een duur van maximum vierentwintig uur en kan niet worden verlengd.
Om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen wordt de minderjarige regelmatig opgevolgd. Minstens om de twee uur krijgt hij het bezoek van een coach of een lid van het medisch, psychologisch of opvoedend personeel.
De ouders mogen hun kind bezoeken in deze ruimte.
Art. 83/11. Een gezin met minderjarige kinderen kan slechts worden vastgehouden voor een zo kort mogelijke periode, die niet langer dan twee weken mag duren. Na deze periode kan het gezin nog maximaal twee weken langer worden vastgehouden, mits de Directeur-generaal aan de Minister schriftelijk de reden opgeeft voor deze verdere vasthouding. De toestand van de minderjarige kinderen en de impact van de vasthouding op hun fysieke en psychische integriteit moeten in deze rapportering betrokken worden. Onverminderd artikel 61, kan de vasthouding niet worden verlengd wanneer uit de eerste vasthoudingsperiode is gebleken dat een verlenging van de vasthouding de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige in het gedrang kan brengen." ;
het opschrift van afdeling 3, dat afdeling 4 wordt, wordt vervangen als volgt: "Regime dat afwijkt van de regimes van de afdelingen 1, 2 en 3.".
Art. 13. Dans le Titre III, Chapitre Ier, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
la section 3, insérée par l'arrêté royal du 8 mai 2014, devient la section 4 ;
il est inséré une nouvelle section 3, comportant les articles 83/4 à 83/11, rédigée comme suit :
" Section 3. Maison familiale.
Art. 83/4. Les familles sont hébergées dans une maison familiale. Ces maisons familiales sont implantées dans une zone déterminée dans l'enceinte du centre, afin que les familles soient séparées des autres occupants.
Art. 83/5. La maison familiale est pourvue du mobilier et des équipements d'utilité nécessaires pour permettre d'héberger dignement les familles. La maison familiale comprend au moins une salle de bain, des toilettes, un salon comprenant une cuisine, deux chambres à coucher et un débarras.
Art. 83/6. La famille ne peut effectuer des travaux dans la maison familiale. En cas de dysfonctionnement de l'installation de chauffage, de l'installation électrique, des sanitaires ou de défectuosité du matériel ou du mobilier, la famille doit contacter le personnel du centre afin qu'il puisse prendre les mesures requises en vue d'effectuer les réparations nécessaires.
La maison familiale est pourvue d'un système d'appel qui permet d'appeler un membre du personnel en cas de nécessité.
Art. 83/7. La famille s'engage à maintenir la maison familiale en bon état et propre et à en user en bon père de famille, sans en modifier la nature ou la destination.
Des produits d'entretien et d'hygiène sont mis à la disposition de la famille.
Art. 83/8. Chaque membre de la famille peut utiliser quotidiennement certains espaces extérieurs autour de la maison familiale, sans autorisation préalable, entre 6 heures et 22 heures, à condition de ne pas franchir ces espaces.
Lorsqu'il existe des raisons sérieuses de craindre que des incidents de nature à mettre en danger l'ordre ou la sécurité surviennent durant les heures précitées, le directeur du centre ou son remplaçant peut décider qu'il est nécessaire dans l'intérêt de la famille qu'elle ne puisse pas utiliser les espaces extérieurs autour de la maison familiale pendant une période déterminée, qui soit la plus courte possible. Dans tous les cas, la famille doit toujours avoir la possibilité de quitter la maison familiale durant au moins deux heures par jour. Le directeur du centre ou son remplaçant en informe immédiatement le Directeur général.
Art. 83/9. Le personnel du centre a accès à la maison familiale entre 6 heures et 22 heures. A la demande de la famille ou en cas de nécessité ou lorsque l'organisation du refoulement ou de l'éloignement ou de la reprise l'exige, un accès en dehors de ces heures est autorisé. Dans ces cas, la famille en est avertie.
Art. 83/10. § 1er. Lorsqu'un membre mineur de la famille a seize ans ou plus et, par son comportement, met en danger sa sécurité, celle des autres membres de la famille ou des membres du personnel, il peut être fait exception au régime familial en plaçant ce membre de la famille dans un local isolé.
§ 2. Seul le Directeur général peut, compte tenu de l'âge, de la maturité et de la vulnérabilité de l'enfant, décider de placer celui-ci dans un local isolé. Ce placement est possible pour une durée maximale de vingt-quatre heures et ne peut pas être prolongé.
Afin de garantir la sécurité du mineur, celui-ci est suivi régulièrement. Au moins toutes les deux heures, il reçoit la visite d'un coach ou d'un membre du personnel médical, psychologique ou éducatif.
Les parents peuvent visiter leur enfant dans ce local.
Art. 83/11. Une famille avec enfants mineurs ne peut être maintenue que pour un délai le plus court possible, qui ne peut dépasser deux semaines. A l'issue de cette période, la famille peut encore être maintenue pour une durée maximale de deux semaines, à condition que le Directeur général communique par écrit au Ministre les raisons de la prolongation de ce maintien. La situation des enfants mineurs et l'impact de la détention sur leur intégrité physique et psychique doivent être explicités dans ce rapport. Sans préjudice de l'article 61, la durée de détention ne peut être prolongée lorsqu'il s'est avéré de la première période de détention qu'une prolongation de la durée de détention risque de porter atteinte à l'intégrité physique ou psychique de l'enfant mineur. " ;
l'intitulé de la section 3, devenant la section 4, est remplacé par ce qui suit : " Régime dérogeant aux régimes des sections 1, 2 et 3. ".
Art. 14. In artikel 84 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
de woorden "1 en 2" worden vervangen door de woorden "1, 2 en 3";
de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° In het kader van de verwijdering of overbrenging van een bewoner:
a) de afzondering voorafgaand aan de effectieve verwijdering van de bewoner;
b) de afzondering wanneer de bewoner het centrum verlaat of voor een korte duur overgebracht wordt.";
artikel 84 wordt aangevuld met twee leden luidende:
"De uitzonderingen vermeld in het eerste lid, 2° zijn niet van toepassing op minderjarige kinderen.
De uitzonderingen vermeld in het eerste lid, 3° zijn niet van toepassing op gezinnen met minderjarige kinderen.".
Art. 14. A l'article 84 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
les mots " 1 et 2 " sont remplacés par les mots " 1, 2 et 3 " ;
le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° Dans le cadre de l'éloignement ou du transfert de l'occupant :
a) l'isolement préalable à l'éloignement effectif de l'occupant ;
b) lorsque l'occupant quitte le centre ou qu'il est transféré pour une courte durée. " ;
l'article 84 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Les exceptions mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, ne sont pas applicables aux enfants mineurs.
Les exceptions mentionnées à l'alinéa 1er, 3°, ne sont pas applicables aux familles avec enfants mineurs. ".
Art. 15. Artikel 97 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De orde- en veiligheidsmaatregelen worden aan de leeftijd, de maturiteit en de kwetsbaarheid van het minderjarig kind aangepast.".
Art. 15. L'article 97 du même arrêté est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Les mesures d'ordre et de sécurité sont adaptées à l'âge, à la maturité et à la vulnérabilité de l'enfant mineur. ".
Art. 16. In artikel 98, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juni 2009, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
"De ordemaatregel vermeld in § 1, 4° kan niet worden opgelegd aan een minderjarige bewoner. Evenmin kan deze maatregel worden opgelegd aan een ouder of persoon die het ouderlijk gezag uitoefent indien dit tot gevolg heeft dat een minderjarig kind zonder ouder of zonder persoon die het ouderlijk gezag over hem uitoefent, in de gezinswoning verblijft.".
Art. 16. Dans l'article 98, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 juin 2009, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" La mesure d'ordre prévue au § 1er, 4° ne peut pas être imposée à un occupant mineur. Cette mesure ne peut pas non plus être imposée à un parent ou à une personne exerçant l'autorité parentale s'il en résulte qu'un enfant mineur séjourne dans la maison familiale sans parent ou sans une personne exerçant l'autorité parentale sur lui. ".
Art. 17. Artikel 105 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Een gezin met een minderjarig kind kan in geen geval worden overgebracht naar een ander centrum of een andere instelling dat of die niet aangepast is aan de noden van gezinnen met minderjarige kinderen.".
Art. 17. L'article 105 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Une famille avec enfant mineur ne peut en aucun cas être transférée vers un autre centre ou établissement qui n'est pas adapté aux besoins des familles avec enfants mineurs. ".
Art. 18. In artikel 111/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 8 juni 2009, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt:
"De fouillering als bepaald in § 1, 2° wordt uitgevoerd door twee leden van het personeel. Het personeelslid dat de fouillering fysiek uitvoert moet steeds van hetzelfde geslacht zijn als de bewoner. Het ander personeelslid dient enkel in te staan voor de veiligheid tijdens de uitvoering van de fouillering. Met minderjarige kinderen zal steeds op een wijze worden omgegaan die aangepast is aan hun leeftijd.
De fouillering als bepaald in § 1, 3° wordt uitgevoerd door twee leden van het personeel van hetzelfde geslacht als de bewoner. Deze fouillering moet plaatsvinden in een ruimte waar geen andere bewoners of derden aanwezig zijn of kunnen binnenkijken. Minderjarige bewoners worden niet onderworpen aan deze fouillering.".
Art. 18. A l'article 111/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 8 juin 2009, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" La fouille telle que définie au § 1er, 2° est assurée par deux membres du personnel. Le membre du personnel qui effectue la fouille corporelle doit être du même sexe que l'occupant. L'autre membre du personnel a pour seule fonction d'assurer la sécurité lors de la fouille. Les enfants mineurs font toujours l'objet d'un traitement adapté à leur âge.
La fouille telle que définie au § 1er, 3° est effectuée par deux agents du personnel du même sexe que l'occupant. Cette fouille doit avoir lieu dans un espace où aucun autre occupant ou tiers ne sont présents ou ne peuvent jeter un regard à travers. Les occupants mineurs ne sont pas soumis à cette fouille. ".
Art. 19. In de Nederlandse tekst van hetzelfde besluit wordt in de artikelen 13, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 59, 60, 61, 122 en 124 het woord "geneesheer" vervangen door het woord "arts".
Art. 19. Dans les articles 13, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 59, 60, 61, 122 et 124, du même arrêté, dans le texte néerlandais, le mot " geneesheer " est remplacé par le mot " arts ".
Art. 20. In de Nederlandse tekst van hetzelfde besluit wordt in artikel 57 het woord "geneesheren-specialisten" vervangen door het woord "artsen-specialisten".
Art. 20. Dans l'article 57 du même arrêté, dans le texte néerlandais, le mot " geneesheren-specialisten " est remplacé par le mot " artsen-specialisten ".
Art. 21. De minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le ministre qui a dans ses compétences l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers est chargé de l'exécution du présent arrêté.